Uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/079
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2020/079
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 14 maart 2020 diende xxx (verder: verzoeker) een verzoek in bij de stad Brugge om een afschrift te verlenen van: -
“alle openbare en voor betrokkenen toegankelijke stukken i.v.m. de bouwaanvraag xxx van xxx i.v.m. de terreinen xxx”; “de plannen aangezien zij de essentiële beschrijving uitmaken van het openbare besluit”.
Op 16 en 18 maart 200 maakte de stad Brugge een afschrift van de omgevingsvergunning OMV_xxx over aan verzoekster, alsook van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en het brandpreventieverslag. Op 18 maart 2020 tekende verzoeker beroep aan tegen voormelde antwoorden d.d. 16 en 18 maart 2020 van de stad Brugge. Het beroep is erop gericht een afschrift te krijgen van het aanvraagformulier van het betrokken vergunningsdossier, alsook de plannen erbij. Het beroep werd door de beroepsinstantie openbaarheid van bestuur geregistreerd op 19 maart 2020.
www.vlaanderen.be
In toepassing van artikel II.50, §1, tweede lid van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, verlengde de beroepsinstantie bij beslissing van 17 april 2020 haar beslissingstermijn van dertig kalenderdagen tot een termijn van vijfenveertig kalenderdagen. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke verzoek dateert van 14 maart 2020. De bestreden antwoorden van de stad Brugge dateren van 16 en 18 maart 2020. Daarbij werd melding gemaakt van de beroepsmogelijkheden en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (verder ‘Bestuursdecreet’). Op 18 maart 2020 dient verzoeker beroep in tegen voormelde beslissingen. Het ingediende beroep is bijgevolg tijdig ingediend en wordt als ontvankelijk beschouwd. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Bestreden beslissing en inhoud van het beroepschrift
Via de bestreden beslissingen heeft de stad Brugge aan verzoeker een afschrift overgemaakt van de omgevingsvergunning OMV_xxx, het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en het brandpreventieverslag. Het aanvraagformulier en de plannen betreffende de vergunning werden niet overgemaakt.
2. Inhoud van het beroepschrift Het beroep is erop gericht een afschrift te krijgen van het aanvraagformulier van het betrokken vergunningsdossier en de erbij horende plannen.
3. Toelichting door de stad Brugge De beroepsinstantie nam op 19 maart, en 10 en 15 april 2020 contact op met de stad Brugge om met kennis van zaken over het ingestelde beroep te kunnen oordelen.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/079
pagina 2 van 5
Bij mailberichten van 24 maart, en 15 en 16 april 2020 heeft de stad Brugge de gevraagde toelichting verstrekt aan de beroepsinstantie. In essentie stelt de stad Brugge dat de plannen bij OMV xxx niet werden bezorgd aan verzoeker, waarbij de stad zich beroept op artikel II.39 van het Bestuursdecreet. Meer bepaald beroept de stad zich op het auteursrecht van de architect om de plannen niet vrij te geven aan verzoekster. De stad heeft via mail van 18 maart 2020 aan het architectenbureau toelating gevraagd om de plannen te mogen kopiëren. maar heeft op dat bericht nog geen antwoord ontvangen. Een herinneringsmail werd verstuurd op 24 maart 2020, doch hierop werd een automatisch antwoord ontvangen. De stad heeft aan verzoeker op 18 maart 2020 via mail laten weten dat de architect door de stad werd gecontacteerd om toelating te vragen om de plannen te mogen kopiëren en dat, van zodra deze toelating verkregen zou worden, de plannen eventueel kunnen nagestuurd worden. Tevens vermeldde de stad dat het altijd mogelijk is om inzage te krijgen in de plannen mits afspraak in het Huis van de Bruggeling. Bij mailberichten van 15 en 16 april 2020 heeft de stad Brugge verder verduidelijkt dat, sinds de digitale vergunningsaanvraag in voege ging, er enkel nog aanvraagformulieren voor analoge dossiers bestaan. Voor digitale dossiers zit die info vervat in de luiken (veldjes) die men in het omgevingsloket moet invullen en bijgevolg bestaat voor die categorie van omgevingsvergunningsdossiers niet langer een klassiek aanvraagformulier. De stad concludeert dat er voor dit dossier geen aanvraagformulier kan openbaar gemaakt worden: “We stuiten hiermee blijkbaar op de limieten van het omgevingsloket.” Het komt thans aan de beroepsinstantie toe om te oordelen over het beroep.
4. Standpunt van de beroepsinstantie Betreffende de plannen In haar antwoord van 18 maart 2020 stelt de stad Brugge dat het auteursrecht zich verzet tegen de openbaarmaking van de plannen die horen bij de omgevingsvergunning OMV_xxx. De beroepsinstantie kan de stad Brugge hierin bijtreden. In het Bestuursdecreet komt de bescherming van het auteursrecht niet als uitzondering voor. De intellectuele eigendom is volgens artikel 6, §1, VI, lid 5, 7° van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, een federale aangelegenheid. Het ontbreken van regels op het vlak van de bescherming van intellectuele rechten, waaronder het auteursrecht, is een gevolg van de onbevoegdheid van de decreetgever. Echter, het Bestuursdecreet laat de federale regelgeving betreffende de intellectuele rechten onverlet, en overheidsinstanties dienen bijgevolg de federale regelgeving te eerbiedigen bij het nemen van beslissingen over aanvragen tot openbaarmaking.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/079
pagina 3 van 5
Uit artikel XI.165 en volgende van het Wetboek van economisch recht, volgt dat het recht om een werk van letterkunde of kunst te reproduceren op welke wijze en in welke vorm ook, direct of indirect, tijdelijk of duurzaam, volledig of gedeeltelijk, uitsluitend is voorbehouden aan de auteur. De plannen genieten de bescherming van het auteursrecht indien ze van oorspronkelijkheid getuigen, wat inhoudt dat het werk de persoonlijke stempel draagt van de auteur. De bescherming ontstaat van rechtswege. De betrokken plannen maken deel uit van het vergunningsdossier OMV_xxx en werden ontworpen door xxx. De plannen bevatten plannen voor het uitbreiden en herschilderen van een winkel, met onder meer het grondplan, het funderingsplan, het plan voor de voorgevel, doorsnedes, wandenplannen, en het dakenplan. De beroepsinstantie is van oordeel dat deze plannen, met een gedetailleerde weergave van het gebouw, getuigen van de nodige originaliteit en het vereiste individuele karakter om door het auteursrecht te worden beschermd. Bijgevolg houdt de overhandiging van een afschrift van deze plannen, zonder toestemming van de auteur ervan, een schending in van het auteursrecht, behoudens de in het bovenvermeld wetboek vermelde uitzonderingen. In casu zijn er evenwel geen dergelijke uitzonderingsgronden van toepassing. Ook al figureert in het Bestuursdecreet geen bepaling die een overheidsinstantie verplicht de auteursrechthebbende te vragen of, en onder welke voorwaarden, een aanvrager een afschrift van een auteursrecht overhandigd mag worden, heeft de stad Brugge dit toch gedaan, maar zonder positief antwoord van de betrokken architect. De beroepsinstantie is bijgevolg van oordeel dat het beroep, in zoverre het is gericht om een afschrift te krijgen van de plannen uit het vergunningsdossier OMV_xxx, ongegrond is.
Betreffende het aanvraagformulier Betreffende het aanvraagformulier dat geleid heeft tot de omgevingsvergunning OMV_xxx, stelt de beroepsinstantie vast dat in de huidige stand van zaken een aanvraagformulier enkel nog bij analoog ingediende aanvragen voor een omgevingsvergunning moet worden ingevuld. Deze ingevulde gegevens worden vervolgens door het gemeentebestuur opgeladen in het omgevingsloket. Bij dossiers die door de aanvrager digitaal worden ingediend, wat het geval is voor het voorliggende dossier, worden de aanvraaggegevens door de aanvrager zelf via datablokken in het omgevingsloket ingegeven. Dit betekent dat een aanvraagformulier op zich niet bestaat, zodat er ook geen papieren afschrift kan van verleend worden. Bovendien blijkt de stad Brugge, volgens haar bericht van 16 april 2020, niet te beschikken over software die zou toelaten om via een technische bewerking bepaalde informatie van die ingevulde datablokken in een bestand te gieten, zodat ook deze mogelijkheid om de ingevulde luiken op een relatief eenvoudige manier om te zetten in een bestuursdocument in casu niet voorhanden is.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/079
pagina 4 van 5
Het voorgaande doet de beroepsinstantie besluiten dat het gevraagde aanvraagformulier niet als bestuursdocument in de zin van artikel I.4, 3° van het Bestuursdecreet beschikbaar is, en bijgevolg dat het beroep ook op dit punt als ongegrond dient beschouwd te worden. Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroep d.d. 18 maart 2020 van xxx gericht tegen de antwoorden van 16 en 18 maart van de stad Brugge op zijn vraag van 14 maart 2020, wordt als ontvankelijk doch ongegrond beschouwd. Brussel, 22 april 2020 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/079
pagina 5 van 5