PROGRAMMA VOOR PLATTELANDSONTWIKKELING VLAANDEREN 2007-2013 (PDPO II) JAARVERSLAG 2015 2016
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
PROGRAMMA VOOR PLATTELANDSONTWIKKELING VLAANDEREN 20072013 (PDPO II) Jaarverslag 2015 / 30.06.2015 ////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
Auteurs: Linn Dumez
Colofon Samenstelling Departement Landbouw en Visserij Afdeling Monitoring en Studie Verantwoordelijk uitgever Jules Van Liefferinge, Secretaris-Generaal Depotnummer D/2016/3241/141 Lay-out Afdeling Monitoring en Studie Druk Vlaamse overheid Voor bijkomende exemplaren neemt u contact op met Afdeling Monitoring en Studie Koning Albert II-laan 35 bus 40 Tel. 02 552 78 20 / Fax 02 552 78 71/ ams@lv.vlaanderen.be Een digitale versie vindt u terug op
WWW.VLAANDEREN.BE/LANDBOUW/STUDIES
Vermenigvuldiging en/of overname van gegevens zijn toegestaan mits de bron expliciet vermeld wordt: Dumez L. (2016) Programma voor plattelandsontwikkeling Vlaanderen 2007-2013 (PDPO II), Jaarverslag 2015, Departement Landbouw en Visserij, afdeling Monitoring en Studie, Brussel. Graag vernemen we het als u naar dit rapport verwijst in een publicatie. Als u een exemplaar ervan opstuurt, nemen we het op in onze bibliotheek. Wij doen ons best om alle informatie, webpagina's en downloadbare documenten voor iedereen maximaal toegankelijk te maken. Indien u echter toch problemen ondervindt om bepaalde gegevens te raadplegen, willen wij u hierbij graag helpen. U kunt steeds contact met ons opnemen.
pagina 2 van 92
Deze publicatie werd door het Departement Landbouw en Visserij met de meeste zorg en nauwkeurigheid opgesteld. Er wordt evenwel geen enkele garantie gegeven omtrent de juistheid of de volledigheid van de informatie in deze publicatie. De gebruiker van deze publicatie ziet af van elke klacht tegen het Departement Landbouw en Visserij of zijn ambtenaren, van welke aard ook, met betrekking tot het gebruik van de via deze publicatie beschikbaar gestelde informatie. In geen geval zal het Departement Landbouw en Visserij of zijn ambtenaren aansprakelijk gesteld kunnen worden voor eventuele nadelige gevolgen die voortvloeien uit het gebruik van de via deze publicatie beschikbaar gestelde informatie.
pagina 3 van 92
INHOUD VOORWOORD .......................................................................................................................................................................................... 6 Samenvatting ........................................................................................................................................................................................... 7 1 Inleiding ................................................................................................................................................................................ 10 2 Algemeen kader................................................................................................................................................................ 11 2.1
Wettelijke bepaling plattelandsverordening
11
2.2
Algemeen kader
11
3
Programmamanagement ........................................................................................................................................... 12
3.1
Wettelijke bepalingen plattelandsverordening
12
3.2
Communautair beleid
12
3.3
Toezicht en evaluatie
12
3.4
Beheer van het programma
13
3.5
Technische bijstand
13
3.5.1
Algemene technische bijstand
14
3.5.2
Vlaams Ruraal Netwerk
14
3.6
Voorlichting en publiciteit
16
4
Ongoing evaluatie ...........................................................................................................................................................17
4.1
Wettelijke bepalingen plattelandsverordening
17
4.2
Inleiding
17
4.3
Evaluatieactiviteiten
18
4.3.1
Uitbestede studies
18
4.3.2
Studies uitgevoerd binnen de administratie
18
4.4
Netwerkactiviteiten
19
5
Financiële indicatoren ................................................................................................................................................ 20
5.1
Inleiding
20
5.2
Wettelijke bepalingen plattelandsverordening
20
5.3
Financiële indicatoren
21
5.3.1
Overzicht uitgaven 2015
21
5.3.2
Terugvorderingen 2015
33
6
Indicatoren as 1 – Verbetering van het concurrentievermogen van de land- en bosbouwsector 34
6.1
Opleiding in de landbouw (maatregel 111-A)
34
6.2
Sensibiliseringsprojecten duurzame landbouw (maatregel 111-C)
36
6.3
Vestiging van jonge landbouwers (maatregel 112)
37
6.4
Bedrijfsadviessysteem voor land- en tuinbouwers (maatregel 114)
39
6.5
Investeringen in landbouwbedrijven (maatregel 121)
40
6.6
Verhoging van de toegevoegde waarde van land- en bosbouwproducten (maatregel 123-A)
44
6.7
Deelname door landbouwers aan voedselkwaliteitsregelingen (maatregel 132)
46
6.8
Voorlichting en afzetbevordering van Vlaamse producten erkend als BOB/BGA/GTS (maatregel 133)
46
pagina 4 van 92
7
Indicatoren as 2 – Verbetering van het milieu en het platteland................................................. 48
7.1
Vergoeding natuur binnen en buiten NATURA 2000 (maatregelen 212 en 213)
48
7.2
Agromilieumaatregelen (maatregel 214)
50
7.3
Inrichtingsmaatregelen door landbouwers in kader van kaderrichtlijn water (maatregel 216)
55
7.4
Bebossing van landbouwgronden (maatregel 221)
56
7.5
Eerste totstandbrenging van boslandbouwsystemen op landbouwgrond (maatregel 222)
57
7.6
Niet-productieve investeringen in bossen (maatregel 227)
58
8 Indicatoren as 3 – De leefkwaliteit op het platteland en diversificatie van plattelandseconomie ........................................................................................................................................................................ 59 8.1
Investeringen met betrekking tot diversificatie van landbouwactiviteiten (maatregel 311)
59
8.2
Bevordering van toeristische activiteiten (maatregel 313)
62
8.3
Basisvoorzieningen voor de economie en plattelandsbevolking (maatregel 321)
62
8.4
Dorpskernvernieuwing en –ontwikkeling (maatregel 322)
63
8.5
Instandhouding en opwaardering van het landelijke erfgoed (maatregel 323)
64
8.6
Intermediaire dienstverlening (opleiding en vorming van ruraal ondernemerschap) (maatregel 331)
64
9
Indicatoren as 4 – LEADER ...................................................................................................................................... 66
9.1
Lokale ontwikkelingsstrategieën leefkwaliteit / diversificatie (maatregel 413)
66
9.2
Samenwerkingsprojecten met andere plattelandsgebieden (maatregel 421)
67
9.3
Werking plaatselijke groepen (maatregel 431)
68
10
Indicatoren health check en economisch herstelplan ........................................................................... 70
10.1
Inleiding
70
10.2
As 1
70
10.2.1
Investeringen in landbouwbedrijven (maatregel 121)
70
10.2.2
Verhoging van de toegevoegde waarde van land- en tuinbouwproducten (maatregel 123)
70
10.3
As 2
71
10.3.1
Agromilieumaatregelen (maatregel 214)
71
10.4
As 3
72
10.4.1
Investeringen met betrekking tot diversificatie van landbouwactiviteiten (maatregel 311)
72
de
FIGUREN ....................................................................................................................................................................................................73 TABELLEN ..................................................................................................................................................................................................75 BRONNEN .................................................................................................................................................................................................. 77 AFKORTINGEN ........................................................................................................................................................................................78 CONTACTPERSONEN ...........................................................................................................................................................................79 BIJLAGEN.................................................................................................................................................................................................... 81
pagina 5 van 92
VOORWOORD Het Jaarverslag 2015 van het Programma voor Plattelandsontwikkeling Vlaanderen 2007-2013 (PDPO II) is het laatste jaarverslag van deze programmaperiode. Het geeft samen met de voorgaande jaarverslagen, de mid term evaluatie en de ex post evaluatie een goed beeld van de uitvoering van PDPO II. Het jaarverslag is gebaseerd op de op Europees niveau vastgelegde indicatoren. Een selectie van die indicatoren wordt beschreven en geïllustreerd aan de hand van figuren en tabellen. Ook over de Health Check en het Economisch Herstelplan wordt gerapporteerd. Aan dit jaarverslag ging heel wat voorbereidend werk vooraf. De beheersdiensten van de Vlaamse beleidsdomeinen Leefmilieu, Natuur en Energie en Landbouw en Visserij verzamelden en leverden het nodige cijfermateriaal. Ook de Coördinerende Cel Europees Plattelandsbeleid en het Betaalorgaan van het Departement Landbouw en Visserij leverden bijdragen. De coördinatie van de opmaak van het jaarverslag gebeurde door de afdeling Monitoring en Studie van het Departement Landbouw en Visserij.
pagina 6 van 92
SAMENVATTING Het PDPO II Jaarverslag 2015 geeft een beeld van de uitvoering van het tweede Vlaamse Programma voor Plattelandsontwikkeling 2007-2013. Ten gevolge van de N+2-regel konden de uitgaven van het PDPO II-budget nog doorlopen tot eind 2015. Dit rapport schetst eerst het algemene kader waarbinnen het programma opereerde en focust op de wijzigingen die aan het programma zijn aangebracht. Daarna worden het programmabeheer en de evaluatieactiviteiten beschreven. De meeste aandacht gaat naar de monitoringgegevens van de verschillende maatregelen. Deze samenvatting beperkt zich tot die monitoringdata. Financiële voortgang Tussen 2007 en 2015 werd in totaal 759.969.875 euro uitgegeven (inclusief Health Check en Economisch Herstelplan). Dat is 99% van het geplande budget voor de gehele programmaperiode. In 2015 bedroegen de totale overheidsuitgaven 20,6 miljoen euro. Daarvan ging 22% naar As 1-maatregelen, 20% naar As 2, 25% naar As 3 en 32% naar As 4. In 2015 werd binnen het Health Check-programma en het Economisch Herstelplan zo’n 3,7 miljoen euro uitgegeven. De totale uitgaven sinds 2010 komen daarmee op 49,4 miljoen euro. As 1 Bij de opleidingen wordt een onderscheid gemaakt tussen cursussen (starters- en vormingscursussen), korte vorming en sensibiliseringsprojecten. De cursussen draaiden in 2015 vooral rond management- en marketingvaardigheden en ICT. In totaal werden 1.800 (niet-unieke) deelnemers geregistreerd en werden 1.504 diploma’s en getuigschriften uitgereikt. In de periode 2007-2015 namen 20.109 unieke personen deel aan de cursussen en werden 39.801 diploma’s en getuigschriften uitgereikt. De korte vormingssessies trokken in 2015 28.871 (niet-unieke) geïnteresseerden. De thema’s managementen marketingvaardigheden en landschapsbehoud/milieubescherming konden op de meeste deelnemers rekenen. De demonstratieprojecten duurzame landbouw telden in 2015 25.368 deelnemers. De meesten volgden een demoproject rond landschapsbehoud/milieubescherming of productkwaliteit. In de periode 20072015 werden samen 133.341 (niet-unieke) deelnemers bereikt. Op de maatregel vestigingssteun voor jonge landbouwers werden in 2015 132 nieuwe dossiers goedgekeurd. De totale vestigingskosten (de som van de overheidssubsidie en de privébijdrage) van deze dossiers bedragen 23,4 miljoen euro. De meeste dossiers gaan om gemengde en melkveebedrijven. In de periode 2007-2015 kregen 1.246 jonge landbouwers PDPO II-vestigingssteun. Onder de maatregel bedrijfsadviessysteem werden in 2015 geen nieuwe adviesaanvragen meer goedgekeurd. Wel kregen 593 eerder goedgekeurde BAS-adviezen uit PDPO II een subsidie uitbetaald. In totaal werden 7.098 landbouwers gesteund in de periode 2007-2015. In 2015 werden 2.088 nieuwe investeringsdossiers goedgekeurd, met een totaal investeringsvolume van 316,6 miljoen euro. De meeste dossiers kwamen van gemengde, melkvee- of varkensbedrijven. In de periode 2007-2015 werden 17.599 dossiers goedgekeurd die waren ingediend onder PDPO II-regelgeving. Er werd vorig jaar geen nieuwe oproep voor agrovoedingsprojecten gedaan, waardoor er ook geen nieuwe projecten werden goedgekeurd. In de periode 2007-2015 ontvingen 69 unieke bedrijven steun vanuit de maatregel verhoging van de toegevoegde waarde van land- en bosbouwproducten.
pagina 7 van 92
In 2015 werden op de maatregel “deelname aan voedselkwaliteitsregelingen” geen producenten meer uitbetaald. Sinds de start van de maatregel kregen 349 unieke biologische bedrijven een subsidie, net als 46 producenten van Brussels grondwitloof of Vlaams-Brabantse tafeldruif. Binnen de maatregel voorlichting en afzetbevordering van Vlaamse producten erkend als BOB/BGA/GTS werden de voorbije jaren twee programma’s ondersteund: één voor de Vlaams-Brabantse tafeldruif en één voor het Brusselse grondwitloof. Vorig jaar voerden die programma’s vier acties uit. In de periode 2007-2015 werden samen 23 acties gesteund. As 2 Vanaf campagnejaar 2014 kon geen vergoeding natuur meer worden aangevraagd. In 2015 gebeurden daarom alleen nog enkele terugvorderingen en rechtzettingen. Sinds de start van PDPO II werd voor 2.429 unieke landbouwbedrijven een vergoeding natuur uitbetaald. De arealen en aantallen contracten zijn voor alle agromilieumaatregelen nul voor verzamelaanvraag 2015, daar deze contracten met PDPO III-middelen zullen betaald worden en dus opgenomen worden in het PDPO III jaarverslag. In 2015 werd nog bijna 4 miljoen euro uitgegeven aan aanvragen uit verzamelaanvraag 2014. Er werden geen nieuwe projecten meer goedgekeurd voor de maatregel inrichtingsmaatregelen in het kader van de kaderrichtlijn water. In de periode 2007-2015 kregen vier projecten steun. Voor de maatregel bebossing van landbouwgronden werden in 2015 geen nieuwe dossiers meer goedgekeurd. De totale, onder PDPO II-regelgeving beboste of te bebossen oppervlakte landbouwgrond blijft 281 hectare. Er zijn in 2015 geen nieuwe aanvragen voor boslandbouwsystemen meer goedgekeurd. Sinds de start van de maatregel in 2012 zijn er 17 projecten goedgekeurd, samen goed voor 38,21 hectare. Ook binnen de maatregel niet-productieve investeringen in bossen werden er vorig jaar geen dossiers meer goedgekeurd. In de periode 2007-2015 hebben 557 unieke bosbeheerders steun ontvangen voor “bebossing/herbebossing” en 440 unieke bosbeheerders voor “ecologische bosfunctie”. Voor beide submaatregelen samen zijn 950 unieke bosbeheerders vergoed in de periode 2007-2015. As 3 Er werden 118 nieuwe diversificatiedossiers goedgekeurd in 2015, samen goed voor een investeringsvolume van 5,1 miljoen euro. Het ging voornamelijk om investeringen in hernieuwbare energie. In de periode 2007-2015 werden 2.379 PDPO II-dossiers goedgekeurd. Voor de maatregelen van de gebiedsgerichte werking van As 3 werden geen nieuwe projecten meer goedgekeurd in 2015. In de periode 2007-2015 werden voor de maatregel bevordering van toeristische activiteiten in totaal 64 projecten goedgekeurd. Voor basisvoorzieningen voor de economie en plattelandsbevolking waren dat er 49, waarvan 1 voor de submaatregel ontwikkeling van de paardenhouderij. Binnen dorpskernvernieuwing en –ontwikkeling kregen 76 projecten goedkeuring, voor instandhouding en opwaardering van landelijk erfgoed 108, en voor intermediaire dienstverlening 63 projecten. As 4 In 2014 werden geen nieuwe Leaderprojecten meer goedgekeurd. Het totaal aantal goedgekeurde projecten blijf voor de periode 2007-2015 op 599. Er werden ook geen nieuwe samenwerkingsprojecten meer goedgekeurd, zodat het totale aantal projecten in de periode 2007-2015 op 14 blijft staan, waarvan vier interterritoriale en tien transnationale samenwerkingsprojecten. Bij de samenwerkingsprojecten zijn in totaal 32 (niet-unieke) PG’s betrokken, waarvan 19 Vlaamse.
pagina 8 van 92
Onder de noemer werking plaatselijke groepen werden in 2015 57 activiteiten gesteund. Daarmee komt het totaal op 2.009 activiteiten tussen 2007 en 2015.
pagina 9 van 92
1 INLEIDING Dit rapport is het laatste jaarverslag van het Programma voor Plattelandsontwikkeling Vlaanderen 2007-2013 (PDPO II). Het schetst een beeld van de uitvoering van PDPO II in 2015 en blikt hier en daar terug op de gehele programmaperiode 2007-2015. Het PDPO II werd bij beschikking C(2007)5555 van 13 november 2007 goedgekeurd door de Europese Commissie en later gewijzigd bij beschikkingen C(2009)1662 van 13 maart 2009 en C(2009)10181 van 11 december 2009. Op de website kan het volledige programmadocument geraadpleegd worden (www.vlaanderen.be/pdpo). Welke thema’s een jaarverslag hoort te behandelen, wordt bepaald in de plattelandsverordening (verordening (EG) nr 1698/2005), artikel 82, 2a) tot g) en werd meer gedetailleerd beschreven in de EURichtsnoeren (Europese Commissie, 2006). In feite komen de bepalingen voor het jaarverslag neer op een kwantitatieve rapportering over de uitvoering van het programma, aan de hand van door de Europese Commissie vastgelegde indicatoren. In dit jaarverslag werd een selectie van die output- en resultaatindicatoren opgenomen en beschreven. Daarnaast wordt een beschrijving gegeven van de uitvoeringsomstandigheden, de werkzaamheden op vlak van monitoring en evaluatie, en de maatregelen genomen door de beheersautoriteit en het toezichtcomitÊ om tot een goede programma-uitvoering te komen. Waar relevant wordt bij elk hoofdstuk van dit jaarverslag verwezen naar de betreffende wettelijke bepaling die van toepassing is. De door de Europese Commissie gevraagde indicatorentabellen (Europese Commissie, 2009) vormen een bijlage bij dit rapport.
pagina 10 van 92
2 ALGEMEEN KADER 2.1 WETTELIJKE BEPALING PLATTELANDSVERORDENING Verordening (EG) nr 1698/2005, artikel 82, 2a)
Elke verandering van de algemene omstandigheden die een rechtstreekse invloed heeft op de voorwaarden voor de uitvoering van het programma, en elke wijziging van het communautaire kader en nationale beleid dat gevolgen heeft voor de coherentie tussen de bijstand van het ELFPO en die van de andere financieringsinstrumenten.
2.2 ALGEMEEN KADER In 2015 werden twee wijzigingen aan het PDPO II ingediend bij de Europese Commissie. Het ging telkens om een notificatiewijziging in het kader van artikel 6(1)(c) van de verordening 1974/2006: 1)
Overheveling van Health Check middelen van maatregel 123 (verhoging van de toegevoegde waarde van land- en bosbouwproducten) naar maatregel 214 (agromilieumaatregelen). De wijziging werd ingediend op 27 april 2015 en goedgekeurd op 15 juli 2015.
2) Wijziging aan de financiĂŤle verdeling binnen As 1, As 2 en As 3, alsook een overheveling van middelen uit As 3, As 4 en Technische bijstand naar maatregel 121 (Modernisering van landbouwbedrijven). De wijziging werd ingediend op 22 juli 2015 en goedgekeurd op 3 november 2015. Beide wijzigingen beoogden een herverdeling van het resterende PDPO II-budget, zodat de enveloppe zo optimaal mogelijk kon benut worden voor het afsluiten op 31 december 2015. In 2015 werd veel energie gestoken in de opstart van PDPO III. Na de officiĂŤle goedkeuring van PDPO III op 13 februari 2015, werd alles in het werk gesteld om met zoveel mogelijk maatregelen van start te kunnen gaan. Hierbij moest regionale wetgeving worden opgemaakt, IT-toepassingen worden geprogrammeerd, voorzien worden in de bekendmaking en communicatie naar de buitenwereld, etc.
pagina 11 van 92
3 PROGRAMMAMANAGEMENT 3.1 WETTELIJKE BEPALINGEN PLATTELANDSVERORDENING Verordening (EG) nr 1698/2005, artikel 82, 2 f)
Een verklaring over de inachtneming van het communautaire beleid in het kader van de bijstand, inclusief informatie over de ondervonden problemen en over de maatregelen die zijn genomen om deze aan te pakken Verordening (EG) nr 1698/2005, artikel 82, 2 e)
De maatregelen die de beheersautoriteit en het toezichtcomité hebben genomen om de kwaliteit en de doeltreffendheid van de uitvoering van het programma te waarborgen, en met name:
De activiteiten op het gebied van toezicht en evaluatie;
Een samenvatting van de grote problemen die bij het beheer van het programma zijn ondervonden, en de maatregelen die eventueel, al dan niet naar aanleiding van overeenkomstig artikel 83 gemaakte opmerkingen, zijn genomen;
Het gebruik van technische bijstand;
De maatregelen die zijn genomen om overeenkomstig artikel 76 bekendheid aan het programma te geven.
3.2 COMMUNAUTAIR BELEID Alle communautaire voorstellen op het gebied van mededinging, de plaatsing van overheidsopdrachten, milieubescherming en –verbetering, de bevordering van de gelijkheid van mannen en vrouwen en nondiscriminatie werden in acht genomen.
3.3 TOEZICHT EN EVALUATIE In 2014-2015 werd het Toezichtcomité PDPO II ontbonden en het Toezichtcomité PDPO III opgericht. Dit toezichtcomité is drie maal geraadpleegd in 2015. De eerste samenkomst vond plaats op 23 februari 2015 en vormde tegelijk de installatie van het nieuwe Toezichtcomité PDPO III. Tijdens de vergadering werd het huishoudelijk regelement overlopen, het nieuwe PDPO III voorgesteld en de selectiecriteria voor de verschillende PDPO III-maatregelen voorgelegd. In april werd een schriftelijke procedure georganiseerd voor de PDPO II–wijziging met betrekking tot de overheveling van de Health Check middelen van maatregel 123 naar maatregel 214. Op 4 juni 2015 vond terug een samenkomst plaats. Op de agenda stonden onder andere de goedkeuring van het jaarverslag 2014 van PDPO II, de wijzigingen in PDPO II en PDPO III, het evaluatieplan 2015, de voorlichtings- en publiciteitsstrategie voor PDPO III en de selectiecriteria van een aantal PDPO IIImaatregelen. Verder werd ook de goedgekeurde Lokale Ontwikkelingsstrategie voor het Leadergebied Westhoek (PDPO III) gepresenteerd.
pagina 12 van 92
3.4 BEHEER VAN HET PROGRAMMA Het Uitvoeringscomité PDPO II werd vanaf 2015 vervangen door het Uitvoeringscomité PDPO III. Dit comité vergadert op regelmatige basis. In het Uitvoeringscomité zijn de beheersautoriteit (Coördinerende Cel Europees Plattelandsbeleid of CCEP) en alle beheersdiensten vertegenwoordigd alsook het Betaalorgaan, de interne audit, het Vlaams Ruraal Netwerk en de afdeling Monitoring en Studie van het Departement Landbouw en Visserij. In 2015 kwamen zowel PDPO II- als PDPO III-items aan bod. De vergaderingen vonden in 2015 plaats op 27 januari, 19 februari, 23 maart, 23 april, 18 mei, 09 juli, 21 september, 15 oktober, 26 november en 21 december. Vaste onderwerpen op de agenda zijn:
Financiële voortgang PDPO II en PDPO III Meldingen van het Betaalorgaan & Interne audit Mededelingen vanuit CCEP (onder andere verslaggeving Rural Development Committee) Monitoring en evaluatie Vlaams Ruraal Netwerk
Deze agenda wordt aangevuld met onderwerpen die op dat moment actueel zijn of bijzondere aandacht vragen, zoals de controlestatistieken, de borgingsverklaring, etc. Het Uitvoeringscomité heeft via een gedeeld elektronisch platform toegang tot alle relevante documenten. Dit platform is in 2015 volledig hervormd en uitgebreid met het oog op maximale transparantie. Grote problemen met betrekking tot de uitvoering van PDPO II hebben zich in 2015 niet voorgedaan. Via de 2 programmawijzigingen is Vlaanderen erin geslaagd de PDPO II-enveloppe bijna volledig te besteden. Het jaarlijkse overleg tussen de Europese Commissie en de beheersautoriteit, zoals voorgeschreven door Verordening 1698/2005, ging door op 18 februari 2016 in de kantoren van DG Agri van de Europese Commissie. Volgende agendapunten werden besproken: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Vooruitgang van het programma 2007-2013 (financiële uitvoering, tegenover de vastgestelde doelstellingen) Beheer van het programma (jaarlijks verslag over de uitvoering, toezichtcomité, beheer problemen, bekendheid maatregelen, controle, Vlaams actieplan error rates) Veranderingen van het programma (programmamodificaties PDPO II in 2015, voorbereiding afsluiting van PDPOII) Netwerk (activiteiten van het Vlaams netwerk, verbintenis met het Europees net) Programma 2014-2020 (PDPO III) (uitvoering – opstartfase: stand van zaken selectiecriteria, opstart van de geprogrammeerde maatregelen, moeilijkheden bij de voorbereiding of uitvoering, planning programmawijziging 2016) Varia
De verslaggeving over dit overleg gebeurt door de Europese Commissie.
3.5 TECHNISCHE BIJSTAND In het PDPO II zijn binnen het onderdeel technische bijstand twee maatregelen voorzien:
Algemene technische bijstand
Ruraal netwerk
Tabel 1 geeft een overzicht van de betalingen in 2015 in het kader van technische bijstand.
pagina 13 van 92
Tabel 1 Overzicht betalingen technische bijstand PDPO II 2015 ELFPO (euro)
Vlaams Gewest (euro)
Totale overheidssteun (euro)
Algemene technische bijstand 1.1 voorbereiding 1.2 beheer 1.3 toezicht 1.4 evaluatie 1.5 voorlichting 1.6 controle mbt verleende bijstand 1.7 provincies Totaal algemene technische bijstand
0 0 0 10.341,30 0 0 58.903,75 69.245,05
0 0 0 10.341,28 0 0 58.903,72 69.245,00
0 0 0 20.682,58 0 0 117.807,47 138.490,05
Ruraal netwerk 2.1 beheer 2.2 uitvoering actieplan Totaal ruraal netwerk
0 25.281,16 25.281,16
0 25.281,12 25.281,12
0 50.562,28 20.562,28
ALGEMEEN TOTAAL
94.526,21
94.526,12
189.052,33
3.5.1 Algemene technische bijstand Binnen deze maatregel kaderen centrale uitgaven op het gebied van voorbereiding, beheer, toezicht, evaluatie en voorlichting door de beheersautoriteit. Evaluatie De uitgaven hebben betrekking op de loonkosten voor de beleidsondersteuner plattelandsontwikkeling die instaat voor de monitoring en evaluatie van PDPO II. Provincies De provincies staan in voor de uitvoering en begeleiding van de gebiedsgerichte werking en ontvangen hiervoor een financiĂŤle bijdrage.
3.5.2 Vlaams Ruraal Netwerk In september 2015 werd een nieuwe collega aangeworven voor het Vlaams Ruraal Netwerk. Nu zijn er drie krachten die samen instaan voor de werking van het Vlaams Ruraal Netwerk. Een groot deel van de werking van het Vlaams Ruraal Netwerk in 2015 kaderde in de voorbereiding en opstart van PDPO III. Alle activiteiten hierrond worden beschreven in het eerste PDPO III jaarverslag. Voor verslagen en foto-impressies van de activiteiten kan men op de website (www.ruraalnetwerk.be) terecht. 3.5.2.1 Organisatie Europa in je Buurt Op 3 mei 2015 vond de 2de editie van Europa in je Buurt plaats. Het Vlaams Ruraal Netwerk stond in voor onder ander de druk van een folder voor deze campagne. Net zoals in 2014 werd in elke provincie een gevarieerd programma uitgewerkt. Helaas was het slechte weer een spelbreker, waardoor de opkomst lager was dan verhoopt. Een bevraging naar de ervaringen leverde interessante feedback op, deze is terug te vinden op www.ruraalnetwerk.be.
pagina 14 van 92
Bevraging stakeholders In het najaar van 2015 heeft het Vlaams Ruraal Netwerk verschillende (potentiële) stakeholders en partners bevraagd aan de hand van een enquête via mail. Daarbij werd onder andere nagegaan of de betrokken stakeholders interesse hebben om deel te nemen aan actiegroepen en/of te zetelen in een nog op te richten stakeholderscomité voor PDPO III. Algemeen kan gesteld worden dat de stakeholders nu een beter idee hebben van wat het Vlaams Ruraal Netwerk is, wat diens taken zijn, en hoe dit voor de stakeholders van nut kan zijn. Het Vlaams Ruraal Netwerk heeft nu beter zicht op met welke stakeholders samenwerking mogelijk is, en op welke manier. Evaluatie van de werking 2007-2013 In 2015 evalueerde het VRN de verschillende activiteiten tijdens PDPO II. Om zoveel mogelijk input te verzamelen, werd een brainstormmoment georganiseerd met collega’s van de dienst Communicatie van het Departement Landbouw en Visserij, om zo ook hun ideeën te horen. Na de brainstorm werd alle input verzameld en werd geconcludeerd dat een infographic het meest aangewezen communicatiemiddel was voor de evaluatieresultaten. Zo gezegd, zo gedaan. De infographic wordt enkel digitaal aangeboden, via de website van VRN: http://www.ruraalnetwerk.be/publicaties/publicaties/activiteiten-vrn-tijdens-pdpo-ii-infographic. 3.5.2.2 Communicatie Website Vlaams Ruraal Netwerk Op 12 november 2015 werd de nieuwe website van het Vlaams Ruraal Netwerk online geplaatst. De bestaande website werd in een nieuw kleedje gestoken en is nu opgemaakt volgens de huisstijl van de Vlaamse overheid, waarbij ook wordt voldaan aan de EU-verplichtingen. Op inhoudelijk vlak werd getracht om minstens wekelijks de website inhoudelijk aan te passen en aan te vullen met verslagen van bezoeken en deelnames aan studiedagen, verslagen van vergaderingen en de eigen activiteiten. Alle ontvangen info omtrent studiedagen, belangrijke deadlines etc. kon ook teruggevonden worden in de agenda. In 2015 telde de website 68.200 pageviews en 26.086 bezoekers. Dit is dubbel zoveel dan in 2013, maar een derde minder dan in 2014. Wellicht heeft dit te maken met het feit dat de GLB-infofiches op de website van het Vlaams Ruraal Netwerk te raadplegen waren in het najaar van 2014. Tijdens de GLBinfosessies en in verschillende media werd naar deze webpagina verwezen, wat wellicht het hoge aantal pageviews van 2014 verklaarde. Ook in 2015 is de projectendatabank verder aangevuld. Eind 2015 telde de projectendatabank 947 As 3en Leaderprojecten en acht samenwerkingsprojecten. Nieuwsbrief De nieuwsbrief van het Vlaams Ruraal Netwerk werd in 2014 in een nieuw kleedje gestoken. Het aantal pagina’s werd verdubbeld, waardoor sinds vorig jaar driemaandelijks acht pagina’s leesvoer werden aangeboden. Ook de komende activiteiten van het VRN worden er in aangekondigd. Het aantal abonnementen op deze nieuwsbrieven kende ook in 2015 een stijging van 74 extra geïnteresseerden (met een voorkeur voor de digitale versie van de nieuwsbrief).
pagina 15 van 92
Communicatie- en promotiemateriaal Het Vlaams Ruraal Netwerk is gehouden aan de communicatieverplichtingen die de Europese Commissie vooropstelt. Daarnaast trad in 2015 ook de nieuwe huisstijl van de Vlaamse overheid in voege. Hiervoor werd regelmatig overlegd met de Diensten Algemeen Regeringsbeleid en met de andere Europese fondsen die via de Vlaamse overheid worden uitgevoerd. Er werd een specifieke “Europese fondsen”versie van de huisstijl uitgewerkt. Andere communicatie Het Vlaams Ruraal Netwerk verspreidde persberichten bij de organisatie van een aantal externe evenementen. Deze werden meestal opgenomen door de vakpers. Daarnaast was het Vlaams Ruraal Netwerk ook aanwezig op diverse studiedagen georganiseerd door derden. Hiervan werd in de mate van het mogelijke verslag uitgebracht op de website.
3.6 VOORLICHTING EN PUBLICITEIT De algemene communicatie over het programma gebeurt door de CCEP in samenwerking met het Vlaams Ruraal Netwerk. De specifieke communicatie over de voorwaarden en toepassing van de verschillende maatregelen naar de potentiële begunstigden toe gebeurt door de beheersdienst die voor de betrokken maatregel bevoegd is. In 2015 was de communicatie, zowel van CCEP als van het Vlaams Ruraal Netwerk, voornamelijk gefocust op PDPO III: opmaak voorlichtings- en publiciteitsstrategie, update website, brochure PDPO III, folder communicatieverplichtingen, etc…. CCEP voorzag in opleiding en begeleiding van de beheersdiensten onder meer via bilaterale vragen, maar ook via het uitvoeringscomité en werkgroepen. Daarnaast vonden –in samenwerking met het Vlaams Ruraal Netwerk- veel communicatie-acties plaats voor het grote publiek rond het nieuwe PDPO en het nieuwe GLB in het algemeen.
pagina 16 van 92
4 ONGOING EVALUATIE 4.1 WETTELIJKE BEPALINGEN PLATTELANDSVERORDENING Verordening (EG) nr 1698/2005, artikel 82, 2 d)
Een beknopt overzicht van de werkzaamheden op het gebied van de evaluatie tijdens de uitvoering overeenkomstig artikel 86, lid 3 Verordening (EG) nr 1698/2005, artikel 13
1. Voor het eerst in 2010 en uiterlijk op 1 oktober van elk tweede jaar dient elke lidstaat bij de Commissie een samenvattend verslag in dat betrekking heeft op de bij de uitvoering van zijn nationale strategie en doelstellingen geboekte vooruitgang en op de bijdrage van die strategie en doelstellingen aan de verwezenlijking van de communautaire strategische richtsnoeren. Het laatste samenvattende verslag wordt uiterlijk op 1 oktober 2014 ingediend. 2. In dat verslag worden de in artikel 82 bedoelde jaarverslagen van de vorige jaren over de uitvoering samengevat en worden met name beschreven: a) de output en de resultaten van de programma’s voor plattelandsontwikkeling op basis van de in het nationale strategische plan gedefinieerde indicatoren; b) voor elk programma, de resultaten van de evaluatietijdens de uitvoering.
4.2 INLEIDING De evaluatie tijdens de programmaperiode of “ongoing evaluation” omvat alle evaluatiewerkzaamheden uitgevoerd in de loop van het programma. Daarbij gaat het zowel om ex ante, mid term en ex post evaluatie als om alle andere evaluatieactiviteiten die nuttig zijn voor het verbeteren van het programmabeheer. Hieronder vallen eveneens de interactie tussen evaluatieactiviteiten, het ontwikkelen en verfijnen van indicatoren en de gegevensverzameling. Voor een uitgebreidere inleiding wordt verwezen naar het Jaarverslag 2007 en naar de richtsnoeren van de Europese Commissie (Europese Commissie, 2006). De coördinatie van de monitoring- en evaluatieactiviteiten gebeurt door de afdeling Monitoring en Studie van het Departement Landbouw en Visserij en wordt gedeeltelijk gefinancierd via technische bijstand. Deze opdracht wordt omschreven in het hoofdstuk “monitoring van het PDPO” van het Programmadocument voor Plattelandsontwikkeling Vlaanderen 2007-2013. Vanaf het begin van de programmaperiode werd een systeem opgezet voor de permanente evaluatie van PDPO II. Op basis van onder andere informatie uit het European Evaluation Network for Rural Development (EENRD), en aanbevelingen uit de ex post evaluatie van PDPO I en de ex ante evaluatie van PDPO II werd een evaluatieplanning opgemaakt. De afdeling Monitoring en Studie organiseerde op regelmatige basis intern overleg met alle betrokkenen bij PDPO II om de planning op te volgen en zo nodig bij te sturen. Over de stand van zaken van de evaluatiestudies tijdens de uitvoering werd gerapporteerd tijdens de vergaderingen van het Uitvoeringscomité.
pagina 17 van 92
4.3 EVALUATIEACTIVITEITEN 4.3.1 Uitbestede studies Ex post evaluatie PDPO II In 2015 werd de opdracht voor de ex post evaluatie van PDPO II gegund aan een consortium van onafhankelijke evaluatoren. De evaluatie loopt door in 2016 en wordt afgerond midden 2016. Akker- en weidevogelmeetnet De opdracht voor de verderzetting van het akker- en weidevogelmeetnet zoals ontwikkeld tijdens PDPO II, werd gegund in 2015. De eerste meting zal in 2016 gebeuren.
4.3.2 Studies uitgevoerd binnen de administratie Er werden in 2015 geen evaluaties meer gemaakt van het PDPO II (behalve de ex post evaluatie zoals hierboven beschreven). Er zijn wel studies uitgevoerd ter voorbereiding van PDPO III. Voorbereiding monitoring en evaluatie PDPO III Ter voorbereiding van de monitoring en evaluatie van PDPO III, bespraken de beheersautoriteit, de afdeling Monitoring en Studie, de beheersdiensten en het Betaalorgaan de Europese voorschriften hierrond, teneinde voorbereid te zijn op een relevante en tijdige monitoring en evaluatie van het programma. De monitoring werd geïmplementeerd. Het evaluatieplan geeft richting aan de evaluatieactiviteiten die dienen te gebeuren. Inspiratie voor het GLB van de toekomst? – Inkomensondersteuning en risicobeperking in de 2014 Farm Bill De problematiek van het bekomen van een voldoende inkomen in financieel moeilijke tijden voor diverse landbouwsectoren, verplicht ons om na te denken over instrumenten die compatibel zijn met de voorschriften voor wereldwijde handel en die tegelijkertijd de land- en tuinbouwers voldoende wapenen tegen inkomensbedreigende ontwikkelingen. Gezien het belang van het instrumentarium voor inkomensondersteuning en risicobeperking in de 2014 Farm Bill werd in deze studie bekeken op welke wijze dat instrumentarium in de Verenigde Staten is vormgegeven. http://lv.vlaanderen.be/sites/default/files/attachments/2015_focus_2014_farm_bill_-_definitief__website.pdf Landbouw in stedelijke omgeving. CSA’s en andere initiatieven De laatste tijd duiken heel wat kleinschalige initiatieven op die de kloof tussen stad en platteland en tussen landbouwer en consument proberen te overbruggen. Stadslandbouw, boerenmarkten en voedselteams bieden kansen voor lokale voedselproductie. Ze dragen ook bij aan maatschappelijke doelen als zorg voor de omgeving, ontspanning en educatie. http://lv.vlaanderen.be/nl/voorlichting-info/publicaties/studies/markt-en-keten/landbouw-stedelijkeomgeving-csas-en-andere Eindevaluatie gebiedsgerichte werking As 3 en Leader De VLM heeft halfweg de programmaperiode een evaluatie gemaakt over de maatregelen van As 3 en As 4 waarvan de VLM beheersdienst is. Deze evaluatie werd toen gebruikt als input voor de opmaak van PDPO III. In 2016 actualiseert VLM deze evaluatie aan de hand van de eindresultaten van As 3 en As 4.
pagina 18 van 92
4.4 NETWERKACTIVITEITEN Vlaanderen nam deel aan de bijeenkomsten van de “Expert Group on Monitoring and Evaluating the CAP� op 17 maart, 25 juni en 12 november 2015 in Brussel. Ook schriftelijk reageerde Vlaanderen op de aangeleverde documenten. Er werd ook deelgenopmen aan de Informal Meeting of the Directors of Rural Development, die door het Luxemburgse voorzitterschap georganiseerd werd op 12-14 juli 2015.
pagina 19 van 92
5 FINANCIËLE INDICATOREN 5.1 INLEIDING In de indicatorentabellen, bijgevoegd in bijlage 3, zijn alle monitoringscijfers samengebracht. De indicatoren zijn alle input-, output- en resultaatindicatoren die volgens de plattelandsverordening deel moeten uitmaken van het jaarverslag. In dit hoofdstuk worden de financiële indicatoren besproken. In de volgende hoofdstukken wordt per maatregel een selectie van de output- en resultaatindicatoren behandeld. Opmerking: Het verschil tussen de bedragen van de tabel G5 van bijlage 3 en de bedragen in de tabellen per maatregel in het vervolg van dit rapport kan enkele euro’s bedragen. Deze afwijkingen zijn te verklaren door afrondingsverschillen. De afronding door de Europese Commissie (in de Excel-tabellen in bijlage) gebeurt immers niet op dezelfde manier als de afronding door de beheersdiensten bij het indelen van de uitgaven in de gevraagde categorieën voor de monitoring. Voor de opvolging van de betalingen in het kader van de PDPO-monitoring wordt gebruik gemaakt van de “jaarrekening” en niet van het Structural Funds Common System (SFC). De reden hiervoor is dat de jaarrekening gebaseerd is op de correcte detailinformatie, waarop ook de beheersdiensten zich baseren. Het Betaalorgaan verklaart de verschillen tussen de jaarrekening en het SFC als volgt: “Het betreft afrondingsverschillen door de eenmalige berekening van het Europees deel van uitgevoerde
betalingen in de SFC-declaratie per maatregel, terwijl dit bij het Betaalorgaan per individuele betaling aan de landbouwer wordt berekend.”
Concreet voorbeeld: als een landbouwer 50,55 euro overheidssteun krijgt aan een cofinancieringspercentage van 50%, dan is het Europees aandeel in de boekhouding van het Betaalorgaan gelijk aan 50,55 * 0,5 = 25,275 euro of afgerond op twee decimalen 25,28 euro. Het Vlaams aandeel is bijgevolg 25,27 euro (namelijk de totale overheidssteun min het Europese deel). Een dergelijke afronding gebeurt in SFC maar één keer voor alle uitgaven van een maatregel, waar die door het Betaalorgaan bij elke individuele betaling op de maatregel gebeurt. Gecumuleerd verklaren deze afrondingen dan ook het verschil tussen de boekhouding van het Betaalorgaan en de SFC-declaratie.
5.2 WETTELIJKE BEPALINGEN PLATTELANDSVERORDENING Verordening (EG) nr 1698/2005, artikel 82, 2 c)
De financiële uitvoering van het programma, waarbij per maatregel een overzicht van de uitgaven voor betalingen aan begunstigden wordt gegeven; indien het programma geldt voor regio’s die onder de convergentiedoelstelling vallen, moeten de uitgaven voor die regio’s afzonderlijk worden vermeld Verordening (EG) nr 1698/2005, artikel 82, 2 g)
In voorkomend geval, het hergebruik van steun die overeenkomstig artikel 33 van Verordening (EG) nr 1290/2005 is teruggevorderd Verordening (EG) nr 1698/2005, artikel 82, 2 b)
De aan de hand van output- en resultaatindicatoren aangegeven vorderingen met het programma in het licht van de vastgestelde doelstellingen
pagina 20 van 92
5.3 FINANCIËLE INDICATOREN 5.3.1 Overzicht uitgaven 2015 In totaal werd in 2015 nog 20.622.860 euro uitgegeven binnen het PDPO II (inclusief top-up en uitgaven in het kader van de Health Check en het Economisch Herstelplan). Cumulatief werd tot en met 2015 759.969.875 euro aan subsidies uitbetaald, wat neerkomt op 99% van de geplande uitgaven voor de ganse programmaperiode. Tabel 2 toont de uitgaven in de periode 2007-2015. Tabel 2 Publieke (Europese + Vlaamse) uitgaven 2007-2015 per as, inclusief top-up, Health Check en Economisch Herstelplan As 1 As 2 As 3 As 4 Totaal zonder technische bijstand Technische bijstand Totaal inclusief technische bijstand
Totale uitgaven 2007-2015 (euro) 467.012.646 175.776.698 73.212.423 40.239.570 756.241.337 3.728.538 759.969.875
Figuur 1 geeft een overzicht van de totale publieke uitgaven in 2015 aan de verschillende assen (inclusief Health Check en Economisch Herstelplan) en de technische bijstand. 22% van de uitgaven werd besteed in As 1, 20% in As 2, 25% in As 3 en 32% in As 4. Figuur 2 geeft een overzicht van de totale publieke uitgaven in de periode 2007-2015 aan de verschillende assen (inclusief Health Check en Economisch Herstelplan) en de technische bijstand. 61% van dat bedrag is uitgegeven binnen As 1, 23% binnen As 2, 10% binnen As 3 en 5% binnen As 4. Figuur 3 geeft de Europese uitgaven in 2015 weer (inclusief Health Check en Economisch Herstelplan). Figuur 4 toont de Europese uitgaven in de periode 2007-2015 (eveneens inclusief Health Check en Economisch Herstelplan). Figuur 5 toont de Europese uitgaven in de periode 2007-2015, zonder Health Check en Economisch Herstelplan. 61% van die uitgaven werd besteed binnen As 1, 25% binnen As 2, 8% binnen As 3 en 5% binnen As 4.
pagina 21 van 92
Technische bijstand; 191.052 ; 1%
As 4; 6.500.616 ; 32%
As 1;
4.516.173 ; 22%
As 2; 4.218.610 ; 20%
As 3;
5.196.408 ; 25%
Figuur 1 Absolute en procentuele verdeling van de totale publieke uitgaven (euro) (inclusief top-up en inclusief Health Check en Economisch Herstelplan) in 2015 over de vier assen en de technische bijstand van PDPO II As 4; 40.239.570 ; 5%
Technische bijstand; 3.728.538 ; 1%
As 3; 73.212.423 ; 10%
As 2; 175.776.698 ; 23%
As 1; 467.012.646 ; 61%
Figuur 2 Absolute en procentuele verdeling van de totale publieke uitgaven (euro) (inclusief top-up en inclusief Health Check en Economisch Herstelplan) in kalenderjaren 2007-2015 over de vier assen en de technische bijstand van PDPO II
pagina 22 van 92
Technische bijstand; 95.526 ; 2%
As 4;
1.950.185 ; 31%
As 1; 1.461.411 ; 23%
As 2; 1.218.640 ; 19%
As 3;
1.573.067 ; 25%
Figuur 3 Absolute en procentuele verdeling van de Europese uitgaven (euro) (inclusief Health Check en Economisch Herstelplan) in 2015 over de vier assen en de technische bijstand van PDPO II As 4; 12.071.872 ; 5%
Technische bijstand; 1.864.270 ; 1%
As 3; 28.150.299 ; 11%
As 2; 65.592.696 ; 26%
As 1;
145.743.098 ; 57%
Figuur 4 Absolute en procentuele verdeling van de Europese uitgaven (euro) (inclusief Health Check en Economisch Herstelplan) in kalenderjaren 2007-2015 over de vier assen en de technische bijstand van PDPO II
pagina 23 van 92
As 4; 12.071.872 ; 5% As 3;
Technische bijstand; 1.864.270 ; 1%
17.839.611 ; 8%
As 2; 56.005.594 ; 25%
As 1;
136.344.355 ; 61%
Figuur 5 Absolute en procentuele verdeling van de Europese uitgaven (euro) (exclusief Health Check en Economisch Herstelplan) in kalenderjaren 2007-2015 over de vier assen en de technische bijstand van PDPO II
Figuur 6 geeft een overzicht van de totale uitgaven in de periode 2007-2015, verdeeld over de verschillende PDPO II-maatregelen (inclusief de uitdovende maatregelen), waarbij de agromilieumaatregelen (AMM) op submaatregelniveau worden beschouwd (inclusief technische bijstand). Budgettair gezien was de maatregel investeringen in landbouwbedrijven met 45% van de totale uitgaven de grootste maatregel, gevolgd door BO water (10%), vestigingssteun voor jonge landbouwers (8%), diversificatiesteun (5%), opleiding (5%) en LEADER lokale ontwikkelingsstrategieën (4%). Alle maatregelen die elk minder dan 1% van het totale bestede budget uitmaken, werden verzameld in de categorie “maatregelen < 1%”. Deze budgettair kleine maatregelen vertegenwoordigen samen 8% van de totale uitgaven in 2007-2015.
pagina 24 van 92
Figuur 6 Absolute en procentuele verdeling van de totale publieke uitgaven (euro) (inclusief top-up en inclusief Health Check en Economische Herstelplan, inclusief technische bijstand) in de periode 2007-2015 over de maatregelen van PDPO II (inclusief de uitdovende maatregelen) (Uitgaven lager dan 1% van het totaal werden samengebracht in de categorie “maatregelen < 1%”) (AMM = agromilieumaatregel, BO = beheerovereenkomst)
Hierna volgt een bespreking van de uitgaven per as in de periode 2007-2015. Ook de uitdovende maatregelen zijn meegenomen. Figuur 7 geeft een overzicht van de totale overheidsuitgaven in As 1 in 2007-2015. Aan de VLIF-maatregelen investeringen in landbouwbedrijven en vestiging van jonge landbouwers werd respectievelijk 73% en 13% van de uitgaven gespendeerd. De maatregel opleiding in de landbouw was goed voor 7% van de uitgaven. De overige As 1-maatregelen vertegenwoordigden elk minder dan 4% van de totale As 1-uitgaven. In figuur 8 staan de totale overheidsuitgaven binnen As 2 weergegeven. Ook de uitdovende maatregelen zijn opgenomen in de figuur. Het grootste deel (43%) van de As 2-uitgaven ging in 2007-2015 naar de BO water. Daarna volgen de agromilieumaatregelen vlinderbloemigen (10%), BO perceelsrandenbeheer (8%), groenbedekking (7%), BO erosiebestrijding (5%), verwarringstechniek (4%) en BO kleine landschapselementen (4%). Figuur 9 geeft een overzicht van de uitgaven binnen As 3 in 2007-2015. 52% van die uitgaven zijn toe te schrijven aan de diversificatiesteun, 14% aan de maatregel dorpskernvernieuwing en –ontwikkeling en 12% aan instandhouding en opwaardering van het landelijk erfgoed. In figuur 10 staan de uitgaven voor de verschillende As 4-maatregelen (LEADER) in de periode 2007-2015. Het grootste deel van de uitgaven (84%) ging naar de opmaak en uitvoering van de lokale ontwikkelingsstrategieën.
pagina 25 van 92
Figuur 7 Absolute en procentuele verdeling van de totale publieke uitgaven (euro) (inclusief top-up en inclusief Health Check en Economisch Herstelplan) in 2007-2015 over de maatregelen van As 1 (VLIF = Vlaams Landbouwinvesteringsfonds, BOB = Beschermde Oorsprongsbenaming, BGA = Beschermde Geografische Aanduiding, GTS = Gegarandeerde Traditionele Specialiteit)
pagina 26 van 92
Figuur 8 Absolute en procentuele verdeling van de totale publieke uitgaven (euro) (inclusief top-up en inclusief Health Check en Economisch Herstelplan) in 2007-2015 over de maatregelen van As 2, inclusief de uitdovende maatregelen (AMM = agromilieumaatregel, BO = beheerovereenkomst, KLE = kleine landschapselementen)
pagina 27 van 92
331; 4.905.173 ; 7% 311A diversificatiesteun
311A; 38.053.277 ; 52% 323; 8.693.938 ; 12% 311B verlenen van zorg en activeren van zorgvragers op land- en tuinbouwbedrijven (uitdovende maatregel) 313 bevordering van toeristische activiteiten 321 basisvoorzieningen voor de economie en plattelandsbevolking
322; 10.250.842 ; 14% 322 dorpskernvernieuwing en ontwikkeling 323 instandhouding en opwaardering van het landelijk erfgoed
321; 4.322.427 ; 6% 313; 6.755.018 ; 9%
311B; 231.748 ; 0%
331 intermediaire dienstverlening (opleiding en voming van ruraal ondernemerschap)
Figuur 9 Absolute en procentuele verdeling van de totale publieke uitgaven (euro) (inclusief top-up en inclusief Health Check en Economisch Herstelplan) in 2007-2015 over de maatregelen binnen As 3, inclusief de uitdovende maatregelen
431; 5.189.840 ; 13% 421; 1.189.715 ; 3%
413 LEADER lokale ontwikkelingsstrategieĂŤn 421 LEADER samenwerkingsprojecten met andere plattelandsgebieden 431 LEADER werking plaatselijke groepen
413; 33.860.015 ; 84%
Figuur 10 Absolute en procentuele verdeling van de totale publieke uitgaven (euro) (inclusief top-up en inclusief Health Check en Economisch Herstelplan) in 2007-2015 over de maatregelen binnen As 4
pagina 28 van 92
In tabel 3 worden voor elke maatregel de overheidsuitgaven ten opzichte van de geplande overheidsuitgaven voor de gehele programmaperiode PDPO II weergegeven. In deze tabel is de top-up niet meegenomen. De extra budgetten van de Health Check en het Economisch Herstelplan zijn wel opgenomen, zowel in de reeds bestede als in de geprogrammeerde overheidsuitgaven. Tabel 3 Overzicht van de uitgaven (euro) in de periode 2007-2015 in verhouding tot de vooropgestelde uitgaven voor de programmaperiode PDPO II. Top-up is niet opgenomen. De bestede en geplande overheidsuitgaven zijn inclusief Health Check en Economisch Herstelplan.
Maatregelnummer en maatregel
ELFPO Overheidsuitgaven 2015 (euro)
Overheidsuitgaven cumulatief 2007-2015 (euro)
Geprogrammeerde overheidsuitgaven PDPO II (euro) ELFPO Totaal
Realisatie ELFPO (%)
ELFPO
Totaal
640.525
12.592.110
41.973.662
12.635.211
42.117.370
99,7
-1.813
18.192.680
60.655.706
18.196.644
60.655.480
100,0
-8.192
8.253.125
27.509.860
190.455
3.655.138
12.183.794
3.663.962
12.213.207
99,8
0
1.886.116
6.287.045
633.848
107.354.223
342.976.634
107.453.274
343.162.720
99,9
Waarvan overgangsuitgaven overeenkomstig verordening (EG) nr 1320/2006
-65.073
50.113.246
167.046.403
123 – Verhoging van de toegevoegde waarde van landen bosbouwproducten
-5.990
3.790.099
8.693.362
3.796.320
8.702.118
99,8
0
208.209
694.029
0
23.547
78.490
23.547
78.490
100
0
23.547
78.490
332
116.235
387.451
117.951
393.170
98,5
4.053
19.064
63.547
19.621
65.403
97,2
1.461.411
145.743.097
467.012.646
145.906.530
467.387.958
99,9
-73265
60.484.243
201.615.827
-1.610
586.442
1.243.888
636.808
1.273.616
92,1
-3.704
782.697
1.624.350
816.931
1.633.862
95,8
0
335.423
672.201
111 – Beroepsopleiding, voorlichting en sensibilisering 112 – Vestiging van jonge landbouwers
Waarvan overgangsuitgaven overeenkomstig verordening (EG) nr 1320/2006 114 – Bedrijfsadviessysteem voor land- en tuinbouwers
Waarvan overgangsuitgaven overeenkomstig verordening (EG) nr 1320/2006 121 – Investeringen in landbouwbedrijven
Waarvan overgangsuitgaven overeenkomstig verordening (EG) nr 1320/2006 125 – Infrastructuurontwikkeling
Waarvan overgangsuitgaven overeenkomstig verordening (EG) nr 1320/2006 132 – Deelname door landbouwers aan voedselkwaliteitsregelingen 133 – Voorlichting en afzetbevordering van Vlaamse producten erkend als BOB/BGA/GTS Totaal As 1
Waarvan overgangsuitgaven overeenkomstig verordening (EG) nr 1320/2006 212 – Betalingen aan landbouwers in andere gebieden met handicaps dan berggebieden 213 – Natura 2000-betalingen en betalingen in verband met Richtlijn 2000/60/EC (Kaderrichtlijn Water)
Waarvan overgangsuitgaven
pagina 29 van 92
overeenkomstig verordening (EG) nr 1320/2006 214 − Agromilieumaatregelen
Waarvan overgangsuitgaven overeenkomstig verordening (EG) nr 1320/2006 216 – Inrichtingsmaatregelen door landbouwers in kader van Kaderrichtlijn Water 221 – Bebossing van landbouwgronden
Waarvan overgangsuitgaven overeenkomstig verordening (EG) nr 1320/2006 222 − Boslandbouwsystemen 227 – Niet-productieve investeringen in bossen
Waarvan overgangsuitgaven overeenkomstig verordening (EG) nr 1320/2006 Totaal As 2
Waarvan overgangsuitgaven overeenkomstig verordening (EG) nr 1320/2006 311 – Investeringen met betrekking tot diversificatie van landbouwactiviteiten
Waarvan overgangsuitgaven overeenkomstig verordening (EG) nr 1320/2006 313 – Bevordering van toeristische activiteiten
Waarvan overgangsuitgaven overeenkomstig verordening (EG) nr 1320/2006 321 – Basisvoorzieningen voor de economie en plattelandsbevolking 322 – Dorpskernvernieuwing en -ontwikkeling 323 – Instandhouding en opwaardering van het landelijke erfgoed
Waarvan overgangsuitgaven overeenkomstig verordening (EG) nr 1320/2006 331 – Intermediaire dienstverlening (opleiding en vorming van ruraal ondernemerschap) Totaal As 3
Waarvan overgangsuitgaven overeenkomstig verordening (EG) nr 1320/2006 413 – Lokale ontwikkelingsstrategieën leefkwaliteit / diversificatie 421 – Samenwerkingsprojecten met andere plattelandsgebieden
pagina 30 van 92
1.086.392
61.499.427
132.486.449
61.550.546
123.101.092
99,9
0
36.682.820
82.107.410
80.358
174.944
349.888
206.032
412.064
84,9
16.992
995.687
2.077.363
997.104
1.994.208
99,9
1.311
710.329
1.498.262
25.603
37.639
75.279
50.000
100.000
75,3
14.608
1.515.861
3.070.515
1.516.403
3.032.806
100,0
4.556
272.499
553.784
1.218.640
65.592.696
140.927.730
65.773.824
131.547.648
99,7
5.867
37.961.071
84.831.657
22.314
17.672.079
38.285.025
17.790.576
38.446.656
99,3
-5.532
1.922.769
6.409.233
114.253
2.026.505
6.755.018
2.085.143
6.950.477
97,2
0
591.227
1.970.760
116.172
1.296.728
4.322.427
1.323.310
4.411.033
98,0
343.408
3.075.253
10.250.842
3.097.493
10.324.977
99,3
866.753
2.608.182
8.693.938
2.737.291
9.124.303
95,3
0
95.625
318.749
110.167
1.471.552
4.905.173
1.484.079
4.946.930
99,2
1.573.067
28.150.299
73.212.423
28.517.892
74.204.376
98,7
-5.532
2.609.621
8.698.742
1.728.839
10.158.005
33.860.015
10.200.948
34.003.160
99,6
103.294
356.915
1.189.715
375.000
1.250.000
95,2
431 – Werking plaatselijke groepen Totaal As 4 Technische bijstand
118.052
1.556.952
5.189.840
1.577.211
5.257.370
98,7
1.950.185
12.071.872
40.239.570
12.153.159
40.510.530
99,3
95.526
1.864.270
3.728.538
1.866.414
3.732.828
99,9
0
165.740
331.480
6.298.829
253.422.234
725.120.909
254.217.819
717.383.340
99,7
-72.930
101.260.675
295.477.706
Waarvan overgangsuitgaven overeenkomstig verordening (EG) nr 1320/2006 TOTAAL
Waarvan overgangsuitgaven overeenkomstig verordening (EG) nr 1320/2006
Zoals aangegeven in 2.2, werd er in 2015 nog een laatste programmawijziging doorgevoerd, voor de optimalisatie van de ELFPO-middelen over de verschillende maatregelen. Nog tot eind 2015 zijn voor verschillende maatregelen uitgaven gebeurd. Wat de goedkeuring van PDPO II-dossiers betreft, konden er nog tot eind 2015 PDPO II-dossiers worden goedgekeurd als er nog PDPO II-budget was en zolang er nog geen PDPO III-dossiers waren goedgekeurd. Als er geen PDPO II-middelen meer waren, konden er in de regel geen PDPO II-dossiers meer worden goedgekeurd. Uitzondering hierop waren de maatregelen van As 1 en As 2, waarvoor nog tot 31 december 2014 nieuwe dossiers konden worden goedgekeurd. De uitgaven in bovenstaande figuren en in tabel 3 wijken voor bepaalde maatregelen af van de uitgaven die zijn weergegeven in het vervolg van dit jaarverslag (bespreking van de indicatoren per as en per maatregel). Meer bepaald gaat het om de maatregelen 321 en 321B. Deze verschillen zijn te verklaren door enkele misboekingen die gebeurden bij de betrokken beheersdienst. Sommige uitgaven van maatregel 321B werden onder maatregelnummer 321 geboekt. Deze misboeking werd recht gezet in de verdere beschrijving van de afzonderlijke maatregelen in dit jaarverslag, maar kon niet meer worden gecorrigeerd in de cijfers van het Betaalorgaan, waarop bovenstaande tabel gebaseerd is. In tabel 4 worden de verschillende bedragen waarvan sprake op een rij gezet. Ook in 2010, 2011 en 2012 gebeurden enkele misboekingen, die werden recht gezet in de tabellen in bijlage 3 (zie PDPO II Jaarverslag 2010, Jaarverslag 2011 en Jaarverslag 2012). Tabel 4 Overzicht afwijkingen werkelijke uitgaven en uitgaven betaalorgaan in 2015 Maatregelnummer 321 321B
Vlaams Betaalorgaan Europese uitgaven (euro) Totale uitgaven (euro) 114.110 380.366 2.062 6.873
Werkelijke uitgaven Europese uitgaven (euro) Totale uitgaven (euro) 112.872 376.240 3.300 11.000
Tabel 5 geeft een overzicht van de top-up uitgaven in 2015 en in de periode 2007-2015. Tabel 5 Overzicht van de top-up overheidsuitgaven, inclusief binnen Health Check en Economisch Herstelplan
Maatregelnummer 214 221 Totaal
Maatregel
Agromilieumaatregelen Bebossing van landbouwgronden
Top-up overheidsuitgaven 2015 (euro)
Top-up overheidsuitgaven cumulatief 2007-2015 (euro)
1.781.383
34.848.968
0
10.380
1.781.383
34.859.348
pagina 31 van 92
In tabel 6 worden de uitgaven binnen het Health Check-programma en het Economisch Herstelplan weergegeven. Tabel 7 geeft de top-up uitgaven weer van maatregelen die genomen zijn binnen de Health Check en het Economisch Herstelplan. In totaal werd er in 2015 binnen het Health Checkprogramma en het Economisch Herstelplan 3.699.868 euro uitgegeven (inclusief top-up). Daarvan ging 6% naar As 1, 93% naar As 2 en 1% naar As 3. Tabel 6 Overzicht van de uitgaven (euro) binnen het Health Check-programma en het Economisch Herstelplan in de periode 2010-2015 in verhouding tot de vooropgestelde uitgaven. Top-up is niet meegenomen. Maatregelnummer
Maatregel
As 1: 121
Investeringen in landbouwbedrijv en Verhoging van de toegevoegde waarde van land- en bosbouwproduct en Agromilieumaatregelen Investeringen mbt diversificatie van landbouwactiviteiten Totaal assen 1, 2 en 3
As 1: 123
As 2: 214 As 3: 311
Totaal
ELFPO Overheidsuitgaven 2015 (euro) 183.582
Overheidsuitgaven cumulatief 2010-2015 (euro)
Geprogrammeerde overheidsuitgaven PDPO II (euro) ELFPO Totaal 7.507.430 10.009.907
Realisatie ELFPO (%) 98,9
ELFPO 7.428.592
Totaal 9.904.786
-5.990
1.970.150
2.626.867
1.976.141
2.634.855
99,7
934.913
9.587.102
19.173.913
9.596.227
19.192.454
99,9
23.314
10.310.688
13.747.062
10.427.632
13.903.509
98,9
1.135.819
29.296.533
45.452.629
29.507.430
45.470.725
99,3
Tabel 7 Overzicht van de top-up uitgaven binnen het Health Check-programma en het Economisch Herstelplan in 2010-2015 Maatregelnummer
Maatregel
214
Agromilieumaatregelen
pagina 32 van 92
Top-up uitgaven 2015 (euro) 1.562.704
Top-up uitgaven cumulatief 20102015 (euro) 3.956.122
5.3.2 Terugvorderingen 2015 In 2015 werd in totaal 1.118.083 euro (waarvan 406.871 euro uit ELFPO) teruggevorderd voor de volgende maatregelen: -
52.649 euro (waarvan 15.795 euro uit ELFPO) voor maatregel 111 “opleiding in de landbouw”
-
57.042 euro (waarvan 21.313 euro uit ELFPO) voor maatregel 112 “vestiging van landbouwers”
-
559.234 euro (waarvan 180.455 euro uit ELFPO) voor maatregel 121 “investeringen in landbouwbedrijven”
-
24.390 euro (waarvan 18.293 euro uit ELFPO) voor maatregel 123 “verhoging van de toegevoegde waarde van land- en bosbouwproducten”
-
3.502 euro (waarvan 1.751 euro uit ELFPO) voor maatregel 212 “vergoeding natuur buiten Natura 2000”
-
6.290 euro (waarvan 3.145 euro uit ELFPO) voor maatregel 213 “vergoeding natuur binnen Natura 2000”
-
220.326 euro (waarvan 110.146 euro uit ELFPO) voor maatregel 214 “agromilieumaatregelen”
-
2.216 euro (waarvan 1.108 euro uit ELFPO) voor maatregel 221 “bebossing van landbouwgronden”
-
75.477 euro (waarvan 45.637 euro uit ELFPO) voor maatregel 311 “investeringen met betrekking tot diversificatie van landbouwactiviteiten”
-
5.363 euro (waarvan 1.609 euro uit ELFPO) voor maatregel 313 “bevordering van toeristische activiteiten”
-
411 euro (waarvan 123 euro uit ELFPO) voor maatregel “intermediaire dienstverlening”
-
1.736 euro (waarvan 521 euro uit ELFPO) voor maatregel 413 “lokale ontwikkelingsstrategieën leefkwaliteit/diversificatie”
-
23.257 euro (waarvan 6.977 euro uit ELFPO) voor maatregel 431 “werking plaatselijke groepen”
De teruggevorderde bedragen werden in mindering gebracht op de uitgaven, zodat de betrokken beheersdienst deze bedragen opnieuw kon gebruiken voor de betreffende maatregel.
pagina 33 van 92
6 INDICATOREN AS 1 – CONCURRENTIEVERMOGEN BOSBOUWSECTOR
VERBETERING VAN VAN DE LAND-
HET EN
6.1 OPLEIDING IN DE LANDBOUW (MAATREGEL 111-A) Outputindicatoren Onder deze maatregel vallen cursussen (starters- en vormingscursussen), stages en korte vorming. Onder “korte vorming” worden bijeenkomsten verstaan waarbij gedurende één tot drie uur een bepaald aspect van de landbouwsector onder leiding van een lesgever wordt uitgediept.
Cursussen en stages Tabel 8 geeft een overzicht van het aantal deelnemers, het aantal vormingsdagen en de uitgaven per cursusthema in 2015. Stages maken deel uit van de startersopleidingen en werden daarom bij de managementsopleidingen gerekend. De categorie “vaardigheden op management-, administratief en marketinggebied” was vorig jaar goed voor 44% van het totale aantal deelnemers, 70% van de vormingsdagen en 64% van de totale uitgaven. Aan de ICT-cursussen nam 24% van de cursisten deel en werd 11% van de vormingsdagen en 16% van de totale uitgaven besteed. De categorie “andere”, waarin zowel de cursussen aangaande sectorspecifieke technische thema’s als het aanleren van praktische vaardigheden zijn ingedeeld, was goed voor 32% van het aantal deelnemers, 19% van de vormingsdagen en 20% van de totale uitgaven. Tabel 8 Aantal deelnemers, aantal vormingsdagen en overheidsuitgaven voor cursussen en stages in 2015 Thema Vaardigheden op management-, administratief en marketinggebied ICT-opleiding Nieuwe technologische processen en machines / innovatieve benaderingen Nieuwe normen Productkwaliteit Landschapsbehoud en –verbetering en milieubescherming Andere (waaronder de uitgaven voor “sociale promotie”) Totaal
Aantal deelnemers
Aantal vormingsdagen
Totale uitgaven (euro)
783
9.159
612.285
438
1.419
152.808
0
0
0
0 0
0 0
0 0
0
0
0
579
2.569
187.399
1.800
13.148
952.493
De geslachts- en leeftijdsverdeling van de deelnemers wordt weergegeven in tabel 9. In totaal werden vorig jaar 1.800 niet-unieke deelnemers aan cursussen en stages geregistreerd. 44% van deze deelnemers was een vrouw en 52% was jonger dan 40 jaar. De 1.800 deelnemers bestonden uit 1.613 unieke deelnemers. Van die unieke personen was 44% een vrouw en 49% jonger dan 40 jaar. De voorbije jaren (2007-2015) namen 20.109 unieke personen deel aan de cursussen en stages. In de periode 2007-2014 waren dat er 19.183, wat betekent dat 926 personen in 2015 voor het eerst sinds de start van PDPO II een cursus gevolgd hebben. Van de 20.109 unieke deelnemers was 35% een vrouw en 51% jonger dan 40 jaar.
pagina 34 van 92
Tabel 9 Leeftijd en geslacht van (unieke) deelnemers aan cursussen en stages, 2007-2015
Niet-uniek 2015 Uniek 2015 Uniek 2007-2015
< 40 jaar 588 506 7.115
Aantal mannen ≥ 40 jaar 429 403 6.042
Totaal 1.017 909 13.157
< 40 jaar 339 292 3.180
Aantal vrouwen ≥ 40 jaar 444 412 3.772
Totaal Totaal 783 704 6.952
1.800 1.613 20.109
Korte vorming Tabel 10 geeft een overzicht van het aantal deelnemers, het aantal vormingsdagen en de uitgaven per thema voor de korte vorming in 2015. Met 56% van alle deelnemers, 54% van de opleidingsdagen en 54% van de totale uitgaven is de categorie “andere” de belangrijkste in 2015. In deze categorie worden korte vormingen over allerhande technische thema’s voor de verschillende landbouwsectoren ondergebracht. Aan de categorieën “vaardigheden op management, -administratief en marketinggebied” en “landschapsbehoud en –verbetering en milieubescherming” kunnen respectievelijk 28 en 11% van het aantal deelnemers worden toegewezen. Tabel 10 Aantal deelnemers, aantal vormingsdagen en overheidsuitgaven voor korte vorming in 2015 Thema Vaardigheden op management-, administratief en marketinggebied ICT-opleiding Nieuwe technologische processen en machines/innovatieve benaderingen Nieuwe normen Productkwaliteit Landschapsbehoud en –verbetering en milieubescherming Andere Totaal
Aantal deelnemers
Aantal vormingsdagen
Totale uitgaven (euro)
7.981
2.077
84.173
631
157
9.305
270
60
499
206 524
77 154
6.295 10.258
3.151
746
35.213
16.108 28.871
3.800 7.072
171.326 317.068
Bij korte vormingssessies registreert men enkel het aantal deelnemers, zonder verdere persoonsgegevens. De man/vrouw-verhouding van de deelnemers wordt bepaald aan de hand van steekproeven. Daaruit leiden we af dat 26% van de deelnemers aan korte vorming in 2015 een vrouw was. De statistieken over leeftijd van de deelnemers aan korte vorming zijn gebaseerd op de landbouwtelling van de FOD Economie en wijzen erop dat zo’n 7% van de deelnemers jonger was dan 40 jaar. Resultaatindicatoren
Cursussen en stages In totaal werden in 2015 1.504 diploma’s en getuigschriften uitgereikt aan 1.339 unieke personen. 44% van die unieke deelnemers was een vrouw en 52% jonger dan 40 jaar. In de periode 2007-2015 werden in totaal 39.801 diploma’s en getuigschriften uitgereikt aan 17.200 unieke personen. Van die unieke personen was 35% een vrouw en 51% jonger dan 40 jaar.
Korte vorming Bij korte vorming wordt enkel het aantal deelnemers geregistreerd zonder verdere persoonsgegevens. Er wordt verondersteld dat de helft van de Vlaamse landbouwers (31.255 personen) minstens één maal in de volledige PDPO II-periode een korte vormingssessie volgt. Daar de onderwerpen van korte vorming dicht bij de praktijk staan, wordt aangenomen dat 100% van de deelnemers het geleerde ook in de
pagina 35 van 92
praktijk brengt. Dat cijfer stelt dan meteen het unieke aantal “succesvolle” deelnemers voor. De absolute cijfers van geslacht en leeftijd worden verkregen door dezelfde procentuele verdeling te gebruiken als bij de outputindicator. De man/vrouw-verhouding wordt dus bepaald aan de hand van steekproeven. Zo’n 26% van de deelnemers in 2015 was een vrouw. De statistieken over de leeftijd van de deelnemers zijn gebaseerd op de landbouwtelling van de FOD Economie. Bijna 7% van de deelnemers was jonger dan 40 jaar. Doelbereik Tabel 11 zet per output- en resultaatindicator de realisaties uit ten opzichte van de doelstellingen. In de periode 2007-2015 waren er 1.263.468 deelnemers die 503.471 dagen opleiding volgden. Tabel 11 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren maatregel 111-A Opleiding Type indicator Output
Resultaat
Indicator Aantal unieke deelnemers aan opleidingen Aantal deelnemers aan opleidingen Totaal aantal dagen opleiding voor alle deelnemers Aantal unieke deelnemers die succesvol een opleiding hebben gevolgd
Doel PDPO II
Realisatie 20072015
Realisatiepercentage
41.800
51.3641
123%
1.358.000
1.294.139
95%
582.660
523.691
90%
40.500
48.4552
120%
6.2 SENSIBILISERINGSPROJECTEN DUURZAME LANDBOUW (MAATREGEL 111-C) Outputindicatoren In totaal namen 25.368 personen deel aan de 24 demonstratieprojecten die in 2015 beëindigd werden en waarvoor de derde schijf werd uitbetaald. 71% van die deelnemers woonde een sensibiliseringsproject bij uit de categorie “landschapsbehoud en –verbetering en milieubehoud”, 21% van de deelnemers volgde een project rond “productkwaliteit” en 8% van de deelnemers koos een demonstratie rond “vaardigheden op management-, administratief en marketinggebied”. Naar schatting 10% van alle deelnemers was een vrouw en 43% was jonger dan 40 jaar. Bij de meeste projecten werd naast de organisatie van demoactiviteiten, studiedagen en voordrachten ook schriftelijk gecommuniceerd, via brochures, artikels in de vakpers, enzovoort. Op die manier kon men naast de hier weergegeven participanten nog meer land- en tuinbouwers bereiken. In totaal werd in 2015 865.509 euro uitgegeven aan demoprojecten. In 2015 werden geen nieuwe projecten binnen het PDPO II-kader meer goedgekeurd. Resultaatindicatoren De resultaatindicator peilt naar het aantal deelnemers die het geleerde toepassen in de praktijk. Hiervoor kunnen geen resultaten worden doorgegeven op basis van de monitoringsgegevens.
1
20.109 unieke deelnemers aan cursussen en stages + 31.255 unieke deelnemers aan korte vorming = 51.364 unieke deelnemers in 2007-2015
2
17.200 unieke geslaagden cursussen en stages + 31.255 unieke geslaagden korte vorming = 48.455 unieke geslaagden in 2007-2015
pagina 36 van 92
Doelbereik Tabel 12 zet per output- en resultaatindicator de realisaties uit ten opzichte van de doelstellingen. In de periode 2007-2015 kwamen 133.341 deelnemers naar de demoprojecten, verspreid over 42.095 opleidingsdagen. Tabel 12 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren maatregel 111-C Sensibiliseringsprojecten duurzame landbouw Type indicator Output
Resultaat
Indicator Aantal unieke deelnemers Aantal deelnemers Totaal aantal dagen opleiding voor alle deelnemers Aantal unieke deelnemers die succesvol een project hebben gevolgd
Doel PDPO II 12.600 106.000
Realisatie 20072015 11.5003,4 133.341
Realisatiepercentage 91% 126%
37.800
42.095
111%
7.560
NA4
NA
6.3 VESTIGING VAN JONGE LANDBOUWERS (MAATREGEL 112) Outputindicatoren In 2015 werden 132 nieuwe vestigingsdossiers goedgekeurd. Dat zijn er 38 meer dan in 2014. Voor deze 132 goedgekeurde dossiers bedroegen de totale vestigingskosten (de som van de overheidssubsidie en de privébijdrage) 23,4 miljoen euro. Bijna 13% van de nieuwe vestigingen gebeurden in het kader van vervroegde pensionering, wat betekent dat de voorgaande bedrijfsleider tussen 55 en 64 jaar oud was. 20% van alle dossiers werd ingediend door een vrouw. Deze percentages zijn gelijkaardig aan die van de voorgaande jaren. In figuur 11 worden de in 2015 goedgekeurde vestigingsdossiers onderverdeeld per landbouwactiviteit. Figuur 12 toont hetzelfde voor de vestigingskosten van de goedgekeurde dossiers. Uit deze figuren blijkt dat de meeste dossiers betrekking hebben op gemengde en melkveebedrijven. De totale uitbetalingen met EU-cofinanciering in 2015 voor vestigingssteun bedroegen 7.958 euro. Omdat PDPO II op zijn einde liep, is het laatste PDPO II-budget in 2014 uitbetaald en is na uitputting daarvan rond oktober 2014 overgeschakeld op PDPO III-middelen en staatssteun. Met behulp van een GIS-applicatie werden de dossiers binnen Natura 2000-gebied enerzijds en binnen kwetsbaar gebied natuur anderzijds geografisch gelokaliseerd5. Een bedrijf wordt beschouwd als gelegen in Natura 2000-gebied respectievelijk LFA-gebied als meer dan 50% van de percelen in het desbetreffende gebied ligt. Van de dossiers goedgekeurd in 2015 is er één bedrijf gelegen in Natura 2000gebied.
De deelnemers aan demoprojecten worden niet individueel geregistreerd, er worden geen deelnemerslijsten bijgehouden. Het aantal unieke deelnemers is daarom een schatting gebaseerd op verslagen en de ervaring van verantwoordelijken bij de administratie. 3
Opmerking: er wordt verondersteld dat alle unieke deelnemers aan demoprojecten eveneens deelgenomen hebben aan de cursussen, stages en korte vormingen. Daarom wordt er in de monitoringtabellen (bijlage 3) enkel het cijfer van maatregel 111A vermeld. 4
In Vlaanderen komt LFA-gebied (Less Favoured Area) overeen met landbouwgrond gelegen in kwetsbaar gebied natuur waarop nulbemesting van toepassing is. Landbouwgrond in kwetsbaar gebied natuur waarop ontheffing van nulbemesting geldt, wordt dus niet meegerekend. 5
pagina 37 van 92
Andere; 3; 2%
Akkerbouw-gewassen; 3; 2% Tuinbouw; 13; 10%
Fruitteelt; 11; 8% Gemengd (akkerbouw/veeteelt); 51; 39%
Melkvee; 27; 20%
Varkens; 9; 7% Pluimvee; 6; 5%
Graasdieren (excl. melkvee); 9; 7%
Figuur 11 Absoluut aantal en procentuele verdeling per landbouwsector van de in 2015 goedgekeurde vestigingsdossiers Andere; 483.234; 2%
Akkerbouwgewassen; Tuinbouw; 1.266.887; 5% 522.399; 2%
Fruitteelt; 2.030.218; 9%
Gemengd (akkerbouw/veeteelt); 9.478.547; 41%
Melkvee; 5.427.660; 23%
Varkens; 1717125,39; 7% Pluimvee; 595.823; 3%
Graasdieren (excl. melkvee); 1.891.613; 8%
Figuur 12 Absolute (euro) en procentuele verdeling per landbouwsector van de totale vestigingskosten van de in 2015 goedgekeurde vestigingsdossiers
pagina 38 van 92
Resultaatindicatoren Daar slechts voor een beperkt aantal bedrijven de bruto toegevoegde waarde berekend kan worden en het complexe gegeven van BrTW niet in één jaarlijks te actualiseren cijfer te vatten is, wordt in tabel 13 en in de indicatorentabellen (bijlage 3) geen cijfer doorgegeven. Doelbereik Tabel 13 zet per output- en resultaatindicator de realisaties uit ten opzichte van de doelstellingen. Tabel 13 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren maatregel 112 Vestigingssteun Type indicator Output Resultaat
Indicator Aantal gesteunde landbouwers Totaal investeringsvolume (euro) Bruto toegevoegde waarde van de landbouwbedrijven (euro)
6.4 BEDRIJFSADVIESSYSTEEM (MAATREGEL 114)
Doel PDPO II
Realisatie 2007-2015
1.400 280.000.000
1.246 221.915.022
Status quo
NA
VOOR
LAND-
Realisatiepercentage 89% 79% NA
EN
TUINBOUWERS
Outputindicatoren Onder deze maatregel vallen zowel de bedrijfsadviezen conform de regelgeving van PDPO I (meer bepaald de milieumodule en het bedrijfsleidingsadvies) als de adviezen conform de regelgeving van PDPO II (wat verder het “nieuwe BAS” zal worden genoemd). Door de overgang naar de nieuwe programmaperiode, werden in 2014 en 2015 geen nieuwe adviesaanvragen meer goedgekeurd. In de periode 2007-2015 kregen in totaal 3.759 unieke aanvragers een voorlopige goedkeuring van hun BAS-aanvraag. Voor 593 eerder goedgekeurde BAS-adviezen (nieuwe BAS) werd er in 2015 in totaal 634.850 euro uitbetaald. Ieder advies behandelde elk van volgende thema’s: milieu, arbeidsveiligheid, bedrijfsbeheer, volksgezondheid en gezondheid van planten en dieren, en dierenwelzijn. In 2015 werden geen dossiers uit de eerste programmaperiode (PDPO I) meer behandeld. Resultaatindicatoren Omdat er in het LMN geen landbouwbedrijven zijn opgenomen die deelnemen aan het BAS, werden er in het kader van de ongoing evaluatie in 2009 gegevens over de bruto toegevoegde waarde opgevraagd van commerciële boekhoudkantoren. In de mid term evaluatie werden deze data geanalyseerd. De evaluatoren moesten echter besluiten dat, op basis van de beschikbare gegevens, moeilijk een conclusie over de invloed van de verstrekte adviezen kan worden getrokken (IDEA Consult, 2010). Doelbereik Tabel 14 zet per output- en resultaatindicator de realisaties uit ten opzichte van de doelstellingen. Tussen 2007 en 2015 kregen 7.098 unieke landbouwers een bedrijfsadvies.
pagina 39 van 92
Tabel 14 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicator maatregel 114 Bedrijfsadviessysteem Type indicator Output Resultaat
Indicator
Doel PDPO II
Aantal gesteunde landbouwers6 Bruto toegevoegde waarde van de landbouwbedrijven (euro)
18.6347 Status quo
Realisatie 20072015 7.098 NA
Realisatiepercentage 38% NA
Vanaf de opstart van PDPOII werd de maatregel bedrijfsadviessysteem op verschillende manieren gepromoot bij land- en tuinbouwers in Vlaanderen. Op nationale en regionale vakbeurzen werd de maatregel onder de aandacht van het publiek gebracht door middel van posters en folders over het bedrijfsadviessysteem. Op de website van het toenmalige Agentschap voor Landbouw en Visserij werd een hele pagina gewijd aan deze maatregel. Er werd jaarlijks een overleg georganiseerd met de erkende adviesdiensten. De constructieve wisselwerking tussen het beleidsdomein en de adviesdiensten heeft ervoor gezorgd dat de maatregel doorheen de programmaperiode continu werd verbeterd. Desondanks bovenstaande inspanningen heeft de maatregel niet het verwachte aantal landbouwers bereikt. Een deel van de verklaring kan liggen in de wijziging aan de maatregel die begin 2010 werd doorgevoerd. Ten eerste werd toen bepaald dat tussen twee overeenkomsten voor advies geen twee maar drie jaar moet zitten. Ten tweede werd het subsidiepercentage voor een tweede advies teruggebracht van 80% naar 40% van de advieskost. Beide wijzigingen kunnen ertoe geleid hebben dat een aantal landbouwers minder geneigd was een tweede advies aan te vragen.
6.5 INVESTERINGEN IN LANDBOUWBEDRIJVEN (MAATREGEL 121) Outputindicatoren In 2015 werden 2.088 nieuwe dossiers goedgekeurd. Figuur 13 toont de verdeling van de nieuwe dossiers over de verschillende bedrijfstypen. 38% van de goedgekeurde investeringsdossiers werd ingediend door een gemengd bedrijf, 21% door een melkveebedrijf en 15% door een tuinbouwbedrijf. Die verdeling is gelijkaardig aan vorige jaren. Zo’n 29% van de dossiers werd ingediend door een rechtspersoon en 71% door een natuurlijk persoon. Van de dossiers ingediend door een natuurlijk persoon was de aanvrager in 7% van de gevallen een vrouw en in 33% van de gevallen jonger dan 40 jaar. Het totale investeringsvolume van deze 2.088 dossiers, dat de som is van de overheidssubsidie en de privébijdrage, bedraagt 316,6 miljoen euro. Figuur 14 geeft een overzicht van het investeringsvolume per bedrijfstype. Het grootste investeringsvolume kwam van gemengde bedrijven (37%), gevolgd door de melkveebedrijven (16%) en de varkensbedrijven (15%). Wat de types investeringen betreft, was 82% van het totale investeringsvolume bestemd voor investeringen in gebouwen en 13% voor de aankoop van machines. 1,2% van de 2.088 goedgekeurde dossiers betrof een biologisch landbouwbedrijf. 1% van de goedgekeurde investeringsdossiers betrof een investering voor het produceren van een nieuw product. 16% van de dossiers kon gezien worden als een investering voor een nieuwe techniek. De lijst met nieuwe producten en technieken is weergegeven in tabel 15. Het aantal gesteunde landbouwers wordt geïnterpreteerd als het aantal unieke landbouwers die in 2007-2015 een uitbetaling ontvingen voor milieumodule/bedrijfsleidingsadvies of die een aanvraag in eerste fase hebben ingediend voor het nieuwe BAS. 6
Deze doelstelling omvat zowel dossiers van PDPO I- als dossiers van PDPO II-regelgeving, goedgekeurd en uitbetaald in de periode 2007-2015. In de monitoringtabellen in bijlage 3 zijn enkel de uitbetaalde dossiers van het nieuwe BAS vervat. De doelstelling voor die nieuwe BAS-dossiers bedraagt 11.900 gesteunde landbouwers in de periode 2007-2015. 7
pagina 40 van 92
Andere; 75; 4%
Akkerbouw; 48; 2%
Tuinbouw; 301; 15% Gemengde bedrijven; 800; 38% Fruitteelt; 171; 8%
Melkvee; 436; 21%
Pluimvee; 47; 2% Varkens; 121; 6%
Graasdieren (excl. melkvee); 89; 4%
Figuur 13 Absolute en procentuele verdeling van het aantal goedgekeurde investeringsdossiers over de verschillende bedrijfstypes, 2015 Andere; 8.720.470; 3%
Akkerbouw; 5.139.603; 2%
Tuinbouw; 37.045.759; 12%
Fruitteelt; 17.042.653; 5%
Gemengde bedrijven; 117.399.296; 37%
Melkvee; 50.169.687; 16%
Graasdieren (excl. melkvee); 10.972.464; 3% Pluimvee; 22.112.072; 7%
Varkens; 48.009.348; 15%
Figuur 14 Absolute (euro) en procentuele verdeling van het investeringsvolume van de in 2015 goedgekeurde investeringsdossiers over de verschillende bedrijfstypes
pagina 41 van 92
Met behulp van een GIS-applicatie werden de dossiers binnen Natura 2000-gebied enerzijds en binnen kwetsbaar gebied natuur anderzijds geografisch gelokaliseerd8. Een bedrijf wordt beschouwd gelegen te zijn in Natura 2000-gebied respectievelijk kwetsbaar gebied natuur als meer dan 50% van de percelen in het desbetreffende gebied ligt. Van de investeringsdossiers goedgekeurd in 2015 zijn er 80 bedrijven gelegen in Natura 2000-gebied en 1 in kwetsbaar gebied natuur. Van de totale overheidsuitgaven in 2015 ging 4% naar eerder goedgekeurde dossiers in Natura 2000-gebied. In 2014 werd 1,7 miljoen euro uitbetaald (met EU-cofinanciering) aan investeringen die in 2015 of vorige jaren werden goedgekeurd. De totale overheidsuitgaven zijn, net zoals in 2013 en 2014, veel lager dan de voorgaande jaren. Omdat PDPO II in 2014 ten einde liep, en de PDPO II-middelen voor deze maatregel nagenoeg volledig uitgeput waren, werd voor de uitbetalingen overgeschakeld op staatssteun, zoals aangemeld bij de Europese Commissie. Vanaf eind 2014 werden PDPO III-middelen aangesproken. Tabel 15 Lijst van investeringen die beschouwd worden als nieuwe techniek of nieuw product Beschrijving VLIF-investering Bijzondere plantaardige productie Hoeveproducten andere (gebouwen) Hoeveproducten andere (materieel) Hoevevlees (gebouwen) Hoevevlees (materieel) Hoevezuivel (gebouwen) Hoevezuivel (materieel) Nieuwe fruitvariëteiten Teelt aromatische/medicinale planten AEA-biggenstal AEA-fokvarkensstal (alle categorieën) AEA-kraamstal AEA-legkippenstal met verrijkte kooien AEA-legkippenstal met volière- of grondhuisvesting AEA-moederdierenstal AEA-opfokpoeljenstal met grond- of volièrehuisvesting AEA-opfokpoeljenstal verrijkte kooi AEA-opfokstal voor slachtkuiken(groot)ouderdieren AEA-Vleeskuikenstal AEA-vleesvarkensstal AEA-zeugenstal Afkalfdetectie Afstrooimachine Ander energiescherm Automatisering en sturing Bakkenvuller Bijzondere dierlijke productie (slakken, insecten, larven, …) Bouwen/(her)herinrichten konijnenstal met parkhuisvesting Buffertafel Draaitafel Erosieploeg Geautomatiseerde champignonplukmachine Geavanceerde spuitmachine Geur- en stofbestrijding GPS
Nieuw product (P) of nieuwe techniek (T) P P P P P P P P P T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T
In Vlaanderen komt LFA-gebied (Less Favoured Area) overeen met landbouwgrond gelegen in kwetsbaar gebied natuur waarop nulbemesting van toepassing is. Landbouwgrond in kwetsbaar gebied natuur waarop ontheffing van nulbemesting geldt, wordt dus niet meegerekend. 8
pagina 42 van 92
Halsbanden voor koeherkenning Herinrichten legkippenstal met verrijkte kooien Herinrichten legkippenstal met volière- of grondhuisvesting Herinrichten zeugenstallen met groepshuisvesting Hydrokoeling Inpotmachine - oppotmachine (mobiel) Inpotmachine - oppotmachine (vaste constructie) Installaties voor compostering Kalverdrinkautomaat Keerband (bescherming schoft in ligbox) Koeborstel Luchtwasser Machines voor directe inzaai Mechanische onkruidbestrijding Melkcarrousel Melkrobot Melktaxi Mestdroging met restwarmte Mestscheider Micro WKK Oogstprotectie fruit Opraap - neerzetrobot Opslag verontreinigd water / vetafscheider Plantrobot Rationeel afvalbeheer Rookgasreiniging Sorteerinstallatie Verspeenrobot Verticale ventilatie voor serres Verwarming op biobrandstoffen Vogelschrikapparatuur Warmtepomp Warmtepomp bij gesloten kas Was- en/of verpakkingslijn Waterbehandeling Waterdampstoomspoeling Waterzuiveringsinstallatie WKK-installatie op gas of biobrandstof
T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T
Resultaatindicatoren Daar slechts voor een beperkt aantal bedrijven de bruto toegevoegde waarde berekend kan worden en het complexe gegeven van BrTW niet in één jaarlijks te actualiseren cijfer te vatten is, wordt in tabel 16 en in de indicatorentabellen (bijlage 3) geen cijfer doorgegeven. Doelbereik Tabel 16 zet per output- en resultaatindicator de realisaties uit ten opzichte van de doelstellingen. In de periode 2007-2015 werden 17.599 dossiers goedgekeurd die waren ingediend onder PDPO II. Samen zijn deze dossiers goed voor een investeringsvolume van 2.266 miljoen euro.
pagina 43 van 92
Tabel 16 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren maatregel 121 Investeringen in landbouwbedrijven Type indicator Output Resultaat
Indicator Aantal gesteunde landbouwers Totaal investeringsvolume (euro) Bruto toegevoegde waarde van de landbouwbedrijven (euro) Aantal landbouwbedrijven dat nieuwe techniek of product introduceert
Doel PDPO II 24.500 1.500.000.000
Realisatie 20072015 17.599 2.265.882.147
Realisatiepercentage 72% 151%
10% stijging
NA
NA
4.900
2.254
46%
In bovenstaande cijfers worden enkel de dossiers in beschouwing genomen die zijn ingediend en goedgekeurd onder PDPO II-regelgeving. De relatief lage realisatie van de doelstelling voor aantal gesteunde landbouwers in 2007-2015 staat in contrast met de goede realisatiegraad van de doelstelling voor totaal investeringsvolume. Dat wijst erop dat er meer steun per dossier (ten gevolge van hogere investeringsvolumes per dossier) wordt verleend dan aanvankelijk ingeschat. Dat heeft onder andere te maken met het optrekken van het plafond in 2007 tot 1 miljoen euro per bedrijfsleider in plaats van 1 miljoen euro per bedrijf (IDEA Consult, 2010).
6.6 VERHOGING VAN DE TOEGEVOEGDE WAARDE VAN LAND- EN BOSBOUWPRODUCTEN (MAATREGEL 123-A) Outputindicatoren In 2015 werd geen nieuwe oproep gedaan voor projecten van agrovoedingsbedrijven. Er werden dus ook geen nieuwe projecten goedgekeurd. Er werd geen PDPO II-steun meer uitbetaald voor eerder goedgekeurde projecten. Resultaatindicatoren De bruto toegevoegde waarde (BrTW) van de agrovoedingsbedrijven werd bepaald op basis van de jaarrekeningen neergelegd bij de Nationale Bank van BelgiĂŤ. In samenspraak met de mid term evaluator werd, rekening houdende met de nieuwe Europese definitie van BrTW, de Vlaamse berekening op basis van de jaarrekeningen van de Nationale Bank opgesteld. Van 12 bedrijven waarvan het dossier in 2008 is goedgekeurd, kan de BrTW berekend worden voor de jaren 2007 tot en met 2014. Van de overige bedrijven ontbreken cruciale gegevens van de resultaatrekening om de berekening te kunnen uitvoeren. De evolutie van de gezamenlijke BrTW van de 12 bedrijven is weergegeven in figuur 15. Na een daling tussen 2008 en 2010 zien we vanaf 2010 opnieuw een licht stijgende trend.
pagina 44 van 92
180000
Gezamenlijke bruto toegevoegde waarde (1.000 euro)
160000
140000
120000
100000
80000
60000
40000
20000
0 2007
2008
2009
2010
2011
2012
2013
2014
Figuur 15 Evolutie van de gezamenlijke bruto toegevoegde waarde van agrovoedingsbedrijven gesteund door middel van maatregel 123 (Bron: AMS op basis van BelFirst)
Doelbereik Tabel 17 zet per output- en resultaatindicator de realisaties uit ten opzichte van de doelstellingen. 69 unieke bedrijven ontvingen steun voor agrovoedingsprojecten in de periode 2007-2014. De projecten waren samen goed voor een investeringsvolume van 73 miljoen euro. De lage realisatiegraad van de outputindicator “aantal gesteunde bedrijven� heeft een aantal verklaringen. Ten eerste is de maatregel van bij aanvang erg gefocust: er werd steeds specifiek opgeroepen tot milieu-, energie- en innovatieve investeringen. Ten tweede nam de crisis, zowel financieel als economisch, een aanvang in 2008 en loopt die door tot op vandaag, met moeilijke en beperkte kredietmogelijkheden voor bedrijven tot gevolg. Hierdoor geven bedrijven voorrang aan de noodzakelijke productiegerichte investeringen en worden de zuivere milieu-, energie- en innovatieve investeringen on hold gezet of geschrapt. Bovendien bedroeg het maximale steunpercentage 10%, wat in crisissituatie te laag bleek voor de bedrijven om alsnog de investeringen uit te voeren. Tabel 17 Monitoring en doelbereik maatregel 123A Verhoging van de toegevoegde waarde van land- en bosbouwproducten Type indicator Output Resultaat
Indicator
Doel PDPO II
Uniek aantal gesubsidieerde bedrijven Totaal investeringsvolume (euro) Bruto toegevoegde waarde van de agrovoedingsbedrijven (euro) Aantal agrovoedingsbedrijven die nieuwe producten of technieken introduceren
200 95.000.000 Stijging van 155.000.000 euro 75
Realisatie 20072015 69 73.214.840
Realisatiepercentage 35% 77%
NA
NA
55
73%
pagina 45 van 92
Daar slechts van een beperkt aantal bedrijven de BrTW gekend is en deze complexe indicator moeilijk in één jaarlijks cijfer te vatten is, wordt in de indicatorentabellen (bijlage 3) geen cijfer opgegeven.
6.7 DEELNAME DOOR LANDBOUWERS VOEDSELKWALITEITSREGELINGEN (MAATREGEL 132)
AAN
Outputindicatoren In 2015 werden op deze maatregel geen producenten meer uitbetaald, uitgezonderd enkele landbouwers voor campagne 2013 (1.108 euro overheidssteun). Sinds de start van de maatregel kregen 349 unieke biologische bedrijven een subsidie, net als 46 producenten van Brussels grondwitloof of Vlaams-Brabantse tafeldruif. Resultaatindicatoren De resultaatindicator peilt naar de waarde van de landbouwproductie onder de erkende voedselkwaliteitsregeling. Noch van het Brussels grondwitloof, noch van de Vlaams-Brabantse tafeldruif zijn echter omzet- en productiecijfers gekend. Ook van de productie van de gesteunde bio-landbouwers kan geen precieze waarde worden berekend. Daardoor kan de waarde van de landbouwproductie onder de labels niet weergegeven worden (“NA” (not available) in tabel 18). Doelbereik Tabel 18 zet van de output- en de resultaatindicator de realisaties uit ten opzichte van de doelstellingen. Tabel 18 Monitoring en doelbereik maatregel 132 Deelname door landbouwers aan voedselkwaliteitsregelingen Type indicator
Indicator
Output Resultaat
Aantal gesteunde bedrijven Waarde van de landbouwproductie onder een erkend kwaliteitslabel (euro)
Doel PDPO II 300 344.000.000
Realisatie 20072015 395 NA
Realisatiepercentage 132% NA
6.8 VOORLICHTING EN AFZETBEVORDERING VAN VLAAMSE PRODUCTEN ERKEND ALS BOB/BGA/GTS (MAATREGEL 133) Outputindicatoren Deze maatregel werd opgestart in 2011. Twee programma’s, één programma voor de Vlaams-Brabantse tafeldruif (BOB) en één voor het Brusselse grondwitloof (BGA), werden de voorbije jaren ondersteund. Samen voerden die programma’s vorig jaar vier acties uit. Voor beide programma’s samen werd in 2015 13.511 euro uitbetaald. Resultaatindicatoren De resultaatindicator peilt naar de waarde van de landbouwproductie onder de erkende kwaliteitslabels. Noch van het Brussels grondwitloof, noch van de Vlaams-Brabantse tafeldruif zijn echter omzet- of productiecijfers gekend. Daardoor kan de waarde van de landbouwproductie van producten met een EU-kwaliteitslabel niet berekend worden (“NA” (not available) in tabel 19). Doelbereik Tabel 19 zet per output- en resultaatindicator de realisaties uit ten opzichte van de doelstellingen. In 2011-2015 werden 23 acties gesteund.
pagina 46 van 92
De relatief lage realisatiegraad van de outputindicator heeft te maken met het feit dat men er bij opmaak van de maatregel nog van uit ging dat er meer BOB/BGA/GTS-producten in aanmerking zouden komen voor de subsidie. Bovendien is de maatregel pas later in de programmaperiode geactiveerd. Tabel 19 Monitoring en doelbereik maatregel 133 Voorlichting en afzetbevordering van Vlaamse producten erkend als BOB/BGA/GTS Type indicator
Indicator
Output Resultaat
Aantal gesteunde acties Waarde van de landbouwproductie onder een erkend kwaliteitslabel
Doel PDPO II 57 NA
Realisatie 20072015 23 NA
Realisatiepercentage 40% NA
pagina 47 van 92
7 INDICATOREN AS 2 – VERBETERING VAN HET MILIEU EN HET PLATTELAND 7.1 VERGOEDING NATUUR BINNEN (MAATREGELEN 212 EN 213)
EN
BUITEN
NATURA
2000
Outputindicatoren Voor deze maatregelen kon geen steun meer worden aangevraagd vanaf campagnejaar 2014. In 2015 gebeurden daarom alleen nog enkele terugvorderingen en rechtzettingen (-3.220 euro op budgetpost 212 en -7.408 op budgetpost 213). Figuur 16 toont de evolutie van de uitbetaalde oppervlakte tussen 2007 en 2014. In de periode 2007-2015 werden er op budgetpost 212 1.168 unieke landbouwers uitbetaald voor 1.464 hectare (tabel 20). Op budgetpost 213 werden 1.820 landbouwers uitbetaald voor 3.114 hectare9. Sinds de start van PDPO II werd voor 2.429 unieke landbouwbedrijven een vergoeding natuur uitbetaald. Opmerking: Voor betalingen van PDPO I-dossiers werd steeds budgetpost 213 gebruikt. Vanaf PDPO II werd de maatregel “vergoeding natuur” opgesplitst in “vergoeding natuur buiten Natura 2000 (212)” en “vergoeding natuur binnen Natura 2000 (213)”. 3.500
3.000
areaal (hectare)
2.500
2.000
1.464 1.080
1.500
1.396
1.395 1.244
3.114 978
1.140
1.000 1.172
500
833
835
2009
2010
1.145
1.096
1.041
954
2011
2012
2013
2014
0 2007
2008
areaal uitbetaald onder maatregelcode 213
areaal uitbetaald onder maatregelcode 212
Figuur 16 Evolutie van het uitbetaalde areaal (ha) van maatregelen 212 en 213 (Vergoeding Natuur) tussen 2007 en 2015
Het cumulatieve aantal landbouwers is het aantal unieke landbouwers dat in de periode 2007-2015 is uitbetaald geweest op de budgetpost. Voor het cumulatieve areaal is het maximale areaal genomen dat in een bepaald jaar in de periode 2007-2015 op het terrein aanwezig was. 9
pagina 48 van 92
Resultaatindicatoren Voor de betekenis van de resultaatindicator wordt verwezen naar het Jaarverslag 2007. Tabel 21 en tabel 22 geven de realisaties van de resultaatindicatoren weer. Daarmee wordt een indicatie gegeven van de bijdrage van de maatregel aan de doelstellingen biodiversiteit, waterkwaliteit en bodemkwaliteit. Doelbereik Tabel 20, tabel 21 en tabel 22 zetten per output- en resultaatindicator de realisaties uit ten opzichte van de doelstellingen. Tabel 20 Monitoring en doelbereik outputindicatoren maatregel 212/213 Vergoeding Natuur (PDPO I en PDPO II samen, gebaseerd op uitbetaling volgens budgetposten) Type indicator Output
Indicator Aantal gesteunde bedrijven binnen Natura 2000-gebied (budgetpost 213) Gesteunde landbouwgrond binnen Natura 2000-gebied (ha) Aantal gesteunde bedrijven buiten Natura 2000-gebied (budgetpost 212) Gesteunde landbouwgrond buiten Natura 2000-gebied (ha)
Doel PDPO II
Realisatie 20072015
Realisatiepercentage
1.241
1.820
147%
3.462
3.114
90%
1.000
1.168
117%
1.500
1.464
98%
Tabel 21 Monitoring en doelbereik resultaatindicatoren maatregel 212 Vergoeding Natuur buiten Natura 2000-gebied (gebaseerd op GIS-analyse) Type indicator Resultaat
Indicator Landbouwgrond (ha) die succesvol bijdraagt tot biodiversiteit en HNVF Landbouwgrond (ha) die succesvol bijdraagt tot waterkwaliteit Landbouwgrond (ha) die succesvol bijdraagt in strijd tegen klimaatverandering Landbouwgrond (ha) die succesvol bijdraagt tot bodemkwaliteit Landbouwgrond (ha) die succesvol bijdraagt tot het vermijden van landmarginalisatie en van het verlaten van land
Doel PDPO II
Realisatie 20072015
Realisatiepercentage
2.445
802
33%
4.891
1.603
33%
NP
NP
NP
2.445
802
33%
NP
NP
NP
Tabel 22 Monitoring en doelbereik resultaatindicatoren maatregel 213 Vergoeding Natuur binnen Natura 2000 (gebaseerd op GIS-analyse) Type indicator Resultaat
Indicator Landbouwgrond (ha) die succesvol bijdraagt tot biodiversiteit en HNVF Landbouwgrond (ha) die succesvol bijdraagt tot waterkwaliteit Landbouwgrond (ha) die succesvol bijdraagt in strijd tegen klimaatverandering Landbouwgrond (ha) die succesvol bijdraagt tot bodemkwaliteit Landbouwgrond (ha) die succesvol bijdraagt tot het vermijden van landmarginalisatie en van het verlaten van land
Doel PDPO II
Realisatie 20072015
Realisatiepercentage
1.644
756
46%
3.289
1.511
46%
NP
NP
NP
1.644
756
46%
NP
NP
NP
pagina 49 van 92
7.2 AGROMILIEUMAATREGELEN (MAATREGEL 214) Outputindicatoren Monitoring 2015 Voorafgaande opmerking: In deze jaarverslagen werden steeds de uitgaven van het monitoringjaar N (in dit rapport: N = 2015) gerapporteerd, die betrekking hadden op de aanvragen uit verzamelaanvraag van jaar N-1 (in dit rapport: N-1 = 2014). Voor het totale areaal en het aantal contracten werden steeds de aangegeven arealen en contracten in de verzamelaanvraag van het monitoringjaar N (N = 2015) gegeven. De gerapporteerde uitgaven waren dus niet rechtstreeks te koppelen aan de cijfers over arealen en contracten. De arealen en aantallen contracten van 2015 zijn echter voor alle agromilieumaatregelen nul, daar deze met PDPO III-middelen zullen betaald worden, en dus niet thuishoren in dit jaarverslag (zie PDPO III jaarverslag 2015). De in dit jaarverslag gerapporteerde uitgaven, zijn de uitbetalingen gebeurd in 2015, overeenkomstig de aanvragen uit verzamelaanvraag 2014. In 2015 werd in totaal 3.954.114 euro uitgegeven. Het grootste deel van het totale budget ging in 2015 naar BO kleine landschapselementen (34%). Daarna volgden vlinderbloemigen (26%), BO soortenbescherming (20%), mechanische onkruidbestrijding (15%), BO erosiebestrijding (3%), hoogstamboomgaarden (1%) en milieuvriendelijke sierteelt (1%) (figuur 17). Voor de andere agromilieumaatregelen gebeurden enkel terugvorderingen en rechtzettingen met PDPO IImiddelen (BO water (-42.465 euro), verwarringstechniek (-17.227 euro), BO perceelsrandenbeheer (-15.847 euro) en bio-hectaresteun (-14.225 euro)). De overige uitbetalingen van de PDPO II-contracten van deze maatregelen in 2015 gebeurden met PDPO III-middelen. 214K ; 1.386.893 ; 34%
214A+N ; 585.468 ; 15% 214A+N Mechanische onkruidbestrijding 214C ; 59.145 ; 1%
214C Hoogstamboomgaarden/lokale veerassen 214D Vlinderbloemigen 214E Milieuvriendelijke sierteelt 214H BO soortenbescherming 214I BO erosiebestrijding 214K BO KLE
214D ; 1.066.129 ; 26% 214I ; 122.305 ; 3%
214H ; 800.984 ; 20%
214E ; 22.978 ; 1%
Figuur 17 Absolute en procentuele verdeling van de overheidsuitgaven (euro) voor agromilieumaatregelen (2015)
pagina 50 van 92
Evolutie De tabellen in bijlage 2 geven de jaarlijkse cijfers voor aantal contracten, arealen en uitgaven voor de verschillende agromilieumaatregelen in de periode 2000-2015. Aangezien er geen arealen en contracten gerapporteerd worden in 2015, zijn de figuren die de evoluties weergeven dezelfde als in PDPO II Jaarverslag 2014. De vastgestelde evoluties in arealen en aantallen contracten zijn in de vorige Jaarverslagen telkens weergegeven en mogelijke verklaringen zijn besproken. In dit jaarverslag vatten we de belangrijkste trends en verklaringen voor de schommelingen in arealen nog eens samen.
Voorafgaande opmerkingen: In de tijdsreeks van het areaal (figuur 18 en figuur 19) werd de BO kleine landschapselementen niet opgenomen, omdat de areaalbepaling in 2008 gewijzigd is. Voordien werd de oppervlakte van de percelen aangeduid, terwijl sinds 2008 enkel nog de oppervlakte van de kleine landschapselementen zelf wordt bijgehouden. Voor de lijnvormige kleine landschapselementen (zoals heggen en hagen) wordt een proxy van VLM gebruikt. Voor heggen wordt de lengte vermenigvuldigd met 1m breedte, voor de hagen wordt de lengte vermenigvuldigd met 0,5m breedte. Een vergelijking over de jaren gaat bijgevolg niet meer op. De arealen van de BO kleine landschapselementen zijn wel opgenomen in bijlage 2. Ook de areaalbepaling van de maatregel BO soortenbescherming is in PDPO II gewijzigd ten opzichte van PDPO I. In de eerste programmaperiode werd het beheerpakket “weidevogelbeheer nestbescherming” toegepast op vaste percelen waarvan de oppervlakte werd doorgegeven. Sinds PDPO II kan de landbouwer dit pakket toepassen op alle percelen binnen het voor weidevogelbeheer afgebakende gebied. De oppervlakte kan dus jaarlijks wijzigen op basis van de percelen die de landbouwer aangeeft in de verzamelaanvraag. Daarom worden er voor dit pakket geen arealen meer bijgehouden in PDPO II. In onderstaande grafieken zijn de arealen vanaf 2008 dus exclusief het pakket “weidevogelbeheer nestbescherming”. De areaalbepaling van de maatregel hoogstamboomgaarden is in 2011 eveneens gewijzigd. Sinds 2011 wordt de oppervlakte gerekend van het perceel waarop de hoogstambomen geplant zijn. Daarvoor werd de oppervlakte geraamd op basis van het aantal bomen waarvoor een contract werd aangevraagd. Men rekende met een gemiddelde van 100 bomen per hectare. De wijziging in oppervlaktebepaling heeft als gevolg dat de oppervlakten van de contracten niet vergelijkbaar zijn met die van de jaren voordien. Deze maatregel is daarom niet weergegeven in de tijdsreeks in figuur 18 en figuur 19. De arealen zijn wel weergegeven in de tabellen in bijlage 2. De maatregel verwarringstechniek werd in 2010 voor het eerst ingevoerd en vanaf 2011 zijn er uitbetalingen gebeurd.
Areaal De daling van het totale areaal in 2011 ten opzichte van 2010 was deels te wijten aan het aflopen van de laatste PDPO I-contracten in de loop van 2011 (bijvoorbeeld BO perceelsrandenbeheer). Deze contracten konden pas hernieuwd worden met startdatum 1 januari 2012. Bovendien liepen eind 2010 de laatste contracten af van de uitdovende PDPO I-maatregelen (onder andere de maatregel groenbedekking). De daling van de oppervlakte onder BO water in 2012 was grotendeels te wijten aan de verstrenging van de voorwaarden in 2012, ten gevolge van de herziening van het Mest Actie Plan. Nieuwe landbouwers namen een meer afwachtende houding aan in 2012. In 2013 waren de landbouwers meer vertrouwd met de nieuwe voorwaarden en werden opnieuw meer nieuwe overeenkomsten aangegaan. Het areaal van de maatregel bio-hectaresteun vertoonde gedurende bijna de hele programmaperiode een stijging, net zoals het areaal onder verwarringstechniek.
pagina 51 van 92
Het areaal van de maatregel mechanische onkruidbestrijding daalde jaar na jaar. Dit is geen eenvoudige maatregel en de verbintenisoppervlakte met beperkte variabiliteit is niet gemakkelijk na te leven. Het totale areaal in 2014 was lager dan dat in 2013. Dat had te maken met de overgang van PDPO II naar PDPO III. Aangezien het derde plattelandsontwikkelingsprogramma (PDPO III 2014-2020) nog niet was goedgekeurd door Europa, werden er uitzonderlijk geen overeenkomsten met startdatum 1 januari 2014 voor een looptijd van 5 jaar gesloten (behalve voor hectaresteun biolandbouw). Als overgangsmaatregel naar PDPO III bestond wel de mogelijkheid om, overeenkomstig de Europese verordeningen, de aflopende overeenkomsten te verlengen voor een periode van 1 jaar (enkel voor de agromilieumaatregelen die in PDPO III verder lopen). De agromilieucontracten die, na een looptijd van 5 jaar, ten einde liepen op 31 december 2013, kwamen hiervoor in aanmerking. Niet alle landbouwers hebben een verlenging afgesloten en er konden dus ook geen nieuwe vijfjarige contracten worden aangegaan. 140.000
Steun biovarkens BO natuur
120.000
BO botanisch beheer Hectaresteun geĂŻntegreerd pitfruit
100.000
Groenbedekking BO water
80.000
BO erosiebestrijding BO soortenbescherming
60.000
BO perceelsrandenbeheer Hectaresteun bio-landbouw
40.000
Milieuvriendelijke sierteelt 20.000
Vlinderbloemigen Verwarringstechniek
0 2007
2008
2009
2010
2011
2012
2013
2014
Mechanische onkruidbestrijding
Figuur 18 Oppervlakte (ha) van de verschillende agromilieumaatregelen in kalenderjaren 2007-2014, inclusief de uitdovende agromilieumaatregelen (exclusief kleine landschapselementen en hoogstamboomgaarden; verklaring zie tekst)
pagina 52 van 92
60.000
50.000
BO water BO erosiebestrijding
40.000
BO soortenbescherming BO perceelsrandenbeheer
30.000
Hectaresteun bio-landbouw Milieuvriendelijke sierteelt
20.000
Vlinderbloemigen Verwarringstechniek
10.000
Mechanische onkruidbestrijding
0 2007
2008
2009
2010
2011
2012
2013
2014
Figuur 19 Oppervlakte (ha) van de verschillende agromilieumaatregelen in kalenderjaren 2007-2014, zonder de uitdovende maatregelen (exclusief kleine landschapselementen en hoogstamboomgaarden; verklaring zie tekst)
Resultaatindicatoren Voor de berekening en interpretatie van de resultaatindicatoren van de agromilieumaatregelen werd vooraf bepaald welke agromilieumaatregel tot welk milieudoel bijdraagt. Afhankelijk van de mate waarin een maatregel bijdraagt tot het milieudoel, wordt de volledige dan wel de helft van de oppervlakte mee geteld (zie bijlage 4). De controlegegevens worden daarbij in rekening gebracht, met andere woorden alleen de oppervlakte waarop de maatregel correct werd uitgevoerd wordt mee geteld. Voor meer informatie wordt verwezen naar het PDPO II Jaarverslag 2007. De cumulatieve waarde van het areaal dat bijdraagt tot de verschillende milieudoelen wordt weergegeven in tabel 24. Voor die cumulatieve waarden wordt gerekend met het maximale areaal dat voor een bepaald contract in uitvoering is geweest in de periode 2007-2015. Het betekent dus niet noodzakelijk dat dat cumulatieve areaal gelijktijdig in uitvoering is geweest. Voor het cumulatieve areaal in de periode 2007-2015 wordt het areaal genomen van het jaar waarin de oppervlakte van een bepaalde agromilieumaatregel het hoogst was. Veelal komt dat neer op het areaal van 2007 of 2008. Daarom zijn de cumulatieve cijfers al enkele jaren niet meer gewijzigd, omdat de oppervlakte van de agromilieumaatregelen die het meest hebben bijgedragen tot de verschillende milieudoelen niet gestegen is. Uitzondering daarop vormt het areaal dat bijdraagt tot waterkwaliteit en tot biodiversiteit, dat wel steeg dankzij de maatregel verwarringstechniek. Een areaal van 127.506 hectare agromilieumaatregelen draagt bij tot de verbetering van de waterkwaliteit in Vlaanderen. Dat is vooral te danken aan de maatregelen groenbedekking, BO water en verwarringstechniek. Zo’n 106.966 hectare agromilieumaatregelen draagt bij tot de verbetering van de bodemkwaliteit. Ook hiervoor zijn op de eerste plaats de maatregelen groenbedekking en BO water verantwoordelijk. 47.290 hectare agromilieumaatregelen draagt bij tot het voorkomen van het marginaliseren van gronden. Dat is vooral te danken aan de maatregelen groenbedekking (onrechtstreeks effect) en BO kleine landschapselementen (rechtstreeks effect).
pagina 53 van 92
14.585 hectare agromilieumaatregelen draagt bij tot de verhoging van de biodiversiteit. En de bijdrage tot het tegengaan van de klimaatverandering gebeurt op zo’n 3.188 hectare. Dat laatste is volledig toe te schrijven aan een indirect effect van de maatregel vlinderbloemigen. Doelbereik Tabel 23 geeft voor elke agromilieumaatregel het totale areaal en het totale aantal contracten weer in de programmaperiode tot en met 2015. Voor de areaalindicator betekent de aangegeven gerealiseerde oppervlakte niet dat die in de periode 2007-2015 effectief op één moment aanwezig was op het terrein. Er wordt namelijk per contract het maximale areaal bijgehouden dat in een bepaald jaar in uitvoering was. Voor sommige agromilieumaatregelen is immers het jaarlijkse areaal dat in uitvoering is variabel. Bovendien wordt de maximale oppervlakte die in uitvoering is geweest voor een bepaalde agromilieumaatregel waarvan het contract afgelopen is (bv omdat de periode van vijf jaar verstreken is of het contract werd stopgezet) meegenomen tot 2015. Ook de waarde van de contractindicator betekent niet dat dat aantal contracten gelijktijdig op het terrein lopende was. Tabel 23 Monitoring en doelbereik outputindicatoren maatregel 214 Agromilieumaatregelen Maatregel 214-A en N Mechanische onkruidbestrijding 214-B Verwarringstechniek
214-C Lokale veerassen en hoogstamboomgaarden 214-D Vlinderbloemigen
214-E Milieuvriendelijke sierteelt 214-F Hectaresteun bio-landbouw
214-G BO perceelsrandenbeheer
214-H BO soortenbescherming
214-I BO erosiebestrijding
214-J BO water
214-K BO kleine landschaps-
pagina 54 van 92
Indicator Totaal areaal dat agromilieusteun ontvangt (ha) Totaal aantal contracten Totaal areaal dat agromilieusteun ontvangt (ha) Totaal aantal contracten Totaal areaal dat agromilieusteun ontvangt (ha) Totaal aantal contracten Totaal areaal dat agromilieusteun ontvangt (ha) Totaal aantal contracten Totaal areaal dat agromilieusteun ontvangt (ha) Totaal aantal contracten Totaal areaal dat agromilieusteun ontvangt (ha) Totaal aantal contracten
Doel PDPO II 8.500
Totaal areaal dat agromilieusteun ontvangt (ha) Totaal aantal contracten Totaal areaal dat agromilieusteun ontvangt (ha) Totaal aantal contracten Totaal areaal dat agromilieusteun ontvangt (ha) Totaal aantal contracten Totaal areaal dat agromilieusteun ontvangt (ha) Totaal aantal contracten Totaal areaal dat agromilieusteun
Realisatie 2007-2015 10.674
Realisatie-percentage 126%
2.000 1.000
2.217 8.145
111% 815%
500 NA (geen doelstelling inclusief lokale veerassen opgesteld) 3.239 7.500
634 1.737 (enkel hoogstamboomgaarden) 3.654 12.114
127% NA 113% 162%
2.300 1.500
3.050 2.654
133% 177%
300 4.000
325 9.909
108% 248%
375
751
200%
2.143
2.568
120%
2.567 2.499
2.697 2.164
105% 87%
568 4.171
744 7.255
131% 174%
1.720 32.300
1.936 54.103
113% 168%
3.615 243
3.072 300
85% 123%
elementen 214-M Groenbedekking
214-O GeĂŻntegreerde pitfruitteelt
214-P BO botanisch beheer
ontvangt (ha) Totaal aantal contracten Totaal areaal dat agromilieusteun ontvangt (ha) Totaal aantal contracten Totaal areaal dat agromilieusteun ontvangt (ha) Totaal aantal contracten Totaal areaal dat agromilieusteun ontvangt (ha) Totaal aantal contracten
2.392 80.000
3.317 75.958
139% 95%
8.500 323
8.211 396
97% 123%
71 1.600
46 1.604
65% 100%
664
594
89%
Tabel 24 Monitoring en doelbereik resultaatindicatoren maatregel 214 Agromilieumaatregelen Milieudoelstelling Biodiversiteit en HNVF Waterkwaliteit Klimaatverandering Bodemkwaliteit Landmarginalisatie
Doel PDPO II (ha) 12.133 124.871 3.712 111.524 43.966
Realisatie 2007-2015 (ha) 14.585 127.506 3.188 106.966 47.290
Realisatie-percentage 120% 102% 86% 96% 108%
7.3 INRICHTINGSMAATREGELEN DOOR LANDBOUWERS IN KADER VAN KADERRICHTLIJN WATER (MAATREGEL 216) Outputindicatoren Er zijn in 2015 geen nieuwe projecten meer goedgekeurd. Voor vier projecten, gestart in 2012 en 2013, werd in 2015 in totaal 160.717 euro uitbetaald. Resultaatindicatoren De resultaatindicator van deze maatregel kijkt naar het areaal waarop de projecten worden uitgevoerd. Gezien de aard van de projecten (stuwen en peilgestuurde drainage) is een areaal moeilijk te bepalen en wordt in onderstaande tabel 26 geen areaal ingevuld. Doelbereik Tabel 25 en tabel 26 zetten per output- en resultaatindicator de realisaties uit ten opzichte van de doelstellingen. In totaal krijgen 4 bedrijven steun voor deze maatregel. Tabel 25 Monitoring en doelbereik outputindicatoren maatregel 216 Inrichtingsmaatregelen door landbouwers in het kader van kaderrichtlijn water Type indicator Output
Indicator
Doel PDPO II
Aantal bedrijven dat steun ontvangt Totaal investeringsvolume (euro)
7 411.970
Realisatie 20072015 4 411.970
Realisatiepercentage 57% 100%
Tabel 26 Monitoring en doelbereik resultaatindicatoren maatregel 216 Inrichtingsmaatregelen door landbouwers in het kader van kaderrichtlijn water Milieudoelstelling Biodiversiteit en HNVF Waterkwaliteit Klimaatverandering Bodemkwaliteit Landmarginalisatie
Doel PDPO II (ha) NP 4.750 NP NP NP
Realisatie 2007-2015 (ha) NP NA NP NP NP
Realisatiepercentage NP NA NP NP NP
pagina 55 van 92
7.4 BEBOSSING VAN LANDBOUWGRONDEN (MAATREGEL 221) Outputindicatoren In 2015 werden geen nieuwe dossiers meer goedgekeurd. In 2015 werd voor de dossiers die eerder onder PDPO II-regelgeving werden goedgekeurd nog 26.415 euro subsidie uitbetaald. Daarvan ging 3.027 euro naar dossiers gelegen in kwetsbaar gebied natuur of Natura 2000-gebied. Voor dossiers van PDPO I werd in 2015 nog 2.805 euro onderhouds- en aanplantsubsidie en inkomenscompensatie betaald. De totale, onder PDPO II-regelgeving beboste of te bebossen oppervlakte landbouwgrond blijft 281 hectare, voor 220 goedgekeurde dossiers. Het totale areaal landbouwgrond dat onder PDPO I- of PDPO II-regelgeving bebost of te bebossen is, bedroeg in 2015 804 hectare. Daarvoor waren er 482 unieke begunstigden. Op 56% van die totale oppervlakte werd/wordt één loofboomsoort als hoofdboomsoort aangeplant. 44% betreft een gemengde aanplant van verschillende boomsoorten, terwijl 0,1% bestaat/zal bestaan uit uitsluitend één naaldboomsoort. Van het totale areaal had/heeft 85% het bevorderen van de biodiversiteit als hoofddoelstelling en 15% het tegengaan van de klimaatverandering. Resultaatindicatoren Het bebossen van landbouwgrond draagt bij tot de strijd tegen de klimaatverandering, tot het behoud van de biodiversiteit en tot de verbetering van de waterkwaliteit. Voor die bijdrage wordt de volledige oppervlakte gerekend waarop de maatregel correct werd uitgevoerd, gebaseerd op controlegegevens. Deze oppervlakte wordt doorgegeven bij betaling van de tweede schijf van de PDPO II-contracten. Het is pas bij de betaling van de tweede schijf dat voldoende controlegegevens beschikbaar zijn. In 2015 werd voor 15,99 hectare de tweede schijf uitbetaald (tabel 28). Doelbereik Tabel 27 geeft voor de outputindicatoren de realisaties weer in de periode 2007-2015. Tabel 28 toont de voortgang van de resultaatindicatoren. Tabel 27 Monitoring en doelbereik outputindicatoren maatregel 221 Bebossing van landbouwgrond (PDPO II) Type indicator Output
Indicator Aantal begunstigden Aantal hectaren landbouwgrond die bebost werden
Doel PDPO II 700 840
Realisatie 20072015 179 281
Realisatiepercentage 26% 33%
Er zijn minder aanvragen geweest dan vooraf ingeschat. Daar zijn meerdere redenen voor te vinden. Er zijn slechts zeer weinig landbouwers die instappen, voornamelijk omwille van de hoge gronddruk en de daarmee gepaard gaande mestafzetproblemen. Voor niet-landbouwers speelt de administratieve last een rol. Bovendien kreeg in de periode 2008-2011 slechts 57% van de vergunningsaanvragen in landbouwgebied een positief advies (bindend) vanuit de landbouwadministratie. Ten slotte werd de zeer intensieve zoektocht naar potentiële bebossers en hun begeleiding sterk afgebouwd ten opzichte van PDPO I.
pagina 56 van 92
Tabel 28 Monitoring en doelbereik resultaatindicatoren maatregel 221 Bebossing van landbouwgrond Milieudoelstelling
Doel PDPO II (ha)
Biodiversiteit en HNVF Waterkwaliteit Klimaatverandering Bodemkwaliteit Landmarginalisatie
Realisatie 2007-2015 (ha)
832 832 832 NP NP
Realisatiepercentage
61,56 61,56 61,56 NP NP
7,4% 7,4% 7,4% NP NP
7.5 EERSTE TOTSTANDBRENGING VAN BOSLANDBOUWSYSTEMEN OP LANDBOUWGROND (MAATREGEL 222) Outputindicatoren In 2015 zijn geen nieuwe aanvragen voor boslandbouwsystemen meer goedgekeurd. Sinds de start van de maatregel in 2012 zijn er 17 projecten goedgekeurd, aangevraagd door 17 unieke begunstigden en samen goed voor 38,21 ha (tabel 29). In 2015 werd er 51.207 euro steun uitbetaald aan boslandbouwsystemen. Resultaatindicatoren De boslandbouwsystemen dragen bij tot de strijd tegen de klimaatverandering en bevorderen biodiversiteit en bodemkwaliteit. Tabel 30 geeft de realisatie van de resultaatindicatoren weer. Doelbereik Tabel 29 en tabel 30 geven de realisaties van respectievelijk de output- en de resultaatindicatoren weer in de periode 2007-2015. Tabel 29 Monitoring en doelbereik outputindicatoren maatregel 222 Eerste totstandbrenging van boslandbouwsystemen op landbouwgrond Type indicator Output
Indicator Totaal areaal dat steun ontvangt (ha) Totaal aantal goedgekeurde aanvragen
Doel PDPO II
Realisatie 2007-2015
Realisatie-percentage
35
38,21
109%
20
17
85%
Tabel 30 Monitoring en doelbereik resultaatindicatoren maatregel 222 Eerste totstandbrenging van boslandbouwsystemen Milieudoelstelling Biodiversiteit en HNVF Waterkwaliteit Klimaatverandering Bodemkwaliteit Landmarginalisatie
Doel PDPO II (ha) 119 NP 238 119 NP
Realisatie 2007-2015 (ha) 19,1 NP 38,2 19,1 NP
Realisatie-percentage 16% NP 16% 16% NP
pagina 57 van 92
7.6 NIET-PRODUCTIEVE INVESTERINGEN IN BOSSEN (MAATREGEL 227) Outputindicatoren In 2015 werden geen nieuwe aanvragen meer goedgekeurd. Voor dossiers die eerder waren goedgekeurd werd in 2015 29.217 euro steun uitbetaald. In de periode 2007-2015 hebben 557 unieke bosbeheerders steun ontvangen voor “bebossing/herbebossing” en 440 unieke bosbeheerders voor “ecologische bosfunctie”. Voor beide submaatregelen samen zijn 950 unieke bosbeheerders vergoed in de periode 2007-2015, voor in totaal 1.083 projecten. Resultaatindicatoren Van de submaatregel “bebossing/herbebossing” werd in 2015 8,89 hectare succesvol uitgevoerd. Deze submaatregel draagt bij tot de biodiversiteit in het bos, de waterkwaliteit en de bestrijding van de klimaatverandering. Dit areaal is kleiner dan de vorige jaren, omwille van het aflopen van PDPO II. Enkel begin 2015 zijn er nog enkele dossiers met PDPO II-budget betaald, maar daarna is overgeschakeld op PDPO III-middelen. Die laatste dossiers zitten dus niet meer in deze monitoring. De cumulatieve oppervlaktes (2007-2015) die bijdragen tot de verschillende milieudoelen zijn weergegeven in tabel 32. Doelbereik Tabel 31 en tabel 32 geven de realisaties van de doelstellingen voor de output- en resultaatindicatoren weer. Tabel 31 Monitoring en doelbereik outputindicatoren maatregel 227 Niet-productieve investeringen in bossen Type indicator Output
Indicator
Doel PDPO II
Unieke aantal gesteunde bosbeheerders Totale investeringsvolume (euro)
1.050 5.490.625
Realisatie 20072015 950 3.832.223
Realisatiepercentage 90% 70%
Tabel 32 Monitoring en doelbereik resultaatindicatoren maatregel 227 Niet-productieve investeringen Milieudoelstelling Biodiversiteit en HNVF Waterkwaliteit Klimaatverandering Bodemkwaliteit Landmarginalisatie
pagina 58 van 92
Doel PDPO II (ha) 3.039 35 35 NP NP
Realisatie 2007-2015 (ha) 4.658 431 431 NP NP
Realisatiepercentage 153% 1231% 1231% NP NP
8 INDICATOREN AS 3 – DE LEEFKWALITEIT OP HET PLATTELAND EN DIVERSIFICATIE VAN DE PLATTELANDSECONOMIE Diversificatie van landbouwactiviteiten naar niet-agrarische activiteiten
8.1 INVESTERINGEN MET BETREKKING TOT LANDBOUWACTIVITEITEN (MAATREGEL 311)
DIVERSIFICATIE
VAN
Outputindicatoren In 2015 werden 118 nieuwe diversificatiedossiers goedgekeurd. Samen zijn deze dossiers goed voor een investeringsvolume van 5,1 miljoen euro. Figuur 20 en figuur 21 geven een overzicht van respectievelijk het aantal goedgekeurde dossiers en het subsidiabele investeringsbedrag verdeeld over de verschillende categorieën van diversificatie. Die categorieën zijn hernieuwbare energie, detailhandel, toerisme en andere (bijvoorbeeld zorg). Uit beide figuren blijkt dat investeringen in hernieuwbare energie, net zoals de vorige jaren, met voorsprong de belangrijkste vorm van diversificatie waren. 34% van de 118 goedgekeurde dossiers werd ingediend door een rechtspersoon en 66% door een natuurlijk persoon. Van de dossiers ingediend door een natuurlijk persoon werd 10% ingediend door een vrouw. In 2015 werd 27.231 euro steun uitbetaald voor diversificatie-investeringen die in 2015 of vorige jaren waren goedgekeurd. De totale uitgaven liggen, net zoals in 2013 en 2014, aanzienlijk lager dan de vorige jaren. Omdat PDPO II op zijn einde liep, was het budget voor deze maatregel uitgeput. Na uitputting van de PDPO II-middelen is overgeschakeld op staatssteun, zoals aangemeld bij de Europese Commissie, en op PDPO III-budget.
pagina 59 van 92
Andere; 2; 2%
Toerisme; 2; 2%
Detailhandel; 17; 14%
Hernieuwbare energie; 97; 82%
Figuur 20 Absolute en procentuele verdeling van het aantal in 2015 goedgekeurde dossiers over de verschillende categorieĂŤn van diversificatie Andere ; 43.655; 1%
Toerisme; 130.671; 2% Detailhandel; 342.902; 7%
Hernieuwbare energie; 4.601.614; 90%
Figuur 21 Absolute en procentuele verdeling van de subsidiabele investeringskost (euro) van de in 2015 goedgekeurde dossiers over de verschillende categorieĂŤn van diversificatie
pagina 60 van 92
Resultaatindicatoren Daar slechts voor een beperkt aantal bedrijven de bruto toegevoegde waarde berekend kan worden en er geen onderscheid kan gemaakt worden tussen landbouw- en niet-landbouw-activiteiten, wordt in tabel 33 en in de indicatorentabellen (bijlage 3) geen cijfer doorgegeven. Wat het aantal gecreëerde banen betreft wordt een inschatting opgegeven. Dat aantal wordt berekend op basis van het aantal dossiers per type investering. Aan elk type investering werd door experten van het VLIF een aantal banen per investering gekoppeld. In 2015 kwamen er zo 19 banen bij. Daar dit slechts een eerste inschatting is van het aantal gecreëerde banen werd in de monitoringtabellen in bijlage 3 de waarde op ‘NA’ (not available) gezet. Doelbereik Tabel 33 zet per output- en resultaatindicator de realisaties uit ten opzichte van de doelstellingen. Tussen 2007 en 2015 werden 2.379 dossiers goedgekeurd, samen goed voor een investeringsvolume van 180 miljoen euro. Tabel 33 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren van maatregel 311 Investeringen met betrekking tot diversificatie van landbouwactiviteiten Type indicator
Indicator
Output
Aantal begunstigden Totaal investeringsvolume (euro) Niet-landbouw bruto toegevoegde waarde van de landbouwbedrijven (euro) Bruto aantal banen gecreëerd
Resultaat
Doel PDPO II 2.500 140.000.000
Realisatie 20072015 2.379 180.068.528
Realisatiepercentage 95% 129%
10% stijging
NA
NA
500
(285)
(57%)
De vooropgestelde doelstelling voor het totale investeringsvolume heeft een hogere realisatiegraad dan die voor het aantal begunstigden. In de mid term evaluatie (IDEA Consult, 2010) worden daarvoor enkele verklaringen aangehaald, waaronder: -
Door de afhandeling van het grote aantal dossiers in 2006 liepen ook de dossiers ingediend onder PDPO II in 2007 enige vertraging op;
-
Het plafond werd in 2007 opgetrokken tot 1 miljoen euro per bedrijfsleider in plaats van 1 miljoen euro per bedrijf. Dat verklaart dat het gemiddelde steunvolume per bedrijf hoger is dan oorspronkelijk ingeschat.
pagina 61 van 92
Gebiedsgerichte werking As 3
8.2 BEVORDERING VAN TOERISTISCHE ACTIVITEITEN (MAATREGEL 313) Outputindicatoren In 2015 werden, net als in 2014, geen nieuwe projecten meer goedgekeurd. De projecten van VLM die eerder al waren goedgekeurd ontvingen in 2015 samen 380.845 euro. Resultaatindicatoren Van de in 2015 afgelopen projecten werden de resultaatsindicatoren bepaald. De projecten trokken in totaal 93.652 nieuwe bezoekers aan. Er werden geen nieuwe banen gecreëerd. Doelbereik Tabel 34 zet per output- en resultaatindicator de realisaties uit ten opzichte van de doelstellingen. Tussen 2007 en 2015 werden 64 toerismeprojecten goedgekeurd. Tabel 34 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren van maatregel 313 Bevordering van toeristische activiteiten Type indicator Output
Resultaat
Indicator Aantal gesteunde nieuwe toeristische acties10 Totaal investeringsvolume (euro)11 Stijging van de niet-landbouw bruto toegevoegde waarde van de bedrijven Bruto aantal banen gecreëerd Bijkomend aantal toeristische bezoeken
Doel PDPO II 60
Realisatie 20072015 64
Realisatiepercentage 107%
11.000.000 NA
11.885.455 NA
108% NA
182 181.000
116 349.397
64% 193%
8.3 BASISVOORZIENINGEN VOOR DE PLATTELANDSBEVOLKING (MAATREGEL 321)
ECONOMIE
EN
Outputindicatoren In 2015 werden, net als in 2014, geen nieuwe projecten meer goedgekeurd. Tussen 2007 en 2013 zijn in totaal 48 projecten goedgekeurd. Het totale steunbedrag dat uitbetaald is voor projecten die eerder al waren goedgekeurd, bedroeg in 2015 376.240 euro. Resultaatindicatoren De in 2015 afgelopen projecten hebben niet tot bijkomende internetaansluitingen geleid. In totaal kunnen 11.741 personen genieten van de basisvoorzieningen dankzij deze projecten. Het aantal personen dat per project kan genieten van de basisvoorzieningen verschilt sterk naargelang het project. Zo varieerde dat aantal voor de projecten die afliepen in 2015 tussen 461 en 6.000 personen. Doelbereik Tabel 35 zet per output- en resultaatindicator de realisaties uit ten opzichte van de doelstellingen. 10
Voor deze toeristische acties worden de ‘lasten uit het verleden’ (projecten van ANB en ALBON) niet geteld, daar er gevraagd wordt naar ‘nieuwe acties’.
11
Voor deze indicator worden zowel de huidige projecten (gebiedsgerichte werking via PMCs) als de ‘lasten uit het verleden’ geteld.
pagina 62 van 92
Tabel 35 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren van maatregel 321 Basisvoorzieningen voor de economie en plattelandsbevolking (exclusief submaatregel 321B) Type indicator Output
Resultaat
Indicator
Doel PDPO II
Aantal gesteunde acties Totaal investeringsvolume (euro) Toename van het internetgebruik in ruraal gebied (aantal personen) Aantal inwoners ruraal gebied dat van de basisvoorziening kan genieten
46 9.000.000
Realisatie 20072015 48 8.736.308
Realisatiepercentage 104% 97%
10.400
10.383
100%
1.340.000
1.236.223
92%
Submaatregel Ontwikkeling van de paardenhouderij als economische drager op het platteland (maatregel 321B) Deze submaatregel werd in 2010 goedgekeurd. In 2015 werden, net als in 2014, geen nieuwe projecten goedgekeurd. Aan een project dat in 2013 werd goedgekeurd, is in 2015 11.000 euro uitbetaald. Er kunnen 40 personen genieten van de verbeterde voorzieningen van dit project. Tabel 36 zet per output- en resultaatindicator de realisaties uit ten opzichte van de doelstellingen. Tabel 36 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren van maatregel 321B Ontwikkeling van de paardenhouderij als economische drager op het platteland Type indicator Output Resultaat
Indicator
Doel PDPO II
Aantal gesteunde acties Totaal investeringsvolume (euro) Aantal inwoners ruraal gebied dat van de basisvoorziening kan genieten
1 30.000 25.925
Realisatie 20072015 1 28.388 40
Realisatiepercentage 100% 95% 0%
8.4 DORPSKERNVERNIEUWING EN –ONTWIKKELING (MAATREGEL 322) Outputindicatoren In 2015 werden, net als in 2014, geen nieuwe projecten meer goedgekeurd. Aan projecten die eerder waren goedgekeurd, werd in 2015 1.144.693 euro uitbetaald. In de periode 2007-2015 waren er in totaal 74 unieke deelgemeenten betrokken bij de uitvoering van de 76 goedgekeurde dorpskernvernieuwingsprojecten. Resultaatindicatoren Dankzij de in 2015 afgelopen projecten kunnen in totaal 128.958 personen genieten van de verbeterde voorzieningen. Dat aantal verschilt sterk van project tot project. Voor de projecten afgesloten in 2015 varieerde het aantal inwoners dat van de verbeterde voorzieningen kan genieten tussen 653 en 30.000. Doelbereik Tabel 37 zet per output- en resultaatindicator de realisaties uit ten opzichte van de doelstellingen. Tabel 37 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren van maatregel 322 Dorpskernvernieuwing en -ontwikkeling Type indicator Output Resultaat
Indicator Uniek aantal (deel)gemeenten waar acties plaatsvonden Totaal investeringsvolume (euro) Aantal inwoners rurale gebieden die profiteren van verbeterde voorzieningen
Doel PDPO II
Realisatie 20072015
Realisatiepercentage
60
74
123%
17.500.000
21.588.729
123%
1.365.925
504.020
37%
pagina 63 van 92
De projecten rond dorpskernvernieuwing en –ontwikkeling zijn meer doorgegaan in kleinere plattelandsgemeenten dan oorspronkelijk gedacht. Dat verklaart de relatief lage realisatiegraad van de resultaatindicator.
8.5 INSTANDHOUDING EN OPWAARDERING ERFGOED (MAATREGEL 323)
VAN
HET
LANDELIJKE
Outputindicatoren Deze maatregel wordt uitgevoerd door drie beheersdiensten: ALBON voor de landinrichtingsprojecten, ANB voor de projecten voor inrichting van natuur en VLM voor de gebiedsgerichte projecten die worden goedgekeurd via de PMC’s. In 2015 werden geen nieuwe projecten meer goedgekeurd. Aan projecten die eerder goedgekeurd waren, werd in 2015 2.889.176 euro uitbetaald. Resultaatindicatoren Dankzij de in 2014 afgelopen projecten goedgekeurd door ANB kunnen 46.200 personen genieten van de verbeterde voorzieningen. De projecten goedgekeurd door VLM en afgelopen in 2015 zorgden voor 333.537 personen die bijkomend kunnen genieten van de verbeterde voorzieningen. Doelbereik Tabel 38 zet per output- en resultaatindicator de realisaties uit ten opzichte van de doelstellingen. Tabel 38 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren van maatregel 323 Instandhouding en opwaardering landelijk erfgoed (323A en 323B) Type indicator Output Resultaat
Indicator Aantal gesteunde acties Totaal investeringsvolume (euro) Aantal inwoners rurale gebieden die genieten van verbeterde voorzieningen
93 12.668.840
Realisatie 20072015 11212 14.693.94413
2.353.828
2.734.033
Doel PDPO II
Realisatiepercentage 120% 116% 116%
8.6 INTERMEDIAIRE DIENSTVERLENING (OPLEIDING EN VORMING VAN RURAAL ONDERNEMERSCHAP) (MAATREGEL 331) Outputindicatoren In 2015 werden, net zoals in 2014, geen nieuwe projecten meer goedgekeurd. Aan projecten die eerder goedkeuring kregen, werd 367.224 euro uitbetaald. Van de projecten die afliepen in 2015 werd een aantal bijkomende gegevens verzameld. Zo weten we dat aan de beëindigde projecten die kaderden in het thema ‘management, administratie (boekhouding) en marketingvaardigheden’ 42 personen hebben deelgenomen en dat er 16 opleidingsdagen aan werden gewijd. Voor het thema ‘landschapsbehoud en –verbetering en milieubescherming’ waren dat 242 deelnemers en 3.358 opleidingsdagen. In figuur 22 wordt het aantal unieke gesteunde economische actoren van de projecten beëindigd tussen 2009 en 2015 uitgesplitst naar de verschillende types actoren. Er werden 14.617 landbouwbedrijven gesteund, 8.230 overheidsorganisaties, 309 organisaties zonder winstoogmerk en 941 bedrijven. De 12
Dit zijn 79 VLM-projecten, 29 nieuwe ANB-projecten, 3 ALBON-projecten gestart onder PDPO I en 1 ANB-project gestart onder PDPO I.
Dat bestaat uit 11.255.711 euro voor VLM-projecten, 3.075.322 euro voor nieuwe ANB-projecten, 225.813 euro voor ALBON-projecten gestart onder PDPO I en 137.098 euro voor ANB-projecten gestart onder PDPO I. 13
pagina 64 van 92
overige deelnemers (64.328) kunnen niet tot een van de eerder genoemde actoren gerekend worden – hun deelname wordt op zelfstandige basis verondersteld. Van de deelnemende landbouwers was 4% jonger dan 25 jaar en 40% was een vrouw. Van de niet-landbouwers was 15% jonger dan 25 jaar en 79% was een vrouw. Resultaatindicatoren In totaal hebben 78.945 unieke personen de voorbije jaren met succes deelgenomen aan een project binnen deze maatregel. Hierbij behoren niet alleen de landbouwers en de “zelfstandige” nietlandbouwers, maar ook de personen die behoren tot vzw’s, overheidsorganisaties en KMO’s. Van deze personen was 13% jonger dan 25 jaar en 72% een vrouw. Micro-ondernemingen; 941 ; 1%
Organisaties zonder winstoogmerk; 309 ; 0% Overheidsorganisaties; 8.230 ; 9%
Individuele landbouwbedrijven; 14.617 ; 17%
Andere zelfstandigen; 64.328 ; 73%
Figuur 22 Absolute en procentuele verdeling van de unieke deelnemers aan alle beëindigde projecten van intermediaire dienstverlening volgens type actor (2007-2015)
Doelbereik Tabel 39 zet per output- en resultaatindicator de realisaties uit ten opzichte van de doelstellingen. Tabel 39 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren van maatregel 331 Intermediaire dienstverlening (exclusief submaatregel 331B) Type indicator Output
Resultaat
Indicator
Doel PDPO II
Aantal deelnemende economische actoren aan gesteunde activiteiten (niet-uniek) Aantal dagen opleiding voor alle deelnemers Aantal unieke deelnemers die met vrucht de opleidingsactiviteit beëindigden
Realisatie 20072015
Realisatiepercentage
78.800
78.292
99%
64.000
66.387
104%
81.500
78.945
97%
Submaatregel intermediaire dienstverlening: paardenhouderij (331B) Op deze submaatregel zijn geen projecten ingediend.
pagina 65 van 92
9 INDICATOREN AS 4 – LEADER 9.1 LOKALE ONTWIKKELINGSSTRATEGIEËN DIVERSIFICATIE (MAATREGEL 413)
LEEFKWALITEIT
/
Outputindicatoren Net zoals in 2014 werden er in 2015 geen nieuwe Leaderprojecten meer goedgekeurd. Het totaal aantal goedgekeurde Leaderprojecten blijft dus op 599 staan voor de periode 2007-2015. Deze projecten hebben samen 978 financieel begunstigden, van wie 551 uit de privésector en 424 uit de openbare sector. In 2015 werd nog 5.762.798 euro uitbetaald aan eerder goedgekeurde projecten. Resultaatindicatoren Met de 599 beëindigde projecten, werden in totaal 216,8 bijkomende banen (VTE) gecreëerd. Daarvan werden er 58% ingevuld door een vrouw en 18% door een persoon jonger dan 25 jaar. Doelbereik Tabel 40 zet per output- en resultaatindicator de realisaties uit ten opzichte van de doelstellingen. Tabel 40 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren van maatregel 413 Lokale ontwikkelingsstrategieën leefkwaliteit / diversificatie Type indicator Output
Resultaat
Indicator
Doel PDPO II
Aantal gesteunde Plaatselijke Groepen (PG’s) Totale oppervlakte PG-gebied (km²) Totaal aantal inwoners in PG-gebied Aantal projecten goedgekeurd door PG’s Aantal gesteunde begunstigden Aantal banen gecreëerd
10 3.500 900.000 550 850 Geen doelstelling
Realisatie 20072015 10 5.821 1.191.884 599 978 216,8
Realisatiepercentage 100% 166% 132% 109% 115% NA
Voorbeelden van Leaderprojecten PDPO II Landschappelijk woon- en speelproject Schaerdeke Het landschappelijk woon- en speelproject is een nieuw type dorpsontwikkeling en realisatie van nieuwe dorpse ontmoetingsruimtes. Het landschappelijk woon- en speelparkproject onderscheidt zich van klassieke verkavelingen doordat enerzijds het project heel organisch aansluiting zoekt bij het bestaande dorpsweefsel (een groeiproces dat eerder te vergelijken valt met een nieuwe jaarring ipv het toevoegen van een vreemde ent) en tegelijkertijd ‘verwortelt' het project zich ook heel natuurlijk en landschappelijk in het omgevende landschap … Landschap en dorp reiken elkaar de hand in dit project. Het eindresultaat is een nieuwe kwalitatieve ontmoetingsruimte voor het dorp. Meer informatie op www.westhoek.be
pagina 66 van 92
Oudervriendelijke Kortenaken In het teken van het Europese jaar van ‘Active Ageing’, wil het OCMW in Kortenaken een plek creëren waar het goed is om wonen voor de oudere bevolking. Via het project wil men ouderen laten participeren in de samenleving door een aanbod op maat te voorzien. Men wil ervoor te zorgen dat senioren zich goed voelen in Kortenaken en langer thuis kunnen blijven wonen. Er wordt ingezet op communicatie met ouderen, bewustmaking omtrent allerlei ouderdomskwalen, campagne rond valpreventie, en de inpassing van geschikte fitnesstoestellen in de gerenoveerde gemeentelijke sporthal. Meer informatie op www.hagelandplus.be.
9.2 SAMENWERKINGSPROJECTEN MET ANDERE PLATTELANDSGEBIEDEN (MAATREGEL 421) Outputindicatoren In 2015 werden geen nieuwe samenwerkingsprojecten meer goedgekeurd. Voor de periode 2007-2015 blijft het aantal goedgekeurde projecten binnen deze maatregel dus op 14 staan, waarvan vier interterritoriale en tien transnationale samenwerkingsprojecten. 32 (niet-unieke) PG’s werken samen aan deze projecten, waarvan 19 Vlaamse (niet-uniek). In 2015 werd nog 344.312 euro uitbetaald aan eerder goedgekeurde projecten. Resultaatindicatoren De beëindigde projecten hebben samen 9,6 banen opgeleverd. Doelbereik Tabel 41 zet per output- en resultaatindicator de realisaties uit ten opzichte van de doelstellingen. Tabel 41 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren van maatregel 421 Samenwerkingsprojecten met andere plattelandsgebieden Type indicator Output
Resultaat
Indicator Aantal projecten Aantal gesteunde Plaatselijke Groepen (PG’s) (uniek) Aantal banen gecreëerd
Doel PDPO II 20
Realisatie 20072015 14
Realisatiepercentage 70%
10
10
100%
Geen doelstelling
9,6
NA
pagina 67 van 92
9.3 WERKING PLAATSELIJKE GROEPEN (MAATREGEL 431) Outputindicatoren Met deze maatregel wordt steun verleend voor het beheer van de Plaatselijke Groepen, de verwerving van vakkundigheid en het dynamiseren van het gebied. Het gaat voornamelijk om kortlopende vormingsactiviteiten. In 2015 werden nog 57 activiteiten gesteund. Voor de periode 2007-2015 komt dat samen neer op 2.009 activiteiten. In figuur 23 wordt een overzicht gegeven van de in 2015 gesteunde activiteiten per type activiteit. 42% van de activiteiten draaide rond het opleiden van personeel dat de lokale ontwikkelingsstrategie moet voorbereiden en uitvoeren. 23% van de activiteiten bestond uit een informatiesessie over het Leadergebied en het communiceren over de (resultaten van de) lokale ontwikkelingsstrategie. Dat bestaat uit het uitgeven van folders en publiceren van artikelen, het verspreiden van persberichten en het organiseren van studiedagen en infomomenten. 16% van de acties focuste op het voeren van promotie. Een beperkt aantal acties is onder te brengen in de categorie “studies over het betrokken gebied”. Onder de categorie “andere” worden de secretariaats- en personeelskosten verstaan van de PGcoördinatoren en administratieve krachten van de tien Vlaamse PG’s. Hiervoor werden tien “activiteiten” gerekend overeenkomende met de tien Leadergroepen. Resultaatindicatoren In de periode 2007-2015 hebben 3.266 unieke personen succesvol deelgenomen aan één of meerdere opleidingsactiviteiten (tabel 42). 40% van de deelnemers waren vrouwen en 9% was jonger dan 25 jaar. Alle deelnemers die aanwezig waren op de opleiding worden als “geslaagd” beschouwd in de zin dat ze het geleerde zullen toepassen in de praktijk. Doelbereik Tabel 42 zet per output- en resultaatindicator de realisaties uit ten opzichte van de doelstellingen. Tabel 42 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren van maatregel 431 Werking Plaatselijke Groepen Type indicator Output Resultaat
Indicator Aantal gesteunde acties Aantal deelnemers dat met succes de opleiding volbracht
pagina 68 van 92
Doel PDPO II 1.700 Geen doelstelling
Realisatie 20072015 2.009 3.266
Realisatiepercentage 118% NA
Studies over het betrokken gebied; 1; 2% Andere; 10; 17%
Acties om voorlichting te geven over het gebied en over de plaatselijke ontwikkelingsstrategie; 13; 23%
Dynamiseringsacties (promotie); 9; 16%
Opleiding van personeel dat wordt betrokken bij de opstelling en de uitvoering van de plaatselijke ontwikkelingsstrategie; 24; 42%
Figuur 23 Absoluut aantal en procentuele verdeling van de activiteiten rond Werking Plaatselijke Groepen per categorie in 2015
pagina 69 van 92
10 INDICATOREN HERSTELPLAN
HEALTH
CHECK
EN
ECONOMISCH
10.1 INLEIDING 2010 was het eerste jaar van uitvoering van het Health Check-programma of de tussentijdse bijsturing van het landbouwbeleid. Europa voorzag met de Health Check-verordening (Verordening (EG) Nr 74/2009) extra financiële middelen voor de volgende prioriteiten: hernieuwbare energie, klimaatverandering, waterbeheer, biodiversiteit en de herstructurering van de zuivelsector. Ook vanuit het Economisch Herstelplan kwamen vanaf 2010 extra middelen ter beschikking van het landbouw- en plattelandsbeleid, voor dezelfde doelstellingen als die van de Health Check aangevuld met breedband. Vlaanderen heeft op al deze prioriteiten ingezet, behalve op breedband omdat Vlaanderen reeds een volledige bedekkingsgraad heeft.
10.2 AS 1 Vlaanderen koos er binnen As 1 voor om in te zetten op de Health Check-prioriteiten via de bestaande maatregelen “investeringen in landbouwbedrijven” en “verhoging van de toegevoegde waarde van landen bosbouwproducten”.
10.2.1 Investeringen in landbouwbedrijven (maatregel 121) Outputindicatoren Er werden in 2015 geen nieuwe investeringsdossiers meer goedgekeurd, aangezien het Health Checkbudget voor deze maatregel bijna uitgeput was. Aan eerder goedgekeurde dossiers werd vorig jaar 244.776 euro uitbetaald. Doelbereik Tabel 43 zet per outputindicator de realisaties uit ten opzichte van de doelstellingen. Tabel 43 Monitoring en doelbereik maatregel 121 Investeringen in landbouwbedrijven onder Health Check Indicator Aantal gesteunde bedrijven Totale investeringsvolume (euro)
Doel PDPO II 1.172 45.400.000
Realisatie 2009-2015 1.021 35.723.212
Realisatiepercentage 87% 79%
10.2.2 Verhoging van de toegevoegde waarde van land- en tuinbouwproducten (maatregel 123) Outputindicatoren In 2015 werd geen PDPO II-steun meer uitbetaald aan eerder goedgekeurde dossiers. Doelbereik Tabel 44 zet per outputindicator de realisaties uit ten opzichte van de doelstellingen. Voor het (relatief) lage doelbereik van de outputindicatoren geldt de verklaring zoals toegelicht in hoofdstuk 6.6.
pagina 70 van 92
Tabel 44 Monitoring en doelbereik maatregel 123 Verhoging van de toegevoegde waarde van land- en tuinbouwproducten onder Health Check Indicator Aantal gesteunde bedrijven Totale investeringsvolume (euro)
Doel PDPO II 42 32.150.000
Realisatie 2009-2015 19 26.348.540
Realisatiepercentage 45% 82%
10.3 AS 2 Vlaanderen koos er binnen As 2 voor om op de Health Check-prioriteiten in te zetten door middel van een aantal bestaande agromilieumaatregelen en de toen nieuwe maatregel “verwarringstechniek in de pitfruitteelt”. In 2015 werden contracten en arealen uitbetaald die in 2014 of vroeger via de verzamelaanvraag werden aangevraagd.
10.3.1 Agromilieumaatregelen (maatregel 214) Outputindicatoren Vlaanderen zet door middel van een aantal agromilieumaatregelen in op de Europese prioriteiten klimaatverandering, waterbeheer en biodiversiteit. Aan de prioriteit klimaatverandering werden door Vlaanderen de agromilieumaatregelen vlinderbloemigen, BO water en BO erosiebestrijding toegewezen. De maatregelen BO kleine landschapselementen (poelen), en mechanische onkruidbestrijding worden verondersteld bij te dragen tot de prioriteit waterbeheer. Aan de prioriteit biodiversiteit wordt gewerkt via de maatregelen verwarringstechniek, BO perceelsrandenbeheer, BO soortenbescherming en BO kleine landschapselementen (niet-poelen). In totaal werd in 2015 3.432.515 euro steun gegeven aan 7.491 agromilieucontracten in het kader van het Health Checkprogramma (tabel 45). Het unieke areaal waarop in 2015 agromilieumaatregelen onder Health Check werden uitbetaald bedroeg 7.057 hectare. 1.527 unieke bedrijven hadden één of meerdere contracten lopen die in 2015 op Health Check budget werden uitbetaald. Tabel 45 Aantal uitbetaalde agromilieucontracten in kader van Health Check, 2015 Maatregel Mechanische onkruidbestrijding Vlinderbloemigen BO soortenbescherming BO erosiebestrijding BO kleine landschapselementen
Aantal uitbetaalde contracten 462 795 968 6 5.260
Doelbereik Tabel 46 zet de realisaties van de outputindicatoren uit ten opzichte van de doelstellingen. Tabel 46 Monitoring en doelbereik maatregel 214 Agromilieumaatregelen onder Health Check-programma Indicator Aantal unieke gesteunde bedrijven Totaal areaal (ha) Uniek areaal (ha) Aantal contracten
Doel PDPO II 2.084 18.283 16.820 3.920
Realisatie 2009-2015 4.702 35.138 26.183 6.542
Realisatiepercentage 226% 192% 156% 167%
De doelstellingen voor de outputindicatoren blijken niet goed ingeschat te zijn. Toch werden deze niet aangepast, omdat een passende inschatting niet mogelijk is gezien de uitvoeringswijze van deze maatregel. De contracten die met Health Check-budget worden uitbetaald, kunnen immers jaarlijks
pagina 71 van 92
variĂŤren. Aangezien het Health Check-budget ontoereikend is om alle betrokken agromilieumaatregelen te financieren, wordt pas bij de uitbetaling van de contracten beslist of hiervoor al dan niet Health Check-middelen worden gebruikt. Daarom is het niet mogelijk hiervan vooraf al een adequate inschatting te maken.
10.4 AS 3 Vlaanderen koos er binnen As 3 voor om in te zetten op de Health Check-prioriteiten via de bestaande maatregel “investeringen met betrekking tot diversificatie van landbouwactiviteiten�.
10.4.1 Investeringen met betrekking tot diversificatie van landbouwactiviteiten (maatregel 311) Outputindicatoren In 2015 zijn geen nieuwe diversificatiedossiers meer goedgekeurd binnen het Health Check-programma. Er werd 30.565 euro van het Health Check-budget uitgegeven aan dossiers die de vorige jaren werden goedgekeurd. Doelbereik Tabel 47 zet de realisaties van de outputindicatoren uit ten opzichte van de doelstellingen. Tabel 47 Monitoring en doelbereik maatregel 311 Investeringen met betrekking tot diversificatie van landbouwactiviteiten onder Health Check-programma Indicator Aantal begunstigden Totale investeringsvolume (euro)
pagina 72 van 92
Doel PDPO II 1.000 62.000.000
Realisatie 2009-2015 422 45.005.947
Realisatiepercentage 42% 73%
FIGUREN Figuur 1 Absolute en procentuele verdeling van de totale publieke uitgaven (euro) (inclusief topup en inclusief Health Check en Economisch Herstelplan) in 2015 over de vier assen en de technische bijstand van PDPO II ...................................................................................................................................... 22 Figuur 2 Absolute en procentuele verdeling van de totale publieke uitgaven (euro) (inclusief topup en inclusief Health Check en Economisch Herstelplan) in kalenderjaren 2007-2015 over de vier assen en de technische bijstand van PDPO II ............................................................................................................ 22 Figuur 3 Absolute en procentuele verdeling van de Europese uitgaven (euro) (inclusief Health Check en Economisch Herstelplan) in 2015 over de vier assen en de technische bijstand van PDPO II....................................................................................................................................................................................................... 23 Figuur 4 Absolute en procentuele verdeling van de Europese uitgaven (euro) (inclusief Health Check en Economisch Herstelplan) in kalenderjaren 2007-2015 over de vier assen en de technische bijstand van PDPO II .............................................................................................................................................................. 23 Figuur 5 Absolute en procentuele verdeling van de Europese uitgaven (euro) (exclusief Health Check en Economisch Herstelplan) in kalenderjaren 2007-2015 over de vier assen en de technische bijstand van PDPO II .............................................................................................................................................................. 24 Figuur 6 Absolute en procentuele verdeling van de totale publieke uitgaven (euro) (inclusief topup en inclusief Health Check en Economische Herstelplan, inclusief technische bijstand) in de periode 2007-2015 over de maatregelen van PDPO II (inclusief de uitdovende maatregelen) (Uitgaven lager dan 1% van het totaal werden samengebracht in de categorie “maatregelen < 1%�) (AMM = agromilieumaatregel, BO = beheerovereenkomst) .................................................................................. 25 Figuur 7 Absolute en procentuele verdeling van de totale publieke uitgaven (euro) (inclusief topup en inclusief Health Check en Economisch Herstelplan) in 2007-2015 over de maatregelen van As 1 (VLIF = Vlaams Landbouwinvesteringsfonds, BOB = Beschermde Oorsprongsbenaming, BGA = Beschermde Geografische Aanduiding, GTS = Gegarandeerde Traditionele Specialiteit)....................... 26 Figuur 8 Absolute en procentuele verdeling van de totale publieke uitgaven (euro) (inclusief topup en inclusief Health Check en Economisch Herstelplan) in 2007-2015 over de maatregelen van As 2, inclusief de uitdovende maatregelen (AMM = agromilieumaatregel, BO = beheerovereenkomst, KLE = kleine landschapselementen) ................................................................................................................................ 27 Figuur 9 Absolute en procentuele verdeling van de totale publieke uitgaven (euro) (inclusief topup en inclusief Health Check en Economisch Herstelplan) in 2007-2015 over de maatregelen binnen As 3, inclusief de uitdovende maatregelen ................................................................................................................. 28 Figuur 10 Absolute en procentuele verdeling van de totale publieke uitgaven (euro) (inclusief topup en inclusief Health Check en Economisch Herstelplan) in 2007-2015 over de maatregelen binnen As 4 ................................................................................................................................................................................................ 28 Figuur 11 Absoluut aantal en procentuele verdeling per landbouwsector van de in 2015 goedgekeurde vestigingsdossiers .................................................................................................................................... 38 Figuur 12 Absolute (euro) en procentuele verdeling per landbouwsector van de totale vestigingskosten van de in 2015 goedgekeurde vestigingsdossiers ................................................................. 38 Figuur 13 Absolute en procentuele verdeling van het aantal goedgekeurde investeringsdossiers over de verschillende bedrijfstypes, 2015 ..................................................................................................................... 41 Figuur 14 Absolute (euro) en procentuele verdeling van het investeringsvolume van de in 2015 goedgekeurde investeringsdossiers over de verschillende bedrijfstypes ...................................................... 41
pagina 73 van 92
Figuur 15 Evolutie van de gezamenlijke bruto toegevoegde waarde van agrovoedingsbedrijven gesteund door middel van maatregel 123 (Bron: AMS op basis van BelFirst) ............................................. 45 Figuur 16 Evolutie van het uitbetaalde areaal (ha) van maatregelen 212 en 213 (Vergoeding Natuur) tussen 2007 en 2015 .............................................................................................................................................. 48 Figuur 17 Absolute en procentuele verdeling van de overheidsuitgaven (euro) voor agromilieumaatregelen (2015)............................................................................................................................................ 50 Figuur 18 Oppervlakte (ha) van de verschillende agromilieumaatregelen in kalenderjaren 20072014, inclusief de uitdovende agromilieumaatregelen (exclusief kleine landschapselementen en hoogstamboomgaarden; verklaring zie tekst) ........................................................................................................... 52 Figuur 19 Oppervlakte (ha) van de verschillende agromilieumaatregelen in kalenderjaren 20072014, zonder de uitdovende maatregelen (exclusief kleine landschapselementen en hoogstamboomgaarden; verklaring zie tekst) ........................................................................................................... 53 Figuur 20 Absolute en procentuele verdeling van het aantal in 2015 goedgekeurde dossiers over de verschillende categorieĂŤn van diversificatie ........................................................................................................ 60 Figuur 21 Absolute en procentuele verdeling van de subsidiabele investeringskost (euro) van de in 2015 goedgekeurde dossiers over de verschillende categorieĂŤn van diversificatie ................................. 60 Figuur 22 Absolute en procentuele verdeling van de unieke deelnemers aan alle beĂŤindigde projecten van intermediaire dienstverlening volgens type actor (2007-2015) ........................................... 65 Figuur 23 Absoluut aantal en procentuele verdeling van de activiteiten rond Werking Plaatselijke Groepen per categorie in 2015 .......................................................................................................................................... 69
pagina 74 van 92
TABELLEN Tabel 1 Overzicht betalingen technische bijstand PDPO II 2015.......................................................................... 14 Tabel 2 Publieke (Europese + Vlaamse) uitgaven 2007-2015 per as, inclusief top-up, Health Check en Economisch Herstelplan ........................................................................................................................................................ 21 Tabel 3 Overzicht van de uitgaven (euro) in de periode 2007-2015 in verhouding tot de vooropgestelde uitgaven voor de programmaperiode PDPO II. Top-up is niet opgenomen. De bestede en geplande overheidsuitgaven zijn inclusief Health Check en Economisch Herstelplan. ... 29 Tabel 4 Overzicht afwijkingen werkelijke uitgaven en uitgaven betaalorgaan in 2015 ......................... 31 Tabel 5 Overzicht van de top-up overheidsuitgaven, inclusief binnen Health Check en Economisch Herstelplan .................................................................................................................................................................................. 31 Tabel 6 Overzicht van de uitgaven (euro) binnen het Health Check-programma en het Economisch Herstelplan in de periode 2010-2015 in verhouding tot de vooropgestelde uitgaven. Top-up is niet meegenomen. ............................................................................................................................................................................ 32 Tabel 7 Overzicht van de top-up uitgaven binnen het Health Check-programma en het Economisch Herstelplan in 2010-2015 ............................................................................................................................. 32 Tabel 8 Aantal deelnemers, aantal vormingsdagen en overheidsuitgaven voor cursussen en stages in 2015........................................................................................................................................................................................... 34 Tabel 9 Leeftijd en geslacht van (unieke) deelnemers aan cursussen en stages, 2007-2015 ................. 35 Tabel 10 Aantal deelnemers, aantal vormingsdagen en overheidsuitgaven voor korte vorming in 2015 ................................................................................................................................................................................................ 35 Tabel 11 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren maatregel 111-A Opleiding ......... 36 Tabel 12 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren maatregel 111-C Sensibiliseringsprojecten duurzame landbouw ........................................................................................................ 37 Tabel 13 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren maatregel 112 Vestigingssteun 39 Tabel 14 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicator maatregel 114 Bedrijfsadviessysteem ........................................................................................................................................................... 40 Tabel 15 Lijst van investeringen die beschouwd worden als nieuwe techniek of nieuw product ... 42 Tabel 16 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren maatregel 121 Investeringen in landbouwbedrijven................................................................................................................................................................ 44 Tabel 17 Monitoring en doelbereik maatregel 123A Verhoging van de toegevoegde waarde van land- en bosbouwproducten ............................................................................................................................................. 45 Tabel 18 Monitoring en doelbereik maatregel 132 Deelname door landbouwers aan voedselkwaliteitsregelingen ............................................................................................................................................... 46 Tabel 19 Monitoring en doelbereik maatregel 133 Voorlichting en afzetbevordering van Vlaamse producten erkend als BOB/BGA/GTS ............................................................................................................................. 47 Tabel 20 Monitoring en doelbereik outputindicatoren maatregel 212/213 Vergoeding Natuur (PDPO I en PDPO II samen, gebaseerd op uitbetaling volgens budgetposten) .......................................................... 49 Tabel 21 Monitoring en doelbereik resultaatindicatoren maatregel 212 Vergoeding Natuur buiten Natura 2000-gebied (gebaseerd op GIS-analyse) ...................................................................................................... 49 Tabel 22 Monitoring en doelbereik resultaatindicatoren maatregel 213 Vergoeding Natuur binnen Natura 2000 (gebaseerd op GIS-analyse)...................................................................................................................... 49 Tabel 23 Monitoring en doelbereik outputindicatoren maatregel 214 Agromilieumaatregelen ......... 54 Tabel 24 Monitoring en doelbereik resultaatindicatoren maatregel 214 Agromilieumaatregelen ..... 55
pagina 75 van 92
Tabel 25 Monitoring en doelbereik outputindicatoren maatregel 216 Inrichtingsmaatregelen door landbouwers in het kader van kaderrichtlijn water ............................................................................................. 55 Tabel 26 Monitoring en doelbereik resultaatindicatoren maatregel 216 Inrichtingsmaatregelen door landbouwers in het kader van kaderrichtlijn water ............................................................................................. 55 Tabel 27 Monitoring en doelbereik outputindicatoren maatregel 221 Bebossing van landbouwgrond (PDPO II) ................................................................................................................................................... 56 Tabel 28 Monitoring en doelbereik resultaatindicatoren maatregel 221 Bebossing van landbouwgrond ....................................................................................................................................................................... 57 Tabel 29 Monitoring en doelbereik outputindicatoren maatregel 222 Eerste totstandbrenging van boslandbouwsystemen op landbouwgrond .............................................................................................................. 57 Tabel 30 Monitoring en doelbereik resultaatindicatoren maatregel 222 Eerste totstandbrenging van boslandbouwsystemen ............................................................................................................................................... 57 Tabel 31 Monitoring en doelbereik outputindicatoren maatregel 227 Niet-productieve investeringen in bossen........................................................................................................................................................ 58 Tabel 32 Monitoring en doelbereik resultaatindicatoren maatregel 227 Niet-productieve investeringen............................................................................................................................................................................. 58 Tabel 33 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren van maatregel 311 Investeringen met betrekking tot diversificatie van landbouwactiviteiten ................................................. 61 Tabel 34 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren van maatregel 313 Bevordering van toeristische activiteiten............................................................................................................................................... 62 Tabel 35 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren van maatregel 321 Basisvoorzieningen voor de economie en plattelandsbevolking (exclusief submaatregel 321B) ........ 63 Tabel 36 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren van maatregel 321B Ontwikkeling van de paardenhouderij als economische drager op het platteland ................................ 63 Tabel 37 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren van maatregel 322 Dorpskernvernieuwing en -ontwikkeling .................................................................................................................... 63 Tabel 38 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren van maatregel 323 Instandhouding en opwaardering landelijk erfgoed (323A en 323B).............................................................. 64 Tabel 39 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren van maatregel 331 Intermediaire dienstverlening (exclusief submaatregel 331B) ............................................................................. 65 Tabel 40 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren van maatregel 413 Lokale ontwikkelingsstrategieĂŤn leefkwaliteit / diversificatie ......................................................................................... 66 Tabel 41 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren van maatregel 421 Samenwerkingsprojecten met andere plattelandsgebieden ............................................................................... 67 Tabel 42 Monitoring en doelbereik output- en resultaatindicatoren van maatregel 431 Werking Plaatselijke Groepen............................................................................................................................................................... 68 Tabel 43 Monitoring en doelbereik maatregel 121 Investeringen in landbouwbedrijven onder Health Check.............................................................................................................................................................................. 70 Tabel 44 Monitoring en doelbereik maatregel 123 Verhoging van de toegevoegde waarde van land- en tuinbouwproducten onder Health Check .................................................................................................. 71 Tabel 45 Aantal uitbetaalde agromilieucontracten in kader van Health Check, 2015 .............................. 71 Tabel 46 Monitoring en doelbereik maatregel 214 Agromilieumaatregelen onder Health Checkprogramma ................................................................................................................................................................................. 71 Tabel 47 Monitoring en doelbereik maatregel 311 Investeringen met betrekking tot diversificatie van landbouwactiviteiten onder Health Check-programma .............................................................................. 72
pagina 76 van 92
BRONNEN Departement Landbouw en Visserij (2008) Programma voor Plattelandsontwikkeling in Vlaanderen (PDPO), 2007-2013 www.vlaanderen.be/pdpo . Dumez L. & Van Zeebroeck M. (2011) Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling 2007-2013, Jaarverslag 2010, Departement Landbouw en Visserij, afdeling Monitoring en Studie, Brussel. Dumez L. & Van Zeebroeck M. (2012) Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling 2007-2013, Jaarverslag 2011, Departement Landbouw en Visserij, afdeling Monitoring en Studie, Brussel. Dumez L. & Van Zeebroeck M. (2013) Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling 2007-2013, Jaarverslag 2012, Departement Landbouw en Visserij, afdeling Monitoring en Studie, Brussel. Dumez L. (2014) Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling 2007-2013, Jaarverslag 2013, Departement Landbouw en Visserij, afdeling Monitoring en Studie, Brussel. Dumze L. (2015) Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling 2007-2013, Jaarverslag 2014, Departement Landbouw en Visserij, afdeling Monitoring en Studie, Brussel. European Commission (2009) Common indicators for monitoring and evaluation of rural development programmes 2007-2013. Part I: Explanatory guidelines; Part II: Common indicator tables. Europese Commissie (2006) Handboek voor een gemeenschappelijk toezicht- en evaluatiekader. Richtsnoer en bijlagen http://ec.europa.eu/agriculture/rurdev/eval/index_en.htm. IDEA Consult, UGent, Soresma & VUB (2010) Mid term evaluatie van het Vlaams Programadocument voor Plattelandsontwikkeling 2007-2013, Brussel www.vlaanderen.be/pdpo. Strategisch Monitoringsrapport voor BelgiĂŤ, 2012 www.vlaanderen.be/pdpo. Strategisch Monitoringsrapport voor BelgiĂŤ, 2014 www.vlaanderen.be/pdpo. Van Zeebroeck M., Carels K. & Samborski V. (2008) Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling 2007-2013, Jaarverslag 2007, Departement Landbouw en Visserij, afdeling Monitoring en Studie, Brussel. Van Zeebroeck M., Carels K. & Samborski V. (2009) Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling 2007-2013, Jaarverslag 2008, Departement Landbouw en Visserij, afdeling Monitoring en Studie, Brussel. Van Zeebroeck M. & Maertens E. (2010) Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling 2007-2013, Jaarverslag 2009, Departement Landbouw en Visserij, afdeling Monitoring en Studie, Brussel.
pagina 77 van 92
AFKORTINGEN AEA ALBON AMM AMS ANB BAS BGA BO BOB BrTW CCEP EENRD EFMZV EFRO ELFPO ENRD ESF EU FADN FOD GIS GLB GPS GTEK GTS GVE Ha HNVF ICT INBO IPM KMO LAG LEADER LFA LMN MAP NA NP PDPO PG PMC SFC VEN VLIF VLM VMM VTE WKK
ammoniakemissiearm afdeling land- en bodembescherming, ondergrond, natuurlijke rijkdommen agromilieumaatregel afdeling Monitoring en Studie agentschap Natuur en Bos bedrijfsadviessysteem beschermde geografische oorsprong beheerovereenkomst beschermde oorsprongsbenaming bruto toegevoegde waarde Coördinerende Cel Europees Plattelandsbeleid European Evaluation Network for Rural Development Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling European Network for Rural Development Europees Sociaal Fonds Europese Unie Farm Accountancy Data Network Federale Overheidsdienst geografisch informatiesysteem Gemeenschappelijk Landbouwbeleid global positioning system gemeenschappelijk toezichts- en evaluatiekader gegarandeerde traditionele specialiteit grootvee-eenheid hectare high nature value farming information and communications technology Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek geïntegreerde productiemethode kleine en middelgrote ondernemingen lokale actiegroep Liaisons entre actions de développement de l’Economie Rurale Less favoured areas Landbouwmonitoringsnetwerk mestactieplan not available not applicable Programmeringsdocument voor Plattelandsontwikkeling Plaatselijke Groep provinciaal management comité structural funds common system Vlaams ecologisch netwerk Vlaams landbouwinvesteringsfonds Vlaamse Landmaatschappij Vlaamse Milieumaatschappij Voltijds equivalent warmtekrachtkoppeling
pagina 78 van 92
CONTACTPERSONEN CoĂśrdinerende Cel Europees Plattelandsbeleid (CCEP) Els Soenen Belinda Cloet Kristien Reyns Vlaams Betaalorgaan Kris Heyse Leden van het UitvoeringscomitĂŠ PDPO II
Stemgerechtigde effectieve leden Jules Van Liefferinghe (voorzitter) Belinda Cloet Els Soenen Anja Bockstal Katrien Nijs Jean Steenberghen Daniel De Laender Els Lapage Bert Van Wambeke Nadine Vantomme Tom Neels
Stemgerechtigde plaatsvervangende leden Kristien Reyns Katleen Butaye Yasmine Delaedt Maxime Bolle Johan De Schrijver Evelien Decuypere Anneleen Vandenberghe Davy De Dobbeleer Nele Hardies
Bijkomende effectieve leden Linn Dumez Dirk Van Gijseghem Kris Heyse Ariane Vandensteen Lieve Vleurick
pagina 79 van 92
Bijkomende plaatsvervangende leden Tim Ampe Alexander Spriet Anita Dumon Afdeling Monitoring en Studie Dirk Van Gijseghem Linn Dumez
pagina 80 van 92
BIJLAGEN BIJLAGE 1: LIJST AANGEPASTE STREEFDOELEN Monitoringjaar vaststelling probleem streefdoel
Maatregelnummer
Oorspronkelijke waarden
2007
111A
1) Totaal aantal dagen 1) 519.750 opleiding: 32.669 2) 34.000 2) Aantal unieke deelnemers die succesvol een opleiding gevolgd hebben: 28.000
1) Er werd bij opmaak target niet vermenigvuldigd met het aantal deelnemers.
1) Aantal unieke 1) 14 deelnemers: 490 2) 14 2) Totaal aantal dagen 3) 14 opleiding voor alle deelnemers: 420
Targets moeten aangepast worden daar maatregel in uiteindelijk programmadocument een uitdovend karakter heeft gekregen.
2007
111D
3) Aantal deelnemers succesvol opleiding hebben= 3
unieke die een gevolgd
Nieuwe waarden
Verantwoording
2) Slaagpercentage voor korte vorming 100% (geleerde vaardigheden in praktijk brengen) i.p.v 80%.
2007
114
Aantal gesteunde 18.634 landbouwers: 11.900
De beheersdienst heeft vastgesteld dat de target van 11.900 gesteunde landbouwers enkel slaat op de bedrijfsadviessystemen conform EG 1782/2003 en niet op de landbouwers die uitbetaald worden voor de milieumodule en bedrijfsleidingadvies. Om deze reden werd een nieuwe target voor het “aantal gesteunde landbouwers� voorgesteld, die bestaat uit de som van de target voor bedrijfsadviessystemen (11.900), bedrijfsleidingadvies (2.367) en milieumodule (4.367): 18.634.
2008
111A
Aantal deelnemers 1.200.000 (niet-uniek): NA
Doelstelling werd bepaald op basis gegevens 2007-2008.
2008
111C
Aantal deelnemers 106.000 (niet-uniek): NA
Doelstelling werd bepaald op basis gegevens 2007-2008.
2008
111D
Aantal deelnemers 17 (niet-uniek): NA
Doelstelling werd bepaald op basis gegevens 2007-2008.
2008
121
Stijging bruto 10% toegevoegde waarde: 0%
Deze nieuwe inschatting is gebaseerd op FADN data van de periode 2000-2006.
2008
123A
Stijging van de bruto 155.000.000 toegevoegde waarde: euro 20 %
Deze doelstelling is tot stand gekomen op basis van informatie aangaande BrTW van agrovoedingsbedrijven die steun gekregen hebben tijdens PDPO 2000-2006 (zie ex post evaluatie PDPO 20002006) te koppelen aan de outputindicatoren voor maatregel 123 voor PDPO 2007-2013.
2008
123A
Totale investeringsvolume: 1.015.000.000
414.000.000 euro
Oorspronkelijke target werd opgemaakt op basis van een onrealistisch ingeschat budget.
2008
132
Waarde van de 344.000.000 landbouwproductie euro onder kwaliteitslabel: 2,5% stijging per jaar
Omzet bio-sector (zonder producenten en import): 289,3 miljoen euro in 2006. Stijging van 2,5% per jaar, dus omzet eind 2013: 344 miljoen euro.
pagina 82 van 92
2008
214K
Totale areaal dat 243 ha agromilieusteun ontvangt: 13.977 ha
Vanaf M2008 is het niet meer mogelijk het areaal kleine landschapselementen te koppelen aan de percelen. De nieuwe doelstelling geeft enkel de oppervlakte van de kleine landschapselementen op zich aan.
2008
214P
1) Totale areaal dat 1) 1.600 ha agromilieusteun 2) 664 ontvangt: 203 ha
De doelstellingen van subpakket “beweiding zonder beperking van weidedatum” (BO Natuur) werden toegevoegd
2) Aantal contracten: 74 2008
311
Stijging niet- 10% landbouw bruto toegevoegde waarde: 0%
Deze nieuwe inschatting is gebaseerd op FADN data van de periode 2000-2006.
2008
321
1) Bevolking die 1) 60.000 voordeel haalt uit een 2) 2000 verbeterde dienstverlening: NA
Schatting op basis van preliminaire gegevens M2007 en M2008.
2) Bevolking toegang tot internet: NA 2008
331
Aantal deelnemers die 500 succesvol een trainingssessie beëindigd hebben: NA
Schatting op basis van preliminaire gegevens M2007 en M2008.
2008
413
Aantal begunstigden: 700 200.000
Verkeerde interpretatie van begunstigden bij opstelling target
2008
431
Aantal gesteunde 1.700 acties: 250
Te enge interpretatie van het aantal acties bij het opstellen van de target
2011
212
Area under successful 2.445,3 ha
Oorspronkelijk stond er verkeerdelijk “0” als streefwaarde. Nu
pagina 83 van 92
2011
313
land management contributing to bio diversity and high nature value farming/forestry: 0 ha
bijgesteld op basis van de streefwaarde voor de outputindicator.
1) Aantal gesteunde 1) 55 nieuwe toeristische 2) 181.000 acties: 182
Geen goede inschatting (gebaseerd op cijfers uit monitoringjaar 2007)
2) Bijkomend aantal toeristische bezoeken: 16.000 2011
321
1) Aantal gesteunde 1) 46 acties: 147 2) 10.400 2) Toename van het 3) 1.340.000 internetgebruik in ruraal gebied: 2.000
Geen goede inschatting (gebaseerd op cijfers uit monitoringjaar 2007)
3) Aantal inwoners in ruraal gebied die van de basisvoorziening genieten: 60.000 2011
331
1) Aantal deelnemende 1) 78.800 economische actoren 2) 64.000 aan gesteunde activiteiten (niet- 3) 81.500 uniek): 70 2) Aantal dagen opleiding voor alle deelnemers: 210 3) Aantal unieke deelnemers die met
pagina 84 van 92
Verkeerde interpretatie van de indicatoren bij het opstellen van de targets
vrucht de opleidingsactiviteit volbrachten: 500 2012
121
Investeringsvolume: 1.295.000.000 euro
1.500.000.000 euro
Wijziging van het financieel plan + gemiddeld investeringsvolume per dossier dan aanvankelijk ingeschat
hoger
2012
123-A
Investeringsvolume: 335.000.000 euro
225.000.000 euro
Wijziging financieel plan omdat voorziene budget te hoog was ingeschat, onder andere als gevolg van de financieel-economische crisis
Aantal begunstigden: 200 250 2012
311
Investeringsvolume: 100.000.000 euro
110.000.000 euro Wijziging van het financieel plan + gemiddeld investeringsvolume per dossier dan aanvankelijk ingeschat
2013
212
1)
1) 1.000 ha 2) 1.500 ha
Bijstelling streefwaarden in functie van de werkelijke realisaties van de maatregel
2013
216
1) 7 2) 411.970 euro
De streefwaarden zijn bijgesteld in functie van de werkelijke realisaties. De begunstigden zijn waterbeheerders of lokale/regionale landbouworganisaties. Bij de oorspronkelijke inschatting van het aantal begunstigden werden ook individuele landbouwers meegeteld. Individuele landbouwers zijn wel betrokken, maar worden nu niet meegeteld als begunstigde.
2013
222
Totaal aantal begunstigden: 2.482 ha 2) Totaal areaal dat steun ontvangt: 5.148 ha 1) Totaal aantal begunstigden: 1.200 2) Totaal investeringsvolum e: 560.064 euro 1)
Totaal aantal 1) 20 begunstigden: 75 2) 35 ha 2) Totaal areaal dat steun ontvangt: 250 ha
hoger
Bijstelling streefwaarden in functie van de werkelijke realisaties van de maatregel
pagina 85 van 92
2013
313
2013
321A
1)
Aantal gesteunde 1) 60 nieuwe 2) 11.000.000 toeristische acties: euro 55 2) Totaal investeringsvolum e: 8.190.000 euro Totaal 9.000.000 euro investeringsvolume: 14.700.000 euro
Bij opmaak van het programma kon niet voorzien worden welke maatregelen van As 3 gebiedsgerichte werking de meeste, kwaliteitsvolle projecten zouden opleveren. Nu worden de streefwaarden bijgesteld op basis van de opgedane ervaring.
Bij opmaak van het programma kon niet voorzien worden welke maatregelen van As 3 gebiedsgerichte werking de meeste, kwaliteitsvolle projecten zouden opleveren. Nu worden de streefwaarden bijgesteld op basis van de opgedane ervaring. Het investeringsvolume voor maatregel 321 is bij het begin overschat, omdat er initieel is van uitgegaan dat heel wat projecten met een verlaagd cofinancieringspercentage zouden worden uitgevoerd. Bijvoorbeeld 30% ipv 65% subsidie. Tijdens de looptijd is gebleken dat iedere provincie voor deze maatregel een cofinancieringspercentage van 65 % heeft toegepast en daardoor is het investeringsvolume te hoog ingeschat geweest bij deze maatregel.
2013
321B
2013
322
2013
323A
pagina 86 van 92
1)
Aantal gesteunde acties: 10 2) Totaal investeringsvolum e: 1.410.000 euro 1) Aantal dorpen waar acties plaatsvinden: 112 2) Totaal investeringsvolum e: 15.225.000 euro 1) Aantal gesteunde acties: 182 2) Totaal investeringsvolum
1) 10 2) 30.000 euro
Bij opmaak van het programma kon niet voorzien worden welke maatregelen van As 3 gebiedsgerichte werking de meeste, kwaliteitsvolle projecten zouden opleveren. Nu worden de streefwaarden bijgesteld op basis van de opgedane ervaring.
1) 60 2) 17.500.000 euro
Bij opmaak van het programma kon niet voorzien worden welke maatregelen van As 3 gebiedsgerichte werking de meeste, kwaliteitsvolle projecten zouden opleveren. Nu worden de streefwaarden bijgesteld op basis van de opgedane ervaring.
1) 82 2) 12.000.000 euro
Bij opmaak van het programma kon niet voorzien worden welke maatregelen van As 3 gebiedsgerichte werking de meeste, kwaliteitsvolle projecten zouden opleveren. Nu worden de
e: 5.460.000 euro
streefwaarden bijgesteld op basis van de opgedane ervaring. Bij deze maatregel zijn er heel wat grote projecten ingediend, die maar voor een klein onderdeel cofinanciering hebben aangevraagd. Daardoor is de initiĂŤle inschatting van het investeringsvolume bij de opmaak van PDPO II te laag geweest.
2013
331B
1) 2)
2013
413
1) 2)
2014
111A
1)
2) 3) 4)
Aantal gesteunde acties: 30 Totaal investeringsvolum e: 90.000 euro Aantal projecten gesteund door de PG’s: 500 Aantal gesteunde begunstigden: 700 Aantal unieke deelnemers aan opleidingen: 35.000 Aantal deelnemers aan opleidingen: 1.200.000 Totaal aantal dagen opleiding: 519.750 Aantal unieke deelnemers die succesvol een opleiding hebben gevolgd: 34.000
1) 1 2) 30.000 euro
Bij opmaak van het programma kon niet voorzien worden welke maatregelen van As 3 gebiedsgerichte werking de meeste, kwaliteitsvolle projecten zouden opleveren. Nu worden de streefwaarden bijgesteld op basis van de opgedane ervaring.
1) 550 2) 850
Het budget voor deze maatregel wordt verhoogd.
1) 2) 3) 4)
De maatregel heeft extra budget gekregen om extra verbintenissen aan te gaan.
41.800 1.358.000 582.660 40.500
pagina 87 van 92
BIJLAGE 2: TIJDSREEKSEN AGROMILIEUMAATREGELEN Tabel A: Oppervlakte van de verschillende agromilieumaatregelen, Vlaanderen, 2000-2015, hectare AREAAL (ha)
2000
2001
2002
2003
2004
2005
2006
2007
2008
2009
2010
2011
2012
2013
2014
2015
Mechanische onkruidbestrijding
151
1.298
2.033
2.627
4.966
5.973
6.207
6.191
5.969
4.616
3.931
3.877
3.485
3.170
2.803
0
Verwarringstechniek
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
7.485
7.866
8.006
8.145
8.105
0
Hoogstamboomgaarden
0
0
0
0
0
232
388
482
567
649
646
677
1.278
1.068
892
0
Vlinderbloemigen
0
0
0
0
1.057
3.018
4.766
5.751
6.472
5.902
5.364
5.057
4.660
4.462
4.261
0
375
344
668
767
748
748
1.102
920
965
1.133
1.232
1.192
1.264
1.331
1.219
0
1.350
1.584
1.839
2.861
2.735
2.689
2.645
2.704
2.674
2.795
3.270
3.569
3.943
4.099
3.998
0
BO perceelsrandenbeheer
35
89
210
308
370
530
1.222
1.204
1.280
1.395
1.266
653
1.192
1.245
1.205
0
BO soortenbescherming
165
251
443
499
620
816
961
732
728
774
601
953
1.213
1.293
1.264
0
0
0
0
0
0
920
1.736
2.091
2.469
3.241
3.427
3.455
4.797
5.051
3.785
0
17.526
29.665
32.019
30.709
27.210
27.800
29.300
29.384
28.385
28.135
28.013
22.847
16.875
17.900
17.140
0
426
1.183
4.437
5.602
6.486
7.158
7.392
4.634
118
129
124
120
163
180
170
0
5.655
27.132
34.330
39.582
68.275
72.103
78.031
75.958
71.339
16.096
5.323
0
0
0
0
0
5.157
8.478
9.408
10.058
6.749
4.941
888
396
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
17
81
203
201
197
197
156
0
0
0
0
0
1.372
1.597
1.726
1.934
2.130
2.628
1.397
1.403
1.216
987
869
0
0
0
0
0
Steun biovarkens
0
0
6
6
6
6
6
6
0
0
0
0
0
0
0
0
TOTAAL AREAAL
32.212
71.621
87.119
94.953
121.369
129.643
136.244
132.057
122.379
66.049
61.707
50.266
46.876
47.944
44.842
0
RAMING UNIEK AREAAL
29.554
65.711
79.930
87.117
111.354
118.945
125.001
121.513
119.555
64.898
60.085
50.066
46.968
47.114
44.269
0
Milieuvriendelijke sierteelt Hectaresteun bio-landbouw
BO erosiebestrijding BO water BO kleine landschapselementen Groenbedekking Hectaresteun geĂŻntegreerd pitfruit BO botanisch beheer BO natuur
pagina 88 van 92
Tabel B: Aantal lopende contracten van de verschillende agromilieumaatregelen, Vlaanderen, 2000-2015 AANTAL LOPENDE CONTRACTEN
2000
2001
2002
2003
2004
2005
2006
2007
2008
2009
2010
2011
2012
2013
2014
2015
Mechanische onkruidbestrijding
22
177
298
424
892
989
1.068
1.365
1.422
980
862
807
692
634
538
0
Verwarringstechniek
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
586
611
610
589
575
0
Hoogstamboomgaarden
0
0
0
0
0
515
854
1.133
1.385
1.641
1.694
1.494
1.363
1.350
1.068
0
Lokale veerassen
321
443
533
550
332
390
267
285
266
276
292
292
260
267
230
0
Vlinderbloemigen
0
0
0
0
379
1.005
1.594
1.894
2.053
1.780
1.378
1.007
924
875
795
0
Milieuvriendelijke sierteelt
90
71
109
131
107
107
134
127
144
139
150
139
140
138
127
0
Hectaresteun biolandbouw
88
100
101
175
173
173
174
205
201
208
223
239
278
283
297
0
BO perceelsrandenbeheer
51
141
280
446
430
715
1.130
871
1.068
1.153
1.162
863
1.217
1.248
1.218
0
BO soortenbescherming
28
46
94
114
123
190
163
128
128
171
228
349
445
485
469
0
BO erosiebestrijding
0
0
0
0
0
127
579
486
608
788
855
710
905
959
923
0
1.551
3.077
3.385
3.429
3.260
3.760
2.048
1.707
1.609
1.726
1.522
1.204
911
949
931
0
BO kleine landschapselementen
71
186
415
607
664
916
914
713
946
1.171
1.303
1.410
1.733
1.894
1.800
0
Groenbedekking Hectaresteun geĂŻntegreerd pitfruit
971
3.310
4.238
3.906
7.534
7.910
8.378
8.211
7.929
1.995
731
0
0
0
0
0
336
599
656
715
473
344
87
46
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
10
33
76
73
71
71
50
0
0
0
0
0
590
731
789
874
929
1.150
588
521
449
400
355
0
0
0
0
0
0
0
2
2
2
2
2
2
0
0
0
0
0
0
0
0
4.119
8.881
10.900
11.373
15.308
18.326
18.056
17.767
18.279
12.499
11.391
9.125
9.478
9.671
8.971
0
BO water
BO botanisch beheer BO natuur Steun biovarkens TOTAAL AANTAL CONTRACTEN
pagina 89 van 92
Tabel C: Overheidsuitgaven voor de verschillende agromilieumaatregelen in kalenderjaren 2007-2015, Vlaanderen, euro TOTALE UITGAVEN (euro) Mechanische onkruidbestrijding Verwarringstechniek Hoogstamboomgaarden/lokale veerassen Vlinderbloemigen Milieuvriendelijke sierteelt
2007
2008
2009
2010
2011
2012
2013
2014
2015
640.001
868.509
891.320
844.631
842.121
854.349
650.437
666.554
585.468
0
0
0
0
1.843.797
1.846.731
1.884.212
1.891.600
-17.227
447.204
475.925
475.324
573.694
527.938
577.763
578.100
622.092
59.145
2.676.688
2.869.552
2.920.275
2.415.314
1.755.572
1.289.210
1.156.926
1.102.550
1.066.129
0
502.253
248.796
278.323
250.662
236.369
262.747
212.688
22.978
Hectaresteun biolandbouw
737.049
700.457
656.181
702.601
907.367
956.861
986.462
1.036.648
-14.225
BO perceelsrandenbeheer
1.135.059
1.788.610
2.428.095
1.865.143
2.092.491
976.696
1.751.109
1.810.077
-15.847
BO soortenbescherming
188.506
170.941
168.786
192.333
295.680
756.697
988.595
1.172.045
800.984
BO erosiebestrijding
592.251
755.311
1.013.522
1.064.526
1.054.064
959.951
1.146.493
1.272.284
122.305
9.080.486
11.280.901
13.408.873
11.159.394
9.767.822
7.182.466
6.373.206
6.582.803
-42.465
204.183
209.573
401.153
507.498
791.978
1.018.697
1.277.881
1.450.011
1.386.893
3.770.582
3.676.221
3.444.518
778.750
232.441
-3.827
1.026
-490
-22,46
Hectaresteun geĂŻntegreerd pitfruit
84.596
27.514
0
0
0
0
0
0
0
BO botanisch beheer incl BO natuur
BO water BO Kleine landschapselementen Groenbedekking
364.879
545.240
665.790
398.179
196.861
-987
1.190
-1.768
0
Steun biovarkens
4.974
0
0
0
0
0
0
0
0
TOTALE UITGAVEN
19.926.458
23.871.007
26.722.634
20.780.385
20.558.795
16.650.976
17.053.954
17.817.093
3.954.114
pagina 90 van 92
BIJLAGE 3: INDICATORENTABELLEN
pagina 91 van 92
BIJLAGE 4: BEREKENING RESULTAATINDICATOREN AGROMILIEUMAATREGELEN Tabel: Bijdrage van de arealen agromilieumaatregelen tot de verschillende milieudoelen. Bij sterke bijdrage tot het milieudoel wordt de totale oppervlakte onder de agromilieumaatregel gerekend, bij matige bijdrage wordt de helft van de oppervlakte mee geteld. Biodiversiteit
Mechanische onkruidbestrijding Verwarringstechniek Hoogstamboomgaarden Lokale veerassen Vlinderbloemigen Milieuvriendelijke sierteelt Hectaresteun biolandbouw BO Perceelsrandenbeheer BO Soortenbescherming BO Erosiebestrijding BO Water BO Kleine Landschapselementen Groenbedekking BO Botanisch beheer BO Natuur
pagina 92 van 92
0 0,5 1 0 0,5 0 0,5 1 1 0 0 0,5 0 1 1
Waterkwaliteit
1 1 0 0 0,5 1 1 1 0 0,5 1 0 1,0 0 0
Klimaatverandering
0 0 0 0 0,5 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Bodemkwaliteit
1 0 0 0 1 0,5 1 0 0 1 0,5 0 1 0 0
Vermijden marginalisering gronden 0 0 0 0 0,5 0 0 1 0,5 0 0 1 0,5 0,5 0,5
van van