Verrekijker Een uitgave van de Vlaamse Milieumaatschappij – DECEMBER 2006
Dossier de waterbeheerplannen
MIRA-T: de hete hangijzers van ons milieu Fijn stof maakt kunstwerken grauw Isoleer voor een warme winter
Water
ook voor later
Inhoud Vooruitkijken
3
Mira-t neemt milieuthema’s onder de loep
4
De Milieuwerker: Het bos door de bomen
9
Reach: Europa beheert chemische stoffen
10
Lastige Vragen aan schrijfster Kristien Hemmerechts
13
Fijn stof bedreigt cultureel erfgoed
14
Dossier de waterbeheerplannen
Vlaanderen uitgedaagd
17
Een kwestie van waterbeheer
18
Wat denkt u ervan?
22
Hydromorfologie: de waterloop herstellen
24
Elk bekken een overstromingsvoorspeller
28
Grondwater: peilen in de diepte
30
Strengere controle op de afvalwaterzuivering
33
Isolatie houdt energiegebruik binnen de perken
36
Goeie Vraag! Hemel- en afvalwater scheiden / Geen heffingsbiljet?
38
VMM Update
39
www.vmm.be
Vooruitkijken De publicatie van het decreet Integraal Waterbeleid in 2003 betekende een mijlpaal voor het waterbeleid in Vlaanderen. Voor het eerst was er sprake van een doorgedreven integrale benadering: het watersysteem werd als een ondeelbaar geheel behandeld. Het decreet heeft een heel nieuwe dynamiek aan het waterbeleid gegeven en de samenwerking tussen de betrokkenen duidelijk versterkt. De voorbije jaren is hard gewerkt aan verschillende waterbeheerplannen. Die maken duidelijk hoe de overheid de waterproblematiek de komende jaren wil aanpakken. De waterbeheerplannen zijn niet alleen een zaak van de overheid. Ook u, de burger, bent betrokken partij. U gebruikt het water voor recreatie, u hebt baat bij een goed overstromingenbeleid, u betaalt mee voor de zuivering van uw afvalwater: het lijstje is oneindig. Vandaag krijgt u de kans om uw zeg te doen over het integraal waterbeleid en -beheer in Vlaanderen. De plannen worden immers aan u voorgelegd via een openbaar onderzoek. In het dossier van deze Verrekijker gaan we daar dieper op in. Voorts vindt u in dit nummer nog heel wat interessant leesvoer: hoe doet een moderne boswachter zijn werk, en wat heeft Breughel met luchtkwaliteit te maken? Dat en veel meer leest u op de volgende pagina’s. Veel leesplezier
Frank Van Sevencoten, Administrateur-generaal
Mira-t neemt milieuthema’s onder de loep
Het milieu becijferd Zopas werd editie 2006 van het milieurapport mira-t plechtig overhandigd aan de Vlaamse minister van Leefmilieu Kris Peeters. Het jaarlijkse rapport schetst een toestand van het leefmilieu in Vlaanderen en geeft een aantal duidelijke voorzetten aan het beleid. ‘Wij gaan prat op onze wetenschappelijke onafhankelijkheid’, zegt mira-coördinator Marleen Van Steertegem. Ook al is dat geen sinecure.
O
ok ministers maken goede voornemens. Met het nieuwe
jaar in het verschiet, heeft de Vlaamse minister van Leefmilieu aan het nieuwe milieurapport mira-t alvast een
vette kluif. ‘Nochtans zet mira-t geen beleidslijnen uit’,
zegt Marleen Van Steertegem, projectleider van het mira-team binnen de vmm. ‘Het is een beschrijving van de verstoringsketens in het milieu, van oorzaak tot gevolg. We schetsen de toestand van het milieu in zijn breedste vorm, en dat doen we al sinds ’94. Alle thema’s, alle sectoren en alle mogelijke gevolgen komen aan bod. Aan de hand van indicatoren schetsen we de evolutie: we trachten die evolutie te verklaren en schuiven mogelijke oplossingen naar voren. Wat het beleid daarmee doet, daar hebben wij niet rechtstreeks vat op. Maar mira-t is wel een van de instrumenten waarop het beleid zich baseert om
een milieubeleidsplan op te stellen. Om te zien of ze goed bezig zijn, of net niet.’ Hoe worden de thema’s in het rapport afgebakend? Marleen Van Steertegem: ‘We proberen het hele milieudomein te bestrijken. Alleen is het quasi onmogelijk om alle thema’s elk jaar ten gronde uit te spitten. Bovendien verandert niet alles even snel. Op onze website vind je een brede waaier van indicatoren die elk jaar geactualiseerd worden. Maar in het focusrapport beperken we ons tot actuele thema’s waar Marleen Van Steertegem
MIRA
www.vmm.be
het beleid mee bezig is, waar de mensen over praten, of waar onderzoekers nieuwe resultaten over hebben. Want voor alle duidelijkheid: wij doen zelf niet aan milieuonderzoek. Wij verzamelen gegevens, en zijn dus afhankelijk van input door onderzoekers. Eigenlijk zijn wij de schakel tussen wetenschap en beleid. Wij moeten voldoende voeling hebben met de weten-
‘We hopen vooral dat de minister terug naar huis gaat met nieuwe ideeën voor een beter milieubeleid.’ schappers om te zien wat er beschikbaar is aan nieuwe informatie en we moeten op de hoogte zijn van de vragen van de beleidsmakers.’ Hoeveel mensen schrijven mee aan zo’n rapport? Marleen Van Steertegem: ‘Het mira-team bestaat uit veertien enthousiaste medewerkers. Die zijn elk verantwoordelijk voor een aantal hoofdstuk-
Het mira-t-rapport schetst de toestand van het milieu in zijn breedste vorm, en dat al sinds 1994.
ken of milieutopics. Daarnaast gaan we ook op zoek naar auteurs: deskundigen die willen mee-
begrip in de wetenschappelijke wereld. Ook al
ten in de kennis, dan stippen we die ook aan. We
schrijven aan het rapport. Voor het nalezen doen
maakt dat het proces er niet eenvoudiger op.’
spelen dan ook zeer kort op de bal. Amper een
we een beroep op lectoren: professoren, men-
dag nadat het rapport van de persen is gerold,
sen die actief zijn in de verschillende milieube- Wat zijn de grootste struikelblokken? wegingen, maar ook vertegenwoordigers uit
wordt het overhandigd aan de minister.’
Marleen Van Steertegem: ‘Het is elk jaar opnieuw
de verschillende sectoren. De Boerenbond, de
een race tegen de tijd om alle cijfers correct te
Een plechtig moment?
auto-industrie, de nmbs… we streven naar een
hebben. Wij publiceren ons rapport in december,
Marleen Van Steertegem: ‘Ook, maar vooral
zo heterogeen mogelijke groep, om de objectivi-
maar we willen wel de meest actuele cijfers heb-
een symbolisch moment. De overhandiging
teit van het rapport te waarborgen. Die mensen
ben. De gegevens worden ook continu verbeterd
gebeurt in het Vlaams Parlement. Het rapport
werken daar graag aan mee. Mira is immers een
op basis van nieuwe informatie. Als er hiaten zit-
wordt voorgesteld, en de minister formu- >
leert een antwoord. Voor ons is het in de eerste plaats een mooie gelegenheid om alle mensen samen te brengen die aan het rapport hebben meegewerkt. Niet dat daar telkens spectaculaire dingen worden gezegd, maar we proberen onze analyse toch zo scherp en helder mogelijk te formuleren. We hopen vooral dat de minister terug naar huis gaat met nieuwe ideeën voor een beter milieubeleid. Er staat ook zoveel in zo’n rapport. Als je al die hoofdstukken wil samenvatten, kom je vaak bij hetzelfde verhaal terecht: het gaat een beetje beter, maar we zijn er nog lang niet.’ En is dat ook nu weer de belangrijkste conclusie uit het rapport? Marleen Van Steertegem: ‘Zo eenvoudig is het helaas niet. We houden het graag zo wetenschappelijk mogelijk. Het is al niet eenvoudig om over de verschillende deelaspecten een uit-
De regel van drie
spraak te doen, laat staan over de globale toestand van het milieu in Vlaanderen. Want ook
Naast mira-t stelt het mira-team ook nog twee andere rapporten samen, die elk een vast-
dat is een belangrijke struikelblok: hoe com-
omlijnd doel nastreven. Wij sommen ze even voor u op.
municeer je de conclusies van zo’n rapport op
– mira-t (t = thema’s): een gedetailleerde, wetenschappelijke studie die aan de hand van
een begrijpelijke manier, zonder de weten-
indicatoren een totaalbeeld schetst van de huidige milieutoestand in Vlaanderen. Het
schappelijke onderbouw geweld aan te doen?
beschrijft de sectoren die milieudruk veroorzaken, de evoluties in de milieutoestand en
De milieuproblematiek is zo complex. Zodra je
de gevolgen voor mens, natuur en economie. Mira-t verschijnt jaarlijks.
gaat veralgemenen, verlies je een deel van de
– mira-be (be = beleidsevaluatie): een evaluatie van het bestaande milieubeleid, vooral bedoeld voor specialisten beleidsmensen. Mira-be verschijnt om de twee jaar.
boodschap. Anderzijds werken we in eerste instantie niet voor het brede publiek, maar is
– mira-s (s = scenario’s): een beschrijving van hoe het milieu in Vlaanderen zich kan ont-
het wel de bedoeling dat de informatie uit het
wikkelen onder verschillende (beleids)omstandigheden. Het rapport schetst het toe-
rapport doorsijpelt naar de bevolking. Dus mag
komstperspectief van de milieutoestand bij gelijkblijvende, bij maximale en bij mini-
je ook niet te veel nuanceren, want dan geef je
male inspanningen. Mira-s verschijnt om de vijf jaar.
de indruk dat je het zelf ook niet goed weet. Het
Daarnaast publiceert mira ook een hoop achtergronddocumenten en onderzoeksrappor-
blijft dus wikken en wegen, maar dat maakt dit
ten. Alle publicaties van mira zijn te vinden op de website: www.milieurapport.be. U vindt
werk ook zo boeiend.’
er ook een databank van actuele milieu-indicatoren.
MIRA
www.vmm.be
Hete hangijzers Een top drie opstellen van de meest prangende milieuproblemen in Vlaanderen, is voor een wetenschapper een moeilijke opdracht. ‘Alles houdt immers verband met elkaar’, zegt Marleen Van Steertegem. ‘De kwaliteit van ons oppervlaktewater is een groot probleem. Maar die kwaliteit is onlosmakelijk verbonden met andere thema’s, zoals gebruik van milieugevaarlijke stoffen, erosie en vermesting. Je kunt er niet één uitpikken zonder de andere aan te halen.’ Maar op de vraag welke thema’s haar nauw aan het hart liggen, wou Marleen Van Steertegem wel een antwoord formuleren.
1. De klimaatverandering ‘De klimaatverandering heeft een vaste stek in mira-t, en niet voor niets. De noodzakelijke sterke daling van de broeikasgasemissies in Vlaanderen blijft voorlopig uit. Vlaanderen
De effecten van de klimaatverandering worden in Vlaanderen ook al zichtbaar. Er is meer neerslag in de winter, de zeespiegel stijgt, er zijn meer overstromingen dan vroeger.
had zich een stabilisatiedoelstelling opgelegd:
moet drastisch naar omlaag, bijvoorbeeld door
van Al Gore hebt gezien, dan kun je alleen maar
in 2005 moesten de emissies worden terugge-
een betere isolatie van onze woningen. Ook het
vaststellen dat het niet goed gaat met ons kli-
bracht tot op hetzelfde niveau als in het refe-
gebruik van hernieuwbare energiebronnen
maat. Het zal niet langer volstaan om de broei-
rentiejaar 1990. Die stabilisatie hebben we niet
blijft bij ons nog beperkt.
gehaald. We zitten ook nog ver verwijderd van
De effecten van de klimaatverandering wor-
kasgasemissies terug te dringen en het staat nu al vast dat we ons zullen moeten aanpas-
onze Kyoto-doelstelling: een reductie van 5,2 %
den in Vlaanderen dan ook al zichtbaar. Er is
sen. Er moet dringend iets gebeuren, zoveel is
ten opzichte van 1990. We zien wel dat bijna
meer neerslag in de winter, er is een significan-
zeker. En hoe langer we wachten, hoe hoger de
alle sectoren per eenheid van activiteit minder
te stijging van de zeespiegel, er zijn meer over-
kosten oplopen.’
CO2 uitstoten, maar door een toename van die
stromingen dan vroeger... ‘We moeten daar
activiteit zien we onvoldoende daling. Zo zijn
natuurlijk objectief en wetenschappelijk over
de nieuwe wagens een stuk milieuvriendelijker, maar dat effect wordt gedeeltelijk tenietgedaan door het feit dat er meer wagens worden
‘Vooral ons energiegebruik moet drastisch omlaag’
‘Ook voor fijn stof blijft het een probleem om
rapporteren: onzekerheid blijft een belangrij-
bekend, en die zijn zelfs nog strenger. Het ging
verkocht en we meer kilometers afleggen met de wagen. De grootste reducties zijn tot dus-
2. Fijn stof de normen te halen. De Wereldgezondheidsorganisatie maakte zopas nieuwe streefwaarden
ver geleverd door de industrie en de landbouw.
ke factor. Zo is klimaatverandering maar één
een tijdje beter, maar de laatste jaren blijven
Het transport en de huishoudens blijven ech-
van de factoren die een rol spelen in het voor-
we op hetzelfde niveau. En ook hier is transport
ter problematisch. Vooral ons energiegebruik
komen van overstromingen. Maar als je de film
een van de grote boosdoeners. De uitstoot >
MIRA
Vooral de kleine stofdeeltjes, afkomstig van het wegverkeer, zijn het meest schadelijk.
Er is te veel sediment in onze waterlopen en het sediment is bovendien zwaar vervuild.
per wagen daalt, maar de toename van het aan-
per inwoner. Dat lijkt weinig, maar het is een
gerspecie, zowel op kwalitatief als op kwanti-
tal wagens remt die positieve evolutie af. Voor-
gemiddelde: ouderen en kinderen zullen meer
tatief niveau. Enerzijds is er te veel sediment in
al de kleine deeltjes zijn het meest schadelijk,
gezonde levensmaanden verliezen. Belangrijk
onze waterlopen, wat een probleem vormt voor
en net die zijn afkomstig van het transport. De
is dat we dat kunnen becijferen. Dat is ook een
de scheepvaart. En anderzijds is dat sediment
energiesector heeft het iets beter gedaan, en
van de hoofddoelen van een milieurapport: de
— de waterbodem — zwaar vervuild. Er zijn dus
bij de industrie zien we vooralsnog geen dui-
cijfers correct krijgen.’
delijke trend. Deel van het probleem is ook dat Vlaanderen een dichtbevolkt gebied is, met veel transport en een industrie die zeer ener-
3. Waterkwaliteit en baggerspecie
preventieve maatregelen nodig, om de erosie van onze landbouwgronden tegen te gaan en zo te vermijden dat er nog meer sediment in onze waterlopen terecht komt. Maar ook het sedi-
gie-intensief is, vooral rond de haven van Ant- ‘De vmm doet al jaren metingen naar de water- ment dat er al ligt – het historische sediment –
werpen. We krijgen veel pollutie binnen van de
kwaliteit in Vlaanderen. We kennen de proble- moeten we aanpakken. Als we echt iets aan het
ons omringende landen, maar we exporteren
matiek dus goed. Jammer genoeg zien we ook
probleem willen doen, zullen we veel sneller
zelf ook veel fijn stof naar buiten. Zelfs tot in
hier weinig verbetering. Bij recente metingen
moeten beginnen baggeren. Bijkomende vraag
Scandinavië is onze invloed merkbaar. Daarom
hebben we ook in het grondwater pesticiden
is of de kwaliteit van de waterbodem door die
wijzen we in ons rapport ook op het belang van
en zware metalen teruggevonden, en dat is wel
ruimingen zal verbeteren. Wat onder dat sedi-
een Europese aanpak. Het probleem van fijn
een belangrijke boodschap. Grondwatervervui-
ment zit, is misschien nog toxischer? Ook op
stof houdt niet op aan de landsgrenzen, maar
ling is veel moeilijker om aan te pakken dan de
die vraag gaan we in het rapport dieper in.’
vergt een Europese en internationale visie.
vervuiling van het oppervlaktewater, omdat
Op basis van de beschikbare kennis wordt de
de cyclus van de vervuiling veel langer duurt.
gezondheidsimpact van fijn stof in Vlaanderen
Een ander probleem waar we de laatste jaren
geschat op 3 verloren gezonde levensmaanden
steeds beter zicht op krijgen, is dat van de bag-
Meer info via www.milieurapport.be
De Milieuwerker
www.vmm.be
Het bos
door de bomen Het klassieke beeld van de boswachter – hoedje, lange baard en geweer over de schouder – klopt al lang niet meer met de realiteit. In Brakel en omstreken is de boswachter een vrouw. Ze heet Mieke D’hondt en de liefde voor het bos is haar belangrijkste wapen.
W
e ontmoeten Mieke D’hondt aan
wellicht het meest tot de verbeelding. ‘Ook al
de rand van het Brakelbos, een
is dat maar een klein deel van wat we doen. Wij
van de bossen die onder haar
zien toe op de naleving van het bosdecreet en
bevoegdheid vallen. En meteen
zijn belast met het toezicht op de jacht en de
zien we een van onze vooroordelen genadeloos
visserij. Als het echt moet, kunnen wij ook ver-
ontkracht: onze boswachtster heeft geen blok-
baliseren, zij het met beperkte bevoegdheden.
hut tussen de bomen, maar woont enkele kilo- Voor huiszoekingen bijvoorbeeld, moeten we meters verderop, waar ze ook kantoor houdt.
een beroep doen op de politie.’
‘Het grootste deel van de tijd ben ik op het ter-
naam: Mieke D’hondt werk: Boswachter
Koninklijke hamer Ook veranderd, is het uniform van de boswachter. ‘Vroeger hadden we zo’n stijf kostuum’,
rein’, zegt Mieke. ‘Als je in de buurt van het bos
Het derde luik bestaat uit zeer uiteenlopende
zegt Mieke. ‘Tegenwoordig dragen we een ter-
woont, kun je snel ter plaatse zijn wanneer er iets
taken: zo werkt Mieke geregeld mee aan milieu-
reinbroek met een fleece en een parka, bestand
gebeurt. Maar er komt ook heel wat administra-
onderzoeken of verleent ze advies over de impact
tegen weer en wind. We hebben nog steeds een
tie bij onze job kijken, dus een paar dagen per
op het bos bij de aanleg van nutsleidingen in de
wapen, maar dat heb ik – gelukkig – nog nooit
maand zit ik gewoon achter de computer.’
omgeving. ‘Onze job is er in de loop der jaren
moeten gebruiken. Ons meest opmerkelijke
niet eenvoudiger op geworden. We moeten van
werkinstrument is de koninklijke hamer: een
Bosbeheerplan
zoveel op de hoogte zijn. Bovendien veranderen
soort bijl met aan de achterkant een zegel in
Het takenpakket van een moderne boswachter
de wetten voortdurend. Vaak is het moeilijk om
de vorm van een leeuw. Die gebruiken we om
bestaat uit drie luiken. De belangrijkste taak is
door de bomen het bos nog te zien.’
bomen te merken die bestemd zijn voor de kap.
het bosbeheer. ‘Wij duiden onder meer aan welke
We hakken een stukje van de schors, en maken
bomen mogen worden gekapt, om meer licht in
een afdruk met de stempel.’
het bos toe te laten of om ruimte te creëren voor andere soorten’, zegt Mieke. ‘Daarnaast proberen
Of Mieke ook in haar vrije tijd nog in een bos
we natuurlijke verjonging te stimuleren: sponta-
komt? ‘Toch wel, maar mijn job is nooit ver weg.
ne zaailingen krijgen de voorrang, op voorwaar-
Op vakantie trekken we steevast naar bosrij-
de dat ze inheems en standplaatseigen zijn. Ook
ke gebieden. Ik kijk er naar de aanplantingen,
recreatiezones afbakenen en onderhouden, is
naar de slagbomen of de bewegwijzering, en ik
een onderdeel van het bosbeheer. Al die elemen-
probeer er wat van op te steken. Maar ook hier,
ten schrijven we neer in een beheerplan voor het
in het Brakelbos, kom ik geregeld buiten mijn
bos, een soort leidraad die twintig jaar meegaat.’
uren wandelen. Uiteindelijk is het ook een beet-
De politionele taak van de boswachter spreekt
je mijn bos geworden.’ Boswachter Mieke gebruikt de koninklijke hamer om bomen te merken die bestemd zijn voor de kap.
Europa beheert chemische stoffen
Reach binnen bereik Het Europese beleid voor chemische stoffen maakt in april 2007 een belangrijke sprong vooruit. De nieuwe reglementering reach verplicht de industrie om de impact van chemicaliën op mens en milieu nauwgezet in kaart te brengen. De verordening kwam er niet zonder slag of stoot: meer dan vijf jaar denkwerk en flink wat gelobby gingen eraan vooraf.
10
C
hemicaliën zijn nuttig. Ze dragen
allergieën en bepaalde vormen van kanker en
Sofie van Volsem, die bij de vmm het beleid voor
bij tot het gebruiksgemak van tal
werken vervuiling van lucht, water en bodem in
gevaarlijke stoffen opvolgt. ‘Voor elke stof met
van producten. Ze maken plastic
de hand. Helaas beschikken we lang niet altijd
een productie hoger dan 1 ton per jaar moet bij
buigzaam, houden kleren soepel
over voldoende informatie over die stoffen om
het nieuw op te richten Europees Agentschap
en geven kleur aan onze omgeving. Chemica-
de gevaren voor mens en milieu correct in te
voor Chemische Stoffen een registratiedossier
liën zijn ook belangrijk voor onze economie. De
schatten. Met de nieuwe regelgeving reach –
worden ingediend. Dat dossier bevat gegevens
chemische nijverheid is een van de belangrijk-
Registration, Evaluation and Authorisation of
over de eigenschappen van de stof in kwestie,
ste industrietakken binnen de Europese Unie.
Chemicals – wil de Europese Unie daar veran-
maar ook aanbevelingen om veilig met die stof
Wereldwijd nam de productie van chemische
dering in brengen.
stoffen tussen 1930 en 2000 toe van 1 miljoen tot 400 miljoen ton per jaar.
Registratieplicht ‘Reach verplicht producenten en importeurs
Maar chemicaliën zijn ook schadelijk. Ze ver- van chemicaliën om informatie te verzamelen oorzaken gezondheidsproblemen als astma,
om te springen. Onder reach zullen in totaal 30.000 stoffen worden geïnventariseerd.’
over de eigenschappen van hun stoffen’, zegt
‘Om dierproeven te vermijden, zullen producenten data moeten uitwisselen.’
Lastige Vragen
www.vmm.be
Sofie Van Volsem: ‘Voor elke stof met een productie hoger dan 1 ton per jaar moet bij het Europees Agentschap voor Chemische Stoffen een registratiedossier worden ingediend.’
Om die informatie te verzamelen, moet de industrie zelf testprocedures opzetten. Elke chemische stof wordt in principe maar één keer geregistreerd. ‘Producenten en importeurs zullen data met elkaar moeten uitwisselen. Op die manier wil reach het aantal dierproeven binnen de perken houden. Het is immers weinig zinvol om op één welbepaalde stof vijf keer dezelfde test uit te voeren. Slechts in zeer uitzonderlijke gevallen – wanneer er bijvoorbeeld bedrijfsgeheimen op het spel staan – kunnen bedrijven een uitzondering op die regel vragen.’
11
Bewijslast verschuift
te verzamelen. De overheden maken zelf die stof-
Die maakten een onderscheid tussen bestaande
Het grote verschil met de huidige regelgeving
fen niet, en de industrie was doorgaans bijzonder
en nieuwe stoffen, met 1981 als arbitraire schei-
voor gevaarlijke stoffen, is dat de bewijslast onder
karig met informatie. Nu moet de industrie zelf
dingslijn. ‘Stoffen die na 1981 op de markt wer-
reach bij de industrie komt te liggen. ‘Onder de
bewijzen of een bepaalde stof veilig is.’
den gebracht, moesten sowieso getest en geïn-
De reach-verordening komt in de plaats van
– zo’n honderdduizend in totaal – werkte de Euro-
de markt is’, zegt Sofie Van Volsem. ‘Maar in de
s een veertigtal bestaande richtlijnen voor het
pese Commissie in 1993 een prioriteitenregeling
praktijk bleek het zeer moeilijk om de juiste data
beheer van chemische stoffen binnen Europa.
uit. Een reeks van 141 chemicaliën moest een >
bestaande richtlijnen is het aan de overheden om te bewijzen of een stof al dan niet veilig op
ventariseerd worden. Voor de bestaande stoffen
Chemische stoffen dragen bij tot het gebruiksgemak van tal van producten. Ze maken plastic buigzaam, houden kleren soepel, geven kleur aan onze omgeving. Maar ze kunnen ook schadelijk zijn.
risicobeoordeling ondergaan, maar dat proces verliep traag en leverde niet de verhoopte resultaten op. Tot op heden werden slechts 39 van de 141 stoffen beoordeeld volgens het boekje.’
Lobbymachine De eerste aanzet voor de nieuwe regelgeving werd in 2001 gegeven met het Witboek Chemicaliën. ‘Dat document zette de eerste grote krijtlijnen uit, met een grotere verantwoordelijkheid voor de industrie als een van de belangrijkste pijlers’, zegt Sofie Van Volsem. ‘Meteen ging ook de lobbymachine aan het draaien. De chemische industrie zag het niet zitten om nog meer regels opgelegd te krijgen, laat staan om gevoelige data prijs te geven. De Amerikanen van hun kant, vreesden een te grote afscherming van de Europese markt. Maar ook de milieubeweging wilde graag haar stempel drukken en pleitte zeer sterk voor het substitutieprincipe, zodat gevaarlijke stoffen verplicht zouden worden vervangen door minder schadelijke alternatieven.’ Uiteindelijk zou het tot oktober 2003 duren voor een eerste wetsvoorstel bij de Europese Commissie belandde. Het ging om een lijvig document, dat ook nog onderworpen werd aan een publieke consultatie op het internet. Iedereen kon daarbij zijn zegje doen. ‘Op 27 juni 2006 slaagde de Europese Raad er uiteindelijk in om een gemeenschappelijk standpunt over reach te bereiken, nadat het Parlement bij een eerste lezing 6.000 amendementen had ingediend. In het najaar van 2006 is het Parlement aan een tweede lezing begonnen. Het is de bedoeling om eind dit jaar tot een definitieve tekst te komen, zodat reach in april 2007 officieel van kracht wordt, met een overgangsfase van een jaar.’
Kinderziektes Of reach eens en voor altijd duidelijkheid zal scheppen in het Europese chemicaliënbeleid, valt volgens Sofie Van Volsem nog te bezien. ‘Het zal nog wel 12
even duren voor we alle kinderziektes hebben weggewerkt. Bovendien heeft het toepassingsgebied enkel betrekking op industriële chemicaliën. Het pesticide- en biocidebeleid is daar volledig van losgekoppeld. Ook geneesmiddelen, voedingsmiddelen en cosmetica vallen niet onder de nieuwe regelgeving. Toch is reach een belangrijke stap in de goede richting. Voor het eerst wordt de hele productieketen van chemicaliën duidelijk in kaart gebracht, van producent tot gebruiker. Stoffen die een hoog risico inhouden, zullen op termijn van de markt verdwijnen en door minder schadelijke alternatieven worden vervangen. En dat is uiteraard een zeer goede zaak.’
Lastige vragen
www.vmm.be
‘Het ergste moet nog komen’ Houdt de milieuproblematiek u bezig?
Ergert u zich soms aan het gedrag van anderen?
‘Ik ben erg pessimistisch over de staat van
‘Ik kan me mateloos storen aan de graffiti
onze planeet. Ik ben de laatste tijd vaak in Azië
in mijn buurt. Vrienden proberen me dan te
geweest, en de vooruitgangsbeweging daar is
overtuigen van de artistieke kwaliteiten, maar
Kristien Hemmerechts (51) Berchem Auteur
gewoon rampzalig voor het milieu. Of neem
ik vind er niets creatiefs aan. En sluikstorten
nu de klimaatverandering. Industriële lobby’s
vind ik een gigantisch probleem. Dat is nu eens
proberen de impact van de broeikasgassen te
iets wat ik zelf nooit zou doen. Het is ook zo
mijn hart, maar dat is de natuur, he. Je moet
minimaliseren. Maar ondertussen zie je het
inconsequent: de mensen vinden een schone
daar ook niet sentimenteel over doen.’
gebeuren! Je ziet de consequenties! Daar
leefomgeving belangrijk, maar tegelijk zien ze
word ik moedeloos van. Ik heb ook niet
er geen graten in om hun vuilnis enkele straten
de indruk dat de mensen de ernst van de
verder te droppen.’
situatie inzien. Misschien willen ze het
Wat zou volgens u een goede milieumaatregel zijn? ‘Het openbaar vervoer kan volgens mij nog
gewoon niet zien? Ach, soms ben ik blij
Wat is uw recentste goede daad voor het milieu?
een stuk aantrekkelijker worden gemaakt.
dat ik al 51 ben. Dat ik het ergste niet
‘Ik kan zelf niet meteen iets bedenken. Mijn
Ik neem vaak de trein naar Amsterdam. Dat
meer hoef mee te maken.’
vriend is wel een energievriendelijk huis aan
duurt een eeuwigheid, als ik van de trein stap
het bouwen. Geen passief huis, maar het komt
voel ik me vuil, en de staat van onze stations
Wat doet u zoal
in de buurt. Ik woon nu in een oud huis dat
is ook al niet fameus. Het ruikt er naar pis!
voor het milieu?
slecht geïsoleerd is, met grote kamers en hoge
Maak daar eens werk van, denk ik dan. Jammer
‘Ik let op wat ik doe. Ik koop biopro-
plafonds: niet echt energiezuinig dus. Veel
genoeg heeft het milieudebat enkel baat bij
ducten, ook al zijn die vaak een pak
mensen lijken trouwens niet te geloven dat
langetermijndenken, terwijl de politiek toch
duurder. Ik gebruik vaak het open-
een passief huis bestaat. Terwijl ik er zelf al
vooral met de korte termijn begaan is.’
baar vervoer, en in de stad neem ik
één heb bezocht. Ik heb met mijn eigen ogen
steevast de fiets. Anderzijds heb ik
gezien hoe je een huis ook zonder traditionele
wel een auto, en neem ik ook vaak
verwarmingsinstallatie aangenaam warm kunt
het vliegtuig. Ik draai dus even-
houden.’
goed mee met het systeem. Daar kan je ook niet omheen. Wat ik veel erger vind, zijn de grote
Begaat u soms een zonde? ‘Ik heb zopas nog een zeer slechte daad verricht.
dingen, die veel meer impact
Ik heb een grote boom in mijn tuin moeten
hebben: ontbossingen, vieze
vellen. Hij was aangetast door een zwam, en de
pijpleidingen, grondstoffen
takken vielen naar beneden. De situatie werd
die worden geplunderd…’
gewoon te gevaarlijk: stel dat iemand zo’n tak op zijn hoofd had gekregen. Het deed pijn aan
13
Fijn stof bedreigt cultureel erfgoed
Kapers op de Kunst 14 14
Fijn stof vormt niet alleen een bedreiging voor onze longen. Ook ons cultureel erfgoed heeft te leiden onder de slechte luchtkwaliteit. Het onderzoek naar die aantasting is een relatief jonge discipline, waarbij de Universiteit Antwerpen een pioniersrol vervult. Welkom in de wondere wereld van de Preventive Conservation.
O
ver de negatieve gezondheids-
in kaart te brengen. Maar dat onderzoek is ook
‘In wezen hanteren we dezelfde onderzoeks-
effecten van fijn stof is de laatste
op andere terreinen nuttig. Zo blijkt de aanwe-
technieken als bij milieuonderzoek’, zegt pro-
tijd al flink wat inkt gevloeid. De
zigheid van fijne stofdeeltjes in de lucht nefast
fessor Van Grieken. ‘We meten de stofdeel-
faculteit Chemie van de Universiteit
voor de kunstwerken in onze musea. Professor
tjes in de lucht en proberen de oorsprong te
Antwerpen werkt al jarenlang samen met de
René Van Grieken en zijn team proberen ons
achterhalen. Alleen spitsen we ons hier toe
vmm om de toestand van de luchtkwaliteit
erfgoed van de ondergang te redden.
op de specifieke situatie van een museum.
www.vmm.be
Professor Van Grieken en zijn team van de Universiteit Antwerpen werken in vermaarde musea in binnen- en buitenland om kunstwerken te behoeden voor de verwoestende invloed van luchtvervuiling.
De werken van Giovanni Bellini (1434/39 – 1516) in Venetië werden grauw en niemand wist waarom. Hieronder Giovanni Bellini’s Moeder met Kind.
wegspoelen van de gipslaag. De plaatsen waar
‘Om de oorzaak van de vervuiling vast te stellen,
de regen niet bij kon, werden zwart, omdat gips
vangen we de stofdeeltjes op met behulp van
roet absorbeert.’
filters’, zegt professor Van Grieken. ‘Door mid-
Het probleem van de verzuring is nog lang
samenstelling, en dus ook de oorsprong ervan
del van elektronenmicroscopie proberen we de niet van de baan, maar de uitstoot van zwavel
‘Preventive Conservation tracht de Kerncentrales kwamen in de plaats van steen- omgevingsfactoren van een kunstkoolcentrales, en rookgassen werden ontzwa- werk te verbeteren om het behoud veld. Professor Van Grieken: ‘Vroeger was het ervan te vrijwaren.’ dioxide is de laatste decennia wel flink gedaald.
probleem van zwaveldioxide zo overweldigend, Preventive Conservation heet de discipline,
dat andere factoren nauwelijks aan bod kwamen.
te achterhalen. De techniek van de single parti-
waarbij we de omgevingsfactoren van een
Sinds kort richten we onze pijlen op een nieu-
cle analysis stelt ons in staat om individuele
kunstwerk onderzoeken en trachten te ver-
we problematiek: die van de fijne stofdeeltjes,
stofdeeltjes van één duizendste millimeter
beteren om het behoud ervan te vrijwaren.
niet enkel in de buitenlucht, maar ook in de bin-
groot te herkennen en te benoemen. Pas als we
En de pollutie in de lucht reduceren, is daarbij een
nenlucht van onze culturele instellingen.’
belangrijke factor.’
weten waar die deeltjes vandaan komen, kunnen we ook een oplossing suggereren.’
Stofdeeltjes herkennen Van buiten naar binnen
Net in die culturele instellingen zijn profes-
Breughel en Bellini
Dat de luchtkwaliteit de staat van ons cultureel
sor Van Grieken en zijn team de laatste jaren
In het Correr-Museum in Venetië bleek die
erfgoed beïnvloedt, is niet nieuw. Tot tien jaar
bijzonder actief. Tot ver buiten de landsgrenzen,
aanpak succesvol. ‘Er was een probleem met de
geleden ging alle aandacht nog naar de aan-
want Preventive Conservation is zeer in trek, en
zalen waar de werken van Bellini hingen. De
tasting van gebouwen en monumenten door
de concurrenten zijn dun gezaaid. ‘Steeds meer
schilderijen werden grauw, en niemand wist
zure regen. ‘Zwaveldioxide was toen de grote
musea klagen over de visuele vervuiling van
waarom. We stelden vast dat de concentratie
boosdoener’, zegt professor Van Grieken. ‘Het
hun kunstwerken. Vaak gaat het om de afzet-
calciumverbindingen in de omgevingslucht
zorgt voor een chemische reactie, waardoor
ting van roet, wat kleurrijke schilderijen grijs
tot 150 keer groter was dan in andere musea.
kalksteen verandert in gips, dat vervolgens door
en grauw maakt. Bovendien katalyseert roet de
Na chemische analyse bleken die deeltjes van
de regen wordt weggespoeld. Op een gegeven
omzetting van zwaveldioxide tot zwavelzuur,
gips afkomstig. Bovendien waren de pieken het
moment verloor de kathedraal van Mechelen
en dat is nefast voor een schilderij.’
hoogst op sluitingsdagen en tijdens de winter,
jaarlijks 10.000 kilogram materiaal door het
wanneer de ramen gesloten waren. De bron >
15
moest dus binnen het museum worden gezocht.
deeltjes naar binnen werden geblazen. Een beter
Uiteindelijk kwamen we uit bij het pleisterwerk
filtratiesysteem bracht de oplossing.’
van de muren. Het gips verpul-verde en zette
Werk, dat sommige museumconservators niet altijd op prijs stellen. ‘Vooral in Zuid-Europa
zich af op de schilderijen. Met een laagje geplas-
Mierenzuur
zijn conservators vaak zeer conservatief’, zegt
tificeerde verf op de wanden was het probleem
Dichter bij huis nam professor Van Grieken de
professor Van Grieken. ‘Ze willen gewoon niet
van de baan.’
vitrinekasten van het Brusselse muziekinstru-
horen wat er fout loopt. Bovendien zijn nogal
mentenmuseum onder de loep. ‘Die moesten
wat musea in historische gebouwen gevestigd,
In het Kunsthistorisch Museum van Wenen
de aantasting door luchtpollutie helpen te
wat drastische ingrepen bemoeilijkt. Maar alle
behoedde het team van professor Van Grieken
vermijden, maar ze creëerden op hun beurt
conservators en museumdirecteurs waar we
een zaal vol Breughels van de ondergang. ‘Ook
een ander probleem. Door de warmte van de
in Vlaanderen mee te maken hadden, waren
daar werden de kleuren van de schilderijen vaal.
lampen ontbond het vernis op de instrumenten
erg geïnteresseerd en trachtten, waar nodig,
De lucht in het museum bleek veel calcium- – prachtige, antieke violen – en dat leidde tot
veranderingen aan te brengen. In sommige
chloride te bevatten. Een heel agressieve stof,
de emissie van mierenzuur en azijnzuur, twee
gevallen bestaat de oplossing erin om het aan-
‘Museumbezoekers brengen enorm veel stof mee naar binnen.’
bijtende stoffen. Binnenkort starten we wellicht
tal bezoekers per dag te reduceren. Bezoekers
met een gelijkaardig project in het Plantin More-
brengen enorm veel stof mee naar binnen.
tusmuseum, waar oude boeken in vitrinekasten
Maar economisch gezien is dat natuurlijk
opgeslagen liggen. Ondertussen hebben we
geen populaire maatregel. Toch groeit stilaan
afkomstig van het strooizout op de wegen. Ook cementdeeltjes vonden we terug. Daar zaten
ook het Rubenshuis en het Museum voor Scho-
wel het besef. Er wordt steeds meer geld voor
de renovatiewerken op het binnenplein voor
ne Kunsten in Antwerpen opgemeten. En
uitgetrokkenvoorPreventiveConservation,ookop
iets tussen. En zo ontdekten we dat de aircon-
momenteel zijn we onder meer aan de slag in
Europees niveau. En dat juichen wij uiteraard
ditioning slecht functioneerde, waardoor die
het Metropolitan Museum of Art in New York.
alleen maar toe.’
De koeien van Altamira
16
Maar er is nog veel werk voor de boeg.’
Ook de prachtige rotstekeningen in de grot-
trechter was ontstaan. Nadien werd die grond
ten van Altamira kregen het team van de
gebruikt als graasland voor koeien. Het regen-
Antwerpse Universiteit op bezoek. ‘De meer
water in de trechter sijpelde door de bodem en
dan 15.000 jaar oude wand- en plafondschil-
kwam in de grotten terecht. Het organische
derijen vertoonden sinds enkele jaren een
materiaal, afkomstig van de koeien, bleek
witte afzetting’, zegt professor Van Grie-
de voedingsbron te zijn voor bacteriële kolo-
ken. ‘De oorzaak was onduidelijk. Aanvan-
nies op prehistorische tekeningen. Maar ook
kelijk dachten we aan lokale luchtpollutie,
de impact van de bezoekers bleek van belang.
maar dat bleek niet te kloppen. Binnenin de
Vroeger werden er 3000 mensen per dag toe-
grot troffen we enkel kalksteen- en kleideel-
gelaten. Dat aantal was al herleid tot 30, maar
tjes in de lucht aan. Erosie door binnensijpe-
zelfs dan was de afzetting van kalksteen op de
lend regenwater was ook een mogelijkheid,
wanden door de co2 uit de adem van de bezoe-
maar in het water dat over de tekeningen
kers 80 keer hoger dan normaal. Uiteindelijk
was gestroomd, vonden we geen verfdeel-
werden de grotten gesloten voor bezoek en de
tjes terug. Het regenwater bleek echter wel
koeien naar een andere weide verhuisd. Naast
opvallend veel organisch materiaal te bevat-
de grotten staat nu een museum met exacte
ten. Boven de grotten was vroeger een kalk-
replica’s van de schilderijen. Beter dan het ori-
steengroeve gevestigd, waardoor er een soort
gineel, volgens sommigen.’
Vlaanderen uitgedaagd Nitraten en bestrijdingsmiddelen in het grondwater, waterlopen die al hun natuurlijkheid zijn verloren, overstromingen en tegelijk ook verdroging van het milieu‌ Om tegen 2015 een goede toestand te bereiken voor het oppervlakte- en grondwater, zoals de Europese kaderrichtlijn Water voorschrijft, zal er in Vlaanderen nog heel veel moeten gebeuren. Om goed te beseffen waar we aan beginnen, zijn de voornaamste uitdagingen nu in kaart gebracht: de waterbeheerplannen duwen ons met onze neus op de feiten. >
17
Een kwestie van waterbeheer In 2003 deed het integraal waterbeleid zijn intrede in Vlaanderen. Een totaal nieuwe visie op het waterbeleid, die nu wordt omgezet in concrete plannen. De eerste waterbeheerplannen worden momenteel aan de bevolking voorgelegd. En ook dat is een primeur.
Plannen voor Schelde en Maas
T
18 18
egen 2015 moet de algemene toe-
Vlaanderen voor staan. Het document geeft
die vervuild zijn met zware metalen. Ook
stand van het oppervlakte- en grond-
ook al een idee van wat de oplossingen kunnen
hier kunnen verbeterde landbouwtechnieken
water in heel Europa goed zijn. Zo
zijn die in de stroomgebiedbeheerplannen ver-
de vervuiling door nitraten en pesticiden
staat het in de Europese kaderricht-
der zullen worden uitgewerkt:
verminderen.
lijn Water uit 2000. Om die goede toestand
1. De toestand van het oppervlaktewater be
3. De watervoorraden duurzaam beheren. Water
te bereiken, moet er per stroomgebieddistrict
schermen en verbeteren. De gezinnen, de
is een natuurlijke grondstof die allesbehal-
een stroomgebiedbeheerplan worden opge-
landbouw, de industrie en nog vele anderen
ve onuitputtelijk is en waar we zorgvuldig
steld, met een maatregelenprogramma. ‘Voor
maken allemaal gebruik van het oppervlak-
mee moeten omspringen. Iedereen – huis-
Vlaanderen betekent dat dat er twee stroom-
tewater. Dat kunnen onze beken en rivieren
houdens, bedrijven, overheden – moet stre-
gebiedbeheerplannen zullen worden opge-
niet aan. Een goed beheer moet ervoor zor-
ven naar een lager waterverbruik. Ook wen-
maakt,’ zegt John Emery van de vmm. ‘Een voor
gen dat beken, rivieren en kanalen ook in
den we te vaak drink- of grondwater aan voor
het Scheldestroomgebieddistrict en een voor
de toekomst hun vele functies kunnen blij-
toepassingen die even goed met hemelwa-
het Maasstroomgebieddistrict.’
ven vervullen. Zo moet er bijvoorbeeld ver-
ter kunnen gebeuren. En voorts moeten we
der werk worden gemaakt van riolering en
ervoor zorgen dat het hemelwater weer de
De voorbereidende fase voor de opmaak van die
waterzuiveringsinfrastructuur, kunnen de
kans krijgt om in de grond te dringen, zodat
plannen is intussen achter de rug. ‘De afgelo-
huishoudens bewuster omgaan met water,
het de grondwatervoorraad kan aanvullen.
pen jaren hebben we vooral onderzocht wat de
kunnen de industrie en de landbouw minder
4. Wateroverlast en watertekort in samenhang
toestand is van ons grond- en oppervlaktewa-
vervuilende technieken gebruiken enzovoort.
aanpakken. Overstromingen en waterover-
ter, onder meer via onze meetnetten. Op basis
Ook voor de verontreinigde waterbodems
last zijn nijpende problemen in Vlaande-
van die informatie worden er tegen 2009 twee
moeten oplossingen komen en de natuurlijk-
ren, maar tegelijk lijden ons milieu en soms
stroomgebiedbeheerplannen opgesteld. Daarin
heid van heel wat waterlopen moet worden
ook de economie onder watertekort. Beide
beschrijven we waar we staan, waar we naartoe
hersteld.
fenomenen hangen samen en moeten ook
willen en – vooral – welke maatregelen we daarvoor moeten nemen.’
2. De kwaliteit van het grondwater beschermen
samen worden aangepakt. Dat kan bijvoor-
en verbeteren. Het grondwater is een essen-
beeld door het water zo lang mogelijk vast
tieel onderdeel van het watersysteem en
te houden en te bergen, in plaats van het
De waterbeheerkwesties op een rij
tegelijk een waardevolle grondstof die we
meteen snel af te voeren. Daarnaast is het
Zo ver zijn we echter nog niet. Als eerste stap
moeten beschermen tegen verontreiniging.
ook belangrijk om zoveel mogelijk voorbe-
zijn er vijf waterbeheerkwesties omschre-
Daarvoor moeten verontreinigde gronden
reid te zijn op overstromingen, door middel
ven: het zijn de grote uitdagingen waar we in
verder worden gesaneerd, zeker in gebieden
van waarschuwingssystemen.
Dossier de waterbeheerplannen
www.vmm.be
John Emery: ‘Als waterbeheerder van de grote onbevaarbare waterlopen en het grondwater brengt de vmm de goede voornemens, zoals een betere structuur voor de waterlopen, zelf in de praktijk.’
5. Verstandig investeren. Voor alle waterproblemen waar Vlaanderen mee kampt, bestaan oplossingen, maar die hebben natuurlijk een prijs. Nu al is duidelijk dat er keuzes zullen moeten worden gemaakt. Daarbij wil de overheid zo verstandig mogelijk investeren en meer bepaald die inspanningen doen die met een bepaalde kostprijs de grootste milieuwinst opleveren.
Belangrijke rol voor vmm De rol van de vmm in het waterbeleid is duidelijk. Enerzijds is er de belangrijke rol als economisch en ecologisch toezichthouder. Anderzijds is de vmm de spil van de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (ciw), het overlegplatform van waterbeheerders in Vlaanderen. Zelf is de vmm waterbeheerder van de grote onbevaarbare waterlopen en het grondwater. Daardoor brengt ze de goede voornemens, zoals een betere structuur voor de waterlopen, zelf in de praktijk.
Wilt u meer lezen over de Waterbeheerkwesties? Download de brochure op www.volvanwater.be of vraag ze gratis aan op 0800 99 004 s
19
Plannen voor de elf bekkens Over alle grenzen heen Aan de basis van de (deel)bekkenbeheerplannen ligt het decreet Integraal Waterbeleid uit 2003. Dat legt de contouren vast voor het waterbeleid in Vlaanderen en is ook een vertaling van de Europese kaderrichtlijn Water. In het decreet Integraal Waterbeleid is het woord integraal van het grootste belang: het hele watersysteem van beken, rivieren, oevers en beddingen, grondwaterlagen en neerslag enzovoort is zodanig complex en ondeelbaar dat ook het waterbeleid alle grenzen van gemeenten, provincies, gewesten en landen, maar ook van sectoren en beleidsdomeinen moet overschrijden.
Actie in het Denderbekken Wat staat er nu in zo’n bekkenbeheerplan? ‘Het bundelt ten eerste alle aspecten en kenmerken van een bekken, en het beschrijft ook welke knelpunten en mogelijkheden het bekken heeft,’ zegt Mich De Clercq van de vmm. ‘De kern van het plan is een weloverwogen visie op het waterbeheer in het bekken. Die visie wordt vervolgens in de praktijk gebracht met concrete doelstellingen, maatregelen en acties, waarop ook in de deelbekkenbeheerplannen wordt voortgebouwd.’ Het bekkenbeheerplan en de deelbekkenbeheerplannen stellen heel concrete acties voor die u de komende jaren uitgevoerd kunt zien in uw buurt. Nemen we het Denderbekken als voorbeeld. Dat bekken is van nature gevoelig voor overstromingen. Het bekkenbeheerplan bevat dan ook heel wat maatregelen om die problemen aan te pakken, gaande van meer ruimte voor de waterlopen en infrastructuurwerken op de Dender, tot baggeren of kruid ruimen in bepaalde beken. Het plan toont waar er ruimte komt voor recreatie op of aan het water, op welke manier de scheepvaart op de Dender wordt gewaarborgd, en hoe ervoor wordt gezorgd dat de vissen watermolens en stuwen kunnen passeren. De plannen vertellen ook in welke straten 20
er rioleringswerken zijn gepland, waar er aan erosiebestrijding moet worDe (deel)bekkenbeheerplannen bevatten heel concrete acties die u de komende jaren uitgevoerd kunt zien in uw buurt.
N
den gedaan, welke beken terug zullen meanderen en nog heel veel meer.
aast de voorbereidende documenten voor de stroomgebied-
Veel plannen, één doel
beheerplannen, kunt u dezer dagen ook uw mening geven
Misschien vraagt u zich af waarom er zoveel verschillende plannen nodig
over de bekkenbeheerplannen en deelbekkenbeheerplannen
zijn. Dat komtvooral door de complexiteit van het water-systeem. De grote
van de regio waar u woont. In Vlaanderen onderscheiden we
lijnen van het beleid worden op een hoger niveau vastgelegd, onder meer
elf bekkens (zie kaart), die telkens nog worden opgedeeld in verschillen-
in de stroomgebiedbeheerplannen. Over de concrete maatregelen wordt
de deelbekkens.
beslist door de bekkenbesturen en de waterschappen waarin lokale verant-
Dossier de waterbeheerplannen
www.vmm.be
woordelijken en betrokkenen zitten, aangezien zij de situatie op het terrein het beste kennen. Tussen de verschillende plannen is er echter een heel intense samenhang: ze brengen allemaal het integraal waterbeheer in de praktijk, maar elk op zijn eigen niveau. Een voorbeeld: in het voorbereidende document voor de stroomgebiedbeheerplannen schuift de Vlaamse overheid het principe vasthouden-bergen-afvoeren naar voren als een oplossing om tegelijk wateroverlast en verdroging te voorkomen. In het bekkenbeheerplan van het Denderbekken – op een lokaler niveau dus – zien we dat principe terugkomen. In het bekkenbeheerplan beschrijven we echter waar en hoe het water wordt vastgehouden, waar er in het Denderbekken overstromingsgebieden kunnen komen om het water te bergen en bijvoorbeeld ook op welke manier het peil in de Dender in de toekomst wordt beheerd. Bekkenbeheerplannen en deelbekkenbeheer-
Het watersysteem geografisch
plannen vertellen dus in detail hoe de overheid
Het watersysteem wordt in Europa geogra-
Voor beide Vlaamse delen van die stroom-
de waterhuishouding in uw buurt de komen-
fisch ingedeeld in stroomgebieddistricten.
gebieddistricten wordt tegen eind 2008 een
de jaren wil aanpakken. Ook u bent in het ver-
In het Vlaamse Gewest is er een verdere
ontwerp van een stroomgebiedbeheerplan
haal betrokken partij en kunt uw mening geven.
opdeling in bekkens en deelbekkens.
opgemaakt.
2 stroomgebieddistricten
11 bekkens
Meer weten over de
In Vlaanderen onderscheiden we vier stroom-
In Vlaanderen delen we de stroomgebieden
(deel)bekkenbeheerplannen?
gebieden: de stroomgebieden van de Schel-
verder op in elf bekkens. Van west naar oost
Download de brochure over uw regio
de, de Maas, de IJzer en de Brugse Polders.
zijn dat het bekken van de IJzer, de Leie, de
op www.volvanwater.be
Die vier stroomgebieden worden in Vlaan-
Brugse Polders, de Bovenschelde, de Gent-
deren overkoepeld door twee internationale
se Kanalen, de Dender, de Benedenschelde,
stroomgebieddistricten: het stroomgebied-
de Dijle en de Zenne, de Nete, de Demer en
district van de Schelde en het stroomgebied-
de Maas. Voor de elf bekkens en de 103 deel-
district van de Maas. De stroomgebieden
bekkens zijn nu ontwerpen van bekken- en
van de IJzer en de Brugse Polders behoren
deelbekkenbeheerplannen opgemaakt.
Hoe u dat doet, leest u op de volgende pagina’s.
tot het stroomgebieddistrict van de Schelde.
21
Openbaar onderzoek waterbeheerplannen
Wat denkt u ervan? De waterbeheerplannen die de komende jaren soelaas moeten brengen voor de waterproblemen in Vlaanderen, kunt u nog tot 22 mei 2007 inkijken op uw gemeentehuis, tijdens een openbaar onderzoek. Bovendien wordt er per bekken een infodag georganiseerd.
W 22
Wanneer loopt het openbaar onderzoek? Van 22 november 2006 tot 22 mei 2007 Hoe kan ik mijn mening geven? U kunt uw opmerkingen schriftelijk indienen bij
aarover gaat het openbaar
maar u kunt het ook raadplegen of bestellen
onderzoek en waar kan ik de
via www.volvanwater.be of gratis aanvragen op
u op het gemeentehuis. Ook tijdens de informa-
plannen inkijken?
het nummer 0800 99 004.
tie- en inspraakvergaderingen kunt u uw reac-
Tijdens het openbaar onderzoek
2. Het bekkenbeheerplan van het bekken (of
legt de overheid twee soorten plannen voor aan
de bekkens) waartoe uw gemeente behoort,
de bevolking. Ook u kunt opmerkingen formu-
samen met de bijhorende deelbekken-
leren, verbeteringen voorstellen of ideeën voor
beheerplannen. Dit plan kunt u inkijken in
uw gemeentebestuur. Hoe u dat doet, verneemt
tie doorgeven. Het is echter wel belangrijk dat u reageert vóór 22 mei 2007. Wat gebeurt er met mijn opmerkingen
acties en projecten lanceren.
uw gemeentehuis of raadplegen via www.
en adviezen?
Het gaat om de volgende plannen:
volvanwater.be.
De Coördinatiecommissie Integraal Water-
1. Het werkprogramma en het tijdschema voor de
beleid (ciw) en de bekkenbesturen evalueren
opmaak van de stroomgebiedbeheerplannen
In elk bekken wordt een informatie- en inspraak- alle reacties bij de opmaak van de definitieve
voor Schelde en Maas en het overzicht van de
vergadering met infomarkt georganiseerd.
stroomgebiedbeheerplannen en (deel)bekken-
belangrijkste waterbeheerkwesties in Vlaande-
Plaatsen en data vindt u op www.volvanwater.
beheerplannen.
ren. Dit document vindt u in uw gemeentehuis,
be (zie kader).
Dossier de waterbeheerplannen
www.vmm.be
Met de mediacampagne vol van water brengen we de waterbeheerplannen onder de aandacht van het grote publiek.
Wanneer worden de plannen definitief? – Van de stroomgebiedbeheerplannen voor Schelde en Maas worden in de loop van 2007
Infodag bij u in de buurt
en 2008 ontwerpplannen opgemaakt. Die worden eind 2008 en begin 2009 opnieuw
In elk bekken vindt de komende maanden een
– Netebekken: 12 februari
via een openbaar onderzoek voorgelegd aan
infomarkt en een informatie- en inspraakver-
Conferentiezaal, Stadhuis van Geel,
het brede publiek. In 2009 worden de defi-
gadering plaats. De infomarkt start telkens
Werft 20, 2440 Geel
nitieve stroomgebiedbeheerplannen opge-
om 10 uur. Vanaf 19 uur bent u uitgenodigd op
– Leiebekken: 13 februari
maakt en vervolgens goedgekeurd door de
de informatie- en inspraakvergadering.
Stadhuis van Waregem,
Gemeenteplein 2, 8790 Waregem.
Vlaamse Regering. – IJzerbekken: 29 januari
– Bovenscheldebekken: 15 februari
worden ten laatste op 22 december 2007 door
Cultureel Centrum - Casino Koksijde,
Abdij Maagdendale,
de Vlaamse Regering vastgesteld. Vanaf dan
Casinoplein 10-11, 8670 Koksijde (info-
Maagdendale 13, 9700 Oudenaarde
markt pas vanaf 14 u.)
– Demerbekken: 15 februari
– De definitieve (deel)bekkenbeheerplannen
kunt u de definitieve plannen inkijken bij uw provincie- of gemeentebestuur, of raadple-
– Benedenscheldebekken (Antwerps
Provinciedomein Halve Maan,
deel): 5 februari
Leopoldvest 48, 3290 Diest
Provinciehuis,
– Bekken van de Brugse Polders:
Koningin Elisabethlei 22, 2018
gen op www.volvanwater.be. Meer informatie? www.volvanwater.be
Antwerpen – Denderbekken: 6 februari
Vlaamse Milieumaatschappij,
Dokter de Moorstraat 24-26, 9300 Aalst
19 februari
Provinciehuis Boeverbos,
Koning Leopold III-laan 41, 8200 Sint-Andries
– Bekken van de Gentse Kanalen:
– Dijle-Zennebekken: 7 februari
Provinciehuis,
Provincieplein 1, 3010 Leuven
– Maasbekken (Antwerps deel): 8 februari
Provinciaal Vormingscentrum,
Smekenstraat 61, 2390 Malle
– Benedenscheldebekken (Oost-Vlaams deel): 8 februari
Administratief Centrum De Zaat,
Frans Boelplein 1, 9140 Temse
20 februari
Provinciaal Administratief Centrum (pac),
W. Wilsonplein 2, 9000 Gent
– Maasbekken (Limburgs deel): 22 februari
Bezoekerscentrum De Wissen,
Maaspark, 3650 Dilsen-Stokkem
23
Hydromorfologie waterlopen is bedroevend
Het samenspel van holle en bolle oevers is erg belangrijk voor een waterloop. In Vlaanderen werden heel wat waterlopen echter rechtgetrokken.
De waterloop herstellen Een kanaal met betonnen wanden zal nooit een echt levendige stroom worden, hoe proper het water ook is. Dat komt doordat ook de fysieke eigenschappen van een waterloop – de zogenaamde hydromorfologie – een invloed hebben op het leven in en rond de waterloop. Zwem met ons mee.
T
ot voor kort werd er bij het bepa-
de bedding en waarmee is de bodem bedekt?
in stroomsnelheden, en hoe meer variatie er is,
len van de kwaliteit van ons opper-
Dergelijke factoren bepalen mee hoe aange-
hoe meer verschillende biotopen er beschikbaar
vlaktewater vooral gekeken naar de
naam of onaangenaam een waterloop is voor
zijn voor dieren en planten. Anderzijds kunnen
fysisch-chemische kwaliteit – het al
verschillende dieren en planten. In het verle-
ook de vorm of bedekking van de bodem of
dan niet voorkomen van bepaalde schadelijke
den werd er weinig aandacht aan besteed. Van-
verschillende diepten zorgen voor de nodige
stoffen bijvoorbeeld. Sinds de kaderrichtlijn
daag is het herstel van de structuurkwaliteit
variatie. Voorts is de continuïteit van een rivier
Water wordt er nu ook systematisch aandacht
bij heel wat nieuwe projecten juist één van de
erg belangrijk: loopt de waterloop door of is er
besteed aan de hydromorfologische kwaliteit
doelstellingen.
ergens een afsluiting in de vorm van een stuw
van een waterloop. Het uiteindelijke doel is een
24
of een molen.’
goede biologische kwaliteit, of anders gezegd:
Variatie is een troef
veel en diverse planten en dieren. Om de beoog-
Koen Martens is een van de vmm-medewerkers
De afdeling Water van de vmm brengt sinds
de doelstellingen van de kaderrichtlijn Water –
die in kaart brengen hoe het gesteld is met de
2000 de hydromorfologie van de waterlopen in Vlaanderen in kaart. Ruim de helft is intus-
een goede ecologische toestand – te bereiken,
hydromorfologie van onze waterlopen. ‘Bij de
moet er werk worden gemaakt van een verder
beoordeling van de hydromorfologie gaan we
herstel van de waterkwaliteit maar ook van een
vooral na in welke mate natuurlijke processen
betere structuurkwaliteit. De hydromorfologie van een waterloop omvat
Meanders zorgen voor variatie, en hoe meer variatie er is, hoe meer kunnen plaatsvinden in een waterloop. Meandieren en planten kansen krijgen. ders zijn een goed voorbeeld. Heel veel waterlopen zijn geheel of gedeeltelijk rechtgetrok-
sen beoordeeld en de balans is erg negatief. ‘De
veel aspecten: is er variatie in breedte en diepte?
ken en meanderen niet meer. Nochtans is het
oorzaak ligt voornamelijk in het ruimtegebrek
Stroomt het water op verschillende plaat-
samenspel van holle en bolle oevers belangrijk.
in Vlaanderen,’ zegt Koen Martens. ‘In de jaren
sen sneller of trager? Hoe is de structuur van
Het zorgt onder meer voor variatie in oevers en
60 en 70 zijn heel wat waterlopen rechtgetrok-
Dossier de waterbeheerplannen
www.vmm.be
Bijna twee op drie waterlopen scoort slecht of ontoereikend voor hydromorfologie.
vermijden dat de waterloop droog viel, wer-
de structuurkwaliteit. Heel wat waterlopen
ken om het water sneller te kunnen afvoeren
pen te verleggen, ze te verkorten en stuwen
den er stuwen geplaatst die het water – en
kregen bijvoorbeeld een oeververdediging in
jammer genoeg ook de vissen – tegenhou-
beton en werden frequent geruimd, met veelal
den. Door de natuurlijke loop van waterlo-
nefaste gevolgen voor de structuurkwaliteit.’
en om ruimte te winnen. Waterlopen werden
te plaatsen, zijn vele waterlopen hun natuur-
Slag voor het waterleven
vaak ook verbreed en verdiept. De oevers wer-
lijke dynamiek verloren. ‘Tot voor kort werd
Al die kunstmatige ingrepen hebben – in samen-
den dikwijls vastgelegd met harde oeverver-
er ook bij de inrichting en het beheer van
spel met de slechte waterkwaliteit – een dra-
dediging zoals schanskorven of beton.’ Om te
een waterloop geen rekening gehouden met
matisch effect gehad op het waterleven. >
Met zendertje over de vistrap Op heel wat waterlopen zijn stuwen geplaatst, om het waterpeil voldoende hoog te houden nadat de waterloop was rechtgetrokken. Die stuwen vormen echter een barrière voor de vissen. In zo’n geval kan een vistrap een oplossing bieden: het water wordt nog altijd tegengehouden, maar op een manier die vismigratie niet in de weg staat. Een stuw veroorzaakt in een waterloop een hoogteverschil dat onoverbrugbaar is voor een vis. Door hetzelfde hoogteverschil trapsgewijs te overbruggen, via een vistrap dus, staat niets de vissen nog in de weg. In Meerhout werd een dergelijke vistrap aangelegd. Een niveauverschil van 1,7 meter aan de stuw werd overbrugd door middel van een vistrap met 14 drempels. Om het effect na te gaan werden 17 kopvoorns uitgerust met een zendertje. Ze bleken wel degelijk gebruik te maken van de vistrap, en bovendien in beide richtingen. Intussen zijn nog vijf andere vissoorten met een zendertje uitgerust, en ook zij hebben de vistrap al overwonnen.
Vistrap in het Bovenscheldebekken
>
Onder meer het visbestand daalde drastisch. ‘De grote migratoren, zoals zalm, steur en ook wel paling zijn drastisch achteruitgegaan en heel wat soorten zijn zelfs uitgestorven. Voor de paling bijvoorbeeld is migratie levensnoodzakelijk. Volwassen palingen leggen hun eieren in een bepaald gebied in de Atlantische Oceaan,
Visvoorkeuren Voor vissen is het erg belangrijk dat er in een waterloop verschillende habitats aanwezig zijn. Elke vis stelt andere eisen aan zijn leefomgeving, en soms veranderen die zelfs met de leeftijd of met het seizoen. Maak kennis met de kopvoorn en de beekprik. Voor vissen is het erg belangrijk dat er in een waterloop verschillende habitats aanwezig zijn. Elke vis stelt andere eisen aan zijn leefomgeving, en soms veranderen die zelfs met de leeftijd of met het seizoen. Maak kennis met de kopvoorn en de beekprik.
Allerlei kunstmatige ingrepen op de waterlopen hebben het visbestand drastisch doen dalen. waar de larven opgroeien. Als die wat groter zijn, zwemmen ze als glasaal terug naar de rivieren. Maar door de ingrepen op de waterlopen zijn die onbereikbaar geworden. De kwabaal is
Kopvoorn. Jonge kopvoorns zoeken in de
Beekprik. Nog zo’n kieskeurig visje is de
een ander voorbeeld: die heeft te lijden gehad
zomer ondiepe plaatsen op met weinig
beekprik. Van de 7 jaar die hij levend door-
onder het afkoppelen van overstromingsgebie-
stroming. In de winter verhuizen ze naar
brengt, spendeert hij er 6,5 als larve. Hij stelt
den. Voor hun voortplanting moet er immers
nog minder diepe en traagstromende bio-
in die periode zware eisen aan de beekha-
migratie mogelijk zijn tussen de waterloop
topen. Oudere kopvoorns, en zeker grote-
bitat, en bovendien zijn die eisen anders
en de overstromingsgebieden. Ook heel wat
re dieren, zoeken juist eerder de diepte op
voor de larven dan voor de vissen. De larven
andere soorten, vooral beekvissen zoals de ser-
en houden ook van sneller stromend water
houden van trage stroming, terwijl de vis-
peling of de rivierprik die een vrij sterke stro-
dan hun jonge soortgenoten. Hoewel zowel
sen een grotere stroomsnelheid verkiezen.
ming verkiezen, zijn bedreigd en op veel plaat-
ouderen als jongeren de holle oevers verkie-
Ideaal is een beek waar fijn- en grofkorrelig
sen verdwenen uit onze waterlopen door een
zen, hebben de oudere vissen een duidelijke
substraat, ondiepe en diepere delen, en tra-
gebrek aan leefgebieden met veel stroming.’
voorkeur voor harde ondergronden, terwijl
gere en snellere stromingen elkaar afwisse-
(zie kaders Visvoorkeuren, IJsvogel in opmars
de jongeren het ’s winters toch liever wat
len. De beekprik is in Vlaanderen heel zeld-
en Kieskeurige Waterranonkel)
zachter hebben.
zaam geworden, ook al omdat de larve leeft in de vaak vervuilde waterbodems.
Intussen wordt stap voor stap de hydromorfologie verbeterd en de natuur terug hersteld.
26
blokken maaien, zodat er tussen de gemaaide
de vallei bovendien meer water bergen, zodat
Zo worden bijvoorbeeld oevers natuurvrien-
en niet-gemaaide delen stroming ontstaat. Zo
ongewenste overstromingen meer stroomaf-
delijker ingericht, door de helling flauwer te
blijft de afvoer verzekerd terwijl ook de natuur
waarts – in Leuven – worden voorkomen. Als er
maken of meer variatie aan te brengen. ‘Zo
voldoende kansen krijgt.’
zoals in de Dijlevallei veel ruimte beschikbaar is,
creëren we betere omstandigheden voor plan-
zijn de oplossingen makkelijk en goedkoop. Als
ten en dieren, maar het helpt ook om erosie en
In sommige gevallen is het mogelijk om een
er minder ruimte is, nemen we onze toevlucht
dus afspoeling van nitraten en bestrijdingsmid-
waterloop terug te laten meanderen, waarna de
tot semi-natuurlijke oplossingen die vaak wel
delen te voorkomen.’ Vaak heeft een waterloop
vegetatie zich spontaan begint te ontwikkelen.
duurder zijn.’
ook al baat bij een ander beheer. ‘Als het water
‘In de Dijlevallei stroomopwaarts van Leuven
wordt opgestuwd doordat er te veel waterplan-
bijvoorbeeld laten we de Dijle gewoon vrij om
Weg vrij voor vis
ten zijn, werden die waterplanten vroeger vol-
haar eigen meanders uit te schuren. En dat lukt,
Al enkele jaren gaat er speciale aandacht naar
ledig gemaaid. Nu gaan we alleen bepaalde
met zo’n halve meter per jaar. Op die manier kan
de vismigratieknelpunten: plaatsen waar een
Dossier de waterbeheerplannen
stuw, sluis of molen de vissen verhindert om
Polders bijvoorbeeld heeft een goede structuur-
hun eitjes te leggen in geschikte paaigebieden,
kwaliteit, maar de waterkwaliteit is er erg slecht,
www.vmm.be
voedsel te zoeken of te vluchten voor ongun- zodat ook in die beek weinig leven zit.’ Nog maar stige omstandigheden. Over de aanpak van
eens een aanwijzing dat een integraal waterbe-
die knelpunten bestaat er in de Benelux al een
leid geen luxe is.
afspraak sinds 1996. ‘Intussen hebben we 92 van
waterkwaliteit al vrij goed is. Als het water te vuil
Kieskeurige waterranonkel
is voor de vissen heeft het immers geen zin om
De Grote Waterranonkel is een plant die uit-
aan de vismigratie te werken.’ Soms wordt het
gesproken eisen stelt aan zijn omgeving.
knelpunt weggenomen, maar als dat niet kan
Niet alleen heeft de plant nood aan pro-
– bij een sluis of een watermolen bijvoorbeeld –
per water, hij heeft ook kwelwater (opbor-
wordt er vaak een nevengeul gegraven waar-
relend grondwater) nodig en meanders
de 800 voornaamste knelpunten weggewerkt. We hebben eerst de plaatsen aangepakt waar de
IJsvogel in opmars
voor de variërende stroomsnelheden en
Er bestaan ook heel ingenieuze natuurtechnische systemen, zoals bijvoorbeeld de vistrap
Ook de ijsvogel is een diertje dat zich niet
digheden zijn natuurlijk lang niet overal
(zie kader ‘Met zendertje over de vistrap’).
snel thuis voelt. Hij voedt zich met beek-
voorhanden. Rechttrekking en uitdieping
langs de vissen het obstakel kunnen omzeilen.
de afzetting van sediment. Die omstan-
visjes, die hij vanop een tak boven het water
van beken en intensieve ruimingen zijn
Een betere hydromorfologie heeft een positie-
in de gaten houdt. De ijsvogel heeft steile,
nefast voor de Grote Waterranonkel. In de
ve invloed op het waterleven, maar ook op de
natuurlijke oevers nodig om zijn nest in te
Warmbeek (Hamont-Achel) bijvoorbeeld
fysisch-chemische waterkwaliteit. Naarmate er
graven en stromend zoet water van goede
komt de plant massaal voor in een mean-
meer planten en dieren in een waterloop voor-
kwaliteit met voldoende vis erin. Vanaf de
derend gedeelte van de waterloop. In de
komen, groeit immers ook het zelfzuiverend
jaren 60 werd de ijsvogel in Vlaanderen een
meer stroomafwaartse zone – met dezelf-
vermogen van de waterloop. Anderzijds is een
zeldzame verschijning, maar het laatste
de waterkwaliteit, maar zonder meanders –
goede structuurkwaliteit natuurlijk geen garan-
decennium is hij weer in opmars.
komt de plant niet voor.
tie. ‘De Rivierbeek in het bekken van de Burgse
27
Elk bekken een overstromingsvoorspeller
Wateroverlast online
gebied rond de waterloop wordt opgemeten: de hoogte van de vallei, de hoogte van de oever, bruggen, stuwen, enzovoort. Stap 2: modelleren Met het verzamelde materiaal wordt een hydraulisch model gemaakt van het bekken: een computermodel van de opgemeten waterlopen. Als je daar de gemeten waterpeilen, gegevens over de regenval en zo meer aan toevoegt, kan het model berekenen hoeveel water er in de waterlopen staat, hoeveel water er overstroomt, hoeveel water de vallei aankan, en hoe ver de overstroming zich dus uitstrekt. Stap 3: voorspellen
‘Als er onbevaarbare waterlopen buiten hun oevers dreigen te treden, zullen we dat beter zien aankomen.’
Vervolgens wordt het model online gezet: op basis van de neerslagmetingen, de klepstanden en andere actuele informatie maakt het
Vlaanderen krijgt geregeld af te rekenen met overstromingen. Er worden heel wat maatregelen genomen om dat te voorkomen, maar alle risico’s uitsluiten, is onmogelijk. Daarom werkt de vmm hard aan een set van overstromingsvoorspellers, zodat we weten waar en wanneer er wateroverlast dreigt en iedereen zijn voorzorgen kan nemen.
D 28
model om het kwartier een berekening. Ook de reële waterpeilen worden ingevoerd: die meet de VMM permanent op een 150-tal locaties. Als dan ook nog eens de voorspelde neerslag wordt toegevoegd, kan het systeem voorspellingen doen: het model berekent de toekomstige waterstanden en beeldt de verwachte toestand
e afdeling Water van de vmm maakt voor elk van de elf bekkens in Vlaan-
Elf overstromingsvoorspellers in de maak
af op topografische detailkaarten. Op die kaarten is in een oogopslag duidelijk of er bebouwde
deren een overstromingsvoorspeller. ‘Op 1 januari activeren we de tweede overstro- zones bedreigd zijn of niet. Bovendien stelt het Die van de Demer is intussen al een
mingsvoorspeller, die voor het Denderbekken,’
de vmm in staat om het waterbeheer af te stem-
tijdje in werking, en met succes. Waar vroeger de
zegt Kris Cauwenberghs van de vmm. ‘De komen
men op wat er gaat komen.
brandweer door de burgers werd gealarmeerd als
de vijf jaar volgen de andere bekkens een na een.’
het water de huizen bedreigde, worden er nu pre-
Het duurt ongeveer een jaar om een overstro-
Stap 4: alarm?
ventief zandzakjes gevuld als de overstromings-
mingsvoorspeller te bouwen. In het voorberei-
De overvoorstromingsvoorspeller onderscheidt
voorspeller alarm slaat. De vmm concentreert zich
dende werk is intussen 8 jaar werk gekropen.
op de onbevaarbare waterlopen: voor de bevaar-
drie toestanden: de basistoestand, de waaktoestand (als er overstromingen dreigen) en
bare waterlopen werkt het departement Mobi-
Stap 1: meten
de alarmtoestand (als er huizen bedreigd zijn).
liteit en Openbare Werken aan een gelijkaardig
Landmeters meten overal in Vlaanderen het
Als de toestand verandert, worden de vmm-
waarschuwingssysteem.
dwarsprofiel op van de bedding van de onbe-
medewerkers van wacht gealarmeerd. Vanaf
vaarbare waterlopen. Intussen is dat voor zo’n
de waaktoestand worden de gegevens ook
3000 kilometer waterloop gebeurd. Ook het
frequenter geactualiseerd. In de toekomst
Dossier de waterbeheerplannen
zullen de hydrologen van de vmm een wacht-
van de debieten die we standaard op 150 plaat-
en permanentieregeling bemannen, om de
sen meten, kunnen we ook voorspellen of
De watertoets
toestand – maar ook de elf systemen – in de
er stroomopwaartse overstromingen kunnen
gaten te houden en indien nodig de hulpdien-
voorkomen. Dat systeem is minder gedetail-
Elk nieuw gebouw, maar ook een
sten te alarmeren. Er wordt momenteel druk
leerd, maar het functioneert wel.’
heleboel andere ingrepen op de leefomgeving, hebben een invloed op de
geschreven aan een draaiboek.
Voorspeller voor heel Vlaanderen
www.vmm.be
Volg de toestand online
waterhuishouding. Een nieuwe woning
De overstromingsvoorspellingen zullen toe-
bijvoorbeeld zorgt ervoor dat het hemel-
Over vijf jaar is er voor elk van de elf bekkens
gankelijk worden gemaakt via een centrale
water op die plaats niet meer zomaar de
zo’n gedetailleerde overstromingsvoorspeller
website, die vanaf het voorjaar van 2007 online
bodem kan indringen. Als het terrein
operationeel. Na het Demer- en het Denderbek-
zal zijn. Op die website kunnen – naast de
voor die woning bovendien wordt ver-
ken zijn het Dijlebekken en het IJzerbekken aan
hulpdiensten en de andere overheden – ook de
hoogd, zoekt het water een andere weg
de beurt. In de tussentijd wordt de rest van
burgers de toestand opvolgen, en onder meer
en kan het elders voor schade zorgen.
Vlaanderen niet aan zijn lot overgelaten. Op
de voorspellingsresultaten en de kaarten
Om dergelijke situaties te voorkomen,
1 januari wordt er ook een vereenvoudigde
bekijken. Hou er wel rekening mee dat er in het
heeft de Vlaamse overheid de watertoets
overstromingsvoorspeller voor heel Vlaanderen
begin enkele kinderziekten kunnen opduiken.
in het leven geroepen. Elk nieuw initiatief waarvoor er een vergunning nodig
geactiveerd. Kris Cauwenberghs: ‘Op basis
Rampen niet uitgesloten
is (een stedenbouwkundige, een milieu-
Met de overstromingsvoorspellers kan heel
vergunning of een andere) en elk plan of
wat wateroverlast vooraf voorzien worden.
programma, moet vooraf aan de water-
‘Overstromingen zoals in juli 2005 in West-
toets worden onderworpen.
Vlaanderen of recenter in Maldegem in augustus, zullen we met de overstromingsvoorspeller
De watertoets beoordeelt of een initia-
kunnen voorspellen. Voor een plotse dijkbreuk
tief schadelijke effecten veroorzaakt als
of rioleringen die tijdens een zomeronweer het
gevolg van een verandering in de toe-
water niet kunnen slikken, zal dat niet het geval
stand van het oppervlaktewater, het
zijn. Als er echter onbevaarbare waterlopen drei-
grondwater of de waterafhankelijke
gen buiten hun oevers te treden, zullen we dat
natuur. Toont de watertoets aan dathet
zien aankomen. We moeten natuurlijk wel reke-
initiatief significante schade kan ver-
ning houden met een kleine foutenmarge, van
oorzaken, dan moet men op zoek naar
enkele centimeters. Maar ook het verschil tus-
alternatieven of compenserende maat-
sen wel of geen overstroming is maar een paar
regelen. Is er – in uitzonderlijke geval-
centimeter hoog.’
len – geen aanvaardbaar alternatief of remediëring mogelijk, dan ziter niets anders op dan de vergunning of de goedkeuring voor het plan of programma te weigeren.
Over vijf jaar is er voor elk bekken een gedetailleerde overstromingsvoorspeller operationeel. Tot dan wordt er een vereenvoudigde, maar effectieve overstromingsvoorspeller voor heel Vlaanderen ingezet.
Meer info: www.watertoets.be
29
map-meetnet grondwater
Peilen in de diepte Als leek wandel je zo’n meetpunt gewoon voorbij: een metalen deksel van amper twintig centimeter doorsnede in de wegberm.
Op een winderige novemberdag zakken we af naar het Limburgse Peer om live mee te maken hoe de kwaliteit van ons grondwater wordt getest. We keken mee in de ontzagwekkende diepte van de ondergrondse waterstromen.
I
n 2003 werd er in Vlaanderen een freatisch
woordelijke Ralf Eppinger wijst ons erop dat de
laatste laag waar er opgeloste zuurstof in het
grondwatermeetnet uitgebouwd speci-
putten zodanig zijn gekozen dat het grondwater
water zit. Als daar nitraat wordt gevonden, wijst
fiek voor nitraat, ook wel het map-meetnet
dat erin stroomt afkomstig is uit landbouwge-
dat op een vervuilingsprobleem omdat nitraat
grondwater genoemd. De Europese nitraat-
bied. ‘De manier waarop nitraat zich verspreidt
pas wordt afgebroken als er geen opgelos-
richtlijn, vertaald in het Vlaamse map of Mest-
in de watervoerende lagen is echter afhankelijk
te zuurstof aanwezig is. De derde zit net in de
actieplan, verplichtte de lidstaten immers om
van vele factoren: onder meer de zuurstofcon-
reductiezone, waar de zuurstof in zijn pure vorm
op te volgen welke invloed de landbouw-activi-
centraties in het water, de transportsnelheden
uit is verdwenen. Die stalen geven ons informa-
teit heeft op de nitraatgehaltes in het grondwa-
en de aanwezigheid van reducerende stoffen
tie over de achtergrondkwaliteit van het grond-
ter. In alle 2100 MAP-meetpunten worden er om
die nitraat met behulp van micro-organismen
water.’ Hoe diep de filters zitten, hangt van vele
de zes maanden stalen genomen.
kunnen afbreken.’
factoren af. ‘Hier in Limburg gaan enkele putten tot een diepte van bijna honderd meter. In de
30
Op een landbouwweg tussen de velden in Peer
Peilbuizen in de diepte
polders zijn er putten van amper drie meter diep.
zijn Bart en Pierre druk in de weer met pom-
Eens het metalen deksel is losgevezen, zien we
Gemiddeld gaat het tot zo’n vijftien meter.’
pen, slangen, flesjes. Per dag bemonsteren ze
de uiteinden van drie peilbuizen die elk tot op
drie tot vier meetpunten, en dat drie maanden
een verschillende diepte in de bovenste water-
Onderin in elke peilbuis zit een filter van een
lang in het najaar en drie maanden lang in het
voerende laag reiken. ‘De eerste gaat één tot
halve tot één meter lengte waar het grondwater
voorjaar. Als leek wandel je zo’n meetpunt
twee meter onder de grondwatertafel: ze geeft
doorstroomt. Uit die filter wordt het grondwa-
gewoon voorbij: een metalen deksel van amper
informatie over de meest recente veranderin-
ter opgepompt. Om voor bepaalde analyses
twintig centimeter doorsnede in de wegberm
gen van de grondwaterkwaliteit. De tweede zit
accurate resultaten te krijgen, mag het grond-
is het enige zichtbare teken. vmm-verant-
aan de basis van de geoxideerde laag, dat is de
water niet in contact komen met de lucht.
Dossier de waterbeheerplannen
Daarom wordt het opgepompte water door
den is er een meetlocatie per 1000 ha. Gemiddeld
www.vmm.be
Ver boven de norm
een luchtdichte doorstroomcel gepompt, waar
is er een meetlocatie per 340 ha landbouwgrond.
De twee meetpunten die we in Peer bezoeken,
al een heleboel parameters worden gemeten:
Dankzij het map-meetnet hebben we nu een veel
toonden de voorbije jaren geen fraai beeld van
het zuurstofgehalte, de pH, de geleidbaarheid
vollediger beeld van de problematiek. We hadden
de toestand. ‘Hier in de streek zien we dikwijls
en het redoxpotentiaal van het water. Ook bij-
voor 2003 wel al een meetnet, maar daar waren
nitraatgehaltes tussen 100 en 250 mg per liter.
voorbeeld de temperatuur van het grondwater
de meetpunten nogal lukraak gekozen. In de Ant-
Dat is heel hoog: de norm ligt op 50 mg per
– op die novemberdag zo’n elf graden op zestien
werpse Kempen bijvoorbeeld hadden we zo goed
liter. Er is hier dus wel degelijk een probleem.’
meter diepte – wordt op het terrein gemeten.
als geen putten. Dat is een heel verschil met het
De zandige gronden en de zandige watervoe-
fijn-mazige meetnet van vandaag.’
rende lagen maken de streek potentieel >
Meer dan nitraat Hoewel het freatische grondwatermeetnet er in eerste instantie is gekomen als gevolg van de nitraatrichtlijn, worden er in één moeite ook heel wat andere kwaliteitsparameters opgevolgd. Bart en Pierre nemen uit elke filter zes stalen, die naar het labo worden doorgestuurd. Daar wordt het nitraatgehalte bepaald, maar er wordt bijvoorbeeld ook gezocht naar zware metalen, pesticiden, cyanides enzovoort. Ralf Eppinger: ‘We doen geen onderzoek naar specifieke organische verontreinigingen zoals benzeen, pak’s of tolueen. Dat zijn eerder plaatselijke verontreinigingen, terwijl wij proberen de algemene grondwaterkwaliteit in beeld te brengen. Ons onderzoek spitst zich dan ook toe op stoffen die wijdverspreid kunnen voorkomen.’ Per jaar worden zo’n 30.000 stalen genomen en geanalyseerd. Het nieuwe map-meetnet heeft intussen een duidelijk en betrouwbaar beeld opgeleverd van de nitraatproblematiek met betrekking tot grondwater. ‘Dat komt onder meer door de wetenschappelijke manier waarop de meetpunten zijn
31
vastgelegd,’ zegt Ralf Eppinger. ‘Er zijn in heel Vlaanderen 33 zones afgebakend waarbinnen nitraattransport en -afbraak op een vergelijkbare manier gebeurt. Vervolgens zijn, afhankelijk van de nitraatgevoeligheid van elke zone, meer of minder meetpunten gekozen. In gebieden die zeer kwetsbaar zijn, is er een meetlocatie per 200 ha landbouwgrond, in de minst kwetsbare gebieBoven: Ter plaatse worden er al een aantal analyses van het grondwater gedaan. Voor de overige analyses worden stalen naar het labo gestuurd. Onder: Op de meeste meetlocaties zijn er drie peilbuizen die elk tot op een verschillende diepte in de bovenste watervoerende laag reiken.
Het grondwater wordt door een doorstroomcel gepompt, omdat het voor bepaalde analyses niet in contact mag komen met de lucht.
erg gevoelig: het nitraat dat in de bodem van
32
meetpunten in stedelijke of industriële gebie-
echter ook in het kwaliteitsbeheer in: jaarlijks
akkers en weilanden achterblijft, sijpelt met
den? ‘Voorlopig doen we dat niet, maar het is
testen we het grondwater op een hele reeks
het infiltratiewater heel makkelijk door tot het
zeker een mogelijkheid die we openlaten voor
stoffen.’ De putten van het primaire meetnet
grondwater. In heel Vlaanderen voldoen op dit
de toekomst. In die gebieden gaat het veelal om
zijn vooral in de diepere watervoerende lagen
moment slechts 62 % van de meetlocaties aan
puntverontreiningen of megasites – een opeen-
geïnstalleerd. Sommige putten zijn tot 600
de nitraatnorm.
hoping van puntbronnen. Daar kun je erg moei-
meter diep. Op die manier is er over alle water-
lijk een duidelijk beeld krijgen.’
voerende lagen in Vlaanderen voldoende infor-
Het map-meetnet geeft de vmm een duidelijk beeld van de nitraatverontreiniging en andere
matie beschikbaar.
En het diepere grondwater?
diffuse verontreiniging in landbouwgebied.
Naast het freatische grondwatermeetnet,
U kunt de meetgegevens van de
‘Voor heel wat kwaliteitsparameters zoals zware
bestaat er ook nog een primair grondwater-
grondwatermeetnetten raadplegen via
metalen, pesticiden, chloriden of sulfaten zou
meetnet, dat eigenlijk al veel ouder is. ‘We
http://dov.vlaanderen.be
het interessant zijn om ook te weten hoe de toe-
gebruiken het in eerste instantie voor kwan-
stand in niet-landbouwgebieden is. Daarom
titeitsbeheer, om de waterstanden te moni-
komen er binnenkort ook een veertigtal meet- toren en na te gaan waar er verdroging dreigt. punten in natuurgebieden.’ Komen er dan ook
We schakelen het primaire meetnet sinds kort
www.vmm.be
‘In het verleden was de controle op Aquafin te fel versnipperd.’
Strengere controle op de afvalwaterzuivering
Het argusoog van de vmm
I
n haar nieuwe rol van ecologisch toezicht-
Indicatorenkader
houder zal de vmm strenger en vooral meer
Om de werking van de waterzuiveringsinfra-
gestructureerd toezien op de uitbouw en
structuur per zuiveringsgebied – het gebied
het beheer van de waterzuiveringsinfra-
dat bediend wordt door een rioolwaterzuive-
structuur door de nv Aquafin. ‘Dat was nodig’,
ringsinstallatie – te evalueren, de pijnpunten
zegt Steven Van den Broeck van de vmm. ‘In het
bloot te leggen en de verantwoordelijkheden
recente verleden was die controle te zeer ver-
te duiden, stelde de vmm een indicatorenkader
snipperd. Zo was de vmm wel verantwoorde-
op. ‘Voor het bovengemeentelijke riolerings-
lijk voor het opstellen van de opdrachtenpor-
netwerk werkten we vijf indicatoren uit’, zegt
tefeuille, maar de opvolging en oplevering van
Steven Van den Broeck. ‘Die gaan we nauwge-
de werken gebeurde in hoofdzaak door aminal.
zet meten en beoordelen. Elke indicator krijgt
De vmm voerde ook metingen uit op de riool-
een aparte quotering. Aan de hand van die
waterzuiveringsstations, maar was dan weer
quoteringen berekenen we een globale score per
niet gemachtigd om een proces-verbaal op
zuiveringsgebied. Bij een positieve score werkt
te stellen. Aquafin zag zich geconfronteerd
de waterzuiveringsinfrastructuur naar behoren.
met meerdere bazen, en die situatie was verre
Is de waarde negatief, dan is er nog werk aan
van ideaal.’
de winkel.’
© Jan Caudron
Het Vlaamse Gewest heeft de afgelopen jaren zwaar geïnvesteerd in de zuivering van ons afvalwater. Er is een fortuin aan leidingen en collectoren in de grond gestopt, maar het einde van de tunnel is nog lang niet in zicht. Ons rioleringsnet vertoont nog te veel zwakke plekken, en de vmm moet orde op zaken stellen.
33
zegt Steven Van den Broeck. ‘Het is zeker niet onze bedoeling om Aquafin de duvel aan te doen. Het is belangrijk dat Aquafin greep heeft op de indicatoren waarop het wordt afgerekend. Zo kunnen we Aquafin moeilijk verantwoordelijk stellen voor de hoeveelheid neerslag die valt. We willen gewoon nagaan waar de bedrijfsvoering beter kan en samen met Aquafin naar een gepaste oplossing zoeken. Het indicatorenkader moet een soort draaischijf worden om de verantwoordelijkheden te duiden.’ Zodra het nieuwe evaluatiesysteem voor het bovengemeentelijke rioleringsnetwerk helemaal op poten staat, komt ook de gemeentelijke infrastructuur aan de beurt. ‘Ook daar zullen we werken met indicatoren’, zegt Steven Van den Broeck. ‘Alleen missen we bij de gemeenten de doorgedreven informatiestroom die we bij Aquafin wel hebben. Voor de controle van de bovengemeentelijke infrastructuur kunnen we grotendeels teren op meetgegevens die sowieso al worden verzameld. Bij de gemeenten hebben we die gegevens niet. Maar dat
‘Aquafin had eigenlijk meerdere bazen, en dat was verre van ideaal’ Voor het bovengemeentelijke rioleringsnetwerk worden vijf indicatoren gemeten en beoordeeld.
34
belet ons niet om ook daar een controleka-
Om de meetresultaten uit het indicatorenkader
slechte evaluatie. Op die manier zien we in één
der uit te werken, dat veeleer op kwalitatieve
aanschouwelijk voor te stellen, wordt voor elk
oogopslag waar de lamp brandt, en kunnen we
gegevens gebaseerd zal zijn. Ook de gemeenten
zuiveringsgebied een schematische kaart opge-
heel gericht tot actie overgaan, en bijvoorbeeld
vallen immers onder het ecologisch toezicht van
steld. ‘Vergelijk het met een metrokaart van het
de bedrijfsvoering van de zuiveringsinfrastruc-
de vmm.’
rioleringsnet’, zegt Steven Van den Broeck. ‘Het
tuur door Aquafin of door de gemeente aanpas-
kluwen aan leidingen en installaties wordt in
sen, of nieuwe gemeentelijke of bovengemeen-
een sterk vereenvoudigde vorm weergegeven.
telijke projecten definiëren.’
Ook de gemeentelijke infrastructuur wordt op termijn onder de loep genomen.
Ook de gemeenten Het nieuwe indicatorenkader werd inmiddels uitvoerig getest in 16 proefgebieden. ‘De rest
De onderdelen die goed functioneren, krijgen
van Vlaanderen volgt zodra we de finesses van
een groene kleur. Rood staat dan weer voor een
het systeem met Aquafin hebben besproken’,
De Beslissing
www.vmm.be
Vijf indicatoren voor zuiver water 1. Hoe optimaal werken de vijzels? Het vijzelgemaal of de pomp die het aangevoerde afvalwater naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie stuwt, is uitgerust met een overstort. Op heel wat plaatsen wordt die continu bemeten. Op termijn is het de bedoeling dat al die overstorten worden bemeten. Als het waterpeil te hoog is, treedt de overstort in werking. Het teveel aan afvalwater komt dan in een nabijgelegen beek terecht. Op dat moment moet het gemaal optimaal functioneren: het maximale debiet van de vijzel moet met andere woorden volledig worden benut. Is dat niet het geval, dan zal dat de beoordeling negatief beïnvloeden. rekening gebracht. Ook de kritieke pompstati-
deling. Niet enkel de frequentie, maar ook
2. Wordt het afvalwater voldoende gezuiverd?
ons op het rioleringsnet moeten een voldoen-
de duur van de overstorting wordt mee in
de hoog debiet halen. Voor de berekening van
rekening gebracht. Een overstort dat 24 uur
Het afvalwater dat de rwzi binnenstroomt,
de score geldt dezelfde formule als in punt 1.
in werking is, heeft een zwaardere impact
moet maximaal worden gezuiverd. Het ver-
Alleen zijn er voor de pompstations op de
dan een overstort dat slechts enkele minu-
wijderingspercentagevandevuilvrachtwordt
leidingnet tot dusver weinig gegevens bekend,
ten actief is.
vergeleken met de doelstellingen die in
terwijl het debiet van de pompstations op de
de milieuvergunning van de rwzi werden
rwzi’s zeer nauwkeurig wordt bemeten. Het is
vastgelegd. Een te laag percentage leidt tot
5. Hoe wordt de waterzuiveringsde bedoeling om de meest kritieke pompstatiinfrastructuur beheerd?
een negatieve score. Ook de concentratie
ons – op basis van hun ecologische belangrijk-
De incidenten die zich voordoen op de
van het geloosde water wordt getoetst aan
heid – ook met meetapparatuur uit te rusten.
waterzuiveringsinfrastructuur
die doelstellingen en bepaalt mee de quo-
worden
aan vier criteria getoetst. Werd het inci-
4. Werken de overstorten volgens het boekje?
dent tijdig vastgesteld? Werd het tijdig
worden gerespecteerd, geldt als versterkende factor. Als de lozingsnormen niet worden
De vmm werkt reeds geruime tijd aan de uit-
fin voldoende stappen om illegale lozers op
gehaald, kan dat een positieve appreciatie
bouw van een overstortmeetnet en beschikt
te sporen en te verbaliseren? En is er ade-
afzwakken, zelfs al haalt de rwzi een goed
bijgevolg over vrij accurate meetgegevens.
quaat opgetreden om het incident te ver-
rendement.
Ruim 250 meetpalen zijn inmiddels op stra-
helpen? Voor het evalueren van de eer-
tering. De mate waarin de lozingsnormen
aan de vmm gemeld? Onderneemt Aqua-
tegische plaatsen ingeplant. Een overstort
ste drie criteria zijn voldoende gegevens
3. Werken de pompstations naar behoren?
mag gemiddeld slechts 7 dagen per jaar in
beschikbaar. Alleen het laatste criterium
werking zijn. Zit een overstort ver boven dat
is op dit moment een beetje subjectief,
Niet enkel de pomp van de rwzi wordt in
gemiddelde, dan krijgt het een negatieve beoor-
maar op termijn streeft de vmm wel naar
35
Isolatie houdt energiegebruik binnen de perken
Warmer wonen Tijdens de koude wintermaanden zetten we de verwarming graag een paar graadjes hoger. Jammer genoeg gaat een groot deel van die warmte gewoon verloren. Ramen, muren, daken en vloeren zijn belangrijke verliesposten. Isoleren dus, maar hoe begint u eraan?
O
nnodig warmteverlies betekent
terugverdiend, aangezien u minder moet ver-
tegen de buitenkant plaatsen. Buiten is beter,
onnodig energiegebruik. Dat is
warmen. Ook in een bestaande woning kun-
maar niet altijd mogelijk. Afwerken doet u
niet alleen jammer voor uw por-
nen een aantal eenvoudige ingrepen al een
met leien platen, gewapend pleister of metaal.
temonnee, maar ook voor het
flinke besparing opleveren: het afdichten van
Bij isolatie aan de binnenkant is het risico op
milieu. Hoe meer u verwarmt, hoe meer co2
naden en kieren, het isoleren van cv-leidingen
condensatie groter: vraag dus zeker advies
u de lucht in stuurt, en dat werkt de klimaat-
of het aanbrengen van radiatorfolie hoeft niet
aan een vakman. Zowel binnen als buiten is
verandering in de hand. Dat betekent echter
veel te kosten, maar is wel efficiënt. Wij zetten
5 à 7 cm isolatie het absolute minimum.
niet dat u tijdens de winter kou moet lijden.
de belangrijkste aandachtspunten voor u op
Met een doordachte isolatie van uw woning
een rijtje.
houdt u de warmte binnen… en koning winter
36
Het dak – Wanneer u de zolder enkel als bergruimte
buiten. Bovendien is het in een goed geïsoleerd
De muren
gebruikt, kan het volstaan om een dikke iso-
huis gewoon veel prettiger wonen: er is minder
– Bij een spouwmuur is het belangrijk dat
latielaag van 10 tot 20 cm onder de zoldervloer
tocht, u hoeft zich niet langer te storen aan het
de isolatie mooi tegen de binnenmuur
lawaai van de buren, en u hebt nooit meer last
aansluit, anders creëert u een valse spouw,
– Als u een beetje handig bent, kunt u een
van koude tenen!
en dat betekent warmteverlies. Voor de isola-
schuin dak gemakkelijk zelf isoleren. Tussen
tie van spouwmuren hebt u de keuze tussen
de kepers van het dakgebinte brengt u iso-
Bij nieuwbouw is het belangrijk dat u zich
minerale wol, polyurethaanschuim, geëxpan-
latie aan van minstens 8 cm dikte. Kies voor
vooraf goed laat informeren over de verschillende
deerd polystyreenschuim en geëxtrudeerd
spijkerflensdekens of platen van rotswol of
isolatiemogelijkheden. Laat u niet afschrikken
polystyreenschuim.
glaswol. Sommige isolatieplaten kunnen
door de prijs: de extra kost voor isolatie van
– Bij massieve muren in oudere woningen kunt
muren, ramen, vloeren en daken hebt u zo
u de isolatie zowel tegen de binnenkant als
aan te brengen.
op de kepers worden genageld, zodat ze ook dienst doen als onderdak.
De Beslissing
– Bij een warm plat dak bevindt de isolatie zich
www.vmm.be
6 x beter isoleren
aan de buitenkant van het dak. Op de draag-
– U bespaart meer als u kiest voor materiaal met een hoge isolatiewaarde. De isolatiewaarde
vloer en het afschot wordt eerst een damp-
hangt af van het soort materiaal en de dikte. Let op het vochtgedrag, de mechanische
scherm aangebracht, waarop de isolatie komt
sterkte, de stijfheid, de vormvastheid, de chemische weerstand en het brandgedrag van
te liggen.
het materiaal. – De isolatielaag moet één geheel vormen en mag nergens worden onderbroken. Een
De ramen
nauwkeurige uitvoering en een vakkundige plaatsing zijn noodzakelijk om zogenaamde
– Vervang enkele door dubbele beglazing of
koudebruggen te vermijden.
– beter nog – door superisolerende of hoogrendementsbeglazing. Hoogrendementsglas isoleert tot 5 keer beter dan enkel glas en 2 tot 3 keer beter dan gewoon dubbel glas. – Ook het schrijnwerk is bepalend voor het warmteverlies door een raam. Hout iso-
– Overisolatie bestaat niet. Vocht en schimmel komen enkel voor op plaatsen waar isolatie ontbreekt of slecht is aangebracht, of bij te weinig ventilatie. – Dek isolatiemateriaal tijdens het klussen altijd goed af, zeker wanneer u het buiten bewaart. Als het nat wordt, of als u er tegen stoot, verliest het zijn isolerende werking. – Vezels van glas- en rotswol kunnen irritatie veroorzaken. Draag handschoenen en lange mouwen en eventueel ook een stofkapje bij het verwerken.
leert veel beter dan metaal. Bij een metalen
– Isolatiemateriaal dat niet is vastgelijmd, maar gespijkerd of geniet, kan bij de sloop
raamkozijn zult u voor extra isolatie moeten
gemakkelijk worden losgemaakt en eventueel opnieuw worden gebruikt. Bent u toch
zorgen.
van plan om te lijmen, gebruik dan liefst een lijm op waterbasis.
– Hou de totale glasoppervlakte binnen de perken, zodat uw huis tijdens de zomer niet
Enkele termen
in een serre verandert. Gebruik zonwerend
– De k-waarde of warmtedoorgangscoëfficiënt staat voor het warmteverlies per vierkante
hoogrendementsglas voor grote glasopper-
meter bij een temperatuurverschil van 1°C tussen de binnen- en buitenkant van een kamer
vlakten die op het zuiden zijn gericht.
of een woning. Hoe kleiner de k-waarde van het isolatiemateriaal, hoe minder warmteverlies en hoe beter de isolatie.
De vloeren – Bij nieuwbouw of renovatie wordt isolatie van de vloeren al te vaak over het hoofd gezien.
– De lambda-waarde of warmtegeleidingcoëfficiënt geeft aan hoe snel een materiaal de warmte geleidt. Hoe hoger die waarde, hoe meer warmte verloren gaat. Hoe kleiner die waarde, hoe beter het materiaal isoleert.
Vooral vloeren op volle grond worden onvoldoende geïsoleerd. Vaak is de vloer verantwoor-
Normen en premies
delijk voor een kwart van het totale warmtever-
In vergelijking met andere Europese landen zijn de woningen in Vlaanderen doorgaans
lies in een woning.
slecht geïsoleerd. De Vlaamse overheid wil daar iets aan doen door premies uit te reiken voor
– Bij een vloer boven een kelder of een kruipruimte brengt u drukvaste isolatieplaten aan
de isolatie van woningen. Bovendien legt de Vlaamse isolatiereglementering eisen op voor de isolatie van woningen. Meer informatie vindt u op www.energiesparen.be.
onder de draagvloer of tussen de draagvloer
37
en de gewapende dekvloer.
Meer info? Voor meer informatie over het isoleren van uw woning kan u terecht bij het Centrum Duurzaam Bouwen: www.cedubo.be.
Spouwmuur Vloeren Daken Beglazing
Minimale isolatiedikte
Aanbevolen isolatie
4–6 cm
10 cm
4 cm
6 cm
8–10 cm
15 cm
dubbel glas
superisolerend glas
Goeie Vraag
Hallo, met het Infoloket? Bij het Infoloket van de vmm lopen elke dag interessante vragen binnen over het milieu. Misschien komen ze hij u thuis ook van pas.
Scheiden
Geen heffingsbiljet?
Waarom is het beter om afvalwater en hemelwater gescheiden af te
Ik heb in 2006 nog geen heffingsbiljet ontvangen van de vmm. Is dat
voeren?
normaal?
Op dit moment zijn er in Vlaanderen nog heel wat ‘gemengde’ rioolstel- Ja. Vanaf het heffingsjaar 2006 ontvangen de meeste Vlamingen geen hefsels. Die voeren uw afvalwater af samen met het hemelwater. Dat heeft
fingsbiljet (afvalwaterheffing) meer van de Vlaamse Milieumaatschap-
echter heel wat nadelen.
pij. Sinds 1 januari 2005 ontvangt u immers een eengemaakte waterfac-
– Bij droog weer bezinkt het vervuilde slib van de huishoudens in de riolen. tuur van uw drinkwatermaatschappij: samen met de vergoeding voor het Als het dan hevig begint te regenen, kunnen de riolen de grote hoeveel-
gebruik van uw leidingwater betaalt u ook een bijdrage voor de zuivering
heid water niet meer aan. Het vervuilde water uit die gemengde riole- van uw afvalwater, de zogenaamde saneringsbijdrage. ringen loopt dan via overstorten in beken en rivieren. Dat is nefast voor de waterkwaliteit.
Gezinnen met een eigen waterwinning zijn een uitzondering op die regel:
– Zo’n gemengd stelsel zorgt er ook voor dat de rioolwaterzuiverings- zij blijven heffingsplichtig voor het water dat ze oppompen uit hun eigen
38
installaties (rwzi) minder goed werken. Door het hemelwater is het
waterwinning. Zij ontvangen dus in 2006 wel nog een heffingsbiljet van
afvalwater immers sterk verdund, en dat maakt het zuiveringsproces
de Vlaamse Milieumaatschappij.
moeilijker. – Hemelwater dat meteen via de rioleringen wordt afgevoerd, infiltreert niet in de bodem. Nochtans is dat nodig om de grondwatervoorraden aan te vullen. Zoniet verdroogt het milieu en dat kan zware gevolgen hebben, bijvoorbeeld voor de fauna en flora. Gemeenten kunnen hun inwoners verplichten om afvalwater en hemelwater afzonderlijk af te voeren. Bij nieuwbouw en ingrijpende verbouwingen is gescheiden afvoer altijd verplicht.
VMM Update
www.vmm.be www.vmm.be
Gratis abonnement? Verrekijker is een magazine van de Vlaamse Milieumaatschappij dat drie keer per jaar verschijnt. In elke editie wordt een
Waterkwaliteit verbeterd in 2005
Een must voor wie op de hoogte wil blijven.
bepaald aspect van het leefmilieu onder de
Na drie jaar status-quo is de kwaliteit van het
Meer informatie bij het Infoloket of op
loep genomen. Verrekijker geeft heel wat
water in beken, rivieren en kanalen vorig jaar
www.vmm.be/luchtkwaliteit
praktische informatie en concrete tips.
verbeterd. Zo blijkt uit het jaarverslag Water
U kunt zich gratis abonneren
2005 van de vmm. Van een trendbreuk is nog
Waterzuivering: uw zaak
geen sprake, maar het is in elk geval hoopge-
Mocht u denken dat waterzuivering alleen een
vend. In 1990 was nog meer dan de helft van de
zaak is van de overheid, dan hebt u het mis. Van-
De recentste nummers kunt u downloaden op
meetplaatsen verontreinigd of zwaar verontrei-
daag liggen de zoneringsplannen op tafel. Daar-
www.vmm.be/verrekijker
nigd. Dat gold in 2005 nog voor een kwart van
in wordt bepaald hoe het afvalwater van elk huis
de meetplaatsen. Bijna een op drie meetpunten
in uw gemeente zal worden gezuiverd. Ook het
Wilt u reageren op een artikel? Contacteer
kreeg in 2005 het etiket aanvaardbaar of niet
afvalwater van uw huis dus. Wilt u meer weten
Katrien Smet via het Infoloket van de vmm,
verontreinigd. Er was in 2005 voor alle parame-
over de zoneringsplannen? Surf dan naar www.
A. Van de Maelestraat 96, 9320
ters een verbetering merkbaar ten opzichte van
vmm.be. U leest er meer over hoe ze tot stand
Erembodegem, info@vmm.be,
2004, behalve voor nitraat. Vooral in de bekkens
kwamen en waar ze naar streven. Of neem con-
tel. 053 72 64 45, fax 053 71 10 78.
van de IJzer en de Leie blijven de nitraatgehaltes
tact op met het Infoloket en vraag de gratis fol-
problematisch.
der Waterzuivering: uw zaak aan.
via het Infoloket.
Meer informatie bij het Infoloket of op www.vmm.be/waterkwaliteit
Vers van de pers: rapporten Luchtkwaliteit In december publiceert de VMM het rapport Luchtkwaliteit 2005 en het rapport Lozingen in de Lucht 2005. Het eerste schetst een beeld van de luchtkwaliteit in Vlaanderen. U kunt er ook de evolutie van de verschillende luchtverontreinigende stoffen sinds de jaren 90 in opvolgen. Het rapport over de lozingen in de lucht berekent hoeveel en welke stoffen de verschillende Vlaamse sectoren hebben uitgestoten in 2005.
39
Colofon Verrekijker wordt om de vier maanden gepubliceerd door de Vlaamse Milieumaatschappij.
Coördinatie en eindredactie vmm
Met dank aan Het Museum voor Schone Kunsten, Antwerpen Mieke D’hondt, Kristien Hemmerechts, Prof. Dr. René Van Grieken, U.A.
Fotografen Yves Adams, Jan Caudron, Peter Slaets, Danny Terryn, Vildaphoto,vmm-archief
Redactie & Realisatie Jansen & Janssen Uitgeverij, www.jaja.be
Verantwoordelijke Uitgever Johan Janda, afdelingshoofd Informatie
Algemene informatie vmm-Infoloket A. Van de Maelestraat 96 9320 Erembodegem info@vmm.be Tel. 053 72 64 45 Fax 053 71 10 78 D/2006/6871/013