Skip to main content

dossier 2021-241.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/241

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2021/241

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Naar aanleiding van een vraag van xxx (verder: verzoeker) aan de gemeente Asse in verband met de consultatie van zijn rijksregister en openbaarheid van bestuur van de resultaten van die consultatie, deelde de gemeente Asse verzoeker op 27 april 2021 het volgende mee:

“Op datum van 29/03/2021 heeft de dienst Burgerzaken een Model 6 ontvangen van de Stad Brussel. Zij vermelden hierin dat u uw verblijfplaats zou hebben gevestigd op xxx en vragen ons om toezending van Model 3 (= bevestiging van inschrijving in onze gemeente). Op basis van het ontvangen Model 6 is de dienst Burgerzaken verplicht een aangifte tot adreswijziging op te starten. Dit gebeurde op 30/03/2021. Vandaar dat u vaststelt dat uw rijksregisterdossier op 30/03/2021 geraadpleegd werd en er een aangifte van adreswijziging via Model 6 toegevoegd werd. De Stad Brussel heeft reeds op 17/12/2020 een voorstel van ambtshalve afvoering opgestart. Voor meer info hieromtrent dient u de Stad Brussel te contacteren.” Op 21 mei 2021 vroeg verzoeker aan de gemeente Asse om hem het document van 17/12/2020 en het model 6 en 3 door te mailen. Op 26 mei 2021 deelde de gemeente Asse aan verzoeker mee dat er nog geen beslissing werd genomen in verband met de bevestiging van zijn inschrijving (model 3), aangezien het onderzoek lopende is. Voor model 6, aanvraag tot onderzoek opgestart door de stad Brussel, verwees de gemeente Asse verzoeker door naar de stad Brussel.

www.vlaanderen.be


Verzoeker diende per brief van 4 juni 2021 bij de beroepsinstantie beroep in tegen de beslissing van de gemeente Asse, waarin hij vermeldt dat het volgende documenten betreft: -

een beslissing van 17/12/2020 mbt mijn inschrijving in het bevolkingsregister Brussel, alle eventueel onderliggende documenten formulier model 6.

Het beroepschrift werd op 7 juni 2021 bij de beroepsinstantie geregistreerd. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke verzoek dateert van 21 mei 2021. De in beroep aangevochten beslissing van de gemeente Asse van 26 mei 2021 maakt geen melding van de beroepsmogelijkheden en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet. De beroepstermijn vangt bijgevolg pas aan vier maanden na kennisgeving van de beslissing. Het beroepschrift van verzoeker, ingediend per brief van 4 juni 2021, werd dan ook tijdig ingediend. In zijn oorspronkelijke verzoek vroeg verzoeker een afschrift van drie documenten: -

de beslissing van 17/12/2020 betreffende zijn inschrijving in het bevolkingsregister Brussel model 3 betreffende de bevestiging van zijn inschrijving model 6 aanvraag tot onderzoek opgestart door de stad Brussel

De beroepsinstantie stelt vast dat verzoeker in het beroepschrift van 4 juni 2021 zijn oorspronkelijke verzoek heeft uitgebreid, aangezien hij daarin ook een afschrift van alle onderliggende documenten vraagt. De beroepsinstantie kan in graad van beroep echter enkel uitspraak doen over een openbaarheidsverzoek dat in eerste aanleg bij de overheidsinstantie werd ingediend. Een rechtstreeks verzoek tot openbaarmaking bij wijze van een ingesteld beroep bij de beroepsinstantie is dus niet mogelijk. Het beroepsonderdeel betreffende alle onderliggende documenten dient bijgevolg als onontvankelijk te worden beschouwd. Voor het overige wordt het beroepschrift als ontvankelijk beschouwd. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

Toelichting door de gemeente Asse

Om met voldoende kennis van zaken te kunnen oordelen heeft de beroepsinstantie de gemeente Asse om een toelichting gevraagd. Op 10 en 15 juni 2021 bezorgde de gemeente Asse haar reactie, waarbij zij

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/241

pagina 2 van 4


meedeelde het document d.d. 17/12/2020 voor aangifte voorstel ambtshalve afvoering nooit in haar bezit te hebben gehad. De gemeente Asse gaf ook aan geen bezwaar te hebben tegen de openbaarmaking van het model 6. Aangezien dit document werd opgesteld door de Stad Brussel, ging de gemeente Asse ervan uit dat het niet aan hen was om dit document vrij te geven.

2. Beoordeling door de beroepsinstantie Een openbaarheidsverzoek kan enkel maar betrekking hebben op bestaande informatie die in het bezit is van een overheidsinstantie, zoals omschreven in artikel I.4, 3° van het Bestuursdecreet. De gemeente Asse beschikt niet over het document d.d. 17/12/2020 voor aangifte voorstel ambtshalve afvoering, zij kan er dan ook onmogelijk een afschrift van bezorgen. De beroepsinstantie merkt hierbij op dat de gemeente Asse heeft voldaan aan haar doorverwijsplicht (artikel II.40 §1 Bestuursdecreet). Het beroepsonderdeel wordt als ongegrond beschouwd. De gemeente Asse heeft geen bezwaar tegen de openbaarmaking van het gevraagde model 6. De beroepsinstantie heeft het document kunnen inkijken en stelt vast dat daarin de naam van de afgevaardigde beambte van de ambtenaar van de burgerlijke stand wordt vermeld. Persoonsgegevens behoren ontegensprekelijk tot het privéleven. Het vrijgeven van deze gegevens zou wel degelijk een inbreuk uitmaken op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van die personen. Het privéleven vormt de kern van de persoonlijke levenssfeer (F. SCHRAM, Het decreet openbaarheid van bestuur. Een juridische analyse in historisch perspectief, Brugge, Vanden Broele, 247; Concl. Adv.Gen. bij HvJ 8 april 2014, nr. C-293/12, Digital Rights Ireland Ltd, nr. 61). Het openbaar maken van deze gegevens heeft aldus betrekking op de kern van een belang – het door artikel 22 van de Grondwet en het door artikel 8 EVRM aan eenieder toegekende recht op eerbiediging van zijn privéleven – dat de uitzonderingsgrond uit artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet wenst te beschermen tegen de openbaarheid van bestuur (RvS, nr. 234.609 dd. 2 mei 2016). De beroepsinstantie is bijgevolg van oordeel dat de openbaarmaking van de naam van de afgevaardigde beambte afbreuk doet aan het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene en dat de naam dan ook moeten worden afgeschermd in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Artikel II.50, §1, derde lid van het Bestuursdecreet laat toe aan de beroepsinstantie om aan de betrokken natuurlijke persoon om toestemming te vragen voor het openbaar maken van hun persoonsgegevens. Echter ontbreken in het betreffende document de contactgegevens van deze persoon. Voor het overige oordeelt de beroepsinstantie dat er geen andere uitzonderingsgronden van toepassing zijn. Artikel II.45, §2 van het Bestuursdecreet bepaalt dat een bestuursdocument gedeeltelijk openbaar wordt gemaakt als informatie waarop een uitzondering van toepassing is als vermeld in afdeling 3 of waarvoor de verplichting geldt inzake het aantonen van het belang, vermeld in artikel II.40, § 3, tweede lid, samen met andere informatie in een bestuursdocument opgenomen is, en het mogelijk is om de informatie die niet openbaar kan gemaakt worden, te scheiden van de andere informatie, wat in casu het geval is. Het beroepsonderdeel wordt als gedeeltelijk gegrond beschouwd. Na beraadslaging,

BESLUIT:

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/241

pagina 3 van 4


Het beroepschrift van xxx ingediend per brief van 4 juni 2021, tegen de beslissing van de gemeente Asse d.d. 26 mei 2021 wordt als deels onontvankelijk en deels ontvankelijk en deels ongegrond en deels gegrond beschouwd. Bijgevolg dient de gemeente Asse aan verzoeker een afschrift te bezorgen van het gevraagde model 6 aanvraag tot onderzoek opgestart door de stad Brussel, mits weglating van de daarin vermelde persoonsgegevens.

Geen toestemming tot hergebruik van bestuursdocumenten In zoverre dit beroep gegrond werd verklaard, geldt dat deze inwilliging van de aanvraag tot openbaarmaking GEEN toestemming inhoudt om de gevraagde bestuursdocumenten te hergebruiken, als vermeld in titel II, hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (zie artikel II.44, §3, van het Bestuursdecreet). Brussel, 16 juni 2021 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/241

pagina 4 van 4


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
dossier 2021-241.pdf by Vlaanderen-be - Issuu