Skip to main content

STUDIE 47 BEROEPSPROFIEL. orthopedist (m_v).pdf

Page 1

STUDIE 47 BEROEPSPROFIEL orthopedist (m/v)


BEROEPSPROFIEL Orthopedist (m/v)

sector studiegebied opleiding beroepen

: : : :

gezondheidszorg gezondheidszorg orthopedie bandagist – orthesist prothesist

Werkgroep beroepsprofielen van de Vlaamse Hogescholen in opdracht van de Vlaamse Onderwijsraad D/1997/6356/37 De leden van de werkgroep beroepsprofielen zijn inhoudelijk verantwoordelijk voor het beroepsprofiel. De Vlor heeft enkel ingestaan voor een uniforme en toegankelijke lay-out.


BEROEPSPROFIEL ORTHOPEDIE

INHOUD

VOORWOORD

1

1

INLEIDING

2

1.1

Introductie

2

1.2

Aanpak

3

1.3

Uitgangspunten

3

VOORONDERZOEK

5

2.1

5 5

2

2.2

Socio-economisch structurele ontwikkelingen 2.1.1 De macro-economische situering van de sector 2.1.2 Beschrijving van de huidige en toekomstige ontwikkelingen in de sector Analyse van de arbeidsmarkt 2.2.1 Gegevens over de tewerkstelling in de sector 2.2.2 Gegevens over de beroepen: beroepenstructuur van de sector 2.2.3 Gegevens over de functies: functiestructuur van de sector 2.2.4 Relateren van de functies aan de beroepen of beroepenclusters 2.2.5 Inventaris van de bestaande beroepsprofielen of functieprofielen

8 11 11 12 12 14 14

3

VASTLEGGING VAN DE BEROEPENCLUSTERS EN DE BEROEPEN

15

4

NIVEAUBEPALING VAN DE BEROEPEN

16

5

IN KAART BRENGEN VAN BEROEPENCLUSTERS, STUDIERICHTINGEN EN OPLEIDINGEN

17

5.1

Medische sector

17

5.2

Paramedische sector

17

5.3

Verpleegkundige sector

17

5.4

Andere

17

6

HET EIGENLIJKE BEROEPSPROFIEL

18

6.1

Exacte benaming van de beroepen

18

6.2

Globale beschrijving van de beroepen 6.2.1 Kernachtige beschrijving 6.2.2 Beschrijving van de beroepscontext

18 18 20

6.3

Opleidingsvereisten en beroepservaring 6.3.1 Voor de erkende beroepen van bandagist, orthesist en prothesist 6.3.2 Voor de andere beroepen

21 21 26

6.4

Specifieke beschrijving van de beroepsactiviteiten 6.4.1 Typefuncties, deelfuncties, taken 6.4.2 Contextgegevens voor de bandagist, orthesist en prothesist

27 27 35


BEROEPSPROFIEL ORTHOPEDIE

6.5

6.6

De ondersteunende kennis 6.5.1 De bandagist, orthesist en prothesist in dienstverband (specifieke kennis) 6.5.2 De bandagist, orthesist en prothesist als zelfstandige (algemene kennis) De beroepshoudingen (bandagist, orthesist, prothesist) 6.6.1 Deontologische voorschriften (nationaal en eventueel internationaal) 6.6.2 De beroepshoudingen

37 38 39 42 42 42

7

SLOTBESCHOUWINGEN EN LEGITIMATIE

45

8

BIBLIOGRAFIE

46

9

SAMENSTELLING VAN DE WERKGROEP

47

BIJLAGEN

48


BEROEPSPROFIEL ORTHOPEDIE

1

VOORWOORD

L

angs deze weg wil ik allen die rechtstreeks of onrechtstreeks hebben meegewerkt aan de realisatie van het beroepsprofiel van de gegradueerde in orthopedie oprecht danken voor hun inzet en onmisbare hulp.

Dit beroepsprofiel is de resultante van echt teamwerk. Het team bestond uit deskundigen van de erkende beroeps- en werkgeversorganisaties en de onderwijswereld. Elk van hen heeft op vrijwillige basis actief en enthousiast meegewerkt, zonder te kijken op werk en tijd. Mijn dank gaat in de eerste plaats naar de heren L. Coenen, E. Cuyt en E. Weyn, erkende orthopedisten en bestuursleden van de Belgische Beroepsvereniging der Orthopedisten en Bandagisten, voor het ter beschikking stellen van heel wat documentatiemateriaal alsmede hun talrijke adviezen. Graag dank ik ook de heer E. De Schoolmeester, president van de Belgische afdeling van International Society for Prosthetics and Orthotics. Vanuit hun organisaties hebben hogergenoemde leden bijzonder constructief meegewerkt aan het uitschrijven van de specifieke taken, functies, competenties en verantwoordelijkheden. Op grond van hun dossierkennis en ervaring werden talrijke tussentijdse problemen opgelost. Mijn oprechte dank gaat ook uit naar mevrouw L.Diestelmans en de heer R. Van Dijck, gegradueerden in orthopedie en vertegenwoordigers van de afgestudeerden tewerkgesteld in de (para)medische bedrijfswereld. Hun adequate raadgevingen waren onmisbaar om tot een beroepsprofiel te komen dat een globaal referentiebeeld geeft voor het ganse werkveld. Ook mevrouw K. Vandermeulen, de heer prof. Dr. L. Peeraer en de heer D. Vermetten, docenten van de opleiding tot gegradueerde in orthopedie van de Katholieke Hogeschool Kempen, hebben deze opdracht ten volle ondersteund. Op basis van de eigen ervaringen met de opleiding en hun veelvuldige contacten met het werkveld, hebben zij dit beroepsprofiel mee gekarakteriseerd. Op vraag van de Vlaamse Gemeenschapsminister van Onderwijs, de heer L. Van den Bossche, wordt onderhavig document overhandigd aan de Vlaamse Onderwijsraad. Binnen het kader van de kwaliteitsbewaking en de bevoegdheden inzake opleidingsprogramma's toevertrouwd aan de hogescholen, is de VLOR het orgaan bij uitstek om het overleg tussen de hogescholen inzake deze materies te organiseren en te coördineren. De leden van de werkgroep beroepsprofiel van de gegradueerde in orthopedie zijn ervan overtuigd dat de VLOR met dit eindrapport een basisdocument heeft dat als referentie kan gebruikt worden voor informatie en bijkomende opdrachten.

J. Lievens, voorzitter van de werkgroep beroepsprofiel van de gegradueerde in orthopedie


BEROEPSPROFIEL ORTHOPEDIE

2

1

1.1

INLEIDING

Introductie Op 30 maart 1993 gaf de Vlaamse Gemeenschapsminister van Onderwijs, de heer L. Van den Bossche, de opdracht een werkgroep samen te stellen die het beroepsprofiel van de gegradueerde in orthopedie diende vast te leggen. Tijdens een introductievergadering werd door leden van de Dienst voor Onderwijsontwikkeling (DVO) schriftelijke en mondelinge toelichting gegeven omtrent deze opdracht. Inzake planning werd gevraagd om dit werk uiterlijk tegen april 1994 te voltooien. In diezelfde periode werden tevens de voorbereidende gesprekken gevoerd rond het nieuwe decreet betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap van 13 juli 1994. Tijdens het academiejaar 1995-1996 werden gegevens omtrent het beroepsprofiel opgevraagd bij de verschillende beroepsbeoefenaars, beroepsverenigingen en instanties. Hiermee rekening houdende werd een eerste algemene ontwerptekst of sneuveltekst klaargemaakt. Ondertussen werd ook de werkgroep samengesteld die het beroepsprofiel zou opstellen. Tijdens het academiejaar 1996-1997 vonden de plenaire vergaderingen van de werkgroep plaats waarbij, in een zeer constructieve sfeer, de sneuveltekst grondig werd besproken, toegelicht, gecorrigeerd en aangevuld. Het opstellen van beroepsprofielen is niet eenvoudig. Instellingen, bedrijven en beroepsbeoefenaars komen niet spontaan vertellen welke kennis en vaardigheden afgestudeerden in een bepaald beroep moeten bezitten. Op het moment dat afgestudeerden in het beroep stappen, zijn ze niet meer verbonden aan een hogeschool. Docenten hebben wel heel wat contacten met het werkveld, doch zien niet steeds hoe de opleiding in het beroepenveld geconcretiseerd wordt. Daarnaast merken we ook dat het beroepenveld geen statisch geheel is, maar onder invloed van maatschappelijke en economische parameters voortdurend in beweging is. En tenslotte spelen persoonsgebonden aspecten een belangrijke rol bij het uitoefenen van een concreet beroep.


BEROEPSPROFIEL ORTHOPEDIE

1.2

3

Aanpak Om de geloofwaardigheid van de uitgeschreven beroepsprofielen te verzekeren, is het belangrijk dat bij het opstellen van deze profielen zoveel mogelijk partijen deelnemen. Daarom werd de werkgroep die het beroepsprofiel van de gegradueerde in orthopedie opgesteld heeft, samengesteld uit volgende leden: − 3 afgevaardigden van de KHKempen die de opleiding orthopedie organiseert − 3 afgevaardigden van de Belgische Beroepsvereniging van Orthopedisten en Bandagisten (BBOB) − 1 afgevaardigde van de internationale wetenschappelijke vereniging International Society for Prothetics and Orthotics (ISPO) − 2 afgestudeerden van de opleiding tot gegradueerde in orthopedie − de voorzitter zoals die werd aangeduid door de VLOR De volledige deelnemerslijst met identiteitsgegevens is in hoofdstuk 8 opgenomen. Alle leden van de werkgroep, met uitzondering van de voorzitter, zijn actief als beroepsbeoefenaar in één of meerdere disciplines binnen het domein van de orthopedie, ook zij die een onderwijsopdracht vervullen. De afgelopen jaren zijn er binnen de Nationale Raad en de Technische Commissie voor Paramedische Beroepen vele gesprekken en onderhandelingen gevoerd als voorbereiding op de erkenning van het beroep van bandagist, orthesist en prothesist. Bij het uitschrijven van het beroepsprofiel werd door de deelnemers regelmatig gewezen op standpunten en discussies die in hogergenoemde commissie werden ingenomen of uitgepraat. Met de punten opgenomen in het Koninklijk Besluit nr. 97-945 van 6 maart 1997 en de elementen die hieraan vooraf gingen, werd dus terdege rekening gehouden. Wat betreft de beroepstitels gebruiken we in de tekst de titels zoals ze in hoger genoemd Koninklijk Besluit worden vastgelegd: bandagist, orthesist en prothesist. Als synoniem voor het geheel van de drie beroepstitels gebruiken we regelmatig de term orthopedisch technoloog. In deze nota wordt het beroepsprofiel van de bandagist, orthesist en prothesist beschreven. Omwille van de leesbaarheid wordt in de tekst enkel de mannelijke vorm gebruikt. Uiteraard hebben de gegevens in het beroepsprofiel ook betrekking op vrouwelijke medewerkers.

1.3

Uitgangspunten De afgestudeerden moeten voldoende theoretische en technische basiskennis en vaardigheden bezitten, zodat ze zich later in hun beroepsleven gemakkelijk kunnen bijscholen en/of verder bekwamen. Dit is immers meer dan ooit een levenslange opdracht geworden, terwijl de toegepaste uitvoeringstechnieken en principes dikwijls wijzigen of snel achterhaald zijn.


4

BEROEPSPROFIEL ORTHOPEDIE

Dit betekent dat veel aandacht moet besteed worden aan o.a. het verwerven van inzicht in fundamentele principes, probleemoplossend en kritisch denken, in teamverband werken, analyseren, zorgvuldig en verantwoord handelen, systematisch werken, creativiteit en persoonlijk initiatief, informatie opvragen en verwerken, .... Daarnaast constateren we dat het kennis- en toepassingsveld steeds ruimer wordt en de opleidingsduur constant is gebleven. Hieruit besluiten dat de leerinhouden de ontwikkelingen in het kennis- en beroepsveld niet hoeven te volgen, is fout. Immers, goed gekozen en relevante leerinhouden zullen de studenten een motiverende meerwaarde geven die ze levenslang behouden. Het beheersen van een inhoudonafhankelijke methodologie is veel belangrijker dan het bezitten van encyclopedische kennis. Een gevolg van deze aanpak is dat afgestudeerden in principe een ruimer toekomstbeeld voor zich hebben als ze zich op de arbeidsmarkt begeven. De persoonlijke kwaliteiten en technische vaardigheden zijn hierbij minstens even belangrijk als de technisch-wetenschappelijke kennisbagage van de afgestudeerde. In vele functies verwacht men een grotere betrokkenheid en verantwoordelijkheid, talenkennis, communicatieve en sociale vaardigheden. Bijscholing voor erkende orthopedisch technologen staat expliciet ingeschreven in hogergenoemd Koninklijk Besluit.


BEROEPSPROFIEL ORTHOPEDIE

2

5

VOORONDERZOEK

2.1

Socio-economisch structurele ontwikkelingen

2.1.1

De macro-economische situering van de sector 2.1.1.1 Historische achtergrond van de orthopedische technologie De mens is sinds de vroegste tijden onderworpen geweest aan mutilaties door gewapende conflicten, ziekte, ongevallen en aangeboren misvormingen. Het lijdt geen twijfel dat de mens steeds getracht heeft deze letsels, misvormingen en gebreken te behandelen of te compenseren. Etymologisch komt het huidige woord “orthopedie” van het Grieks “orthos-paideuo” dat staat voor “recht-opvoeden”. De eerste bewijzen van het gebruik van spalken zijn reeds te vinden bij de oude Egyptenaren, zowat 2000 jaar voordat Herodotos in 500 v. C. melding maakt van een prothese. De historiek van kunstledematen volgt grotendeels de ontwikkeling van de chirurgie. Het totaal gebrek aan asepsis en gebruik van hechtingen maakte dat de amputatiestompen niet geschikt waren voor prothesefitting zodat men zich tot in de 16de eeuw diende te behelpen met houten pylonen. Heel wat afbeeldingen daarvan zijn op fresco’s, mozaïeken en aardewerk bewaard gebleven, terwijl de oudste nog bewaarde beenprothese dateert uit het begin van het Romeinse rijk. Een eeuw later wordt de eerste melding van een ijzeren kunsthand gemaakt. In de middeleeuwen is vooral de wapensmid de orthese- en prothesebouwer bij uitstek. Een ommekeer in prothesebouw vindt plaats met Ambroise Paré die de amputatietechnieken dramatisch verbeterde door gebruik van ligaturen, en midden zestiende eeuw een wetenschappelijke benadering van amputatie en prothesebouw introduceerde samen met zijn slotenmaker. Ook orthesebouw, inclusief korsetten, werd uitvoerig door hem behandeld. De eerste illustraties van voetcorrigerende apparaten verschijnen in dezelfde periode. Eind zeventiende eeuw ontwikkelde de Nederlandse chirurg Verduin een onderbeenprothese waarvan de constructieprincipes tot op heden nog terug te vinden zijn. Tijdens de achttiende eeuw wordt amputatie de meest gebruikte chirurgische techniek waardoor noodgedwongen heel wat innovaties op prothesevlak ontstaan. Tevens verschijnen in deze periode boeken waarin orthesen beschreven worden ter correctie van misvormingen bij kinderen en worden er reeds catalogi uitgegeven met verschillende orthesen. Het aseptisch werken in de negentiende eeuw schept nieuwe mogelijkheden voor de ontwikkeling van kunstledematen en hoewel chirurg en technicus in de regel onafhankelijk van elkaar werkten, ontworpen heel wat chirurgen prothesen en werd deze sector aantrekkelijk voor buitenstaanders vanuit commercieel standpunt. Heel wat innovaties en patenten volgden. Ook orthesen ontwikkelen tijdens deze periode parallel met oefentherapie in het bijzonder ter behandeling van wervelkolomaandoeningen.


6

BEROEPSPROFIEL ORTHOPEDIE

De Amerikaanse burgeroorlog met een voorheen ongekend aantal geamputeerden en verminkten gaf een belangrijke impuls voor nieuwe orthopedisch-technische ontwikkelingen waardoor nadien ook de eerste grote behandelingscentra ontstonden. Pas in de twintigste eeuw ontstaat een nauwere samenwerking tussen ambachtsman en chirurg. De eerste wereldoorlog geeft vooral in Canada en Engeland aanleiding tot de groei van grote centra voor verzorging waar verschillende disciplines samenwerken in de revalidatie van de oorlogsslachtoffers. Een mijlpaal in de verzorging van zwaar gehandicapten is het feit dat het Engelse Ministerie van Pensioenen financieel verantwoordelijk wordt voor de verzorging van deze mensen, waardoor pluridisciplinaire teams voor het eerst een grote ervaring kunnen opdoen en klinisch onderzoek kunnen verrichten. Andere landen hebben geen georganiseerd beleid of blijven bij private contracten met kleinere orthopedische bedrijven, al of niet verbonden aan grote ziekenhuizen. Tijdens de tweede wereldoorlog werden in verschillende landen initiatieven genomen om het grote aantal zwaargewonden georganiseerd te verzorgen en te trainen in het gebruik van hun hulpmiddel. Een mijlpaal op het vlak van ontwikkelingen wordt gelegd na de tweede wereldoorlog waar, voornamelijk in de Verenigde Staten, onderzoeksprogramma's opgestart worden met betrekking tot chirurgische aspecten, ontwikkeling van mechanische hulpmiddelen en training. Verschillende van deze organisaties bestaan heden ten dage nog. Alras werd duidelijk dat ook meer fundamenteel onderzoek noodzakelijk was waarvoor met verschillende universiteiten en gespecialiseerde onderzoeksgroepen researchprogramma’s opgestart werden op vlak van constructie, biomechanica, chirurgie enz. Dit heeft ondermeer aanleiding gegeven tot het gebruik van nieuwe materialen en constructietechnieken. In deze periode worden naast chirurg, orthopedisch technicus en therapeut ook ingenieurs actief betrokken in het onderzoek, waardoor er sindsdien een constante evolutie waar te nemen is, gebaseerd op een pluridisciplinaire aanpak. Deze pluridisciplinaire aanpak wint de laatste decennia meer en meer aan belang, zowel wat betreft de keuze, uitvoering en revalidatie met orthopedische apparaten. Dit vergt, samen met de toenemende veelzijdigheid en verscheidenheid van de verzorging, een steeds groeiende nood aan verdiepte kennis onder meer op anatomisch, pathologisch, biomechanisch, materiaaltechnisch, constructief en elektronisch vlak. Ook kennis over automatisatieprocessen wordt steeds belangrijker. Naast een ruime praktische ervaring vergt het beroep bovendien door zijn sociale dimensie ook vaardigheden op psychologisch, sociaal en economisch vlak. Heden ten dage is voor het uitoefenen van het beroep van orthopedisch technoloog in het kader van de wet op de verplichte ziekteverzekering, een erkenning door het R.I.Z.I.V. noodzakelijk. Een volledige erkenning (bandagist, orthesist en prothesist) kan pas bekomen worden na het praktisch uitoefenen van het beroep onder toezicht van een erkend verstrekker na een periode van vijf en een half jaar.


BEROEPSPROFIEL ORTHOPEDIE

7

2.1.1.2 Historisch overzicht inzake opleiding in België Tot voor enkele jaren gebeurde de opleiding uitsluitend via de middenstandsopleiding van de vzw Brucemo, georganiseerd in de schoot van de beroepsvereniging. Deze opleiding omvat een theoretische vorming met cursussen van beheers- en beroepskennis en een praktische vorming in een orthopedische werkplaats of alternatieve opleidingen in het buitenland. Omdat de hedendaagse ontwikkelingen dit beroep tot een erg hoog technologisch en paramedisch niveau brachten, met een enorm gamma aan materialen en moderne technologie, startte in september 1984 een opleiding secundair niveau aan het Technisch Instituut St. Jozef te Geel, dit in nauwe samenwerking met de beroepsvereniging BBOB en de internationale vereniging ISPO. De bedoeling was, en is nog steeds, dat deze secundaire opleiding de basistechnieken, handelingen en materialenkennis aan de leerlingen bijbrengt, zodat zij, die dit niveau verlaten, als arbeider in het technisch atelier onder toezicht van een erkend orthesist-prothesistbandagist toestellen kunnen vervaardigen. Hieraan werd nog een zevende specialisatiejaar toegevoegd. Toen dit alles was verwezenlijkt werd door de BBOB, ISPO en de technische school samengewerkt om te komen tot een opleiding in het hoger onderwijs waar volledig geschoolde technologen gevormd zouden worden welke, na het behalen van dit einddiploma en een bijkomende en aanvullende praktijkervaring van twee en een half jaar onder toezicht, het bekwaamheidsexamen RIZIV zouden kunnen afleggen. Uit een toenmalige studie (1987) uitgevoerd door het RVA en de werkgroep bleek dat, voor het Vlaamse Gewest, jaarlijks 5 à 8 studenten het diploma zouden moeten kunnen behalen teneinde aan de sociaal-economische behoefte te kunnen voldoen. Na vele tussenkomsten startte in september 1991 aan het Hoger Instituut voor Technische en Paramedische Wetenschappen te Geel de graduaatopleiding orthopedie. In uitvoering van de kaderwet van 7 juli 1970 betreffende de structuur van het hoger onderwijs, werd de opleiding orthopedie gerangschikt in de categorie van het "Paramedisch Hoger Onderwijs van het Korte Type met Volledig Leerplan". Afgestudeerden behaalden de graad van gegradueerde in orthopedie. De wettelijke basis voor de oprichting van deze afdeling vinden we terug in het KB nr. 460 van 17 september 1986 betreffende het rationalisatieplan en het programmatieplan van het hoger onderwijs van het korte type, inzonderheid artikel 13 § 10, ingevoerd bij het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs II. Dit artikel zegt dat, in die gevallen waarin een opleiding beoogd wordt waarvan de maatschappelijke behoefte objectief aantoonbaar is, maar waarvan het verwacht aantal gediplomeerden beperkt moet blijven omwille van de bijzondere specialisatie, niet onderworpen is aan de programmatie- en rationalisatienormen voor afdelingen van het hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan. De organisatie van de afdeling orthopedie gebeurde volgens het besluit van de Vlaamse Executieve van 2 oktober 1991 betreffende de afdeling orthopedie van het Paramedisch Hoger Onderwijs van het Korte Type met volledig leerplan in het Hoger Instituut voor Technische en Paramedische Wetenschappen te Geel (BS van 29 februari 1992, nr. 92-736). Vanaf 1 september 1991 werd deze opleiding cyclisch georganiseerd. In 1994 studeerden de eerste gegradueerden af.


8

BEROEPSPROFIEL ORTHOPEDIE

Vanaf september 1994 hernam de cyclische organisatie. Sedert het academiejaar 1995-1996 is het hogeschooldecreet van 13 juli 1994 van toepassing. Het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap heeft de structuur van het Hoger Onderwijs Buiten de Universiteit grondig gewijzigd. De namen 'hoger onderwijs van het korte type', 'categorie', 'afdeling' en 'optie' worden gewijzigd in 'hoger onderwijs van één cyclus', 'studiegebied', 'basisopleiding' en 'optie'. Het decreet definieert het hoger onderwijs van één cyclus als volgt: "De basisopleidingen van één cyclus en de overeenkomstige graden zijn gericht op het verwerven van beroepsvaardigheden, gestoeld op wetenschappelijk onderbouwde kennis. In het geheel dragen ze bij tot de algemeen menselijke vorming en zijn in het bijzonder gericht op de praktische toepassing van de wetenschappen, het zelfstandig denken en het ontwikkelen van creativiteit en beroepsvaardigheid" (Art. 10 §2). Alle basisopleidingen bestaande uit één cyclus zijn ingedeeld in drie studiejaren. De basisopleiding fysische behandelingen bestaande uit één cyclus behoort tot het studiegebied gezondheidszorg. Binnen deze basisopleiding kunnen vier opties georganiseerd worden: de optie ergotherapie, de optie kinesitherapie, de optie orthopedie en de optie podologie. Een optie is een differentiatie binnen een basisopleiding die leidt tot een afzonderlijke vermelding op het diploma. Een optie is geënt op een gemeenschappelijke stam van minstens één derde en ten hoogste twee derde van het opleidingsprogramma. Na het beëindigen van de optie orthopedie wordt de graad van gegradueerde in orthopedie verleend. De opleiding tot gegradueerde in orthopedie wordt aanvaard voor 3 jaar, binnen de 5 ½ jaar (voor een volledige erkenning), voorzien voor het toelatingsexamen RIZIV, daar praktische en theoretische ervaring voor de uitoefening een noodzaak is.

2.1.2

Beschrijving van de huidige en toekomstige ontwikkelingen in de sector 2.1.2.1 Socio-economische factoren (afzetmarkt, arbeidsmarkt) Volgens gegevens van de Beroepsvereniging der Bandagisten en Orthopedisten van België, zouden een 800-tal personen tewerkgesteld zijn in deze sector. Ongeveer 250 personen oefenen hun paramedisch beroep uit binnen een 120-tal zelfstandige bedrijven of éénmansondernemingen. Dit aantal ondernemingen ligt laag omwille van het beperkt aantal te behandelen patiënten en ook wegens de financieel zware investeringslast voor een volledig uitgerust atelier. Het aantal patiënten waarvoor apparatuur dient vervaardigd te worden blijft stabiel. Daartegenover neemt de complexiteit van de apparaten toe. Het jaarlijks budget RIZIV bedraagt 0,74 % van het totaal bedrag voor de geneeskundige verzorging. Er dient op gewezen dat dit budget in het kader van de bezuiniging nog jaarlijks wordt afgeslankt.


BEROEPSPROFIEL ORTHOPEDIE

9

2.1.2.2 Technologische factoren (systemen, routines, processen) De nieuwste technologische ontwikkelingen die in de hedendaagse orthopedie hun toepassing vinden, vereisen een steeds hogere technologische kennis en kunde. Het niveau is spitstechnologisch: microcomputergestuurde prothesen, computergestuurde fabricatie, ingenieuze meettoestellen met verwerkingseenheden voor dynamische en statische metingen,... . Deze evolutie betekent automatisch ook een verhoogde communicatie en technologietransfer: medische databanken, gegevensverwerking via telecommunicatie, ... . Het gebruik van nieuwe materialen zoals lichtgewichtlegeringen, composieten, vezelversterkte thermoplasten e.a. neemt voortdurend toe. Het efficiënt en verantwoord gebruik ervan vereist een grondige opleiding. Het toedienen van de meest optimale zorgen aan patiënten op gebied van orthopedische hulpmiddelen, gebeurt steeds door een erkend verstrekker in overleg met een daarbij betrokken pluridisciplinair team met betrekking tot de revalidatie. De rol van de erkende orthopedist was en is belangrijk en zal dat ook in de toekomst blijven. Als gevolg van de technologische vernieuwingen en de toenemende complexiteit zal deze nog ingewikkelder en belangrijker worden. 2.1.2.3 Politiek-maatschappelijke factoren (arbeidsrecht, arbeidsverhoudingen) In 1950 ontstaat de Beroepsvereniging der Bandagisten en Orthopedisten van België - Union Professionelle des Bandagistes et Orthopédistes de Belgique (BBOB UPBOB). De statuten werden goedgekeurd op 15 augustus 1951 door de Raad van State. Deze vereniging heeft als doel het verdedigen van de belangen van de leden ten overstaan van de diverse organismen en publieke instanties. Juridisch gezien is de organisatie een erkende beroepsvereniging. Lidmaatschap is mogelijk voor iedereen die van het RIZIV het vereiste erkenningsnummer heeft bekomen, als hij voor eigen rekening werkt, een handelsregister bezit en/of erkende gemandateerde is van een rechtspersoon, in beide gevallen met een atelier in België gevestigd. De organisatie is op nationaal vlak uitgebouwd en heeft zitting bij verscheidene organen van het RIZIV: zij is tevens de enige representatief erkende nationale beroepsvereniging in België; vertegenwoordigt als dusdanig ook het beroep binnen het paritair comité, binnen de paramedische raad, het ministerie van middenstand, de middenstandsopleiding, enz…. De vereniging is ook vertegenwoordigd in internationale instellingen en organisaties. De voornaamste nationale activiteiten zijn: werking in het RIZIV, het mede-opmaken van de nomenclatuur en de daaraan verbonden prijzencalculatie, zitting in de erkenningsraden, verdediging van het beroep, het organiseren en ondersteunen van de geëigende opleidingen, opstellen van internationale richtlijnen, verstrekken van informatie, afsluiten van CAO’s en alle andere verrichtingen die inherent zijn aan de beroepssector. Op 1 januari 1997 zijn 96 % van de actieve bedrijven lid. (96 % van de 120) 2.1.2.4 Toekomstvisie Ondanks het feit dat een toekomstvisie op de evolutie van een beroep niet zonder enige reserve mag geformuleerd worden kan toch gesteld worden dat dit beroep enerzijds steeds maatschappelijk relevant zal blijven vermits de mens altijd in min of meerdere mate hulpmiddelen nodig zal hebben en dat anderzijds de aard en het gamma aan prestaties zal wijzigen afhankelijk van de evolutie binnen geneeskunde en technologie. De snelle evolutie in de wetenschap impliceert tevens dat de huidige beoefenaars van het beroep in steeds toenemende mate nood zullen hebben aan


10

BEROEPSPROFIEL ORTHOPEDIE

bijscholing en gespecialiseerde nascholingsprogramma’s. Een systeem van accreditering zal daarbij noodzakelijk zijn en vermoedelijk in de nabije toekomst reeds ingesteld worden. De constante evolutie in de geneeskunde en de steeds betere algemene gezondheidstoestand van de mens maakt dat enerzijds een aantal ziektebeelden door de preventieve geneeskunde niet of nog nauwelijks voorkomen (bv. poliomyelitis, aangeboren afwijkingen zoals bij thalidomidekinderen, enz.) en dat anderzijds door een verbeterde curatieve behandeling bepaalde aandoeningen via chirurgie of andere therapieën zodanig kunnen evolueren dat orthopedische apparaten overbodig worden of de aard ervan volkomen gewijzigd wordt. Dit doet zich niet alleen voor op orthopedisch vlak, maar ook op het vlak van neurochirurgie, oncologie, reconstructieve heelkunde, enz. Het ontwerpen en vervaardigen van apparaten, aangepast aan de gewijzigde behandeldoelen en uitgangssituatie van de patiënt, zal van de orthopedische technoloog een grondige kennis blijven vereisen van pathologie, fysiologie, chirurgische ingrepen, functionaliteit, biomechanica, orthopedische technologie, enz. Door de verbeterde levenskwaliteit van de mens en de demografische situatie neemt het aandeel oudere mensen niet rechtlijnig maar eerder exponentieel toe in de komende decennia. Daardoor kan een belangrijke toename verwacht worden van de nood aan hulpmiddelen en orthopedisch-technische prestaties die verband houden met de verzorging van bejaarde personen en dit op verschillende vlakken : motoriek, mobiliteit, communicatie, enz… Ook met deze verschuiving in aard en gamma van prestaties zal rekening gehouden moeten worden in de opleidings- en bijscholingsprogramma’s. Wellicht zal ook het feit dat hedendaagse orthopedisch-technische prestaties meer toegankelijk worden voor de landen in ontwikkeling een invloed hebben op de westerse markt en de opleidingsvereisten van de orthopedische technoloog. Op technologisch vlak doet zich tevens een duidelijke evolutie voor. Het gamma nieuwe materialen en verwerkingstechnieken, informatisering, enz. heeft vooral in dit beroepsdomein een snelle evolutie ondergaan tijdens het laatste decennium. Dit zal een toenemende en gegronde kennis vereisen van de nieuwe materialen die op de markt aangeboden worden of in ontwikkeling zijn, zodat de orthopedisch technoloog de gepaste toepassingen kan maken met kennis van zaken. Nu reeds neemt de variëteit aan thermoplasten, vezelversterkte thermoplasten, siliconen en andere kunstrubbers, polyurethanen, lichtmetaallegeringen, harsen, verstevigingstoffen, enz. dramatisch toe. Dit zal in de toekomst niet anders zijn en een meer doorgedreven specialisatie vergen. Ook de technieken voor het meten, het verwerken, het produceren en aanpassen zullen gelijke tred houden met de evolutie in materialen, informatisering en automatisatie. CAD en CAD-CAM systemen nemen nu een steeds belangrijker plaats in bij de fabricatie van steunzolen, korsetten, prothesekokers en orthesen allerhande. Op meettechnisch vlak is eveneens een toenemende evolutie te verwachten gezien het feit dat meetsystemen gecommercialiseerd worden die belangrijke informatie leveren voor het ontwerpen van hulpmiddelen zoals computergestuurde drukmeetsystemen voor steunzolen, zitsystemen, drukkledij, prothesekokers e.d., topografische meetsystemen voor verschillende lichaamsdelen, enz.


BEROEPSPROFIEL ORTHOPEDIE

11

Ook voor het aanpassen, afstellen en evalueren van de hulpmiddelen valt een toenemend gebruik van dergelijke systemen te verwachten met inbegrip van krachtenplatformen, automatische driedimensionale kinematische registratie-systemen enz… Verwacht kan worden dat zich in dit beroepsvlak een toenemende specialisatie zal opdringen die door navorming en gespecialiseerde opleidingsprogramma’s ondersteund zal moeten worden.

2.2

Analyse van de arbeidsmarkt

2.2.1

Gegevens over de tewerkstelling in de sector Uitgaande van het gegeven dat momenteel ongeveer 250 "erkende" beroepsbeoefenaars werkzaam zijn op de Belgische arbeidsmarkt en dat een gemiddeld beroepsbeoefenaar ongeveer 30 jaar het beroep uitoefent, betekent dit een jaarlijkse gemiddelde doorstroming van een 8 tot 10 erkende beroepsbeoefenaars. Er zijn op dit moment 9 gegradueerden in orthopedie die allen binnen de sector hun professionele activiteiten uitoefenen. De meerderheid van de erkende beroepsbeoefenaars bezitten momenteel een niet specifiek diploma van hoger onderwijs, vrijwel altijd met een technische vooropleiding en sommigen met een latere medische of technische hogere opleiding (deze nogmaals aangevuld en overkoepeld door een specifieke opleiding). Een niet specifiek diploma van hoger onderwijs wordt aangevuld met een specifieke vorming via de middenstandsopleiding. Nog andere beroepsbeoefenaars bezitten een diploma behaald in het buitenland (Parijs, Oslo, Dortmund, Glasgow). De huidige beschikbare krachten voldoen aan het behoeftenniveau van de sector. Er dient echter gezegd dat deze opleiding een noodzaak is voor het opvangen van de natuurlijke afvloeiing en tevens voor het waarborgen van de aansluiting bij het niveau van de huidige en toekomstige technologische en medische ontwikkelingen. Om in de toekomst nog een erkenning te kunnen bekomen moeten de kandidaten in het bezit zijn van het diploma van gegradueerde in orthopedie.


BEROEPSPROFIEL ORTHOPEDIE

12

2.2.2

Gegevens over de beroepen: beroepenstructuur van de sector ♦ Medische sector − de bevoegde artsen (dit zijn alle artsen ingeschreven in de RIZIV-nomenclatuur onder de artikels 27, 28 en 29 - zie bijlage 9.1). Hiertoe behoren o.a. de geneesheer-orthopedist of orthopedisch arts, de chirurg, de uroloog, de revalidatiearts, de huisarts, … ♦ − − − −

Paramedische sector erkend bandagist, orthesist, prothesist kinesitherapeut ergotherapeut podoloog

♦ Verpleegkundige sector − verpleegkundige ♦ Andere − psycholoog − orthopedisch schoentechnicus

2.2.3

Gegevens over de functies: functiestructuur van de sector ♦ Medische sector Patiënten kunnen binnen het kader van een behandelingsplan doorverwezen worden door de beoefenaars van verschillende medische disciplines. Deze doorverwijzing gebeurt door middel van een geldig voorschrift op medische gronden, waarbij de patiënt de vrije keuze heeft wat betreft de verstrekker van de orthopedisch technische prestatie. De voorgeschreven apparaten en hulpmiddelen kunnen van allerlei aard zijn (gaande van stomahulpmiddelen en incontinentiemateriaal, bandages, steunzolen, korsetten, orthesen, rolstoelen tot prothesen) en van tijdelijke (pre- en post operatieve apparaten, therapieondersteunende hulpmiddelen) of permanente toepassing (functionele orthesen, prothesen, enz…) Naargelang de te leveren prestatie zijn er verschillende medische disciplines bevoegd het desbetreffende apparaat voor te schrijven, gaande van de huisarts tot de gespecifieerde specialiteiten en artsen die in het bezit zijn van bijzondere erkenningen. De orthopedisch technoloog moet in staat zijn de geldigheid van het voorschrift na te gaan aan de hand van het erkenningsnummer van de arts. De samenwerkingsverbanden tussen arts en orthopedisch technoloog kunnen hetzij rechtstreeks verlopen, hetzij onrechtstreeks via een revalidatieteam. De erkend orthopedisch technoloog zal evenwel samen met de andere teamleden bij voorkeur reeds participeren in de fase van de keuze van het apparaat en het formuleren van het voorschrift. In bepaalde gevallen zal de erkende orthopedisch technoloog ook in staat moeten zijn samen te werken met een psychiater wanneer deze door een pluridisciplinair team ingeschakeld wordt ter behandeling van een patiënt.


BEROEPSPROFIEL ORTHOPEDIE

13

♦ Paramedische sector Complementair aan de medische sector omvat het verzorgen van de patiënt met een “orthopedisch” toestel ook een technisch en paramedisch aspect dat de revalidatie in meer specifieke zin omvat, namelijk het ontwerpen, ontwikkelen en vervaardigen van het apparaat, het aanpassen ervan in functie van de evolutie van de patiënt, het leren omgaan ermee en het bestendigen van het gebruik in de dagdagelijkse omstandigheden. De beoefenaars van het meer technische aspect worden respectievelijk “bandagisten, orthesisten en prothesisten” genoemd overeenkomstig de indeling gegeven bij de omschrijving van de paramedische beroepen en de classificatie van het RIZIV met betrekking tot de terugbetaling en de erkenningsvoorwaarden van deze zorgenverstrekkers. Beroepsmatig wordt een internationaal gangbaar onderscheid gemaakt tussen enerzijds de erkende paramedici die houder zijn van één of meer erkenningsnummers bij de ziekteverzekeringsinstelling(en) of de overheid en die bandagisten, orthesisten of prothesisten genoemd worden en anderzijds de technici (2 niveau’s) die in de regel onder leiding of toezicht van eerstgenoemde paramedici werken. De erkende orthopedisch technologen functioneren als zelfstandige beoefenaars van het beroep of zijn de leidinggevende figuren daarbij, die omwille van hun erkenning door het RIZIV na het afleggen van de erkenningsexamens voor een daartoe bevoegde erkenningscommissie de paramedische handelingen zullen stellen en derhalve de noodzakelijke contacten met de patiënten, familie, artsen en therapeuten zullen verzorgen. Bovendien nemen zij de technische leiding van het atelier waar. De kinesitherapeut is verantwoordelijk voor de motorische revalidatie van de patient en zal als teamlid de keuze van het hulpmiddel medebepalen in functie van de functionele noden van de patiënt en hiervoor uiteraard de patiënt onderzoeken. Daarnaast zal hij, binnen het kader van zijn bevoegdheid, het revalidatieplan opstellen en uitvoeren. De ergotherapeut tracht binnen zijn bevoegdheid via een methodische aanpak, inclusief creatieve bezigheden, de bekomen functionaliteit te bestendigen en te verbeteren in de ADL-situaties (activiteiten van het dagelijkse leven) zodat de zelfredzaamheid van de patiënt verhoogd wordt in zijn woon-, werk- en leefomgeving. De verpleegkundige oefent de activiteiten uit zoals vermeld in artikel 21 quinquies van het KB nr. 78 van 10 november 1967, en zal binnen een pluridisciplinair verband de andere teamleden inlichten over de gedragingen en vorderingen van de patiënt op de verpleegafdeling of in de thuissituatie. De psycholoog zal als lid van het pluridisciplinaire team zonodig de geestelijke gesteldheid van de patiënt nagaan, de andere teamleden daarover rapporteren en de patiënt indien nodig begeleiden in het verwerkingsproces van de eventuele residuele handicap, inclusief de persoonlijke en relationele problemen die zich op verschillende vlakken kunnen voordoen tijdens het revalidatieproces.


BEROEPSPROFIEL ORTHOPEDIE

14

De maatschappelijk assistent zal de familiale, maatschappelijke en financiële situatie van de patiënt nagaan, zal de andere teamleden daarover inlichten en zal voorstellen formuleren of de nodige stappen ondernemen om een oplossing te vinden voor de financiering van bepaalde noodzakelijke hulpmiddelen of aanpassingen aan woonst of werkomgeving.

2.2.4

Relateren van de functies aan de beroepen of beroepenclusters De relaties zijn opgenomen in punt 1.2.3.

2.2.5

Inventaris van de bestaande beroepsprofielen of functieprofielen De internationale beroeps- en/of functieprofielen werden opgesteld via de internationale verenigingen ISPO en INTERBOR en zijn toegevoegd in bijlage 9.2.


BEROEPSPROFIEL ORTHOPEDIE

3

15

VASTLEGGING VAN DE BEROEPENCLUSTERS EN DE BEROEPEN

De werkgroep zal het beroepsprofiel ontwikkelen voor de beroepen van bandagist, orthesist en prothesist .


BEROEPSPROFIEL ORTHOPEDIE

16

4

NIVEAUBEPALING VAN DE BEROEPEN

Rechtstreeks: via opleiding Europees niveau 5. De bandagist, orthesist en prothesist is verantwoordelijk voor de uitvoering van het eigen takenpakket en moet zich daarvoor verantwoorden tegenover patiënten, tegenover geneesheer-specialisten en andere collega's. De zelfstandige beroepsbeoefenaars met een leidinggevende functie dragen een specifieke verantwoordelijkheid en nemen controle-, begeleidings- en managementstaken op zich. De complexiteit van de beroepssituatie van de bandagist, othesist en prothesist wordt getypeerd door standaardhandelingen volgens geijkte procedures, niet-routinematige procedures en combinaties van procedures. Hiervoor dienen zij regelmatig nieuwe oplossingsprocedures te ontwikkelen waarvoor een hoge techniciteit en ervaring vereist zijn. De kennis en de vaardigheden kunnen worden toegepast in andere situaties (andere pathologische toestanden, andere materialen, andere technologische toepassingen).


BEROEPSPROFIEL ORTHOPEDIE

5

5.1

17

IN KAART BRENGEN VAN BEROEPENCLUSTERS, STUDIERICHTINGEN EN OPLEIDINGEN

Medische sector − geneesheren en geneesheren-specialisten: academische opleiding

5.2

Paramedische sector − bandagist, orthesist, prothesist: HOBU, studiegebied gezondheidszorg, opleiding fysische behandelingen − kinesitherapeut: HOBU, studiegebied gezondheidszorg, opleiding fysische behandelingen of academische opleiding − ergotherapeut: HOBU, studiegebied gezondheidszorg, opleiding fysische behandelingen − podoloog: HOBU, studiegebied gezondheidszorg, opleiding fysische behandelingen

5.3

Verpleegkundige sector − verpleegkundige: HOBU, studiegebied gezondheidszorg, opleiding verpleegkunde

5.4

Andere − psycholoog: academische opleiding − orthopedisch schoentechnicus: middenstandsopleiding


BEROEPSPROFIEL ORTHOPEDIE

18

6

6.1

HET EIGENLIJKE BEROEPSPROFIEL

Exacte benaming van de beroepen De beroepen "bandage", "orthese" en "prothese" zijn paramedische beroepen in de zin van artikel 22bis van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies. Hogergenoemde beroepen worden respectievelijk uitgeoefend onder de beroepstitel "bandagist", "orthesist", "prothesist".

6.2

Globale beschrijving van de beroepen

6.2.1

Kernachtige beschrijving De orthopedietechniek (bandagen, orthesen en prothesen) richt zich op het voorkomen of herstellen van aangeboren of verworven misvormingen of functiestoornissen door gebruik te maken van individueel aangepaste technische hulpmiddelen en ook op het vervangen van ontbrekende lichaamsdelen. 6.2.1.1 Erkend bandagist, orthesist en prothesist De orthopedisch technoloog functionerend als erkend bandagist, orthesist en prothesist dient een aantal technische prestaties en handelingen uit te voeren die wettelijk vastliggen. De patiënten raadplegen de bandagist, orthesist en/of prothesist op verwijzing van de arts of op eigen initiatief. ♦ Technische prestaties Met toepassing van artikel 23, § 1, eerste lid, van het K.B. nr. 78 van 10 november 1967 volgt nu de lijst van technische prestaties die door erkende beroepsbeoefenaars mogen verricht worden als: 1 Erkend bandagist Een bandage en aanverwant hulpmiddel zijn uitwendige technische hulpmiddelen ter ondersteuning van het fysisch welzijn, de hygiëne of de verplaatsingsmogelijkheden van de patiënt. De functie van bandagist omvat: de maatname, het bespreken, ontwerpen, vervaardigen, aanpassen, afleveren en controleren van bandagen, drukverbanden, borstprothesen en hulpmiddelen voor thuisverzorging en verplaatsing; zowel voorlopige als definitieve, zowel immediate fitted (pasklare) als naar maat, zowel esthetische als functionele.


BEROEPSPROFIEL ORTHOPEDIE

19

2 Erkend orthesist Een orthese is een uitwendig hulpmiddel ter stabilisering, verbetering of bescherming van een misvormd of deficiënt lichaamsdeel, huid of orgaan. De functie van orthesist omvat: de maatname, het bespreken, ontwerpen, vervaardigen, aanpassen, afleveren en controleren van orthesen; zowel statische als dynamische, zowel voorlopige als definitieve, zowel pasklare als naar maat, zowel esthetische als functionele, zowel werkend door eigen lichaamskracht als door uitwendige krachtbron, evenals de antikeloïde hulpmiddelen en hulpmiddelen voor bestralingstherapie. 3 Erkend prothesist Een prothese is een uitwendig hulpmiddel ter vervanging of ter vervollediging van een ontbrekend of deficiënt lichaamsdeel. De functie van prothesist omvat: de maatname, het bespreken, ontwerpen, vervaardigen, aanpassen, afleveren en controleren van prothesen uitgezonderd tand- en borstprothesen; zowel voorlopige als definitieve, zowel pasklare als naar maat, zowel esthetische als functionele, aangedreven door om het even welke krachtbron.

♦ Handelingen Met toepassing van artikel 5, § 1, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 volgen nu de handelingen waarmee een arts een erkend beroepsbeoefenaar kan belasten als: 1 Erkend bandagist − het afnemen en/of opnieuw aanleggen van een gips, gipsvervangend materiaal of verbanden, enkel voor maatname, aanpassen of afleveren van bandagen − het preoperatoir aanleggen van bandagen − het aanbrengen van toebehoren aan gipsen of gipsvervangend materiaal − het aan- of afkoppelen van tractiesystemen, enkel voor maatname, aanpassen of afleveren van bandagen 2 Erkend orthesist − het afnemen en/of opnieuw aanleggen van een gips, gipsvervangend materiaal of verbanden, enkel voor maatname, aanpassen of afleveren van orthesen − het preoperatoir aanleggen van orthesen − het aanbrengen van toebehoren aan gipsen of gipsvervangend materiaal − het aan- of afkoppelen van tractiesystemen, enkel voor maatname, aanpassen of afleveren van orthesen − het klinisch evalueren van de spieractiviteit met het oog op het aanleggen van een orthese 3 Erkend prothesist − het afnemen en/of opnieuw aanleggen van een gips, gipsvervangend materiaal of verbanden, enkel voor maatname, aanpassen of afleveren van prothesen − het preoperatoir aanleggen van prothesen − het aanbrengen van toebehoren aan gipsen of gipsvervangend materiaal − het aan- of afkoppelen van tractiesystemen, enkel voor maatname, aanpassen of afleveren van prothesen


BEROEPSPROFIEL ORTHOPEDIE

20

− het klinisch evalueren van de spieractiviteit met het oog op het aanleggen van een prothese 6.2.1.2 Orthopedisch onderzoeksmedewerker De gegradueerde in orthopedie functioneert ook als medewerker in onderzoeks- en ontwikkelingsinstellingen en -diensten. Hij is er verantwoordelijk voor het uitvoeren van opdrachten en onderzoeken bij het ontwikkelen en in gebruik nemen van nieuwe technieken, producten en toepassingen met medische oriëntering. Hij verricht er op zelfstandige wijze goed omschreven opdrachten op gebied van toegepast en fundamenteel onderzoek voor preventieve en wetenschappelijke doeleinden binnen de gezondheidszorg. Hij vervult deze taken in laboratoria en werkhuizen verbonden aan universiteiten, onderzoeksinstellingen en industrieën. 6.2.1.3 Technisch-commercieel en administratief medewerker De gegradueerde in orthopedie wordt ook tewerkgesteld als technisch-commercieel medewerker in bedrijven met orthopedische artikelen, medisch materiaal,... . Hij is er binnen een team verantwoordelijk voor: − de promotie, presentatie, prospectie, marketing, verkoop, lancering en advisering van medisch-technologische producten, diensten en apparaten − het uitvoeren en opvolgen van offertes, bestellingen, leveringen, distributie, technische dienstverlening en ondersteuning van klanten − productverbetering en versteviging van de marktpositie 6.2.1.4 Lesgever in het onderwijs De gegradueerde in orthopedie kan eveneens tewerkgesteld worden als leraar in het secundair onderwijs en als praktijklector in het hoger onderwijs. ♦ Ontwikkelingshelper De gegradueerde in orthopedie kan in gans de wereld worden tewerkgesteld als ontwikkelingshelper met als opdracht hulp te bieden aan al wie gehandicapt is of orthopedisch-technische hulp nodig heeft en de noodzakelijke opleiding ter plaatse te verzorgen.

6.2.2

Beschrijving van de beroepscontext 6.2.2.1 De organisatievorm De bandagist, orthesist en prothesist oefent hogergenoemde beroepen uit ofwel als zelfstandige in een eigen praktijk ofwel als werknemer in een orthopedisch bedrijf. ♦ − − − − − −

Organisatievormen zelfstandige praktijk medische of arbeidsgeneeskundige diensten onderzoeks- en ontwikkelingsafdelingen van de medische industrie technisch-commerciële en administratieve diensten van firma's; onderwijsinstellingen. ontwikkelingsorganisaties


BEROEPSPROFIEL ORTHOPEDIE

21

6.2.2.2 Milieu en werkomstandigheden Binnen de orthopedische werkplaats: − ontvangstruimte − gipskamer − maatnamekamer − revalidatie- en loopruimte − orthopedisch atelier (orthese en prothese) − machinekamer − atelier voor kunststofverwerking − atelier voor bandage en lederverwerking − bergruimte en magazijn Buiten de orthopedische werkplaats: − algemene en universitaire ziekenhuizen, poliklinieken, psychiatrische ziekenhuizen,... : in de orthopedische diensten, de gipskamer, de operatiekamer, ... − ontwikkelings- en onderzoeksruimte: laboratorium, werkhuis, ... − onderwijsinstellingen: leslokalen, laboratoria, stageplaatsen, ... − ontwikkelingslanden

6.3

Opleidingsvereisten en beroepservaring

6.3.1

Voor de erkende beroepen van bandagist, orthesist en prothesist Het Koninklijk Besluit N. 97-945 van 6 maart 1997 (Belgisch Staatsblad van 16 mei 1997) legt de beroepen van bandagist, orthesist en prothesist wettelijk vast. Dit KB bepaalt 1 de formele wettelijke erkenning als paramedische beroepen 2 de beroepstitels van bandagist, orthesist en prothesist 3 de kwalificatievereisten voor de uitoefening van de erkende beroepen van bandagist, orhesist en prothesist 4 de lijst van technische prestaties en van handelingen waarmee de bandagist, orthesist en prothesist kan belast worden door een arts De belangrijkste artikels uit dit KB staan als volgt beschreven ♦ Art. 1 Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder 1 een bandage: een uitwendig hulpmiddel ter ondersteuning van het fysisch welzijn van de patiënt 2 een orthese: een uitwendig hulpmiddel ter stabilisering, verbetering of bescherming van een misvormd of deficiënt lichaamsdeel, huid of orgaan 3 een prothese: een uitwendig hulpmiddel ter vervanging of ter vervollediging van een ontbrekend of deficiënt lichaamsdeel 4 een erkend bandagist: een beroepsbeoefenaar die voldoet aan de kwalificatievoorwaarden van het beroep van bandagist bepaald in dit besluit en die zijn titels heeft doen viseren in toepassing van artikel 24 van het Koninklijk Besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies


BEROEPSPROFIEL ORTHOPEDIE

22

5 een erkend orthesist: een beroepsbeoefenaar die voldoet aan de kwalificatievoorwaarden van het beroep van orthesist bepaald in dit besluit en die zijn titels heeft doen viseren in toepassing van artikel 24 van het bovengenoemde Koninklijk Besluit nr.78 6 een erkend prothesist: een beroepsbeoefenaar die voldoet aan de kwalificatievoorwaarden van het beroep van prothesist bepaald in dit besluit en die zijn titels heeft doen viseren in toepassing van artikel 24 van het bovengenoemde Koninklijk Besluit nr. 78 ♦ Art. 2 De beroepen "bandage", "orthese" en "prothese" zijn paramedische beroepen in de zin van artikel 22bis van het bovengenoemde koninklijk besluit nr. 78. ♦ Art. 3 De in artikel 2 bedoelde beroepen worden respectievelijk uitgeoefend onder de beroepstitel "bandagist", "orthesist", "prothesist". ♦ Art. 4 Het beroep van bandagist mag slechts worden uitgeoefend door personen die voldoen aan de volgende voorwaarden: 1 houder zijn van een diploma dat een opleiding bekroont van tenminste 3 jaar in een afdeling bandagen, aangevuld met 2 jaar bedrijfsbeleidgerichte cursussen, beiden gevolgd in een inrichting opgericht, gesubsidieerd of erkend door de bevoegde overheid, volgend op het hoger secundair onderwijs. Het leerprogramma van de afdeling bandagen omvat op zijn minst: a.

b.

een theoretische opleiding in: anatomie pathologie fysiologie hygiëne revalidatie mechanica biomechanica deontologie psychologie informatica bedrijfsbeheer een theoretische en praktische opleiding, georiënteerd naar de medische toepassing in: elektriciteit elektronica materialenleer meettechnieken grafisch tekenen bandagisterie werkplaatstechnologie

2 met vrucht een stage doorlopen hebben bij een erkend bandagist van minstens 2 jaar, in maatname, aanpassen en vervaardigen van bandagen, ten bewijze waarvan de kandidaat een stageboek moet bijhouden. De duur van de stage moet gestaafd worden bij middel van documenten van de sociale zekerheid. 3 hun beroepskennis en vaardigheden via bijscholing onderhouden en bijwerken, om een beroepsuitoefening op een optimaal kwaliteitsniveau mogelijk te maken.


BEROEPSPROFIEL ORTHOPEDIE

23

De hierboven bedoelde bijscholing moet bestaan uit persoonlijke studie en deelname aan vormingsactiviteiten. ♦ Art. 5 Het beroep van orthesist mag slechts worden uitgeoefend door personen die voldoen aan de volgende voorwaarden: 1 houder zijn van een diploma dat een opleiding bekroont van tenminste 3 jaar in een afdeling orthesen, aangevuld met 2 jaar bedrijfsbeleidgerichte cursussen, beiden gevolgd in een inrichting opgericht, gesubsidieerd of erkend door de bevoegde overheid, volgend op het hoger secundair onderwijs. Het leerprogramma van de afdeling orthesen omvat op zijn minst: a.

een theoretische opleiding in: Anatomie Pathologie Fysiologie Hygiëne Revalidatie Mechanica Biomechanica Deontologie Psychologie Informatica Bedrijfsbeheer b. een theoretische en praktische opleiding, georiënteerd naar de medische toepassing in: Elektriciteit Elektronica Materialenleer Meettechnieken Grafisch tekenen Orthesiologie Werkplaatstechnologie

2 met vrucht een stage doorlopen hebben bij een erkend orthesist van minstens 2 jaar, in maatname, aanpassen en vervaardigen van orthesen, ten bewijze waarvan de kandidaat een stageboek moet bijhouden. De duur van de stage moet gestaafd worden bij middel van documenten van de sociale zekerheid. 3 hun beroepskennis en vaardigheden via bijscholing onderhouden en bijwerken, om een beroepsuitoefening op een optimaal kwaliteitsniveau mogelijk te maken. De hierboven bedoelde bijscholing moet bestaan uit persoonlijke studie en deelname aan vormingsactiviteiten. ♦ Art. 6 Het beroep van prothesist mag slechts worden uitgeoefend door personen die voldoen aan de volgende voorwaarden: 1 houder zijn van een diploma dat een opleiding bekroont van tenminste 3 jaar in een afdeling prothesen, aangevuld met 2 jaar bedrijfsbeleidgerichte cursussen, beiden gevolgd in een inrichting opgericht, gesubsidieerd of erkend door de bevoegde overheid, volgend op het hoger secundair onderwijs. Het leerprogramma van de afdeling prothesen omvat op zijn minst:


BEROEPSPROFIEL ORTHOPEDIE

24

a.

een theoretische opleiding in: anatomie pathologie fysiologie hygiëne revalidatie mechanica biomechanica deontologie psychologie informatica bedrijfsbeheer chemie b. en theoretische en praktische opleiding, georiënteerd naar de medische toepassing in: elektriciteit elektronica materialenleer meettechnieken grafisch tekenen prothesiologie werkplaatstechnologie

2 met vrucht een stage doorlopen hebben bij een erkend prothesist van minstens 2 jaar, in maatname, aanpassen en vervaardigen van prothesen, ten bewijze waarvan de kandidaat een stageboek moet bijhouden. De duur van de stage moet gestaafd worden bij middel van documenten van de sociale zekerheid. 3 hun beroepskennis en vaardigheden via bijscholing onderhouden en bijwerken, om een beroepsuitoefening op een optimaal kwaliteitsniveau mogelijk te maken. De hierboven bedoelde bijscholing moet bestaan uit persoonlijke studie en deelname aan vormingsactiviteiten. ♦ Art. 7 De combinatie van de beroepen bandagist-orthesist mag slechts worden uitgeoefend door personen die voldoen aan de volgende voorwaarden: 1 houder zijn van een diploma dat toegang geeft tot het beroep van bandagist of orthesist, aangevuld met de laatste 2 jaren van de opleiding in het andere vakgebied dan datgene waarvoor de betrokkene een diploma heeft evenals de 2 daarbijhorende jaren stage 2 hun beroepskennis en -vaardigheden via bijscholing onderhouden en bijwerken, om een beroepsuitoefening op een optimaal kwaliteitsniveau mogelijk te maken. De hierboven bedoelde bijscholing moet bestaan uit persoonlijke studie en deelname aan vormingsactiviteiten. ♦ Art. 8 De combinatie van de beroepen orthesist-prothesist mag slechts worden uitgeoefend door personen die voldoen aan de volgende voorwaarden: 1 houder zijn van een diploma dat toegang geeft tot het beroep van orthesist of prothesist, aangevuld met de laatste 2 jaren van de opleiding in het andere vakgebied dan datgene waarvoor de betrokkene een diploma heeft evenals de 2 daarbijhorende jaren stage 2 hun beroepskennis en -vaardigheden via bijscholing onderhouden en bijwerken, om een beroepsuitoefening op een optimaal kwaliteitsniveau mogelijk te maken. De hierboven bedoelde bijscholing moet bestaan uit persoonlijke studie en deelname aan vormingsactiviteiten.


BEROEPSPROFIEL ORTHOPEDIE

25

♦ Art. 9 De combinatie van de beroepen van bandagist-orthesist-prothesist mag slechts worden uitgeoefend door personen die voldoen aan de volgende voorwaarden: 1 ofwel houder zijn van de diploma's die toegang geven tot de combinatie van de beroepen bandagist-orthesist of van de beroepen orthesist-prothesist, aangevuld met de laatste 2 jaren van de opleiding in het andere vakgebied dan die waarvoor de betrokkene een diploma heeft evenals de 2 daarbijhorende jaren stage. De duur van de stage moet gestaafd worden bij middel van documenten van de sociale zekerheid. 2 ofwel houder zijn van een diploma dat een opleiding bekroont van ten minste 4 jaar in een afdeling bandagen-orthesen-prothesen aangevuld met 2 jaar bedrijfsbeleidgerichte cursussen, beiden gevolgd in een inrichting opgericht, gesubsidieerd of erkend door de bevoegde overheid, volgend op het hoger secundair onderwijs, en een met vrucht een stage doorlopen stage hebben bij een erkend bandagist-orthesist-prothesist van minstens 2 jaar. De duur van de stage moet gestaafd worden bij middel van documenten van de sociale zekerheid. 3 ofwel houder zijn van een diploma dat een opleiding bekroont, die overeenstemt met een opleiding van minstens drie jaar in het kader van een voltijds hoger onderwijs, afdeling bandagen, orthesen, prothesen, waarvan het leerprogramma op zijn minst omvat: a.

een theoretische opleiding in: Anatomie Pathologie Fysiologie Hygiëne Revalidatie Mechanica Biomechanica Deontologie Psychologie Informatica Bedrijfsbeheer Chemie b. een theoretische en praktische opleiding, georiënteerd naar de medische toepassing in: Elektriciteit Elektronica Materialenleer Meettechnieken Grafisch tekenen Bandagisterie-orthesiologie-prothesiologie Werkplaatstechnologie

met vrucht een stage doorlopen hebben bij een erkend bandagist-orthesistprothesist van minstens 2 jaar, in maatname, aanpassen en vervaardigen van bandagen-orthesen-prothesen, ten bewijze waarvan de kandidaat een stageboek moet bijhouden. De duur van de stage moet gestaafd worden door een stagecontract. 4 hun beroepskennis en -vaardigheden via bijscholing onderhouden en bijwerken, om een beroepsuitoefening op een optimaal kwaliteitsniveau mogelijk te maken. De hierboven bedoelde bijscholing moet bestaan uit persoonlijke studie en deelname aan vormingsactiviteiten. 3


BEROEPSPROFIEL ORTHOPEDIE

26

♦ Art. 10 §1. De lijst van de technische prestaties, bedoeld in artikel 23, §1, eerste lid, van voormeld koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 is, voor wat de bandagisten, orthesisten en prothesisten betreft, opgenomen in respectievelijk bijlage Ia, 1b en 1c bij dit besluit. §2. De technische prestaties bedoeld in §1 vereisen een omstandig geneeskundig voorschrift. ♦ Art. 11 De lijst van handelingen waarmee een arts met toepassing van artikel 5, §1, eerste lid, van voormeld koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 een bandagist, een orthesist en een prothesist kan belasten, is respectievelijk opgenomen in bijlage IIa, IIb en IIc van dit besluit. ♦ Art. 12. Ten titel van overgangsbepaling en zolang Wij de in artikel 24, tweede lid, van het bovengenoemde koninklijk besluit nr. 78 bedoelde modaliteiten niet hebben bepaald voor de in dit besluit genoemde beroepen, wordt voor de toepassing van dit besluit verstaan onder een erkend bandagist, een erkend orthesist en een erkend prothesist, een door de dienst geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering erkend bandagist, orthesist en prothesist.

6.3.2

Voor de andere beroepen De gegradueerde in orthopedie kan op basis van zijn kwalificaties ook andere beroepen uitoefenen. Meestal gaat het om beroepen waarvoor geen geëigende opleiding en wetgeving bestaat. De hiervoor noodzakelijke kennis en vaardigheden sluiten inhoudelijk sterk aan bij deze van de bandagist, orthesist en prothesist. De gegradueerde in orthopedie kan eveneens volgende beroepen uitoefenen: − onderzoeksmedewerker binnen de sector − technisch-commercieel medewerker binnen de sector − lesgever (praktijklector in het HOBU, leraar 3de en 4de graad van het TSO,...). − ontwikkelingshelper


BEROEPSPROFIEL ORTHOPEDIE

6.4

Specifieke beschrijving van de beroepsactiviteiten

6.4.1

Typefuncties, deelfuncties, taken

27

De gegradueerde in orthopedie tewerkgesteld als erkend bandagist, orthesist en/of prothesist is vertrouwd met de af te leveren hulpmiddelen, de werkmiddelen, de werkwijzen, de kwaliteitseisen en de risico's eigen aan de diverse disciplines. Hij schenkt bijzondere aandacht aan de omgang met patiënten. Vooraf wordt de beroepswerkzaamheid en een niet-limitatieve lijst van artikelen behorende tot de bevoegdheid van respectievelijk de erkende bandagist, orthesist en prothesist gegeven. Aangezien de overgrote meerderheid van de typefuncties en taken aan bod komen in elk van de 3 beroepen, worden deze in de tekst gezamenlijk behandeld. 6.4.1.1 Erkend bandagist in dienstverband De beroepswerkzaamheid van de bandagist bestaat in het uitvoeren van een geldig doktersvoorschrift voor bandages en andere paramedische artikelen of in het zelfstandig afleveren daarvan, al dan niet op maat gemaakt, en zonodig aangepast met de nodige correcties, die nodig zijn voor het fysisch comfort van de patiënt of voor het corrigeren of stabiliseren van een pathologische of traumatische aandoening. Het is noodzakelijk dat de bandagist alle artikelen behorende tot artikel 27 en 28 bevoegdheid van de bandagisten (bijlage 9.3) - kan vervaardigen, aanpassen en herstellen. Volgende niet-limitatieve lijst van artikelen valt onder de bevoegdheid van de bandagist: − Artikelen nomenclatuur RIZIV onder hoofding bandagisterie (artikel 27 en 28): tracheacanule, aërosolapparatuur, steunzolen, breukbanden, breukbanden naar maat, riem van Glenard en buikgordels, lumbostaten in tijk en metaal, borstprothesen, stoma-artikelen en urinaalapparaten (colostomie- iliostomie- en urostomie-apparaten), invalidenwagens en looprekken, ... − Paramedische artikelen buiten nomenclatuur: speciale sandalen en schoeisel met steun, orthopedische inlegzolen, incontinentieartikelen, doeken en slips, technische hulpmiddelen voor gehandicapten en thuisverzorging, nachtstoelen, wandelstokken en arm- of okselkrukken, drukkousen,... Een bandagist dient met een uiteenlopende waaier van grondstoffen te kunnen werken o.m.: textiel, leder, kunststoffen, lijmen, metalen, hout, kurk, gips,... Een grote mate van handvaardigheid en technisch inzicht is vereist inzake het oordeelkundig en gemotiveerd gebruik van handgereedschap, meetinstrumenten, apparaten en machines gebruikt in het beroep van bandagist. 6.4.1.2 Erkend orthesist in dienstverband De beroepswerkzaamheid van de orthesist bestaat in het uitvoeren van een geldig doktersvoorschrift voor alle orthesen en aanverwante paramedische artikelen of in het zelfstandig afleveren daarvan, al dan niet op maat gemaakt, en zonodig aangepast met de nodige correcties, die nodig zijn voor het fysisch comfort van de patient of voor het corrigeren of stabiliseren van een pathologische, traumatische of congenitale aandoening.


BEROEPSPROFIEL ORTHOPEDIE

28

Het is noodzakelijk dat de orthesist alle artikelen behorende tot artikel 29 A,B,C,D,G,I -bevoegdheid van de orthesist (bijlage 9.3) - kan vervaardigen, aanpassen en herstellen. Volgende niet-limitatieve lijst van artikelen valt onder de bevoegdheid van de orthesist: − Artikelen binnen de RIZIV-nomenclatuur onder de hoofding orthese artikel 29 A,B,C,D,G,I: alle orthesen, zowel statische als dynamische, correctieve als immobiliserende, zowel dag- als nachtapparatuur, zowel voorlopige als definitieve, zowel van korte duur (revalidatie, posttraumatische, postoperatieve) als van lange duur, zowel rechtstreeks op de patiënt aangelegd als na maatname, topografisch als volgt bepaald: van de onderste ledematen (voet-, knie- en heuporthese, enkel-voetorthese, knie- enkelvoetorthese, heup-knie-enkel-voet-orthese,..) van de bovenste ledematen (duim-, vinger-, pols- en arm-orthese) voor de romp (Scoliosekorset, Driepuntskorset, Lumbostaat, Cervicale orthese, ...) zitschalen voor hals en hoofd wel of niet in combinatie met elkaar, of gedeelten ervan uitgevoerd in diverse materialen of combinaties knie- en enkelbandagen, drukkledij

− Paramedische artikelen buiten nomenclatuur: alle drukorthesen voor antikeloidbehandeling bij brandwonden voor gans het lichaam, functionele elektrische stimulatie, ... Een orthesist dient met een uiteenlopende waaier van grondstoffen te kunnen werken o.m.: textiel, leder, kunststoffen, lijmen, metalen, hout, kurk, gips,... Een grote mate van handvaardigheid en technisch inzicht is vereist inzake het oordeelkundig en gemotiveerd gebruik van handgereedschap, meetinstrumenten, apparaten en machines gebruikt in het beroep van orthesist. 6.4.1.3 Erkend prothesist in dienstverband De beroepswerkzaamheid van de prothesist bestaat in het uitvoeren van een geldig doktersvoorschrift voor alle prothesen en aanverwante paramedische artikelen of in het zelfstandig afleveren daarvan, op maat gemaakt en aangepast met de nodige correcties. Prothesen die nodig kunnen zijn voor de revalidatie, het esthetisch of fysisch comfort van de patiënt, voor het vervangen van ledematen of voor het corrigeren of stabiliseren van een pathologische, traumatische of congenitale aandoeningen. Het is noodzakelijk dat de prothesist alle artikelen behorend tot artikel 29 E,F - bevoegdheid van de prothesist (bijlage 9.3) - kan vervaardigen, aanpassen en herstellen. Volgende niet-limitatieve lijst van artikelen valt onder de bevoegdheid van de prothesist: − Artikelen binnen de RIZIV-nomenclatuur onder de hoofding prothese artikel 29 E,F: alle prothesen, zowel voorlopige als definitieve, na maatname, zowel de sierprothesen, mechanische, pneumatische- als myo-elektrische prothesen, zowel tengevolge van amputatie of congenitale misvormingen die een prothese vereisen, topografisch als volgt bepaald: voor de onderste ledematen (partiële voetamputatie, enkelexarticulatie, onderbeenamputatie, knie-exarticulatie, bovenbeenamputatie, heupexarticulatie, ...)


BEROEPSPROFIEL ORTHOPEDIE

29

voor hemipelvectomie (halve bekkenamputatie) voor bovenste ledematen (vingeramputatie, polsexarticulatie, onderarmamputatie, elleboogexarticulatie, bovenarmamputatie, ...) voor claviculoscapulaire amputatie (sleutelbeen en schouderexarticulatie) uitgevoerd in diverse materialen of combinaties. − Paramedische artikelen buiten nomenclatuur: zoals epithesen, stompkousen, technische hulpmiddelen gebruikt bij brandwondenverzorging, ... Een prothesist dient met een uiteenlopende waaier van grondstoffen te kunnen werken o.m.: textiel, leder, kunststoffen, lijmen, metalen, hout, kurk, gips,... Een grote mate van handvaardigheid en technisch inzicht is vereist inzake het oordeelkundig en gemotiveerd gebruik van handgereedschap, meetinstrumenten, apparaten en machines gebruikt in het beroep van prothesist. 6.4.1.4 Beschrijving van de gemeenschappelijke typefuncties en bijhorende taken van de erkende bandagist, orthesist en prothesist in dienstverband ♦ Onderstaande termen worden als volgt gedefinieerd: − Maatwerk of handgemaakte toestellen: Zijn toestellen die worden gefabriceerd op basis van grondstoffen en/of losse onderdelen en die individueel worden vervaardigd volgens de maten van de patiënt (custom-made). − Immediate fitting (IMF) of pasklare toestellen: Is een hulpmiddel dat rechtstreeks bij de patiënt wordt aangelegd, zonder afgietsel, uitgaande van lagetemperatuurplastics en van eventueel toebehoren. − Geprefabriceerde toestellen of prefab-apparaten: Elk standaard afgewerkt toestel dat in serie geproduceerd wordt en waaraan in serie eventueel kleine individuele aanpassingen kunnen worden aangebracht. De volgorde van de uit te voeren typefuncties is weergegeven in de volgende tabel: Typefunctie Voorstudie Maatname Bespreken Ontwerpen Vervaardigen Aanpassen Afleveren Controleren

Maatwerk 1 2 3 4 5 6 7 8

IMF 1 3 2 3 3 4 5 6

Prefab 1 2 3 4 5 6

♦ Typefunctie 1 : voorstudie − door zelfstudie de wetenschappelijke en technische vakliteratuur opzoeken, lezen, evalueren en integreren in de eigen praktijk − beroepsgerichte bijscholings- en navormingsactiviteiten volgen en deze integreren in zijn kennis − de nieuwste evoluties binnen het vakgebied beoordelen en assimileren


BEROEPSPROFIEL ORTHOPEDIE

30

− praktijkonderzoek opstellen − de nodige inzichten hebben in het hoe en waarom van een verzorging − kenmerken, gebruik en hoedanigheid van een courant gebruikte grondstof kennen ♦ Typefunctie 2 : maatname en anamnese − het lezen, interpreteren en valoriseren van geneeskundige voorschriften − anamnese: alle relevante en noodzakelijke gegevens van de patiënt, de gegevens van andere deskundigen en alle andere bijkomende gegevens correct verzamelen, weergeven, verwerken, analyseren, interpreteren en aanwenden − juiste materiaalkeuze maken − geschikt hulpmiddel kiezen − patiënt informeren: uitleg geven over de maatname, het apparaat… − maatname door metingen uit te voeren bij patiënten met behulp van: lintmeter gipsafdruk blauwdruk contourtekening

♦ − − −

Typefunctie 3: bespreken lezen van de afdruk studie van de schets rekening houdend met de verzamelde gegevens een ontwerp voorstellen dat vormelijk, technisch, constructief, medisch en esthetisch voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen en aan de desbetreffende indicaties

♦ Typefunctie 4: ontwerpen − corrigeren van de maatname in functie van het specifieke apparaat − het aanpassen, verbeteren en aanleggen van de geprefabriceerde apparaten ♦ Typefunctie 5: vervaardigen − alle technische hulpmiddelen vakkundig vervaardigen en monteren volgens de gebruikelijke verwerkings- en bewerkingstechnieken: zowel m.b.v. de basistechnieken als de specifieke technieken. Dit impliceert een gedegen kennis over het bestaan, het aanwenden en verwerken van alle mogelijke materialen en grondstoffen. − gebruik maken van verschillende onderdelen: segmenten, geledingen, grendels… − gebruik maken van verschillende technieken: walken, lamineren, dieptrekken… ♦ Typefunctie 6: aanpassen − aanleggen van het apparaat − aanpassen i.f.v. anatomische correcties pathologische correcties functionele correcties

♦ Typefunctie 7: afleveren − de technische hulpmiddelen persoonlijk afleveren − waken over de therapeutische en technische overeenstemming tussen het voorgeschreven product en de geleverde verstrekking (cq. RIZIV-nomenclatuur en conventie)


BEROEPSPROFIEL ORTHOPEDIE

31

− de patiënten op passende wijze informeren, adviseren en begeleiden over alle aspecten behorend bij het gebruik van de technische hulpmiddelen inzake hygiene, juist gebruik van het toestel, onderhoud van het toestel − de andere gezondheidsmedewerkers informeren en voorlichten over de specifieke bijdrage van de orthopedie en hun vragen beantwoorden − specifieke doelgroepen en patiëntenpopulaties informeren en voorlichten omtrent zelfzorg en gebruik van de technische hulpmiddelen van de orthopedie − indien gewenst, feedback geven aan de behandelende arts ♦ Typefunctie 8: controleren − het technisch gebruik van de afgeleverde hulpmiddelen op een juiste wijze evalueren en bijsturen indien nodig − het functioneren van de patiënt op regelmatige tijdstippen opvolgen − meewerken aan de revalidatie van patiënten binnen de bevoegdheden van de beroepen − na aflevering en binnen een vooraf vastgestelde termijn, de noodzakelijke herstellings- en onderhoudswerkzaamheden uitvoeren (aanpassingen, verbeteringen) zodat de patiënt de technische hulpmiddelen optimaal kan gebruiken 6.4.1.5 Beschrijving van de gemeenschappelijke typefuncties en bijhorende taken van de erkend bandagist, orthesist en prothesist als zelfstandige Het organiseren van een eigen beroepspraktijk als bandagist, orthesist en prothesist vergt bijkomende typefuncties noodzakelijk voor het management van de zaak. ♦ Typefunctie 9 Bedrijfsbeleid, bedrijfsbeheer en bedrijfsorganisatie Dit professioneel profiel werd door de profielcommissie uitgewerkt met als basis het Holte rapport (UN 1968). Dit rapport werd reeds gewijzigd om te voldoen aan de richtlijnen voor personeelstraining ten behoeve van Orthese- en Prothesecentra in landen in Ontwikkeling (WHO 1990) en werd verder vervolledigd door de certificatiecommissies van ISPO (International Society for Prosthetics and Orthotics). Deze typefunctie kan onderverdeeld worden in : − patiëntgericht beleid − productgericht beleid − bedrijfsgericht beleid ♦ Patiëntgericht beleid De orthopedisch technoloog dient volgende deeltaken te vervullen : − hij neemt elke relevante informatie in verband met de patiënt en zijn familiale en socio-economische status - inclusief het determineren van noden en verwachtingen - op en rapporteert deze gegevens. Dit behelst ondermeer het opstellen van : anamnese met ziektegeschiedenis en evolutie algemene en specifieke fysieke status socio-economische, familiale en psychologische status inclusief noden en verwachtingen administratieve gegevens in verband met de verschillende verzekeringsstelsels

− participeert als volwaardig lid in het klinisch team, neemt deel aan patiëntonderzoek en opstellen van het voorschrift, geeft advies over het ontwerp van de


BEROEPSPROFIEL ORTHOPEDIE

32

− − − −

orthese/prothese inclusief de interface lichaamapparaat, suspensie en selectie van de gepaste componenten assisteert en adviseert met betrekking tot de relevante aspecten van het pre- en postoperatieve, medische en therapeutische management van patiënten die nood hebben aan orhesen/prothesen hij dient het voorschrift correct te interpreteren, de conformiteit ervan na te gaan en alle nodige gegevens te evalueren communiceert de gepaste informatie naar de patiënt en zijn familie toe voert de patiëntverzorging uit conform aan de ethiek van het beroep en de wettelijke bepalingen ter zake (o.a. RIZIV-nomenclatuur, …)

♦ Productgericht beleid Dit beleid hang nauw samen met het voorgaande maar betreft het effectief plannen, fabriceren en aanpassen van de apparaten en behelst minimaal de volgende punten: − voert de maatname uit nodig voor de fabricatie en aanpassing volgens de geëigende technieken met gips of door rechtstreekse lichaamsmetingen (mechanische of elektronische) en onrechtstreekse metingen (fotografisch , elektronisch, laserscanning, enz). − formuleert het ontwerp van het apparaat inclusief de selectie van de te gebruiken materialen, componenten en eventuele additionele hulpmiddelen − formuleert de vereisten wat betreft de te gebruiken materialen, uitrusting en organisatie van het fabricatieproces met zijn weerslag op werkplaatsbeheer, voorraadbeheer en tijdsmanagement − modificeert de positieve of negatieve lichaamsmodellen (onafhankelijk van de aard van het model in gips, polyurethaan, antropometrisch, CAD, enz.), het constructiemodel of de lay-out teneinde een optimale pasvorm en uitlijning te bekomen − vervaardigt het apparaat of superviseert de vervaardiging ervan − superviseert en dirigeert de activiteiten van andere orthopedisch technologen of techniekers in fitting en fabricatie − bevestigt de fysieke en andere relevante karakteristieken van de patiënt − voert de eerste pasbeurt van het apparaat uit met statische en dynamische uitlijning, initiële training en check-out waar van toepassing − voert de afwerking van het apparaat uit of superviseert deze − levert het apparaat af aan de patiënt overeenkomstig de wettelijke bepalingen, evalueert de pasvorm, functie en cosmetiek, adviseert zonodig het team en voert de nodige aanpassingen uit in functie van het voorgaande en de ervaringen van de patiënt − geeft instructies en informatie aan de patiënt of familie met betrekking tot het gebruik en het onderhoud van het apparaat − neemt deel aan de opvolgingsprocedures alsook het onderhoud, de herstellingen en de vervanging van het apparaat − onderkent de nood aan het overdoen van de geïdentificeerde stappen teneinde pasvorm en functie te optimaliseren − consulteert en collaboreert met andere personen of disciplines geëngageerd in het management − catalogeert en evalueert de nieuwe materialen, onderdelen, productietechnieken en kan de waarde en toepasbaarheid ervan op een juiste wijze inschatten ♦ Bedrijfsgericht beleid Hierin kan onderscheid gemaakt worden tussen de algemene vereisten zoals deze voor administratie (opstellen van patiëntendossiers, communicatie, boekhouding


BEROEPSPROFIEL ORTHOPEDIE

33

enz….) en de meer specifieke vereisten voor een orthopedisch technisch bedrijf zoals de gebouwen, werkplaatsuitrusting, stockbeheer enz… ⇒ Administratief de orthopedisch technoloog: − stelt een volledig patiëntendossier samen en onderhoudt dit overeenkomstig de punten vermeld onder de patiëntgebonden organisatie − stelt aanvragen tot goedkeuring van terugbetaling op, evenals alle andere documenten die noodzakelijk zijn bij de aflevering en gaat de geldigheid na − onderhoudt de communicatie met de patiënt (afsprakenplanning, prestatieformulieren, databank,…), de verwijzende instantie (overheidsinstellingen, private instellingen, bevoegde artsen als voorschrijvers), therapeuten, betalende instanties (mutualiteiten, verzekeringsmaatschappijen), toeleveringsbedrijven, andere bedrijven waarmee een samenwerkingsverband bestaat, collega’s enz. − stelt alle boekhoudkundige bewerkingen ⇒ Logistiek de orthopedisch technoloog: − richt het bedrijf in overeenkomstig internationale, nationale en waar van toepassing regionale bepalingen − deelt de bedrijfsgebouwen op een gepaste wijze op in gescheiden zones voor patiënten, administratie en productie (inclusief voorraadzones) en richt elk van deze zones in overeenkomstig de wettelijke bepalingen en de reglementeringen met betrekking tot veiligheid, hygiëne, privacy en milieu zowel op internationaal, nationaal als regionaal vlak ⇒ Management en supervisie de orthopedisch technoloog: − verzorgt de conformiteit aan internationale, nationale en regionale reglementeringen met betrekking tot personeel, gebouwen, financiën en milieu − superviseert de activiteiten van de ondersteunende stafleden waar nodig − beheerst de activiteiten die hem opgedragen worden met betrekking tot klinische opdrachten, laboratorium- en werkplaatstaken, inclusief gebruik en onderhoud van werktuigen en uitrusting onderhouden van een veilige werkomgeving en werkprocedures management van personeelszaken management van financiële aspecten een efficiënt stockbeheer en inventarisatie een totaal kwaliteitsmanagement (IKZ) problem solving

− maakt ontwerpen van verbeterde werkmethoden om de efficiëntie op te drijven − onderneemt interacties met professionele groepen en waar nodig met gouvernementele of niet-gouvernementele organisaties − neemt deel aan planning en implementatie van technische, orthopedische gezondheidssystemen − maakt een professionele contributie en neemt deel aan door de maatschappij georganiseerde rehabilitatieprogramma’s


34

BEROEPSPROFIEL ORTHOPEDIE

⇒ Training en voortgezette opleiding de orthopedisch technoloog: − geeft lezingen en demonstraties met betrekking tot orthesen/prothesen aan collega’s, medewerkers, andere professionele groepen en geïnteresseerden − superviseert en geeft opleiding en training aan individuen in categorie I (erkend bandagist/orthesist/prothesist), II (orthopedisch technoloog zonder erkenning) en III (werkplaatstechnieker) − neemt deel en contribueert aan het proces van voortgezette professionele opleiding − houdt zichzelf op de hoogte van alle nieuwe ontwikkelingen met betrekking tot orthesen/prothesen − maakt een voortdurende evaluatie van zijn/haar activiteiten − participeert in formele evaluatie- en onderzoeksprogramma’s − participeert in wetenschappelijke/professionele bijeenkomsten en draagt bij aan artikels voor wetenschappelijke/professionele tijdschriften 6.4.1.6 De bandagist, orthesist en prothesist als onderzoeksmedewerker − voert ontwikkelingswerk uit i.v.m. nieuwe orthopedische hulpmiddelen, nieuwe technieken en nieuwe materialen


BEROEPSPROFIEL ORTHOPEDIE

6.4.2

35

Contextgegevens voor de bandagist, orthesist en prothesist Voor het uitoefenen van de beroepen van bandagist, orthesist en prothesist hetzij als zelfstandige, hetzij in dienstverband, moet aan een aantal criteria voldaan zijn. 6.4.2.1 Graad van verantwoordelijkheid en verwachte resultaten Een RIZIV-erkenning bezitten voor de aflevering van de artikelen voorzien in de nomenclatuur van het RIZIV onder de hoofding bandagisterie en/of orthese en/of prothese. Voor de aflevering van de artikelen voorzien in een nomenclatuur van het RIZIV onder de hoofding "bandagisterie, orthesen en prothesen" aan de sociaal verzekerden, moet de bandagist, orthesist en prothesist erkend zijn bij de Rijksdienst voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering. Het erkenningsnummer bij deze dienst wordt bekomen na een geslaagd examen bij het RIZIV. De wettelijke vereisten hiervoor zijn: − voor bandagist: de personen dienen gedurende drie en een half jaar een theoretische en praktische opleiding van bandagist te hebben gevolgd en voldoen aan een door de erkenningsraad georganiseerd technisch bevoegdheidsexamen. − voor orthesist: de personen dienen gedurende vier en een half jaar een theoretische en praktische opleiding van orthesist te hebben gevolgd en voldoen aan een door de erkenningsraad georganiseerd technisch bevoegdheidsexamen. − voor prothesist: de personen dienen gedurende vijf en een half jaar een theoretische en praktische opleiding van prothesist te hebben gevolgd en voldoen aan een door de erkenningsraad georganiseerd technisch bevoegdheidsexamen. De examens i.v.m. zijn technische bevoegdheid handelen over de kennis over de artikelen vermeld in de desbetreffende nomenclatuur. Het programma van het examen wordt bepaald bij KB van 14 februari 1966, zoals gewijzigd, na advies van de erkenningsraad. De inhoud van dit KB met wijzigingen is opgenomen in bijlage 9.4. Bij gunstige uitspraak van de erkenningsraad wordt de kandidaat een certificaat bezorgd waarbij een erkenningsnummer wordt toegekend. Indien de bandagist, orthesist en prothesist door het RIZIV erkend is, kunnen de verstrekkingen door hem geleverd aan de verzekerden terugbetaald worden. Deze verstrekkingen moeten door hem individueel aangepast en afgeleverd worden, conform de geldende voorschriften en kwaliteitseisen. De bandagist, orthesist en prothesist draagt de volledige verantwoordelijkheid. De opleiding tot gegradueerde in orthopedie telt voor 3 jaar mee in de wettelijk vereiste periode voor het afleggen van het RIZIV-erkenningsexamen aangevuld met 0.5 jaar, 1.5 jaar en 2.5 jaar stage voor respectievelijk bandagist, orthesist en prothesist. Tijdens deze stage heeft de kandidaat minstens het statuut van werknemer zoals beschreven in de paritaire overeenkomst 128-06.


BEROEPSPROFIEL ORTHOPEDIE

36

6.4.2.2 Werkomstandigheden en hulpmiddelen 1 Minimale uitrusting voor een orthopedische werkplaats voor het vervaardigen van maatwerk (alle aangehaalde materialen zijn professionele gereedschappen) 1.1 Ontvangst patiënten (noodzakelijk voor orthesen en prothesen) − gipskamer dient uitgerust te zijn met: onderzoektafel, bekkenmeter, gipsschaar, klein en groot zaagmes, tricotkous, gipswindels, waterbak met vergiet voor gips, sanitair voor het gipsvrij maken van patiënt, negatoscoop. Uit hygiënische gronden zal deze gipskamer een wandbekleding hebben, bij voorkeur betegeld (of een ander goed reinigbaar materiaal), tot op een hoogte van minimaal 1,50 meter. − paskamer : (kan tevens geïncorporeerd in de gipskamer) onderdelen van gipskamer kunnen in paskamer geïntegreerd zijn. − loopruimte : (noodzakelijk voor orthesen en prothesen) een ruimte van 4 m op minimaal 2 m breed voorzien van minimaal 1 instelbare steunbaar over deze lengte (kan eventueel vervangen worden door een loopband), de bodem dient bekleed met een vast materiaal, wandspiegel vast of verstelbaar. − toilet voor gehandicapten − wachtruimte voor minimaal 3 personen 1.2 Productieruimte voor orthesen en prothesen − modeleerkamer: voorzien van werktafel, stellage voor fixatie gipsnegatieven, werktuigen (gipsrasp vlak, gipsrasp rond, halfrond blad, hardstaalborstel, gipsschaar, mes, gipsbeker , trekmes, hamer, schietlood), gootsteen met vergiet − constructiewerkplaats voor orthesen en prothesen: • werkbank met bankschroef, handgereedschap (verstelbare sleutel met pinnen, Hollandse bankhamer, drijfhamer, zijsnijtang, hefboom-kopsnijtang, plattebektang, grip-lastang, knijptang, combinatietang, waterpomptang, metaalzaagbeugel, handzaag metaal-hout-kunststof, houtbeitels, stalen lineaal, winkelhaak, schuifmaat, momentsleutel, krasnaald, winkelhaak, waterpas, buigijzer, wringsleutel (hoekig),wringsleutel (rond), schroevendraaierset, kruiskopschroevendraaier, set T-inbussleutels, set steeksleutels, afbraammes, spiraalboorset, set draadtappen, handruimer, ventielboor (enkel voor prothesen), set sleutelvijlen, vijlen vlakke, vijlen halfrond, houtrasp, hoogte-aftekenhaak, steekpasser, klinkstaak, aambeeld, set beitels, set doorslagen, centerpunt, schietlood, buizensnijder • handmachines: handboormachines, heteluchtblazer, elektrische gipszaag, elektrische decoupeerzaag, platenschaar, handstrijkijzer • machines: compressor, trechter-freesmachine, vlakschuurmachine, slijpmachine, poliermachine, kolomboormachine, lasapparaat met argon en lastoestel gasacetyleen, opbouwapparaat (enkel voor prothesen) • plastiekwerkplaats: degelijke luchtafzuiging, warmeluchtoven met min. afmeting 40 cm x 40 cm, warmwaterbad voor IMF, vacuüminstallatie voor gietwerk, plaatoven min. afmeting 50 x 100 cm, installatie voor dieptrektechniek • lederafwerking: langearmstikmachine, stikmachine leder fijn werk, snijtafel, gereedschap (priem/els, schoenmakerhamer, walktang, revolvergaatjesschaar, lederschaar, kleermakersschaar, handbagageschaar, holpijpen, knopholpijpen, lijmpot, lijmborstel, canneleerhout, vouwbeen, schoenmakersmes, wetstaal, wetsteen, spindelpers, stempel voor ogen, stempel voor haken, nietapparaat, schoenmakersleest, schoenmakersmes, halfronde en rechte schaar, walklederschaar


BEROEPSPROFIEL ORTHOPEDIE

37

1.3 Bandagisterie: stikmachine recht en zigzag, snijtafel, gereedschap (schaar, holpijpen, revettepers, lintmeter, spanvijs, slijpmachine, hamer, leerschaar, verwarmingsoven, heteluchtblazer, boormachine, wringijzers), paskamer (onderzoekstafel, spiegel). Voor alle afdelingen dienen de nodige onderdelen en ruwe materialen, zoals leder, plastics, coutil enz... in voorraad te zijn. 1.4

Werkplaats voor invalidewagens: werkbank met bankschroef (lintmeter, hamer, platte bektang, grijp lastang, knijptang, combinatietang, set steeksleutels, set ringsleutels, metaalzaagbeugel, waterpompstang, krasnaald, schroevendraaierset, kruiskopschroevendraaierset, set T-inbussleutels, spiraalboorset, set draadtappen, set sleutelvijlen, vijlen vlak, vijlen halfrond, handboormachine, blindklinktang, set bandenafnemers, schaar, nietapparaat, set dopsleutels, incliptang, volt- en ampèremeter, zuurmeter voor batterijen, compressor met bandenmeter, soldeerbout, kabelschoentang, verstelbare moersleutel, centerpunt, doorslag, combinatietang, beitel, kleine slijpschijf, spaaksleutel, voetpomp en manometer, lasapparaat)

2 De veiligheids- en milieunormen in de werkplaats moeten conform zijn met de wettelijke beschikkingen. 3 De beroepsrisico's zijn tweeërlei: 3.1 risico's eigen aan paramedische beroepen door de contacten met de patiënten, ook wanneer men in een ziekenhuis werkt, bij de patiënt aan huis, in bejaardentehuizen e.d. 3.2 risico's door het gebruik van verschillende materialen en producten, machines en gereedschappen, die elk afzonderlijk verschillende gevaren in zich sluiten: • metalen slijpen: vereist een beschermbril • werken met lijmen: vereist een goede verluchting • werken met machines: vergt een degelijke werkkledij, een perfecte staat van de machines en de nodige voorzorgsmaatregelen voor de veiligheid van de gebruiker • werken met gevaarlijke producten vereist een rookverbod, de nodige voorzichtigheid inzake brandgevaar en een goede luchtafzuiging • werken met fijne meet- en regelinstrumenten vergt een voldoende verlichting

6.5

De ondersteunende kennis Elke orthopedisch technoloog functionerend als erkend bandagist, orthesist en prothesist moet over een breed scala van kennis, inzicht en vaardigheden beschikken waarmee hij ergens in het vakgebied een functie zal kunnen vinden. Na een doorgaans algemeen begin van de loopbaan zal verdere bekwaming, gepaard met verschillende vormen van bijscholing (verplicht voor de erkende bandagist, orthesist, prothesist) plaats vinden. Omwille van de gevarieerde functie-inhoud is een brede initiële opleiding noodzakelijk. De orthopedisch technoloog is op de hoogte van de vaktechnische achtergronden van de gehanteerde bewerkings- en verwerkingstechnieken en de anatomischpathologische gegevens. Hij bouwt kennis, inzicht en vaardigheden op om in staat te zijn de steeds wisselende en onvoorspelbare vraagstellingen te herkennen, te evalueren en zo nodig aan te passen.


BEROEPSPROFIEL ORTHOPEDIE

38

6.5.1

De bandagist, orthesist en prothesist in dienstverband (specifieke kennis) ♦ Typefunctie 1 : voorstudie De orthopedisch technoloog − kan door zelfstudie de wetenschappelijke en technische vakliteratuur opzoeken, lezen, evalueren en integreren in de eigen praktijk − is in staat om beroepsgerichte bijscholings- en navormingsactiviteiten te volgen en deze te integreren in zijn kennis − kan de nieuwste evoluties binnen het vakgebied beoordelen en assimileren − kan praktijkonderzoek opstellen − bezit de nodige inzichten in het hoe en waarom van een verzorging − kent de kenmerken, het gebruik en de hoedanigheid van de courant gebruikte grondstoffen ♦ Typefunctie 2 : maatname en anamnese De orthopedisch technoloog − is in staat om geneeskundige voorschriften te lezen, interpreteren en valoriseren − is in staat om alle relevante en noodzakelijke gegevens van de patiënt, de gegevens van andere deskundigen en alle andere bijkomende gegevens correct te verzamelen, weergeven, verwerken, analyseren, interpreteren en aanwenden. − kan de juiste materiaalkeuze maken − kan het geschikte hulpmiddel kiezen − kan de patiënt informeren: uitleg geven over de maatname, het apparaat… − kan maat nemen door metingen uit te voeren bij patiënten met behulp van: lintmeter gipsafdruk blauwdruk contourtekening

♦ Typefunctie 3: bespreken De orthopedisch technoloog − kan de afdruk lezen − kan de schetsen bestuderen − kan, rekening houdend met de verzamelde gegevens, een ontwerp voorstellen dat vormelijk, technisch, constructief, medisch en esthetisch voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen en aan de desbetreffende indicaties ♦ Typefunctie 4: ontwerpen De orthopedisch technoloog − kan de maatname corrigeren naar het specifieke apparaat toe − kan geprefabriceerde apparaten aanpassen, verbeteren en aanleggen ♦ Typefunctie 5: vervaardigen De orthopedisch technoloog − is in staat om alle technische hulpmiddelen vakkundig te vervaardigen en te monteren volgens de gebruikelijke verwerkings- en bewerkingstechnieken: zowel m.b.v. de basistechnieken als de specifieke technieken. Dit impliceert een gedegen kennis over het bestaan, het aanwenden en verwerken van alle mogelijke materialen en grondstoffen. − kan gebruik maken van de verschillende onderdelen: segmenten, geledingen, grendels…


BEROEPSPROFIEL ORTHOPEDIE

39

− kan gebruik maken van de verschillende uitvoeringstechnieken: walken, lamineren, dieptrekken… ♦ Typefunctie 6: aanpassen De orthopedisch technoloog − kan de gefabriceerde apparaten aanleggen − kan wijzigingen doorvoeren i.f.v. anatomische correcties pathologische correcties functionele correcties

♦ Typefunctie 7: afleveren De orthopedisch technoloog − is in staat om de technische hulpmiddelen persoonlijk af te leveren − is in staat om te waken over de therapeutische en technische overeenstemming tussen het voorgeschreven product en de geleverde verstrekking − kan patiënten op passende wijze informeren, adviseren en begeleiden over alle aspecten behorend bij het gebruik van de technische hulpmiddelen inzake: hygiëne, juist gebruik van het toestel, onderhoud van het toestel − kan de andere gezondheidsmedewerkers informeren en voorlichten over de specifieke bijdrage van de orthopedie en hun vragen beantwoorden − kan specifieke doelgroepen en patiëntenpopulaties informeren en voorlichten omtrent zelfzorg en gebruik van de technische hulpmiddelen van de orthopedie − is in staat om, indien gewenst, feedback te geven aan de behandelende arts ♦ Typefunctie 8: controleren De orthopedisch technoloog − is in staat om, indien nodig, het technisch gebruik van de afgeleverde hulpmiddelen op een juiste wijze te evalueren en bij te sturen − is in staat om het functioneren van de patiënt op regelmatige tijdstippen op te volgen − kan meewerken aan de revalidatie van patiënten binnen de bevoegdheden van de beroepen − kan na aflevering en binnen een vooraf vastgestelde termijn, de noodzakelijke herstellings- en onderhoudswerkzaamheden uitvoeren (aanpassingen, verbeteringen) zodanig dat de patiënt de technische hulpmiddelen optimaal kan gebruiken

6.5.2

De bandagist, orthesist en prothesist als zelfstandige (algemene kennis) ♦ Typefunctie 9 bedrijfsbeleid, bedrijfsbeheer en bedrijfsorganisatie


40

BEROEPSPROFIEL ORTHOPEDIE

⇒ Patiëntgericht beleid De orthopedisch technoloog − kan elke relevante informatie in verband met de patiënt en zijn familiale en socio-economische status - inclusief het determineren van noden en verwachtingen - opnemen en determineren. Dit behelst ondermeer het opstellen van : anamnese met ziektegeschiedenis en evolutie algemene en specifieke fysieke status socio-economische, familiale en psychologische status inclusief noden en verwachtingen administratieve gegevens in verband met de verschillende verzekeringsstelsels

− is in staat om als volwaardig lid te participeren in het klinisch team, deel te nemen aan patiëntonderzoek en voorschriften op te stellen, te adviseren over het ontwerp van de orthese/prothese inclusief de interface lichaam-apparaat, suspensie en selectie van de gepaste componenten − kan assisteren en adviseren met betrekking tot de relevante aspecten van het pre- en postoperatieve, medische en therapeutische management van patiënten die nood hebben aan orhesen/prothesen − is in staat het voorschrift correct te interpreteren, de conformiteit ervan na te gaan en alle nodige gegevens na te gaan − kan de gepaste informatie naar de patiënt en zijn familie toe communiceren − kan de patiëntverzorging uitvoeren conform aan de ethiek van het beroep en de wettelijke bepalingen ter zake (o.a. RIZIV-nomenclatuur, …) ⇒ Productgericht beleid De orthopedisch technoloog − kan de maatnames uitvoeren nodig voor de fabricatie en aanpassing volgens de geëigende technieken met gips, rechtstreekse lichaamsmetingen (mechanische of elektronische), onrechtstreekse metingen (fotografisch, elektronisch, laserscanning enz.) − is in staat om een ontwerp van het apparaat te formuleren, inclusief de selectie van de te gebruiken materialen, componenten en eventuele additionele hulpmiddelen − kan de vereisten wat betreft te gebruiken materialen, uitrusting en organisatie van het fabricatieproces formuleren met hun weerslag op werkplaatsbeheer, voorraadbeheer en tijdsmanagement − kan de positieve of negatieve lichaamsmodellen (onafhankelijk van de aard van het model in gips, PU, antropometrisch, CAD, enz.), het constructiemodel of de lay-out modifiëren teneinde een optimale pasvorm en uitlijning te bekomen − is in staat om het apparaat zelf te vervaardigen of de vervaardiging ervan te superviseren − kan de activiteiten van andere orthopedisch technologen of techniekers in fitting en fabricatie superviseren en dirigeren − kan de fysieke en andere relevante karakteristieken van de patiënt bevestigen − is in staat om de eerste pasbeurt van het apparaat uit te voeren met statische en dynamische uitlijning, initiële training en check-out − kan de afwerking van het apparaat uitvoeren of superviseren − is in staat om het apparaat af te leveren aan de patiënt overeenkomstig de wettelijke bepalingen, de pasvorm, functie en cosmetiek te evalueren, het team te adviseren en de nodige aanpassingen uit te voeren in functie van het voorgaande en de ervaringen van de patiënt − kan instructies en informatie aan de patiënt of zijn familie geven met betrekking tot het gebruik en het onderhoud van het apparaat


BEROEPSPROFIEL ORTHOPEDIE

41

− kan deelnemen aan de opvolgingsprocedures alsook het onderhoud, de herstellingen en de vervanging van het apparaat − kan de nood onderkennen aan het overdoen van de geïdentificeerde stappen teneinde pasvorm en functie te optimaliseren − kan met andere personen of disciplines geëngageerd in het management consulteren en collaboreren − is in staat de nieuwe materialen, onderdelen, productietechnieken en te catalogeren, te evalueren en de waarde en toepasbaarheid ervan op een juiste wijze in te schatten ♦ Bedrijfsgericht beleid ⇒ Administratief De orthopedisch technoloog − kan een volledig patiëntendossier samenstellen en onderhouden overeenkomstig de punten vermeld onder de patiëntgebonden organisatie − kan aanvragen tot goedkeuring van terugbetaling opstellen, evenals alle andere documenten die noodzakelijk zijn bij de aflevering en de geldigheid ervan nagaan − is in staat de communicatie met de patiënt te onderhouden (afsprakenplanning, prestatieformulieren, databank,…), de verwijzende instantie (overheidsinstellingen, private instellingen, bevoegde artsen als voorschrijvers), therapeuten, betalende instanties (mutualiteiten, verzekeringsmaatschappijen), toeleveringsbedrijven, andere bedrijven waarmee een samenwerkingsverband bestaat, collega’s enz. − kan alle boekhoudkundige bewerkingen stellen ⇒ Logistiek De orthopedisch technoloog − is in staat het bedrijf in te richten overeenkomstig internationale, nationale en waar van toepassing regionale bepalingen − kan de bedrijfsgebouwen op een gepaste wijze indelen in gescheiden zones voor patiënten, administratie en productie (inclusief voorraadzones) en elk van deze zones inrichten overeenkomstig de wettelijke bepalingen en de reglementeringen met betrekking tot veiligheid, hygiëne, privacy en milieu zowel op internationaal, nationaal als regionaal vlak ⇒ Management en supervisie De orthopedisch technoloog − is in staat de conformiteit te verzorgen aan internationale, nationale en regionale reglementeringen met betrekking tot personeel, gebouwen, financiën en milieu − kan de activiteiten van de ondersteunende stafleden superviseren − is in staat de activiteiten te beheersen die hem opgedragen worden met betrekking tot klinische opdrachten, laboratorium- en werkplaatstaken, inclusief gebruik en onderhoud van werktuigen en uitrusting onderhouden van een veilige werkomgeving en werkprocedures management van personeelszaken management van financiële aspecten een efficiënt stockbeheer en inventarisatie een totaal kwaliteitsmanagement (IKZ) problem solving


BEROEPSPROFIEL ORTHOPEDIE

42

− kan ontwerpen van verbeterde werkmethoden opstellen om de efficiëntie op te drijven − is in staat in interactie te treden met professionele groepen en waar nodig met gouvernementele of niet-gouvernementele organisaties − kan deelnemen aan planning en implementatie van technische, orthopedische gezondheidssystemen − is in staat een professionele contributie te maken en deel te nemen aan door de maatschappij georganiseerde rehabilitatieprogramma’s ⇒ Training en voortgezette opleiding De orthopedisch technoloog − is in staat lezingen en demonstraties te geven met betrekking tot orthesen/ prothesen aan collega’s, medewerkers, andere professionele groepen en geïnteresseerden − is in staat opleiding en training aan individuen in categorie I (erkend bandagist/orthesist/prothesist), II (orthopedisch technoloog zonder erkenning) en III (werkplaatstechnieker) te geven en te superviseren − kan deelnemen en contribueren aan het proces van voortgezette professionele opleiding − is in staat zichzelf op de hoogte te houden van alle nieuwe ontwikkelingen met betrekking tot orthesen/prothesen − kan een voortdurende evaluatie van zijn/haar activiteiten maken − is in staat te participeren in formele evaluatie- en onderzoeksprogramma’s − is in staat te participeren in wetenschappelijke/professionele bijeenkomsten en draagt bij aan artikels voor wetenschappelijke/professionele tijdschriften

6.6

De beroepshoudingen (bandagist, orthesist, prothesist)

6.6.1

Deontologische voorschriften (nationaal en eventueel internationaal) De Erkenningsraad heeft een aantal gedragsregels vastgelegd voor de uitoefening van de beroepen. Deze zijn in bijlage 9.5 toegevoegd. Overeenkomstig de bepalingen van artikel 133 van het KB van 4 november 1963 kan het Beheerscomité van het RIZIV, Dienst voor geneeskundige verzorging, te allen tijde en op voorstel van de bevoegde Erkenningsraad, de erkenning schorsen of intrekken van ieder persoon die een feit heeft gepleegd dat door die Erkenningsraad als een tekortkoming in de uitoefening van het beroep van bandagist, orthesist en/of prothesist wordt aangezien.

6.6.2

De beroepshoudingen 6.6.2.1 Bepalen van de belangrijkste beroepshoudingen Beroepshouding Aandacht voor competentie-ontplooiing Acuratesse Assertiviteit Beslissingsvermogen Contactbereidheid Dienstverlenende ingesteldheid

4

3

2

1 ✗

✗ ✗ ✗ ✗ ✗

nvt


BEROEPSPROFIEL ORTHOPEDIE

Beroepshouding Doorzettingsvermogen Empathie Flexibiliteit Imagobewustzijn Kritische ingesteldheid Leergierigheid Loyauteit Omgaan met stress Organisatievermogen Resultaatgerichtheid Veiligheids- en milieubewustzijn Zelfstandigheid Zin voor esthetiek Zin voor initiatief Zin voor samenwerking

43

4

3

2 ✗

1

nvt

✗ ✗ ✗ ✗ ✗ ✗ ✗ ✗ ✗ ✗ ✗ ✗ ✗ ✗

6.6.2.2 Selecteren en concretiseren van de belangrijkste beroepshoudingen Volgende beroepshoudingen worden weerhouden: − accuratesse − beslissingsvermogen − contactbereidheid − dienstverlenende ingesteldheid − empathie − flexibiliteit − kritische ingesteldheid − organisatievermogen − resultaatgerichtheid − zelfstandigheid − zin voor samenwerking Deze beroepshoudingen worden als volgt geconcretiseerd: − accuratesse: is eerlijk, werkt betrouwbaar en accuraat aan het eigen orthopedisch handelen − beslissingsvermogen: handelt efficiënt en effectief − dienstverlenende ingesteldheid: beschikt over de juiste attitudes, de nodige sociale vaardigheden en persoonlijkheid om de contacten met patiënten goed te laten verlopen. Is op de hoogte van de regelgeving inzake privacy en deontologie. Beschikt over een groot verantwoordelijkheidsgevoel en is zich terdege bewust van de verstrekkende gevolgen van zijn tussenkomst − empathie: moet zich kunnen inleven in de situatie waarin zijn patiënt zich bevindt. Bezit voldoende openheid, respect en betrokkenheid voor de patiënt − flexibiliteit: bezit de nodige flexibiliteit om zich te kunnen aanpassen aan gewijzigde werkomstandigheden, die het gevolg zijn van evoluties op wetenschappelijk, technisch of sociaal gebied − kritische ingesteldheid: evalueert kritisch het eigen handelen en denken (voldoende dosis zelfkritiek en assertiviteit) en is bereid en in staat verantwoording af te leggen − organisatievermogen: kan gevarieerde opdrachten en taken zodanig plannen dat het beoogde doel op een efficiënte wijze wordt bereikt binnen een redelijk tijdsbestek


44

BEROEPSPROFIEL ORTHOPEDIE

− resultaatgerichtheid: elk afgeleverd apparaat moet perfect zijn − zelfstandigheid: kan autonoom handelen in alle omstandigheden eigen aan het beroep − zin voor samenwerking: is bereid om samen te werken in een pluridisciplinair team en kan in volstrekte collegialiteit functioneren in teamverband 6.6.2.3 Controleren van de interne consistentie en verifiëren van het realistisch karakter De bandagist, orthesist en prothesist beantwoordt aan dit profiel. Een degelijke opleiding is noodzakelijk.


BEROEPSPROFIEL ORTHOPEDIE

7

45

SLOTBESCHOUWINGEN EN LEGITIMATIE

Het beroepsprofiel van de orthopedisch technoloog werd opgesteld door een ruime werkgroep, bestaande uit een representatieve vertegenwoordiging van onderwijsverstrekkers, beroepsbeoefenaars (c.q. afgestudeerden) en beroeps- en werkgeversorganisaties. Bij het opmaken van het beroepsprofiel werd rekening gehouden met de huidige wetgeving inzake het beroep, de beroepstitel, de beroepsuitoefening en de bevoegdheden, de vroegere teksten in verband met het beroepsprofiel, de recente beroeps- en tewerkstellingsgegevens en tot slot ook met de actuele maatschappelijke evoluties. Alle medewerkers van deze werkgroep en hun respectievelijke instellingen, organisaties en/of verenigingen zijn akkoord met de inhoud van deze tekst. Afzonderlijke legitimatiestukken zijn niet toegevoegd. Op basis van het opgestelde beroepsprofiel werden ook enkele minimale opleidingsdoelstellingen afgeleid. De werkgroep is van oordeel dat de volgende stappen - het opstellen van opleidingsprofielen, het vastleggen van eindtermen en het bepalen van minimale opleidingsprogramma's - eveneens tot haar opdracht behoren. De leden van de werkgroep gaan akkoord om deze opdracht in de toekomst verder uit te werken. De taken die afgestudeerden moeten uitvoeren in het beroepenveld zullen ongetwijfeld wijzigen. Hieruit volgt dat de opgestelde beroepsprofielen veranderlijk zijn. Permanente actualisatie is daarom noodzakelijk.


BEROEPSPROFIEL ORTHOPEDIE

46

8

BIBLIOGRAFIE

♦ Dienst voor Onderwijsontwikkeling, Handleiding voor het schrijven van beroepsprofielen, Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Departement Onderwijs, DVO studies en documenten, Brussel, 1995. ♦ Belgische Beroepsvereniging van Orthopedisten en Bandagisten, Interne rapporten, Vilvoorde. ♦ International Society for Prosthetics and Orthotics, Interne rapporten, Europa. ♦ Katholieke Hogeschool Kempen, departement Gezondheidszorg en Chemie, Beroepsprofiel van de gegradueerde in orthopedie, intern rapport, Geel, 1996.


BEROEPSPROFIEL ORTHOPEDIE

9

47

SAMENSTELLING VAN DE WERKGROEP

Voorzitter

Lievens Joannes

Katholieke Hogeschool Kempen (KHKempen) Kleinhoefstraat 4 2440 Geel

tel. 014/562310 fax 014/584859 tel. 014/587756 (privé)

Leden BBOB

Coenen Luc

Schreursvest 69-71 3001 Heverlee

tel. 016/319010 fax 016/290436

Cuyt Eddy

Temsesteenweg 42 2880 Bornem

tel. 03/8992453

Weyn Eddy

Stationsstraat 34-36 2440 Geel

tel. 014/586555 fax 014/585931

Leden ISPO

Deschoolmeester Eddy

Tulpenlaan 21 2550 Kontich

tel. 03/4574386 fax 03/4578971

Leden afgestudeerd

Van Dijck Raf

Steenhuisdreef 14 9031 Drongen

tel. 09/2370069

Leden KHKempen

Diestelmans Liesbet

Stelen 2 2440 Geel

Peeraer Louis

Rodenbachlaan 11 3110 Rotselaar

Vandermeulen Kirsten Pastorijstraat 45 2850 Boom

VLOR

Vermetten Dirk

Bevrijdingslaan 25 2450 Meerhout

Vermorgen Willy

Leuvenseplein 4 1000 Brussel

tel. 014/868705

tel./fax 016/444463 tel. 016/338850 tel. 03/8447012 tel. 014/309789

tel. 02/2194299 fax 02/2198118


BEROEPSPROFIEL ORTHOPEDIE

48

BIJLAGEN

BIJLAGE 1: Bevoegde artsen. BIJLAGE 2: Internationaal opgestelde profielen. BIJLAGE 3: Bevoegdheid van de bandagist, orthesist, prothesist. BIJLAGE 4: Programma RIZIV-bevoegdheidsexamens.

Een kopie van deze bijlagen kan opgevraagd worden op de Vlaamse Onderwijsraad.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
STUDIE 47 BEROEPSPROFIEL. orthopedist (m_v).pdf by Vlaanderen-be - Issuu