Skip to main content

SALV_20211029_ADV_CP_NZL_vv_def.pdf

Page 1

Advies Complex Project Noord-Zuidverbinding Limburg: voorontwerp voorkeursbesluit

Brussel, 29 oktober 2021

Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij info@salv.be ⚫ www.salv.be

⚫

Wetstraat 34-36, 1040 Brussel

⚫T

+32 2 209 01 11


Complex Project Noord-Zuidverbinding Limburg: voorontwerp voorkeursbesluit

De Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij adviseert de beleidsmakers, in hoofdzaak de Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement, over landbouw en visserij in de brede zin van het woord. De adviezen, zoals vastgesteld door de belanghebbenden vertegenwoordigd in de adviesraad, passen in een gedragen politieke besluitvorming.

Adviesvraag: Complex Project Noord-Zuidverbinding Limburg: voorontwerp voorkeursbesluit Adviesvrager: De Werkvennootschap, Botanic Tower, Sint-Lazaruslaan 4-10, 1210 Sint-Joost-ten-Node Advies verleend aan: Lydia Peeters – Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken; kopie aan Hilde Crevits – viceminister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale economie en Landbouw; Bart Dochy – voorzitter van de Commissie voor Landbouw, Visserij en Plattelandsbeleid van het Vlaams Parlement; Hilde Moors – gedeputeerde Landbouw en Platteland Provincie Limburg; Patricia De Clercq – secretarisgeneraal van het Departement Landbouw en Visserij; Joris Relaes – administrateur-generaal van het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO); Filip Fontaine - algemeen directeur van het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM). Ontvangst adviesvraag: 8 oktober 2021 Adviestermijn: 30 dagen Decretale opdracht: SALV-decreet van 6 juli 2007, art. 4; Vlaams Decreet Complexe Projecten, art. 11. Goedkeuring raad: 29 oktober 2021 Adviesnummer: 2020-18 Bron cover: De Werkvennootschap (adviesdossier) Dossierhouder: Wouter Vanacker – wvanacker@serv.be Contactpersoon: Koen Carels – kcarels@serv.be

2


Lydia Peeters Vlaams Minister van Mobiliteit en Openbare Werken Graaf de Ferrarisgebouw Koning Albert II laan 20 B-1000 BRUSSEL

contactpersoon Koen Carels kcarels@serv.be

ons kenmerk 20201218_BR_BRADV_CP_NZL_tn_lp

Brussel 29 oktober 2021

Briefadvies Complex Project Noord-Zuidverbinding Limburg voorontwerp voorkeursbesluit Mevrouw de minister Op 8 oktober 2021 ontving de Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij een adviesvraag in het kader van het Complex Project Noord-Zuidverbinding Limburg (voorontwerp van voorkeursbesluit). De SALV apprecieert dat zij zo kan bijdragen aan het bij decreet voorziene inspraak- en participatieproces dat de realisatie van complexe projecten ondersteunt. De adviesraad keurde het advies goed op 29 oktober 2021. Natuurpunt en Bond Beter Leefmilieu onthouden zich bij dit advies.

Krachtlijnen De SALV aanvaardt de voorkeur voor het combinatiealternatief “AY” omwille van het ruimtebesparend potentieel ten opzichte van de andere alternatieven. Bij die appreciatie stellen zich een aantal kanttekeningen en voorwaarden met het oog op de verdere uitwerking van het project: •

Het beperkt gevoerde thematische onderzoek laat niet toe om de impact op de landbouwbedrijven van de verschillende alternatieven in detail te vergelijken.

•

Vertrek vanuit een landbouweffectenrapport (LER), waarbij een bevraging van betrokken landbouwers de basis vormt, bij het uitvoeren van compensaties. Vrijwaar hierbij herbevestigde agrarische gebieden en geef de voorkeur aan percelen reeds in eigendom van de overheid of van natuurbeherende instanties en groene bestemmingen.

Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij info@salv.be ⚫ www.salv.be

⚫

Wetstraat 34-36, 1040 Brussel

⚫T

+32 2 209 01 11


Complex Project Noord-Zuidverbinding Limburg: voorontwerp voorkeursbesluit

•

De SALV is van mening dat er voorafgaand onderzoek dient te gebeuren vooraleer er beslist wordt over een gepast tracé voor de Europese Ecologische Corridor (EEC).

•

Bij het afwegen van de scenario’s voor een Europese Ecologische Corridor moeten de resultaten van een voorafgaand landbouweffectenrapport (LER) voor elk scenario worden meegenomen in de afweging.

•

Vooraleer de beslissing omtrent een tracé valt, zowel wat betreft de Noord Zuid als een mogelijke ecologische corridor, moet het duidelijk zijn welk flankerend beleid er nodig is en moeten ook de noodzakelijke budgetten hiervoor gegarandeerd zijn.

•

Vooraleer over de uitbouw van (regionale) fietsverbindingen en het versterken van de natuurlijke systemen een concrete beslissing valt moet er duidelijkheid zijn omtrent de rechtstreekse (grondinname ter realisatie) en onrechtstreekse (compensatie) gevolgen voor landbouw aan de hand van een LER en dient er een flankerend beleid en bijbehorend budget gegarandeerd te zijn.

Geef (eindelijk) concrete invulling aan de landbouwgerichte ambitie (ambitie nr. 9) en richt daartoe een werktafel landbouw op met alle relevante actoren. Verken met hen mogelijke invalshoeken: verbinding van boer en burger, verbreding, klimaatadaptatie, samenwerking in de sector, groenblauwe diensten.

Situering Algemene doelstellingen van het project Het complex project beoogt een fundamentele verbetering van diverse mobiliteitsvormen (auto, vrachtauto, openbaar vervoer, fiets) tussen Hasselt en Pelt. Centraal in deze hertekening staat de N74, en de ontwikkeling van een performant openbaar vervoersysteem in de regio (Spartacusplan) die een modal shift moet creëren. De mobiliteitsoplossing moet derhalve bijdragen aan de economische ontwikkeling in de regio en aan de verbetering van de woonkwaliteit in verschillende dorpskernen die de N74 momenteel doorkruist. Tegelijk wil het project de natuurwaarden in de regio verbeteren. Via grote Speciale Beschermingszones (SBZ’s), VEN-gebieden en natuurreservaten worden grote eenheden natuur beleidsmatig en juridisch beschermd, zowel op Vlaams als Europees niveau. Naast het oplossen van de verkeers- en bereikbaarheidsproblematiek en het behouden en ontwikkelen van natuurwaarden wil het project ook bijdragen aan de menselijke leefkwaliteit, het landschap, de landbouw en de economie.

Proces Het complex project Noord-Zuidverbinding Limburg bevindt zich momenteel op het einde van de onderzoeksfase. De alternatievenonderzoeksnota geeft vorm aan het proces en de inhoudelijke oriëntering van het geïntegreerde effectenonderzoek en werd eerder dit jaar voor advies aan de SALV voorgelegd. De SALV bracht hierover advies uit op 24 april 2020.1 Uit de geactualiseerde 1

SALV, 24 april 2020, Advies Complex project Noord-Zuidverbinding Limburg, https://www.salv.be/salv/publicatie/advies-complex-project-noord-zuidverbinding-limburg.

4


Complex Project Noord-Zuidverbinding Limburg: voorontwerp voorkeursbesluit

alternatievenonderzoeksnota2 en het begeleidend overwegingsdocument3 bleek dat voornamelijk met het minderheidsstandpunt in het advies werd rekening gehouden. Bij aanvang van de eerste onderzoeksfase, i.e. het verfijnend onderzoek, stonden zeven onderzoeksalternatieven centraal. Op 24 september 2020 besliste de stuurgroep van NZL op voorstel van De Werkvennootschap en het Departement Omgeving om drie alternatieven te weerhouden voor het Complex Project Noord-Zuid Limburg (NZL) op basis van een vertrechtering. Die vertrechtering was gestoeld op een analyse op het vlak van mobiliteit en de milieu-impact, eco-hydrologisch onderzoek, en een brede kostenraming. Over het resultaat van de vertrechtering werd advies ingewonnen van de SALV op 18 december 2020 door middel van een tussennota.4 Die resterende alternatieven werden hierna voorwerp van verder onderzoek. Deze drie alternatieven werden daarbij verder verfijnd en uitgewerkt, wat geresulteerd heeft in twee bijkomende alternatieven (“AX” en “AY”). Omtrent deze nieuwe aanpassing werd geen advies ingewonnen. In die tweede onderzoeksfase werden de alternatieven thematisch onderzocht via onder meer een milieueffectenrapport (MER), een maatschappelijke kosten-batenanlayse (MKBA), een passende beoordeling, een verscherpte natuurtoets, en een landbouwimpactstudie (LIS). In een derde fase werden alle onderzoeksresultaten samengebracht vervolgens op basis van een afwegingskader met elkaar vergeleken. Deze geïntegreerde afweging resulteerde in een ontwerp van voorkeursalternatief, dat door de Vlaamse Regering bekrachtigd zal worden in een voorkeursbesluit. Het voorontwerp van voorkeursbesluit vormt thans het voorwerp van het advies. De geactualiseerde alternatievenonderzoeksnota voorziet dat in het thematisch onderzoek kansen voor kernversterking en bedrijvigheid, natuur, landbouw en recreatie via de vaste en volgende bouwstenen zullen verkend worden. Volgens de huidige aanpak van het onderzoek zou de impact van een aantal bouwstenen op de landbouwsector pas bij de verdere uitwerking van het voorkeursalternatief gedetailleerd worden onderzocht. Het gaat daarbij onder meer om de vaste Bouwsteen 21 (‘optimaliseren groen-blauwen netwerken’).5

2

Studio NZL, De Werkvennootschap en Departement Omgeving, 2020, Complex Project Noord-Zuidverbinding Limburg: Geactualiseerde alternatievenonderzoeksnota, https://www.noordzuidlimburg.be/s/NZL-20200728-GeactualiseerdeAON_compressed.pdf.

3

Studio NZL, De Werkvennootschap en Departement Omgeving, 2020, Complex Project Noord-Zuidverbinding Limburg: Overwegingsdocument, https://www.noordzuidlimburg.be/s/NZL-20200903-AON-Overwegingsdocument-V2.pdf.

4

SALV, 18 december 2020, Advies Complex project Noord-Zuidverbinding Limburg: tussenota, Advies complex Project Noord-Zuidverbinding Limburg: tussennota | SALV.

5

Ibidem, p. 113 en 131.

5


Complex Project Noord-Zuidverbinding Limburg: voorontwerp voorkeursbesluit

Advies [1] De SALV aanvaardt het voorliggend voorkeursalternatief “AY” omwille van het ruimtebesparend potentieel van het alternatief ten opzichte van sommige andere alternatieven. Het voorliggend voorkeursalternatief “AY” lijkt zich als combinatiealternatief van een aantal andere alternatieven te kunnen onderscheiden door de relatief beperkte inname van open ruimte. Derhalve lijkt het voorliggend voorkeursalternatief meer dan andere alternatieven tegemoet te kunnen komen aan de vraag vanuit de landbouwsector en de natuurbescherming om de inname van open ruimte zo beperkt mogelijk te houden. Meer specifiek lijkt de indirecte inname van landbouwgrond in functie van compensaties voor verloren natuur ook relatief beperkt te zijn ten opzichte van andere alternatieven. Desalniettemin formuleert de adviesraad een aantal kanttekeningen en voorwaarden bij deze appreciatie: De SALV vraagt om bij “Compensatie Natura 2000 voor effecten door alternatief Ay” (p. 30 VVB),bij “Compensatie VEN voor effecten door alternatief Ay” (p. 31 VVB), bij “Compensatie van verboden te wijzigen vegetaties voor effecten door alternatief Ay” (p. 32 VVB) en bij “Boscompensatie voor effecten door alternatief Ay” (p. 32 VVB) op te nemen dat het de intentie is om de impact op landbouw zo minimaal mogelijk te houden en HAG te vrijwaren, waarbij de voorkeur gaat naar percelen reeds in eigendom van de overheid of natuurbeherende instanties en naar groene bestemmingen. Als er toch inname van landbouwgronden gebeurt, zal een degelijk flankerend beleid (compensatie via grondenruil, billijke vergoedingen, …) uitgewerkt worden. Hierbij wordt vertrokken vanuit een landbouweffectenrapport (LER), waarbij een bevraging van betrokken landbouwers de basis vormt (zie ambitienota Ambitie landbouw p. 138). In de Ambitienota van mei 2019 staat op p. 138 bij Ambitie 9, die betrekking heeft op landbouw, onder “opgave”: “Versnippering van het landbouwareaal vermijden en een degelijk flankerend beleid uitbouwen”. Als er toch inname van landbouwgronden gebeurt, dient een degelijk flankerend beleid (compensatie via grondenruil, billijke vergoedingen, …) te worden uitgewerkt waarbij wordt vertrokken vanuit een landbouweffectenrapport (LER), waarbij een bevraging van betrokken landbouwers de basis vormt. [2] De SALV is van mening dat er voorafgaand onderzoek dient te gebeuren vooraleer er beslist wordt over een gepast tracé voor de Europese Ecologische Corridor (EEC). In de mededeling aan de Vlaamse regering staat in de laatste alinea van de samenvatting : “Als parallel proces wordt op Vlaams niveau, in uitvoering van de startbeslissing van 16 maart 2018, verder werk gemaakt van de Europese Ecologische Corridor binnen de gebiedswerking door de betrokken entiteiten van het beleidsdomein Omgeving. Een goede afstemming tussen natuur en landbouw vormt hierbij een belangrijke randvoorwaarde”. In het voorontwerp Voorkeursbesluit (p. 35) wijst men naar de startbeslissing van 16 maart 2018, om de uitwerking van de EEC te verantwoorden. In de Startbeslissing staat echter niet dat het een verplichting is, maar een kans, een opportuniteit (p. 10). De SALV is dan ook van mening dat er nog voorafgaand onderzoek dient te gebeuren vooraleer er een beslissing valt over een gepast tracé. Hiervoor verwijst de SALV naar de volgende elementen:

6


Complex Project Noord-Zuidverbinding Limburg: voorontwerp voorkeursbesluit

In de werkvergaderingen en publicaties in kader van het project werd in verband met de EEC steeds verwezen naar de gladde slang. Daarom wil de SALV de aandacht vestigen op het Soortenbeschermingsplan (SBP) gladde slang: op pagina 125 van dit SBP lezen we: “Naast de verbindingen zoals voorgesteld in de motiveringsnota’s, zijn bijkomende verbindingen noodzakelijk om een goede staat van instandhouding in Vlaanderen voor gladde slang te realiseren.” “Een specifieke studie dient te worden uitgevoerd die op basis van ruimtelijke, ecologische en socio-economische argumenten de voor de in Tabel 15 als hoogst prioritair aangeduide verbindingen de meest aangewezen corridors en/of stapstenen bepaalt en concreet afbakent. Hierbij dienen ook de beschikbaar in te zetten (agrarische) instrumenten in kaart te worden gebracht (natuurprojectovereenkomsten; investeringssubsidies natuur…).” Belangrijk bij deze opdracht is dat de voor-en nadelen van de verschillende opties voor de verschillende betrokken actoren duidelijk en objectief worden weergegeven, zodat alle argumenten voor alle partijen voorhanden zijn en zo een vlotte besluitvorming verzekerd wordt. Op 23 september heeft het College van Burgemeester en schepenen van de stad Peer aan de Werkvennootschap laten weten dat ze de voorgestelde Europese Ecologische Corridor via de Bolisserbeek negatief adviseren: “Het kan ons inziens niet de bedoeling zijn dat een gebied van 300 à 500 ha, dat zeer belangrijk is voor onze landbouwproductie, geclaimd wordt ten voordele van deze leefgebiedcorridor.” En verder “Stad Peer gaat dan ook niet akkoord met de corridor zoals die nu wordt voorgesteld. We verwachten dat er bij het maken van het voorkeurstracé rekening wordt gehouden met onze landbouwgebieden, landbouwbedrijfszetels, landbouwersgezinnen en niet enkel met de natuurdoelen”. Omtrent een mogelijk tracé voor de EEC wijst de SALV op: De startbeslissing (p. 10 en 12) : hierin staat vermeld dat wanneer er landbouwgrond wordt ingenomen, er eerst een LER moet uitgevoerd worden. daarom dringen wij er op aan dat bij het afwegen van de scenario’s voor een Europese Ecologische Corridor de resultaten van een voorafgaand landbouweffectenrapport (LER) voor elk scenario moet worden meegenomen in de afweging, en dat er voorzien wordt in een gepast flankerend beleid. de Ambitienota van mei 2019 waar op p. 125 staat: “De exacte contour voor deze ecologische verbinding moet nog verder worden gespecifieerd. De concrete mogelijkheden op het terrein dienen verder onderzocht te worden. Een goede afstemming tussen natuur en landbouw vormt hierbij een belangrijke randvoorwaarde.” het onderscheid dat het CP NZL maakt tussen SBZ gladde slang en SBZ overige soorten om te verantwoorden dat een corridor aan de Bollisterbeek nodig is. Uit het SBP Gladde slang blijkt echter dat de andere soorten evenzeer kunnen meeliften op de creatie van bijkomend leefgebied voor de gladde slang. Hieruit volgt dat “de Kazerne” evenzeer als leefgebied zou kunnen worden ingericht. Dit dient dan ook nader onderzocht te worden. Hiervoor verwijzen we ook naar de Alternatieve Onderzoeksnota (AON) van maart 2020 staat op p. 68 bij bouwsteen 10 die betrekking heeft op de EEC: Tussen het Nationaal Park Hoge Kempen en Bosland gaat men op zoek naar een ecologische verbinding over de twee militaire domeinen (Kamp van Beverlo en Schietveld Helchteren). Hiervoor werden al verschillende studies opgestart die zich buigen over twee mogelijke trajecten. Een eerste traject loopt langs de voormalige Kazerne en het domein Molenheide; een tweede langsheen de Bolisserbeek. Hoewel beide trajecten de twee militaire domeinen met elkaar verbinden, hebben ze elk hun eigen karakter en uitdagingen. Het ecoprofiel, de realiseerbaarheid en

7


Complex Project Noord-Zuidverbinding Limburg: voorontwerp voorkeursbesluit

betrokkenheid van de lokale landbouwers dient voor elk van de beide verbindingen verder te worden onderzocht. [3] Vooraleer de beslissing omtrent een tracé valt, zowel wat betreft de NoordZuidverbinding als een mogelijke ecologische corridor, moet het duidelijk zijn welk flankerend beleid er nodig is en moeten ook de noodzakelijke budgetten hiervoor gegarandeerd zijn. De SALV verwijst hiervoor naar de Ambitienota bij Ambitie 9 bij opgave op p. 138: ”Als er toch inname van landbouwgronden gebeurt, zal een degelijk flankerend beleid (compensatie via grondenruil, billijke vergoedingen, …) uitgewerkt worden.” De SALV wijst verder op VVB p. 57: “Van zodra het voorkeursbesluit door de Vlaamse Regering is goedgekeurd zal aan de VLM de opdracht gegeven worden om in functie van de realisatie van het complex project NZL en de realisatie van de Europese ecologische corridor een of meerdere lokale grondenbanken op te richten alsook een landbouweffectenrapport (LER) op te maken. Voor de financiering van de grondenbank(en) en opmaak van het LER zijn de initiatiefnemers verantwoordelijk. Dit zal in een overeenkomst tussen de VLM en de betrokken initiatiefnemers worden vastgelegd.”. De SALV vernam dat binnen de geraamde kostprijs voor het complex project – ca. 835 miljoen € – het flankerend beleid voor de landbouwsector nog niet is meegerekend. Maatwerk op het niveau van het individuele landbouwbedrijf is vanzelfsprekend. De raad vraagt ook om landbouwers rechtszekerheid te geven door gebieden die duidelijk bedoeld zijn voor landbouw te bevestigen als agrarisch gebied.

[4] Vooraleer over de uitbouw van (regionale) fietsverbindingen en het versterken van de natuurlijke systemen6 een concrete beslissing valt moet er duidelijkheid zijn omtrent de rechtstreekse (grondinname ter realisatie) en onrechtstreekse (compensatie) gevolgen voor landbouw aan de hand van een LER en dient er een flankerend beleid en bijbehorend budget gegarandeerd te zijn.7 Zorg ervoor dat bij de uitwerking van Bouwstenen 9 en 17 (regionale fietsverbindingen) en Bouwsteen 21 (optimaliseren groenblauwe netwerken) alle betrokken actoren structureel en tijdig worden gehoord en dat vooraleer er concrete beslissingen worden genomen de rechtstreekse en onrechtstreekse gevolgen voor landbouw voorafgaand in kaart zijn gebracht. Tevens dient er te worden voorzien in een gepast flankerend beleid met de nodige budgetten.

[5] Geef een concrete invulling aan de landbouwgerichte ambitie. Deze ambitie luidt als volgt : “Noord-Zuid Limburg zoekt afstemming met de aanwezige land- en bosbouw en gaat op zoek naar kansen voor het versterken en verbreden van de landbouwstructuur.” Eerder gaf de SALV aan dat de brede omschrijving van Ambitie 9 in combinatie met de beperkte uitwerking van deze ambitie doorheen de alternatievenonderzoeksnota onvoldoende inzicht verschafte in de concrete doelen waarnaar deze ambitie wil streven en de manieren waarop die doelen zullen bereikt worden. De SALV vroeg dan ook om de landbouwgerichte ambitie te verduidelijken. Tot 6

Mangelbeekvallei, Broekbeekvallei, Laambeek/Rode Beekvallei, Zwarte Beek, Bollisserbeek.

7

Zie p. 34 VVB : “De uitbouw van (regionale) fietsverbindingen: de F74 (Hasselt – Pelt – Eindhoven) (oversteekpunten en segmenten), de oostwest-as fietsverbinding N73 (tussen de SPL2-halte Hechtel en de F74)”.

8


Complex Project Noord-Zuidverbinding Limburg: voorontwerp voorkeursbesluit

op heden is deze invulling er nog niet gekomen. De raad herhaalt dan ook zijn aanbeveling om effectief invulling te geven aan dat geformuleerde ambitie bij de concrete uitwerking van het project en de ontwikkeling van het gebiedsprogramma.8 Hiertoe kan een werktafel landbouw worden opgericht met alle betrokken actoren. Bouwend op de generieke uitdagingen voor een duurzame toekomst voor de landbouw in Vlaanderen stelt de SALV een aantal doelmatige principes voor die relevant kunnen zijn voor zulk een landbouwgerichte uitwerking van het gebiedsprogramma: de lokale voedselproductie en -consumptie zo veel mogelijk behouden.9 Dat kan in de eerste plaats door het toepassen van zuinig ruimtegebruik. Beperk daartoe de directe en indirecte ruimte-inname. Hou bij de keuze van de ruimte-inname zo veel mogelijk rekening met de bedrijfslogica van het areaal. Vermijd een verregaande versnippering van aaneengesloten areaal, en de teloorgang van hoogwaardig bouwland. Daarnaast is een weloverwogen beleid ten overstaan van eventuele vrijkomende agrarische gebouwen noodzakelijk. de connectie tussen boer en burger versterken.10 Ruimtelijke ingrepen kunnen de interactie tussen lokale voedselproducenten en consumenten versterken of net doen verminderen. Zeker voor producenten voor de korte keten is een vlotte bereikbaarheid van groot belang. opportuniteiten voor verbreding via producten en diensten behouden en ontwikkelen.11 Ruimtelijke ingrepen op micro- of mesoniveau kunnen vormen van verbreding behouden of stimuleren, bijvoorbeeld door opportuniteiten voor nieuwe functies te generen of door het bestaande streekeigen karakter van het landschap maximaal te vrijwaren. Op verschillende plaatsen in Vlaanderen worden initiatieven ontwikkeld waarbij landbouwers bijdragen aan landschapszorg en groenblauwe diensten verlenen. In het thematisch onderzoek naar de effecten en kansen op het vlak van klimaat wordt verwezen naar de mogelijkheid om bijkomende koolstofopslag te genereren in de landbouw.12 De SALV erkent de meerwaarde van dergelijke diensten, op voorwaarde dat zij ingebed zijn in een vrijwillig kader en steunen op een adequaat vergoedingensysteem. Maatwerk en inpasbaarheid op bedrijfsniveau zijn evenzeer essentiële principes. de klimaatbestendigheid van de landbouw verhogen.13 Het Klimaatportaal van de VMM toont aan dat de bodems in het projectgebied veelal aangeduid worden als ‘gevoelig’ voor droogte, met grote delen ‘zeer gevoelig’.14 De SALV vraagt om bij de inrichting van infrastructuur en natuur kansen en bedreigingen voor de klimaatbestendigheid van de landbouwsector accuraat in kaart te brengen. Kansen zouden kunnen schuilen in het

9


Complex Project Noord-Zuidverbinding Limburg: voorontwerp voorkeursbesluit

opzoeken van multifunctionaliteit en synergie15, onder meer bij de inrichting van Bouwsteen 21 (groenblauwe netwerken)16 en van de vooropgestelde bufferzones voor regenwater langs de N74.17 Onderzoek samen met de stakeholders op welke manieren daarbij aansluiting kan gemaakt worden met doelen en maatregelen van provinciale en lokale klimaatadaptatieplannen, en maak gebruik van beschikbare adaptatietools.

Hoogachtend

Hendrik Vandamme

Koen Carels

voorzitter

secretaris

10


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
SALV_20211029_ADV_CP_NZL_vv_def.pdf by Vlaanderen-be - Issuu