Skip to main content

dossier 2021-155.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/155

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2021/155

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 16 februari 2021 verzocht xxx (hierna: verzoeker) de gemeente Lint om inzage te verkrijgen in een aantal documenten met betrekking tot een geplande verkaveling (Zevenhuizen). Op 4 maart 2021 werd deze vraag gedeeltelijk ingewilligd en gedeeltelijk geweigerd. Op 3 april 2021 stelde verzoeker beroep in bij de beroepsinstantie openbaarheid van bestuur tegen de gedeeltelijke weigeringsbeslissing. Op 6 april 2021 werd dit beroep geregistreerd door de beroepsinstantie. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke verzoek dateert van 16 februari 2021. Het antwoord van de gemeente Lint dateert van 4 maart 2021. Daarin wordt melding gemaakt van de beroepsmogelijkheden en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (verder ‘Bestuursdecreet’). Op 3 april 2021 diende verzoeker beroep in tegen de vermelde beslissing van de gemeente Lint.

www.vlaanderen.be


Het ingediende beroep is bijgevolg tijdig ingediend en dan ook als ontvankelijk te beschouwen. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

Oorspronkelijk verzoek

In het oorspronkelijke verzoek van 16 februari 2021 werd de inzage gevraagd in een aantal documenten met betrekking tot een geplande verkaveling (Zevenhuizen).

2.

Bestreden beslissing

In de bestreden beslissing wijst de gemeente Lint het oorspronkelijke verzoek op bepaalde punten af, om de hieronder vermelde en besproken redenen.

3.

Voorwerp van het beroep

Het ingestelde beroep heeft specifiek betrekking op de volgende punten of “elementen” van het oorspronkelijk verzoek, die naar het oordeel van verzoeker onterecht werden afgewezen in de bestreden beslissing van 4 maart 2021 van de gemeente Lint: •

•

“element 1: het ontwerp van bestek voor bijkomend(e) onderzoek(en) rond Verkaveling Zevenhuizen. Hierin werd geen inzage verleend. Nochtans bestaat het document. Ik heb het fysiek ingekeken op het gemeentehuis begin augustus 2019. In de derde bijlage, een brief van de gemeente Lint gericht aan mij gedateerd op 24 juli 2019, wordt verwezen naar dat document (zie bijlage 2). Overigens, in de bijlage 2, element 1 van het schrijven van de gemeente Lint van 4 maart 2021 (zie bijlage 3) verwijst de verslaggeving van het schepencollege (10/12/2018) naar dit document. Mogelijks is dit gewoon een vergetelheid en kan er alsnog opnieuw inzage worden verleend. element 4: e-mailverkeer van en naar xxx (in CC of als geadresseerde) met de gemeente Lint (dus van en naar het @lint.be domein) voor de periode 1 juni 2018 t.e.m. 30 juni 2019 met de bijhorende bijlagen van deze e-mails. Dit mailverkeer moet bestaan aangezien deze persoon in die periode uitvoerder was van een onderaanneming van Lint. Mailverkeer opvragen is erg ongebruikelijk en mogelijks een inbreuk op de privacy. Toch vinden wij als burger die informatie wenst over wat er in zijn omgeving gebeurt, nodig. Zoals u mogelijks herinnert uit mijn vorige beroepen (zie Dossiernummer: OVB/2019/146) bevestigt de gemeente dat er geen verslaggeving voorhanden is over het overleg met xxx van Matexi, overleg met de provincie over het dossier 'verkaveling Zevenhuizen', noch met het overleg met xxx over het dossier 'verkaveling Zevenhuizen'. élk van deze vergaderingen vonden effectief plaats. Toch is er geen verslaggeving. We kunnen dus aannemen dat er een kans bestaat dat ook bijeenkomsten plaatsvonden met SBilt waarvan geen verslaggeving voorhanden is.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur van 8

2021-107uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/155

pagina 2


•

• •

We kunnen ook aannemen dat deze e-mails informatie en afspraken voor vergaderingen bevatten over het gebied waarop de onderaanneming betrekking heeft. Deze informatie kan enkel afgeleid worden uit het mailverkeer omdat er geen verslag voorhanden is voor de periode van 7 maart 2019 (=datum verslag coördinatievergadering, zie bijlage 4 van het schrijven van de gemeente Lint van 4 maart 2021) tot 14 oktober 2019, het moment waarop het college besluit de samenwerking te beëindigen. In de periode 7 maart 2019 tot 14 oktober 2019 zijn er geen verslagen. Uit het feit dat 1.794 mensen bezwaar indienden tegen deze verkaveling, is een aantoonbare maatschappelijke relevantie om ook deze correspondentie ter beschikking te stellen in uitvoer van principe 10 van de Rio Declaration on Environment and Development en in uitvoer van het Verdrag van Aarhus betreffende toegang tot informatie en inspraak bij besluitvorming inzake milieuaangelegenheden van 25 juni 1998. Overigens, heb ik bij het concretiseren van deze periode een foute inschatting gemaakt. Als ik vooraf geweten had dat de samenwerking pas beëindigd werd op 14 oktober 2019, had ik de periode van mijn aanvankelijke inschatting moeten verruimen. Ik hoop dat de gemeente hier flexibel mee kan omgaan. Zoniet zal ik een nieuwe aanvraag moeten doen voor de periode van 30 juni 2019 tot 30 november 2019. In bijlage 1 van het schrijven van de gemeente Lint van 4 maart 2021 (zie bijlage 3) wordt reeds een e-mail ter beschikking gesteld van xxx Het lijkt ons niet zo moeilijk om -via elektronische weg- ook de andere e-mails ter beschikking te stellen. element 8: bestek of aanbesteding vervanging omgevingsambtenaar. Het schrijven van de gemeente Lint van 4 maart 2021 verwijst naar bijlage 6 de verslaggeving van het schepencollege (21/12/2020). Daar staat letterlijk 'van Proflow werd een offerte ontvangen'. Het is die offerte die we opvragen. Als reden om deze niet te bezorgen, verwijzen de algemeen directeur en de burgemeester naar de privacy (zie voorlaatste alinea aangetekende brief van 4 maart 2021). Echter, elementen die verwijzen naar persoonsgegevens (= geboortedatum, adres en telefoonnummer) kunnen volgens mij gemakkelijk onzichtbaar gemaakt worden in een document. Inzage in deze CV's is wel degelijk maatschappelijk relevant aangezien er een neutrale beoordeling dient plaats te vinden van de bezwaren die werden ingediend voor het verkavelen van Zevenhuizen. Deze persoon of personen zullen immers deze bezwaren verwerken. In dat verband zijn nevenactiviteiten (wat niet onlogisch is voor een tewerkstelling van 2 dagen per week) of recente vorige werkgevers en andere recente opdrachtgevers zeer betekenisvol. Deze informatie kan afgeleid worden uit een CV. Net zoals bij element 4 begrijpen wij als betrokken buurtbewoner dat sommige documenten en e-mails persoonsgegevens of persoonlijke informatie (vb. een out of office reply die aangeeft dat iemand met vakantie is) bevatten. Wij zijn in het verleden daarom steeds zeer zorgvuldig met dit soort documenten omgegaan. Bovendien geloven wij dat er wel degelijk een maatschappelijke relevantie is om deze bestuursdocumenten volwaardig ter beschikking te stellen aan een direct betrokken burger die als buurtbewoner zo'n verkavelingsdossier opvolgt. Er is geen nadeel door inzage te verlenen in een naam, een e-mailadres of andere eventuele contactgegevens. Dat blijkt ook uit bijlage 1 en bijlage 2, element 4 van het schrijven van de gemeente Lint van 4 maart 2021 (zie bijlage 3). Deze documenten bevatten eveneens erg gedetailleerde contactgegevens zoals een GSM-nummer. Wat maakt dat die gegevens dus soms wél en soms niet ter beschikking kunnen worden gesteld? De maatschappelijke relevantie blijkt uit het feit dat 1.794 mensen bezwaar indienden tegen deze verkaveling. Er is dus een aantoonbare maatschappelijke relevantie om een offerte die een CV bevat ter beschikking te stellen aan een betrokken buurtbewoner en bezwaarindiener. Inzage verlenen is niet hetzelfde als publiek ter beschikking stellen. U -als beroepsinstantie- kunt er vanuit gaan dat ik mij -op verklaring van eer- verbindt strikte vertrouwelijkheid te hanteren over deze persoonsgegevens die zulke bestuursdocumenten mogelijks bevatten. element 9: contract met de firma ProFlow. We nemen aan dat als er een offerte is, dat er ook een contract werd opgemaakt. Wij wensen dit contract in te kijken. element 10: factuur of betalingsaanvraag met de firma ProFlow. We nemen aan dat als er een onderaanneming is, dat deze ook gefactureerd werd. Wij wensen dit factuur in te kijken.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur van 8

2021-107uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/155

pagina 3


Door de indiening van het beroep wenst verzoeker alsnog inzage te verkrijgen in de documenten, zoals hiervoor vermeld .

4.

Standpunt van de beroepsinstantie

Om met kennis van zaken over het beroep te kunnen oordelen, heeft de beroepsinstantie op 7 en 19 april 2021 nadere toelichting gevraagd aan de gemeente Lint, die deze verstrekte op 13 april 2021 en 20 april 2021. Het komt thans toe aan de beroepsinstantie om te oordelen over het beroep.

Betreffende ‘element 1’ Wat element 1 betreft, stelt de gemeente Lint het volgende: “Het ontwerp van bestek voor bijkomende

onderzoeken rond verkaveling Zevenhuizen. We merken op dat xxx reeds eerder deze vraag aan uw instantie heeft gesteld (zie beslissing van 23 juli 2019) op basis waarvan de gemeente Lint hem op het kantoor inzage in het gevraagde document heeft verleend.”

De beroepsinstantie ziet geen reden waarom verzoeker niet opnieuw inzage in dit document zou kunnen worden gegeven en verklaart het beroep op dit punt bijgevolg gegrond. Wel wordt de aandacht van verzoeker erop gevestigd dat de gemeente Lint uitdrukkelijk heeft aangegeven dat het betrokken “ontwerpbestek van S-Bilt niet voldeed aan de verwachtingen van het bestuur en dus ook niet werd goedgekeurd. En dat dit document verder niet heeft geleid tot enige actie of beslissing.“

Betreffende ‘element 4’ Wat element 4 betreft, stelt de gemeente Lint het volgende m.b.t. het e-mailverkeer van en naar lxxx (in cc of als geadresseerde): “De gemeentelijke omgevingsambtenaar is met ingang van 24 januari 2021 aan de

slag gegaan bij de Vlaamse overheid. Zoals dit gebruikelijk is in het kader van de wet op de privacy, werd haar email account definitief en onherroepelijk afgesloten. Bij controle blijkt geen enkele mail officieel geregistreerd te zijn bij de collega's.” De beroepsinstantie stelt vast dat de gemeente Lint niet meer in de mogelijkheid is om na te gaan of en welk mailverkeer in deze tussen S.Bilt en de omgevingsambtenaar plaatsgevonden heeft. De beroepsinstantie kan in de gegeven omstandigheden niet anders dan vaststellen dat het beroep, wat dit ‘element 2’ betreft, eveneens ongegrond is, aangezien een openbaarheidsverzoek enkel maar betrekking kan hebben op bestaande informatie die in het bezit is van een overheidsinstantie, zoals omschreven in artikel I.4, 3° van het Bestuursdecreet. Aangezien het gevraagde e-mailverkeer niet in het bezit is van de gemeente Lint, kan er uiteraard ook geen inzage in verleend worden.

Betreffende ‘element 8’ Wat element 8 betreft, stelt de gemeente Lint het volgende m.b.t. het bestek of aanbesteding vervanging omgevingsambtenaar: “Bij bekendmaking dat de omgevingsambtenaar haar tewerkstelling in Lint zou

beëindigen, heeft de algemeen directeur xxx contact opgenomen met 3 instanties met de vraag of, in het kader van de continuïteit van de dienstverlening, zij tijdelijk in de functie van gemeentelijke omgevingsambtenaar konden voorzien en zo ja, tegen welke voorwaarden. De contactnames werden midden december telefonisch afgewerkt zonder expliciete schriftelijke bestekvoorwaarden. Van twee consultancybureaus hebben wij een offerte ontvangen op basis waarvan het college van burgemeester en schepenen in haar zitting van 21 december 2020 beslist heeft de opdracht te gunnen aan de firma Proflow.”

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur van 8

2021-107uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/155

pagina 4


De beroepsinstantie ziet geen redenen om de offerte van de bvba Proflow in haar geheel af te schermen van de openbaarheid, maar is wel van oordeel dat deze enkel kan worden vrijgegeven na weglating van enerzijds de persoonsgegevens en de curricula vitae (cv) van de betrokken personen, en anderzijds de uurtarieven en de inzetbaarheidsratio van de medewerkers die vermeld staan in de offerte. Artikel II.45 §2 van het Bestuursdecreet bepaalt dat een bestuursdocument gedeeltelijk openbaar wordt gemaakt als informatie waarop een uitzondering van toepassing is samen met andere informatie in een bestuursdocument opgenomen is, en het mogelijk is om de informatie die niet openbaar kan gemaakt worden, te scheiden van de andere informatie. Dit is hier het geval, aangezien de informatie beschermd door een uitzonderingsgrond afgesplitst kan worden van de informatie die wel openbaar te maken is. ● Weglating van de persoonsgegevens en de cv’s Artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bevat de verplichting om, behoudens toestemming van de betrokkene, een aanvraag af te wijzen als de openbaarmaking afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Artikel 22 van de Grondwet waarborgt uitdrukkelijk het recht op eerbiediging van het privéleven, net zoals artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dit doet. De bedoeling en het fundamentele uitgangspunt van de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond bestaat er precies in om het aan iedereen toegekende grondwettelijke recht op de eerbiediging van zijn privéleven te beschermen. Artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet stelt weliswaar dat een verzoek tot openbaarmaking moet worden afgewezen indien de openbaarmaking afbreuk zou doen aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, maar niettemin is hier, hoewel het om een absolute uitzonderingsgrond gaat waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid (wat nogmaals uitdrukkelijk werd bevestigd in een recent arrest van de Raad van State, RvS, arrest nr. 243.607 van 7 februari 2019, TBP 2019/6, 339: “Zoals reeds overwogen, moet er geen

belangenafweging plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, en de weigering tot openbaarmaking moet niet door deze belangenafweging worden gemotiveerd.”), tevens een relatief aspect aanwezig. De decreetgever was weliswaar van oordeel dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend, maar wijst er desondanks op dat telkens en in concreto geoordeeld moet worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (Parl.St. Vl.Parl. 2017-18, nr. 1656/1, 58).

De beroepsinstantie merkt op dat bij onderzoek naar de uitzonderingsgrond met betrekking tot de persoonlijke levenssfeer moet worden nagegaan of er al dan niet sprake is van informatie in een bestuursdocument die op de persoonlijke levenssfeer betrekking heeft. Dit is in casu het geval, aangezien de opgevraagde offerte diverse persoonsgegevens bevat (namen, (mail)adressen, telefoonnummers, en curricula vitae), welke behoren tot de private (inclusief de professionele) levenssfeer van de betrokkenen. Wat betreft de curricula vitae gaat het om twee cv’s van medewerkers van de firma Proflow, die informatie bevatten waarvan de openbaarmaking volgens het oordeel van de beroepsinstantie afbreuk zou kunnen doen aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Het betreft hier met name contactgegevens, rijksregisternummer en informatie betreffende de opleiding en vorming en de professionele ervaring van de betrokkenen. Deze gegevens betreffen hun persoonlijke levenssfeer, en komen bijgevolg principieel niet in aanmerking voor openbaarmaking conform artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur van 8

2021-107uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/155

pagina 5


De beroepsinstantie is van oordeel dat ook het vrijgeven van de overige persoonsgegevens (namen, (mail)adressen, telefoonnummers, en indirecte doch ondubbelzinnige verwijzingen daarnaar), een inbreuk zou uitmaken op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van die personen. Het privéleven vormt de kern van de persoonlijke levenssfeer (F. SCHRAM, Het decreet openbaarheid van bestuur. Een juridische analyse in historisch perspectief, Brugge, Vanden Broele, 247; Concl. Adv.Gen. bij HvJ 8 april 2014, nr. C-293/12, Digital Rights Ireland Ltd, nr. 61). Het openbaar maken van deze gegevens heeft aldus betrekking op de kern van een belang – het door artikel 22 van de Grondwet en het door artikel 8 EVRM aan eenieder toegekende recht op eerbiediging van zijn privéleven – dat de uitzonderingsgrond uit artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet wenst te beschermen tegen de openbaarheid van bestuur (RvS, nr. 234.609 dd. 2 mei 2016). Voor de toepassing van de uitzonderingsgrond uit artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet is een bijkomende afweging van het belang van de openbaarheid en het belang van de persoonlijke levenssfeer niet vereist, daar het hier een absolute uitzonderingsgrond betreft. De openbaarmaking dient inderdaad te worden afgewezen van zodra wordt vastgesteld dat het beschermde belang door de openbaarmaking zou worden aangetast (RvS nr. 234.609 dd. 2 mei 2016). De beroepsinstantie kon vaststellen dat dit hier het geval is en bijgevolg is de beroepsinstantie dan ook van oordeel dat de mededeling van de hiervoor vermelde gegevens afbreuk zou doen aan het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen. Deze gegevens moeten dan ook worden afgeschermd in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet laat echter wel de mogelijkheid dat dergelijke gegevens toch openbaar worden gemaakt, mits toestemming van de betrokken personen. Volgens artikel II.50, §1, derde lid van het Bestuursdecreet dient de beroepsinstantie in de regel alsnog de betrokken natuurlijke personen om toestemming aan te schrijven voor het overhandigen van een volledig afschrift. In casu blijkt uit de dossiergegevens dat deze toestemming voor één van de medewerkers duidelijk niet voorhanden is. Voor de tweede medewerker werd de vraag om toestemming op 23 april 2021 gesteld, doch tot op heden werd deze niet verleend. ● Weglating van de uurtarieven (eenheidsprijzen) en inzetbaarheidsratio van de medewerkers De offerte bevat ook eenheidsprijzen (uurlonen per medewerker) en inzetbaarheidsgegevens. Hiervan is de beroepsinstantie van oordeel dat dit effectief commerciële en industriële informatie betreft, waarvan de openbaarmaking een gelegitimeerd economisch belang van de firma Proflow zou kunnen aantasten. Er kan immers redelijkerwijze vanuit gegaan worden dat dezelfde eenheidsprijzen/uurlonen voor toekomstige, soortgelijke opdrachten gehanteerd zullen worden. Kennis hiervan door concurrenten kan effectief leiden tot een commercieel en concurrentieel nadeel van de firma Proflow. Dit geldt ook voor de gegevens inzake de inzetbaarheid van de betrokken medewerkers. Deze uitzonderingsgrond van artikel II.35, 3° Bestuursdecreet geldt echter enkel indien het openbaar belang van de openbaarheid niet opweegt tegen dit commercieel/economisch belang. In casu bestaat het belang van de openbaarheid erin dat burgers en andere geïnteresseerden kunnen nagaan of de opdracht correct werd toegewezen, met name op grond van een correcte en grondige vergelijking van de ingediende offertes, waarbij de prijs een element is, en of de gemeente na uitvoering van de opdracht de correcte prijs betaalt. Om dit te kunnen controleren, volstaat het echter om de totaalprijs te kennen (cf. infra). De uurtarieven per medewerker zijn hiervoor niet nodig. De beroepsinstantie is bijgevolg van oordeel dat het belang van de openbaarheid hier niet opweegt tegen de bescherming van de economische belangen van de firma Proflows, zodat de uurtarieven per medewerker niet mogen openbaar gemaakt worden. Hetzelfde geldt voor de gegevens inzake de beschikbaarheid/inzetbaarheid van de medewerkers door de firma Proflow. Ook deze gegevens zouden, voor zover ze zouden worden vrijgegeven, aangewend kunnen worden ten nadele van de concurrentiepositie van de firma Proflow.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur van 8

2021-107uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/155

pagina 6


Artikel II.35, 3° van het Bestuursdecreet voorziet echter nog in de mogelijkheid om voormelde commerciële en industriële informatie toch vrij te geven mits toestemming daartoe van de betrokken firma. Deze toestemming werd door de beroepsinstantie gevraagd op 23 april 2021, doch op heden werd deze niet verleend. Het beroep is op dit punt dan ook gedeeltelijk gegrond, met dien verstande dat de vermelde persoonsgegevens, de uurtarieven en de inzetbaarheidsgegevens moeten afgeschermd worden.

Betreffende ‘element 9’ Wat element 9 betreft, stelt de gemeente Lint dat het contract met de firma Proflow vervat zit in de offerte van 16 december 2021 en de navolgende collegebeslissing (van 21 december 2020). De beroepsinstantie verwijst, wat de offerte d.d. 16 december 2020 van de firma Proflow betreft, naar de bespreking van ‘element 8’ (cf. supra), waar geoordeeld werd dat het beroep op dat punt gedeeltelijk gegrond was. Wat de navolgende collegebeslissing (van 21 december 2020) betreft, is de beroepsinstantie van oordeel dat deze openbaar kan gemaakt worden, mits anonimisering van de erin voorkomende persoonsgegevens en uurtarieven. Voor beide aspecten wordt verwezen naar de bespreking in het vorige punt (‘element 8’). Het beroep is op dit punt dan ook gedeeltelijk gegrond.

Betreffende ‘element 10’ Wat element 10 betreft specifieert de gemeente Lint dat op datum van 9 april 2021 twee facturen van Proflow aan het bestuur werden overgemaakt. De beroepsinstantie is van oordeel dat beide facturen openbaar kunnen worden gemaakt, doch enkel wat betreft de totaalprijzen en mits schrapping van de namen van de natuurlijke personen die de prestaties hebben verricht, de uurtarieven en het aantal gepresteerde uren zelf. Het aantal gepresteerde uren dient geschrapt te worden aangezien uit de samenlezing van de totaalprijs en het aantal gepresteerde uren een inschatting kan gemaakt worden van de uurtarieven die de firma Proflow hanteert, terwijl deze als commercieel gevoelige informatie beschouwd dienen te worden waarvan de openbaarmaking nadelig zou kunnen zijn voor de concurrentiepositie van de firma voor toekomstige gunningen (zie ook bespreking van ‘element 8’). Ook op dit punt is het beroep bijgevolg gedeeltelijk gegrond. Na beraadslaging,

BESLUIT:

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur van 8

2021-107uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/155

pagina 7


Het beroepschrift d.d. 3 april 2021 van xxx tegen de beslissing d.d. 4 maart 2021 van de gemeente Lint is ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond. Bijgevolg dient de gemeente Lint aan verzoeker inzage te verlenen in de volgende documenten: -

Het ontwerpbestek van S-Bilt (niet-goedgekeurd document); De offerte van de bvba Proflow, met dien verstande dat de vermelde persoonsgegevens, de uurtarieven en de inzetbaarheidsratio van de medewerkers onleesbaar moeten gemaakt worden; Het ‘contract’ (lees: collegebeslissing van 21 december 2021) met de firma Proflow, met dien verstande dat de persoonsgegevens en de uurtarieven onleesbaar moeten gemaakt worden; De twee facturen van de bvba Proflow, met dien verstande dat de namen van de natuurlijke personen die de prestaties hebben verricht, de uurtarieven en het aantal gepresteerde uren zelf onleesbaar moeten gemaakt worden.

Geen toestemming tot hergebruik van bestuursdocumenten In zoverre dit beroep geheel of gedeeltelijk gegrond werd verklaard, geldt dat deze inwilliging van de aanvraag tot openbaarmaking GEEN toestemming inhoudt om de gevraagde bestuursdocumenten te hergebruiken, als vermeld in titel II, hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. Brussel, 26 april 2021 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur van 8

2021-107uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/155

pagina 8


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
dossier 2021-155.pdf by Vlaanderen-be - Issuu