4/19/05
6:46 PM
Pagina 1
Natuurrapport
2005 Toestand van de natuur in Vlaanderen cijfers voor het beleid
Nara_boek inl
Myriam Dumortier, Luc De Bruyn, Maarten Hens, Johan Peymen, Anik
Schneiders, Toon Van Daele, Wouter Van Reeth, Gisèle Weyembergh en Eckhart Kuijken (red.) Mededeling van het Instituut voor Natuurbehoud nr. 24 Brussel
1
Nara_boek inl
4/19/05
6:46 PM
Pagina 2
Stuurgroep Natuurrapport Voorzitter
Patrick Meire
AMINAL, Directoraat-generaal
Jeroen Cockx
AMINAL, afdeling Natuur
Nico Verwimp
AMINAL, afdeling Bos en Groen
Carl De Schepper
AMINAL, afdeling Europa en Milieu
Rik De Baere
AMINAL, afdeling Water
Koen Martens
Vlaamse Landmaatschappij
Maggie Lodts
Milieu Management Informatiesysteem
Dick van Straaten
Administratie voor Land- en Tuinbouw
Dirk Van Gijseghem
Administratie voor Planning en Statistiek
Peter De Smedt
Natuurpunt vzw
Jos Gysels
Milieu- en Natuurraad Vlaanderen
Bea Kayaerts
Sociaal Economische Raad voor Vlaanderen
Annemie Bollen
Natuurrapport
Myriam Dumortier
Milieurapport
Marleen Van Steertegem
Instituut voor Natuurbehoud
Eckhart Kuijken
Instituut voor Bosbouw en Wildbeheer
Jos Van Slycken
Onderzoeksprogrammering
Janine Van Vessem
Onderzoeksprogrammering
Jurgen Tack
Internationale rapportering
Els Martens
Onafhankelijke deskundige
Dirk Bogaert
Onafhankelijke deskundige
An Cliquet
Onafhankelijke deskundige
Paul Quataert
Onafhankelijke deskundige
Hans Van Dyck
Onafhankelijke deskundige
Rudi Verheyen
2
Nara_boek inl
4/19/05
6:46 PM
Pagina 3
Natuurrapport 2005 / Woord Vooraf
Woord Vooraf Vlaanderen maakt deel uit van het natuurlijke verspreidingsgebied van zo’n 40.000 soorten levende organismen, eencelligen niet inbegrepen. Ze zijn gebonden aan een waaier van leefgebieden, maar staan onder invloed van een groot aantal door de mens veroorzaakte verstoringen. Diepgaande kennis en monitoring is vereist om een ecologisch gefundeerd milieubeleid te kunnen waarmaken. In het raam van het internationale initiatief ‘Countdown 2010’ zal dat essentieel zijn, willen we tegen 2010 de dramatische achteruitgang van de biodiversiteit een halt toeroepen. Gevolg gevend aan de opdracht in het Natuurdecreet van 1997, rapporteert het Instituut voor Natuurbehoud tweejaarlijks over de toestand van de natuur in Vlaanderen, over de oorzaken van achteruitgang en over de inspanningen voor behoud en herstel van de biodiversiteit. Voor u ligt NARA 2005, het vierde rapport in de reeks sedert 1999. Elke versie bouwt verder op de voorgaande en streeft daarbij naar vernieuwing en verbetering. Uit een enquête en interviews bij lezers van NARA 2003 bleek dat de waardering voor het Natuurrapport groot is en toeneemt, maar vooral beter scoort bij wetenschappers en leden van natuurverenigingen dan bij de beleidsverantwoordelijken. Dat vormde meteen dé uitdaging voor deze editie: het aanbieden van een selectie objectieve cijfers die eenvoudig en zinvol bruikbaar zijn voor het beleid. Hiertoe werden zowel in het proces als in de rapportering zelf een aantal vernieuwingen doorgevoerd: er wordt gewerkt met indicatoren, ‘smileys’ ter visuele beoordeling, hoofdlijnen en een beknopte samenvatting. De grootste vernieuwing vormt ongetwijfeld de op het web bevraagbare set van Natuurindicatoren met een selectie van cijfers en een beknopte duiding. Diverse zoekingangen laten de gebruiker toe op een flexibele manier gegevens op te vragen. Een bijkomende troef is de permanente bijwerking, waardoor op elk ogenblik de meest actuele cijfers raadpleegbaar zijn. We hopen dat hierdoor de toegankelijkheid, de bruikbaarheid en het gebruik van het Natuurrapport zal toenemen. Dat moet ertoe bijdragen dat Vlaanderen ook de internationale uitdagingen inzake natuurbehoud effectief en efficiënt helpt realiseren. Met het Milieurapport (MIRA) en het Natuurrapport (NARA) beschikt het beleidsdomein Leefmilieu, Natuur en Energie alvast over twee informatiebronnen, gebaseerd op degelijke metingen en wetenschappelijk onderzoek. MIRA en NARA worden ook afgestemd op andere rapporteringen, zowel in Vlaanderen (o.a. Vlaamse Regionale Indicatoren, Pact van Vilvoorde) als internationaal (o.a. European Environment Agency). Het aantal internationale verplichtingen inzake de opvolging en rapportering over de biodiversiteit blijft toenemen (o.a. Biodiversiteitsverdrag, Kaderrichtlijn Water, Vogel- en Habitatrichtlijnen), waardoor een stevig onderbouwde aanpak vereist is. De uitbouw van een geïntegreerd programma biologische monitoring vormt dan ook een belangrijk aandachtspunt voor de volgende jaren. Daarin moeten zowel het Instituut voor Natuurbehoud, het Instituut voor Bosbouw en Wildbeheer, de vrijwilligersnetwerken, de administraties, de openbare instellingen, de universiteiten en anderen elk een eigen rol vervullen. Een wetenschappelijke coördinatie en beleidsgerichte vertaling zal daarbij essentieel zijn. Wellicht is dit het laatste Natuurrapport dat wordt uitgegeven door het huidige Instituut voor Natuurbehoud. Het NARA 2007 wordt een product van het nieuwe Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO), een fusie van het
3
Nara_boek inl
4/19/05
6:46 PM
Pagina 4
Natuurrapport 2005 / Woord Vooraf
Instituut voor Natuurbehoud en het Instituut voor Bosbouw en Wildbeheer. Voor het Natuurrapport betekent dit dat een grotere groep wetenschappers rechtstreeks betrokken zal zijn waardoor er een nog breder draagvlak aan de basis ontstaat. Tijdens de opmaak van dit Natuurrapport werd de samenstelling van de stuurgroep gewijzigd. Wij houden eraan de uittredende stuurgroepleden te danken voor hun inzet en hopen dat zij betrokken blijven bij de natuurrapportering als lid van de klankbordgroep, als auteur, als lector of als gebruiker. Dit Natuurrapport kwam tot stand onder de begeleiding van drie stuurgroepvoorzitters. Wij wensen in het bijzonder Pieter Leroy te danken om vijf jaar lang de natuurrapportering in het grensgebied tussen wetenschap en beleid te helpen plaatsen, evenals Jan Verheeke voor zijn kortstondig maar zeer inspirerend voorzitterschap. Tot slot gaat onze bijzondere waardering uit naar de huidige stuurgroep, de klankbordgroep, de meer dan 300 auteurs, lectoren en medewerkers vanuit wetenschap, beleid en middenveld voor hun vrijwillige inbreng in NARA 2005, alsook naar het MIRA-team voor de permanente constructieve samenwerking. Wij feliciteren tot slot het NARA-team, dat onder de dagelijkse leiding van Myriam Dumortier en met de hulp van vele onderzoekers op het Instituut voor Natuurbehoud al het harde werk opnieuw liet uitmonden in een boeiend en gebruiksklaar Natuurrapport. Wij hopen dat NARA 2005 zijn weg zal vinden naar een steeds groeiend publiek en als begeesterend vademecum zal fungeren op de werktafel van alle betrokken beleidsverantwoordelijken.
4
Prof. Dr. Eckhart Kuijken
Prof. Dr. Patrick Meire
Algemeen Directeur
Voorzitter
Instituut voor Natuurbehoud
Stuurgroep Natuurrapport
Nara_boek inl
4/19/05
6:46 PM
Pagina 5
Natuurrapport 2005 / Inhoud
Inhoud Voorwoord
3
Krachtlijnen van het Natuurrapport 2005
7
Indicatoren van het Natuurrapport 2005
11
Algemene inleiding
17
Thema: indicatoren
22
Deel I: Soorten
36
Inleiding 01 02 03 04 05 06 07
Rode Lijsten Aandachtssoorten Vogels Zoogdieren Vissen Exoten Genetisch gemodificeerde organismen
38 41 50 54 61 67 74 81
Deel II: Biotopen
86
Inleiding 08 09 10 11 12
88 92
Heiden en vennen Moerassen Historisch permanent grasland Bossen Oppervlaktewateren
106 129
Deel III: Gebieden
140
Inleiding 13 14 15 16 17
142 144 153 162 170 179
Valleigebieden Zeeschelde Grensmaas Kust Stedelijk gebied
Deel IV: Milieuthema’s
182
Inleiding 18 19 20 21 22 23 24
184 188 204 211 218 225 232 246
Vermesting Verzuring Verstoring van de waterhuishouding Verontreiniging door zware metalen Verontreiniging door bestrijdingsmiddelen Versnippering Klimaatverandering
Deel V: Duurzaam gebruik
254
Inleiding 25 26 27 28
256 259 268 278 284
Landbouw Bosbouw Jacht Binnenvisserij
5
Nara_boek inl
4/19/05
6:46 PM
Pagina 6
Natuurrapport 2005 / Inhoud
Deel VI: Bescherming en herstel
292
Inleiding
294
Focus: Dijle- en Laanvallei 29 Recente evoluties in het natuurbeleid 30 Internationaal beleid 31 VEN/IVON 32 Ruimtelijk beleid 33 Terreinverwerving 34 Natuurreservaten 35 Bosreservaten 36 Inrichtingsinstrumenten 37 Natuurvergunning 38 Waterbeleid 39 Regionale Landschappen 40 Samenwerking met lokale overheden
298 308 314 326 343 355 372 384 391 404 411 422 435
Deel VII: Samenleving
444
Inleiding 41 42
446 447 453
Draagvlak voor natuur Natuur- en milieu-educatie
Referenties Begrippen Afkortingen Soorten Adressen van medewerkers
6
458 475 483 486 492
Nara_boek inl
4/19/05
6:46 PM
Pagina 7
Natuurrapport 2005 / Krachtlijnen uit het Natuurrapport 2005
Krachtlijnen van het Natuurrapport 2005 Myriam Dumortier 1
Onderstaande krachtlijnen vatten de voornaamste vaststellingen uit de 42 hoofdstukken van het Natuurrapport 2005 samen.
Algemeen Het Natuurrapport evolueert naar een doorgedreven indicatorgerichte rapportering. Naast het rapport is er nu
ook een website Natuurindicatoren: www.natuurindicatoren.be. De natuurrapportering staat voor de uitdaging de informatie over de toestand van de natuur te vertalen naar
andere beleidsdomeinen en belangengroepen. Het natuurbeleid wordt in toenemende mate aangestuurd door de Europese Unie. Belangrijke Europese doel-
stellingen zijn het stoppen van de achteruitgang van de biodiversiteit tegen 2010 en het realiseren van een goede ecologische kwaliteit van het oppervlaktewater tegen 2015. De opvolging van die doelstellingen vereist een meer gestructureerde monitoring van de biodiversiteit in
Vlaanderen. Hiervoor is een goed gecoĂśrdineerd programma biologische monitoring nodig. Een doordachte en door het beleid gedragen selectie van indicatoren kan bijdragen tot een betere afstemming van die monitoring op het beleid. Mits aanpassingen in meetpunten en meetbereik kunnen de milieumeetnetten bijdragen tot de geĂŻntegreerde monitoring van de biodiversiteit. Om de effecten van de beleidsinstrumenten na te gaan, ontbreekt een door alle beleidsniveaus gedragen informatiesysteem. De trage operationalisering van de natuurgebiedendatabank bemoeilijkte de totstandkoming van het Natuurrapport 2005.
I Soorten Vlaanderen maakt deel uit van het natuurlijke verspreidingsgebied van ongeveer 40.000 soorten planten en die-
ren. Van 9 % van die soorten is de toestand gekend. Daarvan is 6 % verdwenen en loopt 28 % het risico om op korte termijn uit Vlaanderen te verdwijnen indien niet de nodige maatregelen worden genomen. Vele van die soorten zijn habitatspecialisten, soorten die alleen in specifieke omstandigheden kunnen overleven. Het is dus niet vanzelfsprekend om tegen 2010 de achteruitgang van de biodiversiteit te stoppen. Maatregelen om de achteruitgang van soorten een halt toe te roepen, zijn enerzijds het herstel van de vereiste
oppervlakte geschikt leefgebied (zie verder) en anderzijds de soortbeschermingsplannen. Sinds 1994 werden elf soortbeschermingsplannen opgemaakt, waarvan alleen het plan voor de das integraal in uitvoering is. Momenteel concentreren soortenmonitoring en -beleid zich te veel op de meest populaire soorten, dikwijls vogels en zoogdieren. Om tot een evenwichtig soortenbeleid te komen is ook de toestand van een veel groter aantal minder opvallende organismen van belang. Monitoring is niet alleen van belang voor de bedreigde soorten, maar ook voor de meer algemene. Wanneer knel-
punten in een vroeg stadium worden gedetecteerd, is het mogelijk bijtijds in te grijpen. Achteruitgang kan immers snel gaan (bv. veldleeuwerik). Naarmate een populatie verkleint, wordt herstel moeilijker (bv. korhoen in Limburg). Terwijl inheemse soorten achteruitgaan, nemen zich inburgerende, uitheemse soorten exponentieel toe. Erva-
ringen met rattenverdelging of Amerikaanse vogelkers tonen aan hoe moeilijk en duur het is om invasieve soorten onder controle te houden. Een strikte controle op de import van uitheemse organismen kan op termijn hoge kosten vermijden. Sinds 2003 zijn de aanvragen voor veldproeven met genetisch gemodificeerde gewassen in Vlaanderen stilge1 Instituut voor Natuurbehoud
7
Nara_boek inl
4/19/05
6:46 PM
Pagina 8
Natuurrapport 2005 / Krachtlijnen uit het Natuurrapport 2005
vallen. Buitenlandse literatuur beschrijft verschillende gevallen van spontane verspreiding van gemodificeerde genen in wilde populaties en de bijgaande intensivering van de landbouw. Het gebruik van genetisch gemodificeerde organismen in het veld kan duidelijk risico’s inhouden voor de biodiversiteit.
II Biotopen Vlaanderen bezit 50.000 ha habitat uit Bijlage I van de Habitatrichtlijn. Voor de 28.000 ha habitat binnen Habitat-
richtlijngebied verbindt Vlaanderen zich tot een actieve instandhouding en herstel. Het gaat meestal om habitat die afhankelijk is van een zeer specifieke water- en/of nutriëntenhuishouding. Er is een gericht beheer nodig, zowel van de habitat zelf als van het omringende ecosysteem, onder andere om externe oorzaken van verstoring te compenseren. De toepassing van beheerovereenkomsten en bemestingsbeperkingen is te beperkt en te versnipperd om doel-
treffend te zijn voor de bescherming van multifunctioneel beheerde biotopen als waterlopen en graslanden. In plaats van op percelen worden de instrumenten beter gericht op samenhangende systemen in functie van concrete natuurdoelen. In bossen verbetert de toestand van de meeste broedvogelpopulaties dankzij het ouder en structuurrijker wor-
den van bosbestanden. Om de bodem te laten regenereren, is het nodig de atmosferische depositie van verzurende en vermestende componenten nog verder te doen dalen. Ondanks de aanzienlijke inspanningen voor waterzuivering is de verbeterende trend van de waterkwaliteit onvol-
doende om tegen 2015 een goede ecologische kwaliteit te bereiken. De middelen van het waterbeleid richten zich bovendien te eenzijdig op waterzuivering. Er is ook voldoende aandacht vereist voor herstel en inrichting van waterlopen (bv. herstel van habitatkwaliteit en migratieroutes voor soorten). Ondanks het moratorium op ontbossing en het actieve beleid inzake bosuitbreiding is de oppervlakte bebossing
nauwelijks groter dan de oppervlakte vergunde ontbossing. De cijfers bewijzen hoe groot de druk op de ruimte voor natuur blijft. Daarom is ook voor de overige biotopen een actiever beleid inzake areaalbescherming en -uitbreiding vereist.
III Gebieden Er wordt heel wat aan visievorming gedaan rond de integratie van natuurbehoud en andere functies in valleige-
bieden. Vooralsnog worden die ideeën zelden omgezet in concrete planning en nog minder vaak tot uitvoering gebracht. De uitvoering van het rivierherstelproject voor de Grensmaas blijft beperkt tot geïsoleerde ingrepen. Daardoor
ontstaan er problemen met het evenwicht in de rivierdynamiek. Ondertussen verkleinen de overlevingskansen van diverse bedreigde populaties, bijvoorbeeld van de boomkikker en de stroomdalplanten. Een spoedige en integrale realisatie is hier aangewezen om die populaties te behouden. In de Zeeschelde begint de biodiversiteit zich te herstellen. Door de uitdieping van de vaargeul vergroot echter
het hoogteverschil met slikken en schorren, waardoor die afkalven. Het areaalverlies door afkalving was het voorbije decennium groter dan de areaalwinst via natuurontwikkeling, een knelpunt dat blijvende aandacht vraagt. Het natuurbeheer en -herstel aan de kust geraakte sinds 1997 in een stroomversnelling. Het natuurbeheer in de
duinen, de aanleg van het sternenschiereiland in Zeebrugge en het natuurherstel in de IJzermonding hebben gunstige effecten op de biodiversiteit. De strandbiodiversiteit lijdt onder de ruimingen en de recreatiedruk.
8
Nara_boek inl
4/19/05
6:46 PM
Pagina 9
Natuurrapport 2005 / Krachtlijnen uit het Natuurrapport 2005
IV Milieuthema’s Gedurende de voorbije eeuwen geraakten onnatuurlijk grote hoeveelheden nutriënten, zware metalen en ande-
re stoffen opgeslagen in natuurgebieden, in waterbodems en in de Noordzee. De bewijzen van de negatieve effecten op de biodiversiteit nemen toe. Het milieubeleid resulteert voor heel wat stoffen in een emissiereductie, maar toch ontvangen de meeste eco-
systemen nog steeds te grote hoeveelheden verontreinigende stoffen via de lucht en soms via het oppervlakte water en grondwater. Om kwetsbare soorten en habitats te kunnen instandhouden is een verdere vermindering van de emissies vereist. Hoe sneller dat gebeurt, des te groter is de kans op instandhouding en des te beperkter de nood aan dure herstelmaatregelen. Indien de immissies dalen tot beneden de zogenaamde ‘kritische lasten’ kan de regeneratieve capaciteit van eco-
systemen voor natuurlijk herstel zorgen (bv. nitraten en verzurende componenten). Voor sommige stoffen (bv. fosfaten en persistente bestrijdingsmiddelen) is het zelfreinigende vermogen beperkt en vormen herstelmaatregelen (bv. afgraven of baggeren) de enige optie met wisselende kansen op succes. Vlaanderen is de meest versnipperde regio van Europa en ook het voorbije decennium bleef de versnippering
toenemen. Diverse onderzoeken bevestigen het uitsterven van plantenpopulaties in te kleine en afgezonderde habitatfragmenten in Vlaanderen. Voor sommige zoogdieren, amfibieën en vissen worden ontsnipperingsmaatregelen uitgevoerd. Dat migrerende vissoorten weer beperkt uitbreiden, heeft vermoedelijk vooral met de verbetering van de waterkwaliteit te maken. Voor een verder herstel is het wegwerken van vismigratieknelpunten een belangrijke factor. Het aantal waarnemingen van de invloed van klimaatverandering op de natuur neemt toe. In het voorjaar komen
trekkende broedvogels vroeger aan en het areaal van sommige soorten breidt noordwaarts uit. Het probleem is dat areaalverschuiving maar mogelijk is voor soorten met voldoende dispersiecapaciteit en voor zover noordwaarts geschikte habitat beschikbaar is. Dat heeft tot gevolg dat de weinige habitatgeneralisten (dikwijls ook de uitheemse ingeburgerde soorten) zich uitbreiden en dat de vele habitatspecialisten achteruitgaan. Omdat sommige soorten wel en andere niet reageren, geraken ecosystemen en voedselketens ontregeld. Scenarioberekeningen over de gevolgen daarvan voorspellen op termijn het verlies van gemakkelijk de helft van de biodiversiteit. Om op die bedreiging te anticiperen, is het belangrijk om de draagkracht en de regeneratieve capaciteit van ecosystemen optimaal te houden door alvast de andere oorzaken van verstoring sterk terug te dringen.
V Duurzaam gebruik Intensivering en schaalvergroting in de landbouw leiden tot een achteruitgang van de agrarische biodiversiteit
(bv. sterke tot zeer sterke achteruitgang van akkervogels gedurende het voorbije decennium). Die trend wordt in heel West-Europa vastgesteld. De inzet van beheerovereenkomsten stimuleert landbouwers om natuurgerichte maatregelen te nemen. Positieve effecten konden voorlopig alleen worden aangetoond op plaatsen waar beheerpakketten deel uitmaken van een geïntegreerd en nauw opgevolgd soortbeschermingsproject (bv. griel in het Verenigd Koninkrijk). Om tot een beheer van de open ruimte te komen dat geen aanleiding geeft tot achteruitgang van biodiversiteit,
is samenwerking met en tussen de vele gebruikers aangewezen (landbouwers, boseigenaars, jagers, vissers, recreanten en anderen). Bij de boseigenaars is er duidelijke vooruitgang in de organisatie van duurzaam bosbeheer via bosgroepen. Om bij te dragen aan duurzamer Vlaams gebruik van natuur op mondiaal niveau, zijn spaarzaamheid met natuur-
lijke hulpbronnen, duurzame oogst in Vlaanderen, certificering van duurzaam geoogste producten en ondersteuning van ontwikkelingsprojecten rond natuurbehoud en duurzaam gebruik aangewezen.
9
Nara_boek inl
4/19/05
6:46 PM
Pagina 10
Natuurrapport 2005 / Krachtlijnen uit het Natuurrapport 2005
VI Bescherming en herstel In tegenstelling tot het soortgerichte beleid, bestaat het gebiedsgerichte beleid uit een veelheid aan instrumenten. Sinds 1988 beschikt Vlaanderen over 23 Vogelrichtlijngebieden. Van de 32 regelmatig in Vlaanderen broedende
soorten uit Bijlage I van de Vogelrichtlijn gaan er 16 op vooruit, waarvan 12 mede dankzij de inspanningen van het beleid, maar zijn er ook nog 12 bedreigd en 5 ondertussen verdwenen. Ook de meeste watervogels van internationaal belang doen het goed in Vlaanderen. Het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN), met zijn natuurverwevings- en natuurverbindingsgebieden, moet bijdra-
gen tot het versterken van de draagkracht en de regeneratieve capaciteit van ecosystemen tegenover huidige en toekomstige bedreigingen. Aangezien de op dit ogenblik afgebakende 86.800 ha eerste fase van het VEN voornamelijk uit bestaande natuur is opgebouwd, zal de meerwaarde van het netwerk vooral afhangen van een ecologisch goed afgewogen afbakening van de tweede fase en van een tijdige realisatie van de natuurverwevingsen natuurverbindingsgebieden. De effectiviteit van het gehele netwerk in het stoppen van de achteruitgang van de biodiversiteit hangt af van de
maatregelen die de natuurrichtplannen zullen voorschrijven. Er moet tijdig worden gecontroleerd of de vereiste lokale maatschappelijke consensus de naleving van de internationale richtlijnen en de handhaving van de bestaande natuur (stand still) als minimumvoorwaarden niet in het gedrang brengt. De verhoogde inspanningen van de voorbije jaren moeten nog beperkt worden opgedreven om tegen 2007 de
vooropgestelde 50.000 ha met effectief natuurbeheer te realiseren. Dat die 3,7 % van de Vlaamse landoppervlakte niet uitzonderlijk hoog is, blijkt uit een vergelijking met andere dichtbevolkte regio’s: nu al wordt 9,7 % van Nederland, 5,2 % van Nordrhein-Westfalen, 2,6 % van Greater London en 1,6 % van Ile de France als natuurreservaat beheerd. De multifunctioneel beheerde natuurparken zijn hier niet inbegrepen (bv. 12,7 % van Ile de France). Diverse studies tonen aan dat natuurreservaten soortenrijker zijn dan andere gebieden. Dat is het gevolg van de
selectie van soortenrijke gebieden als reservaat, van het gevoerde beheer in de reservaten en van de aantasting van de biodiversiteit buiten de reservaten. In bosreservaten zijn het vooral zwaar dood hout en spontane processen die aanleiding geven tot de aanwezigheid van soorten die elders niet voorkomen. Toch blijven sommige soorten ook binnen de reservaten achteruitgaan, onder andere omwille van de te kleine reservaatoppervlakte en verstoring door externe factoren. Particulieren krijgen de kans hun bos als bosreservaat te laten erkennen, maar slechts 65 ha van de 2100 ha bos-
reservaat kwam via die procedure tot stand. Het is zinvol om ook natuurreservaten via die weg te laten erkennen. De natuurvergunningsplicht kan bijdragen tot de instandhouding van de biodiversiteit in het volledige buitenge-
bied. De lokale overheden dragen hierbij de verantwoordelijkheid. Het ontbreekt de Vlaamse voogdijoverheid aan systematische en coherente informatie over de toepassing van het instrument, waardoor het niet mogelijk is na te gaan of dat overal correct en op dezelfde wijze gebeurt en wat dat oplevert voor de biodiversiteit.
VII Samenleving Zowel het wetenschappelijk onderzoek als de monitoring en de rapportering over de relatie tussen samenleving
en natuur zijn nauwelijks uitgebouwd in Vlaanderen. De integratie van ecologische met sociale en economische doelstellingen vergroot nochtans de kansen op
ondersteuning en implementatie van het natuurbeleid. De gecoĂśrdineerde medewerking uit de samenleving aan de monitoring van de natuur in Vlaanderen (vrijwilli-
gersnetwerken) kan tegelijk de kwaliteit van de natuurrapportering en de betrokkenheid van de samenleving ten goede komen. Een belangrijke uitdaging is de aandacht voor natuur- en milieueducatie in andere sectoren zoals landbouw.
10
Nara_boek inl
4/19/05
6:46 PM
Pagina 11
Natuurrapport 2005 / Indicatoren in NARA 2005
Indicatoren van het Natuurrapport 2005 In het Natuurrapport 2005 staan de indicatoren centraal. Indicatoren geven een samengevat en sterk vereenvoudigd beeld van de werkelijkheid. Ze vertellen echter nooit het hele verhaal. Een goede indicator mag dan al een indicatie geven van wát er gebeurt, hij verklaart meestal niet waaróm iets gebeurt. Het is dan ook nodig om voor het correct interpreteren van indicatoren rekening te houden met de begeleidende teksten die de ‘indicaties’ verder toelichten, aanvullen of nuanceren. Deze teksten bevinden zich in de hoofdstukken van het Natuurrapport en - in beknopte vorm - op de website Natuurindicatoren. De smileys beoordelen de vooruitgang in functie van de beleidsdoelstelling (concrete doelstellingen uit het MINAplan, internationale doelstellingen) en de indicatoren zijn geordend volgens de milieuverstoringsketen (DPSIR): positieve evolutie met de doelstelling binnen bereik nog onduidelijke of beperkte positieve evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling geen doelstelling
?
geen beoordeling bij gebrek aan gegevens
D
driving forces / maatschappelijke activiteiten
P
pressure / druk op het milieu
S
state / toestand van het milieu
I
impact / gevolgen voor de natuur
R
response / respons
Hoofdstuk 1 Rode Lijsten I
Trend broedvogels (jaren 70 – heden)
I
Trend water- en oppervlaktewantsen (jaren 80 – 2000)
I
Toestand mieren
R
Aantal soorten waar de Rode-Lijststatus van bekend is
R
Aantal soortbeschermingsplannen opgesteld
R
Aantal soortbeschermingsplannen in uitvoering
Hoofdstuk 3 Broedvogels I
Aantal soorten verdwenen broedvogels
I
Trend broedvogels (1990-2002)
Hoofdstuk 4 Zoogdieren I
Aantal soorten verdwenen zoogdieren
I
Trend zoogdieren
I
Trend zoogdiersoorten uit Bijlage II van de Habitatrichtlijn
11
Nara_boek inl
4/19/05
6:46 PM
Pagina 12
Natuurrapport 2005 / Indicatoren in NARA 2005
Hoofdstuk 5 Vissen en rondbekken P
Bedreiging door uitheemse vissen
I
Trend vissen en rondbekken van beken en kleine rivieren
I
Integriteit visgemeenschappen (visindex) van beken en kleine rivieren
R
Bescherming vissoorten uit Bijlage II van de Habitatrichtlijn
Hoofdstuk 6 Exoten P
Bedreiging door nieuwe soorten uitheemse vaatplanten
P
Bedreiging door nieuwe soorten uitheemse gewervelde dieren
P
Bedreiging door nieuwe soorten uitheemse ongewervelde dieren
Hoofdstuk 7 Genetisch gemodificeerde organismen P
Vrijstelling in de natuur van genetisch gemodificeerde organismen
I
Verstoring inheemse biodiversiteit door genetisch gemodificeerde organismen
Hoofdstuk 8 Heiden en vennen I
Trend broedvogels van heiden en vennen (1990-2002)
I
Oppervlakte heidehabitat uit Bijlage I van de Habitatrichtlijn
Hoofdstuk 9 Moerassen I
Trend broedvogels van moerassen (1990-2002)
I
Trend zoogdieren van moerassen
I
Oppervlakte moerashabitat uit Bijlage I van de Habitatrichtlijn
Hoofdstuk 10 Historisch permanent grasland I
Trend broedvogels van historisch permanent grasland (1990-2002)
I
Oppervlakte graslandhabitat uit Bijlage I van de Habitatrichtlijn
R
Oppervlakte historisch permanent grasland met beperking op vegetatiewijziging
R
Oppervlakte historisch permanent grasland met natuurgerichte bemestingsnorm
R
Uitvoering ecologisch bermbeheer langs gewestwegen
Hoofdstuk 11 Bossen en struwelen
12
I
Trend broedvogels van bossen (1990-2002)
I
Trend zoogdieren van bossen
I
Oppervlakte boshabitat uit Bijlage I van de Habitatrichtlijn
I
Natuurlijk karakter van de bossen
I
Bosgezondheid
R
Erkende zaadbronnen en –bestanden met autochtone bomen en struiken
R
Aanbod autochtoon plantgoed in kwekerijen van Bos en Groen
?
Nara_boek inl
4/19/05
6:46 PM
Pagina 13
Natuurrapport 2005 / Indicatoren in NARA 2005
R
Oppervlakte bosuitbreiding
R
Oppervlakte met ontheffing ontbossingsverbod
R
Oppervlakte met vergunning voor ontbossing
Hoofdstuk 12 Oppervlaktewateren S
Zuurstofhuishouding in waterlopen
I
Biotische kwaliteit waterlopen
I
Trend broedvogels van open water (1990-2002)
I
Trend zoogdieren van open water
R
Bescherming aquatische soorten en habitats door afbakening habitatrichtlijngebieden
Hoofdstuk 13 Valleigebieden R
Bescherming van valleigebieden
R
Visievorming in valleigebieden
Hoofdstuk 14 Zeeschelde S
Waterkwaliteit in de Zeeschelde
I
Integriteit van de visgemeenschappen (visindex) in de Beneden Zeeschelde
I
Trend watervogels van de Zeeschelde
R
Bescherming oppervlakte slikken en schorren langs de Zeeschelde
Hoofdstuk 15 Grensmaas I
Kensoorten in pilootprojecten langs Grensmaas
R
Verwerving langs de Grensmaas
Hoofdstuk 16 Kust I
Trend broedvogels van de kust
I
Oppervlakte kusthabitat uit Bijlage I van de Habitatrichtlijn
R
Verwerving van duingebieden
Hoofdstuk 17 Stedelijk gebied R
Deelname gemeenten aan project Harmonisch Park- en Groenbeheer
Hoofdstuk 18 Vermesting D
Mestproductie in ‘kwetsbaar gebied natuur’
S
Atmosferische stikstofdepositie in bossen
S
Overschrijding kritische last vermestende deposities
S
Nitraatuitspoeling in bossen
S
Fosfor in grondwater in natuurgebieden
?
13
Nara_boek inl
4/19/05
6:46 PM
Pagina 14
Natuurrapport 2005 / Indicatoren in NARA 2005
S
Ecologische kwaliteit inzake nutriĂŤnten in waterlopen
R
Oppervlakte met natuurgerichte bemestingsnorm
Hoofdstuk 19 Verzuring S
Atmosferische depositie van verzurende componenten in bossen
S
Overschrijding kritische last verzurende deposities
S
Zuurneutraliserende capaciteit van de bodem in bossen
Hoofdstuk 20 Verstoring van de waterhuishouding S
Grondwaterstand in natuurgebieden
Hoofdstuk 21 Verontreiniging door zware metalen S
Zware metalen in de strooisellaag in bossen
I
Zware metalen en arseen in paling
Hoofdstuk 22 Verontreiniging door bestrijdingsmiddelen I
Organochloorbestrijdingsmiddelen in paling
Hoofdstuk 23 Versnippering I
Trend trekkende vissen (grote migratoren)
R
Ontsnippering van groene gewestplanbestemmingen
R
Ontsnippering door Administratie Wegen en Verkeer (AWV)
R
Ontsnippering door Cel Natuurtechnische Milieubouw (NTMB)
R
Gesaneerde vismigratieknelpunten
R
Structureel opgeloste amfibiemigratieknelpunten
Hoofdstuk 24 Klimaatveranderingen I
Trend Zuid-Europese libellensoorten
I
Aankomstdatum van trekkende vogels
Hoofdstuk 25 Landbouw
14
I
Trend akkervogels (1990-2002)
I
Trend weidevogels (1990-2002)
R/D
Oppervlakte beheerovereenkomst weidevogelbeheer
R/D
Oppervlakte beheerovereenkomsten botanisch beheer + natuur
R/D
Oppervlakte beheerovereenkomst perceelrandenbeheer
R/D
Oppervlakte beheerovereenkomst kleine landschapselementen
?
Nara_boek inl
4/19/05
6:46 PM
Pagina 15
Natuurrapport 2005 / Indicatoren in NARA 2005
Hoofdstuk 26 Bosbouw P
Houtoogst
R
Oppervlakte bosbeheerplan
R/D
Aantal erkende bosgroepen
R/D
Oppervlakte bosbeheerplan via bosgroepen
R
Budget Vlaams Fonds Tropisch Bos
? ?
Hoofdstuk 27 Jacht P
Afschot van wild
I
Voorjaarspopulaties van wild
Hoofdstuk 28 Binnenvisserij D
Aantal visverloven
Hoofdstuk 30 Internationaal Beleid I
Trend internationaal belangrijke watervogelpopulaties (1990-2002)
I
Trend broedvogelsoorten uit Bijlage I van de Vogelrichtlijn (1990-2002)
Hoofdstuk 31 VEN/IVON R
Oppervlakte afgebakend VEN
R
Oppervlakte afgebakend natuurverwevingsgebied
R
Afbakening natuurverbindingsgebieden
R
Aantal natuurrichtplannen in opmaak
Hoofdstuk 32 Ruimtelijk beleid R
Ruimteboekhouding – extra planologisch groengebied (natuur)
R
Ruimteboekhouding – extra planologisch groengebied (bos)
Hoofdstuk 33 Verwerving R
Oppervlakte natuur- en bosreservaat
R
Oppervlakte multifunctioneel natuurdomein
R
Budget verwerving natuur- en bosgebied
R
Recht van voorkoop
R
Jaarlijkse aankoop van natuur- en bosgebieden
R
Oppervlakte ‘met effectief natuurbeheer’
15
Nara_boek inl
4/19/05
6:46 PM
Pagina 16
Natuurrapport 2005 / Indicatoren in NARA 2005
Hoofdstuk 34 Natuurreservaten R
Jaarlijkse aangroei oppervlakte erkend natuurreservaat (MJP 2004)
R
Oppervlakte erkend natuurreservaat (MJP 2004)
R
Erkend natuurreservaat - gesubsidieerde prioritaire habitats Habitatrichtlijn
R
Jaarlijkse aangroei oppervlakte aangewezen Vlaams natuurreservaat (MJP 2004)
R
Oppervlakte aangewezen Vlaams natuurreservaat
R
Oppervlakte aangewezen Vlaams natuurreservaat met goedgekeurd beheerplan (MJP 2004)
Hoofdstuk 35 Bosreservaten R
Oppervlakte bosreservaat
R
Percentage bosreservaat in bossen
R
Oppervlakte erkend bosreservaat van privé-eigenaars
Hoofdstuk 36 Inrichtingsinstrumenten R
Voortgang natuurinrichtingsprojecten
Hoofdstuk 37 Natuurvergunning R
Gebruik van het Natuurvergunningenloket door gemeenten
Hoofdstuk 38 Waterbeleid R
Ecologische inventarisaties waterlopen
R
Budgetten ecologisch herstel waterlopen
Hoofdstuk 39: Regionale Landschappen R
Opgerichte en erkende Regionale Landschappen
Hoofdstuk 40 Samenwerking met lokale overheden R
Ondertekeningsgraad samenwerkingsovereenkomst ‘milieu als opstap naar een duurzame ontwikkeling’
R
Continuïteit m.b.t. ondertekening milieuconvenanten en de samenwerkingsovereenkomst
16
R
Aanvragen voor duurzaamheidsambtenaar
R
Goedgekeurde natuurprojecten in gemeenten en provincies
R
Aantal gemeenten die de cluster natuurlijke entiteiten ondertekenen
?
Nara_boek inl
4/19/05
6:46 PM
Pagina 17
Natuurrapport 2005 / Algemene inleiding
Algemene inleiding Myriam Dumortier 1
In een complexe materie als het natuurbeleid is een betrouwbare, op cijfers en wetenschappelijk onderzoek gebaseerde ondersteuning noodzakelijk
[253].
Het Instituut voor Natuurbehoud kreeg in het Natuurdecreet van 1997 de
opdracht om via de natuurrapportering een regelmatige wetenschappelijke input te leveren. Op internationaal niveau is het belang van de rapportering over biodiversiteit ondertussen alleen maar toegenomen (bv. ‘European 2010 Biodiversity Indicators’). In Vlaanderen is de natuurrapportering uitgegroeid tot een proces waarbij met de medewerking van betrokkenen uit beleid, wetenschap en middenveld over de toestand van de natuur en het beleid terzake wordt gerapporteerd. De producten van de natuurrapportering zijn het Natuurrapport (sinds 1999), de samenvatting (sinds 2001) en de website Natuurindicatoren (sinds 2005). De drie laatste Natuurrapporten
(NARA 2001, NARA 2003 en NARA 2005)
en de samenvattingen ervan zijn beschikbaar op
www.nara.be. De Natuurindicatoren kan je raadplegen op www.natuurindicatoren.be.
Evolutie van de natuurrapportering Het eerste Natuurrapport natuurbeleid
(tabel 1).
(NARA 1999)
behandelde de toestand van soorten en biotopen en het gebiedsgerichte
In NARA 2001 werd de inhoud van het rapport verbreed met hoofdstukken over de milieuthe-
ma’s en de relatie met de samenleving. In NARA 2003 kwam het streven naar duurzaam gebruik erbij en werd de structuur herwerkt. NARA 2005 volgt de structuur van NARA 2003. Bijzonder aan NARA 2005 is dat er in toenemende mate wordt gerapporteerd aan de hand van indicatoren en dat het rapport samengaat met op het web raadpleegbare natuurindicatoren. NARA 1999
NARA 2001
NARA 2003
NARA 2005
I
Soorten
3-15
4.2
1-7
1-7
II
Biotopen
2
4.3
8-12
8-12
III Gebieden
-
4.4
13-18
13-17
IV Milieuthema’s
-
5.2-5.7
19-24
18-24
V
-
-
25-27
25-28
VI Bescherming en herstel
16-21
5.8-5.9 en 7
28-38
29-40
VII Samenleving
-
6
39-40
41-42
Duurzaam gebruik
Tabel 1: Inhoud van de opeenvolgende Natuurrapporten.
De natuurindicatoren Indicatoren vervullen de functie van ‘knipperlicht’: ze geven signalen en vestigen de aandacht, maar vertellen nooit het hele verhaal. Indicatoren worden geselecteerd op basis van hun validiteit (juistheid), hun legitimiteit (aanvaarding door de belanghebbenden) en hun functionaliteit (bruikbaarheid om het beleid vooruit te helpen). De Natuurindicatoren zijn het centrale thema van het Natuurrapport 2005. Het rapport wijdt hier dan ook een themahoofdstuk aan. Bij het begin van elk van de 42 hoofdstukken is er een overzicht van de besproken indicatoren. Elke indicator krijgt een summiere beoordeling door middel van een smiley.
1 Instituut voor Natuurbehoud
17
Nara_boek inl
4/19/05
6:46 PM
Pagina 18
Natuurrapport 2005 / Algemene inleiding
Positieve evolutie met de doelstelling binnen bereik Nog onduidelijke of beperkte positieve evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling Geen doelstelling
?
Geen beoordeling bij gebrek aan gegevens
Elke indicator uit het rapport is terug te vinden op de website Natuurindicatoren (www.natuurindicatoren.be). Het rapport bevat een meer diepgaande analyse en aanvullende wetenschappelijke informatie. Niet alle beleidsrelevante informatie kan immers worden herleid tot indicatoren.
Structuur van het Natuurrapport Aansluitend op de rapporten van het European Environment Agency (EEA) en het Milieurapport (MIRA) is het Natuurrapport georganiseerd volgens het model van de milieuverstoringsketen ‘Response’, zie themahoofdstuk Indicatoren).
(‘Driving forces’, ‘Pressure’, ‘State’, ‘Impact’ en
Terwijl het MIRA de gehele keten analyseert, behandelt het NARA alleen de ele-
menten die betrekking hebben op de biodiversiteit. De eerste drie delen van het Natuurrapport bespreken de (impact van verstoringen op de) biodiversiteit op drie niveaus: soorten, biotopen en gebieden (tabel 2). In deel IV wordt de relatie gelegd met de milieuthema’s. Deel V gaat in op het streven naar duurzaam gebruik van de natuur, deel VI op de inspanningen voor de instandhouding en het herstel van de natuur en deel VII op de relatie tussen de natuur en de samenleving. Tabel 2: De milieuverstoringsketen (DPSIR) in het NARA 2005.
D ‘Driving forces’
S I ‘State of the ‘Impact on environment’ nature’
R ‘Response of government and society’
I Soorten
5
1-7
1,3-7
II Biotopen
12
8-12
8-12
III Gebieden
14
13-16
13-17
IV Milieuthema’s V Duurzaam gebruik
27,28
P ‘Pressure’
18,20,22
18-21
18,19,21-24
18-24
26-28
26
25,27
25-28
VI Bescherming en herstel
30,33-35
VII Samenleving
29-40 41,42
Zwaartepunt van de informatie
De natuurrapportering en andere rapporten Bij het uitwerken van het Natuurrapport wordt rekening gehouden met andere rapporteringen. Op Vlaams niveau vormt het Milieurapport (MIRA) een permanente partner. Beide rapporten reiken cijfers aan voor onder andere de Vlaamse Regionale Indicatoren (VRIND) en de rapportering voor het Pact Van Vilvoorde. De rapporten sluiten zo goed mogelijk aan op internationale rapporteringen. Voor het Natuurrapport zijn dat onder meer de Biodiversiteitsconventie, de Vogel- en Habitatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water (tabel 3).
18
Nara_boek inl
4/19/05
6:46 PM
Pagina 19
Natuurrapport 2005 / Algemene inleiding
Biodiversiteitsconventie
Vogel- en Habitatrichtlijn
Kaderrichtlijn Water
I Soorten
soorten (3-5), bedreigde soorten (1-5), invasieve soorten (6)
soorten uit bijlagen van de richtlijn (1-5)
ecologische kwaliteit oppervlaktewater (5,12,14,15,18,21,22)
II Biotopen
habitats (8-12,16)
habitats uit bijlagen van de richtlijn (8-12,16)
III Gebieden
integriteit ecosystemen (13-16)
IV Milieuthema’s
bedreigingen (18-24)
V Duurzaam gebruik
duurzaam gebruik (25-28)
VI Bescherming en herstel
beschermde gebieden (30-35)
VII Samenleving
draagvlak en participatie (42)
Speciale Beschermingszones (30)
Tabel 3: Relevante informatie voor belangrijke internationale beleidsinitiatieven in het NARA 2005.
waterbeleid (38)
De internationale 2010-doelstelling Het stoppen van het verlies van biodiversiteit tegen 2010 werd in 2001 geformuleerd in het kader van de ‘EU Biodiversity Strategy’. Daarmee erkent de Europese Unie de snelle degradatie van ecosystemen en habitats, het toenemende aantal bedreigde soorten en de nood aan actie om het verlies van onvervangbare natuurlijke hulpbronnen te vermijden. Het is de eerste keer dat een dergelijke concrete en allesomvattende internationale biodiversiteitsdoelstelling wordt geformuleerd én geaccepteerd. Voorheen waren doelstellingen vaag of beperkt tot bepaalde aspecten van biodiversiteit. Gezien de complexe oorzaken en de snelheid van het verlies van biodiversiteit, zijn voor de realisatie van de doelstelling inspanningen vereist van een nooit eerder geziene omvang. Om de voortgang ten opzichte van de doelstelling te verifiëren, zijn de ‘European 2010 Biodiversity Indicators’ in ontwikkeling. Het Vlaams Regeerakkoord 2004-2009 drukt de wens uit dat Vlaanderen inzake biodiversiteit de vergelijking met andere economische topregio’s moeiteloos kan doorstaan. Via de indicatoren zal de vergelijking met omgevende landen mogelijk zijn.
De natuurrapportering en de beleidsplanning Het Natuurrapport evalueert de toestand van de natuur en de voortgang van het beleid en vormt daarmee een wetenschappelijke basis voor het natuurbeleid. Het Natuurdecreet voorziet een Natuurbeleidsplan met vijf delen. Die deelplannen staan uitgewerkt in het hoofdstuk biodiversiteit in het derde Milieubeleidsplan 2003-2007 en in de opeenvolgende Milieujaarprogramma’s. Tabel 4 geeft aan waar voor de deelplannen de ondersteunende informatie in het Natuurrapport te vinden is.
19
Nara_boek inl
4/19/05
6:46 PM
Pagina 20
Natuurrapport 2005 / Algemene inleiding
Tabel 4: Relevante informatie voor de vijf delen van het Natuurbeleidsplan in NARA 2005.
1 Gebiedsgericht beleid I Soorten II Biotopen III Gebieden IV Milieuthema’s V Duurzaam gebruik VI Bescherming en herstel VII Samenleving
2 Natuurgerichte milieukwaliteit
3 Soortenbescherming
4 Doelgroepenbeleid
5 Ondersteuning provinciale en lokale overheden
1-6 8-12 13-17 18-24 25-28 30-38
36,38
37,39 41,42
40
De totstandkoming van de natuurrapporten De natuurrapportering wordt begeleid door een stuurgroep die is samengesteld uit afgevaardigden van het beleid, het middenveld en de onderzoekswereld. In de stuurgroep zetelt een brede waaier aan beleidsverantwoordelijken die de behoeften van het beleid kunnen signaleren. Er zijn ook leden uit andere beleidsdomeinen en sectoren, alsook verantwoordelijken voor onderzoeksprogrammering en internationale rapportering. Sinds 2004 krijgt de stuurgroep de steun van een klankbordgroep. Die staat open voor alle geïnteresseerden. Om in te schrijven volstaat het te mailen naar nara@instnat.be. De klankbordgroep ontvangt regelmatig informatie over de belangrijkste stappen in de natuurrapportering en krijgt zo inzicht en inspraak in alle fasen van het rapporteringsproces. De voorbereiding van een Natuurrapport start met een evaluatie van de voorafgaande rapporten en uitgebreid overleg met de belanghebbenden. Dat gebeurt onder meer via de klankbordgroep en de stuurgroep. Op basis daarvan bereidt het Instituut voor Natuurbehoud een blauwdruk voor. De blauwdruk bevat de krijtlijnen en een oproep tot medewerking aan het volgende rapport en wordt ruim verspreid. Het schrijven van de hoofdstukken gebeurt vooral door wetenschappers. De kwaliteitstoets (controle door lectoren) is het werk van wetenschappers, beleidswerkers en externen. Ook de website Natuurindicatoren maakt deel uit van het proces. Aan het Natuurrapport 2005 werkten meer dan 300 mensen mee. Het Natuurrapport is gebaseerd op monitoring van de toestand van de natuur (uitgevoerd door het Instituut voor Natuurbehoud, het Instituut voor Bosbouw en Wildbeheer, vrijwilligersnetwerken, de Vlaamse Openbare Instellingen en andere). Daarnaast komen resultaten van wetenschappelijk onderzoek aan bod, onder andere over oorzaken van veranderingen in de natuur. Cruciaal voor een degelijke natuurrapportering zijn tot slot betrouwbare databanken over de voortgang van de beleidsuitvoering.
De evaluatie na NARA 2003 Na het verschijnen van NARA 2003 werden perceptie en tevredenheid van de gebruikers van het Natuurrapport onderzocht op basis van een enquête en ruim vijftig diepte-interviews. De evaluatie wees op een grote tevredenheid over de totstandkoming en de structuur van het Natuurrapport. De tevredenheid inzake bruikbaarheid was groter bij wetenschappers en leden van natuurverenigingen dan bij beleidsverantwoordelijken
(figuur 1).
De informatiebehoef-
ten van de beleidsverantwoordelijken zijn divers en niet gemakkelijk in één product te vatten. Sommigen hebben alleen de hoofdlijnen nodig, terwijl anderen heel specifieke details zoeken rond een bepaald beleidsinstrument. Er bleek een sterke vraag naar meer indicatoren. Ook rond de causale relaties tussen menselijke en milieufactoren, de biodiversiteit en de beleidsrespons bestaat een grote kennisbehoefte. De doorwerking van de natuurrapportering in het beleid bleek fragmentarisch. Het Natuurrapport wordt veeleer als referentiewerk gebruikt, dan om het beleid te
20
Nara_boek inl
4/19/05
6:46 PM
Pagina 21
Natuurrapport 2005 / Algemene inleiding
sturen. Er is ook weinig doorstroming van het Natuurrapport naar de onderzoeksprogrammering. Het gebruik van het Natuurrapport blijft in hoofdzaak beperkt tot het beleidsveld en de sector natuur. De resultaten van de evaluatie bevatten heel wat uitdagingen voor de volgende Natuurrapporten. Ze leidden onder andere tot een versterking van de communicatie en inspraakmogelijkheden in het rapporteringsproces ming van de natuurrapporten),
(zie totstandko-
tot de lancering van de website Natuurindicatoren en tot een toekomstvisie voor de natuur-
rapportering. Die is beschikbaar op www.nara.be. Ook het Natuurrapport 2005 krijgt een grondige evaluatie. U kunt hieraan meewerken door de enquête in te vullen die zich bij het rapport en op de website bevindt. Wij kijken uit naar uw beoordeling! Figuur 1: Beoordeling van de uitdrukking “Het Natuurrapport is bruikbaar” door drie groepen belanghebbenden.
Beoordeling van 'Het Natuurrapport is bruikbaar'
100
80
60
40
20 noch eens, noch oneens eens helemaal eens
0 beleid
onderzoeker
lid natuurvereniging
Vier Natuurrapporten op een rij NARA 2005 Dumortier M., De Bruyn L., Hens M., Peymen J., Schneiders A., Van Daele T., Van Reeth W., Weyembergh G. en Kuijken E., 2005. Natuurrapport 2005. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid. Mededeling van het Instituut voor Natuurbehoud nr. 24, Brussel. NARA 2003 Dumortier M., De Bruyn L., Peymen J., Schneiders A., Van Daele T., Weyembergh G., van Straaten D. en Kuijken E., 2003. Natuurrapport 2003. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid. Mededeling van het Instituut voor Natuurbehoud nr. 21, Brussel. NARA 2001 Kuijken E., Boeye D., De Bruyn L., De Roo K., Dumortier M., Peymen J., Schneiders A., Weyembergh G. en van Straaten D., 2001. Natuurrapport 2003. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid. Mededeling van het Instituut voor Natuurbehoud nr. 18, Brussel. NARA 1999 Kuijken E., 1999. Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid. Mededeling van het Instituut voor Natuurbehoud nr. 6, Brussel.
21