Skip to main content

ovamlink april 2022.pdf

Page 1

OVAM.

AFVAL-, BODEM- EN DUURZAAM MATERIALENBELEID VOOR DE PROFESSIONAL APRIL 2022 | editie 39

4

ADMINISTRATEURGENERAAL BLIKT TERUG OP 40 JAAR OVAM

10

WAT DE VLAMING WEGGOOIT

15 WK WIELRENNEN:

HET IS DUURZAAM AAN DE TOP

Vlaanderen

is materiaalbewust 1 OVAM.LINK | Titel


Colofon Verantwoordelijke uitgever en hoofdredacteur Ine Wenmaekers

40 jaar bij de OVAM Beste lezer, Het is de laatste keer dat ik in OVAM.link het woord tot u richt als administrateur-generaal van de OVAM, want sinds 1 april ben ik met pensioen. Ik kan trots en tevreden terugblikken op een carrière van 40 jaar bij de OVAM, waarvan ik 17 jaar aan het roer stond als administrateurgeneraal (p. 4). Ik heb de OVAM zien uitgroeien van een afvalgerichte instelling tot een organisatie die zich richt op een duurzaam bodemen materialenbeheer en op circulaire economie. Een organisatie die de focus heeft verlegd van het einde naar het begin van de productieketen. Een organisatie die voortdurend inspeelt op de maatschappelijke ontwikkelingen. Maar ook een organisatie die anticipeert, waardoor Vlaanderen zich op diverse terreinen kan profileren als koploper. Dat was de OVAM nooit gelukt zonder haar sterke medewerkers, partners en stakeholders, op wie we altijd kunnen rekenen en zonder wie we vandaag niet zover zouden staan. Ik wil jullie dan ook allemaal van harte bedanken voor de aangename en constructieve samenwerking van de afgelopen jaren. In de loop der jaren mocht ik verschillende mooie beleidsinitiatieven en resultaten aankondigen in ons magazine. Dat is in deze editie niet anders. Twee recente rapporten brengen nieuwe inzichten in de samenstelling van ons huisvuil en het zwerfvuil (p. 10). Met deze resultaten kunnen we de koers van ons beleid bijsturen. Dat zal een invloed hebben op het nieuwe Uitvoeringsplan huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval, dat nu in opmaak is. Bovendien krijgen we een duidelijk zicht op de kosten van het zwerfvuil en hoe we die vanaf 2023 kunnen doorrekenen aan de producenten. De zwerfvuilcijfers gaan helaas al langer niet de goede kant op. Daarom lanceerden we vorig jaar het zwerfvuilcharter met daarin verschillende acties, zoals het inzetten van zwerfvuilhandhavers. Zij gingen voor het eerst aan de slag op het WK wielrennen in september 2021. Dit grootse wielerfeest was het meest duurzame tot nog toe en kan dienen als inspiratie voor alle organisatoren van toekomstige events (p. 15). Ik wil u als trouwe lezer van OVAM.link oprecht bedanken voor uw aandacht, interesse en medewerking en wens u het allerbeste toe. Henny De Baets Administrateur-generaal 2

OVAM.LINK | Voorwoord

AFVAL RECYCLEREN

Redactieraad Anne D’Haese, Annelies D’Hollander, Elke Celen, Els Herremans, Liesbet Van Ackeleyen, Nele Bal, Pieter Vervinckt, Raf Engels, Sofie Triest, Jan Verheyen

10

Redactieadres OVAM, Stationsstraat 110, 2800 Mechelen, ovam.link@ovam.be

at de Vlaming W weggooit

Foto’s OVAM, Shutterstock, Rob Stevens, Lux Photography, Stijn Swinnen, Ecowerf, Tim Van Verdegem en Flanders Classics Redactie en realisatie www.wearepantarein.be Wettelijk depotnummer D/2022/5024/04

4

De OVAM neemt afscheid van Henny De Baets

Oplage 3000 ex. De meningen die derden in dit magazine vertolken, vallen buiten de verantwoordelijkheid van de OVAM. Gegevens uit deze nieuwsbrief mag u overnemen mits de bron wordt vermeld. De OVAM en de bij deze uitgave betrokken redactie en medewerkers aanvaarden geen aansprakelijkheid voor gevolgen die zouden kunnen ontstaan uit het gebruik van in deze uitgave opgenomen informatie.

Meer weten? De OVAM is geïnteresseerd in uw vragen, opmerkingen en suggesties.

15

Het WK wielrennen door een duurzame bril

SCHRIJF ONS VIA OVAM.LINK@OVAM.BE www.facebook/ovam.be @PersAtOVAM

20

penStructures wint O de Ecodesign Award

D UURZ A A M MA T E RI A L E NGE BRUI K

OVAM.LINK | Inhoud

3


Na 40 jaar neemt administrateur-generaal Henny De Baets afscheid van de OVAM. Zij gaf de organisatie mee vorm en drukte haar stempel op het afval-, materialen- en bodembeleid in Vlaanderen. Een portret.

Hoe bent u bij de OVAM terechtgekomen?

40 JAAR OVAM

MIJLPALEN VOOR HET MILIEU IN VLAANDEREN

4

OVAM.LINK | Interview

“Ik ben afgestudeerd als juriste in 1980. Een jaartje later werd de OVAM opgericht. Die zocht ingenieurs en scheikundigen, maar ook juristen om het wetgevend kader voor het afvalstoffenbeleid te ontwikkelen. Ik solliciteerde omdat ik erg begaan was met de milieuproblematiek: de jaren zeventig werden getekend door twee energiecrisissen en verschillende milieu­rampen met een internationale impact. In 1972 kwam ook het legendarische rapport De grenzen aan de groei van de Club van Rome uit, dat aangaf dat alleen focussen op economische groei nefast is voor onze planeet.” “Ook lokaal broeide er wat. Burgers protesteerden tegen illegale stortplaatsen, zoals in de Rupelstreek. Het besef groeide dat ons rijke industriële verleden heel wat negatieve sporen had nagelaten en dat er actie nodig was. In die periode schoten de milieu­ verenigingen dan ook als paddenstoelen uit de grond. De protesten openden de ogen van lokale politici, waardoor die de tijd rijp achtten om de Europese Richtlijn inzake afvalstoffen om te zetten in het Vlaamse Afvalstoffendecreet. Dat decreet leidde tot de oprichting van de OVAM. Veel jongeren uit die protestbewegin-

gen meldden zich toen bij de OVAM. We waren een jonge ploeg met een pioniersmentaliteit.”

een schokeffect in de bedrijfswereld. Omdat mensen hun broodwinning verloren, werden we vaak bedreigd.”

Hoe heeft u die eerste jaren bij de OVAM ervaren?

“Toch waren ook de milieubewegingen niet tevreden. Ze vonden dat het niet snel genoeg ging. Demonstraties waren schering en inslag, de Actiegroep Leefmilieu Rupelstreek organiseerde zelfs een hongerstaking.”

“Dat was een woelige periode. In het begin hadden we zelfs geen kantoor. We werden ondergebracht in het Speelgoedmuseum in de NOVA-toren in Mechelen. Onze eerste vergaderingen verliepen al zittend op de vloer.” “In de directieraad zaten bekwame mensen. Ze namen moedige beslissingen, maar ze wantrouwden elkaar. We kampten ook met perslekken, wat de interne werking nog bemoeilijkte.” “Op het terrein moesten we orde scheppen in de chaos. Vlaanderen telde op dat moment nog honderden illegale stortplaatsen, alles kon en alles mocht. En toen verschenen wij op het toneel, met nieuwe regels en een juridische basis om repressief op te treden. We konden bijvoorbeeld goederen in beslag nemen en werken stilleggen. In twee jaar tijd sloot de OVAM zowat 220 van de 450 stortplaatsen die niet voldeden aan de nieuwe uitbatingsvoorwaarden. We voerden – samen met andere overheidsinstellingen – inspecties uit bij bedrijven die verdacht werden van zwendel in afvalolie. Dat had

“We kregen in het begin dus veel tegenkanting uit verschillende hoeken. Maar door ons kordate optreden en onze focus op samenwerking wonnen we vrij snel het vertrouwen van vriend en vijand.” In de tweede helft van de jaren tachtig startten jullie met sensibiliseringscampagnes rond sorteren. Hoe moeilijk was het om een mentaliteitswijziging bij de bevolking voor elkaar te krijgen? “We kozen voor een positieve insteek voor onze campagnes, bijvoorbeeld met de slogans ‘Wie slim is, sorteert’ en ‘Wie afval vermijdt, moet het niet kwijt’. En we zetten de infrastructuur op poten om het doel te realiseren: we bouwden recyclageparken en organiseerden de selectieve huis-aan-huisinzameling. Vlamingen kregen de kans om mee het afvalprobleem te helpen oplossen. Dat heeft veel impact OVAM.LINK | Interview

5


gehad. We werkten ook met afvalstoffenplannen die meerdere jaren overspanden – nog steeds trouwens. Die plannen beschrijven een duidelijke visie, onze doelstellingen voor de komende jaren en de middelen die daarvoor worden vrijgemaakt. Dat biedt lokale besturen en bedrijven meer zekerheid.” “Bovenop dat alles is het cruciaal om samen te werken met je stakeholders. Als overheid alleen realiseer je niets. Door samen te zitten met alle betrokken partijen en hun input mee te nemen in de ontwikkeling en de realisatie van het beleid, creëer je een draagvlak. Dat verklaart volgens mij het succes.” In 1995 kreeg de OVAM er met het Bodemdecreet een nieuwe bevoegdheid bij, namelijk bodembeheer. Waarom was dat nodig? “Onze bodem is de stille getuige van industriële activiteiten die teruggaan tot de negentiende eeuw. Vóór 1995 voerden we ook al saneringen uit, maar zonder juridisch kader was de situatie onhoudbaar. We wisten dat er nog duizenden locaties waren waar risicoactiviteiten plaatsvonden.”

“Door het Bodemdecreet konden we ook blackpoints en brownfields aanpakken. Blackpoints zijn zo sterk verontreinigde terreinen dat de aanpak een tussenkomst van de overheid vereist, want de kosten zijn immens. Die terreinen hebben we ondertussen gesaneerd. Vlaanderen telt wel nog brownfields, verwaarloosde industrieterreinen met een historische verontreiniging. Dat aantal daalt de laatste jaren dankzij het decreet betreffende Brownfieldconvenanten. In zulke convenanten worden afspraken gemaakt tussen de Vlaamse Regering en alle betrokken partijen, zodat kosten en tijdsduur meteen duidelijk zijn bij de aanvang van het saneringsproject. Door deze convenanten recycleren we de laatste jaren steeds meer schaarse ruimte in Vlaanderen.” Tien jaar na de oprichting van de OVAM, in 1991, werd u adjunct-administrateurgeneraal. Hoe heeft u dat ervaren? “Ik begon als juriste maar verhuisde al snel naar de hr-dienst. Daarna kreeg ik de kans om nog op andere diensten en afdelingen ervaring op te doen. Ik kende de OVAM door en door en dat was mijn sterkte. Ik kwam als jonge

vrouw in een mannenwereld terecht, je moest je toen nog dubbel zo hard bewijzen. Nu werken er meer vrouwen dan mannen bij de OVAM. Die ommekeer kwam er niet zomaar: we voerden een activeringsbeleid om meer vrouwen aan te trekken.” “Als adjunct-administrateur-generaal stond ik ook aan het hoofd van de afdeling algemene diensten, waar ik met passie het hr-beleid uittekende. Mijn motto was: de chemie tussen mensen is belangrijker dan een aanwerving van de beste ingenieur.” “In de jaren negentig was ik hoofd van de afdeling beleidsbeheersing, waardoor enkele belangrijke dossiers bij mij belandden. Een ervan was het protest tegen de nieuwe stortvergunning van Prayon-Rupel, een chemisch bedrijf dat in Rumst 20 hectare kleiputten had opgekocht om jaarlijks 500 000 ton gipsafval te dumpen. Ook de polemiek over de afvalverbrandingsovens heb ik van dichtbij gevolgd. In die tijd dook er wetenschappelijk bewijs op dat die ovens kankerverwekkende dioxines de lucht in bliezen. We hebben toen beslist om een aantal verbrandingsovens te sluiten.”

“De oprichting van de parlementaire onderzoekscommissie rond PFAS sloeg in als een bom. Zeker omdat we in binnen- en buitenland altijd op waardering hebben kunnen rekenen” Henny De Baets, OVAM

6

OVAM.LINK | Interview

Vlaanderen asbestveilig maken tegen 2040 is van de speerpunten van de OVAM. Maar uiteindelijk kwam er pas in 2018 een regeringsbeslissing. Waarom? “Iedereen wist dat de aanpak van het asbestprobleem veel tijd en geld zou vergen. Daarom was er lange tijd weinig politieke animo voor. Sinds 2018 zijn er wel heel wat middelen vrijgemaakt. In die periode formuleerden we ook de doelstelling om Vlaanderen tegen 2040 asbestveilig te maken.”

“We kregen in het begin veel tegenkanting. Maar door onze focus op samenwerking wonnen we vrij snel het vertrouwen van iedereen” Henny De Baets, OVAM

“Toch kan het nog beter. Alleen overheidsgebouwen en -infrastructuur zijn wettelijk verplicht om de doelstellingen te halen. Voor particulieren is er een aanmoedigingsbeleid, maar een algemene verplichting zou meer effect hebben. Het asbestattest, dat in de loop van 2022 wordt ingevoerd, is wél verplicht bij de verkoop van elk gebouw. In 2032 moet elk gebouw van voor 2001 zo’n attest hebben. Naast de wettelijke verankering is ook de handhaving ontoereikend wegens te weinig capaciteit bij lokale besturen. Er zou meer aandacht naar moeten gaan. Nog uitdagingen genoeg dus om het beleid effectiever te maken.” In 2006 kwam er opnieuw een bevoegdheid bij: duurzaam materialenbeheer. Hoe ging dat in zijn werk? “In de beginfase inventariseerden we elke afvalstroom en zochten we nuttige toepassingen op het einde van de keten. Maar na een tijdje groeide het besef dat afval geen probleem hoeft te zijn en zelfs deel uitmaakt van de oplossing. We lieten ons inspireren door het Brundtland-rapport uit 1987, dat opriep tot duurzame productie en consumptie. We focusten eerst op het begin van de keten en volgden het product ‘van wieg tot graf’. Dat was de springplank om de kringlopen te

Internationaal congres ‘Innovatie en samenwerking in afval, bodem en materialen' ter gelegenheid van 30 jaar OVAM, op 6 oktober 2011.

OVAM.LINK | Interview

7


40 JAAR OVAM: EEN OVERZICHT “Het succesrecept van de selectieve inzameling is de samenwerking met alle betrokken partijen. Door hun input mee te nemen, hebben we een draagvlak gecreëerd”

land genieten we veel waardering, onder meer voor onze aanpak rond emerging contaminants. Dan is zo’n onderzoekscommissie toch wel even schrikken. Het heeft de vertrouwenssfeer tussen ons, de stakeholders en de politiek flink geschonden. Maar ondanks die diepte­punten ben ik heel fier op wat de OVAM gerealiseerd heeft en erg dankbaar dat ik de organisatie zo lang heb mogen leiden.”

Henny De Baets, OVAM

Hoe kijkt u naar de toekomst?

sluiten en te komen tot ‘van wieg tot wieg’. Om die omslag te maken, hadden we het bedrijfsleven, de onderzoekswereld, ngo’s en het middenveld nodig. Daarom werd in 2006 Plan C opgericht, waar experts nadachten over vernieuwing en innovatie op het vlak van materialengebruik. De OVAM faciliteerde dat proces.” “We namen zelf ook belangrijke initiatieven, zoals de eco-efficiëntiescan in samenwerking met VLAIO, en de Ecodesignprijs binnen de Henry van de Velde-Awards en de Ecodesign award voor studenten. In 2011 vervingen we het Afvalstoffendecreet door het Materialendecreet. Sindsdien werden de doelstellingen rond materialenbeheer wettelijk verankerd. Vandaag is er met Vlaanderen Circulair een hele beleidsstructuur opgezet voor de circulaire economie.” 8

OVAM.LINK | Interview

Wat zijn voor u de hoogteen de dieptepunten in uw 40 jaar bij de OVAM? “De moedige beslissingen uit de beginjaren zijn me bijgebleven: de sluiting van de stortplaatsen en de strengere normen voor de afvalverbrandingsovens. Daarnaast is de oprichting van de industriële afvalverwerker Indaver, dat nu is uitgegroeid tot een internationale speler in duurzaam afvalbeheer, voor mij een succesverhaal. Het bedrijf gooit nu hoge ogen in het buitenland. Verder denk ik aan de omschakeling naar een circulaire economie, waarmee we startten in 2006.” “Een dieptepunt? Dat we in 1990 door het Bestuurlijk Beleid-project de bevoegdheden toezicht en vergunningen zijn kwijtgeraakt, terwijl dat net instrumenten zijn die een bedrijf

mee van koers kunnen doen veranderen. Verder denk ik spontaan aan de milieu­ boxenaffaire. De milieubox werd in de jaren negentig gelanceerd om klein gevaarlijk afval in op te bergen. Omdat velen het ding niet open kregen, werd het gezien als een flop. In de nasleep van de lancering werd een onderzoek ingesteld naar smeergeld. Er werd gefluisterd dat er gesjoemeld zou zijn met de aanbesteding. Maar er werd geen enkele werknemer van de OVAM veroordeeld.” “Een recent dieptepunt is de onderzoekscommissie rond PFAS. De oprichting sloeg bij ons in als een bom: bij de OVAM hebben we al heel wat audits door het agentschap Interne Audit van de Vlaamse Administratie doorstaan. We werden steevast tot de meest mature overheidsinstanties gerekend en ook in het buiten-

“De uitdaging is nu om onze economie en welvaart niet verder uit te bouwen op een ecologisch kerkhof. Omgekeerd mag ecologie onze ­sociale welvaart niet in de weg staan. Ook het omgaan met emerging contaminants, waar PFAS er slechts één van is, vraagt bijzondere aandacht. Er gebeurde nog te weinig wetenschappelijk onderzoek naar de aanpak. Omdat het gaat om een grensoverschrijdend probleem zou het op Europees niveau geregeld moeten worden. Het enige lichtpuntje in de recente affaire is dat de problematiek nu op de politieke agenda is gezet, wat we al jaren probeerden. Ik voel me nu opnieuw in de jaren tachtig, toen we naar aanleiding van milieurampen en protestacties aan de slag moesten om baanbrekend werk te verrichten.”

2021

Het Steunpunt Circulaire Economie stelt de Circulaire Economie Monitor voor Vlaanderen voor.

2018

De OVAM organiseert het World Resources Forum (WRF): Closing Loops – Transitions at work en AquaConSoil, met meer dan duizend aanwezigen.

2016

De OVAM formuleert de doelstelling om Vlaanderen tegen 2040 asbestveilig te maken.

2019

De OVAM start met Vlaanderen Circulair, de opvolger van Plan C.

2011

2006 2005

Het nieuwe Materialendecreet vervangt het Afvalstoffendecreet na 30 jaar. Het luidt de transitie naar een circulaire economie in.

In april 2006 verkent de OVAM het stofstromenbeheer (later materialenbeheer). Ze richt het transitienetwerk Plan C op. Henny De Baets komt aan het roer van de OVAM als administrateur-generaal.

2002

Het Vlaamse subsidiebesluit voor lokale besturen laat de OVAM toe de subsidies meer voor preventie te gebruiken.

De OVAM krijgt er met het Bodemdecreet een nieuwe bevoegdheid bij. 1995 1994 1992

Fost Plus wordt opgericht, het eerste beheerorganisme om de terugnameplicht van huishoudverpakkingen te promoten, coördineren en financieren. De Vlaamse organisatie ter bevordering van de afzet van gft- en groencompost (Vlaco) wordt opgericht. Haar taak bestaat erin compost als bodemverbeteraar in Vlaanderen te promoten.

1989

De OVAM lanceert haar eerste grote sensibiliseringscampagne: ‘Wie slim is, sorteert’.

1987

Milieuheffingen op het verwijderen van afvalstoffen worden ingevoerd als eerste Vlaamse belasting.

1986

De OVAM stelt het eerste Afvalstoffenplan op, dat de basis legt voor het Vlaamse afvalbeleid.

1981

Het Afvalstoffendecreet wordt goedgekeurd, wat leidt tot de oprichting van de OVAM.

OVAM.LINK | Interview

9


De sorteeranalyse van grofvuil gebeurde in de recyclageparken van twintig Vlaamse steden en gemeenten in de herfst van 2020 en de lente van 2021.

©Ecowerf

AFVAL RECYCLEREN

WAT DE VLAMING WEGGOOIT

Voor huisvuil en zwerfvuil vond de analyse plaats in de herfst en de winter van 2019. De geplande metingen in de lente en de zomer werden voor de 10

OVAM.LINK | Afval recycleren

veiligheid van de sorteerders tijdens de coronacrisis een jaar uitgesteld, tot de lente en de zomer van 2021.

De resultaten voor huisvuil De term huisvuil slaat op alle afval dat niet selectief ingezameld wordt en dat een huishouden via de inzamelronde van de gemeente aanbiedt in een vuilniszak of container. Ondanks de uitzonderlijke omstandigheden bevestigt de sorteeranalyse van huisvuil in 2019-2021 vooral de vaststellingen uit eerdere onderzoeken. Volgens de inventarisatie van huishoudelijke

afvalstoffen blijven de cijfers vrij stabiel: tot 2019 zakten ze, maar nu is er weer een lichte stijging. Dat zou een gevolg kunnen zijn van het toegenomen telewerk en de sluiting van de horecazaken. Uit de sorteeranalyse van het huisvuil blijkt dat er bij ons huisvuil nog veel afval zit dat selectief ingezameld hoort te worden. “Mijn medewerkers zijn vaak gaan kijken naar de analyses”, zegt Luc ­Goeteyn, afdelingshoofd bij de OVAM. “In een opengemaakte huisvuilzak vallen visueel meteen twee dingen op die er niet in thuishoren: veel plastic en veel organisch-biologisch afval.”

worden in de natuurlijke kringloop. De stabiele koolstof in de compost zorgt ook voor een koolstofopslag in de bodem. Wanneer je de compostering laat voorafgaan door een voorvergistingsstap kun je met het biogas groene energie maken.”

De resultaten voor grofvuil

Wat verder nog zorgen baart in de analyse is het bioafval, goed voor 40 procent van het totale gewicht. Zelfs in gemeenten met al een aparte inzameling van gft ligt het cijfer nog vrij hoog. “Dat lijkt misschien onschuldig, maar het is eigenlijk vooral verspilling”, zegt Goeteyn. Het bioafval in het huisvuil bestaat hoofdzakelijk uit keukenafval en etensresten, waarvan een gedeelte als voedselverlies kan worden beschouwd (22 % van het huisvuil). De grootste fracties bij het voedselverlies zijn groenten en fruit, brood en bereide gerechten en sauzen.

De sorteeranalyse van grofvuil gebeurde in de recyclageparken van twintig Vlaamse steden en gemeenten in de herfst van 2020 en de lente van 2021. Het was elf jaar geleden dat er nog een gelijkaardige sorteeranalyse werd gedaan. Uit de recente analyse blijkt dat de gemiddelde hoeveelheid grofvuil daalde van 31 kg per inwoner in 2010 tot 22 kg in 2020. “In die periode is er dan ook wel wat veranderd”, vertelt Maarten De Groof, expert lokaal materialenbeheer bij de OVAM. “Er zijn verplichte selectieve inzamelingen van matrassen en harde kunststoffen bij gekomen. En sinds juli 2013 is het aanbieden van grofvuil niet meer gratis volgens het VLAREMA (Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, red.). Er bestond wel wat angst dat dat zou leiden tot meer sluikstorten, maar tot nu toe lijkt dat onterecht.”

“Bioafval in het restafval wordt mee verbrand, maar omdat het vooral veel water bevat, haal je er amper energie uit. Als je het bioafval selectief inzamelt, kun je er hoogwaardige compost mee maken, waardoor de nutriënten en organische stof bewaard blijven en opnieuw ingezet

Uit de analyse blijkt wel dat er een aanzienlijk aandeel klein afval, voornamelijk huisvuil, samen met grofvuil wordt binnengebracht. Met meer dan een kwart van het totaal is het zelfs de tweede grootste fractie. “Vaak gaat het over zwarte zakken of kartonnen dozen met allerlei materiaal”, zegt

Bioafval gooit gewicht in de schaal

Van 2019 tot 2021 onderzocht de OVAM de samenstelling van het Vlaamse huisvuil, grofvuil en zwerfvuil. De resultaten leveren nuttige inzichten voor beleidsmaatregelen, zoals het nieuwe Uitvoeringsplan huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval dat nu in opmaak is.

Om een gedetailleerd zicht te krijgen op de inhoud van onze afvalstromen en op de effectiviteit van het beleid errond, laat de OVAM regelmatig sorteeranalyses uitvoeren. Fost Plus, Recupel en Bebat hielpen de sorteeranalyse huisvuil te financieren en volgen ook de resultaten op. Zowel voor huisvuil, grofvuil als zwerfvuil gebeurt de analyse op basis van een steekproef in verschillende Vlaamse gemeenten.

“De sorteeranalyses gebeuren op basis van gewicht. Kunststoffen zijn licht maar nemen veel plaats in. Daarom zie je ze niet even prominent in de resultaten, maar bij het sorteren van plastic hebben we nog wel wat werk. In de loop van de analyse­periode werd de Nieuwe Blauwe Zak geleidelijk aan ingevoerd. Daarin mogen bijna alle plastic verpakkingen, terwijl vroeger alleen plastic flessen en flacons in het pmd thuishoorden. Je ziet daardoor al een vermindering van het aandeel plastic verpakkingen in het restafval, maar het kan nog beter.”

“Vanaf 2024 zijn alle Europese lidstaten verplicht om bioafval selectief in te zamelen” Luc Goeteyn, OVAM

OVAM.LINK | Afval recycleren

11


De Groof. “Waarschijnlijk is dat tijdens een grote opruiming verzameld. Maar we zien bijvoorbeeld ook veel zakken vol oud behangpapier. Daarnaast komt er in sommige gemeenten heel wat gemeentelijk bedrijfsafval verkeerdelijk bij het grofvuil terecht. Dat gaat typisch over de opruiming van sluikstorten of materiaal van werkzaamheden. De grofvuilcontainer wordt ook weleens gebruikt als overloopcontainer als die van hout of textiel al vol zit.” “Grofvuil is vaak goedkoper per kilogram dan huisvuil,” vult Goeteyn aan, “anders zou het te duur worden om bijvoorbeeld grote meubels binnen te brengen. Soms profiteren mensen daar dus van, maar fout sorteren is niet zonder gevolgen. Grofvuil wordt ook verbrand, maar het moet daarvoor eerst vermalen worden en dat kost extra geld. Daarnaast vinden we soms zakken met luiers of keuken-

afval bij het grofvuil, en dat brengt hygiëneproblemen met zich mee. En ten slotte is het niet echt rechtvaardig ten opzichte van de meerderheid van de mensen die wél juist sorteert.”

De resultaten voor zwerfvuil Anders dan de onderzoeken naar huisvuil en grofvuil houdt de fractietelling van zwerfvuil behalve met gewicht ook rekening met het aantal stuks en het volume. Die drie factoren zijn van belang voor de kosten van de opruiming, het transport en de verwerking van zwerfvuil. De OVAM meet ze op voor 27 categorieën van producten. Op basis van die resultaten verdeelt de OVAM de totale kostprijs van de zwerfvuilbehandeling. Vanaf 2023 zouden de kosten doorgerekend worden aan de verschillende producenten van wie de producten in het zwerfvuil terug te vinden zijn.

“In sommige gemeenten komt heel wat gemeentelijk bedrijfsafval verkeerdelijk bij het grofvuil terecht. Dat gaat typisch over de opruiming van sluikstorten of materiaal van werkzaamheden” Maarten De Groof, OVAM 12

OVAM.LINK | Afval recycleren

Het aantal sigarettenpeuken (41 %) en kauwgom (15 %) zijn de grote uitschieters in de fractietelling op het vlak van aantal stuks. Als je kijkt naar het volume gaat het vooral om blikjes (22 %) en verschillende soorten voedselverpakkingen. De restcategorie van zaken als fietsonderdelen en elektronica weegt letterlijk het zwaarst door. “Dat zijn eigenlijk de verwachte resultaten”, zegt Jan Vanstockem, beleidsmedewerker Onderzoek & Monitoring bij de OVAM. “De grootste verrassing is misschien wel dat het aandeel mondmaskers vrij beperkt is. Dat is voor een stuk te verklaren door het feit dat een aantal metingen gebeurden voor de coronacrisis Wellicht speelt ook mee dat het een nieuw en beladen voorwerp is. Mondmaskers worden trouwens niet opgenomen in de kostenverdeling, omdat we ervan uitgaan dat ze een tijdelijk fenomeen zijn.”

Beleidsaanbevelingen

Sigarettenpeuken zijn de grote uitschieters in de fractietelling zwerfvuil (aantal stuks).

met daaraan gekoppeld een selectieve inzameling van luiers. We hebben bij de selectieve inzameling van matrassen gezien dat een UPV de ontwikkeling van recyclagemogelijkheden versnelt. Maar het gaat niet altijd om wetgeving. Bij pmd en bioafval is vooral sensibilisering van groot belang. De burger is er zich nog te weinig van bewust dat door verkeerd te sorteren, materialen verloren gaan voor de circulaire economie. Voor het grofvuil kijken we in de richting van opleidingen voor de parkwachters en een code van goede praktijk. De coronacrisis heeft ons bijvoorbeeld getoond dat werken met een afspraak interessant kan zijn voor recyclageparken om er makkelijker toezicht te houden.”

Behalve cijfers leveren de sorteeranalyses ook aanbevelingen op om het beleid rond grofvuil en huisvuil bij te stellen (zie kader). “Een heel belangrijke aanbeveling is de algemene invoering van selectieve inzameling van bioafval”, vertelt Goeteyn. “Dat is ook een onderdeel van de Europese Kaderrichtlijn Afvalstoffen, dus vanaf 2024 is het sowieso een verplichting voor de lidstaten. Die richtlijn zetten we nu om in concrete strategieën binnen het nieuwe Uitvoeringsplan huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval, dat eind dit jaar klaar moet zijn. We stellen ook voor om de ondergrens van de tarieven voor huisvuil en grofvuil binnen het VLAREMA aan te passen.”

Huisvuil in 2030

“Op iets langere termijn werken we aan een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) voor luiers,

De Vlaamse doelstellingen voor restafval (alles wat niet selectief ingezameld wordt, inclusief huisvuil, grofvuil en

afval uit openbare vuilnisbakken) liggen op 138 kg per inwoner tegen 2022 en 100 kg tegen 2030. “In de periode voor corona zaten we min of meer op schema”, zegt Goeteyn. “In 2019 klokten we af op 143 kg per inwoner, maar in 2020 zijn de cijfers weer gestegen tot 147 kg per inwoner. Er zijn wel indicaties dat de hoeveelheid bedrijfsafval ongeveer evenveel gedaald is. Dat zou logisch zijn als de reden ligt in de toename van telewerk, maar de cijfers zijn niet voldoende eenduidig om dat te bevestigen. Wellicht halen we de doelstelling voor 2022 dus niet, en het streefdoel voor 2030 is bijzonder uitdagend.” “Maar misschien herpakt de dalende trend zich. In de analyses zien we alleszins heel duidelijk dat het potentieel er is en de doelstellingen theoretisch zeker haalbaar zijn. We gaan er in elk geval ons uiterste best voor doen.”

“Bij het zwerfvuil is het aandeel mondmaskers verrassend beperkt. Ze worden niet opgenomen in de kostenverdeling omdat ze wellicht een tijdelijk fenomeen zijn” Jan Vanstockem, OVAM OVAM.LINK | Afval recycleren

13


DE BELEIDSAANBEVELINGEN GESORTEERD Huisvuil

• algemene invoering van de selectieve inzameling van bioafval • extra beleidsmaatregelen in de regio’s die nu al gft inzamelen: sensibilisering, aangepaste tarifering … • betere sensibilisering rond voedselverlies • extra sensibilisering rond de nieuwe pmd-verpakkingsmaterialen • uitwerken van een UPV voor luiers met daaraan gekoppeld een selectieve inzameling van luiers • sensibilisering rond herbruikbare luiers • verhoging van de ondergrens van de tarievenvork voor huisvuil • kleinere recipiënten voor huisvuil voorzien

Grofvuil

• betere afstemming tussen de tarieven van grofvuil en die van huisvuil • voor alle selectieve fracties: voldoende (niet-volle) containers op het recyclagepark voorzien • goede opleiding van de recyclageparkwachters • betere sociale controle door recyclageparkwachters • werken met een afspraak voor een betere spreiding van de bezoekers en dus een betere controle door de parkwachters • aparte inzameling van gemeentelijk bedrijfsafval

De fractietelling van zwerfvuil is in de eerste plaats bedoeld om de kosten van zwerfvuil te verdelen ­ tussen de producenten en geeft geen rechtstreekse beleidsaanbevelingen. Ze biedt wel input voor de lopende beleidsprocessen en kan worden gebruikt om de aanpak van ­Mooimakers en eventueel van handhaving scherp te stellen.

ZWERFVUIL

41,3 %

D UURZ A A M MA T E RI A L E NGE BRUI K

Zwerfvuil

aantal

gewicht

volume

* fietsonderdelen, elektronica, lucifers, stokjes van ijsjes, batterijen, piepschuim …

22,1 %

21,6 % 15,4 %

12,6 % 2,5 % 1,1 % peuken

4,1 %

4,1 % blikjes

3,9 %

restcategorie*

12,9 % 1,8 % 0,2 %

kauwgom

HUISVUIL

1,2 %

4,7 %

plastic flesjes tot 3 l

GROFVUIL

totaal = 119,2 kg per inwoner

14

49,8 kg

16,2 kg

14,1 kg

11,6 kg

5,6 kg

21,9 kg

bioafval

papier & karton

kunststoffen

hygiënisch materiaal

textiel

overige fracties

OVAM.LINK | Afval recycleren

WK WIELRENNEN: HET IS DUURZAAM AAN DE TOP

44% 26%

niet-toegelaten fracties restafval dat bij huisvuil hoort

In september 2021 vond het wereldkampioenschap wielrennen plaats in Vlaanderen. Dankzij een intense samenwerking tussen de organisatoren, (lokale) overheden, partners en sponsors en de OVAM werd het wielerfeest een model van duurzame organisatie. De website van de OVAM bundelt de inzichten nu onder het luik Groen Event, als inspiratie voor organisatoren van toekomstige events.

Bij de organisatie van het WK wielrennen waren veel partijen betrokken. Golazo en Flanders Classics vormden samen het lokale organisatiecomité (LOC) dat de wedstrijden organiseerde in vier gaststeden en een aantal parcoursgemeentes. Ook de Vlaamse overheid was betrokken via opdrachtgever Event Flanders en Sport Vlaanderen. Omdat duurzaamheid en afvalpreventie voor deze editie prioritair waren, verleende ook de OVAM haar medewerking. “De rol van de OVAM was in de eerste plaats adviseren en kennis delen”,

vertelt Lore Claes, medewerker evenementenbeleid bij de OVAM. “Al sinds 2010 werken we rond de verduurzaming van evenementen, met bijvoorbeeld de GroenEVENTscan waar destijds de GroeneVENT Award aan gekoppeld was. We begeleiden gemeenten, overheden en soms privé­ organisaties die hun afval- en materialenbeleid willen verduurzamen, maar werken ook rond andere thema’s zoals aangepaste catering, energie, water, ruimtegebruik en mobiliteit. Zo namen we voor het WK wielrennen een coördinerende rol op, onder meer als tussen­ -

persoon voor het LOC en de parcoursgemeenten.”

Primeur voor het duurzaamheidplan Opdrachtgever Event Flanders liet de duurzame insteek voor het WK van bij de start vastleggen in een beheer­ overeenkomst met het LOC. Die zette de bepalingen samen met de gast­ steden, de OVAM en Event Flanders om in een duurzaamheidsplan met veertien thema’s en een zestigtal actiepunten, gebaseerd op de Sustainable Devel­ opment Goals (SDG’s) van de Verenigde OVAM.LINK | Duurzaam materialengebruik

15


Naties. Het plan mondde onder meer uit in een duurzaamheidscharter voor alle leveranciers, standhouders en sponsors. De consultants van Deloitte kwamen ook aan boord om hun inzichten te delen over het duurzaamheidsplan. De consultants stelden een duurzaamheidsrapport op waarin ze de CO2-uitstoot van het event becijferden. Dat was een primeur voor een evenement van deze omvang. “Dat duurzaamheidsplan hebben we opgesteld in een participatief

proces met de betrokken partijen”, legt Claes uit. “Daarvoor startten we twee jaar voordien een werkgroep op. Dat was nodig om alle neuzen in dezelfde richting te krijgen, want de werkgroep bestond uit partners met verschillende organisatiestructuren, beslissingsprocedures en een andere achterban. Daar kwam de corona­ crisis nog bovenop. In het voorjaar van 2021 leek het er nog op dat er helemaal geen publiek aanwezig zou kunnen zijn, dus zijn er heel wat voorbereidingen uitgesteld.”

Afval in het vizier Preventie van afval en zwerfvuil waren twee belangrijke aandachtspunten in het duurzaamheidsplan. Een grootschalig event organiseren op het openbaar domein zorgt op dat vlak voor extra uitdagingen. “Het is totaal anders dan een gesloten terrein met één organisator die enkele standen in eigen beheer uitbaat”, legt Claes uit. “Op het openbaar domein zijn er heel wat zaken die je niet kunt controleren. Supporters komen langs meerdere plaatsen binnen. Ze brengen eten en drinken – en dus afval – van thuis mee of kunnen dat in talrijke winkels en cafés kopen. Je moet dus veel verschillende stakeholders in het proces betrekken.” Tijdens het evenement werd 24,7 ton afval ingezameld, wat overeenkomt met het jaarlijkse gemiddelde van 50 gezinnen in Vlaanderen. Volgens een van de private afvalinzamelaars van het evenement was de hoeveelheid afval relatief laag dankzij het gebruik van ongeveer 200 000 herbruikbare bekers en de inzet van 2240 vrijwilligers die de wielerfans sensibiliseerden. 29 % van het afval werd gerecycleerd. Waarom dat getal niet hoger ligt? “Het cijfer toont dat selectieve inzameling een uitdaging blijft op evenementen. Thuis en op het werk zijn we koplopers als het aankomt op selectieve inzameling en recyclage, maar buitenshuis slagen we er maar moeilijk in. Dit cijfer bevestigt voor ons de Vlaamse beleidskeuze om het gebruik van herbruikbaar cateringmateriaal op evenementen te ­stimuleren.”

Herbruikbaar materiaal Voor de nieuwe handhavers was het WK een leerschool. 16

OVAM.LINK | Duurzaam materialengebruik

Een van de speerpunten in de strategie om de hoeveelheid afval te beperken, was het inzetten van

Het wielertruitje van de kampioen werd gemaakt van vijf gerecycleerde petflessen.

­erbruikbare bekers in alle eveneh mentenzones, waaronder de VIP- en fanzones. Volgens de huidige wetgeving rond cateringmateriaal op evenementen moeten privéorganisaties werken met herbruikbare drankrecipiënten, ofwel 95 % van de geserveerde wegwerpdrankrecipiënten inzamelen voor recyclage. Overheidsinstanties zijn in elk geval verplicht om herbruikbaar materiaal in te zetten.

“Het WK zagen we vooral als een leerschool”, zegt Claes. “Voorlopig schreven de handhavers dus nog geen GAS-boetes uit, maar ze maakten overtreders wel attent op hun gedrag. Ze begeleidden ook een aantal gedetineerden die er als werkstraf voor kozen om afval op te ruimen tijdens het WK.”

Lessen verspreiden

Test voor de handhavers

Organisatoren en supporters blikken met een positief gevoel terug op het WK, maar het werk is nog niet klaar. “Het WK was een mooie oefening om events op een duurzamere manier te organiseren”, zegt Claes. “Gemeenten zijn sinds 2020 verplicht om te werken met herbruikbaar materiaal op de eigen events, maar door de corona­ crisis konden velen dat pas in 2021 voor de eerste keer ook echt doen. Het WK bevestigde dat dat lukt en dat het naast de positieve milieuimpact ook heel wat voordelen oplevert, zoals een daling van het afvalcijfer en de opruimkosten achteraf.”

Het WK wielrennen gold ook als een eerste grote test voor de zwerfvuilhandhavers, de dertig extra krachten die in het kader van het zwerfvuilcharter aangesteld en opgeleid worden. Een aantal van hen was al actief op het WK om zwerfvuil tegen te gaan.

Ondertussen is de OVAM volop bezig om de lessen en praktijkvoorbeelden van het WK toe te voegen aan de website. “Alles wat wij of het LOC samen met de deelnemende gemeenten ontwikkelden voor het WK vind je daar terug”, zegt Claes. “Het gaat onder

“De organisatie, de gaststeden en de parcoursgemeentes hebben massaal ingezet op herbruikbare bekers,” zegt Claes, “dat was nieuw op een evenement op deze schaal, op het openbaar domein, met zoveel verschillende organisaties en in zo’n korte tijd (zie kader: Het WK van de wisselbeker). Een hele uitdaging, maar de resultaten mogen er zeker zijn: het duurzaamheidsrapport toont aan dat het globale afvalcijfer een stuk lager lag dan je zou verwachten bij dit soort evenement.”

meer om briefings voor de standhouders en Green Teams, een draaiboek voor afvalophaling, aanbevelingen rond mobiliteit en een communicatieplan. Al wie aan de organisatie van een event wil beginnen, is dus welkom op groenevent.be.”

“Het duurzaamheids­ rapport toont dat het globale afvalcijfer een stuk lager lag dan verwacht bij dit soort evenement” Lore Claes, OVAM OVAM.LINK | Duurzaam materialengebruik

17


Duurzaamheid in de praktijk

HET WK VAN DE WISSELBEKER Tijdens het WK wielrennen trok Leuven de kaart van de herbruikbare bekers. In minder dan een maand tijd zette de stad een systeem op samen met de OVAM en de 21 horecazaken die in de twee grote supporterszones rond het station en in de binnenstad een buitentoog uitbaatten. “Zodra duidelijk werd dat er binnen de coronamaatregelen ruimte was voor publiek, zijn we in actie geschoten”, vertelt Bruno Vanaenroyde, diensthoofd Afvalbeheer & Openbare Netheid bij Stad Leuven. “We namen meteen contact met verschillende partners over de haalbaarheid. De bekers moesten toen zelfs nog in productie gaan, want er waren er niet genoeg. Samen met de bevoegde schepenen zijn we dan bij de horeca-uitbaters langsgegaan om het systeem voor te stellen. Daarbij hebben we sterk ingezet op ontzorging. Wij zouden de bekers leveren en nadien ophalen, en ook zorgen voor signalisatie, reiniging en logistiek. De uitbaters zouden de bekers gebruiken en een waarborg vragen.”

er uiteindelijk maar 35 600 bekers effectief gebruikt zijn.” “Om de waarborg te regelen over de verschillende uitbaters heen, lieten we 32 terminals plaatsen. Daar konden de mensen de bekers inleveren en met hun bankkaart de waarborg recupereren. Uiteindelijk keerden 3158 bekers niet meer terug. Dat is minder dan gemiddeld bij kleinere events.”

Mooie omzet, minder opruimwerk Achteraf kreeg de stad positieve reacties. “De supporters vonden de herbruikbare bekers veel aangenamer om uit te drinken,” vertelt Vanaenroyde, “en dankzij de spoelinstallaties moesten ze maar één keer een waarborg betalen.” “De uitbaters waren aanvankelijk meewarig. Vooral na al de coronaperikelen wilden ze nu omzet kunnen realiseren. Maar achteraf bleken ze erg tevreden. Sommigen kwamen al met ideeën over hoe ze het bij volgende events willen aanpakken.”

Duurzaamheid is een breed begrip, en dus werd bij het WK wielrennen aandacht besteed aan heel wat verschillende thema’s. Onder meer rond mobiliteit, inclusiviteit en gendergelijkheid waren er initiatieven. Hier volgt een greep uit het aanbod.

• De traditionele reclamekaravaan, en al het wegwerpmateriaal dat daarbij komt kijken, werd vervangen door een elektrische auto. Die reed vooruit op de koers en riep de supporters op om zwerfvuil te vermijden. • Het LOC zette in de gaststeden in totaal meer dan 2000 vrijwilligers in als sensibiliserende Green Teams. • Vrouwelijke en mannelijke atleten kregen hetzelfde prijzengeld. • 95 procent van de elektriciteit voor het evenement kwam van hernieuwbare energiebronnen. • Er werd gestreefd naar een maximale toegankelijkheid voor iedereen, inclusief gebarentaaltolken en rolstoelplatformen. • Er werden 162 waterbesparende toiletten gebruikt. • Het wielertruitje van de kampioen werd gemaakt van vijf gerecycleerde petflessen. • De podiumbloemen in de aankomststeden kwamen van een lokale plukweide. • Er zijn door het LOC meer dan 200 000 herbruikbare bekers ingezet. • Er zijn meer dan 1000 extra vuilnisbakken voor selectieve inzameling van pmd en restafval ingezet.

Mobiele reiniging en waarborgterminals Op basis van het verwachte aantal bezoekers bestelde de stad in totaal 200 000 bekers, en ook spoelinstallaties om die ter plaatse te reinigen. Vanaenroyde: “Omdat er op zoveel plaatsen activiteiten plaatsvonden, konden we niet meer voor elke buitentoog een spoelinstallatie krijgen. Daarom groepeerden we de spoeltogen en gebruikten de horecazaken ook hun eigen installatie binnen in de zaak. De leverancier had zelfs een mobiele installatie stand-by om ’s nachts bekers te wassen, als de totale stock niet zou voldoen voor de 3 WK-dagen. Maar uiteindelijk circuleerden de bekers vlot en konden ze dus meerdere keren gespoeld en hergebruikt worden. Het systeem werkte zo goed dat 18

OVAM.LINK | Duurzaam materialengebruik

“De supporters vonden de herbruikbare bekers veel aangenamer” Bruno Vanaenroyde, Stad Leuven

Geen traditionele reclame­karavaan maar een elektrische wagen

Podiumbloemen van de lokale plukweide

OVAM.LINK | Duurzaam materialengebruik

19


D U U RZA AM MATERIAL EN G EBRUIK

DE ECODESIGN AWARD GAAT NAAR OPENSTRUCTURES Op de Henry van de Velde Awards ’22 won OpenStructures in de categorie Ecodesign by OVAM. Dit platform voor ontwerpers stimuleert hergebruik aan de hand van standaardisatie en uitwisseling. Design for disassembly is een van de kernconcepten achter OpenStructures. Dat betekent dat je gebruiksvoorwerpen op zo’n manier ontwerpt dat je ze na hun eerste leven uit elkaar kunt halen om de onderdelen in andere toepassingen te hergebruiken. Daarvoor moeten die onderdelen voldoende gestandaardiseerd zijn en moeten ontwerpers ze ook weten te vinden.

Databank met principes OpenStructures biedt een databank aan waar ontwerpers eigen werk kunnen aanbieden of het werk van anderen kunnen gebruiken in nieuwe

20

OVAM.LINK | Duurzaam materialengebruik

toepassingen. Wie een ontwerp wil toevoegen, volgt een set van richtlijnen en principes. Meubels worden bijvoorbeeld niet verlijmd, zodat ze makkelijk demonteerbaar zijn. En individuele onderdelen worden ontworpen met standaardafmetingen om breed inzetbaar te zijn. “Onze droom is om een soort van label voor herbruikbaarheid en compatibiliteit te worden”, zegt Christiane Högner, een van de drijvende krachten achter OpenStructures. “Daarbinnen passen heel verschillende producten: meubels, lampen, speelgoed … maar ook workshops of een webshop

voor ontwerpen en gerecupereerde onderdelen. We zijn heel blij met het extra bereik door deze award. De kracht van OpenStructures zit in de veelheid van mensen die eraan meewerken.” Met de Henry van de Velde Awards zet ondernemersorganisatie Flanders DC Vlaamse ontwerpers, bedrijven, producten, projecten en diensten in de kijker die vanuit design een positieve impact hebben op de samenleving. De OVAM reikt als partner de Eco­design Award uit aan bedrijven en ontwerpers die zich engageren om onze producten en diensten duurzamer te maken.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
ovamlink april 2022.pdf by Vlaanderen-be - Issuu