Skip to main content

Zeehavens_luchthavens_Vlaanderen_2019.pdf

Page 1

is havens & waterwegen

Zeehavens en luchthavens in Vlaanderen Feiten, statistieken en indicatoren voor 2019

Jaaroverzicht

Jean-Pierre Merckx


Zeehavens en luchthavens in Vlaanderen Feiten, statistieken en indicatoren voor 2019

Jean-Pierre Merckx


INHOUD Voorwoord 6 Voorwoord door de Minister Voorwoord door de Voorzitter

6 9

Inleiding 11 Deel 1 : Zeehavens

13

1. Feiten en ontwikkelingen zeehavens

15 15 32 45 52

1.1. 1.2. 1.1. 1.3.

Haven van Antwerpen North Sea Port Flanders Haven van Zeebrugge Haven van Oostende

2. Overheidsuitgaven voor zeehavens 2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5.

Vlaamse havens Haven van Antwerpen North Sea Port Flanders Haven van Zeebrugge Haven van Oostende

3. Havenarbeid 3.1. Wet Major 3.2. Toepassingsgebied 3.3. Historische evolutie 3.4. De havenarbeiders als onderdeel van de havengebonden tewerkstelling 3.5. Havenarbeiders opgenomen in de pool 3.6. Logistiek en vaklui

4. Sociaal-economisch belang Vlaamse zeehavens 4.1. Inleiding 4.2. Definities en methodologie 4.3. Toegevoegde waarde 4.4. Werkgelegenheid 4.5. Investeringen

59 59 62 64 65 67

69 69 70 72 74 75 81

83 83 84 94 103 113


5 INHOUD 5. Maritieme statistiek Marktaandeel Vlaamse havens in de Le Havre-Hamburg range 5.2. De Vlaamse havens: totale maritieme trafiek 5.3. De Vlaamse havens: maritieme trafiek ingedeeld naar verschijningsvorm 5.4. Oorsprong en bestemming van de goederen 5.5. Passagiersverkeer 5.6. Scheepsbewegingen 5.7. Maritieme trafiek per goederensoort

123

5.1.

123 126 128 136 138 139 142

6. Rotterdam-Antwerpen pijpleiding (RAPL)

149

7. Binnenvaart van en naar de Vlaamse havens

153

Deel 2 : Luchthavens

155

8. Luchthavenstatistiek

157

8.1. Inleiding: vier luchthavens in Vlaanderen 8.2. Passagiers 8.3. Vracht 8.4. Bewegingen

9. Feiten en ontwikkelingen 9.1. 9.2. 9.3. 9.4.

157 160 162 165

167

Brussels Airport Internationale Luchthaven Antwerpen Internationale luchthaven Oostende-Brugge Internationale luchthaven Kortrijk-Wevelgem

167 178 179 182

10. Sociaal-economisch belang van de luchthavens in Vlaanderen

185

10.1. Inleiding 10.2. Definities en methodologie 10.3. Directe toegevoegde waarde 10.4. Directe werkgelegenheid 10.5. Directe investeringen 10.6. Directe en indirecte effecten

185 186 187 188 189 189


VOORWOORD DOOR DE VLAAMSE MINISTER VAN MOBILITEIT Beste lezer, Bij mijn aantreden als Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare werken was ik enorm onder de indruk van alles wat er reilt en zeilt in mobiel Vlaanderen. Een wereld ging voor mij open. En dat kan je gerust letterlijk nemen. Onze havens, zeeĂŠn luchthavens, maken veel dromen waar. We rekenen er allemaal op. Als toerist die op vakantie vertrekt, als ondernemer die er zaken (mee) doet, als werknemer die er zijn dagelijks brood verdient of als consument die wacht op een pakje van overzee. Hoge verwachtingen dus die onze havens het afgelopen jaar weer volop hebben waargemaakt. 2019 was een schot in de roos. In de vier Vlaamse zeehavens werd in 2019 iets meer dan 318 miljoen ton goederen geladen en gelost. Dat is 3% meer dan in 2018 en een indrukwekkend aantal. Om onze havens toekomstbestendig te maken, gaan we in dialoog met de havens, de bedrijven en de omwonenden. We blijven natuurlijk ook verder investeren in de infrastructuur. In het kader van een nieuwe havenstrategie zetten we in op nog meer samenwerking met de havens om gemeenschappelijke uitdagingen inzake klimaat, modal shift, digitalisering, etc. aan te gaan. Deze havenstrategie zal deze legislatuur vertaald worden in specifieke overeenkomsten op maat van elke haven. Verder wordt het Havendecreet doorgelicht en waar nodig geactualiseerd.


7 VOORWOORD DOOR DE VLAAMSE MINISTER VAN MOBILITEIT Om de verwachte groei van containertrafiek tot 2030 te kunnen opvangen, wil de Vlaamse Regering extra mogelijkheden voor containerbehandeling in het havengebied Antwerpen voorzien. Het voorkeursbesluit voorziet in een bijkomende capaciteit voor ongeveer 7,1 miljoen containers in de haven van Antwerpen. Mijn administratie werkt intussen verder aan de concretisering van het definitieve voorkeursbesluit. Voor de realisatie van die extra containercapaciteit (ECA) zal er dit jaar voor meer dan 1,2 miljoen euro geïnvesteerd worden in een raamcontract voor de verwerving van meerdere projectbesluiten volgend op het voorkeursbesluit. Onze investering in een nieuwe zeesluis in Zeebrugge zal de bereikbaarheid en bedrijfszekerheid van de achterhaven aanzienlijk verbeteren. In het voorkeursbesluit is gekozen voor een tweede volwaardige toegang op de site van de oude Visartsluis. De ambitie is om deze legislatuur de uitwerkingsfase af te ronden met een projectbesluit alsook de uitvoeringsfase aan te vatten. Ook voor de nieuwe Sluis Terneuzen zetten we beslissende stappen vooruit. Het eerste schip zal nog deze legislatuur door de nieuwe sluis varen. We zijn momenteel volop bezig met de sluishoofden en de bodemroosters en in de omgeving werken we hard aan de dienstenhaven, primaire waterkeringen en Goessekade. U zal merken dat dit jaaroverzicht niet alleen over onze zeehavens gaat. Ook onze luchthavens zijn belangrijke economische poorten en komen aan bod. De Vlaamse regionale luchthavens Antwerpen-Deurne, Oostende-Brugge, Kortrijk-Wevelgem vervullen, net als Brussels Airport en de Vlaamse havens, een cruciale motorfunctie voor de Vlaamse economie. In een moderne economie die gericht is op snelheid, efficiëntie, flexibiliteit en innovatie vervullen luchthavens een cruciale rol. Ze verbinden Vlaanderen met andere metropolen en zijn essentieel voor het behoud van de competitiviteit van onze regio. Ze vormen aantrekkingspolen voor internationale bedrijven en (Europese) instellingen en maken vlot en efficiënt vervoer van (zaken)reizigers mogelijk.


VOORWOORD DOOR DE VLAAMSE MINISTER VAN MOBILITEIT De 3 Vlaamse regionale luchthavens zijn samen goed voor ongeveer 800.000 passagiers per jaar. De coronacrisis had echter een sterke impact op de luchtvaartsector. Ondanks het feit dat er nog amper vluchten plaatsvonden op de regionale luchthavens, werd er steeds een minimale dienstverlening gegarandeerd. Maar tegenover die kosten stonden geen ontvangsten waardoor de cashpositie van de luchthavens onder druk kwam te staan. De Vlaamse Regering maakte daarom middelen vrij vanuit het Vlaams noodfonds. Via het noodfonds heb ik 1.275.000 euro voorzien om de liquiditeit van het loonfonds te verzekeren, 1.000.000 euro om de nodige reserves te voorzien voor Antwerpen-Deurne en Oostende-Brugge en 300.000 euro voor de luchthaven van Kortrijk om deze turbulente periode door te komen. Turbulente tijden, zoals we deze de voorbije maanden als gevolg van de coronacrisis gekend hebben, vragen voorzichtigheid maar ook vooruitziendheid. Statistieken en cijfers zijn belangrijk om een goed beleid uit te stippelen en om als havenprofessional beslissingen te nemen. Daarom is deze publicatie, met een totaalportret van onze zee- ĂŠn luchthavens, een aanrader. Ik wens u veel leesplezier. Lydia Peeters Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare werken


9 VOORWOORD DOOR DE VOORZITTER De coronacrisis maakte op een pijnlijke manier duidelijk hoe belangrijk sommige activiteiten zijn in onze maatschappij. Het gaat om veel sectoren, instanties en activiteiten, en de zeehavens en luchthavens horen daar zeker bij. De economische poorten verbinden Vlaanderen met de rest van de wereld en laten onze exportgerichte economie draaien. Buitenlandse handel en personenverkeer over lange afstand is zo vanzelfsprekend dat niemand er nog bij stilstaat. Tot er iets gebeurt zoals deze pandemie. Iedereen is zich nu terug bewust van de plaats die de zee- en luchthavens, en goederenvervoer in het algemeen, innemen in de bevoorrading. De sector is, om evidente redenen met uitzondering van het luchtpassagiersvervoer, blijven functioneren om in die bevoorrading te blijven voorzien. Hoe dan ook zal 2020 in de geschiedenisboeken een bijzondere plaats krijgen. Deze publicatie biedt een terugblik op het vorige jaar, 2019. Al 10 jaar wordt met dit Jaaroverzicht consistent het belang van de Vlaamse havens, in woorden en cijfers, uiteengezet. Vanaf dit jaar wordt niet alleen gefocust op de Vlaamse zeehavens, maar wordt ook aandacht besteed aan de luchthavens in Vlaanderen. Bij het overlopen van de gebeurtenissen in de zee- en luchthavens in 2019 blijkt dat er, zoals elk jaar, weer flink werd geïnvesteerd. Verder in dit Jaaroverzicht worden grote en kleinere projecten besproken. Het gaat om miljarden euro’s aan investeringen en honderden nieuwe arbeidsplaatsen. Nieuwe digitale platformen en toepassingen worden in gebruik genomen (bijv. het


VOORWOORD DOOR DE VOORZITTER BE-GATE-douaneplatform in Brussels Airport en de havens van Antwerpen en Zeebrugge, de Liner Services tool in North Sea Port, de Flux-app in Zeebrugge, de CSQ beoordelingstool op Brussels Airport). Ook duurzaamheid is een sleutelwoord: grote windmolenprojecten, zonne-energie, carbon capture & utilisation, ledverlichting op vliegvelden, enz. Ook projecten met waterstof of LNG als brandstof, professionele dronetoepassingen en circulaire economie worden in de zee- en luchthavens in praktijk gebracht. U leest er meer over in dit Jaaroverzicht. “Zeehavens en luchthavens in Vlaanderen – Feiten, statistieken en indicatoren voor 2019” zet ook de belangrijkste cijfers en indicatoren over de zee- en luchthavens op een rij. Werkgelegenheid, toegevoegde waarde, investeringen, vrachtvervoer, passagiers, binnenvaart, e.d. Meer dan 318 miljoen ton goederen werden in 2019 gelost en geladen in de zeehavens en 27,2 miljoen passagiers zijn in de luchthavens geland of opgestegen: dat is indrukwekkend. Deze activiteiten zorgen voor een enorme werkgelegenheid en toegevoegde waarde, zowel in de zee- als in de luchthavens. U kunt het in detail bekijken in deze publicatie. Ik wens u veel leesplezier. Daan Schalck Voorzitter MORA


11 INLEIDING In “Zeehavens en luchthavens in Vlaanderen – Feiten, statistieken en indicatoren voor 2019” worden de belangrijkste gebeurtenissen en statistische gegevens in en over de zee- en luchthavens in Vlaanderen op een rij gezet. Voor de eerste keer wordt nu ook, zoals de gewijzigde titel al aangeeft, een deel van het Jaaroverzicht aan de luchthavens gewijd. De volgende thema’s komen aan bod. Deel 1: Zeehavens (1) Feiten en ontwikkelingen zeehavens. Hoofdstuk 1 biedt een overzicht van de belangrijkste gebeurtenissen in de Vlaamse zeehavens. Per haven wordt beschreven wat er is gebeurd in het afgelopen jaar bij het havenbestuur en op het vlak van nieuwe infrastructuur en investeringen door bedrijven en industrie. Ook komen hier nieuwe ontwikkelingen op het vlak van energie en duurzaamheid en in de scheepvaart en het hinterland aan bod. (2) Overheidsuitgaven voor zeehavens. Sinds de regionalisering van het havenbeleid en -beheer in 1989 staat de Vlaamse Gemeenschap in voor de havens en de maritieme toegankelijkheid. In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de investeringen en de uitgaven die de Vlaamse overheid doet ten behoeve van de Vlaamse havens. (3) Havenarbeid. Hoofdstuk 3 belicht de havenarbeid in de Vlaamse havens. Er worden statistieken weergegeven voor het aantal havenarbeiders en het aantal gepresteerde taken. (4) Sociaal-economisch belang Vlaamse zeehavens. Hoofdstuk 4 behandelt het sociaal-economische belang van de Vlaamse havens: toegevoegde waarde, werkgelegenheid en investeringen. Op basis van gegevens van de Nationale Bank van België worden statistieken weergegeven over de evolutie in periode 2013-2018. Het enorme belang van de Vlaamse havens


INLEIDING voor de Vlaamse en Belgische economie wordt in dit hoofdstuk in cijfers gevat. (5) Maritieme trafiek. In hoofdstuk 5 worden de statistieken weergegeven van de goederenoverslag, de inscheping en ontscheping van passagiers en de scheepsbewegingen. De totale goederenoverslag steeg van 309 miljoen ton in 2018 naar 318 miljoen ton in 2019. (6-7) RAPL en binnenvaart. In twee kleinere hoofdstukjes 6 en 7 worden twee goederenstromen aan de hinterlandzijde van de Vlaamse havens nader bekeken: de Rotterdam-Antwerpen Pijpleiding en de binnenvaarttrafiek van en naar de Vlaamse havens. Deel 2: Luchthavens (8) Luchthavenstatistiek. In hoofdstuk 8 worden de statistieken weergegeven voor de vier luchthavens in Vlaanderen: Brussels Airport, Antwerpen, Oostende-Brugge en Kortrijk-Wevelgem. Telkens wordt de evolutie weergegeven voor passagiers, vracht en aantal bewegingen. (9) Feiten en ontwikkelingen luchthavens. Hoofdstuk 9 overloopt de belangrijkste gebeurtenissen in de luchthavens. De belangrijkste nieuwe investeringen, nieuwe bedrijven en verbindingen en ontwikkelingen op het vlak van duurzaamheid worden samengevat voor het afgelopen jaar. (10) Sociaal-economisch belang luchthavens in Vlaanderen. Hoofdstuk 10 gaat in op het sociaal-economische belang van de luchthavens. Op basis van gegevens van de Nationale Bank van BelgiĂŤ worden statistieken weergegeven voor toegevoegde waarde, werkgelegenheid en investeringen. Dit hoofdstuk biedt inzicht in het belang van de luchthavens voor de Vlaamse en Belgische economie.


13

Deel 1 Zeehavens


15

1 Feiten en ontwikkelingen zeehavens 1.1.

Haven van Antwerpen

1.1.1

Haven, havenbedrijf en infrastructuur

•

Op 8 januari 2019 werd het nieuwe logo van Port of Antwerp onthuld, als onderdeel van een nieuwe branding. De nieuwe branding, die verder bouwt op de vorige, krijgt een actuelere look met nadruk op verbinding, toegankelijkheid en meer aandacht voor het menselijke karakter van een haven. De nieuwe baseline luidt “één met de wereld”.

•

Bulkchain is de nieuwe applicatie van dataplatform NxtPort en werd eind mei 2019 gelanceerd. De applicatie, die NxtPort samen met de Antwerpse breakbulk community ontwikkelde, moet zorgen voor een administratieve vereenvoudiging en voor een snellere, efficiëntere en veiligere supply chain. De administratieve processen in de sector zijn arbeidsintensief en tijdrovend. De verschillende schakels in de logistieke ketting staan minder ver in het delen van data dan de containersector. De breakbulk community wilde een digitale inhaalbeweging maken.

•

Midden 2019 werd het BE-GATE-douaneplatform operationeel. Het is een digitaal portaal dat is afgestemd op de e-commercemarkt. Het versnelt en vergroot de efficiëntie van de douaneafhandeling voor grensover-


FEITEN EN ONTWIKKELINGEN ZEEHAVENS schrijdende goederenstromen. Het douaneportaal is bedoeld voor het verwerken van grote hoeveelheden gegevens en garandeert een snelle afhandeling van douanetoepassingen.

•

Sinds augustus 2019 is er een nieuwe versie van de APICS app. De app is ontwikkeld om de scheepvaart efficiënter te sturen, plannen en monitoren. Scheepsagenten kunnen via de app onder andere de aangemelde schepen opvolgen en bestellingen toevoegen en/of aanpassen. Gebruikers kunnen het reisplan bekijken, de sluisplanning raadplegen en de opgave vertrek/verhaal wijzigen. Overheidsinstanties kunnen de app gebruiken om het reisplan van alle op- en afvaarten te raadplegen.

•

Op 20 december 2019 heeft de Vlaamse Regering haar principiële goedkeuring gegeven voor het voorkeursbesluit “Extra Containercapaciteit Antwerpen”. Het project CP ECA is een “complex project” dat een specifieke procedure doorloopt om uit een hele reeks projectalternatieven


17 FEITEN EN ONTWIKKELINGEN ZEEHAVENS één alternatief te kiezen. De procedure bestaat uit verschillende fasen: een verkenningsfase, een onderzoeksfase en een uitwerkingsfase. Het voorkeursbesluit is het product van de onderzoeksfase en voorziet in een bijkomende capaciteit voor ongeveer 7,1 miljoen TEU in de haven van Antwerpen. De meest in het oog springende uitbreiding is de realisatie van een Tweede Getijdendok dat aantakt op het Deurganckdok. Voorts zijn er ook capaciteitsuitbreidingen voorzien aan de Noordzeeterminal, ter hoogte van het (te dempen) Noordelijk Insteekdok en aan het Waaslandkanaal ten westen van de Kieldrechtsluis. Ook zullen er dedicated binnenvaartligplaatsen worden voorzien.

•

Port of Antwerp heeft opdracht gegeven voor de bouw van de Hydrotug, de eerste sleepboot aangedreven door waterstof. Compagnie Maritime Belge (CMB) staat in voor de realisatie. De verbrandingsmotoren zullen werken op waterstof in combinatie met diesel. Uit testen blijkt dat waterstof tot 85% van het motorvermogen kan leveren. Wanneer er door omstandigheden geen waterstof beschikbaar is, wordt er automatisch overgeschakeld naar diesel, waardoor de operationele veiligheid en beschikbaarheid van de sleepboot te allen tijde gegarandeerd is. Bij de verbranding van waterstof komt geen CO2 vrij en de partikelfilter en de katalysator zorgen voor een minimale uitstoot van NOX en fijn stof. De Hydrotug zal naar verwachting in de loop van 2021 in gebruik genomen worden.

•

Op 26 september 2019 vond de open dag van het SAFIR-consortium plaats in de Antwerpse haven. Er werd een groot aantal industriële en commerciële dronetoepassingen gedemonstreerd. De toepassingen van drones - pakketbezorgingen, inspectievluchten en opvolgen van noodsituaties - zijn eerder met succes getest in de beveiligde testomgeving van DronePort in Sint-Truiden. In een volgende fase werden de activiteiten verplaatst naar de stad Antwerpen en de Antwerpse haven, met als doel het testen van de verschillende toepassingen in een realistische omge-


FEITEN EN ONTWIKKELINGEN ZEEHAVENS ving. Het SAFIR-consortium bestaat uit Unifly, Amazon Prime Air, Skeyes, DronePort, Proximus, Port of Antwerp, Helicus, SABCA, Elia, Explicit, CAstral, Tekever en Aveillant.

•

Op 29 oktober 2019 opende de Boekenbeurs haar deuren met als thema ‘Wereldhaven voor boeken’. Naast honderden exposanten, auteurs en illustratoren, was ook Port of Antwerp aanwezig. Door dit partnerschap met Boek.be komt de haven dichter bij de mensen.

•

De havenbesturen van Antwerpen en Zeebrugge hebben eind oktober 2019 groen licht gegeven voor het opstarten van onderhandelingen met het oog op de (gefaseerde) opbouw van een mogelijke fusie tussen de twee havens. Dit op basis van de bevindingen van een complementariteits- en robuustheidsonderzoek van het externe consultancybureau Deloitte en Laga. Volgens de conclusie van dit onderzoek zijn de havens in hoge mate complementair, en zorgt verregaande samenwerking voor een verankering van werkgelegenheid. Daarnaast laat de samenwerking toe sneller en beter in te spelen op toekomstige uitdagingen zoals schaalvergroting, energietransitie, innovatie en digitalisering.

•

Op 25 oktober 2019 werd het Nautische en Operationele Cluster (NOC), aan kaai 602-612, feestelijk geopend. Alle technische en nautische werknemers van Port of Antwerp zijn verhuisd naar deze nieuwe werkplek. Ook de scheepvaartpolitie heeft haar intrek genomen op deze site. De nieuwe locatie biedt verschillende voordelen. Zo is ze vlot bereikbaar over het water en de weg. Er is genoeg aanlegplaats voor de vloot en drijvende droogdokken. De technische onderhoudsafdelingen van het sleepbedrijf, varende werktuigen en Algemeen Werkhuis Noord (AWN) zijn nu samengebracht op één plaats. De site is 77.000 m2 groot. Bij de bouw was duurzaamheid een vereiste: deels groene daken, deels daken bedekt met zonnepanelen, afvalwaterzuivering, LED-verlichting en warmtepompen.


19 FEITEN EN ONTWIKKELINGEN ZEEHAVENS

•

Vanaf 8 december 2019 rijdt tram 24 tussen Deurne (Silsburg) en en het Havenhuis. De route loopt via het Centraal Station, de Rooseveltplaats, de ItaliĂŤlei en de Londenstraat. Het volledige traject neemt 40 minuten in beslag. Van het Havenhuis tot Centraal Station duurt ongeveer 17 minuten. Haven van Antwerpen

Oppervlakte Linkeroever Oppervlakte Rechteroever Totale oppervlakte

4.467 ha 6.778 ha 11.246 ha

Wateroppervlakte van de dokken

2.008 ha

Wateroppervlakte van de sluizen

20,4 ha

Totale lengte kaaimuren

120 km

Totale lengte spoorwegen Totale lengte wegen Bron: Havenbedrijf Antwerpen.

1.028 km 340 km


FEITEN EN ONTWIKKELINGEN ZEEHAVENS

1.1.2

•

Bedrijven en industrie

In januari 2019 kondigde INEOS, een van de grootste chemieconcerns ter wereld, een mega-investering aan in de haven van Antwerpen. INEOS is van plan om in Antwerpen een nieuwe propaandehydrogenatiefabriek (PDH) en een ethaankraker te bouwen. Deze moeten respectievelijk propaan omzetten in propyleen, en ethaan in ethyleen, noodzakelijke grondstoffen voor andere chemieproducten die hun weg vinden naar tal van sectoren zoals de automobiel-, bouw- en kledingsector, cosmetica en persoonlijke verzorging, farmaceutica, elektronica en verpakkingsmaterialen. De investering bedraagt 3 miljard euro en is goed voor 400 nieuwe jobs. De ingebruikname wordt verwacht in 2024. Tijdens de constructiefase zullen ongeveer 3.000 werkkrachten aan de slag zijn.

•

Vopak en DUVAL kondigden eind februari 2019 aan dat ze samen zullen investeren in de logistieke en opslaginfrastructuur voor vloeibare zwavel op de ACS-terminal van Vopak in Antwerpen. DUVAL is een 100% dochteronderneming van de Solvadis Groep Frankfurt am Main in Duitsland. De ACS-terminal van Vopak wordt de Liquid Sulphur Hub in NoordwestEuropa voor DUVAL en zijn partners.

•

Op 15 februari 2019 nam Luik Natie Coldstore een nieuw koelmagazijn in gebruik dat ruimte biedt voor 6.000 extra palletplaatsen. In 2020 opent het bedrijf ook een nieuw diepvriesmagazijn, met 22.000 palletplaatsen. Het koelmagazijn is ontworpen voor de snelle behandeling van vers fruit. De gekoelde open ruimte laat toe snel en correct kwaliteitsinspecties en fytosanitaire controles uit te voeren. Luik natie wil vanaf 2020 volledig CO2-neutraal werken door alle energie zelf op te wekken met zonnepanelen en windenergie. Het bedrijf investeert tegelijk in de nodige batterijcapaciteit.


21 FEITEN EN ONTWIKKELINGEN ZEEHAVENS


FEITEN EN ONTWIKKELINGEN ZEEHAVENS

•

Raffinaderij ExxonMobil heeft begin april 2019 een Delayed Coker Unit (DCU) in gebruik genomen. Deze installatie zet zware hoogzwavelige olieproducten om in schonere transportbrandstoffen, zoals diesel en gasolie voor de scheepvaart. De nieuwe fabriekseenheid vergde een investering van ruim 1 miljard euro. Met de DCU anticipeert ExxonMobil op de nieuwe scheepvaartregulering, die op 1 januari 2020 in werking is getreden. Vanaf dan mag de internationale scheepvaart geen brandstoffen meer gebruiken met een zwavelgehalte dat hoger is dan 0,5 procent. Dankzij de investering zal ook de zwaveluitstoot van de raffinaderij zelf met 75% afnemen.

•

Het Nederlandse tankopslagbedrijf Standic bouwt een nieuwe chemieterminal in Antwerpen aan het vijfde Havendok. De opslagterminal zal een capaciteit hebben van 95.000 m3 en kan uitgebreid worden tot 230.000 m3. De investering bedraagt zo’n 200 miljoen euro. De focus ligt op de distributie van chemieproducten voor chemische nichemarkten. De grootte van de opslagtanks varieert van 500 tot 3.500 m3.

•

De Britse webwinkel Made.com werkt samen met Katoen Natie om meubelen vanuit Antwerpen naar tien landen te versturen. De magazijnopslag bij Katoen Natie staat toe om flink te groeien. De meubelverkoper begint met een oppervlakte van 36.000 m2. Op termijn wordt een verdubbeling voorzien, waardoor het het grootste e-commercemagazijn van België wordt.

•

Begin oktober 2019 maakte het Duitse chemieconcern BASF bekend meer dan een half miljard euro te investeren in de productie van ethyleenoxide in de haven van Antwerpen. BASF verhoogt in zijn vestiging in het noorden van de haven de productie van ethyleenoxide en daarvan afgeleide producten. De investering, met onder meer de bouw van een tweede grote ethyleenoxidefabriek, levert meer dan 100 extra arbeidsplaatsen op. BASF zal naar schatting 400.000 ton ethyleenoxide en derivaten ex-


23 FEITEN EN ONTWIKKELINGEN ZEEHAVENS

tra produceren. Het gaat hierbij bijvoorbeeld over remvloeistoffen voor auto’s, detergenten, reinigingsproducten en isolatiemateriaal.

•

Antwerps bedrijf Boortmalt is de grootste moutgroep ter wereld, na overname van Cargill Malt. De fusiegroep zal jaarlijks drie miljoen ton mout produceren. Aan het Zesde Havendok in de Antwerpse haven, waar het hoofdkantoor van Boortmalt ligt, verrees vorig jaar al een vierde mouttoren. Nu verdubbelt het bedrijf in omvang en is het de nummer één van de wereld. Boortmalt was vooral aanwezig in Europa, maar Cargill heeft ook mouterijen in Noord- en Zuid-Amerika, Argentinië en Australië. Boortmalt produceert vooral voor de bier- en whiskyindustrie.

•

Op 4 december 2019 werd een nieuw magazijn en service center voor staal ingehuldigd door terminaloperator Euroports en Zimmer Staal (onderdeel van het Oostenrijkse Pisec Group). Met 17.500 m3 is het magazijn groot genoeg om maandelijks 10.000 ton staal te behandelen.


FEITEN EN ONTWIKKELINGEN ZEEHAVENS

1.1.3

Energie en duurzaamheid

• Begin januari 2019 werd geëxperimenteerd met een waterturbine in de afvoerkanalen van de Kallosluis. De enorme waterstromen die door de afvoerkanalen vloeien, als gevolg van de hoog- en laagwaterstanden van de Schelde, kunnen benut worden om elektriciteit op te wekken. Het is de ambitie om meerdere sluizen in de haven uit te rusten met waterturbines om zo energie op te wekken die het jaarlijkse verbruik van de sluizen kan compenseren. Dit proefproject is een eerste stap.

• Port of Antwerp ondertekende op 19 februari 2019, samen met 28 partners, het samenwerkingsconvenant Schone Schelde. Het gaat om concreet initiatief dat de hoeveelheid zwerfvuil in de Schelde structureel moet verminderen. Het initiatief wordt al langer van Belgische kant ondersteund met gezamenlijke opruimacties, maar werd vandaag officieel mee bekrachtigd. De ondertekening van het convenant moet een groter publiek van het belang van een schone Schelde bewust maken.

• Aardgasnetbeheerder Fluxys en het Nederlandse bedrijf Titan LNG kondigden in februari 2019 aan dat ze een ponton bouwen om LNG te leveren aan schepen in de haven van Antwerpen. Het ponton moet midden 2020 in gebruik zijn en zal dan binnenschepen en kleine kustschepen bevoorraden. Vandaag voorziet Fluxys ook al LNG-bunkering in Antwerpen, maar enkel via tankwagens.

• Op 21 maart 2019 meerde de Energy Observer, het eerste schip ter wereld dat waterstof als brandstof gebruikt, aan in de haven van Antwerpen. Het schip vaart gedurende zes jaar via meer dan honderd havens door vijftig landen. Naar aanleiding van dit bezoek organiseerde Port of Antwerp een EnergieFest met tal van activiteiten voor jong en oud, o.m. met een interactieve tentoonstelling ‘Watt’s Next?’.


25 FEITEN EN ONTWIKKELINGEN ZEEHAVENS

• Op 15 maart 2019 werd ECLUSE, het allereerste grootschalige industriële stoomnetwerk in de haven van Antwerpen, geopend. ECLUSE levert stoom die ontstaat bij de verbranding van afvalstoffen aan een zestal chemische bedrijven in de haven. Zo hoeven die voor hun productieprocessen geen stoom meer aan te maken in eigen stoomketels. Op jaarbasis betekent dit een vermindering van maar liefst 100.000 ton CO2 - uitstoot.

• Het

havenbedrijf Antwerpen brengt verschillende spelers samen voor

de productie van duurzame methanol. Van isolatieplaten tot additieven voor brandstoffen: op jaarbasis verbruikt de haven van Antwerpen zo’n 300.000 ton methanol voor chemische processen en brandstofproductie. Momenteel wordt die methanol echter geproduceerd op basis van fossiele grondstoffen. Met een nieuw productieproces zal methanol geproduceerd worden uit opgevangen CO2 en duurzaam opgewekte waterstof. Het opvangen van de koolstofdioxide gebeurt via Carbon Capture and


FEITEN EN ONTWIKKELINGEN ZEEHAVENS Utilisation (CCU), waarbij CO2-uitstoot deels wordt gerecupereerd. Deze CO2 wordt gecombineerd met waterstof die op basis van groene energie wordt opgewekt met behulp van een nieuwe elektrolyse-installatie. Het pilootproject mikt op 4.000 tot 8.000 ton duurzame methanol per jaar. Partners zijn o.m. Engie, Oiltanking, Indaver, De Vlaamse Milieuholding (VMH), Helm-Proman en meerdere kennisinstellingen.

• Twee Antwerpse duurzaamheidsprojecten vielen op 9 mei 2019 in de prijzen op de Guangzhou 2019 World Ports Conference in China, tijdens de eerste IAPH World Ports Sustainability Awards. Port of Antwerp won samen met het BIN Kenniscentrum (BIN: Buurt Informatie Netwerk), politiediensten en de dienst Preventie van de FOD Binnenlandse Zaken de prijs voor beste beveiligings- en veiligheidsproject. Het gaat om een samenwerkingsinitiatief van Port of Antwerp dat sinds 2014 werkt aan meer veiligheid in de haven.

• Een

tweede project, Civitas Portis, won de eerste prijs voor gemeen-

schapsvorming. Het initiatief van Stad Antwerpen, in samenwerking met de haven, provincie, NMBS, De Lijn, Lantis en Traject Vlaanderen, valt onder de Europese CIVITAS koepel. In dit geval een netwerk van Europese havensteden: Aberdeen, Constanza, Klaipeda en Trieste - die werken aan innovatieve oplossingen voor schoner en beter transport.

• In het najaar van 2019 heeft het Havenbedrijf een passieve plasticvanger geplaatst in het Doeldok. Het ontwerp van het Nederlandse ingenieursbedrijf Allseas is een eerste ‘proof of concept’ voor schonere havendokken en binnenwateren. De plasticvanger bestaat voor 75% uit gerecycleerde materialen en is bevestigd aan de kade. Het gaat om een simpel mechanisch systeem dat werkt op basis van wind, water en zwaartekracht. Een smalle drijvende arm van 100 meter, met een diepte van 1,5 meter, begeleidt het drijvende afval naar de mond van een vergaarbak van 8 m3.


27 FEITEN EN ONTWIKKELINGEN ZEEHAVENS

• Op 23 oktober 2019 is in de haven van Antwerpen het allereerste zonnespiegelpark in de Europese procesindustrie ingehuldigd. De installatie maakt deel uit van een proefproject met steun van de Vlaamse overheid. Het Genkse energiebedrijf Azteq installeerde 1.100 m3 aan zonneparabolen op de site van het logistiek bedrijf Adpo (Antwerp Distribution and Products Operations) in Beveren. Adpo zal de zonnespiegels gebruiken voor de productie van stoom, waarmee het bedrijf containers en tanks reinigt en opwarmt. Het zonnespiegelpark zal naar verwachting jaarlijks 500 MWh gasverbruik vervangen.

• Vanaf eind 2020 opereren de ‘Port Authority Officers’ van Port of Antwerp ook vanop het water. De functie Port Authority Officer is nieuw en is ontstaan uit de samenvoeging van 3 profielen: dokmeesters, controleurs goederen en milieu, en controleurs veiligheid en beveiliging. Dankzij twee nieuwe hybride handhavingsvaartuigen, kunnen ze sneller ingrijpen en de veiligheid verhogen. De nieuwe hybride handhavingsvaartuigen zijn uitgerust met een batterijpakket, waarmee ze 2,5 uur zuiver elektrisch aan 9km/h kunnen varen. Daarnaast beschikken ze over twee andere energiemodi om volledig op diesel of hybride te varen.

• In december 2019 werd een samenwerkingsakkoord getekend voor het transport van waterstof door Deme, Engie, Exmar, Fluxys, Port of Antwerp, Port of Zeebrugge en Waterstof.net. Deze spelers laten een gezamenlijke studie uitvoeren die de basis moet vormen voor een aantal concrete projecten die het produceren, transporteren en opslaan van waterstof vormgeven. De zeven bedrijven zullen hun expertise gecoördineerd samenbrengen, om zo tot gezamenlijke oplossingen en projecten te komen. Het doel van de studie is een roadmap, die aangeeft wat de beste manier is om waterstof te vervoeren voor de verschillende toepassingen binnen de energie- en chemiesector. Naar verwachting zal de analyse ongeveer een jaar in beslag nemen.


FEITEN EN ONTWIKKELINGEN ZEEHAVENS

1.1.4 Scheepvaart

•

Begin juni 2019 startte Hamburg Sud en Maersk een joint stand-alone service op die Europa verbindt met belangrijke perishable (bederfbare goederen) markten uit Centraal-Amerika, de Caraïben en de Zuid-Amerikaanse westkust. In Noord-Europa is Antwerpen de eerste aanloophaven. De dienst verzorgt snelle en directe verbindingen tussen de Chileense havens San Vincente en San Antonio, en Noord-Europa. Daarnaast linkt een uitgebreid feeder netwerk de belangrijkste havens van Peru, Ecuador en Colombia via Panamese transshipment hubs met Noord-Europa. Voor deze SAWC1 dienst werden acht schepen van de post Panamax klasse (4.500 TEU) ingezet.

•

Op 2 oktober 2019 meerde het mega containerschip MSC Isabella aan in de haven van Antwerpen. De MSC Isabella was op dat moment nog een stukje groter dan de vorige recordhouder, de Cosco Shipping Universe, en kan 23.656 TEU vervoeren. Het schip maakt deel uit van een vloot van elf nieuwe schepen, die dit jaar in gebruik zijn genomen door MSC.

•

Het record van de MSC Isabella hield niet lang stand, want op 3 november 2019 meerde de MSC Leni aan bij MPET aan het Deurganckdok. Dit schip is met 23.756 TEU nét iets groter.


29 FEITEN EN ONTWIKKELINGEN ZEEHAVENS

1.1.5 Hinterland

•

Op 13 februari 2019 werd de nieuwe oostelijke route van DeWaterbus, op het Albertkanaal, plechtig ingehuldigd. De nieuwe route van DeWaterbus was acht kilometer lang en had vijf halteplaatsen: Havenhuis, Fietsbrug Ijzerlaan (Merksem), Brug van den Azijn (Deurne), Hoogmolendijk (Schoten) en Brug Houtlaan (Wijnegem). De woon-werkverkeerroute langs het Albertkanaal is een filegevoelig traject en zal nog meer onder druk komen door de verhoging van de bruggen over het Albertkanaal, de vernieuwing van de kanaalkaaien en de Oosterweelwerken die waren gestart vanaf juni 2019. Het succes bleef echter uit en deze verbinding van de Waterbus werd stopgezet vanaf 1 januari 2020.

•

Aan het Churchilldok is begin mei 2019 het Antwerp Railhouse geopend, een investering van Zuidnatie, Conti7 en Edmond Van Dyck & Sons. Het Antwerp Railhouse op Kaai 472 aan het Churchilldok is 30.000 m2 groot. Het heeft twee treinsporen en is uitgerust met een portaalkraan met een capaciteit van 40 ton. Treinen kunnen rechtstreeks binnenrijden om onder geconditioneerde omstandigheden te laden of te lossen. In het Antwerp Railhouse zullen vooral staalproducten behandeld worden. Ook hout, papier en andere weersgevoelige producten zullen langs het Antwerp Railhouse passeren.

•

Vanaf 3 juni 2019 zijn de containerterminals op de rechter Scheldeoever ook ’s nachts geopend. De Europa en Noordzee Terminal van PSA zijn daarmee 24 uur geopend op weekdagen. Het depot voor lege containers van MedRepair op de rechteroever opent een uur vroeger, om 5 uur ’s morgens. Beide initiatieven zijn het resultaat van de samenwerking tussen het Havenbedrijf Antwerpen, Alfaport Voka, de terminals, vertegenwoordigers uit de transportsector, expediteurs, verladers en beroepsverenigingen. Het doel is een efficiënter wegverkeer met gespreide vervoersstromen. De ambitie is om in de volgende fase samen met Multimodaal. Vlaanderen de voltallige logistieke keten te betrekken bij dit initiatief.


FEITEN EN ONTWIKKELINGEN ZEEHAVENS

•

Antwerp Slitter, een bedrijf dat staalrollen verwerkt in de Antwerpse haven, gebruikt vanaf eind mei 2019 voor intraport transporten enkel nog binnenschepen. De ‘coils’ of staalrollen die Antwerp Slitter verwerkt, komen van overzee in Antwerpen aan. Vervolgens gaan ze naar het service center op Kaai 118, waar ze worden versneden en klaargemaakt voor de Europese klanten. Het transport van de terminal naar het service center gebeurt niet meer met vrachtwagens, maar met binnenschepen.

•

Na positieve evaluaties gaat het Havenbedrijf verder met het Actieplan Containerbinnenvaart om de doorstroming van de containerbinnenvaart te verbeteren. De capaciteit voor de behandeling van binnenschepen is inmiddels vergroot door het wegwerken van het tekort aan havenarbeid en het inzetten op specifieke ligplaatsen voor containerbinnenvaart. In juni 2019 is in dit kader de binnenvaartkade bij DPWorld opgeleverd. In de loop van 2019 is er daarnaast een extra ligplaats op PSA Europaterminal bijgekomen. Ook het project centrale lichterplanning- en opvolging krijgt een structureel vervolg. De terminals MPET en DPWorld engageren zich om het minimum aantal ploegen voor binnenvaart te verhogen. Ook wordt het BTS-systeem (Barge Traffic System) uitgebreid met een functionaliteit om binnenvaartondernemingen proactief te informeren over de bezetting van de terminals.

•

Vanaf 2 januari 2020 schutten de sluizen op het Albertkanaal ook op zondag, zo werd eind 2019 beslist. Het Albertkanaal is vanuit economisch standpunt de belangrijkste waterweg in Vlaanderen en een cruciale hinterlandverbinding voor de haven van Antwerpen naar de Antwerpse Kempen, Limburg en de Luikse regio. Jaarlijks vervoeren binnenschepen zo’n 40 miljoen ton aan goederen via dit kanaal. De sterke groei van de containerbinnenvaart en de 24/7-economie langs het Albertkanaal deden de vraag naar sluisbediening op zon- en feestdagen sterk toenemen.

•

Port of Antwerp, Railport Antwerpen en spoorinfrastructuurbeheerder Infrabel maakten in het najaar 2019 bekend te zullen samenwerken in


31 FEITEN EN ONTWIKKELINGEN ZEEHAVENS functie van een concurrerend en betrouwbaar spoornetwerk tussen haven en achterland. Het spooraandeel in het vervoer van en naar de haven van Antwerpen bedraagt 7%. De ambitie is om tegen 2030 15% te bereiken. In 2019 kwamen er diverse nieuwe containertreinen bij en zijn vele andere verbindingen verhoogd in frequentie: - Trier (Duitsland) - nieuwe shuttle van operator Am Zehnhoff-Söns frequentie 2x per week, plan voor 3x per week in 2020 - connectie tot alle maritieme terminals (AG Terminal en MPET en PSA terminals) - Frankfurt/Neuss/Germersheim/Wörth am Rhein (Duitsland) - frequentieverhoging met 1 bijkomende trein per week door MSC Medlog (MPET) - Schkopau (Duitsland): verhoging van frequentie van 3 naar 4 door Hupac (Combinant terminal) - Schwarzheide (Duitsland) - verhoging van frequentie van 3x naar 4x per week door Hupac (Combinant terminal) - Neuss (Duitsland) - nieuwe shuttle van Schweizerzug (Niederglatt – Neuss - Antwerpen) 3x per week (AG en MPET Terminal) - Frenkendorf / Niederglatt (Zwitserland) - 2 bijkomende treinen per week door operator Schweizerzug (AG Terminal en MPET) - Bazel (Zwitserland) - nieuwe verbinding door operator Contargo - 2x per week (AG Terminal en MPET) -

Athus (België) - verhoging van frequentie van 10x naar 12x per week – door operator TCA (AG Terminal en MPET)

- Gent (België) - nieuwe shuttle - 3 treinen per week via main hub met aansluitingen op AG Terminal, MPET en PSA terminals - La Louvière (België) - verhoging van frequentie van 3 naar 4 treinen per week door MSC Medlog (AG Terminal en MPET en PSA terminals) - Slawkow (Polen) - verhoging van frequentie van 3 naar 4 treinen per week door Hupac (Combinant terminal) - Istanbul (Turkije) - verhoging van frequentie van 1x naar 2x per week door Hupac


FEITEN EN ONTWIKKELINGEN ZEEHAVENS

1.2. North Sea Port Flanders 1.2.1

•

Haven, havenbedrijf en infrastructuur

North Sea Port kreeg op 26 maart 2019 voor het tweede opeenvolgende jaar de prijs voor de beste haven voor tankopslag. Vloeibare bulk staat voor 29% van de goederenoverslag via zeevaart. North Sea Port is zo een belangrijke haven voor aardolieproducten, biodiesel, chemicaliën, vloeibare meststoffen, fruitsappen en gassen. In North Sea Port wordt bijna 1 miljoen ton biobrandstof (bio-ethanol en biodiesel) per jaar geproduceerd.

•

In het voorjaar 2019 is de Vlaamse Regering gestart met de aanbestedingsprocedure voor het ombouwen van de ringweg rond Gent in het havengebied (R4-West en R4-Oost). In de komende jaren zal de R4 veiliger worden voor doorgaand en havenverkeer en een vlottere verbinding worden voor woon- en werkverkeer rondom Gent. Het project, R4WO, voorziet onder meer nieuwe fiets- en spoorinfrastructuur, busbanen en zet vooral in op de mobiliteit in het havengebied. De werkzaamheden zullen vanaf 2020 plaatsvinden. Dan zal onder meer gestart worden met de aanleg van een zogenoemde turborotonde op het Eurosilo-kruispunt dat aansluit richting de kruising E17/E40.

•

Op 6 mei 2019 is het Kapitein Rooiboskanaal officieel in gebruik genomen. Het gaat om het tijdelijke doorvaartkanaal dat toelaat om de Middensluis in Terneuzen langer te gebruiken (tot midden 2021 i.p.v. tot midden 2019) terwijl de werken aan de nieuwe sluis in Terneuzen bezig zijn. Binnenschepen tot 105 meter lang, 9,5 meter breed en 3 meter diepgang kunnen erdoor. Grotere schepen moeten gebruik maken van de Oostsluis.

•

Op 8 mei 2019 werd een project gelanceerd waarin Vlaanderen en Nederland in North Sea Port willen onderzoeken hoe de grensoverschrijdende samenwerking verbeterd kan worden. Er wordt onder meer gekeken naar


33 FEITEN EN ONTWIKKELINGEN ZEEHAVENS

betere afstemming van vergunningen, procedures en regelgeving. In een eerste deel van het project worden oplossingen gezocht voor tegengestelde wetgeving. Er wordt gekeken hoe plannings- en vergunningsregelgeving beter op elkaar afgestemd kunnen worden zodat grensoverschrijdende infrastructuurprojecten sneller doorgang kunnen vinden. Tevens wordt voor concrete grensoverschrijdende knelpunten in North Sea Port naar oplossingen op maat gezocht.

•

Sinds juli 2019 is de samenstelling van het toezichthoudend orgaan van de Europese naamloze vennootschap North Sea Port gewijzigd. Er zijn vier nieuwe leden aangesteld: Anita Pijpelink (gedeputeerde voor grensoverschrijdende samenwerking bij provincie Zeeland), Filip Watteeuw


FEITEN EN ONTWIKKELINGEN ZEEHAVENS (schepen van mobiliteit, publieke ruimte en stedenbouw bij Stad Gent), Sofie Bracke (schepen van economie en haven Stad Gent) en Toon Colpaert (onafhankelijk lid). Diederik Samsom (Strategisch adviseur inzake energie en technologie, voorzitter Sectortafel Gebouwde Omgeving Klimaatakkoord, lid RvC EBN, voorzitter Raad van Advies ANVS) werd de nieuwe voorzitter.

•

North Sea Port testte vanaf september 2019 uit of lijndiensten hun schuttingen in de sluis in Terneuzen al verder in de toekomst kunnen plannen. De bedoeling was om te komen tot een verfijndere sluisplanning. In de test werd aan lijndiensten die actief zijn op het Kanaal Gent-Terneuzen een sluisschutting toegekend op basis van hun vaarschema. Omwille van de bouw van de nieuwe sluis geldt vanaf mei 2019 een beperking van het gebruik van de Middensluis. Vanaf begin 2022 valt die zelfs volledig uit. Alle maatregelen om het gebruik van de sluizen te optimaliseren, zijn dus nuttig en noodzakelijk.

•

Het bedrijventerrein Rieme-Noord in North Sea Port is ontsloten met een tweede, nieuwe weg. Op 21 november 2019 werd de weg ingehuldigd. Door deze nieuwe weg wordt het (vracht)verkeer tussen het bedrijventerrein en het Kanaal Gent-Terneuzen voortaan rond de dorpskern van Rieme geleid. Dit verhoogt de leefbaarheid in en rond deze dorpskern. Over de volledige lengte van de 1.250-meter-lange nieuwe weg is er een vrijliggend fietspad met ledverlichting voorzien.

•

Op het Havencongres in Terneuzen op 2 oktober 2019 kondigde North Sea Port aan te zullen toetreden tot PortXL, het netwerk van startende, snel groeiende, vernieuwende bedrijven. PortXL is in 2015 opgericht door het Havenbedrijf Rotterdam en Van Oord en werkt samen met meerdere internationaal erkende partners. PortXL is nu ook gevestigd in Antwerpen en Singapore om startende ondernemers en havens te ondersteunen met het introduceren van innovaties. PortXL zoekt wereldwijd naar start-


35 FEITEN EN ONTWIKKELINGEN ZEEHAVENS ups in de sectoren transport en logistiek, energie, chemie en raffinage en maritiem. Het begeleidt start-ups door expertise, kennis en een netwerk te delen en advies te verstrekken over nieuwe investeringen in de maritieme sector.

•

Vanaf oktober 2019 zijn de lijndiensten, die North Sea Port aanlopen, online te raadplegen. De haven biedt multimodale transportoplossingen via 4 types lijndiensten: deepsea, shortsea, binnenvaart en spoor. Breakbulk, containers, stukgoed, projectlading, gekoeld vervoer, ro/ro en trailers worden zo via regelmatige verbindingen (sommige dagelijks) getransporteerd. De nieuwe Liner Services tool biedt zicht op de intermodale verbindingen naar het Europese achterland vanuit de terminals in North Sea Port alsook van de betrokken rederijen en bedrijven.

•

Op 17 oktober 2019 werd het nieuwe deel van de fietssnelweg F402 in Gent officieel geopend. De Provincie Oost-Vlaanderen en North Sea Port verbeterden de fietsinfrastructuur op de fietssnelweg F402 in de Langerbruggestraat tussen het veer en het recent gerealiseerde knooppunt over de R4-Oost aan Volvo Car. De totale afstand bedraagt 850 meter. De Vlaamse overheid komt tussen voor 50% omdat de fietssnelweg onderdeel is van het bovenlokaal functioneel fietsroutenetwerk.

•

Sinds 1 november 2019 dienen binnenschepen, die via de sluis in Terneuzen het Kanaal Gent-Terneuzen willen opvaren, zich bij North Sea Port aan te melden. Voorheen gebeurde de aanmelding bij Rijkswaterstaat. De aanmelding geldt voor het hele kanaal Gent-Terneuzen, dus zowel voor het Nederlandse als het Vlaamse deel alsook voor de zijhavens/dokken in het havengebied.

•

Eind 2019 werd aangekondigd dat de Belgische douane en het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) vanaf april 2020 ook in Gent verpakte dierlijke producten zoals vlees en bepaalde


FEITEN EN ONTWIKKELINGEN ZEEHAVENS

diervoeding van buiten de Europese Unie kunnen controleren. North Sea Port bouwde voor deze producten, meestal vervoerd in containers, een grenscontrolepost. Hiervoor moest de veterinaire invoercontrole op dergelijke producten in de haven van Antwerpen gebeuren om BelgiĂŤ binnen te komen. North Sea Port Flanders (haven van Gent)

Totale oppervlakte Wateroppervlakte Totale lengte kaaimuren Totale lengte spoorwegen Totale lengte wegen Bron: volgens GRUP met GIS.

4.648 ha 623 ha 31 km 206 km 132 km


37 FEITEN EN ONTWIKKELINGEN ZEEHAVENS

1.2.2 Bedrijven en industrie

•

ArcelorMittal Belgium investeerde 13,3 miljoen euro in twee nieuwe op maat gemaakte havenkranen. De grootste van beide kranen, met een maximale hoogte van 85 meter, passeerde op 27 februari 2019 de sluis van Terneuzen. Met de twee kranen bereidt het bedrijf zich voor op de komst van de Nieuwe Sluis in Terneuzen. Tegen 2022 vaart het eerste schip door de grotere sluis, die Terneuzen, Gent en de bedrijfskade van ArcelorMittal Gent toegankelijk maakt voor grote Capesize-zeeschepen met een laadvermogen van 120.000 ton. De nieuwe kraan heeft een hefvermogen van 50 ton, een bereik richting waterzijde van 40 meter en een losvermogen van 2.000 ton per uur.

•

Begin mei 2019 startte de bouw van de Torero-installatie en de Steelanol-installatie

bij

staalfabrikant

ArcelorMittal.

De

Torero-

installatie verwerkt houtafval tot biokoolstof die geschikt is voor het hoogovenproces, waardoor er minder fossiele poederkool nodig is in het productieproces. De Torero-installatie zet in de beginfase 120.000 ton afvalhout om naar zo’n 50.000 ton biokolen per jaar. De

Steelanol-installatie

gaat

een

deel

van

de

koolstofhouden-

de gassen van de hoogovens omvormen tot bio-ethanol, die dan kan gebruikt worden voor productie van kunststoffen of brandstof. Per jaar zal 80 miljoen liter bio-ethanol geproduceerd worden. De investering bedraagt 160 miljoen euro. Bij de bouw ontstaan zo’n 570 externe jobs. Het uitbaten van beide installaties zal zo’n 40 jobs opleveren. De indienstneming en eerste productie worden tegen eind 2020 verwacht.

•

Volvo zal in zijn fabriek in Gent de volledig elektrische Volvo XC40 bouwen. De autofabriek in Gent bestaat al uit een lasfabriek, spuitfabriek en eindassemblage. Daaraan wordt een nieuwe fabriek toegevoegd voor de assemblage van batterijpacks. Het nieuwe gebouw grenst aan de eindassemblagefabriek en wordt 5.000 m2 groot. Ingebruikname is voorzien voor begin 2020.


FEITEN EN ONTWIKKELINGEN ZEEHAVENS

•

Het Turkse logistieke bedrijf Ekol Logistics en het Belgische groepagebedrijf Transuniverse Forwarding gaan samen een multimodale site van 40 hectare ontwikkelen aan het Kluizendok in North Sea Port. Hiermee verhoogt het groupagebedrijf de capaciteit fors en bouwt het een intermodale draaischijf uit voor de goederenstromen tussen het Middellandse Zeegebied, Oost-Europa en Noordwest Europa. Omdat de containers en trailers bestemd voor het Verenigd Koninkrijk per schip verscheept zullen worden, zal ook een ro-ro terminal gebouwd worden op de kop van het Kluizendok. De terminal zal goed zijn voor zo’n 2 miljoen ton goederenoverslag.

•

Het Scandinavische Stora Enso investeert 9 miljoen euro in een proeffabriek in North Sea Port in Gent waar de bouwstenen worden ontwikkeld voor bio-gebaseerd plastic. Dat plastic kan worden gebruikt in transparante verpakkingen voor de voedings- en drankenindustrie. De proeffabriek zal plantaardige suikers omzetten in de hernieuwbare bouwsteen die nodig is om een bio-gebaseerd plastic te maken. De investering versterkt de mogelijkheid van Stora Enso om materialen op fossiele basis te vervangen door hernieuwbare en herbruikbare materialen. De proeffabriek komt in Stora Enso’s Langerbrugge Mill. De bouw van de fabriek zal in de tweede helft van 2020 beginnen en zal klaar zijn in het eerste kwartaal van 2021.

1.2.3 Energie en duurzaamheid

•

ArcelorMittal en Dow Benelux zijn in het voorjaar van 2019 gestart met een proefinstallatie die koolstofdioxide (CO2) en koolstofmonoxide (CO) afscheidt uit de gassen die ontstaan tijdens de productie van staal. De installatie staat op de bedrijfsterreinen van het Gentse ArcelorMittal in North Sea Port. Het afgescheiden en geconcentreerde CO2 wordt op die manier geschikt gemaakt voor opvang en opslag (Carbon Capture and Storage) of hergebruik (Carbon Capture and Utilization). De CO kan door Dow worden gebruikt om koolwaterstoffen te maken en door ArcelorMittal om bio-ethanol te produceren.


39 FEITEN EN ONTWIKKELINGEN ZEEHAVENS

•

North Sea Port voorziet in walstroom voor binnenschepen. Met twee nieuwe walstroomkasten in Gent wordt voortaan in Terneuzen én in Gent walstroom aangeboden. Voor Gent zijn de walstroomkasten voor de binnenvaart een primeur. Aan het insteekdok van het Sifferdok zijn er twee kasten geïnstalleerd. Per laadpunt zijn er 4 poorten om stekkers op aan te sluiten. Op 1 maart 2019 werden de walstroomkasten officieel in gebruik genomen. De walstroom in Gent en Terneuzen is 100% hernieuwbaar.

•

De Stad Gent, UGent, North Sea Port en een aantal belangrijke industriële spelers gaan samen onderzoeken hoe ze CO2-uitstoot in de Kanaalzone Gent-Terneuzen kunnen capteren en hergebruiken. In een koolstofneutrale economie wordt er gestreefd naar een zo klein mogelijke CO2-uitstoot. De CO2 die er wel is, kan worden opgevangen om te gebruiken voor bijvoorbeeld brandstof of bouwmaterialen. Het doel is om op termijn te groeien naar een “Carbon Capture and Utilisation hub (CCU Hub)” in het havengebied van North Sea Port, via pilootprojecten in een demonstratiefabriek.

•

North Sea Port, Rotterdam en Antwerpen plannen om door middel van een gezamenlijk project, “CO2TransPorts”, grootschalig CO2 op te vangen, te vervoeren en te stockeren in lege gasvelden in de Noordzee. Hiervoor dient er tussen de havens een CO2-pijpleidinginfrastructuur gerealiseerd te worden. Om het project te verwezenlijken is bij de Europese Commissie een Project Of Common Interest status aangevraagd.

•

Op 15 juni 2019 werd het park Langerbrugge-Zuid geopend door bewoners en projectpartners. Het gaat om een nieuwe groene buffer in North Sea Port, ontstaan uit de ombouw van het koppelingsgebied tussen de woonkern van Kerkbrugge en het industrieterrein De Nest, tot een park waar het publiek kan wandelen, fietsen en spelen.


FEITEN EN ONTWIKKELINGEN ZEEHAVENS

•

Op 8 september 2019 is het park Doornzele-Kanaalzijde officieel geopend. Het park was voorheen een oud bedrijfsterrein en vormt een groene buffer tussen de bedrijven ten zuiden van het Gentse Kluizendok en de kop van Terdonk en Doornzele in North Sea Port. Het park is onderdeel van het koppelingsgebied Doornzele-Kanaalzijde, gelegen in Evergem op de linkeroever van het Kanaal Gent-Terneuzen. In het park zijn onder meer een bos met natuurlijke spelelementen, slingerpaden, een speelweide en een uitkijkpunt over het omliggende havengebied te vinden.

•

ArcelorMittal heeft in het najaar van 2019 zonnepanelen op het dak geïnstalleerd. Met de installatie van 27.104 zonnepanelen heeft het bedrijf het vierde grootste zonnepark in België en zelfs het grootste zonnepark van België op één en hetzelfde dak. De installatie werd geplaatst door Eneco. De nieuwe zonnepanelen zullen jaarlijks 10.000 MWh produceren. Samen met de 10 reeds geïnstalleerde windmolens en de 2 extra geplande windmolens zal er met de zonnepanelen ongeveer 50 MW groene stroom op de Gentse site geïnstalleerd zijn. De duurzame energie die wordt opge-


41 FEITEN EN ONTWIKKELINGEN ZEEHAVENS wekt, zal ArcelorMittal volledig intern gebruiken om de productie te voeden.

•

North Sea Port kondigde eind 2019 aan dat ze de komende drie jaar in het hele Gentse deel van de haven de bestaande straatverlichting zal vervangen door ledverlichting. In totaal worden zowat 1.200 lichtpunten vervangen.

1.2.4 Scheepvaart

•

Op 3 april 2019 meerde het cruiseschip ‘MS Boudicca’ aan in North Sea Port Flanders, aan de Rigakaai. Het schip is vertrokken in Dover en kwam via Antwerpen naar Gent. Na Gent voer het schip nog naar Rotterdam, Amsterdam en daarna terug naar Dover. Er waren 658 passagiers en 370 bemanningsleden aan boord. Het schip is 205,47 meter lang en 25,20 meter breed.

•

North Sea Port ontving in 2019 meer dan 300 riviercruisers. Op 22 maart 2019 werd het seizoen gestart met de aankomst van het riviercruiseschip Viking Mimir. Het merendeel van de riviercruiseschepen komt uit Zwitserland en Duitsland. De binnenvaartcruises brengen een 40.000-tal passagiers naar de grensoverschrijdende regio van North Sea Port. Tal van passagiers bezoeken Zeeland of gaan op stap in Gent.

•

North Sea Port verwelkomde op 6 mei 2019 de Citrus Vita Brasil van fruitsapbedrijf Citrosuco in Gent. Het schip werd omgebouwd van containerschip naar fruitsaptanker, wat behalve een kostenbesparing ook een grote tijdsbesparing opleverde. Citrosuco bedient ongeveer de helft van de Europese markt van sinaasappelsappulp.

•

Op 5 december 2019 werd het grootste ro/roschip van DFDS, de ‘Hollandia Seaways’, in North Sea Port officieel ingehuldigd op hun Mercatordok Multimodal Terminal in Gent. Het schip kan 450 trailers vervoeren, goed


FEITEN EN ONTWIKKELINGEN ZEEHAVENS voor een laadcapaciteit van 6.700 lijnmeter. Het heeft een lengte van 237,4 meter. Dit grotere schip neemt de plaats in van één van de drie schepen op de route. De capaciteit per week neemt daardoor met een 600-tal trailers toe.

1.2.5 Hinterland

•

Jaarlijks worden er 15.000 containers met een rechtstreekse binnenvaartdienst vervoerd tussen Rotterdam, Vlissingen, Terneuzen en Gent. In 2017 investeerden de Rotterdamse haven en North Sea Port in deze nieuwe verbinding, die is opgezet door logistiek dienstverlener Danser Group. Het grootste deel van de 15.000 containers wordt verscheept in de corridor Rotterdam-Zeeland-Gent. Daarnaast beginnen ook volumes van en naar Noord-Frankrijk en het zuiden van België te groeien.

•

Wekelijks zullen er vanaf 11 maart 2019 vijf treinen opleggers en containers komen oppikken op de terminal van de Deense rederij DFDS. De bestemming is de Italiaanse haven Triëste, vanwaar de lading per schip verder kan vervoerd worden naar bestemmingen in Griekenland of Turkije. De roro-schepen van DFDS varen wekelijks acht maal van en naar de Zweedse haven Göteborg. De DFDS terminal is gelegen aan het Mercatordok.

•

Honda Motor Europe Logistics zet sinds 11 juni 2019 binnenschepen in voor het vervoer van containers van de haven van Antwerpen naar North Sea Port. Jaarlijks zullen minstens 1.420 binnenkomende containers uit onder meer Japan, Thailand, USA, Mexico en China via de binnenvaart hun eindbestemming in North Sea Port bereiken. Daar worden de schepen gelost door Stukwerkers. De gewijzigde flow bij Honda heeft betrekking op de aanlevering van motorfietsen, power producten en wisselstukken.


43 FEITEN EN ONTWIKKELINGEN ZEEHAVENS

•

Volvo Cars voert vanuit North Sea Port verschillende malen per week treintransporten met auto’s uit naar China, Italië en Oostenrijk. De eerste trein met 190 XC60’s uit China kwam op 4 juli 2019 aan op de Interface Terminal Gent (ITG) aan het Kluizendok. De trein vertrekt met 180 XC90’s, V90’s en V60’s terug naar de Chinese havenstad Xi’an. De nieuwe treinverbinding vanuit Gent kadert in de strategie van Volvo Cars om niet alleen op het vlak van productie, maar ook op het vlak van logistiek sneller, duurzamer en kostenefficiënter te opereren.

•

BCTN, de grootste uitbater van ‘inland container terminals’ in Nederland en België, neemt North Sea Port op in zijn netwerk. BTCN heeft terminals in het Nederlandse Alblasserdam, Den Bosch, Nijmegen, Roermond en Venray en Beringen, Geel en Meerhout in België. Deze terminals, en nu dus ook North Sea Port, beschikken over een dagelijkse verbinding met Rotterdam, Antwerpen en Zeebrugge.

•

North Sea Port en Lineas gaan samenwerken om de haven met 12 nieuwe spoorverbindingen nog sterker te verbinden met het Europese achterland. Dit is mogelijk dankzij een nieuwe spoorverbinding tussen Interface Terminal aan het Kluizendok in Gent en de Lineas Main Hub in Antwerpen, vanwaar goederen via het internationale spoornetwerk van Lineas hun reis vervolgen. De 12 nieuwe bestemmingen zijn Madrid, Granollers (Barcelona) en Tarragona (Spanje), Hendaye (Frankrijk), Schkopau (Duitsland), Lovosice (Tsjechië), Curtici (Roemenië), Malmö (Zweden), Milaan (Italië), Wels en Wenen (Oostenrijk), en Basel (Zwitserland). Een deel van deze spoorverbindingen geniet de financiële steun van het Vlaamse Departement Mobiliteit en Openbare Werken en North Sea Port.

•

Vanaf 1 november 2019 moeten binnenschepen het Automatic Identification System (AIS) ook in Terneuzen gebruiken. Zo is het gebruik ervan voortaan in het hele havengebied verplicht. North Sea Port kan voortaan


FEITEN EN ONTWIKKELINGEN ZEEHAVENS van Vlissingen tot Gent alle vaarbewegingen makkelijker volgen, wat de veiligheid in het havengebied bevordert. Tot voor kort gold de verplichting voor AIS bij binnenvaartschepen enkel in Vlissingen en in Gent.


45 FEITEN EN ONTWIKKELINGEN ZEEHAVENS

1.3. Haven van Zeebrugge 1.3.1

•

Haven, havenbedrijf en infrastructuur

In aanloop naar de Brexit stelde de haven van Zeebrugge begin maart 2019 samen met RX/SeaPort twee tools voor die het goederenverkeer van en naar het Verenigd Koninkrijk vlot moeten laten verlopen, ondanks douaneformaliteiten die na het verstrijken van de Brexit deadline worden opgelegd. Het ontwikkelen van het RX/SeaPort dataplatform is een initiatief van het havenbestuur van Zeebrugge (MBZ) en APZI, de vereniging van de private ondernemingen in het Zeebrugse havengebied. Het is een data sharing platform dat een digitale verbinding tussen alle actoren in de logistieke keten biedt.

•

Het smart mobility-bedrijf Be-Mobile en het havenbestuur van Zeebrugge (MBZ) lanceerden op 11 april 2019 de gratis Flux-app die het vrachtverkeer binnen én buiten de haven vlotter en veiliger moet maken. Via de app ontvangen vrachtwagenbestuurders o.a. waarschuwingen en updates over de situatie in de haven, maar ook over het verkeer op alle nationale en internationale wegen in Europa. Flux zal de geschatte aankomsttijd (ETA), rekening houdend met het verkeer, doorgeven aan geconnecteerde terminals zodat ze actie kunnen ondernemen wanneer de vrachtwagen te vroeg of te laat zou aankomen. Eventueel kunnen de vrachtwagens dan naar een parking geleid worden, waar de terminal hen kan oproepen om te vertrekken voor hun nieuw slot.

•

Brussels Airport, Liege Airport en de havens van Zeebrugge en Antwerpen lanceren een digitaal douaneplatform: BE-GATE. Het platform werd op 6 juni 2019 voorgesteld op Transport & Logistic München. Het portaal, dat speciaal is ontworpen voor de groeiende e-commercemarkt, dient om de efficiëntie van de douaneafhandeling voor de grensoverschrijdende goederenstroom te versnellen en te vergroten.


FEITEN EN ONTWIKKELINGEN ZEEHAVENS BE-GATE werd ontwikkeld op initiatief van de Belgische Algemene Administratie van Douane en Accijnzen en is uniek in Europa.

•

De Vlaamse Regering heeft begin juli 2019 het voorkeursbesluit voor de nieuwe sluis in Zeebrugge definitief vastgesteld. De Visart-site wordt bevestigd als voorkeurslocatie voor de nieuwe sluis. De oude Visartsluis (1907) voldoet al lang niet meer aan de noden van de moderne scheepvaart. De achterhaven is dus volledig aangewezen op de Vandammesluis (1984), die stilaan ook op leeftijd komt en onderhevig is aan onderhoudswerken. Met de definitieve vaststelling van het voorkeursbesluit kan het projectteam van start kan gaan met de ‘uitwerkingsfase’, die 2 à 3 jaar in beslag zal nemen. In die periode wordt het gekozen alternatief verder uitgewerkt tot een projectbesluit en worden de nodige vergunningen bekomen om over te kunnen gaan tot de effectieve bouw.

•

Na een grondige renovatie van meer dan een jaar, werd op 9 juli 2019 een volledige sluisdeur vanuit de achterhaven overgebracht naar de Pierre Vandammesluis en opnieuw teruggeplaatst in haar deurkamer. Het ging om de meest zeewaartse sluisdeur. Het is vrij ingrijpende operatie, want


47 FEITEN EN ONTWIKKELINGEN ZEEHAVENS de deur weegt 2.500 ton. Ook in 2020 zal er nog een deur worden losgekoppeld en gerenoveerd. De werken zullen tegen 2023 voltooid zijn en ongeveer 120 miljoen euro kosten.

•

Op 18 september 2019 werd het startschot gegeven voor de bouw van 1.071 m kaaimuur aan de westzijde van het Zuidelijk Kanaaldok in de achterhaven van Zeebrugge. Deze kaaimuur is het laatste ontbrekende stuk kade die de verbinding maakt tussen de Bastenakenkade en de retourkaai aan het dokuiteinde, waar International Car Operators (ICO) Zeebrugge de goederenbehandeling uitvoert. Deze kaaimuur laat ICO toe verder uit te breiden.

•

De havenbesturen van Antwerpen en Zeebrugge hebben eind oktober 2019 groen licht gegeven voor het opstarten van onderhandelingen met het oog op de (gefaseerde) opbouw van een mogelijke fusie tussen de twee havens. Dit op basis van de bevindingen van een complementariteits- en robuustheidsonderzoek van het externe consultancybureau Deloitte en Laga. Volgens de conclusie van dit onderzoek zijn de havens in hoge mate complementair, en zorgt verregaande samenwerking voor een verankering van werkgelegenheid. Daarnaast laat de samenwerking toe sneller en beter in te spelen op toekomstige uitdagingen zoals schaalvergroting, energietransitie, innovatie en digitalisering.

•

Het havenbedrijf Zeebrugge investeert in een privaat 5G netwerk in de haven. In een eerste fase zal het netwerk gebruikt worden voor connectiviteit naar sleepboten, snuffelpalen, camera’s en kaaisensoren. Ook voor de nieuwe zeesluis zal betrouwbare connectiviteit cruciaal zijn. Daarnaast zal 5G ingezet worden bij de bedrijven in de haven voor dispatching, connectiviteit naar straddle carriers, track & trace systemen en kritische groepscommunicatie. Fase één was eind 2019 operationeel en biedt 5G dekking in de voorhaven. De achterhaven is voor 2020.


FEITEN EN ONTWIKKELINGEN ZEEHAVENS

•

Joachim Coens, gedelegeerd bestuurder van Port of Zeebrugge sinds 2001, is eind december 2019 een nieuwe professionele uitdaging aangegaan. Hij werd door de CD&V verkozen tot nationaal voorzitter en zal de komende drie jaar de partij leiden. Algemeen directeur Rik Goetinck neemt voorlopig de fakkel over als CEO a.i. Haven van Zeebrugge

Totale oppervlakte Wateroppervlakte

2.857 ha 986 ha

Totale lengte kaaimuren

19,56 km

Totale lengte spoorwegen

187,3 km

Totale lengte wegen Bron: Port of Zeebrugge.

42,7 km


49 FEITEN EN ONTWIKKELINGEN ZEEHAVENS

1.3.2 Energie en duurzaamheid

•

Eind 2019 werd een studie aangekondigd ter ondersteuning van concrete projecten voor het produceren, transporteren en opslaan van waterstof. De partners Deme, Engie, Exmar, Fluxys, Port of Antwerp, Port of Zeebrugge en WaterstofNet zullen samenwerken teneinde stappen te zetten in de richting van een Belgische waterstofeconomie. In de eerste fase maken de partners een gezamenlijke analyse van de volledige import- en transportketen van waterstof. De opzet is om de financiële, technische en regelgevende aspecten in kaart te brengen van de verschillende onderdelen in de logistieke keten: productie, laden en lossen en transport over zee en via pijpleidingen. De uitkomst van de analyse moet een roadmap zijn die aangeeft welke de beste manier is om waterstof te vervoeren voor de verschillende toepassingen binnen de energie- en chemiesector.

•

Eind november 2019 werd aangekondigd dat International Car Operators (ICO), in samenwerking met Engie en Port of Zeebrugge, 11 windturbines zal bouwen in de haven van Zeebrugge. Het is het grootste onshore windproject op één industriële site in Vlaanderen. De jaarlijkse productie bedraagt 110 GWh. De opgewekte elektriciteit wordt gebruikt door de lokale gemeenschap, door ICO zelf en door aangemeerde schepen. Engie zorgde er eerder in 2019 al voor het grootste ‘elektrische laadeiland’ in België met 154 dubbele laadpunten van EVBox, dochteronderneming van Engie. Deze infrastructuur is operationeel sinds februari 2019 en laat toe om 100.000 elektrische voertuigen per jaar op te laden.

1.3.3 Scheepvaart, bedrijven en industrie

•

Rederij CMA CGM kondigde half januari 2019 aan dat de frequentie van de Panama Direct (PAD) Service opnieuw verhoogd zou worden tot een wekelijkse aanloop. In september 2018, na afloop van het kiwiseizoen, werden de aanlopen teruggeschroefd naar tweewekelijks. In totaal zullen er 13 schepen op de route varen om opnieuw tot de wekelijkse rotatie te komen. CMA CGM zet zes extra schepen in. Eén loop duurt 90 dagen. De


FEITEN EN ONTWIKKELINGEN ZEEHAVENS rotatie is als volgt: Zeebrugge - London Gateway - Rotterdam - Dunkirk - Le Havre - New York - Savannah - Cartagena - Papeete - Noumea - Brisbane - Sydney - Melbourne - Nelson - Tauranga - Manzanillo - Savannah - Philadelphia - Zeebrugge.

•

Op 9 mei 2019 kwam het containerschip CSCL Arctic Ocean aan in de haven van Zeebrugge, aan de containerterminal van Cosco Shipping Ports. Deze call markeert de start van het Ocean Alliance Day 3 Product en de wekelijkse NEU1-dienst, met Zeebrugge als eerste Europese haven na Felixstowe. De NEU1-dienst is met 5 Cosco Shipping Lines schepen van 18.980 TEU en 6 OOCL schepen van 21.413 TEU de grootste dienst van de Ocean Alliance.

•

Op 6 mei 2019 meerde het eerste schip van Neptune Lines, de Neptune Galene, aan in Zeebrugge. Door een nieuwe dienst (4 afvaarten per week) op te starten naar de haven van Zeebrugge, verbreedt Neptune Lines haar gebied richting Noord-Europa. De haven van Zeebrugge versterkt met deze trafiek op haar beurt haar netwerk naar de westkust van het Verenigd Koninkrijk. Neptune Lines verzorgt shortsea transport naar bijna 30 landen, met de focus op het Middellandse zeegebied, Noord-Europa en de Zwarte Zee.

•

Op 18 mei 2019 werd in de haven van Zeebrugge een nieuw record gevestigd met de aankomst van de OOCL United Kingdom, het op dat moment grootste containerschip ter wereld. Het schip heeft een capaciteit van 21.413 TEU en behoort zo tot de grootste container carriers ter wereld. Het schip wordt ingezet op de Verre Oosten/Europa dienst van de Ocean Alliance (de NEU1-dienst).

•

Met de aankomst op 20 mei 2019 van het containerschip Mozart, ingezet in de Panama Direct dienst van CMA CGM, werd het kiwiseizoen ingezet. Het schip bracht 270 containers met kiwi’s (ongeveer 54 miljoen stuks)


51 FEITEN EN ONTWIKKELINGEN ZEEHAVENS naar de haven van Zeebrugge. In totaal gaat het om een levering van 1,2 miljard kiwi’s voor de Europese markt. Dertien schepen worden ingezet om de wekelijkse calls te verzorgen. Eén loop neemt 90 dagen in beslag.

•

Op 21 juli 2019 legde voor het eerst een Q-Max LNG-tanker aan aan de Fluxys-terminal in de Zeebrugse voorhaven. Een Q-Max is een LNGtanker met membraantanks die speciaal ontworpen is voor het vervoer van aardgas over zee. De “Q” staat voor Qatar en de “Max” staat voor de maximum grootte van de schepen die kunnen afmeren aan de LNGterminals in Qatar. Er zijn er in totaal 14 gebouwd. Het gaat om de grootste LNG-tankers ter wereld (345 meter lang, 54 meter breed, diepgang 12 meter). De capaciteit bedraagt 266.000 m3 (LNG), wat goed is voor 161.994.000 m3 aardgas.

1.3.4 Hinterland

•

Vanaf 12 februari 2019 is de haven van Zeebrugge verbonden per spoor met het multimodale platform Delta 3 in Dourges, Noord-Frankrijk. Van daaruit zal er spooraansluiting zijn naar bestemmingen in het zuiden van Europa, zoals Bordeaux, Avignon, Lyon, Bayonne, Toulouse, Perpignan, Miramas/Marseille/Fos. Vanuit de hub in Parijs is er aansluiting naar Novara en Turijn in Noord-Italië. Het zal gaan om 3 verbindingen per week. De goederentreinen komen aan en vertrekken op de terminal van P&O Ferries in de voorhaven van Zeebrugge. Van hieruit zijn er shortsea-aansluitingen naar Hull, Middlesbrough (Teesport) en Tilbury in het Verenigd Koninkrijk.


FEITEN EN ONTWIKKELINGEN ZEEHAVENS

1.4. Haven van Oostende 1.4.1

•

Haven, havenbedrijf en infrastructuur

Vanaf 1 februari 2019 is Haven Oostende een N.V. van Publiek Recht. De Raad van Bestuur wordt kleiner en slagkrachtiger. Voor de omvorming telde het Oostendse Havenbestuur 18 bestuurders waarvan 11 gemeenteraadsleden. De nieuwe Raad van Bestuur is sinds 1 februari 2019 samengesteld uit 13 bestuurders met meer inbreng van externe onafhankelijken zonder politiek achtergrond. Een ander voordeel van de omvorming is dat de haven, naast de eigen middelen, voortaan ook middelen van buitenaf kan aantrekken. Om in bepaalde niche-markten, zoals blauwe energie, maar ook in de logistiek, te kunnen concurreren met andere havens, zijn extra kapitaal en nieuwe investeringen nodig. Haven Oostende focust op vijf pijlers: Blauwe Economie, Bulk & Project Cargo, Cruises & Ferries, Circulaire Industrie en de Visserijsector.


53 FEITEN EN ONTWIKKELINGEN ZEEHAVENS

•

Op 12 februari 2019 stelde Haven Oostende de nieuwe Raad van Bestuur voor. De zes gemeenteraadsleden werden na de gemeenteraad van 28 januari bekend gemaakt: Burgemeester Bart Tommelein (Open VLD), havenschepen Charlotte Verkeyn (N-VA); Alan Van Laer (Open VLD); Steven Nagels (N-VA); Wouter De Vriendt (Groen) en Krista Claeys (CD&V). De zes onafhankelijke leden zijn: Bart Brackx, ex-topman van Jetair en de WestEuropese afdeling van de TUI-groep; prof. dr. Carl Devos, politicoloog en vertegenwoordiger van UGent in West-Vlaanderen; Lisa Devriese, senior wetenschappelijk medewerker beleidsinformatie bij het Vlaams Instituut voor de Zee; Hannelore Hochepied, hoofdcommissaris directeur operaties Politiezone Oostende; Kathy Van Damme, operationeel manager bij Vlaams Energiebedrijf en Prof. Dr. Eric Van Hooydonk, docent haven- en maritiem recht. Dirk Declerck, CEO van Haven Oostende, wordt herbevestigd als Gedelegeerd Bestuurder.

•

Haven Oostende neemt aandelen van PMV, DEME en Artes-Group N.V. over en wordt de enige aandeelhouder van REBO N.V. Het is de grootste investering van het Havenbedrijf Oostende in 10 jaar. De REBO-terminal in de voorhaven van Oostende is gekend als de zwaarlastkade die gespecialiseerd is in stockage, pré-assemblage en het verschepen van windturbineonderdelen. In 2010 trok Haven Oostende extern kapitaal aan om de haven uit te bouwen tot dé logistieke offshore wind hub van het Zuidelijk deel van de Noordzee. Hiervoor werd samen met PMV, DEME en ArtesGroup N.V. Renewable Energy Base Ostend “REBO N.V.” opgericht. REBO treedt sindsdien op als logistiek ontwikkelaar die investeert in infrastructuren (zwaarlastkade, kaaimuren, kantoorgebouwen, …) op terreinen van Haven Oostende en verhuurt deze. Op negen jaar tijd is de REBO-terminal voldoende matuur geworden en heeft ze een stabiele balans waardoor de middelen en expertise van de initiële investeerders, aanwezig van bij de start, niet langer nodig zijn.


FEITEN EN ONTWIKKELINGEN ZEEHAVENS

Haven van Oostende

Totale oppervlakte

658 ha

Wateroppervlakte

199 ha

Totale lengte kaaimuren

8,2 km

Totale lengte spoorwegen

20 km

Totale lengte wegen

55 km

Bron: Havenbedrijf Oostende.

1.4.2 Bedrijven, industrie, energie en duurzaamheid

•

MHI Vestas, de Deense fabrikant van windturbines die sinds 2013 gevestigd is in de haven van Oostende, opende op 11 januari 2019 een nieuwe vleugel in het bedrijfsgebouw waar haar kantoren zijn gevestigd. De uitbreiding was nodig omdat het bedrijf vanaf 2020 244 windturbines op zee vanuit de haven van Oostende gaat onderhouden. Er werken intussen


55 FEITEN EN ONTWIKKELINGEN ZEEHAVENS meer dan 100 medewerkers in de Belgische vestiging van MHI Vestas. Haven Oostende heeft de volledige investering van € 2 miljoen voor haar rekening genomen. Het totale gebouw herbergt 1.300 m3 kantoorruimte en 1.000 m3 kantoren.

•

Op 17 mei 2019 werd het Blue Accelerator testplatform geïnstalleerd voor kust van Oostende. Het testplatform is een realisatie van het project Blue Accelerator, waarbij een “living lab” op zee wordt gecreëerd. De bedoeling is om via dit lab in real life zeecondities innovatieprojecten in uiteenlopende mariene en maritieme sectoren te lanceren, met focus op golf, wind- en getijdenenergie en de bredere blauwe economie. Voorbeelden van mogelijke tests zijn bijvoorbeeld het opwekken van golfenergie, corrosieonderzoek, kabelmanipulaties… Naast de realisatie van het testplatform en bijhorend ondersteunend kader, met o.m. een open innovatieplatform, zetten de projectpartners ook in op een innovatietraject voor de veelbelovende niche van drones voor offshore toepassingen.

•

Op 29 augustus 2019 kwam het hoogspanningsstation voor het windpark Northwester 2 aan in de haven van Oostende. Het Offshore High Voltage Station (OHVS) komt van bij de fabrikant Bladt Industries uit Aalborg (Denemarken). De installatie wachtte op het ponton in de haven van Oostende tot de voorbereidingswerken op zee voltooid waren.

•

Op 8 november 2019 werd Ostend Dronehub opgericht met als partners Haven Oostende, Economisch Huis Oostende, Rebo, Internationale Luchthaven Oostende-Brugge, Hogeschool Vives en VLOC. Ostend Dronehub is een kenniscentrum voor professionele drones. Ostend Dronehub profileert zich internationaal en koppelt bedrijven die dronediensten aanbieden aan bedrijven die dronediensten nodig hebben. Het proces wordt begeleid op zowel technisch (welke drones), operationeel (hoe testen en uitvoeren) en inhoudelijk (dataverwerking) vlak. De tweede focus is actief drone onderzoek.


FEITEN EN ONTWIKKELINGEN ZEEHAVENS

•

Op 9 november 2019 heeft het installatieschip “Vole au vent” van de Jan De Nul Group haar project in Haven Oostende afgerond. De Vole au vent plaatste gedurende zes maanden de funderingen van het Northwester 2 windpark: 23 funderingen voor de windturbines en 1 fundering voor het hoogspanningsstation. De bouw van het windpark, op 55 km voor de kust van Oostende, gaat daarna de volgende fase in. De Vole au vent wordt in Schiedam voorbereid om de windturbineonderdelen: wieken, torenelementen en gondels vanuit Vlissingen te installeren op de funderingen. De ingebruikstelling van Northwester 2 gebeurde dan terug vanuit Oostende, met het schip Acta Orion dat vanaf eind november 2019 tweewekelijks de haven aanliep. In 2020 moet Northwester 2 operationeel zijn.

•

In november 2019 installeerde Van Oord vanuit Oostende de elektriciteitskabel van windpark Norther. Dat is het dichtste windpark voor de kust, op 23 km van Oostende en telt 44 windturbines van MHI Vestas. De installatie van deze kabel gebeurt met de kabellegger Nexus. Van Oord organiseert vanuit Oostende ook het transport van de offshore techniekers die de Nederlandse windparken Borssele 3 en 4 onderhouden.

•

Vanaf eind november 2019 werd vanuit de haven van Oostende de Bold Tern ingezet om gedurende zes maanden onderhoudswerken uit te voeren aan de bladen van de windparken Belwind en Northwind.

•

In de achterhaven, Plassendale 1, werd eind 2019 een 20-jaar concessiecontract afgesloten met het nieuw bedrijf West Recycle. Dit bedrijf zal een productie-eenheid bouwen waar afvalstoffen verwerkt worden in eindproducten die terug kunnen hergebruikt worden als basisproduct in onder andere de bouwsector. Op het terrein van iets meer dan 6 ha groot zullen er hiervoor loodsen gebouwd worden zodat de eigenlijke verwerking van de afvalstoffen binnen kan gebeuren. Bovendien zal het bedrijf langs het kanaal een nieuwe kaai bouwen om overslag via het water rechtstreeks op hun terrein mogelijk te maken. Het bedrijf overweegt de


57 FEITEN EN ONTWIKKELINGEN ZEEHAVENS aankoop van een binnenschip. De activiteiten van West Recycle kaderen volledig binnen de Circulaire Industrie, ĂŠĂŠn van de vijf pijlers van Haven Oostende. Zo ontstaat er in de achterhaven langzaam maar zeker een cluster van bedrijven actief in de Circulaire Economie. Naast het terrein dat West Recycle zal betrekken bevindt zich al het Canadese bedrijf AIM Recycling Europe dat zich richt op de verwerking van non-ferro materialen. Renasci, een andere buur, is in volle opbouw en zal afval verwerken door het volledig om te zetten in energie en grondstoffen zonder restafval. Aan de overkant van het kanaal is er de biostoom installatie van Bionerga, de biofuel installatie van de Leo-groep en Top-Mix & TopAsfalt van de groep Verhelst. Niet te vergeten is er ook AeroCircular dat zich op de luchthaven van Oostende heeft gevestigd en vliegtuigonderdelen zal ontmantelen.


59

2 Overheidsuitgaven voor zeehavens 2.1. Vlaamse havens Sinds de staatshervorming van 1989 staat het Vlaamse Gewest in voor de overheidsuitgaven ten behoeve van de havens en de maritieme toegankelijkheid. Dit hoofdstuk belicht de overheidsuitgaven in de periode 1989-2019, met een verdere opsplitsing naar havens en maritieme toegankelijkheid. In 2019 besteedde het Vlaamse Gewest 381,8 miljoen euro in functie van de havens. De post “maritieme toegang” is goed voor 219,9 miljoen euro. Het gaat om onderhoudsbaggerwerken op zee en op de Westerschelde, verschillende verdiepingsprogramma’s, wrakkenruiming, VTS en de exploitatie van de AMORAS (Antwerpse Mechanische Ontwatering, Recyclage en Applicatie van Slib), de installatie om slib te ontwateren en te stockeren. Tot en met 2014 waren ook een aantal havenoverschrijdende kleine projecten en diversen inbegrepen in deze post. Vanaf 2015 wordt deze post apart gemeld. Het gaat hier bijvoorbeeld om kosten zoals het Waterbouwkundig Laboratorium, studies in opdracht van de Overheid, verkeerssimulaties e.d. Vanaf 2016 werd bij maritieme toegang ook een jaarlijks bedrag van 59,5 miljoen euro opgenomen voor de financiële bijdrage van Vlaanderen aan Nederland ten behoeve van de nieuwe sluis in Terneuzen.


OVERHEIDSUITGAVEN VOOR ZEEHAVENS

Voor de laatste vijf jaar (2015-2019) worden de overheidsuitgaven voor de vier Vlaamse havens apart weergegeven, met aanduiding van de belangrijkste projecten. Alle bedragen worden uitgerekend in prijzen van 2019 door middel van de ABEX-index1.

1

De A.B.E.X.-indexen zijn de indexcijfers van de bouwkostprijs.


61 OVERHEIDSUITGAVEN VOOR ZEEHAVENS Tabel 2.1 Overheidsuitgaven voor havens, miljoen euro, 1989-2019 (in prijzen 2019)

jaar

1989

1991

1992

1993

1998

1999

Antwerpen

119,86

89,59

110,84

119,28

101,81

31,49

63,54

106,37

59,50

109,67

89,83

North Sea Port Flanders

19,31

23,01

30,41

38,57

20,43

23,20

32,80

32,79

39,51

20,69

17,60

Zeebrugge

38,43

35,20

54,24

44,01

43,54

33,74

21,87

24,48

19,21

37,32

38,30

Oostende

7,09

8,67

18,11

2,31

4,04

18,28

16,91

25,26

27,25

23,90

24,31

Totaal havens

1990

1994

1995

1996

184,70 156,47 213,60 204,16 169,82 106,70 135,12 188,89

1997

145,47 191,58 170,04

102,42

114,39

101,28

115,27

136,37

160,41

164,71

178,55

227,51

221,62

230,71

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

Algemeen totaal

287,12

270,86

314,87

319,43

306,19

267,12

299,82

367,45

372,99

413,20

400,76

Maritieme toegang %

35,7%

42,2%

32,2%

36,1%

44,5%

60,1%

54,9%

48,6%

61,0%

53,6%

57,6%

Maritieme toegang Havenoverschrijdende kleine projecten en diversen*

jaar

2000

2001

2002

2003

2004

2005

2006

2007

2008

2009

2010

Antwerpen

66,60

72,85

151,42

183,16

172,85

136,88

98,46

85,52

112,91

96,30

83,15

North Sea Port Flanders

26,32

17,15

23,25

34,36

39,04

44,91

53,49

44,21

28,79

33,67

34,89

Zeebrugge

34,83

72,04

20,27

20,52

30,73

26,78

24,57

43,89

45,69

35,96

54,11

Oostende

26,51

9,49

22,46

14,63

12,85

8,93

16,96

13,09

20,13

47,17

18,27

Totaal havens

154,26 171,53 217,40 252,67 255,47 217,50 193,48 186,70

207,52 213,10 190,41

308,89

258,67

285,31

255,93

303,27

226,70

227,36

273,59

284,62

235,70

216,91

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

Algemeen totaal

463,15

430,20

502,71

508,60

558,74

444,19

420,84

460,29

492,13

448,80

407,32

Maritieme toegang %

66,7%

60,1%

56,8%

50,3%

54,3%

51,0%

54,0%

59,4%

57,8%

52,5%

53,3%

Maritieme toegang Havenoverschrijdend + diversen

jaar

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Totaal

Antwerpen

86,80

81,10

114,33

66,08

62,69

67,80

71,38

87,65

78,67

2.999,90

North Sea Port Flanders

24,43

9,37

4,50

6,34

17,68

4,08

8,19

3,62

3,35

762,63

Zeebrugge

59,61

32,56

28,36

21,91

18,11

16,63

39,86

9,81

50,22

1.084,44

8,98

11,13

13,35

17,22

17,35

6,17

5,35

8,57

6,52

484,24

94,68 124,78 109,64

138,76

5.331,20

Oostende Totaal havens

179,82 134,15 160,54 111,56 115,83 196,28

241,28

260,09

375,28

162,63

304,31

264,22

296,11

219,94

7.021,28

0,00

0,00

0,00

0,00

32,27

43,37

40,99

25,73

23,12

170,29

Algemeen totaal

376,11

375,43

420,63

486,84

310,74

442,36

429,98

431,48

381,82

12.522,77

Maritieme toegang %

52,2%

64,3%

61,8%

77,1%

52,3%

68,8%

61,4%

68,6%

57,6%

56,1%

Maritieme toegang Havenoverschrijdend + diversen*

Bron: Vlaamse Havencommissie, MORA, op basis van gegevens Vlaamse Gemeenschap, Dept. MOW, Afdeling Maritieme Toegang. Onder voorbehoud van wijzigingen via het Financieringsfonds voor schuldafbouw en eenmalige investeringsuitgaven (FFEU). * tot 2014 ondergebracht onder “maritieme toegang�.


OVERHEIDSUITGAVEN VOOR ZEEHAVENS

Antwerpen

North Sea Port Flanders

Zeebrugge

Oostende

Maritieme toegang

2019

2018

2017

2016

2015

2013

2014

2011

2012

2010

2009

2008

2007

2006

2005

2003

2004

2002

2001

2000

1999

1998

1997

1996

1995

1993

1994

1992

1991

1990

600 500 450 400 350 300 250 200 150 100 50 0

1989

miljoen euro prijsniveau 2019

Uitgaven voor havens door de Vlaamse overheid

Havenoverschrijdend + diversen

2.2. Haven van Antwerpen In 2019 werd door het Vlaams Gewest 78,7 miljoen euro besteed ten behoeve van de haven van Antwerpen. Ruim 28% daarvan zijn decreetkosten: werking van de sluizen en de havenkapiteinsdienst. Ook belangrijk zijn de kosten voor de bouw en financiering van AMORAS (Antwerpse Mechanische Ontwa-


63 OVERHEIDSUITGAVEN VOOR ZEEHAVENS tering, Recyclage en Applicatie van Slib, de installatie om slib te ontwateren en te stockeren). De meeste andere grote werken hebben betrekking op financiering, renovatie en herstelling van diverse sluizen in het havengebied en daarnaast ook een aantal wegenwerken. De beschikbaarheidsvergoeding voor de Kieldrechtsluis bedraagt 18 miljoen euro.

Tabel 2.2 Grote projecten haven van Antwerpen, 2015-2019, miljoen euro (in prijzen 2019) 2015

2016

2017

2018

2019

Totaal

Berendrechtsluis (saldo vanaf 1989)

0,02

0,55

1,10

0,00

0,00

1,66

Berendrechtsluis & zandvlietsluis

0,38

0,65

1,26

0,13

0,16

2,57

Zandvlietsluis

2,85

1,67

0,34

0,00

0,00

4,86

Reserve bovenrolwagens t.b.v. diverse sluizen

0,00

1,80

0,00

0,00

0,00

1,80

Bouw / Financieringskost AMORAS

7,88

7,79

7,60

7,34

7,10

37,71

Renovatie Van Cauwelaertsluis

0,02

0,04

0,00

0,00

0,00

0,06

Boudewijnsluis

2,56

5,77

0,13 32,99 28,35

69,80

Royerssluis en Kattendijksluis

0,00

0,00

0,22

0,23

0,02

0,46

Wegenwerken (o.a. havenring en logistiek park)

0,00

8,12

0,00

0,00

0,00

8,12

Verrebroekdok

0,00

0,23

0,00

0,00

0,00

0,23

Kieldrechtsluis

0,00

4,96 20,36 18,81 18,06

62,19

Herstellingswerken Kallosluis

0,06

0,00

0,00

0,00

0,00

0,06

Verdieping kaaimuren Vijfde Havendok en Industriedok

0,00

0,93

1,03

0,80

0,00

2,76

Wachtplaatsen Ketelplaat (binnenvaart)

0,00

0,00

5,62

0,00

0,93

6,55

Overige (kleinere werken en diversen)

19,18

7,46

8,15 10,09

2,45

47,33

Decreetkosten: werking sluizen

14,04 14,77 17,61 10,03 11,77

68,21

PROJECT

Decreetkosten: toelage kanaaldokken & commerciĂŤle ligplaatsen

6,60

5,82

0,00

0,00

0,00

9,53 10,38 10,18

12,42

Decreetkosten: havenkapiteinsdienst

11,21

9,85

51,15

Totaal Haven van Antwerpen

64,81 70,09 73,79 90,61 78,67

377,96

Bron: Vlaamse Havencommissie, MORA, op basis van gegevens Vlaamse Gemeenschap, Dept. MOW, Afdeling Maritieme Toegang


OVERHEIDSUITGAVEN VOOR ZEEHAVENS

2.3. North Sea Port Flanders In 2019 bedroegen de uitgaven van het Vlaams Gewest ten behoeve van North Sea Port Flanders 3,4 miljoen euro. Het gaat vooral om kleinere werken en diversen. De decreetkosten in North Sea Port Flanders bestaan uitsluitend uit een tussenkomst voor de werking van de havenkapiteinsdienst: 1,5 miljoen euro.

Tabel 2.3 Grote projecten North Sea Port Flanders, 2015-2019, miljoen euro (in prijzen 2019) PROJECT Moervaart Overige (kleinere werken en diversen) Decreetkosten: baggeren Zeekanaal Decreetkosten: havenkapiteinsdienst Totaal Haven van Gent

2015 2,07 14,24 0,11 1,85

2016 0,02 2,62 0,00 1,57

2017 5,76 1,13 0,00 1,58

2018 0,00 2,19 0,00 1,55

2019 0,67 1,19 0,00 1,50

18,28

4,22

8,46

3,74

3,35

Bron: Vlaamse Havencommissie, MORA, op basis van gegevens Vlaamse Gemeenschap, Dept. MOW, Afdeling Maritieme Toegang.

Totaal 8,52 21,37 0,11 8,04 38,05


65 OVERHEIDSUITGAVEN VOOR ZEEHAVENS

2.4. Haven van Zeebrugge In 2019 werd door het Vlaams Gewest 50,2 miljoen euro besteed ten behoeve van de haven van Zeebrugge. Dat dit aanzienlijk meer is dan de jaren ervoor is toe te schrijven aan de werken aan de Vandammesluis (o.m. renovatie deur, deurkamer, vervanging wegdekpanelen op bruggen). Verder zijn ook de decreetkosten een belangrijke kostenpost (werking van de sluizen en de havenkapiteinsdienst, in totaal 5,6 miljoen euro), de vernieuwing van de oevers van het Boudewijnkanaal, de nieuwe sluis en enkele kleinere werken.


OVERHEIDSUITGAVEN VOOR ZEEHAVENS Tabel 2.4 Grote projecten haven van Zeebrugge, 2015-2019, miljoen euro (in prijzen 2019) PROJECT Onderwaterdamwand kop Brittanniadok Strategisch Haveninfrastructuur Project Voorwand kaai CHZ-Terminal Aanleg Albert II-dok Werken Vandammesluis en vaargeul Werken Visartsluis Aanleg Zuidelijk kanaaldok en bijhorende terreinen Vernieuwen oevers Boudewijnkanaal Renovatie spoorbrug over Boudewijnkanaal Nieuwe sluis Zeebrugge Overige (kleinere werken en diversen) Decreetkosten: werking sluizen Decreetkosten: havenkapiteinsdienst Totaal Haven van Zeebrugge

2014 2015 2016 2017 2018 Totaal 0,00 0,00 3,48 0,00 0,00 3,48 0,10 0,00 0,00 0,00 0,00 0,10 0,26 0,03 0,00 0,00 0,00 0,28 0,13 0,00 2,29 0,00 0,00 2,42 6,41 4,28 21,51 1,45 35,58 69,23 0,32 0,00 1,56 0,09 0,03 1,99 0,02 0,00 0,00 0,00 0,00 0,02 1,87 1,85 1,81 1,74 2,92 10,20 0,00 1,81 0,00 0,00 0,00 1,81 0,00 0,00 0,00 0,00 3,53 3,53 3,12 3,13 4,64 2,26 2,54 15,70 3,68 3,70 3,71 2,43 3,51 17,02 2,81 2,38 2,22 2,18 2,11 11,69 18,72 17,19 41,21 10,14 50,22 137,48

Bron: Vlaamse Havencommissie, MORA, op basis van gegevens Vlaamse Gemeenschap, Dept. MOW, Afdeling Maritieme Toegang.


67 OVERHEIDSUITGAVEN VOOR ZEEHAVENS

2.5. Haven van Oostende In 2019 bedroegen de uitgaven van het Vlaams Gewest ten behoeve van de haven van Oostende 6,5 miljoen euro. Het gaat vooral om kleinere werken en diversen (2,8 miljoen euro) en werken aan de Demeysluis. De decreetkosten bedragen voor de haven van Oostende 1,3 miljoen euro.

Tabel 2.5 Grote projecten haven van Oostende, 2015-2019, miljoen euro (in prijzen 2019) PROJECT Renovatie kaai 101 thv bestuursgebouw DAB vloot Demeysluis: schilder- en herstellingswerken, electromechanische uitrusting deuren Overige (kleinere werken en diversen) Decreetkosten: werking sluizen Decreetkosten: havenkapiteinsdienst Totaal Haven van Oostende

2014 2015 2016 2017 2018 9,58 0,00 0,00 0,00 0,00

Totaal 9,58

0,00

1,47

0,00

0,00

2,43

3,89

7,00 0,57 0,79 17,94

3,67 0,58 0,67 6,38

4,21 0,57 0,75 5,53

7,55 0,57 0,74 8,86

2,82 0,56 0,71 6,52

25,25 2,85 3,66 45,23

Bron: Vlaamse Havencommissie, MORA, op basis van gegevens Vlaamse Gemeenschap, Dept. MOW, Afdeling Maritieme Toegang.


69

3 Havenarbeid

3.1. Wet Major De havenarbeid wordt in de Vlaamse havens volgens een zeer eigen, specifieke reglementering georganiseerd. De havenarbeiders hebben een eigen statuut. De algemene principes over havenarbeid in BelgiĂŤ worden geregeld in de kaderwet van 8 juni 1972 over de havenarbeid en de bijhorende uitvoeringsbesluiten ervan (de “Wet Majorâ€?). Conform het Koninklijk Besluit van 12 januari 1973 wordt onder havenarbeid alle behandelingen verstaan van goederen welke per zee- of binnenschepen, spoorwagons of vrachtwagens aan- of afgevoerd worden, en de met deze goederen in verband staande bijkomende diensten, ongeacht of deze activiteiten geschieden in de dokken, op bevaarbare waterwegen, op de kaden of in de instellingen welke gericht zijn op invoer, uitvoer en doorvoer van goederen, alsook alle behandelingen van goederen, welke per zee- of binnenschepen aan- of afgevoerd worden op de kaden van nijverheidsinstellingen.


HAVENARBEID Concreet betekent dit dat alle goederen die een haven binnenkomen – op welke wijze ook – behandeld moeten worden door erkende havenarbeiders. Toch zijn er binnen de uitvoeringsbesluiten en collectieve arbeidsovereenkomsten een aantal goederencategorieën opgesomd waarvoor deze regel niet telt. Zo kan men stellen dat voor alle Vlaamse havens, bij de aan- en afvoer en behandeling van vloeibare aardolieproducten,2 geen havenarbeid in de strikte zin van het woord vereist is. Voor de behandeling van andere vloeibare bulk, zoals bijvoorbeeld fruitsap of visolie, moeten wel havenarbeiders worden aangeworven. Bovendien moet een onderscheid gemaakt worden tussen enerzijds de bedrijven gericht op in, uit- en doorvoer en anderzijds de industriële ondernemingen.

3.2. Toepassingsgebied De geografische havengebieden waarbinnen de reglementeringen van de havenarbeid van toepassing zijn, zijn territoriaal vastgelegd en duidelijk beschreven in het Koninklijk Besluit van 12 januari 1973 (B.S. 23 januari 1973). De grenzen, waarbinnen de wet op de havenarbeid van toepassing is, vallen niet altijd samen met de officiële grenzen van de havens. Ondanks het feit dat de havenarbeid in alle Belgische havens geregeld is door eenzelfde wet, bestaan er verschillen inzake de concrete uitwerking ervan tussen de verschillende havens waardoor onderlinge vergelijking moeilijk is. De rechten en de plichten van zowel de havenarbeiders als van de werkgevers die hen tewerkstellen worden door deze collectieve arbeidsovereenkomsten bepaald. De Codex, een vorm van arbeidsreglement, wordt regelmatig bijgewerkt en aangepast door het paritair subcomité van iedere haven, een officieel organisme. Het is paritair samengesteld uit enerzijds vertegenwoordigers van de werkgevers die havenarbeiders tewerkstellen en anderzijds 2 Bijkomende uitzondering is ook de behandeling van vis die aangevoerd wordt door vissersvaartuigen.


71 HAVENARBEID vertegenwoordigers van de vakbonden waarbij de havenarbeiders aangesloten zijn. Een vertegenwoordiger van de Minister van Tewerkstelling en Arbeid zit het paritair subcomité voor. De wet van 8 juni 1972 werd verder uitgebreid door de wet van 17 juli 1985. Deze laatste bepaalt dat de werkgevers die havenarbeiders in dienst nemen verplicht worden om zich bij een werkgeversorganisatie aan te sluiten die alle sociaalrechtelijke verplichtingen met betrekking tot de havenarbeiders vervult. Deze werkgeversorganisaties zijn op hun beurt lid van het “Werkgeversverbond der Belgische Havens”.

Werkgeversorganisaties: CEPA (Centrale der Werkgevers aan de haven van Antwerpen), CEPG (Centrale der Werkgevers aan de haven van Gent), CEWEZ (Centrale der Werkgevers aan de haven van Zeebrugge) en (tot 30 juni 2017) CEWO (Centrale der Werkgevers Oostende). Sinds 1 juli 2017 is CEWEZ vzw ook aangesteld als wettelijke lasthebber voor de havens van Oostende en Nieuwpoort. Werknemersorganisaties: BTB (Belgische Transportbond), ACV-Transcom (ACV – Transport en Communicatie) en ACLVB (Algemene Centrale der Liberale Vakbonden van België).

Over het algemeen zijn de havenarbeiders aangesloten bij één van de drie grote werknemersorganisaties. Deze drie grote vakbonden plegen regelmatig gezamenlijk overleg inzake havenaangelegenheden. Daarvoor hebben de drie vakbonden een overlegorgaan, het “Gemeenschappelijk Vakbondsfront havens van België”, opgericht.


HAVENARBEID

3.3. Historische evolutie Sinds de Wet Major van 1972 zijn er belangrijke aanpassingen aan de regelgeving gebeurd: • In de jaren 1990 werd op vraag van de werkgevers de categorie “logistieke havenarbeiders” geïntroduceerd. Deze havenarbeiders worden voor logistieke taken ingezet en verdienen minder.


73 HAVENARBEID • In het begin van de jaren 2000 werd door de Europese Commissie twee keer de zgn. “Port Package” gelanceerd, met daarin een havenrichtlijn om de havensector te liberaliseren, die verstrekkende gevolgen zou hebben voor de havenarbeid. Eén van de vele struikelblokken was de introductie van de “zelfafhandeling”, waarbij onder bepaalde voorwaarden de bemanning van het schip zelf zou mogen laden en lossen. De Port Packages van 2001 en 2004 zijn uiteindelijk niet goedgekeurd. Een sterk afgezwakte versie van de Port Package, in de vorm van een havenverordening, werd in 2016 goedgekeurd. Deze verordening had geen gevolgen voor de havenarbeid. • In 2013 werd bij de Europese Commissie een formele klacht ingediend tegen de Belgische Wet Major. In dit verband stuurde de Europese Commissie in 2014 een officiële ingebrekestelling aan België. Als België zijn wetgeving niet zou aanpassen, dan zou er mogelijk een veroordeling door het Hof van Justitie in Luxemburg volgen met financiële gevolgen. • Toenmalig Minister Monica De Coninck en haar opvolger Kris Peeters hebben geprobeerd in 2014 en 2015 om tot een akkoord te komen met de sociale partners om de wetgeving op de havenarbeid aan te passen teneinde een Europese veroordeling te voorkomen. In april 2016 bereikten de sociale partners een akkoord. In juni 2016 keurden havenarbeiders van het algemeen contingent het akkoord goed. • In juli 2016 werd het Koninklijk Besluit3 gepubliceerd met daarin de wijzigingen aan de wetgeving over de havenarbeid. • De Europese Commissaris die bevoegd is voor dit dossier, Violetta Bulc, is akkoord met de nieuwe wetgeving (december 2016).

3 Belgische Staatsblad, “Koninklijk Besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 5 juli 2004 betreffende de erkenning van havenarbeiders in de havengebieden die onder het toepassingsgebied vallen van de wet van 8 juni 1972 betreffende de havenarbeid”, 10 juli 2016.


HAVENARBEID

3.4. De havenarbeiders als onderdeel van de havengebonden tewerkstelling De havenarbeiders opgenomen in de pool (dit is de nieuwe benaming voor “havenarbeiders van het algemeen contingent”) vormen slechts een onderdeel van de totale tewerkstelling in de havengebonden sector4. In de studies van de Nationale Bank van België (NBB) vormen zij geen aparte entiteit5. De havenarbeiders zijn inbegrepen in de personeelssterkte van de stouwers en de opslagbedrijven die hen aanwerven voor het uitoefenen van bepaalde opdrachten. In de studies van de NBB worden de werkende havenarbeiders opgenomen. Deze aantallen worden bovendien uitgedrukt in voltijdse equivalenten. Deze berekeningswijze houdt geen rekening met werkloze en arbeidsongeschikte havenarbeiders. Er zijn dus meer havenarbeiders bij de havengebonden activiteiten betrokken dan wat blijkt uit de tewerkstellingscijfers vermeld in de studies van de NBB. Dit hoofdstuk is gebaseerd op de gegevens die door de centrales der werkgevers in de vier havens werden verstrekt (en dus niet door de NBB). In hoofdstuk 4 worden de werkgelegenheidsgegevens van de NBB besproken, inclusief de havenarbeid. De havenarbeiders komen ook niet apart voor in de RSZ-statistieken, ondanks de eigenheid en de specificiteit van hun arbeidsstatuut.

4 De Nationale Bank van België berekende dat er in totaal in de Vlaamse havens meer dat 100.000 voltijdse equivalenten tewerkgesteld zijn (directe werkgelegenheid). Het gaat om een hele waaier van beroepen en sectoren, zowel in de maritieme sector als in logistiek, handel en industrie. De havenarbeid zoals in dit hoofdstuk beschreven is slechts een klein deel daarvan, nl. 8.000 à 8.500 havenarbeiders. 5 In de studie van de GOM West-Vlaanderen en de Port of Zeebrugge worden ze wel als aparte entiteit beschouwd binnen de havengebonden activiteiten.


75 HAVENARBEID

3.5. Havenarbeiders opgenomen in de pool Sinds het Koninklijk Besluit van juli 2016 wordt de term “havenarbeiders algemeen contingent” vervangen door “havenarbeiders opgenomen in de pool”. Het gaat om de volgende beroepscategorieën: 1.

havenarbeiders algemeen werk;

2.

gespecialiseerde beroepscategorieën: dokautovoerders, dokautovoerders-kraanmannen, dekmannen, markeerders, kuipers;

3. beroepscategorieën bestuurders speciale tuigen: walkraanmannen, walkraanmannen/speciale tuigen, dokautovoerders-kraanmannen/speciale tuigen; 4. kaderpersoneel (leidinggevend personeel): ceelbazen, foremannen, chef-markeerders, assistent-chef-markeerders, conterbazen; 5.

beroepscategorie containerschadevaststellers.


HAVENARBEID In de tabellen 3.1 tot 3.4 wordt de evolutie weergegeven van het aantal havenarbeiders opgenomen in de pool en het aantal gepresteerde taken per jaar.

Tabel 3.1 Evolutie havenarbeiders opgenomen in de pool en gepresteerde taken, haven van Antwerpen, 1980-2019 Jaar

Havenarbeiders opgenomen in de pool

Totaal aantal gepresteerde taken / jaar (havenarbeiders opgenomen in de pool)

1980

9.270

1.613.105

Gemiddeld aantal taken per arbeider per jaar (havenarbeiders opgenomen in de pool) 174

1990

7.009

1.384.598

198

2000

5.567

1.071.813

193

2001

5.388

1.076.236

200

2002

5.720

1.153.354

202

2003

5.739

1.182.298

206

2004

6.303

1.232.722

196

2005

6.742

1.274.413

189

2006

6.900

1.303.664

189

2007

6.819

1.356.651

199

2008

6.898

1.377.539

200

2009

6.650

1.228.708

185

2010

6.240

1.322.822

212

2011

6.053

1.170.631

193

2012

6.029

1.166.335

193

2013

6.160

1.183.817

192

2014

6.181

1.162.372

188

2015

6.131

1.193.747

195

2016

6.136

1.211.218

197

2017

6.277

1.262.963

201

2018

6.723

1.315.804

196

2019

7.053

1.335.804

189

Bron: Vlaamse Havencommissie, MORA, CEPA, AGHA (SEA).


77 HAVENARBEID Tabel 3.2 Evolutie havenarbeiders opgenomen in de pool en gepresteerde taken, North Sea Port Flanders (haven Gent), 1980-2019 Jaar

Havenarbeiders opgenomen in de pool

1980 1990 2000

787

Totaal aantal gepresteerde taken / jaar (havenarbeiders opgenomen in de pool) 131.095

Gemiddeld aantal taken per arbeider per jaar (havenarbeiders opgenomen in de pool) 167

761

126.293

166

479

81.142

169

2001

459

75.185

164

2002

430

67.620

157

2003

424

68.768

162

2004

442

76.980

174

2005

430

74.967

174

2006

432

79.465

184

2007

464

81.536

176

2008

458

88.500

193

2009

445

66.990

151

2010

419

81.659

195

2011

463

95.268

206

2012

457

86.978

190

2013

456

82.818

182

2014

425

79.222

186

2015

439

80.667

184

2016

419

77.876

186

2017

425

81.632

192

2018

459

84.268

184

2019

458

86.279

189

Bron: Vlaamse Havencommissie, MORA, Centrale van de Werkgevers aan de Haven van Gent, CEPG.


HAVENARBEID Tabel 3.3 Evolutie havenarbeiders opgenomen in de pool en RSZ-dagen, haven van Zeebrugge, 1980-2019 Jaar

Havenarbeiders opgenomen in de pool

Totaal aantal gepresteerde RSZ-dagen

Gemiddeld aantal RSZ-dagen per arbeider per jaar (havenarbeiders opgenomen in de pool) 111

1980

327

36.162

1990

862

158.725

184

2000

1.080

238.235

221

2001

1.058

235.986

223

2002

1.037

228.979

221

2003

1.000

228.463

228

2004

1.089

247.497

227

2005 2006

1.246 1.395

281.247 309.241

226 222

2007

1.487

347.898

234

2008

1.645

352.689

214

2009

1.560

288.796

185

2010

1.516

331.731

219

2011

1.499

332.766

222

2012

1.480

294.914

199

2013

1.458

322.266

221

2014

1.541

333.656

217

2015

1.568

355.574

227

2016

1.696

402.959

238 231

2017

1.796

414.548

2018

1.833

422.096

230

2019

1.915

434.500

227

Bron: Vlaamse Havencommissie, MORA, CEWEZ. RSZ-dagen: Effectief gepresteerde dagen + betaalde vakantie- en feestdagen.


79 HAVENARBEID


HAVENARBEID Tabel 3.4 Evolutie havenarbeiders opgenomen in de pool, haven van Oostende, 1990-2017 Jaar

Havenarbeiders opgenomen in de pool

1990

55

2000

40

2001

34

2002

45

2003

59

2004

57

2005

53

2006

58

2007

66

2008

76

2009

74

2010

40

2011

34

2012

31

2013

33

2014

22

2015

13

2016

12

2017*

-

Bron: Vlaamse Havencommissie, MORA, Autonoom Gemeentebedrijf Haven Oostende, Sociale Samenwerking - Group S. * Sinds 1 juli 2017 is CEWEZ vzw ook aangesteld als wettelijke lasthebber voor de havens van Oostende en Nieuwpoort. De havenarbeiders van Oostende en Nieuwpoort zijn vanaf dat moment opgenomen in de tabel voor Zeebrugge.


81 HAVENARBEID

3.6. Logistiek en vaklui Sinds het Koninklijk Besluit van juli 2016 worden de logistieke werknemers niet meer gerekend als havenarbeider. Ook vaklui worden niet tot de havenarbeiders gerekend. Hierbij de situatie per haven voor 2019 (31 december). Haven Antwerpen:

• •

Logistieke werknemers: 1.637 Vaklui: 918

North Sea Port Flanders:

• • •

Logistieke werknemers: 32 Vaklui: 89 Havenarbeiders buiten de pool: markeerders: 26

Haven Zeebrugge:

• • •

Logistieke werknemers: 450 Vaklui: 27 Fruitsorteerders: 4


83

4 Sociaal-economisch belang Vlaamse zeehavens 4.1. Inleiding De toegevoegde waarde, de werkgelegenheid en de investeringen geven het belang weer van de Vlaamse zeehavens. In dit hoofdstuk worden deze indicatoren bekeken voor de periode 2013-2018. Kort samengevat: • De totale directe toegevoegde waarde voor de vier Vlaamse havens bedroeg in 2018 17,2 miljard euro. De totale toegevoegde waarde, dus directe en indirecte toegevoegde waarde samen, bedroeg in 2018 29,1 miljard euro. Dit is 6,3% van het Belgische BBP (10,8% van het Vlaamse BBP). • De directe werkgelegenheid bedroeg 106.320 voltijdse equivalenten (VTE’s). Met de indirecte werkgelegenheid erbij wordt dit in totaal 224.865 VTE. Dit is 5,3% van de werkende bevolking in België (bijna 9,0% van de werkende bevolking in het Vlaams Gewest). • Er werd in de Vlaamse havens ruim 5,6 miljard euro geïnvesteerd in 2018.


SOCIAAL-ECONOMISCH BELANG VLAAMSE ZEEHAVENS

4.2. Definities en methodologie 4.2.1 Algemeen Als basis voor dit hoofdstuk werd het rapport “The economic importance of the Belgian ports: Flemish maritime ports, Liège port complex and the port of Brussels - Report 2018” gebruikt, dat door de Nationale Bank van België (NBB) in de reeks ‘Working papers - document series6’ in juli 2020 werd gepubliceerd. De methodiek wordt uitvoerig toegelicht in het verslag 20047 van dit rapport. Aangezien de toegevoegde waarde en de investeringen vermeld zijn in lopende prijzen, dus zonder correctie voor de inflatie, wordt de vertekening van de evolutie steeds groter naarmate de periode groter wordt. De toegevoegde waarde en investeringen in lopende prijzen kunnen niet met andere data zoals tewerkstelling en goederenoverslag vergeleken worden, omdat er geen gebruik wordt gemaakt van constante prijzen. Sinds de gegevens van de Nationale Bank van België in het Jaaroverzicht van de Vlaamse Havencommissie (vanaf 2019 van de MORA) voor het eerst werden opgenomen, is de methodiek enkele malen bijgewerkt. Voor de berekening van de directe effecten wordt de Nace-Bel 2008 code gebruikt voor de selectie van de ondernemingen. Voor de berekening van de indirecte effecten wordt gewerkt met de meest recente input-outputtabellen van het Planbureau en aanbod en gebruikstabellen van het Instituut voor de Nati-

6 Rubbrecht I., Burggraeve K., “The economic importance of the Belgian ports: Flemish maritime ports, Liège port complex and the port of Brussels - Report 2018”, Working paper nr. 384, Nationale Bank van België, Brussel, 2020. Geïnteresseerden kunnen alle data downloaden van de website van de Nationale Bank: http://stat.nbb.be/Index.aspx?DataSetCode=AMPORTS om er hun eigen analyses mee te verrichten. 7 Lagneaux F, “Economisch belang van de Belgische havens: Vlaamse zeehavens en Luiks havencomplex, verslag 2004”, Working paper nr. 86, Nationale Bank van België, Brussel, 2006.


85 SOCIAAL-ECONOMISCH BELANG VLAAMSE ZEEHAVENS onale Rekeningen (INR). Midden 2011 startte het INR met de publicatie van statistieken op basis van de Nace-Bel 2008 code. De interpretatie van de indirecte effecten dient met de nodige voorzichtigheid te gebeuren. Als gevolg van dit alles kunnen de gegevens in dit jaaroverzicht afwijken van deze uit de vorige edities. Door onderzoeksinstellingen en universiteiten werd heel wat onderzoek uitgevoerd naar het economische belang van de havenactiviteiten. Dit staat rechtstreeks in verband met de definiëring van de “maritieme cluster”, of het geheel van bedrijfstakken (ondernemingen en leveranciersketens) die aan de havens verbonden zijn. De interpretatie kan enigszins verschillen al naargelang het land of de regio, maar algemeen wordt aangenomen dat de haven zich op het kruispunt van die activiteitstakken bevindt. Om het belang van de haven te kennen moet men bijgevolg die bedrijfstakken bestuderen die de haven uitmaken of die ermee interactie hebben. Daarom worden in de studie van de havenactiviteit in België twee clusters onder de loep genomen: de maritieme cluster en de niet-maritieme cluster. De maritieme cluster omvat de bedrijfsactiviteiten die eigen zijn aan de havens en waarvan het bestaan essentieel is voor de havens. Tot die bedrijfsactiviteiten behoren het beheer en het onderhoud van de havens, navigatie, overslag, opslag, baggeren, visserij, maritieme diensten, exploitatie van zeesluizen enz. De publieke sector betrokken bij het havengebeuren wordt integraal bij de maritieme cluster ondergebracht. Tot de niet-maritieme cluster behoren vier segmenten die, niettegenstaande ze geen rechtstreekse economische band hebben met de havenactiviteiten, toch van belang zijn voor de havens omdat de niet-maritieme cluster voor een deel van haar activiteiten direct afhangt van de geografische nabijheid van die havens.


SOCIAAL-ECONOMISCH BELANG VLAAMSE ZEEHAVENS Het betreft vier segmenten: • industrie: onder meer chemische industrie, metaalindustrie, automobielindustrie en energiesector; • handel: de keten van tussenpersonen in de handel die een band met de havens hebben, zoals toeleveranciers, import-export bedrijven, handelsbedrijven die een band hebben met de bovengenoemde industrie; • vervoer over land: de verschillende vervoermodi te land (wegvervoer, spoorwegvervoer, pijpleidingen enz.); • andere logistieke diensten: bedrijven die niet-specifieke maritieme diensten leveren in de havens, zoals o.a. informaticadiensten, schade-experts, controlebureaus en consultancy. De bedrijven die behoren tot de maritieme cluster maken de havenactiviteit uit en hebben bijgevolg een rechtstreeks economisch verband met de havens. De bedrijven van de niet-maritieme cluster daarentegen hebben slechts een onrechtstreekse economische band met de havens, een band die tot uiting komt door hun vestiging in het havengebied. Het al dan niet opnemen van een onderneming in de analyse van de Nationale Bank verschilt naargelang de cluster. Voor de niet-maritieme cluster worden eerst de activiteiten (Nace-codes) geselecteerd die van belang kunnen zijn voor een haven. Bij de bepaling daarvan heeft men zich gebaseerd op de studies die in het verleden werden gemaakt. Ondernemingen die voldoen aan dit functioneel criterium moeten bovendien ook nog voldoen aan een geografisch criterium, d.w.z. zij moeten daadwerkelijk in het gedefinieerde havengebied liggen.


87 SOCIAAL-ECONOMISCH BELANG VLAAMSE ZEEHAVENS

Die definiëring van het havengebied berust op het koninklijk besluit van 2 februari 19938. Het havengebied kan echter wijzigen in functie van politieke keuzes, van ontwikkelingen en overeenkomsten op het gebied van het milieu en ruimtelijke ordening. De afbakening van een havengebied aan de hand van de straatnamen en postcodes kan in functie van deze evoluties aangepast worden. Het volstaat in de toekomst na te gaan of een bepaalde straat nog tot het havengebied behoort om de bedrijven die er gevestigd zijn al dan niet op te nemen in de studie.

8 Voor de juiste afbakening van de havengebieden: zie ‘Afbakening havengebied’ bij ‘Steekkaarten Vlaamse havens’ op de website van de Vlaamse Havencommissie (www.vlaamsehavencommissie.be). De VHC is ondertussen geïntegreerd in de Mobiliteitsraad van Vlaanderen.


SOCIAAL-ECONOMISCH BELANG VLAAMSE ZEEHAVENS Voor de bedrijven die in meerdere arrondissementen vestigingen hebben, werden de exploitatiezetels in het havengebied geselecteerd op basis van gegevens van het Instituut voor de Nationale Rekeningen. Voor de bedrijven van de maritieme cluster primeert het functionele criterium, wat dus impliceert dat het voor die bedrijven niet noodzakelijk is dat ze in het havengebied zijn gevestigd. Voor sommige activiteiten, die in de Naceclassificatie te ruim kunnen worden geïnterpreteerd, wordt evenwel ook een geografische vereiste gesteld. Samenvatting selectiebasis bedrijven in de vier Vlaamse havens Bedrijven behorend tot de niet-maritieme cluster: Moeten deel uitmaken van de bedrijfstakken die een economische band met de zeehavens hebben. De bedrijven die slechts in één arrondissement zijn gevestigd, moeten hun maatschappelijke zetel hebben in het havengebied zoals het werd gedefinieerd in het koninklijk besluit van 2 februari 1993. Voor de bedrijven die vestigingen hebben in meerdere arrondissementen: enkel de activiteiten van de exploitatiezetel in het havengebied worden opgenomen. Bedrijven behorend tot de maritieme cluster: Deze bedrijven moeten in hoofdzaak een functionele band met de haven hebben. Vijftien bedrijfstakken voldoen aan die vereiste en worden in de studie opgenomen. Al naargelang de aard van de bedrijfstakken dient toch een onderverdeling in drie aparte geografische groepen gemaakt te worden. Bedrijven die gevestigd zijn in het havengebied, in de strikte betekenis van het woord: • visverwerkende en visconserverende bedrijven • productie van diepgevroren vis en visproducten


89 SOCIAAL-ECONOMISCH BELANG VLAAMSE ZEEHAVENS • bouw en herstelling van pleziervaartuigen • baggerwerken • overige waterbouw • overige handel • overige goederenbehandeling • opslag in koelpakhuizen • overige opslag • de Zeemacht Bedrijven die gevestigd zijn in het “ruime havengebied” (d.w.z. die een geografische NIS-code hebben die tot een haven kan toegerekend worden): • expeditieagentschappen • scheepsagenturen • douaneagentschappen • tussenpersonen in het vervoer • andere activiteiten in verband met de organisatie van de het goederenvervoer • bevrachtingsbedrijven • de openbare diensten betrokken bij het havengebeuren Deze aparte opdeling dringt zich op door het feit dat het merendeel van de bevrachtingsbedrijven en van de expeditieagentschappen gevestigd is in de nabijheid van de havens, maar niet in het havengebied, zoals gedefinieerd in het koninklijk besluit van 2 februari 1993 zelf.


SOCIAAL-ECONOMISCH BELANG VLAAMSE ZEEHAVENS Bedrijven die op het nationale grondgebied zijn gevestigd, die behoren tot die bedrijfstakken waarvan uit de definitie blijkt dat ze een rechtstreeks economisch verband met de havens hebben: • visserij • scheepsbouw en scheepsherstelling • zee- en kustvaart • binnenvaart • goederenbehandelaars in havens (terminals, naties enz.) • ondersteunende diensten voor het vervoer te water (aanpassing van vaarwegen, uitrusting voor maritiem vervoer, enz.)

Sommige bedrijven van die laatste groep zijn niet in de haven gevestigd.

Voor de indirecte effecten heeft de Nationale Bank van België gewerkt met nieuwe en bijgewerkte data van het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR). Met deze nieuwe data werden de indirecte effecten in de havens herberekend en bijgevolg kunnen de hier vermelde cijfers afwijken van vorige edities van het jaaroverzicht “Vlaamse havens (…)”. In de havenstudie van de Nationale Bank van België worden de indirecte effecten voor elke haven apart berekend. Aangezien een haven ook afgeleide economische effecten kan genereren in andere havens, wordt een deel van haar indirecte effecten tenietgedaan als de berekening op een geaggregeerd niveau gebeurt, m.a.w. voor een aantal havens tezamen. De som van de indirecte effecten per haven is dus hoger dan de indirecte effecten berekend op basis van de havens in hun totaliteit.


91 SOCIAAL-ECONOMISCH BELANG VLAAMSE ZEEHAVENS

4.2.2 Toegevoegde Waarde De toegevoegde waarde in de studies van de Nationale Bank van België wordt als volgt berekend: Privébedrijven De toegevoegde waarde is samengesteld uit volgende elementen die uit de neergelegde jaarrekeningen werden overgenomen:

• •

personeelskosten: rubrieken 62 (lonen, sociale lasten en pensioenen); afschrijvingen: rubrieken 630 van de jaarrekeningen (dotaties voor afschrijvingen en waardeverminderingen van de oprichtingskosten en materiële en immateriële vaste activa), 631/4 (waardeverminderingen) en 635/7 (provisies voor risico’s en kosten);

•

overige kosten: rubriek 640/8 (andere bedrijfskosten) min rubriek 649 (als herstructureringskosten geactiveerde bedrijfskosten);

• • • •

bedrijfsresultaat: rubriek 70/64 (winst) of 64/70 (verlies, in min); niet-recurrente bedrijfsopbrengsten: rubriek 76A (in min); niet-recurrente bedrijfskosten: rubriek 66A; exploitatiesubsidies: rubriek 740 (in min).

De methode om de toegevoegde waarde te berekenen verschilt licht van de methode die wordt toegepast in de nationale rekeningen, onder meer in de manier waarop met de afschrijvingen wordt rekening gehouden. Voor bedrijven die in meerdere arrondissementen vestigingen hebben, wordt de totale toegevoegde waarde verdeeld over de verschillende vestigingen in verhouding tot de tewerkstellingsgegevens van het INR. De analyse van de toegevoegde waarde van ondernemingen met verschillende vestigingen moet dus met de nodige voorzichtigheid gebeuren.


SOCIAAL-ECONOMISCH BELANG VLAAMSE ZEEHAVENS Overheidsbedrijven De toegevoegde waarde van de overheidsbedrijven wordt bepaald op basis van de in enquêtes meegedeelde personeelskosten en een toeslag berekend op basis van data uit de nationale rekeningen. Voor wat de creatie van de indirecte toegevoegde waarde betreft werden de gegevens voor het jaar 2018 berekend. De berekende indirecte effecten worden niet verder opgesplitst.

4.2.3 Werkgelegenheid De werkgelegenheid wordt berekend op basis van rubriek 9087 van de gepubliceerde jaarrekeningen. Voor bedrijven die in meerdere arrondissementen vestigingen hebben, worden enkel de werknemers van de vestiging in het havengebied opgenomen. Deze tewerkstellingsgegevens worden bijgehouden door het INR. Omdat de verdeling op basis van de INR-cijfers de enige methode is die voorhanden is om een verdeling over de verschillende vestigingen te berekenen, wordt deze methode ook toegepast voor de verdeling van de toegevoegde waarde en van de investeringen. Voor wat de creatie van de indirecte werkgelegenheid betreft werden de gegevens voor het jaar 2018 berekend. De berekende indirecte effecten worden niet verder opgesplitst. Voor de indirecte effecten heeft de Nationale Bank van België gewerkt met nieuwe en bijgewerkte data van het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR). In de havenstudie van de Nationale Bank van België worden de indirecte effecten voor elke haven apart berekend. Aangezien een haven ook afgeleide economische effecten kan genereren in andere havens, wordt een deel van haar indirecte effecten tenietgedaan als de berekening op een geaggregeerd niveau gebeurt, m.a.w. voor een aantal havens tezamen. De som van de indi-


93 SOCIAAL-ECONOMISCH BELANG VLAAMSE ZEEHAVENS recte effecten per haven is dus hoger dan de indirecte effecten berekend op basis van de havens in hun totaliteit.

4.2.4 Investeringen De investeringen in de studies van de Nationale Bank van België worden als volgt berekend: Privé-bedrijven Bij de bepaling van de investeringen tegen lopende prijzen wordt volgende basisregel gevolgd: de investeringen zijn gelijk aan de totale materiële vaste activa die het bedrijf in de loop van het boekjaar heeft verworven (inclusief de geproduceerde vaste activa), vermeld in rubriek 8169 van de jaarrekeningen. Als het bedrijf echter in de loop van het boekjaar activa heeft overgenomen van derden, worden de INR-gegevens gebruikt, die correcties ondergaan en waarin geen enkel bedrag is opgenomen inzake eventuele overnames. In tegenstelling tot de methode van de nationale rekeningen vindt echter geen aanvullende correctie plaats voor desinvesteringen. Voor bedrijven die meerdere vestigingen hebben, worden de investeringen van het bedrijf verdeeld over de verschillende vestigingen in verhouding tot de tewerkstellingsgegevens van het INR. Omdat de verdeling op basis van de INR-cijfers de enige methode is die voorhanden is om een verdeling over de verschillende vestigingen te berekenen, wordt deze methode ook toegepast voor de verdeling van de toegevoegde waarde en de werkgelegenheid. De analyse van de toegevoegde waarde en de investeringen van ondernemingen met verschillende vestigingen moet dus met de nodige voorzichtigheid gebeuren. Overheidsbedrijven De investeringen van de overheidsbedrijven worden bepaald op basis van de resultaten van de enquêtes, verstuurd naar de diverse openbare instellingen.


SOCIAAL-ECONOMISCH BELANG VLAAMSE ZEEHAVENS

4.3. Toegevoegde waarde 4.3.1 Vlaamse havens De totale toegevoegde waarde bedroeg in 2018 in de vier Vlaamse havens samen 29,1 miljard euro. De directe toegevoegde waarde bedroeg 17,2 miljard euro, terwijl de indirecte toegevoegde waarde uitkwam op 11,9 miljard euro. Iets meer dan de helft van de directe toegevoegde waarde werd gecreëerd in de industrie, terwijl de maritieme cluster goed was voor iets meer dan een kwart van de directe toegevoegde waarde.

4.3.2 Haven van Antwerpen De directe toegevoegde waarde in de haven van Antwerpen bedroeg in 2018 11,1 miljard euro. Dat Antwerpen een zeer belangrijke industriële haven en één van de belangrijkste chemische clusters ter wereld is, blijkt uit de cijfers: ruim de helft van de directe toegevoegde waarde werd gerealiseerd in de industrie. De maritieme cluster was in 2018 goed voor een directe toegevoegde waarde van 3,5 miljard euro en de niet-maritieme cluster voor ruim 7,6 miljard euro. Het totaal van directe en indirecte toegevoegde waarde lag in 2018 op bijna 19,0 miljard euro.

4.3.3 North Sea Port Flanders In 2018 bedroeg de directe toegevoegde waarde in North Sea Port Flanders 4,5 miljard euro. Met de staalindustrie en de autoassemblage is North Sea Port Flanders een belangrijke industriële haven. De sector industrie was goed voor bijna twee derde, en de niet-maritieme cluster voor 92% van de directe toegevoegde waarde. Acht procent van de directe toegevoegde waarde werd in 2018 gerealiseerd door de maritieme cluster. Het totaal van directe en indirecte toegevoegde waarde lag in 2018 op 8,5 miljard euro.


95 SOCIAAL-ECONOMISCH BELANG VLAAMSE ZEEHAVENS

4.3.4 Haven van Zeebrugge De haven van Zeebrugge is in de eerste plaats een overslaghaven. Dit blijkt duidelijk uit de cijfers van de directe toegevoegde waarde: ruim 57% van de directe toegevoegde waarde, die in 2018 ruim 1,0 miljard euro bedroeg, werd gecreĂŤerd door de maritieme cluster. De industrie is er verhoudingsgewijs minder belangrijk dan in de andere Vlaamse havens, met een aandeel van 23%. Het totaal van directe en indirecte toegevoegde waarde lag in 2018 op 1,8 miljard euro.

4.3.5 Haven van Oostende In 2018 bedroeg de directe toegevoegde waarde in de haven van Oostende 568 miljoen euro. Daarvan werd 59% gegenereerd door de industrie (in hoofdzaak chemie en metaalverwerkende nijverheid). Ook de maritieme cluster is in Oostende van belang: in 2018 creĂŤerde deze sector bijna een derde van de directe toegevoegde waarde. Het totaal van directe en indirecte toegevoegde waarde lag in 2018 op 0,96 miljard euro.


SOCIAAL-ECONOMISCH BELANG VLAAMSE ZEEHAVENS Tabel 4.1 Vlaamse havens - Toegevoegde Waarde (in miljoen euro) Directe Toegevoegde Waarde 2013 2.005,1 2.308,8 4.313,9

• Maritieme cluster Goederenbehandeling Overige maritieme cluster Totaal maritieme cluster

2014 2.060,9 2.314,2 4.375,1

2015 2.110,4 2.753,3 4.863,7

2016 2.186,8 2.601,9 4.788,7

2017 2.298,8 2.400,9 4.699,7

2018 2.276,8 2.333,7 4.610,5

Niet-maritieme cluster • Handel • Industrie • Vervoer over land • Andere logistieke diensten Totaal niet-maritieme cluster

2013 2014 2015 2016 2017 2018 1.730,4 1.822,9 1.823,3 2.008,0 2.152,9 2.275,6 7.477,9 7.748,9 8.432,9 8.234,5 9.456,4 9.034,5 472,9 450,3 417,8 411,2 418,1 422,6 681,0 684,0 726,1 723,5 805,9 838,3 10.362,2 10.706,1 11.400,1 11.377,2 12.833,3 12.571,0

Totaal directe toegevoegde waarde

14.676,1 15.081,2 16.263,8 16.165,9 17.533,0 17.181,5

Totaal indirecte toegevoegde waarde Totaal direct + indirecte toegevoegde waarde

12.576,7 12.622,3 11.626,6 11.225,7 12.431,4 11.873,9 27.252,8 27.703,5 27.890,4 27.391,6 29.964,4 29.055,4

Bron: NBB. Andere logistieke diensten 5% Maritieme cluster 27%

Vervoer over land 2%

Industrie 53%

Handel 13%

Tabel 4.2 Maritieme cluster Goederenbehandeling Scheepsbouw en -herstelling Havenaanleg en baggerwerken Rederijen Scheepsagenten en expediteurs Visserij en visverwerking Bunkering & maritieme handel Havenbedrijf (havenautoriteit) Publieke sector / overheid Totaal maritieme cluster Niet-maritieme cluster

2018 2.276,8 59,3 344,1 453,4 718,3 93,4 6,2 323,2 335,8 4.610,5 2016

% 49,4% 1,3% 7,5% 9,8% 15,6% 2,0% 0,1% 7,0% 7,3% 100,0%

Niet-maritieme cluster Chemische industrie Metaalverwerkende nijverheid Voedingsindustrie Autoconstructie en assemblage Bouw Electronica Energie Brandstofproductie Overige industrie Wegvervoer Overig landtransport Overige logistieke diensten Handel Totaal niet-maritieme cluster

Totaal directe toegevoegde waarde: 17.181,5

Bron: NBB.

2018 4.228,8 1.382,6 234,0 867,2 447,4 50,4 292,5 1.129,4 402,2 302,5 120,1 838,3 2.275,6 12.571,0

% 33,6% 11,0% 1,9% 6,9% 3,6% 0,4% 2,3% 9,0% 3,2% 2,4% 1,0% 6,7% 18,1% 100,0%


97 SOCIAAL-ECONOMISCH BELANG VLAAMSE ZEEHAVENS Tabel 4.3 Haven van Antwerpen - Toegevoegde Waarde (in miljoen euro) Directe Toegevoegde Waarde • Maritieme cluster Goederenbehandeling Overige maritieme cluster Totaal maritieme cluster

2013 1.563,3 1.717,9 3.281,2

2014 1.604,8 1.718,2 3.323,0

2015 1.665,0 2.122,2 3.787,3

2016 1.697,7 1.979,4 3.677,2

2017 1.803,9 1.800,0 3.603,8

2018 1.766,3 1.719,0 3.485,3

Niet-maritieme cluster • Handel • Industrie • Vervoer over land • Andere logistieke diensten Totaal niet-maritieme cluster

2013 855,1 4.850,8 308,2 505,5 6.519,6

2014 917,0 4.970,6 296,6 502,1 6.686,3

2015 901,7 5.478,5 259,5 545,9 7.185,6

2016 999,0 5.280,1 245,3 559,6 7.084,0

2017 1.077,2 5.999,1 240,6 625,6 7.942,5

2018 1.113,6 5.607,9 244,8 654,8 7.621,1

Totaal directe toegevoegde waarde

9.800,8 10.009,3 10.969,2 10.772,1 11.517,5 11.106,4 8.988,1

Totaal indirecte toegevoegde waarde Totaal direct + indirecte toegevoegde waarde

8.988,9

8.312,8

7.836,7

8.429,6

7.866,6

18.788,9 18.998,2 19.282,0 18.608,8 19.947,1 18.973,0

Bron: NBB. Andere logistieke diensten 6% Maritieme cluster 31%

Vervoer over land 2%

Industrie 51%

Handel 10%

Tabel 4.4 Maritieme cluster Goederenbehandeling Scheepsbouw en -herstelling Havenaanleg en baggerwerken Rederijen Scheepsagenten en expediteurs Visserij en visverwerking Bunkering & maritieme handel Havenbedrijf (havenautoriteit) Publieke sector / overheid Totaal maritieme cluster Niet-maritieme cluster

2018 1.766,3 31,8 275,7 399,8 609,6 0,6 5,1 246,5 149,9 3.485,3 2016

% 50,7% 0,9% 7,9% 11,5% 17,5% 0,0% 0,1% 7,1% 4,3% 100,0%

Niet-maritieme cluster Chemische industrie Metaalverwerkende nijverheid Voedingsindustrie Autoconstructie en assemblage Bouw Electronica Energie Brandstofproductie Overige industrie Wegvervoer Overig landtransport Overige logistieke diensten Handel Totaal niet-maritieme cluster

Totaal directe toegevoegde waarde: 11.106,4

Bron: NBB.

2018 3.667,1 217,6 65,6 77,8 225,4 10,0 156,1 1.020,5 167,8 144,1 100,7 654,8 1.113,6 7.621,1

% 48,1% 2,9% 0,9% 1,0% 3,0% 0,1% 2,0% 13,4% 2,2% 1,9% 1,3% 8,6% 14,6% 100,0%


SOCIAAL-ECONOMISCH BELANG VLAAMSE ZEEHAVENS Tabel 4.5 North Sea Port Flanders - Toegevoegde Waarde (in miljoen euro) Directe Toegevoegde Waarde 2013 244,9 83,8 328,7

2014 247,6 90,7 338,3

2015 222,9 88,4 311,3

2016 233,4 96,2 329,6

2017 252,0 102,9 354,9

2018 256,8 98,3 355,1

Niet-maritieme cluster • Handel • Industrie • Vervoer over land • Andere logistieke diensten Totaal niet-maritieme cluster

2013 771,6 2.084,1 75,0 138,9 3.069,6

2014 805,9 2.255,2 76,5 141,8 3.279,4

2015 822,3 2.427,3 79,7 138,3 3.467,6

2016 906,6 2.422,5 81,6 113,4 3.524,1

2017 978,2 2.881,9 84,5 123,8 4.068,4

2018 1.052,1 2.852,5 81,9 123,0 4.109,5

Totaal directe toegevoegde waarde

3.398,3

3.617,7

3.778,9

3.853,7

4.423,3

4.464,6

Totaal indirecte toegevoegde waarde Totaal direct + indirecte toegevoegde waarde

3.697,2 7.095,5

3.903,3 7.521,0

3.457,4 7.236,3

3.444,5 7.298,2

4.170,5 8.593,8

4.026,8 8.491,4

2018 491,6 957,0 119,9 786,4 154,1 36,3 23,6 108,9 174,7 70,8 11,1 123,0 1.052,1 4.109,5

% 12,0% 23,3% 2,9% 19,1% 3,7% 0,9% 0,6% 2,6% 4,3% 1,7% 0,3% 3,0% 25,6% 100,0%

• Maritieme cluster Goederenbehandeling Overige maritieme cluster Totaal maritieme cluster

Bron: NBB. Andere logistieke diensten 3%

Maritieme cluster 8%

Vervoer over land 2% Handel 23%

Industrie 64%

Tabel 4.6 Maritieme cluster Goederenbehandeling Scheepsbouw en -herstelling Havenaanleg en baggerwerken Rederijen Scheepsagenten en expediteurs Visserij en visverwerking Bunkering & maritieme handel Havenbedrijf (havenautoriteit) Publieke sector / overheid Totaal maritieme cluster

2018 256,8 3,5 0,0 4,0 37,6 0,0 0,3 30,4 22,5 355,1

Niet-maritieme cluster

2016

% 72,3% 1,0% 0,0% 1,1% 10,6% 0,0% 0,1% 8,6% 6,3% 100,0%

Niet-maritieme cluster Chemische industrie Metaalverwerkende nijverheid Voedingsindustrie Autoconstructie en assemblage Bouw Electronica Energie Brandstofproductie Overige industrie Wegvervoer Overig landtransport Overige logistieke diensten Handel Totaal niet-maritieme cluster

Totaal directe toegevoegde waarde: 4.464,6

Bron: NBB.


99 SOCIAAL-ECONOMISCH BELANG VLAAMSE ZEEHAVENS Tabel 4.7 Haven van Zeebrugge - Toegevoegde Waarde (in miljoen euro) Directe Toegevoegde Waarde • Maritieme cluster Goederenbehandeling Overige maritieme cluster Totaal maritieme cluster

2013 194,7 338,8 533,5

2014 205,4 336,0 541,4

2015 219,1 360,9 580,0

2016 249,2 343,2 592,4

2017 250,5 350,7 601,2

2018 251,4 345,0 596,4

Niet-maritieme cluster • Handel • Industrie • Vervoer over land • Andere logistieke diensten Totaal niet-maritieme cluster

2013 88,1 277,9 64,7 24,5 455,2

2014 85,7 246,7 54,4 26,6 413,4

2015 87,2 234,0 52,9 28,9 403,0

2016 88,9 238,1 57,7 36,1 420,8

2017 88,4 253,5 66,5 40,5 448,9

2018 98,9 239,1 70,7 37,1 445,8

Totaal directe toegevoegde waarde

988,7

954,8

983,0

1.013,2

1.050,1

1.042,2

813,0 1.801,7

781,6 1.736,4

685,2 1.668,2

719,3 1.732,5

771,7 1.821,8

764,0 1.806,2

2018 31,5 8,7 31,6 1,7 32,9 4,1 91,5 0,0 37,1 62,9 7,8 37,1 98,9 445,8

% 7,1% 2,0% 7,1% 0,4% 7,4% 0,9% 20,5% 0,0% 8,3% 14,1% 1,7% 8,3% 22,2% 100,0%

Totaal indirecte toegevoegde waarde Totaal direct + indirecte toegevoegde waarde

Bron: NBB. Andere logistieke diensten 4% Vervoer over land 7% Maritieme cluster 57%

Industrie 23%

Handel 9%

Tabel 4.8 Maritieme cluster Goederenbehandeling Scheepsbouw en -herstelling Havenaanleg en baggerwerken Rederijen Scheepsagenten en expediteurs Visserij en visverwerking Bunkering & maritieme handel Havenbedrijf (havenautoriteit) Publieke sector / overheid Totaal maritieme cluster

2018 251,4 9,6 20,6 49,4 65,6 55,0 0,8 41,7 102,3 596,4

Niet-maritieme cluster

2016

% 42,2% 1,6% 3,5% 8,3% 11,0% 9,2% 0,1% 7,0% 17,2% 100,0%

Niet-maritieme cluster Chemische industrie Metaalverwerkende nijverheid Voedingsindustrie Autoconstructie en assemblage Bouw Electronica Energie Brandstofproductie Overige industrie Wegvervoer Overig landtransport Overige logistieke diensten Handel Totaal niet-maritieme cluster

Totaal directe toegevoegde waarde: 1.042,2

Bron: NBB.


SOCIAAL-ECONOMISCH BELANG VLAAMSE ZEEHAVENS Tabel 4.9 Haven van Oostende - Toegevoegde Waarde (in miljoen euro) Directe Toegevoegde Waarde • Maritieme cluster Goederenbehandeling Overige maritieme cluster Totaal maritieme cluster

2013 2,2 168,3 170,5

2014 3,1 169,3 172,4

2015 2,4 186,4 188,8

2016 2,5 176,1 178,6

2017 1,3 167,3 168,6

2018 2,3 171,4 173,7

Niet-maritieme cluster • Handel • Industrie • Vervoer over land • Andere logistieke diensten Totaal niet-maritieme cluster

2013 15,6 265,1 25,0 12,1 317,8

2014 14,3 276,4 22,8 13,5 327,0

2015 12,1 293,1 25,7 13,0 343,9

2016 13,5 293,8 26,6 14,4 348,3

2017 9,1 321,9 26,5 16,0 373,5

2018 11,0 335,0 25,2 23,4 394,6

Totaal directe toegevoegde waarde

488,3

499,4

532,7

526,9

542,1

568,3

Totaal indirecte toegevoegde waarde Totaal direct + indirecte toegevoegde waarde

395,7 884,0

385,0 884,4

387,6 920,3

367,2 894,1

380,2 922,3

395,4 963,7

2018 38,6 199,3 16,9 1,3 35,0 0,0 21,3 0,0 22,6 24,7 0,5 23,4 11,0 394,6

% 9,8% 50,5% 4,3% 0,3% 8,9% 0,0% 5,4% 0,0% 5,7% 6,3% 0,1% 5,9% 2,8% 100,0%

Bron: NBB. Andere logistieke diensten 4% Vervoer over land 4%

Maritieme cluster 31%

Industrie 59%

Handel 2%

Tabel 4.10 Maritieme cluster Goederenbehandeling Scheepsbouw en -herstelling Havenaanleg en baggerwerken Rederijen Scheepsagenten en expediteurs Visserij en visverwerking Bunkering & maritieme handel Havenbedrijf (havenautoriteit) Publieke sector / overheid Totaal maritieme cluster

2018 2,3 14,4 47,8 0,2 5,5 37,8 0,0 4,6 61,1 173,7

Niet-maritieme cluster

2016

% 1,3% 8,3% 27,5% 0,1% 3,2% 21,8% 0,0% 2,6% 35,2% 100,0%

Niet-maritieme cluster Chemische industrie Metaalverwerkende nijverheid Voedingsindustrie Autoconstructie en assemblage Bouw Electronica Energie Brandstofproductie Overige industrie Wegvervoer Overig landtransport Overige logistieke diensten Handel Totaal niet-maritieme cluster

Totaal directe toegevoegde waarde: 568,3

Bron: NBB.


101 SOCIAAL-ECONOMISCH BELANG VLAAMSE ZEEHAVENS


SOCIAAL-ECONOMISCH BELANG VLAAMSE ZEEHAVENS


103 SOCIAAL-ECONOMISCH BELANG VLAAMSE ZEEHAVENS

4.4. Werkgelegenheid De werkgelegenheid wordt berekend op basis van rubriek 9087 van de gepubliceerde jaarrekeningen. Voor bedrijven die in meerdere arrondissementen vestigingen hebben, worden enkel de werknemers van de vestiging in het havengebied opgenomen. Deze tewerkstellingsgegevens worden bijgehouden door het INR. Omdat de verdeling op basis van de INR-cijfers de enige methode is die voorhanden is om een verdeling over de verschillende vestigingen te berekenen, wordt deze methode ook toegepast voor de verdeling van de toegevoegde waarde en van de investeringen. Voor wat de creatie van de indirecte werkgelegenheid betreft werden de gegevens voor boekjaar 2018 berekend. De berekende indirecte effecten worden niet verder opgesplitst. Voor de indirecte effecten heeft de Nationale Bank van BelgiĂŤ gewerkt met nieuwe en bijgewerkte data van het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR). In de havenstudie van de Nationale Bank van BelgiĂŤ worden de indirecte effecten voor elke haven apart berekend. Aangezien een haven ook afgeleide economische effecten kan genereren in andere havens, wordt een deel van haar indirecte effecten tenietgedaan als de berekening op een geaggregeerd niveau gebeurt, m.a.w. voor een aantal havens tezamen. De som van de indirecte effecten per haven is dus hoger dan de indirecte effecten berekend op basis van de havens in hun totaliteit.

4.4.1 Vlaamse havens De vier Vlaamse zeehavens Antwerpen, North Sea Port Flanders, Zeebrugge en Oostende zijn zeer belangrijk voor de tewerkstelling in Vlaanderen: in 2018 bedroeg de directe werkgelegenheid in de havens 106.320 VTE (voltijdse equivalenten). Ruim een derde daarvan werkt in de maritieme cluster


SOCIAAL-ECONOMISCH BELANG VLAAMSE ZEEHAVENS en bijna twee derde in de niet-maritieme cluster. De sector industrie is de belangrijkste werkgever. Deze sector is goed voor bijna de helft van de werkgelegenheid in de Vlaamse havens samen. Het totaal van directe en indirecte werkgelegenheid lag in 2018 op 224.865 VTE.

4.4.2 Haven van Antwerpen Antwerpen is met een directe tewerkstelling in 2018 van 62.635 VTE de belangrijkste Vlaamse haven op het vlak van tewerkstelling. Dit is bijna zestig procent van de directe werkgelegenheid in de Vlaamse havens. De directe werkgelegenheid in de maritieme cluster bedroeg in 2018 28.365 VTE. Dit is 45% van de totale directe werkgelegenheid in de Antwerpse haven. Met 23.227 VTE komt de industrie op de tweede plaats. Het totaal van directe en indirecte werkgelegenheid lag in 2018 op 142.594 VTE.

4.4.3 North Sea Port Flanders In 2018 bedroeg de directe werkgelegenheid in North Sea Port Flanders 28.705 VTE. Ook uit de cijfers van de directe werkgelegenheid blijkt dat North Sea Port Flanders in de eerste plaats een industriehaven is: 21.712 VTE (76%) waren in 2018 in die sector tewerkgesteld. Met 3.081 VTE was de maritieme cluster goed voor elf procent van de directe werkgelegenheid in 2018. Het totaal van directe en indirecte werkgelegenheid lag in 2018 op 63.688 VTE.


105 SOCIAAL-ECONOMISCH BELANG VLAAMSE ZEEHAVENS

4.4.4 Haven van Zeebrugge Dat Zeebrugge in de eerste plaats een overslaghaven is, blijkt ook uit de cijfers van de werkgelegenheid: bijna twee derde van de directe werkgelegenheid werd in 2018 gecreĂŤerd in de maritieme cluster. De industrie was goed voor 16% van de directe werkgelegenheid. In totaal is de haven van Zeebrugge goed voor een directe werkgelegenheid van 9.910 VTE. Het totaal van directe en indirecte werkgelegenheid lag in 2018 op 19.809 VTE.

4.4.5 Haven van Oostende In de haven van Oostende bedroeg de totale directe werkgelegenheid in 2018 5.071 VTE. De industrie blijft de belangrijkste sector: goed voor de helft van de directe werkgelegenheid. De maritieme cluster is goed voor 36% van de werkgelegenheid in de haven van Oostende. Het totaal van directe en indirecte werkgelegenheid lag in 2018 op 9.255 VTE.


SOCIAAL-ECONOMISCH BELANG VLAAMSE ZEEHAVENS Tabel 4.11 Vlaamse havens - Werkgelegenheid (in VTE) Directe Werkgelegenheid • Maritieme cluster Goederenbehandeling Overige maritieme cluster Totaal maritieme cluster

2013 19.558 19.485 39.043

2014 19.681 18.890 38.571

2015 19.468 18.555 38.023

2016 19.939 18.503 38.442

2017 20.604 18.295 38.899

2018 21.519 18.121 39.640

Niet-maritieme cluster • Handel • Industrie • Vervoer over land • Andere logistieke diensten Totaal niet-maritieme cluster

2013 5.375 47.150 6.810 5.495 64.829

2014 5.475 47.491 6.711 5.605 65.282

2015 4.803 47.806 6.027 5.839 64.475

2016 4.850 48.076 5.821 6.133 64.879

2017 4.848 48.766 5.563 6.984 66.161

2018 4.834 49.076 5.564 7.205 66.680

Totaal directe werkgelegenheid

103.872 103.852 102.498 103.321 105.059 106.320

Totaal indirecte werkgelegenheid Totaal direct + indirecte werkgelegenheid

122.319 119.445 109.136 109.817 117.512 118.545 226.191 223.297 211.634 213.137 222.572 224.865

Bron: NBB. Andere logistieke diensten 7% Vervoer over land 5%

Maritieme cluster 37%

Industrie 46%

Handel 5%

Tabel 4.12 Maritieme cluster Goederenbehandeling Scheepsbouw en -herstelling Havenaanleg en baggerwerken Rederijen Scheepsagenten en expediteurs Visserij en visverwerking Bunkering & maritieme handel Havenbedrijf (havenautoriteit) Publieke sector / overheid Totaal maritieme cluster Niet-maritieme cluster

2018 21.519 751 2.120 974 7.444 933 57 1.857 3.985 39.640 2016

% 54,3% 1,9% 5,3% 2,5% 18,8% 2,4% 0,1% 4,7% 10,1% 100,0%

Niet-maritieme cluster Chemische industrie Metaalverwerkende nijverheid Voedingsindustrie Autoconstructie en assemblage Bouw Electronica Energie Brandstofproductie Overige industrie Wegvervoer Overig landtransport Overige logistieke diensten Handel Totaal niet-maritieme cluster

Totaal directe werkgelegenheid: 106.320

Bron: NBB.

2018 14.068 10.299 1.527 10.405 4.998 450 1.407 3.107 2.816 3.776 1.788 7.205 4.834 66.680

% 21,1% 15,4% 2,3% 15,6% 7,5% 0,7% 2,1% 4,7% 4,2% 5,7% 2,7% 10,8% 7,3% 100,0%


107 SOCIAAL-ECONOMISCH BELANG VLAAMSE ZEEHAVENS Tabel 4.13 Haven van Antwerpen - Werkgelegenheid (in VTE) Directe Werkgelegenheid • Maritieme cluster Goederenbehandeling Overige maritieme cluster Totaal maritieme cluster

2013 14.558 13.404 27.961

2014 14.581 12.800 27.381

2015 14.842 12.636 27.478

2016 14.961 12.679 27.640

2017 15.456 12.429 27.885

2018 16.046 12.319 28.365

Niet-maritieme cluster • Handel • Industrie • Vervoer over land • Andere logistieke diensten Totaal niet-maritieme cluster

2013 2.260 22.702 4.555 4.061 33.578

2014 2.404 22.554 4.593 4.180 33.731

2015 2.151 22.409 3.980 4.349 32.889

2016 2.174 22.563 3.670 4.622 33.029

2017 2.271 23.088 3.425 5.245 34.029

2018 2.211 23.227 3.376 5.455 34.270

Totaal directe werkgelegenheid

61.539

61.112

60.367

60.669

61.914

62.635

83.139 80.662 74.546 74.449 80.126 79.960 144.678 141.774 134.913 135.118 142.040 142.594

Totaal indirecte werkgelegenheid Totaal direct + indirecte werkgelegenheid

Bron: NBB. Andere logistieke diensten 9% Vervoer over land 5% Maritieme cluster 45%

Industrie 37%

Handel 4%

Tabel 4.14 Maritieme cluster Goederenbehandeling Scheepsbouw en -herstelling Havenaanleg en baggerwerken Rederijen Scheepsagenten en expediteurs Visserij en visverwerking Bunkering & maritieme handel Havenbedrijf (havenautoriteit) Publieke sector / overheid Totaal maritieme cluster Niet-maritieme cluster

2018 16.046 354 1.590 791 6.316 6 43 1.551 1.669 28.365 2016

% 56,6% 1,2% 5,6% 2,8% 22,3% 0,0% 0,2% 5,5% 5,9% 100,0%

Niet-maritieme cluster Chemische industrie Metaalverwerkende nijverheid Voedingsindustrie Autoconstructie en assemblage Bouw Electronica Energie Brandstofproductie Overige industrie Wegvervoer Overig landtransport Overige logistieke diensten Handel Totaal niet-maritieme cluster

Totaal directe werkgelegenheid: 62.635

Bron: NBB.

2018 11.276 2.865 422 861 2.442 130 1.053 2.874 1.305 1.879 1.497 5.455 2.211 34.270

32,9% 8,4% 1,2% 2,5% 7,1% 0,4% 3,1% 8,4% 3,8% 5,5% 4,4% 15,9% 6,5% 100,0%


SOCIAAL-ECONOMISCH BELANG VLAAMSE ZEEHAVENS Tabel 4.15 North Sea Port Flanders - Werkgelegenheid (in VTE) Directe Werkgelegenheid 2013 2.361 820 3.181

2014 2.407 816 3.223

2015 1.870 791 2.661

2016 2.057 775 2.833

2017 2.097 826 2.923

2018 2.282 799 3.081

Niet-maritieme cluster • Handel • Industrie • Vervoer over land • Andere logistieke diensten Totaal niet-maritieme cluster

2013 2.106 20.228 923 1.101 24.358

2014 2.072 20.832 943 1.159 25.006

2015 1.597 21.336 905 1.166 25.004

2016 1.603 21.475 923 1.157 25.158

2017 1.639 21.577 920 1.345 25.481

2018 1.663 21.712 932 1.318 25.624

Totaal directe werkgelegenheid

27.539

28.229

27.665

27.991

28.404

28.705

Totaal indirecte werkgelegenheid Totaal direct + indirecte werkgelegenheid

34.970 62.509

35.362 63.591

31.322 58.986

32.070 60.061

34.189 62.592

34.984 63.688

2018 2.241 5.819 681 9.505 1.781 262 198 234 991 766 166 1.318 1.663 25.624

% 8,7% 22,7% 2,7% 37,1% 7,0% 1,0% 0,8% 0,9% 3,9% 3,0% 0,6% 5,1% 6,5% 100,0%

• Maritieme cluster Goederenbehandeling Overige maritieme cluster Totaal maritieme cluster

Bron: NBB. Andere logistieke diensten 4% Vervoer over land 3%

Maritieme cluster 11% Handel 6%

Industrie 76%

Tabel 4.16 Maritieme cluster Goederenbehandeling Scheepsbouw en -herstelling Havenaanleg en baggerwerken Rederijen Scheepsagenten en expediteurs Visserij en visverwerking Bunkering & maritieme handel Havenbedrijf (havenautoriteit) Publieke sector / overheid Totaal maritieme cluster

2018 2.282 46 0 4 413 0 3 138 196 3.081

Niet-maritieme cluster

2016

% 74,1% 1,5% 0,0% 0,1% 13,4% 0,0% 0,1% 4,5% 6,3% 100,0%

Niet-maritieme cluster Chemische industrie Metaalverwerkende nijverheid Voedingsindustrie Autoconstructie en assemblage Bouw Electronica Energie Brandstofproductie Overige industrie Wegvervoer Overig landtransport Overige logistieke diensten Handel Totaal niet-maritieme cluster

Totaal directe werkgelegenheid: 28.705

Bron: NBB.


109 SOCIAAL-ECONOMISCH BELANG VLAAMSE ZEEHAVENS Tabel 4.17 Haven van Zeebrugge - Werkgelegenheid (in VTE) Directe Werkgelegenheid • Maritieme cluster Goederenbehandeling Overige maritieme cluster Totaal maritieme cluster

2013 2.588 3.419 6.007

2014 2.630 3.462 6.092

2015 2.711 3.303 6.015

2016 2.887 3.233 6.120

2017 3.042 3.224 6.267

2018 3.186 3.174 6.360

Niet-maritieme cluster • Handel • Industrie • Vervoer over land • Andere logistieke diensten Totaal niet-maritieme cluster

2013 816 1.807 914 206 3.742

2014 803 1.621 769 169 3.361

2015 847 1.562 712 209 3.330

2016 872 1.600 802 235 3.509

2017 826 1.604 795 276 3.500

2018 839 1.593 844 274 3.550

Totaal directe werkgelegenheid

9.749

9.453

9.345

9.630

9.767

9.910

10.126 19.875

9.875 19.328

8.755 18.100

9.099 18.729

9.563 19.331

9.898 19.809

2018 240 111 291 17 354 58 122 0 401 726 118 274 839 3.550

% 6,8% 3,1% 8,2% 0,5% 10,0% 1,6% 3,4% 0,0% 11,3% 20,4% 3,3% 7,7% 23,6% 100,0%

Totaal indirecte werkgelegenheid Totaal direct + indirecte werkgelegenheid

Bron: NBB. Andere logistieke diensten 3% Vervoer over land 9% Industrie 16%

Maritieme cluster 64%

Handel 8%

Tabel 4.18 Maritieme cluster Goederenbehandeling Scheepsbouw en -herstelling Havenaanleg en baggerwerken Rederijen Scheepsagenten en expediteurs Visserij en visverwerking Bunkering & maritieme handel Havenbedrijf (havenautoriteit) Publieke sector / overheid Totaal maritieme cluster

2018 3.186 116 202 175 685 496 12 131 1.357 6.360

Niet-maritieme cluster

2016

% 50,1% 1,8% 3,2% 2,8% 10,8% 7,8% 0,2% 2,1% 21,3% 100,0%

Niet-maritieme cluster Chemische industrie Metaalverwerkende nijverheid Voedingsindustrie Autoconstructie en assemblage Bouw Electronica Energie Brandstofproductie Overige industrie Wegvervoer Overig landtransport Overige logistieke diensten Handel Totaal niet-maritieme cluster

Totaal directe werkgelegenheid: 9.910

Bron: NBB.


SOCIAAL-ECONOMISCH BELANG VLAAMSE ZEEHAVENS Tabel 4.19 Haven van Oostende - Werkgelegenheid (in VTE) Directe Werkgelegenheid • Maritieme cluster Goederenbehandeling Overige maritieme cluster Totaal maritieme cluster

2013 51 1.843 1.894

2014 63 1.811 1.875

2015 45 1.825 1.869

2016 33 1.816 1.849

2017 9 1.815 1.824

2018 6 1.829 1.835

Niet-maritieme cluster • Handel • Industrie • Vervoer over land • Andere logistieke diensten Totaal niet-maritieme cluster

2013 194 2.412 418 127 3.152

2014 197 2.484 406 96 3.184

2015 208 2.499 430 115 3.251

2016 201 2.438 426 119 3.183

2017 113 2.497 423 118 3.150

2018 121 2.545 412 158 3.236

Totaal directe werkgelegenheid

5.046

5.058

5.121

5.032

4.975

5.071

Totaal indirecte werkgelegenheid Totaal direct + indirecte werkgelegenheid

4.399 9.445

4.309 9.367

4.268 9.388

4.071 9.103

4.130 9.105

4.184 9.255

Bron: NBB. Andere logistieke diensten 3% Vervoer over land 8%

Maritieme cluster 36%

Industrie 50%

Handel 3%

Tabel 4.20 Maritieme cluster Goederenbehandeling Scheepsbouw en -herstelling Havenaanleg en baggerwerken Rederijen Scheepsagenten en expediteurs Visserij en visverwerking Bunkering & maritieme handel Havenbedrijf (havenautoriteit) Publieke sector / overheid Totaal maritieme cluster

2018 6 235 328 4 30 431 0 37 764 1.835

Niet-maritieme cluster

2016

% 0,3% 12,8% 17,9% 0,2% 1,6% 23,5% 0,0% 2,0% 41,6% 100,0%

Niet-maritieme cluster Chemische industrie Metaalverwerkende nijverheid Voedingsindustrie Autoconstructie en assemblage Bouw Electronica Energie Brandstofproductie Overige industrie Wegvervoer Overig landtransport Overige logistieke diensten Handel Totaal niet-maritieme cluster

Totaal directe werkgelegenheid: 5.071

Bron: NBB.

2018 310 1.505 133 22 421 0 34 0 120 405 7 158 121 3.236

9,6% 46,5% 4,1% 0,7% 13,0% 0,0% 1,0% 0,0% 3,7% 12,5% 0,2% 4,9% 3,7% 100,0%


111 SOCIAAL-ECONOMISCH BELANG VLAAMSE ZEEHAVENS


SOCIAAL-ECONOMISCH BELANG VLAAMSE ZEEHAVENS


113 SOCIAAL-ECONOMISCH BELANG VLAAMSE ZEEHAVENS

4.5. Investeringen De investeringen in de studies van de Nationale Bank van België worden als volgt berekend. Privébedrijven Bij de bepaling van de investeringen tegen lopende prijzen wordt volgende basisregel gevolgd: de investeringen zijn gelijk aan de totale materiële vaste activa die het bedrijf in de loop van het boekjaar heeft verworven (inclusief de geproduceerde vaste activa), vermeld in rubriek 8169 van de jaarrekeningen. Als het bedrijf echter in de loop van het boekjaar activa heeft overgenomen van derden, worden de INR-gegevens gebruikt, die correcties ondergaan en waarin geen enkel bedrag is opgenomen inzake eventuele overnames. In tegenstelling tot de methode van de nationale rekeningen vindt echter geen aanvullende correctie plaats voor desinvesteringen. Voor bedrijven die in meerdere arrondissementen vestigingen hebben, worden de totale investeringen van het bedrijf verdeeld over de verschillende vestigingen in verhouding tot de tewerkstellingsgegevens van het INR. Omdat de verdeling op basis van de INR-cijfers de enige methode is die voorhanden is om een verdeling over de verschillende vestigingen te berekenen, wordt deze methode ook toegepast voor de verdeling van de toegevoegde waarde en de werkgelegenheid. De analyse van de toegevoegde waarde en de investeringen van ondernemingen met verschillende vestigingen moet dus met de nodige voorzichtigheid gebeuren. Overheidsbedrijven De investeringen van de overheidsbedrijven worden bepaald op basis van de resultaten van de enquêtes, verstuurd naar de diverse openbare instellingen.


SOCIAAL-ECONOMISCH BELANG VLAAMSE ZEEHAVENS

4.5.1 Vlaamse havens In 2018 lag het niveau van de investeringen in de Vlaamse havens aanzienlijk hoger dan in 2013, nl. 5,6 miljard euro. Tussen de maritieme en de niet-maritieme cluster en tussen de havens kunnen er van jaar tot jaar aanzienlijke fluctuaties optreden. In 2018 lagen de investeringen, voor de vier Vlaamse havens samen, iets hoger in de maritieme cluster (57%) tegenover de nietmaritieme cluster (43%). In de niet-maritieme cluster is de industrie ruimschoots het belangrijkste.

4.5.2 Haven van Antwerpen De totale investeringen in de haven van Antwerpen namen toe in de periode 2013-2018 van 2,4 tot 4,6 miljard euro. In de maritieme cluster stegen de investeringen sterk, vooral in 2018. In de niet-maritieme cluster (in hoofdzaak de industrie) zijn de investeringen in deze periode aanzienlijk gestegen, maar in 2018 lagen ze terug iets lager. De meeste investeringen in 2018 gebeurden in de maritieme cluster (63%) en de industrie (31%).

4.5.3 North Sea Port Flanders De totale investeringen in de periode 2013-2018 in North Sea Port Flanders zijn toegenomen tot een totaal van 554,7 miljoen euro, maar van jaar tot jaar kwamen zowel dalingen als stijgingen voor. Ook voor de investeringen is de sector industrie in Gent de belangrijkste: 67% van het totaal werd in 2018 geĂŻnvesteerd in deze sector. De maritieme cluster was goed voor 18% van het totaal.


115 SOCIAAL-ECONOMISCH BELANG VLAAMSE ZEEHAVENS

4.5.4 Haven van Zeebrugge In de periode 2013-2018 zijn de totale investeringen in de haven van Zeebrugge gestegen tot een totaal van 241,8 miljoen euro. 37% van alle investeringen in 2018 was gesitueerd in de maritieme cluster.

4.5.5 Haven van Oostende Tussen 2013 en 2018 zijn de investeringen in de haven van Oostende gestegen tot een totaal van 130,1 miljoen euro, doch jaar per jaar komen grote schommelingen voor. In 2018 gebeurde 52% van de investeringen in de industrie.


SOCIAAL-ECONOMISCH BELANG VLAAMSE ZEEHAVENS Tabel 4.21 Vlaamse havens - Investeringen (in miljoen euro) Directe investeringen • Maritieme cluster Goederenbehandeling Overige maritieme cluster Totaal maritieme cluster

2013 592,7 842,5 1.435,2

2014 679,1 1.398,4 2.077,5

2015 681,2 948,7 1.629,9

2016 808,8 1.123,7 1.932,5

2017 931,8 1.020,5 1.952,3

2018 1.036,7 2.122,2 3.158,9

Niet-maritieme cluster • Handel • Industrie • Vervoer over land • Andere logistieke diensten Totaal niet-maritieme cluster

2013 106,6 1.319,9 107,1 114,0 1.647,6

2014 117,7 1.655,3 100,2 106,3 1.979,5

2015 100,8 1.867,6 104,7 110,5 2.183,6

2016 94,4 2.147,7 117,5 146,2 2.505,8

2017 84,8 2.247,2 111,2 172,6 2.615,8

2018 82,8 1.986,2 143,2 200,7 2.412,9

Totaal directe investeringen

3.082,8

4.057,0

3.813,5

4.438,3

4.568,1

5.571,8

2018 942,5 106,5 68,5 123,2 64,0 6,0 346,3 246,8 82,4 61,1 82,1 200,7 82,8 2.412,9

% 39,1% 4,4% 2,8% 5,1% 2,7% 0,2% 14,4% 10,2% 3,4% 2,5% 3,4% 8,3% 3,4% 100,0%

Bron: NBB. Andere logistieke diensten 4% Maritieme cluster 57%

Vervoer over land 2%

Industrie 36%

Handel 1%

Tabel 4.22 Maritieme cluster Goederenbehandeling Scheepsbouw en -herstelling Havenaanleg en baggerwerken Rederijen Scheepsagenten en expediteurs Visserij en visverwerking Bunkering & maritieme handel Havenbedrijf (havenautoriteit) Publieke sector / overheid Totaal maritieme cluster Niet-maritieme cluster

2018 1.036,7 8,6 237,4 1.577,4 59,8 20,9 0,1 143,7 74,3 3.158,9 2016

% 32,8% 0,3% 7,5% 49,9% 1,9% 0,7% 0,0% 4,5% 2,4% 100,0%

Niet-maritieme cluster Chemische industrie Metaalverwerkende nijverheid Voedingsindustrie Autoconstructie en assemblage Bouw Electronica Energie Brandstofproductie Overige industrie Wegvervoer Overig landtransport Overige logistieke diensten Handel Totaal niet-maritieme cluster

Totaal directe investeringen: 5.571,8

Bron: NBB.


117 SOCIAAL-ECONOMISCH BELANG VLAAMSE ZEEHAVENS Tabel 4.23 Haven van Antwerpen - Investeringen (in miljoen euro) Directe investeringen • Maritieme cluster Goederenbehandeling Overige maritieme cluster Totaal maritieme cluster

2013 493,1 738,3 1.231,4

2014 578,6 1.252,3 1.830,9

2015 607,5 847,4 1.454,9

2016 675,2 979,1 1.654,3

2017 730,2 880,6 1.610,8

2018 930,8 1.993,4 2.924,2

Niet-maritieme cluster • Handel • Industrie • Vervoer over land • Andere logistieke diensten Totaal niet-maritieme cluster

2013 54,1 970,7 38,1 78,7 1.141,6

2014 56,1 1.316,7 46,1 69,8 1.488,7

2015 53,8 1.463,9 48,3 85,4 1.651,4

2016 48,0 1.618,6 45,8 120,3 1.832,7

2017 35,6 1.626,5 50,9 136,9 1.849,9

2018 33,8 1.459,5 77,9 149,8 1.721,0

Totaal directe investeringen

2.373,0

3.319,6

3.106,3

3.487,0

3.460,7

4.645,2

Bron: NBB. Andere logistieke diensten 3% Vervoer over land 2% Maritieme cluster 63%

Industrie 31%

Handel 1%

Tabel 4.24 Maritieme cluster Goederenbehandeling Scheepsbouw en -herstelling Havenaanleg en baggerwerken Rederijen Scheepsagenten en expediteurs Visserij en visverwerking Bunkering & maritieme handel Havenbedrijf (havenautoriteit) Publieke sector / overheid Totaal maritieme cluster Niet-maritieme cluster

2018 930,8 2,6 230,5 1.573,0 49,9 0,7 0,1 98,6 38,0 2.924,2 2016

% 31,8% 0,1% 7,9% 53,8% 1,7% 0,0% 0,0% 3,4% 1,3% 100,0%

Niet-maritieme cluster Chemische industrie Metaalverwerkende nijverheid Voedingsindustrie Autoconstructie en assemblage Bouw Electronica Energie Brandstofproductie Overige industrie Wegvervoer Overig landtransport Overige logistieke diensten Handel Totaal niet-maritieme cluster

Totaal directe investeringen: 4.645,2

Bron: NBB.

2018 818,0 11,1 34,9 2,6 25,2 0,3 280,3 242,9 44,2 32,2 45,7 149,8 33,8 1.721,0

% 47,5% 0,6% 2,0% 0,2% 1,5% 0,0% 16,3% 14,1% 2,6% 1,9% 2,7% 8,7% 2,0% 100,0%


SOCIAAL-ECONOMISCH BELANG VLAAMSE ZEEHAVENS Tabel 4.25 North Sea Port Flanders - Investeringen (in miljoen euro) Directe investeringen • Maritieme cluster Goederenbehandeling Overige maritieme cluster Totaal maritieme cluster

2013 81,5 20,7 102,2

2014 48,9 13,0 61,9

2015 45,4 21,6 67,0

2016 90,4 32,1 122,5

2017 142,2 25,7 167,9

2018 72,0 26,6 98,6

Niet-maritieme cluster • Handel • Industrie • Vervoer over land • Andere logistieke diensten Totaal niet-maritieme cluster

2013 35,2 243,8 34,8 20,3 334,1

2014 43,6 251,1 31,1 26,5 352,3

2015 31,7 252,4 16,9 15,4 316,4

2016 33,6 355,1 11,7 19,1 419,5

2017 31,2 480,2 15,7 24,9 552,0

2018 34,0 369,0 19,0 34,1 456,1

Totaal directe investeringen

436,3

414,2

383,4

542,0

719,9

554,7

2018 109,3 73,1 22,1 120,6 15,1 5,5 5,4 3,9 14,0 10,4 8,6 34,1 34,0 456,1

% 24,0% 16,0% 4,8% 26,4% 3,3% 1,2% 1,2% 0,9% 3,1% 2,3% 1,9% 7,5% 7,5% 100,0%

Bron: NBB. Andere logistieke diensten 6% Vervoer over land 3%

Maritieme cluster 18% Handel 6%

Industrie 67%

Tabel 4.26 Maritieme cluster Goederenbehandeling Scheepsbouw en -herstelling Havenaanleg en baggerwerken Rederijen Scheepsagenten en expediteurs Visserij en visverwerking Bunkering & maritieme handel Havenbedrijf (havenautoriteit) Publieke sector / overheid Totaal maritieme cluster

2018 72,0 0,3 0,0 4,1 4,0 0,0 0,0 17,7 0,5 98,6

Niet-maritieme cluster

2016

% 73,0% 0,3% 0,0% 4,2% 4,1% 0,0% 0,0% 18,0% 0,5% 100,0%

Niet-maritieme cluster Chemische industrie Metaalverwerkende nijverheid Voedingsindustrie Autoconstructie en assemblage Bouw Electronica Energie Brandstofproductie Overige industrie Wegvervoer Overig landtransport Overige logistieke diensten Handel Totaal niet-maritieme cluster

Totaal directe investeringen: 554,7

Bron: NBB.


119 SOCIAAL-ECONOMISCH BELANG VLAAMSE ZEEHAVENS Tabel 4.27 Haven van Zeebrugge - Investeringen (in miljoen euro) Directe investeringen • Maritieme cluster Goederenbehandeling Overige maritieme cluster Totaal maritieme cluster

2013 16,8 60,0 76,8

2014 50,7 63,5 114,2

2015 28,1 57,7 85,8

2016 43,2 78,7 121,9

2017 59,3 92,2 151,5

2018 33,8 55,0 88,8

Niet-maritieme cluster • Handel • Industrie • Vervoer over land • Andere logistieke diensten Totaal niet-maritieme cluster

2013 12,6 70,8 28,5 8,6 120,5

2014 10,6 51,6 21,2 6,2 89,6

2015 11,7 101,8 37,1 6,6 157,2

2016 9,9 120,6 57,5 5,4 193,4

2017 13,1 90,1 40,3 8,0 151,5

2018 12,5 89,8 42,2 8,5 153,0

Totaal directe investeringen

197,3

203,8

243,0

315,3

303,0

241,8

2018 5,9 0,9 7,9 0,0 3,6 0,2 59,7 0,0 11,6 14,5 27,7 8,5 12,5 153,0

% 3,9% 0,6% 5,2% 0,0% 2,4% 0,1% 39,0% 0,0% 7,6% 9,5% 18,1% 5,6% 8,2% 100,0%

Bron: NBB. Andere logistieke diensten 4% Maritieme cluster 37%

Vervoer over land 17%

Industrie 37%

Handel 5%

Tabel 4.28 Maritieme cluster Goederenbehandeling Scheepsbouw en -herstelling Havenaanleg en baggerwerken Rederijen Scheepsagenten en expediteurs Visserij en visverwerking Bunkering & maritieme handel Havenbedrijf (havenautoriteit) Publieke sector / overheid Totaal maritieme cluster

2018 33,8 4,7 5,7 0,2 4,4 10,7 0,0 26,1 3,2 88,8

Niet-maritieme cluster

2016

% 38,1% 5,3% 6,4% 0,2% 5,0% 12,0% 0,0% 29,4% 3,6% 100,0%

Niet-maritieme cluster Chemische industrie Metaalverwerkende nijverheid Voedingsindustrie Autoconstructie en assemblage Bouw Electronica Energie Brandstofproductie Overige industrie Wegvervoer Overig landtransport Overige logistieke diensten Handel Totaal niet-maritieme cluster

Totaal directe investeringen: 241,8

Bron: NBB.


SOCIAAL-ECONOMISCH BELANG VLAAMSE ZEEHAVENS Tabel 4.29 Haven van Oostende - Investeringen (in miljoen euro) Directe investeringen • Maritieme cluster Goederenbehandeling Overige maritieme cluster Totaal maritieme cluster

2013 1,3 23,5 24,8

2014 0,9 69,6 70,5

2015 0,2 22,0 22,2

2016 0,0 33,8 33,8

2017 0,1 22,0 22,1

2018 0,1 47,2 47,3

Niet-maritieme cluster • Handel • Industrie • Vervoer over land • Andere logistieke diensten Totaal niet-maritieme cluster

2013 4,7 34,6 5,7 6,4 51,4

2014 7,4 35,9 1,8 3,8 48,9

2015 3,6 49,5 2,4 3,1 58,6

2016 2,9 53,4 2,5 1,4 60,2

2017 4,9 50,4 4,3 2,8 62,4

2018 2,5 67,9 4,1 8,3 82,8

Totaal directe investeringen

76,2

119,4

80,8

94,0

84,5

130,1

2018 9,3 21,4 3,6 0,0 20,1 0,0 0,9 0,0 12,6 4,0 0,1 8,3 2,5 82,8

% 11,2% 25,8% 4,3% 0,0% 24,3% 0,0% 1,1% 0,0% 15,2% 4,8% 0,1% 10,0% 3,0% 100,0%

Bron: NBB. Andere logistieke diensten 7% Maritieme cluster 36%

Vervoer over land 3%

Industrie 52%

Handel 2%

Tabel 4.30 Maritieme cluster Goederenbehandeling Scheepsbouw en -herstelling Havenaanleg en baggerwerken Rederijen Scheepsagenten en expediteurs Visserij en visverwerking Bunkering & maritieme handel Havenbedrijf (havenautoriteit) Publieke sector / overheid Totaal maritieme cluster

2018 0,1 1,0 1,2 0,1 1,5 9,5 0,0 1,3 32,6 47,3

Niet-maritieme cluster

2016

% 0,2% 2,1% 2,5% 0,2% 3,2% 20,1% 0,0% 2,7% 68,9% 100,0%

Niet-maritieme cluster Chemische industrie Metaalverwerkende nijverheid Voedingsindustrie Autoconstructie en assemblage Bouw Electronica Energie Brandstofproductie Overige industrie Wegvervoer Overig landtransport Overige logistieke diensten Handel Totaal niet-maritieme cluster

Totaal directe investeringen: 130,1

Bron: NBB.


121 SOCIAAL-ECONOMISCH BELANG VLAAMSE ZEEHAVENS


123

5 MARITIEME STATISTIEK

5.1. Marktaandeel Vlaamse havens in de Le Havre-Hamburg range De Le Havre-Hamburg range bestaat uit de belangrijkste zeehavens tussen Le Havre en Hamburg, met name Le Havre, Duinkerke, Zeebrugge, North Sea Port Flanders, Antwerpen, Rotterdam, Amsterdam, Bremen en Hamburg. De haven van Oostende wordt in dit Jaaroverzicht ook tot de Le Havre-Hamburg range gerekend. In deze range bedroeg de totale overslag in 2019 1.217 miljoen ton (+0,4%). Het aandeel van de vier Vlaamse havens in dit totaal bedroeg 318,0 miljoen ton (26,1%). Dit is een stijging tegenover 2018, toen het Vlaamse aandeel 25,5% bedroeg. Het aandeel van de haven van Antwerpen steeg van 19,4 naar 19,6%. Het marktaandeel van North Sea Port Flanders bleef stabiel op 2,7%. Het marktaandeel van Zeebrugge steeg van 3,3 naar 3,8%. Het aandeel van Oostende bleef stabiel op ongeveer 0,1%. Sinds eind 2017 zijn de havens van Gent en Zeeland Seaports (Terneuzen en Vlissingen) gefuseerd tot North Sea Port. Het aandeel van de fusiehaven North Sea Port in de Le Havre-Hamburg range bedraagt 5,6%.


MARITIEME STATISTIEK Tabel 5.1 Maritieme trafiek in de Le Havre-Hamburg range, in 1.000 ton

2015

2016

2017

2018

2019

2019%

208.419

214.144

223.655

235.153

238.184

19,6%

North Sea Port Flanders

26.362

29.110

32.509

32.586

32.469

2,7%

Zeebrugge

38.318

37.813

37.114

40.101

45.801

3,8%

Antwerpen

1.295

1.464

1.374

1.509

1.589

0,1%

466.363

461.177

467.354

468.984

469.402

38,6%

Oostende Rotterdam

94.891

97.581

100.804

101.798

105.064

8,6%

137.824

138.171

136.476

135.098

136.643

11,2%

Amsterdam* Hamburg Bremen

73.447

74.157

73.104

74.033

69.430

5,7%

Le Havre

68.317

65.409

71.932

70.852

65.835

5,4%

46.604

48.929

50.288

51.602

52.656

4,3%

1.161.840

1.167.955

1.194.610

1.211.716

1.217.073

100,0%

Duinkerke Totaal

Bron: Havenbesturen. *Amsterdam Noordzeekanaalgebied.

Marktaandeel Vlaamse havens in de Le Havre-Hamburg range 25,5%

26,1%

24,2%

23,4%

23,6%

23,0%

23,2%

23,7%

23,0%

24,0%

23,4%

23,5%

23,0%

23,1%

23,1%

23,0%

23,3%

23,0%

23,5%

23,7%

23,6%

22,9%

23,0%

23,4%

23,5%

24,3%

23,3%

23,8%

22,3%

22,6%

22,1%

22,3%

19,0%

19,0%

20,0%

19,9%

21,0%

22,5%

21,4%

22,0%

21,7%

23,0%

22,9%

24,0%

23,8%

25,0%

24,7%

26,0%

18,0% 2019 2018 2017 2016 2015 2014 2013 2012 2011 2010 2009 2008 2007 2006 2005 2004 2003 2002 2001 2000 1999 1998 1997 1996 1995 1994 1993 1992 1991 1990 1989 1988 1987 1986 1985 1984 1983 1982 1981 1980


125 MARITIEME STATISTIEK Maritieme trafiek in de Le Havre-Hamburg range Gegevens 2019 450.000 400.000

In 1000 ton

350.000 300.000 250.000 200.000 150.000 100.000 50.000 0

Rotterdam Antwerpen Hamburg Amsterdam

Bremen

Le Havre

Duinkerke Zeebrugge North Sea Oostende Port Flanders


MARITIEME STATISTIEK

5.2. De Vlaamse havens: totale maritieme trafiek De totale overslag in de Vlaamse havens heeft een overwegend stijgend verloop: sinds 2000 is drie keer een daling voorgekomen: 2001, 2012 en vooral in crisisjaar 2009 (-14,3%). In 2019 werd een toename van de haventrafiek vastgesteld, voor de zevende keer op rij. Tegenover 2018 bedroeg de toename 2,8%. In totaal werd er in de Vlaamse havens 318,0 miljoen ton overgeslagen. De havens van Antwerpen, Zeebrugge en Oostende noteerden groei. Zeebrugge realiseerde de sterkste groei: +5,7 miljoen ton (+14,2%). Antwerpen groeide met 2,9 miljoen ton (+1,2%). Oostende groeide met 5,3%. De overslag in North Sea Port Flanders bleef status quo (-0,4%).


127 MARITIEME STATISTIEK Tabel 5.2 Totale maritieme trafiek in de Vlaamse havens, in 1000 ton, 1980-2019 Antwerpen

North Sea Port Flanders

1980

81.935

18.424

14.188

3.759

118.306

1990

102.009

24.439

30.348

4.552

161.348

Zeebrugge

Oostende

Totaal

% groei

2000

130.994

24.040

35.475

4.307

194.816

2001

129.594

23.456

32.081

4.828

189.959 ↓ -2,5%

2002

131.630

23.981

32.936

6.239

194.786 ↑ 2,5%

2003

142.875

23.539

30.569

7.218

204.201 ↑ 4,8%

2004

152.328

24.956

31.794

7.545

216.623 ↑ 6,1%

2005

160.059

22.222

34.591

7.669

224.541 ↑ 3,7%

2006

167.388

24.144

39.474

7.812

238.818 ↑ 6,4%

2007

182.949

25.102

42.077

7.984

258.112 ↑ 8,1%

2008

189.423

27.028

42.024

8.478

266.953 ↑ 3,4%

2009

157.810

20.787

44.866

5.370

228.833 ↓ -14,3%

2010

178.159

27.257

49.601

4.935

259.952 ↑ 13,6%

2011

187.192

27.192

46.958

3.844

265.186 ↑ 2,0%

2012

184.129

26.302

43.544

3.197

257.172 ↓ -3,0%

2013

190.973

25.955

42.832

1.819

261.579 ↑ 1,7%

2014

199.018

25.889

42.548

1.431

268.886 ↑ 2,8%

2015

208.425

26.362

38.318

1.295

274.400 ↑ 2,1%

2016

214.144

29.110

37.813

1.464

282.531 ↑ 3,0%

2017

223.655

32.509

37.114

1.374

294.652 ↑ 4,3%

2018

235.188

32.586

40.101

1.509

309.384 ↑ 5,0%

2019

238.184

32.469

45.801

1.589

318.043 ↑ 2,8%

Bron: MORA / havenbesturen.

Totale maritieme trafiek in de Vlaamse havens 350.000

70.000

300.000 60.000

x 1.000 ton

250.000 50.000

200.000 40.000

150.000 30.000

100.000 20.000

50.000 10.000

2018 2019 2017 2018 2016 2017 2015 2016 2014 2015 2013 2014 2012 2013 2011 2012 2010 2011 2009 2010 2008 2009 2007 2008 2006 2007 2005 2006 2004 2005 2003 2004 2003 2002 2002 2001 2001 2000 2000 1999 1999 1998 1998 1997 1997 1996 1996 1995 1995 1994 1994 1993 1993 1992 1992 1991 1991 1990 1990 1989 1989 1988 1988 1987 1987 1986 1986 1985 1985 1984 1984 1983 1983 1982 1982 1981 1981 1980 1980

0

0

Antwerpen Antwerpen

North Sea Port Flanders North Sea Port Flanders

Zeebrugge Zeebrugge

Oostende Oostende


MARITIEME STATISTIEK

5.3. De Vlaamse havens: maritieme trafiek ingedeeld naar verschijningsvorm 5.3.1 Droge bulk De rubriek ‘droge bulk’ groepeert de goederen die onverpakt worden verscheept, zoals ertsen, kolen, grind, zand en granen. De overslag van droge bulk bedroeg in 2019 in de vier Vlaamse havens samen 37,0 miljoen ton (+1,1% tegenover 2018). De overslag van droge bulk steeg in Antwerpen (+6,6%), Zeebrugge (+7,7%) en Oostende (+5,0%), maar nam af in North Sea Port Flanders (-3,0%).

Tabel 5.3. Maritieme trafiek droge bulk, Vlaamse havens, in 1000 ton, 1980-2019 Antwerpen

North Sea Port Flanders

Zeebrugge

Oostende

Totaal 51.602

1980

34.502

14.035

2.188

877

1990

32.620

17.843

8.807

727

59.997

2000

27.857

16.751

2.456

1.604

48.668

% groei

2001

27.169

16.203

1.976

1.537

46.885 ↓ -3,7%

2002

26.299

17.850

1.712

1.565

47.426 ↑ 1,2%

2003

25.912

16.871

1.661

1.480

45.924 ↓ -3,2%

2004

27.317

18.377

1.596

1.478

48.768 ↑ 6,2%

2005

26.932

15.596

1.719

1.415

45.662 ↓ -6,4%

2006

26.122

16.914

1.956

1.469

46.461 ↑ 1,8%

2007

24.523

17.058

2.011

1.407

44.999 ↓ -3,1%

2008

27.346

17.970

1.953

1.666

48.935 ↑ 8,7%

2009

17.383

12.960

1.598

1.391

33.332 ↓ -31,9%

2010

19.810

17.714

1.694

1.410

40.628 ↑ 21,9%

2011

19.141

17.128

1.652

1.543

39.464 ↓ -2,9%

2012

19.111

16.820

1.623

1.290

38.844 ↓ -1,6%

2013

14.446

16.367

1.285

1.247

33.345 ↓ -14,2%

2014

13.506

16.740

1.236

1.309

32.792 ↓ -1,7%

2015

13.786

16.740

1.315

1.223

33.064 ↑ 0,8%

2016

12.642

17.733

1.488

1.344

33.207 ↑ 0,4%

2017

12.192

21.073

1.312

1.311

35.888 ↑

8,1%

2018

13.064

20.841

1.232

1.402

36.539 ↑

1,8%

2019

13.926

20.226

1.327

1.472

36.951 ↑ 1,1%

Bron: MORA / havenbesturen.


129 MARITIEME STATISTIEK Maritieme trafiek droge bulk in de Vlaamse havens 70.000

x 1.000 ton

60.000 50.000 40.000 30.000 20.000 10.000

2019 2018 2017 2016 2015 2014 2013 2012 2011 2010 2009 2008 2007 2006 2005 2004 2003 2002 2001 2000 1999 1998 1997 1996 1995 1994 1993 1992 1991 1990 1989 1988 1987 1986 1985 1984 1983 1982 1981 1980

0

Antwerpen

North Sea Port Flanders

Zeebrugge

Oostende

5.3.2 Vloeibare bulk Met de rubriek ’vloeibare bulk’ wordt de gezamenlijke overslag van ruwe aardolie, petroleumproducten, vloeibaar gas, fruitsappen en chemicaliën verstaan. Terwijl de vloeibare bulk in Antwerpen vooral petroleumproducten en chemicaliën betreft, bestaat de overslag in Zeebrugge vooral uit LNG (vloeibaar aardgas). In Gent en in Zeebrugge is de overslag van fruitsap in bulk ook belangrijk. In 2019 werd in de vier Vlaamse havens in totaal 89,1 miljoen ton vloeibare bulk geladen en gelost (+1,2%). De overslag van vloeibare bulk steeg sterk in Zeebrugge (+60,8%, in hoofdzaak vloeibaar aardgas), North Sea Port Flanders (+13,6%) en Oostende (+18,5%). Na zes achtereenvolgende jaren stijging werd nu in de haven van Antwerpen een daling van de overslag van vloeibare bulk genoteerd (-5,0%).


MARITIEME STATISTIEK Tabel 5.4 Maritieme trafiek vloeibare bulk, Vlaamse havens, in 1000 ton, 1980-2019 Antwerpen

North Sea Port Flanders

Zeebrugge

Oostende

Totaal

1980

18.974

1.913

5.512

498

26.897

1990

25.867

2.938

4.578

486

33.869

2000

34.112

2.827

5.070

30

42.039

2001

34.376

2.818

4.140

18

41.352 ↓ -1,6%

2002

31.995

3.055

4.922

21

39.993 ↓ -3,3%

2003

35.127

3.082

4.869

43

43.121 ↑ 7,8%

2004

35.282

2.806

4.286

49

42.423 ↓ -1,6%

2005

37.032

2.795

4.480

52

44.359 ↑ 4,6%

2006

38.218

2.732

6.247

54

47.251 ↑ 6,5%

2007

39.644

2.893

5.858

56

48.451 ↑ 2,5%

2008

39.322

3.818

6.203

43

49.386 ↑ 1,9%

2009

39.522

3.725

7.993

15

51.255 ↑ 3,8%

2010

40.978

4.240

7.997

6

53.221 ↑ 3,8%

2011

46.012

4.450

8.281

5

58.748 ↑ 10,4%

2012

45.246

3.977

7.695

28

56.946 ↓ -3,1%

2013

59.533

3.871

6.916

56

70.376 ↑ 23,6%

2014

62.836

3.412

6.562

57

72.867 ↑ 3,5%

2015

66.685

3.721

6.754

29

77.189 ↑ 5,9%

2016

69.215

5.429

6.032

91

80.797 ↑ 4,7%

2017

73.168

5.335

4.134

29

82.666 ↑ 2,4%

2018

75.883

5.421

6.739

27

88.070 ↑ 6,5%

2019

72.061

6.158

10.834

32

89.085 ↑ 1,2%

% groei

Bron: MORA / havenbesturen.

100.000 90.000

x 1.000 ton

80.000 70.000 60.000 50.000 40.000 30.000 20.000 10.000 0

2019 2018 2017 2016 2015 2014 2013 2012 2011 2010 2009 2008 2007 2006 2005 2004 2003 2002 2001 2000 1999 1998 1997 1996 1995 1994 1993 1992 1991 1990 1989 1988 1987 1986 1985 1984 1983 1982 1981 1980

Antwerpen

North Sea Port Flanders

Zeebrugge

Oostende


131 MARITIEME STATISTIEK

5.3.3 Containers (ton / TEU) De totale overslag van containers bedroeg in 2019 in de vier Vlaamse havens samen 155,3 miljoen ton (13,6 miljoen TEU, Twenty foot Equivalent Unit). Vooral de havens van Antwerpen en Zeebrugge zijn belangrijke containerhavens. De containeroverslag nam in de haven van Antwerpen sterk toe in 2019 tot 138,7 miljoen ton (+6,0%). In Zeebrugge bedroeg de toename 7,0% (16,2 miljoen ton). In Gent is de containeroverslag gering, terwijl er in Oostende sinds 2008 geen containers meer worden behandeld.

Tabel 5.5 Maritieme trafiek containers, Vlaamse havens, in 1000 ton, 1980-2019 Antwerpen

North Sea Port Flanders

Zeebrugge

Oostende

Totaal

1980

6.126

52

1.988

0

8.166

1990

16.553

102

3.946

0

20.602

% groei

2000

44.828

142

11.610

0

2001

46.257

150

10.585

21

57.013 ↑ 0,8%

56.580

2002

53.017

193

11.865

41

65.116 ↑ 14,2%

2003

61.350

243

12.271

72

73.936 ↑ 13,5%

2004

68.280

264

14.012

79

82.635 ↑ 11,8%

2005

74.594

230

15.604

44

90.472 ↑ 9,5%

2006

80.810

267

17.986

24

99.087 ↑ 9,5%

2007

94.540

416

20.323

14

115.293 ↑ 16,4%

2008

101.389

442

21.202

0

123.033 ↑ 6,7%

2009

87.246

419

24.895

0

112.560 ↓ -8,5%

2010

102.526

559

26.404

0

129.489 ↑ 15,0%

2011

105.099

545

22.743

0

128.387 ↓ -0,9%

2012

104.060

618

20.317

0

124.995 ↓ -2,6%

2013

102.326

587

20.413

0

123.326 ↓ -1,3%

2014

108.317

414

20.514

0

129.244 ↑ 4,8%

2015

113.295

258

15.625

0

129.177 ↓ -0,1%

2016

117.910

133

14.445

0

132.488 ↑ 2,6%

2017

122.969

138

15.379

0

138.486 ↑ 4,5%

2018

130.858

210

15.174

0

146.242 ↑ 5,6%

2019

138.747

342

16.242

0

155.331 ↑ 6,2%

Bron: MORA / havenbesturen.


MARITIEME STATISTIEK Tabel 5.6 Maritieme trafiek containers, Vlaamse havens, in TEU, 1980-2019 Antwerpen

North Sea Port Flanders

Zeebrugge

Oostende

Totaal

% groei

1980

724.247

9.950

181.010

0

915.207

1990

1.549.113

9.620

334.382

0

1.893.115

2000

4.097.247

9.900

965.345

0

5.072.492

2001

4.192.582

15.590

875.926

4.675

5.088.773 ↑ 0,3%

2002

4.768.670

21.316

958.942

9.156

5.758.084 ↑ 13,2%

2003

5.441.403

28.688

1.012.672

13.266

6.496.029 ↑ 12,8%

2004

6.050.442

32.441

1.196.755

15.418

7.295.056 ↑ 12,3%

2005

6.482.061

30.529

1.407.932

8.890

7.929.412 ↑ 8,7%

2006

7.018.911

35.888

1.653.493

4.555

8.712.847 ↑ 9,9%

2007

8.175.951

60.835

2.020.723

3.281

10.260.790 ↑ 17,8%

2008

8.664.885

62.868

2.209.713

0

10.937.466 ↑ 6,6%

2009

7.309.497

63.657

2.328.198

0

9.701.352 ↓ -11,3%

2010

8.467.219

83.065

2.499.756

0

11.050.040 ↑ 13,9%

2011

8.661.223

80.093

2.206.681

0

10.947.997 ↓ -0,9%

2012

8.635.129

88.159

1.953.170

0

10.676.458 ↓ -2,5%

2013

8.578.281

70.228

2.026.270

0

10.674.779 ↑ 0,0%

2014

8.977.738

36.800

2.046.586

0

11.061.124 ↑ 3,6%

2015

9.653.511

20.195

1.568.938

0

11.242.644 ↑ 1,6%

2016

10.037.341

12.211

1.399.309

0

11.448.861 ↑ 1,8%

2017

10.450.900

13.205

1.520.406

0

11.984.511 ↑ 4,7%

2018

11.100.409

12.472

1.599.080

0

12.711.961 ↑ 6,1%

2019

11.860.205

39.249

1.675.927

0

13.575.381 ↑ 6,8%

Bron: MORA / havenbesturen.

Maritieme trafiek containers in de Vlaamse havens 180.000 160.000

x 1.000 ton

140.000 120.000 100.000 80.000 60.000 40.000 20.000 0

2019 2018 2017 2016 2015 2014 2013 2012 2011 2010 2009 2008 2007 2006 2005 2004 2003 2002 2001 2000 1999 1998 1997 1996 1995 1994 1993 1992 1991 1990 1989 1988 1987 1986 1985 1984 1983 1982 1981 1980

Antwerpen

North Sea Port Flanders

Zeebrugge

Oostende


133 MARITIEME STATISTIEK

5.3.4 Roll-on roll-off De roll-on roll-off trafiek bestaat vooral uit de overslag van rollend materieel, vrachtwagens, bouwmachines, landbouwmachines en personenwagens. In 2019 bedroeg de totale overslag van roll-on roll-off in de vier Vlaamse havens samen 23,8 miljoen ton (+0,8%). In Zeebrugge is de roll-on roll-off overslag toegenomen met 3,7%, in North Sea Port Flanders nam de roll-on roll-off trafiek in 2019 af met 8,6%. In Antwerpen bedroeg de daling 3,8%. Sinds de stopzetting van de ferryverbinding Oostende-Ramsgate in 2013, is de roll-on roll-off trafiek in Oostende volledig weggevallen.

Tabel 5.7 Maritieme trafiek roll-on roll-off, Vlaamse havens, in 1000 ton, 1980-2019 Antwerpen

North Sea Port Flanders

Zeebrugge

Oostende

Totaal

1980

1.599

381

4.331

2.310

8.620

1990

3.320

912

12.291

3.315

19.838

% groei

2000

3.394

1.279

15.358

2.644

22.675

2001

3.339

1.172

14.348

3.223

22.082 ↓ -2,6%

2002

3.478

1.278

13.651

4.579

22.986 ↑ 4,1%

2003

3.449

1.425

11.107

5.607

21.588 ↓ -6,1%

2004

3.905

1.579

11.097

5.929

22.510 ↑ 4,3%

2005

3.687

1.719

11.777

6.146

23.329 ↑ 3,6%

2006

3.869

1.851

12.245

6.236

24.201 ↑ 3,7%

2007

4.440

1.916

13.000

6.460

25.816 ↑ 6,7%

2008

4.427

1.681

11.814

6.755

24.677 ↓ -4,4%

2009

3.203

1.324

9.514

3.949

17.990 ↓ -27,1%

2010

3.725

1.539

12.396

3.396

21.056 ↑ 17,0%

2011

4.192

1.638

13.131

2.256

21.217 ↑ 0,8%

2012

4.797

1.700

12.549

1.792

20.838 ↓ -1,8%

2013

4.563

1.972

12.544

442

19.521 ↓ -6,3%

2014

4.479

2.149

13.043

0

19.671 ↑ 0,8%

2015

4.654

2.079

13.451

0

20.183 ↑ 2,6%

2016

4.573

2.114

14.352

0

21.039 ↑ 4,2%

2017

5.053

2.355

14.963

0

22.371 ↑ 6,3%

2018

5.326

2.337

15.919

0

23.582 ↑ 5,4%

2019

5.122

2.137

16.502

0

23.761 ↑ 0,8%

Bron: MORA / havenbesturen.


MARITIEME STATISTIEK Maritieme trafiek roll-on roll-off in de Vlaamse havens 30.000

x 1.000 ton

25.000 20.000 15.000 10.000 5.000

2019 2018 2017 2016 2015 2014 2013 2012 2011 2010 2009 2008 2007 2006 2005 2004 2003 2002 2001 2000 1999 1998 1997 1996 1995 1994 1993 1992 1991 1990 1989 1988 1987 1986 1985 1984 1983 1982 1981 1980

0

Antwerpen

North Sea Port Flanders

Zeebrugge

Oostende

5.3.5 Conventioneel stukgoed De overslag van goederen die noch in bulk, noch in containers worden verscheept, zoals bijvoorbeeld project cargo, breakbulk, ijzer en staal, papier, machines en paletten, wordt in de statistieken in de rubriek ‘conventioneel stukgoed’ ondergebracht. In 2019 bedroeg de totale overslag van conventioneel stukgoed in de Vlaamse havens 12,9 miljoen ton (-14,4% tegenover 2018). In de haven van Antwerpen daalde de overslag sterk tegenover 2018: -18,3%. Ook in North Sea Port Flanders en Zeebrugge daalde de overslag van conventioneel stukgoed (-4,5% en -13,6%).


135 MARITIEME STATISTIEK Tabel 5.8 Maritieme trafiek conventioneel stukgoed, Vlaamse havens, in 1000 ton, 1980-2019 Antwerpen

North Sea Port Flanders

Zeebrugge

Oostende

Totaal 23.020

% groei

1980

20.734

2.043

169

74

1990

23.649

2.643

726

25

27.043

2000

20.802

3.041

981

29

24.853 -14,9%

2001

18.453

3.113

1.032

29

2002

16.842

1.605

786

33

2003

17.036

1.918

661

16

22.627 ↓ 19.266 ↓ 19.631 ↑

2004

17.544

1.930

803

10

20.287 ↑

3,3%

2005

17.815

1.882

1.011

12

18.369

2.380

1.040

29

20.720 ↑ 21.818 ↑

2,1%

2006 2007

19.802

2.819

885

47

23.553 ↑

8,0% -34,5%

2008

16.938

3.117

852

14

2009

10.456

2.359

866

15

-9,0% 1,9%

5,3%

2010

11.120

3.205

1.110

123

20.921 ↓ 13.696 ↓ 15.558 ↑

2011

12.749

3.431

1.151

40

17.371 ↑

11,7%

-11,2% 13,6%

2012

10.914

3.187

1.360

87

10.105

3.158

1.674

74

15.548 ↓ 15.011 ↓

-10,5%

2013 2014

9.879

3.175

1.193

65

14.312 ↓

-4,7%

2015

10.005

3.564

1.174

43

2016

9.804

3.701

1.496

29

14.786 ↑ 15.030 ↑ 15.241 ↑

1,7%

2017

10.273

3.608

1.326

34

2018

10.194

3.777

1.037

80

2019

8.329

3.606

896

85

-3,5% 3,3% 1,4%

15.088 ↓ -1,0% 12.916 ↓ -14,4%

Bron: MORA / havenbesturen.

Maritieme trafiek conventioneel stukgoed in de Vlaamse havens 35.000

x 1.000 ton

30.000 25.000 20.000 15.000 10.000 5.000

2019 2018 2017 2016 2015 2014 2013 2012 2011 2010 2009 2008 2007 2006 2005 2004 2003 2002 2001 2000 1999 1998 1997 1996 1995 1994 1993 1992 1991 1990 1989 1988 1987 1986 1985 1984 1983 1982 1981 1980

0

Antwerpen

North Sea Port Flanders

Zeebrugge

Oostende


MARITIEME STATISTIEK

5.4. Oorsprong en bestemming van de goederen De onderstaande figuren geven de oorsprong en de bestemming van de in de Vlaamse havens behandelde goederen weer. De verschillende werelddelen worden onderscheiden (Noord- en Zuid-Amerika afzonderlijk, Zuid-Amerika is inclusief Midden-Amerika). De rubriek ‘andere’ houdt onder meer de onbekende oorsprong/bestemmingen in, alsook de oorsprong/bestemming ’zee’ (bijvoorbeeld boorplatform, zand- of grindwinning op zee).

Europa N-Amerika

Oorsprong van de goederen die aankomen in de haven van Antwerpen

Bestemming van de goederen die vertrekken vanuit de haven van Antwerpen

Z-Amerika Oceanië Azië

12,1%

29,9%

44,9%

Afrika Andere

8,6% 7,1%

1,0%

12,6% 16,1% 26,3%

8,8%

32,4%

0,3%

Oorsprong van de goederen die aankomen in North Sea Port Flanders

Bestemming van de goederen die vertrekken vanuit North Sea Port Flanders

3,1% 1,1% 2,7%

74,3% 56,7%

13,9%

22,5% 8,6%

10,5% Bron: MORA / havenbesturen.

2,0%

4,2%


137 MARITIEME STATISTIEK

Oorsprong van de goederen die aankomen in de haven van Zeebrugge

Bestemming van de goederen die vertrekken vanuit de haven van Zeebrugge

Europa N-Amerika Z-Amerika OceaniĂŤ AziĂŤ

71,2%

71,2% Afrika Ander

1,8%

20,8%

5,9% 2,7% 0,8% 2,7%

Oorsprong van de goederen die aankomen in de haven van Oostende 11,3%

7,1% 0,3%

3,0% 1,7% 0,9%

Bestemming van de goederen die vertrekken vanuit de haven van Oostende

1,9%

100% 86,7%

Bron: MORA / havenbesturen.


MARITIEME STATISTIEK

5.5. Passagiersverkeer Tabel 5.9 geeft het aantal ontscheepte en ingescheepte passagiers weer. Voor de havens van Zeebrugge en Oostende worden deze gegevens verstrekt door het havenbedrijf zelf. Voor Gent en Antwerpen worden de gegevens verstrekt door de Scheepvaartpolitie. Door de hervorming van de Scheepvaartpolitie worden de statistieken van de passagiers vanaf 2001 voor Antwerpen op een andere manier berekend, het aantal transitpassagiers wordt niet meer opgenomen in de cijfers. Vooral de haven van Zeebrugge is een belangrijke passagiershaven. De haven van Oostende heeft nu veel minder passagiersverkeer dan vroeger, als gevolg van het wegvallen van de ferryverbindingen naar het Verenigd Koninkrijk. Tabel 5.9

Passagiers, Vlaamse havens, in aantal, 1980-2019 Antwerpen

North Sea Port Flanders

Zeebrugge

Oostende

Totaal

% groei

1980

9.809

n.b.

2.313.831

2.784.953

5.108.593

1990

3.829

474

1.730.730

1.904.375

3.639.408

2000

4.539

1.493

651.083

905.235

1.562.350

2001

1.681

370

693.118

710.671

1.405.840 ↓ -10,0%

2002

1.656

356

773.582

394.107

1.169.701 ↓ -16,8%

2003

2.327

688

674.153

148.928

826.096 ↓ -29,4%

2004

2.693

543

649.844

163.436

816.516 ↓ -1,2%

2005

2.491

675

702.486

214.794

920.446 ↑ 12,7%

2006

3.275

825

654.329

231.364

889.793 ↓ -3,3%

2007

2.274

917

650.442

247.867

901.500 ↑ 1,3%

2008

2.994

1.073

560.526

229.833

794.426 ↓ -11,9%

2009

2.780

920

561.661

176.722

742.083 ↓ -6,6%

2010

2.318

949

616.525

189.118

808.910 ↑ 9,0%

2011

2.684

1.059

629.473

113.303

746.519 ↓ -7,7%

2012

2.777

1.138

713.152

93.472

810.539 ↑ 8,6%

2013

1.217

1.045

816.755

27.709

846.726 ↑ 4,5%

2014

3.204

1.014

806.265

11.690

822.173 ↓ -2,9%

2015

2.892

1.229

824.475

11.277

839.873 ↑ 2,2%

2016

3.529

1.229

1.073.308

4.287

1.082.353 ↑ 28,9%

2017

3.188

1.203

1.091.341

1.982

1.097.714 ↑ 1,4%

2018

3.358

1.424

1.070.485

7.211

1.082.478 ↓ -1,4%

2019

4.333

1.603

1.021.672

3.782

1.031.390 ↓ -4,7%

Bron: MORA, Waterschoutambt (tot 1998), Scheepvaartpolitie, havenbesturen.


139 MARITIEME STATISTIEK

Passagiersverkeer in de Vlaamse havens 6.000.000 5.000.000

aantal

4.000.000 3.000.000 2.000.000 1.000.000

2019 2018 2017 2016 2015 2014 2013 2012 2011 2010 2009 2008 2007 2006 2005 2004 2003 2002 2001 2000 1999 1998 1997 1996 1995 1994 1993 1992 1991 1990 1989 1988 1987 1986 1985 1984 1983 1982 1981 1980

0

Antwerpen

Gent

Zeebrugge

Oostende

5.6. Scheepsbewegingen Tabel 5.10 geeft het aantal zeeschepen weer dat in de Vlaamse havens is aangekomen, tabel 5.11 geeft de totale Bruto Tonnage (BT) van deze schepen weer. In 2019 kwamen er in totaal in de vier Vlaamse havens 31.451 schepen aan, goed voor een totaal tonnage van 682,0 miljoen BT. De gemiddelde BT


MARITIEME STATISTIEK per zeeschip wordt bekomen door deling van de BT door het aantal aangekomen zeeschepen. Dit wordt weergegeven in onderstaande figuur. De gemiddelde BT per zeeschip was in 2019 het grootst in Antwerpen (28.879 BT), gevolgd door Zeebrugge, met een gemiddelde BT per zeeschip van 27.386 BT. In North Sea Port Flanders bedraagt de gemiddelde scheepsgrootte 11.616 BT. In Oostende is de gemiddelde grootte sinds 2012 fors gedaald als gevolg van de drukke activiteiten in de sector van de windmolenparken (druk verkeer, maar vooral met zeer kleine tenders). Hierdoor is de gemiddelde BT per schip gedaald van 6.630 BT in 2011 tot 971 BT in 2019.

Tabel 5.10 Aantal binnengekomen zeeschepen, in aantal, 1980-2019

1980

Antwerpen

North Sea Port Flanders

Zeebrugge

Oostende

Totaal

17.151

3.260

9.550

6.797

36.758

1990

16.764

3.694

11.321

4.899

36.678

2000

16.105

2.892

10.689

4.103

33.789

% groei

2001

15.885

2.731

10.136

4.194

32.946 ↓ -2,5%

2002

15.559

2.824

9.989

4.283

32.655 ↓ -0,9%

2003

15.724

3.009

8.128

4.698

31.559 ↓ -3,4%

2004

15.371

3.044

7.847

4.883

31.145 ↓ -1,3%

2005

15.283

2.794

8.555

4.843

31.475 ↑ 1,1%

2006

15.770

3.072

8.753

4.657

32.252 ↑ 2,5%

2007

16.689

3.171

9.449

4.759

34.068 ↑ 5,6%

2008

16.406

3.463

9.405

4.868

34.142 ↑ 0,2%

2009

13.923

2.962

8.073

2.952

27.910 ↓ -18,3%

2010

14.783

3.436

8.863

2.554

29.636 ↑ 6,2%

2011

15.240

3.351

8.351

2.204

29.146 ↓ -1,7%

2012

14.556

3.125

7.797

4.425

29.903 ↑ 2,6%

2013

14.220

2.949

7.651

4.358

29.178 ↓ -2,4%

2014 2015

14.009 14.417

2.893 2.847

7.720 7.888

3.779 2.687

2016

14.473

2.891

8.467

3.406

28.401 ↓ -2,7% 27.839 ↓ -2,0% 29.237 ↑ 5,0%

2017

14.223

3.093

8.427

4.050

29.793 ↑ 1,9%

2018

14.595

3.203

8.405

5.331

31.534 ↑ 5,8%

2019

14.391

3.243

8.151

5.666

31.451 ↓ -0,3%

Bron: MORA / havenbesturen.


141 MARITIEME STATISTIEK Tabel 5.11 Totale BRT/BT van de aangekomen zeeschepen, in 1000 BRT/BT, 1980-2019 North Sea Port Flanders

Antwerpen

Zeebrugge

Oostende

Totaal 192.503

% groei

1980

102.696

15.701

48.212

25.894

1990

140.831

23.879

66.766

16.957

248.432

2000

203.064

29.215

163.140

23.422

418.842

2001

214.274

28.073

163.937

25.680

431.964 ↑ 3,1%

2002

217.918

27.961

169.196

27.498

442.573 ↑ 2,5%

2003

227.885

29.453

137.450

32.993

427.781 ↓ -3,3%

2004

237.408

30.101

146.850

35.044

449.403 ↑ 5,1%

2005

248.461

30.162

158.999

35.501

473.123 ↑ 5,3%

2006

265.165

32.618

168.141

36.120

502.044 ↑ 6,1%

2007

288.825

32.019

196.351

35.645

552.840 ↑ 10,1%

2008

296.400

33.849

194.230

33.197

557.676 ↑ 0,9%

2009

266.262

29.702

189.875

33.188

519.027 ↓ -6,9%

2010

290.687

34.829

203.205

27.499

556.220 ↑ 7,2%

2011

316.429

34.698

205.142

14.613

570.882 ↑ 2,6%

2012

318.481

33.327

195.432

11.534

558.774 ↓ -2,1%

2013

329.636

32.506

196.107

7.368

565.617 ↑ 1,2%

2014

335.276

30.725

201.281

4.445

571.727 ↑ 1,1%

2015

367.709

30.725

193.671

2.145

594.250 ↑ 3,9%

2016

401.085

33.871

197.888

2.948

635.792 ↑ 7,0%

2017

406.762

36.962

203.082

4.080

650.886 ↑ 2,4%

2018

418.839

37.806

212.129

5.219

673.992 ↑ 3,5%

2019

415.594

37.670

223.227

5.504

681.995 ↑ 1,2%

Bron: MORA / havenbesturen.

BRT / BT per schip

30.000

28.879 25.000 20.000

27.386

15.000

11.616

10.000 5.000

971 2019 2018 2017 2016 2015 2014 2013 2012 2011 2010 2009 2008 2007 2006 2005 2004 2003 2002 2001 2000 1999 1998 1997 1996 1995 1994 1993 1992 1991 1990 1989 1988 1987 1986 1985 1984 1983 1982 1981 1980

0

Antwerpen

Gent

Zeebrugge

Oostende


MARITIEME STATISTIEK

5.7. Maritieme trafiek per goederensoort Tabellen 5.12 tot en met 5.16 geven de totale goederenoverslag in de vier Vlaamse havens weer, opgedeeld naar goederensoort. De laatste kolom van de tabellen geeft het groeicijfer van 2019 tegenover 2018 weer.

Tabel 5.12 Trafiek naar goederencategorie, Haven van Antwerpen, in 1000 ton, 2019 2018

Goederencategorie (geen NVS-indeling)

2019

% groei

146.379

152.198 ↑

4,0%

8.849

6.921 ↓

-21,8%

Non-ferro-metalen

20

17 ↓

-15,5%

Meststoffen / chemicaliën

38

46 ↑

21,2%

372

319 ↓

-14,2%

40

106 ↑

168,1%

338

327 ↓

-3,1%

Stukgoedbehandeling IJzer en staal

Hout Houtcellulose, papierpulp Fruit

0

Graangewassen Rollend materieel Bloem, meel, grutten van granen Suiker Containers Overig stukgoed Massagoedbehandeling

4.318

4.239 ↓

-1,8%

16

11 ↓

-34,5% 0,0%

0

0 ↑

130.858

138.747 ↑

6,0%

1.530

1.463 ↓

-4,4%

88.954

85.986 ↓

-3,3%

5.650

Ruwe aardolie

2 ↑ 1527,5%

5.345 ↓ -5,4%

Aardoliederivaten

54.210

50.254 ↓ -7,3%

Chemicaliën

15.674

16.068 ↑ 2,5%

Ertsen

2.057

1.598 ↓ -22,3%

Kolen

1.003

2.851 ↑ 184,2%

338

240 ↓ -28,9%

Meststoffen

4.206

3.947 ↓ -6,2%

Zand en grind

1.369

1.453 ↑ 6,2%

Overig massagoed

4.446

Granen

235.333

TOTAAL Bron: MORA / Havenbedrijf Antwerpen.

4.229 ↓ -4,9% 238.184

1,2%


143 MARITIEME STATISTIEK Tabel 5.13 Trafiek naar goederencategorie, Haven van Antwerpen, in 1000 ton, 2019, NVS-indeling Goederencategorie (NVS-indeling)

2018

0. Landbouwproducten en levende dieren

1.159

1.

Voedingsproducten en veevoeders

2. Vaste minerale brandstoffen 3. Aardoliën en aardolieproducten

801

2019

% groei 1.172 ↑ 1,1% 707 ↓ -11,7%

1.003

2.851 ↑ 184,2%

59.902

55.620 ↓ -7,1% 2.821 ↓ -12,8%

4. Ertsen, metaalafval, ijzerkies

3.233

5. Ijzer, staal en non-ferrometalen

8.694

6.818 ↓ -21,6%

6. Ruwe mineralen en bouwmaterialen

3.413

3.353 ↓ -1,8%

7. Meststoffen 8. Chemische producten 9. Voertuigen, machines en overige … 10. Containers 11. Niet gespecificeerde lading TOTAAL :

4.239

3.981 ↓ -6,1%

16.039

16.337 ↑ 1,9%

5.982

5.852 ↓ -2,2%

130.858

138.747 ↑ 6,0%

0 235.325

0 238.258 ↑

1,2%

Bron: MORA / Havenbedrijf Antwerpen.

Tabel 5.14 Trafiek naar goederencategorie, North Sea Port Flanders, in 1000 ton, 2019 Goederencategorie (NVS-indeling)

2018

2019

0. Landbouwproducten

1.921

01. Granen

1.040

1.813 ↓ 925 ↓

% groei -5,6% -11,1%

02. Aardappelen

0

0

03. Andere verse groenten en vruchten

6 1

0 ↓ 6 ↑

-100,0%

04. Natuurlijke en synthetische textielstoffen

882 ↑ 0

3,9%

0 ↓ 4.338 ↑ 52 ↓

-100,0%

05. Hout en kurk

849

06. Suikerbieten

0

09. Ruwe plantaardige en dierlijke grondstoffen 1.

Voedingsproducten en veevoeder

11. Suiker 12. Dranken 16. Producten op basis van graan, fruit en groenten 17. Veevoeder

25 4.203 60 651 98 584

18. Oliehoudende zaden, dierlijke en plantaardige oliën

2.810

2. Vaste minerale brandstoffen

2.890

21. Steenkool

2.551

22. Bruinkool

102

601 ↓ 81 ↓ 470 ↓ 3.134 ↑ 2.553 ↓ 2.255 ↓ 91 ↓

500,0%

3,2% -13,3% -7,7% -17,3% -19,5% 11,5% -11,7% -11,6% -10,8%


MARITIEME STATISTIEK 23. Cokes 3. Petroleum en petroleumproducten 31. Ruwe petroleum

237 4.738 0

32. Vloeibare petroleumbrandstoffen

1.567

34. Andere petroleumproducten

3.171

4. Ertsen en metaalresiduen

7.799

41. IJzererts

5.846

45. Andere ertsen en afvallen daarvan

127

46. Schroot, hoogovenstof, geroost ijzerkies

1.826

5.

4.013

Producten van de metaalindustrie

51. Ruw ijzer, ferrolegeringen en ruw staal 52. Halffabrikaten van ijzer en staal 53. Staven, profielen en draad van ijzer en staal

362 2.196 17

1.642 ↑ 3.794 ↑ 7.267 ↓ 5.370 ↓

-12,7% 14,7% 4,8% 19,6% -6,8% -8,1%

138 ↑ 1.759 ↓

-3,7%

3.871 ↓ 408 ↑

12,7%

8,7% -3,5%

1.812 ↓ 21 ↑

-17,5% 13,4%

23,5%

55. Buizen en pijpen van ijzer en staal

0

1.630 ↑ 0

56. Non-ferrometalen ruw, halffabrikaten en eindproducten

1

0 ↓

-100,0%

1.746

2.071 ↑ 766 ↓

18,6%

348 ↑ 298 ↓

78,5%

649 ↑ 10

56,4%

0 ↓ 2.253 ↓ 174 ↑

-100,0%

54. Platen van ijzer en staal

6. Ruwe mineralen en bouwmaterialen

1.437

207 ↓ 5.436 ↑ 0

61. Zand, grind, klei en slakken

782

62. Zout, ijzerkies en zwavel

195

63. Andere ruwe mineralen

322

64. Cement en kalk

415

65. Gips 69. Bouwmaterialen 7. Meststoffen 71. Natuurlijke meststoffen 72. Kunstmeststoffen

0 32 2.263 100 2.163

8. Chemische producten

522

81. Chemische basisproducten

204

82. Aluminiumverbindingen 83. Producten van steenkoolchemie 84. Cellulose en oud papier 89. Andere chemische producten 9. Overige goederen 91. Vervoermaterieel, inclusief onderdelen 92. Landbouwmachines, inclusief onderdelen 93. Elektrische en andere machines, apparaten en motoren 94. Artikelen van metaal 97. Andere fabrikaten en halffabrikaten 99. Bijzondere transacties TOTAAL : Bron: MORA / North Sea Port.

0 188 1 129 2.491 3 0

2.079 ↓ 377 ↓ 125 ↓ 0 137 ↓ 0 ↓ 115 ↓ 2.481 ↓ 0 ↓

-2,0% -7,5%

-0,4% 74,0% -3,9% -27,8% -38,7% -27,1% -100,0% -10,9% -0,4% -100,0%

0

12

27 ↑

125,0%

7

-100,0%

138

0 ↓ 2.309 ↓ 145 ↑

32.586

32.460 ↓

-0,4%

2.331

-0,9% 5,1%


145 MARITIEME STATISTIEK Tabel 5.15 Trafiek naar goederencategorie, Haven van Zeebrugge, in 1000 ton, 2019 Goederencategorie (NVS-indeling) 0. Landbouwproducten 01. Granen (m.i.v. rijst) 02. Aardappelen 03. Verse groenten en vruchten 04. Textiel

2018 144 74 0 35 0

05. Hout en kurk

20

06. Suikerbieten

0

09. Andere plantaardige en dierlijke grondstoffen 1.

Andere voedingsproducten en veevoeders

15 505

11. Suiker

194

12. Dranken

211

2019 % groei 150 ↑ 4,2% 72 ↓ -2,7% 0 32 ↓ 0

-8,6%

46 ↑ 0

130,0%

0 ↓ 478 ↓ 156 ↓

-100,0%

-4,3%

13. Voedings- en genotsmiddelen

0

202 ↓ 0

14. Vlees, vis, melk en -producten, eieren, …

0

0

16. Graan-, fruit- en groentebereidingen

0

0

97

117 ↑ 0

17. Veevoeder 18. Oliezaden, oliën en vetten 19. Andere voedingsproducten 2. Vaste minerale brandstoffen

0 3 110

21. Steenkool

18

22. Bruinkool en turf

89

22. Cokes 29. Andere vaste brandstoffen 3. Aardolie & -producten 32. Vloeibare brandstoffen

0 3 3.976 299

88 ↓ 0 5 ↑ 7.917 ↑ 286 ↓

20,6% 0,0% -12,7% -55,6% -1,1% 66,7% 99,1% -4,3%

4. Ertsen, metaalafval, geroost ijzerkies

1

7.631 ↑ 0 ↓

45. Andere ertsen

0

0

46. Schroot, hoogovenstof, geroost ijzerkies

1 3

0 ↓ 1 ↓

-100,0%

5. IJzer, staal en non-ferrometalen 51. Ruw ijzer, ferrolegeringen en ruw staal

3

-66,7%

56. Non-ferro metalen

0

1 ↓ 0 ↑

59. Andere prod. v.d. metaalindustrie

0

0

33. Energiegassen

3.677

3 ↑ 96 ↓ 8 ↓

-5,3% -19,6%

6. Ruwe mineralen en bouwmaterialen

958

61. Zand, grind, klei en slakken

948

69. Andere bewerkte bouwmaterialen

5

7. Meststoffen

0

4

0

0,0%

-80,0%

1 ↓ 0 ↓

465

-66,7%

7,5%

5

8. Chemische producten

-100,0%

1.030 ↑ 1.029 ↑

64. Cement, kalk

72. Kunstmeststoffen

107,5%

8,5% -100,0%

4 373 ↓

-19,8%


MARITIEME STATISTIEK 81. Chemische basisproducten 84. Cellulose, papierpulp 89. Andere chemische producten

0 464 1

9. Overige goederen

33.939

91. Vervoermateriaal, ro/ro en gecontaineriseerde goederen

31.093

0 372 ↓ 1 ↑

-19,8%

35.752 ↑ 32.744 ↑

5,3%

92. Landbouwtractoren en -machines

0

0

93. Elektrische machines, apparaten ,…

5

94. Metaalwaren

3

6 ↑ 2 ↓

97. Andere fabrikaten en halffabrikaten 98. Bunkermateriaal en boordprovisie 99. Speciale transacties TOTAAL : Bron: MORA / Port of Zeebrugge.

481

0,0% 5,3%

20,0% -33,3% -8,5%

0

440 ↓ 2.560 ↑ 0

40.101

45.801 ↑

14,2%

2.357

8,6%


147 MARITIEME STATISTIEK Tabel 5.16 Trafiek naar goederencategorie, Haven Oostende, in ton, in 2019 Goederencategorie Algemene goederen Bouwmaterialen Erts Ferrochrome Gasolie Grind en zand Hout Magnesiumoxide Microsilica Orthoxyleen Schroot Sepeoliet Staal Silo/machines Steenkool Waterglass

2019 1.589.212

5.878 0

5.878 ↓ 0

13,8%

8.839

8.839 ↑

331,4%

1.348.129

1.348.129 ↑

2,1%

42.110

42.110 ↑

25,8%

0

0

3.850

3.850 ↑

8,2%

22.937

22.937 ↓

-9,1%

0 29.762 0 60.796 0 17.610

0 29.762 ↑ 60.796 ↓

-34,0%

0 17.610 ↑

0

0

Containers

0

0

Roll-on-roll-off

0

0

Toeristische wagens

0 1.562.004

36,9%

0

Veevoeder

Bron: MORA / Havenbedrijf Oostende.

1,7% -20,1%

46.000 ↑

3.301

TOTAAL :

% groei

46.000

3.301

Zout

2018 1.589.212

14,3%

0 1.589.212 ↑

1,7%


149

6 ROTTERDAM-ANTWERPEN PIJPLEIDING (RAPL) De twee grootste raffinaderijen van Antwerpen, Total en Esso, worden met ruwe aardolie bevoorraad via de Rotterdam Antwerpen Pijpleiding (RAPL). Deze pijpleiding, die in 1971 in gebruik werd genomen, wordt uitgebaat door het bedrijf Rotterdam Antwerpen Pijpleiding N.V. De pijpleiding is 102 km lang en heeft een diameter van 86,4 cm. De jaarlijks aanvoer nam sinds de ingebruikname gestaag toe. Sinds 1971 werd bijna 1,2 miljard ton ruwe aardolie van Rotterdam naar diverse raffinaderijen in Antwerpen vervoerd. De laatste jaren lag de jaarlijkse aanvoer van ruwe aardolie via de RAPL rond de 28 Ă 29 miljoen ton per jaar. Een uitzondering was 2013, toen de aanvoer lager lag door het stilleggen van twee raffinaderijen voor onderhoudswerken: in het voorjaar van 2013 bij Total en in het najaar bij ExxonMobil. In 2019 bedroeg de aanvoer 29,5 miljoen ton (34,3 miljoen m3).


ROTTERDAM-ANTWERPEN PIJPLEIDING (RAPL) Tabel 6.1

Trafiek Rotterdam-Antwerpen Pijpleiding, in ton Jaar

Ton

1971 1980 1990 2000 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019

6.797.635 23.263.766 19.596.358 27.327.190 29.595.729 26.477.246 29.849.115 25.256.794 29.252.147 29.524.109 28.804.702 28.880.699 28.094.671 29.548.358

Bron: Rotterdam-Antwerpen Pijpleiding N.V. (RAPL).

35,0

Miljoen ton

30,0

29,5

25,0 20,0 15,0 10,0

2019 2018 2017 2016 2015 2014 2013 2012 2011 2010 2009 2008 2007 2006 2005 2004 2003 2002 2001 2000 1999 1998 1997 1996 1995 1994 1993 1992 1991 1990 1989 1988 1987 1986 1985 1984 1983 1982 1981 1980 1979 1978 1977 1976 1975 1974 1973 1972 1971

5,0


151 ROTTERDAM-ANTWERPEN PIJPLEIDING (RAPL)


153

7 BINNENVAART VAN EN NAAR DE VLAAMSE HAVENS In 2019 werd er in de Vlaamse havens 127,1 miljoen ton goederen geladen en gelost in en uit binnenschepen. Tegenover 2018 is deze goederenoverslag met 2,5% gegroeid. De binnenvaartoverslag op de Vlaamse kanalen en rivieren bedroeg in 2019 42,6 miljoen ton, dit is iets lager dan in 2018, toen het 43,5 miljoen ton bedroeg (-2,1%). Het totaal voor havens en binnenwateren bedroeg in 2019 169,7 miljoen ton (+1,3%). Doorvoer via de Vlaamse havens of binnenwateren (dus een schip dat laadt en lost buiten Vlaanderen, en enkel via Vlaanderen naar zijn bestemming vaart), is niet inbegrepen. 


BINNENVAART VAN EN NAAR DE VLAAMSE HAVENS Tabel 7.1

Lossingen en ladingen door de binnenvaart in de Vlaamse havens en de Vlaamse waterwegen, in 1000 ton, 1998-2019 Haven North Sea Antwerpen Port Flanders

Haven BruggeZeebrugge

Haven Oostende

Totaal Overige in Vlaamse Vlaanderen havens

Algemeen totaal

% groei

1998

60.741

12.500

316

206

73.763

29.231

1999

62.347

12.500

589

250

75.686

30.601

102.995 106.287 ↑ 3,2%

2000

70.172

12.800

549

142

83.663

34.024

117.688 ↑ 10,7%

2001

72.295

13.200

461

149

86.105

33.733

119.839 ↑ 1,8%

2002

74.276

14.263

457

82

89.078

34.038

123.116 ↑ 2,7%

2003

76.615

14.916

508

145

92.184

34.333

126.517 ↑ 2,8%

2004

81.939

16.902

593

192

99.626

35.912

135.538 ↑ 7,1%

2005

84.301

16.490

747

163

101.701

37.581

139.282 ↑ 2,8%

2006

85.694

18.389

949

289

105.321

39.240

144.561 ↑ 3,8%

2007

89.297

17.731

808

201

108.037

39.915

147.952 ↑ 2,3%

2008

90.449

20.077

846

189

111.561

40.034

151.595 ↑ 2,5%

2009

78.585

16.457

603

162

95.807

35.934

131.741 ↓

2010

85.922

20.657

626

183

107.387

43.096

150.484 ↑ 14,2%

-13,1%

2011

87.133

22.853

695

310

110.991

45.520

156.511 ↑ 4,0%

2012

87.858

23.146

633

262

111.899

42.568

154.467 ↓

2013

94.287

22.228

598

323

117.436

42.569

160.005 ↑ 3,6%

-1,3%

2014

96.461

21.824

780

264

119.329

41.687

161.016 ↑ 0,6%

2015

91.506

20.103

802

206

112.617

41.393

154.009 ↓

2016

97.178

21.928

859

199

120.164

43.076

163.240 ↑ 6,0%

-4,4%

2017

102.263

23.035

849

224

126.371

45.079

171.450 ↑ 5,0%

2018

99.288

23.700

880

165

124.032

43.490

167.522 ↓

2019

101.300

24.571

1.087

164

127.123

42.588

169.711 ↑ 1,3%

-2,3%

Bron: Vlaamse havens: Havenbesturen. Overige in Vlaanderen: Promotie Binnenvaart Vlaanderen (tot 2009), De Scheepvaart, Waterwegen en Zeekanaal (via Open Data MOW, vanaf 2010), De Vlaamse Waterweg (vanaf 2018). Voor Gent gaat het tot en met 2001 om ramingen.


155

Deel 2 Luchthavens


157

8 Luchthavenstatistiek

8.1. Inleiding: vier luchthavens in Vlaanderen Brussels Airport is de nationale luchthaven in België, gelegen ten noordoosten van Brussel, op het grondgebied van Zaventem, Machelen en Steenokkerzeel. Op de luchthaven bieden 80 vliegtuigmaatschappijen vluchten aan naar meer dan 200 bestemmingen. De luchthaven bestrijkt 1.245 hectare. In 2019 registreerde de luchthaven een totaal van 26,4 miljoen vervoerde passagiers en 234.460 bewegingen9. In 2019 werd in totaal 667.220 ton vracht genoteerd op Brussels Airport, deze vracht wordt verder onderverdeeld in 166.518 ton trucked cargo10 en 500.702 ton gevlogen vracht. Verder in de tekst wordt enkel de gevlogen vracht vermeld.

9 Een vlucht bestaat altijd uit twee bewegingen: het opstijgen en de landing. Het aantal bewegingen in een luchthaven is dus de som van het aantal landingen en het aantal opstijgingen. 10 Trucked cargo is vracht onder luchtvrachtbrief die van Brucargo over de weg vervoerd naar een andere luchthaven om van daar te vliegen of – omgekeerd – die van een andere luchthaven over de weg vervoerd wordt naar Brucargo om van daar te vliegen (“truck ter vervanging van vliegtuig”).


LUCHTHAVENSTATISTIEK Daarnaast telt het Vlaamse Gewest drie regionale luchthavens: de luchthavens Antwerpen, Oostende-Brugge en Kortrijk-Wevelgem. Teneinde deze consequent kansen tot ontwikkeling te geven, werd een nieuw organisatiemodel uitgewerkt: de LOM-LEM structuur11. De LOM-LEM structuur is op 27 oktober 2014 in werking getreden voor de luchthavens Antwerpen en Oostende-Brugge. In dit organisatiemodel is de luchthavenontwikkelingsmaatschappij (LOM) een publieke N.V. die instaat voor de instandhouding van de basisinfrastructuur. De private luchthavenexploitant (LEM) neemt de commerciĂŤle uitbating van de luchthaven op zich. Op de luchthaven Kortrijk-Wevelgem zal de LOM-LEM structuur tegen 2024 in werking treden. De Internationale Luchthaven Antwerpen wordt uitgebaat door de LEM Antwerpen, een private entiteit binnen de Franse EGIS-groep. Twee luchtvaartmaatschappijen (TUI fly en Air Antwerp) bieden vluchten aan naar 11 bestemmingen. Naast lijnvluchten zijn er ook chartervluchten, businessvluchten, oefenvluchten en recreatieve vluchten. De luchthaven bestrijkt 190 hectare. In 2019 registreerde de luchthaven een totaal van 306.330 vervoerde passagiers, 2.608 ton vracht en 36.372 bewegingen. De Internationale luchthaven Oostende-Brugge wordt uitgebaat door de LEM Oostende-Brugge, eveneens een private entiteit binnen de Franse groep Egis. Een belangrijk deel van de activiteiten van de luchthaven is gericht op vrachtvervoer. Naast cargovluchten zijn er ook lijnvluchten. Luchtvaartmaatschappij TUI fly biedt vluchten aan naar 22 bestemmingen. De luchthaven staat eveneens ter beschikking voor businessvluchten, oefenvluchten en recreatieve vluchten. Het luchthavengebied is 350 hectare groot. In 2019 wer-

11 Deze beheersstructuur wordt concreet vormgegeven in het decreet van 10 juli 2008 betreffende het beheer en de uitbating van de regionale luchthavens Oostende-Brugge, Kortrijk-Wevelgem en Antwerpen.


159 LUCHTHAVENSTATISTIEK den 457.423 passagiers en 24.757 ton vracht vervoerd en bedroeg het aantal bewegingen 25.461. De Internationale luchthaven Kortrijk-Wevelgem werd lange tijd beheerd door de West-Vlaamse Intercommunale Vliegveld Wevelgem-Bissegem. Op 1 januari 2018 nam de NV Internationale Luchthaven Kortrijk-Wevelgem het beheer en de exploitatie op zich. De aandeelhouders van deze N.V. zijn de Provincie West-Vlaanderen (57%), het Vlaamse Gewest (33%) en de Intercommunale Leiedal (10%). De NV ILKW is belast met het beheer van de basisinfrastructuur (= LOMtaak), en voert de infrastructuurinvesteringen uit die vereist zijn om het EASA12-certificaat te verkrijgen. De investeringen zijn momenteel in uitvoering en verlopen op schema. De werken zullen in de zomer van 2020 afgerond worden. De NV ILKW is tevens belast met de exploitatie van de luchthaven (= LEMtaak). Hiervoor doet ze deels beroep op FIA, een concessionaris die instaat voor de uitbating van het passagiersgebouw, de kerosineverkoop, de afhandeling en het innen van passagierstaksen. Tenslotte staat de N.V. in voor de taken inzake veiligheid, beveiliging, brandweer en luchtverkeersinformatie. De luchthaven is een kleinschalige zakenluchthaven, met o.m. vliegtuigen en helikopters van talloze bedrijven en particulieren uit de wijde omgeving. Daarnaast biedt de luchthaven ook ruimte voor trainingsvluchten en recreatieve vluchten. De luchthaven bestrijkt 52 hectare. 2019 was goed voor 62.180 vervoerde passagiers en 31.283 bewegingen. Vrachtvervoer is er niet of nauwelijks.

12 European Union Aviation Safety Agency.


8.2. Passagiers In 2019 maakten 27,2 miljoen passagiers gebruik van ĂŠĂŠn van de luchthavens in Vlaanderen. Brussels Airport is daarbij ruimschoots de grootste, met een aandeel van 97%. Brussels Airport groeide tegenover 2018 met 2,7%, Antwerpen groeide ook met 2,7% en in Oostende bedroeg de groei 8,9%. In Kortrijk-Wevelgem lag het aantal passagiers in 2019 11,9% lager dan in 2018. Dikwijls gaat het hier ook om scholings- en zakelijke vluchten. De vier luchthavens samen kennen jaarlijks een groei in de trafiek. De drie recenste uitzonderingsjaren zijn 2002 (faillissement Sabena), 2009 (wereldwijde economische crisis) en 2016 (aanslag Brussels Airport op 22 maart 2016). Omwille van de aanslagen werd in 2016 een deel van de vluchten van Brussels Airport overgenomen door de luchthavens van Antwerpen en Oostende-Brugge.


161 LUCHTHAVENSTATISTIEK Tabel 8.1

Aantal passagiers in de luchthavens in Vlaanderen, in aantal, 19802019

ICAO 1980 1990 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019

Brussels Airport EBBR 5.269.000 8.480.000 21.637.003 19.684.867 14.410.555 15.194.097 15.632.773 16.179.733 16.707.892 17.900.000 18.515.730 16.999.154 17.180.606 18.786.034 18.971.332 19.133.222 21.933.190 23.460.018 21.818.418 24.783.911 25.675.939 26.360.003

Antwerpen

Oostende

EBAW 148.000 163.969 261.576 273.208 190.362 168.283 152.682 142.737 147.849 174.858 176.971 169.446 162.840 166.078 140.139 137.015 121.357 221.155 276.311 273.167 298.403 306.330

EBOS 71.600 109.607 123.984 117.775 103.375 150.529 111.275 126.144 146.355 180.063 199.958 192.776 213.638 232.682 232.651 247.669 253.044 276.027 434.970 365.345 419.865 457.423

Bron: Luchthavenbesturen

KortrijkWevelgem EBKT 0 92.000 83.000 85.000 70.685 73.271 61.562 61.526 65.186 67.051 66.394 65.227 65.895 69.606 69.227 71.193 79.285 78.036 75.234 61.763 70.588 62.180

Totaal

5.488.600 8.845.576 22.105.563 20.160.850 14.774.977 15.586.180 15.958.292 16.510.140 17.067.282 18.321.972 18.959.053 17.426.603 17.622.979 19.254.400 19.413.349 19.589.099 22.386.876 24.035.236 22.604.933 25.484.186 26.464.795 27.185.936

% groei

↓ ↓ ↑ ↑ ↑ ↑ ↑ ↑ ↓ ↑ ↑ ↑ ↑ ↑ ↑ ↓ ↑ ↑ ↑

-8,8% -26,7% 5,5% 2,4% 3,5% 3,4% 7,4% 3,5% -8,1% 1,1% 9,3% 0,8% 0,9% 14,3% 7,4% -6,0% 12,7% 3,8% 2,7%


LUCHTHAVENSTATISTIEK Totaal aantal passagiers via de luchthavens in Vlaanderen 30.000.000

25.000.000

20.000.000

15.000.000

10.000.000

5.000.000

0

2019 2018 2017 2016 2015 2014 2013 2012 2011 2010 2009 2008 2007 2006 2005 2004 2003 2002 2001 2000 1999 1998 1997 1996 1995 1994 1993 1992 1991 1990 1989 1988 1987 1986 1985 1984 1983 1982 1981 1980

Brussels Airport

Antwerpen

Oostende

Kortrijk-Wevelgem

8.3. Vracht Na 5 jaar op rij een toename in het vrachtvervoer13 op de luchthavens in Vlaanderen werd in 2019 een daling genoteerd van 7,9% tegenover 2018. De daling is toe te schrijven aan marktschommelingen, de nationale staking in februari 2019 en sociale onrust bij luchtverkeersleider skeyes. De grote dalingen in 2008 en 2009 zijn toe te schrijven aan de verhuis van het Europese sorteercentrum van DHL van Brussels Airport naar Leipzig in 2008 en de economische crisis in 2009. Bij Brussels Airport bedroeg de daling in 2019 -7,9%. Ook in Oostende daalde het vrachtvervoer (-10,7%). De luchthaven van Antwerpen is een kleine speler op het vlak van vrachtvervoer, maar noteerde wel een toename (+6,3%). De luchthaven van Kortrijk-Wevelgem behandelt nagenoeg geen vracht.

11 Hier wordt enkel de “flown cargo� in beschouwing genomen, dus vracht die daadwerkelijk per vliegtuig wordt aan- of afgevoerd. Er bestaat ook trucked cargo, die tussen luchthavens per vrachtwagen wordt vervoerd. Het gaat om aanzienlijke hoeveelheden, bijvoorbeeld 166.518 ton op Brussels Airport in 2019 (tegenover 500.702 ton flown cargo).


163 LUCHTHAVENSTATISTIEK Tabel 8.2

Vrachtvervoer in de luchthavens in Vlaanderen, in ton, 1980-2019 Antwerpen

Oostende

Totaal

ICAO 1980 1990 2000 2001

Brussels Airport EBBR 187.000 285.000 687.385 583.729

EBAW 3.000 490 7.997 6.684

EBOS 12.186 47.521 93.472 88.778

202.186 333.011 788.854 679.191

↓

-13,9%

2002

536.826

5.240

57.131

599.197

↓

-11,8%

2003

607.136

4.903

78.066

690.105

↑

15,2%

2004

644.375

4.281

97.582

746.238

↑

8,1%

2005

702.819

4.664

108.260

815.743

↑

9,3%

2006

719.561

6.825

98.525

824.911

↑

1,1%

2007

783.727

5.312

108.953

897.992

↑

8,9%

2008

661.143

5.562

82.920

749.625

↓

-16,5%

2009

449.132

4.592

74.148

527.872

↓

-29,6%

2010

476.135

4.213

64.041

544.389

↑

3,1%

2011

475.124

4.232

57.381

536.737

↓

-1,4%

2012

459.265

4.286

53.166

516.717

↓

-3,7%

2013

429.938

3.570

46.485

479.993

↓

-7,1%

2014

453.953

3.388

24.885

482.226

↑

0,5%

2015

489.303

3.432

16.843

509.578

↑

5,7%

2016

494.637

2.181

22.224

519.042

↑

1,9%

2017

535.634

2.200

23.369

561.203

↑

8,1%

2018

543.493

2.454

27.718

573.665

↑

2,2%

2019

500.702

2.608

24.757

528.067

↓

-7,9%

Bron: Luchthavenbesturen

% groei


LUCHTHAVENSTATISTIEK Totaal vrachtvervoer via de luchthavens in Vlaanderen 1.000.000 900.000 800.000 700.000 600.000 500.000 400.000 300.000 200.000 100.000 0

2019 2018 2017 2016 2015 2014 2013 2012 2011 2010 2009 2008 2007 2006 2005 2004 2003 2002 2001 2000 1999 1998 1997 1996 1995 1994 1993 1992 1991 1990 1989 1988 1987 1986 1985 1984 1983 1982 1981 1980

Brussels Airport

Antwerpen

Oostende

8.4. Bewegingen Het aantal bewegingen (landingen + opstijgingen) op de luchthavens in Vlaanderen is in 2019 met 2,0% afgenomen tegenover 2018. In Antwerpen en Kortrijk-Wevelgem waren de dalingen vrij uitgesproken (-7,9% en -10,3%), dit is o.m. te wijten aan een daling van het aantal trainingsvluchten. In Oostende nam het aantal bewegingen toe (+4,5%). Brussels Airport noteerde een lichte daling in het aantal bewegingen (-0,4%). Op Brussels Airport bleef het aantal bewegingen met passagiersvluchten relatief stabiel, terwijl het aantal vrachtvluchten is gedaald met 2,2%.


165 LUCHTHAVENSTATISTIEK Tabel 8.3

Aantal bewegingen in de luchthavens in Vlaanderen, in aantal, 1980-2019 Antwerpen

Oostende

ICAO 1980 1990 2000 2001

Brussels Airport EBBR 112.425 192.968 326.050 305.537

EBOS 31.453 48.939 44.060 39.306

KortrijkWevelgem EBKT 0 40.000 39.000 39.000

EBAW 71.919 60.670 66.909 69.515

2002

256.867

67.435

Totaal

% groei

215.797 342.577 476.019 453.358

↓

-4,8%

37.336

32.230

393.868

↓

-13,1%

2003

252.249

64.000

37.354

32.424

386.027

↓

-2,0%

2004

252.066

58.132

32.982

28.703

371.883

↓

-3,7% -2,7%

2005

253.255

54.871

25.132

28.542

361.800

↓

2006

254.770

55.023

26.850

30.232

366.875

↑

1,4%

2007

264.365

51.589

27.632

30.962

374.548

↑

2,1%

2008

258.795

56.072

33.298

32.065

380.230

↑

1,5%

2009

231.668

60.265

37.356

32.840

362.129

↓

-4,8% -4,1%

2010

225.682

51.703

37.875

32.020

347.280

↓

2011

233.758

52.701

37.555

32.294

356.308

↑

2,6%

2012

223.431

46.962

28.689

33.531

332.613

↓

-6,7% -3,8%

2013

216.677

43.390

25.674

34.204

319.945

↓

2014

231.528

43.732

27.378

38.065

340.703

↑

6,5%

2015

239.349

45.301

26.412

37.420

348.482

↑

2,3% -6,7%

2016

223.688

41.403

24.183

36.024

325.298

↓

2017

237.888

37.509

22.708

31.447

329.552

↑

1,3%

2018

235.459

39.465

24.374

34.889

334.187

↑

1,4%

2019

234.460

36.372

25.461

31.283

327.576

↓

-2,0%

Bron: Luchthavenbesturen


LUCHTHAVENSTATISTIEK Totaal aantal bewegingen op de luchthavens in Vlaanderen 600.000 500.000 400.000 300.000 200.000 100.000 0

2019 2018 2017 2016 2015 2014 2013 2012 2011 2010 2009 2008 2007 2006 2005 2004 2003 2002 2001 2000 1999 1998 1997 1996 1995 1994 1993 1992 1991 1990 1989 1988 1987 1986 1985 1984 1983 1982 1981 1980

Brussels Airport

Antwerpen

Oostende

Kortrijk-Wevelgem


167

9 Feiten en ontwikkelingen

9.1. Brussels Airport 9.1.1. Luchthavenbestuur, infrastructuur en organisatie

•

Aviato, het tewerkstellingscentrum van Brussels Airport, lanceerde begin 2019 enkele initiatieven om de kloof tussen werkzoekenden en bedrijven op de luchthaven te overbruggen. Er stonden op dat moment gemiddeld 400 tot 500 vacatures open. Aviato is een gezamenlijk initiatief dat publieke en privépartners samenbrengt die zich bezighouden met tewerkstelling en opleiding op de luchthaven. Aviato lanceerde, samen met VDAB en Actiris, een vijftal initiatieven om de kloof tussen werkzoekenden en bedrijven te overbruggen: opleidingstrajecten die gefocust zijn op taal en technische trainingen. Zo werden er bijvoorbeeld proefprojecten opgestart voor de functies van lader-sorteerder, luchtvrachtafhandelaar, buschauffeur en veiligheidsagent.

•

Midden 2019 werd het BE-GATE-douaneplatform operationeel. Het is een digitaal portaal dat is afgestemd op de e-commercemarkt. Het versnelt en vergroot de efficiëntie van de douaneafhandeling voor grensoverschrijdende goederenstromen. Het douaneportaal is bedoeld voor het verwerken van grote hoeveelheden gegevens en garandeert een snelle afhandeling van douanetoepassingen. Het nieuwe platform


LUCHTHAVENSTATISTIEK wordt al ondersteund door vier belangrijke e-commerceknooppunten, de havens van Antwerpen en Zeebrugge en de luchthavens van Brussel en Luik.

•

Brussels Airport kondigde op 19 juni 2019 een partnerschap aan met PlugandPlay als sleutelpartner van het PlugandPlay Travel & Hospitality programma in Europa, samen met Vienna Airport, Star Alliance en Swissport. PlugandPlay is een wereldwijd open innovatieplatform dat samenwerking mogelijk maakt, modereert en faciliteert tussen grote en gevestigde bedrijven uit de industrie en start-ups. PlugandPlay werkt op wereldschaal en is aanwezig in 5 continenten. Zij voeren meer dan 50 acceleratorprogramma’s per jaar uit die elk jaar innovatieve oplossingen bieden voor meer dan 300 grote bedrijven.

•

Eind juni 2019 kondigde Brussels Airport aan zich samen met haar partners en Fost Plus te verbinden om het recyclagepercentage van al het afval op de luchthaven tegen 2023 te verdubbelen. Met 24.000 werknemers en dagelijks 80.000 passagiers over de vloer zamelt de luchthaven elke dag ongeveer 15 vrachtwagens afval in: plastieken drankflesjes, etensresten, oud papier etc. Niet al dat afval komt in de juiste vuilnisbak terecht waardoor het afval niet kan gerecycleerd worden. Om de doelstelling te halen, begeleidt Fost Plus, samen met Brussels Airport Company, elk bedrijf om een eigen actieplan met concrete maatregelen op te stellen om het afval beter te beheren en om passagiers te sensibiliseren om ook op de luchthaven correct te sorteren.

•

Samen met 193 andere luchthavens ondertekende Brussels Airport in juni 2019 de resolutie van luchthavenvereniging ACI Europe om geen CO2 meer uit te stoten, ten laatste in 2050. De luchthavensector heeft zich op het 29e jaarlijkse Congres van ACI Europe in Cyprus verenigd achter ambitieuze klimaat- en andere duurzaamheidsdoelstellingen. De luchthavens zetten zo een grote stap in het klimaatplan van de eigen industrie,


169 LUCHTHAVENSTATISTIEK in lijn met het Akkoord van Parijs om de opwarming van de aarde ruim onder de 2 graden te houden.

•

Op 27 juni 2019 heeft minister van Financiën, Alexander De Croo, samen met de CEO van Brussels Airport Company (BAC), de heer Arnaud Feist en de Administrateur-generaal van de Douane en Accijnzen, de heer Kristian Vanderwaeren, de nieuwe douane controlezone in Brussels Airport ingehuldigd. Om de reizigers duidelijk te maken waar ze hun goederen kunnen aangeven, heeft Brussels Airport geïnvesteerd in een betere zichtbaarheid van de rode en de groene uitgang, respectievelijk goederen aan te geven of niets aan te geven. Bovendien plaatste BAC eveneens nieuwe visitatiebanken, die meer privacy voor de reizigers garanderen indien zij worden gecontroleerd door de douane.

•

Brussels Airport kondigde in september 2019 aan dat baan 25R/07L van 13 juli tot 23 augustus 2020 zal gesloten worden voor renovatie. Eerder werden banen 25L/07R en 01/19 in 2015 en 2016 al grondig gerenoveerd. Om zo min mogelijk hinder te veroorzaken zal 24 uur per dag en 7 dagen per week worden gewerkt. De bovenste asfaltlagen zullen worden afgefreesd en opnieuw aangelegd over bijna de volledige oppervlakte van de baan (3,3 km bij 45m). Ook het bebakeningssyteem zal, inclusief alle bekabeling, vervangen worden. Op plaatsen waar dit nu nog niet het geval is, wordt deze bebakening vervangen door energiezuinige LEDverlichting.

•

Op 22 oktober 2019 werd de rechtstreekse toegang tussen het station van Brussels Airport - Zaventem en het Business District van Brussels Airport ingehuldigd. Deze toegang zorgde ervoor dat de duizenden dagelijkse pendelaars, die in één van de vele bedrijven op de site werken, vanaf dat moment sneller op hun werkplek kunnen geraken. De nieuwe toegang scheidt de passagiers van de luchthaven van de pendelaars die op de luchthavensite werken. Deze alternatieve en veilige uitgang, uitslui-


LUCHTHAVENSTATISTIEK tend voorbehouden aan de betrokken medewerkers, betekent een tijdwinst van 10 tot 20 minuten.

•

Op 4 december 2019 werd de verkoop van de participatie van de twee investeringsfondsen van Macquarie in Brussels Airport afgerond. De twee investeringsfondsen hadden een belang van 36% in Brussels Airport Company. De kopers zijn een consortium van het Nederlandse pensioenfonds APG, de Australische investeerder QIC en de verzekeraar Swiss Life. Deze transacties leiden niet tot een wijziging van het rechtstreekse aandeelhouderschap, noch van het bestuur van Brussels Airport Company.

•

Brussels Airport Company bouwt met het Finse Nokia en Belgische operator Citymesh een 5G-ready netwerk uit op de luchthaven. Tegen eind maart 2020 zou Brussels Airport het 5G-ready netwerk in gebruik nemen. Een privaat 5G-ready netwerk biedt een efficiëntere, meer betrouwbare en snellere connectiviteit dan WiFi of publieke 4G over het hele luchthaventerrein. Dankzij de hogere capaciteit van 5G, kan de luchthaven nog meer technologieën inzetten, zoals IoT (Internet of Things), geautomatiseerde voertuigen, mobiele veiligheidssystemen of track & trace technologie.


171 LUCHTHAVENSTATISTIEK

9.1.2. Bedrijven

•

Op de cargozone van Brussels Airport werd begin februari 2019 het nieuwe luchtvrachtmagazijn van Worldwide Flight Services (WFS) in gebruik genomen. Het 8.700 m2 grote gebouw voldoet aan de moderne eisen voor afhandeling van e-commerce en luchtvracht van farmaproducten. Het maakt deel uit van een ontwikkelingsproject van 50.000 m2 en een totale investering van 100 miljoen euro op de cargozone. Het Franse WFS is internationaal actief op 198 luchthavens wereldwijd. Het stelt 27.000 mensen tewerk en realiseerde vorig jaar een omzet van 1,2 miljard euro. Voor 270 bedrijven behandelt het jaarlijks 6,3 miljoen ton vracht.

•

Eind maart 2019 werd op Brussels Airport het nieuwe cargocentrum van dnata geopend. Dnata vergroot hiermee zijn vrachtcapaciteit in de Beneluxlanden. Het centrum omvat 4.500 m2 opslagruimte, kan jaarlijks 125.000 ton goederen verwerken en creëert honderd lokale banen. Dnata leverde voordien al vrachtafhandelingsdiensten aan 25 vracht- en acht passagiersluchtvaartmaatschappijen op Amsterdam Airport Schiphol. Dnata is uitgerust om diverse gespecialiseerde goederen te behandelen, zoals bederfelijke waren, farmaceutische producten, gevaarlijke goederen, levende dieren, vliegtuigmotoren en voertuigen.

•

Eind mei 2019 zijn op Brussels Airport de funderingspalen geplaatst van een nieuw logistiek gebouw voor vrachtafhandeling met een directe toegang tot het tarmac. De investeringen betekenen een aanzienlijk uitbreiding van de logistieke infrastructuur binnen de bestaande Brucargo zone, met extra afhandelingsruimte en in het bijzonder gekoelde opslagruimte. Deze temperatuurgecontroleerde ruimtes zijn niet alleen van groot belang voor verschillende sleutelsectoren in ons land zoals biotech en farma, maar ook voor de import en export van verse en bederfbare goederen. Brussels Airport ontwikkelt de gebouwen in eigen beheer. De constructie maakt deel uit van een investering van 100 miljoen euro in de modernisering van Brucargo. In de loop van 2020 zal het gebouw op-


LUCHTHAVENSTATISTIEK

geleverd worden en kan dit in dienst genomen worden door de huurders Kuehne & Nagel, World Flight Services (WFS) en Expeditors.

•

Swissport investeerde in 2019 enkele miljoenen euro in materiaal en uitrusting voor een ultramodern farmacenter op Brucargo. Het nieuwe Swissport Pharma Center bestaat uit een kantoorgebouw, een geavanceerd magazijn van 25.000 m2 en farmaceutische faciliteiten. Door de koelinstallatie van 1.000 m2 wil Swissport zijn aandeel in de farmaceutische luchtvervoersactiviteiten in Brussel en wereldwijd verder vergroten. Het Swissport Pharma Center werd eind oktober 2019 officieel geopend.

•

Het Spaanse bedrijf Vueling vierde in september 2019 zijn 15de verjaardag en zijn 6 miljoen passagiers op Brussels Airport. In 2004 startte het Spaanse bedrijf Vueling zijn eerste vluchten tussen Barcelona en Brussels Airport. Sindsdien zijn de activiteiten van Vueling sterk gegroeid. In 2019 vloog Vueling op vijf bestemmingen: Barcelona, Valencia, Alicante, Santiago de Compostela en Malaga.


173 LUCHTHAVENSTATISTIEK

9.1.3. Nieuwe technologie, energie en duurzaamheid

•

Afhandelaar Swissport stapte begin maart 2019 in de slot booking app van Brucloud. Via de slot booking app reserveren vrachtaanbieders via een centraal planningssysteem een tijdstip bij de afhandelaars om hun vracht te laden en/of te lossen. Transporteurs vermijden zo urenlange wachtrijen en afhandelaars kunnen beter anticiperen op piekmomenten. De slot booking app van Brucloud werd in januari 2018 gelanceerd. Enkele maanden later, in juni, waren alle grote forwarders al aan boord. Nu Swissport ingestapt is, bieden alle actieve afhandelaars op Brucargo tijdslots aan via de app.

•

Brussels Airport meldde zich in maart 2019 als eerste Europese luchthaven aan voor CSQ, een online beoordelingstool van The International Air Cargo Association (TIACA). TIACA lanceerde in februari 2019 de Cargo Service Quality (CSQ)-tool na een succesvol proefproject met 179 expediteurs en 18 vrachtterminals over de hele wereld. Via de online beoordelingstool kunnen expediteurs, verladers en luchthavens het afhandelingsproces van deelnemende luchthavens evalueren. Door de CSQ-scores is er transparantie over welke afhandelaars beter gepercipieerd worden en op welke vlakken.

•

Tijdens de Air Cargo News Awards, die eind april 2019 voor de 35ste keer werden uitgereikt, ging de innovatie-award naar Nallian. De jury prees het Belgische cloudplatform om zijn leidende rol in het digitaliseren van de luchtvrachtsector. Heel wat luchthavens, grondafhandelaars en forwarders, zoals Brussels Airport, Liege Airport, Heathrow, Swissport, WFS, Aviapartner en DHL Global Forwarding, maken gebruik van Nallian for Air Cargo.

•

Brussels Airport kondigde begin mei 2019 aan dat het vanaf 2021 vliegtuigen die meer CO2 en NOx uitstoten, zwaarder zal doen betalen. De minst duurzame vliegtuigen zullen tot tien keer meer moeten betalen dan de


LUCHTHAVENSTATISTIEK modernste toestellen. De uitstoot van CO2 en NOx (stikstofoxide) van het vliegtuig in kwestie zal mee bepalen hoeveel de luchtvaartmaatschappij moet betalen. Door de geluidsrestricties van tien tot vijftien jaar geleden hebben een aantal maatschappijen hun operatie op Brussel stopgezet. Andere maatschappijen zijn overgeschakeld naar minder vervuilende vliegtuigen.

•

Half mei 2019 werd een zelfrijdende elektrische bus voor drie dagen uitgetest. De shuttle maakte enkele demonstratieritten zonder reizigers aan boord, zodat de technologie getest werd in een echte omgeving. Het is een proefproject van De Lijn en Brussels Airport. In 2021 moet de zelfrijdende bus van constructeur 2getthere autonoom pendelen tussen de terminal en de cargo bedrijvenzone en parkeerterreinen.

•

Brussels Airport lanceerde in juli 2019 samen met Manyways.be een smart city dashboard dat zich zowel tot passagiers als pendelaars richt. Het Brussels Airport Smart City Dashboard brengt het auto-, trein- en busverkeer in kaart en toont onder meer in real time hoeveel auto’s er op de Brusselse ring rijden en aan welke snelheid, wat de beschikbaarheid is van de verschillende parkeergarages op de luchthaven, welke carpoolritten van en naar de luchthaven aangeboden worden en hoe het zit met de punctualiteit van het openbaar vervoer.

•

BRUcargo implementeert vanaf 30 september 2019 de ready for carriage-procedure. Het doel van die procedure is één gestandaardiseerde manier van werken voor vrachtleveringen bij de ground handling agents. Er wordt afgesproken hoe de vracht aangeleverd moet worden of afgehandeld tussen forwarder en afhandelaar.

•

Swissport introduceerde eind september 2019 op Brussels Airport nieuw ontwikkelde check-inkiosken voor cargo aan de magazijnen. Die digitale innovatie moet de wachttijden verminderen en de kwaliteit van de


175 LUCHTHAVENSTATISTIEK cargodocumenten verbeteren. Nadat de bestuurders aan de kiosk hun identiteitskaart registreren en alle relevante cargodocumenten scannen, ontvangen ze een sms met informatie waar ze de cargo moeten leveren. Tijdens de controle van de documenten checkt het kiosksysteem ook de veiligheidsstatus van iedere lading.

•

Eind oktober 2019 werd een proefproject van de ‘Perishable Management App’ gelanceerd, een platform om het werk van het FAVV en verzenders van bederfelijke goederen te vereenvoudigen. Met de app kunnen inspecteurs van het Federaal Voedselagentschap FAVV hun controles in de luchthaven voortaan digitaal doen. De applicatie is een digitaal platform voor alle communicatie rond bederfelijke goederen.

•

In het milieuverslag 2019 focust Brussels Airport Company op haar nieuwe geïntegreerde duurzaamheidsstrategie. Met een aantal concrete acties op 5 strategische domeinen wil Brussels Airport een verschil maken op korte termijn: vermindering van grondgeluid en verbetering van de lokale luchtkwaliteit, bouwen van duurzame infrastructuur, de vermindering van afval, meer diversiteit op de werkvloer en het verbeteren van de modal split. Op langere termijn heeft Brussels Airport zich samen met 193 andere luchthavens geëngageerd om nog voor 2050 geen CO2 meer uit te stoten.


LUCHTHAVENSTATISTIEK

9.1.4. Nieuwe verbindingen

•

Brussels Airport en Hong Kong International Airport (HKIA) lanceerden in januari 2019 als eerste een luchthaven-luchthaven corridor voor temperatuurgevoelige medicijnen. HKIA investeerde voor de corridor in negentien bijkomende “cool dollies”, temperatuurgecontroleerde transportcontainers die gebruikt worden tussen de luchthaven en het magazijn en die ook op Brussels Airport beschikbaar zijn. Farma maakte in 2019 10,6% uit van het totale exportvolume. De luchthaven beschikt alles samengeteld over de grootste temperatuurgecontroleerde opslagcapaciteit voor farma van alle luchthavens wereldwijd.

•

Begin maart 2019 werd aangekondigd dat vrachtmaatschappij Sichuan Airlines Cargo op Brussels Airport zal vliegen. De maatschappij is de eerste Chinese volvrachtvervoerder voor Brussels Airport en legt ook een verbinding met de luchthaven van Chengdu, de nieuwe hub van SF Express, een van de belangrijkste spelers in de Chinese e-commerce. De eerste vlucht is verschillende keren uitgesteld, maar heeft op 26 november 2019 uiteindelijk plaatsgevonden. De maatschappij zal twee keer per week vliegen op Brussels Airport.

•

Vanaf 27 oktober 2019, het begin van het winterseizoen van de luchtvaart, bood Brussels Airport twee nieuwe bestemmingen aan, met name twee keer per week naar Essaouira (Marokko) en één keer per week naar Tromsø (Noorwegen). De luchthaven breidde hiermee zijn aanbod van meer dan 200 bestemmingen verder uit. Daarnaast stonden er ook zes nieuwe routes op het programma, met name naar Valencia, Sevilla, Catania, Krakau, Ljubljana en Berlijn. Aansluitend op het faillissement van flybmi heeft Loganair de tien wekelijkse vluchten naar East Midlands overgenomen, terwijl Brussels Airlines de vluchten naar Bristol en Hannover overnam. Verschillende luchtvaartmaatschappijen hebben de capaciteit van hun vluchten verhoogd. Dit door grotere vliegtuigen te gebruiken of door regelmatiger te vliegen.


177 LUCHTHAVENSTATISTIEK

•

Begin december 2019 werd aangekondigd dat de Nederlandse luchtvaartmaatschappij Transavia vanaf het zomerseizoen 2020 start met vluchten op Brussels Airport. De maatschappij biedt 9 bestemmingen aan, met 28 vluchten per week. De planning was dat vanaf 30 maart 2020 de volgende bestemmingen zouden worden aangeboden: Alicante en Ibiza in Spanje, Verona in Italië, Corfu, Heraklion en Thessaloniki in Griekenland, Faro in Portugal, Tel Aviv in Israël en Agadir in Marokko. Transavia behoort tot de Air France KLM Group en vervoert jaarlijks ruim 15 miljoen passagiers naar meer dan 110 bestemmingen.

•

Half december 2019 werd aangekondigd dat Singapore Airlines vanaf 25 oktober 2020 rechtstreekse vluchten tussen Singapore en Brussel zal aanbieden. Na rechtstreekse vluchten naar Peking, Tokio, Bangkok, Shenzhen en Hongkong, versterkt Brussels Airport hiermee haar Aziatische netwerk verder met een rechtstreekse vlucht naar Singapore Changi Airport. Sinapore is een belangrijke toegangspoort naar Azië. Van daaruit zijn er talrijke verbindingen naar Zuidoost-Azië en de Pacific.


LUCHTHAVENSTATISTIEK

9.2. Internationale Luchthaven Antwerpen •

Vanaf april 2019 werden op de luchthaven van Antwerpen door TUI fly twee nieuwe bestemmingen opgestart: Lublin (Polen) en Enfidha (Tunesië). Andere routes, zoals Tanger, Alicante en Malaga kregen extra capaciteit. Deze bijkomende capaciteit van TUI fly kon het verlies aan passagiers opvangen sinds de teloorgang van VLM Airlines in 2018.

•

In mei 2019 werd de luchtvaartmaatschappij Air Antwerp opgericht. De aandeelhouders zijn het Ierse bedrijf CityJet (75%) en de Nederlandse KLM (25%). Op 27 juli 2019 werd het eerste toestel aan het publiek getoond. Het vliegtuig maakte vroeger deel uit van de vloot van VLM Airlines, dat in september 2018 ophield te bestaan nadat moedermaatschappij SHS Aviation B.V. de boeken neerlegde. De eerste vlucht van Air Antwerp vond plaats op 9 september 2019, met bestemming London City Airport. Air Antwerp vliegt per week 16 keer naar Londen. Vanaf 22 december 2019 werd de dienstregeling licht aangepast en werden op zondagen twee vluchten aangeboden.

•

In november 2019 zijn de werken gestart aan de nieuwe (tweede) hangar van ASL (Air Service Liege N.V.). Het nieuwe onderkomen wordt 40 m breed en 8,2 m hoog. Ingebruikname werd verwacht tegen mei/juni 2020. Het nieuwe gebouw wordt naast de huidige in 2006 gebouwde hangar gerealiseerd en krijgt naast stallingsruimte ook kantoren en een ruimte waar de gebruikers van zakenjets kunnen worden ontvangen. ASL is gespecialiseerd in dienstverlening in verband met zakelijk vliegverkeer en heeft (samen met Nederlandse dochtenonderneming JetNetherlands) 40 vliegtuigen operationeel in België en Nederland.

•

Vanaf eind december 2019 biedt de luchthaven van Antwerpen 3 parkeerplaatsen voor deelauto’s op parking P2 en is het op deze parking ook mogelijk om 6 elektrische wagens tegelijkertijd op te laden. INDIGO,


179 LUCHTHAVENSTATISTIEK parkeeruitbater, voorziet 3 nieuwe laadpalen. Parking 2, P2, is recht tegenover het luchthavengebouw en ter hoogte van het reeds aanwezige station voor Antwerpse deelfietsen.

•

De volgende werken werden uitgevoerd in 2019: - Inrichten platform proefdraaien (voor opstarten en testen motoren) aan de noordzijde, om geluidsoverlast te beperken. - Verder afwerken en inrichten van het technisch gebouw A (het plaatsen van nieuwe regulatoren/hoogspanningscabine/noodgenerator + UPSen). - Vernieuwen van de infoborden naast de runway. - Aanleg van de ringweg 11 (Vosstraat). -

Aankoop en plaatsing van een schuilhuisje voor passagiers die op een taxi wachten.

- Afbraak van 3 loodsen om meer ruimte te creëren (douanegebouw + postgebouw + cargogebouw).

9.3. Internationale luchthaven Oostende-Brugge •

Pobeda - de low-cost dochter van het Russische Aeroflot - startte op 7 maart 2019 haar lijndienst vanaf de luchthaven Oostende-Brugge naar Moskou (Vnukovo) en dit drie maal per week. Pobeda vliegt met 24 nieuwe Boeings 737-800. De vluchten duren ongeveer 3,5 uur en vinden plaats op dinsdag, donderdag en zaterdag. Net voor de zomer werd deze verbinding tijdelijk opgeschort door de wereldwijde problemen met de Boeing 737 Max toestellen, die ook deel uitmaken van de vloot van Pobeda.

•

Op 3 april 2019 vond de eerste vergadering plaats van de nieuwe “Luchthavenraad”. De doelstelling van dit forum is om via concrete acties de luchthaven te ondersteunen in haar groei. Er wordt gewerkt rond vier cruciale business pijlers: cargo, passagiersdiensten, general aviation en


LUCHTHAVENSTATISTIEK drones. Via de Luchthavenraad willen Voka West-Vlaanderen en de Internationale luchthaven Oostende-Brugge de luchthaven meer en beter bekend maken bij bedrijven in de ruime regio en meer bedrijvigheid op en rond de luchthaven creëren. De Luchthavenraad moet ook de Vlaamse overheid ondersteunen in de ontwikkeling van een duidelijke visie en beleid inzake regionale luchthavens.

•

Vanaf het begin van de paasvakantie tot eind 2019 kon elke luchthavenbezoeker in Oostende genieten van kunst in de centrale vertrekhal: “The travelling penguin family” (door kunstenaar Hannes D’Haese – Le Compte), bestaande uit 27 pinguïns. Later in 2019 werd een reeks “pop art” schilderijen opgehangen aan de muur links van de check-in balies. Vanaf 16 december 2019 werden de pinguïns opgevolgd door een kunstwerk van Benedetto Criel, ‘SHE’.

•

Eind mei 2019 verwelkomde de luchthaven Oostende-Brugge vrachtafhandelaar BCUBE Aircargo Belgium. Het bedrijf ontwikkelt magazijn- en platformafhandelingsdiensten op apron 1 in een gerenoveerd en volledig uitgerust magazijn van 4.000 m2. BCUBE Air Cargo is een in Italië opgericht bedrijf, heeft een sterke internationale aanwezigheid met 117 operationele vestigingen en een klantenportefeuille die de belangrijkste nationale en internationale industriële groepen omvat. BCUBE biedt een compleet dienstenpakket aan, waardoor een geïntegreerd beheer van de gehele supply chain mogelijk is.

•

Op 27 mei 2019 opende het North Sea Aviation Center (NSAC) de deuren van haar nieuwe business terminal op de luchthaven van Oostende-Brugge. De terminal is 857 m2 groot en beschikt over alle faciliteiten gaande van een VIP-lounge tot kantoorruimtes. De business terminal komt er naar aanleiding van de toenemende vraag en bijgevolg het stijgend aantal privéjets dat landt op de luchthaven Oostende-Brugge. Enkele diensten die NSAC zal aanbieden in de nieuwe business terminal zijn ground


181 LUCHTHAVENSTATISTIEK handling voor alle privĂŠ- en zakelijke vluchten tot 45,5 ton, onderhoud van toestellen en helikopters in samenwerking met Gill Aviation, catering aan boord en medische keuring voor piloten.

•

Op 8 november 2019 werd Ostend Dronehub opgericht met als partners Haven Oostende, Economisch Huis Oostende, Rebo, Internationale Luchthaven Oostende-Brugge, Hogeschool Vives en VLOC. Ostend Dronehub is een kenniscentrum voor professionele drones. Ostend Dronehub profileert zich internationaal en koppelt bedrijven die dronediensten aanbieden aan bedrijven die dronediensten nodig hebben. Het proces wordt begeleid op zowel technisch (welke drones), operationeel (hoe testen en uitvoeren) en inhoudelijk (dataverwerking) vlak. De tweede focus is actief drone onderzoek.


LUCHTHAVENSTATISTIEK

9.4. Internationale luchthaven Kortrijk-Wevelgem •

In 2019 werd de eerste fase van de belangrijke infrastructuurrenovatie uitgevoerd. De taxibanen, de vliegtuigparking en de verbindingsstukken met de startbaan werden vanaf eind mei 2019 geheel vervangen en de noordelijke luchtvaartbedrijvenzone is in de beveiligde perimeter geïntegreerd. Deze werken hebben een impact gehad op het vliegverkeer: er waren een aantal effectieve sluitingsdagen waarbij vele tientallen vliegtuigen tijdelijk naar elders verhuisden. Daarnaast werden perioden bepaald met operationele beperkingen voor het vliegverkeer. Helikopterverkeer bleef steeds mogelijk, maar eveneens met een aantal beperkingen.

•

De beheersmaatschappij verwelkomde nieuwe privé-investeringen, met liefst 6.500 m2 aan nieuwe vliegtuigonderhouds- en stelplaatsen, er werd een nieuwe loods gebouwd door Flying Group. Daarnaast was er de komst van een internationaal erkend onderhoudscentrum voor business jets van het type “Falcon” (7X, 8X, Falcon 900,…) van de Franse vliegtuigproducent Dassault.

•

De luchtvaartgebonden industriezone aan de Noordzijde van de luchthaven werd ingekanteld binnen de luchtzijde van de luchthaven, inclusief de hierbij noodzakelijke investeringen op het vlak van beveiliging (toegangspoorten type speed gate, toegangscontrole en badgesysteem, geautomatiseerde aanmeldprocedure bezoekers).

•

De luchthaven beschikt over “state of the art” aanvliegprocedures op basis van GPS technologie.

•

De luchthaven investeerde verder in duurzame ontwikkeling: - Het bestaand rioleringssysteem werd vervangen door een infiltratiesysteem, waardoor geen hemelwater meer geloosd wordt in het oppervlaktewater.


183 LUCHTHAVENSTATISTIEK - De afvalwaterstromen werden gescheiden en de mogelijkheid werd voorzien om verontreiniging op te vangen in geval van calamiteit. - Alle signalisatieborden zijn vervangen door borden met LED verlichting. - De taxiway edge verlichting is vervangen door LED verlichting. - Oude niet meer in dienst zijnde verhardingen werden verwijderd en gerecycleerd. - In de onderfundering van de nieuwe verhardingen werden gerecycleerde bouwmaterialen gebruikt.


FEITEN EN ONTWIKKELINGEN ZEEHAVENS


185 FEITEN EN ONTWIKKELINGEN ZEEHAVENS

10 Sociaal-economisch belang van de luchthavens in Vlaanderen 10.1. Inleiding De toegevoegde waarde, de werkgelegenheid en de investeringen zijn belangrijke indicatoren om het belang van de luchtvaart- en luchthavenactiviteiten in Vlaanderen weer te geven. In dit hoofdstuk worden deze indicatoren bekeken voor de periode 2013-2015. Als basis voor dit hoofdstuk werd het rapport “Economic importance of air transport and airport activities in Belgium - Report 2015” gebruikt, dat door de Nationale Bank van België (NBB) in de reeks ‘Working papers - document series’ in juli 2017 werd gepubliceerd14. De resultaten van de studie zijn voor 2015 als recentste jaar. De cijfers zijn dus al wat ouder, maar geven nog zeer goed het grote belang van de sector aan. In 2021 wordt de studie geactualiseerd en zullen recentere resultaten beschikbaar komen.

14 Vennix, S., “Economic importance of air transport and airport activities in Belgium – Report 2015”, Working Paper nr. 324, Nationale Bank van België, Brussel, 2017.


SOCIAAL-ECONOMISCH BELANG VAN DE LUCHTHAVENS IN VLAANDEREN Kort samengevat:

•

De totale directe toegevoegde waarde voor de vier luchthavens in Vlaanderen bedroeg in 2015 1,8 miljard euro.

•

De directe werkgelegenheid in de vier luchthavens bedroeg 18.647 voltijdse equivalenten (VTE’s).

• •

In de vier luchthavens werd ruim 266,6 miljoen euro geïnvesteerd in 2015. Zowel voor toegevoegde waarde als voor werkgelegenheid zijn er ook belangrijke indirecte effecten. Daardoor liggen de totale toegevoegde waarde en totale werkgelegenheid per luchthaven zo’n 1,8 à 2,4 keer hoger dan de directe toegevoegde waarde en werkgelegenheid15.

10.2. Definities en methodologie In het rapport van de Nationale Bank wordt onderscheid gemaakt tussen 2 clusters van economische activiteit: “luchtvaart” en “overige luchthavengerelateerde activiteiten”. De luchtvaartcluster omvat bedrijven met een duidelijke link naar de luchtvaart: luchtvaart, reisbureaus en touroperators, luchthavenbestuur, afhandeling, vliegtuigbouw en -herstelling en andere luchtvaart ondersteunende activiteiten. Deze bedrijven hoeven zich niet binnen het luchthavengebied te bevinden (functioneel criterium). De cluster “overige luchthavengerelateerde activiteiten” omvat bedrijven die een relatie hebben met de luchthaven omdat ze zich op het luchthaventerrein bevinden (geografisch criterium). Het gaat om bedrijven zoals passagiersvervoer over land, vrachtvervoer over land, vrachtafhandeling en opslag, post en koerierdiensten, beveiliging en industriële reiniging, handel, hotels, restaurants en catering, overheid e.d. De drie indicatoren die voor de luchthavens en aanverwante activiteiten wor-

15 De multiplicator verschilt per luchthaven en per activiteit.


187 SOCIAAL-ECONOMISCH BELANG VAN DE LUCHTHAVENS IN VLAANDEREN den berekend, zijn toegevoegde waarde, werkgelegenheid en investeringen. De methode om deze waarden te berekenen is quasi hetzelfde als in hoofdstuk 4, waarin het sociaal-economisch belang van de zeehavens wordt besproken. Meer details over de berekeningen en resultaten kunnen worden teruggevonden in de genoemde Working Paper van de Nationale Bank van BelgiĂŤ.

10.3. Directe toegevoegde waarde De directe toegevoegde waarde in de 4 luchthavens in Vlaanderen bedroeg in 2015 1,8 miljard euro. Het overgrote deel daarvan werd gerealiseerd in Brussels Airport (1,7 miljard euro). Het aandeel van de luchtvaartcluster bedraagt gemiddeld 65%. Tabel 10.1

Directe toegevoegde waarde in de 4 luchthavens, in miljoen euro 2013

2014

2015

Brussels Airport Luchtvaartcluster Bron: NBB Overige luchthavengerelateerde activiteiten Totaal

890,1

997,0

1.129,8

555,8

579,6

614,1

1.445,8

1.576,6

1.743,9

30,1

28,6

28,0

7,7

7,4

7,2

37,8

36,0

35,1

18,5

14,6

14,9

6,0

6,8

6,0

24,5

21,4

20,9

Luchthaven Antwerpen Luchtvaartcluster Overige luchthavengerelateerde activiteiten Totaal Luchthaven Oostende-Brugge Luchtvaartcluster Overige luchthavengerelateerde activiteiten Totaal Luchthaven Kortrijk-Wevelgem Luchtvaartcluster

6,5

6,8

6,7

Overige luchthavengerelateerde activiteiten

0,7

0,6

0,9

Totaal Algemeen totaal Bron: NBB

7,2

7,4

7,6

1.515,3

1.641,4

1.807,5


SOCIAAL-ECONOMISCH BELANG VAN DE LUCHTHAVENS IN VLAANDEREN

10.4. Directe werkgelegenheid De directe werkgelegenheid bedroeg in de vier luchthavens in Vlaanderen in totaal 18.647 VTE in 2015. Brussels Airport is goed voor 95% van de werkgelegenheid. In Brussels Airport werd ook de grootste stijging genoteerd: tussen 2013 en 2015 zijn er 970 VTE bijgekomen. In de luchthavens van Antwerpen en Oostende daalde de werkgelegenheid in deze periode. In KortrijkWevelgem zijn er enkele VTE bijgekomen. Tabel 10.2

Directe werkgelegenheid in de 4 luchthavens, in aantal VTE 2013

2014

2015

8.329

8.453

8.488

Brussels Airport Luchtvaartcluster Overige luchthavengerelateerde activiteiten Totaal

8.468

8.884

9.279

16.797

17.337

17.767

Luchthaven Antwerpen Luchtvaartcluster

338

329

335

Overige luchthavengerelateerde activiteiten

112

110

100

Totaal

450

438

435

307

263

235

92

99

91

399

362

326

Luchtvaartcluster

99

101

101

Overige luchthavengerelateerde activiteiten

16

14

17

114

115

119

17.760

18.252

18.647

Luchthaven Oostende-Brugge Luchtvaartcluster Overige luchthavengerelateerde activiteiten Totaal Luchthaven Kortrijk-Wevelgem

Totaal Algemeen totaal Bron: NBB


189 SOCIAAL-ECONOMISCH BELANG VAN DE LUCHTHAVENS IN VLAANDEREN

10.5. Directe investeringen In 2015 werd in de vier luchthavens in Vlaanderen 266,6 miljoen euro geïnvesteerd volgens het rapport van de Nationale Bank van België. Brussels Airport is goed voor 97% hiervan (257,4 miljoen euro). Tabel 10.3

Directe investeringen in de 4 luchthavens, in miljoen euro 2013

2014

2015

126,7

151,3

155,9

53,0

62,1

101,5

179,7

213,5

257,4

Brussels Airport Luchtvaartcluster Overige luchthavengerelateerde activiteiten Totaal Luchthaven Antwerpen Luchtvaartcluster

2,8

8,8

4,9

Overige luchthavengerelateerde activiteiten

2,0

1,7

1,8

Totaal

4,8

10,4

6,7

3,2

0,6

1,2

Luchthaven Oostende-Brugge Luchtvaartcluster Overige luchthavengerelateerde activiteiten

0,3

0,1

0,0

Totaal

3,5

0,7

1,3

Luchthaven Kortrijk-Wevelgem Luchtvaartcluster

0,4

0,4

1,0

Overige luchthavengerelateerde activiteiten

0,1

0,0

0,1

Totaal Algemeen totaal

0,5

0,4

1,1

188,4

225,0

266,6

Bron: NBB

10.6. Directe en indirecte effecten Voor toegevoegde waarde en werkgelegenheid berekende de Nationale Bank van België ook indirecte effecten. Deze indirecte werkgelegenheid en toegevoegde waarde bedraagt ongeveer 0,77 tot 1,46 van de directe werkgelegenheid en toegevoegde waarde. Deze multiplicator verschilt per luchthaven en


SOCIAAL-ECONOMISCH BELANG VAN DE LUCHTHAVENS IN VLAANDEREN per soort activiteit. Elke euro toegevoegde waarde binnen de luchthavensector zorgt voor een aanzienlijke toegevoegde waarde in andere sectoren. Ook voor werkgelegenheid is dit zo. In de volgende tabellen wordt voor elke luchthaven in Vlaanderen de directe en indirecte toegevoegde waarde en werkgelegenheid weergegeven. De totalen voor elke luchthaven mogen niet zomaar worden gesommeerd, want elke luchthaven kan ook afgeleide economische effecten genereren in andere luchthavens. Tabel 10.4

Directe en indirecte toegevoegde waarde in de 4 luchthavens, in miljoen euro 2013

2014

2015

Brussels Airport Directe toegevoegde waarde

1.445,8

1.576,6

1.743,9

Indirecte toegevoegde waarde

1.268,6

1.431,2

1.672,8

Totaal

2.714,5

3.007,7

3.416,7

Luchthaven Antwerpen Directe toegevoegde waarde

37,8

36,1

35,1

Indirecte toegevoegde waarde

54,9

50,4

50,0

Totaal

92,7

86,4

85,2

24,5

21,3

20,8

Luchthaven Oostende-Brugge Directe toegevoegde waarde Indirecte toegevoegde waarde

19,8

16,4

16,3

Totaal

44,2

37,8

37,1

Luchthaven Kortrijk-Wevelgem Directe toegevoegde waarde

7,2

7,4

7,7

Indirecte toegevoegde waarde

8,5

8,4

8,8

15,7

15,8

16,5

Totaal Bron: NBB


191 SOCIAAL-ECONOMISCH BELANG VAN DE LUCHTHAVENS IN VLAANDEREN Tabel 10.5

Directe en indirecte werkgelegenheid in de 4 luchthavens, in aantal VTE 2013

2014

2015

Brussels Airport Directe toegevoegde waarde

16.797

17.337

17.767

Indirecte toegevoegde waarde

15.854

16.551

17.314

Totaal

32.651

33.889

35.081

Luchthaven Antwerpen Directe toegevoegde waarde

450

438

435

Indirecte toegevoegde waarde

658

639

655

1.108

1.077

1.090

Totaal Luchthaven Oostende-Brugge Directe toegevoegde waarde

399

362

326

Indirecte toegevoegde waarde

383

336

307

Totaal

782

698

633

Luchthaven Kortrijk-Wevelgem Directe toegevoegde waarde

114

115

119

Indirecte toegevoegde waarde

115

120

116

Totaal

229

234

235

Bron: NBB


Colofon Foto’s: Voorkaft: Tom D'haenens / North Sea Port Achterkaft: Nik Deblauwe / Luchthaven Oostende-Brugge Blz. 14, 16, 23, 25, 46, 48, 58, 60, 62, 65, 66, 72, 75, 101, 121, 125, 139, 146: Dirk Neyts Blz. 19, 21, 27: Havenbedrijf Antwerpen Blz. 33, 36, 40, 44, 68, 79, 111, 152: Jean-Pierre Merckx Blz. 52: Patrick Henderyckx, Port of Oostende Blz. 54, 105, 112: Port of Oostende Blz. 82, 87: Tom D'haenens / North Sea Port Blz. 115: Bert Stephani / North Sea Port Blz. 148 en 151: RAPL Blz. 156: Jonas Evrard / Luchthaven Antwerpen Blz. 160: Luchthaven Antwerpen Blz. 166, 181: Tjorn Decroos / Luchthaven Oostende-Brugge Blz. 170, 172, 177, 184: Brussels Airport Blz. 183: Luchthaven Kortrijk-Wevelgem Opmaak en druk: Gevaert Graphics


Mobiliteitsraad van Vlaanderen • Wetstraat 34-36 • 1040 Brussel T +32 2 209 01 11 • info@mobiliteitsraad.be • www.mobiliteitsraad.be


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook