MANTELZORGPLAN 2022-2024
Advies van de Vlaamse Raad voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, Wetstraat 34-36, 1040 Brussel W www.vlaamseraadwvg.be – T +32 2 209 01 11 – E info@vlaamseraadwvg.be
Adviesvraag
mantelzorgplan 2022-2024
Adviesvrager
Wouter Beke - Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding
Ontvangst adviesvraag
12 mei 2022
Decretale opdracht
adviesfunctie
Goedkeuring
Intersectorale kamer op 23 juni 2022
Contactpersoon
Barbara Krekels
bkrekels@serv.be
Inhoud Situering 1.
7 Opmaak en uitvoering van het mantelzorgplan
7
1.1
Belang van een goed co-creatief traject
7
1.2
Duidelijke prioriteiten maar acties te weinig concreet
8
1.3
Niet becijferd mantelzorgplan mist slagkracht
9
1.4
Krappe timing
9
2.
Inhoudelijke appreciatie van het mantelzorgplan 2.1
10
Mantelzorg als volwaardige, complementaire partner in zorg en ondersteuning
11
2.2
Belang van een verbindend mantelzorgbeleid
15
2.3
Belang van doelgerichte zorg en ondersteuning en preventie
21
2.4
Aandacht voor kwetsbare doelgroepen
21
Oude en nieuwe structuren
22
3.1
Communicatie over het mantelzorgplan
22
3.2
Inzetten op het lokale verhaal in samenwerking met bestaande
3.
initiatieven
23
3.3
Mantelzorgverenigingen
23
3.4
VIVEL en het Vlaams Expertisepunt Mantelzorg
24
Krachtlijnen Opmaak en uitvoering van het mantelzorgplan •
De raad is tevreden dat mantelzorg met dit nieuwe plan 2022-2024 hernieuwd op de agenda van de Vlaamse Regering staat. Het belang van mantelzorg voor een maatschappelijk verantwoorde én integrale zorg en ondersteuning in Vlaanderen wordt hiermee opnieuw erkend.
•
De raad kan zich vinden in de ambities die het nieuwe plan vooropstelt. Het is een opsteker dat dit plan duidelijke accenten legt. De raad ondersteunt de keuze voor twee strategische doelstellingen: mantelzorg herkennen en erkennen en mantelzorg ondersteunen. Met die focus wordt ook voortgebouwd op het eerste mantelzorgplan 2016-2020.
•
Het plan bevat een overzichtelijk en beperkt aantal acties. Heel wat van die acties evalueert de raad als positief, maar ze zijn nog onvoldoende scherp en concreet geformuleerd. De raad pleit ervoor om in het plan acties op te nemen die meer concreet zijn en die eenvoudig te toetsen zijn. De raad vraagt om budgetten aan de acties te koppelen en om een evaluatie van de acties te voorzien.
•
De raad mist een uitgewerkte financiering van het mantelzorgplan 2022-2024. Dit plan is immers niet volledig zonder gebudgetteerde cijfers die het slagkracht kunnen geven. De raad benadrukt dat een goede ondersteuning van mantelzorgers, en bij uitbreiding de uitvoering van dit plan, hoe dan ook middelen vereist en vraagt aan de Vlaamse Regering om de nodige middelen om het plan te realiseren in de Vlaamse begroting te voorzien.
•
De raad beveelt aan om de expertise van het terrein en de ‘good practices’ in de acties op te nemen en het beleid erop voort te bouwen.
•
De timing voor de uitvoering van het plan baart zorgen. De raad hoopt dat het voorziene monitoringcomité snel aan de slag zal gaan om dit ambitieuze plan met de betrokken actoren te realiseren.
Inhoudelijke appreciatie van het mantelzorgplan •
De mantelzorger zou nóg meer ‘centraal’ moeten staan in het plan en als een ‘volwaardige partner’ in zorg en ondersteuning worden gepositioneerd.
•
Het voorliggende plan richt zich enkel op de huidige mantelzorgers, maar raakt nergens aan het probleem van het dalend aantal mantelzorgers en de vraag hoe dit in de toekomst kan worden opgevangen.
•
Mantelzorg en professionele zorg en ondersteuning moeten complementair zijn. We mogen van mantelzorgers niet verwachten dat zij het professionele aanbod vervangen. Dit mantelzorgplan moet de mantelzorgers (h)erkennen en ondersteunen in wat zij vrijwillig kunnen en willen opnemen, vanuit hun sociale of emotionele band met de persoon met 4
zorgbehoefte. Daarnaast moet er blijvend worden ingezet op een toegankelijk, betaalbaar en kwaliteitsvol aanbod van professionele zorg en ondersteuning. •
Mantelzorgers moeten in de zorg- en ondersteuningspraktijk als volwaardige partners worden erkend. De raad vraagt daarom om het driehoeksdenken (triade), waarbij de persoon met een zorgbehoefte, de mantelzorger en de professional elkaar versterken, ook in de acties meer te benadrukken. De raad beveelt aan dit ook sterker op te nemen in de opleiding van professionals.
•
Opdat mantelzorgers als volwaardige partners kunnen participeren, moeten zij ook goed ondersteund worden. De raad vraagt om meer in te zetten op een goede informatie voor de mantelzorger, om actie te ondernemen om de digitale gegevensuitwisseling ook voor de mantelzorg goed te regelen en om extra aandacht te besteden aan de financiële toegankelijkheid van de mantelzorg, o.m. via de uitwerking van de financiële aspecten van het mantelzorgstatuut.
•
Voor de raad moet een verbindend mantelzorgbeleid meer zijn dan bestaande initiatieven samenbrengen en optimaliseren. Deze aanpak mag geen nieuwe investeringen uitsluiten wanneer deze nodig zijn.
•
Het mantelzorgplan wil zorg en welzijn overstijgen door andere sectoren te betrekken. Heel wat acties in het mantelzorgplan raken terecht aan verschillende levensdomeinen zoals werk, onderwijs, cultuur, vrije tijd, sport … We vinden echter in de beleidsplannen van deze domeinen weinig tot niets terug over mantelzorg. De raad vraagt welke samenwerkingen er al concreet werden opgezet en welke afspraken er gemaakt zijn.
•
De raad meent dat er meer onderzoek nodig is naar de drempels die maken dat iemand al dan niet een mantelzorgtaak op zich neemt en hoe ze kunnen worden weggewerkt.
•
Een meer geïntegreerde benadering vereist, naast een actieve samenwerking met andere beleidsdomeinen, ook dat er stevig wordt ingezet op aansluiting en samenwerking met de andere beleidsniveaus die bevoegdheden hebben inzake mantelzorg, met name de federale en lokale overheden. De raad vraagt welke concrete stappen er al gezet zijn voor deze bevoegdheidsoverstijgende samenwerking.
•
De raad vraagt hoe de Vlaamse Regering het ‘ernaar streven om mantelzorg op te nemen in de eerstelijnspsychologische functie als belangrijke vorm van ondersteuning’ concreet gaat maken. De beschikbaarheid en betaalbaarheid van deze laagdrempelige eerstelijnspsychologische begeleiding is nu nog onvoldoende. Dit moet snel verbeteren om te vermijden dat er (loze) verwachtingen worden gecreëerd.
•
De raad merkt op dat het, naast het stimuleren van de lokale besturen om mantelzorgondersteuning in het beleid op te nemen, ook nodig blijft om op het Vlaamse niveau inspanningen te leveren om tot een (meer) gelijke ondersteuning van elke mantelzorger in heel Vlaanderen te komen. Enkel zo kan iedereen voldoende kansen krijgen om mantelzorg op zich te nemen.
•
De raad vindt de aandacht voor doelgerichte zorg en ondersteuning in het mantelzorgplan positief. Het is een dynamisch gegeven waarover op regelmatige basis dient te worden overlegd. Ook de aandacht in het mantelzorgplan voor preventie is heel belangrijk. De raad merkt wel op dat het thema ontspoorde mantelzorg ontbreekt in het mantelzorgplan.
•
De doelgroep jonge mantelzorgers wordt terecht beschouwd als een kwetsbare doelgroep en het is goed dat deze groep ook in een aantal acties expliciet benoemd wordt. De raad mist in het plan echter concrete acties naar de andere kwetsbare doelgroepen 5
mantelzorgers. Zeker voor mantelzorgers die in armoede leven, dringen specifieke acties zich op. Het is belangrijk dat hier outreachend gewerkt wordt.
Oude en nieuwe structuren •
De raad vraagt zich af wat de meerwaarde van de nieuwe structuur ‘communicatiecel’ zal zijn en hoeveel geld er naartoe gaat. De raad wenst dat de focus en de middelen van het plan vooral op de concrete ondersteunende acties worden ingezet.
•
De raad onderschrijft het belang van het lokale niveau voor de mantelzorg maar vraagt erover te waken dat organisaties met expertise in (h)erkenning en ondersteuning van mantelzorg (zoals de ziekenfondsen, mantelzorgverenigingen, familieverenigingen, initiatiefnemers in zorg en ondersteuning…) mee aan zet blijven.
•
De raad vindt het belangrijk dat de mantelzorgverenigingen voldoende gewaardeerd en ondersteund worden. Ook familieverenigingen kunnen een rol opnemen.
•
De raad heeft fundamentele vragen bij de rol die toegewezen wordt aan VIVEL in het kader van het mantelzorgbeleid en meer specifiek in dit mantelzorgplan. Het is daarbij onduidelijk hoe VIVEL en het Vlaams Expertisecentrum Mantelzorg (VEM) zich verhouden tot de mantelzorgverenigingen.
6
Advies Situering In 2016 werd een eerste ‘Vlaams mantelzorgplan 2016-2020’ door de Vlaamse regering goedgekeurd (Vandeurzen, 2016). Voor de opmaak van het mantelzorgplan 2022-2024 werd het vorige plan eerst grondig geëvalueerd vanuit het perspectief ‘hoe een goed mantelzorgbeleid er idealiter moet uitzien’. Uit de evaluatie bleek dat er nood is aan het afbakenen van prioriteiten, aan het vastleggen van een beperkter aantal helder geformuleerde acties, en aan een meer geïntegreerde benadering van mantelzorg over de beleidsdomeinen heen. Het nieuwe plan wil uitgaan van een geïntegreerd mantelzorgbeleid, dat meer ingang vindt in andere relevante beleidsdomeinen zoals onderwijs, werk, jeugd, … Het plan zal budgetneutraal zijn en de focus ligt op het verbinden en optimaliseren van reeds bestaande initiatieven en activiteiten. (VR 2022 2904 MED.0138-1 BIS Mantelzorgplan 2022-2024) De Vlaamse Raad voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (hierna: de raad) werd op 12 mei 2022 door de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding, de heer Wouter Beke, om advies gevraagd over het mantelzorgplan 2022-2024. De adviestermijn werd verlengd en loopt tot 30 juni 2022. Deze adviesvraag is in de raad behandeld door de Intersectorale Kamer, die het advies bij consensus goedkeurde op 23 juni 2022.
1. Opmaak en uitvoering van het mantelzorgplan 1.1 Belang van een goed co-creatief traject Het ontwerp van Vlaams Mantelzorgplan kwam tot stand via een duidelijk vooropgesteld traject van onderzoek, co-creatie, focusgroepen en consultatie. Dit is een goede manier van werken. Het laat toe het plan op te bouwen vanuit de noden van de mantelzorgers. De raad betreurt wel dat het proces van co-creatie niet helemaal doorlopen is tot het einde. Stakeholders zijn wel in de fase van de input betrokken, maar niet meer bij de fase van de concrete output en afwerking van het plan.
7
•
Het traject voor de opmaak van het mantelzorgplan via co-creatie is een goede manier van werken. Het is jammer dat dit niet tot en met de afwerking van het plan is doorgetrokken.
1.2 Duidelijke prioriteiten maar acties te weinig concreet Uit de evaluatie van het vorige plan is gebleken dat er nood was aan het afbakenen van prioriteiten, aan het vastleggen van een beperkter aantal helder geformuleerde acties. Het nieuwe plan bevat twee strategische doelstellingen en een overzichtelijk, beperkt aantal acties. De raad evalueert heel wat van de onderliggende acties als positief (zie ook hoofdstuk 2) maar meent dat ze onvoldoende scherp en concreet geformuleerd zijn. Helemaal achteraan in het plan wordt terecht aangegeven dat de acties in dit mantelzorgplan nog verdere concretisering behoeven (p.23). Dit is voor de raad toch een gemiste kans, zeker gezien de lange aanlooptijd die het plan kende en de vele actoren die betrokken waren. De concretisering moet in het plan zelf zitten. De raad pleit ervoor om in het plan acties op te nemen die meer concreet zijn en die eenvoudig te toetsen zijn. Nu zijn de beschreven acties vaak veelal te vaag en te breed. Er wordt niet concreet aangegeven hoe deze acties moeten worden volbracht. Ook de actoren die bij de acties betrokken zullen worden, zijn nog niet geïdentificeerd. In het plan wordt op verschillende plaatsen wel erkend dat er geïnvesteerd moet worden. Toch worden er geen budgetten gekoppeld aan de vele ambities/acties. Ook een evaluatie van de acties wordt niet voorzien. Het langetermijnperspectief waarop de resultaten geformuleerd zijn, doet vermoeden dat het eerder gaat om een inspanningsverbintenis dan een resultaatsverbintenis. Er wordt in het plan ook nog veel onderzocht, verkend en geanalyseerd, maar finaal weinig concreet aangepakt. Door de vaagheid van de acties blijft het voor de raad onduidelijk welke de concrete stappen zijn die de Vlaamse overheid zal zetten om de geschetste ambities te bereiken, welk engagement de Vlaamse Regering werkelijk zal opnemen voor de (h)erkenning en ondersteuning van mantelzorg. De raad stelt ten slotte ook vast dat de acties vaak geformuleerd zijn alsof er nog niets bestaat. Op het terrein is er echter in verschillende organisaties (ziekenfondsen, mantelzorgverenigingen, familieverenigingen, initiatiefnemers in zorg en ondersteuning 1…) al een pak ervaring en expertise opgebouwd rond verschillende van de genoemde acties. De raad beveelt sterk aan om de ‘good practices’ naar voor te halen en deze ook in te zetten om het beleid erop voort te bouwen.
1
Met initiatiefnemers in zorg en ondersteuning bedoelen we alle verschillende actoren die op het terrein een aanbod ontwikkelen voor het bieden van zorg en ondersteuning. Het gaat zowel om sociale ondernemers, om ondernemers uit de for profit sector, organisaties van vrijwilligers en mantelzorgers, als om de publieke voorzieningen. Het kan gaan om voorzieningen of organisaties, maar ook om individuele verstrekkers van zorg en ondersteuning (zelfstandige professionals).
8
•
Het nieuwe plan bevat twee strategische doelstellingen en een overzichtelijk, beperkt aantal, acties. De raad evalueert heel wat van de onderliggende acties als positief maar meent dat ze onvoldoende scherp en concreet geformuleerd zijn.
•
De raad pleit ervoor om in het plan acties op te nemen die meer concreet zijn en die eenvoudig te toetsen zijn. De raad vraagt om budgetten aan de acties te koppelen en om een evaluatie van de acties te voorzien.
•
De raad beveelt om aan de expertise van het terrein en de ‘good practices’ in de acties op te nemen en het beleid erop voort te bouwen.
1.3 Niet becijferd mantelzorgplan mist slagkracht De raad mist een uitgewerkte financiering van het mantelzorgplan 2022-2024. Dit plan is immers niet volledig zonder gebudgetteerde cijfers die het slagkracht kunnen geven. In de begeleidende nota aan de leden van de Vlaamse Regering wordt meegedeeld dat het mantelzorgplan een budgetneutraal plan is. Concreet stelt men dat deze beslissing geen financieel of budgettair engagement inhoudt. De raad vreest voor de haalbaarheid van bepaalde acties wanneer de Vlaamse Regering geen financiële of budgettaire engagementen neemt om dit plan te realiseren. Wanneer de nodige middelen niet worden voorzien, wordt het immers meteen duidelijk dat bepaalde ambities/acties vrij onrealistisch zijn (bijvoorbeeld respijtzorg (actie 2.1.1), eerstelijnsgezondheidszorg (actie 2.3.2), versterking rol van mantelzorgverenigingen…). De raad benadrukt dat een goede ondersteuning van mantelzorgers, en bij uitbreiding de uitvoering van dit plan, hoe dan ook middelen vereist. De raad vraagt aan de Vlaamse Regering om hiervoor een begroting op te maken. De nodige middelen om het plan te realiseren moeten in de Vlaamse begroting worden voorzien. •
De raad mist een uitgewerkte financiering van het mantelzorgplan 2022-2024. Dit plan is niet volledig zonder gebudgetteerde cijfers die het slagkracht kunnen geven.
•
De raad benadrukt dat een goede ondersteuning van mantelzorgers, en bij uitbreiding de uitvoering van dit plan, hoe dan ook middelen vereist.
•
De raad vraagt aan de Vlaamse Regering om de nodige middelen om het plan te realiseren in de Vlaamse begroting te voorzien.
1.4 Krappe timing Ook de timing voor de uitvoering van het plan baart zorgen. Het plan loopt af in 2024. De raad betwijfelt dat een tijdspanne van twee jaar voldoende zijn zal om alle betrokken actoren hiervoor samen aan tafel te krijgen en resultaat te boeken. De raad hoopt daarbij dat het voorziene monitoringcomité de stuwende kracht zal zijn om deze acties in beweging te brengen en snel aan de slag zal gaan om met de betrokken actoren samen te werken voor het realiseren van dit ambitieuze plan. 9
•
De timing voor de uitvoering van het plan baart zorgen. De raad hoopt dat het voorziene monitoringcomité snel aan de slag zal gaan om dit ambitieuze plan met de betrokken actoren te realiseren.
2. Inhoudelijke appreciatie van het mantelzorgplan De raad is tevreden dat mantelzorg met dit nieuwe plan 2022-2024 hernieuwd op de agenda van de Vlaamse Regering staat. Het belang van mantelzorg voor een maatschappelijk verantwoorde én integrale zorg en ondersteuning2 in Vlaanderen wordt hiermee opnieuw erkend. De raad kan zich vinden in de ambities die het nieuwe plan vooropstelt. Het is een opsteker dat dit plan duidelijke accenten legt. De raad ondersteunt de keuze voor twee strategische doelstellingen: mantelzorg herkennen en erkennen en mantelzorg ondersteunen. Met die focus wordt ook voortgebouwd op het eerste mantelzorgplan 2016-2020. Het plan bevat een overzichtelijk en beperkt aantal acties. Heel wat van die acties evalueert de raad als positief. Zo kunnen een gezinsvriendelijk beleid op de werkvloer, een beter financieel statuut, toegankelijkere verlofstelsels, psychologische ondersteuning, automatische rechtentoekenning, een volwaardig mantelzorgstatuut, en zo meer, voor de raad zeker bijdragen aan een betere erkenning en ondersteuning van de mantelzorger. Het is ook goed dat de focus werd uitgebreid naar de jonge mantelzorger. De jonge mantelzorger blijft immers nog vaak onder de radar en dus verwelkomt de raad de keuze om er in dit plan, via aparte acties, extra aandacht aan te besteden. Toch merkt de raad op dat heel wat van de opmerkingen die de SAR WGG maakte over het vorige mantelzorgplan 2016-2020 vandaag nog steeds gelden. De raad verwijst hiervoor naar het advies van 31 oktober 2016 over het Ontwerp Vlaams mantelzorgplan 2016-2020 “Nabije zorg in een warm Vlaanderen”. Het vandaag voorliggende plan had de mantelzorger nóg meer ‘centraal’ kunnen zetten. De raad leest op pagina 9 ‘Met dit plan maken we ook de verbinding met mantelzorgers’, terwijl die verbinding het centrale uitgangspunt zou moeten zijn in een mantelzorgplan. Het plan slaagt er ook nog niet helemaal in om de mantelzorger als een ‘volwaardige partner’ in zorg en ondersteuning te positioneren.
2
Zorg en ondersteuning staat voor alle vormen van (gezondheids)zorgverlening én hulp- en dienstverlening in de sectoren die onder het beleidsdomein welzijn, (volks)gezondheid en gezin vallen. We kiezen ervoor om de begrippen ‘zorg en ondersteuning’ te gebruiken en met elkaar te verbinden als een geheel. Zie Visienota Integrale Zorg en Ondersteuning (pp. 5-6) van de SAR WGG voor een uitgebreide motivering van deze keuze.
10
Het voorliggende plan richt zich enkel op de huidige mantelzorgers, maar raakt nergens aan het probleem van het dalend aantal mantelzorgers en de vraag hoe dit in de toekomst kan worden opgevangen3. De raad ondersteunt de keuze voor twee strategische doelstellingen: mantelzorg herken-
•
nen en erkennen en mantelzorg ondersteunen. Het is een opsteker dat dit plan duidelijke accenten legt. Het plan bevat een overzichtelijk en beperkt aantal acties. Heel wat van die acties evalueert
•
de raad als positief. De mantelzorger zou nóg meer ‘centraal’ moeten staan en als een ‘volwaardige partner’ in
•
zorg en ondersteuning worden gepositioneerd. Het voorliggende plan richt zich enkel op de huidige mantelzorgers, maar raakt nergens
•
aan het probleem van het dalend aantal mantelzorgers en de vraag hoe het toekomstig aantal mantelzorgers kan worden opgevangen.
2.1 Mantelzorg als volwaardige, complementaire partner in zorg en ondersteuning Mantelzorg is van onschatbare waarde in de zorg en ondersteuning. Mantelzorgers moeten in de zorg en ondersteuning als een volwaardige, complementaire partner worden gezien.
2.1.1
De mantelzorger als complementaire partner in zorg en ondersteuning
Om de centrale maar complementaire plaats van de mantelzorger in de zorg en ondersteuning van de persoon met zorgbehoefte helder te krijgen, vertrekken we van subsidiariteit in zorg en ondersteuning. De raad verwijst hiervoor naar de visienota over Integrale Zorg en Ondersteuning (7 december 2012, pp.15-16) waar de SAR WGG het als volgt verwoordde:
"
3
De raad pleit ervoor om bij de organisatie van een continuüm van informele zorg tot formele zorg en ondersteuning de idee van subsidiariteit of getrapte zorg te hanteren. Gaande van zelfzorg, over mantelzorg en wijk- en buurtzorg naar de professionele eerstelijnszorg en ondersteuning tot de gespecialiseerde zorg en ondersteuning. Subsidiariteit betekent in deze context dat men alle kansen wil geven aan zelfzorg, mantelzorg en informele zorg en dit professioneel mee zal ondersteunen. Het betekent dat de minst ingrijpende zorg en ondersteuning voorrang krijgt; minimale zorg geleverd door het informele netwerk waar mogelijk, meer intensieve formele zorg en ondersteuning waar nodig. Wanneer meer gespecialiseerde vormen van zorg en ondersteuning noodzakelijk zijn, zullen deze ook niet langer worden aangehouden dan nodig is voor het herstel van de persoon met zorgbehoefte. De raad benadrukt dat het gaat om een wisselwerking tussen de verschillende vormen van zorg en ondersteuning. Informele zorg moet steeds een vrije keuze kunnen zijn. Door het ondersteunen en aanvullen van die informele zorg met andere vormen van zorg en ondersteuning, zal ze in veel
https://sociaal.net/achtergrond/hoe-vangen-we-het-tekort-aan-mantelzorgers-op/
11
gevallen ook beter haalbaar worden. ‘Het streefdoel is een gedeelde zorg en ondersteuning op maat van de persoon met zorgbehoefte, waarbij niet automatisch uitgegaan wordt van het maximale aanbod. Getrapte zorg bevordert de autonomie van de persoon met zorgbehoefte en vermijdt zorgafhankelijkheid’ (Everaert S., Scheerder G., De Coster I. en Van Audenhove Ch., 2007, p. 14). Om deze gedeelde zorg en ondersteuning te realiseren is een goed samenspel tussen de informele mantelzorg en de professionele (formele) zorg en ondersteuning essentieel. Dit vereist dat professionals er dus van meet af aan van doordrongen zijn dat de zorg en ondersteuning gedeeld wordt met de mantelzorg4. Naast de wensen, de noden en levensdoelen van de persoon met zorgbehoefte die centraal staan in de zorg en ondersteuning, zijn ook de wensen en draagkracht van zijn mantelzorger belangrijk. Rond de persoon met zorgbehoefte en zijn mantelzorger wordt het professionele aanbod ontwikkeld. De complementariteit zit hem in het feit dat mantelzorg niet als het substituut voor een goed uitgebouwde, toegankelijke en kwaliteitsvolle professionele zorg en ondersteuning mag worden gezien. We mogen van mantelzorgers niet verwachten dat zij het professionele aanbod vervangen. Dit mantelzorgplan moet de mantelzorgers (h)erkennen en ondersteunen in wat zij vrijwillig kunnen en willen opnemen, vanuit hun sociale of emotionele band met de persoon met zorgbehoefte, steeds complementair aan de professionele zorg en ondersteuning. In de realiteit stellen we helaas nu al vast dat mantelzorgers soms toch worden ingeschakeld als substituut van professionele zorg en ondersteuning wanneer die laatste niet of niet voldoende beschikbaar is. Een wezenlijk complementaire relatie tussen mantelzorgers en professionele zorg en ondersteuning leunt echter ook op de beschikbaarheid van voldoende, goed geschoold professioneel aanbod. De SAR WGG verwoorde het in 2016 als volgt: Bij gedeelde zorg gaat het er ook om dat informele en formele zorg ‘gelijktijdig’ aanwezig zijn, dat we er niet van uitgaan dat de informele zorg eerst ‘letterlijk en figuurlijk’ uitgeput moet zijn vooraleer professionele zorg en ondersteuning kan tussenkomen (p. 8). Het is daarom een belangrijk signaal dat dit in deel 1 van het voorliggende mantelzorgplan 20222024 opnieuw wordt bevestigd. We lezen dat het beleid omstandigheden [kan] creëren en faciliteren zodat mensen keuzevrijheid hebben om mantelzorg op te nemen. Daar speelt het voorzien van professionele zorg, die toegankelijk, beschikbaar en betaalbaar is, een belangrijke rol. (p. 5) En ook dat een adequaat mantelzorgbeleid echter niet alleen nauwere samenwerking tussen formele en informele zorg [betekent], maar ook inzetten op het versterken van het professionele zorg- en ondersteuningsaanbod. In de nabijheid van de zorgvragers en mantelzorgers is het belangrijk een toegankelijk en voldoende ruim aanbod te hebben aan formele diensten, voor wie dit wenst (p. 6).
4
SAR WGG (17 december 2015). Visienota Nieuw professionalisme in zorg en ondersteuning als opgave voor de toekomst. Een oriënterend kader. p. 28
12
Zeker nu de sectoren in zorg en ondersteuning kampen met tekorten aan professionals is en blijft dit streven naar voldoende professionele zorg en ondersteuning de belangrijkste zorg en uitdaging voor beleidsmakers en voor de initiatiefnemers in zorg en ondersteuning. Met dit plan willen we dat de mantelzorger beter wordt ondersteund. Daarnaast moet er blijvend worden ingezet op een toegankelijk, betaalbaar en kwaliteitsvol aanbod van professionele zorg en ondersteuning. Respijtzorg nodig om gedeelde zorg en ondersteuning te realiseren Actie 2.1.1 wil het professionele aanbod optimaliseren en beter bekend maken en een gedifferentieerd, flexibel aanbod van respijtzorg voorzien. Met als gewenst resultaat dat er een flexibel aanbod is dat zoveel mogelijk tegemoet komt aan noden van mantelzorgers en dat het aanbod van zorg en ondersteuning beter bekend is. •
Deze actie is ambitieus maar te weinig concreet uitgewerkt. Betekent dit dat de Vlaamse Regering extra zal investeren in ondersteunend professioneel aanbod (respijtzorg) voor mantelzorgers? Zo ja, in welke vormen van respijtzorg? De raad vraagt ook hoe ‘flexibel’ in deze actie moet geïnterpreteerd worden en wat bedoeld wordt met ‘zoveel mogelijk’? Welk budget wordt hier voorzien om het aanbod uit te breiden? En welk aanbod moet dan eerst uitgebreid worden ten behoeve van de mantelzorger?
•
De aanwezigheid van voldoende respijtzorg is cruciaal om de draagkracht van mantelzorgers te ondersteunen. De raad meent dat hier zowel de toegankelijkheid en bekendheid van de (reeds bestaande) respijtzorg moet verhoogd worden en nieuwe initiatieven (ook van bestaande zorgaanbieders) moeten worden gefaciliteerd en gesteund. De mogelijkheden tot initiatieven respijtzorg zijn vandaag echter sterk gelimiteerd (drempels), onder meer door rigide regelgeving en beperkte financiering.
2.1.2
De mantelzorger als volwaardige partner in zorg en ondersteuning
De SAR WGG wees er bij het eerste mantelzorgplan 2016-2020 op dat mantelzorg nog meer als een volwaardige partner in zorg en ondersteuning moet gezien worden. Het voorliggende mantelzorgplan 2022-2024 benoemt mantelzorgers heel nadrukkelijk als vaste waarde in het zorglandschap. Het is duidelijk dat de impact van de COVID-19 pandemie op de mantelzorgers groot is geweest en ze worden dan ook terecht mee belicht als helden van de zorg en ondersteuning. Die herkenning van en erkenning voor mantelzorgers is belangrijk. Dat het mantelzorgplan dit alles expliciet benoemt is qua beeldvorming een sterk signaal. Toch merkt de raad op dat mantelzorgers in de zorg- en ondersteuningspraktijk vaak nog niet als volwaardige partners erkend worden. Ze worden door de professionals in zorg en
13
ondersteuning5 niet altijd betrokken bij de organisatie ervan. De raad vraagt daarom dat het driehoeksdenken (triade), waarbij de persoon met een zorgbehoefte, de mantelzorger en de professional elkaar versterken, ook in de acties nog meer benadrukt wordt. Een gepaste opleiding voor professionals is hiervoor essentieel. Opdat mantelzorgers als volwaardige partners kunnen participeren moeten zij ook goed ondersteund worden. •
Mantelzorgers moeten goed geïnformeerd worden. Dat is één van de kritische succesfactoren om hun rol optimaal te vervullen. In het huidige mantelzorgplan wordt hieraan minder aandacht besteed dan in het eerste mantelzorgplan 2016-2020. Er wordt vooral veel verwacht van de focus op de optimalisering van de website www.mantelzorgers.be, bijvoorbeeld wat betreft het beter bekend maken van een opleidingsaanbod. Dat is voor de raad te beperkt.
•
Mantelzorgers moeten ook - wanneer zij in samenspraak met de persoon met zorgbehoefte een coördinerende rol willen opnemen - kunnen beschikken over de nodige gegevens. Vandaag zijn er inzake digitalisering van de gegevensuitwisseling nog heel wat hiaten om dat voor de mantelzorg goed geregeld te krijgen. De raad vraagt om hier dringend werk van te maken (bv. in het komende e-health actieplan waar WVG aan deelneemt).
•
De raad is tenslotte bezorgd over de financiële toegankelijkheid van de mantelzorg en wijst op het belang van de uitwerking van de financiële aspecten van het mantelzorgstatuut. Dit is des te meer belangrijk omdat we een oververtegenwoordiging van mantelzorgers zien bij de laagste inkomenscategorieën. Uit een Europees onderzoek COFACE6 blijkt dat 1 op 3 mantelzorgers het moeilijk heeft om rond te komen. Ook blijkt uit verschillende Vlaamse onderzoeken dat mantelzorgers zich zwaar financieel belast voelen 7.
5
We hanteren de term professionals in zorg en ondersteuning om alle beroepen aan te wijzen die in de gezondheids- en welzijnssectoren (beleidsdomein welzijn, (volks)gezondheid en gezin) een rol spelen in de zorg en ondersteuning van personen met zorgbehoefte, wars van de bevoegdheidsverdeling in dit land. Wij doelen met deze term dus zowel op gezondheidszorgberoepen (federale materie) als op zorg- en welzijnsberoepen (bevoegdheid van de deelstaten). De ‘professional in zorg en ondersteuning’ kan zowel in dienstverband werken (als medewerker, als leidinggevende,…) als in een zelfstandig statuut werken.
6
https://www.gezinsbond.be/Gezinspolitiek/Nieuws/Paginas/E%C3%A9n-op-drie-mantelzorgers-heeft-het-financieelmoeilijk.aspx
7
2 op de 3 mantelzorgers extra financiële kosten maken omwille van de mantelzorg. Van zij die extra kosten maken geeft 41% aan zich (zeer) financieel belast te voelen (Bronselaer e.a., 2016). Ook eerder Vlaams onderzoek toonde aan dat mantelzorgers, zich financieel belast voelen door de hulp die ze bieden (Vanbrabant & Craeynest, 2004; Vermeulen & Declercq, 2011). Hiervoor bestaan verschillende verklaringen zoals het derven van inkomsten (loon & pensioen), het maken van extra kosten door de geleverde zorg, of het feit dat financieel kwetsbare personen meer geneigd kunnen zijn tot het geven van mantelzorg. Extra financiële steun staat bij (potentiële) mantelzorgers bovendien hoog op de prioriteitenlijst inzake ondersteuning (Vanderleyden & Moons, 2012; Bronselaer e.a., 2016; De Koker e.a., 2016) https://publicaties.vlaanderen.be/view-file/26393
14
•
Mantelzorg en professionele zorg en ondersteuning moeten complementair zijn. We mogen van mantelzorgers niet verwachten dat zij het professionele aanbod vervangen. Dit mantelzorgplan moet de mantelzorgers (h)erkennen en ondersteunen in wat zij vrijwillig kunnen en willen opnemen, vanuit hun sociale of emotionele band met de persoon met zorgbehoefte. Daarnaast moet er blijvend worden ingezet op een toegankelijk, betaalbaar en kwaliteitsvol aanbod van professionele zorg en ondersteuning.
•
Mantelzorgers moeten in de zorg- en ondersteuningspraktijk als volwaardige partners worden erkend. De raad vraagt daarom om het driehoeksdenken (triade), waarbij de persoon met een zorgbehoefte, de mantelzorger en de professional elkaar versterken, ook in de acties meer te benadrukken. De raad beveelt aan dit ook sterker op te nemen in de opleiding van professionals.
•
Opdat mantelzorgers als volwaardige partners kunnen participeren moeten zij ook goed ondersteund worden. De raad vraagt meer in te zetten op een goede informatie voor de mantelzorger, om actie te ondernemen om de digitale gegevensuitwisseling ook voor de mantelzorg goed te regelen en om extra aandacht te besteden aan de financiële toegankelijkheid van de mantelzorg, o.m. via de uitwerking van de financiële aspecten van het mantelzorgstatuut.
2.2 Belang van een verbindend mantelzorgbeleid Uit de evaluatie van het vorige mantelzorgplan bleek dat er nood is aan een meer geïntegreerde benadering van mantelzorg over de beleidsdomeinen heen. Een meer geïntegreerde benadering vereist niet alleen een actieve samenwerking met andere beleidsdomeinen maar ook met de andere beleidsniveaus die bevoegdheden hebben inzake mantelzorg. Het plan geeft aan dat er resoluut gekozen wordt voor het verbinden met en optimaliseren van reeds bestaande initiatieven en activiteiten. Het is goed en nodig om die verbinding te maken, maar een verbindend mantelzorgbeleid moet voor de raad meer zijn dan bestaande initiatieven samenbrengen en optimaliseren. Deze aanpak mag geen nieuwe investeringen uitsluiten wanneer die nodig zijn (zie ook punt 1.3). Wanneer gekozen wordt voor het verbinden met en optimaliseren van reeds bestaande initiatieven en activiteiten, mag er dan ook niet voorbijgegaan worden aan de expertise die er reeds is. In het plan wordt voor de raad te weinig concreet verwezen, gebruik gemaakt van of ingehaakt op alle waardevolle initiatieven die er al zijn, zowel in de mantelzorgverenigingen als bij belendende domeinen of andere beleidsniveaus.
2.2.1
Beleidsdomeinen overstijgen
Het is goed in dit plan te lezen dat mantelzorg aan veel levens- en beleidsdomeinen raakt en dat beleid dat inzet op mantelzorg per definitie beleidsdomeinoverschrijdend, verbindend en participatief zou moeten zijn.
15
We lezen in het plan dat zorg en welzijn wordt overstegen door andere sectoren te betrekken. Dat proces werd al opgestart en verliep constructief. De raad leest in het plan echter nergens welke samenwerkingen er al concreet werden opgezet en welke afspraken er gemaakt zijn. De raad vraagt om dit voor de verschillende domeinen zoals onder andere werk, onderwijs, armoedebestrijding, cultuur, jeugd, sport en vrije tijd concreet te maken. In de beleidsplannen van deze domeinen vinden we ook weinig tot niets terug over mantelzorg. Ook bij de acties wordt nog niet concreet in hoeverre er al samengewerkt is met die andere beleidsdomeinen. De jonge mantelzorger Actie 1.1.1 wil inzetten op (h)erkenning van jonge mantelzorgers en manieren zoeken om hen dichter te betrekken bij het beleid, met als gewenst resultaat dat zorgaanbieders, werkgevers en onderwijsprofessionals jonge mantelzorgsituaties (h)erkennen. •
Er wordt gesteld dat men kiest voor een integrale en domeinoverschrijdende aanpak met bijzondere aandacht voor het domein onderwijs. Maar wat is de concrete actie binnen het onderwijsbeleid om jonge mantelzorgers te vinden? Wat is de concrete actie binnen het arbeidsmarktbeleid?
•
De raad heeft, wat betreft de jonge mantelzorger, dezelfde vragen voor de beleidsdomeinen cultuur, jeugd, sport en vrije tijd.
Arbeidsmarktbeleid In de beleidsteksten van het beleidsdomein werk en economie vindt de raad weinig terug over het (h)erkennen en ondersteunen van mantelzorgers binnen het arbeidsmarktbeleid. Er worden daar geen concrete acties gedefinieerd. In dit mantelzorgplan worden wel een aantal brede acties naar voor geschoven. De raad merkt op dat heel wat van die acties een nauwe samenwerking met de federale overheid vragen (zie 2.2.2). Er wordt in de acties verwezen naar de sociale partners wanneer het gaat over verlofstelsels, maar ook als het gaat over het optimaliseren van het professioneel aanbod of aansluiting bij projecten van VDAB kunnen de sociale partners een belangrijke rol spelen. Actie 1.1.2 zet in op de (h)erkenning en zichtbaarheid van mantelzorgers op de werkvloer, en het benutten van ervaringsdeskundigheid. Men wil aanknopen bij personeelsdiensten, werknemersen werkgeverscentrales. •
De raad vindt deze actie zeer relevant. Om dit te realiseren, moet er wel naar een collectief onderhandeld beleid worden gestreefd. Dit kan ook breder worden opgevat dan mantelzorg. De raad pleit voor een gezinsvriendelijk beleid in de ondernemingen ter ondersteuning van een betere werk-privé balans. Natuurlijk zal hiervoor afstemming met de federale overheid nodig zijn.
•
De raad vraagt aan de Vlaamse Regering om ook de ‘good practices’ mee te nemen. Er hoeft niet altijd van een wit blad te worden vertrokken. 16
•
De raad denkt ten slotte dat mantelzorgervaring nog meer kan worden benut in de werkcontext. Wanneer iemand ruime ervaring heeft om te zorgen voor zijn naaste, zou deze ervaring kunnen gevaloriseerd en meegenomen worden in de werkcontext. Het zou een grote troef kunnen zijn – zeker gezien de krappe arbeidsmarkt - dat deze waardevolle kennis en kunde meegenomen wordt en zo ook waardering geeft aan de mantelzorger.
In Actie 2.2.1 wil men onderzoeken hoe de keuzemogelijkheden van de verlofstelsels en de aanvraag ervan toegankelijker kunnen worden gemaakt. •
De raad merkt op dat de Vlaamse Regering enkel kan sensibiliseren met betrekking tot verlofstelsels.
•
Vlaanderen is echter wel verantwoordelijk voor het systeem van aanmoedigingspremies en dat ontbreekt in deze actie volledig. De raad meent dat er ruimere (ook in tijd) aanmoedigingspremies moeten komen en dat deze beter afgestemd moeten worden op de federale maatregelen.
In Actie 2.2.2 wil men mogelijkheden verkennen voor werkende mantelzorgers om beroep te doen op ondersteuning, coaching en opleiding. Als gewenst resultaat wil men een instrument ontwikkelen om het recht op het pakket aan maatregelen te ontwikkelen. •
De raad vindt deze actie bijzonder vaag. Wat verstaan we onder een pakket van maatregelen? Wat valt er precies onder ondersteuning, coaching en opleiding?
In Actie 2.2.3 wil men de mogelijkheden onderzoeken tot maattrajecten als aanvullingen op of verfijning van de bestaande verlofstelsels. •
Dit kan nuttig zijn maar is toch vooral een federale bevoegdheid. De raad vraagt zich af welke slagkracht Vlaanderen hier kan hebben.
Actie 2.2.4 wil aansluiten bij het initiatief van de VDAB voor herintreders op de arbeidsmarkt met als gewenst resultaat dat mantelzorgers met een afstand tot de arbeidsmarkt worden ondersteund om er terug aansluiting te vinden. •
Ook deze actie blijft vaag. Over welk initiatief gaat het precies? De raad meent dat het accent in het mantelzorgplan moet blijven liggen op het ondersteunen van de mantelzorger om zijn zorgtaak te kunnen opnemen en aan het tegemoetkomen aan de noden van de mantelzorger, eerder dan op een activeringsbeleid.
Het mantelzorgplan heeft een betere (h)erkenning en ondersteuning van de mantelzorger tot doel. Daarom meent de raad ten slotte dat het belangrijk is om ook oog te hebben voor de situatie op de werkvloer. Uiteraard zijn er nog heel wat drempels die maken dat iemand al dan niet een mantelzorgtaak op zich neemt. De raad meent dat er meer onderzoek nodig is naar deze drempels en hoe ze kunnen worden weggewerkt.
17
2.2.2
Bevoegdheidsniveaus overstijgen
Een meer geïntegreerde benadering vereist, naast een actieve samenwerking met andere beleidsdomeinen, ook dat er stevig wordt ingezet op aansluiting en samenwerking met de andere beleidsniveaus die bevoegdheden hebben inzake mantelzorg. We verwijzen hier naar de federale en lokale overheden. Het voorliggende mantelzorgplan 2022-2024 geeft op enkele plaatsen aan dat de Vlaamse Regering het gesprek wil aangaan met de federale overheid en de lokale besturen, maar de beschreven acties blijven vrij vaag. Het is niet duidelijk of er al concrete stappen gezet zijn voor deze bevoegdheidsoverstijgende samenwerking. De raad meent dat het ook niet evident wordt om deze acties effectief te realiseren en te monitoren. Zonder het bestaan van deze oplossingsgerichte samenwerking tussen de beleidsniveaus, blijft de vraag naar de haalbaarheid van deze acties open. Het mantelzorgplan bevat verschillende acties met afhankelijkheden van andere beleidsniveaus (statuut, administratieve vereenvoudiging, verlofstelsels, …). In Actie 1.2.1 wil men onderzoeken of het mantelzorgstatuut kan worden geoptimaliseerd door dit te koppelen aan duidelijke voordelen zodat dit door de mantelzorgers als een meerwaarde wordt ervaren. Men zal de harmonisering van de statuten van mantelzorgers op gemeentelijk, Vlaams en federaal niveau onderzoeken. •
Het streven naar de harmonisering van het statuut voor de mantelzorger is een goede zaak. De raad vindt het goed dat hier een samenwerking tussen de verschillende bevoegdheidsniveaus wordt vooropgesteld. Dat is immers een conditio sine qua non om tot een degelijk eengemaakt statuut te komen.
•
Er gaat in deze passage van het plan veel aandacht naar de lokale besturen en hun ondersteuning. De raad merkt wel op dat het ‘statuut’ vandaag wordt beheerd door de ziekenfondsen. De ziekenfondsen beschikken over veel data en zijn een sterke partner voor de harmonisering van het statuut. De raad vraagt om in de tekst dus ook naar de ziekenfondsen te verwijzen.
In Actie 1.2.2 gaat men de mogelijkheden van een aangepast mantelzorgstatuut voor kinderen/jongeren/studenten met bijhorende ondersteuningsrechten onderzoeken en nagaan hoe zich dit verhoudt tot het federale mantelzorgstatuut. •
De raad vindt het goed dat er extra aandacht gaat naar jonge mantelzorgers via acties die specifiek op deze doelgroep zijn gericht maar een apart statuut voor jonge mantelzorgers lijkt de raad niet nodig.
In Actie 2.3.2 wordt psychologische begeleiding voor mantelzorgers voorzien. Daarbij wil men inzetten op mantelzorgondersteuning via de eerstelijnspsychologische functie, met als gewenst resultaat dat mantelzorgers kennis hebben van en een beroep kunnen doen op psychologische 18
ondersteuning (individueel of in groep) en/of psycho-educatiepakketten. Voor jonge mantelzorgers is onderzocht welke acties we in Vlaanderen kunnen ondernemen. De raad vindt het goed en erg belangrijk dat het mantelzorgplan een actie voorziet om meer in te zetten op laagdrempelige psychologische begeleiding van de mantelzorger. De RIZIV-conventie van 2021 wordt als een opportuniteit gezien. Het gaat zeker en vast om een belangrijke conventie omdat de eerste stappen worden gezet naar een meer betaalbare psychologische zorg. Maar er zijn ook nog veel problemen: het aantal sessies is beperkt, niet iedereen komt in aanmerking en voor courante en belangrijke vormen van zorg en ondersteuning is geen terugbetalingssysteem voorzien. Voor relatie- en gezinstherapie is bijvoorbeeld binnen de conventie niets voorzien. De bepekte conventionering van psychologen zorgt voor uitdagingen op het vlak van geografische of financiële toegankelijkheid. •
Hoe zal de Vlaamse Regering het ‘ernaar streven om mantelzorg op te nemen in de eerstelijnspsychologische functie als belangrijke vorm van ondersteuning’ concreet maken? De raad ziet niet meteen hoe in de uitvoering van deze conventie, meer focus (voorrang?) op mantelzorgers kan worden gelegd.
•
We moeten ons ervan bewust zijn dat de beschikbaarheid en betaalbaarheid van deze laagdrempelige eerstelijns psychologische begeleiding nu nog onvoldoende is. Dit moet snel verbeteren om te vermijden dat er (loze) verwachtingen worden gecreëerd.
•
Het voorzien van de mogelijkheid tot relatie- en gezinstherapie binnen de eerstelijnspsychologische functie is volgens de raad een pertinente maatregel ter ondersteuning van mantelzorgers. Dit mantelzorgplan kan dus wel een aanleiding zijn om ook hier met het federale niveau samen te zitten om dit te versterken in de RIZIV conventie.
•
De focus van het mantelzorgplan ligt op de periode van het mantelzorgen. De raad vraagt ook om aandacht de besteden aan de periode na de mantelzorg en ‘nazorg’ voor de mantelzorger te integreren in de acties.
•
De raad vraagt ten slotte om meer werk te maken van het integreren van eerstelijnspsychologische hulp in de zorgtrajecten. Nu zien we dat de persoon met zorgbehoefte/patiënt in bepaalde zorgtrajecten wel aanspraak kan maken op deze psychologische ondersteuning. Zijn mantelzorger blijft echter nog te vaak in de kou staan.
Actie 2.4.1 wil meer mogelijkheden creëren voor uitwisseling over het thema mantelzorg (fysiek en digitaal) op gemeentelijk niveau en/of op het niveau van een Eerstelijnszone (ELZ). •
Het is goed dat het plan de mantelzorgondersteuning door lokale besturen wil stimuleren. Het is ook positief dat eerstelijnszones aangemoedigd zullen worden om mantelzorgondersteuning in het meerjarenbeleid op te nemen. De raad waardeert de intentie om gemeenten te laten leren van elkaar en te komen tot meer eenvormigheid.
•
De raad merkt wel op dat het daarnaast nodig blijft om ook op het Vlaamse niveau inspanningen te leveren om tot een (meer) gelijke ondersteuning van elke mantelzorger in heel 19
Vlaanderen te komen. Enkel zo kan iedereen voldoende kansen krijgen om mantelzorg op zich te nemen. De raad mist onder de OD 2.4 Lokale Acties nog een actie waarin de link gelegd wordt tussen ‘zorgzame buurten’ en ‘mantelzorg’. Dit wordt ook best gemeente-overschrijdend opgenomen. Een mantelzorger kan immers in een andere gemeente wonen dan de zorgbehoevende waarvan hij of zij mantelzorger is. •
Voor de raad moet een verbindend mantelzorgbeleid meer zijn dan bestaande initiatieven samenbrengen en optimaliseren. Deze aanpak mag geen nieuwe investeringen uitsluiten wanneer die nodig zijn.
•
De raad vraagt om in het plan meer te verwijzen, gebruik te maken of in te haken op alle waardevolle initiatieven die er al zijn, zowel in de mantelzorgverenigingen als bij belendende domeinen of andere beleidsniveaus.
•
Het mantelzorgplan wil zorg en welzijn overstijgen door andere sectoren te betrekken. Heel wat acties in het mantelzorgplan raken terecht aan verschillende levensdomeinen zoals werk, onderwijs, … We vinden echter in de beleidsplannen van deze domeinen weinig tot niets terug over mantelzorg. De raad vraagt welke samenwerkingen er al concreet werden opgezet en welke afspraken er gemaakt zijn.
•
De raad meent dat er meer onderzoek nodig is naar de drempels die maken dat iemand al dan niet een mantelzorgtaak op zich neemt en hoe die drempels kunnen worden weggewerkt.
•
Een meer geïntegreerde benadering vereist, naast een actieve samenwerking met andere beleidsdomeinen, ook dat er stevig wordt ingezet op aansluiting en samenwerking met de andere beleidsniveaus die bevoegdheden hebben inzake mantelzorg, met name de federale en lokale overheden. De raad vraagt welke concrete stappen er al gezet zijn voor deze bevoegdheidsoverstijgende samenwerking.
Acties •
De raad meent dat het accent in het mantelzorgplan moet blijven liggen op het ondersteunen van de mantelzorger om zijn zorgtaak te kunnen opnemen en aan het tegemoetkomen aan de noden van de mantelzorger, eerder dan op een activeringsbeleid.
•
De raad vraagt hoe de Vlaamse Regering het ‘ernaar streven om mantelzorg op te nemen in de eerstelijnspsychologische functie als belangrijke vorm van ondersteuning’ concreet gaat maken. De beschikbaarheid en betaalbaarheid van deze laagdrempelige eerstelijnspsychologische begeleiding is nu nog onvoldoende. Dit moet snel verbeteren om te vermijden dat er (loze) verwachtingen worden gecreëerd.
•
De raad merkt op dat het, naast het stimuleren van de lokale besturen om mantelzorgondersteuning in het beleid op te nemen, ook nodig blijft om op het Vlaamse niveau inspanningen te leveren om tot een (meer) gelijke ondersteuning van elke mantelzorger in heel
20
Vlaanderen te komen. Enkel zo kan iedereen voldoende kansen krijgen om mantelzorg op zich te nemen.
2.3 Belang van doelgerichte zorg en ondersteuning en preventie 2.3.1
Doelgerichte zorg en ondersteuning
De raad vindt de aandacht voor doelgerichte zorg en ondersteuning in het mantelzorgplan positief. Doelgerichte zorg en ondersteuning stelt de persoon met zorgbehoefte en zijn mantelzorgers met elk hun eigen wensen en behoeften immers centraal. Het vertrekt van een andere kijk die niet gericht is op een probleem, maar op wat de mogelijkheden zijn van de persoon zelf en van zijn mantelzorger. De raad stelt dan ook graag vast dat het netwerk zoals de mantelzorger, de mantelzorgverenigingen, het buurtnetwerk en andere zorgverleners een duidelijke plaats krijgen in het nieuwe mantelzorgplan. De raad stipt nog aan dat doelgerichte zorg en ondersteuning een dynamisch gegeven is. Op regelmatige basis dient er te worden overlegd met de persoon met zorgbehoefte en zijn naaste omgeving (o.a. de mantelzorger) om te bekijken of de vooropgestelde doelen nog steeds aan de orde zijn.
2.3.2
Preventie
Ook de aandacht voor preventie in het mantelzorgplan wordt bijgetreden door de raad. De raad onderschrijft het belang van preventief handelen om overbelasting van mantelzorgers te voorkomen, te signaleren en te verminderen. Het is goed dat hier naar de Nederlandse richtlijn (2021) wordt verwezen. Die richt zich tot professionals in zorg en ondersteuning om overbelasting bij mantelzorgers te voorkomen of te verminderen. Ook de opleiding van deze professionals moet hieraan aandacht geven. De raad merkt op dat het thema ontspoorde mantelzorg ontbreekt in het mantelzorgplan. Heel wat van de acties die geformuleerd zijn zullen ook bijdragen aan de preventie van situaties van ontspoorde mantelzorg. Toch is het jammer dat het mantelzorgplan niet aangegrepen wordt om beleidsdomeinoverschrijdend initiatief te nemen om tegemoet te komen aan de nood om situaties van ouderenmis(be)handeling beter te detecteren en gericht actie te ondernemen. •
De raad vindt de aandacht voor doelgerichte zorg en ondersteuning in het mantelzorgplan positief. Het is een dynamisch gegeven waarover op regelmatige basis dient te worden overlegd.
•
Ook de aandacht in het mantelzorgplan voor preventie is heel belangrijk. De raad merkt wel op dat het thema ontspoorde mantelzorg ontbreekt in het mantelzorgplan.
2.4 Aandacht voor kwetsbare doelgroepen In het eerste deel (kadering) van dit plan worden verschillende kwetsbare groepen mantelzorgers benoemd. 21
"
De doelgroepen die we hierbij in scope hebben zijn eerst en vooral oudere mantelzorgers, jonge mantelzorgers, mantelzorgers met een migratieachtergrond, mantelzorgers die zorgen voor een persoon met psychische/fysische kwetsbaarheid of dementie, ouders van kinderen met een handicap of chronische ziekte en mantelzorgers in armoede (p.8).
De doelgroep jonge mantelzorgers wordt terecht beschouwd als een kwetsbare doelgroep en het is goed dat deze groep ook in een aantal acties expliciet benoemd wordt. De raad mist in het plan echter concrete acties naar de andere kwetsbare doelgroepen mantelzorgers. In het bijzonder is er voor mantelzorgers met een migratieachtergrond, voor mantelzorgers met een financiële kwetsbaarheid en voor de oudste (80+) mantelzorgers aanvullende specifieke ondersteuning nodig. Heel wat van de algemeen geformuleerde acties kunnen ook van betekenis zijn voor elk van deze doelgroepen, maar toch zijn er ook daadkrachtige acties op maat nodig. Zeker voor mantelzorgers die in armoede leven, dringen specifieke acties, die hen beter ondersteunen, zich op. Het is belangrijk dat hier outreachend gewerkt wordt. De raad merkt ook op dat het mantelzorgplan te weinig aandacht heeft voor diversiteitssensitief werken. In het mantelzorgplan is wel één actie 1.2.4. opgenomen die gericht is op het bereiken van moeilijk bereikbare doelgroepen. Deze actie lijkt echter voornamelijk uit te gaan van het bestaande aanbod, eerder dan zich de vraag te stellen of dat aanbod wel voldoende aansluit op de noden van deze doelgroepen. •
De doelgroep jonge mantelzorgers wordt terecht beschouwd als een kwetsbare doelgroep en het is goed dat deze groep ook in een aantal acties expliciet benoemd wordt. De raad mist in het plan echter concrete acties naar de andere kwetsbare doelgroepen mantelzorgers.
•
Zeker voor mantelzorgers die in armoede leven, dringen specifieke acties, die hen beter ondersteunen, zich op. Het is belangrijk dat hier outreachend gewerkt wordt.
•
De raad merkt ook op dat het mantelzorgplan te weinig aandacht heeft voor diversiteitssensitief werken.
3. Oude en nieuwe structuren 3.1 Communicatie over het mantelzorgplan Er wordt in het mantelzorgplan 2022-2024 een sterke focus gelegd op communicatie (p. 9). Er wordt zelfs een nieuwe communicatiecel opgericht. Communicatie is zeker belangrijk om de acties te ondersteunen en bekend te maken. Toch vraagt de raad wat de meerwaarde zal zijn van een nieuwe structuur en hoeveel geld er naartoe zal gaan. Deze vraag is van belang vermits de 22
Vlaamse Regering aangeeft in een budgetneutraal kader te willen werken. De raad vraagt om de focus en de middelen van het plan vooral op de concrete ondersteunende acties in te zetten. •
De raad vraagt zich af wat de meerwaarde van de nieuwe structuur ‘communicatiecel’ zal zijn en hoeveel geld er naar toe gaat. De raad wenst dat de focus en de middelen van het plan vooral op de concrete ondersteunende acties worden ingezet.
3.2 Inzetten op het lokale verhaal in samenwerking met bestaande initiatieven De raad merkt op dat er in het mantelzorgplan een sterke focus ligt op het lokale verhaal (Eerstelijnszones en lokale besturen). Uiteraard is dit belangrijk omdat op het lokale niveau de elementen aanwezig zijn om te komen tot een integrale, kwaliteitsvolle nabije zorg en ondersteuning. Ook in deel 3, structuren, wordt aandacht besteed aan het belang van het lokale niveau. De raad meent dat daar ook nog de link tussen lokale dienstencentra en mantelzorg en tussen zorgzame buurten en mantelzorg kan worden gelegd. De raad merkt wel op dat een focus op het lokale niveau er niet toe mag leiden dat organisaties met expertise in (h)erkenning en ondersteuning van mantelzorg (zoals de ziekenfondsen, mantelzorgverenigingen, familieverenigingen, initiatiefnemers in zorg en ondersteuning…) niet meer mee aan zet zouden zijn. Een goed mantelzorgplan moet ook de bestaande expertise optimaal benutten en verder laten ontwikkelen. Het is van belang dat lokale initiatieven in samenwerking met mantelzorgverenigingen kunnen verlopen om parallelle circuits te vermijden. De raad meent daarom dat het belangrijk is dat alle zorg- en welzijnspartners binnen een eerstelijnszone en de lokale besturen hieromtrent goed kunnen samenwerken. •
De raad onderschrijft het belang van het lokale niveau voor mantelzorg maar vraagt erover te waken dat organisaties met expertise in (h)erkenning en ondersteuning van mantelzorg (zoals de ziekenfondsen, mantelzorgverenigingen, familieverenigingen, initiatiefnemers in zorg en ondersteuning…) mee aan zet blijven.
3.3 Mantelzorgverenigingen Doorheen het mantelzorgplan worden de mantelzorgverenigingen erkend als een belangrijke partner. Ook de raad erkent de vele rollen die deze verenigingen vandaag al vervullen en ziet in het plan kansen om die rollen verder te verankeren. Dit vereist echter dat ook de werking van de mantelzorgverenigingen verder uitgebouwd wordt. De mantelzorgverenigingen moeten kunnen rekenen op de nodige waardering en ondersteuning. De raad merkt op dat naast de mantelzorgverenigingen ook de familieverenigingen, zoals Similes en het familieplatform, een belangrijke rol kunnen opnemen. Er liggen veel kansen in het versterken en het uitbouwen van deze verenigingen. 23
•
De raad vindt het belangrijk dat de mantelzorgverenigingen voldoende gewaardeerd en ondersteund worden. Ook familieverenigingen kunnen een rol opnemen.
3.4 VIVEL en het Vlaams Expertisepunt Mantelzorg Een goed mantelzorgbeleid beperkt zich niet tot de eerste lijn. Daarom heeft de raad fundamentele vragen bij de rol die toegewezen wordt aan VIVEL in het kader van het mantelzorgbeleid en meer specifiek in dit mantelzorgplan (gezien het Vlaams Expertisecentrum Mantelzorg (VEM) organisatorisch onder de vleugels van VIVEL opereert). De raad merkt ook op dat niet alle sectoren in het beleidsdomein WVG vertegenwoordigd zijn binnen VIVEL. Het is ook onduidelijk hoe VIVEL en het VEM zich verhouden tot de mantelzorgverenigingen en wat de rol van de mantelzorgverenigingen is. De mantelzorgverenigingen kregen immers vanuit het woonzorgdecreet de opdracht mantelzorgers en gebruikers te ondersteunen en te waarderen, hun noden te detecteren en hun belangen te behartigen. •
De raad heeft fundamentele vragen bij de rol die toegewezen wordt aan VIVEL in het kader van het mantelzorgbeleid en meer specifiek in dit mantelzorgplan. Het is daarbij onduidelijk hoe VIVEL en het VEM zich verhouden tot de mantelzorgverenigingen.
24