Skip to main content

programmatie_tweede_sec_ond_advies_Vlor.pdf

Page 1

ADVIES 10 februari 2022

Programmatie in de tweede graad gewoon secundair onderwijs – schooljaar 2022-2023

Vlaamse Onderwijsraad Koning Albert II-laan 37 BE-1030 Brussel T +32 2 219 42 99 www.vlor.be info@vlor.be

Wijs beleid door overleg


Advies op vraag van Ben Weyts, Viceminister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Onderwijs, Sport, Dierenwelzijn en Vlaamse Rand op 10 december 2021 Uitgebracht door de Raad Secundair Onderwijs op 10 februari 2022 met eenparigheid van stemmen Voorbereiding: Technische werkgroep Programmaties secundair onderwijs op 14 januari, 18 januari en 1 februari 2022 onder voorzitterschap van Marleen Colpin Dossierbeheerder: Eric d’Hooghe


Inhoud 1

Situering .................................................................................................................................... 2

2

Beleidsaanbevelingen ............................................................................................................... 3

3

2.1

Aanvragen van een school voor verschillende graden als een geheel bekijken ............... 3

2.2

Ruimte om doordachte keuzes te maken ......................................................................... 3

2.3

Principe van domein- en campusschool verder concretiseren.......................................... 3

2.4

Rekening houden met de aard van een scholengemeenschap ........................................ 4

2.5

Aanvragen voor herschikking van of uitbreiding naar vestigingsplaatsen vereenvoudigen ................................................................................................................. 5

2.6

Dezelfde criteria hanteren voor programmatie tweede graad Beweging en sport............ 5

Criteria bij de beoordeling ......................................................................................................... 5 3.1

Regelgeving ....................................................................................................................... 5

3.2

Beoordeling ....................................................................................................................... 6

3.2.1

Op basis van de criteria uit de regelgeving ................................................................ 6

3.2.2

Op basis van bijkomende criteria .............................................................................. 7

Bronnen ...................................................................................................................................... 10

1

vlor.be


1 Situering De Vlor ontving op 10 december 2021 de adviesvraag over de programmatieaanvragen voor het gewoon voltijds secundair onderwijs (SO) voor het schooljaar 2022–2023. Daarvan zijn 246 aanvragen voor programmaties in de tweede graad secundair onderwijs. Al die aanvragen hebben de ontvankelijkheidstoets door het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AGODI) doorstaan. De Vlaamse Regering wint over de programmatieaanvragen het advies in van de Vlor, de Onderwijsinspectie en AGODI. Over de programmatieaanvragen met finaliteit arbeidsmarkt en met de dubbele finaliteit wordt ook het advies van de SERV ingewonnen. De aanvragen van de tweede graad zijn als volgt verdeeld: Onderwijsvorm

Totaal

Onderwijsnet

Totaal

ASO

58

Gemeenschapsonderwijs

BSO

39

Gesubsidieerd officieel onderwijs

KSO

13

Gesubsidieerd vrij onderwijs

TSO

136

111 16 119

Per programmatie geeft dat volgend overzicht: Programmatie Architecturale en beeldende vorming KSO Architecturale kunsten KSO Artistiek-creatieve bewerkingen BSO Bakkerijtechnieken TSO Bedrijf en organisatie TSO Bedrijfswetenschappen TSO Beeldende en audiovisuele kunsten KSO Beeldende en audiovisuele vorming KSO Beweging en sport BSO Biotechnieken TSO Biotechnologische STEM-wetenschappen TSO Biotechnologische wetenschappen TSO (domein Land- en tuinbouw) Bouwtechnieken TSO Decor en etalage BSO Economische wetenschappen ASO

Aantal Programmatie 2 1 1 1 23 22

Aantal

Houttechnieken TSO Humane wetenschappen ASO Latijn ASO Maatschappij en welzijn TSO Maatschappij- en welzijnswetenschappen TSO Mechanica BSO

2 7 6 10 23 1

8 1 9 6 8

Moderne talen ASO Natuurwetenschappen ASO Onthaal en recreatie BSO Organisatie en logistiek BSO Printmedia BSO

22 3 5 8 1

1 2 1 11

Restaurant en keuken BSO Schilderen en decoratie BSO Sport TSO Sportwetenschappen ASO

1 3 14 4

Elektriciteit BSO Elektromechanische technieken TSO Freinetpedagogie ASO Grafische technieken KSO (domein Kunst en creatie) Grafische technieken TSO (domein STEM) Grieks-Latijn ASO

1 2 2 1 2 1

Taal en communicatie TSO Technologische wetenschappen TSO Toerisme TSO (domein Economie en organisatie) Toerisme TSO (domein Voeding en horeca) Topsport (dubbele finaliteit) TSO Topsport-Economie ASO

Haar- en schoonheidsverzorging BSO Horeca TSO Hout BSO

3 Topsport-Natuurwetenschappen ASO 1 Voertuigtechnieken TSO 1 Zorg en welzijn BSO

6 6 2 1 2 2 1 2 3

Dit is het tweede jaar waarin scholen de programmatie van studierichtingen van het gemoderniseerd studieaanbod effectief konden aanvragen. We stellen vast dat er heel wat minder

2

vlor.be


aanvragen zijn dan in het eerste jaar (1181 aanvragen), toen het elan om te vernieuwen, het aanbod uit te breiden of zich te (her)profileren duidelijk zichtbaar werd. Enkele richtingen worden net als vorig jaar opvallend vaak aangevraagd, zoals Moderne talen ASO. Daarbij gaat het meestal om scholen die in de derde graad al een studierichting aanbieden waarin Moderne talen gecombineerd wordt met een andere pool. Moderne talen in de tweede graad vormt een logische onderbouw daarvoor. Voor Maatschappij en welzijn TSO / Maatschappij- en welzijnswetenschappen TSO en voor Bedrijf en organisatie TSO / Bedrijfswetenschappen TSO gaat het vaak om scholen die hun aanbod willen differentiëren naar doorstroom en dubbele finaliteit.

2 Beleidsaanbevelingen 2.1 Aanvragen van een school voor verschillende graden als een geheel bekijken Bij de advisering van de programmatieaanvragen voor de tweede graad hebben we ook rekening gehouden met de eventuele aanvragen voor programmaties in de eerste en derde graad van de betrokken scholen. We vragen de Vlaamse Regering dan ook om het aanvraagdossier van een school in zijn volledige context te bekijken en haar beoordeling op een logische manier uit te voeren, hetzij gefaseerd, hetzij met een gelijk advies voor programmaties die in elkaars verlengde liggen in het kader van een herprofilering van een school.

2.2 Ruimte om doordachte keuzes te maken De vele aanvragen maken duidelijk dat scholen gebruikmaken van de nieuwe regelgeving om hun aanbod toekomstgericht uit te bouwen. De Vlor vraagt dat die ruimte voor scholen om doordachte keuzes te maken en in te spelen op evoluties op school en in de maatschappij, er ook in de komende jaren zal zijn. Mochten er nog wijzigingen gebeuren aan de matrix, de concordantietabellen en de koppeling met de beroepskwalificaties, vraagt de raad de nodige soepelheid voor de scholen aangezien ze zich gebaseerd hebben op de huidige matrix en concordantietabellen.

2.3 Principe van domein- en campusschool verder concretiseren De Vlor merkt op dat door de beslissingen van de Vlaamse Regering van vorige jaren scholen weinig ruimte krijgen om hun aanbod te verbreden, zowel naar links als naar rechts in de matrix. In art. 134/1 van het decreet over de modernisering worden de concepten van verticale school, campusschool en domeinschool ingeschreven.1 De mogelijke voordelen voor domein- en campusscholen die in de Codex Secundair Onderwijs vooropgesteld worden, zijn echter nooit ingeschreven in een Besluit.

1

Decreet tot wijziging van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft de modernisering van de structuur en de organisatie van het secundair onderwijs. 7 juni 2018.

3

vlor.be


Zowel wat betreft de aanvraagdossiers van de scholen als het advies van de Vlor wordt er gewerkt binnen het aangereikte regelgevend kader. We stellen vast dat de visie van domein- en campusscholen de scholen stimuleert om te innoveren. Toch worden heel wat aanvragen niet goedgekeurd door de Vlaamse Regering op basis van een motivering die niet terug te vinden is in de regelgeving. Aangezien het principe van de domeinschool is ingeschreven in het decreet, adviseert de Vlor deze dossiers gunstig, indien ze voldoen aan de andere criteria. We vragen de regelgever om het principe van domein- en campusscholen verder te concretiseren en ruimte te geven. Heel wat scholen willen een bestaand domein verbreden met een domeinoverschrijdende doorstroomrichting die inhoudelijk verwant is aan een domein dat al bestaat binnen de school, zoals: • Sportwetenschappen met het studiedomein Sport • Humane wetenschappen met het studiedomein Maatschappij en welzijn • Economische wetenschappen met het studiedomein Economie en organisatie Omgekeerd zijn er ook scholen, bijvoorbeeld met een typisch aso-profiel die graag willen verbreden met verschillende finaliteiten en dan een programmatie aanvragen in een domein dat de school nog niet heeft, maar wel de domeinoverschrijdende richting die inhoudelijk verwant is met het aangevraagde domein. Een aantal van deze scholen kreeg vorig jaar een negatieve beslissing van de Vlaamse Regering omdat ze het domein nog niet aanbieden. De Vlor volgt daarin de regelgeving en geeft deze programmaties, indien ze voldoen aan de criteria van de regelgeving, een gunstig advies. De Vlor kijkt voor de programmatieaanvragen voor de tweede graad ook naar de basisopties die de school al aanbiedt in het tweede leerjaar van de eerste graad. In veel gevallen is de aanvraag een logisch vervolg op de inhoudelijk verwante basisoptie. We beschouwen dat niet als een alleenstaand criterium maar nemen het wel mee in de advisering.

2.4 Rekening houden met de aard van een scholengemeenschap Indien een of meerdere scholen binnen dezelfde scholengemeenschap een gelijkaardige programmatie aanvragen, geeft de Vlaamse Regering in heel wat gevallen een negatieve beoordeling. Ze motiveert dit door aan te geven dat de studierichting al wordt aangeboden binnen dezelfde scholengemeenschap en onderwijszone en dat de keuzevrijheid van de leerlingen reeds verzekerd is. De Vlor is van mening dat de Vlaamse Regering bij haar oordeel niet altijd rekening houdt met de grootte (aantal leerlingen) en vooral de oppervlakte van de scholengemeenschap. Die oppervlakte heeft immers een impact op de bereikbaarheid van de scholen en de leerlingenstromen. In een aantal gevallen is er voldoende ruimte voor een groter aanbod van eenzelfde aanbod. Er moet daarnaast ook meer rekening gehouden worden met de afstand tussen de vestigingsplaatsen die eenzelfde programmatie aanvragen.

4

vlor.be


2.5 Aanvragen voor herschikking van of uitbreiding naar vestigingsplaatsen vereenvoudigen Sinds schooljaar 2021-2022 wordt het programmatieconcept toegepast op elke afzonderlijke vestigingsplaats. Bij elke aanvraag of melding van programmatie die vanaf het schooljaar 20202021 bij AGODI wordt ingediend, moet het schoolbestuur opgeven op welke vestigingsplaats (= één adres) of vestigingsplaatsen de programmatie betrekking heeft. Ook elke uitbreiding van een door de school reeds ingericht structuuronderdeel naar een andere vestigingsplaats is een nieuwe programmatie. De programmatie hoeft dus niet per se een voor de school nieuw structuuronderdeel te zijn, maar het kan ook een verplaatsing of uitbreiding naar een of meer andere locaties betekenen. Indien de aanvraag een programmatie betreft van een op de school reeds bestaand structuuronderdeel, is de Vlor van mening dat de school in het verleden aan de nodige criteria voldeed voor deze programmatie en ziet dan ook geen reden om deze programmatie te weigeren. Als het over een administratieve herschikking gaat of een uitbreiding naar een of meerdere andere locaties, zou de aanvraagprocedure vereenvoudigd kunnen worden om zo ook de administratieve belasting voor de scholen te verminderen.

2.6 Dezelfde criteria hanteren voor programmatie tweede graad Beweging en sport De Vlor stelt vast dat de Vlaamse Regering vorig jaar het merendeel van de programmatieaanvragen voor de tweede graad Beweging en sport (bso) niet goedkeurde. (zie ook 4.2.3) In haar motivatie verwijst de Vlaamse Regering naar de kansen op de arbeidsmarkt na deze opleiding, zeker als er op tso-niveau een richting met een gelijkaardig opleidingsprofiel bestaat, waardoor de kansen op de arbeidsmarkt nog meer dalen. De Vlaamse Regering maakt van deze studierichting de facto een niche en geeft een restrictie aan. Per provincie wordt maar één school van het vrije net en één van het officiële net toestemming gegeven, met name die scholen met de hoogste potentiële leerlingenstroom. Die beperking is echter niet gebaseerd op de regelgeving en werd niet vooraf aan de scholen gecommuniceerd. De Vlor vraagt om voor deze programmatieaanvragen dezelfde criteria te hanteren als voor de andere (niet-niche) programmaties.

3 Criteria bij de beoordeling 3.1 Regelgeving Voor programmatie van structuuronderdelen van de tweede graad aso, bso, kso en tso geldt dat ze programmeerbaar zijn mits goedkeuring door de Vlaamse Regering. De regelgeving vermeldt zes

5

vlor.be


gezamenlijke criteria waarmee de aanvrager rekening moet houden bij de motivering van zijn dossier.2 1° de eventuele beperkingen of voorwaarden (zoals frequentie, geografische inplanting ……) die vanuit macrodoelmatigheid aan het aanbod van het structuuronderdeel zijn gekoppeld; 2° de kwantitatieve en kwalitatieve behoeften voor het aanbod van secundair onderwijs in de onderwijszone in kwestie met het oog op vervolgonderwijs of toetreding tot de arbeidsmarkt; 3° de keuzevrijheid van ouders en leerlingen; 4° de studiecontinuïteit van leerlingen binnen de school of binnen de scholengemeenschap; 5° als het structuuronderdeel (ook) arbeidsmarktgericht is: a) de getroffen voorbereidingen op het vlak van materiële infrastructuur en leermiddelen die voldoende en gepast zijn met het oog op de te verwerven competenties van het geprogrammeerde structuuronderdeel; b) de aantoonbare samenwerkingsmogelijkheden met lokale arbeidsmarktactoren en de bedrijfswereld; 6° de afspraken die met andere lokale onderwijsinrichters, binnen en buiten de scholengemeenschap in kwestie, zijn gemaakt over een rationeel en transparant studieaanbod.

3.2 Beoordeling 3.2.1 Op basis van de criteria uit de regelgeving De Vlor stelt vast dat scholen, in het kader van de modernisering, in hun aanvraag aangeven met welk aanbod ze zich in de toekomst willen profileren. Daarbij houden ze rekening met hun huidige en beoogde leerlingeninstroom, hun inplanting in het onderwijslandschap en de regionale context. Omwille van de samenhang tussen de criteria, hanteert de Vlor ze als een totaalpakket waaraan elk aanvraagdossier afgetoetst wordt. We geven hieronder aan hoe de Vlor de criteria uit de regelgeving interpreteert, welke bijkomende criteria voor de Vlor belangrijk zijn en in welke adviezen dat resulteert. We houden rekening met: • De beperkingen die de Vlaamse Regering vandaag oplegt voor bepaalde structuuronderdelen, en dus niet meer met de vroegere quota/contingenten voor niche-opleidingen (criterium 1) • Geografische spreiding en frequentie (criterium 1 en 6) Als het aanbod nog ontbreekt in een regio, is dat een reden om gunstig te adviseren. Als het er al wel is, gaan we na hoe scholen in dezelfde regio of onderwijszone de aanvraag tot programmatie ervaren. Als zij onderling geen bezwaar maken, is dat voor de Vlor een reden om de aanvraag gunstig te adviseren. Of het structuuronderdeel al wordt aangeboden in dezelfde scholengemeenschap, is zeker een toetssteen, maar geen vaste maatstaf. Er zijn immers heel grote verschillen tussen scholengemeenschappen op vlak van leerlingenaantallen, regionale spreiding, onderwijszone, … Binnen een scholengemeenschap zijn er vaak enkele subregio’s, die elk in een vrij afgebakend gebied leerlingen rekruteren en waar leerlingenstromen van de ene naar de andere regio geen evidentie zijn (o.a. mobiliteit). 3

2 3

Codex Secundair Onderwijs. 24 juni 2011. Voor de leerlingenstromen tussen regio’s en subregio’s maakt de Vlor gebruik van de data in Dataloep.

6

vlor.be


• • • •

•

•

Daarom zien we aanvragen van scholen voor aanbod dat al bestaat in de scholengemeenschap. Zij willen vermijden dat leerlingen eerder kiezen voor een studierichting binnen de eigen school die niet aansluit bij hun profiel, door hen zelf de logische vervolgopleiding aan te bieden. Voor de Vlor kan er overlap zijn in het aanbod van die subregio’s, op voorwaarde dat de leefbaarheid gegarandeerd is. De scholengemeenschap is het best geplaatst om die inschatting te maken en dus kijkt de Vlor naar het akkoord. De potentiële leerlingeninstroom in functie van de leefbaarheid van een studierichting (criterium 1 en 2) De toekomstperspectieven van de leerlingen en hun plaats op de arbeidsmarkt (criterium 2) Het principe van de keuzevrijheid van ouders en leerlingen tussen vrij en officieel onderwijs (criterium 3) Studiecontinuïteit op het niveau van de school (criterium 4) De Vlor gaat ervan uit dat hierover binnen de scholengemeenschap afspraken gemaakt worden (zie ook criteria 1 en 6). Voorbereidingen voor infrastructuur en samenwerking met bedrijven (o.a. in functie van stagemogelijkheden) en met VDAB (criterium 5). Die voorbereidingen zijn voor de Vlor erg belangrijk. Voor scholen die al structuuronderdelen van het gevraagde studiegebied aanbieden, is het evidenter dat zij aan dit criterium beantwoorden. Het akkoord van de scholengemeenschap (criterium 6)

3.2.2 Op basis van bijkomende criteria De Vlor onderscheidt in de totaliteit van de aanvragen een aantal clusters en heeft daar criteria aan gekoppeld die bepalen of een aanvraag al dan niet gunstig geadviseerd wordt. Gelijkaardige aanvragen worden gelijklopend geadviseerd en gunstige/ongunstige adviezen worden enkel bijkomend gemotiveerd als extra duiding nodig is (zie deel 4). Het aangevraagde structuuronderdeel past in het (toekomstig) profiel van de school Veel scholen willen domeinschool worden (alle finaliteiten van een studiedomein aanbieden) of een studiedomein verder uitbouwen. Op die manier verbreden ze hun studieaanbod (horizontaal volgens de matrix) en bieden ze meer mogelijkheden aan hun leerlingen. We zien dat vertaald in aanvragen voor studierichtingen van finaliteiten die scholen binnen een bepaald domein nog niet aanbieden, of aanvragen om het aanbod binnen een bepaald domein en zelfde finaliteit verder te differentiëren. De (her)profilering is vaak gekoppeld aan een herverkaveling en afspraken binnen de scholengemeenschap. In de motivering wordt vaak melding gemaakt van de mogelijkheid voor meer leerlingen om hun schoolloopbaan voort te zetten in de eigen school, waaraan ouders en leerlingen vaak de voorkeur geven omwille van hun keuze voor het pedagogisch project. De Vlor steunt de evolutie naar horizontale verbreding of differentiatie binnen een studiedomein, los van het feit of de scholen daarmee al dan niet volledig domeinschool kunnen worden. Scholen zijn vaak al jaren met de voorbereidingen voor die verbreding bezig, in overleg met de andere scholen binnen hun scholengemeenschap met het oog op een rationeel en complementair aanbod, wat voor de Vlor ook erg belangrijk is. Als scholen het aanbod van een domein verder uitbouwen, zijn we ook zeker van de nodige infrastructuur en samenwerkingsverbanden. We adviseren dergelijke aanvragen dan ook meestal gunstig (zie ook beleidsaanbevelingen 2.3 en 2.4). Sommige domeinoverschrijdende structuuronderdelen zijn inhoudelijk verwant met een domein. Als scholen een structuuronderdeel in een voor hen nieuw studiedomein aanvragen als verbreding van het aanbod naast een van de verwante domeinoverstijgende structuuronderdelen, zal de Vlor die gunstig beoordelen (zie ook beleidsaanbeveling 2.3).

7

vlor.be


Scholen die een programmatie aanvragen binnen een voor hen nieuw studiedomein of nieuwe finaliteit. Een aantal scholen met aso-tso(-bso)-profiel programmeert één of meer domeinspecifieke doorstroomstudierichtingen van een studiedomein dat nog ontbreekt in de school. Voor deze programmaties is het aangewezen dat er voldoende samenwerking is met de scholen binnen dezelfde scholengemeenschap of in aangrenzende scholengemeenschappen die reeds investeren in de dubbele finaliteit-studierichtingen en de arbeidsmarktgerichte studierichtingen van het studiedomein waaronder de te programmeren doorstroom-studierichting ressorteert. De Vlor wijst op het belang van voldoende draagvlak voor de scholen die verder investeren in de dubbele finaliteit-studierichtingen en in de arbeidsmarktgerichte studierichtingen. Het is belangrijk dat de expertise en de knowhow van die scholen (personeel, infrastructuur, netwerk stageplaatsen e.a.) gevaloriseerd blijft. De school biedt in de eerste graad de inhoudelijk verwante basisoptie aan Heel wat scholen vragen in de tweede graad een structuuronderdeel aan binnen een nieuw studiedomein maar aansluitend op een verwante basisoptie die ze al aanbieden. Zij beschouwen dat als een logisch vervolg op het aanbod in de eerste graad en willen op die manier het aanbod voor de leerlingen na de eerste graad verbreden met een aanbod met verschillende inhouden of finaliteiten. Indien de programmatieaanvraag voldoet aan de criteria van de regelgeving, wordt die door de Vlor gunstig geadviseerd (zie ook beleidsaanbeveling 2.3). De programmatie draagt bij aan de kans op meer STEM-profielen vanuit verschillende finaliteiten Een aantal scholen wil een aanbod in het domein STEM uitbreiden of nieuw oprichten. Daarmee sluiten ze aan bij het elan rond STEM dat de overheid aanmoedigt. De Vlor vindt dat een goede zaak. Om tegemoet te komen aan de noden van de arbeidsmarkt, is er immers nood aan meer STEM-profielen vanuit de verschillende finaliteiten. De Vlor adviseert die aanvragen gunstig, indien ze voldoen aan de criteria van de regelgeving. De school biedt het aangevraagde structuuronderdeel al aan 1 Het betreft een regularisatie Net zoals vorig jaar zien we heel wat (her)aanvragen voor studierichtingen die de scholen in kwestie al aanbieden, maar dan als vestigingsplaats van een andere school. Dat zorgt voor administratieve, organisatorische en praktische problemen. De gewijzigde regelgeving biedt een kans voor die scholen om het eigen bestaande aanbod zelf te programmeren. Vaak vragen zij meteen de tweede en de derde graad van een studierichting aan, omdat ze in beide graden momenteel al leerlingen hebben. De Vlor adviseert die aanvragen gunstig. Een andere reeks aanvragen gaat over richtingen die scholen al aanbieden via erkenning, meestal voor een beperkt aantal leerlingen. Daar is de verwachte leerlingeninstroom in de komende jaren een voorwaarde voor een gunstig advies. 2 Het betreft een administratieve overheveling De Vlor adviseert ook de clusters van administratieve overhevelingen gunstig. Zo’n overhevelingen genereren immers geen extra of dubbel studieaanbod. Voor ouders en leerlingen verandert er niets en er is telkens een protocol van akkoord voor het personeel (zie ook beleidsaanbeveling 2.5).

8

vlor.be


Het gaat om een heraanvraag We onderscheiden hier twee soorten heraanvragen: • Aanvragen die vorig jaar goedgekeurd werden door de Vlaamse Regering: Zij werden niet ingericht omdat er dit schooljaar geen leerlingen ingeschreven werden. Zij krijgen een gunstig advies. • Aanvragen die vorig jaar niet goedgekeurd werden door de Vlaamse Regering: De Vlor onderzoekt in welke mate de motivering van dat oordeel opgevolgd of weerlegd werd in de heraanvraag. Clusters gebonden aan een structuuronderdeel Bepaalde structuuronderdelen werden geclusterd geanalyseerd en kregen een gunstig advies op basis van onze visie op die clusters. Structuuronderdelen binnen deze clusters die ongunstig beoordeeld werden of een motivering nodig hebben omdat ze afwijken van de standpuntbepaling, worden toegelicht in deel 4 . We onderscheiden volgende clusters: Structuuronderdeel Moderne talen ASO (22)

Maatschappij en welzijn TSO (10) / Maatschappij en welzijnswetenschappen TSO (22) Bedrijf en organisatie TSO (23) / Bedrijfswetenschappen TSO (21) Biotechnieken TSO (5) / Biotechnologische wetenschappen TSO (1)/ Biotechnologische STEM-wetenschappen TSO(7) Beweging en sport BSO (9) Voertuigtechnieken TSO (2) Technologische wetenschappen TSO (6) Programmaties binnen de onderwijsvorm KSO (13) / Decor en etalage BSO (1) Beeldende en audiovisuele kunsten KSO

Topsport TSO (2) / Topsport-economie ASO (2) / Topsport-natuurwetenschappen ASO (1) Onthaal en recreatie BSO (5)

Standpuntbepaling - De school biedt in de derde graad een studierichting aan waarin Moderne talen gecombineerd wordt met een andere pool (Wiskunde, Wetenschappen, Economie, Latijn, …); - Scholen die enkel een eerste en tweede graad organiseren, krijgen ook een gunstig advies. - De school wil Sociale en technische wetenschappen (STW) differentiëren naar doorstroom en dubbele finaliteit; - De school wil haar aanbod binnen het domein uitbreiden. - De school wil Handel differentiëren naar doorstroom en dubbele finaliteit; - De school wil haar aanbod binnen het domein uitbreiden. - De school wil Techniek-wetenschappen differentiëren naar doorstroom en dubbele finaliteit; - De school is een Land- en tuinbouwschool die de dubbele finaliteit wil aanbieden. - De school heeft in de eerste graad 2e leerjaar B Sport (nichebasisoptie) - De school heeft een aanbod LO en Sport TSO. - De school heeft in de derde graad het studiegebied Auto of minstens de intentie om daarin te programmeren. - Logische onderbouw voor scholen die in de 3e graad vanuit Informaticabeheer zullen concorderen naar Informaticabeheer en communicatiewetenschappen - De school heeft al een aanbod binnen de onderwijsvorm KSO -

-

Dit structuuronderdeel is er gekomen door de aanpassing van de matrix. Scholen die hun aanbod binnen het domein Kunst en creatie omvormen of uitsplitsen naar dit nieuwe structuuronderdeel krijgen een gunstig advies. De school is erkend als Topsportschool. De school heeft in haar aanbod het studiegebied Toerisme TSO of een derde graad Onthaal en recreatie BSO; De school heeft in haar aanbod tweede graad Taal en communicatie TSO, waarbij ze de drie finaliteiten beogen;

9

vlor.be


Studierichtingen die veranderen vestigingsplaats door een reorganisatie

van

-

Onthaal en pr kan straks concorderen naar een derde graad Onthaal en recreatie. Die scholen komen sowieso in aanmerking voor een tweede graad Onthaal en recreatie.4 Gunstig advies

Het geheel van de criteria uit de regelgeving en de extra criteria is gehanteerd bij de beoordeling van de aanvragen. Alle aanvragen die de Vlor volgens een of meer van bovenstaande criteria zonder meer gunstig adviseert, worden niet verder gemotiveerd. De adviezen die extra duiding vragen, komen in deel 4 aan bod. Hierna volgt deel 4 met adviezen bij dossiers die extra duiding vragen. Dat deel wordt niet gepubliceerd op de website van de Vlor.

Bronnen Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de studiegebieden en structuuronderdelen in het voltijds secundair onderwijs (B.S.05/02/2008, gewijzigd op 18/09/2020). Codex Secundair Onderwijs. 24 juni 2011. Dataloep. Decreet tot wijziging van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft de modernisering van de structuur en de organisatie van het secundair onderwijs. 7 juni 2018.

4

Provinciaal Onderwijs Vlaanderen neemt hierbij het volgende minderheidsstandpunt in: we houden ons aan het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de studiegebieden en structuuronderdelen in het voltijds secundair onderwijs (B.S.05/02/2008, art. 6quater, gewijzigd op 18/09/2020), dat stelt dat de optie Onthaal en recreatie beperkt wordt tot zes door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstellingen, waarvan drie behoren tot het officieel onderwijs en drie tot het vrij onderwijs. Dat betekent dat enkel die zes scholen de logische bovenbouw aanbieden voor de tweede graad. Scholen die niet tot die zes behoren, kunnen vervolgens de logische bovenbouw niet inrichten.

10

vlor.be


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
programmatie_tweede_sec_ond_advies_Vlor.pdf by Vlaanderen-be - Issuu