Skip to main content

BijlageJaarverslag_2011_2012.pdf

Page 1

2011 – 2012

Bijlage bij het jaarverslag

Vlaamse Belastingdienst

De Vlaamse Belastingdienst int in het Vlaamse Gewest de verkeersbelastingen, de onroerende voorheffing, de leegstandsheffingen en de planbatenheffing. In deze bijlage bij het jaarverslag wordt gerapporteerd over de werkingsjaren 2011 en 2012 voor de indicatoren uit de beheersovereenkomst.

Vlaamse Belastingdienst Koning Albert II-laan 35 bus 62, 1030 Brussel http://belastingen.vlaanderen.be


INHOUDSOPGAVE inhoudsopgave _____________________________________________________________ 1 algemene opmerkingen bij de indicatoren van de vlaamse belastingdienst_____________ 2 OD0101: inning en invordering ________________________________________________ 3 Onroerende voorheffing __________________________________________________________ 3 Verkrottingsheffing woningen _____________________________________________________ 7 Leegstandsheffing bedrijfsruimten _________________________________________________ 10 Verkeersbelasting (personenwagens) ______________________________________________ 13 Belasting op inverkeerstelling (personenwagens) _____________________________________ 17 Verkeersbelasting (vrachtwagens en aanverwante voertuigen) __________________________ 19 Eurovignet (vrachtwagens) _______________________________________________________ 22

OD0102: Bezwaar- en geschilafhandeling _______________________________________ 24 Onroerende voorheffing _________________________________________________________ 25 Verkrottingsheffing woningen ____________________________________________________ 32 Leegstandsheffing bedrijfsruimten _________________________________________________ 37 Planbatenheffing _______________________________________________________________ 41 Verkeersbelasting (personenwagens) ______________________________________________ 42 Verkeersbelasting (vrachtwagens en aanverwante voertuigen) __________________________ 46 Eurovignet ____________________________________________________________________ 49

OD0103: vrijstellingen en verminderingen ______________________________________ 53 Onroerende voorheffing: ________________________________________________________ 53 Verkeersbelasting (personenwagens en aanverwante) ________________________________ 54 Verkeersbelasting: vrachtwagens en aanverwante ____________________________________ 54 Eurovignet ____________________________________________________________________ 54 Successierechten _______________________________________________________________ 56

OD0301: invordering niet-fiscale schuldvorderingen:______________________________ 58

1


ALGEMENE OPMERKINGEN BIJ DE INDICATOREN VAN DE VLAAMSE BELASTINGDIENST In deze bijlage wordt ingegaan op de meetbare door de Vlaamse Belastingdienst te leveren prestaties in het kader van elk van de in de inleiding beschreven doelstellingen. De bijlage is opgebouwd volgens de structuur van de beheersovereenkomst. Er wordt gerapporteerd op het niveau van de operationele doelstellingen. Voor alle indicatoren zijn de opgenomen cijfers de status per 31 december 2012. Ten opzichte van de datum van publicatie van het jaarverslag 2011-2012 zijn de cijfers intussen uiteraard nog geëvolueerd. Dit betekent dat bij sommige indicatoren nog erg voorzichtig moet worden omgesprongen met conclusies. Dit is met name erg belangrijk voor indicatoren waarvoor bij de gemeten waarden nog betaal- of bezwaartermijnen lopend zijn op datum van 31/12. De vergelijking van de metingen tussen verschillende indicatoren is niet steeds mogelijk om diverse redenen: voor sommige indicatoren wordt gerapporteerd op niveau van het aanslagjaar (AJ), voor andere op niveau van kalenderjaar (KJ). Voor bepaalde indicatoren worden enkel die bezwaren meegeteld die afgehandeld zijn in dat kalenderjaar, terwijl voor een gelijkaardige indicator bezwaren worden geteld die cumulatief gemeten over alle kalenderjaren tot nu toe zijn ontvangen. In principe hebben metingen die per aanslagjaar gebeuren tot doel om uitspraken te kunnen doen over foutenmarges en kwaliteit van de processen binnen VLABEL, terwijl metingen per kalenderjaar eerder om werklastmetingen zullen gaan. Tenzij anders vermeld, zijn alle cijfers – waar het om bedragen gaat –in euro, en in principe afgerond op de eurocentiem. Berekende percentages worden afgerond op twee cijfers na de komma. Doorlooptijden worden berekend als gehele getallen en uitgedrukt in kalenderdagen. De normale afrondingsregels zijn gehanteerd (afronding naar boven van zodra de eerste decimaal 5 of meer bedraagt).

2


OD0101: INNING EN INVORDERING Onroerende voorheffing OD0101-OV-01 - Inkohieringspercentage De eerste indicator heeft betrekking op de inkohiering. Deze indicator geeft weer in welke mate de Vlaamse Belastingdienst tijdig is overgegaan tot het vaststellen van de door belastingplichtigen verschuldigde bedragen. Aangezien gemeenten en provincies opcentiemen heffen op de onroerende voorheffing, beïnvloedt de inkohiering niet alleen de inkomstenstroom van het Vlaams Gewest, maar tevens – en dit voor een belangrijk deel – de inkomsten van de lokale besturen. De doelstelling is dat 95% van de aangeleverde gegevens van het kadaster worden ingekohierd binnen 7 maanden na aanlevering van het eerste bestand (in principe worden vijf bestanden aangeleverd tussen half maart en eind april). Om het inkohieringspercentage te berekenen wordt het ingekohierd kadastraal inkomen (KI) gedeeld door het in te kohieren kadastraal inkomen. De bedragen met betrekking tot het KI zijn niet-geïndexeerd.

AJ 2010

AJ 2011

AJ 2012

in te kohieren KI

4.103.062.852

4.146.007.329

4.186.586.649

ingekohierd KI

4.057.051.893

4.063.165.688

3.836.589.345

inkohieringspercentage

98.9 %

98.0 %

91.6 %

norm

100 %

97.0 %

95.5 %

Sinds de opmaak van de beheersovereenkomst is het wettelijke kader voor de inkohieringstermijnen aangepast: net zoals de administratie voor kohierbelastingen vijf jaar de tijd heeft om in het voordeel van de belastingplichtige ambtshalve ontheffingen te verlenen, kan ze gedurende dezelfde periode initiële of bijkomende aanslagen vestigen. Voor het aanslagjaar 2010 was de inkohieringstermijn op 31/12/2012 nog niet verstreken, zodat in ieder geval alle inkohieringen steeds binnen de wettelijke termijn gebeuren. Zoals blijkt uit de grafieken in deel 1 van dit jaarverslag, gebeurt de inkohiering van het gros van alle aanslagen wel steeds sneller in vergelijking met vorige jaren. Uit deze indicator blijkt daarentegen tegelijkertijd wel dat de volledige afhandeling van een volledig aanslagjaar een langere doorlooptijd vraagt. Het is dan ook een bewuste keuze van het agentschap om in te zetten op de versnelling van de inkomstenstroom. In de loop der jaren werden maatregelen genomen die enerzijds de klantvriendelijkheid moeten verhogen (bijvoorbeeld een minimale periode van zes maanden tussen 2 opeenvolgende aanslagen garanderen) en die anderzijds moeten vermijden dat het Vlaams Gewest hoge moratoriuminteresten moet betalen. Deze laatste maatregel houdt concreet in dat bepaalde aanslagen worden uitgesteld tot de aanvraagtermijn voor dat type dossiers is verstreken (proportionele vermindering, tot 31/3/AJ+1). Aangezien het gaat om relatief hoge bedragen, heeft dit zijn repercussie op het inkohieringspercentage. Als we bijgevolg ook rekening zouden houden met bijvoorbeeld het eerste semester van 2013 worden de normen voor AJ 2012 wel gehaald (nl. 95 %).

OD0101-OV-02 - Inningspercentage Het inningspercentage geeft per aanslagjaar weer hoeveel van de te innen bedragen effectief kon worden geïnd tot op datum van de meting, gecumuleerd over de kalenderjaren heen. De bedragen zijn exclusief intresten, boetes en kosten. Het percentage wordt berekend op het netto te innen bedrag, dus na aftrek van de onwaarden van de vastgestelde rechten, zowel ingevolge alle types bezwaarschriften en alle ambtshalve ontheffingen als oninbaarstellingen.

AJ

vastgesteld recht

onwaarde

geïnd bedrag

percentage

norm

2010

2.472.515.522,71

36.125.099,38

2.421.741.513,39

99,40%

97.50 %

2011

2.518.006.557,84

29.516.308,90

2.457.257.076,16

98,74%

97.00 %

2012

2.463.777.575,41

9.611.844,99

2.290.799.906,91

93,34%

92.50 %

3


Dé kerntaak van de Vlaamse Belastingdienst bestaat erin tijdig de verschuldigde bedragen te innen, en op die manier de inkomstenstroom naar zowel Vlaams Gewest als Vlaamse provincies, steden en gemeenten te vrijwaren. De onroerende voorheffing is een belasting die door de Vlaamse burgers en bedrijven tijdig wordt betaald en relatief weinig wordt betwist. Dit weerspiegelt zich in hoge inningspercentages en lage onwaarden; het geïnde bedrag t.o.v. het netto te innen bedrag ligt steeds hoog. De norm werd voor alle aanslagjaren ruimschoots behaald.

OD0101-OV-03 - Betalingsritme Het betalingsritme geeft de gemiddelde termijn weer waarin de belastingplichtige het ontvangen aanslagbiljet betaalt. Alle betalingen die in een kalenderjaar gebeuren worden meegenomen in de berekening – dus los van het aanslagjaar waarvoor de aanslag werd opgemaakt -, voor zover het bij gespreide betaling gaat om de laatste betaling zodat het verschuldigd saldo op nul komt te staan.

betalingsritme

KJ 2010

KJ 2011

KJ 2012

49 KD

68 KD

64 KD

Het gemiddelde aantal kalenderdagen tussen het versturen van het aanslagbiljet en de betaling van de onroerende voorheffing, schommelde de voorgaande jaren rond de 50 kalenderdagen. De burger voert de betaling over het algemeen genomen dus uit tegen het einde van de wettelijke betalingstermijn die twee maanden bedraagt. Anderzijds geeft een laattijdige betaling aanleiding tot het aanrekenen van bijkomende nalatigheidinteresten. De laatste twee kalenderjaren zien we een duidelijke stijging in het betalingsritme. Dit betekent dat belastingplichtigen de laatste twee jaar veel langer wachten met het betalen van de onroerende voorheffing. Dit zou een teken kunnen zijn dat de economische crisis zich bij de Vlaamse gezinnen wel laat voelen. Allicht is het eveneens een trend dat de belastingplichtige meer en meer gebruik maakt van de memodatum om zijn betaling op het laatste moment, maar nog steeds net binnen de betalingstermijn, uit te voeren. Aangezien de memodatum vaak foutief wordt geïnterpreteerd als datum waartegen de betaling moet uitgevoerd zijn, terwijl het eigenlijk gaat om de datum waarop de bank de overschrijving zal uitvoeren, kan dit voor de belastingplichtige als vervelend gevolg hebben dat de betaling toch enkele dagen te laat is. In sommige gevallen - vooral als de uiterste betaaldatum op het einde van de maand valt en bijvoorbeeld in de buurt van een verlengd weekend -, leidde dit tot het automatisch aanrekenen van nalatigheidsintresten, die door de belastingplichtige als onterecht worden ervaren. Om dit e soort betwistingen te vermijden, zorgt VLABEL er intussen voor dat geen aanslagbiljetten na de 20 van elke maand worden verstuurd, zodat de uiterste betaaldatum ook minstens enkele dagen vóór het einde van de maand valt, en de berekening van nalatigheidsintresten steeds 100% duidelijk terecht is.

OD0101-OV-04 - Onwaardenpercentage Een correcte belastinginning betekent dat zo weinig mogelijk correcties moeten gebeuren. Correcties kunnen noodzakelijk zijn omwille van diverse redenen waaronder foute brongegevens, inwilliging van bezwaren en aanvragen door burgers. Om dit te meten, wordt de ratio onwaarden ten opzichte van het netto ingekohierd bedrag gemeten. Enkel de onwaarden die het gevolg zijn van ingewilligde bezwaarschriften of ambtshalve ontheffingen worden meegeteld. In die zin meet de indicator een eigenlijke foutenmarge.

AJ 2007

AJ 2008

AJ 2009

AJ 2010

AJ 2011

AJ 2012

onwaarden

33.629.893,92

35.643.122,65

43.433.929,73

35.979.076,12

28.924.944,90

7.399.884,26

nettoingekohierd percentage onwaarden

2.190.102.724, 15

2.304.610.443, 39

2.380.916.784, 19

2.436.390.423, 33

2.488.490.248, 94

2.454.165.730, 42

1,54%

1,55%

1,82%

1,48%

1,16%

0,30%

gemiddelde

1,64% 1,62%

Als norm wordt vooropgesteld dat het onwaardenpercentage van het bekeken AJ lager moet zijn dan het gemiddelde onwaardenpercentage van AJ-4, AJ-3 en AJ-2. Voor AJ 2011 ligt het onwaardenpercentage van 1,16% lager dan het

4


gemiddelde percentage van AJ 2007 tot en met AJ 2009. Het onwaardenpercentage van 2012 is nog niet representatief aangezien voor veel aanslagbiljetten enerzijds de bezwaartermijn nog loopt, en anderzijds de behandeltermijn voor vele bezwaarschriften evenmin al is verstreken.

OD0101-OV-05/06- Effectiviteit invordering De effectiviteit van de invordering meten we aan de hand van de vergelijking van aantallen vorderingen die niet betaald werden binnen de vooropgestelde betaaltermijn, en waarvoor een extra handeling vereist was om de betaling te bekomen. De effectiviteit van de invorderingsstappen geeft de verhouding weer tussen het aantal vorderingen dat aan een bepaalde invorderingsstap wordt onderworpen enerzijds, en het aantal vorderingen dat wordt onderworpen aan de volgende invorderingsstap anderzijds, gemeten per aanslagjaar. De indicator toont met andere woorden aan: voor hoeveel procent van de nog openstaande vorderingen is de opstart van de volgende invorderingsstap nog nodig? Of omgekeerd geredeneerd: voor hoeveel procent was de laatst genomen invorderingsstap effectief en zorgde die voor de betaling? De Vlaamse Belastingdienst hanteert een cyclus van elkaar opvolgende invorderingsstappen: de verzending van een aanslagbiljet, de verzending van een herinnering, de verzending van een laatste of een aangetekende herinnering, de opmaak van een dwangschrift dat nadien door de gerechtsdeurwaarder wordt betekend.

AJ

aanslagbiljetten

herinneringen

aangetekende herinneringen

dwangschriften

2010

2.768.918

177.030

70.445

24.916

2011

2.758.471

229.744

87.745

30.325

2012

2.694.864

186.430

50.674

n.v.t.

In percentages uitgedrukt komen we tot volgende volumes: AJ

van aanslag naar herinnering

van herinnering naar aangetekende herinnering

van aangetekende herinnering naar dwang

2010

6,39%

39,79%

35,37%

2011

8,33%

38,19%

34,56%

2012

6,92%

27,18%

n.v.t.

Bovenstaande tabel wordt dus gelezen als: voor het aanslagjaar 2012 stroomde 6.92% van de aanslagbiljetten door naar de fase herinnering; de fase aanslagbiljetten is dus voor 93,08% effectief. Op dezelfde manier is een gewone herinnering nog voor 72,82% effectief en stroomt 27,18% door naar de fase van aangetekende herinnering. Zetten we deze vorderingen om naar bedragen komen we tot volgende volumes: AJ

aanslagbiljetten

herinneringen

aangetekende herinneringen

dwangschriften

2010 2011 2012

2.469.236.395,35 2.520.020.555,29 2.463.414.788,37

123.159.683,18 181.040.299,92 149.267.433,42

57.449.198,61 76.562.987,48 46.192.724,00

21.725.925,88 30.754.853,26 n.v.t.

En volgende percentages: AJ

van aanslag naar herinnering

2010 2011 2012

4,99% 7,18% 6,06%

van herinnering naar aangetekende herinnering 46,65% 42,29% 30,95%

van aangetekende herinnering naar dwang 37,82% 40,17% n.v.t.

De fases lopen gemeten naar aantallen en naar bedragen grosso modo parallel. Het is dus op basis van deze gegevens niet mogelijk om sterk de conclusie te trekken dat de grootste aanslagen vaker of langer onbetaald blijven dan kleinere, al lijken bovenstaande tabellen dit wel voorzichtig te suggereren.

5


Het is duidelijk dat de invorderingscyclus (herinnering, aangetekende herinnering en dwangschrift) voor AJ 2012 nog niet volledig was afgerond eind 2012. Op basis van de cijfers voor AJ 2011 blijkt dat ongeveer 8% van de burgers niet binnen de op het aanslagbiljet vermelde betaaltermijn van 2 maanden betaalt (van aanslagbiljet naar herinnering). Door het versturen van een herinnering wordt nog ongeveer 62% van de openstaande bedragen betaald. Een relatief groot aantal van alle belastingplichtigen, 3.18%, wacht toch wel tot de aangetekende herinnering om uiteindelijk te betalen. Ook al belandt nog meer dan 30% van diegenen die een aangetekende herinnering kregen nog in fase dwangschrift, toch is duidelijk dat ten opzichte van de ingekohierde bedragen, er slechts ongeveer 1% tot fase gerechtsdeurwaarder komt.

6


Verkrottingsheffing woningen OD0101-VHW-01 – inkohieringspercentage Om het inkohieringspercentage te berekenen wordt de verhouding berekend tussen het aantal ingekohierde panden en het aantal in te kohieren panden. In de noemer komt het aantal panden dat werd aangeleverd door de inventarisbeheerder, na administratieve controle door VLABEL (d.w.z. na uitzuivering van foutieve gegevens m.b.t. het eigenaarschap, de opname op de inventarislijst, en de gegevens van het pand zelf).

(KALENDERjaar)

KJ 2010

KJ 2011

KJ 2012

aantal ingekohierde panden

4.248

4.804

5.115

aantal in te kohieren panden

4.248

4.804

5.115

100%

100%

100%

In de teller wordt het aantal panden gemeten dat op het einde van het kalenderjaar 2012, voor het 4de kwartaal van 2010 en de eerste 3 kwartalen van 2011 is verwerkt in aangemaakte kohieren voor heffingsjaar 2011, en voor het 4de kwartaal van 2011 en de eerste 3 kwartalen van 2012 is verwerkt in aangemaakte kohieren voor heffingsjaar 2012. Het aantal verzonden aanslagbiljetten is niet hetzelfde als het aantal ingekohierde vorderingen omdat voor deze heffing de opgeschorte heffingen wel worden ingekohierd, maar de aanslagbiljetten nog niet verstuurd worden zolang de opschorting loopt. In onderstaande tabel is aanvullend een overzicht van de aanslagbiljetten voor de verschillende types heffingen opgenomen zoals ze in de opeenvolgende kalenderjaren zijn verzonden. De aantallen voor heffingen zuivere leegstand zijn vanzelfsprekend erg laag, gezien dit type heffing voortaan door de lokale besturen wordt opgelegd en geïnd. De paar heffingen die nog werden gevestigd betreffen in dit geval heffingen die al wel eerder zijn ingekohierd, maar niet verzonden omwille van opschortingen. De verzending die alsnog is gebeurd, is dan ook het gevolg van het einde van de opschortingstermijn, zonder dat aan de schrappingsvoorwaarden is voldaan, zodat de heffing alsnog daadwerkelijk verschuldigd wordt.

inventarislijst

aantal AB KJ 2010

aantal AB KJ 2011

aantal AB KJ 2012

OO (ongeschikt of onbewoonbaar)

2.008

2.352

2.440

VW (verwaarlozing)

304

256

245

LS (leegstand)

3

6

2

OD0101-VHW-02 – inningspercentage Het inningspercentage geeft per aanslagjaar weer hoeveel van de te innen bedragen effectief kon worden geïnd tot op datum van de meting, gecumuleerd over de kalenderjaren heen. De bedragen zijn exclusief intresten, boetes en kosten. Het percentage wordt berekend op het netto te innen bedrag, dus na aftrek van de onwaarden van de vastgestelde rechten, zowel ingevolge alle types bezwaarschriften en alle ambtshalve ontheffingen als oninbaarstellingen.

AJ 2010

AJ 2011

AJ 2012

geïnd

3.485.868,04

3.031.886,36

1.019.584,22

PIA (Potentieel Inbare Aanslagen)

7.209.008,15

7.990.186,43

7.683.749,06

inningspercentage

48.35%

37.95%

13,27%

norm

60%

45%

40%

7


De normen worden voor de opeenvolgende jaren met status van 31/12/2012, net zoals in de voorgaande jaren, niet gehaald. De opgelegde norm wordt in de praktijk meestal pas het jaar daarop gehaald, wat er weerom op duidt dat dit een moeilijk te innen heffing blijft, vooral omdat de heffing erg vaak wordt betwist. Niet enkel de betwisting via de administratieve procedure is daarin bepalend: hier heeft de Vlaamse Belastingdienst immers zelf impact op. Ook de impact van de lopende geschillen speelt hier een rol, zeker omdat ingeval van een hangend geschil de invorderingsprocedure tijdelijk geblokkeerd wordt voor eventuele volgende aanslagen op hetzelfde pand. Zoals blijkt uit de cijfergegevens rond de geschillenprocedures (OD-0102-VHW-09) blijkt dat het totaal aantal hangende gerechtelijke procedures verhoudingsgewijs groot is, en het aantal uitspraken eerder beperkt (net voldoende om de aangroei bij te houden). Dat betekent dat een groot aantal verzonden aanslagen niet verder doorstromen naar de innings- of invorderingsfase en de inningspercentages allicht laag zullen blijven in de komende jaren.

OD0101-VHW-03 – betalingsritme Het betalingsritme geeft de gemiddelde termijn weer waarin de belastingplichtige het ontvangen aanslagbiljet betaalt. Alle betalingen die in een kalenderjaar gebeuren worden meegenomen in de berekening – dus los van het aanslagjaar waarvoor de aanslag werd opgemaakt -, voor zover het bij gespreide betaling gaat om de laatste betaling zodat het verschuldigd saldo op nul komt te staan.

betalingsritme

KJ 2010

KJ 2011

KJ 2012

880 KD

805 KD

832 KD

Aangezien het betalingsritme enkel de tijd meet bij de laatste betaling van een nog openstaand saldo (dan pas is de schuld immers als “betaald” te beschouwen) wordt het gemiddelde erg sterk beïnvloedt door de uiteindelijke betaling bij erg oude dossiers. De mate van betwisting – zij het administratief, zij het gerechtelijk – van een heffing speelt eveneens een rol. Bij VHW zien we een dalende trend in kalenderjaar 2011 met opnieuw een lichte toename in 2012. Het betalingsritme blijft in kalenderjaar 2012 wel nog onder dat van kalenderjaar 2010. Er werden de laatste jaren dus in verhouding minder betalingen verricht in erg oude dossiers.

OD0101-VHW-04 – onwaardenpercentage Een correcte belastinginning betekent dat zo weinig mogelijk correcties moeten gebeuren. Correcties kunnen noodzakelijk zijn omwille van diverse redenen waaronder foute brongegevens, inwilliging van bezwaren en aanvragen door burgers. Om dit te meten, wordt de ratio onwaarden ten opzichte van het netto ingekohierd bedrag gemeten. Enkel de onwaarden die het gevolg zijn van ingewilligde bezwaarschriften of ambtshalve ontheffingen worden meegeteld. In die zin meet de indicator een eigenlijke foutenmarge.

onwaarden ingekohierd, excl. niet verzonden opgeschorte heffingen netto-ingekohierd, excl. niet verzonden opgeschorte heffingen onwaardenpercentag e

AJ2007

AJ2008

AJ2009

AJ 2010

AJ 2011

AJ2012

5.231.950,04

6.161.203,98

6.045.378,71

4.185.182,17

2.447.274,71

191.868,68

13.585.151,27

17.679.218,16

18.355.785,24

15.154.559,79

12.409.198,18

8.136.321,84

8.353.201,23

11.518.014,18

12.310.406,53

10.969.377,62

9.961.923,47

7.944.453,16

62,63%

53,49%

49,11%

38,15%

24,57%

2,42%

Het percentage onwaarden is voor deze heffing erg hoog. Dit komt doordat de opgeschorte heffingen wel ingekohierd worden, maar dat het aanslagbiljet in eerste instantie niet verzonden wordt. Als binnen de opschortingstermijn een schrapping uit de inventaris wordt bekomen, wordt de heffing geannuleerd, hoewel ze initieel uiteraard wel terecht werd ingekohierd. In bovenstaande onwaardencijfers zijn de onwaarden die al toegekend zouden zijn op opgeschorte heffingen niet inbegrepen, aangezien in het ingekohierde bedrag de niet verzonden aanslagbiljetten eveneens zijn weggefilterd.

8


OD0101-VHW-05/06- Effectiviteit Invordering De effectiviteit van de invordering meten we aan de hand van de vergelijking van aantallen vorderingen die niet betaald werden binnen de vooropgestelde betaaltermijn, en waarvoor een extra handeling vereist was om de betaling te bekomen. De effectiviteit van de invorderingsstappen geeft de verhouding weer tussen het aantal vorderingen dat aan een bepaalde invorderingsstap wordt onderworpen enerzijds, en het aantal vorderingen dat wordt onderworpen aan de volgende invorderingsstap anderzijds, gemeten per aanslagjaar. De indicator toont met andere woorden aan: voor hoeveel procent van de nog openstaande vorderingen is de opstart van de volgende invorderingsstap nog nodig? Of omgekeerd geredeneerd: voor hoeveel procent was de laatst genomen invorderingsstap effectief en zorgde die voor de betaling? De Vlaamse Belastingdienst hanteert voor VHW een cyclus van elkaar opvolgende invorderingsstappen: de verzending van een aanslagbiljet, met daarna onmiddellijk de verzending van een aangetekende herinnering, de opmaak van een dwangschrift dat nadien door de gerechtsdeurwaarder wordt betekend. Er wordt geen gewone herinnering verzonden omdat de belastingplichtige initieel al een registratieattest van de inventarisbeheerder ontvangt, en dit al als extra procedurestap kan tellen. Bovendien gebeurt de verzending van het aanslagbiljet onmiddellijk aangetekend zodat een herinnering geen meerwaarde heeft.

Aantallen per type document: AJ

aanslagbiljetten

aangetekende herinneringen

dwangschriften

2010

2.793

1.031

346

2011

2.644

1.253

275

2012

2.074

361

n.v.t.

AJ

van aanslagbiljet naar aangetekende herinnering

van aangetekende herinnering naar dwang

2010

36,91%

33,55%

2011

47,39%

21,94%

2012

17,40%

n.v.t.

Bedragen per type document: AJ

aanslagbiljetten

aangetekende herinneringen

dwangschriften

2010

11.410.130,42

4.123.315,04

1.398.471,12

2011

10.433.623,64

4.680.654,04

1.005.383,23

2012

7.881.557,74

1.350.081,00

n.v.t.

AJ

van aanslagbiljet naar aangetekende herinnering

van aangetekende herinnering naar dwang

2010

36,13%

33,91%

2011

44,86%

21,47%

2012

17,12%

n.v.t.

De invorderingscyclus voor AJ 2012 was nog niet volledig afgerond eind 2012. Op basis van de cijfers van zien we dat de betalingsbereidheid bij deze heffing sowieso duidelijk laag is, wat eveneens blijkt uit de erge lage inningspercentages. Voor meer dan 40% (AJ 2011) van het aantal aanslagbiljetten moet een aangetekende herinnering worden verstuurd om betaling te eisen. Meer dan 20% van diegenen die een aangetekende herinnering kregen, belandt uiteindelijk nog in fase gerechtsdeurwaarder. In vergelijking met het aantal verstuurde aanslagen wordt ongeveer 10% nog overgemaakt aan de gerechtsdeurwaarder, terwijl dit percentage bij OV om en bij de 1% ligt.

9


Leegstandsheffing bedrijfsruimten OD0101-LSB-01 – inkohieringspercentage Om het inkohieringspercentage te berekenen wordt de verhouding berekend tussen het aantal ingekohierde panden en het aantal in te kohieren panden. In de noemer komt het aantal panden dat werd aangeleverd door de inventarisbeheerder, na administratieve controle door VLABEL (d.w.z. na uitzuivering van foutieve gegevens m.b.t. het eigenaarschap, de opname op de inventarislijst, en de gegevens van het pand zelf).

AJ 2010

AJ 2011

AJ 2012

aantal in te kohieren panden

1.012

1.085

939

aantal inkohieringen

1.012

1.085

939

inkohieringspercentage

100,00%

100,00%

100,00%

De berekening van het inkohieringspercentage voor LSB is dezelfde als voor VHW. De norm van 100 % werd ook voor het aanslagjaar 2012 behaald. Het aantal te belasten bedrijfsruimten ligt al jaren rond de 1.000.

OD0101-LSB-02 – inningspercentage Het inningspercentage geeft per aanslagjaar weer hoeveel van de te innen bedragen effectief kon worden geïnd tot op datum van de meting, gecumuleerd over de kalenderjaren heen. De bedragen zijn exclusief intresten, boetes en kosten. Het percentage wordt berekend op het netto te innen bedrag, dus na aftrek van de onwaarden van de vastgestelde rechten, zowel ingevolge alle types bezwaarschriften en alle ambtshalve ontheffingen als oninbaarstellingen.

AJ 2010

AJ 2011

AJ 2012

geïnd

4.924.393,81

5.517.481,92

4.666.836,73

netto te innen

11.011.391,96

15.803.184,86

22.621.229,79

inningspercentage

44.72 %

34.91 %

20.63 %

norm

60 %

45 %

40 %

Hoewel het netto te innen bedrag nog systematisch daalt in de loop der tijd - omdat opgeschorte heffingen die binnen de opschortingstermijn voldoen aan de schrappingsvoorwaarden – worden geannuleerd, en dus uit het netto te innen bedrag verdwijnen, is net zoals bij VHW het inningspercentage zeer laag. Het geïnde bedrag staat voor AJ 2012 al bijna op hetzelfde niveau als het geïnde bedrag voor AJ 2010. De stijging van het inningspercentage vloeit dus grotendeels voort uit de daling van het te innen bedrag. Net zoals bij VHW speelt het aantal hangende geschillen een grote rol.

OD0101-LSB-03 – betalingsritme Het betalingsritme geeft de gemiddelde termijn weer waarin de belastingplichtige het ontvangen aanslagbiljet betaalt. Alle betalingen die in een kalenderjaar gebeuren worden meegenomen in de berekening – dus los van het aanslagjaar waarvoor de aanslag werd opgemaakt -, voor zover het bij gespreide betaling gaat om de laatste betaling zodat het verschuldigd saldo op nul komt te staan.

betalingsritme

KJ 2010

KJ 2011

KJ 2012

412 KD

242 KD

360KD

Omwille van zowel opgeschorte heffingen die nadien toch betaalbaar blijken te zijn enerzijds, als de inhoudelijke betwisting van de heffingen anderzijds, blijft de betaaltermijn nog steeds hoog met 360 kalenderdagen.

10


Het betalingsritme stijgt in 2012 t.o.v. 2011 omdat er voor een aantal oudere vorderingen de gedwongen invordering actiever is verdergezet en pas in 2012 werd afgerond.

OD0101-LSB-04 – onwaardenpercentage Een correcte belastinginning betekent dat zo weinig mogelijk correcties moeten gebeuren. Correcties kunnen noodzakelijk zijn omwille van diverse redenen waaronder foute brongegevens, inwilliging van bezwaren en aanvragen door burgers. Om dit te meten, wordt in principe de ratio onwaarden ten opzichte van het netto ingekohierd bedrag gemeten. Enkel de onwaarden die het gevolg zijn van ingewilligde bezwaarschriften of ambtshalve ontheffingen zouden dan worden meegeteld. In die zin zou de indicator een eigenlijke foutenmarge meten. In tegenstelling tot voor andere heffingen kan voor LSB noch in het ingekohierde bedrag, noch in het bedrag van de onwaarden het effect van de opgeschorte heffingen worden uitgezuiverd.

AJ 2010

AJ 2011

AJ 2012

onwaarden

8.037.919,81

6.646.876,11

835.045,75

ingekohierd

19.140.231,56

22.585.596,07

23.456.275,54

42.47 %

30.03 %

3.56 %

onwaardenpercentage norm

Dalende trend over AJ-3, AJ-2 en AJ-1

De onwaardenpercentages zijn hier net zoals bij VHW erg hoog, ook hier valt een groot stuk van de onwaarden te verklaren door de opschortingen die wel ingekohierd worden, maar nadien geannuleerd dienen te worden. In tegenstelling tot voor andere heffingen kan voor LSB noch in het ingekohierde bedrag, noch in het bedrag van de onwaarden het effect van de opgeschorte heffingen worden uitgezuiverd.

OD0101-LSB-05/06- Effectiviteit Invordering De effectiviteit van de invordering meten we aan de hand van de vergelijking van aantallen vorderingen die niet betaald werden binnen de vooropgestelde betaaltermijn, en waarvoor een extra handeling vereist was om de betaling te bekomen. De effectiviteit van de invorderingsstappen geeft de verhouding weer tussen het aantal vorderingen dat aan een bepaalde invorderingsstap wordt onderworpen enerzijds, en het aantal vorderingen dat wordt onderworpen aan de volgende invorderingsstap anderzijds, gemeten per aanslagjaar. De indicator toont met andere woorden aan: voor hoeveel procent van de nog openstaande vorderingen is de opstart van de volgende invorderingsstap nog nodig? Of omgekeerd geredeneerd: voor hoeveel procent was de laatst genomen invorderingsstap effectief en zorgde die voor de betaling? De Vlaamse Belastingdienst hanteert een cyclus van elkaar opvolgende invorderingsstappen: de verzending van een aanslagbiljet, de verzending van een herinnering, de verzending van een laatste of een aangetekende herinnering, de opmaak van een dwangschrift dat nadien door de gerechtsdeurwaarder wordt betekend.

Aantallen per type document: AJ

aanslagbiljetten

herinneringen

aangetekende herinneringen

dwangschriften

2010

1012

297

169

72

2011

1085

248

n.v.t.

n.v.t.

2012

939

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

AJ

van aanslagbiljet naar herinnering

van herinnering naar aangetekende herinnering

van aangetekende herinnering naar dwang

2010

29,06%

56,90%

42,60%

2011

22,44%

n.v.t.

n.v.t.

2012

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

11


Bedragen per type document: AJ

aanslagbiljet

herinnering

2010 2011 2012

19.454.880,77 22.981.009,60 23.498.878,54

3.500.937,82 2.564.436,70 n.v.t.

aangetekende herinnering 2.092.302,30 n.v.t. n.v.t.

AJ

van aanslagbiljet naar herinnering

van herinnering naar aangetekende herinnering

van aangetekende herinnering naar dwang

2010

18,00%

59,76%

29,86%

2011

11,16%

n.v.t.

n.v.t.

2012

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

dwangschriften 1.045.342,98 n.v.t. n.v.t.

De invorderingscyclus voor AJ 2011 en AJ 2012 was nog niet volledig afgerond eind 2012. Onder meer omwille van het grote aantal betwistingen wordt de invorderingscyclus voor LSB meer uitgespreid over een langere periode, zodat minder onterechte invorderingen worden opgestart en VLABEL minder invorderingskosten uiteindelijk zelf ten laste moet nemen. Op basis van de cijfers van AJ 2010 zien we dat de betalingsbereidheid bij deze heffing duidelijk laag is, en een nog actievere invordering vraagt dan de verkrottingsheffing woningen. Voor bijna 60% van het aantal vorderingen met een herinnering moet nog een aangetekende herinnering worden verstuurd om betaling te eisen. Meer dan 40% van diegenen die een aangetekende herinnering kregen, belandt uiteindelijk nog in de fase van invordering door een gerechtsdeurwaarder. Tegenover de ingekohierde bedragen wordt ongeveer 5% nog overgemaakt aan de gerechtsdeurwaarder. In aantallen uitgedrukt is dit 7%.

12


Verkeersbelasting (personenwagens) De essentie van de jaarlijkse verkeersbelasting procesmatig: Bij de verkeersbelasting geldt het principe dat er jaarlijks wordt voorafbetaald, telkens voor een periode van 12 maanden. Het begin en het einde van die periode hangt af van de datum van inschrijving van het voertuig. Maar in geval van verlenging (de belastingplichtige blijft met de wagen rijden en behoudt dezelfde nummerplaat) is het perfect normaal dat het aanslagbiljet voor een nieuwe periode pas verzonden wordt na het aflopen van de vorige periode. VLABEL dient immers te wachten op de gegevens van de DIV (Dienst Inschrijving Voertuigen) en dit gebeurt slechts één maal per maand. De verzending van het aanslagbiljet voor elke nieuwe periode van twaalf maanden is dus afhankelijk van het ontvangen van de correcte en/of eventueel aangepaste gegevens van de DIV. Hoewel het telkens om aanzienlijke volumes gaat, worden de gegevens van de DIV stipt volgens schema verwerkt in de aanslagbiljetten. Een voorbeeldje: − Een voertuig is ingeschreven op 05/05/2007; de belastbare periode start elk jaar op 01/05 en eindigt telkens op 30/04 van het daaropvolgende jaar. De laatste periode is dus 01/05/2011 tot en met 30/04/2012. − VLABEL ontvangt de gegevens van de DIV (bv. dat het voertuig gewoon in het verkeer blijft) op 07/06/2012. − Het aanslagbiljet wordt ten vroegste 20/06/2012 verstuurd, waarna de belastingplichtige twee maanden de tijd heeft om te betalen, dit wil zeggen tot en met 20/08/2012. De verkeersbelasting voor personenwagens en aanverwante voertuigen, worden dus ingekohierd per maand in functie van de bewegingen in het repertorium van de voertuigen, dat beheerd wordt door de DIV (Dienst Inschrijving Voertuigen). De DIV maakt deel uit van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit, en geeft aan de Vlaamse Belastingdienst maandelijks een update van de bewegingen van de voorbije maand in het repertorium (inschrijvingen en uitschrijvingen/schrappingen). De meting van een aantal indicatoren wordt dan ook aangepast in functie van die maandelijkse periodiciteit. Een inschrijving van een voertuig is meer volatiel dan een inkohiering voor vastgoed. Inschrijvingen van voertuigen kennen in veel gevallen immers meerdere bewegingen per set van aangeleverde gegevens (inschrijving- uitschrijving, herinschrijving…) De berekeningswijzen zijn dan ook meer technisch van aard. Het agentschap heeft de inning van de verkeersbelastingen overgenomen sinds 1 januari 2011. Na twee jaar eigen inning geven de gemeten indicatoren de volgende resultaten.

OD0101-GV-01 – inkohieringspercentage De eerste indicator heeft betrekking op de inkohiering van de geautomatiseerde voertuigen (GV) voor wat betreft de jaarlijkse verkeersbelasting. Het kan hierbij zowel gaan om nieuwe inschrijvingen, dan wel om het jaarlijks belasten van een voertuig dat gewoon ingeschreven blijft. Deze indicator geeft weer in welke mate de Vlaamse Belastingdienst tijdig is overgegaan tot het vaststellen van de door belastingplichtigen verschuldigde bedragen. Aangezien een opdeciem wordt geheven ten behoeve van de gemeenten, beïnvloedt de inkohiering niet alleen de inkomstenstroom van het Vlaams Gewest, maar tevens de inkomsten van de gemeenten.

AJ

2011

MAAND

In te kohiere n

Ingekohier d

100,00%

1

447.129

447.129

100,00%

451.320

100,00%

2

447.856

447.856

100,00%

533.396

533.396

100,00%

3

533.008

533.008

100,00%

4

478.783

478.783

100,00%

4

469.128

469.128

100,00%

5

453.339

453.339

100,00%

5

436.078

436.078

100,00%

6

452.376

452.376

100,00%

6

462.811

462.811

100,00%

7

375.889

375.889

100,00%

7

383.596

383.596

100,00%

8

353.630

353.630

100,00%

8

353.335

353.335

100,00%

9

379.541

379.541

100,00%

9

373.714

373.714

100,00%

MAAND

In te kohieren

Ingekohierd

percentag e

1

452.891

452.891

2

451.320

3

AJ

2012

Percentag e

13


10

385.529

385.529

100,00%

10

395.759

395.705

99,99%

11

338.703

338.703

100,00%

11

339.120

339.060

99,98%

12

301.559

301.559

100,00%

12

280.931

280.878

99,98%

Uit bovenstaande tabel blijkt duidelijk dat de aangeleverde gegevens systematisch en snel worden verwerkt tot aanslagbiljetten. Hoewel uit bovenstaande tabel niet rechtstreeks kan afgeleid worden binnen welke termijn exact de inkohiering is gebeurd (het gaat immers over een momentopname per 31/12/2012), zien we voor de laatste weergegeven maanden duidelijk dat de inkohiering slechts voor een fractie van een procent wordt doorgeschoven naar de volgende maanden. De percentages van de eerdere maanden tonen dan duidelijk dat vlak daarna de 100% wordt bereikt.

OD0101-GV-02 – inningspercentage Het inningspercentage geeft per aanslagjaar weer hoeveel van de te innen bedragen effectief kon worden geïnd tot op datum van de meting, gecumuleerd over de kalenderjaren heen. De bedragen zijn exclusief intresten, boetes en kosten. Het percentage wordt berekend op het netto te innen bedrag, dus na aftrek van de onwaarden van de vastgestelde rechten, zowel ingevolge alle types bezwaarschriften en alle ambtshalve ontheffingen als oninbaarstellingen. Ook de bedragen van mutaties die voortvloeien uit schrappingen van voertuigen en vervangingen van voertuigen met een lagere belastbare grondslag worden uit het netto-ingekohierde bedrag geweerd.

AJ

vastgesteld recht

onwaarde

geïnd bedrag

percentage

2011

1.356.114.001,37

113.564.471,54

1.221.264.302,66

98,29%

2012

1.279.145.395,55

68.829.698,25

992.788.539,41

82,03%

Deze cijfers zijn de toestand op 31/12/2012: het feit dat het inningspercentage voor aanslagjaar 2012 zoveel lager lag dan het cijfer voor 2011 is eenvoudig te verklaren door het feit dat de jaarlijkse verkeersbelasting maandelijks verzonden wordt en de betaaltermijn voor ongeveer 2/12 van het ingekohierde bedrag dan ook nog niet verstreken was. Deze vaststelling kan dan gecombineerd worden met het feit dat het betalingsritme (OD0101-GV-03) gemeten over KJ 2011 en KJ 2012 ook daadwerkelijk gemiddeld op twee maanden ligt.

OD0101-GV-03– betalingsritme Het betalingsritme geeft de gemiddelde termijn weer waarin de belastingplichtige het ontvangen aanslagbiljet betaalt. Alle betalingen die in een kalenderjaar gebeuren worden meegenomen in de berekening – dus los van het aanslagjaar waarvoor de aanslag werd opgemaakt -, voor zover het bij gespreide betaling gaat om de laatste betaling zodat het verschuldigd saldo op nul komt te staan.

betalingsritme

KJ 2011

KJ 2012

50 KD

63 KD

Het gemiddelde aantal kalenderdagen tussen het versturen van het aanslagbiljet en de betaling van de verkeersbelasting, is vergelijkbaar met die van de onroerende voorheffing. De burger voert de betaling over het algemeen genomen dus uit tegen het einde van de wettelijke betalingstermijn die twee maanden bedraagt. Anderzijds geeft een laattijdige betaling aanleiding tot het aanrekenen van bijkomende nalatigheidinteresten. Het feit dat het betalingsritme stijgt in 2012 t.o.v. 2011 valt te verklaren door het feit dat de eigenlijke invorderingscyclus (de verzending van herinneringen, laatste herinneringen, en het overmaken van dossiers naar de gerechtsdeurwaarders) pas op kruissnelheid is gekomen in 2012. Het resultaat voor KJ 2011 zijn dan voornamelijk aanslagen die onmiddellijk werden betaald binnen de initiële betaaltermijn van het aanslagbiljet. De niet-betaalde aanslagen van 2011 worden grotendeels pas ingevorderd in 2012, wat dan zijn weerslag heeft op het betalingsritme van KJ 2012. Verwacht wordt dan ook dat het betalingsritme zich voor de volgende jaren rond de 60 KD zal stabiliseren.

14


OD0101-GV-04– onwaardenpercentage Een correcte belastinginning betekent dat zo weinig mogelijk correcties moeten gebeuren. Correcties kunnen noodzakelijk zijn omwille van diverse redenen waaronder foute brongegevens, inwilliging van bezwaren en aanvragen door burgers. Om dit te meten, wordt de ratio onwaarden ten opzichte van het netto ingekohierd bedrag gemeten. Enkel de onwaarden die het gevolg zijn van ingewilligde bezwaarschriften of ambtshalve ontheffingen worden meegeteld. Andere onwaarden, in het bijzonder specifiek die die voortvloeien uit de schrapping of vervanging van een voertuig worden niet meegeteld. In die zin meet de indicator een eigenlijke foutenmarge. Ook uit het netto-ingekohierde bedrag worden deze mutaties geweerd zodat een zuiverdere vergelijking mogelijk wordt.

AJ

netto-Ingekohierd

onwaarde

percentage

2011

1.242.549.529,83

1.823.282,40

0,15%

2012

1.210.315.697,30

1.593.602,35

0,13%

De correcties op de inkohiering zijn voor de verkeersbelastingen zeer laag. Dit betekent in hoofdorde dat de brongegevens afkomstig van de Dienst Inschrijving Voertuigen van uitstekende kwaliteit zijn.

OD0101-GV-05/06– Effectiviteit Invordering De effectiviteit van de invordering meten we aan de hand van de vergelijking van aantallen vorderingen die niet betaald werden binnen de vooropgestelde betaaltermijn, en waarvoor een extra handeling vereist was om de betaling te bekomen. De effectiviteit van de invorderingsstappen geeft de verhouding weer tussen het aantal vorderingen dat aan een bepaalde invorderingsstap wordt onderworpen enerzijds, en het aantal vorderingen dat wordt onderworpen aan de volgende invorderingsstap anderzijds, gemeten per aanslagjaar. De indicator toont met andere woorden aan: voor hoeveel procent van de nog openstaande vorderingen is de opstart van de volgende invorderingsstap nog nodig? Of omgekeerd geredeneerd: voor hoeveel procent was de laatst genomen invorderingsstap effectief en zorgde die voor de betaling? De Vlaamse Belastingdienst hanteert een cyclus van elkaar opvolgende invorderingsstappen: de verzending van een aanslagbiljet, de verzending van een herinnering, de verzending van een laatste herinnering, de opmaak van een dwangschrift dat nadien door de gerechtsdeurwaarder wordt betekend.

In aantallen geeft dit volgende resultaten: AJ

aanslagbiljetten

herinneringen

laatste herinneringen

dwangschriften

2011

4.269.029

330.617

145.267

50.543

2012

4.265.984

263.498

91.865

2.982

AJ

van aanslagbiljet naar herinnering

van herinnering naar laatste herinnering

van laatste herinnering naar dwang

2011

7,74%

43,94%

34,79%

2012

6,18%

34,86%

3,25%

In bedragen geeft dit volgende resultaten: AJ

aanslagbiljetten

herinneringen

laatste herinneringen

dwangschriften

2011

1.357.856.695,07

94.913.314,10

43.057.561,62

17.234.107,51

2012

1.353.135.530,51

79.991.833,15

28.691.816,72

935.333,18

15


AJ

van aanslagbiljet naar herinnering

van herinnering naar laatste herinnering

van laatste herinnering naar dwang

2011

6,99%

45,37%

40,03%

2012

5,91%

35,87%

3,26%

Het is duidelijk dat de invorderingscyclus (herinnering, aangetekende herinnering en dwangschrift) voor aanslagjaar2012 nog niet volledig was afgerond eind 2012. Op basis van de cijfers voor AJ 2011 blijkt dat bijna 8% van de burgers niet binnen de op het aanslagbiljet vermelde betaaltermijn van 2 maanden betaalt (van aanslagbiljet naar herinnering). Door het versturen van een eerste herinnering wordt nog bijna 60% van de openstaande bedragen betaald. Een relatief groot aantal burgers wacht toch wel tot de laatste herinnering om uiteindelijk te betalen. Ook al belandt nog meer dan 30% van diegenen die een laatste herinnering kregen nog in fase dwangschrift, toch is duidelijk dat ten opzichte van de ingekohierde bedragen, er slechts ongeveer 1,3 % tot fase gerechtsdeurwaarder komt. Ook dit laatste is een cijfer dat vergelijkbaar is met de inning van de onroerende voorheffing.

16


Belasting op inverkeerstelling (personenwagens) De Belasting op Inverkeerstelling wordt bij elke nieuwe inschrijving van een voertuig samen ingekohierd met de jaarlijkse verkeersbelasting (GV). In principe lopen de indicatoren dan ook quasi volledig gelijk. OD0101-BIV-01 – inkohieringspercentage De eerste indicator heeft betrekking op de inkohiering van de geautomatiseerde voertuigen (GV) voor wat betreft de jaarlijkse verkeersbelasting. Het gaat hierbij enkel om nieuwe inschrijvingen. Deze indicator geeft weer in welke mate de Vlaamse Belastingdienst tijdig is overgegaan tot het vaststellen van de door belastingplichtigen verschuldigde bedragen.

De Belasting op in verkeerstelling werd qua berekeningswijze fundamenteel gewijzigd in het voorjaar van 2012. De wijziging heeft geen invloed op de controlemeting op het inkohieringspercentage.

Maand

aantal

ink%

maand

aantal

ink%

1

61.034

100%

1

57.707

100%

2

61.523

100%

2

59.801

100%

3

72.750

100%

3

71.199

100%

4

62.304

100%

4

59.025

100%

5

69.674

100%

5

55.889

100%

6

61.096

100%

6

65.946

100%

7

49.508

100%

7

54.770

100%

8

52.983

100%

8

50.423

100%

9

56.170

100%

9

50.637

100%

10

52.303

100%

10

56.840

100%

11

51.574

100%

11

47.916

100%

12

56.408

100%

12

36.085

100%

707.327

100%

666.238

100%

2011

Totaal

2012

totaal

OD0101-BIV-02 – inningspercentage Het inningspercentage geeft per aanslagjaar weer hoeveel van de te innen bedragen effectief kon worden geïnd tot op datum van de meting, gecumuleerd over de kalenderjaren heen. De bedragen zijn exclusief intresten, boetes en kosten. Het percentage wordt berekend op het netto te innen bedrag, dus na aftrek van de onwaarden van de vastgestelde rechten, zowel ingevolge alle types bezwaarschriften en alle ambtshalve ontheffingen als oninbaarstellingen.

AJ 2011

vastgesteld recht 238.793.301,06

onwaarde 5.302.509,01

geïnd bedrag 228.406.061,02

percentage 97,82%

2012

203.518.009,34

2.651.360,75

162.613.726,68

80,96%

Aangezien BIV en jaarlijks verkeersbelasting op een en hetzelfde aanslagbiljet voorkomen zijn de vaststellingen en de e verklaringen identiek (ook voor BIV is voor circa 2/12 de wettelijke betaaltermijn nog niet verstreken per 31/12, zodat het inningspercentage voor AJ 2012 aanzienlijk lager ligt).

17


OD0101-BIV-03 – betalingsritme Het betalingsritme geeft de gemiddelde termijn weer waarin de belastingplichtige het ontvangen aanslagbiljet betaalt. Alle betalingen die in een kalenderjaar gebeuren worden meegenomen in de berekening – dus los van het aanslagjaar waarvoor de aanslag werd opgemaakt -, voor zover het bij gespreide betaling gaat om de laatste betaling zodat het verschuldigd saldo op nul komt te staan.

betalingsritme

KJ 2011

KJ 2012

52 KD

74 KD

Hoewel de BIV en de jaarlijkse verkeersbelasting op hetzelfde aanslagbiljet worden opgenomen en beide in theorie dus gelijktijdig worden betaald (bij een gedeeltelijke betaling wordt de ontvangen som pro rata verdeeld over beide belastingen), is toch een duidelijk verschil te noteren in het betalingsritme tussen jaarlijkse verkeersbelasting en BIV. De berekening van het gemiddelde betalingsritme voor deze indicator gebeurt echter enkel over de aanslagbiljetten waarop ook BIV voorkomt, en gaat dus enkel over de aanslagen verkeersbelastingen voor nieuw ingeschreven voertuigen. De indicator OD0101-GV-03 berekent het betalingsritme voor zowel nieuwe inschrijvingen als voertuigen die gewoon ingeschreven blijven en waarvoor geen wijzigingen gebeuren aan de inschrijving. Een vergelijking tussen beide indicatoren leert dan dat een aanslagbiljet waarop eveneens BIV wordt aangerekend, gemiddeld 10 dagen later wordt betaald dan een gewoon aanslagbiljet verkeersbelastingen.

OD0101-BIV-04 – onwaardenpercentage Een correcte belastinginning betekent dat zo weinig mogelijk correcties moeten gebeuren. Correcties kunnen noodzakelijk zijn omwille van diverse redenen waaronder foute brongegevens, inwilliging van bezwaren en aanvragen door burgers. Om dit te meten, wordt de ratio onwaarden ten opzichte van het netto ingekohierd bedrag gemeten. Enkel de onwaarden die het gevolg zijn van ingewilligde bezwaarschriften of ambtshalve ontheffingen worden meegeteld. In die zin meet de indicator een eigenlijke foutenmarge.

AJ

netto-Ingekohierd

onwaarde (*)

percentage

2011

233.490.792,05

5.302.509,01

2,27%

2012

200.866.648,59

2.651.360,75

1,32%

(*) Omwille van technische redenen kunnen uit de onwaarden voor BIV niet enkel de onwaarden die het gevolg zijn van ingewilligde bezwaarschriften of ambtshalve ontheffingen worden gefilterd. Dit is het gevolg van het feit dat een bezwaarschrift steeds wordt ingediend tegen de aanslag in zijn geheel, dus jaarlijkse verkeersbelasting en BIV samen. Uit de boekhoudkundige rapportering kan wel het totaalbedrag van de ontheffingen voor BIV worden gehaald, maar niet of de ontheffing het gevolg is van een bezwaarschrift dan wel omwille van andere redenen. In die zin meet de indicator – in tegenstelling tot voor de andere heffingen - dus niet de eigenlijke foutenmarge. De eigenlijke foutenmarge zal dus per definitie lager liggen dan het hier weergegeven percentage. Net zoals bij GV liggen de onwaardenpercentages erg laag. Dit betekent dat de kwaliteit van de onderliggende gegevens die gebruikt worden voor de inkohiering erg goed is.

18


Verkeersbelasting (vrachtwagens en aanverwante voertuigen) OD0101-NGV-01 – inkohieringspercentage De eerste indicator heeft betrekking op de inkohiering van de niet-geautomatiseerde voertuigen (NGV) voor wat betreft de jaarlijkse verkeersbelasting. Het kan hierbij zowel gaan om nieuwe aangiften, dan wel om het jaarlijks belasten van een voertuig dat gewoon ingeschreven blijf en waarvoor de aangifte ambtshalve wordt verlengd.t. Deze indicator geeft weer in welke mate de Vlaamse Belastingdienst tijdig is overgegaan tot het vaststellen van de door belastingplichtigen verschuldigde bedragen. Aangezien een opdeciem wordt geheven ten behoeve van de gemeenten, beïnvloedt de inkohiering niet alleen de inkomstenstroom van het Vlaams Gewest, maar tevens de inkomsten van de gemeenten.

De verkeersbelasting voor vrachtwagens is een aangiftebelasting. De verwerking ervan is dus afwijkend ten opzichte van de verkeersbelasting voor personenwagens. Alle types aangiften (nieuwe aangiften, wijzigingen, stopzettingen) worden gebundeld verwerkt per voertuig aan het einde van het jaar. In eerste instantie worden alle bewegingen tot ca. 15 oktober verwerkt in de veronderstelling dat de op dat moment geldende toestand blijft doorlopen tot 31/12 van het jaar. Wijzigingen die zich alsnog zouden voordoen tussen 15 oktober en 31 december worden in tweede instantie verwerkt en gecorrigeerd in het eerste kwartaal van het daaropvolgende jaar. In beide gevallen hebben de aangiften, wijzigingen en stopzettingen echter steeds betrekking op het aanslagjaar dat loopt van 1 januari tot 31 december, zelfs al gebeuren de correcties in het daaropvolgende kalenderjaar.

AJ

in te kohieren

ingekohierd

percentage

2011

99.212

99.080

99,87%

2012

97.033

95.741

98,67%

Het inkohieringspercentage voor AJ 2012 ligt logischerwijze lager dan dat voor 2011, aangezien de bewegingen in het voertuigenpark die zich voor hebben gedaan tussen 15/10/12 en 31/12/12 per 31/12/2012 nog niet volledig waren verwerkt.

OD0101-NGV-02 – inningspercentage Het inningspercentage geeft per aanslagjaar weer hoeveel van de te innen bedragen effectief kon worden geïnd tot op datum van de meting, gecumuleerd over de kalenderjaren heen. De bedragen zijn exclusief intresten, boetes en kosten. Het percentage wordt berekend op het netto te innen bedrag, dus na aftrek van de onwaarden van de vastgestelde rechten, zowel ingevolge alle types bezwaarschriften en alle ambtshalve ontheffingen als oninbaarstellingen.

AJ

vastgesteld recht

onwaarde

geïnd bedrag

percentage

2011

35.160.869,81

740.607,62

33.768.860,83

98,11%

2012

36.144.015,77

633.038,34

30.336.203,56

85,43%

Aangezien de verzending voor NGV grotendeels geconcentreerd is naar het jaareinde toe is het normaal dat het inningspercentage voor aanslagjaar 2012 op 31/12/2012 nog een heel stuk lager ligt dan het cijfer voor 2011.

OD0101-NGV-03 – betalingsritme Het betalingsritme geeft de gemiddelde termijn weer waarin de belastingplichtige het ontvangen aanslagbiljet betaalt. Alle betalingen die in een kalenderjaar gebeuren worden meegenomen in de berekening – dus los van het aanslagjaar waarvoor de aanslag werd opgemaakt -, voor zover het bij gespreide betaling gaat om de laatste betaling zodat het verschuldigd saldo op nul komt te staan.

19


betalingsritme

KJ 2011

KJ 2012

43,55

58,28

Het betalingsritme voor KJ 2011 omvat – gelet op de overname vanaf 2011 – bijna per definitie enkel betalingen voor de inkohiering op het einde van het jaar 2011 zelf. De betalingen die meegeteld worden voor de berekening van het betalingsritme zijn dus bijna allemaal betalingen met een vrij korte betalingstermijn. Voor 2012 omvat de meting zowel betalingen met betrekking tot de kohieren van eind 2011 als betalingen voor de verzending van 2012. Het aantal betalingen in 2012 bedraagt meer dan het vijfvoudige dan in 2011. Naast bovenstaande verklaring is deze laatste vaststelling een rechtstreeks gevolg van de keuze om de voertuigen niet meer te groeperen op één aanslagbiljet per belastingplichtige, maar daarentegen per voertuig een aanslagbiljet te verzenden. Deze werkwijze laat een betere controle en een grondigere opvolging toe als een aanslagbiljet niet volledig wordt betaald, om welke reden dan ook. OD0101-NGV-04 – onwaardenpercentage Een correcte belastinginning betekent dat zo weinig mogelijk correcties moeten gebeuren. Correcties kunnen noodzakelijk zijn omwille van diverse redenen waaronder foute brongegevens, inwilliging van bezwaren en aanvragen door burgers. Om dit te meten, wordt de ratio onwaarden ten opzichte van het netto ingekohierd bedrag gemeten. Enkel de onwaarden die het gevolg zijn van ingewilligde bezwaarschriften of ambtshalve ontheffingen worden meegeteld. In die zin meet de indicator een eigenlijke foutenmarge.

AJ

netto-ingekohierd

onwaarde

percentage

2011

34.420.262,19

100.554,29

0,29%

2012

35.510.977,43

118.341,97

0,33%

Aangezien de verkeersbelasting voor vrachtwagens en aanverwante voertuigen gevestigd wordt op aangifte van de belastingplichtige, mag er van uit worden gegaan dat de heffing minder wordt betwist, en er bijgevolg minder reden tot het boeken van een onwaarde is. Deze meting betreft ook enkel de zuivere bezwaarschriften, en niet de onwaarden die voortvloeien uit stopzetting van de aangifte, bv. naar aanleiding van buitengebruikstelling van een vrachtwagen.

OD0101-NGV-05/06 – invordering De effectiviteit van de invordering meten we aan de hand van de vergelijking van aantallen vorderingen die niet betaald werden binnen de vooropgestelde betaaltermijn, en waarvoor een extra handeling vereist was om de betaling te bekomen. De effectiviteit van de invorderingsstappen geeft de verhouding weer tussen het aantal vorderingen dat aan een bepaalde invorderingsstap wordt onderworpen enerzijds, en het aantal vorderingen dat wordt onderworpen aan de volgende invorderingsstap anderzijds, gemeten per aanslagjaar. De indicator toont met andere woorden aan: voor hoeveel procent van de nog openstaande vorderingen is de opstart van de volgende invorderingsstap nog nodig? Of omgekeerd geredeneerd: voor hoeveel procent was de laatst genomen invorderingsstap effectief en zorgde die voor de betaling? De Vlaamse Belastingdienst hanteert een cyclus van elkaar opvolgende invorderingsstappen: de verzending van een aanslagbiljet, de verzending van een herinnering, de verzending van een laatste of een aangetekende herinnering, de opmaak van een dwangschrift dat nadien door de gerechtsdeurwaarder wordt betekend.

In aantallen: AJ

aanslagbiljetten

herinneringen

laatste herinneringen

dwangschriften

2011

44.887

3.136

n.v.t.

n.v.t.

2012

99.786

954

n.v.t.

n.v.t.

AJ

van aanslagbiljet naar herinnering

van herinnering naar laatste herinnering

van laatste herinnering naar dwang

2011

6,99%

n.v.t.

n.v.t.

2012

0,96%

n.v.t.

n.v.t.

20


In bedragen: AJ

aanslagbiljetten

herinneringen

laatste herinneringen

dwangschriften

2011

35.373.533,46

1.104.186,80

n.v.t.

n.v.t.

2012

36.675.841,32

177.768,40

n.v.t.

n.v.t.

AJ

van aanslagbiljet naar herinnering

van herinnering naar laatste herinnering

van laatste herinnering naar dwang

2011

3,12%

n.v.t.

n.v.t.

2012

0,48%

n.v.t.

n.v.t.

Het is duidelijk dat de invorderingscyclus (herinnering, laatste herinnering en dwangschrift) voor AJ 2011 en 2012 nog niet was afgerond eind 2012, onder meer omdat de vestiging op zich al op het eind van het jaar plaatsvindt. Er zijn bijgevolg nog weinig gegevens voorhanden m.b.t. de eigenlijke invordering.

21


Eurovignet (vrachtwagens) In tegenstelling tot de andere verkeersbelastingen wordt voorafgaandelijk aan de inkohiering van het eurovignet nog wel steeds een uitnodiging tot betaling (UTB) verstuurd. Pas als deze geen betaling tot gevolg heeft, wordt de verschuldigde som ingekohierd en ingevorderd. Om deze reden heeft een parallel met de andere heffingen niet steeds zin: een inkohieringspercentage bijvoorbeeld is nooit te voorspellen en evenmin te normeren. Een aantal indicatoren die voor de andere heffingen wel worden berekend, bestaan bijgevolg niet voor het eurovignet.

OD0101-EUV-02 – inningspercentage Het inningspercentage geeft per aanslagjaar weer hoeveel van de te innen bedragen effectief kon worden geïnd tot op datum van de meting, gecumuleerd over de kalenderjaren heen. De bedragen zijn exclusief intresten, boetes en kosten. Het percentage wordt berekend op het netto te innen bedrag, dus na aftrek van de onwaarden van de vastgestelde rechten, zowel ingevolge alle types bezwaarschriften en alle ambtshalve ontheffingen als ingevolge oninbaarstellingen.

AJ

vastgesteld recht

onwaarde

geïnd bedrag

percentage

2011

69.285.863,32

14.550.938,88

54.439.591,34

99,46%

2012

68.804.117,83

10.578.586,66

57.038.998,24

97,96%

Omwille van de afwijkende procedure van inning, is het vastgesteld recht voor EUV de som van uitnodigingen tot betaling enerzijds en aanslagbiljetten anderzijds, waardoor er een zekere dubbeltelling is. De grootte van het bedrag van de onwaarden is voor een groot deel te verklaren doordat een UTB die onbetaald blijft in onwaarde wordt geboekt om vervolgens via een AB verder ingevorderd te worden. Dat betekent dat door het netto-ingekohierd bedrag te berekenen de dubbeltelling in vastgesteld recht ook wordt geneutraliseerd. De inningspercentages voor EUV zijn hoog; er wordt dus wel vlot betaald.

OD0101-EUV-04 – onwaardenpercentage Een correcte belastinginning betekent dat zo weinig mogelijk correcties moeten gebeuren. Correcties kunnen noodzakelijk zijn omwille van diverse redenen waaronder foute brongegevens, inwilliging van bezwaren en aanvragen door burgers. Om dit te meten, wordt de ratio onwaarden ten opzichte van het netto ingekohierd bedrag gemeten. Enkel de onwaarden die het gevolg zijn van ingewilligde bezwaarschriften of ambtshalve ontheffingen worden meegeteld. In die zin meet de indicator een eigenlijke foutenmarge.

AJ

netto-ingekohierd

onwaarde

percentage

2011

54.734.924

142.068

0,26%

2012

58.225.531

30.055

0,05%

Stopzettingen, de verminderingen wegens tijdelijke inactiviteit en het gebruik van het Duitse wegennet worden in de onwaarden buiten beschouwing gelaten, net zoals bij OV ook de vermindering wegens improductiviteit wordt weggefilterd. In beide gevallen gaat het immers niet om een bezwaarschrift stricto sensu zoals het gedefinieerd is in de beheersovereenkomst, maar om een aanvraag van de belastingplichtige. Enkel echte bezwaarschriften waar een fout is gebeurd bij inkohiering worden immers met de meting beoogd.

OD0101-EUV-05/06 – invordering De effectiviteit van de invordering meten we aan de hand van de vergelijking van aantallen vorderingen die niet betaald werden binnen de vooropgestelde betaaltermijn, en waarvoor een extra handeling vereist was om de betaling te bekomen. De effectiviteit van de invorderingsstappen geeft de verhouding weer tussen het aantal vorderingen dat aan een bepaalde invorderingsstap wordt onderworpen enerzijds, en het aantal vorderingen dat wordt onderworpen aan de volgende invorderingsstap anderzijds, gemeten per

22


aanslagjaar. De indicator toont met andere woorden aan: voor hoeveel procent van de nog openstaande vorderingen is de opstart van de volgende invorderingsstap nog nodig? Of omgekeerd geredeneerd: voor hoeveel procent was de laatst genomen invorderingsstap effectief en zorgde die voor de betaling? De Vlaamse Belastingdienst hanteert een cyclus van elkaar opvolgende invorderingsstappen: de verzending van een aanslagbiljet, de verzending van een herinnering, de verzending van een laatste of een aangetekende herinnering, de opmaak van een dwangschrift dat nadien door de gerechtsdeurwaarder wordt betekend. De verzending van een uitnodiging tot betaling is hier buiten beschouwing gelaten.

In aantallen:

AJ

uitnodigingen laatste aanslagbiljetten dwangschriften tot betaling herinneringen

2011

63.866

1.701

322

124

2012

62.961

2.491

1.188

162

AJ

van uitnodiging naar aanslagbiljet

van aanslagbiljet naar laatste herinnering

van laatste herinnering naar dwangschrift

2011

2,66%

18,93%

38,51%

2012

3,96%

47,69%

13,64%

In bedragen:

AJ

uitnodigingen laatste aanslagbiljetten dwangschriften tot betaling herinneringen

2011

67.400.461,34

226.049,52

n.b.

114.719,04

2012

66.505.552,91

1.376.201,57

369.814,80

161.133,80

AJ

van uitnodiging naar aanslagbiljet

van aanslagbiljet naar laatste herinnering

van laatste herinnering naar dwangschrift

2011

0,34%

1,80%

n.b.

2012

2,07%

26,87%

43,57%

Door een programmatiefout werden in de invorderingsmodule van het VFP voor wat betreft de laatste herinneringen van het eurovignet geen bedragen opgenomen. Deze fout werd rechtgezet in de loop van 2011, zodat de cijfers voor 2011 incorrect zijn, en dus niet volledig beschikbaar. Op niveau van aantallen laatste herinneringen stelt zich dit probleem vanzelfsprekend niet.

23


OD0102: BEZWAAR- EN GESCHILAFHANDELING Als bezwaarschrift wordt aanvaard: elk gemotiveerd document uitgaande van een belastingplichtige of zijn gemandateerde waarin hij meldt niet akkoord te gaan met het aanslagbiljet, en dat niet beschouwd kan worden als een aanvraag tot vermindering of vrijstelling die niet automatisch kan worden toegekend, ongeacht of het bezwaarschrift als ontvankelijk dan wel onontvankelijk wordt beoordeeld. Het formuleren van bijkomende grieven tijdens de behandeltermijn wordt niet als afzonderlijk bezwaar beschouwd. Evenmin als de ontvangst van bijkomende stavingsstukken ter aanvulling van een reeds bestaand dossier. Onontvankelijke bezwaarschriften (bv. omdat ze na het verstrijken van de bezwaartermijn zijn ingediend) worden eveneens meegeteld. Het is immers een dossier dat moet worden onderzocht en beantwoord. Essentieel is het verschil in kwalificatie tussen bezwaren en aanvragen: voor een bezwaarschrift wordt eerder gerelateerd aan het aanvoelen dat de Vlaamse Belastingdienst (of een derde partij die foutieve brongegevens heeft aangeleverd) een fout heeft gemaakt, terwijl een aanvraag een dossier betreft waarbij de belastingplichtige aangeeft dat hij een vermindering of vrijstelling die niet automatisch kan worden toegekend, wil bekomen. In deze gevallen kan er dus geen sprake zijn van een “fout� van VLABEL: de aanslag werd correct gevestigd, maar nieuwe elementen die enkel de belastingplichtige kent, zouden recht op vermindering of vrijstelling kunnen geven. Dikwijls is dit ook een voordeel dat in principe jaarlijks opnieuw moet worden toegekend na een nieuwe aanvraag, aangezien de feitelijke toestand die aanleiding geeft tot vermindering jaar na jaar telkens kan verschillen. De vermindering van onroerende voorheffing wegens improductiviteit van een onroerend goed is een dergelijk voorbeeld: elk jaar opnieuw moet bekeken worden of de vermindering opnieuw moet worden toegekend is. In principe is de toestand van improductiviteit immers van voorbijgaande aard, zodat de belastingplichtige die meent hier recht op te hebben opnieuw de feitelijke omstandigheden en de vervulling van de wettelijke voorwaarden moet bewijzen in zijn aanvraag.

24


Onroerende voorheffing De rapportering over de bezwaarafhandeling onroerende voorheffing wordt voor het merendeel van de indicatoren gesplitst in telkens 3 clusters: − A: de bezwaren waarvoor geen extern advies (bv. van het kadaster) nodig is; dit zijn de bezwaren die betrekking hebben op de vermindering wegens kinderlast, gehandicapte personen, bescheiden woning (25%) en energiezuinige woningen − B: de bezwaren waarvoor wel extern advies van derde partijen nodig is; dit zijn voornamelijk de eigendomsbetwistingen en de bezwaren tegen de hoogte van het kadastraal inkomen − C: dit cijfer is telkens het totaal van A en B In het aantal ontvangen bezwaarschriften is een sterk dalende trend merkbaar. Om er blijvend te kunnen naar streven dat het aantal verzonden aanslagbiljetten onroerende voorheffing kwalitatief verstuurd wordt naar de belastingplichtige, worden op systematische basis steeds weerkerende foutieve aanleveringen van gegevens bijgestuurd. Deze foutieve aanleveringen worden zowel proactief als a posteriori rechtgezet in de databanken. Een proactieve rechtzetting bestaat uit het controleren en bijsturen van de kwaliteit van de aangeboden gegevens op basis van de zogenaamde proefrollen vóór het verzenden van de aanslagbiljetten. Een proefrol is bijgevolg een stap in het inkohieringsproces, waarbij de aangeboden gegevens in testkohieren worden verwerkt. Deze testkohieren worden dan systematisch gecontroleerd op veel voorkomende fouten. Pas wanneer de proefrol als voldoende correct wordt beoordeeld, worden de eigenlijke kohieren en de bijbehorende aanslagbiljetten aangemaakt en verzonden. Deze controle zorgt er voor dat het uitsturen van “foute” aanslagbiljetten tot een minimum wordt beperkt. Ook door niet-automatisch aangeleverde gegevens apart op te slaan en proactief te verwerken vóór het moment van inkohiering, worden – overigens veelal terechte – bezwaren voorkomen. A posteriori rechtzettingen daarentegen vloeien bijna steeds voort uit door de belastingplichtige verzonden reacties of ingediende bezwaren. Als de aangebrachte grieven foutieve gegevens aan het licht brengen, wordt een tijdelijke correctie in onze eigen databanken aangebracht, die er voor moet zorgen dat de tijdsperiode overbrugd wordt tot het moment dat de dataleverancier zijn eigen bronbestanden heeft gecorrigeerd, zodat VLABEL voor de toekomst wel de correcte data aangeleverd krijgt. Wat de doorlooptijd van een bezwaar betreft, heeft VLABEL in 2011 en 2012 tegelijkertijd op twee vlakken ingegrepen. Enerzijds werd prioriteit gegeven aan de verwerking van “oude” dossiers, en werden de dossiers waarvoor de beslissing al lang “hangend” was geheractiveerd. Tegelijkertijd werd systematisch voor nieuw ingediende dossiers zo snel mogelijk waar nodig advies gevraagd aan derde partijen, of aanvullende bewijsstukken opgevraagd aan de belastingplichtigen zelf. Op deze manier kon de doorlooptijd drastisch ingekort worden en werd de achterstand die gegroeid was in 2009 en 2010, weggewerkt. Deze acties hebben dus hun impact gehad op verschillende indicatoren: de doorlooptijden zijn gedaald, en de afgehandelde bezwaarschriften gestegen. De acties waren mogelijk dankzij het flexibel inschakelen van de verschillende medewerkers: het opleidingstraject dat voorzien werd in de voorbije jaren heeft ervoor gezorgd dat medewerkers, afhankelijk van de noden binnen VLABEL, konden worden ingeschakeld op dossiers waarbij de doorlooptijd te hoog dreigde op te lopen. Wat onroerende voorheffing betreft, stellen we verder vast de kwaliteit van de aangeleverde gegevens steeds beter wordt. Samen met de verdere controle van de proefrollen vóór verzending van de aanslagbiljetten heeft dit ervoor gezorgd dat niet alleen het aantal bezwaren, maar ook het aantal ingewilligde bezwaren steeds verder daalt.

OD0102-OV-01 - ontvangen bezwaarschriften Het aantal ontvangen bezwaarschriften geeft, naast werklastmeting voor de afdeling dossierbehandeling, een indicatie in absolute cijfers van de door de burger als foutief of onterecht ervaren aanslagbiljetten.

A

AJ 2009

AJ 2010

AJ 2011

KJ 2009

4.032

KJ 2010

3.534

2.422

KJ 2011

969

3.973

3.438

KJ 2012

292

684

2.283

AJ 2012

2.964

25


B

AJ 2009

AJ 2010

AJ 2011

AJ 2012

KJ 2009

4.441

KJ 2010

3.089

4.284

KJ 2011

713

3.190

5.041

KJ 2012

262

467

1.565

4.238

AJ 2009

AJ 2010

AJ 2011

AJ 2012

C KJ 2009

8.473

KJ 2010

6.623

6.706

KJ 2011

1.682

7.163

8.479

KJ 2012

554

1.151

3.848

7.202

OD0102-OV-02 - bezwaarpercentage Het bezwaarpercentage meet per aanslagjaar de verhouding van het aantal ontvangen bezwaarschriften ten opzichte van de verzonden aanslagbiljetten. Hij geeft dan ook een indicatie van het procent aanslagbiljetten dat als onterecht of foutief wordt ervaren door de belastingplichtige. De indicator doet geen uitspraak over de eigenlijke correctheid van de verzonden aanslagbiljetten: niet voor alle ingediende bezwaarschriften krijgt de belastingplichtige immers gelijk. In categorie A vinden we bezwaren die te maken hebben met de toegekende vermindering voor kinderen (BZWK) of gehandicapte personen (BZWG), voor bescheiden woningen 25% (BZWB) en energiezuinige woningen (BZVEW). In categorie B zijn opgenomen de betwistingen rond het eigenaarschap (“Ik Ben Geen Eigenaar” – IBGE), en rond de hoogte van het kadastraal inkomen (BZKI).

A

aanslagjaar

aanslagen

B

BZWK

IBGE

Percentage BZWG Bezwaarschriften / verzonden AB BZWB

Percentage BZKI Bezwaarschriften / verzonden AB

C

Percentage Totaal Bezwaarschriften / verzonden AB

BZVEW 2009

2.779.258

8.827

0,32% 8.505

0,31% 17.332

0,63%

2010

2.789.648

7.079

0,25% 7.941

0,29% 15.020

0,54%

2011

2.759.808

5.721

0,21% 6.606

0,24% 12.327

0,45%

2012

2.717.203

2.964

0,11% 4.238

0,16%

0,27%

7.202

OD0102-OV-03 - laattijdig afgehandelde bezwaarschriften Deze indicator geeft het aantal in het kalenderjaar besliste bezwaarschriften weer, waarvoor de beslissing niet binnen de 6 maanden werd genomen, en dit ongeacht het aanslagjaar waar het bezwaar betrekking op had. Zolang de beslissing nog niet is genomen betreft het een potentiële rechtszaak die tegen VLABEL wordt ingespannen. Van zodra de beslissing wel is genomen, betreft het een dossier waarvoor allicht geen rechtszaak is ingespannen, maar waarvoor dat wel had gekund. Als laattijdig behandeld, wordt beschouwd elk bezwaarschrift dat niet werd behandeld binnen een termijn van 6 maanden (gemeten van datum van ontvangst tot datum van verzending van de beslissing inzake het bezwaar). Als behandeltijd wordt de totale doorlooptijd genomen. De scope van de meting is fundamenteel verschillend van indicator OD0102-[…]-04. Deze indicator op zijn beurt geeft de verhouding weer tussen de laattijdig behandelde bezwaarschriften en de totale workload aan te behandelen bezwaren, onafhankelijk van het aanslagjaar waar ze betrekking op hebben. Tegelijkertijd meet hij het eventuele op- en afbouwen van achterstand in de dossierbehandeling. Indicator 03 vertrekt m.a.w van het aantal in het kalenderjaar besliste bezwaarschriften, ongeacht wanneer ze ontvangen zijn, terwijl 04 vertrekt van het aantal in het kalenderjaar ontvangen bezwaarschriften, ongeacht of en wanneer ze beslist zijn.

26


A

B

C

Beslist in Kalenderjaar

BZWK BZWG BZWB BZVEW

IBGE BZKI

Totaal

2009

327

3.461

3.788

2010

420

5.247

5.667

2011

338

7.766

8.104

2012

291

1.628

1.919

OD0102-OV-04 - percentage laattijdig afgehandelde bezwaren Deze indicator geeft de verhouding weer tussen de laattijdig behandelde bezwaarschriften en de totale workload voor dat kalenderjaar aan te behandelen bezwaren, onafhankelijk van het aanslagjaar waar ze betrekking op hebben. Tegelijkertijd meet hij het eventuele op- en afbouwen van achterstand in de dossierbehandeling. De scope van de meting is fundamenteel verschillend van indicator OD0102-[‌]-03. Deze indicator geeft immers het aantal in het kalenderjaar besliste bezwaarschriften weer, waarvoor de beslissing niet binnen de 6 maanden werd genomen, en dit ongeacht het aanslagjaar waar het bezwaar betrekking op had. Indicator 03 vertrekt m.a.w van het aantal in het kalenderjaar besliste bezwaarschriften, ongeacht wanneer ze ontvangen zijn, terwijl 04 vertrekt van het aantal in het kalenderjaar ontvangen bezwaarschriften, ongeacht of en wanneer ze beslist zijn.

A

B

C

BZWK, BZWG, BZWB, BZVEW

IBGE, BZKI

Totaal

ontva ngen in KJ

aantal

te laat

pct A

Aantal

te laat

pct B

aantal

te laat

pct C

2009

7.814

403

5.16%

8.589

5.061

58.92%

16.403

5.464

33.31%

2010

7.840

327

4.17%

9.899

5.138

51.90%

17.739

5.465

30.81%

2011

8.970

318

3.55%

9.466

1.434

15.15%

18.436

1.752

9.50%

2012

6.448

8

0.12%

6.787

137

2.02%

13.235

145

1.10%

Voor deze indicator werd een norm van maximum 5 % vooropgesteld, die vooralsnog niet gehaald wordt. Zoals eerder gesteld zal het cijfer van 2012 nog niet representatief zijn per 31/12/2012.

27


OD0102-OV-05 - totale doorlooptijd bezwaarschriften OV De totale doorlooptijd van een bezwaarschrift is een maat voor de tijd die de Vlaamse Belastingdienst nodig heeft om een bezwaardossier volledig te behandelen, inclusief de tijd die nodig is om eventueel advies van derde partijen te bekomen. Het geeft dus de totale wachttijd voor de burger weer. Het weergegeven aantal dagen is uitgedrukt in kalenderdagen.

A

B

C

BZWK, BZWG, BZWB, BZVEW

IBGE, BZKI

totaal

totaal aantal dagen

aantal dossiers

gemid delde

totaal aantal dagen

aantal dossiers

gemidd elde

totaal aantal dagen

aantal dossiers

gemiddelde

2009

349.887

6.189

56,53

1.392.299

6.011

231,63

1.742.186

12.200

142,80

2010

592.614

9.248

64,08

2.518.627

9.862

255,39

3.111.241

19.110

162,81

2011

616.043

7.527

81,84

6.743.929

14.654

460,21

7.359.972

22.181

331,81

2012

516.127

8.595

60,05

1.415.342

8.921

158,65

1.931.469

17.516

110,27

Voor deze indicator werd per bezwaartype een dalende trend vooropgesteld. U vindt het resultaat in bovenstaande tabel, uitgedrukt in kalenderdagen. Op het vlak van de totale doorlooptijd stelt zich het probleem dat de Vlaamse Belastingdienst geen invloed heeft op de periodes waarin om advies werd gevraagd aan een derde partij. Dat vertaalt zich duidelijk in een langere behandeltijd (vergelijking tussen B en A), en beĂŻnvloedt duidelijk sterk het gemiddelde (resultaten C).

OD0102-OV-06 - eigen doorlooptijd bezwaarschriften OV De eigen doorlooptijd van een bezwaarschrift is een maat voor de tijd die het agentschap zelf nodig heeft om een bezwaardossier volledig te behandelen, exclusief de tijd die nodig is om eventueel advies van derde partijen te bekomen.

beslist in KJ

A

B

C

BZWK, BZWG, BZWB, BZVEW

IBGE, BZKI

totaal

totaal aantal dagen

aantal dossiers

gemiddelde

totaal aantal dagen

aantal dossiers

gemiddelde

totaal aantal dagen

aantal dossiers

gemiddelde

2009

311.148

6.189

50,27

698.702

6.011

116,24

1.009.850

12.200

82,77

2010

559.845

9.248

60,54

1.599.824

9.862

162,22

2.159.669

19.110

113,01

2011

573.728

7.527

76,22

5.584.812

14.654

381,11

6.158.540

22.181

277,65

2012

468.563

8.595

54,52

769.207

8.921

86,22

1.237.770

17.516

70,67

Voor deze indicator werd per bezwaartype een dalende trend vooropgesteld. U vindt het resultaat in bovenstaande tabel, uitgedrukt in kalenderdagen.

OD0102-OV-07 - inwilligingspercentage Het per aanslagjaar gemeten percentage ingewilligde bezwaren geeft, samengelezen met de indicator bezwaarpercentage, de correctheid aan van de inkohieringsprocedure en van de kwaliteit van de aangeleverde gegevens met betrekking tot dat aanslagjaar.

28


A

B

C

aanslagjaar

aantal

ingewilligd

percentage

aantal

ingewilligd

percentage

aantal

ingewilligd

percentage

2009

8.828

5.079

57,53%

8.458

5.327

62,98%

17.286

10.406

60,20%

2010

7.073

3.721

52,61%

7.780

5.652

72,65%

14.853

9.373

63,11%

2011

5.704

1.967

34,48%

6.258

4.565

72,95%

11.962

6.532

54,61%

2012

2.906

1.250

43,01%

3.022

2.146

71,01%

5.928

3.396

57,29%

Aangezien het inwilligingspercentage schommelt tussen de 55 en 65% kan gesproken worden van een vrij stabiel inwilligingspercentage, dat op zich vrij hoog lijkt te liggen. Gecombineerd met het bezwaarpercentage (OD0102-OV-02), dat overigens op veel grotere aantallen betrekking heeft), kan rustig gesteld worden dat het aantal daadwerkelijk foutieve aanslagen systematisch daalt: voor AJ2010 werden bv. 9.373 bezwaren ingewilligd op een totaal van 2.789.648 aanslagen (0,34%), terwijl er voor AJ 2011 6.532 ingewilligde bezwaren zijn t.o.v. 2.759.808 aanslagen (0,24%). Hoewel het inwilligingspercentage voor AJ 2012 opnieuw licht lijkt te stijgen, betreft dit nog onvolledige cijfers.

OD-0102-OV-08: aantal nieuwe gerechtelijke procedures per kalenderjaar De indicator meet het aantal betwistingen voor eender welk rechtscollege (ongeacht of het het juiste materieel of territoriaal bevoegde rechtscollege is, ongeacht of het een betwisting in eerste aanleg of in hoger beroep betreft, op welke manier dan ook (vb. op verzoekschrift of via dagvaarding) in dat kalenderjaar aanhangig gemaakt).

ontvangstjaar

eerste aanleg

hoger beroep

cassatie

2011

138

32

0

2012

214

49

1

Uit achterliggende gegevens blijkt dat van nieuwe geschillen in eerste aanleg in 2011 ca. 60% de problematiek van de proportionele vermindering betreft. De toepassing van de regelgeving rond proportionele vermindering inzake onroerende voorheffing (zowel voor gebouwen als materieel en outillage) veroorzaakt dus een groot deel van het contentieux. In 2012 zien we een sterke stijging van het totaal aantal geschillen. De stijging is niet toe te wijzen aan een specifiek dossiertype, maar lijkt een algemene tendens. Ook in 2012 gaat ca. 60% van de geschillen over betwistingen rond proportionele vermindering.

OD-0102-OV-09: totaal aantal hangende gerechtelijke procedures De indicator meet het aantal betwistingen voor eender welk rechtscollege (ongeacht of het het juiste materieel of territoriaal bevoegde is), ongeacht of het een betwisting in eerste aanleg of in hoger beroep betreft, op welke manier dan ook (vb. op verzoekschrift of via dagvaarding) die uiterlijk in dat kalenderjaar aanhangig gemaakt zijn, en waarvoor nog geen gerechtelijke uitspraak is gevolgd.

Cijfers 2011: Inleidingsjaar

eerste aanleg

hoger beroep

cassatie

2000

26

0

0

2001

94

0

0

2002

33

0

0

2003

52

0

0

2004

140

0

0

2005

60

0

0

2006

74

2

0

29


2007

46

0

0

2008

41

3

0

2009

37

6

0

2010

122

30

1

2011

136

31

0

Inleidingsjaar

eerste aanleg

hoger beroep

cassatie

2000

21

0

0

2001

32

0

0

2002

18

0

0

2003

44

1

0

2004

119

0

0

2005

45

1

0

2006

57

2

0

2007

33

0

0

2008

26

0

0

2009

35

4

0

2010

64

19

1

2011

125

43

0

2012

206

49

1

Cijfers 2012:

Het relatief hoge aantal hangende geschillen met inleidingsjaar in 2011 en 2012 is te verklaren door het feit dat een rechtszaak toch een zekere doorlooptijd kent alvorens het tot een uitspraak komt in eerste aanleg. De piek van hangende dossiers met inleidingsjaar in 2004 is in grote mate te wijten aan een aantal rechtszaken i.v.m. het taalgebruik in bestuurszaken, die bij de bevoegde rechtbanken geblokkeerd zijn in afwachting van een principiĂŤle uitspraak van het Hof van Cassatie. De piek van hangende dossiers met inleidingsjaar 2001 heeft te maken met een 60-tal rechtszaken die werden ingespannen in de loop van 2001 door een aantal eigenaars van een bepaald gebouwencomplex te Hasselt. Na uitspraak van het hof van beroep te Gent zijn deze dossiers begin 2012 afgesloten (wat dus nog niet tot uiting komt in voormelde cijfers die betrekking hebben op 2011 maar wel in deze van 2012.).

OD-0102-OV-10: aantal beĂŤindigde gerechtelijke procedures ingevolge positief vonnis of arrest De indicator meet het aantal geschillen waarvoor de betwisting werd beslecht ingevolge een rechterlijke uitspraak, en waarbij de uitspraak minstens gedeeltelijk in het voordeel van de Vlaamse Belastingdienst gebeurt.

beslisjaar

eerste aanleg

hoger beroep

cassatie

2011

122

21

0

2012

123

31

1

Het aantal positieve vonnissen en arresten ligt ruimschoots hoger dan het aantal negatieve. Deze tendens is te zien zowel in 2011 als in 2012. Hieruit kan men concluderen dat zowel de kwaliteit van de bezwaarafhandeling (door een deugdelijke motivatie van negatieve beslissingen waarbij het bezwaarschrift wordt verworpen) als de verdediging van de rechtszaken positief te evalueren is.

30


OD-0102-OV-11: aantal beĂŤindigde gerechtelijke procedures ingevolge negatief vonnis of arrest De indicator meet het aantal geschillen waarvoor de betwisting werd beslecht ingevolge een rechterlijke uitspraak, en waarbij de uitspraak volledig in het nadeel van de Vlaamse Belastingdienst gebeurt.

beslisjaar

eerste aanleg

hoger beroep

cassatie

2011

23

14

0

2012

36

8

3

Het aantal positieve vonnissen en arresten ligt ruimschoots hoger dan het aantal negatieve. Deze tendens is te zien zowel in 2011 als in 2012. Hieruit kan men concluderen dat zowel de kwaliteit van de bezwaarafhandeling (door een deugdelijke motivatie van negatieve beslissingen waarbij het bezwaarschrift wordt verworpen) als de verdediging van de rechtszaken positief te evalueren is.

31


Verkrottingsheffing woningen Aangezien de verkrottingsheffing woningen een zeer gecontesteerde heffing blijft, wat ook duidelijk uit de innings- en invorderingscijfers blijkt, daalt het aantal ingediende bezwaarschriften niet in grote mate. De ingediende bezwaarschriften werden in principe binnen de maximale termijn van 6 maanden afgehandeld. Alleen de beslissingen in die bezwaardossiers waarvoor in het verleden al tegen een heffing van een voorgaand aanslagjaar een gerechtelijke procedure werd ingesteld, worden uitgesteld totdat er voor deze voorgaande heffingen een definitief geworden gerechtelijke uitspraak voorhanden is. Dit verklaart het aantal dossiers dat niet binnen de termijn van 6 maanden afgehandeld werd. Dit aantal neemt bovendien ieder jaar toe, aangezien er elk jaar door de belastingplichtigen nieuwe geschillen voor de rechtbank aanhangig worden gemaakt. Dit is eveneens een verklaring voor de hoge doorlooptijd van de afhandeling van bezwaarschriften. Belastingplichtigen voor wie de bezwaarbeslissing uitgesteld wordt, worden hier wel steeds schriftelijk van op de hoogte gebracht. Om het aantal inkomende bezwaarschriften zo veel mogelijk proberen te beperken, wordt er enerzijds aan de inventarisbeheerder, die belast is met de opname van verkrotte panden op de inventaris op basis waarvan de heffing bij de Vlaamse belastingdienst gevestigd wordt, steeds uitvoerig feedback gegeven van de genomen bezwaarbeslissingen en van eventuele rechtzettingen die dienen te gebeuren. Anderzijds wordt aan de burgers zelf ook telefonisch of schriftelijk de nodige informatie meegeven om zo veel mogelijk een heffing te vermijden. Verder moet opgemerkt worden dat met ingang vanaf 14/05/2011 er een decreetswijziging in werking is getreden waardoor er minder bezwaren ingewilligd kunnen worden op basis van vormfouten die gemaakt zijn in de voorafgaandelijke procedure tot opname op de inventaris. Hierdoor dienden meer bezwaren afgewezen te worden en bijgevolg ook ten gronde behandeld te worden, wat een grotere werklast betekende voor de dossierbehandelaars.

OD0102-VHW-01 - aantal ontvangen bezwaren Het aantal ontvangen bezwaarschriften geeft, naast werklastmeting voor de afdeling dossierbehandeling, een indicatie in absolute cijfers van de door de burger als foutief of onterecht ervaren aanslagbiljetten.

AJ2010

AJ 2011

KJ 2010

876

KJ 2011

972

925

KJ 2012

263

994

AJ 2012

764

OD0102-VHW-02 – bezwaarpercentage. Het bezwaarpercentage meet per aanslagjaar de verhouding van het aantal ontvangen bezwaarschriften ten opzichte van de verzonden aanslagbiljetten. Hij geeft dan ook een indicatie van het procent aanslagbiljetten dat als onterecht of foutief wordt ervaren door de belastingplichtige. De indicator doet geen uitspraak over de eigenlijke correctheid van de verzonden aanslagbiljetten: niet voor alle ingediende bezwaarschriften krijgt de belastingplichtige immers gelijk.

AJ

bezwaren

aanslagen percentage

2010

2.111

3.990

52,91%

2011

1.919

3.774

50,85%

2012

764

3.810

20,05%

32


OD0102-VHW-03 - laattijdig afgehandelde bezwaarschriften Deze indicator geeft het aantal in het kalenderjaar besliste bezwaarschriften weer, waarvoor de beslissing niet binnen de 6 maanden werd genomen, en dit ongeacht het aanslagjaar waar het bezwaar betrekking op had. Zolang de beslissing nog niet is genomen betreft het een potentiële rechtszaak die tegen VLABEL wordt ingespannen. Van zodra de beslissing wel is genomen, betreft het een dossier waarvoor allicht geen rechtszaak is ingespannen, maar waarvoor dat wel had gekund. Als laattijdig behandeld, wordt beschouwd elk bezwaarschrift dat niet werd behandeld binnen een termijn van 6 maanden (gemeten van datum van ontvangst tot datum van verzending van de beslissing inzake het bezwaar). Als behandeltijd wordt de totale doorlooptijd genomen. De scope van de meting is fundamenteel verschillend van indicator OD0102-[…]-04. Deze indicator op zijn beurt geeft de verhouding weer tussen de laattijdig behandelde bezwaarschriften en de totale workload aan te behandelen bezwaren, onafhankelijk van het aanslagjaar waar ze betrekking op hebben. Tegelijkertijd meet hij het eventuele op- en afbouwen van achterstand in de dossierbehandeling. Indicator 03 vertrekt m.a.w van het aantal in het kalenderjaar besliste bezwaarschriften, ongeacht wanneer ze ontvangen zijn, terwijl 04 vertrekt van het aantal in het kalenderjaar ontvangen bezwaarschriften, ongeacht of en wanneer ze beslist zijn.

KJ

aantal

2010

98

2011

52

2012

191

OD0102-VHW-04 - percentage laattijdig afgehandelde bezwaarschriften Deze indicator geeft de verhouding weer tussen de laattijdig behandelde bezwaarschriften en de totale workload voor dat kalenderjaar aan te behandelen bezwaren, onafhankelijk van het aanslagjaar waar ze betrekking op hebben. Tegelijkertijd meet hij het eventuele op- en afbouwen van achterstand in de dossierbehandeling. De scope van de meting is fundamenteel verschillend van indicator OD0102-[…]-03. Deze indicator geeft immers het aantal in het kalenderjaar besliste bezwaarschriften weer, waarvoor de beslissing niet binnen de 6 maanden werd genomen, en dit ongeacht het aanslagjaar waar het bezwaar betrekking op had. Indicator 03 vertrekt m.a.w van het aantal in het kalenderjaar besliste bezwaarschriften, ongeacht wanneer ze ontvangen zijn, terwijl 04 vertrekt van het aantal in het kalenderjaar ontvangen bezwaarschriften, ongeacht of en wanneer ze beslist zijn.

KJ

ontvangen

laattijdig of niet afgehandelde bezwaren

percentage

2010

2.937

106

3,61%

2011

2.566

189

7,37%

2012

2.489

322

12,94%

OD0102-VHW-05 - totale doorlooptijd bezwaarschriften De totale doorlooptijd van een bezwaarschrift is een maat voor de tijd die de Vlaamse Belastingdienst nodig heeft om een bezwaardossier volledig te behandelen, inclusief de tijd die nodig is om eventueel advies van derde partijen te bekomen. Het geeft dus de totale wachttijd voor de burger weer. Het weergegeven aantal dagen is uitgedrukt in kalenderdagen.

KJ

totaal aantal dagen

aantal dossiers

gemiddelde

2010

663.775

2.787

238,16

2011

500.214

2.594

192,83

2012

705.371

2.644

266,78

33


OD0102-VHW-06 – inwilligingspercentage Het per aanslagjaar gemeten percentage ingewilligde bezwaren geeft, samengelezen met de indicator bezwaarpercentage, de correctheid aan van de inkohieringsprocedure en van de kwaliteit van de aangeleverde gegevens met betrekking tot dat aanslagjaar. Ook de registratieprocedure die voorafgaat aan de eigenlijke inkohiering kan aanleiding geven tot inwilliging van een bezwaar.

AJ

afgehandelde bezwaren

ingewilligde bezwaren

percentage ingewilligd

2010

1.762

1.198

67,99%

2011

1.676

859

51,25%

2012

504

230

45,63%

OD0102-VHW-08: totaal aantal nieuwe gerechtelijke procedures per kalenderjaar De indicator meet het aantal betwistingen voor eender welk rechtscollege (ongeacht of het het juiste materieel of territoriaal bevoegde rechtscollege is), ongeacht of het een betwisting in eerste aanleg of in hoger beroep betreft, op welke manier dan ook (vb. op verzoekschrift of via dagvaarding) in dat kalenderjaar aanhangig gemaakt

ontvangstjaar

eerste aanleg

hoger beroep

2011

62

28

2012

82

21

cassatie

OD0102-VHW-09: totaal aantal hangende gerechtelijke procedures De indicator meet het aantal betwistingen voor eender welk rechtscollege (ongeacht of het het juiste materieel of territoriaal bevoegde is), ongeacht of het een betwisting in eerste aanleg of in hoger beroep betreft, op welke manier dan ook (vb. op verzoekschrift of via dagvaarding) die uiterlijk in dat kalenderjaar aanhangig gemaakt zijn, en waarvoor nog geen gerechtelijke uitspraak is gevolgd.

inleidingsjaar

eerste aanleg

hoger beroep

cassatie

1998

1

0

0

1999

5

0

0

2000

3

0

0

2001

0

0

0

2002

2

0

0

2003

304

1

0

2004

146

2

0

2005

34

1

0

2006

5

3

0

2007

9

10

0

2008

27

13

0

2009

11

25

0

2010

16

17

0

2011

61

27

6

34


inleidingsjaar

eerste aanleg

hoger beroep

cassatie

1998

1

0

0

1999

4

0

0

2000

3

0

0

2001

0

0

0

2002

2

0

0

2003

276

1

0

2004

142

2

0

2005

33

1

0

2006

5

1

0

2007

9

6

0

2008

26

3

0

2009

11

21

0

2010

6

17

0

2011

23

26

1

2012

83

15

3

Het relatief hoge aantal hangende geschillen heeft te maken met het feit dat in de periode 2003 en 2004 een hoog aantal bezwaarbeslissingen werd verstuurd met betrekking tot de voorafgaande aanslagjaren. Voor de voorbereiding van die bezwaarbeslissingen werd beroep gedaan op externe partners, waardoor een piek ontstond in de afgehandelde bezwaren. Dit leidde vervolgens ook tot een piek in het aantal nieuwe geschillen wat tot op vandaag nog steeds resulteert in een nog hoog aantal hangende dossiers voor die periode (althans in absolute cijfers, want t.o.v. het aantal toen ingeleide dossiers is het grootste deel de voorbije jaren wel verwerkt). Tussen 2011 en 2012 is een licht dalende trend waar te nemen. Het relatief hoge aantal hangende geschillen met inleidingsjaar in 2011 en 2012 is te verklaren door het feit dat een rechtszaak toch een zekere doorlooptijd kent alvorens het tot een uitspraak komt. Bovendien heeft de rechtbank van Brussel de voorbije twee jaar periodiek één van de fiscale kamers gesloten waardoor de afhandeling van een aantal rechtszaken is uitgesteld. Dit heeft ook een impact op de doorlooptijd van de hangende dossiers.

OD0102-VHW-10 en 11: aantal beëindigde gerechtelijke procedures ingevolge positief vonnis of arrest/ingevolge negatief vonnis of arrest De indicator OD0102-VHW-10 meet het aantal geschillen waarvoor de betwisting werd beslecht ingevolge een rechterlijke uitspraak, en waarbij de uitspraak minstens gedeeltelijk in het voordeel van de Vlaamse Belastingdienst gebeurt. De indicator OD0102-VHW-11 meet het aantal geschillen waarvoor de betwisting werd beslecht ingevolge een rechterlijke uitspraak, en waarbij de uitspraak volledig in het nadeel van de Vlaamse Belastingdienst gebeurt.

positief

negatief

beslisjaar

eerste aanleg

hoger beroep

eerste aanleg

hoger beroep

2011

96

28

32

17

2012

60

20

25

11

Het aantal positieve vonnissen en arresten in eerste aanleg ligt ruimschoots hoger dan het aantal negatieve: 75% in KJ 2011 en 70% in KJ 2012 van de uitspraken in eerste aanleg zijn positief. Hieruit kan men concluderen dat zowel de kwaliteit van de bezwaarafhandeling (motivatie negatieve beslissingen) als de verdediging van de rechtszaken positief te evalueren is.

35


Ook in beroep is er een overwicht aan positieve arresten: 62% en 64% van de vonnissen zijn positief voor de kalenderjaren 2011 en 2012.

36


Leegstandsheffing bedrijfsruimten Net zoals de verkrottingsheffing woningen, blijft ook de leegstandsheffing bedrijfsruimten een gecontesteerde heffing: er is geen significante daling in het aantal bezwaarschriften merkbaar. Er dient wel opgemerkt te worden dat de aanslagbiljetten van deze heffing pas verstuurd worden op het einde van elk kalenderjaar. Aangezien de belastingplichtigen een termijn van drie maanden hebben om bezwaar in te dienen, wordt het merendeel van de bezwaren pas in het volgende kalenderjaar bij de Vlaamse belastingdienst ontvangen en geregistreerd. Hoewel ook hier wordt gestreefd om al de bezwaardossiers binnen de 6 maanden af te handelen, worden ook hier de beslissingen in bezwaardossiers uitgesteld als blijkt dat er tegen een heffing van een voorgaand aanslagjaar een procedure voor de rechtbank hangende is. In deze dossiers wordt pas een beslissing genomen indien er een definitief geworden rechtelijke uitspraak voorhanden is. Dit verklaart het feit dat er een aantal bezwaardossiers laattijdig afgehandeld werden. Belastingplichtigen worden wel steeds via een brief op de hoogte gebracht dat een beslissing in hun bezwaardossier uitgesteld wordt omwille van een hangend geschil betreffende een heffing van een voorgaand aanslagjaar. Nieuw ontvangen bezwaarschriften worden bij ontvangst zo veel mogelijk gescreend, zodat bepaalde bezwaarschriften enerzijds onmiddellijk konden worden afgehandeld en zodat anderzijds op erg korte termijn de nodige stukken bij de inventarisbeheerder konden worden opgevraagd. De doorlooptijd wordt voor nieuwe dossiers dan ook zo veel mogelijk beperkt. Een aantal dossierbehandelaars beschikt intussen over de benodigde kennis om zowel bezwaren VHW als LSB te behandelen, zodat in functie van de inkomende stroom bezwaren de doorlooptijd voor beide heffingen toch kan ingekort worden. Verder wordt er steeds nauw samengewerkt met de inventarisbeheerder en is er een constante terugkoppeling van gegevens naar de inventarisbeheerder toe zodat eventuele rechtzettingen kunnen gebeuren. De Vlaamse belastingdienst streeft er ook naar om de bedrijven zelf voldoende en nodige informatie mee te geven zodat een mogelijke heffing kan vermeden worden. Ondanks het feit dat de nodige inspanningen worden geleverd door VLABEL om de kwaliteit van de aangeleverde gegevens door de inventarisbeheerder te bewaken, dient er toch nog een bepaald percentage van de bezwaren ingewilligd te worden. VLABEL volgt hierbij steeds de standpunten die ingenomen worden door de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel in concrete geschildossiers. OD0102-LSB-01 - aantal ontvangen bezwaren Het aantal ontvangen bezwaarschriften geeft, naast werklastmeting voor de afdeling dossierbehandeling, een indicatie in absolute cijfers van de door de burger als foutief of onterecht ervaren aanslagbiljetten.

AJ 2010

AJ 2011

KJ 2010

33

KJ 2011

231

124

KJ 2012

32

183

AJ 2012

totaal 33 355

115

330

OD0102-LSB-02 – bezwaarpercentage Het bezwaarpercentage meet per aanslagjaar de verhouding van het aantal ontvangen bezwaarschriften ten opzichte van de verzonden aanslagbiljetten. Hij geeft dan ook een indicatie van het procent aanslagbiljetten dat als onterecht of foutief wordt ervaren door de belastingplichtige. De indicator doet geen uitspraak over de eigenlijke correctheid van de verzonden aanslagbiljetten: niet voor alle ingediende bezwaarschriften krijgt de belastingplichtige immers gelijk.

aanslagen

bezwaren percentage

AJ 2010

1.525

296

19,41%

AJ 2011

1.085

307

28,29%

AJ 2012

939

115

12,25%

37


OD0102-LSB-03 - laattijdig afgehandelde bezwaarschriften Deze indicator geeft het aantal in het kalenderjaar besliste bezwaarschriften weer, waarvoor de beslissing niet binnen de 6 maanden werd genomen, en dit ongeacht het aanslagjaar waar het bezwaar betrekking op had. Zolang de beslissing nog niet is genomen betreft het een potentiële rechtszaak die tegen VLABEL wordt ingespannen. Van zodra de beslissing wel is genomen, betreft het een dossier waarvoor allicht geen rechtszaak is ingespannen, maar waarvoor dat wel had gekund. Als laattijdig behandeld, wordt beschouwd elk bezwaarschrift dat niet werd behandeld binnen een termijn van 6 maanden (gemeten van datum van ontvangst tot datum van verzending van de beslissing inzake het bezwaar). Als behandeltijd wordt de totale doorlooptijd genomen. De scope van de meting is fundamenteel verschillend van indicator OD0102-[…]-04. Deze indicator op zijn beurt geeft de verhouding weer tussen de laattijdig behandelde bezwaarschriften en de totale workload aan te behandelen bezwaren, onafhankelijk van het aanslagjaar waar ze betrekking op hebben. Tegelijkertijd meet hij het eventuele op- en afbouwen van achterstand in de dossierbehandeling. Indicator 03 vertrekt m.a.w van het aantal in het kalenderjaar besliste bezwaarschriften, ongeacht wanneer ze ontvangen zijn, terwijl 04 vertrekt van het aantal in het kalenderjaar ontvangen bezwaarschriften, ongeacht of en wanneer ze beslist zijn.

beslisjaar

aantal laattijdig

2010

22

2011

47

2012

27

OD0102-LSB-04 - percentage laattijdig afgehandelde bezwaarschriften Deze indicator geeft de verhouding weer tussen de laattijdig behandelde bezwaarschriften en de totale workload voor dat kalenderjaar aan te behandelen bezwaren, onafhankelijk van het aanslagjaar waar ze betrekking op hebben. Tegelijkertijd meet hij het eventuele op- en afbouwen van achterstand in de dossierbehandeling. De scope van de meting is fundamenteel verschillend van indicator OD0102-[…]-03. Deze indicator geeft immers het aantal in het kalenderjaar besliste bezwaarschriften weer, waarvoor de beslissing niet binnen de 6 maanden werd genomen, en dit ongeacht het aanslagjaar waar het bezwaar betrekking op had. Indicator 03 vertrekt m.a.w van het aantal in het kalenderjaar besliste bezwaarschriften, ongeacht wanneer ze ontvangen zijn, terwijl 04 vertrekt van het aantal in het kalenderjaar ontvangen bezwaarschriften, ongeacht of en wanneer ze beslist zijn.

ontvangstjaar

aantal

te laat behandeld

percentage te laat

2010

155

29

18.71%

2011

394

78

19.80%

2012

359

3

0.84%

OD0102-LSB-05 - totale doorlooptijd bezwaarschriften De totale doorlooptijd van een bezwaarschrift is een maat voor de tijd die de Vlaamse Belastingdienst nodig heeft om een bezwaardossier volledig te behandelen, inclusief de tijd die nodig is om eventueel advies van derde partijen te bekomen. Het geeft dus de totale wachttijd voor de burger weer. Het weergegeven aantal dagen is uitgedrukt in kalenderdagen.

totaal aantal dagen

aantal dossiers

gemiddelde

KJ 2010

29.489

232

127.11

KJ 2011

26.751

250

107.00

KJ 2012

40.661

414

98.21

38


OD0102-LSB-06 - percentage ingewilligde bezwaren Het per aanslagjaar gemeten percentage ingewilligde bezwaren geeft, samengelezen met de indicator bezwaarpercentage, de correctheid aan van de inkohieringsprocedure en van de kwaliteit van de aangeleverde gegevens met betrekking tot dat aanslagjaar. Ook de registratieprocedure die voorafgaat aan de eigenlijke inkohiering kan aanleiding geven tot inwilliging van een bezwaar.

aantal

ingewilligd

percentage

AJ 2010

285

77

27.02%

AJ 2011

283

110

38.87%

AJ 2012

64

18

28.13%

OD-0102-LSB-08: totaal aantal nieuwe gerechtelijke procedures per kalenderjaar De indicator meet het aantal betwistingen voor eender welk rechtscollege (ongeacht of het het juiste materieel of territoriaal bevoegde rechtscollege is), ongeacht of het een betwisting in eerste aanleg of in hoger beroep betreft, op welke manier dan ook (vb. op verzoekschrift of via dagvaarding) in dat kalenderjaar aanhangig gemaakt

ontvangstjaar

eerste aanleg

hoger beroep

cassatie

2011

42

48

0

2012

46

16

2

Het aantal nieuwe dossiers in eerste aanleg is gedaald in verhouding tot de voorgaande jaren. In 2009 waren er in eerste aanleg 77 nieuwe dossiers, in 2010 waren er 73 nieuwe dossiers maar in 2011 slechts 42. Voor 2012 blijft dit laatste cijfer stabiel. Belangrijke reden voor deze evolutie is de beslissing om voor de dossiers waar reeds een rechtszaak aanhangig is, niet over het bezwaar te beslissen als het bezwaarschrift dezelfde problematiek en dezelfde belastingplichtige betreft waarvoor reeds een rechtszaak hangend is. Op die manier wordt vermeden dat, zoals in het verleden het geval was, een opeenvolging van rechtszaken ontstaat tussen dezelfde partijen over dezelfde grond van de zaak. Omgekeerd ziet men een hoog aantal nieuwe zaken in hoger beroep. Dit is rechtstreeks het gevolg van een toename van het aantal uitspraken in eerste aanleg.

OD-0102-LSB-09: totaal aantal hangende gerechtelijke procedures De indicator meet het aantal betwistingen voor eender welk rechtscollege (ongeacht of het het juiste materieel of territoriaal bevoegde is), ongeacht of het een betwisting in eerste aanleg of in hoger beroep betreft, op welke manier dan ook (vb. op verzoekschrift of via dagvaarding) die uiterlijk in dat kalenderjaar aanhangig gemaakt zijn, en waarvoor nog geen gerechtelijke uitspraak is gevolgd.

In tegenstelling tot voor de andere heffingen kan voor LSB geen uitsplitsing worden gemaakt volgens het rechtscollege waar het geschil hangend is, noch volgens het indieningsjaar van het geschil. Voor de vonnissen en arresten is dit overzicht er wel (OD0102-LSB-10/11). hangende geschillen, ongeacht eerste aanleg, hoger beroep of cassatie) 2011

621

2012

603

Het totaal aantal hangende dossiers blijft relatief hoog en is te wijten aan verschillende factoren. Ook voor LSB is er de impact geweest van de tijdelijke sluiting van een fiscale kamer Vaak namen belastingplichtigen na het opstarten van een geschil een afwachtende houding aan waardoor VLABEL nog steeds kampt met een relatief hoog aantal oude dossiers. De ervaring leert dat deze dossiers door de tijd

39


alleen maar complexer worden (dossiers die op de rechtbank verloren gaan, overlijdens en gedinghervatting, faillissementen, advocaten van tegenpartijen die geen instructies meer ontvangen vanwege hun cliĂŤnten etc.). De Vlaamse Belastingdienst voert sinds een paar jaren een sterk activeringsbeleid om dit soort oude dossiers systematisch af te kunnen sluiten, maar dit zal allicht nog de nodige tijd vergen. Het relatief hoge aantal hangende geschillen met inleidingsjaar in 2011 en 2012 is te verklaren door het feit dat een rechtszaak toch een zekere doorlooptijd kent alvorens het tot een uitspraak komt.

OD0102-LSB-10 en 11: aantal beĂŤindigde gerechtelijke procedures ingevolge positief vonnis of arrest/ingevolge negatief vonnis of arrest De indicator OD0102-LSB-10 meet het aantal geschillen waarvoor de betwisting werd beslecht ingevolge een rechterlijke uitspraak, en waarbij de uitspraak minstens gedeeltelijk in het voordeel van de Vlaamse Belastingdienst gebeurt. De indicator OD0102-LSB-11 meet het aantal geschillen waarvoor de betwisting werd beslecht ingevolge een rechterlijke uitspraak, en waarbij de uitspraak volledig in het nadeel van de Vlaamse Belastingdienst gebeurt.

positief

negatief

beslisjaar

eerste aanleg

hoger beroep

cassatie

eerste aanleg

hoger beroep

cassatie

2011

74

7

0

38

1

0

2012

43

4

0

23

9

0

Het aantal positieve vonnissen ligt in eerste aanleg ruimschoots hoger dan het aantal negatieve. Hieruit kan men concluderen dat zowel de kwaliteit van de bezwaarafhandeling (motivatie negatieve beslissingen) als de verdediging van de rechtszaken positief te evalueren is. Het aantal uitspraken in eerste aanleg is t.o.v. vroeger sterk gestegen, mede door de inspanningen die werden geleverd om een aantal oude dossiers te activeren en een actieve opvolging van nieuwe dossiers. De terugval in uitspraken in 2012 hangt samen met de daling van het aantal nieuwe geschillen sinds 2011. Hoewel er in 2012 in hoger beroep meer negatieve arresten geweest dan positieve, blijft het aantal negatieve arresten in absolute cijfers beperkt.

40


Planbatenheffing De planbatenheffing kan worden opgelegd wanneer de overheid een ruimtelijk uitvoeringsplan heeft opgemaakt waardoor de bestemming van een perceel wijzigt. Indien door deze wijziging de waarde van het perceel stijgt, kan er een planbatenheffing verschuldigd zijn op de vermoedelijke meerwaarde. Sinds aanslagjaar 2010 wordt deze planbatenheffing geĂŻnd door VLABEL. De eerste aanslagbiljetten werden verzonden eind 2011, wat maakt dat de rapportering voor planbatenheffing nog niet als stabiel kan worden beschouwd. De indicatoren werden dan ook nog niet berekend. Bij de behandeling van de ingediende bezwaarschriften stellen we wel al vast dat de voornaamste grieven aanvragen tot vrijstelling of eigendomsbetwistingen zijn. Bij de opmaak van de aanslagbiljetten baseert VLABEL zich op de gegevens van het kadaster om te bepalen wie eigenaar was op datum van inwerkingtreding van het RUP. Gezien VLABEL enkel beschikt over eigendomsgegevens op 1/1 van een aanslagjaar, worden de dossiers met betrekking tot eigendomsbetwistingen dan ook vaak ingewilligd. Om hieraan te verhelpen, wordt vanaf 2013 voor de verzending van het aanslagbiljet (in fase proefrol) de eigendomsgegevens zo veel mogelijk manueel vooraf gecontroleerd in de databanken van het kadaster.

41


Verkeersbelasting (personenwagens) Sinds 1/1/2011 is VLABEL bevoegd voor de inning van de verkeersbelasting. Op het moment van de overname waren er bij FOD FIN nog een aantal zogenaamde “historische� dossiers hangende die werden overgemaakt aan VLABEL voor verdere afhandeling. Deze dossiers werden uit de rapportering m.b.t. de bezwaarschriften geweerd, aangezien VLABEL op de afhandeling voor een groot stuk geen impact heeft gehad, vb. inzake doorlooptijden. Het waren immers net de probleemdossiers die op dat moment nog niet waren afgehandeld. In een groot deel van 2011 werd voorrang gegeven aan de opleiding van de nieuwe medewerkers: velen van hen hadden immers geen kennis van de werking van de verkeersbelastingen, noch inhoudelijk, noch fiscaal-technisch, en al evenmin van de IT-systemen die VLABEL ging inzetten voor de verwerking van de dossiers, de onderliggende databanken etc.. Verder werd ook gewerkt aan een fijnstelling en een logische verdeling van de verschillende grieven in subtypes, zodat deze makkelijker kunnen worden verwerkt. Binnen de afdeling Dossierbehandeling werd in 2011 bovendien ook voorrang gegeven aan de afhandeling van telefonische contacten en loketbezoeken, maar vooral aan het beantwoorden van mails. VLABEL kreeg in 2011 duizenden e-mails inzake verkeersbelasting te verwerken. In veel gevallen ging dit om de vooraf niet in te schatten impact van de invoering van de Europese nummerplaat en de repercussies ervan op de gedeeltelijke terugbetaling van de jaarlijkse verkeersbelasting, die niet automatisch kon worden verrekend met de te betalen belasting voor het nieuwe voertuig, Om de mails zo snel mogelijk te kunnen verwerken, werden heel wat medewerkers gedurende een lange periode fulltime ingezet op deze taak. Om het aantal vragen dat wordt gesteld via mail te stroomlijnen en vlotter te kanaliseren, werd in het najaar 2011 beslist om het gewone mailadres te vervangen door een contactformulier op de website van VLABEL: op deze manier worden de vragen van burgers beter gestructureerd overgemaakt aan VLABEL, wat maakt dat de antwoordtermijn korter is. Op die manier beschikt VLABEL vb. dadelijk over exacte contactgegevens inclusief telefoonnummer, het exacte kohierartikel, etc. Wat de eigenlijke bezwaarafhandeling betreft, werden in eerste instantie vooral procedures en werkwijzen op punt gesteld. Het aantal afgehandelde bezwaarschriften was aanvankelijk dan ook minimaal. Vanaf 2012 werd op systematische manier gewerkt aan het wegwerken van de in 2011 opgelopen tijdelijke achterstand.Dit maakt dat de doorlooptijd en het aantal laattijdig afgehandeld bezwaarschriften aanzienlijk gedaald is.

OD0102-GV-01 - aantal ontvangen bezwaren Het aantal ontvangen bezwaarschriften geeft, naast werklastmeting voor de afdeling dossierbehandeling, een indicatie in absolute cijfers van de door de burger als foutief of onterecht ervaren aanslagbiljetten.

ontvangstjaar

AJ 2011

KJ 2011

9.593

KJ 2012

4.578

AJ 2012 6.116

OD0102-GV-02 - bezwaarpercentage Het bezwaarpercentage meet per aanslagjaar de verhouding van het aantal ontvangen bezwaarschriften ten opzichte van de verzonden aanslagbiljetten. Hij geeft dan ook een indicatie van het procent aanslagbiljetten dat als onterecht of foutief wordt ervaren door de belastingplichtige. De indicator doet geen uitspraak over de eigenlijke correctheid van de verzonden aanslagbiljetten: niet voor alle ingediende bezwaarschriften krijgt de belastingplichtige immers gelijk.

aanslagbiljetten bezwaren percentage AJ 2011 AJ 2012

4.255.954

14.171

0,33%

4.522.120

6.116

0,14%

42


OD0102-GV-03 - laattijdig afgehandelde bezwaarschriften Deze indicator geeft het aantal in het kalenderjaar besliste bezwaarschriften weer, waarvoor de beslissing niet binnen de 6 maanden werd genomen, en dit ongeacht het aanslagjaar waar het bezwaar betrekking op had. Zolang de beslissing nog niet is genomen betreft het een potentiële rechtszaak die tegen VLABEL wordt ingespannen. Van zodra de beslissing wel is genomen, betreft het een dossier waarvoor allicht geen rechtszaak is ingespannen, maar waarvoor dat wel had gekund. Als laattijdig behandeld, wordt beschouwd elk bezwaarschrift dat niet werd behandeld binnen een termijn van 6 maanden (gemeten van datum van ontvangst tot datum van verzending van de beslissing inzake het bezwaar). Als behandeltijd wordt de totale doorlooptijd genomen. De scope van de meting is fundamenteel verschillend van indicator OD0102-[…]-04. Deze indicator op zijn beurt geeft de verhouding weer tussen de laattijdig behandelde bezwaarschriften en de totale workload aan te behandelen bezwaren, onafhankelijk van het aanslagjaar waar ze betrekking op hebben. Tegelijkertijd meet hij het eventuele op- en afbouwen van achterstand in de dossierbehandeling. Indicator 03 vertrekt m.a.w van het aantal in het kalenderjaar besliste bezwaarschriften, ongeacht wanneer ze ontvangen zijn, terwijl 04 vertrekt van het aantal in het kalenderjaar ontvangen bezwaarschriften, ongeacht of en wanneer ze beslist zijn.

beslist in

aantal te laat

KJ 2011 KJ 2012

3.105 3.126

OD0102-GV-04 - percentage laattijdig afgehandelde bezwaarschriften Deze indicator geeft de verhouding weer tussen de laattijdig behandelde bezwaarschriften en de totale workload voor dat kalenderjaar aan te behandelen bezwaren, onafhankelijk van het aanslagjaar waar ze betrekking op hebben. Tegelijkertijd meet hij het eventuele op- en afbouwen van achterstand in de dossierbehandeling. De scope van de meting is fundamenteel verschillend van indicator OD0102-[…]-03. Deze indicator geeft immers het aantal in het kalenderjaar besliste bezwaarschriften weer, waarvoor de beslissing niet binnen de 6 maanden werd genomen, en dit ongeacht het aanslagjaar waar het bezwaar betrekking op had. Indicator 03 vertrekt m.a.w van het aantal in het kalenderjaar besliste bezwaarschriften, ongeacht wanneer ze ontvangen zijn, terwijl 04 vertrekt van het aantal in het kalenderjaar ontvangen bezwaarschriften, ongeacht of en wanneer ze beslist zijn.

ontvangen in

aantal

KJ 2011 KJ 2012

19.458 12.150

te laat behandeld 5.616 85

percentage te laat 28.86% 0.70%

OD0102-GV-05 - totale doorlooptijd bezwaarschriften De totale doorlooptijd van een bezwaarschrift is een maat voor de tijd die de Vlaamse Belastingdienst nodig heeft om een bezwaardossier volledig te behandelen, inclusief de tijd die nodig is om eventueel advies van derde partijen te bekomen. Het geeft dus de totale wachttijd voor de burger weer. Het weergegeven aantal dagen is uitgedrukt in kalenderdagen.

gemiddelde KJ 2011

113.38

KJ 2012

103.49

OD0102-GV-06 – eigen doorlooptijd bezwaarschriften Aangezien voor de verkeersbelastingen in principe geen advies hoeft te worden gevraagd aan derde partijen, wordt geen uitsplitsing berekend tussen de totale en de eigen doorlooptijd.

43


OD0102-GV-07 - percentage ingewilligde bezwaren Het per aanslagjaar gemeten percentage ingewilligde bezwaren geeft, samengelezen met de indicator bezwaarpercentage, de correctheid aan van de inkohieringsprocedure en van de kwaliteit van de aangeleverde gegevens met betrekking tot dat aanslagjaar.

aantal beslist

ingewilligd

percentage

AJ 2011

14.088

3.138

22.27%

AJ 2012

5.821

2.807

48.22%

OD-0102-GV-08: totaal aantal nieuwe gerechtelijke procedures per kalenderjaar De indicator meet het aantal betwistingen voor eender welk rechtscollege (ongeacht of het het juiste materieel of territoriaal bevoegde rechtscollege is), ongeacht of het een betwisting in eerste aanleg of in hoger beroep betreft, op welke manier dan ook (vb. op verzoekschrift of via dagvaarding) in dat kalenderjaar aanhangig gemaakt

ontvangstjaar

eerste aanleg

hoger beroep

cassatie

2011

9

6

0

2012

43

12

0

Sowieso ligt het aantal rechtszaken inzake verkeersbelastingen traditioneel lager dan bv. bij de onroerende voorheffing. Aangezien na de overname van de verkeersbelasting de afhandeling van de bezwaarschriften pas later in dat jaar is op gang gekomen waren er in 2011 nauwelijks nieuwe betwistingen (in verhouding met de jaren voorheen). De verwachte stijging in 2012 is er dan vooral gekomen bij GV.

OD-0102-GV-09: totaal aantal hangende gerechtelijke procedures De indicator meet het aantal betwistingen voor eender welk rechtscollege (ongeacht of het het juiste materieel of territoriaal bevoegde is), ongeacht of het een betwisting in eerste aanleg of in hoger beroep betreft, op welke manier dan ook (vb. op verzoekschrift of via dagvaarding) die uiterlijk in dat kalenderjaar aanhangig gemaakt zijn, en waarvoor nog geen gerechtelijke uitspraak is gevolgd.

Cijfers 2011: inleidingsjaar

eerste aanleg

hoger beroep

cassatie

2000

1

0

0

2001

4

0

0

2002

1

0

0

2003

5

0

0

2004

2

0

0

2005

8

0

0

2006

10

0

0

2007

13

0

0

2008

3

0

0

2009

3

3

0

2010

58

0

0

2011

11

6

0

44


Cijfers 2012: inleidingsjaar

eerste aanleg

hoger beroep

2000

1

2001

3

2002

1

2003

5

2004

3

2005

8

2006

7

2007

12

2008

1

1

2009

2

1

2010

43

3

2011

6

3

2012

40

12

cassatie

1 1

Uit deze tabel blijkt dat nog een aantal dossiers hangende zijn waarin het Vlaamse Gewest de Belgische Staat diende op te volgen, vooral dan uit 2010 voor GV. De tendens die we zien bij de nieuwe geschillen (minder voor GV in 2011 en sterke toename in 2012) zet zich logischerwijze ook door in de hangende geschillen.

OD-0102-GV-10/11: aantal beĂŤindigde gerechtelijke procedures ingevolge positief/negatief vonnis of arrest De indicator OD0102-GV-10 meet het aantal geschillen waarvoor de betwisting werd beslecht ingevolge een rechterlijke uitspraak, en waarbij de uitspraak minstens gedeeltelijk in het voordeel van de Vlaamse Belastingdienst gebeurt. De indicator OD0102-GV-11 meet het aantal geschillen waarvoor de betwisting werd beslecht ingevolge een rechterlijke uitspraak, en waarbij de uitspraak volledig in het nadeel van de Vlaamse Belastingdienst gebeurt.

positief beslisjaar

eerste aanleg

hoger beroep

cassatie

2011

27

3

0

eerste aanleg 4

2012

20

1

1

2

negatief hoger beroep 0

cassatie

1

0

0

Het aantal positieve uitspraken is duidelijk veel hoger dan het aantal negatieve uitspraken. Naar de werking van VLABEL toe is het evenwel te vroeg om hier conclusies uit te trekken, aangezien de bezwaarbeslissingen die er aan ten grondslag liggen meestal nog door de Belgische Staat werden genomen. Dit geldt eveneens voor de vonnissen in hoger beroep.

45


Verkeersbelasting (vrachtwagens en aanverwante voertuigen) Aangiftes inzake verkeersbelasting voor vrachtwagens en aanverwante voertuigen moeten vanaf 1/1/2011 ingediend worden bij VLABEL. De lopende aangiftes die op 1/1/2011 nog geldig waren, werden door VLABEL verlengd op basis van de gegevens afkomstig van FOD FIN. Voor aanslagjaar 2011 werden de aanslagbiljetten NGV gegroepeerd verzonden voor alle lopende aangiftes. Vanaf aanslagjaar 2012 wordt er 1 aanslagbiljet per nummerplaat verzonden: op deze manier is het voor de belastingplichtige duidelijker op welk voertuig het aanslagbiljet betrekking heeft, en voor welk voertuig specifiek eventueel bezwaar wordt ingediend. Deze werkwijze leidt er evenwel toe dat er onvermijdelijk meer ingewilligde bezwaren zijn t.o.v. de vorige jaren: enerzijds zijn er meer afzonderlijke aanslagbiljetten, anderzijds melden belastingplichtigen nu bv. dat een bepaald voertuig al lang geschrapt is bij de DIV, maar dat de aangifte nooit werd stopgezet. Voorheen werd hiervoor geen bezwaar ingediend, omdat burgers op het aanslagbiljet moeilijker konden verifiëren welke voertuigen belast werden en welke niet. De transparantie van de taxatie is in ieder geval toegenomen, wat zich vertaalt in andere bezwaarcijfers. Sowieso ligt het aantal bezwaarschriften voor vrachtwagens laag. Dit is ook logisch aangezien de belastingplichtige wordt aangeslagen op basis van gegevens die hij zelf verstrekt in zijn aangifte. Wat de doorlooptijd betreft, merken we ook op dat deze hoog is: dit komt doordat er voorrang gegeven werd aan de dossiers GV (gelet op het hoger aantallen bezwaren). De achterstand werd ook hier ondertussen weggewerkt.

OD0102-NGV-01 - aantal ontvangen bezwaren Het aantal ontvangen bezwaarschriften geeft, naast werklastmeting voor de afdeling dossierbehandeling, een indicatie in absolute cijfers van de door de burger als foutief of onterecht ervaren aanslagbiljetten.

AJ 2011

AJ 2012

totaal

KJ 2011

1.046

10

1.056

KJ 2012

247

649

896

OD0102-NGV-02 - bezwaarpercentage Het bezwaarpercentage meet per aanslagjaar de verhouding van het aantal ontvangen bezwaarschriften ten opzichte van de verzonden aanslagbiljetten. Hij geeft dan ook een indicatie van het procent aanslagbiljetten dat als onterecht of foutief wordt ervaren door de belastingplichtige. De indicator doet geen uitspraak over de eigenlijke correctheid van de verzonden aanslagbiljetten: niet voor alle ingediende bezwaarschriften krijgt de belastingplichtige immers gelijk. In categorie A vinden we bezwaren die te maken hebben met de toegekende vermindering voor kinderen (BZWK) of gehandicapte personen (BZWG), voor bescheiden woningen 25% (BZWB) en energiezuinige woningen (BZVEW). In categorie B zijn opgenomen de betwistingen rond het eigenaarschap (“Ik Ben Geen Eigenaar” – IBGE), en rond de hoogte van het kadastraal inkomen (BZKI).

aanslagen

bezwaren percentage

AJ 2011

44.733

1.293

2,89%

AJ 2012

99.693

659

0,66%

OD0102-NGV-03 - laattijdig afgehandelde bezwaarschriften Deze indicator geeft het aantal in het kalenderjaar besliste bezwaarschriften weer, waarvoor de beslissing niet binnen de 6 maanden werd genomen, en dit ongeacht het aanslagjaar waar het bezwaar betrekking op had. Zolang de beslissing nog niet is genomen betreft het een potentiële rechtszaak die tegen VLABEL wordt ingespannen. Van zodra de beslissing wel is genomen, betreft het een dossier waarvoor allicht geen rechtszaak is ingespannen, maar waarvoor dat wel had gekund. Als laattijdig behandeld, wordt beschouwd elk bezwaarschrift

46


dat niet werd behandeld binnen een termijn van 6 maanden (gemeten van datum van ontvangst tot datum van verzending van de beslissing inzake het bezwaar). Als behandeltijd wordt de totale doorlooptijd genomen. De scope van de meting is fundamenteel verschillend van indicator OD0102-[…]-04. Deze indicator op zijn beurt geeft de verhouding weer tussen de laattijdig behandelde bezwaarschriften en de totale workload aan te behandelen bezwaren, onafhankelijk van het aanslagjaar waar ze betrekking op hebben. Tegelijkertijd meet hij het eventuele op- en afbouwen van achterstand in de dossierbehandeling. Indicator 03 vertrekt m.a.w van het aantal in het kalenderjaar besliste bezwaarschriften, ongeacht wanneer ze ontvangen zijn, terwijl 04 vertrekt van het aantal in het kalenderjaar ontvangen bezwaarschriften, ongeacht of en wanneer ze beslist zijn.

aantal KJ 2011 KJ 2012

2 190

OD0102-NGV-04 - percentage laattijdig afgehandelde bezwaarschriften Deze indicator geeft de verhouding weer tussen de laattijdig behandelde bezwaarschriften en de totale workload voor dat kalenderjaar aan te behandelen bezwaren, onafhankelijk van het aanslagjaar waar ze betrekking op hebben. Tegelijkertijd meet hij het eventuele op- en afbouwen van achterstand in de dossierbehandeling. De scope van de meting is fundamenteel verschillend van indicator OD0102-[…]-03. Deze indicator geeft immers het aantal in het kalenderjaar besliste bezwaarschriften weer, waarvoor de beslissing niet binnen de 6 maanden werd genomen, en dit ongeacht het aanslagjaar waar het bezwaar betrekking op had. Indicator 03 vertrekt m.a.w van het aantal in het kalenderjaar besliste bezwaarschriften, ongeacht wanneer ze ontvangen zijn, terwijl 04 vertrekt van het aantal in het kalenderjaar ontvangen bezwaarschriften, ongeacht of en wanneer ze beslist zijn.

KJ 2011 KJ 2012

aantal 1.284 972

te laat behandeld 186 2

percentage te laat 14.49% 0.21%

OD0102-NGV-05 - totale doorlooptijd bezwaarschriften De totale doorlooptijd van een bezwaarschrift is een maat voor de tijd die de Vlaamse Belastingdienst nodig heeft om een bezwaardossier volledig te behandelen, inclusief de tijd die nodig is om eventueel advies van derde partijen te bekomen. Het geeft dus de totale wachttijd voor de burger weer. Het weergegeven aantal dagen is uitgedrukt in kalenderdagen.

gemiddelde KJ 2011 KJ 2012

47.23 94.17

OD0102-NGV-06 – eigen doorlooptijd bezwaarschriften Aangezien voor de verkeersbelastingen in principe geen advies hoeft te worden gevraagd aan derde partijen, wordt geen uitsplitsing berekend tussen de totale en de eigen doorlooptijd.

OD0102-NGV-07 - percentage ingewilligde bezwaren Het per aanslagjaar gemeten percentage ingewilligde bezwaren geeft, samengelezen met de indicator bezwaarpercentage, de correctheid aan van de inkohieringsprocedure en van de kwaliteit van de aangeleverde gegevens met betrekking tot dat aanslagjaar.

47


aantal 1.286 567

AJ 2011 AJ 2012

ingewilligd 527 432

percentage ingewilligd 40.98% 76.19%

OD-0102-VKBNGV-08: totaal aantal nieuwe gerechtelijke procedures per kalenderjaar De indicator meet het aantal betwistingen voor eender welk rechtscollege (ongeacht of het het juiste materieel of territoriaal bevoegde rechtscollege is), ongeacht of het een betwisting in eerste aanleg of in hoger beroep betreft, op welke manier dan ook (vb. op verzoekschrift of via dagvaarding) in dat kalenderjaar aanhangig gemaakt

ontvangstjaar

eerste aanleg

hoger beroep

cassatie

2011

1

0

0

2012

1

0

0

Sowieso ligt het aantal rechtszaken inzake verkeersbelastingen traditioneel lager dan bv. bij de onroerende voorheffing. Voor NGV zijn er weinig nieuwe geschillen te noteren. Dit is ook logisch aangezien de belastingplichtige wordt aangeslagen op basis van gegevens die hij zelf verstrekt in zijn aangifte.

OD-0102-VKBNGV-09: totaal aantal hangende gerechtelijke procedures De indicator meet het aantal betwistingen voor eender welk rechtscollege (ongeacht of het het juiste materieel of territoriaal bevoegde is), ongeacht of het een betwisting in eerste aanleg of in hoger beroep betreft, op welke manier dan ook (vb. op verzoekschrift of via dagvaarding) die uiterlijk in dat kalenderjaar aanhangig gemaakt zijn, en waarvoor nog geen gerechtelijke uitspraak is gevolgd.

Cijfers 2011 inleidingsjaar

eerste aanleg

hoger beroep

cassatie

2010

1

0

0

2011

1

0

0

inleidingsjaar

eerste aanleg

hoger beroep

cassatie

2010

1

0

0

2012

1

0

0

Cijfers 2012

OD-0102-VKBNGV-10/11: aantal beĂŤindigde gerechtelijke procedures ingevolge positief/negatief vonnis of arrest De indicator OD0102-NGV-10 meet het aantal geschillen waarvoor de betwisting werd beslecht ingevolge een rechterlijke uitspraak, en waarbij de uitspraak minstens gedeeltelijk in het voordeel van de Vlaamse Belastingdienst gebeurt. De indicator OD0102-NGV-11 meet het aantal geschillen waarvoor de betwisting werd beslecht ingevolge een rechterlijke uitspraak, en waarbij de uitspraak volledig in het nadeel van de Vlaamse Belastingdienst gebeurt.

positief beslisjaar

eerste aanleg

hoger beroep

cassatie

2011

0

0

0

eerste aanleg 0

2012

1

0

0

0

negatief hoger beroep 0

cassatie

0

0

0

48


Eurovignet De bezwaarschriften inzake het eurovignet hebben voornamelijk betrekking op discussies of een voertuig al dan niet onderworpen is aan het eurovignet. Als op basis van een rechterlijke uitspraak wordt geoordeeld dat een bepaald soort voertuig niet onderworpen is aan het eurovignet (zoals bijvoorbeeld een huisvuilwagen uitgerust met persinstallatie), vragen belastingplichtigen vaak niet alleen de niet-belastbaarheid van dit voertuig aan voor de toekomst, maar tegelijk ook een teruggave van de reeds betaalde eurovignetbelasting voor de voorgaande jaren. Dit verklaart waarom in een bepaald jaar ook veel bezwaren binnenkomen die betrekking hebben op voorgaande jaren. Dergelijke bezwaarschriften worden wel aanvaard voor het lopende aanslagjaar, maar niet voor het verleden. Dit verklaart het hoger aantal inwilligingen voor het lopende jaar ten opzichte van de voorbije jaren. Een andere reeks bezwaarschriften – zij het beperkter in aantal – heeft betrekking op fouten gemaakt bij de aangiftes inzake het eurovignet (zoals een foute euronorm, foutief aantal assen, …) en betreffen dus een vraag tot rechtzetting van de eigen aangegeven gegevens naar aanleiding van ontvangst van de Uitnodiging Tot Betaling (UTB) of het aanslagbiljet. In de totaliteit van het aantal aan het eurovignet onderworpen voertuigen betreffen deze bezwaarschriften over niet belastbare voertuigen of foutieve aangiftes slechts een minimaal aandeel, wat zich ook toont in de indicator betreffende het bezwaarpercentage: minder dan 1 % van het aantal verzonden UTB / aanslagbiljetten. Of een voertuig al dan niet eurovignet verschuldigd is, is sterk afhankelijk van de specifieke kenmerken van het voertuig en voor welk gebruik het voertuig bestemd is. Deze feitenkwesties worden uitgeklaard aan de hand van foto’s en verklaringen die bij de belastingplichtige opgevraagd worden, zodat deze dossiers een grotere doorlooptijd kennen. VLABEL heeft in 2011 eerst de niet door FOD FIN afgehandelde bezwaarschriften beslist. Door het wegwerken van deze achterstand die reeds bestond op het moment van de overname werden de bezwaarschriften ingediend in 2011 en vorige jaren grotendeels te laat beslist. Inmiddels is de achterstand weggewerkt en worden quasi alle dossiers binnen de voorziene termijn van zes maanden beslist: minder dan 1 % wordt laattijdig beslist.

OD0102-EUV-01 - aantal ontvangen bezwaren Het aantal ontvangen bezwaarschriften geeft, naast werklastmeting voor de afdeling dossierbehandeling, een indicatie in absolute cijfers van de door de burger als foutief of onterecht ervaren aanslagbiljetten.

2011

2012

totaal

KJ 2011

233

81

789

KJ 2012

360

442

1.599

OD0102-EUV-02 - bezwaarpercentage Het bezwaarpercentage meet per aanslagjaar de verhouding van het aantal ontvangen bezwaarschriften ten opzichte van de verzonden aanslagbiljetten. Hij geeft dan ook een indicatie van het procent aanslagbiljetten dat als onterecht of foutief wordt ervaren door de belastingplichtige. De indicator doet geen uitspraak over de eigenlijke correctheid van de verzonden aanslagbiljetten: niet voor alle ingediende bezwaarschriften krijgt de belastingplichtige immers gelijk.

aanslagen

bezwaren percentage

AJ 2011

66.001

593

0,90%

AJ 2012

65.848

523

0,79%

OD0102-EUV-03 - laattijdig afgehandelde bezwaarschriften Deze indicator geeft het aantal in het kalenderjaar besliste bezwaarschriften weer, waarvoor de beslissing niet binnen de 6 maanden werd genomen, en dit ongeacht het aanslagjaar waar het bezwaar betrekking op had. Zolang de beslissing nog niet is genomen betreft het een

49


potentiële rechtszaak die tegen VLABEL wordt ingespannen. Van zodra de beslissing wel is genomen, betreft het een dossier waarvoor allicht geen rechtszaak is ingespannen, maar waarvoor dat wel had gekund. Als laattijdig behandeld, wordt beschouwd elk bezwaarschrift dat niet werd behandeld binnen een termijn van 6 maanden (gemeten van datum van ontvangst tot datum van verzending van de beslissing inzake het bezwaar). Als behandeltijd wordt de totale doorlooptijd genomen. De scope van de meting is fundamenteel verschillend van indicator OD0102-[…]-04. Deze indicator op zijn beurt geeft de verhouding weer tussen de laattijdig behandelde bezwaarschriften en de totale workload aan te behandelen bezwaren, onafhankelijk van het aanslagjaar waar ze betrekking op hebben. Tegelijkertijd meet hij het eventuele op- en afbouwen van achterstand in de dossierbehandeling. Indicator 03 vertrekt m.a.w van het aantal in het kalenderjaar besliste bezwaarschriften, ongeacht wanneer ze ontvangen zijn, terwijl 04 vertrekt van het aantal in het kalenderjaar ontvangen bezwaarschriften, ongeacht of en wanneer ze beslist zijn.

beslist in

aantal laattijdig

KJ 2011 KJ 2012

175 352

OD0102-EUV-04 - percentage laattijdig afgehandelde bezwaarschriften Deze indicator geeft de verhouding weer tussen de laattijdig behandelde bezwaarschriften en de totale workload voor dat kalenderjaar aan te behandelen bezwaren, onafhankelijk van het aanslagjaar waar ze betrekking op hebben. Tegelijkertijd meet hij het eventuele op- en afbouwen van achterstand in de dossierbehandeling. De scope van de meting is fundamenteel verschillend van indicator OD0102-[…]-03. Deze indicator geeft immers het aantal in het kalenderjaar besliste bezwaarschriften weer, waarvoor de beslissing niet binnen de 6 maanden werd genomen, en dit ongeacht het aanslagjaar waar het bezwaar betrekking op had. Indicator 03 vertrekt m.a.w van het aantal in het kalenderjaar besliste bezwaarschriften, ongeacht wanneer ze ontvangen zijn, terwijl 04 vertrekt van het aantal in het kalenderjaar ontvangen bezwaarschriften, ongeacht of en wanneer ze beslist zijn.

KJ 2011 KJ 2012

beslist 791 1.636

te laat behandeld 421 10

percentage te laat 53.22% 0.61%

OD0102-EUV-05 - totale doorlooptijd bezwaarschriften De totale doorlooptijd van een bezwaarschrift is een maat voor de tijd die de Vlaamse Belastingdienst nodig heeft om een bezwaardossier volledig te behandelen, inclusief de tijd die nodig is om eventueel advies van derde partijen te bekomen. Het geeft dus de totale wachttijd voor de burger weer. Het weergegeven aantal dagen is uitgedrukt in kalenderdagen.

KJ 2011 KJ 2012

totaal aantal dagen

aantal dossiers

gemiddelde

68.800 197.941

449 1.593

153,23 124,26

OD0102-EUV-06 – eigen doorlooptijd bezwaarschriften Aangezien voor de verkeersbelastingen in principe geen advies hoeft te worden gevraagd aan derde partijen, wordt geen uitsplitsing berekend tussen de totale en de eigen doorlooptijd.

OD0102-EUV-07 - percentage ingewilligde bezwaren Het per aanslagjaar gemeten percentage ingewilligde bezwaren geeft, samengelezen met de indicator bezwaarpercentage, de correctheid aan van de inkohieringsprocedure en van de kwaliteit van de aangeleverde gegevens met betrekking tot dat aanslagjaar.

50


AJ 2011 AJ 2012

aantal

ingewilligd

606 528

216 389

percentage ingewilligd 35.64% 73.67%

OD-0102-EUV-08: totaal aantal nieuwe gerechtelijke procedures per kalenderjaar De indicator meet het aantal betwistingen voor eender welk rechtscollege (ongeacht of het het juiste materieel of territoriaal bevoegde rechtscollege is, ongeacht of het een betwisting in eerste aanleg of in hoger beroep betreft, op welke manier dan ook (vb. op verzoekschrift of via dagvaarding) in dat kalenderjaar aanhangig gemaakt

ontvangstjaar

eerste aanleg

hoger beroep

cassatie

2011

6

3

0

2012

10

1

0

De absolute aantallen geschillen liggen erg laag voor EUV. Er zijn weinig nieuwe geschillen te noteren.

OD-0102-EUV-09: totaal aantal hangende gerechtelijke procedures De indicator meet het aantal betwistingen voor eender welk rechtscollege (ongeacht of het het juiste materieel of territoriaal bevoegde is), ongeacht of het een betwisting in eerste aanleg of in hoger beroep betreft, op welke manier dan ook (vb. op verzoekschrift of via dagvaarding) die uiterlijk in dat kalenderjaar aanhangig gemaakt zijn, en waarvoor nog geen gerechtelijke uitspraak is gevolgd.

Cijfers 2011: inleidingsjaar

eerste aanleg

hoger beroep

cassatie

2001

1

0

0

2004

3

0

0

2006

2

0

0

2009

3

2

0

2010

9

1

0

2011

5

3

0

inleidingsjaar

eerste aanleg

hoger beroep

cassatie

Cijfers 2012:

2001

1

0

0

2004

2

0

0

2006

2

0

0

2009

3

0

0

2010

4

1

0

2011

4

1

0

2012

10

1

0

51


OD-0102-EUV-10/11: aantal beĂŤindigde gerechtelijke procedures ingevolge positief/negatief vonnis of arrest De indicator OD0102-EUV-10 meet het aantal geschillen waarvoor de betwisting werd beslecht ingevolge een rechterlijke uitspraak, en waarbij de uitspraak minstens gedeeltelijk in het voordeel van de Vlaamse Belastingdienst gebeurt. De indicator OD0102-EUV-11 meet het aantal geschillen waarvoor de betwisting werd beslecht ingevolge een rechterlijke uitspraak, en waarbij de uitspraak volledig in het nadeel van de Vlaamse Belastingdienst gebeurt.

positief beslisjaar

eerste aanleg

hoger beroep

cassatie

2011

11

1

0

eerste aanleg 5

2012

2

0

0

0

negatief hoger beroep 0

cassatie

3

0

0

Het aantal positieve uitspraken is duidelijk veel hoger dan het aantal negatieve uitspraken. Naar de werking van VLABEL toe is het evenwel te vroeg om hier conclusies uit te trekken aangezien de bezwaarbeslissingen die er aan ten grondslag meestal nog door de Belgische Staat werden genomen.

52


OD0103: VRIJSTELLINGEN EN VERMINDERINGEN Het aantal ontvangen aanvragen op zichzelf is geen genormeerde doelstelling voor het agentschap Vlaamse Belastingdienst. Het monitoren van dit aantal levert wel relevante beleidsgerichte input. Het betreft hier de behandeling van aanvragen tot het verkrijgen van vrijstellingen of verminderingen die niet automatisch kunnen toegekend worden.

Onroerende voorheffing: OD0103-OV-01: ontvangen aanvragen OV Het aantal ontvangen aanvragen betreft het verkrijgen van vrijstellingen of verminderingen die niet automatisch kunnen toegekend worden.

AJ 2009

AJ 2010

AJ 2011

AJ 2012

KJ 2011

8.452

6.781

10.362

7.568

KJ 2012

6.845

10.517

8.184

7.640

Het aantal ontvangen aanvragen betreft het verkrijgen van vrijstellingen of verminderingen die niet automatisch kunnen toegekend worden. Een van de soorten verminderingen die op aanvraag kan worden toegekend die ook vrij goed gekend is, betreft de vermindering wegens improductiviteit. Specifiek om de behandeling van dit type vermindering vlotter te laten verlopen, werd de procedure tot toekenning aangepast. De belastingplichtige kan een proportionele vermindering van de onroerende voorheffing aanvragen indien een onroerend goed tijdens het aanslagjaar langer dan 90 dagen heeft leeggestaan en improductief is geweest. Waar vroeger de belastingplichtige steeds moest aantonen dat deze leegstand en improductiviteit onvrijwillig was, heeft VLABEL onder meer onder invloed van rechtspraak van het Grondwettelijk Hof, beslist om de vermindering toe te kennen, indien een onroerend goed minder dan 12 maanden (rekening houdend met het vorige aanslagjaar) leeggestaan heeft en improductief was. De belastingplichtige moet dan niet langer aantonen dat de leegstand en de improductiviteit onvrijwillig was. Gezien de leegstand en improductiviteit van beperkte duur was, werd dan ook impliciet bewezen dat de belastingplichtige er alles aan gedaan heeft om aan de leegstand en de improductiviteit te verhelpen. Enkel wanneer een onroerend goed langer dan 12 maanden (rekening houdende met het vorige aanslagjaar) leegstaat en improductief is, zal de belastingplichtige dus nog moeten aantonen dat de leegstand en de improductiviteit te wijten is aan redenen onafhankelijk van zijn wil. Deze vereenvoudigde procedure maakt dat aanvragen sneller kunnen worden verwerkt en dat de bewijslast voor de burgers die te maken hebben met een beperkte periode van leegstand en improductiviteit beperkt wordt. Op termijn verwacht de Vlaamse Belastingdienst wel een stijging in het aantal aanvragen voor een proportionele vermindering, gezien de belastingplichtige niet meer moet aantonen dat de leegstand en de improductiviteit gedurende de eerste 12 maanden onvrijwillig was.

53


Verkeersbelasting (personenwagens en aanverwante) OD0103-GV-01: ontvangen aanvragen GV Het aantal ontvangen aanvragen betreft het verkrijgen van vrijstellingen of verminderingen die niet automatisch kunnen toegekend worden.

KJ 2011 KJ 2012

AJ 2009 246 45

AJ 2010 3.078 356

AJ 2011 5.776 2.214

AJ 2012 114 3.875

De aanvragen betreffen vooral de vrijstelling voor gehandicapte personen en voor de taxi’s. Voor beide types vrijstellingen werd gestart met de automatische toekenning van de vrijstellingen op basis van de data aangeleverd door respectievelijk de KSZ en Centaurus. Dit resulteert dan ook in een daling van het aantal aanvragen voor AJ 2011 t.o.v. AJ 2012.

Verkeersbelasting: vrachtwagens en aanverwante OD0103-NGV-01: ontvangen aanvragen NGV Het aantal ontvangen aanvragen betreft het verkrijgen van vrijstellingen of verminderingen die niet automatisch kunnen toegekend worden.

AJ 2009 KJ 2011 KJ 2012

AJ 2010 123 15

AJ 2011 1.179 79

AJ 2012 206 1.446

Dit betreffen voornamelijk aanvragen tot vrijstelling van de verkeersbelasting, zoals een vrijstelling wegens gebruik voor een openbare dienst of voor (een bijzondere vorm van) geregeld personenvervoer die samen met de aangifte worden aangevraagd.

Eurovignet OD0103-EUV-01: ontvangen aanvragen EUV Het aantal ontvangen aanvragen betreft het verkrijgen van vrijstellingen of verminderingen die niet automatisch kunnen toegekend worden.

KJ 2011 KJ 2012

AJ 2009 6.801 26

AJ 2010 10.782 471

AJ 2011 874 813

AJ 2012 150 60

Dit betreffen voornamelijk aanvragen voor een gedeeltelijke terugbetaling van het betaalde bedrag inzake eurovignet wegens inactiviteit of gebruik van het Duitse wegennet. Deze aanvraag kan pas gebeuren nadat men 30 of 60 dagen inactiviteit of gebruik Duits wegennet in het lopende aanslagjaar kan aantonen. Hierdoor worden deze aanvragen meestal pas in het begin van het volgende aanslagjaar ingediend. Dit verklaart waarom het aantal aanvragen zelfs voor 2012 nog zo laag ligt. De sterke daling van het aantal dossiers met betrekking tot 2009 en 2010 ten opzichte van latere jaren is te verklaren door een wijziging in de dossierverwerking. Waar men voorheen als een belastingplichtige in 1 aanvraagdossier een teruggave vroeg voor 50 voertuigen hier 50 dossiers voor aanmaakte (1 per nummerplaat), creëert men nu 1 masterdossier waarin alle 50 aanvragen behandeld worden. Dit is een besparing in verzendingskosten en maakt een efficiëntere opvolging mogelijk door de belastingplichtige van zijn aanvraag.

54


OD0103-02 - ontvangen aangiften Het aantal ontvangen aangiften geeft, naast werklastmeting voor VLABEL, een indicatie in absolute cijfers van de door de burger in te dienen aangiften. Deze indicator geeft inzicht in het aantal registraties bij de verkeersbelasting voor vrachtwagens en het eurovignet. Verkeersbelasting: vrachtwagens:

KJ 2011 KJ 2012

aangiften 12.949 9.073

Eurovignet:

KJ 2011 KJ 2012

aangiften 15.873 10.313

55


Successierechten De Vlaamse Belastingdienst staat inzake successierechten in voor de afhandeling van aanvragen tot het bekomen van een vrijstelling in het kader van artikel 55ter (gronden gelegen in VEN-gebieden) en artikel 60bis (vererving van familiale ondernemingen) van het Wetboek Successierechten (W.Succ.). De fiscale maatregel voorzien in artikel 60bis werd ingevoerd om de continuĂŻteit van onze familiale ondernemingen en vennootschappen te garanderen ingeval van overlijden. De decreetgever wilde vermijden dat de successierechten die de erfgenamen moeten betalen het voortbestaan van de onderneming in gedrang brengen. Na een grondige evaluatie midden 2011 werd vastgesteld dat deze maatregel onderbenut werd, enerzijds door zijn complexiteit, anderzijds door het feit dat deze onvoldoende gekend was bij de burger. Tevens bleek uit studies dat niet alleen de verschuldigde successierechten de continuĂŻteit van de onderneming in gevaar kon brengen maar evenzeer het gebrek aan ervaring, knowhow en contacten, doordat de bedrijfsleider deze niet aan een opvolger heeft (kunnen) overbrengen. Er werd daarom geopteerd om de bedrijfsleiders te stimuleren om zich actief met hun opvolging bezig te houden door bij leven zo veel mogelijk kennis over te dragen en dit door middel van een vrijstelling in de schenkingsrechten. Teneinde te vermijden dat het voortbestaan van de onderneming, wanneer de bedrijfsleider niet bij leven in zijn opvolging heeft voorzien, in het gedrag zou komen na diens overlijden, werd geopteerd voor een verlaagd tarief in de successierechten. Hierdoor werd de oude regeling artikel 60bis Vl. W. Succ afgeschaft vanaf 1/01/2012 en werd een nieuwe regeling artikel 140bis Vl. W. Reg. ingevoerd welke voorziet in een vrijstelling van de registratierechten bij de schenking van een familiale onderneming of vennootschap en een nieuwe regeling artikel 60/1 Vl. W. Succ. welke voorzien in een verlaagd tarief in de successierechten voor familiale ondernemingen en vennootschappen. Dat deze maatregel een groot succes kent blijkt uit onderstaande tabel:

Aanvragen art. 140bis (vrijstelling schenkingsrechten) Aanvragen art. 60/1 (verlaagd tarief successierechten) Aanvragen art. 60bis (oude regeling vrijstelling successierechten)

2011 nog n.v.t. nog n.v.t.

2012 1.049 127

281

152

OD0103-SR-01 - totale doorlooptijd aanvragen OD0103-SR-02 - eigen doorlooptijd aanvragen De totale doorlooptijd van een bezwaarschrift is een maat voor de tijd die de Vlaamse Belastingdienst nodig heeft om een bezwaardossier volledig te behandelen, inclusief de tijd die nodig is om eventueel advies van derde partijen te bekomen. Het geeft dus de totale wachttijd voor de burger weer. Het weergegeven aantal dagen is uitgedrukt in kalenderdagen. De eigen doorlooptijd van een bezwaarschrift is een maat voor de tijd die het agentschap zelf nodig heeft om een bezwaardossier volledig te behandelen, exclusief de tijd die nodig is om eventueel advies van derde partijen te bekomen.

Artikel 60bis:

KJ 2011

totale doorlooptijd 27

eigen doorlooptijd 9

KJ 2012

37

13

norm 60 60

Artikel 55ter:

KJ 2011

8

eigen doorlooptijd 7

KJ 2012

5

4

totale doorlooptijd

norm 20 20

56


OD0103-SR-04 - totale doorlooptijd bezwaren OD0103-SR-05 - eigen doorlooptijd bezwaren Artikel 60bis:

KJ 2011

65

eigen doorlooptijd 52

KJ 2012

84

61

totale doorlooptijd

norm 90 90

Artikel 55ter:

KJ 2011

60

eigen doorlooptijd 60

KJ 2012

0

0

totale doorlooptijd

norm 90 90

Voor deze indicator werd een norm van maximum 90 kalenderdagen vooropgesteld. Deze norm werd bepaald omdat bij gebreke van kennisgeving van een gemotiveerde beslissing binnen deze termijn het bezwaar van rechtswege wordt ingewilligd. Voor beide dossiertypes, vrijstelling voor gronden gelegen in het Vlaams Ecologisch Netwerk enerzijds, en vrijstelling voor familiale ondernemingen en familiale vennootschappen anderzijds, werd deze norm behaald.

57


OD0301: INVORDERING NIET-FISCALE SCHULDVORDERINGEN: OD0301-CIC-01 – invorderingspercentage CIC De doelstelling bestaat erin om een maximale invordering van de dossiers te waarborgen die aan het agentschap zijn toevertrouwd, met de inzet van minimale kosten voor zowel burger als overheid. In de tabel wordt aangegeven hoeveel procent van de oorspronkelijk in te vorderen bedragen er eind 2012 werd geïnd, opgesplitst per jaar waarin het dossier werd ontvangen door de CIC. sector media niet-inburgering CJSM VEA toerisme economie VLAM wedden zorgfonds

2010 33.33% 84.39% 100.00% 100.00% 98.74% 98.75% 93.79% 69.27%

waarborgen

2007 26.96%

2011 100.00% 73.20% 22.05% 79.03% n.v.t. 88.85% 95.27% 33.75% 67.38%

2012 100.00% 25.55% 15.49% 64.00% 20.65% 13.79% 70.54% 10.37% 24.99%

In 2011 ontving VLABEL voor het eerst dossiers inzake Cultuur, Jeugd, Sport en Media. Het betreft voornamelijk dossiers in verband met boetes en subsidies in de sportwereld. De invordering inzake niet inburgeringsboetes die werd opgestart in 2010 vormt intussen ook een belangrijk onderdeel van de CIC. In de periode van eind 2010 tot eind 2012 werden 1096 dossiers overgemaakt voor gedwongen invordering. Voor de niet-fiscale invordering verloopt de dossierverwerking eveneens via DIAM als centraal punt bij de gerechtsdeurwaarders en volgens de afspraken in de gedragscode. Op die manier zal de invordering ten aanzien van één debiteur steeds door één en dezelfde gerechtsdeurwaarder worden verwerkt. Voordeel is uiteraard dat het kostenbesparend werkt ten aanzien van de debiteur (of in geval van insolvabiliteit, ten aanzien van de opdrachtgever). In de periode 2011-2012 werden met verschillende opdrachtgevers gesprekken gevoerd over het afsluiten van nieuwe samenwerkingsovereenkomsten of de actualisatie van bestaande overeenkomsten. Eind 2012 werd de overeenkomst met de sector Toerisme (Dienst Internationaal Vlaanderen) afgesloten. OD0301-CIC-02 – aantal opdrachten CIC sector media niet-inburgering CJSM VEA toerisme economie VLAM wedden zorgfonds

2010 3 68 1 1 44 819 17 17.533

2011 3 270 63 123 0 51 570 45 27.744

2012 1 758 40 141 14 61 551 9 14.241

58


59


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
BijlageJaarverslag_2011_2012.pdf by Vlaanderen-be - Issuu