Brussel, 27 november 2006 112706 Beveiliging/veiligheid regionale luchthavens
Beveiliging van en veiligheid op regionale luchthavens: Wettelijk en feitelijk kader Aanbeveling
Beveiliging/veiligheid regionale luchthavens
Inhoud Samenvatting ......................................................................................................................... 3 1.
Kader ........................................................................................................................... 5
2.
Reglementering m.b.t. de beveiliging van de burgerluchtvaart en de veiligheid van het vliegverkeer.................................................................................................... 6 Beveiliging van de burgerluchtvaart .............................................................................. 6 Veiligheid van het vliegverkeer...................................................................................... 8 Financiering .................................................................................................................. 8
2.1. 2.2. 2.3. 3. 3.1. 3.2. 3.3.
Hoe worden vandaag de luchthavenbeveiliging en veiligheid georganiseerd en gefinancierd? ............................................................................................................ 10 Vlaanderen ................................................................................................................. 10 Wallonië ...................................................................................................................... 12 Europa ........................................................................................................................ 16
4. 4.1. 4.2. 4.3.
Aanbeveling............................................................................................................... 20 Beleidsmatige context ................................................................................................. 20 Beveiliging en veiligheid zijn overheidsopdrachten...................................................... 21 Budgettaire impact ...................................................................................................... 21
Bijlage 1: Verordeningen in aanvulling van verordening 2320/2002................................. 23 Bijlage 2: Organisatie en financiering van beveiligings- en veiligheidsfuncties ............. 24 Bijlage 3: Overzicht van investerings- en werkingsdotaties voor de DAB Oostende en de DAB Antwerpen 2000 - 2007 ................................................................................ 26 Bijlage 4: Algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2006 – Begrotingstabel. Programma 54.02 Gewestelijke luchthavens en vliegvelden ...................................................................................... 27 Bijlage 5: Studie ‘Benchmark Security and Border Control’ ............................................. 30 Bijlage 6: Referentiecode en categorie brandweer volgens Annex 14 ............................. 33
2
Beveiliging/veiligheid regionale luchthavens
Samenvatting Dit document levert een bijdrage in het beantwoorden van de vraag van Vlaams minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur naar ‘Hoe publieke functies zoals beveiliging en brandweer in vergelijkbare regionale luchthavens in Europa georganiseerd en gefinancierd worden?’ De Vlaamse Luchthavencommissie benadert deze vraag vanuit het wettelijk en het feitelijk kader. Op basis hiervan concludeert de VLC met een aanbeveling. Geldend reglementair kader De beveiliging van de burgerluchtvaart betreft de combinatie van maatregelen evenals menselijke en materiële middelen bestemd om de burgerluchtvaart te beveiligen tegen wederrechtelijke daden. Sinds 11 september 2001 neemt de Europese Unie hierin het voortouw. Verordening 2320 van 16/12/2002 vormt de basis voor de gemeenschappelijke regels ter zake. Afhankelijk van nieuwe inzichten (dreigingen) vaardigt de Commissie aanvullende verordeningen uit. Verwacht wordt dat zij in de loop van 2007 verordening 2320 samen met de aanvullingen door een nieuwe raamverordening zal vervangen. De luchtvaartveiligheid wordt nagestreefd via regels voor de bouw en het gebruik van vliegtuigen en de inspectie van de luchthavens. Annex 14 bij de Conventie van de Internationale Burgerluchtvaart vormt hier het reglementair kader. Gelet op de geldende Europese verordeningen kan de uitvoering van functies inzake beveiliging en veiligheid als overheidsopdracht beschouwd worden. Bovendien wordt op basis van de mededeling van de Commissie inzake communautaire richtsnoeren voor financiering van luchthavens de financiering van deze opdrachten niet als staatssteun beschouwd. Dit betreft zowel de hieraan verbonden personeels-, werkings- als investeringskosten. Echter, tot op heden is de Raad van Ministers van Binnenlandse Zaken de Commissie hierin niet gevolgd. Het feitelijk kader De Vlaams Luchthavencommissie stelt vast dat er tussen verschillende luchthavens en landen van Europa verschillen bestaan voor wat betreft de verantwoordelijkheid, de uitoefening en de financieringsmechanismen van beveiligingsmaatregelen. De Europese Commissie erkende de nood aan meer harmonisering en transparantie op dit vlak en liet hierover een studie uitvoeren. Hieruit blijkt dat in Europa twee financieringsmodellen bestaan:
1
een gecentraliseerd model waarbij de belangrijkste beveiligingsmaatregelen in de eerste plaats een taak zijn voor de overheid, via een overheidsinstantie (burgerluchtvaartautoriteit, Ministerie van Vervoer, politie, enz.);1 Het beleid in Oostenrijk, Finland, Duitsland, IJsland, Italië, Luxemburg, Noorwegen, Portugal, Spanje, Zweden, Zwitserland leunt het dichtst aan bij dit model.
3
Beveiliging/veiligheid regionale luchthavens
een gedecentraliseerd model, waarbij de beveiliging in de eerste plaats wordt verzorgd door de luchthavenautoriteiten, onder toezicht van de betrokken overheidsinstantie (burgerluchtvaartautoriteit, betrokken ministerie, enz.). Deze activiteiten worden hetzij door de luchthaven zelf ontplooid, hetzij uitbesteed aan een derde partij2.
Een gebrek aan transparantie vanwege de uitbaters en de overheden maakt het echter moeilijk om een inzicht te verwerven in de herkomst van de middelen die voor de beveiliging ingezet worden. Een Nederlandse studie vult hierbij aan dat de beperking van het vergelijken van verschillende kostenstructuren het onmogelijk maakt om concrete conclusies te trekken wat betreft de efficiëntie van beveiligingsactiveiten. Aanbeveling De VLC is van oordeel dat de federale en de Vlaamse Overheid in de huidige situatie moeten instaan voor de organisatie en financiering van de publieke opdrachten op de Vlaamse regionale luchthavens. Voor de drie Vlaamse regionale luchthavens samen bedraagt de totale jaarlijkse kost voor beveiliging en veiligheid zo’n 8,6 miljoen euro. Exclusief de kosten ten laste van de federale overheid en Belgocontrol.
2
De aanpak in België, Denemarken, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Nederland en het Verenigd Koninkrijk sluit het meest aan bij dit model.
4
Beveiliging/veiligheid regionale luchthavens
1. Kader Op initiatief van minister Kris Peeters heeft de Vlaamse Regering op vrijdag 2 juni 2006 een strategische visienota m.b.t. de Vlaamse Regionale Luchthavens goedgekeurd. De nota heeft betrekking op de luchthavens van Antwerpen, Oostende en Kortrijk-Wevelgem. Met de goedkeuring ervan kan verder gewerkt worden aan een geïntegreerde visie waarbij een gelijke behandeling van de luchthavens wordt beoogd. De regering streeft naar een duurzame groei met een evenwicht tussen economische groeimogelijkheden en ecologie. Hierdoor (1) wordt de aantrekkingskracht van Vlaanderen als logistieke toplocatie versterkt, (2) blijft de werkgelegenheid op en rond de regionale luchthavens behouden en (3) wordt een leefbare woonomgeving voorzien. Concreet is nu de opdracht om:
voor de Vlaamse regionale luchthavens van Oostende en Kortrijk-Wevelgem een businessplan uit te werken in de context van een ‘balanced growth’
voor de Vlaamse regionale luchthavens Oostende en Kortrijk-Wevelgem regionale werkgroepen op te richten die het opmaken van het business-plan begeleiden
voor de Vlaamse regionale luchthavens Oostende en Kortrijk-Wevelgem de meest adequate organisatiestructuur uit te werken en mogelijke privé-partners en/of lokale overheden te inventariseren
voor de Vlaamse regionale luchthavens Antwerpen, Oostende en Kortrijk-Wevelgem na te gaan hoe en in welke mate het Vlaams Gewest de publieke functies zoals beveiliging en brandweer onder haar verantwoordelijkheid kan nemen en welke investeringen in infrastructuur zij nog voor haar rekening kan nemen om de noodzakelijke certificering te bekomen of te behouden De Vlaamse Regering zal eind 2006, begin 2007 een beslissing nemen over hoe de luchthavens verder beheerd zullen worden en welke bijdrage de Vlaamse overheid hierin zal leveren. Op basis van het businessplan, zal voor elke luchthaven de finale strategische optie worden gekozen. De Regering zal haar beleid o.a. baseren op een duidelijke afbakening van de financiële verplichtingen van zowel de Vlaamse Overheid als van de luchthavenbeheerder.
De Vlaamse Luchthavencommissie heeft op 15 juli haar standpunt over bovenvermelde visienota aan Vlaams Minister Peeters overgemaakt. Gelet op de snelheid van het proces besliste het Dagelijks Bestuur van de VLC om tegen 5 december 2006 in eerste instantie een bijdrage te leveren in het beantwoorden van de door de minister gestelde vraag naar ‘Hoe publieke functies zoals beveiliging en brandweer in vergelijkbare regionale luchthavens in Europa georganiseerd en gefinancierd worden?’
5
Beveiliging/veiligheid regionale luchthavens
Dit document start met een overzicht van de geldende internationale, Europese en nationale regelgeving op het vlak van beveiliging van de burgerluchtvaart en de veiligheid van het vliegverkeer. Het tweede deel is een overzicht van hoe vandaag deze activiteiten in Europa georganiseerd en gefinancierd worden. Tot slot geeft de Vlaamse Luchthavencommissie haar aanbeveling over het toekomstig beleid voor de Vlaamse regionale luchthavens. Concreet gaat de VLC in op het evenwicht tussen overheidstaken en privé-exploitatie in relatie tot een rendabele exploitatie van de luchthavens.
2. Reglementering m.b.t. de beveiliging van de burgerluchtvaart en de veiligheid van het vliegverkeer 3 Europese verordeningen en regels van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie ICAO leggen aan de lidstaten en haar luchthavens regels op voor de beveiliging van de burgerluchtvaart en de veiligheid van het vliegverkeer. In het kader van de openstelling van het Europees luchtruim zijn tevens communautaire richtsnoeren opgemaakt voor de financiering van luchthavens. Punt 2.3. gaat hier op in.
2.1. Beveiliging van de burgerluchtvaart Onmiddellijk na de aanslagen van 11 september 2001 namen het Europees Parlement, de Raad en de Europese Commissie initiatief om de kwaliteit van de beveiligingssystemen in de luchtvaart binnen de Gemeenschap te verbeteren. Het Parlement en de Raad hebben d.m.v. verordening Nr. 2320/2002 van 16 december 2002 gemeenschappelijke regels op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart vastgesteld. Hierbij werd voortgebouwd op het bestaande raamwerk van ICAO en ECAC4. De bijlage van verordening 2320 definieert 12 gebieden5 waarop beveiligingsmaatregelen van toepassing zijn. Lidstaten hebben tevens de mogelijkheid om strengere regels toe te passen. Na nr. 2320 volgden nog verordeningen als aanvulling, uitbreiding of aanpassing ervan. Zie bijlage 1 voor een volledig overzicht. 3
4 5
Specialisten maken een onderscheid tussen de beveiliging van de luchtvaart en de veiligheid van het vliegverkeer. Het eerste heeft tot doel de burgerluchtvaart te beveiligen tegen wederrechterlijke daden. Een veilig vliegverkeer wordt nagestreefd d.m.v. regels voor de bouw en het gebruik van vliegtuigen en de inspectie van de luchthavens. Annex 17 van ICAO bevat de verplichtende bepalingen en aanbevelingen inzake beveiliging. Verordening 2320 omvat integraal Annex 17 alsook de aanbevelingen van ECAC zoals geformuleerd in Document 30. 2. Airport security, 3 Aircraft security, 4 Passenger and cabin baggage, 5 Hold baggage, 6 Cargo, courier and express Parcels, 7 Mail, 8 Air carrier mail and materials 9 Air carrier catering, 10 Air carrier cleaning, 11 General aviation, 12 Staff recruitment and training, 13 Guidelines for equipment.
6
Beveiliging/veiligheid regionale luchthavens
In 2005 werd door de Europese Commissie een ontwerp van verordening uitgewerkt welke de bestaande verordening 2320/2002 volledig zal vervangen. Deze nieuwe verordening werd goedgekeurd door de Raad maar maakt nog het voorwerp uit van besprekingen met het Europees Parlement. De nieuwe verordening wordt verwacht in de loop van 2007 en zal een raamverordening zijn waarvan de details (de technische beveiligingsmaatregelen) – per onderdeel – in aparte, specifieke en niet gepubliceerde verordeningen zullen uitgewerkt worden. Deze Europese verordeningen leidden eind 2005 tot een overeenkomst tussen de Belgische Staat, het Vlaamse Gewest en het Waalse Gewest houdende de uitvoering van beveiligingstaken door de Gewesten in hun hoedanigheid van uitbaters van de gewestelijke openbare luchthavens. De overeenkomst bepaalt de modaliteiten van de uitvoering van de beveiligingstaken door de Gewesten en de samenwerking met het Directoraat-generaal Luchtvaart. (DGLV) Het DGLV:
vervult regelgevende, toezichthoudende en certificerende opdrachten verzekert de permanente coördinatie tussen federale en gewestelijke overheid wordt bevestigd als de bevoegde autoriteit in de zin van het verdrag van Chicago6 bepaalt de voorwaarden voor de afgifte en de intrekking van toegangs- en identificatiebadges
De Gewesten:
uitvoeren van toegang- en beveiligingscontroles van de personen en voertuigen die zich via de regionale luchthavens verplaatsen. Deze taken zijn beschreven in de luchthavenbeveiligingsplannen7
opleggen van de verplichtingen aan het luchthavenpersoneel afleveren van mandaten aan het personeel voor het uitvoeren van deze opdrachten
De Europese Commissie geeft in het verslag van 3 augustus 20068 aan de Raad en het Europees Parlement haar visie over de te behandelen kwesties voor de toekomst. Centraal hierbij staat dat de Commissie van oordeel blijft dat, in het licht van het feit dat de bescherming van de Europese burgers tegen terrorisme in de eerste plaats een overheidsopdracht is, de financiering van maatregelen om dergelijke daden te voorkomen via de uitoefening van bevoegdheden die traditioneel tot de overheidstaken behoren, niet als staatssteun moeten worden beschouwd.
6 7 8
Verdrag inzake de internationale burgerlijke luchtvaart, ondertekend te Chicago op 7 december 1944 en goedgekeurd door de wet van 30 april 1947. Elke beveiligingsplan moet voldoen aan zijn nationaal programma voor beveiliging van de burgerluchtvaart zoals opgelegd door verordening Nr. 2320/2002. 12168/06 http://register.consilium.europa.eu/pdf/nl/06/st12/st12168.nl06.pdf
7
Beveiliging/veiligheid regionale luchthavens
De VLC merkt op dat tot op heden de Raad van Minister van Binnenlandse Zaken deze centrale stelling niet volgen gelet op de budgettaire impact ervan voor de overheid. De federale overheid betaalt dan ook niet voor de beveiligingsfuncties op Brussels Airport.
2.2. Veiligheid van het vliegverkeer Het algemeen toezicht op de luchthavenexploitatie is gebonden aan de regels van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie ICAO Annex 14. Luchthavens moeten beschikken over een certificaat dat bevestigt dat voldaan wordt aan de veiligheidsregels of dat de aanvaardbare afwijkingen goed in kaart gebracht zijn. De verplichting tot het beschikken over dit certificaat werd, wat België betreft, ingevoerd bij KB van 27 januari 20049. Op basis van een audit door het DGLV kan een luchthaven een certificaat ontvangen. Afhankelijk van het type vliegtuigen dat de luchthaven wenst te ontvangen, definieert Annex 14 de minimumvoorwaarden waaraan voldaan moet worden. Die hebben betrekking op veiligheidsnormen op het vlak van luchthavenuitrusting, infrastructuur, bebakening, verlichting, brandbestrijding, luchtvaarthindernissen. In 2002 werd het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA) opgericht10. EASA is een agentschap van de Europese Unie met specifieke regelgevende en uitvoerende taken op het gebied van de luchtvaartveiligheid. Het Agentschap is de hoeksteen van de EU-strategie om in de burgerluchtvaart in Europa een hoog uniform niveau van veiligheid tot stand te brengen en in stand te houden. Het Agentschap heeft een dubbele functie. Het ondersteunt de Europese Commissie met technische deskundigheid bij de opstelling van haar voorschriften voor de luchtvaartveiligheid op diverse terreinen en brengt technische knowhow in bij de voorbereiding van de desbetreffende te sluiten internationale overeenkomsten.
2.3. Financiering De Europese Commissie heeft in een advies van 12 juni 2002 verklaard dat zij ‘bereid is zich welwillend op te stellen ten aanzien van overheidsfinanciering ter compensatie van de kosten van bijkomende beveiligingsmaatregelen’. In de mededeling van 9 december 200511 bepaalde de Commissie in hoeverre en onder welke voorwaarden overheidsfinanciering van luchthavens
9 10 11
KB tot wijziging van het koninklijk besluit van 15 maart 1954 tot regeling der luchtvaart Het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart werd opgericht bij Verordening (EG) nr. 1592/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2002 ( PB L 240 van 7.9.2002 ). Mededeling van de commissie inzake communautaire richtsnoeren voor financiering van luchthavens en aanloopsteun van de overheid voor luchtvaartmaatschappijen met een regionale luchthaven als thuishaven. (2005/C 312/01)
8
Beveiliging/veiligheid regionale luchthavens
door de Commissie zullen worden goedgekeurd overeenkomstig de communautaire regels en procedures op het gebied van staatssteun. Hierin volgt de Commissie het Europees Hof die opmerkt dat activiteiten die normaal onder de verantwoordelijkheid van de staat vallen bij de uitoefening van haar overheidsmacht niet economisch van aard zijn en bijgevolg niet vallen onder het toepassingsgebied van de staatssteunregels. Het betreft o.a. het veiligheidsbeleid, luchtverkeersleiding, politietaken, douane, brandweer, enz. Over het algemeen moet de financiering van deze activiteiten strikt beperkt blijven tot compensatie van de daarbij gemaakte kosten en mag zij niet voor andere activiteiten van economische aard worden aangewend12. In België is de verantwoordelijkheid over de regionale luchthavens gedecentraliseerd naar de Gewesten en blijft de federale overheid verantwoordelijk voor Brussels Airport. Het spreekt vanzelf dat een verschillend beleid t.a.v. de organisatie en financiering van de beveiligingsmaatregelen of bij uitbreiding alle activiteiten die normaal onder de verantwoordelijkheid van de overheid vallen bij de uitoefening van haar overheidsmacht, regionale scheeftrekkingen veroorzaakt. Brussels Airport, als economische poort voor Vlaanderen, werkt niet alleen binnen een concurrentiele markt met Schiphol, Paris CDG, London Heathrow, Düsseldorf en Frankfurt maar dient in België ook de concurrentie aan te gaan met de regionale luchthaven van Luik voor wat betreft vrachtverkeer en met de regionale luchthaven van Charleroi voor wat betreft passagiers. Ook al gaat het formeel niet om staatssteun, de binnenlandse concurrentie wordt vertekend, doordat de federale overheid niet op dezelfde wijze tussenkomt in de beveiligingstaken als de gewestelijke overheden. Daardoor is Brussels Airport als bestemming voor de luchtvaartmaatschappijen duurder dan de regionale luchthavens die fungeren als alternatieven. Dit nadeel komt, in een steeds kostenbewuster wordende markt, bovenop de concurrentieverstorende situatie waarbij de luchtvaartmaatschappijen op de regionale luchthavens niet moeten betalen voor de luchtverkeersleiding en dit in tegenstelling tot Brussels Airport13.
12
13
Arrest van 18 maart 1997 in zaak C-343/95 (Calì & Figli/ Servizi Ecologici Porto di Genova), Jurisprudentie 1997, blz. I- 1547. Beschikking N 309/02 van de Commissie van 19 maart 2003 inzake veiligheid van de luchtvaart — schadeloosstelling als gevolg van de aanslagen van 11 september 2001 (PB C 148 van 25.6.2003, blz. 7). Beschikking N 438/02 van de Commissie van 16 oktober 2002 inzake subsidies voor de havenbedrijven voor de uitvoering van overheidstaken (PB C 284 van 21.11.2002, blz. 2). Luchtvaartmaatschappijen die gebruik maken van de Belgische airways betalen wel ‘en route’ heffingen aan Belgocontrol.
9
Beveiliging/veiligheid regionale luchthavens
3. Hoe worden vandaag de luchthavenbeveiliging en veiligheid georganiseerd en gefinancierd? In eerste instantie wordt in detail de situatie in Vlaanderen en Wallonië toegelicht om vervolgens na te gaan hoe in Europa de luchthavenbeveiliging en veiligheid georganiseerd en gefinancierd worden. Het samenwerkingsakkoord van 30/11/1989 tussen de Belgische Staat, het Vlaamse Gewest en het Waalse Gewest regelt de overdracht van uitrusting en uitbating van de luchthavens en openbare vliegvelden, met uitzondering van de luchthaven Brussel-Nationaal, aan de Gewesten. Overeenkomstig dit akkoord regelt het KB van 25 augustus 199814 dat Belgocontrol instaat voor de veiligheid van het luchtverkeer op de regionale luchthavens (exclusief de luchthaven van Kortrijk-Wevelgem). Bijlage 2 vat schematisch samen wie instaat voor de organisatie en financiering van de beveiliging- en veiligheidsactiviteiten op de verschillende commerciële, gewestelijke luchthavens van België. Opgemerkt wordt dat de huisvesting van de federale politie, de douanediensten en Belgocontrol steeds ten laste is van de luchthavenuitbater.
3.1. Vlaanderen 3.1.1
Oostende en Antwerpen
Beide luchthavens werden opgericht als diensten met afzonderlijk beheer (DAB) en kunnen jaarlijks een werkings- en investeringsdotaties ontvangen. De organisatie en de financiering van de beveiligingstaken en de brandweer is de verantwoordelijkheid van de DAB. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de totale kost van beveiliging en veiligheid waarvoor de DAB’s instaan15.
14 15
KB 25/08/1998 tot goedkeuring van het beheerscontract tussen de Staat en de Regie der Luchtwegen. Cijfers geldig voor 2006 en afkomstig van de DAB Oostende en DAB Antwerpen
10
Beveiliging/veiligheid regionale luchthavens
DAB Oostende
DAB Antwerpen
Referentiecode
4E
3C
Brandweercategorie
9
7
Totale kost (in euro)
4.917.120,26
2.741.167,00
Dienst Beveiliging personeelskost werkingskost
2.017.728,75 1.957.614,27 60.114,48
763.366,00 744.548,00 18.818,00
Dienst Operations personeelskost werkingskost
937.532,19 887.158,59 50.373,60
525.900,00 471.900,00 54.000,00
Dienst Brandweer personeelskost werkingskost
1.961.859,32 1.826.093,72 135.765,60
1.066.901,00 884.417,00 182.484,00
Investeringskost
385.000,00
Onderstaande tabel illustreert hoeveel het Vlaamse Gewest in 2006 aan werkings- en investeringsdotaties begroot heeft. Bijlage 3 geeft de evolutie sinds 2000 aan.
(in euro) werkingsdotatie investeringsdotatie
DAB Oostende 3.810.000,00 3.046.000,00 6.856.000,00
DAB Antwerpen 1.561.000,00 2.572.000,00 4.133.000,00
10.989.000
De VLC stelt vast dat de werkingsdotaties ontoereikend zijn voor de financiering van de loonkosten voor de beveiliging en veiligheid. Bovendien leiden bijkomende verplichtingen inzake beveiliging, die ook nog kunnen verwacht worden in de toekomst, tot verdere stijging van de exploitatiekosten. 3.1.2
Kortrijk-Wevelgem
De luchthaven wordt beheerd door de West-Vlaamse Intercommunale vliegveld Wevelgem – Bissegem (WIV). Dit is een samenwerking van 13 gemeenten, de provincie West-Vlaanderen en 2 andere intercommunales. Het Vlaamse Gewest participeert dus nog niet in het kapitaal noch in de werking van de luchthaven. In 2005 betaalde het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap voor het eerst subsidies voor een investeringspakket.
11
Beveiliging/veiligheid regionale luchthavens
Voor het jaar 2006 bedroegen de kosten inzake beveiliging en veiligheid, gegeven de referentiecode en brandweercategorie en exclusief de functies voorzien door de federale overheid 986.000,00 euro. Hierbij is tot op heden ook de kost voor de verkeersleiding (± 200.000,00 euro/jaar) ten laste van WIV.
Kortrijk - Wevelgem Referentiecode
2B
Brandweercategorie
4
Totale kost (in euro)
968.000,00
Dienst Beveiliging personeelskost werkingskost investeringskost
65.000,00 50.000,00 10.000,00 5.000,00
Dienst Operations personeelskost werkingskost investeringskost
150.000,00 120.000,00 20.000,00 10.000,00
Dienst Brandweer personeelskost werkingskost investeringskost
753.000,00 655.000,00 90.000,00 8.000,00
3.2. Wallonië In 1991 werden de exploitatiemaatschappijen SAB (Liège Airport) en BSCA (Brussels South Charleroi Airport) opgericht. Zij kregen een concessie voor de commerciële ontwikkeling van de respectieve luchthavens. In 2001 werd de Société Wallonne des Aéroports (SOWAER) als publieke rechtspersoon opgericht met de Waalse regering als enige aandeelhouder. Een samenwerkingsovereenkomst tussen beide instanties bevat de missieverklaring, de opdrachtbepaling en de financiële middelen waarover SOWAER jaarlijks kan beschikken. De opdrachten onder worden onderverdeeld op basis van de financieringsmodaliteiten.
12
Beveiliging/veiligheid regionale luchthavens
Opdrachten te financieren met eigen kapitaal – algemene opdrachten
Met betrekking tot de uitbating van de sites, ten dienste staan van de beheersmaatschappijen.
Toestaan van (pré)financiering (met eigen kapitaal) van investeringen in infrastructuur en uitrusting aan de beheersmaatschappijen, na voorafgaandelijk goedkeuring door de Waalse regering.
Opvolgen en controleren van de uitbating van de vliegvelden te Saint-Hubert en Spa.
In opdracht van het Waalse Gewest financiële participaties nemen en beheren in de uitbaters van de luchthavens en vliegvelden. Daarbij hoort ook het zoeken naar mogelijke partners.
De terreinen van het vliegveld van Cerfontaine valoriseren. Voorzien van zones met industriële en andere economische activiteiten waarvoor de nabijheid van één van de luchthavens bijdraagt tot de verdere ontwikkeling ervan. De bedrijventerreinen dienen in samenwerking met de lokale ontwikkelingsmaatschappij gevaloriseerd te worden.
Opdrachten te financieren met de jaarlijkse dotatie van het Waalse Gewest aan SOWAER, conform het arrest van 29 november 2001
Uitwerken, opvolgen en financieren van de begeleidende milieumaatregelen. (opgenomen in de uitvoering van artikel 1 bis van de wet van 18 juli 1973 met betrekking tot de strijd tegen geluid(overlast))
Het Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2006 legt de toelagen vast voor de basisallocaties binnen het programma 54.02: Luchthavens en vliegvelden. Dit omvat:
Toelagen aan de vennootschappen belast met de exploitatie van de luchthavens en vliegvelden voor de bevordering en ontwikkeling van hun installaties.
Toelagen aan de vennootschappen belast met de exploitatie van gewestelijke luchthavens voor openbare opdrachten in het kader van de exploitatie van luchthavens.
Tegemoetkomingen voor onroerende ontwikkelingsmiddelen met het oog op het beheer van de begeleidingsmaatregelen voor de economische ontwikkeling van de gewestelijke luchthavens.
Allerhande tegemoetkomingen aan de "SAB" voor de verwezenlijking van begeleidingsmaatregelen met het oog op de integratie van de economische ontwikkeling van de luchthavens in hun onmiddellijke omgeving.
Toelagen voor voorlichtings-, bevorderings- of bewustmakingstudies en -acties wat betreft de gewestelijke luchthaveninfrastructuren.
13
Beveiliging/veiligheid regionale luchthavens
De beleidskredieten voor het begrotingsjaar 2006 voor dit programma bedragen in totaal 74.483.000 euro. Hiervan is 5.450.000 euro vastgelegd voor dienstcontracten in verband met de veiligheid van Waalse luchthavens. Bijlage 4 bevat de begrotingstabel van dit programma. Onderstaande figuur geeft grafisch de relatie tussen het Gewest, SOWAER en de exploitatiemaatschappijen weer.
3.2.1
Liège Airport (SAB)
SAB s.a., een private onderneming, werd in 1990 opgericht en kreeg een concessie (50 jaar) van het Waalse Gewest voor de ontwikkeling en de promotie van de luchthaven van Luik. Naast het dagelijkse beheer van LIEGE AIRPORT, staat dit bedrijf ook in voor:
de infrastructuur van de luchthaven (eigen investeringen of investeringen van het Waalse Gewest);
de commercialisering van de zone (luchthaven en andere); de veiligheid van de vestiging (de brandweermannen van de luchthaven zijn in dienst van SAB);
14
Beveiliging/veiligheid regionale luchthavens
het onderhoud van de vestiging (netheid, sneeuwruiming, onderhoud van de gebouwen, van de landingsbanen, van de parkeerplaatsen van de vliegtuigen en van de luchthavenwegen);
de brandstofvoorziening van de luchtvaartuigen.
SAB zorgt ook voor de promotie van LIEGE AIRPORT, waarbij het bedrijf zich richt tot twee “nichemarkten”:
de ontwikkeling van full cargo transport;
de ontwikkeling van passagierstransport en meer in het bijzonder van chartervluchten. Recentelijk ontving SAB de goedkeuring voor de verlenging van haar hoofdbaan tot 3700 meter. Dankzij het in 1999 gesloten samenwerkingsakkoord met de luchthavens van Parijs (Aéroports de Paris - ADP), is LIEGE AIRPORT vandaag internationaal erkend als luchthaven die zich toespitst op vrachtvervoer en staat de luchthaven op de 11e plaats in Europa als luchthavenplatform voor cargo. Het maatschappelijk kapitaal van SAB bedraagt 15 miljoen Euro. De aandeelhouders zijn:
S.L.F. (50%) Société Liégeoise de Financement SOWAER (25%) Société Wallonne des Aéroports régionaux ADPM (25%) Aéroports de Paris Management
Het Waalse Gewest heeft in de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2006 voor de luchthaven van Luik volgende kredieten voorzien: 6.184.000 euro: terugbetaling door het Gewest van de uitgaven vastgelegd voor de ‘brandweer- en onderhoudsdiensten” krachtens de concessieovereenkomst tussen SAB en het Gewest 10.094.000 euro: Toelage aan de “SAB” voor openbare opdrachten in het kader van de exploitatie van luchthavens 3.2.2
Brussels South Charleroi Airport (BSCA n.v.)
De s.a. BSCA is opgericht in 1991 en staat in voor de exploitatie van de luchthaven Charleroi – Brussel Zuid. Het maatschappelijk kapitaal bedraagt 7,736 miljoen euro met SOWAER (48,89%) als hoofdaandeelhouder van BSCA. De overige aandeelhouders zijn: Région Wallonne (27,65%), Sam-
15
Beveiliging/veiligheid regionale luchthavens
brinvest (19,16%), IGRETEC (2,32 %), Sonaca s.a. (0,67%), Sabca s.a. (0,67%), Carolo parking s.a. (0,34%), Koeckelberg (0,32%) Het Waalse Gewest heeft in de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2006 voor de luchthaven van Charleroi volgende kredieten voorzien: 5.774.000 euro: Terugbetaling door het Gewest van de uitgaven vastgelegd voor de ‘brandweer- en onderhoudsdiensten” krachtens de concessieovereenkomst tussen SAB en het Gewest. 10.094.000 euro: Toelage aan de BSCA voor openbare opdrachten in het kader van de exploitatie van luchthavens.
3.3. Europa 3.3.1
Algemeen
De bestaande EU regelgeving doet geen uitspraak over welke actor (overheid – uitbater – luchtvaartmaatschappij - …) moet instaan voor welke beveiligingstaak. Een studie uitgevoerd in opdracht van het Nederlands Directoraat-generaal Luchtvaart (zie bijlage 5 voor een korte samenvatting) toont aan dat er tussen verschillende luchthavens en landen een zekere mate van variatie is wat betreft de operationele verantwoordelijkheid en uitoefening van beveiligingsmaatregelen16. Ook de manier waarop de beveiliging van luchtvaart wordt gefinancierd verschilt sterk tussen luchthavens. De Europese Commissie erkent de nood aan meer harmonisering en transparantie op dit vlak. Naar aanleiding van de Inter-institutionele verklaring bij Verordening (EG) nr. 2320/2002 is de Commissie begonnen met een studie over de financiering van de beveiligingsmaatregelen van de Europese burgerluchtvaart17. De studie zou met name een antwoord moeten bieden op de vraag hoe, ongeacht de bevoegdheidsverdeling tussen de lidstaten en de Europese Gemeenschap, de financiering van de beveiligingsmaatregelen wordt verdeeld tussen de overheden van de lidstaten en de marktdeelnemers (exploitanten en maatschappijen). Op 2 augustus 2006 bracht de Commissie verslag18 uit over deze studie aan de Raad en het Europees Parlement. In de studie, die betrekking had op 15 lidstaten plus Noorwegen, IJsland en Zwitserland, werden de uitgaven voor de beveiliging van de luchtvaart, de financieringsmechanismen en de daarmee samenhangende concurrentieaspecten onderzocht19.
16 17 18
Benchmark Security and Border Control. SH&E Limited. March 2005. http://www.verkeerenwaterstaat.nl/Images/br.1810.bijlage.final.report_tcm195-160458.pdf Study on civil aviation security financing. Study No: TREN/F3/51 – 2002 http://ec.europa.eu/transport/air_portal/security/studies/index_en.htm 12168/06 (http://register.consilium.europa.eu/pdf/nl/06/st12/st12168.nl06.pdf)
16
Beveiliging/veiligheid regionale luchthavens
In de studie werd een onderscheid gemaakt tussen twee financieringsmodellen die in Europa bestaan:
een gecentraliseerd model waarbij de belangrijkste beveiligingsmaatregelen in de eerste plaats een taak zijn voor de overheid, via een overheidsinstantie (burgerluchtvaartautoriteit, Ministerie van Vervoer, politie, enz.);20
een gedecentraliseerd model, waarbij de beveiliging in de eerste plaats wordt verzorgd door de luchthavenautoriteiten, onder toezicht van de betrokken overheidsinstantie (burgerluchtvaartautoriteit, betrokken ministerie, enz.). Deze activiteiten worden hetzij door de luchthaven zelf ontplooid, hetzij uitbesteed aan een derde partij21.
Volgens de studie worden de beveiligingsmaatregelen uiteindelijk voornamelijk door de passagier betaald via door de overheid ingestelde veiligheidsheffingen, een veiligheidstoeslag op tickets en/of luchthavengelden. Voorts bleek dat in de meeste landen, ongeacht het gehanteerde model, de door passagiers gegenereerde middelen in 2002 ontoereikend waren om alle beveiligingskosten te dekken. Dit moet in een breder perspectief worden geplaatst: de eigenlijke veiligheidsheffingen zijn op heel wat luchthavens inbegrepen in de algemene luchthavengelden en het gebrek aan transparantie maakt het moeilijk inzicht te verwerven in de herkomst van de middelen voor de beveiliging van de Europese luchthavens. Er bleken ook verschillen te bestaan wat de financiering van eventuele exploitatietekorten betreft: 6 van de 18 staten dekken die tekorten deels uit algemene belastingen, in de overige landen worden de financieringslasten gedragen door de luchthavens. 3.3.2
Nederland
3.3.2.1
Algemeen
Nederland kent naast Schiphol een groot aantal andere luchthavens en luchtvaartterreinen, waarvan een deel militaire luchtvaartterreinen. Sommige militaire luchtvaartterreinen worden ook gebruikt door ‘burgervliegtuigen’. Regionale luchthavens zoals Lelystad, Rotterdam en Maastricht richten zich op zakelijk vliegverkeer en bieden rechtstreekse verbindingen aan van zogenoemde low cost carriers naar regionale Europese luchthavens. De kleine luchtvaartterreinen worden onder andere gebruikt door beoefenaars van luchtsporten en voor het uitvoeren van helikoptervluchten.
19 20 21
De data hebben betrekking op het jaar 2002. Er werd niet onderzocht of 2002 als een representatief jaar beschouwd kan worden. Het beleid in Oostenrijk, Finland, Duitsland, IJsland, Italië, Luxemburg, Noorwegen, Portugal, Spanje, Zweden, Zwitserland leunt het dichtst aan bij dit model. De aanpak in België, Denemarken, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Nederland en het Verenigd Koninkrijk sluit het meest aan bij dit model.
17
Beveiliging/veiligheid regionale luchthavens
Het ministerie van Verkeer en Waterstaat maakt beleid voor regionale en kleine luchtvaartterreinen. Elk luchtvaartterrein moet voldoen aan bepaalde regels en voorschriften. Het ministerie legt regels en voorschriften voor de inrichting en het gebruik van een luchtvaartterrein vast in een aanwijzingsbesluit. Voor regionale en kleine burgerluchthavens en voor militaire luchthavens wordt nieuwe wet- en regelgeving ontwikkeld. Een van de belangrijkste punten in het wetsvoorstel dat op 10 februari 2006 is ingediend bij de Tweede Kamer, is de decentralisatie van taken en bevoegdheden naar provincies. Echter, niet alle bevoegdheden worden gedecentraliseerd. Zo blijft het Rijk verantwoordelijk voor het luchtruim, de interne veiligheid en de beveiliging van luchthavens. Deze onderwerpen vereisen bij uitstek uniforme (al dan niet internationaal bepaalde) regelgeving en lenen zich daarom niet voor decentralisatie. 3.3.2.2
Beveiliging
De maatregelen die in Nederland worden genomen ter beveiliging van de luchtvaart zijn bijna allemaal gebaseerd op internationaal beleid. Het internationale beveiligingsbeleid is grotendeels EU-beleid en in Nederland vastgelegd in de Luchtvaartwet (artikel 37ab en verder). Ook de taakverdeling tussen de ministeries van Justitie, Verkeer en Waterstaat en Defensie (vanwege de taken van de Koninklijke Marechaussee) is hierin vastgelegd. Verantwoordelijkheid In Nederland is de minister van Justitie verantwoordelijk voor de beveiliging van de burgerluchtvaart. De uitvoering hiervan is belegd bij Directie Beveiliging Burgerluchtvaart 22, die onder de Nationaal coördinator Terrorisme Beveiliging23 valt. Het Ministerie van Verkeer en Waterstaat is echter op een groot aantal onderdelen van het beleid medeverantwoordelijk. Zo is Verkeer en Waterstaat betrokken bij het vaststellen van de beveiligingsplannen van luchthavens en van luchtvaartmaatschappijen. Ook is Verkeer en Waterstaat betrokken bij het opstellen van veel regels voor de beveiliging van de luchtvaart. Verkeer en Waterstaat heeft in beginsel het voortouw waar het gaat om de beveiliging van de luchtvaartuigen (de zogenoemde inflight security). Verkeer en Waterstaat heeft daarnaast een algemene verantwoordelijkheid voor een efficiënt, ordelijk en veilig verloop van het luchtverkeer en een veilige vluchtuitvoering. Het directoraat-generaal Transport en Luchtvaart 24 verzorgt samen met de Divisie Luchtvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat25 de inbreng van Verkeer en Waterstaat in het luchtvaart beveiligingsbeleid.
22 23 24 25
http://www.nctb.nl/over_nctb/organisatie/directie_beveiliging_burgerluchtvaart/ http://www.nctb.nl/ http://www.verkeerenwaterstaat.nl/organisatie/organogram/DGTL_algemeen.aspx http://www.ivw.nl/
18
Beveiliging/veiligheid regionale luchthavens
Uitvoering De Koninklijke Marechaussee is op de Nederlandse luchthavens belast met de politietaak. Die taak omvat ook de beveiliging van de luchtvaart tegen terroristische aanslagen. Ook de exploitant van de luchthaven en de luchtvaartmaatschappijen hebben beveiligingstaken en verantwoordelijkheden. De luchthavenexploitant is belast met de opmaak van een beveiligingsplan. Hij staat o.a. in voor de controle van personen en bagage. De luchtvaartmaatschappijen dragen zorg voor de controle van vracht op de aanwezigheid van gevaarlijke goederen. Financiering De kosten van beveiligingsmaatregelen zijn opgenomen in de luchthavengelden die betaald worden door de luchtvaartmaatschappijen. De luchtvaartmaatschappijen berekenen deze kosten door aan hun passagiers via een beveiligingsheffing op de vliegtickets.
3.3.2.3
Veiligheid
Om de veiligheid van de burgerluchtvaart in binnen- en buitenland op een hoog niveau te houden, maakt Verkeer en Waterstaat beleid dat rekening houdt met internationale regelgeving, de technologische ontwikkelingen in de luchtvaart en de veiligheidsbeleving van mensen. Inspectie Verkeer en Waterstaat De Inspectie Verkeer en Waterstaat streeft naar een veilige en duurzame luchtvaart op en boven Nederlands grondgebied. Met zo weinig mogelijk voorvallen en milieuvervuiling. De inspectie houdt daarom toezicht op de veiligheid en naleving van de milieunormen - bijvoorbeeld voor geluidshinder - op luchthavens en in het luchtruim. Toezicht vindt plaats door inspecties op locatie en vergunningverlening. 3.3.3
Frankrijk
Er zijn ongeveer 150 luchthavens in Frankrijk. Naast de beheersstructuur varieert ook het eigenaarschap naargelang de luchthaven. Sommige luchthavens behoren de Staat toe en worden dan zelf, via een Publieke instelling of door middel van een concessie uitgebaat. Andere luchthavens behoren toe aan lokale gemeenschappen (collectivités) of worden uitgebaat door de regionale Kamer van Koophandel en nijverheid (Chambre de Commerce et d’industrie – CCI). In Frankrijk worden quasi alle regionale luchthavens commercieel uitgebaat door de CCI. Hierbij weze opgemerkt dat dit publieke instellingen zijn onder het gezag van de Staat. De Franse Staat aanvaardde in 2004 een wet26 waarin 151 luchthavens geselecteerd werden
26
LOI n° 2004-809 du 13 août 2004 relative aux libertés et responsabilités locales
19
Beveiliging/veiligheid regionale luchthavens
waarvan de eigendom zal/kan overgedragen worden naar de lokale overheden. De CCI neemt de voortrekkersrol in dit veranderingsproces. Onafhankelijk van de beheersstructuur blijft de Franse Staat instaan voor de volledige financiering van personeel, investering en werkingskosten van de grens- en veiligheidscontrole van passagiers, meteo-dienst, inspectie burgerluchtvaart, verkeersleiding, douanediensten en algemene inspectiediensten. 3.3.4
Duitsland
De regionale luchthavens in Duitsland hebben de structuur van een GmbH (Gesellschaft mit beschränkter Haftung27. De länder, landkreis waar de luchthaven gelegen is, is meestal voor 50% aandeelhouder. Dan is er vaak een verdeling of participatie met de stad en de gemeenten waarop de luchthaven gelegen is. De verdeling gebeurt op basis van onderlinge afspraken, hiervoor is er geen wettelijke bepaling of norm. De verkeersleiding is nationaal. De beveiliging is deels nationaal en länder wat betreft de regelgeving maar elke Länder is verantwoordelijk voor uitvoering en toepassing ervan. Investeringen zijn ten laste van de GmbH maar de Länder kan en zal door middel van renteloze leningen instaan voor de infrastructuurwerken en werkingskosten.
4. Aanbeveling 4.1. Beleidsmatige context In dit deel formuleert de VLC haar visie op hoe voor de Vlaamse regionale luchthavens de beveiliging- en veiligheidsfuncties in de toekomst georganiseerd en gefinancierd kunnen worden. De Vlaamse Regering streeft in haar nieuw beleid voor de regionale luchthavens naar een partnerschap tussen de Vlaamse overheid en de toekomstige luchthavenbeheerders. Steunend op een evenwicht tussen overheidstaken en privé-exploitatie met een duidelijke afbakening van ieders financiële verplichtingen, moet dit leiden tot een rendabele exploitatie van de luchthavens. De VLC wenst na te gaan op welke principes dit evenwicht gebaseerd kan worden en welke financiële verplichtingen dit voor de Vlaamse Overheid inhouden. Finaal zal moeten bepaald worden of een dergelijk evenwicht politiek en maatschappelijk aanvaardbaar is. 27
Vergelijkbaar met een BVBA in België
20
Beveiliging/veiligheid regionale luchthavens
4.2. Beveiliging en veiligheid zijn overheidsopdrachten Gelet op de geldende Europese verordeningen kan de uitvoering van functies inzake beveiliging en veiligheid als overheidsopdracht beschouwd worden. Bovendien staat de Europese richtsnoer voor de financiering van luchthavens formeel toe dat een lidstaat deze opdrachten financiert. Dit betreft zowel de hieraan verbonden personeels-, werkings- als investeringskosten. De VLC is dan ook van oordeel dat de Federale en de Vlaamse Overheid moeten instaan voor de organisatie én financiering van publieke functies inzake luchthavenbeveiliging. De huidige bevoegdheidsverdeling tussen de Belgische Staat en het Vlaamse Gewest inzake de uitvoering van beveiligingstaken kan behouden blijven. Het DGLV blijft de bevoegde autoriteit in de zin van het verdrag van Chicago. De Vlaamse Overheid blijft/wordt verantwoordelijk voor de organisatie en financiering van de beveiliging, inspectie, brandweer. Voor de Luchthavencommissie is het belangrijk dat er een duidelijke communicatie bestaat over de impact van nieuwe regelgeving uitgevaardigd door het DGLV en/of de Europese Commissie op de werking(skosten) van de luchthavenuitbater. Opgemerkt wordt dat de internationale regelgeving inzake veiligheid (Annex 14) varieert naargelang de beoogde referentiecode en de brandweercategorie voor de luchthaven. Dit wordt bepaald door het type vliegtuigen dat de luchthaven wenst te ontvangen, wat op zijn beurt afhangt van de activiteit(en) die de luchthaven wenst aan te bieden. Deze strategische keuze bepaalt dus de minimumvoorwaarden waaraan de luchthaven dient te voldoen. Onderstaande tabel geeft de huidige codes aan van de Vlaamse regionale luchthavens28 referentiecode
Cat. Brandweer
Oostende
4E
9
Antwerpen
3C
7
Kortrijk/Wevelgem
2B
4
4.3. Budgettaire impact De VLC herhaalt dat de financiering van de beveiliging en veiligheid strikt beperkt moet blijven tot compensatie van de daarbij gemaakte kosten. Binnen die context is de VLC van oordeel
28
Zie bijlage 6 voor een beschrijving van de referentiecode en de categorie voor de brandweer.
21
Beveiliging/veiligheid regionale luchthavens
dat de overheid in de huidige situatie blijft instaan voor de financiering van deze kosten op de Vlaamse regionale luchthavens. Een raming voor 2006 becijfert voor de Vlaamse regionale luchthavens de totale jaarlijkse kost voor beveiliging en veiligheid dat ten laste van de Vlaamse Overheid zou liggen op 8.626.287,26 euro. Het is evident dat deze kost jaarlijks kan verschillen in functie van nieuwe investeringen, bijkomende Europese beveiligingsmaatregelen, … Zo voorziet de luchthaven van Kortrijk in een investeringsprogramma met o.a. investeringen in brandweer (rollend materiaal, kazerne,.), security en safety.
DAB Oostende DAB Antwerpen Kortrijk - Wevelgem Totaal
Totale kost (in euro) 4.917.120,26 2.741.167,00 968.000,00 8.626.287,26
De VLC benadrukt het belang van goed opgeleid personeel. Samen met de luchthavenuitbaters bepaalt de Overheid de organisatie van de opleidingen voor het beveiligingspersoneel, in het bijzonder voor de inspectiediensten. Opleidingskosten vormen een onderdeel van de werkingsuitgaven en zijn ten laste van de overheid.
22
Beveiliging/veiligheid regionale luchthavens
Bijlage 1: Verordeningen in aanvulling van verordening 2320/2002 Verordening (EG) nr. 622/2003 van de Commissie van 4 april 2003 tot vaststelling van maatregelen voor de tenuitvoerlegging van de gemeenschappelijke basisnormen op het gebied van de beveiliging van de luchtvaart Gewijzigd bij 32004R0068 (PB L 10 van 16.1.2004, blz. 14–15) Gewijzigd bij 32005R0781 (PB L 131 van 25.5.2005, blz. 24–25) Gewijzigd bij 32005R0857 (PB L 143 van 7.6.2005, blz. 9–10) Gewijzigd bij 32006R0065 (PB L 11 van 17.1.2006, blz. 4–5) Geconsolideerde tekst 02003R0622-20060206 Gewijzigd bij 32006R0240 (PB L 40 van 11.2.2006, blz. 3–4) Gewijzigd bij 32006R0831 (PB L 150 van 3.6.2006, blz. 4–5) Gewijzigd bij 32006R1448 (PB L 271 van 30.9.2006, blz. 31–32) Verordening (EG) 1217/2003 van 4 juli 2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke specificaties voor nationale programma’s voor de kwaliteitscontrole van de beveiliging van de burgerluchtvaart. Verordening (EG) nr. 1486/2003 van de Commissie van 22 augustus 2003 tot vaststelling van procedures voor de inspecties van de Commissie op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart Verordening (EG) nr. 68/2004 van de Commissie van 15 januari 2004 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 622/2003 van de Commissie tot vaststelling van maatregelen voor de tenuitvoerlegging van de gemeenschappelijke basisnormen op het gebied van de beveiliging van de luchtvaart Rectificatie van Verordening (EG) nr. 849/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 2320/2002 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart (PB L 158 van 30.4.2004) Verordening (EG) nr. 1138/2004 van de Commissie van 21 juni 2004 tot vaststelling van een gemeenschappelijke definitie van de meest kwetsbare sectoren van de om beveiligingsredenen beperkt toegankelijke zones van luchthavens
23
D
C
C
Kortrijk/Wevelgem
Charleroi
Luik
federale politie (actief)
federale politie (actief)
Belgocontrol
Ministère de l'ÉquiMinisterie van pement et des Financiën Transports (MET)
Int. Luchthaven Kortrijk – Wevelgem
Belgocontrol
Belgocontrol
Luchtverkeersleiding
Belgocontrol
Ministerie van Financiën
Ministerie van Financiën
Ministerie van Financiën
Douane
Ministère de l'ÉquiMinisterie van pement et des Financiën Transports (MET)
eigen inspectie (actief)
eigen inspectie (actief)
federale politie (actief) + eigen inspectie (passief)
federale politie (actief) + eigen inspectie (passief)
eigen inspectie (actief)
Beveiliging luchtzijde (ICAO Annex 17)
federale politie (actief) + eigen inspectie (passief)
Beveiliging landzijde (publieke zone)
De Commissie definieert vier categorieën van luchthavens: - categorie A: de grote communautaire luchthavens die meer dan 10 miljoen passagiers per jaar verwerken; - categorie B: bestaat uit “nationale luchthavens” met een jaarlijks verkeersvolume van 5 tot 10 miljoen passagiers; - categorie C: bestaat uit ‘grote regionale luchthavens’ met een jaarlijks verkeersvolume van 1 tot 5 miljoen passagiers - categorie D: de kleine regionale luchthavens, met een jaarlijks verkeersvolume van minder dan 1 miljoen passagiers per jaar.
D
Antwerpen
29
D
Oostende
CAT
29
ORGANISATIE
Intl. Luchthaven Antwerpen
Intl. Luchthaven Oostende
Brandweer
S.A.B.
B.S.C.A.
S.A.B.
B.S.C.A.
Int. Luchthaven Kortrijk - Int. Luchthaven Kortrijk Wevelgem - Wevelgem
Intl. Luchthaven Antwerpen
Intl. Luchthaven Oostende
Safety Management
Bijlage 2: Organisatie en financiering van beveiligings- en veiligheidsfuncties
24
Beveiliging/veiligheid regionale luchthavens
Binnenlandse Zaken + Luchthaven
Binnenlandse Zaken
Binnenlandse Zaken
Kortrijk/Wevelgem
Charleroi
Luik
Ministerie van Financiën
Ministerie van Financiën
Ministerie van Financiën
Int. Luchthaven Kortrijk - Wevelgem Ministère de l'Équipement et des Transports (MET) Ministère de l'Équipement et des Transports (MET)
Belgocontrol/Waals Gewest
Belgocontrol/Waals 30 Gewest
Int. Luchthaven Kortrijk Wevelgem
Belgocontrol
Ministerie van Financiën
DAB Oostende
DAB Antwerpen
Luchtverkeersleiding
Belgocontrol
Douane
Ministerie van Financiën
Beveiliging luchtzijde (ICAO)
S.A.B.
B.S.C.A.
Int. Luchthaven Kortrijk – Wevelgem
DAB Antwerpen
DAB Oostende
Safety Management
Brandweer
Waals Gewest
Waals Gewest
Int. Luchthaven Kortrijk – Wevelgem (met bijzondere bijdrage)
DAB Antwerpen
DAB Oostende
Volgens het samenwerkingsakkoord met Belgocontrol worden de kosten tussen 7u – 23u gedragen door Belgocontrol en de kosten voor de nacht door het Waalse Gewest.
Binnenlandse Zaken + Luchthaven
Antwerpen
30
Binnenlandse Zaken + Luchthaven
Oostende
Beveiliging landzijde (publieke zone)
FINANCIERING
25
Beveiliging/veiligheid regionale luchthavens
0
500
1.000
1.500
2.000
2.500
3.000
3.500
4.000
4.500
5.000
5.500
6.000
6.500
7.000
7.500
8.000
8.500
9.000
9.500
10.000
10.500
11.000
11.500
12.000
2000
2001
2002
2003 jaar
2004
investeringsdotatie Antwerpen werkingsdotatie Antwerpen investeringsdotatie Oostende werkingsdotatie Oostende
Dotaties Vlaamse Gewest
2005
2006
2007 26
Beveiliging/veiligheid regionale luchthavens
Bijlage 3: Overzicht van investerings- en werkingsdotaties voor de DAB Oostende en de DAB Antwerpen 2000 - 2007
euro (x1000)
Beveiliging/veiligheid regionale luchthavens
Bijlage 4: Algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2006 – Begrotingstabel. Programma 54.02 Gewestelijke luchthavens en vliegvelden
27
Beveiliging/veiligheid regionale luchthavens
28
Beveiliging/veiligheid regionale luchthavens
29
Beveiliging/veiligheid regionale luchthavens
Bijlage 5: Studie ‘Benchmark Security and Border Control’ 31
Inleiding Het DGLV van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat analyseert of er voor de Nederlandse luchtvaartsector gelijke concurrentievoorwaarden zijn in Europa. In het kader van dit project liet zij een benchmark onderzoek uitvoeren op het gebied van beveiliging en grensbewaking voor passagiers en bagage. De studie is uitgevoerd in de herfst van 2004 en informatie is verzameld voor de luchthavens Londen Heathrow en Gatwick, Parijs Charles de Gaulle en Orly; Frankfurt, Munchen, Madrid en Amsterdam Schiphol. De onderzoekers merken op dat slechts zeer beperkte informatie beschikbaar was voor financiële en service aspecten. Dit bevestigt, ons inziens, het strategisch karakter van dergelijke informatie. Het eindrapport start met een overzicht van de geldende Europese regelgeving en van bestaande studies. Vervolgens wordt nagegaan hoe de beveiliging en grenscontrole in de geselecteerde luchthavens worden georganiseerd en gefinancierd. Tot slot worden aanbevelingen geformuleerd. Samenvatting Opgemerkt wordt dat Verordening 2320/2002 niet op alle aspecten van beveiliging betrekking heeft. Verschillende lidstaten hebben dan ook aanvullende wetgeving aangenomen om nadere invulling te geven aan bepaalde zaken, zoals bijvoorbeeld de operationele verantwoordelijkheid en de financiering van beveiligingsmaatregelen. Tussen de verschillende luchthavens en landen is er een zekere mate van variatie wat betreft operationele verantwoordelijkheid en uitoefening van beveiligingsmaatregelen die onderdeel uitmaken van deze studie. De manier waarop de beveiliging van luchtvaart wordt gefinancierd verschilt sterk tussen de verschillende luchthavens. Het gebrek aan informatie met betrekking tot de totale kosten van beveiliging voor de verschillende luchthavens, en de beperking van het vergelijken van verschillende kostenstructuren maken het onmogelijk om concrete conclusies te trekken wat betreft de efficiëntie van beveiligingsactiviteiten.
31
Benchmark security and border control. Final Report. SH&E International Air transport Consultancy, march 2005
30
Beveiliging/veiligheid regionale luchthavens
Op alle onderzochte luchthavens worden aanvullende beveiligingsmaatregelen genomen, zoals bijvoorbeeld de extra beveiliging voor vluchten met een hoog risico (‘high risk flights’). Dergelijke maatregelen zijn op Schiphol niet substantieel anders vergeleken met andere luchthavens, hoewel in het Verenigd Koninkrijk significant meer maatregelen genomen lijken te zijn. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de concurrentie-effecten met betrekking tot beveiliging. De luchthaven van Schiphol is het vergelijkingspunt.
31
Beveiliging/veiligheid regionale luchthavens
Aanbevelingen Op basis van het onderzoek worden volgende aanbevelingen geformuleerd:
Het voorstellen van verdergaande EU harmonisatie van de benadering en opzet van beveiligingsmaatregelen;
Het stimuleren van meer financiële transparantie op EU niveau voor de opzet en heffing van beveiligingskosten;
Het stimuleren op EU niveau om meer financiële steun te geven voor beveiligingskosten, zoals in Spanje en de Verenigde Staten plaatsvindt;
Het ondersteunen van onderzoek en ontwikkeling om beveiligingsprocessen en technologie te verbeteren.
32
Bijlage 6: Referentiecode en categorie brandweer volgens Annex 14
33
Beveiliging/veiligheid regionale luchthavens