Jaarondernemingsplan 2020 Vlaamse overheid Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Koning Albert II-laan 35 bus 10 1030 Brussel info@ewi.vlaanderen.be www.ewi-vlaanderen.be
DEPARTEMENT ECONOMIE, WETENSCHAP & INNOVATIE
www.ewi-vlaanderen.be
Jaarondernemingsplan | JOP 2020
Departement Economie, Wetenschap en Innovatie
Woord vooraf Het voorliggend document betreft het Jaarondernemingsplan 2020 van het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie. Vooraleer dieper in te gaan op het Jaarondernemingsplan, wordt eerst het Departement EWI binnen het Beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie en binnen de Vlaamse overheid gesitueerd. Vervolgens worden de beleidsacties weergegeven in het kader van het Jaarondernemingsplan. Tenslotte vindt de lezer in bijlage onder andere de lijst van vertegenwoordigingen in supranationale, federale en Vlaamse organen, het personeelsoverzicht en het Beleidsgericht rapport van Audit Vlaanderen.
2
SITUERING VAN HET DEPARTEMENT ECONOMIE, WETENSCHAP EN INNOVATIE BINNEN DE VLAAMSE OVERHEID
3
Missie en visie van het Departement EWI 1
Missie Het Departement EWI staat in voor de beleidsvoorbereiding, beleidsopvolging en beleidsevaluatie voor het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie. Vlaanderen laten evolueren tot een van de meest vooruitstrevende en welvarende regio’s in de wereld is daarbij ons belangrijkste doel. Onze hefbomen zijn het bevorderen van: • excellent wetenschappelijk onderzoek, • een aantrekkelijk en duurzaam ondernemingsklimaat, • een creatieve, innovatieve en ondernemende samenleving. We ontwikkelen het Departement EWI verder tot het kenniscentrum binnen de Vlaamse overheid op het gebied van economie, wetenschap en innovatie.
Visie Het samenspel van economie, wetenschap en innovatie biedt unieke mogelijkheden voor het uitwerken van een toekomstgerichte langetermijnstrategie. In een open sfeer van samenwerking stemmen we onze inzichten af met onze partners in het eigen beleidsdomein en met de andere beleidsdomeinen. We formuleren onze voorstellen voor het nemen van beleidsbeslissingen zowel proactief als op vraag van de bevoegde minister. We volgen de beleidscyclus op door de effectiviteit van het gevoerde beleid kritisch te evalueren en op basis van objectieve resultaten de aanpak bij te sturen. We communiceren regelmatig over de evoluties en vooruitzichten van onze werkzaamheden. Goede contacten met het werkveld vormen een vruchtbare voedingsbodem voor de versterking van onze kennis en deskundigheid. Daardoor verzekeren we onze toegevoegde waarde bij de besluitvorming, ook in federale en internationale beleidsorganen. Internationalisering en globalisering hebben een steeds grotere impact op onze werkomgeving. We stimuleren de Vlaamse participatie aan het wereldwijde onderzoeks- en innovatiegebeuren, en stemmen het economisch beleid af op de internationale dimensie van de Vlaamse economie.
1
Zoals vastgelegd in 2010
4
Situering van het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie binnen de Vlaamse overheid
De Vlaamse overheid kent vandaag 11 beleidsdomeinen, waaronder het Beleidsdomein EWI.
Binnen elk beleidsdomein bestaat er een departement en diverse agentschappen. Het Vlaams regeerakkoord 2019-2024 voorziet deze legislatuur verschillende herstructureringen. Zo loopt momenteel een integratie tussen de beleidsdomeinen KB en IV. En tegen het einde van de legislatuur zullen de beleidsdomeinen EWI, WSE en LV samengevoegd worden tot ĂŠĂŠn economische cluster.
5
Het organogram van het Beleidsdomein EWI ziet er als volgt uit:
Het beleidsdomein is logisch gestructureerd in functie van de verschillende doelgroepen: • •
• • •
het Departement EWI; het nieuwe Vlaams Agentschap Innoveren en Ondernemen (VLAIO), in 2016 ontstaan uit een fusie tussen het Agentschap Ondernemen (AO) en het Instituut voor Innovatie door Wetenschap en Technologie (IWT); de Participatiemaatschappij Vlaanderen (PMV); de Limburgse Reconversiemaatschappij (LRM); het adviesorgaan VARIO.
Voor details verwijzen we graag naar onze Speurgids. Onderstaand gaan we enkel dieper in op de kernopdrachten van het Departement EWI. Eerst worden de tien kernopdrachten weergegeven, daarna ook met bijhorende budgetten in vastleggingskredieten en tenslotte worden de budgetten van het departement gesitueerd binnen die van het hele Beleidsdomein EWI.
6
Kernopdrachten van het Departement EWI: samengevat 1. Het ondersteunen en financieren in Vlaanderen van het fundamenteel, strategisch basis- en toegepast wetenschappelijk onderzoek en de daaruit voortvloeiende transfert en valorisatie van kennis via de kanalen FWO, BOF en IOF. 2. Het ondersteunen en financieren van elf domeinspecifieke kennisinstellingen voor fundamenteel en toegepast onderzoek. 3. Het ondersteunen en financieren van de brugfunctie tussen fundamenteel en toegepast onderzoek via de vier strategische onderzoekscentra imec, VIB, VITO en Flanders Make. 4. Ondersteunen en financieren van het beleid inzake wetenschapscommunicatie en –popularisering en burgerwetenschap, via structurele en occasionele partnerschappen. 5. Het proactief opvolgen en mee vorm geven van het internationale en vooral Europese economisch-, wetenschaps- en innovatiebeleid via de Raad Concurrentievermogen (onderdelen Onderzoek, Industrie en Interne Markt) en via vertegenwoordigingen in talrijke EUoverlegorganen met daarbij horend voorafgaand Vlaamse stakeholderoverleg. 6. Beleidsvorming in welbepaalde thematische economie-, wetenschaps-, technologie- en innovatiedomeinen zoals digitalisering (industrie 4.0, artificiële intelligentie, cybersecurity, 5G, …), klimaat, energie, bio- en circulaire economie, industrieel beleid, financiële economie, gezondheidszorg, voeding, blauwe economie, ruimtevaart- en defensie economie, ... 7. Het monitoren, analyseren, evalueren en ontsluiten van het economisch, wetenschaps- en innovatiebeleid via de ondersteuning van ECOOM, de steunpunten Store en Duurzaam Materialenbeheer evenals via de eigen Evaluatie-, Kennis- en FRIS cellen binnen het departement. 8. Ondersteunen van de Vlaamse Adviesraad Innoveren en Ondernemen (VARIO) via personeel en werkingsmiddelen. 9. Voeren van beleidscoördinerende en -rapporterende taken binnen het eigen Departement, binnen het beleidsdomein EWI en binnen de Vlaamse overheid als geheel evenals naar Europa en de OESO: begrotings- en juridische ondersteuning, interne en externe communicatie, organisatiebeheersing, parlementaire vragen en vragen om uitleg, opstellen beleidsnota en beleidsbrieven, opvolgen fact finding missions Europese Commissie en OESO, beleidscylus van het Europees Semester, ... 10. Aanbieden van managementondersteunende diensten - inzake Human Resources, Facility, IT en Boekhouding - aan vier entiteiten, voor ongeveer duizend personeelsleden samen: eigen Departement EWI, VLAIO, Departement WSE en het Agentschap Plantentuin Meise.
7
Kernopdrachten van het Departement EWI: detail en budgetten 2020 (in 1 000 euro) 1. Het ondersteunen en financieren in Vlaanderen van het fundamenteel, strategisch basis- en toegepast wetenschappelijk onderzoek en de daaruit voortvloeiende transfert en valorisatie van kennis, via vier financieringskanalen:
680 639
1.1. Financieringskanaal voor het fundamenteel en strategisch basisonderzoek via het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen (FWO)
377 825
1.1.1. Algemeen fundamenteel onderzoek (onderzoeksmandaten en -projecten)
226 030
1.1.2. Domeinspecifiek fundamenteel onderzoek (toegepast biomedisch onderzoek en fundamenteel klinische mandaten)
16 963
1.1.3. Strategisch basisonderzoek met economische en/of maatschappelijke finaliteit (mandaten en projecten)
75 681
1.1.4. Onderzoeksinfrastructuur (middelzware en zware / internationale / Vlaamse Super Computer)
44 381
1.1.5. Personeels- en werkingsmiddelen FWO
14 770
1.2. Financieringskanaal voor het fundamenteel en strategisch basisonderzoek via de Bijzondere Onderzoeksfondsen (BOF) bij de vijf Vlaamse universiteiten
226 177
1.2.1. Bijzondere Onderzoeksfondsen (BOF)
192 361
1.2.2. Methusalem financiering (LT-financiering toponderzoekers)
19 153
1.2.3. Tenure track stelsel
9 663
1.2.4. Omkadering Jonge Onderzoekers (OJO)
5 000
1.3. Financieringskanaal voor het toegepast onderzoek en valorisatie via de Industriële Onderzoeksfondsen (IOF; 52 143) en de Interfacediensten (4 494) bij de vijf Vlaamse associaties van universiteiten en hogescholen
56 637
1.4. financieren van het onderzoeksgedeelte van de Vlaamse beleidsplannen Artificiële Intelligentie (12 000) en Cybersecurity (8 000)
20 000
2. Het financieren van 11 domeinspecifieke kennisinstellingen voor fundamenteel en toegepast onderzoek
29 100
2.1. Plantentuin Meise
12 615
2.2. Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) in Oostende
7 108
2.3. Instituut voor Tropische Geneeskunde (ITG) in Antwerpen
2 977
2.4. UNESCO-Trust Fund Wetenschappen (wetenschappelijke activiteiten van UNESCO in wetenschapsdomeinen waterbeheer en oceanen)
1 301
2.5. Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten (KVAB) te Brussel
1 166
2.6. Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde Antwerpen (KMDA)
1 146
2.7. Alamire Foundation (archiefonderzoek muziekleven Lage Landen) te Leuven
772
2.8. United Nations University Institute on Comparative Regional Integration Studies (UNUCRIS) te Brugge
666
2.9. Vlerick Business School
489 8
2.10. Orpheus Instituut te Gent (artistiek onderzoek naar 'processen van muziek maken')
536
2.11. Antwerp Management School (AMS)
324
3. Het financieren van de brugfunctie tussen fundamenteel en toegepast onderzoek via de vier strategische onderzoekscentra
250 418
3.1. imec in het domein van nano- en digitale technologie
111 022
3.2. Vib in het domein van de werking van het menselijk lichaam, planten en microorganismen
61 164
3.3. VITO in het domein van cleantech en duurzame ontwikkeling
52 873
3.4. Flanders Make in het domein van de maakindustrie
25 359
4. Ondersteunen van het beleid inzake wetenschapscommunicatie en -popularisering
10 155
4.1. Vormgeven van het beleid en ondersteunen structurele partners, o.a. 4.1.1. Technopolis NV te Mechelen
4 226
4.1.2. Roger Van Overstraten Stichting (RVO-society) te Leuven
778
4.1.3. Expertisecellen Wetenschapscommunicatie bij de associaties van universiteiten en hogescholen
2 019
4.2. Ondersteunen Burgerwetenschap ('Citizen Science'), o.a. via RVO-society 5. het proactief opvolgen en mee vorm geven van het internationale en Europese economisch, wetenschaps- en innovatiebeleid (geen specifieke Vlaamse budgetten aan gekoppeld, maar belangrijk om Europese budgetten naar Vlaamse actoren te laten vloeien -> jaarlijks > 200 mio ₏) 5.1. Europees economisch-, wetenschaps- en innovatiebeleid 5.1.1. Pro-actief opvolgen binnen de Europese Unie van de werkzaamheden in de schoot van de Raad Concurrentievermogen (drieluik: Onderzoek - Industrie - Interne Markt) 5.1.2. Pro-actief opvolgen van de Europese ondersteuningsprogramma's voor economie, wetenschap en innovatie (voornamelijk het huidige Horizon 2020 en toekomstige Horizon Europe programma, het Invest EU fund, het Digital Europe Programma, het European Space Programme, het European Defense Fund, de Connecting Europe Facility, ... ) 5.1.3. Vertegenwoordigen van Vlaanderen in diverse (expert)groepen, opgezet door de Europese Commissie en/of de Europese Raad 5.1.4. Intra-Belgische beleidsafstemming standpuntnamen op Europese fora (via CIS-CFS, IEC en DGE's) evenals voorafgaand Vlaams stakeholderoverleg in Europese dossiers 5.2. Vormgeven van Interregionale samenwerkingsverbanden 5.2.1. Vlaams-Nederlandse samenwerking in zes high tech domeinen 5.2.2. Samenwerking Vlaanderen - Noordrijn-Westfalen 5.2.3. Trilaterale samenwerking Vlaanderen-Nederland-Noordrijn-Westfalen inzake chemie 5.2.4. Vanguard Initiative (netwerk 36 EU-regio's) 5.3. Internationaal economisch-, wetenschaps-, en innovatiebeleid in OESO-verband (o.a. Staal, Committee for Scientific and Technological Policy, Global Science Forum, Working Party on Bio-Nano-Converging Technologies, ‌) 9
6. Beleidsvorming in thematische economie-, wetenschaps-, technologie- en innovatiedomeinen 6.1. Het industrieel beleid in Vlaanderen (o.a. via Industrieforum) en Europa 6.2. De digitale (data) economie 6.2.1. ArtificiĂŤle Intelligentie 6.2.2. Cybersecurity 6.2.3. Uitrol 5-G in Vlaanderen 6.2.4. Open Data en Open Science beleid via o.a. European Open Science Cloud (EOSC) en de Europese Supercomputer (EURO-HPC) 6.2.5. Industrie 4.0 6.2.6. Geconnecteerd en autonoom rijden: smart mobility (o.a. Mobili-data project) 6.2.7. Digitaliseringsontwikkelingen in het onderwijs: smart education (o.a. I-learn project) 6.2.8. Het Europese wetgevend kader m.b.t. de 'Digital Single Market (DSM)' en het ondersteuningsprogramma 'Digital Europe Programme (DEP)' 6.3. Klimaatbeleid en energietransitie 6.4. Circulaire economie 6.5. Bio-economie 6.6. Innovatie in de zorg en de gezondheidszorg (Flanders Care 4.0) en (Regmed XB) 6.7. Innovatie in de blauwe economie 6.8. Innovatie in de ruimtevaart- en defensie economie 6.9. Innovatie in de voedingsindustrie 6.10. Financieringsbeleid t.a.v. ondernemingen (o.a. via PMV en LRM) 6.11. Ondersteunen Programma Innovatieve Overheidsopdrachten (PIO) 7. Het monitoren, analyseren, evalueren en ontsluiten van het economisch, wetenschaps- en innovatiebeleid 7.1. Monitoren: statistieken en indicatoren via interne Kenniscel 7.2. Analyseren: o.a. beleidsondersteunend wetenschappelijk onderzoek via het interuniversitaire Expertisecentrum Onderzoeks- en Ontwikkelingsmonitoring (ECOOM; 2 880), het Steunpunt Ondernemen en Economie (Store; 470) en het Steunpunt Duurzaam Materialenbeheer (188) 7.3. Evalueren: evaluaties beleidsinstrumenten en instellingen via de Evaluatiecel van het Departement 7.4. Ontsluiten: uitbouw onderzoeksportaal Flanders Research Information Space (FRIS) en Open Science beleid via de Flanders Open Science Board (FOSB) 8. Ondersteunen van de Vlaamse Adviesraad Innoveren en Ondernemen (VARIO) o.a. via personeel (6 VTE) en werkingsmiddelen
10
9. Voeren van beleidscoรถrdinerende en -rapporterende taken binnen het eigen Departement, binnen het beleidsdomein EWI en binnen de Vlaamse overheid als geheel 9.1 Beleidscoรถrdinerende taken binnen het eigen Departement (staf, interne en externe communicatie, organisatiebeheersing, ...), binnen het beleidsdomein EWI (beleidsnota en brieven en beleids- en begrotingstoelichtingen / begroting / parlementaire vragen en vragen om uitleg / Beleidsraad / juridisch advies, ...) en binnen de Vlaamse overheid als geheel (Voorzitterscollege / ...) 9.2. Beleidsrapporterende taken intra-Vlaanderen en extra-Vlaanderen richting vooral Europese Unie (o.a. Europees Semester) en OESO (o.a. landenrapporten) 10. Aanbieden van managementondersteunende diensten (inzake Human Resources, Facility, IT en Boekhouding) aan vier entiteiten (ongeveer duizend personeelsleden): Departement EWI, VLAIO, Departement WSE, en het Agentschap Plantentuin Meise 10.1 Human resources 10.2 IT 10.3 Boekhouding 10.4 Facility
Totaal budget Departement EWI
+/- 1 miljard euro
11
Van inventie naar innovatie: Vlaamse middelen 2020 voor het wetenschaps- (fundamenteel, strategisch basis- en toegepast onderzoek en valorisatie) en het innovatie- en economisch beleid 2 I. VIA HET DEPARTEMENT EWI
A. open financieringskanalen op initiatief van de onderzoeker (voornamelijk bij een universiteit) voor fundamenteel, strategisch basis- en toegepast onderzoek evenals voor valorisatie
mio €
1. FWO (voornamelijk de 5 universiteiten) algemeen fundamenteel onderzoek toegepast biomedisch en klinisch strategisch basisonderzoek onderzoeksinfrastructuur
377,8
werking FWO
14,7
2. Bijzondere Onderzoeksfondsen (BOF) (bij de vijf universiteiten) BOF-middelen Methusalem financiering Tenure Track stelsel Omkadering Jonge Onderzoekers) 3. Industriële Onderzoeksfondsen (IOF) (bij de vijf associaties)
226
226 16,9 75,6 44,3
192,3 19,1 9,6 5 56,6
Industriële Onderzoeksfondsen Interfacediensten subtotaal A
52,1 4,5 660,4
specifiek voor de vijf universiteiten zijn bovenstaande kanalen BOF en IOF aangevuld met een deel van de jaarlijkse algemene werkingsmiddelen van de universiteiten, aangewend voor onderzoek; per hypothese is dat 25% van die middelen
4. onderzoeksdeel werkingsmiddelen universiteiten (middelen komen via het Departement Onderwijs, beleid via Departement EWI)
250
subtotaal (A + 4)
910,4
B. de financiering van de vier strategische onderzoekscentra (SOC's), die een brugfunctie vervullen tussen fundamenteel en toegepast onderzoek
5. imec (nano- en digitale technologie) 6. vib (biotechnologie: werking menselijk lichaam, planten en micro-organismen) 7. vito (duurzame ontwikkeling) 8. Flanders Make (maakindustrie)
II. VIA HET VLAIO II.1. Innovatie
idem, maar dan binnen de domeinen van de zes Speerpuntclusters
interactie kennisinstelling bedrijf
C. financiering van drie domeinspecifieke onderzoeksprogramma's
250,2 12
10. Onderzoeksluik Cybersecurity 11. Regeneratieve Geneeskunde (RegMed XB)
8 2,9
subtotaal C
transversaal
75
Flux 50 (energie) Flanders Food (voeding) SIM (materialen) Blauwe Cluster (mariene en maritieme) 3. Moonshot Vlaanderen CO2neutraal 4. Landbouwkundig onderzoek 5. Beleidsplan Artificiële intelligentie (inclusief ICONoproep AI/CS voor 1,5 mio €)
52,8 25,3
9. Onderzoeksluik Artificiële Intelligentie
215,5
2. Steun aan zes Speerpuntclusters Catalisti (chemie en kunststoffen) VIL (logistiek)
kennisdiffusie subtotaal B
1. O&O&I-bedrijfssteun
open financieringskanaal voor steun O&O&I projecten op initiatief van het bedrijf
idem, maar dan binnen specifieke domeinen
111 61,1
mio €
6. Beleidsplan Cybersecurity 7. Proeftuinen City of Things en Industrie 4.0
8. Baekelandmandaten (post)doctoraten 9. Innovatiemandaten (voor postdoc's)
20 10,3 7,5
8,4 7,6
16,8 5,6
10. TETRA (TechnologieTransfer - praktijkgericht onderzoek) 11. Collectief Onderzoek en Ontwikkeling en Collectieve Kennisdeling (COOCK) 12. Kennisdiffusie via Hogescholen 13. vzw Bedrijfstrajecten 14. Programma Innovatieve Overheidsopdrachten (PIO) 15. STEM-beleid subtotaal innovatie
22,9
2 In de parlementaire stukken "Beleidsnota Economie, Wetenschapsbeleid en Innovatie 2019-2024" en "Beleids- en Begrotingstoelichting voor het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie - Begrotingsjaar 2020" van minister Crevits vindt de lezer duiding bij hoger vermelde cijfers.
12
9,6 9,6 7,5 5,2 3,9 2,5 405
12. Plantentuin Meise 13. Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) 14. Instituut Tropische Geneeskunde (ITG) D. financiering van domeinspecifieke kennisinstellingen
15. UNESCO-Trust Fund
12,6
II.2. Economisch beleid
7,1
ondernemerschap stimuleren
2,9 1,3
16. Koninklijke Maatschappij Dierkunde Antwerpen (KMDA) 17. Alamire Foundation 18. United Nations University on Comparative Regional Integration Studies (UNU-CRIS) 19. Orpheus Instituut subtotaal D
groei-ondersteuning
1,146 0,772 0,666 0,536 27,02
vergroening opleiding en advies (sub)regionaal beleid
E. financiering van instellingen voor postinitieel onderwijs
20. Vlerick Business School 21. Antwerp Management School (AMS) subtotaal E
F. financiering van adviesorganen
22. Vlaamse Adviesraad Innoveren en Ondernemen (VARIO) 23. Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten (KVAB) subtotaal F
G. financiering van steunpunten beleidsrelevant onderzoek
H. financiering uitrol Open Science in Vlaanderen
24. Expertisecentrum Onderzoeksen Ontwikkelingsmonitoring (ECOOM) 25. Steunpunt Ondernemen en Economie (Store) 26. Steunpunt Duurzaam Materialenbeheer (Summa) subtotaal G 27. Flanders Open Science Board (bij FWO) 28. Flanders Research Information Space (FRIS) bij Departement subtotaal H
29. Technopolis NV I. financiering van 30. Expertisecellen bij Associaties wetenschapscommunicatie 31. RVO-Society - en popularisering 32. andere partners subtotaal I J. financieringsagentschappen van de Vlaamse overheid (leningen, kapitaal, waarborgen, infrastructuur, …)
33. PMV (Vlaams breed) 34. Flanders Future Tech Fund (via PMV) 34. LRM (Limburg)
Totaal aan middelen via Departement EWI (exclusief de 25% werkingsmiddelen universiteiten) Totaal aan middelen (inclusief de 25% werkingsmiddelen universiteiten)
0,489
30
17. Flanders DC 18. Strategische transformatiesteun (STS)
2,3
19. KMO-Groeisubsidie 20. Ecologiesteun 21. Carbon Capture Storage (CCS) projecten
12,5 25,1 5
22. Carbon Leakage 23. KMO-portefeuille 24. Bedrijventerreinen (23) en gebiedsgerichte partnerschappen (1,6) 25. Vlaamse co-financiering EFRO
92,7 40 24,6
subtotaal economisch beleid subtotaal VLAIO
0,324 0,813 1
16. Ondernemerschap
III. VIA ANDERE BELEIDSDOMEINEN
28
6,3 266,5 671,5 mio €
1,166 2,166
2,88
Beleidsdomein Onderwijs & Vorming
0,47 0,188 3,538 5 1,5 6,5 4,226
Beleidsdomein L&V
Beleidsdomein Omgeving
algemene werkingsmiddelen universiteiten én hogescholen (cfr supra I.A: 25% werkingsmiddelen van de universiteiten = onderzoeksmiddelen bij hypothese) middelen Praktijkgericht Wetenschappelijk Onderzoek (PWO) voor de hogescholen Instituut voor Landbouw en Visserij Onderzoek (ILVO)
1 946
Instituut voor Natuur en Bos (INBO)
-
Agentschap Onroerend Erfgoed
-
30
-
Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen (KMSKA) Beleidsdomein Cultuur, Jeugd, Sport en Media Beleidsdomein Waterbouwkundig Laboratorium Mobiliteit en Openbare Werken
-
-
2,019 0,778 3,132
IV. FEDERAAL, o.a. Studiecentrum Kernenergie Mol Federale Wetenschappelijke Instellingen Von Karman Instituut (stromingsdynamica) Collectieve centra (WTCB, …) Sciensano (volksgezondheid)
10,155
1,1 -
984,8
1 234,8
-
Fiscale en parafiscale O&O-stimuli
V. EUROPA, o.a.
vooral Horizon 2020 (vanaf 2021 Horizon Europe)
-
EFRO + INTERREG
-
13
Naast middelen zet het departement natuurlijk ook mensen in, werkzaam binnen de staf, de vier afdelingen, het N-project ‘Innovatieve overheidsopdrachten’ en de VARIO. Onderstaand wordt het organogram weergegeven.
Inzake personeelsinzet wordt nog gewezen op een specificiteit. De afdeling Algemene Zaken en Ondersteuning binnen het Departement EWI is niet alleen dienstverlener inzake personeel, HR, Facility, Boekhouding en IT aan het eigen departement, maar ook: • binnen het eigen beleidsdomein EWI aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen en de Plantentuin Meise; • buiten het eigen beleidsdomein aan het beleidsdomein Werk en Sociale Economie (WSE) en dit ten aanzien van het Departement WSE. Op deze manier verleent de afdeling diensten aan ongeveer duizend personeelsleden. De kernopdrachten van Departement EWI bestaan per afdeling uit: •
Kernopdrachten Staf: o coördinatie van transversale en horizontale beleidsinitiatieven; o organisatiebeheersing (o.a. risico- en opportuniteitenmanagement); o informatie- en kennisbeheer; o interne en externe communicatie; o secretariaatsfunctie/Postbus/Persoverzicht/…; o bedrijfscontinuïteitsmanagement (BCM) / Welzijn.
•
Kernopdrachten afdeling Strategie en Coördinatie: o coördinatie beleidscyclus: beleidsnota’s en –brieven, begrotingsopmaak en –controle, parlementaire vragen en vragen om uitleg, kabinetsoverleg, managementcomité; o coördinatie beleidsrapporteringen voor hele beleidsdomein: Vlaams, Belgisch, Europees, OESO; o beleidsevaluaties; 14
o o o
internationale samenwerking; juridische dienstverlening; prospectief beleid.
•
Kernopdrachten afdeling Onderzoek: o fundamenteel onderzoek (FWO, BOF); o toegepast onderzoek & valorisatie (IOF, interface); o (internationale) onderzoeksinfrastructuur; o strategische onderzoekscentra (imec, VIB, Vito en Flanders Make); o specifieke kennisinstellingen (VLIZ, KVAB, KMDA-CRC, Plantentuin Meise, Orpheus, AMS, Vlerick, ITG,…); o (internationaal) onderzoeksbeleid in diverse wetenschapsgebieden; o ‘Flanders Research Information Space’ (FRIS), HPC en ‘Open Science’; o wetenschapscommunicatie en ‘Science in Society’.
•
Kernopdrachten afdeling Ondernemen en Innoveren: o ‘Kenniscentrum’ Ondernemen en Innoveren; o beleidsvoorbereiding – en monitoring ‘ondernemerschap’; o beleidsvoorbereiding- en monitoring ‘financiering ondernemingen’; o thematische beleidsontwikkeling: digitalisering (industrie 4.0, artificiële intelligentie, cybersecurity, 5G, …), klimaat, energie, bio- en circulaire economie, industrieel beleid, financiële economie, gezondheidszorg, voeding, blauwe economie, ruimtevaart- en defensie economie, ... o regionaal specialisatiebeleid (Vanguard,…).
•
Kernopdrachten afdeling Algemene Zaken en Ondersteuning: o HR; o dienstverlening personeel; o dienstverlening boekhouding; o facilitaire dienstverlening; o IT dienstverlening; o archiefbeheer
In dit ondernemingsplan wordt er per fiche melding gemaakt van VTE’s, met uitzondering van die VTE’s die hoofdzakelijk een ondersteunende functie hebben en/of recurrente taken voor de afdeling AZO uitoefenen. Een gedetailleerde stand van zaken inzake personeelsinzet wordt weergegeven in bijlage 4 (pagina 175). Daar zal de lezer kunnen terugvinden dat het Departement EWI op 31 december 2019 in totaal 110 personeelsleden telde waarvan er: • 67 werken binnen de Staf en de drie ‘beleids’-afdelingen ‘Strategie en Coördinatie’, ‘Ondernemen en Innoveren’ en ‘Onderzoek’; waarvan 53 met rang A en waaronder 1 voor het N-project PIO3; • 7 voor de VARIO; • 9 voor de cel kabinetsondersteuning;
3
Ondersteund door 1VTE via interne mobiliteit en diverse personen in het departement.
15
•
27 personeelsleden binnen de bovenvermelde dienstverlenende afdeling ‘Algemene Zaken en Ondersteuning’.
Samen zullen zij ook in 2020 in uitvoering van dit ondernemingsplan het beste van zichzelf geven zodat het Departement EWI haar steen(tje) bijdraagt in het laten evolueren van Vlaanderen tot een van de meest vooruitstrevende, wendbare en welvarende regio’s in de wereld. In het vervolg van dit document wordt de structuur van de kernopdrachten niet verder aangehouden, maar worden deze opdrachten vertaald naar de structuur van de Beleidsnota 2019-2024.
16
I: JAARONDERNEMINGSPLAN 2020
17
Ten geleide Voorliggend Jaarondernemingsplan is zo goed als mogelijk opgesteld conform de instructies vervat in de mededeling ‘Instructies ondernemingsplannen 2020-2024', door de Vlaamse Regering goedgekeurd op 7 februari 2020 (VR 2020 0702 MED.0051/1BIS). De mededeling schrijft voor de structuur van de ondernemingsplannen af te stemmen op de structuur van de Beleidsnota en de Beleids- en Begrotingstoelichting. Op die manier zijn de beleidsnota’s en de beleidsen begrotingstoelichtingen enerzijds en de ondernemingsplannen anderzijds complementair en vormen ze één logisch geheel. Deze opdracht is evenwel niet zo eenvoudig omdat de ‘Beleidsnota Economie, Wetenschap en Innovatie 2019-2024’ en de Beleids- en Begrotingstoelichting voor het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie – Begrotingsjaar 2020, een duidelijk verschillende structuur hebben. Zo is de Beleids- en Begrotingstoelichting gestructureerd op basis van vier beleidsvelden van het Beleidsdomein EWI, met daarbinnen de gedefinieerde inhoudelijke structuurelementen: BELEIDSVELD I: ECONOMIE Inhoudelijk structuurelement 1 :Financiering ondernemingen Inhoudelijk structuurelement 2 : Ondernemerschap Inhoudelijk structuurelement 3 :Groei-ondersteuning KMO’s en groeibedrijven Inhoudelijk structuurelement 4 : Vergroening/klimaat Inhoudelijk structuurelement 5 :Ruimtelijke Economie BELEIDSVELD II: WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK Inhoudelijk Structuurelement 1: Algemeen fundamenteel wetenschappelijk onderzoek Inhoudelijk structuurelement 2 : Domeinspecifiek fundamenteel onderzoek Inhoudelijk structuurelement 3 : Strategisch basisonderzoek Inhoudelijk structuurelement 4 : Onderzoeksinfrastructuur Inhoudelijk structuurelement 5 :Post-initieel onderwijs BELEIDSVELD III: INNOVATIE Inhoudelijk structuurelement 1 : Brugfunctie tussen fundamenteel en toegepast onderzoek Inhoudelijk structuurelement 2 :Valorisatie onderzoeksresultaten Inhoudelijk structuurelement 3 :Innovatiekracht ondernemingen BELEIDSVELD IV: WETENSCHAPSCOMMUNICATIE Inhoudelijk structuurelement: Wetenschapscommunicatie APPARAATSKREDIETEN ENBEGROTINGSPROGRAMMA’S ZONDER BELEIDSVELD
18
De Beleidsnota is evenwel gestructureerd op basis van de beleidsklemtonen van de minister: TRANSVERSALE STRATEGISCHE DOELSTELLINGEN Lokaal ondernemerschap laten bloeien Een integraal industriebeleid voor de toekomst Regionale specialisatie in streken en provincies Succesvol ondernemen in de digitale samenleving Innovatie voor klimaatneutrale oplossingen in de industrie Duurzaam groeien dankzij een kennisgedreven circulaire economie BELEIDSVELD ECONOMIE Meer en sterkere ondernemers Een vlotte toegang tot financiering en risicokapitaal Veerkrachtige bedrijven en sectoren Duurzame en innovatieve ruimte om te ondernemen BELEIDSVELD WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK Uitmuntend fundamenteel onderzoek voor radicale vernieuwing Sterk basisonderzoek met zicht op economische en maatschappelijke doorbraken Excellente en internationaal verbonden onderzoekinfrastructuur Top fundamenteel onderzoek in specifieke domeinen Onderzoek voor toonaangevende business schools in Vlaanderen BELEIDSVELD INNOVATIE Topinstituten slaan de brug tussen wetenschap en toepassing Het gebruik van nieuwe kennis stimuleren voor meer impact Impactvol innoveren in bedrijven en clusters en optimale kennisverspreiding BELEIDSVELD WETENSCHAPSCOMMUNICATIE: HET STIMULEREN VAN DE INNOVATIE‐ EN ONDERNEMERSCULTUUR Passie voor wetenschap en techniek aanwakkeren Werken aan bewustmaking en beeldvorming rond ondernemerschap OVERKOEPELENDE DOELSTELLINGEN Een laagdrempelige en klantvriendelijke overheid voor bedrijven en onderzoekers Optimaal inspelen op Europees en internationaal beleid Een beleid gedreven door feiten en cijfers
Er moet dus een keuze worden gemaakt. Wij opteren er voor het Jaarondernemingsplan 2020 van het Departement EWI te structureren op basis van de structuur van de Beleidsnota 2019-2024. Op deze wijze zal via het ondernemingsplan duidelijk worden op welke wijze het Departement EWI bijdraagt aan de beleidsdoelstellingen zoals opgenomen in de Beleidsnota. De beleidsacties die het Departement EWI in 2020 onderneemt, worden dus ‘ingevoegd’ in de structuur van de Beleidsnota 2019-2024.
19
INHOUD I: JAARONDERNEMINGSPLAN 2020 ............................................................................... 17 Ten geleide .......................................................................................................................................... 18 Inhoud ................................................................................................................................................ 20
I.
TRANSVERSALE STRATEGISCHE DOELSTELLINGEN ................................................................. 25
a.
Een integraal industriebeleid voor de toekomst ................................................................ 25 1. Analytische onderbouwing van het Vlaams industriebeleid en proactief opvolgen van de Europese ontwikkelingen.................................................................................................................................... 25 2. Europese interregionale samenwerking tussen innovatieve regio's: Vanguard Initiative.............. 27 3. Vrijwaren positie Vlaamse staalsector op de Europese en wereldmarkt ....................................... 29
b.
Regionale specialisatie in streken en provincies ................................................................ 30 4. Regionale specialisatie in Limburg via de Limburgse Reconversiemaatschappij (LRM) ................. 30
c.
Succesvol ondernemen in de digitale samenleving ............................................................ 31 5. Vlaams Actieplan Artificiële Intelligentie (AI) ................................................................................. 31 6. Actieplan Cybersecurity (CS) ........................................................................................................... 32 7. Uitrol van 5G-netwerk .................................................................................................................... 33 8. Coördineren van het Digital Europe Programme (DEP) voor Vlaanderen ...................................... 34 9. Europese digitale eengemaakte markt: beleidsvoorbereiding en coördinatie ............................... 36 10. Smart Cities en Internet of Things via het convenant met imec ................................................... 37 11. I-Learn: digitaal gepersonaliseerd leren ....................................................................................... 38 12. Digitalisering: Kenniscentrum Data en Maatschappij en Responsible Research and Innovation (RRI) .................................................................................................................................................... 39
d.
Innovatie voor klimaatneutrale oplossingen in de industrie............................................... 41 13. Uitvoering Vlaams Energie- en Klimaatplan 2021-2030 en Vlaamse klimaatstrategie 2050 ...... 41 14. Europese Green Deal..................................................................................................................... 43 15. Energietransitie: energietechnologie en energiebeleidsovereenkomsten .................................... 44 16. Toekomstgerichte chemiestrategie: bi- en trilaterale beleidscoördinatie met Nederland en Noordrijn-Westfalen ........................................................................................................................... 48
e.
Duurzaam groeien dankzij een kennisgedreven circulaire economie .................................. 50 17. Circulaire economie: beleidsafstemming ...................................................................................... 50 18. Bio-economie: transitie van een fossiel gebaseerde naar een bio-gebaseerde economie ........... 52
II. BELEIDSVELD ‘ECONOMIE’............................................................................................. 54 ISE ‘Ondernemerschap’ ..................................................................................................... 54 a.
Meer en sterkere ondernemers ......................................................................................... 54 20
19. Beleidsvoorbereiding en monitoring met betrekking tot ondernemerschap................................ 54
ISE ‘Financiering ondernemingen’ ..................................................................................... 55 b.
Een vlotte toegang tot financiering en risicokapitaal ......................................................... 55 20. Vlaamse kmo-innovatie in Europese context................................................................................ 55 21. Flanders Future Tech Fund ............................................................................................................ 56 22. Beleidsvoorbereiding en monitoring met betrekking tot financiering ondernemingen ............... 57
III. BELEIDSVELD ‘WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK’ ................................................................ 58 ISE ‘Algemeen fundamenteel wetenschappelijk onderzoek’ ............................................... 58 a.
Uitmuntend fundamenteel onderzoek voor radicale vernieuwing ..................................... 58 23. Financieren en ondersteunen van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen (FWO) .................................................................................................................................................. 58 24. Financieren en stimuleren van fundamenteel onderzoek onder andere via de Bijzondere Onderzoeksfondsen (BOF) bij de universiteiten .................................................................................. 60 25. Menselijk kapitaal: loopbaan kenniswerkers en onderzoekers .................................................... 62
b.
Top fundamenteel onderzoek in specifieke domeinen ....................................................... 64 26. Agentschap Plantentuin Meise ..................................................................................................... 64 27. Kennisinstellingen VLIZ, KVAB, KMDA-CRC, Alamire, UNU-CRIS................................................... 65
ISE ‘Strategisch basisonderzoek’ ........................................................................................ 68 c.
Sterk basisonderzoek met zicht op maatschappelijke en economische doorbraken............ 68 28. Strategisch basisonderzoek binnen het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen......... 68
ISE ‘Onderzoeksinfrastructuur’ .......................................................................................... 69 d.
Excellente en internationaal verbonden onderzoeksinfrastructuren .................................. 69 29. Het Vlaamse en Europese beleid inzake grote (internationale) onderzoeksinfrastructuren ........ 69 30. Vlaams Onderzoeksnetwerk (VON) - BELNET: verdere uitbouw en upgrade................................ 72
ISE ‘Post-initieel onderwijs’ ............................................................................................... 73 e.
Instellingen post-initieel onderwijs ................................................................................... 73 31. Instellingen voor post-initieel onderwijs: Orpheus, ITG ................................................................ 73
f.
Onderzoek voor toonaangevende business schools in Vlaanderen ..................................... 74 32. Business Schools: AMS, Vlerick ..................................................................................................... 74
IV. BELEIDSVELD ‘INNOVATIE’............................................................................................. 75 ISE ‘Brugfunctie tussen fundamenteel en toegepast onderzoek’......................................... 75 a.
Topinstituten slaan de brug tussen wetenschap en toepassing .......................................... 75 33. Strategische onderzoekscentra (SOC's): imec, VIB, VITO, Flanders Make .................................... 75 21
34. Regeneratieve geneeskunde: RegMed XB .................................................................................... 78 35. Vlaamse Wetenschappelijke Instellingen ..................................................................................... 80
ISE ‘Valorisatie onderzoeksresultaten’ ............................................................................... 81 b.
Het gebruik van nieuwe kennis stimuleren voor meer impact ............................................ 81 36. Techtransfer en valorisatie van onderzoek via Industriële Onderzoeksfondsen (IOF) en interfacediensten ................................................................................................................................ 81 37. Hogescholen.................................................................................................................................. 82
ISE ‘Innovatiekracht ondernemingen’ ................................................................................ 83 c.
Impactvol innoveren in bedrijven en clusters en optimale kennisverspreiding ................... 83 38. Marien onderzoek en Blue Growth ............................................................................................... 83 39. Onderzoek en Innovatie in het Agro-voeding systeem ................................................................. 84 40. Het Vlaams ruimtevaartbeleid en het Europees Defensiefonds ................................................... 86 41. Life sciences – Biotech - Health- Food ........................................................................................... 88 42. Zorginnovatie: Flanders' Care ....................................................................................................... 89 43. Gepersonaliseerde geneeskunde: CSA SAPHIRe, RIS3 en prioriteiten in Vlaanderen ................... 90 44. Microbioom: uitvoering Europese projecten ................................................................................ 91 45. Smart Mobility: voertuigen en mobiliteit van de toekomst .......................................................... 92 46. Vlaams Trustfonds ter ondersteuning van wetenschappelijke activiteiten van de Science Divisie van UNESCO (FUST) ............................................................................................................................ 93
V. BELEIDSVELD ‘WETENSCHAPSCOMMUNICATIE’................................................................... 95 47. Beleidsplan Wetenschapscommunicatie ...................................................................................... 95 48. Oproep projecten Citizen Science.................................................................................................. 96 49. Actieplan AI en CS: flankerende maatregelen .............................................................................. 97
VI. OVERKOEPELENDE DOELSTELLINGEN ................................................................................ 98 a.
Een laagdrempelige en klantvriendelijke overheid voor bedrijven en onderzoekers ........... 98 50. Open Data beleid: hergebruik van (overheids)data ..................................................................... 98 51. Open Science-beleid: Open Access, Open Data en de European Open Science Cloud ................ 102 52. Flanders Research Information Space (FRIS): architectuur......................................................... 104 53. FRIS: juridisch kader .................................................................................................................... 106 54. FRIS: beleidsrapporteringen ........................................................................................................ 107 55. FRIS: verbreden, verdiepen en vermarkten ................................................................................. 108 56. Juridische dienstverlening en reguleringsmanagement ............................................................. 110 57. Vereenvoudiging jaarverslaggeving universiteiten .................................................................... 111 58. Programma Innovatieve Overheidsopdrachten (PIO) ................................................................. 112 22
b.
Optimaal inspelen op Europees en internationaal beleid ................................................. 113 1. Europees beleid .......................................................................................................... 113 59. Voorbereiding en opvolging van de werkzaamheden van de Raad van Ministers (Raad Concurrentievermogen) van de Europese Unie en beïnvloeding van het Europese beleid............... 113 60. Strategie internationalisering binnen beleidsdomein EWI ......................................................... 116 61. Stakeholdersoverleg via EU-platform ......................................................................................... 122
2. Vlaanderen-NL ............................................................................................................ 122 62. Samenwerking Vlaanderen-Nederland ....................................................................................... 123
3. Vlaanderen-NRWF....................................................................................................... 125 63. Samenwerking met NoordRijn-Westfalen .................................................................................. 125
4. Brexit .......................................................................................................................... 126 64. Opvolging Brexit ......................................................................................................................... 126
c.
Een beleid gedreven door feiten en cijfers....................................................................... 127 1. Beleidsrapporteringen................................................................................................. 127 65. Beleidsrapporteringen voor het hele beleidsdomein EWI i.k.v. Europees Semester en ten aanzien van Europese en internationale instanties ....................................................................................... 127
2. Beleids- en begrotingscoördinatie ............................................................................... 128 66. Begrotingscoördinatie binnen het hele beleidsdomein EWI ....................................................... 128 67. Beantwoorden van parlementaire vragen en vragen om uitleg (VOU): coördinatie binnen het beleidsdomein EWI ........................................................................................................................... 129 68. Kenniscentrum over O&O, economie, wetenschap, innovatie in Vlaanderen ............................ 130
3. Beleidsevaluaties ........................................................................................................ 132 69. Evaluaties binnen het EWI-beleidsdomein die in 2020 worden afgewerkt, voorbereid en/of uitgevoerd ......................................................................................................................................... 132
4. Beleidsadvisering ........................................................................................................ 134 70. Vlaamse Adviesraad voor Innoveren en Ondernemen (VARIO) .................................................. 134 71. Opvolging Expertisecentrum O&O-monitoring (ECOOM) ........................................................... 135 72. Opvolgen van de activiteiten van het Steunpunt Economie en Ondernemen ............................ 136 73. Inzetten op beleidsadviezen via de uitbouw van een kennisnetwerk rond beleidsonderzoek .... 137
VII. INTERNE WERKING VAN HET DEPARTEMENT EN APPARAATSKREDIETEN ....................................138 a.
Personeel ....................................................................................................................... 138 74. Selectief vervangingsbeleid......................................................................................................... 138 75. Introductie functiefamilies bij Departement EWI ....................................................................... 139 76. Aansluiting bij Personeelspunt (div. modules) ............................................................................ 139 23
77. Uitvoering van het departementale vormingsbeleid in 2020 ..................................................... 140 78. Welzijn op het Werk.................................................................................................................... 141 79. Hertekening van Afdeling Algemene Zaken en Ondersteuning .................................................. 142 80. Strategisch Personeelsplan ......................................................................................................... 143 81. Business ContinuĂŻteitsmanagement (BCM) ................................................................................ 144
b.
IT .................................................................................................................................... 145 82. Digitale werkomgeving en verdere uitbouw archief Departement EWI ..................................... 145 83. IT- en informatiebeleid van het Departement EWI ..................................................................... 146
c.
Facility ............................................................................................................................ 147 84. Duurzaamheid op vlak van aankoopbeleid en wagenpark ......................................................... 147 85. Kantoor 2023 .............................................................................................................................. 147
d.
FinanciĂŤle dienstverlening .............................................................................................. 148 86. Tijdig betalen van (e-)facturen ................................................................................................... 148
e.
Communicatie ................................................................................................................ 149 87. Uitvoering EWI-communicatieplan 2020 .................................................................................... 149
f.
Organisatiebeheersing .................................................................................................... 150 88. Uitbouwen van een departementaal integriteitsbeleid .............................................................. 150 89. Opvolging van het departementale gelijke kansen- en diversiteitsbeleid 2019 ......................... 150 90. Armoedebestrijding, Gelijke kansen en Integratiebeleid ............................................................ 151 91. Risico- en opportuniteitenmanagement ..................................................................................... 152 92. Kennisbeheer............................................................................................................................... 153 93. Klachtenmanagement in het beleidsdomein EWI en binnen het Departement EWI .................. 154 94. Structureel overleg tussen de minister en het Departement EWI............................................... 155
II: BIJLAGEN .................................................................................................................156 Bijlage 1. Lijst van afkortingen ................................................................................................................... 157 Bijlage 2. Uitgavenbegroting Departement EWI bij begrotingsopmaak 2020 .......................................... 165 Bijlage 3. Lijst van vertegenwoordigingen in supra-nationale, federale en Vlaamse gremia ter voorbereiding van Europese en internationale dossiers........................................................................... 172 Bijlage 4. Personeelsoverzicht Departement EWI ..................................................................................... 188 Bijlage 5. Beleidsgericht rapport Audit Vlaanderen .................................................................................. 194
24
I.
TRANSVERSALE STRATEGISCHE DOELSTELLINGEN a. Een integraal industriebeleid voor de toekomst 1. Analytische onderbouwing van het Vlaams industriebeleid en proactief opvolgen van de Europese ontwikkelingen
Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactpersoon kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Cattoor Barbara (0,8 VTE) Schruers Liesbet (0,2 VTE) Tournicourt Tom De Hondt Paul BAWM
Omschrijving actie Zowel in het Vlaams regeerakkoord 2019-2024, de Beleidsnota 2019-2024 van minister Crevits als in de beleidsverklaring van de Commissie Von der Leyen 2019-2024 wordt het belang van een sterke industriële basis voor de economie benadrukt. A. In het Vlaams Regeerakkoord is de oprichting van een Industrieforum voorzien waarin halfjaarlijks wordt overlegd over het industrieel beleid met de belangrijkste industriële sectoren en ondernemingsorganisaties. Het Departement EWI staat mee in voor de beleidsvoorbereiding. B. In maart 2019 riep de Europese Raad op tot een alomvattende en langetermijnstrategie voor het industriebeleid van de EU, samen met een geïntegreerde aanpak voor een diepere en sterkere eengemaakte markt. Met de communicatie ‘European Industrial Strategy Package’ van 10 maart 2020 en de daarbij horende mededeling ‘A new industrial strategy for Europe’ beantwoordt de Commissie die vraag en presenteert ze een nieuwe strategie om de Europese industrie te helpen het voortouw te nemen bij de dubbele transitie naar klimaatneutraliteit en digitaal leiderschap. De strategie is erop gericht het concurrentievermogen en de strategische autonomie van Europa te stimuleren in een periode van geopolitieke verschuivingen en toenemende wereldwijde concurrentie. In het pakket initiatieven wordt een nieuwe benadering van het Europese industriebeleid geschetst, die stevig verankerd is in de Europese waarden en tradities binnen de sociale markteconomie. Het pakket bevat een reeks maatregelen voor de ondersteuning van alle actoren van de Europese industrie, met inbegrip van grote en kleine ondernemingen, innovatieve startende ondernemingen, onderzoekscentra, dienstverleners, leveranciers en sociale partners. Het pakket bevat ook drie andere mededelingen die samenhangen met het industrieel beleid: •
mededeling ‘An SME strategy for a sustainable and digital Europe’ De specifieke strategie voor kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) heeft tot doel de administratieve lasten te verminderen en de vele kleine en middelgrote ondernemingen in Europa te helpen zaken te doen in de gehele eengemaakte mark en daarbuiten, toegang tot financiering te verkrijgen en het voortouw te nemen bij de digitale en groene transities.
De twee andere mededelingen zijn: • mededeling ‘Identifying and addressing barriers to the Single Market’ • mededeling ‘Long term action plan for better implementation and enforcement of single market rules’ In deze twee mededelingen zijn concrete maatregelen voor het wegnemen van belemmeringen voor een goed functionerende eengemaakte markt - de grootste troef van Europa - om al onze bedrijven in staat te stellen te groeien en te concurreren in Europa en daarbuiten. In bovenvermelde vier beleidsdocumenten kondigt de Europese Commissie tientallen concrete beleidsacties aan. Het Departement EWI zal die in 2020 pro-actief opvolgen. C. In de communicatie van de Europese Commissie van juni 2017 over slimme specialisatie ‘Strengthening Innovation in Europe's Region: Strategies for resilient, inclusive and sustainable growth’ SWD(2017) wordt de link gelegd tussen de heropleving van de industrie en de slimme specialisatie strategieën van de Europese regio’s. In deze context zijn de ‘European Strategic Cluster Partnerships for Smart Specialisation Investments’, ontwikkeld door DG GROW en DG REGIO (en in samenwerking met verschillende andere DG's zoals CNCT en EMPL), een essentieel aspect. Deze partnerschappen hebben als doelstelling nieuwe samenwerkingen en innovatieve activiteiten tussen clusterbedrijven, voornamelijk kmo’s, te faciliteren om zo investeringen te stimuleren binnen de regionale slimme specialisatie domeinen. Slimme specialisatie en clusters als instrumenten voor de herindustrialisering van Europa worden expliciet aan elkaar gekoppeld. D. Tevens wordt ondersteuning geboden bij de ‘transitie Industrie 4.0’ in het kader van de Visie2050. Het Departement EWI staat immers in voor de koppeling tussen het Vlaamse Industrie 4.0-verhaal en de lopende activiteiten in het Vanguard Initiative en de ‘European Strategic Cluster Partnerships for Smart Specialisation Investments’ van de Europese Commissie. Ook in deze context zijn de conclusies van de Raad van de Europese Unie over Europees industriebeleid (12/03/2018) belangrijk. Hierin wordt het belang aangeduid van de creatie, opschaling en interconnecteren van innovatie hubs in Europa om zo innovatieve ecosystemen te versterken. Deze boodschap werd nog eens versterkt in de conclusies van 29 mei 2018 waarin de Raad de Europese Commissie uitnodigt om nieuwe oplossingen te ontwikkelen voor de uitwerking van een Europees netwerk van demonstratie- en pilootfaciliteiten dat voornamelijk kmo’s ondersteunt bij de uitrol van nieuwe technologieën. D. Het Departement EWI vertegenwoordigt België in het in 2018 opgerichte ‘Strategisch Forum IPCEI’ (Important Projects of Common European Interest). Dit forum heeft in 2019 zes Europese strategische waardeketens geïdentificeerd die in aanmerking komen voor de toepassing van een flexibelere staatssteunreglementering. Deze zes strategische waardeketens zijn: • Hydrogen technologies and systems for climate action; • Connected, clean and autonomous vehicles; • Smart health; • Industrial Internet of Things; • Low-CO2 emission industry; • Cybersecurity. Daarnaast is er de lopende IPCEI rond micro-electronica, de recent opgerichte IPCEI rond batterijen en het EUROHPC-initiatief rond high performance computing. In 2020 wordt dit Strategisch Forum verder gezet, met als taak het opvolgen van de activiteiten binnen deze waardeketens, het bekendmaken van het IPCEI-instrument bij niet-forum leden en de link leggen met andere EU-financieringsprogramma’s (o.a. Horizon Europe). Het Departement EWI zal zijn taak als forum-lid ook in 2020 verder opnemen en binnen Vlaanderen, in samenspraak met VLAIO, de link leggen met de Vlaamse kennisactoren en bedrijven die onderdeel uitmaken van de geïdentificeerde strategische waardeketens. 26
E. In het algemeen ontwikkelt het Departement EWI steeds meer expertise omtrent industriebeleid door Vlaams, Belgisch en internationaal onderzoek en rapporten zoveel mogelijk te verzamelen, te analyseren en te vertalen naar de Vlaamse beleidscontext. Dit zal tegen september 2020, aangevuld met de lopende activiteiten en initiatieven gericht op de Vlaamse industrie, resulteren in, een samen met VLAIO, uitgewerkte conceptnota ‘Vlaams industrieel beleid 2030’.
2. Europese interregionale samenwerking tussen innovatieve regio's: Vanguard Initiative Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactpersoon kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Liesbet Schruers Cattoor Barbara Nachtergaele Wouter BAWM
Omschrijving actie A. Vlaanderen startte in 2014 - op initiatief van de toenmalige minister-president Kris Peeters - met 10 andere Europese topregio’s, het Vanguard Initiative. Dit initiatief heeft als doelstelling het potentieel van innovatie beter te benutten door middel van interregionale samenwerking tussen innovatie-actoren op basis van het ‘slimme specialisatie’-principe. Ondertussen is het netwerk in 2020 uitgegroeid tot 36 Europese regio’s en een referentieorganisatie geworden voor de Europese Commissie m.b.t. regionaal economisch- en innovatiebeleid. Het initiatief waar Vlaanderen in 2014 mee pionierde, kan gezien worden als een geslaagde vorm van beleidsinnovatie. Vandaag wordt een ‘place-based innovation approach’ overal in de innovatieliteratuur aangeprezen. Binnen Vanguard wordt de methodologie van learn – connect – demonstrate – commercialise gevolgd:
Via de vernieuwende aanpak van learn – connect – demonstrate – commercialise, wordt er getracht de ontwikkeling van een interregionaal netwerk van geconnecteerde demonstratiefaciliteiten te stimuleren om 27
zo opkomende technologieën in specifieke toepassingsdomeinen te valoriseren en vanuit dit testproces de kenmerken te extraheren die belangrijk zijn voor een thematisch slim specialisatieplatform. De eerste fase learn focust zich op het mappen van de verschillende regionale capaciteiten en bestaande infrastructuren binnen de deelnemende regio’s en dit in een specifiek technologie- en toepassingsdomein. Vervolgens wordt er onderzocht tijdens de connect fase binnen welke waardeketens de verschillende actoren samenwerkingsprojecten kunnen opzetten en dit over de grenzen van de regio’s heen. Voor het samenbrengen van actoren (zowel bedrijven, clusterorganisaties als onderzoeksinstellingen) kan het EEN (European Enterprise Network) een belangrijke partner zijn. De demonstratie fase is gericht op het ontwikkelen van een interregionaal netwerk van demonstratoren en dit met een engagement van zowel publieke als private actoren om te investeren om vervolgens te resulteren in de commercialiseringsfase. In elk van deze fase zijn er hindernissen en barrières die moeten aangepakt worden. Een belangrijk element in dit verhaal is het financiële plaatje. Voor elk (vaak prijzig) demonstratieproject moet een optimale financieringsmix (publiek-privaat, maar ook regionale, nationale en Europese middelen) uitgetekend worden. Daarnaast worden ook topics zoals IPR en certificering aangekaart. B. Tijdens de jaarlijkse politieke vergadering, die het laatst plaatsvond in november 2019, hebben de Vanguard regio’s hun engagement uitgesproken om ook in 2020 het belang van regio’s, slimme specialisatie en interregionale innovatieve samenwerkingen te verdedigen. Deze concepten zijn immers kernelementen van een succesvol Europees industriebeleid. Ook de lopende MFK-onderhandelingen zijn belangrijk in dit opzicht, waar de koppeling van (regionale) ecosystemen en het ontwikkelen van interregionale innovatieve investeringen (de zogenaamde ‘component 5’) op de agenda staan. C. Om de beleidspositie van het Vanguard Initiative te bepalen en versterken, wordt er verder gebouwd op de jarenlange ervaring binnen de interregionale samenwerkingen in de vijf lopende piloot projecten: • Bio-economie, • 3D-printing, • Efficiënte en duurzame productie, • Nano-technologie en • Geavanceerde productie in de energiesector. Ook het werk dat wordt afgeleverd door de werkgroep ‘Financiële instrumenten’ is een is van belang voor de toekomstige beleidsontwikkeling. D. In 2020 zullen de inhoudelijke activiteiten van het Vanguard Initiative zich dan ook voornamelijk richten op de verdere ontwikkeling van de pilootprojecten en op de werkzaamheden binnen de werkgroepen ‘Financiële Instrumenten’ en ‘Beleidsbeïnvloeding’ (Policy Influencing). Verschillende concrete samenwerkingsprojecten bevinden zich immers in de demonstratiefase 4 waarin het uitrollen van gezamenlijke demonstratieprojecten centraal staat en dit via een mix van publieke en private financiële middelen. Het is dit laatste aspect dat wordt bestudeerd door financieel experten van de werkgroep ‘Financiële Instrumenten’. Het exploreren van de optimale financieringsmix (regionale, nationale en Europese publieke en private financieringsinstrumenten) voor interregionale co-investeringsprojecten is een beslissende factor voor het succes van een project. Ook het Vanguard Interreg Europe project ‘S34Growth’ waaraan Vlaanderen participeert, speelt in op deze beleidsuitdaging.
4
Het betreft hier projecten rond de thema’s 3D-printing, Bio-economie, Efficient and sustainable manufacturing, Energie
28
3. Vrijwaren positie Vlaamse staalsector op de Europese en wereldmarkt Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactpersoon kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Top Lieven Suys Raf BAWM
Omschrijving actie A. Op de Europese staalmarkt is de laatste jaren een erg drastische daling van de productie en de prijs vast te stellen, te wijten aan grootschalige dumping vanuit vooral China. Dat heeft grote gevolgen voor de gehele sector, qua rentabiliteit en zelfs voortbestaan van bedrijven. Specifiek de Europese staalbedrijven werden extra getroffen door het ontbreken van een aangepast, gemoderniseerd kader van handelsdefensieinstrumenten. De modernisering van de Europese handelsdefensie-instrumenten is na enkele jaren blokkering uiteindelijk afgewerkt binnen de Europese besluitvorming. Binnen de Vlaamse overheid wordt de besluitvorming voorbereid binnen de Werkgroep Handel (WEHIB). B. Binnen de Raad, is er het European Trade Committee, Steel, Textile and other Industrial Sectors (STIS), waar de staalsector door de lidstaten wordt opgevolgd op handelsvlak en de Europese beslissingen worden voorbereid. Departement EWI is regelmatig spreker wat betreft de OESO-activiteiten. C. Binnen het OESO-Staalcomité is het Departement EWI lid van het bureau. Onder de hoede van dit comité worden door de OESO analyses verricht i.v.m. diverse facetten van de staalindustrie, waaronder overcapaciteit, rendabiliteit, sluitingen, … D. EWI participeert via de Belgische delegatie samen met een 30-tal landen ook binnen het Global Forum on Steel Overcapacity. Na de eerste 3 jaar, is 2020 het eerste jaar van de tweede periode van 3 jaar die aangevat is zonder China en Saoedi-Arabië. Regelmatig zal EWI verder overleggen met DG Trade, om diverse initiatieven op elkaar af te stemmen. E. In de High Level Group for Energy Intensive Industries, worden diverse belangrijke aspecten van de staalsector behandeld in diverse werkgroepen, zoals Energie(kosten) of Overcapaciteit(smonitoring). De werking is met één jaar verlengd tot eind 2020. F. In kader van de Brexit-voorbereidingen, dienen de nodige elementen te worden aangedragen voor de opbouw van het onderhandelingsmandaat. Tijdens de onderhandelingen zullen de elementen in verband met een level playing field, en mate van convergentie van wetgeving, prioritair opgevolgd worden. Binnen het beleidsdomein EWI, is er ook de coördinatie van het ‘EWI-Brexit Team’. G. In het kader van de uitvoering van de ETS-herziening, een systeem waarbinnen de staalsector de grootste sector is, volgt EWI met nadruk ook de mogelijke impact proactief op. H. Qua innovatie, is de nieuwe technologie ‘CCU’ een potentieel belangrijke optie in de staalsector. EWI volgt proactief binnen diverse ontwerpwetgevingen (monitoring in 2020, voorbereiding ETS-herziening, …) op, of en hoe mogelijke hindernissen kunnen vermeden of weggewerkt kunnen worden. I. Departement EWI zal ook actief deelnemen aan een eind 2018 opgestart netwerk van Europese Staalregio's, om in groep de specifieke noden duidelijker toe te lichten aan het Europese niveau. De coördinator NRW kondigde in 2020 opnieuw aan outreach te doen richting regio’s buiten Duitsland.
29
b. Regionale specialisatie in streken en provincies 4. Regionale specialisatie in Limburg via de Limburgse Reconversiemaatschappij (LRM) Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactpersoon kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Callewaert Sophie De Hondt Paul BAWM
Omschrijving actie In gevolge afspraken binnen het beleidsdomein EWI ligt de hoofdverantwoordelijkheid voor het ondersteunen van het (sub)regionale economisch weefsel via provincies en streken bij het Vlaams Agentschap Innoveren en Ondernemen, dat daartoe ook de instrumenten EFRO en Interreg ter beschikking heeft. Inzake (sub)regionaal beleid is het Departement EWI verantwoordelijk voor de opvolging van LRM. A. LRM – opgericht in 1994 naar aanleiding van de sluiting van de Limburgse mijnen - richt zich op het ondersteunen en faciliteren van economische bedrijvigheid in de provincie Limburg. LRM heeft met de Vlaamse Regering in 2019 een nieuwe samenwerkingsovereenkomst gesloten die door het Departement EWI wordt opgevolgd. In al haar deelnemingen, financieringen en adviesverleningen, gaande van lokale tot internationale deelnemingen en betrokkenheden, neemt LRM als onderscheidend criterium aan dat er een aanwijsbare band moet bestaan of gecreëerd worden met de provincie Limburg. LRM kan als strategisch investeerder ook investeren buiten Vlaanderen wanneer dit bijdraagt tot het versterken van de Limburgse sectoren en projecten, tot internationale groei van bedrijven, om waardeketens rond bedrijven actief in Limburg te versterken, of om te connecteren met kenniscentra en ecosystemen buiten Limburg om kennis te ontsluiten voor Limburgse bedrijven. Hiervoor wordt prioritair gekeken naar de EUREGIO. B. Einde 2019 maakte de Vlaamse Regering samen met de belangrijkste stakeholders van de provincie Limburg een stand van zaken op m.b.t. welke doelstellingen van het SALK nog behaald moeten worden en welke projecten nog uitgevoerd moeten worden. Op basis van die stand van zaken lanceerde de Vlaamse Regering begin 2020 SALK 2.0, onder leiding van het provinciebestuur, maar met blijvende betrokkenheid van de Vlaamse Regering. Om de Limburgse economie en innovatiestructuren extra zuurstof te geven, zal het Vlaams Gewest in 2020 een kapitaalverhoging van LRM doorvoeren van 100 miljoen euro. Met deze extra middelen kan de LRM binnen het kader van de beheersovereenkomst beloftevolle startups en scale‐ups ondersteunen in hun verdere groei, alsook participeren in innovatieve spin-offs samen met de UHasselt en andere onderzoeks‐ en kennisinstellingen.
30
c. Succesvol ondernemen in de digitale samenleving 5. Vlaams Actieplan Artificiële Intelligentie (AI) Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactpersoon kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Spyns Peter (0,1 VTE) Goossens Karel Verschaeren Simon De Hondt Paul EBO 1EC 102 20,185 miljoen euro
Omschrijving actie De Beleidsnota stelt met het economisch- en innovatiebeleid een centrale rol te willen opnemen in een doorgedreven digitalisering in Vlaanderen, via een Vlaams geïntegreerd beleidsplan. De aanpak zal worden afgestemd met de SERV en de Europese doelstellingen ter zake. In het Jaarondernemingsplan van Departement EWI zijn alvast volgende beleidsacties opgenomen die kaderen in dat plan: • Vlaamse beleidsagenda artificiële intelligentie • Vlaamse beleidsagenda cybersecurity • 5G • Coördinatie van het Digital Europe Programme binnen Vlaanderen • Opvolgen van het Digital Single Market Programme • Smart cities programma via imec • I-learn initiatief • Kenniscentrum Data en Maatschappij Onderstaand wordt de Vlaamse beleidsagenda artificiële intelligentie geduid. De andere beleidsacties komen aan bod in de volgende fiches. De digitale technologieën ontwikkelen zich aan een snel tempo. Dat is het zeker het geval met de technologiedomeinen artificiële intelligentie en cybersecurity. Vlaanderen heeft de ambitie om tot de digitale koplopers te behoren, ook in de deze technologiedomeinen. Deze impulsprogramma’s werden in 2018 door het Departement EWI voorbereid via een consultancy-opdracht en intens stakeholderoverleg In 2019 keurde de Vlaamse Regering het impulsprogramma artificiële intelligentie goed (VR 2019 2203 DOC.0318/1QUATER). Het impulsprogramma’s omvat drie luiken: 1. strategisch basisonderzoek; 2. implementatie naar het bedrijfsleven; 3. sensibilisering, outreach en opleidingen. Voor details over het Vlaams actieplan AI wordt verwezen naar de nota Vlaamse Regering. Het Departement EWI volgt het hele actieplan op en specifiek het luik strategisch basisonderzoek. Voor het onderzoeksluik AI (strategisch basisonderzoek) wordt jaarlijks via een beslissing Vlaamse Regering een budget van 12,185 miljoen euro toegekend vooronderzoeksprojecten. Het Departement EWI maakt deel uit van de Stuurgroep AI waarin ook de stakeholders vertegenwoordigd zijn. In 2020 zal deze stuurgroep o.a. de kpi’s van het programma vastleggen.
31
6. Vlaams actieplan Cybersecurity (CS) Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactpersoon kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Verschaeren Simon Goossens Karel Boeykens Ilse De Hondt Paul EBO 1EC 102 9,5 miljoen euro
Omschrijving actie De digitale technologieën ontwikkelen zich aan een snel tempo. Dat is het zeker het geval met de technologiedomeinen artificiële intelligentie en cybersecurity. Vlaanderen heeft de ambitie om tot de digitale koplopers te behoren, ook in de deze technologiedomeinen. Deze impulsprogramma’s werden in 2018 door het Departement EWI voorbereid via een consultancy-opdracht en intens stakeholderoverleg. In 2019 keurde de Vlaamse Regering het impulsprogramma cybersecurity goed. Dit impulsprogramma omvat drie luiken: 1. strategisch basisonderzoek; 2. implementatie naar het bedrijfsleven; 3. sensibilisering, outreach en opleidingen. Het Departement EWI volgt het hele actieplan op en specifiek het luik strategisch basisonderzoek. Voor het onderzoeksluik cybersecurity wordt jaarlijks via een beslissing Vlaamse Regering een budget van 8 miljoen euro toegekend voor onderzoeksprojecten. Ook het derde luik wordt door het Departement EWI opgevolgd. Zo is er 1,5 miljoen euro voorzien ter versterking van de opleidingsmodules ingericht door de hogescholen en universiteiten met een bijzondere aandacht voor permanente vorming. Het Departement EWI maakt deel uit van de Stuurgroep Cybersecurity waarin ook de stakeholders vertegenwoordigd zijn. In 2020 zal deze stuurgroep o.a. de kpi’s van het programma vastleggen.
32
7. Uitrol van 5G-netwerk Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactpersoon kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Boutens Karel De Hondt Paul 300 miljoen euro (via VPM)
Omschrijving actie De Vlaamse Regering wil zo snel mogelijk komen tot de uitrol van een gebiedsdekkend 5G-netwerk. Het Regeerakkoord 2019-2024 stelt onder meer: ‘Met de recente evoluties die zich voordoen in de markt wil de Vlaamse Regering de motor zijn voor een gebiedsdekkend 5G-netwerk, volgens een open model van infrastructuurdeling waarop alle dienstverleners aan gelijke voorwaarden hun diensten kunnen aanbieden. Om dat model te garanderen, is het noodzakelijk dat de Vlaamse overheid substantieel participeert in de initiatieven van de operatoren. De Vlaamse Regering ziet erop toe dat eventuele bijkomende spelers onder dezelfde voorwaarden kunnen participeren.’ Een belangrijke randvoorwaarde die moet worden vervuld voor een snelle uitrol, is de toekenning van (tijdelijke of definitieve) licenties voor 5G door het Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie (BIPT). Met de betrokken operatoren wordt verkend onder welke voorwaarden de ambitie van de Vlaamse Regering vorm kan worden gegeven. Het Departement EWI ondersteunt dit proces. Voorts staat het departement in voor de opvolging van de MoU’s met Proximus en Telenet over supersnel internet. Overeenkomstig artikel 5 van de MoU roepen we een monitoringcomité samen om de voortgang met betrekking tot de verwezenlijking van de doelstellingen te bespreken.
33
8. Coördineren van het Digital Europe Programme (DEP) voor Vlaanderen Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden
Contactpersonen kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Verschaeren Simon (0,2 VTE) Boutens Karel (0,3 VTE) Cattoor Barbara Flama Wouter Spyns Peter Van Grootel Geert De Hondt Paul, Nachtergaele Wouter BAWM
Omschrijving actie A. Binnen het Meerjarig Financieel Kader 2021-2027 (MFK) is het Digital Europe Programme (2021-2027) gericht op het financieel ondersteunen van enkele strategisch belangrijke pijlers binnen de Europese digitale economie. De Commissie lanceerde het voorstel in juni 2018 met een budget van 9,2 miljard euro en de onderhandelingen over het programma zijn nog steeds lopende. Het programma zal complementair zijn aan de activiteiten onder Horizon Europe. Waar Horizon Europe onderzoek en innovatie financiert, zal DEP zich richten op het inzetten en benutten van bestaande en ontwikkelde innovatieve digitale oplossingen en op het bouwen van infrastructuren. Het programma richt zich op vijf sleutelgebieden: • Kunstmatige intelligentie • Digitale vaardigheden • Supercomputers • Cybersecurity • Gebruik van digitale technologieën De diverse onderdelen en voorgestelde budgettaire enveloppes verbonden aan het DEP worden onderstaand weergegeven. Het Departement EWI volgt het Digital Europe Programme actief op.
34
Dit programma ondersteunt ook het bekomen van digitale skills door werknemers en de opname van nieuwe technologieën door bedrijven. Zo zal het netwerk van de Digital Innovation Hubs worden versterkt en uitgebreid en zal de Europese Commissie een AI en CS-plan opzetten en uitvoeren. B. Er lopen reeds veel initiatieven binnen de Vlaamse overheid m.b.t. digitalisering. Binnen het beleidsdomein EWI is er de transitie Industrie 4.0 en zijn er o.a. de beleidsplannen AI en CS. Ook binnen de andere beleidsdomeinen van de Vlaamse overheid zet men steeds meer in op digitalisering. Het Departement EWI garandeert afstemming tussen deze initiatieven. Ook binnen de Belgische federale staatsstructuur gebeurt er meer en meer rond digitalisering, wat de noodzaak aan intra-Belgische beleidscoördinatie stelt. Hiervoor is de Digitale Taskforce opgericht door FOD Buitenlandse Zaken die technische afstemming tussen het federale niveau en de regio’s richting het buitenland moet bewerkstelligen. Deze werkgroepen worden, indien relevant, opgevolgd door beleidsmedewerkers van het Departement EWI. C. Het Departement EWI heeft in 2020 structuren opgezet die het in staat stelt om de ontwikkelingen onder het Digital Europe Programme te kunnen coördineren. Zo is er een nieuwe ‘Werkgroep 5 – Digitalisering’ gecreëerd onder het Vlaams EU-Platform die stakeholders samenbrengt. Daarnaast is er intern binnen het beleidsdomein ook een themateam opgericht dat beleidsmedewerkers van EWI en VLAIO samenbrengt. Zo wordt bijvoorbeeld pijler 1 (High-Performance Computing) van het programma opgevolgd en wordt er via deze weg teruggekoppeld, dit geldt ook voor de pijlers rond AI en CS. D. Tot slot is een beleidsmedewerker van EWI aangesteld als de Belgische vertegenwoordiging in de Expert Group van het Digital Europe Programme (DEP) om daar de Vlaamse en Belgische insteek aan het programma te verdedigen. Deze expertgroup zal bij het officieel van start gaan van het programma in 2021, omgevormd worden naar een comité met comitologieregelgeving om zo de Werkprogramma’s van het DEP in goede banen te leiden en te communiceren naar de stakeholders in Werkgroep 5. E. Een belangrijk beleidsvoorbereidend werk dat uit dit programma voortkomt, is het opzetten van een selectieproces voor de European Digital Innovation Hubs. Dit zal in samenwerking gebeuren met VLAIO.
35
9. Europese Digitale Eengemaakte Markt: beleidsvoorbereiding en coördinatie Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden
Contactpersonen kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Verschaeren Simon (0,2 VTE) Cattoor Barbara Goossens Karel Schruers Liesbet Spyns Peter De Hondt Paul, Nachtergaele Wouter BAWM
Omschrijving actie A. Waar het Digital Europe Programme (DEP) gericht is op het financieel ondersteunen van enkele strategisch belangrijke pijlers binnen de Europese digitale economie, is de Digital Single Market (DSM) er op gericht een regelgevend kader te geven voor ‘digitale’ concurrentie binnen Europa. Het Departement EWI volgt de ontwikkelingen rond digitale economie en de digitale interne markt op en coördineert Vlaamse standpunten en prioriteiten naar Europa toe. De Europese Commissie erkent het belang van de toenemende digitalisering. De Digital Single Market strategie is een essentieel voorbereidend onderdeel van de Digitale Agenda. Met de Strategie voor de Digitale Interne Markt (DSM) wil de Commissie verzekeren dat consumenten grensoverschrijdende toegang krijgen tot digitale diensten, een gelijk speelveld creëren voor bedrijven en de voorwaarden creëren die een dynamische digitale economie en samenleving mogelijk maken. In 2020 zullen de laatste wetgevende initiatieven onder het DSM-pakket uitgewerkt worden zoals het Cybersecurity Competence Center (met daarin ook netwerk aan Nationale Coördinatiecentra CS) en eprivacy. Voornamelijk dat eerste kan invloed hebben op Vlaanderen gezien het deze centra zullen zijn die hoogstwaarschijnlijk de middelen inzake Cybersecurity vanuit Horizon Europe en het Digital Europe Programma zullen verdelen. De Vlaamse overheid moet hier een goed contact voorzien tussen de Vlaamse bedrijven en deze centra. B. Op 19 februari 2020 lanceerde de Commissie Von der Leyen de mededeling ‘Shaping Europe’s digital future’. In deze mededeling wordt de EU digitale strategie voor de volgende jaren geschetst. Enerzijds is er een ‘Witboek over artificiële intelligentie’ gelanceerd en anderzijds een ‘Europese data-strategie'. In dit laatste document stelt de Commissie voor te werken aan een interne markt voor data waarin; • • •
gegevens tussen de verschillende EU-landen en de sectoren kunnen circuleren ten voordele van iedereen; de Europese regels volledig in acht worden genomen, vooral wat betreft privacy, gegevensbescherming en mededinging; eerlijke, praktische en duidelijke regels voor de toegang tot en het gebruik van data gelden.
De EU wil een aantrekkelijke, veilige en dynamische data-economie worden door: • • • •
duidelijke en eerlijke regels op te stellen voor toegang tot en hergebruik van data; te investeren in de volgende generatie van normen, instrumenten en infrastructuren voor opslag en verwerking van data; de krachten te bundelen voor de ontwikkeling van Europese cloudcapaciteit; in belangrijke sectoren Europese data samen te brengen in de vorm van gemeenschappelijke en interoperabele EU-brede dataruimten; 36
•
gebruikers de rechten, tools en vaardigheden te geven om volledige controle over hun data uit te oefenen.
Het Departement EWI volgt deze beleidsontwikkelingen proactief op.
10. Smart Cities en Internet of Things via het convenant met imec Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactperso(o)n(en) kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Goossens Karel Verdoodt Pierre Verschaeren Simon Dewandeleer Bart EB0-1EF100-3300
Omschrijving actie Vlaanderen heeft de ambitie om de mogelijkheden van ‘Smart Cities’ en ‘Internet of Things’ (IoT) optimaal te gebruiken. Vandaar dat er in het convenant van imec (2017-2021) voorzien is dat imec, i.s.m. de stad Antwerpen, een grote ‘City of Things’-proeftuin zal opzetten. Hiertoe zal imec een platform ontwikkelen waarop, in real-time, ‘Internet of Things’-toepassingen en technologieën in een stedelijke omgeving kunnen gecreëerd, getest en gevalideerd worden. Voor het ‘City of Things’-initiatief (CoT) is een budget van vier miljoen euro per jaar voorzien in het convenant. Voor de ontwikkeling van toepassingen is er vier miljoen euro voorzien bij het Agentschap Innoveren en Ondernemen. Verder is er het Smart Flanders-project dat geïnitieerd werd binnen het Stedenbeleid van de Vlaamse overheid. In het kader van dit project wordt vertrokken vanuit een stedelijke invalshoek en wordt onderzocht hoe data en technologie oplossingen kunnen bieden voor stedelijke uitdagingen (bv. mobiliteit, milieu, ...). Vanuit Stedenbeleid wordt een budget van 300 K euro per jaar voorzien voor de voorbereiding en het opzetten van het netwerk van de 13 centrumsteden in Vlaanderen. Voor de opvolging van deze projecten werd een CoT-stuurgroep opgericht tussen de minister of zijn afgevaardigde, Departement EWI en imec. In de stuurgroep wordt gerapporteerd over de vordering van beide projecten en worden de mijlpalen en doelstellingen gedefinieerd voor het CoT-initiatief. Om het toepassen van deze nieuwe technologieën in een stedelijke omgeving beleidsmatig te onderbouwen, zal EWI mee instaan voor de beleidsvoorbereiding en de opvolging van de CoT-stuurgroep. Verder is er een nieuwe strategie voor City of Things uitgewerkt rond 4 pijlers: mobiliteit, leefomgeving (lucht en water), mensen (living lab aanpak) en interoperable architectuur (‘Vlaamse open City Architectuur’). Zowel op Vlaams niveau als op Europees niveau zijn er tal van initiatieven. Horizon 2020 is daarbij het belangrijkste Europese instrument voor initiatieven m.b.t. duurzame stadsontwikkeling (o.a. CIVITAS). Het Departement EWI volgt deze ontwikkelingen proactief op.
37
11. I-Learn: digitaal gepersonaliseerd leren Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactpersoon kabinet Begroting (artikel: basisallocatie)
Verschaeren Simon (0,1 VTE) Plees Ruben, Paul De Hondt 20 miljoen euro via VLAIO (éénmalig in 2019 toegekend)
Budget Omschrijving actie Gepersonaliseerd leren of leren op maat door middel van digitalisering laat toe om ons onderwijs effectiever en efficiënter te maken. Gepersonaliseerd digitaal leren laat bijvoorbeeld toe om te differentiëren, om leerlingen uit te dagen en leerkrachten inzicht te geven in leerprocessen van leerlingen om hen zo ook te helpen bij het identificeren van leerlingen die dreigen af te haken. Met dit I-LEARN-project zetten we in op personalisering (met de i van individu) en op verantwoord en duurzaam inzetten van technologie (met de i die tegelijk verwijst naar de digitale wereld). Het hoofddoel van dit project bestaat er in digitale oplossingen voor gepersonaliseerd leren op een kwalitatieve en duurzame manier te implementeren in het Vlaamse onderwijs. Concreet zal dit mogelijk gemaakt worden door een online portaal te voorzien waar digitale toepassingen voor gepersonaliseerd leren drempelvrij ter beschikking zullen worden gesteld aan alle Vlaamse scholen en leerkrachten. Cruciaal hierbij is dat we daarnaast ook voorzien in de nodige training en begeleiding op maat om die toepassingen op een zo efficiënt mogelijke manier in te zetten. Doelstelling van dit project is om een dergelijke succesvolle implementatie te voorzien in minstens 10% van de Vlaamse basis- en secundaire scholen tegen eind september 2022. Om dit alles te realiseren wordt de kennis en expertise van de volgende partners gebundeld: imec, RVOSociety (‘educatieve spin-off’ van imec), KU Leuven onderwijsbeleid, en onderzoeksgroepen imec-ITEC-KU Leuven en imec-IDLab-UGent. Het project bestaat uit 6 werkpakketten: • • • • • •
WP 0: programma management en communicatie WP 1: uitdiepen concept en in kaart brengen van noden technologische aanpak WP 2: nagaan hoe gepersonaliseerd leren kan ingezet worden in een klascontext WP3: technologische uitrol WP4: didactische uitrol WP5: evaluatie en continue monitoring van programma
Om dit programma te begeleiden is een stuurgroep voorzien waarvan ook het Departement EWI onderdeel van uitmaakt.
38
12. Digitalisering: Kenniscentrum Data en Maatschappij en Responsible Research and Innovation (RRI) Projectverantwoordelijke( Betrokken personeelsleden Contactperso(o)n(en) kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Simon Verschaeren (0,2 VTE) Dumolyn Bart De Hondt Paul BAWM
Omschrijving actie A. Responsible Research and Innovation (RRI) streeft naar het verantwoord uitvoeren van onderzoek en innovatie door maatschappelijke partners (burgers, onderzoekers, bedrijven, beleid) bij elkaar te brengen en samen te laten werken tijdens onderzoeks- en innovatieprocessen om te kunnen inspelen op grote maatschappelijke uitdagingen. Zo worden mogelijke ethische en maatschappelijke gevolgen al in een vroeg stadium van de wetenschappelijke ontwikkelingen en innovatie betrokken. Het ultieme doel is om op deze manier met de hele samenleving te komen tot gedragen en duurzame innovatieve en technologische oplossingen voor de toekomst. De belangrijkste thema’s binnen RRI - ethiek, gendergelijkheid, open toegang, betrokkenheid van het publiek (citizen science) en het wetenschapsonderwijs - zijn sectoroverschrijdende kwesties in het Horizon 2020kaderprogramma van de Europese Commissie. In deze context ligt de nadruk op het thema ethiek. In 2019 startte het Departement EWI twee initiatieven op die verband houden met de ethische aspecten van digitalisering: 1) met de KVAB werd meegewerkt aan het Denkersprogramma 2) in het kader van de Vlaamse beleidsplannen AI en CS werd mee vorm gegeven aan het Kenniscentrum Data en Maatschappij. B. In het convenant KVAB 2018-2023 dat eind 2017 door de Vlaamse Regering werd goedgekeurd , wordt expliciet vermelding gemaakt van het concept RRI. De KVAB heeft een reflectiegroep met dit thema in het leven geroepen die op regelmatige basis bij elkaar komt en standpunten zal produceren met betrekking tot het thema RRI. De KVAB heeft in haar ‘Denkersprogramma’ 2019 de focus gelegd op de ethische uitdagingen die gepaard gaan met digitaliseringsprocessen in de economie en de samenleving. Het Departement EWI werkt hieraan actief mee. Met het Denkersprogramma beoogt de Academie het maatschappelijk debat in Vlaanderen te versterken en een langetermijnvisie te ontwikkelen omtrent beleidsmatige uitdagingen. Het programma is een uniek multidisciplinair en toekomstgericht initiatief met maatschappelijke weerslag op hoog niveau. Centraal staat een vooraanstaand internationaal expert of een panel van internationale experten. Samen met de leden van de Academie en talrijke partners en stakeholders wordt gewerkt rond een actuele problematiek waarop Vlaanderen een belangrijke impact kan hebben. Het doel is een significante bijdrage te leveren tot de verdere strategische ontwikkeling van Vlaanderen door een langetermijnvisie te ontwikkelen en op die wijze bij te dragen tot de beleidsvorming. Doorheen tal van activiteiten worden concrete ideeën en aanbevelingen m.b.t. de ethische uitdagingen rond digitalisering ontwikkeld. Deze werden gepresenteerd tijdens een Slotsymposium en zullen in het voorjaar 2020 in een eindrapport worden verwerkt.
39
C. In het kader van de Vlaamse beleidsplannen AI en CS stonden de ethische aspecten van digitalisering eveneens hoog op de agenda. In overleg met de stakeholders werd er voor geopteerd de werkzaamheden rond de ethische aspecten verbonden aan digitalisering en de data-economie in het algemeen en aan artificiële intelligentie in het bijzonder te institutionaliseren via de oprichting van een interuniversitair Kenniscentrum Data en Maatschappij. Het Kenniscentrum is een samenwerking tussen 3 Vlaams onderzoeksgroepen bij de Universiteit Gent, VUB en KU Leuven. Zij richten zich zowel op de maatschappelijk en ethische gevolgen van AI als op de wettelijke implicaties ervan. Op 19 februari 2020 lanceerde de Europese Commissie een regelgevend initiatief voor het inzetten van Artificiële Intelligentie, naar analogie met het gekende GDPR kader en gebaseerd op de ‘Ethics guidelines for trustworthy AI’ die in 2019 zijn opgezet. Daarnaast lanceerde de Commissie een strategie om van Europa een koploper te maken in data-economie. Ook voor deze acties zal het Kenniscentrum een belangrijke rol spelen in het aanleveren van de nodige kennis om vanuit Vlaanderen te kunnen wegen op deze debatten. Het Kenniscentrum ontwikkelt activiteiten in de volgende domeinen: 1. Een breed gedragen co-design approach voor het uittekenen van AI-beleid; 2. Stimuleren van maatschappelijk debat rond acceptatie van de technologie; 3. Het aanleveren van thought leadership over zowel maatschappelijk als economisch aanvaardbare ontwikkelingstrajecten voor AI; 4. De identificatie en validatie van belangrijke menselijke factoren in de ontwikkeling van AI; 5. De ontwikkeling van juridische kaders en richtsnoeren voor beleidsmakers en bedrijven; De thema’s waarrond deze activiteiten zich zullen ontwikkelen raken aan democratische, ethische en juridische kwesties, en omvatten o.m. algorithmische rechtvaardigheid, algorithmisch bestuur in een publieke sfeer, transparantie en verantwoording van AI, robo-ethiek, AI en tewerkstelling, alsook AI in de domeinen van Smart Government, Smart Health & Lifestyle, Cyberveiligheid, slimme mobiliteit, energie, food & agro, Smart Education, Smart Cities, Smart Media enzovoort. De activiteiten van het centrum rond deze thema’s moeten bijdragen tot: • De vertaling van algemene ethische principes naar concrete richtlijnen, aanbevelingen en regels; • Het wegnemen van risico’s bij AI-ontwikkeling door bedrijven en innovatoren, in het bijzonder bij het ontvangen van Vlaamse financiering; • Het sturen van bestaande en toekomstige regelgevings- en beleidshervormingen met een impact op AI (bijvoorbeeld de Richtlijn Productaansprakelijkheid, de Richtlijn betreffende Machines, de ePrivacy-richtlijn etc.); • Het verschaffen van duidelijkheid over de implicaties van bestaande en nieuwe juridische instrumenten (zoals de GDPR, Verordening Medische Hulpmiddelen, Verordening Vrij verkeer van niet-persoonsgebonden gegevens enzovoort); • Het creëren van ruimte voor experiment rond bijvoorbeeld “ethische validatie” en “regulatory sandboxing”; • Het verhogen van het maatschappelijk bewustzijn, om het draagvlak te vergroten. Het Departement EWI volgt de werkzaamheden van het Kenniscentrum proactief op.
40
d. Innovatie voor klimaatneutrale oplossingen in de industrie 13. Uitvoering Vlaams Energie- en Klimaatplan 2021-2030 en Vlaamse Klimaatstrategie 2050 Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactpersoon kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Top Lieven (0,3 VTE) Bollen Lut Maes Dries (0,1 VTE) Verrelst Wim BAWM
Omschrijving actie A. In december 2019 keurde de Vlaamse Regering definitief het Vlaams Energie- en Klimaatplan 2021-2030 (VR 2019 0912 DOC 1208/1BIS en 1208/3BIS) en de Vlaamse klimaatstrategie 2050 (VR 2019 2012 DOC. 1356/1 en 1356/2) goed. Na integratie in een Belgisch plan werd dit aan de Europese Commissie bezorgd. Voor de inhoud wordt verwezen naar hogervermelde documenten. B. Het Europees kader De Europese Unie wil haar broeikasgasuitstoot in 2050 reduceren met minstens 80% tot 95% ten opzichte van 1990. Als tussentijdse doelstelling is een emissiereductie met 40% vooropgesteld in 2030 t.o.v. 1990. Binnen dit Europees beleid, wordt een belangrijk onderscheid gemaakt tussen de ETS en de niet-ETS sectoren om deze doelstellingen te realiseren. De energie-intensieve industrie en de elektriciteitssector beogen via het Emission Trading System (ETS) een reductie van 43% tegen 2030 t.o.v. 2005. Voor de overige sectoren, met name transport, gebouwen, landbouw, niet-ETS industrie en afval, is een gezamenlijke reductie van 30% voorzien tegen 2030 t.o.v. 2005. Op basis van dit kader, hebben alle lidstaten een specifieke doelstelling toegewezen gekregen. Voor België bedraagt deze bindende doelstelling -35% tegen 2030 t.o.v. 2005. De Europese doelstelling inzake de inzet van hernieuwbare energiebronnen bedraagt een aandeel van 32% tegen 2030. In het kader van artikel 4 van de Governance Verordening moet elke lidstaat haar indicatieve bijdrage bepalen tot het bereiken van het bindende energie-efficiëntiestreefcijfer van de Europese Unie van minstens 32,5%. Bovendien zal elke lidstaat in het kader van de herziene energie-efficiëntierichtlijn over de periode van 1 januari 2021 tot 31 december 2030 een cumulatieve energiebesparing moeten verwezenlijken die equivalent is aan jaarlijkse nieuwe besparingen van minimaal 0,8% ten opzichte van het finaal energiegebruik (Artikel 7 van de energie-efficiëntierichtlijn). De realisatie van deze doelstellingen is ook één van de pijlers van de Europese Energie-Unie, die een duurzaam, betaalbaar, competitief en betrouwbaar energiesysteem nastreeft. C. Het Vlaams Energie- en Klimaatplan 2021-2030 Artikel 3 van Verordening (EU) 2018/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 inzake de governance van de energie-unie en van de klimaatactie, vereist dat elke lidstaat uiterlijk op 31 december 2019 een geïntegreerd Nationaal Energie- en Klimaatplan indient bij de Commissie dat betrekking heeft op de periode van 2021 tot en met 2030. Binnen de Nationale Klimaatcommissie en ENOVER werden werkafspraken gemaakt om België in staat te stellen aan deze verplichting tegemoet te komen. 41
Dit geïntegreerd plan moet de vijf dimensies van de Energie-unie behandelen. De vijf thema’s zijn bevoorradingszekerheid, interne markt, energie-efficiëntie, decarbonisatie en onderzoek en innovatie en concurrentievermogen. Hierbij moeten steeds doelstellingen, maatregelen en onderbouwde prognoses naar voor geschoven worden. Vlaanderen streeft de doelstelling na om tegen 2030 zijn broeikasgasemissies in de niet-ETS sectoren te reduceren met 35% ten opzichte van 2005. Dit is voor Vlaanderen een enorme uitdaging. De opgelegde doelstelling voor België gaat dan ook veel verder dan wat volgens kostenefficiëntie berekend was (25%). In de periode 2005-2018, een periode van 13 jaar, zijn de niet-ETS emissies in Vlaanderen bovendien slechts met 5% gedaald. In dit Vlaams Energie- en Klimaatplan (VEKP) wordt voor klimaat gefocust op de sectoren die niet gevat worden door het Europees Systeem van Verhandelbare Emissierechten (EU ETS). Het is immers enkel voor deze niet-ETS sectoren - de gebouwen, transport, landbouw, afval en een klein deel van de industrie - dat de lidstaten zelf doelstellingen moeten naleven. D. De Vlaamse klimaatstrategie 2050 In 2018 publiceerde de Commissie een geactualiseerd voorstel van langetermijnstrategie onder de naam ‘A Clean Planet for All’ (COM (2018) 773). In dit voorstel – en vooral in de diepgaande analyse hierbij – wordt verkend via welke pistes de EU kan komen tot een netto-nuluitstoot tegen 2050. Op de Europese Raad van 12 december 2019 bekrachtigde de Europese Raad de doestelling van een klimaatneutrale EU in 2050, conform de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs. Het engagement uit het Akkoord van Parijs om tegen 2020 een langetermijnstrategie te ontwikkelen, is voor EU lidstaten ook juridisch verankerd: artikel 15 van Verordening (EU) 2018/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 inzake de governance van de energie-unie en van de klimaatactie, vereist dat elke lidstaat uiterlijk op 1 januari 2020, en daarna om de tien jaar, een langetermijnstrategie indient bij de Commissie met een perspectief van minstens dertig jaar. Artikel 15 en Annex IV van die verordening legt ook de minimuminhoud vast waaraan de strategieën moeten voldoen. Vlaanderen streeft ernaar om de broeikasgasemissies van de sectoren die niet gedekt zijn door het EU ETS (zogenaamde niet-ETS sectoren) te reduceren met 85% tegen 2050 (ten opzichte van 2005), met de ambitie om te evolueren naar volledige klimaatneutraliteit. Voor de ETS sectoren schrijven we ons in binnen de context die Europa bepaalt voor deze sectoren met een steeds krappere emissieruimte onder het EU ETS en zetten we in op de ondersteuning van de bedrijven naar een verregaande omschakeling naar klimaatvriendelijke productiesystemen. Toekomstbeelden zijn beschreven voor 6 sectoren: 1. productie van elektriciteit en warmte 2. industrie (inclusief indicatieve bijdrage voor wat betreft de niet-ETS industrie) 3. transport 4. gebouwen 5. landbouw en agrovoedingsketen 6. bodems, bossen en biomassa E. Het Departement EWI werkte actief mee aan de totstandkoming van bovenvermelde plannen en zal dit ook doen voor de uitvoering ervan. Dit steeds doorheen de bril van de implicaties van deze plannen voor de Vlaamse economie.
42
14. Europese Green Deal Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactpersoon kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Verdoodt Pierre Top Lieven (0,3 VTE) Nachtergaele Wouter, Verrelst Wim BAWM
Omschrijving actie Op 11 december 2019 publiceerde de Europese Commissie haar mededeling en plannen voor een Europese Green Deal. De Europese Green Deal is de nieuwe Europese groeistrategie, met een routekaart op weg naar een duurzame Europese economie waarbij de klimaat- en milieuproblemen gezien worden als kansen op alle beleidsterreinen en tegelijk gezorgd wordt voor een eerlijke en inclusieve transitie voor iedereen. De routekaart omvat maatregelen om grondstoffen efficiënter te gaan gebruiken in een schone circulaire economie en de klimaatverandering, het biodiversiteitsverlies en de vervuiling te stoppen. Ook is vastgelegd welke financiële instrumenten en investeringen nodig zijn en hoe we tot een inclusieve en eerlijke transitie kunnen komen. De Europese Green Deal bestrijkt alle sectoren van de economie, met name vervoer, energie, landbouw en gebouwen, maar ook staal, cement, ICT, textiel en chemie. De Green Deal is een reeks initiatieven die de Commissie de komende jaren stapsgewijs zal presenteren, waarvan sommige al begin 2020, bijvoorbeeld: • Een voorstel om een mechanisme voor een rechtvaardige transitie op te zetten. Dit omvat een fonds voor een rechtvaardige transitie, als onderdeel van het volgende meerjarig financieel kader. • Een voorstel om het uiteindelijke doel; een klimaatneutraal Europa tegen 2050, rechtskracht te geven in een ‘klimaatwet’. Zo'n wet zet de EU op het onomkeerbare pad richting klimaatneutraliteit. • Een mededeling waarin de Commissie uitlegt wat de Europese Unie moet doen om de biodiversiteit in binnen- en buitenland te beschermen en te bevorderen, in de aanloop naar de belangrijke internationale conferentie van de partijen bij het VN-Verdrag inzake biodiversiteit in Kunming (China) in november 2020. • Een actieplan voor een meer circulaire economie, dat inzet op duurzamere producten en gepaard gaat met een nieuwe strategie voor het industriebeleid • ... In de bijlage bij de mededeling over de Europese Green Deal werd een routekaart gevoegd waarbij de Commissie meer dan 40 beleidsacties aankondigt. Het Departement EWI zal deze beleidsontwikkelingen proactief opvolgen, doorheen de bril van hun impact op de Vlaamse economie.
43
15. Energietransitie: energietechnologie en energiebeleidsovereenkomsten Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactpersonen kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Bollen Lut (0,8 VTE) Lauwers Karl, Verrelst Wim BAWM
Omschrijving actie 1. Vlaams en Europees energie-technologiebeleid Wat energietechnologie in Vlaanderen en Europese opportuniteiten betreft, onderzoeken we hoe het innovatiepotentieel in energietechnologie in Vlaanderen verder versterkt kan worden en beter gepositioneerd in de Europese en internationale context. En dit opdat de Vlaamse industrie een groeiend aandeel kan verwerven in de internationale groeimarkt voor hernieuwbare energietechnologie. De Vlaamse bedrijven actief in de waardeketens van de verschillende hernieuwbare energietechnologieën vormen een beloftevolle en strategische cluster waar Vlaanderen dient op in te zetten in de toekomst. A. Het Europese referentiekader voor energietechnologie is het ‘European Strategic Energy Technology Plan’ (SET-Plan). Het geactualiseerde SET-Plan is onderdeel van de ‘Research, Innovation and Competitiveness’ pijler van de Europese ‘Energy Union’ (COM(2015)080). Deze strategie bepaalt mee de krijtlijnen van het H2020-energiewerkprogramma (‘Societal Challenge Secure, Clean and Efficient Energy’). In het kader van de ‘Europese Energy Union’ dienden alle lidstaten eind 2018 een ontwerp van nationaal Energie- en Klimaatplan op te maken bestaande uit vijf dimensies, waaronder ‘Research, Innovation and Competitiveness’ als vijfde dimensie. Het Departement EWI was verantwoordelijk voor de Belgische coördinatie van de vijfde dimensie. In 2019 werd vervolgens op basis van de aanbevelingen van de Commissie het definitieve Vlaams Energie- en Klimaatplan en het definitieve Belgische geïntegreerde Energie- en Klimaatplan voorbereid en ingediend bij de Europese Commissie eind 2019. B. Voor een kleine open regio als Vlaanderen is het Europese kader bij uitstek het referentiekader om de eigen technologiesterkten verder te versterken en te positioneren. In Europese samenwerkingsprojecten kan Vlaanderen niet alleen externe expertise aantrekken waar nodig, maar tevens mee profiteren van aanzienlijke Europese (co)financieringsbudgetten. Het onderzoeken van de Vlaamse opportuniteiten in de Europese en internationale context gebeurt in nauwe samenwerking met de Vlaamse stakeholders (onderzoekers, kenniscentra, bedrijven) via onder meer de universiteiten, de strategische onderzoekscentra, de speerpuntcluster Flux50, ‘De Blauwe Cluster’, de Innovatieve Bedrijfsnetwerken (IBN) ‘Offshore energy’ en ‘Power to Gas’, Energyville (VITO, KU Leuven, imec) als expertisecentrum voor duurzame energie en intelligente energiesystemen en WaterstofNet als ‘Programme Office’ van het Interreg-project ‘Waterstofregio 2.0’ en coördinator van de IBN ‘Power to Gas’. Het Departement EWI is de link tussen de Europese en internationale energietechnologiestrategie en de Vlaamse stakeholders in energietechnologie. De rol van het Departement EWI is de continue en nauwe opvolging van het Europese en internationale energietechnologiebeleid en de vertaling hiervan naar de Vlaamse stakeholders (onderzoekspartners en industrie) met het oog op het identificeren van strategische samenwerkingsopportuniteiten. Omgekeerd dient het Departement EWI ook de Vlaamse prioriteiten te bepleiten op het Europese en internationale niveau. Dit vraagt een goed en regelmatig contact met deze Vlaamse stakeholders. C. Het Internationale Energieagentschap (IEA) is het internationale kader voor samenwerking en informatieuitwisseling over de internationale energie(technologie)ontwikkelingen. EWI verzamelt jaarlijks de data betreffende publieke R&D-uitgaven voor energietechnologie in Vlaanderen en neemt deel aan het vierjaarlijkse in-dept review van het IEA. Deelname van Vlaanderen aan de samenwerkingsakkoorden (Implementing Agreements of Technology Collaboration Programmes) van het IEA in strategische energietechnologiedomeinen is belangrijk voor de internationale positionering van de Vlaamse energietechnologiesector. 44
2. De Vlaamse energiebeleidsovereenkomsten De nieuwe energiebeleidsovereenkomsten voor de energie-intensieve industrie in Vlaanderen (2015-2020) werden op 4 april 2014 definitief goedgekeurd door de Vlaamse Regering. Er is een energiebeleidsovereenkomst voor VER-bedrijven (die onder het Europese emissierechtenhandelsysteem vallen) en één voor nietVER-bedrijven. Op 17 november 2017 besliste de Vlaamse Regering om de energiebeleidsovereenkomsten te verlengen tot en met 31 december 2022. De nieuwe energiebeleidsovereenkomsten zijn gestart op 1 januari 2015, in opvolging van het benchmarking- en auditconvenant die tot eind 2014 liepen. De Commissie is het bestuursorgaan voor de energiebeleidsovereenkomsten. Ze is samengesteld uit een voorzitter, een vertegenwoordiger van de minister bevoegd voor economie, een vertegenwoordiger van de minister bevoegd voor energie, een vertegenwoordiger van elke toegetreden sectororganisatie, een vertegenwoordiger aangeduid door de ondernemingen voor wie geen sectororganisatie is toegetreden en het hoofd van het Verificatiebureau als waarnemer. Het Verificatiebureau is een onafhankelijke en neutrale organisatie die de correcte uitvoering van de energiebeleidsovereenkomsten moet bewaken. De toegetreden ondernemingen engageren zich ertoe om op energetisch vlak om de vier jaar een audit te laten uitvoeren. Op basis van de audit wordt een energieplan voor de onderneming opgemaakt dat de onderneming gefaseerd dient uit te voeren over de looptijd van de overeenkomst. Elke onderneming dient jaarlijks te rapporteren aan het Verificatiebureau over de in het voorafgaande kalenderjaar uitgevoerde maatregelen, studies en herrekeningen van potentieel rendabele maatregelen. Het Departement EWI volgt de energiebeleidsovereenkomsten op. 3. Waterstof De rol die waterstof als energiedrager kan opnemen in een schone energietransitie en ambitieus klimaatbeleid wordt Europees en internationaal erkend. In de Europese communicaties “A Clean planet for all” en de “European Green Deal” heeft waterstof een prominente plaats. Op het internationale niveau zijn het organisaties zoals het Internationale Energieagentschap (IEA), de International Hydrogen Council (gelanceerd WEF 2017, thans meer dan 80 leden), het International Renewable Energy Agency (IRENA) die de veelbelovende rol van waterstof in de wereldwijde energietransitie onderstrepen. Daarnaast wil Europa met de European Green Deal de energie- en klimaattransitie ook aanwenden als een economische opportuniteit. De Green Deal is de nieuwe Europese groeistrategie. De sector van waterstof en waterstoftechnologieën wordt beschouwd als een veelbelovende technologische sector met groeipotentieel waar Europa wereldwijd technologisch leiderschap kan opnemen. Europa wil daarom investeren in de ontwikkeling van een Europese waardeketen “Hydrogen technologies and Systems” via de lancering van een IPCEI (Important Project of Common European Interest). Begin maart werd door de FOD Economie een ‘expression of interest’- bevraging georganiseerd in het kader van de IPCEI procedure. Vlaamse bedrijven hebben alvast hun interesse laten blijken. Onderstaand worden alvast valorisatiepaden voor waterstof weergegeven.
45
Ook voor Vlaanderen kan waterstof een belangrijke rol opnemen in onze energie- en klimaattransitie en tegelijkertijd nieuwe economische kansen creëren in de wereldwijde groeimarkt van waterstoftechnologie en waterstoftoepassingen. Het Vlaamse regeerakkoord 2019-2024 en de Beleidsnota Economie, Wetenschapsbeleid en Innovatie 2019-2024 onderstrepen dit alvast. Binnen Vlaanderen zijn heel wat bedrijven binnen de waardeketen waterstof actief.
Vlaanderen heeft reeds een heel track record van concrete projecten (demonstraties) opgebouwd in het domein van waterstof. De kennis en expertise rond waterstof in Vlaanderen zit verspreid over de volledige waterstofwaardeketen. De voorbije jaren heeft Vlaanderen die kennis en expertise weten te combineren met sterk ondernemerschap mede onder de coördinatie van WaterstofNet. Dankzij dit track record heeft Vlaanderen ervaring opgedaan en een sterk industrieel netwerk opgebouwd van geëngageerde bedrijven via de ‘Power to Gas cluster’, bestaande uit 44 leden. De gerealiseerde projecten situeren zich voornamelijk in de domeinen van mobiliteit en elektriciteit. De initiële focus op mobiliteit wordt thans verbreed mede onder invloed van de groeiende Europese en internationale belangstelling en erkenning (zowel op politiek niveau als door de bedrijven) van de bijkomende cruciale rollen die waterstof kan opnemen in de vergroening van ons energiesysteem (netbalancering en vergroening van het aardgas) en de verduurzaming van onze industrie (groene waterstof 46
als grondstof of bouwblok van basismoleculen voor o.m. de chemie, de voeding,…of ter vervanging van grijze waterstof in industriële processen). Voor wat betreft dit laatste (vergroening van de industrie) willen de Vlaamse havens een actieve rol opnemen. Het is de beleidsintentie WaterstofNet in 2020 via een projectsubsidie te ondersteunen om Vlaamse bedrijven optimaal te laten inspelen op de mogelijkheden van het IPCEI-kader. Samen met de collega’s van VLAIO zal het Departement EWI dit proces ondersteunen. Het waterstofdossier biedt ook mogelijkheden tot grensoverschrijdende samenwerking. Het Departement EWI heeft met de collega’s van de Nederlandse (ministerie EZK) een gezamenlijke VL-NL studie geïnitieerd om het VL-NL ecosysteem in het domein van de waterstoftechnologie langsheen de grensoverschrijdende waterstofcorridor in kaart te brengen. Dit volgen we in 2020 nauwgezet op.
47
16. Toekomstgerichte chemiestrategie: bi- en trilaterale beleidscoördinatie met Nederland en NoordrijnWestfalen Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactpersonen kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Top Lieven Nachtergaele Wouter BAWM
Omschrijving actie De chemische industrie vormt een essentiële pijler van de Vlaamse economie. Antwerpen vormt samen met de chemische clusters in Rotterdam en Noordrijn-Westfalen wereldwijd de 2de belangrijkste chemische hub. Om die redenen drong zich een krachtenbundeling op. Op 15 december 2017 werd door de Vlaamse Regering een toekomstgerichte chemie en de trilaterale Chemiestrategie Vlaanderen-Nederland-NoordrijnWestfalen goedgekeurd, met actieve betrokkenheid van de respectievelijke chemiefederaties (Essenscia voor Vlaanderen) In het kader van deze strategie werden 3 werkgroepen opgericht: • Werkgroep Energie (Vlaanderen trekker, in casu Departement EWI); • Werkgroep Innovatie (Nederland trekker); • Werkgroep Infrastructuur (Noordrijn-Westfalen trekker). De toekomstgerichte chemiestrategie tussen het Vlaamse Gewest (VG), Nederland (NL) en NoordrijnWestfalen (NRWF) kent volgende governance: • Met ministeries economie van NL en NRWF wordt regelmatig overlegd over de voortgang en knelpunten; • Minstens twee keer per jaar is er de overkoepelende stuurgroep met overheid, federaties en werkgroepvoorzitters; • Opvolging van de 3 werkgroepen: Infrastructuur, Innovatie en Energie. Het VG is met de federatie verantwoordelijk voor de werkgroep Energie; • Organisatie high level-event in 2020 in Brussel, 2 jaar na de opstart van de strategie, onder coördinatie van het Vlaams Gewest. Invullen belang sector chemie in het Vlaamse/Belgische beleid: • Binnen de Vlaamse overheid zijn diverse onderwerpen en instrumenten die direct impact hebben op de sector chemie o.a. de Vlaamse klimaatstrategie 2050 inclusief luik mitigatie en luik adaptatie, het Vlaamse onderdeel van het Belgisch Energie- en Klimaatplan 2030, etc; • Op federaal niveau, het fiscale landschap en de potentiële ontwikkelingen. Benutting van internationale (chemie) coalities: • In het ‘7+7’-overlegberaadslagen 7 lidstaten en hun 7 chemiefederaties, samen meer dan 80% van de Europese Chemie, op regelmatige basis over mogelijke gemeenschappelijke initiatieven t.o.v. het Europese niveau. Daarnaast worden ook toekomstige beleidsinitiatieven of best practices uitgewisseld. • In het ‘Europees netwerk voor Chemie Regio's’ (ECRN), wordt de mogelijkheid gecreëerd om projectpartners te vinden om samen grensoverschrijdende initiatieven op te starten. Ook neemt EWI diverse initiatieven voor ontwikkeling visie en verspreiding op EU-niveau. • Binnen de ‘High Level Group Energie Intensieve Bedrijven’, als sjerpa de belangen van het Vlaams Gewest/België op het vlak van en energie-intensieve industrie verdedigen, en thema's aanbrengen. Impact EU-niveau: een aantal dossiers met significante impact op de Vlaamse chemiesector worden opgevolgd of aangestuurd, zijnde o.a.: 48
• • • •
Uitvoering herziening Europees systeem emissierechten; Nieuw kader voor compensatie indirecte allocatie emissierechten; Carbon Capture Storage (CCS); Carbon Capture Utulization (CCU).
49
e. Duurzaam groeien dankzij een kennisgedreven circulaire economie 17. Circulaire economie: beleidsafstemming Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactpersoon kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Houwen Mieke Maes Dries Top Lieven Bollen Lut Lauwers Karl EBO 1-EE-103 188 K euro
Omschrijving actie A. In 2015 presenteerde de Europese Commissie het actieplan 'Maak de cirkel rond'. Dit plan bevat 54 concrete maatregelen die toepassing hebben op productie, consumptie, afvalverwerking en secundaire grondstoffen. De Commissie wilde met dit pakket een signaal afgeven dat het alle mogelijke middelen gebruikt om de Europese economie te transformeren, nieuwe kansen voor het bedrijfsleven te creëren en het concurrentievermogen te versterken. De maatregelen richten zich niet alleen op het einde van de productlevenscyclus, maar op een verandering van de volledige levenscyclus. In 2019 stelde de Europese Commissie de belangrijkste resultaten van de uitvoering van het actieplan voor. Alle 54 maatregelen zijn inmiddels in uitvoering of afgerond. B. In het kader van de Europese Green Deal, in december 2019 gelanceerd, wordt in het voorjaar 2020 een nieuw actieplan circulaire economie in het vooruitzicht gesteld. Op 11 maart 2020 heeft de Europese Commissie een nieuw actieplan voor de circulaire economie -het ‘Circular Economy Action Plan’ - voorgesteld, een van de belangrijkste bouwstenen van de Europese Green Deal, de nieuwe Europese agenda voor duurzame groei. Het nieuwe actieplan omvat maatregelen gericht op de gehele levenscyclus van producten, en heeft tot doel onze economie voor te bereiden op een groene toekomst, ons concurrentievermogen te versterken en tegelijkertijd het milieu te beschermen en consumenten nieuwe rechten te geven. Het nieuwe plan bouwt voort op het werk dat sinds 2015 is verricht, en is toegespitst op ontwerp en productie met het oog op een circulaire economie, met als doel ervoor te zorgen dat de gebruikte hulpbronnen zo lang mogelijk in de EU-economie worden gehouden. Het bedrijfsleven en de belanghebbenden zullen nauw betrokken worden bij de ontwikkeling van dit plan en de daarin vervatte initiatieven. In het actieplan voor de circulaire economie worden maatregelen voorgesteld om: • van duurzame producten de norm te maken in de EU. De Commissie zal wetgeving inzake duurzaam productbeleid voorstellen om ervoor te zorgen dat producten die in de EU in de handel worden gebracht, ontworpen zijn om langer mee te gaan, gemakkelijker te hergebruiken, te repareren en te recycleren zijn, en in plaats van primaire grondstoffen zoveel mogelijk gerecycleerd materiaal bevatten. Producten voor eenmalig gebruik worden beperkt, vroegtijdige veroudering wordt aangepakt en de vernietiging van onverkochte duurzame goederen wordt verboden. • de positie van de consumenten te versterken. Consumenten krijgen toegang tot betrouwbare informatie over onder meer de repareerbaarheid en de duurzaamheid van producten, die hen kan helpen om duurzame keuzes te maken op milieugebied. De consumenten zullen een “recht op reparatie” genieten. 50
•
•
de nadruk te leggen op de sectoren die de meeste hulpbronnen verbruiken en waar het potentieel voor circulariteit hoog is. De Commissie zal concrete maatregelen ondernemen op het gebied van: • elektronica en ICT: een initiatief voor herbruikbare elektronica om een langere levensduur van producten te bevorderen en de inzameling en verwerking van afval te verbeteren • batterijen en voertuigen: een nieuw regelgevingskader voor batterijen om de duurzaamheid te verbeteren en het circulaire potentieel van batterijen te stimuleren • verpakking: nieuwe verplichte eisen over wat is toegestaan op de EU-markt, met het oog op de vermindering van (over)verpakking • kunststoffen: nieuwe verplichte eisen inzake het gehalte gerecycleerd materiaal, met bijzondere aandacht voor microplastics en biogebaseerde en biologisch afbreekbare kunststoffen • textiel: een nieuwe EU-strategie voor textiel om het concurrentievermogen en innovatie in de sector te versterken en de EU-markt voor textielhergebruik een impuls te geven • constructie en gebouwen: een uitgebreide strategie voor een duurzame gebouwde omgeving, waarin de beginselen van circulariteit worden bevorderd • levensmiddelen: nieuw wetgevingsinitiatief inzake hergebruik met het oog op de vervanging van wegwerpverpakkingen, tafelgerei en bestek door herbruikbare producten in de voedselvoorziening te zorgen voor minder afval. De nadruk zal liggen op het voorkomen van afval en de omzetting ervan in kwalitatief hoogwaardige secundaire hulpbronnen die voordeel halen uit een goed functionerende markt voor secundaire grondstoffen. De Commissie zal onderzoeken of een EUbreed, geharmoniseerd model voor de gescheiden inzameling van afval en etikettering kan worden opgezet. Het actieplan bevat ook een aantal maatregelen om de uitvoer van afval uit de EU tot een minimum te beperken en illegale overbrenging tegen te gaan.
In het actieplan worden voor de volgende jaren 35 beleidsinitiatieven aangekondigd. Het Departement EWI zal deze initiatieven proactief opvolgen, doorheen de bril van hun impact op de Vlaamse economie. C. Het Departement EWI neemt inzake het circulaire beleid o.a. volgende taken op: • Proactief opvolgen van het Europese pakket circulaire economie. Overleg in het Belgische overleg CCIM, subgroep circulaire economie en voor Vlaamse implementatie met OVAM; • Opvolgen en uitvoeren van de transitie 'Vlaanderen Circulair' uit Visie 2050, getrokken door OVAM; • Opvolgen van sub-challenges 5 en 3 van het Horizon 2020-programma (klimaat, milieu, raw materials en resource efficiency/secure, clean and efficient energy); • Programmavertegenwoordiging, informatie-uitwisseling met het NCP zodat Vlaamse partners meer kansen krijgen om deel te nemen aan Europese projecten; • Ondersteuning van de Vlaamse inspanningen voor het ‘European Innovation Partnership Raw Materials’ en de ‘KIC Raw Materials’; • Eventuele deelname aan Horizon 2020 ‘Coordination and Support Action’ voor afstemming strategie rond circulaire economie onder Europese regio's; • Afstemming rond circulaire economie binnen het eigen beleidsdomein via netwerk 'circulaire economie', getrokken door VLAIO.
51
18. Bio-economie: transitie van een fossiel gebaseerde naar een bio-gebaseerde economie Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactpersoon kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Maes Dries (0,8 VTE) De Vos Liselotte Houwen Mieke Lauwers Karl BAWM
Omschrijving actie A. Op 29 november 2019 gaven de EU-ministers in de Raad COMPET hun goedkeuring aan de mededeling van de Commissie "Een duurzame bio-economie voor Europa: versterking van de verbinding tussen economie, samenleving en milieu" van 11 oktober 2018. Deze strategie heeft tot doel de uitrol van een duurzame Europese bio-economie te bespoedigen teneinde de bijdrage van deze economie aan de beleidsdoelstellingen van de EU en haar internationale verplichtingen, zoals de uitvoering van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling en de daarin voorgestelde duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties (SDG's), alsmede de Overeenkomst van Parijs inzake klimaatverandering, te maximaliseren. In de mededeling van de Commissie wordt bio-economie als volgt gedefinieerd: ‘De bio-economie bestrijkt alle sectoren en systemen die gebruikmaken van biologische hulpbronnen (dieren, planten, micro-organismen en afgeleide biomassa, waaronder organisch afval), hun functies en hun principes. De bio-economie omvat en verbindt: land- en mariene ecosystemen en de diensten die zij verlenen; alle primaire productiesectoren die biologische hulpbronnen gebruiken en produceren (landbouw, bosbouw, visserij en aquacultuur); en alle economische en industriesectoren die biologische hulpbronnen en processen gebruiken voor de productie van levensmiddelen, diervoeder, biogebaseerde producten, energie en diensten. Om de Europese bio-economie tot een succes te maken, moet die uitgaan van duurzaamheid en circulariteit. Op die manier zullen de vernieuwing van onze industrie, de modernisering van onze primaire productiesystemen en de bescherming van het milieu worden gestimuleerd en zal de biodiversiteit worden versterkt.’ Een gezamenlijk advies van de Minaraad en de SALV definieerde het kader van de bio-economie langsheen onderstaande lijnen. Bio-economie slaat zowel op de economische activiteiten verbonden aan de productie van biomassa als op de activiteiten verbonden aan het gebruik van biomassa.
52
B. Sinds enkele jaren voert de Vlaamse interdepartementale werkgroep (iWG) bio-economie een geïntegreerd beleid rond dit thema. De iWG waakt over de gezamenlijk opgestelde Vlaamse strategie rond de bio-economie en de uitvoering van het bijhorend actieplan. Heel wat van de geplande acties vallen onder de verantwoordelijkheid van het Departement EWI. In 2020 willen we een nieuw Vlaams actieplan publiceren voor de periode 2020-2025. Dit plan verzamelt de acties over de volledige Vlaamse overheid, en definieert enkele nieuwe kernthema's die overkoepelend uitgevoerd moeten worden. Het werk van de iWG bio-economie wordt momenteel gekoppeld aan de transitie circulaire economie. De samenwerking met de transitie circulaire economie moet gecontinueerd worden. Concreet worden aan de acties waar EWI momenteel voor verantwoordelijk is binnen de iWG onder meer invulling gegeven door: • Actieve deelname aan de piloot ‘bio-economie’ binnen het Vanguard Initiative met verschillende Vlaamse partners die binnen het domein actief zijn; • Opvolging van het Europese beleid rond de bio-economie en vertaling naar het Vlaamse beleidskader: In 2016-2017 werd de ‘Europese Bioeconomie Strategie’ positief geëvalueerd. Eind 2018 werd een geactualiseerde strategie uitgebracht, in de huidige beleidscontext (CE, Energy Union, SDG's, Paris Agreement, Waste management, klimaat mitigatie...) onder de titel ‘A sustainable Bioeconomy for Europe: strengthening the connection between economy, society and the environment’; • Deelname aan Europese organen: naast de vertegenwoordiging in de Programma Comités van Horizon 2020 die aan de bio-economie gerelateerd zijn, wordt door EWI ook de uitrol van de BBI JU (Biobased Industries Joint Undertaking) opgevolgd; als Belgisch vertegenwoordiger in de SRG States Representatives Group van BBI JU; • Deelname aan BioE WG van ERRIN; • Aandacht voor meer biogebaseerd aanbesteden: circulair aanbesteden binnen VC, innovatief aanbesteden binnen PIO; • Uitwerking van lopende H2020 projecten waarin Departement EWI partner is, of waaraan Departement EWI meewerkt, zoals het Power4Bio project, het Microbiome Support project, of het Fit4Food project.
53
II.
BELEIDSVELD ‘ECONOMIE’
ISE ‘Ondernemerschap’ a. Meer en sterkere ondernemers 19. Beleidsvoorbereiding en monitoring met betrekking tot ondernemerschap Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactpersoon kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Boeykens Ilse De Hondt Paul BAWM
Omschrijving actie In het kader van afspraken binnen het beleidsdomein EWI is het Vlaams beleid rond het stimuleren van ondernemerschap in hoofdzaak een verantwoordelijkheid van het Vlaams Agentschap Innoveren en Ondernemen. Inzake beleidsvoorbereiding- en monitoring van ondernemerschap, onderneemt het Departement EWI in afstemming met VLAIO evenwel volgende acties: • Opvolgen en verspreiden van de studies van de spoorwerkgroep ‘Ondernemerscultuur in Vlaanderen’ (STORE) en indien noodzakelijk beleidsadviezen opstellen; • Opvolgen en verspreiden van studies van andere bronnen m.b.t. de diverse aspecten van ondernemerschap en indien noodzakelijk beleidsadviezen opstellen; • Monitoren van de instrumenten die ingezet worden om het ondernemerschap in Vlaanderen te stimuleren. Afstemmen met de Studiedienst van de Vlaamse Regering rond data m.b.t. ondernemerschap; • Opvolgen van de werkgroep ‘Ondernemend Onderwijs’ om de initiatieven op het vlak van het stimuleren van ondernemingszin en ondernemerschap in het onderwijs voor te bereiden, af te stemmen en op te volgen. Bij deze werkgroep zijn de beleidsdomeinen WSE, EWI, en OV betrokken; • Een selectie van internationale rankings opvolgen met het oog op detecteren van verbeterpunten in de ondernemersvriendelijkheid en het concurrentievermogen. Op basis van de detailanalyse van de geselecteerde criteria, worden verbeterpunten voor Vlaanderen gedetecteerd en zal er nagegaan worden welke partners (uit het beleidsdomein EWI, uit andere beleidsdomeinen of andere beleidsniveaus) die verbeterpunten kunnen remediëren. Met die betrokkenen kan er indien nodig een werkgroep worden opgestart om concrete verbeteracties te formuleren; • Afstemming op het vlak van kmo-/ondernemerschapsbeleid zowel op Europees niveau als binnen de OESO: 1. OESO: Voorbereiding en deelname aan voorbereidende vergaderingen OESO-kmowerkgroep en dissemineren resultaten OESO-rapporten (tweemaal per jaar OESOwerkgroep vergadering met talrijke rapporten). 2. Europa: Bijdrage voor ‘Small Business Act factsheets’ / opvolging nieuwe kmo-strategie (actieve inbreng in voorjaar en daarna vooral opvolging). Deelname werkgroep Europese Commissie over ‘Policy-relevant Research on Entrepreneurship and SMEs’. 3. Daarnaast worden diverse ad-hoc vragen voor beide niveaus beantwoord voor wat ondernemerschap/kmo-beleid betreft.
54
ISE ‘Financiering ondernemingen’ b. Een vlotte toegang tot financiering en risicokapitaal 20. Vlaamse kmo-innovatie in Europese context Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden
Contactpersoon kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Vermeulen Hilde Agten Stephanie Flama Wouter Maes Dries Oleo Michele Spyns Peter Vermander Els De Hondt Paul BAWM
Omschrijving actie Om de Vlaamse kmo-economie vanuit haar technologisch leiderschap slagkrachtig te doen inspelen op de Europese transitie-uitdagingen van duurzaamheid en digitalisering, hebben Vlaamse kmo's in de huidige economische situatie (Brexit, Corona) meer dan ooit nood aan de opbouw van transitiecapaciteiten binnen een goed functionerend quadruple helix innovatie ecosysteem dat op synergetische wijze tegemoet komt aan de EU kmo-strategie, e.a. Om de rol van Vlaamse kmo’s in deze transitiewaardeketens te versterken en globaal competitief te zijn, moet Vlaanderen meer kunnen investeren in doorbraakinnovaties gericht op Green Deal en digitalisering zodat deze transitie-uitdagingen zich effectief kunnen vertalen naar groei en jobs in start ups, kmo's en meer scale ups (samen de ruggengraat van de Vlaamse economie). Betere alignering van het Vlaamse innovatie-ecosysteem op vb. EU-acties voor kmo's zoals Europese Innovatieraad is hiervoor een belangrijke succesfactor die nieuwe trends zoals big data, AI, circulaire economie, en IPR-vaardigheden beter bij kmo's zou kunnen brengen. Een gecombineerde subsidie- en equity-financiering groeit aan belang in de op te richten EIC en moet bijdragen tot betere valorisatie naar groene en digitale producten en diensten binnen Europese ééngemaakte markt. Vlaamse kmo's dienen hiertoe beter toegang te krijgen tot dit vernieuwde financieringslandschap. Ook de toegang tot open access onderzoeks- en innovatiefaciliteiten naar kmo's dient gestimuleerd te worden: aandacht dient meer te gaan naar kmo-participatie in bestaande en nieuwe innovatiepartnerschappen met oog op het ontwikkelen van kmo-vaardigheden rond slimme specialisatie, industriële transitie en ondernemerschap. EWI bereidt proactief mee het EU post2020 kmo-beleid voor rond onderzoek en innovatie, onder meer in de pilootactie voor Europese Innovatieraad van kmo-acceleratorprogramma (onder H2020), het Interreg /efro S3 beleid, COSMEplus en InvestEU. EWI bereidt mee Belgische beleidsstandpunten voor voor de EUProgramma Comités en de Permanente Vertegenwoordiging (Raad), in het Kmo-Programmacomité in Horizon2020 levert EWI advies aan de Belgische delegatie van de schaduwconfiguratie voor wat de enhanced EIC accelerator pilootactie betreft. Voor het EU cohesie- en investeringsbeleid geeft EWI mee invulling in de VLAIO-werkgroep ‘Smart Europe’ aan de Vlaamse governance rond Slimme specialisatie. EWI geeft vanuit haar deelname in het TSSPplatformen en in de pilootactie bioeconomie proactief invulling aan de Green Deal-beleidsvorming en volgt de uitvoering van de partnerschapsplannen voor gedeelde pilootinfrastructuur gericht op scale up beleidsmatig op (al dan niet binnen de aangekondigde ESIF-component interregionale innovatie investeringen).
55
21. Flanders Future Tech Fund Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactpersoon kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Callewaert Sophie De Hondt Paul EB0-1EC130-4170
Omschrijving actie Op 29 maart 2019 keurde de Vlaamse Regering de oprichting van het Flanders Future Techfund goed (VR 2019 2903 DOC.0420/1BIS) en op 10 mei 2019 de ontwerpstatuten van het Flanders Future Techfund (VR 2019 1005 DOC.0675/1BIS). Het fonds werd in fiduciair beheer gegeven aan PMV. Op 27 juni 2019 werd er een overeenkomst betreffende de oprichting en het operationeel beheer van FFTF getekend tussen PMV en het Vlaamse Gewest. Het FFTF is een investeringsfonds dat investeert in technologieplatformen ontstaan uit onderzoek aan de strategische onderzoeksinstellingen, universiteiten of speerpuntclusters met als doel om die voor verschillende toepassingsdomeinen door te ontwikkelen van labo feasible (TRL 3) tot proven prototype (TRL 6). Deze technologieplatformen dienen vervolgens als basis om hetzij via de creatie van nieuwe spin-offs, hetzij via licenties aan bestaande bedrijven nieuwe productontwikkeling in verschillende toepassingsdomeinen mogelijk te maken. De financiering gebeurt op basis van een investeringscase waarbij een inschatting wordt gemaakt van het marktpotentieel van de diverse applicaties van het technologieplatform en de technologische milestones van de ontwikkeling. De Vlaamse Regering wil het Flanders Future Techfund (FFTF) met zorgvuldigheid uitbouwen. Men streeft er naar een waarborging via het EIF tot stand te brengen. Er wordt een bijkomende kapitaalverhoging of een aandeelhouderslening voorzien, zodat het fonds zijn rol voor de brede valorisatie van de technologieplatformen uit Vlaams onderzoek ten volle kan vervullen. Het FFTF garandeert dat steeds minstens 10% private inbreng vervuld blijft op het niveau van het fonds. Via de opvolging van PMV, volgt het Departement EWI ook de ontwikkelingen binnen het FFTF op.
56
22. Beleidsvoorbereiding en monitoring met betrekking tot financiering ondernemingen Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactpersoon kabinet Begroting (artikel: basisallocatie)
Callewaert Sophie De Hondt Paul EB0-1EB004-4170 EB0-1EC125-4340 EB0-1EF126-1221 Hermesfonds
Budget Omschrijving actie Binnen het beleidsdomein EWI is het financieren van beloftevolle ondernemingen van bij de prille start tot en met de groei en internationalisering de hoofdverantwoordelijkheid van PMV. In Limburg ligt die bij de LRM. Het Departement EWI vervult volgende taken: • •
• • • •
Voorbereiden, opvolgen en evalueren van de samenwerkingsovereenkomsten van PMV en LRM met de Vlaamse overheid; Voorbereiden, opvolgen, evalueren en bijsturen van bestaande financieringsinstrumenten voor bedrijven en ontwikkeling van nieuwe instrumenten, in samenwerking met bevoegde instellingen PMV, LRM en VPM; Stimuleren van de hefboomwerking van de middelen van PMV en LRM naar Europese financieringskanalen van EIF, EIB en InvestEU Juridische ondersteuning bij de opmaak van hun regelgeving en begeleiding bij de verschillende stappen in het regelgevingsproces en de verschillende vereiste procedures voor de goedkeuring van regelgeving; Ondersteunen van de inkanteling van de Vlaamse Milieuholding in PMV Coördinatie van de parlementaire vragen voor de instellingen PMV, LRM en VPM.
In 2020 zal het Departement EWI tevens het evaluatieproces van PMV opstarten.
57
III.
BELEIDSVELD ‘WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK’
ISE ‘Algemeen fundamenteel wetenschappelijk onderzoek’ a. Uitmuntend fundamenteel onderzoek voor radicale vernieuwing 23. Financieren en ondersteunen van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen (FWO) Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactpersonen kabinet Begroting (artikel: basisallocatie)
Budget
Vermander Els (0,3 VTE) Hauchecorne Rita Lauwers Karl EB0-1EE176-4170 EB0-1EE177-4170 EB0-1EE178-4170 EB0-1EE179-4170 EB0-1EE180-4170 337,273 miljoen euro
Omschrijving actie De Beleidsnota stelt dat de groei en bloei van grensverleggend wetenschappelijk onderzoek de succesfactor vormt voor innovatie en ontwikkeling zowel op maatschappelijk als op economisch vlak. Het ‘door nieuwsgierigheid gedreven’ onderzoek legt de basis voor allerhande vormen van innovatie en is mede grondlegger van de opleiding van de kenniswerkers. Dit onderzoek zorgt voor de kennisverruiming die noodzakelijk zal zijn voor het aanpakken van de grote maatschappelijke uitdagingen en voor technologische doorbraken. Excellent fundamenteel en strategisch basisonderzoek vormen het fundament van waarop toegepaste kennis kan gebouwd worden. Dit gebeurt evenwel niet in een sequentieel pad, maar in een organische wisselwerking tussen de diverse onderzoeksfasen. Vanuit het beleid wordt dan ook sterk ingezet op het verbinden van alle schakels doorheen de hele wetenschaps- en innovatieketen. In het Vlaams beleidsarsenaal zijn er twee kanalen voor financiering van fundamenteel en strategisch basisonderzoek op competitieve basis. Enerzijds is er het kanaal van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen (FWO) waarbij de middelen worden verdeeld onder de Vlaamse onderzoekers op basis van een inter-universitaire competitie. Anderzijds is er het kanaal van de Bijzondere Onderzoeksfondsen (BOF) waarbij de middelen eerst verdeeld worden onder de vijf Vlaamse universiteiten via de zogenaamde ‘BOF-sleutel’ en vervolgens via een intrauniversitaire competitie worden verdeeld onder de onderzoekers van de respectievelijke universiteit. In voorliggende fiche wordt duiding gegeven bij het FWO, in de volgende bij die van de BOF. De voornaamste opdracht van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen bestaat in de ondersteuning van het fundamenteel, strategisch basis- en toegepast biomedisch onderzoek en de financiering van onderzoeksinfrastructuur op alle domeinen van de wetenschap. Die steun verleent het aan onderzoekers aan de Vlaamse universiteiten en onderzoeksinstellingen. 58
Ook samenwerking over de regionale en nationale grenzen heen moedigt het FWO aan en zet daarvoor specifieke middelen in. Het FWO voorziet in aangepaste programma’s voor elk van de stappen in een wetenschappelijke loopbaan, waarvan de voornaamste zijn: • beurzen voor predoctorale onderzoekers (mandaten aspirant fundamenteel of aspirant strategisch basisonderzoek); • junior en senior postdoctoraal onderzoekers; • junior en senior projecten fundamenteel onderzoek; • projecten strategisch basisonderzoek (SBO); • projecten toegepast biomedisch onderzoek met een primair maatschappelijke finaliteit (kortweg toegepast biomedisch onderzoek of TBM); • projecten in het kader van Europese samenwerking (ERA-NET en JPI); • internationale samenwerkings- en uitwisselingsprojecten; • mobiliteitsmiddelen. Voor de verwezenlijking van deze opdrachten ontvangt het FWO op jaarlijkse basis via het Departement EWI een dotatie. In 2019 werd een nieuwe samenwerkingsovereenkomst afgesloten tussen de Vlaamse overheid en het FWO. Deze loopt van 2019 t.e.m. 2023. Het Departement EWI volgt de uitvoering van deze samenwerkingsovereenkomst op. Eind 2019 werd de Codex Hoger Onderwijs (artikel III.100) reeds aangepast zodat er hervormingen kunnen doorgevoerd worden in het Odysseusprogramma dat het FWO beheert. In 2020 zal het FWOfinancieringsbesluit ook aangepast worden om deze hervormingen mogelijk te maken. In 2020 zal eveneens bijzondere aandacht worden besteed aan de hervorming van de panelstructuur binnen het FWO.
59
24. Financieren en stimuleren van fundamenteel onderzoek onder andere via de Bijzondere Onderzoeksfondsen (BOF) bij de universiteiten Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactpersonen kabinet Begroting (artikel: basisallocatie)
Budget
Vermander Els (0,4 VTE) Maes Dries Van Langenhove Monica Viaene Peter Lauwers Karl EB0-1EE128-4150 EB0-1EE138-4150 EB0-1EE165-4150 + / - 221 miljoen euro
Omschrijving actie A. Zoals hoger gesteld kent Vlaanderen voor de stimulering van het fundamenteel en strategisch basisonderzoek 2 kanalen: • de financiering van het FWO (zie JOP-fiche 23); • de financiering via de Bijzondere Onderzoeksfondsen. De Bijzondere Onderzoeksfondsen (BOF) zijn middelen voor de uitvoering van fundamenteel onderzoek die aan de universiteiten worden uitgekeerd op basis van een jaarlijkse verdeelsleutel, de zgn. ‘BOF-sleutel’. Voor één van de indicatoren, de publicatieparameter, wordt de informatie deels gehaald uit het Vlaams Academisch Bibliografisch Bestand voor de Sociale en Humane Wetenschappen (VABB-SHW). In 2018 werden zowel het VABB-SHW als BOF geëvalueerd. Volgend op deze evaluatie werd in 2019 het BOF-besluit aangepast in functie van nieuwe beleidsprioriteiten. Zo werd er: • een nieuw type projecten ingevoerd met name interuniversitaire projecten; • werd de berekening van de BOF-sleutel grondig gewijzigd en • werd een grotere transparantie ingevoerd d.m.v. een gestructureerde rapportering via FRIS. De uitvoering van alle wijzigingen in het BOF-besluit zullen in de loop van 2020 verder vorm krijgen. Het Departement EWI volgt de verdere uitrol bv. berekening van de parameters, de rapportering via FRIS, oproep iBOF, etc... verder mee actief op en zorgt voor ondersteuning of verduidelijking van de regelgeving waar nodig. Voor andere acties die onder dit beleidsthema vallen, kan verwezen worden naar de desbetreffende fiches: het Programma ter Omkadering Jonge Onderzoekers (OJO) en het Menselijk kapitaal: loopbaan onderzoekers en kenniswerkers (JOP-fiche 25) en het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) (JOPfiche23). Conform de Beleidsnota zal de Methusalemfinanciering (ter beschikking stellen van langlopende programmafinanciering aan uitstekende gerenommeerde onderzoekers verbonden aan een Vlaamse universiteit) binnen BOF geëvalueerd worden samen met het BOF conform de vastgelegde timing. B. Op Europees vlak volgt het Departement EWI met betrekking tot het fundamenteel onderzoek de ‘Excellent Science’-pillar van Horizon 2020 op, middels vertegenwoordiging in de ERC-FET-MSCAconfiguratie. 1. De European Research Council (ERC) biedt ondersteuning aan zeer excellente individuele onderzoekers. 2. Future and Emerging Technologies (FET) ondersteunt onderzoek in samenwerking met nadruk op transdisciplinair en revolutionair onderzoek. 60
3.
Marie Skłodowska-Curie Actions (MSCA) betreft training van onderzoekers en aanbieden van internationale ervaring en carrièremogelijkheden.
Deze vertegenwoordiging van het departement in het Programma ComitĂŠ ERC-FET-MSCA, ressorterend onder Horizon 2020, impliceert het opvolgen van tendensen zowel op internationaal/Europees niveau als in het onderzoeksveld in Vlaanderen, het bijwonen van conferenties en studiedagen, het faciliteren van contacten, het voorbereiden en verdedigen van Vlaamse/Belgische standpunten t.a.v. Europa, en zowel het informeren als het bevragen van het werkveld. Ook binnen de voorbereiding van het nieuwe kaderprogramma Horizon Europe, zullen de vertegenwoordigers van het departement zich voor ERC en MSCA actief inzetten.
61
25. Menselijk kapitaal: loopbaan kenniswerkers en onderzoekers Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactpersoon kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Haesaert Els (0,7 VTE) Ossenblok Truyken (0,1 VTE) Hauchecorne Rita (0,1 VTE) Vermander Els (0,1 VTE) Lauwers Karl EB0-1EE101-4150 5 miljoen euro
Omschrijving actie A. Excellent onderzoek kan enkel bestaan indien de onderzoeksinstellingen kunnen beschikken over excellente onderzoekers, dus menselijk kapitaal. Dit kapitaal kan zowel uit eigen onderzoeksinstellingen afkomstig zijn, dan wel aangetrokken worden via internationale mobiliteit. Het beleid is erop gericht om dit kapitaal te ondersteunen en te optimaliseren. We ontwikkelen daartoe een strategie voor onderzoekers en andere kenniswerkers, met aandacht voor loopbaanaspecten, flexibele arbeid, het aantrekken van buitenlandse talenten, mobiliteit van en naar de industrie, doorstroom en multidisciplinaire training. Prioritaire aandacht blijft gaan naar jonge onderzoekers en de doorstroom van doctorandi naar de arbeidsmarkt, zowel academisch als niet-academisch. Maar ook de problematiek van onderzoekers die ten gevolge van opeenvolgende projectfinancieringen een precaire arbeidssituatie hebben (zelfs als ze vele jaren dienst hebben), volgen we op. In samenspraak met het Departement Onderwijs en Vorming (OV) werken we in 2020 aan een actieplan ‘Loopbaan onderzoeker’. Tevens wordt overlegd met het Departement Werk en Sociale Economie (WSE) waar nodig. B. Het Departement EWI vertegenwoordigt Vlaanderen in de Europese ERAC-groep SWG -HRM (Standing Working Group Human Resource and Mobility) die zich buigt over zaken aangaande personeelsbeleid van instituten die onderzoekers aanwerven en over algemene internationale mobiliteit. De werkgroep zal in 2020 nauw samenwerken met de ERAC-groepen Gender en Open Science alsook met Euraxess. C. Euraxess is een Europees netwerk, gecoördineerd door de Europese Commissie, bestaande uit nationale portals (websites) en lokale service centra die ondersteuning aanbieden aan mobiele onderzoekers. Wat Vlaanderen betreft fungeert het Departement EWI als Bridgehead Organisation (BHO). De EURAXESS Portal is een one-stop-shop voor onderzoekers die hun carrière en persoonlijke ontwikkeling wensen te bevorderen door (tijdelijk) te gaan werken in een ander land. De portaalsite is voor hen dé elektronische toegangspoort met een schat aan praktische informatie over wonen, opleiding, werken en ontspannen in de betrokken Europese landen en daarbuiten. De revamping van de Belgische website werd eind 2016 afgewerkt en wordt in 2020 helemaal geüpdatet. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met het federale niveau en de gefedereerde entiteiten. Binnen het Vlaamse luik werden ook een link gelegd met de Flanders.be website. Om ook tegemoet te komen aan de huidige noden en nog sneller in te spelen op gerelateerde nieuwsitems/vacatures/calls/..., werd de website in 2017 aangevuld met een EURAXESS BELGIUM facebookpagina. Zo kunnen we nog meer onderzoekers, geïnteresseerde instellingen en bedrijven bereiken en het onderwerp levendig houden. Het aantal volgers van deze facebookpagina zit in stijgende lijn en werd vorig jaar nog door de Europese Commissie als voorbeeld aangehaald voor de andere lidstaten. In 2020 zal EWI opnieuw deelnemen aan de EURAXESS Bridgehead- en Portal Administrators meetings. In juni 2020 wordt samen met de andere BHO’s (Belspo en FNRS) voor de Belgische Euraxessleden een infomoment door SAIA voorzien rond het zelf organiseren van Study Visits en deelnemen aan Study Visits. Hierdoor kunnen onze instellingen met enige ondersteuning nog beter kennis en ervaringen uitwisselen met de andere Euraxessleden in Europa. 62
D. Het programma ter Omkadering van Jonge Onderzoekers (OJO) werd decretaal verankerd in 2013. Het programma telt vier doelstellingen: 1. training van jonge onderzoekers; 2. loopbaanontwikkeling en bevordering van loopbaanperspectieven van jonge onderzoekers; 3. versterken van de internationale oriëntatie in de loopbaan van jonge onderzoekers; 4. samenwerking binnen Vlaanderen met betrekking tot voorgaande objectieven. In 2018 werd het OJO-programma voor het eerst geëvalueerd. Volgend op deze evaluatie werden er in 2019 een aantal aanpassingen in de wetgeving doorgevoerd. Deze zullen in 2020 (verder) geïmplementeerd worden. E. Ook in 2020 zal het thema gender en diversiteit door Departement EWI verder opgevolgd worden door deelname op Vlaams niveau aan de VLIR-werkgroep Gelijke Kansen en op Europees niveau aan de ERAC SWG Gender in Research and Innovation en het Horizon 2020 GenderAction.
63
b. Top fundamenteel onderzoek in specifieke domeinen 26. Agentschap Plantentuin Meise Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactpersoon kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
De Vos Liselotte Verdoodt Pierre Suys Raf EB0-1EE173-4140 EB0-1EE174-6141 12,615 miljoen euro (Dotatie) + 5,981 miljoen euro (Masterplan)
Omschrijving actie A. De overdracht van de Nationale Plantentuin van België naar de Vlaamse Gemeenschap met uitzondering van het wetenschappelijk patrimonium (voornamelijk bestaande uit een herbarium, een bibliotheek en levend plantenmateriaal) gebeurde op 1 januari 2014. Het wetenschappelijk patrimonium blijft eigendom van de federale staat die het in bruikleen geeft voor de duur van het samenwerkingsakkoord. De Vlaamse Gemeenschap trad op de dag van de overdracht in de rechten en plichten van de Nationale Plantentuin van België. Voor haar jaarlijkse werking ontvangt het Agentschap Plantentuin Meise een jaarlijkse dotatie. Het aantal bezoekers in 2019, 158.000, was 6% hoger dan in 2018 (wat een recordjaar was). De impact van de werken blijkt minimaal te zijn. B. De gebouwen en de infrastructuur van de Plantentuin worden gerenoveerd, teneinde de waardevolle collecties op aangepaste wijze te kunnen beheren en bewaren en het negatieve imago van de Plantentuin (vervallen infrastructuur) om te buigen. De renovatie werd gestart in 2016 en wordt uitgevoerd aan de hand van een gefaseerd masterplan. De uitvoering van de 1ste fase van het masterplan zit op kruissnelheid. Alle grote dossiers zijn eind 2018 gegund. De opening van de nieuwe ingangsgebouwen is voorlopig voorzien voor mei 2020, de opening van het nieuwe serrecomplex is voorzien voor midden 2021. De renovatie van de folly’s zal in 2020 afgerond zijn. De uitgaven voor de 1ste fase van het masterplan blijven binnen het vooropgestelde budget. Ondertussen startte ook de studiefase voor de 2de fase van het masterplan. C. In 2018 werd 1,5 miljoen euro voorzien voor de Plantentuin voor de verdere digitalisering van het herbarium (periode 2018-2021). Dankzij dit project zullen ongeveer 1,5 miljoen herbariumspecimens gedigitaliseerd worden. Op die manier zullen alle herbariumspecimens op groot formaat van de Plantentuin online beschikbaar zijn. Tijdens de eerste fase zijn 1,2 miljoen specimens online geplaatst. Dit had een zeer grote impact op de visibiliteit van de collecties. Op basis van voorlopige cijfers verdrievoudigde het aantal consultaties van de herbariumcollectie tot ruim boven de 100.000. In 2020 wordt een tussentijds voortgangsverslag verwacht waarna een volgende schijf van 700.000 euro kan worden uitbetaald (opvraagbaar bij het Hermesfonds). D. De opening van de vernieuwde rozentuin gebeurde in juni 2019. Dit laatste project maakt deel uit van het hefboomproject ‘Plantentuin 2.0’ van Toerisme Vlaanderen. In het kader van dit project werd in 2019 ook de aanleg van de culinaire belevingstuin en de welkomsttuin opgestart. Beide tuinen zullen in de eerste helft van 2020 geopend worden. E. Eind 2019 ontving de Plantentuin een subsidie van 116.000 euro i.k.v. actieplan ‘Energie-efficiëntie’. In 2020 zal deze subsidie verder worden opgevolgd. In 2020 zal het Departement EWI werk maken van het dotatiebesluit 2020, de opening van de Culinaire belevingstuin en Welkomsttuin opvolgen, en de renovatie van de folly’s op de voet volgen. Ook zal de planning voor de heropening van de ontvangstgebouwen opgevolgd worden. 64
27. Kennisinstellingen VLIZ, KVAB, KMDA-CRC, Alamire, UNU-CRIS Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactpersoon kabinet Begroting (artikel: basisallocatie)
Budget
De Vos Liselotte (0,2 VTE) Dumolyn Bart (0,1 VTE) Verreet Gert (0,2 VTE) Lauwers Karl, De Hondt Paul (KVAB), Declerck Felix (Alamire) EB0-1EE107-3300 EB0-1EE108-4160 EB0-1EE112-3540 EB0-1EE139-6161 EB0-1EE148-4430 EB0-1EE168-4140 EB0-1EE183 10,85 miljoen euro
Omschrijving actie Naast de Strategische Onderzoekscentra en de wetenschappelijke instellingen, zijn ook KMDA-CRC, VLIZ, KVAB, UNU-CRIS en Alamire van essentieel belang voor het onderzoeks- en innovatiepotentieel van Vlaanderen. Bovendien hebben ze een belangrijke functie m.b.t. het communiceren van wetenschappelijke resultaten, het verhogen van het maatschappelijk draagvlak voor onderzoek en de uitstraling van de wetenschap. A. Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) (+/- 7,1 miljoen euro) Rol van Departement EWI: • Uitvoering van nieuwe taken onder hernieuwd convenant 2017-2021 waar nodig bijstaan: onder andere de valorisatie wetenschappelijke kennis t.b.v. ‘Blauwe Economie’, de verdere uitbouw van de onderzoeksinfrastructuren en de ontwikkeling van een eigen onderzoeksagenda in samenwerking met de andere mariene onderzoeksinstellingen; • Jaarlijkse beleidscyclus: als waarnemer deelname aan de Raad van Bestuur en Algemene Vergadering van VLIZ vzw, waar de VLIZ begroting wordt behandeld, de werking wordt aangestuurd en de belangrijke beslissingen worden voorgelegd; • Jaarlijkse financiële cyclus: toezicht op de besteding van de middelen van voorafgaand jaar en verificatie van het behalen van KPI’s, voorbereiden van de MB’s en zorgen voor de financiële stappen (vastleggingen, ordonnanceringen en betaalkalender); • Met adviserende rol bijdragen aan de werking van de wetenschappelijke commissie (als waarnemer) waar rond lopende relevante ontwikkelingen toelichting wordt gegeven en voor sommige aspecten van de werking een beslissing van de Raad van Bestuur worden voorbereid; • Voor een aantal werkingsgebieden permanent in contact staan, zoals vb. een aantal internationale engagementen waarvoor ook Departement EWI beleidsverantwoordelijkheid heeft (EU en UNESCO kaders) (zie JOP-fiche 46); • Onderzoeksschip Simon Stevin: in de vaart sinds 2012, staat onder coördinatie van de wetenschappelijke commissie van het VLIZ, terwijl het beheer van het schip onder MOW DAB Vloot valt. EWI monitort mee de kostenstructuur en inzet (in het bijzonder hoe vraag naar scheepstijd evolueert i.v.m. externe factoren, en inzet voor internationale campagnes). Een besluit Vlaamse Regering is in voorbereiding inzake de terbeschikkingstelling van scheepstijd; • InnovOcean Campus - Voorbereiding nieuwe huisvesting in Oostende - De Vlaamse Regering besliste op 15 juli 2016 principieel tot een herhuisvesting van VLIZ samen met de Oostendse vestiging van ILVO. In juli 2019 werd het ‘design and build’ contract voor de bouw ondertekend. De omgevingsvergunning werd begin 2020 verleend. Tijdens 2020 zal de werf concrete vorm aannemen. VLIZ en Departement EWI zullen nauw samenwerken om deze goed op te volgen. 65
B. Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde Antwerpen (KMDA) (1,146 miljoen euro) Rol van Departement EWI: • Jaarlijkse financiële cyclus: toezicht op de besteding van de middelen van voorafgaand jaar en verificatie van het behalen van KPI’s, voorbereiden van de MB’s en zorgen voor de financiële stappen (vastleggingen, ordonnanceringen, betaalkalender); • Opvolgen van de (nieuwe) taken onder de convenant 2017-2021 waaronder het verhogen van de wetenschappelijke output door het versterken van de staf en het onderzoeksteam, het updaten van de onderzoeksinfrastructuur en het uitwerken van een nieuw initiatief: een gecentraliseerde ‘EAZABiobank’; • Opvolgen van de opname van KMDA in het voorontwerp van decreet tot aanpassing van het decreet van 30 april 2009 betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid; • Eind 2020: voorbereiding evaluatie in 2021. C. Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten (KVAB) (1,166 miljoen euro) Rol van Departement EWI: • Jaarlijkse financiële cyclus: toezicht op de besteding van de middelen van voorafgaand jaar en verificatie van het behalen van KPI’s, voorbereiden van de MB’s en zorgen voor de financiële stappen (vastleggingen, ordonnanceringen, betaalkalender); • Formaliseren van eventuele benoemingen binnen de Academie; • 2020 is derde jaar van het nieuwe convenant. Aan de strategische en operationele doelstellingen (alsook aan de KPI's) van het convenant met de KVAB werden wijzigingen aangebracht en significante toevoegingen gedaan, met de bedoeling de samenwerking met de Jonge Academie te verhogen, haar positionering in het Vlaamse landschap duidelijker te maken, de rol in het maatschappelijke debat en de beoogde verhoogde impact door communicatiestrategie scherper te stellen, meer evenementen voor het grote publiek en verhoogde disseminatie van de publicaties te vereisen, en de bijzondere rol van KVAB als intellectuele reflectiegroep in de verf te zetten. Een functie als ethische reflectiegroep werd geconcretiseerd, waarbij expliciet wordt verwezen naar het in Europese en internationale context aan belang groeiende concept van RRI (Responsible Research and Innovation). Deze RRI-reflectiegroep is lopende. D. Alamire vzw (+/- 772K euro): In 2018 werd een convenant afgesloten met Alamire vzw voor de periode 2018-2023. De Alamire Foundation vzw werd in 1991 opgericht als een joint venture tussen KU Leuven (Onderzoeksgroep Musicologie) en Musica (Impulscentrum voor Muziek). Als internationaal studiecentrum stelt de Alamire Foundation zich tot doel academisch en praktijkonderzoek te stimuleren, te coördineren en uit te voeren. Daarbij concentreert zij zich specifiek op de muziek en het muziekleven in de Nederlanden van de middeleeuwen tot 1800. Bijzondere aandacht gaat uit naar het in kaart brengen en ter beschikking stellen van onbekend of onontgonnen materiaal. Met inzet van state of the art-methodes, onder meer op het vlak van digitalisering en doorgedreven auralisatietechnologie, wordt dit muzikaal erfgoed geconserveerd, bestudeerd en gevaloriseerd; • Jaarlijkse financiële cyclus: toezicht op de besteding van de middelen van voorafgaand jaar en verificatie van het behalen van KPI’s, voorbereiden van de MB’s en zorgen voor de financiële stappen (vastleggingen, ordonnanceringen, betaalkalender); • Opvolgen van de taken onder het convenant 2018-2023. E. UNU-CRIS (666 K euro) De United Nations University Insitute on Comparative Regional Integration Studies (UNU-CRIS) is een onderzoeksinstituut van de Verenigde Naties (VN), dat financiering ontvangt van de Vlaamse overheid via een Memorandum of Understanding (MoU). Het onderzoek van UNU-CRIS concentreert zich op een vergelijkende studie en de monitoring van regionale integratie, met als doel beleidsrelevante kennis te ontwikkelen. Er werd in 2014 een evaluatie afgerond van het instituut. 66
In 2016 werd UNU-CRIS ingekanteld via een samenwerking tussen VUB en UGent waarbij een deel van de financiering van UNU-CRIS opgenomen wordt door de universiteiten. In 2016 werd ook een nieuwe MoU onderhandeld tussen de betrokken partijen (UNU, VUB/UGent en Vlaamse overheid) waarbij de nieuwe samenwerking en modaliteiten hieromtrent (inclusief financiering) bepaald worden. Ondertekening van deze MoU vond plaats eind 2016. In 2017 werd een nieuwe directeur van UNU-CRIS aangesteld en werd een eerste versie van het ‘Strategisch Plan 2017-2021’ opgesteld (eind november 2017). In 2018 werd een nieuwe set van KPI's vastgesteld voor de opvolging van het nieuwe Strategische Plan en werd het nieuwe Advisory Committee voor het eerste bij elkaar geroepen (met ook een nieuwe vertegenwoordiger van de Vlaamse Regering). In 2019 heeft de directeur ontslag genomen en werd een nieuwe directeur gezocht. De nieuwe directeur startte officieel op 1 januari 2020 en is aangesteld voor de laatste 2 jaren van de MoU. Het Departement Internationaal Vlaanderen werd meer betrokken doordat een afgevaardigde van dit departement in de wetenschappelijke adviesraad van UNU-CRIS werd opgenomen. Eind 2019 diende UNU-CRIS een aanvraag in bij de minister voor een verhoging van hun dotatie tot 1.000.000 euro (334 K euro extra bij de 666 K euro uit de BO 2020). Deze middelen zullen bij de BA 2020 worden verhoogd. In 2020 zal de opvolging gebeuren van de implementatie van het strategische plan. De verhoging van de middelen zullen meegenomen worden bij BA 2020. Eind 2020 zullen de modaliteiten bepaald worden voor de evaluatie van UNU-CRIS.
67
ISE ‘Strategisch basisonderzoek’ c. Sterk basisonderzoek met zicht op maatschappelijke en economische doorbraken 28. Strategisch basisonderzoek binnen het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactperso(o)n(en) kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Vermander Els Lauwers Karl BAWM 75 miljoen euro binnen de FWO-dotatie
Omschrijving actie
Het strategisch basisonderzoek vormt een onderdeel van het continuüm van onderzoekstypen gaande van
fundamenteel onderzoek tot valorisatie. Specifiek beoogt het de omzetting van fundamentele inzichten naar toepassingsgerichte kennis en/of technologie. Het financieringsprogramma voor strategisch basisonderzoek situeert zich binnen het FWO en beoogt de ondersteuning van vernieuwend wetenschappelijk onderzoek dat tot concrete nieuwe toepassingen moet leiden. Het is opgedeeld in twee finaliteitsdelen: een economisch programmadeel voor projecten die bedrijfseconomische toepassingen onder de vorm van nieuwe producten of dienstverlening nastreven en een maatschappelijk programmadeel voor projecten die een antwoord willen geven op huidige maatschappelijke noden of toekomstige maatschappelijke uitdagingen. SBO staat open voor alle wetenschappelijke disciplines en toepassingsgebieden en wordt uitgevoerd door één onderzoekscentrum of een samenwerkingsverband van onderzoekcentra in nauw partnerschap met maatschappelijke en/of industriële belanghebbenden. Deze permanente dialoog tussen de gesubsidieerde onderzoekscentra en de bedrijfseconomische en maatschappelijke actoren waarborgen dat de opgedane kennis wordt verspreid en bruikbaar is om via verdere ontwikkelings- en implementatietrajecten vertaald te worden naar de praktijk. In uitvoering van de beleidsnota bekijken methodieken om de wisselwerking tussen onze kennisinstellingen en Vlaamse industrie omtrent de industriële onderzoeksagenda’s te versterken. De uitdaging daarbij is de ‘kennismismatch’ tussen wat Vlaamse universiteiten opbouwen aan kennis en wat de Vlaamse industrie vraagt aan kennis, voorkomen en nog meer inspelen op aanwezige expertise én behoeften. We onderzoeken daarom hoe we de betrokkenheid van de Vlaamse ondernemingen bij het strategisch basisonderzoek kunnen versterken. Dit wordt ook meegenomen bij de evaluatie van de positionering van de strategische programma’s bij het FWO en de andere kanalen om SBO te financieren. Daarnaast bekijken we ook de versterking van de wisselwerking tussen andere maatschappelijke groepen en SBO‐onderzoek, ook in het kader van het missiegericht onderzoeksbeleid.
68
ISE ‘Onderzoeksinfrastructuur’ d. Excellente en internationaal verbonden onderzoeksinfrastructuren 29. Het Vlaamse en Europese beleid inzake grote (internationale) onderzoeksinfrastructuren Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden
Contactperso(o)n(en) kabinet Begroting Budget
Oleo Michele (0,8 VTE) Dumolyn Bart (0,1 VTE) Hauchecorne Rita (0,1 VTE) Vandenbogaerde Tom Verreet Gert (0,1 VTE) Lauwers Karl BAWM
Omschrijving actie 1. Europees beleid via vertegenwoordiging in het ESFRI Om de deelname van Vlaamse onderzoekers aan een aantal internationale infrastructuren te ondersteunen, dient Vlaanderen zich te positioneren in de internationale fora die hierop betrekking hebben. Deze internationale fora zijn onder meer: het ESFRI-Forum, het ERIC-Comité, het infrastructuurprogramma van H2020 en de verschillende beleidsorganen van de infrastructuren zelf (General Assembly, Assembly of Members, Governance Board, voorbereidende werkgroepen,....). Het Departement EWI heeft een vertegenwoordiger in het ESFRI-Forum, in het ERIC-comité en in het infrastructuurprogramma van H2020 en levert aldus een bijdrage tot het beleid dat het ESFRI-forum uittekent. Het ESFRI-Forum publiceert de ‘Europese Roadmap voor internationale onderzoeksinfrastructuren’ en selecteert daartoe de ESFRI-voorstellen. Het evalueert de voortgang van de opbouw van de ESFRI-projecten en de werkzaamheden binnen de ESFRI-Landmarks (meestal ERIC). Het tekent een beleid uit rond verschillende issues waarmee elke infrastructuur geconfronteerd wordt (levenscyclus, hernieuwing, datamanagement, deelname van bedrijven.....). Het stemt af met de Europese Commissie (infrastructuur programma H2020) inzake toekomstscenario’s en noden van subsidiëring. Gezien ook de federale overheid, het Waals Gewest en de Franse Gemeenschap betrokken partijen zijn, is permanent overleg met de Belgische actoren vereist. Het finale doel is de belangen van de betrokken Vlaamse onderzoekers te verdedigen. De aanpak van het beleid inzake ESFRI kan samengevat worden als volgt: • opvolgen van het ESFRI-Forum en het ERIC-comité; • deelname aan de ESFRI SWG Environment en opvolgen van de werkzaamheden van de andere ESFRI SWG; • governance en beleid van elke Europese ESFRI waaraan Vlaanderen deelneemt; • coördineren met de federale en gefedereerde entiteiten m.b.t. het Belgisch standpunt; • opvolgen van het H2020 Infrastructuurprogramma; • veelvuldig overleg met de Vlaamse deelnemende consortia om de vinger aan de pols te houden en hun positie binnen de internationale infrastructuur te versterken; • ook nog niet deelnemende Vlaamse onderzoekers informeren over de werkwijze internationaal en begeleiden en ondersteunen in dossiers die internationaal vorm krijgen is belangrijk om hen toe te laten te anticiperen op opportuniteiten. De call van het ESFRI-Forum voor Europese onderzoeksinfrastructuren om als ‘Project’ of ‘Landmark’ op de Europese Roadmap te staan, sluit in het voorjaar 2020. Het is de wetenschappelijke gemeenschap die instaat voor de kwaliteit van elke aanvraag, maar elk land dient aan te geven of ze de vooropgestelde infrastructuur wenst te ondersteunen (financieel). Een Vlaams beleid werd hiervoor uitgetekend. 69
Via het IRI-Programma wordt de beslissing genomen of Vlaanderen de infrastructuur wil ondersteunen. In die zin werden twee infrastructuren geïdentificeerd, namelijk de COB die zal deelnemen aan het Marinergi consortium en de mogelijke deelname van Vlaanderen aan de Einstein Telescoop. Na federaal overleg, wordt een Belgisch standpunt geformuleerd. 2. Het Vlaams beleid A. Om de deelname van Vlaamse onderzoekers aan een aantal internationale infrastructuren te bewerkstelligen, is eveneens een Vlaams beleid nodig dat de nodige ondersteuning biedt aan de betrokken onderzoekers. Ondersteuning dient te gebeuren op verschillende niveaus zodat het Vlaams onderzoek maximaal van de voordelen kan genieten die dergelijk internationaal kader biedt. B. In 2017 werd in samenwerking met het FWO een Vlaams kader uitgetekend voor de financiering van de deelname van Vlaamse onderzoekers aan internationale infrastructuren. De bestaande Vlaamse programma’s die onderzoeksinfrastructuren of deelname aan internationale infrastructuren financierden, werden gestroomlijnd en op elkaar afgestemd. Het gaat over het ‘Big Science’-programma, het programma ‘zware en middelzware infrastructuren’ en de ad-hoc initiatieven uit het verleden rond de ESFRI. De reglementaire kaders (besluiten) werden gefinaliseerd in 2018 en de oproep werd gelanceerd. Overbruggingsfinanciering voor deelname aan ESFRI en ‘Big Science’-programma werd gerealiseerd tot einde 2018 en de evaluatie en selectie van de te financieren projecten onder het nieuwe kader werd afgerond eind 2018. Dit alles gebeurde in nauwe samenwerking tussen FWO (wetenschapscomponent) en EWI (beleidscomponent). Vanaf januari 2019 gingen de positief gehonoreerde projecten van start. Het is de bedoeling (indien er voldoende middelen voorhanden zijn) om deze oproep om de twee jaar te lanceren. Dit jaar wordt de tweede oproep gelanceerd. De call staat open vanaf 15 januari en houdt rekening met de suggesties tot aanpassing die na de 1ste call werden geformuleerd. De financiering van de geselecteerde aanvragen gaat van start in januari 2021. C. In 2019 werd een oproep voor voorstellen gelanceerd voor zware onderzoeksinfrastructuur. EWI is lid van de commissie ‘Invest’ die mee verantwoordelijk is voor de evaluatie van de ingediende projectvoorstellen. De evaluatie gebeurt in 2020. D. In cadans met de ‘Europese Roadmap’ voor onderzoeksinfrastructuren, is het bedoeling dat een ‘Vlaamse Roadmap’ voor onderzoeksinfrastructuren zal worden opgemaakt. In 2018 werd hiertoe een eerste werkplan uitgewerkt en in 2019 werd dit verder uitgerold. De publicatie ‘Actual Large Scale Research Infrastructures in Flanders-Flemish Participation in International Research infrastructures’ zal begin 2020 worden gepubliceerd. Dit is perfect in cadans met de volgende Europese Roadmap die in aanmaak is. We willen echter werk maken van een Roadmap in combinatie met een landschapsanalyse voor onderzoeksinfrastructuren in navolging van een aantal Europese landen. In 2020 zal hiermee van start worden gegaan. Ervaring uit andere Europese landen (VK, NL) leert dat dergelijk proces opstarten en uitvoeren een paar jaar in beslag neemt. E. In Europese context (ESFRI-Forum en oproepen infrastructuurprogramma H2020) zien we een opkomend belang van samenwerkingsmodellen tussen internationale infrastructuren, bijvoorbeeld in het tot stand brengen van de EOSC (European Open Science Cloud). Dat is noodzakelijk om synergiën te bewerkstelligen en overlap te vermijden. Het pilootproject dat van start ging in juni 2019 en zijn resultaten zal bekend maken in juni 2020, zal ons inzage verschaffen in de toegevoegde waarde van dergelijke samenwerking en of deze dient uitgebreid te worden. In dat geval zal een Vlaams beleid rond deze materie uitgetekend worden. Dit laatste zal vermoedelijk pas eind 2020 of begin 2021 gebeuren nadat de resultaten van het pilootproject gekend zijn. F. Mede als gevolg van de grote onderzoeksinfrastructuren, én mede door toenemende digitalisering en het gebruiken van geografische informatiesystemen, zijn er grote datastromen aanwezig in het onderzoekslandschap en zullen deze datastromen nog enorm toenemen. We spreken over ‘Big Data’. Vele internationale infrastructuren zijn producenten van (big) data en/of implementeren scenario’s voor het gemeenschappelijk gebruik van bestaande databanken. Het is een tendens die plaatsgrijpt in alle onderzoeksdomeinen en ook van belang is voor hen die niet deelnemen aan internationale infrastructuren. 70
Naast een plan voor de toekomstige financiering van de ‘TIER1’-computer heeft het Vlaams Supercomputer Centrum (VSC) een plan gelanceerd rond ‘Cloud Computing’ in Vlaanderen. Dit plan wordt momenteel uitgerold. Een nieuwe VSC-stuurgroep werd opgericht waaraan Departement EWI als waarnemer deelneemt. Dit alles kan niet los gezien worden van de FOSB (Flemish Open Science Board), waarvan de oprichting eind 2019 werd beslist en gebeurde in samenhang met de ‘European Open Science Cloud’. G. De aanpak van het Vlaams beleid m.b.t. onderzoeksinfrastructuren kan voor 2020 samengevat worden als volgt: • Lanceren van de 2de IRI-oproep (Vlaams deelname aan en of subsidiëring van de Vlaamse deelname aan internationale onderzoeksinfrastructuren) en het volledige selectieproces samen met FWO bewerkstelligen. Aanstellen van de vernieuwde commissie strategie; • Deelname aan de commissie ‘Invest’ voor de oproep zware onderzoeksinfrastructuur; • De publicatie ‘Actual Large Scale Research Infrastructures in Flanders- Flemish Participation in International Research infrastructures’ afwerken en het proces voor de aanmaak van een ‘Vlaamse Roadmap’ en landschapsanalyse voor onderzoeksinfrastructuren op gang trekken; • Nut en voordelen onderzoeken aan de hand van de resultaten van het pilootproject om samenwerkingsverbanden tussen ESFRI te initiëren. 3. Specifieke infrastructuurdossiers Bovenop het reguliere kader (de oproepen van het FWO inzake zware en internationale infrastructuren) besliste de Vlaamse Regering in 2016 op advies van de RVB van het FWO, in het kader van de éénmalige investeringsmiddelen O&O, tot steunverlening aan 5 projecten. De vijf projecten zijn: 1. 800 MHz solid state nuclear magnetic resonance (NMR) spectrometer for materials and food science; 2. Next Generation Screening in Quantitative Biology & Drug Discovery (NextGenQBio); 3. Cofinanciering van onderzoeksinfrastructuur van het interuniversitair Centrum voor protontherapie in Vlaanderen/België; 4. Hybrid Laser-based additive & subtractive research platform (HyLaForm); 5. Silicon Tracker Endcap for the upgraded CMS experiment at the High-Luminosity LHC at CERN. De bovenstaande 5 projecten ‘investeringen in zware onderzoeksinfrastructuur’ worden administratief opgevolgd door Departement EWI en betaald via het Hermesfonds bij VLAIO (BVR 15 juli 2016).
71
30. Vlaams Onderzoeksnetwerk (VON) - BELNET: verdere uitbouw en upgrade Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactpersoon kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Dumolyn Bart De Hondt Paul EB0-1EC102-1211 13 miljoen euro
Omschrijving actie A. BELNET is een Belgisch nationaal onderzoeksnetwerk dat internettoegang levert aan zeer hoge bandbreedte en internetdiensten aan Belgische universiteiten, (hoge)scholen, onderzoekscentra en overheidsdiensten. Het Vlaams Onderzoeksnetwerk (VON) is een deel van het Vlaams glasvezelnetwerk dat onze kennisinstellingen toegang geeft tot BELNET, en hiermee tevens tot elkaar en tot de internationale onderzoeksruimte. B. Na het ondertekenen van de nieuwe raamovereenkomst ‘BELNET - Vlaamse overheid’ wordt op heden de verdere vermazing van het Gigabit-project gecontinueerd. De nieuwe uitdaging was het opstellen van een strategisch plan voor de upgrade naar de volgende generatie 10 Gigabit connecties, die niet enkel upgrades van actieve componenten in de sites vergt, maar ook aanpassingen aan de ‘ringen’ en de infrastructuur van het Vlaams Onderzoeksnetwerk. De afdeling Onderzoek van het Departement EWI heeft in samenwerking met de afdeling Telematica van het Agentschap Wegen & Verkeer in 2018 een plan opgesteld voor verdere upgrading, teneinde met het Vlaams Onderzoeksnetwerk blijvend een state-of-the-art hoog-performant netwerk voor de Vlaamse kennisinstellingen te voorzien. Dit plan, dat een voorziene uitrol heeft tussen 2018 en 2026, moet het volledige netwerk ‘100 gigabit ready’ (en een gedeelte ervan ‘400 gigabit ready’) maken, maximaal 66% van de aangesloten kennisinstellingen een 10 gigabit connectie verschaffen, en ad-hoc 100 gigabit aansluitingen mogelijk maken. Eind 2016 presenteerde het Agentschap Wegen en Verkeer een nieuw kostenmodel voor al hun klanten aan het Departement EWI, op basis van het principe dat de klant mee instaat voor het onderhoud van de gebruikte glasvezelverbindingen en actieve componenten. Gezien EWI voor een groot aantal sites van Vlaamse kennisinstellingen connecties heeft gerealiseerd, zou de implicatie hiervan een substantiële onderhoudskost met zich mee brengen. In juni 2017 werd, na enige aanpassingen, dit kostenmodel goedgekeurd op het Voorzitterscollege. De budgettaire implicaties voor EWI werden mee opgenomen in de analyse ‘100 gigabit ready’. In 2019 werd dit plan ‘100 gibabit ready’ op de Vlaamse Regering goedgekeurd. Het zal worden gefinancierd via de investeringsenveloppe 2019. Het is van belang op te merken dat deze financiering de verdere uitbouw en upgrade van het Vlaams OnderzoeksNetwerk (VON) betreft, alsmede de onderhoudskosten die het gevolg zijn van het ‘kostenmodel’ dat door het Agentschap Wegen en Verkeer werd voorgesteld (cfr nota VR). Echter, voor de huurlijnen in dit project en uiteraard voor de nog lopende vastleggingen op de bestekken wordt ook de ‘Lissabonlijn’ nog steeds aangewend in dit project.
72
ISE ‘Post-initieel onderwijs’ e. Instellingen post-initieel onderwijs 31. Instellingen voor post-initieel onderwijs: Orpheus, ITG Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactpersoon kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Leterme Yves D'Hondt Kathleen Declerck Felix, Lauwers Karl EB0-1EE145-4430 EB0-1EE181-4430 3,513 miljoen euro
Omschrijving actie A. Orpheus Instituut (536 K euro) Het Orpheus Instituut is een onderzoeks-en opleidingscentrum inzake muziek in Gent. Het werd opgericht in 1996 als 'Hoger instituut voor Muziek'. In 2007 opende het Orpheus Instituut zijn eigen onderzoekscentrum in muziek: het Orpheus Research Centre (afgekort Orcim). Dit onderzoekscentrum (Orcim) van het Orpheus Instituut is gespecialiseerd in artistiek onderzoek. Het Departement EWi volgt de samenwerkingsovereenkomst met het Orpheus Instituut op. B. Instituut voor Tropische Geneeskunde (2.977 K euro) Het Instituut voor Tropische Geneeskunde (ITG) is een stichting van openbaar nut en een onderzoeksinstelling in Antwerpen die zich specialiseert in het onderzoek, onderwijs en dienstverlening in de tropische geneeskunde en de organisatie van gezondheidszorg in ontwikkelingslanden met als kerntaken fundamenteel, translationeel en toegepast wetenschappelijk onderzoek, gevorderde opleidingen en training, medische, wetenschappelijke en maatschappelijke dienstverlening. Het ITG is wereldwijd vermaard om zijn onderzoek naar het hiv, malaria, tuberculose en ‘verwaarloosde tropische ziekten’. Naast het wetenschappelijk onderzoek geeft het ITG ook reisadvies, verzorgt het vaccinaties voor reizigers en behandelt het mensen die in België aan een tropische ziekte (inclusief aids) lijden. De post-initiële instellingen krijgen een niet-gereglementeerde subsidie voor wetenschappelijk onderzoek naast een subsidie voor onderwijs. De overeenkomsten (convenanten, beheersovereenkomsten) met deze instellingen met enerzijds het Departement OV (AHOVOKS) en anderzijds het Departement EWI werden op elkaar afgestemd in het kader van de administratieve vereenvoudiging en betere financiële opvolging. Op die manier start vanaf 2020 de nieuwe overeenkomsten voor onderzoek en onderwijs met het Instituut Tropische Geneeskunde. Het Departement EWI volgt dit op.
73
f. Onderzoek voor toonaangevende business schools in Vlaanderen 32. Business Schools: AMS, Vlerick Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactpersoon kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Leterme Yves D'Hondt Kathleen De Hondt Paul EB0-1EE160-4430 EB0-1EE182-4430 813 K euro
Omschrijving actie A. Vlerick Business School (489 K euro) De oorsprong van Vlerick Business School gaat terug naar 1953 waarbij André Vlerick het seminarie voor productiviteitsstudie en -onderzoek oprichtte onder de vleugels van de toemalige Rijksuniversiteit Gent. Ze kreeg haar huidige vorm in 1999 door het samengaan van het Instituut Professor Vlerick voor Management van de Universiteit Gent en de MBA-opleiding van de KU Leuven. In Vlaanderen beschikt ze momenteel over 3 campussen: Gent, Leuven en Brussel. B. Antwerp Management School (324 K euro) De Antwerp Management School is een managementschool met een rijke geschiedenis die teruggaat tot 1959 toen de school werd opgericht als het Instituut voor Postuniversitair Onderwijs van de Universiteit Antwerpen. In het jaar 2000 werd UAMS (Universiteit Antwerp Management School) formeel opgericht waarbij verschillende managementsopleidingen van de Universiteit Antwerpen, de UFSIA en de RUCA werden samengevoegd. Ze heeft één campus in Antwerpen. Bovenvermelde instellingen krijgen een niet-gereglementeerde subsidie voor wetenschappelijk onderzoek naast een subsidie voor onderwijs. De overeenkomsten (convenanten, beheersovereenkomsten) met deze instellingen met enerzijds het Departement OV (AHOVOKS) en anderzijds het Departement EWI werden op elkaar afgestemd in het kader van de administratieve vereenvoudiging en betere financiële opvolging. Op die manier start vanaf 2020 de nieuwe overeenkomst voor onderzoek en onderwijs met de Vlerick Business School.
74
IV.
BELEIDSVELD ‘INNOVATIE’
ISE ‘Brugfunctie tussen fundamenteel en toegepast onderzoek’ a. Topinstituten slaan de brug tussen wetenschap en toepassing 33. Strategische onderzoekscentra (SOC's): imec, VIB, VITO, Flanders Make Projectverantwoordelijken
Contactpersoon kabinet Begroting (artikel: basisallocatie)
Budget
Goossens Karel (0,5 VTE) Bollen Lut (0,2 VTE) De Vos Liselotte (0,2 VTE) Dewallef Erwin (0,2 VTE) Lauwers Karl, De Hondt Paul EB0-1EF100-3300 EB0-1EF103-3300 EB0-1EF110-4140 EB0-1EF111-4140 EB0-1EF119-4160 EB0-1EF123-4160 EB0-1EF124-3300 250 miljoen euro
Omschrijving actie De SOC's imec, VIB, VITO en Flanders Make zijn belangrijke actoren in het Vlaams innovatielandschap. De doelstellingen (waaronder de valorisatie van onderzoeksresultaten) van de SOC's worden vastgelegd in convenanten. Daarin wordt expliciet voorzien dat de SOC's bijdragen leveren aan het beleid van de Vlaamse Regering. De voortgang wordt jaarlijks door Departement EWI opgevolgd op basis van de zogenaamde Key Performance Indicators (KPI's) en de jaarlijkse rapporteringen. Deze performantiecriteria hebben betrekking op wetenschappelijke output, technologietransfer, opleiding van onderzoekers, stimulering van economische activiteit en publiekscommunicatie. Een van die indicatoren is bijvoorbeeld het aantal spinoffs, wat een belangrijk aspect is ter versterking van het Vlaams industrieel weefsel. Voor het innovatiebeleid is een goede samenwerking met alle partners in Vlaanderen belangrijk, maar ook tussen de SOC's onderling. Vandaar dat het ‘SOC-Forum’ werd opgericht. A. VIB (+/- 61 miljoen euro) Het VIB is het strategische onderzoekscentrum voor biotech en life sciences. Na de evaluatie in 2016 werd in het convenant 2017-2021 de dotatie verhoogd met 34% naar 59 miljoen euro. Zoals voorzien in dit convenant, werkte VIB in 2018 een communicatieplan en -strategie uit voor de komende jaren. In februari 2018 werd de eerste steen gelegd van het nieuwe UGent-VIB onderzoeksgebouw FSVM II, dat onderdak zal bieden aan het VIB-UGent Centrum voor Medische Biotechnologie en waar in 2019 verder werd aan gebouwd. Op die manier zullen alle VIB-UGent onderzoeksgroepen op 1 site gehuisvest zijn te midden van de life sciences cluster in Gent. In 2017 en begin 2018 werd via een eerste oproep het ‘Grand Challenges’-programma opgestart (het multidisciplinair programma met als focus de grote maatschappelijke uitdagingen). Het ‘Discovery Sciences’- team en portfolio werd uitgebreid. De belangrijke actiepunten voor het werkjaar 2020 zijn de voorbereiding van de evaluatie die in 2021 zal gebeuren, de opmaak van een addendum aan het convenant voor SALK (bijkomende middelen vanaf 2021) 75
en NERF (aanpassing van verplichting tot cash investering door partners voor 2020 en 2021). Binnen VIB gebeurt in 2020 al een interne evaluatie van de wetenschappelijke prestaties en potentieel van de verschillende onderzoeksgroepen. Het Neuro-Electronics Research Flanders of NERF is een uniek multidisciplinair onderzoeksinitiatief van imec, VIB en KU Leuven dat in 2009 werd opgestart op de campus van imec en dat internationale topwetenschappers samenbrengt om met behulp van neuro-elektronica de werking van het brein te ontrafelen. Ook NERF wordt in 2021 geëvalueerd. B. VITO (+/- 50 miljoen euro) VITO is een strategisch onderzoekscentrum met focus op cleantech en duurzame ontwikkeling in de onderzoeksthema’s duurzame energie, chemie, materialen, landgebruik en gezondheid. Het onderzoeksprogramma voor duurzame energie bestaat uit het opzetten van een marktgebaseerd duurzaam energiesysteem voor de grootstedelijke omgeving en bestaat uit de onderdelen ‘Interfaces for electrical storage’, ‘Optimal use of thermal systems’, ‘Interoperability’, ‘Buildings & districs’ en ‘Energy strategy’s’. Het VITO onderzoeksprogramma is ingebed in de Energyville samenwerking. Energyville is de samenwerking in onderzoek en innovatie tussen VITO, imec, KU Leuven en UHasselt in het domein van duurzame energie en intelligente energiesystemen in de bebouwde omgeving. Daarnaast zal VITO verder streven naar een optimale afstemming en samenwerking met de speerpuntcluster voor energie Flux50. Het onderzoeksprogramma voor duurzame materialen focust op de subthema’s technologie voor het herwaarderen van industriële afvalstromen, strategieën voor de realisatie van de circulaire economie, documenteren en inspireren van publieke en private actoren rond hun afval- en materialenbeleid, materialen voor toepassingen in energieopslag (batterijen). VITO zal hierbij verder blijven streven naar samenwerking met de speerpuntcluster SIM, het Vlaamse programma Vlaanderen Circulair, het EIT Raw Materials en Energyville. Het onderzoeksprogramma ‘Duurzame chemie’ focust op de domeinen ‘Bio-aromaten’, ‘Procesintensificatie’, ‘electro-chemische processen voor de chemische en energie-industrie’, ‘CO2conversie’. De VITO-samenwerking met de speerpuntcluster Catalisti zal verder geïntensifieerd worden. Daarnaast zullen er ook linken gelegd worden met andere relevante clusters. Het onderzoeksprogramma duurzaam landgebruik, meer bepaald het thema aardobservatie, focust op ‘Satelliet Aardobservatie’, ‘Hyperspectrale Remote sensing’ en ‘het gebruik van UA’s (drones) voor aardobservatie’. VITO voert binnen dit onderzoeksthema onder meer opdrachten uit in het kader van het ESA-programma Copernicus. Verder wil VITO inzetten op samenwerking in het kader van de Vlaamse ruimtevaarteconomie, meer bepaald met het innovatief bedrijfsnetwerk ‘Space 4.0’. Het onderzoeksprogramma duurzame gezondheid zal focussen op ‘Data-Driven Preventive & Personalised Health’ en ‘Health Diagnostics’. C. Flanders Make (+/- 25,4 miljoen euro + 6,5 miljoen euro opstapmiddelen) Flanders Make is het strategisch onderzoekscentrum dat de maakindustrie in Vlaanderen (zowel grote maakbedrijven als kmo's) ondersteunt met industriegedreven, précompetitief en uitmuntend onderzoek in de toepassingsdomeinen 'producten' (voertuigen en machines) en 'productie' (assemblage). Met zijn onderzoek wil Flanders Make de Vlaamse maakbedrijven helpen bij het realiseren van product- en procesinnovaties zodat zij (verder) richting ‘Industrie 4.0’ kunnen evolueren en hun internationale concurrentiepositie kan worden verbeterd/versterkt. Hierdoor kan de Vlaamse maakindustrie (verder) in Vlaanderen worden verankerd en kunnen ook buitenlandse maakbedrijven naar Vlaanderen worden gehaald. In 2020 bouwt Flanders Make zijn vier kerncompetenties (‘Decision & Control’, ‘Design & Optimisation’, ‘Motion Products’ en ‘Flexible Assembly’) en de hieraan gekoppelde/hiervoor benodigde governance en organisatiestructuur (de vier competentieclusters m.i.v. de Core Labo's), (onderzoeks)infrastructuur, en (onderzoeks)roadmaps en projectportfolio (SBO, ICON en infrastructuurprojecten), verder uit. 76
Een belangrijke realisatie in 2020 (en volgende jaren) is de uitbouw van de derde 'fysieke vestiging' van Flanders Make in het West-Vlaamse Kortrijk, waarvoor de Vlaamse Regering op 20 juli 2018 een éénmalige investeringstoelage van 15 miljoen euro heeft toegekend. De fysieke vestigingen van Flanders Make zijn open innovatieomgevingen (bestaande uit kantoorruimte en labo- en testruimte) waar bedrijven en kennisinstellingen samen (onderling en met Flanders Make) producten productie-innovaties kunnen realiseren. Voor zijn eerste 'verticale' kerncompetentie (Motion Products) heeft Flanders Make al fysieke vestigingen in Lommel (voertuigen) en Leuven (machines). De nieuwe vestiging van Flanders Make in Kortrijk wordt uitgebouwd rond de tweede 'verticale' kerncompetentie (Flexible Assembly). In 2020 ligt de focus op de feitelijke bouw van de nieuwe vestiging. Intussen wordt ook (verder) apparatuur aangekocht voor in de nieuwe vestiging. Deze apparatuur wordt al op een tijdelijke locatie ondergebracht zodat ze nu al voor O&O-doeleinden kan worden ingezet. D. imec (+/- 112 miljoen euro) Imec is het strategische onderzoekscentrum voor nano- en digitale technologie. Vermits imec een brede waaier van activiteiten omvat en een heel breed pallet aan stakeholders dient, zullen er ook in 2020 heel wat focuspunten en prioriteiten zijn. Vanuit het continuïteitsperspectief is het belangrijk dat imec nieuwe inhoudelijke waarde blijft bieden aan zijn huidige industriële partners en er in slaagt om bijkomende bedrijven te overtuigen van zijn onderzoeksaanbod. Verder is het belangrijk om voldoende groei te realiseren binnen de domeinen van artificiële intelligentie, machine learning, cybersecurity, neuromorphic computing, quantum computing,… Het zal essentieel zijn om een duidelijke differentiator te identificeren als onderzoekscentrum, om het verschil te kunnen maken zowel op lokaal als op internationaal vlak. Imec heeft ook een belangrijke doelstelling om, samen met andere actoren binnen het bedrijfsleven en het onderzoekskader, Vlaanderen prominenter op de kaart te zetten op het gebied van artificiële intelligentie en cyberveiligheid binnen Europa. Er wordt gestreefd naar een structurele samenwerking tussen imec, Fraunhofer-Gesellschaft (De) en Laboratoire d’éléctronique des technologies de l’information (Fr), financieel gesteund door de Europese Commissie in Horizon Europe. Het is ook de missie van imec om nieuwe platformtechnologieën verder te ontwikkelen en tot maturiteit te brengen en dit voornamelijk binnen de domeinen van ICT, gezondheidszorg en energie. Het Flanders Future Tech Fund van de Vlaamse overheid is een belangrijke financieringsbron om ontwikkeling van deze platformen te versnellen. Verder zullen de acties in het kader van de ‘imec Innovation Services’, waarmee imec kmo’s en start-ups laagdrempelig toegang verleent tot geavanceerde technologie, in 2020 verder uitgebouwd worden (verbreding van het aanbod). Belangrijk is dat de voorbereiding van de evaluatie start in 2020 voor imec, VIB en NERF. De evaluatie zelf is voor 2021.
77
34. Regeneratieve geneeskunde: RegMed XB Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactperso(o)n(en) kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
D'Hondt Kathleen Lauwers Karl EB0-1EF129-3122 2,927 miljoen euro
Omschrijving actie Naar aanleiding van de Vlaams-Nederlandse topontmoeting in Gent op 7 november 2016 tussen de respectievelijke minister-presidenten en een aantal leden van hun regeringen, werd goedkeuring gegeven aan de versterking, verbreding en verdieping van de high tech-samenwerking op zes innovatieve samenwerkingsthema’s tussen wetenschappers en bedrijven. Eén van die thema’s focust op regeneratieve geneeskunde (RegMed-cluster). Om de afspraken te concretiseren werd op de topontmoeting van november 2016 een intentieverklaring ondertekend door VIB en KU Leuven met het Nederlandse ‘RegMed XB’ om een leidend onderzoekscentrum in regeneratieve geneeskunde op te zetten. In RegMed XB (REGenerative MEDicine crossing Borders) werken Nederlandse en Vlaamse kennisinstellingen, universiteiten, academische ziekenhuizen, gezondheidsfondsen en bedrijven ondersteund door regionale en nationale overheden - samen aan nieuwe oplossingen voor patiënten met diabetes, nierziekten en artrose. RegMed XB versterkt en bundelt het onderzoek dat aan de deelnemende kennisinstellingen plaatsvindt en ontwikkelt het instrumentarium en het netwerk om dat onderzoek doeltreffend te valoriseren. Daarmee bevordert het de ontwikkeling van nieuwe oplossingen voor patiënten. De doelstellingen van het RegMed XB-platform zijn vooral de uitbouw in een publiek-private partnerschap in Nederland en Vlaanderen om het nieuwe domein van de regeneratieve geneeskunde te ontwikkelen met een industriële dimensie. RegMed XB is gebaseerd op drie types activiteiten: excellent wetenschappelijk onderzoek, publiek-private samenwerking en business development en acceleratie. De ambitie is om binnen de 10 jaar een grensoverschrijdend virtueel instituut/platform met meer dan 500 onderzoekers en een budget van 250 miljoen euro te ontwikkelen dat koploper is in regeneratieve geneeskunde in Europa, niet alleen op vlak van wetenschappelijk onderzoek, maar ook op vlak van valorisatie. RegMed XB wil het centrum worden van een goed draaiend ecosysteem dat de creatie van een nieuwe innovatieve, industriële sector katalyseert door de oprichting van start-ups en het bijeenbrengen van bestaande bedrijven met topwetenschappers in dit domein in een vroeg stadium van het onderzoek. Vlaanderen heeft zich bij ondertekening van een MoU ertoe verbonden om jaarlijks een budget van 3 miljoen euro voor RegMed XB activiteiten vrij te maken. In de eerste fase van het initiatief in 2017 stelde de Vlaamse overheid vier miljoen euro ter beschikking voor de financiering van twee projecten die als eerste zogeheten Moonshot-projecten door de wetenschappelijke adviesraad van RegMed XB geselecteerd werden, het : • BIO-JOINT (weefselengineering voor botherstel); • BIO-KIDNEY (niervascularisatie) project. Deze eerste twee in 2017 gefinancierde projecten in RegMed XB werden op een ad-hoc basis geselecteerd. In 2018 werd het budget van 3 miljoen euro evenredig verdeeld om het BIO-JOINT en BIO-KIDNEY project te verlengen en om een weefselproductieplatform op te zetten. VIB werd verzocht hiervoor een procedure uit te werken wat zou toelaten projecten te selecteren en samenwerking te verbreden naar alle relevante Vlaamse stakeholders. 78
In 2019 werden stappen ondernomen om dit kader te ontwikkelen om: • zoveel mogelijk het bestaande financieringinstrumentarium voor RegMed XB projecten in te zetten; • een monitoringsysteem uit te werken om de impact van RegMed XB financiering te monitoren; • alle stakeholders in Vlaanderen maximaal te betrekken. Er werd overleg met betrokken actoren gepleegd en een beheersstructuur voor RegMed-VL opgezet. De ontwikkeling van het weefselproductieplatform en de procedures worden in 2020 verder uitgewerkt. Er zal verder afgestemd worden om RegMed-VL vorm te geven en de agenda in te passen in de ontwikkelingen binnen de slimme specialisatie S3P4PM, de voorbereidingen van een speerpuntcluster PM in overeenstemming met de nota VR 2019 0504 DOC.0537/1BIS - Vlaams Beleidsplan Gepersonaliseerde Geneeskunde en de samenwerking met Nederland over RegMed-XB.
79
35. Vlaamse Wetenschappelijke Instellingen (VWI’s) Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactperso(o)n(en) kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Van Avermaet Philip De Vos Liselotte Dumolyn Bart Winderickx Wim Lauwers Karl BAWM
Omschrijving actie Departement EWI speelt volgende rol bij de Vlaamse Wetenschappelijke Instellingen (VWI’s): •
• • •
VWI’s - Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO), Agentschap Onroerend Erfgoed, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten – Antwerpen (KMDA), Instituut voor Landbouw en Visserijonderzoek (ILVO), … - komen halfjaarlijks samen om gemeenschappelijke dossiers te bespreken; een vertegenwoordiger van EWI is aanwezig om toelichting te geven waar mogelijk; Het waterbouwkundig labo uit Borgerhout neemt sinds 2019 deel aan deze meetings; zij zijn nog niet erkend als VWI; Er is samenwerking tussen FWO en Agentschap Plantentuin Meise i.v.m. financiering projecten Agentschap Plantentuin Meise; Nieuw initiatief: o Opstarten door Departement EWI van afspraken met Elektron vzw en Departement KB om alle onderzoekers (van VWI’s) toegang te geven tot de beschikbare databanken. o VWI’s en erkenningscriteria toevoegen in W&I decreet; o Onderzoeken om FWO instrumenten te openen voor alle excellente onderzoekers, ook uit de VWI’s, om als hoofdaanvrager in aanmerking te kunnen komen; o Instrument van Dehoussebeurzen (onder bepaalde voorwaarden, van belasting vrijgesteld) toegankelijk maken voor alle VWI’s en erkende onderzoekscentra in Vlaanderen die voldoen aan de voorwaarden.
80
ISE ‘Valorisatie onderzoeksresultaten’ b. Het gebruik van nieuwe kennis stimuleren voor meer impact 36. Techtransfer en valorisatie van onderzoek via Industriële Onderzoeksfondsen (IOF) en interfacediensten Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactpersoon kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Hauchecorne Rita Lauwers Karl EB0-1EE126-4150 EB0-1EE130-4150 52,1 miljoen euro (IOF) en 4,5 miljoen euro (Interfacediensten)
Omschrijving actie A. Zoals in de fiches m.b.t. de ondersteuning van het fundamenteel en strategisch basisonderzoek gesteld, wordt sterk ingezet op het verbinden van alle schakels doorheen de hele wetenschaps- en innovatieketen. Vanuit beleidsoogpunt wordt het wetenschaps- en innovatiebeleid bekeken als een continuüm gaande van fundamenteel en strategisch basisonderzoek over toepassingsgericht onderzoek tot proof of concept/proof of market om vervolgens via pre-seed/seed en early stage financiering te resulteren in economische en/of maatschappelijke valorisatie. De diverse actoren dienen dan vanuit een ‘netwerkbenadering’ gestimuleerd te worden met elkaar in interactie te gaan zodat kennis vlot doorheen de hele kennisketen kan stromen. In dat licht dient ook de ondersteuning van de industriële onderzoeksfondsen en de interfacediensten te worden bekeken. B. Het beleid rond kennistransfer omvat acties die onderzoekers en onderzoeksinstellingen moeten ondersteunen in het valoriseren van onderzoeksresultaten. Het huidige beleid bevat subsidiëring via het ‘Industrieel Onderzoeksfondsen’-programma en ondersteuning van de ‘Interface-activiteiten’ in de interfacediensten (ook Techtransfer Offices genoemd) bij de universiteiten ten dienste van de volledige associatie, dus ook steun voor het toegepast onderzoek aan de hogescholen. Sinds 2019 is het jaarlijks budget van IOF verhoogd met 18,4 miljoen euro. Dit is een verhoging +/- 55% t.o.v. de vorige jaren, welke aansluit bij de beleidsbijsturing via een vernieuwd IOF-besluit waarin de aanbevelingen uit de beleidsevaluatie van 2018 over de instrumenten IOF en Interfaceactiviteiten zijn verwerkt. Ook het budget van interface-activiteiten is verhoogd met +/- 55% t.o.v. vorige jaren, met een bedrag van 1,6 miljoen euro. C. In 2019 zijn instrumenten en financiële middelen voor wetenschappelijk onderzoek aan hogescholen verder uitgewerkt. Deze middelen worden toegekend via VLAIO en met VLHORA in de coördinerende rol, worden de instrumenten op een uniforme wijze uitgerold in de 13 hogescholen: De hogescholen worden voortaan actiever betrokken bij het IOF en interfaceactiviteiten binnen hun associatie; Via de coördinatie van VLHORA, en onder begeleiding van een enterprise-architect van het consultancybedrijf INNO.COM wordt er een ‘Digital Open Science Platform’ (DOSP) voor alle 13 hogescholen samen uitgebouwd om duurzaam te kunnen professionaliseren op het gebied van toegepast wetenschappelijk onderzoek en automatische data-aanlevering aan o.a. FRIS te realiseren. De algemeen directeurs van de 13 81
hogescholen hebben op 7/11/2019 een Memorandum ondertekend over de principes voor het samenwerken met de 13 via één DOSP. D. In een Europees kader wordt het thema ‘Kennistransfer’ opgevolgd in de ‘ERAC Working Group on Open Science Innovation’, waarbij Departement EWI het standpunt vanuit Vlaanderen en België - in overleg met stakeholders - voorbereidt en actief opvolgt om in het kader van de geïntegreerde ERA roadmap-oefening aanbevelingen voor betere kennisoverdracht te formuleren.
37. Hogescholen in Vlaanderen Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactpersoon kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Hauchecorne Rita Cardon Ellen (VLAIO) Dengis Pascale Van Campe Leen Lauwers Karl Hermesfonds 5 miljoen euro
Omschrijving actie Vanuit Departement EWI worden de beleidsbehoeften en de concrete gesubsidieerde maatregelen ter ondersteuning van het onderzoek en valorisatie aan de hogescholen opgevolgd, door: •
Deelname aan VLHORA WG Innovatie en Onderzoek;
•
Deelname aan de stuurgroepen ter opvolging van de acties van hogescholen met financiering vanuit VLAIO: 1. ‘Kennisdiffusie’, project ‘Blikopener’ valorisatie naar de kmo's toe (opvolger van LED) (2,15 miljoen euro); 2. ‘Digitaal Platform’ voor alle hogescholen samen opzetten, met als doel de volgende concrete resultaten: (2 miljoen euro): • een gemeenschappelijk CRM voor kennisdiffusie; • automatisch metadata van hun praktijk gericht wetenschappelijk onderzoek aanleveren aan FRIS; 3. Internationalisering - financiële steun na Europese projectaanvragen (550 K euro); 4. Leergang onderzoeker (300 K euro).
82
ISE ‘Innovatiekracht ondernemingen’ c. Impactvol innoveren in bedrijven en clusters en optimale kennisverspreiding 38. Marien onderzoek en Blue Growth Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactpersoon kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Verreet Gert Lauwers Karl EB0-1EE108-4160 EB0-1EE139-6161 7,108 miljoen euro (VLIZ)
Omschrijving actie Door de opstart van het eigen onderzoeksmandaat, de ‘knowledge broker’-functie voor de blauwe economie (speerpuntcluster De Blauwe Cluster) én de verhoogde financiële steun van de overheid heeft het Vlaams Instituut voor de Zee in 2019 aan middelen en slagkracht gewonnen. Het steunt de vele sterke mariene onderzoeksgroepen in Vlaanderen die internationaal ook een belangrijke partner zijn in diverse samenwerkingsverbanden. In 2020 zal het beleid erop gericht zijn om de ingezette middelen te valoriseren, een begin te maken met de periodieke evaluatie van VLIZ, en daarbij een vervolgpad uit te stippelen dat rekening houdt met de specifieke sterktes en interesses van zowel de onderzoekswereld als het bedrijfsleven dat de kennis mee kan valoriseren. In 2020 zal de Vlaamse overheid ook meehelpen om de Vlaamse bijdrage aan de VN Decade Oceaanwetenschappen voor Duurzame Ontwikkeling 2021-2030 gestalte te geven, na het voorbereidende traject hierover in 2019. VLIZ zal in 2020 ook actief bezig zijn met fysieke infrastructuurprojecten: de nieuwe huisvesting ‘InnovOcean Campus’ (samen met ILVO Oostende) én de uitbreiding van het Marien Station Oostende met een VLIZ Ocean Innovation Space ruimte starten met vergunningen en bouwwerken. VLIZ huisvest verder op de InnovOcean site in Oostende, in opdracht van de Vlaamse overheid, een aantal internationale partners en/of voorziet ze van logistiek. Meer bepaald gaat het over UNESCO IOC (IODE), European Marine Board, EMODnet Secretariaat en JPI Oceans. Deze ondersteuning wordt in 2020 verder gezet en verder opgevolgd. De betrokkenheid van VLIZ bij de BANOS CSA, waar in 2020 een gemeenschappelijke mogelijke onderzoeksagenda voor de Baltisch Zee en de Noordzee wordt ontwikkeld, én JPI Oceans, waar ook de onderzoeksstrategie wordt geactualiseerd, vormen een basis om beleidsadvies te geven over de mogelijkheid om vanuit Vlaanderen in te spelen op een mogelijk EU Horizon Europe partnerschap over blauwe economie. Het Departement EWI neemt in 2020 verder deel aan het OESO-project inzake Innovatie in de 'Ocean Economy'. VLIZ, de Blauwe Cluster en EWI wisselen daarvoor de nodige informatie met elkaar uit. In Europese context wordt van nabij gevolgd welke financiering er uit het kaderprogramma Horizon Europe zal toegewezen worden voor missiegerichte actie in het kader van de Mission Area 'Healthy Oceans, Seas, Coastal and Inland Waters' waarvoor de dossierspecialist bij het Departement EWI een liaisonfunctie vervult. Het Departement EWI zal blijven samenwerken met VLIZ om, zoals voorzien in het convenant 2017-2021, haar rol ten volle op te nemen om met de nodige wetenschappelijke kennis de 'blauwe economie' te bevorderen in Vlaanderen. De Vlaamse mariene wetenschappelijke wereld kan mee ingeschakeld worden, afhankelijk van de sectoren 83
en specifieke waardeketens waarrond zal gewerkt worden.
39. Onderzoek en Innovatie in het Agro-voeding systeem Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactpersoon kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
De Vos Liselotte D'Hondt Kathleen Lauwers Karl EB0-1EE151-4140 EB0-1EE151-6140 1 miljoen euro (via ILVO)
Omschrijving actie 1. Policy Lab Food Systems In 2018 werd gestart met de organisatie van het Vlaamse Policy Lab on Food Systems dat kadert in het Fit4Food-project, de Coordination and Support Action van Food 2030. De bedoeling van Food 2030 en Fit4Food is het creëren van een multi-actor platform dat de verdere transformatie faciliteert van het huidige Food System naar een meer future-proof systeem dat in staat is het hoofd te bieden aan tal van 'global challenges' waaronder ondervoeding, obesitas, climate change,... Het policy lab wordt gecoördineerd door het Departement EWI en het Departement Landbouw en Visserij. Ook de Departementen Welzijn & Volksgezondheid (Agentschap Zorg en gezondheid) en het Departement Omgeving zijn betrokken in de kerngroep. De coördinatoren worden hiervoor ondersteund door trainingen die georganiseerd worden door het Fit4Food-consortium (in Amsterdam). In 2018 organiseerden de Vlaamse coördinatoren een eerste brainstormsessie met het platform voor landbouwonderzoek in Vlaanderen. In oktober 2018 werd de officiële kick-off meeting georganiseerd van het Vlaamse Policy Lab in de KVAB waaraan stakeholders uit diverse groepen (industrie, onderzoekers, beleid, consumenten, boeren, communicatie, Europese instellingen, ...) participeerden. In 2019 werden verschillende bilaterale meetings georganiseerd met alle relevante doelgroepen om de resultaten uit de kick-off meeting verder te verfijnen. De bedoeling is om uiteindelijk een gedragen onderzoeksagenda te verkrijgen. Er werd ook nauw samengewerkt met de overleggroep duurzame voeding binnen de VO (getrokken door Departement Omgeving). In 2020 zal een tweede event worden georganiseerd (februari 2020) met de stakeholders om de resultaten van de twee eerdere events voor te stellen, om te prioriteren en te starten met het uittekenen van roadmaps (korte termijn en lange termijn) voor bepaalde prioritaire onderzoeksvragen. Het hele verhaal zal aansluiten bij de opmaak van een geïntegreerd voedselbeleid, zoals voorgesteld in het Regeerakkoord en de beleidsnota, dat door het Departement Landbouw en Visserij wordt getrokken en dat ook aanleiding zal geven tot de organisatie van een Voedselconferentie einde 2020. Daar het policy lab kadert binnen het Europese Fit4Food-project wordt het financieel ondersteund door de Europese Commissie (onkosten). De coördinatoren van het policy lab maken ook deel uit van de Europese Think Tank Food Systems. 2. Europese vertegenwoordiging en opvolging Vlaanderen en België wordt door Departement EWI vertegenwoordigd in: • Het H2020 Programma Comité Food security, sustainable agriculture and forestry, marine and maritime and inland water research, and the Bioeconomy (SC2); 84
•
Het joint Programming Initiative Agriculture, Food Security, and Climate Change (JPI FACCE).
Departement EWI staat eveneens in voor het opvolgen van: • Vlaamse, Europese en Internationale initiatieven en projecten in dit domein (Agrolink Vlaanderen, EJP SOIL, Knowledge HUB JPI FACCE-JPI Oceans-JPI HDHL, ICT-AGRI3, ERA-net Co-fund Climate Change and FNS,...); • Opvolgen van relevante evoluties en de huidige stand van zaken in beleid op EU (Food 2030, CAP, JPIHDHL ..) en federaal niveau (Biodiversa...); • Tendensen in food systems, landbouw, life sciences via het volgen van seminaries, studiedagen, conferenties, literatuur … zowel op nationaal als internationaal en Europees niveau. Departement EWI verdedigt de belangen van de Vlaamse stakeholders (onderzoekers en industrie), door middel van een gerichte beleidsbijdrage, het terugkoppelen naar de stakeholders en overdracht van kennis, het zoeken van opportuniteiten, .... Departement EWI vervult in de feiten de liaison tussen het Europees beleid enerzijds en de stakeholders, NCP's, de funding agencies (FWO en VLAIO) en de andere federale entiteiten, anderzijds. 3. Eind 2019 werd een investeringssubsidie goedgekeurd voor de bouw van een pluimvee onderzoeksstal bij ILVO (1 miljoen euro). In 2020 zal de uitbetaling en vordering van deze investering opgevolgd worden.
85
40. Het Vlaams ruimtevaartbeleid en het Europees Defensiefonds Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactpersoon kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Goossens Karel Nachtergaele Wouter BAWM
Omschrijving actie 1. Het Vlaams ruimtevaartbeleid A. In 2017 publiceerde VARIO het advies ‘Naar een Vlaamse strategie voor ruimtevaart’. Dit advies is gebaseerd op het resultaat van een onderzoeksproject dat begeleid werd door de werkgroep ruimtevaart. De visie omvat 6 aanbevelingen, met onderliggende actiepunten, en werd in het voorjaar 2018 voorgesteld. De strategische visie schept een kader waarbinnen de Vlaamse overheid, binnen zijn bevoegdheid, een antwoord kan formuleren op de uitdagingen van de sector. Zo werd er in het najaar 2018 een ‘Innovatief Bedrijfsnetwerk’ (IBN) opgericht door de Vlaamse ruimtevaartindustrie (VRI). Het IBN zal weliswaar een aantal actiepunten afdekken maar niet allemaal. Zo is er de aanbeveling om de eigen beleidsvraagstukken een betere invulling geven door gebruik te maken van ruimtevaartdata (vb. Copernicus). Daartoe is een platform nodig dat ten dienste staat van alle beleidsdomeinen met een financiële ondersteuning voor het verwerven, verwerken, en archiveren van de data. Het platform kan bijvoorbeeld geïmplementeerd worden in de Beeldverwerkingsketen, een samenwerking tussen Informatie Vlaanderen en VITO. B. Maar ook de Belgische structuur dient bekeken. De regio’s zijn nauwelijks betrokken bij het Belgisch ruimtevaartbeleid (ESA) niettegenstaande er toch heel wat raakvlakken zijn met hun bevoegdheden (onderzoek, industrie, toepassingen zoals milieu, vervoer, ...). De oprichting van het Interfederaal Ruimtevaartbureau van België, waar de regio’s zouden betrokken worden bij het federaal beleid, is er afgelopen legislatuur niet gekomen. Het is dus belangrijk voor de volgende legislatuur om een samenwerkingsmodel te vinden waarbij de regionale en federale werking in ruimtevaart elkaar versterken. Volgens de recente gegevens zou de toekomstige return voor Vlaanderen vanuit de ESA-programma's 50-55% bedragen. Opvolging is daarbij belangrijk. C. Voor de volgende lange termijn EU-begroting (2021-2027) (Meerjarig Financieel Kader) stelt de Commissie voor 16 miljard euro te besteden aan het helpen behouden en verder versterken van de leidende rol van de EU in de ruimtevaart, via het ‘European Space Programme’. Ruimtevaarttechnologieën, -gegevens en -diensten zijn onmisbaar geworden voor de Europese burger, in het dagelijks leven, en voor Europa als geheel, bij het nastreven van zijn strategische belangen. Dankzij aanzienlijke investeringen heeft de EU een goede voorsprong in ruimtevaartactiviteiten en is de Europese ruimtevaartindustrie een van de meest concurrerende. Wereldwijd zijn er echter tal van nieuwe uitdagingen en actoren. Het nieuwe Europese ruimtevaartprogramma zal meer investeren ruimtevaartactiviteiten, aansluiting zoeken bij nieuwe behoeften en technologieën, en tegelijkertijd de autonome toegang van Europa tot de ruimte versterken. Het departement volgt de besprekingen over dit Europees Ruimtevaartprogramma op. 2. Het Europees Defensiefonds Door de toenemende instabiliteit, conflicten in verschillende regio’s, terrorismedreiging, cybercriminaliteit, … winnen veiligheids- en defensieaspecten aan belang. Vandaar dat het Europees Defensiefonds in 2016 werd opgericht. Het fonds zal de investeringen in defensieonderzoek, de ontwikkeling van prototypen en de aanschaf van defensiematerieel en -technologie op Europees niveau coördineren, aanvullen en versterken. Het luik onderzoek en ontwikkeling situeert zich bij het ‘European Defence Industrial Development Program-me’ (EDIDP). 86
In Vlaanderen werd er sedert het invoeren van de richtlijnen ‘Van den Brande’ in de jaren ’90 geen projecten met militaire affiniteit gesteund. Bij de sector heerste minstens de perceptie dat ze door deze richtlijnen opportuniteiten zullen mislopen. Op vraag van de minister heeft VARIO in het voorjaar 2018 hierover advies uitgebracht ‘Overheidssteun voor dual use en militaire O&O&I’. In essentie worden er aanbevelingen naar voor gebracht waarbij de steun aan Vlaamse bedrijven in lijn gebracht worden met Europese richtlijnen. De nieuwe richtlijn wordt door VLAIO nu toegepast. Specifiek voor het EDIDP werd er in de schoot van de Directie-Generaal Europese Zaken en Coördinatie (DGE) een ad-hoc werkgroep opgericht met deelname van de regio’s. EWI neemt aan deze werkgroep deel. De eerste oproepen werden in het najaar van 2018 gelanceerd. Tevens werd gestart met de voorbereiding van het nieuwe meerjarenprogramma EDIDP en Horizon Europe. Deze activiteiten lopen door in 2019. De eerste EDIDP-oproep voor projecten in het nieuwe meerjarenprogramma’s is voorzien in het najaar 2020.
87
41. Life sciences – Biotech - Health- Food Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactperso(o)n(en) kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
D'Hondt Kathleen De Vos Liselotte Kelchtermans Seppe Roovers Jolien Lauwers Karl BAWM
Omschrijving actie In de domeinen Life Sciences - Biotech - Health – Food capteren de vertegenwoordigers van het Departement EWI voor de Vlaamse actoren, relevante evoluties en de huidige stand van zaken op EU- en federaal niveau. Departement EWI verdedigt de belangen van de Vlaamse stakeholders (voornamelijk onderzoekers), door middel van een gerichte beleidsbijdrage, het terugkoppelen naar de stakeholders en overdracht van kennis. Departement EWI vervult in de feiten de liaison tussen het Europees beleid enerzijds en de stakeholders, NCP’s, en in sommige gevallen de andere federale entiteiten, anderzijds. Vlaanderen wordt door Departement EWI vertegenwoordigd in: • Het H2020 Programma Comité Health; • Joint Programming Initiative (JPI) on Neurodegeneratieve Ziektes (JPND); • JPI on Antimicrobial Resistance (JPIAMR); • Innovative Medicines Initiative 2 (IMI2); • Belgian Co-ordinated Collections of Micro-organisms (BCCM); • Onderzoeksinfrastructuren gerelateerd aan biotech; • Health; • OESO-Working Party Biotechnology, Nanotechnology and Converging Technologies (BNCT); • Voorbereiding Mission Cancer; • Voorbereiding Partnerschappen gerelateerd aan Health, i.e. Innovative Health Initiative, EU-Africa Partnership, Personalised Medicine, Neurodegenerative diseases, AMR – OneHealth; • Shadow PC Horizon Europe; • Aansluiting bij One-Million Genomes Project - 1+MEGA. Departement EWI staat eveneens in voor het: • Opvolgen van tendensen in biotechnologie en life sciences via het volgen van seminaries, studiedagen, conferenties, literatuur, etc. zowel op nationaal als internationaal en Europees gebied. Opvolgen van FOOD 2030; • Streven om de deelname van Vlaamse onderzoeksgroepen aan JPND en JPI AMR te verbeteren. Dit moet bijdragen tot het aanpakken van de grote maatschappelijke uitdagingen.
88
42. Zorginnovatie: Flanders' Care Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactperso(o)n(en) kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
D'Hondt Kathleen Kelchtermans Seppe Roovers Jolien BAWM
Omschrijving actie Flanders’ Care heeft de missie ‘Op aantoonbare wijze en door innovatie het aanbod van kwaliteitsvolle zorg verbeteren en verantwoord ondernemerschap in de zorgeconomie te stimuleren’. Flanders' Care is een programma van de Vlaamse overheid dat streeft naar een verbetering van de zorgkwaliteit door - via innovatie - verantwoord ondernemerschap in de zorgeconomie te stimuleren. Het doel is om de vooruitgang in wetenschap en technologie in te zetten in de zorgsector en tegelijk een economische meerwaarde te creëren voor Vlaamse bedrijven. Een snel evoluerende maatschappelijke, economische, technologische en zorg- en welzijnsomgeving, maakt dat Vlaanderen (en aldus ook de Vlaamse overheid) absoluut verder moet inzetten op het realiseren van synergie tussen de ondernemerswereld, de zorg en de kenniscentra. Dit gebeurt met Flanders' Care 2.0. Verschillende entiteiten ontwikkelden reeds specifieke instrumenten en diensten om ondernemers en zorgactoren samen te brengen en innovatie in de zorg aan te moedigen. De demonstratieprojecten, de Zorgproeftuinen en de oproep Nieuw Industrieel Beleid (NIB) Zorgeconomie zijn hiervan voorbeelden. Het Actieplan Flanders' Care 2.0 omhelst 8 acties: 1. Thematische actielijn Gegevensdeling 2. Thematische actielijn M-Health 3. Thematische actielijn Assistieve Technologie en hulpmiddelen 4. Thematische actielijn Chronisch Zorgmodel 5. Horizontale actielijn Nieuwe samenwerkings- en organisatiemodellen 6. Onderzoek innovatieve investeringstechnieken 7. Horizontale actielijn Internationalisering 8. Horizontale actielijn aandacht voor Ethische uitdagingen De politiek-ambachtelijke sturing van Flanders' Care wordt ter harte genomen door de stuurgroep Flanders' Care en de uitvoering door het liaisonoverleg. Zowel in de stuurgroep als het liaisonoverleg is het Departement EWI vertegenwoordigd. De bijdrage van het Departement EWI bestaat uit het mee vorm geven van het actieplan 2.0 van Flanders’ Care d.m.v. zijn kennis over (internationaal) wetenschappelijk onderzoek, wetenschapscommunicatie, digitale transformatie, innovatief aankopen, enz.... Conform de beleidsnota wordt in 2020 onderzocht hoe we kunnen komen tot een bundeling vanuit de beleidsdomeinen EWI en WVG voor innovatie in de zorg om een actieplan Flanders Care uit te voeren.
89
43. Gepersonaliseerde geneeskunde: CSA SAPHIRe, RIS3 en prioriteiten in Vlaanderen Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactperso(o)n(en) kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
D'Hondt Kathleen de Ghellinck Cynthia Kelchtermans Seppe Roovers Jolien De Hondt Paul BAWM
Omschrijving actie Deze actie betreft de coördinatie van een Personalised Medicine (PM) Strategy in Europese regio's in het kader van H2020 en is verbonden aan de doelstellingen van het International Concortium on Personalised Medicine (ICPerMed). De Europese Commissie (DG RTD SC1 Health) heeft de regio's als een essentiële partner geïdentificeerd voor de implementatie van gepersonaliseerde geneeskunde. EWI werd mede door stakeholders in het veld gecontacteerd om te antwoorden op een call voor een coördinatie-actie van H2020 om een roadmap voor gepersonaliseerde geneeskunde voor regio's te ontwikkelen en te coördineren, omdat in Vlaanderen het ecosysteem dat actief is in gepersonaliseerde geneeskunde uniek is met onder meer VIB, VITO, imec, FlandersBio, DSP Valley, bio-incubatoren, ESFRIs, financieringsinstrumentarium, kmo’s en big pharma, naast de universiteiten en universitaire ziekenhuizen, ... Op 1 december 2018 ging SAPHIRe - Securing the Adoption of Personalised Medicine in Regions – dan ook van start als een H2020 gefinancierd project, waarop 2 VTE’s op A1 niveau konden worden aangesteld. Het consortium bestaat uit partners uit Noord-Ierland, EIT Health Innostars en EuroBioForum Foundation. Met de ontwikkeling van een regionale roadmap voor personalised medicine willen we ook binnen Vlaanderen de verschillende activiteiten in kaart brengen en aligneren. Op die manier kunnen noden geïdentificeerd worden en acties opgezet worden om deze aan te pakken. Binnen Vlaanderen vallen RegMed XB, microbiome voor gezondheid en Medtech-ontwikkelingen ook onder gepersonaliseerde geneeskunde. Parallel werd een RIS3-project gestart over PM, S3P4PM. Dit project wil een investeringsagenda opstellen om innovatie voor en door PM te stimuleren door interregionale Europese samenwerking. Beide projecten worden gealigneerd met de Vlaamse prioriteit ‘Gepersonaliseerde Geneeskunde’, waarvoor vanaf 2019 extra middelen werden vrijgemaakt. Het Vlaams beleidsplan Gepersonaliseerde Geneeskunde (VR 2019 0504 DOC.0537/1BIS) had als einddoelstelling de voorbereiding van een speerpuntcluster gepersonaliseerde geneeskunde, over een periode van twee jaren. PM en RegMed zijn ook onderwerp van de samenwerking op gebied van life sciences met Nederland, waarvoor in november 2018 een hernieuwde Memorandum of Understanding ondertekend werd (zie ook JOP-fiche 34). Om de samenwerking op gebied van gepersonaliseerde geneeskunde met inbegrip van Regmed verder te stimuleren, zal met EIT Health CLC Benelux worden samengewerkt. Het Co-Locatie Centrum Benelux is gehuisvest in Rotterdam en omvat onder meer ook een samenwerking met KULeuven en UGent.
90
44. Microbioom: uitvoering Europese projecten Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactperso(o)n(en) kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
D'Hondt Kathleen Kelchtermans Seppe BAWM
Omschrijving actie Deze actie betreft de coรถrdinatie van Europese microbioomprojecten in het kader van H2020, gerelateerd aan het Internationaal Bioeconomy Forum (IBF). De Europese Commissie (DG RTD SC2) heeft in 2016 een International Bioeconomy Forum (IBF) opgezet om de ontwikkeling van een bio-economie in Europa en globaal te ondersteunen. Hierbij ligt een belangrijke focus op Food 2030, een strategie om de hele voedselwaardeketen te stimuleren. Om dit te bereiken wordt het belang van microbiomen op alle niveau's van de waardeketen, van primaire productie tot dieet en gezondheid en afvalverwerking, als een transformatieve aanpak gezien. Onder IBF werden een aantal werkgroepen opgericht om de doelstellingen te verwezenlijken. De leidende werkgroep is die over microbiomen. Er werd een oproep gelanceerd om een project in te dienen die het werk rond microbiomen voor bioeconomie in het algemeen en voor Food2030 in het bijzonder zal ondersteunen door de ontwikkeling van een roadmap voor onderzoek en innovatie rond microbiomen in de bio-economie en Food 2030. Bovendien moet het project de werking van de andere werkgroepen onder IBF stroomlijnen ter ondersteuning van de bio-economie en Food 2030-strategie. Het H2020 project startte op 1 november 2018. EWI is een kernpartner van het consortium en trekker van het werkpakket 4 om het IBF en de IBF werkgroep over Food Systems Microbiome, de bio-economie en Food 2030-strategie te ondersteunen.
91
45. Smart Mobility: voertuigen en mobiliteit van de toekomst Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden
Contactpersoon kabinet Begroting (artikel: basisallocatie)
Vermeulen Hilde Bollen Lut Goossens Karel Lories Veerle Verschaeren Simon D'haese Patrick Eenmalig in 2018 via VLAIO 30 miljoen euro voor het Mobilidata Project
Budget Omschrijving actie A. Het Departement EWI volgt doorbraaktrends op vlak van onderzoek, innovatie en testen gericht op de decarbonisatie van transport tegen 2050 in het kader van het luik duurzame en slimme mobiliteit van de Europese Green Deal. EWI volgt O&I-acties op voor een slim mobiliteitsbeleid met duurzame investeringen in energie-efficiënte voertuig-, test- en laadinfrastructuur- en batterijtechnologieën gericht op een zero emissievoertuigen, gespecialiseerde logistiek, nieuwe mobiliteitsdiensten, digitalisering en autonoom rijden (CCAM). B. Voor de strategische onderzoeks- en investeringsagenda voor transport post 2020 is het Departement EWI Vlaamse vertegenwoordiger in het ERTRAC platform. Ze bereidt standpunten voor voor de STRIA expertgroep (waar MOW België vertegenwoordigt) en voor het EU-beleid rond de nieuwe mobiliteitspartnerschappen binnen de Horizon Europe cluster ‘mobiliteit, klimaat en energie’. Het Departement EWI geeft insteek aan het interfederaal overleg voor IPCEI ‘Batterijen’ en voor O&I acties voor de batterijalliantie (bv S3 platform batterijmaterialen), ‘Green Deal’-acties, zoals Europese strategie voor duurzame en slimme mobiliteit (voorzien in 2020), de aankomende herziening van de AFI-richtlijn 2014/94. Hiervoor wordt structureel samengewerkt met de andere gewesten en FOD Economie. C. Departement EWI implementeert O&I acties van het ‘Vlaams actieplan voor alternatieve brandstofinfrastructuur voor transport’ (AFI), met focus op waterstof, elektrisch aangedreven voertuigen, enz. en monitort mee de voortgang van de targets door deelname aan het Vlaams CPT stakeholdersoverleg en adviesverstrekking aan het evaluatiecomité van de Vlaamse CPT oproepen van Departement Omgeving. Departement EWI neemt deel aan het federaal ambtelijk ‘Enover en transport’-overleg voor AFI-acties, strategie duurzame en slimme mobiliteit en de herziening van de richtlijn. D. Departement EWI volgt de doelstellingen op zoals geformuleerd in Vlaamse Regering-conceptnota van ‘Geautomatiseerde en geconnecteerde mobiliteit in Vlaanderen’ van 2 maart 2018 en stroomlijnt met MOW de lopende Vlaamse initiatieven (bv. actieplan AI en cybersecurity) voor het Europese single CCAM platform. Innovaties en experimenten met semi-autonoom rijden worden opgevolgd in overleg met de bevoegde gewestelijke en federale instanties. Learning by experience, wordt gestimuleerd in Vlaamse en transregionale pilootacties in H2020, CEF en InvestEU. Naast de automobielindustrie worden in toenemende mate telecom-operatoren (in het kader van 5Gtransitie), digitale en mobiliteitsspelers in deze automobielwaardeketen betrokken voor coöperatief, geconnecteerd en autonoom rijden alsook big data voor de open cloud applicaties (zoals Mobilidata). EWI en stakeholders faciliteren een quadruple helix ecosysteem en leveren insteek voor beleidsdomeinoverschrijdende dialogen rond deze disruptieve innovatietrends in het Vlaams intelligent transportsysteem (ingebed in het Europees C-ITS kader). EWI adviseert en betrekt relevante actoren voor de uitrol van digitale business cases. Het Departement EWI is tevens lid van de Mobilidata-stuurgroep, getrokken door imec en zal de 92
operationalisering van de geformuleerde MOW-use cases opvolgen in het PIO voor de uitrol ervan, m.n. slimme en geconnecteerde verkeersinfrastructuur (groene verkeersstromen, truck guidance, prioritaire voertuigen, …).
46. Vlaams Trustfonds ter ondersteuning van wetenschappelijke activiteiten van de Science Divisie van UNESCO (FUST) Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactpersoon kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Verreet Gert Lauwers Karl EB0-1EE112-3540 +/- 1,3 miljoen euro
Omschrijving actie A. Het Vlaams Trustfonds ter ondersteuning van wetenschappelijke activiteiten van de UNESCO (FUST = Flanders UNESCO Science Trust Fund, opgericht in 1999) is de concrete invulling op wetenschapsgebied van de algemene samenwerkingsovereenkomst tussen Vlaanderen en de UNESCO. Het Trustfonds is specifiek bedoeld voor het ondersteunen van UNESCO-activiteiten binnen het domein van de wetenschappen. De samenwerkingsovereenkomst loopt over een periode van vijf jaar en werd in 2019 voor de periode tot 31/12/2023 vernieuwd. De bedoeling is de uitstraling van Vlaanderen te vergroten door het uitdragen van Vlaamse expertise en deze in te kaderen in de activiteiten van multilaterale organisaties. Deze bieden het voordeel van zowel schaalvergroting als persistentie doordat de expertise in een coherent geheel wordt ingeschakeld. Door een geoormerkte financieringsstrategie bekomt men een optimale besteding van de middelen. Binnen elke activiteit is een echt partnerschap voorzien, met een financiële inbreng van Vlaanderen, de UNESCO en de begunstigde partner(s). B. Het Trustfonds richt zich op de prioritaire activiteiten binnen de programma’s van het IOC (Intergovernmental Oceanographic Commission), het IHP (International Hydrology Programme) en het MAB (Man and Biosphere). C. De Vlaamse Regering besliste op 13 december 2019 tot de selectie (voor financiering) van zes projectvoorstellen (vier grote en twee kleine), nadat dertien voorstellen in de tweede helft van 2019 projectvoorstellen van UNESCO in Vlaanderen door mogelijke belanghebbenden werden geadviseerd. De feedback naar UNESCO kan nog tot aanpassing van de projectplanningen aanleiding geven. De vier grote projecten zullen alle in 2020 opgestart worden en in principe 36 maanden duren. Het is de bedoeling dat de natuurwetenschappelijke samenwerking binnen UNESCO een hoge maatschappelijke relevantie heeft, zowel op sociaal als op economisch vlak. Departement EWI zal waken over een vlotte interactie met de belanghebbenden in Vlaanderen. D. Er wordt continu aandacht besteed om het netwerk van wetenschappers dat bij de FUST projecten kan betrokken worden open te houden voor nieuwe geïnteresseerde Vlaamse onderzoekers, en om het van adequate ondersteuning te voorzien. Voor de mariene wetenschap (IOC) verloopt dit via het VLIZ. Projecten, door de Vlaamse Regering geselecteerd voor financiering via FUST: 1. PROJECT FUST V-1: The IOC Ocean InfoHub – Development of an IOC Clearing House Mechanism for the Transfer of Marine Technology powered by a Proof-of-Concept ODIS Architecture. De doelstelling om IOC een ClearingHouse Mechanism voor mariene (onderzoeks-) technologie (CHM/TMT) te laten ontwikkelen heeft aan belang gewonnen door de hernieuwde belangstelling voor een gestructureerde aanpak van de internationale samenwerking voor marien onderzoek en de daarvan afgeleide informatiestromen. Vlaanderen (VLIZ) heeft momenteel het voorzitterschap van het Task Team on the Implementation of a CHM/TMT waar recent een demonstratieversie van 93
een regionale hub (voor de Caraïben) voor dergelijk CHM werd ontwikkeld. Het voorstel dient wel versterkt te worden op het vlak van de organisatie van mogelijke gebruikersgroepen bij het opzet en definitie van functionaliteiten. 2. PROJECT FUST V-2: Ocean Teacher Global Academy 2 (OTGA-2) OTGA-1 was het vlaggenschip project van FUST fase IV, en is er in geslaagd om vanuit het IOC kantoor in Oostende een wereldwijd netwerk van regionale trainingscentra op te zetten (zie www.oceanteacher.org). Het vervolgproject bouwt verder aan een geactualiseerd model van IOC training en capacity development dat beantwoordt aan de noden van IOC Lidstaten. 3. PROJECT FUST V-3: Pacific Islands Marine Bioinvasions Alert Network (PacMAN) Dit project wil een nationaal monitoringplan voor mariene bio-invasies ontwikkelen voor Fiji (en gelijkaardige eilandstaten in de Stille Oceaan) gebruik makend van de modernste en betaalbare genetische technieken. Het leunt aan bij het Ocean Biogeographic Information System (OBIS), de mondiale mariene biodiversiteitsdatabase gehuisvest bij de IOC vestiging in Oostende. 4. PROJECT FUST V-4: Biosphere Reserves as Observatories for Climate Change Adaptation in Southern Africa De hydrologische veranderingen die samengaan met klimaatverandering zullen worden bestudeerd met de mensen die in Zuidelijk Afrika verantwoordelijk zijn voor de UNESCO Biosfeergebieden, in het ‘Man and the Biosphere’ (MAB) programma van UNESCO. Die informatie zal dan dienen om te werken rond aanpassingen aan deze klimaatverandering (adaptatie). Het project kan gebruik maken van expertise die met eerdere FUST projecten werd opgebouwd, in een nieuwe regio die ook een focus is voor de Vlaamse ontwikkelingssamenwerking. 5. GERICHTE ACTIE FUST V-5: Climate-resilient water management approaches: Application towards Climate Action and 2030 Development Agenda Deze activiteit zal voor nieuwe toepassingen van de Climate Risk Informed Decision Analysis (CRIDA) methodologie zorgen, en daaraan een outreach-activiteit (conferentie) koppelen. 6. GERICHTE ACTIE FUST V-6: Integrate Africa’s rich geological heritage into the UNESCO Global Geoparks Network: promoting the concept and building capacity for local communities and site managers Deze activiteit verhoogt de capaciteiten in Afrikaanse landen om het UNESCO concept ‘Global Geopark’ uit te werken.
94
V.
BELEIDSVELD ‘WETENSCHAPSCOMMUNICATIE’ 47. Beleidsplan Wetenschapscommunicatie
Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactpersoon kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Moeremans Liliane Maison Kris De Clerck Felix 10,155 miljoen euro
Omschrijving actie Wetenschapscommunicatie en burgerbetrokkenheid staan hoog op de beleidsagenda van de minister. In de Beleidsnota wordt dat als volgt verwoord: ‘Als nieuwe minister van Economie, Wetenschap en Innovatie formuleer ik een krachtig antwoord op deze uitdagingen met een nieuw innovatiemodel voor onze samenleving, de ‘quadruple helix’. Daarbij ondersteun ik vanuit het beleid niet alleen ondernemers en wetenschappers en zet hen aan tot samenwerking, maar ik geef ook burgers en middenveld een actieve rol. Excellent fundamenteel onderzoek blijft de basis voor nieuwe toepassingen en bedrijfs‐O&O de beste garantie voor de competitiviteit van ondernemingen. Het sensibiliseren van de brede samenleving rond innovatief ondernemen, een transparante en toegankelijke wetenschapscommunicatie en methodieken om met burgers samen te werken krijgen in dit nieuwe innovatiemodel echter een groter gewicht en duidelijke plaats. Door brede groepen in de samenleving meer te betrekken bij innovatieve ondernemingen, bij baanbrekend wetenschappelijk onderzoek of technologische ontwikkelingen, kan men ondernemingsmodellen en onderzoekstrajecten verrijken en bijdragen tot een grotere maatschappelijke en economische impact. Door technologie dichter bij de burger te brengen, wil ik meteen ook werken aan een beter begrip voor en een groter vertrouwen in het werk van wetenschappers en technologiemanagers. Dergelijk vertrouwen is essentieel voor de snelle verspreiding en de maatschappelijke aanvaarding van nieuwe toepassingen. Het sterkt het geloof in het menselijk kunnen en de hoop en het vertrouwen in de vooruitgang en draagt zo bij tot een hechte samenleving en duurzame wereld.’ Het actuele ‘beleidsplan Wetenschapscommunicatie 2015-2020' omvat de belangrijkste activiteiten en initiatieven waarmee het wetenschapscommunicatiebeleid gerealiseerd wordt en stelt de actoren voor die hiertoe bijdragen. Met wetenschapscommunicatie wordt in het beleidsplan bedoeld op een (inter)actieve manier over alle wetenschappelijke domeinen informeren en dialogeren door middel van verschillende strategieën aangepast aan specifieke doelgroepen. De belangrijkste doelgroepen van het beleidsplan zijn (schoolgaande) kinderen en jongeren, leerkrachten, studenten en het grote publiek. Conform de Beleidsnota zal de focus gelegd worden op beleidsacties die het maatschappelijke draagvlak voor wetenschap en innovatie versterken zoals de Dag van de Wetenschap, Wetenschapsfestivals, Citizen Science projecten, enz. Hiermee wordt eveneens bijgedragen aan de realisatie van het STEM-beleid. Verschillende (structurele) partners zoals F.T.I vzw, de expertisecellen wetenschapscommunicatie, de Vlaamse Volkssterrenwachten, de Vlaamse Olympiades, Scriptie vzw, Breinwijzer vzw, Natuur en Wetenschap vzw, Jeugd, Cultuur en Wetenschap vzw enz. leveren een bijdrage aan de realisatie van het beleidsplan Wetenschapscommunicatie. Met de grootste partners - F.T.I vzw (4,226 miljoen euro), de expertisecellen wetenschapscommunicatie (2,019 miljoen euro), de Vlaamse Volkssterrenwachten (974 K euro), RVO-Society (778 K euro), Eos vzw (500 K euro) werden meerjarige convenanten afgesloten, waarin hun bijdrage aan de beleidsdoelstellingen opgenomen is. De ‘kleinere’ partners worden gesubsidieerd op basis van jaarlijkse ministeriële besluiten.
95
De beleidsdoelstellingen zullen gerealiseerd worden door de werking van hogergenoemde structurele partners te optimaliseren, maar ook door recent ontwikkelde impactvolle initiatieven verder uit te rollen in 2020. Zo zal het meerjarig ICT-impulsprogramma verder uitgevoerd worden. Dit bestaat uit: • de ondersteuning van Coderdojo vzw; • het project ‘Codeschools’. De versterking van het maatschappelijk draagvlak voor wetenschap en technologische innovatie zal gerealiseerd worden op verschillende manieren: door het opvolgen van de 20 geselecteerde projecten uit de Oproepen voor projecten Citizen Science 2018 en 2019 en door een vervolg op de verschillende wetenschaps- en technologiefestivals. Daarnaast worden een aantal projecten ondersteund die het draagvlak vergroten. Het draagvlak voor de wetenschappen wordt jaarlijks gemetendoor de Wetenschapsbarometer, het monitoringinstrument waarmee in 2018 een eerste nulmeting uitgevoerd werd. Eind 2019/begin 2020 vond een update van de resultaten plaats. Aan de VARIO werd een advies gevraagd hoe de ‘quadruple helix’ werking binnen het Vlaamse O&O&I landschap kan versterkt worden. Op basis van deze input, evenals van die van de andere partners binnen het netwerk van wetenschapscommunicatie, wordt in 2020 gewerkt aan de opvolger van het huidige Beleidsplan Wetenschapscommunicatie, in lijn met de verwachtingen van de minister.
48. Oproep projecten Citizen Science Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactpersoon kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Moeremans Liliane Maison Kris De Clerck Felix EB0-1EG101-4540
Omschrijving actie Eind 2017 werd de eerste oproep voor ‘Citizen Science’-projecten gelanceerd. Deze liep tot 15 maart 2018 en was zeer succesvol. Er werden 50 projecten ingediend. Deze oproep had als doelstelling onderzoeksprojecten te ondersteunen die burgers/ niet-wetenschappers daadwerkelijk bij het wetenschappelijk onderzoek betrekken doorheen alle stadia van het onderzoek. Op die manier verhoogt de betrokkenheid bij, de kennis van, en de interesse van het grote publiek voor wetenschappen en technologische innovatie. Eind 2018 werden er nog 6 projecten met score zeer goed uit deze oproep geselecteerd, bijkomend aan de eerste selectie. Dit bracht het totaal op 13 geselecteerde projecten, die in 2019 effectief van start gingen. In 2019 werd een tweede oproep gelanceerd, met een budget van 1 miljoen euro. Er werden 53 projecten ingediend waarvan er zeven met score uitstekend gesubsidieerd werden. In 2020 worden deze projecten verder opgevolgd.
96
49. Actieplan AI en CS: flankerende maatregelen Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactpersonen kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Verschaeren Simon (0,2 VTE) Boeykens Ilse Goossens Karel Spyns Peter De Hondt Paul, De Clerck Felix EB0-1EC-102 Flankerende maatregelen AI: 2,4 miljoen euro Flankerende maatregelen CS: 1,5 miljoen euro
Omschrijving actie De digitale technologieën ontwikkelen zich aan een snel tempo. Dat is zeker het geval met de technologiedomeinen artificiële intelligentie en cybersecurity. Vlaanderen heeft de ambitie om tot de digitale koplopers te behoren, ook in deze technologiedomeinen. Daartoe heeft de Vlaamse Regering beslist om vanaf 2019 een recurrente budgettaire opstap te voorzien voor een AI- en CS-impulsprogramma. Deze impulsprogramma’s werden in 2018 door het Departement EWI voorbereid via een consultancyopdracht en intens stakeholderoverleg. De impulsprogramma’s omvatten drie luiken: (I) onderzoek, (II) implementatie bij het Vlaams bedrijfsleven en (III) sensibilisering In 2020 komt het er op aan om de flankerende maatregelen (luik 3 van het Vlaams actieplan AI en CS) verder mee vorm te geven vanuit het Departement EWI. Zo zijn er al heel wat voorbereidende stappen gezet in het najaar 2019 voor wat AI-opleidingen (1 miljoen euro om universiteiten te laten samenwerken voor het opzetten van doctoraatsopleidingen en permanente vorming inzake AI) betreft, maar moeten deze in 2020 gefinaliseerd worden. Daarnaast is er voor CS 1,5 miljoen euro voorzien ter versterking van de opleiding modules ingericht door de hogescholen en universiteiten met een bijzondere aandacht voor permanente vorming. Deze opleiding modules worden idealiter gespiegeld aan de structuur van het dossier ‘AI opleidingen’. Tenslotte is ook 0,5 miljoen euro beschikbaar voor wetenschapscommunicatie inzake AI.
97
VI.
OVERKOEPELENDE DOELSTELLINGEN a. Een laagdrempelige en klantvriendelijke overheid voor bedrijven en onderzoekers
50. Open Data beleid: hergebruik van (overheids)data Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactperso(o)n(en) kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Van Grootel Geert Dumolyn Bart BAWM
Omschrijving actie Zowel het Vlaams regeerakkoord als de Beleidsnota als de beleidsverklaring van de nieuwe Commissie Von der Leyen beklemtonen het belang van ‘open data’ in het algemeen als van ‘open overheidsdata’ in het bijzonder. A. Het belang van ‘open overheidsdata’ binnen de EU In de lidstaten van de EU verzamelt, produceert, vermenigvuldigt en verspreidt de publieke sector een breed scala aan informatie over de talrijke beleidsgebieden, zoals sociale, politieke, economische, juridische, geografische en milieu-informatie, meteorologische informatie, informatie over seismische activiteit, toeristische informatie, informatie over bedrijven, octrooi-informatie en onderwijsinformatie. Documenten die zijn voortgebracht door openbare lichamen van de uitvoerende, wetgevende of rechterlijke macht vormen een enorme, diverse en waardevolle hoeveelheid bronnen die de samenleving ten goede kunnen komen. Door die informatie, waartoe ook dynamische gegevens behoren, in een gangbaar elektronisch formaat aan te bieden, kunnen burgers en rechtspersonen nieuwe manieren vinden om de informatie te gebruiken, en nieuwe innovatieve producten en diensten ontwikkelen. Overheidsinformatie vormt een buitengewone bron van gegevens die kan bijdragen tot het beteren van de Europese interne markt en het ontwikkelen van nieuwe toepassingen voor consumenten en rechtspersonen. Intelligent gebruik van gegevens, onder meer door de verwerking ervan via toepassingen voor kunstmatige intelligentie, kan een transformerend effect op alle sectoren van de economie hebben. A. Omzetting vernieuwde PSI-richtlijn van 20 juni 2019 naar Belgisch recht tegen 17 juli 2021 1. Algemeen Op 26 juni 2019 is de Public Sector Information (PSI) -richtlijn (EU) 2019/1024 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 inzake open data en het hergebruik van overheidsinformatie in het Europese Publicatieblad gepubliceerd. De herziene PSI-richtlijn moet tegen uiterlijk 17 juli 2021 in Vlaamse regelgeving worden omgezet. De belangrijkste inhoudelijke wijzigingen ten opzichte van de PSI-richtlijn van 2013 zijn de volgende: • Uitbreiding toepassingsgebied met overheidsondernemingen (art. 1) Betreft bepaalde datasets van overheidsondernemingen in de nuts- en transportsector, zij volgen een aangepast regime.
98
•
•
•
•
•
Nieuwe definities (art. 2) Bv. overheidsondernemingen, dynamische gegevens, onderzoeksgegevens, hoogwaardige datasets, … Dynamische gegevens en API’s (art. 5) Verplichting om dynamische gegevens beschikbaar te maken via API, de richtlijn voorziet weliswaar in een uitzondering. Vergoedingen (art. 6) Vergoedingen zijn / blijven in regel beperkt tot marginale kosten voor vermenigvuldiging, verstrekking en verspreiding; onderzoeksgegevens en hoogwaardige datasets dienen kosteloos ter beschikking te zijn. Uitbreiding van het toepassingsgebied met onderzoeksgegevens (art. 10) Ook onderzoeksgegevens, gefinancierd met publieke middelen, worden onder het toepassingsgebied van de richtlijn gebracht. Hoogwaardige datasets (art. 13 en 14) Hergebruik van hoogwaardige datasets is kosteloos (ook hier voorziet de richtlijn in een aantal uitzonderingen) en kan via een API. In bijlage 1 bij de richtlijn zijn enkel de thematische categorieën opgenomen (“geospatiale data, aardobservatie en milieu, meteorologische data, statistiek, bedrijven en eigendom van bedrijven, mobiliteit”). Een lijst met concrete hoogwaardige datasets zal door de Europese Commissie worden vastgesteld (voorzien in de loop van 2021).
2. Specifiek voor onderzoeksdata Het volume onderzoeksgegevens groeit exponentieel en biedt ook potentieel voor hergebruik buiten de wetenschappelijke gemeenschap. Om de groeiende maatschappelijke uitdagingen op een efficiënte en holistische manier aan te pakken, is toegang tot data uit verschillende bronnen, sectoren en disciplines voor blending en hergebruik cruciaal en dringend geworden. Onderzoeksgegevens omvatten statistieken, resultaten van experimenten, metingen, observaties op basis van terreinwerk, enquêteresultaten, opnames van interviews en beelden. Ook metadata, specificaties en andere digitale objecten horen daarbij. Onderzoeksgegevens verschillen van wetenschappelijke artikelen, waarin verslag wordt uitgebracht en commentaar wordt geleverd over resultaten van wetenschappelijk onderzoek. Reeds vele jaren geleden werden beleidsinitiatieven genomen met betrekking tot de open beschikbaarheid en herbruikbaarheid van gegevens van met overheidsmiddelen gefinancierd wetenschappelijk onderzoek. Onder "open access" wordt de praktijk verstaan van het kosteloos bieden van online toegang tot onderzoeksresultaten voor de eindgebruiker, zonder beperkingen op gebruik en hergebruik buiten de mogelijkheid om erkenning van het auteurschap te verlangen. Open access-beleid heeft met name tot doel onderzoekers en het grote publiek zo vroeg mogelijk in het verspreidingsproces toegang te verschaffen tot onderzoeksgegevens en het gebruik en hergebruik daarvan te vergemakkelijken. Open access draagt bij tot een betere kwaliteit, tot het beperken van de behoefte aan duplicatie van onderzoek, tot snellere wetenschappelijke vooruitgang en tot de strijd tegen wetenschappelijk bedrog, en komt in het algemeen de economische groei en innovatie te goede. Behalve op het gebied van open access worden er lofwaardige inspanningen geleverd om van planning van gegevensbeheer een wetenschappelijke standaardpraktijk te maken en de verspreiding te steunen van onderzoeksgegevens die vindbaar, toegankelijk, interoperabel en herbruikbaar zijn (de FAIR-beginselen). In het licht van de hierboven geschetste redenen stelt de richtlijn dat het passend is de lidstaten te 99
verplichten een openaccess-beleid te ontwikkelen voor met overheidsmiddelen gefinancierde onderzoeksgegevens en ervoor te zorgen dat dit wordt toegepast door alle onderzoeksinstellingen en organisaties die onderzoek financieren. Onderzoeksinstellingen en organisaties die onderzoek financieren, zouden ook als openbare lichamen of overheidsondernemingen kunnen worden georganiseerd. Deze richtlijn geldt voor die hybride organisaties alleen in hun hoedanigheid van onderzoeksinstelling en voor hun onderzoeksgegevens. Een open access-beleid voorziet traditioneel in verschillende uitzonderingen op de open beschikbaarheid van wetenschappelijke resultaten. In de aanbeveling van de Commissie van 25 april 2018 betreffende de toegang tot en de bewaring van wetenschappelijke informatie worden onder meer de relevante aspecten van een open access-beleid beschreven. Bovendien moeten de voorwaarden voor hergebruik van bepaalde onderzoeksgegevens worden verbeterd. Om die reden moet een aantal verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn worden uitgebreid tot wetenschappelijke onderzoeksgegevens die het resultaat zijn van met overheidsmiddelen gefinancierd onderzoek, al dan niet medegefinancierd door entiteiten uit de particuliere sector. In het kader van nationaal open access-beleid moeten met overheidsmiddelen gefinancierde onderzoeksgegevens als standaardoptie openbaar toegankelijk worden gemaakt. Volgens het beginsel "zo open als mogelijk, zo gesloten als nodig" ("as open as possible, as closed as necessary") moet in dit verband echter terdege rekening worden gehouden met aspecten inzake de persoonlijke levenssfeer, bescherming van persoonsgegevens, vertrouwelijkheid, nationale veiligheid, rechtmatige handelsbelangen, zoals bedrijfsgeheimen, en intellectuele-eigendomsrechten van derden. Bovendien dient deze richtlijn niet van toepassing te zijn op onderzoeksgegevens die niet toegankelijk zijn op grond van nationale veiligheid, landsverdediging of openbare veiligheid. Om administratieve lasten te vermijden, mogen verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn alleen gelden voor onderzoeksgegevens die reeds door onderzoekers, onderzoeksinstellingen of organisaties die onderzoek financieren via een institutionele of thematische databank openbaar werden gemaakt en mogen zij geen extra kosten meebrengen voor het opvragen van de datasets noch aanvullende gegevensconservering verlangen. De lidstaten mogen de toepassing van deze richtlijn uitbreiden tot onderzoeksgegevens die openbaar worden gemaakt via andere data-infrastructuren dan databanken, door middel van openaccesspublicaties of als bijlage bij een artikel, datapaper of paper in een datajournal. Andere documenten dan onderzoeksgegevens moeten vrijgesteld blijven van de toepassing van deze richtlijn. De wijze waarin binnen Vlaanderen opvolging gegeven wordt aan deze beleidsopdrachten m.b.t. open onderzoeksdata, wordt weergegeven in de JOP-fiches m.b.t. FRIS en Open Science. Voorliggende fiche gaat over de omzetting van de richtlijn naar Belgisch recht. B. Aanpak van de omzetting van de PSI richtlijn binnen de Vlaamse overheid Voor de omzetting van de PSI-richtlijn werd een ‘schrijfteam’ samengesteld met volgende vertegenwoordigers: • Voorzitter beroepsinstantie hergebruik (Erik Moncarey, departement Onderwijs en Vorming) • Voorzitter beroepsinstantie openbaarheid van bestuur (Bruno Asscherickx, departement Kanselarij en Bestuur) • Vertegenwoordiger(s) beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken • Vertegenwoordiger(s) beleidsdomein Omgeving • Vertegenwoordiger(s) beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie Vertegenwoordiger(s) Vlaamse Statistische Autoriteit • Vertegenwoordigers Informatie Vlaanderen 100
Het Departement EWI vertegenwoordigt het beleidsdomein EWI in het schrijfteam. Het schrijfteam staat in voor het opstellen van een voorontwerp van decreet met het oog op de omzetting van de nieuwe PSI-richtlijn. Informatie Vlaanderen stelt een eerste versie op dat vervolgens binnen het schrijfteam wordt besproken. Informatie Vlaanderen staat in voor de afstemming met het bevoegde kabinet en de administratieve opvolging van het dossier tot en met de definitieve goedkeuring van het dossier door de Vlaamse Regering.
101
51. Open Science-beleid: Open Access, Open Data en de European Open Science Cloud Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactpersoon kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Dumolyn Bart Van Campe Leen De Hondt Paul BAWM +/- 5 miljoen euro opstapmiddelen
Omschrijving actie De Beleidsnota stelt m.b.t. Open Science het volgende: ‘We spelen in op de evolutie naar Open Science, die ook in Europees verband hoog op de agenda staat. Onze kennisinstellingen krijgen de verantwoordelijk om hierrond een beleid te voeren. Om dit Open Science beleid in Vlaanderen vorm te geven zullen we de FOSB (Flemish Open Science Board) oprichten. Er zal naar interoperabiliteit gestreefd worden om zodoende een toegangspoort naar de EOSC (Europese Open Science Cloud) te bekomen. De implementatie van het Open Science beleid gebeurt in nauw overleg met alle betrokken actoren en stakeholders, en met voldoende aandacht voor het carrièrematig waarderen en valoriseren van een Open Science mentaliteit, bijvoorbeeld via altmetrics.’ In uitvoering van deze beleidsintenties keurde de Vlaamse Regering op 21 december 2019 de nota Open Science beleid goed. Op 21 februari vond de startvergadering van de FOSB plaats. Daar werden reeds een aantal belangrijke strategische beslissingen genomen. Er werd beslist tot de aanwerving van twee voltijdse equivalenten binnen de het FWO, die de Coordination Hub vorm moeten geven. Deze Coördinatie Hub stuurt de andere Hubs aan en coördineert de activiteiten.
Het betreft de Knowledge Hub, de Data Hub en de Discovery Hub. De Knowledge Hub verenigt de data stewards verbonden aan de universiteiten. Deze datamanagement experten zijn aangesteld met een specifieke RDM-ondersteuningsopdracht en zorgen ervoor dat RDM (Research Data Management) in alle fasen van de data life cycle (planning, beheer van live data, langeretermijnbeheer van data uit afgewerkt onderzoek, ...) wordt geprofessionaliseerd. De functie van Data Hub werd toegekend aan het Vlaams Supercomputer Centrum. Het VSC moet het centrum worden van een zogenaamd “hybride gefedereerd model”, wat betekent dat de bestaande repositories in het Vlaamse onderzoekslandschap blijven bestaan, maar worden gekoppeld en interoperable gemaakt. Daarnaast zal worden bekeken of in het VSC ook een centrale repository zal worden opgestart, om aan de noden te beantwoorden van die instellingen die door hun schaal niet over een eigen data-infrastructuur beschikken.
102
FRIS (zie ook fiche 52) zal als Discovery Hub optreden. Het FRIS-onderzoeksportaal bevat informatie over het publiek gefinancierd wetenschappelijk onderzoek in Vlaanderen. Het presenteert momenteel informatie over onderzoekers, onderzoeksgroepen, wetenschappelijke projecten en publicaties. Om de link te maken tussen Open Science, EOSC en FRIS werden in 2019 de nodige aanpassingen in het W&I-decreet, het BOF- en IOF-besluit en de samenwerkingsovereenkomst met FWO en ECOOM opgenomen. Dit zal FRIS in staat stellen om voor alle Vlaamse stakeholders de connectie te verzorgen met de virtuele, open onderzoeksomgeving EOSC, en met bijvoorbeeld ook OpenAire, de bestaande ESFRI’s of het Vlaams Open Data portaal (zie ook fiche 50). Het departement EWI heeft in de nationale rolbeurt momenteel de Belgische delegate in de Governance Board van de EOSC. Twee leden van de FOSB zijn tevens experten in de Working Groups “Architecture” en “Landscape Analysis” van de Executive Board van de EOSC.
Teneinde de FOSB bij te staan in haar mandaat van adviesinstantie aan de Minister, werd op de kick-off vergadering tevens beslist tot de oprichting van een aantal technische werkgroepen. De bestaande Werkgroep VLIR “RDM & Open Science” moet worden uitgebreid naar andere geledingen. Taken van deze werkgroep zijn onder andere het nadenken over de KPI’s, de haalbaarheid, de data stewards, het “poolen” van de kennis in de Knowledge Hub. Het uitbreiden van deze werkgroep wordt door de FOSB een goede pragmatiek gevonden, en er wordt gesuggereerd hier eventueel ook nog mensen vanuit WG4 EU platform (die een belangrijke rol speelde bij de voorbereiding van dit dossier) aan toe te voegen. Dit wordt de werkgroep “FOSB werkgroep RDM en Open Science”. De “FOSB Werkgroep Architectuur” heeft als rol de ICT / technische coördinatie uit te werken rond het voorgestelde “gefedereerde hybride model met VSC als data hub”, en dient dus uit alle relevante stakeholders vertegenwoordigers te hebben die samenwerken rond deze ICT uitdaging. Deze werkgroep wordt voorgezeten door de Belgische expert in de EOSC Executive Board Working Group “Architecture”. De FOSB werkgroep “Metadata & Standaardisatie” bouwt verder op het werk dat reeds werd verricht door ECOOM en de FRIS werkgroep. Dit wordt een zeer belangrijk element m.b.t. de functie van FRIS als Discovery Hub en gateway naar de EOSC (OpenAire). Deze werkgroep wordt voorgezeten door de verantwoordelijke voor ECOOM Hasselt, tevens lid van de EOSC Executive Board Working Group “Landscape”.
103
52. Flanders Research Information Space (FRIS): architectuur Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden
Contactpersonen kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Van Campe Leen (1 VTE) Akyel Namik (0,6 VTE) Dengis Pascale (1 VTE) Maison Kris (0,5 VTE) Ossenblok Truyken (0,5 VTE) Lauwers Karl, De Hondt Paul BAWM 1,5 miljoen euro
Omschrijving actie Het FRIS-programma (Flanders Research Information Space) wil alle informatie over publiek gefinancierd onderzoek in een virtuele ruimte samenbrengen en ontsluiten voor een ruim publiek. Dit door informatie rechtstreeks te laten doorstromen uit de systemen van de wetenschappelijke instellingen met de garantie dat de informatie kwaliteitsvol, actueel en up-to-date is. Op 6 december 2018 won het Departement EWI de Agoria e-Gov Award voor ‘Beste Project’ en voor ‘Open Data-project’. Het FRIS-platform en FRIS-portaal gingen live in juli 2018 waarbij de informatie van 14 innovatie-actoren in Vlaanderen zichtbaar werd. In 2019 werden verdere stappen genomen om via FRIS: 1. innovatie te bevorderen door kennis in Vlaanderen te valoriseren, door de visibiliteit van en samenwerking tussen onderzoekers te bevorderen en door toepassingen te (laten) wikkelen op onze data; 2. zicht te krijgen op de resultaten van het onderzoek dat de overheid financiert, trends te ontdekken, impactanalyses uit te voeren; 3. verder administratief te vereenvoudigen door het platform in te zetten voor eenvoudige rapportering volgens het principe van de eenmalige bevraging, i.c. van FRIS de centrale rapporteringstool over onderzoek in Vlaanderen te maken. Heel concreet werd de aanlevering aan FRIS door de verschillende innovatie-actoren in Vlaanderen verankerd in het W&I-decreet, de BOF- en IOF-besluiten, de hernieuwde convenanten met ITG, VITO en Vlerick Business School, en de FWO samenwerkingsovereenkomst (zie fiche: Juridisch kader FRIS). De uitrol van het FRIS-programma loopt in fasen en bestrijkt meerdere jaren. In grote lijnen onderscheiden we volgende elementen: 1. De FRIS-architectuur uitbouwen tot dé kruispuntbank voor alle publieke onderzoek in Vlaanderen; 2. Opvolging van de FRIS-bepalingen uit het BOF- en IOF-besluit en de convenanten; 3. Afsluiten en opvolgen van de strategische partnerschappen met de onderzoeksfinanciers (FWO en VLAIO); 4. Uitbreiding van de inhoud (naar alle publieke kennisinstellingen, en naar alle relevante onderzoeksinformatie-objecten) met behoud van hoge kwaliteitsgarantie: zie fiche verbreden, verdiepen, vermarkten; 5. FRIS uitbouwen tot de centrale rapporteringstool over onderzoek in Vlaanderen; 6. FRIS uitbouwen als spil van een Vlaams Open Science beleid dat spoort met EOSC (zie ook JOP-fiche 50); 7. FRIS vermarkten binnen Vlaanderen en positioneren in een internationale context.
104
Architectuur: uitbouw van de volgende versie van het FRIS- platform als een ware kruispuntdatabank Het FRIS-platform is opgezet als een ware dienstenarchitectuur waarbij informatie rechtstreeks op geautomatiseerde wijze uit de systemen van kennisinstellingen doorstroomt en ook opnieuw aan andere systemen kan worden aangeboden via technische interfaces om snel, direct en gemakkelijk gegevens op te vragen en te integreren in applicaties. De nieuwe bepalingen over FRIS in het BOF- en IOF-besluit en in de samenwerkingsovereenkomst met het FWO vereisen een grondige herwerking van het FRIS-platform. Het moet in staat zijn om nieuwe kennisinstellingen en de financieringsorganisaties te integreren, de financiĂŤle rapportering van BOF en IOF te verzorgen, meer als een kruispuntbank voor alle publieke onderzoek in Vlaanderen op te treden, en bijkomend informatie over infrastructuur, patenten, datasets, open access en open data te ontsluiten. De architectuur van het FRIS-platform moet hiervoor grondig worden herzien, de IT-ontwikkeling van de volgende versie van het platform zal worden gestart. Dit project zal heel wat overleg met ontwikkelaars, analisten, architecten en aanleverende kennisinstellingen vergen. De voortgang van de IT-ontwikkeling zal ook nauwlettend moeten worden gemonitord en alle nieuwe IT-ontwikkelingen zullen grondig door het team worden getest. Voorafgaand aan de bouw van de volgende versie van het platform vindt eveneens een migratie van dienstenleverancier plaats: Elsevier zal niet langer de support van het huidige platform opnemen, Tobania neemt het stokje over. Deze migratie gaat gepaard met het opzetten van een volledig nieuwe technische omgeving en het afsluiten van contract voor een cloud-architectuur. Beheer, onderhoud en ondersteuning architectuur Een omvangrijk technisch werkpakket rond het beheer/onderhoud van de verschillende FRIS-applicaties moet worden opgenomen: FRIS-platform, FRIS-portaal, datavalidatietooling, Data Governance Center, BItooling. Ook moet er ondersteuning worden geboden aan partijen voor de exploitatie van het FRIS-platform. Portaal De herwerking van de architectuur van het platform heeft een impact op de architectuur van het FRISportaal. Ook deze zal grondig moeten wijzigen. Het opnemen van bijkomende informatie in het FRISplatform veronderstelt immers dat we deze informatie ook snel kunnen visualiseren op het FRIS-portaal. Om de wijzigingen in kaart te brengen zullen we eerst een openbare aanbesteding uitschrijven die de technische blueprint en de behoeften van de volgende versie van het FRIS-portaal in kaart brengt. Met deze blueprint gaan we vervolgens op zoek naar een (nieuwe) dienstenleverancier voor de ontwikkeling van de volgende versie van het FRIS-portaal.
105
53. FRIS: juridisch kader Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactpersonen kabinet Begroting (artikel: basisallocatie)
Van Campe Leen Dengis Pascale Maison Kris Lauwers Karl, De Hondt Paul BAWM
Budget Omschrijving actie De overheid wil in FRIS informatie ontsluiten over ál het publiek gefinancierd onderzoek in Vlaanderen. Hiermee wil ze volgende doelen bereiken: bevordering van innovatie door valorisatie van kennis in Vlaanderen, effectievere en efficiënte beleidsvoering door goede beleidsmonitoring, administratieve vereenvoudiging door FRIS in te zetten als dé hub voor onderzoeksinformatie in Vlaanderen en transparantie naar de burger. Op dit ogenblik zijn er 14 innovatieactoren die aan FRIS aanleveren. Hiermee is een groot deel van het publiek gefinancierd onderzoek in Vlaanderen afgedekt, doch we streven naar een verdere vervolledigen van het veld van actoren en naar het verdiepen van de soort informatie die via FRIS wordt uitgewisseld. Met het oog daarop is de aanlevering aan FRIS verankerd in het W&I-decreet, het BOF- en IOF-besluit, de FWOsamenwerkingsovereenkomst, het ECOOM-convenant, de convenanten met ITG, VITO en Vlerick Business School. Deze bepalingen slaan op bijkomende vragen naar informatie zoals financiële rapportering, patenten, infrastructuur, datasets en open access informatie. Om de voortgang te kunnen monitoren is met al deze partners afgesproken dat zij bij aanvang van hun (verdere) integratietraject een plan van aanpak zullen opstellen die de aanpak, mijlpalen, en de activiteiten opsomt. De validatie van dit plan, de opvolging van de uitwerking ervan en het maken van afspraken over alle details van de juridische bepalingen vormen het voorwerp van deze fiche. A. BOF en IOF rapportering In de nieuwe BOF- en IOF-besluiten (goedgekeurd in 2019) werden bepalingen opgenomen voor de aanlevering van bijkomende informatie in FRIS en voor de financiële rapportering van de BOF- en IOFmiddelen. Beide kanalen genoten in 2019 van aanzienlijke structurele budgetverhogingen (+ 35 miljoen euro voor BOF en + 20 miljoen euro voor IOF), vandaar de vraag naar verhoogde transparantie in het licht van impactmeting. EWI werkte hiervoor in fases en in nauw overleg met de universiteiten gedetailleerde acceptatiecriteria uit. Telkens een set van acceptatiecriteria was afgeklopt, schreven de universiteiten een plan van aanpak uit met de activiteiten en mijlpalen om die acceptatiecriteria te behalen tegen eind 2021. In 2020 zullen de laatste acceptatiecriteria worden gefinaliseerd (o.a. met betrekking tot wetenschappelijke infrastructuur, datasets en open access). EWI zal de opmaak van de laatste versies van het plannen van aanpak opvolgen en de uitvoering ervan monitoren. De operationalisering van de rapporteringsfiches wordt beschreven in de fiche over beleidsrapportering vanuit FRIS. B. ECOOM convenant In het nieuwe ECOOM-convenant (goedgekeurd in 2019) werden bepalingen opgenomen voor de aanlevering van informatie aan FRIS. EWI werkte hiervoor in nauw overleg met ECOOM en met de universiteiten gedetailleerde acceptatiecriteria uit. ECOOM stelde een plan van aanpak op met de activiteiten en mijlpalen om die acceptatiecriteria te behalen tegen eind 2021.
106
In 2020 zullen de laatste afspraken hierover worden gefinaliseerd. EWI zal de finalisatie van het plan van aanpak opvolgen en de uitvoering ervan monitoren. C. FWO samenwerkingsovereenkomst Met FWO is een strategisch partnerschap opgezet zodat zij een volwaardige partner kunnen worden in de uitwisseling van onderzoeksinformatie met FRIS. Hierbij zullen ze rechtstreeks informatie aan FRIS aanleveren en data uit FRIS halen voor eigen gebruik. Zij fungeren als authentieke bron van de projecten en mandaten die zij financieren en zorgen op die manier mee voor de garantie van kwaliteit van de FRISinformatie. Het positioneren van een financieringsagentschap als authentieke bron van informatie vraagt een grondige wijziging van de FRIS-architectuur en het ecosysteem van uitwisseling van informatie in Vlaanderen. Om dit project te stroomlijnen stelde FWO een plan van aanpak. EWI zal de voortgang van dit plan monitoren, de nodige afspraken in detail maken om te voldoen aan de bepalingen in de overeenkomst, en de ITontwikkeling bij FWO mee helpen vorm te geven. Het Departement EWI voert hogervermelde beleidsacties steeds uit in nauwe dialoog met de betrokkenen en met de grootste zorg om de administratieve belasting zo gering als mogelijk te houden.
54. FRIS: beleidsrapporteringen Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactpersoon kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Dengis Pascale Akyel Namik Van Campe Leen Lauwers Karl BAWM
Omschrijving actie Het Departement EWI wil de informatie uit het nieuwe FRIS-platform gebruiken als dĂŠ primaire en betrouwbare bron voor het monitoren van het beleid. Zo moet de informatie in FRIS ons bijvoorbeeld kunnen toelaten om zicht te krijgen op de resultaten van het onderzoek dat de Vlaamse overheid financiert, om trends te ontdekken en impactanalyses uit te kunnen voeren. Een belangrijke voorwaarde hiervoor is dat de informatie zo kwaliteitsvol mogelijk is (volledig, juist en actueel). In 2020 zal de primaire focus liggen op het operationaliseren van de financiĂŤle rapportering over de Vlaamse beleidsinstrumenten (BOF en IOF in het bijzonder) op basis van FRIS-gegevens. De universiteiten hebben nog tot eind 2021 de tijd om de gegevens aan te leveren zoals bepaald in de BOF- en IOF-besluiten. In 2020 kunnen daarom nog geen officiĂŤle rapporten gedraaid worden op basis van de FRIS-data, maar er zal wel geproefdraaid worden zodat eventuele problemen met de rapporten kunnen worden weggewerkt. Daarnaast zullen de reguliere rapporteringstaken van FRIS worden verder gezet zoals het genereren van cijfergegevens en overzichtsinformatie voor communicatie vanuit EWI naar het brede publiek en het uitvoeren van meer gedetailleerde analyses die van nut zijn voor beleidsvoorbereidend, -opvolgend of evaluerend werk. Tegelijk wordt de kwaliteit van de inhoud van FRIS blijvend gemonitord. Zo zal er periodiek een volledigheidsanalyse worden uitgevoerd en is er een continu samenwerkingstraject met de dataleveranciers rond verdere kwaliteitsverbetering. 107
In samenwerking met ECOOM Hasselt wordt verder gewerkt aan gemeenschappelijke definities en classificaties en het uniform gebruiken ervan waardoor er op meer uniforme wijze vanuit FRIS kan worden gerapporteerd.
55. FRIS: verbreden, verdiepen en vermarkten Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactpersonen kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Van Campe Leen Akyel Namik Dengis Pascale Lauwers Karl, De Hondt Paul BAWM
Omschrijving actie FRIS wil in de toekomst de centrale rapporteringstool en een ware kruispuntbank voor alle publiek gefinancierd onderzoek worden. Om die reden willen we FRIS op termijn verder uitbouwen zowel in de breedte met meer dataleveranciers, als in de diepte met meer informatie. A. Verbreding SOC’s In de convenanten met de Strategische Onderzoekscentra (imec, VITO, VIB, Flanders Make) werd de aanlevering aan FRIS opgenomen in het kader van de open-data doelstelling van de Vlaamse overheid. In 2020 zullen in dialoog met de SOC’s inspanningen worden verder gezet voor de verdere integratie van de strategische onderzoekscentra in FRIS. VITO heeft bovendien uitvoerige bepalingen in hun convenant qua rapportering aan FRIS. Met VIB, IMEC en Flanders Make zal de functionele analyse worden opgestart hoe zij hun data kunnen aanleveren en daarbij eventueel gebruik kunnen maken van de hub-functionaliteit van het FRIS-platform. Hogescholen De VLHORA kreeg in 2019 middelen toegewezen vanuit VLAIO voor de uitbouw van een Digitaal Open Science Platform (DOSP). Dat dossier werd mee voorbereid door het Departement EWI. Eén luik van het DOSP-project heeft betrekking op het verzamelen van onderzoeksinformatie en de aanlevering ervan aan FRIS. De VLHORA zette eind 2019 een organisatiestructuur op in samenwerking met de hogescholen om de uitbouw van dat platform te begeleiden. In Q1 van 2020 zal de ontwikkelaar van het platform worden gekozen. EWI zal acceptatiecriteria uitschrijven voor de aanlevering van informatie aan FRIS door de hogescholen. Zij zullen dan een plan van aanpak opstellen om de aanlevering aan FRIS te bewerkstelligen. EWI zal in 2020 nauw betrokken worden bij de werkzaamheden van het DOSP-traject voor wat betreft de aspecten die gerelateerd zijn aan FRIS. Verder volgen we de bestaande leveranciers en hun afspraken op in de bestaande kanalen en overlegfora (VWI overleg, PUC, FRIS Werkgoep, Vlhora,…). Bijzondere aandacht daar verdient het monitoren van de data-kwaliteit van de huidige leveranciers, zowel de universiteiten, als Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ), Departement Mobiliteit en Openbare Werken, en ook de instellingen die a.d.h.v. het ‘Pure’onderzoeksinformatiesysteem aanleveren (Instituut voor Tropische Geneeskunde, Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek, Plantentuin Meise, Koninklijke Maatschappij Dierkunde Antwerpen, Koninklijke Maatschappij voor Schone Kunsten Antwerpen, Departement Omgeving).
108
B. Verdieping In alle juridische bepalingen over FRIS werden de krijtlijnen uitgeschreven om ook informatie over wetenschappelijke apparatuur, patenten en datasets in FRIS te ontsluiten. Informatie ontsluiten over patenten en apparatuur is een nood die geregeld naar boven komt, vooral vanuit de bedrijfswereld. Van FRIS ook een catalogus van datasets maken is dan weer een belangrijke mijlpaal in het kader van de Europese agenda rond Open Science en de ontwikkeling van de European Open Science Cloud (EOSC) (zie JOP-fiche 57). In 2020 worden het datamodel, de semantiek en de businessrules met betrekking tot die nieuwe informatieobjecten gefinaliseerd en worden de nodige ontwikkelingen gedaan om die objecten in het FRISdataplatform te kunnen opnemen. We begeleiden op Vlaams niveau mee de standaardisatie van de metadata en informatie van datasets (werkgroep ECOOM) en volgen de Europese ontwikkelingen van EOSC mee op. Voor patenten en infrastructuur werden ECOOM en FWO als partners in het ecosysteem FRIS geïntegreerd. C. Vermarkten We zetten verder in om het FRIS-portaal breder bekend te maken en het gebruik van de FRIS Open Data te stimuleren. In 2020 zal de inzet hier weliswaar nog beperkt zijn en focussen we ons op het identificeren en mogelijks implementeren van een aantal quick wins (Dimensions badges, read-pdf-functionaliteit, tracking van het gebruik van het portaal, …). Indien de gelegenheid zich voordoet, nemen we deel aan beurzen, hackatons en events zoals ‘Summer of code’.
109
56. Juridische dienstverlening en reguleringsmanagement Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactperso(o)n(en) kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Bourdeaud'hui Ann Flama Wouter (1 VTE) Vandenbogaerde Tom (1VTE) BAWM
Omschrijving actie Juridische dienstverlening en reguleringsmanagement omvat o.a.: • Zowel op vraag als proactief deskundige oplossingen aanbieden voor juridische vraagstukken of problemen; • Adviesverlening met betrekking tot de volgende domeinen: o Overheidsopdrachten en PIO (Project Innovatieve Overheidsopdrachten) o Deugdelijk bestuur o Openbaarheid van bestuur o Bevoegdheidsverdeling/samenwerkingsakkoorden o W&I-decreet o Handelshuur o Dienstenrichtlijn o Economisch overheidsinstrumentarium o Privacywetgeving o Intellectuele eigendomsrechten o Rekendecreet o Wetgevingstechniek en -procedure o Vennootschapswetgeving en vzw-wetgeving • Vertalen van beleidsvisies in juridisch correcte regelgeving met als doel een helder en eenduidig wettelijk kader te leveren voor de implementatie van het beleid; • Bewaken van de kwaliteit van regelgeving in overleg met de cel Wetskwaliteit. In 2020 gaat bijzondere aandacht naar: • Laatste aanpassingen van de EWI-regelgeving aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming; • Trekker omzetting richtlijn proportionaliteitstoets beroepskwalificaties VO-breed; • Aanpassen EWI-wetgeving aan nieuwe wetgeving vennootschappen en verenigingen; • Voorbereiding implementatie verordening Single Digital Gateway; • Europese beleidsontwikkeling in het kader van services package en compliance package en Single Market; • Screeningsmechanisme voor buitenlandse directe investeringen; • Digitalisering overheidsopdrachten • Administratieve en juridische vereenvoudiging
110
57. Vereenvoudiging jaarverslaggeving universiteiten Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden
Contactpersoon kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Van Avermaet Philip Borrey Sabine Dengis Pascale Haesaert Els Hauchecorne Rita Vermander Els Lauwers Karl BAWM
Omschrijving actie De universiteiten rapporteren jaarlijks aan de Vlaamse overheid over hun activiteiten volgens de bepalingen van het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vastlegging van de voorschriften voor het opstellen van het jaarverslag van de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap van 04/02/1997. Ze rapporteren er over de volgende onderwerpen: de organisatiestructuur, het onderwijsverslag, het onderzoeksverslag, het personeelsverslag, het verslag over de sociale voorzieningen voor de studenten, een synthese van de jaarrekening, een overzicht van het algemene vermogensbestand, een verslag over de wetenschappelijke dienstverlening. Dit besluit is, vooral in het kader van administratieve vereenvoudiging, aan herziening toe. Veel van de kwantitatieve gegevens zijn ondertussen al beschikbaar via databanken zoals de databank Hoger Onderwijs (DHO), FRIS (gegevens over publiek gefinancierd onderzoek), databanken bij ECOOM (publicaties, citaties, octrooien, spin-offs, carrières van onderzoekers, de VLIR-databank personeelsstatistieken, ... Anderzijds zijn een aantal bepalingen uit het besluit niet meer actueel. Bv. de rapportering over projecten in de IWETO-databank. IWETO bestaat niet langer en is sinds 2008 vervangen door het FRIS-platform. Of bv. de invoering van de nieuwe Vlaamse Onderzoeksdiscipline-standaard die de oude VLIR-domeinen heeft vervangen. Begin 2019 richtte de VLIR een ad hoc WG ‘vereenvoudiging jaarverslaggeving’ op met als doel te bekijken welke manier de regelgeving kan worden vereenvoudigd. EWI zal in 2020 in samenwerking met de VLIR een nieuw ontwerpbesluit voorbereiden met betrekking tot de jaarverslaggeving van de universiteiten over het luik onderzoek, dat zo eenvoudig mogelijk is en tegelijk de overheid moet toelaten om het onderzoeksbeleid van de universiteiten kwaliteitsvol te kunnen monitoren. Daarnaast zal EWI een oefening ten gronde opstarten waarbij alle rapporteringsverplichtingen onderzoek (zoals BOF, IOF, OJO, de expertisecellen en de interfacediensten) uitgebreid worden doorgelicht met het oog op de opmaak door de universiteiten van nog slechts één eenvoudig verslag over onderzoek aan de overheid waarin alles zit gebundeld. Een dergelijke oefening betekent dat de huidige rapporteringsverplichtingen van de verschillende parallelle rapporteringsstromen goed in kaart worden gebracht, dat de rapporteringskalenders worden opgelijst, dat de vereisten grondig worden gescreend op hun noodzaak in het kader van administratieve vereenvoudiging, dat wordt nagegaan voor welke zaken een jaarlijkse rapportering nodig is en voor welke een vijfjaarlijkse input (bv. via zelfevaluatie) kan volstaan etc. Ook moet worden bekeken of en hoe de rapportering door de universiteiten en door de associaties kan gestroomlijnd worden. Op basis van die oefening kan dan een ontwerp worden opgemaakt van een besluit voor één uniform jaarverslag onderzoek voor de universiteiten/associaties en kunnen de bestaande besluiten die hierdoor geïmpacteerd zijn (BOF, IOF, etc.), ook worden aangepast.
111
58. Programma Innovatieve Overheidsopdrachten (PIO) Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden
Contactpersoon kabinet Begroting (artikel: basisallocatie)
Lories Veerle (1 VTE) Casteleyn Joeri (Zie JOP-fiche 87) Dewallef Erwin (0,4 VTE) Schrijvers An (1 VTE) Tindemans Emmelie (Zie JOP-fiche 87) Vandenbogaerde Tom (Zie JOP-fiche 56) Veys Christophe (1 VTE) Willems Tim De Hondt Paul Hermesfonds
Budget
5 miljoen euro
Omschrijving actie De actie ‘Overheidsopdrachten voor innovatie’ kadert in het N-project ‘Innovatie voor een toekomstgericht transversaal beleid’ (cfr. VR 2016 2503 DOC.0298 en VR 2016 1706 DOC.0642). Hoofddoel van het project is om de vraaggedreven instrumenten ‘innovatief aanbesteden’ en ‘overheidsopdrachten voor innovatie’ verder uit te werken en te optimaliseren. Het N-project geeft mee uitvoering aan de actielijn duurzame en innovatieve overheidsopdrachten van het ‘Vlaams Plan Overheidsopdrachten’ dat in januari 2016 door de Vlaamse Regering werd goedgekeurd. Er werd een plan van aanpak uitgewerkt voortbouwend op de ervaringen van het Departement EWI en van het voormalige IWT inzake innovatieve overheidsopdrachten. Het plan van aanpak voor de periode 2017-2019 werd goedgekeurd als visienota door de Vlaamse Regering op 28 oktober 2016. Het ‘Programma Innovatieve Overheidsopdrachten’ is in 2019 met 4 jaar verlengd tot eind 2023. De operationele doelstellingen bleven grotendeels ongewijzigd. Er wordt een nieuw plan van aanpak opgemaakt bij de start van 2020.
Door het aankopen van innovatieve producten en diensten kunnen de noden en doelstellingen van de overheid slimmer en sneller worden ingevuld en tegelijk worden ook de ondernemingen gestimuleerd in hun innovaties. Belangrijkste operationele doelstellingen van het programma zijn: • het verder uitbouwen van het kennisplatform voor innovatieve overheidsopdrachten; • een groter aandeel van het aankoopbudget van de overheid besteden aan innovatieve producten, diensten en processen; • het samenstellen van een projectportfolio van pré-commerciële innovatieprojecten; • het stimuleren van de deelname aan Europese projecten voor aankoop van innovatie. Momenteel worden 70 projecten door het PIO-team begeleid. Zij zijn allen terug te vinden op www.innovatieveoverheidsopdrachten.be. In 2020 zal het PIO een nieuwe oproep voor projecten organiseren en zal naast de begeleiding, ondersteuning en financiering van projecten de activiteiten vooral gefocust worden op het consolideren, verwerken en toegankelijk maken van de verworven expertise.
112
b. Optimaal inspelen op Europees en internationaal beleid 1. Europees beleid 59. Voorbereiding en opvolging van de werkzaamheden van de Raad van Ministers (Raad Concurrentievermogen) van de Europese Unie en beïnvloeding van het Europese beleid Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactpersonen kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Van den Brande Karoline (1 VTE) De Proft Marleen (0,5VTE) Nachtergaele Wouter BAWM
Omschrijving actie Het kader waarbinnen het Vlaams economisch, wetenschaps- en innovatiebeleid kan worden uitgetekend, wordt in hoge mate bepaald door de Europese Unie. De Europese interne markt - van afgerond 450 miljoen consumenten - is een gigantische troef voor de Vlaamse exportgerichte economie. De Beleidsnota stelt dan ook een strategische en proactieve aanpak te hanteren ten aanzien van de Europese Unie via een co‐creatief proces: op basis van een consultatie van de stakeholders (zoals d.m.v. het Vlaams Europaplatform van het Departement EWI), identificeren we vanuit offensieve belangen de concrete initiatieven die we van Europa verwachten. We beïnvloeden in een zo vroeg mogelijke fase het beleid van de Europese Commissie op het gebied van onderzoek, innovatie, regionale ontwikkeling, industrie en interne markt (incl. digitale interne markt). We wegen op de vormgeving, de omvang en de implementatie van Europese steunprogramma’s binnen het Europese budget. Dit wordt als volgt geoperationaliseerd door het Departement EWI. A. Om deze beleidsdoelstellingen waar te maken heeft het Departement EWI een voltijdse raadgever (aangevuld met een 0,5 VTE ondersteuning) afgevaardigd naar de Algemene Afvaardiging van de Vlaamse Regering bij de Permanente Vertegenwoordiging van België bij de EU om er de voorbereidingen rond de Raad Concurrentievermogen (bestaande uit de onderdelen: Onderzoek – Industrie – Interne Markt) mee op te volgen. Sinds het najaar 2018 volgt de raadgever als gevolg van recente Europese ontwikkelingen rond digitalisering ook de Raad Telecommunicatie (voor wat betreft de aspecten rond digitalisering) meer van nabij op. De AAVR (Algemene Afvaardiging van de Vlaamse Regering (AAVR) bij de Permanente Vertegenwoordiging (PV) van België bij de Europese Unie) telt een reeks attachés vanuit de verschillende Vlaamse beleidsdomeinen (dus ook vanuit EWI) en wordt geleid door een Algemene Afgevaardigde van de Vlaamse Regering. Zij nemen, net zoals de collega’s van andere Belgische overheden bij de PV, deel aan de werkgroepen van de Raad waar de EU ministeriële bijeenkomsten worden voorbereid (zie onderstaande figuur). Op die domeinen waarop de federale overheid geen bevoegdheden meer heeft, treden regionale (= gemeenschap- of gewest) attachés op als Belgisch woordvoerder. Op domeinen waar er nog federale bevoegdheden zijn (zoals voor EWI), treedt ‘in principe’ de federale overheid als Belgisch woordvoerder op, ook daar waar in de Raad van de EU een regionale minister Belgisch woordvoerder is. De Vlaamse Vertegenwoordiging vormt de “front office” die de Europese dossiers van zeer nabij opvolgt en rapporteert over de jongste Europese ontwikkelingen, met het oog op standpuntbepaling. Hiervoor koppelt ze terug naar de verschillende administraties (de “back offices”) en de kabinetten die instaan voor de uiteindelijke inhoudelijke lijnen. Onderstaande figuur duidt de Europese governance waarop het Departement EWI proactief inspeelt. 113
Links situeren zich de werkzaamheden van de Raad Concurrentievermogen, rechts de werkzaamheden van de adviesstructuren die verbonden zijn aan het European Research Area and Innovation Committee (ERAC)
De EWI afgevaardigde bij de AAVR bij de Permanente Vertegenwoordiging van België vervult een sleutelrol binnen de ‘Research Working Party’ raadswerkgroepen waar alle voorstellen, die finaal in de Raad Concurrentievermogen kunnen landen, voorafgaandelijk tussen de lidstaten en de Europese Commissie worden besproken. De EWI afgevaardigde capteert in dit kader de voor (het beleidsdomein) EWI relevante evoluties op EU-niveau en onderhoudt contacten met de Europese Commissie en andere lidstaten om een (pro-)actieve verdediging van de Vlaamse belangen mogelijk te maken in de diverse Raadswerkgroepen bestaande uit vertegenwoordigers van de lidstaten. De EWI-afgevaardigde zorgt eveneens voor de ondersteuning van minister Crevits, wanneer zij België vertegenwoordigt in de Raad Concurrentievermogen. Volgende Raden zijn voorzien: • Informele Raad Concurrentievermogen (luik Onderzoek) van 03-04/02/2020 (Zagreb) • Raad Concurrentievermogen van 27-28/02/2020 (Brussel) • Informele Raad Concurrentievermogen (luik Industrie/Interne Markt) van 19-20/03/2020 (Zagreb) • Raad Concurrentievermogen van 27-28/05/2020 (Brussel) • Informele Raad Concurrentievermogen (luik Onderzoek) van 21-22/07/2020 (Bonn) • Informele Raad Concurrentievermogen (luik Industrie/Interne Markt) van 22-23/07/2020 (Bonn) • Raad Concurrentievermogen van 24-25/09/2020 (Brussel) • Raad Concurrentievermogen van 26-27/11/2020 (Brussel) De EWI-vertegenwoordiger bij de AAVR bij de PV van de EU neemt daarnaast ook deel aan de vergaderingen van de CIS-CFS (Commissie Internationale Samenwerking – Commissie Federale Samenwerking) , de werkgroepen en stuurgroep van het EU-platform, relevante bijeenkomsten van de IECI (Interministeriële Conferentie Economie), vergaderingen bij EWI en ook wel eens aan een vergadering van een concreet EUinitiatief (bv. een Joint Undertaking ) om een goed overzicht te blijven houden en om relevante informatie vanuit de Raad door te spelen. B. Sinds medio 2018 bestaat een belangrijke taak van de EWI-afgevaardigde in de opvolging van de besprekingen van het Meerjarig Financieel Kader (MFK) 2021-2027 van de EU en meer specifiek in de opvolging van de EWI-gerelateerde aspecten binnen het MFK. In 2018 zijn immers de onderhandelingen voor de opvolger van Horizon 2020 gestart evenals die van andere voor het Beleidsdomein EWI belangrijke programma’s. Deze onderhandelingen zijn in 2020 nog lopende. 114
Het ‘Meerjarig Financieel Kader 2021-2027 (MFK)’, door de Europese Commissie voorgesteld in mei 2018, ten belope van bijna 1.300 miljard euro middelen vanuit de Europese begroting kent onderstaande rubrieken en programma’s. Deze die vanuit het Departement EWI nauwgezet opgevolgd worden in het vet weergegeven: Onder rubriek ‘I. Single Market, Innovation and Digital’ 1. Research and Innovation (91.028 miljoen euro) a. Horizon Europe (83.491 miljoen euro) i. Excellent science ii. Industrial leadership iii. Societal challenges 2.
European Strategic Investments (44.374 miljoen euro) a. Invest EU Fund (13.065 miljoen euro) b. Digital Europe Programme (DEP) (8.192 miljoen euro) i. Supercomputers (HPC: High Performance Computing) (2.355 miljoen euro) ii. Kunstmatige intelligentie (2.180 miljoen euro) iii. Cyberveiligheid (1.744 miljoen euro) iv. Geavanceerde digitale vaardigheden (610 miljoen euro) v. Brede toepassing voor bedrijven en overheden en interoperabiliteit (o.a. netwerk van Digital Innovation Hubs) (1.134 miljoen euro) c. Connecting Europe Facility (CEF) (21.721 miljoen euro) i. Transport: veilige, schone en geconnecteerde mobiliteit ii. Energie: betaalbaar, betrouwbaar en duurzaam iii. Digitaal: breedbandnetwerk met brede kwaliteit (o.a. 5G roll out)
3.
Single Market Programme (5.669 miljoen euro; 3.629 miljoen euro + 1.776 miljoen euro via InvestEU) a. Concurrentievermogen van het bedrijfsleven en kmo’s in het bijzonder (o.a. via COSME) b. Hoog niveau van gezondheid van mens, dier en plant c. Doeltreffende handhaving en normen van de beste kwaliteit d. Eerlijke mededinging in het digitale tijdperk e. Europese statistieken van hoge kwaliteit
4.
Space (14.404 miljoen euro) a. European Space Programme
Onder rubriek ‘II. Cohesion and values’ 5. Regional Development and Cohesion a. Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling b. Cohesiefonds 6. Economic and Monetary Union 7. Investing in people, social cohesion & values Onder rubriek ‘III. Natural resources & environment’ 8. Agriculture and Maritime Policy 9. Environment and Climate Action Onder rubriek ‘V. Security and Defence’ 13. European Defence Fund Over de vormgeving van bovenvermelde programma’s werd in 2019 intens onderhandeld tussen de lidstaten, de Europese Commissie en het Europees Parlement. In 2020 gaan deze onderhandelingen door en het Departement EWI bereidt deze onderhandelingen voor o.a. via haar vertegenwoordiging in de diverse Raadswerkgroepen.
115
60. Strategie internationalisering binnen beleidsdomein EWI Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden
Contactpersonen kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Spyns Peter (0,9 VTE) Agten Stephanie (0,5 VTE) Bollen Lut (Zie JOP-fiche 15) Cattoor Barbara (Zie JOP-fiche 1) De Bal Ils (0,6 VTE) De Proft Marleen (Zie JOP-fiche 59) De Vos Liselotte (0,2 VTE) Dewallef Erwin (0,1 VTE) D'Hondt Kathleen (Zie JOP-fiche 41) Dumolyn Bart (0,2 VTE) Goossens Karel (Zie JOP-fiche 33 ) Haesaert Els (0,1 VTE) Hauchecorne Rita (0,1 VTE) Houwen Mieke (Zie JOP-fiche 17) Maes Dries (Zie JOP-fiche 18) Oleo Michele (0,2 VTE) Van den Brande Karoline (Zie JOP-fiche 59) Van Grootel Geert (0,5 VTE) Van Langenhove Monica (zie JOP-fiche 68) Vermander Els (0,2 VTE) Vermeulen Hilde (Zie JOP-fiches 20 en 45) Verreet Gert (0,2 VTE) Nachtergaele Wouter BAWM 987 K euro
Omschrijving actie Het Departement EWI hanteert een strategische en proactieve aanpak ten aanzien van de Europese Unie via een co-creatief proces. Het is dan ook – zowel van de Europese Commissie als van Vlaanderen – de uitdrukkelijke intentie om de stakeholders actief te betrekken bij het O&I-beleid, o.a. op basis van consultaties d.m.v. het Vlaams Europaplatform waarin alle relevante stakeholders vertegenwoordigd zijn. In 2020 zal het Departement EWI werken aan volgende Europese dossiers: 1. Het Werkprogramma van de Europese Commissie 2020; 2. De Europese ondersteuningsprogramma’s Horizon Europe, Digital Europe Plan, Connecting Europe Facility en het Single Market Programme; 3. De vernieuwde European Research Area; 4. Het vernieuwde landschap van de partnerschappen; 5. De missie-gerichte benadering; 6. De toenadering tussen de Europese Onderzoeks- en Onderwijsruimte. 1.
Het Werkprogramma 2020 van de Europese Commissie
Jaarlijks legt de Europese Commissie haar beleidsintenties voor het werkjaar vast in een beleidsdocument. Op 29 januari 2020 werd een lijst van 43 nieuwe beleidsdoelstellingen in het kader van zes grote ambities aangenomen: • Een Europese Green Deal • Een Europa dat klaar is voor het Digitale tijdperk • Een economie die werkt voor de mensen • Een sterker Europa in de wereld • Bevordering van onze Europese levenswijze 116
•
Een nieuwe impuls voor Europese democratie
Binnen de Vlaamse overheid worden al deze beleidsinitiatieven nauwgezet opgevolgd. Bepaalde administraties worden aangeduid als trekkers, anderen als betrokkenen. Zo zal in 2020 het Departement EWI trekker zijn voor: • Een Europa dat klaar is in het digitale tijdperk • Witboek AI en follow-up AI • Digitale diensten • Industriële strategie • Eengemaakte markt • Kmo-strategie • Mededeling over de ERA 2.
De Europese ondersteuningsprogramma’s Horizon Europe, het Digital Europe Programme, de Connecting Europe Facility en het Single market Programme
Gezien het relatief grootste belang van Horizon Europe, gaan we enkel op dit programma dieper in. De andere programma’s kwamen reeds aan bod in andere fiches. Horizon Europe borduurt voort op het succes van Horizon 2020, met de focus op excellent onderzoek en innovatie. De structuur van Horizon Europe is vergelijkbaar met de pijlerstructuur van Horizon 2020: • Pijler 1: Excellent science (inclusief de European Research Council (ERC) en Marie Skłodowska-Curie Acties (MSCA) en de onderzoeksinfrastructuren); • Pijler 2: Global Challenges and European Industrial Competitiveness met de clusters en de JRC; • Pijler 3: Innovative Europe (inclusief de European innovation Council (EIC) en het European Institute for Innovation and Technology (EIT)); • En dwars doorheen: Widening Participation Strenghtening the European Research Area.
Het is belangrijk vanuit het Departement EWI de Vlaamse kennis- en innovatieactoren maximaal te ondersteunen opdat hun slaagkansen in de financieringskanalen van Horizon Europe zo groot mogelijk zouden zijn. In deze spelen de Programmacomités die de calls voorbereiden, een belangrijke rol. In die Programmacomités zetelen vertegenwoordigers van het Departement EWI (zie bijlage). 117
3.
De vernieuwde Europese Onderzoeksruimte
Het Departement EWI bouwt mee aan de totstandkoming van de European Research Area (ERA – Eengemaakte Onderzoeksruimte). Die kan omschreven worden als de Europese ruimte waarbinnen wetenschappelijke en technologische kennis vrij kan circuleren en die de Europese kennisbasis dient te versterken, niet alleen op vlak van wetenschappelijk onderzoek maar ook van technologische ontwikkeling ten behoeve van de concurrentiepositie van de Europese industrie. De vrije circulatie van kennis wordt ook de “vijfde Europese vrijheid” genoemd. In de loop van de voorbije twintig jaar kreeg deze ERA een nader omschreven invulling, waarbij de meest recente onder de vorm van zes - maar in de feiten acht - prioriteiten met telkens enkele doelstellingen: 1. 2.
3. 4.
5. 6.
Effectieve nationale onderzoekssystemen: met als voornaamste doelstellingen (i) het halen van de 3% O&I-intensiteit (de Barcelonanorm), (ii) het verdelen van onderzoeksgelden op een projectmatige en competitieve wijze, en (iii) het veralgemenen van peer review; Transnationale samenwerking, met 2A: het gezamenlijk aanpakken van globale uitdagingen (dankzij de alignering van onderzoeksagenda’s en het samenbrengen van nationale financiering) en 2B: het bouwen van onderzoeksinfrastructuren (die te complex, omvangrijk en duur zijn om zonder een gezamenlijke financiering en samenwerking op te zetten); Een open arbeidsmarkt voor onderzoekers: het afschaffen van allerlei wettelijke en praktische hinderpalen die onderzoekers verhinderen om hun loopbaan in verschillende landen op te bouwen; Gendergelijkheid en gender in O&I: het verwezenlijken van een gelijkekansenbeleid voor mannelijke en vrouwelijke onderzoekers, evenals het erkennen (en in rekening brengen) dat ook O&I-thema’s genderafhankelijk zijn en dus een verschillende aanpak vergen (en verschillende resultaten opleveren); Optimale kenniscirculatie, met 5A het verwezenlijken van open access (en open research data) en 5B het stimuleren van kennisoverdracht tussen onderzoekers en het bedrijfsleven (bv. IPR-regels); Internationale samenwerking met landen buiten Europa, o.a. met thema’s als science diplomacy, “open to the world”.
Zowel de Europese Commissie als de Europese lidstaten hebben activiteiten ondernomen en acties opgezet (en doen dit nog altijd) om de doelstellingen van elke prioriteit te verwezenlijken. De Commissie wendt daarbij het Europese Kaderprogramma voor Onderzoek en Ontwikkeling aan, bv. door open toegang te vragen tot publicatie en onderzoeksdata, door allerlei ondersteuning te bieden voor mobiliteit van onderzoekers. Of nog meer, door een Europees pensioenfonds op te richten. Elke Europese lidstaat heeft, in 2016, een nationaal ERA-actieplan opgesteld met verschillende acties per prioriteit, naargelang de eigen context en startpositie. De Commissie analyseert de voortgang en schetst de situatie in haar tweejaarlijkse ERA Progress Reports. Daarnaast passen de lidstaten een eenvoudig opvolgingssysteem toe om aan te geven welke nationale acties succesvol afgerond, nog bezig dan wel stopgezet zijn. Los daarvan vormt de ERA in alle aspecten ook het voorwerp van wetenschappelijk onderzoek en andere studies. In België hebben alle gefedereerde entiteiten een eigen ERA-actieplan opgesteld en gebundeld als Belgische ERA roadmap ingediend bij de Europese Commissie. Voor Vlaanderen werd de oefening nadien verdergezet en kwam men tot een veel uitgebreider actieplan waarvan ongeveer jaarlijks de status bepaald wordt. Medio 2020 zal de Europese Commissie met een nieuwe mededeling komen over de ERA. Anticiperend daarop heeft het Departement EWI in overleg met de stakeholders een Vlaams standpunt over de toekomstige ERA uitgewerkt, getiteld ‘Reflections on a vision for a future European Knowledge Area’. Het departement zal deze visie in 2020 op de diverse fora bepleiten, met het oog op de beïnvloeding van het beleidsproces richting een vernieuwde ERA.
118
4.
Het vernieuwde landschap van de Europese partnerschappen
Vanuit de COM beoogt men via het nieuwe Horizon Europe programma een rationalisering van het Europees partnerlandschap. Concreet betekent dit dat er nog drie soorten partnerschappen zullen georganiseerd worden in het Horizon Europe-programma. •
•
•
Co-programmed European Partnerships: Partnerschap tussen de COM en private en/of publieke partners (EU-lidstaten/geassocieerde landen), gebaseerd op Memoranda of Understanding en/of contractuele afspraken met partners (cf. huidige contractual Public Private Partnership-model) om complementaire onderzoeksactiviteiten door de partners te beschrijven (terwijl de Commissie haar activiteiten in de werkplannen van het kaderprogramma opneemt); Co-funded European Partnerships: Europese partnerschap dat medegefinancierd is, en een min of meer gecentraliseerde combinatie van EU- en nationale publieke en/of andere O&Ifinancieringsbronnen (cf. huidige ERA-Net, European Joint Programme) betreft voor een reeks van activiteiten beschreven in een voorstel dat geselecteerd werd via open oproepen in het kaderprogramma ; Institutionalised European Partnerships: Dit zijn partnerschappen waarbij de COM deelneemt aan financieringsprogramma's voor onderzoek en innovatie die worden uitgevoerd door een aantal EUlanden. Ze zijn gebaseerd op artikel 185 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), op basis waarvan de EU aan dergelijke programma's kan deelnemen. Dit kunnen ook publiek-private partnerschappen zijn die zijn opgericht op grond van artikel 187 VWEU, zoals gemeenschappelijke ondernemingen of EIT-kennis- en innovatiegemeenschappen. Deze partnerschappen worden alleen geïmplementeerd wanneer andere onderdelen van het Horizon Europe-programma de gewenste of verwachte effecten niet zouden bereiken.
Deze partnerschappen situeren zich hoofdzakelijk binnen ‘pijler twee’ met als titel ‘Global Challenges & Industrial Competitiveness’. In de eerste jaarhelft van 2020 zullen de EU-lidstaten zich moeten uitspreken (d.w.z. tonen van interesse en daarna uitspreken van een (financiële) inbreng) over 49 voorstellen voor partnerschappen. Concreet betekent dit dat de EU-lidstaten zich dienen uit te spreken over deelname aan de geïnstitutionaliseerde partnerschappen (i.e. A185 en A187) die in 2021-2022 van start gaan. Op basis van deze blijken van interesse en beloftes van inbreng zal de Commissie gedurende de volgende maanden beslissen welke partnerschappen opgericht/gecofinancierd zullen worden, en dus vermeld worden in het eerste Strategisch Plan. Later dit jaar dient elke lidstaat zich ook uit te spreken voor wat betreft de deelname aan de co-funded en coprogrammed partnerschappen die in 2021-2022 van start zullen gaan. Het is dus van belang dat een lidstaat op korte termijn kan aangeven welke partnerschappen het wil ondersteunen met welke bijdrage. Een belangrijk aantal voorstellen voor partnerschappen onder Horizon Europe betreffen verlengingen/uitbreidingen van bestaande partnerschappen onder Horizon 2020. Binnen Vlaanderen heeft het Departement EWI een consultatieronde opgezet waarbij belanghebbenden hun voorkeur konden uitdrukken voor enerzijds de “intervention areas” binnen de Horizon Europe clusters en anderzijds voor specifieke voorstellen voor partnerschappen. Tevens werd gekeken naar toegekende financiering onder Horizon 2020 voor aanverwante thema’s, en beloftes op mogelijke financiering voor de voorstellen van nieuwe partnerschappen Een bijzondere vorm van partnerschap betreft het European Institute of Innovation & Technology (EIT). Het EIT heeft als belangrijkste ambitie het optimaal op elkaar afstemmen van de drie elementen van de kennisdriehoek (onderwijs, onderzoek en innovatie) om te komen tot één en dezelfde doelstelling, namelijk het opvoeren van de Europese economische groei en concurrentiepositie door het verstevigen van de innovatiecapaciteit van de EU en haar lidstaten. Om die ambitie waar te maken, hanteert het EIT het concept van de Knowledge and Innovation Communities (KICs). Dat zijn grensoverschrijdende publiek-private partnerschappen bestaande uit individuen en/of teams
119
die worden gerekruteerd door hoger onderwijsinstellingen (vooral universiteiten), onderzoeksinstellingen en bedrijven in de EU. Er bestaan ook diverse programma’s die bijdragen tot de ERA waarvoor geen (of in beperkte mate) communautaire financiering is voorzien, en lidstaten en regio’s dus aangewezen zijn op eigen middelen indien men kiest om deel te nemen (er bestaat een vrije keuze). Het algemene principe is dat de lidstaten door samen te werken en hun budgetten te bundelen meer kunnen bereiken (door hefboomeffecten en schaalvoordelen en het wegwerken van overlappingen) en dit vaak met een kleiner budget dan wanneer elke lidstaat in verspreide slagorde opereert (= de zogenaamde fragmentatie). Dit geldt in het bijzonder voor maatschappelijke uitdagingen die de landsgrenzen overstijgen en betreft hoofdzakelijk de Gezamenlijke Programmeringsinitiatieven (Joint Programming Initiative – JPI) die middelen bundelen om O&O–investeringen te optimaliseren in het kader van grote maatschappelijke uitdagingen zoals klimaat, resistentie tegen antibiotica, neurodegeneratieve ziektes enz. Bestuursmatig worden de partners (lidstaten) vertegenwoordigd in een governance/management board en wordt het strategisch proces opgevolgd binnen de High Level Group on Joint Programming (ERAC-GPC) die bestaat uit vertegenwoordigers van de lidstaten en de Commissie. Een soortgelijke constructie bestaat voor de grote onderzoeksinfrastructuren (de European Research Infrastructure Consortia – ERIC) waarvoor de strategie bepaald wordt binnen het European Strategy Forum on Research Infrastructures (ESFRI). EUREKA, tenslotte, is een intergouvernementeel initiatief tussen 41 landen uit Europa maar ook met landen buiten Europa zoals Canada of Zuid-Korea bv. voor de bevordering van de internationale samenwerking in projecten voor toegepast en marktgericht industrieel O&O. 5.
De Europese missiegerichte aanpak
Binnen Horizon Europe wordt het concept van een “missie” uitgewerkt. Dit is een nieuwe manier om aan onderzoek en innovatie te doen om zo de impact ervan op de samenleving te vergroten. Het is ook een manier om te communiceren naar het brede publiek, waarbij de Europese Commissie hoopt om met O&I tot de verbeelding te spreken. Missies hebben de ambitie om niet enkel oplossingen voor problemen te ontwikkelen, maar om maatschappelijke uitdagingen zo aan te pakken opdat een samenleving verandert. Een missie behelst meer dan enkel O&I-projecten, maar kunnen o.a. prijzen, wetgevende initiatieven enz. als instrument mee ingezet worden. Een kenmerk van missie-gedreven O&I-beleid is de doelgerichtheid van het onderzoek, ondersteund door een sterke burgerbetrokkenheid. Het doel van co-creatie is zowel de beleidsmakers als alle relevante stakeholders en meer specifiek het brede publiek te betrekken in het besluitvormingsproces. Het opzet is draagvlak/mede-eigenaarschap creëren bij de burgers om zo de impact van O&I te vergroten, maar ook om de burger maatschappelijk te betrekken en te activeren. Hoewel deze missies zich situeren binnen het Horizon Europaprogramma is het de verwachting dat ook lidstaten zich aansluiten bij de Europese activiteiten en deze ook lokaal ondersteunen, waarbij de hogervermelde partnerschappen een rol kunnen spelen. Het missie-gedreven onderzoeks- en innovatiebeleid krijgt een centrale plaats binnen Horizon Europe. Professor Mariana Mazzucato is in 2017 door toenmalig Europees commissaris voor Onderzoek, Wetenschap en Innovatie Carlos Moedas aangesteld om dit verder uit te werken.
120
Dit heeft geleid tot vijf criteria waaraan missies moeten voldoen, met name: (1) Een missie moet in staat zijn een breed publiek te betrekken en aan te sluiten bij wat er speelt in het hedendaags maatschappelijk debat; (2) een missie heeft een duidelijke termijn en een tastbaar, duidelijk omschreven en meetbaar doel; (3) een missie moet ambitieus zijn, maar wel haalbaar, en moet daarbij de gehele innovatieketen betrekken; (4) missies moeten multidisciplinair en cross-sectoraal zijn en private actoren uitnodigen te investeren; (5) een missie is duidelijk over de verwachte uitkomst, maar meerdere bottom-up oplossingen zijn denkbaar. Ook werden een aantal aanbevelingen geformuleerd om deze missies te doen slagen die – samen met nog een aantal andere criteria – opgenomen zijn in de Verordening. Typerend voor het missie-gedreven onderzoek is de rol die de burger en het maatschappelijke middenveld zullen innemen. De burgers zullen van meet af aan betrokken worden bij de ontwikkeling, implementatie en evaluatie van de missies. De Europese Commissie gaat de dialoog aan met de burger, de belanghebbenden en de overheid. In de Horizon Europe teksten zijn reeds gebieden voor mogelijke missies (mission areas) opgelijst: • Missiegebied 1: Adaptation to Climate Change, including Societal Transformation • Missiegebied 2: Cancer • Missiegebied 3: Healthy Oceans, Seas, Coastal and Inland Waters • Missiegebied 4: Climate-Neutral and Smart Cities • Missiegebied 5: Soil Health and Food Rond deze mission areas is een governance gebouwd. Mission boards (MB) Voor ieder missiegebied is er een mission board geïnstalleerd worden. Een mission board bestaat uit maximum 15 onafhankelijke experten met brede expertise – zij zijn zowel voor hun kennis, alsook voor hun kunde om de media te bespelen geselecteerd –, incl. Social Sciences and Humanities experten en relevante vertegenwoordigers van eindgebruikers. Assemblies Voor iedere missie is een assemblee geïnstalleerd, waaraan eveneens een groot aantal high-level experten deelneemt. De assemblies zullen minstends één keer (per jaar) maar wellicht back-to-back met de MB samenkomen. Zo’n assemblee zal een extra bron van ideeën, kennis en expertise vormen en dient als klankbord voor de MB om specifieke kwesties te behandelen. Sub-groups per missiegebied Het betreft hier telkens een werkgroep van nationale/regionale experten per missiegebied. Dit comité hangt formeel onder het Strategisch Comité (zie hoger, i.e. Strategic Configuration of the Horizon Europe Programme Committee) en verleent eveneens advies aan de MB. Deze nationale experten vormen een directe link tussen het Europese beleid (in dit geval de Mission Board) en de burgers en nationale/regionale belanghebbenden. Eén van de taken is het aanmoedigen van het burger-engagement. Hierbij dienen de experten o.m. nationale/regionale evenementen te identificeren die aanleunen bij het missiegebied waarin zij actief zijn of evt. nieuwe evenementen te organiseren. Zij detecteren de mogelijke aanspreekpunten (burgers of belanghebbenden) en stimuleren op die manier het co-creatie-proces. Deze experten kunnen eveneens een klankbordgroep/reflectiegroep van belanghebbenden opstarten, maar het is vnl. de bedoeling dat zij de burgers betrekken/raadplegen. Ook Vlaanderen zet zich achter het missiegedreven onderzoek. Dit impliceert voldoende personele inzet nodig is om alle activiteiten op te volgen en ertoe bij te dragen, o.a. onder de vorm van inbreng die het resultaat is van burgerparticipatieprocessen. 6. Verbinden van de Europese Onderzoeksruimte met de Europese Onderwijsruimte De nieuwe Europese commissaris Gabriël zet terecht sterk in op het verbinden van de Europese Onderzoeksruimte met de Europese Hoger Onderwijsruimte. Het initiatief ‘Europese Universiteiten’ speelt daarin een belangrijke rol. Het Departement EWI zal deze verbinding maximaal faciliteren. 121
61. Stakeholdersoverleg via EU-platform Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactperso(o)n(en) kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Dewallef Erwin Spyns Peter BAWM
Omschrijving actie Het Vlaams Platform voor Europese Programma's (kortweg EU-Platform) werd in 2010 opgericht vanuit de nood aan een overkoepelend platform om de deelname van Vlaamse onderzoekers en bedrijven aan Europese programma's en initiatieven op het gebied van economie, wetenschap en innovatie te versterken. Het tweeledige doel van het EU-Platform is meer bepaald: 1. Het stimuleren en ondersteunen van de Vlaamse deelname aan de EWI-gerelateerde Europese programma's en -initiatieven; 2. Het bewerkstelligen van een betere stroomlijning van de Vlaamse standpuntbepaling (ook binnen de Belgische [beleids]context) ten opzichte van de EWI-gerelateerde Europese (beleids)agenda. Het EU-Platform wordt gecoรถrdineerd door het Departement EWI. Het EU-Platform groepeert de EWI-gerelateerde beleidsactoren en stakeholders. en andere actoren. Momenteel bestaat het EU-Platform uit een stuurgroep en vijf werkgroepen. In de Stuurgroep EU-Platform (SEP) zetelen vertegenwoordigers van de betrokken EWI-beleidsentiteiten (Departement EWI en Agentschappen VLAIO en FWO), de VLIR (namens de Vlaamse universiteiten), de VLHORA (namens de Vlaamse hogescholen), de Vlaamse Strategische Onderzoekscentra (SOCs) (via een SOC-vertegenwoordiger die door het SOC-forum wordt aangeduid), de industrie (vertegenwoordigd door Agoria en BiR&D), het middenveld (vertegenwoordigd door de Verenigde Verenigingen) en Vleva. De EWIgerelateerde adviesraden VARIO en SERV nemen met raadgevende stem deel aan de SEP. Ook het beleidsdomein BUZA (Departement Buitenlandse Zaken en Agentschap FIT) is in de SEP vertegenwoordigd. Tenslotte heeft ook de EWI-vertegenwoordiger bij de Algemene Afvaardiging van de Vlaamse Regering bij de Europese Unie (AAVREU) zitting in de SEP. De SEP staat in voor de definitie van de algemene strategie van het EU-Platform en legitimeert ook de werkzaamheden ervan. De vijf operationele thematische werkgroepen van het EU-Platform zijn opgericht met een bredere samenstelling. Deze werkgroepen volgen elk vanuit hun eigen invalshoek de EWI-gerelateerde Europese programma's en initiatieven op, faciliteren de Vlaamse deelname aan de EWI-gerelateerde Europese programma's en initiatieven en dragen bij tot de Vlaamse standpuntbepaling over en prioriteitstelling in het Europese EWI-beleid. Ook formuleren de werkgroepen concrete voorstellen voor de uitwerking van nieuwe initiatieven die door de SEP worden voorgesteld. In 2020 wordt verder gewerkt aan de continue optimalisering van de werking van het EU-Platform, zowel op het operationele niveau (kennisdeling, visibiliteit, interactie SEP/werkgroepen, ...) als op het strategische niveau (proactieve Vlaamse standpuntbepaling t.o.v. de Europese EWI-gerelateerde beleidsagenda). De in 2019 geplande en opgestarte nieuwe evaluatie van het EU-Platform (de SEP en de werkgroepen) wordt uitgevoerd in 2020.
2. Vlaanderen-NL
122
62. Samenwerking Vlaanderen-Nederland Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactperso(o)n(en) kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Dewallef Erwin Verdoodt Pierre Nachtergaele Wouter 2.898 K euro (= totaalbudget 2020 voor internationalisering waarbinnen Vlaams/Nederlandse WI-initiatieven kunnen worden genomen)
Omschrijving actie De (strategische) samenwerking tussen Vlaanderen en Nederland op het gebied van economie, wetenschap en innovatie (EWI) wordt beleidsmatig nog steeds omkaderd door de intentieverklaringen van 7 april 2004 en van 17 april 2008. Om deze intentieverklaringen inhoudelijk invulling te geven en concreet uitvoering te geven aan de verklaarde gezamenlijke beleidsintenties vinden om de twee jaar topontmoetingen plaats tussen de Vlaamse en Nederlandse minister-presidenten (en vakministers in functie van de agenda). Tot hiertoe hebben dergelijke topontmoetingen plaatsgevonden op 4 juli 2011, 8 oktober 2013, 7 november 2016 en 5 november 2018. Op de topontmoeting van 8 oktober 2013 werd afgesproken om de thematische focus van de verdere Vlaams-Nederlandse EWI-samenwerking te leggen op high tech systemen en materialen, (duurzame) chemie en biogebaseerde economie, levenswetenschappen en gezondheid, en transport en logistiek. Voor high tech systemen en materialen en voor (duurzame) chemie moest op korte termijn een gezamenlijke toekomstvisie en -strategie worden uitgewerkt. Die oefeningen werden opgeleverd en aan de bewindslieden voorgelegd op de topontmoeting van 7 november 2016 in de vorm van respectievelijk de bilaterale high tech samenwerkingsagenda en de trilaterale chemiestrategie (met naast Nederland ook Noordrijn-Westfalen). Wat betreft de samenwerking op vlak van high tech werd begin 2016 een Vlaams/Nederlandse high tech stakeholdersgroep opgericht waarin de high tech sleutelspelers uit het veld evenals de betrokken overheidsinstanties zijn vertegenwoordigd. Deze groep heeft een Vlaams/Nederlandse high tech samenwerkingsagenda opgemaakt die, uitgezet langsheen de gehele waardeketen, is toegespitst op zes specifieke thema’s (in alfabetische volgorde): • Energie-innovatie, • Factories of the Future, • Flexibele Elektronica, • Fotonica, • Life Sciences & Health, en • Nieuwe Materialen. De Vlaams/Nederlandse high tech samenwerkingsagenda werd aan de bewindslieden gepresenteerd (en door hen onderschreven) op de derde ministeriële topontmoeting van 7 november 2016, en is sindsdien onder toezicht van de stakeholdersgroep in uitvoering. De samenwerkingsagenda kan hieronder worden geraadpleegd. Voor de realisatie van de agenda werden/worden onder meer een aantal samenwerkingsprojecten uitgevoerd in het kader van Interreg. Het gaat om de volgende projecten: • Energie-innovatie: DeeldeZon, RHEDCOOP (Interreg Vlaanderen-Nederland); • Factories of the Future: Fokus (Interreg Vlaanderen-Nederland); • Flexibele Elektronica: Flexlines, GROW! (Interreg Vlaanderen-Nederland); 123
• • •
Fotonica: opschaling pilootlijnen B-PHOT en PhotonDelta (Interreg Vlaanderen-Nederland); OIP4NWE (Interreg Noordwest-Europa); Life Sciences & Health: Biomat on microfluidic chip, HELIS Academy, PRosPERoS (Interreg Vlaanderen-Nederland); BONE (Interreg Noordwest-Europa); Nieuwe Materialen: Smart*Light, Accelerate³, PRosPERoS (Interreg Vlaanderen-Nederland); QUALIFY (Interreg Twee Zeeën); ASPECT (Interreg Noordwest-Europa).
Naast de (continue) focus op Interreg als ‘evident’ steuninstrument voor grensoverschrijdende samenwerking, wordt (o.a. vanuit de stakeholdersgroep) ook gekeken naar opportuniteiten en (nationale, Europese, …) beleids- en steuninstrumenten voor samenwerking ‘beyond’ Interreg. Daarbij wordt niet alleen verder ingezet op de lopende high tech samenwerkingsthema’s, maar ook naar (mogelijke) scopeverbreding van de high tech samenwerkingsagenda (en de stakeholdersgroep) met/naar andere thema’s, bv. door kruisbestuiving op te zoeken tussen het missiegedreven innovatiebeleid in Nederland en de opkomende domeinen (= Artificiële Intelligentie, Cyberveiligheid en Gepersonaliseerde Geneeskunde) + de strategische domeinen (= de domeinen van de Strategische Onderzoekscentra en de Speerpuntclusters) in Vlaanderen. De high tech samenwerkingsagenda (en stakeholdersgroep) is dan ook een dynamisch gegeven en leidraad om Vlaanderen en Nederland gezamenlijk verder te laten inspelen op economische en maatschappelijke uitdagingen zoals zorg en gezondheid, energietransitie en duurzaamheid (m.i.v. verduurzaming van de industrie en CO2-reductie), digitalisering (van de industrie), cyberveiligheid, … Op de ministeriële topontmoeting van 5 november 2018 werd een stand van zaken besproken van de uitvoering van de Vlaams/Nederlandse high tech samenwerkingsagenda, en werd ook afgesproken om op 28 oktober 2019 een Vlaams/Nederlandse Wetenschaps- en Innovatiedag te organiseren. De eerste editie, de W&I-dag 2019, vond plaats op 28 oktober 2019 en heeft vanuit de ‘triple helix’ (beleidsmakers, kenniswereld en bedrijfswereld) een aantal interessante inzichten bijgebracht voor de verdere thematische richting en prioritering van de Vlaams-Nederlandse samenwerking op het gebied van economie, wetenschap en innovatie. In het najaar van 2020 is een vijfde ministeriële topontmoeting gepland te Brasschaat. Het Departement EWI zal in 2020 verder intens de interactie met het Nederlandse economisch, wetenschaps- en innovatie ecosysteem opzoeken.
124
3. Vlaanderen-NRWF 63. Samenwerking met NoordRijn-Westfalen Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactpersonen kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Top Lieven Nachtergaele Wouter BAWM
Omschrijving actie Samenwerking tussen Vlaanderen en NRW bestaat al heel lang. Een eerste basis voor de samenwerking tussen Vlaanderen en NRW dateert uit 1991 met de ondertekening van een internationale NRW-Vlaamse samenwerkingsovereenkomst. Heel diverse samenwerkingen zijn gevolgd op verschillende domeinen. De Vlaamse week in maart 2019 was daar een exponent van. Deze deelstaat is met 18 miljoen inwoners, de grootste van Duitsland. Een derde van de Vlaamse export naar Duitsland is gericht op NRW, alias het Ruhrgebied. NRW vormt amen met Vlaanderen en Nederland ook een sterke driehoek, die één van de grootste logistieke en chemische clusters ter wereld omvat (met de havens van Antwerpen, Rotterdam, Duisburg en het Ruhrgebied). De samenwerking met NoordrijnWestfalen is daarom een prioriteit van het Vlaamse buitenlands beleid. In januari 2019 hebben de regeringen van het Vlaams Gewest en NoordRijn-Westfalen beslist tot een heropstart van de ‘Economische Working Party’. Doel is een tweetal bijeenkomsten per jaar tussen delegaties van de ministeries van economie om specifieke dossiers uit te werken waarbij beide een meerwaarde kunnen creëren. Daarnaast is er nauwe samenwerking met NoordRijn-Westfalen binnen de trilaterale chemiestrategie. In 2020 is het ook de intentie om actief mee te werken in een samenwerkingsverband van staalregio's op initiatief van NoordRijn-Westfalen.
125
4. Brexit 64. Opvolging Brexit Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactpersoon kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Top Lieven Nachtergaele Wouter BAWM
Omschrijving actie In juni 2016 stemde de Britse bevolking in een referendum voor de uitstap van het Verenigd Koninkrijk uit de EU. De uitstap uit de EU heeft sowieso een impact op de Vlaamse economie en de Vlaamse onderzoeksactoren. Het Departement EWI volgt de diverse onderdelen van de onderhandelingen van nabij op met het oog op het vrijwaren van de belangen van haar stakeholders. Daarvoor wordt ook samen gewerkt met diverse entiteiten binnen de VO en België. De terugtredingsonderhandelingen zijn in 2017 van start gegaan en eind 2019 beëindigd, met formele exit datum op 31/1/2020. Om de weerbaarheid van het Vlaams economisch weefsel tegen de gevolgen van ‘Brexit’ te verhogen, lanceerde de Vlaamse Regering daarom op 18/11/2018 een 'Brexit Actieplan'. In het actieplan wordt een viervoudige aanpak voorgesteld, ongeacht het scenario: • Een proactieve Vlaamse standpuntbepaling in het kader van de Brexit-onderhandelingen; • Een pleidooi voor compenserende mechanismen in het kader van de onderhandelingen voor een nieuw Meerjarig Financieel Kader van de EU 2021-2027; • De integrale ondersteuning van bedrijven; • De ontwikkeling van een proactieve investeringsstrategie naar buitenlandse investeerders. Vanaf 2020 Q2 is voorzien dat de onderhandeling worden opgestart i.v.m. de toekomstige relatie inclusief handel en level playing field. Indien er geen verlenging van de termijn wordt gevraagd, dient dit klaar te zijn tegen eind 2020. Het Departement EWI volgt de beleidsontwikkelingen nauwgezet op.
126
c. Een beleid gedreven door feiten en cijfers 1. Beleidsrapporteringen 65. Beleidsrapporteringen voor het hele beleidsdomein EWI i.k.v. Europees Semester en ten aanzien van Europese en internationale instanties Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactpersoon kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Boutens Karel (0,6 VTE) Spyns Peter Verdoodt Pierre Nachtergaele Wouter BAWM
Omschrijving actie Europees semester De taken van het Departement EWI bestaan uit het leveren van inbreng voor en opvolging voor het EWIbeleidsdomein van: • het Vlaamse Hervormingsprogramma (VHP) EU2020; • het Nationaal Hervormingsprogramma van België (NHP) EU2020; • de formele EU2020-indicator (3%-doelstelling); • overleg met de Europese Commissie in het kader van het Europees Semester (bv. Fact-Finding Mission); • de rapporten en documenten van de Europese Commissie m.b.t. het Europees Semester. Andere rapporteringen Opstellen van de inbreng vanwege het EWI-domein voor verslagen, vragenlijsten, ad-hoc bevragingen, studies, rapporten, inbreng voor landrapporten over België, of andere t.b.v. verschillende (beleids)niveaus en fora, waaronder: • rapporteringen aan/nazicht van rapporten opgesteld door de Europese Commissie en de OESO (bv. over de ERA, de STI Outlook en RIO (Research and Innovation Observatory), de OESO Economic survey, de OESO-EC STI Policy overzicht), de IMF-bevraging; • de actualisering van de publicatie ‘STI in Flanders’ van het Departement EWI; • publicaties van andere Belgische overheden waarin ook EWI-bevoegdheden en initiatieven zijn opgenomen.
127
2. Beleids- en begrotingscoördinatie 66. Begrotingscoördinatie binnen het hele beleidsdomein EWI Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactpersonen kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Bourdeaud'hui Ann (1 VTE) Debontridder Helga Nagels Georges, Dewandeleer Bart BAWM
Omschrijving actie Begrotingscoördinatie Begrotingscoördinatie situeert zich op het niveau van het beleidsdomein en houdt in dat de EWI-coördinator het aanspreekpunt is voor het Departement Financiën en Begroting, de entiteiten van het beleidsdomein EWI (Departement EWI, Agentschap Innoveren & Ondernemen, FWO, PMV, LRM en Agentschap Plantentuin Meise), het bevoegde kabinet, de Inspectie van Financiën en het Rekenhof. De begrotingscoördinator tracht alle entiteiten binnen het beleidsdomein tijdig hun begrotingsvoorstellen en ESR-begrotingen te laten indienen en bewaakt de kwaliteit van de desbetreffende voorstellen. Ook is het de taak van de coördinator om advies te verlenen bij opmaak van begrotingsvoorstellen en begrotingstechnische vragen binnen het beleidsdomein te beantwoorden. Verder beheert hij/zij eveneens de kwaliteitsbewaking van BUTEO. Vlaamse Codex Overheidsfinanciën (VCO) Vanaf 2020 is de VCO van toepassing. De VCO is evenwel niet beperkt tot het codificeren van bestaande regelgeving, ook worden de bestaande hiaten en gebreken in het huidig juridisch kader weggewerkt. De VCO heeft tot doel een duidelijke visie te implementeren en bij te dragen aan een overzichtelijk, samenhangend en transparant budgettair en financieel beleid.
128
67. Beantwoorden van parlementaire vragen en vragen om uitleg (VOU): coördinatie binnen het beleidsdomein EWI Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactpersonen kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Verdoodt Pierre Jacobs Els EWI Suys Raf, De Hondt Paul BAWM
Omschrijving actie Het Departement EWI staat in voor de coördinatie binnen het beleidsdomein van de ontwerpantwoorden van de schriftelijke parlementaire vragen (vragen aan de minister, de minister als coördinerend minister, of aan verschillende ministers), de vragen om uitleg en de actuele vragen. Om een indicatie te geven van de werkdruk die dit genereert, wordt onderstaand overzicht gegeven voor afgelopen parlementair werkjaar 2018-2019. 1. Schriftelijke vragen: Voor het parlementaire werkjaar 2018 - 2019 bezorgde het kabinet aan het Departement EWI 174 schriftelijke vragen gesteld om te beantwoorden. 2. Schriftelijke vragen aan meerdere/alle ministers: Het Departement EWI heeft een insteek gegeven voor 42 vragen aan meerdere ministers. 3. Vragen om Uitleg (VOU’s): Er werden 36 VOU’s aan EWI bezorgd.
129
68. Kenniscentrum over O&O, economie, wetenschap, innovatie in Vlaanderen Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden
Contactpersoon kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Maris Stefanie (1 VTE extern gefinancierd) Maes Dries (0,1 VTE) Van Langenhove Monica (0,7 VTE) Van Nispen Jan (0,8 VTE) Viaene Peter EWI (0,8 VTE) De Hondt Paul BAWM
Omschrijving actie De kernopdrachten van het Kenniscentrum zijn de volgende. A. Wat verplichte data-aanlevering betreft, worden er tweejaarlijks cijfers voor indicatoren uitgewisseld zodat er internationale vergelijkingen kunnen worden gemaakt (O&O- en CIS-enquêtes), en dit op basis van de geldende afspraken met de bestaande partners (federale overheid [voor OESO en Eurostat], Statistiek Vlaanderen [voormalige Studiedienst Vlaamse Regering], en ECOOM). B. Daarnaast worden jaarlijks de verdeelsleutels berekend voor de verdeling van de middelen voor de Bijzondere Onderzoeksfondsen (BOF) van de universiteiten, de Industriële Onderzoeksfondsen (IOF), de Expertisecellen Wetenschapscommunicatie en de verdeelsleutel middelzware apparatuur. De verdeelsleutels worden berekend op basis van weging van parameters, die in vele gevallen ook indicatoren zijn. De cijfers voor de parameters worden aangeleverd door de universiteiten, ECOOM, het beleidsdomein Onderwijs en EWI zelf. De verplichte ECOOM-data-aanlevering voor BOF en IOF zit vervat in de Vlaamse regelgeving en is ook als taak opgenomen in de ECOOM-beheersovereenkomst. Deze informatie (parameters in verdeelsleutels) wordt gebruikt bij de toekenning van de subsidies aan de universiteiten, de verdeelsleutel middelzware apparatuur en de Expertisecellen Wetenschapscommunicatie. C. Departement EWI brengt jaarlijks volgende publicaties uit: • Speurgids Ondernemen & Innoveren; • Engelstalige STI-publicatie; • Analyses van de Vlaamse deelname aan Europese programma’s (tussentijds en een eindanalyse bij het aflopen van de programma’s); • Het 'Vlaams Indicatorenboek' (online versie - jaarlijks): een aangepaste versie in samenwerking met ECOOM (coördinator); • Twee keer per jaar wordt de conjunctuur-analyse in het kader van de opmaak van de begroting gepubliceerd; • Jaarlijkse publicatie opvolging en monitoring van extreme groeiers in Vlaanderen. D. Het Departement EWI stelt ook cijfers ter beschikking in de vorm van: • Brongegevens voor de berekening van O&O-intensiteit, O&O-personeel en andere; • Bundeling van brongegevens over bedrijven (vanuit de steunpunten, eigen materiaal etc.); • Indicatoren zoals GBARD, financiële return uit het EU Kaderprogramma, …; • Links naar de primaire bronnen (SVR, VARIO, ECOOM); • Monitoring structuur Vlaamse economie; • Analyses en opdrachten in het kader van het Steunpunt Economie en Ondernemen (STORE); • Ad hoc cijfermatige en analytische ondersteuning voor beleidsvoorbereiding en beleidsevaluatie; • Analyse aandeel creatieve sectoren in de Vlaamse economie; • De opmaak van cijfermatige sectorfiches van de sectoren binnen de Vlaamse economie.
130
E. Daarnaast staat het departement ook in voor het laagdrempelig ontsluiten van statistische gegevens: • Ontsluiten van cijferreeksen door ECOOM via het Indicatorenboek (elektronische versie); • Regelmatige updates voor cijfers en indicatoren aangeboden via de EWI-website; • Regelmatig communicatie voorzien over kerncijfers en indicatoren m.b.t. het beleidsdomein EWI; • Regelmatig presenteren van de deelnamecijfers aan het Europese Kaderprogramma op de stuurgroep en de werkgroepen van het EU-Platform; • Aankondigen van publicaties en cijfers via digitale media (LinkedIn, Twitter, website, …) in samenwerking met de EWI-communicatiecel; • De publicaties en studies van STORE worden via de EWI-website en de website van STORE verspreid en indien nodig verder geduid; • Ad-hoc publicaties en analyses met economische inslag. F. Binnen het kenniscentrum wordt een samenwerkingsverband opgezet tussen de entiteiten van het beleidsdomein EWI en andere actoren verwant met het EWI-beleidsdomein (zoals FIT, VLAIO, WSE, Statistiek Vlaanderen) met de bedoeling om inspanningen te bundelen voor kennisopbouw ter ondersteuning van het lange termijn beleid binnen de bevoegdheden economie, wetenschap en innovatie. Rond een beperkt aantal specifieke thema’s waar gezamenlijke kennisopbouw nodig is, wordt een project gedefinieerd waar meerdere entiteiten gezamenlijk hun inspanningen voor willen bundelen.
131
3. Beleidsevaluaties 69. Evaluaties binnen het EWI-beleidsdomein die in 2020 worden afgewerkt, voorbereid en/of uitgevoerd Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactpersoon kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Borrey Sabine (1 VTE) Baert Lieselot (1 VTE) Winderickx Wim (0,9 VTE) De Hondt Paul EB0-1EC115-1211 EB0-1EC116-3300 595 K euro (VAK 2020) en 160 K euro (VEK 2020)
Omschrijving actie De Beleidsnota stelt dat op basis van de evaluatiebepalingen opgenomen in de regelgeving en in de afgesloten verbintenissen binnen het beleidsdomein EWI, de evaluatie‐agenda van het departement nauwgezet wordt uitgevoerd. Deze evaluatie‐agenda omvat naast de individuele evaluaties van projecten, instellingen, programma’s en instrumenten ook systeemevaluaties. De Beleidsnota vraagt daarbij specifiek de proportionaliteit van de evaluatie‐aanpak in functie van de omvang van de betrokken organisaties en de budgetten te bekijken en desgevallend bij te stellen met het oog op een efficiënte besteding van tijd en middelen. In deze fiche wordt een overzicht gegeven van de evaluaties/studies die in 2020 worden afgewerkt, voorbereid en/of uitgevoerd. Personeelsinzet De inzet van personeel binnen de afdeling Strategie en Coördinatie voor deze actie wordt voor 2020 geschat op 2,9 VTE. De inzet van personeelsleden van andere afdelingen (met name hun bijdrage aan het evaluatieproces) is dus niet meegerekend in dit aantal. Evaluatie-agenda 2020 De evaluatie-agenda voor 2020 wordt hierna weergegeven. In deze evaluatie-agenda worden waar mogelijk en opportuun systeemevaluaties uitgewerkt en opgezet en dit in lijn met internationale praktijken en in overeenstemming met de beleidsnota 2019-2024. Systeemevaluaties laten toe om het beleid op een hoger aggregatieniveau te evalueren en aldus het gecombineerd effect van de diverse activiteiten/programma's/projecten/actoren beter in kaart brengen. Dit zou op termijn ook moeten bijdragen tot een betere ondersteuning van de beleidsvoorbereiding. Individuele evaluaties zijn namelijk vooral gericht op het evaluatieonderwerp zelf en blijven de effecten op en binnen het (EWI-)systeem onderbelichten, hoewel bij de uitvoering ervan altijd rekening wordt gehouden met de beleidscontext. De evaluatie-agenda 2020 die hieronder wordt weergegeven, omvat de individuele evaluaties die minstens moeten worden uitgevoerd rekening houdend met de verbintenissen die het departement beheert en een thematische systeemevaluatie (over NERF - zie ook verder). In het overzicht hierna werd met andere woorden nog geen rekening gehouden met mogelijke ad-hoc-(systeem)evaluaties die in de loop van het jaar 2020 zouden worden gevraagd/opgedragen/opduiken.
Evaluaties/studies die werden opgestart in 2019 en die worden afgewerkt in 2020: 132
• • • • •
Evaluatie Europaplatform (stuurgroep en werkgroepen) Evaluatie Steunpunt Economie en Ondernemen Verfijning en verdieping van het instrument ‘bevraging onderzoekers’ (deze bevraging werd in 2018 een eerste keer uitgevoerd in de rand van de systeemevaluatie over onderzoeksfinanciering) Analyse BOF-sleutel Bijdrage aan de evaluatie van de referentietaken van VITO (in samenwerking met het Departement Omgeving)
Doorlopende actie (opgestart in 2019 en doorlopend in 2020 en volgende jaren): Op vraag van andere entiteiten binnen de Vlaamse overheid ondersteuning bieden bij hun evaluatie van initiatieven voor beleidsonderzoek en indien relevant, ondersteuning bieden bij een overheidsbrede evaluatie van de huidige aanpak van beleidsonderzoek Evaluaties die worden voorbereid in 2020: • Evaluatie Programma Innovatieve Overheidsopdrachten (PIO) • Evaluatie PMV • Evaluatie Imec • Evaluatie VIB • Evaluatie NERF • Evaluatie UNU-CRIS • Evaluatie (wetenschappelijke opdracht) Orpheus • Evaluatie VLIZ • Evaluatie (wetenschappelijke opdracht) KMDA Evaluatie die wordt voorbereid en uitgevoerd in 2020: Thematische systeemevaluatie betreffende neuro-electronic research in Vlaanderen.
133
4. Beleidsadvisering 70. Vlaamse Adviesraad voor Innoveren en Ondernemen (VARIO) Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden
Contactpersoon kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Raspoet Danielle Buelens Pascale Linseele Veerle Ratinckx Elie Vercoutere Kristien Wastyn Annelies De Hondt Paul BAWM 328 K euro
Omschrijving actie De Vlaamse Adviesraad voor Innoveren en Ondernemen (VARIO) adviseert de Vlaamse Regering en het Vlaamse Parlement over het wetenschaps-, technologie-, innovatie-, industrie-, en ondernemersbeleid. Hij doet dit zowel op eigen initiatief als op vraag van de Vlaamse Regering of het Vlaams Parlement. De VARIO heeft een onafhankelijke positie ten opzichte van de Vlaamse Regering, de administratie en de partijen in het werkveld. Daarom zetelen de voorzitter en de negen leden van de VARIO in eigen naam. De VARIO-staf ondersteunt de VARIO bij het uitvoeren van zijn taken in inhoudelijk, procesmatig en facilitair opzicht. Dit houdt in: • Opstellen jaarprogramma 2020; • Opstellen jaarverslag 2019; • In functie van het jaarprogramma 2020 adviestrajecten doorlopen: VARIO plant om in het voorjaar het advies rond ‘Roadmap naar de Top 5 innovatieve kennisregio’s’ te finaliseren. Ook het proces voor het opstellen van een set kwaliteitsvolle indicatoren voor wetenschap en innovatie wordt verdergezet. Beide adviestrajecten gingen van start in 2019. VARIO zal zich in 2020 tevens verdiepen in de Sustainable Development Goals en maatschappelijke uitdagingen en de rol die een missiegericht innovatiebeleid en de quadruple helix hierbij innemen. Nog op het programma staat een grondige analyse van het belang van O&O-centra van buitenlandse bedrijven voor Vlaanderen. Het advies zal zich richten op hoe we bestaande O&O-centra kunnen behouden en nieuwe kunnen aantrekken.
134
71. Opvolging Expertisecentrum O&O-monitoring (ECOOM) Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactpersoon kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Viaene Peter De Hondt Paul EBO-1EC110 2,880 miljoen euro
Omschrijving actie A. De opdrachten van het Expertisecentrum Onderzoek en Ontwikkelingsmonitoring zijn: • een performant systeem van O&O- en innovatie-indicatoren ontwikkelen en onderhouden dat de Vlaamse overheid moet voorzien van geactualiseerde en relevante statistische data over de O&Oen innovatieperformantie van Vlaanderen. Het ontwikkelt ook een portefeuille van relevante wetenschappelijke onderzoeksactiviteiten ter ondersteuning van die opdracht; • parameters berekenen in het kader van de decretale en tijdelijke financieringskanalen van het wetenschaps- en innovatiebeleid en van specifieke onderzoeksgerelateerde werkingstoelagen aan hogeronderwijsinstellingen; • in statistische gegevens voorzien over O&O en innovatie in het kader van internationale afspraken met supranationale organisaties; • monitoring van academische human resources in Vlaanderen; • implementatie database performantie in de kunsten (afbouwend) en meten wetenschappelijke impact; beheer van de classificatielijsten rond onderzoek; • als strategische partner optreden voor Flanders Research Information Space (FRIS) door gegevens over onderzoek en innovatie aan FRIS ter beschikking te stellen, het afsprakenkader voor monitoring en rapportering van de kennisinstellingen aan FRIS mee vorm te geven en de kwaliteit van de FRIS-data te bewaken door eenduidige afspraken te maken rond semantiek en classificaties. B. Departement EWI verzorgt de administratieve, financiële en inhoudelijke opvolging van de werkzaamheden van het Expertisecentrum O&O-Monitoring (ECOOM). Begin 2019 werd het nieuwe convenant 2019-2023 goedgekeurd waarin de recurrente taken opgenomen zijn naast enkele bijkomende taken met betrekking tot FRIS. De taken die ECOOM uitvoert, zijn verder gespecifieerd in het meerjarenplan en verder operationeel uitgewerkt in het jaarplan, het financieel plan en een activiteitenverslag. Midden 2019 werd ook een addendum goedgekeurd aan het nieuwe convenant 2019-2023 Expertisecentrum O&O Monitoring voor de bijkomende opdrachten met betrekking tot multidisciplinariteit, impact en technoeconomische analyse, waarmee het Expertisecentrum O&O belast werd. De taken waar EWI een rol in speelt, zijn de volgende: • Toezicht op de uitvoering van het nieuwe convenant; • De voorbereiding en opmaak van het MB voor de jaarlijkse subsidie (en opvolging uitbetaling); • Administratieve opvolging (jaarplan, financiële opvolging, activiteitenverslag); • Inhoudelijke opvolging (evolutie, werking en output): structureel overleg tussen EWI-ECOOM om de werkzaamheden van ECOOM te sturen/coördineren, informatie uit te wisselen en afspraken te maken, opvolging output (3%-nota, indicatorenboek WTI, berekeningen parameters onderzoeksmiddelen,...), en de opvolging van het beheerscomité waar de output/resultaten van ECOOM gepresenteerd worden.
135
72. Opvolgen van de activiteiten van het Steunpunt Economie en Ondernemen Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactpersoon kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Van Nispen Jan Boeykens Ilse Callewaert Sophie Maes Dries De Hondt Paul EBO- 1EC124 470 K euro
Omschrijving actie Het Steunpunt Economie en Ondernemen (STORE) voert beleidsrelevant onderzoek uit ten behoeve van de Vlaamse overheid. De opdracht bestaat uit drie onderzoekspijlers: A. Clusters STORE brengt de speerpuntclusters in Vlaanderen in kaart en geeft inzicht in de clusterdynamieken en de competitiviteit van bedrijven actief in de speerpuntclusters: Catalisti (chemie & kunststof), SIM (materialen), Flux50 (energie), VIL (logistiek), Flanders’ Food (agrovoeding), Blauwe Cluster (blauwe economie). B. Beleidsevaluatie STORE onderzoekt of de tussenkomst van de overheid daadwerkelijk aanleiding heeft gegeven tot wijzigingen in economisch relevante variabelen zoals tewerkstelling, omzet en investeringen. Behalve de beleidsmaatregelen die de onderzoekers zelf ter evaluatie voorstellen, is het de bedoeling dat andere en/of nieuwe programma’s in overleg met de vragende partij aan de analyse worden onderworpen. C. Ondernemen STORE brengt de ondersteunende en belemmerende factoren voor succesvol ondernemerschap in Vlaanderen in kaart. Hoe staat het met de ondernemerscultuur? En hoe werkt de financiering van jonge ondernemingen? Vormen financiële beperkingen of financieringsvormen al dan niet een rem op de (door)groei en financiële performantie van kmo’s? Om deze vragen te beantwoorden, worden jaarlijks twee bevragingen, resp. bij 1000 personen en 1200 ondernemers, uitgevoerd. Het steunpunt geeft naast onafhankelijk onderzoek ook advies bij het uittekenen, testen en implementeren van nieuwe beleidsmaatregelen. Het Steunpunt Economie en Ondernemen wordt van 2016 tot en met 2020 uitgevoerd door het onderzoeksinstituut VIVES van de KU Leuven, in samenwerking met de Vakgroep Marketing, Innovatie en Organisatie van de Universiteit Gent. VIVES ontfermt zicht hierbij over Pijlers A en B, UGent behandelt Pijler C. Departement EWI heeft als taak hierin het organiseren en coördineren van de verschillende werkzaamheden verbonden aan de diverse opdrachten van het steunpunt voor beleidsrelevant onderzoek (stuurgroepvergadering, spoorwerkgroepen, korte termijn projecten…). In 2020 zal het beleidsrelevant onderzoek voor dit thema uitgewerkt worden voor de periode na de huidige looptijd van het Steunpunt STORE.
136
73. Inzetten op beleidsadviezen via de uitbouw van een kennisnetwerk rond beleidsonderzoek Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactperso(o)n(en) kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Winderickx Wim
EB0-1EC116-3300
Omschrijving actie Beleid moet onderbouwd zijn. Deze onderbouwing is een absolute voorwaarde om effectief, efficiĂŤnt, legitiem en democratisch beleid te kunnen voeren. Het onderbouwen van beleid is bovendien noodzakelijk om als overheid te handelen zoals het hoort, overeenkomstig algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals het motiveringsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel. Deze onderbouwing kan verschillende vormen aannemen, met als grote lijnen (wetenschappelijk) beleidsonderzoek, ook wel beleidsrelevant, beleidsgericht of beleidsondersteunend onderzoek genoemd; (beleids-)evaluaties, van ex-anteperspectief tot ex-post en toekomstverkenningen. Sinds 2016 is beleidsrelevant onderzoek binnen de Vlaamse overheid gedecentraliseerd, waarbij de individuele entiteiten geresponsabiliseerd zijn om eigen initiatieven hierrond op te zetten. Vanuit de expertise, ervaring en het netwerk die al sinds 1996 over beleidsonderzoek zijn opgebouwd, blijft het Departement EWI de collega's van andere entiteiten hierrond bijstaan. Dit werd ook gestipuleerd in de conceptnota Vlaamse Regering van 3 juli 2015 m.b.t. beleidsonderzoek en in dit kader werd het Kennisnetwerk Beleidsonderzoek gestart om over de beleidsdomeinen heen rond beleidsonderzoek te werken. Dit vond ook aansluiting bij de actiepunten die tijdens de vorige legislatuur in het Witboek ‘Open en Wendbare overheid’ werden geformuleerd op vlak van onderbouwd beleid en waar via het Kennisnetwerk Beleidsonderzoek aan werd bijgedragen. Het belang van onderbouwd beleid werd bovendien opnieuw benadrukt in het Regeerakkoord 2019-2024 van de Vlaamse Regering, waarin ook werd gepleit om beleid steviger wetenschappelijker te onderbouwen. Daarenboven is beleidsonderzoek sterk verweven met beleidsprioriteiten op vlak van wetenschappelijk onderzoek, zoals Open Science, Science Diplomacy, RRI, Citizen Science, Privacy, vertrouwen in wetenschap,... waarrond EWI sterk actief is.
137
VII.
INTERNE WERKING VAN HET DEPARTEMENT EN APPARAATSKREDIETEN a. Personeel 74. Selectief vervangingsbeleid
Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactperso(o)n(en) kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Vaes Gerda Berings Dave Min Eric BAWM
Omschrijving actie In het Vlaams Regeerakkoord 2019-2024 werd een nieuwe personeels- en budgettaire besparing opgelegd (niet langer lineair maar door de VR bepaald). In opvolging daarvan moeten uitstroom en toegestane vervangingen nauwgezet worden opgevolgd, dit alles binnen een steeds krapper (en ontoereikend) budgettair kader. Dit vergt een permanente afweging tussen noodzakelijke werving (binnen hogervermeld kader) om de opgelegde kern- en ondersteunende taken op een kwalitatieve manier te blijven uitvoeren versus het blijvend motiveren van de personeelsleden en vermijden dat ze vroegtijdig uitvallen of vertrekken. Aanpak: selectieve vervanging op basis van een duidelijke definiĂŤring van de noden t.o.v. kerntaken en permanente taken om zo de opgelegde personeelsafbouw te realiseren met blijvende aandacht voor interne doorstroommogelijkheden, dit alles binnen het kader van budgettaire besparingen. Randvoorwaarden: de inkrimping wordt opgevangen door: 1. Proceshertekening en -rationalisatie; 2. Herverdeling van de opdrachten en samenwerking waar mogelijk - waarbij ook wordt gekeken naar samenwerking met andere entiteiten, binnen of buiten het beleidsdomein; 3. Verdere informatisering (Vlimpers, OraFin,...).
138
75. Introductie functiefamilies bij Departement EWI Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactperso(o)n(en) kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Min Eric
BAWM
Omschrijving actie De introductie van het concept ‘functiefamilies’ in de organisatie vanaf 2003 had drie belangrijke doelstellingen: 1. Het correcter en eenduidiger formuleren van functiebeschrijvingen; 2. Het loskoppelen van salaris en diploma; 3. Het anders gaan denken en omgaan met verloning (structuur van het salaris, invoeren van een meer variabele en aan de inzet van het personeelslid gekoppelde verloning...). De Vlaamse Regering heeft beslist dat het project stapsgewijze moet worden ingevoerd. Nadat in 2019 werk werd gemaakt van (1) de actualisering van de individuele functiebeschrijvingen (aan de hand van de functieniveaumatrix, maar vooralsnog zonder de wegingsmethodiek te gebruiken) en (2) het voortzetten van de interdepartementale oefening rond indeling van enkele sleutelfuncties die algemeen voorkomen (jurist, secretariaat, dossierbeheerder...), is de verdere timing en scope van het project nog onduidelijk. Er werden vooralsnog geen vergaderingen van de begeleidingscommissie gepland. In functie van de beleidskeuzes die op dit vlak worden gemaakt (verdere introductie, bijsturing, timing...), zal het departement loyaal meewerken.
76. Aansluiting bij Personeelspunt (div. modules) Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden
Contactperso(o)n(en) kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Min Eric Berings Dave Declerck Kris Le Moine Vanessa Van de Gaer Dirk BAWM
Omschrijving actie Vlimpers (Vlaams interdepartementaal modulair personeelssysteem) is een online HRM-systeem dat wordt gebruikt voor het beheer van personeelsgegevens, functiegegevens en afwezigheden. Het vormt ook de basis voor de loonberekening. Een eerste versie van het systeem werd in 2002 geïntroduceerd. Sindsdien evolueert het systeem continu om te voldoen aan nieuwe regels en nieuwe gebruikersnoden. Vlimpers wordt voortdurend geoptimaliseerd. Naast technische upgrades wordt er ook naar gestreefd om de dienstverlening efficiënter en gebruiksvriendelijker te maken aan de hand van functionele verbeteringen. In deze optiek kadert de nieuwe Talentmodule, die de modules profielbeheer, rekrutering en selectie en prestatiemanagement omvat.
139
Het departement zal toetreden tot de nieuwe module selectie en aanwerving van Personeelspunt. Het is de bedoeling dat processen in deze domeinen meer gestructureerd verlopen, wat ook een positieve weerslag op de rapportering moet krijgen. Om de toetreding vlot te laten verlopen, stelt AgO een kalender op en wordt een aanpak uitgewerkt (uittekenen van de rollen, inzet personeel, invoer van gegevens, communicatie naar het personeel i.v.m. de nieuwe werkafspraken ...). Scope, timing, werklast en inzet van het eigen AZO-personeel zullen in de loop van 2020 worden geconcretiseerd.
77. Uitvoering van het departementale vormingsbeleid in 2020 Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactperso(o)n(en) kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Min Eric Le Moine Vanessa BAWM
Omschrijving actie Door een adequate en permanente vorming van de personeelsleden tracht het Departement EWI de inzetbaarheid en efficiĂŤntie te verhogen. Personeelsleden die op de hoogte blijven van de nieuwste tendensen en zich proactief bijscholen, leveren een meer kwalitatieve output en voelen zich beter in hun vel. Vorming is een permanent gegeven dat een jaarlijkse cyclus volgt. Op basis van 1. een rondvraag aan de afdelingshoofden; 2. een bevraging van de individuele noden en verwachtingen van de personeelsleden; 3. een doorlichting van de individuele planningsdocumenten; 4. een inschatting van globale noden, wordt het vormingsbeleid geactualiseerd. Daarnaast spelen de leidinggevenden en de HR-functie permanent in op vormingsvragen en -noden. Deze kunnen collectief zijn - wat veeleer zeldzaam is in een kleine en stabiele organisatie als EWI - of individueel. Het vormingsaanbod is zeer breed: naast het eigen interne programma (AgO) kunnen extern alle relevante opleidingen, cursussen, studiedagen, seminaries e.a. worden gevolgd (mits goedkeuring van de leidinggevende en een budgetcheck bij dure opleidingen). De inhoud kan vaktechnisch zijn, gericht op ITtoepassingen of persoonlijke vervolmaking (attitude). De voorbije jaren zette het departement sterk in op IT-opleidingen en op taaltrainingen voor de personeelsleden die internationale contacten onderhouden. In kleine groepjes werden cursussen Frans en Engels aangeboden (basis en gevorderden), met de inzet van native speakers. Aangezien de instroom van nieuwe personeelsleden zeer beperkt maar divers is, is het aangewezen dat er bij de individuele planningsafspraken oog is voor het aspect vorming, zodat de nieuwe collega optimaal zijn weg vindt.
140
78. Welzijn op het Werk Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden
Contactperso(o)n(en) kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
De Bal Ils Baert Lieselot Callewaert Sophie De Vos Liselotte Haesaert Els Jacobs Els EWI Maris Stefanie Min Eric Schruers Liesbet Vaes Gerda Van de Gaer Dirk Viaene Peter BAWM
Omschrijving actie Elke werkgever is wettelijk verplicht (wet van 4 augustus 1996 over het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk) het welzijn binnen zijn organisatie te bevorderen. Dit gebeurt door risicopreventie, collectieve en individuele beschermingsmaatregelen, opleiding en informatie aan de werknemers. Een holistische welzijnsplan met daarin ook het globaal preventieplan, waaruit jaarlijkse actieplannen vloeien, vormen de basis om ook bij Departement EWI het welzijn van haar medewerkers te bevorderen. Daarom werd in 2018 een doorstart gegeven aan de interne werkgroep welzijn, intussen omgedoopt tot ‘Welzijn op het Werk’ (WOW). Met twaalf leden zet de groep haar schouders onder algemeen welzijn, wat ruimer opgevat is dan enkel de wettelijke verplichting. Immers, als er naast fysieke en mentale gezondheid, ook de veerkracht, persoonlijke ontwikkeling en motivatie van de collega's bevorderd wordt, zal het werkplezier niet alleen verhogen, maar ook de uitval verminderen en de professionele carrière verlengen. Werken met gezonde, fitte en professioneel gelukkige(re) collega's, is een win-win situatie zowel voor de collega’s als voor Departement EWI. In 2019 heeft de WOW-werkgroep zowel een beleidskader als actieplan opgemaakt, en de acties gerealiseerd. Ook werd de werking van de werkgroep intern geëvalueerd en werd eind 2019 een bevraging ‘psychosociaal welzijn’ afgenomen door Idewe. In 2020 zullen we op basis van de resultaten van de evaluaties een nieuw meerjarig actieplan opstellen en de focus voor 2020 bepalen.
141
79. Hertekening van Afdeling Algemene Zaken en Ondersteuning Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden
Contactperso(o)n(en) kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Vaes Gerda Ameys Francine Berings Dave Buys Annick Cech Sorin De Bel Marie-Rose Declerck Kris Le Moine Vanessa Min Eric Moens Stefaan Rieder Tom Van de Gaer Dirk Waeyaert Koen BAWM
Omschrijving actie N.a.v. de toetreding van AZO tot de gecentraliseerde dienstverlening inzake HR/personeel, boekhouding en Facility (2016 en 2017) wijzigde de rol van AZO t.o.v. haar klanten. Voor bepaalde diensten blijft AZO het centrale en/of enige aanspreekpunt (vb. selecties, belangrijke financiële rol), voor andere diensten betreft het eerder een intermediaire of controlerende dienstverlening. De dienstverlening vanuit AZO werd dan ook hertekend in het kader van de opdeling AZO/centrale dienstverleners. Een opvolging en bijsturing blijft evenwel noodzakelijk; niet alleen is dienstverlening aan evolutie onderhevig (gewijzigde procesflows, aangepaste werking) maar ook contactpersonen kunnen wijzigen of er komt een nieuw of gewijzigd aanbod bij. Een duidelijke communicatie hierover naar de klanten is dan ook een absolute vereiste. Een permanente opvolging van de dienstencatalogus – met oog voor de specifieke dienstverlening per klant, is bijgevolg een conditio sine qua non. Daarnaast is permanente samenwerking tussen de verschillende teams binnen AZO essentieel in het kader van kennisdeling, efficiëntiewinsten en, last but not least, om de uitstroom/uitval van personeelsleden te ondervangen. Tot slot zal, waar nuttig en mogelijk, het overleg worden opgestart met de collega’s van het Departement WSE in uitvoering van het Vlaams Regeerakkoord 2019-2024 en de daarin voorziene fusie tussen de Departementen EWI en WSE. Een aanpassing en hertekening van de dienstverlening houdt automatisch een uitwerking en/ of hertekening van de workflows en processen (op hoog niveau) in: • Definiëring van de flows: betreft het een rechtstreeks dienstenaanbod van AZO versus klant of treedt AZO op als facilitator/ bemiddelaar tussen klant en het dienstencentrum; • Bestaande processen worden, n.a.v. de hertekening, getoetst op efficiëntie en, waar mogelijk/ nuttig, gedigitaliseerd; • Bij de uittekening van de processen worden meteen ook de risico's in kaart gebracht. Alle teams zijn hierbij betrokken.
142
80. Strategisch Personeelsplan Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactperso(o)n(en) kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Vaes Gerda
BAWM
Omschrijving actie Personeelsplanning kan worden omschreven als het continu voorbereiden, vormgeven en implementeren van een strategisch beleid rondom de instroom, doorstroom en uitstroom van personeel, zodat een doeltreffende en doelmatige allocatie van arbeid tot stand wordt gebracht. Dit betekent: het voorzien in het noodzakelijk aantal medewerkers (kwantiteit) met de juiste competenties (kwaliteit), op de juiste plaats, in het juiste proces en met het oog op het bereiken van de strategische doelen. Personeelsplanning is dus het proces waarbij het management van een organisatie: • bestaande personeelsmiddelen in kaart brengt; • de toekomstige personeelsbehoeften om de doelstellingen te realiseren inschat (aantal en kwaliteiten/ competenties), vertrekkende vanuit de processen; • de acties bepaalt om die personeelsbehoeften te realiseren. Het doel van Strategische personeelsplanning is vooral om toekomstgericht de gewenste capaciteit vast te stellen en de spanningsvelden te analyseren. Gelet op de nakende fusie van de 2 departementen lijkt het weinig zinvol om nu al het volledige stappenmodel, toegespitst op het Departement EWI, te doorlopen. Een interne analyse van de beschikbare personeelsleden in de loop van deze legislatuur, zowel kwantitatief als kwalitatief, en de toekomstige noden lijkt wel zinvol.
143
81. Business Continuïteitsmanagement (BCM) Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactperso(o)n(en) kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Van de Gaer Dirk
BAWM
Omschrijving actie Het Departement EWI heeft in het kader van bedrijfscontinuïteitsmanagement (BCM) zijn noodzakelijke processen in kaart gebracht en een Business Continuiteïtsplan (BCP) opgemaakt. Een eerste versie van dit plan was er al in juni 2012. In 2014 werd het BCP-plan bijgestuurd, herwerkt en geactualiseerd. Na 6 jaar heeft dit Bedrijfscontinuïteitsplan enerzijds nood aan actualisatie en anderzijds aan inoefening. In een stappenfase zullen we dit jaar werken om alles terug up-to-date te zetten en het resultaat uit te testen op haalbaarheid en uitvoeringsefficiëntie. Het eerder geleverde werk wordt herbekeken en zo nodig aangepast. Een actueel BCM-plan biedt immers garanties naar een goede bedrijfsvoering en zorg voor de klant. Zo is het onder meer gewenst dat dit draaiboek minstens jaarlijks op een aantal cruciale punten wordt getest (telefooncascade-, zandbak- en/of crisiscommunicatieoefening). De personeelsleden die een rol en verantwoordelijkheid (kunnen) hebben in de uitrol en implementatie van het BCP worden opgeleid in het gebruik ervan en in de individuele verantwoordelijkheden.
144
b. IT 82. Digitale werkomgeving en verdere uitbouw archief Departement EWI Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactperso(o)n(en) kabinet Begroting (artikel: basisallocatie)
Rieder Tom Buys Annick • • • •
EB0-1EA105-1211 EB0-1EA106-1211 EB0-1EA109-7422 EB0-1EA110-7422
Budget Omschrijving actie 1. PTOW Het Departement EWI zet stevig in op plaats- en tijdsonafhankelijk werken (PTOW) en brengt zo de visie van de VO, die naar een veralgemening van deze werkwijze streeft, in de praktijk. Doelstellingen zijn: 1. Het aantal verplaatsingen en de reistijd te beperken; 2. De noodzakelijke kantoorruimte te reduceren; 3. Het comfort van de personeelsleden - in termen van een optimale balans tussen werk en persoonlijk leven - te verhogen. Door de werkprocessen te stroomlijnen en te optimaliseren, met name door de inzet van performante ICTsystemen, kan een zeer groot deel van het werk los van het kantoor worden verricht, mits de nodige infrastructuur (laptop) voorhanden is en de bereikbaarheid wordt gegarandeerd. Efficiënte werkafspraken (aanvraag, registratie, communicatie) zijn cruciaal. Om dit alles te realiseren werd in februari 2017 een nieuwe afsprakennota goedgekeurd en ingevoerd, waarbij in de regel twee dagen per week van thuis uit kan gewerkt worden. Ook de faciliteiten hiertoe werden verfijnd (door ook een gedeeltelijke terugbetaling te voorzien voor wie een privé-internetaansluiting gebruikt). Het PTOW-principe moet evenwel grondig gemonitord en geëvalueerd worden, waarna indien nodig een bijsturing volgt. 2. De (re)organisatie van het Departement EWI-archief in het Ellipsgebouw. Met archief wordt bedoeld: kasten + rolarchief op de werkvloer en de archiefruimte op -3 en in de externe opslagplaatsen, meer bepaald Grimbergen en Vilvoorde. Deze actie betreft: Het meehelpen verfijnen van het Informatiebeheersplan (IBP) van het Departement EWI en meer bepaald voor het gedeelte van de afdeling AZO. Daarnaast wordt, in de geest van Radicaal Digitaal (dat evenwel naar de burger is gericht) en vanuit het principe van kennisdeling en efficiëntiewinsten, nagegaan welke processen verder kunnen worden gedigitaliseerd. Zie voor de uitwerking hiervan ook JOPfiches 83, 92. De voordelen hiervan zijn: • Informatie moet maar een keer opgeslagen worden op een centraal toegankelijke plaats. Dit vereenvoudigt het terugvinden van informatie; • Informatiedeling is eenvoudiger als de informatie digitaal is. Zo is het eenvoudiger om informatie uit verschillende bronnen te raadplegen; 145
• •
Het bedrijfsproces kan gestroomlijnd worden door ondersteuning van digitale hulpmiddelen, waardoor het mogelijk wordt om efficiënter te werken in een digitale omgeving; Digitale informatie is raadpleegbaar vanop afstand, wat het mogelijk maakt om eenvoudiger structureel thuis te werken.
Na een evaluatie van de nieuwe PTOW-afspraken in 2019 werd voorlopig beslist om het huidige systeem te handhaven. Een uitbreiding van PTOW is momenteel niet aan de orde.
83. IT- en informatiebeleid van het Departement EWI Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactperso(o)n(en) kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Callens Thomas
BAWM
Omschrijving actie Het ‘ICT4EWI’-team is verantwoordelijk voor een efficiënte afstemming tussen business en IT. De werkgroep ICT4EWI zorgt voor: • de beleidsbepaling rond informatie- en IT-beheer; • het bewaken van de business-, informatie- en technische architectuur van EWI; • de opvolging van binnen EWI gedetecteerde ICT-behoeften; • de oplossingen of doorverwijzing naar de juiste kanalen bij IT-problemen; • de communicatie binnen het departement en met partners; • de relevante vertegenwoordiging van het departement en het management. Bijzondere aandacht gaat in 2020 naar: • de positionering van ICT4EWI binnen het departement; • het opvolgen van kwesties rond informatieveiligheid (AVG); • het capteren van behoeften/noden op de werkvloer; • het uitwerken en toepassen van een wat-bewaar-je-waar-beleid; • het promoten van digitaal werken (op een verantwoorde manier); • de aansluiting bij Digitaal Archief Vlaanderen.
146
c. Facility 84. Duurzaamheid op vlak van aankoopbeleid en wagenpark Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactperso(o)n(en) kabinet Begroting (artikel: basisallocatie)
Buys Annick Rieder Tom EB0-1EA106-1211 EB0-1EA110-7422
Budget Omschrijving actie A. De opdracht naar duurzaamheid op vlak van aankoopbeleid betreft het screenen van de aankoop van bureelbenodigdheden – aangekocht via het bestek van Het Facilitair Bedrijf - en dit in nauwe samenwerking met de leverancier waarbij het bestek loopt. Op basis van de resultaten van deze screening kunnen acties ondernomen worden om meer duurzaam aan te kopen. Deze actie kadert in de door de Vlaamse overheid geformuleerde doelstelling om tegen 2020 voor 100% duurzame overheidsopdrachten te plaatsen. De Vlaamse Regering formuleerde die doelstelling voor het eerst in een krachtlijnennota uit 2008 die het eerste Vlaams Plan duurzame overheidsopdrachten (2009) vooraf ging. De doelstelling werd herbevestigd in het Vlaams Plan Overheidsopdrachten (https://overheid.vlaanderen.be/plan-overheidsopdrachten), dat op 16 januari 2016 werd goedgekeurd. B. Duurzaamheid op vlak van het wagenpark heeft tot doel om het wagenpark van het Departement EWI in overeenstemming te brengen met de nieuwe omzendbrief BZ/2017/4 (Verwerving en vervreemding, gebruik en beheer van dienstvoertuigen) voor wat betreft de gemiddelde ecoscore van 68.
85. Kantoor 2023 Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactperso(o)n(en) kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Rieder Tom
BAWM
Omschrijving actie Kantoor 2023 is het project waarbij heel wat entiteiten (die gehuisvest zijn in het Ellips) verhuizen naar een derde groot kantoorgebouw in de Noordwijk in Brussel. Het gaat over het door de Vlaamse Regering goedgekeurd ZIN project van Befimmo nv. De huidige WTC 1 en WTC 2 gebouwen aan de Simon Bolivarlaan worden daarbij volledig omgevormd tot een uniek concept met een mix van wonen en werken door wisselende kantoor- en woonverdiepingen. Een nieuwe centrale balk zal de twee bestaande torens verbinden, waardoor 14 ruime kantoorverdiepingen ontstaan. Met dit nieuwe kantoorgebouw scoort de Vlaamse overheid nog beter op het vlak van duurzaamheid. 147
Volgens de duurzaamheidsmeter ‘GRO’ wordt een resultaat ‘uitstekend’ behaald en het E-peil (E15) is het laagste van al haar gebouwen. Daarnaast wordt ook op vlak van circulariteit de lat hoog gelegd. De bestaande constructie wordt maximaal benut. De ondergrondse verdiepingen en de circulatiekernen blijven behouden en wat wel wordt afgebroken, krijgt een nieuw leven. Het nieuwe gebouw zal voor 68% bestaan uit ter plaatse hergebruikte of gerecycleerde materialen. Bedoeling is dat het Departement EWI het project van heel nabij opvolgt en dat alle personeelsleden goed geïnformeerd worden en ook betrokken worden bij de totstandkoming.
d. Financiële dienstverlening 86. Tijdig betalen van (e-)facturen Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactperso(o)n(en) kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Waeyaert Koen Cech Sorin Spiritus Francis BAWM
Omschrijving actie Team Financiële Dienstverlening (afdeling AZO) volgt de cijfers i.v.m. het tijdig betalen van (e-)facturen op regelmatige basis op (via managementrapport OraFin) en analyseert de te laat betaalde facturen wanneer vastgesteld wordt dat het cijfer voor de tijdig betaalde facturen onder de norm van 93% duikt. Vanaf 1 september 2018 is het Departement EWI overgeschakeld op e-invoicing voor alle nieuwe bestellingen voor diensten en goederen. E-facturen zijn sindsdien de norm en daarom is het opportuun om het tijdig betalen van e-facturen eveneens te monitoren. Deze norm wordt vastgelegd op 97%. Dossierbehandelaars worden zo nodig opnieuw gesensibiliseerd naar het gebruik van afspraken over betaaltermijnen op het moment van bestelling en bepalen van de wettelijke betaaltermijn.
148
e. Communicatie 87. Uitvoering EWI-communicatieplan 2020 Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactperso(o)n(en) kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Tindemans Emmelie Casteleyn Joeri EB0-1EA114-1211 118 K euro
Omschrijving actie Het EWI-communicatiebeleid slaat zowel op interne communicatie binnen het departement als op externe communicatie naar de buitenwereld. De communicatie-inspanningen van het Departement EWI staan in functie van twee doelstellingen: 1. Realisaties van het Departement EWI (en het beleidsdomein en partners) een zo groot mogelijke weerklank geven, zowel binnen als buiten het beleidsdomein; 2. Het Departement EWI (en het beleidsdomein en partners) meer zichtbaarheid geven, zowel binnen als buiten het beleidsdomein. Enkele communicatieacties voor 2020 i.v.m. beleidsprioriteiten van het Departement EWI: • Programma Innovatieve Overheidsopdrachten • Artificiële Intelligentie • Cybersecurity • Onderzoeksinfrastructuren • Wetenschapscommunicatie Communicatie-acties voor 2020 i.v.m. het meer zichtbaarheid creëren voor het Departement EWI en (partners) beleidsdomein: • W[eet]enschap, maandelijkse lunchsessies i.s.m. de SOC’s • PIO op evenementen De communicatiemiddelen die we voor bovenstaande acties gebruiken om onze doelstellingen te bereiken zijn dezelfde als in 2019 en behouden hun continuïteit: • EWI-website • Wekelijkse EWI-nieuwsbrief • Twitter • LinkedIn • Organiseren van EWI-evenementen • Aanwezigheid op en ondersteuning van evenementen i.s.m. andere partners • Aanmaak drukwerk • Pro-actieve aanpak richting pers • Branded content • Verspreiding via de kanalen van de Vlaamse overhei • ... De corporate website van het Departement EWI www.ewi-vlaanderen.be is een website die zijn doelgroep weet te bereiken door up-to-date nieuws te publiceren, publicaties online toegankelijk te maken en bezoekers op de hoogte te houden van het actuele aanbod van evenementen binnen het EWIbeleidsdomein.
149
f. Organisatiebeheersing 88. Uitbouwen van een departementaal integriteitsbeleid Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactperso(o)n(en) kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Min Eric Van de Gaer Dirk BAWM
Omschrijving actie Uitbouwen van een departementaal integriteitsbeleid: opleiding van een contactpersoon, risicoanalyse, organisatie van dilemmatrainingen, aanbieden van een deontologische code voor selectiejury's, doorlichting cumulatie, ... Het integriteitsbeleid zal in 2020 worden uitgebouwd.
89. Opvolging van het departementale gelijke kansen- en diversiteitsbeleid 2019 Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactperso(o)n(en) kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Min Eric
BAWM
Omschrijving actie Een beleid van gelijke kansen en diversiteit moet leiden tot een evenwichtig samengesteld personeelsbestand, met name voor mannen/vrouwen, personeelsleden met of zonder migratie-achtergrond en personen met een arbeidshandicap. Centraal worden de streefcijfers bepaald. Het is aan de individuele entiteiten om initiatieven te nemen die dit beleid ondersteunen. Tegen 2020 wordt een evenredige arbeidsparticipatie betracht o.b.v. de volgende streefcijfers: • min. 40% vrouwen in het middenkader; • 2% personeelsleden met een arbeidshandicap; • 10% personeelsleden met een migratieachtergrond. Ook bij het Departement EWI werd gelijke kansen- en diversiteitsbeleid jarenlang vorm gegeven in een jaaractieplan. Gelet op de zeer geringe instroom en het stabiele personeelsbestand werd hiervan afgestapt. De opvolging van een jaarlijkse diversiteitsscan (rapportering rond gelijke kansen en diversiteit) kwam in de plaats. Hiervoor wordt teruggekoppeld vanuit de Dienst Diversiteitsbeleid. Jaarlijks komt dit punt aan bod d.m.v. een bespreking op de directieraad. Wij zetten permanent in op een diverse instroom, het aanbieden van redelijke aanpassingen voor personen met een handicap of chronische ziekte (rendementsondersteuning) en de toegankelijkheid van onze dienstverlening en websites. De huidige EWI-cijfers bedragen respectievelijk 25% voor vrouwen in het middenkader, 4,4 % 150
personeelsleden met een arbeidshandicap en 2,7% personeelsleden met een migratieachtergrond. Het streefcijfer voor personeelsleden met een arbeidshandicap (2%) is dus al gehaald.
90. Armoedebestrijding, Gelijke kansen en Integratiebeleid Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactperso(o)n(en) kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Boeykens Ilse Schruers Liesbet BAWM
Omschrijving actie Armoedebestrijding, Gelijke kansen en Integratiebeleid zijn horizontale beleidsthema's waarop ook vanuit het beleidsdomein EWI wordt ingespeeld.. Er wordt vanuit het Departement EWI actief meegewerkt aan deze horizontale beleidsprocessen. Zo wordt er bijgedragen aan de horizontale actieplannen en de voortgangsrapportages.
151
91. Risico- en opportuniteitenmanagement Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden
Contactperso(o)n(en) kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
De Bal Ils (0,3 VTE) Hanssens Johan Min Eric Moens Stefaan Rieder Tom Tournicourt Tom Vaes Gerda Van Avermaet Philip Verdoodt Pierre Waeyaert Koen BAWM
Omschrijving actie Sinds 2013 maakt Audit Vlaanderen, over de mate van organisatiebeheersing, voor elke entiteit een Beleidsgericht evaluatierapport ten behoeve van de Vlaamse Regering. Dit rapport bevat een beoordeling van de status van risicomanagement omdat een efficiÍnte organisatiebeheersing vertrekt vanuit de specifieke risico's van de organisatie. In 2017 ontving het Departement EWI een beleidsgericht rapport met daarin 2 aanbevelingen, met name: 1. het consolideren van risico's in een cascade met duidelijke rollen en verantwoordelijkheden, gebruik makend van een onderbouwde methodiek, en deze processen goed gedocumenteerd. 2. het bepalen van een risicostrategie met duidelijke rollen en verantwoordelijkheden, en dit goed gecommuniceerd naar de werkvloer. In 2018 werd, onder begeleiding van een externe consultant KPMG in het voorjaar 2018, een raamwerk risicobeheer uitgewerkt. Dit raamwerk omvat de methodiek op organisatieniveau die vertrekt vanuit de strategische en operationele doelstellingen, en de methodiek op procesniveau waar de risico’s m.b.t. procesdoelstellingen worden beheerd, eveneens gelinkt aan de strategische en operationele doelstellingen. In 2019 omvatte het beleidsgericht rapport de resultaten van het geleverde werk in 2018 en 2019: 92% van de aanbevelingen, die geformuleerd werden door Audit Vlaanderen op vlak van Risicomanagement en Organisatie-audit, zijn gerealiseerd! Dit vertaalde zich eveneens in de scores die werden toegekend aan Risico-identificatie en -evaluatie, en Risicobeheer. In 2020 zal Departement EWI deze weg verder zetten om tot een hoger maturiteitsniveau te komen.
152
92. Kennisbeheer Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden
Contactperso(o)n(en) kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Callens Thomas De Bal Ils Hanssens Johan Min Eric Tournicourt Tom Vaes Gerda Van Avermaet Philip Verdoodt Pierre BAWM
Omschrijving actie In 2017 werd de evaluatie van het strategisch en implementatieplan kennisbeheer afgerond en gevalideerd. Uit de evaluatie kwam naar voor dat er nood was aan een nieuw beleidsdocument inzake kennisbeheer, aangezien kennisbeheer een prioriteit blijft voor een kennisintensieve organisatie als het Departement EWI. Het nieuwe kennisbeheerbeleid streeft volgende principes na: P1: Binnen de processen van het departement wordt het only once-principe maximaal toegepast en wordt, waar mogelijk, gebruik gemaakt van authentieke gegevensbronnen; P2: De VO-brede richtlijnen om de Vlaamse overheid maximaal te digitaliseren, zoals omschreven in het kader van Vlaanderen Radicaal Digitaal, worden nagestreefd. Hierbij is er o.a. aandacht voor papierarm werken, het gebruik van open data en het principe ‘digital first’, waarbij zoveel mogelijk processen digitaal worden afgehandeld; P3: Maximaal hergebruiken van (overheids)informatie; P4: Naleving van AVG- en andere relevante privacywetgeving; P5: Archieven worden beheerd in overeenstemming met het Bestuursdecreet van de Vlaamse overheid. Door het uitvoeren van de acties en het toepassen van de hierboven vermelde principes, tracht EWI te komen tot betere beleidsbeslissingen, een betere dienstverlening, een efficiĂŤntere overheidswerking en tegemoet te komen aan de geldende juridische verplichtingen.
153
93. Klachtenmanagement in het beleidsdomein EWI en binnen het Departement EWI Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactperso(o)n(en) kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Bourdeaud'hui Ann Flama Wouter Vandenbogaerde Tom BAWM
Omschrijving actie Als klachtencoördinator en klachtenbehandelaar bij het Departement EWI, omvatten de taken: • de binnenkomende klachten registreren en tijdig behandelen conform het decreet, de omzendbrief en de EWI-leidraad klachtenmanagement en volgens de principes van de servicemeter; • de klachtenbehandelingsprocedure promoten bij alle personeelsleden van het Departement EWI via verscheidene communicatiekanalen. Als aanspreekpunt klachtenbehandeling voor het beleidsdomein EWI, omvatten de taken: • jaarlijks het gebundeld klachtenrapport voor het beleidsdomein EWI samenstellen op basis van de individuele klachtenrapporten van de EWI-entiteiten en tijdig (i.e. tegen 10 februari 2020) aan de Vlaamse Ombudsman bezorgen; • de rol van voorzitter van het (in 2012) opgerichte netwerk van klachtencoördinatoren binnen het beleidsdomein EWI actief voortzetten. Dit houdt in: o het stimuleren van de implementatie van de EWI-leidraad klachtenmanagement en de checklist in elke EWI-entiteit; o het faciliteren van kennisuitwisseling (informatie-uitwisseling tussen de klachtenbehandelaars, periodiek overleg eventueel aangevuld met workshops, …); o het samenwerken aan initiatieven die klachtenmanagement en klachtenbehandeling binnen de entiteiten van het beleidsdomein EWI optimaliseren; o het actief betrekken van de bevoegde minister in de actie; o de evaluatie van de servicemeter (o.a. qua klachtencaptatie en de indicatoren kwaliteitsbehandeling en kwaliteitsmanagement) en van de nieuwe omzendbrief m.b.t. de behandeling van personeelsklachten door klachtenbehandelaars (m.i.v. begeleiding rond de toepassing van de nieuwe omzendbrief binnen het beleidsdomein EWI).
154
94. Structureel overleg tussen de minister en het Departement EWI Projectverantwoordelijke Betrokken personeelsleden Contactperso(o)n(en) kabinet Begroting (artikel: basisallocatie) Budget
Verdoodt Pierre Suys Raf BAWM
Omschrijving actie In het kader van het charter over de politiek/ambtelijke samenwerking streeft het Departement EWI naar een optimaal overleg met de bevoegde minister via de beleidsraad en via bilaterale contacten. Er worden jaarlijks beleidsraden georganiseerd met de minister bevoegd voor Economie, Innovatie, Werk, Sociale economie en Landbouw. Het Departement EWI speelt hierin een actieve rol. Daarnaast heeft het Departement EWI frequent en structureel bilateraal overleg met het kabinet over de beleidsrelevante dossiers.
155
II: BIJLAGEN
156
Bijlage 1. Lijst van afkortingen AgO Agoria AHOVOKS AI AMS ANB AOI AOND ASC AVG AWV AZO B2B BAWM BBE BBI BBI JU BBMRI BBP BCCM BCM BCP BELNET BHO BIPT BO BOF BUTEO BVR BZ CCAM CCS CCU CE CEF CERIF CERN CFS CFS/STAT CHM
Agentschap voor Overheidspersoneel Federatie van de Technologische Industrie Agentschap voor Hoger onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen Artificiële intelligentie Antwerp Management School Agentschap voor Natuur en Bos Afdeling Ondernemen en Innoveren Afdeling Onderzoek Afdeling Strategie en Coördinatie Algemene Verordening Gegevenbescherming Agentschap Wegen en Verkeer Algemene Zaken en Ondersteuning Business-to-business Binnen de algemene werkingsmiddelen Bio-gebaseerde Economie Bio-based Industries Public-Private Partnership Biobased Industries Joint Undertaking Biobanking and Biomolecular Resources Research Infrastructure Bruto Binnenlands Product Belgian Co-ordinated Collections of Micro-organisms Bedrijfscontinuïteitsmanagement Bedrijfscontinuïteitsplan Belgisch Nationaal Onderzoeksnetwerk Bridgehead Organisation Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie Begrotingsopmaak Bijzonder Onderzoeksfonds Digitale begrotingstool dat gebruikt wordt binnen de Vlaamse overheid Besluit Vlaamse Regering Bestuurszaken Cooperative and connected automated mobility Carbon Capture and Storage Carbon Capturen and Usage Circulaire economie Connecting Europe Facility Common European Research Information Format European Organization for Nuclear Research Commissie Federale Samenwerking Commissie Federale Samenwerking voor Statistiek ClearingHouse Mechanism
CIP CIS CKO CLARIN CMI COSME COST CoT CPT CRC CRIS CS CSA CSTP CvR DAR DARIAH DCPA DEP DG DG CNCT DG EMPL DG ENTR DG REG DG RTD DGE DHO DOSP DPO DRI DSM DSP Valley EATRIS EC ECOOM ECRIN ECRN EDIDP EEN EFRO EFSI EIB EIC EIF
KCI , Kaderprogramma voor Concurrentievermogen en InnovatieCompetitiveness and Innovation Programme Commissie Internationale samenwerking Centrale voor Kredieten aan Ondernemingen Common Language Resources and Technology Infrastructure Centrum voor Medische Innovatie Programme for Competitiveness of Enterprises and SME's (European) Cooperation in Science and Technology City of Things Clean Power for Transport Clinical Research Centre Current Research Information Systems Cybersecurity Coordination and Support Actions Committee for Scientific and Technological Policy Comité van de Regio's Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid Digital Research Infrastructure for the Arts and Humanities Dienstencentrum Personeelsadministratie Digital Europe Programme Directeur-generaal / directoraat-generaal EU Commissie – DG Connect EU Commissie – DG Employment EU Commissie - DG Ondernemingen en Industrie EU Commissie - Directoraat Generaal Regionaal Beleid EU Commissie - DG Onderzoek en Innovatie Directie-Generaal Europese Zaken en Coördinatie Databank Hoger Onderwijs Digital Open Science Platform Data Protection Officer Digital Research Infrastructure Digitale Interne Markt Digital Signal Processing Valley European Advanced Translational Research InfraStructure in Medicine Europese Commissie Expertisecentrum O&O monitoring European Clinical Infrastructure Network European Chemical Regions Network European Defence Industrial Development Programme European Enterprise Network Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling Europees Fonds voor Strategische Investeringen Europese Investeringsbank European Innovation Council Europees Investeringsfonds 158
EIP EIT ELAt EMBRC EMU EOSC EP EPG EPI EPO ERA ERAC ERA-NET ERC ERIC ERRIN ESA ESF ESFRI ESIF ETS EU EURAXESS euroCRIS EuroHPC EUROSTAT EV EVA EWI FB Febelfin FET FFEU FFTF FIT FOD FOD Economie FOSB FRIS FUST FWO GBAORD GBARD GEM
Programma voor Ondernemerschap en Innovatie Europees Instituut voor Innovatie en technologie Kennisdriehoek Eindhoven/Leuven/Aken European Marine Biological Resource Centre Europese Monetaire Unie European Open Science Cloud Europees Parlement Enterprise Policy Group European Processor Initiative European Patent Office Europese Onderzoeksruimte European Research Area Committee European Research Area Networks European Research Council European Research Infrastructure Consortium European Regions Research and Innovation Network vzw European Space Agency European Science Foundation European Strategy Forum on Research Infrastructures Europese structuur- en investeringsfondsen European Trading System Europese Unie Mobility portal for researchers in the European Research Area European Organisation for International Research Information Euro High Performance Computing Statistical Office of the European Union Elektrische voertuigen Extern Verzelfstandigd Agentschap Beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie (Beleidsdomein) Financiën en Begroting Belgische Federatie van de financiële sector Future and Emerging Technologies Financieringsfonds voor Schuldafbouw en Eénmalige Investeringsuitgaven Flanders Future Techfund Flanders Investment and Trade Federale Overheidsdienst Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie Flemish Open Science Board Flanders Research Information Space Flanders UNESCO Science Trust Fund Fonds Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen Government Budget Appropriations or Outlays on Research and Development Government Bugdet Allocations for R&D Global Entrepeneurship Monitor 159
GIMV HEB HERD Hermesfonds HFB HoGent Horizon2020 HR IBF IBN IBP ICT IE IEA IEC IF IHP ILVO IMCWB IMEC IMI INBO INSTRUCT IOC IODE IOF IoT IPR IMF IPCEI IRI IT ITG IUAP IWG/iWG IWT JOP JPI JPND JU DKB KIC KMDA
Gewestelijke InvesteringsMaatschappij voor Vlaanderen Hernieuwbare Energie Bronnen Higher Education intramural Expenditure on R&D Fonds voor Flankerend Economisch Beleid Het Facilitair Bedrijf Hogeschool Gent Achtste Kaderprogramma voor Onderzoek en Technologische Ontwikkeling (20142020) Human Resources International Bioeconomy Forum Innovatief BedrijfsNetwerk Informatiebeheersplan Thematische prioriteit ‘Informatie- en communicatietechnologieën’ van het Zevende Kaderprogamma Intellectuele Eigendom Internationaal Energie Agenschap Interministeriële Economische Commissie Inspectie van Financiën International Hydrological Programme Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek Interministeriële Conferentie voor Wetenschapsbeleid Interuniversitair Micro-Electronica Centrum Innovative Medicines Initiative Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek An Integrated Structural Biology Infrastructure for EuropeESFRI-project Intergouvermentele Oceanografische Commissie International Oceanographic Data and Information Exchange Industrieel Onderzoeksfonds Internet of Things Intellectual Property Rights International Monetary Fund Important projects of common European Interest International Research Infrastructure Informatietechnologie Instituut voor Tropische Geneeskunde Interuniversitaire Attractiepolen Interdepartementale Werkgroep Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie Jaarondernemingsplan Joint Programming Initiative(s) Joint Programming - Neurodegenerative Disease Research inlcuding Alzheimer Joint Undertakings Departement Kanselarij en Bestuur Knowledge and Innovation Community Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde van Antwerpen 160
kmo KMSKA KPI KU Leuven KVAB LNE LO LRM LV MaaS MAB MB MFK MIP MOCR MoU MOW MSCA NBB NCP NERF NESTI NHP NIB NL NMR NRWF O&O O&O&I OBIS OCI OD OESO OJO OKA OMG OP OV OVAM PC PDOS PIO PM PMV POD
kleine en middelgrote onderneming(en) Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen Kritische Prestatie-indicator Katholieke Universiteit Leuven Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten E-Science European Infrastructure for Biodiversity and Ecosystem Research Leefmilieu, Natuur en Energie Limburgse Reconversiemaatschappij Landbouw & Visserij Mobility as a Service Man and the Biosphere programme Ministerieel Besluit Meerjarig Financieel Kader Macroeconomic Imbalance Procedure Mean Observed Citation Rate Memorandum of Understanding (samenwerkingsovereenkomst) Mobiliteit en Openbare Werken Marie Sklodowska Curie Acties Nationale Bank van België Netwerk van erkende National Contact Points bij de Europese Commissie Neuro-Electronics Research Flanders National Experts on Science and Technology Indicators Nationaal Hervormingsprogramma van België voor EU 2020 Nieuw Industrieel Beleid Nederland Nucleair Magnetic Resonance NoordrijnWestfalen Onderzoek en Ontwikkeling Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie Ocean Biogeographic Information System Overleg Creatieve Industrieën Operationele doelstelling Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling Omkadering van Jonge Onderzoekers Overleg kabinet administratie Departement of beleidsdomein Omgeving Operationeel Programma('s) Onderwijs & Vorming Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij Programmacomité Pensioendienst voor de Overheidssector Programma Innovatieve Overheidsopdrachten Personalised Medicine ParticipatieMaatschappij Vlaanderen Programmatorische Overheidsdienst 161
PRACE PTOW REG RegMed XB RIHR RIO RIS RRI RTD RUCA RUG RVO-Society SALK SALV SAR SB SBA SBO SD SEP SERV SET-plan SG SGHRM SHARE SIM SME SOC SOFI STEM STEREO STI STIS STORE SVR TBM TETRA TIP TSSP TST UFSIA UHasselt UNESCO UNIDO
Partnership for Advanced Computing in Europe Plaats- en tijdsonafhankelijk werken Rationeel Energie Gebruik REGenerative MEDicine crossing Borders Research Institutions and Human Resources Research and Innovation Observatory Regional Innovation Scoreboard Responsable Research and Innovation Onderzoek en Technologische Ontwikkeling Rijksuniversitair Centrum Antwerpen (voormalig – nu: Universiteit Antwerpen) Rijksuniversiteit Gent (voormalig – nu: Universiteit Gent) Roger van Overstraeten Society Strategisch Actieplan Limburg in het Kwadraat Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij Strategische AdviesRaad Strategische onderzoeksbeurzen Small Business Act Strategisch Basisonderzoek Strategische doelstelling Stuurgroep EU platform (Vlaams) Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen European Strategic Energy Technology Plan Secretaris-generaal Steering Working Group Human Resource and Mobility Survey of Health, Ageing and Retirement in Europe Strategisch Initiatief Materialen Small and Medium-sized enterprise(s) Strategische onderzoekscentra Spin-Off FinancieringsInstrument wetenschap, technologie, ingenieurswetenschappen, wiskunde Onderzoeksprogramma inzake aardobservatie Science, Technology and Innovation Steel, Textile and other Industrial Sectors Steunpunt Economie en Ondernemen Studiedienst van de Vlaamse Regering Toegepast Biomedisch Onderzoek TEchnologie TRAnsfer Trade Indicators Project Thematische Slimme Specialisatieplatformen Taal- en Spraaktechnologie Universitaire Faculteiten Sint-Ignatius Antwerpen (voormalig – nu: Universiteit Antwerpen) Universiteit Hasselt United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization United Nations Industrial Development Organization 162
UNU UNU-CRIS
Universiteit van de Verenigde Naties United Nations University Institute on Comparative Regional Integration Studies Vlaams Academisch Bibliografisch Bestand voor Sociale en Humane VABB-SHW Wetenschappen VAK Vastleggingskrediet VARIO Vlaamse Adviesraad voor Innoveren & Ondernemen VCO Vlaamse Codex OverheidsfinanciĂŤn VEK Vereffeningskrediet VER-bedrijven Bedrijven die verhandelen in emissierechten VG Vlaamse Gemeenschap VHP Vlaams Hervormingsprogramma ViA Vlaanderen in Actie - Pact 2020 VIB Vlaams Instituut voor Biotechnologie VIN Vlaams Innovatienetwerk VITO Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek VKBO Verrijkte Kruispuntbank voor Ondernemingen VKEP Vlaams Klimaat en Energie Plan VLAIO Vlaams Agentschap Innoveren & Ondernemen Vlerick Vlerick Business School VLEVA Vlaams-Europees verbindingsagentschap VLHORA Vlaamse Hogescholenraad VLIR Vlaamse Interuniversitaire Raad VLIZ Vlaams Instituut voor de Zee VLM Vlaamse Landmaatschappij VN Verenigde Naties VO Vlaamse overheid VON Vlaams Ondernemerschapsbevorderend Netwerk VOU Vragen om uitleg VPM Vlaamse Participatiemaatschappij VR Vlaamse Regering VRI Vlaamse RuimtevaartIndustrie VRIND Vlaamse Regionale Indicatoren VRK Variabel Krediet VRWI Vlaamse Raad voor Wetenschap en Innovatie VSC Vlaams Supercomputer Centrum VTE VolTijds Equivalent(en) VUB Vrije Universiteit Brussel VVC Vlaams VerkeersCentrum VWI Vlaamse Wetenschappelijke Instelling VZW Vereniging zonder winstoogmerk W&I Wetenschap en Innovatie W&T Wetenschap en Technologische dienstverlening WEHIB Werkgroep Handel van de Vlaamse overheid WEF World Economic Forum WIN Wetenschapsinformatienetwerk 163
WOW WP WSE WTI
Welzijn op het werk Wetenschappelijk Personeel Beleidsdomein of Departement Werk en Sociale Economie Wetenschap, Technologie en Innovatie
164
Bijlage 2. Uitgavenbegroting Departement EWI bij begrotingsopmaak 2020
Begrotingsartikel Omschrijving
Basisallocatie Omschrijving
EB0-1EAB2ZZ-LO
1EA100 1EA102
Lonen
1EA113 1EA123 EB0-1EAB4ZZ-LO
Lonen
EB0-1EAB2ZZ-WT Werking en toelagen
1EA103 1EA105 1EA106 1EA107 1EA109 1EA110 1EA111 1EA114
EB0-1EBB2AA-PA Participaties EB0-1EBB2AA-LE Leningen EB0-1EBB2AB-WT Werking en toelagen
1EB001 1EB000 1EE112
Regeringscommissarissen bij de VPM, GIMVINDUS en LRM Departement EWI - Lonen en sociale lasten - Niet verdeeld Vergoedingen aan de regeringscommissarissen bij de VPM, GIMVINDUS en LRM VARIO - Lonen Fonds Programmatie Wetenschapsbeleid (lonen vervangers personeel Departement EWI) Departement EWI - Informatica (algemene kosten) Departement EWI - Algemene werkingskosten Departement EWI - Schadevergoedingen aan derden Departement EWI - Aankopen en investeringen Informatica Departement EWI - Overige investeringsgoederen Buitenlandse zendingen van de voor EWI bevoegde minister, het kabinet, delegaties o.l.v. de minister of derden i.o.v. de minister Departement EWI - Communicatiebeleid TOTAAL PROGRAMMA A (APPARAATKREDIETEN) in K euro Participaties – Thema Overschrijdend – Europese projecten Leningen – Thema Overschrijdend – Europese projecten UNESCO voor de ondersteuning van het Vlaams UNESCOTRUSTFOND WETENSCHAPPEN
VAK VEK in K euro in K euro 41 41 7.406 7.406 4
4
691
691
28
28
544 485 19 200 34
544 485 19 198 34
86
86
117
117
9.655 0 319
9.653 0 319
1.301
1.301
1EE148 1EC105 1EC111 1EC117 EB0-1EBB2AC-WT Werking en toelagen
1EC115 1EC127 1EC116
EB0-1EBB4AC-WT Werking en toelagen EB0-1EBB2AD-WT Werking en toelagen EB0-1EBB2AE-WT Werking en toelagen - ECOOM EB0-1EBB2AF-WT Werking en toelagen EB0-1EBB2AG-WT Werking en toelagen
EB0-1EBB2AH-PR Provisies
1EC122
Aan het Europacollege voor United Nations University (UNU) in het kader van het programma regionale integratiestudies Internationale wetenschappelijke samenwerking Internationale wetenschappelijke en innovatiesamenwerking Internationale wetenschappelijke en innovatiesamenwerking De conceptie, voorbereiding en uitvoering van acties met betrekking tot economie Studie- en ontwikkelingscentrum Kempen vzw De conceptie, voorbereiding en uitvoering van acties met betrekking tot wetenschap en innovatie Fonds voor de programmatie van het wetenschapsbeleid
1EB132
Werking en toelagen - VARIO - bijdragen tot een efficiĂŤnt en effectief advieslandschap in Vlaanderen Expertisecentrum onderzoek en ontwikkelingsmonitoring ECOOM OVERFLOW
1EC124
Financiering steunpunt economie & ondernemen
1EB007
OVERFLOW Werking en toelagen - beleidsvoorbereiding - cofinanciering steunpunt duurzaam materialenbeheer
1EE102 1EC110
1EE103 1EB008 1EE104
OVERFLOW Provisies - Algemene beleidsondersteuning – opstap O&O
166
666
666
58
58
873
873
0
0
231
231
0
0
999
1.112
311
584
308
308
2.880
2.880 902
470
470 150
188
188 60
5.459
33.509
EB0-1EBB2AI-WT EB0-1EBB2AY-IS
Werking en toelagen Interne Stromen PMV
1EE175
Onderzoek door agentschappen (ex-FFEU)
1EB004
PMV groep TOTAAL ISE EA - THEMA OVERSCHRIJDEND TOTAAL PROGRAMMA B (PROVISIES) in K euro
Werking en 1EF126 Vergoedingen aan PMV toelagen - EFSI Werking en EB0-1ECB4BA-WT toelagen - Limburg 1EC125 Subsidie aan Limburg Sterk Merk Sterk Merk Interne Stromen EB0-1ECB2BY-IS 1EC130 FLANDERS FUTURE TECH FUND FFTF TOTAAL ISE EB - TOEGANG TOT FINANCIERING VOOR ONDERNEMINGEN TOTAAL PROGRAMMA C (EEN DUURZAAM ECONOMISCH WEEFSEL , HET FACILITEREN VAN ONDERNEMERSCHAP) in K euro Interne stromen – Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Algemeen EB0-1EEB2GR-IS 1EE168 Wetenschappen en Kunsten (KVAB) fundamenteel onderzoek – KVAB Interne Stromen _ EB0-1EEB2GM-IS 1EE131 VLIR VLIR EB0-1EEB2GS-IS Interne stromen – Actieplan ‘Menselijk kapitaal voor Wetenschap, Technologie Algemeen 1EE101 en Innovatie’ fundamenteel onderzoek – Hoger Bijzondere Onderzoekfondsen in het kader van het Onderwijs 1EE128 METHUSALEM-programma EB0-1ECB2BA-WT
1EE138
Bijzondere Onderzoekfondsen voor de UNIVERSITEITEN
167
0
0
0
0
14.063 14.063
43.866 43.866
250
250
10.000
10.000
1.111
1.111
11.361
11.361
11.361
11.361
1.166
1.166
50
50
5.000
5.000
19.153
19.153
192.361
192.361
1EE145
EB0-1EEB2GT-IS
EB0-1EEB5GT-IS
Interne stromen Algemeen fundamenteel onderzoek - FWO Interne stromen – Algemeen fundamenteel onderzoek - FWO
Het verrichten van wetenschappelijk onderzoek door de Instellingen van Post-initieel Onderwijs en Hogere instituten voor Schone Kunsten - ITG
1EE165
Inkomensoverdrachten binnen een institutionele groep aan onderwijsinstellingen van de institutionele overheid
1EE176
Fonds Wetenschappelijk onderzoek
1EE177 1EE178 1EE179
FWO fundamenteel onderzoek FWO Strategisch Basisonderzoek (SBO) FWO - Klinisch-Wetenschappelijk Onderzoek (TBM en fundamenteel klinische mandaten) FWO Onderzoekinfrastructuur
1EE180
TOTAAL ISE EG - ALGEMEEN FUNDAMENTEEL WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK EB0-1EEB2HA-WT Werking en toelagen
EB0-1EEB2HO-IS EB0-1EEB2HU-IS EB0-1EEB4HU-IS
Interne stromen – EV ILVO Interne stromen – APM Interne stromen – APM
2.977
2.977
9.663
9.663
14.770
14.770
226.030 75.681
213.090 68.733
16.963
14.451
44.381
26.229
608.195
567.643
1.146
1.146
536
536
772
770 258
0
0
1EE181
Koninklijke Maatschappij Voor Dierkunde in Antwerpen (KMDA) Instellingen van Post-initieel Onderwijs - ORPHEUS
1EE183 1EE153
Alamire Foundation OVERFLOW
1EE151
EV ILVO
1EE173
Plantentuin Meise
12.615
12.615
1EE149
Subsidie aan APM
0
0
1EE107
168
EB0-1EEB5HU-IS EB0-1EEB2HQ-IS
Interne stromen – APM Interne stromen – VLIZ
1EE174
Plantentuin Meise investeringssubsidies (FFEU)
1EE108
Vlaams Instituut voor de Zee VZW
1EE139
Vlaams Instituut voor de Zee VZW – Investeringsuitgaven
TOTAAL ISE EH - DOMEINSPECIFIEK FUNDAMENTEEL WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK EB0-1EEB2JA-WT EB0-1EEB2JW-IS EB0-1EEB2JX-IS
Werking en toelagen - Lissabon Interne stromen – VIB Interne stromen – VITO Werking en toelagen - AMS Werking en toelagen – Vlerick
5.981
6.198
6.198
910
910
22.177
28.414
31.563
31.573
1EC102
Bevordering van de Vlaamse Informatiemaatschappij in het kader van de Lissabon-Strategie
1EE184
VIB
0
0
1EE185
VITO
0
0
31.563
31.573
TOTAAL ISE EJ - ONDERZOEKSINFRASTRUCTUUR EB0-1EEB2KA-WT
0
1EE160
Instellingen van Post-initieel Onderwijs - AMS
324
322
1EE182
Instellingen van Post-initieel Onderwijs – Vlerick
489
489
1EE187
OVERFLOW
113
TOTAAL ISE EK - POST INITIEEL ONDERWIJS TOTAAL PROGRAMMA E (WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK: EXCELLENTIE VOOR ALLES) in K euro EB0-1EFB2LA-WT Werking en 1EF100 VZW IMEC toelagen - IMEC 1EF103 VZW IMEC in het kader van NERF-activiteiten 1EF121 OVERFLOW
169
813
924
662.748 110.159 863
628.554 110.159 863 11.205
Werking en EB0-1EFB2LB-WT toelagen – SOC Maakindustrie
EB0-1EFB2LC-WT Werking en toelagen
EB0-1EFB2LW-IS
EB0-1EFB2LX-IS
1EF124
SOC Maakindustrie
1EF130
OVERFLOW
1EF129
Regeneratieve geneeskunde
1EF131
OVERFLOW
Interne stromen Vlaams Instituut 1EF123 voor Biotechnologie (VIB) Interne stromen Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO)
25.359
25.359 3.772
2.927
845 1.400
Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB)
1EF119
NERF – VIB
1EF110
Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO): werking
Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO): financiering van de referentietaken EB0-1EFB5LX-IS Interne stromen – Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO): 1EF128 VITO FFEU FFEU TOTAAL ISE EL - BRUGFUNCTIE TUSSEN FUNDAMENTEEL EN TOEGEPAST ONDERZOEK EB0-1EFB2MS-IS Interne stromen 1EE126 Universitaire Interfacediensten 1EE130 Industriële Onderzoekfondsen TOTAAL ISE EM - VALORISATIE VAN ONDERZOEKSRESULTATEN 1EF111
TOTAAL PROGRAMMA F (MEER INNOVATIE, KENNISCREATIE EN KENNISVALORISATIE) in K euro 170
60.301
60.301
863
863
44.779
44.779
8.094
8.094
0
0
253.345 4.494 52.143 56.637
267.640 4.494 52.143 56.637
309.982
324.277
EB0-1EGB2OAWT
Werking en toelagen Sensibilisering en Samenleving
1EG100
1EC129 1EG115
Bekendmaking van het wetenschapsbeleid en wetenschappelijk onderzoek aan structurele partners Koninklijke Vlaamse chemische vereniging VZW OVERFLOW
1EG110
Society Roger Van Overstraeten
1EG114
OVERFLOW
1EG101
EB0-1EGB2OBWT
Werking en toelagen
Popularisering van Wetenschap Techniek en Technologische Innovatie
10
10
3.122
3.122
0
0 1.340
778
778 83
EB0-1EGB2OC-IS
Interne stromen 1EG102 Flanders Technology International VZW (F.T.I.) F.T.I. EB0-1EGB2OS-IS Interne stromen Expertisecellen voor de popularisering van wetenschap, Hoger Onderwijs 1EG106 techniek en technologische innovatie in de schoot van de Expertisecellen associaties TOTAAL ISE EO WETENSCHAPSPOPULARISERING EN -COMMUNICATIE TOTAAL PROGRAMMA G (EEN GROTER DRAAGVLAK VOOR CREATIVITEIT, WETENSCHAP EN TECHNOLOGIE) in K euro TOTAAL ENTITEIT EB0 (DEPARTEMENT EWI) in K euro
171
4.226
4.226
2.019
2.019
10.155
11.578
10.155
11.578
Bijlage 3. Lijst van vertegenwoordigingen in supranationale, federale en Vlaamse gremia ter voorbereiding van Europese en internationale dossiers Naam
Bevoegdheidsniveau Soort
1. Europese Unie 1.1. Raad van de Europese Unie
Organisatie
Raad Concurrentievermogen
Europa
Raadswerkgroep Concurrentievermogen en Groei Raadswerkgroep Onderzoek (RECH) 1.2. European Research Area 1.2.1. ERA Related Groups ERAC – European Research Area and Innovation Committee ERAC Standing Working Group on Open Science and Open Innovation ERAC Standing Working Human Resources and Mobility ERAC Standing Working Group on Gender ESFRI – European Strategy Forum on Research Infrastructures – plenair GPC – the High Level Group on Joint Programming Annual meeting of the Chairs and Secretaries of the Councils for Science and Technology in Europe
Europa Europa
coördinatie vergadering raadswerkgroep raadswerkgroep
Europa Europa Europa Europa Europa Europa
ERA Configuration ERA related group ERA related group ERA related group ERA Configuration ERA Configuration
Raad Raad Raad Raad Raad Raad
Europa
adviesraad
Europese Commissie
Standing working group on Gender in Research and Innovation
Europa
ERA related group
Europese Commissie (maar op korte termijn naar de Raad).
SFIC – Strategic Forum International Science & Technology Cooperation
Europa
ERA Configuration
Raad
Standing working group on Human Resources and Mobility
Europa
ERA related group
Europese Commissie (maar op korte termijn naar de Raad).
IPCEI – Important projects of common European Interest
Europa
adviesraad
Europese Commissie
Transitional Forum on R & I Partnerships
Europa
werkgroep
Europese Commissie
172
Raad van de Europese Unie Raad van de Europese Unie Raad van de Europese Unie
1.2.2. Ad hoc working groups ERAC MLE Mutual Learning Exercises 1.3. Horizon 2020 PC1 Horizontal configuration: coherence across the different parts of the programme and cross-cutting issues PC1-Subwerkgroep ‘Science with and for Society’ PC2 ERC, MSCA, FET (European Research Council, Future and Emerging Technologies, Marie Skłodowska-Curie actions) PC3 Research infrastructures PC4 Information and Communication Technologies - ICT PC5 Nanotechnologies, Advanced materials, Biotechnology, Advanced PC6 Space PC7 SMEs and Access to Risk Finance PC8 Health, demographic change and well being PC9 European Bioeconomy Challenges: Food Security, Sustainable Agriculture and Forestry, Marine and Maritime and Inland Water Research PC10 Secure, Clean and Efficient Energy PC11 Smart, Green and Integrated Transport PC12 Climate Action, Resource Efficiency and Raw materials PC13 Europe in a changing world - Inclusive, Innovative and Reflective societies PC14 Secure Societies – Protecting Freedom and security of Europe and its citizens PC5-Subwerkgroep ‘HLG Nanotechnology’ Member States Group Key Enabling Technologies PC/SCAR (Standing Committee on Agricultural Research) joined workshop klankbordworkshop t.v.v. H2020 SCAR (Standing Committee on Agricultural Research) Bioeconomy strategy working group Research Policy Group
Europa
werkgroep
ERAC
Europa
programmacomité
Europese Commissie DG RTD
Europa
expertengroep
Europese Commissie DG RTD
Europa
programmacomité
Europese Commissie DG RTD
Europa Europa Europa Europa Europa Europa
programmacomité programmacomité programmacomité programmacomité programmacomité programmacomité
Europese Commissie DG RTD Europese Commissie DG RTD Europese Commissie DG RTD Europese Commissie DG RTD Europese Commissie DG RTD Europese Commissie DG RTD
Europa
programmacomité
Europese Commissie DG RTD- DG AGRI
Europa Europa Europa Europa
programmacomité programmacomité programmacomité programmacomité
Europese Commissie DG RTD Europese Commissie DG RTD Europese Commissie DG RTD Europese Commissie DG RTD
Europa
programmacomité
Europese Commissie DG RTD
Europa Europa
expertengroep werkgroep
Europese Commissie DG RTD Europese Commissie DG Growth
Europa
expertengroep
Europese Commissie DG RTD
Europa
expertengroep
Europese Commissie DG Agri
Europa
overlegorgaan
Europese Commissie DG RTD
173
EOSC GOVERNANCE BOARD 1.4. Enterprise and SME Policies Group
Europa
Stuurgroep
Europese Commissie DG RTD
Federaal overleg SME Envoy Network
België
comité
FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie (E5)
Enterprise Policy Group (EPG)
Europa
comité
Adviesorgaan voor de Europese Commissie
1.5. European Strategy Forum on Research Infrastructures (ESFRIs) ANAEE – Analysis and Experimentation on Ecosystems
Europa
werkgroep
Europese Commissie
Europa
raad van bestuur
ERIC
Europa Europa Europa
werkgroep raad van bestuur raad van bestuur
ESFRI ASBL ERIC Algemene Vergadering
Europa
raad van bestuur
ERIC
Europa
raad van bestuur
European Strategy Forum on Research Infrastructures (ESFRI)-Environment strategic working group
Europa
expertengroep
ERIC European Strategic Forum for Research Infrastructures c/o ESFRI Secretariat
ICOS – Integrated Carbon Observation System
Europa
raad van bestuur
ERIC
INSTRUCT – Integrated Structural Biology Infrastructure for Europe
Europa
raad van bestuur
ERIC
Lifewatch – E-science European Infrastructure for Biodiversity and Ecosystem Research
Europa
raad van bestuur
ERIC Algemene Vergadering
Prace-¨Partnership for advanced computing
Europa
raad van bestuur
VZW
Europa
raad van bestuur
ERIC
Europa
Committee
Europese Commissie DG RTD
DARIAH - Digital Research Infrastructure for the Arts and Humanities (ERIC – European Research Infrastructure Consortium) Dissco- Distributed system of scientific collections ELIXIR – A distributed infrastructure for life-science information EMBRC – European Marine Biological Resource Centre ESS – European Social Survey (ERIC – European Research Infrastructure Consortium) EUBI – Euro-Biolmaging
SHARE – Survey of Health, Ageing and Retirement in Europe (ERIC – European Research Infrastructure Consortium) Committee for the implementation of the Regulation on the Community legal framework for a European Research Infrastructure Consortium (ERIC)
174
1.6. Joint Programming Initiatives JPI Antimicrobial Resistance (JPI AMR) Management Board
Europa
managementorgaan Lidstaten
JPI NeuroDeGenerative diseases - Management Board
Europa
managementorgaan Lidstaten
JPI Oceans Management Board JPI Clean Sky
Europa Europa Europa en wereldwijd
managementorgaan VZW netwerk Lidstaten
JPI FACCE 1.7. Joint Undertaking European States Representatives Group Fuel Cells and Hydrogen SRG BBI JU – Strategic Representative Group for Biobased Industries JU States Representatives Group IMI2 (Innovative Medicines Initiative) Euro High Performance Computing (EuroHPC) JU 1.8. ERA-NET
1.9. SET-plan EU Steering Group European Strategic Energy Technology Plan (SET-Plan) 1.10. EURAXESS Pan-European initiative concerning the mobility of researchers in the European Research Area (EURAXESS) 1.11. High Level Group High Level Group on Automotive Industry (GEAR 2030) Technische werkgroep van de High Level Group Energy Intensive Industries 1.12. Staal STIS-comité (Comité voor Staal, Textiel en andere Industriële Sectoren) 1.13. Horizon Europe (Shadow) Strategic Committee
Managementorgaan Lidstaten
Europa Europa Europa Europa
comité comité comité comité
Europese Commissie Europese Commissie Europese Commissie Europese Commissie – DG Connect
Europa
stuurgroep
Europese Commissie
Europa
comité
Europese Commissie
Europa Europa
werkgroep expertengroep
Europese Commissie DG Growth
Europa
expertengroep
Raad Algemene Zaken
Europa
programmacomité DG RTD
175
Digital Europe - Expertencomité Digital Europe Programme
Europa
Expert group Shadow strategic configuration of the Horizon Europe Programme Committee - Sub group 'Food, Bio-economy, Natural Resources, Agriculture and Environment'
Europa
Shadow strategic Committee Subgroup ‘Soil health and food’ Horizon Europe Shadow committee ERC Horizon Europe Shadow committee MSCA Connecting Europe Facility – Digital – Expertencomité CEF-O Horizon Europe Shadow committee cluster Health Horizon Europe Shadow committee mission on Cancer Partnership Innovative Health Initiative Partnership EU-Africa Global Health 1.14. Artificiële Intelligentie Working group on the Coordinated Plans on AI AI-Watch Steering group Working group of the Member States on AI en DEI 1.15. Andere EC - She figures EuroCRIS - CERIF task group (Current Research Information Systems) COSME European RTD Evaluation Network EUROSTAT - Working Group on STI statistics Think Tank Fit4Food Expert group on bio-based products 2. Bi-/tri-laterale en interregionale samenwerking 2.1. Vanguard Initiative Vanguard Initiative
DG CNECT
Europa Europa Europa Europa Europa Europa Europa Europa
programmacomité Expert group acting as programme committee expertengroep overlegorgaan overlegorgaan programmacomité overlegorgaan overlegorgaan overlegorgaan overlegorgaan
Europa Europa Europa
comité stuurgroep werkgroep
DG CNECT DG CNECT DG CNECT
Europa Europa Europa Europa Europa Europa Europa
werkgroep werkgroep Programmacomité overlegorgaan werkgroep expertengroep expertengroep
Europese Commissie euroCRIS Europese Commissie Europese Commissie EC Eurostat Fit4Food-EC DG Growth
Europa
netwerk
Vlaamse overheid
176
DG RTD-DG AGRI DG AGRI-DG RTD EC- DG RTD EC – DG RTD DG CNECT EC – DG RTD EC- DG RTD EC - DG RTD EC - DG RTD
Departement EWI, afdeling O&I Vanguard Initiative Bio-economy pilot
Europa
netwerk
Vlaamse overheid
Stuurgroep Nano4Health
Europa
stuurgroep
Contact Center Agentschap Innoveren en Ondernemen
Model demonstrator Regions voor duurzame chemie
Europa
DG Growth
DG REGIO Smart Pilot action
Europa
stuurgroep Projecten (onder voorbehoud van goedkeuring)
VlaanderenNederland
comitĂŠ
Nederlandse en Vlaamse overheid
VlaanderenNederland
overlegorgaan
Nederlandse Taalunie
VlaanderenNederland
werkgroep
Nederlandse en Vlaamse overheid
Bilaterale werkgroep Nederland - Vlaams gewest m.b.t. strategie duurzame chemie
VlaanderenNederland
werkgroep
Nederlandse en Vlaamse overheid
Chemienetwerk 7 + 7
Europa
netwerk
European Chemical Regions Network (ECRN)
Europa
werkgroep
Chemiesector European Chemical Regions Network
European Regions Research & Innovation Network (ERRIN)
Europa
werkgroep
ERRIN Bioeconomy
Europa
werkgroep
2.2. INTERREG
EWI
2.3 Vlaams-Nederlandse samenwerking Stakeholdersgroep Nederlands-Vlaamse high tech samenwerking 2.4. Taalunie VO Voorbereidend Overleg van het ComitĂŠ van Ministers van de Nederlandse Taalunie 2.5. Vlaanderen-Nederland-Noordrijn-Westfalen Trilaterale werkgroep Nederland - Vlaanderen - Noordrijn-Westfalen 2.6. Samenwerkingen inzake chemie
2.7. ERRIN
177
European Regions Research and Innovation Network European Regions Research and Innovation Network
European Regions Research and Innovation Network European Regions Research and Innovation Network
ERRIN expertengroep Science in Society
Europa
expertengroep
ERRIN transport
Europa
werkgroep
Europa Europa
werkgroep overlegorgaan
CvR CvR
Europa
Coordinatie van netwerk
EWI/ EC JRC
Wereld Wereld Wereld Wereld
comité expertengroep werkgroep werkgroep
OECD OECD OECD OECD
Wereld
expertengroep
OECD
Wereld
comité
OECD
G20-OESO OESO
werkgroep expertengroep
OESO OESO
Wereld België
stuurgroep werkgroep
OESO OESO
2.8. Comité van de Regio's Automotive Intergroup EU-2020 Monitoring Platform 2.9 Smart Specialisation Partnerschip Smart Specialisation Partnership on Personalised Medicine 3. Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) 3.1. Comité for Science and Technology (CSTP) OESO - CSTP Comité Wetenschaps- en Technologiebeleid OESO - Global Science Forum OESO - NESTI: WP of national experts on Science and Tecnology Indicators OESO - TIP Working Group on Technology and Innovation Policy OESO - Working Group Biotechnology/Nanotechnology/Converging Technologies (BNCT) 3.2. Comité Industrie, Innovatie en Ondernemerschap (CIIE) OESO - CIIE Comité Industrie, Innovatie en Ondernemerschap 3.3. OESO-Staalcomité en G-20 Global Forum on Steel excess capacities OESO-Staalcomité 3.4. Andere OESO - Stuurgroep project 'Fostering innovation in the Ocean Economy' OESO – Federaal overleg OESO Working Party on SMEs & Entrepreneurship
178
OESO - NCP voor OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen
België
comité
179
OESO
1.7. Joint Undertaking European States Representatives Group Fuel Cells and Hydrogen SRG BBI JU – Strategic Representative Group for Biobased Industries JU States Representatives Group IMI2 (Innovative Medicines Initiative) Euro High Performance Computing (EuroHPC) JU 1.8. ERA-NET
Europa Europa Europa Europa
comité comité comité comité
Europese Commissie Europese Commissie Europese Commissie Europese Commissie – DG Connect
ERA-NET Ocean Energy
Europa
werkgroep
Europese Commissie DG RTD
Europa
stuurgroep
EC
Europa
comité
Europese Commissie
Europa Europa
werkgroep expertengroep
Europese Commissie DG Growth
Europa
expertengroep
Raad Algemene Zaken
EC - She figures
Europa
werkgroep
EuroCRIS - CERIF task group (Current Research Information Systems) European RTD Evaluation Network EUROSTAT - Working Group on STI statistics Expert group on bio-based products 2. Bi-/tri-laterale en regionale samenwerking 2.1. Vanguard Initiative Vanguard Initiative
Europa Europa Europa Europa
werkgroep overlegorgaan werkgroep expertengroep
Europese Commissie DG Research & Innovation euroCRIS Europese Commissie EC Eurostat DG Growth
Europa
netwerk
Vlaamse overheid
1.9. SET-plan EU Steering Group European Strategic Energy Technology Plan (SET-Plan) 1.10. EURAXESS Pan-European initiative concerning the mobility of researchers in the European Research Area (EURAXESS) 1.11. High Level Group High Level Group on Automotive Industry (GEAR 2030) Technische werkgroep van de High Level Group Energy Intensive Industries 1.12. Staal STIS-comité (Comité voor Staal, Textiel en andere Industriële Sectoren) 1.13. Andere
180
Departement EWI, afdeling O&I Vanguard Initiative Bio-economy pilot
Europa
netwerk
Vlaamse overheid
Stuurgroep Nano4Health
Europa
stuurgroep
Contact Center Agentschap Innoveren en Ondernemen
Model demonstrator Regions voor duurzame chemie
Europa
stuurgroep
DG Growth
Smart Pilots (interreg project)
Europa
project
EWI
VlaanderenNederland
comitĂŠ
Nederlandse en Vlaamse overheid
VlaanderenNederland
overlegorgaan
Nederlandse Taalunie
VlaanderenNederland
werkgroep
Nederlandse en Vlaamse overheid
werkgroep
Nederlandse en Vlaamse overheid
netwerk
Chemiesector European Chemical Regions Network
2.2. INTERREG
2.3 Vlaams-Nederlandse samenwerking Stakeholdersgroep Nederlands-Vlaamse high tech samenwerking 2.4. Taalunie VO Voorbereidend Overleg van het ComitĂŠ van Ministers van de Nederlandse Taalunie 2.5. Vlaanderen-Nederland-Noordrijn-Westfalen Trilaterale werkgroep Nederland - Vlaanderen - Noordrijn-Westfalen 2.6. Samenwerkingen inzake chemie
Chemienetwerk 7 + 7
VlaanderenNederland Europa
European Chemical Regions Network (ECRN)
Europa
Bilaterale werkgroep Nederland - Vlaams gewest m.b.t. strategie duurzame chemie
werkgroep
2.7. ERRIN European Regions Research & Innovation Network (ERRIN)
Europa
werkgroep
ERRIN Bioeconomy
Europa
werkgroep
181
Europese Commissie European Regions Research and Innovation Network Europese Commissie
European Regions Research and Innovation Network Europese Commissie ERRIN expertengroep Science in Society
Europa
expertengroep
European Regions Research and Innovation Network Policy Working Group
Vlaanderen buiten VO
werkgroep
Europa Europa
werkgroep overlegorgaan
EC CvR
Wereld Wereld Wereld Wereld
comité expertengroep werkgroep werkgroep
OECD OECD OECD OECD
Wereld
expertengroep
OECD
Wereld
comité
OECD
G20-OESO OESO
werkgroep expertengroep
G20-OESO OESO
Wereld België
stuurgroep Werkgroep
OESO OESO
2.8. Comité van de Regio's Automotive Intergroup EU-2020 Monitoring Platform 3. Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) 3.1. Comité for Science and Technology (CSTP) OESO - CSTP Comité Wetenschaps- en Technologiebeleid OESO - Global Science Forum OESO - NESTI: WP of national experts on Science and Tecnology Indicators OESO - TIP Working Group on Technology and Innovation Policy OESO - Working Group Biotechnology/Nanotechnology/Converging Technologies (BNCT) 3.2. Comité Industrie, Innovatie en Ondernemerschap (CIIE) OESO - CIIE Comité Industrie, Innovatie en Ondernemerschap 3.3. OESO-Staalcomité en G-20 Global Forum on Steel excess capacities OESO-Staalcomité 3.4. Andere OESO - Stuurgroep project 'Fostering innovation in the Ocean Economy' OESO – Federaal overleg OESO Working Party on SMEs & Entrepreneurship
182
European Regions Research and Innovation Network Europese Commissie European Regions Research and Innovation Network
4. United Nations Flanders UNIDO trust Fund Industrial Biotechnology (FUSTIB) Intergouvernementele Oceanografische Commissie (IOC-UNESCO) Stuurcomité Flanders Unesco - Trustfund Wetenschappen en projectstuurgroepen
VO Wereld Wereld
stuurgroep stuurgroep stuurgroep
Vlaamse overheid UNESCO Vlaamse overheid
5. Intra-Belgische coördinatie met oog op standpuntbepaling 5.1. Commissie Federale Samenwerking-Commissie Internationale Samenwerking (CFS-CIS) CFS-CIS – Commissie Federale Samenwerking – Commissie Internationale Samenwerking
België
commissie
CIS- Energie
België
overlegorgaan
CIS-e-infra (Computing) en subwerkgroep
België
overlegorgaan
CIS-Climate
België
overlegorgaan
CIS-COST (European Cooperation in Science and Technology)
België
overlegorgaan
CIS-GPC (Group on Joint Programming/Groupe de Programmation Conjointe)
België
overlegorgaan
CIS-Health
België
overlegorgaan
CIS-H2020 SME-ARF
België
werkgroep 183
Federaal Wetenschapsbeleid Commissie Federale Samenwerking – Commissie Internationale Samenwerking Federaal Wetenschapsbeleid Commissie Internationale Samenwerking (CIS) Federaal Wetenschapsbeleid Commissie Internationale Samenwerking (CIS) Federaal Wetenschapsbeleid Commissie Internationale Samenwerking (CIS) Federaal Wetenschapsbeleid Commissie Internationale Samenwerking (CIS) Federaal Wetenschapsbeleid Commissie Internationale Samenwerking (CIS) Federaal Wetenschapsbeleid Commissie Internationale Samenwerking (CIS) Federaal Wetenschapsbeleid
CI S -I nfr a ( R es e ar c h I nfr astr u ct ur es):
CI S -I nfr a BI O M E D ( Bi o m e di c al)
CI S -I nfr a E N V ( E n vir o n m e nt) CI S -I nfr a E S F RI ( w er k gr o e p e n) CI S -I nfr a S H H ( S o ci al S ci e n c es a n d H u m a niti es)
o v erl e g or g a a n B el gi ë
w er k gr o e p e n
CI S -I N T E R ( E xtr a-E ur o p e R &I c o -o p er ati o n a cti viti es u n d er t h e bil at er al a n d m ultil at er al a gr e e m e nts)
B el gi ë
o v erl e g or g a a n
CI S -O p e n A c c ess
B el gi ë
o v erl e g or g a a n
CI S -S C 2 ( S o ci et al C h all e n g e 2 bi o -e c o n o m y)
B el gi ë
o v erl e g or g a a n
CI S -S o ci et y
B el gi ë
o v erl e g or g a a n
C F S -S T A T - a d -h o c W G n o n -pr ofit
B el gi ë
w er k gr o e p
C F S -S T A T: O v erl e g gr o e p I n v e nt aris e n St atisti e k e n i nz a k e O & O
B el gi ë
o v erl e g or g a a n
H oriz o n 2 0 2 0 - CI S -H oriz o nt al
B el gi ë
o v erl e g or g a a n
H oriz o n 2 0 2 0 - CI S -I nf or m ati o n a n d C o m m u ni c ati o n T e c h n ol o gi es (I C T)
B el gi ë
o v erl e g or g a a n
184
C o m missi e I nt er n ati o n al e S a m e n w er ki n g ( CI S) F e d er a al W et e ns c h a ps b el ei d C o m missi e I nt er n ati o n al e S a m e n w er ki n g ( CI S) F e d er a al W et e ns c h a ps b el ei d C o m missi e I nt er n ati o n al e S a m e n w er ki n g ( CI S) F e d er a al W et e ns c h a ps b el ei d C o m missi e I nt er n ati o n al e S a m e n w er ki n g ( CI S) F e d er a al W et e ns c h a ps b el ei d C o m missi e I nt er n ati o n al e S a m e n w er ki n g ( CI S) F e d er a al W et e ns c h a ps b el ei d C o m missi e I nt er n ati o n al e S a m e n w er ki n g ( CI S) F e d er a al W et e ns c h a ps b el ei d – C o m missi e F e d er al e S a m e n w er ki n g F e d er a al W et e ns c h a ps b el ei d C o m missi e F e d er al e S a m e n w er ki n g F e d er a al W et e ns c h a ps b el ei d C o m missi e I nt er n ati o n al e S a m e n w er ki n g ( CI S) F e d er a al W et e ns c h a ps b el ei d C o m missi e I nt er n ati o n al e S a m e n w er ki n g ( CI S)
Federaal Wetenschapsbeleid Commissie Internationale Samenwerking (CIS) Federaal Wetenschapsbeleid Commissie Internationale Samenwerking (CIS)
rizon 2020 - CIS-Nanotechnologies, Advanced Materials, Biotechnology and Advanced Manufacturing and Processing (NMBP)
België
overlegorgaan
Horizon 2020 - CIS-Smart, green and integrated transport
België
overlegorgaan
IEC-CEI Comité Interne Markt werkgroep Innovatie
België
werkgroep
FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie (E5)
IEC-CEI Interministeriële Economische Commissie – Commision Economique Interministériel Comité Interne Markt werkgroep EPG
België
werkgroep
FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie (E5)
IEC-CEI Gemengde Enover/Transport Werkgroep
België
werkgroep
FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie (E5)
5.3. Directie-generaal Europese Zaken en Coördinatie Directie-generaal Europese Zaken en Coördinatie (DGE) 5.4. Belgian Co-Ordinated Collections of Micro-organisms
België
overlegorgaan
FOD Buitenlandse Zaken
BCCM - Belgian Co-ordinated Collections of Micro-organisms
België
comité
Federaal Wetenschapsbeleid – Commissie Federale Samenwerking
Belgisch Overlegplatform Strategic Energy Technology Plan (BELSET)
België
overlegorgaan
Expertengroep herziening richtlijn emissiehandel Interfederaal stuurcomité richtlijn beroepskwalificaties (omzetting Europese richtlijn) Commissie voor de overheidsopdrachten Digital Taskforce 6. Intra-Vlaamse coördinatie met oog op standpuntbepaling/rapportering 6.1. Europa platform
België
overlegorgaan
Federale Overheidsdienst Economie, kmo, Middenstand en Energie FOD leefmilieu
België
stuurgroep
FOD economie
België België
commissie Overlegorgaan
Vlaamse overheid FOD Buitenlandse Zaken
5.2. Interministeriële Economische Commissie
5.5. Andere
185
Europa platform – Werkgroep 1 Horizon 2020 Europa platform – Werkgroep 2 Ter voorbereiding van internationale samenwerkingsinitiatieven Europa platform – Werkgroep 3 Infrastructuur Europa platform – Werkgroep 4 Open Science & Open Innovatie Stuurgroep Europa platform 6.2. Rapporteringen Europees Semester werkgroep (niveau Vlaamse overheid) Fact Finding Mission van de EC en van de OESO bij België (coördinator voor EWIdomein) 6.3. Strategisch Overleg Internationale Aangelegenheden (SOIA) SOIA Dossierteam Meerjarig Financieel Kader SOIA Dossierteam OESO SOIA Strategisch Overlegorgaan Internationale Aangelegenheden - plenair SOIA Dossierteam Brexit SOIA Dossierteam Cohesiebeleid SOIA Dossierteam Digitalisering SOIA Dossierteam EU-regelgeving SOIA Dossierteam Multilaterale samenwerking SOIA Dossierteam Mensenrechten 6.4. Energie, materialen, waterstof, bio-economie, Strategisch comité materialenbeleid Raad van Bestuur Smartgrids Flanders Raad van Bestuur WaterstofNet Vlaams contactpunt Energy R&D voor het Internationaal Energieagentschap
Europa
werkgroep
Vlaamse overheid
Europa
werkgroep
Vlaamse overheid
Europa Europa Europa
werkgroep werkgroep stuurgroep
Vlaamse overheid Vlaamse overheid Vlaamse overheid
Europese Commissie
coördinatieorgaan Vlaamse overheid
EU en OESO
coördinatie- en overlegorgaan
Vlaamse overheid
VO VO VO VO VO VO VO VO VO
overlegorgaan overlegorgaan overlegorgaan overlegorgaan overlegorgaan overlegorgaan overlegorgaan overlegorgaan overlegorgaan
Vlaamse overheid Vlaamse overheid Vlaamse overheid Vlaamse overheid Vlaamse overheid Vlaamse overheid Vlaamse overheid Vlaamse overheid Vlaamse overheid
Europa Vlaamse overheid Vlaanderen buiten VO Wereld
comité
Vlaamse overheid OVAM
raad van bestuur
SGF
raad van bestuur
WaterstofNet
contactpunt
Internationaal Energie Agentschap
186
Vlaams CPT overleg (Clean Power for Transport) Interdepartementale werkgroep bio-economie Thintank Noordzee inzake visievorming gebruik Belgische Noordzee
Europa BelgiĂŤ BelgiĂŤ
werkgroep werkgroep Stuurgroep
187
Vlaamse overheid Vlaamse overheid Federale overheid
Bijlage 4. Personeelsoverzicht Departement EWI 4.1 Evolutie personeelsbesparingen Departement EWI In de legislatuur 2009-2014 bespaarde het Departement EWI 18 personeelsleden, 9 meer dan vereist. Aantal personeelsleden per 1/6/2009
Aantal personeelsleden per 30/6/2014
140
122 5
De 122 personeelsleden zijn inclusief de 8 personeelsleden ‘kabinetsondersteuning’. Zij verrichten geen taken voor het Departement maar voor het kabinet.
• •
Verder herinneren we eraan dat de personeelsleden van het Departement EWI conceptueel onder te verdelen zijn in twee groepen: enerzijds de drie beleidsafdelingen (Strategie en Coördinatie / Onderzoek / Innoveren en Ondernemen), de Staf, het N-project ‘innovatieve overheidsopdrachten’ en de VARIO; anderzijds de ‘afdeling Algemene Zaken en Ondersteuning’. Deze laatste is ‘bijzonder’ omdat ze ook managementondersteunende diensten (Personeel, HR, Facility, Boekhouding en IT) ‘buiten’ het Departement EWI levert: met name aan het Departement WSE, aan de Plantentuin Meise, aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen en aan Syntra Vlaanderen. Samen is de afdeling zo dienstenleverancier voor een goede 1.000 personeelsleden. Bij het bepalen van de besparingsdoelstelling voor de legislatuur 2014-2019 werd slechts ten dele rekening gehouden met het feit dat er in de voorgaande legislatuur meer bespaard werd dan vereist. De besparingsdoelstelling voor de legislatuur 2014-2019 werd bepaald op bijkomend 12 personeelsleden minder. 6 Via het Voorzitterscollege werden afspraken gemaakt hoe personeelsbewegingen en organisatiewijzigingen tussen de entiteiten (bijvoorbeeld ingevolge fusies, MOD-rationalisaties, …) gedurende de besparingsperiode 2014-2019 verrekend worden. Daartoe werden zogenaamde ‘rekenregels’ opgesteld. Zo bestaat rekenregel ‘type 1’ er bijvoorbeeld in dat het intern aantal verschoven personeelsleden (en het bijhorende personeelskrediet) bij de startpositie (dus op datum 30/6/2014) bijgeteld (bij de ontvangene entiteit) of afgetrokken (bij de vertrekkende entiteit) wordt, zodat het te besparen bedrag en het aantal te besparen personeelsleden proportioneel kan meestijgen of -dalen (bij voldoende omvang). Ingevolge de fusie tussen het Agentschap Ondernemen en het IWT ( 2016) evenals ingevolge de MODrationalisaties ( 2017) en de inkanteling van VARIO in het departement (2017) , dienden deze rekenregels ook op het Departement EWI toegepast te worden. Met als gevolg dat de startpositie op datum 30/6/2014 retroactief werd aangepast. Deze aanpassing wordt onderstaand toegelicht.
5 Oorspronkelijk was hier sprake van 124 personeelsleden (zie JOP 2016). N.a.v. een controle op dubbeltellingen werd deze beginsituatie bij de monitoring van 01.07.2016 aangepast, gevalideerd op Voorzitterscollege van 13/10/2016. Twee personeelsleden waren zowel bij het departement geteld als bij IWT. Gezien ze formeel tot het IWT behoorden werden ze in mindering gebracht bij het departement, waardoor de virtuele startpositie op datum 30/6/2014 voor het departement niet 124 maar 122 werd. 6 Uiteindelijk aantal te besparen koppen is steeds afhankelijk van de aangroei of afname van het personeelsaantal t.o.v. de startpositie op 30/6/2014 op basis van de toepassing van de zgn. ‘rekenregels’.
Startpunt 1/6/2014 = 122
1.
Bewegingen in 2016 t.g.v. fusie AO en IWT en herschikking taken en MOD-rationalisatie
+ 2 personeelsleden over komend van IWT naar het kerndepartement + 3 personeelsleden over komend van IWT naar AZO + 2 personeelsleden over komend van Syntra naar AZO -1 personeelslid vertrekkend van AZO naar AIO - 2 eenheden vertrekkend naar dienstencentrum Boekhoudkantoor : 1 personeelslid alsook een budget van 0,5 VTE. Wat de rekenregels betreft, wordt dit aanzien als 1 extra ‘kop’. Al deze bewegingen dienen verrekend te worden op basis van rekenregel 1 en hebben bijgevolg een invloed op de startpositie = nieuwe nulmeting: 126 ; te behalen ‘koppen’ op 31.12.2019: 114
2.
Bewegingen op 1/01/2017
+ 9 personeelsleden 7 overkomend van de VRWI naar het kerndepartement vanaf 1 januari 2017 - 10 personeelsleden vertrekkend naar het Dienstencentrum personeel m.i.v. 1 januari 2017 (8 koppen + 2 budgetten) - 2 personeelsleden vertrekkend naar dienstencentrum Facilitair Bedrijf m.i.v. 1 januari 2017 (budget a rato van 1,5 VTE; dus ook te beschouwen als -2 eenheden volgens de rekenregels) - 1 personeelslid dat wordt overgedragen aan departement WSE op basis van rekenregel 1 = nieuwe nulmeting: 122; te behalen ‘koppen’ op 31.12.2019: 110 Op basis van de nieuwe nulmeting per 1 januari 2017 (122 personeelsleden op startdatum 30/6/2014) moeten er tegen eind 2019 dan 12 koppen bespaard worden. Het toegelaten aantal ‘koppen’ eind 2019 voor het Departement EWI bedraagt dan 110.
3.
Bewegingen in 2018
De enige beweging die in 2018 een invloed heeft gehad op de nulmeting is de ter beschikking stelling van een personeelslid vanuit het beleidsdomein BUZA, met de afspraak dat de ‘kop’ ten laste zou komen van de ontvangende entiteit. = nieuwe nulmeting: 123; te behalen ‘koppen’ op 31.12.2019: 111
7
In het overdrachtsbesluit 7 personen + 1 voorziene werving en 1 bespaard.
189
4.
Bewegingen in 2019
M.i.v. 1 januari 2019 werden 2 personeelsleden aangeworven in het kader van 2 Europese projecten, Microbiome en Saphire en dit voor een periode van 3 jaar. Ze worden voor 100% gefinancierd vanuit Europa. Deze wervingen hebben geen invloed op de startbasis maar ze worden wel uit de ‘koppentelling’ gehouden op basis van rekenregel 2 – nieuwe externe projectfinanciering. M.i.v. 1/9/2019 werd Christophe Veys via rekenregel 1 -met kop en budget -overgedragen vanuit VLAIO naar departement EWI (BVR 28.06.2019 ). Deze beweging heeft wel invloed op de startpositie = nieuwe nulmeting: 124; te behalen ‘koppen’ op 31.12.2019: 112
Hoe evolueerde het aantal personeelsleden sinds 30/6/2014?
Indeling
30/06/2014
31/12/2017
01/01/2018
01/01/2019
01/01/2020
01/03/2020
Kerndepartement (1)
67
68
68
69
67 (*)
66
AZO (2)
47
30
29
27
27
27
-
8
9
9
7
7
Departement (1) + (2) + (3)
114
106
106
105
101
100
Kabinetsondersteuning (4)
8
6
6
6
9
8
Totaal (1) + (2) + (3) +(4)
122
112
112
111
110 (*)
108
VARIO (3)
Zoals hoger vermeld werden de 2 personeelsleden die via Europese kredieten worden betaald uit de koppentelling gehaald. Daarnaast werd het ter beschikking gestelde personeelslid van BUZA meegerekend en werden 12 dubbeltellingen in mindering gebracht (personeelslid resp. van departement en VARIO als contractueel tewerkgesteld bij VLAIO ). Sinds 30/6/2014 werd het personeelsaantal reeds afgebouwd met 12 personen. Het streefdoel voor deze besparingsronde op 31.12.2019 was 112 koppen. Het Departement EWI zit derhalve op schema van heeft bijgevolg meer bespaard dan de opgelegde besparingsdoelstelling. 8
Er is geen één-op-één relatie tussen de rapportering van het personeelsaantal in Vlimpers ( op basis van alle personeelsleden die een arbeidsrelatie hebben met DEWI, ook zij die de facto elders zijn tewerkgesteld op basis van detachering, proefperiode…) en de rapportering op basis van de rekenregels in het kader van de koppentelling (waar bepaalde personeelsleden worden uitgesloten op basis van rekenregels en dubbeltelling). 8
190
4.2 Overzicht personeelsaantallen opgesplitst per dienst op 31 december 2019 Personeelsaantal Beleidsafdelingen (Strategie en Coördinatie / Onderzoek / Innoveren en Ondernemen) en Staf Functies per Generieke functiebenaming rang
A3 A3 A2A A2E A2 A2 A1 A1 Subtotaal A
Secretaris-generaal Projectmanager Afdelingshoofd Navorser IWT-adviseur Directeur / Adviseur Informaticus Adjunct van de Directeur
B3 Leidinggevend Hoofddeskundige B2 Hoofddeskundige B1 Deskundige Subtotaal B
C3 C2E C2 C1 Subtotaal C
Leidinggevend Hoofdmedewerker Senior Hoofdmedewerker Hoofdmedewerker Medewerker
D3 D2E D2 D1 Subtotaal D TOTAAL
Leidinggevend Hoofdassistent Senior Hoofdassistent Hoofdassistent Assistent
SVZ op 31/12/2019 C
T
6 6
1 1 3 7 2 7 1 31 53
1 1 3 6 2 7 1 31 52
5
5
5
5
5
5
4 3 7
0
4 3 7
4 3 7
0 0 6
1 1 2 67
1 1 2 66
S
1 1 3 7 2 6 +1(*) 1 25 47
1 1 2 61
SVZ op 01/03/2020
(*) Het personeelslid dat door BUZA ter beschikking werd gesteld van het Departement EWI en meetelt als ‘kop’ geniet een tijdelijke functieverzwaring met de graad van adviseur. Personeelsaantal Afdeling Algemene Zaken en Ondersteuning
191
(Dienstverlener inzake Personeel, HR, Facility, Boekhouding en IT voor het Departement EWI, Departement WSE, Agentschap Plantentuin Meise, Syntra Vlaanderen en het Agentschap Innoveren en Ondernemen)
Functies per rang
A2A A2 A2 A1 Subtotaal A
B3 B2 B1 Subtotaal B
SVZ op 31/12/2019
Generieke functiebenaming
Afdelingshoofd Directeur-informaticus Directeur / Adviseur Adjunct van de Directeur
Senior- en leidinggevend hoofddeskundige Hoofddeskundige Deskundige
C3 C2 C2 C1 Subtotaal C
Leidinggevend Hoofdmedewerker Hoofdtechnicus Hoofdmedewerker Medewerker
D3 D2 D1 Subtotaal D TOTAAL
Leidinggevend Hoofdassistent ( Speciaal) Hoofdassistent Assistent / Technisch / Speciaal
1 1 3 1 6
SVZ op 01.03.202 0
1 1 3 2 7
1 1 3 2 7
2 4 1 7
2 4 1 7
2 4 1 7
0 1 6 4 11
0 1 6 5 12
0 1 6 5 12
1
1
1
1 25
1 27
1 27
1 1
1 1
2
192
Personeelsaantal VARIO
Functies per rang
A286 A2E A1 Subtotaal A
B3 B2 B1 Subtotaal B D3 D2 D1 Subtotaal D
SVZ op 31/12/2019
Generieke functiebenaming
Hoofd secretariaatspersoneel Navorser Adjunct van de Directeur
SVZ op 01.03.20 20
1 3
2
1 5
1 5
4
2
6
6
1 1
1 1
1 1
7
7
Senior- en leidinggevend hoofddeskundige Hoofddeskundige Deskundige
Senior Hoofdassistent Hoofdassistent/ Technisch Assistent / Technisch / Speciaal TOTAAL
4
3
Personeelsaantal Kabinetsondersteuning Functies per Generieke functiebenaming rang
B3 B2 B1 Subtotaal B
Senior- en leidinggevend hoofddeskundige Hoofddeskundige Deskundige
C3 Leidinggevend Hoofdmedewerker C2 Hoofdmedewerker C1 Medewerker Subtotaal C D3 Leidinggevend Hoofdassistent D2 Hoofdassistent / Technisch D1 Assistent / Technisch / Speciaal Subtotaal D TOTAAL
SVZ op 31/12/2019
SVZ op 01.03.2020
1
1
1
1
1
1
0 0
3 3
3 3
4 4
0 0 1
2 3 5 8
2 3 5 9
2 1 3 8 193
Bijlage 5. Beleidsgericht rapport Audit Vlaanderen
Beleidsgericht rapport
Departement Economie, Wetenschap en Innovatie 6 december 2019
194
Alle in dit rapport vermelde opdrachten zijn uitgevoerd in overeenstemming met de internationale standaarden van het Institute of Internal Auditors (IIA). Elke vijf jaar evalueert een externe instantie of Audit Vlaanderen deze standaarden naleeft.
Beleidsgericht rapport
Departement Economie, Wetenschap en Innovatie 6 december 2019
INHOUDSOPGAVE Inleiding
198
Samenvatting
199
Managementreactie van het departement Economie, Wetenschap en Innovatie
201
Maturiteit risicomanagement
202
Resultaten auditopdrachten
204
Stand van zaken aanbevelingen
205
Bijlage 1 – Opgevolgde aanbevelingen met uiterste streefdatum 30/09/2019
208
Verzendlijst
212
197
INLEIDING DOELSTELLING BELEIDSGERICHT RAPPORT Voor de jaarlijkse evaluatie moet iedere leidend ambtenaar aan de functioneel bevoegde minister(s) rapporteren over zijn/haar aanpak van de aanbevelingen uit de audits van Audit Vlaanderen 9. Dit onder meer om het politieke draagvlak voor en de betrokkenheid van de leidend ambtenaren bij de risicobeheersing van de organisatie te versterken. Om dit proces te ondersteunen, maakt Audit Vlaanderen een beleidsgericht rapport over de auditwerkzaamheden voor de entiteiten waar tijdens het voorbije jaar belangrijke auditactiviteiten gebeurden. Voor de organisaties waar in 2017 of 2018 een evaluatie van het risicomanagement gebeurde, maakt Audit Vlaanderen een geactualiseerde stand van zaken op. Dit beleidsgericht rapport geeft ook aan in welke mate een entiteit werk maakt van de generieke doelstelling tot het versterken van de organisatiebeheersing/interne controle binnen de eigen organisatie en van acties om de maturiteit van het risicomanagement te verhogen. INHOUD BELEIDSGERICHT RAPPORT DEPARTEMENT ECONOMIE, WETENSCHAP EN INNOVATIE Dit beleidsgericht rapport schetst de stand van zaken op 30 november 2019 over de acties die het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie (EWI) ondernam naar aanleiding van:
De maturiteit van het risicomanagement binnen het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie (auditopdracht 1701 006 van 12/11/2018);
De organisatie-audit waarbij werd geëvalueerd in welke mate het departement beschikt over beheersmaatregelen om de belangrijkste inherente risico’s rond ‘Belanghebbendenmanagement’ en ‘HRM’ uit de leidraad organisatiebeheersing in te perken (auditopdracht 1701 019 van 12/11/2018);
De opvolging van de openstaande aanbevelingen vanuit eerdere audits bij het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie (EWI).
Een ontwerp van dit rapport werd op 6 december 2019 overgemaakt aan het Departement EWI. De managementreactie van de entiteit maakt deel uit van dit rapport.
Afspraak gemaakt op 7 december 2011 tussen het Auditcomité van de Vlaamse Administratie en de kern van de Vlaamse Regering en verder geconcretiseerd in de beslissing van de Vlaamse Regering van 30 maart 2012 aangaande de evaluatie van de leidend ambtenaren vanaf 2012 (cf. VR/2012/3003 DOC.0302/1).
9
198
SAMENVATTING Op basis van de uitgevoerde auditwerkzaamheden sinds 2017 is Audit Vlaanderen van mening dat het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie sterk werk maakt van de verdere inbedding van interne controle/organisatiebeheersing. Maturiteit risicomanagement Gewogen gemiddelde op een schaal van 0 (afwezig) tot 5 (geoptimaliseerd)
Risico-identificatie en -evaluatie Risicobeheer
2018
2019
2,4
2,7
2
2,6
Mate van risicobeheersing M.b.t. sturende en ondersteunende processen of thema’s organisatiebeheersing Onderzochte thema’s
Totaal aantal inherent hoge risico’s
Aantal risico’s onvoldoende onder controle 2018
2019 10
Belanghebbendenmanagement
5
1
1
HRM
6
3
0
Dit blijkt uit de systematische wijze waarop het departement haar visie rond risicomanagement uitrolt binnen de organisatie. Een risicoanalyse op organisatieniveau werd uitgewerkt, alsook proces- en risicoanalyses voor enkele kern- en ondersteunende processen. Acties werden geformuleerd om – in functie van de risico-appetijt – de belangrijkste risico’s in te perken of te beheersen. Hierdoor stijgt de maturiteit voor zowel risico-identificatie en evaluatie als voor risicobeheer. De resultaten uit de organisatie-audit en de acties ondernomen n.a.v. de geformuleerde aanbevelingen bevestigen ook de aandacht voor interne controle/organisatiebeheersing. Voor het belanghebbendenmanagement werden verschillende initiatieven ondernomen en zijn acties lopende. Op het vlak van Human Resource Management werd een HRM-beleid opgesteld en worden specifieke acties uitgewerkt.
Status aanbevelingen op 30/09/2019 2019
10
Aantal geformuleerde aanbevelingen
12
Aantal openstaande aanbevelingen
1
Acceptatiegraad
100%
Realisatiegraad
92%
Tijdigheid
92%
De ondernomen initiatieven voor het risicomanagement, het belanghebbendenmanagement en HRM leiden ook tot positieve indicatoren voor de opvolging van de aanbevelingen. De totale realisatiegraad van de aanbevelingen bedraagt immers 92%. Op te merken valt dat het merendeel van de 12 aanbevelingen betrekking heeft op aanbevelingen over organisatiebeheersing uit het verleden. Audit Vlaanderen zal de aanbevelingen die ouder zijn dan 5 jaar vanaf 2020 niet langer opnemen in de indicatoren. Zo zal de actualiteitswaarde van de indicatoren stijgen.
Evolutie op basis van de uitgevoerde opvolging van de geformuleerde aanbevelingen.
199
Aanvaardbaarheid van streefdata
100%
200
MANAGEMENTREACTIE VAN HET DEPARTEMENT ECONOMIE, WETENSCHAP EN INNOVATIE De voorbije jaren werd door Departement EWI sterk geïnvesteerd in de implementatie en inbedding van een methodisch risicobeheer. Begin 2018 werd met ondersteuning van KPMG een raamwerk risicobeheer uitgewerkt, zowel op organisatieals op procesniveau. Tweede helft 2018 werd deze nieuw ontwikkelde methodologie geïmplementeerd en gecommuniceerd binnen het Departement EWI. Het management en teamhoofden vormden de sleutelfiguren bij uitstek in het kader van risicobeheer op organisatieniveau. De proceseigenaars die de risico-oefening op procesniveau maakten, consulteerden op hun beurt de eigen processleutelfiguren waardoor risicobeheer leeft op de werkvloer. Door deze verdere professionalisering in risicobeheer op zowel organisatie- als procesniveau, heeft het Departement EWI ook een duidelijke risicostrategie en risico-appetijt geformuleerd en een systemische opvolging georganiseerd. Dankzij het intensieve werk van de afgelopen jaren hebben we 92% van de aanbevelingen, die geformuleerd werden door Audit Vlaanderen op vlak van Risicomanagement en Organisatie-audit, gerealiseerd. Audit Vlaanderen heeft dan ook terecht opgemerkt dat er binnen het Departement EWI sterk werk gemaakt wordt van risicobeheer op de verschillende niveaus. De werkzaamheden van de afgelopen jaren hebben ertoe geleid dat de score voor ‘risico-identificatie en -evaluatie’ gestegen is van 2,4 naar 2,7 en voor ‘risicobeheer’ van 2 naar 2,6. Het is de ambitie van Departement EWI om die stijgende lijn verder te zetten om zo tot een hoger maturiteitsniveau te komen.
201
MATURITEIT RISICOMANAGEMENT In 2017 evalueerde Audit Vlaanderen het risicomanagement binnen Departement Economie, Wetenschap en Innovatie. Aan de hand van een maturiteitsmodel werden verschillende elementen van risicomanagement geëvalueerd op een schaal van 0 (afwezig) tot 5 (geoptimaliseerd). Daarna werd, op basis van een vooraf bepaald gewicht, een gewogen gemiddelde maturiteitsinschatting berekend voor de onderdelen ‘risico-identificatie en evaluatie’ enerzijds en ‘risicobeheer’ anderzijds. In 2018 actualiseerde Audit Vlaanderen voor de eerste maal de maturiteit van het risicomanagement en werd een stijging vastgesteld van 2,2 naar 2,4 rond ‘risico-identificatie en -evaluatie’. De maturiteit voor het luik ‘risicobeheer’ bleef behouden op 2,0. In 2019 voerde Audit Vlaanderen een volgende actualisatie uit van de maturiteit van het risicomanagement binnen het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie op basis van een gesprek en een analyse van de nieuw aangeleverde documentatie. Onderstaande tabel geeft de resultaten weer van deze actualisatie. Inschatting
Risicoidentificatie en -evaluatie
2018
2019
Doelstellingen en risicocascade
2
2
Betrokkenen bij de risicoanalyse
3
3
Methodiek risico-identificatie
2
3
Methodiek risico-evaluatie
2
3
Medewerkers, rollen en verantwoordelijkheden
3
3
Periodiciteit van de risicoanalyse
2
2
Procesdocumentatie van de risicoanalyse
3
3
2,4
2,7
Risicostrategie
2
3
Risicorespons
2
3
Architectuur en operationele effectiviteit van de beheersmaatregelen voor de kernprocessen
2
2
Architectuur en operationele effectiviteit van de beheersmaatregelen voor de ondersteunende processen
2
2
Medewerkers, rollen en verantwoordelijkheden
2
3
2,0
2,6
Gewogen gemiddelde maturiteitsinschatting
Risicobeheer
Gewogen gemiddelde maturiteitsinschatting
202
Legende 0
1
2
3
4
5
Onbestaand
Intuïtief / ad hoc
Gestructureerde aanzet
Gedefinieerd
Beheerst / meetbaar
Geoptimaliseerd
Het departement EWI werkte in 2019 op een systematische wijze verder aan de uitbouw van het risicomanagement binnen de organisatie. De vooropgestelde werkwijze voor risico-identificatie, - evaluatie en beheer werd geïmplementeerd en resulteerde in 2019 in risicoanalyses: Op organisatieniveau en dit in functie van de doelstellingen van het departement; Op procesniveau voor vier kern- of ondersteunende processen m.n. 1° Kenniscentrum (datacreatie- en verzameling), 2° Financieel proces (uitbetaling subsidies), 3° IT-proces (indiensttreding/onboarding van werknemers) en 4° Postregistratie (van dossieropmaak tot uitgaande post). Het departement maakte daarnaast ook een selectie voor de volgende uit te werken processen. Deze liggen in het verlengde van de processen die reeds meegenomen werden of bouwen verder op het actieplan van het risicobeheer op organisatieniveau. Een cascade tussen de risico’s op strategisch en op operationeel niveau krijgt hierdoor geleidelijk aan vorm. De toepassing van de vooropgestelde methodologie leidt tot een stijging in de maturiteit voor de beoordelingselementen ‘methodiek risico-identificatie’ en ‘methodiek risico-evaluatie’. De verdere inbedding hiervan zowel op strategisch niveau als op het niveau van de belangrijkste kernprocessen is nodig om de maturiteit voor ‘doelstellingen- en risicocascade’ en ‘periodiciteit van de risicoanalyse’ te laten groeien naar niveau 3 (gedefinieerd). De gewogen maturiteit voor ‘risico-identificatie en -evaluatie’ stijgt van 2,4 naar 2,7. Op het vlak van risicobeheer:
legde het departement de risico-appetijt vast en paste het deze toe op de geïdentificeerde risico’s op organisatieniveau; gaf het departement invulling aan de risicorespons door zowel op organisatie- als procesniveau acties te formuleren om deze risico’s in te perken of te beheersen. Een verantwoordelijke werd aangeduid en een timing bepaald. De risicocoördinator bundelt de acties in één overkoepelende overzichtstabel en volgt op deze wijze de realisatie ervan op. De maturiteit voor ‘risicostrategie’, ‘risicorespons’ en ‘medewerkers, rollen en verantwoordelijkheden’ stijgt hierdoor naar niveau 3. De maturiteit voor ‘architectuur en operationele effectiviteit van de kern- en ondersteunende processen’ blijft behouden op niveau 2. Voor vier kern- en/of ondersteunende processen identificeerde en evalueerde het departement per risico de aanwezige beheersmaatregelen. De risico’s en controles werden uitgetekend in een procesflow. Belangrijk is om deze werkwijze verder te zetten zodat voor het merendeel van de belangrijkste kern/ondersteunende processen de sleutelcontroles in functie van de belangrijkste risico’s in kaart gebracht worden. De gewogen maturiteit voor ‘risicobeheer’ stijgt door al deze initiatieven van 2,0 naar 2,6. Audit Vlaanderen formuleerde 2 aanbevelingen om de maturiteit van risicomanagement binnen het departement te verbeteren. Beide aanbevelingen werden in 2019 gerealiseerd.
203
RESULTATEN AUDITOPDRACHTEN ORGANISATIE-AUDIT MET BETREKKING TOT 2 THEMA’S VAN DE LEIDRAAD ORGANISATIEBEHEERSING (AUDITOPDRACHT 1701 019 VAN 12/11/2018) Audit Vlaanderen evalueerde in 2017 voor twee van de tien thema’s uit de ‘Leidraad organisatiebeheersing’ in welke mate het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie over beheersmaatregelen beschikt om de belangrijkste inherente risico’s voor deze thema’s in te perken. De onderzochte thema’s waren ‘Belanghebbendenmanagement’ en ‘HRM’. De keuze voor deze thema’s gebeurde na een weging van elk thema op vijf parameters. Deze keuze werd afgestemd met het departement. Naar aanleiding van deze organisatie-audit werden 17 belangrijke inherente risico’s geïdentificeerd. 11 van deze risico’s werden door de deelnemers aan de risico-evaluatie van het Departement EWI, onder begeleiding van Audit Vlaanderen, als inherent hoog ingeschat. Audit Vlaanderen onderzocht de 8 risico’s waarvan het departement oordeelde dat het over voldoende beheersmaatregelen beschikt. Voor 1 risico hiervan was een hoge mate van risicobeheer aanwezig. Voor de overige 7 risico’s was verdere optimalisatie aangewezen. Hiervoor formuleerde Audit Vlaanderen 2 aanbevelingen en 3 verbeterpunten. Voor 3 risico’s beoordeelde het departement de maturiteit van de bestaande beheersmaatregelen zelf als laag. Deze risico’s hangen samen met risico’s waarvoor naar aanleiding van de audit een aanbeveling en verbeterpunt werden geformuleerd. Bijgevolg werden voor deze risico’s geen bijkomende aanbevelingen of verbeterpunten geformuleerd. Het management van het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie aanvaardde alle aanbevelingen en stelde een actieplan op. Mate van risicobeheersing m.b.t. sturende en ondersteunende processen Onderzochte thema’s
Totaal aantal inherent hoge risico’s
Aantal risico’s onvoldoende onder controle 2018
2019
Belanghebbendenmanagement
5
1
1
HRM
6
3
0
Audit Vlaanderen analyseerde de stand van zaken in functie van de opvolging van de aanbevelingen (cf. bijlage 1). In het kader van het belanghebbendenmanagement zijn verdere acties lopende. Op het vlak van HRM werd een beleid opgesteld. Instrumenten ter verdere implementatie ervan zijn in uitwerking.
204
STAND VAN ZAKEN AANBEVELINGEN Audit Vlaanderen rapporteert periodiek over de opvolging van de aanbevelingen, zoals werd afgesproken tijdens het overleg van 7 december 2011 tussen het Auditcomité van de Vlaamse Administratie en de kern van de ministers van de Vlaamse Regering. Deze afspraak werd geconcretiseerd in de beslissing van de Vlaamse Regering over de evaluatie van de leidend ambtenaren vanaf 2012. Sindsdien maakt de realisatie van de aanbevelingen deel uit van die evaluatie (cf. VR 2012 3003 DOC 0302/1). Onderstaande stand van zaken beschrijft de resultaten van de opvolging van openstaande aanbevelingen met uiterste streefdatum van realisatie 30/09/201930/09/2019 en schetst de globale stand van zaken van de realisatie van de aanbevelingen.
STATUSSEN EN REALISATIEGRAAD VAN DE OPGEVOLGDE AANBEVELINGEN MET UITERSTE STREEFDATUM 30/09/201930/09/2019 In deze opvolgingsronde werden 4 aanbevelingen met uiterste streefdatum 30/09/201930/09/2019 opgevolgd (cf. Bijlage 1). Onderstaande tabel geeft in detail de status van deze aanbevelingen en de realisatiegraad weer. RA
G
L
O
N
NVT
Totaal
Realisatiegraad = G/(G+L+O+N)
#
#
#
#
#
#
#
%
Organisatiebeheersing
0
1
0
1
0
0
2
50%
Maturiteit risicomanagement (2017)
0
2
0
0
0
0
2
100%
Totaal in #
0
3
0
1
0
0 4
75%
Totaal in %
0%
75%
0%
25%
0%
0%
Legende RA Risicoacceptatie G
Gerealiseerd
L
Lopende
N
Niets
O
Ontwerp
NVT
Niet meer van toepassing
STAND VAN ZAKEN INDICATOREN VOOR DE REALISATIE VAN DE AANBEVELINGEN Audit Vlaanderen rapporteert over de realisatie van aanbevelingen aan de hand van vier indicatoren. De berekening van deze indicatoren houdt rekening met de volgende aanbevelingen: alle aanbevelingen over organisatiebeheersing (cf. auditopdrachten uitgevoerd volgens de Leidraad organisatiebeheersing); alle aanbevelingen met het oog op het verhogen van de maturiteit van het risicomanagement; alle aanbevelingen naar aanleiding van andere operationele audits (thema-audits, procesaudits, ad-hoc opdrachten, forensische opdrachten) uit de laatste vijf jaar (vanaf 2015).
205
Overzicht statussen aanbevelingen in functie van indicatoren RA
G
L
O
N
NVT
NA
Nog niet opgevolgd
Totaal
Realisatiegraad = G/(G+L+O+N)
#
#
#
#
#
#
#
#
#
%
Organisatiebeheersing
0
9
0
1
0
0
0
0
10
90%
Maturiteit risicomanagement (2017)
0
2
0
0
0
0
0
0
2
100%
Totaal in #
0
11
0
1
0
0
0
0 12
92%
Totaal in %
0%
92%
0%
8%
0%
0%
0%
0%
Legende RA
Risicoacceptatie
O
Ontwerp
NVT
Niet meer van toepassing
G
Gerealiseerd
N
Niets
NA
Niet aanvaard
L
Lopende
Voor de beoordeling van de implementatie van de aanbevelingen worden vier indicatoren gehanteerd. Onderstaande tabel geeft – naast de omschrijving van elke indicator – de resultaten van het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie weer op 30 september 2019 en vergelijkt deze met het resultaat van 2018. Indicator
Resultaat op 30/09/201930/ 09/2019
Omschrijving
Acceptatiegraad
Geeft aan hoeveel (%) van de aanbevelingen geaccepteerd werden door het management.
100 %
Realisatiegraad
Geeft aan hoeveel (%) van de opgevolgde aanbevelingen gerealiseerd zijn.
92 %
Tijdige realisatie
Geeft aan hoeveel (%) aanbevelingen gerealiseerd werden (of nog kunnen worden) vóór of op de tweede streefdatum opgegeven door het management.
92 %
Aanvaardbaarheid streefdata
Geeft aan voor hoeveel (%) van de openstaande aanbevelingen de voorziene streefdatum van realisatie een aanvaardbare termijn heeft t.o.v. de formuleringsdatum 11.
100 %
Legende Acceptatiegraad
Realisatiegraad
Tijdige realisatie
Aanvaardbare streefdata
100%
≥ 80%
≥ 80%
≥ 90%
≥ 80% en < 100%
≥ 50% en < 80%
≥ 50% en < 80%
≥ 50% en < 90%
11 In principe geldt 1 jaar vanaf de formulering als limiet voor een aanvaardbare streefdatum. Audit Vlaanderen kan per aanbeveling inschatten dat een realisatietermijn van langer dan 1 jaar gerechtvaardigd is.
206
< 80%
< 50%
< 50%
< 50%
Toelichting De indicatoren voor de stand van zaken van de aanbevelingen bevestigen dat het departement op een systematische wijze werk maakt van de realisatie van de aanbevelingen. Het departement EWI accepteerde alle door Audit Vlaanderen geformuleerde aanbevelingen (acceptatiegraad 100%) en realiseerde het merendeel van deze aanbevelingen (realisatiegraad 92%). Hierbij besteedt het departement aandacht aan een tijdige realisatie (indicator tijdige realisatie van 92%) binnen een aanvaardbare termijn (indicator aanvaardbare streefdata (100%). Op te merken valt dat het merendeel van de 12 aanbevelingen betrekking heeft op aanbevelingen over organisatiebeheersing uit het verleden. Audit Vlaanderen zal de aanbevelingen die ouder zijn dan 5 jaar vanaf 2020 niet langer opnemen in de indicatoren. Zo zal de actualiteitswaarde van de indicatoren stijgen.
207
BIJLAGE 1 – OPGEVOLGDE AANBEVELINGEN STREEFDATUM 30/09/201930/09/2019 Audit
Omschrijving Nr. auditopdracht aanb.
1701 006 RisicoA1 management dEWI
Gevalideerde status op 30/09/201930/09/2019 Omschrijving Vorige Voorziene RA G L O N Nvt aanbeveling status streefdatum Om te kunnen evolueren naar een meer beheerst niveau van risico-identificatie en evaluatie, consolideert het departement de risico’s die het identificeerde aan de hand van de diverse oefeningen. Het is belangrijk om de risico’s in cascade te bekijken, dus vertrekkende vanuit de strategische doelstellingen en afdalend tot op het procesen eventueel projectniveau. Hierbij is het van belang dat het departement: een onderbouwde methodiek hanteert met duidelijke en uniforme schalen op basis waarvan het risico’s inschaalt; de nodige rollen en verantwoordelijkheden duidelijk toewijst; alle resultaten van het identificatie- en evaluatieproces voldoende documenteert.
/
31/12/2018
MET
UITERSTE
Motivering
Nieuwe streefdatum
Audit Vlaanderen bevestigt de status 'gerealiseerd'. Het departement EWI werkte een eigen raamwerk voor het risicobeheer uit en communiceerde dit naar de personeelsleden van de organisatie. Dit raamwerk bevat o.a.: Een uitgeschreven methodiek met uniforme schalen voor het inschatten van de kans/waarschijnlijkheid van voorkomen van een risico, de impact/invloed bij voorkomen van een risico en voor de evaluatie van de beheersmaatregelen. Een duidelijke omschrijving van de rollen en verantwoordelijkheden rond risicomanagement. Via Sharepoint worden de verschillende documenten over het risicobeheer op een overzichtelijke manier gedocumenteerd (via verslagen, rapporten en een opvolgingstabel). Het departement paste deze werkwijze toe door de risico's in kaart te brengen en te evalueren: op organisatieniveau (in functie van de doelstellingen van het departement);
/
208
Audit
Omschrijving Nr. auditopdracht aanb.
Gevalideerde status op 30/09/201930/09/2019 Omschrijving Vorige Voorziene RA G L O N Nvt aanbeveling status streefdatum
Motivering
1701 006 Risicomanagement dEWI
A2
Om een effectief risicobeheer uit te kunnen werken, is het nodig dat het departement een duidelijke strategie omtrent de risicobereidheid uitwerkt en deelt binnen de organisatie. In lijn met deze risicostrategie, moet het departement actieplannen uitwerken en de aanwezige beheersmaatregelen evalueren, eventueel bijsturen en implementeren. Het is van belang de daarbij betrokken rollen en verantwoordelijkheden op de verschillende niveaus vast te leggen en te communiceren.
/
31/03/2019
1701 019 Organisatie-audit dEWI
A1
Verder bouwend op de bestaande aanpak, werkt het departement een gestructureerde visie en strategie uit rond het overleg met belanghebbenden. Dit met het oog op het vermijden van een suboptimale aanpak van het overleg met belanghebbenden.
/
31/03/2019
Nieuwe streefdatum
op procesniveau voor een viertal processen, m.n. kenniscentrum (datacreatie- en verzameling), uitbetaling subsidies, indiensttreding werknemers en postregistratie. De processen die in een volgende fase uitgewerkt zullen worden, zijn reeds geselecteerd.
Audit Vlaanderen bevestigt de status / 'gerealiseerd'. Het departement EWI definieerde in het raamwerk voor het risicobeheer de risicoappetijt van de organisatie. Voor alle risico's met een score 'hoog' en 'zeer hoog' (> 10) worden verdere actie ondernomen om deze risico's in te perken. Van de risico's die lager scoorden dan 10, aanvaardde het departement het restrisico. Deze werkwijze werd toegepast voor de geïdentificeerde risico's op organisatieniveau en voor de vier processen. Er werd per risico een actieplan opgesteld met o.a. de vooropgestelde nieuwe acties, actieverantwoordelijke en timing. Audit Vlaanderen bevestigt de status Zomer 2020 ‘Ontwerp’. Het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie gaf in de managementreactie van de organisatie-audit aan dat het beschikt over een visie rond belang-hebbendenmanagement en de belang-hebbenden in kaart gebracht heeft. Om verdere invulling te geven aan deze aanbeveling werd uitvoering gegeven aan de volgende trajecten:
209
Audit
Omschrijving Nr. auditopdracht aanb.
Gevalideerde status op 30/09/201930/09/2019 Omschrijving Vorige Voorziene RA G L O N Nvt aanbeveling status streefdatum
Motivering
Nieuwe streefdatum
Organisatie van een brainstormdag rond stakeholdermanagement in internationale dossiers met alle inhoudelijke medewerkers in 2019; Stakeholdermanagement i.k.v. de nieuwe beleidsplannen Artificial Intelligence, Cybersecurity, Personalised Medicine, structureel periodiek overleg met de Vlaamse Hogenscholenraad en de Vlaamse Interuniversitaire Raad en structureel interdisciplinair overleg met Koninklijke Vlaamse en Belgische Academie voor Wetenschappen en Kunsten, Jonge Academie & het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek. Definiëring van een afsprakenkader i.k.v. internationale samenwerking. Stakeholdermanagement in de voorbereiding van het dossier Flanders Open Science Board rond het open science-beleid in Vlaanderen; Een aantal acties zijn lopende: Opname van Belanghebbendenmanagement als proces in de procesanalyses van 2019-2020; Een evaluatie van de werking van het Europlatform gepland (eind 2019/voorjaar 2020).
1701 019 Organisatie-audit dEWI
A2
Het departement werkt haar HR-beleidsvisie verder uit waarin verduidelijkt wordt hoe het departement wil inspelen op de huidige HRuitdagingen, onder meer rond competentiemanagement, het al dan niet inzetten van specialisten en de manier waarop
/
31/12/2018
Audit Vlaanderen bevestigt de status 'gerealiseerd': Het departement EWI stelde een hernieuwd HR-beleidsplan 2019 - 2023 waarin de verschillende uitgangspunten, bijhorende acties en instrumenten gebundeld worden.
210
Audit
Omschrijving Nr. auditopdracht aanb.
Gevalideerde status op 30/09/201930/09/2019 Omschrijving Vorige Voorziene RA G L O N Nvt aanbeveling status streefdatum het omgaat met onderpresteerders. Deze HRvisie kan gebaseerd worden op de verschillende visies die momenteel al bestaan of in opbouw zijn. Het departement communiceert deze visie naar de medewerkers.
Motivering
Nieuwe streefdatum
Hierin wordt o.a. aandacht besteed aan het verhogen van de inzetbaarheid van de personeelsleden, de interne doorstroom van medewerkers en het onthaalbeleid van nieuwe medewerkers. De instrumenten krijgen geleidelijk aan verdere invulling. Dit werd intern gevalideerd en gecommuniceerd in december 2018.
211
VERZENDLIJST Het rapport wordt verstuurd naar: De heerDe heer Johan Hanssens Mevrouw Ils De Bal
Secretaris-generaal van het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Ankerpunt organisatiebeheersing
De bevoegde minister Mevrouw Hilde Crevits
Viceminister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale economie en Landbouw
De minister bevoegd voor interne audit De heer Bart Somers
Viceminister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Binnenlands Bestuur, Bestuurszaken, Inburgering en Gelijke Kansen
De minister-president en viceminister-presidenten De heer Jan Jambon Minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Buitenlandse Zaken, Cultuur, ICT en Facilitair Management De heer Ben Weyts Viceminister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Onderwijs, Sport, Dierenwelzijn en Vlaamse Rand De leden van het auditcomité van de Vlaamse administratie
De onafhankelijke leden De heer Luc Discry De heer Jean-Pierre Garitte Mevrouw Diane Breesch Mevrouw Iwona Muchin
Voorzitter van het auditcomité en onafhankelijk deskundige Onafhankelijk deskundige Onafhankelijk deskundige Onafhankelijk deskundige
De vertegenwoordigers van de Vlaamse Regering Mevrouw Miet Vandersteegen Mevrouw Myriam Parys De heer Martin Ruebens
Vertegenwoordiger van de Vlaamse Regering Vertegenwoordiger van de Vlaamse Regering Secretaris-generaal Departement Kanselarij en Bestuur
De secretaris van het auditcomité De heer Dieter Vanhee
Adviseur Departement Kanselarij en Bestuur
Het Rekenhof Mevrouw Hilde François
Voorzitter van het Rekenhof