Skip to main content

dossier 2020-069.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/069

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2020/069

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Bij mailbericht d.d. 27 januari 2020 diende xxx een verzoek in bij de gemeente Kampenhout tot het verschaffen van uitleg met betrekking tot alle milieurechtelijke en stedenbouwkundige klachten gedaan sinds 1 januari 2018 tot op 27 januari 2020 ten aanzien van de exploitatie door zijn cliënt op het terrein te xxx. De gemeente Kampenhout heeft geen beslissing genomen binnen de decretaal voorgeschreven termijn. Op 10 maart 2020 diende xxx een beroepschrift in tegen de ontstentenis van beslissing van de gemeente. Het beroepschrift werd op 11 maart 2020 geregistreerd. Ontvankelijkheid van het beroep De cliënt van de beroeper is exploitant van een perceel te xxx. Deze exploitatie heeft het voorwerp uitgemaakt van bestuurlijke handhaving door de lokale overheid inzake milieu en ruimtelijke ordening. Volgens de gemeente is haar optreden het gevolg van vele klachten die werden ingediend. Op 23 december 2019 diende de cliënt van beroeper een verzoek in bij de gemeente Kampenhout tot inzage in deze klachten. Bij mailbericht van 16 januari 2020 werd deze aanvraag afgewezen omdat dit verzoek onredelijk zou zijn en op een te algemene wijze zou geformuleerd zijn. Beroeper deed telefonisch navraag bij de gemeentelijke

www.vlaanderen.be


administratie waaruit bleek dat het om een groot aantal klachten ging waardoor de gemeente het onredelijk beschouwde om elk van deze klachten te moeten toetsen aan de regelgeving inzake de openbaarheid van bestuur. De beroeper heeft dan op 27 januari 2020 bij mailbericht een nieuwe aanvraag geformuleerd namelijk een verzoek tot het verschaffen van uitleg met betrekking tot alle milieurechtelijke en stedenbouwkundige klachten gedaan sinds 1 januari 2018 tot op 27 januari 2020 ten aanzien van de exploitatie door zijn cliënt op het terrein te xxx:

“Over deze bestuursdocumenten wenst mijn cliënt de volgende uitleg te verkrijgen: Over hoeveel klachten gaat het in totaal? Hoe zijn deze klachten verdeeld in de tijd (bv. per kwartaal of per semester)? Van hoeveel verschillende personen gingen deze klachten uit? Indien het gaat om hoogstens vijf verschillende personen, wie zijn deze personen dan? ° Nu het gaat om klachten die worden gedaan ten aanzien van mijn cliënt, wordt deze rechtstreeks en persoonlijk in zijn rechtssituatie geraakt door deze informatie, hetgeen de openbaarmaking van informatie van persoonlijke aard verplicht (art. II.40, §3, tweede lid Bestuursdecreet). ° Bovendien gaat het om milieu-informatie, waarop de vereiste om rechtstreeks en persoonlijk geraakt te zijn, niet van toepassing is (art. II.40, §3, vierde lid Bestuursdecreet)”. Op 3 maart 2020 heeft beroeper een herinnering gestuurd aan de gemeente Kampenhout. Door de algemeen directeur van de gemeente Kampenhout werd op 5 maart 2020 geantwoord dat de betrokken diensten op de hoogte werden gebracht en dat zij de beroeper op de hoogte houden. Bij gebrek aan verder antwoord tekent xxx op 10 maart 2020 beroep aan bij de beroepsinstantie. Conform artikel II.48 van het Bestuursdecreet is de beroepsinstantie bevoegd voor het behandelen van beroepen tegen weigeringen of het niet beantwoorden van vragen tot openbaarheid van bestuursdocumenten, die gesteld worden in uitoefening van het recht dat is vastgelegd in artikel 32 van de Grondwet en artikel II.31. van het Bestuursdecreet met name vragen tot inzage, afschrift of uitleg van bestuursdocumenten. Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet. De beroepsinstantie dient echter in casu vast te stellen dat de oorspronkelijke vragen van de beroeper “Over hoeveel klachten gaat het in totaal?”, “Hoe zijn deze klachten verdeeld in de tijd (bv. per kwartaal of per semester) en “Van hoeveel verschillende personen gingen deze klachten uit?” geen verzoeken tot openbaarheid van bestuur zoals gedefinieerd door het Bestuursdecreet uitmaken. Het zijn geen vragen om

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/069

pagina 2 van 7


uitleg over (een) bestuursdocument(en). Het zijn volgens het oordeel van de beroepsinstantie ook geen vragen waarop het antwoord in een bestuursdocument terug te vinden is. Er zou daartoe immers een analyse van de bestuursdocumenten moeten gebeuren. Het zijn echter algemene, informatieve vragen die als zodanig eigenlijk niet onder de passieve openbaarheid van bestuur vallen. De beroepsinstantie stelt evenwel ook vast dat de gemeente bij mailbericht van 7 april 2020 reeds heeft geantwoord op de eerste twee vragen. Het behoort echter niet tot de bevoegdheid van de beroepsinstantie om zich uit te spreken over deze vragen. Bijgevolg is de beroepsinstantie van oordeel dat het beroepschrift van xxx, wat deze vragen betreft, onontvankelijk is. Het oorspronkelijk openbaarheidsverzoek betreft evenwel ook de vraag: “Indien het gaat om hoogstens vijf verschillende personen, wie zijn deze personen dan?”. Deze vraag is volgens het oordeel van de beroepsinstantie wel een vraag tot uitleg binnen het kader van de passieve openbaarheid van bestuur, zoals bepaald in het Bestuursdecreet. Het oorspronkelijk openbaarheidsverzoek dateert van 27 januari 2020. Aangezien de gemeente Kampenhout niet gereageerd heeft op dit openbaarheidsverzoek binnen de decretaal voorziene termijn, heeft de termijn om beroep in te dienen conform artikel II.48, §1, laatste lid van het Bestuursdecreet geen aanvang genomen. Het beroep d.d. 10 maart 2020 van xxx tegen het uitblijven van een beslissing van de gemeente op zijn verzoek d.d. 27 januari 2020 is, wat deze vraag betreft, tijdig en ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

Inhoud van het beroepschrift

Zoals reeds aangegeven heeft de beroeper op 27 januari 2020 bij mailbericht aan de gemeente Kampenhout gevraagd om uitleg te verschaffen met betrekking tot alle milieurechtelijke en stedenbouwkundige klachten gedaan sinds 1 januari 2018 tot op 27 januari 2020 ten aanzien van de exploitatie door zijn cliënt op het terrein te xxx en meer bepaald o.a.: “Indien het gaat om hoogstens vijf verschillende personen, wie zijn deze personen dan?

°

Nu het gaat om klachten die worden gedaan ten aanzien van mijn cliënt, wordt deze rechtstreeks en persoonlijk in zijn rechtssituatie geraakt door deze informatie, hetgeen de openbaarmaking van informatie van persoonlijke aard verplicht (art. II.40, §3, tweede lid Bestuursdecreet).

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/069

pagina 3 van 7


°

Bovendien gaat het om milieu-informatie, waarop de vereiste om rechtstreeks en persoonlijk geraakt te zijn, niet van toepassing is (art. II.40, §3, vierde lid Bestuursdecreet)”.”

Op 3 maart 2020 heeft beroeper een herinnering gestuurd aan de gemeente Kampenhout. Door de algemeen directeur van de gemeente Kampenhout werd op 5 maart 2020 geantwoord dat de betrokken diensten op de hoogte werden gebracht en dat zij de beroeper op de hoogte houden. Bij gebrek aan verder antwoord tekent xxx op 10 maart 2020 beroep aan bij de beroepsinstantie. In het beroepschrift wordt aangegeven dat de huidige aanvraag niet onredelijk kan zijn, nu ze slechts vier vragen om uitleg bevat - die op zeer korte manier kan beantwoord worden - over gegevens die bij de gemeente Kampenhout onmiddellijk beschikbaar zijn. Tevens wordt geargumenteerd dat de gevraagde documenten milieu-informatie (artikel I.4, 11° Bestuursdecreet) bevatten en bijgevolg in ieder geval de afweging uit artikel II.36 Bestuursdecreet moet gemaakt worden. De beroeper is van oordeel dat, gelet op de formulering en strekking van de openbaarheidsvraag en gelet op het feit dat het gaat om bestuursdocumenten die zijn cliënt rechtstreeks in zijn rechtspositie raken, geen enkel van de in dit artikel opgesomde belangen in casu opweegt tegen het belang van de openbaarheid van zijn cliënt.

2. Toelichting door de gemeente Kampenhout De beroepsinstantie nam op 12 maart 2020, herhaald bij mailberichten d.d. 20, 30 en 31 maart 2020 en 3 april 2020, contact op met de gemeente Kampenhout om met kennis van zaken over het beroepschrift te kunnen oordelen. Bij mailberichten van 3 en 7 april 2020 heeft de beroepsinstantie bijkomende informatie ontvangen. De beroepsinstantie heeft daarbij, zoals reeds aangegeven, kennis genomen van het mailbericht van 7 april 2020 van de gemeente Kampenhout aan de beroeper waarbij een antwoord werd verstrekt m.b.t. de eerste twee vragen namelijk “Over hoeveel klachten gaat het in totaal?” en “Hoe zijn deze klachten verdeeld in de tijd (bv. per kwartaal of per semester)?”. Er werd geen antwoord gegeven op de vragen: “Van hoeveel verschillende personen gingen deze klachten uit?” en “Indien het gaat om hoogstens vijf verschillende personen, wie zijn deze personen dan?”. In dit antwoord aan de beroeper wordt de weigering m.b.t. beide vragen toegelicht als volgt: “We menen dat het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, zoals bepaald in art. II.36 §1, tweede lid, 1° van het Bestuursdecreet d.d. 07 december 2018 zodat de namen van deze personen niet meegedeeld worden”. Bovendien wordt er aan de beroepsinstantie meegedeeld dat er uitdrukkelijk geen toestemming werd verleend om de namen vrij te geven.

3. Standpunt van de beroepsinstantie Zoals reeds aangegeven werd geen antwoord verstrekt op de vraag “Indien het gaat om hoogstens vijf verschillende personen, wie zijn deze personen dan?” en dit op basis van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, zoals bepaald in art. II.36, §1, tweede lid, 1° van het Bestuursdecreet. De beroepsinstantie heeft eveneens kennis genomen van het mailbericht van de beroeper aan de beroepsinstantie d.d. 8 april 2020 waarbij hij ondermeer aangeeft dat in het antwoord van de gemeente op deze vraag elke concrete afweging tussen het (grondwettelijk verankerd) belang van de openbaarheid

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/069

pagina 4 van 7


en het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ontbreekt. De gemeente Kampenhout hanteert de relatieve weigeringsgronden, die van toepassing zijn op milieu-informatie, als absolute weigeringsgrond door geen afweging te maken en die ook niet te motiveren. De beroeper vervolgt dat het gaat om klachten die specifiek gericht zijn tegen het doen en laten van zijn cliënt, op basis waarvan zwaarwichtige maatregelen worden genomen. In ieder geval weegt het belang op de openbaarheid dus zeer sterk door. Daarentegen springt de aanvraag zelf al erg omzichtig om met het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, doordat niet de klachten zélf worden opgevraagd, maar enkel de naam van de personen die deze hebben ingediend. De bewoordingen waarin deze mensen zich over zijn cliënt hebben uitgesproken, worden door deze vraag om uitleg dus niet bekend gemaakt. De beroeper stelt ook nog: “Het hoger belang, ten dienste waarvan de openbaarmaking dient te worden bevolen, bestaat dus uit het feit dat mijn cliënt kennis kan nemen van de materiële gegevens die de gemeente Kampenhout gebruikt om handhavingsbeslissing op te baseren. Ook de wapengelijkheid speelt hier dus zeer sterk, omdat mijn cliënt (en bij uitbreiding, elke burger) van deze gegevens kennis moet kunnen nemen om te beoordelen of de maatregelen die de gemeente oplegt, proportioneel, en dus wettig, zijn. Eveneens dient hij deze informatie te kunnen aanwenden bij het bestrijden van deze maatregelen. Daartoe volstaat het niet slechts dat mijn cliënt kan weten om hoeveel verschillende personen het gaat. Ook wie deze personen zijn, is van belang. De identiteit van de klagers is noodzakelijk om te kunnen beoordelen of: ° zij in een voldoende nabijheid van mijn cliënt wonen, werken, ... opdat een klacht die van het (sic) uitgaat, voldoende pertinentie heeft voor handhavend optreden; ° deze personen een voorgeschiedenis hebben met mijn cliënt, die hun klacht meer of minder betrouwbaar maakt; ° de leden van het college van burgemeester en schepenen ten aanzien van deze personen een persoonlijk belang kunnen hebben gehad, waardoor er sprake zou kunnen zijn van belangenvermenging in de zin van artikel 245 van het Strafwetboek”. Het komt thans toe aan de beroepsinstantie om hieromtrent te oordelen. Het Bestuursdecreet maakt voor wat betreft de uitzonderingsgronden een onderscheid tussen enerzijds bestuursdocumenten die milieu-informatie bevatten en anderzijds bestuursdocumenten die geen milieuinformatie bevatten. Artikel I.4, 11° van het Bestuursdecreet somt gedetailleerd op wat onder milieuinformatie moet verstaan worden. De identiteit van diegene die klaagt als zodanig wordt door de beroepsinstantie niet als milieu-informatie beschouwd. Bijgevolg is de beroepsinstantie van oordeel dat in casu de relatieve uitzonderingsgronden zoals vermeld in artikel II.36 Bestuursdecreet niet van toepassing zijn. Artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bepaalt echter ook dat een overheidsinstantie het verzoek voor wat betreft andere dan milieu-informatie afwijst als de openbaarmaking afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, tenzij de betrokken persoon met de openbaarmaking instemt. Hoewel het hier om een absolute uitzonderingsgrond gaat waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, vertoont de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet voorziene uitzonderingsgrond niettemin een relatief aspect. De

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/069

pagina 5 van 7


decreetgever was weliswaar van oordeel dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend, maar wijst er desondanks op dat telkens en in concreto geoordeeld moet worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (Vlaams Parlement, Parl. St. 2017-2018, nr. 1656/1, blz. 58). Artikel 22 van de Grondwet waarborgt uitdrukkelijk het recht op eerbiediging van het privéleven, net zoals artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dit doet. De bedoeling en het fundamentele uitgangspunt van de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond bestaat er precies in om het aan iedereen toegekende grondwettelijke recht op de eerbiediging van zijn privéleven te beschermen. De beroepsinstantie merkt op dat bij onderzoek naar de uitzonderingsgrond met betrekking tot de persoonlijke levenssfeer moet worden nagegaan of er al dan niet sprake is van informatie die op de persoonlijke levenssfeer betrekking heeft. De identiteit/naamgegevens van een klachtindiener behoort ontegensprekelijk tot het privéleven van de betrokken indiener van een klacht. Het vrijgeven van deze gegevens zou wel degelijk een inbreuk uitmaken op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van die personen. Het privéleven vormt de kern van de persoonlijke levenssfeer (F. SCHRAM, Het decreet openbaarheid van bestuur. Een juridische analyse in historisch perspectief, Brugge, Vanden Broele, 247; Concl. Adv.Gen. bij HvJ 8 april 2014, nr. C-293/12, Digital Rights Ireland Ltd, nr. 61). Het openbaar maken van deze gegevens heeft aldus betrekking op de kern van een belang – het door artikel 22 van de Grondwet en het door artikel 8 EVRM aan eenieder toegekende recht op eerbiediging van zijn privéleven – dat de uitzonderingsgrond uit artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet wenst te beschermen tegen de openbaarheid van bestuur (RvS, nr. 234.609 dd. 2 mei 2016). De beroepsinstantie is bijgevolg van oordeel dat de openbaarmaking van de identiteit van de klagers afbreuk doet aan het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene en dat deze gegevens dan ook moeten worden afgeschermd in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet laat nog de mogelijkheid dat dergelijke gegevens toch openbaar worden gemaakt, mits toestemming van de betrokkenen. Uit de toelichting door de gemeente aan de beroepsinstantie blijkt dat deze toestemming niet wordt verleend. De beroepsinstantie besluit bijgevolg dat de identiteit van de klagers, in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet, niet openbaar kan worden gemaakt. Het beroep wordt bijgevolg, wat de mededeling van de identiteit van de klagers betreft, ongegrond verklaard. Na beraadslaging,

BESLUIT:

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/069

pagina 6 van 7


Het beroepschrift van xxx d.d. 10 maart 2020 tegen het uitblijven van een beslissing van de gemeente Kampenhout wordt als deels onontvankelijk, deels ontvankelijk doch ongegrond beschouwd. Brussel, 9 april 2020 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/069

pagina 7 van 7


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
dossier 2020-069.pdf by Vlaanderen-be - Issuu