Skip to main content

dossier 2022-115.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/115

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2022/115

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Bij mailbericht van 30 maart 2022 richtte xxx een verzoek aan de dienst Handhaving, afdeling Mestbank van de Vlaamse Landmaatschappij (verder ‘VLM’), tot openbaarmaking van een aantal gegevens m.b.t. de bemesting van de omliggende en/of naastliggende percelen. Bij mailbericht d.d. 7 april 2022 wordt dit verzoek door de VLM gedeeltelijk geweigerd. Bij mailbericht d.d. 10 april 2022 dient xxx beroep in bij de beroepsinstantie tegen voormelde beslissing. Dit beroep werd geregistreerd op 11 april 2022. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijk verzoek dateert van 30 maart 2022. De bestreden beslissing van de VLM dateert van 7 april 2022. Deze beslissing maakt melding van de beroepsmogelijkheid en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet. Het beroep werd ingediend bij mailbericht d.d. 10 april 2022 en is bijgevolg tijdig ingesteld. Het beroepschrift tegen de beslissing van de VLM is bijgevolg ontvankelijk.

www.vlaanderen.be


Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

Bestreden beslissing

Het oorspronkelijk verzoek van 30 maart 2022 is een vervolg op een verzoek van 28/02/2022 waarbij werd gevraagd: “- Informatie omtrent het feit of de bemesting van de omliggende en/of naastliggende percelen

steeds conform de bepalingen uit het Mestdecreet is verlopen; - De resultaten van de uitgevoerde bodemstaalnames op de omliggende en/of naastliggende percelen, waaronder ook de staalname uitgevoerd in oktober 2021; - Informatie omtrent de vergunningen om uit te mogen rijden, met name de toelatingen van de eigenaars waar mest wordt uitgereden.” Hierop werd door de VLM op 16/3/2022 geantwoord.

xxx is van oordeel dat de geformuleerde antwoorden op zijn minst onvolledig zijn, verwijzend naar de procedure betreffende burenregeling en in zijn mailbericht van 30 maart 2022 verzoekt hij om verduidelijkingen/aanvullingen.

“- Verduidelijking vraag 1 :a) wat is de samenstelling van de mest b) wanneer is deze op de percelen aangebracht c) wie waren de eigenaars van de percelen d) volledige gegevens van de landbouwer; - Verduidelijking vraag 2.a) Wanneer zijn de staalnames gedaan b) volledig verslag per staalname van de waardes c) toelating van de eigenaar van de grond om deze te mogen bemesten - Verduidelijking vraag 3 a) waarom hebt u, u eigen procedure van de burenregeling niet toegepast . Bijkomende vraag : Woensdag 23 maart 2022 is er mest uitgereden in de Pastoor de Keyserlaan. Vermits u volgens uw eigen procedure beschikt over al de gegevens had ik graag a) de samenstelling van de mest b) de toelating van de grondeigenaars c) de volledige gegevens van de landbouwer ontvangen.” Bij mail van 7 april ll. – de bestreden beslissing - antwoordt de VLM: “Wat betreft uw onderstaand bericht dient opgemerkt worden dat wij u, naar aanleiding van sterk gelijkaardige vragen, reeds verschillende malen hebben geantwoord dat wij niet over de door u gevraagde gegevens inzake burenregeling of identificatiegegevens van de eigenaars van percelen beschikken, en dat wij gelet op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, geen persoonsgegevens kunnen overmaken. De gegevens van de staalname die op het naast u gelegen perceel plaatsvond, evenals de gebruikte mestsamenstelling, betreffen gegevens waarover wij beschikken en die wij u in overeenstemming met de bepalingen van titel II, hoofdstuk 3 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, kunnen overmaken. In bijlage kunt u het resultaat van de staalname op het perceel terugvinden. Zoals u kunt opmerken ligt de waarde van de staalname (19) ruim onder de eerste drempelwaarde, wat dus een zeer gunstig resultaat is. De landbouwer maakt gebruik van volgende inhoudswaarden om meststoffen van zijn landbouwbedrijf af te voeren: 4,80 kg N/ton en 1,40 kg P2O5/ton. Vervolgens wil ik u nog meedelen dat een landbouwer mest vanop zijn eigen bedrijf mag afvoeren naar zijn eigen percelen en dit zonder gebruik te maken van documenten zoals een burenregeling of GPS-opvolging.”

2. Inhoud van het beroepschrift

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/115

pagina 2 van 6


Op 10 april 2022 stelt de verzoeker beroep in bij de beroepsinstantie tegen voormelde beslissing van de VLM. Hij stelt tevens: “Het is mijn overtuiging dat de burenregeling hier van toepassing is en dat de mestbank deze hier niet toepast. Wil u deze zaak onderzoeken, mijn argumenten staan onderaan in de mail.”

3. Toelichting door de VLM Om met kennis van zaken over het beroep te kunnen oordelen, heeft de beroepsinstantie op 11 april en 2 mei 2022 contact opgenomen met de VLM , om wat meer duiding te verstrekken betreffende dit dossier. Op 12 april 2022 heeft de VLM hierop geantwoord, waarbij de VLM de historiek van de meldingen door de beroeper kort heeft geschetst. Vervolgens gaf de VLM aan: “Hij wenst nu te weten wie eigenaar is van de

percelen gelegen omheen zijn woning en of deze persoon toelating heeft gegeven aan de landbouwer die deze percelen gebruikt (bemest). Wij hebben deze informatie echter niet beschikbaar en kunnen dit dan ook niet aanleveren. Het betreffen trouwens persoonsgegevens die wij, indien wij ze zouden hebben, niet mogen vrijgeven. De melder haalt nu een stuk mestwetgeving, die hij terugvond op onze website, aan om te bewijzen dat wij deze informatie wel zouden moeten hebben, nl de ‘burenregeling’.

Een burenregeling is een document dat gebruikt moet worden indien een landbouwer mest wil transporteren van het ene bedrijf naar een bedrijf van een andere landbouwer waarbij deze landbouwer woonachtig is in een aangrenzende gemeente. Hiervoor maken zij een overeenkomst op met de identificatiegegeven van beide betrokkenen en de hoeveelheid en soort mest die overgebracht zal worden en dit tijdens welke periode. De identificatiegegevens zijn hier dus de landbouwbedrijven en hoeven dus niet overeen te komen met de eigenaars van de percelen die deze landbouwbedrijven in gebruik hebben. De identiteit van de landbouwbedrijven is door de Mestbank gekend. Echter de burenregeling is enkel van toepassing voor het transport van mest tussen 2 verschillende landbouwbedrijven (en de percelen door deze bedrijven in gebruik) uit aangrenzende gemeenten. De percelen gelegen omheen de woning van de melder worden bemest door de landbouwer zelf die deze percelen in gebruik heeft (dus met de mest geproduceerd door de eigen dieren op het eigen landbouwbedrijf). Hij moet daardoor geen burenregeling gebruiken en kan de mest, zonder enige melding aan de Mestbank, uitrijden op de percelen door hem in gebruik. Opnieuw de eigenlijke eigenaar van deze percelen en het document of overeenkomst waarop het gebruiksrecht voor de landbouwer steunt is bij ons niet gekend.” 4. Beoordeling door de beroepsinstantie De beroepsinstantie stelt vast dat de beroeper van oordeel is dat in casu de burenregeling van toepassing is en dat bijgevolg op grond van de ‘overeenkomst burenregeling’ - waarin wordt vastgelegd hoeveel en welke mest vervoerd zal worden van de aanbieder naar de afnemer - alsook op grond van de alsdan via het Mestbankloket te melden gegevens nl. de identificatie- en adresgegevens van de aanbieder en de afnemer, de periode waarin de burenregeling uitgevoerd wordt (die periode bedraagt maximaal drie maanden, binnen hetzelfde kalenderjaar), de gemeente of gemeentes waar de dierlijke mest, het effluent, de champost, de spuistroom of andere meststof naartoe gevoerd wordt (als de meststof in verschillende gemeentes gelost wordt, moet per gemeente aangeduid worden welke soort en vorm van de meststof vervoerd wordt en om hoeveel meststof het gaat), de soort en de vorm van de dierlijke mest, het effluent, de champost, de spuistroom of andere meststof, de hoeveelheid dierlijke mest, effluent, champost of spuistroom, uitgedrukt in ton, in kg N en in kg P2O5, die vervoerd wordt, de VLM dient te beschikken over de door hem gevraagde gegevens.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/115

pagina 3 van 6


Bij mail van 7 april 2022 heeft de beroeper aan de VLM nog - als reactie op de gedeeltelijke weigeringsbeslissing - meegedeeld: “”….. dat wij niet over de door u gevraagde gegevens inzake

burenregeling of identificatiegegevens van de eigenaars van percelen beschikken, en dat wij gelet op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, geen persoonsgegevens kunnen overmaken. … Vervolgens wil ik u nog meedelen dat een landbouwer mest vanop zijn eigen bedrijf mag afvoeren naar zijn eigen percelen en dit zonder gebruik te maken van documenten zoals een burenregeling of GPS-opvolging.”

De percelen die bemest worden zijn geen eigendom van de landbouwer en bijgevolg is hier uw procedure van de burenregeling van toepassing. Als u niet over de gegevens beschikt die u volgens uw eigen procedure burenregeling zou moeten hebben, laat u mij geen andere keuze dan tegen u beslissing in beroep te gaan.” De VLM stelt echter expliciet, ook t.a.v. de beroepsinstantie, dat in casu de burenregeling niet van toepassing is en dat zij bijgevolg niet beschikken over de gevraagde gegevens inzake burenregeling of over de identificatiegegevens van de eigenaars van percelen. De VLM verduidelijkt nog dat in de communicatie met ‘eigen percelen’, de percelen die de landbouwer in gebruik heeft (waarover hij het genotsrecht heeft), werd bedoeld. Op basis van de verstrekte antwoorden en de toelichting van de VLM – de inhoudelijk bevoegde instantie – kan de beroepsinstantie redelijkerwijze niets anders dan vaststellen dat, aangezien de burenregeling in casu niet van toepassing is, de VLM niet beschikt over de gevraagde gegevens inzake de burenregeling. De burenregeling is niet meer nodig voor het vervoer van dierlijke mest of andere meststoffen vanuit een bepaalde exploitatie naar landbouwgronden van een andere exploitatie, op voorwaarde dat beide exploitaties deel uitmaken van hetzelfde bedrijf en dat het bedrijf maximaal drie verschillende exploitaties heeft. De percelen gelegen omheen de woning van de beroeper worden, volgens de toelichting van de VLM, bemest door de landbouwer zelf die deze percelen in gebruik heeft (dus met de mest geproduceerd door de eigen dieren op het eigen landbouwbedrijf). De burenregeling is echter enkel van toepassing voor het transport van mest tussen twee verschillende landbouwbedrijven (en de percelen door deze bedrijven in gebruik) uit aangrenzende gemeenten. Bijgevolg kan de beroepsinstantie alleen maar vaststellen dat dit openbaarheidsverzoek van beroeper betrekking heeft op gegevens waarover de VLM niet beschikt. Nu een openbaarheidsverzoek enkel maar betrekking kan hebben op informatie die in het bezit is van een overheidsinstantie, zoals omschreven in artikel I.4, 3° van het Bestuursdecreet, dient het beroep voor wat betreft de gevraagde gegevens inzake de burenregeling, als ongegrond te worden beschouwd. Voor zover het beroep ook gericht is tegen de weigering om de identificatiegegevens van de eigenaars van de percelen, alsook de toelating van de eigenaars van de percelen waarop mest wordt uitgereden, mee te delen, stelt de beroepsinstantie vooreerst vast dat, zoals blijkt uit de toelichting van de VLM, de identificatiegegevens in het kader van een burenregeling – quod non in casu - de landbouwbedrijven zijn die dus niet hoeven overeen te komen met de eigenaars van de percelen die deze landbouwbedrijven in gebruik hebben. Bovendien heeft de VLM in een eerder antwoord (d.d. 16/03/2022) aan de (raadsman van) beroeper meegedeeld: “Tenslotte vraagt u ook de toelatingen van de eigenaars waar mest wordt uitgereden. We

vermoeden dat u hiermee verwijst naar de genotsrechten op basis waarvan de landbouwer de betreffende percelen in gebruik heeft en hier aldus op uitrijdt. Wat dit betreft moet opgemerkt worden dat men jaarlijks in de verzamelaanvraag dient aan te geven welke gronden men dat jaar in gebruik heeft. De Mestbank ontvangt deze gegevens van het Departement Landbouw en Visserij. Dit gebruik is gebaseerd op een

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/115

pagina 4 van 6


genotsrecht over dit perceel, waarbij men over dit genotsrecht kan beschikken ten gevolge van een eigendomsrecht, een pachtrecht, een cultuurcontract, een vruchtgebruik, een opstalrecht, een erfpacht, een huurrecht of een gebruikrecht om niet. Op de verzamelaanvraag hoeft men echter niet aan te duiden waar het genotsrecht op gebaseerd is. Men kan dit genotsrecht hebben omdat men eigenaar is van deze gronden, maar evenzeer omdat men hiervoor bijvoorbeeld een pachtovereenkomst heeft gesloten. Doch aangezien men dit niet moet aanduiden, kan de Mestbank op basis van de gegevens van de verzamelaanvraag ook niet afleiden of de landbouwer die een bepaald perceel gebruikt, dit al dan niet zelf in eigendom heeft, of al dan niet een wettige overeenkomst heeft afgesloten met de eigenaar van de gronden op basis waarvan hij over een genotsrecht over deze gronden beschikt. Daarnaast bestaat er ook de kans dat men gronden onrechtmatig, dus zonder over het genotsrecht over deze percelen te beschikken, aangeeft voor gebruik in de verzamelaanvraag, maar dit kan niet als zodanig vastgesteld worden op basis van de ingevulde verzamelaanvraag (ervaring leert dat dit zich occasioneel durft voordoen, maar dat aangezien dit een vrij zichtbaar resultaat achterlaat op de betreffende gronden, de betreffende eigenaars hier veelal snel tegen optreden). De Mestbank kan u aldus geen informatie meegeven inzake de toestemming van de eigenaars van de percelen.” Op basis van de door de VLM gegeven toelichting dient de beroepsinstantie redelijkerwijze vast te stellen dat de identificatiegegevens van de eigenlijke eigenaar van de percelen die de landbouwer in gebruik heeft en waarop mest wordt uitgereden, alsook het document of de overeenkomst waarop het gebruiksrecht voor de landbouwer steunt, niet bekend zijn bij de VLM. Bijgevolg kan de beroepsinstantie alleen maar vaststellen dat dit openbaarheidsverzoek van beroeper betrekking heeft op gegevens waarover de VLM niet beschikt. Nu een openbaarheidsverzoek enkel maar betrekking kan hebben op informatie die in het bezit is van een overheidsinstantie, zoals omschreven in artikel I.4, 3° van het Bestuursdecreet, dient het beroep voor wat betreft deze gevraagde gegevens (identificatiegegevens eigenaars percelen en toelating om te gebruiken), als ongegrond te worden beschouwd. Voor zover het beroep ook gericht is tegen de weigering om de volledige gegevens van de landbouwer (d.i. diegene die de percelen gelegen omheen de woonst van de beroeper in gebruik heeft) mee te delen, heeft de VLM bij mail d.d. 3 mei 2022 aan de beroepsinstantie aangegeven dat de Mestbank inderdaad weet “wie

de percelen gelegen omheen de woonst van xxx in gebruik heeft. Wij kunnen deze informatie echter niet vrijgeven daar wij gebonden zijn aan de geheimhouding ervan conform het Mestdecreet. Deze persoonsgegevens worden verzameld in het kader van het Mestdecreet en kunnen niet voor andere doeleinden gebruikt of vrijgegeven worden. Het gaat hier niet om milieu-informatie”. De VLM doet bijgevolg impliciet beroep op artikel 23, §6, eerste lid, van het Mestdecreet dat een geheimhoudingsverplichting bevat. Deze bepaling luidt als volgt: “§6. De personeelsleden van de Vlaamse Landmaatschappij, de door haar erkende mestvoerders, de derden waarop de Vlaamse Landmaatschappij voor de uitoefening van haar taken een beroep doet, alsmede eenieder die in welke hoedanigheid ook kennis krijgen van de gegevens en inlichtingen, verzameld in uitvoering van dit decreet, zijn gehouden tot geheimhouding ervan. Deze geheimhoudingsverplichting doet geen afbreuk aan de regeling inzake openbaarmaking van milieu-informatie, vermeld in titel II, hoofdstuk 3, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 . Deze geheimhoudingsverplichting is niet van toepassing voor uitwisselingen van gegevens met instanties van de Vlaamse overheid als vermeld in artikel I.3, 1°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018.” De beroepsinstantie is van oordeel, zoals ook meermaals in andere dossiers gesteld, dat het aangeven in de verzamelaanvraag van de percelen landbouwgrond die een landbouwer in gebruik heeft, één van de

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/115

pagina 5 van 6


gegevens is die door een landbouwer in het kader van zijn aangifteplicht in het kader van het Mestdecreet moet worden meegedeeld (cfr. Artikel 23, §1 en §5, 7° van het Mestdecreet). Deze gegevens zijn dan ook gegevens of inlichtingen, verzameld in uitvoering van het Mestdecreet, als vermeld in artikel 23, §6 Mestdecreet. Het Bestuursdecreet maakt, voor wat betreft de uitzonderingen op het recht op openbaarheid, een onderscheid naargelang het gaat om een aanvraag tot openbaarmaking die betrekking heeft op milieuinformatie dan wel op andere informatie. Artikel I.4, 11° van het Bestuursdecreet somt gedetailleerd op wat onder milieu-informatie moet verstaan worden. De in casu gevraagde mededeling van de identiteit van de diegene die de percelen omheen de woonst van de beroeper in gebruikt heeft en bijgevolg in zijn aangifte heeft aangegeven, kan volgens het oordeel van de beroepsinstantie niet gekwalificeerd worden als milieuinformatie in de zin van artikel I.4, 11° Bestuursdecreet. Artikel II.34, 1° van het Bestuursdecreet bepaalt dat de overheidsinstanties een aanvraag tot openbaarmaking, voor zover die geen betrekking heeft op milieu-informatie, afwijzen “als de openbaarmaking afbreuk doet aan een geheimhoudingsverplichting, vastgesteld in een aangelegenheid waarvoor de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest bevoegd is”. Artikel 23, §6 van het Mestdecreet voorziet in een geheimhoudingsplicht, meer bepaald legt dit artikel een geheimhoudingsplicht op aan o.a. de personeelsleden van de Mestbank met betrekking tot overeenkomstig artikel 23 van het Mestdecreet aangereikte gegevens en inlichtingen. Artikel 23, §6 bepaalt dat de geciteerde geheimhoudingsverplichting geen afbreuk doet aan de regeling inzake openbaarmaking van milieuinformatie, vermeld in titel II, hoofdstuk 3, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. De gevraagde informatie – die geen milieu-informatie betreft – is een gegeven dat verzameld wordt in uitvoering van het Mestdecreet. Bijgevolg is de beroepsinstantie van oordeel dat de uitzonderingsgrond, zoals bepaald in artikel II.34, 1° Bestuursdecreet, in casu van toepassing is. Het beroep moet dan ook wat deze gevraagde gegevens (van de landbouwer die de percelen rondom de woonst van de beroeper in gebruik heeft) betreft als ongegrond worden beschouwd. Na beraadslaging,

BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 10 april 2022 tegen de gedeeltelijke weigeringsbeslissing van de Vlaamse Landmaatschappij d.d. 7 april 2022 wordt als ontvankelijk doch als ongegrond beschouwd. Brussel, 9 mei 2022 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/115

pagina 6 van 6


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
dossier 2022-115.pdf by Vlaanderen-be - Issuu