Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/125
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2021/125
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 11 februari 2021 dienden xxx (verder: verzoeker) een verzoek in bij Fluvius System operator (voortaan: Fluvius) om een afschrift te verlenen van de volgende documenten/informatie: 1)
Rolnummers + details van de gevatte rechtscolleges van alle hangende procedures inzake energiefraude waarbij Fluvius System Operator betrokken partij is, opgedeeld in (i) strafrechtelijke procedures, (ii) burgerlijke procedures en (iii) de procedures hangende voor de Raad van State, afdeling Bestuursrechtspraak; 2) Volledige kopie van alle gerechtelijke en administratiefrechtelijke uitspraken (vonnissen en arresten) inzake energiefraude waarbij Fluvius betrokken partij was, dit voor de volledige periode vanaf 2011 tot op heden, opgedeeld in (i) strafrechtelijke uitspraken, (ii) burgerrechtelijke uitspraken en (iii) uitspraken van de Raad van State, afdeling Bestuursrechtspraak; 3) Volledige kopie van alle strafklachten inzake energiefraude ingediend door Fluvius, en dit voor de volledige periode vanaf 2011 tot op heden; o Bijkomende verduidelijking van het aantal strafklachten inzake energiefraude ingediend door Fluvius tegen erkende keuringsinstantie AIB Vincotte; o Bijkomende verduidelijking van het aantal geseponeerde strafklachten inzake energiefraude. 4) Volledig overzicht van het aantal minnelijke schikkingen inzake energiefraude waarbij Fluvius betrokken partij was, dit voor de volledige periode vanaf 2011 tot op heden, opgedeeld in minnelijke schikkingen in het kader van (i) strafrechtelijke procedures, (ii) burgerlijke procedures en (iii) de procedures hangende voor de Raad van State, afdeling Bestuursrechtspraak, alsook een kopie van de afgesloten schikkingen;
www.vlaanderen.be
o
Bijkomende verduidelijking (en volledige kopie) van alle minnelijke schikkingen waarbij Bruno Invest BVBA betrokken was.
Op 16 februari 2021 ontving verzoeker een antwoord van Fluvius, waarbij verwezen werd naar een vraag tot verduidelijking d.d. 12 oktober 2020 die Fluvius aan verzoeker stuurde in reactie op een eerder openbaarheidsverzoek d.d. 8 juli 2020 van verzoeker met hetzelfde voorwerp als het verzoek van 11 februari 2021. Op 16 maart 2021 diende verzoeker beroep in bij de beroepsinstantie tegen de impliciete weigeringsbeslissing d.d. 16 februari 2021. Het beroep werd geregistreerd bij de beroepsinstantie op 17 maart 2021. Op 14 april 2021 werd de beslissingstermijn van de beroepsinstantie, in toepassing van artikel II.50, §1, tweede lid van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, verlengd van dertig kalenderdagen naar vijfenveertig kalenderdagen. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke verzoek tot openbaarmaking dateert van 11 februari 2021. De bestreden beslissing van 16 februari 2021 van Fluvius maakt melding van de beroepsmogelijkheden en modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet. Het beroepschrift van 16 maart 2021 is tijdig ingediend en ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Bestreden beslissing
In zijn beslissing van 16 februari 2021 verwijst Fluvius naar zijn brief van 12 oktober 2020 in antwoord op een eerder openbaarheidsverzoek van verzoeker, en stelt Fluvius dat het openbaarheidsverzoek zeer algemeen geformuleerd is en betrekking heeft op ‘alle’ lopende procedures, alle uitspraken, alle strafklachten en alle minnelijke schikkingen inzake energiefraude sinds 2011 en dit op niet-limitatieve wijze. Aangezien in kwestie verzocht wordt om de openbaarmaking van alle lopende procedures, alle uitspraken, alle strafklachten en alle minnelijke schikkingen inzake energiefraude sinds 2011 heeft deze openbaarheidsaanvraag betrekking op honderden, mogelijk zelfs duizenden documenten.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/125
pagina 2 van 8
Een dergelijke uitgebreide aanvraag vereist de screening van al deze stukken op de mogelijke toepasselijkheid van één van de uitzonderingsgronden zoals voorzien in het Bestuursdecreet. Dit zou een enorm en overdreven tijdrovend werd inhouden voor de diensten van Fluvius, waardoor de aanvraag als te algemeen en tevens kennelijk onredelijk moet worden beschouwd, aldus Fluvius. Aan verzoeker werd gevraagd zijn verzoek te herformuleren/specificeren. 2. Inhoud van het beroepschrift Verzoeker stelt enerzijds dat hij nooit de brief van 12 oktober 2020 van Fluvius met het verzoek tot herformulering ontvangen heeft, en anderzijds dat de aanvraag helemaal niet algemeen, maar integendeel zeer specifiek en concreet is. Er werd op gedetailleerde wijze uiteengezet om welke documenten/informatie werd verzocht. Verzoeker stelt ook dat de aanvraag niet kennelijk onredelijk is. De aanvraag betreft een loutere toepassing van de openbaarheid van bestuur in combinatie met het algemeen rechtsbeginsel van de rechten van verdediging, zoals onder meer ook gewaarborgd door artikel 6 van het EVRM. De opgevraagde documenten betreffen immers precedenten, die noodzakelijk zijn om een correct verweer op te bouwen voor verzoeker. Verzoeker stelt dat hij, in het licht van de wapengelijkheid (art. 6 EVRM) kennis moet kunnen nemen van deze stukken. Dit is des te meer het geval nu Fluvius in een aantal dossiers tegen xxx enerzijds stelt dat de keuringsattesten vals zouden zijn, maar anderzijds geen strafklacht heeft ingediend tegen de keurder/keuringsinstantie. xxx is nochtans niet verantwoordelijk voor de inhoud van het keuringsattest. xxx dient dan ook te beschikken over de gevraagde documenten/informatie om te kunnen nagaan of Fluvius in gelijkaardige dossiers wél strafklachten heeft ingediend en hoe het verweer in die dossiers in voorkomend geval is gevoerd, aldus verzoeker.
3. Standpunt van Fluvius De beroepsinstantie heeft contact opgenomen met Fluvius om de gevraagde documenten en wat meer toelichting te vragen. Die gevraagde informatie werd ontvangen op 25 en 31 maart, en op 1 en 14 april 2021. Fluvius blijft bij zijn standpunt dat het verzoek te algemeen geformuleerd en kennelijk onredelijk is. Na verdere navraag door de beroepsinstantie, heeft Fluvius haar meegedeeld dat er sinds 2011 1.316 dossiers opgemaakt werden die handelen over fraude met groenstroomcertificaten. Uitgaande van een werklast van 2 uur per dossier (doornemen van het dossier, selecteren van de relevante stukken, kopiëren/inscannen, anonimiseren waar nodig,…) betekent dit dat hiervoor 2600 uren zouden nodig zijn om aan het verzoek te voldoen. De aanvrager vraagt bovendien om de stukken te ordenen en te klasseren volgens procedure (strafrechtelijk, burgerrechtelijk, administratief of minnelijk met nog eens op opsplitsing al naar gelang de betrokkenheid van derden zoals keuringsorganismen). Fluvius deelde ook mee dat er momenteel 71 burgerlijke procedures lopende zijn, 13 procedures bij de Raad van State en 12 strafklachten. Van de burgerlijke procedures werd een overzichtslijst aan de beroepsinstantie bezorgd uit het dossieropvolgingsysteem van Fluvius. Om te weten over hoeveel definitieve vonnissen en arresten het gaat, moet Fluvius van het totale aantal dossiers eerst de hangende geschillen aftrekken en vervolgens de minnelijke schikkingen. Een overzicht en optelling van deze laatsten bestaat op vandaag niet. Om na te gaan hoeveel en welke klachten er waren tegen keuringsorganisme AIB Vincotte, moet elke dossier worden nagekeken.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/125
pagina 3 van 8
Fluvius deelt mee dat elk dossier wordt opgemaakt en bijgehouden via een eigen IT systeem. Daarop kunnen bepaalde query’s worden uitgevoerd om zo nieuwe informatie te genereren. Fluvius meent dat dit reeds buiten het toepassingsgebied van de wetgeving op de openbaarheid valt. Het IT systeem in eerste instantie ontwikkeld om de dossierstukken op elektronische wijze veilig te kunnen bewaren en intern te delen, minder om data-analyses op toe te passen. Binnen Fluvius geldt de 40-urenweek wat maakt dat gedurende een volle werkweek 65 mensen full-time zouden bezig zijn met het verwerken van het verzoek. Binnen Fluvius werken er een 5000 personeelsleden. Door het moeten vrijmaken van 65 FTE’s gedurende een volle week kan de continuïteit van de openbare dienstverlening van Fluvius in het gedrang komen. De legitieme vragen die kaderen binnen de openbaarheid van bestuur waarmee Fluvius door de jaren heen werd geconfronteerd nemen gemiddeld genomen 1 volledige werkdag per maand in beslag. Omgerekend besteedt 1 medewerker dus ongeveer 2 volle werkweken aan alle openbaarheidsverzoeken die Fluvius per jaar bereiken. Dit cijfer is al jaren min of meer stabiel. Verder verwijst Fluvius bijkomend en in ondergeschikte orde naar het beroepsgeheim dat van toepassing is op alle personeelsleden van Fluvius zoals beschreven in het Energiedecreet en waardoor de gevraagde gegevens alsnog niet kunnen worden overgemaakt. Fluvius verwijst naar artikel II.34, 1° van het Bestuursdecreet dat instanties oplegt een aanvraag tot openbaarmaking af te wijzen “als de openbaarmaking afbreuk doet aan een geheimhoudingsverplichting, vastgesteld in een aangelegenheid waarvoor de gemeenschap of het gewest bevoegd is”. Uit voornoemd artikel II.34, 1° vloeit voort dat de daarin bedoelde geheimhoudingsverplichting o.m. geregeld kan zijn in een decreet (cfr. Beroepsinstantie OVB/2008/169 van 12 januari 2009), waarbij de Vlaamse decreetgever te kennen heeft gegeven dat deze uitzondering “duidelijk een absoluut karakter heeft en bijgevolg geen afwegingsproces vereist” (Parl. St. Vl. Parl. 2002-03, nr. 1732/1, p. 25). Het beroepsgeheim van Fluvius, en aldus de bedoelde geheimhoudingsverplichting, is vervat in artikel 4.1.11. Energiedecreet en luidt als volgt: “De personeelsleden en bestuurders van de netbeheerder en zijn
werkmaatschappij zijn gebonden door het beroepsgeheim. Zij mogen de vertrouwelijke gegevens die hun ter kennis zijn gekomen op grond van hun functie bij de netbeheerder of zijn werkmaatschappij aan niemand bekendmaken, behalve wanneer zij worden opgeroepen om in rechte te getuigen, zonder afbreuk te doen aan de informatieverplichtingen die uitdrukkelijk door dit decreet of de bijbehorende uitvoeringsbesluiten, met inbegrip van de technische reglementen, zijn bepaald en toegestaan.”. Artikel
13.2.2. Energiedecreet voegt daaraan toe dat elke overtreding van het beroepsgeheim, zoals o.m. vermeld in artikel 4.1.11. Energiedecreet, gestraft wordt met de straffen die zijn bepaald in artikel 458 Sw.
Beide bepalingen vormen op Vlaams niveau de omzetting van artikel 27 van Richtlijn 2009/72/EG en van artikel 27 van Richtlijn 2009/73/EG. Het doel van deze geheimhoudingsverplichting bestaat erin dat de vertrouwelijke gegevens binnen de netbeheerder vertrouwelijk blijven en niet ter kennis kunnen komen van derden, gelet op de bescherming van het algemeen belang dat is gemoeid bij het beheer en de exploitatie van de distributienetten inzake elektriciteit en aardgas. Het is in het licht van het doel waarvoor de geheimhoudingsverplichting in het leven werd geroepen, dat de betrokken uitzonderingsgrond moet beoordeeld worden (Parl. St. Vl. Parl. 20022003, nr. 1732/1, p. 25; Beroepsinstantie OVB/2011/60 van 19 april 2011).
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/125
pagina 4 van 8
Gelet op het absoluut karakter van de betrokken uitzonderingsgrond, stelt Fluvius dat de Beroepsinstantie het beroep hoe dan ook moet verwerpen, gezien de regelgevers met artikel artikel II.34, 1° van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, respectievelijk met artikel 6, § 2, 2° van de Wet van 11 april 1994 reeds geoordeeld hebben dat de vertrouwelijkheid niet mag wijken voor het beginsel van de openbaarheid van bestuur (zie: RvS Gemeente Lochristi, nr. 189.864, 28 januari 2009; RvS Gemeente Lochristi, nr. 202.966, 15 april 2010). Fluvius is ervan overtuigd dat de gevraagde stukken ontegensprekelijk vallen onder de vertrouwelijke gegevens die beschermd worden via hun beroepsgeheim, zoals opgelegd bij artikel 4.1.11. iuncto artikel 13.2.2. Energiedecreet. De gevraagde openbaarmaking dient volgens Fluvius dan ook geweigerd te worden op grond van artikel II.34, 1° van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, respectievelijk artikel 6, § 2, 2° van de Wet van 11 april 1994, zodat het beroep dient verworpen te worden als ongegrond. 4
Standpunt van de beroepsinstantie
De beroepsinstantie stelt vast dat Fluvius in hoofdorde aanvoert dat het openbaarheidsverzoek kennelijk onredelijk is, en bijkomend dat de informatie valt onder het beroepsgeheim van Fluvius en zijn medewerkers. Uit de toelichting door Fluvius verschaft, maakt de beroepsinstantie op dat de informatie die door verzoeker wordt gevraagd, niet bestaat onder de vorm van overzichtsdocumenten met daarin voor alle fraudedossiers sinds 2011 de door verzoeker gevraagde gegevens.
a) Hangende procedures energiefraude Er bestaat geen document dat een overzicht bevat van alle hangende fraudegedingen, opgesplitst in burgerlijke, stafrechtelijke en Raad van State-dossiers, met daarin de rolnummers en details van de gevatte rechtscolleges vermeld. Het overzicht van de hangende burgerlijke procedures dat uit het systeem getrokken werd en bij wijze van voorbeeld aan de beroepsinstantie bezorgd werd, bevat enkel het dossiernummer van Fluvius maar niet de rolnummers en details van de gevatte rechtscolleges. Deze informatie zou volgens de toelichting door Fluvius manueel moeten worden opgezocht in de dossiers. De beroepsinstantie is van oordeel dat het opstellen van een overzicht van de hangende fraudedossiers zoals door verzoeker gewenst, het creëren van een nieuw bestuursdocument uitmaakt. Het recht op openbaarheid van bestuur gaat echter over bestaande bestuursdocumenten, het Bestuursdecreet vereist niet dat er nieuwe documenten worden opgemaakt of dat er analyses van bestaande bestuursdocumenten gebeuren (Artikel II.31 Bestuursdecreet). Nu het door verzoeker gevraagde overzicht van de hangende fraudeprocedures als zodanig niet bestaat, kan er uiteraard ook geen afschrift van worden gegeven. Het beroepschrift wordt voor dit onderdeel dan ook als ongegrond beschouwd.
b) Alle gerechtelijke en administratiefrechtelijke uitspraken (vonnissen en arresten) inzake energiefraude waarbij Fluvius betrokken partij was, dit voor de volledige periode vanaf 2011
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/125
pagina 5 van 8
c) Alle strafklachten inzake energiefraude ingediend door Fluvius, en dit voor de volledige periode vanaf 2011 tot op heden Uit de toelichting door Fluvius verstrekt, blijkt dat er in totaal 1220 afgesloten fraudedossiers zijn sinds 2011. Er is geen apart overzicht van het aantal minnelijke schikkingen. Fluvius zou dus deze 1220 dossiers moeten openen, onderzoeken en hieruit de vonnissen en uitspraken moeten halen en kopiëren. Daarnaast zou ook nog manueel moeten worden bekeken welke klachten er waren tegen keuringsorganisme AIB Vincotte. Fluvius geeft hiervoor een tijdsinschatting van 65 FTE’s gedurende een volle week. Dit zijn 325 werkdagen. De beroepsinstantie is van oordeel dat een dergelijke tijdrovende en qua personeelsinzet veeleisende behandeling van het openbaarheidsverzoek in casu inderdaad kennelijk onredelijk is. Zeker in verhouding tot een ‘normale’ belasting van Fluvius door openbaarheidsverzoeken van ongeveer 12 werkdagen per jaar, voor alle openbaarheidsverzoeken samen. De beroepsinstantie treedt op basis van voorgaande informatie het oordeel van Fluvius dan ook bij dat de vraag van verzoeker naar een afschrift van alle gerechtelijke en administratiefrechtelijke uitspraken inzake energiefraude en alle strafklachten inzake energiefraude sinds 2011 een te algemeen geformuleerde vraag is, die onredelijk veel werk oplevert voor Fluvius. De beroepsinstantie sluit zich aan bij de redenering van Fluvius en is daarbij van oordeel dat dat de inwilliging van het openbaarheidsverzoek, zoals geformuleerd door verzoeker in dit onderdeel van zijn openbaarheidsverzoek, de normale werking van Fluvius ernstig verstoort, gelet op de omvang van het volume van documenten, waarop dit onderdeel van het openbaarheidsverzoek betrekking heeft (zoals hiervoor werd uiteen gezet); Artikel II.40,§3 van het Bestuursdecreet bepaalt dat een verzoeker in principe geen belang hoeft aan te tonen om de openbaarheid van bestuursdocumenten te verkrijgen. Dit betekent evenwel niet dat er geen redelijk belang aanwezig moet zijn. Het komt een instantie of een beroepsinstantie in principe niet toe om de motieven van de aanvragen of van de beroepen te onderzoeken, doch dit kan echter geen vrijgeleide zijn om de openbaarmaking aan te vragen van een omvangrijk aantal documenten, waarvan het terugvinden ervan een enorme administratieve werklast met zich meebrengt, waardoor de normale werking van de diensten in het gedrang komt. Aan de hand van de bij Fluvius ingewonnen informatie, kan de beroepsinstantie enkel maar besluiten dat de werking van Fluvius onevenredig wordt belast door het enorme opzoekingswerk dat het terugvinden van de gevraagde documenten met zich meebrengt, waardoor de grenzen van de kennelijke onredelijkheid bereikt worden. Door de omvang van dit onderdeel van het openbaarheidsverzoek en de enorme werklast die een eventuele inwilliging ervan veroorzaakt bij Fluvius, is er in casu niet langer sprake van een redelijke uitoefening van het recht van openbaarheid van bestuur. Het grondwettelijke recht op openbaarheid van bestuur is een instrument dat de burgers moet toelaten controle uit te oefenen op het handelen van het bestuur. Het moet de burgers in staat stellen de rechtmatigheid van het overheidsoptreden te beoordelen en met kennis van zaken te beslissen of er grond bestaat dat optreden in rechte aan te vechten. Beroeper heeft aldus het volste recht gebruik te maken van de openbaarheid van bestuur om het doen en laten van bepaalde bestuursinstanties betreffende aangelegenheden die hij zich ter harte heeft genomen, na te gaan. Hij is er echter niet van ontslagen om zijn rechten op redelijke en zorgvuldige wijze uit te oefenen, waarbij het belang dat de beroeper bij de uitoefening van zijn rechten heeft, in redelijke verhouding moet staan met de gevolgen voor de werking van de betrokken overheidsinstantie.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/125
pagina 6 van 8
De vraag wanneer een openbaarheidsverzoek de grens van de kennelijke onredelijkheid overschrijdt, is zeer delicaat en moeilijk. Het uitgangspunt indachtig dat de uitzonderingsgronden op de openbaarheid restrictief moeten worden geïnterpreteerd en toegepast, moet daar bijgevolg heel behoedzaam mee worden omgegaan. Doch hier kan de beroepsinstantie nochtans alleen maar besluiten dat de huidige beroeper de perken van de redelijkheid te buiten is gegaan, omwille van de omvang van dit onderdeel van het openbaarheidsverzoek (met ontzettend veel opzoekingswerk tot gevolg). Deze handelwijze schaadt dan ook, gelet op de overlast die dit met zich zou meebrengen voor Fluvius, de normale werking van deze overheidsinstantie. Na billijke afweging van ieders belangen, oordeelt de beroepsinstantie, op basis van wat eerder werd uiteengezet, dat dit onderdeel van het openbaarheidsverzoek van verzoeker moet afgewezen worden omwille van de kennelijke onredelijkheid van dit deel van het openbaarheidsverzoek. Het voordeel van de informatie die beroeper bekomt (alle gerechtelijke en administratiefrechtelijke uitspraken en alle strafklachten sinds 2011 inzake energiefraude) weegt kennelijk niet op tegen de enorme werklast die dit openbaarheidsverzoek veroorzaakt binnen de diensten van Fluvius. Ook deze onderdelen van het beroep worden bijgevolg als ongegrond beschouwd.
d) Volledig overzicht van het aantal minnelijke schikkingen inzake energiefraude waarbij Fluvius betrokken partij was, dit voor de volledige periode vanaf 2011 tot op heden Een dergelijk overzicht bestaat niet volgens de toelichting van Fluvius. De beroepsinstantie verwijst naar haar uiteenzetting onder punt 1, en concludeert dat dit punt van het openbaarheidsverzoek betrekking heeft op een onbestaand bestuursdocument. Het Bestuursdecreet vereist ook niet dat er een analyse of verwerking gebeurt van bestaande bestuursdocumenten. Fluvius is bijgevolg niet verplicht op basis van haar database een dergelijk overzicht te maken. Dit onderdeel van het beroep wordt bijgevolg als ongegrond beschouwd. Samenvattend is de beroepsinstantie bijgevolg van oordeel dat het beroepschrift enerzijds betrekking heeft op onbestaande bestuursdocumenten (artikel II.31 Bestuursdecreet), en dat het anderzijds kennelijk onredelijk is (artikel II.33 Bestuursdecreet). Aanvullend merkt de beroepsinstantie op dat in toepassing van artikel II. 35, 4° Bestuursdecreet een aanvraag tot openbaarmaking moet worden afgewezen als het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van de rechtspleging in een burgerlijk of administratief rechtsgeding en de mogelijkheid een eerlijk proces te verkrijgen. Deze uitzonderingsgrond beoogt het eerlijk verloop van de rechtspleging te vrijwaren. Een essentieel onderdeel van het recht op een eerlijk proces is het beginsel van de “gelijkheid der wapens in een proces”. Dit beginsel van de wapengelijkheid houdt in dat elke partij het recht heeft haar argumenten te doen gelden in omstandigheden die haar niet benadelen ten opzichte van de tegenpartij. De bestaansreden van voormelde uitzonderingsgrond ligt vooral bij het verhinderen dat de openbaarheid van bestuur waaraan één partij onderworpen is, afbreuk zou doen aan de wapengelijkheid. Zonder deze uitzonderingsgrond zou één partij op grond van de openbaarheid van bestuur kunnen worden verplicht stukken in het gerechtelijk debat te brengen die tegen haar (of een andere aan openbaarheid onderworpen bestuursinstantie) zouden kunnen pleiten, daar waar de andere partij enkel die elementen die haar eis ondersteunen, kenbaar mag maken om het oordeel van de rechter te beïnvloeden. Deze uitzonderingsgrond is een correctief op de openbaarheid om te beletten dat een instantie zou worden verplicht in een rechtsgeding de tegenpartij
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/125
pagina 7 van 8
informatie ter beschikking te stellen die vervolgens tegen haar (of een andere aan openbaarheid onderworpen bestuursinstantie) wordt uitgespeeld. De bedoelde uitzonderingsgrond mag evenwel niet op een abstracte manier worden ingeroepen zodat concreet moet worden aangetoond dat het gevraagde bestuursdocument verband houdt met een bestaand rechtsgeding en tegen een bestuursinstantie kan worden aangewend. In casu is er een procedure bij de Raad van State hangende die verzoeker tegen Fluvius heeft ingesteld. Verzoeker haalt zelf aan dat hij afschrift wenst van de gevraagde bestuursdocumenten, om deze als precedenten te kunnen gebruiken om een correct verweer te kunnen opbouwen voor xxx tegen twee beslissingen d.d. 14 oktober 2019 van Fluvius. Uit de verzoekschriften die door Fluvius aan de beroepsinstantie werden bezorgd, blijkt dat het effectief tegen deze beslissingen van 14 oktober 2019 is dat verzoeker een beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State heeft ingesteld. De documenten werden bijgevolg wel degelijk opgevraagd om te kunnen gebruiken in het voordeel van verzoeker in de hangende rechtsprocedure voor de Raad van State tegen Fluvius, en bijgevolg in het nadeel van Fluvius. Bijgevolg vallen zij onbetwistbaar onder de uitzonderingsgrond van artikel II. 35, 4° Bestuursdecreet. Het beroepschrift d.d. 16 maart 2021 wordt op grond van de hierboven uiteengezette overwegingen als ongegrond beschouwd. Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 16 maart 2021 tegen de weigeringsbeslissing van Fluvius wordt als ontvankelijk doch ongegrond beschouwd. Brussel, 28 april 2021 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/125
pagina 8 van 8