Skip to main content

dossier 2022-077.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/077

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2022/077

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 16 februari 2022 diende xxx (hierna: verzoeker) een verzoek in bij de stad Landen om een afschrift te krijgen van verschillende documenten die verband houden met de stationsomgeving en de Brugstraat waar verzoeker woonachtig is. Tevens bevat het verzoekschrift één vraag om uitleg. Op 13 maart 2022 werd door verzoeker beroep ingesteld tegen het uitblijven van een antwoord van de stad Landen op zijn vraag. Op 14 maart 2022 werd dit beroep geregistreerd door de beroepsinstantie. Op 8 april 2022 werd, in toepassing van artikel II.50, §1, tweede lid van het Bestuursdecreet, de beslissingstermijn door de beroepsinstantie verlengd van dertig kalenderdagen tot een termijn van vijfenveertig kalenderdagen. Ontvankelijkheid van het beroep Op 16 februari 2022 werd het oorspronkelijk verzoekschrift ingediend. Op 13 maart 2022 diende verzoeker beroep in bij de beroepsinstantie openbaarheid van bestuur, tegen het uitblijven van een antwoord van de stad Landen. Aangezien de stad Landen niet tijdig gereageerd heeft op het oorspronkelijke openbaarheidsverzoek, heeft de termijn om beroep in te dienen conform artikel II.48 van het Bestuursdecreet geen aanvang genomen.

www.vlaanderen.be


Het beroepschrift van verzoeker d.d. 13 maart 2022 is bijgevolg tijdig ingediend en wordt als ontvankelijk beschouwd. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

Oorspronkelijk verzoek

Middels een verzoekschrift van 16 februari 2022 wenste verzoeker een afschrift te verkrijgen van verschillende documenten die verband houden met de stationsomgeving en de Brugstraat waar verzoeker woonachtig is. Tevens bevat het verzoekschrift één vraag om uitleg. Meer bepaald vraagt verzoeker een afschrift van de volgende documenten (met bij punt 8 ook nog een vraag om uitleg) in verband met een omgevingsvergunningsaanvraag (xxx) betreffende een onroerend goed gelegen xxx en binnen de perimeter van een Gemeentelijk RUP "Herziening Sint-Norbertus”: 1. de stedenbouwkundige vergunning gekend onder de referte xxx welke zou afgeleverd zijn voor de nieuwbouw van het appartementsgebouw - xxx 2. de stedenbouwkundige vergunning reguliere procedure xxx 3. het informatiedossier 2012 / GEVREN/06 i.v.m. gevelrenovatie en tevens vermeld in het toegezonden Besluit van 14 december 2021 4. de stedenbouwkundige vergunning reguliere procedure, bekend onder de referte xxx A-plaatsen van sandwichpanelen, reclamebanners en lichtreclame 5. het niet-tijdig aangeleverd advies van de Hulpverleningszone Oost (Vlaams-Brabant) betreffende de handelszaak met terras gelegen te xxx en meer bepaald de omgevingsvergunningsaanvraag bekend onder de referte xxx. 6. het laatste periodieke inspectieverslag zoals uitgevoerd en opgesteld door de Hulpverleningszone Oost (Vlaams-Brabant) over de handelszaak xxx, inclusief terras & terrasoverkapping met gelegen te xxx 7. het Horecareglement en het evenementenreglement zoals aangenomen en goedgekeurd bij Besluit van de Zoneraad van de Hulpverleningszone OOST (Vlaams-Brabant) bij Besluit van 24 november 2021 en toepasselijk op het grondgebied van de Stad Landen en , per extensie , ook in de Brugstraat (waar verzoeker woonachtig is) en op het Stationsplein 8. de chronologisch laatste vergunning voor de inname van het openbaar domein en verleend door de Stad Landen aan xxx en/of aan haar bestuurder of zaakgelastigde voor niet-overdekte en overdekte terrassen op het openbaar domein. Verder wenst verzoeker te vernemen of de vergunning enkel slaat op het openbaar domein dat ingevolge de beheersovereenkomst tussen de Stad Landen en de NMBS / INFRABEL werd ingelijfd bij de zgn. "' kleine wegenis " dan wel of de vergunning ook van toepassing is op het deel van het openbaar domein (gelegen in de Brugstraat en het Stationsplein) dat niet is ingelijfd in de zgn." kleine wegenis". 9. het Besluit van de Burgemeester waarbij aan de PZ Getevallei en/of aan een nominatief aangeduide persoon in de schoot van de PZ Getevallei , een bestuursrechtelijke delegatie werd verleend tot het

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/077

pagina 2 van 9


afleveren van vergunningen voor de inname van het openbaar domein in de Stad Landen en in het bijzonder in de Brugstraat (waar verzoeker woonachtig is) en het Stationsplein.

2.

Antwoord van de stad Landen

De stad Landen heeft het openbaarheidsverzoek niet beantwoord, reden waarom verzoeker in beroep is gegaan.

3.

Beroepschrift

Met zijn beroep van 13 maart 2022 wenst verzoeker alsnog de gevraagde afschriften en uitleg te verkrijgen.

4.

Beoordeling door de beroepsinstantie

Om met kennis van zaken over het beroep te kunnen oordelen, heeft de beroepsinstantie op 15 maart 2022 contact opgenomen met de stad Landen, om de gevraagde documenten te krijgen en de stad Landen in de gelegenheid te stellen om wat meer duiding te verstrekken betreffende dit dossier. Op 27 april 2022 heeft de stad Landen geantwoord aan de beroepsinstantie, aan wie het thans toekomt om te oordelen over het ingestelde beroep.

Betreffende het eerste onderdeel van het oorspronkelijke verzoek : de stedenbouwkundige vergunning gekend onder de referte xxx welke zou afgeleverd zijn voor de nieuwbouw van het appartementsgebouw - xxx Na kennisneming door de beroepsinstantie van de betrokken vergunning wordt geoordeeld dat deze voor openbaarmaking in aanmerking komt, behalve wat betreft de persoonsgegevens (naam en voornaam) van natuurlijke personen die erin opgenomen zijn. De beroepsinstantie is van oordeel dat de voormelde persoonsgegevens onleesbaar moeten worden gemaakt in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Voormelde decreetbepaling bevat de verplichting om, behoudens toestemming van de betrokkene, een aanvraag af te wijzen als de openbaarmaking afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Deze bepaling laat niet toe dat gegevens worden verstrekt die de identificatie van derden mogelijk maken, in de mate dat daarmee afbreuk zou worden gedaan aan de bescherming van hun persoonlijke levenssfeer. Hoewel het hier om een absolute uitzonderingsgrond gaat waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, vertoont de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet voorziene uitzonderingsgrond niettemin een relatief aspect. De decreetgever was weliswaar van oordeel dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend, maar wijst er desondanks op dat telkens en in concreto geoordeeld moet worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (Vlaams Parlement, Parl. St. 2017-2018, nr. 1656/1, blz. 58). Artikel 22 van de Grondwet waarborgt uitdrukkelijk het recht op eerbiediging van het privéleven, net zoals artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dit doet. De bedoeling en het fundamentele uitgangspunt van de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond bestaat er precies in om het aan iedereen toegekende grondwettelijke recht op de eerbiediging van zijn privéleven te beschermen.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/077

pagina 3 van 9


De beroepsinstantie merkt op dat bij onderzoek naar de uitzonderingsgrond met betrekking tot de persoonlijke levenssfeer moet worden nagegaan of er al dan niet sprake is van informatie in een bestuursdocument die op de persoonlijke levenssfeer betrekking heeft. Namen van natuurlijke personen behoren ontegensprekelijk tot het privéleven van de betrokkenen en het privéleven vormt de kern van de persoonlijke levenssfeer (F. SCHRAM, Het decreet openbaarheid van bestuur. Een juridische analyse in historisch perspectief, Brugge, Vanden Broele, 247; Concl. Adv.Gen. bij HvJ 8 april 2014, nr. C-293/12, Digital Rights Ireland Ltd, nr. 61). Het openbaar maken van deze gegevens heeft aldus betrekking op de kern van een belang – het door artikel 22 van de Grondwet en het door artikel 8 EVRM aan eenieder toegekende recht op eerbiediging van zijn privéleven – dat de uitzonderingsgrond uit artikel II.34, 2°, van het Bestuursdecreet wenst te beschermen tegen de openbaarheid van bestuur (RvS, nr. 234.609 dd. 2 mei 2016). De beroepsinstantie is dan ook van oordeel dat de openbaarmaking van de namen van de natuurlijke personen die vermeld worden in het betrokken document, afbreuk zou doen aan het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen. De desbetreffende namen moeten dan ook worden afgeschermd in toepassing van voormeld artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Op basis van artikel II.45 § 2 van het Bestuursdecreet kan een document ook gedeeltelijk openbaar gemaakt worden als informatie waarop een uitzondering van toepassing is samen met andere informatie in een bestuursdocument opgenomen is, en het mogelijk is om de informatie die niet openbaar kan gemaakt worden, te scheiden van de andere informatie. Dit is in casu het geval. Volgens artikel II.50, §1, derde lid van het Bestuursdecreet dient de beroepsinstantie in de regel alsnog de betrokken personen om toestemming aan te schrijven voor de vrijgave van de namen. In casu wordt daarvan echter afgezien, bij gebrek aan contactgegevens. Het beroep is betreffende dit eerste onderdeel van het oorspronkelijke beroep dan ook gedeeltelijk gegrond.

Betreffende het tweede onderdeel van het oorspronkelijke verzoek : de stedenbouwkundige vergunning reguliere procedure xxx Na kennisneming door de beroepsinstantie van de betrokken vergunning wordt geoordeeld dat deze voor openbaarmaking in aanmerking komt. Door de stad Landen worden geen uitzonderingsgronden aangevoerd, en door de beroepsinstantie ook niet gezien, die de openbaarmaking van vermelde vergunning zouden in de weg staan. De vergunning werd verleend aan een rechtspersoon, zodat de uitzondering van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet (persoonlijke levenssfeer) in casu niet van toepassing is. Het beroep is betreffende dit tweede onderdeel van het oorspronkelijke beroep dan ook gegrond.

Betreffende het derde onderdeel van het oorspronkelijke verzoek : het informatiedossier xxx i.v.m. gevelrenovatie en tevens vermeld in het toegezonden Besluit van 14 december 2021 Na kennisneming door de beroepsinstantie van de betrokken documenten wordt geoordeeld dat deze voor openbaarmaking in aanmerking komen, behalve wat betreft de persoonsgegevens (namen en voornamen van natuurlijke personen) en het subsidiebedrag die erin opgenomen zijn. De beroepsinstantie is van oordeel dat de voormelde gegevens onleesbaar moeten worden gemaakt in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Voormelde decreetbepaling bevat de verplichting om, behoudens toestemming van de betrokkene, een aanvraag af te wijzen als de openbaarmaking afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Deze bepaling laat niet toe dat gegevens worden

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/077

pagina 4 van 9


verstrekt die de identificatie van derden mogelijk maken, in de mate dat daarmee afbreuk zou worden gedaan aan de bescherming van hun persoonlijke levenssfeer. Hoewel het hier om een absolute uitzonderingsgrond gaat waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, vertoont de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet voorziene uitzonderingsgrond niettemin een relatief aspect. De decreetgever was weliswaar van oordeel dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend, maar wijst er desondanks op dat telkens en in concreto geoordeeld moet worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (Vlaams Parlement, Parl. St. 2017-2018, nr. 1656/1, blz. 58). Artikel 22 van de Grondwet waarborgt uitdrukkelijk het recht op eerbiediging van het privéleven, net zoals artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dit doet. De bedoeling en het fundamentele uitgangspunt van de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond bestaat er precies in om het aan iedereen toegekende grondwettelijke recht op de eerbiediging van zijn privéleven te beschermen. De beroepsinstantie merkt op dat bij onderzoek naar de uitzonderingsgrond met betrekking tot de persoonlijke levenssfeer moet worden nagegaan of er al dan niet sprake is van informatie in een bestuursdocument die op de persoonlijke levenssfeer betrekking heeft. Namen van natuurlijke personen behoren ontegensprekelijk tot het privéleven van de betrokkenen en het privéleven vormt de kern van de persoonlijke levenssfeer (F. SCHRAM, Het decreet openbaarheid van bestuur. Een juridische analyse in historisch perspectief, Brugge, Vanden Broele, 247; Concl. Adv.Gen. bij HvJ 8 april 2014, nr. C-293/12, Digital Rights Ireland Ltd, nr. 61). Het openbaar maken van deze gegevens heeft aldus betrekking op de kern van een belang – het door artikel 22 van de Grondwet en het door artikel 8 EVRM aan eenieder toegekende recht op eerbiediging van zijn privéleven – dat de uitzonderingsgrond uit artikel II.34, 2°, van het Bestuursdecreet wenst te beschermen tegen de openbaarheid van bestuur (RvS, nr. 234.609 dd. 2 mei 2016). Ook het bedrag van de subsidie behoort tot de persoonlijke levenssfeer (persoonlijke financiën). De beroepsinstantie is dan ook van oordeel dat de openbaarmaking van de namen van de natuurlijke personen die vermeld worden in het betrokken document, alsook van het subsidiebedrag, afbreuk zou doen aan het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen. De desbetreffende gegevens moeten dan ook worden afgeschermd in toepassing van voormeld artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Op basis van artikel II.45 § 2 van het Bestuursdecreet kan een document ook gedeeltelijk openbaar gemaakt worden als informatie waarop een uitzondering van toepassing is samen met andere informatie in een bestuursdocument opgenomen is, en het mogelijk is om de informatie die niet openbaar kan gemaakt worden, te scheiden van de andere informatie. Dit is in casu het geval. Volgens artikel II.50, §1, derde lid van het Bestuursdecreet dient de beroepsinstantie in de regel alsnog de betrokken personen om toestemming aan te schrijven voor de vrijgave van de namen en het subsidiebedrag. In casu wordt daarvan echter afgezien, bij gebrek aan contactgegevens. Het beroep is betreffende dit eerste onderdeel van het oorspronkelijke beroep dan ook gedeeltelijk gegrond.

Betreffende het vierde onderdeel van het oorspronkelijke verzoek : de stedenbouwkundige vergunning reguliere procedure en U bekend onder de referte xxx -plaatsen van sandwichpanelen, reclamebanners en lichtreclame

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/077

pagina 5 van 9


Uit het antwoord van de stad Landen van 27 april 2022 blijkt dat het betrokken document niet bestaat. Er is geen vergunning met referte xxx gekend. Bijgevolg kan de beroepsinstantie alleen maar vaststellen dat dit onderdeel van het openbaarheidsverzoek van verzoeker betrekking heeft op een document dat niet bestaat of waarover de stad Landen niet beschikt. Nu een openbaarheidsverzoek enkel maar betrekking kan hebben op informatie die in het bezit is van een overheidsinstantie, zoals omschreven in artikel I.4, 3° van het Bestuursdecreet, dient het beroep voor wat betreft dit onderdeel als ongegrond te worden beschouwd.

Betreffende het vijfde onderdeel van het oorspronkelijke verzoek : het niet-tijdig aangeleverd advies van de Hulpverleningszone Oost (Vlaams-Brabant) betreffende de handelszaak met terras gelegen te xxx Uit het antwoord van de stad Landen van 27 april 2022 blijkt dat het betrokken document niet bestaat. Er werd geen advies ontvangen. Bijgevolg kan de beroepsinstantie alleen maar vaststellen dat dit onderdeel van het openbaarheidsverzoek van verzoeker betrekking heeft op een document dat niet bestaat of waarover de stad Landen niet beschikt. Nu een openbaarheidsverzoek enkel maar betrekking kan hebben op informatie die in het bezit is van een overheidsinstantie, zoals omschreven in artikel I.4, 3° van het Bestuursdecreet, dient het beroep voor wat betreft dit onderdeel als ongegrond te worden beschouwd.

Betreffende het zesde onderdeel van het oorspronkelijke verzoek : het laatste periodieke inspectieverslag zoals uitgevoerd en opgesteld door de Hulpverleningszone Oost (Vlaams-Brabant) over xxx , inclusief terras & terrasoverkapping met gelegen te xxx In het antwoord van de stad Landen van 27 april 2022 wordt uitdrukkelijk bevestigd dat het betrokken document niet in het bezit is van de stad. Nu een openbaarheidsverzoek enkel maar betrekking kan hebben op informatie die in het bezit is van een overheidsinstantie, zoals omschreven in artikel I.4, 3° van het Bestuursdecreet, dient het beroep voor wat betreft dit onderdeel als ongegrond te worden beschouwd.

Betreffende het zevende onderdeel van het oorspronkelijke verzoek : het Horecareglement en van het evenementenreglement zoals aangenomen en goedgekeurd bij Besluit van de Zoneraad van de Hulpverleningszone OOST ( Vlaams-Brabant) bij Besluit van 24 november 2021 en toepasselijk op het grondgebied van de Stad Landen en , per extensie , ook in de Brugstraat ( waar verzoeker woonachtig is) en op het Stationsplein Na kennisneming door de beroepsinstantie van het betrokken document wordt geoordeeld dat dit voor openbaarmaking in aanmerking komt, behalve wat betreft de persoonsgegevens (naam en functie van de natuurlijke persoon, auteur van het reglement). De beroepsinstantie is van oordeel dat de voormelde gegevens onleesbaar moeten worden gemaakt in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Voormelde decreetbepaling bevat de verplichting om, behoudens toestemming van de betrokkene, een aanvraag af te wijzen als de openbaarmaking afbreuk

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/077

pagina 6 van 9


doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Deze bepaling laat niet toe dat gegevens worden verstrekt die de identificatie van derden mogelijk maken, in de mate dat daarmee afbreuk zou worden gedaan aan de bescherming van hun persoonlijke levenssfeer. Hoewel het hier om een absolute uitzonderingsgrond gaat waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, vertoont de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet voorziene uitzonderingsgrond niettemin een relatief aspect. De decreetgever was weliswaar van oordeel dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend, maar wijst er desondanks op dat telkens en in concreto geoordeeld moet worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (Vlaams Parlement, Parl. St. 2017-2018, nr. 1656/1, blz. 58). Artikel 22 van de Grondwet waarborgt uitdrukkelijk het recht op eerbiediging van het privéleven, net zoals artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dit doet. De bedoeling en het fundamentele uitgangspunt van de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond bestaat er precies in om het aan iedereen toegekende grondwettelijke recht op de eerbiediging van zijn privéleven te beschermen. De beroepsinstantie merkt op dat bij onderzoek naar de uitzonderingsgrond met betrekking tot de persoonlijke levenssfeer moet worden nagegaan of er al dan niet sprake is van informatie in een bestuursdocument die op de persoonlijke levenssfeer betrekking heeft. Namen van natuurlijke personen behoren ontegensprekelijk tot het privéleven van de betrokkenen en het privéleven vormt de kern van de persoonlijke levenssfeer (F. SCHRAM, Het decreet openbaarheid van bestuur. Een juridische analyse in historisch perspectief, Brugge, Vanden Broele, 247; Concl. Adv.Gen. bij HvJ 8 april 2014, nr. C-293/12, Digital Rights Ireland Ltd, nr. 61). Het openbaar maken van deze gegevens heeft aldus betrekking op de kern van een belang – het door artikel 22 van de Grondwet en het door artikel 8 EVRM aan eenieder toegekende recht op eerbiediging van zijn privéleven – dat de uitzonderingsgrond uit artikel II.34, 2°, van het Bestuursdecreet wenst te beschermen tegen de openbaarheid van bestuur (RvS, nr. 234.609 dd. 2 mei 2016). Ook de functie van een natuurlijke persoon behoort tot de persoonlijke levenssfeer (professionele levenssfeer). De beroepsinstantie is dan ook van oordeel dat de openbaarmaking van de naam van de betrokken natuurlijke persoon die vermeld wordt in het betrokken document, alsook de functie van betrokkene, afbreuk zou doen aan het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen. De desbetreffende gegevens moeten dan ook worden afgeschermd in toepassing van voormeld artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Op basis van artikel II.45 § 2 van het Bestuursdecreet kan een document ook gedeeltelijk openbaar gemaakt worden als informatie waarop een uitzondering van toepassing is samen met andere informatie in een bestuursdocument opgenomen is, en het mogelijk is om de informatie die niet openbaar kan gemaakt worden, te scheiden van de andere informatie. Dit is in casu het geval. Volgens artikel II.50, §1, derde lid van het Bestuursdecreet dient de beroepsinstantie in de regel alsnog de betrokken personen om toestemming aan te schrijven voor de vrijgave van de namen. In casu wordt daarvan echter afgezien, bij gebrek aan contactgegevens. Het beroep is betreffende dit eerste onderdeel van het oorspronkelijke beroep dan ook gedeeltelijk gegrond.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/077

pagina 7 van 9


Betreffende het achtste onderdeel van het oorspronkelijke verzoek : de chronologisch laatste vergunning voor de inname van het openbaar domein en verleend door de Stad Landen aan xxx en/of aan haar bestuurder of zaakgelastigde voor niet-overdekte en overdekte terrassen op het openbaar domein Na kennisneming door de beroepsinstantie van de betrokken vergunning wordt geoordeeld dat deze voor openbaarmaking in aanmerking komt. Door de stad Landen worden geen uitzonderingsgronden aangevoerd, en door de beroepsinstantie ook niet gezien, die de openbaarmaking van vermelde vergunning zouden in de weg staan. De vergunning werd verleend aan een rechtspersoon, zodat de uitzondering van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet (persoonlijke levenssfeer) in casu niet van toepassing is. Het beroep is betreffende dit achtste onderdeel van het oorspronkelijke beroep dan ook gegrond. Verder wenst verzoeker te vernemen of de vergunning enkel slaat op het openbaar domein dat ingevolge de beheersovereenkomst tussen de Stad Landen en de NMBS / INFRABEL werd ingelijfd bij de zgn. “kleine wegenis" dan wel of de vergunning ook van toepassing is op het deel van het openbaar domein (gelegen in de Brugstraat en het Stationsplein) dat niet is ingelijfd in de zgn. "kleine wegenis". De stad Landen heeft t.a.v. de beroepsinstantie de gevraagde uitleg verschaft, zodat deze ook kan meegedeeld worden aan verzoeker. Het beroep is ook op dit punt (vraag om uitleg) gegrond.

Betreffende het negende onderdeel van het oorspronkelijke verzoek : het Besluit van de Burgemeester waarbij aan de PZ Getevallei en/of aan een nominatief aangeduide persoon in de schoot van de PZ Getevallei , een bestuursrechtelijke delegatie werd verleend tot het afleveren van vergunningen voor de inname van het openbaar domein in de Stad Landen en in het bijzonder in de Brugstraat ( waar verzoeker woonachtig is) en het Stationsplein In het antwoord van de stad Landen van 27 april 2022 aan de beroepsinstantie wordt gesteld dat deze regeling vervat zit in het stedelijk ‘retributiereglement op inname openbaar domein’, waarin duidelijk staat dat deze bevoegdheid is toevertrouwd aan de korpschef van de PZ, die op zijn beurt een afgevaardigde kan/mag aanduiden. Het retributiereglement is van 2013, herzien in 2020, en werd gepubliceerd op de website van de stad. De beroepsinstantie heeft kunnen vaststellen dat de gevraagde informatie inderdaad vervat zit in het betrokken retributiereglement dat reeds openbaar te consulteren is op de volgende website van de stad Landen: https://www.landen.be/retributiereglement-inname-openbaar%20domein Uit het voorgaande volgt dat verzoeker de gevraagde documenten via de vermelde website actief kan consulteren. Hij kan de gewenste informatie daar terugvinden. Nu de gevraagde informatie reeds actief openbaar werd gemaakt en hierdoor dus sowieso reeds aan de openbaarheidsvraag tegemoet was gekomen, is het beroep voor dit onderdeel ongegrond.

Na beraadslaging,

BESLUIT:

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/077

pagina 8 van 9


Het beroepschrift van xxx d.d. 13 maart 2022 is ontvankelijk en deels ongegrond en deels gegrond. Bijgevolg dient de stad Landen aan verzoeker een afschrift over te maken van de volgende documenten: 1) 2) 3) 4)

Stedenbouwkundige vergunning met ref. xxx na anonimisering persoonsgegevens; Stedenbouwkundige vergunning met ref. xxx; Informatiedossier xxx, na anonimisering persoonsgegevens en onleesbaar maken subsidiebedrag; Zonaal evenementenreglement – Zonaal horecareglement na anonimisering persoonsgegevens en onleesbaar maken functiegegevens; 5) Vergunning ‘Inname Rapport’ d.d. 1 mei 2021. Tevens dient de stad Landen aan verzoeker de gevraagde uitleg te verschaffen bij de bovenvermelde vergunning ‘Inname Rapport’ d.d. 1 mei 2021.

Geen toestemming tot hergebruik van bestuursdocumenten In zoverre dit beroep geheel of gedeeltelijk gegrond werd verklaard, geldt dat deze inwilliging van de aanvraag tot openbaarmaking GEEN toestemming inhoudt om de gevraagde bestuursdocumenten te hergebruiken, als vermeld in titel II, hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. Brussel, 2 mei 2022 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/077

pagina 9 van 9


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook