Skip to main content

dossier 2020-212.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/212

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2020/212

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur

Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande feiten Op 26 juli 2020 diende xxx bij de gemeente Nijlen een verzoek in tot het verkrijgen van een afschrift van de beschikking in kortgeding met betrekking tot "Dinner on the Lake". De gemeente Nijlen weigerde bij beslissing van 10 augustus 2020 om in te gaan op het verzoekschrift. Op 11 augustus 2020 diende xxx beroep in bij de beroepsinstantie tegen de weigeringsbeslissing vanwege de gemeente Nijlen. Het beroep werd geregistreerd bij de beroepsinstantie op 11 augustus 2020. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijk verzoek van xxx dateert van 26 juli 2020.

www.vlaanderen.be


De weigeringsbeslissing d.d. 11 augustus 2020 van de gemeente Nijlen maakt melding van de beroepstermijn en -modaliteiten. De beslissing werd op 11 augustus 2020 verstuurd. Het beroepschrift d.d. 11 augustus 2020 is bijgevolg tijdig ingediend en wordt als ontvankelijk beschouwd. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals bepaald in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

Bestreden beslissing

Met de beslissing d.d. 10 augustus 2020 weigert de gemeente Nijlen een afschrift te verlenen van het gevraagde op grond van artikel II.35. 4° van het Bestuursdecreet. In deze aangelegenheid is nog een gerechtelijke procedure lopende en het bestuur is van oordeel dat het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de belangen van de gemeente die in deze aldus nog betrokken is in een rechtszaak.

2. Inhoud van het beroepschrift Op 11 augustus 2020 diende xxx, verder “verzoeker”, beroep in tegen de beslissing van de gemeente Nijlen van 10 augustus 2020. Verzoeker verduidelijkt dat het gaat om een verzoek tot bekendmaking van een uitspraak in kortgeding. Het feit dat er een beroep hangende is, ondermijnt volgens hem geenszins de eerlijke procesvoering. Het is het resultaat van de procesvoering in kortgeding dat wordt opgevraagd. De bekendmaking van dat stuk kan geenszins de lopende procesvoering (zoals beweerd door de algemeen directeur) beïnvloeden, de gemeente toont het ook niet aan hoe ze gehinderd zou worden in een eerlijke procesvoering en hoe het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen haar eigen belangen. Het volstaat volgens verzoeker niet om een stijlclausule te hanteren, het moet ook concreet duidelijk zijn hoe de afweging gebeurde.

3. Toelichting door de gemeente Nijlen Om met voldoende kennis van zaken te kunnen oordelen, heeft de beroepsinstantie op 12 augustus 2020 contact opgenomen met de gemeente Nijlen. Per e-mail van 18 augustus 2020 bezorgt de gemeente de betreffende beschikking aan de beroepsinstantie. Volgens de gemeente Nijlen zijn er verschillende redenen waarom zij niet wil ingaan op de openbaarmaking van dit document:

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/212

pagina 2 van 6


-

“We willen de persoonsgegevens beschermen. In september staat er een nieuwe zitting gepland en de gemeente vindt het belangrijk dat zowel Dinner on the Lake als de gemeente zelf, hun belangen hier ten volle kunnen verdedigen. Het gaan met andere woorden nog over een niet-afgesloten zaak.”

4. Standpunt van de beroepsinstantie Voor de rechtsvordering in kortgeding beroept de gemeente Nijlen zich op de wet van 12 januari 1993 betreffende een vorderingsrecht inzake bescherming van het leefmilieu om een milieustakingsvordering in te stellen omtrent de exploitatie van pop-uprestaurant “Dinner on the lake”. De beroepsinstantie stelt bijgevolg vast dat de beschikking betrekking heeft op milieu-informatie zoals bedoeld in artikel I.4, 11° van het Bestuursdecreet. Het gaat hier dan ook om een milieu-gerelateerde aanvraag. Aangezien de gemeente Nijlen het gevraagde document niet wil vrijgeven omwille van de bescherming van de rechtspleging in een hangend rechtsgeding, zal de beroepsinstantie de beslissing van de gemeente moeten beoordelen in toepassing van artikel II. 36 8° van het Bestuursdecreet, dat betrekking heeft op bestuursdocumenten die milieu-informatie bevatten. Volgens artikel II.36 8° van het Bestuursdecreet moet een aanvraag tot openbaarmaking afgewezen worden als de overheidsinstantie van oordeel is dat het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van de rechtspleging in een burgerlijk of administratief rechtsgeding en de mogelijkheid een eerlijk proces te verkrijgen. Het gaat om een relatieve uitzonderingsgrond. Hierbij moet eerst onderzocht worden of de openbaarmaking het beschermde belang schaadt. Als er belangenschade is, moet vervolgens het te beschermen belang worden afgewogen tegen het belang van de openbaarheid. De openbaarheid mag dan enkel worden bevolen als daarmee een hoger belang wordt gediend dat zwaarder weegt dan het door de uitzonderingsgrond beschermde belang. De uitzonderingsgrond beoogt het eerlijk verloop van de rechtspleging te vrijwaren. Een essentieel onderdeel van het recht op een eerlijk proces is immers het beginsel van de “gelijkheid der wapens in een proces”. Dit beginsel van de wapengelijkheid houdt in dat elke partij het recht heeft haar argumenten te doen gelden in omstandigheden die haar niet benadelen ten opzichte van de tegenpartij. De bestaansreden van voormelde uitzonderingsgrond ligt vooral bij het verhinderen dat de openbaarheid van bestuur, waaraan één partij onderworpen is, afbreuk zou doen aan de wapengelijkheid. Zonder deze uitzonderingsgrond zou één partij op grond van de openbaarheid van bestuur kunnen worden verplicht stukken in het gerechtelijk debat te brengen die tegen haar (of een andere aan openbaarheid onderworpen bestuursinstantie) zouden kunnen pleiten, daar waar de andere partij enkel die elementen die haar eis ondersteunen, kenbaar mag maken om het oordeel van de rechter te beïnvloeden. Deze uitzonderingsgrond is een correctief op de openbaarheid om te beletten dat een instantie zou worden verplicht in een rechtsgeding de tegenpartij informatie ter beschikking te stellen die vervolgens tegen haar (of een andere aan openbaarheid onderworpen bestuursinstantie) wordt uitgespeeld.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/212

pagina 3 van 6


De bedoelde uitzonderingsgrond mag evenwel niet op een abstracte manier worden ingeroepen zodat concreet moet worden aangetoond dat het gevraagde bestuursdocument verband houdt met een bestaand rechtsgeding en tegen een bestuursinstantie kan worden aangewend. Het voorwerp van voorliggend beroepschrift is de beschikking in kortgeding in een zaak aangespannen door de gemeente Nijlen, inzake de exploitatie van pop-uprestaurant “Dinner on the lake” en waartegen door de exploitant hoger beroep werd ingesteld. Hoewel er sprake is van een hangende procedure, stelt de beroepsinstantie vast dat verzoeker zelf niet betrokken is in dit geding. Bovendien werd de beschikking uitgesproken in openbare – en dus voor eenieder toegankelijke – zitting van de MBKG-kamer van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Mechelen, sectie burgerlijke rechtbank. Zodoende kan niet worden volgehouden dat de openbaarmaking van dit document afgewezen dient te worden om de belangen van de procesvoerende partijen te beschermen. De beroepsinstantie is dan ook van oordeel dat niet kan worden aangetoond dat het inwilligen van de vraag om openbaarmaking het eerlijke procesverloop zou kunnen verstoren. De beroepsinstantie stelt wel vast dat in de beschikking de namen, de adressen en de rijksregisters voorkomen van een aantal natuurlijke personen (meer concreet van de vrijwillig tussenkomende partijen inzake 20/8/C) en verwijst in dat verband naar de toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Voormeld decreetartikel bepaalt dat een verzoek tot openbaarmaking moet worden afgewezen indien de openbaarmaking afbreuk zou doen aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Hoewel het hier om een absolute uitzonderingsgrond gaat, waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, vertoont de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond niettemin een relatief aspect. De decreetgever is weliswaar van oordeel dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend (wat nogmaals uitdrukkelijk werd bevestigd in een recent arrest van de Raad van State, RvS, arrest nr. 243.607 van 7 februari 2019, TBP 2019/6, 339: “Zoals reeds overwogen, moet er geen belangenafweging plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, en de weigering tot openbaarmaking moet niet door deze belangenafweging worden gemotiveerd.”), maar wijst er desondanks op dat telkens en in concreto geoordeeld moet worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (Vlaams Parlement, Parl. St. 2017-2018, nr. 1656/1, blz.58). Artikel 22 van de Grondwet waarborgt uitdrukkelijk het recht op eerbiediging van het privéleven, net zoals artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dit doet. De bedoeling en het fundamentele uitgangspunt van de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond bestaat er precies in om het aan iedereen toegekende grondwettelijke recht op de eerbiediging van zijn privéleven te beschermen. De beroepsinstantie merkt op dat bij het onderzoek naar de uitzonderingsgrond met betrekking tot de persoonlijke levenssfeer moet worden nagegaan of er al dan niet sprake is van informatie in een bestuursdocument die op de persoonlijke levenssfeer betrekking heeft. De naam, de adresgegevens en de rijksregisternummers van de vrijwillig tussenkomende partijen inzake 20/8/C die vermeld worden in de opgevraagde beschikking, behoren ontegensprekelijk tot het privéleven van de betrokkenen en het privéleven vormt de kern van de persoonlijke levenssfeer (F. SCHRAM, Het decreet openbaarheid van bestuur.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/212

pagina 4 van 6


Een juridische analyse in historisch perspectief, Brugge, Vanden Broele, 247; Concl. Adv.Gen. bij HvJ 8 april 2014, nr. C-293/12, Digital Rights Ireland Ltd, nr. 61). Het openbaar maken van deze gegevens heeft aldus betrekking op de kern van een belang – het door artikel 22 van de Grondwet en het door artikel 8 EVRM aan eenieder toegekende recht op eerbiediging van zijn privéleven – dat de uitzonderingsgrond uit artikel II.34, 2°, van het Bestuursdecreet wenst te beschermen tegen de openbaarheid van bestuur (RvS, nr. 234.609 dd. 2 mei 2016). De beroepsinstantie is dan ook van oordeel dat de mededeling van de namen, adressen en rijksregisternummers van die personen vermeld in de beschikking afbreuk doet aan het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van die natuurlijke personen en dat deze gegevens dan ook moeten worden afgeschermd in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Artikel II.50, §1, derde lid van het Bestuursdecreet laat toe aan de beroepsinstantie om aan de betrokken natuurlijke personen om toestemming te vragen voor het openbaar maken van hun namen en adresgegevens. In casu heeft de beroepsinstantie de betreffende personen per brief van 26 augustus 2020 gecontacteerd met de vraag of zij konden instemmen met de openbaarmaking van hun persoonsgegevens. Tot op heden heeft de beroepsinstantie echter geen reactie en dus ook geen toestemming mogen ontvangen. Voormeld standpunt van de beroepsinstantie sluit ook perfect aan bij de bepalingen uit de wet van 5 mei 2019 tot wijziging van het Wetboek van strafvordering en het Gerechtelijk Wetboek wat de bekendmaking van de vonnissen en arresten betreft, waarin wordt gesteld dat de integrale vonnissen en arresten in strafzaken voortaan in een elektronische databank dienen te worden opgenomen, zodat deze op een geanonimiseerde wijze door het publiek geraadpleegd kunnen worden. De beroepsinstantie is van oordeel dat er met betrekking tot de overige informatie die voorkomt in de beschikking geen wettelijke of decretale uitzonderingsgronden in aanmerking komen om deze niet openbaar te maken. Het ingestelde beroep wordt om voormelde redenen dan ook gedeeltelijk als gegrond beschouwd. Na beraadslaging,

BESLUIT: Het beroepschrift d.d. 11 augustus 2020 van xxx tegen de weigeringsbeslissing d.d. 10 augustus 2020 van de gemeente Nijlen wordt als ontvankelijk en als gedeeltelijk gegrond beschouwd. Bijgevolg moet de gemeente Nijlen een afschrift bezorgen aan verzoeker van de beschikking in kortgeding met betrekking tot "Dinner on the Lake", mits het afschermen van de namen, adressen en rijksregisternummers van de vrijwillig tussenkomende partijen inzake 20/8/C.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/212

pagina 5 van 6


Geen toestemming tot hergebruik van bestuursdocumenten In zoverre dit beroep geheel of gedeeltelijk gegrond werd verklaard, geldt dat deze inwilliging van de aanvraag tot openbaarmaking GEEN toestemming inhoudt om de gevraagde bestuursdocumenten te hergebruiken, als vermeld in titel II, hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. Brussel, 1 september 2020 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/212

pagina 6 van 6


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
dossier 2020-212.pdf by Vlaanderen-be - Issuu