Skip to main content

dossier 2021-191.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/191

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2021/191

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 16 april 2021 diende xxx (hierna vermeld als: verzoeker), een verzoek in bij de stad Antwerpen, waarbij werd verzocht om een afschrift te verlenen van het auditrapport dat werd opgesteld door de stedelijke Inspectie van Financiën over de besteding van subsidies aan Let’s Go Urban, de dansschool van Vlaams Parlementslid Sihame El Kaouakibi. Op 4 mei 2021 werd het openbaarheidsverzoek afgewezen door de stad Antwerpen. Op 4 mei 2021 diende verzoeker een beroep in bij de beroepsinstantie openbaarheid van bestuur tegen de voormelde weigeringsbeslissing van de stad Antwerpen. Het beroep werd door de beroepsinstantie openbaarheid van bestuur geregistreerd op 5 mei 2021. Op 4 juni 2021 werd de beslissingstermijn van de beroepsinstantie, in toepassing van artikel II.50, §1, tweede lid van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, verlengd van dertig kalenderdagen naar vijfenveertig kalenderdagen. Ontvankelijkheid van het beroep Het aanvankelijk verzoek van verzoeker dateert van 16 april 2021.

www.vlaanderen.be


De in beroep aangevochten beslissing van de stad Antwerpen dateert van 4 mei 2021 en deze beslissing bevat de beroepsmogelijkheid en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (verder ‘Bestuursdecreet’). Het beroepschrift draagt de datum van 4 mei 2021. Hieruit volgt dat het beroep binnen de decretaal voorgeschreven termijn van 30 dagen en bijgevolg tijdig is ingediend. Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. Er kan geen twijfel over bestaan dat het in casu opgevraagde document moet worden beschouwd als een bestuursdocument in de zin van voormeld Bestuursdecreet. De beroepsinstantie kan uit de door de stad Antwerpen verstrekte informatie afleiden dat het in casu gaat om een forensisch auditrapport dat werd opgesteld door de stedelijke Inspectie van Financiën over de besteding van subsidies aan de vzw Let ’s Go Urban. Deze forensische audit werd intussen ook ambtshalve opgevraagd door het parket en maakt het voorwerp uit van een gerechtelijk onderzoek. De beroepsinstantie is van oordeel dat meer in het algemeen het doel van een forensisch auditrapport gericht is op het weergeven op een objectieve wijze van door de auditorganisatie vastgestelde feiten en eventueel gepleegde inbreuken, met het oog op waarheidsvinding in de geauditeerde forensische (meestal fraudegerelateerde) materie. Een forensisch auditrapport bevat bijgevolg onvermijdelijk (over het hele rapport gespreid) tal van beschrijvingen van gedragingen of handelingen van bij naam genoemde of gemakkelijk identificeerbare natuurlijke personen. Ook deze forensische audit bevat in casu, zo blijkt uit de ingewonnen informatie bij de betrokken instantie, heel wat beschrijvingen van gedragingen van gemakkelijk te identificeren privépersonen en van het functioneren van medewerkers van de stad Antwerpen in dit dossier en in hun relatie met de vzw Let ’s Go Urban en bevat bijgevolg onvermijdelijk een beschrijving van gedragingen of handelingen van bij naam genoemde of gemakkelijk identificeerbare natuurlijke personen. De beroepsinstantie kan bijgevolg redelijkerwijs dan ook enkel maar concluderen dat het opgevraagde forensisch auditrapport bij de stad Antwerpen heel wat informatie van persoonlijke aard bevat, zoals bepaald in artikel II.40, §3, 3de lid Bestuursdecreet, zijnde informatie die betrekking heeft op een beoordeling of een waardeoordeel, of die de beschrijving van een gedrag bevat van meerdere bij naam genoemde of gemakkelijk identificeerbare natuurlijke personen. Krachtens artikel II.40, §3, 2de lid van het Bestuursdecreet moet de aanvrager voor de openbaarmaking van informatie van persoonlijke aard kunnen aantonen dat hij rechtstreeks en persoonlijk in zijn rechtssituatie kan worden geraakt door ofwel de informatie, ofwel de beslissing waarop de informatie betrekking heeft ofwel de beslissing ter voorbereiding waarvan het document dat de informatie bevat, werd opgesteld. De beroepsinstantie moet vaststellen dat de aanvrager niet aantoont, noch in zijn oorspronkelijk openbaarheidsverzoek, noch in zijn beroepschrift, hoe hij persoonlijk en rechtstreeks in zijn rechtssituatie wordt geraakt door de informatie van persoonlijke aard die voorkomt in het opgevraagde auditrapport bij de stad Antwerpen. Terwijl dit nochtans uitdrukkelijk is voorzien in artikel II.40, §3, 2de lid van het Bestuursdecreet. Verzoeker mist derhalve het vereiste belang in concreto om het voornoemde forensisch auditrapport op te vragen.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/191

pagina 2 van 3


Daarom concludeert de beroepsinstantie dan ook dat het opgevraagde auditrapport niet openbaar kan worden gemaakt, bij gebrek aan het decretaal voorgeschreven belang in hoofde van verzoeker. Omwille van het feit dat een dergelijk forensisch auditrapport doorweven is van informatie van persoonlijke aard, is het praktisch onmogelijk om het auditrapport eventueel gedeeltelijk openbaar te maken, daar als het ware zin per zin in het rapport zou moeten worden afgewogen of er iets zou kunnen worden vrijgegeven of niet. Artikel II.45, §2 van het Bestuursdecreet voorziet in een gedeeltelijke openbaarmaking, als het praktisch mogelijk is om informatie die niet openbaar kan worden gemaakt te scheiden van andere informatie, wat in casu niet het geval is. Het ingestelde beroep wordt dan ook als onontvankelijk beschouwd. Na beraadslaging,

BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 4 mei 2021 tegen de weigeringsbeslissing van de stad Antwerpen wordt als onontvankelijk beschouwd. Brussel, 7 juni 2021 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur Bruno Asscherickx, Voorzitter

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/191

pagina 3 van 3


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
dossier 2021-191.pdf by Vlaanderen-be - Issuu