Uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/225
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2020/225
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande feiten Op 12 juni 2020 diende xxx bij de stad Beringen een verzoek in tot het verkrijgen van een afschrift van de volgende documenten: - alle bestekken, publieke oproepen etc... voor de verkoop en ontwikkeling van het bedrijventerrein
Ravenshout-Noord; alle overeenkomsten tot vestiging van een zakelijk recht (erfpacht, opstal, ...) of tot een eigendomsoverdracht m.b.t. het bedrijventerrein Ravenshout-Noord; - alle omgevingsvergunningen verleend voor het bedrijventerrein Ravenshout-Noord en overzicht van de lopende vergunningsaanvragen; - alle adviezen van interne diensten en externe overheden m.b.t de verkoop en de ontwikkeling van het bedrijventerrein Ravenshout-Noord; - alle e-mails en briefwisseling m.b.t. de verkoop en de ontwikkeling van het bedrijventerrein Ravenshout-Noord: 1) t.a.v. andere externe overheden (Departement Omgeving, Team Externe Veiligheid, Team Mer, ‌ ); 2) t.a.v. derden (kopers en kandidaat kopers, studiebureaus, ... ); 3) tussen de schepenen en/of de burgemeester onderling; tussen de schepenen en/of de burgemeester en de administratie; 4) van de schepenen en/of de burgemeester en derden. -
www.vlaanderen.be
Op 30 juni 2020 vroeg de stad Beringen aan verzoeker om zijn openbaarheidsverzoek te herformuleren, verwijzende naar het feit dat zijn oorspronkelijk verzoek te algemeen was geformuleerd en daarom als kennelijk onredelijk moest worden beschouwd. Op 10 juli 2020 heeft verzoeker zijn openbaarheidsverzoek als volgt gepreciseerd : “In zoverre nodig, beperken wij de vraag tot openbaarheid van bestuur tot documenten van 2010 tot heden en voor gronden gelegen binnen een straal van 2,5 km van de vestiging van onze cliënte (terrein met adres xxx). Dit geldt ook voor de overige documenten die we hebben opgevraagd (adviezen en correspondentie).” Op 27 juli 2020 werd voormeld openbaarheidsverzoek afgewezen door de stad Beringen.. Op 26 augustus 2020 diende verzoeker beroep in tegen de weigeringsbeslissing van de stad Beringen bij de beroepsinstantie. Het beroepschrift werd geregistreerd op 27 augustus 2020. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke verzoek dateert van 12 juni 2020. Het antwoord van de stad Beringen dateert van 27 juli 2020 en werd aan verzoeker meegedeeld op 28 juli 2020. Deze beslissing maakt melding van de beroepsmogelijkheden en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (verder ‘Bestuursdecreet’). Het ingediende beroep van 26 augustus 2020 is ingesteld binnen de decretaal voorgeschreven termijn, conform artikel II.48, §1, derde lid van het Bestuursdecreet en is bijgevolg ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Bestreden beslissing
De bestreden beslissing van de stad Beringen d.d. 27 juli 2020 verwijst naar de toepassing van artikel II.33, 1° van het Bestuursdecreet en stelt dat het openbaarheidsverzoek moet worden afgewezen als het kennelijk onredelijk blijft of op een te algemene wijze geformuleerd blijft, na een verzoek tot herformulering van het oorspronkelijk openbaarheidsverzoek.
2. Inhoud van het beroepschrift Beroeper neemt hiermee geen genoegen en stelt in zijn beroepschrift het volgende : Het voorwerp van het openbaarheidsverzoek is wel voldoende afgebakend en door de specificering van verzoekende partij wordt het voorwerp zelfs verder beperkt. De beperking in de tijd en in de ruimte is van die aard dat de aanvraag tot openbaarheid van bestuur van verzoeker beheersbaar is voor de stad Beringen.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/225
pagina 2 van 8
In elk geval is de aanvraag van verzoeker niet kennelijk onredelijk. De parlementaire voorbereiding verduidelijkt dat de aanvraag kennelijk onredelijk is wanneer de aanvrager manifest misbruik maakt van zijn recht. Dit is het geval wanneer het verzoek niet de verkrijging van informatie, maar de desorganisatie of verstoring van de werking van de overheidsdienst beoogt, bijvoorbeeld als burgers de overheid blijven bestoken met aanvragen of uitzonderlijk veel bestuursdocumenten aanvragen enzovoort, zodat de uitoefening van het grondrecht door één burger uiteindelijk niet meer in verhouding staat tot de werklast voor de overheid. Dit is in casu niet aan de orde. De aanvraag van verzoeker dient wel degelijk een belang: door middel van een openbaarheid van bestuur bijkomende informatie bekomen van de stad Beringen, net om de randvoorwaarden van de verkoop van het bedrijventerrein te Ravenshout-Noord te kunnen achterhalen en om na te gaan in hoeverre de stad Beringen in het verleden al rekening heeft gehouden met het veiligheidsrisico op het bedrijventerrein. De aanvraag heeft aldus wel degelijk de verkrijging van informatie tot doel, en beoogt niet de desorganisatie of verstoring van de werking van een overheidsdienst. Verzoeker stelt daarom dat de stad Beringen dan ook onterecht heeft beslist dat de aanvraag te algemeen geformuleerd zou zijn en onredelijk zou zijn. Zelfs al zou de Beroepsinstantie alsnog van oordeel zijn dat de aanvraag van verzoeker kennelijk onredelijk zou zijn en op een te algemene wijze geformuleerd is, dan nog is het onduidelijk waarom het belang van de openbaarheid in casu niet primeert.
3. Standpunt van de beroepsinstantie De beroepsinstantie heeft, om met kennis van zaken over het ingestelde beroep te kunnen oordelen, de stad Beringen om nadere toelichting verzocht betreffende dit beroep. Op 15 september 2020 werd de gevraagde informatie bezorgd aan de beroepsinstantie. Uit die ingewonnen informatie kan de beroepsinstantie enkel maar concluderen dat de stad Beringen meer dan voldoende argumenten en concrete cijfers aanhaalt om haar beslissing te motiveren: Vooreerst geeft de stad Beringen aan dat ze steeds maximaal betracht openbaarheidsverzoeken in te willigen, maar de zeer ruime bewoordingen en voorwerp van dit openbaarheidsverzoek maken nu juist dat hier enorm veel onder begrepen kan worden. Ook de herformulering door verzoeker op 10 juli 2020 tot een periode van bijna 11 jaar en een straal die het volledige bedrijventerrein omvat, wijzigde eigenlijk niets aan het voorwerp van het openbaarheidsverzoek. Het gebrek aan digitale systemen om gericht alle mogelijke documenten op te zoeken, met vaak zelfs nog geen digitale versies, maakt dat personeelsleden van de stad Beringen hiervoor meerdere dagen/weken ingezet zouden dienen te worden om dit allemaal handmatig op te zoeken. Dit om dan in een volgende fase alle teruggevonden documenten op de toepassing van eventuele uitzonderingsgronden na te kijken. Ook dit zou opnieuw meerdere dagen/weken in beslag nemen. Hierna wordt één en ander aan de hand van concrete cijfers en inschattingen verduidelijkt, hetgeen gezien de omvang van de aanvraag en het ontbreken van een (digitaal) zoeksysteem over de verschillende diensten heen, eveneens niet eenvoudig is gebleken. Bij een eerste inschatting op het ogenblik van de aanvraag bleken al minstens vier diensten van de stad Beringen betrokken te zijn voor dit openbaarheidsverzoek, namelijk de dienst ondernemen, dienst bouwen en milieu, dienst gronden en dienst wegen en publieke ruimte. Mogelijk zijn zelfs nog andere diensten (zoals
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/225
pagina 3 van 8
de dienst gebouwen) betrokken. De verzochte documenten bevinden zich bijgevolg niet centraal in één archief van de stad Beringen. Wat de dienst bouwen en milieu betreft binnen de stad Beringen, heeft de ruime tijdsperiode van het openbaarheidsverzoek (2010-heden) nog de bijkomende implicatie dat er vóór de invoering van de omgevingsvergunning een onderverdeling was tussen stedenbouwkundige vergunningen en milieuvergunningen, wat op het vlak van dossierbehandelaars zorgde voor een onderverdeling binnen de dienst naargelang de aard van de vergunning. Zelfs nu nog behandelen in de praktijk bepaalde medewerkers het stedenbouwkundige deel en andere medewerkers het milieukundige deel, wat de opzoeking van alle gevraagde documenten zeker niet vergemakkelijkt. Vele diensten hebben nog geen digitaal systeem om opzoekingen te doen, en moeten dus in het papieren archief duiken. Dit is in het bijzonder het geval voor de dienst wegen en publieke ruimte en de dienst ondernemen binnen het stadsbestuur. Voor de dienst bouwen en milieu binnen het stadbestuur is het weliswaar zo dat digitale systemen bestaan om de opzoeking te verrichten. Niettemin bestaat er geen systeem om voor de hele tijdsperiode en locatie via “één druk op de knop” een overzicht te krijgen van de vergunningen. Het omgevingsloket bestaat nog maar een paar jaar, en via het GIS moet per perceel worden gezocht welke vergunningen daarvoor zijn afgeleverd, wat uiteraard alle opzoekingen niet makkelijk maakt. Op het vlak van de ontwikkeling van het bedrijventerrein Ravenshout-Noord spelen vele bijzondere aspecten. Het draait immers niet alleen om de verkoop van percelen aan geïnteresseerde bedrijven en de hele procedure die daaraan voorafgaat, maar ook om de aanleg van openbaar domein (wegenis, verlichtingspalen, …), alles wat gepaard gaat met een duurzaam bedrijventerrein (groene energie, parkmanagement, …), ontbossing, Seveso, … Aan elk van deze aspecten zijn talrijke bestuursdocumenten verbonden die -volgens de quasi onbeperkte formulering van het huidige openbaarheidsverzoek- vallen binnen de openbaarheidsvraag. Wat de “herformulering/specificatie” van de aanvrager betreft, stelt verzoeker dat hij alle documenten opvraagt die verband houden met de verkoop en ontwikkeling van het bedrijventerrein Ravenshout-Noord in een straal van 2,5 km van de vestiging van xxx. Uit de informatie van de stad Beringen blijkt dat dergelijke straal nog steeds nagenoeg het volledige bedrijventerrein omvat en vormt dus zeker geen ‘verdere specificatie’ van de oorspronkelijke aanvraag. Vervolgens heeft de stad Beringen getracht om voor de beroepsinstantie een zo concreet mogelijke inschatting te maken met betrekking tot de door verzoeker gevraagde documenten:
1.
Alle bestekken, publieke oproepen etc... voor de verkoop en ontwikkeling van het bedrijventerrein Ravenshout-Noord/binnen een straal van 2,5 km van de vestiging van xxx
De afbakening van het voorwerp (‘bestekken’, ‘publieke oproepen’, ‘etc…’) is zo algemeen en ruim geformuleerd dat hieronder een heel groot aantal documenten kunnen worden begrepen: alle besluitvorming van het college van burgemeester en schepenen of gemeenteraad in de verschillende aanbestedingsdossiers, gevoerde briefwisseling met kandidaten hierover, subsidiedossiers voor duurzaam bedrijventerreinmanagement, samenwerkingsovereenkomsten met Fluvius, … De stad Beringen heeft de oefening gemaakt voor één dienst binnen het stadsbestuur (de dienst wegen en publieke ruimte) en dit voor slechts enkele teruggevonden projecten, (de e-mails niet inbegrepen) binnen
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/225
pagina 4 van 8
de verzochte straal van 2,5 kilometer rond xxx: het gaat hierbij al snel om honderden documenten met duizenden te screenen pagina’s. Het is ook niet duidelijk afgebakend wat met de ‘ontwikkeling’ van het bedrijventerrein wordt bedoeld: daaronder vallen immers ook de wegenisaanleg en de andere aanleg van openbaar domein (vb. verlichtingspalen). Elk van deze dossiers omvatten ook reeds tientallen documenten. Daarnaast is het zo dat “publieke oproepen” in de praktijk op verschillende wijzen/fora gebeuren, zodat meerdere bronnen zouden moeten worden uitgeplozen (vb.: internetgazet, B-magazine (dat pas vanaf 2017 digitaal op de website raadpleegbaar is), de website, …) Bovendien zijn, door de ruime tijdsperiode van 2010heden, niet meer alle documenten beschikbaar (voor de publieke oproepen op de website kan bijvoorbeeld de oude info niet meer worden opgehaald). Er zijn heel wat oproepen, bestekken e.d. gebeurd in het kader van veel verschillende “projecten”. Zelfs indien een overzicht zou kunnen worden gemaakt van verschillende “projecten”, zijn er binnen die projecten telkens heel wat bestuursdocumenten die onder de verschillende “onderdelen” van de openbaarheidsvraag vallen, en zijn meerdere diensten betrokken: Zo heeft de dienst wegen en publieke ruimte bijvoorbeeld de aanleg van wegenis, verlichtingspalen e.d. beheerd, zitten de oproepen en bestekken i.k.v. ontbossing bij dienst bouwen en milieu, de oproepen en bestekken i.k.v. duurzaam bedrijventerrein bij dienst ondernemen, … Het is dan ook heel duidelijk dat omwille van de verscheidenheid en verspreiding van de documenten (die voortspruit uit de algemene formulering van de vraag), deze allesbehalve eenvoudig zijn te verzamelen voor de stadsdiensten, laat staan deze dan ook nog allemaal te screenen op de eventuele toepassing van uitzonderingsgronden.
2. Alle overeenkomsten tot vestiging van een zakelijk recht (erfpacht, opstal, …) of tot een eigendomsoverdracht m.b.t. het bedrijventerrein Ravenshout-Noord/binnen een straal van 2,5 km van de vestiging van xxx De afbakening van het voorwerp is opnieuw niet limitatief omschreven (‘zakelijk recht’ zoals ‘erfpacht’, ‘opstal’ maar ook andere ‘…’).Deze overeenkomsten situeren zich voornamelijk bij twee verschillende diensten, namelijk de dienst ondernemen en de dienst gronden. Het probleem is dat geen enkele van die diensten een systeem heeft waarin ze simpelweg enkele marges kunnen ingeven en dan een resultatenlijst krijgen. Overeenkomsten worden niet gekoppeld aan een systeem zoals GIS. Dit impliceert dat de personeelsleden zelf uit het hoofd moeten nagaan welke overeenkomsten mogelijk onder de vraag zouden vallen. Dit is in het bijzonder een moeilijke opgave voor de dienst ondernemen, gelet op het feit dat de dossierbehandelaar van de meeste dossiers betreffende RavenshoutNoord langdurig afwezig is. Binnen de dienst gronden wordt een bestand bijgehouden met een overzicht van de dossiers waarin overeenkomsten zijn gesloten (totaal: 6405 dossiers). Sinds 2010 gaat het om 1090 dossiers waarbinnen er 359 aktes zijn gesloten. Echter zou handmatig nagekeken moeten worden welke aktes betrekking hebben op de vestiging van een zakelijk recht binnen het bedrijventerrein Ravenshout-Noord. Dit zou echt een titanenwerk inhouden voor de stadsdiensten.
3. Alle omgevingsvergunningen verleend voor het bedrijventerrein Ravenshout-Noord en overzicht van de lopende vergunningsaanvragen/binnen een straal van 2,5 km van de vestiging van xxx
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/225
pagina 5 van 8
Doordat op algemene wijze alle omgevingsvergunningen worden verzocht, dekt dit vele ladingen (niet beperkt tot bijvoorbeeld woningen of industriegebouwen, waardoor dus ook iedere vergunning voor het kappen van een boom, verkavelingen, sloopvergunningen, … hieronder valt). Vergunningen zijn de enige bestuursdocumenten uit de scope van deze openbaarheidsvraag die de stadsdiensten van de stad Beringen relatief eenvoudig in een systeem kunnen zoeken (meer bepaald het GIS). Daaruit is gebleken dat wat betreft de vergunningen die zich beperken tot Ravenshout-Noord, het al snel gaat over een 40-tal vergunningen die dan stuk voor stuk handmatig gescreend zouden dienen te worden op de eventuele toepassing van uitzonderingsgronden.
4. alle adviezen van interne diensten en externe overheden m.b.t de verkoop en de ontwikkeling van het bedrijventerrein Ravenshout-Noord/binnen een straal van 2,5 km van de vestiging van xxx Gezien de veelheid aan betrokken diensten en de algemene omschrijving (intern en extern – ‘alle’ adviezen – ‘ontwikkeling’) van de aanvraag gaat het om een onbepaalbaar aantal bestuursdocumenten. Op het vlak van projecten zijn er verschillende adviezen gevraagd in het kader van de ontwikkeling van RavenshoutNoord, vooral extern. Qua milieu-aspecten alleen kan bijvoorbeeld gedacht worden aan adviezen/studies van milieu-instanties, adviezen m.b.t. impact ontbossing, geluid, verkeer, slagschaduw van windturbines, veiligheidsaspecten verbonden aan Seveso-inrichtingen, veiligheidsaspecten verbonden aan windturbines, … De ruime tijdsperiode van 2010-heden maakt het er niet eenvoudiger op, aangezien voor een periode van 10 jaar moet worden nagegaan welke adviezen intern zouden kunnen zijn gegeven + welke externe overheden/instanties betrokken kunnen zijn geweest. Door de ruime formulering (m.n. “ontwikkeling”) kunnen hieronder ook alle adviezen vallen die zijn gegeven in het kader van vergunningen (intern en extern), interne financiële/juridische adviezen m.b.t. de verkoop en de ontwikkeling van het bedrijventerrein Ravenshout-Noord, interne adviezen van het managementteam aan het college van burgemeester en schepenen, adviezen van de verschillende diensten van de administratie aan het college van burgemeester en schepenen, … Indien bijvoorbeeld in eerste instantie enkel de selectieve lijst van de dienst wegen en publieke ruimte wordt gehanteerd, dan gaat het al om honderden interne en externe adviezen voor de weergegeven projecten. Het terugvinden en verzamelen hiervan is quasi onmogelijk en zou een enorme tijdsopgave impliceren voor de stadsdiensten. 5. alle e-mails en briefwisseling m.b.t. de verkoop en de ontwikkeling van het bedrijventerrein
Ravenshout-Noord/binnen een straal van 2,5 km van de vestiging van xxx
Het terugvinden en verzamelen van alle e-mails en briefwisseling voor alle gevraagde projecten is eveneens een onmogelijke opdracht en zou een enorme tijdsopgave impliceren voor de stadsdiensten. Indien al het e-mailverkeer en de briefwisseling moet worden verzameld voor “alles wat betreft de verkoop en ontwikkeling van Ravenshout-Noord”, is intern nagenoeg de hele organisatie betrokken (via e-mail kunnen zeer veel personen betrokken zijn binnen de organisatie, zowel binnen de politiek als binnen de administratie, omdat dossiers verdeeld worden onder verschillende dossierbehandelaars over verschillende diensten). Het is ook quasi onmogelijk om al die e-mails en briefwisseling terug op te sporen, niet alleen omdat deze over verschillende diensten verspreid zitten, maar ook omdat gewoonweg niet iedereen die bijhoudt.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/225
pagina 6 van 8
Bovendien kent de organisatie ook heel wat verloop zowel binnen de politiek (gekoppeld aan legislatuur) als binnen de administratie (pensioen, ontslag, einde contract, ziekte, …), waardoor het zeer moeilijk is om persoonlijke briefwisseling en e-mailverkeer te recupereren. Al die briefwisseling is ook niet eenvoudigweg digitaal beschikbaar. Hiervoor zouden alle diensten en dus honderden personen hun e-mailverkeer dienen na te gaan van de voorbije 10 jaar. Artikel II.40, §3 van het Bestuursdecreet bepaalt dat een verzoeker in principe geen belang hoeft aan te tonen om de openbaarheid van bestuursdocumenten te verkrijgen. Dit betekent evenwel niet dat er geen redelijk belang aanwezig moet zijn: het uitoefenen van een recht zonder enig aantoonbaar redelijk en voldoende belang kan als kennelijk onredelijk worden beschouwd. Het komt een overheidsinstantie of de beroepsinstantie in principe niet toe om de motieven van de aanvragen of van de beroepen te onderzoeken. Dit kan echter geen vrijgeleide zijn om een dermate grote hoeveelheid documenten aan te vragen, waardoor een onredelijke werkoverlast ontstaat voor de instantie en waardoor de normale werking ervan in het gedrang komt. Het grondwettelijke recht op openbaarheid van bestuur is een instrument dat de burgers moet toelaten controle uit te oefenen op het handelen van het bestuur. Het moet de burgers in staat stellen de rechtmatigheid van het overheidsoptreden te beoordelen en met kennis van zaken te beslissen of er grond bestaat dat optreden in rechte aan te vechten. De beroeper heeft aldus het volste recht gebruik te maken van de openbaarheid van bestuur om het doen en laten van bepaalde bestuursinstanties betreffende aangelegenheden die ze zich ter harte hebben genomen, na te gaan. Hij is er echter niet van ontslagen om zijn rechten op redelijke en zorgvuldige wijze uit te oefenen. Het belang dat de beroeper bij de uitoefening van zijn rechten heeft, moet in redelijke verhouding staan met de gevolgen voor de werking van de betrokken bestuursinstantie, in casu de stad Beringen. De beroepsinstantie stelt vast, na kennisname van de uitvoerige toelichting vanuit de stad Beringen, dat dit openbaarheidsverzoek van verzoeker in casu evenwel een al te ruime omvang heeft. Het voorwerp is dermate omvangrijk dat het opzoeken en verzamelen van alle opgevraagde documenten en de toetsing van alle documenten aan de uitzonderingsgronden zo tijdrovend is, dat deze aanvraag dan ook als kennelijk onredelijk moet worden beschouwd. Volgens artikel II.33, 1° van het Bestuursdecreet kan een overheidsinstantie een openbaarheidsverzoek afwijzen wanneer de aanvraag kennelijk onredelijk blijft of op een te algemene wijze geformuleerd blijft, na een verzoek van de betrokken instantie tot herformulering van de eerste aanvraag als vermeld in artikel II.42. Na billijke afweging van ieders belangen, komt de beroepsinstantie, gelet op wat hiervoor uitvoerig werd uiteengezet, dan ook tot de conclusie dat dit openbaarheidsverzoek moet worden afgewezen in toepassing van artikel II.33, 1° van het Bestuursdecreet. Het voordeel van de informatie die beroeper bekomt (door het opvragen van honderden documenten met betrekking tot de verkoop en ontwikkeling van het bedrijventerrein Ravenshout-Noord over een periode van tien jaar) weegt kennelijk niet op tegen de last die deze veel te algemeen geformuleerde aanvraag inzake openbaarheid van bestuur veroorzaakt voor de betrokken instantie (de stad Beringen). In toepassing van artikel II.33, 1° van het Bestuursdecreet dient het beroep voor dit openbaarheidsverzoek dan ook te worden afgewezen, daar de beroepsinstantie moet vaststellen dat het belang van de openbaarheid in deze niet primeert ten aanzien van de overlast die huidig openbaarheidsverzoek veroorzaakt voor de stad Beringen. Het ingestelde beroep wordt om voormelde redenen dan ook als ongegrond beschouwd..
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/225
pagina 7 van 8
Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 26 augustus 2020 tegen de weigeringsbeslissing van de stad Beringen wordt als ontvankelijk doch ongegrond beschouwd. Brussel, 25 september 2020 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur,
Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/225
pagina 8 van 8