Skip to main content

Vlaamse_sociale_economie_2014.pdf

Page 1

DE VLAAMSE SOCIALE ECONOMIE IN 2014


Inleiding De situatie op de Vlaamse arbeidsmarkt in 2014 lijkt te zijn gestabiliseerd ten opzichte van het jaar voordien: de werkzaamheidsgraad is licht gestegen, maar desalniettemin valt op te merken dat de werkloosheidsgraad zich heeft gestabiliseerd op hetzelfde niveau als gedurende de economische crisis, en dat de verhoogde economische groei (met 1,2 procentpunten) zich niet heeft vertaald in een vergelijkbare groei van de arbeidsmarkt. Vlaanderen is hiermee geen uitzondering op de meeste ontwikkelde economieën1.

1. Werkzaamheid en werkloosheid De Vlaamse regering streeft ernaar om tegen 2020 een werkzaamheidsgraad van 76% te realiseren. Dit veronderstelt dat er in de komende zes jaar een vooruitgang geboekt moet worden van iets meer dan 4 procentpunten in de tewerkstelling, die zich momenteel op 71,9% bevindt. Het aantal nietwerkende werkzoekenden (NWWZ) zoals gemeten door VDAB bedroeg in juni 2015 221.270 personen. De groep van personen met een arbeidshandicap vertegenwoordigt 14,2% van het totaal (i.e. 31.542 personen). Een andere belangrijke determinant van de kans op werk is de duur van iemands werkloosheid: langdurige werkloosheid is namelijk geassocieerd met een moeilijkere overstap naar werk en kan de kans op werk van werkzoekenden verder bemoeilijken. 29,7% uit de populatie NWWZ van VDAB was in juni 2014 meer dan 2 jaar werkloos.

2. Overzicht van de werknemers in de sociale economie Een belangrijke doelstelling van sociale economie is het activeren van de talenten van diegenen die (nog) niet in het normaal economisch circuit terecht kunnen, onder andere via inschakeling in maatwerkafdelingen en –bedrijven of lokale diensteneconomie. Hierbij wordt in een gedifferentieerde aanpak voorzien voor de werkzoekenden die kampen met complexe problematieken die tewerkstelling in het normaal economisch circuit sterk bemoeilijken. De aanwezigheid van deze problematieken wordt nagegaan aan de hand van een objectief indiceringsinstrument gebaseerd op internationale classificaties (de International Classification of Functioning, Disability and Health, ICF). Aan de hand van dit instrument wordt de nood aan intensieve begeleiding en het potentieel rendementsverlies in het functioneren geïdentificeerd, los van de formele categorieën waar de werkzoekende toe behoort. In 2014 werden 26.657 doelgroepwerknemers tewerkgesteld binnen de sociale economie. De grootste maatregel, maatwerk, stelde iets meer dan 8 op 10 werknemers uit de totale groep tewerk. De doelgroep uit de lokale diensteneconomie bedroeg 8,8% van het totaal. Daarnaast namen er 2.347 personen of iets meer dan 10% van de totale groep, deel aan arbeidsmatige activiteiten in het kader van arbeidszorg.

1

De Internationale Arbeidsorganisatie stelt immers vast dat het economisch herstel op wereldniveau niet gevolgd werd door de verwachte tewerkstellingsgroei. Zie ILO, 2015, World Employment Social Outlook, Geneva.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 3-12-2015

pagina 2 van 6


Tabel 1: Bereik, in-en uitstroom, evolutie en rotatie in de programma's voor sociale economie 31/12/’13

31/12/’14

t.o.v. 2013

instroom

uitstroom

rotatie*

4583

4731

+148

799

651

16425**

16945

+520

1614

1094

770

546

-224

250

474

32,5%

398

233

-165

39

204

9,8%

Maatwerk Sociale werkplaatsen Beschutte werkplaatsen Totaal Invoeg Invoeg dienstencheques Invoeg niet- dienstencheques

14,2% 6,7%

372

313

-59

211

270

56,7%

Lokale diensteneconomie

1969

2088

+119

552

433

22,0%

Arbeidszorg ***

2042

2347

+305

397

92

4,5%

Bron: Departement WSE *Rotatie betreft de vervanging op plaatsen die in het begin van het jaar al bestonden, het cijfer geeft uitdrukking aan de mate van vernieuwing in het programma (zonder de eventuele aangroei). **Dit cijfer ligt aanzienlijk hoger dan in de meting uit de vorige omgevingsanalyse (in de meting van 2014 worden er 1570 werknemers minder meegeteld). Het verschil heeft te maken met het feit dat de laatste meting een andere meetmethode hanteert. Bij deze methode worden alle personen die op het eind van het jaar ingeschreven waren in het personeelsregister van een BW meegeteld. *** Omvat enkel de doelgroep sociale economie

Binnen de verschillende maatregelen is er een grote diversiteit aan kansengroepen vast te stellen. Zoals blijkt uit onderstaande tabel zijn 50-plussers oververtegenwoordigd binnen maatwerk, de lokale diensteneconomie en arbeidszorg: hun tewerkstelling binnen deze maatregelen bedraagt immers een hoger percentage dan hun aandeel in de werkende bevolking. Personen met een arbeidshandicap (PMAH) zijn, gelet op het historische doel van beschutte werkplaatsen, oververtegenwoordigd in deze tewerkstellingsplaats, maar ondervertegenwoordigd in andere maatregelen. Vrouwen zijn in invoegondernemingen dienstencheques oververtegenwoordigd, maar voor het overige is hun aandeel in de verschillende maatregelen lager dan in de werkende bevolking. Personen van niet-EU herkomst zijn oververtegenwoordigd in bijna alle maatregelen met uitzondering van de beschutte werkplaatsen. Wanneer we kijken naar de totale tewerkstelling binnen sociale economie, is iedere kansengroep beter vertegenwoordigd binnen de sociale economie dan zijn/haar vertegenwoordiging op de arbeidsmarkt. Het is duidelijk dat sociale economie oog heeft voor die groepen die het moeilijker hebben op onze arbeidsmarkt.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 3-12-2015

pagina 3 van 6


Tabel 2: Diversiteit in programma’s sociale economie en in totale werkende bevolking op arbeidsleeftijd (2014) 50-plussers

Aandeel in programma

Aandeel in totale werkende bevolking

42,76%

27,7%

Personen van niet-EU herkomst Aandeel in Aandeel totale in werkende programma bevolking (2012)

PMAH Aandeel in programma

Vrouwen

Aandeel in totale werkende bevolking

Aandeel in programma

Aandeel in totale werkende bevolking

Maatwerk Sociale werkplaatsen Beschutte werkplaatsen Totaal Invoeg Invoeg dienstencheques Invoeg nietdienstencheques Lokale diensteneconomie Arbeidszorg Totaal

24,86%

6,4%

13,82%

8,30%

37,48%

46,60%

30,66%

27,7%

3,65%

6,4%

100%

8,30%

39,45%

46,60%

22,71%

27,7%

26,92%

6,4%

5,31%

8,30%

61,90%

46,60%

22,04%

27,7%

31,31%

6,4%

7,35%

8,30%

36,10%

46,60%

23,61%

27,7%

21,03%

6,4%

2,58%

8,30%

96,57%

46,60%

33,72%

27,7%

27,97%

6,4%

7,61%

8,30%

42,39%

46,60%

7,84%

6,4%

38,39%

8,30%

33,53%

46,60%

6,4%

26,66%

8,30%

46,97%

46,60%

29,27%

27,7%

31,67%

27,7%

10,03%

Bron: Departement WSE en FOD Economie – ADSEI – EAK (bewerking departement WSE). *Noot: De aandelen in de totale werkende bevolking (20-64 jaar) betreffen jaargemiddelden. De aandelen in de programma’s geven de situatie op 31/12 weer.

3. Uitstroom naar werk Onderstaande tabel geeft de uitstroom uit de maatregelen, het aantal en het percentage binnen die uitgestroomde werknemers die verder naar werk doorstromen. De uitstroom naar werk bij de Sociale Werkplaatsen, gemeten als aandeel van de totale uitstroom, blijft min of meer stabiel ten opzichte van 2006, maar vertoont een stijging met 6,4 procentpunten in 2014 ten opzichte van het jaar voordien (van 29,1% naar 35,5%). Bij de Lokale Diensteneconomie is er echter een daling, van 46,5% in 2013 naar 43,4% van de totale uitstroom (oftewel 3,1 procentpunten) in 2014. Bij arbeidszorg is er eveneens een kleine daling vast te stellen (met 1,1 procentpunt) tussen 2013 en 2014, naar 9,8%. Voor invoegondernemingen, momenteel een programma van bepaalde duur, is er een stijging van 68,7% in 2013 tot 71,5% in 2014, voornamelijk te verklaren door de uitstroom naar dienstencheque-ondernemingen.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 3-12-2015

pagina 4 van 6


Tabel 3: Uitstroom naar werk (2006-2014)

Programma

SW (doelgroep)

Invoeg (Totaal)

(excl. collectieve Invoeg)

Invoeg NietDienstench.

Invoeg

Jaar

Cumulatief bereik

Uitstroom

Uitstroom naar Werk

Aantal

%

Aantal

% uit % uit cumulatief uitstroom bereik

2006

3 269

476

14,6

180

37,8

5,5

2007

3 658

540

14,8

198

36,7

5,4

2008

4 100

582

14,2

173

29,7

4,2

2009

4 511

495

11

132

26,7

3

2010

4 883

674

13,8

168

24,9

3,4

2010*

4 883

674

13,8

195

28,9

4

2011*

5066

677

13,4

205

30,3

4

2012*

5270

830

15,7

283

34,1

5,4

2013*

5254

695

13,2

202

29,1

3,8

2014*

5382

651

12,1

231

35,5

4,3

2006

2 260

488

21,6

281

57,6

12,4

2007

2 913

645

22,1

430

66,7

14,8

2008

2 922

723

24,7

455

62,9

15,6

2009

2 857

811

28,4

552

68,1

19,3

2010

2 675

949

35,5

663

69,8

24,8

2010*

2 675

949

35,5

476

50,2

17,8

2011*

2250

781

34,7

468

60

20,8

2012*

1857

709

38,2

450

63,5

24,2

2013*

1360

552

40,6

379

68,7

27,9

2014*

1020

474

46,5

339

71,5

33,2

2006

1 172

309

26,4

189

61,1

16,1

2007

1 243

326

26,2

220

67,5

17,7

2008

1 731

428

24,7

306

71,5

25,7

2009

938

346

36,9

238

68,8

25,4

2010

838

325

38,8

222

68,1

26,5

2010*

838

325

38,8

145

44,6

17,3

2011*

766

286

37,3

190

66,4

24,8

2012*

733

269

36,7

175

65,1

23,9

2013*

662

284

42,9

203

71,5

30,7

2014*

583

270

46,3

185

68,5

31,7

762

133

17,5

74

55,6

9,7

Dienstencheque 2007

2006

1 286

195

15,2

112

57,4

8,7

2008

1 191

295

24,8

149

50,5

8,6

2009

1 919

465

24,2

314

67,5

16,4

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 3-12-2015

pagina 5 van 6


Collectieve Invoeg

2010

1 837

624

34

441

70,7

24

2010*

1 837

624

34

331

53

18

2011*

1484

495

33,4

278

56,2

18,7

2012*

1124

440

39,1

275

62,5

24,5

2013*

698

268

38,4

176

65,7

25,2

2014*

437

204

46,7

154

75,5

35,2

2006

326

46

14,1

18

39,1

5,5

2007

384

124

32,3

98

79

25,5

2008

967

151

15,6

77

49

9,7

2009

1713

256

14,9

133

51,9

7,8

Lokale Dienst. 2010 Econ. 2010*

2 206

367

16,6

197

53,7

8,9

2 206

367

16,6

190

51,8

8,6

2011*

2523

496

19,7

242

48,8

9,6

2012*

2591

498

19,2

233

46,8

9

2013*

2613

662

25,3

308

46,5

11,8

2014*

2521

433

17,2

188

43,4

7,5

2010

1513

282

18,6

50

17,7

3,3

2010*

1513

282

18,6

44

15,6

2,9

2011*

1689

176

10,4

28

15,9

1,7

2012*

1921

203

10,6

23

11,3

1,2

2013*

2128

138

6,5

15

10,9

0,7

2014*

2439

92

3,8

9

9,8

0,4

Arbeidszorg

* Nieuwe meetmethode Bron: Departement WSE en VDAB (bewerking: departement WSE)

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// 3-12-2015

pagina 6 van 6


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Vlaamse_sociale_economie_2014.pdf by Vlaanderen-be - Issuu