Skip to main content

Jaarverslag_Vlor_2019_2020.pdf

Page 1

Een jaar advies en overleg voor het onderwijsbeleid Jaarverslag 2019-2020


De Vlaamse Onderwijsraad is de strategische adviesraad voor het beleidsdomein Onderwijs en Vorming. Vertegenwoordigers uit het hele onderwijslandschap en van de sociaal-economische en sociaal-culturele organisaties overleggen in de Vlor over het onderwijs- en vormingsbeleid. Op basis daarvan geeft de Vlor adviezen aan de Vlaamse minister bevoegd voor Onderwijs en Vorming en aan het Vlaams Parlement.

De foto’s in dit jaarverslag zijn gemaakt door: -

Leerlingen Audiovisuele technieken van DĂŠ Kunsthumaniora in Antwerpen

-

Studenten Grafische en Digitale Media van de Arteveldehogeschool in Gent

-

Studenten Grafische Vormgeving van KdG, Sint-Lucas in Antwerpen.

Zij stelden in opdracht van de Vlor een thematische beeldenbank samen. Op deze manier wil de Vlor jong talent uit ons onderwijs in de kijker zetten.

Verantwoordelijke uitgever: Mia Douterlungne


Woord vooraf Op 18 september 2019 trapte de Vlor het werkjaar af op zijn jaarlijkse startdag in het Vlaams Parlement. Traditiegetrouw geeft de minister van Onderwijs daar zijn vooruitblik op het onderwijsbeleid van het komende werkjaar. Op 18 september was er echter nog geen Vlaamse Regering gevormd en was het nog wachten op een nieuwe minister van Onderwijs. 30 september 2019 was het wel zo ver: de regeringsonderhandelaars rondden het regeerakkoord van de Vlaamse Regering 2019-2024 af en op 2 oktober 2019 legde Ben Weyts in het Vlaams Parlement de eed af als de nieuwe minister van Onderwijs. Een delegatie van de Vlor bracht hem nog diezelfde dag een eerste bezoek en overhandigde hem een ‘leespakket’ waarmee de kersverse minister zich kon inwerken in het onderwijsbeleid. In dat leespakket zaten onder meer het memorandum van de Vlor en de toen pas verschenen publicatie ‘Spots op onderwijs’ waarin enkele Vlaamse onderzoekers hun visie op goed onderwijs en de topprioriteiten voor het onderwijsbeleid geven.


Op 8 november 2019 diende minister Weyts zijn beleidsnota in bij Het Vlaams Parlement. Daarin gaf hij zijn beleidsprioriteiten mee voor de regeerperiode 2019-2024: • • • • •

Onderwijs van topkwaliteit met maximale leerwinst voor iedere lerende; Voldoende sterke, professionele en gemotiveerde leraren aantrekken en behouden door het beroep de waardering te geven die het verdient; Elk kind op de juiste plaats in ons onderwijs krijgen door te voorzien in de nodige begeleiding; Investeren in aangename leer- en werkplekken met voldoende capaciteit voor elke lerende; Het hoger onderwijs op topniveau houden maar grenzen stellen aan een te doorgedreven flexibilisering.

Die vijf thema’s stemmen overeen met de beleidsprioriteiten die de Vlor had geformuleerd in zijn memorandum. Toch vroeg de raad in zijn advies over de beleidsnota naar enkele essentiële aanvullingen bij die beleidsprioriteiten. Meer bepaald vroeg hij meer aandacht voor de brede persoonsvorming in onderwijs, een positief leer- en leefklimaat, een integraal gelijkekansenbeleid en levenslang en levensbreed leren. De Vlor ging aan de slag en stelde een werkprogramma op om verder te werken rond meerdere thema’s uit de beleidsnota en bracht alvast enkele strategische adviezen uit. En toen kreeg het werkjaar medio maart 2020 een wel zeer ongewone wending… De coronacrisis schudde ook de werking van de Vlor grondig door elkaar. Tot 8 juni werden de fysieke vergaderingen opgeschort. De werking van de Vlor kwam daarbij echter niet stil te liggen. Prioritaire dossiers werden verder afgewerkt via schriftelijke procedures of online vergaderingen. De Vlor bleef ook waakzaam voor de participatie van alle belanghebbenden bij het uittekenen van het kader voor onderwijs tijdens de crisis. De raad drong er verschillende keren bij de minister op aan om de Vlor te beschouwen als het aanspreekpunt waarin alle actoren in onderwijs vertegenwoordigd zijn. Aan het einde van het werkjaar kijken de onderwijspartners in de Vlor naar de beleidsmaatregelen die nodig zijn om onderwijs in de toekomst beter bestand te maken tegen crisissen zoals diegene die we hebben meegemaakt in het afgelopen werkjaar. Mia Douterlungne administrateur-generaal

Ann Verreth algemeen voorzitter


Inhoud DEEL 1: EEN JAAR ADVIES EN OVERLEG VOOR HET ONDERWIJSBELEID

8

BELEIDSPRIORITEIT 1: BREDE, AMBITIEUZE EN KWALITEITSVOLLE VORMING Eindtermen: adviserend op sleutelmomenten 1 Seminariereeks Tweede en derde graad: redelijke adviestermijn gevraagd Basisonderwijs: aanbevelingen voor ontwikkelwerk 2 Kleuteronderwijs Verkennen van vernieuwende pistes (werktitel) Nood aan duidelijkheid over de implicaties van de leerplichtverlaging Taalscreening Nederlands 3 Onderwijskwaliteit en gestandaardiseerde toetsen 4 Hoger onderwijs De grenzen van flexibilisering Transparante procedure erkenning buitenlandse diploma’s Overgang secundair hoger onderwijs: permanent aandachtspunt Internationalisering 5 Duaal leren / Arbeidsmarktgericht onderwijs Laat leren en werken niet zomaar inkantelen in duaal leren Opportuniteiten voor de Regionale Technologische Centra voor 2020-2021 Hoeveel werkplekleren in leren en werken? Duaal leren in hoger onderwijs en volwassenenonderwijs: voorbereiding van een decreet 6 Taal 7 Modernisering secundair onderwijs 8 Ongekwalificeerde uitstroom voorkomen en remediëren door samenwerking

9 9 10 11 11 11 12 12 12 13 13 13 14 14 15 15 15 16 17 17 17 18

BELEIDSPRIORITEIT 2: VOLDOENDE ONDERWIJSCAPACITEIT EN UITDAGENDE LEEROMGEVINGEN Digitale transformatie en innovatie 1 2 Afstandsleren in een stroomversnelling 3 STEM 4 Uitdagende leeromgevingen in het hoger onderwijs 5 De advisering van onderwijsaanbod en -organisatie Buitengewoon onderwijs Secundair onderwijs Duaal leren Volwassenenonderwijs 6 Afwijkingen programmatiestop deeltijds kunstonderwijs

19 19 20 21 21 21 22 22 23 24

BELEIDSPRIORITEIT 3: LEVENSLANG EN LEVENSBREED LEREN Volwasseneneducatie 1 Leercultuur verbeteren Aanbevelingen voor nieuw Platform 2 Hoger onderwijs en levenslang leren

25 25 25 25

BELEIDSPRIORITEIT 4: GELIJKE ONDERWIJSKANSEN Leerplichtonderwijs 1 Hoe kunnen overheid en onderwijsveld zich engageren voor een krachtiger GOK-beleid? Personeelsbeleid als hefboom voor democratisering hoger onderwijs

27 27 27

BELEIDSPRIORITEIT 5: INCLUSIEF ONDERWIJS Brede bevraging 1 2 Inclusie blijft ambitie

28 29


BELEIDSPRIORITEIT 6: ONDERWIJSPROFESSIONALS De leraar op school en in de samenleving 1 2 Vernieuwende participatiemethodes 3 InnoVET: Leraren professionaliseren via technologische innovatie

30 31 31

BELEIDSPRIORITEIT 7: STERKE EN PATICIPATIEVE ONDERWIJSINSTELLINGEN Onderwijs en samenleving 1 Identiteit en waardenbeleving Welbevinden en preventie van pesten Onderwijsonderzoek

32 32 33 33

KRITISCHE VOORWAARDEN Onderwijs en samenleving 1 Participatie van alle onderwijspartners, ook in crisistijden 2 Financiering van onderwijs Onderwijsbegroting Financieringsmechanisme hoger onderwijs 3 Partnerschappen met andere beleidsdomeinen Werk Welzijn Integratie en Inburgering Vinger aan de pols van het internationaal onderwijsbeleid

34 34 35 35 35 36 36 36 36 37

DEEL 2: HOE WERKT DE VLOR?

38

DE GELEDINGEN VAN DE VLOR VAST BUREAU ALGEMENE RAAD RAAD BASISONDERWIJS RAAD SECUNDAIR ONDERWIJS RAAD HOGER ONDERWIJS RAAD LEVENSLANG EN LEVENSBREED LEREN ACTIVITEITEN PUBLICATIES PERMANENT SECRETARIAAT AFKORTINGEN DE JURIDISCHE BASIS Decreet betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de samenstelling van de Vlaamse Onderwijsraad Decreet Bestuursdecreet

39 42 43 45 46 48 49 51 52 53 56 58 58 66 72

SPECIFIEKE BEVOEGDHEDEN

77


Leeswijzer Dit jaarverslag beschrijft de werking van de Vlaamse Onderwijsraad in het werkjaar 2019-2020. Deel 1 van dit jaarverslag beschrijft het werkjaar 2019-2020 van de Vlor aan de hand van de prioriteiten van het memorandum dat de Vlor uitbracht voor de nieuwe Vlaamse regering in de aanloop van de verkiezingen van mei 2019. Daarin formuleerden de onderwijspartners de prioriteiten waarin de nieuwe regering zou moeten investeren op vlak van onderwijs: • brede, ambitieuze en kwaliteitsvolle vorming • voldoende onderwijscapaciteit en uitdagende leeromgevingen • levenslang en levensbreed leren • gelijke onderwijskansen tijdens de hele onderwijsloopbaan • inclusief onderwijs • onderwijsprofessionals • sterke en participatieve onderwijsinstellingen Dat zijn ook de thema’s waarrond de Vlor zijn jaarlijks werkprogramma opstelt. Deel 2 van dit jaarverslag geeft een overzicht van de werking van de Vlor. Welke vertegenwoordigers zitten er in de Vlor? Welke adviezen brachten de raden uit afgelopen werkjaar? Wat zijn de bevoegdheden van de Vlor? Hoe werkt het secretariaat van de Vlor?

Doorheen dit jaarverslag komt u enkele quotes tegen van enkele Vlorleden over hun ervaring met de Vlorwerking.


deel 1: Een jaar advies en overleg voor het onderwijsbeleid


Beleidsprioriteit 1 BREDE, AMBITIEUZE EN KWALITEITSVOLLE VORMING 1 Eindtermen: adviserend op sleutelmomenten Het regeerakkoord en de beleidsnota Onderwijs kondigden aan dat de vernieuwing van de eindtermen verder uitgerold zal worden. Het streefdoel is om ze scherp, duidelijk en uitdagend te formuleren. De Vlor vindt het belangrijk om advies te kunnen uitbrengen bij elk sleutelmoment in de beleidsprocessen voor de eindtermen. Een breed draagvlak geven aan de ontwikkeling van eindtermen was een van de grondredenen waarom de Vlor in 1991 werd opgericht. Seminariereeks De Vlor organiseerde in afwachting van formele adviesvragen over eindtermen een seminariereeks met de titel: omzien en vooruitkijken. Die had als doel om essentiĂŤle uitgangspunten, die de ontwikkeling van eindtermen hebben gestuurd, in herinnering te brengen en na te gaan welke nieuwe uitdagingen zich aandienen. De seminaries waren bedoeld als een intern vormingsmoment voor de leden van de raden en de werkgroep eindtermen. Bij het eerste seminarie lag de focus op de globale onderwijskundige en juridische denkkaders. De tweede lichtte een tipje van de sluier op over de principes die de ontwikkeling van de eindtermen en specifieke eindtermen voor de tweede en de derde graad hebben gestuurd. Het volgende seminarie gaf een stand van zaken voor de eindtermen in het basisonderwijs. Door de Coronacrisis werd een vierde en vijfde seminarie verdaagd. De vragen over de manier waarop de onderwijsdoelen voor leerlingen met specifieke noden vorm moeten krijgen, worden opgenomen in de aanloop van een advies op eigen initiatief hierover. In de loop van het volgende schooljaar wordt nagegaan hoe een seminarie over de opvolging van de studeerbaarheid van de nieuwe eindtermen beter kan worden gemonitord. De vraag welke basisinformatie daarvoor noodzakelijk is, zal dan centraal staan. In afwachting van de adviesvragen, bereidde de Vlor op deze manier de adviezen voor over de eindtermen in het basisonderwijs, over de onderwijsdoelen voor leerlingen met specifieke noden en over de eindtermen en specifieke eindtermen in de tweede en de derde graad van het secundair onderwijs.

9


Jaarverslag 2019-2020| deel 1: Een jaar advies en overleg voor het onderwijsbeleid

“Het GO! koos ‘Samen leren samenleven’ als baseline om de kern van zijn pedagogisch project voor iedereen duidelijk te maken. Het is met die basisfilosofie dat we de andere onderwijspartners in de VLOR tegemoet treden, meer bepaald om via een gezamenlijke zoektocht naar wat ons bindt, een zo krachtig mogelijk adviesorgaan voor het beleid te zijn.” Raymonda Verdyck, afgevaardigd bestuurder GO!

Tweede en derde graad: balans tussen ambitie en haalbaarheid Op 27 augustus bracht de Vlor samen met de SERV advies uit over de eindtermen voor de 2de en de 3de graad van het secundair onderwijs. Dat was een andere werkwijze dan voor de eerste graad toen de Vlor en de SERV afzonderlijk advies uitbrachten. Zij organiseerden, op aanraden van de regering, ook een overleg met experten uit de ontwikkelcommissies en de valideringscommissie. De onderwijspartners, de sociale partners en de wetenschappelijke en ervaringsdeskundigen kregen er de kans om hun argumenten en visies uit te wisselen. De Vlor en de SERV delen enkele belangrijke aandachtspunten. Zo vinden ze in de eerste plaats dat het proces om eindtermen te ontwikkelen beter kan en dat adviesraden eerder in het proces een rol moeten spelen. Alle leerlingen hebben recht op een evenwichtig, ambitieus en haalbaar vormingspakket met basisvorming en specifieke eindtermen die voorbereiden op het hoger onderwijs en/of de arbeidsmarkt. Er is ook absoluut nood aan een goede monitoring van de effecten van de nieuwe eindtermen: haalbaarheid en ambitie, effect op doorstroming naar het hoger onderwijs en de inzetbaarheid op de arbeidsmarkt, maar ook de effecten voor leraren. Er is bij beide raden ook een gedeelde zorg over de implementatievoorwaarden voor de nieuwe eindtermen. De raden hebben een verschillende opinie over de mate waarin de regering nu nog kan of moet ingaan op de insteken van de experten. Daar waar de SERV ervoor pleit dat de Vlaamse Regering deze voorstellen maximaal realiseert, pleit de Vlor eerder voor een kritische afweging. De Vlor onderschrijft zeker het belang van ambitieuze doelen, maar is bezorgd over de balans tussen ambitie en haalbaarheid. De raad vreest voor een substantiële verzwaring van de studielast in meerdere studierichtingen. Hij is van mening dat de eindtermen die nu voorliggen geen minimumdoelen zijn, niet beperkt in aantal noch sober geformuleerd. Toch doet de raad de aanbeveling om te zoeken naar valabele alternatieven mits die tegemoet komen aan de zorg voor haalbaarheid. Zo zou er ruimte kunnen worden gemaakt om te werken aan eindtermen over neokolonialisatie en imperialisme en over de complexe relatie tussen verleden, heden en toekomst. Als STEM op analoge wijze prioriteiten stelt binnen de eindtermen, adviseert de Vlor om ook die positief te beoordelen. Een effectief en gedragen onderwijsbeleid kan niet zonder afgewogen feedback op de besluitvorming. In meerdere dossiers, zoals de nieuwe eindtermen, is de inbreng van de VLOR daarbij cruciaal. Lieven Boeve, directeur-generaal van Katholiek Onderwijs Vlaanderen

10


Basisonderwijs: aanbevelingen voor ontwikkelwerk In september 2020 wordt gestart met de ontwikkeling van nieuwe eindtermen en ontwikkelingsdoelen voor het basisonderwijs. Om mee richting te geven, bracht de Vlor op 10 juni 2020 op eigen initiatief een advies uit met breed gedragen voorstellen voor dat ontwikkelwerk. Voor dit advies baseert de raad zich op wetenschappelijke inzichten en concrete zorgen vanuit het veld. Externe deskundigen werden geraadpleegd (zie seminariereeks). Het advies bouwt ook verder op een gedeelde visie over een sterk basisonderwijs (zie advies over de krachtlijnen voor een sterk basisonderwijs). Ook is er rekening gehouden met de vertaling die het kaderdecreet over de onderwijsdoelen gekend heeft in het secundair onderwijs. Met dit advies geven alle betrokken onderwijspartners een stevige aanzet voor het vernieuwen van de onderwijsdoelen in het basisonderwijs. De Vlor wil in dit dossier een trekkende rol opnemen. Dat deelde de Vlor ook mee in een brief aan de minister op 19 februari 2020 n.a.v. enkele ontwikkelingen in het kader van Onderwijsdecreet XXX. De Vlor was waakzaam over een voorafname op het debat over de nieuwe onderwijsdoelen in het basisonderwijs via een verzameldecreet. Bij de start van het nieuwe werkjaar wil de raad een constructieve dialoog aangaan over zijn advies met AHOVOKS, het kabinet en de commissie Onderwijs van het Vlaams Parlement.

2 Kleuteronderwijs Verkennen van vernieuwende pistes (werktitel) Er beweegt beleidsmatig veel rond het kleuteronderwijs. De leerplicht is verlaagd naar vijf jaar, er komt een taalscreening aan en de ontwikkelingsdoelen worden vernieuwd. Het debat over het potentieel van de kleuterschool in functie van gelijke onderwijskansen leeft ook op. Er is vanuit verschillende hoeken (ideologisch en wetenschappelijk) veel aandacht voor het onderwijs aan het jonge kind. De Vlor wil het thema ‘onderwijs aan het jonge kind’ vastpakken en de tijd nemen om vernieuwende pistes te verkennen door verschillende externe experten hierover aan het werk te zetten. Op het einde van het werkjaar heeft de raad daarom een strategische verkenning over het thema opgestart.

‘De kracht van de raad basisonderwijs: alle vertegenwoordigers vinden mekaar in hun ultieme droom rond sterk kwalitatief basisonderwijs. Vanuit dat streven verrijken we mekaars inbreng en geven we wetenschappelijk onderbouwde adviezen. Als voorzitter kan ik daar alleen trots op zijn.’ Anne Verhoeven, voorzitter Raad Basisonderwijs

11


Jaarverslag 2019-2020| deel 1: Een jaar advies en overleg voor het onderwijsbeleid

Nood aan duidelijkheid over de implicaties van de leerplichtverlaging Vanaf 1 september 2020 wordt de leerplicht verlaagd naar vijf jaar. In de beleidsnota lazen we dat die (federale) maatregel nog verder zou worden geconcretiseerd naar de praktijk van het Vlaamse onderwijs. Op 15 januari 2020 bracht de Vlor een advies op eigen initiatief uit waarin hij aankaartte dat er na een half jaar sinds de invoering nog geen duidelijkheid was over de belangrijkste gevolgen van die leerplichtverlaging. Na het uitbrengen van dit advies kwamen er aanvullingen in Onderwijsdecreet XXX die de verdere contouren van de leerplichtverlaging duidelijk maakten. Taalscreening Nederlands Op 11 maart 2020 organiseerde de raad een thema-bespreking over taalontwikkeling bij kleuters in relatie tot het introduceren van een beheersingsniveau Nederlands. De leden gingen in gesprek met een aantal experten om zich te informeren vanuit wetenschappelijk onderzoek en te bekijken of en onder welke voorwaarden dit een goede maatregel kan zijn. Elke Peters (Taal en Onderwijs KU Leuven), Esli Struys (Toegepaste Taalkunde VUB) en Helena Taelman (Odisee Hogeschool) leverden een bijdrage. Met deze thema-bespreking speelde de raad in op beleidsbesprekingen die in de context van Onderwijsdecreet XXX gevoerd werden. Uiteindelijk werd het voorstel om de taalscreening te koppelen aan een minimaal beheersingsniveau Nederlands – als toelatingsvoorwaarde voor het lager onderwijs – niet in de definitieve teksten weerhouden. De raad wil het komende werkjaar verder werken rond dit thema en plant een advies op eigen initiatief over de taalscreening en het daaraan gekoppelde taalintegratietraject Nederlands bij kleuters.

3 Onderwijskwaliteit en gestandaardiseerde toetsen De Vlor heeft de voorbije jaren diverse adviezen uitgebracht over onderwijskwaliteit en hoe gevalideerde toetsen basisonderwijs, peilingen en internationaal vergelijkend onderwijsonderzoek (zoals PIRLS en PISA) een hefboom voor kwaliteit kunnen zijn. In de beleidsnota is sprake van het invoeren van gevalideerde, gestandaardiseerde en genormeerde proeven om leerwinst in kaart te brengen. In juli 2020 verscheen de oproep voor een Steunpunt ‘Ontwikkeling van gestandaardiseerde, genormeerde en gevalideerde net- en koepeloverschrijdende toetsen in Vlaanderen’ dat in de plaats komt van het Steunpunt ‘Toetsontwikkeling en Peilingen’. De Vlor volgt die ontwikkelingen met bijzondere aandacht op. De raad kijkt ook uit naar de resultaten van de ‘haalbaarheidsstudie centrale toetsen Vlaams onderwijs’ die de overheid financiert en die begin 2021 verwacht worden.

12


De Vlor is voor OVSG de stem van het brede onderwijsveld. Adviezen dragen bij tot betere besluitvorming, overleg brengt ideeën en standpunten dichter bij elkaar en probleemverkenningen zorgen voor zout en peper bij de strategische onderwijsdebatten. Patriek Delbaere, algemeen directeur OVSG

4 Hoger onderwijs De grenzen van flexibilisering De beleidsnota Onderwijs kondigde een aantal maatregelen aan om de doorstroom in het hoger onderwijs te verbeteren en te bekijken of de flexibilisering niet moet ingedijkt worden. De Vlor heeft zich steeds een groot voorstander getoond van meer flexibele leerwegen in het hoger onderwijs. Die bieden immers heel wat kansen om meer studenten aan te trekken naar het hoger onderwijs. Maar de vraag vandaag is of dat ook effectief zo is. Bovendien leven er, nu de flexibilisering een aantal jaar gelopen heeft, ook binnen de Vlor wel een aantal bezorgdheden. Op basis van casuïstiek kan men de indruk krijgen dat de flexibilisering negatieve gevolgen heeft voor sociale integratie van de student, de doorstroom, het studierendement en/of de studieduur, de kosten en administratieve belasting van de instelling. Afgelopen werkjaar onderzocht de Vlor of dat inderdaad het geval is en welke data dat kunnen staven. Op het einde van dit werkjaar bracht de Vlor zijn advies uit. Uit de data die de overheid en enkele grote instellingen aanleverden, blijkt dat het beeld van de flexibilisering die tegen zijn grenzen aanbotst en volledig is doorgeslagen, niet bevestigd wordt. Wel staat vast dat het hoger onderwijs meer diploma’s aflevert, maar dat de studieduur verlengt. Dat betekent op de korte termijn een meerkost, maar op de lange termijn een investering. De Vlor geeft in het advies een aantal aanbevelingen mee om het studierendement nog te verbeteren. Transparante procedure erkenning buitenlandse diploma’s In haar regeerakkoord stelde de Vlaamse regering een performantere erkenningsprocedure van buitenlandse diploma’s voorop. Dat is al langer een aandachtspunt voor de Vlor. Enkele jaren geleden hervormde de overheid de procedure nadat de Vlor daar op had aangedrongen. In een nieuw advies ging de Vlor dit werkjaar na op welke punten de procedure nog verbeterd kan worden. “Het mooie aan onze participatie vanuit VLIR in Vlor is dat de meerwaarde in twee richtingen te vinden is. We kunnen als VLIR-deelnemer meeschrijven aan de adviezen en daarbij de aandachtspunten en bekommernissen vanuit de universitaire context meegeven. Tegelijkertijd zijn de overlegmomenten door de brede vertegenwoordiging en de vele partners uit het ganse onderwijsveld bijzonder leerrijk en halen we er zelf ook veel inspiratie uit. Een vruchtbare en aangename samenwerking!” prof. dr. Ann De Schepper, vicerector Onderwijs, Universiteit Antwerpen, VLIR-vertegenwoordiger in de Algemene Raad van de Vlor

13


Jaarverslag 2019-2020| deel 1: Een jaar advies en overleg voor het onderwijsbeleid

Overgang secundair hoger onderwijs: permanent aandachtspunt De beleidsnota Onderwijs zet in op het versterken van de studie-efficiëntie in het hoger onderwijs. Omdat een vlotte overgang van het secundair naar het hoger onderwijs daarbij cruciaal is, organiseert de Vlor een structureel overleg tussen partners van het secundair en hoger onderwijs. Het overlegplatform herbekeek het voorbije jaar zijn opdracht. Een nieuwe actielijn, aansluitend bij de beleidsnota Onderwijs, staat in de startblokken. Het overlegplatform zal onderzoeken hoe de verschillende instrumenten in de overgang van secundair naar hoger onderwijs (Columbus, klassenraden, schoolresultaten, ijkingstoetsen, instaptoetsen, toelatingsproeven, schakeljaar, naamloos jaar) precies gepositioneerd kunnen worden en op elkaar kunnen worden afgestemd binnen een visie op onderwijsloopbaanbegeleiding. Als klankbordgroep volgde het overlegplatform het voorbije jaar opnieuw de ontwikkelingen van het exploratie-instrument Columbus op. Het draaiboek voor scholen secundair onderwijs werd op verschillende momenten geactualiseerd op basis van de ervaringen van scholen en de ontwikkelingen van het instrument. N.a.v. de coronacrisis gingen de leden van het overlegplatform in gesprek over de impact van de maatregelen op de overgang van het secundair naar het hoger onderwijs. Ze inventariseerden de gevolgen en wisselden uit hoe ze de opstart van het volgende school- en academiejaar zien. “Traag maar ver”. Adviezen in de Vlor worden grondig voorbereid in werkgroepen met bronnenonderzoek, voorbereidende seminaries, het uitnodigen van externe sprekers, het opmaken van ontwerpadviezen, … Dit vraagt tijd maar resulteert in gedegen adviezen. Deze manier van werken gaat voorbij aan “de waan van de dag” en sluit aan bij de professionaliteit van OKO: een professionaliteit die geworteld is in engagement. Dit verloopt bij wijlen traag, maar “het kan een steen verleggen in de rivier op aarde” (naar Bram Vermeulen). Kris Denys, stafmedewerker OKO

Internationalisering Als Vlaamse hogeronderwijsinstellingen een voortrekkersrol willen blijven spelen in het ontwikkelen van kennis en als ze hun studenten willen voorbereiden op hun professioneel en persoonlijk functioneren in een steeds meer globale en multiculturele samenleving, moeten zij verder blijven internationaliseren. De internationalisering van het hoger onderwijs blijft dan ook een belangrijke beleidslijn voor de Vlor. De raad volgt het Bolognaproces op de voet, nog steeds een van de belangrijkste stimulansen voor internationalisering. Hij bracht in het najaar van 2019 een advies uit over het

14


Bologna-implementatierapport waarin de Europese ministers een bilan opmaakten van de verwezenlijking van de Bolognaprioriteiten in de verschillende lidstaten.

5 Duaal leren / Arbeidsmarktgericht onderwijs Vanuit de programmatieaanvragen voor duaal leren in het gewoon secundair onderwijs stelde de Vlor een opmerkelijke stijging vast van het aantal aanvragen voor het volgende schooljaar (Ie ook beleidsprioriteit 2) De raad is tevreden met de grote interesse voor duaal leren bij heel wat scholen en centra. Hij merkt wel op dat de stijging in aantal structuuronderdelen verhoudingsgewijs niet wordt gevolgd door het aantal ingeschreven leerlingen in duale trajecten. Daarom vindt de Vlor het belangrijk dat zoveel mogelijk scholen de kans krijgen om duaal leren uit te bouwen, de duale trajecten langzaam te laten groeien en verder in te zetten op de kwaliteit en bekendheid van duaal leren en de ondersteuning voor bedrijven. Laat leren en werken niet zomaar inkantelen in duaal leren De onderwijspartners zijn al langer bezorgd dat de huidige doelgroep van leren en werken zijn plaats niet zal vinden in het nieuwe stelsel van duaal leren. Bij het begin van het werkjaar bracht de Vlor een nieuw advies uit waarin hij die boodschap opnieuw verwoordde naar de nieuwe beleidsploeg en vroeg om leren en werken en duaal leren te zien als bouwstenen voor complementair aanbod van leerwegen waarin alle leerlingen een onderwijskwalificerend traject kunnen volgen. De SERV adviseerde in diezelfde periode om werk te maken van een beroepskwalificerende leerweg voor (leerplichtige) jongeren. Dat advies werd toegelicht aan de leden van de Vlor. Om de doelgroepen van leren en werken beter in kaart te brengen, had de Vlor de beleidsmakers uitgenodigd voor een dialoog over de toekomst van leren en werken. Omwille van het opschorten van bijeenkomsten naar aanleiding van de coronacrisis, werd de beleidsdag afgelast. Toch misten het advies en de geplande dialoog hun effect niet: het resulteerde in overleg tussen het kabinet Onderwijs en de onderwijsverstrekkers over de voorwaarden om leren en werken te laten inkantelen in duaal leren, waarvan in de tweede helft van 2020 het resultaat verwacht wordt. De Vlor zal zich daarover beraden. De Vlor toonde zich ook bezorgd over de geplande opheffing van SYNTRA Vlaanderen, het Agentschap voor Ondernemersvorming. In zijn advies over het voorontwerp van decreet daarover, kaartte de raad meer bepaald de overheveling van de trajectbegeleiding naar VDAB aan. Hij drukte zijn vrees uit voor een visie en werking vanuit het oogpunt van de arbeidsmarkt zonder rekening te houden met de noden van onderwijs en de belangen van lerenden. Ook dit advies miste zijn effect niet en de regie werd daarop meer bij het Vlaams Partnerschap Duaal Leren gelegd. Opportuniteiten voor de Regionale Technologische Centra (RTC) voor 2020-2021 Jaarlijks geeft de Vlor input over de jaaractieplannen van de RTC en opportuniteiten voor het volgende werkjaar. Aangezien de RTC dit jaar op zeer korte termijn een nieuwe beheersovereenkomst moesten opstellen, maakte de Vlor een onderscheid tussen de

15


Jaarverslag 2019-2020| deel 1: Een jaar advies en overleg voor het onderwijsbeleid

opportuniteiten op korte termijn, rekening houdend met de haalbaarheid ervan en de opportuniteiten in aanloop naar een nieuwe beheersovereenkomst binnen 2 jaar. Op dat moment is het zeker nuttig om hun profiel te bepalen en een organisatiemodel uit te werken met een focus op gelijkgerichtheid en samenwerking op langere termijn. Op korte termijn houdt de Vlor vast aan de transitieprioriteiten op lange termijn (Circulaire economie, Slim wonen en leven, Industrie 4.0, Levenslang leren en dynamische levensloopbaan, Zorg en welzijn 4.0, Vlot en veilig mobiliteitssysteem en Energietransitie), raadt hij aan om in te zetten op samenwerking met ondernemingen en andere partners en om in te zetten op hun rol als facilitator qua competenties die niet op de werkplek gerealiseerd

kunnen worden, de duurzame implementatie van projecten en het stroomlijnen van afstandsleren tussen de verschillende partners. Hoeveel werkplekleren in leren en werken? De coronacrisis leidde er ook toe dat veel opleidingen en leerlingen in moeilijkheden komen met het minimumaantal te presteren uren op de werkplek voor de zorgopleidingen in het deeltijds beroepsonderwijs (dbso). Dat heeft geleid tot een fundamentelere vraagstelling over het aantal te presteren uren op de werkplek. Het minimumaantal uren alternerend werkplekleren staat beschreven in de opleidingskaarten. Die kaarten bevatten de competenties die moeten verworven worden om het certificaat van de opleiding te behalen. Ze beschrijven ook de kwalificatie en bevatten een lijst met referenties waarop de competenties gebaseerd zijn. Het is decretaal bepaald dat de Vlor die opleidingskaarten voor de lineaire dbso-opleidingen van de zorgberoepen adviseert.

16


Voor het schooljaar 2019-2020 is beslist dat, wanneer de leerlingen over alle competenties beschikken, het niet noodzakelijk is om die uren nog te presteren om een certificaat of kwalificatie te behalen. In zijn advies over de opleidingskaarten voor de dbso-opleidingen van de zorgberoepen op 11 juni 2020, raadt de Vlor de overheid aan om dat door te trekken naar het schooljaar 2020-2021. De kans is immers groot dat er dan nog een doorwerking zal zijn van de coronacrisis. De raad bereidt zich voor om in de loop van het werkjaar 2020-2021 een advies uit te brengen voor de schooljaren daarna, rekening houdend met de toekomst van leren en werken en de timing daarvan. Duaal leren in hoger onderwijs en volwassenenonderwijs: voorbereiding van een decreet Conform het regeerakkoord zetten de ministers van Onderwijs en van Werk stappen om het duaal leren ook ingang te doen vinden in het hoger onderwijs en het volwassenenonderwijs. Ter voorbereiding van een decreet daarover, dacht de Vlor samen met de SERV en de overheid na over de mogelijke doelstellingen van duaal leren in deze onderwijsniveaus, de eventuele drempels en de manier waarop duaal leren daar vorm kan krijgen. De verschillende partijen namen daarbij nog geen standpunten in, maar beantwoordden de vragen van de overheid en spraken af om de dialoog aan te houden over het thema.

6 Taal Uit de beleidsnota Onderwijs blijkt een zeer grote zorg voor een kwaliteitsverbetering van het Nederlands in het onderwijs. De Vlor diept het thema verder uit door in dialoog te gaan met een aantal experten en zich vanuit wetenschappelijk onderzoek grondig te laten informeren over concrete mogelijkheden en bijhorende voorwaarden. Om in te spelen op de nood aan vakdidactische kennis over een eigentijdse, effectieve aanpak van begrijpend lezen, liet de Vlor vorig werkjaar een praktijkgerichte literatuurstudie maken. Die stelt een leesdidactiek voor met ‘Sleutels voor effectief begrijpend lezen’ opdat alle leerlingen meer vaardige lezers kunnen worden in het digitale tijdperk. De sleutels werden via diverse kanalen voorgesteld aan het brede onderwijsveld, o.a. via een seminarie ‘Talenonderwijs in het basisonderwijs’ voor pedagogische begeleidingsdiensten, lerarenopleiders en inspecteurs op 5 november 2019. De pedagogische begeleidingsdiensten vertaalden de sleutels in hun handreikingen voor scholen en ze vormen ook inspiratie voor de prioritaire nascholingstrajecten over begrijpend lezen die vanaf september 2020 van start gaan. Ze werden ook meegenomen in het valorisatietraject van de peiling Nederlands 2018 en in het actieplan van de Taalraad (Taalunie) over begrijpend lezen.

7 Modernisering secundair onderwijs De Vlor volgt de uitrol van de modernisering van het secundair onderwijs van nabij op. De komende jaren, wanneer het vernieuwde aanbod en de nieuwe eindtermen ook in de tweede en derde graad ingang vinden, verwachten we wijzigende leerlingenstromen, zeker in het arbeidsmarktgerichte onderwijs. De Vlor blijft die evoluties opvolgen en zal via zijn advieswerk de bezorgdheden signaleren aan het beleid en maatregelen vragen. Via het grote aantal

17


Jaarverslag 2019-2020| deel 1: Een jaar advies en overleg voor het onderwijsbeleid

programmatieaanvragen ( zie ook beleidsprioriteit 2, punt 5) zien we ook dat scholen zich volop voorbereiden op de modernisering. De commissie voor onderwijs aan lerenden voor specifieke noden blijft ook benadrukken dat er dringend werk moet worden gemaakt van een toekomstgerichte visie op het buitengewoon secundair onderwijs in relatie met de modernisering van het gewoon secundair onderwijs.

8 Ongekwalificeerde uitstroom voorkomen en remediëren door samenwerking Via seminaries en een stageonderzoek heeft de Vlor de mogelijkheden verkend voor de samenwerking tussen secundair onderwijs, tweedekansonderwijs en de examencommissie secundair onderwijs. Meer en betere samenwerking en afstemming tussen die drie aanbieders van trajecten die naar een diploma secundair onderwijs leiden, kan bijdragen aan het verminderen van ongekwalificeerd schoolverlaten. De bevindingen uit de seminaries en de stageopdracht worden vertaald naar een advies over hoe trajecten op maat van lerenden schooluitval kunnen helpen voorkomen en ongekwalificeerde uitstroom kunnen verhelpen. Concreet gaat het om een zoektocht naar synergie tussen het secundair onderwijs, het tweedekansonderwijs en de examencommissie secundair onderwijs. Het advies wordt uitgebracht bij het begin van het volgende werkjaar.

“De mening en ervaring van een directeur, een school of een gemeentebestuur krijgen via de OVSGmedewerkers draagvlak bij de vele onderwijspartners van de Vlor. Dat leidt tot een advies gericht aan de minister en het Vlaams parlement met als doel dat dit vertaald wordt in beleidsinitiatieven, investeringen of nieuwe regelgeving.” Bruno Sagaert, directeur koepelwerking OVSG

Beleidsprioriteit 2 Voldoende onderwijscapaciteit en uitdagende leeromgevingen In zijn memorandum spoorde de Vlor de volgende regering aan om niet alleen de gedane inspanningen vol te houden, maar om ze ook te intensifiëren, mede gelet op de te verwachten toenemende instroom in het secundair onderwijs. Daartoe zal er een nog meer ambitieuze strategische planning nodig zijn op grond van prioriteiten. Er moet creatief worden gezocht naar verschillende kanalen om meer middelen te genereren uit publieke en semipublieke bronnen, bijvoorbeeld vanuit Europese middelen of vanuit een transversaal investeringspact. Om dat te kunnen doen, is er een becijferde behoeftenstudie nodig, gebaseerd op verschillende parameters (vernieuwbouw, modernisering, leeromgevingen die inspelen op nieuwe noden) naar de reële noden aan onderwijsinfrastructuur.

18


De Vlor vraagt ook dat bij de modernisering van schoolgebouwen actief wordt gewerkt aan vernieuwende leeromgevingen (didactisch materiaal, veiligheid en welbevinden van leerlingen, ICT, aandachtstimulerende infrastructuur). Digitalisering is daar een onderdeel van, maar niet het enige. De Vlor vestigde in een formele brief van 2 juli 2020 gericht aan de minister van Onderwijs de aandacht op het Europees herstelfonds. Om bij te dragen tot de renovatie van openbare gebouwen, waaronder schoolgebouwen, wil de Europese Commissie via regelgeving en financiële steun het jaarlijkse renovatiepercentage van het bestaande gebouwenbestand ten minste verdubbelen en de duurzaamheid ervan verhogen. De raad verwijst in dat verband naar zijn memorandum dat pleitte voor een proactieve verkenning van alternatieve publieke investeringsmiddelen voor onderwijs, onder meer vanuit de Europese Unie. De Vlor vraagt ook om actief een oplossing te zoeken voor de drempels die momenteel verankerd zitten in het bestaande financieringsmechanisme van onderwijsinstellingen en die hen momenteel beletten mee te dingen in de Europese calls.

1 Digitale transformatie en innovatie Onder de vlag ‘School of the Future’ deed de Vlor in juni 2019 samen met het Vlaams Werkgeversplatform een oproep aan de nieuwe Vlaamse regering om te investeren in kwalitatief onderwijs in een wijzigende context. Binnen de Vlor is ondertussen een werkgroep aan de slag, samengesteld uit onderwijs- en arbeidsmarktpartners. De werkgroep bereidt een projectoproep voor die scholen moet aanzetten tot duurzame en opschaalbare digitale innovatieprojecten, waarin de mogelijkheden en de grenzen van digitale transformaties op schoolniveau worden verkend en waar ook andere scholen uit kunnen leren. Via de werkgroep Digitaliseringsagenda houdt de Vlor de vinger aan de pols wat betreft digitalisering in onderwijs en werken ze onder andere samen met Idea Consult, die het rapport ‘Digitalisering in het onderwijs’ uitbracht, en ILearn, die een project uitwerken rond digitaal, gepersonaliseerd leren. “ De afgelopen maanden maakte het onderwijs een grote stap op het vlak van digitalisering. Dat is goed. Het is een verrijking van de onderwijspraktijk. Ook in digitaal onderwijs blijft de belangrijkste schakel die tussen leerling en leraar. Voor het COV is de leraar als professional eigenaar van het onderwijsproces. We moeten met alle partners nadenken over de mogelijkheden, de voorwaarden en de bezorgdheden!” Marianne Coopman, Algemeen secretaris COV

2 Afstandsleren in een stroomversnelling Sinds vorig werkjaar coördineert de Vlor het InnoVET-project dat tso- en bso-leraren moet professionaliseren via technologische innovatie (zie ook beleidsprioriteit 6, punt 3). Naar aanleiding van de coronacrisis werden vanuit het project vroegtijdig enkele interessante voorbeelden ontsloten waarmee leraren hun leerlingen technische vaardigheden kunnen aanleren via afstandsleren. De Vlor ontwikkelde hiervoor, samen met KlasCement, een deelwebsite. De huidige leermiddelen op de site zijn grotendeels bestaand lesmateriaal voor

19


Jaarverslag 2019-2020| deel 1: Een jaar advies en overleg voor het onderwijsbeleid

bso en tso. In het najaar worden die aangevuld met de innovatieve eindresultaten van InnoVET, waaronder e-learnings en videotutorials, die een meerwaarde voor afstandsonderwijs kunnen zijn. Ook zal de diversiteit van de projecten en hun beoogde leermiddelen er voorgesteld worden met video-opnames.

3 STEM Met het einde van het huidige STEM-actieplan in zicht, gaf de Vlor in juni 2019 zijn aanbevelingen voor het STEM-actieplan 2020-2030. In dat advies pleit hij voor een STEMactieplan dat inzet op twee sporen: STEM-geletterdheid voor alle burgers en STEM-specialisatie voor toekomstige werknemers in STEM-beroepen. STEM-acties mogen dus niet enkel gericht zijn op meer instroom in STEM-opleidingen om zo tegemoet te komen aan de noden van de arbeidsmarkt. Ze moeten breder gaan. De Vlor volgt de ontwikkelingen richting een opvolger van het aflopende actieplan op de voet, neemt ze mee in relevante dossiers op de verschillende onderwijsniveaus, en blijft zijn rol opnemen in de STEM-stuurgroep. De Vlor actualiseert regelmatig het reflectie-instrument www.stemopschool.be. Dit reflectieinstrument stimuleert leraren en scholen om over hun eigen STEM-onderwijs te reflecteren, het verder te ontwikkelen en indien nodig bij te sturen. Het spoort aan om na te denken over een goed en gedragen STEM-beleid op school. Het instrument kan ook gebruikt worden bij het opleiden, nascholen en begeleiden van leraren.

20


4 Uitdagende leeromgevingen in het hoger onderwijs De Vlor richtte een overlegplatform Activerend Leren Hoger Onderwijs op naar aanleiding van het advies studentgecentreerde curricula (2018) en de workshop activerend leren van 30 april 2019. Deelnemers merkten toen op dat het gesprek rond activerend leren te weinig levendig werd gehouden. Veel instellingen werken rond activerend leren, maar er is onvoldoende uitwisseling. Ook de contacten met de overheid zijn belangrijk. De overheid moet instellingen in staat stellen om de werking rond activerende werkvormen blijvend te optimaliseren. Het overlegplatform bereidt een digitaal seminarie voor.

5 De advisering van onderwijsaanbod en -organisatie Omwille van zijn unieke samenstelling maken onder meer alle onderwijsverstrekkers deel uit van de Vlor. Om die reden gaf de decreetgever de opdracht aan de Vlor om te overleggen en advies te verlenen over nieuw en bijkomend onderwijsaanbod in de verschillende onderwijsniveaus (zie bijlage: specifieke bevoegdheden) De onderwijsverstrekkers overleggen eerst onderling over de oprichting van nieuw en bijkomend aanbod. In de uiteindelijke adviesverlening worden ook de andere stakeholders binnen de Vlor betrokken.

Het verbaast mij telkens opnieuw om te ervaren hoe de VLOR-medewerkers complexe dossiers transparant kunnen samenvatten en coherente werkteksten kunnen produceren na soms wel chaotische werkgroepvergaderingen. Zij zijn de drijvende kracht van de organisatie. Luc Coppieters, Provinciaal Onderwijs Vlaanderen

Buitengewoon onderwijs Als gevolg van het M-decreet is de bevoegdheid van de Vlor voor overleg en advies over nieuw en bijkomend onderwijsaanbod uitgebreid met de programmatieaanvragen in het buitengewoon onderwijs. Voor het nieuwe schooljaar 2020-2021 formuleerde de Vlor dit werkjaar een advies over 3 programmatieaanvragen in het buitengewoon basisonderwijs waarvan 1 voor de oprichting van een nieuw type in een bestaande school en 2 voor een type in een nieuwe op te richten school. De raad gaf ook advies over 277 dossiers met programmatieaanvragen voor het buitengewoon secundair onderwijs, waarvan 4 voor de oprichting van een nieuw type in een bestaande structuur, 1 voor de oprichting van een nieuwe opleidingsvorm, 2 voor de oprichting van een nieuwe school en 270 voor de programmatie van een niet-duale opleiding in opleidingsvorm 3. De grote stijging van het aantal aanvragen was daarbij opvallend. Omwille van de onzekere beleidscontext deden sommige scholen een aanvraag voor een breed palet aan opleidingen, onder meer omdat het regeerakkoord heeft aangegeven dat de matrix voor het aanbod in het secundair onderwijs zal worden herzien. Bovendien zijn de opleidingen voor OV 3 in die matrix zeer smal geformuleerd. De Vlor dringt er dan ook op aan om de

21


Jaarverslag 2019-2020| deel 1: Een jaar advies en overleg voor het onderwijsbeleid

opleidingsstructuur van opleidingsvorm 3 en 4 op een meer toekomstgerichte manier te integreren in een vernieuwde matrix. Secundair onderwijs De Vlor bracht zijn advies uit over 253 aanvragen voor nieuwe studierichtingen in de tweede en derde graad van het gewoon secundair onderwijs. Scholen willen die richtingen programmeren om hun leerlingen van de tweede of derde graad de mogelijkheid te bieden hun opleiding te vervolledigen of om zich voor te bereiden op de modernisering. De stijging van het aantal aanvragen in die tweede categorie toont aan dat scholen zich toekomstgericht willen profileren met een duidelijk aanbod, rekening houdend met hun huidige en beoogde leerlingeninstroom, de inplanting in het onderwijslandschap en de regionale context. De raad gaf ook advies over 219 aanvragen voor de programmatie van niche-basisopties in het tweede leerjaar A of B van het secundair onderwijs. Daar start op 1 september 2020 de modernisering. Het gaat om de keuzegedeeltes van vijf lesuren naast het basispakket, die leerlingen moet toelaten zich te oriënteren en een bewustere keuze te maken voor een studiedomein en studierichting in de tweede graad. Als die basisoptie een ’niche’ betreft, moet die worden goedgekeurd door de overheid. Tot nu toe was enkel Kunst en creatie een niche-basisoptie. De beslissing om ook de basisopties Freinetpedagogie, Sport, Topsport en Voeding en horeca als niche te beschouwen, is niet gemotiveerd en heeft de scholen en de Vlor verrast. Ook de criteria in de regelgeving zijn niet goed toepasbaar. Dat maakte het voor scholengemeenschappen moeilijk om hun aanbod af te spreken en voor de Vlor om advies te geven. De Vlor gaf dit werkjaar een gunstig advies voor de erkenning van Freinetpedagogie als nieuwe studierichting in de tweede graad secundair onderwijs. ‘De Vlaamse Onderwijsraad is een unieke ruimte waar diverse actoren rond de tafel zitten om zich over concrete beleidsvoorstellen en ruimere onderwijsthema’s te buigen. Af en toe opent die tafel, en de gesprekken die er gevoerd worden, de mogelijkheid om anders te gaan kijken naar wat in het midden ligt. Die momenten moeten we koesteren.’ Goele Cornelissen, COC

Duaal leren Dit schooljaar dienden 23 scholen voor buitengewoon secundair onderwijs een aanvraag in voor de programmatie van duale structuuronderdelen. In zijn advies over de 60 aanvragen drong de Vlor er bij de overheid op aan om de gunstige beoordeling voor het programmeren

22


van een duaal traject voor meerdere jaren toe te kennen, onafhankelijk van het feit of er al dan niet een leerling het traject aanvangt voor 1 oktober van dat eerste schooljaar. Vanuit het gewoon secundair onderwijs dienden 124 scholen en syntra een aanvraag in voor de programmatie van duale structuuronderdelen. In vergelijking met vorig jaar, ging het ook hier om opmerkelijk meer aanvragen ( zie ook beleidsprioriteit 1, punt 5). Volwassenenonderwijs Opleidingsprofielen In de modulaire onderwijsorganisatie werkt ook het volwassenenonderwijs met opleidingsprofielen. Die omvatten, naast de benaming en het volume van de opleiding, ook de basiscompetenties en de modules en leertrajecten. De voorstellen voor opleidingsprofielen worden opgemaakt door het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs (VOCVO) en de pedagogische begeleidingsdiensten. Op 12 november 2019 gaf de Vlor een gunstig advies voor voorstellen voor de opleidingsprofielen van restauratievakman meubel in het studiegebied Meubelmakerij, restauratievakman schrijnwerk in het studiegebied Schrijnwerkerij, kinderbegeleider baby’s en peuters in het studiegebied Specifieke personenzorg en kinderbegeleider schoolgaande kinderen in het studiegebied Specifieke personenzorg. Op 31 maart 2020 gaf de raad een gunstig advies voor zeven opleidingsprofielen uit het studiegebied Administratie (polyvalent administratief ondersteuner, administratief medewerker onthaal, polyvalent administratief medewerker, medisch administratief assistant, HR-assistant, boekhoudkundig assistant en vastgoedassistant), twee opleidingsprofielen uit het studiegebied Horeca (medewerker fastfood en medewerker spoelkeuken), vijf opleidingsprofielen uit het studiegebied Lassen (pijplasser, pijpfitter-monteur, constructielasser, lasser-monteerder en pijpfitter-fabriceur), een opleidingsprofiel uit het studiegebied Logistiek en Verkoop (verpakker), vijf opleidingsprofielen uit het studiegebied Mechanica-elektriciteit (elektrotechnisch monteur, elektrotechnisch installateur, elektrotechnicus, technicus industriÍle elektriciteit en installateur gebouwenautomatisering), een opleidingsprofiel uit het studiegebied NT2 richtgraad1-2 (lezen en schrijven voor anders gealfabetiseerde R1), een opleidingsprofiel uit het studiegebied Ruwbouw (dekvloerlegger) en drie opleidingsprofielen uit het studiegebied Land- en tuinbouw (tuinaanleggergroenbeheerder, medewerker groen- en tuinaanleg en medewerker groen- en tuinbeheer). In datzelfde advies beoordeelde de Vlor ook de aanpassing gunstig van de opleidingsprofielen die Noors toevoegen en de uitbreiding van Roemeens mogelijk maken en over een verlengd traject voor Engels Richtgraad 1. Onderwijsbevoegdheid Een centrum voor volwassenenonderwijs (cvo) kan opleidingen organiseren die behoren tot de studiegebieden van het secundair volwassenenonderwijs. Dat laat de centra toe in te spelen op bestaand en nieuwe opleidingsbehoeften en draagt bij tot het vervullen van de missie en de opdracht van het volwassenenonderwijs zoals omschreven in het decreet betreffende het volwassenenonderwijs van 2007.

23


Jaarverslag 2019-2020| deel 1: Een jaar advies en overleg voor het onderwijsbeleid

Sinds 1 september 2017 wordt de onderwijsbevoegdheid van een cvo door de Vlaamse overheid niet langer toegekend op het niveau van de opleiding, maar op het niveau van het studiegebied en niet langer op het niveau van het ganse centrum maar op het niveau van de vestigingsplaats. De Vlor bracht op 12 november 2019 advies uit over 22 aanvragen voor een bijkomende onderwijsbevoegdheid en op 31 maart 2020 bracht hij een advies uit over 33 aanvragen daarvoor.

6 Afwijkingen programmatiestop deeltijds kunstonderwijs De afgelopen 10 schooljaren gold er in het deeltijds kunstonderwijs een programmatiestop. Ter voorbereiding van de implementatie van het nieuwe decreet voor het dko vanaf 1 september 2018, werd de nieuwe regeling voor toekenning van bijkomende onderwijsbevoegdheid aan een academie deeltijds kunstonderwijs vervroegd ingevoerd. Ook dit jaar konden de academies opnieuw aanvragen voor nieuwe onderwijsbevoegdheid indienen. De Vlor bracht op 31 maart 2020 een advies uit over 45 aanvragen voor bijkomende onderwijsbevoegdheid in het schooljaar 2020-2021 voor clusters van opties, unieke opties, clusters van muziekinstrumenten of een muziekinstrument.

24


Beleidsprioriteit 3 Levenslang en levensbreed leren De arbeidsmarkt verandert voortdurend en werknemers zullen ook steeds langer professioneel actief blijven. Dat impliceert dat ze zich tijdens hun professionele leven regelmatig zullen moeten/willen om- en bijscholen. Omdat Vlaanderen internationaal niet goed scoort op de deelname aan levenslang leren, zet het regeerakkoord sterk in op het stimuleren van dat levenslang leren.

1 Volwasseneneducatie Leercultuur verbeteren In navolging van de Skills Strategy van de OESO, bereidde de Vlor afgelopen werkjaar een advies voor waarin hij een aantal voorstellen zal formuleren om de leercultuur in Vlaanderen te verbeteren. Het advies zal worden uitgebracht op 8 september 2020 en zal een aantal concrete aanbevelingen doen voor het volwassenenonderwijs. Het zal daarbij ook breder kijken omdat leercultuur samenhangt met leerplezier en de grenzen van het volwassenenonderwijs. Aanbevelingen voor nieuw Platform De Vlaamse Regering wil een platform oprichten dat meer afstemming moet brengen tussen de loopbaan- en competentieversterkende maatregelen van de beleidsdomeinen Werk, Economie en Onderwijs. Ter voorbereiding van dat platform hield het Agentschap voor Ondernemersvorming een rondvraag bij verschillende stakeholders, waaronder ook de Vlor. In zijn advies uitte de raad zich bijzonder positief ten aanzien van de scherpe ambities van de overheid voor levenslang leren. Voortdurende vorming is niet alleen belangrijk voor de loopbaan. Je moet niet enkel levenslang maar ook levensbreed leren. Hij adviseerde het op te richten platform dan ook om een brede blik op leren aan te houden en niet enkel te focussen op arbeidsmarktgerichte competenties. De Vlor vraagt ook voldoende aandacht voor het laagdrempelig houden van levenslang leren en de specifieke functie van taalonderwijs in het kader van de maatschappelijke integratie van nieuwkomers. In zijn aanbevelingen over het op te richten platform wees de raad er ook op dat de nieuwe structuren enkel tot een slagkrachtig beleid kunnen leiden als bij alle betrokken partners de juiste intentie aanwezig is. Intenties zijn belangrijker dan structuren.

“Het volwassenenonderwijs kan je leven een positieve wending geven, daarvan ben ik het levende bewijs. De Vlor neemt als platform de belangen van deze cursisten ter harte.� Freddy Tack, vertegenwoordiger van de cursisten in de Raad Levenslang en Levensbreed Leren

25


Jaarverslag 2019-2020| deel 1: Een jaar advies en overleg voor het onderwijsbeleid

2 Hoger onderwijs en levenslang leren De Vlor is ervan overtuigd dat er bij het verbeteren van de leercultuur ook een rol weggelegd is voor het hoger onderwijs. Ook hier hebben we te maken met de steeds veranderende arbeidsmarkt en het feit dat werknemers steeds langer professioneel actief blijven. Dat impliceert dus eveneens dat ze zich tijdens hun professionele leven regelmatig zullen moeten/willen om- en bijscholen. Het hoger onderwijs moet daarom meer inzetten op herintreders en zoeken naar nieuwe, aantrekkelijke formules voor deze groep. Ter voorbereiding van een advies daarover startte de Vlor afgelopen werkjaar een werkgroep op die de minder klassieke denkpaden verkent voor levenslang leren in het hoger onderwijs.

26


Beleidsprioriteit 4 Gelijke onderwijskansen 1 Leerplichtonderwijs

“Werken aan gelijke onderwijskansen betekent dat we luisteren naar de noden van mensen met de ervaring van ongelijke kansen. Als we die stem meenemen in het debat en in de adviezen, kunnen we een verschil maken.” Nele Schroyen, Netwerk tegen Armoede

Hoe kunnen overheid en onderwijsveld zich engageren voor een krachtiger GOK-beleid? Net voor de uitbraak van de coronacrisis bracht de Vlor een nieuw advies uit met voorstellen om het gelijke onderwijskansenbeleid van zowel de overheid als het onderwijsveld te versterken. De coronacrisis heeft de problematiek van kansenongelijkheid extra scherp duidelijk gemaakt. Nog meer dan anders is het een uitdaging om gelijke kansen te garanderen voor kinderen en jongeren die als gevolg van maatschappelijke factoren vanuit een achterstandspositie beginnen aan hun onderwijsloopbaan. De Vlor pleit voor een gemeenschappelijke doelstelling, nl. ervoor zorgen dat verschillen tussen leerlingen in leerresultaten en schoolloopbanen niet te verklaren zijn op basis van achtergrondkenmerken zoals socio-economische status (SES) en herkomst. Overheid en onderwijsveld moeten zich achter die gedeelde algemene doelstelling scharen. Zij moeten elk vanuit hun eigen rol een beleid uitwerken om dat doel te realiseren. We schuiven een brede benadering van kansarmoedebestrijding naar voren, waarvoor samenwerking met diverse andere beleidsdomeinen en partners nodig is. Scholen kunnen een geïntegreerd GOK-beleid voeren vanuit het referentiekader Onderwijskwaliteit. De overheid moet dat stimuleren via middelen en ruimte. Scholen op hun beurt moeten hun beleid verantwoorden en dat kan best opbouwend gebeuren. Alle partners in het onderwijsveld, betrokken bij het leerplichtonderwijs, ondertekenden in 2014 de engagementsverklaring ‘Diversiteit als meerwaarde’. Daarmee bevestigen ze hun morele engagement voor onderwijs dat optimale groeikansen voor alle kinderen en jongeren garandeert, wat ook hun achtergrond is. Afgelopen werkjaar werd gewerkt aan een actualisering van die verklaring. De onderwijspartners zullen de vernieuwde engagementsverklaring ondertekenen in het najaar van 2020. Personeelsbeleid als hefboom voor democratisering hoger onderwijs Het hoger onderwijs van vandaag is nog steeds geen weerspiegeling van de huidige, diverse maatschappij. In het verleden heeft de Vlor diverse adviezen uitgebracht om de diversiteit bij de studentenpopulatie te stimuleren. Afgelopen werkjaar bracht de raad een advies uit waarin hij de instellingen concrete handvaten geeft voor een diversiteitssensitief personeelsbeleid. Daarnaast werkte hij aan een advies over de sociale inclusie van studenten uit kansengroepen. Hun lagere participatie aan cultuur en sport heeft een onrechtstreeks effect op het sociaal functioneren en studierendement, een van de aandachtspunten van de Vlaamse regering. Ter voorbereiding van zijn advies ging de Vlor de dialoog aan met studentenvoorzieningen en intermediaire organisaties.

27


Jaarverslag 2019-2020| deel 1: Een jaar advies en overleg voor het onderwijsbeleid

Beleidsprioriteit 5 Inclusief onderwijs De minister wil van een bijsturing van het Mdecreet een speerpunt van zijn beleid maken. Hij kondigde ook een conceptnota aan voor een nieuw begeleidingsdecreet. Voorafgaand formuleerde de Vlor een advies waarin hij aangeeft in welke richting het onderwijs aan kinderen met specifieke noden moet evolueren. Om dat advies te voeden, organiseerde de Vlor enkele dialoogtafels met organisaties uit het brede onderwijsveld, organisaties van personen met een handicap en andere beleidsdomeinen. Het M-decreet zette een vernieuwing op gang die echter op vele terreinen nog kan verbeterd worden. De minister kondigde voor maart 2020 een conceptnota aan waarin hij de contouren zal geven voor een nieuw begeleidingsdecreet, dat het M-decreet zal vervangen. In dit advies geeft de Vlor de richting aan waarin het onderwijs voor kinderen en jongeren met specifieke noden moet evolueren, zowel op de lange termijn als op de korte termijn. De raad pleit ervoor om een transitieproject uit te werken om zo stappen te zetten om inclusief onderwijs te kunnen realiseren.

1

Brede bevraging

Vele actoren voelen zich betrokken bij de verdere uitbouw van het onderwijs voor kinderen met specifieke noden: scholen en leerkrachten, ondersteuners, ouders en leerlingen, maar zeker ook een breder middenveld. De Vlor organiseerde, ter voorbereiding van dit advies, in totaal vijf dialoogtafels: met maatschappelijke middenveldorganisaties, met andere beleidsdomeinen (Welzijn, Volksgezondheid, Werk, Kinderopvang), met ouders en lerenden, met ondersteuningsnetwerken en scholen en met wetenschappelijke experten. De dialoogtafels gaven de Vlor onder meer een beter inzicht in de uitdagingen en spanningen die het draagvlak voor inclusie beïnvloeden: de toenemende zorgvraag, de spanningen om in scholen de basiszorg, de verhoogde zorg en zorg op maat uit te bouwen. “Als scholierenvertegenwoordiger is het leuk om zaken die er voor scholieren vandaag écht toe doen, in the picture te zetten." Jan Van den Broeck, VSK

28


2 Inclusie blijft ambitie Er is nood aan een verder consequent doordenken van inclusie. De Vlor baseert zich daarvoor onder meer op een juridische analyse van het VN-verdrag over personen met een handicap, maar ook op maatschappelijke en onderwijskundige motieven. Om die ambitie te realiseren, is een omslag nodig vanuit volgende principes: ¬ Onderwijsveranderingen vanuit universeel ontwerp; ¬ Transversaal beleid Andere beleidsdomeinen zoals Welzijn, Gezondheid, Werk en Mobiliteit moeten een actieve rol spelen om inclusief onderwijs te kunnen realiseren; ¬ Meer basiszorg in scholen De Vlor vindt het absoluut nodig dat de overheid scholen meer mogelijkheden geeft om de basiszorg en verhoogde zorg meer uit te bouwen. Dat zal ervoor zorgen dat minder leerlingen intensere zorg nodig hebben. Maar voor leerlingen die het nodig hebben, zal er ook verder werk moeten worden gemaakt van zorg (op maat). De principes van het buitengewoon onderwijs moeten daartoe ook gerealiseerd kunnen worden in het gewoon onderwijs. Dit belet niet dat voor sommige leerlingen gespecialiseerde leeromgevingen blijven bestaan; ¬ De expertise van het buitengewoon onderwijs sterker benutten en inzetten De ondersteuning van leerlingen en lerarenteams, onderwijs voor kinderen met zeer complexe noden, …; ¬ Leerlingen als volwaardige partners bij beslissingen over hun onderwijstrajecten; ¬ Een volwaardige rol voor de ouders; ¬ Leraren vormen de kern van een beleid voor inclusie Ze moeten mee kunnen en mogen denken aan de manier waarop inclusie vorm krijgt. Daartoe is opleiding, professionalisering en ondersteuning absoluut noodzakelijk. Maar ook tijd en ruimte om dat op een kwaliteitsvolle manier te kunnen doen.; ¬ Aandacht voor inclusie in de basisopleiding en de professionele ontwikkeling van leerkrachten. De Vlor hoopt dat dit advies inspirerend kan zijn voor de uitwerking van een conceptnota voor een nieuw begeleidingsdecreet. Over deze conceptnota zal de Vlor om advies worden gevraagd. De Vlor denkt in het kader van de seminaries over eindtermen ook na over de onderwijsdoelen voor het buitengewoon onderwijs en voor leerlingen met specifieke noden.

“De VCOV, ouderkoepel van het vrij onderwijs, vertolkt de mening van de ouders naar de overheid toe als input voor het beleid. Daarvoor is de Vlor voor ons de ideale weg.” Jos Vaesen, voorzitter VCOV

29


Jaarverslag 2019-2020| deel 1: Een jaar advies en overleg voor het onderwijsbeleid

Beleidsprioriteit 6 Onderwijsprofessionals 1 De leraar op school en in de samenleving Afgelopen werkjaar startte de Vlor een meerjarig project op over het lerarenberoep. Het project focust op de aantrekkelijkheid van de leer- en werkplek van de leraar, de voorwaarden om professioneel te kunnen functioneren en vraagt aandacht voor het imago en de maatschappelijke waardering voor het lerarenberoep. Het project heeft zijn voorbereidingsfase achter de rug. De voorbije maanden stonden in het teken van het positioneren van het project in de Vlor, het concretiseren van de contouren ervan en het bepalen van de inhoudelijke pijlers. Ook werd het project ingeschakeld in de voorbereiding van het advies over crisisbestendig onderwijs. Op 24 juni was er een digitale lerarentafel over de impact van de coronacrisis op het leraar-zijn. Op het einde van het project wil de raad volgende vraag via een participatief traject beantwoord hebben: Hoe kunnen we meer mensen motiveren om een sterke leraar te worden ĂŠn te blijven binnen een maatschappij die de leraar ook naar waarde schat?

30


2 Vernieuwende participatiemethodes Dit project is een vernieuwingsproject voor de werking van de Vlor. Het project gebruikt nieuwe participatiemethodes om de klassieke consultatiemethode van de Vlor aan te vullen. Er zullen nieuwe perspectieven over het thema verzameld worden, door verschillende stakeholders binnen en buiten het onderwijs in een participatief traject te betrekken. Zo wil de raad het draagvlak verbreden. Door proactief te werken rond een belangrijk onderwijsthema, wil de raad ook zijn impact versterken. Het is een project met en niet over de leraar. De raad zal tijdens het project dicht bij de belevingswereld van leraren blijven en hen een stem geven. Dat was ook de reden om bij aanvang van het project een oproep bij leraren te lanceren om mee te debatteren aan de ‘lerarentafel’ en zo rechtstreeks, vanuit de praktijk zicht te krijgen op de uitdagingen waarmee leraren te maken hebben. Op 4 maart 2020 kwamen 11 leraren naar de Vlor om het gesprek aan te gaan over de uitdagingen waarmee ze dagelijks te maken krijgen en wat dit voor hun functioneren betekent. De rapporten die het project oplevert, zullen gebruikt worden in de reguliere advieswerking. Meer info op www.vlor.be/project-de-leraar

3 InnoVET: Leraren professionaliseren via technologische innovatie Op vraag van het Departement Onderwijs & Vorming coördineert de Vlor het InnoVET-project. Dat zet in op het professionaliseren van leerkrachten in het beroeps- en technisch secundair onderwijs door middel van innovatie. Via een projectoproep konden scholen vorig schooljaar kandideren voor een innovatief traject. Uit de 22 voorstellen die werden ingediend, selecteerde een beoordelingscommissie 13 innovatieve trajecten die gedurende dit schooljaar werkingsmiddelen ontvangen. De kapstok voor dit alles is de ‘Visie 2050’ van de Vlaamse regering, waarbij men met de inzet van zeven transitiegebieden Vlaanderen (waaronder dus ook ons onderwijs) tot een Europese topregio wil maken. De projectcoördinator volgt de projecten op in nauwe samenwerking met de regionale technologische centra (RTC). Hij begeleidt de stuurgroep met Vlorleden, een vertegenwoordiger van de RTC en van de opdrachtgever. Die stuurgroep bepaalt het valorisatie- en disseminatieplan voor de projecten dat dit najaar van start zal gaan. Het eindrapport van de coördinator en het bijhorende advies van de stuurgroep wordt verwacht op het einde van het jaar. Meer info op www.vlor.be/innovet

31


Jaarverslag 2019-2020| deel 1: Een jaar advies en overleg voor het onderwijsbeleid

Beleidsprioriteit 7 Sterke en participatieve onderwijsinstellingen 1 Onderwijs en samenleving Van consumenteneducatie en verkeerseducatie over burgerschapseducatie en educatie voor duurzame ontwikkeling tot gezondheidsbevordering: onderwijs krijgt te maken met heel wat maatschappelijke verwachtingen. Net omwille van de sterke maatschappelijke inbedding van de thema’s, het feit dat andere maatschappelijke sectoren zowel verwachtingen formuleren naar onderwijs, als zelf een aanbod ontwikkelen voor onderwijs, organiseert de Vlor een structureel overleg tussen onderwijspartners en andere maatschappelijke actoren. In dat overleg over ‘onderwijs en samenleving’ loopt het debat over zowel de relevantie van ‘educaties’ of maatschappelijke thema’s voor het curriculum, als het aanbod transparanter helpen maken, net als het wederzijds professionaliseren van de educatieve medewerkers van aanbieders en de pedagogische begeleiders. De commissie bereidt de lancering voor van een website, ‘De samenleving in de klas.’ Bedoeling is om, via concreet uitgewerkte voorbeelden, inspiratie te bieden aan scholen om tegelijk in te zoemen op de uitdagingen die passen bij hun eigen context en uit te zoemen naar het bredere plaatje. Alles binnen de wettelijke kaders en passend bij het eigen schoolbeleid. In elk voorbeeld worden verbindingen tussen maatschappelijke uitdagingen gelegd. De website wordt begin volgend werkjaar opgeleverd en zal voortdurend geactualiseerd worden. De Vlor plant in een eerste fase een uitwisseling met organisaties die werken rond maatschappelijke uitdagingen, maar geen vaste plek hebben in de commissie. Dankzij hun inbreng zullen de voorbeelden uitgebreid en verfijnd kunnen worden. In een later stadium wordt de website op een studiedag bekend gemaakt aan het bredere werkveld. Identiteit en waardenbeleving De Vlor werkte afgelopen werkjaar aan de publicatie van zijn strategische verkenning over identiteit en waardenbeleving op school. Die verkenning kwam er in opvolging van de startdag in 2017 over ‘diversiteit en identiteit in onderwijs’. Binnen de Vlor ging een denkgroep aan de slag om verder te reflecteren over het omgaan met verschillen op vlak van culturele, etnische en levensbeschouwelijke identiteit op school en in de klas. Naast enkele bijdragen van experten, bevat het boek ‘Zonder wrijving geen glans’ een praktijkgids om concreet aan de slag te gaan op school. In het najaar van 2020 zal het boek en de werking met de praktijkwijzer voorgesteld worden aan de onderwijsprofessionals.

32


Welbevinden en preventie van pesten In zijn beleidsnota geeft de minister aan scholen te zullen ondersteunen en versterken bij het ontwikkelen en uitvoeren van hun antipestbeleid. Ook voor de onderwijspartners binnen de Vlor is een beleid tegen pesten een topprioriteit. Sinds het schooljaar 2015-2016 overleggen zij daarover structureel binnen de Vlor, samen met de betrokken overheden en experten. Dit schooljaar ontwikkelde het overlegplatform een ‘antipestslang’ voor scholen en een inspiratiegids voor de lerarenopleidingen. Beide instrumenten zullen in het volgend werkjaar breder worden verspreid en verfijnd. Onderwijsonderzoek Spots op onderwijs Op de startdag van 18 september 2019 lanceerde de Vlor het boek ‘Spots op onderwijs. Wetenschappers voor het voetlicht’. De bijdragen van 28 wetenschappers, vanuit verschillende disciplines, geven de variëteit in onderwijsvisies weer. Het boek helpt de Vlor om in zijn adviezen standpunten verder te onderbouwen, of om nieuwe standpunten te ontwikkelen die voor verbinding kunnen zorgen in een polariserende tijd. Door bijdragen uit het boek als startpunt te nemen voor gesprek en debat, slaan we een (nieuwe) brug tussen onderzoek en onderwijs(beleid). Bovendien is het als strategische adviesraad belangrijk om niet enkel te luisteren naar gelijkgezinden, maar om ons breed te (blijven) informeren en onszelf voortdurend kritisch te bevragen. SONO Eind vorig werkjaar evalueerde de Vlor de eerste cyclus van het Steunpunt Onderwijsonderzoek (SONO) en zette hij de meerwaarde ervan in de verf. In afwachting van een tweede cyclus, gaf de Vlor in een advies op eigen initiatief zijn thema’s en kennisvragen mee voor beleidsgericht onderwijsonderzoek in de komende jaren. Ook in dat advies drong de Vlor nog eens aan op een volgende cyclus beleidsgericht onderwijsonderzoek en een apart beleid voor praktijkgericht onderwijsonderzoek. De minister besliste echter om SONO niet te verlengen en opnieuw het voormalige kader voor Onderwijskundig Beleids- en Praktijkgericht Wetenschappelijk Onderwijs (OBPWO) te hanteren, weliswaar geactualiseerd. De Vlor schreef een brief om zijn aandachtspunten daarvoor mee te geven.

33


Jaarverslag 2019-2020| deel 1: Een jaar advies en overleg voor het onderwijsbeleid

Kritische voorwaarden Om al deze ambities waar te maken, is tegelijk nodig dat de volgende Vlaamse Regering ervoor zorgt dat de onderwijsfinanciering wordt verhoogd, het onderwijsbeleid het resultaat is van een samen gedragen beleidsproces en onderwijs veel meer dan vroeger kan rekenen op samenwerking en transversaal beleid.

1 Onderwijs en samenleving Participatie van alle onderwijspartners, ook in crisistijden Om de organisatie van het onderwijs te verzekeren, heeft de overheid bij het begin van de coronacrisis op zeer korte termijn maatregelen moeten nemen. Minister Weyts bracht de onderwijsverstrekkers en de vakbonden bijeen in het ‘crisisoverleg’ om te overleggen en om samen een plan van aanpak uit te tekenen. De uitzonderlijke omstandigheden kunnen geen reden zijn om iedereen die met onderwijs te maken heeft, niet te betrekken wanneer het gaat over maatregelen die hen aangaan. De Vlor toonde zich begripvol voor het feit dat binnen die uitzonderlijke omstandigheden de gebruikelijke beleidsprocessen niet werden gevolgd. Toch trok de raad aan de alarmbel. In een brief aan de minister vroeg hij op 7 april 2020 om alle onderwijspartners te betrekken in het crisisoverleg over de maatregelen die het hele onderwijsveld aangaan. Als overlegplatform draagt de Vlor de participatie van alle stakeholders hoog in het vaandel. De minister gaf gehoor aan die bezorgdheid en voegde de Vlor toe als waarnemer aan het crisisoverleg. De raad gaf er de bezorgdheden mee van de overige onderwijspartners die vertegenwoordigd zijn in de Vlor. Zo kwamen ook de bezorgdheden van de scholieren, studenten en ouders op de tafel van het crisisoverleg. Hun verzuchtingen over de nood aan een transparante communicatie, duidelijke richtlijnen over de examens, de heropstart van de scholen en de bezorgdheden van de socio-culturele geledingen over de impact van afstandsonderwijs op kwetsbare groepen werden gedeeltelijk meegenomen in de draaiboeken voor de heropstart van de scholen. De Vlor herhaalde die bezorgdheid in een brief aan de minister op 15 juni 2020 en vroeg om zijn adviesrol terug ten volle te kunnen opnemen. “Ouders maken mee school’ is het motto dat KOOGO Vlaanderen breed uitdraagt. Hieruit vertrekt onze inbreng in de Vlor. KOOGO wil alle ouders een stem geven op beleidsniveau om via deze vertegenwoordiging de ouderparticipatie naar het hoogste niveau te tillen.” Hannelore Lambrighs, coördinator KOOGO

34


2 Financiering van onderwijs Onderwijsbegroting De voorbije tien jaar werden onderwijsinstellingen geconfronteerd met steeds verder krimpende werkingsbudgetten. Die beperking van de werkingsmiddelen van onderwijsinstellingen is een rem op de uitrol van de plannen die de overheid heeft voor onderwijs. In zijn advies over de programmadecreten bij de begrotingsaanpassing 2019 en de begrotingsopmaak 2020 riep de Vlor de Vlaamse Regering op om een globaal financieringsplan uit te werken voor alle aspecten en sectoren van het onderwijs. Toch bleek bij de begrotingsaanpassing 2020 opnieuw dat de Vlaamse Regering nog verder op zoek gaat naar besparingen binnen het onderwijs. In zijn advies over het programmadecreet bij die begrotingsaanpassing liet de Vlor dan ook verstaan dat de verdere besparingen de kwaliteit van het onderwijs danig onder druk zetten. De Vlor vestigde in een formele brief van 2 juli 2020 gericht aan de minister van onderwijs de aandacht op het Europees herstelfonds. Dit biedt kansen om via Europese middelen initiatieven in het Vlaams onderwijs te financieren. Het proefproject voor vaardigheden en onderwijs (S&E Pilot) is een nieuw schuldfinancieringsinitiatief om investeringen in onderwijs, opleidingen en vaardigheden te stimuleren. Het voorziet in 50 miljoen EUR voor studenten en lerenden, ondernemingen die in de bijscholing van hun werknemers investeren, en organisaties die onderwijs en opleidingen aanbieden. Financieringsmechanisme hoger onderwijs De OESO vergelijkt momenteel de financiering van de instellingen hoger onderwijs van verschillende landen en hoe zij met gelijkaardige problemen en financieringsdruk omgaan. De Vlor hoopt dat dit project inspiratie kan bieden voor het oplossen van een aantal structurele tekortkomingen van het financieringsmechanisme en bij het uitdenken van een nieuw of aangepast mechanisme (2023-2024). De Vlor gaf de overheid afgelopen werkjaar een advies met een aantal thema’s voor evaluatievragen over het Vlaamse financieringsmechanisme. De Vlor werd daarop toegevoegd aan de Vlaamse stuurgroep van het OESO-project. Via een begrotingsaanpassing maakte de Vlaamse Regering extra middelen vrij om de technologische component van de opleidingen uit het studiegebied Handelswetenschappen en Bedrijfskunde te versterken. In zijn advies bij dat regeringsamendement wees de Vlor erop dat die middelen onvoldoende zijn om alle verwachtingen in te lossen. Naast de technologische vernieuwing, moeten de opleidingen immers ook bijschakelen op vlak van duaal leren, praktijkgericht leren, ‌ Bovendien zijn die middelen niet structureel en te weinig in verhouding met het aantal studenten.

35


Jaarverslag 2019-2020| deel 1: Een jaar advies en overleg voor het onderwijsbeleid

3 Partnerschappen met andere beleidsdomeinen Werk Overlegplatform Levenslang leren, duaal leren, meer gekwalificeerde uitstroom, ... zijn thema’s die domeinoverschrijdend uitgebouwd moeten worden. De Vlor richtte een nieuw overlegplatform op waarbij onderwijs- en sociale partners zich engageren om gezamenlijk te werken aan vernieuwingen binnen het onderwijs. Dat gebeurt samen met de partners van de SERV. Sectorconvenants Het beleidsdomein Werk hertekent momenteel het instrument van het sectorconvenant, een samenwerkingsovereenkomst waarin een sector zich engageert om o.a. een aantal initiatieven te nemen om de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt te verbeteren. In het afgelopen werkjaar volgde de Vlor die hertekening op en droeg hieraan actief bij. De commissie Onderwijs-Arbeidsmarkt nodigde enkele vertegenwoordigers uit van het departement Werk en Sociale Economie voor een toelichting over het nieuwe sectorale beleid en voor een voorstelling van de nieuwe sectorconvenants na een nauwe samenwerking bij de totstandkoming hiervan. Welzijn In het voorjaar van 2019 werd het decreet over buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten goedgekeurd. De Vlor adviseerde in 2015 de conceptnota daarover. In de volgende stappen in de beleidsvoorbereiding zijn de onderwijspartners echter niet meer betrokken geweest. Onderwijs is nochtans een grote speler in de organisatie van buitenschoolse kinderopvang. De Vlor is bezorgd over de beperkte aandacht die er tot nu toe geweest is om knelpunten vanuit onderwijs op te vangen. De raad volgt dan ook de verdere invulling van het kaderdecreet nauw op. Hij reageert positief op de vraag van Kind & Gezin om verder in overleg te gaan en zal bekijken of en wanneer een nieuw advies over enkele concrete vraagstukken gepast is. Het advies over inclusief onderwijs (zie ook beleidsprioriteit 5) benadrukt eens te meer het belang van een goede afstemming met de welzijnspartners om zo inclusie op een haalbare manier vorm uit te bouwen. De commissie Leerlingenbegeleiding heeft binnen de Vlor de opdracht om het overleg met de welzijnsactoren op te volgen. Integratie en Inburgering Het horizontaal beleid over diversiteit in de samenleving doorkruist vanzelfsprekend het onderwijsveld. De Vlor wil via overleg, advies en eventueel gezamenlijke initiatieven de minister van Gelijke Kansen, Integratie en Inburgering zoveel als mogelijk inspireren bij beleidsacties die een impact hebben op de werking van het onderwijs. De expertise van de Vlor moet het beleid

36


zoveel mogelijk kunnen flankeren rond thema’s zoals diversiteit op scholen (leerlingenpubliek en lerarenteams), NT2 en inburgeringstrajecten, gelijke kansen op alle niveaus van het onderwijs, taalachterstand en schooluitval. Het overleg met het kabinet van minister Somers is opgestart. De Vlor heeft zijn werking en betekenis voorgesteld. Vinger aan de pols van het internationaal onderwijsbeleid De Vlor volgt de belangrijke ontwikkelingen in het internationale onderwijsbeleid systematisch en grondig op en stelt zijn partners in de gelegenheid om mee op de hoogte te blijven. De raad verzamelt onderwijsgebonden informatie van de Europese Unie (Raden, Commissie en Europees Parlement) en volgt de agenda op van onder meer de OESO en de Unesco. Op die manier kunnen de Vlaamse stakeholders zich een idee vormen van de impact van Europese beleidslijnen op het Vlaams onderwijsbeleid, van de links tussen beide niveaus of, soms, het ontbreken van die links. Daarnaast adviseert de Vlor de minister over de uitdagingen van het internationale onderwijsbeleid. Afgelopen werkjaar formuleerde de raad een advies over de verdere samenwerking tussen lidstaten op het vlak van Onderwijs en Vorming. De aanbevelingen kunnen meegenomen worden in de standpuntbepaling van België in de voorbereidingen van de opvolger van het Strategisch Raamwerk voor Onderwijs en Vorming (‘ET 2020’) van de Europese Unie.

Na een jaar in de Vlor te zitten als scholierenvertegenwoordiger heb ik veel geleerd en mogen ervaren. Hoewel je een scholier bent tussen allemaal volwassen Vlorleden voel je je toch een volwaardig lid. Ik heb echt het gevoel gehad dat ik de scholieren hun mening kon vertegenwoordigen en dat die ook opgenomen werd en vooral ook zin had. Ik heb geleerd hoe belangrijk het is dat scholieren mee in het beleid zitten, want onderwijs wordt gemaakt VOOR hun en niet voor leerkrachten of directies. Het is dan ook “logisch” dat de kijk van die scholieren wordt meegenomen in het beleid en de raadgevende organen. Het was voor mij een super leuk jaar waarin ik veel heb geleerd. Corneel Claeys, VSK

37


deel 2: Hoe werkt de Vlor?

38


De geledingen van de Vlor De samenstelling van de Vlor is geregeld bij besluit van de Vlaamse Regering. Iedereen die bij onderwijs betrokken is, heeft een stem in de Vlor. De onderwijsorganisaties, maar ook alle belanghebbenden zijn er vertegenwoordigd. Op die manier kan de Vlor het onderwijsbeleid mee vormgeven vanuit een onderwijskundige, pedagogische en maatschappelijke invalshoek. De vertegenwoordiging in de Vlor gebeurt per geleding:

De inrichters van onderwijs • • • • •

het Gemeenschapsonderwijs (GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap) het Provinciaal Onderwijs Vlaanderen (POV) het Onderwijssecretariaat van de Steden en Gemeenten van de Vlaamse Gemeenschap (OVSG) Katholiek Onderwijs Vlaanderen het Overleg Kleine Onderwijsverstrekkers (OKO)

Het GO!, POV en OVSG vormen het officieel onderwijs; Katholiek Onderwijs Vlaanderen en OKO staan voor het vrij onderwijs. In alle raden hebben het officieel en het vrij onderwijs evenveel vertegenwoordigers. OKO is een samenwerkingsverband van de Federatie van Onafhankelijke Pluralistische Emancipatorische Methodescholen (FOPEM), de Federatie van Rudolf Steinerscholen in Vlaanderen, het Vlaams Onderwijs Overlegplatform (VOOP), de inrichtende machten van het protestants-christelijk onderwijs (IPCO). Voor het hoger onderwijs vertolken de instellingshoofden, aangeduid door Vlir en Vlhora, de rol van de inrichters van onderwijs. In de Raad Levenslang en Levensbreed Leren zetelen ook vertegenwoordigers van VDAB, SYNTRA Vlaanderen en SOCIUS. Het Vrij CLB Netwerk groepeert de inrichtende machten van de vrije centra voor leerlingenbegeleiding. Het Gemeenschapsonderwijs, OVSG en POV vertegenwoordigen de eigen centra voor leerlingenbegeleiding. Het personeel De vakbonden vertegenwoordigen het personeel van de onderwijs- en vormingsinstellingen • • • •

Algemene Centrale der Openbare Diensten (ACOD) Christelijke Onderwijscentrale (COC) Christelijk Onderwijzersverbond (COV) Vrij Syndicaat voor het Openbaar Ambt (VSOA)

39


Jaarverslag 2019-2020| deel 2: Hoe werkt de Vlor?

De gebruikers De studenten, scholieren en cursisten • • •

de Vlaamse Vereniging van Studenten (VVS) in de Algemene Raad en de Raad Hoger Onderwijs de Vlaamse Scholierenkoepel (VSK) in de Algemene Raad en in de Raad Secundair Onderwijs de cursisten via een algemene oproep in de Raad Levenslang en Levensbreed Leren

De ouders De erkende ouderverenigingen vertegenwoordigen de ouders: • • •

40

de Koepel van Ouderverenigingen van het Officieel Gesubsidieerd Onderwijs (KOOGO) de ouders van het Gemeenschapsonderwijs (GO! ouders) de Vlaamse confederatie van ouders en ouderverenigingen (VCOV) vertegenwoordigt de ouders met kinderen in het vrij gesubsidieerd onderwijs


De directeurs In elke raad (behalve in de Raad Hoger Onderwijs) zetelen directeurs van scholen en centra voor volwassenenonderwijs, basiseducatie of deeltijds kunstonderwijs. De directeurs worden gezamenlijk voorgedragen door de representatieve verenigingen van inrichtende machten en het GO! en door de representatieve vakorganisaties. De sociaal-economische organisaties De vertegenwoordigers van de sociaal-economische organisaties worden aangeduid door de SERV. De sociaal-culturele organisaties De Verenigde Verenigingen duiden de afgevaardigden aan die de sociaal-culturele organisaties vertegenwoordigen, dat zijn momenteel: • • • • • • • •

Het Netwerk tegen armoede De Gezinsbond Het Minderhedenforum De Federatie sociaal-cultureel werk Welzijnszorg Katholieke Vereniging Gehandicapten (KVG-Vorming) Vijftact vzw Jeugddienst van de Socialistische Mutualiteiten (JOETZ)

41


Jaarverslag 2019-2020| deel 2: Hoe werkt de Vlor?

Vast Bureau

42


Algemene Raad Leden op 30 juni 2020 Ann Verreth - voorzitter geleding Inrichtende machten GO! OVSG POV Katholiek Onderwijs Vlaanderen

OKO Instellingshoofden HO Vlir Vlhora Directeurs Off. BO Vrij SO Off. DKO Vrij CVO VCLB Personeel ACOD COV COC COC-COV VSOA Ouderverenigingen VCOV KOOGO GO! ouders Leerlingen VSK Studenten VVS Sociaal-economische organisaties SERV Sociaal-culturele organisaties Verenigde Verenigingen

effectieve leden

plaatsvervangers

Raymonda Verdyck Saskia Lieveyns Patriek Delbaere - ondervoorzitter Bruno Sagaert Griet Mathieu Lieven Boeve Anne Verhoeven Chris Smits Jan Schokkaert Kris Denys

Geert Spiessens Luc Vernaillen Walentina Cools Hildegard Schmidt Luc Coppieters Machteld Verhelst Willy Claes Cindy Lammens Kurt Berteloot Lieve Vansintjan

Ann De Schepper Pascale De Groote

Jan Eggermont Eric Vermeylen

Gerda Calders Jan De Boeck Johan Jonniaux Katty Van Camp Stefaan Grielens

Didier Van De Gucht MaitĂŠ Schiepers Anne-Marie Verbeek Geert Degrande Jean-Pierre Goor

Jean-Luc Barbery Nancy Libert Marianne Coopman Jan Soons Goele Cornelissen Marnix Heyndrickx

Wendy Thomas Marc Borremans Isabel Rots Koen Van Kerkhoven Hilde Lavrysen Wauter Leenknecht

Jos Vaesen Kim Bogaerts Hannelore Lambrighs Timothy Van Raemdonck

Mark Pauwels Karolien Bouchet An Ryckmans Veerle Vyverman

Jesse Verleije Jan Van den Broeck

Flor Van der Eycken Michel Jolie

Bernd Wethmar /

Dylan Couck /

Sarah Lambrecht (ABVV) Jonas De Raeve (Voka)

Sam Coomans (ACV) Joris Renard (Unizo)

Hilde Timmermans (Gezinsbond) Sanghmitra Bhutani (Minderhedenforum)

Waut Hespel (JOETZ) Nele Schroyen (Netwerk tegen Armoede)

43


Jaarverslag 2019-2020| deel 2: Hoe werkt de Vlor?

Commissies en langlopende werkgroepen – – – – – – – – – – – –

commissie Diversiteit en Gelijke Onderwijskansen commissie Internationaal Onderwijs- en Vormingsbeleid commissie Onderwijs en Samenleving commissie Leerlingenbegeleiding commissie Onderwijs aan Lerenden met specifieke noden commissie Onderwijs-Arbeidsmarkt commissie Onderwijsonderzoek overleg Begeleiders Diversiteit overlegplatform Welbevinden en Preventie van Pesten op School overlegplatform Studiekeuze van secundair naar hoger onderwijs projectgroep De leraar werkgroep modernisering einddoelen

Uitgebrachte adviezen – Eindtermen 2de en 3de graad secundair onderwijs. Advies over het voorontwerp van decreet betreffende –

– – – – – – –

– – – – –

de onderwijsdoelen voor de tweede en derde graad van het secundair onderwijs en diverse andere verwante maatregelen, 27 augustus 2020. Verdere uitwerking opheffing Syntra Vlaanderen (1). Advies over het besluit van de Vlaamse Regering over de ontbinding zonder vereffening van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap “Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming – Syntra Vlaanderen” en tot wijziging van de naam “Hermesfonds”, 27 augustus 2020. Verdere uitwerking opheffing Syntra Vlaanderen (2). Advies over het besluit van de Vlaamse Regering over de erkenning van een centrum ondernemersvorming, 27 augustus 2020. Verdere uitwerking opheffing Syntra Vlaanderen (3). Advies over het besluit van de Vlaamse regering houdende de oproep ondernemerschapstrajecten, 27 augustus 2020. Verdere uitwerking opheffing Syntra Vlaanderen (4). Advies over het besluit van de Vlaamse Regering houdende uitvoering van het decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen, 27 augustus 2020. Advies over het voorontwerp van programmadecreet bij de begrotingsaanpassing 2020, 28 april 2020. Themazetting voor beleidsgericht onderwijsonderzoek, 21 februari 2020. * De opheffing van Syntra Vlaanderen, 21 februari 2020. Spots op gelijke onderwijskansen. Advies met beleidsvoorstellen voor krachtig GOK-beleid, 21 februari 2020. Een pleidooi voor strategische beleidsplanning om inclusief onderwijs te kunnen realiseren, 23 januari 2020.* Advies over onderwijsdecreet XXX, 23 januari 2020. Advies over de beleidsnota Onderwijs 2019-2024, 28 november 2019. Advies over de programmadecreten bij begrotingsaanpassing 2019 en begrotingsopmaak 2020, 4 november 2019. Advies over de Europese samenwerking na ‘Education and Training 2020’, 26 september 2019.* * advies op eigen initiatief

44


Raad Basisonderwijs Leden op 30 juni 2020 geleding Inrichtende machten GO! OVSG Katholiek Onderwijs Vlaanderen

OKO Directeurs Vrij Off. Personeel ACOD COV

COC VSOA Ouderverenigingen VCOV KOOGO - GO! ouders CLB VCLB CLB off.

Sociaal-culturele organisaties Verenigde Verenigingen

effectieve leden

plaatsvervangers

Anja Preuveneers Lotje De Spiegeleer Bruno Sagaert Bart Van Dijck Anne Verhoeven - voorzitter Gerda Bruneel Lieve Van Lancker Catherine Devos

Els Supply Andries Valcke Karen Dehaen Steven De Laet Annemie Jennes Greet Vanhove Kris De Ruysscher Tine Schürg

Michel Goeman Robert Scheltjens

Raf Waumans André Vandebroek

Wendy Thomas – ondervoorzitter Marianne Coopman Isabel Rots Bert Verhaegen Filip Vandenberge Pascal Claessens

Nancy Libert Hilde Lavrysen Nancy Dewulf Eva Tiquet Marina De Pauw Sabine Huybrecht

Karolien Bouchet Hannelore Lambrighs

Mark Pauwels An Ryckmans

Tine Gheysen Barbara Roelandt (OVSG)

Marleen Van den Mooter Inge Van Trimpont (GO!)

Kris Dom (Welzijnszorg) Nele Schroyen (Netwerk tegen Armoede)

Koen Trappeniers (Welzijnszorg) Sanghmitra Bhutani (Minderhedenforum)

Commissie en langlopende werkgroepen –

technische werkgroep Programmaties Basisonderwijs

Uitgebrachte adviezen –

–

Vorm geven aan nieuwe onderwijsdoelen voor het basisonderwijs. Advies over principes en aanbevelingen voor nieuwe eindtermen en ontwikkelingsdoelen in het gewoon basisonderwijs, 10 juni 2020. * Advies over de programmatieaanvragen buitengewoon basisonderwijs voor schooljaar 2020-2021, 15

–

Nood aan duidelijkheid over de implicaties van de leerplichtverlaging, 15 januari 2020.*

januari 2020.

* advies op eigen initiatief

45


Jaarverslag 2019-2020| deel 2: Hoe werkt de Vlor?

Raad Secundair Onderwijs Leden op 30 juni 2020 geleding Inrichtende machten GO! POV OVSG Katholiek Onderwijs Vlaanderen

OKO SYNTRUM/SYNTRA Directeurs Vrij Off. Personeel ACOD COC

VSOA Ouderverenigingen KOOGO - GO! ouders VCOV Leerlingen VSK CLB VCLB CLB off. Sociaal-culturele organisaties Verenigde Verenigingen

effectieve leden

plaatsvervangers

Saskia Lieveyns - voorzitter Els Supply Luc Coppieters Hildegard Schmidt Dominiek Desmet Katrien Bressers Cindy Lammens Paul Buyck Sven Brouwers

Luc Vernaillen Fien Moerman Griet Mathieu Johan Vandenbranden Marleen Lippens Joost Laeremans Ann Van Grieken Nancy Bal Bert Van Cauteren

Maité Schiepers Freddy Bleus

Jan De Boeck Tom Rydant

Wendy Thomas Wim Plas Goele Cornelissen Filip Vandenberghe Dirk Demarest Wauter Leenknecht

Nancy Libert Dominique Van Overmeire Bart De Haes Dina Van Der Kelen Marina De Pauw Dirk Dietrich

Timothy Van Raemdonck Kim Bogaerts

Veerle Vyverman Jos Vaesen

Flor Van der Eycken Corneel Claeys

Jesse Verleije Mathijs Genbrugge

Sonja Buts - ondervoorzitter Inge Van Trimpont (GO!)

Kris Van den Bossche Barbara Roelandt (OVSG)

Lief Vanbael (KVG-Vorming) Nele Schroyen (Netwerk tegen Armoede)

Greet Firlefyn (Vijftact vzw) Kris Dom (Welzijnszorg)

Commissies en langlopende werkgroepen – – – –

commissie Regionale Technologische Centra (RTC) technische werkgroep Programmaties Secundair Onderwijs technische werkgroep Programmaties Duaal Leren technische werkgroep Oprichting Buitengewoon Secundair Onderwijs

Uitgebrachte adviezen -

46

Opportuniteiten voor de Regionale Technologische Centra 2020-2021, Advies in functie van de jaaractieplannen van de RTC, 11 juni 2020.


-

-

Het minimumaantal uren alternerend werkplekleren in de opleidingskaarten voor de lineaire dbsoopleidingen van de zorgberoepen, 11 juni 2020. * Freinetpedagogie als studierichting in de tweede graad secundair onderwijs, Advies over de aanvraag tot erkenning van een nieuw structuuronderdeel freinetpedagogie, 2 juni 2020. Advies over een bijkomende programmatie-aanvraag gewoon secundair onderwijs door rechtsherstel schooljaar 2020-2021, 14 mei 2020. Programmatie in het gewoon secundair onderwijs (niche-basisopties eerste graad) 2020-2021, 13 februari 2020.

Programmatie in het buitengewoon secundair onderwijs (duaal leren) 2020-2021, 13 februari 2020. Programmatie in het gewoon secundair onderwijs (duaal leren) 2020-2021, 13 februari 2020. Programmatie in het buitengewoon secundair onderwijs 2020-2021, 23 januari 2020. Programmatie in het gewoon secundair onderwijs (tweede en derde graad) 2020-2021, 23 januari 2020. Laat leren en werken niet zomaar inkantelen in duaal leren, 10 oktober 2019. * advies op eigen initiatief

47


Jaarverslag 2019-2020| deel 2: Hoe werkt de Vlor?

Raad Hoger Onderwijs Leden op 30 juni 2020 geleding Instellingshoofden HO Vlir

Vlhora

Personeel ACOD COC

VSOA Studenten VVS

Sociaal-culturele organisaties Verenigde Verenigingen

effectieve leden

plaatsvervangers

Ann De Schepper Jan Eggermont Mieke Van Herreweghe Jan Danckaert Veerle Hendrickx - voorzitter Koen Goethals Ann Brusseel Joris Hindryckx

Luc Van de Poele Piet Verhesschen Bieke Morlion Karen Coninx Tomas Legrand Pascale De Groote Ben Lambrechts Marc Vandewalle

Inge Vansweevelt Lorenzo Eecloo Els Jacobs Jan Goossens Jan Soons Wauter Leenknecht

Marc Borremans Astrid Van der Haeghen Katrien Steenhaut Paul Verachtert Ann Audenaert Sabine Huybrecht

Dylan Couck - ondervoorzitter Stijn Pinkhof Feliciaan De Palmenaer Wimjan Nitelet Angela Brinkman /

Bernd Wethmar / Sander Vanmaercke / / /

Sanghmitra Bhutani (Minderhedenforum) Hilde Timmermans (Gezinsbond)

/ /

Langlopende werkgroep –

werkgroep Internationale Tendensen Hogeronderwijsbeleid

Uitgebrachte adviezen – – – – – –

De grenzen van de flexibilisering? Advies over de grenzen van flexibilisering in het hoger onderwijs, 20 augustus 2020.* Advies academische erkenning van buitenlandse diploma’s, 9 juni 2020.* Advies bij het regeringsamendement programmadecreet: extra middelen voor technologische component Handelswetenschappen en Bedrijfskunde, 12 mei 2020. Thema’s voor evaluatievragen over het Vlaamse financieringsmechanisme, Advies in het kader van het OESO-project ‘Resources in higher education’, 14 januari 2020.* Advies over het Bologna-implementatierapport, 12 november 2019.* Een diversiteitssensitief personeelsbeleid als hefboom voor democratisering. Advies over diversiteit op de werkvloer in het hoger onderwijs, 12 november 2019.* * advies op eigen initiatief

48


Raad Levenslang en Levensbreed Leren Leden op 30 juni 2020 geleding Inrichtende machten en opleidingsverstrekkers GO! POV OVSG Katholiek Onderwijs Vlaanderen

Basiseducatie VDAB Socius SYNTRA Directeurs Off. DKO Vrij CVO Off. CVO Basiseducatie Personeel ACOD COC

VSOA Cursisten

Sociaal-culturele organisaties Verenigde Verenigingen

effectieve leden

plaatsvervangers

Daisy Denolf Griet Mathieu Bernadette Van Kemseke Kurt Berteloot- voorzitter Eddy Demeersseman Katty Van Camp

Frederik Vanroelen Greet Van Dender Johan Vandenbranden Hilde Penneman Carmen Wullaert Veerle Adams

Anne Bogaerts Isabel Gaisbauer Ronny Leenknegt Chris Venken

Joke Drijkoningen Veerle Desutter Fred Dhont Bert Van Cauteren

Bartholomeus Remans Maryse Boufflette Gunther Degroote Leen Adams

Hilde Van Keer Isabel Laing Marleen Mast Anja Geerdens

Inge Van Sweevelt Gert Hurkmans Sylvie Vanspeybroeck –ondervoorzitter Ingrid Kremer Serge Vermunicht Philip Berger

Jean-Luc Barbery Dany Bollens Katrien Verstraeten Bart Kindt Gerald Paternoster Sabine Huybrecht

Freddy Tack Ivo Groffils Gunther Corthals /

Didier Bataillie Katarzyna Marek / Micheline Van Lokeren

Dirk Verbist (De Federatie) Sanghmitra Bhutani (Minderhedenforum)

Barbara Delft (De Federatie) Sophia Honggokoesoemo (Minderhedenforum)

Commissie en langlopende werkgroepen – – – –

commissie Basiseducatie commissie Deeltijds Kunstonderwijs commissie Volwassenenonderwijs technische Werkgroep Onderwijsbevoegdheid

49


Jaarverslag 2019-2020| deel 2: Hoe werkt de Vlor?

Uitgebrachte adviezen – – – – – –

Aanbevelingen voor het platform levenslang leren, 31 maart 2020.* Advies Opleidingsprofielen Secundair Volwassenenonderwijs – lichting 15/01/20, 31 maart 2020. Advies aanvragen bijkomende programmatie DKO - voorjaar 2020, 31 maart 2020. Advies Aanvragen bijkomende onderwijsbevoegdheid CVO – maart 2020, 31 maart 2020. Advies bijkomende onderwijsbevoegdheid CVO – november 2019, 12 november 2019. Advies Opleidingsprofielen Secundair Volwassenenonderwijs – lichting 15/09/2019, 12 november 2019. * advies op eigen initiatief

50


Activiteiten Studiedagen –

Startdag 2019 – Spots op onderwijs, 18 september 2019, Vlaams Parlement Brussel

Interne seminaries en toelichtingen Algemene Raad – – – – – – – –

Seminarie – ‘Eindtermen: omzien en vooruitkijken. Stand van zaken voor de eindtermen in het basisonderwijs’, 6 maart 2020 Seminarie – ‘Eindtermen: omzien en vooruitkijken. Principes die de ontwikkeling van de eindtermen en specifieke eindtermen voor de 2de en 3de graad so hebben gestuurd’, 31 januari 2020 Seminarie – ‘Eindtermen: omzien en vooruitkijken. Onderwijskundige en juridische denkkaders’, 24 januari 2020 Toelichting – ‘Welke uitdagingen bieden het regeerakkoord en de beleidsnota voor het onderwijs en de arbeidsmarkt: een blik op het verleden en de toekomst’, 11 december 2019 Toelichting – Resultaten van PISA 2018, 5 december 2019 Studiedag 'Anders = pesten?', 26 november 2019 Seminarie – Taalonderwijs in het basisonderwijs, 5 november 2019 (i.s.m. Raad Basisonderwijs) De nieuwe Commissie Onderwijs maakt kennis met de Vlor, 24 oktober 2019

Raad Basisonderwijs – – – –

Thema-bespreking over taalontwikkeling bij kleuters in relatie tot het introduceren van een beheersingsniveau Nederlands, 11 maart 2020 Toelichting – decreet buitenschoolse kinderopvang door K&G en dialoog met de raad, 5 februari 2020 Toelichting – SONO-reviewstudie en exploratief onderzoek naar masters basisonderwijs, 1 oktober 2019 Toelichting – Onderwijsspiegel 2019, 11 september 2019

Raad Secundair Onderwijs – – – – –

Lerend netwerk InnoVET, 23 januari 2020 Lerend netwerk InnoVET – werken met KlasCement, 13 november 2019 Toelichting – Onderwijsspiegel 2019, 12 september 2019 Toelichting – Studiekostenmonitor 1ste graad SO en goede praktijken van kostenbeheersing in SO, 12 september 2019 Toelichting – Advies Vlaamse Scholierenkoepel over duaal leren, 11 september 2019

Raad Hoger Onderwijs –

–

Toelichting – online panelgesprek met intermediaire organisaties over sociale inclusie van studenten uit kansengroepen, 18 juni 2020 Toelichting – Dialoogtafel met studentenvoorzieningen over sociale inclusie van studenten uit kansengroepen, 15 januari 2020

Raad Levenslang en Levensbreed Leren –

Seminarie – Tweedekansleerwegen, 20 februari 2020 (i.s.m. Raad Secundair Onderwijs)

51


Jaarverslag 2019-2020| deel 2: Hoe werkt de Vlor?

Publicaties Spots op onderwijs. Wetenschappers voor het voetlicht september 2019

Aan de slag met het exploratie-instrument Columbus Draaiboek voor scholen secundair onderwijs September 2019

Antipestslang Poster om te werken aan welbevinden en preventie van pesten op school november 2019

Welbevinden en preventie van pesten op school. Inspiratietekst voor elke lerarenopleider november 2019

52


Permanent secretariaat Personeel Het permanent secretariaat van de Vlor staat in voor de praktische organisatie en de inhoudelijke ondersteuning van de onderwijsraad. In het werkjaar 2019-2020 telde de Vlor 24 medewerkers: 7 mannen, 17 vrouwen. Er werkten 14 statutairen, 5 contractuelen en 5 gedetacheerden.

Mia Douterlungne, administrateur-generaal staf Marleen Colpin, secretaris Raad Secundair Onderwijs, diversiteit en GOK, onderwijsonderzoek Ann Daenens, communicatieverantwoordelijke Filip De Bruyne, directeur ICT en financiën Bram De Geeter, secretaris Raad Levenslang en Levensbreed Leren Martijn De Laender, projectmedewerker InnoVET Isabelle De Ridder, secretaris Raad Hoger Onderwijs Carine De Smet, projectmedewerker internationaal onderwijsbeleid, STEM, onderwijs & samenleving en welbevinden Eric d’Hooghe, projectmedewerker welbevinden & preventie van pesten op school, overleg lerarenopleiding over welbevinden, beeldenbank, lerenden met specifieke noden en programmatieaanvragen. Roos Herpelinck, directeur zorg in onderwijs (inclusie, specifieke noden, leerlingenbegeleiding, samenwerking met welzijn), internationaal onderwijsbeleid, niveau-overstijgende adviezen Algemene Raad Joël Job, personeels- en logistiek verantwoordelijke, secretaris Algemene Raad Katrien Persoons, secretaris Raad Basisonderwijs, overlegplatform SO-HO Julie Sels, aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt administratie Nancy Tuts, directiesecretariaat Isabelle Berghs, documentatiedienst Piet De Craecker - Nicole Meuleman - Mireille Pauwels - Pascale Vaegenhende - Daniëlle Wouters, administratieve ondersteuning onthaal – logistiek Wim Antheunis – Ebru Biçer – Viviane Piron – Sigrid Van Laethem

53


Jaarverslag 2019-2020| deel 2: Hoe werkt de Vlor?

Informatie en communicatie De Vlor communiceert in de eerste plaats naar de beleidsactoren en zijn leden. Hij stemt zijn communicatiekanalen zoveel mogelijk af op deze specifieke doelgroepen. Adviezen De advisering van de Vlor is in eerste instantie gericht naar de beleidsmakers voor Onderwijs en Vorming: de minister (en kabinet) en de administratie. De adviezen worden aan deze prioritaire doelgroep dan ook persoonlijk bezorgd. Ook de leden van de Commissie Onderwijs in het Vlaams Parlement en politieke partijen zijn een belangrijke doelgroep voor de Vloradviezen. Zij ontvangen op geregelde tijdstippen een overzicht van de recente adviezen of eerdere adviezen die relevant zijn voor de besprekingen van de Commissie. Ledencommunicatie Het intranet van de Vlor vormt de ruggengraat van de ledencommunicatie. De leden van de raden en commissies en de deelnemers aan tijdelijke werkgroepen kunnen zich snel en doelgericht informeren over de werkzaamheden waar zij rechtstreeks bij betrokken zijn. Zo kunnen zij de agenda en voorbereidende documenten van vergaderingen raadplegen en een opvolgingsdocument consulteren waarmee zij de weg van een (ontwerp)advies doorheen de organisatie kunnen opvolgen, samen met de eventuele wijzigingen aan de regelgeving die ermee verband houden. De dienst informatica verzorgt een interne helpdesk voor de medewerkers en de leden.

54


www.vlor.be De Vlor-website is de spil van de communicatie. Hij geeft een actueel overzicht van de uitgebrachte adviezen. Met een uitgebreide zoekfunctie kunnen eerdere Vlor-adviezen thematisch doorzocht worden. Bezoekers kunnen er zich inschrijven voor studiedagen en andere activiteiten of publicaties bestellen. De Vlor-website had afgelopen werkjaar 53.919 bezoekers (tegenover 54.014 vorig werkjaar). De website wordt geraadpleegd om adviezen te bekijken, publicaties te bestellen, in te schrijven voor een activiteit of voor algemene informatie over de Vlor of over zijn projecten. Via de website lopen ook vragen om informatie binnen. Nieuwsbrief Alle scholen en CLB’s ontvangen viermaal per jaar In beraad. Deze papieren nieuwsbrief geeft een overzicht van de werkzaamheden en kondigt nieuwe initiatieven aan. De Vlor verstuurt maandelijks een digitale nieuwsbrief. Die houdt abonnees op de hoogte van de recente Vlor-adviezen en van de agenda. Geïnteresseerden kunnen zich abonneren op deze nieuwsbrief via www.vlor.be. In juni 2020 telde de nieuwsbrief 3537 abonnees. Andere kanalen De leden van de Commissie Onderwijs van het Vlaams Parlement ontvangen regelmatig een overzicht van Vlor-adviezen die relevant zijn voor hun besprekingen. De raad kan ook worden uitgenodigd in de Commissie om een advies toe te lichten. Om zich voor te stellen aan nieuwe leden, bezoekers en deelnemers aan Vlor-activiteiten, heeft de Vlor een kennismakingsfolder. Nieuwe leden van raden, commissies en werkgroepen ontvangen ook een welkomstbrochure met wegwijsinformatie. Via de kranten en de bewegingspers probeert de Vlor zijn naambekendheid en de weerklank van zijn standpunten en activiteiten bij de publieke opinie te vergroten, om ook langs die weg invloed uit te oefenen op het onderwijsbeleid. De Vlor deelt zijn informatie ook via de sociale media. Af en toe informeert de raad gericht specifieke doelgroepen die belang hebben bij een advies, publicatie, project of activiteit.

55


Jaarverslag 2019-2020| deel 2: Hoe werkt de Vlor?

Afkortingen ACOD: Algemene Centrale der Openbare Diensten AGODI: Agentschap voor onderwijsdiensten AHOVOKS: Agentschap voor hoger onderwijs, volwassenenonderwijs, kwalificaties & studietoelagen buso: buitengewoon secundair onderwijs CLB: centra voor leerlingenbegeleiding COC: Christelijke Onderwijscentrale COV: Christelijk Onderwijzersverbond CVO: centrum voor volwassenenonderwijs dko: deeltijds kunstonderwijs Epos: Europese programma’s voor onderwijs, opleiding en samenwerking EUNEC: European Network of Education Councils EVC: erkennen van competenties FWO: Fonds Wetenschappelijk Onderzoek GKK: gemeenschappelijk kwaliteitskader GO!: onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap GOK: gelijke onderwijskansen hbo5: hoger beroepsonderwijs opleidingen op niveau 5 ICT: informatie- en communicatietechnologie InnoVET: innovatieve opleidingen in Vocational Education and Training KOOGO: Koepel van Ouderverenigingen van het Officieel Gesubsidieerd Onderwijs LOP: lokaal overlegplatform NT2: Nederlands als tweede taal OESO: Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling OK-kader: referentiekader onderwijskwaliteit OKAN: onthaalklas voor anderstalige nieuwkomers OKO: Overleg Kleine Onderwijsverstrekkers OV 3: opleidingsvorm 3 OVSG: Onderwijsvereniging van Steden en Gemeenten PIRLS: Progress in International Reading Literacy Study

56


POV: Provinciaal Onderwijs Vlaanderen RIZIV: Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering RTC: Regionaal Technologisch Centrum SAR WGG: Strategische Adviesraad voor het Welzijns-, Gezondheids- en Gezinsbeleid SERV: Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen SES: Socio-Economische Status SO: secundair onderwijs SOHO: van secundair naar hoger onderwijs SONO: Steunpunt Onderwijsonderzoek Socius: Steunpunt voor Sociaal-cultureel volwassenenwerk STEM: Science, Technology, Engineering, Mathematics TALIS: Teaching and Learning International Survey UNESCO: United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization VDAB: Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding VCLB: Vrij Centrum voor Leerlingenbegeleiding VCOV: Vlaamse Confederatie van ouders en ouderverenigingen Vlhora: Vlaamse Hogescholenraad Vlir: Vlaamse Interuniversitaire Raad VSK: Vlaamse Scholierenkoepel VSOA: Vrij Syndicaat voor het Openbaar Ambt VVS: Vlaamse Vereniging van Studenten

57


Jaarverslag 2019-2020| deel 2: Hoe werkt de Vlor?

De juridische basis Decreet betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad (2 april 2004) TITEL IV DE VLAAMSE ONDERWIJSRAAD HOOFDSTUK I STRATEGISCHE ADVIESRAAD Artikel 67. (01/01/2019- Datum te bepalen door Vlaamse Regering) § 1. De VLOR is een strategische adviesraad met rechtspersoonlijkheid in de zin van artikel III.93 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. Hij oefent zijn taken uit bij het beleidsdomein Onderwijs en Vorming van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. § 2. De oprichting, taakomschrijving, samenstelling, organisatie en werking van de Vlor evenals de programmering en verslaggeving ervan, wordt geregeld door en krachtens de bepalingen van dit decreet en door titel III, hoofdstuk 3, afdeling 7, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 tenzij in dit decreet anders wordt bepaald. Voor de toepassing van artikel III.106 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 wordt het begrip "jaarlijks" gelezen als "elk schooljaar". § 3. De VLOR treedt volledig in de rechten en plichten ten aanzien van de op de vooravond van de inwerkingtreding van deze titel bestaande Vlaamse Onderwijsraad.

HOOFDSTUK II ORGANEN Artikel 68. (04/10/2005- ...) De VLOR bestaat uit: 1° een algemene raad, die in beginsel de in dit decreet omschreven advies- en overlegtaken waarneemt en door de algemene voorzitter wordt voorgezeten; 2° vier deelraden zijnde een raad basisonderwijs, een raad secundair onderwijs, een raad hoger onderwijs en een raad levenslang en levensbreed leren, die onder de voorwaarden bepaald in het huishoudelijk reglement en voor het betrokken niveau advies- en overlegtaken kunnen waarnemen; 3° een vast bureau, dat het bestuur van de VLOR waarneemt; 4° een algemeen secretaris, die bestuurs- en vertegenwoordigingsbevoegd is voor handelingen van dagelijks bestuur en die de leiding waarneemt van het permanent secretariaat van de VLOR.

HOOFDSTUK III OPDRACHT AFDELING 1 ALGEMENE BEPALING Artikel 69. (01/04/2006- ...) De VLOR heeft de opdracht advies te verstrekken ten behoeve van de regering en van het Vlaams Parlement en overleg te organiseren tussen de verschillende geledingen van het onderwijsveld.

58


De VLOR hanteert bij het uitbrengen van een advies of bij het organiseren van een overleg onderwijskundige, pedagogische en maatschappelijke criteria en gaat de effecten van beleidsopties op leerlingen, cursisten en studenten na.

AFDELING 2 DECRETALE OPDRACHT ONDERAFDELING 1 ADVIEZEN Artikel 70. (01/09/2017- Datum te bepalen door Vlaamse Regering) De regering is verplicht advies te vragen aan de VLOR over: 1° voorontwerpen van decreet over aangelegenheden bedoeld in artikel 24, § 5, van de Grondwet, met uitzondering van de decreten houdende bekrachtiging van eindtermen, decretale specifieke eindtermen en ontwikkelingsdoelen, de decreten houdende bekrachtiging van beroepsprofielen van de leraren en de decreten die jaarlijks de begroting regelen en de decreten betreffende bekrachtiging van codificaties en coördinaties van regelgeving; 2° bij het Vlaams Parlement ingediende beleidsbrieven en beleidsnota's; 3° ontwerpen

van

besluit

houdende

tijdelijke

projecten

van

onderwijskundige

aard.

Het Vlaams Parlement bepaalt de onderwijsaangelegenheden waarvoor het advies van de VLOR eveneens verplicht ingewonnen wordt. De regering kan gemotiveerd afwijken van adviezen en informeert de VLOR hierover. Artikel 71. (01/04/2006- Datum te bepalen door Vlaamse Regering) De VLOR kan uit eigen beweging of op verzoek advies uitbrengen over: 1° de hoofdlijnen van het beleid; 2° maatschappelijke ontwikkelingen; 3° ontwerpen van samenwerkingsakkoord van strategisch belang die de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest wil sluiten met de Staat of met andere Gemeenschappen en Gewesten, en over ontwerpen van Europese en internationale samenwerkingsakkoorden van strategisch belang. Artikel 72. (01/04/2006- ...) § 1. De verplichte adviezen worden verstrekt binnen een termijn van dertig dagen na de datum van de ontvangst van de adviesaanvraag. In geval van spoed die met redenen wordt omkleed, kan de regering de termijn inkorten zonder dat hij minder dan tien werkdagen mag bedragen. § 2. De adviezen op verzoek van het Vlaams Parlement worden verstrekt binnen de door het Vlaams Parlement gestelde termijn, die niet langer mag zijn dan dertig werkdagen. § 3. De adviezen van de VLOR zijn openbaar. Artikel 73. (01/04/2006- ...) Wanneer een ontwerpbeslissing betrekking heeft op de aangelegenheden bedoeld in artikel 70, eerste lid, 1°, wordt deze eerst aan de VLOR ter advisering voorgelegd. Behoudens inzake aangelegenheden betreffende het hoger onderwijs, wordt zij vervolgens onderhandeld binnen een gemeenschappelijke vergadering van het sectorcomité X en van de onderafdeling Vlaamse Gemeenschap van afdeling 2 van het comité voor de provinciale en de plaatselijke overheidsdiensten en het overkoepelend onderhandelingscomité van het gesubsidieerd vrij onderwijs voor wat betreft de grondregelen ter zake van

59


Jaarverslag 2019-2020| deel 2: Hoe werkt de Vlor?

het administratief statuut, met inbegrip van de vakantie- en verlofregeling, de bezoldigingsregeling, de betrekkingen met de vakorganisaties en de inrichtende machten, de organisatie van de sociale diensten of de verordeningsbepalingen, algemene maatregelen van inwendige orde en algemene richtlijnen met het oog op de latere vaststelling van de personeelsformatie of inzake arbeidsduur en organisatie van het werk. Het advies van de VLOR heeft geen betrekking op de arbeidsvoorwaarden waarover de syndicale organen zich uitspreken. Voor het hoger onderwijs wordt een ontwerpbeslissing na het advies van de VLOR voorgelegd aan het Vlaams Onderhandelingscomité voor het hoger onderwijs. ONDERAFDELING 2 OVERLEG Artikel 74. (01/04/2006- ...) Binnen de VLOR vindt op vraag van de regering overleg plaats tussen de verschillende geledingen in het onderwijs met het oog op de implementatie van nieuwe beleidslijnen.

AFDELING 3 CONVENTIONELE OPDRACHT Artikel 75. (01/04/2006- ...) De regering en de VLOR leggen in de beleidsovereenkomst bedoeld in artikel 89 vast op welke wijze bijkomende opdrachten kunnen worden opgenomen.

HOOFDSTUK IV SAMENSTELLING AFDELING 1 RADEN ONDERAFDELING 1 GELEDINGEN Artikel 76. (01/01/2013- ...) In de algemene raad zetelen: 1° vertegenwoordigers van: – – – – – – –

de instellingshoofden van het hoger onderwijs; de inrichtende machten de directeurs van het basisonderwijs, het secundair onderwijs, het deeltijds kunstonderwijs, het volwassenenonderwijs en de CLB's; het personeel; de ouders van leerlingen; de leerlingen van het secundair onderwijs; de studenten;

2° afgevaardigden uit, enerzijds, sociaal-economische organisaties en, anderzijds, sociaal-culturele organisaties; Artikel 77. (01/01/2013- ...)

60


In de deelraad basisonderwijs zetelen: 1° afgevaardigden uit het basisonderwijs. Deze afgevaardigden bestaan uit vertegenwoordigers van: – – – –

de inrichtende machten; de directeurs; het personeel; de ouders;

2° afgevaardigden uit de CLB's; 3° afgevaardigden uit sociaal-economische organisaties en/of anderzijds sociaal-culturele organisaties; In de deelraad secundair onderwijs zetelen: 1° afgevaardigden uit het secundair onderwijs. Deze afgevaardigden bestaan uit vertegenwoordigers van: – – – – –

de inrichtende machten; de directeurs het personeel; de ouders; de leerlingen;

2° afgevaardigden uit de CLB's; 3° afgevaardigden uit enerzijds sociaal-economische organisaties en anderzijds sociaal-culturele organisaties; In de deelraad levenslang en levensbreed leren zetelen: 1° afgevaardigden uit het deeltijds kunstonderwijs, de centra voor volwassenenonderwijs en de centra voor basiseducatie. Deze afgevaardigden bestaan uit vertegenwoordigers van: – de inrichtende machten; – de directeurs van het deeltijds kunstonderwijs en de centra voor volwassenenonderwijs en de directeurs van de centra voor basiseducatie; – het personeel; – de cursisten; 2° afgevaardigden uit, enerzijds, sociaal-economische organisaties en, anderzijds, sociaal-culturele organisaties; In de deelraad hoger onderwijs zetelen: 1° afgevaardigden uit de hogescholen en universiteiten. Deze afgevaardigden bestaan uit vertegenwoordigers van: – – –

de instellingshoofden; het personeel; de studenten;

2° afgevaardigden uit enerzijds sociaal-economische organisaties en anderzijds sociaal-culturele organisaties. Artikel 78. (04/10/2005- ...)

61


Jaarverslag 2019-2020| deel 2: Hoe werkt de Vlor?

De regering bepaalt de nadere samenstelling van de raden. ONDERAFDELING 2 WIJZE VAN SAMENSTELLING Artikel 79. (01/01/2013- ...) De afvaardiging in de raden komt tot stand door aanduiding. Voor elke afgevaardigde wordt een plaatsvervanger aangesteld. De regering kan nadere regelen inzake de plaatsvervanging bepalen. Bij uitputting van de lijst van verkozen directeurs wordt de vertegenwoordiging van deze geleding aangeduid in onderling overleg door het Gemeenschapsonderwijs, de representatieve verenigingen van inrichtende machten en de representatieve vakorganisaties. Artikel 80. (01/01/2013- ...) De aanduiding van de afgevaardigden gebeurt als volgt: 1° de Vlaamse Hogescholenraad duidt de vertegenwoordigers van de instellingshoofden van de hogescholen aan; 2° de Vlaamse Interuniversitaire Raad duidt de vertegenwoordigers van de instellingshoofden van de universiteiten aan; 3° het Gemeenschapsonderwijs en de representatieve verenigingen van inrichtende machten duiden de vertegenwoordigers van de inrichtende machten aan; 4° het Gemeenschapsonderwijs en de representatieve verenigingen van inrichtende machten duiden de vertegenwoordigers van de CLB's aan; 5° de representatieve vakorganisaties duiden de vertegenwoordigers van het personeel aan; 6° de leerlingenkoepelverenigingen duiden de vertegenwoordigers van leerlingen uit het secundair onderwijs aan; 7° de studentenkoepelverenigingen duiden de vertegenwoordigers van studenten aan; 8° de ouderkoepelverenigingen duiden de vertegenwoordigers van de ouders aan; 9° de SERV duidt de afgevaardigden van sociaaleconomische organisaties aan; 10° de door de regering daartoe gemachtigde organisatie duidt de afgevaardigden van sociaal-culturele organisaties aan. 11° de afgevaardigden van de representatieve vakorganisaties enerzijds en het Gemeenschapsonderwijs en de representatieve verenigingen van inrichtende machten anderzijds duiden in onderling overleg de afgevaardigden van de directeurs aan. Op verzoek van een verantwoordelijk bestuurslid van een representatieve vakorganisatie, krijgt een vakbondsafgevaardigde dienstvrijstelling om de vergaderingen van de Vlaamse Onderwijsraad bij te wonen. De dienstvrijstelling wordt gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit. Het personeelslid behoudt het recht op een salaris. Artikel 81. (01/01/2013- ...) [...]

62


Artikel 82. (01/01/2013- ...) [...] Artikel 83. (01/01/2013- ...) De representatieve vakorganisaties, het Gemeenschapsonderwijs en de representatieve verenigingen van inrichtende machten respecteren bij de aanduiding van de afgevaardigden van de directeurs het evenwicht tussen het officieel en het vrij onderwijs. ONDERAFDELING 3 ONVERENIGBAARHEDEN Artikel 84. (01/01/2019- ...) Een mandaat in een raad is onverenigbaar met: 1° de in artikel III.97, tweede lid, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 bedoelde mandaten, ambten en hoedanigheden, met uitzondering van het ambt van personeelslid van het gemeenschapsonderwijs; 2° de hoedanigheid van algemeen voorzitter; 3° de hoedanigheid van personeelslid van de onderwijsinspectie van de Vlaamse Gemeenschap. ONDERAFDELING 4 DUUR VAN HET MANDAAT Artikel 85. (04/10/2005- ...) De mandaten worden toegekend voor een periode van vier jaar. Een mandaat is hernieuwbaar.

AFDELING 2 ALGEMEEN VOORZITTER EN ALGEMEEN SECRETARIS Artikel 86. (01/04/2006- ...) De algemeen voorzitter wordt door de algemene raad verkozen uit een lijst van kandidaten na een openbare oproep. De algemeen voorzitter kan de raadsvergaderingen bijwonen, maar is niet stemgerechtigd. Artikel 87. (01/04/2006- ...) De algemeen secretaris wordt door de algemene raad aangesteld na een openbare oproep. De algemeen secretaris kan de vergaderingen van de raden bijwonen, maar is niet stemgerechtigd.

HOOFDSTUK V EXTERNE EXPERTEN Artikel 88. (04/10/2005- ...)

63


Jaarverslag 2019-2020| deel 2: Hoe werkt de Vlor?

Kabinetsleden, personeelsleden van het departement, leden van de onderwijsinspectie en deskundigen van hogescholen en universiteiten kunnen worden uitgenodigd op de vergaderingen van de raden om de behandelde aangelegenheden toe te lichten.

HOOFDSTUK VI WERKING Artikel 89. (01/04/2006- ...) De regering sluit voor een periode van vier jaar een beleidsovereenkomst met de VLOR over de wederzijdse rechten en plichten bij de uitvoering van de decretale en conventionele opdrachten. De beleidsovereenkomst bepaalt ten minste: 1° de kwantificering, omschrijving en financiering van conventionele opdrachten; 2° de wijze waarop de decretale en conventionele opdrachten worden gerapporteerd, opgevolgd en geëvalueerd; 3° de wijze waarop geschillen over de uitvoering van voornoemde opdrachten worden beslecht; 4° de wijze waarop de regering en de verschillende geledingen binnen de VLOR in overleg treden over projecten en hervormingen met een pedagogische doelstelling. Ten minste wordt daarbij een werkgroep opgericht waarin het Gemeenschapsonderwijs en de inrichtende machten zijn vertegenwoordigd; 5° de wijze waarop technische werkgroepen worden opgericht. Inzonderheid worden technische werkgroepen opgericht voor het deeltijds kunstonderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding; 6° de vormen van financiële en doelmatigheidscontrole; 7° de wijze waarop de beleidsovereenkomst kan worden aangepast, verlengd of ontbonden. Artikel 90. (01/04/2006- ...) De algemene raad regelt de interne werking van de VLOR in een huishoudelijk reglement, dat ten minste bepaalt: 1° de taakverdeling tussen de algemene raad en de deelraden; 2° de wijze waarop de voorzitters van de deelraden worden aangeduid; 3° de samenstelling, werking en bevoegdheden van het vast bureau en de algemeen secretaris. De algemeen secretaris maakt van rechtswege deel uit van het vast bureau. Noch de algemeen secretaris noch het vast bureau kunnen worden belast met het verstrekken van een advies. Artikel 91. (01/04/2006- ...) De VLOR bezit alle bevoegdheden die rechtstreeks of onrechtstreeks noodzakelijk of nuttig zijn voor de uitoefening van zijn opdracht, met inbegrip van het sluiten van overeenkomsten, het oprichten van of deelnemen in andere rechtspersonen. Artikel 92. (04/07/2011- ...)

64


De regering bepaalt de personeelsformatie van het permanent secretariaat. De Vlaamse Onderwijsraad kan personeelsleden tewerkstellen die overeenkomstig hun geldende rechtspositie een verlof wegens bijzondere opdracht of een verlof wegens opdracht hebben opgenomen. Op de personeelsleden die bij de Vlaamse Onderwijsraad overeenkomstig een verlof wegens bijzondere opdracht of een verlof wegens opdracht zijn tewerkgesteld, zijn de artikelen X.9 tot en met X.12 van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari van 2006 van toepassing. Aan de personeelsleden die bij de Vlaamse Onderwijsraad overeenkomstig een verlof wegens bijzondere opdracht of een verlof wegens opdracht zijn tewerkgesteld, wordt per werkdag een verblijfsvergoeding van 9,50 euro tegen 100 %, toegekend. Deze verblijfsvergoeding wordt niet toegekend voor vakantie-, verlof- en ziektedagen en wordt maandelijks na vervallen termijn uitbetaald. Deze verblijfsvergoeding is gekoppeld aan de evolutie van de gezondheidsindex overeenkomstig de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit nr. 178 van 30 december 1982 en onverminderd artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van s lands concurrentievermogen.

HOOFDSTUK VII FINANCIERING Artikel 93. (01/04/2006- ...) De VLOR beschikt over een dotatie die jaarlijks wordt ingeschreven op de begroting van de Vlaamse Gemeenschap. De dotatie omvat kredieten voor werking en huisvesting en voor de bezoldiging van het personeel. De dotatie kan niet worden gebruikt voor de financiering van andere rechtspersonen. Artikel 94. (01/04/2006- ...) De beleidsovereenkomst voorziet in de financiĂŤle middelen nodig voor de uitvoering van de conventionele opdrachten van de VLOR. Artikel 95. (01/04/2006- ...) De VLOR kan schenkingen, giften en legaten in ontvangst nemen.

HOOFDSTUK VIII OPHEFFINGS- EN INWERKINGTREDINGSBEPALINGEN Artikel 96. (... - ...) (niet opgenomen) (Heft de volgende regelingen op: 1° titel IX van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II;

65


Jaarverslag 2019-2020| deel 2: Hoe werkt de Vlor?

2° het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 1996 houdende de samenstelling van raden en afdelingen van de Vlaamse Onderwijsraad) Artikel 97. (01/04/2006- ...) De bepalingen van deze titel treden in werking op een door de Vlaamse regering vast te stellen datum. -----(De artikelen 68, 76, 77, 78, 79, 80, 1, 82, 83, 84, 85, 88 en 96, 2° treden in werking op 4 oktober 2005. Zie B.V.R. 21 oktober 2005, B.S., 25 november 2005) (Titel IV treedt in werking op 1 april 2006, met uitzondering van de artikelen 68, 76 tot en met 85, 88 en art. 96, 2° - zie BVR 31 maart 2006, B.S. 30/6/2006

TITEL V WIJZIGINGSBEPALINGEN HOOFDSTUK I SUBSIDIËRING VAN OUDERKOEPELVERENIGINGEN Artikel 98. (... - ...) (niet opgenomen) (wijzigt het opschrift en alle artikelen van het decreet van 20 juni 1996 betreffende de subsidiëring van de ondersteuningscentra van ouderverenigingen en van erkende verenigingen die vorming voor ouders van schoolgaande kinderen organiseren)

HOOFDSTUK II OPHEFFINGS- EN INWERKINGTREDINGSBEPALINGEN Artikel 99. (... - ...) (niet opgenomen) (Heft het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juni 1996 tot vastlegging van de beoordelingsprocedure van de vormingsprojecten voor ouders op) Artikel 100. (... - ...) De bepalingen van deze titel treden in werking op 1 januari 2005.

Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de samenstelling van de Vlaamse Onderwijsraad (21 oktober 2005) HOOFDSTUK I Definities Artikel 1. (01/10/2018- ...) Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder: 1° 2° 3° 4°

66

ACOD: De Algemene Centrale der Openbare Diensten; COC: Christelijke Onderwijscentrale; COV: Christelijk Onderwijzersverbond; cursist : een persoon die een opleiding volgt of ingeschreven was in het volwassenenonderwijs, in het deeltijds kunstonderwijs, bij Syntra, bij de VDAB of in het Sociaal-Cultureel Volwassenenwerk of een


persoon die een opleiding gevolgd heeft in het school- of kalenderjaar dat voorafgaat aan de datum van de oproep; 5° decreet: het decreet van 2 april 2004 betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad; 6° departement: bevoegde dienst of ambtenaar van het departement Onderwijs van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap; 7° directeur : elk personeelslid in een onderwijsinstelling dat functioneert in het ambt van directeur, algemeen of coördinerend directeur op het moment van zijn voordracht; 8° GO! Ouders : oudervereniging van het Gemeenschapsonderwijs; 9° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs; 10° KOOGO: Koepel van Ouderverenigingen van het Officieel Gesubsidieerd Onderwijs; 11° OKO: Overleg Kleine Onderwijsverstrekkers; 12° OVSG: Onderwijssecretariaat voor Steden en Gemeenten; 13° POV: Provinciaal Onderwijs Vlaanderen; 14° SOCIUS : Steunpunt voor Sociaal Cultureel Volwassenenwerk; 15° Syntra Vlaanderen : het Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming; 15° bis SYNTRUM : de koepelorganisatie die optreedt als vertegenwoordiger van de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen; 16° vakorganisatie: een personeelsvereniging van het onderwijs aangesloten bij een in de SociaalEconomische Raad van Vlaanderen vertegenwoordigde syndicale organisatie; 17° VCOV: Vlaamse Confederatie van Ouders en Ouderverenigingen; 18° VDAB: Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling; 19° VERVER : de Verenigde Verenigingen; 20° VLOR: de Vlaamse Onderwijsraad 21° [...] 22° VSOA: Vrij Syndicaat voor het Openbaar Ambt.

HOOFDSTUK II Samenstelling van de Algemene raad en de deelraden van de VLOR Artikel 2. (01/10/2018- ...) De Algemene raad bestaat uit 37 leden en wordt samengesteld als volgt: 1° twee vertegenwoordigers van de instellingshoofden van het hoger onderwijs, één namens de hogescholen en één namens de universiteiten; 2° tien vertegenwoordigers van de inrichtende machten waarvan twee aangeduid door het Gemeenschapsonderwijs, één aangeduid door POV, twee aangeduid door OVSG, vier aangeduid door het Katholiek Onderwijs Vlaanderen en één aangeduid door OKO; 3° vijf directeurs, van wie één uit het officieel basisonderwijs, één uit het vrij secundair onderwijs, één uit het officieel deeltijds kunstonderwijs, één uit het vrij volwassenenonderwijs en één uit de vrije centra voor leerlingenbegeleiding, samen voorgedragen door de representatieve verenigingen van inrichtende machten en het GO! en de representatieve vakorganisaties; 4° zes vertegenwoordigers van het personeel waarvan twee aangeduid door het ACOD, drie aangeduid door het COC en COV en één aangeduid door het VSOA; 5° vier vertegenwoordigers van de ouders van leerlingen waarvan één aangeduid door KOOGO, één aangeduid door GO! Ouders en twee door VCOV; 6° twee vertegenwoordigers van de leerlingen uit het secundair onderwijs; 7° twee vertegenwoordigers van de studenten uit het hoger onderwijs;

67


Jaarverslag 2019-2020| deel 2: Hoe werkt de Vlor?

8° vier vertegenwoordigers uit sociaal-economische organisaties; 9° twee vertegenwoordigers uit sociaal-culturele organisaties; 10° [...] Artikel 3. (01/10/2018- ...) De Raad voor het basisonderwijs bestaat uit 22 leden en wordt samengesteld als volgt: 1° acht vertegenwoordigers van de inrichtende machten waarvan twee aangeduid door het Gemeenschapsonderwijs, twee aangeduid door OVSG, drie aangeduid door het Katholiek Onderwijs Vlaanderen en één aangeduid door OKO; 2° twee directeurs, van wie één uit het officieel basisonderwijs, één uit het vrij basisonderwijs, samen voorgedragen door de representatieve verenigingen van inrichtende machten en het GO! en de representatieve vakorganisaties; 3° zes vertegenwoordigers van het personeel waarvan één aangeduid door het ACOD, vier aangeduid door het COC en COV en één aangeduid door het VSOA; 4° twee vertegenwoordigers van de ouders waarvan één aangeduid door KOOGO en GO! Ouders en één aangeduid door VCOV; 5° twee vertegenwoordigers van de centra voor leerlingenbegeleiding waarvan één uit het officieel onderwijs en één uit het vrij onderwijs; 6° twee vertegenwoordigers uit sociaal-culturele organisaties; 7° ... Artikel 4. (01/10/2018- ...) § 1. De Raad voor het secundair onderwijs bestaat uit 29 leden en wordt samengesteld als volgt: 1° negen vertegenwoordigers van de inrichtende machten, waarvan twee aangewezen door het Gemeenschapsonderwijs, één door POV, één door OVSG, drie door het Katholiek Onderwijs Vlaanderen, één door OKO en één door SYNTRUM; 2° twee directeurs, van wie één uit het officieel secundair onderwijs, één uit het vrij secundair onderwijs, samen voorgedragen door de representatieve verenigingen van inrichtende machten en het GO! en de representatieve vakorganisaties; 3° zes vertegenwoordigers van het personeel waarvan één aangeduid door het ACOD, vier aangeduid door het COC en COV en één aangeduid door het VSOA; 4° twee vertegenwoordigers van de ouders waarvan één aangeduid door KOOGO en GO! Ouders en één aangeduid door VCOV; 5° twee vertegenwoordigers van de leerlingen; 6° twee vertegenwoordigers van de centra voor leerlingenbegeleiding waarvan één uit het officieel onderwijs en één uit het vrij onderwijs; 7° vier vertegenwoordigers uit sociaal-economische organisaties; 8° twee vertegenwoordigers uit sociaal-culturele organisaties; 9° [...]

68


Artikel 5. (01/10/2018- ...) De Raad voor levenslang en levensbreed leren bestaat uit 31 leden: 1° 11 vertegenwoordigers van de inrichtende machten en opleidingsverstrekkers waarvan één aangeduid door het Gemeenschapsonderwijs, één aangewezen door OKO, één aangeduid door POV, één aangeduid door OVSG, drie aangeduid door het Katholiek Onderwijs Vlaanderen, drie vertegenwoordigers van de andere opleidingsverstrekkers aangeduid door Syntra Vlaanderen, VDAB en SOCIUS in overleg met de voogdijminister en één vertegenwoordiger aangeduid door de federatie voor basiseducatie; 2° vier directeurs, van wie één uit het officieel deeltijds kunstonderwijs, twee uit het volwassenenonderwijs, van wie één uit het officieel en één uit het vrij onderwijs, samen voorgedragen door de representatieve verenigingen van inrichtende machten en het GO! en de representatieve vakorganisaties en één directeur van een centrum voor basiseducatie, samen voorgedragen door de Federatie Basiseducatie en de representatieve vakorganisaties; 3° zes vertegenwoordigers van het personeel waarvan twee aangeduid door het ACOD, drie aangeduid door het COC en COV en één aangeduid door het VSOA; 4° vier cursisten; 5° vier vertegenwoordigers uit sociaal-economische organisaties; 6° twee vertegenwoordiger uit sociaal-culturele organisaties; 7° [...] Artikel 6. (... - ...) § 1. De Raad voor het hoger onderwijs bestaat uit zesentwintig leden: 1° acht vertegenwoordigers van de instellingshoofden van het hoger onderwijs, vier namens de hogescholen en vier namens de universiteiten; 2° zes vertegenwoordigers van het personeel waarvan twee aangeduid door het ACOD, drie aangeduid door het COC en COV en één aangeduid door het VSOA; 3° zes vertegenwoordigers van de studenten; 4° vier vertegenwoordigers uit sociaal-economische organisaties; 5° twee vertegenwoordigers uit sociaal-culturele organisaties.

HOOFDSTUK III Aanduiding van de geledingen door de daartoe gemachtigde organisaties Artikel 7. (01/01/2014- ...) De afgevaardigden uit de sociaal-culturele organisaties worden aangeduid door VERVER. De cursisten of gewezen cursisten in de raad levenslang en levensbreed leren worden aangewezen op basis van een oproep aan cursisten. De in het decreet of dit besluit vermelde organisaties duiden tegelijkertijd met de aanduiding van de effectieve leden ook telkens een plaatsvervanger aan.

69


Jaarverslag 2019-2020| deel 2: Hoe werkt de Vlor?

HOOFDSTUK IV Verkiezingen van directeurs Afdeling 1 Inleidende bepalingen Artikel 8. (01/10/2013- ...) [...] Afdeling 2 Oproep tot kandidaatstelling Artikel 9. (01/10/2013- ...) [...] Afdeling 3 Kandidaatstelling Artikel 10. (01/10/2013- ...) [...] Artikel 11. (01/10/2013- ...) [...] Afdeling 4 Kiesperiode Artikel 12. (01/10/2013- ...) [...] Afdeling 5 Stemverrichtingen Artikel 13. (01/10/2013- ...) [...] Artikel 14. (01/10/2013- ...) [...] Afdeling 6 Aanduiding van de leden, bekendmaking en opnemen van het mandaat Artikel 15. (01/10/2013- ...) [...] Artikel 16. (01/10/2013- ...) [...] Artikel 17. (01/10/2013- ...) [...] Artikel 18. (01/10/2013- ...) [...] Artikel 19. (01/10/2013- ...) [...]

HOOFDSTUK V Coรถptatie van ervaringsdeskundigen Artikel 20. (01/10/2013- ...) [...]

HOOFDSTUK VI Opheffing-, overgangs-, inwerkingtredings- en slotbepalingen Artikel 21. (... - ...)

70


Tot de installatievergaderingen met de vernieuwde samenstelling van de VLOR blijft de VLOR in zijn actuele samenstelling fungeren. Artikel 22. (... - ...) Indien op de installatievergadering wordt vastgesteld dat - niettegenstaande de naleving van de in het decreet en dit besluit voorziene stappen met het oog op de samenstelling van de raden - ÊÊn of meer geledingen niet of onvolledig kunnen worden samengesteld, dan wordt de desbetreffende raad geacht rechtsgeldig te zijn samengesteld. Artikel 23. (... - ...) (niet opgenomen) (Heft artikel 153 van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II op) Artikel 24. (... - ...) De artikelen 7, 9 en 10 van het decreet van 18 juli 2003 tot regeling van de strategische adviesraden, de artikelen 68, 76 tot en met 85, 88 en artikel 96, 2° van het decreet en de bepalingen van dit besluit hebben uitwerking met ingang vanaf 4 oktober 2005. Artikel 25. (01/10/2013- ...) [...] Artikel 26. (... - ...) (niet opgenomen) (Trekt het besluit van de Vlaamse Regering van 16 september 2005 betreffende de samenstelling van de Vlaamse Onderwijsraad in) Artikel 27. (... - ...) De minister is belast met de uitvoering van dit besluit.

71


Jaarverslag 2019-2020| deel 2: Hoe werkt de Vlor?

Decreet Bestuursdecreet (7 december 2018) HOOFDSTUK 3. Werking Afdeling 7. Strategische adviesraden Onderafdeling 1. Taakomschrijving strategische adviesraden Artikel III.93. (01/01/2019- ...) Een strategische adviesraad is een permanent orgaan, opgericht bij decreet, dat tot taak heeft om het Vlaams Parlement, de Vlaamse Regering of de individuele ministers te adviseren over strategische beleidsaangelegenheden. Het oprichtingsdecreet bepaalt de wijze van samenstelling, de opdracht en het werkterrein, de werking en het toezicht. Voor wat niet in het oprichtingsdecreet bepaald is, gelden de bepalingen van deze afdeling. Artikel III.94. (01/01/2019- ...) § 1. Een strategische adviesraad heeft de volgende opdrachten: 1° de maatschappelijke ontwikkelingen volgen en interpreteren; 2° bijdragen tot het vormen van een beleidsvisie; 3° uit eigen beweging of op verzoek advies uitbrengen over de hoofdlijnen van het beleid; 4° advies uitbrengen over voorontwerpen van decreet; 5° uit eigen beweging of op verzoek advies uitbrengen over voorstellen van decreet; 6° uit eigen beweging of op verzoek advies uitbrengen over ontwerpen van besluit van de Vlaamse Regering; 7° reflecties leveren over de bij het Vlaams Parlement ingediende beleidsnota's; 8° uit eigen beweging of op verzoek advies uitbrengen over conceptnota's, groen- en witboeken; 9° uit eigen beweging of op verzoek advies uitbrengen over ontwerpen van samenwerkingsakkoord die de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest wil sluiten met de staat of met andere gemeenschappen en gewesten; 10° uit eigen beweging of op verzoek advies uitbrengen over beleidsvoornemens, beleidsplannen en regelgeving die voorbereid wordt op het niveau van de Europese Unie, en over internationale verdragen die voorbereid worden. § 2. De leden van de Vlaamse Regering zijn verplicht om advies te vragen aan de strategische adviesraad, die bevoegd is voor de betrokken beleidsmaterie, over een voorontwerp van decreet of een ontwerp

72


van besluit van de Vlaamse Regering dat van strategisch belang is. Ze kunnen dat advies vragen vóór de Vlaamse Regering collegiaal beraadslaagd heeft over het voorontwerp van decreet of ontwerp van besluit. Onder ontwerpen van besluit van de Vlaamse Regering die van strategisch belang zijn, wordt verstaan: ontwerpen van reglementair of organiek besluit die uitvoering geven aan de inhoud van een decreet en waarvan de Vlaamse Regering beslist dat het basisuitvoeringsbesluiten zijn. De verplichting, vermeld in het eerste lid, geldt niet voor voorontwerpen van decreet houdende instemming met internationale verdragen. § 3. De Vlaamse Regering geeft duiding en toelichting aan de strategische adviesraad over het gevolg dat ze aan de adviezen geeft, vermeld in paragraaf 2. § 4. De strategische adviesraden publiceren hun adviezen op hun website. Onderafdeling 2. Samenstelling Artikel III.95. (01/01/2019- ...) Een strategische adviesraad wordt samengesteld uit vertegenwoordigers van het maatschappelijke middenveld binnen het werkterrein van de adviesraad, in voorkomend geval, aangevuld met onafhankelijke deskundigen binnen het werkterrein van de adviesraad en vertegenwoordigers van de lokale overheden. Artikel III.96. (01/01/2019- ...) § 1. De Vlaamse Regering benoemt de leden van de strategische adviesraden voor een termijn van vier jaar. Vertegenwoordigers van het maatschappelijke middenveld worden benoemd op voordracht van representatieve middenveldorganisaties. Onafhankelijke deskundigen worden benoemd na een openbare oproep tot kandidaatstelling. Vertegenwoordigers van lokale overheden worden benoemd op voordracht van de Vereniging van Vlaamse Provincies of van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten. § 2. Onder de leden van de strategische adviesraad wordt een voorzitter aangewezen, hetzij door de Vlaamse Regering, hetzij door de leden van de adviesraad. Als de strategische adviesraad rechtspersoonlijkheid heeft, wordt de raad in rechte vertegenwoordigd door de voorzitter, onverminderd de mogelijkheid tot delegatie van die bevoegdheid. Artikel III.97. (01/01/2019- ...) Leden van strategische adviesraden oefenen hun functie uit in volledige onafhankelijkheid van de Vlaamse overheid. Het lidmaatschap van een strategische adviesraad of van een werkcommissie als vermeld in artikel III.99, is onverenigbaar met:

73


Jaarverslag 2019-2020| deel 2: Hoe werkt de Vlor?

1° een mandaat in het Europees Parlement, de Kamer van Volksvertegenwoordigers, de Senaat, het Vlaams Parlement en het Brussels Hoofdstedelijk Parlement; 2° het ambt van minister, staatssecretaris of kabinetslid; 3° het ambt van personeelslid van een departement of agentschap van de Vlaamse overheid, dat in een hiërarchische verhouding staat tot de minister die bevoegd is voor de betrokken strategische adviesraad; 4° het ambt van personeelslid van het Vlaams Parlement of van de instellingen die verbonden zijn aan het Vlaams Parlement; 5° het ambt van personeelslid van de strategische adviesraad. Artikel III.98. (01/01/2019- ...) De Vlaamse Regering kan leden van strategische adviesraden ontslaan op eigen verzoek of om ernstige redenen. Vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld kunnen alleen ontslagen worden op verzoek van de representatieve middenveldorganisatie. Vertegenwoordigers van lokale overheden kunnen alleen ontslagen worden op verzoek van de Vereniging van Vlaamse Provincies of van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten. Onderafdeling 3. Werking strategische adviesraden Artikel III.99. (01/01/2019- ...) Een strategische adviesraad regelt zijn interne werking, met behoud van de toepassing van artikel III.103, § 1, eerste lid, en kan ter voorbereiding van adviezen werkcommissies instellen. Artikel III.100. (01/01/2019- ...) Een strategische adviesraad beschikt over een eigen secretariaat dat onder het gezag van de strategische adviesraad wordt geleid door een secretaris. Het secretariaat, vermeld in het eerste lid, staat in voor de administratieve, logistieke en inhoudelijke ondersteuning van de strategische adviesraad. Artikel III.101. (01/01/2019- ...) Een strategische adviesraad beschikt over een jaarlijkse toelage. Artikel III.102. (01/01/2019- ...) De leden van de Vlaamse Regering stellen de strategische adviesraad uit eigen beweging of op zijn verzoek alle informatie ter beschikking die noodzakelijk is voor de adviesopdracht. Tussen de Vlaamse Regering en de strategische adviesraad worden structurele afspraken gemaakt over de informatie-uitwisseling en andere samenwerkingsmodaliteiten bij het begin van elke regeerperiode. Artikel III.103. (01/01/2019- ...)

74


§ 1. Een strategische adviesraad beraadslaagt collegiaal over de uit te brengen adviezen, volgens de procedure van de consensus. Als er geen consensus kan worden bereikt, wordt gestemd en wordt de stemmenverhouding in het advies vermeld. Er kan een minderheidsnota bij het advies worden gevoegd. § 2. De strategische adviesraden verstrekken adviezen binnen een termijn van dertig kalenderdagen nadat ze de adviesaanvraag hebben ontvangen of binnen de bijkomende termijn die door de adviesaanvrager werd verleend, met behoud van artikel III.104, § 3, derde lid. In geval van spoed, die met redenen wordt omkleed, kan de aanvrager van het advies de termijn inkorten. De termijn mag echter nooit minder dan tien werkdagen bedragen. Artikel III.104. (01/01/2019- ...) § 1. Strategische adviesraden kunnen onderling samenwerken en gezamenlijk advies uitbrengen. Ze kunnen ook samenwerken met andere adviesorganen. § 2. Strategische adviesraden kunnen externe experten, betrokkenen of personeelsleden van de Vlaamse administratie verzoeken informatie te verschaffen ter voorbereiding van een advies. § 3. Strategische adviesraden kunnen ter voorbereiding van een advies een open consultatie organiseren. In dat geval kondigen ze deze consultatie minstens aan via het consultatieportaal, vermeld in artikel II.8. Als aan strategische adviesraden gevraagd wordt een open consultatie te organiseren ter voorbereiding van een advies, wordt de adviestermijn met de termijn van deze open consultatie verlengd. § 4. Strategische adviesraden geven aan op welke informatie ze hun advies gebaseerd hebben en welke externe experten, betrokkenen of personeelsleden van de Vlaamse administratie ze geraadpleegd hebben. Onderafdeling 4. Programmering en verslaggeving Artikel III.105. (01/01/2019- ...) Een strategische adviesraad stelt zijn werkprogramma vast in overleg met de Vlaamse Regering. Artikel III.106. (01/01/2019- ...) Een strategische adviesraad brengt jaarlijks verslag uit van zijn werkzaamheden en publiceert dat op zijn website.

HOOFDSTUK 12. Wijzigingen van het decreet van 2 april 2004 betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad Artikel IV.53. (01/01/2019- ...)

75


Jaarverslag 2019-2020| deel 2: Hoe werkt de Vlor?

In artikel 67 van het decreet van 2 april 2004 betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad, gewijzigd bij het decreet van 22 juni 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de zinsnede "het decreet van 18 juli 2003 tot regeling van de strategische adviesraden" vervangen door de zinsnede "artikel III.93 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 "; 2° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt: " § 2. De oprichting, taakomschrijving, samenstelling, organisatie en werking van de Vlor evenals de programmering en verslaggeving ervan, wordt geregeld door en krachtens de bepalingen van dit decreet en door titel III, hoofdstuk 3, afdeling 7, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 tenzij in dit decreet anders wordt bepaald. Voor de toepassing van artikel III.106 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 wordt het begrip "jaarlijks" gelezen als "elk schooljaar".". Artikel IV.54. (01/01/2019- ...) In artikel 84, 1°, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "artikel 8, tweede lid, van het decreet van 18 juli 2003 tot regeling van strategische adviesraden" vervangen door de zinsnede "artikel III.97, tweede lid, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018".

76


Specifieke bevoegdheden Hieronder een actueel overzicht van de decreten en besluiten met desbetreffende artikelen waarin de specifieke adviesbevoegdheden van de Vlor worden aangeduid. De decreten en besluiten staan in volgorde van … De artikelen zijn niet altijd volledig weergegeven. (…) geeft aan dat er tekst voor of na volgt. Achter de titel zit een hyperlink naar de volledige tekst van het decreet of besluit. Besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 1994 tot regeling van de procedure voor de projecten van het onderwijskundig beleids- en praktijkgericht wetenschappelijke onderzoek Art. 4. De minister bepaalt jaarlijks, na advies van de Vlaamse Onderwijsraad over deze thema's, de prioritaire onderzoeksthema's.

Decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs Art. 111. §4 De oprichting vanaf 1 september van een nieuw type kan pas na een gunstige beslissing van de regering. Het schoolbestuur stuurt daartoe uiterlijk op 30 november van het voorafgaande schooljaar een gemotiveerde aanvraag met het oprichtingsdossier aan AgODi, dat de aanvraag voor administratief-technisch en inhoudelijk advies aan de Vlaamse Onderwijsraad bezorgt. (…) De regering neemt deze beslissing na advies van de Vlaamse Onderwijsraad over de gegrondheid van de lokale behoefte aan extra aanbod en na advies van AgODi en de onderwijsinspectie.

Decreet van 30 april 2004 betreffende het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid Art. 6. De procedure tot het bekomen van een titel van beroepsbekwaamheid kan worden opgestart indien de volgende stappen werden voltooid : 1° de Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de SERV, de beroepen waarvoor een titel van beroepsbekwaamheid kan worden uitgereikt; 2° de Vlaamse Regering bepaalt per beroep, bedoeld in 1°, na advies van de SERV, de varianten van een titel van beroepsbekwaamheid; 3° [de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding] werkt, op verzoek van de Vlaamse Regering, voor de beroepen, bedoeld in 1°, de [beroepscompetentieprofielen of competentieprofielen] uit; 4° [[de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding] ontwikkelt op basis van de [beroepscompetentieprofielen of competentieprofielen] , de standaarden. Een standaard wordt afgeleid uit een [beroepscompetentieprofiel of competentieprofiel] en omvat de selectie van competentievereisten die noodzakelijk worden geacht voor de uitoefening van een bepaald beroep. De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van [de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding] de standaarden;] 5° de Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de SERV en VLOR, de procedure op basis waarvan studiebewijzen van opleidings- en onderwijsprogramma's die overeenstemmen met de competenties

77


Jaarverslag 2019-2020| deel 2: Hoe werkt de Vlor?

verbonden aan een beroep of deel van een beroep, geïdentificeerd en erkend worden en dus beschouwd worden als een titel van beroepsbekwaamheid. Art. 9. § 1. De Vlaamse Regering richt een beroepscommissie op met als opdracht te beslissen over ingediende bezwaren met betrekking tot de procedure tot het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid, bedoeld in artikel 7, en de procedure tot het bepalen van erkende studiebewijzen, bedoeld in artikel 4, § 2. Het beroep wordt ingediend binnen een vervaltermijn van dertig kalenderdagen die ingaat de dag na deze van de betekening van de beslissing. § 2. De beroepscommissie doet uitspraak nadat de partijen, met name de indiener en de bevoegde instantie, werden gehoord. § 3. De beroepscommissie bestaat uit een voorzitter en twee onafhankelijke bijzitters. De beroepscommissie wordt bijgestaan door één of twee deskundigen inzake beroepscompetenties. § 4. De Vlaamse Regering benoemt de in § 3 bedoelde voorzitter, bijzitters en deskundigen na advies van de SERV en de VLOR. […]

Decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs Art. 10. (…) De experimenteel erkende leergebieden of studiegebieden worden uiterlijk na vijf jaar door het Vlaams Parlement aan de leergebieden en studiegebieden, vermeld in artikelen 6 of 7, toegevoegd of jaar na jaar opgeheven. De toevoeging of opheffing gebeurt op basis van een advies van de Vlaamse Onderwijsraad en een evaluatie uitgevoerd door een door de Vlaamse Regering samengestelde commissie. Art. 11. § 1. De eindtermen en de specifieke eindtermen worden vastgelegd door het Vlaams Parlement bij wijze van bekrachtiging van een besluit van de Vlaamse Regering, genomen op advies van de Vlaamse Onderwijsraad. (…) Art. 24. § 1. Op voordracht van [het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs, vermeld in artikel 43, en de pedagogische begeleidingsdiensten die een subsidie ontvangen op basis van artikel 28 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs] en na advies van de Vlaamse Onderwijsraad bepaalt de Vlaamse Regering de opleidingsprofielen van de opleidingen van de leergebieden, vermeld in artikel 6, en de studiegebieden, vermeld in artikel 7. (…) Art. 62 bis. In afwijking van artikel 62, kan de Vlaamse Regering aan een Centrum voor Basiseducatie onderwijsbevoegdheid toekennen voor de opleiding Nederlands tweede taal richtgraad 1 van het studiegebied Nederlands tweede taal van het secundair volwassenenonderwijs, op voorwaarde dat de hoofdvestigingsplaats van een Centrum voor Volwassenenonderwijs dat beschikt over een wachtlijst, zoals bedoeld in artikel 37, eerste lid, voor deze opleiding gelegen is in het werkingsgebied waartoe het betrokken Centrum voor Basiseducatie behoort. De Vlaamse Regering zal voorafgaandelijk aan het nemen van een beslissing, het advies van de Vlaamse Onderwijsraad inwinnen. (…) Art. 64. §1. Het bestuur van een centrum voor volwassenenonderwijs kan bij de Vlaamse Regering bijkomende onderwijsbevoegdheid aanvragen voor een studiegebied als vermeld in artikel 7, in een vestigingsplaats. De

78


Vlaamse Regering kan de aangevraagde onderwijsbevoegdheid uitsluitend weigeren of verlenen bij een met redenen omklede beslissing. De Vlaamse Regering zal, voor ze een beslissing neemt, het advies van de Vlaamse Onderwijsraad inwinnen. (…) Art. 64bis. In afwijking van artikel 63, §1, kan de Vlaamse Regering aan een of meer centra voor volwassenenonderwijs, die onderwijsbevoegdheid hebben voor de opleiding Nederlands tweede taal richtgraad 1 van het secundair volwassenenonderwijs, onderwijsbevoegdheid toekennen voor de opleiding Nederlands tweede taal richtgraad 1 van de basiseducatie, op voorwaarde dat de hoofdvestigingsplaatsen van de centra voor volwassenenonderwijs in kwestie in het werkingsgebied liggen van het centrum voor basiseducatie dat voor die opleiding beschikt over een wachtlijst als vermeld in artikel 37, eerste lid. De Vlaamse Regering zal, voor ze een beslissing neemt, het advies van de Vlaamse Onderwijsraad inwinnen. (…). Art. 65. §1. Het bestuur van een centrum voor volwassenenonderwijs kan bij de Vlaamse Regering een overheveling van een structuuronderdeel aanvragen. De Vlaamse Regering kan de aangevraagde overheveling uitsluitend weigeren of verlenen bij een met redenen omklede beslissing. De Vlaamse Regering zal, voor ze een beslissing neemt, het advies van de Vlaamse Onderwijsraad inwinnen. De Vlaamse Regering bepaalt de aanvraagprocedure voor de overheveling van een structuuronderdeel. (…). Art. 179 bis. In afwijking van artikel 24, § 1, en in afwachting van de installatie van de stuurgroep vermeld in artikel 50, § 1, 2° en 3°, bepaalt de Vlaamse Regering de opleidingsprofielen na advies van de Vlaamse Onderwijsraad.

Besluit van de Vlaamse Regering van 6 juli 2007 tot vaststelling van de indienings- en adviseringsprocedure voor voorstellen van nieuwe structuuronderdelen in het voltijds secundair onderwijs, wat de eerste graad en de tweede graad van het algemeen, het technisch en het kunstsecundair onderwijs betreft Art. 4. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, legt het oorspronkelijke voorstel en de conclusies van de commissie ter advies voor aan de Vlaamse Onderwijsraad. Art. 6. Over een voorstel dat uiterlijk op 31 januari wordt ingediend, beslist de Vlaamse Regering uiterlijk op 30 juni daaropvolgend na kennisname van enerzijds de conclusies van de commissie en anderzijds het advies van de Vlaamse Onderwijsraad. Als op de uiterste datum geen beslissing is genomen, dan is het voorstel zoals het is ingediend van rechtswege goedgekeurd. Een voorstel wordt al dan niet voorwaardelijk of onder beding van beperkingen goedgekeurd.

Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 betreffende de organisatie van het opleidingsaanbod in het volwassenenonderwijs Art. 6. De ingediende voorstellen van opleidingsprofielen worden uiterlijk twee weken na de indiening voor advies aan de Vlaamse Onderwijsraad bezorgd. De Vlaamse Onderwijsraad formuleert een advies binnen de termijn, vermeld in artikel 72, § 1, van het decreet van 2 april 2004 betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad.

79


Jaarverslag 2019-2020| deel 2: Hoe werkt de Vlor?

Art. 11 ter De ingediende aanvragen (voor het toekennen van onderwijsbevoegdheid) worden voor advies aan de Vlaamse Onderwijsraad bezorgd en beoordeeld door een adviescommissie die bestaat uit vertegenwoordigers van het Departement Onderwijs en Vorming en het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen. (…) Art. 11 sexies De ingediende aanvragen (voor overhevelingen van structuuronderdelen) worden voor advies aan de Vlaamse Onderwijsraad bezorgd en beoordeeld door de adviescommissie, vermeld in artikel 11ter, eerste en tweede lid.

Decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap, zoals gewijzigd Art. 23. § 2. De screening van de bestaande opleidingen wordt uitgevoerd door een commissie, die bestaat uit: 1° afgevaardigden van [de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap], de onderwijsinspectie, het Agentschap voor Onderwijsdiensten; 2° deskundigen in de beroepswereld, intern of extern aan de opleidingensector. De bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap] stelt de commissie samen en neemt het voorzitterschap ervan waar. De conclusies van de commissie worden voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs ter advies voorgelegd aan de Vlaamse Onderwijsraad en voor de leertijd aan de raad van bestuur van Syntra Vlaanderen. Op basis van de conclusies van de commissie en het advies van de Vlaamse Onderwijsraad, respectievelijk de raad van bestuur van Syntra Vlaanderen, neemt de Vlaamse Regering een beslissing. Art. 24. § 2. Een initiatief tot of een voorstel van nieuwe opleiding wordt voorgelegd aan de commissie als vermeld in artikel 23, § 2. De commissie onderzoekt het voorstel ten minste op volledigheid, correctheid en actualiteitswaarde, en formuleert conclusies. Het oorspronkelijke initiatief of voorstel en de conclusies van de commissie worden ter advies voorgelegd aan de Vlaamse Onderwijsraad, aan de raad van bestuur van Syntra Vlaanderen of aan beide, afhankelijk van waar de opleiding wordt ondergebracht. Op basis van de conclusies van de commissie en het advies van de Vlaamse Onderwijsraad, respectievelijk de raad van bestuur van Syntra Vlaanderen of beide, neemt de Vlaamse Regering een beslissing. (…) Art. 28. § 1. (…) De Vlaamse Regering ontwikkelt, tezamen met het Gemeenschapsonderwijs en de representatieve verenigingen van inrichtende machten van het gesubsidieerd onderwijs, de opleidingenstructuur. Voorafgaand aan een definitieve beslissing, legt ze het resultaat ter advies aan de Vlaamse Onderwijsraad voor. Art. 30. § 1. [De Vlaamse Regering bepaalt in overleg met de beroepssectoren, de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen en de Vlaamse Onderwijsraad, welke door de Vlaamse Regering vóór 1 januari 2014 vastgelegde referentiekaders worden opgeheven en door welke beroepskwalificaties ze worden vervangen. Van deze beroepskwalificaties worden, onverkort, de doelen voor de beroepsgerichte vorming van de opleidingen binnen het deeltijds beroepssecundair onderwijs afgeleid.] [...]

80


De beroepsgerichte vorming kan enkel gerealiseerd worden door middel van het geïntegreerd doorlopen van de component leren en de component werkplekleren. Voor een opleiding die zowel in het deeltijds beroepssecundair onderwijs als in de leertijd voorkomt, geldt hetzelfde referentiekader. Als het deeltijds beroepssecundair onderwijs en de leertijd hetzelfde referentiekader hanteren, dan geldt dat vanaf hetzelfde schooljaar. § 2. De bepalingen van § 1 gelden niet voor opleidingen binnen het deeltijds beroepssecundair onderwijs die door de centra niet-modulair worden georganiseerd in afwachting van het opleidingsaanbod dat tot stand komt na screening als vermeld in artikel 23, § 1. In voorkomend geval worden de door de Vlaamse Regering, na advies van de Vlaamse Onderwijsraad, goedgekeurde opleidingskaarten als referentiekader gehanteerd waarin de minimale leerdoelen en inhouden van de opleiding in kwestie worden beschreven.

Decreet van 13 februari 2009 houdende de organisatie van schoolsport Art. 6. De voortgangscontrole van de inhoudelijke werking van de vereniging wordt toevertrouwd aan een opvolgingsgroep die opgericht is door de Vlaamse Regering. […] De opvolgingsgroep brengt advies uit aan de Vlaamse Regering over de ingediende jaarplannen en de jaarverslagen. De opvolgingsgroep is als volgt samengesteld: 1° een vertegenwoordiger voor de Vlaamse minister bevoegd voor het Onderwijs; 2° een vertegenwoordiger voor de Vlaamse minister bevoegd voor Sport; 3° een vertegenwoordiger voor de Vlaamse minister bevoegd voor Begroting; 4° een vertegenwoordiger voor het Departement Onderwijs en Vorming; 5° een vertegenwoordiger voor het Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media; 6° een vertegenwoordiger voor het Agentschap voor Kwaliteitszorg in Onderwijs en Vorming; 7° een vertegenwoordiger voor het Agentschap voor de Bevordering van de Lichamelijke Ontwikkeling, de Sport en de Openluchtrecreatie; 8° een vertegenwoordiger voor de sectorraad Sport van de Raad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media; 9° een vertegenwoordiger voor de Vlaamse Onderwijsraad; 10° twee vertegenwoordigers voor de vereniging die overeenkomstig dit decreet gesubsidieerd wordt; 11° een expert op vlak van schoolsport die wordt voorgedragen door het Departement Onderwijs en Vorming; 12° een expert op vlak van schoolsport die wordt voorgedragen door het Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media. De opvolgingsgroep kan verder aangevuld worden met experten inzake schoolsport.

Decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur, zoals gewijzigd Art. 7. De Vlaamse Regering bepaalt na advies van de Vlor en de SERV de procedure voor beschrijving en inschaling van een beroepskwalificatiedossier. Dit besluit bevat ten minste de volgende elementen: 1° de beschrijving van wat een beroepskwalificatiedossier moet inhouden en hoe dit wordt opgesteld;

81


Jaarverslag 2019-2020| deel 2: Hoe werkt de Vlor?

2° de wijze waarop de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering het opstellen ervan coördineert en de validering ervan organiseert; 3° de wetenschappelijk geijkte methodiek voor inschaling van een beroepskwalificatiedossier. De methodiek bevat eveneens een besluitvormingsproces dat leidt tot een consensus; 4° de verdere samenstelling van de validerings- en inschalingscommissies; 5° de wijze waarop de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering de marginale toetsing van de werkzaamheden van de validerings- en inschalingscommissie uitvoert. De bevoegde dienst van de Vlaamse Regering toetst het proces, het gebruik van de descriptorelementen en van de wetenschappelijk geijkte inschalingsmethodiek; 6° de wijze waarop de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering een voorstel tot inschaling formuleert bij ontstentenis van een consensus van de inschalingscommissie. Art. 11. De bevoegde dienst van de Vlaamse Regering legt een gevalideerd beroepskwalificatiedossier voor inschaling voor aan een inschalingscommissie. Voor een beroepskwalificatiedossier dat wordt opgesteld volgens paragrafen 2, 3 en 4 van artikel 10 wordt de helft van de deskundigen van de inschalingscommissie aangeduid door de SERV en de andere helft door de Vlor, VDAB en Syntra Vlaanderen. Voor een beroepskwalificatiedossier dat wordt opgesteld volgens paragraaf 5 van artikel 10 wordt de helft van de deskundigen van de inschalingscommissie aangeduid door hetzij een betrokken overheidsinstantie, hetzij een betrokken sector en de andere helft door de Vlor, VDAB en Syntra Vlaanderen. Er worden ten minste twee niet-stemgerechtigde onafhankelijke experten door de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering aan de inschalingscommissie toegevoegd. Art. 15. Met het oog op een actueel en rationeel onderwijsaanbod bepaalt de Vlaamse Regering de criteria voor het uitwerken van de onderwijskwalificaties en voor de situering ervan in de opleidingenstructuur. (…) Ieder voorstel en iedere vraag, al dan niet omgezet in een voorstel, zal door de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering voor advies aan de Vlor worden voorgelegd. De Vlaamse Regering erkent de onderwijskwalificaties op gezamenlijk voorstel van de minister bevoegd voor Vorming en de minister bevoegd voor Onderwijs.

Decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs Art. 30. Ten minste eenmaal om de zes jaar, en voor het eerst tijdens het schooljaar 2012-2013, wordt de werking geëvalueerd van de pedagogische begeleidingsdiensten en de permanente ondersteuningscellen. De evaluaties worden uitgevoerd door een door de Vlaamse Regering samengestelde commissie. De Vlaamse Regering richt de commissie op en bepaalt de wijze waarop de leden van de commissie worden vergoed. De commissie bestaat uit vertegenwoordigers van de academische wereld, vertegenwoordigers van de instellingen en ambtenaren van het Ministerie van Onderwijs en Vorming. De commissie wordt aangevuld met externe leden, deskundig op het vlak van kwaliteitszorg. De vertegenwoordigers van de academische wereld en de vertegenwoordigers van de instellingen worden aangeduid op voorstel van de Vlaamse Onderwijsraad. (…)

82


Gecodificeerde decreten betreffende het secundair onderwijs (17 december 2010) Art. 159. § 3. De Vlaamse Regering legt de opleidingenstructuur vast. Onder opleidingenstructuur wordt verstaan: 1° het geheel van de opleidingen per studiegebied; 2° de modules per opleiding; 3° de duurtijd per module uitgedrukt in uren per week en uitgedrukt in weken per schooljaar; 4° de aanduiding dat de modules zich sequentieel of onafhankelijk tot elkaar verhouden; als de modules in een sequentieel verband staan, moeten zij in een eveneens vastgelegde volgorde worden gevolgd; 5° het minimum of de minima inzake aantal uren per week voorbehouden voor gedifferentieerde onderwijsactiviteiten. Voor zover de opleidingenstructuur afwijkt van die, vastgesteld bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2002 betreffende het experimenteel secundair onderwijs volgens een modulair stelsel, legt de Vlaamse Regering desbetreffende opleidingenstructuur ter advies aan de Vlaamse Onderwijsraad voor. (…) Art. 160. Voor de modulair georganiseerde leerinhouden van een opleiding worden competenties door de Vlaamse Regering bepaald. De Vlaamse Regering leidt de competenties af uit kwalificaties. Als die er niet zijn, leidt de Vlaamse Regering de competenties af uit een referentiekader in nauw overleg met de beroepssectoren. Voor zover de competenties afwijken van die, bepaald bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2002 betreffende het experimenteel secundair onderwijs volgens een modulair stelsel, legt de Vlaamse Regering desbetreffende competenties ter advies aan de Vlaamse Onderwijsraad voor. Competenties kunnen ook door middel van stages worden gerealiseerd. Art. 178. Het schoolbestuur vraagt de programmatie van een structuuronderdeel dat niet onder de toepassing van artikel 177 valt, bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap schriftelijk en gemotiveerd aan uiterlijk op 30 november van het voorafgaande schooljaar en uiterlijk op 30 september van het lopende schooljaar als het een Se-n-Se betreft die van start gaat op 1 februari daaropvolgend. Die termijn geldt als vervaltermijn. De motivering van de aanvraag houdt in elk geval rekening met de criteria, vermeld in het derde lid, 1° tot en met 6°. Bij de aanvraag gaan het protocol van de onderhandeling ter zake in het bevoegde lokaal comité en, als de school tot een scholengemeenschap behoort, een uittreksel van het proces-verbaal waaruit blijkt dat de programmatie in overeenstemming is met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over de programmatie na advies van: 1° de onderwijsinspectie en de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap; 2° de Vlaamse Onderwijsraad; 3° in geval van een studierichting met dubbele finaliteit of finaliteit arbeidsmarkt: de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen. (…) Art. 179. Tot en met het schooljaar 2020-2021 kan een structuuronderdeel van de tweede graad dat door de Vlaamse Regering is vastgelegd in uitvoering van artikel 124 en 126 worden geprogrammeerd. Tot en met het schooljaar 2022-2023 kan een structuuronderdeel van de derde graad, met uitzondering van het derde leerjaar, dat door de Vlaamse Regering is vastgelegd in uitvoering van artikel 124 en 126 worden geprogrammeerd. Vanaf het

83


Jaarverslag 2019-2020| deel 2: Hoe werkt de Vlor?

tweede schooljaar dat volgt op het schooljaar waarin de Vlaamse Regering de Se-n-Se opneemt in de matrix en de concordantie naar die Se-n-Se vastlegt en tot en met het schooljaar 2024-2025 kan een structuuronderdeel van het derde leerjaar van de derde graad [, met uitzondering van het naamloos leerjaar BSO49] dat door de Vlaamse Regering is vastgelegd in uitvoering van artikel 124 en 126 worden geprogrammeerd. De programmatie wordt opgevat als een voorbereiding op de lokale invulling van het gemoderniseerd secundair studieaanbod. (…) De Vlaamse Regering neemt een beslissing over de programmatie na advies van: 1° de onderwijsinspectie en de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap; 2° de Vlaamse Onderwijsraad. (…) Art. 179/1 Tot en met het schooljaar 2022-2023 kan een structuuronderdeel van de derde graad, met uitzondering van het derde leerjaar, dat door de Vlaamse Regering is vastgelegd in uitvoering van artikel 124 en 126, worden geprogrammeerd. Tot en met het schooljaar 2024-2025 kan een structuuronderdeel van het derde leerjaar van de derde graad bso [, met uitzondering van het naamloos leerjaar] , dat door de Vlaamse Regering is vastgelegd in uitvoering van artikel 124 en 126, worden geprogrammeerd. De programmatie wordt opgevat als noodzakelijk om, na verleende programmatie van een structuuronderdeel van de tweede graad of - doch enkel voor het bso - de derde graad, de studiecontinuïteit van de leerlingen te garanderen binnen de school of scholengemeenschap vanaf het schooljaar dat onmiddellijk volgt op de volledige uitbouw van het eerder geprogrammeerd structuuronderdeel. De studiecontinuïteit betreft dan het eerste en tweede leerjaar van de derde graad of - doch enkel voor het bso - het derde leerjaar van de derde graad, met het oog op het verwerven van het diploma van secundair onderwijs. In voorkomend geval vraagt het schoolbestuur de programmatie bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap schriftelijk en gemotiveerd aan uiterlijk op 30 november van het voorafgaande schooljaar. Die termijn geldt als vervaltermijn. Bij de aanvraag gaan het protocol van de onderhandeling ter zake in het bevoegde lokaal comité en, als de school tot een scholengemeenschap behoort, een uittreksel van het procesverbaal waaruit blijkt dat de programmatie in overeenstemming is met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over de programmatie na advies van: 1° de onderwijsinspectie en de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap; 2° de Vlaamse Onderwijsraad. (…) Art. 179/3 Voor de programmatie van het onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers gelden de volgende bepalingen: 1° de programmatie wordt per scholengemeenschap bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap schriftelijk en gemotiveerd aangevraagd uiterlijk op 1 mei van het voorafgaande schooljaar. Bij die aanvraag wordt het protocol gevoegd van de onderhandeling ter zake in het bevoegde lokaal comité van de scholengemeenschap; 2° na advies binnen tien werkdagen van enerzijds de Vlaamse Onderwijsraad en anderzijds de onderwijsinspectie en de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap, neemt de Vlaamse Regering een beslissing over de programmatie.]¹ Vanaf 1 november 2015 en tot op een door de Vlaamse Regering te bepalen datum worden de bepalingen van het tweede lid buiten werking gesteld en gelden voor de programmatie van het onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers de volgende bepalingen:

84


1° de programmatie wordt per scholengemeenschap voorafgaand bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap schriftelijk en gemotiveerd aangevraagd. Bij die aanvraag wordt het protocol gevoegd van de onderhandeling ter zake in het bevoegde lokaal comité van de scholengemeenschap; 2° binnen tien werkdagen wordt een advies gegeven enerzijds door de Vlaamse Onderwijsraad en anderzijds door de onderwijsinspectie en de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap; 3° uiterlijk twee maanden na indiening van de aanvraag neemt de Vlaamse Regering een beslissing. Die beslissing is gebaseerd op de verwachte instroom van anderstalige nieuwkomers versus het al dan niet behoeftedekkend bestaande aanbod van onthaalonderwijs. Bij gunstige beslissing wordt tevens bepaald vanaf welk tijdstip het onthaaljaar kan worden opgericht.] Art. 286 § 6. De oprichting vanaf 1 september van een nieuwe school kan pas na een gunstige beslissing van de Vlaamse Regering. Het schoolbestuur stuurt daartoe uiterlijk op 30 november van het voorafgaande schooljaar een gemotiveerde aanvraag met het oprichtingsdossier aan AgODi, dat de aanvraag voor administratief-technisch en inhoudelijk advies aan de Vlaamse Onderwijsraad bezorgt. In afwijking van het voorgaande lid, kunnen voor de oprichting vanaf 1 september 2015 van type 9 gemotiveerde aanvragen bij AgODi ingediend worden tot uiterlijk 1 juli 2014. De Vlaamse Regering neemt deze beslissing na advies van de Vlaamse Onderwijsraad over de gegrondheid van de lokale behoefte aan extra aanbod en na advies van AgODi en de onderwijsinspectie. Art. 289 § 3. [Een bestaande school die opleidingsvorm 3 organiseert die aan de rationalisatienorm voldoet, kan een of meer bijkomende opleidingen inrichten. Om een programmatieaanvraag in te dienen voor de oprichting van een of meer bijkomende opleidingen in opleidingsvorm 3, stelt het schoolbestuur een oprichtingsdossier samen, dat ten minste de volgende elementen bevat: (…) De Vlaamse Onderwijsraad, de Onderwijsinspectie en het Agentschap voor Onderwijsdiensten brengen binnen een redelijke termijn en uiterlijk twee maanden na de ontvangst van de aanvragen, vakantieperioden niet inbegrepen, een advies uit aan de Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs. (…) § 5. De oprichting vanaf 1 september van één of meer nieuwe opleidingsvormen kan pas na een gunstige beslissing van de Vlaamse Regering. Het schoolbestuur stuurt daartoe uiterlijk op 30 november van het voorafgaande schooljaar een gemotiveerde aanvraag met het oprichtingsdossier aan AgODi, dat de aanvraag voor administratief-technisch en inhoudelijk advies aan de Vlaamse Onderwijsraad bezorgt. Dit advies wordt niet gevraagd aan de Vlaamse Onderwijsraad indien het programmatievoorstel valt onder toepassing van paragraaf 2. In afwijking van het voorgaande lid, kunnen voor de oprichting vanaf 1 september 2015 van type 9 gemotiveerde aanvragen bij AgODi ingediend worden tot uiterlijk 1 juli 2014. De Vlaamse Regering neemt deze beslissing na advies van de Vlaamse Onderwijsraad over de gegrondheid van de lokale behoefte aan extra aanbod en na advies van AgODi en de onderwijsinspectie. Het advies van de Vlaamse Onderwijsraad is geen element in deze beslissing indien het programmatievoorstel valt onder toepassing van paragraaf 2. (288) Art. 290/1 § 2. In een school of opleidingsvorm kan een nieuw type worden opgericht als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: (…)

85


Jaarverslag 2019-2020| deel 2: Hoe werkt de Vlor?

2° de oprichting vanaf 1 september van het nieuwe type kan pas na een gunstige beslissing van de Vlaamse Regering. Het schoolbestuur stuurt daartoe uiterlijk op 30 november van het voorafgaande schooljaar een gemotiveerde aanvraag met het programmatiedossier aan AgODi, dat de aanvraag voor advies aan de Vlaamse Onderwijsraad bezorgt. In afwijking van het voorgaande lid, kunnen voor de oprichting vanaf 1 september 2015 van type 9 gemotiveerde aanvragen bij AgODi ingediend worden tot uiterlijk 1 juli 2014. De Vlaamse Regering neemt deze beslissing na advies van de Vlaamse Onderwijsraad over de gegrondheid van de lokale behoefte aan extra aanbod en na advies van AgODi en de onderwijsinspectie. Art. 342. Modulair onderwijs wordt georganiseerd per studiegebied zonder opdeling in fasen of leerjaren. De betrokken studiegebieden zijn : auto, bouw, grafische communicatie en media, handel, hout, koeling en warmte, lichaamsverzorging, mechanica-elektriciteit, personenzorg, textiel, voeding. Elk studiegebied bundelt een reeks opleidingen. Eenzelfde opleiding kan in verschillende studiegebieden voorkomen. (…) Voor zover de opleidingenstructuur afwijkt van die, vastgesteld bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2002 betreffende het experimenteel secundair onderwijs volgens een modulair stelsel, legt de Vlaamse Regering desbetreffende opleidingenstructuur ter advies aan de Vlaamse Onderwijsraad voor. Art. 343. Voor de modulair georganiseerde leerinhouden van een opleiding worden competenties door de Vlaamse Regering bepaald. Die leerinhouden zijn niet onderworpen aan de voorwaarde van door de Vlaamse Regering vastgestelde opleidingsprofielen. De Vlaamse Regering leidt de competenties af uit [9erkende beroepskwalificaties9] . Als die er niet zijn, leidt de Vlaamse Regering de competenties af uit een referentiekader in nauw overleg met de beroepssectoren. Voor zover de competenties afwijken van die bepaald bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2002 betreffende het experimenteel secundair onderwijs volgens een modulair stelsel, legt de Vlaamse Regering desbetreffende competenties ter advies aan de Vlaamse Onderwijsraad voor. Art. 357/8. Voor een voltijds secundaire school met een daaraan verbonden centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs heeft elke programmatie van een duaal structuuronderdeel betrekking op zowel de school als het centrum, ongeacht waar het duale structuuronderdeel in kwestie of een of meer van de daaraan verbonden aanloopstructuuronderdelen wordt aangeboden. Als noch een duaal structuuronderdeel noch ten minste één van de eraan verbonden aanloopstructuuronderdelen op de eerste lesdag van oktober of, voor Se-n-Se, de eerste lesdag van maart van twee aansluitende schooljaren wordt ingericht, kan heropstart slechts na programmatie. (…) De Vlaamse Regering neemt een beslissing over de programmatie na advies van: 1° de onderwijsinspectie en de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap; 2° de Vlaamse Onderwijsraad; 3° de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen. (…) Art. 357/63. De programmatie van een duaal structuuronderdeel wordt door het bestuur van de aanbieder duaal leren bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap schriftelijk en gemotiveerd aangevraagd uiterlijk op 30

86


november van het voorafgaand schooljaar. Die termijn geldt als vervaltermijn; aanvragen die later worden ingediend zijn onontvankelijk. De motivering van de aanvraag houdt in elk geval rekening met de criteria, vermeld in het derde lid, 1° tot en met 8°. Bij de aanvraag zitten, in voorkomend geval, het protocol van de onderhandeling ter zake in het bevoegde lokaal comité en, als de school tot een scholengemeenschap behoort, een uittreksel van het proces-verbaal waaruit blijkt dat de programmatie in overeenstemming is met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over de programmatie na advies van: 1° de onderwijsinspectie en de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap; 2° de Vlaamse Onderwijsraad; 3° de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen. (…)

Besluit van de Vlaamse Regering 11 januari 2013 houdende de uitvoering van het decreet betreffende de kwalificatiestructuur van 30 april 2009 inzake de erkenning van beroepskwalificaties en inzake de erkenning van onderwijskwalificaties voor het secundair na secundair onderwijs Art.11. Een gevalideerd beroepskwalificatiedossier wordt voor inschaling aan een inschalingscommissie voorgelegd. Een inschalingscommissie als vermeld in het eerste lid wordt als volgt samengesteld: 1° zeven effectieve leden aangewezen door de SERV; 2° vijf effectieve leden aangewezen door de VLOR; 3° één effectief lid aangewezen door de VDAB en één effectief lid aangewezen door Syntra Vlaanderen; 4° twee onafhankelijke interne experten uit het agentschap. (…) Art. 17. § 1. Elk voorstel van onderwijskwalificatie van niveau 4 wordt door het agentschap aan de VLOR voor advies voorgelegd. De VLOR brengt advies uit over de elementen, vermeld in artikel 16, 3° en 4° van dit besluit. Dat advies wordt bij het agentschap uitgebracht binnen dertig kalenderdagen.

Gecodificeerde decreten betreffende het hoger onderwijs (11 oktober 2013) Art. II.108. § 1. (…) De Vlaamse Regering bepaalt het beroepsprofiel van de leraar op advies van de Vlaamse Onderwijsraad. De Vlaamse Regering legt het besluit binnen de 6 maand na definitieve goedkeuring ter bekrachtiging voor aan het Vlaams Parlement. Indien het Vlaams Parlement dit besluit niet bekrachtigt binnen de 6 maanden na definitieve goedkeuring, houdt het op rechtskracht te hebben. § 2. (…) De Vlaamse Regering bepaalt de basiscompetenties op advies van de Vlaamse Onderwijsraad. Art. V.247. (…) Op verzoek van een verantwoordelijk bestuurslid van een representatieve vakorganisatie, krijgt een vakbondsafgevaardigde dienstvrijstelling om de vergaderingen van de Vlaamse Onderwijsraad bij te wonen. De

87


Jaarverslag 2019-2020| deel 2: Hoe werkt de Vlor?

dienstvrijstelling wordt gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit. Het personeelslid behoudt het recht op een salaris

Besluit van de Vlaamse Regering van 10 januari 2014 houdende de uitvoering van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur, wat betreft de erkenning van onderwijskwalificaties van niveau 1 tot en met niveau 4, en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 januari 2013 houdende de uitvoering van het decreet betreffende de kwalificatiestructuur van 30 april 2009 inzake de erkenning van onderwijskwalificaties voor het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs Art. 4. Het agentschap werkt voorstellen van onderwijskwalificaties uit op eigen initiatief of op vraag van belanghebbenden. Belanghebbenden kunnen hun vraag tot opmaak van een voorstel van onderwijskwalificatie permanent bij het agentschap indienen. Uiterlijk zes maanden na het ontvangen van een vraag legt het agentschap hetzij de gemotiveerde beslissing tot het niet opmaken van een voorstel hetzij het voorstel van onderwijskwalificatie voor advisering voor aan de VLOR. Art. 7. Elk voorstel van onderwijskwalificatie van niveau 1 tot en met 4 wordt door het agentschap aan de VLOR voor advies voorgelegd. De VLOR brengt advies uit over de elementen, vermeld in artikel 5, 1°, 2° en 4° tot en met 7°. Dat advies wordt bij het agentschap uitgebracht binnen dertig kalenderdagen.

Beheersovereenkomst RTC’s 2015-2020 Art. 10 §1. Minstens jaarlijks wordt door de Vlor een vergadering van een klankbordgroep georganiseerd. In de klankbordgroep zetelen diverse belanghebbenden op centraal niveau met minstens vertegenwoordiging van de onderwijsverstrekkers, sectorale sociale partners, sectorfondsen, VDAB, het Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen en interprofessionele sociale partners. §2. De taak van klankbordgroep bestaat erin de werking van de RTC’s te toetsen aan het bredere strategische onderwijs- en socio-economische kader en opportuniteiten mee te geven. Art. 11. De samenwerking tussen de RTC’s onderling alsook de werking van de Stuurgroep RTC’s en van de klankbordgroep worden tijdens het derde werkingsjaar van deze beheersovereenkomst kritisch getoetst en waar nodig bijgestuurd. Art. 17. §1. Een Vlaanderenbreed, provincieoverschrijdend overlegorgaan per sector/studiegebied, of waar mogelijk meerdere sectoren/studiegebieden samen, legt voor de duurtijd van de beheersovereenkomst voor alle RTC’s gemeenschappelijke prioriteiten vast gebaseerd op de socio-economische en onderwijskundige noden voor projecten die onderwijsinstellingen ondersteunen in het verwerven van relevante arbeidsmarktgerichte, techn(olog)ische competenties van leerlingen en leraren, bedoeld onder punt B van artikel 3 §3. De RTC’s participeren in dit orgaan dat de gemeenschappelijke prioriteiten vaststelt. Elke prioriteit wordt concreet uitgeschreven in termen van doel, meerwaarde in functie van het realiseren van de beroepskwalificatie(s), instrumentarium, openheid naar scholen, link met de arbeidsmarkt, aantal partners, innovatief karakter, operationele en financiële haalbaarheid. Dit overlegorgaan stelt tevens een aantal criteria en/of normen vast waaraan elk RTC-project ter uitwerking van de prioriteit moet voldoen.

88


§2. De organisatie van de in §1 beschreven overlegorganen zal binnen de Vlor worden opgenomen.

Gecodificeerde decreten sommige bepalingen voor het onderwijs (28 oktober 2016) Art. IV.35. Volgens door de Vlaamse Regering per type van buitengewoon onderwijs en per onderwijsniveau, op advies de bevoegde afdelingen voor het buitengewoon onderwijs van de Vlaamse Onderwijsraad vast te stellen regelen, neemt de Vlaamse Regering te zijnen laste de reiskosten van de gehandicapten, die zich van hun verblijfplaats, tehuis of pleeggezin naar de dichtstbijzijnde school of vestigingsplaats voor buitengewoon onderwijs waar onderwijs verstrekt wordt waarvoor zij geschikt werden verklaard, en dit binnen een groepering naar keuze of van hun verblijfplaats naar het tehuis, school of pleeggezin begeven, alsmede de kosten van de terugreis, zulks gedurende de gehele tijd dat zij buitengewoon onderwijs volgen. Onder groepering dient te worden verstaan: een indeling van scholen en vestigingsplaatsen in het buitengewoon basisonderwijs en het buitengewoon secundair onderwijs, naargelang ze behoren tot het gemeenschapsonderwijs, het gesubsidieerd officieel onderwijs, het gesubsidieerd vrij onderwijs naargelang van de onderscheidene godsdiensten, of het gesubsidieerd vrij niet-confessioneel onderwijs.

Besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2018 betreffende het opleidingsaanbod, de organisatie, de personeelsformatie, de inning van inschrijvingsgeld en de certificering van het deeltijds kunstonderwijs Art. 56. § 1. [De aanvragen voor het verkrijgen van onderwijsbevoegdheid die zijn ingediend, worden door het Agentschap voor Onderwijsdiensten ontvankelijk verklaard als aan al de volgende voorwaarden voldaan is: 1° bij de aanvraag is een ondertekend protocol van het lokaal comité van het aanvragende schoolbestuur gevoegd; 2° de aanvraag is ingediend binnen de aanvraagtermijn, vermeld in artikel 55; 3° de aanvraag is ingediend conform de voorwaarden, vermeld in artikel 55 tot en met 58 van dit besluit en artikel 130 van het decreet van 9 maart 2018.] De ontvankelijk verklaarde aanvragen worden voor advies aan de Vlaamse Onderwijsraad bezorgd en vervolgens beoordeeld door een adviescommissie die bestaat uit vertegenwoordigers van het Agentschap voor Onderwijsdiensten, het Departement Onderwijs en Vorming en de onderwijsinspectie. Bij de beoordeling van de aanvragen houdt de adviescommissie rekening met al de volgende criteria: 1° de nieuw aangevraagde onderwijsbevoegdheid sluit aan bij de visie van het schoolbestuur over vernieuwing en verbreding van het aanbod; 2° er is een indicatie dat er een potentieel aan leerlingen bestaat voor de nieuw aangevraagde onderwijsbevoegdheid; 3° de academie beschikt op de ingangsdatum over de nodige infrastructuur en expertise voor de organisatie van de nieuw aangevraagde onderwijsbevoegdheid. § 2. Met behoud van de toepassing van paragraaf 1 formuleert het netoverschrijdend samenwerkingsforum deeltijds kunstonderwijs Brussel, vermeld in artikel 27 van het decreet van 9 maart 2018, een advies over de aanvragen die ingediend zijn door een schoolbestuur van een academie waarvan de hoofdvestigingsplaats gevestigd is in het tweetalige gebied Brussel Hoofdstad.

89


Jaarverslag 2019-2020| deel 2: Hoe werkt de Vlor?

Het samenwerkingsforum, vermeld in het eerste lid, bepaalt zelf zijn beoordelingscriteria, rekening houdend met zijn opdracht, conform artikel 27 van het decreet van 9 maart 2018. § 3. De minister neemt [uiterlijk 15 mei] een beslissing op basis van het advies van de Vlaamse Onderwijsraad, de adviescommissie en in voorkomend geval het samenwerkingsforum, vermeld in paragraaf 2. Als het schoolbestuur de gevraagde onderwijsbevoegdheid verkrijgt, is die geldig tot en met 30 september van het [derde] schooljaar dat volgt op de datum van het verkrijgen van de bevoegdheid. Als de goedgekeurde clusters, opties of instrumenten binnen die periode niet georganiseerd worden, vervalt de bevoegdheid. Art. 58. Een schoolbestuur kan onderwijsbevoegdheid aanvragen voor een optie die niet in artikel 3, 5, 7 of 9 voorkomt of een muziekinstrument dat niet in artikel 11 tot en met 14 voorkomt. Het schoolbestuur kan daarbij een voorstel tot een nieuw vak toevoegen. In het geval, vermeld in het eerste lid, dient het schoolbestuur een gemotiveerde aanvraag in bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten, dat de ontvankelijkheid beoordeelt conform artikel 56, §1, eerste lid. Het agentschap legt de vraag vervolgens voor aan de Vlaamse Onderwijsraad en een commissie bestaande uit de Onderwijsinspectie, het Agentschap voor Onderwijsdiensten en het Departement Onderwijs en Vorming. Op basis van dat advies neemt de Vlaamse Regering een beslissing. Bij de beoordeling van de aanvragen houdt de adviescommissie, naast de criteria vermeld in artikel 56 §1 derde lid, rekening met de volgende criteria: 1° de mate waarin de aangevraagde optie of het aangevraagde vak of muziekinstrument zich onderscheidt van het bestaande aanbod, vermeld in artikel 3 tot en met 15; 2° de leerbehoefte die werd vastgesteld met het oog op hetzij vervolgonderwijs, hetzij kunstbeoefening in de vrije tijd of op de arbeidsmarkt; 3° de mate waarin de aangevraagde optie of het aangevraagde vak of muziekinstrument het potentieel heeft om nieuwe doelgroepen te bereiken; 4° de mate waarin de aangevraagde optie of het aangevraagde vak of muziekinstrument inspeelt op een actuele tendens in de kunsten of bijdraagt tot het bewaren van het immaterieel cultureel erfgoed in Vlaanderen door nieuwe restauratietechnieken of inzichten over de uitvoeringspraktijk. Als aan minstens drie van de vier criteria werd voldaan, kan er een gunstig advies gegeven worden. De Vlaamse Onderwijsraad bepaalt zelf zijn beoordelingscriteria, conform zijn opdracht, vermeld in artikel 69 van het decreet van 2 april 2004 betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad.

Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juli 2018 houdende sommige maatregelen betreffende de modernisering van het secundair onderwijs Art. 3. De bevoegde diensten van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming organiseren, uiterlijk om de vijf schooljaren, een screening van de actualiteitswaarde van de basisopties van het voltijds gewoon secundair onderwijs en het buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 4, en alle structuuronderdelen van de matrix, en doen, als dat nodig is, voorstellen aan de Vlaamse Regering tot bijsturing. Een eerste screening gebeurt in het schooljaar 2025-2026. Bij de screening, vermeld in het eerste lid, wordt alleszins rekening gehouden met: 1° voor domeinoverschrijdende structuuronderdelen met finaliteit doorstroom: de aansluitingsmogelijkheden op en de slaagcijfers in het hoger onderwijs, bekeken over de studiegebieden in het hoger onderwijs heen;

90


2° voor domeingebonden structuuronderdelen met finaliteit doorstroom: de aansluitingsmogelijkheden op en de slaagcijfers in de studiegebieden van het hoger onderwijs die aansluiten op het studiedomein van het secundair onderwijs; 3° voor structuuronderdelen met finaliteit arbeidsmarkt: de stand van zaken op het vlak van beroepskwalificaties, arbeidsmarkt en tewerkstelling; 4° voor structuuronderdelen met dubbele finaliteit: de aansluitingsmogelijkheden op en de slaagcijfers in de studiegebieden van het hoger onderwijs die aansluiten op het studiedomein van het secundair onderwijs enerzijds en de stand van zaken op het vlak van beroepskwalificaties, arbeidsmarkt en tewerkstelling anderzijds. Uiterlijk op 1 september van het schooljaar dat vooraf gaat aan het schooljaar van de inwerkingtreding ervan, neemt de Vlaamse Regering een beslissing over het eventueel voorstel van bijsturing van het studieaanbod dat uit de screening volgt. De Vlaamse Regering neemt haar beslissing na advies van enerzijds de Vlaamse Onderwijsraad en anderzijds, louter voor structuuronderdelen met dubbele finaliteit of finaliteit arbeidsmarkt, de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen en de raad van bestuur van Syntra Vlaanderen.

91


Koning Albert II-laan 37 BE-1030 Brussel www.vlor.be


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Jaarverslag_Vlor_2019_2020.pdf by Vlaanderen-be - Issuu