Verrekijker
EEN UITGAVE VAN DE VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ - DECEMBER 2004
MIRA
Goed rapport voor ons milieu? 10 jaar milieurapportering in Vlaanderen
Inhoud Vooruitkijken
1
10 jaar milieu onder de loep
2
Wegwijs in MIRA
5
Kleinere gezinnen zijn slechter voor het milieu
10
Bereikbaar groen in de stad
13
Lawaai dat vermijdbaar lijkt, stoort meer
14
MIRA binnenstebuiten
18
Milieuvervuiling kan uw gezondheid ernstig schaden
22
Vlaams Ecologisch Netwerk verbindt natuurgebieden
24
Industrie boekt vooruitgang
26
Duurzaam met onze rijkdommen omgaan
29
Mirathematisch
30
De vervuiler betaalt te weinig
32
Grote eensgezindheid over klimaatverandering
34
Goed nieuws uit de landbouw?
40
Tien op tien
42
Tegengas
43
Update
44
www.vmm.be
Vooruitkijken Met de uitgave van het eerste Milieu- en natuurrapport ( MIRA ) in 1994 legde Vlaanderen de fundamenten voor een objectieve diagnose van zijn milieu. Specialisten definieerden indicatoren waaraan we onze vooruitgang zouden kunnen toetsen. Maatschappelijke activiteiten, druk, milieutoestand, impact en mogelijke maatregelen werden methodisch geanalyseerd en in kaart gebracht. Tien jaar later geven we in deze Verrekijker het woord aan die experts. Door hun kritische en onafhankelijke werkwijze hebben zij in die periode een gezaghebbende reputatie opgebouwd bij beleidsmensen, wetenschappers uit onderzoeksinstellingen en specialisten uit diverse belangengroepen. Dankzij dit MIRA-team heeft de milieu- en natuurrapportering een breed draagvlak en vormt ze de solide basis voor beleidsbeslissingen. Maar wat doet MIRA voor u, de burger? Wellicht veel meer dan u vermoedt. MIRA houdt de vinger aan de pols en is de inspiratiebron voor acties op het terrein, waarvan de gevolgen na 10 jaar duidelijk zichtbaar worden. M IRA houdt onze beleidsmakers alert door waar mogelijk te wijzen op de link met de gevolgen van milieuverstoring voor onze gezondheid. Zo is vastgesteld dat elke Vlaming iets minder dan een half gezond levensjaar verliest door milieufactoren. Vooral bij hart- en luchtwegaandoeningen is de ziektelast in Vlaanderen door het milieu-aandeel aanzienlijk. De daaraan gekoppelde gezondheidskosten zijn duizelingwekkend. De Vlaamse Milieumaatschappij is trots dat dit MIRA-project in haar schoot tot ontwikkeling kwam en onder haar vleugels ressorteert. Het opzet was ambitieus, maar de hooggespannen verwachtingen zijn waargemaakt. Het MIRA-team gaat niet op haar lauweren rusten, maar is vastberaden op haar elan door te gaan. U leest er alles over in dit nummer. Ik wens u van harte veel leesplezier. 1
Frank Van Sevencoten Administrateur-generaal
Tien jaar milieu onder de loep Wetenschappers creĂŤren ijkpunten voor milieukwaliteit
2
Tien jaar milieu onder de loep
www.vmm.be
Niemand kan nog ontkennen dat onze levensstijl een enorme druk uitoefent op natuur en milieu. Voor beleidsmakers is het echter moeilijk om te kiezen welke acties ze prioritair moeten nemen. Daarom wensen ze harde, wetenschappelijk onderbouwde feiten. Die komen in Vlaanderen van het MIRAteam, verantwoordelijk voor onze milieurapportering. De ophef toen Rachel Carson in 1962 haar
te rade bij professor Aviel Verbruggen. De
boek ‘Silent Spring’ publiceerde, was teke-
professor, een onbetwiste autoriteit op
nend voor de mentaliteitswijziging die
milieugebied, kreeg de opdracht om de
toen op gang kwam. Carson beschreef
milieurapportering vorm te geven en een
de dodelijke risico’s van DDT. Het pestici-
team van onafhankelijke wetenschappers
de dat als wondermiddel was ingehaald,
samen te stellen.
bleek een vergiftigd geschenk te zijn.
Marleen Van Steertegem, één van de des-
In de jaren zeventig en tachtig nam de
kundigen uit het originele MIRA-team en nu
stroom alarmerende berichten over ons
projectleider: ‘Maatschappelijk gezien was
milieu alleen maar toe. Vele landen toon-
de tijd rijp voor onafhankelijke milieurap-
den zich bereid om milieuproblemen aan
portering. Europa richtte in diezelfde perio-
te pakken. In 1987 vond de conferentie van
de het Europees Milieuagentschap op. Het
Montreal plaats, een mijlpaal voor interna-
nieuwe MIRA-team bestond uit vier men-
tionale afspraken rond milieuproblemen.
sen die onderdak vonden bij de Vlaamse
Later volgden de conferenties van Rio de
Milieumaatschappij. Professor Verbruggen
Janeiro en Johannesburg.
was projectleider. Het verzekeren van de onafhankelijkheid was een belangrijk aan-
Onafhankelijke wetenschappers
dachtspunt, dat ook wettelijk is verankerd.
Wanneer internationale afspraken lei-
De MIRA-rapporten zijn openbaar en voor
den tot initiatieven om de milieutoestand
elke burger raadpleegbaar.’
te verbeteren, zijn er cijfers nodig. Daar-
© Jan Caudron
Het MIRA-team anno 2004
door kunnen we ook elkaars inspannin-
Bekend in het parlement
gen vergelijken. Dan kan Europa bijvoor-
In het Vlaams Parlement heeft het milieu-
beeld een lidstaat die een milieuafspraak
rapport duidelijk gezag verworven. Bij
niet nakomt op de vingers tikken. Cijfers
milieudiscussies gaan voor- en tegenstan-
over de milieutoestand zijn gebaseerd op
ders elkaar te lijf met cijfers uit het rap-
indicatoren. Net als beursindexen zijn indi-
port. Kan men er dan in lezen wat men
catoren signalen van stijgende, dalende
wil? ‘Absoluut niet,’ stelt Van Steertegem.
of gelijkblijvende trends, maar dan rond
‘Het jaarlijkse milieurapport is een voor-
milieuproblemen.
beeld van wetenschappelijke nauwkeu-
Om de specialisten te vinden die maat-
righeid maar op politiek niveau kiest men
staven voor het Vlaamse milieu konden
soms wel die gegevens die het meest bij
ontwikkelen, ging toenmalig minister van
de eigen stellingen aanleunen. Ons rap-
Leefmilieu Norbert De Batselier in 1993
port is genuanceerd. Het belangrijk-s
3
s ste is dat de autoriteit van het milieurapport erkend wordt door beleidsmensen én wetenschappers, en dat de inhoud voor beide groepen relevant is. Dat bereiken, is niet evident.’ 380 medewerkers voor MIRA-T 2004 De recente milieuthemarapporten ( MIRA-T) zijn het product van een groot netwerk van specialisten. Externe auteurs uit de wetenschappelijke wereld leveren de input per milieuthema aan, een schare kritische lectoren herleest de teksten en formuleert opmerkingen. De mensen van het MIRA-team ondersteunen het hele proces, zorgen voor de eindredactie en schrijven ook zelf redactionele bijdragen. De inhoud van elk milieuthema, bijvoorbeeld klimaatverandering of bodemverontreiniging, wordt dus onderschreven door een brede groep van experts. Onder de lectoren bevinden zich specialisten uit belangengroepen zoals de industrie, het sociale middenveld en milieuverenigingen. Over de inhoud van het rapport bestaat er dan ook een grote consensus. Scenario’s Een tweede belangrijke publicatie, meer op beleidsmensen gericht, is het vijfjaarlijkse MIRA-S rapport dat scenario’s (S) voor de
4
Marleen Van Steertegem: ‘Het verzekeren van de onafhankelijkheid was van bij het begin een belangrijk aandachtspunt, dat ook wettelijk is verankerd. De MIRA© Jan Caudron
rapporten zijn openbaar en voor elke burger raadpleegbaar.’
Tien jaar milieu onder de loep
toekomst uittekent. Je leest hoe de milieuthema’s zullen evolueren als er geen actie wordt ondernomen, als we verder doen zoals gebruikelijk en als we ons maximaal
www.vmm.be
Wegwijs in MIRA
inzetten. In de milieu- en natuurplanning ( MINA) vormen de resultaten uit MIRA de
Wat is MIRA?
basis voor concrete, tastbare initiatieven.
MIRA staat voor MIlieuRApport. Sinds 1994 verschijnt jaarlijks een rapport over de milieuproblemen in Vlaanderen, samengesteld
Zelfkritiek voor beter bestuur
door het MIRA-team van de Vlaamse Milieumaatschappij.
Behalve rapporteren over milieuthema’s, evalueert het MIRA-team ook het milieu-
Met MIRA dient de VMM een dubbel doel:
beleid ( BE, beleidsevaluatie) in het twee-
• MIRA levert de wetenschappelijke onderbouwing voor het Vlaamse
jaarlijkse MIRA-BE rapport. Bij het Euro-
milieubeleid. De bevindingen van MIRA dienen als basis voor het
pees Milieuagentschap is de eerste editie van 2003 met veel aandacht gelezen: wel-
MINA-plan, de milieubeleidsplanning van de Vlaamse regering.
• MIRA wil de bevolking, de bedrijven en de landbouw op de
licht zal het daar als inspiratiebron dienen.
hoogte brengen van de toestand van het leefmilieu, en hen
Specialist en bestuurskundige Barbara
motiveren om er bewuster mee om te springen.
Tieleman van het MIRA-team: ‘Velen vinden dat we te ver gaan in de (zelf)kritiek. Milieubeleidsevaluatie past in de filosofie
Het milieurapport is opgesplitst in drie uitgaven: MIRA-T, MIRA-BE en MIRA-S.
van Beter Bestuurlijk Beleid. Milieu is een dankbaar domein voor dit soort evaluatie:
M IRA-T: thema’s. MIRA-T behandelt de verschillende milieuthema’s
er zijn veel meetbare gegevens beschik-
en geeft zo een grondig inzicht in de Vlaamse milieuproblematiek.
baar. We zoeken uit waarom bepaalde
Het beschrijft de sectoren die milieudruk veroorzaken, de
dingen niet vlot lopen, maar daarmee
indicatoren waarmee we evoluties in de milieutoestand volgen en
komen we op beleidsmatig en gevoelig
de gevolgen daarvan voor mens, natuur en economie. MIRA-T of
terrein. Wat zijn de gevolgen van een prijs-
het milieuthemarapport is interessant voor een breed publiek.
stijging van de vuilniszakken? Daar spelen tal van parameters in mee: wetgeving,
M IRA-BE : beleid. MIRA-BE is het deel van het milieurapport
perceptie, sociaal gedrag, noem maar op.
dat het milieubeleid evalueert. Het verscheen voor het eerst als
Vanaf welk prijsniveau gaat het milieuge-
afzonderlijke uitgave in 2003 en focuste op de beleidsterreinen
drag wijzigen zonder het sluikstorten fel te
Water en Afval. MIRA-BE of het beleidsevaluatierapport is
doen toenemen? De analyse van derge-
vooral interessant voor specialisten en beleidsmensen.
lijke fenomenen leidt steeds tot genuanceerde conclusies.’
MIRA-S : scenario’s. MIRA-S, het vijfjaarlijkse scenariorapport, gaat in op een aantal milieuthema’s die MIRA-T behandelt. Het schetst het
Katholieker dan de paus?
toekomstperspectief van de evolutie van een milieutoestand bij gelijkblijvende
In Europese en internationale vergelij-
inspanningen, bij maximale inspanningen en bij minimale inspanningen.
kingen over milieuthema’s staat België
Ook MIRA-S is vooral interessant voor beleidsmensen en specialisten.
of Vlaanderen dikwijls onderaan in het lijstje. Terecht? Philippe D’Hondt, hoofd van de afdeling Meetnetten & Onder-s
5
MIRA basis voor het milieubeleidsplan In Vlaanderen wordt om de 5 jaar een milieubeleidsplan opgesteld. We spreken nu over het MINA-plan 3 of over het Milieubeleidsplan 2003-2007. Dit plan zet
MIRA op het web
de bakens uit voor het milieubeleid in Vlaanderen tot 2007. Het plan geeft niet
Duizenden pagina’s achtergrond
alleen de richting aan waarin de overheid wil gaan met het milieubeleid, maar maakt ook duidelijk aan de burger en het bedrijfsleven wat zij op milieuvlak kunnen verwachten van de overheid de komende jaren. Lees meer: www.milieubeleidsplan.be
Op zoek naar de meest recente milieu-informatie? Milieurapportering is niet alleen zaak voor beleidsmensen, ook burgers krijgen volledige toegang tot de cijfers en feiten die het MIRA-team rapporteert.
Bestel de MIRA-publicaties
De meeste informatie kunt
U brandt van nieuwsgierigheid om zelf het jongste milieuthemarapport in han-
u gewoon op het internet
den te nemen? Of u wilt graag weten hoe ons beleid heeft gepresteerd en wat
terugvinden: www.vmm.be/mira.
de toekomstscenario’s zijn? We zetten onze meest recente publicaties op een rijtje om het u makkelijk te maken.
De MIRA-webpagina’s bieden een volledig overzicht van alle
MIRA-T 2004 milieu- en natuurrapport / thema’s ISBN 90 209 59182
Het jaarlijkse thematische milieu- en natuurrapport: de milieubarometer van Vlaanderen.
milieuproblemen in Vlaanderen, met de evolutie van de trends. Via de zoekmodule verschijnt wat u zoekt na enkele tellen op het scherm. Beslist de moeite waard
MIRA-BE 2003 milieu- en natuurrapport / beleidsevaluatie Het beleid op de rooster gelegd: zijn we efficiënt en effectief geweest? Onder meer voor beleidsmakers, bestuurskundigen…
zijn de diepgaande analyses in de achtergronddocumenten die per thema worden opgesteld. Samen vormen de
MIRA-S 2000 milieu- en natuurrapport / scenario’s ISBN 90-441-1048-9
Waar gaan we naartoe als we geen enkele inspanning doen, wat als we gewoon
achtergronddocumenten een wetenschappelijke milieubibliotheek van duizenden pagina’s.
voortdoen, en wat als we ons maximaal inzetten? De toekomst van ons milieu, thema per thema.
6
U kunt de rapporten tegen kostprijs bestellen via het VMM-Infoloket: A. Van de Maelestraat 96 9320 Erembodegem
szoek van de VMM, nuanceert: ‘We lij-
info@vmm.be of www.vmm.be/mira
ken inderdaad soms wel wat te streng
Tel. 053 - 72 64 45
voor onszelf. Als we in rankings van bij-
Fax 053 - 71 10 78
voorbeeld waterkwaliteit onder een aantal Afrikaanse staten uitkomen, is dat dikwijls
U kunt deze uitgaven ook in uw boekhandel bestellen.
het gevolg van het feit dat dergelijke landen niets meten en het gemiddelde krijgen toe-
Tien jaar milieu onder de loep
www.vmm.be
7
gekend. Of ze meten heel weinig of andere
hebben of hun meetpunten verder verwij-
stoffen… Vlaanderen heeft daarentegen een
derd houden van vervuilingsbronnen, sco-
heel uitgebreid meetnet, met meetpunten die
ren natuurlijk veel mooier als de cijfers naast
Vlaanderen versus andere landen
hoofdzakelijk op risicoplaatsen staan opge-
elkaar worden gelegd. Dat neemt niet weg
‘Het is hoe dan ook niet haalbaar landen
steld. Zo kunnen we bepaalde vervuilings-
dat Vlaanderen met zijn hoge bevolkings- zonder meer te vergelijken,’ stelt Philippe
bronnen ook heel goed in de gaten houden.
dichtheid, dicht wegennet en hoge graad
D’Hondt. ‘Daarvoor hebben regio’s en lan-
Maar landen die een minder dicht meetnet
van industrialisering sterk onder druk staat
den te veel eigen kenmerken en ach- s
en effectief milieuproblemen heeft.’
Philippe D’Hondt: ‘In het algemeen blijft Vlaanderen een regio die het milieu zwaar tot zeer zwaar belast. Maar kwalitatief doen we het beter dan het even dichtbevolkte en industriële Ruhrgebied.’
8
Tien jaar milieu onder de loep
s tergronden. Polen en Vlaanderen vergelijken is absurd: Polen is in vergelijking
Milieurapportering: enkele sleutelbegrippen
enorm groot. Het heeft heel uitgestrekte
Hoe bestudeer en evalueer je milieuproblemen? Het MIRA-team, de OESO, het
www.vmm.be
natuurgebieden en is in zijn industriële
Europees Milieuagentschap en anderen gebruiken hiervoor de milieuversto-
regio’s nog opgezadeld met verouderde,
ringsketen. Die keten brengt de oorzaken en gevolgen van milieuverstoringen
vervuilende fabrieken die soms nog met
in beeld.
steenkool stoken.’ Waar zitten volgens Philippe D’Hondt
De activiteiten van de mens leiden tot druk op het milieu. Die activiteiten kun-
de knelpunten in Vlaanderen? ‘Vlaande-
nen worden toegewezen aan doelgroepen zoals de industrie, de huishoudens,
ren scoort niet goed op het gebied van
de landbouw enzovoort. De milieudruk beïnvloedt de kwaliteit van de lucht, het
waterkwaliteit: onze rivieren zijn klein en
water en de bodem. Uiteindelijk heeft dat gevolgen voor de volksgezondheid,
hebben een gering zelfreinigend vermo-
de natuur en de economie. Met maatregelen probeert het beleid die problemen
gen. Bovendien is de druk op het water
aan te pakken en – bij voorkeur – te vermijden.
groot door de uitgebreide industrie en grote bevolkingsdichtheid. Op het vlak
Vervolgens worden indicatoren uitgekozen waarmee we de evolutie van de
van lucht doen we het behoorlijk, maar de
milieuverstoringen en de gewenste toestand in de toekomst cijfermatig kunnen
verkeersdruk(te) is problematisch. De bio-
vastleggen. In het milieurapport geven lachende of sippe gezichtjes de positieve
diversiteit, de verscheidenheid van dier-
of negatieve evolutie van een indicator weer.
en plantensoorten, is niet goed. Maar de afvalinzameling en -verwerking werkt dan
Ontkoppeling treedt op wanneer de milieudruk langzamer groeit dan de activi-
weer prima. In het algemeen blijft Vlaan-
teit die de druk veroorzaakt. In dat geval stijgt de eco-efficiëntie.
deren een regio die het milieu zwaar tot zeer zwaar belast. Maar kwalitatief doen
Een voorbeeld. Het personenvervoer blijft stijgen, maar de uitstoot van verzu-
we het beter dan het even dichtbevolkte
rende stoffen is flink gedaald, door de strengere emissienormen voor nieuwe
en industriële Ruhrgebied.’
voertuigen. Er is dus een absolute ontkoppeling tussen de verzurende uitstoot
Europese context
weg is gestegen.
en de personenkilometers: de eco-efficiëntie van het personenvervoer over de Op milieugebied heeft de Europese Unie bergen verzet. Het Europees Milieuagent-
Ontkoppeling tussen maatschappelijke activiteiten en milieudruk betekent ech-
schap ( EMA, www.eea.eu.int) is de eerste
ter niet dat de ophoping van stoffen in het milieu is gestopt of dat het voortbe-
Europese instelling waarin nu al een zitje is
staan van allerlei planten- en diersoorten is gegarandeerd. De kraan is wat dich-
voor de vijfentwintig lidstaten aangevuld
ter gedraaid, maar de emmer loopt nog steeds vol.
met Noorwegen, Liechtenstein, Bulgarije,
© Jan Caudron
Roemenië, Turkije en IJsland. Philippe D’Hondt is vertegenwoordiger
het milieu. Doelgroepen zijn ook hier de
van België in de raad van bestuur van het
burgers en het beleid, maar dan op Euro-
genwoordigd te zijn. Zo kunnen we ervoor
EMA. Hij licht toe hoe Vlaanderen en Euro-
pees niveau: de Europese Commissie en
zorgen dat er met Vlaanderen rekening
nuttig om in de raad van bestuur verte-
pa van elkaar leren: ‘In feite zijn er heel
het Europees Parlement. Europa dicteert
wordt gehouden bij bepaalde initiatieven
wat gelijkenissen in de manier van wer-
voor een belangrijk percentage wat er op
en richtlijnen.’
ken. We inspireren elkaar. Ook het EMA
milieuvlak moet gebeuren, de lidstaten
wil vanuit een objectieve, onafhankelijke
kunnen zelf verder gaan of specifieker
positie correct en kritisch informeren over
werken op bepaalde knelpunten. Het is
9
Kleinere gezinnen zijn slechter voor het milieu Ons bevolkingsaantal stijgt lichtjes, maar in de samenstelling van de huishoudens zijn aanzienlijke veranderingen merkbaar. Het MIRA-team legt uit waarom huishoudens met minder mensen voor meer druk op het milieu zorgen.
uitstoot van broeikasgassen, het watergebruik, de waterverontreiniging en het restafval. We zetten de evolutie van die parameters uit in een grafiek waarin we ook het aantal huishoudens, de bevolkingsgrootte en de koopkracht weerge-
Wat is het verschil tussen de bevolking en
ven. Daaruit kun je boeiende verbanden
de huishoudens?
aflezen.
Lisbeth Stalpaert, MIRA-team: De bevolking is het totale aantal Vlamingen. Op
Welke trends springen in het oog?
1 januari 2003 waren dat er 5.995.553,
LS: Wat opvalt in de positieve zin, is de
bijna zes miljoen. Het aantal huishoudens
sterk gedaalde productie van restafval.
toont hoe de Vlamingen samenwonen en -
Restafval is het afval dat niet selectief
leven: als gezin, alleenstaande, enzovoort.
wordt ingezameld en dus in de gewone
Het aantal huishoudens ligt net boven 2,4
huisvuilzak terechtkomt. Het wordt dan
miljoen. Als je de bevolking deelt door
verbrand of gestort en veroorzaakt zo de
het aantal huishoudens krijg je het aantal
meeste milieuproblemen.
personen dat samenleeft in één woning. Waaraan hebben we die sterke daling van
Dat zijn er in Vlaanderen gemiddeld 2,4. © Jan Caudron
Het gemiddelde huishouden is zeker niet groot en het aantal huishoudens neemt toe. Dat noemen we gezinsverdunning. Dezelfde trend zien we ook in Europa.
10
wordt steeds meer gescheiden opgehaald of thuis gecomposteerd. Dat scheelt
ook meer ruimte gebruikt om te wonen:
een pak in het huishoudelijke afval. Ook
al die huishoudens wonen apart. De eco-
andere selectieve inzamelingen – van glas,
aantal huishoudens?
efficiëntie van de Vlaamse bevolking kan
papier, PMD – reduceren het volume rest-
LS: De druk op het milieu stijgt over de
nog veel verbeteren, maar er zijn gelukkig
afval. 70 procent van ons afval wordt zo
hele lijn. Twee kleine huishoudens gebrui-
ook positieve trends.
selectief ingezameld. De financiële prikkel speelt ook een belangrijke rol: huis-
ken samen meer energie dan één groot huishouden. Ook kleine huishoudens
Hoe bepalen jullie de eco-efficiëntie van
vuilzakken en -containers zijn duurder
hebben meestal een wasmachine nodig,
de bevolking?
geworden. Dat heeft een duidelijk posi-
een auto, een televisie, noem maar op.
LS: We kijken naar het geproduceerde
tief effect op het sorteergedrag. Je ziet dat
Dat zorgt voor een hoger energiegebruik,
volume huishoudelijk afval, de gebruikte
gemeenten die weinig selectief inzame-
en uiteindelijk ook meer afval. Er wordt
woonoppervlakte, het energiegebruik, de
len, grote hoeveelheden restafval pro- s
© Jan Caudron
Welke gevolgen heeft de stijging van het
restafval te danken? LS: Er zijn verschillende oorzaken. GFT
Kleinere gezinnen zijn slechter voor het milieu
www.vmm.be
11
Lisbeth Stalpaert: ‘Ook kleine huishoudens hebben meestal een wasmachine nodig, een auto, een televisie, noem maar op. Dat zorgt voor een hoger energiegebruik, en uiteindelijk ook meer afval.’
© Peter Slaets De daling van het restafval is grotendeels te danken aan de selectieve inzamelingen, van GFT, glas, papier, PMD.
samenwonen. Dat zijn allemaal factoren
Wat is de invloed van de koopkracht op
die het energie- en watergebruik doen
de eco-efficiëntie?
toenemen. Ook buiten het verstedelijkt
LS: Onze levensstijl en wat we consume-
gebied blijft de bebouwing aangroeien,
ren, hangt af van ons inkomen. Dat is in
in tegenstelling tot de doelstelling van
tien jaar tijd gestegen met gemiddeld 30
het Ruimtelijk Structuurplan Vlaande-
procent. Daarmee bedoelen we het reële
ren. Het kan positief zijn dat mensen rui-
inkomen of de koopkracht, met correctie
mer wonen, maar vanuit milieuperspec-
van de inflatie. Mensen geven meer uit aan
s duceren. Dat is bijvoorbeeld het geval aan de kust. Niet dat de kustgemeenten
tief zouden ze dat beter in verstedelijkte
vervoer, communicatie en ontspanning.
gebieden doen, zoals stads- en dorps-
Dat betekent ook een hoger autogebruik.
zo laks zijn, maar de vele toeristen sor-
kernen met veel leegstand. Blijkbaar blijft het energiegebruik van de
de norm wordt, meer bereide maaltijden
bevolking – ondanks alle campagnes – stij-
worden aangekocht omdat er minder tijd
Het volume huishoudelijk afval is tot 2001
gen. Welke evolutie verwachten jullie
is om te koken, enzovoort.
nog gestegen, om vanaf dan lichtjes te
daar?
dalen. Ook de producenten zouden daar-
LS: Ten opzichte van 1990 is het ener-
Blijft ook ons watergebruik stijgen?
aan wat kunnen doen: veel producten zijn
giegebruik met meer dan 23 procent
Bob Peeters, MIRA-team: Neen, het huis-
singen gezocht.
12
Steeds meer gezinnen beschikken over twee inkomens, waardoor twee wagens
teren niet altijd. Daarvoor worden oplos-
oververpakt, en als consument heb je niet
gestegen. Bij de brandstoffen, elektrici-
houdelijke watergebruik blijft al meer dan
altijd de keuze.
teit buiten beschouwing gelaten, is stook-
tien jaar ongeveer constant. Hetzelfde
olie met 45 procent nog altijd de belang-
geldt voor het afvalwater dat geprodu-
Ook de woonoppervlakte stijgt. Is het
rijkste energiebron voor de huishoudens,
ceerd wordt door de burgers. Toch neemt
dan geen goede zaak dat mensen ruimer
gevolgd door aardgas dat evolueerde van
de verontreiniging van de beken en rivie-
wonen?
een derde in 1990 tot 37 procent in 2003.
ren door de huishoudens geleidelijk af, als
LS: De woonfunctie speelt een sleutelrol
Stookolie en aardgas zijn dus aan elkaar
gevolg van de uitbouw van waterzuive-
in de milieudruk van de huishoudens: niet
gewaagd. We verwachten dat, als de
ringsinstallaties en rioleringsinfrastructuur.
alleen door de invloed van de woning zelf,
energieprijzen gelijk blijven, de energie- Anno 2003 stroomde 62 procent van het
maar ook door de locatie ervan. Zo blijft
consumptie nog zal toenemen door de
afvalwater van de inwoners van Vlaande-
de bouwdichtheid verminderen. Daardoor
stijging van het aantal huishoudens en de
ren naar een openbare waterzuiverings-
moeten we meer kilometers afleggen naar
toename van het aantal elektrische toe-
installatie, dat is 32 procent meer dan
ons werk, naar school, naar de winkel,
stellen. Sinds 1990 is het elektriciteitsge-
in 1990. Het Vlaamse milieubeleidsplan
enzovoort. Ook voor de gemeenschaps-
bruik met 40 procent fors gestegen. Onze
stelt tachtig procent voorop als doelstelling voor 2007.
diensten vergt het extra energie. Denk bij-
woningen kunnen ook nog veel beter wor-
voorbeeld aan water- en elektriciteitslei-
den geïsoleerd: ondanks de isolatiever-
dingen, wegen, openbaar vervoer.
plichting blijft de isolatiekwaliteit in nieuw-
Ruimtegebruik voor het wonen
bouw bedroevend. Een groot probleem Sinds 1991 zijn er 250.000 woningen bij-
van dat toenemende energiegebruik is
Hoeveelheid restafval
gekomen, tweede woningen niet inbe-
dat de uitstoot stijgt van koolstofdioxide,
afkomstig van huishoudens
grepen, waarin steeds minder mensen
een broeikasgas.
Bereikbaar groen in de stad
Stadspark Aalst
© Jan Caudron
Bereikbaar groen in de stad
www.vmm.be
De stadsmensen onder ons weten dat een stadswoning met een forse tuin of een stulpje met uitzicht op het stadspark niet voor iedereen is weggelegd. De Vrije Universiteit Brussel ontwikkelde indicatoren voor de bereikbaarheid van groen in de stad, en wie er toegang tot heeft. In het milieuthemarapport 2004 is een deel
le kilometers van de woning bevinden
gewijd aan het stedelijk milieu en de bereik-
maar moet veel groter van oppervlakte
Interessant is ook het onderscheid tussen
baarheid van groen voor stadsbewoners.
zijn. Stads- en stadsrandgroen is uitste-
formeel en informeel groen. Formeel groen
Onder stedelijk groen verstaan we niet
kend bereikbaar voor de Antwerpena-
is het ‘officiële’ groen in parken, recreatie-
alleen de parken en openbare plaatsen
ren en de Aalstenaars, met bijvoorbeeld
domeinen en zo meer. Het informele groen
in de stad, maar ook de bossen, natuur-
het Osbroek aan de Aalsterse stadsrand.
is veel kwetsbaarder omdat het niet als
terreinen, braakliggende gronden en der-
Op wijkniveau scoren de grote steden
dusdanig wordt herkend. Rond Aalst zijn
gelijke aan de stadsrand. Het groen aan
Antwerpen en Gent duidelijk beter dan
er bijvoorbeeld veel mooie landbouwland-
de stadsrand is redelijk bereikbaar in de
regionale steden zoals Kortrijk en Leu-
schappen waar stadsbewoners graag hun
meeste steden, voor alle bevolkingslagen.
ven. Brugge doet het op wijkniveau wel
benen strekken, maar die in feite niet zijn
Toch heeft meer dan een derde van de ste-
erg goed. Inwoners van Gent en Kort-
beschermd. In Leuven is veel formeel groen
delijke bevolking geen groen voor doorde-
rijk kunnen geen frisse neus halen in een
beschikbaar door grote bossen zoals het
weeks gebruik dichtbij en binnen bereik, en
stadsrandbos, iets wat het Vlaamse bos-
Meerdaalwoud en het Heverleewoud. Veel
dat zijn precies de inwoners van de meest
beleid nochtans wil bereiken.
Gentenaars uit de noordrand van de stad
kansarme buurten. Het zal weinig verba-
gebruiken het informele groen van de Won-
zing wekken dat we in rijkere wijken meer
Officieel en officieus groen
delgemse meersen, maar delen van dit
bereikbare groene plekken aantreffen.
Soms is het groen er wel, maar valt het
gebied zijn bestemd voor de vestiging van
moeilijk te bereiken. Drukke verkeersas-
bedrijven.
Antwerpen scoort goed
sen vormen dikwijls barrières. Zo heeft
De onderzoekers maakten een opdeling
een derde van de Kortrijkzanen geen
van de groenvoorzieningen: woon- en
stadsdeelgroen ter beschikking. Als we
Bereikbaarheid
buurtgroen mag maximaal een paar hon-
de barrières zouden wegwerken, zou een
van recreatief groen
derd meter van de woning liggen, stads-
grote meerderheid wel kunnen uitblazen
Sociale verdeling
deel- en stadsgroen mag zich op enke-
in een stukje groen.
van nabijgelegen groen
13
Lawaai dat vermijdbaar lijkt, stoort meer Dick Botteldooren
14
Dick Botteldooren van de Universiteit Gent is al sinds de beginjaren van MIRA bij de rapportering betrokken. Zijn werkdomein is de akoestiek, een complex studiegebied waarin nu ook onderzoek loopt naar nieuwe manieren om geluidsoverlast te counteren.
geluidshinder door het wegverkeer daalt
De verstoringsketen vormt de hoeksteen
lokaal, denk maar aan burenlawaai. Ook
te meten?
om oorzaken en gevolgen van milieupro-
het geluid van wegverkeer verschilt van
Dat gebeurt door middel van enquĂŞtes,
daarentegen lichtjes. Er is dus een ontkoppeling gebeurd tussen de activiteit en de impact, wat uiteraard positief is. Is het mogelijk geluidshinder objectief
blemen in kaart te brengen. Hoe laat die
straat tot straat.
waarbij veel zorg aan de methodologie
zich toepassen op geluid?
Geluid dat je zelf produceert, is minder een
wordt besteed. Men gaat er gewoonlijk
Het is niet eenvoudig de verstoringsketen
probleem dan geluid dat je hoort. Je eigen
vanuit dat het verband tussen blootstelling
toe te passen op geluid. Geluid is geen
muziek vind je leuk, die van de buren min-
aan geluid en het hinderlijke effect ervan,
uitstoot zoals bijvoorbeeld NOx, waarvan je de concentratie voor een bepaal-
der. Toch blijft de verstoringsketen waar-
vastligt. Met doorgedreven statistische
devol: zo kunnen we relaties blootleggen
analyse kun je dan de relatie tussen bloot-
de regio in de lucht kan meten. We kun-
tussen waargenomen geluid en druk door
stelling en effect met een goed betrouw-
nen de geluidssterkte meten op heel wat
activiteiten. Een activiteit is bijvoorbeeld
baarheidsniveau bepalen. We merken op
plaatsen, maar geluidshinder is soms heel
het wegverkeer, dat blijft toenemen. De
dat bij geluidshinder, en ook bij licht- en
www.vmm.be
© Jan Caudron
Lawaai dat vermijdbaar lijkt, stoort meer
gezondheidsrisico betekent. We merken
mensen in een stiltegebied kunnen beko-
ook dat de leeftijdscategorie van 35 tot
men van het lawaai waaraan ze dagelijks
60 jaar het gevoeligst is voor stress en
blootgesteld zijn. Dat legt ook specifieke
dat is wellicht geen toeval. In die groep
eisen op aan een stiltegebied: het moet
vind je gezinnen met kinderen, het is ook
makkelijk bereikbaar en niet te afgelegen
het meest actieve deel van de bevolking,
zijn. Maar het is niet de bedoeling dat je
enzovoort. Voor hen zijn lawaai en slaap-
met de auto diep in een stiltegebied kunt
verstoring de extra druppel in de spreek-
doordringen.
woordelijke emmer. Wat is de belangrijkste oorzaak van Stellen jullie ook effecten op dieren vast?
geluidsoverlast in Vlaanderen?
Daar weten we nog niet veel over. Dieren
De hinder van het wegverkeer is zon-
passen zich ook makkelijk aan. Als er veel
der meer het grootst, simpelweg omdat
koolmezen zijn en weinig beschikbare ter-
er heel veel wegen zijn. Maar dat bete-
ritoria, dan gaan de zwakkere vogels in de
kent niet dat daarover het meest wordt
buurt van de snelweg hun nest maken,
geklaagd, wellicht omdat de meeste bur-
omdat die minder prettige plaats nog vrij
gers zelf een auto bezitten. Er wordt dus
is. Is er veel plaats, bijvoorbeeld na een
het meest geklaagd over vermijdbare en
koude winter, dan trekken de meesjes
aanwijsbare geluidsbronnen zoals buren-
weg van een dergelijke geluidsbron. We
lawaai, recreatieactiviteiten en dergelijke.
mogen dieren ook niet volgens menselijke maatstaven beoordelen als het over
Werken de geluidsschermen langs de
geluidsoverlast gaat. Denk bijvoorbeeld
snelweg goed?
aan de gevoeligheid van het oor van ver-
De schermen zijn het meest effectief op
schillende diersoorten: in vergelijking met
bruggen. In feite zijn ze wat aan de lage
geurhinder, mensen minder tolerant lijken
veel inlandse zoogdieren en vogels heb-
kant: het geluid kan er makkelijk over-
te worden voor sommige geluidsbronnen,
ben mensen een goed gehoor.
heen. Ook de wind speelt daarin een
burgers vermoeden dat de geluidsoor-
Het begrip stiltegebied begint ingang te
zo’n scherm woont, heeft het zo goed als
zaak vermijdbaar is, zijn ze kritischer.
vinden in Vlaanderen. Wat wordt daar
geen effect meer.
grote rol. Als je meer dan 200 meter van
maar toleranter voor andere. Wanneer
precies mee bedoeld? Heeft geluidshinder aantoonbare gezond-
Dat is vooral betekenisvol in een dichtbe-
Bekijken jullie geluidsoverlast ook van
heidseffecten?
volkt gebied zoals Vlaanderen en Neder-
straat tot straat?
Dat is een controversieel onderwerp.
land. In Noorwegen of Spanje is minder
Dat doen we met micro-verkeersmodelle-
Er bestaan geen statistisch significante
behoefte aan stiltegebieden. Daar bestaat
ring. Zo nemen we bepaalde stadswijken
gegevens die bewijzen dat er een invloed
nog uitgestrekte open ruimte. Bij ons heb
onder de loep. Op de computer zie je elk
is op de sterftecijfers. Wat we wel kun-
je heel veel wegen, steden, luchthavens,
voertuig als een lichtpuntje door de straten
nen aantonen, is de relatie tussen geluids-
spoorwegen, noem maar op, allemaal op
rijden. Naarmate het voertuig meer lawaai
overlast en bijvoorbeeld een hoge bloed-
dat kleine oppervlak. Momenteel bevindt
produceert, wordt het stipje roder. Aan
druk, vooral door lawaai ‘s nachts dat de
zich in Vlaanderen een ‘officieel’ stiltege-
verkeerslichten kan stilte ontstaan, maar
slaap verstoort. Het is bekend dat een
bied in de regio Dender-Marke, in de buurt
ook veel lawaai omdat de wagens daar
hoge bloeddruk op termijn een ernstig
van Geraardsbergen. De bedoeling is dat
weer moeten optrekken, enzovoort. Op s
15
s die manier kunnen we een geluidslandschap of soundscape heel precies in kaart
kasseienbestrating en tamelijk veel auto- zouden daar een fontein kunnen instalen zelfs tramverkeer vinden we onprettig,
leren die het geluid van ruisend water
brengen. Het is de bedoeling om daarmee
hoewel het daar misschien qua decibels
opwekt. Dat is iets anders dan abso-
de lokale leefbaarheid te verbeteren.
niet zoveel luider is.
luut geluid te willen dempen. Een andere mogelijkheid is het aanplanten van bes-
Wat is een geluidslandschap?
Zijn geluidslandschappen dan een soort
senstruiken die vogels aantrekken, zodat
We kunnen auto’s niet tot in het oneindi-
achtergrondmuziek?
je aangename vogelzang krijgt. En de
ge stiller maken. Wel is het mogelijk om
Er bestaat een hypothese dat een aantal
speeltuin in het park kan eventueel wat
geluidsoverlast anders te bekijken, zodat
essentiële kenmerken van muziek geba-
worden afgeschermd om schrille kinder-
hinder niet alleen neerkomt op het redu-
seerd zijn op het geluid van de natuur.
geluiden te dempen. Uiteraard hangt dat
ceren van decibels. Een straat in de stad
Kabbelende beekjes, ruisende bladeren,
nauw samen met de stedenbouwkundi-
klinkt anders dan een stadspark en anders
vogelzang, dat soort dingen. Door het
ge invulling van de verschillende zones
dan een plein. Als we het meest geschikte
achtergrondgeluid in een stad te bestu-
in een stad.
geluidslandschap van een park kunnen
deren als muziek hopen we tot nieuwe
definiëren, kunnen we dat geluid ook cre-
inzichten te komen.
Worden dergelijke geluidslandschappen
eren of beschermen. Hier in Gent wordt
Momenteel experimenteren we met
al ergens toegepast?
het geluid aan de Graslei – een verkeers-
geluidslandschappen die sferen oproe-
In Japan wordt van oudsher aandacht
luwe straat met terrasjes – als aangenaam
pen. Als blijkt dat die rustgevend werken,
besteed aan prettig omgevingsgeluid.
ervaren, hoewel het er helemaal niet stil
kunnen we ze gebruiken om bijvoorbeeld
Rond tempels hangen Japanners wind-
is. Het geluid in de Brabantdam met de
een park in de stad rustiger te maken. We
gongs op en er zijn kunstmatige waterval-
© Jan Caudron
16
Dick Botteldooren: ‘Het geluid in een verkeersluwe straat met terrasjes wordt als aangenaam ervaren. Het geluid in een straat met kasseienbestrating en auto- en tramverkeer vinden we onprettig, hoewel het daar misschien qua decibels niet zoveel luider is.’
www.vmm.be
© Peter Slaets
Lawaai dat vermijdbaar lijkt, stoort meer
letjes voorzien. Al die installaties creëren een specifiek, rustgevend geluidslandschap. Het gaat echter niet alleen om het creëren van geluidslandschappen. Het is ook nuttig bestaande geluidslandschappen te leren waarderen, net als natuurgebieden. De geluiden in het Zwin zijn bijvoorbeeld uniek: het ruisen van de zee, de geluiden van de vogels, de wind, enzovoort. Ook dat verdient bescherming. MIRA bestaat 10 jaar. Welke evoluties zijn u als externe betrokkene opgevallen? Sinds 1994 zijn de thema’s die het milieurapport behandelt qua vorm en inhoud duidelijk geëvolueerd. Dat was een logisch groeiproces. Nu is het milieuthemarapport prima gestructureerd, met heldere,
Licht- en geurhinder
opvolgbare indicatoren. In het begin was
Indicaties van hinder worden gepeild via driejaarlijkse steekproeven bij de bevol-
het eerder een losse verzameling van
king. Daarbij wordt niet alleen geluidsoverlast onderzocht: ook licht- en geur-
informatie en kennis.
hinder komen aan bod. De gulle verlichting langs onze wegen, reclamepanelen, tuinen vol lampen: ze dra-
U bent ook lector: wat is de taak van een
gen allemaal bij tot de lichtvervuiling. Astronomische waarnemingen worden veel
lector precies?
moeilijker en te veel licht kan het bioritme van mens en dier verstoren. Lichtvervui-
Een lector kijkt na wat anderen hebben
ling heeft vooral voor vogels, insecten en amfibieën nadelige gevolgen. De dieren
geschreven op basis van zijn eigen erva-
raken de weg kwijt of worden door het licht aangetrokken of afgestoten. Maar
ring en kennis. Je geeft dus als weten-
ook voor mensen kan het te licht zijn. Volgens het onderzoek heeft tot ongeveer
schapper een expert opinion over een
vijf procent van de ondervraagden tamelijk tot erg veel last van lichthinder.
bepaald thema. In het geval van milieurapportering houdt dat in dat je controleert
Bij stank zien we dat percentage gehinderden zelfs oplopen tot vijftien procent.
of de input van diverse belangengroepen,
Geurhinder laat zich echter niet makkelijk definiëren omdat de overlast ervan
zoals de industrie of de milieubeweging,
behoorlijk subjectief is. De langetermijndoelstelling in het milieubeleidsplan stelt
niet te gekleurd is.
voor om de tamelijk tot ernstig gehinderden terug te dringen tot twaalf procent. Ernstige tot extreme hinder zou niet meer mogen voorkomen. Net als lichthinder
Hebt u de indruk dat milieuthema’s de
en lawaai, is geurhinder echter vaak een lokaal fenomeen. Dat maakt opspo-
voorbije tien jaar aan gewicht hebben
ring moeilijker.
gewonnen bij het grote publiek? Wat betreft de studenten aan de univer-
echt een hot issue. Misschien leeft bij de
belang hechten aan leefkwaliteit en de
siteit zou ik – met voorbehoud – durven
studenten de perceptie dat het nu weer
directe leefomgeving.
zeggen dat de belangstelling voor het
de goede kant op gaat met het milieu,
milieu in zijn algemeenheid wat is terug- zodat het minder aandacht krijgt. Daar
Percentage van de bevolking
gelopen. Tien jaar geleden was milieu
gehinderd door geluid
staat tegenover dat studenten wel veel
17
MIRA binnenstebuiten Hoe ervaart het MIRA-team de tiende verjaardag van het Vlaamse milieurapport? Wat is voor hen het belangrijkste? We vragen het aan de dames en de heren die elke dag opnieuw de vinger aan de pols van het Vlaamse milieu houden.
Jeroen Van Laer, econoom
Johan Brouwers, ingenieur
‘De toekomstscenario’s die
scheikunde
we in MIRA-S uitwerken, vor- ‘Een van de sterkste punten men voor mij een uitdaging:
van onze milieurapportering
we moeten de impact bere-
is ongetwijfeld de structuur
kenen van factoren waarvan
die we aanbrengen in de vele
we de evolutie moeilijk kunnen
thema’s. We verstrekken niet
Lisbeth Stalpaert,
Marleen Van Steertegem,
voorspellen. Op basis daarvan
alleen informatie, we scheppen
aardrijkskundige
bioloog en projectleider MIRA
wordt er aan beleidsplanning
ook orde en duidelijkheid. Alle
‘De belangrijkste realisatie is
‘Het netwerk rond MIRA is heel
gedaan. Met die scenario’s
cijfers zijn op elkaar afgestemd,
voor mij het milieuthemarap-
belangrijk. In tien jaar tijd is het
lopen we voor op verscheide-
alles klopt en wordt regelma-
port. Het vergt elk jaar opnieuw
MIRA -team geëvolueerd van
ne andere Europese landen.
tig geactualiseerd. We blijven
bloed, zweet en tranen, maar
vier naar dertien leden. Daar-
Ik hoop ook dat we nog meer
ook onze methodologieën
het resultaat mag dan ook wor-
omheen bevindt zich een grote,
indicatoren kunnen ontwikke-
aanscherpen. In de universi-
den gezien. Wat me bezig-
geëngageerde groep van hon-
len in het domein van milieu en
taire wereld zijn onze milieurap-
houdt, is dat de Vlaamse bur-
derden auteurs, lectoren en
economie: de milieu-uitgaven
porten dan ook goed bekend.
gers onvoldoende beseffen
andere specialisten. Oproepen
van de overheid, de industrie
Sommige delen worden zelfs
welke grote invloed ze hebben
tot medewerking kennen veel
en andere doelgroepen in kaart
als cursus gebruikt.’
op hun leefomgeving. De laat-
succes: MIRA is een begrip in
brengen, de juiste prijs voor de
ste open ruimte verdwijnt voor
de wetenschappelijke wereld,
vervuiler bepalen, de financiële
nieuwbouw terwijl er leegstand
bij beleidsmensen en bij uit-
impact van milieubeleid bere-
is in stads- en dorpskernen.’
eenlopende belangengroepen,
kenen, enzovoort.
zoals milieuorganisaties en de
Dergelijke cijfers
chemische industrie.’
kunnen het beleid ondersteunen, maar ze zijn ook interessant voor de andere doelgroepen die we met de
18
MIRA-rappor-
ten proberen
© Jan Caudron
te bereiken.’
MIRA binnenstebuiten
Hanne Degans, bioloog
Erika Vander Putten,
Myriam Bossuyt, bioloog
‘In 1997 ondertekenden we de
bio-ingenieur
www.vmm.be
Stijn Overloop,
‘Het is een klein mirakel dat het
bio-ingenieur
biodiversiteitsconventie waar- ‘De grote meerwaarde voor mij
milieuthemarapport er elk jaar
‘Milieurapportering is een
in we onderschreven de ach-
is dat het milieurapport een vol-
opnieuw ligt, en dat het steeds
goede investering voor de
teruitgang van de biodiversi-
ledig beeld geeft van de toe-
beter wordt. Meer structuur,
Vlaamse overheid: de rap-
teit te verminderen. Meer dan
stand van het milieu in Vlaande-
duidelijker, meer details. Ook
porten die we publiceren zijn
tien jaar later hadden we toch
ren. Het is een echt naslagwerk
het aantal medewerkers is
relevant, zorgvuldig met gege-
wel verder kunnen staan. De
geworden en dat verdient lof.
gigantisch gestegen en dat
vens onderbouwd, en ze snij-
inspanningen in Vlaanderen
Onderzoek naar nog betere
is een goede zaak: met meer
den hout. Dat merk je aan het
lopen achter op wat er in buur-
indicatoren voor grondstoffen-
dan 380 specialisten wordt de
feit dat diverse belangengroe-
landen gebeurt: de oppervlakte
gebruik zal het hopelijk moge-
inhoud van ons rapport gedra-
pen erop terugvallen om hun
beschermde natuur is te klein
lijk maken dat complexe thema
gen door een brede waaier van
stellingen kracht bij te zetten.
en de monitoring van de natuur
beter te belichten.’
experts. Hoe meer gezag het
MIRA-T is eigenlijk de bijbel van
gebeurt – in tegenstelling tot
rapport krijgt, hoe gunstiger
de milieukennis, een realisatie
die van het milieu – sporadisch.
dat is voor ons milieu.’
om trots op te zijn.’
Er is hard gewerkt, maar we gaan nog te traag vooruit.’
19
Philippe D’Hondt,
© Jan Caudron
20
Dick Botteldooren, professor
Hugo Van Hooste,
Caroline De Geest,
scheikundige & afdelingshoofd
akoestiek, MIRA-auteur en lec-
scheikundige
bio-ingenieur
‘In 1993 stond ik mee aan de
tor
‘Het themarapport blinkt uit in
‘Elk jaar opnieuw verbetert het
wieg van MIRA. Ondertussen
‘De toekomstscenario’s vormen
volledigheid. Daarvoor hoeven
milieuthemarapport. De data
is MIRA een begrip gewor-
een bijzondere uitdaging. Daar-
we ons geenszins te schamen.
worden nauwkeuriger, de
den, een onbetwiste bron van
in moeten we vastleggen hoe
Wie het rapport bestudeert,
methodologie wordt aange-
betrouwbare informatie. Zowat
parameters kunnen evolueren
krijgt een idee van de volledi-
scherpt. Als specialiste in ver-
alle politici, wetenschappers
als we alles bij het oude laten,
ge milieutoestand in onze regio.
keer en vervoer en de milieu-
en journalisten kennen onze
als we veel inspanningen doen
Maar behalve volledig is het
gevolgen van de toenemende
rapporten. De inhoud ervan
en als we weinig moeite doen.
rapport ook grondig, met een
verkeersstromen, vind ik onze
staat niet ter discussie. In het
Voor mijn specialiteit, geluidshin-
voorstelling van cijfers en data
levensstijl wel zorgwekkend.
parlement is MIRA een begrip.
der, is dat geen evidentie omdat
die up-to-date zijn.’
We zijn toe aan een verregaan-
Dit had ik tien jaar geleden niet
er veel factoren meespelen die
de gedragsverandering met
durven dromen. Het mooiste
niet altijd makkelijk te meten zijn.
een sterk verminderd autoge-
zou zijn dat ook het brede
Over de jaren kreeg geluidshin-
bruik, maar de samenleving is
publiek meer vertrouwd zou
der, onder andere door MIRA,
daar blijkbaar niet klaar voor.’
raken met de informatie die
meer en meer aandacht in het
we ook voor hen verzamelen
beleid: het heeft z’n plaatsje op
en verspreiden.’
de agenda veroverd.’
MIRA binnenstebuiten
Bob Peeters, bioloog
Sofie Janssens,
‘Het themarapport is een uit-
coördinatie en follow-up
zonderlijk product. Het is door- ‘De laatste jaren doen we veel dacht, de cijfers kloppen, en de
extra inspanningen om milieu-
consistentie is zeer groot. De
informatie te verspreiden bij
lezer krijgt een overzicht van de
het brede publiek. Sinds 2001
volledige milieuproblematiek in
maken we een handig en com-
www.vmm.be
Waar staat MIRA over tien jaar?
Vlaanderen. Het gezag van het
pact zakboekje dat burgers
In de voorbije tien jaar milieurapportering is heel veel opge-
rapport groeit dan ook en de
gratis kunnen aanvragen. Dat
bouwd. Maar wat zal de toekomst brengen? Projectleider
afstemming met de milieuplan- zakboekje toont de belang-
Marleen Van Steertegem blikt vooruit: ‘Een van de belang-
ning - waarin je de beleidskeu-
rijkste cijfers en feiten over het
rijkste uitdagingen is het nieuwe scenariorapport MIRA-S
zes vertolkt ziet - verbetert elk
milieu en de natuur in Vlaande-
2006. Meer nog dan bij de themarapporten zal het nodig
jaar.’
ren. En last but not least is er
zijn om de beschikbare wetenschappelijke kennis te bun-
onze totaal vernieuwde websi-
delen om toekomstscenario’s uit te tekenen. Het zal ook
te (www.vmm.be/mira) die heel
nodig zijn om, naast de wetenschappers, ook het beleid
toegankelijk is voor de burger.
en de maatschappelijke groepen te betrekken in de formulering van mogelijke scenario’s.’ Marleen Van Steertegem wijst er ook op hoe belangrijk het is om bruggen te bouwen tussen wetenschap en beleid. ‘Werken als grenswerker is boeiend maar niet eenvoudig. Gelukkig heeft het beleid geïnvesteerd in een goed uitgebouwd en voldoende groot projectteam. Daardoor kunnen onze teamleden zich specialiseren, zodat ze volwaardige gesprekspartners worden voor beide toch wel verschillende werelden. Het blijft spannend om wetenschappelijke informatie aan te bieden die het mogelijk maakt een goed beleid uit te werken. Hoe goed we daarin slagen, zullen we kunnen testen met het scenariorapport.’ Marleen Van Steertegem benadrukt ook dat nog meer aandacht naar de burger zal uitgaan: ‘We moeten blijven onderzoeken hoe we milieu-informatie het best aanbieden aan de burger. Een aantrekkelijke format bepaalt het succes bij informatieoverdracht. Dan kunnen we hopen dat burgers meer geneigd zullen zijn hun gedrag aan te passen.’
21
Milieuvervuiling kan uw gezondheid ernstig schaden
22
Milieuvervuiling kan uw gezondheid ernstig schaden
Dat er een verband bestaat tussen milieu en gezondheid, ligt voor de hand. Maar het is een moeilijke oefening om vast te stellen in welke mate een ziekte is uitgelokt door milieufactoren. Kanker bijvoorbeeld kan het gevolg zijn van verschillende factoren. Wetenschappers werken echter hard aan indicatoren. Nu al komen ze tot onthutsende vaststellingen.
www.vmm.be
tie verliest door ziekte of voortijdige sterfte. De berekeningsmethode werd opgemaakt met de hulp van artsen en specialisten. Er blijft een mate van onzekerheid bestaan: er zijn altijd inschattingen en waarderingen mee gemoeid. Toch is deze indicator zeer nuttig. Ook internationale organisaties zoals de Wereldgezondheidsorganisatie en
Iedereen in Vlaanderen krijgt willens nil-
Lood kan onder andere bloedarmoede en
lens een dosis luchtverontreiniging bin-
schade aan maag en ingewanden veroor-
nen. Ozonwaarschuwingen zijn vaste kost
zaken, terwijl cadmium bijvoorbeeld de
Schokkende cijfers
tijdens de zomer, sommige giftige stoffen
nieren kan beschadigen. De problematiek
Als we de DALY’s bekijken voor milieugere-
stapelen zich voor altijd op in ons lichaam.
van de zware metalen komt vooral voor op
lateerde gezondheidsproblemen in Vlaan-
Al dat gif kan leiden tot ziekte en zelfs sterf-
een aantal specifieke locaties. Zo zijn in
deren, zijn de resultaten verontrustend.
te. Maar welke dosissen nemen we precies
de urine van proefpersonen uit de Noor-
We komen uit op een verlies van meer dan
op door te ademen, te eten en te drinken,
derkempen verhoogde concentraties van
30.000 gezonde levensjaren in Vlaanderen,
dingen aan te raken, aan straling bloot te
cadmium aangetroffen. Hun bloed bevatte
of iets minder dan een half gezond levens-
staan? En welke schade levert dat op?
verhoogde loodconcentraties. De loodge-
jaar per inwoner. De belangrijkste oorza-
haltes in het bloed van kinderen uit More-
ken zijn hart- en luchtwegaandoeningen,
Biomonitoring
tusburg (Hoboken) zijn nog altijd dubbel zo
kankers en ernstige geluidshinder. Vooral
Via biomonitoring trachten wetenschap-
hoog als bij controlepopulaties. Momenteel
het effect van fijn stof ( PM10) is onmisken-
pers de schade op te meten. In bloed, urine,
loopt er een grootschalig biomonitoring-
baar: het is goed voor 71 procent van het
nagels en dergelijke gaan ze op zoek naar
programma waarin pasgeborenen, ado-
totale aantal verloren gezonde levensjaren.
stoffen, biomerkers, die aantonen waaraan
lescenten en volwassenen in verschillen-
Longkanker door PM2,5 kost 1821 verlo-
we worden blootgesteld. Artsen en toxico-
de typegebieden van Vlaanderen worden
ren gezonde levensjaren. Ook de gezond-
logen zijn bezorgd over de grotere gevoe-
onderzocht. Voor resultaten is het echter
heidskosten door luchtverontreiniging met
ligheid van kinderen en adolescenten voor
nog te vroeg.
fijn stof zijn astronomisch, vooral door het
milieuvervuiling. Ook foetussen kunnen via
grote werkverlet als gevolg van luchtweg-
de placenta al in contact komen met giftige
Verloren gezonde levensjaren
stoffen, net als pasgeborenen via de moe-
Geregeld hoor je in het nieuws dat bijvoor-
externe gezondheidskost op meer dan
dermelk. Sommige giffen stapelen zich op
beeld lawaaihinder of luchtverontreiniging
1100 miljoen euro. Vooral het wegverkeer
in het lichaam. Potentieel kankerverwek-
verantwoordelijk zijn voor een bepaald aan-
is verantwoordelijk voor vervuiling met fijn
kende dioxines worden vlot teruggevonden
tal ziekte- en sterftegevallen. Hoe kan men
stof. Het verkeer kan dus op veel manie-
in bloedserum. Een aantal PCB’s en dioxi-
de gezondheidseffecten van bijvoorbeeld
ren dodelijk zijn.
nes hebben ook een hormoonverstorende
lawaai en luchtverontreiniging vergelijken?
werking: PCB’s werken vervrouwelijking in
Myriam Bossuyt van het MIRA-team speci-
de hand terwijl dioxines het omgekeerde
aliseert zich in deze materie: ‘Om de ver-
effect hebben.
© Jan Caudron
de Wereldbank rekenen in DALY’s.’
aandoeningen. Voor 2002 raamt MIRA de
schillende milieu-invloeden op gezondheid
Verloren
te vergelijken, werken we met de indicator
gezonde levensjaren ( DALY’s)
Benzeen, tolueen en PAK’s worden gemo-
DALY’s. Dat staat voor disability adjusted
nitord omdat ze kankerverwekkend zijn.
life years of verloren gezonde levensjaren.
Concentratie van lood in bloed
Ook zware metalen kunnen heel wat nega-
Het aantal DALY’s is een maat voor het aan-
van kleuters en scholieren in wijk
tieve effecten hebben op de gezondheid.
tal gezonde levensjaren dat een popula-
Moretusburg (Hoboken)
23
Vlaams Ecologisch Netwerk verbindt natuurgebieden Versnippering bedreigt biodiversiteit
Milieuverstoring heeft ernstige gevolgen voor de natuur in Vlaanderen. Een gebrek aan grote, aaneengesloten natuurgebieden is een van de grootste bedreigingen voor het voortbestaan van heel wat planten- en diersoorten. Het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN) kan een oplossing bieden.
24
werk, het Integraal Verwevings- en Ondersteunend Netwerk ( IVON ), om de uitwisseling tussen populaties van grote eenheden mogelijk te maken. De voorbije jaren is er 10.000 hectare groen bijgekomen, wat een beperkte ontsnippering opleverde.
Wat is het Vlaams Ecologisch Netwerk?
Wordt het Vlaams Ecologisch Netwerk
Hanne Degans, MIRA-team: Het Vlaams
een verzameling van nieuwe natuurge-
Waar gaan we die extra 40.000 hectare
Ecologisch Netwerk moet leiden tot gro-
bieden?
vinden?
tere, aaneengesloten gebieden waarin
HD: Neen, het VEN omvat ook de bestaan-
HD: In feite lopen we achter op wat is afge-
kwetsbare natuur zich kan herstellen en
de natuurgebieden en -domeinen. Het is
sproken. Het VEN en de natuurverwevings-
ontwikkelen. Nu is de natuur in Vlaande- zelfs zo dat er tot vandaag weinig natuur-
gebieden moesten eigenlijk eind 2002
ren veel te veel versnipperd door wegen,
gebied is bijgekomen. Het VEN bestaat uit
gedefinieerd zijn. Dat is niet gelukt, maar
bebouwing, enzovoort. Daardoor raken
85.000 hectare. De doelstelling is om een
de doelstelling is wel opgenomen in het
populaties dieren en planten afgezonderd
oppervlakte van 125.000 hectare te ver-
nieuwe Milieubeleidsplan 2003-2007. Het
waardoor ze vatbaarder zijn voor inteelt en
werven om grotere eenheden natuur te
nadeel is dat die vertraging de overlevings-
ziekten en sneller uitsterven.
verbinden. Er bestaat nog een tweede net-
kansen van een aantal bedreigde soorten
www.vmm.be
©Rollin Verlinde
© Peter Slaets
Vlaams Ecologisch Netwerk verbindt natuurgebieden
De schaar in de versnippering gezet?
©Ives Adams
Paddenkoppel
Alpenwatersalamander.
dieren en planten verder doet dalen. Hoe langer we wachten, hoe moeilijker en duurder het wordt om de natuur te herstellen.
De invulling van het begrip versnippering krijgt andere accenten vanuit milieu- en natuuroogpunt. Een landbouwer zal anders over versnippering van groene, open ruimte denken dan een bioloog. Maar over de kern van de zaak is weinig betwisting mogelijk: Vlaanderen is een lappendeken van percelen, versneden door wegen, woningen, akkers en kanalen. Leefgemeenschappen van dieren lijden daar ernstig onder. Ze kunnen zich niet meer of niet ver genoeg verplaatsen, ze zijn afgesneden van broedgebieden, enzovoort. Ook lawaaihinder en tal van verontreinigingen worden over een grotere oppervlakte uitgesmeerd. Ruimtelijke wanorde De voornaamste oorzaak van versnippering is het systematisch bouwen op verkeerde plekken, met lintbebouwing en te verspreide bebouwing als
gevolg. Nog altijd neemt de bebouwing toe waar ze het minst wenselijk is: in de (nog) open ruimte. Versnippering wordt gemeten aan de hand van kaarten waarin de nieuwe bebouwing wordt opgetekend die er in de loop van een aantal jaren is bijgekomen. Alle kaartbladen wijzen op een groei van de bebouwing. Onderzoekers gaan ook na of bestaande kavels zich verdichten of dat er nieuwe hectares open ruimte sneuvelen voor de bebouwing. Verdichting is positief en in overeenstemming met het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. Als we alle gegevens op een rijtje zetten, blijkt dat de ontsnippering van Vlaanderen nog niet voor morgen is. In de streek tussen Kortrijk, Izegem en Roeselare zien we hoe de open ruimte langzaam oplost. De Westhoek is dan weer het minst versnipperd.
Welke soorten worden het meest bedreigd?
stilstaande waters zo goed als verdwenen
HD: Het visbestand in de grotere Vlaamse
zijn en door tal van andere factoren die de
rivieren doet het goed, hoewel het visleven
leefomgeving van die dieren hebben ver-
in de bovenlopen van die rivieren proble-
stoord. In Limburg is een aantal nieuwe
Oppervlakte natuur- en
matisch blijft. Heel zorgwekkend blijft ook
poelen voor amfibieën aangelegd en dat
bosreservaten
het verlies aan biodiversiteit, aan verschei-
leidt tot hoopgevende resultaten.
denheid van soorten. Met onze amfibieën
Het aantal waterplanten in de kustpolders
gaat het heel slecht. Het huidige aantal
loopt ook heel sterk terug, net als de plan-
groene en bruine kikkers, gewone pad-
tensoorten die eigen zijn aan welbepaalde
den, alpenwatersalamanders en kleine
biotopen zoals grasland, moerasgebied,
salamanders ligt een derde lager dan in
enzovoort.
de periode 1975-1989. Dat komt doordat
Versnippering van de open ruimte
25
Industrie boekt voor Ook tertiaire sector weegt door op het milieu
26
ruitgang
www.vmm.be
© Jan Caudron
Industrie boekt vooruitgang
Als het woord milieuverontreiniging valt, denken we daar al snel een rokende fabrieksschoorsteen bij, met op de achtergrond het grimmige silhouet van een industrieel bedrijf. Unfair, zo tonen de cijfers aan. Daarentegen blijkt juist de tertiaire sector – overheden, reisbureaus, scholen, enzovoorts – flink op het milieu te wegen. Jullie cijfers tonen aan dat de indu-
grote inspanningen gedaan. De uitstoot
strie een wezenlijke vooruitgang boekt.
van vele stoffen kun je voor een belangrijk
Nochtans leeft bij de meeste mensen
deel relatief goedkoop reduceren, maar
een andere voorstelling. Hoe zit de vork
de laatste restjes zuiveren of filteren, kan
in de steel?
erg duur worden. Dan gaat de economi-
Hugo Van Hooste, MIRA-team: Zeker bij
sche haalbaarheid sterk meespelen.
de grote industriële bedrijven is de vooruitgang duidelijk merkbaar. We zien die
Volgens het milieuthemarapport daalt
trend trouwens al vijftien jaar. Die grote
de absolute milieudruk. Dat is toch goed
bedrijven hebben zware investeringen
nieuws?
uitgevoerd om hun milieu-impact te ver-
HVH: Uiteraard. Er komen minder vluch-
kleinen. We merken ook veel bereidheid
tige organische stoffen zoals benzeen in
om met het milieu rekening te houden.
het milieu terecht. Ook de uitstoot van
Wel blijft de industriële productie stijgen
stikstof- en zwaveloxiden is gedaald. Maar
zodat de absolute milieudruk van de sec-
de uitstoot van CO2 blijft wel stijgen. Dat
tor aanzienlijk blijft.
hangt samen met het toenemende energiegebruik en het stijgend verbruik van
Doen KMO’s het even goed?
bijvoorbeeld aardolie als grondstof voor
HVH: Bij de KMO’s is er meer werk aan
de productie van kunststof.
de winkel. De weerstand tegen investeringen is groter en de middelen zijn veelal
Produceert de industrie veel afval?
ook beperkter. De controle door de milieu-
HVH: Vrij veel, en alle industriële subsec-
inspectie is niet echt afschrikwekkend.
toren hebben daarin hun aandeel. Wat
De inspectie heeft relatief weinig man-
gevaarlijk afval betreft zijn de voornaam-
schappen en kan daardoor maar beperkt
ste sectoren de chemie met chloorver-
controleren.
ontreiniging, de metaal- en metaalverwerkende industrie met zware metalen en de
Vroeger waren chemische bedrijven
bouwsector met onder andere asbest.
dikwijls de kop van Jut. Hoe is de situatie nu?
Ook de tertiaire sector blijkt het milieu
HVH: De chemie, met het Antwerpse
flink te belasten. Vroeger dachten we
havengebied als tweede grootste che-
toch dat handel en diensten weinig
misch centrum ter wereld, heeft nog
milieu-impact hadden?
weinig marge om te verbeteren. Ze heeft
Jeroen Van Laer, MIRA -team: Het s
27
s geheel van alle handel en diensten is een zeer grote sector. We hebben het over
Hoe zal de eco-efficiëntie van de sector
Europa. Het aandeel blijft trouwens elk
evolueren?
jaar toenemen.
kantoren, alle overheden, scholen, zieken- JVL: Wat betreft het energiegebruik en de huizen, dienstverlenende bedrijven, zelf-
uitstoot van broeikasgassen zien we nog
Neemt de overheid zelf initiatieven?
standigen, noem maar op. Vroeger dachten
geen trendbreuk. Het energiegebruik in
JVL: Bij de Vlaamse overheid is sinds
we dat de milieudruk van deze sector gering
de tertiaire sector betreft vooral verwar-
vorig jaar een belangrijk project Interne
was, maar de afvalproductie van handel en
ming, maar de vervanging van oude ver-
Milieuzorg opgestart dat de verschillende
diensten is dat alvast niet. De tertiaire sector
warmingsinstallaties door nieuwe en meer
departementen en Vlaamse Openbare
produceert 5,8 miljoen ton primair afval. Dat
spaarzame toestellen gebeurt te lang-
Instellingen ertoe aanzet om milieuvrien-
is ongeveer 17 procent van het totale afval- zaam. De Vlaamse overheid heeft zich
delijk te consumeren, aan afvalpreventie
volume in Vlaanderen. Het secundaire afval,
tot doel gesteld het energiegebruik in de
te doen, en dergelijke meer. Ook belang-
afkomstig van afvalverwerkende bedrijven
dienstensector te verlagen, maar de hui-
rijk zijn de samenwerkingsovereenkom-
die ook tot de sector behoren, is daar dus
dige doelstellingen zijn weinig ambitieus.
sten met de lokale overheden. Daarbij
niet bijgerekend. Dat zou het aandeel zelfs
Ze moeten vooral gezien worden als een
geeft de Vlaamse overheid subsidies aan
tot 40 procent doen oplopen. Ter vergelij-
opstapje naar meer ingrijpende doelstel-
gemeenten en provincies in ruil voor een
king: de huishoudens produceren 10 pro-
lingen. Maar er is ook hoop. Een aantal
beter energiebeheer van de eigen gebou-
cent van het totale afvalvolume. Bovendien
maatregelen in verband met energiege-
wen. Lokale besturen kunnen een belang-
kunnen we aannemen dat een deel van het
bruik en broeikasgassen treden pas na
rijke voorbeeldfunctie vervullen. Voorts
afval van handel en diensten bij het huis-
2005 in werking.
bestaat binnen de Vlaamse overheid ook
Voor de verwerking van accu’s, autoban-
voor Preventie van afval ( STIP) dat zich
houdelijke afval terechtkomt, waardoor het beeld nog positiever lijkt dan het is.
nog het Steunpunt en Informatiecentrum den en afgewerkte olie komen er nieuwe
richt tot lokale overheden en beroeps-
Hoe zit het met het energiegebruik in de
maatregelen. In het onderwijs bestaan er
federaties.
tertiaire sector?
actieplannen om de hoeveelheid school-
JVL: Globaal gezien valt het energiegebruik,
afval te reduceren. Voor ziekenhuizen en
Intern volgen we ook ons papiergebruik
met een aandeel van 6 à 7 procent, best
verzorgingsinstellingen onderzoekt men
op. Kringlooppapier wordt steeds belang-
mee. Maar tegenover 1990 is het wel met
maatregelen. En er lopen nog andere pro-
rijker. In de toekomst zal dat trouwens
een opvallende 85 procent gestegen. Dat
jecten, gericht op andere deelsectoren.
is meer dan het dubbele van andere sec-
28
het enige papier zijn dat de Vlaamse Gemeenschap nog aankoopt. Het papier-
toren. Ook de laatste jaren blijft het ener-
Zijn er nog positieve zaken die we kun-
gebruik vermindert echter helemaal niet.
giegebruik toenemen in de tertiaire sector.
nen vermelden?
Gek genoeg is dat mee te wijten aan com-
Van een ontkoppeling in de dienstensector
JVL: De opkomst van de duurzame beleg-
puter- en e-mailgebruik. Mensen printen
is dus nog geen sprake.
gingsfondsen is een goede zaak. Met dat
blijkbaar massaal digitale bestanden af.
aanbod draagt de financiële wereld, ook
Controle en bewustmaking kunnen het
Hoe verhoudt de sector handel en dien-
een deelsector van handel en diensten, bij
gebruik opnieuw doen dalen.
sten zich tegenover andere sectoren?
tot de duurzame ontwikkeling. Dergelijke
JVL: Met 1,4 miljoen werknemers is de sec-
fondsen beleggen alleen in aandelen en
Invoering van milieuzorg-
tor handel en diensten met voorsprong de
obligaties van bedrijven die voldoen aan
systemen in de industrie
grootste economische sector in Vlaanderen.
een aantal duurzame criteria, ook op het
De grootste deelsector zijn de kantoren en
vlak van milieubeleid. Hoewel het markt-
Lozingen van zuurstofbindende
administraties, waarin ongeveer 585.000
aandeel met 1,5 procent nog zeer laag
stoffen, stikstof en zware meta-
mensen werken.
is, behoort België ermee tot de top van
len in bedrijfsafvalwater
Duurzaam met onze rijkdommen omgaan
www.vmm.be
Duurzaam met onze rijkdommen omgaan Duurzaam is een begrip dat we steeds meer zien opduiken als het over milieu gaat. Daar is een goede reden voor: sinds de internationale conferentie van Rio in 1992 vormt duurzame ontwikkeling de hoeksteen voor zowat al onze acties rond milieu en ontwikkeling. Menselijke activiteiten belasten het milieu
ogenblik terug in het milieu terecht als
De milieu-impact van onze diamantsector
zo zwaar dat dier- en plantensoorten uit-
afval of uitstoot naar lucht, water of
gaat echter verder dan de druk van onze
sterven. Natuurlijke rijkdommen raken uit-
bodem. Het MIRA-rapport volgt het grond-
lokale slijperijen en handelsvestigingen.
geput. Toekomstige generaties kunnen
stofgebruik van Vlaanderen op.
Ook de gevolgen van de ontginningen in
Diamant
dien is sociale rechtvaardigheid bij der-
daar nadeel van ondervinden. Arme landen zullen zwaarder te lijden krijgen onder
bijvoorbeeld Afrika horen daarbij. Boven-
de effecten van bijvoorbeeld wereldwijde
Om onze economie van grondstoffen te
gelijke ontginningen soms ver te zoeken.
opwarming. Bovendien is het niet meer
voorzien, verbruiken we ook grondstoffen
Problemen als kinderarbeid, te lage lonen
dan rechtvaardig dat ook zij over een deel
die niet nodig zijn in het productieproces.
en slechte arbeidsomstandigheden zijn
van de rijkdommen van onze planeet kun-
Dat heeft gevolgen voor het milieu. Erika
maar enkele voorbeelden. In het verleden
nen beschikken.
Vander Putten van het MIRA-team geeft
werden zelfs oorlogen gefinancierd met
een voorbeeld: ‘Om diamant te ontgin-
de inkomsten uit diamant. In een duur-
In duurzame ontwikkeling gaan economi-
nen, moeten er heel wat grondlagen wor- zame visie horen we met al die aspecten
sche groei, sociale vooruitgang en ecolo-
den afgegraven en elders gestort. Soms
gisch evenwicht hand in hand. Iedereen
gebeurt dat op een onverantwoorde
heeft recht op een volwaardige levens-
manier. Dan kunnen de gevolgen voor
kwaliteit. Het gebruik van grondstoffen
het milieu in de buurt van de diamant-
speelt daarin een belangrijke rol. Enerzijds
mijn navenant zijn: het landschap wordt
zijn grondstoffen onmisbaar. Alles wat we
verwoest, natuuroppervlakte gaat verlo-
gebruiken, van potloden tot computers,
ren, het water verzuurt. Wij importeren
rekening te houden.’ 29
Totale Materialenbehoefte
is gemaakt uit grondstoffen. Anderzijds
alleen de ruwe diamant, slijpen die en dan
Ecologische voetafdruk
komen alle grondstoffen die we impor-
verwerken we de diamant misschien in
van hernieuwbare materialen
teren of zelf ontginnen, op een bepaald
juwelen of verkopen we de steentjes door.
Mirathematisch Met de ruim twintig thema’s van het milieuthemarapport zou je verschillende Verrekijkers kunnen vullen. We halen hier voor u nog enkele onderwerpen aan die zeker ook de aandacht verdienen.
schade die kan leiden tot erfelijke aandoeningen en kanker. Anders dan velen denken, komt de bevolking voornamelijk met dit soort gevaarlijke straling in contact door technieken voor medische beeldvorming zoals radiologie. Een tweede factor van blootstelling is radongas dat in de woning komt via de buitenlucht, via de bodem, maar ook via bouwmaterialen zoals gipskartonplaten. Het is aanbevolen het huis goed te luchten. Radon is extra bedreigend voor rokers omdat de effecten Gsm- en andere straling
van radon en tabak elkaar versterken bij
Bent u nooit helemaal gerust wanneer
het veroorzaken van longkanker.
u uw mobieltje langdurig tegen uw oor houdt? Een gsm is inderdaad een zenderontvanger die niet-ioniserende straling uitzendt. Bij gsm, radio en televisie spreken we van radiofrequente stralen. Momenteel zijn er nog geen negatieve effecten bekend van het gebruik van mobiele telefoons. Het is uiteraard nog niet mogelijk om over een langere termijn terug te kijken. Ook wat betreft de aanwezigheid en verspreiding van zendmasten zijn er 30
nog geen overtuigende negatieve gegevens binnengelopen. Het MIRA-team blijft dit soort straling uit voorzorg in de gaten
Gevaarlijke drieletterwoorden
houden.
POP ’s zijn persistente organische polluenten die in de voedselketen kunnen
Ioniserende straling
terechtkomen en zich opstapelen in het
Radioactiviteit gaat samen met het uit-
lichaam. Voorbeelden van POP’s zijn PAK’s
zenden van ioniserende straling. Een der-
(polyaromatische koolwaterstoffen) en
gelijke straling veroorzaakt biologische
de bekende dioxines. PAK’s worden niet
Mirathematisch
www.vmm.be
strie in het milieu terecht. Ze stapelen zich net als PCB’s op in het lichaam van mens en dier, zijn in de voedselketen aanwezig en hebben soms een hormoonverstorende werking. Bij recent Zweeds onderzoek werden ze teruggevonden in het bloed van kantoorbedienden, bij schoonmaakpersoneel in hospitalen en bij arbeiders in een ontmantelingsbedrijf voor elektronica. In Amerika en Zweden is bovendien een
ook een hoop van binnen, onder meer het
exponentiële toename in de moedermelk
kankerverwekkende benzeen. Ook in de
vastgesteld. Ook in Vlaanderen worden
woning zijn er soms verhoogde VOS-con-
enkel uitgestoten door het verkeer en
BFR’s aangetroffen in waterbodems, in
centraties, zeker in ruimten waar gerookt
via gebouwenverwarming. Ze komen
diverse vissoorten uit oppervlaktewater
wordt. Uit tabaksrook komen immers
tegenwoordig net als dioxines vooral in
en in menselijk serum.
talrijke vluchtige organische stoffen vrij,
het milieu door medeburgers die vuurtjes stoken of echt alles in hun allesbranders
waaronder benzeen. VOS
gooien. Zo vergiftigen zij de lucht voor
VOS zijn vluchtige organische stoffen die
Zwevend stof
zichzelf en voor anderen.
mee ozonvorming in de omgevingslucht
De Verrekijker bericht er geregeld over:
veroorzaken. Bovendien zijn bepaalde
zwevend stof vormt een ernstig gezond-
PCB’s (polychloorbifenylen) zijn zéér gifti-
van die stoffen, zoals benzeen en tolu-
heidsrisico. Wetenschappers benoemen
ge stoffen die vroeger werden gebruikt in
een, erg schadelijk voor de gezondheid.
dat stof als PM10, PM2,5 en PM 0,1. PM
transformatoren en condensatoren. PCB’s
De blootstelling eraan is meestal lokaal
staat voor particulate matter en het cij-
zijn al een tijd verboden maar ze verdwij-
en niet zo langdurig. Wie echter elke dag
fer geeft de afmetingen van het stofdeel-
nen niet uit het milieu. Ze blijven opge-
uren in de file staat met z’n wagen, krijgt er
tje aan in micrometer, een duizendste
slagen in de waterbodem, in de voedsel-
van een millimeter. Niet alleen luchtweg-
keten en in het lichaamsvet van dieren
klachten, maar ook hart- en vaatziekten
en mensen.
en vroegtijdige sterfte worden met die microscopische stofdeeltjes in verband
B FR’s, brominated flame retardants of
gebracht. De kleinste deeltjes komen via
gebromeerde vlamvertragers, ontsnap-
de longen in de bloedbaan terecht.
pen onder andere door uitdamping uit elektrische toestellen zoals pc’s en tv’s. Ze komen ook via de textiel- of plasticindu-
Emissie van fijn stof ( PM10)
31
De vervuiler betaalt te weinig 32
Worden milieuschadelijke activiteiten meer belast dan vroeger? Een milieubelasting is een belasting op activiteiten die een negatieve invloed hebben op het milieu. Ook energie- en transportbelastingen horen daarbij. De inkomsten uit dergelijke belastingen zijn de voorbije twintig jaar vervijfvoudigd. We mogen daar echter niet zomaar uit afleiden dat de belastingen vergroenen. Ook het aantal milieuschadelijke activiteiten kan immers gestegen zijn. Toch leken belastingsinkomsten op milieuverstoring sterker te stijgen dan de verstorende activiteiten zelf. Sinds het einde van de jaren negentig zet die trend zich echter niet meer door. Vervuilend energiegebruik en verkeer blijven toenemen, maar de belastingsinkomsten stagneren.
1100 miljoen euro per jaar Nemen we luchtvervuiling als voorbeeld. Toenemende luchtvervuiling veroorzaakt gezondheidskosten: mensen krijgen ademhalingsklachten, het kankerrisico stijgt. In Vlaanderen komt die vervuiling vooral van het verkeer, dat fijne stofdeeltjes uitstoot. MIRA liet de jaarlijkse gezondheidskost veroorzaakt door zwevend stof voor Vlaanderen becijferen. De onderzoekers kwamen uit op een bedrag van 1100 miljoen euro voor 2003. Over de berekeningswijze van dat bedrag valt te discussiĂŤren, maar het is onweerleg-
www.vmm.be
© KdM
De vervuiler betaalt te weinig
Belasting volgens wagentype, plaats en
de al relatief zwaar belaste benzinewa-
tijdstip
gens. Voor de dieselwagens zou echter
De weggebruiker is er zich wellicht niet
een verdrievoudiging nodig zijn en voor
altijd van bewust, maar hij veroorzaakt
zware vrachtwagens en bussen een
veel schade. Die schade leidt tot extra
verviervoudiging. Motorfietsen en lichte
kosten, die voortvloeien uit luchtvervui-
vrachtwagens, ten slotte, zouden vijf tot
ling, klimaatverandering, files, geluids-
tien keer meer moeten betalen. De situ-
hinder, ongevallen en – in het geval van
atie verschilt ook naargelang het tijdstip
vrachtwagens – schade aan het wegdek.
en de plaats. De belastingen tijdens de
Dat zijn de externe kosten van het weg-
spits in de stad zouden 11 maal hoger
baar dat het over een enorme som gaat.
verkeer. Aan elk van die aspecten hangt
moeten liggen. Tijdens de daluren bui-
En dan laten we de schade aan (histori-
een prijskaartje dat niet rechtstreeks door
ten de stad is het belastingniveau bijna
sche) gebouwen en aan vegetatie nog
de vervuiler wordt betaald, maar door de
hoog genoeg.
buiten beschouwing.
hele samenleving. Weggebruikers die hoge externe kosten
Volgens verkeersspecialiste Caroline De
Giftig verkeer
veroorzaken, zouden zwaarder moeten
Geest van het MIRA-team is het alvast
Wordt die kost ook aan de weggebruikers
worden belast. Maar dat is geen een-
hoog tijd om ons verkeer anders aan te
doorgerekend? Neen. In het algemeen zijn
voudige taak omdat de externe kosten
pakken: ‘We moeten het verkeer anders
de belastingen op wegverkeer in Vlaan-
afhangen van het type voertuig. Oudere
organiseren. Vooral het aandeel van het
deren te laag of worden ze verkeerd toe-
voertuigen vervuilen meer dan nieuwe
vrachtvervoer over de weg zou moeten
gepast. De kosten van de milieu-impact
en dichtbevolkte gebieden ondervinden
dalen. Een combinatie van maatregelen
zijn veel hoger dan de opbrengsten van de
meer hinder van lawaai en luchtvervui-
is absoluut noodzakelijk: de promotie van
verkeersbelastingen. Opmerkelijk is dat
ling. De kosten veroorzaakt door filepro-
trein en binnenvaart, fiscale prikkels, gra-
autobussen en vrachtwagens veel meer
blemen, zoals tijdverlies, liggen hoger in
tis woon-werkverkeer met het openbaar
negatieve impact per kilometer veroorza-
de spits- dan in de daluren.
vervoer, enzovoort. De haalbaarheid van bepaalde maatregelen blijft echter een
ken dan personenwagens. Maar als we bij bussen rekening houden met het grotere
Verdrievoudiging van verkeersbelasting
heet hangijzer. Niet elke maatregel wordt
aantal passagiers dat ze kunnen vervoe-
op dieselwagens
gedragen door het publiek.’
ren, veroorzaken ze minder milieuschade
In opdracht van MIRA becijferden de
per personenkilometer dan dieselwagens.
Leuvense onderzoekers van Transport
De Lijn begint vanaf 2005 ook zijn oudere
& Mobility dat – als we alle externe kos-
Internalisering van de externe
bussen te vervangen, waardoor de uit-
ten integraal zouden doorrekenen – een
kosten: wegverkeer tijdens
stoot zal verminderen.
belastingsverdubbeling zou volstaan voor
de piek en in de stad
33
© Jan Caudron
Grote eensgezindheid over klimaatverandering Energiegebruik vergroot broeikaseffect Overstromingen, hongersnood, tornado’s: over de mogelijke gevolgen van klimaatverandering hebt u vast al gehoord. Het MIRA-team volgt het fenomeen op de voet en de cijfers zijn niet geruststellend. Samen met Johan Brouwers van het MIRAteam warmen we ons op voor een rondje klimaatverandering. Hoe kijkt de objectieve wetenschap aan
34
Klimaatverandering wordt altijd in één
tegen klimaatverandering? Wordt het
adem met het broeikaseffect genoemd.
weer echt warmer?
Hoe zit dat mechanisme in elkaar?
Het IPCC (Intergovernmental Panel on
In de atmosfeer zijn gassen aanwezig
Climate Change) is een internationaal
die de invallende zonnestraling doorla-
panel van deskundigen dat de klimaat-
ten, maar de teruggekaatste straling van
verandering bestudeert en vijfjaarlijks de
het opgewarmde aardoppervlak opne-
Verenigde Naties adviseert. Het besluit
men. Dat fenomeen heet het broeikasef-
dat ze aan de VN meedelen is unaniem:
fect, naar analogie van de werking van glas
het klimaat op aarde is onmiskenbaar
in een serre. Het leven op aarde dankt
aan het veranderen. Op de vraag hoe
zijn bestaan aan het broeikaseffect: de
groot de rol is die de mens daarin speelt,
gemiddelde temperatuur op aarde zou
stelt het IPCC dat het grootste deel van
anders -18 °C bedragen, in plaats van de
de temperatuurstijging in de laatste 50
huidige +15 °C. De voornaamste natuur-
jaar te wijten is aan menselijke activi-
lijke broeikasgassen zijn waterdamp, kool-
teiten. Alhoewel daar een brede weten-
stofdioxide (CO2), methaan en lachgas. De
schappelijke consensus over bestaat,
laatste 100 jaar hebben we grote hoeveel-
blijft een aantal wetenschappers de rol
heden broeikasgassen in de atmosfeer
van de mens in vraag stellen.
geloosd door verbranding van aard- s
Johan Brouwers
Grote eensgezindheid over klimaatverandering
www.vmm.be
35
Klimaatverandering kost nu al mensenlevens De klimaatverandering is voor de mens de grootste uitdaging van de 21e eeuw. De mogelijke gevolgen voor mens, natuur en economie zijn beangstigend. Het Intergovernmental Panel on Climate Change ( IPCC ) voorspelt een stijging van de zeespiegel met 0,09 tot 0,88 meter tussen 1990 en 2100, door het afsmelten van ijskappen en gletsjers. Een stijging van het gemiddelde zeepeil met 1 meter zou ertoe kunnen leiden dat in België bijna 63.000 hectare land onder het zeeniveau komt te liggen. De kans op grootschalige overstromingen zal in elk geval toenemen.
s olieproducten en steenkool. Maar ook via veeteelt, afvalverwerking en chemische processen in de industrie komen er broeikasgassen vrij. Enkele jaren geleden was er veel te doen
De volksgezondheid lijdt nu al onder de opwarming van het klimaat. In 2003 werd ons land geteisterd door een hittegolf die nog heviger was dan die van 1994, met zeer hoge ozonconcentraties. Uit de analyse van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid blijkt dat de hittegolf van 2003 in België het leven kostte aan 1258 tot 1297 mensen. Onder invloed van een versterkt broeikaseffect kunnen grote klimaatzones verschuiven, inkrimpen of uitbreiden. Door hun beperkt aanpassingsvermogen zijn heel wat ecosystemen erg kwetsbaar voor zulke veranderingen en kunnen ze onomkeerbare schade oplopen. Recent onderzoek toonde aan dat de komende 50 jaar 15 tot 37 procent van de planten- en diersoorten op onze planeet kunnen verdwijnen als gevolg van de stijgende temperaturen.
rond CFK’s. Spelen die ook een rol? Ja. CFK’s, voluit chloorfluorkoolwaterstoffen, zijn gassen van menselijke oorsprong die bijna niet door de natuur kunnen worden afgebroken. Ze zijn nu vervangen door onder andere zachte chloorfluorkoolwaterstoffen ( HCFK’s) en fluorkoolwaterstoffen ( HFK’s en PFK’s), omdat die vervangproducten de ozonlaag niet aantasten. Maar ze versterken wel het broeikaseffect. Ze zijn dus zeker niet goed voor het milieu.
Gat in de ozonlaag: probleem voor komende generaties
36
Op leefniveau is ozon een gas dat kwalijke effecten heeft op onze gezondheid, vandaar ook de ozonwaarschuwingen op hete zomerdagen. Maar op tien à vijfentwintig kilometer hoogte bevindt zich een grote hoeveelheid ozon. Die werkt daar als een beschermende filter tegen de ultraviolette stralen van de zon. Sinds de jaren zeventig beseffen we dat er een gat, soms zo groot als een continent, in die laag is ontstaan. Dat is grotendeels het gevolg van de uitstoot van CFK’s, gassen die bovendien het broeikaseffect enorm versterken. Hebben maatregelen resultaat? De uitstoot van ozonafbrekende stoffen is sterk afgenomen in Vlaanderen. De inzameling van koel- en vriestoestellen waarbij de koel- en blaasmiddelen worden gerecupereerd, werkt prima. Ook de recuperatie en vernietiging van halonen uit brandbeveiligingssystemen is sinds kort in een stroomversnelling gekomen. De concentratie van ozonafbrekende stoffen in de atmosfeer is recent lichtjes aan het dalen, wat erop wijst dat de maatregelen van onder meer tien jaar geleden ook daar effect beginnen te hebben. Er is ook een mogelijke relatie met klimaatverandering ontdekt. Als de temperatuur in de troposfeer (leefniveau) stijgt, zal ze dalen in de stratosfeer (hogere luchtlagen) wat de werking van ozonafbrekende stoffen zou versterken. (Meer hierover in de Verrekijker Ozon van juni 2004).
Blijft de uitstoot van broeikasgassen groeien in de atmosfeer? De doelstellingen worden duidelijk niet gehaald. We beschikken over verschillende indicatoren om klimaatverandering in kaart te brengen. De eerste indicator volgt de uitstoot van broeikasgassen en die trend is ongunstig. Vlaanderen produceert nog veel te veel broeikasgassen. Dat is deels te wijten aan de aard van onze industrie: de petrochemie en de staalsector maken veel broeikasgassen aan. Ook de burgers zelf kunnen beter: woningen zijn nog altijd ondermaats geïsoleerd. En dan is er uiteraard het hectische wegverkeer. Via analyses van stalen uit ijsboringen kunnen we heel ver teruggaan in de tijd en een oordeel vormen over de samenstelling van de gassen die zich toen in de atmosfeer bevonden. De stijging die we nu vaststellen, hebben we nog nooit eerder waargenomen.
www.vmm.be
© Peter Slaets
Grote eensgezindheid over klimaatverandering
Johan Brouwers: ‘Vlaanderen produceert nog veel te veel broeikasgassen. Dat is deels te wijten aan de aard van onze industrie: de petrochemie en de staalsector maken veel broeikasgassen aan. Ook de burgers zelf kunnen beter: woningen zijn bijvoorbeeld nog altijd ondermaats geïsoleerd. En dan is er uiteraard het hectische wegverkeer.’
Welke andere indicatoren gebruiken jullie
zomer: respectievelijk +1,1°C en +0,7°C.
eeuwige sneeuw en ijs met grote zeker-
om klimaatverandering te volgen?
Daardoor worden de winters zachter en
heid afneemt. Het is 99 procent of meer
Een tweede indicator volgt de tempera- zijn de verschillen tussen de seizoenen
waarschijnlijk dat de gletsjers buiten de
tuurevolutie. Ook die geeft een ongun-
kleiner. In Ukkel zien we dezelfde evolutie.
poolgebieden massaal gekrompen zijn
stig beeld. Mondiaal waren 1998, 2002
Het recordjaar was 1989 met een tem-
in de twintigste eeuw. Het is haast net
en 2003 de drie warmste jaren van de
peratuur van 1,5 °C hoger dan de refe- zo zeker dat de oppervlakte eeuwige
voorbije anderhalve eeuw. De tempe-
rentie. Dat record werd sindsdien meer-
sneeuw sinds de jaren zestig met tien
ratuur lag ongeveer 0,5 °C boven het
maals benaderd met een waarde van 1,4
procent is afgenomen. De afname van
gemiddelde van de periode 1961-1990, °C in 1990, 2000 en 2002. In 2003 werd
het Noordpoolijs laat zich met minder
de internationale referentieperiode. In
een waarde van +1,3°C bereikt, net als
zekerheid berekenen, maar de kans is
Europa is de temperatuur nog sterker
in 1994 en 1999.
gestegen dan het mondiale gemiddelde.
toch nog 66 tot 90 procent dat de dikte van deze ijskap met 40 procent terug-
De acht warmste jaren vonden er alle-
Hoe zit het met de andere trends die door
loopt tijdens de zomer en de vroege herfst.
maal plaats in de laatste veertien jaar. De
de indicatoren worden weergegeven?
Al die cijfers wijzen op opwarming. Ook
stijging is groter in de winter dan in de
Wetenschappers merken dat de massa
op Antarctica lijkt de ijsmassa met 20 s
37
© VMM-fotoarchief
je kunt er dan geen polymeren en plastics meer van maken. Het is dus altijd voordelig om op zoek te gaan naar alternatieve, duurzame vormen van energie, zelfs al zou blijken dat er van de klimaatverandering niets aan is, of dat de mens er geen hand in heeft. Maar dat is zeer onwaarschijnlijk. Wordt er veel aardolie en aardgas gebruikt voor de productie van plastics en dergelijke? Zestien procent van het energiegebruik is niet-energetisch in Vlaanderen. Dat wil zeggen dat ongeveer een zesde van de energiebronnen wordt omgezet in producten. Denk bijvoorbeeld aan plastics, smeermiddelen of kunstmest. Vlaanderen heeft een grote petrochemische industrie die zich daarop toelegt. Recent zijn er ook weer stemmen opgegaan om kernenergie opnieuw een kans te geven, zodat we de Kyoto-normen kunnen halen. Is dat een goed idee? Elektriciteitsproductie door nucleaire Johan Brouwers: ‘Het is altijd voordelig om op zoek te gaan naar alternatieve, duur-
energie veroorzaakt geen uitstoot van
zame vormen van energie. Zelfs al zou blijken dat er van de klimaatverandering niets
broeikasgassen. Dat maakt het makke-
aan is, of dat de mens er geen hand in heeft. Maar dat is zeer onwaarschijnlijk.’
s procent gedaald te zijn sinds 1950. Bij hogere temperaturen zet zeewater uit. Dit
relativeren de impact van de klimaatver-
van het Kyoto-protocol, dat de produc-
andering. Hebben zij ongelijk?
tie van onder andere koolstofdioxide sterk aan banden wil leggen. Daar staat
zorgt samen met het water afkomstig van
38
lijker om te voldoen aan de voorwaarden
afsmeltende ijskappen en gletsjers op het
Als we aanvaarden dat er een menselijk
echter het probleem van het radioactief
land voor stijgend zeewater. Wereldwijd
aandeel is in de klimaatverandering, dan
afval tegenover. Is dat beheersbaar?
zagen we vorige eeuw een stijging van het
is dat voor een groot deel het gevolg van
Veel professionals uit de sector vinden
gemiddelde zeeniveau met 0,7 mm per
ons energiegebruik waardoor er broeikas-
van wel, maar bij de publieke opinie
jaar. In Oostende tekende men zelfs een
gassen in de atmosfeer komen. Die broei-
heeft kernsplitsing een slecht imago. Op
gemiddelde stijging op van 1,6 mm per
kasgassen komen vrij bij de verbranding
Europees niveau gaat er nog altijd zeer
jaar over de periode van 1937 tot 2003.
van uitputbare energiebronnen als aard-
veel geld naar kernonderzoek, gericht
olie, steenkool, enzovoort. Dat zijn zeer
op afvalberging en kernfusie.
Sommige wetenschappers, zoals de sta-
vervuilende energiebronnen. Bovendien
tisticus en politicoloog Bjørn Lomborg,
is het jammer om aardolie op te stoken:
Grote eensgezindheid over klimaatverandering
www.vmm.be
CO2 on the rocks: ijsboringen
van een energiebeleid zal afhangen van
Het ijsdek op de wereld is opgebouwd uit lagen, net zoals zich op de bodem van
technologieën kunnen we bijvoorbeeld
een mix van maatregelen. Met nieuwe
meren en oceanen geologische lagen afzetten. Nabij het oppervlak zijn de lagen
motoren efficiënter maken en het brand-
jong. Naarmate we dieper gaan worden de lagen ouder. Wetenschappers stelden
stofgebruik doen dalen. We moeten ook
vast dat ze in de ijskappen van Groenland en Antarctica ijs konden terugvinden
het onderzoek naar nieuwe oplossingen
van sneeuw die ongeveer een half miljoen jaar geleden was gevallen. Ze ont-
buiten wind- en waterstofenergie stimu-
dekten ook dat ijs liet zien hoe de atmosfeer door onze invloed veranderde. Het
leren, het liefst op internationale of toch
werd duidelijk dat de mens verantwoordelijk was voor het grootste deel van het
Europese schaal. Via belastingen kun-
lood in de atmosfeer, en voor nitraten en sulfaten. De radioactiviteit ten gevolge
nen we het gebruik van milieubelasten-
van proeven in open lucht in de jaren vijftig vinden we perfect terug in de ijslaag
de brandstoffen ontraden en we kunnen bijvoorbeeld bedrijfswagens meer belas-
van het overeenkomstige jaar.
ten. IJs bevat ook luchtbelletjes, net als gasbelletjes in spuitwater. In de jaren tachtig slaagden Zwitserse wetenschappers erin om de hoeveelheid koolstofdioxi-
Dragen ook de energieproducenten hun
de in die gasbelletjes zeer precies te meten. Daarmee kregen we voor het eerst
steentje bij?
een juiste vergelijkingsbasis om de toename van CO2 in de lucht te bepalen. Uit proefnemingen bleek dat de concentratie CO2 de laatste tienduizend jaar
De energiesector doet het zelfs uitste-
ongeveer constant bleef. In het midden van de 18e eeuw begon ze plots te stij-
koppeling. De sector slaagt erin de eco-
kend. Er is sprake van een duidelijke ont-
gen, samen met het begin van de industrialisering. Aan die CO2-toename komt
nomische groei en de hogere consumptie
vooralsnog geen eind. Uit ander onderzoek blijkt de CO2-concentratie samen
te beantwoorden met een rendements-
te variëren met de grote klimaatveranderingen op onze planeet: hoe meer CO2,
verbetering. De milieudruk neemt veel
hoe hoger de temperatuur.
minder toe of daalt zelfs absoluut. Er zijn flink wat technologische verbeteringen doorgevoerd en dankzij hernieuwbare
Je hoort de laatste tijd meer en meer over
Biobrandstoffen zijn brandstoffen die
energiebronnen kan de milieu-impact en
waterstofmotoren en biobrandstoffen.
gewonnen worden uit planten zoals kool-
de uitstoot van broeikasgassen verder
Schuilt daar een oplossing in?
zaad en suikerriet. Je hebt echter enorme
dalen. De uitstap uit kernenergie betekent
Die technologie kan nuttig zijn als een tus-
gebieden nodig om voldoende brand-
wel een bijkomende moeilijkheid, want
senoplossing. Maar waterstof moet ook
stof te produceren en om een rendabele
kerncentrales stoten geen broeikasgas-
worden geproduceerd en dat gebeurt
uitbating mogelijk te maken. Daar is in
sen uit en nog niet iedereen is ervan over-
meestal met elektriciteit. Zo komen we
Vlaanderen nagenoeg geen plaats voor.
tuigd dat er voldoende milieuvriendelijke
weer bij de vraag hoe we elektriciteit moe-
In Brazilië kan het bijvoorbeeld wel, maar
alternatieven voorhanden zijn.
ten opwekken en dan eindigen we in België
dan bestaat het risico dat er omwille van
veelal bij fossiele brandstoffen of kernener-
die teelten wouden worden platgebrand
gie. Als we waterstof met fossiele brand-
of ecosystemen vernield.
stoffen gaan produceren, hebben we wel
Komen biobrandstoffen dan niet op de
het voordeel dat we die productie kunnen
markt?
concentreren op een paar sites. Daar kun-
Biobrandstoffen zullen wel doorbreken,
nen we de uitstoot van verbrandingsgassen
maar de impact zal beperkt blijven. Dat
en -stoffen beter controleren en zuiveren
is op zich geen probleem: we moeten niet
dan het geval is bij individuele voertuigen.
op één maatregel focussen. De kracht
39
Uitstoot van broeikasgassen
Goed nieuws uit de landbouw? Als het goed is, zeggen we het ook: in de Vlaamse landbouw is er sprake van een echte ontkoppeling. De druk van de landbouw op het milieu neemt voor de meeste indicatoren in absolute cijfers af.
milieu- en sociale kosten worden bovendien zelden doorgerekend in de prijs van landbouwproducten. In Argentinië gaan duizenden hectaren laagwoud tegen de vlakte om plaats te maken voor de teelt van genetisch gemodificeerde soja. De
40
De sector produceert minder mest en
-tolerante planten de overhand krijgen.
soja wordt verwerkt tot veevoeder en
stoot minder verzurende stoffen uit. De
Die stoffen hebben ook een verzurende
komt in de voederbakken van de Euro-
productie van broeikasgassen loopt
werking en tasten de waterkwaliteit aan.
pese vee-industrie terecht. Soja is nu het
terug, net als het energiegebruik. Ook de
Ook de erosiegevoeligheid van de land-
belangrijkste exportproduct van Argen-
vermestende emissies dalen. Maar er is
bouwgronden neemt nog toe.
tinië. Het land is daardoor echter extra
nog wel veel werk aan de winkel. Veebe-
afhankelijk geworden van soja en van
drijven produceren nog meer mest dan ze
Landbouw wereldwijd
op milieuvriendelijke wijze kwijt kunnen.
Wereldwijd gaat het echter niet zo goed
In Vlaanderen komt de mest onder vorm
met de landbouw. Monocultuur en groot-
Genetisch gemodificeerde soja
van nitraat en ammoniak gewoon uit de
schaligheid bedreigen het milieu en kun-
Samen met de VS produceert Argen-
lucht gevallen, zodat stikstofminnende of
nen leiden tot sociale wantoestanden. De
tinië meer dan tachtig procent van alle
schommelingen in de sojaprijs.
www.vmm.be
© Jan Caudron
Goed nieuws uit de landbouw?
genetisch gemodificeerde of transge-
deel van genetisch gemodificeerde soja
Biolandbouw bedreigd door GGO’s in Vlaanderen?
is de resistentie tegen onkruidverdelgers,
In de Europese Unie worden sinds 1998
wat grootschalig sproeien tegen onkruid
geen nieuwe transgene gewassen (GGO’s of
deren verzetten ook gemeenten die GGO-
mogelijk maakt. Maar onkruid ontwikkelt
genetisch gemodificeerde organismen) toe-
vrij willen blijven zich tegen het gebruik van
zeer snel weerstand. Nu al moet er meer
gelaten op de Europese markt. De voeding
GGO’s in de landbouw.
worden gesproeid en het gif spoelt uit in
in de winkelrekken kan weliswaar al trans-
het oppervlaktewater. Mensen, dieren en
gene gewassen bevatten, meestal afkom-
Gewassen die buiten staan, kunnen zich
planten rond de velden kunnen ziek wor-
stig van buiten Europa geteelde transge-
verspreiden. Ook in de natuur komen spon-
den. Dergelijke grootschalige monocul-
ne gewassen. Je kunt dat aflezen van het
taan mutaties in organismen voor, bijvoor-
tuur heeft nefaste gevolgen voor mens
etiket: ‘product op basis van genetisch
beeld onder invloed van ultraviolette stralen.
en milieu en staat haaks op duurzame
gewijzigde maïs/soja/koolzaad’. Hoewel
Maar dan geldt wel het principe survival of
landbouw.
die transgene gewassen in Europa toege-
the fittest. Alleen mutaties die zich goed
laten zijn, bannen de meeste grootwaren-
kunnen aanpassen, zullen overleven en hun
Wereldwijd neemt de teelt van transge-
huizen ze uit hun rekken.
verspreiding zal generaties duren. Trans-
ne gewassen ter wereld. De populairste transgene teelt is soja. Het grootste voor-
ne gewassen overigens elk jaar toe, net als het aantal landen dat ze teelt. De VS,
teelt van transgene gewassen. In Vlaan-
gene soja wordt echter nog maar sinds het Als in de toekomst transgene gewassen hier
midden van de jaren negentig aangeplant
Argentinië, Canada en China nemen 99
worden toegelaten, is vooral het samenle-
en neemt nu al de helft van de totale land-
procent voor hun rekening. Na soja zijn
ven met niet-transgene, zeg maar normale
bouwoppervlakte van soja in beslag.’
respectievelijk katoen, koolzaad en maïs
gewassen, het aandachtspunt. Stijn Over-
zeer populair. Spanje is het enige Europe-
loop van het MIRA-team legt zich toe op
Voor de biolandbouw is er een probleem,
se land waar transgene maïs groeit.
GGO’s en schetst het volgende beeld: ‘Bij
verduidelijkt Stijn Overloop: ‘Eén van de
ingeperkte activiteiten - onderzoek in labo-
grote knelpunten is of biologische land-
Eerlijke handel
ratoria en dergelijke - zijn de risico’s beperkt.
bouw wel kan overleven naast landbouw
Als consument heb je met je aankopen
Nu al zijn er producten op de markt zoals
met transgene gewassen. Zonder specifie-
een middel in handen om het tij te keren.
vaccins en enzymen. Zulke enzymen wor-
ke maatregelen wellicht niet. In België han-
Zelfs enkele van de grootste warenhuiske-
den onder meer gebruikt voor brood- en
teert de biolandbouw immers een nultole-
tens verkopen nu producten met het Max
kaasbereiding en in de brouwerij. Bij toe-
rantie voor transgene gewassen, zodat bij
Havelaar- of het Fair Trade-label. Koffie
passingen in de landbouw zijn de risico’s
de geringste vermenging het biokeurmerk
en andere producten met zo’n label zijn
van een andere orde. Veldproeven, waar-
vervalt. Dat zou jammer zijn, want de pro-
de vrucht van eerlijke handel. Producen-
bij transgene gewassen buiten worden
ducten van de bioboer vinden vlot hun weg
ten in Afrika, Azië en Latijns-Amerika krij-
geplaatst, zijn sinds 2003 stilgevallen omdat
naar de consument. Er wordt meer gekocht
gen een eerlijke prijs voor hun producten,
biotechbedrijven geen juridische klaarheid
dan geproduceerd in ons land.’
zodat ze een menswaardig bestaan kun-
kregen van Europa over de grootschalige
nen leiden. Je vindt die producten ook in de Oxfam-Wereldwinkels. Bodemerosie Druk op waterleven door gewasbescherming
41
Tien op tien 1. MIRA staat voor: a. MIndeR Afval-beleid. b. MIlieuRAtificatieplanning. c. MIlieuRAad Vlaanderen. d. MIlieu- en natuurRApport.
4. Als we naar de milieudruk kijken, dan: a. is de industrie er goed op vooruitgegaan. b. zijn de huishoudens er enorm op voor-
als mannelijke geslachtskenmerken. c. zijn gewassen die door langdurig transport minder voedingswaarde krijgen. d. zijn gewassen die met magnetische straling werden behandeld.
uitgegaan. 2. Gezinnen worden gemiddeld kleiner van omvang.
c. is de landbouw erop achteruitgegaan.
8. Sinds de Industriële Revolutie:
d. is de industrie erop achteruitgegaan.
a. daalt het aantal CFK-gassen in de
5. De mogelijke klimaatverandering:
b. neemt het aantal broeikasgassen dui-
a. Daardoor daalt de milieudruk van de huishoudens in dezelfde mate mee. b. Daardoor stijgt de milieudruk van de huishoudens. c. Daardoor daalt de milieudruk van de huishoudens in mindere mate. d. De milieudruk van de huishoudens blijft ongeveer gelijk.
atmosfeer. a. is een synoniem voor een wereldwijde afkoeling van ons klimaat. b. is een sprookje om goedmenende burgers de stuipen op het lijf te jagen. c. zal leiden tot de wereldwijde opwarming
onderzoek op basis van ijsboringen.
a. is een ideale manier om papier makke6. Het broeikaseffect:
verkleinen.
a. is een onschuldig fenomeen dat het
achterblijvende oogstresten verhakseld worden en terug op het land verstrooid. c. is het doorsnijden van het landschap met wegen, waterlopen, enzovoort, waardoor natuurgebieden niet meer met elkaar verbonden zijn. d. is het in stukken breken van menselijk
leven op aarde in geringe mate beïnvloedt. b. is de opwarming van de aarde doordat er minder afkoeling is door regenval. c. bepaalt de grootte van de vegetatie op de aardbol. d. is het gevolg van broeikasgassen die
9. Duurzame ontwikkeling: a. is het verhogen van de productkwaliteit weggegooid. b. wil economie, samenleving en ecologie hand in hand doen gaan om toekomstige generaties niet te belasten. c. erkent dat economische vooruitgang de middelen kan bieden om milieuproblemen definitief op te lossen. d. is een onderdeel van het onderwijssysteem in Vlaanderen.
zich als een deken om de aarde wikkelen.
DNA onder invloed van toxines.
10. DALY’s zijn: a. extra levensjaren voor optimisten.
7. Transgene gewassen:
b. dagagenda’s voor milieuactivisten.
a. zijn gewassen die door biotechnologen
c. disability adjusted life years.
genetisch werden gemodificeerd. b. zijn gewassen met zowel vrouwelijke
Correcte antwoorden: 1. d 2. b 3. c 4. a 5. c 6. d 7. a 8. d 9. b 10. c&d
42
duidelijk toe.
zodat er minder snel producten worden
lijk te recycleren en het afvalvolume te b. is een landbouwtechniek waarbij
verdubbeld. d. neemt de hoeveelheid broeikasgassen
van onze aarde. d. is weerlegd in recent wetenschappelijk
3. Versnippering:
delijk af. c. is de hoeveelheid zuurstof in de lucht
d. verloren gezonde levensjaren.
Tegengas
www.vmm.be
Tegengas Elektriciteit
het een diesel is. Uw rijstijl kan veel goed-
door de schoorsteen naar buiten. Hebt u
Elektriciteit wordt in Vlaanderen
maken. Hoe gelijkmatiger u rijdt, hoe beter
een open haard, een allesbrander of een
voor circa veertig procent gepro-
voor de omgeving. Ook door bruusk of
kachel? Gooi daar geen troep in maar
duceerd uit fossiele brandstoffen.
systematisch te remmen, sproeit u stof
alleen zuiver, onbehandeld hout of andere
Minder elektriciteit gebruiken,
in het rond. U wist het vast al: een goed
geschikte brandstoffen. De meeste dioxi-
verminder t het broeikasef-
afgestelde wagen verbruikt pakken min-
nes in Vlaanderen worden immers door
fect. Hebt u waar mogelijk een
der. Zeker als uw karretje wat ouder is,
privé-personen in de lucht geloosd. Ook
spaarlamp ingeschroefd?
kan een correcte motorafstelling flink wat
bij houtkachels bestaan er zeer geavan-
Zijn toestellen niet node-
brandstof besparen. En er is ook de trein,
ceerde modellen met een hoog rende-
loos ingeschakeld? Koopt u
met interessante formules als Rail Pass,
ment. Meer info over verantwoord sto-
Go Pass, Key Kard, enzovoort.
ken vindt u op www.vlaanderen.be/lucht,
Meer info op www.b-rail.be
doorklikken op ‘campagnes’.
Vergeet die screensaver. Veel in- en uit-
Autodelen
Passiefhuis
schakelen kan echt geen kwaad en het
De Lijn en Taxistop bundelen de krachten
De isolatiegraad van de modale Vlaam-
bespaart hopen geld. Een LCD -scherm
om auto’s ter beschikking te stellen van
se woning is slecht. We mogen dan een
verbruikt véél minder energie dan een
mensen die maar af en toe een wagen
baksteen in onze maag hebben, een
kanjer van een traditioneel scherm: de
nodig hebben. Wie zich aansluit bij het
aantal bouwprincipes moeten we echt
meerprijs hebt u na enkele jaren terug-
systeem, betaalt een kleine maande-
wel bijspijkeren. Op www.energiespa-
verdiend. Laptops en notebooks verbrui-
lijkse bijdrage en een prijs per gereden
ren.be vindt u tal van tips. Interessant is
ken hoe dan ook veel minder energie. Als
kilometer. Naast dit commerciële auto-
ook www.passiefhuisplatform.be, waar u
ze op netstroom werken, verbruiken ze
deelsysteem zijn er ook heel wat lokale
alles te weten komt over ‘groene gebou-
het minst. Batterijen opladen kost meer
autodeelprojecten die particulieren zelf
wen’ die veel minder energie nodig heb-
energie.
opstarten in hun gemeente. Alle info via
ben. Niet te missen voor wie vernieuw-
www.autodelen.net
bouw of nieuwbouw overweegt. Studies
al energiezuinige huishoudtoestellen met A-labels? Fantastisch! Maar uw computer?
Groene stroom
gewagen van viermaal minder energie-
U kunt sinds juli 2003 kiezen bij welke leve-
Neem de benen
gebruik tot een volledige eliminatie van
rancier u stroom koopt. Geef een krach-
Niets belet u om gewoon te voet te gaan
de verwarmingskosten. En dat in ons kli-
tig signaal en ga voor groene stroom! Zo
of te fietsen. Het is goedkoop, gezond en
maat! Zie ook: www.centrumduurzaam-
steunt u de producenten die hernieuwba-
een mens komt nog eens buiten. Trage
bouwen.be
re energiebronnen gebruiken om elektri-
Wegen promoot alternatieven voor druk-
citeit te produceren. Op de website van
ke en gevaarlijke straten: www.bblv.be/
Milieubewust doe-het-zelven
de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de
tragewegen
Bent u iemand die graag zelf de handen
Elektriciteits- en Gasmarkt vindt u alle
uit de mouwen steekt in uw woning? Dan
informatie over milieuvriendelijke ener-
Verwarmen
moet u eens een kijkje nemen op de rijk
gie. U kunt er ook leveranciers en prijzen
Verwarmt u met stookolie of aardgas?
gedocumenteerde website www.livios.be.
vergelijken: www.vreg.be. Doen!
Dan heeft het geen zin om een oude ketel
Niet alleen leert u denken in K-waarden
of gasbrander zo lang mogelijk aan de
voor thermische isolatie, ook over akoesti-
Auto of trein?
praat te houden. Dat is misplaatste zui-
sche isolatie vindt u hier informatie. Spaar
Uw auto stoot niet alleen broeikasgassen
nigheid, want het rendement van oude
uw oren (of die van uw buren)!
uit, hij produceert ook fijn stof, vooral als
toestellen is ondermaats. U blaast geld
43
VMM-update VMM nam deel aan IFEST
Dag van de Architectuur
If est , de professionele vakbeurs voor milieu, energie en arbeidsveiligheid die in oktober in Flanders Expo plaatsvond, had dit jaar eco-efficiëntie als thema. De Vlaamse Milieumaatschappij participeerde in de groepsstand van de Vlaamse Milieuoverheid, samen met de collega’s van de Vlaamse Landmaatschappij (vl m), de Administratie Milieu-, Natuur-, Land- en Waterbeheer (aminal ) en de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (ovam).
Voor de tweede keer organiseerde het Vai – het Vlaams Architectuurinstituut – de Dag van de Architectuur. Op zondag 10 oktober openden meer dan zestig hedendaagse architectuurprojecten in twaalf steden de deuren. Het thema was ‘Publieke ruimte, openbare gebouwen’, met de focus op het maatschappelijke en collectieve karakter van de architectuur.
Schoon produceren De vmm ondertekende op 19 oktober 2004, tijdens de opening van de milieubeurs if est , de Internationale Verklaring Schoner Produceren van de Verenigde Naties. Hiermee onderstreept de vmm haar engagement inzake Schoner Produceren en zal ze onder meer haar invloed aanwenden om duurzame productie en consumptie aan te moedigen. Ondertekenaars worden lid van het ondertekenaarsnetwerk en komen terecht in de unep-databank die de leden registreert. Meer info vindt u op www.uneptie.org/pc/cp/declaration
44
Schoon Floepje Floepje, de huismascotte en vliegende vis van de vmm, heeft het creatief talent van onze jeugd op nieuwe hoogten getild. Op onze Floepje-wedstrijd uit de Verrekijker Waterkwaliteit (september 2004) is heel veel reactie gekomen. We danken alvast alle scholen en kinderen voor de prachtige werkjes die zijn ingestuurd! In onze volgende editie van de Verrekijker maken we de winnaars bekend.
Nieuw rapport Luchtkwaliteit De Vlaamse Milieumaatschappij meet de luchtkwaliteit in Vlaanderen en inventariseert wie wat loost in de lucht. Een aantal interessante, nieuwe onderzoeksresultaten werden op 30 november voorgesteld aan de pers. Daaruit blijkt dat er aanzienlijk minder verontreinigende stoffen in de lucht terechtkomen dan pakweg 10 jaar geleden. Dat danken we vooral aan de inspanningen van de industrie en de landbouw, aan de gewijzigde samenstelling van de brandstoffen en aan het groeiende aantal auto’s dat is uitgerust met een katalysator. De rapporten Luchtkwaliteit in het Vlaamse Gewest 2003 en Lozingen in de lucht zijn te bestellen bij het Infoloket van de vmm. Meer info via www.vmm. be/luchtkwaliteit
Op vraag van het Vai was ook ons vmmkantoorgebouw in de Dr. De Moorstraat in Aalst open voor het publiek. Ongeveer 90 bezoekers – voornamelijk architecten en architectuurstudenten – kregen er tekst en uitleg van architect Henk De Smet.
Update
Gratis abonnementen De Verrekijker is een magazine van de Vlaamse Milieumaatschappij voor wakkere burgers met een hart voor groen. Elk nummer gaat in op een bepaald thema. U kunt zich gratis abonneren via www.vmm.be/verrekijker of door contact op te nemen met het Infoloket op 053-72 64 45. Da’s geen geld voor een beter milieu!
www.vmm.be
Colofon Coördinatie en eindredactie Katrien Smet Werkten mee aan dit nummer Myriam Bossuyt, Elly Branswijck, Johan Brouwers, Philippe D’Hondt, Caroline De Geest, Evelien de Munter, Els De Putter, Hanne Degans, Sofie Janssens, Stijn Overloop, Bob Peeters, Lisbeth Stalpaert, Barbara Tieleman, Hugo Van Hooste, Jeroen Van Laer, Marleen Van Steertegem, Lies Van Snick, Erika Vander Putten, Daniël Verlé Met dank aan: Prof. Dick Botteldooren, UGent Copywriting Jan Van Hoecke www.bodycopy.be Productie en realisatie Jansen & Janssen Uitgeverij www.jaja.be Verantwoordelijke uitgever Johan Janda, afdelingshoofd Informatie Algemene informatie VMM-Infoloket A. Van de Maelestraat 96 9320 Erembodegem info@vmm.be Tel. 053 - 72 64 45 Fax 053 - 71 10 78 D/2004/6871/030