Skip to main content

dossier 2022-172_1.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/172

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2022/172

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedures Op 3 mei 2022 diende xxx (verzoeker) een openbaarheidsverzoek in bij de stad Borgloon tot uitleg en afschrift van verschillende documenten met betrekking tot zijn ambtshalve inschrijving op het voormelde adres. 1)

Afschrift van: •

Documenten mbt het CBS-besluit van 8 juni 2021: o

• •

Het volledige voorlopige (ontwerp)collegeverslag m.b.t. agendapunt 13 van het CBS van 8 juni 2021 ‘weigering verbetering in de bevolkingsregisters’, met alle bijhorende stukken o Documenten in het bezit van de gemeente waarin de vaststelling staat dat xxx herhaaldelijk aangetroffen werd in xxx, en waarin de data en de uren van deze aanwezigheid vermeld staan. o De door verzoeker aangeleverde bewijsstukken dat hij zijn hoofdverblijfplaats niet had in xxx o Alle andere documenten m.b.t. deze weigeringsbeslissing d.d. 8 juni 2021 Andere documenten m.b.t. de feitelijke controle van de gezinssituatie van xxx Het document dat concreet gebruikt werd om de situatie in het rijksregister aan te passen naar ‘gezin’

www.vlaanderen.be


• • • •

De brief die de stad aan verzoeker zou (moeten) gestuurd hebben met de vraag om bewijsstukken voor verbetering in de registers (tijdig) binnen te brengen De bewijsstukken die verzoeker zou aangeleverd hebben bij zijn vraag tot verbetering van inschrijving in de registers Het/de document(en) dat/die ondubbelzinnig op grond van artikel 11 KB 16/7/1992 het vaststellen van de identiteit en de wijze waarop bewijst/bewijzen De juridische regels waarop de stad steunde voor haar argumentatie dat er ‘op een referentieadres dat fungeert als postadres, niet kan worden ingeschreven als officiële hoofdverblijfplaats’

2) Uitleg bij: •

De brief d.d. 15 november 2021 ‘uitnodiging persoonlijk gesprek’ opgesteld door de waarnemend directeur, waarin staat: ‘Naar aanleiding van uw schrijven zou ik u vriendelijk willen uitnodigen tot een persoonlijk gesprek op het administratief centrum’. Verzoeker vraagt welk schrijven van hem de aanleiding was tot deze uitnodiging, en waarom men een persoonlijk gesprek wil en waarom enkel met de waarnemend algemeen directeur.

•

De uitspraak van de algemeen directeur die gedaan werd ten aanzien van de beroepsinstantie in het kader van dossier OVB/2022/006 (beroep tevens ingesteld door verzoeker). Verzoeker vraagt waarom hierin verwezen werd naar een uittreksel uit de Algemene Onderrichtingen, regelgeving die volgens verzoeker niet toepasbaar was op datum van 22 augustus 2017.

•

De besluiten van de gemeenteraad d.d. 30 oktober 1992 ‘onderzoek verblijfplaats & het verslag’ en ‘onderzoek werkelijke verblijfplaats & vorm en inhoud rapportering’ Verzoeker wil uitleg over wat deze besluiten precies voorschrijven en wat moet begrepen worden onder: a) de eerste ontmoeting met de ‘in te schrijven persoon’, b) de inhoud van het verslag van het onderzoek ter plaatse van de politie en c) het verslag van het ambt van burgerlijke stand aan het college

•

Het collegebesluit van 8 juni 2021 tot weigering van een verbetering van zijn inschrijving in de registers Verzoeker vraagt uitleg waarom louter ‘om die reden’ (zoals vermeld in het besluit) de verbetering geweigerd werd, en van het/de document(en) dat/die ondubbelzinnig op grond van artikel 11 KB 16/7/1992 het vaststellen van de identiteit en de wijze waarop bewijst/bewijzen. Verzoeker vraagt ook uitleg waarom de stad haar fout inzake het georganiseerde bestuurlijk beroep als een argument overwoog om in zijn nadeel uit te leggen, en waarom ze het argument ‘betwisting na 2 jaar’ in haar beslissing gebruikte.

•

Verzoeker vraagt ook uitleg bij de juridische regels waarop de stad steunde voor haar argumentatie dat er ‘op een referentieadres dat fungeert als postadres, niet kan worden ingeschreven als officiële hoofdverblijfplaats’, en over de reden van de ‘vreemde afwezigheid’ van elk bestuursdocument dienstig zijnde voor de motivering van het besluit van 8 juni 2021, en ten slotte waarom de beslissing van 8 juni 2021 zo laattijdig aan hem werd overgemaakt.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

OVB/2022/172

pagina 2 van 11


De stad Borgloon reageerde niet op dit verzoek. Op 24 mei 2022 diende xxx beroep in bij de beroepsinstantie tegen de ontstentenis van beslissing van de stad Borgloon. Het beroepschrift werd geregistreerd op 24 mei 2022. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijk verzoek dateert van 3 mei 2022. De stad Borgloon nam geen beslissing binnen de decretaal bepaalde termijn. De termijn om beroep in te dienen heeft bijgevolg geen aanvang genomen. Het beroepschrift d.d. 24 mei 2022 is bijgevolg tijdig ingediend. De vragen tot afschrift van bestuursdocumenten zijn ontvankelijk. Wat betreft de vragen ‘om uitleg’, zoals verwoord door verzoeker, stelt de beroepsinstantie vast dat deze vragen niet allemaal vragen om uitleg zijn in de zin van het Bestuursdecreet, met name vragen tot bijkomende toelichting over (de inhoud van) een bestuursdocument. Zo is de vraag ‘waarom de algemeen directeur verwees naar een uittreksel uit de Algemene Onderrichtingen in het dossier OVB/2022/006’ volgens het oordeel van de beroepsinstantie geen vraag om uitleg in de zin van het Bestuursdecreet. Het gaat niet om een vraag om inhoudelijke toelichting of informatie bij een bestuursdocument, maar eerder om een vraag tot verantwoording. Uit verzoekers veelvuldige openbaarheidsberoepen blijkt immers dat hij van oordeel is dat er naar een verkeerde regelgeving verwezen werd, en dat het verslag van de ambt (sic) van de burgerlijke stand en zijn ambtshalve inschrijving niet op basis van de juiste onderrichtingen gebeurden. Het feit dat een rechtshandeling van een overheidsinstantie niet op de juiste juridische gronden zou steunen, is iets dat op zich kan aangeklaagd worden, maar vragen ‘waarom’ dit gebeurde valt niet onder de openbaarheidsregelgeving zoals voorzien in het Bestuursdecreet. Wat betreft zijn ‘vragen om uitleg’ bij ‘de besluiten van de gemeenteraad d.d. 30 oktober 1992 ‘onderzoek verblijfplaats & het verslag’ en ‘onderzoek werkelijke verblijfplaats & vorm en inhoud rapportering’’, merkt de beroepsinstantie vooreerst op dat er slechts één besluit van de gemeenteraad d.d. 30 oktober 1992 bestaat over het onderzoek naar de verblijfplaats van burgers, met name dat ter goedkeuring van ‘het reglement betreffende de modaliteiten van het onderzoek naar de werkelijke verblijfplaats van personen en gezinnen op het grondgebied van de gemeente, evenals de vorm en de inhoud van de rapportering hieromtrent’. De beroepsinstantie gaat er echter redelijkerwijze van uit dat verzoeker het over dit besluit heeft. Zijn ‘vragen om uitleg’ zijn echter volgens het oordeel van de beroepsinstantie geen vragen om uitleg zoals voorzien door de openbaarheidsregelgeving van het Bestuursdecreet. Verzoeker vraagt uitleg ‘hoe en wat te verstaan’ onder: de eerste ontmoeting met ‘de in te schrijven persoon’. Het betrokken reglement van 30 oktober 1992 bevat echter geen enkele vermelding van of zinsnede ‘de eerste ontmoeting met de in te schrijven persoon’. Nu deze term niet in het reglement vermeld staat, kan er logischerwijze ook geen uitleg over gevraagd worden in het kader van dit reglement. De vraag die verzoeker stelt, nl. wat verstaan moet worden onder ‘de eerste ontmoeting met de in te schrijven persoon’ heeft geen aanknopingspunt met het bestuursdocument, het reglement van 30 oktober 1992, en is bijgevolg dan ook geen vraag om uitleg OVER dit bestuursdocument. Verzoeker vraagt ook uitleg over de inhoud van het verslag van het onderzoek ter plaatse van politie, met name ‘hoe en wat te verstaan’. De beroepsinstantie stelt vast dat het reglement in artikel 5 zelf bepaalt wat

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

OVB/2022/172

pagina 3 van 11


de inhoud van dit onderzoeksverslag moet zijn, en in artikel 2 wat er met het verslag moet gebeuren. De beroepsinstantie is bijgevolg van oordeel dat de door verzoeker gestelde vragen, in het bestuursdocument zelf beantwoord worden, en ziet niet in welke bijkomende uitleg hij hierover nog zou wensen of kunnen krijgen vanwege de stad. Deze vraag kan dan ook evenmin als een vraag om uitleg bij een bestuursdocument beschouwd worden. Zijn vraag om uitleg (hoe en wat te verstaan) over het verslag van het ambt van de burgerlijke stand aan het college, kan evenmin beschouwd worden als een vraag om uitleg bij het reglement van 30 oktober 1992, aangezien daarin niets vermeld staat over een verslag van het ambt van de burgerlijke stand aan het college. Hij vraagt dus naar uitleg over een (deel van een) administratieve procedure waar het betrokken bestuursdocument niet over gaat. Gelet op het voorgaande, wordt het beroepschrift m.b.t. zijn ‘vragen om uitleg’ bij het besluit van de gemeenteraad d.d. 30 oktober 1992 als onontvankelijk beschouwd. Het gaat hier om informatieve vragen, niet om vragen om uitleg bij een bestuursdocument zoals bedoeld in het Bestuursdecreet. Ook de verschillende ‘vragen om uitleg’ bij de motivering van het collegebesluit van 8 juni 2021 zijn volgens het oordeel van de beroepsinstantie geen vragen om uitleg in de zin van het Bestuursdecreet. Het gaat niet om vragen om een bepaalde inhoudelijke toelichting, maar om vragen bij de motivering. De motivering van het collegebesluit bestaat per definitie juist uit de argumentatie die het college aanneemt ter ondersteuning van haar beslissing. Het is volgens het oordeel van de beroepsinstantie nogal surrealistisch om bij de motivering, dus de juridische onderbouwing, dan weer te vragen WAAROM men die onderbouwing gebruikt heeft. De reden van het gebruik van een bepaalde argumentatie is immers net omdat men van oordeel is dat deze argumentatie de beslissing juridisch kan schragen. Hierover nog verdere uitleg vragen leidt enkel tot een cirkelredenering. Indien verzoeker meent dat de motivering niet afdoende is, staat het hem vrij om tegen de beslissing zelf een procedure in te stellen met als argumentatie dat deze niet afdoende formeel en/of materieel gemotiveerd is. Ook dit onderdeel van het beroepschrift, m.b.t. de vragen bij het collegebesluit van 8 juni 2021, wordt bijgevolg als onontvankelijk beschouwd. Verzoeker vraagt in dit verband tevens om uitleg ‘van de juridische regels waarop u steunde’ m.b.t. de motivering inzake het referentieadres in de beslissing. Voor zover dit een vraag om uitleg zou zijn bij een ander bestuursdocument dan het collegebesluit van 8 juni 2021 (‘de juridische regels’), geeft verzoeker niet aan welk bestuursdocument dit dan wel concreet is en welke uitleg hij hierbij precies vraagt. Gelet op het gebrek aan duidelijk voorwerp van deze ‘vraag om uitleg’, dient het beroepschrift wat dit betreft eveneens als onontvankelijk te worden beschouwd. De ‘vraag om uitleg’ naar het ontbreken van bestuursdocumenten ‘dienstig zijnde voor betreffende motivering op 8 juni 2021’, en waarom de beslissing van 8 juni 2021 hem zo laat werd overgemaakt, zijn evenmin vragen om uitleg over een bestuursdocument in de zin van het Bestuursdecreet, maar eveneens vragen om verantwoording van een – volgens verzoeker – gebrekkige handelswijze van de stad Borgloon. Ook met betrekking tot deze vragen moet het beroepschrift bijgevolg als onontvankelijk worden beschouwd. De beroepsinstantie merkt op dat verzoeker een uitnodiging gekregen heeft van de stad Borgloon voor een persoonlijk gesprek. Indien verzoeker hierop zou willen ingaan, heeft hij dan de gelegenheid om al zijn informatieve vragen met betrekking tot zijn ambtshalve inschrijving en de wettelijke procedure daarvoor, te stellen. Verzoeker is tot nu toe echter niet ingegaan op deze uitnodiging.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

OVB/2022/172

pagina 4 van 11


Voor wat betreft de eerste vraag om uitleg, bij de uitnodiging voor een persoonlijk gesprek die verzoeker van de stad ontving, en de vragen om afschrift van bestuursdocumenten, wordt het beroepschrift als ontvankelijk beschouwd. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

Ontstentenis van beslissing

De stad nam geen beslissing binnen de decretaal bepaalde termijn.

2. Inhoud van het beroepschrift In zijn beroepschrift tegen de ontstentenis van beslissing stelt verzoeker dat, voor wat betreft het gevraagde afschrift van het/de bestuursdocument(en) waaruit de feitelijke controle van de gezinssituatie (o.m. de effectieve ontmoeting van alle personen van het gezin ter plaatse) blijkt, uitgevoerd door een bevoegd ambt, dit een NIEUWE toegangsvraag is, omdat hier specifiek gevraagd wordt naar de ontmoeting met ‘de andere persoon’ met wie een beweerdelijk gezin gevormd wordt (dat moet op basis van feitelijke elementen door materiële vaststellingen). Het gaat volgens verzoeker om een beweerdelijke ontmoeting met xxx op 03.08.2017. 3. Toelichting door de stad Borgloon De beroepsinstantie nam op 25 mei 2022 contact op met de stad Borgloon om de gevraagde documenten en nadere toelichting te verkrijgen. Op 30 mei 2022 bezorgde de stad Borgloon een aantal documenten en enige toelichting aan de beroepsinstantie. De stad verklaarde aan de beroepsinstantie dat er geen voorlopig (ontwerp)collegeverslag bestaat m.b.t. agendapunt 13 van het CBS van 8 juni 2021, en dat er behalve het verslag d.d. 3/8/2017 van de wijkagent geen andere documenten in haar bezit zijn waarin de vaststelling staat dat xxx herhaaldelijk aangetroffen werd in xxx. Er bestaat ook geen verslag of ander document van de ontmoeting met het (beweerde) lid van zijn huishouden xxx, noch een ander document dat concreet gebruikt werd om de situatie in het rijksregister aan te passen naar ‘gezin’.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

OVB/2022/172

pagina 5 van 11


4. Standpunt van de beroepsinstantie De beroepsinstantie stelt vast dat ook dit beroep van verzoeker, net zoals o.a. de dossiers 2021/437, 2022/006 en 2022/131, kadert in een betwisting over zijn ambtshalve inschrijving in de bevolkingsregisters door de stad Borgloon. Om te proberen aantonen dat deze inschrijving onterecht gebeurde, vraagt verzoeker bij de stad diverse documenten op die volgens hem zouden moeten bestaan en/of zouden moeten bewijzen dat de stad onzorgvuldig te werk ging. Hij schreef hieromtrent onder meer een brief d.d. 24 maart 2021 naar de stad, naar aanleiding waarvan het college van burgemeester en schepenen op 8 juni 2021 een beslissing nam tot weigering van verbetering van zijn inschrijving in de bevolkingsregisters. •

Documenten mbt het CBS-besluit van 8 juni 2021: o

Het volledige voorlopige (ontwerp)collegeverslag m.b.t. agendapunt 13 van het CBS van 8 juni 2021 ‘weigering verbetering in de bevolkingsregisters’, met alle bijhorende stukken

Uit de toelichting van de stad aan de beroepsinstantie blijkt dat er geen afzonderlijk voorlopig (ontwerp)collegeverslag m.b.t. de beslissing van 8 juni 2021 bestaat. Het te nemen besluit dat werd voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen is bijgevolg identiek als het definitieve collegebesluit, met bijlagen. Aangezien er geen afzonderlijk voorlopig (ontwerp)collegeverslag m.b.t. de beslissing van 8 juni 2021 bestaat, en bijgevolg logischerwijze ook geen bijhorende stukken, vraag verzoeker hier naar onbestaande bestuursdocumenten. Van onbestaande bestuursdocumenten kan dan ook geen afschrift worden gegeven. Voor wat betreft deze documenten wordt het huidige beroep bijgevolg als ongegrond beschouwd. Het collegebesluit zelf, de brief van verzoeker met de vraag tot verbetering van zijn inschrijving in de bevolkingsregisters en de oorspronkelijke ambtshalve inschrijving van verzoeker werden hem al naar aanleiding van vorige openbaarheidsverzoeken (meermaals) bezorgd. De beroepsinstantie merkt op dat ze reeds in haar beslissingen 2021/437 beslist heeft dat dit collegebesluit met alle bijlagen (3) aan verzoeker moesten bezorgd worden. In dossier 2022/131 riep de stad voor de bijlage document ‘3. dossier xxx bijkomende tussenkomsten.pdf’ alsnog een uitzonderingsgrond op de openbaarheid in, namelijk vrijwillig en vertrouwelijk bezorgde informatie. Aangezien de beroepsinstantie toen niet over het document zelf beschikte, oordeelde ze dat dit, gelet op de principiële openbaarheid, aan verzoeker moest bezorgd worden, onder voorbehoud van de eventuele toepassing van uitzonderingsgronden. Thans beschikt de beroepsinstantie wel over het betrokken document. Het gaat om een verslag d.d. 2 juni 2021 van de politie aan de dienst bevolking. De beroepsinstantie heeft kunnen vaststellen dat dit verslag nergens de vermelding ‘vertrouwelijk’ bevat. Bijgevolg is niet voldaan aan één van de twee cumulatieve voorwaarden die gesteld worden om de uitzonderingsgrond van artikel II.34, 6° Bestuursdecreet te kunnen inroepen. Anderzijds blijkt uit een nieuw openbaarheidsverzoek ingediend door verzoeker op 25 mei 2022, en waaromtrent hij ook reeds beroep heeft ingesteld, dat hij wel degelijk op de hoogte is van de inhoud van dit verslag aan de dienst bevolking. De beroepsinstantie ziet bijgevolg thans, nadat ze het document deze keer wel heeft kunnen onderzoeken, nog steeds geen enkel bezwaar om dit aan verzoeker te bezorgen, met uitzondering van de namen van de erin vermelde hoofdinspecteur en inspecteur van de politie. De beroepsinstantie is van oordeel dat de naam en voornaam van deze politiemensen persoonsgegevens zijn die vallen onder artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Voormelde

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

OVB/2022/172

pagina 6 van 11


decreetbepaling bevat de verplichting om, behoudens toestemming van de betrokkene, een aanvraag af te wijzen als de openbaarmaking afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Deze bepaling laat niet toe dat gegevens worden verstrekt die de identificatie van derden mogelijk maken, in de mate dat daarmee afbreuk zou worden gedaan aan de bescherming van hun persoonlijke levenssfeer. Hoewel het hier om een absolute uitzonderingsgrond gaat waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, vertoont de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet voorziene uitzonderingsgrond niettemin een relatief aspect. De decreetgever was weliswaar van oordeel dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend, maar wijst er desondanks op dat telkens en in concreto geoordeeld moet worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (Vlaams Parlement, Parl. St. 2017-2018, nr. 1656/1, blz. 58). Artikel 22 van de Grondwet waarborgt uitdrukkelijk het recht op eerbiediging van het privéleven, net zoals artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dit doet. De bedoeling en het fundamentele uitgangspunt van de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond bestaat er precies in om het aan iedereen toegekende grondwettelijke recht op de eerbiediging van zijn privéleven te beschermen. De beroepsinstantie merkt op dat bij het onderzoek naar de uitzonderingsgrond met betrekking tot de persoonlijke levenssfeer moet worden nagegaan of er al dan niet sprake is van informatie in een bestuursdocument die op de persoonlijke levenssfeer betrekking heeft. In casu stelt de beroepsinstantie vast dat het gaat om de naam en voornaam van natuurlijke personen. Dergelijke gegevens behoren ontegensprekelijk tot de persoonlijke levenssfeer en het privéleven van de betrokkene. Het vrijgeven van al deze gegevens zou wel degelijk een inbreuk uitmaken op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van die personen. Het privéleven vormt de kern van de persoonlijke levenssfeer (F. SCHRAM, Het decreet openbaarheid van bestuur. Een juridische analyse in historisch perspectief, Brugge, Vanden Broele, 247; Concl. Adv.Gen. bij HvJ 8 april 2014, nr. C-293/12, Digital Rights Ireland Ltd, nr. 61). Het openbaar maken van deze gegevens heeft aldus betrekking op de kern van een belang – het door artikel 22 van de Grondwet en het door artikel 8 EVRM aan eenieder toegekende recht op eerbiediging van zijn privéleven – dat de uitzonderingsgrond uit artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet wenst te beschermen tegen de openbaarheid van bestuur (RvS, nr. 234.609 dd. 2 mei 2016). De beroepsinstantie is bijgevolg van oordeel dat de openbaarmaking van voormelde gegevens afbreuk doet aan het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen en dat deze gegevens dan ook moeten worden afgeschermd in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. In uitvoering van artikel II. 50 §3 Bestuursdecreet (Als de overheidsinstantie de beslissing niet heeft

uitgevoerd binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, voert de beroepsinstantie de beslissing zo snel mogelijk uit voor zover ze de gevraagde bestuursdocumenten bezit.) zal de beroepsinstantie zelf het betrokken document aan verzoeker bezorgen, conform haar uitspraak OVB/2022/131. o

Documenten in het bezit van de gemeente waarin de vaststelling staat dat xxx herhaaldelijk aangetroffen werd in xxx, en waarin de data en de uren van deze aanwezigheid vermeld staan.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

OVB/2022/172

pagina 7 van 11


De beroepsinstantie stelt vast dat het hier gevraagde document hetzelfde is als het document ‘3. dossier xxx bijkomende tussenkomsten.pdf’ , en verwijst naar haar argumentatie hierboven. Er zijn geen uitzonderingsgronden die zich verzetten tegen de openbaarmaking van dit document aan verzoeker. Het document ‘3. dossier xxx bijkomende tussenkomsten.pdf’, met name het verslag van de politie aan de dienst bevolking d.d. 2 juni 2022 moet bijgevolg openbaar gemaakt worden. Het beroepschrift is gegrond voor wat betreft dit document, evenwel opnieuw met uitzondering van de namen van de erin vermelde hoofdinspecteur en inspecteur van de politie. o

De door verzoeker aangeleverde bewijsstukken dat hij zijn hoofdverblijfplaats niet had in xxx

Hiernaar gevraagd, bezorgde de stad aan de beroepsinstantie enkel de brief d.d. 24 maart 2021 van verzoeker aan de stad, die de aanleiding vormde van het collegebesluit van 8 juni 2021 en er een bijlage van was, en waarover de beroepsinstantie zich al uitgesproken heeft. De beroepsinstantie kan bijgevolg redelijkerwijze niet anders dan aannemen dat er geen andere ‘door verzoeker aangeleverde bewijsstukken’ bestaan dat hij zijn hoofdverblijfplaats niet had in xxx. Artikel I.4, 3° Bestuursdecreet bepaalt wat onder een bestuursdocument moet worden verstaan: alle informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie. In casu bestaan er geen dragers, andere dan de brief van 24 maart 2021 van verzoeker aan de stad, waarin de hierboven genoemde informatie gematerialiseerd is. Van een onbestaand bestuursdocument kan door haar bijgevolg uiteraard ook geen afschrift worden verleend. De brief zelf wordt door verzoeker niet als een ‘aangeleverd bewijsstuk’ beschouwd en is bovendien al in zijn bezit. Dit onderdeel van het beroepsschrift wordt bijgevolg als ongegrond beschouwd. o

Alle andere documenten m.b.t. deze weigeringsbeslissing d.d. 8 juni 2021

Uit de toelichting van de stad blijkt dat er geen andere documenten m.b.t. deze weigeringsbeslissing bestaan, behalve de drie reeds genoemde en besproken bijlagen. Artikel I.4, 3° Bestuursdecreet bepaalt wat onder een bestuursdocument moet worden verstaan: alle informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie. In casu bestaan er geen andere bestuursdocumenten, andere dan de drie bijlagen bij het collegebesluit. Van een onbestaand bestuursdocument kan door haar bijgevolg uiteraard ook geen afschrift worden verleend. Dit onderdeel van het beroepsschrift wordt bijgevolg als ongegrond beschouwd. •

Andere documenten m.b.t. de feitelijke controle van de gezinssituatie van xxx

Uit de toelichting van de stad blijkt dat er geen andere documenten m.b.t. feitelijke controle van verzoekers gezinssituatie bestaan, behalve de reeds genoemde en besproken verslagen van de politie. Artikel I.4, 3° Bestuursdecreet bepaalt wat onder een bestuursdocument moet worden verstaan: alle informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie. In casu bestaan er geen andere bestuursdocumenten, andere dan de politieverslagen. Van een onbestaand bestuursdocument kan door haar bijgevolg uiteraard ook geen afschrift worden verleend.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

OVB/2022/172

pagina 8 van 11


Dit onderdeel van het beroepsschrift wordt bijgevolg als ongegrond beschouwd. •

Het document dat concreet gebruikt werd om de situatie in het rijksregister aan te passen naar ‘gezin’

Uit de toelichting van de stad blijkt dat er geen dergelijk afzonderlijk document bestaat. Artikel I.4, 3° Bestuursdecreet bepaalt wat onder een bestuursdocument moet worden verstaan: alle informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie. In casu bestaan er geen bestuursdocument zoals door verzoeker gevraagd. Van een onbestaand bestuursdocument kan door haar bijgevolg uiteraard ook geen afschrift worden verleend. Dit onderdeel van het beroepsschrift wordt bijgevolg als ongegrond beschouwd. •

De brief die de stad aan verzoeker zou (moeten) gestuurd hebben met de vraag om bewijsstukken voor verbetering in de registers (tijdig) binnen te brengen

Aangezien de stad ten aanzien van de beroepsinstantie verklaarde dat er geen andere documenten bestaan met betrekking tot het collegebesluit van 8 juni 2021 dan de drie bijlagen, gaat de beroepsinstantie er redelijkerwijze van uit dat een dergelijke brief ook niet bestaat. Indien deze wel zou bestaan, zou verzoeker hem logischerwijze in zijn bezit moeten hebben, en zou hij hiervan redelijkerwijze ook geen afschrift meer vragen. Artikel I.4, 3° Bestuursdecreet bepaalt wat onder een bestuursdocument moet worden verstaan: alle informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie. In casu bestaan er geen bestuursdocument zoals door verzoeker gevraagd. Van een onbestaand bestuursdocument kan door haar bijgevolg uiteraard ook geen afschrift worden verleend. Dit onderdeel van het beroepsschrift wordt bijgevolg als ongegrond beschouwd. •

Het/de document(en) dat/die ondubbelzinnig op grond van artikel 11 KB 16/7/1992 het vaststellen van de identiteit en de wijze waarop bewijst/bewijzen

Uit de diverse openbaarheidsverzoeken en -beroepen van verzoeker, leidt de beroepsinstantie af dat hij hier vraagt naar een document waarin zijn identificatie door de stad en/of de politie naar aanleiding van het woonstonderzoek gebeurde. Uit het dossier en de toelichting van de stad aan de beroepsinstantie blijkt niet dat een dergelijk afzonderlijk document ter identificatie van verzoeker bestaat. Artikel I.4, 3° Bestuursdecreet bepaalt wat onder een bestuursdocument moet worden verstaan: alle informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie. In casu bestaan er geen bestuursdocument zoals door verzoeker gevraagd. Van een onbestaand bestuursdocument kan door haar bijgevolg uiteraard ook geen afschrift worden verleend. Dit onderdeel van het beroepsschrift wordt bijgevolg als ongegrond beschouwd.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

OVB/2022/172

pagina 9 van 11


•

De juridische regels waarop de stad steunde voor haar argumentatie dat er ‘op een referentieadres dat fungeert als postadres, niet kan worden ingeschreven als officiële hoofdverblijfplaats’

Verzoeker vraagt hier naar de regelgeving waarop de verklaring van de stad dat er op een referentieadres niet kan worden ingeschreven als officiële hoofdverblijfplaats, berust. Hij vraagt bijgevolg naar een algemeen, erga omnes, bindende wettekst of decreetbepaling. De beroepsinstantie kon zelf niet identificeren over welke concrete regelgeving dit zou gaan, maar gelet op het algemene karakter van een dergelijk bestuursdocument, ziet zij geen bezwaren voor de openbaarmaking hiervan, in zoverre een dergelijk bestuursdocument effectief bestaat. Dit onderdeel van het beroepschrift wordt als gegrond beschouwd, voor zover er een bestuursdocument bestaat, bevattende de juridische regels waarop de stad steunde voor haar argumentatie dat er ‘op een referentieadres dat fungeert als postadres, niet kan worden ingeschreven als officiële hoofdverblijfplaats’ Concluderend is de beroepsinstantie is van oordeel dat het beroep deels gegrond, deels ongegrond is. Na beraadslaging,

BESLUIT: Het beroepschrift van xxx, d.d. 24 mei 2022 tegen de ontstentenis van beslissing van de stad Borgloon op zijn openbaarheidsverzoek d.d. 3 mei 2022 is deels onontvankelijk, deels ontvankelijk, en deels gegrond, deels ongegrond. Bijgevolg dient de stad Borgloon de volgende documenten openbaar te maken door er een afschrift van te verstrekken: - Het PDF - document ‘3. dossier xxx bijkomende tussenkomsten.pdf’. (bijlage van de collegebeslissing ’13 2021_CBS_00590’ dd. 8 juni 2021), met uitzondering van de namen van de erin vermelde hoofdinspecteur en inspecteur van de politie - het bestuursdocument, voor zover dit bestaat, bevattende de juridische regels waarop de stad steunde voor haar argumentatie dat er ‘op een referentieadres dat fungeert als postadres, niet kan worden ingeschreven als officiële hoofdverblijfplaats’ Ook dient de stad Borgloon de volgende uitleg te geven bij de uitnodiging die ze op 16 november 2021 naar xxx stuurde voor een persoonlijk gesprek: welk schrijven van verzoeker was de aanleiding tot deze uitnodiging, waarom wil men een persoonlijk gesprek, en waarom enkel met de waarnemend algemeen directeur.

Geen toestemming tot hergebruik van bestuursdocumenten In zoverre dit beroep geheel of gedeeltelijk gegrond werd verklaard, geldt dat deze inwilliging van de aanvraag tot openbaarmaking GEEN toestemming inhoudt om het/de gevraagde bestuursdocument(en) te hergebruiken, als vermeld in titel II, hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

OVB/2022/172

pagina 10 van 11


Brussel, 21 juni 2022 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

OVB/2022/172

pagina 11 van 11


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
dossier 2022-172_1.pdf by Vlaanderen-be - Issuu