Uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/191
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2020/191
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 1 juli 2020 diende xxx een verzoek in bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten, (hierna vermeld als: AGODI) tot het verlenen van een afschrift van het recentste verslag over het studierendement in het hoger onderwijs van de studenten die enerzijds van Regina Caelilyceum (Dilbeek) en anderzijds Sint-Jozef (Ternat) uitstroomden. Op 13 juli 2020 werd voormeld openbaarheidsverzoek afgewezen.. Op 14 juli 2020 diende xxx beroep in bij de beroepsinstantie tegen de voormelde weigeringsbeslissing vanwege AGODI d.d. 13 juli 2020. Dit beroep werd geregistreerd op 15 juli 2020. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijk verzoek van xxx dateert van 1 juli 2020. De weigeringsbeslissing vanwege AGODI dateert van 13 juli 2020. Deze beslissing maakt geen melding van de beroepsmogelijkheid en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, ยง1, derde lid van het Bestuursdecreet. De beroepstermijn vangt bijgevolg pas aan vier maanden na kennisgeving van de beslissing.
www.vlaanderen.be
Het beroepschrift van verzoekster d.d. 14 juli 2020 is tijdig ingediend en wordt dan ook als ontvankelijk beschouwd. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Bestreden beslissing
In haar beslissing d.d. 13 juli 2020 stelde AGODI dat ze de opgevraagde informatie (het recentste verslag over het studierendement in het hoger onderwijs van de studenten die enerzijds van Regina Caelilyceum (Dilbeek) en anderzijds Sint-Jozef (Ternat) uitstroomden) niet vrij wou geven op schoolniveau. AGODI beschouwt die informatie als eigendom van de betrokken scholen en verwees verzoekster daarom naar de desbetreffende scholen om de informatie daar op te vragen.
2. Inhoud van het beroepschrift In haar beroepschrift stelt verzoekster niet akkoord te kunnen gaan met de motivering van AGODI, daar zij de mening is toegedaan dat ouders wettelijk het recht hebben om deze (makkelijk te verschaffen) statistieken te verkrijgen, Ze vraagt daarom dat de beroepsinstantie zou tussenkomen om de gevraagde informatie alsnog te verkrijgen van AGODI.
3. Standpunt van de beroepsinstantie De beroepsinstantie heeft contact opgenomen met AGODI, om wat meer duiding te geven bij dit openbaarheidsverzoek. De beroepsinstantie kan vooreerst niet akkoord gaan met de redenering die werd aangehouden in voormelde beslissing d.d. 13 juli 2020. In het Bestuursdecreet wordt het begrip “bestuursdocument” immers zeer ruim gedefinieerd als “alle informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie”. Het doorslaggevende element is of het gaat om informatie die de gecontacteerde bestuursinstantie (AGODI) in zijn bezit heeft. Daarom is het voor de beroepsinstantie niet correct om dan te stellen dat het aan een andere instantie zou toekomen (in casu de betrokken scholen) om te oordelen of de gewenste informatie al dan niet openbaar kan gemaakt worden. Het is wel degelijk de gecontacteerde instantie, in casu AGODI, die, indien ze in het bezit is van de gevraagde documenten, steeds zelf een beslissing dient te nemen. Uit het onderzoek door de beroepsinstantie is gebleken dat AGODI in casu wel
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/191
pagina 2 van 5
degelijk in het bezit is van de door verzoekster gevraagde informatie en dat het aan haar toekwam om een beslissing ten gronde te nemen. De beroepsinstantie werd in kennis gesteld vanuit AGODI dat zij op 30 juli 2020 alsnog een mail hebben gestuurd naar verzoekster, met daarbij een Excel-bestand met daarin de doorstroomgegevens en de statistieken inzake studierendement voor de beide gevraagde scholen: Regina Caelilyceum (Dilbeek) en het Sint-Jozefsinstituut (Ternat). De beroepsinstantie ontving een kopie van de mail waarmee die informatie in tabelvorm werd toegestuurd aan verzoekster. Het gaat hierbij om de gegevens met betrekking tot de periode van schooljaar 2012-2013 tot en met schooljaar 2017-2018 en dit voor de beide scholen. Daarop liet verzoekster aan AGODI weten dat zij de toegestuurde informatie als onvolledig beschouwde en dat zij vroeg naar de meest recente cijfers en ook naar de cijfers die ook het detail bevatten per gekozen richting in het hoger onderwijs. Daaropvolgend werden vanuit Agodi op 3 augustus 2020 nog bijkomende cijfers toegestuurd aan verzoekster, opgesplitst naar richting in het hoger onderwijs. De beroepsinstantie kreeg hiervan eveneens een afschrift toegestuurd. In de aanvullende tabel werden een aantal rijen over het studierendement leeg gelaten door AGODI. Als er minder dan 5 leerlingen de overstap maakten vanuit een bepaalde school vanuit een bepaalde studierichting naar een bepaalde richting in het hoger onderwijs, dan werden de gegevens inzake het studierendement niet kenbaar gemaakt. Mocht dit wel gebeuren, dan zou daarmee de privacy van de leerlingen/studenten in gevaar kunnen worden gebracht, omdat het lokaal namelijk zeer herkenbaar kan zijn wie deze leerlingen/studenten waren. Het is volgens AGODI daarom niet toegestaan dat zij over mogelijks herkenbare leerlingen vrijgeven welke resultaten zij behaalden in het hoger onderwijs. Verzoekster liet daarop weten dat ze nog steeds geen genoegen neemt met de extra ter beschikking gestelde gegevens inzake studierendement voor de beide scholen. Ze vraagt om de cijfers van nog meer jaren samen te voegen, zodat er minder lijnen in de tabel zouden leeg moeten gelaten worden omwille van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. In dat verband moet de beroepsinstantie, samen met AGODI, vaststellen dat de ter beschikking gestelde cijfers inzake studierendement al betrekking hebben op zes studiejaren (de periode van 2012/2013 tot 2017/2018) en dat dit de meest recente cijfers zijn waarover ze beschikken. Verzoekster vroeg in haar openbaarheidsverzoek juist naar het meest recente verslag aangaande het studierendement voor de beide scholen en door de gegevens van de periode van 2012 tot en met 2018 ter beschikking te stellen van de beide gevraagde scholen aan verzoekster, is AGODI wel degelijk tegemoet gekomen aan de verzuchtingen van verzoekster. Het ingestelde beroep wordt daarom dan ook, wat betreft de ter beschikking gestelde cijfers in de aan verzoekster toegestuurde tabellen inzake studierendement voor de beide scholen, als zonder voorwerp beschouwd. Daarnaast stelt de beroepsinstantie vast dat het in casu gaat om tabellen waarin per school en per richting het aantal leerlingen wordt aangegeven die doorstroomden naar een bepaalde opleiding in het hoger onderwijs en de daarbij horende cijfers in verband met het behaalde studierendement. Het gaat hier dus om globale cijfers per studierichting, zonder vermelding van persoonsgegevens. Het is evenwel zo dat er
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/191
pagina 3 van 5
voor enkele richtingen in de betrokken scholen minder dan vijf leerlingen afstudeerden en dat daarom die gegevens niet kunnen worden vrij gegeven, in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. De voormelde decreetbepaling stelt dat een verzoek tot openbaarmaking moet worden afgewezen indien de openbaarmaking afbreuk zou doen aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Hoewel het hier om een absolute uitzonderingsgrond gaat waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, vertoont de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond niettemin een relatief aspect. De decreetgever was weliswaar van oordeel dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend, maar wijst er desondanks op dat telkens en in concreto geoordeeld moet worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (Vlaams Parlement, Parl. St. 2017-2018, nr. 1656/1, blz. 58). Artikel 22 van de Grondwet waarborgt uitdrukkelijk het recht op eerbiediging van het privé-leven. De bedoeling en het fundamentele uitgangspunt van de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond bestaat er precies in om het aan iedereen toegekende grondwettelijke recht op de eerbiediging van zijn privéleven te beschermen. Het feit of een leerling al dan niet slaagt in een bepaalde studierichting (met vermelding van percentages), behoort ontegensprekelijk tot de persoonlijke levenssfeer van die persoon. Voor die richtingen waar slechts enkele (minder dan vijf) leerlingen uit een bepaalde school afstudeerden, zou het vermelden van de opgevraagde informatie kunnen leiden tot een mogelijke identificatie van die leerlingen op lokaal niveau en dit zou een inbreuk inhouden op hun persoonlijke levenssfeer. Er werd dan ook terecht een beroep gedaan op de toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet om die informatie niet openbaar te maken. Door de openbaarmaking van die informatie wordt ontegensprekelijk afbreuk gedaan aan de persoonlijke levenssfeer van de betrokken personen (doordat het kleine aantal leerlingen tot een identificatie kan leiden op lokaal niveau). Het ingestelde beroep wordt, wat betreft de cijfers die weggelaten zijn in de meegedeelde tabellen, daarom als ongegrond beschouwd. Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 14 juli 2020 tegen de weigeringsbeslissing van AGODI wordt als ontvankelijk en deels zonder voorwerp, deels ongegrond beschouwd. Brussel, 12 augustus 2020
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/191
pagina 4 van 5
Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/191
pagina 5 van 5