Uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/115
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2020/115
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande feiten Op 16 april 2020 diende xxx (hierna: verzoeker), bij het departement Omgeving, afdeling Handhaving, dienst Omgevingsinspectie Oost-Vlaanderen (hierna: afdeling Handhaving), een verzoek in tot het verkrijgen van een afschrift van een ingediende klacht rond eventuele onwettelijke bouwwerken (het bouwen van een tuinhuis en serres), alsook van de mails, briefwisseling die in het kader van dit dossier xxx naar de gemeente Lebbeke werden verstuurd. Op 8 mei 2020 werd het openbaarheidsverzoek gedeeltelijk geweigerd door de afdeling Handhaving. Op 9 mei 2020 diende verzoeker beroep in bij de beroepsinstantie tegen vermelde gedeeltelijke weigeringsbeslissing. Het beroepschrift werd geregistreerd op 11 mei 2020.
Wat de ontvankelijkheid betreft: Het oorspronkelijk verzoek dateert van 16 april 2020.
www.vlaanderen.be
De beslissing van de afdeling Handhaving dateert van 8 mei 2020. Deze beslissing maakt melding van de beroepsmogelijkheden en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (verder ‘Bestuursdecreet’). Op 9 mei 2020 diende verzoeker beroep in tegen voormelde beslissing. Het ingediende beroep is bijgevolg tijdig ingediend en is ontvankelijk.
Wat de gegrondheid betreft: Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid van het Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Bestreden beslissing
Het beroep is gericht tegen de beslissing d.d. 8 mei 2020 van de afdeling Handhaving waarbij het bovenvermeld verzoek d.d. 16 april 2020 van verzoeker tot het verkrijgen van een afschrift van een ingediende klacht rond eventuele onwettelijke bouwwerken (het bouwen van een tuinhuis en serres), alsook van de mails, briefwisseling die in het kader van dit dossier xxx naar de gemeente werden verstuurd, gedeeltelijk werd geweigerd, met name wat betreft de ingediende klacht. De afdeling Handhaving weigerde een afschrift van vermelde klacht te verlenen op grond van artikel II.36, §1, tweede lid, 1° van het Bestuursdecreet (bescherming van de persoonlijke levenssfeer). De openbaarmaking van de klacht zou volgens de afdeling Handhaving een inbreuk uitmaken op het privéleven van de indiener van de klacht.
2. Inhoud van het beroepschrift In het beroepschrift bevestigt verzoeker dat hij een afschrift van de klacht wenst te bekomen. Tevens stelt hij vast dat de hem overgemaakte brief van de afdeling Handhaving naar het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Lebbeke geen datum bevat, zodat hij ook vraagt om de brief mét datum te mogen ontvangen.
3. Toelichting door de afdeling Handhaving De beroepsinstantie nam op 11 en 26 mei 2020 contact op met de afdeling Handhaving om met kennis van zaken over het ingestelde beroep te kunnen oordelen.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/115
pagina 2 van 5
Bij mailberichten van 20 en 29 mei 2020 verstrekte de afdeling Handhaving de nodige informatie. De afdeling Handhaving stelt dat een afschrift van de mails/briefwisseling naar de gemeente reeds werd overgemaakt aan de overtreder, en dat het verlenen van een afschrift van de klacht werd geweigerd, aangezien het overmaken hiervan een inbreuk zou zijn op de eerbiediging van het privéleven van de klager.
4. Standpunt van de beroepsinstantie Betreffende de klacht De beroepsinstantie heeft kennis genomen van de klacht, en heeft daarbij vastgesteld dat deze niet kan geanonimiseerd worden zonder totaal betekenisloos te worden. De klacht is zeer summier en is op elk punt doorweven met gegevens die rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking hebben op de persoonlijke levenssfeer van de indiener van de klacht. De beroepsinstantie sluit zich aan bij het standpunt van de Omgevingsinspectie dat de klacht om die reden niet openbaar kan worden gemaakt. Aangezien de klacht betrekking had op het bouwen van een tuinhuis en twee kleine serres, is de beroepsinstantie van oordeel dat het in dit concrete geval niet gaat om milieuinformatie maar wel om informatie die niet met het milieu te maken heeft, zodat toepassing dient gemaakt te worden van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Voormeld decreetartikel stelt dat een verzoek tot openbaarmaking moet worden afgewezen indien de openbaarmaking afbreuk zou doen aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Hoewel het hier om een absolute uitzonderingsgrond gaat, waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, vertoont de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond niettemin een relatief aspect. De decreetgever is weliswaar van oordeel dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend (wat nogmaals uitdrukkelijk werd bevestigd in een recent arrest van de Raad van State, RvS, arrest nr. 243.607 van 7 februari 2019, TBP 2019/6, 339: “Zoals
reeds overwogen, moet er geen belangenafweging plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, en de weigering tot openbaarmaking moet niet door deze belangenafweging worden gemotiveerd.”), maar wijst er desondanks op dat telkens en in concreto geoordeeld moet worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (Vlaams Parlement, Parl. St. 2017-2018, nr. 1656/1, blz.58).
Artikel 22 van de Grondwet waarborgt uitdrukkelijk het recht op eerbiediging van het privéleven, net zoals artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dit doet. De bedoeling en het fundamentele uitgangspunt van de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond bestaat er precies in om het aan iedereen toegekende grondwettelijke recht op de eerbiediging van zijn privéleven te beschermen.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/115
pagina 3 van 5
De beroepsinstantie merkt op dat bij het onderzoek naar de uitzonderingsgrond met betrekking tot de persoonlijke levenssfeer moet worden nagegaan of er al dan niet sprake is van informatie in een bestuursdocument die op de persoonlijke levenssfeer betrekking heeft. De naam van natuurlijke persoon (indiener van de klacht) die vermeld worden in de klacht behoort ontegensprekelijk tot het privéleven van de betrokkene en het privéleven vormt de kern van de persoonlijke levenssfeer (F. SCHRAM, Het decreet openbaarheid van bestuur. Een juridische analyse in historisch perspectief, Brugge, Vanden Broele, 247; Concl. Adv.Gen. bij HvJ 8 april 2014, nr. C-293/12, Digital Rights Ireland Ltd, nr. 61). Het openbaar maken van deze gegevens heeft aldus betrekking op de kern van een belang – het door artikel 22 van de Grondwet en het door artikel 8 EVRM aan eenieder toegekende recht op eerbiediging van zijn privéleven – dat de uitzonderingsgrond uit artikel II.34, 2°, van het Bestuursdecreet wenst te beschermen tegen de openbaarheid van bestuur (RvS, nr. 234.609 dd. 2 mei 2016). De beroepsinstantie is dan ook van oordeel dat de mededeling van de naam van de natuurlijke persoon die de klacht indiende, en alle gegevens uit de klacht die de identificatie van de indiener van de klacht mogelijk zouden maken, afbreuk doet aan het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene en dat deze gegevens dan ook moeten worden afgeschermd in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Aangezien, zoals reeds vermeld, de anonimisering van de klacht niet mogelijk is zonder het betrokken document totaal betekenisloos te maken, is een gedeeltelijke openbaarmaking in de zin van artikel II.45, §2 eerste lid van het Bestuursdecreet niet mogelijk, aangezien de informatie waarop de uitzonderingsgrond van toepassing is, niet te scheiden is van de andere informatie. Voor de toepassing van de uitzonderingsgrond uit artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet is een verdere afweging van het belang van de openbaarheid en het belang van de persoonlijke levenssfeer niet vereist. Volgens artikel II.50, §1, derde lid van het Bestuursdecreet dient de beroepsinstantie in de regel nog wel de betrokken natuurlijke personen om toestemming aan te schrijven voor het overhandigen van het gevraagde document. In casu werd deze toestemming door de beroepsinstantie gevraagd op 4 juni 2020, doch tot op heden werd deze toestemming niet verkregen. Het beroep is, wat de klacht betreft, bijgevolg ongegrond.
Betreffende de ongedateerde brief van de afdeling Handhaving aan het CBS Lebbeke Het onderzoek van de beroepsinstantie Openbaarheid van Bestuur heeft uitgewezen dat de afdeling Handhaving niet in het bezit is van de brief mét datum die werd verstuurd aan het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Lebbeke. De betrokken brief werd namelijk afgedrukt en ondertekend door de verbalisant en zonder datum gescand, om pas daarna voor verzending te worden klaargemaakt door het secretariaat.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/115
pagina 4 van 5
De afdeling Handhaving voegt daaraan nog toe dat de brief naar de gemeente op hetzelfde moment werd verzonden als deze naar de overtreder (huidige verzoeker). De afdeling Handhaving heeft de brief zoals die in haar bezit was (zonder datum) overgemaakt aan verzoeker in het kader van voorliggend openbaarheidsdossier, zodat zij op dat moment meende voldaan te hebben aan het verzoek, en geen toepassing heeft gemaakt van de doorstuurverplichting als bedoeld in artikel II.40, §1, tweede lid van het Bestuursdecreet. Het staat verzoeker uiteraard vrij om de gemeente Lebbeke een verzoek te richten om in het bezit gesteld te worden van deze brief mét datum. In artikel I.4, 3° van het Bestuursdecreet wordt een bestuursdocument gedefinieerd als de drager, in welke vorm ook, van informatie die in het bezit is van een overheidsinstantie. Het recht op openbaarheid kan aldus maar kan worden uitgeoefend voor zover het gaat om informatie die gematerialiseerd werd op een drager. In casu werd door de afdeling Handhaving een afschrift van de gevraagde brief overgemaakt aan verzoeker, maar deze brief bevat geen datum en de afdeling Handhaving geeft aan ook niet te beschikken over deze brief mét vermelding van de datum. Er kan bijgevolg dan ook geen afschrift van worden verleend. Het beroep wordt daarom als ongegrond beschouwd. Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroep d.d. 9 mei 2020 van xxx tegen de gedeeltelijke weigeringsbeslissing d.d. 8 mei 2020 van het departement Omgeving, Afdeling Handhaving – Omgevingsinspectie, wordt als ontvankelijk doch ongegrond beschouwd. Brussel, 5 juni 2020
Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/115
pagina 5 van 5