VR 2020 1112 DOC.1425/1QUATER
DE VLAAMSE MINISTER VAN ONDERWIJS, SPORT, DIERENWELZIJN EN VLAAMSE RAND
Visienota ”Digisprong” Van Achterstand naar Voorsprong ICT-plan voor een kwalitatief digitaal onderwijs in uitvoering van het relanceplan “Vlaamse veerkracht”
1
Inleiding Vlaanderen grijpt de coronacrisis aan om in het kader van het relanceplan ‘Vlaamse Veerkracht’ een historisch bedrag van 375 miljoen euro te investeren in een grote digisprong voor álle scholen, leerlingen en leerkrachten. Vlaanderen is in toenemende mate een kenniseconomie en investeringen hierin zijn dan ook bijzonder kritisch voor onze toekomst1. Naar aanleiding van de COVID-19 crisis heeft de Vlaamse Regering al 60 miljoen euro aan digitale oplossingen uitgewerkt zoals onder meer de eerste hulp bij afstandsonderwijs, het laptopproject “Digital for Youth”, multimediale Zomerscholen Vlaanderen, digitale hulpmiddelen in het hoger onderwijs en recent de subsidiëring van de aankoop van 15.000 nieuwe laptops voor kwetsbare kinderen van de tweede en derde graad van het secundair onderwijs. Maar nu is het tijd om in hoogste versnelling te schakelen via een ongeziene historische investering in digitaal onderwijs, om zo vorm te geven aan meer onderwijskwaliteit in het digitale tijdperk. Diverse onderzoeken en internationale vergelijkingen tonen aan dat het Vlaams onderwijs achterop loopt op vlak van digitalisering ten opzichte van andere landen. Volgens de resultaten van PIAAC hebben 19% van de volwassenen een (te) laag probleemoplossend vermogen in een technologierijke omgeving. Uit de ICT-monitor MICTIVO (2018) blijkt dat een groot deel van de ICT-infrastructuur in scholen verouderd is en dat het effectieve gebruik van technologie en digitale leermiddelen eerder laag is. In het gewoon lager onderwijs is 57% van de desktops en laptops ouder dan 4 jaar en 33% tussen de 1 en 4 jaar oud. De situatie is beter in het secundair onderwijs maar ook hier zijn 33,3% van de laptops en desktops ouder dan vier jaar. 39,5% is tussen 1 en 4 jaar oud en 15,8% is nieuw. Maar 65% van de directies zegt dat de school beschikt over een ICT-beleidsplan. Leerkrachten lager onderwijs gebruiken gemiddeld “meerdere keren per maand” tot “wekelijks” ICT om lessen voor te bereiden en tijdens de les. Leerkrachten uit het secundair onderwijs gebruiken ICT vooral om lessen voor te bereiden. Het ICT-gebruik tijdens de les ligt lager en beperkt zich gemiddeld eerder tot één tot meerdere keren per maand of slechts een paar keer per jaar. Vlaanderen scoort evenmin goed wat betreft de ICT-vaardigheden van leraren. Uit het PISA-onderzoek van 2018 blijkt dat we onder het OESO-gemiddelde scoren wat betreft de vaardigheden van leerkrachten om digitale middelen te integreren in hun lessen met een 63ste plaats op 78 landen. Nauwelijks 55% van de leerkrachten (in het lager secundair onderwijs) zijn hier volgens de directies klaar voor. TALIS 2018 toont dat het gebruik van ICT slechts beperkt aan bod komt in de Vlaamse lerarenopleidingen. De coronacrisis heeft niet alleen deze achterstand in het Vlaamse onderwijs duidelijker gemaakt maar eveneens de verschillen tussen de scholen onderling. Digitale middelen waren de eerste hulplijn om afstandsonderwijs mogelijk te maken. Scholen die al ver stonden op vlak van ICT-integratie hadden bij de start van de coronacrisis een groot voordeel. Zij waren in staat om snel over te schakelen op afstandsonderwijs. Hun leerlingen beschikten over infrastructuur en de leraren hadden een voorsprong met betrekking tot de didactische vaardigheden om de infrastructuur educatief verantwoord in te zetten. Bovendien hadden deze scholen ook al meer ervaring met en een groter aanbod aan digitale leermiddelen. Heel wat (andere) scholen en leraren hebben naar aanleiding van de coronacrisis grote stappen gezet bij het inzetten en gebruiken van onderwijstechnologie.
1
Rapport Economisch Relancecomité 14 juli 2020.
2
“Ieder nadeel heb zijn voordeel” zei ooit een sportieve wijsgeer. We grijpen de Corona-crisis aan om de toekomst te veranderen. En dus om van (ICT-)achterstand naar voorsprong te wippen. Een eerste voorwaarde daartoe betreft de ICT-uitrusting van scholen en leerlingen. Het vijfde leerjaar wordt voortaan een mijlpaal in het leven van elk kind. Het wordt het leerjaar waarin elk kind in Vlaanderen een eigen ICT-toestel krijgt. We verschaffen alle scholen meteen ook de middelen om de huidige leerlingengeneraties gefaseerd toegang te geven tot een eigen toestel. Ook voor de leerkrachten doen we een extra inspanning door te voorzien in een specifieke impuls voor ICT-materiaal en aangepaste ICT-opleidingen. Een en ander vergt vanzelfsprekend een gigantische budgettaire inspanning. In 2019 bedroeg de jaarlijkse totale ICT-steun voor de scholen vanuit de Vlaamse overheid 32 miljoen euro. Nu maken we 375 miljoen euro vrij. Om van achterstand naar voorsprong te gaan. Digitalisering blijft wel een middel en is geen doel op zich. De belangrijkste reden is het onderwijs effectiever maken, de leerprocessen te versterken en ervoor te zorgen dat er meer en diepgaander geleerd kan worden. Het is een middel om noodzakelijke ICT-competenties bij de leerlingen te bereiken én om het onderwijsproces ten volle te ondersteunen. Digitale middelen bieden extra kansen voor differentiatie om sterkere leerlingen verder uit te dagen en kwetsbare leerlingen gerichter te ondersteunen (gepersonaliseerd leren), om afstandsonderwijs te voorzien in bepaalde situaties (ziekte, afwezigheid, besmettingen…), om inzicht in studievoortgang bij leerlingen via learning analytics te verwerven, om administratieve processen te vereenvoudigen, om communicatie met leerlingen, cursisten en ouders… te optimaliseren. Maar evenzeer is digitalisering nodig om de attractiviteit van ons Vlaams onderwijs te versterken door gebruik te maken van nieuwe technologieën2. Met deze digisprong willen we dus een kwaliteitsvolle digitalisering in het onderwijs realiseren om de volwassenen van morgen voor te bereiden op het functioneren in een technologische maatschappij. We concentreren ons op vier cruciale en samenhangende speerpunten: (1) een toekomstgerichte en veilige ICT-infrastructuur voor alle scholen van het leerplichtonderwijs, (2) een sterk ondersteunend en doeltreffend ICT-schoolbeleid, (3) ICT-competente leerkrachten en lerarenopleiders en aangepaste digitale leermiddelen, (4) een kennis- en adviescentrum ‘Digisprong’ ten dienste van het onderwijsveld. Per speerpunt formuleren we een of meer strategische doelstellingen en geven we aan welke concrete acties we nemen om de digitalisering in het onderwijs door te voeren. We streven hierbij steeds naar een efficiënte besteding van de overheidsmiddelen en voorzien in een gerichte opvolging van dit digitaliseringsplan.
2
Advies van het STEM-platform over “Levenslang leren en digitalisering”.
3
Speerpunt 1: een toekomstgerichte en veilige ICT-infrastructuur Een cruciale randvoorwaarde voor de digitalisering van het onderwijs is de beschikbaarheid van ICTinfrastructuur3. Concreet gaat het om de beschikbaarheid van kwalitatieve hardware, netwerk- en serverinfrastructuur, internet en connectiviteit in de school maar ook om beveiligingssoftware en randapparatuur zoals routers, beamers en digitale borden. Naast de aanwezigheid van deze infrastructuur, is ook het beheer en het onderhoud een belangrijk deel van deze randvoorwaarde. Extra aandacht moet hierbij gaan naar het veilig houden van het ICT-park en het omgaan met privacyaanvallen zoals hacking, phishing,… We werken aan volgende knelpunten: • • •
• •
onvoldoende beschikbaarheid van ICT-materiaal voor leerlingen en klassen als basisvoorwaarde voor een volledige digitale inclusie; ontoereikende ondersteuning van de leerkrachten inzake ICT-materiaal; ontoereikende middelen voor een up-to-date computerpark en ICT-ondersteunde infrastructuur zoals internet/wifi/netwerk servers, stopcontacten, laadpunten, software ter ondersteuning….; onvoldoende connectiviteit, snelheid en beveiliging; onvoldoende kennis en expertise inzake cybersecurity.
We hebben de ambitie om alle scholieren van het vijfde en zesde jaar basisonderwijs en het volledige secundair onderwijs gefaseerd (over de schooljaren 21-22 en 22-23) een individueel toestel ter beschikking te stellen. Daarnaast voorzien we in enkele toestellen voor gedeeld gebruik in elke kleuterklas en klas van het eerste tot en met vierde leerjaar in het basisonderwijs. We ondersteunen scholen om hun leerkrachten te kunnen voorzien van ICT-materiaal en hun infrastructuur aan te passen in functie van deze doorgedreven digitalisering. We verschaffen daartoe de scholen de nodige middelen. De aankopen van de zowel de toestellen voor de leerlingen als het ICT-materiaal voor de leerkrachten dienen door de betrokken scholen en of scholengroepen met toepassing van de wet op overheidsopdrachten te gebeuren. Het staat de scholen en of scholengroepen vrij binnen het wettelijk kader zelf een plaatsingsprocedure te kiezen of beroep te doen op bestaande raamovereenkomsten. Naast de middelen voor ICT-infrastructuur, faciliteert de overheid ook door middel van raamovereenkomsten in het kader van telecom en internetverbindingen. Een performante internetverbinding is immers de brandstof waarmee het ICT-gebruik zich moet voeden. We besteden aandacht aan ecologie en de ethische aspecten van ICT-gebruik. De aangeschafte toestellen moeten aantoonbaar gefabriceerd worden in omstandigheden die voldoen aan principes van het milieu-, sociaal- en arbeidsrecht en de anti-discriminatiewetgeving. Er wordt ook maximaal ingezet op duurzaamheid en circulariteit door afgeschreven hardware te refurbishen en te hergebruiken.
3
Aanbevelingen Maatschappelijk Relancecomité 13 juli 2020.
4
Doelstelling Elke school beschikt over een kwaliteitsvolle digitale infrastructuur die digitale didactiek en veilig ICT-gebruik mogelijk maakt.
Acties Actie 1.1.
Actie 1.1.1: elke leerling van het vijfde en zesde leerjaar in het basisonderwijs voorzien van een toestel via de scholen; Actie 1.1.2: elke leerling in het secundair onderwijs voorzien van een toestel via de scholen; Actie 1.2.3: enkele toestellen voor gedeeld gebruik te voorzien in elke klas van het kleuteronderwijs en van het eerste tot en met het vierde leerjaar in het basisonderwijs via de scholen.
Actie 1.2.
Actie 1.2.1: ICT-materiaal voor leerkrachten voorzien via de school; Actie 1.2.2: de versterking van de ICT-infrastructuur binnen de schoolmuren via de scholen.
Actie 1.3.
Het faciliteren van connectiviteit en telecomdiensten voor scholen en onderwijsinstellingen met bijzondere aandacht voor beveiligingsopties en snelheid via een nieuwe raamovereenkomst.
Actie 1.4.
Het faciliteren van het refurbishen en het hergebruik van toestellen via een raamovereenkomst.
Speerpunt 2: een sterk ondersteunend en doeltreffend ICTschoolbeleid Een kwaliteitsvolle digitalisering gebeurt doelgericht en onderbouwd. Het volstaat vanzelfsprekend niet om enkel een substantiële hoeveelheid toestellen te voorzien. Een kwaliteitsvolle digitalisering is ingebed in een duidelijke schoolvisie: wat willen met en voor leerlingen bereiken en hoe kan technologie daartoe bijdragen. De aandacht voor de problematiek van cyberpesten vraagt eveneens gerichte aandacht. Scholen hebben nood aan doeltreffende ondersteuning om deze uitdaging waar te maken op maat van hun eigen pedagogisch project en hun autonomie. De ICT-coördinator en/of een ICT-team spelen een sleutelrol bij de totstandkoming en implementatie van deze schooleigen ICT-visie. ICT-coördinatoren staan in voor zowel de technische als de pedagogische ICT ondersteuning. Deze pedagogische rol is belangrijk om optimaal gebruik van ICT te garanderen in de klas. In Vlaanderen kennen we sinds 2003 een systeem van ICT-coördinatie waarbij de overheid een puntenenveloppe toekent op basis van het aantal leerlingen. Het systeem geldt voor scholen in het leerplichtonderwijs, de CVO’s en het DKO, maar niet voor de basiseducatie, een inconsistentie die best wordt weggewerkt. De coronacrisis toonde aan dat de huidige ICT-omkadering niet voldoet om de huidige uitdagingen aan te gaan. Het onderwijsveld is vragende partij om de taakomschrijving van de ICT-coördinatoren te stroomlijnen en het statuut van de ICT-coördinator te versterken. De roep van het werkveld4 wordt ondersteund door de Europese publicatie over digitaal onderwijs (European
4
Open brief van de Vlaamse ICT-coördinatoren liga.
5
commission/EACEA/Eurodice, 2019) die laat zien dat Vlaanderen op dit vlak aan een inhaalbeweging toe is. We werken aan volgende knelpunten: • de alsmaar toenemende bevraging van de ICT-coördinatoren is moeilijk op te vangen met de huidige omkadering; • de onduidelijkheden over het takenprofiel en statuut van de ICT-coördinator; • de discrepantie tussen de verschillende onderwijsniveaus op het vlak van ICT-coördinatie; • het gebrek aan een schooleigen ICT-visie; • de drempels inzake e-inclusie identificeren met aandacht voor ouders met een lage digitale geletterdheid5; • het cyberpesten bestrijden.
Doelstellingen • •
We voorzien voldoende ICT-coördinatie en versterken het ambt van ICT-coördinator zowel inhoudelijk als statutair. Alle scholen voeren een doeltreffend ICT-beleid gestoeld op een schooleigen visie.
Acties Actie 2.1.
Het uitbreiden van de ICT-coördinatie voor het basisonderwijs, secundair onderwijs, DKO , CVO en CBE.
Actie 2.2.
Samen met het werkveld de kernopdracht/functieomschrijving van de ICT-coördinator verduidelijken en hun statuut versterken.
Actie 2.3.
Stimuleren en ondersteunen van scholen tot de uitbouw van een doeltreffend ICT-beleid met inbegrip van een doeltreffende aanpak van cyberpesten en e-inclusie.
Speerpunt 3: ICT-competente leerkrachten en lerarenopleiders en aangepaste digitale leermiddelen We willen leerkrachten en scholen ondersteunen bij deze grote digisprong. ICT-competenties van lerenden kunnen alleen maar groeien onder begeleiding van een deskundig schoolteam met de juiste ICT-competenties. Kennis, competenties en attitudes ten opzichte van ICT in het pedagogisch didactisch handelen, het werken in de schoolcontext en de eigen professionele ontwikkeling zijn cruciaal om deze grootschalige operatie te doen slagen. Het Europese referentiekader DigCompEdu is hiervoor de leidraad. Om de ICT-competenties bij leraren te verhogen zijn er reeds verschillende professionaliseringsmogelijkheden. De Vlaamse overheid ondersteunt momenteel diverse professionaliseringtrajecten (Toll-net, KlasCement, Future Classroom Lab-opleidingen, i-learn …). Toch blijkt uit het IDEA-onderzoek dat het professionaliseringsveld versnipperd en ontoereikend is en geen afdoende antwoord biedt op de nood van het werkwerkveld. De vraag naar een professionalisering op maat van alle leraren wordt onvoldoende ingelost. Een gerichte en dringende impuls via laagdrempelige professionaliseringsmogelijkheden voor alle leerkrachten en het voorzien van intensieve ICT-bootcamps is cruciaal om de noodzakelijke sterke inhaalbeweging te realiseren. 5
Advies VLOR “Voluit voor weerbaar onderwijs”.
6
Lerarenopleiders missen de juiste ICT-competenties en vullen hun rolmodel op dit vlak nog onvoldoende in. Beginnende onderwijsprofessionals zijn niet gewapend tegen de praktijkshock en de digitale uitdagingen op het onderwijsveld. Een gerichte impuls is hier eveneens broodnodig. Naast infrastructuur is software belangrijk om de digitalisering van het onderwijs kwaliteitsvol waar te maken. Hiermee wordt gedoeld op alle digitale content: digitale oefeningen, digitale cursussen, online content… De beschikbaarheid van meer en betere digitale leermiddelen en leeromgevingen, is een sterke katalysator voor de toenemende digitalisering van scholen in Vlaanderen. Daarom zetten we in op een “single sign on-infrastructuur”, het verder uitbouwen van de educatieve portaalsite KlasCement, de doorontwikkeling van het Archief voor Onderwijs, de ontwikkeling van digitale leermiddelen voor praktijkvakken en in het kader van het stimuleren van gepersonaliseerd leren de evaluatie van i-learn. Daarnaast ontwikkelen we een kwaliteitskader ‘digitaal onderwijs’ conform het algemene referentiekader onderwijskwaliteit, het OK, dat het onderwijsveld een richtsnoer biedt en waarop het kwaliteitstoezicht gestoeld wordt. De weg te werken knelpunten zijn: • de nood aan ICT-competentieverhoging voor alle leerkrachten; • het gebrek aan mogelijkheid om leerkrachten te specialiseren in ICT; • het rolmodel die lerarenopleiders opnemen inzake digitaal onderwijs en gewapende beginnende onderwijsprofessionals afleveren; • de eindgebruikers in staat stellen om snel, eenvoudig en veilig éénmalig in te loggen waarna automatisch toegang wordt verschaft tot meerdere applicaties en zo ook de planlast vermindert; • het ontbreken van een richtsnoer omtrent kwaliteitsvol digitaal onderwijs; • het beschikbaar en bruikbaar maken van open lesmateriaal, leermiddelen en Nederlandstalig audiovisueel materiaal; • de toegang tot betaalbare software; • de nood aan digitale leermiddelen voor praktijkvakken; • de nood aan afspraken over de ontwikkeling, de aankoop en het gebruik van onderwijssoftware.
Doelstellingen • •
Alle leerkrachten en lerarenopleiders beschikken over de nodige digitale competenties en kunnen zich specialiseren. Vlaamse onderwijsinstellingen hebben toegang tot kwaliteitsvolle en innovatieve leermiddelen, leerplatformen en digitale evaluatievormen o.a. via een single sign on-principe.
Acties Actie 3.1.
Digitale competentiebevordering van leerkrachten en ICT-coördinatoren via maatgerichte ICTopleidingen en ICT-bootcamps met het oog op het verbeteren van digitaal didactische vaardigheden en het gebruik van ICT in het onderwijsproces (m.i.v. digitale leeromgevingen die inzetten op nieuwe technologieën zoals AI of learning analytics).
7
Actie 3.2.
Gerichte ondersteuning van de lerarenopleiders op het vlak van digitale competenties met het oog op het digitaal competente beginnende onderwijsprofessionals.
Actie 3.3.
De toegang tot digitale leermiddelen vergemakkelijken via de creatie van een “Single Sign On” infrastructuur.
Actie 3.4.
De ontwikkeling van een kwaliteitskader digitaal onderwijs al dan niet geïntegreerd in de bestaande kaders als richtsnoer voor het onderwijsveld met het oog op gericht kwaliteitstoezicht.
Actie 3.5.
De uitbouw van KlasCement als “uniek platform” voor educatief open lesmateriaal met aandacht voor innovatie.
Actie 3.6.
De doorontwikkeling van het Archief voor Onderwijs met uitgebreide leerlingentoegang en extra functies voor leraren.
Actie 3.7.
Het versterken van initiatieven die digitale leermiddelen voor praktijkvakken en arbeidsmarktgerichte opleidingen ontwikkelen, o.a. via InnoVET.
Actie 3.8.
We evalueren i-learn en onderzoeken hoe we het concept gepersonaliseerd leren kunnen vorm geven.
Actie 3.9.
Het afsluiten van raamovereenkomsten voor software voor scholen en onderwijsinstellingen.
Actie 3.10.
Met uitgeverijen, ontwikkelaars en onderwijsverstrekkers stellen we een ethische code op om onder meer afspraken te maken over de ontwikkeling en het gebruik van onderwijssoftware.
Speerpunt 4: een kennis- en adviescentrum ‘Digisprong’ ten dienste van het onderwijsveld KlasCement, de educatieve portaalsite van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming zet leerkrachten aan om lesmateriaal en leermiddelen te delen. Naar aanleiding van de coronacrisis steeg het aantal nieuwe leden op nog geen maand tijd met ongeveer 10.000. In maart steeg het aantal unieke dagelijkse aanmeldingen met 15%. Het aantal toegevoegde leermiddelen in maart bedroeg 70% meer dan een gemiddelde maand (cijfers 9 april 2020). Deze cijfers tonen de hoge nood voor ondersteuning op het werkveld. Daarom bedden we KlasCement in een advies- en kenniscentrum Digisprong, die de expertise op het onderwijsveld bundelt, ondersteunt en samenwerking tussen de onderwijsinstellingen en externe actoren faciliteert (bijv. het Vlaams Kenniscentrum Mediawijs,...). We richten deze expertisecel in op overheidsniveau 6 naar analogie van kennis- en adviescentra rond digitalisering van het onderwijs in het buitenland. Voor een kennisregio als Vlaanderen met de ambitie om tot de Europese top te behoren, is zo’n kenniscentrum een must. Data en Artificiële Intelligentie zijn tevens een noodzaak voor onderbouwde beleidsvoering en visievorming zowel binnen de overheid als op schoolniveau. Vlaams wetenschappelijk onderzoek leert dat scholen op dit vlak sterk verschillen. Nochtans wijzen wetenschappers op substantiële effecten op leerlingenniveau bij een gericht datagebruik op schoolniveau. Daarom willen we de dienstverlening vanuit de Vlaamse onderwijsadministratie aan de scholen versterken en digitaliseren en waar mogelijk
6
Ballyn, D. (e.a.) (2020) Leerkr@cht.net Actieprogramma voor professionalisering van leraren voor de digitale school. Studie in opdracht van VLAIO. Brussel: IDEA Consult
8
data ter beschikking te stellen met het oog op het voeren van een informatie- en data-onderbouwd beleid. De Vlaamse overheid kiest resoluut voor een wetenschappelijk onderbouwde beleidsvoering en visieontwikkeling. Daarom versterken we een data-onderbouwde beleidsvoering op Vlaams niveau in samenwerking met het Agentschap Informatie Vlaanderen. Beschikbare informatie uit lopend onderzoek en data-analyse van relevante data over het onderwijs worden doelgericht gebruikt. Specifiek voor ICT beschikt de onderwijsadministratie over een onmiddellijk inzetbaar en gevalideerd instrument, de ICT-monitor MICTIVO. Verder zetten we in op een digi-check van alle onderwijsregelgeving. De knelpunten die we wegwerken, zijn: • de nood aan ondersteuning en begeleiding op digitaal vlak van scholen; • het tekort aan datagebruik voor het uitbouw van een schoolbeleid; • de nood aan een sterk dataonderbouwd onderwijsbeleid; • de bestaande onderwijsregelgeving digitaal vriendelijk maken.
Doelstelling Via een centraal kennis- en advies-“Digisprong” ondersteunen we scholen bij de digitalisering van hun onderwijs.
Acties Actie 4.1.
Het oprichten van een centrale ondersteuningsstructuur in de vorm van een kennis-en adviescentrum “Digisprong” ten dienste van het ruimere werkveld met inbegrip van de pedagogische begeleidingsdiensten.
Actie 4.2.
Een datagedreven, kwaliteitsvolle en vereenvoudigde digitale dienstverlening aan de scholen.
Actie 4.3.
Een inspiratiegids ontwikkelen met goede praktijken en tips om scholen te begeleiden in de digitale transformatie.
Actie 4.4.
Het versterken van een data-onderbouwd onderwijsbeleid.
Actie 4.5.
Een digi-check van de onderwijsregelgeving.
Monitoring Tot slot voorzien we in een accurate monitoring van dit digitaliseringsplan zowel procesmatig als kwalitatief en op alle echelons. De onderwijsvernieuwingen op het werkveld zullen nauw opgevolgd worden door de ICT-monitor MICTIVO. De ICT-monitor of MICTIVO verschaft beleidsinformatie omtrent infrastructuur, aard en frequentie van gebruik, computervaardigheden en percepties via meer dan 20 indicatoren. Omwille van de coronacrisis wordt het eens zo belangrijk om de evoluties ten opzichte van vorige afnames te meten, en vorderingen van acties genomen op algemeen en schoolbeleid te monitoren. Door een nieuwe afname kan de impact van alle genomen maatregelen m.b.t. digitalisering in het onderwijs beter worden vastgesteld. Een nieuwe afname zal ook een kwalitatief luik bevatten en nagaan alle behoeften afdekt zijn. Door te werken met dit gevalideerd instrument krijgen we ook zicht op de longitudinale evoluties. 9
Verder zetten we de onderwijsinspectie in. Tijdens de schooldoorlichtingen nemen zij de ICTcomponent (infrastructuur, schoolbeleid, ICT-gebruik, enz.) op in het toezichtskader. Ze baseren zich daartoe op het referentiekader onderwijskwaliteit (het OK) en het nog te ontwikkelen referentiekader ‘digitaal onderwijs’ al dan niet geïntegreerd in de bestaande kaders. Over de digitale vooruitgang van de scholen wordt jaarlijks gerapporteerd. Over de resultaten van het advies- en kenniscentrum ‘Digisprong’, de digi-check van de onderwijsreglementering en de ondersteuning van scholen op het vlak van datagedreven beleid zal gerapporteerd via de geijkte kanalen. De scholen zullen geregeld op hun tevredenheid worden bevraagd.
10