Skip to main content

Jaarverslag_CVTJ_2019.pdf

Page 1

Jaarverslag Commissie van Toezicht voor jeugdinstellingen

2019

Open venster op gesloten en besloten jeugdinstellingen Hoe waken maandcommissarissen over de rechten van jongeren in gesloten en besloten jeugdinstellingen? Waar loopt het goed en waar knelt het? Wat zijn de aanbevelingen?


Jaarverslag Commissie van Toezicht voor jeugdinstellingen

2019

Open venster op gesloten en besloten jeugdinstellingen

3


Deel 1: Commissie van Toezicht voor jeugdinstellingen Hfdst 1: Extern orgaan voor toezicht en klachtenbehandeling

Jongeren die van hun vrijheid beroofd zijn, hebben het recht om gehoord te worden Dit is het tweede jaarverslag van de Commissie van Toezicht voor jeugdinstellingen. We legden een hele weg af sinds het Vlaams Parlement op 3 februari 2017 het decreet goedkeurde over de oprichting van de Commissie. Al in 2010 pleitte het Kinderrechtencommissariaat voor onafhan­ kelijk toezicht op de gemeenschapsinstellingen in een dossier over rechtswaarborgen voor minder­ jarigen in detentie. Ook internationale standaarden benadrukken het belang daarvan. Kwetsbaar en onzichtbaar In een gemeenschapsinstelling of in een jeugd­­ gevangenis zitten opgesloten jongeren in een erg afhankelijke en kwetsbare positie. Ze zijn onzichtbaar voor de samenleving. Bezoek­ momenten en contacten met de buiten­­wereld zijn strikt afgebakend. Het Kinder­rechten­ commissariaat stelde een enorme variatie vast in rechtswaarborgen voor Vlaamse jongeren die opgesloten worden. Het vraagt een duide­ lijke, wettelijk vastgelegde rechtspositie voor alle minderjarigen die van hun vrijheid beroofd worden. Onze dertien vrijwillige maandcommissarissen hebben ook dit jaar heel geëngageerd hun rol opgenomen in hun voorziening. Ze luisteren naar de jongeren, los van hun hulpverleningstraject. Hun relatie met de jongeren vertrekt van een wit blad. Soms zijn de vrijwilligers er gewoon, soms ­praten ze met de jongeren die graag iets willen delen, soms doen ze mee met de activiteiten. Ze brengen mee het gewone in het ongewone binnen. Ze nemen de tijd om een vertrouwens­ relatie op te bouwen met respect voor het persoonlijke verleden, de context en alle iden­ titeiten van de jongeren.

Daarnaast gaan de maandcommissarissen, als ze daarvoor het mandaat hebben van de jon­ gere constructief het gesprek aan met hulp­ verleners en directie, en bekijken ze mee waar jongeren in de instellingen op botsen. Duidelijke evolutie De aanbevelingen van het eerste jaarverslag bleven niet onopgemerkt. De voorzieningen gingen aan de slag met wat de jongeren daarin vertelden. We zien een evolutie in de aanpak in de gesloten voorzieningen of gemeenschaps­ instellingen. Er is veel aandacht voor een positief leefklimaat, met focus op de persoonlijke groei van de jongeren, ruimte om keuzes te maken, autonomie en vertrouwen te geven. En er is aan­ dacht voor een basishouding van begeleiders die daarop gericht is. Er kwamen ook aanpas­ singen in de onthaalfase en in de contactmoge­ lijkheden met de buitenwereld. Dat bewijst de belangrijke rol van de maandcommissarissen die onbevangen, rekening houdend met de ervaringen van jongeren, evidenties in vraag durven stellen. In dit jaarverslag brengen we onze aanbevelin­ gen voor de voorzieningen en ook ruimer voor het beleid. Wat loopt moeilijk voor jongeren die gedeeltelijk van hun vrijheid beroofd zijn? Wat kan anders? Wat is hun perspectief? Hoe beleven zij hun tijd in de voorziening? Wij gaan graag de dialoog aan en brengen in die dialoog de stem van jongeren naar voren. Vaak willen de jongeren vooruit in het leven en komen ze zelf met verrassende inzichten. Als je maar luistert. In de voorzieningen waarvoor de Commissie van Toezicht bevoegd is, verblijven jongeren


met een heel uiteenlopend profiel. De diversi­ teit van de leefgroepen is evident maar is ook een grote uitdaging. De voorzieningen moe­ ten blijven investeren in zorg op maat en in een waardevol en aangepast onderwijsaanbod dat jongeren alle kansen geeft als ze weer uit de voorziening komen. We moeten vooral zor­ gen dat jongeren niet on hold gezet worden. Jongeren hebben recht op informatie over de regels en de leefstructuur, over het sanctie­ beleid. Ze hebben ook fundamenteel recht op ontspanning en vrije tijd. Op samen zijn, op ver­ bondenheid en solidariteit. En ook hun recht op inspraak en participatie is cruciaal. Echt luiste­ ren is een basishouding die de ander serieus neemt zonder te oordelen. Het verlangen naar geborgenheid en erbij horen is universeel. Hulpverleners in de voorzie­ ningen doen hun uiterste best om voor de jon­ geren een verschil te maken want vaak hebben zij die geborgenheid te veel moeten missen. Als de maandcommissarissen er mee voor zorgen dat jongeren zich gehoord voelen in de voorzie­ ningen, is onze missie geslaagd. Gedreven vrijwilligers In dit voorwoord noem ik graag uitdrukkelijk Yolande Schulpen, onze maandcommissaris van het eerste uur. Ze wist al even dat ze ziek was en toch wilde ze haar mandaat blijven opne­ men. Helaas overleed ze dit jaar. We herinneren ons haar gedrevenheid voor de Commissie van Toezicht en vooral voor de jongeren. Want dat drijft veel maandcommissarissen: zorgen dat de rechten gerespecteerd worden van jongeren in een kwetsbare situatie die vaak al veel mee­ maakten. Dat ze waardig benaderd worden. Onze dertien maandcommissarissen zijn stuk voor stuk gedreven vrijwilligers. Ik dank ze voor hun inzet, hun geloof in de dialoog en hun aan­ dacht en respect voor de jongeren die ze ont­ moeten in hun werk. Veel dank ook aan Inge Schoevaerts, de secretaris van de Commissie van Toezicht, die dit jaarverslag maakte en er tel­ kens in slaagt om door het bos van de verslagen

van de maandcommissarissen de grote lijnen te zien en verbanden te leggen. De energie waar­ mee ze de vrijwilligers ondersteunt en coacht, helpt de werking van de Commissie enorm. De voorzieningen dank ik voor hun openheid om dingen bespreekbaar te maken en om samen te zoeken. Ten slotte nog bijzondere dank aan de jongeren voor hun vertrouwen en hun moed. Ondertussen zijn we bijna drie jaar bezig. De uitdagingen blijven groot. Als Kinder­rechten­ commissariaat hebben we geen traditie in vrijwilligerswerk. Het is een zoektocht hoe we geëngageerde mensen genoeg kunnen voe­ den, ondersteunen en echt waarderen voor wat zij betekenen voor jongeren. De groei lonkt naar nog meer vrijwilligers. Binnenkort start de module ‘beveiligend aanbod’ in verschillende private voorzieningen. Het proeftuinstatuut van de vier besloten instellingen die onze vrij­ willigers bezochten, stopt met bestaan. Twintig private voorzieningen zijn erkend als besloten voorziening. Krijgen de maandcommissarissen van de Commissie van Toezicht toegang tot die voorzieningen? Zal het vrijwilligersteam groeien en voor nieuwe dynamieken zorgen? Voor de Commissie blijft het een boeiende zoektocht hoe ze het toezicht op de rechten van de jongeren het best organiseert. Van het belang en de meerwaarde zijn we ondertussen helemaal overtuigd: de jongeren die er verblij­ ven, merken duidelijk het verschil.

Caroline Vrijens Vlaams kinderrechtencommissaris Maart 202

5


Inhoud Deel 1: Commissie van Toezicht voor jeugdinstellingen

9

1. Extern orgaan voor toezicht en klachtenbehandeling Bijzondere rechtsbescherming Opdrachten Werking

10 10 10 10

2. Turbulent werkjaar

13

Deel 2: Syntheseverslag

15

Maandcommissarissen 10 Commissie van Toezicht voor jeugdinstellingen 11 Van maandrapport tot jaarverslag 12

1. De gemeenschapsinstellingen De gemeenschapsinstellingen in cijfers Hulp in een vrijheids­beperkend kader De gemeenschapsinstellingen in transitie

Van beheersregime naar positief leefklimaat Contacten met de buitenwereld en de onthaalfase: zichtbare veranderingen Onthaalfase Contacten met de buitenwereld

Vaststellingen en aanbevelingen

Grote verschillen tussen geplaatste jongeren Verschillende vorderingsgrond Verschillen tussen jongeren Sociaal en pedagogisch kader Relatie met opvoeders Leefregels, orde en discipline Sanctiebeleid Afzonderingscel Sancties: hoelang en waarom? Dagregime en vrijetijdsbeleving Dagregime Kamermomenten Vrijetijdsbeleving Participatieruimte Onderwijs Veiligheid en politie Religie Re-integratie

2. Vlaams Detentiecentrum De Wijngaard Voor uit handen gegeven jongeren Onthaal Leven op cel Eten Onderwijs Regime, orde en discipline Controles en fouilleringen Isolatie Bezoekmomenten Religie Psychologische ondersteuning

Aanbevelingen

6

16 16 16 16

16 17 17 18

18

18 18 18 21 21 23 25 25 25 26 26 27 27 29 30 31 32 33

34 34

34 34 34 34 34 35 35 36 36 36

36


3. Private voorzieningen Voorstelling Hulp in een besloten setting Vaststellingen

Onthaal Infrastructuur Sociaal en pedagogisch kader Relatie met opvoeders Pedagogische handelingsruimte Leren omgaan met vrijheden De begeleidersrol Leefregels Sanctiebeleid Inspraak Re-integratie

Aanbevelingen

37 37 37 37

37 38 38 38 39 39 39 40 41 42 42

42

7


8


Deel 1 Commissie van Toezicht voor jeugdinstellingen

9


Deel 1: Commissie van Toezicht voor jeugdinstellingen Hfdst 1: Extern orgaan voor toezicht en klachtenbehandeling

1. Extern orgaan voor toezicht en klachtenbehandeling Op 3 februari 2017 keurde het Vlaams Parlement de oprichting goed van de Commissie van Toezicht voor jeugdinstellingen.

Opdrachten

De Commissie is ingebed in het Vlaams Kinder­ rechtencommissariaat. In september 2017 werd het nodige budget uitgetrokken, wat meteen de officiële start betekende van een extern toe­ zichtsorgaan bij voorzieningen voor gesloten en besloten opvang van minderjarigen. In ‘geslo­ ten’ instellingen gaan alle deuren op slot, in ‘besloten’ instellingen krijgen de jongeren wat meer vrijheid. Het Kinderrechtencommissariaat kreeg de opdracht het toezichtskader verder uit te werken en aan te sturen. De kinderrechten­ commissaris is voorzitter van de Commissie van Toezicht voor jeugdinstellingen.

Het decreet geeft de Commissie van Toezicht zeven opdrachten die ze in volle onafhankelijk­ heid uitvoert: ■■ Toezien op de bejegening in ruime zin van kinderen en jongeren in voorzieningen voor vrijheidsbenemende opvang waaronder de eerbiediging van de rechten zoals bedoeld in onder andere het kinderrechtenverdrag en het decreet van 7 mei 2004 over de rechts­ positie van de minderjarige in de integrale jeugdhulp ■■ Kennis nemen van grieven over de bejege­ ning van een of meer kinderen of jongeren in voorzieningen voor vrijheidsbenemende opvang ■■ Bemiddelen als die grieven vatbaar zijn voor bemiddeling waarvoor geen omstandig onder­zoek nodig is ■■ Personen toeleiden naar het Kinderrechten­ commissariaat om hun klachtrecht uit te oefenen ■■ Rapporteren over het toezicht, de grieven, de bemiddeling en de toeleiding ■■ Aanbevelingen formuleren om de bejege­ ning van kinderen en jongeren te verbeteren in voorzieningen voor vrijheidsbenemende opvang ■■ Elk jaar verslag uitbrengen aan het Vlaams Parlement over de uitgevoerde opdrachten

Met de oprichting van de Commissie van Toe­ zicht voor jeugdinstellingen wou het Vlaams Parlement een extra venster openzetten. De Commissie is een maatschappelijke bril die meekijkt naar het leven tussen de gesloten muren. Elk jaar brengt de Commissie verslag uit over het leven in geslotenheid. Ze formuleert ook aanbevelingen die de rechten en belangen van jongeren versterken.

Bijzondere rechtsbescherming Een minderjarige tijdelijk zijn vrijheid afnemen, is een ingrijpende maatregel. In een gesloten opvang leven jongeren vaak in een strakke structuur met een uitgesproken gezags- en machtskader. Die manier van samenleven vraagt om bijzondere rechtsbescherming. De Commissie van Toezicht voor jeugdinstellingen maakt het mogelijk zicht te krijgen op het leven in geslotenheid en op die rechtsbescherming. Hoe beleven de jongeren dat? Waar botsen ze op? Hoe krijgen de rechten van de minder­ jarigen vorm in geslotenheid? Hoe zien de instellingen en voorzieningen dat?

Werking Maandcommissarissen De Commissie van Toezicht voor jeugdinstel­ lingen werkt met maandcommissarissen: vrij­ willigers die elke maand onaangekondigd een instelling of voorziening bezoeken. Daar spreken ze met jongeren en begeleiders. Ze luisteren naar wat er leeft, wat jongeren bezighoudt. Dat kan in persoonlijke gesprek­ ken maar de maandcommissarissen doen ook mee met activiteiten. Ze schuiven mee aan tafel om met de jongeren samen te eten. Ze volgen soms ook de lessen of de trajectbesprekingen van de jongeren. Als jongeren iets melden, hebben de maand­ commissarissen het mandaat om na te gaan

10


Deel 1: Commissie van Toezicht voor jeugdinstellingen Hfdst 1: Extern orgaan voor toezicht en klachtenbehandeling

of ze daarin mogen bemiddelen. Ze kunnen een verbindingsrol opnemen bij conflicten. Jongeren kiezen zelf wat de maandcommissa­ ris mag doen met hun verhaal of melding. Bij klachten die omstandiger onderzoek vragen, brengt de maandcommissaris de jongere in contact met de Klachtenlijn van het Kinder­ rechten­ commissariaat. Soms willen jongeren ook gewoon ventileren of eens vertellen over wat ze al allemaal meegemaakt hebben. Dat hoeft niet per se over het leven in de voorzie­ ning zelf te gaan. De maandcommissarissen vervullen eigenlijk verschillende rollen.

Na elk maandbezoek stelt de maandcommis­ saris een verslag op voor het secretariaat van de Commissie. Om de drie maanden (dus ongeveer vier keer per jaar) zitten de maand­ commissarissen samen met de verantwoorde­ lijken van de instelling of de voorziening. Ze koppelen terug wat ze de afgelopen drie maan­ den gemerkt hebben of wat jongeren vertellen. Ze stellen vragen of krijgen contextinformatie om situaties beter te begrijpen. De instellingen kunnen ook feedback geven die de commis­ sarissen verwerken in hun verslag.

Commissie van Toezicht voor jeugdinstellingen Elke maand vergaderen de maandcommissarissen samen met de voorzitter en de secretaris in de Commissie van Toezicht voor jeugdinstellingen.

Commissie van Toezicht voor jeugdinstellingen Caroline Vrijens

Voorzitter sinds 1 augustus 2019

Naïma Charkaoui

Voorzitter van 1 maart tot en met 1 juli 2019

Bruno Vanobbergen

Voorzitter tot 28 februari 2019

Inge Schoevaerts

Secretaris

Mhamed Bouhlib

Maandcommissaris Gemeenschapsinstelling De Kempen, campus De Hutten (tot september 2019)

Lieven Calloens

Maandcommissaris Gemeenschapsinstelling De Zande, campus Wingene

Ibe Coeck

Maandcommissaris Proeftuin De Switch

Annelien Coppieters

Maandcommissaris Gemeenschapsinstelling De Zande, campus Beernem (tot december 2019)

Pieter De Loof

Maandcommissaris Gemeenschapsinstelling De Kempen, campus De Markt en maandbezoek Vlaams Detentiecentrum De Wijngaard

Jochen Devlieghere

Maandcommissaris Proeftuin JEZ11 (tot juni 2019). Ondersteunend maandcommissaris sinds juli 2019

Hilde Florquin

Maandcommissaris Gemeenschapsinstelling De Grubbe

Eef Goedseels

Maandcommissaris Gemeenschapsinstelling De Kempen, campus De Markt

Denoix Kerger

Maandcommissaris Gemeenschapsinstelling De Zande, campus Ruiselede

Michèle Sneyers

Maandcommissaris Proeftuin De Leemwinning (tot september 2019)

Els Dumortier

Ondersteunend maandcommissaris

11


Deel 1: Commissie van Toezicht voor jeugdinstellingen Hfdst 1: Extern orgaan voor toezicht en klachtenbehandeling

Op 1 januari 2020 startten er vijf nieuwe maandcommissarissen. Sarah Van Ruyskensvelde

Maandcommissaris Proeftuin JEZ11

Ann Smedts

Maandcommissaris Proeftuin De Overstap

Evelien Schellekens

Maandcommissaris Proeftuin De Leemwinning

Lynn Meeuwissen

Maandcommissaris Gemeenschapsinstelling De Kempen, campus De Hutten

Elias Marchouh

Maandcommissaris voor het Vlaams Detentiecentrum Tongeren, doet voorlopig ook maandbezoeken in de Gemeenschapsinstelling De Zande, campus Beernem

Van maandrapport tot jaarverslag De Commissie van Toezicht publiceert de gevalideerde tussentijdse verslagen. Het jaar­ verslag is de synthese van alle rapporten van de maandcommissarissen. De Commissie van Toezicht maakt dit ook over aan het Kinder­ rechten­commissariaat en aan de Zorginspectie. En sinds kort ook aan de erkende cliëntenorga­ nisaties.

NNDecreet van 21 december 2018 houdende

wijziging van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp, wat cliëntenorganisaties en een cliëntenforum in de integrale jeugdhulp betreft, BS 28 januari 2019

12


Deel 1: Commissie van Toezicht voor jeugdinstellingen Hfdst 2: Turbulent werkjaar

2. Turbulent werkjaar

De Commissie van Toezicht voor jeugdinstel­ lingen beleefde een nogal onstabiel jaar. Het voorzitterschap wisselde door de aanstelling van een nieuwe kinderrechtencommissaris. En verschillende vrijwilligers gaven hun mandaat terug om uiteenlopende redenen: de zware combinatie met de eigen job, de tijd- en plaats­ investering of gewoon veranderende levens­ lopen. Vrijwilligers die stoppen, doen dat met pijn in het hart. Het is een verrijkend vrijwilligers­ mandaat. Ze noemen het een voorrecht om de voorzieningen te mogen leren kennen en om te luisteren naar hoe de jongeren het leven in de voorziening beleven. Tegelijk is het een semi­ professionele opdracht. Het vrijwilligersteam groeit en de behoefte aan ondersteuning en opvolging wordt groter. Er ligt nog veel werk op de plank voor de Commissie van Toezicht. Zo willen we dit werk­ jaar inzoomen op afzondering en isolatie. En de visie en missie van de Commissie van Toezicht voor jeugdinstellingen verfijnen. De werking van de maandcommissarissen en de Commissie als toezichtsorgaan hebben nog ­ meer bekendheid nodig. Zowel bij de jongeren als bij het personeel van de instellingen. Nog altijd zijn er opvoeders die de werking niet ken­ nen en er nog nooit van gehoord hebben. Dat is ook een uitdaging voor de Commissie zelf.

13


14


Deel 2 Syntheseverslag

15


Deel 2: Syntheseverslag Hfdst 1: De gemeenschapsinstellingen

1. De gemeenschapsinstellingen

De gemeenschapsinstellingen in cijfers Alle gemeenschapsinstellingen samen heb­ ben plaats voor 314 jongeren. De leeftijd van die jongeren varieert van 12 tot 18 jaar. Daarnaast kunnen ze 40 jongeren opvangen in hun time-outwerking: 10 meisjes in campus De Markt en in Beernem en 10 jongens in campus De Markt en in Ruiselede. Gemeenschapsinstelling De Zande heeft drie campussen. In Ruiselede verblijven er 63 jongens in zeven leefgroepen. Er is ook een externe time-outleefgroep. De campus heeft ook een GRT-unit waar jongeren een geïndivi­ dualiseerd traject volgen. Het is een tussenstap naar hun leven buiten de instelling. In Beernem zijn er 53 plaatsen voor meisjes, verdeeld over zes leefgroepen. In Wingene zijn er 35 plaatsen voor jongens, verspreid over vier leefgroepen. Gemeenschapsinstelling De Kempen heeft twee campussen. In De Markt verblijven er jon­ gens en meisjes. Het gaat in totaal om 81 jonge­ ren in negen leefgroepen. Voor de meisjes is er ook een externe time-outleefgroep op de cam­ pus. In De Hutten is er plaats voor 42 jongens in vijf leefgroepen. Gemeenschapsinstelling De Grubbe vangt 40 jongens op in vier leefgroepen.

Hulp in een vrijheids­ beperkend kader Gemeenschapsinstellingen hebben elk hun eigenheid. Uiteraard beogen ze dezelfde doel­ stelling en vangen ze allemaal jongeren op die er geplaatst zijn door de jeugdrechter. De instellingen bieden pedagogische hulp aan jongeren voor wie tijdelijke beveiligde opvang nodig is in een structurerend en vrijheidsbeper­ kend kader. In de concrete werking zien we verschillen tus­ sen de gemeenschapsinstellingen. Ze leggen eigen klemtonen. Dat weerspiegelt zich in de dagelijkse werking of in het begeleidend per­ soneel. Hechten ze veel belang aan de begelei­ dershouding? Is er een open cultuur om elkaar ook aan te spreken, om te reflecteren over het eigen gedrag en het effect ervan op jongeren?

16

Krijgt het begeleidend kader genoeg auto­ nomie en vertrouwen om initiatieven te nemen, om begeleidingswerk vorm te geven dat de jongeren en hun rechtspositie centraal stelt? Of is er eerder gelatenheid en wacht iedereen op instructies van de directie? We zien verschillen tussen campussen en tussen leefgroepen. De omstandigheden van een begeleidings­traject in een gesloten setting zijn per definitie niet opti­ maal. Vrijheden worden gelimiteerd, het gewone leven is geïnstitutionaliseerd en jongeren moeten plots meedraaien in een groep waar ze niet voor gekozen hebben. Dat dat een bron van conflic­ ten en spanningen kan zijn, is niet zo verwonder­ lijk. De instellingen werken met pedagogische kaders om de begeleiding van de jongeren vorm te geven en het doel van het verblijf te verfijnen.

De gemeenschapsinstellingen in transitie Van beheersregime naar positief leefklimaat De gemeenschapsinstellingen evolueren volop. Dat doen ze wel in verschillende snelheden. Het strakke beheersysteem van vroeger evolueert voorzichtig naar een positief leefklimaat. Dat vinden we terug in de verschillende thema’s die we in dit rapport beschrijven. Bij een posi­ tief leefklimaat ligt de focus op de persoonlijke groei van jongeren, de ruimte om individuele keuzes te maken, autonomie en vertrouwen in een psychisch en fysiek veilig kader. De Commissie van Toezicht ziet veel verandering, maar er moet nog veel concreet vertaald wor­ den. We denken aan: conflicten voorkomen, jongeren ondersteunen en erkennen in hun kracht, en ruimte creëren om te experimente­ ren met gedragsverandering. Een positief leefklimaat betekent niet dat er geen regels en afspraken zijn. Maar ze zijn hel­ der en beheersbaar en er is ruimte om af te wij­ ken van het strakke regime. Dat veronderstelt een andere basishouding van opvoeders en begeleiders. Een controlerende en autoritaire houding staat haaks op een positief leef­klimaat. Het begeleidend personeel ondersteunt en faciliteert de groei van de jongeren en hun leerproces. En zoals dat bij leren gaat, maken ze ook fouten. Maar ook dat is een belangrijk


Deel 2: Syntheseverslag Hfdst 1: De gemeenschapsinstellingen

onderdeel van persoonlijke groei en ontwikke­ ling. En ook daar zien we nog heel wat groei­ kansen voor de gemeenschapsinstellingen. De Commissie van Toezicht merkt dat de peda­ gogische directies en campusverantwoorde­lijken belangrijke sleutelfiguren zijn. Samen met team­ verantwoordelijken of hoofdopvoeders proberen ze visies neer te zetten en voeren ze veranderingen door in kleine stapjes. Het is een uitdaging om alle medewerkers mee te krijgen in eenzelfde visie.

Contacten met de buitenwereld en de onthaalfase: zichtbare veranderingen In het eerste jaarverslag van de Commissie van Toezicht voor jeugdinstellingen formuleerden we aanbevelingen. Dat bleef niet onopgemerkt. Gemeenschapsinstellingen gingen aan de slag met die aanbevelingen of startten verandering­ strajecten en werkgroepen op. De Commissie is er zich van bewust dat de instellingen niet alle knelpunten en bijbehorende aanbevelingen kunnen doorvoeren op heel korte termijn. De belangrijkste hervormingen vinden we in de aanpassingen bij de onthaalfase en het contact van de jongeren met de buitenwereld.

Onthaalfase De beleving van de jongeren over de onthaal­ fase was sterk gelijklopend. Het duurde veel te lang, ze zaten veel alleen in hun kamer, ze verveelden zich, de confrontatie met eenzaam­ heid werd soms te veel en het had iets beang­ stigends. De frustraties daarover waren groot. Ook al kregen ze uitgelegd dat het uit veilig­ heidsoverwegingen was en dat het bedoeld was als reflectieperiode: de jongeren voelden het helemaal niet zo aan. Jongeren laten reflec­ teren zonder dat dat begeleid wordt, zonder nabijheid is per definitie een erg moeilijke opdracht, zeker meteen na hun plaatsing.

Gemeenschapsinstelling De Zande In De Zande is de onthaalfase aangepast. Sinds oktober bestaat ze niet meer in de campus van Beernem. In Wingene zijn ze volop bezig met de overgang en Ruiselede start op 1 maart met het nieuwe onthaalsysteem.

Hilde Florquin, maandcommissaris Gemeenschapsinstelling De Grubbe

Het principe is dat de campus­verantwoorde­ lijke van dienst de jongeren die instromen warm onthaalt, samen met een begeleider uit de leefgroep. Jongeren gaan onmiddellijk naar hun leefgroep. De eerste dag verblijven ze in een kamer waar de opvoeder ze helpt om zich te installeren. Samen overlopen ze administra­ tieve zaken. De jongere krijgt uitleg over de werking. Ze praten over hoe de jongere zich daarbij voelt. En de jongere krijgt een taak. De volgende dag doen de jongeren gewoon mee met de leefgroep en de derde dag gaan ze ook naar de les. Vanaf dag 1 krijgen ze een vaste individuele begeleider (IB), trajectcoördinator en contextwerker.

Gemeenschapsinstelling De Kempen In gemeenschapsinstelling De Kempen ver­ loopt de onthaalfase nog altijd gefaseerd. In de eerste periode zitten de jongeren veel in hun kamer en doorlopen ze een individueel regime. Maar ook daar is het de bedoeling om de jonge­ ren meteen te laten opstarten in hun leefgroep.

Gemeenschapsinstelling De Grubbe Ook in De Grubbe in Everberg verdwijnt de regel van de eerste vijf dagen voor de jongeren in een onthaalleefgroep. Vanaf 1 maart starten ze met het nieuwe systeem. Ook daar stappen de jongeren vanaf dag 2 mee in de begelei­ dingsleefgroep en vanaf dag 3 in de lessen. De kamermomenten de eerste twee dagen dienen voor kennismakingsgesprekken met opvoe­ ders, onderwijsteam en psycho­sociaal team. De interne werkgroep over onthaal wil ook de ont­ haalmap onder de loep nemen. De taal is soms te moeilijk en al die informatie is te overdonde­ rend. Er blijft weinig van hangen bij de jongeren en dat heeft geen zin. De werkgroep zoekt naar een manier om de belangrijkste informatie die de eerste dag nodig is te filteren. De rest komt later aan bod.

17


Deel 2: Syntheseverslag Hfdst 1: De gemeenschapsinstellingen

Consult bij de arts Jongeren die pas instromen, krijgen altijd een consult bij de externe arts die verbonden is aan de gemeenschapsinstelling. Daarna kunnen ze zelf een afspraak laten maken bij de arts als ze dat nodig vinden. Een verpleegster checkt meestal vooraf of de dokter vrij is, want de con­ sultatieplaatsen zijn beperkt. Vorig jaar gaven de jongeren weinig signalen over de medische opvolging.

Contacten met de buitenwereld In ons eerste jaarverslag kaartten de jongeren de belmomenten aan. Er was weinig flexibiliteit in de beldagen, de beltijd bleef beperkt tot 10 minuten en jongeren voelden de controle op de telefoongesprekken aan als een aantasting van hun recht op privacy. Enkele gemeenschapsinstellingen voerden al aanpassingen door. Zo zien we dat gemeenschapsinstelling De Zande een nieuw communicatieplan invoerde. Ze stappen over van belminuten per belmoment naar belminuten per week waarover de jongere zelf kan beslissen hoe hij die verdeelt. Ook over de belmomenten zelf wordt afgesproken met de jongere. Er is meer duidelijkheid over met wie de jongere kan bellen en voor welke gesprekken er toestemming van de jeugdrechter nodig is. Contact met naaste verwanten kan altijd (behalve als de jeugdrechter contactverbod oplegde). Contacten met relevante context­figuren kan met toestemming van de jeugdrechter. Ook voor de privacy van de jongeren kwamen er aanpassingen. Het vertrekpunt is vertrouwen en de verantwoordelijkheid van de jongere. De begeleiding toetst het nummer in. Gebruikt een jongere de belmomenten om toch nog andere mensen te bellen zonder toestemming? Dan versterken de opvoeders daarna de con­ trole en de monitoring. Maar het vertrekpunt is de privacy en het vertrouwen in de jongere. Gemeenschapsinstelling De Kempen is ook aan het experimenteren met de aanpassing van aantal belmomenten, beltijd en privacy. Nu is dat nog in elke leefgroep anders.

Contact met de buitenwereld is natuurlijk meer dan naar huis bellen of bezoekmomenten thuis. Voor jongeren betekent het ook toegang tot nieuwe media. Ze vragen toegang tot online­ muziek, games, Netflix, beveiligde internettoe­ gang of moderne communicatiemiddelen zoals FaceTime. Dingen die aansluiten bij en ingebur­ gerd zijn in de leefwereld van jongeren. Gemeenschapsinstellingen onderzochten ver­ schillende mogelijkheden en konden al dingen realiseren zoals toegang tot YouTube of Netflix in bepaalde leefgroepen. Maar logistiek lijkt het niet zo eenvoudig te zijn alles te moderni­ seren. Bovendien vraagt dat ook extra budget wat voor een deel buiten hun beslissingsbe­ voegdheid valt. Toch merkt de Commissie van Toezicht dat de instellingen dat niet loslaten en daar verder op inzetten.

Vaststellingen en aanbevelingen Grote verschillen tussen geplaatste jongeren Verschillende vorderingsgrond De maandcommissarissen merken op dat de jongeren in de gemeenschapsinstellingen heel verschillend zijn. Ze kunnen er geplaatst wor­ den om twee redenen. Jongeren die een delict pleegden, worden er geplaatst voor een als mis­ drijf omschreven feit (MOF). Maar er zitten ook jongeren om ze te beschermen tegen zichzelf of tegen hun omgeving. Zij worden geplaatst op basis van een verontrustende opvoedings­ situatie (VOS). Allemaal hebben ze volgens de jeugdrechter een beveiligd kader nodig. Met het nieuwe decreet jeugddelinquentie­ recht verandert dat. Dan komen er in de gemeenschapsinstellingen alleen nog jonge­ ren die een delict pleegden. Of ze daar nu zitten voor een MOF of een VOS: alle jongeren doorlopen nu in de gemeen­ schapsinstelling hetzelfde regime.

Verschillen tussen jongeren Jongeren verschillen niet alleen in leeftijd (12-18 jaar) maar ook in maturiteit, verstan-

18


Deel 2: Syntheseverslag Hfdst 1: De gemeenschapsinstellingen

delijke capaciteiten en sociaal-emotionele ontwikkeling. Het is niet ongewoon dat er in gemeenschapsinstellingen jongeren verblijven met een sociaal-emotionele intelligentie op het niveau van kleuter- of lagereschoolleeftijd maar met het gedrag van een jongvolwassene. Dat gecombineerd met eigen persoonlijkheids­ kenmerken en hun achtergrond verklaart de groepsdynamieken in de gemeenschapsinstel­ ling en in de leefgroep. Het is niet alleen een uitdaging voor de jongeren om samen te leven maar ook voor de medewerkers van de instel­ ling. In elke gemeenschapsinstelling zitten ook niet-­ begeleide minderjarige vluchtelingen. Die groep jongeren maakt het soms extra complex: ze beheersen de taal weinig of niet, begrijpen niet in welke structuur ze terechtgekomen zijn en waarom. Die jongeren trekken zich vaker terug en vinden geen aansluiting bij de ande­ ren. Opvoeders zijn extra alert want die jon­ geren zijn vaak angstig omdat ze er niets van begrijpen of niet weten wat ze te wachten staat. Er zijn jongeren die denken dat ze er zitten in afwachting van hun uitwijzing. In elke gemeenschapsinstelling verblijven er ­ jongeren van wie maandcommissarissen zeg­ gen dat zij meer ondersteuning en hulp nodig hebben van de geestelijke gezondheidszorg. In elke campus zijn er jongeren met zware psychische trauma’s of psychiatrische problemen. De opnameplicht van de gemeen­ schapsinstellingen maakt dat het elke keer opnieuw zoeken is voor de instelling en voor de opvoeders om ook die groep goede zorg en begeleiding te bieden. De Commissie van Toezicht voor jeugdinstellingen merkt verschil­ lende systemen op.

Elke instelling werkt samen met externe psy­ chiatrische diensten. Zo is er aan elke cam­ pus een externe kinder- en jeugdpsychiater verbonden die soms in de instelling komt. Maandcommissarissen vragen zich af of dat genoeg is omdat sommige jongeren aangeven dat ze meer intensieve psychologische en psy­ chiatrische hulp nodig hebben. In De Markt in Mol sprak de maandcommissa­ ris met twee ergotherapeuten die activiteiten verzorgen voor de groep waar de jongeren ver­ blijven met minder sterk ontwikkelde mogelijk­ heden. In de meisjescampussen verblijven er ook zwangere meisjes. Ook dat vraagt extra opvolging en zwangerschapsbegeleiding. Als de bevalling nadert, stromen die meisjes door naar aangepaste voorzieningen voor jonge moeders en hun kind of naar huis. Er verblijven geen meisjes met kind op de campussen.

Ik zit hier omdat ik regelmatig agressieaanvallen heb. Het gebeurde op school en op internaat. Kinderen pestten me en ik kan daar niet tegen. Als het niet stopt, dan wordt het zwart voor mijn ogen en blijkbaar ben ik dan agressief. Achteraf weet ik daar niet veel meer van. Daarom hebben ze me naar hier gestuurd. Deze week kreeg ik weer zo’n aanval. Het werd me te veel, ik voelde het zwart worden voor mijn ogen en heb een opvoedster aangevallen. Ik voel me er nu zo schuldig over.

Jongere Beernem

In elke instelling zijn er kleinere leefgroepen voor jongeren die extra zorg nodig hebben of eerder een VAPH-profiel hebben. Activiteiten en dagstructuren zijn aangepast met meer focus op rust in de leefgroep en sterker indivi­ dueel werken. Het gaat om de GIB-leefgroepen voor geïndividualiseerde begeleiding en de GES+-leefgroepen als er een aanbod is voor jongeren met extreme gedrags- en emotionele problemen. In De Zande is er bijvoorbeeld een MOBI-team, een mobiel team van opvoeders die met een jongere een een-op-eenactiviteit doen als dat nodig is. Die opvoeders zijn verbonden aan de instelling maar niet aan de leefgroep. Per cam­ pus is er minstens één opvoeder beschikbaar.

19


Deel 2: Syntheseverslag Hfdst 1: De gemeenschapsinstellingen

Ik heb veel gehad aan de psycholoog. Met haar gingen mijn gesprekken iets dieper. Jongere in De Grubbe

Denoix Kerger, maandcommissaris Gemeenschaps­ instelling De Zande, campus Ruiselede

Ik heb een meisje gesproken dat uitdrukkelijk een gesprek vroeg. Toen ik aankwam, zat ze in de afzonderingscel na agressie en een psychose­aanval. Toch heb ik besloten haar te spreken. Met de campusverantwoordelijke en de opvoeder maakten we afspraken over de beveiliging. Het meisje was op dat moment rustig en vertelde over haar pijn, haar angsten, over het gevoel nergens een plek te hebben. Over jeugdhulpvoorzieningen die haar niet willen of wegsturen zodra het fout loopt. De jeugdhulp haalt jongeren weg van thuis omdat het niet goed zou lopen in hun ogen maar biedt geen alternatief, zegt ze. Ze toont haar wonden van automutilatie en vertelt over hoe ze zelfs geen pijn meer voelt als ze met haar vuisten op de muren slaat. Plots vraagt ze me wie ik meegebracht heb want ze zag andere personen in de kamer, die er niet waren. De psychose was duidelijk nog niet gaan liggen. Het was schrijnend om te zien. Ook om te zien hoe de opvoeders wel in de buurt wilden blijven maar de expertise missen die daarvoor nodig is. En dit meisje zal niet de enige zijn die met zo’n profiel in de gemeenschapsinstellingen verblijft.

Maandcommissaris Beernem

Een 17-jarige jongen met heel beperkte verstandelijke mogelijkheden en ernstige gedragsproblemen is in de instelling geplaatst. In een leefgroep functioneert hij niet en vanwege zijn problematiek doen ze hier een-op-eenbegeleiding, maar dat vraagt aanpassingen en extra engagement van opvoeders.

20

Maandcommissaris Ruiselede

Elke jongere heeft bij opname een gesprek met de psycholoog. En ook met de psychiater als daar indicaties voor zijn. Daarna volgen er nog therapeutische gesprekken, onder andere over agressiebeheersing. Voor de medische zorg werkt Ruiselede samen met een vaste huisarts. Jongeren kunnen een raadpleging vragen. De psycholoog bespreekt mogelijke verslavingsproblemen vooral individueel met de jongeren en werkt daarvoor met een programma van De Sleutel. Doordat de jongeren in onthaal voorrang krijgen voor een gesprek met de psychiater, ontstaan er intern wachtlijsten voor de andere jongeren. Dringende situaties krijgen voorrang waardoor andere jongeren een plaatsje zakken op de wachtlijst. Maandcommissaris Ruiselede

Een jongere is niet tevreden dat hij niet langer slaapmedicatie voorgeschreven krijgt van onze psychiater terwijl dat in andere instellingen geen probleem was. En een andere jongere wil opnieuw een voorschrift voor zijn rilatine. Dat zijn beslissingen die het medisch team neemt na afweging. Dat is geen pedagogisch vraagstuk. We pleiten er wel voor om zo weinig mogelijk medicatie te gebruiken om gedrag te reguleren. Het is niet altijd gemakkelijk om dat gedrag dan op te vangen. De jongen met rilatine bijvoorbeeld. De gedragsstoornis waar hij het over heeft, werd zelfs nooit gediagnosticeerd.

Campusverantwoordelijke De Grubbe

Aanbeveling De jongeren in de gemeenschapsinstellingen zijn een heel diverse groep. Hun zorgbehoef­ ten lopen sterk uiteen. De Commissie vraagt genoeg te blijven investeren in het personeels­ kader zodat jongeren kunnen blijven rekenen op de juiste ondersteuning en begeleiding. Een multidisciplinaire benadering van de jongeren is nodig.


Deel 2: Syntheseverslag Hfdst 1: De gemeenschapsinstellingen

Zet verder in op samenwerkingsverbanden met bijvoorbeeld de kinder- en jeugdpsychiatrie, de geestelijke gezondheidszorg, de bijzondere jeugdzorg en het VAPH. Dat verhoogt de exper­ tise om met de diverse jongeren om te gaan en ze te begeleiden. In de gemeenschapsinstellin­ gen worden jongeren geplaatst die daar niet altijd thuishoren. Dat kan de draagkracht van de instelling onder druk zetten. Intensieve samen­ werkingsverbanden kunnen leiden tot gemeen­ schappelijke verantwoordelijkheid voor die jongeren en ze sneller laten doorstromen na hun verblijf in de gemeenschapsinstelling. Daarnaast vraagt de Commissie om te onder­ zoeken hoe externe diensten, gespecialiseerd in psychiatrische zorg zoals de kinder- en jeugdpsychiater, vaker beschikbaar kunnen zijn voor de geplaatste jongeren. Om zo tegemoet te komen aan de nood van sommige jongeren aan intensieve psychiatrische ondersteuning.

Sociaal en pedagogisch kader Relatie met opvoeders De relatie van jongeren met hun opvoeders is natuurlijk niet eenduidig te omschrijven. Jongeren erkennen dat opvoeders verschil­ lende opvoedingsstijlen of verschillende per­ soonlijkheden hebben. Dat op zich ervaren ze niet als een probleem. Het ongenoegen zit eer­ der in de behandeling, het gevoel wel of geen respect te krijgen. De waardering van jongeren hangt vaak samen met hun individuele relatie met opvoeders. Dat kan gaan over een karaktereigenschap die ze waarderen, over nabijheid en betrokkenheid. Ook de mate waarin ze openheid krijgen om feedback te geven of de dialoog mogen aan­ gaan, vinden ze belangrijk in de begeleidings­ relatie. Conflicten of spanningen tussen jongeren en opvoeders komen zeker voor. Dat is voor een stuk inherent aan samenleven met elkaar. Als jongeren daarover vertellen, valt op dat de manier waarop opvoeders reageren, al dan niet zorgt voor ongenoegen.

veel openheid is om dat te bespreken en dat ook de directie, campusverantwoordelijke of team­verantwoordelijke het verder opnemen. Jongeren zeggen daarna ook dat ze soms ver­ schil merken. Vaak onderschatten opvoeders het effect van hun uitspraken. De openheid om het recht­streeks te durven bespreken met opvoeders, ­ontbreekt nog. Het lijkt minder veilig aan te voelen. Jongeren beseffen heel goed dat ze daarna afhankelijk zijn van die opvoeder. Vandaar dat ze het veiliger vinden als de maandcommissaris het meeneemt in een feedback­ gesprek. We merken als Commissie van Toezicht dat de gemeenschapsinstellingen het functioneren van opvoeders bespreekbaar maken.

De meisjes noemen hun contact met de opvoeders in de time-outleefgroep positief. Ze zeggen dat de opvoeders van elkaar verschillen en elk hun kwaliteiten hebben die goed op elkaar afgestemd zijn. De ene zal bijvoorbeeld meer met hen praten, de andere is bijvoorbeeld sterk in activiteiten uitdenken of eerder humoristisch.

Maandcommissaris De Markt

Die ochtend kwam een jongere terug van de rechtbank. De jeugdrechter had nog geen beslissing genomen en de zaak werd weer uitgesteld voor een week. De jongen kwam duide­ lijk helemaal over zijn toeren terug binnen. De procedure loopt al lang en de onzekerheid knaagt aan hem. In onderling overleg besliste de instelling tijdelijk één opvoeder extra in die leefgroep te zetten om daarop te anticiperen. Het team kent hem het best en ze kiezen ervoor om hem van nabij te blijven ondersteunen. Dat sluit mogelijke incidenten niet volledig uit maar ze willen wel de boodschap geven dat ze nabij willen zijn.

Maandcommissaris Wingene

De maandcommissarissen koppelen de erva­ ringen van jongeren met opvoeders terug, ofwel na hun bezoek, ofwel op het driemaan­ delijks overleg met de verantwoordelijken. De Commissie van Toezicht stelt vast dat er

21


Deel 2: Syntheseverslag Hfdst 1: De gemeenschapsinstellingen

De omgang met de opvoeders is hier in het algemeen goed. En als er zich een ernstig probleem voordoet of de houding en manier van werken van een opvoeder ligt echt moeilijk, dan heb ik het gevoel dat ik dat mag zeggen aan mijn IB (individuele begeleider).

Jongere in De Grubbe

Ik ben blij met de steun en hulp van de vrouwelijke opvoedsters. Ik voel me door hen ondersteund. Gesprekken over bevallen, opvoeding, zorgen, ouderschap kunnen openlijk gevoerd worden.

Jongere in Beernem

Er is een opvoeder die de regels strikt toepast. We worden voor een peulschil of zonder duidelijke reden naar de kamer gestuurd. Hij duldt geen weerwoord.

Jongere in De Grubbe

Ik verblijf hier in de GES+-leefgroep. Ik heb een passie voor paarden. Mijn opvoeders tonen daar begrip voor en zijn aan het uitzoeken of ik in de buurt in een manege kan gaan helpen of zelfs kan paardrijden. Maar ze stuiten op praktische organisatieproblemen zoals het inzetten van personeel en op financiële drempels.

Jongere in Ruiselede

We hebben het gevoel van de jongere besproken met de opvoeder. Die was er enkele dagen niet geweest en in de nieuwe groep heerste een heel andere dynamiek dan enkele dagen daarvoor. De opvoeder was daar niet op voorbereid en ging overreageren op de nieuwe groepsdynamiek. We hebben dat daarna ook uitgelegd aan de jongeren en het is positief gekeerd. De jongeren kregen ook de boodschap dat het goed is dat te vertellen aan de maandcommissaris om te ‘ontladen’ en ook om gehoord te worden.

22

Teamverantwoordelijke De Grubbe

Begeleiders zitten voor de hele groep grapjes te maken over de vriendin van een van de jongens. Je ziet duidelijk aan de jongen dat hij het niet meer prettig vindt. Hij reageert en doet hetzelfde tegenover een opvoeder. Hij moet van de opvoeder naar zijn kamer.

Maandcommissaris De Markt

Plots ontstaat er een interessant gesprek tussen de opvoeder en de jongeren. De sfeer is gemoedelijk en de jongeren vragen de opvoeder wat hij eigenlijk van hen denkt. De kernvraag die ze hem stellen, is: vind je dat we er beter op geworden zijn? De opvoeder vraagt eerst of iedereen dat wil horen, hij vraagt hun toestemming. Dan vertelt hij over hoe hij elke jongere ervaart, waar ze staan. Met veel respect en warmte met zowel positieve zaken als werkpunten. Iedereen luistert aandachtig, ze vallen hem niet in de rede. Wel vragen ze soms om verduidelijking. De opvoeder vraagt ook aan de jongeren of ze zich daarin herkennen. Het is een heel krachtig moment tussen de opvoeder en de jongeren. Het gebeurt spontaan, open en niet in een georganiseerde groepssessie of activiteit.

Maandcommissaris De Markt

Het moet wel klikken met de opvoeders want anders vinden ze wel een manier om je terug te pakken. Waar ik het vooral moeilijk mee heb, is hoe ze ons soms aanspreken: ‘Zwijg of naar je kamer.’ Andere opvoeders doen dat niet en die samenwerking gaat beter. Het is niet nodig om ons te laten vallen omdat we een straf uitzitten of zo. We weten dat goed genoeg.

Jongere in De Hutten


Deel 2: Syntheseverslag Hfdst 1: De gemeenschapsinstellingen

Ik heb een heel goede band met mijn IB. Ik mag er echt alles tegen zeggen, hij is heel begripvol. Hij gaat niet met alles akkoord wat ik zeg. Maar we kunnen onze meningen uitwisselen en dat is voor mij belangrijk. Ik mag zelfs vertellen dat ik het puntensysteem maar niks vindt, dat het niet duidelijk is.

Jongere in De Hutten

Ik vind het hier letterlijk veel te gesloten. We hebben weinig toegang tot de buitenwereld. Ik voel me wel goed behandeld en het contact met de opvoeders is goed.

Jongere in Wingene

Aanbeveling Doorgaans vinden jongeren de relaties met hun opvoeders positiever als ze openheid ervaren bij opvoeders, psychische ruimte krijgen om feedback te mogen geven, en veiligheid erva­ ren om te mogen vertellen. Dat staat los van persoonlijke kenmerken van een opvoeder die jongeren doorgaans aanvaarden. Het gaat over een basishouding. De Commissie vraagt te blijven streven naar een positieve basishouding van de begelei­ ders. Maak ervaringen van jongeren over de begeleidersrelatie bespreekbaar. Wat vinden ze zelf helpen in hun traject?

Leefregels, orde en discipline Het leven in de gemeenschapsinstellingen is sterk gestructureerd. Het tijdstip om op te staan, de dagindeling, het dagprogramma, het onderwijs, de bezoekmomenten en de vrije tijd liggen in elke instelling vast. Leefregels structureren het leven in de instel­ lingen en de leefgroep, maar dienen ook om het gedrag van jongeren richting te geven. Ze maken duidelijk wat van hen verwacht wordt. Jongeren vinden structuur en leefregels niet per definitie slecht. Een doolhof aan regeltjes en afspraken maakt ze wel onzeker omdat ze het niet meer begrijpen en dat frustreert. Ook dat opvoeders afspraken op verschillende manie­

Lieven Calloens, maandcommissaris Gemeenschaps­instelling De Zande, campus Wingene

ren toepassen, is vaak een bron van ergernis als er een sanctiemaatregel vasthangt aan niet-­ naleving. Dit thema hangt nauw samen met de relatie met de opvoeders. Jongeren vertellen over een goede sfeer in de leefgroep als opvoeders de striktheid van de regels durven los te laten als de groeps­ sfeer goed zit. Jongeren zien ook in waarom opvoeders de regels strikter toepassen bij een negatieve groepssfeer of bij toenemende span­ ningen in de groep. Dat kunnen ze verklaren en begrijpen. Maar voortdurend ingrijpen of ‘vitten’ zoals ze zeggen, lokt frustraties uit en weerstand. Het systeem om hun gedrag te beoordelen, moet helder en duidelijk zijn. Een punten­ systeem vinden jongeren ondoorzichtig. Dat laat ook heel veel ruimte voor interpretatie en eenzijdige toepassingen door de opvoeders. Jongeren lijken vaak niet te begrijpen waarom ze plus- of minpunten krijgen. Toch is dat de basis om wel of geen beloningen te krijgen. Andere instellingen hebben het punten­systeem ondertussen afgeschaft en werken met kleuren. Die tonen de fases aan voor de jongeren. Dat is ruimer dan voortdurend individueel gedrag en houdingen quoteren. Een overzichtelijk geheel van een beperkt aantal vaste regels en afspraken op leefgroep­ niveau lijkt voor jongeren duidelijker te zijn. Als w ­ e inzoomen op die leefregels en afspra­ ken, gaat het vaak over een mix van praktische afspraken en de houding die van jongeren ver­ wacht wordt. Het kan helder werken om die twee strikt gescheiden te houden. Jongeren zeggen dat het wel alleen maar gaat over wat de opvoeders van hen verwachten maar niet over wat zij mogen verwachten van de opvoe­ ders.

23


Deel 2: Syntheseverslag Hfdst 1: Gemeenschapsinstellingen

Sommige opvoeders tolereren niet dat we in discussie gaan. Ik noem dat zelfs niet altijd een discussie want soms wil je iets dat onrechtvaardig aanvoelt, ook gewoon zeggen. Het is wel gemakkelijk dat die opvoeder dan zegt dat hij dat ziet als discussie. Zo hebben ze altijd gelijk als het ze niet aanstaat. Eef Goedseels, maandcommissaris Gemeenschapsinstelling De Kempen, campus De Markt

De Commissie van Toezicht ziet ook heel wat informele regels waarvan het doel niet duide­ lijk is. Dat staat ook nergens vermeld of nie­ mand weet nog goed waar het vandaan komt. Die informele regels worden dan in de ene leefgroep van de campus toegepast en in de andere weer niet. Niet zelden zijn het die regels die van een kleine futiliteit tot een escalatie lei­ den.

We streven naar een goede balans tussen ‘steunen en sturen’. We hanteren ook objectieve maatstaven voor straffen. Het blijft een moeilijke evenwichtsoefening maar we zetten er sterk op in via de leidinggevenden en opleidingen. Verschillen tussen opvoeders zullen en moeten er altijd zijn. Alle opvoeders moeten op hun eigen authentieke manier hun begeleidershouding internaliseren.

Wij mogen ons bord niet zelf opscheppen. In de andere leefgroep mocht dat wel. Je moet dat vragen aan de opvoeders. Geen idee waarom dat is. O wee als je het vergeet, want je overtreedt de regel. Bij sommige opvoeders mogen we elke dag een snelle douche nemen, bij anderen niet. Het is niet duidelijk wanneer we wel naar YouTube mogen kijken en wanneer niet.

Jongere in De Markt

Ze verwachten van ons dat we niet in discussie gaan en hen laten uitspreken. Maar als wij iets zeggen, onderbreken ze ons. Dan is het van: ‘Ik zou nu al maar zwijgen want anders ga je maar even naar je kamer.’

Jongere in De Markt

Opvoeders zijn niet altijd zelf correct in de regels. Sommige opvoeders vertonen machtsmisbruik. Als ze zich beledigd voelen, geven ze heel snel een straf.

24

Jongere in De Grubbe

Jongere in De Hutten

Campusverantwoordelijke De Grubbe

Ik heb hier drie maanden gezeten. De onduidelijkheid over de leefregels en de verschillende toepassingen ervan door opvoeders hebben me het meest gefrustreerd. Sommige opvoeders gingen er iets normaler mee om en dat doet deugd. Je hebt dan het gevoel dat je minder fouten maakt.

Jongere in De Hutten

Jongeren hebben elkaar schoenen uitgeleend. De regel is dat dat niet mag. Het is nog niet zeker of we ze gaan sanctioneren. We bekijken het nog.

Opvoeder De Markt

Een jongere mag zijn bril niet opzetten in de leefgroep. Die bril heeft hij van zijn vader gekregen en betekent veel voor hem. Waarom dat niet kan, is onduidelijk. Het is een regel. De jongen loopt daar enorm gefrustreerd van rond en dat weerspiegelt zich in zijn houding. In de ene leefgroep moeten jongeren de slippers van de instelling dragen terwijl in de andere leefgroep eigen slippers mogen. Een


Deel 2: Syntheseverslag Hfdst 1: De gemeenschapsinstellingen

pet dragen, mag niet volgens de regels. Wat is het doel van zulke regels?

Maandcommissaris De Markt

De regels zijn soms zo idioot. Op onze boterhammen mogen we boter nemen met banaan. Doen we een laagje choco met banaan, dan mag dat niet. En je moet gewoon aanvaarden dat ze dat ter plekke beslissen. Zingen bijvoorbeeld, is bijkomend kamerarrest.

Jongere van de time-outleefgroep in De Markt

Aanbeveling De Commissie stelt vast dat instellingen zich bewust zijn van het pakket aan leefregels en afspraken. Elke instelling werkt nu met basisre­ gels en regels per leefgroep die kunnen veran­ deren als de samenstelling van de leefgroepen verandert. Maar er blijven nog te veel regels die tot sancties leiden. De jongeren moeten inspraak krijgen over die leefgroepregels. Ook moeten ze erop kunnen vertrouwen dat ook de opvoeders zich houden aan gemaakte afspra­ ken en regels. Het systeem om het gedrag van de jongeren te beoordelen, een beloning of een sanctie te geven, moet duidelijk en helder zijn. Een puntensysteem lijkt bijvoorbeeld tot heel wat verwarring en discussie te leiden. De Commissie vraagt de gemeenschapsinstel­ lingen om een nog scherpere analyse te maken van de regels die zinvol zijn en die er echt toe doen. ‘Omdat het nu eenmaal zo is’, is niet genoeg. Vaak gaat het over regels die nergens uitdrukkelijk beschreven staan. Het best van al gebeurt die oefening ook hier samen met de jongeren. Met jongeren daarover in gesprek gaan, hun feedback vragen, kan heel wat inzich­ ten opleveren. Dat vergroot zeker het draagvlak en zal er ook toe leiden dat de regels beter aansluiten bij wat iedereen nodig heeft.

Sanctiebeleid Jongeren die onaangepast of onveilig gedrag stellen, kunnen een sanctie oplopen. Ook als ze leefregels overtreden, krijgen ze een sanctie of straf. Dat kan gaan van een opmerking, een extra kamermoment, een taak, kamerarrest, niet mogen meedoen met een activiteit tot ver­

wijdering uit de leefgroep. Jongeren verblijven dan voor straf in afzondering bij een andere leefgroep. Als beveiliging van de jongere nodig is om hemzelf of anderen te beschermen, dan kan de afzonderingscel gebruikt worden.

Afzonderingscel Dit jaar vertelden de jongeren opvallend min­ der over de afzonderingscel. Gaan instellin­ gen bewuster om met de afzonderingscel? We zien wel dat jongeren naar de afzonderingscel moeten als ze agressief zijn of als ze bijvoor­ beeld niet terugkwamen na een weekend thuis. Omdat isolatie en afzondering de laatst te overwegen maatregelen zijn, blijft dat een aandachtspunt. Is afzondering een veiligheids­ maatregel of een sanctie? Dit werkjaar neemt de Commissie dit thema meer onder de loep. De Commissie vraagt zich af of individuele kamerarresten de afzonderingscel vervangen. De plek verandert dan wel, maar de omstandig­ heden blijven mogelijk wel dezelfde. Wordt dat bijvoorbeeld ook geregistreerd? Dat verdient verdere verheldering en opvolging.

Bij een van mijn bezoeken zag ik een jongen in crisis gaan. Een opvoeder praatte geduldig in op de jongen, bleef in contact met hem. Dat duurde toch een uur. De houding van de jongen veranderde en het gesprek kwam weer op gang. Het optreden van de groepsbegeleiding getuigde van een professioneel betrokken opstelling en van elke keer opnieuw blijven zoeken naar een ingang bij de jongere.

Maandcommissaris Ruiselede

Voor sommige jongeren wordt er een veiligheidsplan opgesteld voor als ze over de schreef gaan. Dat geldt wel niet automatisch voor elke jongere. Het wordt op trajectniveau gepland als dat nodig blijkt te zijn.

Maandcommissaris Wingene

Sancties: hoelang en waarom? De verhalen en belevingen van jongeren wijzen op een belangrijk knelpunt: vaak weten ze niet hoelang een sanctie blijft lopen.

25


Deel 2: Syntheseverslag Hfdst 1: De gemeenschapsinstellingen

De communicatie daarover wordt niet overal goed verzorgd. Als de maandcommissarissen praten met jongeren die kamerarrest hebben, weten die jongeren vaak niet wanneer ze weer uit hun kamer mogen. Ook in een lang indivi­ dueel regime is soms onduidelijk hoelang het duurt of wanneer ze weer even in de leefgroep mogen zijn. Het effect op jongeren is één en al onzekerheid. Het kan het effect van een sanc­ tie ook tenietdoen. Jongeren ondergaan het gewoon maar leren er niet altijd veel van. Een nagesprek volgt zeker niet altijd als iedereen weer wat rustiger is. Het gaat soms eerder over ingrijpen en orde handhaven dan over een leer­ moment. Ook de invulling van zo’n sanctie is pover. Vaak zitten de jongeren gewoon maar te wachten.

Het zit me hoog. Ik heb het gevoel dat we niet echt gehoord worden. Er was een misverstand en ik kreeg niet eens de kans om de situatie te verduidelijken. Een sanctie is hier een sanctie en daar kunnen ze niet op terugkomen. Ik wou de situatie bespreken maar dat zien ze als weerstand. Dat is echt iets waar we hier soms radeloos van worden. Je vliegt snel naar je kamer en het is wachten tot je er weer uit mag.

Jongere in Beernem

Voor mij is het soms toch onduidelijk wat kan en wat niet kan. Voor de ene opvoeder is iets een overtreding, voor de andere niet. Ik moest naar mijn kamer als straf maar het was onduidelijk voor hoelang. Daar word ik lastig van.

Jongere in Ruiselede

Ik ben naar mijn kamer gevlogen na een incident. Ik heb geen idee wanneer ik terug kan naar de leefgroep. Ze gingen me deze middag iets komen zeggen. Ofwel was het voor het eten ofwel na het eten. We zijn middag en ik weet het nog altijd niet.

Jongere in De Markt

Ik ben als sanctie naar M1 (de onthaalleefgroep) gevlogen. We zitten dan hele dagen in onze kamer. Ik zit hier bijvoorbeeld al vier

26

dagen. Dat betekent dat we twee keer per dag zo’n tien minuutjes uit de kamer mogen. Eten, slapen en de tijd verdoen gebeurt allemaal in diezelfde kamer.

Jongere in De Markt

Aanbeveling Sancties moeten helder en duidelijk zijn voor jongeren: in motivering en in tijd. Jongeren hebben het recht duidelijk geïnformeerd te worden. We zien in vergelijking met vorig werkjaar meer ‘tussenmethodieken’ opduiken zoals preventie­ plannen of de-escalatieplannen die samen met de jongeren opgesteld worden. Of bij de jon­ gere in crisis blijven om daarna het gesprek aan te gaan. We vragen om die methodieken nog verder toe te passen en te exploreren. In sommige instellingen zien we nog altijd het dubbel gebruik van de isolatiecel. Enerzijds als bescherming, anderzijds als sanctie. We vragen om dit campusoverschrijdend aan te pakken, te zoeken naar een kader en met de jongeren te praten over andere manieren om tot rust te komen. Jongeren afzonderen moet altijd zo kort mogelijk duren.

Dagregime en vrijetijdsbeleving In de gemeenschapsinstelling is er een duide­ lijk dagregime. Onderwijs en vrije tijd zijn twee belangrijke pijlers waarover jongeren spreken.

Dagregime Het dagregime wordt ook bepaald door de regels erover. Het eetmoment is daar een dui­ delijk voorbeeld van. Ofwel gebeurt dat samen in de leefgroep, ofwel alleen in de kamer. De Commissie van Toezicht stelt vast dat er nog heel wat momenten zijn waarop jongeren alleen in hun kamer eten. In de onthaalleef­ groep bijvoorbeeld, in een individueel regime of als ze kamerarrest hebben. Vaak omdat het de regel is. Jongeren snappen daar de zin niet van. Samen eten is voor hen een onderdeel van samenzijn. Alleen eten is een moment dat ze confronteert met hun eenzaamheid. Het dagregime bestaat volgens de jongeren ook nog altijd uit de verplichte poetsmomenten.


Deel 2: Syntheseverslag Hfdst 1: De gemeenschapsinstellingen

Tot drie keer per dag vinden ze te veel maar vooral ook zinloos. Te vaak zijn die poetsmomen­ ten opvulmomenten van de dag. Die opmerking hoorden we van verschillende jongeren.

Kamermomenten In elke instelling klagen jongeren over de vele kamermomenten die elke dag ingebouwd zijn. Ze vinden die niet zinvol. Ze hebben de indruk dat het meer dient voor de opvoeders en dan voor henzelf. Was er een incident? Dan moeten ze naar hun kamer. Komt er een nieuwe jon­ gere toe in de onthaalleefgroep? Dan moeten ze naar hun kamer zodat de begeleiders de nieuwe kunnen onthalen. Jongeren vervelen zich, de boeken en strips hebben ze doorgaans allemaal al eens gelezen. De kamermomenten duren te lang. In sommige instellingen gaan de deuren dan ook nog eens op slot.

Vrijetijdsbeleving De vrije tijd wordt op verschillende manieren ingevuld. Er zijn instellingen waar de jongeren mogen kiezen om hun vrije tijd zelf in te vullen. In andere instellingen of leefgroepen bepalen de opvoeders wat ze gaan doen. De activiteiten die de dagelijkse routine door­ breken, zijn voor de jongeren heel waardevol. Jongeren appreciëren het om samen dingen te doen, in groep en samen met de opvoeders: samen koken, winkelen, gaan klimmen of fietsen. Of een themadag of themaweek op de campus. Workshops in de instelling door externen zijn ook vaak belangrijke momenten. Ze doen din­ gen die ze anders niet zouden doen en waar­ van ze merken dat ze er goed in zijn. Het zijn die activiteiten die doorgaans meer aansluiten bij hun eigen leefwereld. Het maakt het gestructu­ reerde leven even tot iets gewoons.

In de externe time-outleefgroep zijn de meisjes opgesplitst. Op een bepaald moment zat er in de ene groep één meisje en in de andere vier. Toch aten ze apart en bleven de opvoeders zich organiseren om de maaltijden apart te houden. Toen ik vanuit een eerste reflex vroeg waarom dat niet samen kon, legden ze uit dat het de regel is. Dat ze nu eenmaal zo georganiseerd zijn en ze niet willen dat het bijvoorbeeld als een privilege overkomt. Ik vraag me dan als buitenstaander af wat maakt dat er zo weinig flexibiliteit kan zijn? Is er ruimte om autonomie te geven aan opvoeders voor pragmatische

Mhamed Bouhlib, maandcommissaris Gemeenschapsinstelling De Kempen, campus De Hutten

oplossingen of wachten ze op richtlijnen van de directie?

Maandcommissaris De Markt

In de leefgroep was een jongere samen met een opvoeder een monopoliespel aan het maken over het traject in de wereld van Jongerenwelzijn en de instellingen, vanuit de beleving van de jongeren. Ik beloof een volgende keer het spel mee te komen spelen.

Maandcommissaris Ruiselede

Het was hier een hele week themaweek over muziek. We konden zelf muziek maken, opnames maken, djembésessies volgen, en we hadden zelfs een workshop muzikaal koken. Dat was heel leuk.

Jongere in De Grubbe

Vandaag is het hier een topdag. We organiseren een hele dag met activiteiten waar we zelf verantwoordelijk voor zijn en een barbecue waar we ook aan meewerken in groepjes. Het is een keer iets gewoons.

Jongere in Beernem

Er is een voetbaltornooi tussen de leefgroepen en samen met de opvoeders. Ik heb dus niets te vertellen vandaag, want dat zijn voor ons hoogtepunten en ik moet dringend gaan voetballen.

Jongere in De Hutten

27


Deel 2: Syntheseverslag Hfdst 1: De gemeenschapsinstellingen

Aanbeveling De Commissie vraagt om genoeg te blijven investeren in het vrijetijdsaanbod voor jonge­ ren. Dat blijken belangrijke momenten voor hen te zijn. Opvoeders nemen daar heel veel initia­ tief in. We vragen dat ze die vrijheden en dat initiatiefrecht volop mogen opnemen vanuit de instelling en dat opvoeders daar ook erkenning voor krijgen. Pieter De Loof, maandcommissaris Gemeenschapsinstelling De Kempen, campus De Markt

De meisjes van de leefgroep mochten samen op daguitstap naar het Zilvermeer. Het was een dagje weg uit het gestructureerde leven.

Maandcommissaris De Markt

Een jongere vertelt over hoe hij mee mag helpen in de moestuin die een opvoeder samen met een groep jongeren gemaakt heeft. Hij doet dat graag.

­

Maandcommissaris De Markt

Ik heb onlangs meegedaan aan een loopwedstrijd. Ik had nooit gedacht dat ik al die kilometers ooit zou kunnen lopen. Ik ben er ontzettend fier op en hoop dat ik nog zulke dingen mag doen.

Jongere in Beernem

In de instelling is er ook een muziekstudio afgewerkt op initiatief van een opvoeder met kennis van zaken. De jongeren waarderen dat enorm. Muziek en zelf muziek maken, vinden ze heel belangrijk.

28

Maandcommissaris Wingene

Jongeren willen vooral zinvol bezig zijn. Veel in hun kamer zitten zonder iets omhanden te hebben, drie keer per dag poetsen of activi­ teiten die niet kunnen doorgaan door de dag­ structuur of door tekort aan personeel: het stuit op onbegrip. De Commissie van Toezicht vraagt opnieuw te onderzoeken of de soms vele kamermomenten in sommige gemeen­ schapsinstellingen echt nodig zijn. Veel jon­ geren vinden dat het niet helpt en zinloos is. Welke pedagogische visie schuilt erachter? Is daarover uitwisseling tussen de verschillende gemeenschapsinstellingen? De Commissie vraagt samen met jongeren te bekijken hoe ze in de kamermomenten iets interessants kunnen doen. De Commissie vraagt ook om van ‘alleen in je kamer eten’ eerder een uitzondering dan een regel op bepaalde momenten te maken (ont­ haalleefgroep bijvoorbeeld of in een indivi­ dueel regime of op kamerarrest). Dan moeten opvoeders of teamverantwoordelijken zich ver­ antwoorden waarom ‘alleen eten in je kamer’ nodig is voor een jongere. Jongeren begrijpen niet waarom ze alleen moeten eten en zien er geen rustgevend effect in.


Deel 2: Syntheseverslag Hfdst 1: De gemeenschapsinstellingen

Participatieruimte De gemeenschapsinstellingen kunnen de par­ ticipatie van de jongeren invullen op verschil­ lende manieren. Het gaat ten eerste over de formele participatie die vorm krijgt in bewo­ nersraden, jongerenraden of groepsgesprek­ ken. Op zich hebben die inspraakorganen zeker hun waarde. De Commissie van Toezicht stelt dat die raden nog te veel statisch zijn. Jongeren zeggen dat de opvoeders in bepaalde instellingen de agenda opstellen. Zelf mogen de jongeren wel agendapunten aanbrengen maar vaak weten ze niet wat de bedoeling is. Er is weinig begelei­ ding of stimulans om dat te doen. Er is ook niet altijd terugkoppeling of opvolging waardoor jongeren het geloof in die participatie­organen verliezen. Jongeren moeten voelen dat er draagvlak is bij directie en begeleiders voor hun participatie en dat ze serieus genomen worden en effectief de kans krijgen om hun mening te geven en gehoord te worden. Heel vaak wordt al op voorhand gezegd: “Nee, dat gaat niet lukken.” Jongeren zien niet wat voor zin het dan heeft. Daarnaast vragen jongeren ook breder om betrokken te worden bij hun hulpverlenings­ traject. Ze willen graag mee hun toekomst uit­ tekenen en mee in handen nemen. Ze willen daarin gehoord, serieus genomen en gestimu­ leerd worden. Dat blijkt niet altijd mogelijk te zijn.

Ik ben hier gaan lopen omdat ik echt niet akkoord kon gaan met de verdere hulpverleningspiste die ze voorstelden. Ik ben mezelf opnieuw gaan aangeven bij de politie. Daar keken ze nogal verbaasd. Ik deed dat doelbewust enkele maanden voordat ik 18 word, zodat ik verlengde hulp kan krijgen in de vorm van CBAW (contextbegeleiding autonoom wonen) zonder nog veel langer in Beernem te moeten blijven. Op die manier krijg ik weer wat controle over mijn leven, hoe ik het zie en wat ik nodig heb.

Jongere in Beernem

Toen ik bij een overdrachtsgesprek was tussen de opvoeders bij een dienstwissel, viel me op met hoeveel zorg ze spreken over de jongeren. Alle jongeren worden een voor een overlopen. Hun gedrag staat centraal met eerst de positieve aspecten en dan de werkpunten als die er zijn. En ook andere dingen komen aan bod, zoals hun angsten, wat goed liep, plannen, intakes. Zouden jongeren dat zelf ook te horen krijgen? Want dat is heel waardevolle informatie. Dat is iets anders dan het puntensysteem dat voortdurend toegepast wordt.

Maandcommissaris De Hutten

Straks hebben ze een bespreking over mij. Mijn consulent komt ook. We zijn daar zelf niet bij. We mogen onze vragen op een briefje schrijven en daarna geven de opvoeders wel feedback op elke vraag die we hadden. Kan zijn dat als ik ze bezig zou horen, dat er dan nog meer vragen komen, dat wel.

Jongere in De Markt

Aanbeveling De Commissie vraagt extra ondersteuning voor de gemeenschapsinstellingen bij de bewoners­ raden. Externe steun kan de werking verhelde­ ren en tot meer daadwerkelijke participatie van de opvoeders en jongeren leiden. We kijken uit naar de resultaten van het onderzoek van de KU Leuven over de participatieve ruimte in de gemeenschapsinstellingen. Participatie van jongeren is een basishouding, een vertrekpunt dat in de hele werking moet terugkomen. Het is een dynamisch gegeven en gaat over meer dan inspraak in een bewoners­ raad. Vandaar dat de Commissie spreekt van participatieruimte en vraagt dat instellingen dat verder concretiseren. Mogen jongeren hun visie geven? Hebben jongeren inspraak in hun eigen traject in de voorziening? Kunnen jonge­ ren hun eigen werkpunten formuleren? Mogen ze bij de cliëntbesprekingen zijn waar hun con­ sulent ook bij is en die over hun toekomstig traject gaan? In sommige instellingen is de jon­ gere volwaardige gesprekspartner aan tafel, in andere niet. Mogen ze nota’s of verslagen aan de jeugdrechtbank bekijken en hun visie mee laten opnemen?

29


Deel 2: Syntheseverslag Hfdst 1: De gemeenschapsinstellingen

Het gaat over ruimte krijgen om verantwoor­ delijkheid te dragen. Al dan niet met vallen en opstaan. Welke ruimte krijgen ze om hun traject mee in handen te nemen? Om controle en autonomie te krijgen over het eigen traject? Verdere verheldering en uitdieping is nodig om jongeren volledig tot hun recht te laten komen en ze als volwaardige actor te betrekken bij hun traject. Die betrokkenheid moet vertrekken van een geloof in de jongeren en ze benaderen van­ uit hun kracht en hun mogelijkheden.

Onderwijs Elke gemeenschapsinstelling organiseert onder­­ wijs. In het lessenpakket zitten theorielessen, algemene vormingspakketten en werk­ ateliers. Richtingen zijn bijvoorbeeld Metaal, Elektriciteit, Bouw, Tuinbouw, Verzorging, Haartooi en Horeca. Daarnaast proberen de instellingen contact te houden met de thuisschool om jon­ geren de kans te geven om boeken, lesbladen en werkopdrachten van de thuisschool te blijven volgen. Maar dat gebeurt nog niet systematisch voor elke jongere met een thuisschool. Jongeren die al langer in een instelling ver­ blijven, kunnen ook buiten de instelling naar school gaan. De brug naar het reguliere onder­ wijs wordt zoveel mogelijk gelegd, als de jon­ gere er klaar voor is en met die vrijheden kan omgaan. Uit de verhalen blijkt dat niet elke jongere nog een thuisschool heeft. Ze zijn ofwel definitief uitgesloten of er is geen samenwerking met de thuisschool. Dat geeft jongeren het gevoel dat een plaatsing in de gemeenschapsinstelling per definitie hun schoolloopbaan on hold zet. Jongeren klagen aan dat het aanbod vrij beperkt is en soms aanvoelt als bezigheidsthe­ rapie. Niet in elke gemeenschapsinstelling wor­ den dezelfde praktijkrichtingen aangeboden en dat vinden ze jammer. De praktijk­vakken sluiten niet altijd aan bij hun interesses of talen­ ten. Niet elke jongere is vooruitgeholpen met een praktijkrichting. Ook jongeren die aso volgen, klagen dat het niveau ‘te laag’ is. De maandcommissarissen stellen vast dat het niet evident is om gepast onderwijs te ver­ zorgen aan de jongeren uit de GIB- of GES+leefgroepen. Die jongeren zitten doorgaans in het buitengewoon onderwijs. Toch slaagt het leerkrachtenteam erin om ook voor die groepen

30

lessen te organiseren. Jongeren uit die leef­ groepen spreken zich daar positief over uit. Jongeren uit de externe time-outleefgroepen volgen geen les. Het is voor de maand­ commissarissen niet altijd duidelijk waarom. Het gevaar bestaat dat de daginvulling daar­ door heel beperkt en eenzijdig blijft met veel dode momenten. Net zoals bij de relatie met opvoeders heb­ ben jongeren wisselende ervaringen met het leerkrachtenteam. Bij momenten loopt dat heel goed maar er kunnen ook conflicten ont­ staan. Jongeren worden dan naar de leefgroep gestuurd waar de sanctie volgt. Enthousiaste leerkrachten of atelierbegeleiders die de aan­ dacht weten te triggeren door vragen te stellen en die de striktheid eens durven loslaten, worden enorm gewaardeerd. Het materiaal dat de leerkrachten ter beschik­ king hebben, is eerder beperkt. Niet in elke instelling zijn er moderne technologieën of nieuwe media. Een blijvend aandachtpunt is dat jongeren hun inzet en de vaardigheden die ze aanleren, niet kunnen valoriseren. Ze beseffen heel goed dat de lessen geen enkele bijdrage leveren aan hun schooltraject buiten de instelling. Dat geeft weinig stimulans om gemotiveerd te blijven. Ook de inhoud van de lessen of de praktijk­ vakken blijft eerder beperkt.

Maandag kon ik nog naar de les. Van dinsdag tot vrijdag plots niet meer want ik was niet ingeroosterd. Ik vind dat niet kunnen want de uren dat we les hebben, was er geen alternatief voor mij. Soms vallen lessen weg of zijn er te weinig leerkrachten.

Jongere in Beernem

Waarom krijgen we hier niet een soort van competentiecertificaat? Ik heb hier wel wat vaardigheden bijgeleerd. Ik kan bijvoorbeeld zeker werk vinden als poetsvrouw want die vaardigheden zijn hier sterk ontwikkeld. Dat vat je het best op als grap maar het toont welk punt ik wil maken.

Jongere in Beernem


Deel 2: Syntheseverslag Hfdst 1: De gemeenschapsinstellingen

Ik heb het ondertussen wel gehad met altijd maar dezelfde muur metselen en weer afbreken. Ik wil interessantere lessen waar ik effectief iets van leer.

Jongere in De Markt

Ik heb mijn boeken van de school in mijn kamer liggen. In de kamermomenten maak ik de lesopdrachten en haal ik de leerstof in. Ik kan hier altijd uitleg vragen aan opvoeders.

Jongere in De Grubbe

Ik ben van hieruit middenjury opgestart en word daar ook in aangemoedigd. Ik ben er al door voor mijn eerste vak. Ik ga zeker verder doen.

Jongere in De Hutten

Als de groep sterk is en er niet zo’n grote diversiteit is tussen de jongens, dan pikken ze veel sneller dingen op in de lessen. Dat geeft ons het gevoel meer leerkracht te zijn dan opvoeder.

Leerkracht in Wingene

Jongeren laten spontaan hun kunstwerk zien dat ze in de praktijkles lassen gemaakt hebben. Het is een heel mooi werk dat ze ook buiten gaan zetten aan het lokaal. Ze zijn zelf heel tevreden en gelukkig met het resultaat.

Maandcommissaris De Markt

Ik heb lessen bijgewoond en zag dat er les gegeven wordt in groep en heel interactief. De leerkracht hield de aandacht van de jongeren vast.

Maandcommissaris De Hutten

Annelien Coppieters, maandcommissaris Gemeenschapsinstelling De Zande, campus Beernem

Aanbeveling Net zoals vorig jaar vraagt de Commissie een breder onderwijsaanbod in de gemeen­ schapsinstellingen. Er moet maximaal en voor elke jongere ingezet worden op samenwerking met de thuisschool. En dat er daarnaast los van de individuele leerling verder een onderwijsaanbod georga­ niseerd wordt samen met externe scholen. Een soort aanbod op verplaatsing dat leidt tot dezelfde diploma’s en vertrekt van de interes­ ses en capaciteiten van de jongeren. Want de opgedane kennis en vaardigheden moeten gevaloriseerd worden. Het is een ­s timulans voor jongeren om de onderwijs­ kansen die ze krijgen enthousiast op te nemen.

Veiligheid en politie Veiligheid is een terugkerend thema omdat de jongeren in een beveiligde omgeving geplaatst zijn met een vrijheidsbeperkend kader. Veiligheid speelt in de relatie met opvoeders of relaties tussen de jongeren onderling. Ook de afzonderingscel of de individuele regimes raken aan veiligheid. Het gaat dan eerder over fysieke en psychische veiligheid van de jonge­ ren. Ook in de relatie met de politie speelt veiligheid omdat zij de jongeren vaak vervoeren, instaan voor drugcontroles of tussenbeide komen als de gemeenschapsinstelling het zelf niet te baas kan. Jongeren vertellen hoe ze hun aankomst of over­ brenging van en naar de gemeenschaps­instelling beleven. Ze worden bijna altijd geboeid door de

31


Deel 2: Syntheseverslag Hfdst 1: De gemeenschapsinstellingen

politie. Ook als ze voor de jeugdrechter verschij­ nen, zijn ze doorgaans geboeid. Een jongere sprak zelfs over boeien aan handen en voeten. Dat laat diepe indrukken na bij de jongeren. Ze vinden het beschamend en vernederend. Jongeren vragen zich af of het echt niet anders kan als ze geen tekenen tonen van agressie of weerstand.

tussenkomst naar aanleiding van incidenten of agressie nodig – en de rol van politie als crime fighter.

De politie komt in de gemeenschapsinstellin­ gen ook tussenbeide als situaties in die mate escaleren dat de medewerkers de veiligheid niet langer kunnen garanderen. Dan kunnen ze een beroep doen op de interventieploeg.

De Commissie gaat ervan uit dat er regelmatig overleg is tussen de gemeenschapsinstelling en de politiezone in de buurt.

We zagen dit jaar ook een andere soort van tussenkomst door de politie, namelijk bij een grootschalige drugscontrole in de instelling zelf. Soms verloopt dat goed, soms met veel spanningen.

Een jongen vertelde me over een drugs­ controle. De drughond bleef bij hem zitten toen hij na een weekend opnieuw binnen­gebracht was. De politie nam de jongen mee naar de isolatiecel om hem te fouilleren. Volgens de jongen liep dat uit de hand toen hij niet zich helemaal wou uitkleden. De jongen zegt dat de politie gewelddadiger werd en hem hard­ handig uitkleedde. De deur van de isolatiecel was dicht en de opvoeders hoorden zijn paniekerig geschreeuw. De jongen mocht de cel uiteindelijk verlaten, was van slag en blokkeerde een paar dagen. Ook de opvoeders waren aangeslagen, geëmotioneerd en in shock. Ik meldde het aan de directie en vroeg verdere opvolging. De directie en de campusdirectie namen het incident serieus en gingen praten met de politie. Die stelde dat ze de procedure gevolgd hebben: ‘Er zijn geen fouten gemaakt en er werd dus ook geen onnodig geweld gebruikt.’ Verdere opvolgingsgesprekken om afspraken en samenwerking te verbeteren tussen de campus en de politie worden nog gepland en opgevolgd. Dat zijn geen evidente spanningsvelden. Er lijkt een spanning te zijn tussen de opname in een instelling om de jongeren te beschermen aan de ene kant, en dat dit beschermings­aspect door het kordate politieoptreden volledig tenietgedaan werd aan de andere kant. Maar ook tussen De Zande als instelling en de politie ontstaat er een spanningsveld, tussen de rol van politie bij ‘ordehandhaving’ – want soms is

32

Maandcommissaris De Zande

Aanbeveling

De Commissie vermoedt dat de directie min­ stens op de hoogte is van een grootscha­ lige drugscontrole die er staat aan te komen. Daarom lijkt het primordiaal om vooraf goede afspraken te maken over hoe het zal verlopen en hoe er gewaakt wordt over de rechten en de integriteit van de jongeren. Dat de politie dus het nodige respect voor de jongere aan de dag legt. Daarnaast lijkt het ons belangrijk dat er elke keer na een grote drugscontrole een evaluatie gebeurt waarin ook de jongeren hun perspec­ tief kunnen binnenbrengen. Hoe zo’n evaluatie het best verloopt – in elke leefgroep, in overleg met de politie of in individuele gesprekken – moet onderzocht en per situatie bekeken wor­ den. Jongeren boeien als ze overgebracht worden, is erg ingrijpend. Daarom raadt de Commissie aan om uit te zoeken hoe een risico-inschat­ ting kan gebeuren en wie daar het best voor geplaatst is, zodat niet elke jongere per definitie geboeid wordt.

Religie In elke gemeenschapsinstelling kunnen jon­ geren hun geloof beleven. Sommige jongeren vertellen over de steun die ze vinden in hun geloof als ze lang in een gesloten regime zitten. Gesprekken met een islamconsulent, een aal­ moezenier of een moreel consulent noemen ze een steun, betekenisvol en verrijkend. De instellingen houden ook rekening met de ramadan en ook halaleten is een optie.


Deel 2: Syntheseverslag Hfdst 1: De gemeenschapsinstellingen

Hier hebben we een Suikerfeest gehouden wat wel leuk was. Samen met onze ouders konden we koken en het einde van de ramadan vieren. Zo was ik er ook een stukje bij. Jongere in De Grubbe

Aanbeveling De Commissie vraagt op basis van de positieve ervaringen van jongeren om zeker het huidige aanbod voor religiebeleving en -ondersteuning te behouden.

Een jongere, die al anderhalf jaar in Ruiselede zit, vertelt dat er eindelijk een voorziening is die hem verder wil begeleiden. Maar hij durft het nog niet te geloven want het is al een paar keer zo gegaan en dan haken voorzieningen na de intake toch nog af. Zijn netwerk zijn de opvoeders van de instelling. Samen met de jongere willen ze zorgzaam omgaan met de overstap naar de nieuwe voorziening en gaan ze afspreken hoe ze contact kunnen houden om bruuske relatiebreuken te vermijden. Ook ik wil hem gaan bezoeken als hij in de voorziening zit want we bouwden ondertussen een band op.

Maandcommissaris Ruiselede

Re-integratie Net zoals vorig jaar stelt de Commissie van Toezicht vast dat jongeren soms veel te lang in de gemeenschapsinstellingen moeten blijven omdat er geen uitstroomperspectief is. Doorschuiven naar de reguliere voorzieningen bijzondere jeugdzorg, de VAPH-voorziening en de GES+voorzieningen laat lang op zich wachten door de wachtlijsten. Jongeren blijven soms tot anderhalf of zelfs twee jaar in een gemeenschapsinstelling. Dat heeft een effect op het leven in de instelling. Jongeren blijven dat niet accepteren. Ze uiten hun frustraties, sluiten zich af, gaan in verzet. Re-integratie omvat ook het traject dat jonge­ ren in de instellingen afleggen om het geslo­ ten kader stilaan te verlaten. Overal zien we een opbouw naar meer vrijheden en naar meer mogelijkheden om buiten activiteiten te volgen of een cursus te starten.

Ik sta al heel lang op de wachtlijst van een voorziening. Het is zo frustrerend.

Jongere in De Hutten

Ik stel me vragen over het opzet van een gesloten plaatsing en het effect van de methodieken als de geslotenheid blijft duren en fungeert als wachtruimte. De inspanningen van de opvoeders en het team om het verblijf zinvol te maken, worden gehypothekeerd door de uitstroomproblematiek.

Ik wacht op een plek in OPZ Geel. Maar die plaatsen zijn zo beperkt. En als er plaats is, weet ik toch al wat er gaat gebeuren. Ze gaan dan zeggen dat ‘mijn profiel niet past’. Ik ken die uitleg en de taal al die ze gebruiken.

Jongere in Beernem

Het is moeilijk om hierbuiten opnieuw je weg te vinden als ze niet zo intensief met je werken. Ze moeten intensief werken naar buiten toe.

Jongere in Beernem

Aanbeveling Voor de Commissie van Toezicht is het gebruik van de gemeenschapsinstelling als wacht­ ruimte een ernstige vorm van schending van de rechten van de minderjarigen. Als een gesloten regime niet langer nodig is, moeten kinderen en jongeren in open voorzieningen of thuis terechtkunnen. Of om het in de woorden van een jongere te zeggen: “Als je geen perspectief hebt, geen zinvolle invulling meer te geven hebt aan je verblijf, dan begin je gewoon onnozel te doen en het uit te hangen.” De Commissie stelt dat het re-integratietraject eigenlijk al moet starten vanaf de eerste dag.

Maandcommissaris Ruiselede

33


Deel 2: Syntheseverslag Hfdst 2: Vlaams Detentiecentrum De Wijngaard

2. Vlaams Detentiecentrum De Wijngaard Voor uit handen gegeven jongeren In het Vlaams Detentiecentrum is er plaats voor 15 jongens die uit handen gegeven zijn. Dat betekent dat ze op het moment van de feiten 16 of 17 jaar waren en de jeugdrechter oordeelt dat maatregelen uit de jeugdhulp niet meer helpen. Zo’n uithandengeving is uitzonderlijk. Die jongeren krijgen geen begeleiding meer zoals in de gemeenschapsinstellingen. Zij staan onder toezicht en controle van gevangenis­ medewerkers. Er verblijven ook jongeren die wachten op een mogelijke procedure uithandengeving. Dat zijn de categorie 1-jongeren. Zij zitten apart van de uit handen gegeven jongeren. Voor die groep, een zestal jongeren, werken er ook opvoeders van Jongerenwelzijn.

Onthaal Het onthaal van nieuwe jongeren loopt elke keer op dezelfde manier. Er worden vinger­ afdrukken en foto’s genomen, hun persoonlijke bezittingen worden opgeborgen en dan moe­ ten de jongens douchen. Daarna mogen ze kiezen om hun eigen kleren of instellingskleren te dragen. Die instellingskleren zijn alleen ver­ plicht bij de wandeling en als er bezoek komt. In hun cel krijgen de jongens een pakket met basisproducten voor persoonlijke hygiëne en de informatiemap met huisregels. Kort na de opname volgt standaard een per­ soonlijk gesprek met de directeur van het detentiecentrum, iemand van de psychosociale dienst en de arts.

Leven op cel De cel van de jongeren is heel klein. Er zijn geen ramen. In de cel hebben de jongens een eigen wc en een wastafel. Verder staat er een micro­ golf en een kleine koelkast. De cellen hebben een tv en de jongens kunnen films lenen. De jongens douchen in het gemeenschappe­ lijke sanitair blok. Ze kunnen zelf kiezen wan­ neer ze douchen.

34

Er is een binnenplein waar de jongeren twee keer per dag kunnen wandelen. De infrastructuur is sterk verouderd. Het team deed opfrissingswerken waar dat kon, maar dat neemt de oude staat van het gebouw niet weg. De categorie 1-jongeren verblijven in een andere vleugel die iets meer als leefgroep inge­ richt is.

Eten Er zijn geen gezamenlijke eetmomenten. Alle jongeren eten alleen in hun cel. Ze moeten hun eten opwarmen in hun microgolf.

Onderwijs Het onderwijsprogramma is verplicht voor minderjarige uit handen gegeven jonge­ ren. Sommige lessen zijn nogal praktijk­ gericht. Bijvoorbeeld de lessen om een theoretisch rijbewijs te halen, over de huur­ wetgeving, over banken en verzekeringen. Daarnaast kunnen de jongeren kiezen voor een beroepsopleiding (Elektriciteit) waarvoor het detentiecentrum samenwerkt met een Centrum voor Volwassenenonderwijs. Tegen het eind van hun detentieperiode kunnen de jongeren een beroep doen op een VDAB-consulent om hun overstap naar de arbeidsmarkt voor te bereiden en te begeleiden. De categorie 1-jongeren en dus minderjarigen, krijgen les op maat.

Regime, orde en discipline De omgang tussen de jongeren, de bewakers en de directie loopt ontspannen en rustig. De directeur is vlot aanspreekbaar voor de jon­ gens. Met elkaar hebben de jongeren contact tijdens de wandeling, de les en de activiteiten. Er zijn verschillende activiteiten. De jongeren kunnen sporten in groep. Ze kunnen minstens twee uur per week terecht in de kleine fitness­ ruimte. Ze kunnen boeken, tijdschriften en films lenen uit de bibliotheek. Door partnerschap­ pen met externe organisaties kunnen de jon­


Deel 2: Syntheseverslag Hfdst 2: Vlaams Detentiecentrum De Wijngaard

geren in het detentiecentrum meedoen met culturele projecten. Dat gebeurt op project­ basis en zit niet in het standaard weekpro­ gramma. Jongeren kunnen ook kiezen voor werktaken, bijvoorbeeld in de wasserij of de keuken. Daarmee verdienen ze dan 1,20 euro per uur.

Een jongere van de uit handen gegeven vleugel klaagde bij mij dat hij veel op cel zat. De directie legde uit dat er een aanbod is waar de jongeren gebruik van kunnen maken zoals sport, naar de bib, werk, opleiding. Als ze daar op ingaan, kunnen ze acht tot negen uur uit hun cel zijn. Maar die keuze maken ze zelf.

Maandcommissaris Vlaams Detentiecentrum

De categorie 1-jongeren volgen een eigen regime. Ze zijn meer dan de helft van de tijd uit hun cel.

Ondanks het celregime krijgen we hier meer vrijheid. De opvoeders ‘plakken’ zo niet op je. We hebben elke dag gesprekken met de begeleiders, de directeur en de cipiers. We hebben een bib, we kunnen sporten, er zijn nog tal van activiteiten en we krijgen les op maat. We leren hier veel en er is veel aandacht voor ons.

Categorie 1-jongere

Controles en fouilleringen Gerichte controles, veiligheidschecks en naakt­ fouilles kunnen bij ernstige aanwijzingen van drugsbezit en alleen na uitdrukkelijke toestem­ ming van de directie.

Els Dumortier, ondersteunend maandcommissaris

Een jongere in de afdeling uithandengeving beklaagde zich over de doorzoeking van zijn cel terwijl hij weg was naar de rechtbank. Er waren tandenborstels van hem weggenomen en dat vond hij niet kunnen. Na een gesprek met de directeur namen hij en de cipiers dit verder op. De directeur ging er ook zelf over praten met de jongere want de regels over cellen doorzoeken werden mogelijk niet correct gevolgd.

Maandcommissaris Vlaams Detentiecentrum

Isolatie In de afdeling is er ook een isoleercel. Tijdens isolatie kunnen jongeren kort naar buiten om te luchten. Jongeren noemen dat ‘luchten in de leeuwenkooi’. Met tralies werd buiten een kleine ruimte afgebakend. Ook voor de categorie 1-jongeren is er een aparte afzonderingscel op hun afdeling.

We hebben hier weinig weerwoord als we een disciplinaire maatregel krijgen. De directie gelooft de cipiers. Achteraf volgt er pas een gesprek. De isolatie trekt hier op niets. Ook de wandelkooi is gewoon niet menselijk. Ik vertel het zodat het Kinderrechtencommissariaat het weet.

Jongere in Vlaams Detentiecentrum, afdeling Uithandengeving

35


Deel 2: Syntheseverslag Hfdst 2: Vlaams Detentiecentrum De Wijngaard

Bezoekmomenten Familie komt op bezoek in de bezoekersruimte. Dat bezoek kan elke dag en jongeren mogen tot drie uur per week bezoek krijgen als de capaciteit in de bezoekerszaal het toelaat. Er is ook een ruimte voor ongestoord bezoek omdat heel wat jongeren ondertussen meerderjarig zijn.

Een jongere van de uit handen gegeven vleugel vroeg waarom zijn neef niet op bezoek mocht komen. Dat werd besproken met de directie en teruggekoppeld naar de jongere. Hij begreep het nu beter en apprecieerde het dat ik dat opgenomen had.

Maandcommissaris Vlaams Detentiecentrum

Religie Jongeren kunnen gesprekken aanvragen met een imam of met­ een christelijk consulent. Die bieden vaak een luisterend oor voor zingevings­ vragen of vragen over de toekomst.

Psychologische ondersteuning In het Vlaams Detentiecentrum is er een psycho­ sociaal team voor de uit handen gegeven en de categorie 1-jongeren. Zij zeggen dat het team heel aanspreekbaar is voor vragen of onder­ steuning.

Aanbevelingen De Commissie van Toezicht kreeg oorspronke­ lijk te horen dat het Vlaams Detentiecentrum nog zou sluiten vóór eind 2019. We vernamen in september dat de sluiting of verhuizing van het Detentiecentrum voor eind december zou zijn. Nu blijkt dat ze gepland is vanaf 1 maart. Het detentiecentrum werd bezocht door maand­ commissarissen die er een extra bezoek bij konden nemen.

36

De Commissie vindt het onverantwoord dat er nog altijd jongeren verblijven. We herhalen de bezorgheden uit het vorige jaarverslag. De infrastructuur beperkt de ontspannings­ mogelijkheden of dagbestedingen. Ook dat er verschillende groepen verblijven die geen contact mogen hebben met elkaar, dwingt het detentiecentrum om de dagregimes goed uit te dokteren. Met alle beperkingen van dien in de mogelijkheden voor de jongeren. De Commissie van Toezicht voor jeugdinstellin­ gen stelt vast dat de gebrekkige en sterk verou­ derde infrastructuur van het detentiecentrum in Tongeren een menswaardige opvang en een gepaste begeleiding vaak erg moeilijk maakt. De Commissie vraagt opnieuw om het detentie­ centrum te sluiten en vraagt menswaardiger omstandigheden voor de uit handen gegeven en andere jongeren die er nu nog altijd verblij­ ven. De Commissie van Toezicht vraagt om de strikte regimes in De Wijngaard niet blindelings te kopiëren naar een nieuwe setting. Is het bij­ voorbeeld altijd nodig dat uit handen gegeven jongeren alleen eten in hun cel? Een nieuwe locatie geeft zuurstof om samen met jonge­ ren en vanuit hun rechten mee vorm te geven aan het regime en de manier van samenleven. Waarom de jongeren nu in De Wijngaard niet al betrekken bij en ondervragen over de toekom­ stige locatie en het haalbare dagritme.


Deel 2: Syntheseverslag Hfdst 3: Private voorzieningen

3. Private voorzieningen

Voorstelling

Hulp in een besloten setting

De Commissie van Toezicht kreeg het mandaat om met haar maandcommissarissen vier voor­ zieningen te bezoeken voor besloten opvang voor minderjarigen: De Switch, JEZ11, De Leemwinning en De Overstap. In totaal verblij­ ven er zo’n 35 jongeren.

De voorzieningen organiseren besloten opvang met het statuut van ‘proeftuin’. In het nieuwe decreet jeugdsanctierecht zal dat mogelijk ver­ anderen in de module beveiligde opvang.

De Switch is een afdeling van jeugdhulpvoor­ ziening De Wissel. Er verblijven acht meisjes van 14 tot 18 jaar. Meisjes kunnen ook als timeout in de afdeling geplaatst worden: een soort van interne time-out bij geblokkeerde trajecten in de andere afdelingen van De Wissel. De begeleiding duurt ongeveer één jaar. Het doel is de meisjes intensief te begeleiden zodat ze kunnen overstappen naar minder intensieve hulpverlening. JEZ11 is een deelorganisatie van de Vereniging Ons Tehuis voor Zuid-West-Vlaanderen. Ze begeleiden tien meisjes van 12 tot 18 jaar. Die kunnen er geplaatst worden voor zes maanden, één keer verlengbaar met nog eens zes maan­ den. De Leemwinning is een afdeling van Jeugdzorg Emmaüs. Er zijn tien plaatsen voor jongens die bij hun opname tussen 12 en 18 jaar zijn. De duurtijd van het traject varieert. Soms verblij­ ven er jongeren twee weken in crisisopname. Andere jongeren krijgen het lange traject opgelegd. Dat betekent dat ze er gemiddeld drie maanden residentieel verblijven met drie maanden intensieve opvolging met contextbe­ geleiding. De Overstap is een afdeling van De Wingerd­ bloei. Ze vangen zeven jongens op van 14 tot 17 jaar. De begeleiding duurt gemiddeld zes maanden en wordt uitgewerkt op maat van de jongeren. Dat betekent dat sommige jongeren bijvoorbeeld drie maanden in De Overstap blij­ ven en drie maanden thuis opgevolgd worden. Of anderen bijvoorbeeld vijf maanden. Het is heel individueel maar wel elke keer met goed­ keuring van de jeugdrechter.

Jongeren kunnen er alleen maar geplaatst wor­ den door de jeugdrechter als er sprake is van een als misdrijf omschreven feit of als de rechter oordeelt dat de jongere de bescherming nodig heeft van de besloten opvang. Sommige jonge­ ren stromen rechtstreeks in. Anderen hebben al een traject in de gemeenschapsinstellingen achter de rug. Opvallend verschil met de gemeenschaps­ instellingen is onder andere de kleinschalig­ heid van de afdelingen en dat ze ingebed zijn in een jeugdhulpvoorziening. De pedago­ gische visie van de jeugdhulpvoorziening weerspie­ gelt zich ook in hoe ze de besloten opvang invullen. Dat verklaart ook de verschillen in de werking van de andere private voorzieningen. Het is eigen aan het proeftuinstatuut. De expe­ rimenteerruimte die ze krijgen, is een krachtig instrument.

Vaststellingen Onthaal Het besloten karakter in de voorzieningen komt het meest tot uiting in de onthaalfase. Die fase duurt niet even lang in alle voorzieningen. Het doel is wel overal hetzelfde: jongeren op een rustige manier laten wennen aan de nieuwe omgeving, aan de groep en de begeleiding. Impulsen van buitenaf worden tijdelijk stop­ gezet.

Jongeren verblijven de eerste week en het eerste weekend in de voorziening. Ouders kunnen wel op bezoek komen. Na deze fase start het traject buiten de voorziening. Ze gaan weer naar school en stilaan kunnen bezoeken thuis opgebouwd worden.

Maandcommissaris De Leemwinning

37


Deel 2: Syntheseverslag Hfdst 3: Private voorzieningen

Sinds dit jaar zitten de meisjes van JEZ11 in een nieuwbouw. Dat geeft meer mogelijkheden dan het oude gebouw. De inrichting, de inde­ ling van de ruimtes, de keuze om wel of niet met gesloten tussendeuren te werken, wel of niet met omheining, gebeurde in overleg met directie, het begeleidersteam, de maandcom­ missaris en de jongeren. Ze kozen voor een omheining maar dan een die geïntegreerd is met de tuin. Jochen Devlieghere, maandcommissaris Proeftuin JEZ11

In JEZ11 doorlopen de meisjes een fase­systeem. Fase 1 is een strikt vrijheidsbenemende fase. In fase 2, 3, 4 en 5 krijgen de meisjes geleidelijk meer vrijheden zoals voor gsm-gebruik, vrije momenten en activiteiten buiten de voorziening. In welke fase het meisje zit, hangt af van haar eigen traject. De laatste fase is gericht op het traject na JEZ11. De begeleiders bereiden dat heel goed voor met de meisjes. Maandcommissaris JEZ11

De eerste twee weken krijgen de meisjes een rustperiode om te wennen. Ze worden gestimuleerd maar niet gedwongen om mee te doen met het dagprogramma. In deze periode worden hun vrijheden beperkt. Gsm’s zijn verboden en ze verlaten de voorziening niet alleen. Als er nog aansluiting is met onderwijs, gaan ze wel naar school.

Maandcommissaris De Switch

Infrastructuur De voorzieningen zijn doorgaans huiselijk inge­ richt. Het gemeenschappelijk leefgroepsleven speelt zich af rond de keukentafel, de woon­ kamer, de ontspanningsruimte en de tuin. Jongeren richten hun kamer in met spulletjes die voor hen belangrijk zijn. Kleren brengen ze mee van thuis. Daar zijn geen regels over. Op sommige plaatsen mogen ze bijvoorbeeld ook hun lakens van thuis meebrengen. Dan wordt de slaapkamer echt de eigen plek van de jon­ gere, een anker- en rustpunt. Net zoals voor andere opgroeiende jongeren de eigen slaap­ kamer een belangrijke plek is.

38

Ook De Leemwinning heeft een soort van afsluithek waar een haag rond geplant werd nadat jongeren zegden dat De Leemwinning er door dat hek uitzag als een gevangenis.

Sociaal en pedagogisch kader Relatie met opvoeders Jongeren evalueren hun samenwerking met de opvoeders doorgaans positief. Natuurlijk zijn er al eens conflicten of discussies die uit de hand lopen. Sommige jongeren zeggen dat ze ruimte krijgen van de begeleiders om hun mening openlijk te zeggen, hun visie te geven. Dat wordt niet afgestraft of ze worden niet afgeblokt. Andere jongeren zeggen dan weer dat de begeleiders toch ook dicht op hun vel zitten. Dat ze controleren. Op die momenten voelen ze waarom de opvang ‘besloten’ heet. Begeleiders blijven bepaalde dingen van heel nabij opvolgen.

Die avond zijn er heel wat spanningen tussen de jongens. Ze jutten elkaar steeds meer op. Een van de jongens verliest zijn geduld en begint te roepen. De begeleider vraagt de jongen de leefruimte te verlaten. Ze gaan naar de ontspanningsruimte waar een grote boksbal hangt. De jongen reageert zich af. De begeleider blijft in de buurt maar houdt zich op de achterg­rond. De woede zakt bij de jongen terwijl hij zich afreageert op de boksbal. Hij laat zien dat een gesprek op dat moment niet nodig is. De discussie wordt dan ook afgesloten.

Maandcommissaris De Leemwinning


Deel 2: Syntheseverslag Hfdst 3: Private voorzieningen

Pedagogische handelingsruimte

De begeleidersrol

De Commissie van Toezicht stelt vast dat de pedagogische benadering van de voorzienin­ gen invloed heeft op bijvoorbeeld de relatie van jongeren met opvoeders, de participatie­ ruimte van de jongeren, en de mate waarin jon­ geren het gevoel hebben dat hun vrijheden ingeperkt worden.

In de vier proeftuinen valt de openheid op tussen het begeleidersteam en de jongeren. Ze bespreken alles open in twee richtingen. Er is een heel sterke en constante interactie. De begeleiders volgen het leven van hun jon­ geren van heel dichtbij op: hoe ze functioneren op school, hoe het er thuis aan toegaat, hoe de externe activiteiten verlopen, hun hobby’s. De hulpverleningsrelatie is een persoonlijke relatie. De jongeren spreken de begeleiders bijvoorbeeld aan met hun voornaam en niet als meneer of mevrouw. Jongeren die doorstro­ men van een gemeenschapsinstelling, merken dat meteen op.

Leren omgaan met vrijheden Het opzet van alle proeftuinen is hetzelfde: jongeren gecontroleerd begeleiden van een besloten naar een open regime. Jongeren krijgen vrijheden en worden ondersteund om daarmee om te gaan. Het is een leerproces met het oog op gedragsverandering, om recidive te vermijden met een sterke klemtoon op per­ soonlijke groei en ontwikkeling. Jongeren stappen vrij snel over naar de fase van vrijheden maar ze worden wel van heel nabij opgevolgd. In JEZ11 kiezen ze eerder om met een fasesysteem te werken. Beslotenheid krijgt daar een striktere invulling in de verschillende fasen. Terwijl de andere drie voorzieningen de besloten opvang alleen de eerste dagen ster­ ­ ker invullen.

In elke voorziening spreken ook de begeleiders elkaar aan als er zich iets voordoet. Ze atten­ deren elkaar erop als ze wat kort reageren en ze overleggen even met elkaar voordat ze een beslissing nemen. Reflecteren over de eigen houding, beslissingsruimte en het effect ervan op de jongeren loopt als een rode draad door de begeleidershouding. In De Leemwinning wordt de begeleiders­ houding ingevuld met de methodiek van de Nieuwe Autoriteit en Geweldloos Verzet van Haim Omer.

Jongeren voelen de eerste zes weken van fase 1 in JEZ11 aan als erg gesloten. Die strikte fase maakt ze onrustig. De volledige afsluiting van de buitenwereld is te ingrijpend en ze begrijpen niet altijd waarom dat nodig is.

Maandcommissaris JEZ11

Beslotenheid is soms verwarrend. Aan de ene kant merken we hier gelijkaardige dingen op als in de gemeenschapsinstelling. En aan de andere kant zijn er elementen van openheid. Dat is soms verwarrend als het gaat over de voorziening mogen verlaten, gsm-gebruik, contact met thuis en de weekendbezoeken. Pas op, we willen geen volledig gesloten maar wel een open voorziening.

Groepsgesprek in JEZ11

39


Deel 2: Syntheseverslag Hfdst 3: Private voorzieningen

Je stelt de jongeren meer in hun recht, laat ze in hun waarde, behandelt ze minder als kind. Je vertrekt van het gedrag dat je voor ogen hebt en waar de kansen liggen. Je gaat het leer­ proces van de jongere niet overnemen. Dat vermijdt trekken en sleuren aan jongeren als die nog niet overal klaar voor zijn of als ze dat niet willen. Je werkt meer op langetermijn­ denken en introspectie.

Begeleider De Leemwinning

Het valt op dat alle voorzieningen veel auto­ nomie en verantwoordelijkheid geven aan de jongeren. Die krijgen een sturende rol in hun eigen traject. Hun gedrag, houding, keuzes bepalen in welke mate ze welke ‘vrijheden’ krij­ gen. Bijsturen gebeurt niet door sancties op te leggen, maar bijvoorbeeld wel door enkele vrij­ heden terug te schroeven of aan te grijpen als een leerproces.

In De Switch is de werking gebaseerd op een uitnodigende structuur. De begeleiding enga­ geert zich om vast te houden aan een duidelijke en intensieve structuur en dagindeling: op een vast tijdstip eten, een vast ‘aperitiefmoment’ in de vooravond, op een vast tijdstip ateliers waaraan meisjes mogen maar niet moeten meedoen. Die structuur geeft de meisjes hun leefomgeving vorm. Bovendien is de toepas­ sing niet afhankelijk van de groepssamenstel­ ling of het gedrag van de meisjes, maar wel van de houding van de begeleiding. Het dagpro­ gramma gaat bijvoorbeeld altijd door, ook als de meisjes niet meedoen (dan is het alleen met begeleiders).

Leefregels

De Switch kiest bewust voor een uitnodigende in plaats van een dwingende structuur. Onder dwang functioneert niemand goed. Dwang roept weerstand op met risico op escalatie. Het gaat over wat de jongeren zelf zeggen en willen bereiken. Begeleiders gaan ze daarin ondersteunen, motiveren en faciliteren om hun doelen te bereiken en hun persoonlijke groei te bevorderen.

Regels die het samenleven niet faciliteren, zijn overbodig.

Elk meisje heeft een persoonlijke begeleider. Dat is nooit een leefgroepbegeleider. De rol van de persoonlijke begeleider is een objectief overzicht houden op elk levensdomein van de jongere: thuis, school, vrijetijdsbesteding, het leven in de leefgroep. Ook kan de persoonlijke begeleider neutraal interageren tussen de jongere en de leefgroepbegeleiders als er moeilijkheden opduiken. Vaak is hij of zij ook nog even in beeld als de jongere De Switch verlaat.

Maandcommissaris De Switch

Ook in JEZ11 en De Overstap staan de begelei­ ders heel dicht bij de jongeren. Ook daar valt de openheid op. Jongeren worden ondersteund

40

om in dialoog te gaan. Alle jongeren hebben er een eigen handelingsplan, afgestemd op hun mogelijkheden, noden en persoonlijke groei.

Elke voorziening hanteert regels en afspraken om het groepsleven vorm te geven. Opvallend en positief is dat het aantal regels beperkt blijft en dat de regels heel evident zijn. Het gaat ook over verwachtingen tegenover elkaar. Daarnaast merkt de Commissie van Toezicht op dat jongeren veel inbreng hebben in de afspra­ ken. De groepssamenstelling verandert soms en dat vraagt dan om nieuwe afspraken. In elke voorziening is dat van toepassing.

Verantwoordelijke De Switch

De voorziening werkt met een gedragspuntenkaart. Voor positief gedrag krijgen jongeren meer punten en uiteindelijk een beloning. Bij negatief gedrag wordt de beloning gewoon uitgesteld en er is geen systeem van min­ punten. Jongeren zeggen me dat de gevolgen van de gedragspuntenkaart transparant zijn.

Maandcommissaris De Leemwinning

De groepssamenstelling is onlangs veranderd. Er verblijven nu meer meisjes van 13-14 jaar en dat merk je ook aan het gedrag. De uitnodigende, vrije aanpak werkt niet bij die doelgroep. Er kwamen meer incidenten. Samen met het begeleidersteam werd beslist striktere regels in te zetten, zoals: tijdelijk geen gsm’s. De begeleiders leggen de groep ook uit waarom dat is. Bij dat tijdelijke gsm-verbod


Deel 2: Syntheseverslag Hfdst 3: Private voorzieningen

mogen ze wel elke dag bellen naar iemand uit hun omgeving. Daarover spreken ze af met de begeleiders. Of de computertijd wordt ingeperkt. Samen met de meisjes zal dat geëva­ lueerd worden en als het opnieuw kan, verlaten ze de piste van de heel strikte regels ook weer. Maandcommissaris De Switch

Sanctiebeleid De voorzieningen passen wel sancties toe: kamermomenten, aangescherpte afspraken of verhoogd toezicht. Jongeren klagen dat aspect veel minder aan dan in bijvoorbeeld de gemeenschapsinstellingen.

Elke jongere heeft hier een individueel gedrags­plan: een reeks afspraken met de vermelding hoe die gecontroleerd worden. Ook de vrijheden en beloningen die ze krijgen, staan daarin opgesomd. Dat wordt samen met de jongere afgesproken. Maar ook de gevolgen als ze de afspraken niet naleven, zijn duidelijk. Dat stuk wordt samen met de jongere en de ouders opgesteld.

Maandcommissaris De Leemwinning

Gaat de deur op slot? Ook agressie-incidenten komen voor. Daar wordt op gereageerd met een sanctie in de vorm van bijvoorbeeld een time-out in de gemeenschapsinstelling of een kamerverblijf. Opmerkelijk is dat buiten JEZ11 de drie andere voorzieningen geen afzonderingsruimte heb­ ben. De afzonderingsruimte in JEZ11 wordt ook maar uitzonderlijk gebruikt. Alleen bij gevaar, nooit als sanctie. De tijd is beperkt en een begeleider blijft in de buurt buiten de afzonde­ ringscel. Het contact wordt nooit verbroken. Escalaties in agressie lijken veel minder voor te komen dan in de gemeenschapsinstellingen. De Commissie vraagt zich af hoe dat komt want uiteindelijk gaat het over dezelfde groep jonge­ ren en als we kijken per leefgroepniveau is het ongeveer dezelfde samenstelling. Een acht- à tiental jongeren. We zien daar verschillende verklaringen voor. Jongeren komen vaak al van een gemeen­ schapsinstelling en hebben al een traject door­ lopen wat maakt dat zij zich anders opstellen tegenover de nieuwe voorziening. Of is het de

Ibe Coeck, maandcommissaris Proeftuin De Switch

huiselijkheid die minder een gevoel geeft van in een instelling te zitten? Zijn het de beperkte regels en afspraken waardoor er minder gevit moet worden? Is het de openheid en de dia­ loog die minder het gevoel geeft in een dwin­ gende structuur te moeten meedraaien? Of is het het contact met de buitenwereld (extern naar school gaan, vrijetijdsinvulling opbouwen, sneller bezoeken opstarten thuis) dat bepaalt dat jongeren minder ‘vechten’ tegen een struc­ tuur die vrijheden afneemt? We vermoeden dat die verschillende aspecten op elkaar inspelen. In de vier voorzieningen gaat de deur ook effec­ tief minder op slot dan in de gemeenschapsin­ stellingen. De slaapkamers gaan niet vast. In JEZ11 is er een gesloten deur aan de gang van de slaapkamers. De achterdeuren in De Switch, De Leemwinning en De Overstap zijn los. In elke voorziening zijn er weglopers of jongeren die niet terugkomen na een weekendbezoek.

De vlucht van een jongere kan een de-escalerend effect hebben waardoor ‘een open deur’ ook op een belangrijke manier voor veiligheid kan zorgen. Het is maar hoe je het bekijkt.

Begeleider De Switch

Als ik het voel opkomen en moeilijk krijg, dan wil ik buiten kunnen. Daarmee bedoel ik niet op straat. Maar de leefgroep verlaten, buiten gaan staan en dat ze me dan even met rust laten. Al is het rennen, me afreageren, of eens kunnen roepen.

Jongere in JEZ11

41


Deel 2: Syntheseverslag Hfdst 3: Private voorzieningen

Aanbevelingen

Elke voorziening organiseert ook een formeel inspraakorgaan voor de jongeren. De namen variëren van een bewonersraad, jongerenraad, groepsgesprek tot een cirkelgesprek. Jongeren zeggen dat dat werkt.

De huidige besloten opvang bij private voor­ zieningen, valt onder het statuut Proeftuin. Het opzet was de voorzieningen experimenteer­ ruimte te geven over hoe besloten opvang vorm kan krijgen. Dat verklaart de verschillen tussen de voorzieningen en waarom de Commissie van Toezicht moeilijk algemene aanbevelingen kan formuleren. Het werkingskader is heel open en innovatief. Dat zal mogelijk wat veranderen. Het statuut Proeftuin verdwijnt en in verschillende private voorzieningen komen er opvangplaat­ sen bij voor ‘beveiligend verblijf’. Het werkings­ kader en de finaliteit ligt in die module mogelijk wel meer vast. Een toezicht op de uitbreiding van die plaatsen in de bevei­ ligende opvang blijft nodig.

Ze bespreken daar van alles en begeleiders en jongeren geven ook elke keer feedback aan elkaar. Er gebeurt overal een terugkoppeling van wat gevraagd is en er zijn ook al dingen ver­ anderd door de feedback van de jongeren.

Net zoals vorig werkjaar zien we als Commissie van Toezicht voor jeugdinstellingen dat de vier proeftuinen het recht op informatie en het recht op menswaardige behandeling verschillend invullen.

Zo heeft een instelling de computertijd aange­ past: de jongeren mogen er direct na school op de pc, zodat wie dat wil zijn schooltaken meteen na school kan afwerken in plaats van op een verplicht avondmoment. Of de maaltijd­ levering in De Leemwinning is afgeschaft. Vorig jaar klaagden de jongeren daar enorm over, vooral over de kwaliteit. Nu koken ze elke dag zelf. Of de uitstappen zijn gevarieerder, zoals eens gaan zwemmen.

Zo zien we een verschillend gebruik van afzon­ deringsruimtes of andere vormen van afzonde­ ring zoals kamerarrest of een time-out in een gemeenschapsinstelling. Kan dat voor jonge­ ren zo verschillend ingevuld zijn, afhankelijk van de plek waar ze zitten?

Michèle Sneyers, maandcommissaris Proeftuin De Leemwinning

Inspraak

Re-integratie Doordat de contextbegeleiding en de contac­ ten met thuis al vroeg in het traject opgestart worden, is het hele traject gericht op re-inte­ gratie. Dat is ook het uiteindelijke doel. Dat kan gaan over opnieuw naar huis gaan, autonoom wonen of overstappen naar een begeleidings­ tehuis. Re-integratie is meer dan alleen maar een ver­ blijf na de voorziening. Contextgericht werken betekent in elke voorziening meer dan gezins­ gericht werken. De voorzieningen begeleiden de schooltrajecten, zinvolle vrijetijdsinvullingen, talent­ontwikkeling en de uitbouw van sociale net­ werken. Een integrale benadering zodat de jon­ geren beter aansluiten met de dagelijkse realiteit.

42

Het recht op contact en informatie blijft ook anders ingevuld, afhankelijk van de plek. Gsm’s zijn in de ene voorziening toegelaten en wor­ den gezien als een onderdeel waar jongeren mee moeten leren omgaan. Een andere voor­ ziening gebruikt de gsm of toegang tot inter­ net bijvoorbeeld in het systeem van straffen en belonen. De Commissie van Toezicht pleit ervoor om de rechtspositie van de jongeren in de besloten opvang maximaal te expliciteren over de pri­ vate voorzieningen heen. Dat maakt voor de minderjarigen duidelijk waar ze recht op heb­ ben en hoe hun rechten gewaarborgd worden. Zo streven we ook naar gelijke behandeling van de jongeren, los van de voorziening waarin ze terechtkomen.


Deel 2: Syntheseverslag Hfdst 3: Private voorzieningen

Naast een heldere rechtspositieregeling vra­ gen we dat de proeftuinen hun ervaringen en expertise uitwisselen om de basisrechten van de jongeren volgens het decreet Rechtspositie van de minderjarige in de jeugdhulp volop te garanderen: ■■ Hoe gaan we om met sancties en inperking van vrijheden? ■■ Welke soorten afzondering hanteren we? Afzonderingsruimte, kamerverblijven, timeout? Wordt dat dan ook geregistreerd? Zijn er voorwaarden aan verbonden? ■■ Hoe werken we maximaal contextgericht? Wat betekent dat voor de jongeren? ■■ Kunnen we het recht op inspraak en partici­ patie nog verbreden? ■■ Zetten we genoeg in op het recht op informa­ tie en waarborgen we maximaal het recht op contact met de buitenwereld? Het is voor de Commissie van Toezicht niet dui­ delijk of er sinds het vorige jaarverslag uitwis­ seling was over die kernvragen. De Commissie blijft aandringen op die uitwisseling omdat die minstens uitnodigt om het eigen beleid voortdurend in vraag te stellen en vooral ook om de zoektocht naar de invulling of inperking van sommige rechten van jongeren niet als een alleenrecht van de voorziening te benaderen. Jongeren hebben recht op uitleg en verant­ woording waarom sommige rechten ingeperkt worden.

43


Colofon Open venster op gesloten en besloten jeugdinstellingen Jaarverslag Commissie van Toezicht voor jeugdinstellingen 2019 Maart 2020 Redactie Mhamed Bouhlib, maandcommissaris Gemeenschapsinstelling De Kempen, campus De Hutten Pieter De Loof, maandcommissaris Gemeenschapsinstelling De Kempen, campus De Markt en maandbezoek Vlaams Detentiecentrum De Wijngaard (Tongeren) Lieven Calloens, maandcommissaris Gemeenschapsinstelling De Zande, campus Wingene Ibe Coeck, maandcommissaris Proeftuin De Switch (Holsbeek) Annelien Coppieters, maandcommissaris Gemeenschapsinstelling De Zande, campus Beernem Jochen Devlieghere, maandcommissaris Proeftuin JEZ11 (Ieper) Els Dumortier, ondersteunend maandcommissaris en maandbezoek Vlaams Detentiecentrum De Wijngaard (Tongeren) Hilde Florquin, maandcommissaris Gemeenschapsinstelling De Grubbe Eef Goedseels, maandcommissaris Gemeenschapsinstelling De Kempen, campus De Markt Denoix Kerger, maandcommissaris Gemeenschapsinstelling De Zande, campus Ruiselede Michèle Sneyers, maandcommissaris Proeftuin De Leemwinning (Mechelen) Caroline Vrijens, voorzitter Commissie van Toezicht voor jeugdinstellingen Inge Schoevaerts, secretaris Commissie van Toezicht voor jeugdinstellingen Eindredactie Inge Schoevaerts Tekstredactie Mark Van Bogaert ­ Concept en vormgeving Spindokter Foto kinderrechtencommissaris Koen Broos Foto’s maandcommissarissen Lies Willaert Foto cover pexels.com Druk Drukkerij Artoos Verantwoordelijke uitgever Caroline Vrijens Kinderrechtencommissaris Leuvenseweg 86, 1000 Brussel ISBN: 9789077021415 Wettelijk depotnummer: D/2020/9680/001 Dit jaarverslag staat ook op www.cvtj.be en www.kinderrechtencommissariaat.be.

44


45


Nota’s ............................................................................................................................................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................................................................................................................................ ............................................................................................................................................................................................................................................................................................................

46


Jaarverslag Commissie van Toezicht voor jeugdinstellingen 2019 Leven in geslotenheid vraagt het nodige toezicht. De Commissie van Toezicht voor jeugdinstellingen is een toezichtsorgaan voor alle gesloten en besloten Vlaamse instellingen waar jongeren verblijven. Het gaat om elf instellingen of afdelingen, verspreid over heel Vlaanderen. De Commissie bestaat uit maand­ commissarissen die elke maand ‘hun’ instelling bezoeken. De maandcommis­ sarissen zijn vrijwilligers die het reilen en zeilen in de instelling opvolgen. De Commissie van Toezicht voor jeugdinstellingen rapporteert via dit jaar­ verslag aan het Vlaams Parlement.

Commissie van Toezicht voor jeugdinstellingen Leuvenseweg 86, 1000 Brussel inge.schoevaerts@cvtj.be 02 552 41 32 www.cvtj.be

De Commissie van Toezicht voor jeugdinstellingen werd opgericht in de schoot van het Vlaams Kinderrechtencommissariaat

Het Kinderrechtencommissariaat is een onafhankelijke instelling van het Vlaams Parlement


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Jaarverslag_CVTJ_2019.pdf by Vlaanderen-be - Issuu