Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/065
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2021/065
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 6 januari 2021 diende xxx (hierna: verzoeker), een verzoekschrift in bij het Autonoom Gemeentebedrijf (hierna: AGB) van de stad Landen, met de vraag om een afschrift te bekomen van de volgende documenten betreffende een op 3 juni 2016 afgeleverde stedenbouwkundige vergunning met in acht neming van het RUP SINT-NORBERTUS: “01 Afschrift, eensluidend met het origineel, van het Besluit, genomen in de schoot van het AGB door haar
daartoe bevoegd Orgaan tot het formuleren aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Ambtenaar van een stedenbouwkundige aanvraag voor het perceel 180 X7 en strekkende tot het " . . . .renoveren en uitbreiden van een villa naar een kunstacademie, een brasserie en een lokaal voor verenigingen en de dienst vrije tijd” 02. Afschrift, eensluidend met het origineel, van het Besluit, genomen in de schoot van het AGB door haar daartoe bevoegd Orgaan tot de aanstelling van een Architect met het oog op het indienen van een aanvraag bij de Gewestelijke Stedenbouwkundige Ambtenaar voor het perceel 180 X7 en strekkende tot het " . . . .renoveren en uitbreiden van een villa naar een kunstacademie, een brasserie en een lokaal voor verenigingen en de dienst vrije tijd. 03. Afschrift, eensluidend met het origineel, van de aanvraag, de wettelijk voorgeschreven bijlagen en de plannen (inplantingsplannen en uitvoeringsplannen) tot het bekomen van een stedenbouwkundige vergunning alsmede de toelichtende nota van de door het AGB — Landen aangestelde Architect. 04. Afschrift, eensluidend met het origineel, van de ontvankelijkheids- en volledigheidsverklaring uitgaande van de GSA dd. 25 maart 2016.
www.vlaanderen.be
05. Afschrift, eensluidend met het origineel, van de opgestelde verslagen en uitgebrachte adviezen door de GECORO -Landen met betrekking tot het voorgenomen project. 06. Afschrift, eensluidend met het origineel, van het extern advies over de aanvraag door het College van Burgemeester & Schepenen LANDEN (12 mei 2016). 07. Afschrift, eensluidend met het origineel, van het extern advies over de aanvraag door het Agentschap Wegen & Verkeer Vlaams-Brabant (19 april 2016). 08. Afschrift, eensluidend met het origineel, van het extern advies over de aanvraag door het Agentschap ONROEREND ERFGOED (20 april 2016). 09. Afschrift, eensluidend met het origineel, van het extern advies over de aanvraag door de Dienst Waterlopen van de Provincie Vlaams-Brabant (28 april 2016). 10. Afschrift, eensluidend met het origineel, van het extern advies over de aanvraag door de ASTRIDVeiligheidscommissie (05 april 2016). 11. Afschrift van de stedenbouwkundige vergunning van 17 oktober 2014 voor het verbouwen van een loods tot een gemeenschapscentrum met bibliotheek, cultuurzaal, jeugdhuis en fuifzaal op het perceel 180 X 7. 12. Afschrift van de aan de aanvraag gevoegde sloopinventaris (met inbegrip van de asbestinventaris) met betrekking tot de te slopen gedeelten van de villa en van de verhardingen rondom de villa. 13. Afschrift van de plannen houdende de plaats van inplanting en de karakteristieken van een infiltratievoorziening met een capaciteit van 56.330 liter en van de inplanting van 2 hemelwaterputten met een totale inhoud van 15.000 liter. 14. Afschrift, eensluidend met het origineel, van de door het AGB ingediende project MER screeningsnota. 15. Afschrift, eensluidend met het origineel, van de mobiliteitsstudie & bijlagen welke voor de site — perceel 180 X 7, werd opgesteld en waarnaar de vergunning verwijst. 16. Afschrift, eensluidend met het origineel, van de aan de aanvraag "bijgevoegde" inrichtingsschets teneinde te beantwoorden aan de toekomstvisie die voor het Domein 't Park werd opgemaakt. 17. Afschrift, eensluidend met het origineel, met het geschrift houdende de toekomstvisie die voor het Domein 't Park werd opgemaakt. 18. Afschrift, eensluidend met het origineel, van de beveiligde zendingen door het AGB aan respectievelijk het College van Burgemeester & Schepenen van de Stad LANDEN en aan de GSA houdende mededeling van het begin van de werkzaamheden of handelingen waarvoor vergunning van 03 juni 2016 werd verleend. 19. Afschrift, eensluidend met het origineel van het Besluit, genomen in de schoot van het AGB door haar daartoe bevoegd Orgaan tot de gunning van de uitvoering van de stedenbouwkundige vergunning cfr. de regelgeving inzake overheidsopdrachten aan een aannemer tot het ". . . .renoveren en uitbreiden van een villa naar een kunstacademie, een brasserie en een lokaal voor verenigingen. 20. Afschrift, eensluidend met het origineel van de werfverslagen betreffende de vergunde stedenbouwkundige handelingen alsmede de proces-verbalen houdende de voorlopige en de definitieve opleveringen van de werken waarvoor op 03 juni 2016 een stedenbouwkundige vergunning werd verleend. 21. Afschrift, eensluidend met het origineel, van de stedenbouwkundige vergunningen welke na 03 juni 2016 werden afgeleverd met het oog op het grondverzet van de vervuilde bodem rond de Villa ' Park . 22. Afschrift, eensluidend met het origineel, van de stedenbouwkundige vergunning welke na 03 juni 2016 werd afgeleverd en waarbij aan de gebouwen een andere bestemming als de vergunde functie/bestemming "brasserie" werd gegeven.” Bij gebrek aan enige beslissing vanwege het AGB van de stad Landen, diende xxx op 1 februari 2021 beroep in bij de beroepsinstantie openbaarheid van bestuur. Het beroep werd door de beroepsinstantie openbaarheid van bestuur geregistreerd op 2 februari 2021. Op 4 maart 2021 werd de beslissingstermijn van de beroepsinstantie, in toepassing van artikel II.50, §1, tweede lid van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, verlengd van dertig kalenderdagen naar vijfenveertig kalenderdagen.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/065
pagina 2 van 10
Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijk verzoek dateert van 6 januari 2021. Op 1 februari 2021, datum van het beroep, was de in artikel II.43, § 1, 2e lid van het Bestuursdecreet bepaalde beslissingstermijn van 20 kalenderdagen voor het AGB van de stad Landen verstreken, zonder dat verzoeker een beslissing had ontvangen. Het ingediende beroep is bijgevolg tijdig ingediend en is ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Inhoud van het beroepschrift
Door het uitblijven van een reactie van het AGB van de stad Landen zag xxx zich genoodzaakt beroep in te dienen tegen de ontstentenis van beslissing.
2. Toelichting door het AGB van de stad Landen Per mail van 5 en 18 maart 2021 bezorgde de stad Landen de nodige informatie en stukken aan de beroepsinstantie. De stad verklaarde met betrekking tot de documenten gevraagd onder de nummers 1, 2, 5, 12, 18, 21, 22, dat deze niet bestaan.
3. Standpunt van de beroepsinstantie Onderdeel 1 : de documenten gevraagd onder de nummers 1, 2, 5, 12, 18, 21 en 22 Uit de toelichting van de stad Landen blijkt dat de documenten gevraagd onder de nummers 1, 2, 5, 12, 18, 21, 22 niet bestaan. In de gegeven omstandigheden kan de beroepsinstantie enkel vaststellen dat het beroep wat deze documenten betreft, ongegrond is aangezien een verzoek in het kader van openbaarheid van bestuur enkel kan betrekking hebben op bestaande bestuursdocumenten. Aangezien de gevraagde documenten onder de nummers 1, 2, 5, 12, 18, 21, 22 niet bestaan, kan de stad Landen er geen afschrift van verlenen. Het beroep dient met betrekking tot voormelde gevraagde documenten als ongegrond te worden beschouwd.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/065
pagina 3 van 10
Onderdeel 2 : de onder de nummers 3, 4, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 14, 15, 16 en 17 gevraagde documenten De stad Landen bezorgde de beroepsinstantie een afschrift van de onder de nummers 3, 4, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 14, 15, 16 en 17 gevraagde documenten, zonder verwijzing naar een in het Bestuursdecreet voorziene uitzonderingsgrond. Na onderzoek stelt de beroepsinstantie vast dat deze stukken voldoen aan de in artikel I. 3, 4° van het Bestuursdecreet geformuleerde definitie van een bestuursdocument en dan ook principieel in aanmerking komen voor openbaarmaking. Met uitzondering van de in bijlage gevoegde plannen, die in onderdeel 3 van deze beslissing worden beoordeeld, ziet de beroepsinstantie geen gronden die de openbaarmaking van voormelde documenten zouden kunnen verhinderen. De beroepsinstantie concludeert dan ook dat het beroep met betrekking tot de in onderdeel 2 gevraagde documenten, met uitsluiting van de plannen, als gegrond kan worden beschouwd. Onderdeel 3 : het onder nummer 13 gevraagde inplantingsplan en alle andere plannen in bijlage van de overige opgevraagde documenten Vooreerst kan in algemene termen worden gesteld dat plannen in aanmerking komen voor een bescherming door het auteursrecht. In het Bestuursdecreet komt de bescherming van het auteursrecht niet als uitzondering voor. De intellectuele eigendom is volgens artikel 6, §1, VI, lid 5, 7° van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, een federale aangelegenheid. Het ontbreken van regels op het vlak van de bescherming van intellectuele rechten, waaronder het auteursrecht, is een gevolg van de onbevoegdheid van de decreetgever. Echter, het Bestuursdecreet laat de federale regelgeving betreffende de intellectuele rechten onverlet, en overheidsinstanties dienen bijgevolg de federale regelgeving te eerbiedigen bij het nemen van beslissingen over aanvragen tot openbaarmaking. Uit artikel XI.165 en volgende van het Wetboek van economisch recht, volgt dat het recht om een werk van letterkunde of kunst te reproduceren op welke wijze en in welke vorm ook, direct of indirect, tijdelijk of duurzaam, volledig of gedeeltelijk, uitsluitend is voorbehouden aan de auteur. De stukken genieten de bescherming van het auteursrecht indien ze van oorspronkelijkheid getuigen, wat inhoudt dat ze de persoonlijke stempel dragen van de auteur. De bescherming ontstaat van rechtswege. Na onderzoek van alle plannen uit het dossier, is de beroepsinstantie de mening toegedaan dat deze wel degelijk te beschouwen zijn als een oorspronkelijke creatie van de auteur, zodat deze plannen en tekeningen wel degelijk vallen onder de auteursrechtelijke bescherming. De plannen getuigen volgens de beroepsinstantie duidelijk van de nodige originaliteit en het vereiste individuele karakter om door het auteursrecht te worden beschermd. De overhandiging van een afschrift ervan, zonder toestemming van de auteur, houdt dan ook een schending in van het auteursrecht, behoudens de in het bovenvermeld wetboek vermelde uitzonderingen. In casu zijn er evenwel geen dergelijke uitzonderingsgronden van toepassing. Per mail van 18 maart 2021 geeft de architect van de stad Landen toestemming tot het verlenen van een afschrift van het inplantingsplan en de terreinsnede. Dit heeft tot gevolg dat het beroep met betrekking tot deze 2 plannen uit het dossier als gegrond kan worden beschouwd en ongegrond met betrekking tot alle overige plannen van gevels, sneden, grondplannen ed.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/065
pagina 4 van 10
Het beroep is met betrekking tot de plannen gevraagd in onderdeel 3 dan ook gedeeltelijk gegrond. Onderdeel 4 : het onder nummer 19 gevraagde document De stad Landen stelt voor om in het besluit van de gunning van de uitvoering van de stedenbouwkundige vergunning conform de regelgeving inzake de overheidsopdrachten de vermelde bedragen van de totaalprijzen en van de aangeboden korting onleesbaar te maken in het afschrift dat aan verzoeker wordt bezorgd. De beroepsinstantie is van oordeel dat, voor wat betreft de weggelaten informatie met betrekking tot de korting inderdaad kan gesteld worden dat deze vertrouwelijke commerciële informatie van de firma in kwestie betreft, waarvan het openbaar maken aan haar concurrenten een voordeel kan opleveren bij toekomstige overheidsopdrachten. Artikel II.35, 3° Bestuursdecreet bepaalt immers dat een verzoek tot openbaarmaking wordt afgewezen, indien het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van het vertrouwelijke karakter van commerciële en industriële informatie, wanneer deze informatie beschermd wordt om een gelegitimeerd economisch belang te vrijwaren. De beroepsinstantie is de mening toegedaan dat door de openbaarmaking van kortingen schade zou toegebracht worden aan een gelegitimeerd economisch belang in hoofde van de betrokken firma die de opdracht had binnen gehaald. Kortingen moeten net als eenheidsprijzen beschouwd worden als gevoelige commerciële informatie in hoofde van de betrokken leverancier. Bij overheidsopdrachten is het inderdaad zo dat de eenheidsprijzen en kortingen uit een ingediende offerte als vertrouwelijke commerciële informatie van de inschrijver moeten beschouwd worden en dat het openbaar maken hiervan de economische belangen van de indiener zou schaden, doordat concurrenten hiervan kennis zouden kunnen nemen. Deze concurrenten zouden deze informatie dan immers kunnen gebruiken bij het bepalen van hun commerciële strategie, bijvoorbeeld bij nieuwe toekomstige overheidsopdrachten, wat ontegensprekelijk in het nadeel van de huidige leverancier zou zijn. De beroepsinstantie is daarom van oordeel dat de vermelde korting aan de openbaarmaking dienen te worden onttrokken, verwijzende naar de toepassing van artikel II.35, 3° van het bestuursdecreet. Uit de vermelde totaalprijzen daarentegen kunnen, zonder gebruikte hoeveelheden, geen eenheidsprijzen worden afgeleid, zodat de beroepsinstantie geen graten ziet in de vermelding van de totaalprijs. Conform art. II.50, §1, derde lid Bestuursdecreet, heeft de beroepsinstantie contact opgenomen met de betrokkene firma, om na te gaan of ze akkoord gaat om de aanvrager alsnog de toestemming te geven om toegang te krijgen tot de gevraagde bestuursdocumenten. De beroepsinstantie heeft op het moment van haar beslissing nog geen reactie van de betrokken firma mogen ontvangen. Op basis van artikel II.45 § 2 van het Bestuursdecreet kan een document ook gedeeltelijk openbaar gemaakt worden als informatie waarop een uitzondering van toepassing is samen met andere informatie in een bestuursdocument opgenomen is, en het mogelijk is om de informatie die niet openbaar kan gemaakt worden, te scheiden van de andere informatie. De beroepsinstantie stelt vast dat in casu de vermelde korting eenvoudig te schrappen is. Het ingestelde beroep wordt daarom, wat dit onderdeel betreft, dan ook als gedeeltelijk gegrond beschouwd.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/065
pagina 5 van 10
Onderdeel 5 : de onder nummer 20 gevraagde werfverslagen De stad Landen laat in haar toelichting aan de beroepsinstantie weten dat zij het verzoek voor een afschrift van alle werfverslagen een onredelijk verzoek acht. Het betreft immers een groot aantal documenten die één voor één moeten worden gescreend op eventueel van toepassing zijnde uitzonderingsgronden. Sowieso staan in alle werfverslagen gegevens die de persoonlijke levenssfeer raken (persoonsnamen, gsmnummers, mailadressen,…), zodat alle betrokkenen moeten worden aangeschreven om na te gaan of ze toestemming geven tot openbaarmaking. Voor sommige verslagen gaat het soms over meer dan 25 te contacteren personen. En naar gelang de werken vorderen, veranderen ook de tewerkgestelde firma’s en tevens de in het verslag vermelde vertegenwoordigers, zodat er enorm veel personen moeten worden gecontacteerd voor hun toestemming. Vervolgens moeten de stukken worden geanonimiseerd en terug ingescand wat een enorme werklast met zich meebrengt. De administratieve werklast voor dit onderdeel alleen al wordt op ongeveer een volledige werkweek van 1 personeelslid geschat. Bij de stad Landen is verzoeker trouwens vaste klant: de laatste 6 maanden diende verzoeker in het kader van openbaarheid van bestuur maar liefst 39 verzoeken in. Elk verzoek telt bovendien gemiddeld 15 onderdelen, waarin telkens 1 of meerdere documenten worden opgevraagd. Veel van zijn vragen zijn voor de dienst Omgeving, die momenteel kampt met een probleem van onderbezetting, waardoor de stad er niet meer in slaagt om de verzoeken van xxx tijdig te kunnen beantwoorden. Vaak worden ook oude documenten opgevraagd die niet gedigitaliseerd zijn en eerst moeten worden opgezocht in het archief, vervolgens gescreend en eventueel, na weigering van de opgevraagde toestemming, geanonimiseerd, indien een gedeeltelijke openbaarmaking mogelijk is en tot slot gedigitaliseerd. Eén verzoek van xxx neemt dan ook gemiddeld 1 à 2 volle werkdagen in beslag, wat ontegensprekelijk een enorme belasting is die de normale werking van de reeds onderbezette dienst Omgeving in het gedrang brengt. De beroepsinstantie onderzoekt dan ook de vraag of in casu de grens van de onredelijkheid is overschreden. Het verbod van rechtsmisbruik vormt een algemeen rechtsbeginsel dat volgens de rechtspraak en rechtsleer de uitoefening van een recht is, niet alleen met het enkele opzet te schaden, maar ook het uitoefenen van dat recht op een wijze die kennelijk de grenzen te buiten gaat van de normale uitoefening van dit recht door een voorzichtig en bezorgd persoon (ter goeder trouw). De gevolgen van de uitoefening van een recht mogen niet in onevenredigheid zijn met de voordelen voor degene die het recht uitoefent. Dit betreft een belangenafweging, waarmee uitermate voorzichtig moet worden omgesprongen. Het misbruik van recht is een uitzonderingsgrond die onder toepassing van artikel II.33 van het Bestuursdecreet kan worden ingeroepen en die de aanvraag tot openbaarmaking “kennelijk onredelijk” maakt. Het aannemen van rechtsmisbruik in hoofde van de beroeper en bijgevolg de uitzonderingsbepaling van artikel II.33 Bestuursdecreet toepassen moet restrictief worden geïnterpreteerd. Het grondwettelijke recht op openbaarheid van bestuur is een instrument dat de burgers moet toelaten controle uit te oefenen op het handelen van het bestuur. Het moet de burgers in staat stellen de rechtmatigheid van het overheidsoptreden te beoordelen en met kennis van zaken te beslissen of er grond bestaat dat optreden in rechte aan te vechten. De beroeper heeft aldus het volste recht om gebruik te maken van de openbaarheid van bestuur om het doen en laten van een bepaalde bestuursinstantie betreffende aangelegenheden die hij zich ter harte heeft genomen, na te gaan. Hij is er echter niet van ontslagen om zijn recht op redelijke en zorgvuldige wijze uit te oefenen. Het belang dat de beroeper bij de uitoefening van zijn recht heeft, moet in redelijke verhouding staan met de gevolgen voor de werking van de desbetreffende bestuursinstantie.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/065
pagina 6 van 10
Artikel II.40, §3, eerste lid Bestuursdecreet bepaalt dat een verzoeker in principe geen belang hoeft aan te tonen om de openbaarheid van bestuursdocumenten te verkrijgen. Dit betekent niet dat er geen redelijk belang aanwezig moet zijn of dat het uitoefenen van een recht zonder enig aantoonbaar redelijk en voldoende belang niet kennelijk onredelijk zou kunnen zijn. Het komt een instantie of een beroepsinstantie in principe niet toe om de motieven van de aanvragen of van de beroepen te onderzoeken. Zoals reeds blijkt uit de beslissingspraktijk van de beroepsinstantie, kan dit echter geen vrijgeleide zijn om systematisch tal van documenten aan te vragen waardoor een onredelijke continue overlast ontstaat voor een instantie waardoor de normale werking ervan in het gedrang komt. De beroepsinstantie stelt vast dat het aantal verzoeken van beroeper enorm hoog oploopt. xxx diende immers bij de stad Landen alleen al 39 verzoeken op 6 maanden tijd in, wat bijna 7 verzoeken per maand betekent. Wetende dat hij per verzoek gemiddeld 15 bestuursdocumenten opvraagt, zodat de bestede arbeidsduur per verzoek soms oploopt tot gemiddeld 1 à 2 werkdagen, resulteert dit al gauw in een werkduur van gemiddeld 10,5 werkdagen per maand. Met slechts een gemiddelde van 22 werkdagen in de maand dient de stad Landen met andere woorden 1 personeelslid bijna 50% in te zetten enkel en alleen om de verzoeken van xxx te beantwoorden. Aangezien dergelijke verzoeken in het kader van openbaarheid van bestuur bovenop de reguliere dagtaak komen, zorgt dit groot aantal verzoeken van slechts 1 burger dan ook voor een extra werklast die de normale werking van het stadsbestuur in het gedrang brengt. Bovendien toont beroeper geen begrip voor de uitzonderlijke noodsituatie waar ons land ingevolge de COVID pandemie onverwacht is in terecht gekomen. Tot op heden geldt nog steeds het verplicht telewerken in het hele land, wat opzoekacties van oude, niet gedigitaliseerde documenten in het archief uiteraard vertraagt. Een beslissingen van de stad Landen waarin omwille van de opgelegde COVID-maatregelen een verlenging van de beslistermijn wordt aangekondigd, wordt door beroeper onthaald als drogreden en meteen aangevochten bij de beroepsinstantie. Waar de beroepsinstantie in 2020 in totaal 14 beroepen ontving van xxx tegen de beslissingen van de stad Landen, staat de teller medio maart 2021 voor de beroepen van xxx reeds op 13. In de gegeven omstandigheden kan de beroepsinstantie dan ook niet anders dan concluderen dat de stad Landen terecht de onredelijkheid van het verzoek in casu inroept en dat het voordeel van de informatie die beroeper bekomt kennelijk niet opweegt tegen de last die zijn verzoek veroorzaakt voor de werking van de overheidsinstantie. Hoewel iedere burger het recht heeft de nodige informatie te verzamelen, is uit voormelde cijfers gebleken dat de redelijke verhouding tussen de uitoefening van dit recht door xxx en de gevolgen hiervan voor de werking van de stad Landen ver zoek is. De beroepsinstantie dient in de gegeven omstandigheden het beroep wat dit onderdeel betreft dan ook ongegrond te verklaren.
Onderdeel 6 : de onder nummer 20 gevraagde processen-verbaal van oplevering Per mail van 19 maart 2021 ontving de beroepsinstantie een afschrift van de gevraagde processen-verbaal van de voorlopige en definitieve oplevering van het renoveren en uitbreiden van een bestaande villa naar een kunstacademie, brasserie en lokaal voor de Landense verenigingen en dienst vrije tijd. De processen-verbaal zijn bestuursdocumenten conform de definitie van artikel I. 3, 4° van het Bestuursdecreet en vallen dan ook onder de toepassing van openbaarheid van bestuur. De documenten
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/065
pagina 7 van 10
bevatten de namen en handtekeningen van de personen die namens de stad, namens Interleuven en namens de bouwfirma aanwezig waren bij de opleveringen. De beroepsinstantie is van oordeel dat de namen en handtekeningen van voormelde personen niet openbaar kunnen gemaakt worden in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Voormelde decreetbepaling bevat de verplichting om, behoudens toestemming van de betrokkene, een aanvraag af te wijzen als de openbaarmaking afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Deze bepaling laat niet toe dat gegevens worden verstrekt die de identificatie van derden mogelijk maken, in de mate dat daarmee afbreuk zou worden gedaan aan de bescherming van hun persoonlijke levenssfeer. Hoewel het hier om een absolute uitzonderingsgrond gaat waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, vertoont de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet voorziene uitzonderingsgrond niettemin een relatief aspect. De decreetgever was weliswaar van oordeel dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend, maar wijst er desondanks op dat telkens en in concreto geoordeeld moet worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (Vlaams Parlement, Parl. St. 2017-2018, nr. 1656/1, blz. 58). Artikel 22 van de Grondwet waarborgt uitdrukkelijk het recht op eerbiediging van het privéleven, net zoals artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dit doet. De bedoeling en het fundamentele uitgangspunt van de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond bestaat er precies in om het aan iedereen toegekende grondwettelijke recht op de eerbiediging van zijn privéleven te beschermen. De beroepsinstantie merkt op dat bij het onderzoek naar de uitzonderingsgrond met betrekking tot de persoonlijke levenssfeer moet worden nagegaan of er al dan niet sprake is van informatie in een bestuursdocument die op de persoonlijke levenssfeer betrekking heeft. In casu stelt de beroepsinstantie vast dat in de opgevraagde processen-verbaal van oplevering de persoonsgegevens van natuurlijke personen voorkomen: de namen en handtekeningen van natuurlijke personen van de stad Landen, van Interleuven en van de bouwfirma. Dergelijke naamgegevens behoren ontegensprekelijk tot de persoonlijke levenssfeer en het privéleven van de betrokkenen. Het vrijgeven van deze naamgegevens zou wel degelijk een inbreuk uitmaken op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van die personen. Het privéleven vormt de kern van de persoonlijke levenssfeer (F. SCHRAM, Het decreet openbaarheid van bestuur. Een juridische analyse in historisch perspectief, Brugge, Vanden Broele, 247; Concl. Adv.Gen. bij HvJ 8 april 2014, nr. C-293/12, Digital Rights Ireland Ltd, nr. 61). Het openbaar maken van deze naamgegevens heeft aldus betrekking op de kern van een belang – het door artikel 22 van de Grondwet en het door artikel 8 EVRM aan eenieder toegekende recht op eerbiediging van zijn privéleven – dat de uitzonderingsgrond uit artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet wenst te beschermen tegen de openbaarheid van bestuur (RvS, nr. 234.609 dd. 2 mei 2016). De beroepsinstantie is, na kennisname van de inhoud van de opgevraagde processen-verbaal, van oordeel dat deze inderdaad concrete persoonsgegevens bevat van natuurlijke personen, zijnde de namen en/of handtekeningen van de personen die namens de stad, namens Interleuven en namens de bouwfirma aanwezig waren bij de opleveringen en dat deze tot de persoonlijke levenssfeer van die personen behoren. De beroepsinstantie is bijgevolg van oordeel dat de openbaarmaking van voormelde gegevens afbreuk doet aan het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen en dat deze gegevens dan ook moeten worden afgeschermd in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet laat echter wel de mogelijkheid dat dergelijke gegevens toch openbaar worden gemaakt, mits toestemming van de betrokken personen. Gelet op het gebrek aan
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/065
pagina 8 van 10
contactgegevens is het voor de beroepsinstantie onmogelijk om alsnog de toestemming op te vragen aan alle betrokkenen. Op basis van artikel II.45 § 2 van het Bestuursdecreet kan een document ook gedeeltelijk openbaar gemaakt worden als informatie waarop een uitzondering van toepassing is samen met andere informatie in een bestuursdocument opgenomen is, en het mogelijk is om de informatie die niet openbaar kan gemaakt worden, te scheiden van de andere informatie. Uit het voorgaande besluit de beroepsinstantie dat de gevraagde processen-verbaal van oplevering kunnen openbaar worden gemaakt, mits weglating van de erin vermelde namen en handtekeningen, zodat het beroep wat dit onderdeel betreft gedeeltelijk gegrond kan worden beschouwd. Na beraadslaging
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 1 februari 2021 tegen het uitblijven van een beslissing van het AGB van de stad Landen wordt als ontvankelijk en deels ongegrond en deels gegrond beschouwd. Bijgevolg dient het AGB van de stad Landen een afschrift te bezorgen van : • • • • • • • • • • • • • • •
3. de aanvraag tot het bekomen van een stedenbouwkundige vergunning, exclusief de plannen 4. de ontvankelijkheids- en volledigheidsverklaring uitgaande van de GSA 6. het extern advies over de aanvraag door het CBS LANDEN (12 mei 2016) 7. het extern advies over de aanvraag door het AWV (19 april 2016). 8. het extern advies over de aanvraag door het Agentschap OE (20 april 2016). 9. het extern advies over de aanvraag door de Dienst Waterlopen (28 april 2016) 10. het extern advies over de aanvraag door de ASTRID-Veiligheidscommissie (05 april 2016) 11. de vergunning van 17/10/2014 voor het verbouwen van een loods tot een gemeenschapscentrum met bibliotheek cultuurzaal, jeugdhuis en fuifzaal op het perceel 180 X 7 13. Plan van de inplanting en van de terreinsnede 14. de ingediende project MER screeningsnota 15. de mobiliteitsstudie 16. de aan de aanvraag "bijgevoegde" inrichtingsschets 17. de toekomstvisie voor het Domein ’t Park 19. het besluit tot de gunning van de uitvoering van de stedenbouwkundige vergunning met weglating van het bedrag van de korting 20. 2 processen-verbaal van oplevering, mits weglating van de namen en handtekeningen van de personen die erin voorkomen.
Geen toestemming tot hergebruik van bestuursdocumenten In zoverre dit beroep gegrond werd verklaard, geldt dat deze inwilliging van de aanvraag tot openbaarmaking GEEN toestemming inhoudt om de gevraagde bestuursdocumenten te hergebruiken, als vermeld in titel II, hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (zie artikel II.44, §3, van het Bestuursdecreet).
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/065
pagina 9 van 10
Brussel, 24 maart 2021 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur 10
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/065
pagina 10 van