Skip to main content

ovamlink_oktober_2021.pdf

Page 1

OVAM.

AFVAL-, BODEM- EN DUURZAAM MATERIALENBELEID VOOR DE PROFESSIONAL OKTOBER 2021 | editie 37

4

DE OVAM INVENTARISEERT PFAS-RISICOLOCATIES OP ÉÉN CENTRALE PLAATS

9

CHARTER ZWERFVUIL GELANCEERD

17 LANDBOUWSECTOR

KAN REKENEN OP STEUN VOOR ASBESTOPHALING

Vlaanderen

is materiaalbewust 1 OVAM.LINK | Titel


Colofon Verantwoordelijke uitgever en hoofdredacteur Ine Wenmaekers Redactieraad Jan Verheyen, John Wante, Tuur Hawinkel, Nathalie Van Trier, Liesbet Van Ackeleyen, Kathleen Colaes, Sofie Triest, Raf Engels, Eline Aerts, Els Van Camp Redactieadres OVAM, Stationsstraat 110, 2800 Mechelen, ovam.link@ovam.be

Beste lezer, Wat ben ik blij om na anderhalf jaar corona opnieuw bedrijvigheid en bekende gezichten op de werkvloer te zien. Ook de afwisseling tussen digitale en fysieke meetings doet deugd. Toch moeten we niet volledig terugkeren naar het ‘oude normaal’. Een belangrijke les die we na deze crisis hebben geleerd – en waar we ook in deze OVAM.link op ingaan – is dat de omslag naar een circulaire economie zich echt wel opdringt. Vlaanderen Circulair schakelde dan ook een versnelling hoger om die transitie naar een circulaire economie waar te maken (p.18). We zijn niet alleen samen op weg naar een circulaire toekomst, maar ook naar een asbestveilig Vlaanderen in 2040. We hebben immers belangrijke stappen gezet in het actieplan Asbestafbouw (p.13). En samen streven we ook nog steeds de doelstelling na om tegen 2022 20 procent minder zwerfvuil te hebben ten opzichte van 2015. Daarvoor lanceerden we onlangs samen met minister Demir het Vlaamse zwerfvuilcharter (p.9). Verder is de inventarisatie van de risicolocaties met een mogelijke PFASverontreiniging volop aan de gang. Hoe we dit huzarenstuk precies aanpakken, leest u op p.4.

Foto’s Arcadis, Benny Proot, Fostplus, GO! Next, iStock, OVAM, Shutterstock, Vlaanderen Circulair Redactie en realisatie www.wearepantarein.be Wettelijk depotnummer D/2021/5024/05 Oplage 3000 ex. De meningen die derden in dit magazine vertolken, vallen buiten de verantwoordelijkheid van de OVAM. Gegevens uit deze nieuwsbrief mag u overnemen mits de bron wordt vermeld. De OVAM en de bij deze uitgave betrokken redactie en medewerkers aanvaarden geen aansprakelijkheid voor gevolgen die zouden kunnen ontstaan uit het gebruik van in deze uitgave opgenomen informatie.

Onze maatschappelijke opdracht om te zorgen voor een propere, gezonde en circulaire samenleving is meer dan ooit relevant. We blijven onverminderd verder inzetten op een ambitieus afval-, materialen- en bodembeleid als bouwstenen voor de circulaire economie. Want samen maken we morgen mooier.

Meer weten?

Veel leesplezier! Henny De Baets Administrateur-generaal

De OVAM is geïnteresseerd in uw vragen, opmerkingen en suggesties.

SCHRIJF ONS VIA OVAM.LINK@OVAM.BE www.facebook/ovam.be @PersAtOVAM

2

OVAM.LINK | Voorwoord


AFVAL RECYCLERE N

G EZONDE G R OND

4

9

Hoe brengen we de PFASrisicolocaties in kaart?

Vlaanderen bindt strijd aan met zwerfvuil

CIR CU LAIR E E CONOMIE

18

13

Samen op weg naar een asbestveilig Vlaanderen

Vlaanderen Circulair schakelt een versnelling hoger

20

Circulaire hub O.666 opent de deuren in Oostende

D UURZAAM MATERIAL EN GEBRUI K

OVAM.LINK | Inhoud

3


G EZONDE G R OND

HOE BRENGEN WE DE PFAS-RISICOLOCATIES IN KAART? De OVAM gaat aan de slag om locaties met een mogelijke PFAS-verontreiniging te inventariseren op één centrale plaats. Zo bepalen we welke terreinen de hoogste prioriteit krijgen voor meer onderzoek of verdere maatregelen.

4

OVAM.LINK | Gezonde grond


“De inventarisatie van verontreinigingsbronnen loopt nog. Tegelijkertijd bekijken we nu al op welke locaties die verontreiniging aanwezig zou zijn in Vlaanderen” Nathalie Van Trier, OVAM

Als we het hebben over PFAS (kort voor poly- en perfluoralkylstoffen) verwijzen we naar een grote groep chemische stoffen die in de natuur niet of zeer traag afbreken. Voor een aantal van die stoffen zijn er al schadelijke effecten aangetoond, maar de kennis over PFAS evolueert nog volop. Het is wel duidelijk dat PFAS verspreid aanwezig zijn in onze leefomgeving: in het water, in voedsel, binnenshuis en ook in de bodem.

Bronnen van verontreiniging In 2016 begon de OVAM met een verkennend onderzoek om de risicolocaties van PFAS-verontreiniging in kaart te brengen. In de eerste plaats werd daarbij opgesomd wat de meest voorkomende bronnen van verontreiniging zijn. De productie van PFAS is daar één van, zoals in de fabriek van 3M in Zwijndrecht. Maar ook het gebruik van PFAS, bijvoorbeeld in blusschuim, kan tot verontreiniging leiden. Daardoor kwamen ook oefenterreinen van de brandweer en de locaties van zware branden in het vizier, en (in mindere mate) industriële activiteiten zoals de galvanische industrie (waar PFAS bijvoorbeeld gebruikt worden bij het aanbrengen van een afdeklaag van chroom).

“De inventarisatie van verontreinigingsbronnen loopt nog”, vertelt Nathalie Van Trier, projectcoördinator 2036 bij de OVAM. “Tegelijkertijd bekijken we nu al op welke locaties die verontreiniging aanwezig zou zijn in Vlaanderen. Het gebruik van PFAS wordt niet op één centrale plaats bijgehouden. We moeten de informatie uit verschillende bronnen samenleggen, wat tijdrovend is. Aan de ene kant vroegen we aan de gemeenten om locaties door te geven waar de brandweer actief is geweest. Aan de andere kant analyseren we een heleboel documenten, zoals de gemeentelijke inventaris, de lozingsgegevens van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) en informatie over stortplaatsen.” “Sommige gemeenten hebben meteen de brandweerlocaties gemeld. Op die plaatsen zijn we ondertussen al gestart met verkennende bodemonderzoeken. In andere gevallen vraagt

de analyse meer tijd omdat de informatie bijvoorbeeld gestructureerd is volgens VLAREBO-rubrieken (kort voor Vlaams Reglement betreffende de Bodemsanering, red.). Daar zitten risicoactiviteiten samen met andere activiteiten in een veel ruimere categorie. Dan moeten we met de hulp van de gemeente en het bedrijf verder uitzoeken waar er effectief PFAS gebruikt zijn.”

Eerst aan de beurt Op basis van de inventaris bepaalt de OVAM welke locaties de hoogste prioriteit hebben voor een verkennend bodemonderzoek. Ze houdt daarbij niet alleen rekening met de kans op verontreiniging maar ook met de omgeving. Als er bijvoorbeeld een woonzone, een drinkwaterbeschermingsgebied, een school of een pluktuin in de buurt ligt, krijgt de locatie een hogere prioriteit.

BLIJF OP DE HOOGTE VAN DE MEEST RECENTE BEVINDINGEN OVER DE PFAS-VERONTREINIGING

OVAM.LINK | Gezonde grond

5


“Gemeenten die zelf onderzoek willen uitvoeren, raden we aan om het protocol te gebruiken dat we in opdracht van de OVAM hebben uitgewerkt. Zo weten ze welke informatie de voorstudie moet bevatten om te bepalen waar de risicolocaties liggen en in welke zones je verontreiniging kunt verwachten” Karen Van Geert, Arcadis

Wat is het doel van een verkennend bodemonderzoek voor PFAS? Het bepaalt hoe urgent een locatie verder onderzocht en eventueel gesaneerd moet worden. Elke maand voeren verschillende erkende bodemsaneringsdeskundigen in opdracht van de OVAM zo’n vijftig onderzoeken uit. Om de resultaten van diverse sites te kunnen vergelijken, is een uniforme procedure gemaakt die alle experts zullen toepassen.

Onderzoeksprotocol Karen Van Geert, expert risicobeoordeling bij Arcadis: “Wij werkten een protocol uit in opdracht van de OVAM. Ook gemeenten die zelf onderzoek willen uitvoeren, raden we aan om het protocol te gebruiken. Zo weten ze welke informatie de voorstudie moet bevatten om te bepalen waar de risicolocaties liggen en in welke zones je verontreiniging kunt verwachten. Het protocol bevat ook aanbevelingen over het aantal boringen dat je moet uitvoeren en hoeveel grondwaterstalen je moet nemen. En ten slotte zijn er richtlijnen om de resultaten te beoordelen. Alles 6

OVAM.LINK | Gezonde grond

is erop gericht om zo accuraat en snel mogelijk de prioritaire locaties te identificeren.” “Een belangrijk verschil met een klassiek ‘verkennend’ bodemonderzoek is dat we met de PFAS-onderzoeken ook de kans op verspreiding naar de omgeving uitgebreider meten. We willen zo snel mogelijk een nauwkeurig beeld krijgen van de verontreiniging en de mogelijke risico’s voor de omgeving, maar we moeten een balans vinden tussen het onderzoeken van voldoende stalen per locatie en de beschikbare middelen – boorploegen, labo’s en onderzoekers – zodat we op korte termijn een groot aantal locaties kunnen onderzoeken.”

Gecombineerde beoordeling De resultaten van een onderzoek worden in eerste instantie verwerkt en beoordeeld door de OVAM. Daarna evalueren ook het Agentschap Zorg en Gezondheid (AZG), de VMM en het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) het rapport. “Op basis van die

gecombineerde beoordeling communiceren we naar de lokale besturen en de eigenaars en gebruikers van het terrein”, vertelt Nele Bal, beleidscoördinator bodemzorg bij de OVAM. “Het is dan aan de lokale besturen om de bewoners te informeren, maar we bieden daar wel ondersteuning bij aan.” Karl Vrancken, de opdrachthouder voor de PFAS-problematiek, helpt mee om de communicatie naar de betrokken partijen te coördineren. “De opdrachthouder ziet er onder meer op toe dat verschillende gemeenten uniforme maatregelen treffen”, zegt Bal. “En hij is vaak aanwezig op infosessies om uitleg te geven aan omwonenden. Het sluit aan bij zijn rol om met de verschillende overheden een overkoepelende aanpak uit te werken, want PFAS vergen een geïntegreerde aanpak die verder gaat dan de bodem. De verontreiniging kan bijvoorbeeld ook in voedsel of binnenshuis voorkomen.”


“Samen met enkele andere landen nemen we een voortrekkersrol op. Wij willen onze expertise met andere landen delen en omgekeerd ook hun ervaring en feedback meenemen” Nele Bal, OVAM OVAM.LINK | Gezonde grond

7


Overkoepelend beleid

Nele Bal, OVAM

Het werk van het team rond Karl Vrancken moet uitmonden in een overkoepelend beleid voor PFAS. De OVAM bouwt ook mee aan een platform waar alle PFAS-gegevens van de verschillende milieucompartimenten, zoals de VMM en het AZG, verzameld worden. “We wisselen nu al de resultaten van de onderzoeken uit”, vertelt Van Trier. “Maar een gestructureerde database geeft een beter overzicht. Dan kunnen we gegevens makkelijker delen en dossiers nauwer opvolgen. Niet alleen overheden zullen de informatie kunnen raadplegen, ook de bevolking.” “Vlaanderen verricht hier pionierswerk”, zegt Bal. “Samen met enkele andere landen nemen we een voortrekkersrol op. Wij willen onze expertise met andere landen delen

Tijdens het bodemonderzoek naar PFAS-verontreiniging zorgt de deskundige ervoor dat de grondstalen niet in contact komen met mogelijke PFAS-houdende staalnamematerialen. Dat kan door bijvoorbeeld gebruik te maken van jute om de grondstalen te nemen.

8

OVAM.LINK | Gezonde grond

en omgekeerd ook hun ervaring en feedback meenemen. We hebben vanuit de OVAM een Europees kennisnetwerk opgezet rond emerging contaminants: EmConSoil. Tot nu toe deelden we vooral nieuwe inzichten via een nieuwsbrief. Dat willen we verder uitdiepen tot een volwaardig kennisplatform.”

Lessen voor de toekomst Bal: “We hebben allemaal hetzelfde doel voor ogen. PFAS-verontreiniging is complex en de wetenschappelijke inzichten erover zijn nog volop in evolutie. Samenwerking is dus hard nodig. Het zal ook niet de laatste groep van zorgwekkende stoffen zijn die we tegenkomen. Door nu goed samen te werken met verschillende stakeholders zullen we veel leren over hoe we met zulke stoffen moeten omgaan.”


AFVAL RECYCLERE N

Piet De Baere, Els Gommeren en Grietje Huveneers, beleidsmedewerkers bij de OVAM

VLAANDEREN BUNDELT KRACHTEN IN STRIJD TEGEN ZWERFVUIL Het afval op openbare plaatsen zoals straten, pleinen en autosnelwegparkings neemt toe. Tussen 2017 en 2019 steeg de hoeveelheid zwerfvuil met 14 procent. Om dat probleem grondig aan te pakken, lanceert Vlaams minister van Omgeving Zuhal Demir een Vlaams zwerfvuilcharter. Een dertigtal partners zetten extra acties op om zwerfvuil te voorkomen en om de pakkans te vergroten. Tegen 2022 moet de hoeveelheid zwerfvuil gedaald zijn met 20 procent ten opzichte van 2015. Dat staat in het huidige Uitvoeringsplan huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval 2016-2022. Maar uit een evaluatie blijkt dat het cijfer tussen 2017 en 2019 gestegen is met 14 procent. Daarnaast moet de netheidsindex voor de drie slechtst scorende plekken (autosnelwegparkings, haltes van het openbaar vervoer en afvalverzamelpunten) groeien met minimaal 10 procent. Voor die doelstelling zijn we wel op de goede weg. Els Gommeren, coördinator van Mooimakers, heeft daar een verklaring voor: “De plaatsen waar erg veel zwerfvuil ligt, worden vaak het eerst aangepakt.”

Verantwoordelijkheid van iedereen Waarom zien we in Vlaanderen meer zwerfvuil dan enkele jaren geleden? Piet De Baere, beleidsmedewerker bij de OVAM: “Wat meespeelt, is dat het bannen van zwerfvuil de verantwoordelijkheid is van iedereen: van producenten van verpakkingen, van consumenten, van overheden …” Steven Boussemaere, director innovation & business development bij Fost Plus, vult aan: “Om zwerfvuil aan te pakken, moet je inzetten op vijf pijlers: sensibilisering rond het thema, infrastructuur om het afval op te vangen, het aanpakken van omgevingsfactoren die zwerfvuil in de hand werken, zorgen dat iedereen zijn steentje bijdraagt in het verhaal, en als sluitstuk inzetten op handhaving. Preventief werken op zwerfvuilgevoelig verpakkingsmateriaal zorgt voor extra versterking van deze vijfpijleraanpak. Een goede coördinatie tussen alle spelers is dus essentieel.” Het is niet allemaal kommer en kwel. “In de zes jaar dat Mooimakers bestaat, hebben we gemerkt dat er meer publieke en politieke aandacht gaat naar de problematiek van het zwerfvuil. Onze campagnes bereiken een groot publiek. Ze worden bijvoorbeeld gretig gedeeld op sociale media”, aldus Grietje Huveneers, communicatiemedewerker van Mooimakers. OVAM.LINK | Afval recycleren

9


WIE ZET ZIJN SCHOUDERS ONDER HET VLAAMS ZWERFVUILCHARTER? De ondertekenaars zijn actoren in de verpakkingsindustrie, de voedings- en distributiesector en de bouw- en transportsector, maar ook de lokale en provinciale besturen en overheidsinstanties doen mee. Deze partners willen het waarmaken: Private actoren: Fost Plus, Comeos, Tabaksindustrie, Belgische Brouwers, Fevia, Koninklijk Verbond van de industrie van waters en frisdranken, de Bouwunie, Vlaams Confederatie Bouw, Febetra, Transport en Logistiek Vlaanderen, Unizo, Pack4Food, Algemeen Boerensyndicaat, Landelijke Gilden, Boerenbond Publieke actoren: Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij, vijf Provinciegouverneurs, Departement Omgeving, Provincie West-Vlaanderen, Agentschap Wegen en Verkeer, De Vlaamse Waterweg, Vlaamse Milieumaatschappij, Agentschap voor Natuur en Bos, Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten, Mooimakers, Vlaams minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme

Steven Boussemaere, director innovation & business development bij Fost Plus

10

OVAM.LINK | Afval recycleren

Een versnelling hoger Om de zwerfvuildoelstellingen van 2022 te halen, nam Vlaams minister van Omgeving Zuhal Demir begin dit jaar het heft in handen. Piet De Baere: “We nodigden partijen uit de private en publieke sector uit om met de minister rond de tafel te zitten. Tijdens die gesprekken kaartte ze de hoogdringendheid van het probleem aan.” “Op basis van de gesprekken stelden we een charter op met daarin tientallen extra acties voor 2021 en 2022.” Die acties komen bovenop de initiatieven die bepaalde sectoren en lokale overheden nu al nemen om zwerfvuil aan te pakken. “Alle partners (zie kader) engageren zich om een versnelling hoger te schakelen”, zegt Grietje Huveneers.

Positief gedrag belonen Zo heeft Fost Plus geld uitgetrokken uit de reserves van de zwerfvuilbudgetten om dertig handhavers aan te werven in de strijd tegen zwerfvuil (zie kader). Ze zullen van 2021 tot 2024 het team terreincontrole bij de OVAM versterken en ingezet worden bij handhavingsleertrajecten. “Door handhavers op het terrein te laten patrouilleren, samen met de lokale autoriteiten, willen we iets doen aan het gevoel van straffeloosheid”, zegt Steven Boussemaere. In de praktijk is dat niet altijd even eenvoudig. Els Gommeren: “Je moet de overtreders op heterdaad kunnen betrappen om ze te beboeten. Zwerfvuil is anoniemer dan afval van sluikstorters. De identiteit van de sluikstorter kun je gemakkelijker achterhalen als je gaat neuzen in het afval. Een document of een kasticket volstaat vaak al om de daders op te sporen.” Fost Plus lanceert daarnaast een innovatief project om positief gedrag aan te moedigen. Steven Boussemaere: “Om echt een verandering teweeg te brengen, moeten we de platgetreden paden verlaten. Daarom lanceerden we de Click. We belonen mensen die hun eigen afval in de juiste vuilnisbak gooien of zwerfvuil oprapen. Als ze de barcode van de verpakking scannen of er een foto van nemen, kunnen ze via de app Circular UCoins verzamelen, een soort digitale munteenheid die ze kunnen uitgeven bij lokale handelaars. Het voordeel van de Click is dat het elk individu activeert, altijd en overal. Zo realiseren we geleidelijk aan een collectieve gedragsverandering. Bovendien pakken we de logistiek van de afvalinzameling aan, zodat de recycleerbare materialen hun weg vinden naar de recyclage-


AFVAL RECYCLERE N

Tijdens het WK wielrennen kregen de handhavers die in het kader van het zwerfvuilcharter werden aangeworven, hun vuurdoop. Er werden ook herbruikbare bekers aangeboden.

parken. Voorlopig kun je de app alleen gebruiken in Antwerpen, aan de kust en in Namen. We willen het project op termijn uitbreiden naar andere steden en gemeenten.”

Anders verpakken Ook de Green Deal Anders Verpakt maakt deel uit van het zwerfvuilcharter. Piet De Baere: “Die nieuwe Green Deal onderzoekt manieren om verpakkingen te vermijden of te hergebruiken. Concreet werken we aan oplossingen samen met de federaties, bedrijven en organisaties van vijf segmenten in de distributiesector – webwinkels, maaltijdboxen, takeaway, producten in bulk en producten in

herbruikbare verpakkingen.” De Green Deal Anders Verpakt loopt nog tot 2024 en maakt deel uit van Cmartlife (zie kader). Niet alleen Fost Plus, de OVAM en Mooimakers zetten zich in. Ook overheidsinstanties als De Vlaamse Waterweg, het Agentschap voor Natuur en Bos, de Vlaamse Milieumaatschappij en het Agentschap Wegen en Verkeer engageren zich. Els Gommeren: “Zij deden bijvoorbeeld mee aan de Week van de Handhaving (van 4 tot 10 oktober 2021, red.). Ze zetten ook geregeld opruimacties op en zetten in op handhaving. Voor het opruimen kunnen ze vanaf nu rekenen op mensen die een taakstraf kregen. We bereikten een akkoord met de justitiehuizen om dat mogelijk te maken.” OVAM.LINK | Afval recycleren

11


“WE HELPEN LOKALE BESTUREN DE OPENBARE RUIMTE SCHOON TE HOUDEN” Jef Hollebecq is sinds tweeëneenhalve maand aan de slag bij de OVAM. Hij is een van de dertig handhavers die in het kader van het zwerfvuilcharter worden aangeworven. Hun vuurdoop kregen de handhavers op het WK wielrennen in september. “We hebben het publiek sterk aangemoedigd om geen afval achter te laten. We brachten toen in de praktijk wat we hadden opgestoken tijdens de cursus communicatie van de OVAM. De organisatie, Mooimakers en de OVAM hadden ook verschillende acties opgezet om van het wereldkampioenschap het properste ooit te maken. Zo werden er voor het eerst mensen met een taakstraf ingeschakeld om zwerfvuil op te ruimen.”

Zonder uniform Ondertussen hebben Hollebecq en zijn collega’s een opleiding tot GAS-vaststeller voltooid. “Nu mogen we dus ook boetes uitschrijven. GAS-boetes zijn een lokale bevoegdheid, daarom moeten we lokaal beëdigd worden.” Dat wil natuurlijk niet zeggen dat de handhavers vanaf nu zomaar op patrouille gaan. “Het initiatief ligt bij de steden en gemeenten. Zij roepen onze hulp in om op hotspots als stations, drukke winkelstraten of jaarmarkten een oogje in het zeil te houden. In tegenstelling tot de gemeenschapswacht of politie doen we dat zonder uniform maar herkenbaar. Zo kunnen we meer mensen op heterdaad betrappen en helpen we de openbare ruimte proper te houden.” 12

OVAM.LINK | Afval recycleren

Vervroegde deadline Nog dit najaar volgt de eerste test. Els Gommeren: “Dan komen we opnieuw bij elkaar om de stand van zaken van alle acties te bespreken. Daarna vergaderen we om de zes maanden om de vorderingen te evalueren.” Wat als de doelstellingen in 2022 toch niet worden gehaald? Piet De Baere: “De minister houdt een stok achter de deur. Oorspronkelijk was voorzien om het Verpakkingsbeleid 2.0, dat in 2018 werd goedgekeurd door de Vlaamse Regering, in 2023 te evalueren. Dat plan bevat onder andere strenge doelstellingen voor de verpakkingssector. De deadline van de evaluatie is nu vervroegd naar 2022. Als de situatie niet verbeterd is, zal de sector gevraagd worden om de invoering van statiegeld of een beloningssysteem te organiseren.” Fost Plus denkt alvast dat de partners in hun opzet zullen slagen. “De verpakkingsbedrijven beseffen dat er op het vlak van zwerfvuil een tandje bijgestoken moet worden. Onze leden zullen er dan ook alles aan doen om de engagementen na te komen, zodat we er samen met de andere partners voor kunnen zorgen dat zwerfvuil verleden tijd wordt.”

CMARTLIFE Afgelopen zomer werd het startschot gegeven van Cmartlife in O.666 in Oostende (zie achterflap). Dat is een ambitieus Europees project om te werken aan slimme oplossingen voor het afvalprobleem. Denuo, Fost Plus, Valipac, VVSG-Interafval, Vlaco, Westtoer en de OVAM bundelen de krachten en voeren tot 2027 samen 36 acties uit. Het Cmartlife-project krijgt steun van het LIFE-Programma van de Europese Unie.


DU U R ZA A M MA TER IA LE NGE BRUI K

SAMEN OP WEG NAAR EEN ASBESTVEILIG VLAANDEREN In 2040 moeten alle risicovolle asbestmaterialen verwijderd zijn. Dat besliste de Vlaamse Regering in 2018. Om die strategische doelstelling te bereiken, wordt het asbestattest in 2022 verplicht bij de verkoop van woningen en gebouwen ouder dan bouwjaar 2001. Intussen werkte de OVAM een operationeel, risicogebaseerd kader uit dat regelgeving combineert met een pakket ondersteuningsmaatregelen. Dat pakket bestaat uit een algemeen luik waar elke burger gebruik van kan maken. Daarnaast bevat het een aanpak op maat van vier prioritaire doelgroepen. Na het productieverbod in 1998 kwam er in 2001 ook een definitief einde aan het (her)gebruik van asbestmaterialen. Voordien werd asbest gebruikt in meer dan 3500 intussen bekende toepassingen. Voor Vlaanderen betekent dat dat ruim 2,8 miljoen wooneenheden en 354 000 niet-residentiële gebouwen asbest kunnen bevatten. Jasmine Jacobs, beleidsmedewerker asbestafbouw bij de OVAM: “Blootstelling aan asbestmaterialen houdt het risico in dat we asbestvezels inademen. Asbestvezels komen vrij wanneer je het materiaal beschadigt,

maar ook wanneer het door verwering of veroudering in slechte staat verkeert. Denk maar aan daken met leien en golfplaten in asbestcement die jarenlang onderhevig waren aan weer en wind.” “Daarom lanceerde de Vlaamse Regering in 2018 het actieplan Asbestafbouw. Via verschillende tussentijdse mijlpalen werkt dat plan toe naar een asbestveilig Vlaanderen in 2040. Tegen die tijd moeten we er met z’n allen voor zorgen dat risicovolle asbestmaterialen uit onze gebouwen verwijderd zijn. Daarbij

verwachten we niet van gebouweigenaars dat zij al hun asbestmaterialen wegnemen, maar wel de materialen die een risico op blootstelling vormen. Wat na 2040 nog aanwezig is in onze gebouwen, bevindt zich dan ofwel in een goede staat of wordt veilig beheerd. ‘Ingesloten asbest’ kan dus nog aanwezig zijn, bijvoorbeeld in gebouwfunderingen. Als je bij werken ingesloten asbest blootlegt en dus ‘eenvoudig bereikbaar’ maakt, ben je wel verplicht het weg te nemen. Asbestmaterialen wil je immers niet opnieuw gaan insluiten, en je wilt er ook niet iemand anders mee opzadelen die over enkele decennia aan OVAM.LINK | Duurzaam materialengebruik

13


het renoveren slaat. Asbestveilig is dus niet hetzelfde als asbestvrij, maar op deze manier kunnen we de beschikbare middelen risicogericht inzetten waar ze het meest nodig zijn.” Als onderdeel van het actieplan komt er een asbestattest. Waarom wordt dat attest ingevoerd? “We verwachten niet van gebouweigenaars dat zij al hun asbestmaterialen wegnemen, maar wel de materialen met een risico op blootstelling” Jasmine Jacobs, beleidsmedewerker asbestafbouw bij de OVAM

“We weten dat de kans op de aanwezigheid van asbestmaterialen 70 tot 90 procent bedraagt bij gebouwen die niet of beperkt gerenoveerd zijn. Er bestaan meer dan 3500 asbestmaterialen en je kunt onmogelijk van gebouweigenaars of

gebouwgebruikers verwachten dat zij die hoeveelheid aan toepassingen herkennen. Laat staan dat zij een oordeel kunnen vellen over de toestand van het materiaal. Om hen daarover te informeren, voeren we het asbestattest in. Een gecertificeerde asbestdeskundige inventarisatie (zie kader) somt alle risicovolle asbestmaterialen op die hij of zij in een gebouw vaststelt en geeft aan of die al dan niet risicovol zijn en wat ermee moet gebeuren. Medio 2022 is zo’n attest verplicht bij de verkoop van woningen en andere gebouwen met een bouwjaar van voor 2001. Tegen 2032 heeft iedere gebouweigenaar een asbestattest nodig. Zo zijn alle

OPLEIDING ASBESTDESKUNDIGE INVENTARISATIE START BEGIN 2022 In de loop van 2022 wordt het verplicht om een asbestattest te hebben als je een woning of een ander gebouw van vóór 2001 wilt verkopen. Daartoe kun je alleen aankloppen bij een gecertificeerde asbestdeskundige, die dan een inventaris opmaakt. Evy Trogh, projectmedewerker asbestafbouw bij de OVAM: “Er komt een speciale opleiding voor asbestdeskundigen om een certificaat te behalen.” Voorlopig zijn er nog geen asbestdeskundigen gecertificeerd, maar daar komt snel verandering in. Normaal kunnen kandidaat-asbestdeskundigen inventarisatie begin 2022 starten met

14

OVAM.LINK | Duurzaam materialengebruik

de verplichte opleidingen. Evy Trogh: “Tijdens de opleiding leren de deskundigen hoe ze de asbestverdachte materialen in gebouwen moeten inventariseren en hoe ze de informatie kunnen invoeren in een speciale database. Daar komt heel wat bij kijken. Ze moeten bijvoorbeeld beschrijven welke materialen asbest bevatten, in welke staat het asbest zich bevindt en wat ermee moet gebeuren. De OVAM heeft deze gegevens nodig om een geldig asbestattest uit te reiken.”

2000 asbestdeskundigen

De vraag naar gecertificeerde asbestdeskundigen zal sterk stijgen. “Momenteel telt Vlaanderen er zo’n 150. We hebben berekend dat we zo’n 200 à 300 deskundigen met een certificaat nodig zullen hebben in de beginfase. Aan het einde van 2022

schuift dat op naar 500 à 600. Op piekmomenten zouden dat er zelfs 2000 kunnen zijn.” Er zullen dus ook nieuwe deskundigen opgeleid moeten worden. “We merken uit de vragen die we krijgen dat deze job energieen preventiedeskundigen maar ook arbeiders aanspreekt die nu al bezig zijn met asbest.”

In de loop van 2022

Wanneer het asbestattest precies verplicht wordt, is nog niet helemaal duidelijk. “Dat zal in de loop van 2022 zijn. In de wetgeving staat dat de verplichting ingaat zeven maanden na de publicatie van de ministeriële besluiten, die onder meer de richtlijnen voor de inventarisatie bevatten. Enkele maanden voor de effectieve startdatum zullen gecertificeerde deskundigen de inventarisaties al kunnen uitvoeren.”


AL 12 SCHOLEN VAN SCHOLENGROEP GO! NEXT LIMBURG ASBESTVEILIG Sinds 1995 zijn werkgevers verplicht om voor elke werkplaats een asbestinventaris op te stellen, zelfs voor nieuwe gebouwen. Die verplichting geldt ook voor scholen. Om ze daarbij te helpen, heeft de OVAM in de zomer van 2018 een sectorprotocol afgesproken met de scholengroepen.

gebouweigenaars goed geïnformeerd en kunnen we hen gericht en op maat leiden naar het asbestveilig maken van hun gebouwen. Alle opgemaakte inventarissen samen bieden een ruim scala aan data over het asbestpassief in Vlaanderen. Zo kunnen we de problematiek nauwkeurig in kaart brengen en het beleid gericht bijsturen waar dat nodig is.” De sectorprotocollen zijn ook een belangrijke pijler van het actieplan. Waarom ligt de focus op bepaalde sectoren? “We zetten in op die sectoren waar we grote stappen vooruit kunnen zetten naar een asbestveilig Vlaanderen. Aan de ene kant zijn er bepaalde sectoren in Vlaanderen waar in het verleden veel asbestmaterialen werden gebruikt. In de landbouwsector vind je bijvoorbeeld nog veel grote daken van asbestcement terug. Aan de andere kant maken we prioritair werk van plaatsen waar kinderen veel tijd doorbrengen. Jeugdige longen zijn immers extra gevoelig voor asbestblootstelling. Daarom zijn we meteen met een sectorprotocol voor scholen gestart toen de Vlaamse Regering in 2018 groen licht gaf voor het actieplan.” “Het asbestafbouwbeleid en het energiebeleid vinden elkaar in de aanpak van verouderd patrimonium. We werken dan ook voor het scholenprotocol intensief samen met de scholenkoepels. Zo kunnen we met onze focus op asbestinventarisatie en asbestverwijdering

GO! Next uit de regio Midden-Limburg was een van de eerste scholengroepen die een beroep deed op het sectorprotocol. De scholengroep stapte zelfs nog voor alles goed en wel beklonken was in het proefproject van de OVAM. Preventieadviseur Chrissy Verboven: “Ik was meteen enthousiast om deel te nemen. De inventarisering en de eventuele verwijdering brengen heel wat papierwerk en geregel met zich mee. Als we aan een nieuw project beginnen, plant de OVAM op relatief korte termijn een inventarisatie in. Als het nodig is om het asbest te verwijderen, doen we een beroep op de raamcontracten die de OVAM heeft gesloten.” Chrissy Verboven is verantwoordelijk voor 32 scholen. “Tot nu toe hebben we al twaalf dossiers ingediend. Het grootste project was een school in Hasselt. Dat pand hebben we bijna volledig moeten afbreken. Plafonds, isolatie, leidingen … in alles zat asbest.” Stap voor stap pakt de scholengroep de andere gebouwen aan. “We kunnen niet alles tegelijk aan, want als er asbest wordt gevonden, moeten we het geld hebben voor de heropbouw. De OVAM neemt gelukkig de kosten voor de actualisatie van de inventaris en de helft van de kosten voor de verwijdering voor haar rekening, en voor de vernieuwingen kunnen we bij de scholenkoepel aankloppen.” OVAM.LINK | Duurzaam materialengebruik

15


inhaken op hun renovatiebeleid (zie kader). Van de koepels krijgen de scholen ondersteuning bij hun renovatieplannen. Als er dan extra kosten zijn omdat er mogelijk asbest aanwezig is, komt de OVAM tussen in deze ‘asbestmeerkost’. Om de scholen te ontzorgen, sloten we ook verschillende raamcontracten waarin we strenge selectiecriteria rond asbestveilig werken en expertise in asbest hebben opgenomen. Scholen kunnen daar gebruik van maken om een asbestinventaris te laten opmaken of om het asbest veilig te laten weghalen.” Welke sectorprotocollen staan er nog op stapel? “Net voor het politieke zomerreces keurde de Vlaamse Regering de relancemiddelen ‘Vlaamse Veerkracht’ voor de landbouwsector goed. Daarop werd in september een sectorprotocol gesloten met de landbouwsector. In die sector is het grootste asbestpassief terug te vinden in de daken. Het landbouwprotocol kun je zien als een doorvertaling van de

16

OVAM.LINK | Duurzaam materialengebruik

lokale asbestprojecten voor particulieren, waarbij afvalintercommunales of gemeenten asbestcement aan huis ophalen. Landbouwers die hun dak renoveren, kunnen gebruikmaken van het protocol om het vrijgekomen asbestcement op kosten van de OVAM veilig te laten ophalen en afvoeren. Daarvoor werken we samen met een inzamelaar voor asbestcement die we op basis van strenge asbestcriteria selecteerden. Daarnaast geven we inhoudelijke ondersteuning aan landen tuinbouwers over hoe zij asbestveilig kunnen werken of zelf een goede aannemer kunnen vinden. De landbouworganisaties Boerenbond, Algemeen Boerensyndicaat en het Vlaams Agrarisch Centrum werken samen met ons om dat aanbod te verspreiden en goede praktijken te delen via hun communicatiekanalen en infosessies.” “Deze werkwijze van wederzijds engagement vind je ook terug in het protocol voor sociale huisvesting dat zijn opwachting maakt. De sociale huisvestingssector heeft een

ambitieus renovatieprogramma klaar voor de komende jaren: de sector streeft ernaar om tegen 2029 zoveel mogelijk asbestveilige woningen te realiseren. Net zoals bij het scholenprotocol linken we hier energierenovatiedoelstellingen aan asbestinventarisatie en -verwijdering.” “Zo’n krachtenbundeling van verschillende beleidslijnen vormt een rode draad doorheen het actieplan. We trekken die lijn ook door naar het algemene beleid. Zo integreerden we een asbestcomponent in de bestaande isolatiepremies van Fluvius en VEKA. We merken dat we elkaars doelstellingen daarin stevig kunnen versterken. We stappen daarbij af van een klassieke top-downbenadering en werken samen met zeer gemotiveerde stakeholders, zodat het asbestafbouwbeleid vanop het terrein in een stroomversnelling komt. Zo winnen we aan beleidsmatige efficiëntie om gezamenlijk tot een asbestveilig Vlaanderen te komen.”


EXTRA STIMULANS VOOR ASBESTVEILIGE LANDBOUW Het sectorprotocol voor de landbouw zorgt ervoor dat de kosten voor het ophalen van daken met asbest volledig wegvallen. Dit is mee mogelijk gemaakt dankzij de relancemiddelen in het kader van ‘Vlaamse Veerkracht’.

“Als het asbest gratis opgehaald wordt, is dat voor hen een goede stimulans om er sneller werk van te maken. Vanuit de sector voorzien we zelf al enkele jaren een subsidie van 30 procent voor de heraanleg van het nieuwe dak. Daarvoor moet de landbouwer wel bewijzen dat het asbest veilig verwijderd werd. Onze subsidie en het sectorprotocol vullen elkaar dus mooi aan.”

In de landbouw is er nu nog zo’n 500 000 ton asbest aanwezig. Caroline Van der Heyden, adviseur Milieubeleid bij Boerenbond: “Dat is vergelijkbaar met andere sectoren, maar omdat het hier vaak om oudere daken en grote oppervlaktes gaat, is het probleem erg zichtbaar. We zijn dan ook heel blij met dit protocol. Onze leden zijn al jaren erg bezorgd over asbest. Ze willen er zo snel mogelijk vanaf, maar de kostprijs valt vaak tegen.”

Verwacht Boerenbond dat er veel landbouwers zullen intekenen op het sectorprotocol? “We kregen alvast veel positieve reacties en vragen van onze leden. Wij roepen hen in elk geval op om massaal gebruik te maken van het aanbod.”

OVAM.LINK | Duurzaam materialengebruik

17


CIRCU LAIR E E CONOM IE

VLAANDEREN CIRCULAIR SCHAKELT EEN VERSNELLING HOGER In juni organiseerde Vlaanderen Circulair een State of the Union. In aanwezigheid van de twee bevoegde Vlaamse ministers werden de nieuwe doelstellingen, werkagenda’s, hefbomen en toekomstvisies gepresenteerd. Hoe schakelt Vlaanderen zijn expertise in om de circulaire economie rond te krijgen? Onze materialenvoetafdruk tegen 2030 met 30 procent verkleinen, dat is de doelstelling waar Vlaanderen Circulair zich nu op richt. Om die transitie waar te maken, brengt het actoren uit elke hoek van de maatschappij samen. “We zijn een platform voor publiek-private samenwerking,” zegt Brigitte Mouligneau, transitiemanager bij Vlaanderen Circulair, “en daarbij betrekken we de volledige maatschappelijke vijfhoek: overheden, zowel lokaal als Europees, de ondernemingswereld, middenveldorganisaties en kennisinstellingen. Sinds deze legislatuur nodigen we ook de financiers uit, zodat zij kunnen investeren in de juiste projecten.”

6

Nieuwe organisatiestructuur Vlaanderen Circulair bestaat ondertussen drie jaar. In die eerste periode lag de focus op sensibiliseren en experimenteren, nu verschuift de insteek naar kennisdeling en samen knelpunten wegwerken. Dat vertaalt zich ook in een nieuwe organisatiestructuur met zes werkagenda’s en zeven hefbomen. “De werkagenda’s zullen zich richten op dagelijkse initiatieven binnen een bepaald thema, zoals circulaire bouw”, vertelt Paul De Bruycker, voorzitter van Vlaanderen Circulair. “Deze zomer werden de actieplannen opgesteld. De hefbomen zijn er om meer algemene barrières weg te werken, zoals een gebrek aan werkkrachten met de juiste achtergrond.” Tijdens de State of the Union in juni presenteerde Vlaanderen Circulair niet alleen de nieuwe structuur maar ook de roadmap die op langere termijn richting moet geven. “Daarvoor werken we met toekomstbeelden”, vertelt Mouligneau. “Hoe ziet de circulaire economie er uiteindelijk uit?

CIRCULAIR BOUWEN

WATERKRINGLOPEN

VOEDSELKETEN

CHEMIE & KUNSTSTOFFEN

BIOECONOMIE

MAAKINDUSTRIE

WERKAGENDA’S

18

OVAM.LINK | Circulaire economie


Vlaams minister van Omgeving Zuhal Demir en Vlaams minister van Economie en Innovatie Hilde Crevits waren aanwezig tijdens de State of the Union van Vlaanderen Circulair.

7

HEFBOMEN

BELEIDSINSTRUMENTEN

CIRCULAIR AANKOPEN

COMMUNICATIE

INNOVEREN & ONDERNEMEN

FINANCIERING

JOBS & VAARDIGHEDEN

Hoe geeft die invulling aan behoeftes zoals mobiliteit of wonen? Maar ook: welke waarden hanteren de mensen in een circulaire samenleving? Wat verlangen ze van hun job, van hun vrije tijd? Vanuit die gewenste toekomst tellen we terug naar vandaag om zichtbaar te maken wat we onderweg moeten doen.”

Economie en omgeving evenwaardig Tijdens de State of the Union waren Vlaams minister van Omgeving Zuhal Demir en Vlaams minister van Economie en Innovatie Hilde Crevits aanwezig om ook hun visie op een circulair Vlaanderen te delen. “Wij rapporteren niet toevallig aan beide ministers”, legt De Bruycker uit. “Het geeft aan dat we economie en omgeving als evenwaardig

ONDERZOEK

beschouwen. Die uitdrukkelijke steun van de overheid is belangrijk voor ons, want de uitdaging is groot en gaat verder dan enkel technologische innovatie. Daarin staat Vlaanderen al sterk, maar de transitie moet ook op maatschappelijk en sociaal vlak gebeuren.” “Maatschappelijk gezien moeten we onze behoeftes totaal anders gaan invullen met nieuwe businessmodellen. Dat zie je al bij de veranderende waarden van de jongeren. Die gaan niet meer uit van wagenbezit maar van een mobiliteitsvraag. Dat stemt me wel positief. Het sociale wordt misschien nog het moeilijkst. Al die complexe nieuwe businessmodellen vergen vaak een hogere opleiding, steunen meer op digitalisering … We zullen erop moeten toezien dat we daarbij niemand achterlaten. Ook dat is aandacht besteden aan de draagkracht van onze omgeving.”

OVAM.LINK | Circulaire economie

19


CIR CU LAIR E E CONOMIE

Burgemeester van Oostende Bart Tommelein (R) en adjunct-directeur-generaal van de OVAM Danny Wille (L) bij de opening van O.666.

CIRCULAIRE HUB O.666 OPENT DE DEUREN IN OOSTENDE

20

OVAM.LINK | Circulaire economie

De vzw’s hebben zich verenigd onder de naam O.666: een knipoog naar een ‘verboden’ volgnummer voor Oostendse vissersboten. Voor de jongeren die zich achter het initiatief scharen, symboliseert het een veilige haven voor wie nergens anders bij hoort. Er zijn nu vijf ateliers gebruiksklaar waar jongeren kunnen aansluiten bij (tewerkstellings)projecten rond voeding, tuinieren, muziek, ontwerp en handwerk. Er is ook ruimte om jonge makers te coachen richting circulair ondernemen.

Foto: ©Benny Proot

De zwaar verontreinigde site van de vroegere North Sea Bunkers krijgt een nieuw leven dat volledig in het teken staat van circulair denken. In het gebouw O.666 slaan verschillende vzw’s de handen in elkaar om creatieve ateliers te organiseren en jonge ondernemers te coachen.

De locatie van O.666 stond te boek als een blackfield, een terrein dat zo zwaar verontreinigd was dat niemand wilde investeren in de herontwikkeling. De OVAM kocht het pand in 2013 voor een symbolische euro, saneerde de bodem en sloot een overeenkomst met een groep lokale vzw’s: de OVAM zou het dak van het pand herstellen op voorwaarde dat de vzw’s er activiteiten organiseren die in het teken van de circulaire economie staan. Stad Oostende en het Economisch Huis Oostende investeerden in de ondersteuning van de werking.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
ovamlink_oktober_2021.pdf by Vlaanderen-be - Issuu