Skip to main content

ict_integratie_Adv_Vlor.pdf

Page 1

Algemene Raad 21 januari 2021 AR-AR-ADV-2021-015

Voorwaarden voor succesvolle ICT-integratie in onderwijs Advies over de visienota ‘Digisprong: van achterstand naar voorsprong’

Vlaamse Onderwijsraad Koning Albert II-laan 37 BE-1030 Brussel T +32 2 219 42 99 www.vlor.be info@vlor.be


Advies op eigen initiatief Uitgebracht door de Algemene Raad op 21 januari 2021 met eenparigheid van stemmen Voorbereiding: werkgroep Digitaliseringsagenda op 7, 11 en 15 januari 2021 onder voorzitterschap van Geert Spiessens Werden geconsulteerd: Raad Basisonderwijs op 6 januari, Raad Secundair Onderwijs op 7 januari, Raad Hoger Onderwijs op 12 januari, Raad Levenslang Levensbreed Leren op 12 januari 2021 Dossierbeheerder: Simon Grymonprez

Vlaamse Onderwijsraad – Koning Albert II-laan 37 – BE-1030 Brussel – info@vlor.be – www.vlor.be


INHOUD 1 SITUERING

2

2 WELGEKOMEN INVESTERING, MAAR DRAAGVLAK IS NODIG

2

3 DIGITALISERING VOLGT UIT HET PEDAGOGISCH PROJECT

2

4 ALGEMENE BEMERKINGEN BIJ DE VISIENOTA ‘DIGISPRONG’

3

4.1 GEEN TABULA RASA

3

4.2 DIGITALISERING VRAAGT EEN BLIJVENDE INVESTERING

3

4.3 DE ROL VAN DE PEDAGOGISCHE BEGELEIDINGSDIENSTEN

4

4.4 DIGITALE EN SOCIALE KLOOF VERMIJDEN

4

4.5 OUDERBETROKKENHEID IS ESSENTIEEL

4

4.6 ANDERE ONDERWIJSNIVEAUS ONTBREKEN

5

5 DOELSTELLINGEN VAN DE DIGISPRONG

5

6 DE VIER SPEERPUNTEN

6

6.1 SPEERPUNT 1: EEN TOEKOMSTGERICHTE EN VEILIGE ICTINFRASTRUCTUUR

6

6.2 SPEERPUNT 2: EEN STERK ONDERSTEUNEND EN DOELTREFFEND ICTSCHOOLBELEID 7 6.3 SPEERPUNT 3: ICT-COMPETENTE LEERKRACHTEN EN LERARENOPLEIDERS EN AANGEPASTE DIGITALE LEERMIDDELEN

7

6.4 SPEERPUNT 4: EEN KENNIS- EN ADVIESCENTRUM ‘DIGISPRONG’ TEN DIENSTE VAN HET ONDERWIJSVELD 8

1


1 Situering In september 2020 lanceerde de Vlaamse Regering een relanceplan waarmee ze de welvaart en het welzijn van de Vlamingen wil versterken na de coronacrisis. Een van de pijlers van dat relanceplan is de digitalisering van het leerplichtonderwijs. Onderwijsminister Ben Weyts bracht daartoe in december 2020 de visienota ‘Digisprong, van achterstand naar voorsprong’ uit. Die bevat de speerpunten, strategische doelstellingen en bijbehorende acties voor een digitale versnelling in onderwijs, de zogenaamde Digisprong. De Vlor brengt hierover een advies op eigen initiatief uit.

2 Welgekomen investering, maar draagvlak is nodig Allereerst uit de Vlor zijn appreciatie voor de extra middelen en beleidsinspanning die geleverd wordt om de ICT-integratie in het Vlaams leerplichtonderwijs te bevorderen. De visienota wil een reële nood in het Vlaams onderwijs opvangen. De Vlor wees in zijn advies ‘Voluit voor weerbaar onderwijs’ eerder op de nood aan investeringen in infrastructuur en uitrusting. 1 De raad wil hier graag mee over nadenken en het beleid verder vormgeven. Toch zijn er elementen in de visienota ‘Digisprong’ waarvoor een breed draagvlak ontbreekt. Omdat daarover vooraf ten gronde geen overleg is geweest, geeft de Vlor in dit advies een aantal opmerkingen en (rand)voorwaarden voor succesvolle ICT-integratie mee. De raad wenst ook mee na te denken over de brede en operationele uitvoering van de Digisprong.

3 Digitalisering volgt uit het pedagogisch project Digitalisering is een middel en geen doel, stelt de visienota. De Vlor is het daar volmondig mee eens. Digitalisering kan leerlingen helpen om leerdoelen te bereiken en kan de leraar assisteren bij het leerproces. ‘Succesvolle digitalisering vertrekt vanuit het soort onderwijs dat de school wil realiseren, niet vanuit de technologie,’ stelde de Vlor in 2013.2 Dat is nog altijd relevant. Hoewel de visienota stelt dat digitalisering geen doel op zich is, wordt dat principe niet consequent aangehouden. Scholen hanteren een eigen pedagogisch project. De wijze waarop een school digitaliseert, vloeit voort uit een doordachte pedagogische visie en welbepaalde keuzes. De Vlor vraagt de overheid om de pedagogisch-didactische motieven van scholen centraal te stellen. De overheid kan zich slechts opstellen als facilitator in functie van de nood van schoolteams en moet scholen vrijlaten te kiezen voor een ICT-beleid in functie van hun pedagogisch project. De Vlor wil er bovendien op wijzen dat heel wat digitale leermiddelen en platformen nog niet ‘volwassen’ zijn en voldoen aan

1 2

2

Vlaamse Onderwijsraad, Algemene Raad, Voluit voor weerbaar onderwijs, 26 november 2020. Vlaamse Onderwijsraad, Algemene Raad, Advies over ICT-integratie in het leerplichtonderwijs, 30 mei 2013.


de verwachtingen van leerkrachten en schoolteams.3 De effectiviteit van digitale leermiddelen en het gebruik ervan verdient daarom blijvende aandacht en onderzoek.

4 Algemene bemerkingen bij de visienota ‘Digisprong’ 4.1 Geen tabula rasa De visienota geeft de indruk dat scholen op ICT-vlak vanaf nul beginnen. Dat is natuurlijk niet zo: veel schoolteams zijn al jaren met digitalisering bezig in het kader van hun ICT-beleid. Daarom vraagt de Vlor de overheid om te vertrekken vanuit wat bestaat en de nood en vraag van scholen te onderzoeken en in kaart te brengen. Dat zorgt ervoor dat: ¬ digitalisering vertrekt vanuit een pedagogische keuze; ¬ het ICT-beleid op scholen aansluit met nieuwe beleidsinitiatieven en de voorziene extra middelen; ¬ het bestaande beleid op scholen niet wordt doorkruist; ¬ verwarring en inefficiëntie wordt vermeden.

4.2 Digitalisering vraagt een blijvende investering De Vlor is opgetogen met de grote investering in ICT, maar is erg bezorgd over de duurzame verankering binnen het Vlaamse onderwijs. De raad mist een recurrent budgettair verhaal voor zowel leerlingen, organisatie als personeel. Digitale infrastructuur heeft permanent nood aan onderhoud en na verloop van tijd ook aan vervanging. Op dit moment is het onduidelijk of hier in de toekomst structureel middelen worden voor vrijgemaakt. De Digisprong heeft grote en complexe digitale ecosystemen op scholen voor ogen. Performante digitalisering vraagt blijvende investeringen in digitale infrastructuur, hardware, onderhoud, expertise, opleiding en informatiebeveiliging, net als in bredere schoolinfrastructuur. Dat vereist een zekere flexibiliteit in aanwending van middelen. Digitalisering in onderwijs vereist ook blijvende investeringen in software en digitale leermiddelen, die vandaag vaak via huurlicenties worden aangeboden. Hetzelfde geldt voor de evolutie richting cloud computing. Dat vraagt blijvende investeringen, elk jaar opnieuw. Wat voor infrastructuur en software geldt, geldt ook voor de competetentieverhoging van leraren. De markt van digitale leermiddelen en leerplatformen is in beweging en innoveert voortdurend. Blijvende professionalisering is dus een noodzaak.

3

Kennisnet, Technologiekompas 2019/2020, 2019. Een voorbeeld is het gebruik van Artificiële Intelligentie (AI). Kennisnet beoordeelt deze technologie nog niet als volwassen. ‘Er wordt bijvoorbeeld veel verwacht van AI in onderwijs, maar vooralsnog zien we dat nog maar in beperkte mate terug in concrete onderwijsproducten,’ schrijft de organisatie op pagina 15. Hetzelfde geldt voor het gebruik van Internet of Things.

3


4.3 De rol van de pedagogische begeleidingsdiensten De pedagogische begeleidingsdiensten spelen een rol in de didactisch-pedagogische ondersteuning van het ICT-beleid in scholen en zijn ook bereid zich daarin verder te professionaliseren. Toch worden ze nauwelijks genoemd in de visienota. ‘Digitale competentiebevordering’ of ‘ICT-bootcamps’ zijn geen neutraal gegeven. Digitale leermiddelen zijn dat evenmin. Een welbepaalde pedagogische visie vertaalt zich in een visie op digitalisering. Net daarom is de rol van de pedagogische begeleidingsdiensten cruciaal. Belangrijk daarbij is de discussie over de opdracht en de middelen van die pedagogische begeleidingsdiensten.

4.4 Digitale en sociale kloof vermijden De coronacrisis maakt duidelijk dat digitalisering moet gepaard gaan met extra aandacht voor een digitale en sociale kloof. Dat de overheid investeert in hardware voor leerlingen, is een prima en noodzakelijke stap om gelijke onderwijskansen te bewaken, maar ze is ontoereikend.4 Er is nood aan flankerende beleidsinitiatieven om een digitale en sociale kloof te vermijden. Nochtans heeft de Vlor recent geadviseerd om de impact van de relancemaatregelen te toetsen op gelijke onderwijskansen.5 De Vlor herhaalt zijn aanbevelingen: ¬ Publiceer een gelijke-kansen-effectenrapport als het gaat om digitalisering en monitor het recht op onderwijs voor iedereen; ¬ Houd rekening met de aanbeveling van de Taskforce e-Inclusie, het samenwerkingsverband van lokale besturen, publieke instellingen en middenveldorganisaties, die al jarenlang werken aan digitale insluiting van kwetsbare groepen; ¬ Heb extra aandacht voor kwetsbare ouders. Als zij niet voldoende digitaal geletterd zijn, kunnen zij hun kinderen ook niet ondersteunen bij thuisopdrachten in een digitale vorm, kunnen zij niet met de school communiceren via de online platformen die daarvoor gehanteerd worden enzovoort; ¬ Heb aandacht voor internetconnectiviteit en digitale basisinfrastructuur in kwetsbare gezinnen. Daarvoor werd in de coronacrisis onder meer via de telecomproviders een oplossing gevonden. De raad vraagt om dat verder te onderzoeken.

4.5 Ouderbetrokkenheid is essentieel Digitalisering in onderwijs belangt naast leerlingen en leerkrachten ook ouders aan. Die groep wordt uit het oog verloren. Ouderbetrokkenheid is een belangrijke voorwaarde voor succesvolle digitalisering in onderwijs. De wederzijdse verwachtingen moeten in kaart gebracht worden. De visie en verwachtingen rond ICT-beleid moeten duidelijk in het schoolreglement worden opgenomen. Zo stelt niet alleen de school realistische verwachtingen naar de ouders, maar ook vice versa. Ook voor kwetsbare ouders dienen de verwachtingen haalbaar en realistisch te zijn.

4 5

4

Kennisnet, Gelijke kansen en digitalisering? Goede toegang is niet genoeg, 19 november 2020. Vlaamse Onderwijsraad, Algemene Raad, Voluit voor weerbaar onderwijs, 26 november 2020.


De raad vraagt daarom om te onderzoeken of andere onderwijsniveaus, zoals het volwassenonderwijs, de digitale basisgeletterdheid van (kwetsbare) ouders kunnen versterken. Digitale geletterdheid van ouders is ook een belangrijke voorwaarde voor digitale inclusie.

4.6 Andere onderwijsniveaus ontbreken De visienota richt zich voornamelijk op het leerplichtonderwijs. De Vlor heeft begrepen dat er inzake digitalisering nog beleidsinitiatieven voor het hoger onderwijs op de plank liggen. De raad vraagt de overheid om de kloof inzake beleidsinspanningen tussen leerplichtonderwijs en hoger onderwijs zo klein mogelijk te maken. Digitale hulpmiddelen moeten daarin meegenomen worden, zeker als gaat om de overgang van het secundair naar het hoger onderwijs. De raad vraagt ook met aandrang om de volle aandacht te schenken aan het volwassenonderwijs, de centra voor basiseducatie en het deeltijds kunstonderwijs. Ook die onderwijsniveaus hebben sterke digitale noden en kwetsbare leerlingen.

5 Doelstellingen van de Digisprong De Vlor erkent dat digitalisering mogelijke voordelen met zich meebrengt. In het verleden heeft ze die ook benoemd. Die mogelijke voordelen kunnen slechts bereikt worden als voldaan is aan essentiële randvoorwaarden.6 De minister wil via de Digisprong heel wat doelstellingen bereiken. De Vlor merkt daarbij op dat: ¬ een aantal passages zeer generiek geformuleerd zijn (‘leerproces versterken’ en ‘onderwijsproces ten volle ondersteunen’) en om verduidelijking vragen; ¬ bij bepaalde tekstpassages de precieze link met digitalisering ontbreekt. Hoe verhoudt digitalisering zich bijvoorbeeld tot ‘diepgaander leren’?; ¬ de doelen niet kunnen bestaan zonder randvoorwaarden. Zo kan het wel zijn dat digitalisering ‘communicatie optimaliseert’, maar ook het omgekeerde kan evenzeer waar zijn. Hetzelfde geldt voor een doelstelling als ‘leerproces versterken’; ¬ digitalisering ook kansen kan bieden om leerlingen zelfstandig en zelfsturend leren bij te brengen; ¬ ‘inzicht krijgen in studievoortgang’ eerder een middel dan doel is. Bovendien waarschuwt de Vlor voor een eenzijdig en fout gebruik van learning analytics. Voorzichtigheid bij de interpretatie van resultaten is hier aangewezen. Leraren moeten voorbereid zijn om daarmee om te gaan. De Vlor wil ook aanstippen dat, ook al komen de middelen voor de Digisprong uit het budget van het relanceplan ‘Vlaamse Veerkracht’, een Digisprong geen antwoord geeft op alle uitdagingen en gevolgen van de coronacrisis. Daarvoor zijn ook andere beleidsinitiatieven nodig.

6

Die randvoorwaarden staan uitgebreid beschreven in Advies over ICT-integratie in het leerplichtonderwijs, 30 mei 2013. Het gaat om visieontwikkeling op scholen, de leraar als professional, kwalitatief en aangepast leermateriaal, infrastructuur, structurele en duurzame financiering, digitale kloof vermijden, draagvlak en gezondheidsaspecten. Zie ook Benoit Galand, ‘Le numérique va-t-il révolutionner l’éducation?’, maart 2020.

5


6 De vier speerpunten 6.1 Speerpunt 1: een toekomstgerichte en veilige ICT-infrastructuur 6.1.1

Een toestel voor elke leerling: de meeste efficiënte verdeling?

De Vlor vraagt zich af of de manier om de middelen te verdelen door elke leerling van een toestel te voorzien, wel de meest efficiënte is. De vraag is ook of de plannen voldoende rekening houden met de huidige situatie en nood van scholen, alsook de nood die voortvloeit uit het pedagogisch project van de school. De pedagogisch-didactische motieven van scholen moeten centraal staan en de overheid moet faciliteren in nood van schoolteams. De plannen roepen veel vragen op rond eigenaarschap, verantwoordelijkheid en onderhoud. Kan een toestel mee naar huis genomen worden, ook in schoolvakanties? Wat als een leerling van school verandert? Wisselt het toestel elk jaar van eigenaar of neemt een leerling het toestel mee tot het einde van de schoolcarrière? De Vlor vraagt daarover meer verduidelijking. 6.1.2

ICT-materiaal voor leraren is onontbeerlijk

De Vlor apprecieert de investeringen in ICT-materiaal, maar stelt vast dat de ambitie voor leerlingen veel concreter is geformuleerd dan die voor het personeel. Voor leraren is een eigen toestel onontbeerlijk om kwaliteitsvol digitaal onderwijs te garanderen. Het fiscaal statuut van zo’n toestel moet wel onderzocht worden, zodat scholen op een eenvoudige manier een toestel ter beschikking kunnen stellen. 6.1.3

Uitdagingen rond informatieveiligheid

Digitalisering stelt scholen voor grote en nieuwe uitdagingen rond informatieveiligheid, auteursrechten, security, privacy en data. De Vlor vraag de overheid om scholen hier voldoende in te ondersteunen. Dat betekent onder meer het verschaffen van juridische duidelijkheid en zekerheid, bijvoorbeeld met betrekking tot de General Data Protection Regulation (GDPR). 6.1.4

Aandacht voor gezondheid en (mentaal) welzijn

Net als in 2013 vindt de Vlor dat scholen vanuit het voorzorgsprincipe aandacht moeten hebben voor mogelijke gezondheidsrisico’s van digitalisering. Daarbij denkt de raad in het bijzonder aan aspecten als ergonomie, schermverslaving en schermtijd, cyberpesten bij zowel leerlingen als leraars en elektromagnetische straling. Als scholen meer digitaliseren, moeten er tussen alle betrokken partijen goede afspraken worden gemaakt over bereikbaarheid en connectiviteit. Het kan niet de bedoeling zijn dat leerlingen, leerkrachten en ouders ook na de schooluren steeds bereikbaar zijn. Het gevaar dat dat verwacht wordt, is reëel.

6


6.2 Speerpunt 2: een sterk ondersteunend en doeltreffend ICTschoolbeleid 6.2.1

ICT-beleid en draagvlak

Succesvolle digitalisering staat of valt met de visie erop. Daarnaast is het beleidsvoerend vermogen van scholen cruciaal om tot een gedragen ICT-beleid op school te komen. Bij de totstandkoming van een gedragen ICT-beleid moeten ook alle partners in de school betrokken worden: personeel, leerlingen, ouders en ondersteuners. Alleen zo ontstaat draagvlak. Ook na de implementatie moeten alle partners betrokken blijven. Daarom staat het stimuleren en ondersteunen van ICT-beleid in scholen met stip bovenaan. Volgens de Vlor is hier een belangrijke rol weggelegd voor de pedagogische begeleidingsdiensten. 6.2.2

De ICT-coördinator: witte raven op een schaarse markt

De ICT-coördinator of het ICT-team van een school gaat in de toekomst een grotere rol spelen. Het is goed dat de functieomschrijving van de ICT-coördinator wordt verduidelijkt. De Vlor wijst erop dat, als ICT-integratie grotere proporties aanneemt en complexer wordt, de functie van ICTcoördinator moet herbekeken worden. Het is namelijk steeds moeilijker om profielen met zowel een pedagogische-didactische als een technische achtergrond te vinden. Scholen moeten daarenboven concurreren om technische profielen, die gegeerd zijn op de arbeidsmarkt, aan te trekken. Het moet ook mogelijk zijn om technische taken uit te besteden, want zelfs een technisch profiel is niet van alle markten thuis. Daarvoor moeten voldoende middelen worden vrijgemaakt.

6.3 Speerpunt 3: ICT-competente leerkrachten en lerarenopleiders en aangepaste digitale leermiddelen 6.3.1

Betrek de lerarenopleiding

De lerarenopleiding kan een belangrijke rol spelen in de opleiding, competentiebevordering en professionalisering van leraren inzake digitalisering. Die lerarenopleiders hebben enerzijds zelf een vormingsnood, maar leveren vandaag al grote inspanningen om leraren in spe digitaal te vormen. Ze hebben een grote kracht om verandering te ondersteunen. Ze zijn bovendien regionaal georganiseerd, wat een voordeel kan zijn ten opzichte van het op te richten ‘Brussels’ advies- en kenniscentrum Digisprong. 6.3.2

Een ethische code is onvoldoende

Zoals de Vlor recent formuleerde in zijn advies ‘Voluit voor weerbaar onderwijs’, zijn op vele terreinen commerciële spelers actief. De Vlor vraagt de overheid om daadkrachtig regulerend op te treden en de raad te betrekken bij een ethische code over de ontwikkeling, de aankoop en het gebruik van (onderwijs)software en de kwaliteit te bewaken, met inbegrip van het eigenaarschap

7


van de data. De Vlor wil vermijden dat scholen, leerlingen en leerkrachten producten worden van commerciële spelers.7 6.3.3

Geen nood aan een apart kwaliteitskader

De Vlor vraagt om geen apart kwaliteitskader ‘digitaal onderwijs’ te ontwikkelen, maar om digitale didactiek te integreren in bestaande kwaliteitskaders zoals het Referentiekader voor Onderwijskwaliteit. Digitale didactiek staat namelijk niet los van een brede pedagogische visie en kijk op didactiek. De Vlor herhaalt daarom het belang van de pedagogische begeleidingsdiensten.

6.4 Speerpunt 4: een kennis- en adviescentrum ‘Digisprong’ ten dienste van het onderwijsveld 6.4.1

KlasCement als ‘uniek’ platform

De omschrijving van KlasCement als ‘uniek’ platform roept vragen op. Wat wordt daarmee bedoeld? Welke (kwaliteits)criteria worden daarbij gehanteerd? De Vlor vraagt om ook de andere onderwijsniveaus (deeltijds kunstonderwijs en volwassenenonderwijs) sterker te betrekken bij KlasCement. 6.4.2

Kennis- en adviescentrum Digisprong

De Vlor betreurt dat het doel en de rol van het op te richten kennis- en adviescentrum niet duidelijk is gedefinieerd. Wat zal dit centrum doen, wie stuurt het aan en welke ondersteuning zal het bieden? De Vlor vraagt om die onduidelijkheden op te helderen. Voor het kennis- en adviescentrum Digisprong schuift de Vlor volgende strategische voorwaarden naar voren:

¬ ¬

7

8

De Vlor is geen voorstander van een door de overheid gestuurd adviescentrum. Hij ziet wel meerwaarde in een overheids-onafhankelijk kenniscentrum dat onderzoek voert of onderzoek ontsluit. Het onderwijsmiddenveld moet bij dat kenniscentrum betrokken worden. De Vlor vraagt de overheid om zich te laten inspireren door een Nederlands voorbeeld: de stichting Kennisnet. Die bekende en gewaardeerde kennisorganisatie werd opgericht door onderwijsorganisaties en -inrichters en wordt gefinancierd door de overheid.

Zie ook Vlaamse Onderwijsraad, Algemene Raad, Voluit voor weerbaar onderwijs, 26 november 2020.


¬

Het kenniscentrum moet met name ten dienste staan van de pedagogische begeleidingsdiensten. De publicaties van het kenniscentrum kunnen schoolbesturen en leraren inspireren in het ontwikkelen van hun ICT-beleid.

9


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
ict_integratie_Adv_Vlor.pdf by Vlaanderen-be - Issuu