Skip to main content

Vlaanderen_herleeft_aanbevelingen_maatschappelijke_relance.pdf

Page 1

‘Vlaanderen herleeft’ Aanbevelingen voor maatschappelijke relance naar aanleiding van COVID-19 Expertadvies| 13 juli 2020

In opdracht van De Vlaamse Regering Dit rapport is het resultaat van de werkzaamheden van het Maatschappelijk Relancecomité (MRC) dat werd opgericht door de Vlaamse Regering n.a.v. COVID-19.


Inhoudsopgave 1/

Samenvatting

2/

Inleiding

10

3/

Een project voor mens en samenleving

12

4/

De impact van COVID-19 op de verschillende maatschappelijke domeinen

14

5/

3

4.1.

Belangrijkste negatieve impact

14

4.2.

Belangrijkste positieve evoluties

24

4.3.

De impact van COVID-19 op kwetsbare groepen

28

Beleidsaanbevelingen

30

5.1.

Structuur van de aanbevelingen

30

5.2.

Onze visie en aanbevelingen volgens thema’s

32

5.3.

De aanpak van een nieuwe golf of soortgelijke pandemie in de toekomst

39

5.4.

De aanbevelingen in uitgewerkte vorm, volgens tijdsperiode

40

Bibliografie

‘Vlaanderen herleeft’ Aanbevelingen voor maatschappelijke relance naar aanleiding van COVID-19 | 13 juli 2020

115

2


1 / Samenvatting INLEIDING De coronacrisis heeft onze samenleving dooreengeschud. De schade aan het maatschappelijk weefsel is zeer groot. Inkomensverlies, stijgende werkloosheid en de verwachting dat armoede zal toenemen, het verlies van duizenden levens, onbeantwoorde ‘niet-COVID’-gezondheidsproblemen, onvoldoende beschikbare sociale hulp, meer eenzaamheid, angst, depressie, verslavingen en (intrafamiliaal) geweld, leerachterstand bij kinderen en een groeiende leerkloof tussen ‘kansrijke’ en ‘kansarme’ kinderen, beperkingen in vrijetijds- en cultuurbeleving en in het verenigingsleven, verlies van toegang tot publieke ruimte,… Tegelijkertijd waren er ook positieve evoluties, zoals een versnelde digitalisering, veel innovatie in onderwijs, een grotere betrokkenheid en solidariteit, meer lichaamsbeweging in de vrije tijd en in de natuur, toenemende waardering voor essentiële beroepen, meer spontane samenwerking en sociaal ondernemerschap in diverse sectoren, minder autoverkeer, omgevingslawaai en luchtverontreiniging, enzovoort. De komende maanden zullen nog meer gegevens ons bereiken. Eind mei 2020 richtte de Vlaamse Regering het Maatschappelijk Relancecomité (MRC) op met de vraag aanbevelingen te formuleren om de samenleving snel en goed te laten hernemen (korte termijn), en ze zelfs te verbeteren tegenover vroeger (lange termijn), daarbij ook verder bouwend op de positieve evoluties die men zag. De Vlaamse Regering stelde ook de vraag naar aanbevelingen met betrekking tot een eventuele nieuwe golf van COVID-19 met als doel de schade aan het maatschappelijk weefsel in te perken. Het MRC bestond uit 9 experten en 9 afgevaardigden van de bevoegde Vlaamse ministers. Gedurende 7 weken werd gewerkt aan de drie groepen van aanbevelingen. De experten droegen de verantwoordelijkheid voor de inhoud ervan, terwijl de afgevaardigden van de ministers als klankbord fungeerden. Er waren ook 3 formele contacten met het economische relancecomité. Het proces werd inhoudelijk en administratief begeleid door Idea Consult. Dit advies is groepswerk en weerspiegelt zo maximaal mogelijk de mening van alle experten. Dit betekent evenwel niet dat elke expert zich individueel verbindt tot het geheel. Binnen de tijdsdruk voor deze opdracht en gezien de brede inhoudelijke scope, was het niet mogelijk om over alle onderwerpen en aanbevelingen een discussie ten gronde te voeren.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Samenvatting

3


Het is de betrachting om samen met de aanbevelingen van het economisch relancecomité bij te dragen tot één gezamenlijke relance en verbetering van onze welvaart en ons welzijn, en optimaal voorbereid te zijn wanneer een nieuwe golf van COVID-19 of een gelijkaardige pandemie indien die zich nog zou voordoen.

AANBEVELINGEN VOOR DE RELANCE De aanbevelingen van het MRC werden gestructureerd volgens 5 overkoepelende thema’s en 5 sectorgerelateerde thema’s.

5 overkoepelende thema’s

5 sector-gerelateerde thema’s

Digitalisering als facilitator

Zorg en welzijn

Een innoverende overheid

Onderwijs en een leven lang leren

Communicatie en inspraak

Arbeidsmarkt en sociaal beleid

Inclusief denken

Cultuur, recreatie en toerisme

Sterk onderbouwd beleid

Wonen, publieke ruimte en mobiliteit

Voor elk van die thema’s formuleerde het MRC hoofdaanbevelingen, telkens met een omschrijving van het ‘wat’ (wat dient er te gebeuren?), het ‘hoe’ (sub-aanbevelingen met concrete actiepunten) en het ‘waarom’ (de onderbouwing van de aanbeveling). In totaal zijn er 35 hoofdaanbevelingen. Hieronder beschrijven we de voornaamste accenten die het MRC legt per thema. Telkens geven we een drietal aanbevelingen ter illustratie. Het onderstaande overzicht is dus niet volledig maar geeft wel aan in welke richting de aanbevelingen gaan.

Digitalisering als facilitator COVID-19 leidde tot een ongeziene versnelling van de digitalisering in onze samenleving. Maar niet iedereen is mee, en niet iedereen kan evengoed omgaan met het digitale. Het MRC stelt dat de digitalisering niet enkel een katalysator van economische groei is maar ook dat zij moet leiden tot een betere kwaliteit van leven. Het is inderdaad de bedoeling dat het digitale ons helpt een beter leven te leiden en niet dat we ons leven laten leiden door het digitale. De nadruk binnen dit thema ligt op einclusie, waarbij iedereen niet alleen toegang heeft tot digitale toepassingen, maar ook over de nodige technische en sociale vaardigheden beschikt om efficiënt en evenwichtig met het digitale te kunnen omgaan. 

Digitale inclusie (‘e-inclusie’) gericht op toegang tot digitale middelen en op technische en sociale vaardigheden voor een breed scala aan doelgroepen, georganiseerd op lokaal niveau.

Digitale versnelling in het onderwijs: elk kind een laptop of tablet en gerichte acties om iedereen toegang te kunnen geven tot het internet.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Samenvatting

4


Een ambitieus innovatie- en implementatieprogramma voor de digitale transformatie van alle maatschappelijke sectoren.

Een innoverende overheid Tijdens de crisis was er een ongeziene stroom aan creativiteit en samenwerking te merken. Er ontstond veerkracht en ondernemerschap bij burgers, bedrijven en organisaties. Plots was het mogelijk om de regels even aan de kant te schuiven en er ontstonden creatieve, solidaire, voluntaristische manieren van werken en samenwerken. Het is belangrijk om die energie vast te houden voor de realisatie van de toekomstambities die het beleid voor ogen heeft. Onze aanbevelingen ter zake gaan dan ook in de richting van een overheid die vooral kaders creëert en doelen stelt, via een regelluwe benadering de creatieve kracht van de lokale gemeenschap en de buurt voluit benut, en samenwerking en afstemming binnen én tussen sectoren stimuleert. 

Het lokale niveau als eerste bestuursniveau meer verantwoordelijkheid en bevoegdheden geven en verder investeren in bestuurskracht, intergemeentelijke samenwerking (uitwisseling van ‘beste praktijken’) en schaalvergroting.

Een regelluwe benadering (onder andere via ‘schrapsessies’ om regels af te schaffen) als hefboom voor ondernemerschap en (sociale) innovatie en minder administratieve verplichtingen in alle sectoren.

Nieuwe instrumenten inzetten voor de coproductie met burgers en samenleving (onderhandeling, inspraak, gedragsbeïnvloeding of ‘nudging’, proeftuinen,...).

Communicatie Tijdens deze COVID-periode werd en wordt het communicatiebeleid van de verschillende overheden stevig op de proef gesteld. Uit cijfers blijkt een verdubbeling van de belangstelling in nieuwsinformatie. Dit onderstreept meteen het belang van duidelijke en transparante adviezen en beslissingen die vertrouwen wekken. Het MRC beveelt beleidsmakers dan ook aan om op alle niveaus toegankelijke en correcte informatie te verzekeren. Dit werkt niet alleen hoopgevend, maar ook motiverend. 

Gebruik maken van inzichten uit de gedragswetenschappen die mensen aanzetten om de adviezen op te volgen en te blijven volhouden.

Verdere investeringen in (sociale) mediawijsheid via diverse kanalen, om mensen in staat te stellen kritisch om te gaan met berichtgeving via de klassieke mediakanalen en via sociale media.

Investeren in een breed samenwerkingsprogramma met zoveel mogelijk mediapartijen, om de betrouwbaarheid, diversiteit en vindbaarheid van informatie beter te waarborgen.

Inclusief denken De crisis raakte verschillende groepen in de samenleving op een verschillende manier en de meest kwetsbare groepen werden het sterkst geraakt. Bij de uitwerking van herstelmaatregelen moet bijzondere en systematische aandacht naar hen gaan. In een goede samenleving valt niemand uit de Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Samenvatting

5


boot. Het verbeteren van de kwaliteit van leven van kwetsbare groepen en specifiek naar hen toe gerichte oplossingen zijn daarom een prioriteit doorheen alle sectoren. 

Het actief en systematisch uitreiken naar mensen met een hulpnood die onder de radar blijft, georganiseerd binnen de lokale gemeenschap en in samenwerking tussen welzijns- en zorgprofessionals en vrijwilligers.

Actievere detectie van mensen die in armoede dreigen te vervallen via sociale werking en buurtwerking.

Een benadering van mensen in kwetsbare situaties via vertrouwenspersonen met een brede expertise en die zich op hun beurt laten bijstaan door diverse vakspecialisten.

Sterk onderbouwd beleid COVID-19 toont de meerwaarde van een beleid gebaseerd op data. Tal van instanties en sectoren gingen bijkomende informatie verzamelen over de impact van de pandemie, en deze informatie werd actief gebruikt voor het onderbouwen van beleidsmaatregelen en initiatieven binnen sectoren en organisaties. Op sommige punten werden ook hiaten in de data vastgesteld, en de beschikbare informatie was niet steeds evenwichtig verdeeld. Daarom pleit het MRC voor een beleid op basis van een evenwichtige benadering via diverse wetenschappen, praktijkervaring en bevraging van de burgers. Het beleid dient de vinger aan de pols te houden inzake de kwaliteit van leven van de mensen en de kwaliteit van de samenleving en permanent bij te sturen om een duurzame verbetering te realiseren. 

Een meer structurele inbreng van wetenschappelijke expertise in beleidsvoorbereiding en beleidssturing.

Het opstellen en hanteren van een maatschappelijk ‘dashboard’ gebaseerd op directe, representatieve en tijdige dataverzameling.

De ‘spending reviews’ die opgenomen zijn in het regeerakkoord systematisch toepassen op maatschappelijke investeringen om op die manier de economische gevolgen van (gebrek aan) investeren in welzijn beter in kaart brengen.

Zorg en welzijn COVID-19 toonde hoe belangrijk welzijn en gezondheid zijn. Ouderen werden veruit het zwaarst getroffen door de ziekte. Angst, depressies en andere geestelijke gezondheidsproblemen namen toe. Voor veel mensen werd de nodige hulp uitgesteld en talrijke problemen bleven onder de radar. De crisis leerde ons ook dat samenwerken tot betere resultaten leidt en dat we de regels die zo’n samenwerking tegenhouden of inefficiënt laten verlopen beter in vraag stellen. We zagen ook een sterke toename van tele-zorg, ondersteund door het beleid. Tot slot kwam de kracht van goed buurt- en vrijwilligerswerk sterk naar voor. De nadruk van de aanbevelingen ligt op meer pro-actief werken, het samenwerken in de sector, meer buurtwerk, op het bevorderen van de geestelijke gezondheid, en op structurele lange termijn oplossingen om de kwaliteit, toegankelijkheid en duurzaamheid van de sector te verbeteren en te vrijwaren.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Samenvatting

6


Het structureel en niet via eenmalige ingrepen opwaarderen van de zorgberoepen.

Naar een betere en meer efficiënte samenwerking en afstemming tussen gezondheidszorg en welzijnszorg in een regelluwe omgeving.

Een evolutie van woonzorgcentra naar woonzorghuizen, meer kleinschalig maar ook meer ingebed in de samenleving.

Meer investeren in het behouden van fysieke en geestelijke gezondheid.

Onderwijs en een leven lang leren Tijdens de lockdown werden de scholen grotendeels gesloten. De leer- en evaluatieactiviteiten werden deels gecompenseerd door de organisatie van (digitaal) afstandsonderwijs maar wel met grote (kwaliteits)verschillen tussen scholen. En niet elk kind kon bereikt worden. Het belang van goed onderwijs en goed schoolbestuur werd door de crisis op scherp gesteld. Maar ook het belang van een leven lang leren werd duidelijk. Leren is zowel bevorderlijk voor het welzijn van mensen als voor de welvaart. Men creëert zo competenties die in een evoluerende en veranderende economie nodig zijn. Levenslang leren moet voor iedereen een evidentie worden. Het MRC pleit ervoor dat in de scholen de cognitieve vaardigheden en welzijn hand in hand moeten gaan, dat iedereen de digitale mogelijkheden volop moet kunnen benutten, en dat leren nog meer op maat van het kind of de jongere moet gebeuren. Professionalisering, onderwijsinvesteringen en autonomie moeten het lerarenberoep versterken, ondersteund door op data gebaseerde onderwijskwaliteitszorg. 

Remediëren van de leerachterstand via (niet verplichte) zomer-, herfst- en winterscholen, met een belangrijke recreatieve component en gezamenlijke inzet van de lokale gemeenschap om deze aantrekkelijk te maken.

Meer scholen met het statuut ‘warme school’. In zo’n school laat teamwerking toe om talenten te ontwikkelen, leergoesting te creëren, en welzijn en leervermogen elkaar te laten versterken.

Lerende levensloopbaan: voor iedereen een individuele leerrekening (‘leerportefeuille’) die verder reikt dan enkel het ‘leerplichtonderwijs’, die flexibele leerwegen en ook informeel leren omvat.

Arbeidsmarkt en sociaal beleid Wanneer de technische werkloosheid overgaat in permanent jobverlies dreigen meer mensen aansluiting bij de arbeidsmarkt te verliezen. Hen aan het werk houden is dan ook essentieel. Door ontwrichting van de arbeidsmarkt is dat niet evident. Enerzijds zijn er sectoren die het meer dan ooit moeilijk zullen hebben. Anderzijds is er een grote vraag vanuit knelpuntsectoren en toekomstsectoren (zorg, digitaal, ecologie, …). Maar dit biedt ook kansen. Mensen heroriënteren richting toekomst- en knelpuntsectoren op basis van bestaande en nieuw aangeleerde competenties is daarom nodig en wenselijk. Maar ook meer gerichte maatregelen, in plaats van algemene, om werken aantrekkelijk te maken evenals een betere afstemming tussen gevraagde en beschikbare competenties over de sectoren heen zijn aangewezen. Ook vragen we aandacht voor het werkbaar maken van werk.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Samenvatting

7


Herbekijken van de Vlaamse jobbonus en de middelen beter inzetten naar werkprikkels maar ook naar het vermijden van werkende armoede (bijvoorbeeld door betere kinderopvang, hogere sociale toeslagen in het Groeipakket, meer toegankelijke huurpremies, sociale voordelen op basis van inkomen i.p.v. statuut).

Een competentiecheck en het matchen op de arbeidsmarkt van competenties eerder dan van diploma’s.

Het uitbreiden van de werkbaarheidscheque, die bedrijven toelaat de kwaliteit van werk te evalueren en te verbeteren.

Cultuur, recreatie en toerisme Binnen de domeinen cultuur en recreatie heeft COVID-19, zoals in andere sectoren, twee gezichten laten zien. Enerzijds een quasi volledige sluiting van cultuur-, sport- en andere vrijetijdsinfrastructuren; anderzijds werd een bijzondere creativiteit en veerkracht getoond met nieuwe praktijken als resultaat. Vanuit het belang van cultuur en recreatie voor de samenleving pleit het MRC voor het ondersteunen van lokaal initiatief om mensen op een veilige manier van vrije tijd te laten genieten. Daarnaast is er een pleidooi voor een versterkte samenwerking lokaal-bovenlokaal (koepels en steunpunten) om een toekomstgerichte werking te ontwikkelen in het licht van belangrijke evoluties als superdiversiteit, digitalisering, ecologie, enzovoort. De maatregelen i.v.m. buitenlands toerisme bieden een opportuniteit om de toeristische aantrekkelijkheid van Vlaanderen in ons land te verhogen en uit te dragen. 

Versnelde uitrol van de (digitale) UiTPAS met cultuurkrediet voor mensen met een laag inkomen en jongeren, uit te geven bij lokale organisatoren.

Nieuwe digitale vormen van cultuur en recreatie bestendigen en gezamenlijke distributieplatformen en reserveringssystemen invoeren voor de cultuur- en recreatiesector.

Het introduceren van het label ‘vakantiegemeente’ voor dag- en of verblijfstoerisme.

Wonen, omgeving en mobiliteit De crisis toonde aan hoe belangrijk woon- en leefomstandigheden zijn in het algemeen en de toegang tot publieke en groene ruimte in het bijzonder. Het is essentieel om iedereen goede woonomstandigheden te geven en de leefkwaliteit in dorpen en steden verder te versterken. Een belangrijke positieve evolutie is dat veel meer mensen in hun vrije tijd aan het bewegen gingen (vooral wandelen, joggen en fietsen). Deze gedragswijziging biedt een opportuniteit om op verder te bouwen. 

Naar een het concept '15-minutenstad' in onze steden en gemeenten: een aaneenschakeling van lokale gemeenschappen waar mensen in een kwartier stappen of fietsen over een zo compleet mogelijk aanbod van diensten en groen beschikken.

Ruimte creëren door ruimte te delen (gebruik van gebouwen en plekken voor meerdere functies) en de betrokkenen inspraak geven bij het creëren van publieke ruimte.

Verschuiving in de budgetten voor wegenaanleg naar fietsinfrastructuur.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Samenvatting

8


WAT BIJ EEN VOLGENDE GOLF? We formuleerden, zoals al aangegeven, ook een pakket aan maatregelen om bij een eventuele nieuwe golf van COVID-19 de schade in te perken. Het MRC pleit daarbij voor een grondige afweging van alle epidemiologische, gezondheids- en maatschappelijke aspecten. Op basis van de huidige inzichten stellen we als standaard voorop dat maatschappelijke diensten niet mogen sluiten. Via een aanpak gebaseerd op een combinatie van Maskers, Afstand respecteren, Testen en tracen, Handhygiëne en Sociale verantwoordelijkheid (MATHS) kan men dat realiseren. Wanneer sluiten toch – op basis van genoemde afweging – gedeeltelijk of lokaal nodig is, dan dient men via duidelijke richtlijnen voorbereid te zijn voor het digitale aanbod en het actief uitreiken naar mensen en samenwerkingen stimuleren (zie ook de regelluwe benadering). We vragen ook communicatie die waakzaamheid en solidariteit cultiveert in plaats van angst, en die meer op maat is van de verschillende doelgroepen. FINALE BEDENKINGEN Tot slot verklaren we graag het beeld dat we op de voorpagina van het rapport hanteren. ‘We zijn open’ staat niet alleen voor onze aanbeveling inzake het standaard open houden van diensten. Het wijst ook op een samenleving waar men meer uitreikt naar de anderen, die inclusief is, die samenwerking bevordert, die onnodige regels laat vallen, en die open staat voor het innovatieve en het creatieve. Het beeld illustreert ook de vraag naar ‘ontkokering’: het wegnemen van de silo’s tussen de sectoren. Onderwijs, zorg- en welzijn, huisvesting, sociale diensten, arbeid, de leefomgeving, mobiliteit, … het zijn allemaal factoren die onze kwaliteit van leven beïnvloeden, en heel vaak zijn ze met elkaar verweven. Kwaliteit van leven zit in elk beleidsdomein. Een betere samenwerking tussen alle sectoren (‘intersectorale samenwerking’) is daarom essentieel. Het beleid kan daarin het goede voorbeeld geven. De coronacrisis heeft niet alleen onze samenleving dooreengeschud, ze heeft ons ook wakker geschud. Deze aanbevelingen gaan daarom verder dan enkel de draad weer opnemen. Ze geven een aanzet tot het verbeteren van onze samenleving in het belang van alle mensen van elke leeftijd, gender en achtergrond. Sommige van de aanbevelingen vragen een verschuiving in budgetten of verhogen de efficiëntie, waardoor geen extra geld nodig is. Andere aanbevelingen vragen wel extra investeringen die zich weliswaar kunnen terugverdienen. Het is belangrijk om de opbrengsten van die investeringen in te schatten en in kaart te brengen. De aanbevelingen van het MRC zijn gericht op een betere kwaliteit van leven van de mensen. Vaak wordt gesteld – en terecht – dat meer welvaart kan zorgen voor meer welzijn. Maar het omgekeerde geldt ook: meer investeren in welzijn zorgt voor een samenleving met meer creatieve, betrokken en bevlogen mensen, voor minder geweld, uitsluiting of ongelijkheid, en op die manier … voor meer welvaart. De finale vraag is niet wanneer we van deze pandemie verlost zullen zijn maar wat we hieruit geleerd zullen hebben. Wat als we de daadkracht rond COVID-19 ook zouden kunnen etaleren bij andere samenlevingsproblemen?

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Samenvatting

9


2 / Inleiding COVID-19 heeft de samenleving grondig veranderd, met niet alleen economische en sociale effecten op de korte termijn, maar ook structureel op de lange termijn. In vele rapporten spreekt men over een systeemschok. In mei 2020 nam de Vlaamse Regering het initiatief om een economisch en een maatschappelijk relancecomité op te richten. Dit rapport is het eindverslag van het Maatschappelijk Relancecomité (verder afgekort als MRC). De opdracht van het Maatschappelijk Relancecomité bestond in het formuleren van aanbevelingen met als doel: 

de schade aan ons maatschappelijk weefsel ten gevolge van de coronacrisis zo veel mogelijk te herstellen;

de schade in te perken bij een eventuele tweede golf;

het maatschappelijk weefsel te versterken voor de lange termijn.

De Vlaamse Regering vroeg het MRC om een brede waaier van thema’s in haar scope op te nemen, waaronder welzijn, zorg en gezondheid, armoedebestrijding, onderwijs en vorming, inburgering en integratie, vrije tijd, sport, verenigingsleven, cultuur, zingeving, publieke ruimte, mobiliteit, communicatie en digitalisering. GEVOLGDE WERKWIJZE Het comité heeft zeven intensieve weken achter de rug. In de periode van 25 mei tot 12 juli 2020 vonden zeven fysieke bijeenkomsten plaats, met tussentijdse digitale contacten en ‘huiswerk’. Het comité werd inhoudelijk en administratief ondersteund door adviseurs en experten van IDEA Consult. De aandacht ging eerst naar het benoemen van een basisvisie op mens en samenleving en het in beeld brengen van de gevolgen van de crisis (negatieve impact, maar ook positieve trends). Dat gaf een basis voor het formuleren van aanbevelingen gerelateerd aan drie tijdvakken: 1°. Hoe kunnen we de draad snel terug opnemen? 2°. Hoe verbeteren we het samenleven op de lange termijn, op basis van wat we

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Inleiding

10


uit de ‘COVID-shock’ hebben geleerd? 3°. Wat te doen wanneer zich een nieuwe golf van COVID-19 aandient (of een soortgelijke pandemie?). SAMENSTELLING VAN HET COMITÉ Het maatschappelijk Relancecomité bestaat uit 18 leden, waarvan 9 experten en 9 afgevaardigden van de Vlaamse ministers. De experten zijn (in alfabetische orde): 

Lieven Annemans (voorzitter), expert gezondheids- en welzijnseconomie (UGent en VUB);

Pieter Ballon, expert interneteconomie en slimme steden (VUB/imec);

Sabine Bourgeois, expert integrale jeugdhulp (Oranjehuis);

Wouter Duyck, expert onderwijs en opleidingsvoorzitter psychologie (UGent);

Elke Hermans, expert mobiliteit en toerisme (UHasselt);

Ive Marx, expert sociaal-economisch beleid (Universiteit Antwerpen);

Alexandra Smarandescu, expert kind- en jongerenperspectief (Vlaamse Jeugdraad);

Liesbet Stevens, expert familiale en seksuologische wetenschappen en strafrecht (KULeuven);

Inge Vervotte, expert gezondheidszorg en welzijn (Emmaüs groep).

GROEPSWERK De experten formuleerden de aanbevelingen terwijl de afgevaardigden van de ministers als klankbord fungeerden. Dit advies is groepswerk en weerspiegelt zo maximaal mogelijk de mening van alle experten. Dit betekent evenwel niet dat elke expert zich individueel verbindt tot het geheel. Binnen de tijdsdruk voor deze opdracht en gezien de brede inhoudelijke scope, was het onmogelijk om over alle onderwerpen en aanbevelingen een discussie ten gronde te voeren. De aanbevelingen zijn aanzetten die, ingeval ze worden opgenomen, uiteraard samen met de actoren op het terrein verder moeten worden geoperationaliseerd. EÉN RELANCE Dit rapport van het Maatschappelijk Relancecomité kan niet los gezien worden van het rapport van het Economisch Relancecomité. Er is maar één relance, geen maatschappelijke relance zonder een economische, en omgekeerd.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Inleiding

11


3 / Een project voor mens en samenleving De adviezen van het Maatschappelijk Relancecomité (MRC) zijn ingebed in een visie op mens en samenleving, gevoed vanuit verschillende invalshoeken (psychologie, sociologie, geluksonderzoek,...). Vanuit haar focus (maatschappelijke invalshoek) stelt het comité twee gerelateerde doelstellingen voorop voor het beleid. 

Een goede kwaliteit van leven bereiken voor zoveel mogelijk mensen (ongeacht leeftijd, gender, achtergrond,…);

Voor de huidige en toekomstige generaties een samenleving organiseren die mensen toelaat zich te ontplooien, in verbondenheid te leven en hun rechten te vrijwaren. Figuur 1: de adviezen zijn ingebed in een onderbouwde visie op mens en samenleving

EEN GOEDE KWALITEIT VAN LEVEN Een goede kwaliteit van leven kan op verschillende manieren worden ingevuld. De bedoeling van het MRC was niet om hierover uitgebreide theoretische beschouwingen te maken. Vanuit bestaande

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Een project voor mens en samenleving

12


literatuur en vanuit verschillende invalshoeken hebben we volgende essentiële kenmerken van een goede kwaliteit van leven gedistilleerd: 1 

Mentaal en fysiek welbevinden;

Goede en menswaardige leefomstandigheden;

Zich vrij en veilig voelen, zelfbepaling;

Goede persoonlijke relaties;

Participatie in de samenleving;

Kunnen levenslang leren en creëren;

Zinvol leven;

Werkbaar werk (op actieve leeftijd);

Voldoende rust en reflectie, vrije tijd en plezier.

EEN KWALITEITSVOLLE SAMENLEVING Kwaliteit van leven verzekeren aan de huidige en toekomstige generaties, veronderstelt een kwaliteitsvolle samenleving. Uiteraard is dat ambitieus. De kans is gering dat een samenleving daar helemaal in slaagt. Maar door het doel te formuleren en de manier waarop het te bereiken, legt men de basis om zo dicht mogelijk bij dat doel te kunnen geraken. Op basis van literatuur, stelden we dat een kwaliteitsvolle samenleving wordt gekenmerkt door: 

Het vrijwaren van alle grondrechten;

Welvaart;

Een faire inkomensverdeling en geen armoede of bestaansonzekerheid;

Sterke sociale relaties en verbondenheid;

Vertrouwen in de instellingen en in de mensen onderling;

Innovatie en ontwikkelingsgerichtheid;

Respect voor de planeet, voor planten en dieren;

Duurzame mobiliteit en duurzaam gebruik van ruimte, energie en materialen.

Openbare besturen spelen een sleutelrol in de realisatie van dit maatschappelijk project. Maar ook bedrijven/verenigingen/organisaties en de mensen zelf maken de samenleving. In onze visie bestaat ook een sterke wisselwerking tussen mens en samenleving. De samenleving bepaalt in grote mate de kwaliteit van leven van haar burgers en de burgers bepalen in grote mate mee hoe de samenleving zich organiseert. De beleidsadviezen in dit rapport willen bijdragen tot het realiseren van bovenstaande visie.

1

Geïnspireerd op onder andere Maslov, Shalock, Diener, Sen, Planbureau, OESO,...

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Een project voor mens en samenleving

13


4 / De impact van COVID-19 op de verschillende maatschappelijke domeinen COVID-19 heeft de mensen en ons samenleven fundamenteel dooreengeschud. We maken hieronder een overzicht van de belangrijkste effecten op de verschillende domeinen van het maatschappelijk leven, met oog voor de mensen in de meest kwetsbare situaties. We beschrijven de negatieve effecten, maar ook de positieve evoluties die ons samenleven in de toekomst kunnen verbeteren. We maakten dankbaar gebruik van het ‘Cijferrapport corona-impact op het sociaaleconomisch weefsel’ van de Sociaal-economische Raad van Vlaanderen (SERV), en vulden dit waar mogelijk aan met bijkomend materiaal. Deze impact-analyse heeft niet de betrachting om volledig te zijn maar geeft toch een goed beeld van de negatieve en positieve gevolgen van de coronacrisis.

4.1.

Belangrijkste negatieve impact

De gezondheidsdreiging van sars-cov-2, het nieuwe virus uit de familie der coronavirussen dat COVID19 veroorzaakt, en de daaropvolgende ‘lockdown light’ veroorzaakten een crisis, de zogenaamde coronacrisis, met een negatieve impact op alle domeinen van ons leven. De negatieve effecten in de verschillende domeinen versterken elkaar en wegen op de kwaliteit van leven en van samenleven. Tabel 1 geeft een sprekende samenvatting van hoe de coronacrisis de algemene bevolking en een aantal kwetsbare groepen in het bijzonder, op fysiek, psychologisch en sociaal vlak heeft belast en nog steeds belast. Verder in deze paragraaf illustreren we aan de hand van cijfers de verschillende negatieve effecten van COVID-19 in Vlaanderen.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Impact van COVID-19

14


Tabel 1: Systeem van negatieve effecten ten gevolge van COVID-19 Fysieke gevolgen2  Verhoogd risico bij onderliggende aandoeningen of chronische ziekten  Niet-behandelde gezondheidsproblemen  Ander bewegings- en eetpatroon

Algemene bevolking

Psychologische gevolgen

Sociale gevolgen

  

Angst en depressie Gevoelens van eenzaamheid Ontneming van fundamentele mensenrechten Ontevredenheid over de overheidsmaatregelen & dalende motivatie Gebrek aan vertrouwen in digitaal Niet kunnen rouwen om verlies van naasten Morele dilemma’s en morele stress Confrontatie met overlijden van COVID-19 patiënten Gepercipieerd gebrek aan erkenning door werkgevers, en/of patiënten, en/of het brede publiek

Ongelijke toegang tot en ongelijke leerkansen in digitaal onderwijs Gevoelens van eenzaamheid

Bijkomende effecten op zorgpersoneel en andere beroepsgroepen in de 1e lijn

  

Gebrek aan beschermend materiaal Blootstelling aan dreiging van het virus Zwaar werkschema

    

Bijkomende effecten kinderen & jongeren

op

Minder mogelijkheden voor activiteiten buiten

op

Verhoogd risico t.g.v. meervoudige gezondheidsproblemen en chronische ziekte

Gevoelens van eenzaamheid

Bijkomende effecten op andere kwetsbare groepen

Mogelijke bestaande gezondheidsproblemen worden ernstiger Intrafamiliaal of seksueel geweld Onvoldoende publieke ruimte & mogelijkheden om te bewegen

  

Extra angst gerelateerd aan COVID-19 Stress door combinatie werk-gezin Bestaande mentale gezondheidsproblemen worden ernstiger

Bijkomende ouderen

effecten

 

  

 

    

    

Plotse verandering v/d levensomstandigheden en mogelijke quarantaine Werkloosheid & inkomensterugval Minder maatschappelijke dienstverlening en cultuur- en vrijetijdsaanbod Minder mogelijkheden voor levensbeschouwelijke rituelen (bv. begrafenissen, huwelijken,…) Indien ze zich afzonderen om hun gezondheid te beschermen: gebrek aan contact met familieleden Lage erkenning en/of waardering en/of verloning Technische werkloosheid in niet COVIDafdelingen Minder sociale contacten en, in sommige gevallen, afgesneden van ouders Gebrek aan privacy en rust thuis Gebrek aan sociale interactie met leeftijdsgenoten Gebrek aan ontspanningsmogelijkheden Sociale isolatie en marginalisering Leeftijdsgebonden stigma (bv. uitspraken als ‘COVID-19 is niet gevaarlijk, enkel de ouderen zijn in gevaar’) Gebrek aan digitale toegang en vaardigheden Jobverlies en financiële tekorten Verdere sociale marginalisering Hulpvragen die onder de radar blijven Discriminatie

Bron: Maatschappelijke Relancecomité, geïnspireerd door ESTSS Recommendations on Mental Health and Psychological Care During Pandemics

2

Naast het risico om ernstig ziek te worden door COVID-19 zelf.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Impact van COVID-19

15


NEGATIEVE IMPACT OP DE GEZONDHEID IN 4 GOLVEN 

De coronacrisis heeft een negatieve impact op gezondheid die zich manifesteert in vier golven: -

Ten eerste is er de onmiddellijke impact op sterfte. Deze golf heeft zijn piek aan het begin van de crisis en neemt af na bepaalde tijd; een tweede golf behoort tot de mogelijkheden. Intussen overleden in België volgens de officiële cijfers bijna 10.000 mensen aan of met COVID-19.

-

De tweede golf omschrijft de impact van de ingevoerde beperkingen op dringende nietCOVID-19 gerelateerde zorgvragen (zie cijfers verder in deze impactanalyse);

-

De derde golf van impact op gezondheid toont zich in de gevolgen van de onderbroken zorg van personen met een chronische aandoening. Hierover moeten de meeste cijfers nog binnenkomen;

-

Tenslotte is een vierde golf te onderscheiden. Deze golf groeit na de start van de coronacrisis en omvat de impact op psychologisch welzijn, mentale gezondheid, de economische toestand van personen – wat op zijn beurt een impact heeft op de mentale en fysieke gezondheid van personen – en stress/burnout (zie verder).

STIJGING VAN DE WERKLOOSHEID 

De werkloosheid lag in januari 2020 t.o.v. een jaar geleden 4,4% lager. In februari was dit nog 3,4%. Vanaf maart nam de werkloosheid (exclusief de tijdelijke werkloosheid door COVID-19) t.o.v. het voorgaande jaar sterk toe. Respectievelijk een stijging van 1,3% in maart, 11,9% in april en 13,9% in mei 2020 (Departement WSE, 2020).

Meer dan één op vijf werknemers vreest zijn of haar baan te verliezen door de coronacrisis. Deze vrees doet zich voornamelijk voor bij kwetsbare groepen zoals personen met een migratieachtergrond en personen die tijdelijke werkloos werden (Baert, Lippens, Moens, Sterkens, et al., 2020).

INKOMENSTERUGVAL , NIEUWE ARMOEDE EN PRECAIRE SITUATIES

Inkomensterugval 

27% van de gezinnen geeft in april 2020 aan door de coronacrisis meer dan 10% inkomensverlies te lijden (in mei en juni was dat gedaald naar 25% resp. 21%). 12% geeft aan een inkomensverlies van meer dan 30% te lijden door de coronacrisis (13% in april) (NBB, 2020).

De hardst getroffen sectoren door de coronacrisis zijn horeca en kunst, amusement en recreatie, sectoren waar mensen vaak een kleinere financiële buffer hebben. Zowat 60% van de werkenden in deze sectoren hebben onvoldoende liquide middelen om een maand loonverlies te overbruggen zonder in armoede te vallen. In de horeca is dat zelfs 70% (Horemans et al., 2020).

45% van de jongeren kent financiële problemen door de coronacrisis (Febelfin, 2020).

Nieuwe armoede 

OCMW’s noteerden in de maanden maart, april en mei een stijging van het aantal hulpvragen, met een lichte stijging in maart en een meer sterke stijging vanaf half april. Het ging om diverse profielen, ook mensen die aan het werk zijn of die recht hebben op een andere – niet toereikende – uitkering, studenten en zelfstandigen (De Wilde, Hermans, Van Lancker, et al., 2020). De vereniging van steden en gemeenten (VVSG.be) verwacht een verdere toename van hulpvragen in de komende maanden.

Precaire situaties 

Tijdens de Coronacrisis zijn compenserende maatregelen voor werkenden genomen. Deze hebben een ongelijke impact. De genomen maatregelen verhoogden het netto beschikbaar inkomen van

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Impact van COVID-19

16


tijdelijk werklozen. Wie er geen beroep op kon doen, maar terecht kwam in de klassieke werkloosheid en in het bijzonder in de bijstand is vaak niet voldoende beschermd om menswaardig te kunnen leven. De situatie van huurders zonder sociale woning of huurpremie is aanzienlijk precairder (Marchal et al., 2020). MOEILIJKE WOONOMSTANDIGHEDEN 

De kloof tussen eigenaars en huurders vergroot. 70% van de Vlamingen zijn eigenaars van een woning. Door de maatregel van uitgestelde lening komt hun situatie niet in het gedrang. Huurders daarentegen wonen vaak in een te kleine woning met te veel personen om tijdens een ‘blijf in je kot’ maatregel op een degelijke manier te kunnen leven. Bovendien spendeert meer dan de helft van de private huurders meer dan een derde van hun inkomen aan de huur. Vele van hen houden te weinig over om een volwaardig leven te kunnen lijden. Tijdens de coronacrisis wordt dit nog moeilijker aangezien vaak (een deel van) hun inkomen wegviel (Beersmans, 2020).

16% van de kinderen en 17% van de jongeren heeft geen eigen plekje waar ze zich tijdens de coronacrisis rustig kunnen terugtrekken (Kinderrechtencommissariaat, 2020).

MOEILIJKE COMBINATIE WERK – GEZIN 

Ruim de helft van de respondenten van een enquête door de Universiteit van Antwerpen (week van 11 mei 2020) met (kleine) kinderen ondervindt grote moeite om thuiswerk te combineren met de zorg en het onderwijs voor de kinderen. Dit heeft effect op hun werkprestaties (Universiteit Antwerpen, 2020).

Van Puyenbroeck et al (2020) stellen dat gezinnen met lagere inkomens door thuiswerk gezin en werk minder goed kunnen combineren en dat zij emotioneel uitgeput zijn na het werk. Dit resulteert in een dubbel effect op de economische beschikbaarheid van ouders. Ze zijn enerzijds afgeleid en minder productief, anderzijds hebben de negatieve welzijnsaspecten ook een invloed op de arbeidsprestaties.

Concentratieverlies wordt significant meer gerapporteerd door werkende vrouwen dan door werkende mannen. Ook bleek concentratieverlies een significant groter probleem voor mensen die thuis werken in vergelijking met mensen die op hun werkplek werken (Ponnet et al., 2020).

Tijdens de lockdown konden ouders van kinderen met een beperking hun kind wekenlang niet bezoeken ofwel moesten ze de zorg thuis helemaal overnemen. Dagcentra werden gesloten en ambulante zorg of thuiszorg verminderde sterk. Dat zorgde voor een zware emotionele belasting voor ouders, kinderen en jongeren (De Morgen, 2020b).

Enkele cijfers m.b.t. Corona-ouderschapsverlof (mei) (een berekening door Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen, op basis van data van de RVA): -

73% van de gebruikers nam verlof in de 1/5 formule en 27% in de halftijdse formule;

-

Vrouwen vertegenwoordigden 75% van de deeltijdgebruikers en 64% van de 1/5 gebruikers;

-

Dit is vrij vergelijkbaar met de verdeling van 'klassiek' ouderschapsverlof over alle formules. Er kan dus niet gesproken worden van een evolutie naar meer gelijkheid. Vooral omdat de fulltime formule niet werd aangeboden in het kader van het corona ouderschapsverlof. In het algemeen vergroot de fulltime formule de kloof tussen vrouwen en mannen omdat mannen nauwelijks fulltime ouderschapsverlof opnemen;

-

De nieuwe 1/10 formule kan zeer weinig gebruikers (0,08%) bekoren, maar is de meest gelijkheidsbevorderende in termen van geslacht: 45% mannen tegen 55% vrouwen in mei 2020.

MEER ONZEKERHEID , STRESS , ANGST, DEPRESSIES

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Impact van COVID-19

17


Psychische stoornissen algemeen Onderzoekers waarschuwen voor een duidelijke impact van de crisis op een aantal specifieke risicogroepen: 

mensen in een problematisch rouwproces, mensen die ten gevolge van de crisis hun job of financiële zekerheid verliezen of voor wie het gezinsbudget proportioneel is aangetast (tijdelijke werkloosheid, …) en als reactie hierop het risico lopen op de ontwikkeling van ernstige psychische problemen;

mensen die tijdens de crisis – omwille van hun kwetsbare positie (bv. weinig sociaal vangnet, sociale isolatie, …) – nieuwe problemen ontwikkelen (relationele crisissen, intrafamiliaal geweld, ….) of wiens kwetsbaarheid nu sterker aan de oppervlakte komt (bv. toename gebruik en afhankelijkheid van alcohol of illegale drugs);

mensen die in chronisch-stresserende omstandigheden zijn blijven werken (zorgsector, logistieke sector, …) en wier risico op het ontwikkelen van chronische problemen op langere termijn is toegenomen, zeker wanneer ze zelf geen hulp zoeken;

mensen met een verhoogd risico op problematisch alcoholgebruik.

Onzekerheid 

Heel wat mensen leven met onzekerheid omtrent de verdere evolutie van de pandemie.

Er bestaat veel onzekerheid over de rente en economische groei, alsook over de snelheid van het economische herstel (SERV, 2020).

Stress 

Bijna 1 op 2 kinderen zegt dat ze meer stress hebben voor school tijdens de coronacrisis (Kinderrechtencommissariaat, 2020).

Kinderen uit gezinnen met lagere inkomens ervaren meer stress dan kinderen uit hogere inkomensgezinnen en maken zich meer zorgen over hun situatie (Van Puyenbroeck et al., 2020).

Personen die werkloos thuiszitten door de coronacrisis ervaren significant meer financiële stress dan mensen uit alle andere werksituaties, zowel voor hun huidige financiële situatie als voor de toekomst. Ook gepensioneerden en langdurig werklozen hebben significant meer last van financiële stressgevoelens dan werkende personen (Ponnet et al., 2020).

Met betrekking tot stress over de huidige coronacrisis ervaren de jongste leeftijdsgroepen meer stress (Ponnet et al., 2020). Respondenten met de leeftijd 18-24 jaar ervaren significant meer stress over de toekomst door de coronacrisis dan respondenten uit de oudere leeftijdsgroepen. Verder vinden we dat studenten en mensen die (tijdelijk) werkloos zijn door de coronacrisis significant meer stress hebben dan mensen die zich in één van de andere drie werksituaties bevinden.

Jongere respondenten ervaren meer relatiestress dan oudere (Ponnet et al., 2020).

Meer dan de helft van de zorgwerkers zegt dat ze onder hoge druk staan. De pure angst nam af na de piek van de epidemie, maar is nog altijd vijf keer hoger dan normaal. Klachten over vermoeidheid, concentratiestoornissen, en zich niet kunnen ontspannen zijn nog altijd merkbaar hoger dan anders. Vier keer meer zorgwerkers dan in pre-coronatijden voelt zich ongelukkig. En bijna drie keer zoveel zorgwerkers als normaal denkt eraan uit het beroep te stappen (De Morgen, 2020a).

In een online bevraging in de periode 11 – 30 mei van het Steunpunt mantelzorg in samenwerking met de Hogeschool Gent, werd gepolst naar de zorgsituatie, de beleving van de mantelzorger in deze Corona-crisis en de veranderingen ten aanzien van de periode voor de Corona-crisis. Twee op de drie mantelzorgers ervaart de zorg als zwaarder dan voor de crisis. Onvoldoende emotionele en

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Impact van COVID-19

18


praktische steun uit de directe leefomgeving en moeilijker rondkomen met het inkomen, zijn belangrijke redenen voor de hogere ervaren belasting. Angst en depressieve gevoelens 

Angst (20%) en depressieve (16%) stoornissen zijn sterk toegenomen ten opzichte van 2018 (11%10%) (Drieskens et al., 2020).

Het aantal Belgen dat zich soms, vaak tot altijd angstig voelt steeg sinds de crisis met 6%-punten (van 40% voor de coronacrisis naar 46% tijdens de coronacrisis) (Annemans & Vandepitte, 2020).

18% van de evenementsporters geven aan dat besmettingsangst de reden is om niet meer deel te nemen aan sportevenementen (Scheerder, Willem, Derom, et al., 2020).

Meer dan een derde van de bevraagde huishoudhulpen ging eind april terug werken, omdat de werkgever dat vraagt en uit angst haar/zijn job te verliezen (SERV, 2020).

1/3 kinderen en jongeren (tot 17 jaar) is bang om zelf ziek te worden. Kinderen en jongeren in kwetsbare situaties zijn nog banger. (Kinderrechtencommissariaat, 2020).

Jonge respondenten rapporteerden in de COVID-19-gezondheidsenquête meer angstige en depressieve gevoelens dan oudere leeftijdsgroepen (Drieskens et al., 2020). De resultaten verschillen met deze van de gezondheidsenquête 2018, waar blijkt dat angst en depressie normaal gezien het grootst is in de oudere leeftijdsgroepen (Berete et al., 2018). Studenten rapporteerden significant meer angst en depressieve gevoelens dan andere respondenten (Drieskens et al., 2020). We zien deze bevindingen ook terugkomen in cijfers van het CLB. Jongeren stellen meer vragen (via o.a. de chat) over persoonlijke problematieken die meestal te maken hebben met gevoelens van onzekerheid, angst en twijfel over zichzelf. Ze duiden vaak het thuiszitten, het verlangen naar sociale contacten, het niet kunnen uitgaan, als oorzaak aan. Ook uiten ze vaak twijfels over het schoolwerk en voelen ze zich erg onzeker (Vlaamse Onderwijsinspectie, 2020a).

Uit de eerste analyses van een longitudinale studie bij hulpverleners over de impact van de actuele COVID-19 pandemie blijkt dat het aantal hulpverleners dat psychische stoornissen ontwikkelt naar aanleiding van de pandemie op het eerste gezicht laag lijkt (slechts 0,6% tot 2,5 % van de bevraagde zorgverleners heeft een nieuwe stoornis). De covid-pandemie lijkt vooral te zorgen voor een heractivering van psychische problemen bij diegenen bij wie er vroeger al waren (en inhoudelijk vooral geaxeerd op angst) (Bruffaerts, in press).

MEER EENZAAMHEID 

Tele-Onthaal meldt voor april 2020 25% meer oproepen dan gebruikelijk, waarbij het meestal gaat over eenzaamheid, voornamelijk bij ouderen, alleenstaanden, weduwen en weduwnaars (Teleonthaal, 2020).

De lockdown en physical distancing-maatregelen hebben een grote impact gehad op de relaties met naasten. Ongeveer 60 % van de ondervraagden van de Sciensano gezondheidsenquête vinden dat hun sociale contacten onbevredigend zijn, tegenover slechts 8 % in de gezondheidsenquête van 2018. Van de ondervraagden geeft 27 % aan dat ze onvoldoende op een sociaal netwerk (naasten) kunnen rekenen, tegenover 16 % in 2018. De personen die het hardst zijn getroffen door het verlies van sociale banden zijn ook diegenen waarvan de mentale gezondheid fors is achteruitgegaan. Het aandeel van de bevolking zonder sociaal netwerk stijgt van 11,6 % tot 17,4 % (Demarest et al., 2020; Drieskens et al., 2020).

Uit de bevraging naar het psychosociaal welzijn van bewoners van Belgische woonzorgcentra, uitgevoerd door Artsen Zonder Grenzen, blijkt dat 91% van de woonzorgcentra nieuwe of toegenomen psychische symptomen zagen bij de bewoners in de periode van de COVID-19 uitbraak. Bezoek en contact van familie waren de meest geobserveerde noden onder de bewoners (Artsen Zonder Grenzen, 2020).

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Impact van COVID-19

19


MEER SPANNINGEN THUIS EN INTRAFAMILIAAL GEWELD 

De CLB’s rapporteren een enorme toename m.b.t. interventie in het kader van problemen thuis (maart - april) (Vlaamse Onderwijsinspectie, 2020a). -

11.729 interventies of +27% in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar;

-

7.382 interventies in verontrustende situaties. Dit is iets meer dan het volledige voorbije schooljaar samen;

-

een verdubbeling van het aantal vragen in de chatbox van de CLB’s.

In een bevraging door de UGent (april 2020) geeft 73,5% van de mensen die een relatie hebben aan dat zij met hun partner verbale agressie hebben meegemaakt gedurende de coronacrisis. 36 respondenten (1,7%) rapporteren dat zij fysieke agressie met hun partner hebben meegemaakt gedurende de coronacrisis (1,1% van de mannen en 2,0% van de vrouwen in een relatie) (Ponnet et al., 2020). 1,7% is hoger dan eerdere bevindingen, we verwijzen naar een studie van (Pieters et al., 2010) waar beschreven wordt dat 1,3% fysiek geweld ervaart in de partnerrelatie.

8 à 9% van de kinderen en jongeren stelt geweld te ervaren door een volwassene. Daarvan stelt meer dan 60% dat dit geweld toenam sedert het begin van de coronacrisis (Kinderrechtencommissariaat, 2020).

STERK VERMINDERDE CONSUMPTIE GEZONDHEIDSZORG

Een groot deel van de respondenten uit de Sciensano COVID-19-gezondheidsenquête geeft aan dat afspraken met hulpverleners geannuleerd werden in de eerste vier weken van de lockdown (maart/april). Er is een verschil tussen soorten hulpverlening op te merken. Zo werd 25% van de afspraken bij de huisarts afgezegd of uitgesteld, terwijl dit voor afspraken i.k.v. een revalidatie 90% bedraagt. Bij huisartsen en psychologen werden wel het grootst aandeel afspraken op afstand uitgevoerd (beide rond de 30%) (Demarest et al., 2020).

Uit de resultaten van de bevraging door het Vlaamse Patiëntenplatform (2020) blijkt ook dat een groot deel van de zorg werd uitgesteld:

o

Voor niet-chronisch zieken: 74% ziekenhuis, 58% huisarts, 91% kinesitherapie, 100% tandarts;3

o

Voor chronisch zieken: 81% ziekenhuis, 34% huisarts, 84% kinesitherapie, 61% psycholoog, 92% tandarts.4

23% van de respondenten uit de UA Grote Coronastudie geeft aan graag een ander gezondheidsprobleem te willen laten bekijken, maar dat gegeven de omstandigheden toch niet te doen. 52% meldt dat ze ‘momenteel’5 niet terechtkunnen bij de arts, kinesist of tandarts voor hun gezondheidsprobleem. Ook vindt ruim 40% van hen dat ze beter de gezondheidswerkers niet belasten met hun probleem, en tenslotte geeft 23% aan dat ze hun vraag naar gezondheidszorg zelf ook liever uitstellen uit angst voor besmetting met het nieuwe coronavirus (Universiteit Antwerpen, 2020).

STERK VERMINDERDE MAATSCHAPPELIJKE DIENSTVERLENING

77% van de gezinshulp werd uitgesteld. In de bevraging door het Vlaams Patiëntenplatform werd geen definitie van gezinshulp gegeven, waardoor er geen éénduidig beeld is van wat met gezinshulp

3

Beperkte groep van respondenten (N = 52). Aantal respondenten: 540. 5 Dit zijn cijfers uit de vierde bevragingen van de Grote Coronastudie van Universiteit Antwerpen. Deze cijfers verwijzen dus naar de week tussen 31/03/2020 en 07/04/2020 4

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Impact van COVID-19

20


bedoeld wordt (Vlaams Patiëntenplatform, 2020). Doorgaans gaat het over poetsen, strijken, boodschappen, koken en oppas. 

In de gezinszorg ziet men een daling van de activiteit en een geringere beschikbaarheid van het personeel. Zo berekende Ferm Thuiszorg dat zij in de eerste vijf maanden van 2020 5,55% minder uren presteerde dan in dezelfde periode vorig jaar. Omgekeerd nam het ziekteverzuim in vergelijking met vorig jaar toe met 2,39%-punten (SERV, 2020).

Een bevraging door UAntwerpen, UGent en KULeuven eind maart geeft ons inzicht over de sopzetting of continuering van de dienstverlening van de OCMW’s. Continuering zagen we vooral voor het aanbieden van warme maaltijden (98%), de Lokale Opvang Initiatieven (96%), de daklozenopvang (94%), psychologische hulpverlening (87%), het aanbieden van voedingsproducten (86%), en thuishulp (85%). Diensten die vaker werden stopgezet, zijn het aanbieden van FEADproducten (Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen) (78%), poetshulp (67%) en lokale dienstencentra (19%) (De Wilde, Hermans, & Cantillon, 2020).

HULPVRAGEN DIE ONDER DE RADAR BLIJVEN

Slechts een vijfde van de OCMW’s deed, in geval van nood, nog huisbezoeken. De huisbezoeken, die verplicht zijn bij een leefloonaanvraag, werden vervangen door een mail of telefoongesprek. Er wordt een personeelskrapte verwacht bij OCMW’s om steunaanvragen op te vangen (De Wilde, 2020).

Door de lockdown namen zorgnoden toe die echter dikwijls onder de radar bleven, meestal bij specifieke, reeds kwetsbare doelgroepen. Kwetsbare groepen die al voor de crisis kampten met problemen inzake armoede, arbeid, huisvesting, onderwijs,… doen dat na afloop van de crisis nog meer. De groep van mensen die het moeilijk krijgen verbreedt ook (De Wilde, Hermans, Van Lancker, et al., 2020).

STERK VERMINDERD CULTUUR- EN VRIJETIJDSAANBOD

De hoogste tijdelijke werkloosheid vindt men tijdens de coronacrisis terug in de sectoren horeca en kunst, amusement en recreatie (Corona Barometer. Impact van COVID-19 op de Vlaamse arbeidsmarkt 2.06.2020, 2020). Een schatting van het aantal weggevallen kunstenevenementen tussen maart en augustus: 360 premières van Vlaamse podiumkunstenproducties, 2.600 theateren dansopvoeringen in het buitenland; 3.000 buitenlandse concerten door Vlaamse artiesten en 170 solo- en groepstentoonstellingen van Vlaamse beeldend kunstenaars (Leenknegt, 2020).

In januari en februari 2020 lag het aantal toeristen dat aankomt in het Vlaamse Gewest 11% en 12% hoger dan in dezelfde maanden in 2019. In maart 2020 was er sprake van een sterke terugval van het aantal aankomsten als gevolg van de lockdown-maatregelen die werden ingesteld vanaf midden maart 2020. Er werden 261.000 aankomsten geteld, wat een derde is van het aantal aankomsten in maart 2019 (Statistiek Vlaanderen, 2020).

LEERACHTERSTAND EN –KLOOF 

Uit een bevraging door de onderwijsinspectie midden juni blijkt dat scholen een negatieve impact vermoeden op de leervorderingen. Zowel in het buitengewoon onderwijs als in het gewoon onderwijs stellen scholen vast dat groepen kleuters en leerlingen soms voor bepaalde doelen leerachterstand hebben opgelopen. Voor de lagere afdeling lijkt de zorg algemeen minder groot. 73% van de scholen geeft aan dat geen of slechts enkele leerlingen met leerachterstand kampen. Maar 20% van de lagere scholen heeft het over meer dan een vierde van hun leerlingen, en 5% van de lagere scholen geeft aan dat meer dan de helft van hun leerlingen leerachterstand heeft. Dit verdient volgens de inspectie verder onderzoek en opvolging (Vlaamse Onderwijsinspectie, 2020b).

De impact van de coronacrisis op de leerprestaties in het basisonderwijs lijkt op basis van de eerste toetsen beperkt:

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Impact van COVID-19

21


-

Zowel het katholiek onderwijs als OVSG concludeerden dit uit hun jaarlijkse gevalideerde toetsen (Knack, 2020; Martin & Gordts, 2020). Het katholiek onderwijs maakt zich wel zorgen over grote verschillen tussen leerlingen. De resultaten van OVSG tonen noch een algemene leerachterstand, noch een grotere leerkloof;

-

De gemiddelde resultaten van die gevalideerde toetsen liggen dit jaar grotendeels in lijn met die van vorig schooljaar. Voor wiskunde (67 procent) en Nederlands (72 procent) zijn de totaalscores zelfs volledig gelijk, ondanks schommelingen binnen de subdomeinen. Wereldoriëntatie gaat licht achteruit (van 78 naar 76 procent), maar Frans licht vooruit (van 75 naar 77 procent). (Martin & Gordts, 2020).

Tegelijk moeten bovenstaande bevindingen met voorbehoud worden geïnterpreteerd. Het gaat enkel over een meting van het 6de leerjaar. Dat was het leerjaar in het basisonderwijs dat het snelst en het meest open ging. Het blijft onduidelijk hoe de toestand is in de andere jaren en in het secundair onderwijs. Deelname aan centrale toetsen was redelijk goed bij sommige, maar niet alle, onderwijsverstrekkers. Waar de participatie lager was dan anders bestaat een reëel risico op zelfselectie, waarbij de minder goede scholen niet deelnamen aan een toets, wat een tweede vertekening kan geven van bovenstaande resultaten.

Tevens waren er meldingen van scholen die een groot deel van vaak kwetsbare leerlingen niet meer bereikten via afstandsonderwijs. Deze leerlingen ontbreken ook in de data van de gestandaardiseerde proeven.

GEEN OF GEBREKKIGE TOEGANG TOT DE DIGITALE SAMENLEVING

Voor de COVID-19 pandemie uitbrak, beschikte ruim een kwart van de Belgische bevolking over beperkte digitale vaardigheden en minder dan één op drie had meer dan enkel de digitale basisvaardigheden (Eurostat, 2020). Mogelijk heeft de crisis de bestaande kwetsbaarheden van personen die weinig of beperkte digitale vaardigheden hebben versterkt (SERV, 2020).

11% van de Vlaamse huishoudens had in 2019 geen breedbandverbinding thuis. 27% van de Vlamingen tussen 16 en 74 jaar hebben niet de nodige digitale basisvaardigheden. Bij de 55- tot 74jarigen loopt dit cijfer op tot 58%, bij de laaggeschoolden tot 62% en bij de mensen met een inkomen onder de 1.200 euro tot 69% (Statistiek Vlaanderen, 2019).

Minstens 18.000 leerlingen van de 2e en 3e graad heeft geen enkele laptop in het gezin. Er werden 12.500 laptops verdeeld. Deze gezinnen beschikken nu over één toestel. In een meer dan één kind gezin betekent dit geen persoonlijke laptop. De nood ligt m.a.w. hoger dan 18.000 toestellen.

Uit een bevraging van Uit de Marge bij jongeren in maatschappelijk kwetsbare situaties blijkt dat 66% geen computer of laptop ter beschikking heeft (Kastit, 2020)

Uit een nodenbevraging via Agentschap Opgroeien en Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) blijkt dat in de jeugdhulp 13% aangeeft dat er een extra nood is aan gratis toegang tot internet voor personeel. Voor VAPH en Multifunctionele Centra (MFC) stijgt dit respectievelijk tot 28,9% en 44,4%. Andere hardware waar een nood aan is: headsets (30%), webcam (27,5%), printer (17,5%) en beeldschermen (17,5%).

Uit een telefonische bevraging bij meer dan 1.800 klanten door de trajectbegeleiders van het inburgeringstraject in Antwerpen bleek dat meer dan 1/3 aangaf dat ze geen digitale cursus Maatschappelijke Oriëntatie kunnen volgen. Het probleem situeert zich voornamelijk op het niveau van vaardigheden. 210 van de 1800 klanten geven een gebrek aan toegang tot materiaal als oorzaak aan.

PUBLIEKE COMMUNICATIE DIE BEPAALDE DOELGROEPEN NIET BEREIKT

Aanvankelijk (begin maart) voelde 38% van de Belgen zich te weinig geïnformeerd over het virus, 63% vond de berichtgeving in de media te alarmerend. 47% vond de overheidscommunicatie

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Impact van COVID-19

22


voldoende; 32% vond die te geruststellend. Later noemde slechts 10% tot 20% zich onvoldoende geïnformeerd. Op dit moment zou 30% resp. 50% zich onvoldoende geïnformeerd voelen over de versoepelingen en reisaanbevelingen. Lager opgeleiden en jongeren voelen zich minder geïnformeerd dan anderen (Test Aankoop, 2020). STERKE AANWAS VAN DESINFORMATIE EN MISINFORMATIE, GEBREK AAN VERTROUWEN IN DIGITAAL 

Er werd op grote schaal gerapporteerd over desinformatie en misinformatie. Facebook meldde dat het meer dan 40 miljoen posts over COVID-19 van een waarschuwing tegen misleidende informatie heeft voorzien. Tegelijk werd gemeld dat 40% van bewezen valse info over COVID-19, ook na rapportering bij Facebook, aanwezig bleef op het platform. Reeds voor COVID-19 heerste grote en groeiende bezorgdheid bij de bevolking hierover. 41% van de Vlamingen volgt dagelijks het nieuws via sociale media. 69% is bezorgd om fake news, 38% van de Vlamingen is bezorgd over de invloed van misleidende informatie op zichzelf (Vandendriessche & De Marez, 2019).

Een gebrek aan vertrouwen in digitale informatie en communicatie deed zich ook voor ten aanzien van de plannen van de overheid om een digitale tracing-applicatie te ontwikkelen. Bij een enquête onder Vlamingen bleek dat, terwijl slechts 7% de maatregel van physical distancing en 16% de maatregel om enkel essentiële verplaatsingen te maken, niet aanvaardbaar vonden, maar liefst 39% van de respondenten niet bereid was een smartphone app te installeren om COVID-19 te bestrijden. 78% van de respondenten was van mening dat persoonlijke data gedeeld in het kader van de coronacrisis later in handen van andere organisaties of bedrijven zal komen, voor wie ze niet bestemd zijn. Ook vreest 65% van de respondenten dat de huidige maatregelen in de toekomst tot ongewenste praktijken zullen leiden, en is 63% bezorgd over de apps die mogelijk zullen volgen (Heyman & Feron, 2020).

ONVOLDOENDE PUBLIEKE EN GROENE RUIMTE EN MOGELIJKHEDEN OM TE BEWEGEN 

Door het afsluiten of beperkt toegankelijk maken van parken, speeltuinen en pleintjes werden vele inwoners getroffen, en in het bijzonder inwoners van stadswijken met sociale achterstand.

Men merkte in de bevraging door Sciensano en Sport Vlaanderen een stijging van +3u zitten per dag, waarbij 25% van de respondenten verdikte. Bij 18% van de respondenten was de voornaamste hindernis om te bewegen het ontbreken van geschikte omgeving (Drieskens et al., 2020; Scheerder, Willem, De Bosscher, et al., 2020).

Van de jongeren bewoog 55% minder, slechts 17% bewoog meer (Scheerder, Willem, De Bosscher, et al., 2020). Als redenen van niet naar buiten kunnen, geeft 32% van de kinderen aan dat ze niet alleen naar buiten kunnen; 24% van de jongeren heeft geen geschikte plek. Deze problematiek speelt sterk bij kwetsbare jeugd: ruim 20% gaat ‘bijna nooit’ naar buiten (Kinderrechtencommissariaat, 2020).

GEBRUIK OPENBAAR VERVOER VALT STERK TERUG 

Een studie van de VUB over mobiliteit toont aan dat er minder woon-werkverkeer was. Wat de keuze van het type vervoer (de vervoersmodus) betreft, werd er minder gekozen voor de trein, terwijl het aandeel van de e-bike steeg. Een belangrijk aandachtspunt dat wordt aangehaald (voor de Belgische steekproef) is dat het openbaar vervoer de grote verliezer is (MOBI, 2020; Vanhaverbeke & de Sejournet, 2020).

Wat de reizigersaantallen van De Lijn betreft, lag de bezettingsgraad ruim 90% lager dan gebruikelijk (verslag commissie MOW, april/mei 2020).

ANDER BEWEGINGS - EN EETPATROON 

Uit de gezondheidsenquête 2018 van Sciensano bleek dat volwassen en ouderen gemiddeld 150 minuten per week bewegen (Berete et al., 2018)(Berete et al., 2018). Tijdens de coronacrisis is de

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Impact van COVID-19

23


beweging in vrije tijd gestegen, maar zijn actieve verplaatsingen gedaald. Men ziet zoals gezegd een stijging van +3u zitten per dag. 

30% tot 50% van de Vlamingen bewoog en sportte tijdens de lockdown meer dan voor de lockdown, blijkt uit de bevraging door Sport Vlaanderen naar sporten tijdens de coronacrisis. 60% van de nietsportieve Vlamingen sportte sinds de lockdown meer dan vroeger. 23% van de sporters voor de coronacrisis sport tijdens de coronacrisis minder, voor de niet-sporters is dit 7%. Specifiek voor jongeren vindt men dat 55% minder beweegt tijdens de lockdown en 17% meer beweegt (Scheerder, Willem, De Bosscher, et al., 2020).

De tweede gezondheidsenquête van Sciensano maakt dezelfde bevindingen. De lockdown gaat gepaard met minder beweging, meer snoepgedrag en meer gewichtstoename. Als men de situatie tijdens de lockdown vergelijkt met de situatie in 2018 ziet met een daling in de consumptie van fruit (van 55% naar 47,5%) en groenten (van 75% naar 57,5%). Verder zien de onderzoekers een stijging in de consumptie van zoete en zoute tussendoortjes tijdens de lockdown. 30% van de mannelijke bevolking van 18 jaar een ouder geeft aan dat zijn consumptie van zulke tussendoortjes is toegenomen. Bij vrouwen gaat dit over iets meer dan 35%. Het grootste deel geeft wel aan dat zijn of haar consumptie onveranderd is. Ten slotte ziet men een toename in de consumptie van alcohol en tabak in vergelijking met het begin van de lockdown en tijdens de lockdown6. M.b.t. alcohol geeft 16.3% van de respondenten in de eerste gezondheidsenquête aan meer alcohol te consumeren dan voor de lockdown. In de tweede gezondheidsenquête geeft 23,1% van de respondenten dit aan. Voor tabak ziet men een stijging van 34,3% naar 38,8%. Ter nuance, een significant deel van de respondenten geeft aan juist minder alcohol (23%) en tabak (16,5%) te consumeren tijdens de lockdown (Drieskens et al., 2020).

TOENEMENDE VERSLAVINGEN 

M.b.t. druggebruik is er een lichte stijging (23,3% naar 24,8%) van respondenten die aangeven meer drugs te gebruiken tijdens de lockdown dan voor de lockdown. Ter nuance moet wel gesteld worden dat ongeveer 32% van de respondenten aangeeft minder drugs te gebruiken tijdens de lockdown.

DALEND WELZIJN 

Op basis van talrijke bronnen ontwikkelde het Federaal Planbureau (FPB) hypothesen over de impact van de COVID-19-crisis op het ‘welzijn hier en nu’ en maakte op basis daarvan een raming. Het FPB gaat ervan uit dat de daling van het welzijn in België veel groter zal zijn dan tijdens de financieel-economische crisis van 2008. Het FPB identificeerde ook de meest kwetsbare groepen, nl. vrouwen, de 16-49-jarigen, personen zonder een diploma hoger onderwijs, personen die alleen wonen (met of zonder kind(eren)), personen die arbeidsongeschikt of werkloos zijn (in het bijzonder jongeren) en personen met een laag inkomen (Joskin & Henry, 2020).

4.2.

Belangrijkste positieve evoluties

Tijdens de coronacrisis en de lockdown stelden we ook positieve evoluties vast. Sommige daarvan waren zeer tastbaar en kunnen nu al gestaafd worden met cijfers. Andere zijn minder gedocumenteerd vanuit onderzoek, maar durven we toch meegeven op basis van gedeelde ervaringen. MINDER VERKEER EN BIJGEVOLG MINDER FILES , MINDER LUCHTVERVUILING EN MINDER VERKEERSDODEN

6

Het cijferrapport van de SERV (2020) vermeldt dat de Belg minder en minder verre verplaatsingen maakte. Op werkdagen in april 2020 lag het verkeersvolume van wagens 68% lager t.o.v. 2019 (Vlaams Verkeercentrum, z.d.). De website van het Verkeerscentrum toont de evolutie in het aantal

Resultaten eerste en tweede COVID-19 Gezondheidsenquête met elkaar vergeleken. (Demarest et al., 2020; Drieskens et al., 2020)

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Impact van COVID-19

24


voertuigkilometer per dag (vanaf 1 maart 2020) voor vracht- en niet-vrachtverkeer op de Vlaamse snelwegen. Sinds midden april is er opnieuw een toename in niet-vrachtverkeer. De filezwaarte wordt ook gevisualiseerd; het aantal kilometeruren file in april 2020 lag 92% lager dan in april 2019 (Statistiek Vlaanderen Omgeving-Mobiliteit). 

Van zodra niet-essentiële verplaatsingen weer toegelaten werden, werd het op de wegen terug drukker. In week 2 van de lockdown (ma 16/03 – vr 20/03) is een relatieve daling van 20,2% voor vrachtverkeer en 66% voor niet-vrachtverkeer te herkennen ten opzichte van de referentieperiode7. In week 15 (ma 22/06 – vrij 26/06) is dit nog slechts een daling van 3,1% voor vrachtverkeer en 5,5% voor niet-vrachtverkeer ten opzichte van de referentieperiode. Voor diezelfde week 15 ten opzichte van dezelfde week in 2019 is een andere trend te herkennen, nl. een daling van 0,1% (vrachtverkeer) en 11,4% (niet-vrachtverkeer) (Hoornaert & Van Dessel, 2020).

Op basis van verkeerstellingen bleek er minder personenvervoer, en minder luchtvervuiling te zijn (Agentschap Wegen & Verkeer, z.d.). Ook het SERV rapport (SERV, 2020) haalt de gunstige invloed op de luchtkwaliteit (bv. NO2) door minder wegverkeer aan.

Bovendien waren er in het eerste trimester van 2020 t.o.v. dezelfde periode vorig jaar 6% minder verkeersdoden (ter plaatse) in België (15% minder in Vlaanderen) en 12% minder letselongevallen (13% minder in Vlaanderen) (VIAS, 2020).

MEER FYSIEKE ACTIVITEIT (WANDELEN, FIETSEN)

Het fietsenroutenetwerk rapporteert in de periode 20 maart – 10 mei 2020 846.695 fietsers t.o.v. 491.878 in dezelfde periode vorig jaar, een stijging met 72% (Toerisme Limburg, 2020).

Door het wegvallen van sociaal contact zochten Vlamingen een andere manier om hun vrije tijd in te vullen. Een vierde van de bevraagde Vlamingen ziet de lockdown als ideaal moment om nieuwe hobby’s uit te proberen. De extra tijd dreef ons vooral naar buiten: we tuinierden meer of gingen wandelen en fietsen in de natuur (Pasar, 2020).

Uit de peiling van Toerisme Vlaanderen blijkt dat ruim 80% van de Belgen van plan is om een daguitstap te ondernemen de komende maanden (Valcke, 2020). Zij die een daguitstap plannen, vermelden voornamelijk wandelen, restaurant/café, fietsen, shoppen, attractiepark/dierenpark, museumbezoek en zwemmen.

58% van de mensen die niet-sportief actief waren voor de coronacrisis, geven aan nu meer te sporten. 66% van de laagopgeleiden die voor de lockdown niet sportten, bewegen nu ook meer (Scheerder, Willem, De Bosscher, et al., 2020).

30% tot 50% van de Vlamingen bewoog en sportte tijdens de lockdown meer dan voor de lockdown (vnl. door meer tijd). Meer dan de helft van de kinderen heeft daarentegen minder gesport. Er werd vooral meer gelopen, gewandeld, gefietst en gemountainbiked (Scheerder, Willem, De Bosscher, et al., 2020).

MEER DE NATUUR IN 

7

57% van de Vlamingen trok tijdens de lockdown vaker de natuur in dan anders (SERV, 2020). Er blijft, zo blijkt uit cijfers van Agentschap Natuur en Bos, ook na de lockdown een ’corona-effect‘ in de Vlaamse natuurgebieden. Stedelingen vragen om meer en kwalitatiever toegankelijk groen in de stad maar ook in de onmiddellijke stadsranden.

Referentie = maandag t.e.m. vrijdag in periode 1/03/2020 en 13/03/2020

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Impact van COVID-19

25


VERSNELDE DIGITALISERING IN VERSCHILLENDE SECTOREN (ZORG, ONDERWIJS , BEDRIJFSLEVEN , CULTUUR,...)

Vele cultuurliefhebbers vonden tijdens de lockdown de weg naar het (nieuwe) online-aanbod. Wie al online participeerde, is dat meestal blijven doen (59%) en er is een nieuw publiek van 21% bijgekomen. Meermaals online participeren aan cultuur hangt positief samen met het mentale welbevinden tijdens de lockdown; vooral frequente actieve cultuurparticipatie (het zelf beoefenen van een creatieve hobby) hangt samen met welzijn en minder verveling. Het publiek wil ook na de COVID-19 periode online blijven participeren aan cursussen (34%), musea (32%) en theater (25%). Waar het voor de lockdown voornamelijk jongere leeftijdscategorieën waren die reeds online aan cultuur participeerden, hebben oudere leeftijdsgroepen tijdens de lockdown een inhaalbeweging gemaakt. De sociale kloof in online participatie tijdens de lockdown werd echter groter dan ervoor, ook al was veel online aanbod gratis (Publiq, 2020).

Voor de coronacrisis was digitaal vergaderen nog relatief weinig ingeburgerd. 34% van de respondenten vergaderde al eens digitaal voor de coronacrisis. Bij 12% ging het om 10% van de vergaderingen. Bij 1% van de respondenten verliepen al alle professionele vergaderingen digitaal. Tijdens de coronacrisis kende digitaal vergaderen een enorme boost: bij 65% van de respondenten die nog aan de slag zijn, gebeurt minstens een deel van de professionele vergaderingen digitaal en bij 48% gaat het zelfs om alle professionele vergaderingen (Baert, Lippens, Moens, Weytjens, et al., 2020).

Minder goed is dat ook de criminaliteit van de straat naar online lijkt te gaan. Er zijn nog geen statistieken over criminaliteit in de coronacrisis beschikbaar8. Er zijn wel tal van krantenartikelen verschenen die aangeven dat er tijdens de lockdown minder inbraken en minder zakkenrollers waren, naar verluidt omdat meer mensen thuis waren en er meer politie op straat was (De Tijd, 2020). Of er een toename was in andere vormen van criminaliteit, is nog niet met zekerheid bekend, al zou er sprake zijn van een toename van de internetoplichting. Als gevolg van toegenomen online aankopen door de coronacrisis zouden er ook meer meldingen zijn van oneerlijke, misleidende en frauduleuze online verkooppraktijken, zoals valse claims inzake de behandeling of de preventie van het virus, enzovoort (OECD, 2020). Het is onduidelijk in welke mate er meer internetfraude tijdens of als gevolg van de coronacrisis gemeld werd bij het meldpunt hiervoor (SERV, 2020).

MEER SAMENWERKING, NIEUWE PARTNERSCHAPPEN EN NETWERKEN 

Door de coronacrisis ontstond er in de gezondheids- en welzijnssector nieuwe of versterkte samenwerking tussen mantelzorg, thuiszorg, eerste lijn en gespecialiseerde diensten. Lokale actoren legden snel verbindingen en kwamen doelgericht tot werkbare oplossingen.

De thuiszorg, het rode kruis, maar ook de ziekenhuizen boden ondersteuning aan de woonzorgcentra. Dit varieerde van concrete hulp, tot de mogelijkheid voor medewerkers om vragen te stellen aan artsen.

Naast het georganiseerde, structurele sociaal kapitaal, zoals in de zorg en het onderwijs, initieerde of intensifieerde de coronacrisis nieuwe vormen van sociaal kapitaal, zoals diverse initiatieven rond solidariteit, creativiteit (bv. om oplossingen te bedenken voor uitdagingen die de coronacrisis veroorzaakt), samenhorigheid, coproductie,…. Ook ontstonden diverse netwerken, partnerschappen, denktanks, … die mee nadenken over de aanpak van de crisis en de relance (SERV, 2020).

VERHOOGDE BETROKKENHEID EN SOLIDARITEIT

8 9

Mensen zijn solidair met anderen, blijkt uit het UGent-NN Nationaal Geluksonderzoek9 . 90% zag het tijdens de eerste 6 weken van de lockdown als haar/zijn burgerplicht om uit solidariteit adviezen

Zie criminaliteitsstatistieken Federale politie http://www.stat.policefederale.be/criminaliteitsstatistieken/interactief/tabel-per-politiezone/ Tussen begin februari 2020 en eind april 2020 werd een nieuwe bevraging afgenomen bij 4112 mensen.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Impact van COVID-19

26


en veiligheidsmaatregelen op te volgen. Tijdens de crisis streven ook iets meer mensen naar gemeenschapszin dan voorheen, en minder naar erkenning en roem. Eigenbelang wordt in deze crisisperiode ondergeschikt aan dat van de gemeenschap. Dat alles zorgt ervoor dat er heel wat extra betrokkenheid wordt gecreëerd, wat een positief effect kan hebben op de levenstevredenheid (Annemans & Vandepitte, 2020). WAARDERING EN RESPECT VOOR ESSENTIËLE BEROEPEN 

De oproepen #samentegencorona en #mercivanuitmijnkot mobiliseerden mensen om een wit laken uit het raam te hangen en dagelijks te applaudisseren, uit solidariteit met alle personeelsleden en vrijwilligers in eerste lijn en om iedereen te verbinden en een hart onder de riem te steken. Dit startte op 20 maart en nam af naarmate de exitstrategie zijn volgende fasen inging.

De burgerbeweging Hart boven Hard lanceerde het initiatief ‘Samenstraat’10, een oproep om respect te tonen voor de inzet van, naast zorgverleners, ook winkelpersoneel, kinderopvang, vuilnisophalers, leerkrachten, ordehandhavers, enzovoort, die diep gaan om de crisis het hoofd te bieden, en om de kracht van solidariteit onder de mensen vast te houden, ook na de coronacrisis.

MEER BETROKKENHEID BIJ ACTUALITEIT EN BEHOEFTE AAN BETROUWBAAR NIEUWS 

Tijdens de coronacrisis is in heel Europa, maar zeker ook in Vlaanderen een sterk gestegen behoefte aan en waardering voor betrouwbaar nieuws van de lokale nieuwsmedia, met zeer grote pieken tot in enkele gevallen een verdubbeling in de kijkcijfers voor VRT- en VTM-nieuws en duidingsprogramma’s, meer dan in de meeste vergelijkbare EU-landen. Ook online actualiteit, ontspanning en educatief aanbod via VRT NU werden intensief geconsumeerd (CIM, 2020; EBU, 2020).

Tegelijk zag men ook een substantiële toename van het gebruik van online en sociale media in meeste EU-staten. Facebook en WhatsApp waren de grootste groeiers in de meeste landen met meer dan tien procentpunten. Meer dan de helft van de respondenten aan een grootschalige Europese survey gebruikten een open of gesloten online groep om informatie te krijgen en te delen. Het vertrouwen in sociale netwerken, videoplatformen, of messaging services ten aanzien van informatie over COVID-19 is echter nauwelijks de helft van het vertrouwen in lokale nieuwsmedia (Survey Digital News Europe (2020).

Een kanttekening hierbij is ook dat volgens het UGent-NN Nationaal geluksonderzoek het voldoende vinden van rust in het hoofd een cruciale factor is in het subjectief welbevinden van mensen. Constant (sociale) media en de duiding volgen is dus niet raadzaam.

GEZINNEN GROEIEN DICHTER NAAR ELKAAR 

10

De grote meerderheid van de gezinnen (82% procent) zegt gedurende de eerste vijf weken van de quarantaine dichter naar elkaar te zijn gegroeid. Ze zeggen dat ze meer dingen samen doen en goed in staat te zijn om voor de kinderen te zorgen. In gezinnen komt meer tijd vrij voor huishoudelijke taken. Vrouwen stellen vast dat hun partner relatief meer taken opneemt in opvoeding en huishouden. Dit geldt echter vooral in gezinnen met voldoende gezinsinkomen, een goede woonsituatie en afwezigheid van zorgnoden (Timmers et al., 2020).

http://www.hartbovenhard.be/samenstraat-samen-overwinnen-we-corona/

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Impact van COVID-19

27


LEERLINGEN KUNNEN MEER OP EIGEN TEMPO WERKEN 

Er zijn indicaties dat thuisonderwijs voor sommige kinderen en jongeren ook een positieve ervaring was. Zo werd in een bevraging van ouders van Vlaamse kinderen met en zonder ontwikkelingsstoornis door de UGent opgemerkt dat ouders wijzen op volgende positieve gevolgen van de situatie: het feit dat hun kind meer op eigen tempo kon werken, de toegenomen mate van rust en het langer kunnen uitslapen van de kinderen. Belangrijk om mee te geven is wel dat de steekproef vooral uit hoogopgeleide ouders bestond (Baten et al., 2020).

VOORDELEN VAN THUISWERK 

Van alle respondenten van de bevraging van het Kenniscentrum gezinswetenschappen kan 40,7% tijdens de coronacrisis van thuis uit werken. Deze bevindingen zijn behoorlijk in overeenstemming met recente internationale studies. Zo berekenden Dingel en Neiman dat in landen met een hoog BNP ongeveer 40% van de jobs tijdens de coronacrisis van thuis uit zou kunnen gebeuren. België scoort hierbij op ongeveer hetzelfde niveau als Noorwegen, Nederland, Denemarken, US, maar minder dan bijvoorbeeld Zweden. Bovendien beoordelen mensen het thuiswerk erg positief: bijna 70% van de respondenten vindt thuiswerk momenteel een goede mogelijkheid om gezin en werk te combineren. Ten slotte hoopt 84% van de respondenten dat ook na de coronamaatregelen thuiswerk (meer) mogelijk zal zijn (Timmers et al., 2020).

Van de Vlaamse ambtenaren die thuiswerkten tijdens de coronacrisis stelt 74% goed te kunnen werken; 85% stelt het goed en 71% kan werk en privé goed op elkaar afstemmen (Legrand, 2020)

De kans op een burn-out zou nu (tijdens de crisis) lager zijn dan 2 jaar geleden (9% i.p.v. 12%): stress neemt soms toe, maar werkdruk zou door aangepaste verwachtingen van werkgevers soms zijn verminderd (Lambert, 2020).

Een survey naar de bevindingen van Vlaamse werknemers m.b.t. telewerken geeft aan dat respondenten vooral positieve kanten aan telewerken zien, zoals verhoogde efficiëntie en een lager risico op burn-out. De overgrote meerderheid van de bevraagde werknemers is van mening dat telewerken (85%) en digitale conferenties (81%) niet meer weg te denken zijn. Sommigen vrezen daarentegen dat telewerken hun promotiekansen vermindert en de banden met hun collega's en werkgever verzwakt (Baert, Lippens, Moens, Weytjens, et al., 2020).

BELANG VAN GEZONDHEIDSBEVORDERING MEER ERKEND

Uit de cijfers omtrent overlijdens aan COVID-19 blijkt dat vooral mensen met reeds bestaande ziekten kans maken op ernstige verwikkelingen. Het benadrukt nog het belang van een gezonde levensstijl. MEER AANDACHT VOOR MONITORING COVID-19 heeft zowat alle economische en maatschappelijke sectoren aangezet om nadrukkelijker aan effectmeting te doen. Ook de Nationale Bank (in overleg met de werkgeversorganisaties), het Federaal Planbureau, de meeste departementen en agentschappen volgen nadrukkelijk de impact op hun beleidsdomein (bv. Coronabarometer van WSE (Departement WSE, 2020)). Ook tal van onderzoekscentra, hogescholen en universiteiten doen onderzoek en voeren surveys uit om de effecten te meten (zie de verschillende verwijzingen in deze impactstudie).

4.3.

De impact van COVID-19 op kwetsbare groepen

Doorheen bovenstaande paragrafen werd duidelijk dat bepaalde groepen zwaarder getroffen worden door de negatieve impact van de crisis, en tegelijk het minst voordeel halen uit de positieve trends die

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Impact van COVID-19

28


zich voordoen. Dit maakt dat bestaande kwetsbaarheden zich verdiepen en de groep die het moeilijk krijgt verbreedt. Combinaties van kwetsbaarheden wegen extra zwaar. Mannen lijken fysiek gevoeliger voor het virus dan vrouwen. Door het overwicht van vrouwen in zorgberoepen en bij ouderen heeft COVID-19 echter de facto een zware impact op heel veel vrouwen. Dat geldt ook en in het bijzonder voor vrouwen die deel uitmaken van kwetsbare groepen. We sommen de geïdentificeerde kwetsbare groepen op, gegroepeerd rond de belangrijkste bepalende variabelen: 

Leeftijd -

ouderen

-

kinderen en jongeren

Gezondheid -

medische risicogroepen

-

kinderen en jongeren met een leer- of ontwikkelingsstoornis

-

kinderen, jongeren en volwassenen met een mentale of fysieke beperking

-

kinderen, jongeren en volwassenen in psychisch kwetsbare situaties

Sociaal-economische status -

studenten

-

werknemers uit de meest getroffen sectoren en beroepsgroepen (horeca en kunst, amusement en recreatie,...),

-

personen die arbeidsongeschikt of werkloos zijn

-

personen met een laag inkomen

Leefsituatie -

alleenstaanden

-

eenoudergezinnen

-

mensen in stadswijken met sociale achterstand

-

kinderen, jongeren, volwassenen en ouderen in thuisvervangende omgevingen

-

slachtoffers van intrafamiliaal en/of seksueel geweld

Opleidingsniveau -

mensen zonder digitale toegang en digitale skills

-

kortgeschoolden

Migratieachtergrond -

etnisch-culturele minderheden

-

vluchtelingen

Als we verder in dit rapport de term ‘kwetsbare groepen’ hanteren, verwijzen we naar de diversiteit van mensen en groepen die hierboven wordt aangeduid.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Impact van COVID-19

29


5 / Beleidsaanbevelingen In dit hoofdstuk formuleert het Maatschappelijk Relancecomité haar aanbevelingen. In de eerste plaats aan de Vlaamse Regering, maar ook aan de andere bestuurslagen en de verschillende maatschappelijke sectoren en actoren.

5.1.

Structuur van de aanbevelingen

Het Maatschappelijk Relancecomité heeft in totaal 35 hoofdaanbevelingen geformuleerd. Deze zijn op twee manieren te lezen: volgens de thema’s waarop ze betrekking hebben en volgens het tijdvak waarin ze zich situeren. INDELING VOLGENS THEMA’S: 5 SECTOREN EN 5 OVERKOEPELENDE THEMA’S De verschillende aanbevelingen kan men eerst lezen binnen 10 thema’s: 

5 thema’s die betrekking hebben op maatschappelijke sectoren: -

Zorg en welzijn: het welbevinden van mensen is een cruciale factor in de samenleving. Meer proactief werken, samenwerken bevorderen en een bijzondere nadruk op geestelijke gezondheid staan hier centraal.

-

Onderwijs en een leven lang leren: de samenleving en de mensen zijn permanent lerend. Dat is niet enkel goed voor het welzijn maar ook voor de welvaart. De digitale mogelijkheden kan men daarbij volop benutten, en laten toe om meer op maat te werken.

-

Arbeidsmarkt en sociaal beleid: armoede dreigt voor meer mensen en arbeid is een belangrijke factor om dit tegen te gaan. Mensen heroriënteren richting toekomst- en knelpuntsectoren op basis van bestaande en nieuw aangeleerde competenties is daartoe nodig. De nadruk ligt op gerichte maatregelen in plaats van ‘eenheidsworst’.

-

Cultuur, recreatie en toerisme: een kwaliteitsvolle samenleving investeert in cultuur (kunsten, erfgoed, sociaal-cultureel werk en jeugd) en recreatie (sport, uitstappen,...).. De nadruk ligt op het realiseren van een volle synergie tussen lokale besturen, middenveld en bovenlokale expertise en netwerken en een versnelde inzet van digitale mogelijkheden.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen

30


-

Omgeving en mobiliteit: een warme samenleving wordt ondersteund vanuit een ruimtelijke omgeving en duurzame vormen van mobiliteit die aanzetten tot ontmoeting en een gezonde levensstijl.

5 overkoepelende thema’s die eerder algemeen zijn van aard en als een rode draad doorheen alle sectoren gaan: -

Digitalisering als facilitator: het versnellen van de digitalisering in functie van een betere kwaliteit van leven. De nadruk ligt op de e-inclusie, waarbij niet alleen iedereen de toegang heeft tot digitale toepassingen maar ook de nodige technische én sociale vaardigheden heeft om er mee om te gaan.

-

Een innoverende overheid: een overheid die vooral kaders creëert en doelen stelt, en via een regelluwe benadering gaat voor de creatieve kracht van de lokale gemeenschap en de buurt, en samenwerking binnen én tussen sectoren stimuleert.

-

Communicatie: op alle niveaus werken aan correcte en motiverende informatie die voor iedereen toegankelijk is, en op maat.

-

Inclusief denken: in een goede samenleving valt niemand uit de boot. Het verbeteren van de kwaliteit van leven van kwetsbare groepen is daarom een prioriteit doorheen alle sectoren.

-

Sterk onderbouwd beleid: een beleid voeren op basis van een evenwichtige benadering van diverse wetenschappen, praktijkervaring en consultatie van de burgers. Het beleid dient de vinger aan de pols te houden inzake de kwaliteit van leven van de mensen en de kwaliteit van de samenleving en permanent bij te sturen om een duurzame verbetering te realiseren.

INDELING IN DE TIJD: ONDERSCHEID TUSSEN 3 TIJDVAKKEN De beleidsaanbevelingen hebben betrekking op drie verschillende tijdvakken: 

Herstel: de samenleving snel hernemen en de negatieve impact van COVID-19 remediëren. De aanbevelingen m.b.t. herstel zijn gericht op het verbeteren van de levenskwaliteit van alle burgers, in het bijzonder van kwetsbare groepen. We maken daarbij gebruik van positieve evoluties en praktijken die tijdens de lockdown naar voor kwamen.

Verbetering: aanbevelingen op lange termijn die structurele en duurzame oplossingen bieden voor een betere samenleving dan voordien. In dit tijdvak gaat het over het remediëren van maatschappelijke knelpunten die meer zichtbaar werden door de crisis, het consolideren van het herstel en van de positieve trends met het oog op het sneller en beter realiseren van de Vlaamse transitieprioriteiten binnen Visie2050 (https://www.vlaanderen.be/vlaamse-regering/visie-2050).

Nieuwe golf of soortgelijke pandemie: duidelijke afspraken over het evenwichtig aanpakken van een eventuele nieuwe golf. In het geval van een nieuwe golf van COVID-19 of een soortgelijke pandemie pleiten we voor een expliciete afweging van alle epidemiologische, gezondheids- en maatschappelijke effecten, met het oog op maatregelen die de totale impact op mens en samenleving zo beperkt mogelijk houden. Een combinatie van Maskers, Afstand respecteren, Testen en tracen, Handhygiëne en Sociale verantwoordelijkheid moet dat toelaten (MATHS). Hier stellen we een cluster van aanbevelingen voor, die alle thema’s overschrijdt.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen

31


Tabel 2 geeft een schematische weergave van de matrix die ontstaat door thema’s en tijdvakken te combineren. Er zijn 19 hoofdaanbevelingen m.b.t tot ‘herstel’, 11 hoofdaanbevelingen m.b.t. ‘verbetering’ en 5 hoofdaanbevelingen m.b.t. een ‘nieuwe golf’. . Tabel 2: De aanbevelingen komen samen in 2x5 thema’s en drie tijdvakken Type aanbevelingen

Domeinen

Tijdvakken Herstel

Verbetering

Nieuwe golf

11 hoofdaanbevelingen

5 hoofdaanbevelingen

Zorg en welzijn Aanbevelingen gericht op specifieke maatschappelijke sectoren

Onderwijs en een leven lang leren Arbeidsmarkt en sociaal beleid Cultuur, recreatie en toerisme Omgeving en mobiliteit

Overkoepelende aanbevelingen, geldend voor alle sectoren of bestuurlijk van aard

5.2.

Digitalisering als facilitator

19 hoofdaanbevelingen

Een innoverende overheid Communicatie en inspraak Inclusief denken Sterk onderbouwd beleid

Onze visie en aanbevelingen volgens thema’s

We gaan in deze paragraaf in op de 2x5 thema’s volgens dewelke men de aanbevelingen kan lezen. We beschrijven de krachtlijnen die er per thema uitspringen en geven een bondig overzicht van de aanbevelingen die verband houden met het ‘herstel’ en het ‘verbeteren’. In paragraaf 5.3 vatten we de aanbevelingen met betrekking tot een nieuwe golf samen en in paragraaf 5.4 volgt dan een gedetailleerd overzicht van alle aanbevelingen, ingedeeld per tijdvak.

5.2.1

Aanbevelingen gericht op maatschappelijke sectoren

WELZIJN EN ZORG COVID-19 heeft ervoor gezorgd dat heel wat vragen en noden aan zorg niet konden beantwoord worden. Maar de crisis heeft ook tot creatieve manieren van samenwerking geleid waarbij strikte regels ondergeschikt werden aan het doel: zo veel en zo goed mogelijk mensen helpen. Ook leidde de crisis tot een (tijdelijke) herwaardering van de zorgberoepen. Ook het belang van een goede leefstijl werd scherper gesteld, want vooral mensen met chronische ziekten werden getroffen door COVID-19. Tenslotte bleek de digitale manier waarop zorg- en welzijnsdiensten werden verleend een cruciaal alternatief. Heel wat hulp en zorg werd de voorbije maanden uitgesteld en dient ingehaald. We pleiten ervoor om dat op een proactieve manier te doen, door uit te reiken naar de mensen, want heel wat jongeren en volwassenen met ernstige hulpnoden zoeken op eigen initiatief geen of onvoldoende hulp. Daarbij zijn vooral bijzondere inspanningen nodig naar kwetsbare gezinnen, jongeren en volwassenen. We vragen Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen

32


daarbij dat de overheid zorgt voor een regelluwe aanpak (zie ook het overkoepelende thema: een innoverende overheid). We willen ook een lans breken voor de opwaardering van de zorgberoepen via een nieuw sociaal pact, opgevolgd door middel van de zorgbarometer en de werkbaarheidsmonitor, en het gemakkelijker maken om vanuit andere sectoren in te stromen in de zorg. Op die manier willen we werken in de zorg aantrekkelijker maken en de toekomst van de sector verzekeren. Op langere termijn pleiten we voor een duidelijk groeiplan voor welzijn en zorg met meer aandacht voor innovatie (zowel inzake technologische mogelijkheden als in dienstverlening en organisatie), voor preventie, voor samenwerking binnen en tussen de lijnen, financiële prikkels om die samenwerking te stimuleren en een sterkere en progressieve Vlaamse sociale bescherming. Idealiter gaat dit samen met een vereenvoudiging van het gezondheidszorgbeleid door bevoegdheden op het regionale niveau samen te brengen. Het ligt gevoelig om specifieke subsectoren te noemen als het over investeren gaat, maar COVID-19 dwingt ons om prioritair te pleiten voor meer armslag, betere omkadering en het herdenken van de woon- en zorgcentra en omde geestelijke gezondheidszorg te versterken omwille van de sterk toegenomen problematieken op vlak van geestelijke gezondheid. Tenslotte voeren we een algemeen pleidooi om bij een volgende golf voorzieningen en dienstverlening maximaal open te houden. Zeker in het geval van zorg en welzijn is dit zeer relevant en voelbaar voor mens en samenleving (zie ook 4.3). ONDERWIJS EN EEN LEVEN LANG LEREN COVID-19 heeft ervoor gezorgd dat de scholen van het basis-, secundair en volwassenonderwijs gedurende maanden grotendeels gesloten werden, voorafgaand aan de zomervakantie. Op vele plaatsen, vooral in het gemeenschapsonderwijs, werd ook examinering tijdelijk opgeschort. De leer- en evaluatieactiviteiten werden deels gecompenseerd door de organisatie van (digitaal) afstandsonderwijs, in allerlei vormen, met grote (kwaliteits)verschillen tussen scholen. De transitie naar digitaal onderwijs vond ook plaats ook in het hoger onderwijs, waar ook examinering grotendeels zoals gepland doorging. Door gebrek aan een Vlaams monitoringsysteem van leerprestaties blijft voorlopig onduidelijk hoe groot de cognitieve impact van deze evoluties in het leerplichtonderwijs is, al toont eerder onderzoek grote effecten van schoolloze periodes. Voorlopige cijfers op standaardtoetsen in het zesde leerjaar zijn eerder bemoedigend, al zijn deze beperkt tot 1 leerjaar, en worden de cijfers wellicht vertekend door zelfselectie van scholen in deelname. Tevens verschenen indicaties van tanend socio-emotioneel welzijn bij jongeren, en de communicatie met een deel van de kwetsbare kinderen bleek moeilijk te verlopen, waardoor de ongelijkheid in het onderwijs zeer waarschijnlijk toenam. We formuleerden verschillende adviezen om ons onderwijs meer duurzaam en crisisbestendig te maken, en een datagebaseerde, resultaatsgerichte kwaliteitszorg op te zetten. Dit is noodzakelijk als voedingsbodem voor de verankering en verdere ontwikkeling van een Vlaamse kenniseconomie die competitief is in een geglobaliseerde wereld. Tevens wordt aangeraden een andere visie op levenslang leren te ontwikkelen, waarbij de ontwikkeling van kennis, vaardigheden, motivaties en attitudes in een levensloopperspectief gezien wordt, zeer jong begint, en ook na het leerplicht- en hoger onderwijs burgers moet stimuleren om zich te blijven ontwikkelen in een snel evoluerende arbeidsmarkt. Enkele aanbevelingen die deze doelen moeten dienen zijn:

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen

33


Een laptop en internettoegang voor elk kind en leraar;

De systematische organisatie van zomer-, herfst-, kerst- en lentescholenscholen;

De ontwikkeling en ontsluiting van digitaal leer- en evaluatiemateriaal;

Investeringen in technische en sociale digitale vaardigheden, (ICT) onderwijsinfrastructuur én in onderzoek (hoger onderwijs);

Een loopbaanplan voor leraren, gericht op een betere retentie in het beroep, dat autonomie, taakgerichtheid op lesgeven en leerwinst maximaliseert;

Een flexibeler, en resultaatgericht HR-beleid, met financiële stimuli voor knelpuntdomeinen;

Een monitoringsysteem met indicatoren van cognitieve en socio-emotionele ontwikkeling, als input voor resultaatsgerichte onderwijskwaliteitszorg;

Een evolutie naar meer ‘warme scholen’, die teamwerking toelaten, talenten ontwikkelen en passioneren, welzijn en leervermogen laten samengaan en kinderen en jongeren optimaal begeleiden om dat leervermogen maximaal te benutten;

Een beleid voor levenslang leren, vertrekkend vanuit een vraag- en aanbodanalyse, met duidelijke doelen en speerpunten;

Een individuele leerportefeuille, met opleidingen en vaardigheden, als instrument voor arbeidsmarktbeleid;

Versterking van duaal leren én duaal lesgever, voor jongeren én volwassenen.

ARBEIDSMARKT EN SOCIAAL BELEID Hoe langer de coronacrisis duurt, hoe meer Vlamingen in financiële problemen dreigen te komen of mogelijk zelfs in armoede. Dit kan een impact hebben op hun vermogen om zich te heroriënteren, te herscholen, te herbeginnen. Armoede heeft immers een negatieve impact op zowel de mentale als de fysieke gezondheid. Kinderen en jongeren kunnen mee slachtoffer worden: ze kunnen leerachterstand oplopen (mede door gebrek aan middelen voor afstandsonderwijs), jongeren kunnen hun studies stoppen om ouders financieel te ondersteunen. Het kan een significante economische en sociale kost hebben voor Vlaanderen op lange termijn, zeker als jongeren blijvend letsel oplopen. Verder zien we enerzijds een ontwrichting van de arbeidsmarkt met sectoren die het meer dan ooit moeilijk zullen hebben en anderzijds een grotere roep vanuit knelpuntsectoren en toekomstsectoren (zorg, digitaal, ecologie, …). In de fase van de heropstart is een adequate stabilisatie nodig van de levensstandaard van mensen die in armoede dreigen te belanden, cruciaal. Dit kan door Vlaamse instrumenten van gerichte inkomensondersteuning zoals het Groeipakket of de Vlaamse huurpremie sterker in te zetten, gekoppeld aan acties die competentieversterkend en reactiverend zijn. Maar voor meer structurele sociale vooruitgang – méér mensen aan het werk, minder mensen in armoede, meer mensen sociaal mobiel – is meer doortastend beleid nodig. Naast betaalbare huisvesting, betaalbare kinderopvang en onderwijs en levenslang leren, pleit het MRC voor het herbekijken van de Vlaamse jobbonus om de middelen te kanaliseren naar het doel dat men prioritair beoogt, het slimmer prikkelen tot werken via ‘nudging’, het toekennen van sociale voordelen op basis van inkomen i.p.v. statuut, het afbouwen van doelgroepkortingen voor werkgevers (tenzij voor specifieke doelgroepen), het optimaliseren van het systeem van dienstencheques en het verder ontwikkelen van de sector van de sociale economie. De

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen

34


benodigde acties in dit kader hebben naast een sociale return ook een budgettaire, economische en ecologische return op termijn. In de arbeidsmarkt dient men in eerste instantie de ontwrichting te beheersen, om vervolgens het momentum aan te grijpen voor een arbeidsintensief herstel en om doorbraken te realiseren voor de structurele uitdagingen. Hier bouwt ons advies in belangrijke mate op het ‘Expertenadvies relancebeleid Vlaamse arbeidsmarkt’ in opdracht van Minister Hilde Crevits, dat volgende krachtlijnen omvat: 

Investeren in de versterking en stimulering van het arbeidsaanbod om het groeipotentieel van de Vlaamse economie te verruimen;

Accent op matching in een transitionele arbeidsmarkt, met eindelijk een sprong voorwaarts in levenslang leren, omdat – meer dan ooit – de invulling van elke vacature nog belangrijker zal zijn;

Verder werken aan de inclusieve arbeidsmarkt, ook nu er bovenop de structureel kwetsbare groepen nieuwe specifieke doelgroepen bijkomen, zijnde de nieuwe werklozen en de jongeren die afstuderen tijdens deze economische crisis;

Bouwen aan sterke arbeidsmarktcoalities op Vlaams en lokaal niveau (beleid, VDAB, sociale partners, sectoren en sectorfondsen, HR-intermediairen, lokale netwerken...), waarbij krachtenbundeling via partnerschapswerking en maatwerk voorop dient te staan;

Investeren in ‘arbeidsmarkt-intelligence’ (matching tools, real time en gekoppelde datastromen, systematische ex ante en ex post evaluatie) als onderbouw voor een evidence based beleid zodat we tijdig kunnen versterken wat werkt en afbouwen wat niet werkt.

CULTUUR, RECREATIE EN TOERISME Binnen de domeinen cultuur en recreatie heeft COVID-19, zoals in andere sectoren, twee gezichten laten zien. Enerzijds een quasi volledige sluiting van cultuur-, sport- en andere vrijetijdsinfrastructuren; anderzijds heeft elk van deze sectoren een bijzondere creativiteit en veerkracht getoond met nieuwe praktijken als resultaat. Een rijk en divers aanbod van cultuur en vrije tijd, in ‘coronatijden’ en daarbuiten, kan voor het MRC het best verzekerd worden vanuit een sterke lokale regie. Vandaar het advies aan de Vlaamse Regering om de lokale besturen te ondersteunen als waarborgers voor lokale cultuur en vrije tijd. Naast de ondersteuning van het klassieke verenigingsleven, kunnen ze het veld ook ondersteunen in transformaties op vlak van digitalisering, doelgroepen en manieren van werken met als doel: kinderen, jongeren en volwassenen samenbrengen, intragenerationeel, met extra aandacht voor mensen in kwetsbare situaties. Uiteraard zijn daartoe ‘supralokale’ expertise en netwerken nodig in steun. Daarnaast pleit het MRC voor het faciliteren van vormen van schaalvergroting en van een digitale transformatie van de cultuursector. We denken daarbij o.a. aan de uitbouw van partnerships met permanente platformen (VRT NU, Vlaamse Netflix, ...), versnelde uitrol van de UITpas en de museumpas of een harmonisatie van de ticketing- en reservatiesystemen voor cultuur en vrije tijd (een booking.com voor cultuur en vrije tijd). Uiteraard vervangt dit niet de menselijke interactie binnen deze sectoren, maar werkt dit aanvullend. Tot slot vindt het MRC het stimuleren van het binnenlands toerisme een bijzondere opportuniteit. Daarvoor kan bv. worden gedacht aan een label ‘vakantiegemeente’ naar analogie met gezonde of warme gemeente.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen

35


WONEN, MOBILITEIT EN RUIMTE De crisis toonde aan hoe belangrijk woon- en leefomstandigheden zijn in het algemeen en de toegang tot publieke en groene ruimte in het bijzonder. Het is essentieel om iedereen goede woonomstandigheden te geven en de leefkwaliteit in dorpen en steden verder te versterken. Een belangrijke positieve evolutie is dat veel meer mensen aan het bewegen gingen, met name vooral wandelen, joggen en fietsen in de vrije tijd. Deze gedragswijziging biedt een opportuniteit om op verder te bouwen. Op vlak van wonen brengt dit het MRC tot volgende aanbevelingen: 

daklozen een dak boven het hoofd bieden, om de gezondheidsrisico’s voor deze groep en voor de samenleving als geheel te beperken;

uitstel verlenen voor afbetaling lening of huur omwille van inkomensverlies;

slechte woonomstandigheden aanpakken, omwille van verhoogd risico. In het bijzonder vanuit de sociale huisvestingssector zou versneld kunnen worden ingezet op de meest kwetsbare doelgroepen (priorisering op basis van kwetsbaarheid) en op een uitbreiding van het sociaal woonaanbod door bijvoorbeeld aankoop met basisrenovatie voor snelle verhuur, of aankoop van gerealiseerd maar niet verkocht aanbod op de private markt;

versoepelen van de voorwaarden van de Vlaamse huurpremie, zodat die meer mensen bereikt.

Uitbreiding van de publieke en groene ruimte in de leefomgeving 

publieke, semi-publieke en particuliere voorzieningen uitbouwen tot knooppunten voor beweging en ontmoeting;

ruimte creëren door ruimte te delen (meervoudig ruimtegebruik);

verdubbelen van de investeringen in fiets- en wandelinfrastructuur ten koste van (geplande) investeringen in auto-infrastructuur;

investeren in de 15-minutenstad, waarbij burgers op wandel- en fietsafstand over een zo compleet mogelijk aanbod van diensten en groen beschikken;

strengere handhaving van het Gemeentewegendecreet, met oprichting van een tragewegenfonds voor het verzekeren van het behoud en de aaneensluiting van fijnmazige buurtwegennetwerken bestemd voor niet-gemotoriseerd verkeer.

COVID toonde ook hoe we in de toekomst kunnen werken aan een verbeterde mobiliteit. 

mobility-as-a-servicesysteem (‘Maas’) voor een duurzaam, geïntegreerd mobiliteitsadvies;

mobiliteitspieken zoveel mogelijk vermijden d.m.v. het bevorderen van telewerken en het faciliteren van co-workinglocaties en buurtkantoren, het spreiden van start- en einduur van scholen en werk, ruimere leveringstijden, enzovoort…;

verschuiving van de investeringsvolumes naar de meer actieve vervoerswijzen volgens het zogenaamde STOP-principe (i.e. stappen, trappen, openbaar vervoer, privévervoer).

5.2.2

Overkoepelende aanbevelingen, geldend voor alle sectoren of bestuurlijk van aard

DIGITALISERING ALS KRACHTIGE FACILITATOR De digitalisering in alle segmenten van de samenleving opent nieuwe mogelijkheden. Tijdens de coronacrisis zagen we hoe de digitalisering ons in staat stelde om – zelfs in lockdown – diensten

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen

36


toegankelijk te houden: onderwijs op afstand, tele-zorg, digitaal cultuur- en vrijetijdsaanbod, police-onweb, enzovoort. Om de volle maatschappelijke meerwaarde van de digitalisering te realiseren is het belangrijk om het groeiende vertrouwen voor open data en open platformen verder te versterken, duidelijke regels te maken rond gebruik en privacy, en digitale innovatieprogramma’s goed te laten aansluiten op maatschappelijke noden. Maar de cijfers tonen dat niet iedereen beschikt over een computer thuis of over internet. In de COVIDperiode is de digitale kloof net toegenomen. Vandaar het belang van een e-inclusiebeleid voor een breed scala van doelgroepen. De acties die het comité voorstelt zijn: 

opbouwen van een nulde- en eerstelijnsnetwerk voor e-inclusie (wijkwerking, lokale solidariteit);

breed programma rond digitale vaardigheden en ondersteuning. Die vaardigheden omvatten ook sociale digitale vaardigheden. Het is de bedoeling dat het digitale ons helpt een beter leven te leiden, maar niet dat we ons leven laten leiden door het digitale;

gecoördineerd digitaal inclusiebeleid in verschillende sectoren (scholen, zorg, welzijn,...);

crisismaatregelen (PC’s, internettoegang,...) en bestaand beleid rond e-inclusie evalueren, bijsturen en structureel maken.

EEN INNOVATIEVE OVERHEID De actuele samenlevingsproblemen zijn complex en vragen een innovatieve overheid die de ‘stip op de horizon’ benoemt, ruimte geeft aan ondernemerschap en samenwerking opzoekt. Tijdens de coronacrisis werd veerkracht en ondernemerschap gedemonstreerd vanuit burgers, bedrijven en organisaties. Plots was het mogelijk om de regels even aan de kant te schuiven en er ontstonden creatieve, solidaire, voluntaristische manieren van werken en samenwerken. Het is belangrijk om die energie vast te houden voor de realisatie van de toekomstambities die Vlaanderen en Europa voor ogen hebben (Visie2050, Green deal). De Vlaamse overheid moet in de realisatie van dit toekomstproject in de eerste plaats de beoogde doelen aanduiden, een duidelijk kader creëren waarin men kan werken en ‘het terrein’ inspireren en ondersteunen in het concretiseren van de ambities. Het MRC pleit voor een beleidsvoering die is gebaseerd op vertrouwen in de samenleving. Nieuwe instrumenten kunnen worden ingezet in de coproductie met burgers en samenleving (onderhandeling, gedragsbeïnvloeding of ‘nudging’, monitoring en evaluatie, regelluwe omgevingen, proeftuinen,...). Decreten en besluiten (of onderdelen ervan) en andere regels die innovatie en (sociaal) ondernemerschap tegengaan of ontmoedigen moeten worden geschrapt. Het lokale niveau, de steden en gemeenten, moeten als eerste bestuursniveau meer verantwoordelijkheid krijgen en nemen in de beleidsuitvoering. Dit vereist ook dat ze verder investeren in bestuurskracht, waarbij in sommige gevallen schaalvergroting zeker aan de orde is. Het pleidooi voor betere samenwerking geldt zowel binnen en tussen de verschillende overheidsniveaus (het wegnemen van de schotten tussen de sectoren en interbestuurlijke samenwerking), als tussen de overheid en de brede samenleving (burgers, organisaties, bedrijven, kennisinstellingen).

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen

37


EEN CORRECTE, TOEGANKELIJKE EN MOTIVERENDE INFORMATIE EN COMMUNICATIE Tijdens deze COVID-19-periode wordt het communicatiebeleid van de verschillende overheden stevig op de proef gesteld. Uit cijfers blijkt een verdubbeling van de belangstelling in nieuwsinformatie. Dit onderstreept meteen het belang van duidelijke en transparante adviezen en beslissingen die vertrouwen wekken. In haar advisering pleit het MRC voor: 

verhoogde aandacht voor fact-checking en het recht zetten van verkeerde berichtgeving;

een ‘discours’ dat motiverend is, zich niet beperkt tot ‘het virus’ en herkenbaar is voor mensen;

het gebruik maken van inzichten uit de gedragswetenschappen die mensen aanzetten om de adviezen op te volgen en te blijven volhouden;

meer aandacht voor het bereiken van kwetsbare doelgroepen door communicatie op maat en de inzet van tussenpersonen en vertrouwde organisaties;

verdere investeringen in (sociale) mediawijsheid, die mensen in staat stellen om kritisch om te gaan met berichtgeving via de klassieke mediakanalen en via sociale media.

INCLUSIEF DENKEN De cijfers over de impact van COVID-19 zijn duidelijk: COVID-19 raakt de verschillende groepen in de samenleving op een verschillende manier. Samengevat stelt het MRC vast dat de meest kwetsbare groepen het sterkst worden geraakt (zie eerder in paragraaf 3.3). Bij de uitwerking van herstelmaatregelen moet bijzondere en systematische aandacht gaan naar deze groepen. ‘Aandacht hebben’ zal in veel gevallen betekenen: actief uitreiken (outreach) naar kwetsbare groepen en hen opzoeken. Dat kan door beroepskrachten, maar ook door informele vertrouwenspersonen of binnen de context van een zorgzame buurt. Door zo’n actieve benadering wordt vermeden dat mensen zich isoleren, ‘hervallen’ of verder afglijden. Deze eerder ‘generalistische’ inzet vanuit de eerste lijn dient ondersteund te worden door specialisten in de ‘back end’. Het pleidooi voor meer gerichte, gedifferentieerde en doelgerichte steunmaatregelen kan overigens worden veralgemeend. Zo verwijzen we in verschillende beleidsaanbevelingen ook naar geselecteerde groepen als het gaat over psychisch herstel en naar selectiviteit op vlak van arbeidsmarktondersteuning. EEN STERK ONDERBOUW BELEID COVID-19 toont de meerwaarde van een ‘data driven beleid’. Tijdens de coronacrisis zijn tal van instanties en sectoren bijkomende informatie gaan verzamelen over de impact van de pandemie. Deze informatie werd actief gebruikt voor het onderbouwen van beleidsmaatregelen en initiatieven binnen sectoren en organisaties. Op sommige punten werden ook datahiaten vastgesteld. Het MRC pleit ervoor om dit elan door te trekken in een beleid dat zich in verhoogde mate bedient van inzichten uit wetenschap, dagelijkse praktijk en burgerconsultatie. Zo’n beleid vertaalt zich concreet in: 

directe, representatieve en tijdige dataverzameling (representatieve herbevraging, koppeling van data, open data,… );

systematische, grondige en onafhankelijke evaluatie van beleid;

structurele inbreng van wetenschappelijke expertise in beleidsvoorbereiding en beleidssturing.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen

38


Binnen zo’n onderbouwd beleid moet werk worden gemaakt van een maatschappelijk dashboard zoals het bestaat in de buurlanden. Het moet de overheid verzekeren van continue informatie uit de samenleving, met ‘knipperlichten’ die aanduiden wanneer bijsturingen van het beleid zich opdringen.

5.3.

De aanpak van een nieuwe golf of soortgelijke pandemie in de toekomst

De coronacrisis heeft geleerd dat het niet evident is om op het moment van een pandemie de continuïteit van dienstverlening te blijven garanderen. Tegelijk mochten we ervaren hoe een lockdown, zelfs in de ‘light’-versie die we in Vlaanderen gekend hebben, in negatieve zin weegt op de kwaliteit van leven en van het samenleven. De voorbije maanden hebben bewezen dat mits beschermende maatregelen en door het inzetten van alternatieve kanalen en instrumenten een sterke vermindering van de dienstverlening bijna altijd kan worden vermeden. AMBITIE De ambitie moet dan ook zijn om een sluiting zoveel mogelijk te voorkomen: het algemeen uitgangspunt bij een nieuwe crisis moet zijn om vanuit een evenwichtige afweging van alle epidemiologische, gezondheids- en maatschappelijke effecten de maatregelen te treffen die gepast en proportioneel zijn en de impact op mens en samenleving zo beperkt mogelijk houden. Op basis van de huidige stand van zaken van de kennis van de pandemie en de gevolgen van de crisis betekent dit een advies richting optimaal openhouden van alle belangrijke dienstverlening als standaard. Dat betekent dat men in alle omstandigheden terecht moet kunnen bij welzijns- en zorgverleners, de politie, het OCMW, de voedselbank, enzovoort. Wie het openbaar vervoer moet gebruiken, moet met vertrouwen kunnen rekenen op een veilige dienstverlening. Scholen en kinderopvang blijven zolang en zoveel mogelijk open, crisisinterventies moeten mogelijk blijven, intrafamiliaal geweld dient men te blijven bestrijden tijdens een nieuwe golf, (semi-) residentiële zorg stelt men best zolang en zoveel als mogelijk open en ook mantelzorg dient men te beschouwen als een essentiële/prioritaire dienstverlening. Hou het vrijetijdsaanbod ook toegankelijk voor de brede bevolking, digitaal en waar mogelijk fysiek. Om de vermelde afweging te kunnen maken is het aangewezen een divers samengestelde groep van experten aan te stellen die alle effecten van de maatregelen overziet. OVERSCHAKELEN OP ALTERNATIEVE MODUS Wanneer de ambitie om de dienstverlening maximaal open te houden na een evenwichtige afweging toch niet haalbaar meer blijkt (bv. isolatie, quarantaine of lokale lockdown) stellen we een ‘plan B’ voor. Daarin voorzien we de inzet van digitale en nabije alternatieven, een actief uitreiken naar de mensen met zorg- en hulpvragen en -noden, en het voluit faciliteren van creatieve samenwerkingen en oplossingen vanuit de samenleving. BIJZONDERE AANDACHTSPUNTEN De coronacrisis heeft ons daarnaast drie bijzondere aandachtspunten meegegeven om in acht te nemen bij een eventueel volgende golf: 1) de combinatie arbeid-gezin; 2) het maximaal openstellen van de semi-publieke ruimte; 3) het belang van goede crisiscommunicatie. Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen

39


Van zodra kinderen niet meer volgens hun normale ritme naar crèche of school of naar een andere vorm van voorschoolse of buitenschoolse kinderopvang mogen, moet er een kader zijn dat ouders in staat stelt om de combinatie werk en gezin draaglijk te houden;

Maximaal beschikbaar stellen van publieke ruimte ter vervulling van noden op vlak van sociale ontmoeting (op afstand), vrijetijd, onderwijs, en mobiliteit. Hierbij dient extra rekening gehouden te worden met verschillende doelgroepen waaronder kinderen, jeugd, ouderen, maar zeker ook kwetsbare groepen;

De nodige voorbereidingen treffen om bij een volgende golf of soortgelijke pandemie een communicatie-aanpak te verzekeren die helderheid, maatwerk en multi-kanaalsverspreiding omvat.

5.4.

De aanbevelingen in uitgewerkte vorm, volgens tijdsperiode

In deze paragrafen worden alle aanbevelingen van het MRC afzonderlijk uitgewerkt in fichevorm. Per aanbeveling duiden we het objectief (wat?) en de manier waarop dit kan gerealiseerd worden (hoe?), en brengen we argumenten aan ter onderbouwing (waarom?). De aanbevelingen worden gepresenteerd in drie tijdsvakken: 

Aanbevelingen om de samenleving snel te hernemen en de negatieve impact te remediëren (herstel);

Aanbevelingen op de lange termijn, om de samenleving te verbeteren via innovatieve antwoorden op bestaande knelpunten;

Aanbevelingen bij een nieuwe golf of gelijkaardige pandemie.

5.4.1

Aanbevelingen om de samenleving snel te hernemen en de negatieve impact te remediëren

Algemeen principe: streven naar een sterke positieve impact op huidige en toekomstige levenskwaliteit en voortbouwen op gunstige trends en beste praktijken van tijdens de crisis

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen

40


Uitgestelde zorg inhalen en actief hulpnoden gaan opzoeken Wat? Bekende zorg- en hulpvragen die door COVID moesten wachten versneld opnemen. Zorg- en hulpnoden die onder de radar bleven/blijven actief gaan opzoeken. Hoe? 

Behandel de gekende, uitgestelde zorg- en/ of hulpvragen door: -

angst bij burgers die het heropstarten van de nodige hulp en/ of zorg tegenhoudt, weg te nemen (eventueel via actief uitreiken; of het digitale alternatief – zie verder), burgers te sensibiliseren door gerichte communicatie over de reële besmettingsrisico’s en maatregelen te nemen ter voorkoming van angst voor besmetting in de zorg- en hulpverlening;

-

de heropstart of doorstart van de uitgestelde zorg te coördineren op basis van het prioriteren van de zorg- en/ of hulpnoden, door beroep te doen op criteria of instrumenten (opgesteld door en voor zorgverleners) die toelaten te bepalen voor welke mensen de uitgestelde zorg/ hulp het snelst moet worden hervat;

-

in het bijzonder aandacht te hebben voor mensen (bv. jongeren) op diverse wachtlijsten: voeg deze samen en pak ze aan op het niveau van de eerstelijnszone;

-

digitale alternatieven in te zetten voor doelgroepen voor wie dit de drempel naar zorg kan verlagen (zie ook Inzetten van digitale en nabije alternatieven).

Start een onderzoek op om de effecten van uitgestelde zorg grondig te bestuderen (zie ook ‘Een sterker onderbouwd beleid, gebaseerd op wetenschap, ervaring, expertise en participatie’).

Outreach: zoek actief de zorg- en/ of hulpnoden op die onvoldoende worden bereikt door het aanbod, signaleer en beantwoordt ze door: -

verbinding aan te gaan met mensen in kwetsbare situaties met vermoeden van zorg- en/ of hulpnoden. Betrek hierbij alle actoren in de nulde en eerste lijn: mantelzorgverenigingen, lotgenotengroepen, patiëntenverenigingen, huisapothekers, huisartsen, thuiszorgmedewerkers, centra voor geestelijke gezondheid (CGG), laagdrempelige buurtgerichte netwerken, laagdrempelige informele ontmoetingsplaatsen (o.m. ook inloophuizen), scholen, kinderopvang, Huizen van het Kind, OverKop-huizen, OCMW/ Sociaal Huis, laagdrempelige meldpunten psychosociale vragen, gezondheidsfondsen, sociale diensten, wijkagenten, de brede instap in Opgroeien (CLB, inloopteam Kind en Gezin, CAW, JAC), de rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp. Eerstelijnszones kunnen hier het samenwerkingsgebied afbakenen. Maak duidelijke afspraken over wie wat doet en wie dit coördineert;

-

het nodige zorg- en/of hulpaanbod bij de betrokken mensen in kwetsbare situaties te verruimen en te introduceren en hen er naar toe te leiden (zie ook Laagdrempelige, toegankelijke en betaalbare geestelijke gezondheidszorg). Geef hierbij in het bijzonder aandacht aan intrafamiliaal geweld (IFG) en verruim en specifieer het hulpaanbod terzake door in Vlaanderen een gebiedsdekkend systeem van Family Justice Centers uit te rollen;

-

in het bijzonder voor kinderen, de Kindreflex verder ingang te laten vinden en uit te rollen over het zorg- en hulpaanbod en verder naar andere actoren en beleidsdomeinen (OCMW, sport, jeugd, cultuur, onderwijs, vrijetijdsbesteding);

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Herstel’

41


-

in het bijzonder voor werknemers, werkgevers te stimuleren om psychische en fysieke noden bij werknemers bespreekbaar te maken en hun werknemers hierin proactief te ondersteunen;

-

in het bijzonder voor groepen die overbelast werden door de overrompeling van de zorg, actief psychische en sociale ondersteuning te bieden zodat burn-out of demotivatie wordt vermeden;

-

actief uit te reiken en te communiceren naar nabestaanden. Voorzien en ondersteun rouwverwerking, voorzie troostplekken evenals een ‘afsluitmoment’.

Rol overal het geïntegreerd breed onthaal uit als organisatiemodel: eerstelijns-buurtnetwerken voor gezondheid, zorg en welzijn, voor iedereen bereikbaar, in het bijzonder voor kwetsbare groepen, en met volgende functies: -

laagdrempelige generalistische onthaal- vertrouwens- en signaalfunctie, waarin ook samenwerking met andere sectoren wordt bevorderd, zoals onderwijs en diensten die rechtenverkenning opnemen (bv. OCMW of CAW);

-

het leggen van formele verbindingen en het maken van afspraken met o.a. eerstelijnsgezondheidszorg, woonzorgcentra, specialistische zorg en ziekenhuizen;

-

actief samenwerken met en aanmoedigen van uitreikende buurtwerkinitiatieven.

Organiseer uitwisseling over beste praktijken rond samenwerking op (boven)lokaal niveau (bv. buurtwerk ’t Lampeke, Wemmelhelpt.be, outreachende initiatieven gesteund door Streekfonds en door Koning Boudewijnstichting).

Waarom? In verschillende sectoren in Vlaanderen werd expertise opgebouwd in crisisbegeleiding: mobiele diensten bijzondere Jeugdhulp, onthaal, observatie en oriëntatiecentra (OOOC’s), de mobiele outreachende teams van de geestelijke gezondheidszorg (GGZ), enzovoort. Een versterking en verdere professionalisering van dit aanbod is evidence based (Vanderfaeillie et al., 2015). De meerwaarde van brede netwerken werd aangetoond in onderzoeken rond het functioneren van wijknetwerken op het buurtniveau (Raeymaeckers et al., red.), evenals in onderzoek over lokale netwerken kinderarmoede en interprofessionele samenwerking tussen zorg en welzijn. Outreach is in vele gevallen de enige overblijvende manier om mensen weer naar de nodige zorg en hulp te leiden. Tijdens de lockdown was er een duidelijke stijging van het aantal meldingen van IFG bij Family Justice Centers. Uithuisplaatsing wordt vooral toegepast in provincies met een Family Justice Center, in andere regio’s niet of nauwelijks. Tijdens de lockdown kwamen bijna alle doorverwijzingen naar de extra tijdelijke residentiële opvang voor slachtoffers en hun kinderen uit provincies met een Family Justice Center. Bovendien schakelden de huidige drie Family Justice Centers onmiddellijk over naar een aangepaste virtuele werking en maakten ze snel alle beschikbare hulp in hun regio zichtbaar op hun website. Bovendien bleek dat de tevredenheid van politie over de opvang tijdens de COVID-19 maatregelen in de regio’s met een Family Justice Center hoog was.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Herstel’

42


Laagdrempelige, toegankelijke en betaalbare geestelijke gezondheidszorg Wat? Toegangsdrempels tot ambulante geestelijke gezondheidszorg verlagen en zorgcontinuïteit garanderen door samenwerking. Hoe? Stel zorgdeskundigheid ter beschikking 

Pak de sterk toegenomen geestelijke gezondheidsproblematiek aan door versterking van de nulde en eerstelijnspsychologische zorg.

Voorzie snelle psychologische hulpverlening door de centra voor geestelijke gezondheidszorg sneller aan intake te laten doen, korte trajecten te laten uitvoeren en hun capaciteit uit te breiden, om op die manier de wachtlijsten in te korten.

Her-evalueer en investeer in het huidige kader voor terugbetaling psychotherapie. Bewerkstellig bij het federale niveau dat de ambulante psychologische hulpverlening onder voorwaarden financieel beter toegankelijk wordt gemaakt, in overeenstemming met de aanbevelingen van de betrokken beroepsfederatie (zie resolutie die door het federale parlement werd gestemd op 2 juli 2020).

Versterk herstelgerichte initiatieven in geestelijke gezondheidszorg, deel goede praktijken op dat vlak en maak ze structureel.

Geef een actieve rol aan mantelzorgers in de geestelijke gezondheidszorg en ondersteun ze beter.

Versterk de ambulante geestelijke gezondheidszorg voor kinderen en jongeren en hun gezinnen: dit houdt preventie, vroeg detecteren en interveniëren in.

Rol Eerste Hulp bij Psychische problemen breed uit.

Zorg voor een voldoende capaciteit van laagdrempelige hulplijnen.

Specifiek voor zorgwerkers. Zet het platform https://www.dezorgsamen.be/ verder.

Financier ervaringsdeskundigheid structureel (cf. ideeën werkgroep ervaringsdeskundigheid van overlegorgaan ‘107’)

Bouw structureel functie 3 uit binnen het ‘artikel 107’ (op weg naar zelfrealisatie door persoonlijk en maatschappelijk herstel) via vrije tijd, ontmoeting, of arbeidsmatige activiteiten.

Geef meer aandacht aan middelenmisbruik en geef meer bekendheid aan de aanpak van de VAD (https://www.vad.be/assets/krachtlijnen-voor-preventie-en-behandeling).

Zorg voor een ambitieus nieuw plan voor suïcidepreventie.

Bevorder samenwerking 

Laat de uitbreiding van het ambulante aanbod vertrekken vanuit de populatienoden en organiseer het vanuit een samenwerkingsverband met de actoren in het netwerk.

Creëer een kader zodat welzijn en zorg samenwerken door het bouwen van kruispunten van zorg en welzijn.

Voer financiële incentives in voor samenwerking rond doelpopulaties: minder betalen per prestatie, meer betalen voor het behalen (als groep) van kwaliteitsindicatoren. Verruim het

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Herstel’

43


Multidisciplinair overleg rond mensen met een psychiatrische problematiek, met inbegrip van financiering voor de organisatie van virtuele overlegtafels. 

Werk hinderpalen in de regelgeving en in de financiering van voorzieningen weg (bv. cumulbeperkingen).

Zorg voor een programmatie van voorzieningen en diensten op niveau van regionale zorgzone en doe daarbij een programma-oefening voor het ganse GGZ-aanbod samen (niet meer een programma voor elke type dienst afzonderlijk).

Stel doelen en meet of ze gerealiseerd worden 

Hernieuw de gezondheidsdoelstelling ‘de Vlaming leeft gezond in 2025’ en breid ze uit met mentaal welbevinden.

Volg het mentaal welbevinden van de Vlaming op via permanente bevraging; in het bijzonder van risicogroepen (zorgpersoneel – zie zorgbarometer, kwetsbare groepen, …) (zie ook Opzetten van een maatschappelijk dashboard als kompas voor beleid).

Waarom? Het actueel 12 maanden-gebruik van geestelijke gezondheidszorg voor psychische problematiek wordt anno 2020 geschat op 43% voor volwassenen en 31% voor minderjarigen. De meeste mensen met een psychische stoornis komen vroeg of laat wel in een of andere zorgvorm terecht. Maar de uitsteltermijn voor die zorg is zeer lang (gemiddeld 10 tot 15 jaar). Onderzoek toont aan dat het vooral specifieke attitudes zijn die aan de basis liggen van het niet tijdig zoeken van professionele hulp: 6 op 10 personen met psychische problemen is overtuigd dat hij/zij het zelf zal oplossen, meer dan de helft vindt dat er geen probleem is dat moet worden behandeld. Slechts 1 op 10 geeft in populatiestudies aan geen hulp te zoeken of die uit te stellen omwille van stigma. Ook het financiële aspect is in deze niet de hoofdreden, ’slechts‘ 12-16% geeft dit aan. Een kanttekening is wel dat men ook moet beducht zijn voor overdiagnose en te snel een situatie als afwijkend te gaan bekijken (Zie: Verhaeghe, 2020). Tijdens de crisis ontstonden veel nieuwe zorgnoden, maar de impact op de geestelijke gezondheid was dermate dat ze bijzondere aandacht verdient. Naast uitreiken en signaalfunctie die in andere aanbevelingen aan bod komen is het essentieel om het aanbod van zorg terzake te versterken. Het federale parlement stemde een resolutie waarin het voorstel van het federale kenniscentrum werd overgenomen om in twee stappen te werken: eerst intake door centra geestelijke gezondheidszorg (CGG), gevolgd door – indien nodig – snel overschakelen naar betaalbare ambulante psychologische zorg. De CGG’s moeten sneller de eerste intake doen, korte trajecten nastreven en hun capaciteit moet worden uitgebreid. Op die gecombineerde manier kunnen wachtlijsten verkorten. De betrokkenheid van verschillende partners in zorg en welzijn (bv. CAW, OCMW, CLB, ELP, Vlaamse ambulante GGZ (inclusief arbeidscoaches GGZ), mobiele (crisis)teams, …) is cruciaal om de zorgbehoefte snel te detecteren in de directe omgeving van de betrokkenen en een vlotte toegang tot het aanbod te creëren. Belangrijke sleutelpartners hierbij zijn de huisapotheker en de huisarts: de overgrote meerderheid van de Vlamingen heeft een huisapotheker en een huisarts; meer dan 75% van de professionele GGZ-behandelingen voor volwassenen start bij de huisarts. De samenwerking

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Herstel’

44


tussen hen en professionals inzake welzijn en geestelijke gezondheid duurzaam versterken zal resulteren in betere vraagverheldering en indicatiestelling en efficiënte toeleiding naar de juiste hulp. Vlaanderen is bijzonder kwetsbaar in vergelijking met andere landen, door het ontbreken van een goed uitgebouwde en betaalbare eerstelijns geestelijke gezondheidszorg, wat zich vertaalt in enkele problematische fenomenen zoals het zeer hoge suïcidecijfer (1 Vlaamse man op 37 komt om door zelfdoding), of de problematische wachtlijsten in (psychiatrische) jeugdzorg. Schattingen (bijvoorbeeld door Prof. David Clark, NHS en University of Oxford) wijzen uit dat bijna 40% van de kosten in de somatische, reguliere gezondheidszorg gerelateerd zijn aan psychopathologie, wat naast een persoonlijke en emotionele, ook een bijzondere economische kost impliceert. Investeringen in geestelijke gezondheidszorg hebben dan ook een groot terugverdieneffect (Chiles et al., 1999).

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Herstel’

45


Opwaardering van de zorgberoepen Wat? Opwaarderen en aantrekkelijker maken van het beroep voor iedereen die werkt in zorg en welzijn. Hoe? 

Houd de maatregelen m.b.t. de uitzonderlijke tekorten in de personeelsomkadering, die voorzien zijn in het Besluit COVID-19, tijdelijk aan tot het nieuwe 'Besluit flexibilisering verzorgend personeel' van kracht wordt.

Pas de personeelsnormeringen aan aan de noden op het terrein, met het oog op meer werkbaar werk en het kwaliteitsvol functioneren van de diensten.

Pas de 'werkbaarheidscheque' toe in de zorgsector, een bestaande maatregel waarbij een werkgever een meting of scan kan aankopen om de werkbaarheidsgraad in de organisatie in kaart te brengen en/of begeleiding kan inkopen bij het uitvoeren van deze scan/meting.

Start meteen de onderhandelingen op voor het nieuwe Vlaams Intersectoraal Akkoord (VIA 6) zodat de eerste maatregelen al in 2021 ingang kunnen vinden: zorg voor betere loon- en arbeidsvoorwaarden van zorgmedewerkers, lagere werkdruk, en maak dat zij kunnen voldoen aan de behoeften aan autonomie, betrokkenheid en competentie.

Zet de promotie van de zorgberoepen verder en breidt deze uit. Zet daarbij extra in op diversiteit (incl. meer mannen) en het aantrekken van zij-instromers (zie ook Herscholing en heroriëntering aanmoedigen richting toekomstsectoren en knelpuntberoepen).

Zet meer in op een combinatie van nabije zorg en zorg op afstand (zie digitalisering) en op een betere taakafstemming om de werkdruk naar beneden te halen. De Vlaamse Raad voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (WVG) zal dit verder uitwerken binnen het kader van zijn werkprogramma 2020 in een advies over het ‘tekort aan professionals’ in zorg en ondersteuning.

Volg de resultaten van de zorgbarometer en de werkbaarheidsmonitor zorgvuldig op.

Waarom? Tijdens de crisis werd het beroep van zorg- en hulpverlener gewaardeerd omwille van de inzet en het organisatievermogen bij het behandelen van COVID-19 patiënten. Hoewel dit slechts voor een deel van de gezondheidszorg het geval was (velen waren ook technisch werkloos door uitstel van andere zorg) zorgde de crisis ervoor dat de bestaande overbelasting in de sector op scherp werd gesteld. De werknemers in de gezondheidszorg vinden terecht dat het nu het momentum is om hun werksituatie te verbeteren. Aangezien het economisch relancecomité de zorgsector als een groeisector aanwijst is het belangrijk om van werkbaar werk een prioriteit te maken in deze sector.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Herstel’

46


De woonzorgcentra meer armslag en toekomst geven Wat? De woonzorgcentra meer armslag geven om optimaal in te staan voor het welzijn en de gezondheid van hun bewoners. Hoe? 

Vat aan met het verder uitwerken van kleinere woonvormen, geïntegreerd in de samenleving, die niet op een ‘instelling’ lijken, maar op een ‘huis’. Zorg hier voor het leveren van kleinschalige warme multidisciplinaire zorg in een groter organisatorisch verband met voldoende medewerkers, rekening houdende met de zorgzwaarte.

Waardeer de functie van woonzorgarts op, formaliseer diens takkenpakket en breid het uit, en zorg voor een betere financiering van de woonzorgarts per ‘woonzorghuis’.

Zorg voor een betere professionele omkadering van de woonzorgcentra in het algemeen (bv. kwaliteitscoördinator) inclusief de ‘niet-klinische’ diensten.

Versterk de zorginspectie (verruim ze en geef ze meer handvaten en bevoegdheden) in functie van een kwaliteitsvolle ouderenzorg.

Maak werk van een verdere implementatie van het principe van vroegtijdige zorgplanning en palliatieve zorg.

Creëer een kader om systematische samenwerking met eerstelijnsnetwerken en ziekenhuizen te faciliteren.

Voorzie op korte termijn middelen voor de kwalitatieve en kwantitatieve versterking van de personeelsomkadering (o.a. meer handen aan het bed, aandacht voor specifieke competenties zoals palliatieve zorg,…).

Investeer in permanente vorming van medewerkers (bv. ziekenhuishygiëne).

Neem initiatieven om de beeldvorming rond ouderen en ouderenzorg te herstellen.

Hou de spontane horizontale en verticale solidariteit voor woonzorgcentra van de voorbije maanden vast. Veralgemeen goede praktijken rond buurtwerking en alternatieven voor sociaal contact tot het bestrijden van isolatie en eenzaamheid (zie ook Inzetten van digitale en nabije alternatieven).

Herbekijk het 24 uurs zorgsysteem aan huis (solidariteit voor het gezin) om de woonzorgcentra te ontlasten.

Stimuleer een samenwerking en afspraken met ziekenhuizen omtrent optimaal behandelen (niet onder- noch overbehandelen) en de ‘kwaliteit van sterven’ (vermijden van hardnekkige zorg).

Waarom? De bewoners van woonzorgcentra werden het zwaarst getroffen door COVID-19. Het capaciteitsprobleem was al langer bekend. Daarnaast bleek uit onderzoek dat gevoerd werd gedurende de coronacrisis (Vanhaecht, 2020) dat 1 op de 5 zorgmedewerkers er over twijfelt om in de zorg te blijven werken. Naast psycho-sociale ondersteuning (zie andere aanbeveling) is er professionalisering, uitbreiding van de capaciteit, ontlasten van de woonzorgcentra en op termijn een herziening van het model nodig.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Herstel’

47


Meer investeren in gezondheidsbevordering Wat? Het systematisch en overal bevorderen van het fysiek en psychisch welbevinden (universele preventie in alle settings). Hoe? 

Grijp de vaststelling dat er sinds de crisis meer actief wordt bewogen (wandelen, joggen, fietsen, …) aan om dit gezond gedrag verder te zetten en uit te bouwen. Hiervoor is nog meer deskundigheid over gedragsverandering in alle settings (school, werk, vrije tijd, gezin) nodig (LOkaal GezondheidsOverleg). Ook het middenveld, in het bijzonder de gezondheidsfondsen, gebruikersverenigingen, buurtcomités, en burgerinitiatieven dient men daar meer bij te betrekken.

Stimuleer actieve buurtwerking en -acties in alle wijken en buurten van alle gemeenten, met behulp van vrijwilligers, volgens de methodiek van ‘Warme Steden en Gemeenten’.

Creëer meer informele plekken van ontmoeting, die laagdrempelig en toegankelijk zijn, zoals buurthuizen, jeugdhuizen, OverKop-huizen, enzovoort.

Draag de 6 tips om ‘corona niet naar het hoofd te laten stijgen’ verder uit ook na de crisis, om ‘het hoofd koel te houden’ schakel nadien om naar een algemene bekendheid van ’Fit in je Hoofd 2.0’ (Vlaams Instituut Gezond Leven).

Besteed hierbij ook bijzondere aandacht aan de kwetsbare burgers. Werk meer varianten uit die specifiek naar hen toe zijn gericht (zoals de Goed-Gevoel-Stoel) en betrek daarbij actief organisaties die zich richten op kwetsbare groepen evenals buurtwerkinitiatieven.

Laat scholen en bedrijven welzijn van medewerkers en leerlingen als prioriteit opnemen in hun werking (Warme Scholen, Warme Bedrijven). Koppel daaraan financiering/subsidies vast. Maak ook in deze settings de werkbaarheidscheque bekend en pas deze prioritair toe.

Waarom? Het bevorderen van fysiek en psychisch welbevinden door inzet op universele preventie is een kosteneffectieve vorm van investeren in gezondheid. Tijdens de crisis, en bij gebrek aan voldoende fysiek en geestelijk gezond gedrag, bleek er verhoogd risico op ernstige consequenties van COVID-19 en stegen o.a. ook stress, angst, en depressie. De strategieën van Vlaams Instituut Gezond Leven zijn evidence based maar zouden meer bekend moeten geraken tot bij elke burger. De inzet van lokale deskundige actoren in alle sectoren is daarbij cruciaal. Het belang van informaliteit en plekken van ontmoeting voor het behouden van de geestelijke gezondheid werd aangetoond in o.a. onderzoek naar De Stek (Steunpunt mens en samenleving, 2019)

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Herstel’

48


Kinderopvang en scholen als veilige haven voor kinderen en jongeren in kwetsbare situaties Wat? De cumulatie van problemen op verschillende levensdomeinen (armoede, huisvesting, werkloosheid enzovoort) leidt tot onveiligheid bij kinderen en jongeren in kwetsbare situaties en hun gezinnen. Kinderopvang en scholen kunnen een belangrijke rol spelen in het nabij zijn bij deze kinderen en jongeren, het opvangen van de signalen én het – indien nodig – doorschakelen naar de juiste instanties. Hoe? 

Voorzie een doorschakelfunctie vanuit de kinderopvang naar eerstelijnsnetwerken- en organisaties en maak versneld werk van de integratie van de Kindreflex.

Faciliteer een betere verbinding tussen scholen, ouders, brugfiguren, professioneel en vrijwillig jeugdwerk en organisaties die dicht bij kwetsbare gezinnen staan. Laat de centrale sturing gebeuren vanuit het buurtnetwerk om op maat samen te kunnen werken en van daaruit verder te kunnen coördineren.

Zet proeftuinen op rond geïntegreerde projecten kinderopvang/(kleuter)onderwijs waarbij ook buitenschoolse opvang en -activiteiten worden betrokken.

Stem de uren van de kinderopvang af op flexibele werktijden. Momenteel blijft de kinderopvang nog te sterk gericht op ouders in de klassieke en stabiele 9-tot-5 banen terwijl net lager opgeleide personen vaker (zouden kunnen) werken in arbeidsintensieve sectoren zoals horeca en kleinhandel waar minder zekere banen en weinig reguliere dan wel flexibele werktijden gebruikelijk zijn.

Herzie de financiering van de kinderopvang. De 80% bezettingsgraad vormt een barrière voor personen die geen stabiele job hebben. Een hogere ‘sokkelfinanciering’ en annualisering van de bezettingsberekening kunnen hieraan tegemoetkomen, naast het toekennen van een groter gewicht aan sociale indicatoren in de toewijzingsprocedure.

Zorg voor een kwalitatieve en toegankelijke kinderopvang én kleuteronderwijs door: -

een nultarief te introduceren voor kwetsbare groepen;

-

de koppeling te maken met het inburgeringstraject en taallessen (cf. pilootprojecten KOALA, IMF, NDL);

-

niet alleen te vertrekken van de economische benadering om ouders aan het werk te houden, maar evenzeer vanuit het recht op spel en ontplooiing van het kind zelf;

-

resoluut te kiezen voor de professionalisering van begeleiders in de kinderopvang en kleuterleid(st)ers i.f.v. het stimuleren van de cognitieve en sociaal-emotionele ontplooiing van jonge kinderen;

-

een prioriteit te maken van de correcte verloning van kinderopvangmedewerkers en onthaalouders;

-

te investeren in het vergroten van de kinderopvangcapaciteit. De cijfers laten consistent zien dat in bepaalde lokaliteiten, vooral steden, er een plaatstekort blijft. Om te kunnen verzekeren dat de personen die potentieel geactiveerd kunnen worden ook toegang zullen hebben tot de plaatsen in de kinderopvang aan inkomenstarief (IKT-systeem) is het essentieel om in de financiering de juiste koppeling te leggen met tewerkstelling.

Waarom?

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Herstel’

49


Cumulatie van problemen op verschillende levensdomeinen (armoede, problemen met huisvesting, werkloosheid, enzovoort) leidt tot onveiligheid. De cijfers van diensten als Awel of 1712 geven al een eerste beeld. Kinderopvang en scholen kunnen een belangrijke rol spelen in het nabij zijn bij deze gezinnen, het opvangen van de signalen én het –indien nodig – doorschakelen naar de juiste instanties. Onderzoek toont het belang aan van een goede brug tussen onderwijs en gezinssituaties (Bellens & De Fraine, 2012; Henderson & Mapp, 2002; Vlaamse Onderwijsraad, 2011). De Kindreflex (kindreflex.be) helpt verontrustende gezinssituaties te detecteren en de veiligheid zo snel mogelijk te herstellen en is toepasbaar in scholen, CLB, kinderopvang, eerstelijnsnetwerken, … De financiële leefbaarheid van de kinderopvang staat onder druk door terugval van tewerkstelling door COVID-19. Capaciteit dreigt verloren te gaan. Verder zien we een uitval van kwetsbare groepen in de professionele kinderopvang, en het negatieve effect daarvan op socialisatie en taalontwikkeling, op de doorstroom naar school, en op de economische inzetbaarheid en activering van ouders (Van Lancker, Wim & Michel Vandenbroeck, 2019). Een andere vaststelling is de slechte kleuterparticipatie, met name bij kinderen die aantikken op meerdere GOK indicatoren. Op bepaalde plaatsen, vooral steden, blijft er een tekort aan kinderopvang.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Herstel’

50


Diagnose en remediëring van leerachterstand en -motivatie Wat? De leerachterstand én –kloof meten, en gericht remediëren, tijdens de zomer en in het komende schooljaar. Hoe? 

Diagnose: -

maak een onafhankelijke, wetenschappelijke analyse van leerwinst en -verlies tijdens de voorbije maanden, op basis van genormeerde data waar mogelijk (bv. interdiocesane proeven, OVSG toetsen), en lokale toetsen waar nodig, in alle onderwijsvormen, aangevuld met een analyse van de bevragingen door de onderwijsinspectie.

-

analyseer het socio-emotioneel welzijn van schoolkinderen en hun ervaringen met afstandsonderwijs, met bijzondere aandacht voor leermotivatie (bv. door de Centra voor Lerarenbegeleiding).

‘Zomer-, herfst- en kerstscholen’: ontwikkel een structureel aanbod van vakantiescholen, recurrent tijdens de vakantieperiodes, door professionele leraren, gericht op cognitieve basisvaardigheden, met bijzondere aandacht voor de schooltaal. Deelname wordt niet verplicht maar aangemoedigd met recreatie, en maximale participatie wordt nagestreefd voor kwetsbare en taalarme kinderen, via uitgebreide promotie van de vakantiescholen in samenwerking met schoolraad, lokale besturen, jeugd- en wijkwerkers.

Leren:

-

Start het nieuwe schooljaar met gerichte initiatieven voor de remediëring van cognitieve basisvaardigheden (bv. rekenen en leesvaardigheid), afgestemd op de genormeerde of lokale diagnose van knelpunten.

-

Optimaliseer hetgebruik van de beschikbare schooltijd door prioritering van leerinhouden in functie van het leergebied en onderwijsvorm. Maak keuzes tussen vakken en binnen vakken.

-

Overweeg niveaugroepen in plaats van leeftijdsklassen als verschillen te groot worden.

-

Creëer een dagelijks extra lesuur in weken met deeltijdse schoolsluiting, ter compensatie van de verloren onderwijstijd.

-

Ontwikkel en hanteer digitale leermiddelen en evaluatie-instrumenten als middel voor differentiële remediëring van leermoeilijkheden en cognitieve uitdaging van begaafde leerlingen, via een weloverwogen combinatie van klassikaal en online leren (‘blended learning’). Bied via Bednet afstandsonderwijs voor chronisch zieke kinderen met hoog risico-aandoening.

-

Schakel de onderwijsinspectie in voor gerichte monitoring en ondersteuning van deze initiatieven, ter tijdelijke vervanging van de reguliere inspecties.

Socio-emotioneel welzijn: -

Creëer een warme en brede school met aandacht voor welzijn, psychische veerkracht en leermotivatie als noodzakelijke voorwaarde en uitkomst van cognitieve ontwikkeling. Spreid het concept ‘warme school’ uit. In zo’n school laat teamwerking toe om talenten te ontwikkelen, leergoesting te creëren, en welzijn en leervermogen elkaar te laten versterken.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Herstel’

51


-

Zet gericht leerlingenbegeleiders, zorgleerkrachten, CLB’s en laagdrempelige jeugdhulp in om schoolafhakers, én hun ouders, actief op te zoeken in de zomerperiode en te engageren voor het nieuwe schooljaar. Creëer een actieve communicatielijn met élke leerling en ouder.

-

Schakel leerlingenbegeleiders en zorgleerkrachten in als duidelijk aanspreekpunt op school en werk in een positief schoolklimaat aan meer dialoog rond de impact van COVID-19 en afstandsleren op mentale gezondheid van leerlingen: geef ervaringen van isolement, angst, rouw en verlies een plek en bied perspectief en duidelijkheid.

-

Organiseer participatie van de leerlingen en stimuleer ouderengagement via de schoolraad om hen actief bij de remediëringsinitiatieven te betrekken.

Waarom? Intellectuele ambitie in het onderwijs met een focus op cognitieve vaardigheden is een noodzakelijke voorwaarde voor de transitie naar een competitieve kenniseconomie die de sociale welvaartstaat moet ondersteunen. Onderzoek toont aan dat met name de ontwikkeling van cognitieve basisvaardigheden op individueel niveau de sterkste voorspeller is van carrière en salarissen (Ng & Feldman, 2009), maar ook van fysieke (Whalley & Deary, 2001) en mentale gezondheid (Gale et al., 2008), ondernemerschap (Hartog et al., 2010), burgerschap (Deary et al., 2008) en moreel handelen (Krebs & Gillmore, 1982). Op maatschappelijk niveau hebben investeringen in onderwijs enkel een effect op economische ontwikkeling als ze gepaard gaan met verbeteringen in cognitieve basisvaardigheden (Hanushek & Woessmann, 2008). Eerder onderzoek (Cooper et al., 1996) toont aan dat lange periodes zonder regulier onderwijs leiden tot een cognitieve vertraging die gemiddeld de helft van de schoolloze periode bedraagt, maar die voor kwetsbare kinderen met de helft kan overschrijden. Een lange periode van schoolsluiting in België leidde eerder tot negatieve effecten op lange termijn die niet geremedieerd konden worden: meer zittenblijven', lagere participatie hoger onderwijs en slechter studierendement (Belot & Webbink, 2010). Vandaag is onduidelijk in hoeverre afstandsonderwijs deze risico’s voorkomen heeft, zowel wat betreft de gemiddelde leerprestaties, als wat betreft de spreiding. De eerste resultaten van Interdiocesane en OVSG-toetsen lijken bemoedigend, al impliceert de lagere participatiegraad een risico op zelfselectie van goed presterende scholen in deze cijfers. Vandaag ontbreekt een representatieve methodiek om de precieze impact van deze crisis op de leerwinst of -verlies van verschillende groepen in te schatten (zie Investeer in onderwijs(mensen)). Wel is duidelijk dat de ongelijke toegang tot digitaal afstandsonderwijs en de ongelijke digitale skills en ondersteuning uit de eigen context, het effect van afkomst op leerprestaties zal vergroten. De kloof tussen kansarme en -rijke kinderen ontstaat voor meer dan de helft tijdens schoolloze periodes (Alexander et al., 2007). Voor COVID-19 wordt geschat dat de kloof tussen kansarme en -kansrijke leerlingen met 30% zal toenemen (Haeck & Lefebvre, 2020). Kinderen waren sociaal geïsoleerd door gebrek aan contact met hun peers. Vooral voor kinderen met problematische thuissituaties heeft dit grote socio-emotionele effecten. Uit onderzoek blijkt dat met blended learning betere resultaten kunnen worden behaald dan met louter klassikaal onderwijs, op voorwaarde dat het didactisch goed is onderbouwd (Means et al., 2013).

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Herstel’

52


Zomerscholen blijken ook een zeer effectieve interventie om schoolachterstand te remediëren, als ze gericht zijn op cognitieve vaardigheden, verzorg door professionele leraren op kleine schaal, en structureel ingebed in het onderwijs (Cooper et al., 2000). De effecten kunnen even groot zijn als een half schooljaar (Borman & Dowling, 2006). Zomerscholen waarbij veel gelezen wordt, resulteren in een flinke leerwinst op taalvaardigheid (Gelijke-Kansen.nl, z.d.). Maar vermits zomerscholen vrijwillig zijn, moet er ook nog op remediëring ingezet worden vanaf september. De vaststelling dat in grootstedelijke context sommige scholen contact, en dus ook onderwijs, verliezen met tientallen procenten van de leerlingen (bv. Antwerpen). Precieze cijfers ontbreken. Het inzetten op socio-emotioneel welzijn is niet tegenstrijdig aan cognitieve ontwikkeling, maar complementair. Er is een positief verband tussen leren en welzijn. In het PISA onderzoek hebben leerlingen die nooit gelukkig zijn op school meer dan een jaar leesachterstand op anderen, na controle voor afkomst (OECD, 2019c). Omgekeerd zijn leerlingen die beter presteren ook gelukkiger. Deze vaststellingen onderschrijven het belang van ‘warme scholen’ (https://www.kbsfrb.be/nl/Newsroom/Press-releases/2018/20180912AJ).

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Herstel’

53


Herscholing en heroriëntering aanmoedigen richting toekomstsectoren en knelpuntberoepen Wat? Tijdig en doortastend inzetten op herscholen, heroriënteren en begeleiden van mensen die blijvend werkloos dreigen te worden of een structureel onrendabele zaak hebben. Hoe? 

Vermijd structureel gebruik van tijdelijke werkloosheid door een proactief beleid voor boventallige werknemers te helpen uitwerken, in het bijzonder voor ondernemingen en sectoren die het zwaarst getroffen zijn door de crisis, gericht op interne of externe reallocatie. Stel het principe voor: ‘iedere werknemer actief houden’, op basis van een meer gestructureerde aanpak voor opleiding.

Focus naast opleiding ook op tijdelijke, al dan niet gedeeltelijke, reallocatie voor de feitelijke inactiviteit van de tijdelijk werkloze. De Vlaamse overheid neemt in de vorm van een Vlaams crisis-convenant met sectoren het initiatief voor de uitwerking van het activerend en intersectoraal kader van opleiding en flexibilisering.

Zet in op een proactieve aanpak door VDAB, samen met sectorale initiatieven en HRintermediairen, voor vroegtijdige detectie van bedrijven met nood aan intensievere competentieen loopbaanondersteuning.

Zet in op formules voor tijdelijke transities naar bedrijven en sectoren met vacatures. Het tijdelijk of geleidelijk overstappen van werkenden naar, of delen met, andere werkgevers is aangewezen, via formules van poolen of co-sourcing, project staffing, parallelle tewerkstelling of doorstarttrajecten en transitiepools. Hierin is een belangrijke rol weggelegd voor sectorfondsen als transitiefonds en private arbeidsmarktintermediairen. Realiseer een substantiële toename van VDAB-bemiddelaars en sector-accounts voor de detectie van reallocatie-noden van bedrijven en vacature-behoeften in groeibedrijven en – sectoren.

Uitbreidingsoffensief van werkplekleren via IBO (individuele beroepsopleidingen) om de capaciteit in het opleidingsaanbod drastisch te verhogen: verdubbel het aantal IBO’s de komende twee jaar, met bijzondere aandacht voor toeleiding van mensen met een migratieachtergrond, vermits zij een duidelijk lagere instroom vertonen in activeringsmaatregelen met een directe link met de arbeidsmarkt. We verwijzen naar de secties 3.3 en 3.4 van ‘Expertenadvies relancebeleid Vlaamse arbeidsmarkt’ voor een grondige onderbouwing en verdere concretisering van de hierboven geformuleerde eerste vijf aanbevelingen.

Vergroot het belang van digitale vaardigheden (bijvoorbeeld via de eindtermen) in alle onderwijsvormen van het leerplichtonderwijs, en vroeger in het basisonderwijs.

Activeer de instellingen hoger onderwijs met financiële incentives voor de creatie van een groter aanbod permanente vormingen digitale vaardigheden.

Creëer een systeem van duaal leren voor volwassen werknemers en reflecteer over de solidarisering van de opleidingskost en loonverlies in sectoren waar transitie noodzakelijk is.

Formuleer een duidelijke visie levenslang leren met bijhorend beleidskader. Vertrek vanuit een vraag- en aanbodanalyse, in dialoog met onderwijsinstellingen en bedrijfswereld. Expliciteer doelen en speerpunten, die afgestemd zijn op de vraag. Coördineer het aanbod vanuit de visie, en remedieer versnippering van het aanbod (zie Naar een lerende samenleving).

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Herstel’

54


Bepaal duidelijke speerpunten voor herscholing, in functie van knelpuntenberoepen op de arbeidsmarkt. Activeer aanbieders van opleidingen gericht richting die speerpunten door een gedifferentieerd financieringskader.

Investeer in de ontbrekende data, monitoring en analysecapaciteit met betrekking tot cursisten, competenties en opleidingen (zie Opzetten van een maatschappelijk dashboard als kompas voor beleid). Ontsluit die data voor activering en arbeidsmarktbeleid. Maak het opleidingsaanbod transparant (VDAB, sectoraal, privaat, universiteiten en hogescholen) en vernieuw het tijdig via een matchmaking-platform voor opleidingen.

Waarom? We verwachten in de tweede helft 2020 en mogelijk ook 2021 een massale toestroom van werknemers op zoek naar een andere baan, en schoolverlaters op zoek naar een eerste baan. Afhankelijk van de economische situatie zal de golf van herstructureringen de toestroom nog vergroten. Anderzijds zullen economische relancemaatregelen ook geleidelijk de arbeidsmarktvraag helpen versterken. We verwijzen naar de secties 3.3 en 3.4 van ‘Expertenadvies relancebeleid Vlaamse arbeidsmarkt’ voor een grondige onderbouwing en verdere concretisering van hoger geformuleerde eerste vier aanbevelingen. De digitale versnelling die is ingezet door de coronacrisis (denk onder andere aan telewerken) vraagt ook versnelling in het ontwikkelen van digitale vaardigheden. Versterkt inzetten op competentieontwikkeling is noodzakelijk. Er ontbreekt een goed systeem voor de monitoring van opleidingen en competenties van werknemers, als tool voor een flexibelere arbeidsmarkt. Voor sommige mensen zijn digitale vaardigheden niet evident. In de Digimeter 2019 (Vandendriessche & De Marez, 2019) meldt 18% van alle Vlamingen over voldoende kennis, vaardigheden en vertrouwen te beschikken om te functioneren in de steeds meer digitaliserende samenleving. Drie op vijf geven echter aan tenminste één van die elementen te ontbreken, waardoor ze kampen met twijfels bij deze digitale evoluties. Een vijfde van alle Vlamingen laat de digitalisering zelfs helemaal aan zich voorbijgaan.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Herstel’

55


Gerichte stabilisatie van de levensstandaard Wat? Zorg voor adequate stabilisatie en, waar nodig, een versterking van de levensstandaard van mensen in financiële kwetsbaarheid, maar doe dat gericht en koppel er acties aan die competentieversterkend en reactiverend zijn. Hoe? 

Zet Vlaamse instrumenten van gerichte inkomensondersteuning zoals Groeipakket of Vlaamse huurpremie sterker in voor adequate inkomensstabilisatie en armoedereductie.

Binnen het Groeipakket kunnen sociale toeslagen versneld worden toegekend dan wel worden verhoogd.

De toegang tot de Vlaamse huurpremie zou versoepeld kunnen worden, met name door de wachttijd van 4 jaar substantieel in te korten.

Koppel inkomensondersteuning aan acties die competentieversterkend en reactiverend zijn, zoals beschreven in de adviezen Herscholing en heroriëntering aanmoedigen richting toekomstsectoren en knelpuntberoepen en Naar een lerende samenleving.

Waarom? Globaal waren er al zo een 93.000 ‘werkende armen’ in Vlaanderen voor de coronacrisis toesloeg. Dat zijn mensen die overwegend van werk rondkomen maar toch onder de armoedegrens vallen. Nog eens 189.000 werkende Vlamingen hadden een levensstandaard die niet ver boven de armoedegrens lag. Zowat 45 procent van de tewerkgestelden had voor de coronacrisis onvoldoende liquide middelen om een maand inkomen aan de armoedelijn te overbruggen(Horemans et al., 2020). Deze mensen konden zich al geen of weinig financiële terugval konden veroorloven voor de coronacrisis toesloeg. Vlaamse kinderen die in armoede of financiële kwetsbaarheid opgroeien leven in meerderheid in een gezin met werkende ouders. Tal van maatregelen werden genomen op federaal, Vlaams en lokaal niveau om de financiële bestaanszekerheid van Vlamingen te verzekeren, in het bijzonder t.a.v. kwetsbare gezinnen met kinderen. Het is onzeker of deze volstonden. De minimumuitkeringen in geval van tijdelijke werkloosheid zijn immers net voldoende voor essentiële uitgaven. Alleenstaande ouders in de tijdelijke werkloosheid, en zeker diegenen die slechts deeltijds kunnen werken, hebben echter geen marge om uitstelbare uitgaven later in te halen (Cantillon et al., 2020). De laagste werkloosheidsuitkeringen en de leeflonen voor eenoudergezinnen zijn enkel voldoende om de 'niet uit te stellen uitgaven' te dekken. Voor alleenstaanden is het leefloon zelfs ontoereikend voor de niet uit te stellen uitgaven zoals voeding, wonen of verzorgingsproducten. 77% van het consumptiebudget van de 25% armste gezinnen gaat op aan 'niet uit te stellen uitgaven'. Daardoor hebben ze nauwelijks marge om een terugval van hun inkomen op te vangen. Bovendien gelden deze compensaties meestal niet voor extra inkomsten in flexibele statuten, zoals inkomsten uit overuren of tweede jobs, die voor mensen met een lager loon vaak essentieel zijn om de eindjes aan mekaar te knopen. De belangrijkste instrumenten van inkomensstabilisatie bevinden zich op federaal niveau. Algemene maatregelen zoals de Vlaamse water- en energievergoeding bij tijdelijke werkloosheid waren mogelijk

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Herstel’

56


begrijpelijk in een context waar snel moest worden gehandeld voor een groot volume aan mensen. Maar een dergelijke dure, te weinig selectieve maatregel is niet voor herhaling vatbaar. Het is effectiever om (tijdelijk) uitkeringen op te trekken binnen stelsels die een doelgerichte en kostefficiënte aanpak toelaten, zoals Groeipakket of huurpremie.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Herstel’

57


Ondersteun OCMW’s om op maat bijkomende steun te verlenen Wat? OCMW’s fungeren als de ultieme schokdemper voor problemen van inkomensverlies: ondersteun hen om op maat bijkomende steun te verlenen. Hoe? 

Zet in op actievere detectie (=outreaching en signaalfunctie) van kwetsbare groepen of burgers die in kwetsbaarheid zullen vervallen. Dat kan onder andere via hechtere samenwerking met andere lokale organisaties (bijvoorbeeld voedselbanken, maar ook andere lokale organisaties) om sneller mensen in problemen te detecteren die zelf niet naar OCMW stappen. Zet in op detectie van kwetsbare kinderen via OCMW’s door de integratie van de Kindreflex.

Stroomlijn en harmoniseer de manier waarop OCMW’s de extra federale en Vlaamse middelen i.k.v. de coronacrisis inzetten. Dat kan wat aanvullende steun betreft bijvoorbeeld door breder gebruik van de REMI tool, een onlinetool voor OCMW’s waarmee op maat van iedere cliënt een referentiebudget voor een menswaardig inkomen kan worden berekend (zie https://www.cebud.be/remi).

Zorg voor een inbedding van de steun die OCMW’s verlenen in een hulpverleningstraject in een context van vertrouwen. Gezinscoaches, zoals voorzien in het regeerakkoord, moeten overal en in een vertrouwensrelatie intensieve begeleiding op maat voorzien, aangestuurd door de lokale besturen. Voorzie hiertoe adequate financiering en gemeenschappelijke protocollen en handleiding. Gezinscoaches zijn inderdaad maar zo sterk en nuttig als het structureel beleid dat kansen geeft en ondersteunt.

Waarom? OCMW’s komen onder toenemende druk van mensen die door de mazen van het net vallen en/of inadequate bescherming genieten. Men verwacht hier de komende maanden nog een sterke toename (bron: VVSG.be). Het is onzeker of OCMW’s de toenemende vragen blijvend kunnen bolwerken met de huidige middelen. We hebben bovendien geen goed zicht op wie bij het OCMW aanklopt voor welke hulp en welke hulp/steun het OCMW aan wie geeft. Er zijn grote verschillen tussen en binnen OCMW’s in de wijze waarop maatschappelijk werkers behoeftigheid diagnosticeren, in de steun die OCMW’s toekennen, de rol van vertrouwenspersonen en in de inbedding in de brede hulpverlening (De Wilde, Hermans, Van Lancker, et al., 2020; Storms & Frederickx, 2020). Een vertrouwenspersoon die kan gebruik maken van een brede waaier aan hulp beantwoordt optimaal aan de uitdagingen.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Herstel’

58


Mensen veilig laten genieten van cultuur, recreatie en toerisme Wat? Ondersteun lokale initiatieven die mensen in staat stellen om op een veilige manier te laten genieten van vrije tijd.11 Geef daarbij in het bijzonder aandacht voor kwetsbare doelgroepen. Hoe? 

Voor alle sectoren in het ruime veld dat we onder ‘vrije tijd’ vatten, moet gedacht worden in gradaties van veiligheid, zoals het onder voorwaarden openhouden van vrijetijdsinfrastructuur en (delen van) bepaalde publieke ruimten/gebouwen zoals bibliotheken, cultuurcentra, musea, jeugdinfrastructuur, religieuze voorzieningen, sportterreinen,…. -

Stimuleer kennisdeling over goede praktijken, handleidingen en innovatieve benaderingen van heropenen onder veilige omstandigheden;

-

Informeer alle betrokkenen (deelnemers, aanbieders, …) op een duidelijke manier zodat de richtlijnen en voorwaarden helder zijn.

Promoot actief verenigingen en clubs als bron van verbondenheid.

Ondersteun lokale besturen als waarborgers van lokale cultuur en vrije tijd: o.a. openstellen van tijdelijke alternatieve infrastructuur, aanwenden van middelen uit het Noodfonds, goede praktijken delen van maatregelen die lokale besturen en/of organisatoren nemen ter ondersteuning van de lokale vrijetijdssector. Deze lokale dynamiek dient geïnspireerd en ondersteund te worden vanuit een Vlaams cultuurbeleid waarbinnen de coproductie met het lokale niveau een centrale pijler vormt.

Geef bij ontwikkeling van het aanbod aandacht aan specifieke doelgroepen (o.a. kinderen, jongeren, alleenstaanden, personen in armoede, …) opdat zij bereikt worden en deelnemen. Ondersteun personen in armoede financieel, bv. aan de hand van de UiTPAS, samenwerking met Iedereen Verdient Vakantie,…

Realiseer meer en beter toegankelijke natuur overal in Vlaanderen met aandacht voor de ruime spreiding van bezoekers om zo én het bezoekerswelbevinden te versterken én de draagkracht van de biodiversiteit niet te overschrijden.

Stimuleer binnenlands toerisme, bv. door middel van een label ‘vakantiegemeente’ (naar analogie met gezonde of warme gemeente). Werk de criteria voor een dergelijk label uit met experts inzake dag- en verblijfstoerisme en met de lokale besturen.

Waarom? We zagen de afgelopen maanden globaal een daling in het aantal vrijetijdsactiviteiten (o.a. evenementen, horeca, vrienden en familie bezoeken, cultuur, religie, sport, jeugdbeweging, shoppen, vrijwilligerswerk) aangezien deze verboden, beperkt of fundamenteel anders moesten worden ingericht. Cijfers van Statistiek Vlaanderen o.b.v. de SCV-survey en het departement CJSM tonen de reikwijdte hiervan aan: bijna 7 op 10 Vlamingen doen aan sport (incl. wandelen en recreatief fietsen), een kwart van de Vlamingen is actief betrokken bij een sportvereniging, ruim de helft van de Vlamingen is actief lid van een vereniging, 69% van de Vlamingen tussen 18 en 75 jaar heeft minstens wekelijks contact met buren, 61% met familie, en 57% met vrienden of kennissen, ruim 8 op 10

11

‘Vrije tijd’ moet in deze aanbeveling breed worden begrepen als kunsten, erfgoed, sociaal-cultureel werk, jeugdwerk, sport, horeca, religie/zingeving, shoppen, vrienden bezoeken, vrijwilligerswerk, media, daguitstappen en toerisme.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Herstel’

59


Vlamingen namen deel aan minstens 1 culturele activiteit (concert, museum, bioscoop, bib, …), er vonden 2,8 miljoen bezoeken plaats aan Vlaamse musea, er zijn 260.000 leden in jeugdverenigingen. Naast vrijetijdsrecreatie in de buurt op regelmatige tijdstippen, biedt toerisme (waarbij men zich tijdelijk verplaatst naar een andere bestemming) een belangrijke meerwaarde. Ook hier zagen we een impact, nl. wat betreft dag- en verblijfstoerisme werd o.a. de bestemming (dichter bij huis) gewijzigd. Daarnaast hebben de financiële gevolgen van deze crisis ook implicaties op vlak van vakantieparticipatie en is het belangrijk om ook kwetsbare groepen te laten participeren aan vrijetijds- en toerismeaanbod. Dit is het momentum voor Vlaanderen om toerisme in eigen land te ontwikkelen en te promoten.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Herstel’

60


Ondersteunen van de heropstart en (digitale) versterking van de cultuursector Wat? Ondersteun de heropstart van de cultuursectoren, maar versterk ze ook institutioneel en toekomstgericht om hun levensvatbaarheid te vergroten. Hoe? 

Ondersteunen van de heropstart van de cultuursector door middel van co-financiering en institutionele maatregelen -

Heropstart co-financieren: op tijdelijke basis en voor een aantal deelsectoren die nog geruime tijd onmogelijk op volle capaciteit kunnen functioneren, kan in de heropstartfase de ondersteuning van verlieslatend aanbod overwogen worden, om een geleidelijke herneming mogelijk te maken;

-

Toon flexibiliteit m.b.t. evaluatie van decretale criteria: breng soepelheid en begrip op bij de controle op de naleving van de subsidievoorwaarden van de fondsen en de decretale voorwaarden, zowel in het Kunstendecreet, het Erfgoeddecreet als in de andere decreten binnen CJSM. Dat geldt voor onder meer het percentage eigen inkomsten bij werkingssubsidies, bezoekersaantallen en deadlines voor beleidsplannen, aanvragen, projectafrekeningen en werkingsverslagen;

-

Fair practice: naast het verbeteren van toegang tot noodhulp voor cultuurwerkers is op langere termijn een meer duurzame herstructurering nodig van de arbeidsmarkt in deze sector, waar vele actoren zich structureel in een sociaaleconomisch precaire positie bevinden. Men kan hiervoor aansluiting vinden bij bottom-up initiatieven zoals de organisatie van alternatieve organisatiemodellen en de ontwikkeling van afsprakenkaders omtrent faire samenwerking en ‘fair practice’. Het is belangrijk de initiatieven die duurzame arbeidsrelaties promoten zichtbaarder te maken, beleidsmatig te ondersteunen en te consolideren tot een ‘fair practice’ code (cf. fair practice charter oKo, www.juistisjuist.be) voor de sector. De culturele actoren moeten voldoende middelen ontvangen om fair practice (incl. verloning) ook in de praktijk te brengen;

Ondersteunen van de digitale versterking van de culturele sectoren -

Digitaal bereik en nieuwe inkomsten vergroten door bv. een permanent samenwerkingsprogramma tussen de cultuursector en digitale platformen met een breed bereik (bv. VRT NU, ‘Vlaamse Netflix’,...) m.b.t. lokale cultuur en contentproductie, incl. inkomstenmodellen die hieraan worden gekoppeld;

-

‘Booking.com voor cultuur en vrije tijd’: voorzie (co-)financiering voor investeringen van cultuurhuizen en vrijetijdsorganisaties in één uniforme interface voor hun boeking- en ticketingsystemen, zodat overkoepelende marketing, last minutepromoties, loyauteit- en verkoopdiensten voor de hele cultuur- en vrije tijdssector mogelijk worden, via o.a. UITinVlaanderen;

-

Cultuurkrediet: versnel de (digitale) uitrol van de UiTPAS met cultuurkrediet voor mensen met een laag inkomen en jongeren, uit te geven bij lokale organisatoren.

Waarom? Vrije tijdsactiviteiten zijn een belangrijke hefboom om sociaal contact te hebben, te ontspannen, te ontplooien, … Onderzoek naar cultuurbeleving tijdens de coronacrisis toont aan dat vele cultuurliefhebbers hun weg vinden naar het online aanbod, maar dat het cultuurpubliek ook snakt

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Herstel’

61


naar heropstart, omwille van het sociale aspect van cultuurbeleving en het menselijk contact (Publiq, 2020). Kunst wordt betekenisvol in interactie met het publiek. Dat fundamenteel inzicht verklaart het talrijke bottom-up initiatief vanuit de kunstensector om tijdens de lockdown op een alternatieve manier connectie te maken met hun publiek. Dit bood nieuwe mogelijkheden voor cultuurparticipatie maar wierp ook drempels op. Online cultuurparticipatie is vaak eenmalig of sporadisch, tenzij voor een beperkte groep van intense gebruikers; de drempel voor kwetsbare groepen verhoogde. Ook de maatregelen bij heropstart van het fysieke aanbod (verplicht reserveren, beperkte plaatsen enzovoort) zorgden voor een onevenredige verhoging van de drempel voor kwetsbare groepen naar cultuurparticipatie. Het zoeken naar digitale en andere alternatieven moet hand in hand gaan met gerichte acties om de brede bevolking, en met name ook jongeren en kwetsbare groepen, te blijven betrekken bij cultuur. Op deze punten bemoeilijkt de kleinschaligheid en het gebrek aan financiële slagkracht in een groot gedeelte van het cultuurlandschap ontwikkelingsmogelijkheden op het vlak van drempelverlaging en een verdere digitale transitie van de sector. Vandaar dat samenwerking en schaalvergroting (door gebruik te maken van gedeelde digitale platformen) in die zoektocht naar nieuwe inkomstenmodellen bij de heropstart sterk ondersteund moeten worden.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Herstel’

62


Omslag naar actieve en duurzame mobiliteit Wat? Het vervoersmiddel dat mensen kiezen voor hun verplaatsing is bij voorkeur een actief, duurzaam transportmiddel. We beogen meer personen die zich te voet verplaatsen, fietsen of (op een veilige manier) gebruik maken van openbaar vervoer en gedeeld vervoer om zo de individuele autoverplaatsingen te verminderen. Het stimuleren en faciliteren van deze vervoerswijzen (modi) moet resulteren in een shift naar duurzame mobiliteit. Hoe? 

Sensibiliseer & informeer over de voordelen voor individu (bv. fysieke activiteit in de buitenlucht) en samenleving (bv. minder luchtvervuiling). Concreet kunnen er gerichte acties genomen worden per thema/vervoersmodus. Zo kan er een grotere focus worden gelegd op alternatieven van de auto. Er kan een campagne ivm stappen worden opgezet met tips over veilige en aangename wandelroutes, een informatiecampagne om de gezondheidsaspecten van wandelen in de verf te zetten, … om zo personen te motiveren om meer te voet te gaan bij korte verplaatsingen. Dezelfde aanpak (wijzend op de gezondheidseffecten) kan gebruikt worden bij fietsen, alsook tips bij de aankoop van een fiets om zo mensen aan te zetten om te blijven fietsen en hun te overtuigen om niet enkel de fiets te gebruiken voor recreationele, maar ook functionele trips. In de campagne ivm openbaar vervoer dient er op regelmatige tijdstippen gecommuniceerd en gesensibiliseerd te worden omtrent aspecten zoals veiligheid, kostprijs (t.o.v. de kostprijs van de auto), duurzaamheid, … om zo openbaar vervoer te promoten en een positieve perceptie te creëren mbt openbaar vervoer. Tot slot kan een (sociaal media) platform rond duurzame mobiliteit worden gecreëerd om interessante woon-werkfietsroutes te delen, een fietspartner te zoeken, goede voorbeelden te delen mbt duurzame mobiliteitsacties, … .

Verschuif investeringsvolumes naar actieve modi. Op dit moment wordt er sterk geïnvesteerd in projecten die autorijden aanmoedigen/in de hand werken (bv. weginfrastructuur), terwijl er meer dient geïnvesteerd te worden volgens het STOPprincipe (i.e. stappen, trappen, openbaar (collectief, gedeeld) vervoer, privévervoer (individueel gemotoriseerd vervoer); in deze afnemende volgorde). Verbetering en aanleg van voldoende, veilige en comfortabele wandel- en fietsinfrastructuur is nodig. Hiertoe dient een prioritering te gebeuren (wegwerken van missing links in fietsinfrastructuur, cruciale verbindingen, routes met potentieel).

Waarom? We zagen de afgelopen maanden een wijziging op vlak van mobiliteit, zowel naar activiteit (bv. minder woon-werkverplaatsingen) als naar vervoersmodus (zo was er een toename in wandelen en fietsen). Op basis van cijfers uit het Onderzoek Verplaatsingsgedrag Vlaanderen (Statistiek Vlaanderen) blijkt de huidige verdeling op vlak van vervoersmiddelen (in pre-corona tijden) als volgt te zijn: 

Wat betreft woonwerkverplaatsingen, gebruikt bijna 70% de auto als hoofdvervoersmiddel, 16% de fiets, 6% de trein, 5% bus/tram/metro, 3% te voet

Wanneer we de afstand van de verplaatsingen beschouwen, dan blijkt dat voor verplaatsingen onder 1 km 56% te voet gaat, 25% de auto neemt en 17% de fiets; voor afstanden boven 10 km neemt 80% de auto

Bovenstaande cijfers tonen de dominantie van de auto. Deze dient teruggedrongen te worden en er moeten meer verplaatsingen met actieve modi gerealiseerd worden. De COVID-19 crisis resulteerde in een (tijdelijke?) wijziging in vervoersmiddel en biedt opportuniteiten op dit vlak. Wanneer er veilig

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Herstel’

63


en comfortabel kan gewandeld en gefietst worden (recreationeel en functioneel), dan werkt dit een shift naar duurzame mobiliteit in te hand.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Herstel’

64


Uitbreiding van de publieke/groene ruimte in de leefomgeving Wat? Mensen moeten kunnen beschikken over een kwaliteitsvolle publieke en groene ruimte in hun leefomgeving. Er dient bijgevolg ingezet te worden op een uitbreiding van het bestaande aanbod. Hoe? 

Plan en investeer met het oog op een permanente uitbreiding van publieke ruimte (bv. parken, waterpartijen, speelruimtes in wijken, …).

Bouw publieke, semi-publieke en particuliere voorzieningen uit tot knooppunten voor bewegings- en ontmoetingsruimte (zoals bibliotheken, scholen, woonzorgcentra, buurthuizen, cultuurcentra, jeugdhuizen, academies, ...).

Stel een actieplan en draaiboek voor ‘placemaking’ op: het samen met bewoners en gebruikers van de publieke ruimte consulteren, plannen en implementeren van een leefbaardere publieke ruimte.

Creëer ruimte door ruimte te delen: -

screen bestaande regelgeving en procedures, en vereenvoudig de regels en procedures die gedeeld gebruik in de weg staan;

-

breng de versnipperde praktische kennis en expertise rond gedeeld gebruik samen in één kenniscentrum dat zorgt voor borging en actieve verspreiding van deze expertise, en voor vorming van lokale ambtenaren (jeugdconsulenten …) en intermediaire organisaties;

-

geef als overheid het goede voorbeeld door zelf ruimtes open te stellen en eerlijke en heldere criteria voor de selectie van gebruikers op te stellen;

-

zorg voor een constructieve samenwerking tussen handhavingsinstanties van veiligheidsnormen (brandweer, politie, FAVV,…) en gedeelde invullingen, door controlerende instanties bewust te maken van de meerwaarde van gedeeld gebruik en te zorgen dat (te strenge) veiligheidsnormen gedeeld gebruik niet onmogelijk maken;

-

zorg voor duidelijke richtlijnen rond asbest, bodemverontreiniging … bij tijdelijke invullingen in leegstaande gebouwen die tegelijkertijd veilig en realistisch/haalbaar zijn.

Voer een groennorm in en verhoog de investeringen met het oog op het aanpassen en vergroenen van de publieke ruimte en zorg voor meer water (op korte en middellange termijn), voornamelijk in een stedelijke context, en met voorrang voor sociaal kwetsbare wijken; realiseer een verdere vergroening van speelplaatsen (o.a. met het oog op compartimentering) en werkomgevingen, en voorzie toegankelijk groen in de nabijheid van zorginstellingen (ziekenhuizen/woonzorgcentra).

Creëer een fonds voor slimme stadsinvesteringen voor het systematisch (digitaal) monitoren en inzichtelijk maken van publieke ruimte en groene en blauwe infrastructuur, incl. lucht- en waterkwaliteit, geluidspollutie, …

Verminder en spreid actief omgevingslawaai.

Verdubbel de investeringen in fiets- en wandelinfrastructuur.

Handhaaf het Gemeentewegendecreet strenger, met oprichting van een tragewegenfonds voor het verzekeren van het behoud en de aaneensluiting van fijnmazige buurtwegennetwerken bestemd voor niet-gemotoriseerd verkeer.

Versterk de positieve impact op open en publieke ruimte van relevante fondsen, door bv.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Herstel’

65


-

het uitbreiden en innovatiever maken van fondsen voor stadsvernieuwing;

-

een verhoging van het onthardingsfonds;

-

cofinanciering van de ambitie van 1 bijkomende boom per Vlaamse inwoner;

-

het uitbreiden, oormerken of anderszins beter waarborgen van de effectieve aanwending van het openruimtefonds om de landelijke open ruimte te versterken.

Waarom? De afgelopen maanden werden de voordelen van groene en blauwe (water) openbare ruimte in de nabijheid van de leefomgeving duidelijk. Onderzoek toont de positieve effecten van natuur op de gezondheid (o.a. op vlak van mentaal welbevinden). Het Vlaams Instituut Gezondheid Leven stelt dat “autoluwe omgevingen, veel natuur, water, terrassen, plaatsen waar ontmoeting mogelijk is, brede en verzorgde voetpaden … een positief effect hebben op het mentale welbevinden. Zo zullen groene omgevingen leiden tot minder piekeren, minder stress en meer positieve emoties. Daarnaast zal de aanwezigheid van groen ook beweging stimuleren en zo bijdragen aan de motorische, cognitieve en emotionele ontwikkeling van kinderen. Bovendien zullen de positieve effecten van een groene omgeving sterker zijn bij personen met een lagere socio-economische status. Inzetten op kwaliteitsvolle, natuurlijke publieke ruimte op buurtniveau is dus ook een belangrijke beleidskeuze om de gezondheidsongelijkheid te verkleinen”. Bovendien is welzijnsbevordering door het veranderen van omgevingskenmerken zeer kosteneffectief. Tegelijkertijd werd de nood aan publieke en groene ruimte duidelijk. Buitenspelen in de publieke ruimte is gehalveerd op 25 jaar tijd, en ook meer gedifferentieerd naar afkomst (Karsten 2005; Kind & samenleving & KUL 2008; Jantje Beton 2018, 2019; Vlaams Instituut Gezond Leven, 2020). Van de Vlamingen heeft 11 tot 21% onvoldoende buitenruimte. Bij gezinnen met onvoldoende inkomen is dit 21% (SERV, 2020). Ook de toegang tot groene ruimte is ongelijk verdeeld. Een derde van de Vlamingen heeft geen toegang tot wijkgroen, een vijfde tot een kwart heeft geen toegang tot stadsgroen of stadsdeelgroen. Inwoners van centrumsteden hebben minder toegang tot groen dan inwoners van andere gemeenten (VITO, 2019). Gerelateerd is de toename van verharding van ondergrond (van 4-5% in 1976 in Vlaanderen en Brussel naar 15% in 2019, of dubbel zo hoog als het Europees gemiddelde, waardoor we 1 van de meest problematische zones zijn wat betreft waterhuishouding) (Pisman et al., 2018). Hier dient dus op ingezet te worden.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Herstel’

66


Iedereen mee in de digitale relance: beleid rond e-inclusie Wat? Toegang tot en gebruik van internet en digitale dienstverlening voor iedereen verzekeren door een ambitieus en sterk lokaal ingebed e-inclusieprogramma, voor een breed scala aan doelgroepen: scholieren en studenten, maar ook mensen in armoede, laaggeschoolden, jongeren in jeugdzorg, anderstaligen, personen met een handicap, zorgbehoevenden, ouderen, enzovoort. Hoe? 

Crisismaatregelen en bestaande mechanismen evalueren en structureel maken -

Hardware: maak de programma’s om PC’s en tablets ter beschikking te stellen in onderwijs, zorg,.. structureel, na een evaluatie van de behoeftendekking tijdens de lockdown, en de manier van verdeling en ondersteuning;

-

Internettoegang: overleg met het federaal niveau voor de uitbreiding van de sociale criteria voor universele dienstverlening, of gerichte acties samen met de operatoren voor bepaalde doelgroepen;

-

Versterk het Vlaams en lokale beleid rond e-inclusie: door bv. ondersteuningscel e-inclusie bij het Agentschap Binnenlands Bestuur samen met alle betrokken actoren een domeinoverschrijdend plan van aanpak te laten opstellen en te laten opvolgen;

-

Inclusie-by-design: toepassing van deze principes door de digitale diensten van de Vlaamse overheid, te borgen door het Vlaamse Agentschap Informatie Vlaanderen in samenwerking met specialisten uit het veld;

-

Maak het monitoren van digitale uitsluiting en digitale vaardigheden een blijvend onderdeel van de opdracht van Statistiek Vlaanderen.

Digitaal inclusieve wijkwerking -

Ondersteun samenwerking tussen lokale besturen, bibliotheken, scholen, buurtwerk, kringloopcentra enzovoort, om op duurzame wijze de inzameling en verdeling van materiaal, en begeleiding en oefenkansen te organiseren in wijken en gemeenten; doe daarbij verder beroep op de spontaan ontstane solidariteit (‘effectief altruïsme’)

-

Stimuleer (hyper-)lokale sociale media en –netwerken, waarbij informatie en diensten op laagdrempelige wijze gedeeld worden in de wijk.

Breed programma voor digitale vaardigheden (incl. data-geletterdheid) en ondersteuning -

Zet ‘train the trainer’-programma's m.b.t. digitale technische en sociale vaardigheden op voor o.m. onderwijs en zorg, die in eerste instantie gericht zijn op de digitale vaardigheden van leerkrachten en docenten en van leerbegeleiders uit niet-formele opleidingstrajecten die ingericht worden door welzijns- en middenveldorganisaties (cf. Mediawijs, AIV);

-

Bied online en offline oefenkansen voor verschillende doelgroepen, met focus op het gebruik van digitale publieke diensten en communicatiemiddelen, en aandacht voor kwetsbare profielen als anderstalige inburgeraars en laaggeletterden.

Gecoördineerd digitaal inclusiebeleid in verschillende sectoren, met telkens aandacht voor een democratische toegang tot technologie en informatie, het opbouwen van datageletterdheid en een dienstverleningsmix van volwaardige digitale en niet-digitale alternatieven. -

Zet in op verdere digitalisering en een goed georganiseerde gegevensdeling in de verschillende sectoren van zorg en welzijn;

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Herstel’

67


-

Voorzie middelen voor de verdere professionalisering van het digitaal werken in de zorg en in welzijn;

-

Maak de zorg- en welzijnssector een strategische partner bij de Taskforce Vlaanderen Helemaal Digitaal:

-

Verhoog investeringen in digitale infrastructuur van scholen, zorg en welzijn (zie Investeer in onderwijs(mensen) en Groeiplan voor welzijn en zorg).

Waarom? Als digitaal het nieuwe ‘normaal’ is, dient de Vlaamse overheid ervoor te zorgen dat iedereen kan deelnemen aan deze ontwikkeling. De COVID-19 crisis maakte duidelijk dat digitalisering—en daarmee ook het risico op digitale uitsluiting—in iedere bevoegdheid vervat zit. Tijdens de eerste COVID-19 golf was er een grote nood aan de basisbenodigdheden voor digitale toegang. Organisaties op het terrein speelden een cruciale rol bij het identificeren, ondersteunen en opvolgen van de noden. De verschillende nodenbevragingen gebeurden vnl. op institutioneel niveau. Burgers die niet in systemen of instituties vervat zitten, kwamen niet in beeld. De nood is m.a.w. hoger dan wat op dit moment gekend is. Structureel had 11% van de Vlaamse huishoudens in 2019 geen breedbandverbinding thuis. 27% van de Vlamingen tussen 16 en 74 jaar hebben niet de nodige digitale basisvaardigheden. Bij de 55- tot 74-jarigen loopt dit cijfer op tot 58%, bij de laaggeschoolden tot 62% en bij de mensen met een inkomen onder de 1.200 euro tot 69%. Hiervan hebben respectievelijk 19%, 21% en 29% geen enkele digitale vaardigheden (Vlaamse openbare statistieken - Media en mediagebruik, 2019). De noden van de verschillende digitaal kwetsbare groepen zijn verschillend, en zijn gerelateerd aan 4 aspecten: toegang, gebruik, vaardigheden en ondersteuning. Tijdens de COVID-19 crisis is sterk ingezet op het versnellen en versterken van toegang tot materiaal en wifi, maar om structureel mensen mee te krijgen moet toegang gecombineerd worden met het versterken van digitale technische en sociale vaardigheden, gebruik en ondersteuning.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Herstel’

68


Engagement en ondernemerschap in de verschillende sectoren stimuleren en ruimte geven Wat? Het engagement en de creativiteit bij burgers en organisaties maximaal aanspreken en kansen geven. Hoe? 

Focus als Vlaamse overheid op het aanduiden van de maatschappelijke doelen en effecten (‘de stip aan de horizon’). Laat ruimte voor de invulling van deze doelstellingen aan de actoren op het terrein.

Zet een vernieuwd beleidsinstrumentarium in, gebaseerd op vertrouwen in de samenleving en de kracht van ‘zelfregulering’. We denken daarbij aan vormen van onderhandeling i.p.v. regulering, beïnvloeding op basis van inzichten uit de gedragswetenschappen, proeftuinen, regelluwe omgevingen, enzovoort. Beperk ook de administratieve lasten (gedetailleerde aanvraagformulieren of rapportages) en vraag verantwoording op een strategisch niveau.

Een regelluw kader faciliteert experiment, innovatie en nieuwe vormen van intersectorale samenwerking, waarbinnen expertise, nieuwe inzichten en contacten gedeeld worden. Deze samenwerking moet flexibel georganiseerd worden, directe meerwaarde brengen en niet telkens aanleiding zijn voor nieuwe structuren. Werkzame principes voor deze brede netwerken zoals generalistische aanpak, proactief werken, triadisch werken (vrijwilligers, professionals en cliënten), inzetten op kleinschalige warme interdisciplinaire zorg in een groter organisatorisch verband en outreachend of nabij werken kunnen hierbij ten volle gerealiseerd worden.

Koppel de expertise op het Vlaamse niveau aan de actiekracht op lokaal niveau. De bestuurlijke vernieuwing zit vooral in het bundelen van krachten tussen de bestuurslagen. Op lokaal niveau is de terreinkennis aanwezig, het Vlaams niveau moet de kaders stellen, inspireren en uitdagen tot meer. Het (sub)regionale niveau dient zich aan als een plek voor verbinding en samenwerking lokaal-bovenlokaal.

Meer verantwoordelijkheid geven aan instellingen en organsiaties in de verschillende maatschappelijke sectoren, veronderstelt ook verder investeren in het beleidsvoerend vermogen van organisaties.

Waarom? Tijdens de coronacrisis ontstond heel wat spontaan initiatief om de dienstverlening optimaal aan te houden in alle sectoren. Er ontstonden in de regelluwte goede praktijken van efficiënte samenwerking tussen actoren en sectoren op diverse niveaus. Dit bewijst dat ondernemerschap en innovatie is gebaat bij een regelluwe context en ruimte voor initiatief.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Herstel’

69


Versterken van publieke en betrouwbare informatie en communicatie Wat? Investeren in betrouwbare, publiek toegankelijke informatie en communicatie, waarbij wordt gewerkt aan het herstellen en verhogen van vertrouwen in de context van een steeds meer dataintensieve, digitale omgeving. Hoe? 

Verzeker eenduidige en gecoördineerde communicatie, zodat de heropstart gedisciplineerd verloopt en een terugval wordt vermeden.

Verhoog de budgetten van fondsen ter ondersteuning van diepgaande journalistiek en lokale contentproductie (cf. Fonds Pascal Decroos, Vlaams Audiovisueel Fonds,..)

Stimuleer de samenwerking tussen lokale mediapartijen om hen te wapenen tegen toekomstige zwaarwegende investeringen, met name in de verdere digitalisering van hun werking: ‘concurreren op inhoud, samenwerken op technologie’.

Investeer in zowel menskracht als technologische faciliteiten voor fact checking en de bestrijding van desinformatie.

Verhoog de transparantie van onze media. Er is nood aan een breed samenwerkingsprogramma met verschillende mediapartijen, zowel m.b.t. innovatie als implementatie, ten aanzien van de betrouwbaarheid, diversiteit en vindbaarheid van informatie. Zorg voor permanente validatie en monitoring van de resultaten.

Voorzie één centraal contactpunt van de Vlaamse overheid voor sociale media-platformen en zet mee in op Europese regelgeving m.b.t. de mediërende en editoriale rol van sociale mediaplatformen.

Zorg voor heldere richtlijnen en communicatie rond correct datagebruik en privacy voor school-, zorg-, werk- en andere omgevingen die verhoogd met datagedreven oplossingen zullen te maken krijgen. Bevorder het vertrouwen van de burger hierrond door instelling van middelen als een burgerjury of een participatieplatform (cf Kenniscentrum Data & Maatschappij).

Versterk de huidige acties voor mediawijsheid: -

Werk aan een groter bereik voor educatieve pakketten en campagnes rond fake news;

-

Breid de rol van Mediawijs (bv. ten aanzien van mediacoaches en het verspreiden van goede praktijkvoorbeelden) uit naar lokale overheden, welzijn, jeugd- en ouderenzorg;

-

Zet in op data- en informatiegeletterdheid van kinderen, jongeren, maar ook volwassenen, leraars, enzovoort. Het gaat hierbij niet enkel over de basisstappen van een computer, maar ook over het correct interpreteren van informatie en inzicht in data. Focus meer op sociale vaardigheden specifiek in een digitale omgeving.

Voorzie specifieke budgetten voor het Vlaams Strategisch Plan Geletterdheid.

Stimuleer een vormingsaanbod en lokale kennisopbouw rond verbindende communicatie en (digitaal) burgerschap, ter bestrijding van (online en offline) vervreemding, disconnectie en polarisatie.

Waarom?

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Herstel’

70


Het vertrouwen van burgers in informatie en communicatie daalt jaar na jaar. Dit geldt zowel ten aanzien van lokale media als voor sociale mediaplatformen. Het vertrouwen in lokale media is wel significant hoger dan dat in informatie die via sociale mediaplatformen wordt gedeeld. De coronacrisis toonde de hoge individuele en maatschappelijke behoefte aan betrouwbaar nieuws, zowel via lokale media als via sociale platformen, maar legde tegelijk de kwetsbaarheid en beperkte financiële slagkracht van op een kleine markt gerichte, advertentie- of publiek gefinancierde lokale mediaorganisaties bloot. Daarnaast breken ook data- en surveillance-toepassingen door in onderwijs, werk en andere omgevingen, die in verschillende gevallen toegevoegde waarde hebben, maar eveneens tot onrust en wantrouwen kunnen leiden.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Herstel’

71


Ruimte en een stem geven aan kinderen en jongeren Wat? De behoeften van kinderen en jongeren werden te vaak vergeten in de exit-maatregelen. Zorg dat ze kunnen spelen, sporten, elkaar ontmoeten en zich veilig en zelfstandig kunnen verplaatsen. Geef ruimte en een stem aan kinderen en jongeren, en doe recht aan hun perspectief. Hoe? 

Stimuleer alle steden en gemeenten en steden om te streven naar het statuut ‘Warme Stad of Gemeente’/Kindvriendelijke Stad, door alle instellingen, organisaties en burgers die jongeren omkaderen (ouders, scholen, buurtwerkingen, jeugd- en welzijnsorganisaties, hulpverlening, huisartsen, vrijetijds- en sportverenigingen, stadsdiensten, politie, enzovoort) aan te zetten tot gecoördineerde samenwerking voor het welbevinden van kinderen en jongeren.

Betrek kinderen en jongeren consequent en vanaf het begin bij beleidsbeslissingen die een impact hebben op hun leefwereld. Dit zorgt voor het aanwakkeren en stimuleren van burgerzin, een betere gedragenheid van beslissingen en wederzijds begrip over de totstandkoming van beleid.

Breid fysieke plekken voor kinderen en jongeren uit door te experimenteren met het openstellen van ruimte. Werk concrete ruimteplannen uit, in samenspraak met kinderen en jongeren - in het bijzonder meisjes - het jeugdwerk, ouders en andere stakeholders. Zo’n plan vermeldt duidelijk hoe de gemeente haar publiek domein en ruimte zal organiseren in de toekomst, ook in het geval van nieuwe maatregelen. Welke (semi-)publieke speel- en ontmoetingsplekken blijven open? Welke worden extra geopend en onder welke voorwaarden? Hoe zullen de lokale overheid en haar toezichthouders handelen t.o.v. spelende en rondhangende jeugd en hun ouders? En tenslotte: welke preventieve communicatiestrategie zet de lokale overheid op rond dit plan en de perceptie naar jongeren in de publieke ruimte?

Zet in op een jeugdvriendelijk politiebeleid, dat op basis van wijkgericht politiewerk en samenwerking met jeugdwerk de relatie tussen jongeren en politie, jongeren in een maatschappelijk kwetsbare situatie en jeugdwerkers in de steden verbetert.

Waarom? Het tekort aan buitenspeelruimte wordt steeds groter in Vlaanderen. Ook de actieradius van kinderen en jongeren om zich vrij en veilig naar een speel- of hangplek te begeven, neemt af. En zo bleven er in de crisis te veel kinderen wekenlang noodgedwongen binnen. Uit de bevraging van het Kinderrechtencommissariaat blijkt ook dat “kinderen en jongeren die het financieel moeilijker hebben en kinderen die geen eigen plekje hebben, naar buiten gaan meer missen dan hun leeftijdsgenoten. Jongeren die zeggen dat het financieel moeilijk gaat sinds corona (21% van de 2.473 jongeren) en thuis geen eigen rustplek hebben (20,4% van de 4.809 jongeren) gaan ook (bijna) nooit naar buiten.” Volgens het grote buitenspeelonderzoek van Kind & Samenleving (2019)) spelen kinderen steeds minder in hun woonomgeving. Er speelden vorige zomer 37% minder kinderen op straten, op pleinen en in parken dan in 2008. Meisjes vanaf 9 jaar spelen opvallend weinig buiten, en in de stedelijke wijken spelen nog maar half zoveel kinderen als in 2008.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Herstel’

72


In de bevraging van Uit De Marge geeft 58,8 % van de kinderen en jongeren aan angst te hebben voor een boete. 30,6% is bang dat de politie hen in de openbare ruimte zal aanspreken op hun gedrag, 30,6 % voelt zich geviseerd door de politie die aanwezig is op straat. Net op de plekken waar weinig private ruimte ter beschikking is, wordt een groot aantal boetes uitgeschreven aan jonge mensen. Voorbeelden: Zo Geflikt, een project van de vzw Uit De Marge, werkt met de verschillende partijen samen om van onderuit de bezorgdheden en frustraties bij jongeren in hun contacten met de politie aan te pakken. Tegelijkertijd worden ook goede praktijken binnen politiekorpsen onderschreven. Uit de Marge en Kras Jeugdwerk gingen zo aan de slag in de Antwerpse wijk ’t Kiel en liet politie en jongeren via sessies elkaars leefwereld beter kennen en werken aan een vertrouwensband. Zo wordt er gewerkt aan een positief veiligheidsbegrip.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Herstel’

73


Opzetten van een maatschappelijk dashboard als kompas voor beleid Wat? Zet een maatschappelijk dashboard op als kompas voor beleid. Dit moet bouwen op relevante, representatieve, continue en tijdige data, die grondig worden geanalyseerd en waarover helder wordt gecommuniceerd. Hoe? 

Laat experts een lijst van relevante sociale indicatoren per domein opstellen. Het maatschappelijk dashboard moet inzicht bieden in de uitkomsten op vlak van mens en samenleving die in dit rapport centraal staan, o.a. fysiek en psychisch welbevinden, leervermogen, inkomen, levenstandaard en materiële ontbering, arbeidsmarktsituatie, slachtofferschap van kindermishandeling of –misbruik, partnergeweld, vrijetijdsinvulling, verplaatsingsgedrag, leerresultaten en welbevinden onderwijs enzovoort. Dit is geen exhaustieve lijst.

Zorg voor capaciteit om die cijfers te analyseren en te linken aan beleidsinspanningen, in functie van bijsturing en optimalisatie van beleid. Dat vraag gesofisticeerde analyse en dus wetenschappelijke input. Maak de data daarom beschikbaar voor wetenschappelijke analyse.

Communiceer helder, volledig en tijdig.

Organiseer de dataverzameling naar modellen van representatieve bevragingen in ‘real time’ die in de buurlanden bestaan (cf. ‘Expertenadvies relancebeleid Vlaamse arbeidsmarkt’ voor meer detail). Dat vergt een substantiële initiële investering maar op termijn betaalt zo een instrument zichzelf ruim terug.

Waarom? Vlaanderen heeft geen representatieve, valide en vooral tijdige en continue data over de impact van Corona op de inkomens, levensomstandigheden en welzijn van de Vlamingen. Dit staat in schril contrast met de situatie in de ons omringende landen. In Nederland, Duitsland of Frankrijk heeft men dat wel. Beleid in Vlaanderen vaart daardoor te vaak blind. Dat is duidelijk geworden tijdens de coronacrisis. Er is veel geënquêteerd met goede bedoelingen maar geen van die enquêtes geven een representatief beeld: de meest kwetsbare mensen waren zelden voldoende vertegenwoordigd. We hebben dit dashboard nodig om te weten of een maatschappelijke relance zich voltrekt, wie er mee is en wie achterblijft. De normale bronnen van representatieve data zoals EU-SILC zijn verstoord door de coronacrisis en bovendien zit er een veel te grote tijdsvertraging op. Vlaanderen heeft momenteel niet de analysecapaciteit om data, als die beschikbaar zou komen, grondig te analyseren. Tal van instanties verwerken en publiceren data maar vaak op een descriptieve wijze. Om trends te begrijpen, te interpreteren en te linken met beleid is gesofisticeerde analysecapaciteit nodig. Ook in een recent rapport van de SERV (2020) wordt een beter datasysteem voor beleidsmonitoring, -onderbouwingen en –evaluatie in Vlaanderen aanbevolen.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Herstel’

74


5.4.2

Aanbevelingen om de samenleving te verbeteren via innovatieve antwoorden op bestaande knelpunten

Algemene principe: het momentum aangrijpen om positieve evoluties structureel te maken en te verduurzamen, met het oog op een kwaliteitsvolle samenleving

Een groeiplan voor welzijn en zorg Wat? Toekomst geven aan de zorg- en welzijnssector vertrekkend vanuit de positieve en negatieve kenmerken van het systeem die tijdens de crisis scherper werden gesteld. Hoe? 

Het uitwerken van een groeiplan ’2030’ voor de gezondheids- en welzijnszorg, met de volgende elementen -

Een groeipad en capaciteitsplanning uittekenen voor de zorgsector als facilitator van groei;

-

Betaalbare innovatie in de zorg stimuleren via proeftuinen: digitalisering, zorg op afstand, robots, genetische profilering, …;

-

Innovatie van de zorg: de zorgorganisatie vernieuwen i.f.v. een efficiënte en nabije zorg:

-

-

-

Geïntegreerde zorg, waarbij intersectorale samenwerking plaatsvindt met een duidelijk, regelluw kader, autonomie en minimale administratieve verplichtingen;

-

Bijzondere aandacht voor de samenwerking tussen de lijnen eventueel ook via proeftuinen (eerste lijn met ziekenhuizen, woonzorghuizen met ziekenhuizen, …);

-

Duidelijke generalistische aanspreekpunten voor huisapothekers, jeugdcoördinatoren, wijkwerkers, …);

-

Financiële prikkels invoeren die de zorgintegratie en samenwerking aanmoedigen. De persoonsvolgende financiering herdenken om de voordelen ervan te behouden en de nadelen weg te nemen;

-

Een globaal gezondheidsdossier creëren voor alle Vlamingen e een uitgerolde e-health voor Vlaanderen waarbij alle data geconnecteerd zijn;

-

De regio als niveau van afstemming.

alle

burgers

(huisartsen,

Opwaardering van de zorgberoepen (zie ook aparte aanbeveling bij heropstart) -

Verbeteren van de loon- en arbeidsvoorwaarden van zorgmedewerkers, lagere werkdruk, en zorgen dat zij kunnen voldoen aan de behoeften aan autonomie, betrokkenheid en competentie;

-

Evenwicht tussen werkbelasting en ‘energiebronnen’ voor personeel (autonomie, steun van collega's en van leiding,…).

Groter budgettair gewicht voor (fysieke en psychische) gezondheidspromotie en geestelijk welzijn.

De Vlaamse sociale bescherming uitbreiden en meer progressief maken in functie van inkomsten.

Een bevoegdheidsverdeling uitwerken in lijn met het voorstel van Zorgnet-Icuro (Juni 2020) om zoveel mogelijk bevoegdheden op het regionale niveau te brengen, met nog een beperkt – te bepalen – aantal bevoegdheden op het federale niveau. Start daartoe concreet met een

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Verbeteren’

75


onafhankelijk platform of werkgroep die de optimale methodiek kan uittekenen als aanlooptraject naar de herschikking van bevoegdheidsverdeling, en plaats deze opdracht centraal in het plan. Dit is nodig om via een zeer intensieve oefening de kennis, inzichten en versterking van het draagvlak te combineren. Waarom? De open brief van het gedeeld initatief gezondheidszorg stelt het als volgt. “Tijdens de crisis zagen we dat een nooit eerder geziene snelheid van beslissen en creatie van nieuwe wetgeving mogelijk is, maar dat een overdreven complexe besluitvorming ook overdreven vertragend kan werken. Het schenken van vertrouwen aan het werkveld in de zorg, op basis van globale doelstellingen, heeft haar vruchten afgeworpen en was net de cruciale factor om de pandemie het hoofd te bieden. Zulke benadering moet in de komende jaren haar weg kennen naar de reguliere preventie, welzijn en zorg en geconsolideerd worden.” Daarnaast brengt de crisis nieuwe uitdagingen met zich mee: de structurele waardering en ondersteuning van zorgprofessionals, die tegen hun mentale en fysieke grenzen aanlopen. Ruimer bekeken: de psychosociale ondersteuning van de bevolking en de meest kwetsbaren onder ons.” Gezondheid en welzijn zijn cruciale aspecten in het leven van elke Vlaming. De maatschappelijke trends en de innovaties in de zorg nopen het systeem tot permanente aanpassing en herziening. Door het op scherp stellen van de sterke en zwakke punten van het systeem tijdens de coronacrisis is het nu het momentum voor een toekomstvisie voor zorg en welzijn die wordt uitgewerkt in een groeiplan voor 2030. De aanbevelingen inzake zorg en welzijn die werden geformuleerd in het tijdvak ‘herstel’ dienen intussen geconsolideerd te worden.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Verbeteren’

76


Investeer in onderwijs(mensen) Wat? Het onderwijssysteem heeft momenteel op diverse vlakken onvoldoende buffers om de crisisbestendigheid te verzekeren. Investeer in schoolinfrastructuur, menselijk kapitaal in het onderwijs, en in datagebaseerde kwaliteitszorg. Hoe? Investeer in onderwijsinfrastructuur 

Investeer in duurzame onderwijsgebouwen in leerplicht-, volwassen- en hoger onderwijs, en bouw een minimale buffercapaciteit op voor noodsituaties, gebaseerd op een realistische langetermijn projectie van demografische evoluties, en automatisch gekoppeld aan de bijhorende begroting.

Investeer fors in IT infrastructuur van scholen in leerplicht-, volwassen- en hoger onderwijs, en in gegarandeerde digitale connectiviteit voor alle leerlingen (e-inclusie). Onderhandel met providers toegang tot publieke wifi netwerken voor alle schoolkinderen, en ontwikkel een plan voor de beschikbaarheid van laptops voor elke leerling én leraar.

Engageer de onderwijsverstrekkers in het leerplichtonderwijs voor de ontwikkeling van opensource, digitale leer- en evaluatiemiddelen ter ondersteuning van blended leren, voor alle leertypes en onderwijsvormen, die netoverschrijdend toegankelijk zijn. Werk hiervoor ook samen met professionele content- en distributiepartijen (bv. VRT, Universiteit van Vlaanderen,…).

Investeer in onderzoeks- en werkingsmiddelen voor hoger onderwijs als voedingsbodem voor een duurzame Vlaamse kenniseconomie.

Investeer in menselijk kapitaal 

Ontwikkel een loopbaanpact voor leraren, gericht op de remediëring van het lerarentekort. Focus niet uitsluitend op de instroom in de lerarenopleidingen maar engageer de onderwijsverstrekkers voor een betere retentie van personeel én schooldirecteurs. Zorg voor gepaste ondersteuning van startertende leerkrachten (bv. mentoren, of betere retentie na pilootproject Teach for Belgium, co-teaching).

Creëer financiële incentives voor de rekrutering van leraren in knelpuntdomeinen met een grote schaarste op de arbeidsmarkt.

Voorzie in de lerarenopleiding en in de verdere loopbaan van leraren opleiding en training in visie en tools m.b.t. brede basiszorg, bv. klassenmanagement, conflicthantering. Voorzie ook coaching on the job voor startende leerkrachten. Creëer realistische verwachtngen over de job in de lerarenopleidingen.

Vergroot de aantrekkelijkheid van het lerarenberoep en creëer een regelluwe jobcontext die lerarenautonomie maximaliseert en leerwinst vooropstelt. Vergroot taakgerichtheid op lesgeven en minimaliseer perifere planlast.

Investeer in de ontwikkeling van digitale vaardigheden van leerlingen en leraren en versterk deze focus in de lerarenopleidingen. Voorzie meer ICT coördinatoren.

Versterk de systeemverantwoordelijkheid op klas- en schoolniveau. Investeer meer in professionalisering van leraren en schoolbesturen. Vergroot het beleidsvoerende vermogen van scholen door een meer open en professioneler rekruteringsbeleid, en voorzie financiële incentives voor directies.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Verbeteren’

77


Maak werk van een eigentijds, professioneler, prestatiegericht en flexibeler HR-beleid voor leraren

Versterk leerlingen- en studentenparticipatie. Erken studentenvertegenwoordigers in leerplicht, volwassenen- en hoger onderwijs in hun opdracht om mee beslissingen te nemen en geef hen meer eigenaarschap.

Ontwikkel datagebaseerde onderwijskwaliteitszorg 

Zet een systeem voor systematische, continue monitoring van leerprestaties op, als middel voor resultaatsgebonden onderwijskwaliteitszorg. Deze ambitie kan worden geconcretiseerd door: -

De ontwikkeling van gestandaardiseerde toetsen die onafhankelijk ontwikkeld, afgenomen en geanalyseerd worden (bijvoorbeeld door een academisch steunpunt) op meerdere momenten in de schoolloopbaan, met als doel leerwinst in kaart te brengen en deze te maximaliseren voor alle leerlingen;

-

De integratie van deze systematische opvolgingen van cognitieve ontwikkeling in leerlingenvolgsystemen die ook indicatoren van welzijn en bijzondere (leer)noden bevatten;

-

De integratie van deze monitor in de activiteiten van de onderwijsinspectie, die verschuift van procesgerichte naar resultaatsgerichte evaluatie;

-

Investeer in analysecapaciteit van monitoringdata en de vertaling van leereffectief beleid van goed presterende scholen naar de klaspraktijk via onderwijsprofessionalisering, pedagogische begeleidingsdiensten en de lerarenopleiding;

-

Investeer in een monitor van het lerarentekort, op vacatureniveau, met kwalificatieindicatoren, maar ook op klas- en lesniveau. Volg systematisch op hoeveel gepland onderwijs niet wordt verstrekt.

Creëer warme en brede scholen 

Stimuleer scholen als steunende en boeiende leeromgeving met sterke relaties als noodzakelijke voorwaarde voor leereffectiviteit.

Integreer welzijnsindicatoren in het monitoringsysteem. Stimuleer aandacht voor brede leerinhouden, zelfontplooiing en mentale veerkracht.

Stimuleer scholen om zich actief te integreren in de lokale gemeenschap, via samenwerking met lokale besturen; buurtwerk, jeugdwerk,…

Verstevig effectieve praktijken vanuit het onderwijsflankerend veld zoals het werken met brugfiguren die de link leggen tussen school- en thuiscontext van kwetsbare kinderen.

Verstevig de ondersteuningsnetwerken in het basisonderwijs door hen bijkomend uit te rusten met visie en tools rond o.m. omgaan met actuele uitdagingen zoals het omgaan met gedragsproblematiek op school, het voorkomen van uitsluiting door o.m. herstelgericht werken.

Voorzie recurrent 'transitietrajecten' voor dreigende schooluitvallers door o.m. gerichte 'uitstroomtrajecten' die leiden naar een kwalificatie of warme overdracht met het oog op tewerkstelling.

Zet de opmars van het concept ‘Warme school’ verder

Waarom? Het Vlaamse onderwijs heeft een traditie van minimale centrale kwaliteitszorg, met een beperkte inspectiecapaciteit, die zich toespitst op proces-, eerder dan resultaatsevaluaties. Dit resulteerde het

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Verbeteren’

78


voorbije decennia in een sterke, en vooralsnog aanhoudende, daling van leerprestaties, zoals vastgesteld in internationale metingen van basisvaardigheden, over verschillende inhoudsdomeinen en leeftijden heen (bv. PISA, PIRLS, TIMSS). Deze wijzen tevens uit dat de kwaliteitsverschillen tussen scholen, én de prestatieverschillen tussen leerlingen, groot zijn, en dat de minimale leerdoelen in te veel scholen niet bereikt worden. Dit wordt bevestigd door de Vlaamse peilingstoetsen. Vandaag ontbreekt echter een methodiek en monitoringsysteem om knelpunten en risicoscholen te lokaliseren, ondersteunen en remediëren. Een dergelijk systeem op basis van gestandaardiseerde toetsen bestaat in bijna alle Westerse onderwijssystemen, heeft een positief effect op leerprestaties (Baert, Lippens, Moens, Weytjens, et al., 2020; Bishop, 1997; Bishop & Mane, 2001; Fuchs & Wößmann, 2008; Horn, 2009; Jürges et al., 2005; Rindermann & Ceci, 2009), arbeidsmarktkansen (Piopiunik et al., 2013) en het verkleint de ongewenste impact van afkomst op schoolprestaties (Bol et al., 2014). Ondanks recente initiatieven is er een beperkte buffercapaciteit in het Vlaamse schoolpatrimonium, dat weinig duurzaam is. In de steden wordt op verschillende plaatsen de vrije schoolkeuze bedreigd. Meer dan 80% van ons schoolgebouwenpark dateert van voor 1990 en 57% zelfs van voor 1970. De infrastructuur is niet voorzien op ICT voorzieningen (48% slecht of middelmatig), niet energiezuinig (80%), moeilijk toegankelijk voor andersvaliden (69%) en zeer weinig flexibel her in te richten voor hygiënische maatregelen of naschools gebruik (63%) (Leemans, 2014). De jaarlijkse werkingsmiddelen voor professionalisering en bijscholing van leraren zijn ondermaats (basisonderwijs: 64,88 EUR; secundair= 97,5; deeltijds kunstonderwijs: 62,54 EUR) om leraren adequaat en leereffectief (digitaal) bij te scholen (Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming & Agentschap voor Onderwijsdiensten, 2018). De werkingsmiddelen voor ICT infrastructuur en -ondersteuning in scholen zijn onvoldoende (0,67 EUR en 0;84 EUR per leerling en jaar in respectievelijk secundaire en basisscholen (Parlementaire vraag nr 2582, Commissie Onderwijs, 2020) en volstaan niet voor een transformatie naar blended learning. Een dergelijke transformatie, en maximale ontwikkeling in een digitale wereld, vereist ook de garantie op internettoegang en een computer of laptop voor élk kind, om gelijke onderwijskansen te garanderen. Vandaag is de toegankelijkheid van internet (98%) en de beschikbaarheid van smart devices (99%) en computers (96%) in Vlaanderen reeds hoog (Vandendriessche & De Marez, 2019). Bij scholieren die Nederlands als thuistaal hebben, gebruikt 10% zelden of nooit een laptop, desktop of tablet thuis (de toestellen die het meest geschikt zijn voor afstandsleren). Bij wie een andere thuistaal heeft, is dat 23% (Apestaartjaren, 2020). In de eerste graad secundair onderwijs gebruikt 31% van de kinderen geen computer thuis, in de tweede en derde graad respectievelijk 19% en 8%. Tenminste een kleine (18000 leerlingen, of 1,5% van de schoolpopulatie) maar betekenisvolle minderheid van kinderen blijkt niet over basisapparatuur zoals een laptop te beschikken om succesvol (afstands)onderwijs te kunnen volgen. Een actie via de VZW digital for youth bracht gedeeltelijk soelaas, maar op langere termijn lijkt een plan voor systematische voorziening IT-infrastructuur (bv. via groepsaankoop chromebooks), zowel voor leerlingen als leraren een zeer kostenefficiënte maatregel (100 EUR/laptop momenteel) om het onderwijs te wapenen voor een nieuwe digitale eeuw. Het Vlaams onderwijs kampt met een ernstig lerarentekort. Het gaat naar schatting om een tekort van meer dan 2000 leraren, dat toeneemt (Verslag van de hoorzitting namens de Commissie voor

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Verbeteren’

79


Onderwijs over kwaliteitsvol onderwijs met voldoende en sterke leerkrachten, 2020), en volgens de VDAB steeg het aantal vacatures in het basisonderwijs de laatste vijf jaar met de helft, en verdubbelde het aantal ontvangen vacatures voor het secundair. Er zijn geen systematische cijfers beschikbaar over hoeveel lessen en vakken hierdoor niet gedoceerd worden. Er blijken ook mismatch te bestaan tussen de verwachtingen over het beroep en de realiteit. Het aantal afstuderende leerkrachten is niet slecht, maar 44% van de leraren in het secundair stopt binnen 5 jaar, 25% van de leraren in het basisonderwijs, en 26% in het kleuteronderwijs (Parlementaire vraag nr 345, 2018). Ook de maatschappelijke waardering daalt. In 2013 voelden nog 46% van de leerkrachten zich gewaardeerd, vijf jaar later was dat 26% (secundair) en 31% (basisonderwijs) (Ainley & Carstens, 2018). In de PISA top-landen is het aandeel zich gewaardeerd voelende leraren bijna dubbel zo groot. Ook het aantal langdurig zieke directeurs stijgt. De zorglast is ook groot: 51% van de Vlaamse leraren hebben meer dan 10% kinderen met bijzondere zorgnoden in de klas. Dat is veel hoger dan de andere OESO landen (31%). Waardering en de vele zorgnoden werden in een bevraging van meer dan 1000 leerkrachten, samen met planlast en hervormingszucht van de overheid, al in 2013 aangehaald als de grootste onderwijsproblemen (Knack, 2013). Studentenparticipatie: naast het structurele beleidswerk van studentenraden, leerlingenraden en hun koepels verstuurden studenten tijdens de Corona-periode ook een sterk signaal over de nodige aandacht die instellingen hoger onderwijs moeten besteden aan het welzijn van studenten. ‘Geef ons een stem’ een petitie van studenten, werd meer dan 25.000 keer ondertekend. Brede kijk op leren en ontwikkelen: diverse stakeholders (jeugdwerk, geestelijke gezondheidszorg, Centra voor Lerarenbegeleiding, welzijnsorganisaties, ...) rapporteren problematische socioemotionele gevolgen van schoolsluitingen. We stellen vast dat door wegvallen van schoollopen, het moeten voldoen aan (bv. gedragsmatige) voorwaarden op school die door problematiek bij jongeren niet vervuld worden, het mogen afwijken van het schoolse aanbod, … er bij bepaalde (i.c. geplaatste) jongeren opnieuw belangstelling ontstaat voor leren. De vaststelling dat ook reeds in basisonderwijs (ook kleuteronderwijs) problematieken zich voordoen die leiden tot uitsluiting (cf. de vragen vanuit BO om te ondersteunen); we zien in de praktijk leerkrachten die, (in hun dikwijls nog al te veel soloopdracht voor de klas) geconfronteerd met de vele problemen die zich in de klas voordoen, moedeloos geworden zijn, ondanks alle ambitie en inzet die ze hebben. Hen vertrouwen geven en hen ondersteunen bv. vanuit ondersteuningsnetwerken met inbreng van expertise jeugdhulp, kan werken op hun competentie en dus ook hun motivatie. Investeringen in onderzoek creëren zeer grote positieve externaliteit ratio’s. Elke Euro geïnvesteerd in onderzoekers creëert 11.06 EUR return. Investeringen in leraren lonen ook zeer sterk (2.01) (Lockwood et al., 2017).

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Verbeteren’

80


Naar een lerende samenleving Wat? Een lerende samenleving zet in op het ontwikkelen van een leercultuur. Via diverse (formele, niet formele en informele) leercontexten worden mensen in staat gesteld om als actor deel te nemen aan een veranderende samenleving. Ontwikkel een doelgericht beleid voor de maximale ontwikkeling van competenties doorheen de loopbaan, waarbij vraag en aanbod beter op elkaar afgestemd zijn, en waarin alle aanbieders van onderwijs, opleiding en vorming maximaal participeren. Hoe? Leren moet gezien worden als een traject doorheen de hele levensloop, van zeer jong (laat geen kind achter), over de actieve leeftijd, tot zeer oud. Maximale en continue ontwikkeling moet ten dienste staan van de creatie van maatschappelijke welvaart in een snel veranderende wereld en van de persoonlijke ontwikkeling en het welzijn van mensen in deze context. Investeer in levenslang leren gericht op de arbeidsmarkt enerzijds, maar anderzijds ook in het levensbreed leren in o.a. het sociaal-cultureel volwassenenwerk, het deeltijds kunstonderwijs, enzvoort. Deze ambitie kan als volgt worden geconcretiseerd: 

Formuleer een duidelijke visie op levenslang en levensbreed leren. Vertrek vanuit een vraag- en aanbodanalyse, in dialoog met onderwijs- en opleidingsverstrekkers, de bedrijfswereld en het bredere maatschappelijke veld. Expliciteer doelen en speerpunten, die afgestemd zijn op de vraag en de maatschappelijke noden. Coördineer het aanbod vanuit de visie, en remedieer versnippering van het aanbod.

Investeer in de ontbrekende data, monitoring en analysecapaciteit met betrekking tot cursisten, competenties en opleidingen (cf. Maatschappelijk Dashboard)). Breng ook de niet-formele educatie en het informeel leren in kaart. Ontsluit die data voor activering en beleid. Maak het opleidingsaanbod transparant (VDAB, sectoraal, privaat, volwassenenonderwijs (CVO’s), Syntra, universiteiten en hogescholen, sociaal-cultureel werk) en vernieuw het tijdig via een matchmaking-platform voor opleidingen (zie ‘Expertenadvies relancebeleid Vlaamse arbeidsmarkt’ sectie 5.4).

Activeer werknemers in levenslang leren door de creatie van een individuele leerrekening (‘leerportefeuille’), die de opleidingsmogelijkheden op 1 plaats bundelt, zoals ook voorgesteld in de OESO Skills strategie voor Vlaanderen (Kitchen et al., 2019) en opgenomen in het Vlaamse Regeerakkoord 2019-2024 (Vlaamse regering, Vlaamse overheid, 2019).

Werk een systeem van competentiechecks uit om mensen beter inzicht te geven in hun competenties, potentiële competentieveroudering en toekomstige competentienoden, met bijzondere aandacht voor kwetsbare groepen, en dit via regionale sectoroverschrijdende partnerschappen. Een actieve benadering van mensen is nodig om een Mattheüs-effect te vermijden. Focus in eerste instantie op sectoren met de grootste corona-impact en getroffen zelfstandigen (zie ‘Expertenadvies relancebeleid Vlaamse arbeidsmarkt’ sectie 4.2).

De coronacrisis maakt het belang van aanpasbaarheid van en binnen ondernemingen overduidelijk. Net zoals competenties voor mensen een grondstof vormen die hun kansen op het vinden en behouden van werk bepalen, vormen competenties voor werkgevers de basis om een performante organisatie uit te bouwen – zeker in een kenniseconomie zoals in Vlaanderen (De Vos, De Hauw, & Willemse, 2015). Benader ook ondernemingen selectief en actief voor een competentiecheck die leidt tot een inzetbaarheidsplan – o.a. via KMO-portefeuille; ondersteun

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Verbeteren’

81


prioritair kwetsbare werkgevers. Het doel van deze competentiecheck is om de kwetsbare werkgever verder te doen kijken dan wat vandaag nodig is om de organisatie draaiende te houden, om toekomstgericht denken te stimuleren en inzichtelijk te maken hoe personeel inzetbaar gehouden kan worden via opleiding of andere ontwikkelinitiatieven zoals interne mobiliteit. (zie ‘Expertenadvies relancebeleid Vlaamse arbeidsmarkt’ sectie 4.3). 

Vorm erkende loopbaancentra om tot talentcentra die advies op maat geven inzake loopbaanen leerpaden en persoonlijke ontwikkeling.

Ontwikkel transversale opleidingen via een intersectoraal opleidingsfonds.

De coronacrisis maakt duidelijk dat het klassieke, lineaire en begrensde loopbaandenken dat onze arbeidsmarkt kenmerkt, doorbroken moet worden. Transities tussen functies, bedrijven, statuten, beroepen en sectoren dienen sterker te worden aangemoedigd en ondersteund om te komen tot een transitionele arbeidsmarkt vertrekkende vanuit competentiedenken. Werk ecosystemen voor loopbaantransities uit tussen bedrijven over sectoren heen. De VDAB kan hiertoe op regionaal vlak, over sectoren heen, mogelijke complementariteiten in vraag en aanbod tussen ondernemingen in kaart brengen (zie ‘Expertenadvies relancebeleid Vlaamse arbeidsmarkt’ sectie 4.3).

Bied financiële incentives om het aanbod levenslang leren van de instellingen hoger onderwijs uit te breiden in de vorm van een flexibel en modulair aanbod van (vervolg)opleidingen op maat van (werk)studenten, digitaal ondersteund, die in nauwe samenwerking met de arbeidsmarkt worden ontwikkeld. Maak dit aanbod beter bekend bij de doelgroep.

Maak werk van de erkenning van competenties die via e-leren worden verworven.

Koppel de werking van VDAB en sociale voorzieningen aan opleiding, ook voor hooggeschoolden.

Versterk de systemen duaal leren én duaal lesgeven. Heb hierbij ook oog voor de meest kwetsbare profielen die nu uit de boot vallen, en activeer laagopgeleiden voor levenslang leren. Creëer een systeem van duaal leren voor volwassen werknemers en reflecteer over de solidarisering van de opleidingskost en loonverlies in sectoren waar transitie noodzakelijk is.

Remedieer stijgend aantal schoolverlaters ASO en ongekwalificeerde uitstroom uit andere onderwijsvormen. Besteed bijzondere aandacht aan NEET jongeren (not in education, employment or training). De stijging van het aandeel NEETS tot een minimum beperken is een collectieve maatschappelijke opdracht. Daarom is het een prioriteit om aan de groep van jongeren een goede start op de arbeidsmarkt te bieden en de jongerengarantie uit te breiden: Elke jongere die nieuw op de arbeidsmarkt komt en geen werk heeft of werkloos wordt, krijgt binnen de 3 maanden jobcoaching, toegang tot opleiding en/of werkervaring, of een tweede kans tot (voltijds) onderwijs. Dit is in lijn met de ambitie in landen als Finland, Denemarken, Zweden en Oostenrijk (zie ‘Expertenadvies relancebeleid Vlaamse arbeidsmarkt’ sectie 4.2). Zorg ervoor dat via de jongerengarantie continuïteit van de dienstverlening in arbeidsbemiddeling is verzekerd. Organiseer daarnaast arbeidsbemiddeling op maat van jongeren door outreachend te werken, in geïntegreerde diensten en binnen organisaties waar jongeren al zijn. Breid hiertoe het bestaande aanbod uit en betrek jeugdwerkorganisaties die lokaal verankerd zijn. Voorzie externe coaching op de werkvloer als incentive voor wie jongeren aanwerft met geen of weinig ervaring/scholing (cf. externe coaching duaal leren).

Ontwikkel homogene bevoegdheden om gebrekkige arbeidsmarktbeleid op Vlaams onderwijsbeleid te remediëren.

Levenslang leren begint in de kleuterschool of nog eerder. Verlaag de leerplichtleeftijd en versterk cognitieve ontwikkeling in het kleuteronderwijs, onder meer via de kleuteropleidingen, met bijzondere aandacht voor taalontwikkeling. Zet in op de ontwikkeling van leercompetenties doorheen het volledige leerplichtonderwijs.

afstemming

van

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Verbeteren’

federaal

82


Erken en waardeer het belang van het levensbreed leren, de niet-formele educatie en informeel leren en de participatie van volwassenen daaraan door te investeren in het sociaal-cultureel volwassenenwerk.

Waarom? Uit cognitief en macro-economisch onderzoek blijkt dat elk niet gerealiseerd IQ punt bij de gemiddelde volwassene op langere termijn leidt tot structureel 229$ lager BNP, per jaar en persoon (Rindermann & Thompson, 2011). Bij de topleerlingen is het effect bijna dubbel zo groot (468$). Zeker in een kenniseconomie in een geglobaliseerde, competitieve wereld is innovatie van primordiaal belang. De cognitieve achteruitgang in het leerplichtonderwijs bedreigt dan ook de sociale welvaartsstaat, en dient aangepakt te worden, onder meer ook door een beleid levenslang leren. Vlaanderen spendeert relatief veel in onderwijs, maar in verhouding tot het leerplichtonderwijs relatief minder dan andere landen in het hoger onderwijs (OESO, 2019), terwijl de economische impact daar groot is. In de OESO stegen de uitgaven per student hoger onderwijs tussen 2008 en 2015 met 17%. In Vlaanderen daalde dit met 7%. In slechts 1 Europees land was de desinvestering groter (IJsland). De suboptimale participatie van Vlaamse werknemers in levenslang leren en opleiding. 51% van alle volwassenen participeren niet in het aanbod terwijl dit in goed presterende OESO-landen zoals Finland, Denemarken, Nederland en Canada slechts 32 tot 42% is. 40% van de Vlaamse volwassenen nam het laatste jaar deel aan relevante opleidingen, wat overeenstemt met het Oeso-gemiddelde. Dat is niet slecht, maar in Denemarken is dat 58 procent. De leermotivatie is laag: 82 procent van alle volwassen Vlamingen wil(de) helemaal geen opleiding, wat hoger is dan elders. Laaggeschoolden zijn het minst overtuigd van het nut van bijkomende opleidingen - Terwijl 65 procent van de hoogopgeleiden een opleiding kreeg, is dat maar voor 20 procent van de laaggeschoolden het geval. Amper vier landen scoren slechter. Bij migranten is dat 25 procent, ook al zijn ze drie keer vaker laaggeletterd.)(Kitchen et al., 2019). Een groot aandeel (7.2%) jongeren (15-24 jaar) participeert niet in onderwijs, opleiding of arbeidsmarkt (NEET). Het te versnipperde aanbod aan opleidingen, hiaten in het initieel onderwijs, het gebrek aan overzicht van manieren waarop competenties kunnen worden ontwikkeld en welke aanbieders er bestaan, heeft de voorbije decennia het gebrek aan een leercultuur bij een deel van de bevolking wellicht mee gevoed - in scherp contrast met de snelheid waarmee jobs en organisaties veranderen en het belang van vaardigheden voor de toekomst dat algemeen wordt beklemtoond (OECD, 2019). De gebrekkige participatie van de Vlaamse instellingen hoger onderwijs in levenslang leren en opleiding (in geen enkel OESO-land, behalve in Japan, worden minder diploma’s hoger onderwijs door volwassenen gehaald worden dan in Vlaanderen. Hier is dat 6% van de diploma’s, terwijl het gemiddelde 20% is. In Denemarken halen tien keer meer volwassenen een diploma hoger onderwijs dan hier. Onze universiteiten realiseren amper 8% van het levenslang leren in formele context, onze hogescholen 13%) De Belgische economie heeft een hoge productiviteit maar de productiviteitsgroei in ons land is veel lager dan in vergelijkbare landen (weliswaar met grote variatie tussen de regio’s), en minder dan de helft van het Europese gemiddelde (OECD, 2019b). De OESO adviseert in deze context om in te zetten op levenslang leren, een betere jobmobiliteit, en efficiëntere herscholing.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Verbeteren’

83


Instellingen hoger onderwijs zijn weinig competitieve werkgevers. Een externe studie besteld door de Vlaamse Interuniversitaire Raad toonde reeds in 2009 een loonhandicap tot 30%, in vergelijking met gelijkaardige profielen in de private sector. Dit gaat gepaard met ernstige welzijnsproblemen in de sector (Pain, 2017). Dit impliceert een brain drain risico in competitieve sectoren en bedreigt ons innovatiepotentieel op lange termijn. Nieuw rapport van de IAO maakt duidelijk dat jongeren met een achterstand beginnen aan hun loopbaan, door ofwel misgelopen stages, opleidingen, arbeidscontracten, interim contracten enzovoort. Een deel zal de draad vanzelf terug kunnen oppikken maar voor een deel zullen er extra inspanningen gedaan moeten worden (ILO, 2020). De kloof in kennis en vaardigheden tussen kansrijke en -arme leerlingen ontstaat vroeg in het leven en is nadien moeilijk te remediëren. Dergelijke verschillen in lees- en rekenvaardigheden groeien meer in de eerste vijf levensjaren, dan in de negen daaropvolgende schooljaren (von Hippel & Hamrock, 2019). Toch is meer dan de helft van de meest kwetsbare Antwerpse kleuters onvoldoende aanwezig in het kleuteronderwijs, en dit fenomeen manifesteert zich overal in stedelijke context. Onderzoek van Nobelprijswinner Heckman toont aan dat leerachterstand vroeg aangepakt moet worden, lang voor de huidige leerplichtleeftijd. Vroeger investeren levert een rendement op van 7 à 10%. Levenslang leren is een hefboom voor kansen en inclusie op de arbeidsmarkt en in de samenleving. Bovendien draagt het bij tot mentaal welbevinden: ‘probeer iets nieuws’ is niet voor niets een van acties van ‘Fit in je hoofd, Goed in je Vel’, een campagne om geestelijke gezondheid van de algemene volwassen bevolking te verbeteren.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Verbeteren’

84


Een doortastend beleid op vlak van werk en inkomen voor structurele sociale vooruitgang Wat? Voer binnen de Vlaamse bevoegdheden een sociaal beleid gericht op meer kwalitatieve banen, werk doen lonen, werk ondersteunen, en beter zorgen voor mensen die niet kunnen werken. Hoe? Er zit zeer veel werk op federaal niveau inzake de hervorming van de arbeidsmarkt, werkstimulerende hervormingen in de sociale zekerheid en fiscaliteit, en hervormingen in de bijstand. De elders geformuleerde adviezen over het Groeipakket, betaalbare huisvesting, betaalbare kinderopvang, onderwijs en levenslang leren maken integraal deel uit van een doortastend sociaal beleid binnen de Vlaamse bevoegdheden. Bijkomende prioriteiten zijn: 

Herbekijk de Vlaamse jobbonus in functie van het doel dat men prioritair beoogt. -

Indien het doel is de werkende Vlaming te belonen dan kunnen middelen gerichter ingezet voor prioritaire groepen die een significante extra waardering verdienen, bv. mensen in de zorg, dan wel ze vrij breed uit te smeren;

-

Indien het doel is werkprikkels te verhogen: dan kunnen de middelen allicht efficiënter worden ingezet om andere dan financiële barrières naar werk te verminderen en werk te ondersteunen, bv. kinderopvang, sociale voordelen minder categoriaal maken (zie hieronder);

-

Indien het doel is werkende armoede te voorkomen: kanaliseer dan de middelen naar de sociale toeslagen in het Groeipakket; verhoog deze structureel en zorg voor zwakkere uitfasering om promotievallen te vermijden (zie hieronder). Zorg voor meer betaalbare huisvesting, op korte termijn via huurpremies.

Tracht mensen slimmer te prikkelen om aan het werk te gaan via ‘nudging’, eerder dan via de gebruikelijke fiscale en parafiscale prikkels, die mensen vaak niet voldoende kennen of begrijpen. Het Team Gedragsinzichten van de Vlaamse overheid zou hiervoor versterkt kunnen worden.

Ken sociale voordelen niet op basis van statuut maar meer naar inkomen toe en zorg voor administratieve vereenvoudiging in de toekenning.

Het Groeipakket zou meer kunnen doen om werkende en andere Vlamingen met kinderen die financieel niet rondkomen, te ondersteunen (Wim Van Lancker et al., 2016; Vanheukelom, 2019; Vinck et al., 2015). Men zou de sociale toeslagen binnen het Groeipakket structureel kunnen verhogen. Met zou de uitfasering ervan kunnen afvlakken. Men zou eens toegekende toeslagen niet kunnen terugvorderen.

Bouw doelgroepkortingen voor werkgevers af als kosteneffectieve inzet van overheidsmiddelen in functie van jobcreatie prioritair is, behalve mogelijk voor heel specifieke doelgroepen, zoals mensen met een arbeidshandicap.

Bouw ook het subsidieniveau van de dienstencheques geleidelijk af, en verhoog het bijdrageniveau door de gebruikers, als optimale inzet van overheidsmiddelen in functie van sociale objectieven een bekommernis is. Verhoog de instroom vanuit werkloosheid en leefloon om zo het sociaal rendement van het stelsel te verhogen. Zet aanzienlijk sterker in op opleiding en competentieversterking met oog op uitstroom. Versterk voor sterkere profielen (her)doorstroom naar de reguliere arbeidsmarkt.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Verbeteren’

85


Houd de sector van de sociale economie minstens stabiel en bouw eventueel verder uit in functie van dynamische behoefteanalyses. Zet nog sterker in op innovatieve publiek-private samenwerking en financiering.

Voor uitgebreide toelichting zie ‘Expertenadvies Relancebeleid Vlaamse Arbeidsmarkt’ sectie 3.2, 5.2 en 5.3.

Pas de 'werkbaarheidscheque' ruimer toe, een bestaande maatregel waarbij een werkgever een meting of scan kan aankopen om de werkbaarheidsgraad in de organisatie in kaart te brengen en/of begeleiding kan inkopen bij het uitvoeren van deze scan/meting.

Waarom? Als Vlaanderen structurele sociale vooruitgang wil - méér mensen aan het werk, minder mensen in armoede, meer mensen sociaal mobiel - dan zal meer doortastend beleid nodig zijn. Centraal daarbij staat: meer goede jobs, werk doen lonen, werk ondersteunen en faciliteren en beter zorgen voor mensen die niet kunnen werken. Een aantal beleidsinstrumenten vergen bijzondere aandacht de komende tijd: De bedoeling van de geplande Vlaamse Jobbonus, die op kruissnelheid 350 miljoen naar schatting per jaar zal kosten, is werk nog lonender te maken. De Jobbonus zou zonder twijfel een boost geven aan de netto-inkomens van mensen met relatief lage lonen. De Jobbonus zou echter bovenop de federale werkbonussen komen, waarvan de afbouw zich ook situeert rond dezelfde inkomensgrenzen als beoogd voor Vlaamse Jobbonus. Daardoor dreigt een ernstige promotieval: mensen gaan er bij promotie nauwelijks financieel op vooruit omdat al de subsidies wegvallen, terwijl werkgevers aanzienlijk meer brutoloon betalen. In bepaalde loonsegmenten zouden effectieve marginale aanslagvoeten van 84% gelden12. Veel onderzoek dat verder laat zien dat financiële prikkels bepaalde groepen die ver van de arbeidsmarkt staan maar in beperkte mate aanzetten om te gaan werken, terwijl andere barrières zwaarder wegen (bv. gebrek kinderopvang of mobiliteitsproblemen, cf. Werk en de combinatie met gezin faciliteren). Veel Vlaamse inactieven hebben overigens zelfs geen uitkering - ze zouden nu al financieel veel beter af zijn als ze aan de slag gingen (cf. ‘Expertenadvies Relancebeleid Vlaamse Arbeidsmarkt’ sectie 5.2) De Jobbonus zou overwegend gezinnen in het midden van de gezinsinkomensverdeling ten goede komen en niet werkende gezinnen (inclusief veel kinderen) die financieel het moeilijkst rondkomen. De meeste mensen met een laag loon (=doelgroep Jobbonus) wonen samen met andere mensen met een inkomen, waardoor ze vaak een vrij hoge levensstandaard genieten. Vanuit de optiek van het bestrijden van “werkende armoede” (en kinderarmoede) zou de Vlaamse Jobbonus een vrij inefficiënt instrument zijn 13. De sociale toeslagen in het Groeipakket of de Vlaamse huurpremie lenen zich beter tot een gecibleerde aanpak om de zowat 100.000 werkende Vlamingen in armoede en hun gezinnen te ondersteunen (cf ‘Expertenadvies Relancebeleid Vlaamse Arbeidsmarkt’ sectie 5.2). Slimmer prikkelen: Men zet vanuit beleid sterk in op financiële prikkels (bv. de jobbonus), maar studies laten zien dat deze prikkels vaak niet werken omdat mensen ze vaak niet kennen of snappen (‘Expertenadvies Relancebeleid Vlaamse Arbeidsmarkt’ sectie 5.2). ‘Nudging’ – wetenschappelijk en vaak proefondervindelijk uitgedachte strategieën om mensen ertoe aan te zetten om te doen wat ze eigenlijk rationeel vanzelf zouden moeten doen (OECD, 2017, 2019a)– lijkt een veelbelovend alternatief, gebaseerd op de gedragseconomie. In een aantal landen bestaan er speciale “nudging units” bij de overheid. Mensen met een uitkering hebben vaak ook nog andere sociale voordelen, zoals sociale tarieven voor nutsvoorzieningen, kortingen op openbaar vervoer of voor culturele activiteiten. Veel van deze

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Verbeteren’

86


voordelen zijn categoriaal: mensen verliezen ze zodra ze niet langer werkloos of leefloontrekker zijn, wat de overstap naar werk hindert. Zelfs indien de pure financiële waarden van zulke sociale voordelen beperkt is dan nog kan de psychologische ‘kost’ van ze te verliezen doorwegen. Deel van die kost van het verlies ligt in het feit dat mensen vaak veel moeite hebben moeten doen om bepaalde voordelen te bekomen. Opdat zulke sociale voordelen geen drempel zouden zijn naar werk zouden ze veeleer moeten afhangen van inkomen dan van statuut. Daarbij zou het ook goed zijn de regels en aanvraagprocedures te harmoniseren en eenvoudiger te maken. Het Groeipakket bijvoorbeeld voorziet al inkomensgetoetste sociale toeslagen. Ruim 2/3e van de zowat 3 miljard uitgaven voor actief arbeidsmarktbeleid in Vlaanderen gaan naar subsidies voor werkgevers. Evaluatieonderzoek geeft consistent aan dat werkgeverssubsidies of lastenverlagingen zoals de doelgroepkortingen globaal geen bijzonder kosteneffectieve inzet van overheidsmiddelen zijn als netto-jobcreatie het objectief is (voor een uitgebreid overzicht zie ‘Expertenadvies Relancebeleid Vlaamse Arbeidsmarkt’ sectie 5.3). De afroomeffecten zijn hoog: de meeste mensen die met een lastenverlaging worden tewerkgesteld zouden anders ook aan de slag zijn. Voor heel specifieke doelgroepen, zoals mensen met een arbeidshandicap, kunnen dergelijke subsidies wel een rol spelen in de beleidsmix, vooral als er ook ander ondersteunend beleid is, zoals begeleiding en opleiding. De dienstencheques, die in 2018 1,3 miljard kostten, vormen een vrij uniek systeem in de wereld. Het dienstenchequesysteem is met voorsprong het meest genereus gesubsidieerde stelsel van private huishoudelijke dienstverlening in Europa. Het stelsel heeft veel tevreden klanten en werknemers. Het dient belangrijke maatschappelijke noden. Werkende gezinnen realiseren er een betere work-life balance door en voor zelfstandig wonende ouderen is het een belangrijke ondersteuning. Evaluaties van het systeem op vlak van netto jobcreatie zijn echter gemengd (‘Expertenadvies Relancebeleid Vlaamse Arbeidsmarkt’ sectie 5.3). Vooral de instroom van groepen met weinig kansen in de reguliere arbeidsmarkt, zoals langdurig werklozen en leefloontrekkers, blijft te laag in verhouding tot het subsidieniveau. De doorstroom naar het reguliere circuit blijft laag, mede door de beperkte inzet op opleiding. Sociale economie laat in samenwerking met lokale besturen toe om de kwetsbare profielen op de arbeidsmarkt zinvol te activeren. Er bestaan inspirerende initiatieven die bouwen op samenwerkingen van ondernemende non-profits, sociale ondernemingen en for-profitbedrijven (Cantillon et al., 2019). De sociale impact vloeit voort uit samenwerking en wederzijdse versterking. Deze initiatieven bouwen op een mix van financieringsvormen (niet enkel loon dan wel directe begeleidingssubsidies). Het verdient de aanbeveling deze verder te onderzoeken en te evalueren.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Verbeteren’

87


Ondersteunen van de transformatie binnen de sectoren cultuur, recreatie en toerisme Wat? Erken en waardeer de maatschappelijke rol van de vrijetijdssectoren. Ontwikkel stimulansen die hen in staat stellen om zelf te transformeren in het licht van belangrijke maatschappelijke ontwikkelingen (demografisch, sociaal, ecologisch, technologisch, cultureel). Hoe? 

Erken en (her)waardeer de maatschappelijke waarde van het verenigingsleven en de talrijke burgerinitiatieven op lokaal niveau, alsook de bovenlokale organisaties die deze initiatieven inspireren en ondersteunen. -

Erken, betrek en ondersteun verenigingen en organisaties op lokaal, regionaal en Vlaams niveau. De ondersteuning mag zich niet beperken tot projecten, maar moet een duurzame werking mogelijk maken en perspectief bieden in de tijd. In de financiering moet ook aandacht zijn voor randvoorwaarden die tijdens de coronacrisis scherp werden gesteld op vlak van infrastructuur, veiligheid en toegankelijkheid.

-

Creëer financiële ruimte voor de instroom van nieuwe organisaties in het vrijetijds- en verenigingslandschap (cfr. de jeugdwerksector in 2021, cultuursector, …).

-

Bouw aan een cultuur van samenwerking: werk onnodige drempels weg voor samenwerking, zoals vakjesdenken en vakjessubsidiëring. Promoot actief het inclusief werken binnen cultuur, in samenwerking met sectororganisaties (bv. Charter voor Inclusie van Literatuur Vlaanderen).

Ondersteun vernieuwingen in de sectoren, cultuur, recreatie en toerisme vanuit een versterkte samenwerking tussen het lokale niveau, het middenveld en de ‘bovenbouw’ (koepels, sectororganisaties, steunpunten,...). -

In het licht van diverse maatschappelijke ontwikkelingen (superdiversiteit, digitalisering, klimaat,...) dienen nieuwe wegen te worden verkend. Werk- en organisatievormen dienen te worden herdacht, naar digitalisering, naar doelgroepen (ook intragenerationeel), manieren van werken en samen-werken. In het bijzonder is aandacht nodig voor het opnieuw bereiken en doen participeren van kwetsbare doelgroepen.

-

In die reflectie en transitie is het samenspel belangrijk tussen organisaties en verenigingen op lokaal en bovenlokaal niveau. Waar het lokale niveau een zeer goed aanvoelen heeft van het terrein, beschikt de ‘bovenbouw’ (koepels, sectororganisaties, steunpunten) over meer capaciteit voor analyse en innovatie en kan ze lokale actoren ondersteunen in het verankeren van vernieuwing in de dageljikse praktijk.

Overweeg een transitiefonds voor de digitalisering in cultuur: ondersteunen van initiatieven binnen het brede cultuurveld, die de verschillende deelsectoren (kunsten, erfgoed, sociaalcultureel werk, jeugd) in staat te stellen om de kansen van digitale transformatie te verkennen, en concrete stappen te zetten (bv. proeftuinen voor innovatie en experiment, opleiding…). Het opent o.a. perspetief voor organisaties om hun bereik en inkomsten uit te breiden, alsook om drempels tot participatie weg te nemen.

Waarom? Deelname aan cultuur (inclusief kunsten en erfgoed), sport, jeugdwerk, evenementen, horeca, verenigingsleven, religie/zingeving, shoppen, vrienden bezoeken, vrijwilligerswerk, media, daguitstappen en toerisme biedt meerwaarde op diverse vlakken, o.a. zin- en betekenisgeving,

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Verbeteren’

88


welbevinden, sociale samenhang, beweging, … Deze sectoren bieden dan ook veerkracht aan een samenleving in volle verandering. Tegelijk is de afgelopen tijd duidelijk dat maatschappelijke ontwikkelingen de betrokken sectoren voor uitdagingen stellen. Demografische, sociaal-culturele, technologische en andere trends vragen van organisaties en verenigingen om antwoorden op diverse vlakken: over hoe ze zichzelf organiseren en hoe ze naar buiten treden, hoe een duurzame werking te ontplooien. De coronacrisis stelt die uitdagingen op scherp. Naast korte-termijnantwoorden is er ook nood aan concrete initiatieven, experimenten en processen die de vrijetijdssectoren future proof maken, zodat ze in de toekomst ook hun maatschappelijke rol kunnen blijven spelen. Het zoeken naar digitale alternatieven moet ook gepaard gaan met een zoektocht naar haalbare verdienmodellen. De sectoren cultuur, recreatie en toerisme zijn economisch kwetsbaar gebleken. Het cultuuraanbod via een online kanaal is meestal gratis. De bereidheid tot betalen voor online aanbod is zeer beperkt (Publiq 2020). Het onderzoek “Loont Passie?” leert ons dat waardering en feedback van een publiek een niet te onderschatten onderdeel vormen van de arbeidstevredenheid van kunstenaars. Het is echter moeilijk om uit alternatieve vormen van kunstbeleving (digitaal, kleinschalig) inkomsten te verwerven dat het weggevallen aanbod compenseert (Leenknegt, 2020).

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Verbeteren’

89


Naar een omgeving die de gezondheid beschermt en bevordert (leefmilieu, ruimte en mobiliteit) Wat? Schep werk- woon- en leefomgevingen die de gezondheid van mensen beschermen en aanzetten tot een meer gezonde leefstijl. Dit zijn omgevingen waar in de gezonde keuze de meest makkelijke keuze wordt. Hoe? 

Kies voor kernversterking op basis van het concept van de ‘15-minuten-stad’: steden en gemeenten met voorzieningen (winkelen, spelen, openbaar vervoer,...) en groenstructuren binnen 15 minuten wandel- en fietsafstand. -

Plannen en investeren met het oog op het samenbrengen van essentiële functies in de directe nabijheid van mensen, naar het voorbeeld van de ‘Superblocks’ in Barcelona (doorgaand autoverkeer omleiden rond een aantal woonblokken en daarbinnen meer focus op leefbaarheid), de 15-minutenstad in Parijs of 20-minutenwijken in Melbourne.

-

Autoverkeersluwe/leefbare centra creëren met wandelen en fietsen als de primaire verplaatsingswijzen in de stad en de gemeente, en lagere minimum- en maximumnormen voor parkeerplaatsen bij nieuwbouw.

-

Verdere uitrol van mobipunten waarbij verschillende vervoersmodi worden aangeboden (zodat combimobiliteit mogelijk is, overstappen gefaciliteerd worden, deelsystemen kunnen gebruikt worden, laadpunten beschikbaar zijn), eventueel aangevuld met extra diensten.

-

Regionalisering en stadsgewestvorming om mobiliteitsmaatregelen en ruimtelijke planning beter af te stemmen en territoriale competitie tussen stad en rand tegen te gaan.

-

Draaiboeken ontwikkelen op Vlaams niveau, inspireren en ondersteunen van actiepannen van lokale besturen vanuit de Vlaamse overheid (Departementen Omgeving en MOW), gebruik maken van bestaande toolboxes en handreikingen.

-

Keuze voor meer integrale ruimtelijke planning en -inrichting. Dit wil zeggen planning en inrichting vanuit en met meerdere perspectieven. Ruimtelijke planners, seniorenconsulenten, jeugdwerkers, sportfunctionarissen, gezondheidspromotoren, mobiliteitsdeskundigen slaan de handen in elkaar.

-

Versneld uitvoeren van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen, gekoppeld aan noodmaatregelen om groeiend ruimtebeslag te stoppen en fiscale en bestuurlijke drempels weg te nemen.

-

Zet fiscale stimuli in om renovatie en vervangende nieuwbouw te stimuleren met het oog op verdichting en duurzaamheid.

Zet in op een omgeving die de gezondheid beschermt en bevordert -

Zet in op kwaliteitsvolle publieke ruimtes die ontmoeting, actieve verplaatsing en vrije tijd en (intergenerationele) ontmoeting stimuleert. Heb tegelijk meer aandacht voor sociale verdringingseffecten op buurtniveau bij groot- en kleinschalige (her)inrichtingen van de publieke ruimtes.

-

Stimuleer de productie en consumptie van gezonde en nabije voeding.

-

Verdere actie rond ontharding, vergroening, aanpakken van hitte-effecten, o.a. inrichting van ongebruikte verhardingen in stedelijke, suburbane en plattelandsontext, groenblauwe dooradering (water- en groenstructuren in de bebouwde omgeving).

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Verbeteren’

90


-

Zet verder in op gedeeld ruimtegebruik, met name: -

bouw toekomstbestendige maatschappelijke infrastructuur met het oog op gedeeld gebruik en functiewijzigingen in de toekomst (cfr. leeftijdsvriendelijke steden en gemeenten);

-

zorg voor meer eenvoud, duidelijkheid en transparantie van veiligheids- en brandveiligheidsnormen, want bij gedeeld gebruik moet je vaak voldoen aan meerdere normeringen en dat is een drempel;

-

zorg voor snellere (en betaalbare) vergunningsprocedures voor tijdelijke invullingen en andere kortstondige initiatieven.

Trek de kaart van actieve verplaatsing zowel in werk- als in vrijetijdscontext -

Mobiliteitspieken zoveel mogelijk vermijden door middel van het bevorderen van telewerken en het faciliteren van co-workinglocaties en buurtkantoren op kruispunten van openbaar vervoer, het spreiden van start- en einduur van scholen en werk, ruimere leveringstijden,…;

-

(Gemotoriseerde, individuele) mobiliteit verminderen door middel van het voorzien van financiële prikkels, met name t.a.v. rekeningrijden (ter vervanging van eenmalige of jaarlijkse taksen), parkeertarifiëring, mobiliteitsbudget, transport bij e-commerce, … waarbij er een herinvestering van de middelen op vlak van duurzame mobiliteit gebeurt;

-

Actieve, duurzame mobiliteit blijven stimuleren en faciliteren door middel van het versneld geharmoniseerd invoeren van Mobility as a Service voor alle gewesten waarbij een duurzaam, geïntegreerd mobiliteitsadvies voor een bepaalde verplaatsing (op basis van verschillende vervoersmiddelen/aanbieders/kenmerken inclusief deelmobiliteit) wordt gegeven (inclusief informatie, ticket, betaling, …) op een digitaal platform. Hierop kan de nodige informatie gevonden worden, digitale tickets en abonnementen gekocht worden, reserveringen en betalingen online/mobiel gebeuren, real-time data over bezettingsgraden geraadpleegd worden,….

Waarom? Er heerst een sterke bewustwording van het belang van voldoende en kwaliteitsvolle openbare ruimte en kernfuncties in de nabijheid van de leefomgeving. Dit heeft ook een impact op mobiliteitskeuzes (nabije verplaatsingen kunnen te voet of met de fiets gedaan worden). Kernversterking leidt tot levendigere, aangenamere, duurzamere en gezondere buurten. Bij verspreide bebouwing is 10 keer meer infrastructuur nodig per gebouw dan in een stadskern. Daardoor ligt de kostprijs om infrastructuur te voorzien per gebouw er 7 keer hoger. Buiten de stadskern gebruiken mensen vaker en over een langere afstand de auto. De maatschappelijke kost van mobiliteit per huishouden is dan ook dubbel zo groot in verspreide bebouwing dan in stadskernen. In verspreide bebouwing is er ongeveer 4,5 keer meer verharding per gebouw dan in de stadskern. Dit verlies van open ruimte zorgt ook voor een verlies aan ecosysteemdiensten. De jaarlijkse baten van het realiseren van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen worden geraamd (studie van VITO i.o.v. het Departement Omgeving) op: 

Voor infrastructuur kan het terugdringen van openruimte-inname voor 250 miljoen euro baten per jaar opleveren. Open ruimte teruggeven levert potentieel zelfs 380 miljoen euro per jaar op;

Voor mobiliteit evolueren deze baten van 1 tot 2 miljard euro per jaar;

Voor ecosysteemdiensten evolueren deze baten van 250 tot 400 miljoen euro per jaar.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Verbeteren’

91


De afgelopen maanden zagen we een daling op vlak van mobiliteit en verbetering op vlak congestie, verkeersveiligheid en luchtkwaliteit. Het is nu van belang om blijvend bewust om te gaan met verplaatsingen: is de verplaatsing nodig; met een individueel, gemotoriseerd voertuig; op een druk/spitsmoment? Door mobiliteitspieken te elimineren, verkeer te reduceren en progressief te blijven inzetten op actieve en slimme mobiliteit kunnen we een gezondheidsbevorderende mobiliteit en omgeving realiseren.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Verbeteren’

92


Huisvesting: voor iedereen kwalitatief, betaalbaar en duurzaam wonen Wat? Inzetten op een voldoende aanbod aan kwalitatieve en betaalbare woningen, opdat het recht op wonen kan worden gerealiseerd als één van de fundamenten van een gezond leven. De toeleiding van mensen in de meest kwetsbare situaties, incl. dak- en thuisloze mensen, naar dit woonaanbod garanderen. Hoe? 

Zet een groeitraject uit voor investeringen in voldoende, kwalitatieve en betaalbare woningen door: met het oog op voldoende kwalitatieve woningen: -

verder te investeren in de bouw (en renovatie) van sociale woningen;

-

tijdelijke alternatieven te onderzoeken (bv. aankopen op de private markt van woningen met basic-renovatie voor snelle verhuur, van gerealiseerd, maar door de crisis niet verkocht aanbod, of van nog niet uitgevoerde projecten waar wel een bouwvergunning voor is);

-

sociaal verhuurkantoor-verhuring te versnellen;

-

bijkomende inspanningen te linken aan de Green Deal.

met het oog op betaalbare woningen: 

de voorwaarden van de Vlaamse huurpremie te versoepelen door de wachttijd van 4 jaar in te korten.

Toewijzen van woningen aan mensen in de meest kwetsbare situaties, ook dak- en thuisloze mensen, door: -

het bestaande puntensysteem met prioritering i.f.v. kwetsbaarheid niet te laten verdwijnen of een alternatief systeem voor prioritering voor deze mensen te ontwikkelen;

-

de mogelijke piste van de voorwaarde van lokale binding bij toewijzing te versoepelen, dit ook in functie van arbeidsmarktflexibiliteit. In een aantal gevallen geldt werken in de gemeente als voldoen aan de lokale binding. Dat zou kunnen veralgemeend worden; Studies laten immers zien dat de sterke inzet vanuit beleid op eigendomsverwerving een belangrijke factor is in de mismatch die onze arbeidsmarkt structureel kenmerkt, omdat het verhindert dat mensen verhuizen naar plaatsen waar er jobs zijn. De sociale huursector zou dit mechanisme niet mogen versterken.

Waarom? Het precieze aantal dak- en thuislozen in Vlaanderen is niet gekend. De CAW stellen de afgelopen jaren wel vast dat er opvallend meer vrouwen en jongeren bij hen komen aankloppen voor opvang, terwijl dit voordien vooral een mannenzaak was. Meer betaalbare en kwaliteitsvolle huisvesting is essentieel en heeft op tal van vlakken potentiële terugopbrengst. Vlaanderen heeft al bijkomend geïnvesteerd in sociale woningen. Verder investeren in sociale woningen is wenselijk, als men tegemoet wil komen aan de behoefte naar meer betaalbare woningen.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Verbeteren’

93


Het multiplicatoreffect blijkt relatief groot en investering wordt partieel door sociaal wonen (huur) terugbetaald. Huurders zijn bij de meest kwetsbare groepen in de samenleving. De druk op huurders m.b.t. betaalbaarheid van huur is groot. Hun armoederisico ligt aanzienlijk hoger dan gemiddeld en ze hebben doorgaans weinig financiële reserve (Kuypers & Marx, 2020) . Eigenaars kunnen bij jobverlies hypotheekafbetalingen uitstellen. Huurders worden geconfronteerd met oplopende schulden. Huurders met inkomensverlies werden tijdens de lockdown extra zwaar getrokken. De Vlaamse huurpremie is een premie voor mensen die al meer dan vier jaar op een wachtlijst voor een sociale woning staan. Het is een noodzakelijke tegemoetkoming in de huurprijs voor mensen met een laag inkomen. Slechts zo’n 5.000 mensen van de meer dan 150.000 mensen op de wachtlijst voor een sociale woning14, krijgen nu zo een huurpremie.. Door de voorwaarden van de huurpremie te versoepelen, m.n. door verkorting van de wachttijd, zou de huurpremie veel meer mensen kunnen bereiken. Er is een structurele nood aan betaalbare huisvesting in Vlaanderen die aan minimale kwaliteitsvereisten voldoet. Het laatste woonsurvey (Heylen & Vanderstraeten, 2019)) liet zien dat nog steeds een vijfde van de Vlaamse huishoudens een risico heeft op een betaalbaarheidsprobleem en 23% een woning betrekt die niet van goede kwaliteit is. Ten opzichte van 2013 was het betaalbaarheidsrisico evenwel niet toegenomen, terwijl er wel een verbetering was van de kwaliteit. De slechte kwaliteit van de woningen van mensen in kwetsbare situaties bleek tijdens de lockdown. Volgens onderzoek van Steunpunt Wonen bevond 16% van de private huurwoningen en 17% van de sociale huurwoningen anno 2018 zich in slechte tot zeer slechte staat, in vergelijking met 9% van de eigendomswoningen (Heylen & Vanderstraeten, 2019). Bijkomende inspanningen linken aan de Green Deal heeft voordelen op vlak van milieu, verdere reductie van de kostprijs en veel snellere effecten, gezien de woningen er al staan. Doorgedreven isolatie, zonnepanelen, warmtenetten,… zijn vrij snel uitrolbaar, met mogelijkheid tot het beroep doen op EU-financiering. Uit steekproefcijfers in Kortrijk blijkt dat met het huidige prioriteringssysteem er 128 toewijzingen zijn aan mensen in de meest kwetsbare situaties. Indien enkel de chronologie van de aanvragen voor sociale verhuur in rekening wordt gebracht (met abstractie van de prioritering op basis van kwetsbaarheid) en de voorwaarde van lokale binding zou worden toegepast, zouden er slechts een 4-tal toewijzingen aan mensen uit de kwetsbaarste groepen geweest zijn. (SVK De Poort Kortrijk, 2019). Door de voorwaarde van lokale binding komen de meest kwetsbare woningzoekers, voor wie weinig tot geen alternatief bestaat, in de problemen. Zo is bv. het effect van de lokale bindingsvoorwaarde voor hulpuitstromers (jeugdhulpverlaters) nefast.

14

248.900 huurders komen in aanmerking voor een sociale woning, 153.910 mensen staan op de wachtlijst.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Verbeteren’

94


Digitale transformatie in alle sectoren van het maatschappelijk leven Wat? De door de coronacrisis geforceerde digitale versnelling, overal waar dit kan en nuttig is, versterken en inbedden, en een digitale transformatie tot stand brengen in alle sectoren van het maatschappelijk leven. Hoe? Naast de verdere digitalisering van publieke en private dienstverlening in verschillende sectoren, en een ambitieus beleid rond e-inclusie, mediawijsheid en datageletterdheid (zie eerder), dienen ook een aantal ‘horizontale’ maatregelen genomen te worden voor een brede digitale transformatie van economie en maatschappij. Deze omvatten: 

Bevorder verder telewerk, teleconsultaties en televergaderen.

Breid digitale loketten en het digitaal dienstenaanbod uit.

-

Versnelde uitrol van ‘Mijn Burgerprofiel’

-

Centraal webportaal voor digitale diensten voor elke burger, onafhankelijk van bestuursniveau, incl. koppeling van digitale dossiers en automatische toekenning van rechten (cf. Borger.dk e.a.)

Breng analoge dynamieken digitaal in kaart (zie ook elders) -

Vlaanderen digitaal in kaart gebracht: een ‘Digital Twin’ (digitaal model en simulatieomgeving) voor heel Vlaanderen, te beginnen met de centrumsteden, incl. visualisaties en instrumenten voor dashboarding, instrumenten voor predictieve modellering, testen van impact van mobiliteits- en ruimtelijke ordeningsmaatregelen, socio-economische activiteiten enzovoort.

-

Ondersteuning voor dashboards en platformen ter ondersteuning van lokale handel, evenementen, cultuuraanbod enzovoort.

Hanteer openheid als basisstrategie voor digitale transformatie: een Vlaamse digitale architectuur gebaseerd op 5 principes van openheid: open architectuur, open data, open kennis, open testbeds en open source: -

Uitbreiden van reeds ontwikkelde Open Data Charter en open IT-architecturen: op alle beleidsniveaus invoeren van open architecturen en herbruikbare componenten, en de daaraan gekoppelde organisatorische en gedragsregels.

-

Ondersteunen van open testbeds in maatschappelijk belangrijke sectoren, en principes van open kennis en open science veralgemenen.

-

Kader scheppen, facilitatie en stimulering van samenaankoop van digitale en ‘slimme’ oplossingen door lokale overheden en organisaties, op basis van gemeenschappelijke, open specificaties.

-

Waar mogelijk kiezen voor open source-implementaties.

Schep vertrouwen in data en algoritmes: -

Vlaamse vertrouwde data-ruimte voor overheid en bedrijfsleven, als onderdeel van de in de maak zijnde Europese Data Space, waarbij functionaliteit en schaalvergroting gekoppeld wordt aan grendels m.b.t. privacy en data-eigenaarschap

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Verbeteren’

95


-

Ontwikkeling van componenten en testlabo voor correcte (veilige, betrouwbare, diverse, faire) databehandeling en algoritmes in beleid, publieke voorzieningen, media enzovoort.

-

Vlotte implementatie van innovaties m.b.t. informatieveiligheid en cybersecurity garanderen, en de nodige organisatorische maatregelen hiertoe nemen

Ga voor de low touch maatschappij: opzetten van een ambitieus innovatie- en implementatieprogramma i.v.m. mens-robot en mens-AI interactie in handel, industrie, publieke dienstverlening, gezondheidszorg, stedelijke functies, mobiliteit, enzovoort.

Betere afstemming van het innovatiebeleid op maatschappelijke behoeften: herwaardering van multidisciplinair onderzoek en verhoging van steun(percentages) voor R&D gericht op maatschappelijke innovatie en het wegnemen van socio-economische, culturele en institutionele drempels daartoe.

Waarom? Niet alleen het economisch, ook het maatschappelijk potentieel van digitalisering werd de afgelopen maanden duidelijk. Een omslagpunt lijkt in zicht waarbij ICT volledig geïntegreerd wordt met de algehele dienstverlening, en we dus niet meer in termen van een louter technologisch systeem kunnen spreken, maar met een volledig vervlochten technologisch-organisatorisch-menselijk systeem te maken zullen krijgen. Dat betekent dat richtlijnen, actieplannen en programma’s niet meer geïsoleerd op technologie alleen kunnen ingaan, maar ook steeds de menselijk-maatschappelijke component, zowel publiek als privaat, aanbieder als gebruiker, moeten meenemen en betrekken. Ook de Vlaamse overheid heeft nood aan een volwaardig overkoepelend digitaal beleid, met een ambitieus en gecoördineerd investeringplan dat digitalisering weghaalt uit de hoek van louter efficiëntieverhoging in verticale entiteiten. Digitalisering is ook een voortdurend proces, waarbij nog vele nieuwe ontwikkelingen te verwachten zijn, en waarbij onderzoek, innovatie, testen en implementatie dus hand in hand moeten gaan.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Verbeteren’

96


Besturen vanuit de lokale gemeenschap en in samenwerking Wat? De maatschappelijke kansen en uitdagingen zijn complex en gebaat bij sterke lokale coalities en samenwerking tussen private en publieke krachten. Hoe? 

Versterken van de regierol van de lokale besturen, gekoppeld aan een verhoging van de lokale bestuurskracht. Waar de federale en Vlaamse COVID-maatregelen financiële ademruimte hebben verleend aan burgers en bedrijven, heeft het lokaal bestuur op het terrein en in de implementatie en naleving van de maatregelen een sterk coördinerende rol gespeeld. Lokale besturen waren in de crisis vaak het eerste aanspreekpunt voor de burger en dienen in de toekomst in hun eerstelijnsrol versterkt te worden. Responsabilisering van het lokaal niveau veronderstelt ook dat er voldoende capaciteit (vooral in termen van competentie) aanwezig is om deze taakstelling en verhoogde verantwoordelijkheid op te nemen. Bestuurskrachtmetingen de voorbije jaren leren ons dat dit nog onvoldoende het geval is en dat hier moet worden in geïnvesteerd. In sommige gevallen zal dat gepaard moeten gaan met schaalvergroting (fusie of samenwerking).

Een beter interbestuurlijk samenspel centraal-decentraal: de bestuurlijke organisatie op vandaag is gelaagd: van lokaal, over provinciaal, Vlaams, federaal tot Europees. Onafhankelijk van het aantal lagen, is er minstens de opdracht om op een gecoördineerde manier samen te werken aan de belangrijke maatschappelijke opgaven. Alle beleidsniveaus moeten bijdragen in de oplossing. In die zin treden we het gedachtengoed bij van Prof. Geert Teisman (Erasmusuniversiteit Rotterdam) die minder aandacht geeft aan het scheiden van taken en verantwoordelijkheden, maar pleit voor flexibele samenwerking en daarvoor de metafoor van de ‘Vloeibare overheid’ bedacht. Bestuurskracht nieuwe stijl is voor hem te vinden in de kwaliteit van ‘ketens en netwerken’, overigens ook met private actoren in de samenleving. De schaal van de (sub)regio’s in Vlaanderen (denk aan de Kempen, de Westhoek, het Waasland, het Pajottenland, Halle-Vilvoorde, Rivierenland,...) dient zich de laatste jaren nadrukkelijker aan als een geschikte schaal van interbestuurlijke, intersectorale en publiek-private samenwerking. De intersectorale verbinden die op Vlaams niveau vaak moeilijk tot stand komen, blijken op dit niveau ook gemakkelijker tot stand te komen.

Bouwen op en versterken van het organiserend vermogen in de samenleving. De ‘civiele samenleving’ (mensen, groepen en organisaties) etaleerde en etaleert nog steeds een sterk ondernemerschap tijdens de COVID-crisis. Deze energie is ook nodig om een versterkt antwoord te geven op de meer globale noden die COVID-19 nadrukkelijk heeft aangeduid en de aanpak van uitdagingen als klimaat, duurzaam ruimtegebruik, digitalisering, etc. De overheid beschikt niet over de menselijke en financiële middelen om dit alleen te klaren. Op alle lagen van bestuur is het m.a.w. belangrijk om medewerkers en bestuurders in alle maatschappelijke sectoren (onderwijs, welzijn, cultuur,...) te ondersteunen op vlak van competenties en op die manier het auto-regulerend vermogen in de samenleving te verhogen. De verschillen in veerkracht tussen instellingen die we tijdens de coronacrisis konden opmerken, waren rechtstreeks gelinkt aan dit organiserend vermogen. Dit pleidooi voor het versterken en betrekken van alle maatschappelijke krachten ligt in lijn met de idee van ‘vermaatschappelijking’, zijnde het mobiliseren van verenigingen, buurten, gezinnen, jongeren, ouderen, om te komen tot een betere levenskwaliteit voor iedereen. Vanuit andere invalshoeken gebruikt men ook wel eens het beeld van de quadrupple helix, waaronder wordt

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Verbeteren’

97


verstaan een goede samenwerking tussen overheid, bedrijven, kennisinstellingen en samenleving. Waarom? België en Vlaanderen worden relatief ‘centraal’ bestuurd. De uitgaven van de lokale besturen (gemeenten, OCMW’s, provincies, en gelinkte structuren zoals politie/brandweer) in België vertegenwoordigen 7% van het BBP, terwijl die verhouding voor de 28 EU-landen gemiddeld 10,9% bedraagt (cijfers Eurostat 2017). In verhouding met de buurlanden zit België met 7% op het niveau van Duitsland (8%) en onder het niveau van de UK (10,5%), Frankrijk (11,8%) en NL (13,8%). Enkel Luxemburg scoort met 4,9% lager. Waar de federale en Vlaamse COVID-maatregelen financiële ademruimte hebben verleend aan burgers en bedrijven, heeft het lokaal bestuur op het terrein en in de implementatie en naleving van de maatregelen een sterk coördinerende rol gespeeld. Lokale besturen waren in de crisis vaak het eerste aanspreekpunt voor de burger en dienen in de toekomst in hun eerstelijnsrol versterkt te worden. Responsabilisering van het lokaal niveau veronderstelt ook dat er voldoende capaciteit (vooral in termen van competentie) aanwezig is om deze taakstelling en verhoogde verantwoordelijkheid op te nemen. Er zijn belangrijke onderlinge verschillen in bestuurskracht tussen de gemeenten. Dat weten we o.a. uit recente bestuurskrachtmetingen (IDEA Consult, Instituut voor de overheid). Deze verschillen vallen niet noodzakelijk samen met klassieke indelingen zoals ‘groot’ versus ‘klein’ of ‘landelijk’ versus ‘stedelijk’, het gaat over een samenspel van structurele mogelijkheden, persoonlijke attitudes en cultuur. Hoewel geen lineair verband kan worden aangetoond tussen grootte van gemeente en bestuurskracht, zijn er indicaties dat kleine gemeenten onder de 10.000 inwoners op bepaalde vlakken de rol moeten lossen (I-monitor, communicatieonderzoek Thomas More). De laatste decennia won de regioschaal sterk aan populariteit, zowel als schaal voor uitvoering, planning en afstemming. De veelheid aan initiatieven die bij de regioscreening van 2012 ten volle tot uiting kwam, heeft inmiddels geleid tot klachten rond verrommeling of versnippering. Deze terechte kritiek mag ons niet blind maken voor de kracht van het regioniveau en de potenties om via deze schaal te komen tot betere intersectorale en interbestuurlijke samenwerking. De noodzaak is groot om in bepaalde domeinen over de gemeentegrenzen heen te kijken. In het bijzonder voor de grondgebonden thema’s, maar ook in de persoonsgebonden domeinen is bovenlokale afstemming nodig in functie van een goede spreiding van secundaire scholen, ziekenhuizen, gehandicapteninstellingen en andere voorzieningen.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Verbeteren’

98


Veerkracht voor kinderen en jongeren in kwetsbare situaties Wat? Een generalistische, ‘normaliserende’, co-creatieve en toegankelijke (jeugd)hulp realiseren, die vlot op de hulpvraag kan volgen, als hefboom voor kinderen en jongeren naar de toekomst toe. 

Versterk het maatschappelijk weefsel door informele en formele samenwerking en ontmoeting: -

Versterk de kwalitatieve samenwerking in eerstelijnszones;

-

Mobiliseer de kracht van buurten;

-

Creëer mogelijkheden tot informele ontmoetingen op plekken die ‘helend ‘ en helpend kunnen zijn in een multifunctionele infrastructuur en bied van nabij hulp vanuit plekken waar mensen zich veilig voelen;

-

Bed ontmoeting in in de publieke ruimte, binnen lokale voorzieningen en organisaties (Health in all Policies benadering).

Geef mensen de grootst mogelijke regie/zeggenschap over de ondersteuning die ze nodig hebben door te vertrekken vanuit hun drijfveren en verlangens, en vanuit hun krachten en sterktes: -

Maak het hulpaanbod transparanter met aanspreekpersonen die generalistische hulp aanbieden binnen een duurzame hulpverleningsrelatie waarin vertrouwen is kunnen groeien;

-

Organiseer duidelijke en voorspelbare processen van hulp en gedeelde besluitvorming, waarbij in elke fase de regie en het zelfbeschikkingsrecht van kinderen, jongeren, gezinnen en (jong)volwassenen optimaal gerealiseerd word;

-

Maak de drempel tot het erkennen van de nood, het stellen van de hulpvraag en het uitvoeren van de hulp zo laag mogelijk door het hulpaanbod zelf, en de doelstellingen ervan, in cocreatie met de hulpvragers te bepalen, en zo hulp vragen en krijgen te ‘normaliseren’;

-

Laat hulpvragers de hulp zelf mee vorm geven door samen (pro)actief actie te ondernemen, in relatie tot betekenisvolle anderen, zodat de hulp bijdraagt tot het weer greep krijgen op het leven en tot het versterken van het netwerk van kinderen, jongeren, gezinnen en jongvolwassenen;

-

Herzie of heroriënteer de opdracht of rol van structuren die dit niet kunnen realiseren.

Benut de dynamiek en opportuniteiten van het ééngemaakte agentschap Opgroeien: -

Voorzie voor kinderen en jongeren van 0-25 jaar en hun gezinnen een integraal en ‘normaliserend’ aanbod dat de toegang realiseert tot basisrechten en basisvoorzieningen (huisvesting, kinderopvang, onderwijs, vrije tijdsaanbod zoals sport, cultuur, jeugdwerk, brede welzijnswerk, geestelijke gezondheid);

-

Bouw brede netwerken en stevige structurele samenwerkingen tussen voorschoolse en buitenschoolse kinderopvang, onderwijs en jeugdhulp;

-

Stimuleer structurele samenwerking tussen jeugdhulp en andere sectoren waar kinderen en jongeren zich in bewegen, zoals onderwijs, jeugdwerk, geestelijke gezondheidszorg, …;

-

Maak bovenlokaal – over grenzen van sectoren en organisaties heen – alle jeugdhulporganisaties samen verantwoordelijk voor hulpvragen van kinderen, jongeren en gezinnen, in een samen-sturend samenwerkingsmodel, waar autonomie, bevoegdheid, verantwoordelijkheid en coöperatie werkzame bestanddelen zijn;

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Verbeteren’

99


-

Ontwikkel een alternatief voor wachtlijsten waardoor vlottere toegang tot hulp gegarandeerd is, bv. door aanspreekpunten in de regio en de verwachting dat aan elke hulpvraag in de regio op redelijke termijn actie kan gekoppeld worden;

-

Laat het hulpnetwerk in een bovenlokale regio een signaalfunctie opnemen om structurele problemen, niches en nieuwe noden te signaleren, samen vernieuwende praktijken te ontwikkelen, te delen en indien succesvol, breed te implementeren;

-

Ga de impact na van tussenkomsten en monitor doorstroomcijfers (bv. voor verblijf, cfr. langdurige plaatsingen);

-

Blijf ruimte scheppen voor het ontwikkelen van vernieuwende vormen en alternatieven voor uithuisplaatsing van kinderen en jongvolwassenen en verblijf (bv. gezinscoaches).

Werk dit samenwerkingsmodel ook uit voor andere vormen van hulpaanbod en andere doelgroepen in kwetsbare situaties.

Onderzoek of vormen van co-creatieve en ‘circulaire hulp’ voor jongeren en ouders kunnen ontwikkeld worden, waarbij een wederkerige samenwerking tussen ‘hulpcoach/hulpbieder’ en ‘hulpontvanger’ georganiseerd wordt, om zo de natuurlijke hulpbron die (een) jongere(n) kunnen (kan) zijn voor (een) andere jongeren, of een ouder(groep) voor een andere ouder te mobiliseren.

Implementeer de Kindreflex maximaal.

Waarom? In de voorbije lockdown is duidelijk gebleken hoe belangrijk de menselijke ontmoeting is, om mensen gezond te houden, zorgen en verlangens te kunnen uitwisselen, enz. Inzetten op informele ontmoeting, nabij de eigen leefomgeving, waar evt. hulpnoden aan bod kunnen komen, is voor kinderen, jongeren, gezinnen in kwetsbare situaties dan ook van groot belang. Het belang van het hervormen van de organisatie van hulpaanbod om drempels weg te werken en het sneller toegankelijk te maken, is in de voorbije periode duidelijk gebleken. Ook is gebleken dat hiertoe heel veel mogelijkheid zit in het anders samenwerken in een regio (bovenlokaal- bv. de Eerste Lijns Zones volgend), met name door het creëren van een netwerk met heel toegankelijke en laagdrempelige aanspreekpunten die de aanbieders van rechtstreeks toegankelijke (jeugd)hulp in een regio laat samenwerken, vanuit gedeelde visie, doelstellingen en verantwoordelijkheden (Roevens et al., 2020) Door wachttijden in de jeugdhulp te verkorten en tussenkomsten tijdig bij de vraag van mensen in kwetsbare situaties te laten aanleunen, vergroot de kans dat mensen sneller op eigen kracht verder kunnen en intensievere jeugdhulp kan voorkomen worden. Het probleem van wachttijden en het omgaan met schaarste, vergt niet enkel een kwantitatief antwoord, maar een andere wijze van het organiseren van het hulpaanbod, waarbij heel nabije en directe coöperatie over hulporganisaties heen, vanuit een gedeelde visie, beschikbaarheid vergroot (bv. JUMP voor jongvolwassenen; https://www.kortrijk.be/ajko/jump. Daarnaast weten we, o.m. uit getuigenissen van jongeren (cfr. JUMP XL, Cachet), dat het van betekenis kunnen zijn voor anderen vanuit een solidaire houding, helend en helpend kan zijn, zowel voor zij die de hulp geven als voor zij die de hulp ontvangen. Bepaalde ouders willen, bv. in trajecten rond Nieuwe Autoriteit, graag bijdragen aan trajecten van andere ouders waar dit kan en mag.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Verbeteren’

100


Een sterker onderbouwd beleid, gebaseerd op wetenschap, ervaring, expertise en participatie Wat? Pleidooi voor een onderbouwd beleid op basis van inzichten uit wetenschap, dagelijkse praktijk en burgerconsultatie Hoe? 

Investeer in directe, representatieve en tijdige dataverzameling. Dat kan via een representatief onderzoek met herbevraging (een panel) in eerste instantie. Deze panelmethodiek kan op termijn aangevuld en mogelijks vervangen worden door het capteren van open data. De verzamelde data kunnen worden ingezet ter versterking van de verschillende fasen in de beleidscyclus: beleidsvoorbereiding, -bepaling, -implementatie en -evaluatie.

Evalueer bestaand beleid systematisch, grondig en onafhankelijk. Integreer de vereiste tot systematische evaluatie in belangrijike decreten en beleidsteksten. We hebben het dan zowel over ex ante evaluties, tussentijdse evaluaties als ex postevaluaties. Ook de inzet van ‘randomised control trials’ is nuttig om te komen tot evaluatie. Beleid wordt daarbinnen op experimentele schaal uitgetest (“randomised controlled trials”), vervolgens geëvalueerd en verfijnd, om finaal verder te worden uitgerold. Dit werd reeds succesvol toegepast bij experimenten met intensieve begeleiding van OCMW-cliënten, zoals in Kortrijk (W. Van Lancker et al., 2020).

De ‘spending reviews’ die opgenomen zijn in het regeerakkoord systematisch toepassen op maatschappelijke investeringen om op die manier de economische gevolgen van (gebrek aan) investeren in welzijn beter in kaart brengen.

Versterk de relatie onderzoek-bestuur. Er zijn diverse sporen mogelijk: versterkte samenwerking met het hoger onderwijsinstellingen (steunpuntenbeleid), een Vlaams Sociaal-Economisch Planbureau naar model van het Nederlandse SCP of de oprcihting van een Vlaamse Wetenschappelijke Toekomstraad , naar analogie met de Nederlandse Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR).

Waarom? Vlaanderen doet het op een aantal maatschappelijke uitkomsten structureel niet goed (bv. onderwijs, arbeidsmarkt, kinderarmoede,…). Dat is niet omdat er weinig wordt gedaan, wel omdat vaak beleid niet voldoende bouwt op de expertise en wetenschap die er is. Er wordt te weinig gebouwd op praktijken en beleidsinstrumenten die aantoonbaar werken. Wetenschappelijke expertise wordt te vaak ad hoc ingezet, en aangeleverd via eenmalige onderzoeksopdrachten. Onderzoeksbevindingen doorvertalen naar implementeerbare beleidsmaatregelen vergt specifieke competenties, die onderzoekers vaak niet beheersen. Het Nederlands Sociaal-Cultureel Planbureau (SCP) is een uitstekend voorbeeld van een instelling die hoogstaande wetenschappelijke expertise combineert met kennis van concrete beleidsmogelijkheden en beperkingen. Zie ook ‘Expertenadvies relancebeleid Vlaamse arbeidsmarkt’ sectie 5.5.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Verbeteren’

101


5.4.3

Aanbevelingen bij een nieuwe golf of soortgelijke pandemie om de impact op mens en samenleving sterk te verminderen

Algemeen principe: evenwichtige afweging van alle epidemiologische, gezondheids- en maatschappelijke effecten, met het oog op maatregelen die gepast en proportioneel zijn en de impact op mens en samenleving zo beperkt mogelijk houden.

Optimaal openhouden van alle belangrijke dienstverlening Wat? Het aanbod op vlak van zorg, hulp, onderwijs en maatschappelijke dienstverlening in het algemeen maximaal toegankelijk houden. Hoe? We beseffen dat continuïteit van dienstverlening niet evident is op het moment van een pandemie. Tegelijk hebben de voorbije maanden bewezen dat mits beschermende maatregelen en door het inzetten van alternatieve kanalen en instrumenten een sterke vermindering van de dienstverlening bijna steeds kan worden vermeden. Zelfs bij een lockdown moet maatschappelijke dienstverlening – zeker in crisissituaties – toegankelijk blijven. Grondrechten, zoals het recht op onderwijs en zorg, moeten maximaal gevrijwaard blijven. Men moet in alle omstandigheden terecht kunnen bij welzijnsen zorgverleners, de politie, het OCMW, de voedselbank, enzovoort. Wie het openbaar vervoer moet gebruiken, moet met vertrouwen kunnen rekenen op een veilige dienstverlening. 

Hou maatschappelijke diensten zolang en zoveel mogelijk open -

Zorg op voorhand voor heldere en consistente richtlijnen over welke maatschappelijke diensten al dan niet kunnen of moeten sluiten of hun diensten aanpassen en vermijd daarbij een veralgemeende stopzetting van het aanbod. Maak daarover zo snel als mogelijk afspraken met alle betrokken sectoren, en zorg voor duidelijke scenario’s die aangeven wat moet en kan, onder welke epidemiologische omstandigheden, zodat sectoren niet overvallen worden door plotse richtlijnen (bv. het gebruik van sectorale draaiboeken bij codes groen, geel, oranje en rood).

-

Zorg er daarbij voor dat er steeds een permanentie verzekerd blijft via ‘veilige’ kanalen (telefoon, website, chat). Garandeer en monitor of bij fysieke sluiting deze alternatieve kanalen hun doelpubliek blijven bereiken (bv. het is onaanvaardbaar dat kinderen maandenlang geen onderwijs genieten of zelfs niet communiceren met de school). Maar zorg ook – in alle veiligheid – voor een minimale fysieke permanentie. Niet iedereen is voldoende vertrouwd met of heeft voldoende vertrouwen in niet-fysieke kanalen.

-

Communiceer naar het doelpubliek over de toegankelijkheid van de maatschappelijke diensten (”we blijven open”). Laat mensen weten dat het soms aangewezen en zelfs noodzakelijk is om op bepaalde diensten een beroep te doen en geef hen richtlijnen om die inschatting goed te maken. Bv: toepassen van de leerplicht als de scholen open zijn, consultatie huisarts, huisapotheker, thuisverpleegkundige, ziekenhuis, crisisopvang, ‘family justice center’, zorgcentrum na seksueel geweld, …

-

Werk proactief en aanklampend: professionals dienen zelf contact te (mogen) zoeken met personen die hulp nodig hebben en uit het zicht verdwijnen als ze niet actief opgevolgd worden(bv. leerlingenbegeleiders moeten kwetsbare schoolkinderen opzoeken die niet

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Nieuwe golf’

102


reageren op afstandsonderwijs). Wie vóór een lockdown risico liep, loopt meestal nog meer risico tijdens een lockdown.

-

Voorzie voldoende beschermingsmateriaal voor maatschappelijke diensten die (fysiek) open blijven (mondmaskers, gels, veiligheidsschermen, enzovoort). Garandeer prioritaire ‘corona-testing’ voor de mensen die deze diensten verzekeren.

-

Evalueer de crisisplannen en draaiboeken die tijdens de lockdown gemaakt zijn, neem de ‘good practices’ mee en hou ze paraat voor een volgende crisis. Betrek hierbij de stakeholders.

Hou scholen en kinderopvang zolang en zoveel mogelijk open -

Hou scholen en kinderopvang zolang en zoveel mogelijk open. Vermijd zelfs deeltijdse sluiting van scholen tenzij daar een zeer duidelijke epidemiologische reden voor is, en pas nadat alle andere mogelijke maatregelen genomen eerst overwogen zijn. Pas maatregelen zeer gericht toe (bv. neem maatregelen in het openbaar vervoer, als zich daar het epidemiologisch risico situeert, eerder dan de scholen te sluiten om het openbaar vervoer te ontlasten. Zet in een dergelijk geval in op alternatief schoolverkeer). Voor leerlingen uit risicogroepen, of leerlingen die samenwonen met familieleden uit risicogroepen, dienen alternatieven zoals bv. Bednet toegankelijk gemaakt te worden.

-

Voor bepaalde leerlingen weegt het niet naar school kunnen gaan veel zwaarder door op hun mentaal, fysieke en cognitief welbevinden dan voor andere kinderen en jongeren. Geef hen voorrang als er slechts een beperkte groep leerlingen op school aanwezig mag zijn. Opsplitsingen hoeven niet per leerjaar gemaakt te worden. Zorg zeker dat kinderen en jongeren in kwetsbare situaties en leerlingen in het buitengewoon onderwijs niet uit het zicht verdwijnen, bv. door uitreikend te werken met de hulp van brugfiguren. Zorg ervoor dat ouders niet verplicht worden tot een keuze tussen géén onderwijs (inclusief zorg) of de volledige overname van het onderwijs (inclusief zorg), maar voorzie flexibele tussenoplossingen.

-

Onderwijsverstrekkers én onderwijsinspectie ontwikkelen op voorhand heldere en consistente vereisten qua kwaliteit en volume voor het afstandsonderwijs, en methodieken voor de opvolging ervan. Dit moet het grondwettelijk recht op onderwijs voor elk kind duurzaam garanderen. Maximaliseer de leertijd, maak indien nodig duidelijke keuzes qua leerinhouden (vakken) om de leerwinst te maximaliseren, en houd daarbij rekening met de onderwijsvorm en het leerdomein.

-

Ontwikkel op voorhand oplossingen om de toetsing en examinering in het onderwijs overal, te allen tijde, ook bij epidemiologische beperkingen, te verzekeren. Het zijn ijkpunten voor doorstroom op belangrijke momenten in de schoolloopbaan, bij de overgang naar de arbeidsmarkt, en ze vormen een noodzakelijke voorwaarde voor de garantie van (minimale) competenties.

-

Daar waar de combinatie van de verschillende opdrachten van scholen (contactonderwijs, afstandsonderwijs én – buitenschoolse – kinderopvang) problemen stelt, kunnen lokale besturen bv. helpen met infrastructuur en opvanginitiatieven in de ruime zin (dus incl. jeugdwerking).

-

Bij nood aan extra handen in de buitenschoolse kinderopvang kan het professioneel en vrijwillig jeugdwerk bijspringen. Waak daarbij expliciet over de gelijkwaardigheid van alle bij de buitenschoolse kinderopvang betrokken partners. Garandeer het jeugdwerk keuzevrijheid over het al dan niet opnemen van deze rol. Wie niet instapt mag daardoor niet het risico lopen om subsidies te verliezen. Wie wel instapt, dient op een correcte financiering te kunnen rekenen.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Nieuwe golf’

103


-

Maak het aanbod in de buitenschoolse kinderopvang toegankelijk voor alle kinderen. Haal daartoe inspiratie bij wat al gebeurt, schaal bestaande initiatieven op en werk drempels weg. (cf. Buiten de Lijntjes in Brussel werkt zeer geïntegreerd met zowel crèche als opvang).

-

Zorg ervoor dat de maatregelen voor voorschoolse kinderopvang uniform zijn en aangepast aan de prille ontwikkeling van het jonge kind.

Crisisinterventies moeten mogelijk blijven -

Zorg op voorhand voor heldere en consistente richtlijnen over welke crisisinterventiediensten al dan niet kunnen sluiten en vermijd daarbij een veralgemeende stopzetting van het aanbod. Maak daarover nu al afspraken met de betrokken sectoren.

-

Zorg voor een fysieke permanentie bij de gemandateerde voorzieningen in het kader van de jeugdhulp, zoals het Ondersteuningscentrum Jeugdhulp, de sociale diensten bij Jeugdrechtbanken en de Vertrouwenscentra Kindermishandeling. Ook de CLB’s dienen een minimale fysieke permanentie te (mogen) garanderen.

-

Sensibiliseer burgers om lichamelijke en andere klachten niet te negeren en noodzakelijke medische consultaties en vragen naar noodzakelijke ondersteuning niet uit te stellen.

-

Zorg voor crisisopvang van dak- en thuislozen d.m.v. 24-uursopvang voor alle mensen zonder woning en verruim de bekendheid en het toepassingsgebied van de maatregel ‘melding tijdelijk wonen’. Investeer in veilige, gemeentelijke registratie voor mensen zonder wettig verblijf om zo de toegang tot gezondheidszorg, opvang en voedsel te garanderen.

-

Zorg voor heldere en consistente richtlijnen voor de samenwerking tussen politie (veiligheid en veilig vervoer), OCMW (leefloon, onkosten, begeleiding slachtoffers), CAW en Vertrouwenscentrum Kindermishandeling (VK) (begeleiding slachtoffers) bij crisisinterventies omwille van intrafamiliaal geweld (IFG) of kindermishandeling (KM).

-

Zorg voor voldoende capaciteit voor crisisinterventies bij IFG of KM door de crisisteams te versterken in aantal en qua ondersteuning. Voorzie extra mogelijkheden voor residentiële crisisopvang en maak die gratis: de uitstroom uit de bestaande opvang gaat veel langzamer, waardoor het al overbevraagde residentiële aanbod snel dichtslibt.

Bestrijd intrafamiliaal geweld ook tijdens een lockdown -

Breid het aanbod van 1712 en andere crisislijnen tijdens een lockdown met 24/7 permanentie uit. Informeer via meerdere media herhaaldelijk dat IFG en KM prioriteiten van het beleid zijn. Communiceer waar en hoe de betrokken diensten bereikbaar zijn en maak het nummer 1712 regelmatig (verder) bekend. Sensibiliseer familie, buren, vrienden en collega’s om 1712 te contacteren wanneer ze weet hebben of vermoeden dat iemand in hun omgeving slachtoffer is van IFG of KM.

-

Scholen, (huis)artsen, werkomgeving, huisapothekers, jeugdhulp, … zouden een rol kunnen krijgen om kinderen en volwassenen waarmee geen contact meer is te contacteren. Dit is vooral belangrijk bij bijzonder afhankelijke slachtoffers zoals bv. bij eergerelateerd geweld, zogenaamde ‘coercive control’, kindermishandeling, seksueel geweld, … Organiseer lotgenotengroepen, online of met respect voor physical distancing: lotgenoten zijn waardevolle en empowerende gesprekspartners voor elkaar. Ook vrijwilligers kunnen helpen door op regelmatige basis contact op te nemen met bepaalde kinderen of volwassenen.

-

Beschouw stoep- en wandelgesprekken van hulpverleners met slachtoffers als essentiële verplaatsingen wanneer gesprekken binnen niet kunnen omwille van de veiligheid, omwille van COVID-19 of de aanwezigheid van de pleger.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Nieuwe golf’

104


-

Veiligheidsplanning moet tijdens een lockdown anders georganiseerd worden: de normale betrokkenen (familie, vrienden, school, werk, …) vallen weg of de contacten verminderen sterk. Diensten zoals de politie, CAW’s, OCMW’s, VK’s, justitiehuismedewerkers dienen zelf contact te (mogen) zoeken met gezinnen die ze kennen omwille van IFG of KM. Hulpverleners dienen de veiligheidsplanning met de gezinnen te bespreken, te kijken hoe hun netwerk betrokken kan worden en welke andere maatregelen er kunnen worden genomen om escalatie te voorkomen, zoals time-out maatregelen, gespreksmogelijkheden in kader van emotie-regulatie, toestaan van bepaalde contacten, …

-

Garandeer dat de procedure inzake de tijdelijke uithuisplaatsing van een pleger mogelijk blijft door de zittingen voor de familierechtbank niet te schorsen. Zorg voor samenwerking tussen de justitieassistenten die de uithuisplaatsing opvolgen enerzijds en ‘Family Justice Centers’, CAW, VK en ketenaanpak anderzijds, en voorzie een financiële tegemoetkoming voor de hulp deze diensten. Tijdens een lockdown lijkt het aangewezen dat plegers die een tijdelijke uithuisplaatsing opgelegd krijgen een overnachting kan worden aangeboden bij dak- en thuislozenzorg. Bij een uithuisplaatsing dient de mogelijkheid ingebouwd te worden dat kinderen hun ouder(s) blijven zien. Bij uithuisplaatsing dienen alle opties voor werken aan goed ouderschap open te blijven.

-

Garandeer, ook tijdens een lockdown, een nauwgezette, uitreikende en aanklampende politionele en justitiële opvolging van IFG en KM om escalatie, gevoelens van machteloosheid bij slachtoffers en van straffeloosheid bij plegers te voorkomen.

-

Breng de impact van de COVID-19 crisis op IFG en KM in kaart, net zoals de goede praktijken, de leermomenten en aanbevelingen van professionals actief in de aanpak van IFG en KM tijdens de lockdown.

Hou (semi-)residentiële zorg zolang en zoveel mogelijk open en beschouw ook mantelzorg als een essentiële/prioritaire dienstverlening -

Zorg op voorhand voor heldere en consistente richtlijnen over welke maatschappelijke zorgdiensten al dan niet kunnen sluiten en vermijd daarbij een veralgemeende stopzetting van het aanbod. Inloophuizen en dag-begeleiding voor kwetsbare groepen zoals personen met een beperking, voor ouderen, in de jeugdhulp, in de psychiatrie, … dienen zolang mogelijk personen te blijven opvangen. Maak daarover nu al afspraken met de betrokken sectoren en zoek met hen inspiratie bij creatieve oplossingen om de veiligheid maximaal te beogen.

-

Zorg op voorhand voor heldere en consistente richtlijnen over bezoek voor iedereen in de residentiële zorg. Voor kinderen en jongeren die niet thuis wonen, moeten zo snel mogelijk veilige oplossingen gezocht worden voor contact en bezoek. Ouders van kinderen met een beperking die ervoor kiezen om tijdens een lockdown thuis voor hun kinderen te zorgen, moeten zo snel mogelijk op een veilige manier een beroep kunnen doen op ondersteuning, al dan niet via de voorziening waar hun kind normaal verblijft.

-

Maak nu al afspraken over mantelzorg en vrijwilligerswerk in de zorg als essentiële zorg- en dienstverlening en bepaal samen met hen onder welke voorwaarden zij hulpbehoevende personen kunnen blijven helpen.

-

Ondersteun zorg- en welzijnsvoorzieningen om een betere communicatie uit te bouwen met familie en vrienden van bewoners, met inbegrip van de nodige ICT-ondersteuning.

-

Onderzoek voor kinderen, jongeren en volwassenen die (deels) niet thuis kunnen wonen, of een gedeeld zorg- en hulpaanbod mogelijk blijft, waarbij ook (beperkt) bezoek van en aan relevante personen, mogelijk blijft. Voorzie hiertoe de nodige beschermende maatregelen.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Nieuwe golf’

105


Maak het vrijetijdsaanbod toegankelijk voor de brede bevolking, digitaal en waar mogelijk fysiek -

Zorg op voorhand voor heldere en consistente richtlijnen over welke vrijetijdsinfrastructuur al dan niet dient gesloten te worden. Maak daarover nu al afspraken met de betrokken sectoren. Werk met gradaties van veiligheid waarbij onder voorwaarden bepaalde vrijetijdsinfrastructuur en –aanbod kan aangeboden worden.

-

Communiceer naar het doelpubliek over de toegankelijkheid van de vrijetijdsinfrastructuren en -aanbod met het oog op de naleving van de richtlijnen en voorwaarden.

-

Ondersteun organisatoren en lokale besturen met het oog op een lokaal (fysiek en/of digitaal) vrijetijdsaanbod.

Stel een divers samengestelde groep experten aan om een evenwichtige afweging te maken van alle epidemiologische, gezondheids- en maatschappelijke effecten bij het al dan niet sluiten van maatschappelijke diensten -

Stel een divers samengestelde groep van experten aan die de Vlaamse Regering adviseren over de belangenafweging die bij een al dan niet sluiting van Vlaamse dienstverlening idealiter dient gemaakt te worden. Experts uit de verschillende disciplines gelinkt aan de levensdomeinen die in de visie als essentieel voor mens en samenleving aangemerkt werden, dienen betrokken te worden om een integrale afweging mogelijk te maken tussen enerzijds veiligheids- en infectie-gerelateerde argumenten versus andere gezondheids-, psychosociale en maatschappelijke argumenten.

-

Een mensenrechtenbenadering geeft daarbij richting: de beperkende maatregelen mogen mensenrechten nooit verder inperken dan nodig. In de woorden van de Vlaamse ombudsdienst: “de coronamaatregelen moeten steeds doeltreffend en gepast zijn … Ze moeten ook in ieder geval van tijdelijke aard zijn en mogen niet langer duren dan de noodzaak. Daarenboven mogen ze niet discrimineren. Die evenwichtsoefening is … een bestaande juridische toets … die een erg fijne blik vergt van het recht, in combinatie met de wetenschappelijke realiteit, alsook de specifieke omstandigheden waarin mensen of groepen van mensen zich bevinden. De link met de wetenschappen is relevant om een goede inschatting te maken van alle belangen op alle kanten van de weegschaal.” (Weekers & D’Espallier, 1995).

Waarom? Het beschermen van het recht op gezondheidszorg of het recht op (over)leven mag niet ten koste gaan van alle andere rechten (recht op onderwijs, recht op ontwikkeling, enzovoort). Meer nog, de realisatie van andere rechten zijn nodig om het recht op gezondheidszorg ten volle te realiseren. Er is consensus in de epidemiologische literatuur over de kleine rol die scholen spelen in de verspreiding van de epidemie (Bhopal et al., 2020; Ludvigsson, 2020; Munro & Faust, 2020; Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, 2020; Viner et al., 2020), maar de grote impact van schoolsluiting op de cognitieve ontwikkeling en loopbaankansen (‘litteken effect’), de beroepspraktijkvorming, het mentaal welzijn van kinderen (met name in problematische gezinssituaties), het mentaal welzijn en economische beschikbaarheid van ouders, de ongelijkheid in het onderwijs (Bol et al., 2014) enzovoort. Toetsen en examens hebben meerdere doelen en functies, maar ze zijn in eerste instantie ijkpunten voor studieoriëntering en doorstroom in de onderwijsloopbaan. Ze bieden tevens noodzakelijke garantie op beroepskwalificaties en -competenties, en zijn als dusdanig cruciaal voor

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Nieuwe golf’

106


kwaliteitsbewaking en -garanties van het onderwijs. Ze hebben tevens een groot effect op de herinnering van informatie en leerprestaties (Bol et al., 2014; Phelps, 2012), en vormen een belangrijke determinant van leermotivatie en studietijd. Objectieve toetsing en examinering zijn bovendien belangrijk voor gelijke kansen, bijvoorbeeld bij studieadvies. Crisisinterventies bij IFG en KM zijn tijdens een lockdown of quarantaine nog belangrijker dan in normale omstandigheden omdat de mogelijkheden voor interventies (zoals contextbegeleiding, hulpverlening aan huis, centrumbezoeken, enz) veel beperkter zijn. Bij een lockdown of quarantaine vallen ook de mogelijkheden via de sociale omgeving (familie, vrienden,…) en de alternatieve opvangmogelijkheden (goedkope huur, …) weg of zijn ze minder toegankelijk. Tegelijk stijgt echter de urgentie om slachtoffers en hun gezinnen snel in veiligheid te brengen. Dienstverlening in zorg- en welzijn en in de sociale sector is cruciaal voor de kwaliteit van leven van mensen. Bij de definitie van ‘essentieel’ dient men niet enkel op korte termijn te redeneren en in termen van levensbedreigendheid maar ook op lange termijn en de kwaliteit van leven.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Nieuwe golf’

107


Inzetten van digitale en nabije alternatieven Wat? Zorgen dat de noden op het vlak van zorg, onderwijs en maatschappelijke dienstverlening optimaal worden ingevuld, door beroep te doen op de kracht van digitale alternatieven enerzijds en het nabije engagement van informele netwerken anderzijds. Hoe? 

Bouw digitale alternatieven in verschillende sectoren verder uit, om voorbereid te zijn op een nieuwe golf of een soortgelijke crisis. Denk aan tele-zorg, tele-advies, digitaal onderwijs, … -

-

-

In de gezondheids- en welzijnssector, de digitale dienstverlening verder uitbouwen en adequaat financieren om op het ontstane elan van tele-zorg verder te gaan, de digitale dienstverlening verder uit te bouwen en adequaat te financieren (in samenspraak met federale niveau, cf. KCE-adviezen). Concreet betekent dit: -

Enkel financiering in geval van aangetoonde meerwaarde;

-

Nieuwe digitale modaliteiten onderzoeken om wachtenden te bedienen en voor nazorg;

-

De platformen om hulpvragen te registreren of om hulp aan te bieden (cf. helpdehelpers, De zorgsamen, ….) hielpen tijdens de eerste coronagolf om vraag- en handelingsverlegenheid te counteren. Het zou goed zijn om deze spontane solidariteit tussen burgers blijvend te appreciëren en te stimuleren.

In de cultuursector, tijdens periodes waarin fysieke toegang tot live cultuur moeilijk of onmogelijk wordt, dient alternatieve bereikbaarheid van cultuur gestimuleerd te worden, evenals de mogelijkheid tot alternatieve inkomstenstromen. Hierbij moet ingezet worden op samenwerking, digitale mogelijkheden en schaalvergroting. Concreet betekent dit: -

Matchmaking platformen opgezet door cultuur- en vrijetijdsactoren in het veld versterken en ondersteunen;

-

VRT.NU en andere distributieplatformen inschakelen als alternatief distributie- en eventueel ook inkomstenkanaal voor de cultuur- en evenementensector;

-

Budgetten beschikbaar stellen voor digitale collecties en captaties.

De ontwikkeling van een digitaal onderwijsaanbod (en infrastructuur, zie ook Investeer in onderwijs(mensen)), ter aanvulling, maar niet ter vervanging van regulier onderwijs. Persoonlijke interactie is essentieel voor het onderwijsproces en brede onderwijsdoelen te realiseren. Deze ambitie kan worden geconcretiseerd door middel van: -

Het evalueren van het voorbije aanbod afstandsonderwijs, waarbij ook de stem van kinderen en jongeren en hun ouders wordt bevraagd en meegenomen;

-

De ontwikkeling van open source leermiddelen én toetsvormen voor blended learning, zodat leraren efficiënt kunnen samenwerken. Ontwikkel bijvoorbeeld standaard lespakketten die een aanvulling vormen op de leerplannen (te ontwikkelen door onderwijskoepels en -netten). Dit kan regulier onderwijs voor leerlingen met leermoeilijkheden ondersteunen én extra uitdaging bieden voor begaafde leerlingen, en zo leraren helpen te differentiëren. Dit moet tevens de grote variabiliteit in de kwaliteit van het aanbod remediëren;

-

De integratie en uitbouw van blended learning methodes in de lerarenopleidingen en onderwijsprofessionalisering;

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Nieuwe golf’

108


-

De verderzetting en structurele inbedding van projecten die toegang tot digitaal onderwijs moeten verzekeren, zowel voor leerlingen (bv. Digital for youth) als leraars (die nu zelf instaan voor apparatuur);

-

Deze ontwikkeling mag niet voor extra ICT-kosten zorgen die worden doorgerekend op de schoolfactuur. De overheid moet daarom de ICT-budgetten van scholen sterk verhogen.

Mobiliseer het maatschappelijk engagement van het nabije informele netwerk in crisistijd: -

Benadruk in de communicatie het belang van het maatschappelijk engagement en samenwerking in de samenleving;

-

Organiseer zorgzame buurten waar mensen steun kunnen vinden bij elkaar en zinvolle activiteiten ter bevordering van het psychisch welzijn kunnen hebben;

-

Neem lotgenoten, buddy’s, vrijwilligers, mantelzorgers,… mee in het concept van ‘bubbel’;

-

Steun nieuwe vormen van samenwerking, kleinschalige verenigingen, zelfhulpgroepen en lotgenotencontacten. Interessante voorbeelden zijn o.a. ‘Helpdehelpers.be’15 (platform om de zorgsector en vrijwilligers/extra werkkrachten bij elkaar te brengen), ‘Paraatinmijnstraat.be’16 (een initiatief om mensen te inspireren om een attente buur te zijn voor wie misschien door de mazen van het zorgnet dreigt te vallen),…

-

Zorg voor communicatie op maat van mantelzorgers en vrijwilligers;

-

Evalueer het gevoerde beleid ten aanzien van mantelzorgers en vrijwilligers tijdens de coronacrisis en werk een kader uit om hen bij een volgende crisis beter te ondersteunen.

Waarom? Tijdens de crisis werd het aanbod van tele-zorg sterk uitgebreid. Soms was dit het enige aanbod. De baten ervan ten opzichte van fysieke consultatie zijn vaak maar niet altijd aangetoond. Digitale oplossingen werden ook uitgewerkt in de welzijnssector, met snelle overschakeling naar beeldbellen, on-line ateliers, en interactieve websites. Ook hier werden goede resultaten geboekt ten opzichte van het alternatief ‘niets doen’ maar in veel omstandigheden is het fysieke contact nog steeds het meest aangewezen. De cultuursector zocht naar creatieve oplossingen en initiatieven die echter doorgaans kleinschalig en beperkt qua impact bleven. Digitale alternatieven werden in allerijl uitgewerkt en ook door de Vlaming gesmaakt. Het onderwijs werd geconfronteerd met het nog te veel ontbreken van een degelijk aanbod digitale onderwijsmiddelen, een grote en niet volledig afgedekte vraag naar beschikbaarheid van ICTapparatuur en –toegang, gebrekkige vaardigheden bij vele gebruikers, de gefragmenteerde en arbeidsintensieve inspanningen van het lerarenkorps en de gebrekkige opleiding daartoe, en een grote variatie in het aanbod van afstandsonderwijs. Uit onderzoek blijkt dat met blended learning betere resultaten kunnen worden behaald dan met louter klassikaal onderwijs, op voorwaarde dat het didactisch goed is onderbouwd (zie ook Diagnose en remediëring van leerachterstand en motivatie).

15 16

https://www.helpdehelpers.be/ https://paraatinmijnstraat.be/

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Nieuwe golf’

109


De informele zorg is een sterke basis in de samenleving, die welzijns-en gezondheidsnoden opvangt. Tijdens de lockdown hebben we ook de informele zorg in ‘haar kot’ gestopt, terwijl dit net een hulpbron is die we meer moeten activeren om maatschappelijke effecten van mogelijke volgende uitbraken te beperken. Sociale cohesie in de gemeenschap en toegang tot informele en formele hulpbronnen was verstoord. Men kan die op peil houden zonder de veiligheid inzake besmetting in gevaar te brengen. Tegelijk zijn er in de COVID-19 periode nieuwe vormen van werken en samenwerken ontstaan, die we kunnen waarderen, delen en verder ontwikkelen. Deze kunnen nuttig zijn mocht er zich een volgende crisis voordoen.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Nieuwe golf’

110


Werk en de combinatie met gezin faciliteren Wat? Van zodra kinderen niet meer volgens hun normale ritme naar crèche of school of naar een andere vorm van voorschoolse of buitenschoolse kinderopvang mogen, moet er een kader zijn dat ouders in staat stelt om de combinatie werk en gezin draaglijk te houden. In normale tijden vergemakkelijkt telewerken de combinatie arbeid en gezin door de tijdswinst die gemaakt wordt door het wegvallen van het woon-werkverkeer. Die tijdswinst is er ook bij een lockdown maar de aanwezigheid van jonge kinderen tijdens de werktijd van hun ouders bemoeilijkt het (efficiënt) werken. Hoewel het dus zeker nuttig is om de mogelijkheid tot telewerken te veralgemenen en gezinnen en werkgevers te ondersteunen bij het uittekenen van een nieuwe werkorganisatie kan telewerken geen afdoend antwoord bieden op de vraag van de samenleving om werk en gezin tijdens een lockdown op een gezonde manier te kunnen combineren. Hoe? 

Organiseer kwalitatieve noodopvang voor kinderen van ouders die niet kunnen telewerken. Zet daarvoor in op samenwerking tussen scholen, (vrijwillige en professionele) jeugd- en wijkwerking en lokale besturen. Lokale besturen kunnen initiatieven coördineren en zich engageren voor een optimale inzet van publieke ruimte, infrastructuur en personeel. Zorg voor een duidelijke en voldoende ruime omschrijving van wie op de noodopvang een beroep kan doen. Zorg ervoor dat kwetsbare kinderen en gezinnen ‘op maat’ worden uitgenodigd. Vraag deze kinderopvanginitiatieven om in de mate van het mogelijke ook aandacht te besteden aan onderwijsondersteuning, door bv. de begeleiding van afstandsleren en huiswerkbegeleiding in de werking te integreren.

Faciliteer een arbeidsorganisatie die in dergelijke uitzonderlijke omstandigheden gedurende een langere periode werk- én leefbaar is, zoals het verruimen van stamtijden of het instellen van een gereduceerd werkregime op dagen waarop geen opvang mogelijk is, d.w.z. beperkte arbeidsduurvermindering (bv. 5u30 = volle werkdag i.p.v. 7u30) om op die manier tweeoudergezinnen toe te laten de werkdag in te delen in een vroege en een late shift en hen zo allebei toe te laten om voltijds telewerk te combineren met zorg voor kinderen en zorg voor huishouden.

Besef dat voor alleenstaande ouders en thuiswerkende ouder-partners van buitenhuiswerkende ouders de combinatie werk en gezin nog moeilijker is en overweeg een (nog) sterker gereduceerd werkregime voor deze groep.

Besef dat voor alleenstaande ouders het corona-ouderschapsverlof financieel vaak geen optie is.

Zorg voor mentale afbakening van gezins- vs. werktijd bij telewerk. Zorg voor regelluwe arbeidsvoorschriften die de autonomie en privacy van werknemers maximaliseren.

Zorg voor voldoende virtuele of fysieke sociale interacties tussen werknemers, ter ondersteuning van mentaal welzijn, en remediëring van onzekerheid en angst.

Bestrijd en vermijd zwangerschaps- en ouderschapsdiscriminatie bij ontslagrondes.

Waarom? Op dagen waarop kinderen niet naar de crèche, school of kinderopvang kunnen, moeten alle ouders een leefbare oplossing vinden voor de zorg voor hun kinderen. Deze vaststelling geldt niet alleen voor de allerkleinsten maar ook voor jonge tieners. Volkomen terecht plaatsen mensen de belangen van hun kinderen op zo’n momenten voorop. Wie moet kiezen tussen kinderen en werk, kiest voor de Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Nieuwe golf’

111


kinderen. In die lijn ligt ook de vaststelling van de UGent over ouderschapsstress tijdens de coronacrisis: er blijken geen significante groepsverschillen te bestaan in ouderschapsstress, zowel tussen vrouwen en mannen als tussen groepen met verschillende werksituaties. Er blijkt echter wel een verschil te zijn in de mate van werkstress en concentratieverlies die gerapporteerd wordt. Vrouwen ervaren significant meer werkstress en concentratieverlies dan mannen. In het licht van de vaststelling dat vrouwen meer zorg opnemen voor kinderen en huishouden hoeven deze vaststellingen niet te verwonderen: het combineren van meerdere rollen is een gekende bron van stress. Ook in normale tijden reduceren vooral vrouwen hun werktijd, wat bijdraagt aan genderongelijkheid in het algemeen, en de loonkloof tussen vrouwen en mannen in het bijzonder. Tenslotte bleek concentratieverlies ook een significant groter probleem voor mensen die thuis werken in vergelijking met mensen die op hun werkplek werken. Om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk ouders aan de slag blijven op dagen waarop kinderen niet terecht kunnen op de crèche, school of in de kinderopvang moet er een kader zijn dat ouders in staat stelt om de combinatie werk en gezin draaglijk te houden. Bijzondere aandacht moet daarbij gaan naar de positie van alleenstaande ouders (voornamelijk vrouwen) en van alleen-thuiswerkende ouders.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Nieuwe golf’

112


Maximaal openstellen van de (semi-)publieke ruimte Wat? Maximaal beschikbaar stellen van publieke ruimte ter vervulling van noden op vlak van sociale ontmoeting (op afstand), vrijetijd, onderwijs, en mobiliteit. Hierbij dient rekening gehouden te worden met verschillende doelgroepen (waaronder kinderen, jeugd, ouderen, maar zeker ook kwetsbare groepen). Hoe? 

Houd de publieke ruimte maximaal open (onder toezicht) i.p.v. ze af te sluiten.

Stel een draaiboek voor ‘tactical urbanism’ op (i.e. goedkope, tijdelijke veranderingen in de gebouwde omgeving, meestal in steden, die bedoeld zijn om lokale buurten en stedelijke ontmoetingsplaatsen te verbeteren).

Stel binnen- en buitenruimtes als sportpleinen, schoolterreinen, overheids- en bedrijfstuinen, kerken, bibliotheken, bedrijvenparkings, … tijdelijk open.

Maak een tijdelijke herverdeling van de openbare ruimte, bv. autovrije straten, (tijdelijke) speelstraten, bredere fiets- en voetpaden (om elkaar veilig te kunnen kruisen), het tijdelijk opofferen van parkeerplaatsen, fietsstraten, aangepaste circulatie, zomerstraten, tuinstraten, leefstraten, …

Faciliteer en stimuleer meervoudig ruimtegebruik opdat ruimtevraag en –aanbod beter kunnen matchen: met name door

-

het opstellen van registers (inclusief leegstandsregisters en registers van onbebouwde percelen) die centraal worden geregistreerd via de RWO-data-manager en online beschikbaar zijn via Geopunt Vlaanderen;

-

onderhandeling met de verzekeringssector om betaalbare standaardpakketten aan te bieden voor verschillende vormen van gedeeld ruimtegebruik, zoals een standaardpolis voor het publiek openstellen van private buitenruimte;

-

het uitwerken van een instrumentarium van tijdelijke of pop-up-omgevingsvergunningen voor tijdelijke constructies en tijdelijke wijzigingen van de hoofdfunctie van gebouwen, waarvoor snellere en minder zware procedures nodig zijn. Hanteer daarbij termijnen die overeenstemmen met de realiteit van tijdelijke invullingen. Las als voorwaarde in dat de tijdelijke invulling een maatschappelijke meerwaarde moet hebben en dat de ruimte in haar oorspronkelijke toestand hersteld moet worden na het aflopen van de tijdelijke vergunning (tenzij er daarna een herontwikkeling gepland is).

Betrek diverse doelgroepen (bv. personen met een handicap, chronische ziekte, ouderen, laaggeletterden, …) bij het opmaken van protocollen of opzetten van tijdelijke constructies in de publieke ruimte zodat toegankelijkheid wordt in rekening gebracht en accurate informatie beschikbaar is.

Waarom? Openbare ruimte komt tegemoet aan noden en wensen op vlak van ontspanning, ontmoeting, sociale interactie, beweging, enz. Zeker in geval van een nieuwe golf of soortgelijke crisis bieden bovenstaande acties – m.n. meer publieke ruimte beschikbaar, gedeeld ruimtegebruik, extra wandel, fiets-, speel- en beweegruimte in de leefomgeving – veel voordelen op vlak van mentaal en fysiek welzijn.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Nieuwe golf’

113


Correcte, toegankelijke en motiverende crisiscommunicatie Wat? De nodige voorbereidingen treffen om bij een volgende golf of soortgelijke pandemie een communicatie-aanpak te verzekeren die helderheid, maatwerk en multi-kanaalsverspreiding omvat. Hoe? 

Verzeker eenduidige en gecoördineerde communicatie, zodat voor iedereen de lijnen duidelijk zijn die moeten worden gevolgd. Als vertegenwoordigers van de overheid niet uit één mond spreken, ondermijnt dat het vertrouwen in de overheid en de naleving van de richtlijnen.

Verhoog de transparantie ten aanzien van adviezen en beslissingen.

Zet een ‘behavioural insights team’ in voor toetsing van de haalbaarheid en effectiviteit van adviezen aan gedragswetenschappelijke inzichten, om de bevolking gemotiveerd te houden rond opgelegde restricties.

MATHS (Maskers, Afstand, Testen en Tracen, Handhygiëne, Sociaal): bij een nieuwe golf aan de hand van een draaiboek meteen inzetten op een voor iedereen heldere strategie van testen, fysieke afstand respecteren, maskers dragen en handen wassen. Boodschappen dienen steeds waakzaamheid te propageren in plaats van angst aan te wakkeren.

Differentieer en communiceer proactief op maat van de burger, zet daarvoor ook middenveldsorganisaties en professionals in de zorg en ondersteuning, gebruikersverenigingen, lokale besturen,…in. Gebruik verschillende kanalen om communicatie te voeren, voor verschillende doelgroepen (eenvoudig, meertalig, met pictogrammen, …), en met betrekken van intermediaire vertrouwenspersonen en organisaties.

Werk samen met lokale media én internationale sociale media-platformen voor het verspreiden van correcte, beknopt gepresenteerde info.

Voorzie een ‘COVID-lijn’ voor alle vragen omtrent maatregelen en betrek de burger (cf. een Vlaamse Ideeënbus) om aan de slag gaan met hun ideeën

Communiceer een duidelijk charter met de doelstellingen, modaliteiten en voorziene opheffing van tracing- en monitoringsapps en –systemen

Waarom? Tijdens de eerste COVID-19 golf werd soms verwarrend gecommuniceerd omtrent persoonlijk beschermingsmateriaal, testmateriaal, testresultaten en bereikte de communicatie niet steeds een aantal kwetsbare groepen. Correcte en toegankelijke informatie en vertrouwen zijn nochtans een cruciale voorwaarde in het al dan niet succesvol zijn van corona-maatregelen. Dat deze voorwaarde niet steeds werd vervuld, bleek bv. uit het wantrouwen ten aanzien van een ‘corona-app’ en de onwil onder een significant deel van de bevolking om deze te installeren (cf. Kenniscentrum Data&Maatschappij), de beperkte hoeveelheid persoonlijke gegevens die werden doorgegeven aan het tracing-callcenter, en de observatie dat kennis over en motivatie voor de opvolging van sanitaire maatregelen sterk fluctueert in functie van aard van de boodschappen (cf. motivatiebarometer UGent). (Decoster et al., 2020; Wim Van Lancker & Vandenbroeck, 2019)

(Kniffin et al., 2020) Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Beleidsaanbevelingen ‘Nieuwe golf’

114


Bibliografie 

Agentschap Wegen & Verkeer. (z.d.). Verkeerstellingen. Vlaamse Overheid - Agentschap Wegen & Verkeer. https://wegenenverkeer.be/vlot-op-weg/verkeerstellingen

Ainley, J., & Carstens, R. (2018). Teaching and learning international survey (TALIS) 2018 conceptual framework.

Alexander, K. L., Entwisle, D. R., & Olson, L. S. (2007). Lasting consequences of the summer learning gap. American sociological review, 72(2), 167–180.

Annemans, L., & Vandepitte, S. (2020). Persdossier: UGent-NN Nationaal Geluksonderzoek 2020 (p. 17). Ugent. file:///C:/Users/DriesB/Downloads/ugent_en_nn_leggen_impact_coronacrisis_op_nationaal_gelu k_bloot_v6_1_.pdf

Apestaartjaren. (2020). Apestaartjaren jongeren en digitale media. Apestaartjaren. https://www.apestaartjaren.be/

Artsen Zonder Grenzen. (2020). Bevraging—Psychosociaal welzijn van bewoners van Vlaamse woonzorgcentra.

Baert, S., Lippens, L., Moens, E., Sterkens, P., & Weytjens, J. (2020). Wat denken Vlaamse werknemers over de gevolgen van de coronacrisis voor hun carriere?

Baert, S., Lippens, L., Moens, E., Weytjens, J., & Sterkens, P. (2020). The Covid-19 Crisis and Telework: A Research Survey on Experiences, Expectations and Hopes (SSRN Scholarly Paper ID 3596696). Social Science Research Network. https://papers.ssrn.com/abstract=3596696

Baten, E., Vlaeminck, F., & Mués, M. (2020). Thuisonderwijs tijdens de COVID-19 pandemie: De eerste resultaten (p. 7). Experimenteel-Klinische en Gezondheidspsychologie - onderzoeksgroep Ontwikkelingsstoornissen - Universiteit Gent. https://www.goouders.be/sites/default/files/atoms/files/OnderzoekThuisleren_VerslagVoorScholen_Fase1.pdf

Beersmans, H. (2020, juni 25). ‘Los het woonprobleem in Vlaanderen nu op’. Sociaal.net. https://sociaal.net/opinie/los-het-woonprobleem-in-vlaanderen-nu-op/

Bellens, K., & De Fraine, B. (2012). Wat werkt? Kenmerken van effectief basisonderwijs. Acco; Leuven.

Belot, M., & Webbink, D. (2010). Do teacher strikes harm educational attainment of students? Labour, 24(4), 391–406.

Berete, F., Braekman, E., Charafeddine, R., Demarest, S., Drieskens, S., Gisle, L., & Van der Heyden, J. (2018). Gezondheidsenquête 2018. Sciensano.

Bhopal, S., Bagaria, J., & Bhopal, R. (2020). Children’s mortality from COVID-19 compared with alldeaths and other relevant causes of death: Epidemiological information for decision-making by parents, teachers, clinicians and policymakers. Public Health.

Bishop, J. H. (1997). The Effect of National Standards and Curriculum-Based Exams on Achievement. The American Economic Review, 87(2), 260–264. JSTOR.

Bishop, J. H., & Mane, F. (2001). The impacts of minimum competency exam graduation requirements on high school graduation, college attendance and early labor market success. Labour Economics, 2(8), 203–222.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Bibliografie’

115


Bol, T., Witschge, J., Van de Werfhorst, H. G., & Dronkers, J. (2014). Curricular tracking and central examinations: Counterbalancing the impact of social background on student achievement in 36 countries. Social Forces, 92(4), 1545–1572.

Borman, G. D., & Dowling, N. M. (2006). Longitudinal achievement effects of multiyear summer school: Evidence from the Teach Baltimore randomized field trial. Educational Evaluation and Policy Analysis, 28(1), 25–48.

Bruffaerts, R. (in press). RECOVID - COVID-19 Mental Health Impact Protocol.

Cantillon, B., Coene, J., & Marchal, S. (2019). Sociale economie: Een hefboom in de strijd tegen armoede en ondertewerkstelling? Acco.

Cantillon, B., Marchal, S., Peeters, N., & Storms, B. (2020). Huishoudbudgetten en sociale minima in lockdown (COVIVAT Beleidsnota 2). Covivat. https://drive.google.com/file/d/1xMjBFtTgVAFwkEnrKRrwW_RkufPwUXYZ/view

Chiles, J. A., Lambert, M. J., & Hatch, A. L. (1999). The impact of psychological interventions on medical cost offset: A meta‐analytic review. Clinical Psychology: Science and Practice, 6(2), 204– 220.

Verslag van de hoorzitting namens de Commissie voor Onderwijs over kwaliteitsvol onderwijs met voldoende en sterke leerkrachten, nr. 235, Vlaams Parlement, 2019–2020 3 (2020).

Parlementaire vraag nr 2582, Commissie Onderwijs, nr. 2582 (2020). https://www.vlaamsparlement.be/commissies/commissievergaderingen/1397830/verslag/140417 3

Cooper, H., Charlton, K., Valentine, J. C., Muhlenbruck, L., & Borman, G. D. (2000). Making the most of summer school: A meta-analytic and narrative review. Monographs of the society for research in child development, i–127.

Cooper, H., Nye, B., Charlton, K., Lindsay, J., & Greathouse, S. (1996). The effects of summer vacation on achievement test scores: A narrative and meta-analytic review. Review of educational research, 66(3), 227–268.

De Morgen. (2020a, mei 15). Angst en stress bij het zorgpersoneel is torenhoog [Nieuws]. De Morgen. https://www.demorgen.be/nieuws/angst-en-stress-bij-het-zorgpersoneel-istorenhoog~b8027037/

De Morgen. (2020b, juni 8). ‘Er staan 20.000 mensen op een wachtlijst. Daar heeft corona niks aan veranderd’. De Morgen. https://www.demorgen.be/nieuws/er-staan-20-000-mensen-op-eenwachtlijst-daar-heeft-corona-niks-aan-veranderd~b0a94b4d/

De Tijd. (2020, maart 24). Criminaliteit zakt met 30 procent onder coronamaatregelen. https://www.tijd.be/dossiers/coronavirus/criminaliteit-zakt-met-30-procent-ondercoronamaatregelen/10216257.html

De Wilde, M. (2020, mei 8). Duurdere voeding, hogere schulden en meer eenzaamheid [De Standaard]. https://www.standaard.be/cnt/dmf20200507_04950085

De Wilde, M., Hermans, K., & Cantillon, B. (2020). Meer vragen om hulp bij OCMW’s en voedselbanken: Eerste resultaten van een grootschalige bevraging (COVIVAT Beleidsnota 1). Covivat. https://drive.google.com/file/d/1Hgb_oyX9nnVFhrdhFxajAUO7ClOYij6t/view

De Wilde, M., Hermans, K., Van Lancker, W., & Roose, R. (2020). Profielen van mensen met financiële moeilijkheden die door (de maatregelen inzake) COVID-19 aankloppen bij OCMW.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Bibliografie’

116


Deary, I. J., Batty, G. D., & Gale, C. R. (2008). Childhood intelligence predicts voter turnout, voting preferences, and political involvement in adulthood: The 1970 British Cohort Study. Intelligence, 36(6), 548–555.

Decoster, A., Van Lancker, W., Vanderkelen, J., & Vanheukelom, T. (2020). Sociaal-economische kenmerken van werknemers en zelfstandigen in sectoren getroffen door de lockdown (COVIVAT Beleidsnota 3). Covivat. https://drive.google.com/file/d/1Hgb_oyX9nnVFhrdhFxajAUO7ClOYij6t/view

Demarest, S., Braekman, E., Charafeddine, R., Drieskens, S., Gisle, L., Hermans, L., & Scohy, A. (2020). Eerste COVID-19 gezondheidsenquête: Eerste resultaten [Text]. Sciensano. https://www.sciensano.be/en/biblio/eerste-covid-19-gezondheidsenquete-eerste-resultaten

Departement WSE. (2020). Corona Barometer. Impact van Covid-19 op de Vlaamse arbeidsmarkt 2.06.2020. Departement WSE.

Drieskens, S., Braekman, E., Charafeddine, R., Demarest, S., Gisle, L., & Hermans, L. (2020). Tweede COVID-19 Gezondheidsenquête: Eerste resultaten [Text]. Sciensano. https://www.sciensano.be/en/biblio/tweede-covid-19-gezondheidsenquete-eerste-resultaten

Eurostat. (2020). Eurostat Digital economy and society—Digital skills—ICT users. Eurostat. https://ec.europa.eu/eurostat/cache/metadata/en/isoc_i_esms.htm

Febelfin. (2020, mei 18). Jong zijn tijdens corona: Deze impact heeft de crisis op je geld. Febelfin. https://www.febelfin.be/nl/consumenten/artikel/jong-zijn-tijdens-corona-deze-impact-heeft-decrisis-op-je-geld

Fuchs, T., & Wößmann, L. (2008). What accounts for international differences in student prformance? A re-examination using PISA data. In The economics of education and training (pp. 209–240). Springer.

Gale, C. R., Deary, I. J., Boyle, S. H., Barefoot, J., Mortensen, L. H., & Batty, G. D. (2008). Cognitive ability in early adulthood and risk of 5 specific psychiatric disorders in middle age: The Vietnam experience study. Archives of general psychiatry, 65(12), 1410–1418.

Gelijke-Kansen.nl. (z.d.). Zomerscholen. https://www.gelijke-kansen.nl/evidence/zomerscholen

Haeck, C., & Lefebvre, P. (2020). Pandemic School Closures May Increase Inequality in Test Scores. Canadian Public Policy, Accepted version, e2020055.

Hanushek, E. A., & Woessmann, L. (2008). The role of cognitive skills in economic development. Journal of economic literature, 46(3), 607–668.

Hartog, J., Van Praag, M., & Van Der Sluis, J. (2010). If You Are So Smart, Why Aren’t You an Entrepreneur? Returns to Cognitive and Social Ability: Entrepreneurs Versus Employees. Journal of Economics & Management Strategy, 19(4), 947–989. https://doi.org/10.1111/j.15309134.2010.00274.x

Henderson, A. T., & Mapp, K. L. (2002). A New Wave of Evidence: The Impact of School, Family, and Community Connections on Student Achievement. Annual Synthesis, 2002.

Heylen, K., & Vanderstraeten, L. (2019). Wonen in Vlaanderen anno 2018 (p. 165). Steunpunt Wonen. https://steunpuntwonen.be/Documenten_20162020/Onderzoek_Werkpakketten/WP_1_Nieuwe_woonsurvey_en_woningschouwing/WP12_RAPPORT

Heyman, R., & Feron, L. (2020, april 9). Survey Kenniscentrum Data & Maatschappij: 1 persoon op 2 wil wel een corona-app die inschat wat persoonlijke risico’s op besmetting zijn. VUB press. https://press.vub.ac.be/survey-kenniscentrum-data--maatschappij-1-persoon-op-2-wil-wel-eencorona-app-die-inschat-wat-persoonlijke-risicos-op-besmetting-zijn

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Bibliografie’

117


Hoornaert, S., & Van Dessel, B. (2020). Impact COVID-19 maatrelegen op het Vlaamse snelwegverkeer—Deelrapport verkeersprestatie (voertuigkm) (p. 8). Agentschap Wegen & Verkeer. https://www.verkeerscentrum.be/sites/default/files/2020-07/Studienota%20impact%20COVID19maatregelen%20op%20verkeersprestatie%20Vlaamse%20snelwegen%20%28voertuigkilometer%2 9.pdf

Horemans, J., Kuypers, S., Marchal, S., & Marx, I. (2020). De kwetsbare werkende. Een profielschets van armoede en financiële bestaanszekerheid bij werkende Belgen. (COVIVAT Beleidsnota 4). Covivat. https://drive.google.com/file/d/1yLOcXiDmDy0j6btm38rzhFL1lGvrEF5K/view

Horn, D. (2009). Age of selection counts: A cross-country analysis of educational institutions. Educational research and evaluation, 15(4), 343–366.

ILO. (2020, mei 27). IAO: Meer dan één op zes jongeren heeft geen werk meer door COVID-19. IAO-Brussel. https://www.ilo.org/brussels/press/press-releases/WCMS_746075/lang-nl/index.htm

Joskin, A., & Henry, A. (2020). Crise du COVID-19: Quel impact sur le bien-être des Belges ? (p. 20). Federaal Planbureau. https://www.plan.be/uploaded/documents/202004290925290.REP_BIENETRE_COVID-19_12141.pdf

Jürges, H., Schneider, K., & Büchel, F. (2005). The effect of central exit examinations on student achievement: Quasi-experimental evidence from TIMSS Germany. Journal of the European Economic Association, 3(5), 1134–1155.

Kastit, I. (2020). De impact van de COVID-19- maatregelen op kinderen en jongeren in maatschappelijk kwetsbare situaties (p. 40). Uit De Marge vzw. https://www.uitdemarge.be/wpcontent/uploads/2020/05/DOSSIER-De-impact-van-COVID-19-op-kinderen-en-jongeren-inkwetsbare-situaties-3.pdf

Kind & Samenleving. (2019). Het grote buitenspeelonderzoek. https://k-s.be/spelen-en-vrijetijd/spelen/het-grote-buitenspeelonderzoek/

Kinderrechtencommissariaat. (2020). Coronacrisis treft alle kinderen en jongeren. Resultaten online-enquête #jongerenovercorona (p. 70). Kinderrechtencommissariaat. https://www.kinderrechtencommissariaat.be/sites/default/files/bestanden/20200525_rapport_jo ngeren_over_corona.pdf

Kitchen, H., Bethell, G., Fordham, E., Henderson, K., & Li, R. R. (2019). Assessment and recommendations. https://www.oecd-ilibrary.org/education/oecd-reviews-of-evaluation-andassessment-in-education-student-assessment-in-turkey_e681e4ee-en

Knack. (2013, augustus 20). Top 10 problemen in het onderwijs volgens leerkrachten. https://www.knack.be/nieuws/belgie/top-10-problemen-in-het-onderwijs-volgensleerkrachten/article-normal-103391.html

Knack. (2020, juni 30). ‘Weinig leerachterstand door corona, maar grote verschillen tussen leerlingen’. Knack. https://www.knack.be/nieuws/belgie/weinig-leerachterstand-door-coronamaar-grote-verschillen-tussen-leerlingen/article-news-1615635.html

Kniffin, K. M., Narayanan, J., Anseel, F., Antonakis, J., Ashford, S., Bakker, A. B., Bamberger, P., Bapuji, H., Bhave, D. P., Choi, V. K., Creary, S. J., Demerouti, E., Flynn, F., Gelfand, Mi., Greer, L., Johns, G., Kesebir, S., Klein, P. G., Lee, S. Y., … van vugt, mark. (2020). COVID-19 and the Workplace: Implications, Issues, and Insights for Future Research and Action [Preprint]. PsyArXiv. https://doi.org/10.31234/osf.io/gkwme

Krebs, D., & Gillmore, J. (1982). The relationship among the first stages of cognitive development, role-taking abilities, and moral development. Child Development, 877–886.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Bibliografie’

118


Kuypers, S., & Marx, I. (2020). De verdeling van de vermogens en schulden in België Een actualisering op basis van de derde golf van het HFCS. Centrum voor sociaal beleid Herman Deleeck. https://www.uantwerpen.be/images/uantwerpen/container2453/files/CSBBerichten%202020/CSBBericht2020_02.pdf

Lambert, P. (2020, mei 20). Burn-out door corona? ‘We zijn weerbaarder dan we denken’, stelt onderzoek van KU Leuven. VRT. https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2020/05/20/burn-out-door-coronawe-zijn-weerbaarder-dan-we-denken/

Leemans, G. (2014). De Schoolgebouwenmonitor 2013 Indicatoren voor de kwaliteit van de schoolgebouwen in Vlaanderen. AGIOn. https://www.agion.be/sites/default/files/images/D_eindrapport_monitor2013_finaal.pdf

Legrand, R. (2020, juni 8). Thuiswerken norm voor ambtenaren. De Standaard. https://www.tijd.be/politiek-economie/belgie/vlaanderen/thuiswerken-norm-voorambtenaren/10231622.html

Lockwood, B. B., Nathanson, C. G., & Weyl, E. G. (2017). Taxation and the Allocation of Talent. Journal of Political Economy, 125(5), 1635–1682.

Ludvigsson, J. F. (2020). Children are unlikely to be the main drivers of the COVID‐19 pandemic–a systematic review. Acta Paediatrica.

Marchal, S., Penne, T., & Storms, B. (2020). De doeltreffendheid van ons sociaal vangnet in corona tijden (COVIVAT Beleidsnota 5). Covivat. https://sites.google.com/view/covivat/publicaties?authuser=0

Martin, M., & Gordts, P. (2020, juni 22). Lockdown doet leerkloof niet groeien: ‘Overstap van lager naar secundair niet in het gedrang door coronacrisis’ [De Morgen]. https://www.demorgen.be/nieuws/lockdown-doet-leerkloof-niet-groeien-overstap-van-lagernaar-secundair-niet-in-het-gedrang-doorcoronacrisis~b39b96c0/?utm_source=demorgen&utm_medium=email&utm_campaign=newslette r&utm_content=ochtend&utm_userid=&ctm_ctid=b19efbc0e0b162fe5ba05e7112c89ea5

Means, B., Toyama, Y., Murphy, R., & Baki, M. (2013). The effectiveness of online and blended learning: A meta-analysis of the empirical literature. Teachers College Record, 115(3), 1–47.

MOBI. (2020, juni 2). First results study on COVID-19 and mobility for Belgium. MOBI VUB. https://mobi.research.vub.be/en/first-results-study-on-covid-19-and-mobility-for-belgium

Munro, A. P., & Faust, S. N. (2020). Children are not COVID-19 super spreaders: Time to go back to school. Archives of disease in childhood.

Ng, T. W., & Feldman, D. C. (2009). How broadly does education contribute to job performance? Personnel psychology, 62(1), 89–134.

OECD. (2017). Behavioural Insights and Public Policy: Lessons from Around the World. OECD. https://doi.org/10.1787/9789264270480-en

OECD. (2019a). Delivering Better Policies Through Behavioural Insights: New Approaches. OECD. https://doi.org/10.1787/6c9291e2-en

OECD. (2019b). In-depth Productivity Review of Belgium. OECD. https://doi.org/10.1787/88aefcd5en

OECD. (2019c). PISA 2018 Results (Volume III): What School Life Means for Students’ Lives. OECD. https://doi.org/10.1787/acd78851-en

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Bibliografie’

119


OECD. (2020, april 28). Protecting online consumers during the COVID-19 crisis. OECD. http://www.oecd.org/coronavirus/policy-responses/protecting-online-consumers-during-thecovid-19-crisis-2ce7353c/

OESO. (2019). Education at a glance. https://read.oecd-ilibrary.org/education/education-at-aglance-2019_f8d7880d-en#page1

Pain, E. (2017, april 4). Ph.D. students face significant mental health challenges. American Association for the Advancement of Science. https://www.sciencemag.org/careers/2017/04/phdstudents-face-significant-mental-health-challenges

Parlementaire vraag nr 345, (2018).

Pasar. (2020). Slechts 9% Vlamingen geniet van extra vrije tijd door corona-crisis. Pasar. https://www.pasar.be/blog/slechts-9-vlamingen-geniet-van-extra-vrije-tijd-door-corona-crisis

Phelps, R. P. (2012). The Effect of Testing on Student Achievement, 1910–2010. International Journal of Testing, 12(1), 21–43. https://doi.org/10.1080/15305058.2011.602920

Pieters, J., Italiano, P., Offermans, A.-M., & Hellemans, S. (2010). Ervaringen van vrouwen en mannen met psychologisch, fysiek en seksueel geweld. Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen. https://biblio.ugent.be/publication/1260929

Piopiunik, M., Schwerdt, G., & Woessmann, L. (2013). Central school exit exams and labor-market outcomes. European Journal of Political Economy, 31, 93–108.

Pisman, A., Vanacker, S., Willems, P., Engelen, G., & Poelmans, L. (2018). Ruimterapport Vlaanderen (RURA): Een ruimtelijke analyse van Vlaanderen 2018. Vlaams Planbureau voor Omgeving (VPO).

Ponnet, K., Hardyns, W., Anrijs, S., & M. Schokkenbroek, J. (2020). Welzijn en relaties in tijden van corona: Bevindingen van een survey-onderzoek in België van 3-17 april 2020. https://biblio.ugent.be/publication/8659840/file/8659843

Publiq. (2020, juni 30). Cultuurparticipatie in en na coronatijden. Publiq. https://www.publiq.be/nl/inzichten-en-praktijk/cultuurparticipatie-in-en-na-coronatijden

Raeymaeckers, P., Noël, C., Boost, D., Vermeiren, C., Coene, J., & Van Dam, S. (red.). Tijd voor sociaal beleid: Armoedebestrijding op lokaal niveau, Armoede en sociale uitsluiting. Acco.

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. (2020). Nota kinderen en COVID-19 Heropening PO. https://www.rivm.nl/coronavirus-covid-19/kinderen

Rindermann, H., & Ceci, S. J. (2009). Educational policy and country outcomes in international cognitive competence studies. Perspectives on Psychological Science, 4(6), 551–568.

Rindermann, H., & Thompson, J. (2011). Cognitive Capitalism: The Effect of Cognitive Ability on Wealth, as Mediated Through Scientific Achievement and Economic Freedom. Psychological Science, 22(6), 754–763. https://doi.org/10.1177/0956797611407207

Roevens, E., Op de Beeck, L., Pleysier, S., Put, J., Van Regenmortel, T., Hermans, K., & Voets, J. (2020). Evaluatie van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp. Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid & Gezin. https://www.jeugdhulp.be/actua/nieuwsberichten/voorstelling-evaluatierapport-decreetintegrale-jeugdhulp

Scheerder, J., Willem, A., De Bosscher, V., Thibaut, E., & Ricour, M. (2020). Sporten in tijden van crisis. Profiel van de corona-sporter. KUL, Ugent, VUB. file:///C:/Users/DriesB/Downloads/coronasporteronderzoek.pdf

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Bibliografie’

120


Scheerder, J., Willem, A., Derom, I., De Bosscher, V., & Helsen, K. (2020). Sportevenementen in tijden van corona. Coronastudie 2.0: Impact, attituden en profielen. https://kics.sport.vlaanderen/wetenschappelijkonderzoek/Documents/200511_Onderzoek_Coron asport_Sportevenementen.pdf

SERV. (2020). Cijferrapport Corona-impact op het sociaal-economisch weefsel (p. 356). SERV.

Statistiek Vlaanderen. (2019). Vlaamse openbare statistieken—Media en mediagebruik. Satistiek Vlaanderen.

Statistiek Vlaanderen. (2020). Aankomsten door verblijfstoeristen.

Steunpunt mens en samenleving. (2019). De STEK Sterke zet voor sociale bescherming. https://www.samvzw.be/sites/default/files/Publicaties/SAM111_deSTEK_digipub_DEF.pdf

Storms, B., & Frederickx, M. (2020). REMI: diagnose-instrument voor gelijkwaardige beoordeling financiële behoeftigheid door OCMW’s (CEBUD-Working Paper 2001, p. 40). Thomas More. https://8d4783fa-1302-40da-810574e82c22674f.filesusr.com/ugd/4ab716_e52cb7cadf58499683fedc665a069425.pdf

SVK De Poort Kortrijk. (2019). Kandidaat-huurders toewijzen obv woonnood en actueel besteedbaar inkomen versus lokale binding en anciënniteit en de daarmee gepaard gaande consequenties per gemeente in het werkingsgebied van De Poort.

Tele-onthaal. (2020, mei 8). Eenzaamheidsvirus slaat toe: 10% meer nieuwe oproepen van 60+ en alleenstaanden. Tele-onthaal. https://www.tele-onthaal.be/pers/eenzaamheidsvirus-slaat-toe

Test Aankoop. (2020, maart 11). Enquête tussen 5 en 9 maart 2020 bij 1000 Belgen. Test Aankoop. https://www.test-aankoop.be/action/pers%20informatie/persberichten/2020/coronavirus11032020

Timmers, M., Van Puyenbroeck, J., & Emmery, K. (2020). Impact coronamaatregelen op het gezin. Odisee - Kenniscentrum Gezinswetenschappen. https://www.kcgezinswetenschappen.be/nl/corona-impact-op-gezinnen

Toerisme Limburg. (2020). Onderzoeken & inzichten. Toerisme Werkt. https://www.toerismewerkt.be/onderzoeken-inzichten

Universiteit Antwerpen. (2020). Resultaten Grote Coronastudie. UAntwerpen. https://www.uantwerpen.be/nl/projecten/corona-studie/resultaten/

Valcke, S. (2020). Monitoring trends toerisme en coronavirus [Toerisme Vlaanderen]. https://www.toerismevlaanderen.be/corona/monitoringcorona

Van Lancker, W., Cappelle, H., Cox, N., Decorte, A., Defossez, E., Denoo, H., Stevens, F., & Willems, A. (2020). MISSION.

Van Lancker, Wim, & Vandenbroeck, M. (2019). De verdeling van de kinderopvang in Vlaanderen en in de centrumsteden: Spanning tussen de economicshe en sociale functie van kinderopvang. https://www.dropbox.com/s/k2pugiu4aamtlzg/VerdelingKinderopvangVlaanderenVanLanckerVandenbroeck.pdf?dl=0

Van Lancker, Wim, Vinck, J., & Cantillon, B. (2016). De armoede- en verdelingsimpact van de nieuwe Vlaamse kinderbijslag: Een analyse van het akkoord van de Vlaamse Regering van 28 mei 2016. https://www.centrumvoorsociaalbeleid.be/sites/default/files/D%202016%206104%2001_juli%20 2016_0.pdf

Van Puyenbroeck, J., Timmers, M., & Emmery, K. (2020, mei 14). ‘Niet iedereen heeft het goed in zijn bubbel’. Sociaal.net. https://sociaal.net/achtergrond/corona-onderzoek-gezin-bubbel/

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Bibliografie’

121


Vandendriessche, K., & De Marez, L. (2019). Imec.digimeter 2019. Imec. https://www.imec.be/static/476531-IMEC-Digimeter-Rapport%202020-WEBf6fe6fa9efafc16bd174620ca1f90376.PDF?utm_source=website&utm_medium=button&utm_cam paign=digimeter_rapport_2019

Vanderfaeillie, J., Stroobants, T., Van West, D., & Andries, C. (2015). Meten van gebruikersoordeel in de jeugd-ggz; kwalitatieve methoden en tevredenheidsvragenlijsten. Tijdschrift voor pyschiatrie, 57(6), 424–432.

Vanhaverbeke, L., & de Sejournet, A. (2020). MOBI study on Covid-19 and mobility for belgium. https://mobicorona.wordpress.com/

Vanheukelom, T. (2019, oktober 12). De jobbonus: Nuttig medicijn of overdosis? Toon’s blog. https://vanheukelom391271027.wordpress.com/2019/10/12/de-jobbonus-een-overdosisvitamines/#more-162

Verhaeghe, P. (2020). Over normaliteit: Over normaliteit en andere afwijkingen. Prometheus-Bert Bakker.

VIAS. (2020). Aantal verkeersdoden op onze wegen daalt tijdens het eerste trimester door de lockdown. https://www.vias.be/nl/newsroom/aantal-verkeersdoden-op-onze-wegen-daalt-tijdenshet-eerste-trimester-door-de-lockdown-

Vinck, J., Verbist, G., Van Lancker, W., Hufkens, T., & Vandelannoote, D. (2015). Een empirisch onderzoek naar de betaalbaarheid en wenselijkheid van hervormingen in de toekomstige Vlaamse kinderbijslag: Fase 1: Sociale toeslagen gebaseerd op inkomen.

Viner, R. M., Russell, S. J., Croker, H., Packer, J., Ward, J., Stansfield, C., Mytton, O., Bonell, C., & Booy, R. (2020). School closure and management practices during coronavirus outbreaks including COVID-19: A rapid systematic review. The Lancet Child & Adolescent Health, 4(5), 397–404. https://doi.org/10.1016/S2352-4642(20)30095-X

VITO. (2019). Nabijheid van groen. https://www.statistiekvlaanderen.be/KSMD-86-nabijheid-vangroen

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, & Agentschap voor Onderwijsdiensten. (2018). AGODI jaarverslag 2018. Poelmans, Patrick. https://www.agodi.be/sites/default/files/atoms/files/AGODI%20JV%202018%20WEB%20V2_0.pdf

Vlaams Patiëntenplatform. (2020). Wordt zorg bij personen met een chronische aandoening uitgesteld wegens het coronavirus COVID-19? Vlaams Patiëntenplatform. http://vlaamspatientenplatform.be/uploads/documents/Rapport_uitgestelde_zorg.pdf

Vlaams Verkeercentrum. (z.d.). Verkeersindicatoren Vlaams Verkeercentrum. Vlaamse Overheid Vlaams Verkeerscentrum. http://indicatoren.verkeerscentrum.be/vc.indicators.web.gui/indicator/index

Vlaamse Onderwijsinspectie. (2020a). Rapport belronde CLB coronamaatregelen. Vlaamse Onderwijsinspectie. https://www.onderwijsinspectie.be/sites/default/files/atoms/files/200701_Rapport%20belronde %20CLB.pdf

Vlaamse Onderwijsinspectie. (2020b). Onderzoek pedagogische praktijk 15-19 juni 2020. Onderwijsinspectie. https://www.onderwijsinspectie.be/sites/default/files/atoms/files/200625%20Synthese%20van%2 0de%20rapporten%20pedagogische%20praktijk%20bao%2C%20buo%20en%20so.pdf

Vlaamse Onderwijsraad. (2011). Gezin en school: De kloof voorbij, de grens gezet. Een probleemverkenning van de Vlaamse Onderwijsraad. Leuven: Acco.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Bibliografie’

122


Vlaamse regering, Vlaamse overheid. (2019). Vlaamse regering 2019-2024 Regeerakkoord.

von Hippel, P. T., & Hamrock, C. (2019). Do test score gaps grow before, during, or between the school years? Measurement artifacts and what we can know in spite of them. Sociological Science, 6, 43.

Weekers, B., & D’Espallier, A. (1995). Jaaarverslag van de Vlaamse Ombudsdienst 2019 Coronaaddendum. Vlaams Parlement.

Whalley, L. J., & Deary, I. J. (2001). Longitudinal cohort study of childhood IQ and survival up to age 76. Bmj, 322(7290), 819.

Vlaanderen herleeft. Aanbevelingen van het Maatschappelijk Relancecomité – Bibliografie’

123


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Vlaanderen_herleeft_aanbevelingen_maatschappelijke_relance.pdf by Vlaanderen-be - Issuu