Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/299
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2021/299
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 10 juni 2021 diende xxx (verzoeker), een verzoek in bij de Vlaamse Sociale Inspectie om een afschrift te verkrijgen van het onderzoek en de gegevens die zijn gebleken uit een controle van de Vlaamse Sociale Inspectie d.d. 5 maart 2021 – referte xxx. Op 10 juni 2021 bezorgde de Vlaamse Sociale Inspectie het gevraagde inspectierapport gedeeltelijk aan verzoeker. Op 9 juli 2021 diende verzoeker beroep in tegen de gedeeltelijke weigeringsbeslissing van de Vlaamse Sociale Inspectie. Dit beroepschrift werd geregistreerd op 12 juli 2021. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke verzoek tot openbaarmaking dateert van 10 juni 2021. De beslissing van de Vlaamse Sociale Inspectie dateert van 10 juni 2021 en maakt melding van de beroepstermijn en -modaliteiten. Het beroepschrift van 9 juli 2021 is tijdig ingediend en ontvankelijk.
www.vlaanderen.be
Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Bestreden beslissing
De Vlaamse Sociale Inspectie bezorgde verzoeker het gevraagde inspectieverslag, met weglating van de volgende informatie: alle verwijzingen, rechtstreeks of onrechtstreeks, naar de reden van de inspectie, met verwijzing naar artikel 8 §2 van het Decreet van 30 april 2004 tot uniformisering van de toezichts-, sanctie- en strafbepalingen die zijn opgenomen in de regelgeving van de sociaalrechtelijke aangelegenheden waarvoor de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest bevoegd zijn.
2. Inhoud van het beroepschrift Verzoeker nam geen genoegen met dit antwoord en diende daarom beroep in bij de beroepsinstantie. Hij vraagt alsnog volledige mededeling te kunnen bekomen van het verslag. Voor zover hiervoor de in artikel 8, §2 van het decreet dd. 30 april 2004 bedoelde toelating moet worden bekomen, verzoekt hij dat de Vlaamse Sociale Inspectie zou worden bevolen hiernaar te vragen bij de betrokken persoon/klager. Voor zover de weglatingen een gestandaardiseerd karakter hebben, wenst hij vrijgave van de inhoud van de passages die hieraan onderworpen zijn, temeer voor zover deze passages uitsluitend op zijn cliënte betrekking hebben en er geen ander natuurlijke persoon bij betrokken is, zij het met uitzondering van de persoon die in de uitoefening van zijn/haar ambt een klacht/aangifte indiende.
3. Toelichting door de Vlaamse Sociale Inspectie Na navraag door de beroepsinstantie, verklaarde de Vlaamse Sociale Inspectie per mail van 12 juli 2021 dat artikel 8 §2 van het Decreet van 30 april 2004 tot uniformisering van de toezichts-, sanctie- en strafbepalingen die zijn opgenomen in de regelgeving van de sociaalrechtelijke aangelegenheden waarvoor de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest bevoegd zijn, bepaalt dat het de inspecteur ten strengste verboden is om aan de werkgever te onthullen dat ingevolge een klacht of een aangifte een onderzoek werd ingesteld. Om deze reden wordt de aanleiding van de controle altijd uit het document gehaald, ook als het geen klacht of aangifte betreft. Mocht de aanleiding van de controle enkel uit de documenten gehaald worden wanneer het een klacht of aangifte betreft, dan zou aan de werkgever toch worden onthuld (zij het impliciet) dat ingevolge daarvan een onderzoek werd ingesteld. Sommige advocaten vragen immers regelmatig de inspectieverslagen op voor hun cliënten en zouden snel de link kunnen leggen. Hetzelfde geldt voor werkgevers die meermaals worden gecontroleerd.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/299
pagina 2 van 4
De Vlaamse Sociale Inspectie wenst klokkenluiders, die niet zelden werknemer zijn bij de gecontroleerde werkgever en zich dus in een kwetsbare positie bevinden, maximaal te beschermen. Daarom blijft ze bij haar standpunt om het document niet integraal over te maken aan xxx.
Standpunt van de beroepsinstantie De beroepsinstantie heeft kennis kunnen nemen van het integrale inspectierapport, en stelt vast dat slechts 3 zinnen werden geschrapt uit het afschrift dat aan verzoeker werd bezorgd, met name de aanleiding van het onderzoek. Artikel II.34. van het Bestuursdecreet luidt:
‘Tenzij de aanvraag betrekking heeft op milieu-informatie, wijzen de overheidsinstanties, vermeld in artikel II.28, § 1, een aanvraag tot openbaarmaking af als: 1° de openbaarmaking afbreuk doet aan een geheimhoudingsverplichting, vastgesteld in een aangelegenheid waarvoor de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest bevoegd is;’ Artikel 8 §2 van het decreet waarnaar door de Vlaamse Sociale Inspectie verwezen wordt, luidt:
‘Behoudens uitdrukkelijke en schriftelijke machtiging van de indiener van een klacht of van een aangifte betreffende een inbreuk op de regelgeving waarop zij toezicht en controle uitoefenen, mogen de sociaalrechtelijke inspecteurs in geen enkel geval de identiteit van de klager bekend maken. Het is hen eveneens ten strengste verboden om aan het opleidingscentrum, de gebruiker, de werkgever of aan zijn vertegenwoordiger, aangestelde of lasthebber te onthullen dat ingevolge een klacht of een aangifte een onderzoek werd ingesteld.’ Dit artikel stelt bijgevolg een geheimhoudingsverplichting, zoals vermeld in artikel II.34 Bestuursdecreet, in voor de sociaalrechtelijke inspecteurs met betrekking tot de identiteit van de klager en tegenover o.a. de werkgever met betrekking tot het feit dat een onderzoek werd ingesteld n.a.v. een klacht of een aangifte. Uit het dossier blijkt dat xxx effectief de werkgever is van de huidige werkneemster die in het verslag genoemd wordt en waarvan de tewerkstelling gecontroleerd werd. Aan verzoeker mag dus niet meegedeeld worden dat/of een onderzoek werd ingesteld naar aanleiding van een klacht of aangifte. Indien het onderzoek niet op basis van een klacht of aangifte zou zijn ingesteld, en deze aanleiding wel bekend zou worden gemaakt aan de werkgever, zou dit er ook onrechtstreeks toe leiden dat de werkgever effectief kan achterhalen welke controles wel naar aanleiding van een klacht of aangifte werden gevoerd. In die zin volgt de beroepsinstantie de Vlaamse Sociale Inspectie dat, om de geheimhoudingsverplichting van artikel 8 §2 van het Decreet van 30 april 2004 nuttig te kunnen respecteren, de aanleiding van een controle de facto nooit openbaar mag worden gemaakt aan de werkgever, gebruiker of het opleidingscentrum. De beroepsinstantie is daarom van oordeel dat de aanleiding van het onderzoek van de Vlaamse Sociale Inspectie terecht onleesbaar werd gemaakt in toepassing van artikel II.34 1° van het Bestuursdecreet. Na beraadslaging,
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/299
pagina 3 van 4
BESLUIT: Het beroepschrift d.d. 9 juli 2021 van xxx tegen de beslissing van de Vlaamse Sociale Inspectie is ontvankelijk en ongegrond.
Brussel, 23 juli 2021. Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Voor de voorzitter, afwezig,
An Van Acker, lid van de beroepsinstantie
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/299
pagina 4 van 4