Skip to main content

dossier 2022-006.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/006

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2022/006

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur

Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedures Op 10 december 2021 diende xxx (verzoeker) een openbaarheidsverzoek in bij de stad Borgloon om een digitaal afschrift te bekomen van de bestuursdocumenten in het bezit van de stad, die betrekking hebben op a) de ambtshalve inschrijvingen en b) de ambtshalve uitschrijvingen, alle beslist in de stad Borgloon vanaf 1.01.2017 tot en met 31.12.2018. Verzoeker verduidelijkte daarbij dat het gaat om een afschrift van: i. de beslissing van het college van burgemeester en schepenen, ii. het verslag van het ambt van burgerlijke stand (cf. art. 8 en 9 KB 16.07.1992), iii. de uitnodigingsbrief om normaal inschrijven in het register (cf. de oproep art. 9 KB 16.07.1992 en ‘Omzendbrief 2013 ‘Milquet’), iv. het verslag van politie (Algemene Onderrichten Deel 1 H. IV j)) v. de kennisgevingsbrief aan de betrokken persoon; (noot: uitschrijvingen enkel toegang gevraagd tot ii. hiervoor). Op 20 december 2021 weigerde de stad Borgloon in te gaan op dit openbaarheidsverzoek. Op 1 januari 2022 diende xxx beroep in bij de beroepsinstantie tegen de weigeringsbeslissing van de stad Borgloon. Het beroepschrift werd geregistreerd op 3 januari 2022.

www.vlaanderen.be


Ontvankelijkheid van het beroep Verzoeker stelt dat het niet uit te sluiten valt, dat bepaalde inhoudelijke discrepanties bestaan tussen andere dossiers en zijn persoonlijke dossier, dat leidde tot de gewijzigde rechtssituatie van verzoeker. Hij meent dat hij bijgevolg door ofwel 1° de informatie, 2° de beslissing waarop de informatie betrekking heeft of 3° de beslissing ter voorbereiding waarvan de documenten die de informatie bevatten, die hij thans opvraagt, rechtstreeks en persoonlijk kan worden geraakt in zijn (huidige) rechtssituatie. Verzoeker meent bijgevolg dat hij een belang heeft bij de informatie van persoonlijke aard in deze documenten. De beroepsinstantie heeft vanwege de stad Borgloon, ondanks herhaaldelijk aandringen, slechts één geanonimiseerd voorbeeld gekregen van een ambtshalve inschrijving uit 2018. Dit dossier bestaat enkel uit het collegebesluit tot ambtshalve inschrijving en een politieverslag. De beroepsinstantie heeft kunnen vaststellen dat deze documenten wel persoonsgegevens bevatten (die onleesbaar werden gemaakt), maar geen informatie van persoonlijke aard. ‘Informatie van persoonlijke aard’ wordt in het Bestuursdecreet gedefinieerd als: ‘informatie die betrekking heeft op een beoordeling of een waardeoordeel, of die de beschrijving van een gedrag bevat van een bij name genoemd of een gemakkelijk identificeerbare natuurlijke persoon’. Van een dergelijke beoordeling of waardeoordeel, of beschrijving van een gedrag, is in de genoemde stukken geen sprake. Het collegebesluit verwijst enkel naar het politieverslag ‘waaruit blijkt dat de betrokkene in Borgloon verblijft’. Dit is een loutere vaststelling van feiten die er per definitie moeten zijn voor een ambtshalve inschrijving. In het politieverslag staat dan weer enkel dat ‘na een grondig buurtonderzoek is gebleken dat de betrokkene in Borgloon verblijft’. Ook dit is geen beschrijving van een gedrag of een waardeoordeel/beoordeling. Er worden met andere woorden geen concrete observaties over het komen en gaan van de betrokkene in de aan de beroepsinstantie bezorgde documenten vermeld, wat wél een beschrijving van gedrag en dus informatie van persoonlijke aard zou zijn. Dit sluit echter niet uit dat in andere dossiers een dergelijke beschrijving of beoordeling wél aanwezig kan zijn – zie verder ook de toelichting door de stad. Wanneer het politieverslag informatie zou bevatten met betrekking tot concrete observaties van het komen en gaan van de betrokkene op een bepaald adres, dan is dit wel een beschrijving van een gedrag en dus informatie van persoonlijke aard. De beroepsinstantie volgt verzoeker niet waar deze stelt dat hij persoonlijk en rechtstreeks in zijn rechtssituatie geraakt wordt door dergelijke informatie of de beslissing waaraan deze informatie ten grondslag ligt, i.e. de ambtshalve inschrijving van iemand anders in Borgloon. De beroepsinstantie ziet niet in op welke manier de ambtshalve inschrijving van iemand anders, en de manier waarop deze tot stand is gekomen, verzoeker persoonlijk en rechtstreeks in zijn rechtssituatie zou kunnen raken. De ambtshalve inschrijving van verzoeker, die hij duidelijk betwist, en de gevolgen die deze voor hem met zich meebrengt, worden op geen enkele manier beïnvloed door de ambtshalve inschrijving van iemand anders, of door de informatie die aan die andere ambtshalve inschrijvingen ten gronde ligt. Concluderend is de beroepsinstantie dan ook van oordeel dat, voor wat betreft de gevraagde documenten van andere ambtshalve inschrijvingen die geen informatie van persoonlijke aard bevatten (maar wél persoonsgegevens – deze informatie wordt bij het gegrondheidsonderzoek besproken), verzoeker geen rechtstreeks en persoonlijk belang hoeft aan te tonen en zijn beroepschrift ontvankelijk is. Wanneer in bepaalde gevraagde documenten (die de beroepsinstantie echter niet heeft kunnen beoordelen) wél informatie van persoonlijke aard (beschrijving van een gedrag van de betrokkene) staat, is het beroepschrift voor deze documenten echter onontvankelijk.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/006

pagina 2 van 9


Het oorspronkelijk verzoek dateert van 10 december 2021. De weigeringsbeslissing van de stad Borgloon van 20 december 2021 en maakte geen melding van de beroepsmogelijkheden en -modaliteiten. Conform artikel II.48 Bestuursdecreet start de termijn om een beroep in te dienen bijgevolg pas vier maanden na de kennisgeving. Het beroepschrift is bijgevolg tijdig ingediend. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

Bestreden beslissing

In haar bestreden beslissing van 20 december 2021 stelde de stad dat het verzoek kennelijk onredelijk was, de werking van de diensten ondermijnt. Verder stelde de stad geen privacygevoelige gegevens van derden aan verzoeker te kunnen bezorgen.

2. Inhoud van het beroepschrift In zijn verzoekschrift stelt verzoeker dat hij rechtstreeks en persoonlijk in zijn rechtssituatie werd geraakt door een ambtshalve inschrijving dd. 22.08.17 door de stad Borgloon. Verzoeker wil zijn ambtshalve inschrijving toetsen aan andere dossiers van ambtshalve in- en uitschrijvingen, bijvoorbeeld door het vergelijken van de toepassing van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (bijv. in de besluitvorming - de beginselen van rechtszekerheid, het gelijkheids- en- zorgvuldigheidsbeginsel). Verzoeker stelt dat een ongelijke behandeling ten opzichte van andere ambtshalve inschrijvingen aangetoond en/of ernstig vermoed wordt, op basis van het volgende: -

een objectieve bron zou spontaan onthuld hebben dat verzoekers ambtshalve inschrijving een (politieke) afrekening betrof;

-

het feit dat de juridische motivering van zijn ambtshalve inschrijving de ‘uitschrijving’ betrof (zie de beslissing dd. 22.08.17);

-

het feit dat een ambt een spontane biecht hield t.o.v. de beroepsinstantie, over een onwettige aangematigde bevoegdheid nl. administratieve handhaving toepassen in een aangelegenheid van verzoekers verbetering van zijn inschrijving in het bevolkingsregister (zie: OVB/2019/238 p.7)

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/006

pagina 3 van 9


-

dat een ambt van de stad Borgloon meermaals verklaarde dat verzoekers inschrijving in 2017 geschiedde onder artikel 26 van de wet houdende diverse bepalingen m.b.t. het Rijksregister en de bevolkingsregisters van 25 november 2018 en dat diens rechten zich daarin bevonden (zie: OVB/2019/266 p4);

-

dat een ambt bij een oneigenlijke uitvoering van een akte lijkt misbruik te maken door een onderschoven stuk, dat lijkt een leemte in te vullen, wetende dat het niet de waarheid was;

-

het feit dat tot op heden geen concreet bewijs bestaat over een feitelijk woonstonderzoek ter plaatse en/of ontmoeting met betrokkenen en de stad ook geen bewijs ervan aanlevert;

-

dat de bij wet en KB en onderrichtingen en omzendbrieven aangeduide bestuursdocumenten die de overheid moet opstellen, zoals bijv. een bewijs van uitnodigen om normaal in te schrijven, een verslag van het ambt van burgerlijke stand, geheel niet bestaan in het persoonlijke dossier van verzoeker;

-

dat voormelde beknopt gehouden elementen niet louter hypotheses van verzoeker zijn, gezien de manifest concrete vindbare elementen, die niet uit de lucht gegrepen zijn.

Verzoeker stelt ten slotte dat er geen reden is om zijn verzoek niet in te willigen aangezien de informatie die de beschrijving van een gedrag bevat van een bij name genoemd of een gemakkelijk identificeerbare natuurlijke persoon conform artikel II.45 §2 Bestuursdecreet kan afgeschermd worden. 3. Toelichting door de stad Borgloon De beroepsinstantie nam op 4 januari 2022 contact op met de stad Borgloon om de gevraagde documenten en nadere toelichting te verkrijgen. Op 13 januari 2022 bezorgde de stad Borgloon het dossier ‘ambtshalve inschrijving’ van verzoeker aan de beroepsinstantie en de volgende toelichting: De vorm dewelke in het dossier van xxx is gebruikt is steeds dezelfde, al kan afhankelijk van de bevindingen van de betrokken wijkinspecteur de inhoud van elk dossier zich vertalen in een ander politieverslag en in een andere argumentatie op het CBS. Doch het besluit van het CBS en de vertaling in de uitnodigingsbrief wat betreft ambtshalve inschrijving is steeds dezelfde. De stad stelt dat ze aan de beroepsinstantie van elke ambtshalve inschrijving een voorbeeld kunnen bezorgen, maar zich beroept op de absolute uitzonderingsgrond met name dat de openbaarmaking afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijk levenssfeer, tenzij de betrokken persoon/personen met de openbaarmaking instemt. Enerzijds beroept de stad zich hierop aangezien ze dan de adressen van betrokken burgers moet kenbaar maken, en anderzijds omdat het niet haalbaar lijkt betrokken burgers te moeten aanschrijven om hiermee in te stemmen. Wat betreft het verslag van de ambt van de burgerlijke stand verwijst de stad naar een uittreksel uit de Algemene Onderrichtingen (pt.92 op p. 119): “a) De inschrijving van ambtswege: 92. In het geval bedoeld in punt 86, derde lid, als deze personen nooit ingeschreven waren in een gemeente van het Rijk, gelast het college van burgemeester en schepenen of het gemeentecollege hun

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/006

pagina 4 van 9


inschrijving van ambtswege op de datum waarop hun aanwezigheid in de gemeente vastgesteld werd op basis van een verslag van de ambtenaar van de burgerlijke stand. Als deze personen al ingeschreven zijn in België en verzuimd hebben de aangifte bepaald in punt 80 te doen, worden ze bij het gemeentebestuur ontboden om deze aangifte te doen (dit kan zowel gebeuren naar aanleiding van het onderzoek door de wijkagent, als bij een gewone of aangetekende brief waarbij betrokkenen worden opgeroepen.” Dit bedoelt dat een verslag van de ambt van burgerlijke stand niet absoluut vereist is, maar dat de ambtshalve inschrijving ook kan naar aanleiding van het onderzoek door de wijkagent. Ivm de uitnodigingsbrief om normaal in te schrijven in het register, benadrukt de stad dat het de plicht is van elke burger zijn adres spontaan kenbaar te maken. Een ambtshalve inschrijving is echter een uitzondering, niet de regel. De stad verwijst naar de onderstaande link voor de werkwijze van een ambtshalve inschrijving: https://www.ibz.rrn.fgov.be/fileadmin/user_upload/nl/bev/onderrichtingen/onderrichtingen-bevolking31032019.pdf De stad roept bij toepassing van artikel II. 33 van het Bestuursdecreet de kennelijke onredelijkheid in, en dit omwille van het feit dat xxx herhaaldelijk telkens dezelfde documenten opvraagt, en hem deze meermaals werden bezorgd zowel per post als digitaal. Er zijn, zoals aan hem, als aan de beroepsinstantie reeds eerder gemeld, geen andere documenten m.b.t. zijn ambtshalve inschrijving. De stad stelt dat het inderdaad het goed recht is van xxx om inzage te hebben in zijn bestuursdocumenten, doch dat het telkens herhaaldelijk opvragen van dezelfde documenten weinig extra bijbrengt en tot het logische gevolg van een onnodige personeelsbelasting leidt. Op 13 januari 2022 deelde de beroepsinstantie aan de stad mee dat hetgeen haar werd bezorgd, niet het voorwerp van het beroepschrift was. Verzoeker vroeg immers niet naar zijn eigen dossier, maar wel naar de andere ambtshalve in- en uitschrijvingen in 2017 en 2018. De beroepsinstantie vroeg tevens aan de stad om haar een voorbeeld te bezorgen van een ambtshalve inschrijving van iemand anders, om het ingeroepen argument m.b.t. de privacy te kunnen beoordelen. De beroepsinstantie herhaalde ook haar vragen aan de stad wat de ingeschatte tijds- en personeelsinzet is om de gevraagde documenten (dus de ambtshalve inschrijvingen uit 2017 en 2018 van andere personen) te verzamelen en te screenen op uitzonderingsgronden, om hoeveel documenten het hierbij gaat, en hoe de ingeschatte tijdsinzet zich verhoudt tot het personeelsbestand van de stad en tegenover het aantal medewerkers dat hiervoor ingezet kan worden. Op 18 januari 2022 bezorgde de stad aan de beroepsinstantie één geanonimiseerd collegebesluit m.b.t. de ambtshalve inschrijving van iemand anders, zonder onderliggende documenten. De stad stelt dat het document als zodanig steeds hetzelfde is maar dat het verslag verschilt. De stad stelt dat er na het wissen van de persoonsgegevens niet veel meer overschiet op de documenten, en dat betrokkene geen voldoende belang heeft om deze verslagen in te zien; Er zal daar immers een beschrijving in voorkomen van een gedrag van een natuurlijk persoon. Buiten de standaardgegevens in elk van de documenten komen uiteraard vrijwel uitsluitend privacygegevens voor, precies omdat de documenten gepersonaliseerd en gemotiveerd moeten zijn. Op 20 januari 2022 heeft de beroepsinstantie aan de stad Borgloon gevraagd om haar ook alle documenten horende bij de haar bezorgde (geanonimiseerde) ambtshalve inschrijving te bezorgen, aangezien dit het voorwerp was van het openbaarheidsverzoek. In het collegebesluit werd bijvoorbeeld verwezen naar een politieverslag, dat echter niet bijgevoegd was. De beroepsinstantie herhaalde nogmaals haar vraag om haar

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/006

pagina 5 van 9


de nodige informatie te geven om de kennelijke onredelijkheid van het openbaarheidsverzoek te kunnen beoordelen: a. Het aantal ambtshalve inschrijvingen in de jaren 2017 en 2018, b. ingeschatte tijdsinzet om deze te onderzoeken, ten opzichte van het aantal medewerkers (VTE) waarover de stad beschikt. Op 24 januari 2022 bezorgde de stad aan de beroepsinstantie het (geanonimiseerde) politieverslag horend bij het eerder bezorgde collegebesluit, en deelde ze haar mee dat er in 2017 vier ambtshalve inschrijvingen waren, en in 2018 vijf. De stad stelde dat de vraag naar de ingeschatte tijdsinzet om dit te onderzoeken, en dit te vergelijken ten opzichte van het aantal VTE waarover de stad beschikt, ongelijksoortige zaken met elkaar vergelijken is. De kennelijk onredelijkheid wordt ingeroepen wegens het herhaaldelijk (24) keer dezelfde informatie opvragen, dewelke hem dan ook 24x is bezorgd, en eraan toegevoegd werd dat alle documenten m.b.t. zijn ambtshalve inschrijving hem zijn bezorgd.

4. Standpunt van de beroepsinstantie De beroepsinstantie stelt vast dat ook dit beroep van verzoeker, net zoals zijn vorige beroepen, kadert in een betwisting over zijn ambtshalve inschrijving in de bevolkingsregisters door de stad Borgloon. In tegenstelling tot wat de stad echter beweert, is het niet zo dat verzoeker hiervoor telkens dezelfde documenten opvraagt. In zijn huidig openbaarheidsverzoek vraagt verzoeker immers duidelijk om de documenten horende bij de ambtshalve in- en uitschrijvingen in 2017 en 2018 van andere personen, daar waar hij bij voorgaande openbaarheidsverzoeken en -beroepen vroeg om afschriften van documenten die betrekking hebben op zijn eigen ambtshalve inschrijving – en daarbij overigens ook niet altijd dezelfde documenten opvroeg. Het argument van de stad dat verzoeker al 24 keer dezelfde informatie heeft opgevraagd om de kennelijke onredelijkheid van zijn huidig verzoek te motiveren, klopt dus geenszins. Voor zover de beroepsinstantie weet, is het de eerste keer dat verzoeker afschrift vraagt van documenten van andere ambtshalve in- en uitschrijvingen. Het gaat dus niet om documenten die hij al talloze keren zou gekregen hebben. Dit neemt niet weg dat dit verzoek op zich als kennelijk onredelijk zou kunnen worden beschouwd, indien het dermate omvangrijk en/of complex is dat het de normale werking van de stadsdiensten zou ondermijnen. Volgens de informatie die door de stad aan de beroepsinstantie werd bezorgd, waren er in 2017 en 2018 samen slechts negen ambtshalve inschrijvingen. Aan de hand van het haar bezorgde voorbeeld, neemt de beroepsinstantie kennis van het feit dat een dossier ‘ambtshalve inschrijving’ bestaat uit een collegebesluit en een politieverslag, twee documenten dus, die niet omvangrijk zijn. De stad heeft de beroepsinstantie geen informatie gegeven wat betreft het aantal ambtshalve uitschrijvingen (afvoeringen), en de samenstelling van een dossier ‘ambtshalve uitschrijving’. De beroepsinstantie heeft bij wijze van steekproef de raadpleegomgeving van het college van burgemeester en schepenen van de stad Borgloon geconsulteerd, en vastgesteld dat er in 2021 twaalf ambtshalve inschrijvingen, en 24 ambtshalve uitschrijvingen waren. Er waren in 2021 dus veel meer ambtshalve inschrijvingen dan in 2017 of 2018. Zelfs indien het aantal uitschrijvingen in 2017 en 2018 verhoudingsgewijs

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/006

pagina 6 van 9


veel hoger zou liggen dan het aantal inschrijvingen, acht de beroepsinstantie het toch onwaarschijnlijk dat deze voor 2017 en 2018 substantieel hoger zouden liggen dan in 2021. Zelfs zeer ruim ingeschat, acht de beroepsinstantie het onwaarschijnlijk dat het aantal dossiers hier meer dan 50 ambtshalve uitschrijvingen zou bedragen. Hoewel de stad stelt dat dit verzoek kennelijk onredelijk is, heeft zij niet aan verzoeker gevraagd om zijn verzoek te specificeren, zoals artikel II. 42 Bestuursdecreet voorschrijft, maar heeft zij dit verzoek direct afgewezen. Verzoeker heeft dus niet de kans gekregen om zijn verzoek te herformuleren of wat beknopter te maken. In zijn beroepschrift verklaart verzoeker dat indien de aantallen, tegen alle verwachtingen in, daadwerkelijk bewezen groot zijn, dan ca. vier in- en vier uitschrijvingen volstaan, in de nabijheid van de maand augustus 2017 uitgevoerd. De beroepsinstantie is van oordeel dat het voor de stad Borgloon momenteel inderdaad een te zware belasting zou zijn om alle dossiers ambtshalve in- en uitschrijving van 2017 en 2018 te moeten verzamelen, screenen op uitzonderingsgronden en de informatie die valt onder een uitzonderingsgrond, onleesbaar te maken. Er is slechts één medewerker en één diensthoofd die voor openbaarheidsverzoeken kan worden ingezet. De andere personeelsleden van de stad zijn momenteel ook al overbelast. Door de coronapandemie wordt de werking van de stad, die ook kampt met personeelstekorten, sowieso ook al extra zwaar belast. Gelet op deze context, is de beroepsinstantie bijgevolg van oordeel dat het initieel verzoek om alle dossiers van 2017 en 2018 te bezorgen, kennelijk onredelijk is omdat het een onredelijke en disproportionele belasting zou betekenen voor de dagelijkse werking van het stadsbestuur. Verzoeker toont bovendien niet aan dat het belang van de openbaarheid in casu zou primeren. Daarentegen is de beroepsinstantie van oordeel dat de bijgestuurde vraag van verzoeker, die hij voor het eerst ten aanzien van de beroepsinstantie formuleerde omdat de stad hem daartoe nooit de kans heeft gegeven, niet kennelijk onredelijk is. Het komt de beroepsinstantie niet onoverkomelijk voor dat de stad vier dossiers ambtshalve inschrijving en vier dossiers ambtshalve uitschrijving uit 2017 selecteert, de af te schermen informatie onleesbaar maakt, en er een afschrift van bezorgt aan verzoeker. De ambtshalve inschrijvingen bestaan slechts uit twee documenten, de beroepsinstantie heeft geen aanwijzingen (en dit wordt ook niet door de stad als argument aangehaald) dat de ambtshalve uitschrijvingen (afvoeringen) substantieel omvangrijker zouden zijn. Aangezien deze documenten gaan over de officiële woonplaats van natuurlijke personen, bevatten deze ontegensprekelijk persoonsgegevens (namen, geboortedatum en -plaats, adressen,…) waarvan de openbaarmaking de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen zou schenden. Ook wordt de naam van een politie-inspecteur vermeld. Artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bevat de verplichting om, behoudens toestemming van de betrokkenen, een aanvraag af te wijzen als de openbaarmaking afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Deze bepaling laat niet toe dat gegevens worden verstrekt die de identificatie van derden mogelijk maken, in de mate dat daarmee afbreuk zou worden gedaan aan de bescherming van hun persoonlijke levenssfeer. Hoewel het hier om een absolute uitzonderingsgrond gaat waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, vertoont de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet voorziene uitzonderingsgrond niettemin een relatief aspect. De decreetgever was weliswaar van oordeel dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend, maar wijst er desondanks op dat telkens en in concreto geoordeeld moet worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/006

pagina 7 van 9


persoonlijke levenssfeer (Vlaams Parlement, Parl. St. 2017-2018, nr. 1656/1, blz. 58). Artikel 22 van de Grondwet waarborgt uitdrukkelijk het recht op eerbiediging van het privéleven, net zoals artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dit doet. De bedoeling en het fundamentele uitgangspunt van de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond bestaat er precies in om het aan iedereen toegekende grondwettelijke recht op de eerbiediging van zijn privéleven te beschermen. De beroepsinstantie merkt op dat bij het onderzoek naar de uitzonderingsgrond met betrekking tot de persoonlijke levenssfeer moet worden nagegaan of er al dan niet sprake is van informatie in een bestuursdocument die op de persoonlijke levenssfeer betrekking heeft. In casu stelt de beroepsinstantie vast dat het gaat om de naam, voornaam, geboortedatum en -plaats, en adres van natuurlijke personen. Dergelijke gegevens behoren ontegensprekelijk tot de persoonlijke levenssfeer en het privéleven van de betrokkene. Het vrijgeven van al deze gegevens zou wel degelijk een inbreuk uitmaken op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van die personen. Het privéleven vormt de kern van de persoonlijke levenssfeer (F. SCHRAM, Het decreet openbaarheid van bestuur. Een juridische analyse in historisch perspectief, Brugge, Vanden Broele, 247; Concl. Adv.Gen. bij HvJ 8 april 2014, nr. C-293/12, Digital Rights Ireland Ltd, nr. 61). Het openbaar maken van deze gegevens heeft aldus betrekking op de kern van een belang – het door artikel 22 van de Grondwet en het door artikel 8 EVRM aan eenieder toegekende recht op eerbiediging van zijn privéleven – dat de uitzonderingsgrond uit artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet wenst te beschermen tegen de openbaarheid van bestuur (RvS, nr. 234.609 dd. 2 mei 2016). De beroepsinstantie is bijgevolg van oordeel dat de openbaarmaking van voormelde gegevens afbreuk doet aan het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen en dat deze gegevens dan ook moeten worden afgeschermd in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet laat echter wel de mogelijkheid dat dergelijke gegevens toch openbaar worden gemaakt, mits toestemming van de betrokken persoon. Gelet op het gebrek aan contactgegevens, heeft de beroepsinstantie hiervan afgezien. Artikel II.45 §2 Bestuursdecreet bepaalt dat bestuursdocumenten gedeeltelijk openbaar worden gemaakt als informatie waarop een uitzondering van toepassing is, samen met andere informatie in een bestuursdocument opgenomen is, en het mogelijk is om de informatie die niet openbaar kan gemaakt worden, te scheiden van de andere informatie. Dit is in casu het geval, het is perfect mogelijk om de genoemde persoonsgegevens in de documenten onleesbaar te maken. Concluderend is de beroepsinstantie is van oordeel dat het beroep deels gegrond, deels ongegrond is. Na beraadslaging,

BESLUIT: Het beroepschrift van xxx, d.d. 1 januari 2022 tegen de weigeringsbeslissing van de stad Borgloon op zijn openbaarheidsverzoeken d.d. 10 december 2021 is deels onontvankelijk, deels ontvankelijk en deels gegrond, deels ongegrond.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/006

pagina 8 van 9


Bijgevolg dient de stad Borgloon de volgende documenten openbaar te maken door er een afschrift van te verstrekken: De documenten die het integrale dossier vormen van vier ambtshalve inschrijvingen en vier ambtshalve uitschrijvingen (afvoeringen) in 2017, en waarin geen persoonsgebonden informatie (beoordeling of beschrijving van het gedrag van de betrokkene) staat, met weglating van de volgende persoonsgegevens van de betrokkenen: de naam en voorn(a)am(en), de geboortedatum en -plaats, de vermelde adressen, de naam van de betrokken ambtenaren of politiemensen.

Geen toestemming tot hergebruik van bestuursdocumenten In zoverre dit beroep geheel of gedeeltelijk gegrond werd verklaard, geldt dat deze inwilliging van de aanvraag tot openbaarmaking GEEN toestemming inhoudt om het/de gevraagde bestuursdocument(en) te hergebruiken, als vermeld in titel II, hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. Brussel, 26 januari 2022 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/006

pagina 9 van 9


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
dossier 2022-006.pdf by Vlaanderen-be - Issuu