Skip to main content

20200304-Advies_in_aanloop_naar_de_Strategische_Visienota_Kunsten_en_de_Strategische_Visienota_Cultu

Page 1

Advies

Sectorraad Kunsten en Erfgoed 4 maart 2020

Advies in aanloop naar de Strategische Visienota Kunsten en de Strategische Visienota Cultureel Erfgoed

I.

SITUERING

i.1 Belang van de strategische visienota’s voor de sectoren De strategische visienota’s zijn een verdere uitwerking van de beleidslijnen in de Beleidsnota Cultuur 2019-2024 en bieden de kunsten- en cultureel-erfgoedsector een richtinggevende bijdrage ten behoeve van de uitvoering van de sectordecreten en de beoordeling van de subsidieaanvragen die daaruit voortvloeit. Het doel van de strategische visienota is voor beide sectoren bijgevolg gelijklopend, namelijk om vertrekkend vanuit een omgevingsanalyse onder meer nieuwe uitdagingen en prioriteiten te bepalen voor de legislatuur – eventueel gekoppeld aan voorstellen voor een impulsbeleid –, aandachtspunten mee te geven voor de beoordelingen van de subsidieaanvragen, en ten slotte ook de verhouding tot de andere bestuurlijke niveaus mee in rekening te nemen. 1 Dat maakt een visienota ook voor de aanvrager van een subsidie een belangrijk document, aangezien er bepaalde accenten voor de beoordeling van een aanvraag in vastgelegd worden. Een visienota geeft ook de verwachtingen van de sector ten aanzien van het beleid mee vorm, want “hoe beter en meer toetsbaar de strategische visienota is opgesteld, hoe transparanter de afstemming kan gebeuren, en hoe meer het gaat om een consequente vertaling van vooraf genomen en kenbaar gemaakte beleidsopties.”2 Uit de Beleidsnota Cultuur kan reeds opgemaakt worden dat een specifiek aandachtspunt in de Strategische Visienota Kunsten de zorg voor de instellingen zal zijn. Voor de cultureel-erfgoedsector komt in de visienota de bovenlokale cultuurwerking en de eerste uitrol van het decreet alvast aan bod.3

1

Art. 7, § 2 en art. 8 Decreet 13 december 2013 betreffende de ondersteuning van de professionele kunsten (hierna: Kunstendecreet); Art. 5, Decreet van 24 februari 2017 houdende de ondersteuning van cultureelerfgoedwerking in Vlaanderen (hierna: Cultureelerfgoeddecreet). 2 Voorstel van decreet (J. DE GUCHT e.a.) houdende wijziging van het Kunstendecreet van 13 december 2013, Parl.St. Vl.Parl. 2017-18, nr. 1591/1, 6-8. 3 Beleidsnota (J. JAMBON) Cultuur 2019-2024, Parl.St. Vl.Parl. 2019-20, nr. 123/1, 21-22.

Advies in aanloop naar de Strategische Visienota Kunsten en de Strategische Visienota Cultureel Erfgoed 4 maart 2020

1


i.2 Doelstelling van dit advies Tijdens de vorige legislatuur bracht de Sectorraad Kunsten en Erfgoed op 15 januari 2015 spontaan een advies ter voorbereiding van de Strategische Visienota in het kader van het Kunstendecreet uit. Na het verschijnen van deze visienota begin april 2015, bracht de sectorraad op 23 april een advies over de Strategische Visienota Kunsten uit, dit op vraag van minister Gatz. Twee maanden later, op 5 juni 2015, vloeide daar een gecoördineerd advies bij de Strategische Visienota Kunsten uit voort dankzij de samenwerking van de Algemene Raad, de Sectorraad Kunsten en Erfgoed en de Sectorraad Sociaal-Cultureel Werk. Twee jaar later, op 26 april 2017, bracht de sectorraad op verzoek van de minister van Cultuur ook het advies over de Strategische Visienota Cultureel Erfgoed uit. De Sectorraad Kunsten en Erfgoed verlangt met dit advies een bijdrage te leveren aan de beide visienota’s door reeds in het voorbereidingstraject een aantal aandachtspunten te formuleren die de minister mee in beschouwing kan nemen bij de totstandbrenging van een strategisch onderbouwde langetermijnvisie voor de kunsten- en cultureel-erfgoedsector.

II.

AANDACHTSPUNTEN

ii.1 Data- en digitaliseringbeleid met betrekking tot cultuur Inzake het digitaliseringsbeleid meent de sectorraad dat het noodzakelijk is om een analyse te maken van het bereik en de effectiviteit van alle reeds bestaande projecten en instrumenten die ten dienste van de sectoren ontwikkeld worden – denk aan KIOSK, publiq, Cultuurconnect, maar ook digitaliseringstrajecten lopend binnen de administratie. Op deze manier kan voorkomen worden dat er middelen aangewend worden ten behoeve van nieuwe initiatieven die een overlappende of gelijkaardige doelstelling hebben met reeds ontwikkelde en actieve instrumenten. De sectorraad is tevreden met de positieve impulsen voor dergelijke digitaliseringstrajecten, maar vraagt daarbij aandacht voor volgende zaken: -

-

-

Laat nieuwe instrumenten kaderen in een overkoepelende visie die uitgaat van reeds gerealiseerde en geëvalueerde instrumenten. Houd in dat kader ook de aansluiting op de visienota Een Vlaams cultuurbeleid in het digitale tijdperk voor ogen; Formuleer – ten behoeve van een latere evaluatie – duidelijke doelen voor nieuwe trajecten en plaats daarbij de noden van de sectoren en de gebruiksvriendelijkheid voorop. Neem ook de taken en de rol van de steunpunten mee in beschouwing; Koppel initiatieven aan de benodigde middelen om de vooropgestelde doelstellingen te bereiken.

Op het vlak van monitoring en onderzoek wenst de sectorraad aandacht te vragen enerzijds voor het correct verzamelen van data ten einde onderzoeksresultaten accuraat te kunnen interpreteren en anderzijds voor dataverzameling op de verschillende bestuurlijke niveaus, zodat een gedegen en breed op data gebaseerd beeld van het culturele landschap ontstaat.

Advies in aanloop naar de Strategische Visienota Kunsten en de Strategische Visienota Cultureel Erfgoed 4 maart 2020

2


ii.2 Intersectorale evenwaardige partnerschappen De sectorraad wenst het potentieel en de intrinsieke waarde van de kunst- en cultuursector te benadrukken en waarborgen in een coöperatieve context. Men dient te streven naar de ontwikkeling van een netwerkstructuur waarbij gelijkwaardigheid, eigenaarschap en initiatiefrecht gelden voor de betrokken partijen uit verschillende beleidsdomeinen (bv. toerisme, media, onderwijs, welzijn, economie, …). Specifiek rond kunst-, erfgoed- en cultuureducatie stelt de raad vast dat de zorg en verantwoordelijkheid voor dit transversale domein diffuus georganiseerd wordt via uiteenlopende participatie- of educatieluiken in de verschillende sectoren en regelgeving, een rol voor het Vlaams Audiovisueel Fonds (VAF) en een rol bij publiq, maar ook een belangrijke taak voor de onderwijssector. De raad verzoekt de minister bijgevolg om een actieve regiefunctie te creëren waarbij de integrale opvolging en volwaardige ondersteuning van de kunst-, erfgoed- en cultuureducatieve initiatieven een prioritaire taak wordt, wat een gunstig effect teweeg kan brengen voor de samenwerking tussen de verschillende betrokken sectoren en actoren in Vlaanderen. Het samenwerkingsverband Brede School geldt in deze als voorbeeld, met een geïntegreerde aanpak in netwerken.

ii.3 Landschapszorg De sectorraad vraagt aandacht voor het sterk vertakt cultureel kunstenlandschap waarin een verscheidenheid aan actoren samen zorgt voor de creatie, presentatie en spreiding. Daarbij merkt de sectorraad – na de verdwenen regie van Vlaanderen op het lokale cultuuraanbod – een evolutie op van de nevelstad naar de centrumstad met consequenties voor het aantal presentatieplekken in de lokale context, en ook voor het aanbod dat er gepresenteerd wordt. Het is niet duidelijk hoe men dit beleidsmatig zal opvolgen en indien nodig zal bijsturen. De rol van kleine en middelgrote organisaties op het vlak van presentatie, participatie en bijgevolg ook gemeenschapsvorming mag niet onderschat worden. Werken aan een complementaire rolverdeling is ook daarom van cruciaal belang, met bijvoorbeeld ook incentives bij de spreiding van Vlaams gesubsidieerde creaties. Het beleid rond het complementaire netwerklandschap van de erfgoedsector is een interessant model voor landschapszorg op Vlaamse schaal.

Het “piramidemodel” Een piramidemodel waarin een driedeling tussen de instellingen, de structurele werking en de projectruimte gehanteerd wordt, is een kwestieus model: in het werkveld stellen we vast dat er diverse types spelers zijn (instellingen, structureel erkende en gesubsidieerde organisaties, projectorganisaties en individuele spelers). Deze interageren en werken samen met elkaar. Een model dat een verticale hiërarchie benadrukt waarbij een toplaag exclusief garant staat voor internationalisering of artistieke kwaliteit komt niet overeen met de werkelijkheid. Internationalisering en kwaliteit zijn gelaagde begrippen. De uitwerking wordt gegarandeerd door het samenspel tussen de diverse spelers. Tevens wordt een grotere dienstbare rol aan de instellingen toebedeeld, maar is deze dienstbaarheid ook in het brede veld aanwezig. De grote instellingen dragen in de huidige situatie reeds bij aan de (co)financiering van projecten voor kunstenaars, maar maken daarbij wel een selectie op basis van de aansluiting bij het profiel van de instelling. Om die reden zouden de instellingen – gekoppeld aan een Advies in aanloop naar de Strategische Visienota Kunsten en de Strategische Visienota Cultureel Erfgoed 4 maart 2020

3


set van algemene verwachtingen – meer vanuit hun individualiteit benaderd moeten worden via een afgestemde beheersovereenkomst met de organisatie. De raad detecteert een spanning tussen de beschikbare middelen en de verwachting van versterking en groei in de sector. Men pleit voor een herwaardering van de projecten en de beurzen door middel van een verhoging van het budget, wat echter niet ten koste mag gaan van de werkingssubsidies of de subsidies voor instellingen. De sectorraad vindt het noodzakelijk om te streven naar een gelijkwaardige valorisatie van elk niveau.

Internationalisering Inzake internationalisering is de raad tevreden met de aandacht voor de erfgoedsector en de positieve impulsen die dit teweeg kan brengen, maar dit mag niet als een kwaliteitslabel an sich beschouwd worden. Daarnaast geldt opnieuw – voor zowel de kunsten- als de erfgoedsector – dat niet enkel de grote spelers een internationale werking verzekeren en faciliteren, maar ook de kleinere actoren werk van een internationale kwaliteit leveren. Het beeld van de gekantelde piramide op een horizontale as toont een werkveld als een landschap met diverse spelers die zich vanuit gelijkwaardigheid met elkaar en op eenzelfde niveau verhouden. Internationalisering, excellentie en dienstbaarheid zijn dan gemeenschappelijke finaliteiten voor elk type speler.

Culturele infrastructuur Ook de inspanningen voor de culturele infrastructuur worden positief onthaald door de raad. Echter, deze investeringen mogen niet ten koste gaan van de lopende duurzaamheidstrajecten van het Fonds Culturele Infrastructuur (FoCI). Enkele aandachtspunten betreffende de culturele infrastructuur zijn de volgende: -

Werkingssubsidies en subsidies voor infrastructuur moeten strikt gescheiden zijn; Neem de integrale toegankelijkheidsgedachte vaker in acht; Zet de automatisering van theatertrekken verder, een noodzakelijkheid binnen een strategische langetermijnvisie voor de sector; Een inventaris van de basisinfrastructuur in Vlaanderen dient opgemaakt te worden.

Herdenken van het Kunstendecreet De sectorraad pleit voor een grondige aanpak via een participatief traject met de sector, waarbij haastwerk vermeden wordt en in tussentijd een verderzetting van de huidige regeling gegarandeerd kan worden. De raad beschouwt het bepalen van de rol die de Vlaamse overheid wil opnemen ten opzichte van de sector als een belangrijke prioriteit voor deze legislatuur. In haar advies bij de uitbouw van het cultureel-erfgoedbeleid in Vlaanderen van 21 november 2019 evalueert de Sectorraad Kunsten en Erfgoed de erfgoedronde 2019-2023 en trekt er belangrijke lessen uit voor toekomst. De raad denkt vanuit deze ervaring graag mee over de invulling van een toekomstig traject voor de kunstensector.

Advies in aanloop naar de Strategische Visienota Kunsten en de Strategische Visienota Cultureel Erfgoed 4 maart 2020

4


ii.4 Het Departement Cultuur, Jeugd en Media In de Beleidsnota Cultuur is er sprake van een afgeslankte administratie van het beleidsdomein, gekoppeld aan het opnemen van nieuwe taken. De basisopdrachten, subsidiëren en erkennen, mogen echter geen baan ruimen ten voordele van taken die nog niet decretaal vastgelegd zijn, meent de raad. Daarnaast zou de overlast die de administratie ervaart – waarvan sprake in de beargumentering van de besparingen – in kaart gebracht moeten worden. De te grote werklast voor de administratie vloeit onder andere voort uit de nieuwe subsidielijnen die men ontwikkelde, zoals het Decreet bovenlokale cultuurwerking, waarbij de administratie een belangrijke dienstverlenende rol speelt. Inzake dit decreet vraagt de sectorraad om, naast een correcte verdere uitrol ervan en de erkenning van het steunpunt, een fundamentele evaluatie uit te voeren waarbij de vooropgestelde doelstellingen getoetst worden aan de eerste resultaten van de subsidierondes.

Een slagkrachtige administratie is noodzakelijk om een kwalitatieve ondersteuning van de subsidiebeoordelingen te garanderen. De SARC kan een partner van de minister en de administratie zijn in de zoektocht naar de vermindering van deze administratieve last.

ii.5 Kwalitatieve beoordelingsprocedures Het hoog aantal positieve beoordelingen en het verschil in de beoordelingskwaliteit tussen de commissies gelden als bezorgdheden van de raad over het beoordelingsproces voor de subsidieaanvragen via het Kunstendecreet. De sectorraad ziet een potentiële versterking van de procedure in het opnieuw installeren van disciplinair samengestelde commissies waarbij uitgegaan wordt van intersubjectieve peer-to-peer beoordelingen. Het uitbreiden van de groep beoordelaars en het verzekeren van voldoende expertise zal een bevorderlijk effect teweeg brengen op de algehele oordeelkundigheid. Een prominentere rol voor een voorzitter die handelt met kennis en expertise ter zake acht de sectorraad essentieel. Via de tijdelijke benoeming van een afstemmingscommissie in de schoot van de adviescommissie – cf. de beoordelingsprocedure via het Cultureelerfgoeddecreet – waarin onder andere alle voorzitters en ondervoorzitters zetelen, kan de landschapstekening mee in acht genomen worden en kunnen de adviezen en hun gewogen criteria globaal afgestemd worden. Ook een sterk uitgewerkte strategische visienota biedt de commissies een belangrijk referentiekader om de beoordelingen kwalitatief uit te voeren. De sectorraad verzoekt om de beoordelingen op basis van kwalitatieve discussies en maatwerk te continueren en het volume aanvragen niet te reduceren op formalistische basis. Het reduceren van de planlast voor zowel administratie als aanvragers geldt daarom als een belangrijke te nemen stap waar het instrument KIOSK een cruciale rol in speelt.

Advies in aanloop naar de Strategische Visienota Kunsten en de Strategische Visienota Cultureel Erfgoed 4 maart 2020

5


III.

CONCLUSIE

De strategische visienota’s bieden de kunsten- en cultureel-erfgoedsector een richtinggevend kader ten behoeve van de uitvoering van de sectordecreten en de beoordeling van de subsidieaanvragen. De Sectorraad Kunsten en Erfgoed verlangt met dit advies een bijdrage te leveren aan de beide visienota’s door reeds in het voorbereidingstraject een aantal aandachtspunten te formuleren die de minister mee in beschouwing kan nemen bij de totstandbrenging van een strategisch onderbouwde langetermijnvisie voor de kunsten- en cultureel-erfgoedsector.

De raad vraagt aandacht voor: -

-

-

-

Een overkoepelende visie voor het digitaliseringsbeleid en het correct verzamelen van data op de verschillende bestuursniveaus; Intersectorale evenwaardige partnerschappen, onder meer met de beleidsdomeinen toerisme, media, onderwijs, welzijn, economie, alsook specifiek inzake kunst-, erfgoed- en cultuureducatie; Landschapszorg met aandacht voor het wijd vertakt Vlaams cultureel landschap waarbij de verschillende actoren en een variatie aan praktijken instaan voor de spanbreedte van lokale inbedding en gemeenschapsvorming, maar ook excellentie en internationalisering; Een gedegen uitgewerkt traject in het licht van het herdenken en aanpassen van het Kunstendecreet – waarbij lessen getrokken kunnen worden uit het traject en de evaluaties aangaande het cultureel-erfgoedbeleid – met een garantie op continuïteit van de huidige regeling voor alle belanghebbenden; Het in kaart brengen van de administratieve lasten van het Departement Cultuur, Jeugd en Media; Het verzekeren van kwalitatieve beoordelingsprocedures door via een aantal ingrepen de oordeelkundigheid en intersubjectiviteit van de beoordelingscommissie te vergroten en maatwerk voor de aanvrager te blijven bieden.

Namens de Sectorraad Kunsten en Erfgoed, Herman Baeten, voorzitter Jorijn Neyrinck, ondervoorzitter Laura Van Wijnsberghe, secretaris

Advies in aanloop naar de Strategische Visienota Kunsten en de Strategische Visienota Cultureel Erfgoed 4 maart 2020

6


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook