Skip to main content

SERV_20210830_VSDO4_ADV.pdf

Page 1

Advies Vlaamse Strategie Duurzame Ontwikkeling (VSDO-4) Brussel, 30 augustus 2021

SERV_20210830_VSDO4_ADV Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen  Wetstraat 34-36, 1040 Brussel  T +32 2 209 01 11 info@serv.be  www.serv.be


Vlaamse Strategie Duurzame Ontwikkeling (VSDO-4)

Adviesvraag: Adviesaanvraag met betrekking tot de Vlaamse Strategie Duurzame Ontwikkeling Adviesvrager: Jan Jambon - Minister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Buitenlandse Zaken, Cultuur, ICT en Facilitair Management Ontvangst adviesvraag: 23 juni 2021 Adviestermijn: 30 dagen, uitstel verleend tot 13 september 2021 Decretale opdracht: SERV-decreet 7 mei 2004 art. 20 (SAR-functie) Goedkeuring raad: 13 september 2021 Contactpersoon: Peter Van Humbeeck (pvhumbeeck@serv.be), Stijn Wouters (swouters@serv.be)

2


De heer Jan JAMBON Minister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Buitenlandse Zaken, Cultuur, ICT en Facilitair Management Martelaarsplein 19 1000 Brussel

contactpersoon Peter Van Humbeeck pvhumbeeck@serv.be

ons kenmerk SERV_BR_20210830_VSDO4

Brussel 30 augustus 2021

Vlaamse Strategie Duurzame Ontwikkeling Mijnheer de minister-president U vroeg de SERV op 25 juni 2021 om advies over het ontwerp vierde Vlaamse Strategie Duurzame Ontwikkeling (VSDO4). Bijgevoegd vindt u het advies. De SERV kan zich in principe vinden in de continuïteit die wordt nagestreefd door de VSDO4 te verbinden met Visie 2050 en Vizier 2030 en het gebruik van de eerder vastgelegde indicatoren om die doelstellingen op te volgen. Maar in de praktijk is de beleidsmatige betekenis van de voorgelegde ontwerpstrategie beperkt. Ze geeft onvoldoende antwoord op belangrijke vragen rond de status van de Vizier 2030-doelstellingen, de link tussen de 2030-doelstellingen en het beleid, de organisatie van de internationaal afgesproken periodieke evaluaties of de governance van het transversale beleid duurzame ontwikkeling. De SERV adviseert om deze linken meer actiegericht uit te werken. De SERV waardeert verder dat er blijvend zal worden gewerkt rond enkele belangrijke transities uit Vizier 2050. Wel is een versterkt engagement noodzakelijk om de ‘transitiewerking’ de nodige ruimte en kansen te geven en om de onderlinge afstemming en samenwerking tussen de diverse transitieprioriteiten te versterken. Bijsturing van de transitieprioriteiten ‘Mobiliteit’ en ‘Energie en Klimaat’ is nodig om hun toegevoegde waarde te garanderen. Ook rond ‘Slim Wonen en Leven’ blijft er behoefte aan een vorm van transitiewerking. De SERV vraagt tot slot om te bekijken rond welke belangrijke thema’s eventueel een bijkomende transitiewerking kan worden opgezet. De SERV is uiteraard steeds bereid dit advies nader toe te lichten. Hoogachtend

Pieter Kerremans

Ann Vermorgen

administrateur-generaal

voorzitter

3


Vlaamse Strategie Duurzame Ontwikkeling (VSDO-4)

Inhoud Inhoud .................................................................................................................................. 4 Krachtlijnen ......................................................................................................................... 5 Advies .................................................................................................................................. 6 1

Inleiding.................................................................................................................. 6

2

Eerste actiedomein: doelstellingen en indicatoren duurzame ontwikkeing ...... 6

Status van de 2030-doelstellingen ......................................................................................... 7 Koppeling tussen de 2030-doelstellingen en het beleid ......................................................... 8 Organisatie van de internationale periodieke rapportering en evaluatie ................................. 9 Governance van het transversale beleid duurzame ontwikkeling........................................... 11 3

Tweede actiedomein: transitiewerking ................................................................ 11

Meerwaarde van de transitiewerking ..................................................................................... 12 Onderlinge samenwerking en afstemming ............................................................................. 12 Referenties........................................................................................................................... 14

4


Vlaamse Strategie Duurzame Ontwikkeling (VSDO-4)

Krachtlijnen De SERV kan zich in principe vinden in de continuïteit die wordt nagestreefd door de VSDO4 te verbinden met Visie 2050 en Vizier 2030 en het gebruik van de eerder vastgelegde indicatoren om die doelstellingen op te volgen. Maar in de praktijk is de beleidsmatige betekenis van de voorgelegde ontwerpstrategie beperkt doordat zeweinig meer doet dan (1) verwijzen naar Visie 2050 en Vizier 2030 als richtinggevende doelstellingenkaders en (2) aankondigen dat er een actualisering van de indicatoren van Vizier 2030 zal gebeuren in september 2021. Het voorgelegde ontwerp VSDO4 is daardoor weinig concreet en actiegericht. De SERV adviseert dat de VSDO4 ook zou ingaan op: •

De mate waarin de 2030-doelstellingen uit Vizier 2030 nog relevant en actueel zijn als kompas voor het beleid, gegeven de beleidsontwikkelingen (o.a. Vlaamse Veerkracht, de Europese ‘Green Deal’ en het ‘Fit for 55 pakket’ …) en de diverse andere (horizontale en sectorale) beleidsplannen, doelstellingenkaders en monitoringinstrumenten;

•

Op welke manier het analyseren van de doelafstanden en het bepalen van remediërende acties zal gebeuren, gelet op het gegeven dat de rapportage aan de hand van de 2030indicatoren niet lijk te worden gekoppeld aan de beleids- en begrotingstoelichting (BBT), noch aan enige ander moment van beleidsreflectie. Daarnaast lijkt het wenselijk om de indicatorenset nauwer te laten aansluiten bij de in internationale context gebruikte indicatoren;

•

De wijze waarop Vlaanderen internationaal (cf. Agenda 2030) en Europees (cf. Strategie voor Duurzame Groei) zal rapporteren over de Vlaamse vertaling en opvolging van de SDG’s en de wijze waarop de sociale partners daarbij worden betrokken. Zoals op Europees niveau is voorzien (cf. Europees Semester), zou dat best in één beleids- en monitoringkader gestroomlijnd worden;

•

Hoe de verdere interne aansturing en coördinatie van het transversale beleid duurzame ontwikkeling zal gebeuren/verbeteren en hoe de Vlaamse Regering partnerschappen met stakeholders en lokale besturen rond de SDG’s verder zal uitbouwen/ondersteunen. In dat verband vraagt de SERV dat de VSDO4 ook zou aangeven op welke wijze de Vlaamse Regering gevolg geeft aan de governance-aanbevelingen van de OESO-doorlichting van het Vlaamse duurzame ontwikkelingsbeleid uit 2020.

De SERV waardeert de geplande voortzetting van de ‘transitiewerking’ voor zes van de zeven transitieprioriteiten van Visie 2050 en de versterking van de rol en het mandaat van de transitiemanagers en het transitieplatform. Toch meent de SERV dat op enkele vlakken bijsturing wenselijk is. De SERV vraagt om: •

De transitieprioriteiten ‘Mobiliteit’ en ‘Energie en Klimaat’ bij te sturen teneinde hun toegevoegde waarde te garanderen;

•

Nader te motiveren hoe de stopzetting van het transitieproject Slim Wonen en Leven te rijmen valt met de nood aan vernieuwende aanpakken, partnerschappen, beleidsintegratie en leren rond nieuwe woon- en leefvormen en het uitdiepen van de relaties tussen het woonbeleid en het ruimtelijk-, energie-, infrastructuur- en sociaal beleid;

•

Te bekijken rond welke belangrijke thema’s eventueel een bijkomende transitiewerking kan worden opgezet;

•

Te zorgen voor een sterkere inhoudelijke samenwerking en afstemming tussen de transitiegebieden onderling met het oog op een gecoördineerde kennisontwikkeling.

5


Vlaamse Strategie Duurzame Ontwikkeling (VSDO-4)

Advies 1

Inleiding

De SERV werd op 25 juni 2021 om advies gevraagd over het ontwerp van vierde Vlaamse Strategie Duurzame Ontwikkeling (VSDO4)1. De Vlaamse Strategie Duurzame Ontwikkeling is de strategienota zoals bedoeld in het decreet van 18 juli 2008 ter bevordering van duurzame ontwikkeling. Een VSDO heeft de intentie om ‘het kader voor het gecoördineerd Vlaams beleid duurzame ontwikkeling te bepalen en de continuïteit ervan te verzekeren’2. Het ontwerp van strategie bevat een overzicht van de regionale, nationale, Europese en internationale context en een evaluatie van het werken met transitieproiriteiten in het kader van de derde Vlaamse Strategie Duurzame Ontwikkeling (Visie 2050). Vervolgens beoogt het ontwerp de langetermijndoelstellingen uit Visie 2050 en Vizier 2030 in de praktijk te brengen via twee operationele actiedomeinen: • •

Het eerste actiedomein betreft monitoring en de communicatie – voorzien in september – van de indicatoren gekoppeld aan de doelstellingen van Vizier 2030. Het tweede actiedomein gaat over het voortzetten - met een licht aangepaste governance van zes van de zeven cruciale transitieprioriteiten uit Visie 2050. Een bijlage bij de strategie bevat fiches voor deze zes transitiegebieden3.

Hierna formuleert de SERV zijn bemerkingen bij deze twee actiedomeinen.

2

Eerste actiedomein: doelstellingen en indicatoren duurzame ontwikkeing

De SERV schaart zich achter de algemene doelstellingen van de VSDO4. De sociale partners onderschrijven het belang van een beleid dat ‘op lange termijn denkt en op korte termijn doet’4 en bevestigen de waarde van de Sustainable Development Goals (SDG’s) als holistisch kader voor dat beleid. De SERV kan zich in principe ook vinden in de continuïteit die wordt nagestreefd door de VSDO4 te verbinden met Visie 2050 en Vizier 2030 (als Vlaamse vertaling van de SDG’s) alsook in het gebruik van de eerder vastgelegde indicatoren om de doelstellingen van Vizier 2030 op te volgen. Tegelijk meent de SERV dat de beleidsmatige en praktische betekenis van de voorgelegde ontwerpstrategie voor het eerste operationele actiedomein beperkt is. De VSDO doet op dit vlak weinig meer dan (1) verwijzen naar Visie 2050 en Vizier 2030 als richtinggevende doelstellingenkaders en (2) aankondigen dat er een actualisering van de indicatoren van Vizier 2030 zal gebeuren in september 2021 om de voortgang van de 2030-doelstellingen in beeld te brengen en om Vlaanderen te positioneren ten opzichte van de EU-lidstaten en -regio’s.

1

https://beslissingenvlaamseregering.vlaanderen.be/document-view/60D18D91364ED9000800024C

2

https://codex.vlaanderen.be/Zoeken/Document.aspx?DID=1016998&param=inhoud&ref=search&AVIDS=

3

https://beslissingenvlaamseregering.vlaanderen.be/document-view/60D18D91364ED9000800024B

4

Zie ook SERV (2016), SERV (2018), SERV (2019a), SERV (2019b), SERV (2020).

6


Vlaamse Strategie Duurzame Ontwikkeling (VSDO-4)

Het voorgelegde ontwerp VSDO4 is daardoor weinig concreet en actiegericht, en dat net aan het begin van het decade of action5. Het geeft geen antwoord op belangrijke vragen rond de status van de Vizier 2030-doelstellingen, de link tussen de 2030-doelstellingen en het beleid, de organisatie van de internationaal afgesproken periodieke evaluaties of de governance van het transversale beleid duurzame ontwikkeling.

Status van de 2030-doelstellingen Vizier 2030 is het 2030-doelstellingkader voor Vlaanderen. De 48 2030-doelstellingen werden samen met een indicatorenset goedgekeurd op 5 april 2019 door de vorige Vlaamse Regering6. Ze vormen ook de Vlaamse invulling van de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen (SDG's) uit de mondiale 2030 Agenda voor Duurzame Ontwikkeling. De huidige Vlaamse Regering schaarde zich achter dit doelstellingenkader en voegde op 2 oktober 2020 enkele doelstellingen en indicatoren toe. Hierdoor zijn er nu 53 doelstellingen en 111 indicatoren7. Maar de Vizier 2030-doelstellingen ‘leven’ niet echt bij de diverse entiteiten en stakeholders. Deels heeft dat te maken met hun vaagheid. Slechts een kleine minderheid van de 53 doelstellingen is SMART geformuleerd. Daardoor zijn ze politiek vrij risicoloos en hebben ze weinig betekenis voor de praktijk in de diverse beleidsdomeinen. Deels heeft het te maken met het onduidelijke profiel van een VSDO en van het Vlaams DO-doelstellingenkader. Er zijn namelijk veel andere (horizontale en sectorale) beleidsplannen, doelstellingenkaders en monitoringinstrumenten. Die zijn vaak concreter en relevanter voor het te voeren beleid. En deels heeft het ook te maken met het totstandkomingsproces. Visie 2050 en Vizier 2030 werden vooral opgezet als een overheidsintern project, weliswaar met advisering door adviesraden, en niet als een echt participatief proces. Daardoor zijn de 2030-doelstellingen maatschappelijk veel minder breed gedragen dan destijds de doelstellingen van het Pact 20208. Het gevolg is dat het doelstellingenkader 2030 nooit echt de initiële ambitie heeft kunnen waarmaken om ‘vanuit een integrale en holistische aanpak stappen te zetten om de verkokering in het beleid tegen te gaan en te werken vanuit een meer integrale visie’9. Bovendien moet worden betwijfeld of het lange termijn doelstellingenkader van Vizier 2030 nog wel actueel is als kompas voor de korte termijn in het licht van bv. de Europese ‘Grean Deal’ en het ‘Fit for 55 pakket’, het Relanceplan Vlaamse Veerkracht en het Plan voor Herstel en Veerkracht en de diverse sectorale ontwikkelingen (klimaat, mobiliteit, water, ruimte, werk …).

5

Dit decennium werd door de VN en de lidstaten uitgeroepen tot ‘decade of action’. Er is een ambitieuze mondiale inspanning nodig om de Agenda 2030 te implementeren, en post-corona de weg in te zetten naar transformatief herstel (‘Build Back Better’).

6

https://do.vlaanderen.be/sites/default/files/atoms/files/Visienota_Vizier_2030_VR201905_0.pdf https://www.ewi-vlaanderen.be/sites/default/files/vizier_2030_-_nota_0.pdf

7

https://beslissingenvlaamseregering.vlaanderen.be/document-view/5F75EC290379AD00080001E8; https://beslissingenvlaamseregering.vlaanderen.be/document-view/5F75EC290379AD00080001E9 Het gaat om 2 nieuwe doelstellingen 5 nieuwe indicatoren n.a.v. het Woonbeleidsplan, 3 nieuwe doelstellingen en 5 nieuwe indicatoren n.a.v. het Vlaams Energie-en Klimaatplan 2021-2030, 2 nieuwe indicatoren n.a.v. het Luchtbeleidsplan.

8

Zie hierover SERV (2018). Over de indicatorenset werd wel een proces van onderhandelingen opgestart met VESOC en de Verenigde Verenigingen.

9

https://do.vlaanderen.be/sites/default/files/atoms/files/Visienota_Vizier_2030_VR201905_0.pdf

7


Vlaamse Strategie Duurzame Ontwikkeling (VSDO-4)

De Vlaamse Regering stelde in dat verband steeds dat het Vizier 2030-doelstellingenkader en de bijhorende indicatorenset een evolutief en dynamisch karakter hebben en kunnen worden bijgestuurd worden op basis van (nieuwe) langetermijnbeleidsplannen en Europese beleidsontwikkelingen en na evaluatie in overleg met de partners van het VESOC en de Verenigde Verenigingen10. De nu voorgelegde ontwerpstrategie geeft echter geen antwoorden op deze belangrijke vragen rond de rol van VSDO en de status van de Vizier 2030-doelstellingen. Als de doelstellingen worden herzien, is het volgens de SERV belangrijk de bovenstaande knelpunten mee in overweging te nemen en de sociale partners daarbij te betrekken.

Koppeling tussen de 2030-doelstellingen en het beleid Volgens de vorige Vlaamse Regering zou de eigenlijke implementatie van Vizier 2030 uitgewerkt worden in de beleidsdocumenten bij aanvang van de volgende regeerperiode. Onderdeel van die ‘implementatieagenda’ was onder andere ‘het analyseren van de doelafstanden, het bepalen en uitvoeren van remediërende acties, het ondersteunen van goede praktijken en het integreren van de SDG’s in de interne werking, het management en de instrumenten van de overheidsinstellingen’11. Er was tevens voorzien dat de opvolging van die implementatie twee sporen zou gebeuren: (1) via een jaarlijkse rapportage (in september) aan de hand van de indicatorenset en (2) via een jaarlijkse update (in oktober) van de beleidsinformatie per beleidsveld aan de hand van de beleids- en begrotingstoelichting (BBT)12. Over die link met het beleid stelt de VSDO4 enkel dat de politieke verantwoordelijkheid voor het behalen van de vooropgestelde doelstellingen bij de individuele ministers ligt en dat de ministers ‘hierover regelmatig […] rapporteren, bijvoorbeeld via de Beleids- en Begrotingstoelichting (BBT).’ Echter, in de instructies voor de beleids- en begrotingstoelichting (BBT) naar aanleiding van de begrotingsopmaak 202213 is niet voorzien dat er in de BBT van de divserse beleidsvelden zou worden gerapporteerd over de beleidsconclusies en -bijsturingen naar aanleiding van de meting van de Vizier 2030-indicatoren. Vizier 2030 is immers niet weerhouden in de afspraken binnen de regering over transversaal beleid / horizontale doelstellingenkaders (zie mededeling aan de Vlaamse Regering van februari 202014). De vraag is dan ook of en op welke manier ‘het analyseren van de doelafstanden en het bepalen en uitvoeren van remediërende acties’ zal gebeuren. Want vandaag lijkt er geen koppeling tussen de opvolging van de Vizier 2030-indicatoren (in september) en het beleid (beleidsmatige conclusies en bijsturingen van het beleid naar aanleiding van de vergelijking van de gemeten voortgang met de 2030-doelstellingen)15. 10

https://do.vlaanderen.be/sites/default/files/atoms/files/Visienota_Vizier_2030_VR201905_0.pdf; https://beslissingenvlaamseregering.vlaanderen.be/document-view/5F75EC290379AD00080001E8

11

https://do.vlaanderen.be/sites/default/files/atoms/files/Visienota_Vizier_2030_VR201905_0.pdf https://www.ewi-vlaanderen.be/sites/default/files/vizier_2030_-_nota_0.pdf

12

Zie ook de schriftelijke vraag nr. 107 van 4 januari 2019 van Robrecht Bothuyne aan minister-president Geert Bourgeois. https://docs.vlaamsparlement.be/pfile?id=1456065.

13

https://beslissingenvlaamseregering.vlaanderen.be/document-view/60F0A88B364ED90008001768

14

https://beslissingenvlaamseregering.vlaanderen.be/document-view/5E3932F152A2B000080001F4

15

Zie ook Rekenhof (2020), aanbeveling 13 “De overheden dienen hun operationele en strategische plannen over de SDG’s te integreren in een meerjarige beleids- en beheerscyclus, met een periodieke opvolging en rapportering aan de parlementen. Het verdient de voorkeur dit proces wettelijk vast te leggen.” En aanbeveling

8


Vlaamse Strategie Duurzame Ontwikkeling (VSDO-4)

Bovendien is ook de strategie (de voorgelegde VSDO4 van juni) losgekoppeld van de rapportage over indicatoren (september). Daardoor worden opportuniteiten gemist op het vlak van verdere visievorming en betere beleidscoördinatie voor de realisatie van de SDG’s (cf. supra, de initiële ambitie) en voor het versterken van het gebruik van de SDG’s als toetsingskader voor het beleid16. Overigens lijkt het nodig om de indicatorenset waarmee de 2030-doelstellingen worden opgevolgd17 (incl. de dashboardindicatoren18) te verbeteren, nauwer te laten aansluiten bij de in internationale context gebruikte indicatoren19 en transparanter beschikbaar te maken20. Tot slot is ook hier de relatie tussen de diverse beleidskaders en monitoringtools een werkpunt om te vermijden dat allerhande beleidsplannen en -rapportages naast mekaar staan en leiden tot dubbel werk en verwarring (cf. VSDO, Vlaamse Veerkracht, Plan voor Herstel en Veerkracht, Vlaams Hervormingsprogramma, …). Zoals op Europees niveau is voorzien (zie verder), zouden die beter in één beleids- en monitoringkader gestroomlijnd worden.

Organisatie van de internationale periodieke rapportering en evaluatie Voor de SDG’s geldt er een internationaal kader met evaluatie- en rapporteringsverplichtingen. In VN-verband hebben de lidstaten hebben zich verbonden tot een systematische follow-up en review van de implementatie van de SDG’s (2030 Agenda, pagaraaf 7221). Volgens de 2030 Agenda (paragraaf 84), de richtlijnen van de VN22 (en het decreet duurzame ontwikkeling) moet dat gebeuren in samenwerking met stakeholders. Nochtans is een Voluntary National Review (VNR) gepland in 2022. In de Nationale Strategie Duurzame Ontwikkeling (NSDO) was voorzien dat een tweede voortgangsrapport voor België zou worden opgemaakt in het eerste trimester van 201923. Dit is er niet gekomen wegens de discussie rond het voorzitterschap van de Interministeriële Conferentie Duurzame Ontwikkeling (IMCDO). Een VNR in 2021 was als gevolg van de coronacrisis geen haalbare kaart. Er zou nu naar verluidt worden gemikt op 2022.

11 “ In overleg met de projectleiders moeten overheden de indicatoren ook koppelen aan concrete maatregelen of projecten die uitgewerkt worden voor het realiseren van de SDG’s”. 16

Dit sluit aan bij eerdere adviezen van de SERV. Volgens SERV (2010) is de grootste uitdaging namelijk “[…] niet in het formuleren en uitvoeren van een reeks projecten, maar in het ‘verduurzamen’ van de dagdagelijkse beleidsprocessen en in de verbetering van de kwaliteit en de coherentie van de […] beslissingen die door de Vlaamse Regering worden genomen.” Zie ook SERV (2020) en OECD (2019).

17

https://beslissingenvlaamseregering.vlaanderen.be/document-view/5F75EC290379AD00080001E9

18

https://do.vlaanderen.be/dashboardindicatoren-vizier-2030

19

https://ec.europa.eu/eurostat/documents/3217494/12878705/KS-03-21-096-EN-N.pdf/8f9812e6-1aaa-7823928f-03d8dd74df4f?t=1623741433852

20

Zie hierover Rekenhof (2020): Aanbeveling 11 “De organen die opvolgen en rapporteren moeten erover waken dat de indicatorensets die de overheden gebruiken, in overeenstemming zijn met de indicatoren van ISS en dat deze voldoende meetbaar zijn op basis van streefwaarden.” Zie ook de aanbeveling van de OESO aan Vlaanderen in OECD (2020): “Create an open data platform where civil society can be involved in monitoring progress towards achieving the SDGs. Through an open data platform involving civil society in the monitoring of progress towards achieving the SDGs, the region of Flanders can hold governments accountable for their commitments towards the 2030 Agenda. Furthermore, reporting on progress by all levels of governments can be made transparent, allowing citizens to provide their input and feedback.”

21

https://www.un.org/ga/search/view_doc.asp?symbol=A/RES/70/1&Lang=E

22

https://sustainabledevelopment.un.org/content/documents/17346Updated_Voluntary_Guidelines.pdf

23

https://www.sdgs.be/sites/default/files/publication/attachments/brochure_nsdo_nl_def.pdf

9


Vlaamse Strategie Duurzame Ontwikkeling (VSDO-4)

Op Europees niveau is er de jaarlijkse Strategie voor Duurzame Groei. In de Strategie voor 202024 duidde de Europese Commissie de heroriëntering van het Europees Semester met de nieuwe focus in de groeistrategie op concurrerende duurzaamheid (om ervoor te zorgen dat de economie voor iedereen werkt en dat de groei duurzaam is) en met de integratie van de SDG’s. De behandeling van de SDG’s in de landenverslagen 2020 was bedoeld als een eerste stap in die heroriëntatie. Zo bevat het Belgisch landverslag 202025 een nieuwe bijlage (Annex E) met een beoordeling van de vooruitgang van België in de richting van de SDG’s. De lidstaten worden daarbij gemonitord aan de hand van de ‘EU SDG Indicator set’ van Eurostat die jaarlijks wordt geactualiseerd en aangevuld26. Daarnaast heeft de Commissie de lidstaten verzocht om in hun nationale hervormingsprogramma's de balans op te maken van de vooruitgang die met betrekking tot de SDG's is geboekt (en om daarbij voort te bouwen op bestaande nationale monitoringinstrumenten, zoals de jaarlijkse vrijwillige nationale evaluaties op VN-niveau). De Strategie voor 202127 verandert het geweer gedeeltelijk van schouder. De SDG’s van de Verenigde Naties worden nog wel vermeld, maar de klemtoon ligt duidelijk op de Europese faciliteit voor herstel en veerkracht en de Europese Green Deal waarin de groene en digitale transities centraal staan, alsook op de plannen voor herstel en veerkracht van de lidstaten om acties te ondernemen op de vier dimensies die in de jaarlijkse strategie voor duurzame groei voor 2020 waren vastgesteld (ecologische duurzaamheid, productiviteit, billijkheid en macroeconomische stabiliteit). Daarbij werd de jaarlijkse cyclus van het Europees semester tijdelijk aangepast om de processen te stroomlijnen. Met name heeft de Commissie aan de lidstaten gevraagd om hun nationale hervormingsprogramma’s en plan voor herstel en veerkracht in één document in te dienen en komen de beoordelingen door de Commissie in 2021 van de plannen voor herstel en veerkracht in de plaats van de landenverslagen in het kader van het Europees semester. De VSDO4 gaat echter niet in op hoe Vlaanderen dit zal aanpakken om internationaal te rapporteren over de Vlaamse vertaling en opvolging van de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen28, noch op de Vlaamse bijdragen aan de Nationale Strategie Duurzame Ontwikkeling (NSDO) waaraan thans wordt gewerkt op federaal niveau (voor het federale deel29) en in de Interministeriële Conferentie Duurzame Ontwikkeling (IMCDO). Het verschil met andere landen is groot (zie bv. de Vijfde Nationale SDG Rapportage van Nederland van mei 202130). In elk geval rekenen de sociale partners erop bij de opmaak van de evaluaties en rapportages voor de VN en Europa te worden betrokken.

24

https://ec.europa.eu/transparency/regdoc/rep/1/2019/NL/COM-2019-650-F1-NL-MAIN-PART-1.PDF

25

https://ec.europa.eu/info/sites/info/files/2020-european_semester_country-report-belgium_nl.pdf

26

https://ec.europa.eu/eurostat/documents/3217494/12878705/KS-03-21-096-EN-N.pdf/8f9812e6-1aaa-7823928f-03d8dd74df4f?t=1623741433852

27

https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:52020DC0575&from=nl

28

Zie hierover ook Rekenhof (2020). Aanbeveling 12: “De verschillende overheden dienen een regelmatige rapportering over het gerealiseerde beleid ten aanzien van de SDG’s te verzekeren. Zij moeten zorgen voor een accurate communicatie en timing die een coördinatie van deze rapporten toelaten met oog op een VNR”.

29

https://www.duurzameontwikkeling.be/sites/default/files/content/ 20210413_voorontwerp_federaal_plan_duurzame_ontwikkeling_nl.pdf

30

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2021/05/19/vijfde-nationale-sdg-rapportage

10


Vlaamse Strategie Duurzame Ontwikkeling (VSDO-4)

Governance van het transversale beleid duurzame ontwikkeling De ontwerp VSDO4 laat - op de governance van de transitiewerking na (zie verder) - ook de governance van het transversale beleid duurzame ontwikkeling onvermeld. Het is daardoor wat onduidelijk hoe de interne aansturing en coördinatie van het transversale beleid duurzame ontwikkeling zal gebeuren/verbeteren (cf. het Team, de Werkgroep en het Expertisecentrum Duurzame Ontwikkeling van de Vlaamse Overheid31) en hoe de Vlaamse Regering partnerschappen met het middenveld en de lokale besturen verder zal uitbouwen/ondersteunen. Zoals o.a. ook door de OESO wordt aangestipt32, zijn beide aspecten (interne mechanismen en externe partnerschappen) essentieel om de SDG’s op het terrein waar te maken. In het bijzonder is er op dit vlak in 2020 ook de doorlichting door de OESO geweest van de governance van het duurzame ontwikkelingsbeleid in Vlaanderen. Die doorlichting leidde tot een reeks aanbevelingen die handelen over de samenwerking tussen de federale, Vlaamse en lokale overheden, de ondersteuning van steden en gemeenten in hun inspanningen om de 2030 Agenda te implementeren33, de interactie met stakeholders (incl. jongeren), de betrokkenheid van de private sector en de link met de begroting34. Andere aanbevelingen gaan over de SDG monitoring en rapportage (cf. supra) en over synergiën tussen de (toenmalige) zeven transitieprioriteiten (cf. infra). Het lijkt aangewezen dat de VSDO4 zou aangeven op welke wijze de Vlaamse Regering aan deze aanbevelingen gevolg geeft.

3

Tweede actiedomein: transitiewerking

Wat het tweede actiedomein betreft, verwelkomt de SERV dat het werken rond transitieprioriteiten met transitieprojecten en transitiemanagers verder wordt gezet en dat men daarbij basisprincipes hanteert zoals langetermijndenken/kortetermijn handelen, partnerschappen, beleidsintegratie en continu leren. Dit sluit aan bij eerdere adviezen waarin de SERV wees op het belang van systeeminnovatie en maatschappelijke transities gericht op de lange termijn35. Zulke benaderingen kunnen immers vragen beantwoorden en initiatieven tot stand brengen die minder aan bod komen in het kader van regulier beleid en nieuwe kennis genereren via toekomstverkenningen, experimenten of systeemdenken. In dat kader is de SERV positief over de geplande bijsturingen aan de governance van de transitieprioriteiten ten gevolge van de evaluatie van VSDO336, met een versterking van de rol en het mandaat van de transitiemanagers en het transitieplatform. De transitieprojecten en het transitieplatform in het bijzonder kunnen als lerend netwerk de opgedane kennis op het vlak van 31

https://do.vlaanderen.be/over-ons-do-vlaanderen-be

32

Zie OECD (2019). Daarin beveelt de OESO de Lidstaten aan ‘to develop effective and inclusive institutional mechanisms to address policy interactions across sectors and align actions among levels of government, in particular by 1/ ensuring whole-of-government coordination (…) 2/ defining, implementing and communicating a strategic long-term vision (supported by tools such as strategic foresight, scenario development and systems thinking approaches) (…) 3/ engaging appropriately sub-national levels of government 4/ engaging proactively with stakeholders in different phases of the policy cycle.

33

https://www.vvsg.be/kennisitem/vvsg/sdgs-en-beleid

34

OECD (2020).

35

SERV (2010)

36

De werking van de transitieprioriteiten van Visie 2050 werd geëvalueerd door een consultant (Idea-consult) in samenwerking met de transitiemanagers, het transitieplatform en Prof. Derk Loorbach (DRIFT/Erasmus Universiteit Rotterdam).

11


Vlaamse Strategie Duurzame Ontwikkeling (VSDO-4)

vernieuwende werkwijzen laten doorsijpelen in het reguliere beleid. Het is ook goed dat er transparantie wordt gegeven over de stand van zaken en verdere plannen rond de diverse transitieprioriteiten. Toch meent de SERV dat op enkele vlakken bijsturing wenselijk is, om de meerwaarde van de transitiewerking duidelijker te maken en de samenwerking en afstemming te versterken.

Meerwaarde van de transitiewerking Uit de VSDO4 blijkt opnieuw een sterke verscheidenheid tussen de transitiegebieden onderling. Die is er niet alleen op het vlak van doelstellingen en aanpak (wat in zekere zin ook normaal en wenselijk is), maar ook op vlak van relevantie, gedragenheid en geboekte resultaten. Sommige transitieprioriteiten richten zich met de vooropgestelde plannen (cf. fiches) op een zinvol spoor en leveren nuttige meerwaarde (Leven, leren en werken in 2050, Samen Leven in 2050, Circulaire economie, Industrie 4.0). Voor de andere lijkt de meerwaarde beperkt en is bijsturing nodig om de basisprincipes als transitieproject duidelijker te vertalen en daadwerkelijk te realiseren in relatie tot het reguliere beleid (Mobiliteit, Energie en Klimaat). In elk geval is een echt engagement nodig om de transitiewerking ruimte en kansen te geven. Wat het transitieproject Slim Wonen en Leven betreft, is de argumentatie voor de stopzetting ervan niet overtuigend. Ten eerste omdat het weinig waarschijnlijk is dat de basisprincipes volledig zullen worden meegenomen in het reguliere woonbeleid. Ten tweede omdat het weinig aannemelijk is dat er in dit beleidsdomein geen ruimte of meerwaarde zou zijn voor vernieuwende aanpakken rond langetermijndenken/kortetermijn handelen, partnerschappen, beleidsintegratie en leren. Er is integendeel veel werk te verrichten rond nieuwe woon- en leefvormen en het uitdiepen van de relaties tussen het woonbeleid en het ruimtelijk-, energie-, infrastructuur- en sociaal beleid. Tot slot vraagt de SERV om te bekijken rond welke belangrijke thema’s eventueel een bijkomende transitiewerking kan worden opgezet. Zelf denken de sociale partners bijvoorbeeld aan duurzame financiering/financiering van transities, in het licht van de EU Green Deal die ook inzet op het verduurzamen van de financiële wereld als hefboom voor transities37.

Onderlinge samenwerking en afstemming De SERV meent verder dat er winst te halen is bij een sterkere inhoudelijke samenwerking en afstemming tussen de transitiegebieden onderling (bv. tussen Circulaire Economie en Energie en Klimaat, en met Leven, leren en werken in 2050 en Industrie 4.0). Dit was tevens een van de kernaanbevelingen van de OESO in 202038. De SERV ziet daarbij ook een ondersteunende rol van het transitieplatform en andere diensten binnen de Vlaamse overheid. Wat dat laatste betreft kan worden verwezen naar de beleidsnota Algemeen Regeringsbeleid die reeds vermeldde dat de transitieprioriteiten zouden worden ondersteund met onderzoek. Vlaamse Veerkracht operationaliseert dit voornemen - voor wat toekomststudies betreft - onder de vorm van Strategische Inzichten en Analyse (SIA) 37

https://ec.europa.eu/info/strategy/priorities-2019-2024/european-green-deal/finance-and-green-deal_en

38

OECD (2020). ‘Strengthen synergies across the seven transition priorities of Vision 2050 through the SDGs. The SDGs’ holistic framework helps go beyond a silo-approach and explore policy complementarities and synergies such as between the Circular Economy, Industry 4.0, Transport and mobility and Energy.

12


Vlaamse Strategie Duurzame Ontwikkeling (VSDO-4)

(VV162). Andere voorbeelden zijn internationaal comparatief onderzoek rond transitiemanagement en -beleid39; het optimaal benutten van de nieuwe (Europese) financieringsmogelijkheden en het ondersteunen of versterken van beloftevolle werkwijzen om meervoudige beleidsopgaven transversaal en in partnerschap aan te pakken40. Het is aangewezen om zulke kennisontwikkeling gecoördineerd aan te pakken in plaats van verspreid te ontwikkelen over de transitieprioriteiten heen.

39

De Peuter, B., & Brans, M. (2020).

40

Zie SERV (2020), bijlage 3 en als concreet voorbeeld https://www.architectureworkroom.eu/nl/news/4500/degrote-verbouwing-lancering-online-platform.

13


Vlaamse Strategie Duurzame Ontwikkeling (VSDO-4)

Referenties De Peuter, B., & Brans, M. (2020). Systeemevaluatie voor transitiebeleid. Lerend netwerk voor het managen van transitiebeleid: verkennende analyse van aanpak, ervaringen en noden in de praktijk. https://5d674347-9091-4aa6-99112b5c73cc9448.filesusr.com/ugd/b8884e_3f45a86d321048a2b590c48abdb21a65.pdf. Europese Commissie (2019). Jaarlijkse strategie voor duurzame groei 2020. COM(2019) 650 final. https://ec.europa.eu/transparency/regdoc/rep/1/2019/NL/COM-2019-650-F1-NL-MAINPART-1.PDF Europese Commissie (2020). Jaarlijkse strategie voor duurzame groei 2021. COM(2020) 575 final. https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:52020DC0575&from=nl. Eurostat (2021). Sustainable development in the European Union — Monitoring report on progress towards the SDGs in an EU context — 2021 edition. https://ec.europa.eu/eurostat/documents/3217494/12878705/KS-03-21-096-ENN.pdf/8f9812e6-1aaa-7823-928f-03d8dd74df4f?t=1623741433852 OECD (2019). Recommendation of the Council on Policy Coherence for Sustainable Development. OECD/LEGAL/0381. https://legalinstruments.oecd.org/en/instruments/OECDLEGAL-0381 OECD (2020). A Territorial Approach to the Sustainable Development Goals in Flanders, Belgium. https://www.oecd-ilibrary.org/urban-rural-and-regional-development/a-territorial-approach-to-thesustainable-development-goals-in-flanders-belgium_cb4fb76b-en OECD (2021). OECD Environmental Performance Reviews: Belgium 2021, OECD Environmental Performance Reviews. https://doi.org/10.1787/738553c5-en. Rekenhof (2020). Sustainable Development Goals - Agenda 2030 van de Verenigde Naties: implementatie, opvolging en rapportering door de overheden in België (preparedness review). https://www.courdescomptes.be/NL/Publicaties/Fiche.html?id=d9bed076-9ed1-4bf5-93b9faab34ac30de. SERV (2009). Advies projecten Vlaamse strategie duurzame ontwikkeling. https://www.serv.be/sites/default/files/documenten/pdfpublicaties/1538.pdf SERV (2010). SERV-Advies Vlaamse strategie duurzame ontwikkeling (VSDO2), 6 oktober 2010. https://www.serv.be/serv/publicatie/advies-vlaamse-strategie-duurzame-ontwikkeling SERV (2016). Platformtekst Vlaanderen 2030, 30 maart 2016. https://www.serv.be/serv/publicatie/platformtekst-vlaanderen-2030 SERV (2018). Advies ontwerp Vlaams doelstellingenkader 2030, 3 april 2018. https://www.serv.be/serv/publicatie/advies-ontwerp-vlaams-doelstellingenkader-2030 SERV (2019). Advies Bestuurlijke beleidsnota’s 2019-2024, 26 november 2019. https://www.serv.be/serv/publicatie/advies-bestuurlijke-beleidsnotas-2019-2024 SERV (2020). Vlaams Relancebeleid, bijzondere tijden vragen bijzondere aanpak, 13 mei 2020. https://www.serv.be/serv/publicatie/vlaams-relancebeleid-bijzondere-tijden-vragen-bijzondereaanpak

14


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
SERV_20210830_VSDO4_ADV.pdf by Vlaanderen-be - Issuu