L E F A T S D U O H N I
13. Hogere planten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 87 WOUTER VAN LANDUYT, OLIVIER HEYLEN, LEO VANHECKE, HANS BAETE & PAUL VAN DEN BREMT - Soortenaantal en veranderingen in status – Vlaanderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 87 - Soortenaantal en veranderingen in status – Ecoregio’s . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 87 - Biodiversiteits- en Rode-Lijstsoorten hot spots Vlaanderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 89 - Biodiversiteits- en Rode-Lijstsoorten hot spots Ecoregio’s . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 89 - Verdeling Rode Lijst per biotoop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 90
13. Hogere planten
Soortenaantal en veranderingen in status Vlaanderen
13. Hogere planten WOUTER VAN LANDUYT, OLIVIER HEYLEN, LEO VANHECKE, HANS BAETÉ, & PAUL VAN DEN BREMT De basisgegevens over de verspreiding van hogere planten in Vlaanderen zijn opgenomen in "Florabank". Dit is een databestand waaraan wordt meegewerkt door Flo.Wer (Floristische Werkgroepen vzw.), het Instituut voor Natuurbehoud, de Nationale Plantentuin van België en de Universiteit Gent (laboratorium Plantkunde). Momenteel zijn er ca. 440.000 verspreidingsgegevens op kilometerhokschaal voor de periode 1972-1998 beschikbaar. Ondanks het feit dat het invoeren van gegevens van inventarisaties verricht tijdens deze periode nog volop aan de gang is, heeft men toch al over een vrij volledig overzicht van een selectie van 1.000, voornamelijk zeldzame en bedreigde, soorten op uurhokschaal voor dezelfde periode. Dit bestand, aangevuld met de recente gegevens, van ca. 120.000 verspreidingsgegevens, werd als basis gebruikt voor dit natuurrapport. Voor de periode 1930-72 bestaat een bestand op basis de 'Atlas van de Belgische en Luxemburgse Flora' (VAN ROMPAEY & DELVOSALLE 1972) met ca. 220.000 verspreidingsgegevens van alle soorten op uurhokschaal. Dit bestand wordt voort als referentiebeeld gebruikt en vergeleken met de gegevens na 1972. Voorgaande bestanden bestaan in hoofdzaak uit veldinventarisaties. Daarnaast komen in Florabank ook de gegevens uit de herbaria van de Nationale Plantentuin van België, de Universiteit Gent en de Universiteit van Luik. Voor Vlaanderen gaat het ook om meer dan 20.000 herbariumexemplaren.
In Vlaanderen werden ooit 1.279 soorten hogere planten waargenomen die behoren tot de wilde flora (COSYNS et al. 1994a). Hiervan behoren er 1.011 tot de oorspronkelijke inheemse flora en zijn er 175 door de mens aangevoerd en ondertussen ingeburgerd. Van de door de mens aangevoerde soorten zijn er 115 waarbij dit pas na de periode van de grote ontdekkingsreizen is gebeurd. De verdeling van de soorten over de verschillende Rode-Lijstcategorieën in Vlaanderen is terug te vinden in Tabel 13.1 en Figuur 13.1 (naar COSYNS et al. 1994b, aangepast door LETEN (persoonlijke mededeling)). In Vlaanderen is ongeveer 6% van de hogere planten uitgestorven, een kwart van de soorten is in mindere of meerdere mate bedreigd, 15% is zeldzaam en iets meer dan de helft van de soor ten is "Momenteel niet bedreigd" (Figuur 13.1).
Soortenaantal en veranderingen in status - Ecoregio's Tabel 13.1 geeft een overzicht van de aanwezigheid van Rode-Lijstsoorten in elke regio zowel in de periode 1930-72 (VAN ROMPAEY & DELVOSALLE 1972) als in de periode na 1972. Het geeft echter geen zicht op het belang van elke regio voor het behoud van deze RodeLijstsoorten. Een soort die in een ecoregio nog geregeld voorkomt, wordt immers gelijkgesteld aan een soort die nog één populatie heeft in een andere ecoregio. Het belang van de ecoregio's voor het behoud van bepaalde soortengroepen werd al uitgewerkt bij de bespreking van de biotopen.
Tabel 13.1: Aantal soorten hogere planten per Rode-Lijstcategorie in Vlaanderen en in de vijf ecoregio's. De getallen tussen haakjes verwijzen naar het aantal Rode-Lijstsoorten in de periode 1930-1972 (VAN ROMPAEY & DELVOSALLE 1972). Rode-Lijstcategorie
Vlaanderen
Duinen
Polders
Zandleem
Leem
Kempen
Uitgestorven Met uitsterven bedreigd Bedreigd Kwetsbaar Zeldzaam Momenteel niet bedreigd
81 105 161 59 191 682
14 20 (45) 62 (69) 18 (25) 83 (76) -
10 12 (34) 64 (68) 26 (29) 64 (60) -
21 29 (56) 111 (105) 48 (55) 85 (58) -
37 41 (96) 121 (124) 45 (54) 82 (77) -
32 51 (89) 124 (129) 53 (58) 95 (87) -
Aantal Rode-Lijstsoorten Aantal Zeldzame soorten Totaal aantal soorten
406 191 1.279
114 83 -
112 64 -
209 85 -
244 82 -
260 95 -
Instituut voor Natuurbehoud Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid
87
13. Hogere planten
6%
8% 13%
Uitgestorven 5%
Met uitsterven bedreigd Bedreigd Kwetsbaar
53%
15%
Zeldzaam Momenteel niet bedreigd
Figuur 13.1: Procentuele verdeling van het aantal soorten hogere planten over de verschillende Rode-LijstcategorieĂŤn in Vlaanderen.
Figuur 13.2: Biodiversiteits hot spots van hogere planten in Vlaanderen.
Instituut voor Natuurbehoud 88
Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid
13. Hogere planten
Biodiversiteits- en Rode-Lijstsoorten hot spots Vlaanderen Aangezien recente verspreidingsgegevens (periode 1972-1998) voor een selectie van 1.000 zeldzame en bedreigde hogere planten beschikbaar zijn, kan men de kaart met de biodiversiteits hot spots (Figuur 13.2) niet volledig los zien van de kaart van de Rode-Lijstsoorten hot spots (Figuur 13.3). De soortenrijkdom in een uurhok wordt bovendien beïnvloed door tal van factoren die niet noodzakelijk verband houden met grote natuurwaarden. Zo speelt de intensiteit van de inventarisatie een belangrijke rol. Sommige uurhokken werden slechts éénmalig bezocht, andere tientallen keren. Bovendien hebben uurhokken met vele (vaak kleine versnipperde) verschillende milieu's relatief meer soorten dan uurhokken waarin slechts één biotooptype voorkomt, ook al is dit een groot aaneengesloten natuurlijk biotoop. Enkele stedelijke milieus komen dan ook sterk naar voren in de kaart (o.a. Gent, Antwerpen, Aalst, Leuven). Andere soortenrijke uurhokken zijn gelegen aan de Westkust, in MiddenLimburg, in de Maas- en de Dijlevallei, in de Voerstreek en voorts liggen er nog soortenrijke uurhokken verspreid over de Kempen. Plaatsen waar na 1972 nog grote aantallen RodeLijstsoorten werden gevonden zijn de duinen (vnl. de Westkust en in mindere mate ook de Oostkust), het Turnhouts vennengebied, de omgeving van Mol-Postel, de regio ten noorden van Neerpelt, de omgeving van Herselt, de vallei van de Zwarte beek, het vijvergebied van MiddenLimburg, het Torfbroek te Berg, de omgeving van de Kanne en de St-Pietersberg (vele belangrijke locaties liggen hier binnen het Waalse Gewest) en de Voerstreek. Ook de verstedelijkte gebieden van Antwerpen en Gent herbergen een groot aantal Rode-Lijstsoorten.
Biodiversiteits- en Rode-Lijstsoorten hot spots Ecoregio's Figuur 13.4 geeft de Rode-Lijstsoorten hot spots in de verschillende ecoregio's weer. Duinen De Rode-Lijstsoorten hot spots in de Duinen werden op Vlaams niveau al aangehaald. Op het kaartbeeld komt wel duidelijk naar voor dat het zwaartepunt van de hot spots gelegen is aan de Westkust. Zeer belangrijk is het duinencomplex Ter Yde - Groenendijk (Oostduinkerke) en de Westhoek (De Panne). Voor de flora belangrijke biotopen zijn de vochtige duinvalleien, (matig) droge duingraslanden, zomen en struwelen op kalkrijke bodem, de zeereep en enkele schorrengebieden (Zwin en IJzermonding).
Polders De Polders behoren tot de floristisch slechtst geïnventariseerde streken in Vlaanderen. Het kaartje van de Rode-Lijstsoorten hot spots geeft dan ook slechts een oppervlakkige indicatie van de floristisch belangrijke gebieden in de polders. De belangrijkste hot spots liggen in de zilte graslanden (o.a. Lissewege), kreken (kreken van Assenede, Sint-Laureins), schorren langsheen de Beneden-Zeeschelde en in wegbermen (o.a. op kalkrijke dijkjes). In het Antwerpse havengebied liggen enkele met kalkrijk zand opgespoten gebieden die een hoog aantal Rode-Lijstsoorten herbergen (o.a. soorten van kalkmoerassen). Hoewel deze biotopen meestal geen permanent karakter hebben, kunnen ze tijdelijk toch een rol spelen als refugium van waaruit nieuwe terreinen kunnen worden gekoloniseerd. Bovendien werden toch al enkele van deze terreinen ook als natuurreservaat erkend (vb. Hobokense Polder). Vlaamse zand- en zandleemstreek De Vlaamse zand- en zandleemstreek vormen een regio waarin de inventarisatiegraad bijzonder heterogeen is. Bepaalde delen werden zeer goed geïnventariseerd (bv. de omgeving van Gent en het gebied tussen Schelde en Leie), terwijl andere gebieden nauwelijks werden geïnventariseerd (bv. de omgeving van Roeselare). Gebieden waarin een groot aantal Rode-Lijstsoorten werden gevonden zijn het Vloetemveld, de Gulke putten (Wingene), de Moervaar tvallei, de Damvallei (Destelbergen, Laarne). Ook enkele verstedelijkte gebieden herbergen een groot aantal soorten uit de Rode Lijst (Gent, Antwerpen-Linkeroever). Belangrijke flora-elementen zijn te vinden in voedselarme natte pionierssituaties, natte heiden en heischrale graslanden (Vloetemveld, Gulke putten) en in natte relatief voedselrijke graslanden en voedselrijke moerassen (Moervaar tvallei en Scheldevallei). Leemstreek Het kaartbeeld van de Rode-Lijstsoorten hot spots op regioniveau is vergelijkbaar met dat op het niveau Vlaanderen. De belangrijkste Rode-Lijstsoorten hot spots liggen in de Voerstreek, Kanne en omgeving, Berg, het zuiden van de Dijlevallei en het Zoniënwoud. Voorts zijn er nog belangrijke gebieden op de overgang van de Kempen naar de Leemstreek, in de Vlaamse Ardennen, het Hallerbos, de Kanaalberm te Moen, Neigembos. Enkele zeer intensief onderzochte hokken in verstedelijkte gebieden hebben ook een groot aantal Rode-Lijstsoorten (Leuven, Aalst). Een groot aandeel van de waarnemingen van RodeLijstsoorten behoren tot de ecologische groepen van struwelen en bossen, daarnaast is er ook een belangrijk aandeel van akkersoorten.
Instituut voor Natuurbehoud Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid
89
13. Hogere planten Kempen De Rode-Lijstsoorten hot spots in de Kempen komen overeen met die op Vlaams niveau. De uurhokken met het grootste aantal Rode-Lijstsoorten liggen ten noorden van Ravels, de Zegge bij Geel, de omgeving van het Buitengoor te Mol, Lommel kolonie en het Hageven, de Vallei van de Zwarte Beek te Koersel, de Langendonken en het Goorken nabij Herselt en het vijvergebied van MiddenLimburg. Belangrijke natuurwaarden typisch voor de Kempen zijn o.a. natte heiden en hoogvenen, zure laagvenen, droge heiden en heischrale graslanden.
Verdeling Rode-Lijstsoorten per biotoop Figuur 13.5 geeft een overzicht van de ecologische groepen (STIEPERAERE & FRANSEN 1982) en de mate waarin ze bedreigde soorten bevatten. Gemiddeld bevatten de ecologische groepen 6% uitgestorven soorten en 29% bedreigde soorten. In Figuur 13.5 werden alleen de ecologische groepen opgenomen met een groot percentage bedreigde soorten. Een gelijkaardig overzicht werd ook door VANHECKE (1985) gegeven voor geheel België. Sommige van deze groepen zijn in Vlaanderen altijd zeldzaam geweest omdat ze gebonden zijn aan een milieu dat in Vlaanderen zelden voorkomt (vb. eiken-haagbeukenbos en beukenbos op kalkhoudende bodem, alkalisch laagveen, kalkgraslanden,...), andere waren vroeger veel algemener maar zijn door veranderende milieuomstandigheden sterk achteruitgegaan. Het is vooral voor deze laatste groep dat beschermingsmaatregelen een belangrijk effect kunnen hebben. Ze kunnen potentieel op talrijke plaatsen voorkomen als de oorzaken van de achteruitgang teruggedrongen worden. Deze groepen werden al besproken onder het hoofdstuk biotopen.
Wettelijke bescherming en soorten van internationaal belang Van de in Vlaanderen in het wild voorkomende hogere planten zijn 79 soorten wettelijk beschermd (DE PUE et al. 1997). De wetgeving inzake beschermde planten dateert van 1976. Het Vlaamse gewest nam de toenmalige nationale wetgeving over. De cijfers die hier voort worden gegeven, betreffen alleen soorten die in Vlaanderen voorkomen of er ooit in het wild voorkwamen. Er zijn echter ook soorten wettelijk beschermd die nooit in Vlaanderen voorkwamen. De wetgeving maakt gebruik van drie categorieën. Categorie a bevat 38 soorten. Deze soorten zijn volledig beschermd, behalve in tuinen en parken. Plukken, verplanten, beschadigen, in de handel brengen of vervoeren is verboden (ook in gedroogde toestand). Categorie b bevat 36 soorten. Deze soorten zijn beschermd voor wat de ondergrondse delen betreft tot en met de wortelhals. Uitgraven, verplanten, beschadigen, in de handel brengen van deze delen is verboden (ook in gedroogde toestand). Categorie c bevat vijf soorten. De volledige planten zijn beschermd tegen oogsten, vervoeren of uitvoeren voor commerciële doeleinden (ook in gedroogde toestand). De soorten van Annex I van de Conventie van Bern hebben dezelfde beschermingsmaatregelen als de soorten die in Vlaanderen volledig beschermd zijn (categorie a). Het betreft voor Vlaanderen drie soorten: Kruipend moerasscherm (Apium repens), Groenknolorchis (Liparis loeselli) en Drijvende waterweegbree (Luronium natans). Voor de soorten van Annex II van de Habitatrichtlijn van de Europese Unie moet Vlaanderen gebieden aanduiden en zodanig beschermen dat de aanwezige populaties van deze soorten er zich kunnen in stand houden. Het betreft voor Vlaanderen dezelfde soorten als deze die vermeld staan in Annex I van de Conventie van Bern.
Figuur 13.3: Rode-Lijstsoorten hot spots van hogere planten in Vlaanderen.
Instituut voor Natuurbehoud 90
Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid
13. Hogere planten
Figuur 13.5: Percentage bedreigde soorten (COSYNS et al. 1994B) per socio-ecologische groep (STIEPERAERE & FRANSEN 1982).
Instituut voor Natuurbehoud Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid
91