PROGNOSE VOOR HET AANTAL PLAATSEN VOOR KINDEROPVANG (2001-2004)
Bijlage
7
Prognose voor het aantal plaatsen voor kinderopvang (2001-2004)
Vlaams Actieplan Europese richtsnoeren 2002
124
Bijlage 7, cijfergegevens kinderopvang
PROGNOSE VOOR HET AANTAL PLAATSEN VOOR KINDEROPVANG (2001-2004)
Het Vlaams Beleidsplan Kinderopvang plant een forse uitbreiding van het aanbod aan kinderopvang: tussen 2001 en 2004 moeten er jaarlijks ongeveer 2.500 plaatsen bijkomen in de kinderdagopvang. Over een periode van 4 jaar dienen dus 10.000 extra plaatsen gecreëerd te worden (zie bespreking richtsnoer 18, 5.3.2). Onderstaande tabel toont voor de komende 3 jaar het vooropgestelde aantal plaatsen per 1000 kinderen jonger dan 3 in het Vlaams Gewest. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest werd niet in rekening gebracht aangezien in Brussel niet alle kinderen in Vlaamse opvangvoorzieningen worden opgevangen. Dat verklaart ook waarom de jaarlijkse toename in de tabel kleiner is dan 2.500. In 2001 werden ruim 1.500 bijkomende plaatsen gecreëerd in de particuliere opvangsector. In de gesubsidieerde voorzieningen (de diensten voor opvanggezinnen en de kinderdagverblijven) werden meer dan 1.000 plaatsen principieel goedgekeurd. Het objectief van 2.500 extra plaatsen in 2001 werd dus gerealiseerd. De in het Vlaams Beleidsplan Kinderopvang vooropgestelde norm van 313 plaatsen per 1.000 kinderen jonger dan 3 jaar in 2001 werd lichtjes overschreden. Dat hangt samen met de toename van het aantal opvangplaatsen, maar ook met de verdere daling van het geboortecijfer die ook uit de tabel spreekt. Met die evolutie in het achterhoofd wordt de streefnorm voor 2004 verhoogd van 350 tot 358 plaatsen per 1000 kinderen jonger dan 3 jaar. Voor een overzicht van de Vlaamse initiatieven ter verbetering van de kwaliteit van de kinderopvang verwijzen we naar de bespreking van de beleidsinitiatieven in het kader van het richtsnoer 18.
2001 2002 2003 2004
Absoluut aantal plaatsen in kinderdagopvang voor kinderen jonger dan 3
Aantal plaatsen per 1000 kinderen jonger dan 3 jaar
Aantal kinderen jonger dan 3 jaar (Vlaams Gewest)
58788 61083 63378 65673
314,0 329,0 343,3 358,4
187226 185659 184631 183244
In vergelijking met andere Europese landen valt het Vlaamse beleid inzake kinderopvang vooral op door het feit dat kinderen reeds op zeer jonge leeftijd in het kleuteronderwijs terecht kunnen. Zo gaat 98% van de Vlaamse 3-jarigen naar de kleuterschool, terwijl dat in andere EU-landen gemiddeld voor slechts 60% van die leeftijdsgroep het geval is21. Om een correcte interpretatie van bovenstaande tabel mogelijk te maken, merken we nog op dat het aantal plaatsen per 1000 kinderen enigszins overschat is omdat ook kinderen boven de 3 jaar worden opgevangen in de vermelde opvangvoorzieningen. Voor het aantal kinderen jonger dan 3 jaar werd voor de opmaak van voor 2001 gebruik gemaakt van cijfers van het NIS (toestand op 1 januari). De gegevens voor de jaren 2002, 2003 en 2004 steunen op de bevolkingsvooruitzichten 2000-2050.
21) Bron: OECD Education Database (2001)
Vlaams Actieplan Europese richtsnoeren 2002
125
Bijlage 7, cijfergegevens kinderopvang