Vlaanderen is milieu
Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone jaarrapport 2019 VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ
www.vmm.be
DOCUMENTBESCHRIJVING Titel Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019 Samenstellers Afdeling Lucht, Milieu en Communicatie, VMM Dienst Lucht Inhoud Dit rapport beschrijft de resultaten van de luchtkwaliteitsmetingen in 2019 in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone. De VMM mat er de polluenten stikstofoxides, fijn stof en zwarte koolstof. De meetresultaten van deze polluenten worden getoetst aan de Europese regelgeving en aan de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO). Verder bespreekt het rapport de trend van de afgelopen jaren voor de gemeten polluenten en komt ook de trend in de uitstoot en de voornaamste bronnen van de polluenten aan bod. Wijze van refereren Vlaamse Milieumaatschappij (2020), Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019 Verantwoordelijke uitgever Bernard De Potter, Vlaamse Milieumaatschappij Vragen in verband met dit rapport Vlaamse Milieumaatschappij Dokter De Moorstraat 24-26 9300 Aalst Tel: 053 72 62 10 info@vmm.be Depotnummer D/2020/6871/030
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 2 Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019
SAMENVATTING Dit rapport werd opgesteld in uitvoering van de samenwerkingsovereenkomst tussen de VMM en de stad Gent. Het beschrijft de resultaten van de luchtkwaliteitsmetingen in 2019 in de Gentse agglomeratie en de Gentse kanaalzone, aangevuld met de emissiecijfers verzameld door de emissie-inventaris Lucht van de VMM. De vermelde emissiedata zijn voor het jaar 2018, dit zijn de meest recent bekende gegevens.
1. Stikstofdioxide – NO2 Industrie en verkeer zijn de grootste emissiebronnen In 2018 bedroeg de emissie van stikstofoxiden in Gent-centrum, de rest van de Gentse agglomeratie en de Gentse kanaalzone samen 10.946 ton. Dit is 9 % van de totale Vlaamse stikstofoxidenemissie. Het grootste deel van de emissies werd uitgestoten in de kanaalzone waar industrie de grootste bron was. In de rest van de Gentse agglomeratie en Gent-centrum was verkeer de grootste bron. Daarnaast leverde de energiesector in de kanaalzone en in Gent-centrum ook een belangrijke bijdrage aan de stikstofoxidenuitstoot. De emissies van stikstofoxiden van de sectoren energie en verkeer zijn sinds 2000 sterk verminderd met een stagnering vanaf 2015. Enkel langs drukke wegen overschrijdingen van de Europese jaargrenswaarde De Europese jaargrenswaarde (40 µg/m³) en de WGO-jaaradvieswaarde (eveneens 40 µg/m³) worden al meerdere jaren op alle automatische meetplaatsen gerespecteerd, ook in 2019. Op 2 van de 20 meetplaatsen in Gent-centrum waar de VMM met passieve samplers meet, lag het indicatief jaargemiddelde op of boven de Europese jaargrenswaarde. In 2017 hadden 9 meetplaatsen een indicatief NO2-jaargemiddelde op of boven de jaargrenswaarde Volgens het ATMO-Street model lagen de jaargemiddelden langs snelwegen, ringwegen en enkele in- en uitvalswegen in de Gentse binnenstad vermoedelijk ook boven de Europese jaargrenswaarde. In het Luchtbeleidsplan 20301 van de Vlaamse Overheid wordt een jaargemiddelde van 20 µg/m³ als streefdoel gehanteerd. Gemeten concentraties blijven dalen Sinds 2009 daalden de NO2-jaargemiddelden, gemeten met automatische monitoren, met gemiddeld 25 %. In 2019 werd het hoogste NO2-jaargemiddelde binnen de Gentse regio gemeten langs de Gustaaf Callierlaan (30 µg/m³). De indicatieve jaargemiddelden gemeten met passieve samplers lagen in 2019 gemiddeld 15 % lager dan in 2017. In de Antwerpse agglomeratie heeft de VMM ook een meetnet met passieve samplers. Daar zien we eenzelfde daling ten opzichte van 2017.
2. Fijn stof – PM10 Industrie en op- en overslag bedrijven zijn de grootste emissiebronnen In 2018 bedroeg de primaire PM10-uitstoot in Gent-centrum, de rest van de Gentse agglomeratie en de Gentse kanaalzone samen 1.464 ton. Dit is 8 % van de totale Vlaamse PM10-emissie in 2018. 71 % hiervan kwam uit de kanaalzone waar de industrie en de sector op- en overslag de grootste bijdragen leverden. In Gent-centrum en de rest van de Gentse agglomeratie vormden de huishoudens (en meer bepaald gebouwenverwarming door de verbranding van hout in open haarden en kachels) en verkeer de grootste
1
https://omgeving.vlaanderen.be/luchtverontreiniging-actieplannen
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019 3
bronnen. Tussen 2000 en 2018 daalden de primaire PM10-emissies van vooral de sectoren energie en wegverkeer. Enkel lokaal dichtbij bedrijven overschrijdingen van de Europese grenswaarden. De WGO-advieswaarden worden nergens gehaald. De Europese grenswaarde voor het PM10-jaargemiddelde (40 µg/m³) werd gerespecteerd op alle automatische meetplaatsen. Luchtkwaliteitsmodellering geeft wel aan dat er in de kanaalzone, nabij enkele op- en overslag bedrijven, nog wel overschrijdingen voorkwamen. De zones waarin deze overschrijdingen worden gemodelleerd doen zich voor het grootste deel voor in de industriële omgeving. De WGO-advieswaarde voor het jaargemiddelde (20 µg/m³) werd op geen enkele meetplaats gehaald. De EU-grenswaarde voor daggemiddelden (maximaal 35 dagen met een daggemiddelde hoger dan 50 µg/m³) wordt op alle meetplaatsen sinds 2014 gerespecteerd, de WGO-advieswaarde (maximaal 3 dagen met een daggemiddelde hoger dan 50 µg/m³) werd nergens gehaald. Lichte daling in gemeten concentraties in vergelijking met voorgaande jaren De PM10-jaargemiddelden vertonen de laatste jaren een schommelend verloop. Ten opzichte van 2018 zijn ze gedaald.
3. Fijn stof – PM2,5 Industrie en huishoudens zijn de grootste emissiebronnen In 2018 had Gent-centrum, de rest van de Gentse agglomeratie en de Gentse kanaalzone een primaire PM2,5uitstoot van 884 ton. Dat is 7 % van de primaire PM2,5-uitstoot van heel Vlaanderen dat jaar. 67 % van deze uitstoot kwam uit de kanaalzone waar industrie de grootste bijdrage had. In de Gentse agglomeratie en Gentcentrum vormden de huishoudens, en meer bepaald de verbranding van hout in open haarden en kachels, de grootste bron. Zoals voor PM10 is de daling in PM2,5-emissies sinds 2000 vooral te danken aan een daling in de uitstoot van de sectoren energie en wegverkeer. De uitstoot van de industrie schommelt doorheen de jaren. Europese grenswaarden worden gerespecteerd, de WGO-advieswaarden niet In 2019 lagen de gemeten PM2,5-jaargemiddelden in de regio Gent tussen 13 en 15 µg/m³. In heel Vlaanderen lag dit tussen 10 en 15 µg/m³. De Europese jaargrenswaarde van 25 µg/m³ wordt al meer dan 10 jaar gerespecteerd, de WGO-advieswaarde van 10 µg/m³ nergens. In heel Vlaanderen was er in 2019 voor het eerst één meetplaats die de WGOadvieswaarde respecteerde. De WGO-advieswaarde voor daggemiddelden, die maximaal 3 dagen met een concentratie hoger dan 25 µg/m³ toelaat, werd op geen enkele meetplaats gehaald. Ook in de rest van Vlaanderen was dit zo. Lichte daling van de gemeten concentraties De jaargemiddelden zijn op bijna alle meetplaatsen licht gedaald in vergelijking met 2018.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 4 Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019
4. Zwarte koolstof/elementair koolstof Industrie en verkeer zijn de grootste bronnen De emissies van elementair koolstof in Gent-centrum, de rest van de Gentse agglomeratie en de Gentse kanaalzone bedroegen in 2018 97 ton. Dit is 5 % van de totale Vlaamse EC-emissies. In de kanaalzone vormde industrie de grootste bron, in de zone Gentse agglomeratie was dit verkeer. In Gentcentrum vormden de huishoudens de grootste bron en meer bepaald de verbranding van hout in open haarden en kachels. Sinds 2000 daalden de uitlaatemissies door wegverkeer sterk door het invoeren van milieuvriendelijkere voertuigen. De emissie van de huishoudens schommelt van jaar tot jaar door wisselende meteorologische omstandigheden. Geen toetsingswaarden De gemeten jaargemiddelden lagen tussen 1,02 en 1,58 Âľg/mÂł. De hoogste concentraties werden gemeten op de in 2019 opgerichte meetplaats in de Lange Violettestraat. Deze locatie is een street canyon. Er bestaan momenteel geen Europese normen of WGO-advieswaarden voor zwarte of elementair koolstof. Gemeten concentraties blijven dalen De gemeten jaargemiddelden zijn met 36 tot 44 % gedaald sinds de start van de metingen in 2012. Ook in de rest van Vlaanderen is er een dalende trend.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019 5
INHOUD 1 INLEIDING ....................................................................................................................................................10 2 HET MEETNET ..............................................................................................................................................11 3 Stikstofoxiden ..............................................................................................................................................16 3.1 NO2 .......................................................................................................................................................16 3.1.1 Emissie van stikstofoxiden (uitgedrukt als stikstofdioxide) (NOx (NO2))......................................16 3.1.2 Gemeten concentraties ...............................................................................................................19 3.1.3 Gemodelleerde concentraties .....................................................................................................23 3.1.4 Toetsing aan de grenswaarden ....................................................................................................25 3.1.5 Pollutierozen ................................................................................................................................25 3.2 NO ........................................................................................................................................................28 3.2.1 Gemeten concentraties ...............................................................................................................28 3.2.2 Pollutierozen ................................................................................................................................29 4 Fijn stof ........................................................................................................................................................31 4.1 PM10......................................................................................................................................................31 4.1.1 Emissie van PM10 ..........................................................................................................................31 4.1.2 Gemeten concentraties ...............................................................................................................34 4.1.3 Gemodelleerde concentraties .....................................................................................................35 4.1.4 Toetsing aan de grenswaarden ....................................................................................................38 4.1.5 Pollutierozen ................................................................................................................................40 4.2 PM2,5 .....................................................................................................................................................43 4.2.1 Emissie van PM2,5 .........................................................................................................................43 4.2.2 Gemeten concentraties ...............................................................................................................45 4.2.3 Gemodelleerde concentraties .....................................................................................................46 4.2.4 Toetsing aan de grenswaarden ....................................................................................................48 4.2.5 Chemische samenstelling van PM2,5 ............................................................................................50 4.2.6 Pollutierozen ................................................................................................................................51 4.3 Zwarte koolstof/Elementair koolstof ...................................................................................................54 4.3.1 Emissies elementair koolstof .......................................................................................................54 4.3.2 Gemeten concentraties ...............................................................................................................57 4.3.3 Gemodelleerde concentraties .....................................................................................................58 4.3.4 Toetsing aan de grenswaarden ....................................................................................................60 4.3.5 Pollutierozen ................................................................................................................................60 4.3.6 Bijdrage van houtverbranding aan zwarte koolstof.....................................................................62 5 Besluit ..........................................................................................................................................................67 Informatie over geaccrediteerde metingen (normen ISO/IEC 17025:2005) ................................69 Beschrijving van de polluenten ....................................................................................................70
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 6 Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019
Overzicht luchtkwaliteitsnormen .................................................................................................73 Methodiek ....................................................................................................................................76
LIJST VAN TABELLEN Tabel 1: Overzicht van de automatische meetplaatsen ...................................................................................13 Tabel 2: Overzicht van de ligging van de NO2-meetplaatsen met passieve samplers in Gent-centrum, 2019 14 Tabel 3: NO2-jaargemiddelden (µg/m³) op de automatische meetplaatsen, voor de periode 2009 - 2019....19 Tabel 4: NO-jaargemiddelden (µg/m³) op de meetplaatsen voor de periode 2009 - 2019 .............................28 Tabel 5: PM10-jaargemiddelden (µg/m³) op de meetplaatsen voor de periode 2009 - 2019 ..........................34 Tabel 6: Aantal dagen met een PM10-concentratie > 50 µg/m³ op de meetplaatsen voor de periode 2009 2019 ..................................................................................................................................................................38 Tabel 7: PM2,5-jaargemiddelden (µg/m³) op de meetplaatsen voor de periode 2009 – 2019 .........................45 Tabel 8: Aantal dagen met een PM2,5-concentratie > 25 µg/m³ op de meetplaatsen voor de periode 2009 2019 ..................................................................................................................................................................48 Tabel 9: Jaargemiddelden zwarte koolstof (µg/m³) op de meetplaatsen van 2012 - 2019 .............................57 Tabel 10: Absolute bijdrage van fossiele brandstoffen (BCff) en absolute en relatieve bijdrage van houtverbranding (BCwb en %BCwb in BC) aan de totale hoeveelheid zwarte koolstof (BC), in zomer en winter van 2019 ...........................................................................................................................................................63 Tabel 11: Grenswaarden en alarmdrempel voor NO2 en kritiek niveau voor NOx (richtlijn 2008/50/EG).......73 Tabel 12: Advieswaarden voor NO2 en kritiek niveau voor NOx (WGO 2000 en 2005) ...................................74 Tabel 13: Regelgeving voor PM10 (richtlijn 2008/50/EG en WGO 2005) ..........................................................74 Tabel 14: Europese regelgeving voor PM2,5 (2008/50/EG)...............................................................................75 Tabel 15: Advieswaarden voor PM2,5 (WGO 2005) ..........................................................................................75
LIJST VAN FIGUREN Figuur 1: Ligging van de automatische meetplaatsen in 2019 en afbakening van de zones ...........................12 Figuur 2: Ligging van de passieve samplers en automatische meetplaatsen in Gent-centrum .......................15 Figuur 3: Bijdrage van de verschillende sectoren in de NOx(NO2)- emissies in 2018 (links) en de trend van de NOx(NO2)-emissies voor de periode 2000-2018 (rechts), weergegeven per zone ..........................................18 Figuur 4: NO2-jaargemiddelde (µg/m³) op de automatische meetplaatsen, voor de periode 2009 - 2019 ....20 Figuur 5: Ligging van de passieve samplers in Gent-centrum, met hun indicatief NO2-jaargemiddelde, 2019 22 Figuur 6: Indicatieve NO2-jaargemiddelden gemeten met passieve samplers in Gent-centrum in 2017, 2018 en 2019 .............................................................................................................................................................23 Figuur 7: Gemodelleerd NO2-jaargemiddelde in de Gentse kanaalzone, Gentse agglomeratie en Gent-centrum in 2019 ..............................................................................................................................................................24 Figuur 8: NO2-pollutierozen en zero-pollutierozen (rechts) van elke meetplaats in 2019 (µg/m³) .................26
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019 7
Figuur 9: NO2-pollutierozen op de meetplaatsen in de kanaalzone, Gentse agglomeratie en Gent-centrum, 2019 ..................................................................................................................................................................27 Figuur 10: NO-jaargemiddelden (µg/m³) van de verschillende meetplaatsen voor de periode 2009 - 2019 ..28 Figuur 11: NO-pollutierozen en zero-pollutierozen (rechts) van elke meetplaats, in 2019 (µg/m³) ...............29 Figuur 12: NO-pollutierozen op elke meetplaats in de kanaalzone, Gentse agglomeratie en Gent-centrum, 2019 ..................................................................................................................................................................30 Figuur 13: Bijdrage van de verschillende sectoren in de PM10-emissies in 2018 (links) en de trend van de PM10emissies voor de periode 2000 - 2018 (rechts), weergegeven per zone .........................................................33 Figuur 14: Trend van de PM10-jaargemiddelden op de meetplaatsen voor de periode 2009 - 2019 ..............35 Figuur 15: Gemodelleerd PM10-jaargemiddelde in de Gentse kanaalzone, Gentse agglomeratie en Gentcentrum, 2019 ..................................................................................................................................................37 Figuur 16: Aantal dagen met een PM10-concentratie > 50 µg/m³ op de meetplaatsen voor de periode 2009 2019 ..................................................................................................................................................................39 Figuur 17: Aantal dagen met een PM10-concentratie > 50 µg/m³ in 2019, per maand ...................................40 Figuur 18: PM10-Pollutierozen en zero-pollutierozen (rechts) van elke meetplaats in 2019 (µg/m³) .............41 Figuur 19: PM10-pollutierozen op de meetplaatsen in de Gentse kanaalzone, Gentse agglomeratie en Gentcentrum, 2019 ..................................................................................................................................................42 Figuur 20: Bijdrage van de sectoren in de PM2,5-emissies in 2018 (links) en de trend van de PM2,5-emissies voor de periode 2000 - 2018 (rechts), weergegeven per zone ........................................................................44 Figuur 21: PM2,5-jaargemiddelden op de meetplaatsen voor de periode 2009 - 2019....................................45 Figuur 22: Gemodelleerd PM2,5-jaargemiddelde in de Gentse kanaalzone, Gentse agglomeratie en Gentcentrum, 2019 ..................................................................................................................................................47 Figuur 23: Aantal dagen met een PM2,5 concentratie > 25 µg/m³ op de automatische meetplaatsen voor de periode 2009 - 2019 .........................................................................................................................................49 Figuur 24: Aantal dagen met een PM2,5 concentratie > 25 µg/m³ per meetplaats en per maand in 2019......50 Figuur 25: Chemische samenstelling van PM2,5 op meetplaats Gent-Baudelohof (R701), voor de periode 2016 - 2019 (µg/m³) ..................................................................................................................................................51 Figuur 26: PM2,5-pollutierozen en zero-pollutierozen (rechts) van elke meetplaats in 2019 ..........................52 Figuur 27: PM2,5-pollutierozen op de meetplaatsen in de Gentse kanaalzone, Gentse agglomeratie en Gentcentrum, 2019 ..................................................................................................................................................53 Figuur 28: Bijdrage van de sectoren in de emissie van elementair koolstof in 2018 (links) en de trend van de EC-emissies voor de periode 2000 - 2018, weergegeven per zone..................................................................56 Figuur 29: Jaargemiddelden zwarte koolstof op de meetplaatsen van 2012 - 2019 .......................................57 Figuur 30: Gemodelleerd zwarte koolstof-jaargemiddelde in de Gentse kanaalzone, Gentse agglomeratie en Gent-centrum, 2019 .........................................................................................................................................59 Figuur 31: Pollutierozen en zero-pollutierozen (rechts) voor zwarte koolstof van elke meetplaats in 2019 ..60 Figuur 32: Pollutierozen zwarte koolstof op de meetplaatsen in de Gentse kanaalzone (boven) en Gentcentrum (onder), 2019 .....................................................................................................................................61 Figuur 33: Gemiddelde dagverloop van zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding (BC wb, bovenste figuur) en afkomstig van fossiele brandstoffen (BCff, onderste figuur) in de wintermaanden 2019, op meetplaats Lange Violettestraat (R703)...........................................................................................................64
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 8 Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019
Figuur 34: Gemiddelde dagverloop van zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding (BCwb, bovenste figuur) en afkomstig van fossiele brandstoffen (BCff, onderste figuur) in de zomermaanden 2019, op meetplaats Lange Violettestraat (R703)...........................................................................................................65 Figuur 35: Pollutieroos voor zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding (BCwb) en afkomstig van fossiele brandstof (BCff) op de meetplaats in de Lange Violettestraat (R703) (µg/m³) ................................................66
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019 9
1 INLEIDING Dit rapport werd opgemaakt in het kader van de samenwerkingsovereenkomst tussen de stad Gent en de VMM. We bespreken de luchtconcentraties en emissies van een aantal polluenten in de Gentse kanaalzone, de Gentse agglomeratie en Gent-centrum. We toetsen de concentraties van 2019 aan de Europese regelgeving en aan de WGO-advieswaarden. Ook de trend komt aan bod. In dit rapport focussen we op de volgende polluenten: – PM10, – PM2,5, – zwarte koolstof (BC), – stikstofoxiden (NO2 en NO). De specificaties over de metingen en de meetonzekerheid zijn terug te vinden in bijlage 1. Een algemene beschrijving van de polluenten is bijgevoegd in bijlage 2. De emissiegegevens in dit rapport werden verzameld door de Emissie-inventaris Lucht van de VMM op basis van door de bedrijven gerapporteerde emissies in het Integraal Milieujaarverslag en modelberekeningen. Meer uitleg over de methodiek van de emissie-inventaris is te vinden in bijlage 4. De meest recente data die momenteel beschikbaar zijn, zijn de emissiecijfers voor het jaar 2018.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 10 Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019
2 HET MEETNET Tabel 1 geeft een overzicht van de automatische meetplaatsen in de regio Gent, hun ligging en welke van de bovenstaande polluenten er gemeten worden. Figuur 1 toont de ligging van de meetplaatsen. De Gentse kanaalzone ligt ten noorden van Gent en wordt gekenmerkt door industriële activiteiten langs het kanaal Gent-Terneuzen. Ze omvat naast de kanaaldorpen van de stad Gent ook de gemeenten Zelzate en Evergem. De afbakening van deze zone komt overeen met de luchtkwaliteitszone zoals ze wordt gerapporteerd aan de Europese Commissie. In de Gentse kanaalzone bevinden zich vier automatische meetplaatsen: – R731 in Evergem, – R740 in Sint-Kruis-Winkel, – R750 in Zelzate, – M702 in Ertvelde. De zone Gentse agglomeratie is eveneens gebaseerd op de zone die werd afgebakend voor rapportering van de luchtkwaliteitsgegevens aan de Europese Commissie. Naast een aantal deelgemeenten van de stad hoort ook Destelbergen tot deze zone. In de zone Gentse agglomeratie bevinden zich zes automatische meetplaatsen: – R701 in het Baudelohof, – R702 naast de Gustaaf Callierlaan, – R710 in Destelbergen, – R721 in Wondelgem, – E716 in Mariakerke, – R703 in de Lange Violettestraat. Deze meetplaats werd begin 2019 opgestart om metingen te verzamelen in een street canyon. Hier wordt enkel zwarte koolstof gemeten. Voor het ‘Actieplan fijn stof en NO2 voor agglomeratie Gent en Gentse kanaalzone (2016-2020)’2 werd deze zone voor het berekenen van de emissiegegevens nog uitgebreid met Melle (inclusief Gontrode) en Merelbeke (zonder de deelgemeenten) omwille van de aanwezigheid van de E40 en R4. Gent-centrum werd conform de werkwijze van het actieplan, voor het weergeven van de emissiegegevens, als aparte zone afgezonderd van de Gentse agglomeratie. Dit gebied heeft immers andere kenmerken op vlak van bevolkingsdichtheid en wegdichtheid. Als aanvulling op de meetplaatsen waar er met automatische monitoren wordt gemeten en omwille van de invoering van het circulatieplan (in april 2017), meet de VMM in Gent-centrum op 20 locaties NO2 met behulp van passieve samplers. De samplers bevinden zich op verschillende types locaties zoals in street canyons, langs drukke invalswegen en op stedelijke achtergrondlocaties. De ligging van deze locaties staat in Tabel 2:
2
Het actieplan is terug te vinden op de website https://omgeving.vlaanderen.be/luchtkwaliteitsplan-gent
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019 11
Overzicht van de ligging van de NO2-meetplaatsen met passieve samplers in Gent-centrum, 2019Tabel 2 en wordt getoond op Figuur 2. Figuur 1: Ligging van de automatische meetplaatsen in 2019 en afbakening van de zones
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 12 Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019
Tabel 1: Overzicht van de automatische meetplaatsen
Code
Naam
Adres
Classificatie Meetplaats
Meetplaats
Lambertcoördinaten X
Y
Z
PM10
PM2,5
BC
NOx
R701
Gent-Baudelohof
Baudelostraat
stedelijk, achtergrond
105169
194435
8
✓
✓
✓
✓
R702
Gent-Gustaaf Callierlaan
Gustaaf Callierlaan
stedelijk, verkeer
105540
192476
7
✓
✓
✓
✓
R703
Gent-Lange Violettestraat
Lange Violettestraat
stedelijk, verkeer
105510
193165
8
R710
Destelbergen
Admiraaldreef
voorstedelijk, achtergrond
108394
194736
7
✓
✓
R721
Wondelgem
Sint-Sebastiaanstraat
voorstedelijk, industrieel
104275
197850
8
✓
E716
Mariakerke
Driepikkelstraat
voorstedelijk, industrieel
101919
195427
8
✓
R731
Evergem
Doornzeelsestraat
landelijk, industrieel
105947
201811
7
✓
✓
✓
R740
Sint-Kruis-Winkel
Schuitstraat
landelijk, industrieel
110815
204603
5
✓
✓
✓
R750
Zelzate
Burgemeester Jos Chalmetlaan
landelijk, industrieel
111845
209705
6
✓
✓
M702
Ertvelde
Ijsvogelstraat
landelijk, industrieel
107569
206396
5
✓
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019 13
✓
✓
✓ ✓
Tabel 2: Overzicht van de ligging van de NO2-meetplaatsen met passieve samplers in Gent-centrum, 2019
Naam
Plaats Code
Straat
LambertcoĂśrdinaten X Y
Gent-Begijnhoflaan Gent-Clarissenstraat
GN46 GN43
Begijnhoflaan Clarissenstraat
103916 105629
194572 192843
Gent-Coupure Links 53 Gent-Coupure Links 653
GN48 GN42
Coupure Links 53 Coupure Links 653
104459 103744
193126 193918
Gent-Dok-Zuid Gent-Hoogstraat
GN38 GN53
Dok-Zuid Hoogstraat
105774 104081
194390 194047
Gent-Keizer Karelstraat Gent-Keizervest
GN50 GN40
Keizer Karelstraat Keizervest
105312 105743
193869 192314
Gent-Kortrijksepoortstraat Gent-Kraanlei
GN47 GN55
Kortrijksepoortstraat Kraanlei
104656 104637
192962 194253
Gent-Lammerstraat Gent-Martelaarslaan
GN52 GN36
Lammerstraat Martelaarslaan
105024 103775
193293 193343
Gent-Nieuwewandeling Gent-Palinghuizen
GN41 GN37
Nieuwewandeling Palinghuizen
103527 103203
194076 195208
Gent-Phoenixstraat Gent-Recollettenlei
GN49 GN54
Phoenixstraat Recollettenlei
103562 104492
194405 193576
Gent-Rodetorenkaai Gent-Rooigemlaan
GN45 GN39
Rodetorenkaai Rooigemlaan
105453 102665
194243 194349
Gent-Tolhuislaan Gent-Tweebruggenstraat
GN51 GN44
Tolhuislaan Tweebruggenstraat
104854 105680
194858 193333
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 14 Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019
Figuur 2: Ligging van de passieve samplers en automatische meetplaatsen in Gent-centrum
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019 15
3 STIKSTOFOXIDEN Stikstofoxiden (NOx) bestaan uit een mengsel van stikstofdioxide (NO2) en stikstofmonoxide (NO). Ze worden uitgestoten tijdens de verbrandingsprocessen van fossiele brandstoffen (steenkool, petroleumproducten en gas) gebruikt in huishoudelijke verwarming, industriële processen en, de belangrijkste bron, de verbrandingsmotoren van verkeer. In tegenstelling tot NO is NO2 een toxisch gas dat irritatie aan de luchtwegen kan veroorzaken. Een kwart van de jaarlijkse astmagevallen bij kinderen zou te wijten zijn aan NO2. Ook voor het milieu is NO2 schadelijk, omdat het via depositie mee kan leiden tot verzuring en vermesting van bodem en water, met negatieve effecten op ecosystemen en de biodiversiteit. NOx kan over grote afstanden getransporteerd worden en dus effecten veroorzaken in ver gelegen gebieden. Meer informatie over NOx is terug te vinden in bijlage 2.
3.1 NO2 3.1.1 Emissie van stikstofoxiden (uitgedrukt als stikstofdioxide) (NOx (NO2)) Voor het jaar 2018 bedroeg de NOx(NO2)-emissie voor de zones Gentse kanaalzone, Gentse agglomeratie en Gent-centrum samen 10.946 ton. Dit is 9 % van de totale NOx(NO2)-uitstoot van heel Vlaanderen. Het overgrote deel (8.273 ton) werd uitgestoten in de kanaalzone, 2.296 ton in de Gentse agglomeratie en 376 ton in Gent-centrum. De methodologie om de emissies te spreiden over een gebied zijn gewijzigd, waardoor sommige cijfers verschillen van wat we vorig jaar rapporteerden. Meer informatie kan u terugvinden in bijlage 4. Figuur 3 toont in het linkerdeel voor elke zone de bijdrage van de verschillende sectoren in de NOx(NO2)-emissies en in het rechterdeel de trend van de NOx(NO2)-emissies sinds 2000. Voor een beschrijving van de zones, zie hoofdstuk 2. De meest recente beschikbare emissie-data zijn die van het jaar 2018. Doordat er momenteel niet genoeg gedetailleerde informatie beschikbaar is wat betreft verkeersintensiteit en vlootsamenstelling op het lokale wegennet, worden de berekeningen van de verkeersemissies grotendeels gebaseerd op de mobiliteitsinformatie van het wegennet op Vlaams niveau (snelwegen). De beschikbare verkeersemissiegegevens zijn met andere woorden niet gedetailleerd genoeg om een eventueel effect te kunnen zien van het circulatieplan in Gent. In de Gentse kanaalzone kwamen de NOx(NO2)-emissies in 2018 voor: – 71 % van de sector industrie, – 15 % van de sector energie, – 12 % van het verkeer, waarin scheepvaart de helft uitmaakte. De bijdrage van de andere sectoren in de Gentse kanaalzone was kleiner dan 1 %. De belangrijkste bijdrage aan de emissies van de sector industrie wordt geleverd door ArcelorMittal. In de sector energie is het grootste deel van de uitstoot toe te schrijven aan Electrabel Centrale Rodenhuize. In vergelijking met 20 jaar geleden is de totale emissie in de Gentse kanaalzone gedaald doordat de emissies van de energiesector sterk daalden (door overschakelingen van steenkool en stookolie naar aardgas, verbeterde verbrandingstechnologieën en rookgasreiniging). De laatste jaren is er echter eerder een stagnatie in de totale emissie van de Gentse kanaalzone (zie Figuur 3, rechts boven). In de zone Gentse agglomeratie was het overgrote deel (86 %) afkomstig van het (weg)verkeer. De trendgrafiek toont dat de emissies van het verkeer met bijna de helft zijn gedaald in vergelijking met 2000 (van 4.350 ton in 2000 naar 1.973 ton in 2018). Dit komt grotendeels door het gebruik van \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 16 Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019
driewegkatalysatoren in benzinewagens en de toepassing van uitlaatgasrecirculatie en selectieve katalytische reductie bij vrachtwagens. In Gent-centrum: – leverde het verkeer ook de grootste bijdrage (55 %, zie Figuur 3, links onderaan), – de sector handel en diensten kwam op de tweede plaats (18 %). Deze sector bestaat uit afvalverwerking en gebouwenverwarming, – de sector energie zorgde voor 13 % van de emissies, dit door de aanwezigheid van energiebedrijf Luminus Ham. De emissies van deze sectoren zijn allemaal gedaald in vergelijking met 2000. De grootste daling komt van de verkeersemissies die met iets meer dan de helft daalde sinds 2000 (zie Figuur 3, rechts onderaan). Samengevat was voor de hele regio de industrie de grootste bron van NOx(NO2)-emissies, gevolgd door het wegverkeer en de sector energie. De luchtkwaliteit wordt echter niet enkel bepaald door de emissies in de regio zelf. Ook emissies in de rest van Vlaanderen, andere gewesten en het buitenland dragen bij aan de concentratie van vervuilende stoffen in Gent. In stedelijke gebieden is 65 % van de NO2 die we meten in de omgevingslucht afkomstig van lokale en Vlaamse bronnen. Op verkeersdrukke plaatsen loopt dit op tot 75 %. Een kwart tot een derde van wat we meten in de omgevingslucht in steden is dus afkomstig van niet-Vlaamse bronnen. Uit berekeningen volgt dat Vlaanderen ongeveer 2,9 keer zoveel stikstofoxiden exporteert dan het importeert vanuit andere regio’s/buitenland. Naast directe uitstoot, wordt NO2 ook nog indirect gevormd door chemische reacties in de atmosfeer. Stikstofoxiden door verbrandingsprocessen komen voornamelijk onder de vorm van NO in de lucht terecht. Enerzijds wordt het weinig toxische NO relatief snel omgezet naar het toxisch gas NO2 door reactie met onder andere ozon (O3). Anderzijds draagt NO2 bij aan de fotochemische ozonvorming waarbij O3 wordt gevormd en NO2 wordt omgezet tot NO. De chemie van stikstofcomponenten in de atmosfeer is erg complex. Dit maakt dat de relatie tussen de emissies van NOx en de gemeten NO2concentraties niet lineair is.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019 17
Figuur 3: Bijdrage van de verschillende sectoren in de NOx(NO2)- emissies in 2018 (links) en de trend van de NOx(NO2)emissies voor de periode 2000-2018 (rechts), weergegeven per zone
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 18 Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019
3.1.2 Gemeten concentraties 3.1.2.1 Automatische meetplaatsen Tabel 3 en Figuur 4 geven per meetplaats het jaargemiddelde van de gemeten NO2 concentratie, voor de periode 2009 tot en met 2019. NO2-concentraties zijn sterk gelinkt aan verkeersintensiteit. De concentraties gemeten op de verkeergerichte meetplaats aan de Gustaaf Callierlaan (R702) liggen - sinds de start van de metingen op deze meetplaats – dan ook duidelijk hoger dan op alle andere meetplaatsen. Deze meetplaats ligt naast de B401, dit is de fly-over die de verbinding vormt tussen de E17 Kortrijk-Antwerpen met het centrum van Gent. De laagste concentraties werden gemeten op de meetplaatsen in Destelbergen (R710) en Mariakerke (E716). Meetplaats R710 ligt in woongebied in Destelbergen, meetplaats E716 bevindt zich aan de parking van het natuurreservaat Bourgoyen-Ossemeersen in Mariakerke. Figuur 4 laat zien dat de jaargemiddelden de laatste 10 jaar op alle meetplaatsen geleidelijk dalen en dat die trend zich in 2019 verder zet. De sterkste daling werd opgemeten op de meetplaats aan de Gustaaf Callierlaan (R702). Tussen 2009 en 2019 zijn de jaargemiddelden met gemiddeld 25 % gedaald. Tabel 3: NO2-jaargemiddelden (µg/m³) op de automatische meetplaatsen, voor de periode 2009 - 2019
Naam meetplaats Baudelohof Gustaaf Callierlaan Destelbergen Wondelgem Mariakerke Evergem Sint-Kruis-Winkel Zelzate Ertvelde
Code R701 R702 R710 R721 E716 R731 R740 R750 M702
2009 34 27 29 24 28 28 30 25
2010 35 28 31 26 30 29 31 27
2011 33 26 29 24 28 27 30 24
2012 31 24 26 22 27 26 29 23
2013 32 24 27 24 27 26 29 24
2014 29 39 22 25 21 26 23 27 22
2015 28 38 22 23 21 25 23 27 21
2016 29 39 22 24 21 25 24 26 21
2017 27 36 21 22 20 24 23 26 21
2018 26 34 20 23 20 24 22 26 21
2019 24 30 18 21 18 22 21 25 19
Rood: overschrijdingen van de EU-grenswaarde (40 µg/m³) en de WGO-advieswaarde (40 µg/m³)
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019 19
Figuur 4: NO2-jaargemiddelde (µg/m³) op de automatische meetplaatsen, voor de periode 2009 - 2019
3.1.2.2 Passieve samplers In het kader van de invoering van het circulatieplan meet de VMM sinds midden 2016, in aanvulling op de metingen met automatische monitoren, ook NO2 met behulp van passieve samplers. Passieve samplers laten toe om metingen uit te voeren op plaatsen waar er geen ruimte is voor een vast meetstation, zoals in street canyons. De resultaten van de passieve samplers dienen ook om de modelresultaten te valideren en te verbeteren. De samplers hangen in Gent-centrum op 20 locaties (zie Tabel 2 en Figuur 2). De samplers worden telkens in duplo opgehangen gedurende periodes van 2 weken. Een volledig jaar bestaat dus uit 26 meetperiodes. De automatische monitoren meten volgens de Europese referentiemethode. Passieve samplers niet, maar ze worden wel gekalibreerd ten opzichte van deze referentiemethode. De onzekerheid op de samplermeting ten opzichte van de referentiemethode wordt per 2-wekelijks resultaat geschat op 5 µg/m3. Op jaarbasis schatten we de onzekerheid op 4 µg/m3 of 9 % bij de jaargrenswaarde van 40 µg/m3. Wanneer we de onzekerheid op de referentiemethode ook in rekening brengen schatten we de totale onzekerheid van de passieve samplers op jaarbasis op 6 µg/m 3. Dit vertaalt zich in een relatieve onzekerheid van 15 % bij de jaargrenswaarde van 40 µg/m3. Dit maakt dat de metingen voldoen aan het criterium voor indicatieve metingen volgens Richtlijn 2008/50/EG. We spreken daarom van ‘indicatieve jaargemiddelden’. Eén overschrijding in 2019 Figuur 5 toont de ligging van de passieve samplers met hun indicatief jaargemiddelde in 2019. Er was in 2019 één locatie die de jaargrenswaarde van 40 µg/m³ overschreed, dit was in de Hoogstraat (GN53). De gemeten concentratie bedroeg 43 µg/m³, dit is dezelfde concentratie als in 2018. De meetplaats in Dok-zuid (GN38) had een concentratie gelijk aan de jaargrenswaarde (40 µg/m³). \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 20 Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019
Gemiddeld 15 % daling ten opzichte van 2017 Figuur 6 toont per locatie de NO2 concentraties gemeten met passieve samplers van 2017 tot en met 2019. In vergelijking met 2017 zijn op alle locaties met uitzondering van één locatie in de Kortrijksepoortstraat (GN47), de gemeten concentraties gedaald, en dit gemiddeld met 6 µg/m3 of 15 %. In Antwerpen werd een gelijkaardige daling vastgesteld. De locaties met de grootste daling ten opzichte van 2017 zijn de Phoenixstraat (GN49) en de Lammerstraat (GN52). Ook ten opzichte van 2018 zijn de gemeten concentraties in 2019 op bijna alle meetpunten lager, behalve in de Kortrijksepoortstraat (GN47) en de Hoogstraat (GN53) waar de gemeten concentraties dezelfde zijn gebleven.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019 21
Figuur 5: Ligging van de passieve samplers in Gent-centrum, met hun indicatief NO2-jaargemiddelde, 2019
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 22 Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019
Figuur 6: Indicatieve NO2-jaargemiddelden gemeten met passieve samplers in Gent-centrum in 2017, 2018 en 2019
3.1.3 Gemodelleerde concentraties Op plaatsen waar er geen meetresultaten beschikbaar zijn, schat de VMM de concentraties in aan de hand van rekenkundige modellen. Voor NO2 gebruikt de VMM het ATMO-Street model. ATMO-Street is de naam voor de modelketen RIO-IFDM-OSPM. Meer uitleg over deze modellen is terug te vinden in bijlage 4. Dit jaar werden er verkeersemissies doorgerekend met ATMO-Street die een combinatie zijn van de resultaten uit het propagatiemodel voor heel Vlaanderen samen met het Gents stedelijk verkeersmodel. Hierdoor is de invoering van het Gentse circulatieplan wel in rekening gebracht in de modelkaart. De berekeningsmethode kan desondanks een over- of onderschatting geven op bepaalde plaatsen en geeft dus een benaderend beeld van de luchtverontreiniging. Figuur 7 toont de gemodelleerde NO2-jaargemiddelden in 2019. De concentraties rond de autosnelwegen zijn verhoogd alsook aan de kleine ring, met mogelijke overschrijdingen van de EUjaargrenswaarde van 40 Âľg/mÂł. In de binnenstad zijn er een beperkt aantal straten waar dit volgens het model eveneens het geval is.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019 23
Figuur 7: Gemodelleerd NO2-jaargemiddelde in de Gentse kanaalzone, Gentse agglomeratie en Gent-centrum in 2019
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 24 Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019
3.1.4 Toetsing aan de grenswaarden Toetsing van het jaargemiddelde Een overzicht van de regelgeving van NO2 is terug te vinden in bijlage 3bijlage 3. Op geen enkele locatie met een automatische monitor werd de EU-jaargrenswaarde van 40 µg/m³ in de periode 2009-2019 overschreden (zie Tabel 3). De advieswaarde van de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) bedraagt eveneens 40 µg/m³ en werd dus ook niet overschreden. Op de locaties met passieve samplers was er één locatie die de grenswaarde van 40 µg/m³ overschreed (Hoogstraat). Op deze locatie werd ook in 2017 en 2018 de jaargrenswaarde overschreden. Het ATMO-Street model toont voor NO2 mogelijk wel overschrijdingen van de jaargrenswaarde langs belangrijke verkeersassen. In het Luchtbeleidsplan 20303 van de Vlaamse Overheid een jaargemiddelde van 20 µg/m³ wordt gehanteerd als drempelwaarde. Toetsing aan de uurgrenswaarde Alle Gentse automatische meetplaatsen respecteerden de EU-uurgrenswaarde (maximaal 18 uren hoger dan 200 μg/m³ NO2, data hier niet getoond). De WGO-advieswaarde laat geen enkel uur met een concentratie hoger dan 200 μg/m³ toe. Ook deze waarde werd gerespecteerd. De hoogst gemeten uurwaarde in Gent in 2019 was 171 μg/m³, deze werd in februari gemeten op de verkeersgerichte meetplaats R702 aan de Gustaaf Callierlaan.
3.1.5 Pollutierozen Figuur 8 en Figuur 9 geven de pollutierozen en zero-pollutierozen (pollutierozen met aftrek van de achtergrondconcentratie) voor NO2 voor de verschillende meetplaatsen. Uitleg over de methodiek van pollutierozen is terug te vinden in bijlage 4. Op alle meetplaatsen werden hogere concentraties gemeten bij oostelijke tot zuidoostelijke wind en lagere concentraties bij westelijke wind. Op de verkeersgerichte meetplaats aan de Gustaaf Callierlaan (R702) lagen de gemeten NO2concentraties bij zuidoostelijke en noordwestelijke wind een stuk hoger dan op de andere meetplaatsen, dit door zijn ligging op een plek waar veel verkeer passeert, namelijk tussen de Gustaaf Callierlaan en de fly-over, die in het zuidoosten de R40 kruist. De meetplaats in Zelzate (R750) vertoonde opvallend hogere concentraties bij wind uit zuidwestelijke richting. In deze richting ligt ArcelorMittal. Op de industriële meetplaats in Sint-Kruis-Winkel (R740) werden hogere NO2-concentraties gemeten bij wind uit noord-noordwestelijke richting en zuidwestelijke richting. Ten noorden van dit meetstation ligt de Electrabel Centrale Knippergroen en verder noordelijk ArcelorMittal. Ten zuidwesten van dit meetstation bevinden zich ook verschillende bedrijven in de kanaalzone, waaronder Electrabel Centrale Rodenhuize. Ook de gemeten concentraties op meetplaats in Wondelgem (R721) werden mogelijk beïnvloed door industriële activiteiten in de kanaalzone, gezien hier een verhoging wordt waargenomen bij wind vanuit noordoostelijke richting, waar de kanaalzone zich bevindt.
3
https://omgeving.vlaanderen.be/luchtverontreiniging-actieplannen \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019 25
Figuur 8: NO2-pollutierozen en zero-pollutierozen (rechts) van elke meetplaats in 2019 (µg/m³)
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 26 Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019
Figuur 9: NO2-pollutierozen op de meetplaatsen in de kanaalzone, Gentse agglomeratie en Gent-centrum, 2019
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019 27
3.2 NO 3.2.1 Gemeten concentraties Tabel 4 en Figuur 10 tonen de NO-jaargemiddelden van alle automatische meetplaatsen in de regio Gent sinds 2009. De meetplaats aan de Gustaaf Callierlaan (R702) was de meetplaats met het hoogste NO-jaargemiddelde (12 µg/m³), hier werd ook het hoogste NO2-jaargemiddelde gemeten. De jaargemiddelden van de andere meetplaatsen lagen een stuk lager (tussen 4 en 8 µg/m³). In vergelijking met 2018 zijn op alle meetplaatsen de NO-concentraties licht gedaald. Op de meetplaats aan de Gustaaf Callierlaan (R702) was de daling veel sterker dan op de andere plaatsen. Tabel 4: NO-jaargemiddelden (µg/m³) op de meetplaatsen voor de periode 2009 - 2019
Naam meetplaats
Code
2009
2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
Baudelohof Gustaaf Callierlaan Destelbergen Wondelgem Mariakerke Evergem Sint-Kruis-Winkel Zelzate Ertvelde
R701 R702 R710 R721 E716 R731 R740 R750 M702
10 10 10 8 10 9 13 7
11 9 10 8 10 9 13 7
10 8 10 7 10 8 13 8
9 7 9 7 9 8 12 7
10 19 8 10 8 9 8 12 7
8 19 6 8 6 8 6 10 6
8 18 6 7 6 7 6 10 5
10 21 7 10 8 10 7 12 7
8 18 5 7 5 7 6 9 5
6 15 5 7 5 7 5 9 5
5 12 4 6 5 5 4 8 4
Figuur 10: NO-jaargemiddelden (µg/m³) van de verschillende meetplaatsen voor de periode 2009 - 2019
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 28 Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019
3.2.2 Pollutierozen Figuur 11 en Figuur 12 tonen de pollutierozen en zero-pollutierozen voor NO van de verschillende meetplaatsen. Op alle meetplaatsen werden hogere concentraties gemeten bij wind vanuit zuidoostelijke richting en in meer beperkte mate vanuit het noordoosten, ten gevolge van verhoogde regionale achtergrondconcentraties. De NO-concentraties waren het hoogst op de meetplaats langs de Gustaaf Callierlaan (R702), waar de aanwezigheid van de fly-over in oostelijke en zuidoostelijke richting en de Gustaaf Callierlaan in westelijke richting zorgde voor een verhoging van de NO vervuiling. Op de meetplaats in Zelzate (R750) werden hogere NO concentraties gemeten bij wind vanuit het zuidwesten. Dat is wind die van over de kanaalzone komt. Figuur 11: NO-pollutierozen en zero-pollutierozen (rechts) van elke meetplaats, in 2019 (µg/m³)
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019 29
Figuur 12: NO-pollutierozen op elke meetplaats in de kanaalzone, Gentse agglomeratie en Gent-centrum, 2019
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 30 Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019
4 FIJN STOF Zwevend stof (PM = Particulate Matter) is een mengsel van vloeibare of vaste deeltjes met uiteenlopende samenstellingen en afmetingen. Zowel de natuur als menselijke activiteiten kunnen een bron zijn van deze deeltjes. PM10 en PM2,5 zijn de stofdeeltjes met een diameter respectievelijk kleiner dan 10 µm en 2,5 µm. De aanwezigheid van PM in de omgevingslucht heeft een negatieve invloed op de gezondheid zowel op korte als lange termijn. Onder andere luchtweginfecties, astma, verschillende kankers (niet enkel longkanker) en een verminderde levensverwachting zijn in relatie gebracht met de aanwezigheid van fijn stof. Zelfs al voor de geboorte veroorzaakt fijn stof negatieve effecten. Onderzoek4 toonde namelijk aan dat een foetus via de moeder al zeer vroeg in de ontwikkeling in aanraking komt met luchtvervuiling, doordat fijn stof-roetdeeltjes doordringen tot de placenta en zich daar opstapelen, met negatieve invloeden op de ontwikkeling van de foetus. Blootstelling aan PM2,5 wordt ook in verband gebracht met een verhoogd risico op hersenaandoeningen zoals de ziekte van Alzheimer. Meer informatie over de gezondheidseffecten, alsook over de oorsprong en classificatie van fijn stof zijn terug te vinden in bijlage 2.
4.1 PM10 4.1.1 Emissie van PM10 De meest recent beschikbare emissiedata zijn deze voor 2018. Onderstaande figuren geven de cijfers weer van het rechtstreeks uitgestoten, primair PM10-stof. In 2018 hadden de 3 zones Gentse kanaalzone, Gentse agglomeratie en Gent-centrum een primaire PM10-uitstoot van 1.464 ton. Dat is 8 % van de Vlaamse primaire PM10-uitstoot dat jaar. De PM10-emissies van de Gentse kanaalzone, Gentse agglomeratie en Gent-centrum waren in 2018 respectievelijk 1.046, 357 en 61 ton. De methodologie om de emissies te spreiden over een gebied zijn gewijzigd, waardoor sommige cijfers verschillen van deze die vorig jaar gerapporteerd werden. Meer informatie hierover kan u terugvinden in bijlage 4. De berekening van de verkeersemissies is gebaseerd op de mobiliteitsinformatie van het volledige Vlaamse wegennet (snelwegen), en niet van het lokale wegennet. De hier gerapporteerde emissiegegevens houden dus geen rekening met de invoering van het circulatieplan. Figuur 13 toont in het linkerdeel de bijdrage van de verschillende sectoren in de emissie van primair PM10 voor het jaar 2018, in het rechterdeel de trend van de uitstoot sinds 2000. In de Gentse kanaalzone: – kwam 57 % vanuit van de sector industrie. De belangrijkste speler is ArcelorMittal, – werd 29 % veroorzaakt door de sector industrie op- en overslag, – verkeer en huishoudens hadden in deze zone eenzelfde, beperkte bijdrage (5 % elk). De trendfiguur toont dat door de jaren heen de totale PM10-emissie is gedaald, maar dat er tussen 2010 en 2016 terug een stijging was. Het schommelend verloop is een gevolg van fluctuaties in de emissie van ArcelorMittal. Sinds 2013 wordt ook de invloed van niet-geleide stofemissies van de op- en overslagbedrijven op PM10 in kaart gebracht. De stijging in de emissies van deze sector vanaf 2016 komt zowel door een stijging
4
Bové H. et al. 2019. Ambient black carbon particles reach the fetal side of human placenta. Nature Communications 10:3866. https://www.nature.com/articles/s41467-019-11654-3.pdf \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019 31
van de emissies als door het feit dat er een aantal bedrijven vanaf dan pas emissies doorgeven. Vóór 2013 is er geen beschikbare informatie over de PM10-emissies van deze sector. De emissies van de sector energie zijn zeer sterk gedaald sinds 2000. De grootste emissie komt van Electrabel Centrale Rodenhuize. In de zone Gentse agglomeratie: – veroorzaakte verkeer 39 % van de PM10-emissies, – werd 30 % uitgestoten door huishoudens, dit deel was voor het grootste deel afkomstig van gebouwenverwarming, – kwam 10 % van de sector op- en overslag. In deze zone ligt één op- en overslag bedrijf (Euro-Silo Sifferdok). De PM10-emissies in deze zone zijn sinds 2000 gedaald door een daling met ongeveer de helft in de emissies van het verkeer, voornamelijk door de introductie van milieuvriendelijkere en efficiëntere voertuigen. De PM10-emissies van de andere sectoren zijn in grote lijnen dezelfde gebleven. In Gent-centrum: – meer dan de helft werd uitgestoten door huishoudens (57 %), en dit deel was bijna uitsluitend afkomstig van gebouwenverwarming, met particuliere houtverbranding als grootste bron. – 24 % kwam van het verkeer, – 15 % wordt gerelateerd aan industriële activiteiten, waaronder bouwactiviteiten. Op de trendfiguur van deze zone is eveneens de daling in verkeersemissies door de jaren heen te zien. De emissies van de huishoudens fluctueren doorheen de jaren, afhankelijk van het gebruik van brandhout als huishoudelijke verwarming, gekoppeld aan strenge winters. Fijn stof in de atmosfeer bestaat niet enkel uit primaire deeltjes die rechtstreeks worden uitgestoten maar ook uit een secundaire fractie. De secundaire fractie bestaat uit deeltjes die in de atmosfeer ontstaan door chemische en fysische reacties. Ook emissies van buiten de agglomeratie (Vlaanderen, de andere gewesten, buitenland), de aard van de emissies (bijvoorbeeld de hoogte), de meteorologische omstandigheden en de topografie bepalen mee de gemeten concentraties. In Vlaanderen is gemiddeld 70 tot 80 % van het fijn stof afkomstig uit het buitenland en de andere gewesten5. Vlaanderen exporteert wel 1,5 keer meer stof dan dat het fijn stof van buiten Vlaanderen importeert.
5
Felix Deutsch en Wouter Lefebvre (VITO), 2018, Referentietaak Lokaal Leefmilieu, Deeltaak Import/export balans \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 32 Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019
Figuur 13: Bijdrage van de verschillende sectoren in de PM10-emissies in 2018 (links) en de trend van de PM10-emissies voor de periode 2000 - 2018 (rechts), weergegeven per zone
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019 33
4.1.2 Gemeten concentraties Tabel 5 en Figuur 14 tonen per meetplaats de PM10-jaargemiddelden gemeten tussen 2009 en 2019. In 2019 werd het hoogste PM10-jaargemiddelde gemeten op de meetplaats in het Baudelohof (R701) in het centrum van Gent (25 µg/m³). Ook in de voorgaande jaren was dit de meetplaats met het hoogste jaargemiddelde. Het laagste jaargemiddelde in de Gentse regio werd gemeten in Destelbergen (R710). Over heel Vlaanderen lagen in 2019 de gemeten PM10-jaargemiddelden tussen 18 en 27 µg/m³. Behalve in Sint-Kruis-Winkel (R740), zijn de jaargemiddelden op alle meetplaatsen gedaald ten opzichte van 2018. Er is echter niet zo veel verschil met de jaargemiddelden van de voorgaande jaren, de PM10-concentraties kennen een schommelend verloop doorheen de recentste jaren. Het verschil met 2018 is mogelijk beïnvloed door meteo-omstandigheden. 2018 was een zeer droog jaar, wat allicht voor minder uitwassing en voor meer heropwaaien van het stof heeft gezorgd, terwijl er in 2019 meer regendagen waren. Op de meetplaats in Sint-Kruis-winkel (R740) was het jaargemiddelde niet veranderd. Dit is al enkele jaren achtereen 25 µg/m³. Tabel 5: PM10-jaargemiddelden (µg/m³) op de meetplaatsen voor de periode 2009 - 2019
Naam meetplaats
Code
2009
2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
Baudelohof
R701
32
33
31
28
30
25
26
28
26
29
25
Gustaaf Callierlaan
R702
-
-
-
-
-
28
24
24
23
24
22
Destelbergen
R710
23
23
26
24
25
22
23
22
21
23
21
Evergem
R731
33
32
33
28
30
26
24
23
24
26
24
Sint-Kruis-Winkel
R740
30
31
34
28
30
26
25
25
25
25
25
Zelzate
R750
31
29
32
29
-
27
26
24
24
25
24
Groen: overschrijdingen van de WGO-advieswaarde (20 µg/m³) Rood: overschrijdingen van de EU-grenswaarde (40 µg/m³)
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 34 Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019
Figuur 14: Trend van de PM10-jaargemiddelden op de meetplaatsen voor de periode 2009 - 2019
4.1.3 Gemodelleerde concentraties Figuur 15 toont de lokale gemodelleerde PM10-jaargemiddelden in 2018. Hiervoor werd het model ATMO-Street gebruikt. Meer uitleg en de beperkingen van dit model zijn te vinden in bijlage 4. Voor de opmaak van deze gemodelleerde kaart voor 2019 werden de meest recent beschikbare emissiedata van 2018 gebruikt. Dit jaar werden er verkeersemissies doorgerekend met ATMO-Street die een combinatie zijn van de resultaten uit het propagatiemodel voor heel Vlaanderen samen met het Gents stedelijk verkeersmodel. Hierdoor is de invoering van het Gentse circulatieplan wel in rekening gebracht in de modelkaart. De berekeningsmethode kan desondanks een over- of onderschatting geven op bepaalde plaatsen en geeft dus een benaderend beeld van de luchtverontreiniging. De gemodelleerde concentraties geven aan dat er in de kanaalzone rond enkele bedrijven lokaal wel overschrijdingen van de jaargrenswaarde kunnen optreden. Het merendeel van de gemodelleerde verhoogde concentraties is een gevolg van niet-geleide, of diffuse emissies, die afkomstig zijn van opslagterreinen en scheepsverladingen. Deze emissiebronnen liggen laag bij de grond en hebben geen warmte-inhoud waardoor de gemodelleerde PM10-emissies op grondniveau zeer hoog zijn. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld ArcelorMittal, waar de directe PM10-emissies uit de schouw zeer hoog zijn, maar op hoge hoogte worden uitgestoten en een warmte-inhoud hebben waardoor deze emissies snel de hoogte ingaan en niet zichtbaar zijn op grondniveau op de modelkaart. De oranje en rode zone rond ArcelorMittal is dus voornamelijk het gevolg van op- en overslag activiteiten van ArcelorMittal. De bedrijven die, volgens de emissie-inventaris, aanleiding geven tot hoge PM10-emissies, vooral ten gevolgen van op- en overslagactiviteiten, en te zien zijn als de rode en donkerrode kernen op de modelkaart zijn, van noord naar zuid: ArcelorMittal, Cargill en Euro Silo Rodenhuizedok, Ghent Coal Terminal, Euro Silo Sifferdok en CBM. De hoogste PM10-concentraties doen zich voor in de directe industriÍle omgeving van de bedrijven, hoewel het niet is uitgesloten dat een deel van de verhoogde PM10-concentraties ook woongebied bereikt. De exacte reikwijdte van de gemodelleerde emissies \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019 35
afkomstig van op- en overslagactiviteit is erg moeilijk in te schatten. In de onderliggende emissiedataset van het ATMO-Street-model wordt er geen rekening gehouden met de emissiereducerende maatregelen die deze bedrijven eventueel de laatste jaren hebben genomen. In rest van de Gentse agglomeratie en in Gent-centrum waren er amper verschillen in PM10concentraties.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 36 Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019
Figuur 15: Gemodelleerd PM10-jaargemiddelde in de Gentse kanaalzone, Gentse agglomeratie en Gent-centrum, 2019
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019 37
4.1.4 Toetsing aan de grenswaarden Een overzicht van de regelgeving van PM10 is terug te vinden in bijlage 3. Toetsing van het jaargemiddelde De Europese jaargrenswaarde van 40 µg/m³ werd in 2019 op alle meetplaatsen gehaald, dit was in 2009 ook al zo. Maar nabij enkele bedrijven in de kanaalzone berekent het ATMO-Street model lokaal nog wel overschrijdingen in industriegebied. De WGO-advieswaarde van 20 µg/m³ werd op geen enkele meetplaats in de Gentse regio gehaald. In heel Vlaanderen werd deze advieswaarde in 2019 op 10 van de 36 meetplaatsen gerespecteerd. Trend en toetsing van de daggemiddelden Naast een grenswaarde voor het jaargemiddelde stelt de Europese richtlijn ook een grenswaarde voor het daggemiddelde voorop van 50 µg/m³ die per jaar maximaal 35 keer mag overschreden worden. Tabel 6 geeft per meetplaats het aantal dagen met een daggemiddelde hoger dan 50 µg/m³, voor de periode 2009-2019. Sinds 2014 is er geen overschrijding meer gemeten van de EU-daggrenswaarde. Echter, de WGOadvieswaarde voor de daggemiddelden, die maximaal 3 dagen met een concentratie hoger dan 50 µg/m³ toelaat, werd nog nooit gehaald, ook in 2019 niet. In heel Vlaanderen waren er in 2019 vijf (van de 36) meetplaatsen die voldeden aan de WGO-daggrenswaarde voor PM10. Figuur 16 toont de trend van het aantal dagen met een daggemiddelde hoger dan 50 µg/m³ voor de periode 2009 – 2019. Dit verloop vertoont een dalende trend, maar de laatste jaren zien we op verschillende meetplaatsen een schommelend verloop. Op 3 meetplaatsen is het aantal dagen gestegen in vergelijking met 2018 (in Evergem, Sint-Kruiswinkel en Zelzate). De meetplaats in Evergem (R731) had het meeste aantal dagen met een daggemiddelde hoger dan 50 µg/m³ (21 dagen). In Destelbergen (R710) werden het minste dagen met een daggemiddelde hoger dan 50 µg/m³ gemeten (7 dagen). Op de meetplaats in het Baudelohof (R701) is het aantal dagen met een daggemiddelde hoger dan 50 µg/m³ sterk gedaald in vergelijking met 2018. Dit komt onder meer doordat in 2018 een record aantal dagen met een daggemiddelde hoger dan 50 µg/m³ werd gemeten in de (droge en zonnige) periode voor, tijdens en vlak na de Gentse feesten. In 2019 was dit veel minder het geval (14 dagen in 2018 versus 6 dagen in 2019). Tabel 6: Aantal dagen met een PM10-concentratie > 50 µg/m³ op de meetplaatsen voor de periode 2009 - 2019
Naam meetplaats Baudelohof
Code R701
2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 42
41
52
34
34
22
23
27
24
31
18
Gustaaf Callierlaan
R702
-
-
-
-
-
23
15
15
14
9
8
Destelbergen
R710
21
17
32
24
24
12
11
10
8
8
7
Evergem
R731
46
45
59
38
37
22
11
14
14
15
21
Sint-Kruis-Winkel
R740
34
35
54
32
30
21
13
17
12
12
17
Zelzate
R750
39
28
43
35
-
20
20
13
15
11
13
Rood: overschrijdingen van de EU-grenswaarde (35 dagen per jaar) Groen: overschrijdingen van de WGO-advieswaarde (3 dagen per jaar)
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 38 Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019
Figuur 16: Aantal dagen met een PM10-concentratie > 50 µg/m³ op de meetplaatsen voor de periode 2009 - 2019
Figuur 17 toont per meetplaats in welke maanden in 2019 de dagen met een daggemiddelde van meer dan 50 µg/m³ werden gemeten. In het voorjaar, en dan vooral in de maand april, werden meerdere keren verhoogde concentraties gemeten op alle meetplaatsen tegelijk. April was een droge, warme maand. Weinig neerslag leidt tot weinig uitwassing van de pollutie. Typisch in deze periode is ook de uitstoot van ammoniak door de landbouw bij de bemesting van akkers. In combinatie met hogere temperaturen is dit bevorderlijk voor de vorming van secundair fijn stof. Op de meetplaats in het Baudelohof werden in juli 6 dagen met een daggemiddelde van meer dan 50 µg/m³ gemeten. Deze dagen vielen in de periode van de Gentse feesten waarbij de activiteiten voor een lokale verhogingen van de PM10-concentraties zorgen. In het najaar (september – december) werden geen dagen met concentraties hoger dan 50 µg/m3 gemeten.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019 39
Figuur 17: Aantal dagen met een PM10-concentratie > 50 µg/m³ in 2019, per maand
4.1.5 Pollutierozen Figuur 18 en Figuur 19 tonen de pollutierozen en zero-pollutierozen voor PM10 van de verschillende meetplaatsen. De vorm van de pollutierozen is gelijkaardig voor alle meetplaatsen. Alle meetplaatsen vertoonden hogere concentraties bij oostelijke wind. Het feit dat dit bij alle meetplaatsen wordt waargenomen, wijst erop dat dit niet het gevolg is van lokale bronnen maar een regionaal fenomeen is. Vanuit oostelijke richting is er aanvoer van continentale, reeds vervuilde lucht. Op meetplaatsen in het Baudelohof (R701) en in Evergem (R731) werden hogere PM10-concentraties gemeten bij noordoostelijke tot zuidoostelijke wind in vergelijking met de andere meetplaatsen. De PM10 concentraties worden in het Baudelohof vermoedelijk verhoogd door activiteiten rond het Baudelopark in het centrum van Gent en in Evergem door landbouwactiviteit en industriële activiteit in de kanaalzone. Op de meetplaats in Sint-Kruis-Winkel (R740) werden hogere concentraties geregistreerd bij noordelijke wind. Ten noorden van deze meetplaats bevindt zich de Gentse kanaalzone met onder meer ArcelorMittal. Zelzate (R750) was de enige meetplaats waar bij zuidwestenwind hogere concentraties werden gemeten. In deze richting bevindt zich de kanaalzone met ArcelorMittal als het dichtstbij gelegen bedrijf.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 40 Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019
Figuur 18: PM10-Pollutierozen en zero-pollutierozen (rechts) van elke meetplaats in 2019 (µg/m³)
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019 41
Figuur 19: PM10-pollutierozen op de meetplaatsen in de Gentse kanaalzone, Gentse agglomeratie en Gent-centrum, 2019
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 42 Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019
4.2 PM2,5 4.2.1 Emissie van PM2,5 In 2018 had het hele Gentse gebied een PM2.5-uitstoot van 884 ton. Dat is 7 % van de primaire PM2,5uitstoot van heel Vlaanderen dat jaar. De emissies van de Gentse kanaalzone, Gentse agglomeratie en Gent-centrum waren in 2017 respectievelijk 592, 239 en 53 ton. Figuur 20 toont in het linkerdeel de bijdrage van de verschillende sectoren in de emissie van primair PM2,5 voor het jaar 2017, en in het rechterdeel de trend van de uitstoot sinds 2000. De methodologie om de emissies te spreiden over een gebied zijn gewijzigd, waardoor sommige cijfers verschillen van deze die vorig jaar gerapporteerd werden. Meer informatie hierover kan u terugvinden in bijlage 4. De berekening van de verkeersemissies is gebaseerd op de mobiliteitsinformatie van het Vlaamse wegennet (snelwegen), en niet van het lokale wegennet. De hier gerapporteerde emissiegegevens houden dus geen rekening met de invoering van het circulatieplan. In de Gentse kanaalzone: – werd het overgrote deel van de emissie van primair PM2,5 (77 %) veroorzaakt door de sector industrie, – hadden de huishoudens de tweede grootste maar veel kleinere bijdrage (9 %), – was de bijdrage van de sector op- en overslag, in tegenstelling tot hun bijdrage aan PM10, beperkt (4 %), aangezien deze deeltjes veelal een diameter van meer dan 2,5 µm hebben, – had verkeer een bijdrage van 6 %. In de trendgrafiek van de PM2,5-emissie sinds 2008 zien we eenzelfde beeld als in de trendgrafiek van de PM10-emissies: een schommelend verloop, voornamelijk veroorzaakt door de sector industrie (met name die van ArcelorMittal) en een sterke daling van de emissies van de sector energie en verkeer. In de zone Gentse agglomeratie kwam: – 43 % van de PM2,5-uitstoot van de huishoudens, – 38 % van de PM2,5-emissie kwam van het verkeer, In vergelijking met 2000 is de emissie van de huishoudens onveranderd gebleven. De emissies van het verkeer zijn, in vergelijking met 2000, gedaald met 190 ton. In Gent-centrum werd de PM2,5-emissie gedomineerd door de huishoudens (65 %), net als bij PM10. Ook de trend in de tijd is gelijkaardig als bij PM10. De winter van 2010 was kouder dan gemiddeld, waardoor de emissie van de huishoudens (gebouwenverwarming) groter was in vergelijking met de andere jaren. Samengevat was de grootste bron van PM2,5-emissies in het hele gebied de industrie, gevolgd door de huishoudens en het verkeer. Bij fijn stof afkomstig van gebouwenverwarming is de particuliere houtverbranding veruit de grootste bron.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019 43
Figuur 20: Bijdrage van de sectoren in de PM2,5-emissies in 2018 (links) en de trend van de PM2,5-emissies voor de periode 2000 - 2018 (rechts), weergegeven per zone
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 44 Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019
4.2.2 Gemeten concentraties Tabel 7 en Figuur 21 geven de gemeten PM2,5-jaargemiddelden per meetplaats weer. In Zelzate (R750) werd het hoogste jaargemiddelde gemeten (15 µg/m³), maar er is weinig verschil met de jaargemiddelden gemeten op de andere meetplaatsen. In heel Vlaanderen lagen de PM2,5jaargemiddelden tussen 10 en 15 µg/m³. Het jaargemiddelde gemeten in Zelzate vormt met andere woorden één van de plaatsen waar het hoogste PM2,5-jaargemiddelde in heel Vlaanderen werd gemeten. De jaargemiddelden zijn licht gedaald ten opzichte van 2018 (en de jaren ervoor) op alle meetplaatsen behalve in Zelzate (R750). Op deze meetplaats is het jaargemiddelde sinds de start van de metingen in 2015 onveranderd gebleven. Tabel 7: PM2,5-jaargemiddelden (µg/m³) op de meetplaatsen voor de periode 2009 – 2019
Naam meetplaats Baudelohof
Code R701
2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019
Gustaaf Callierlaan
R702
Destelbergen
R710
-
-
-
-
Evergem
R731
20
21
21
18
Sint-Kruis-Winkel
R740
-
-
-
-
-
Zelzate
R750
-
-
-
-
-
20
21
20
18
19
16
15
15
15
16
13
-
-
-
-
-
15
15
15
14
14
13
-
-
14
14
14
14
13
19
16
14
14
14
15
14
-
15
15
15
15
14
15
15
15
15
15
Groen: overschrijdingen van de WGO-advieswaarde (10 µg/m³) Rood: overschrijdingen van de EU-grenswaarde (25 µg/m³)
Figuur 21: PM2,5-jaargemiddelden op de meetplaatsen voor de periode 2009 - 2019
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019 45
4.2.3 Gemodelleerde concentraties Figuur 22 toont de gemodelleerde jaargemiddelde PM2,5-concentratie in Gent. Hiervoor werd het model ATMO-Street gebruikt met de meest recent beschikbare emissiedata van 2018. Meer uitleg en de beperkingen van dit model zijn te vinden in bijlage 4. Dit jaar werden er verkeersemissies doorgerekend met ATMO-Street die een combinatie zijn van de resultaten uit het propagatiemodel voor heel Vlaanderen samen met het Gents stedelijk verkeersmodel. Hierdoor is de invoering van het Gentse circulatieplan wel in rekening gebracht in de modelkaart. De berekeningsmethode kan desondanks een over- of onderschatting geven op bepaalde plaatsen en geeft dus een benaderend beeld van de luchtverontreiniging. De hele zone in en rond Gent had een gemiddelde concentratie tussen de 13 en 15 Âľg/mÂł. In de Gentse kanaalzone zijn enkele zones zichtbaar met hogere concentraties (rond Cargill en Euro Silo Rodenhuize als meest noordelijke oranje zone op de kaart en daaronder Ghent Coal Terminal).
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 46 Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019
Figuur 22: Gemodelleerd PM2,5-jaargemiddelde in de Gentse kanaalzone, Gentse agglomeratie en Gent-centrum, 2019
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019 47
4.2.4 Toetsing aan de grenswaarden De regelgeving voor PM2,5 is opgenomen in bijlage 3. Toetsing van het jaargemiddelde De Europese grenswaarde van 25 µg/m³ voor het PM2,5-jaargemiddelde werd op alle automatische meetplaatsen de laatste 10 jaar niet meer overschreden, ook in 2019 niet. De indicatieve grenswaarde van 20 µg/m³ die geldt vanaf 2020, wordt gehaald sinds 2012 (zie Tabel 7). De WGO-advieswaarde van 10 µg/m³ voor het jaargemiddelde werd op geen enkele meetplaats gerespecteerd. In de rest van Vlaanderen was er in 2019 -voor het eerst- één meetplaats die de WGOadvieswaarde respecteerde. Trend en toetsing van de daggemiddelden Tabel 8 en Figuur 23 geven het aantal dagen weer dat de PM2,5-dagconcentratie hoger dan 25 µg/m³ was. Europa definieerde geen grenswaarde voor PM2,5-daggemiddelden maar de WGO-advieswaarde definieert een maximum van 3 dagen met een daggemiddelde hoger dan 25 µg/m³. De gemeten concentraties op alle meetplaatsen zitten ver boven deze advieswaarde. In de rest van Vlaanderen werd deze advieswaarde evenmin gehaald. De meetstations met een lange tijdreeks vertonen over de periode 2009 - 2019 globaal een daling in het aantal dagen met een PM2,5-daggemiddelde hoger dan 25 µg/m³, maar tussen individuele jaren schommelt de trend hard. In 2019 werd op alle meetplaatsen een daling gemeten in het aantal dagen met een PM2,5-concentratie hoger dan 25 µg/m³ tegenover 2018, maar deze daling is er niet overal in vergelijking met 2017. In 2019 waren meer regendagen dan 2018, wat ook de daling tussen 2018 en 2019 kan verklaren (vaker neerslaan van fijn stof door regen). Tabel 8: Aantal dagen met een PM2,5-concentratie > 25 µg/m³ op de meetplaatsen voor de periode 2009 - 2019
Naam meetplaats
Code
2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019
Baudelohof
R701
86
89
92
74
Gustaaf Callierlaan
R702
-
-
-
-
82 -
Destelbergen
R710
-
-
-
-
-
Evergem
R731
81
86
103
65
87
Sint-Kruis-Winkel
R740
-
-
-
-
Zelzate
R750
-
-
-
-
51
41
50
42
42
41
54
42
49
40
51
36
44
50
36
49
36
43
47
45
54
50
-
48 -
44
59
45
54
41
-
-
49
59
46
58
47
Groen: overschrijdingen van de WGO-advieswaarde (3 dagen > 25 µg/m³ toegelaten per jaar)
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 48 Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019
Figuur 23: Aantal dagen met een PM2,5 concentratie > 25 µg/m³ op de automatische meetplaatsen voor de periode 2009 2019
Figuur 24 toont in welke maanden in 2019 het daggemiddelde hoger was dan 25 µg/m³. Bijna alle dagen kwamen voor in de maanden januari tot en met mei en december. Dit zijn enerzijds de koude wintermaanden met meer huishoudelijke verwarming (met de verbranding van hout in open haarden en kachels als belangrijkste bron) en anderzijds de lentemaanden waarin vaak secundair fijn stof wordt gevormd door bemesting van akkers.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019 49
Figuur 24: Aantal dagen met een PM2,5 concentratie > 25 µg/m³ per meetplaats en per maand in 2019
4.2.5 Chemische samenstelling van PM2,5 De VMM bepaalt de chemische samenstelling van PM2,5 op 3 meetlocaties, waaronder sinds 2016 ook de meetlocatie Gent-Baudelohof (R701). De 2 andere locaties zijn Antwerpen (Borgerhout) en Retie. Dagelijks wordt de PM2,5-fractie gemeten op filters via de gravimetrische referentiemethode. Elke vierde filter wordt in het labo geanalyseerd op de samenstelling van het bemonsterde stof. Over een heel jaar gaat dit over 91 geanalyseerde filters. Figuur 25 geeft de chemische samenstelling van PM2,5 weer van 2016 tot 2019. In 2019 bestond de PM2,5-fractie in Gent (R701) gemiddeld uit: – 40 % secundaire anorganische ionen (=som van ammonium, nitraat en niet-zeezout-sulfaat), – 23 % organische massa, – 5 % elementair koolstof, – 5 % zeezout, – 28 % andere (onder meer gebonden water en mineraal stof). Doordat er in 2019 een daling was in de totale PM2,5 concentratie in vergelijking met 2018, was er ook een absolute daling in de aparte categorieën, enkel elementair koolstof blijft min of meer constant en de fractie zeezout vertoonde een verdubbeling ten opzichte van 2018. Deze sterke toename van zeezout is grotendeels te wijten aan enkele dagen met relatief sterk verhoogde natriumconcentraties in november en december. Omdat dit effect niet zichtbaar was op de andere plaatsen in Vlaanderen en chloride niet verhoogd was, vermoeden we eerder een lokale bron dan echt zeezout op deze dagen. In vergelijking met Retie heeft Gent (net als Antwerpen) een hogere gemiddelde concentratie voor elementair koolstof en organische massa. Dit is ongetwijfeld een gevolg van lokale bijdragen door verkeer, gebouwenverwarming en mogelijk ook deeltjes die vrijkomen bij het koken van eten. \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 50 Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019
Figuur 25: Chemische samenstelling van PM2,5 op meetplaats Gent-Baudelohof (R701), voor de periode 2016 - 2019 (µg/m³)
4.2.6 Pollutierozen Figuur 26 en Figuur 27 geven de pollutierozen en zero-pollutierozen voor PM2,5 voor de verschillende meetplaatsen weer. De PM2,5-pollutierozen hebben een gelijkaardige vorm als de PM10-pollutierozen. Vooral oostelijke wind zorgde op alle meetplaatsen voor hogere concentraties. De pollutierozen zijn vergelijkbaar op alle meetplaatsen wat erop wijst dat de PM2,5-concentraties voor een groot deel bepaald worden door regionale bronnen. Op de meetplaats in Sint-Kruis-Winkel (R740) kwamen, zoals bij de PM10-pollutieroos, hogere concentraties voor bij noordelijke wind vanuit de kanaalzone. Op de meetplaats in Evergem (R731) werden hogere concentraties gemeten bij noordoostelijke en zuidoostelijke wind, dit vermoedelijk door landbouwactiviteit en industriële activiteit in de kanaalzone. Op de meetplaats in Zelzate (R750) is nog een verhoging bij zuidwestenwind zichtbaar, die eveneens in de PM10-pollutieroos aanwezig was en door de activiteiten in de kanaalzone (ArcelorMittal) werd veroorzaakt.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019 51
Figuur 26: PM2,5-pollutierozen en zero-pollutierozen (rechts) van elke meetplaats in 2019
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 52 Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019
Figuur 27: PM2,5-pollutierozen op de meetplaatsen in de Gentse kanaalzone, Gentse agglomeratie en Gent-centrum, 2019
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019 53
4.3 Zwarte koolstof/Elementair koolstof Zwarte of elementair koolstof vormt een onderdeel van vooral de fijne fractie van het fijn stof. De deeltjes ontstaan bij onvolledige verbranding van fossiele brandstoffen, biomassa en biobrandstof. Het verschil in terminologie tussen elementair koolstof (EC) en zwarte koolstof (BC) heeft te maken met de fysische of chemische eigenschappen van de deeltjes, die tot uiting komen bij het meten van deze polluenten. De meettechniek voor het meten van deze polluent via het automatische meetnet, maakt gebruik van de lichtabsorptiecapaciteiten van de deeltjes, vandaar dat men van zwarte koolstof spreekt. Voor het bepalen van elementair koolstof wordt een thermische analysemethode gebruikt. Het gaat dus om zeer sterk aan elkaar verwante componenten, maar door de verschillen in meetmethode zit er toch een variatie in de gemeten hoeveelheden. De emissiedata betreffen elementair koolstof.
4.3.1 Emissies elementair koolstof De emissies van elementair koolstof zijn rechtstreeks gelinkt aan de PM2,5-emissies. De berekening van EC gebeurt aan de hand van percentages van de hoeveelheid PM2,5 die afkomstig zijn uit de literatuur of uit metingen. De methodologie om de emissies te spreiden over een gebied zijn gewijzigd, waardoor sommige cijfers verschillen van deze die vorig jaar gerapporteerd werden. Meer informatie hierover kan u terugvinden in bijlage 4. De berekening van de verkeersemissies is gebaseerd op de mobiliteitsinformatie van het Vlaamse weggennet (snelwegen), en niet van het lokale wegennet. De hier gerapporteerde emissiegegevens houden dus geen rekening met de invoering van het circulatieplan. De emissies van elementair koolstof in Gent bedroegen in 2018 97 ton. Dit was 5 % van de totale Vlaamse EC-emissies. Figuur 28 toont in het linkerdeel de bijdrage van de verschillende sectoren in de emissie van elementair koolstof voor het jaar 2018 en in het rechterdeel de trend van de uitstoot sinds 2000, en dit voor elke zone. De Gentse kanaalzone had een uitstoot van 49 ton, de Gentse agglomeratie van 40 ton en Gentcentrum van 8 ton. In de Gentse kanaalzone kwam: – 66 % van de EC-uitstoot van de industrie, – 16 % van het verkeer, waarvan de helft afkomstig was van het wegverkeer, en ongeveer de andere helft van de scheepvaart, – ook de huishoudens, en meer bepaald gebouwenverwarming hadden een belangrijke bijdrage (12 %), – de overige sectoren leverden een veel kleinere bijdrage aan de uitstoot. De emissie van de industrie schommelt doorheen de jaren. In 2017 was de uitstoot van de sector industrie sterk afgenomen in vergelijking met de voorgaande jaren. Daardoor is de hele uitstoot uit deze zone aanzienlijk verminderd. De EC-emissie van de industrie is bijna volledig toe te schrijven aan ArcelorMittal. Door nieuwe maatregelen in 2017 zijn vooral de emissies van de hoogoven, die in hoofdzaak verantwoordelijk waren voor de EC-emissie, sterk gedaald. In de Gentse agglomeratie: – het verkeer was verantwoordelijk voor het grootste deel van de uitstoot (61 %), met het wegverkeer als belangrijkste bron. Dit komt doordat EC vooral gevormd wordt door de verbranding van fossiele brandstoffen, met dieseluitstoot als één van de grootste bronnen – huishoudens vormden de 2de grootste bron (28 %). Sinds 2000 daalden de uitlaatemissies door wegverkeer sterk door het invoeren van milieuvriendelijkere voertuigen. De emissie van de huishoudens schommelt van jaar tot jaar door wisselende meteorologische omstandigheden. Strenge winters zorgen voor een verhoogd verbruik aan brandhout. \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 54 Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019
In Gent-centrum: – waren de huishoudens (gebouwenverwarming) de belangrijkste bron (52 %) van EC-emissies, vooral doorparticuliere houtverbranding, – was verkeer de 2de grootste bron (37 %), De trendgrafiek ziet er dezelfde uit als die van de Gentse agglomeratie: een sterke daling in de uitstoot van het wegverkeer en een schommelende uitstoot van de huishoudens. De bijdrage van de huishoudens aan EC is kleiner in vergelijking met hun bijdrage aan PM10 en PM2,5, doordat er bij de verbranding van hout naast elementair koolstof ook veel organisch materiaal vrijkomt die niet mee vervat zit onder elementair koolstof maar wel onder de PM-fracties.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019 55
Figuur 28: Bijdrage van de sectoren in de emissie van elementair koolstof in 2018 (links) en de trend van de EC-emissies voor de periode 2000 - 2018, weergegeven per zone
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 56 Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019
4.3.2 Gemeten concentraties Tabel 9 en Figuur 29 geven per meetplaats de jaargemiddelden zwarte koolstof weer, sinds de start van de metingen in 2012. Zwarte koolstof wordt door de verschillende bronnen onmiddellijk uitgestoten (primaire emissies), het wordt in de atmosfeer niet gevormd uit voorlopercomponenten. Hierdoor worden de concentraties elementair koolstof (of zwarte koolstof) in de omgevingslucht, veel meer dan deze van PM10 en PM2,5, bepaald door lokale bronnen. In 2019 werd een nieuwe meetplaats opgericht in de Lange Violettestraat (R703). Omdat de metingen in maart zijn gestart, beschikken we niet over gegevens van een volledig jaar en is het jaargemiddelde van de meetplaats indicatief. De meetplaats bevindt zich in een street canyon, een smalle straat met relatief veel verkeer en vrij weinig verdunning door de wind. Het indicatief jaargemiddelde lag hier hoger dan de jaargemiddelden op de andere meetplaatsen. De gemeten concentraties zijn in 2019 verder gedaald in vergelijking met de voorgaande jaren. Sinds de start van de metingen zijn de gemeten jaargemiddelden op alle meetplaatsen gedaald met 36 tot 44 %. Tabel 9: Jaargemiddelden zwarte koolstof (µg/m³) op de meetplaatsen van 2012 - 2019
Naam meetplaats
Code
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
Baudelohof
R701
1,78
1,79
1,63
1,45
1,45
1,35
1,14
1,02
Gustaaf Callierlaan
R702
-
2,34
2,22
1,94
1,90
1,62
1,49
1,30
Zelzate
R750
1,73
1,74
1,52
1,49
1,49
1,30
1,27
1,11
Lange Violettestraat
R703
-
-
-
-
-
-
-
1,58*
* Indicatief jaargemiddelde (< 90 % meetgegevens) Figuur 29: Jaargemiddelden zwarte koolstof op de meetplaatsen van 2012 - 2019
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019 57
4.3.3 Gemodelleerde concentraties Figuur 30 toont de gemodelleerde jaargemiddelde concentraties van zwarte koolstof in Gent. Hiervoor werd het model ATMO-Street gebruikt. Meer uitleg en de beperkingen van dit model zijn te vinden in bijlage 4. Voor de opmaak van deze gemodelleerde kaart werden de meest recent beschikbare emissiedata van 2018 gebruikt. Dit jaar werden er verkeersemissies doorgerekend met ATMO-Street die een combinatie zijn van de resultaten uit het propagatiemodel voor heel Vlaanderen samen met het Gents stedelijk verkeersmodel. Hierdoor is de invoering van het Gentse circulatieplan wel in rekening gebracht in de modelkaart. De berekeningsmethode kan desondanks een over- of onderschatting geven op bepaalde plaatsen en geeft dus een benaderend beeld van de luchtverontreiniging. Verkeer is een belangrijke bron van zwarte koolstof en dat is ook zichtbaar op de modelkaart. De hoogste concentraties zwarte koolstof kwamen volgens het model voor langs de snelwegen en belangrijkste verkeersassen.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 58 Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019
Figuur 30: Gemodelleerd zwarte koolstof-jaargemiddelde in de Gentse kanaalzone, Gentse agglomeratie en Gent-centrum, 2019
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019 59
4.3.4 Toetsing aan de grenswaarden Voor zwarte koolstof bestaat er geen Vlaamse of Europese wetgeving. Ook de WGO heeft geen advieswaarden gepubliceerd voor zwarte koolstof.
4.3.5 Pollutierozen Figuur 31 en Figuur 32 geven per meetplaats de pollutierozen en zero-pollutierozen voor zwarte koolstof weer in 2019. De pollutierozen hadden op de 3 plaatsen een gelijkaardige vorm met weliswaar verschillen in absolute concentraties. Alle locaties hadden hogere concentraties bij wind vanuit het oosten en zuidoosten in vergelijking met de andere windrichtingen. Dit heeft opnieuw te maken met de aanvoer van continentale lucht. In de street canyon Lange Violettestraat (R703) werden de hoogste concentraties gemeten bij bijna alle windrichtingen, en vooral in noordoostelijke richting. Net zoals bij de pollutierozen van NO2 en NO, vertoont de verkeersgerichte meetplaats aan de Gustaaf Callierlaan (R702) hogere concentraties bij noordwestelijke en vooral zuidoostelijke wind, dit door zijn ligging op een plek waar veel verkeer passeert, namelijk tussen de Gustaaf Callierlaan en de fly-over, die in het zuidoosten de R40 kruist. Bij wind uit zuidwestelijke richting was de concentratie aan zwarte koolstof hoger op de meetplaats in Zelzate (R750). Dit door de aanwezigheid van ArcelorMittal in het zuidwesten. Figuur 31: Pollutierozen en zero-pollutierozen (rechts) voor zwarte koolstof van elke meetplaats in 2019
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 60 Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019
Figuur 32: Pollutierozen zwarte koolstof op de meetplaatsen in de Gentse kanaalzone (boven) en Gent-centrum (onder), 2019
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019 61
4.3.6 Bijdrage van houtverbranding aan zwarte koolstof Op meetplaats in de Lange Violettestraat (R703), opgericht begin 2019, worden de metingen van zwarte koolstof uitgevoerd met een aethalometer (Magee AE33). Met de aethalometer kunnen partikels onderscheiden worden naargelang hun afkomst: houtverbranding of verbranding van fossiele brandstoffen (voornamelijk dieselroet). 4.3.6.1 Methode De aethalometer meet de absorptie van het licht door zwarte koolstof bij verschillende golflengten, van ultraviolet tot infrarood. De lichtabsorptie door de deeltjes afkomstig van houtverbranding en van de verbranding van fossiele brandstoffen tonen een verschillende afhankelijkheid van de gebruikte golflengte. Zwarte koolstof bij een aethalometer wordt standaard bepaald bij infraroodlicht van 880 nm. Het toestel bepaalt eveneens de bijdrage van houtverbranding aan zwarte koolstof (BC) door middel van de aethalometermethode6. Bij deze methode gaat men ervan uit dat de gemeten absorptie bij elke golflengte de som is van de absorptie door deeltjes afkomstig van houtverbranding en afkomstig van fossiele brandstoffen. Zwarte koolstof afkomstig van fossiele brandstoffen wordt vooral geassocieerd met dieselroet. BC = BCwb + BCff wb = woodburning ff = fossil fuel
4.3.6.2 Meetresultaten De gemiddelde concentraties aan zwarte koolstof (BC), zwarte koolstof afkomstig van fossiele brandstof (BCff) en zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding (BCwb) worden weergegeven in Tabel 10. De bijdrage van houtverbranding aan zwarte koolstof is in de wintermaanden7 dubbel zo groot dan in de zomermaanden (respectievelijk 0,39 en 0,17 µg/m³). In de winter is er meer houtverbranding, en zijn er vaker meteo-omstandigheden - zoals temperatuursinversies - waarbij de luchtverontreiniging minder goed verdund wordt. Dit zorgt er mee voor dat ook de concentraties zwarte koolstof afkomstig van fossiele brandstoffen eveneens hoger liggen in de wintermaanden dan in de zomermaanden (respectievelijk 1,43 en 1,22 µg/m³). Het grootste deel van de zwarte koolstof is afkomstig van fossiele brandstoffen, zowel in de zomer als in de winter. Dit is een locatie met een duidelijke impact door verkeer. Op andere plaatsen in Gent kan de bijdrage door houtverbranding hoger zijn.
6
J. Sandradewi et al. (2008), Using Aerosol Light Absorption Measurements for the Quantitative Determination of Wood Burning and Traffic Emission Contributions to Particulate Matter, Environmental Science & Technology 42 (9), 3316-3323 7 wintermaanden: januari-maart en oktober-december; zomermaanden: april-september \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 62 Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019
Tabel 10: Absolute bijdrage van fossiele brandstoffen (BCff) en absolute en relatieve bijdrage van houtverbranding (BCwb en %BCwb in BC) aan de totale hoeveelheid zwarte koolstof (BC), in zomer en winter van 2019
Periode zomer winter
BC (µg/m³) 1,39 1,82
BCff (µg/m³) 1,22 1,43
BCwb (µg/m³) 0,17 0,39
% BCwb in BC 12 21
4.3.6.3 Dagverloop in de winter- en zomermaanden Figuur 33 toont voor alle dagen van de week het gemiddelde dagverloop8 van zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding (bovenaan) en zwarte koolstof afkomstig van fossiele brandstoffen (onderaan) in de wintermaanden. In het dagverloop van de houtverbranding zijn 2 duidelijke concentratieverhogingen te zien in de loop van de dag, één ’s ochtends en één ’s avonds. De concentraties tijdens de avondpiek liggen hoger dan die van de ochtendpiek. In het weekend is er een lichte verhoging in de ochtend die op een later moment start in vergelijking met de weekdagen. De gemeten concentraties tijdens de avondpiek liggen in het weekend iets hoger dan op de weekdagen. De laagste concentraties worden ’s middags gemeten. Het dagverloop van zwarte koolstof afkomstig van fossiele brandstoffen vertoont eveneens hogere concentraties in de ochtend en in de avond. In het weekend is de ochtendpiek kleiner in vergelijking met de weekdagen. De laagste concentraties worden veelal ’s nachts gemeten. In de zomermaanden (Figuur 34) ligt de concentratie van zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding veel lager dan in de wintermaanden. Er zijn op weekdagen licht verhoogde concentraties te zien ’s ochtends en ’s avonds en in het weekend een lichte verhoging ‘s avonds. De variatie doorheen de dag is weliswaar beperkt. Het dagverloop van zwarte koolstof afkomstig van fossiele brandstoffen (Figuur 34, onderaan) vertoont in de zomermaanden minder uitgesproken avondpieken dan in de wintermaanden. De verhoogde ochtendconcentraties op weekdagen zijn nog wel duidelijk zichtbaar. Op weekenddagen is de avondpiek lager dan op de weekdagen.
8
Deze dagverlopen staan in UT (= universal time). — In de winter verschilt UT 1 uur met lokale tijd, bij voorbeeld 2 uur UT = 3uur lokale tijd — In de zomer verschilt UT 2 uur met lokale tijd, bijvoorbeeld 2 uur UT = 4 uur lokale tijd \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019 63
Figuur 33: Gemiddelde dagverloop van zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding (BCwb, bovenste figuur) en afkomstig van fossiele brandstoffen (BCff, onderste figuur) in de wintermaanden 2019, op meetplaats Lange Violettestraat (R703)
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 64 Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019
Figuur 34: Gemiddelde dagverloop van zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding (BCwb, bovenste figuur) en afkomstig van fossiele brandstoffen (BCff, onderste figuur) in de zomermaanden 2019, op meetplaats Lange Violettestraat (R703)
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019 65
4.3.6.4 Bijdrage van houtverbranding in functie van de windrichting Figuur 35 geeft voor 2019 de gemeten concentratie weer van zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding (BCwb) en van fossiele brandstof (BCff) in functie van de windrichting. De hoogste concentraties zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding werden gemeten bij wind vanuit het zuidoosten. Lagere concentraties werden gemeten bij zuid- tot noordwestenwind. Dat is maritieme lucht die over het algemeen gepaard gaat met hogere windsnelheden, wat voor meer luchtvermenging en verdunning van aanwezige luchtvervuiling zorgt. Oostelijke lucht daarentegen betekent vaker invoer van continentale, vervuilde lucht. De concentraties aan zwarte koolstof afkomstig van fossiele brandstoffen (Figuur 35, rechts) zijn eveneens lager bij zuid- tot noordwestenwind. Hogere concentraties werden op vooral gemeten bij wind vanuit (noord)oosten. Figuur 35: Pollutieroos voor zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding (BCwb) en afkomstig van fossiele brandstof (BCff) op de meetplaats in de Lange Violettestraat (R703) (µg/m³)
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 66 Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019
5 BESLUIT Stikstofdioxide − − −
−
De dalende trend in NO2-jaargemiddelden, gemeten met automatische monitoren, die de voorgaande jaren werd geobserveerd zette zich verder in 2019. De Europese jaargrenswaarde voor NO2 (en de WGO-jaaradvieswaarde) werd in 2019 op alle automatische meetplaatsen gerespecteerd. Dit was in 2009 ook al het geval. Op 2 van de 20 meetplaatsen waar met passieve samplers werd gemeten, werd wel een indicatief NO2-jaargemiddelde op of boven de jaargrenswaarde gemeten. In 2017 hadden nog 9 van deze 20 meetplaatsen een indicatief NO2-jaargemiddelde op of boven de jaargrenswaarde, dus ook hier werd de daling in NO2 concentraties geobserveerd. Volgens het ATMO-Street model lagen langs snelwegen, ringwegen en in- en uitvalswegen de jaargemiddelden vermoedelijk wel boven de Europese jaargrenswaarde.
PM10 Jaargemiddelde: − De Europese grenswaarde voor het PM10-jaargemiddelde werd in 2019 gerespecteerd op alle automatische meetplaatsen, net zoals dat in 2009 ook al het geval was. − Het ATMO-Street model geeft aan dat er in de kanaalzone nabij enkele op- en overslag bedrijven overschrijdingen voorkwamen. De zones waarin deze overschrijdingen worden gemodelleerd doen zich voor het grootste deel voor in de industriële omgeving. − De WGO-advieswaarde voor het jaargemiddelde werd op geen enkele meetplaats gehaald. − De PM10-jaargemiddelden vertonen de laatste jaren een schommelend verloop. Ten opzichte van 2018 zijn ze gedaald. Daggemiddelden: – Sinds 2014 wordt geen overschrijding meer gemeten van de EU-daggrenswaarde (maximaal 35 dagen met een daggemiddelde boven de 50 µg/m³) – De WGO-advieswaarde voor de daggemiddelden (maximaal 3 dagen met een daggemiddelde boven de 50 µg/m³), daarentegen, werd nog nooit gehaald, ook in 2019 niet.
PM2,5 Jaargemiddelde: − De Europese jaargrenswaarde van 25 µg/m³ wordt al meer dan 10 jaar niet meer overschreden. − De WGO-advieswaarde van 10 µg/m³ voor het jaargemiddelde werd op geen enkele meetplaats gehaald. In heel Vlaanderen was er in 2019 voor het eerst één meetplaats die de WGOadvieswaarde respecteerde. − De jaargemiddelden daalden op bijna alle meetplaatsen licht in vergelijking met 2018. Daggemiddelden: − De WGO-advieswaarde voor daggemiddelden, die maximaal 3 dagen met een concentratie hoger dan 25 µg/m³ toelaat, werd op geen enkele meetplaats gehaald. In de rest van Vlaanderen werd deze advieswaarde evenmin gehaald.
Zwarte koolstof − − −
De hoogste concentraties werden gemeten op de in 2019 opgerichte meetplaats in de Lange Violettestraat, een street canyon. De trend over de laatste jaren is dalend, ook in de rest van Vlaanderen. Menselijke activiteit (verkeer en houtverbranding) toont zich duidelijk in het dagverloop van de zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding en zwarte koolstof afkomstig van fossiele brandstoffen, vooral in de wintermaanden.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019 67
BIJLAGEN
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 68 Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019
NO TS 42i
chemiluminescentie
EN14211
NO2
ja1
nee
-
13 % bij uurgemiddelde van 200 µg/m³; 12 % bij jaargemiddelde van 40 µg/m³
volgens EN14211
ja
MAAP 5012
multihoek-absorptiefotometrie
-
-
-
nee
nee n.v.t.
Magee AE33
lichtabsorptie
-
-
-
nee
nee n.v.t.
zwarte koolstof
1:
nee n.v.t..
16 % bij daggemiddelde van 30 µg/m³ -
µg/m³
ja1
type approval
meetonzekerheid
-
volgens EN16450
uitbesteding
volgens norm
PM2,5
onder accreditatie
meetprincipe analyse
14 % bij daggemiddelde van 50 µg/m³
PM10
bepaling meetonzekerheid
toesteltype
-
FIDAS200
optical particle counter + conversion to mass concentration
eenheid
parameter
Informatie over geaccrediteerde metingen (normen ISO/IEC 17025:2005)
BELAC 456-TEST - VMM Dienst Lucht
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019 69
Beschrijving van de polluenten Stikstofoxiden – NO/NO2 Stikstofoxiden (NOx) bestaan uit een mengsel van stikstofdioxide (NO2) en stikstofmonoxide (NO) en worden gevormd door een reactie van stikstof met zuurstof bij verbrandingsprocessen op hoge temperaturen. In eerste instantie ontstaat hierbij vooral NO. NO heeft een korte levensduur in de atmosfeer en is een kleur-, reuk- en smaakloos gas dat op zich weinig toxisch is. Maar NO wordt door reacties met zuurstof en ozon (O3) omgezet tot NO2. NO2 heeft een langere levensduur in de atmosfeer dan NO en is schadelijk voor mens en ecosystemen. Het is een bruinrood gekleurd toxisch gas dat slecht ruikt en irritatie aan de luchtwegen kan veroorzaken. Zowel korte episodes van hoge concentraties, als langdurige blootstelling aan lage concentraties zijn schadelijk voor de gezondheid. NO2 kan ook terug worden omgezet, door fotochemische ozonvorming waarbij O3 wordt gevormd en NO2 wordt omgezet tot NO. De chemie van stikstofcomponenten in de atmosfeer is erg complex en de relatie tussen de emissies van NOx en de gemeten NO2-concentraties is niet lineair. Stikstof heeft verzurende en vermestende effecten NOx dragen bij aan de vorming van fijn stof en spelen ook een belangrijke rol in de milieuverzuring. Samen met de uitstoot van SO2 en NH3, leidt de emissies van NOx tot verzurende depositie en de vermesting van gevoelige habitats, met negatieve effecten op ecosystemen en de biodiversiteit. Verzuring is de toename van de zuurconcentratie in bodem en water. Hierdoor daalt de buffercapaciteit van de bodem en worden op termijn giftige metalen zoals aluminium vrijgesteld. Dit bemoeilijkt de opname door plantenwortels van essentiële voedingsstoffen zoals kalium, calcium en magnesium. Verzuring leidt ook tot waterverontreiniging door het uitspoelen van nitraat en metalen naar het oppervlakte- en grondwater. Verzurende deposities veroorzaken ook corrosie van materialen en een versnelde verwering van gebouwen. De verbrandingsmotoren van (weg)verkeer zijn verantwoordelijk zijn voor het grootste deel van de stikstofoxidenuitstoot. Dieselwagens produceren meer NOx in vergelijking met benzinewagens omdat in dieselmotoren de verbranding gebeurt bij hogere temperatuur, hogere druk en bij een overmaat aan zuurstof, waardoor meer stikstofoxiden ontstaan. Ook ligt, door de oxidatiekatalysatoren, de NO2/NOxverhouding bij dieselwagens gevoelig hoger dan bij benzinewagens. NOx kunnen net als SO2 over grote afstanden getransporteerd worden en kunnen dus effecten veroorzaken in verafgelegen gebieden.
Fijn stof – PM10, PM2,5 en zwarte koolstof Zwevend stof (PM = Particulate Matter) is een mengsel van vloeibare of vaste deeltjes met uiteenlopende samenstellingen en afmetingen. Zowel de natuur als menselijke activiteiten kunnen een bron zijn van deze deeltjes. Opdeling naar oorsprong: primair en secundair Naargelang hun oorsprong maakt men onderscheid tussen primaire en secundaire deeltjes. Primaire deeltjes ontstaan door rechtstreekse uitstoot in de atmosfeer door verschillende soorten bronnen of door
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 70 Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019
mechanische verkleining van grover materiaal. Secundaire deeltjes ontstaan in de atmosfeer door chemische of fysische reacties uit gasvormige componenten zoals ammoniak, zwaveldioxide, stikstofoxiden of organische verbindingen. Opdeling naar grootte: TSP, PM10, PM2,5 en UFP Stofdeeltjes deelt men vaak in volgens de grootte op basis van de aerodynamische diameter (a.d.). Dit is de diameter van een bolvormig deeltje dat in de omgevingslucht hetzelfde gedrag vertoont als het stofdeeltje: — TSP: Totaal stof. De VMM meet deze fractie niet in de omgevingslucht. Enkel aan deeltjes kleiner dan 10 µm kent men gezondheidsrisico's toe. De VMM rapporteert wel de emissies van TSP. — PM10 en PM2,5: stofdeeltjes met een a.d. kleiner dan 10 respectievelijk 2,5 µm; — ultrafijn stof (UFP): deeltjes met een a.d. kleiner dan 0,1 µm (PM0,1); — zwarte koolstof/elementair koolstof: bevindt zich voornamelijk in de fijne fractie van het fijn stof. Het is een maat voor de roetconcentratie in de omgevingslucht. Deze deeltjes ontstaan bij onvolledige verbranding van fossiele brandstoffen, biomassa en biobrandstof. Wanneer ze met een optische methode gemeten worden, spreken we van zwarte koolstof, anders van elementair koolstof. Grotere deeltjes worden snel nadat ze in de atmosfeer terechtgekomen zijn door de zwaartekracht neergeslagen op de grond of uitgespoeld door regen. Ze kunnen daarna door heropwaaien terug in de lucht terecht komen, dit proces noemt men resuspensie. De fijnere deeltjes kunnen langer, tot enkele dagen of weken in de atmosfeer blijven. Bijgevolg kunnen deze fijnere deeltjes getransporteerd worden over langere afstanden. Geen veilige drempelwaarde Studies hebben verbanden aangetoond tussen de aanwezigheid van PM in de omgevingslucht en gezondheidseffecten op korte en lange termijn. Voor PM is er volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) geen veilige drempelwaarde waaronder nadelige effecten niet voorkomen. Bij korte episodes – 24 uur – van luchtverontreiniging verergeren bestaande gezondheidsproblemen, zoals luchtweginfecties en astma. Verder kan fijn stof bloedvaten doen dichtslibben en hartaanvallen veroorzaken. Bij chronische blootstelling maakt de WGO melding van een vermindering van de longfunctie, een toename van chronische luchtwegaandoeningen en een verminderde levensverwachting. Fijn stof is kankerverwekkend Eind 2013 classificeerde het International Agency for Research on Cancer (IARC), het gespecialiseerde kankeragentschap van de WGO, fijn stof als kankerverwekkend voor de mens9. Belangrijk is dat fijn stof niet enkel kan leiden tot longkanker; een langdurige blootstelling kan ook borstkanker en kankers van het spijsverteringsstelsel veroorzaken10. Midden 2012 classificeerde het IARC ook al dieseluitlaatgassen als kankerverwekkend voor de mens. Dieselwagens stoten – ten opzichte van benzinewagens – veel meer stikstofoxiden en roetdeeltjes uit. Algemeen wordt aangenomen dat ook ultrafijn stof schadelijk is, maar de wetenschappelijke kennis hierover is nog beperkt.
9
1 WHO, Kurt Straif, Aaron Cohen, Jonathan Samet. Air pollution and cancer. https://www.iarc.fr/wp-content/uploads/2018/07/AirPollutionandCancer161.pdf 10 Wong C.M. et al. 2016. Cancer mortality risks from long-term exposure to ambient fine particle. Cancer Epidemiol biomarkers prev; 25(5): 839-45
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019 71
Gemiddeld verlies van 9 gezonde maanden De dienst Milieurapportering van de VMM (MIRA) berekende de ziektelast door de verschillende milieupolluenten voor de Vlaamse bevolking11. Omgerekend per inwoner van Vlaanderen bedroeg die in 2015 9 verloren gezonde maanden in een volledig leven bij een levenslange blootstelling aan de huidige fijnstofconcentraties. Dit is een gemiddelde waarde, bij bepaalde gevoelige personen, zoals astmapatiĂŤnten, kinderen en ouderen, zal de impact groter zijn. Fijn stof is veruit de belangrijkste polluent in de gezondheidsimpact door milieufactoren. Het aandeel wordt geschat op 71 %. Hoge concentraties kunnen acuut effect hebben Tijdens een fijnstofepisode doen mensen die bijzonder gevoelig zijn voor luchtverontreiniging best geen grote lichamelijke inspanningen. Tot deze groep behoren jonge kinderen, ouderen, personen met het chronisch obstructief longlijden (COPD12) en personen met hart- en vaatziekten. Tijdens dergelijke fijnstofepisodes raadt men iedereen af om langdurige fysieke inspanningen zoals joggen te doen. Omwille van de kleine afmeting kunnen fijnstofdeeltjes gemakkelijk overal binnendringen en zijn de concentraties ervan binnenshuis niet significant lager dan in de buitenlucht. Ook tal van andere effecten Andere effecten van stofdeeltjes zijn verminderde zichtbaarheid en bevuiling van blootgestelde oppervlakken en materialen. Ze hebben mogelijk een invloed op het klimaat: naargelang de samenstelling kan fijn stof zowel voor afkoeling als voor opwarming zorgen. Bovendien draagt fijn stof bij tot de verzurende en vermestende depositie.
11
MIRA (2018), Totaal verloren gezonde levensjaren (DALY's) door fijn stof. https://www.milieurapport.be/milieuthemas/milieu-gezondheid/dalys/verloren-gezonde-levensjaren-dalys-door-blootstelling-aan-fijn-stof 12 Chronic Obstructive Pulmonary Disease
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 72 Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019
Overzicht luchtkwaliteitsnormen De Europese Commissie definieerde streef- en grenswaarden en alarmdrempels voor diverse polluenten. Deze Europese normen zijn opgenomen in de Vlaamse wetgeving. De Europese regelgeving is vaak gebaseerd op de richtlijnen opgesteld door de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO). De WGO definieert advieswaarden voor verschillende polluenten. Die advieswaarden hebben als doel de risico’s van gezondheidsschade door luchtverontreiniging te beperken en zijn meestal strenger dan de Europese grensof streefwaarden. Bij de definiëring van deze Europese grens- of streefwaarden werd er, naast de gezondheidseffecten, rekening gehouden met de technische haalbaarheid. Daarnaast werd een kostenbatenanalyse uitgevoerd om de economische consequenties van de opgelegde concentratieniveaus in te schatten.
Stikstofoxides – NO/NO2 De Europese richtlijn 2008/50/EG legt grenswaarden en een alarmdrempel op voor NO 2. In de richtlijn 2008/50/EG is eveneens een kritiek niveau voor NOx voor de bescherming van de vegetatie opgenomen. De grenswaarden voor NO2 moeten sinds 1 januari 2010 gerespecteerd worden. Tabel 11: Grenswaarden en alarmdrempel voor NO2 en kritiek niveau voor NOx (richtlijn 2008/50/EG)
Polluent
NO2*
NOx
Onderwerp
Middelingstijd
Doelstelling
1 uur
200 µg/m³; max. 18 overschrijdingen per jaar
Jaar
40 µg/m³
Alarmdrempel
Gedurende 3 opeenvolgende uren
400 µg/m³
Kritieke niveau voor de bescherming van de vegetatie
Jaar
30 µg/m³
Grenswaarde voor de bescherming van de menselijke gezondheid
*: sinds 1 januari 2010 moet de grenswaarde voor NO2 gerespecteerd worden.
De Europese regelgeving uit voorgaande tabel is gebaseerd op de richtlijnen opgesteld door de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO). De Europese jaargrenswaarde komt overeen met wat de WGO adviseert. In tegenstelling tot de Europese regelgeving definieert de WGO geen alarmdrempel en laat ze geen enkele overschrijding toe van het uurgemiddelde van 200 µg/m³, zie onderstaande tabel.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019 73
Tabel 12: Advieswaarden voor NO2 en kritiek niveau voor NOx (WGO 2000 en 2005)
Polluent NO2
Onderwerp
Middelingstijd
Doelstelling
1 uur
200 µg/m³
Jaar
40 µg/m³
Jaar
30 µg/m³ uitgedrukt als NO2
Advieswaarde voor de bescherming van de menselijke gezondheid Kritieke niveau voor de bescherming van de vegetatie
NOx
Fijn stof – PM10 en PM2,5 Regelgeving PM10 De Europese richtlijn 2008/50/EG definieert grenswaarden voor PM10 op basis van gezondheidsstudies, economische gevolgen en de technische haalbaarheid. De WGO-advieswaarden voor PM10 zijn strenger dan de Europese grenswaarden. De WGO baseert zich enkel op gezondheidsstudies. Tabel 13: Regelgeving voor PM10 (richtlijn 2008/50/EG en WGO 2005)
Onderwerp EU-richtlijn
Grenswaarde voor de bescherming
2008/50/EG*
van de menselijke gezondheid
WGO
Middelingstijd
Doelstelling
1 dag
50 µg/m³; max. 35 overschrijdingen per jaar
1 jaar
40 µg/m³
1 dag
50 µg/m³; max. 3 overschrijdingen per jaar
1 jaar
20 µg/m³
Advieswaarden
*: Sinds 1 januari 2005 moet de grenswaarde voor PM10 gerespecteerd worden.
Regelgeving PM2,5 Richtlijn 2008/50/EG definieert grens- en streefwaarden voor PM2,5. Hierin staat ook de nationale streefwaarde inzake vermindering van de blootstelling tegen 2020 ten opzichte van 2010. Hiertoe wordt een gemiddelde blootstellingsindex (GBI) gedefinieerd: dit is de gemiddelde PM2,5-concentratie op stedelijke achtergrondmeetplaatsen over de laatste 3 jaar binnen een bepaalde lidstaat. De gravimetrische metingen op de stedelijke achtergrondmeetplaatsen in Brugge (BB15), Borgerhout-achtergrond (R801), Schoten (R811) en Gent-Baudelohof (R701) worden gebruikt voor de bepaling van de gewestelijke gemiddelde blootstellingsindex (GGBI) voor Vlaanderen, zoals bepaald in bijlage 2.5.3.14 van VLAREM II. De resultaten van de GBI en GGBI worden gerapporteerd in het jaarverslag van de VMM.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 74 Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019
Tabel 14: Europese regelgeving voor PM2,5 (2008/50/EG)
EU-regelgeving (2008/50/EG)
Middelingstijd
Doelstelling
Datum waarop de waarde moet bereikt zijn
Grenswaarde
Jaar
25 µg/m3
1 januari 2015
Indicatieve grenswaarde
Jaar
20 µg/m3
1 januari 2020
Nationale streefwaarde inzake vermindering van de blootstelling ten opzichte van de GBI in 2010
GBI
15,2 µg/m³
2020
GGBI
15,7 µg/m³
2020
GBI
20 µg/m³
2015
Vlaamse streefwaarde inzake vermindering van de blootstelling ten opzichte van de GBI in 2010 Blootstellingsconcentratieverplichting
De WGO nam in haar Air quality guidelines van 2005 advieswaarden voor PM2,5 op. Tabel 15: Advieswaarden voor PM2,5 (WGO 2005)
WGO-advieswaarden (WGO 2005) Advieswaarde
Middelingstijd
Doelstelling
Jaar
10 µg/m³
Dag
25 µg/m³ - max. 3 overschrijdingen per jaar
Regelgeving zwarte koolstof Momenteel bestaat er op Europees of Vlaams niveau geen regelgeving voor zwarte koolstof. De WGO formuleerde nog geen advieswaarden voor de gezondheid.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019 75
Methodiek In dit rapport worden verschillende methodieken gebruikt om gegevens weer te geven of te genereren. In deze bijlage worden deze methodieken toegelicht.
Emissie-inventaris De emissie-inventaris inventariseert de uitstoot van de luchtverontreinigende stoffen van alle bronnen en ondersteunt zo het luchtbeleid Om de luchtkwaliteit te verbeteren, moet je de bronnen kennen. De emissie-inventaris inventariseert de Vlaamse uitstoot en duidt het aandeel van de sectoren aan. Zo kan men het beleid evalueren en, waar nodig, aanscherpen: men kan restricties opleggen aan bronnen door de wetgeving aan te passen en/of vergunningen te verlenen of te wijzigen. Integrale milieuverslagen vormen de basis van de emissie-inventaris industrie De bedrijven uit de industrie- en energiesector zijn jaarlijks verplicht om hun emissiegegevens te verstrekken. Dit is voor emissies boven bepaalde drempelwaarden op basis van metingen. Emissies voor op- en overslag zijn gebaseerd op emissiefactoren en activiteitsdata. Voor (kleinere) bedrijven die onder bepaalde drempelwaarden uitstoten, gebeuren collectieve bijschattingen. Daarnaast inventariseert de VMM ook maatschappelijke en andere industriële activiteiten. Dit zijn voornamelijk de gebouwenverwarming van de huishoudens en de tertiaire sector, het verkeer, de offroad activiteiten, de land- en tuinbouw, de natuur en het landgebruik. De emissie-inventaris voert zelf geen emissiemetingen uit De emissies van de verschillende sectoren worden berekend en ingeschat onder meer op basis van statistische gegevens en emissiefactoren uit de wetenschappelijke literatuur en door gebruik te maken van modellen. Bij de opmaak van de emissie-inventaris is het belangrijk om niet alleen de grootte, de ligging en de aard van elke emissiebron te kennen, maar ook de juiste oorzaak van de emissies. Luchtvervuiling is het resultaat van primaire en secundaire emissies De primaire emissies zijn stoffen die rechtstreeks worden uitgestoten. Door chemische of fysische reacties kunnen vervuilende stoffen die eerder in de atmosfeer terecht kwamen, tot nieuwe vervuiling leiden. Dit is de zogenaamde secundaire emissie. Deze fractie zit niet volledig vervat in de emissie-inventaris maar wordt wel volledig gemeten in de omgevingslucht. Probleem met verkeersdata op lokaal niveau De mobiliteitscijfers die de VMM gebruikt om de emissies door wegverkeer te berekenen worden aangeleverd door Departement Mobiliteit en Openbare Werken (MOW). Bij MOW hebben ze daarvoor een propagatiemodel, PROMOVIA, dat op basis van tellingen (camera’s, lussen,…) een hoeveelheid voertuigkilometer in Vlaanderen genereert op snelwegen en het onderliggend wegennet. Tellingen op het onderliggend wegennet werden uitgevoerd door AWV (Agentschap Wegen en Verkeer). In 2016 besliste men bij AWV om de tellingen op het onderliggend wegennet stop te zetten (de onderhoudskosten van de tellussen was te hoog). Deze tellingen waren echter een belangrijke input en kalibratie voor PROMOVIA. Tellingen op snelwegen bleven wel beschikbaar, die gebeuren bij het Vlaams Verkeerscentrum (MOW).
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 76 Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019
Vanaf 2017 is er dus geen mobiliteitsinformatie meer beschikbaar op het onderliggend wegennet (enkel op snelwegen). Bij MOW werd daarom beslist om voor het onderliggend wegennet gebruik te maken van een pragmatische methodiek, wat betekent dat de groei van verkeersvolumes van het jaar 2016 naar 2017 en 2018 op elk wegvak van het onderliggend wegennet in Vlaanderen dezelfde is. De groeivoet van het verkeersvolume is bepaald op basis van een extrapolatie, met name de trend van groeicijfers voertuigkilometer van de periode 2012-2016 op Vlaams niveau werd verder gezet naar 2017, en 2018; voor alle wegvakken in Vlaanderen gelijk dus. Er wordt binnen de Vlaamse overheid al een paar jaar aan een alternatief gewerkt om terug op zoveel mogelijk locaties in Vlaanderen verkeersvolumes te hebben (die telgegevens moeten, om te kunnen dienen voor PROMOVIA, ieder jaar beschikbaar zijn op dezelfde locatie voor dezelfde tijdsperiode in het jaar (liefst continu ganse jaar)). Er werden wat oefeningen gedaan met floating car data, maar die hebben pas zin als ze gekalibreerd kunnen worden met tellingen… die er niet zijn. Daarom probeert de VMM om toegang te krijgen tot alle ANPR data in Vlaanderen, maar dat is een moeilijk gegeven (privacy, federale politiewet die aangepast moet worden, wie stockeert data,…). Dat maakt dat de VMM nu, in 2020, nog niet beschikt over een alternatief om voor Vlaanderen voertuigkilometer op het onderliggend wegennet te genereren op basis van een vorm van tellingen. Dit alles zorgt ervoor dat de emissiedata voor verkeer voor de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone enkel afgeleid kunnen worden uit het Vlaams gemiddelde en dus voor centrum Gent niet de (mogelijke) impact van het cirulatieplan kan inschatten. Dit maakt dat er een grotere onzekerheid zit op de in dit rapport vermelde emissiedata voor verkeer, maar er is geen beter alternatief momenteel voor handen.
Optimalisatie Door een optimalisatie van automatisatieprocessen voor de bevraging van de emissiedatabank, is het nu mogelijk om per geografische zone de best mogelijk emissiespreiding op te vragen. Hierdoor worden voor bepaalde sectoren licht andere cijfers bekomen. Deze gegevens kunnen daarom ook verschillen van eerder gerapporteerde cijfers. De volledige tijdreeks werd herrekend. Daarnaast zijn er continu optimalisaties aan de emissiedata. Bijvoorbeeld voor de sector huishoudens, waar houtverbranding de grootste subsector is, werd het kachelpark bijgesteld onder invloed van de resultaten van de studie kachelpark13. En bijvoorbeeld de emissiefactoren voor pellets werden bijgesteld.
Pollutierozen Pollutierozen tonen per windrichting het gemiddelde van de gemeten concentraties volgens de op dat moment heersende windrichting. Potentiële vervuilende bronnen kunnen op die manier geïdentificeerd worden. Wanneer bijvoorbeeld uit een bepaalde windrichting steeds lucht met hogere concentraties wordt aangevoerd omdat daar een bron aanwezig is, zal de gemiddelde waarde hoger zijn in dit segment van de pollutieroos en ‘wijst’ de pollutieroos als het ware de richting van de bron aan door de langere balk. Bij aanvoer van lucht met lage concentraties zal de balk van de pollutieroos korter zijn. Hoe de pollutieroos er
13
https://www.vmm.be/publicaties/ontwikkelen-methodologie-voor-de-opvolging-van-de-samenstelling-van-het-kachelpark-in-vlaamsehuishoudens
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019 77
uiteindelijk uitziet, hangt niet alleen af van de concentraties maar ook van de windrichting. Als in de beschouwde periode weinig tot geen wind was uit een bepaalde richting, kan dit een bron maskeren. Wanneer de pollutierozen vrij rond zijn van vorm, wijst dit op een dominante invloed van de achtergrondconcentraties. Uit dergelijke pollutierozen zijn moeilijk de lokale invloeden af te leiden. Daarom kunnen er ook zero-pollutierozen gemaakt, waarbij steeds de laagste meting, de achtergrond, werd afgetrokken. Per windsector – elke 10° – worden de metingen van de pollutierozen van een set meetplaatsen naast elkaar gelegd en de laagste concentratie wordt telkens afgetrokken van alle andere concentraties uit die sector. Op deze manier wordt de aanvoer van de achtergrondpollutie eruit gefilterd en kunnen lokale bronnen beter naar voren komen.
ATMO-Street model De VMM meet op heel wat plaatsen de luchtkwaliteit. Op plaatsen zonder metingen gebruikt de VMM modellen die de luchtkwaliteit inschatten. Het model ATMO-Street wordt ingezet voor stoffen met een belangrijke impact op de gezondheid namelijk stikstofdioxide, zwarte koolstof (roet) en fijn stof. ATMO-Street is de naam voor de modelketen RIO-IFDM-OSPM. • RIO: via een ruimtelijk interpolatiemodel wordt de luchtkwaliteit in heel Vlaanderen ingeschat op basis van de luchtkwaliteitsmetingen. • IFDM: berekent de lokale luchtkwaliteit op basis van meteorologische gegevens en de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen. • OSPM: berekent de impact van het streetcanyon-effect. RIO gebruikt meetresultaten en schat daarmee de luchtkwaliteit in heel Vlaanderen op een 'slimme' manier. Slim, omdat RIO ook informatie over landgebruik mee in rekening neemt. Dat is nodig want er bestaat een relatie tussen luchtkwaliteit en landgebruik. Zo is er meer luchtvervuiling in gebieden met veel bewoning en verkeer (zoals steden), dan op plaatsen in bosrijke zones. RIO maakt een inschatting van de 'achtergrondconcentraties' voor gebieden met een oppervlakte van 4x4 km². Binnen zo’n roostercel van 4x4 km² kan RIO geen onderscheid maken tussen bijvoorbeeld kleinere bosgebieden en meer verstedelijkte gebieden of plaatsen met veel verkeer, we krijgen 1 waarde per roostercel. Daarom combineren we dit met het IFDM-model. IFDM berekent de impact van de uitstoot van punt-, lijn- en oppervlaktebronnen op de luchtkwaliteit in de onmiddellijke omgeving van die puntbronnen (bv. een fabrieksschouw), lijnbronnen (bv. uitstoot van het verkeer op een weg of een deel van een weg) of oppervlaktebronnen (bv. Op- en overslagactiviteiten). Het IFDM-model gebruikt ook meteorologische gegevens. Zo beïnvloeden de windsnelheid en windrichting de verspreiding van de luchtvervuiling. Ook de temperatuur heeft een effect op de snelheid waarmee stoffen chemisch veranderen in de atmosfeer, zoals dit het geval is bij stikstofdioxide en ozon. IFDM-berekeningen gebeuren voor meer dan 600.000 punten in heel België. De meeste punten bevinden zich langs wegen en in de buurt van industrie. Via een verdere bewerking (interpolatie)krijgen we een gedetailleerde concentratiekaart met een hogere resolutie van bv. 10 x 10 m² voor visualisatie. Voor de lijnbronnen is het IFDM dispersiemodel echter een 'open street' model en houdt het geen rekening met obstakels zoals bomen, geluidsschermen, gesloten huizenrijen... Hierdoor onderschat RIO-IFDM de concentraties in street canyons. In deze smalle straten is de natuurlijke ventilatie beperkt waardoor de luchtvervuiling zich opstapelt.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 78 Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019
Het OSPM-model (Operational Street Pollution Model) komt hieraan tegemoet. Dit model gebruikt gedetailleerde informatie over de straatconfiguratie. Deze berekening wordt toegepast voor alle straten die als street canyon worden beschouwd. Zo kunnen we de slechtere verdunning van de luchtvervuiling in deze straten in rekening brengen en krijgen we een juister beeld van de luchtkwaliteit tot op straatniveau. Ondanks de best beschikbare inschatting op straatniveau, heeft het ATMO-Street model ook enkele beperkingen: − Met tijdelijke verkeerssituaties (bv. omleidingen of files) wordt geen rekening gehouden. − De impact van nieuwe verkeerssituaties (nieuwe wegen, mobiliteitsplannen in uitvoering,...) zijn niet onmiddellijk zichtbaar omdat er gewerkt wordt met emissiedata van het jaar ervoor. − Het herhaaldelijk opwaaien van stof door het verkeer en het effect van de aanwezigheid van groen (zoals bomen in een straat) worden niet in rekening gebracht (enkel van belang voor PM10). − De lokale vervuiling die veroorzaakt wordt door onder andere houtkachels, open haarden en grote veeteeltbedrijven is niet zichtbaar op de kaarten. De vervuiling van deze bronnen wordt wel mee opgenomen in de ‘achtergrondconcentratie’ (met een lagere ruimtelijke resolutie van 4x4 km²). Ondanks deze beperkingen van het model, resulteert het wel in wetenschappelijk onderbouwde kaarten die de verspreiding van de luchtvervuiling in kaart brengen. De controle gebeurde – zoals bij al onze modellen – door te vergelijken met echte metingen en toonde aan dat de modelketen beter presteert door de toevoeging van het OSPM-model.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Gentse agglomeratie en Gentse kanaalzone – jaarrapport 2019 79
Vlaamse Milieumaatschappij Dokter De Moorstraat 24-26 9300 Aalst www.vmm.be