RELATIE MET HET ESF
Bijlage
4
De relatie tussen het Europees Sociaal Fonds (ESF) Doelstelling 3 Vlaanderen (‘00-’06) en de Europese werkgelegenheidsstrategie
Vlaams Actieplan Europese richtsnoeren 2002
109
Bijlage 4, Relatie met het ESF
RELATIE MET HET ESF
Het Europees Sociaal Fonds (ESF) is het belangrijkste instrument voor de Europese Werkgelegenheidsstrategie. Met het ESF wil Europa komen tot een optimale benutting van het beschikbare menselijke potentieel. De Europese Werkgelegenheidsstrategie is gebouwd op 4 ‘pijlers’:
Een heel ander soort van projecten kan teruggevonden worden onder de pijler ‘ondernemerschap’ (Zwaartepunt 3). In dit verband werd voor 2001 5.204.435 € toegewezen. Met een aandeel van 7,6% van de ESF-middelen zit deze pijler aanzienlijk boven het geplande aandeel van 4,9%. Dit heeft te maken met het feit dat er voor ‘ondernemerschap’ geen restmiddelen voorhanden waren. Het betreft hier immers een totaal nieuwe maatregel. Het leeuwenaandeel van de middelen, m.n. 2.937.024 €, gaat naar projecten onder Richtsnoer 9 (Bevordering van het ondernemerschap). In totaal werden er voor de pijler ‘ondernemerschap’ 27.835 deelnemers bereikt. In verhouding is dit een zeer groot aantal, maar de meeste deelnemers participeren slechts gedurende een korte periode aan dergelijke projecten. De projecten in het kader van ‘ondernemerschap’ hebben o.m. betrekking op administratieve vereenvoudiging voor ondernemers, opleiding en begeleiding van starters en het stimuleren van de kenniseconomie.
• het verbeteren van de inzetbaarheid van werkzoekenden • het ontwikkelen van ondernemerschap • het verbeteren van het aanpassingsvermogen van ondernemingen en hun werknemers • het bevorderen van gelijke kansen op de arbeidsmarkt voor mannen en vrouwen Het Enkelvoudig Programmeringsdocument voor ESFDoelstelling 3 in Vlaanderen (EPD3) loopt over de periode 2000-2006. Het EPD3 is geënt op de 4 ‘pijlers’ van de Europese Werkgelegenheidsstrategie. Aldus willen de Vlaamse Regering en de Europese Commissie samen de betrachtingen van de Europese Werkgelegenheidsstrategie waarmaken. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de Europese Richtsnoeren voor de Werkgelegenheid.
16.404.602 € werd toegewezen aan projecten in het kader van ‘aanpasbaarheid’ (Zwaartepunt 4). Dit bedrag hoort volledig thuis onder Richtsnoer 15 (Levenslang leren). Ook deze pijler overschrijdt ruimschoots het voorziene percentage: 23,9% t.o.v. 14,0%. Ook dit verschijnsel valt te verklaren door de reeds aangehaalde overdracht van restmiddelen voor ‘inzetbaarheid’. Met de projecten rond ‘aanpasbaarheid’, of anders gezegd, permanente vorming, werden in 2001 190.661 deelnemers bereikt. Daarmee heeft het ESF een aanzienlijk aandeel van de Vlaamse werknemers kunnen aanboren. De projecten in het kader van ‘aanpasbaarheid’ houden verband met vorming en opleiding (levenslang leren) n.a.v. wijzigingen binnen ondernemingen of sectoren, vernieuwingen in de arbeidsorganisatie, het ontwikkelen van een flankerend beleid, alsook individuele loopbaanbegeleiding.
Voor het jaar 2001 werd in goedkeuringsfase 44.305.143 € toegewezen aan projecten in het kader van de pijler ‘inzetbaarheid’ (Zwaartepunten 1 & 2). Dit bedrag vertegenwoordigt 64% van de ESF-middelen van EPD3. In deze projecten wordt de deelnemers een traject op maat aangeboden. Het feit dat de pijler ‘inzetbaarheid’ in 2001 nog niet het voorziene aandeel van 69% van de ESF-middelen uit het EPD3 bereikt, heeft te maken met de overdracht van restmiddelen uit het oude ESF-programma. Conform de Europese verwachtingen werd het grootste deel van de middelen, m.n. 29.642.850 €, gereserveerd voor preventief arbeidsmarktbeleid in het kader van het eerste richtsnoer (Zwaartepunt 1). Het is inderdaad essentieel werkzoekenden reeds op te vangen nog voor ze terechtkomen in de langdurige werkloosheid. 14.662.292 € werd toegewezen aan projecten die werken met de curatieve doelgroep (Zwaartepunt 2). Deze middelen werden bij de vertaling naar de richtsnoeren toegewezen aan richtsnoer 7, dat handelt over de sociale integratie van kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt. Opvallend is het feit dat het aandeel van de preventieve doelgroep lager ligt dan hetgeen voorzien was in het EPD3 (43,2% t.o.v. 48,3%). De projecten in het kader van ‘inzetbaarheid’ bereikten in totaal 37.189 deelnemers. 25.383 personen hiervan kwamen uit de preventieve doelgroep, de overige 11.807 deelnemers vertoonden de kenmerken van de curatieve doelgroep. Uiteraard zal het traject een verschillend verloop kennen voor deelnemers uit de preventieve en deelnemers uit de curatieve doelgroep. De stelregel is evenwel steeds dezelfde: het beste traject is in principe het kortste. Tewerkstelling is het eindpunt en het doel van het traject.
Vlaams Actieplan Europese richtsnoeren 2002
2.632.110 € werd bestemd voor het gelijke kansenbeleid man/vrouw (Zwaartepunt 5). Met een aandeel van 3,8% haalt deze pijler bijna het vooropgestelde aandeel (4,0%). Voor 2001 werden er in het kader van gelijke kansen 126.351 deelnemers goedgekeurd. Het grootste deel hiervan nam deel aan projecten in het kader van de evenredige participatie man/vrouw (Richtsnoer 17). Ook Richtsnoer 18 (combinatie werk/gezin) was goed vertegenwoordigd. Projecten rond gelijke kansen man/vrouw houden verband met het gendersensitief maken van de toegang tot opleidingstrajecten en de arbeidsmarkt, het bevorderen van een genderneutrale initiële beroepskeuze en van een genderbewust personeelsmanagement, alsook met projecten rond flexibele arbeidssystemen en het verbeteren van de kinderopvang. 636.878 € ten slotte werd toegewezen aan projecten in het kader van ‘begeleidende maatregelen’ (Zwaartepunt 6). Het gaat hier om projecten die beantwoorden aan de ‘Horizontale Doelstelling F’ van de Europese Werkgelegenheidsstrategie). Europa tracht hiermee te komen tot gemeenschappelijke indicatoren, benchmarks en goede voorbeelden.
110
Bijlage 4, Relatie met het ESF
Vlaams Actieplan Europese richtsnoeren 2002
111
5,20 1,50
Richtsnoer 17 (evenredige participatie m/v)
Richtsnoer 18 (combinatie arbeid en zorg)
100
4,00
5,00
9,00
0,40
1,40
0,20
2,00
4,00
14,00
14,00
1,50
2,25
0,25
4,00
Publiek
468,59
18,39
22,99
41,38
1,70
5,94
0,85
8,48
16,97
64,37
64,37
7,59
11,39
1,27
20,25
97,69
227,94
325,63
(Vl. Gem.)
Bron: Administratie Werkgelegenheid (Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap)
376,17
15,05
Technische bijstand
Totaal
18,81
Begeleidende maatregelen
33,86
0,80
Richtsnoer 16 (gendermainstreaming)
Horizontale doelstelling F
7,50
15,05
52,70
52,66
Algemeen pijler 4
Pijler 4 Gelijke kansenbeleid
Richtsnoer 15 (afsluiten overeenkomsten i.v.m. LLL)
Pijler 3 Aanpassingsvermogen
5,64
8,46
Richtsnoer 9 (stimulering ondernemerschap)
Richtsnoer 10 (werkgelegenheid dienstensector)
0,94
15,05
Richtsnoer 8 (verlaging lasten ondernemingen)
Pijler 2 Ondernemerschap
77,90
Richtsnoer 7 (curatief, langdurige werkloosheid)
20,70
48,30
181,70
Richtsnoer 1 (preventief, kortdurende werkloosheid)
(%) 69,00
(mio. €)
ESF
Budget 2000-2006
259,56
Pijler 1 Inzetbaarheid
Europese Werkgelegenheidsstrategie Richtsnoeren 2002
50,93
0,00
0,00
0,00
0,01
0,03
0,00
3,40
3,43
36,73
36,73
1,18
0,12
0,55
1,86
2,67
6,24
8,91
Privaat
895,69
33,44
41,80
75,23
3,54
12,41
1,77
17,72
35,45
153,76
153,76
13,93
20,90
2,32
37,15
178,23
415,87
594,10
Totaal
Tabel 1. Financieel plan 2000-2006 van het EPD Doelstelling 3 voor Vlaanderen
54,93
2,20
2,75
4,94
0,22
0,77
0,11
1,10
2,20
7,69
7,69
0,82
1,24
0,14
2,20
11,37
26,53
37,90
(mio. €)
ESF
100
4,00
5,00
9,00
0,40
1,40
0,20
2,00
4,00
14,00
14,00
1,50
2,25
0,25
4,00
20,70
48,30
69,00
68,39
2,69
3,36
6,04
0,24
0,85
0,12
1,22
2,44
9,61
9,40
1,11
1,66
0,18
2,96
14,26
33,28
47,55
(%) (Vl. Gem.)
Publiek
7,25
0,00
0,00
0,00
0,05
0,18
0,03
0,25
0,50
5,18
5,18
0,10
0,15
0,02
0,27
0,39
0,91
1,30
Privaat
Budget 2002
130,57
4,88
6,10
10,99
0,51
1,80
0,26
2,57
5,14
22,48
22,27
2,03
3,05
0,34
5,42
26,02
60,72
86,75
Totaal
RELATIE MET HET ESF
Bijlage 4, Relatie met het ESF
Vlaams Actieplan Europese richtsnoeren 2002
112
1.000
Richtsnoer 10 (werkgelegenheidspotentieel diensteneconomie)
Bron: Administratie Werkgelegenheid (Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap)
382.036
6.882
Richtsnoer 18 (combinatie arbeid en zorg)
Totaal
117.925
1.544
126.351
190.661
Richtsnoer 17 (evenredige participatie m/v)
Pijler 4 algemeen
Pijler 4 Gelijke kansenbeleid
Richtsnoer 15 (afsluiten overeenkomsten i.v.m. LLL)
190.661
13.785
Richtsnoer 9 (bevorderen van ondernemerschap)
Pijler 3 Aanpassingsvermogen
13.050
Richtsnoer 8 (adm. vereenvoudiging voor ondernemingen)
27.835
11.807
Richtsnoer 7 (curatief, langdurige werkloosheid)
Pijler 2 Ondernemerschap
25.383
37.189
Deelnemers
Aantal
Richtsnoer 1 (preventief, kortdurende werkloosheid)
Pijler 1 Inzetbaarheid
Richtsnoeren 2002
Europese Werkgelegenheidsstrategie
68.546.289
636.878
513.689
1.481.543
2.632.110
16.404.602
16.404.602
1.998.892
2.937.024
268.519
5.204.435
14.662.292
29.642.850
44.305.143
€
ESF
100
0,9
0,7
2,2
3,8
23,9
23,9
2,9
4,3
0,4
7,6
21,4
43,2
64,6
(%)
104.738.777
712.094
481.826
1.946.584
3.140.504
22.322.609
22.322.609
2.918.779
6.751.408
280.983
9.951.170
22.516.070
46.808.424
69.324.494
(Vl. Gem.)
Publiek
36.756.964
270.139
192.647
534.642
997.428
30.707.576
30.707.576
315.200
126.402
69.163
510.765
1.561.677
2.979.519
4.541.196
Privaat
2.124.664
0
4.000
37.008
41.008
330.489
330.489
227.738
0
0
227.738
477.645
1.047.784
1.525.429
Ontvangsten
Tabel 2. Aantal deelnemers en goedgekeurd budget van het EPD Doelstelling 3 Vlaanderen voor 2001
212.166.694
1.619.111
1.192.161
3.999.777
6.811.049
69.765.276
69.765.276
5.460.609
9.814.833
618.665
15.894.107
39.217.684
80.478.577
119.696.262
Totaal
RELATIE MET HET ESF
Bijlage 4, Relatie met het ESF