Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/424
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2021/424
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 30 september 2021 diende xxx (hierna vermeld als: verzoeker), een verzoek in bij de gemeente Meise om een afschrift te bezorgen van de bij de verleende verkavelingsvergunning in de Stoeterijstraat opgelegde waarborgstelling. Na een herinnering van het verzoek op 5 oktober 2021 weigert de gemeente Meise op 25 oktober 2021 het verzoek tot openbaar maken van de borg i.v.m. de verkaveling van de Stoeterijstraat in te willigen op grond van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Op 28 oktober 2021 neemt xxx contact op met de gemeente Meise stellende dat een geanonimiseerd document geen afbreuk zou doen aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, waarop de gemeente op 19 november 2021 de volledig geanonimiseerde afschriften van de borgstellingen door de verschillende partijen bezorgde, weliswaar met telkens weglating van de namen alsook telkens van het bedrag dat door die betrokken partij in waarborg was gesteld. Op 19 november 2021 diende xxx beroep in bij de beroepsinstantie tegen de onvolledige uitvoering van de beslissing van de gemeente Meise. Dit beroep werd geregistreerd op 22 november 2021. Ontvankelijkheid van het beroep
www.vlaanderen.be
Het oorspronkelijke verzoek dateert van 30 september 2021. De bestreden beslissing van de gemeente Meise dateert van 19 november 2021. Deze beslissing maakt geen melding van de beroepsmogelijkheid en modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet. De beroepstermijn vangt bijgevolg pas aan vier maanden na kennisgeving van de beslissing. Het beroepschrift van verzoeker d.d. 19 november 2021 is tijdig ingediend en ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
De bestreden beslissing
Nadat xxx een geanonimiseerd afschrift van de gestelde waarborg had opgevraagd, bezorgde de gemeente Meise een afschrift van de door de verschillende betrokken partijen apart gestelde waarborgen. De gemeente anonimiseerde in elke waarborg echter niet alleen de naam van de betrokken persoon doch ook telkens het bedrag dat door de partij in kwestie in borg was gesteld.
2. Inhoud van het beroepschrift xxx vroeg namens verzoeker een geanonimiseerde waarborg zodat hij inderdaad een versie van de gestelde waarborg(en) verwachtte waarop alle gegevens die de persoonlijke levenssfeer raken geschrapt werden, weliswaar geldt dit niet voor het bedrag van de gestelde borg. Het openbaarheidsverzoek dient immers ter controle van de in de verkavelingsvergunning opgelegde bankwaarborg voor een totaal bedrag van xxx. Wanneer alle bedragen die door de verschillende verkavelaars tot borg werden gesteld onleesbaar worden gemaakt, kan niet worden geverifieerd of de waarborg wel volledig werd gegeven.
3. Toelichting door de gemeente Om met kennis van zaken het beroep te kunnen beoordelen contacteerde de beroepsinstantie de gemeente voor de nodige toelichting bij het ingestelde beroep. Op 24 november 2021 bezorgde de gemeente Meise de nodige stukken aan de beroepsinstantie. Aangezien de gemeente Meise geen reactie meer had ontvangen op het mailbericht van 19 november 2021 waarbij zij aan xxx de gevraagde waarborgen geanonimiseerd had overgemaakt, was en is zij in de veronderstelling het openbaarheidsverzoek zoals gevraagd te hebben ingewilligd.
4. Standpunt van de beroepsinstantie Aangezien xxx in zijn schrijven van 28 oktober 2021 een geanonimiseerd afschrift vroeg van de gegeven waarborg, concludeert de beroepsinstantie dat het beroep in casu zich beperkt tot het weglaten van de in borg gegeven bedragen, wat ook wordt bevestigd in het beroepschrift. Er stelt zich met andere woorden de vraag of de gemeente Meise al dan niet terecht op grond van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet de bedragen heeft geschrapt alvorens de verschillende waarborgen openbaar te maken.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/424
pagina 2 van 4
Artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bevat de verplichting om, behoudens toestemming van de betrokkene, een aanvraag af te wijzen als de openbaarmaking afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Deze bepaling laat niet toe dat gegevens worden verstrekt die de identificatie van derden mogelijk maken, in de mate dat daarmee afbreuk zou worden gedaan aan de bescherming van hun persoonlijke levenssfeer. Artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet stelt met andere woorden dat een verzoek tot openbaarmaking moet worden afgewezen indien de openbaarmaking afbreuk zou doen aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, maar niettemin is hier, hoewel het om een absolute uitzonderingsgrond gaat waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, tevens een relatief aspect aanwezig. De decreetgever was van oordeel dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend, maar wijst er desondanks op dat telkens en in concreto geoordeeld moet worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Daarbij is het vooreerst duidelijk dat het openbaar maken van de betrokken bedragen die de verschillende partijen tot borg gaven niet gelijkgesteld kan worden met het openbaar maken van bijvoorbeeld namen, geboortedata, telefoonnummers etc. De beroepsinstantie is van oordeel dat in dit concrete geval het openbaar maken van de betrokken bedragen op zich, zonder de vermelding van de persoonsnamen die elk afzonderlijk een borg stelden, geen afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokken partijen. Deze conclusie kan de toets aan de vijf niveaus die binnen het begrip ‘persoonlijke levenssfeer’ kunnen worden onderscheiden (SCHRAM, F, “Tussen openbaarheid en privacy”, Brussel, Politeia, 2006, p. 20 en volgende), immers met succes doorstaan. Op de eerste plaats wordt geen afbreuk gedaan aan de bescherming van de privacy of het privéleven in de strikte en klassieke betekenis van het begrip. Het louter bekendmaken van het bedrag van de borg zonder de naam van de borgsteller, betekent niet dat binnengedrongen wordt in het deel van iemands leefwereld dat hij afgeschermd wil houden van de buitenwereld, zoals de persoonlijke of professionele integriteit van de betrokken partijen. Op de tweede plaats worden, door het vrijgeven van de betrokken bedragen op zich, evenmin gegevens openbaar gemaakt die verband houden met, of een aantasting zouden inhouden van, de vrije omgang van de betrokken partijen met de medemens. Dit aspect van de persoonlijke levenssfeer is niet aan de orde, aangezien de betrokken verkavelaars elkaar reeds kennen en een contractuele relatie hebben, zodat de zogenaamde relationele privacy in casu niet wordt geschonden. Op de derde plaats kan, aangezien de bedragen enkel betrekking hebben op een in een verkavelingsvergunning opgelegde globale waarborg, de vrijgave van deze gegevens niet worden geacht een inbreuk te vormen op het recht op zelfbeschikking van het individu van de betrokken partijen. Op de vierde plaats is de beroepsinstantie van oordeel dat het vrijgeven van de verschillende bedragen geen afbreuk doet aan de zogenaamde informationele privacy, zijnde het recht dat elk individu heeft om te beschikken over alle gegevens die over hem handelen. In het voorliggende geval wordt met de vrijgave van de betrokken bedragen op zich enkel zakelijke informatie vrijgegeven die ontkoppeld is van de persoonlijke levenssfeer. Het niveau van de informationele privacy is in voorliggend geval niet aan de orde. Op de vijfde plaats stelt de beroepsinstantie vast dat de vrijgave van de betrokken bedragen evenmin afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de mate dat deze begrepen kan worden
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/424
pagina 3 van 4
als deel uitmakend van de virtuele werkelijkheid (elektronisch handelen, geautomatiseerde besluitvorming,…). Dit niveau van persoonlijke levenssfeer is in casu evenmin aan de orde. Uit het voorgaande onderzoek van de beroepsinstantie volgt dat de vrijgave van verschillende bedragen, telkens met weglating van de persoon die de borg in kwestie stelde, beroeper toelaat om de verschillende bedragen op te tellen en zo te controleren of aan de in de verkavelingsvergunning opgelegde bankwaarborg voor een totaal bedrag van xxx is voldaan zonder dat dit afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokken partijen. De beroepsinstantie ziet geen andere uitzonderlingsgronden die in casu van toepassing zijn en is bijgevolg van oordeel dat het beroep om een geanonimiseerd afschrift te krijgen van de gestelde waarborgen, doch met vermelding van de bedragen, gegrond is. Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 19 november 2021 tegen de beslissing van de gemeente Meise dd. 19 november 2021 wordt als ontvankelijk en gegrond beschouwd. Bijgevolg dient de gemeente Meise een geanonimiseerd afschrift te bezorgen van de gestelde waarborgen in het kader van de verleende verkavelingsvergunning in de Stoeterijstraat, enkel met weglating van de persoonsnamen, doch met vermelding van de bedragen die in borg werden gegeven.
Geen toestemming tot hergebruik van bestuursdocumenten In zoverre dit beroep gegrond werd verklaard, geldt dat deze inwilliging van de aanvraag tot openbaarmaking GEEN toestemming inhoudt om de gevraagde bestuursdocumenten te hergebruiken, als vermeld in titel II, hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (zie artikel II.44, §3, van het Bestuursdecreet). Brussel, 22 december 2021 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/424
pagina 4 van 4