Uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/119
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2022/119
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 24 februari 2022 diende xxx (hierna vermeld als: verzoeker), een verzoek in bij de sociale huisvestingsmaatschappij DEWACO (hierna vermeld als: DEWACO) om een afschrift te verlenen van de gedetailleerde inventaris waarin alle uitgevoerde onderhoud aan de cv-installaties wordt opgenomen. Op 18 maart 2022 weigerde DEWACO een afschrift van het gevraagde document. Op 12 april 2022 diende verzoeker beroep in bij de beroepsinstantie tegen de voormelde weigeringsbeslissing van DEWACO. Het beroepschrift werd op 13 april 2022 geregistreerd door de beroepsinstantie. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke verzoek dateert van 24 februari 2022. De weigeringsbeslissing van DEWACO dateert van 18 maart 2022, en maakt geen melding van de beroepstermijn en -modaliteiten bij de beroepsinstantie. Conform artikel II. 48 vierde lid Bestuursdecreet start de termijn om een beroep in te dienen bijgevolg pas vier maanden na de kennisgeving. Het beroep van verzoeker d.d. 12 april 2022 is bijgevolg tijdig ingediend en ontvankelijk.
www.vlaanderen.be
Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Bestreden beslissing d.d. 18 maart 2022
DEWACO weigerde op 18 maart 2022 aan verzoeker afschrift van het gevraagde document waarbij het zich beriep op de volgende argumenten: “Uw brief van 24 februari '22 werd voorgelegd aan de bestuurders tijdens de zitting van de raad van bestuur
op 17 maart '22.
De bestuurders beslisten niet te kunnen ingaan op de vraag om de gedetailleerde inventaris met betrekking tot de opvolging van de uitgevoerde onderhouden aan de cv-installaties over te maken. De inventaris is een steeds wijzigend bestand dat nooit af is en bijgevolge onvolledig is. Zoals reeds eerder meegedeeld, werd de firma Cofely Services via een open aanbesteding voor 4 jaar aangesteld voor de uitvoering van alle technische interventies aan de cv-ketels. De inventaris betreft een opvolgingssysteem waarin wekelijks de nieuwe uitgevoerde onderhoudsbeurten worden geregistreerd. De medewerker van de technische dienst volgt dit op en waakt over de correcte uitvoering van de opdracht van Cofely Services, zoals bepaald in de overeenkomst. Er wordt nauwlettend toegezien op het hele proces van de uitvoering van technische interventies door de techniekers van Cofely Services. Bijkomend hebben we toegang tot de Servicedesk van Cofely Services waarin alle interventies en onderhouden geregistreerd worden, aangevuld met de nodige rapporten.” 2. Inhoud van het beroepschrift Verzoeker dient beroep in tegen de voormelde weigeringsbeslissing van DEWACO. Verzoeker verwijst als argumentatie in zijn beroepschrift naar de bestuursrechtspraak van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur m.b.t. het vrijgeven van ‘inventarissen’, zoals verwoord in de uitspraak in dossier OVB/2014/79: "Overwegende dat de facultatieve uitzonderingsgrond zoals bepaald in artikel 11, 2° van het Decreet
Openbaarheid, er niet toe mag leiden dat bestuursdocumenten permanent van openbaarmaking worden uitgesloten omdat ze regelmatig worden aangepast of geactualiseerd, zonder dat het tot een definitieve vaststelling komt; dat de inventaris zich aandient als een momentopname van de huidige toestand; dat de mogelijkheid dat de inventaris nadien wordt gewijzigd als gevolg van nieuwe feitelijke vaststellingen op het terrein, dan ook geen geldig argument is om te stellen dat er sprake is van een onafgewerkt bestuursdocument." 3. Toelichting door DEWACO
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/119
pagina 2 van 4
Vanuit DEWACO werd aan de beroepsinstantie meegedeeld dat er een verzoek was van xxx d.d. 4 april 2022 om de beslissing van de raad van bestuur van DEWACO d.d. 18 maart 2022 met betrekking tot de weigering tot het openbaar maken van de inventaris van alle uitgevoerde onderhouden aan de cv-installaties te herzien. Vanuit DEWACO werd erop gewezen dat dit zou worden voorgelegd op de eerstvolgende maandelijkse raad van bestuur binnen DEWACO op 21 april 2022 Vervolgens informeerde DEWACO de beroepsinstantie op 25 april 2022 van het feit dat de weigeringsbeslissing van de raad van bestuur van 18 maart 2022 door de bestuurders werd herzien tijdens de zitting van 21 april 2022. Daarop bezorgde DEWACO op 25 april 2022 de gevraagde inventaris aan xxx met weergave van de gevraagde gegevens over het onderhoud van de cv-installaties in de woongelegenheden in Denderleeuw. Verwijzend naar art. II.34 2° van het Bestuursdecreet, werden persoonsgegevens uit de inventaris weggelaten. De beroepsinstantie ontving een afschrift van de mail d.d. 25 april 2022 die werd gestuurd vanuit DEWACO aan xxx, met inbegrip van de bezorgde bijlage.
4. Beoordeling door de beroepsinstantie De beroepsinstantie kan bijgevolg alleen maar vaststellen dat het openbaarheidsverzoek van xxx inmiddels voor het overgrote deel alsnog werd ingewilligd door DEWACO, nu de gevraagde inventaris i.v.m. het onderhoud van de cv-installaties in de woongelegenheden in Denderleeuw werd toegestuurd aan verzoeker op 25 april 2022. In de inventaris staan de adressen vermeld van de woongelegenheden, alsook de verschillende data van het onderhoud dat heeft plaats gevonden voor de jaren 2021 en 2022 en de geldigheidsduur van de afgeleverde attesten Het beroepschrift wordt bijgevolg als zonder voorwerp beschouwd, wat betreft de toegestuurde inventaris op 25 april 2022. De beroepsinstantie sluit zich aan bij het standpunt van DEWACO in verband met het weglaten van de persoonsgegevens (de namen van natuurlijke personen) die voorkomen in de opgevraagde inventaris en verwijst daarvoor naar de toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Artikel II. 34, 2° Bestuursdecreet bevat immers de verplichting om, behoudens toestemming van de betrokkene, een aanvraag af te wijzen als de openbaarmaking afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Deze bepaling laat niet toe dat gegevens worden verstrekt die de identificatie van derden mogelijk maken, in de mate dat daarmee afbreuk zou worden gedaan aan de bescherming van hun persoonlijke levenssfeer. Hoewel het hier om een absolute uitzonderingsgrond gaat waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, vertoont de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet voorziene uitzonderingsgrond niettemin een relatief aspect. De decreetgever was weliswaar van oordeel dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend, maar wijst er desondanks op dat telkens en in concreto geoordeeld moet worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (Vlaams Parlement, Parl. St. 2017-2018, nr. 1656/1, blz. 58). Artikel 22 van de Grondwet waarborgt uitdrukkelijk het recht op eerbiediging van het privéleven, net zoals artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dit doet. De bedoeling en het fundamentele uitgangspunt van de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond bestaat er precies in om het aan iedereen toegekende grondwettelijke recht op de eerbiediging van zijn privéleven te beschermen.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/119
pagina 3 van 4
De namen van de bewoners (natuurlijke personen) van de woongelegenheden in de gemeente Denderleeuw, zoals vermeld in de inventaris van DEWACO, behoren ontegensprekelijk tot de persoonlijke levenssfeer en het privéleven van de betrokkenen. Het vrijgeven van deze gegevens maakt wel degelijk een inbreuk uit op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van die personen. Het privéleven vormt de kern van de persoonlijke levenssfeer (F. SCHRAM, Het decreet openbaarheid van bestuur. Een juridische analyse in historisch perspectief, Brugge, Vanden Broele, 247; Concl. Adv.Gen. bij HvJ 8 april 2014, nr. C-293/12, Digital Rights Ireland Ltd, nr. 61). Het openbaar maken van deze gegevens heeft aldus betrekking op de kern van een belang – het door artikel 22 van de Grondwet en het door artikel 8 EVRM aan eenieder toegekende recht op eerbiediging van zijn privéleven – dat de uitzonderingsgrond uit artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet wenst te beschermen tegen de openbaarheid van bestuur (RvS, nr. 234.609 dd. 2 mei 2016). De beroepsinstantie is bijgevolg van oordeel dat de openbaarmaking van voormelde persoonsgegevens (de namen van de bewoners) afbreuk doet aan het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen en dat deze gegevens dan ook moeten worden afgeschermd in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Artikel II.50 §1 Bestuursdecreet bepaalt dat als de aanvraag tot openbaarmaking wordt afgewezen op grond van artikel II.34, 2°, de beroepsinstantie contact opneemt met de betrokkene en vraagt of de aanvrager toestemming krijgt om alsnog toegang te krijgen tot het gevraagde bestuursdocument, als die toestemming nog niet is gevraagd door de betrokken overheidsinstantie. Gelet op de grote hoeveelheid aan persoonsgegevens die voorkomen in het opgevraagde document, wordt van deze mogelijkheid in casu afgezien. Het ingestelde beroep is bijgevolg als ongegrond te beschouwen, wat betreft de openbaarmaking van de persoonsgegevens die voorkomen in de opgevraagde inventaris. Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 12 april 2022 tegen de weigeringsbeslissing van DEWACO is ontvankelijk en deels zonder voorwerp en deels ongegrond. Brussel, 9 mei 2022 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/119
pagina 4 van 4