Skip to main content

dossier 2020-200.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/200

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2020/200

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 4 juni 2020 diende xxx (hierna: verzoeker), een verzoek in bij de stad Leuven tot het verkrijgen van een afschrift van de volgende bestuursdocumenten die door de stad Leuven gebruikt werden als onderbouwing van het Masterplan Hertogensite: 1. Bundel bouwfiches Masterplan Hertogensite (verpleegsterschool te Leuven); 2. Bijhorende publicatie, Van den Borne, S.,: Bouwhistorische evolutie van de terreinen en woningen aan de site Hertogendal te Leuven (2008). Op 16 juni 2020 werd door de stad Leuven geweigerd om in te gaan op dit verzoek. Deze beslissing werd per mail van 6 juli 2020 ter kennis gebracht van verzoeker. Op 29 juli 2020 werd door verzoeker beroep aangetekend tegen vermelde weigeringsbeslissing. Het beroep werd door de beroepsinstantie openbaarheid van bestuur geregistreerd op 30 juli 2020.

www.vlaanderen.be


In toepassing van artikel II.50, §1, tweede lid van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, verlengde de beroepsinstantie bij beslissing van 27 augustus 2020 haar beslissingstermijn van dertig kalenderdagen tot een termijn van vijfenveertig kalenderdagen. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijk verzoek dateert van 4 juni 2020. De weigeringsbeslissing van de stad Leuven dateert van 16 juni 2020, en werd via een mailbericht van 6 juli 2020 ter kennis gebracht van verzoeker. Daarbij werd uitdrukkelijk melding gemaakt van de beroepsmogelijkheden en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (verder ‘Bestuursdecreet’). Op 29 juli 2020 diende verzoeker beroep in tegen voormelde weigeringsbeslissing. Het ingediende beroep is bijgevolg tijdig ingediend en is ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

Bestreden beslissing

Het beroep d.d. 29 juli 2020 is gericht tegen de beslissing d.d. 16 juni 2020 van de stad Leuven, waarbij deze weigerde om de gevraagde documenten over te maken aan verzoeker. De weigering van de stad Leuven steunt in essentie op de volgende motivering: “Er kunnen geen

bestuursdocumenten afgeleverd worden, gezien de bouwfiche eigendom is van de projectontwikkelaar en het onderzoek eigendom is van de auteur. Deze informatie is aldus vertrouwelijk zoals bepaald in artikel II.35, 3° van het bestuursdecreet van 7 december 2018.” 2. Inhoud van het beroepschrift

In het beroepschrift van 29 juli 2020 stelt verzoeker het volgende:

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/200

pagina 2 van 6


“De niet-inwilliging van de aanvraag werd gemotiveerd omdat de gevraagde documenten vertrouwelijk zouden zijn met verwijzing naar artikel II.35, 3° van het bestuursdecreet van 07.12.2018. Het betreffende 3° lid van art. II.35 verwijst naar ‘het vertrouwelijk karakter van commerciële en industriële informatie, als die informatie beschermd wordt om een gelegitimeerd economisch belang te vrijwaren, …’. De betreffende documenten (bouwfiches en bouwhistorische studie) betreffen het gebouw van de voormalige Verpleegstersschool Sint-Elisabeth, Kapucijnenvoer, Leuven. Dit gebouw werd ondertussen volledig gesloopt na aflevering van de desbetreffende vergunning door de Bestendige Deputatie VlaamsBrabant (30.04.2020). Er kan derhalve geen enkel gelegitimeerd economisch belang ingeroepen worden of sprake zijn van enig vertrouwelijk karakter van commerciële of industriële informatie, aangezien het gebouw volledig gesloopt werd. De gevraagde documenten zijn nochtans van belang als bewijsstukken bij de beroepsprocedure die het Leuvens Historisch Genootschap ingediend heeft bij de Raad van Vergunningsbetwistingen tegen de vergunning tot sloop van de voormalige Verpleegstersschool en nieuwbouw, afgeleverd door de Bestendige Deputatie.” 3. Toelichting door de stad Leuven De beroepsinstantie nam op 30 juli en 25 augustus 2020 contact op met de stad Leuven om met kennis van zaken over het ingestelde beroep te kunnen oordelen. Bij mailberichten van 10 en 27 augustus 2020 heeft de stad Leuven de volgende toelichting verstrekt aan de beroepsinstantie:

“De stad Leuven blijft bij haar standpunt dat er geen bestuursdocumenten kunnen afgeleverd worden, gezien de bouwfiche eigendom is van de projectontwikkelaar en het onderzoek eigendom is van de auteur. Deze informatie is aldus vertrouwelijk zoals bepaald in artikel II.35, 3° van het bestuursdecreet van 7 december 2018. Deze weigeringsgrond weegt, ons inziens, zwaarder door dan het belang van de openbaarheid van bestuur. De documenten werden aan de stad bezorgd in het kader van het stadsontwikkelingsproject Hertogensite. De opdrachtgever (Resiterra nv) liet een masterplan opmaken door een studiebureau (NV ‘De Gregorio & Partners Architecten’). Dit masterplan werd daarna door de stad Leuven vertaald in een ruimtelijk uitvoeringsplan. De documenten werden door het studiebureau aan de stad gepresenteerd. Na de presentatie werden deze via mail bezorgd aan de stad. De bouwfiches zijn bijgevolg eigendom van de NV De Gregorio & Partners Architecten. Het onderzoek is eigendom van de auteur, xxx. De stad beschikt dan ook niet over de auteursrechten.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/200

pagina 3 van 6


We beroepen ons op artikel II.35, 3° van het bestuursdecreet: het belang van de openbaarheid weegt niet op tegen de bescherming van het vertrouwelijke karakter van commerciële en industriële informatie. De intellectuele eigendom behoort immers tot de commerciële informatie van het studiebureau.” Het komt thans aan de beroepsinstantie toe om te oordelen over het beroep.

4. Standpunt van de beroepsinstantie De beroepsinstantie stelt vast dat de gevraagde documenten gelinkt zijn aan een gerechtelijke procedure die door het Leuvens Historisch Genootschap, namens wie verzoeker optreedt, ingediend werd bij de Raad van Vergunningsbetwistingen. Deze procedure is gericht tegen de vergunning tot sloop van de voormalige Verpleegstersschool en nieuwbouw, afgeleverd door de deputatie. Blijkens de dossiergegevens werden de gevraagde documenten, die het voorwerp uitmaken van voorliggende beroepsprocedure, aan de stad bezorgd in het kader van het stadsontwikkelingsproject Hertogensite. De opdrachtgever (Resiterra nv) liet een masterplan opmaken door een studiebureau (NV ‘De Gregorio & Partners Architecten’). Dit masterplan werd daarna door de stad Leuven vertaald in een ruimtelijk uitvoeringsplan. Nu gegevens inzake ruimtelijke ordening in het algemeen, en gegevens inzake ruimtelijke uitvoeringsplannen in het bijzonder, in beginsel beschouwd dienen te worden als milieuinformatie, gaat de beroepsinstantie ervan uit dat de gevraagde documenten betrekking hebben op milieuinformatie zoals bedoeld in artikel I.4, 11° van het Bestuursdecreet. Volgens artikel II.36 8° van het Bestuursdecreet, dat betrekking heeft op bestuursdocumenten die milieuinformatie bevatten, moet een aanvraag tot openbaarmaking afgewezen worden als de overheidsinstantie van oordeel is dat het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van de rechtspleging in een burgerlijk of administratief rechtsgeding en de mogelijkheid een eerlijk proces te verkrijgen. Het gaat om een relatieve uitzonderingsgrond. Hierbij moet eerst onderzocht worden of de openbaarmaking het beschermde belang schaadt. Als er belangenschade is, moet vervolgens het te beschermen belang worden afgewogen tegen het belang van de openbaarheid. De openbaarheid mag dan enkel worden bevolen als daarmee een hoger belang wordt gediend dat zwaarder weegt dan het door de uitzonderingsgrond beschermde belang. De uitzonderingsgrond beoogt het eerlijk verloop van de rechtspleging te vrijwaren. Een essentieel onderdeel van het recht op een eerlijk proces is immers het beginsel van de “gelijkheid der wapens in een proces”. Dit beginsel van de wapengelijkheid houdt in dat elke partij het recht heeft haar argumenten te doen gelden in omstandigheden die haar niet benadelen ten opzichte van de tegenpartij. De bestaansreden van voormelde uitzonderingsgrond ligt vooral bij het verhinderen dat de openbaarheid van bestuur, waaraan één partij onderworpen is, afbreuk zou doen aan de wapengelijkheid. Zonder deze uitzonderingsgrond zou één partij op grond van de openbaarheid van bestuur kunnen worden verplicht stukken in het gerechtelijk debat te brengen die tegen haar (of een andere aan openbaarheid onderworpen overheidsinstantie) zouden kunnen pleiten, daar waar de andere partij enkel die elementen die haar eis ondersteunen, kenbaar mag maken om het oordeel van de rechter te beïnvloeden. Deze uitzonderingsgrond

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/200

pagina 4 van 6


is een correctief op de openbaarheid om te beletten dat een instantie zou worden verplicht in een rechtsgeding de tegenpartij informatie ter beschikking te stellen die vervolgens tegen haar (of een andere aan openbaarheid onderworpen overheidsinstantie) wordt uitgespeeld. De bedoelde uitzonderingsgrond mag evenwel niet op een abstracte manier worden ingeroepen zodat concreet moet worden aangetoond dat het gevraagde bestuursdocument verband houdt met een bestaand rechtsgeding en tegen een overheidsinstantie kan worden aangewend. Het voorwerp van het door verzoeker bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen ingediende beroepschrift is de vergunning tot sloop van de voormalige Verpleegstersschool en nieuwbouw, afgeleverd door de deputatie. Aldus heeft het voorliggende openbaarheidsverzoek een rechtstreeks verband met het voorwerp van het hangend administratief rechtsgeding. Immers, de voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen aangevochten vergunning kadert binnen het ruimtelijk uitvoeringsplan dat werd opgemaakt, mede op basis van het masterplan, dat op zijn beurt werd opgemaakt, mede op basis van de thans gevraagde bestuursdocumenten. Overigens geeft verzoeker ook zelf expliciet aan dat de gevraagde documenten van belang zijn als bewijsstukken in deze gerechtelijke procedure. Deze vaststelling is voldoende om artikel II.36, 8° van het Bestuursdecreet toepasselijk te maken op dit beroep, aangezien uit vermelde concrete feiten van dit dossier blijkt dat het belang van de openbaarheid in casu niet opweegt tegen de bescherming van de rechtspleging in een burgerlijk of administratief rechtsgeding en de mogelijkheid een eerlijk proces te verkrijgen. Ook het feit dat het rechtsgeding werd ingesteld tegen de deputatie en niet tegen de stad Leuven, die hier betrokken is als overheidsinstantie, doet geen afbreuk aan de toepasselijkheid van vermelde uitzonderingsgrond. Vaak zijn bepaalde bestuursdocumenten immers in het bezit van verscheidene overheidsinstanties, zodat de ratio legis van artikel II.36, 8° van het Bestuursdecreet volledig zou worden uitgehold indien deze uitzonderingsgrond enkel betrekking zou hebben op rechtsgedingen waarin de overheidsinstantie, aan wie het openbaarheidsverzoek wordt gericht, zelf gedingpartij is. De beroepsinstantie is bijgevolg van oordeel dat het beroep om die reden dient afgewezen te worden als ongegrond. Na beraadslaging,

BESLUIT: Het beroep d.d. 29 juli 2020 dat door xxx werd ingesteld tegen de weigeringsbeslissing van de stad Leuven d.d. 16 juni 2020 betreffende zijn oorspronkelijk verzoek van 4 juni 2020, wordt als ontvankelijk doch ongegrond beschouwd.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/200

pagina 5 van 6


Brussel, 1 september 2020 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/200

pagina 6 van 6


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
dossier 2020-200.pdf by Vlaanderen-be - Issuu