Skip to main content

STUDIE 121 BEROEPSPROFIEL. Bedrijfscommunicatie.pdf

Page 1

STUDIE 121 BEROEPSPROFIEL Bedrijfscommunicatie


BEROEPSPROFIEL Bedrijfscommunicatie

sector beroep studiegebied

: : :

opleiding optie

: :

handel en administratie cluster communicatiebeheer handelswetenschappen en bedrijfskunde communicatiebeheer bedrijfscommunicatie

Werkgroep beroepsprofielen van de Vlaamse Hogescholen in opdracht van de Vlaamse Onderwijsraad D/1999/6356/11 De leden van de werkgroep beroepsprofielen zijn inhoudelijk verantwoordelijk voor het beroepsprofiel. De Vlor heeft enkel ingestaan voor een uniforme en toegankelijke lay-out.


I N H O U D B E R O E P S P R O F IE L

B E D R IJ F S C O M M U N IC AT IE

I N H O U D

1

INLEIDING

1

2

BEROEPSPROFIEL

3

Socio-economische ontwikkelingen in de sector

3

VASTLEGGEN VAN DE BEROEPENSTRUCTUUR EN DE BEROEPENCLUSTERS

5

3

3.1 3.2 3.3 4

5

Beroepenlijst Clusters Niveaus

5 12 18

TYPEFUNCTIE - DEELFUNCTIE - TAKEN

21

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9

21 23 25 27 29 30 32 33 34

Beroepencluster marketingcommunicatie Beroepencluster reclame Beroepencluster direct marketingcommunicatie Beroepencluster sales promotion Beroepencluster sponsoring Beroepencluster evenementen Beroepencluster merchandising / in store communication Beroepencluster beurzen Beroepencluster verpakking, productdesign

CONTEXTGEGEVENS

35

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5

35 38 41 45 50

Beroepsprofiel niveau 1 Beroepsprofiel niveau 2 Beroepsprofiel niveau 3 Beroepsprofiel niveau 4 Beroepsprofiel niveau 5

6

BESLUITEN

57

7

BIBLIOGRAFIE

59

8

LIJST VAN DE MEDEWERKERS

61


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

1

1

INLEIDING

Tussen december 1995 en september 1996 werd door afgevaardigden van de zes betrokken hogescholen nagedacht, vergaderd en geschreven over deze beroepsprofielen. Het contact tussen de hogescholen was prettig en constructief. Al dient gezegd dat er algemene misnoegdheid was dat de redactie van nieuwe beroepsprofielen uitgerekend diende te gebeuren in een academiejaar van bewogen hogeschoolfusies. Bovendien werd het doorkruist door het papierwerk, horende bij de eerste fasen van de doorlichting van de opleidingen Communicatiebeheer door de Onderwijsinspectie. Vele honderden uren werden aan de redactie van deze beroepsprofielen besteed. Ondanks de context waarbinnen de profielen opgemaakt werden, zijn die uren per definitie zinvol besteed omdat ze aanzetten tot reflectie over het wezen en de werkwijze van de opleiding Communicatiebeheer. Heel wat minder zinvol vinden we de ons opgelegde procedure vanwege de Vlor. De handleiding voor de ontwikkeling van Beroepsprofielen, uitgegeven door de Dienst voor Onderwijsontwikkeling (DVO), bleek een draak van een document. Nogal wat elementen daarin zijn niet te enten op de communicatiesector. Het is onmogelijk om via een statische vragenlijst een dynamische sector in te kapselen. Zo zijn er nauwelijks eenduidige beroepsnamen in de sector. Het was een gigantisch werk om te komen tot een eigenlijke beroepenlijst, waarbij de invulling van die respectievelijke beroepsnamen enorm variabel is van bedrijf tot bedrijf. De wijze waarop de DVO-handleiding werkt met deelfuncties, typefuncties, e.d. bleek hoogst artificieel. Bij de totstandkoming van deze beroepsprofielen werd geprobeerd om zoveel als mogelijk te schipperen tussen het stramien van de DVO-handleiding en de realiteit. Die realiteit is zoals Chris Aertsen van het Marketing & Communicatiebureau See You Soon ons omschreef: 'Een opsomming van beroepen als deze is vrij banaal, weinigzeggend en per definitie onvolledig. Waarom? Omdat elkeen die in de communicatiesector werkt een andere jobdescription zal geven aan de opgesomde functies' Een en ander werd getoetst aan de suggesties en opmerkingen van een representatieve groep van een twintigtal vertegenwoordigers uit het brede werkveld van de communicatiesector. Zij bevestigden ons vermoeden van zinloosheid van de vraag tot het indelen in beroepshokjes, zoals voorzien in de DVO-handleiding. Maar vooral gaven ze een heleboel nuttige informatie over de taken en de invulling daarvan in de domeinen van public relations, commerciële communicatie, pers en voorlichting. We opteerden ervoor om de vertegenwoordigers uit de beroepswereld niet te betrekken bij àl onze vergaderingen, aangezien die doorgaans eerder praktisch van aard waren. Voor de inhoudelijke inbreng werden ze wel uitgenodigd voor een vergadering, interview of schriftelijke bijdrage, met een concrete vragenlijst als leidraad. Aangezien er noch voor de brede communicatiesector, noch voor de deeldomeinen hierin, beroepsverenigingen bestaan die als volkomen representatief kunnen worden beschouwd, werd hier met de grootst mogelijke omzichtigheid te werk gegaan.


2

B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

Reeds bij de eerste werkvergaderingen bleek dat geen enkele betrokken hogeschool gelukkig was met de opsplitsing van de opleiding Communicatiebeheer in de opties 'Bedrijfscommunicatie', 'Public Relations', 'Pers en Voorlichting'. De opdeling van de communicatiesector - voor zover daar noodzaak toe is - gebeurt bij voorkeur op een meer doordachte wijze. Dit wordt bijgevolg een van onze voornaamste gespreksonderwerpen op het ogenblik dat we de opleidingsprofielen uitwerken. Overigens was er bij aanvang consensus over dat we de term 'Bedrijfscommunicatie' wensen te vervangen door de voor de sector meer profilerende naam 'Commerciële communicatie'. 'Bedrijfscommunicatie' is een in de sector weinig gebruikte naam, waarbij men public relations de ene keer weer bekijkt als een synoniem van bedrijfscommunicatie, de andere keer als louter een onderdeel ervan. We verkiezen de term 'Commerciële communicatie' omdat deze beter de grenzen afbakent met de twee andere opties. Al zal blijken dat die opties altijd wel een stukje overlappend zullen blijven. Alle betrokken hogescholen spreken de hoop uit dat deze beroepsprofielen op generlei manier door minister, kabinet en ministerie van Onderwijs, Vlor of SERV verkeerd geïnterpreteerd worden. Mogen we hen uitdrukkelijk vragen om elk onderdeel van bijgaande beroepsprofielen te bekijken vanuit de brede context van het communicatiewerkveld. Dat niemand zich blind moge staren op de indeling in beroeps-, taken- en functiehokjes (cfr. de hier eerder aangehaalde opmerking van Chris Aertsen). Bovendien wensen we samen met de beroepsmensen -die wij bij deze danken voor hun sterk gewaardeerde inhoudelijke bijdrage- bij elke mogelijke aanzet tot herstructurering van de opleiding betrokken te worden, zodanig dat onze opleiding blijvend bij de beroepspraktijk kan aansluiten. september 1996


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

2

3

BEROEPSPROFIEL

Socio-economische ontwikkelingen in de communicatiesector De communicatiesector is onwaarschijnlijk breed. Het kan niet de bedoeling zijn om in deze beroepsprofielen een grondige wetenschappelijke analyse van de socio-economische ontwikkelingen in de verschillende communicatiesectoren te maken. Wel is het zinvol om voor een beperkte maar representatieve staalkaart van communicatiebranches de voornaamste trends aan te geven. Dat staat toe om de verderop in deze bundel beschreven beroepsprofielen te kaderen binnen de huidige conjunctuur. Audiovisuele sector Het doorbreken van het monopolie van de openbare televisieomroep door nieuwe landelijke zenders enerzijds, en de opkomst van regionale televisies anderzijds, zorgde enkele jaren geleden voor een explosieve groei van deze sector. Niet in het minst door de vele ontstane productiehuizen, satellieten van de nieuwe zenders. Die plotse groei is ondertussen alweer achter de rug. Nu is er eerder sprake van een zekere verzadiging in de sector. Al zoekt men ook hier een nieuwe adem in alles wat naar multimedia ruikt. Op radiovlak blijft de openbare omroep met zijn verschillende doelgroepgerichte zenders het goed doen. De opbloei van de lokale radio’s in de loop der jaren tachtig heeft zijn beste tijd gehad. Al veroverden ze een positie als vaste waarde in het medialandschap, mèt beperkte bijhorende tewerkstelling. Geschreven pers Het betreft een sector die sinds de oorlog maar blijft evolueren in de richting van concentraties, en regelmatig terugkerende berichten over noodlijdende kranten die bij collegauitgeverijen hun heil gaan zoeken. Het betekent evenwel niet dat de hele perssector zich in een fase van achteruitgang bevindt. Al dan niet geslaagde gerichtheid op doelpublieken met bijhorende inhouden en vormen bepalen sterk de schommelingen in de kranten- en tijdschriftenmarkt. Bovendien zit de sector in een hoogtechnologische stroomversnelling. Er wordt volop geexperimenteerd met de aanmaak en de commercialisering van digitale media. Elke grote uitgeverij heeft zijn multimedia-afdeling. In de States komt één afstuderende journalist op twee terecht bij een 'digitaal medium'. Daarnaast bestaat tevens een groeiende bedrijfspers, met periodieken voor interne en/of externe doeleinden. Reclamesector Volgens het Marketing Book 1996 was in 1994 promotie goed voor 43,36 % van het totale bedrag dat door Belgische bedrijven werd geïnvesteerd in marketing, wat een bedrag van om en bij de 59 miljard voorstelt. Aan marktonderzoek wordt volgens de zelfde bron naar schatting zo’n 3,3 miljard besteed. De investeringen in advertenties en reclamespots lopen in België op tot zo’n slordige 45 miljard. De multinationale groepen hebben daarin een dominerende positie.


4

B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

Direct Marketing is goed voor zo’n 3,7 miljard. Maar de in Direct Marketing geïnvesteerde bedragen blijven alsmaar stijgen in vergelijking met de andere reclamekanalen. De globale reclame-investeringen blijven overigens alsmaar groeien: jaarlijks 6 tot 11%, tussen 1990 en 1995. Public Relations In de Gouden Gids staan een 160-tal ondernemingen die zichzelf PR-specialist noemen. Onderling hebben ze flink wat verschillen. Sommigen bieden een globaal dienstenpakket aan, anderen specialiseren zich in persrelaties, nog anderen werken op het vlak van eventgerichte communicatie en sponsoring. Uit de vakliteratuur bleek het niet mogelijk om hier betrouwbare totaalcijfers te weerhouden van door Belgische bedrijven gehanteerde PRbudgetten. Nochtans beschikken veel Belgische bedrijven over een PR-dienst en PRverantwoordelijken. Vaak verzorgen deze tevens de interne communicatie. Voorlichting Vlaanderen (België) heeft nog een hele weg af te leggen eer overheids- en andere vormen van voorlichting het niveau halen van wat in Nederland gebeurt. Maar de voorlichtingsactiviteiten groeien gestaag. Beleidsmensen ontwikkelen hoe langer hoe meer een besef dat publieksvoorlichting een absolute must is in een open en democratische samenleving. Getuige daarvan de exponentiële groei van het aantal voorlichtingsambtenaren bij steden, gemeenten, intercommunales en heel wat andere non-profitorganisaties. Het is een sector die haar hoogtepunt nog lang niet heeft bereikt. Nieuwe media We haalden die nieuwe media reeds eerder aan binnen dit hoofdstuk. Ze leiden hoe langer hoe meer hun eigen leven, daarin begeleid door groepen mensen die ze technisch en/of inhoudelijk leven inblazen. Er ontstaan nieuwe beroepen zoals 'webmasters' en 'infografici'. Internet had in 1995 50 miljoen abonnees. Voor de eeuwwisseling worden 500 miljoen aansluitingen voorspeld. Vandaar de toenemende belangstelling voor 'cybermarketing'. Ook CD-ROM- en CD-I-producties worden bedacht en begeleid door professionals met een communicatieachtergrond. Als dusdanig bieden de nieuwe media nieuwe perspectieven voor zowat àlles dat met communicatie, al dan niet commercieel, te maken heeft. De voorspellingen van tewerkstelling in deze sector liggen hoog. Samengevat kunnen we zonder meer optimistisch zijn over de toekomst van de communicatiesector en de tewerkstelling daarin. Al is het duidelijk dat de gehanteerde methoden en technologieën er bliksemsnel evolueren.


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

5

3 VASTLEGGEN VAN DE BEROEPENSTRUCTUUR EN DE BEROEPENCLUSTERS

3.1

Beroepenlijst

3.1.1

Beurzen Assistent-projectleider beurzen − −

werkt direct onder de projectleider voert alle directieven uit die uitgaan van de projectleider.

Projectleider beurzen − − −

analyseert de trends en maatschappelijke evoluties en de marktsituatie prospecteert naar mogelijke deelnemers voor een beurs stelt draaiboek op.

Verantwoordelijke beurzen − − − −

− − − − − − − −

3.1.2

maakt probleemanalyse weegt de opportuniteiten en de mogelijkheden af legt doelgroepen en doelstellingen vast voert beursselectie uit in functie van het bereik (in functie van aantal bezoekers, homogeniteit van standhouders...) en bepaalt in overleg met de marketing en PR-manager aan welke beurzen wordt deelgenomen legt de boodschap vast die aan de beursbezoeker moet worden overgebracht kiest het beursconcept (de creatieve vertaling van de propositie in een thema of symbool dat de beursbezoeker aanspreekt en overtuigt) legt locatie en grootte van de stand vast waakt over de selectie van het personeel (ook hun kleding en uitrusting) waakt over de training van het personeel waakt over de follow-up na de beurs: opvolgen van gelegde contacten rapporteert aan de marketingcommunicatiemanager werkt samen met de productmanager.

Direct marketingcommunicatie Account Executive bij een DM-adviesbureau − − − − − −

adviseert bij de ontwikkeling van een DM-communicatieplan brieft andere medewerkers binnen het bureau en medewerkers van logistieke bureaus (bv. instructies voor 'prepostale verwerking', responsanalyse...) coördineert de uitvoering van het DM-communicatieplan staat in voor de dagelijkse contacten met de opdrachtgever doet de 'presentatie' van de bureauvoorstellen trekt nieuwe accounts aan.

Copywriter in een DM-adviesbureau −

zet propositie op in een creatief concept


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

6

− − −

doet dit samen met de artdirector schrijft verkoopbrieven (met bijzondere aandacht voor de zgn. leescurve van de brief) schrijft teksten voor telemarketing, teksten voor catalogi en relatiemagazines...

Telesales Executive − − − −

onderhoudt contacten met bestaande relaties via de telefoon zoekt potentiële klanten binnen een welbepaalde geografische regio biedt pasklare oplossingen naar klanten toe zet adviezen om in reële verkoopsresultaten.

Telesales Supervisor − −

stelt de doelstellingen op en stippelt de werkwijze uit om die te bereiken volgt de marktevolutie op en stimuleert een team van telesales executives.

Verantwoordelijke DM-communicatie − − − − − − − − − − − − − −

3.1.3

maakt probleemanalyse legt DM-doelgroepen vast legt DM-communicatie doelstellingen vast (relatiemarketing, verkoopondersteuning, rechtstreekse verkoop...) maakt keuze van DM-systeem: direct mail, telemarketing, catalogi... stelt criteria voor databestand op beoordeelt effectiviteit van propositie en van het creatief concept waakt over de integratie van DM in de globale communicatiemix legt het DM-communicatiebudget vast waakt over de uitvoering van de campagne onderhoudt contact met adressenmakelaars is contactpersoon naar het DM-adviesbureau (stelt de briefing op, selecteert het bureau, stelt contract op met het bureau...) maakt de kosten-batenanalyse van de DM-campagne rapporteert aan de marketingcommunicatiemanager werkt samen met de productmanager.

Evenementen Account Executive bij een evenementenbureau − − − − − −

adviseert bij het opstellen van een evenementenbeleid maakt voor elk evenement een draaiboek coördineert de praktische organisatie van het evenement staat in voort de dagelijkse contacten met de opdrachtgever doet de 'presentaties' van de bureauvoorstellen trekt nieuwe accounts aan.

Verantwoordelijke evenementen − − − − − − −

maakt probleemanalyse bepaalt welke evenementen op touw worden gezet: kustacties, dealermeetings, productintroducties... legt doelgroepen en doelstellingen van evenementen vast legt het budget vast en waakt erover dat het budget niet wordt overschreden waakt over de bijdrage van de evenementen aan de merkidentiteit is contactpersoon naar het evenementenbureau (stelt de briefing op, selecteert het bureau, stelt contract op met het bureau...) evalueert de evenementen die plaatsvonden


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

− −

3.1.4

7

rapporteert aan de marketingcommunicatiemanager werkt samen met de productmanager.

In store communication/merchandising Account Executive bij een adviesbureau inzake 'in store communication' − − −

adviseert bij de ontwikkeling van een 'in store communication'-plan coördineert de uitvoering ervan is contactpersoon tussen bureau en klant.

Verantwoordelijke merchandising − − − − − − − − −

3.1.5

waakt over de merkidentiteit op het winkelpunt: plaats in de winkel, schappositie, aantal meter lineair, merkgroepering, leaflets, displays, wobblers... maakt analyse van DPP-statistieken, rotatiesnelheden, marges legt doelgroepen en doelstellingen vast bepaalt de merchandisingstrategie stelt manual voor eigen merchandisers op beoordeelt effectiviteit van winkelacties geeft opdracht voor de ontwikkeling en de productie van winkelmateriaal: displays, leaflets, wobblers... rapporteert aan de marketingcommunicatiemanager werkt samen met de productmanager.

Marketingcommunicatie Account Executive bij een adviesbureau voor marketingcommunicatie −

− −

adviseert bij de ontwikkeling van een marketingcommunicatieplan (communicatiemanager heeft vaak nood aan een 'second opinion', iemand die met hem meedenkt) coördineert de uitvoering ervan is contactpersoon tussen bureau en klant.

Adviseur marketingcommunicatie −

−

adviseert en assisteert bij analyse, planning, implementatie en controle m.b.t. het marketingcommunicatiebeleid in het algemeen en het reclamebeleid in het bijzonder is verantwoordelijk voor samenwerkingsverbanden met derden (= marketingcommunicatie-aankopen) selectie en inschakeling van adviseurs, budgetten, accountmanagement, drukwerk en eigen producties.

Junior advisor − −

treedt op als marketingcommunicatieadviseur naar bedrijfswereld toe adviseert de klanten op vlak van algemeen communicatiebeleid en evalueert dit nadien ook grondig.

Marketingcommunicatieassistent − − − −

administratief en logistiek ondersteunen van de marketingcommunicatieafdeling marketingcommunicatiemedewerker werkt direct onder de marketingcommunicatiemanager (is topuitvoerder) contactpersoon tussen marketingcommunicatiemanagers en externe uitvoerder (drukkerijen, lay-out, ed.)


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

8

− −

ziet toe op een strikte en correcte uitvoering van de directieven van de marketingcommunicatiemanager staat in voor het zelfstandig beheer van kleinschalige projecten.

Marketingcommunicatieonderzoeker − −

werkt nauw samen met de marketingcommunicatiemanager staat in voor de uitwerking van onderzoeksopdrachten en van der evaluatie van communicatiecampganes. Zet communicatie-audits op en trekt externe onderzoeksbureaus aan.

Senior advisor − − −

treedt op als marketingcommunicatieadviseur naar bedrijfswereld toe adviseert de klanten op vlak van algemeen communicatiebeleid evalueert dit nadien ook grondig.

Verantwoordelijke marketingcommunicatie (Marketingcommunicatiemanager) − − − − − − − − − − − − − −

3.1.6

maakt probleemanalyse, legt doelgroepen vast legt algemene communicatiedoelstellingen vast legt communicatiestrategie vast beoordeelt effectiviteit van propositie en van het creatief concept legt de communicatiemix vast legt het globaal budget vast en bepaalt de dosering ervan over de communicatiemix waakt over de consistentie van het merkbeeld (houdt bij formulering van marketingcommuncatiebeleid rekening met trends en maatschappelijke evoluties) coördineert communicatiemix onderzoekt de effectiviteit van de marketingcommunicatie is contactpersoon naar het marketingcommunicatieadviesbureau (stelt de briefing op, selecteert het bureau, stelt contract op met het bureau) rapporteert aan de marketingmanager werkt nauw samen met de verantwoordelijke voor de 'corporate communication'.

Persoonlijke verkoop Commercieel binnendienstwerker − − − −

contacteert en volgt bestaande klanten op werkt samen met field engineers en productmanagers administratieve opvolging van het koopproces (offerte, opvolging, bestelling, levering, facturatie, betaling) assisteert de klant in zijn beslissingsproces.

Commercieel medewerker −

spoort nieuwe relaties op en bouwt hiermee een relatie op.

Filiaalhouder/leider − −

geeft leiding aan een verkoopsteam en bouwt het eigen filiaal uit, mits ondersteuning van gespecialiseerde medewerkers vanuit het moederbedrijf uitbouwen van een eigen relatienetwerk op lokaal vlak


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

−

9

communicatiebeleid uitwerken op lokaal vlak op basis van directieven van het moederbedrijf

Key Account Executive − − −

staat zowel in voor het opbouwen van een partnership met nieuwe klanten als het verstevigen van relaties met het bestaand cliënteel onderzoekt actuele en toekomstige behoeften en rapporteert hierover intern werkt projecten uit en onderhandelt over 'service op maat'.

Key Account Supervisor − −

stelt de doelstellingen op en stippelt de werkwijze uit om die te bereiken volgt de marktevolutie op en stimuleert een team van key account executives.

Medewerker verkoopadministratie −

zorgt voor logistieke en administratieve ondersteuning op de verkoopafdeling.

Verantwoordelijke verkoop (Salesmanager) − − − − − −

3.1.7

geeft richtlijnen voor optimale bezoekfrequentie aan klanten waakt over de training van de verkopers streeft naar optimale motivatie en inzet van verkoopploeg analyseert verkoopcijfers ontwerpt een database met klanteninformatie organiseert de verkoopploeg (per gebied, per product, of per type van afnemer).

Reclame Accountdirector − −

− − − −

de profielhouder is contactpersoon naar cliënten toe hij beoordeelt reclamestrategie en reclamecampagne, adviseert de opdrachtgever bij het bepalen van de reclamestrategie en bij het formuleren van reclamedoelstellingen ook beoordeelt hij reclamedoelstellingen en voorstellen met betrekking tot reclamedoelgroepen tevens selecteert hij het creatieve platform en beoordeelt het creatieve concept hij beoordeelt de effectiviteit van reclamecampagnes en onderzoekt de effectiviteit van propositie tenslotte trekt hij nieuwe accounts aan, adviseert hij het management over nieuwe accounts en verzorgt presentaties bij de opdrachtgever.

Account Executive bij een reclameadviesbureau − − − − − −

adviseert bij de ontwikkeling van een reclameplan brieft andere medewerkers binnen het bureau (creatieven, productie, mediaplanning...) coördineert de uitvoering van het reclameplan staat in voor de dagelijkse contacten met de opdrachtgever doet de 'presentaties' van de bureauvoorstellen trekt nieuwe accounts aan.

Account Manager −

de profielhouder maakt een reclamestrategie, formuleert reclamedoelstellingen en bepaalt reclamegroepen


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

10

−

− − − −

−

daarnaast heeft hij een belangrijke adviserende rol: hij adviseert de opdrachtgever bij het bepalen van de reclamestrategie, bij het formuleren van reclamedoelstellingen en bij het bepalen van reclamedoelgroepen hij beoordeelt de effectiviteit van propositie, het creatieve concept en de reclamestrategie ook trekt hij nieuwe accounts aan en verzorgt hij presentaties bij de opdrachtgever hij is contactpersoon naar het creatieve platform en beoordeelt de voorstellen van het platform tevens beoordeelt hij reclamedoelstellingen, voorstellen met betrekking tot aantrekken van nieuwe account prospects en adviseert bij het aantrekken van nieuwe accounts tenslotte onderzoekt hij de effectiviteit van reclamecampagnes en beoordeelt de reclamecampagne.

Assistent account Executive bij een reclameadviesbureau − −

werkt onder de account executive voert alle directieven uit die uitgaan van de account executive.

Copywriter in een reclameadviesbureau − − − − −

zet propositie om in een creatief concept, zodat boodschap op een indringende manier bij doelgroep overkomt hij doet dit samen met de artdirector zoekt een geschikte kopregel schrijft broodtekst bedenkt slagzin.

Mediaplanner/mediabuyer bij een reclameadviesbureau of mediacentrale − − − −

adviseert bij de formulering van mediaobjecten (de dosering van bereik, frequentie en continuïteit) adviseert bij de ontwikkeling van het mediaplan (keuze mediumtypen, keuze titels, vastleggen inschakelingvariabelen) doet de aankopen bij media-exploitanten (de zgn. reclameregies) volgt de media-administratie (o.a. de toestand van de nog af te nemen mediaruimten).

Reclameverantwoordelijke (advertising manager, chef de publicité) − − − − − − − − − − − − − −

maakt probleemanalyse legt reclamedoelgroepen vast legt reclamedoelstellingen vast legt reclamestrategie vast. beoordeelt effectiviteit van de propositie en van het creatief concept waakt over de integratie van reclame in de globale communicatiemix legt het reclamebudget vast waakt over de uitvoering van de campagne beoordeelt het mediaplan waakt over de uitvoering ervan maakt de kosten-batenanalyse van de reclamecampagne is contactpersoon naar het reclameadviesbureau (stelt de briefing op, selecteert het bureau, stelt contract op met het bureau...) rapporteert aan de marketingcommunicatiemanager werkt samen met de productmanager.


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

11

Sales promotion − − −

− − − −

account executive bij een SP-adviesbureau adviseert bij de ontwikkeling van een promotieplan brieft andere medewerkers binnen het bureau (creatieven, productie,...) en buiten het bureau (logistieke diensten zoals de clearing van reductiebonnen, of de afhandeling van self liquidating premiums...) coördineert de uitvoering van SP-acties staat in voor de dagelijkse contacten met de opdrachtgever doet de 'presentaties' van de bureauvoorstellen trekt nieuwe accounts aan.

Verantwoordelijke SP − − − − − − − − − −

maakt probleemanalyse legt doelgroepen vast legt doelstellingen vast maakt keuze van het type SP-actie (wedstrijd, spaarkaart, sampling, refunds, premiums, bonusverpakking, prijskorting...) waakt over de bijdrage van de actie aan het merkimago begroot de mogelijke kosten en opbrengsten beoordeelt de doeltreffendheid van de actie is contactpersoon naar het SP-adviesbureau (stelt de briefing op, selecteert het bureau, stelt contract op met het bureau...) rapporteert aan de marketingcommunicatiemanager werkt samen met de productmanager.

Sponsoring − − − − − − − − − − − −

3.1.8

verantwoordelijke sponsoring maakt probleemanalyse weegt opportuniteiten en mogelijkheden af legt doelgroepen en doelstellingen van het sponsoringbeleid vast op basis van PR- en Marketingdoelstellingen legt het sponsorbudget vast formuleert het beleid inzake sponsoring selecteert projecten, personen, programma’s of instellingen die voor sponsoring in aanmerking komen in overleg met marketing en PR-manager beoordeelt of sponsoring bijdraagt aan de merkidentiteit stelt sponsorcontracten op onderhoudt contacten met gesponsorden rapporteert aan de marketingcommunicatiemanager werkt samen met de productmanager.

Verpakking (en productdesign) Account Executive bij een verpakkings- of designbureau − − −

adviseert m.b.t. ontwikkeling van 'verpakking of designplan' coördineert de uitvoering ervan is contactpersoon tussen bureau en klant.

Verantwoordelijke verpakking − −

maakt probleemanalyse waakt over de merkidentiteit die wordt uitgedragen via productverpakking, logo, productdesign en 'commerciële architectuur' (bv. inrichting banken)


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

12

− − −

3.2

is contactpersoon naar ontwerpbureaus op gebied van design en verpakking (stelt de briefing op, selecteert het bureau, stelt contract op met het bureau...) rapporteert aan de marketingcommunicatiemanager werkt samen met de productmanager.

Clusters Een cluster is een groep van samenhangende activiteiten. Een functie of een beroep bestaat uit een combinatie van diverse delen van clusters, waarbij het accent op twee of drie clusters ligt.

3.2.1

Cluster 1 Communicatiemanagement Management adviseren over het communicatiebeleid en mede dit beleid formuleren. Mede de identiteit van de organisatie formuleren en het management hierover adviseren. − − − − − − − − − − − −

3.2.2

verantwoordelijke beurzen verantwoordelijke DM-communicatie verantwoordelijke evenementen verantwoordelijke merchandising senior advisor verantwoordelijke marketingcommunicatie verantwoordelijke verkoop account director, account manager reclameverantwoordelijke verantwoordelijke SP verantwoordelijke sponsoring verantwoordelijke verpakking.

Cluster 2 Onderzoek Activiteiten die te maken hebben met publieksgroepenonderzoek, management van onderzoek, analyse van onderzoeksgegevens, en met uitvoering van onderzoek: onderzoeksbeleid opstellen, budget vaststellen en management adviseren voor onderzoek. Onderzoeksopdracht formuleren, onderzoeksbureaus inschakelen voor uitvoering en selecteren. Onderzoek laten uitvoeren en onderzoeksresultaten analyseren. − − − − − − −

adviseur marketingcommunicatie junior advisor marketingcommunicatiemedewerker marketingcommunicatieonderzoeker senior advisor verantwoordelijke marketingcommunicatie key account supervisor.


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

3.2.3

13

Cluster 3 Kwaliteitsbewaking en klachtenbehandeling Opstellen van richtlijnen voor klachtenbehandeling, verzorgen van klachtenbehandeling, verzorgen van klachtenbehandeling en mensen te woord staan. Kwaliteitsprocedures formuleren en de kwaliteit van de aangeboden producten en diensten controleren. − − − − − − − − − − − − − − − − − − − − − − − − − − − −

3.2.4

assistent-projectleider beurzen projectleider beurzen verantwoordelijke beurzen account executive bij een DM-adviesbureau telesales executive telesales supervisor verantwoordelijke DM-communicatie account executive bij een evenementenbureau verantwoordelijke evenementen account executive bij een adviesbureau inzake 'in store communication' verantwoordelijke merchandising account executive bij een adviesbureau voor marketingcommunicatie adviseur marketingcommunicatie junior advisor marketingcommunicatiemedewerker senior advisor verantwoordelijke marketingcommunicatie commercieel binnendienstwerker filiaalhouder/leider key account executive verantwoordelijke verkoop account director account executive bij een reclameadviesbureau account manager assistent account executive bij een reclameadviesbureau reclameverantwoordelijke account executive bij een SP-adviesbureau verantwoordelijke SP verantwoordelijke sponsoring account Executive bij een verpakkings- of designbureau verantwoordelijke verpakking.

Cluster 4 Afdelings/projectmanagement Budget opstellen voor de afdeling of voor een project, een financieel verslag maken en een evaluatierapport maken. Nieuwe mensen selecteren, de werkzaamheden van de medewerkers beoordelen en functioneringsgesprekken voeren. − verantwoordelijke beurzen − verantwoordelijke DM-communicatie − verantwoordelijke evenementen − verantwoordelijke merchandising − verantwoordelijke marketingcommunicatie − verantwoordelijke verkoop − account director − reclameverantwoordelijke − verantwoordelijke sponsoring − verantwoordelijke verpakking.


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

14

3.2.5

Cluster 5 Klanten/Relatiebeheer Relatiebestanden aanleggen, onderhouden. Klanten ontvangen enz... Relatiegeschenken, selecteren aankopen en verstrekken. − − − − − − − − − − − − − − − − − − − − −

3.2.6

account executive bij een DM-adviesbureau telesales executive telesales supervisor verantwoordelijke DM-communicatie account executive bij een adviesbureau voor marketingcommunicatie adviseur marketingcommunicatie marketingcommunicatieassistent marketingcommunicatiemedewerker verantwoordelijke marketingcommunicatie commercieel binnendienstmedewerker commercieel medewerker filiaalhouder/leider key account executive key account supervisor medewerker verkoopadministratie account executive bij een evenementenbureau account executive bij een adviesbureau inzake 'in store communication' account executive bij een reclameadviesbureua assistent account executive bij een reclameadviesbureau account executive bij een SP-bureau account executive bij een verpakkings- of designbureau.

Cluster 6 Print/AV/Multimediaproducties Beleid formuleren, het budget voor producties opstellen en het management hierover adviseren. Opdrachten voor drukkers vastleggen, drukproeven beoordelen en de planning bewaken. Contacten onderhouden met vormgevers en drukkers. AV-middelen selecteren en anderen hierover adviseren. − − − − − − − − − − − − − − −

assistent-projectleider beurzen projectleider beurzen verantwoordelijke beurzen verantwoordelijke DM-communicatie verantwoordelijke evenementen verantwoordelijke merchandising adviseur marketingcommunicatie junior advisor marketingcommunicatieassistent marketingcommunicatiemedewerker senior advisor verantwoordelijke marketingcommunicatie filiaalhouder/leider reclameverantwoordelijke verantwoordelijke SP.


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

3.2.7

15

Cluster 7 Sponsoring Het sponsorbeleid formuleren, budgetten vastleggen en de doelstellingen van het sponsorbeleid evalueren. Het sponsorbeleid uitvoeren, contacten onderhouden met gesponsorden en verzoeken om sponsoring onderzoeken. − − − − − −

3.2.8

account executive bij een adviesbureau voor marketingcommunicatie adviseur marketingcommunicatie junior advisor, marketingcommunicatiemedewerker senior advisor verantwoordelijke marketingcommunicatie verantwoordelijke sponsoring.

Cluster 8 Sales promotion, beurzen en evenementen Het opstellen van beleidsplan voor evenementen en beurzen. Criteria voor locaties vastleggen en locaties selecteren. Het management adviseren bij het opstellen van een sales promotionplan. Sales promotionbureaus selecteren en inhuren. − − − − − − − − − − −

3.2.9

assistent-projectleider beurzen projectleider beurzen verantwoordelijke beurzen account executive bij een evenementenbureau verantwoordelijke evenementen account executive bij een adviesbureau voor marketingcommunicatie adviseur marketingcommunicatie junior advisor marketingcommunicatiemedewerker senior advisor verantwoordelijke marketingcommunicatie account executive bij een SP-adviesbureau verantwoordelijke SP.

Cluster 9 Displays = instrument winkelcommunicatie en merchandising Opdracht verlenen tot het ontwikkelen van displays, de voorstellen beoordelen en een selectie maken. Acties samenstellen inzake displays en het gebruik van displays controleren. − − − − − − − − − − − −

assistent-projectleider beurzen, projectleider beurzen verantwoordelijke beurzen account executive bij een evenementenbureau verantwoordelijke evenementen account executive bij een adviesbureau inzake 'in store communication' verantwoordelijke merchandising account executive bij een adviesbureau voor marketingcommunicatie adviseur marketingcommunicatie junior advisor marketingcommunicatiemedewerker account executive bij een verpakkings- of designbureau verantwoordelijke verpakking.


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

16

3.2.10 Cluster 10 Direct marketing Een beleidsplan voor direct-en telemarketing maken, management adviseren bij opstellen van dit plan. Criteria opstellen voor de selectie van het direct marketingbureau, een direct marketingbureau selecteren en direct marketing uitvoeren. − − − − − − − − − − −

account executive bij een adviesbureau voor marketingcommunicatie DM-adviesbureau telesales executive telesales supervisor verantwoordeijke DM-communicatie account executive bij een adviesbureau voor marketingcommunicatie adviseur marketingcommunicatie junior advisor, marketingcommunicatieassistent marketingcommunicatiemedewerker senior advisor Verantwoordelijke marketingcommunicatie.

3.2.11 Cluster 11 Mediaplanning De mediaplanner informeren en een mediaplanner selecteren. Het mediaplan beoordelen op grond van vooraf opgestelde criteria en evalueren. Management adviseren bij het maken van het mediaplan en bij het vastleggen van de mediastrategie. − − − − − − − − − −

account executive bij een adviesbureau voor marketingcommunicatie adviseur marketingcommunicatie junior advisor, marketingcommunicatiemedewerker marketingcommunicatieonderzoeker senior advisor, verantwoordelijke marketingcommunicatie account executive bij een reclame adviesbureau account director, account manager mediaplanner/buyer reclameverantwoordelijke.

3.2.12 Cluster 12 Reclamemanagement en reclamestrategiebepaling Het reclamebudget opstellen met daarbij budgetten voor verschillende campagnes. Concepten vormen voor reclamecampagnes en opdracht formuleren naar een bureau toe, een reclamebureau inhuren, producten beoordelen en advies geven aan management. De opdrachtgever adviseren bij bepalen strategie. Mede de reclamedoelstelling formuleren en reclamedoelgroepen bepalen. − − − − −

account executive bij een adviesbureau voor marketingcommunicatie adviseur marketingcommunicatie junior advisor marketingcommunicatiemedewerker senior advisor


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

− − − −

17

verantwoordelijke marketingcommunicatie account director account manager reclameverantwoordelijke.

3.2.13 Cluster 13 Reclamecampagnes Reclamecampagnes beoordelen, de effectiviteit van een propositie meten. Een creatief concept beoordelen en management hierover adviseren. − − − − − − − − −

adviseur marketingcommunicatie junior advisor marketingcommunicatiemedewerker marketingcommunicatieonderzoeker senior advisor verantwoordelijke marketingcommunicatie account director account manager reclameverantwoordelijke.

3.2.14 Cluster 14 New Business Aantrekken van nieuwe accounts, presentaties geven bij opdrachtgevers en onderzoek doen naar mogelijke nieuwe accounts. − − − − − − − − − − − − − − − − − −

account executive bij een DM-adviesbureau telesales executive telesales supervisor account executive bij een adviesbureau voor marketingcommunicatie marketingcommunicatiemedewerker verantwoordelijke marketingcommunicatie commercieel medewerker filiaalhouder/leider key account executive key account supervisor verantwoordelijke verkoop account director account executive bij een reclameadviesbureau account manager assistent account executive bij een reclameadviesbureau reclameverantwoordelijke account executive bij een SP-adviesbureau verantwoordelijke SP.

3.2.15 Cluster 15 Verkoop Verkoopgebied formuleren, verkoopprestaties meten, verkoopstrategie bepalen en targets vastleggen.


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

18

− − − − − − − − −

3.3

account executive bij een adviesbureau voor marketingcommunicatie adviseur marketingcommunicatie junior advisor marketingcommunicatiemedewerker marketingcommunicatieonderzoeker, senior advisor verantwoordelijke marketingcommunicatie filiaalhouder/leider key account supervisor verantwoordelijke verkoop.

Niveaus In het rapport 'Beroepsniveauprofielen vanwege de Nederlandse Beroepsvereniging voor Communicatie' (verdeeld op de vergadering van CERP-Education, Utrecht 22/2/96) worden vier beroepsprofielenniveaus onderscheiden. Weliswaar wordt hier in eerste instantie gekozen voor het beroepenveld public relations (en overheidsvoorlichting). Overgezet naar commerciële communicatie zouden deze niveaus als volgt kunnen omschreven worden: Niveau A assistent-marketingcommunicatiemedewerker − marketingcommunicatiemedewerker op algemeen ondersteunend niveau − assistentie en uitvoering, 'traffic control'. −

Niveau B marketingcommunicatiemedewerker − marketingcommunicatiespecialist die uitvoerend en ambachtelijk werkt − uitvoering en uitvoeringsadviezen, productiebegeleiding. −

Niveau C senior marketingcommunicatiemedewerker − marketingcommunicatiespecialist die vooral beleidsstrategisch werkt − marketingcommunicatieadvisering, projectleiding en specialistische staftaken, expertadviezen. −

Niveau D manager strategisch marketingcommunicatiebeleid − communicatiespecialist die vooral beleidsstrategisch werkt − algemeen marketingcommunicatiemanagement met overkoepelende taken (marketingcommunicatiebeleid, planning en marketingcommunicatietaken met een hoog afbreukrisico voor organisatie of overheidsorgaan, beleidsadvisering op niveau van de organisatieleiding/ondernemingsleiding, procesadvisering). −

Gebaseerd op het werk van Betteke van Rular1 kunnen we voor marketingcommunicatie drie verschillende posities/visies onderkennen waarbij de positie de visie op de inhoud van het beroep bepaalt:

1

Betteke van Rular, Communicatiemanagement in Nederland. Een verkenning naar de visie van communicatiemanagement op de inhoud van hun beroep. Bohn Stafleu Van Loghum, Houten, 1996, p. 12-13


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

19

1 Positie van de uitvoerder

:

ambachtelijke visie op de inhoud van het beroep

2 Positie van de verkoper

:

instrumentele visie op de inhoud van het beroep

3 Positie van de intermediair

:

intermediaire visie op de inhoud van het beroep

Rekening houdend met deze indelingen en met de Europese SEDOC-normering kunnen we volgende niveaus bepalen: Niveau 1 Een kwalificatie die vrij snel kan worden verworven en die betrekkelijk eenvoudig werk omvat: − medewerker op algemeen ondersteunend niveau − assistentie en uitvoering, 'traffic control' − marketingcommunicatieassistent − commercieel binnendienstmedewerker − medewerker verkoopadministratie. Niveau 2 Een kwalificatie die vooral praktisch werk omvat, dat zelfstandig kan worden uitgevoerd binnen de grenzen van de aangeleerde technieken. − specialist die uitvoerend en ambachtelijk werkt − uitvoering en uitvoeringsadviezen, productiebegeleiding − assistent-projectleider beurzen − telesales executive − commercieel medewerker − key account executive. Niveau 3 Een kwalificatie die vooral praktisch werk omvat, dat zelfstandig kan worden uitgevoerd en/of ook andere verantwoordelijkheid omvat zoals leiding en coördinatie. − − − − − − − − − − − − − −

medewerker die uitvoerend, ambachtelijk en ook voor een stuk intermediair werkt projectleider beurzen account executive bij een DM-adviesbureau telesales supervisor account executive bij een evenementenbureau account executive bij een adviesbureau inzake 'in store communication' account executive bij een adviesbureau voor marketingcommunicatie marketingcommunicatieonderzoeker key account supervisor account executive bij een reclameadviesbureau mediaplanner/mediabuyer bij een reclameadviesbureau of mediacentrale account executive bij een SP-adviesbureau account executive bij een verpakkings- of designbureau marketingcommunicatiemedewerker.

Niveau 4 Een kwalificatie die het mogelijk maakt op autonome of onafhankelijke manier verantwoordelijkheid op te nemen voor planning en/of leiding en/of beheer.


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

20

− − − − − − − − − − − − −

marketingcommunicatiespecialist die vooral beleidsstrategisch werkt marketingcommunicatieadvisering, projectleiding en specialistische staftaken, expertadviezen verantwoordelijke beurzen copywriter in een DM-adviesbureau verantwoordelijke DM-communicatie verantwoordelijke evenementen verantwoordelijke merchandising junior advisor, filiaalhouder/leider, verantwoordelijke verkoop account manager copywriter in een reclameadviesbureau, reclameverantwoordelijke verantwoordelijke SP, verantwoordelijke sponsoring verantwoordelijke verpakking.

Niveau 5 Een kwalificatie die het mogelijk maakt op autonome en onafhankelijke manier verantwoordelijkheid op te nemen voor planning en/of leiding en/of beheer met beheersing van wetenschappelijke achtergronden. − −

− − − −

marketingcommunicatiespecialist met algemene beleidsverantwoordelijkheid algemeen marketingcommunicatiemanagement met overkoepelende taken (marketingcommunicatiebeleid, planning en marketingcommunicatietaken met een hoog afbreukrisico voor product, dienst, idee, plaats, beleidsadvisering op niveau van product, dienst, idee, plaats,...) adviseur marketingcommunicatie senior advisor verantwoordelijke marketingcommunicatie account director.

Afgestudeerden kunnen onmiddellijk starten op niveau 1, 2, 3 en 4. Niveau 5 kan na voldoende ervaring bereikt worden.


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

4

4.1

21

TYPEFUNCTIE-DEELFUNCTIE TAKEN

Beroepencluster marketingcommunicatie − −

Langs de kant van de bedrijven: verantwoordelijke marketingcommunicatie. Langs de kant van adviesbureaus: account executive bij een adviesbureau voor marketingcommunicatie.

TYPEFUNCTIE VERANTWOORDELIJKE MARKETINGCOMMUNICATIE

− −

Informatieverzameling/ voorstudie Voorstudie

DEELFUNCTIE − −

TAKEN

maakt probleemanaly- − se − legt doelgroepen vast − − − −

−

Bedrijfsbeleid / communicatie

−

legt marketingcommunicatiedoelstellingen vast

−

Bedrijfsbeleid / communicatie

−

legt marketingcommunicatiestrategie vast

−

beoordeelt de effectiviteit van het creatief concept

−

−

Analyse / communicatie

−

−

Organisatie

−

−

Bedrijfsbeleid / communicatie

−

−

− legt marketing− communicatiebudget − vast legt de communicatie- − mix vast

−

analyseert de markt analyseert de concurrentie analyseert het consumentengedrag segmenteert de markt selecteert segmenten gaat na welke effecten de campagne moet bereiken: merkbekendheid, merkattitude, merkkennis, gedragsintentie… bepaalt de gewenste merkidentiteit kiest een geschikte positionering gaat na of het creatief concept aan de vooropgestelde doelstellingen beantwoordt pretesting raamt kosten. stemt doel en middelen op elkaar af maakt een keuze van marketingcommunicatie-instrumenten die worden ingeschakeld (reclame, direct marketingcommunicatie, sales promotion, sponsoring, evenementen, merchandising, marketing public relations, beurzen, verpakking) analyseert de specifieke sterktes en zwaktes van iedere communicatievorm


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

22

TYPEFUNCTIE

DEELFUNCTIE

TAKEN

−

Bedrijfsbeleid / communicatie

−

doseert het communicatiebudget over de diverse communicatie-instrumenten

−

−

Bedrijfsbeleid / communicatie

−

coördineert marketingcommunicatiemix

−

− −

Analyse

−

−

Samenwerking

−

−

Advies / samenwerking / bedrijfsbeleid

−

−

ACCOUNT EXECUTIVE

2

−

Advies (voorstudie, informatieverzameling)

−

−

Advies (bedrijfsbeleid)

−

−

Advies (bedrijfsbeleid)

−

−

Verkoop

−

2

onderzoekt de effectiviteit van de marketingcommunicatie is contactpersoon naar het marketingcommunicatieadviesbureau

− − − − −

werkt samen met / rapporteert aan / adviseert aan: marketingmanager, algemene communicatiemanager, productmanager, key account manager. geeft leiding aan de verantwoordelijken van de verschillende communicatievormen adviseert bij pro− bleemanalyse, bij de omschrijving van doelgroepen, bij het formuleren van doelstellingen adviseert bij het vast- − leggen van een marketingcommunicatieplan adviseert bij de uitvoering van het reclameplan trekt nieuwe accounts aan

− −

legt voor ieder communicatie-instrument het budget vast (doet dit in functie van de doelstellingen die voor ieder instrument worden vooropgesteld) volgt de werkzaamheden van de verantwoordelijken van de verschillende communicatie-instrumenten organiseert onderling overleg tussen deze verantwoordelijken posttesting. maakt kostenbatenanalyse stelt briefing op selecteert bureau stelt contract op met bureau

zie hoger

(de communicatiemanager heeft behoefte aan een 'second opinion', iemand die met hem meedenkt)

prospecteert neemt deel aan competities

In deze tekst wordt kortweg gesproken over account executive. Toch bestaan accountfuncties in vele hiërarchische niveaus: accountsecretaris, junior account executive, senior account executive, account director, accountmanager, client services director


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

4.2

23

Beroepencluster reclame − −

Langs de kant van de bedrijven: verantwoordelijke reclame (chef de publicité, advertising manager). Langs de kant van adviesbureaus: account executive, mediaplanner/mediabuyer, copywriter, traffic manager (operations manager). TYPEFUNCTIE

VERANTWOORDELIJKE RECLAME

−

Informatieverzameling / voorstudie

DEELFUNCTIE −

TAKEN

maakt probleemanaly- − se − −

− −

Voorstudie Bedrijfsbeleid / communicatie

− −

legt doelgroepen vast legt reclamedoelstellingen vast

− −

−

Bedrijfsbeleid / communicatie

−

legt reclamestrategie vast

− −

−

Analyse / communicatie

−

beoordeelt de effectiviteit van het creatief concept

−

− −

Analyse / bedrijfsbeheer

− −

−

Organisatie

−

−

Bedrijfsbeheer

−

−

Controle / communicatie

−

−

Samenwerking

−

−

Advies / samenwerking

−

beoordeelt het mediaplan. waakt over de uitvoering van het mediaplan legt reclamebudget vast waakt over de uitvoering van de reclamecampagne waakt over de bijdrage van reclame aan het merkimago is contactpersoon naar het reclameadviesbureau werkt samen met / rapporteert / adviseert aan: marketingcommunicatiemanager, algemene communicatiemanager, productmanager, key account manager

−

− − − − − − −

analyseert de markt analyseert de concurrentie analyseert het consumentengedrag selecteert segmenten gaat na welke effecten de reclamecampagne moet bereiken: merkbekendheid, merkattitude, merkkennis, gedragsintentie ... kiest een geschikte propositie legt vast wat in eerste orde en wat in ondergeschikte orde moet gecommuniceerd worden gaat na of het creatief concept aan de campagnedoelstellingen beantwoordt pretesting van de campagne gaat na of het mediaplan aan de campagnedoelstellingen beantwoordt raamt kosten stemt doel en middelen op elkaar af gaat na of planning en budget gerespecteerd worden posttesting

stelt briefing op selecteert bureau stelt contract op met bureau


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

24

TYPEFUNCTIE ACCOUNT

DEELFUNCTIE

−

Advies (voorstudie, informatieverzameling)

−

−

Advies (bedrijfsbeleid).

−

−

Samenwerking

−

EXECUTIVE

adviseert bij probleemanalyse, bij de omschrijving van doelgroepen, bij het formuleren van doelstellingen adviseert bij het vastleggen van een campagnestrategie staat in voor de dagelijkse contacten met de opdrachtgever

TAKEN −

zie hoger bij functie verantwoordelijke reclame

−

zie hoger

−

ontvangt de briefing van de opdrachtgever doet de presentaties aan het bureau rapporteert over het vorderen van de campagne brieft creatieven brieft productieafdeling brieft mediaplanning

− −

−

Samenwerking

−

brieft andere medewerkers binnen het bureau

−

Organisatie

−

−

Verkoop

−

coördineert de uitvoering van het reclameplan trekt nieuwe accounts aan

−

Advies / bedrijfsbeleid

−

adviseert bij het formuleren van mediadoelstellingen

−

−

Advies / bedrijfsbeleid

−

adviseert bij het vastleggen van een campagnestrategie

− −

− − −

MEDIAPLANNER MEDIABUYER

− −

− −

Aankoop

−

doet media-aankopen

−

−

Bedrijfsbeheer

−

volgt de mediaadministratie op

−

−

Creatie

−

bedenkt een creatief concept

−

− −

Creatie

−

schrijft reclameteksten

− − −

prospecteert neemt deel aan competities weegt mediaprioriteiten tegenover elkaar af: bereik, frequentie en continuïteit. kiest mediumtypen selecteert titels (selecteert media) legt inschakelingvariabelen vast onderhandelt met reclameregies van media volgt o.a. toestand van nog af te nemen mediaruimten op zet propositie om in een creatief concept, zodat boodschap op een indringende manier bij doelgroep overkomt hij doet dit samen met de artdirector zoekt een geschikte kopregel schrijft broodtekst bedenkt slagzin / pay off


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

TYPEFUNCTIE TRAFFIC

Organisatie / bedrijfsbeleid.

−

−

Organisatie / bedrijfsbeheer Organisatie

−

−

4.3

DEELFUNCTIE

−

MANAGER

25

−

TAKEN

plant de activiteiten van het productieproces volgt de uitvoering en treedt coördinerend op maakt projectbegrotingen

Beroepencluster direct marketingcommunicatie − −

Langs de kant van de bedrijven: verantwoordelijke direct marketingcommunicatie (DMC). Langs de kant van adviesbureaus: account executive, copywriter, traffic manager. TYPEFUNCTIE

VERANTWOORDELIJKE DIRECT MARKETINGCOMMUNICATIE

−

Informatieverzameling / voorstudie

DEELFUNCTIE −

TAKEN

maakt probleemanaly- − se − −

− −

Voorstudie Bedrijfsbeleid / communicatie

− −

legt doelgroepen vast legt DMCcampagnedoelstellingen vast

− −

−

Bedrijfsbeleid / communicatie

−

legt DMCcommunicatiestrategie vast

− −

−

Bedrijfsbeleid / communicatie

−

maakt keuze van DMC-systeem

−

−

Bedrijfsbeleid

−

stelt criteria op voor opbouw van databestand

−

−

Bedrijfsbeleid / communicatie

−

beoordeelt de effectiviteit van het creatief concept

−

−

analyseert de markt analyseert de concurrentie analyseert het consumentengedrag selecteert segmenten doelstellingen op het vlak van relatiemarketing, verkoopondersteuning, rechtstreekse verkoop kiest een geschikte propositie legt vast wat in eerste orde en wat in ondergeschikte orde moet gecommuniceerd worden maakt in functie van de campagnedoelstellingen een keuze tussen direct mail, telemarketing, catalogi, Internet ... ontwerpt strategie om tot een optimale database te komen: adressen, RFMR-informatie (recency, frequency, monetary ratio) gaat na of het creatief concept aan de campagnedoelstellingen beantwoordt doet split runtesten


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

26

TYPEFUNCTIE

ACCOUNT

DEELFUNCTIE

−

Inkoop

−

−

Organisatie

−

−

Bedrijfsbeheer

−

−

Controle/ communicatie

−

−

Analyse

−

−

Samenwerking

−

−

Advies / samenwerking

−

−

Advies, (voorstudie, informatieverzameling)

−

−

Advies (bedrijfsbeleid).

−

−

Samenwerking

−

EXECUTIVE IN EEN DMCADVIESBUREAU

TAKEN

selecteert geschikte bestanden die adressenleveranciers aanbieden legt DMC-budget vast − − waakt over de uitvoering van de DMCcampagne waakt over de integratie van DMC- in de globale communicatiemix maakt de kosten-batenanalyse van de DMC-campagne is contactpersoon naar het DMCadviesbureau werkt samen met / rapporteert / adviseert aan: marketingcommunicatiemanager, algemene communicatiemanager,. productmanager, key account manager. adviseert bij probleemanalyse, bij de omschrijving van doelgroepen, bij het formuleren van doelstellingen adviseert bij het vastleggen van een DMCcampagnestrategie staat in voor de dagelijkse contacten met de opdrachtgever

−

−

weegt investeringen af tegenover de opbrengsten

− − −

stelt briefing op selecteert bureau stelt contract op met bureau

−

zie hoger bij functie verantwoordelijke DMC

−

zie hoger

−

ontvangt de briefing van de opdrachtgever doet de presentaties aan het bureau rapporteert over het vorderen van de campagne brieft creatieven brieft productieafdeling

− −

−

Samenwerking

−

−

Organisatie

−

−

Verkoop

−

brieft andere medewerkers binnen het bureau coördineert de uitvoering van het DMCplan trekt nieuwe accounts aan.

raamt kosten stemt doel en middelen op elkaar af gaat na of planning en budget gerespecteerd worden

− −

− −

prospecteert neemt deel aan competities


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

TYPEFUNCTIE COPYWRITER IN EEN DMC-

−

Creatie / communicatie

27

DEELFUNCTIE −

bedenkt een creatief concept

TAKEN −

ADVIESBUREAU

− −

Creatie / communicatie

−

schrijft teksten

− − − −

TRAFFIC MANAGER IN EEN DMCADVIESBUREAU

4.4

−

Organisatie / beleid

−

−

Organisatie / bedrijfsbeheer

−

−

Organisatie

−

zet propositie om in een creatief concept, zodat boodschap op een indringende manier bij doelgroep overkomt. hij doet dit samen met de art director schrijft verkoopsbrieven schrijft teksten voor telemarketing schrijft teksten voor catalogi schrijft teksten voor relatiemagazines

plant de activiteiten van het productieproces volgt de uitvoering en treedt coördinerend op maakt projectbegrotingen

Beroepencluster sales promotion − −

Langs de kant van de bedrijven: verantwoordelijke sales promotion (SP). Langs de kant van adviesbureaus: account executive.

TYPEFUNCTIE VERANTWOORDELIJKE SALES PROMOTION

−

Informatieverzameling / voorstudie

DEELFUNCTIE −

TAKEN

maakt probleemanaly- − se − −

− −

Voorstudie Bedrijfsbeleid / communicatie

− −

legt doelgroepen vast legt SPcampagnedoelstellingen vast

− −

−

Bedrijfsbeleid / communicatie

−

legt SPcommunicatiestrategie vast

−

analyseert de markt analyseert de concurrentie analyseert het consumentengedrag selecteert segmenten bepaalt doelstellingen in termen van meerverkoop, verwachte redemptie, aantal inzendingen, merkimago, ... maakt keuze van het type SP-actie (wedstrijd, spaarkaart, sampling, refunds, premiums, bonusverpakking, prijskorting…


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

28

TYPEFUNCTIE

ACCOUNT

DEELFUNCTIE

−

Analyse

−

beoordeelt de effectiviteit van het promotieconcept

−

Organisatie

−

legt SP-budget vast

−

Bedrijfsbeheer

−

−

Controle / communicatie

−

−

Analyse

−

−

Samenwerking

−

waakt over de uitvoering van de SPcampagne waakt over de integratie van SP- in de globale communicatiemix maakt de kostenbatenanalyse van de SP-campagne is contactpersoon naar het SP-adviesbureau

−

Advies / samenwerking

−

−

Advies (voorstudie, informatieverzameling)

−

−

Advies (bedrijfsbeleid)

−

−

Samenwerking

−

EXECUTIVE IN EEN SP-ADVIESBUREAU

werkt samen met / rapporteert/adviseert aan: marketingcommunicatiemanager, algemene communicatiemanager,. productmanager, key account manager adviseert bij probleemanalyse, bij de omschrijving van doelgroepen, bij het formuleren van doelstellingen adviseert bij het vastleggen van een SPcampagnestrategie staat in voor de dagelijkse contacten met de opdrachtgever

TAKEN − − − − −

−

weegt investeringen af tegenover opbrengsten

− − −

stelt briefing op selecteert bureau stelt contract op met bureau

−

zie hoger bij functie SP-verantwoordelijke

−

zie hoger

−

ontvangt de briefing van de opdrachtgever doet de presentaties aan het bureau rapporteert over het vorderen van de campagne brieft creatieven brieft productieafdeling brieft (externe) logistieke diensten zoals clearing van reductiebonnenafhandeling van self liquidating premiums

− −

−

Samenwerking

−

brieft andere medewerkers binnen en buiten het bureau

− − −

−

Organisatie

−

−

Verkoop

−

gaat na of de actie aan het merkimago bijdraagt pretesting begroot mogelijke kosten en opbrengsten gaat na of planning en budget gerespecteerd worden posttesting

coördineert de uitvoering van het SP-plan trekt nieuwe accounts − aan

prospecteert


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

4.5

29

Beroepencluster sponsoring −

Verantwoordelijke sponsoring

TYPEFUNCTIE VERANT-

−

WOORDELIJKE SPONSORING

Informatieverzameling / voorstudie

DEELFUNCTIE −

TAKEN

maakt probleemanaly- − se − −

−

Voorstudie

−

legt doelgroepen vast

−

Bedrijfsbeleid / communicatie

−

legt doelstellingen van het sponsoringbeleid

−

Bedrijfsbeleid / communicatie

−

legt strategie op het vlak van sponsoring vast

− − −

−

−

−

−

Analyse

−

−

Organisatie

−

−

Bedrijfsbeleid

−

beoordeelt de effectiviteit van de sponsoring legt het sponsorbudget vast stelt sponsorcontracten op

− − − −

−

Controle / communicatie

−

−

Samenwerking

−

waakt over de integratie van sponsoring in de globale communicatiemix onderhoudt contacten met gesponsorden

−

analyseert de markt analyseert de concurrentie analyseert het consumentengedrag segmenteert de markt selecteert segmenten doelstellingen in termen van merkbekendheid, merkimago, klantenbinding, ... bepaalt soort sponsoring: sportsponsoring, cultuursponsoring, sponsoring van gemeenschapsprojecten, sponsoring van media (radio, TV), sponsoring onderwijs ... selecteert projecten, personen, programma's of instellingen die voor sponsoring in aanmerking komen bepaalt de wijze waarop de sponsoring verloopt: geven van geld, leveren van gratis diensten, ter beschikking stellen van materiaal, ter beschikking stellen mankracht, ter beschikking stellen van knowhow ... weegt investeringen af tegenover opbrengsten (in bepaalde gevallen) begroot mogelijke kosten omschrijft verplichtingen gesponsorde omschrijft verplichtingen van sponsor gaat na of de actie aan de communicatiedoelstellingen beantwoordt


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

30

TYPEFUNCTIE −

4.6

Advies / samenwerking

DEELFUNCTIE −

TAKEN

werkt samen met / rapporteert / adviseert aan: marketingcommunicatiemanager, algemene communicatiemanager,. productmanager, key account manager

Beroepencluster evenementen − −

Langs de kant van de bedrijven: verantwoordelijke evenementen. Langs de kant van adviesbureaus: account executive.

TYPEFUNCTIE VERANT-

−

WOORDELIJKE EVENEMENTEN

Informatieverzameling / voorstudie

DEELFUNCTIE −

TAKEN

maakt probleemanaly- − se − −

−

Voorstudie

−

legt doelgroepen vast

− − −

−

Bedrijfsbeleid / communicatie

−

legt campagnedoelstellingen vast

−

Bedrijfsbeleid / communicatie

−

legt communicatiestrategie vast

−

−

Analyse / communicatie

−

beoordeelt de effectiviteit van het creatief concept

−

−

Organisatie

− −

legt het budget vast beoordeelt het draaiboek

− −

−

Bedrijfsbeheer

−

−

−

Controle / communicatie

−

−

Samenwerking

−

waakt over de uitvoering van het draaiboek volgens plan waakt over de bijdrage van de evenementen aan de merkidentiteit is contactpersoon naar het evenementenbureau (stelt de briefing op, selecteert het bureau, stelt contract op met het bureau ...)

−

− − −

analyseert de markt analyseert de concurrentie analyseert het consumentengedrag segmenteert de markt selecteert segmenten bepaalt welke effecten het evenement moet bereiken bepaalt welke evenementen op touw worden gezet: kustacties, dealermeetings, festivals... gaat na of het creatief concept aan de campagnedoelstellingen beantwoordt raamt kosten stemt doel en middelen op elkaar af gaat na of planning en budget gerespecteerd worden evalueert de evenementen die plaats vonden stelt briefing op selecteert bureau stelt contract op met bureau


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

TYPEFUNCTIE

ACCOUNT

DEELFUNCTIE

−

Advies / samenwerking

−

−

Advies (voorstudie, informatieverzameling)

−

−

Advies (bedrijfsbeleid)

−

−

Samenwerking

−

EXECUTIVE IN EEN EVENEMENTENADVIESBUREAU

31

werkt samen met / rapporteert aan: marketingcommunicatiemanager, algemene communicatiemanager, productmanager, key account manager adviseert bij probleemanalyse, bij de omschrijving van doelgroepen, bij het formuleren van doelstellingen adviseert bij het ontwikkelen van een evenementenbeleid staat in voor de dagelijkse contacten met de opdrachtgever

TAKEN

−

zie hoger bij verantwoordelijke evenementen

−

zie hoger

−

ontvangt de briefing van de opdrachtgever doet de presentaties aan het bureau rapporteert over het vorderen van de campagne

− −

−

−

−

Creatie / bedrijfsbeleid Organisatie

−

Samenwerking

−

−

Verkoop

−

−

maakt voor elk evenement een draaiboek coördineert de organisatie van het evenement brieft andere mede− werkers binnen en buiten het bureau trekt nieuwe accounts − aan

brieft toeleveranciers: hostessen, animators... prospecteert


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

32

4.7

Beroepencluster merchandising / in store communication −

Verantwoordelijke merchandising, verantwoordelijke in store communication.

TYPEFUNCTIE VERANTWOORDELIJKE MERCHANDISING / IN STORE COMMUNICATION

−

Informatieverzameling / voorstudie

DEELFUNCTIE −

TAKEN

maakt probleemanaly- − se − −

−

Voorstudie / bedrijfsbeleid

−

legt doelgroepen en doelstellingen vast

−

−

Bedrijfsbeleid / communicatie

−

legt merchandisingstrategie vast.

−

−

Organisatie

−

legt het budget vast

− −

−

Bedrijfsbeheer

−

waakt over de uitvoering van het merchandisingbeleid

− −

−

Controle / communicatie

−

−

Analyse

−

−

Advies / samenwerking

−

waakt over de bijdrage van de merchandising aan de merkidentiteit evalueert de acties die − op het verkooppunt plaats vonden werkt samen met / rapporteert aan: marketingcommunicatiemanager, algemene communicatiemanager,. productmanager, key account manager

analyseert de markt analyseert de concurrentie analyseert het consumentengedrag maakt analyse van DPP-statistieken, rotatiesnelheden, marges waakt over de merkidentiteit op het winkelpunt: merkgroepering, leaflets, displays, wobblers, plaats in de winkel, schappositie, aantal meter lineair raamt kosten stemt doel en middelen op elkaar af stelt een manual voor eigen merchandisers op geeft opdracht voor de ontwikkeling en de productie van winkelmateriaal: displays, leaflets , wobblers...

maakt een kostenbatenanalyse van deze acties


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

4.8

33

Beroepencluster beurzen TYPEFUNCTIE

VERANT-

−

WOORDELIJKE BEURZEN

Informatieverzameling / voorstudie

DEELFUNCTIE −

TAKEN

maakt probleemanaly- − se − −

−

Voorstudie

−

legt doelgroepen vast

−

Bedrijfsbeleid / communicatie

−

legt doelstellingen vast

−

Bedrijfsbeleid

−

legt het globale beursbeleid vast

−

Communicatie

−

−

Communicatie

−

bepaalt de boodschap die aan bezoekers moet worden overgedragen kiest het beursconcept −

−

Bedrijfsbeheer

−

−

Bedrijfsbeheer

−

−

Controle / communicatie Controle / communicatie

−

−

Organisatie

−

−

Advies / samenwerking

−

−

−

− − −

−

legt locatie en grootte van de stand vast waakt over de beman- − ning van de stand − waakt over de follow- − up na de beurs waakt over de inte− gratie van het beursbeleid in de globale communicatiemix begroot mogelijke − kosten en opbrengsten werkt samen met / rapporteert aan: marketing, communicatiemanager, algemene communicatiemanager, productmanager, key account manager

analyseert de markt analyseert de concurrentie analyseert het consumentengedrag segmenteert de markt selecteert segmenten doelstellingen op het vlak van naambekendheid, imago, rechtstreekse verkoop, verkoopondersteuning, ... maakt keuze van beurzen in functie van bezoekersprofiel, aantal bezoekers, homogeniteit van standhouders ...

zoekt naar een geschikte creatieve vertaling van de centrale boodschap in een thema dat de beursbezoeker aanspreekt en overtuigt

waakt over selectie van het personeel waakt over de training van het personeel opvolgen van gelegde contacten posttesting

stemt doel en middelen op elkaar af


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

34

4.9

Beroepencluster verpakking, productdesign TYPEFUNCTIE

VERANTWOORDELIJKE VERPAKKING, PRODUCTDESIGN

−

Informatieverzameling / voorstudie

DEELFUNCTIE −

TAKEN

maakt probleemanaly- − se − −

−

Bedrijfsbeleid: communicatie Bedrijfsbeleid: communicatie

−

−

Samenwerking

−

−

Advies / samenwerking

−

−

−

legt doelstellingen vast legt het globale verpakkingsbeleid vast

−

is contactpersoon naar − ontwerpbureau op gebied van design en verpakking werkt samen met / rapporteert aan: marketingcommunicatiemanager, algemene communicatiemanager, productmanager, key account manager

analyseert de markt analyseert de concurrentie analyseert het consumentengedrag

waakt erover dat de merkidentiteit ook wordt uitgedragen via productverpakking, logo, productdesign stelt de briefing op, selecteert het bureau, stelt contract op met het bureau...


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

5

35

CONTEXTGEGEVENS ONDERSTEUNENDE KENNIS BEROEPSHOUDINGEN

We denken dat een beschrijving van bovenvermelde gegevens enkel zinvol is als we dit per niveau bespreken en niet per deelfunctie. Dit laatste zou ons immers in onoverzichtelijke opsommingen laten vervallen met heel veel herhalingen. Bovendien zijn de beroepsnamen veeleer etiketten die in de praktijk nogal eens andere ladingen dekken. Enkel als een bepaalde functie een specifieke toelichting vraagt, halen we dit dan ook aan.

5.1

Beroepsprofiel NIVEAU 1 Een kwalificatie die vrij snel kan worden verworven en die betrekkelijk eenvoudig werk omvat. Communicatie/PR-assistent, onthaalmedewerker.

5.1.1

Contextgegevens 5.1.1.1 Werkomstandigheden Vooral administratief werk op bureau of aan de infobalie, receptie van het bedrijf. 5.1.1.2 Hulpmiddelen Computer, databank, onthaalbrochures, tijdsschema's, klantendossiers, vastgelegde budgetten, briefings, telefoon & fax. 5.1.1.3 Graad van verantwoordelijkheid − − − − − −

geeft geen leiding voert taken uit in opdracht heeft verantwoordelijkheid voor optimale eigen taakuitvoering medewerker op algemeen ondersteunend niveau assistentie en uitvoering, 'traffic control' voert administratieve werkzaamheden uit bv. communicatieactiviteiten.

5.1.1.4 De verwachte resultaten. Alle taken zijn uitgevoerd zoals voorgeschreven.

5.1.2

Ondersteunende kennis 5.1.2.1 Algemene kennis − − −

Nederlands Engels Frans


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

36

− − −

Duits toegepaste informatica grafische technieken.

5.1.2.2 Specifieke kennis − − − −

5.1.3

kennis van en inzicht in ondersteunende taken die relevant zijn voor de uitvoering van communicatieactiviteiten sociale vaardigheden vlot in omgang organisatietalent, praktische zin.

Beroepshoudingen 5.1.3.1 Bepalen van de belangrijkste beroepshoudingen 43

33

23

13

✗

Aandacht voor competentieontplooiing Accuratesse

✗ ✗

Assertiviteit

✗

Beslissingsvermogen ✗

Contactbereidheid Diensverlenende ingesteldheid

✗

Doorzettingsvermogen

✗

Empathie

✗ ✗

Flexibiliteit ✗

Imagobewustzijn Kritische ingesteldheid

✗

Leergierigheid

✗

Loyauteit

✗ ✗

Omgaan met stress Organisatievermogen

✗

Resultaatgerichtheid

✗

Veiligheids- en milieubewustzijn

✗

Zelfstandigheid

✗ ✗

Zin voor esthetiek ✗

Zin voor initiatief Zin voor samenwerking

3

nvt3

✗

Analytisch vermogen

✗

Zin voor systematiek

✗

Adviserend vermogen

✗

Aanduiding volgens vierpuntenschaal: 4 = onmisbaar 3 = zeer belangrijk 2 = belangrijk 1 = wenselijk nvt = niet van toepassing


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

37

5.1.3.2 Selecteren en concretiseren van de belangrijkste beroepshoudingen Accuratesse − werkt met de nodige nauwkeurigheid bij het uitvoeren van de opgelegde opdrachten − houdt heel precies uitgaven en inkomsten bij − vult de klantendossiers zorgvuldig aan − zorgt heel precies voor de updating van het relatiebestand − houdt stipt afspraken bij − contactbereidheid − onderhoudt contacten met klanten − verzorgt de relaties met collega's en tracht deze optimaal te houden. Dienstverlenende ingesteldheid antwoordt vlot en vriendelijk op vragen van externen (klanten, leveranciers, ed.) en geeft de gevraagde informatie door − geeft opgevraagde gegevens en diensten zo snel en goed mogelijk door aan de betrokkenen. −

Imagobewustzijn − verzorgt gedrag, houding, taalgebruik en kleding en zorgt ervoor dat deze in overeenstemming zijn met wat de externe publieksgroepen verwachten van de organisatie. Loyauteit volgt de regels, afspraken, normen van de organisatie op.

−

Organisatievermogen pakt het takenpakket praktisch en gestructureerd aan − planning en praktische zin zijn hiervoor onontbeerlijk. −

Resultaatgerichtheid (Ondanks het feit dat de directe chef verantwoordelijk is voor het behalen van de doelstellingen, menen we dat deze beroepshouding ook op dit niveau onontbeerlijk is.) −

kent de doelstellingen en probeert deze te helpen bereiken door de praktische, ondersteunende taken zo zorgvuldig en goed mogelijk uit te voeren.

Zin voor samenwerking kan samen met anderen (chef, collega's) meewerken aan eenzelfde project

−

5.1.3.3 Controleren van de interne consistentie en verifiëren van het realistische kader


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

38

5.2

Beroepsprofiel NIVEAU 2 Een kwalificatie die vooral praktisch werk omvat, dat zelfstandig kan worden uitgevoerd binnen de grenzen van de aangeleerde technieken.

5.2.1

Contextgegevens 5.2.1.1 Werkomstandigheden −

vooral administratieve en logistieke taken op de communicatieafdeling, verkoopsafdeling of aan de infobalie.

5.2.1.2 Hulpmiddelen −

computer, databank, onthaalbrochures, tijdsschema's, klantendossiers, vastgelegde budgetten, briefings, telefoon & fax.

5.2.1.3 Graad van verantwoordelijkheid − − −

− −

medewerker die uitvoerend en ambachtelijk werkt uitvoering en uitvoeringsadviezen, productiebegeleiding geeft geen leiding aan anderen, maar zal met een zekere mate van zelfstandigheid instaan voor de eigen taken waarvoor hij/zij de opdracht kreeg en zal ook beperkte uitbestede opdrachten controleren heeft verantwoordelijkheid voor optimale eigen taakuitvoering zorgt voor de administratieve en logistieke ondersteuning van communicatieactiviteiten.

5.2.1.4 De verwachte resultaten −

5.2.2

alle taken zijn uitgevoerd zoals voorgeschreven.

Ondersteunende kennis 5.2.2.1 Algemene kennis − − − − − − − − − − − − − −

Nederlands Engels Frans Duits toegepaste informatica grafische technieken verkooptechnieken gesprekstechnieken presentatietechnieken representatietechnieken mediakennis mediacontacten communicatieleer relatiebeheer.


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

39

5.2.2.2 Specifieke kennis − − − − − −

5.2.3

kennis van en inzicht in ondersteunende taken die relevant zijn voor de uitvoering van communicatieactiviteiten sociale vaardigheden vlot in omgang organisatietalent praktische zin coördinatietalent.

Beroepshoudingen. 5.2.3.1 Bepalen van de belangrijkste beroepshoudingen 4

3

2

1

Accuratesse

✗ ✗

Assertiviteit

✗

Beslissingsvermogen ✗

Contactbereidheid Diensverlenende ingesteldheid

✗

Doorzettingsvermogen

✗

Empathie

✗ ✗

Flexibiliteit ✗

Imagobewustzijn Kritische ingesteldheid

✗

Leergierigheid

✗

Loyauteit

✗ ✗

Omgaan met stress Organisatievermogen

✗

Resultaatgerichtheid

✗ ✗

Veiligheids- en milieubewustzijn Zelfstandigheid

✗ ✗

Zin voor esthetiek ✗

Zin voor initiatief Zin voor samenwerking

nvt ✗

Aandacht voor competentieontplooiing

✗

Analytisch vermogen

✗

Zin voor systematiek

✗

Adviserend vermogen

✗

5.2.3.2 Selecteren en concretiseren van de belangrijkste beroepshoudingen Accuratesse werkt met de nodige nauwkeurigheid bij het uitvoeren van de opgelegde opdrachten

−


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

40

− − − −

houdt heel precies uitgaven en inkomsten bij vult de klantendossiers zorgvuldig aan zorgt heel precies voor de updating van het relatiebestand houdt stipt afspraken bij.

Assertiviteit durft voor eigen mening uitkomen − doet zelf bepaalde voorstellen naar de aanpak van de geformuleerde opdracht toe. −

Contactbereidheid onderhoudt contacten met klanten − verzorgt de relaties met collega's en tracht deze optimaal te houden. −

Dienstverlenende ingesteldheid antwoordt vlot en vriendelijk op vragen van externen (klanten, leveranciers, ed.) en geeft de gevraagde informatie door − geeft opgevraagde gegevens en diensten zo snel en goed mogelijk door aan de betrokkenen. −

Imagobewustzijn verzorgt gedrag, houding, taalgebruik en kleding en zorgt ervoor dat deze in overeenstemming zijn met wat de externe publieksgroepen verwachten van de organisatie.

−

Loyauteit volgt de regels, afspraken, normen van de organisatie op.

−

Omgaan met stress kan ook in moeilijke werkomstandigheden de werkdruk aan − kan extra inspanningen leveren naar het halen van bepaalde deadlines toe. −

Organisatievermogen pakt het takenpakket praktisch en gestructureerd aan − planning en praktische zin zijn hiervoor onontbeerlijk. −

Resultaatgerichtheid (Ondanks het feit dat de directe chef verantwoordelijk is voor het behalen van de doelstellingen, menen we dat deze beroepshouding ook op dit niveau onontbeerlijk is). − kent de doelstellingen en probeert deze te helpen bereiken door de praktische, ondersteunende taken zo zorgvuldig en goed mogelijk uit te voeren − denkt mee om te komen toe een optimaal resultaat. Zelfstandigheid kan zelfstandig en zonder toezicht de opgelegde taken uitvoeren − kan bij onverwachte problemen zelf een oplossing aanreiken. −

Zin voor samenwerking kan samen met anderen (chef, collega's) meewerken aan eenzelfde project.

−

5.2.3.3 Controleren van de interne consistentie en verifiëren van het realistische karakter Deze beroepshouding is realistisch voor het profiel daar de opleiding in de basisvereisten voorziet.


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

5.3

41

Beroepsprofiel NIVEAU 3 Een kwalificatie die vooral praktisch werk omvat, dat zelfstandig kan worden uitgevoerd en/of ook andere verantwoordelijkheid omvat zoals leiding en coördinatie. Assistent Projectleider Beurzen en tentoonstellingen, Assistent Persrelaties, Communicatieonderzoeker.

5.3.1

Contextgegevens 5.3.1.1 Werkomstandigheden Binnen de communicatieafdeling van de organisatie of op congressen, beurzen en tentoonstellingen. 5.3.1.2 Hulpmiddelen Computer, databank, bedrijfsbrochures, tijdsschema's, klantendossiers, vastgelegde budgetten, briefings, telefoon en fax, scenario's en draaiboeken, software om onderzoek te verwerken. 5.3.1.3 Graad van verantwoordelijkheid − −

− − − − −

medewerker die uitvoerend, ambachtelijk en ook reeds voor een stuk intermediair werkt kan een kleinschalig communicatieplan uitvoeren, een eenvoudig evenement organiseren en voorstellen maken voor de daarbij in te zetten mondelinge, schriftelijke, elektronische en audiovisuele middelen kan het budget bewaken, een verzoek tot offerte formuleren, een informatieve presentatie geven voor een publiek die basale informatie wenst kan een onderzoeksrapport interpreteren en relevante informatie eruit halen. verzorgt de contacten met de vertegenwoordigers van de media heeft controlerende en coördinerende verantwoordelijkheid bij de uitvoering van de taken heeft beperkte eigen verantwoordelijkheid voor het opzetten van kleinschalige communicatieprojecten en onderzoeken.

5.3.1.4 De verwachte resultaten − − − −

5.3.2

alle taken zijn uitgevoerd zoals voorgeschreven de planning van de opdrachten wordt aangehouden, deadlines worden gehaald de eindredactie van teksten wordt verzorgd het opgestelde budget wordt niet overschreden.

Ondersteunende kennis 5.3.2.1 Algemene kennis − − − − − −

Nederlands Engels Frans Duits toegepaste informatica audiovisuele en grafische technieken


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

42

− − − − − − −

− − − − − −

verkooptechnieken gesprekstechnieken presentatietechnieken representatietechnieken mediakennis mediacontacten communicatieleer en de theoretische onderbouw in functionele toepassingsgebieden zoals: corporate communication, concern communication, marketingcommunicatie, evenementencommunicatie, communicatie rond beurzen en tentoonstellingen onderzoekstechnieken relatiebeheer public relations bedrijfsbeleid marketing de voor de communicatievakken relevante onderdelen uit o.a. algemene sociale wetenschappen, economie, recht, psychologie.

5.3.2.2 Specifieke kennis − − − − − − − − − −

kennis van en inzicht in een projectmatige aanpak van communicatieactiviteiten in een niet-complexe context sociale vaardigheden, vlot in omgang organisatietalent praktische zin coördinatietalent kan het verloop van interpersoonlijke communicatie observeren kan zich inleven in de positie, belangen en verwachtingen van derden kan onderhandelen bij tegengestelde zakelijke belangen kan werken buiten de gebaande paden creatief taalgebruik, zowel mondeling als schriftelijk.


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

5.3.3

43

Beroepshoudingen 5.3.3.1 Bepalen van de belangrijkste beroepshoudingen 4

3

Accuratesse

✗

Beslissingsvermogen

✗

Contactbereidheid

✗ ✗ ✗ ✗

Flexibiliteit ✗

Imagobewustzijn Kritische ingesteldheid

✗

Leergierigheid

✗

Loyauteit

✗

Omgaan met stress

✗

Organisatievermogen

✗

Resultaatgerichtheid

✗ ✗

Veiligheids- en milieubewustzijn Zelfstandigheid

nvt

✗

Doorzettingsvermogen Empathie

1

✗

Assertiviteit

Diensverlenende ingesteldheid

2 ✗

Aandacht voor competentieontplooiing

✗ ✗

Zin voor esthetiek Zin voor initiatief

✗

Zin voor samenwerking

✗

Analytisch vermogen

✗

Zin voor systematiek

✗

Adviserend vermogen

✗

5.3.3.2 Selecteren en concretiseren van de belangrijkste beroepshoudingen Accuratesse werkt met de nodige nauwkeurigheid bij het uitvoeren van de opgelegde opdrachten − interpreteert heel precies onderzoeksrapporten en haalt er de relevante informatie uit − houdt aan de hand van duidelijk aangegeven methodes pre- en posttests − kan een klein activiteitenplan opstellen en bewaken − bewaakt het budget. −

Assertiviteit durft voor eigen mening uitkomen − doet zelf bepaalde voorstellen naar de aanpak van de geformuleerde opdracht toe −


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

44

− −

kan een informatieve presentatie geven voor een klein publiek met belangstelling voor basale informatie kan de organisatie representeren bij beroepsbeoefenaars van hetzelfde niveau.

Beslissingsvermogen kan een briefing maken voor de productie van schriftelijke, elektronische en audiovisuele communicatiemiddelen − kan een voorstel schrijven over een niet-complex communicatievraagstuk − kan een communicatieplan voor een niet-complex communicatieprobleem budgetteren − kan een kleinschalig communicatieplan coördineren en uitvoeren − kan een eenvoudig evenement organiseren en voorstellen maken voor de daarbij in te zetten mondelinge, schriftelijke, elektronische en audiovisuele middelen. −

Contactbereidheid onderhoudt contacten met externe publieksgroepen − verzorgt de relaties met collega's en tracht deze optimaal te houden − formuleert offerteaanvragen naar derden toe − verzamelt klachten en andere publieksreacties en rubriceert deze − kan onderhandelen bij tegengestelde zakelijke belangen. −

Dienstverlenende ingesteldheid antwoordt vlot en vriendelijk op vragen van externen (klanten, leveranciers, ed.) en geeft de gevraagde informatie door − geeft opgevraagde gegevens en diensten zo snel en goed mogelijk door aan de betrokkenen − voert vlot opdrachten uit van directe oversten en chefs. −

Doorzettingsvermogen laat zich niet snel ontmoedigen en zet door, ook bij moeilijkheden, om het vooropgestelde doel te bereiken − empathie − kan zich inleven in de positie, de belangen en verwachtingen van derden. −

Imagobewustzijn verzorgt gedrag, houding, taalgebruik en kleding en zorgt ervoor dat deze in overeenstemming zijn met wat de externe publieksgroepen verwachten van de organisatie − kent de eisen die worden gesteld in intercultureel verkeer (cf. etiquette en protocol) − volgt de regels, afspraken, normen van de organisatie op. −

Omgaan met stress kan ook in moeilijke werkomstandigheden de werkdruk aan − kan extra inspanningen leveren naar het halen van bepaalde deadlines toe. −

Organisatievermogen pakt het takenpakket praktisch en gestructureerd aan − planning en praktische zin zijn hiervoor onontbeerlijk. −

Resultaatgerichtheid kent de doelstellingen en probeert deze te helpen bereiken door de praktische, ondersteunende taken zo zorgvuldig en goed mogelijk uit te voeren − denkt mee om te komen toe een optimaal resultaat −


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

−

45

stelt zelf de doelstellingen op voor kleinschalige communicatieprojecten en zorgt ook voor de invulling ervan.

Zelfstandigheid kan zelfstandig en zonder toezicht de opgelegde taken uitvoeren − kan bij onverwachte problemen zelf een oplossing aanreiken. −

Zin voor esthetiek gebruikt creatief taalgebruik, zowel mondeling als schriftelijk − beoordeelt de kwaliteit van drukwerk. −

Zin voor initiatief formuleert zelf voorstellen met betrekking tot het opzetten van kleinschalige evenementen en/of andere communicatieprojecten toe.

−

Zin voor samenwerking kan samen met anderen (chef, collega's) meewerken aan eenzelfde project.

−

5.3.3.3 Controleren van de interne consistentie en verifiëren van het realistische karakter Deze beroepshouding is realistisch voor het profiel daar de opleiding in de basisvereisten voorziet.

5.4 Beroepsprofiel NIVEAU 4 Een kwalificatie die het mogelijk maakt op autonome of onafhankelijke manier verantwoordelijkheid op te nemen voor planning en/of leiding en/of beheer. Communicatiemedewerker, junior advisor, PR-account executive, verantwoordelijke interne communicatie, verantwoordelijke externe communicatie, verantwoordelijke beurzen, verantwoordelijke tentoonstellingen, projectleider beurzen en tentoonstellingen, congresorganisator, huisstijlverantwoordelijke, verantwoordelijke evenementen, verantwoordelijke sponsoring.

5.4.1

Contextgegevens 5.4.1.1 Werkomstandigheden − −

binnen de communicatieafdeling van de organisatie of op congressen, beurzen en tentoonstellingen aan het hoofd van een filiaal van het bedrijf.

5.4.1.2 Hulpmiddelen Beleidsdoelstellingen, mission statement, computer, databank, bedrijfsbrochures, tijdsschema's, klantendossiers, vastgelegde budgetten, briefings, telefoon en fax, scenario's en draaiboeken, software om onderzoek te verwerken, onderzoeksgegevens, vakliteratuur, huisstijlhandboek, ed. 5.4.1.3 Graad van verantwoordelijkheid − −

communicatiespecialist die vooral beleidsstrategisch werkt communicatieadvisering, projectleiding en specialistische staftaken, expertadviezen


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

46

−

− −

werkt het geïntegreerde communicatiebeleidskader op corporate niveau uit in onderling strategische communicatieplannen voor een bepaalde tijdsperiode en/of bepaalde deelgebieden coördineert het projectmanagement en de diverse communicatie-uitingen van de organisatie vanuit het geïntegreerde communicatiebeleidskader draagt zorg voor de uitvoering van activiteiten voortkomend uit communicatieplanning.

5.4.1.4 Verwachte resultaten Een communicatiebeleid en de deelgebieden ervan worden in vorm gegoten.

5.4.2

Ondersteunende kennis 5.4.2.1 Algemene kennis − − − − − − − − − − − − − −

− − − − − − − − − −

Nederlands Engels Frans Duits toegepaste informatica audiovisuele en grafische technieken verkoopstechnieken gesprekstechnieken presentatietechnieken representatietechnieken argumentatieleer mediakennis mediacontacten communicatieleer en de theoretische onderbouw in functionele toepassingsgebieden zoals: corporate communication, concern communication, marketingcommunicatie, evenementencommunicatie, communicatie rond beurzen en tentoonstellingen onderzoekstechnieken relatiebeheer public relations bedrijfsbeleid marketing de voor de communicatievakken relevante onderdelen uit o.a. algemene sociale wetenschappen, economie, recht, psychologie conflicthantering klachtenbehandeling socio-culturele actualiteit managementheorieën.

5.4.2.2 Specifieke kennis − − − − − − − −

kennis van en inzicht in een projectmatige, integrale aanpak van communicatie in een complexe context. sociale vaardigheden vlot in omgang organisatietalent, praktische zin, coördinatietalent kan het verloop van interpersoonlijke communicatie interpreteren kan zich inleven in de positie, belangen en verwachtingen van derden jan onderhandelen bij tegengestelde zakelijke belangen kan samenwerken in multidisciplinair team


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

− − − − −

5.4.3

47

kan conflicten herkennen en ermee omgaan kan weerstanden herkennen en ermee omgaan kan onderhandelen bij tegengestelde belangen in de relationele sfeer kan motiveren en stimuleren creatief taalgebruik, zowel mondeling als schriftelijk.

Beroepshoudingen 5.4.3.1 Bepalen van de belangrijkste beroepshoudingen 4

3

Aandacht voor competentieontplooiing

✗

Accuratesse

✗

Assertiviteit

✗

Beslissingsvermogen

✗

Contactbereidheid

✗

Diensverlenende ingesteldheid

✗

Doorzettingsvermogen

✗

Empathie

✗

Flexibiliteit

✗

Imagobewustzijn

✗

Kritische ingesteldheid

✗

Leergierigheid

✗

Loyauteit

✗

Omgaan met stress

✗

Organisatievermogen

✗

Resultaatgerichtheid

✗

Veiligheids- en milieubewustzijn

✗

Zelfstandigheid

✗

2

1

✗

Zin voor esthetiek Zin voor initiatief

✗

Zin voor samenwerking

✗

Analytisch vermogen

✗

Zin voor systematiek

✗

Adviserend vermogen

✗

5.4.3.2 Selecteren en concretiseren van de belangrijkste beroepshoudingen Aandacht voor competentieontplooiing motiveert en stimuleert de medewerkers − schrijft de medewerkers in voor bijscholingscursussen − schrijft in voor lidmaatschappen van vakverenigingen en vakliteratuur. −

Assertiviteit geeft briefings aan alle in te zetten disciplines − verzorgt presentaties voor groepen met verschillende doelen −

nvt


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

48

− − −

treedt als woordvoerder op voor de organisatie presenteert en verdedigt een voorstel, plan, rapport representeert de eigen organisatie.

Beslissingsvermogen stelt deelbeleid van het communicatiebeleid op − beoordeelt de door derden uitgebrachte offertes − beoordeelt teksten van derden − stelt eisen op voor programma's − zet een begroting op voor projecten en jaarplannen/meerjarenplannen − bewaakt de budgetten. −

Contactbereidheid onderhoudt contacten met externe publieksgroepen − verzorgt de relaties met collega's en tracht deze optimaal te houden − representeert de eigen organisatie − treedt als woordvoerder op voor de eigen organisatie − begeleidt en adviseert functionarissen in hun persoonlijke presentatie − schrijft teksten van inhoudelijke complexe aard − geeft briefings aan alle in te zetten disciplines − behandelt klachten en andere publieksreacties − kan onderhandelen bij tegengestelde zakelijke belangen in de relationele sfeer. −

Doorzettingsvermogen laat zich niet snel ontmoedigen en zet door, ook bij moeilijkheden, om het vooropgestelde doel te bereiken.

−

Empathie kan zich inleven in de positie, de belangen en verwachtingen van derden. − heeft inzicht en kennis in ontwikkelingen op sociaal-maatschappelijk en politiek-bestuurlijk terrein, nationaal en internationaal − volgt de ontwikkelingen en trends in de samenleving − heeft inzicht in de belangrijkste maatschappelijke issues − heeft inzicht in de issues die spelen op het terrein waarop de organisatie werkzaam is, en in de maatschappelijke omgeving van de organisatie. −

Flexibiliteit past zich gemakkelijk aan gewijzigde omstandigheden aan − herkent weerstanden en kan ermee omgaan − herkent conflicten en kan ermee omgaan. −

Imagobewustzijn verzorgt gedrag, houding, taalgebruik en kleding en zorgt ervoor dat deze in overeenstemming zijn met wat de externe publieksgroepen verwachten van de organisatie − kent de eisen die worden gesteld in intercultureel verkeer (cf. etiquette en protocol) − bewaakt de implementatie en de toepassing van de huisstijl − coördineert de diverse communicatie-uitingen van de organisatie vanuit het geïntegreerde communicatiebeleidskader. −

Kritische ingesteldheid is bereid zichzelf en de omgeving in vraag te stellen, de waarde van een bewering of een feit, de haalbaarheid van een vooropgesteld doel te verifiëren, alvorens een stelling in te nemen

−


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

− − − −

49

criteria opstellen voor de beoordeling van communicatie-uitingen, -activiteiten en -middelen communicatie-uitingen, -activiteiten en -middelen toetsen aan de hand van de criteria onderzoeks- en evaluatiegegevens interpreteren en analyseren knelpuntenanalyse maken en de onderzoeksbehoefte vaststellen in complexe communicatievraagstukken en/of projecten.

Leergierigheid zoekt actief naar manieren om de eigen competentie te verbeteren − leest vakliteratuur, woont congressen bij − heeft inzicht en kennis in ontwikkelingen op sociaal-maatschappelijk en politiek-bestuurlijk terrein, nationaal en internationaal − volgt de ontwikkelingen en trends in de samenleving − evalueert de eigen activiteiten op basis van vastgelegde criteria. −

Loyauteit volgt de regels, afspraken, normen van de organisatie op − voelt zich sterk betrokken bij de organisatie − kent de beleidsvelden van de organisatie − heeft inzicht in de issues die spelen op het terrein waarop de organisatie werkzaam is, en in de maatschappelijke omgeving van de organisatie. −

Omgaan met stress kan ook in moeilijke werkomstandigheden de werkdruk aan − kan extra inspanningen leveren naar het halen van bepaalde deadlines toe − doet actief aan timemanagement en stressmanagement. −

Organisatievermogen pakt het takenpakket praktisch en gestructureerd aan − planning en praktische zin zijn hiervoor onontbeerlijk. Delegeert taken, zodat het beoogde doel efficiënt bereikt wordt − coördineert projectmanagement. −

Resultaatgerichtheid werkt het geïntegreerde communicatiebeleidskader op corporate niveau uit in onderling samenhangende strategische communicatieplannen voor bepaalde tijdsperiode en/of voor bepaalde deelgebieden − draagt zorg voor de uitvoering van de activiteiten voortkomend uit communicatieplanning, zoals het organiseren van evenementen, het deelnemen aan beurzen, het schrijven van teksten van inhoudelijk complexe aard − stelt briefings en eisenprogramma's op − formuleert de onderzoeksvraag- en opdracht. −

Veiligheids- en milieubewustzijn werkt pro-actief aan een veilige werkomgeving − werkt een preventief crisisbeleid uit. −

Zelfstandigheid kan zelfstandig en zonder toezicht de opgelegde taken uitvoeren en uitdenken − kan bij onverwachte problemen zelf een grondige en volledige oplossing uitwerken. −

Zin voor esthetiek gebruikt creatief taalgebruik, zowel mondeling als schriftelijk

−


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

50

−

bewaakt de implementatie en toepassing voor huisstijl.

Zin voor initiatief werkt het geïntegreerde communicatiebeleidskader op corporate niveau uit in onderling samenhangende strategische communicatieplannen voor bepaalde tijdsperiode en/of voor bepaalde deelgebieden − werkt op eigen initiatief aan nieuwe communicatieplannen. −

Zin voor samenwerking stimuleert en motiveert het eigen team van medewerkers − werkt interdisciplinair. −

Analytisch vermogen maakt een knelpuntenanalyse en stelt de onderzoeksbehoefte vast in complexe communicatievraagstukken en/of van projecten − analyseert onderzoeks- en evaluatiegegevens en interpreteert deze − doet aan monitoring. −

Zin voor systematiek heeft inzicht en kennis in ontwikkelingen op sociaal-maatschappelijk en politiek-bestuurlijk terrein, nationaal en internationaal − volgt de ontwikkelingen en trends in de samenleving − evalueert de eigen activiteiten op basis van vastgelegde criteria. −

Adviserend vermogen stelt adviezen op over communicatiebeleid en deelbeleid − adviseert en begeleidt functionarissen in hun persoonlijke presentatie. −

5.4.3.3 Controle van de interne consistentie en verifiëren van het realistische kader Deze beroepshouding is realistisch voor het profiel daar de opleiding in de basisvereisten voorziet. Wel is de persoonlijkheid van de beoefenaar hier van groot belang daar een aantal beroepshoudingen niet altijd aan te leren zijn en op dit niveau van heel groot belang zijn.

5.5

Beroepsprofiel NIVEAU 5 Een kwalificatie die het mogelijk maakt op autonome en onafhankelijke manier verantwoordelijkheid op te nemen voor planning en/of leiding en/of beheer met beheersing van de wetenschappelijke achtergronden. PR-manager, communicatiemanager, corporate communicationverantwoordelijke, verantwoordelijke public affairs en lobbying, senior advisor.

5.5.1

Contextgegevens 5.5.1.1 Werkomstandigheden Binnen de communicatieafdeling van de organisatie in nauw contact met het topmanagement.


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

51

5.5.1.2 Hulpmiddelen Beleidsdoelstellingen, mission statement, computer, databank, bedrijfsbrochures, tijdsschema's, klantendossiers, vastgelegde budgetten, briefings, telefoon en fax, scenario's en draaiboeken, software om onderzoek te verwerken, onderzoeksgegevens, vakliteratuur, huisstijlhandboek, ed. 5.5.1.3 Graad van verantwoordelijkheid − −

−

specialist met algemene beleidsverantwoordelijkheid algemeen communicatiemanagement met overkoepelende taken (communicatiebeleid, planning en communicatietaken met hoog afbreukrisico voor organisatie of overheidsorgaan, beleidsadvisering op topniveau) ontwikkelen en formuleren van een geïntegreerd communicatiebeleidskader op corporate niveau voor een organisatie, afgeleid uit de organisatiedoelstellingen en het organisatiebeleid en met gebruikmaking van relevante gegevens uit omgevingsanalyses.

5.5.1.4 De verwachte resultaten Een communicatiebeleid wordt uitgewerkt en dit op basis van de algemene beleidsdoelstellingen.

5.5.2 Ondersteunende kennis 5.5.2.1 Algemene kennis − − − − − − − − − − − − − − −

− − − − − −

− − − −

Algemene kennis Nederlands Engels Frans Duits toegepaste informatica audiovisuele en grafische technieken verkoopstechnieken gesprekstechnieken presentatietechnieken representatietechnieken argumentatieleer mediakennis mediacontacten communicatieleer en de theoretische onderbouw in functionele toepassingsgebieden zoals: corporate communication, concern communication, marketingcommunicatie, evenementencommunicatie, communicatie rond beurzen en tentoonstellingen onderzoekstechnieken relatiebeheer public relations bedrijfsbeleid marketing de voor de communicatievakken relevante onderdelen uit o.a. algemene sociale wetenschappen, economie, recht, psychologie, de algemene, bedrijfs- en commerciële economie, de bestuurskunde en informatica conflicthantering klachtenbehandeling socio-culturele actualiteit managementheorieën.


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

52

5.5.2.2 Specifieke kennis −

− − − − − − −

5.5.3

kennis van en inzicht in strategische, procesmatige ontwikkelingen van de organisatie in het algemeen en van de plaats van communicatie daarin in het bijzonder sociale vaardigheden, vlot in omgang organisatietalent praktische zin coördinatietalent kan functioneel leidinggeven aan mensen kan visies ontwikkelen heeft het vermogen om over de grenzen van het eigen vakgebied heen te kijken.

Beroepshoudingen 5.5.3.1 Bepalen van de belangrijkste beroepshoudingen 4

3

2

✗

Aandacht voor competentieontplooiing

✗

Accuratesse Assertiviteit

✗

Beslissingsvermogen

✗

Contactbereidheid

✗

Diensverlenende ingesteldheid

✗

Doorzettingsvermogen

✗

Empathie

✗

Flexibiliteit

✗

Imagobewustzijn

✗

Kritische ingesteldheid

✗

Leergierigheid

✗

Loyauteit

✗

Omgaan met stress

✗

Organisatievermogen

✗

Resultaatgerichtheid

✗

Veiligheids- en milieubewustzijn

✗

Zelfstandigheid

✗ ✗

Zin voor esthetiek Zin voor initiatief

✗

Zin voor samenwerking

✗

Analytisch vermogen

✗

Zin voor systematiek

✗

Adviserend vermogen

✗

1

nvt


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

53

5.5.3.2 Selecteren en concretiseren van de belangrijkste beroepshoudingen Aandacht voor competentieontplooiing motiveert en stimuleert de medewerkers − schrijft de medewerkers in voor bijscholingscursussen − schrijft in voor lidmaatschappen van vakverenigingen en vakliteratuur. −

Assertiviteit brengt adviezen uit over de profilering van de organisatie − adviseert het management in de omgang met de media − presenteert de communicatiebelangen bij het management en verdedigt deze − treedt op als woordvoerder voor het management. −

Beslissingsvermogen controleert de centrale of decentrale uitvoering van het beleid − beoordeelt de ethische implicaties van eigen handelen op het gebied van communicatie en van dat van de organisatie − beoordeelt de invloed van ethische implicaties op het imago van het product en/of de organisatie − ontwikkelen en formuleren van een geïntegreerd communicatiebeleidskader op corporate niveau voor een organisatie, afgeleid uit de organisatiedoelstellingen en het organisatiebeleid en met gebruikmaking van relevante gegevens uit omgevingsanalyses − budgetteert een meerjarenplanning. −

Contactbereidheid onderhoudt contacten met externe publieksgroepen − verzorgt de relaties met collega's en tracht deze optimaal te houden − treedt op als woordvoerder voor het management − adviseren van management − functioneel leidinggeven aan mensen. −

Doorzettingsvermogen laat zich niet snel ontmoedigen en zet door, ook bij moeilijkheden, om het vooropgestelde doel te bereiken.

−

Empathie kan zich inleven in de positie, de belangen en verwachtingen van derden − heeft inzicht en kennis in ontwikkelingen op sociaal-maatschappelijk en politiek-bestuurlijk terrein, nationaal en internationaal − volgt de ontwikkelingen en trends in de samenleving − heeft inzicht in de belangrijkste maatschappelijke issues − heeft inzicht in de issues die spelen op het terrein waarop de organisatie werkzaam is, en in de maatschappelijke omgeving van de organisatie − kent de markt/beleidscontext waarin de organisatie zich bevindt − heeft inzicht in en kennis van de politieke en bestuurlijke verhoudingen en processen. −

Flexibiliteit past zich gemakkelijk aan gewijzigde omstandigheden aan − speelt in op gewijzigde maatschappelijke ontwikkelingen − vertaalt trends naar management en eigen beleid toe − beoordeelt de invloed van ethische implicaties op het imago van het product en/of de organisatie. −


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

54

Imagobewustzijn verzorgt gedrag, houding, taalgebruik en kleding en zorgt ervoor dat deze in overeenstemming zijn met wat de externe publieksgroepen verwachten van de organisatie − kent de eisen die worden gesteld in intercultureel verkeer (cf. etiquette en protocol) − ontwikkelt een beleid waarin de identiteit van de organisatie duidelijk en eenvormig naar voor komt. −

Kritische ingesteldheid is bereid zichzelf en de omgeving in vraag te stellen, de waarde van een bewering of een feit, de haalbaarheid van een vooropgesteld doel te verifiëren, alvorens een stelling in te nemen − evalueren van de eigen activiteiten − beoordeelt de ethische implicaties van eigen handelen op het gebied van communicatie en van dat van de organisatie − beoordeelt de invloed van ethische implicaties op het image van het product en/of de organisatie − gebruikt evaluatiemethoden ten behoeve van de positionering van de organisatie. −

Leergierigheid zoekt actief naar manieren om de eigen competentie te verbeteren − leest vakliteratuur, woont congressen bij − heeft inzicht en kennis in ontwikkelingen op sociaal-maatschappelijk en politiek-bestuurlijk terrein, nationaal en internationaal. − heeft inzicht en kennis in de financiële en organisatorische structuur voor het managementveld communicatie − volgt de ontwikkelingen en trends in de samenleving − evalueert de eigen activiteiten op basis van vastgelegde criteria − gebruikt evaluatiemethoden ten behoeve van de positionering van de organisatie. −

Loyauteit bepaalt mee de regels, waarden en normen van de organisatie − voelt zich sterk betrokken bij de organisatie − kent en volgt de beleidsvelden van de organisatie − heeft inzicht in de issues die spelen op het terrein waarop de organisatie werkzaam is, en in de maatschappelijke omgeving van de organisatie − werkt op basis van de organisatiedoelstellingen, het organisatiebeleid, relevante gegevens uit de omgevingsanalyses, marktgegevens en concurrentiegegevens een geïntegreerd communicatiebeleidskader uit. −

Omgaan met stress kan ook in moeilijke werkomstandigheden de werkdruk aan. Kan extra inspanningen leveren naar het halen van bepaalde deadlines toe − doet actief aan timemanagement en stressmanagement. −

Organisatievermogen werkt als onderhandelaar tussen topmanagement en de organisatie wat communicatie betreft − delegeert onderzoeksopdrachten en uitvoerende taken en zorgt ervoor dat alles op tijd gebundeld kan worden tot een advies. −


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

55

Resultaatgerichtheid bepaalt de doelstellingen van de communicatieafdeling en is verantwoordelijk voor het bereiken ervan.

−

Zelfstandigheid werkt volledig autonoom en zelfstandig.

−

Zin voor initiatief ontwikkelen en formuleren van een geïntegreerd commercieel communicatiebeleidskader, afgeleid uit organisatiedoelstellingen, organisatiebeleid, marktgegevens en met gebruik van relevante gegevens uit omgevingsanalyses − werkt op eigen initiatief aan nieuwe communicatieplannen. −

Zin voor samenwerking geeft functioneel leiding aan mensen − werkt interdisciplinair − draagvlak voor voorgenomen beleid verkrijgen, zowel bij boven-, neven- als ondergeschikten, zowel intern als binnen de relevante omgeving van de organisatie. −

Analytisch vermogen maakt een strategische analyse van de organisatie en haar politieke, bestuurlijke, maatschappelijke en economische omgeving − herkent maatschappelijke relevante ontwikkelingen en issues in relatie tot de eigen organisatie en vertaalt deze naar strategisch communicatiebeleid toe − beoordeelt de ethische implicaties van eigen handelen op het gebied van communicatie en van dat van de organisatie − beoordeelt de invloed van ethische implicaties op het imago van het product en/of de organisatie. −

Zin voor systematiek ontwikkelen en formuleren van een geïntegreerd communicatiebeleidskader op corporate niveau voor een organisatie, afgeleid uit de organisatiedoelstellingen en het organisatiebeleid en met gebruikmaking van relevante gegevens uit omgevingsanalyses − coördineren van de voorbereiding van strategisch communicatiebeleid van de verschillende beleidsvelden in de organisatie − draagvlak voor voorgenomen beleid verkrijgen, zowel bij boven-, neven- als ondergeschikten, zowel intern als binnen de relevante omgeving van de organisatie. −

Adviserend vermogen adviezen uitbrengen over de profilering/positionering van de organisatie − het management adviseren in de omgang met de media − adviezen, voorstellen, rapporten en plannen schrijven als onderdeel van de managementrapportage − beleidsadviezen en communicatieadviezen verstrekken aan het management en andere personeelsleden. −

5.5.3.3 Controleren van de interne consistentie en verifiëren van het realistische karakter Deze beroepshouding is realistisch voor het profiel daar de opleiding in de basisvereisten voorziet. Wel is de persoonlijkheid van de beoefenaar hier van groot belang daar een aantal


56

B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

beroepshoudingen niet altijd aan te leren zijn en op dit niveau van heel groot belang zijn. Het vergt enkele jaren ervaring vooraleer alle bovenvermelde beroepshoudingen op dit niveau optimaal kunnen ingevuld worden.


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

57

6 BESLUITEN

Communicate Develop Empower Lead Reward Tot zover een fragment van een personeelsadvertentie. Staat communicatie hier op de eerste rang omdat het een alfabetische ordening is? Zeker. Maar niet alleen daarom. De opeenvolging onderstreept dat communicatie steeds meer de spil wordt waarrond het socio-economische leven draait. Communicatie leidt naar ontwikkeling, kracht, leiderschap, beloning. Dat is een op het eerste gezicht wat té gebalde formulering die de vaardigheid communicatie echter op haar juiste waarde inschat. De vaardigheid om op alle niveaus vlot en efficiënt te communiceren komt steeds meer op het verlanglijstje te staan van profit- en non-profitsector. De omgeving bepaalt steeds sterker het reilen en zeilen van bedrijf of organisatie. Toenemende mondialisering van activiteiten, stijgende aandacht voor kwaliteitszorg, de hyperconcurrerende sfeer waarin bedrijven en organisaties zich bewegen, de toenemende mate van privatisering, de revolutionaire ontwikkeling van de media, ... oefenen invloed uit op de ontwikkelingen binnen de communicatiesector. De juiste boodschap moet onder de aandacht gebracht worden van de juiste publieksgroep, vaak in hectische omstandigheden. Gevolg? Wie gezien wil worden, moet zich tonen. Bij voorkeur efficiënt, to the point, professioneel. Zowel intern als extern. Het is de uitdaging voor de hogeschoolopleidingen Communicatiebeheer in Vlaanderen om op deze onomkeerbare trend krachtig in te spelen, met een aanpak die direct aanleunt bij de dagelijkse praktijk, met een onderwijspakket dat studenten de juiste troeven in handen geeft. Troeven om de beoogde reward te bereiken, letterlijk en figuurlijk. Steeds duidelijker blijkt dat er nood is aan diverse communicatiespecialisten om efficiënt en effectief de boodschap te kunnen overbrengen bij de doelgroep. Hun domeinen? Diverse vormen van journalistiek, relaties met de pers, financiële en beurscommunicatie, crisis-pr, lobbying, internetcommunicatie, evenementencommunicatie ... U vond ze allemaal terug in de voorgaande bladzijden. Er is zowel nood aan betrouwbare, efficiënte, snel inzetbare medewerkers op uitvoerend niveau binnen één deelcommunicatiespecialisme als aan strategisch gevormde medewerkers, die de ingezette communicatie-instrumenten geïntegreerd kunnen kaderen binnen de doelstellingen van een bedrijf of organisatie. Het gaat om communicatoren die heel verscheiden kunnen ingezet worden. De afbakening van beroeps- en opleidingsprofielen wil hierop inspelen. Daarom is er behoefte aan een communicatieopleiding met afstudeervarianten, een opleiding met een afstudeertraject dat modulair van opbouw is. Een communicatieopleiding moet ruime aandacht schenken aan praktijkcases die ontwikkeld kunnen worden in samenwerking met het bedrijfsleven.


58

B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

Communicatie in organisaties evenals communicatie naar verschillende doelgroepen en publieksgroepen toe vormen een complex proces waaraan verschillende interne en externe partijen deelnemen. Om de communicatieprocessen te beheersen, wordt bij voorkeur gewerkt met professionals die een praktijkgerichte communicatieopleiding gevolgd hebben. Net zoals in de inleiding bij deze beroepsprofielen herhalen we evenwel ook hier de zinloosheid om de communicatieberoepen, hun inhoud en hun methoden rigoureus in te delen in hokjes. Dit is dè relativerende noot bij uitstek bij deze profielen. Waarom gingen we dan toch min of meer over tot een zekere indeling? Omdat het uiteindelijk een manier is tot inventarisering en relatieve operationalisering van de jobs binnen de communicatiesector. Die veelheid aan beroepsnamen en de invulling ervan mondt uit in deze dikke bundel. Die veelheid is terdege representatief voor de breedte van de communicatiebranche en de ambigue invulling van de functies in deze dynamische sector. Het gaat hem dus niet om de door ons individueel beschreven 'bomen', die gezien de aangegeven ambiguïteit individueel soms voor discussie vatbaar zijn. Het gaat er eerder om doorheen de bomen het 'bos' te zien, een bijzonder kleurrijk bos met vaak hele vreemde en eigenzinnige vogels. De dynamiek van dit beroepenveld dient zich evenzeer te weerspiegelen in de nog aan te maken opleidingsprofielen. Een vooraf bepaald keurslijf is daar uit den boze, willen we de volgende jaren mee evolueren in de explosieve sector van 'de communicatie'. Synthese Steeds duidelijker blijkt dat er nood is aan diverse communicatiespecialisten om efficiënt en effectief de boodschap te kunnen overbrengen bij de doelgroep. Hun domeinen? Diverse vormen van journalistiek, relaties met de pers, financiële en beurscommunicatie, crisis-pr, lobbying, internetcommunicatie, evenementencommunicatie, enzovoort... . Er is zowel nood aan betrouwbare, efficiënte, snel inzetbare medewerkers op uitvoerend niveau binnen één deelcommunicatiespecialisme als aan strategisch gevormde medewerkers, die de ingezette communicatie-instrumenten geïntegreerd kunnen kaderen binnen de doelstellingen van een bedrijf of organisatie. Het gaat om communicatoren die heel verscheiden kunnen ingezet worden. De afbakening van beroeps- en opleidingsprofielen wil hierop inspelen. Het is echter zinloos om de communicatieberoepen, hun inhoud en hun methoden zomaar rigoureus in te delen in hokjes. Er bestaat niet zoiets als een 'standaard' manager public relations, een 'standaard' verantwoordelijke pers en voorlichting of een 'standaard' organisator bedrijfscommunicatie. De veelheid en verscheidenheid aan beroepsnamen en de invulling ervan blijkt uit deze dikke bundel. Die veelheid is terdege representatief voor de breedte van de communicatiebranche en de ambigue invulling van de functies in deze dynamische sector. Die relativerende kritische noot bij het volgen van de door de Vlaamse Onderwijsraad aanbevolen 'Handleiding voor het schrijven van beroepsontwikkeling' (een uitgave van de Dienst voor Onderwijsontwikkeling) wordt nader omschreven in inleiding en besluiten van deze beroepsprofielen.


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

59

7 BIBLIOGRAFIE

Aertsen Chris. Nota beroepsprofielen vanwege See You Soon. Brussel, april 1996 Argus. Kluwer, jaargangen 1994-96 Bachot Marc. Functiebeschrijvingen Communicatie-ambtenaar en Administratief Medewerker. Gemeentebestuur Zoersel, november 1995 Borremans T. , en Fauconnier G. Journalistenopleiding in Vlaanderen en buurlanden. Leuven, KUL-dpt Communicatiewetenschappen, 1994 Centrum innovatie beroepsonderwijs bedrijfsleven. Eindrapport Communicatie Beroepsprofielen, Ontwikkelingen en Trends. November 1991 De Coster Francis. Het profiel van de voorlichtingsambtenaar. Praktijkgids Management Lokale Besturen, afl. 1 (juli 1990), p. COM Ext 3510/1-14 Galjaard J.M. De gemeente, het publiek, de gemeente: contacten, communicatie relaties. ‘s Gravenhage, VNG, 1992 Handleiding voor het schrijven van beroepsprofielen. Dienst voor Onderwijsontwikkeling, Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Departement Onderwijs, 1995 Informatie. Gemeentebeleid in de praktijk. Antwerpen, De Wakkere Burger, Kluwer, 1987 Lambrechts Chris. Functiebeschrijvingen bij het Aidsteam. Antwerpen, april1996 Marketing Book 1996. Brussel, Media Marketing, 1996 Mediagids, Kluwer, jaargangen 1994-96 Smet Jan. Taakomschrijving voorlichtingsambtenaar. Gemeentebestuur Sint-Niklaas, april 1996 Suykens Mark. Gemeente en communicatie. Een visie over communicatiebeleid van de gemeentebesturen in de jaren ‘90. Brussel, VBSG, 1991 Trends Top 30 000. Zellik, Roularta 1996 Suykens M. en Janssen L. Inspraak. Gemeentebeleid in de praktijk. Antwerpen, De Wakkere Burger, Kluwer, 1988. Verdickt Marcel. Interviews met journalisten Marcel Grauls, Jaak Smeets, Paul Daenen, Johan Op de Beeck. Interne nota vanwege Hogeschool Limburg voor de Vlor-Werkgroep. Verder gesprekken gedurende de Vlor-vergaderingen met: Guido Ardeel, Communicatiedienst NMBS


60

B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

Marc Bachot, Dienst Communicatie & Voorlichting Zoersel Willy Bogaerts, externe relaties Bank Brussel Lambert Danny Jacobs, Bond Beter Leefmilieu Robert Madrena, Sales Promotion Consultants Association Marc Platel, Het Belang van Limburg Francine Robbens, Manager Bauchez PR - afgevaardigde Belgisch Centrum voor Public Relations Guy Van Den Broeck, Bates Communication Bea Vanhove, Rode Kruis Vlaanderen Flip Voets, BRTN Louis Weenen, Belgische Vereniging voor de Periodieke Pers - informatie uit tientallen personeelsadvertenties.


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

8 LIJST VAN DE MEDEWERKERS

EGON-Hogeschool Departement Communicatiebeheer Rik Adriaens, departementshoofd Jean-Marie De Smet, lector Els Van Betsbrugge, lector Erasmushogeschool Departement Communicatiebeheer Luk Laermans, departementshoofd Frank Boeva, optieverantwoordelijke Bedrijfscommunicatie Lieve Kauwenberghs, optieverantwoordelijke Pers & Voorlichting Liliane Priem, optieverantwoordelijke Public Relations Hogeschool Limburg Opleiding Communicatiebeheer Marcel Verdickt, opleidingshoofd Bruno Hoebers, lector Hogeschool Provincie Antwerpen Departement Communicatiebeheer Corinne De Vocht, departementshoofd Walter De Schampheleire, lector Erik De Winter, lector Guy Freiermuth, lector Marianne Geeroms, lector Bert Goevaerts, lector Patrick Herroelen, lector Katholieke Hogeschool Mechelen Departement De Ham - Opleiding Communicatiebeheer Eric Goubin, opleidingsverantwoordelijke Pers & Voorlichting - Voorzitter Bruno Neuville, opleidingsverantwoordelijke Public Relations Nora Van Espen, opleidingsverantwoordelijke Bedrijfscommunicatie VAH West-Vlaanderen Opleiding Communicatiebeheer Roland Dauwe, optiecoördinator Public Relations Michèle Nolf, optiecoördinator Journalistiek & Voorlichting Myriam Van Nuffel, lector

61


B E R O E P S P R O F IE L B E D R IJ F S C O M M U N IC A T IE

62

Geconsulteerde vertegenwoordigers uit het beroepenveld: ♦

Chris Aertsen, See You Soon

♦

Guido Ardeel, PR-verantwoordelijke NMBS

♦

Mark Bachot, dienst Communicatie & Voorlichting Gemeente Zoersel

♦

Willy Bogaerts, dienst Externe Relaties Bank Brussel Lambert

♦

Paul Daenen, co-hoofdredacteur Het Laatste Nieuws

♦

J.Cl. Dastot, Raad voor de Reclame

♦

Marcel Grauls, chef-eindredacteur Het Belang Van Limburg

♦

Danny Jacobs, verantwoordelijke pers & pr Bond Beter Leefmilieu

♦

Chris Lambrechts, directeur & verantwoordelijke communicatie Aidsteam

♦

Gerrit Luts, ondervoorzitter Algemene Vereniging van Belgische Beroepsjournalisten

♦

Robert Madrena, Sales Promotion Consultants Association

♦

Johan Op de Beeck, hoofdredacteur TV-Limburg

♦

Marc Platel, hoofdredacteur Het Belang Van Limburg

♦

Francine Robbens, Belgisch Centrum voor Public Relations

♦

Jaak Smeets, co-hoofdredacteur Het Laatste Nieuws

♦

Jan Smet, voorlichtingsambtenaar Stad Sint-Niklaas

♦

Guy Van Den Broeck, Bates Communication

♦

Bea Vanhove, verantwoordelijke communicatie Rode Kruis Vlaanderen

♦

Filip Voets, journalist BRTN

♦

Louis Weenen, Vereniging voor de Periodieke Pers.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
STUDIE 121 BEROEPSPROFIEL. Bedrijfscommunicatie.pdf by Vlaanderen-be - Issuu