Skip to main content

Een_kijk_op_het_Vlaamse_stedenbeleid_2009.pdf

Page 1

Een kijk op het Vlaamse stedenbeleid


Het Vlaamse stedenbeleid in kaart

Turnhout Antwerpen

Knokke-Heist

Oostende Brugge

Herentals

Eeklo

Sint-Niklaas

Lier

Lokeren Tielt

Roeselaere Ieper

Gent Deinze

Waregem

Kortrijk

Ronse

grootsteden centrumsteden provinciale steden

Geel

Mechelen

Dendermonde Vilvoorde

Aarschot

Aalst

Oudenaarde

Brussel Halle

Mol

Leuven

Genk Diest Tienen

Hasselt Tongeren Sint-Truiden


Voorwoord Met ruim 6 miljoen inwoners op een oppervlakte van 13.521 km2 is Vlaanderen een van de meest dichtbevolkte en verstedelijkte regio’s van Europa. Het is een raster van grote, middelgrote en kleine steden. Die steden zijn sterk onderling verbonden en de grenzen tussen stad en platteland zijn de voorbije zestig jaar vervaagd. Door de centrale ligging in Europa, de aanwezigheid van een wereldhaven en de aanleg van een uitgebreide wegeninfrastructuur groeide Vlaanderen in de naoorlogse periode uit tot een belangrijk logistiek kruispunt. Jonge gezinnen kozen vanaf de jaren zestig massaal voor een eigen huis met tuin en garage in de rand van de stad. De suburbanisatie was ingezet. Na jaren van afbraak en verloedering, van - selectieve - stadsvlucht en van een toenemend electoraal en democratisch deficit nam het belang van de steden opnieuw toe. Net als in de rest van Europa groeide ook in Vlaanderen het besef dat de samenleving het potentieel van de steden nodig heeft om een antwoord te kunnen bieden op de belangrijke maatschappelijke ontwikkelingen van de 21ste eeuw, zoals diversiteit, flexibiliteit en duurzaamheid. Door de staatshervorming van 1980 werden de gewesten in België (Vlaanderen, Wallonië en Brussel) zelf bevoegd voor ruimtelijke ordening en begon Vlaanderen aan een inhaalbeweging. Met het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen werd vanaf 1997 resoluut gekozen voor verdichting van de stedelijke gebieden en vrijwaring van de buitengebieden. Vanaf 2000 werd het Vlaamse stedenbeleid een van de prioriteiten van de Vlaamse Regering en werd er een Vlaamse minister aangesteld die specifiek bevoegd is voor het Vlaamse stedenbeleid. Het Vlaamse stedenbeleid richt zich in hoofdzaak op de twee grootsteden Antwerpen en Gent, de elf regionale steden Aalst, Brugge, Hasselt, Genk, Kortrijk, Leuven, Mechelen, Oostende, Roeselare, Sint-Niklaas en Turnhout, en de Vlaamse Gemeenschapscommissie voor Brussel. Voor de stadsvernieuwing, komen daar nog 21 provinciale steden bij.

3


Doelstellingen van het Vlaamse stedenbeleid Sinds 2000 voert Vlaanderen een stedenbeleid dat erop gericht is de stadsvlucht tegen te gaan, vooral van jonge gezinnen met kinderen, en het democratische draagvlak te verhogen. Het Vlaamse stedenbeleid wordt uitgevoerd in nauw partnerschap met de steden en beoogt een kwaliteitsvolle, duurzame en democratische ontwikkeling van de steden. De laatste jaren werd daarvoor al baanbrekend werk verricht en er werd een meer geïntegreerd beleid op Vlaams niveau gerealiseerd. De stadsvlucht in de meeste steden is nu gestopt. Stedelingen zijn weer trots op de stad. De aantrekkelijkheid van de stad vergroot. Gebouwen, pleinen en monumenten krijgen weer een plaats in de stad. Restaurants, eetcafés en uitgaansmogelijkheden worden door de stedelingen zeer gesmaakt. Mensen voelen zich zelf meer verantwoordelijk voor de stad en willen zelf de handen uit de mouwen steken om de buurt of de stad te verbeteren. Het succes van de stad heeft ook een prijs. De betaalbaarheid van wonen in de stad daalt en de vraag naar sociale woningen blijft groot. Ondanks de geleverde inspanningen om de stadsvlucht tegen te gaan, verlaten jonge gezinnen met kinderen nog vaak de stad. Er moet nog meer werk gemaakt worden van multifunctionele publieke ruimte, aantrekkelijk groen en speelruimte, een veilige schoolomgeving, extra kinderopvang, flexibele werkgelegenheid, een bloeiend buurtleven, participatie en burgerbetrokkenheid …. Het Vlaamse stedenbeleid focust zich vooral op de kracht van de stad als motor van maatschappelijke, economische en culturele vernieuwing, zonder de kwetsbaarheid van de stad uit het oog te verliezen. Om het Vlaamse stedenbeleid concreet te realiseren, wordt gewerkt rond vijf strategische doelstellingen: • de leefbaarheid van de steden verhogen en dit zowel op stads- als op wijkniveau; • het samenleven in diversiteit verbeteren en het democratische draagvlak versterken in de steden; • de kwaliteit van het bestuur in de steden verhogen; • de positieve beeldvorming over de steden verhogen; • de steden versterken door de samenwerking van verschillende bestuursniveaus. Het Vlaamse stedenbeleid streeft ernaar het stedenbeleid nog efficiënter uit te bouwen in de geest van het Charter van Leipzig van mei 2007 waarbij er onder meer aandacht aan besteed zal worden om beleidsdomeinen beter te laten samenwerken en om financieringsstromen voor stedelijke ontwikkelingen te bundelen.

5


Visie Een stad is een levend orgaan, met oneindig veel facetten. De hamvraag is: hoe kunnen we leefbare, duurzame en democratische steden realiseren? De beslissingen van vandaag bepalen hoe de stad er morgen en de komende jaren zal uitzien. In het Witboek “De eeuw van de stad. Over stadsrepublieken en rastersteden” werd een beleidsvisie met een tijdshorizon van 15 à 20 jaar neergeschreven. “De eeuw van de stad” is de neerslag van een tweejarig proces waaraan een duizendtal academici, experten en geïnteresseerden hebben meegewerkt. Het Witboek is geen regeringsdocument, maar nodigt uit tot discussie en reflectie. Dit Witboek biedt een vernieuwende en coherente kijk op stedelijkheid en stedenbeleid en onderzoekt welke praktische maatregelen genomen moeten worden in de diverse beleidsdomeinen en op diverse niveaus om de steden en het leven in de steden een nieuwe dynamiek te geven. Het boek neemt stelling in. Stedelijkheid is de conditie van deze eeuw. Steden zijn de knooppunten voor sociale en politieke wederopbouw. Daaruit volgen nogal ingrijpende accentverschuivingen in het politieke bedrijf. Voor stadsprogramma’s en stadsprojecten. Voor meer participatieve democratie. Voor meer transversale bevoegdheden. Voor een stadsrepubliek.

7


Werken in partnerschap Samenwerking met de steden

Het Vlaamse stedenbeleid wil samenwerken met de steden en hen ten volle ondersteunen om de stad leefbaar en aantrekkelijk te maken. Maar ook om het samenleven in diversiteit te verhogen en de burgers te betrekken bij het beleid, en om de bestuurskracht van de steden zelf te verhogen. In partnerschap met de steden wil het Vlaamse stedenbeleid de fundamenten verstevigen voor een duurzame ontwikkeling van de steden. Daarvoor wordt ook nauw samengewerkt met het Kenniscentrum Vlaamse Steden.

Een integraal beleid op Vlaams niveau

Vanuit verschillende beleidsdomeinen op Vlaams niveau kunnen ondersteuning en kansen geboden worden voor de steden en kan er samengewerkt worden met de steden. Die samenwerking vereist optimalisering en een integraal beleid. Beleidsagenda’s van steden en van de verschillende sectoren in de Vlaamse overheid moeten in balans uitgevoerd worden: sociale, economische, culturele, milieudoelstellingen ‌ moeten gelijktijdig nagestreefd worden. Het Vlaamse stedenbeleid wil de samenwerking tussen de verschillende beleidsdomeinen bevorderen en streeft een horizontale werking rond stadsprojecten na. Een eerste aanzet tot een meer integraal beleid zijn de stadscontracten die met de dertien centrumsteden eind 2007 werden gesloten.

Samenwerking met en rond Europa

Steden moeten zich kunnen ontplooien in stedelijke netwerken, in complementariteit en samenwerking met elkaar, maar ook met buitenlandse steden. Vlaamse steden moeten zich ook op de internationale scène kunnen plaatsen. Het is daarbij erg belangrijk dat ze een eigen profiel ontwikkelen en dat ze hun individuele rol transparanter maken. Steden beschikken over mogelijkheden om Europese fondsen te werven. Daarnaast zijn ze vragende partij voor meer interregionale samenwerking en netwerking en voor de uitwisseling van kennis en ervaring. Omdat grensoverschrijdende samenwerking steeds belangrijker wordt voor de stedelijke ontwikkeling vervult het Europese deel een belangrijke rol in het Vlaamse stedenbeleid. Om de steden te ondersteunen en om good practices uit te wisselen, werkt het Vlaamse stedenbeleid samen met het Kenniscentrum Vlaamse Steden.

9


Stedenfonds Als we sterke, attractieve, leefbare en democratische steden willen creĂŤren die gebaseerd zijn op een visie, is een eerste vereiste dat steden daarvoor de financiĂŤle mogelijkheden krijgen. De Vlaamse centrumsteden kunnen sinds 2002 naast de reguliere financiering een beroep doen op het stedenfonds. Voor de Vlaamse Gemeenschapscommissie (Brussel) is in een voorafname van het budget voorzien. Het totale budget Stedenfonds bedraagt in 2009 123.000.000 euro. Die middelen zijn bestemd voor de verhoging van de leefbaarheid op stads- en wijkniveau, het tegengaan van dualiteit, en de verhoging van de democratische bestuurskracht in de stad. Over de besteding van de middelen van het Stedenfonds wordt met de stad een meerjarig convenant gesloten waarin de ambities van de stad voor de komende jaren worden vastgelegd, en de maatschappelijke effecten die ze nastreeft. De Vlaamse overheid wil daarbij de beleidskeuzes van de stad zo veel mogelijk ondersteunen en de beginselen van autonomie en subsidiariteit ten volle te respecteren. In de huidige convenanten, die lopen van 2008 tot 2013, schuiven maar liefst elf van de dertien centrumsteden en ook de VGC voor Brussel, het aantrekken van sociaal en economisch sterkere gezinnen met kinderen naar voren.

11


Fierheid over de eigen stad, 2008 (in %)

100 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0

Bron: Survey Stadsmonitor - 2008


Stadsmonitor Een stadsvisie vraagt strategische keuzes. Strategische keuzes vereisen kennis van de stad. Om de dertien centrumsteden te helpen gegronde beleidskeuzes te maken en om hen voeding te geven voor het strategische debat, werd de Stadsmonitor ontwikkeld. Daarin zijn 190 indicatoren opgenomen die de leefbaarheid van de steden in kaart brengen en aangeven hoe duurzaam hun ontwikkeling is. Zijn inwoners tevreden over hun stad? Hoe zit het met de schoolse vertraging in de steden? Waar neemt het aandeel langdurig werklozen af? Hoe verplaatsen inwoners zich in hun vrije tijd? Zijn er voldoende sociale woningen? Hebben bewoners vertrouwen in het stadsbestuur? Dat zijn enkele voorbeelden van vragen waarop de Stadsmonitor een antwoord wil geven. In het voorjaar van 2009 werd de derde editie (met gegevens over 2008) voorgesteld aan het grote publiek. Voor relevante data kunnen steden ook terecht op www.lokalestatistieken.be. Dat is het enige loket voor lokale statistieken. Op die portaalsite kunnen alle beschikbare data van de eigen stad interactief geraadpleegd worden, en kunnen ze eventueel vergeleken worden met de gegevens van andere steden en gemeenten, de provincie of het Vlaamse Gewest.

13


Stadsvernieuwing in Vlaanderen Vlaanderen heeft de voorbije jaren een inhaalbeweging gemaakt op het vlak van stadsvernieuwing. Op voorstel van het Vlaamse stedenbeleid verleent de Vlaamse Regering aan steden projectsubsidies voor innoverende stadsvernieuwingsprojecten (met een minimale privé-inbreng van 30% ). De investeringen in kwaliteitsvolle stadsontwikkeling zijn de voorbije zes jaar uitgegroeid tot een cruciaal instrument van het Vlaamse stedenbeleid, en de methodiek wint ook op Europees niveau aan belang. Het stadsvernieuwingsinstrument wordt ingezet voor 34 steden in Vlaanderen, niet alleen voor de grootsteden Antwerpen en Gent, en de elf regionale steden, maar ook voor eenentwintig kleinere steden. Ook de Vlaamse Gemeenschapscommissie (Brussel) komt in aanmerking voor de ondersteuning van stadsvernieuwingsprojecten. De stadsvernieuwingsprojecten komen tot stand in samenspraak met de buurtbewoners en het lokale middenveld. Ze vervullen een grote hefboomfunctie voor stad en wijk en geven een impuls aan stedelijke vernieuwing. Ze bieden mogelijkheden om stadskwalen aan te pakken, en om de leefbaarheid van de stad en de kwaliteit van de stedelijke ruimte te verhogen. Daarbij is aandacht voor een kindvriendelijke inrichting van de publieke ruimte en voor ecologisch en duurzaam wonen heel belangrijk. De steden zien stadsontwikkelingsprojecten niet alleen als een instrument om verloederde stadsdelen weer gezond te maken en een nieuwe bestemming te geven, maar ook als middel om jonge gezinnen met kinderen aan te trekken en om een gezonde sociale mix te realiseren. Ook werd een conceptsubsidie ingevoerd om de kwaliteit van de stadsvernieuwingsprojecten te verhogen. Die subsidie wordt ingezet voor de deskundige begeleiding van een stad bij de ontwikkeling van een innoverende projectvisie, een stevige projectbasis en de opbouw van planningsdeskundigheid. In veel gevallen vormt de conceptsubsidie de eerste stap in de realisatie van een sterk stadsproject. Om de hefboomeffecten van stadsvernieuwingsprojecten te vergroten, is het in de toekomst noodzakelijk om diverse financieringsstromen – stedelijke, Vlaamse, Europese en voor sommige steden ook federale – te bundelen, en om expertise, kwaliteitscriteria, ondersteuning en rapportering te integreren.

15


Stadscontracten De realisatie van complexe stadsprojecten vraagt een integraal beleid van de Vlaamse overheid. Daarom heeft de Vlaamse Regering in december 2007 met elk van de dertien centrumsteden een stadscontract gesloten. Die stadscontracten lopen over een periode van zes jaar (van 2007 tot en met 2012). De stadscontracten kwamen er op verzoek van de steden zelf, die een meer inclusieve benadering wilden van stadsprojecten door de Vlaamse Regering. Het stadscontract is de uitdrukking van de totale visie op de duurzame ontwikkeling van de stad en de financiĂŤle en administratieve ondersteuning daarvan door de Vlaamse overheid. Stadscontracten zijn voor de Vlaamse Regering een belangrijke prioriteit om te komen tot een vlotte interbestuurlijke samenwerking en een meer klantgerichte dienstverlening. De stadscontracten bevatten engagementen van zowel de Vlaamse Regering als van de stad, met respect voor de ontwikkelde stadsvisie. Elk stadscontract bestaat uit twee delen: een algemeen gedeelte dat identiek is voor alle dertien steden en een stadsspecifiek gedeelte. Als algemeen voorstel hebben de steden samen voor het thema “wonen in de stadâ€? gekozen. In de stadscontracten werden ook zestien stadsspecifieke projecten opgenomen. Die projecten werden door de steden zelf voorgesteld. De stadsspecifieke projecten richten zich op de ontwikkeling en ontsluiting van nieuwe of te vernieuwen stadsdelen en hebben vooral betrekking op de beleidsdomeinen Openbare Werken, Mobiliteit, Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed.

17


Participatie Een stad kan maar een rol van betekenis spelen als de bewoners en de gebruikers van de stad er zich goed voelen en zich kunnen identificeren met de stad. Door de burgers actief bij het beleid te betrekken, ontstaat er een stedelijke dynamiek. Samen met de steden zoekt het Vlaamse stedenbeleid naar een actief burgerschap, door dynamiek in de stad te brengen, door bewoners, gebruikers en het maatschappelijke middenveld in beweging te krijgen. Burgers en gebruikers moeten meer en beter betrokken worden bij de besluitvorming, zowel bij de ontwikkeling van stadsvisies, programma’s en projecten, als bij kleine en grote keuzes en bij het wijkbeheer. Daarom werd in Vlaanderen in 2007 een Werkgroep Participatie ermee belast een beleidskader rond participatie te ontwerpen, dat inspirerend kan zijn voor de praktijk van de lokale bestuurders en voor de burgers. De doelstelling daarvan was om de lokale besturen te versterken in hun competentie op het vlak van participatief bestuur, en om in dialoog met de steden relevante beleidsaanbevelingen te ontwikkelen, ook aan de hand van goede praktijken uit binnen- en buitenland. Die aanbevelingen zijn opgenomen in het rapport “Burgerparticipatie in Vlaamse steden. Naar een innoverend participatiebeleid�. Dat rapport wordt ruim verspreid in alle Vlaamse steden en gemeenten. Het kan voor hen een nuttige inspiratiebron zijn bij de uitwerking van hun participatiebeleid.

19


‘Thuis in de stad’-prijs De Vlaamse minister, bevoegd voor het stedenbeleid, reikt jaarlijks de ‘Thuis in de stad’- prijs uit in drie verschillende categorieën: een geïntegreerd infrastructureel project, een innovatief project, en een bewoners-, buurt- of wijkinitiatief.

Het doel van de prijs is: • • •

steden bekronen voor innovatieve realisaties; de innovatie op vlak van stedelijkheid stimuleren door geslaagde stadsvernieuwingsprojecten onder de aandacht te brengen; goede voorbeelden verzamelen om het stedenbeleid te stofferen en te inspireren.

De laureaten van 2008 • •

•

Categorie 1: een fysiek ruimtelijk project Laureaat: Antwerpen: Theaterplein, het dak op de markt, een prijs van 125.000 euro Categorie 2: een innovatief project met betrekking tot kinderen en jongeren dat door de stad geïnitieerd of ondersteund wordt en dat bijdraagt tot een kindvriendelijke stedelijkheid Laureaten: Gent: Handleiding Speelweefsel, een prijs van 12.500 euro Brugge: Speelruimtebeleidsplan Brugge 2006-2013, een prijs van 12.500 euro Categorie 3: een bewoners-, buurt- of wijkinitiatief met aandacht voor stedelijke ecologie of alternatieve woonvormen Laureaten: Gent: Het Duurzaam Huis, een prijs van 12.500 euro Kortrijk: Prikkelpad Marke, een prijs van 12.500 euro

21


Sensibiliseren en informeren ‘Thuis in de stad’-campagne

Met de ‘Thuis in de Stad’-campagne beoogt het Vlaamse stedenbeleid de Vlaamse bevolking te sensibiliseren voor en attent te maken op de talrijke realisaties die de steden ten goede komen. Het uitgangspunt is de beeldvorming rond de steden te verbeteren door te focussen op de kansen en mogelijkheden die ze bieden. Gusje werd in 2008 de nieuwe ambassadeur van de stad en prijkt vanaf april 2008 op het nieuwe logo van het Vlaamse stedenbeleid. De campagne werd in 2008 een echte drive-to-web campagne, waarmee niet alleen geïnformeerd, maar vooral ook heel veel geïnspireerd wordt. Het internet laat toe om informatie op een interactieve manier te verdiepen, met tal van voorbeelden en realisaties, om alle argumenten en troeven van de stad volop uit te spelen. Het doelpubliek in 2008 bestond uit actieve medioren en jonge gezinnen met kinderen. De campagne met Gusje werd in 2009 voortgezet en richt zich in de eerste plaats tot jonge gezinnen met kinderen. In tweede instantie willen we studenten overtuigen om in de stad te blijven wonen. Thema in 2009 is wonen in de stad, met bijzondere aandacht voor stadsvernieuwingsprojecten als goede voorbeelden.

Stadsklassen

Het pilootproject Stadsklassen wil jongeren laten proeven van het stadsleven. De grote stad is voor hen vaak een onbekende en daardoor meestal een onbeminde grijze vlek. Twee organisaties, één in Brussel en één in Gent, ontwikkelden een concept dat bruikbaar is in andere steden en dat beantwoordt aan de eindtermen. Aan de andere steden werd het concept aangeboden in de vorm van draaiboeken, zodat ze zelf stadsklassen kunnen organiseren

23


Publicaties • • • • • • • •

Witboek “De eeuw van de stad. Over stadsrepublieken en rastersteden”, 2003 (ook beschikbaar in het Engels en het Frans) Steden op koers? Stadsmonitor voor leefbare en duurzame steden. Editie 2006 Inzet, opzet, voorzet. Stadsprojecten in Vlaanderen Stadsklassen, draaiboek ontwikkeling stadsklassen De wijk in de stad (in samenwerking met het Kenniscentrum Vlaamse Steden) Stadsmonitor 2008. Een monitor voor leefbare en duurzame Vlaamse steden Burgerparticipatie in Vlaamse Steden. Naar een innoverend participatiebeleid Stadsvernieuwingsprojecten in Vlaanderen. Ontwerpend onderzoek en capacity building. (ook beschikbaar in het Engels)

25


Colofon Deze brochure en meer informatie vindt u op de website www.thuisindestad.be. Depotnummer: D/2009/3241/217

Verantwoordelijke uitgever

Guido Decoster, administrateur-generaal Agentschap voor Binnenlands Bestuur Boudewijnlaan 30 1000 Brussel

Grafische vormgeving en opmaak Agentschap voor Binnenlands Bestuur Sylvie Van de Waeter

Druk en afwerking Vlaamse overheid Digitale Drukkerij

Foto’s

pagina 4 en 6 Niels Donckers


Contactgegevens Het team Stedenbeleid maakt deel uit van het Agentschap voor Binnenlands Bestuur, afdeling Beleid Binnenland, Steden en Inburgering. Het Agentschap ressorteert onder het beleidsdomein Bestuurszaken. Team Stedenbeleid Boudewijngebouw 30 bus 70 1000 Brussel Tel. 02 553 40 38 E-mail: info@thuisindestad.be

27


www.thuisindestad.be


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Een_kijk_op_het_Vlaamse_stedenbeleid_2009.pdf by Vlaanderen-be - Issuu