JAARVERSLAG 2020
VLAAMSE BELASTINGDIENST www.belastingen.vlaanderen.be
CONTACTGEGEVENS U kunt ons bereiken… / telefonisch:
De infolijn is bereikbaar via het verkort nummer 1700, van maandag tot vrijdag van 9 tot 19 uur. Om lange wachttijden te vermijden, belt u best tussen 12 uur en 19 uur. Als u de infolijn wilt contacteren vanuit het buitenland, kan dit op het nummer (00 32) 2 553 17 00.
/ via e-mail:
via het contactformulier op https://vlaanderen.be/email-vlaamse-belastingdienst
/ schriftelijk op het adres: Vlaamse Belastingdienst Vaartstraat 16 9300 AALST
/ via een bezoek aan een van onze loketten:
Aan de loketten van de Vlaamse Belastingdienst kunt u persoonlijk terecht voor algemene informatie rond de verschillende heffingen, het registreren van aangiftes in de verkeersbelasting, het registreren van een bezwaar, … Aan de loketten is een betaalterminal (Bancontact) aanwezig. Tijdens de coronacrisis hebben veel loketten andere openingsuren. In welke van onze kantoren u terecht kunt en op welk moment, hangt af van de belasting waarvoor u de Vlaamse Belastingdienst wilt bezoeken. Het overzicht vindt u op https://vlaanderen.be/contact-vlaamse-belastingdienst. Omwille van de coronacrisis en omwille van de specificiteit en complexiteit van sommige belastingen, willen wij er voor zorgen dat de juiste contactpersonen u te woord kunnen staan. Als u wilt langskomen, maakt u vooraf een afspraak via het gratis nummer 1700 of het contactformulier op onze website. Administratieve hoofdzetels
Overige loketten
Ellipsgebouw Koning Albert II-laan 35 bus 62 1030 BRUSSEL
Provincie Antwerpen − Copernicuslaan 40, 2018 ANTWERPEN − Zwartzustervest 24, 2800 MECHELEN − Steenweg op Gierle 100, 2300 TURNHOUT
Postsite Vaartstraat 16 9300 AALST
Provincie Limburg − Koningin Astridlaan 50, 3500 HASSELT − Jaarbeurslaan 19, 3600 GENK Provincie Oost-Vlaanderen − Koningin Maria Hendrikaplein 70, 9000 GENT − Parklaan 33, 9100 SINT-NIKLAAS Provincie Vlaams Brabant − site Lavoisier, 1080 Brussel (enkel kmheffing) − Brouwerstraat 3, 3000 LEUVEN − Diestsepoort 6 bus 11, 3000 LEUVEN Provincie West-Vlaanderen − Koning Albert I-laan 1.2 bus 11, 8200 BRUGGE − Passionistenlaan 82 bus 0031, 8500 KORTRIJK − Vrijhavenstraat 3, 8400 OOSTENDE − Ter Reigerie 9, 8800 ROESELARE
1
INHOUDSOPGAVE Voorwoord
5
Inningsresultaten begrotingsjaar 2020 volgens ESR-aanrekeningsregels
6
Onroerende voorheffing ___________________________________________________________________________ 6 Jaarlijkse verkeersbelasting________________________________________________________________________ 6 Belasting op inverkeerstelling _____________________________________________________________________ 7 Erfbelasting ________________________________________________________________________________________ 7 Registratiebelasting _______________________________________________________________________________ 8 Kilometerheffing __________________________________________________________________________________ 10 Spelen en Weddenschappen ______________________________________________________________________ 10 Automatische ontspanningstoestellen ___________________________________________________________ 11 Ondernemingsplan 2020-2024: beschrijving van de strategische en operationele doelstellingen 12 Strategische doelstelling 1: inning en bezwaarafhandeling van de gewestbelastingen in eigen beheer ____________________________________________________________________________________________ 13 Strategische doelstelling 2: maximale fiscale compliance via een coherent fiscaal kader ______ 24 Strategische doelstelling 3: invordering van niet-fiscale schuldvorderingen ____________________ 31 Strategische Doelstelling 4: performante dienstverlening aan openbare besturen op vlak van vastgoedtransacties en als authentificerende derde____________________________________________ 35 Strategische Doelstelling 5: efficiënte en effectieve interne werking ____________________________ 37 Onze heffingen
41
Onroerende voorheffing __________________________________________________________________________ 41 berekening: op basis van het Kadastraal Inkomen grafieken over Kadastraal Inkomen en ingekohierde bedragen verminderingen vrijstellingen enkele kerncijfers over inkohiering en inning onroerende voorheffing
41 43 44 46 47
Jaarlijkse verkeersbelasting______________________________________________________________________ 50 berekening: op basis van vermogen, milieukenmerken of MTM grafieken over aantallen voertuigen en ingekohierde bedragen verminderingen vrijstellingen controle verkeersbelastingen enkele kerncijfers over inkohiering en inning Jaarlijkse Verkeersbelasting aanvullende verkeersbelasting
50 52 54 54 55 57 59
Belasting op Inverkeerstelling ___________________________________________________________________ 60 grondslag van de BIV voor niet-leasingvoertuigen: milieukenmerken van het voertuig grondslag van de BIV voor leasingvoertuigen: motorvermogen van het voertuig
60 61
2
Registratiebelasting _____________________________________________________________________________ 62 verkooprecht schenkbelasting recht op hypotheekvestiging verdeelrecht enkele kerncijfers over inkohiering en inning registratiebelasting
63 66 66 66 67
Erfbelasting ______________________________________________________________________________________ 69 de aangifte van nalatenschap waardering van de activa waardering van de schulden (passiva) tarieven en berekening verminderingen en vrijstellingen overlijdens en verwerkte dossiers enkele kerncijfers over inkohiering en inning erfbelasting
69 71 72 72 73 74 74
Heffing ongeschikte en onbewoonbare woningen_______________________________________________ 77 berekening enkele kerncijfers over inkohiering en inning heffing Ongeschikte en Onbewoonbare Woningen
77 78
Leegstandsheffing bedrijfsruimten _______________________________________________________________ 79 berekening enkele kerncijfers over inkohiering en inning leegstandsheffing bedrijfsruimten
79 80
Planbatenheffing _________________________________________________________________________________ 81 procesverloop in hoofdlijnen berekening vrijstellingen opschorting van betaling opbrengsten van de planbatenheffing enkele kerncijfers over de inkohiering en inning van de planbatenheffing
81 82 82 82 83 83
Belasting op Spelen & Weddenschappen ________________________________________________________ 86 berekening vrijstellingen enkele kerncijfers over de inkohiering en inning van de belasting op spelen en weddenschappen controle belasting op spelen en weddenschappen
86 87 87 88
Belasting op Automatische Ontspanningstoestellen ____________________________________________ 89 berekening verminderingen vrijstellingen enkele kerncijfers over de inkohiering en inning van de belasting op automatische ontspanningstoestellen controle belasting op automatische ontspanningstoestellen
Onze organisatie
89 89 90 90 91
92
Oprichting en taken _____________________________________________________________________________ 92 Organisatiestructuur ____________________________________________________________________________ 93 Voortdurend streven naar kwaliteit
96
Klachtendienst ___________________________________________________________________________________ 96
3
Vlaamse Ombudsdienst _________________________________________________________________________ 96 Lijst van tabellen en grafieken
97
Lijst van coronamaatregelen
99
4
VOORWOORD Net zoals voor u allen, was 2020 ook voor onze organisatie en voor onze personeelsleden een bijzonder en uitdagend jaar. De coronacrisis heeft in 2020 ontegensprekelijk een grote impact gehad voor de Vlaamse Belastingdienst, zowel op interne als extern gerichte bedrijfsprocessen. De maatschappij moest zich continu in sneltempo aanpassen aan snel veranderende omstandigheden, economische en financiële ondersteunende maatregelen drongen zich op. Ook op vlak van fiscale maatregelen en onze werking gold hetzelfde: samen met de Vlaamse regering en onze voogdijminister Matthias Diependaele in het bijzonder, moest herhaaldelijk onder grote tijdsdruk beslissingen genomen worden én deze zo mogelijk nog sneller uitrollen. Uitstel van de verzending van aanslagbiljetten onroerende voorheffing, verlenging van de betaaltermijn voor verkeersbelastingen van bedrijven, soepel toekennen van afbetalingsplannen voor burgers, verlenging van aangiftetermijnen voor nalatenschappen … Het zijn maar enkele voorbeelden van aanpassingen die met bekwame spoed doorgevoerd werden. Dit vereiste grote flexibiliteit van de hele organisatie, extra inzet en extra middelen; veel werkprocessen moesten immers ook ICT-matig aangepast worden zonder op kwaliteit in te boeten. Als organisatie sterke prestaties blijven neerzetten, was in 2020 een bijzondere uitdaging, die zoals blijkt uit dit jaarverslag - opnieuw gelukt is. Een grote troef daarbij was uiteraard dat de Vlaamse Belastingdienst sinds jaren al verregaand gedigitaliseerd was, en dat personeelsleden en leidinggevenden al sinds lang vertrouwd waren met telewerk. Ondanks de moeilijkheden die de coronaperiode onvermijdelijk met zich meebracht, zoals de combinatie van werk en privé in periodes van lockdown en thuisonderwijs, toonden onze personeelsleden een grote mate van inzet en flexibilteit. Ik wil dan ook besluiten met een welgemeend woord van dank aan al onze mensen die er dagdagelijks voor zorgen dat de Vlaamse Belastingdienst zijn dienstverlening aan burgers en ondernemingen op elk moment heeft kunnen verder zetten en de belastinginning ten gunste van de Vlaamse schatkist werd gegarandeerd, wat dan weer bijdraagt tot de noodzakelijke financiering van tal van overheidsmaatregelen ten gunste van onze bevolking en onze bedrijven.
David VAN HERREWEGHE administrateur-generaal
5
INNINGSRESULTATEN BEGROTINGSJAAR 2020 VOLGENS ESR-AANREKENINGSREGELS Het Europees stelsel van nationale en regionale rekeningen (ESR) bevat de registratieregels die moeten worden toegepast om een onderling samenhangende, betrouwbare en vergelijkbare kwantitatieve beschrijving van de economieën van de lidstaten van de EU te verkrijgen. Het ESR is hierdoor een belangrijk beleids- en beheersinstrument van en voor de Europese Unie. De aanrekeningsregels bepalen op welke manier de geïnde belastingen in de begroting van de Vlaamse overheid in rekening worden gebracht. Voor de belangrijkste Vlaamse belastingen die de Vlaamse Belastingdienst int, wordt in onderstaande grafieken een beknopt inzicht gegeven van hoe de geïnde belastingen bijdragen aan de Vlaamse begroting en welke tendensen daarin te herkennen zijn. In de grafieken is tevens het begrotingsobjectief uit de tweede begrotingsaanpassing (2BA) voor 2020 weergegeven.
ONROERENDE VOORHEFFING De ESR ontvangsten uit de onroerende voorheffing voor begrotingsjaar X bestaan uit de kasontvangsten van maart X tot en met februari X+1. De verschuiving van 2 maanden volgt uit de betaaltermijn van 2 maanden rekenend vanaf de datum van verzending van het kohier. De inning van de ontvangsten uit onroerende voorheffing werd in 2020 later opgestart, maar op het einde van het jaar was de achterstand ingelopen. De gerealiseerde ontvangsten lagen iets lager dan de geraamde ontvangsten, dit ingevolge het betalingsuitstel dat werd toegekend aan rechtspersonen naar aanleiding van de tweede coronagolf. De sterke toename van de ontvangsten ten opzichte van 2019 kan worden verklaard door de gedeeltelijke afschaffing van het belastingkrediet voor rechtspersonen. grafieken 1: ontvangsten onroerende voorheffing in ESR-perspectief (begrotingsjaren 2019-2021)
JAARLIJKSE VERKEERSBELASTING De ESR ontvangsten van de jaarlijkse verkeersbelasting voor begrotingsjaar X bestaan uit de kasontvangsten van maart X tot en met februari X+1. De verschuiving van 2 maanden volgt uit de betaaltermijn van 2 maanden, rekenend vanaf de datum van verzending van het kohier. De inning van de verkeersbelasting werd in 2020 vertraagd door het verlengen van de betaaltermijn, een steunmaatregel die werd ingevoerd naar aanleiding van de eerste coronagolf. Eind februari 2021 was het effect daarvan quasi uitgewerkt. De ontvangsten liggen lager dan geraamd in de begroting door een afname van het wagenpark.
6
grafieken 2: ontvangsten jaarlijkse verkeersbelasting in ESR-perspectief (begrotingsjaren 2019-2021)
BELASTING OP INVERKEERSTELLING In tegenstelling tot bij de jaarlijkse verkeersbelasting wordt bij de belasting op inverkeerstelling geen verschuiving van 2 maanden toegepast, niettegenstaande er ook een betaaltermijn van 2 maanden geldt voor de belasting op inverkeerstelling. De ESR ontvangsten voor begrotingsjaar X bestaan dus uit de kasontvangsten van januari X tot en met december X. De coronacrisis had in 2020 een negatief effect op het aantal inschrijvingen. Daarnaast werden er relatief meer milieuvriendelijke wagens ingeschreven. De tarieven voor de belasting op inverkeerstelling zijn sinds 2012 afhankelijk van de milieukenmerken van de wagen. Hoe beter de milieukenmerken, hoe lager het tarief. Een groter aandeel van milieuvriendelijke wagens resulteert bijgevolg in lagere ontvangsten. grafieken 3: ontvangsten belasting op inverkeerstelling in ESR-perspectief (begrotingsjaren 2019-2021)
ERFBELASTING De kasontvangsten van maart X tot en met februari X+1 worden aangerekend op begrotingsjaar X. De verschuiving van 2 maanden volgt uit de betaaltermijn van 2 maanden rekenend vanaf de datum van verzending van het kohier. Zowel tijdens de eerste als tijdens de tweede coronagolf werd de termijn om de aangifte van nalatenschap in te dienen verlengd. Dit zorgde voor een vertraging in de inning van de ontvangsten. De vertraging ingevolge de verlening van de eerste coronagolf werd in het derde en vierde kwartaal van 2020 ingelopen. De verlening naar aanleiding van de tweede golf loopt nog
7
tot eind april 2021 en vormt de verklaring voor de lagere ontvangsten ten opzichte van de raming van de tweede begrotingsaanpassing. grafieken 4: ontvangsten erfbelasting in ESR-perspectief (begrotingsjaren 2019-2021)
REGISTRATIEBELASTING De kasontvangsten van februari X tot en met januari X+1 worden aangerekend op begrotingsjaar X. De verschuiving van 1 maand volgt uit de waargenomen gemiddelde doorlooptijd van registratie van de akte tot betaling van de akte. Door het hoge aantal transacties eind 2019 ingevolge de afschaffing van de woonbonus werden dat jaar de ontvangsten van februari 2020 uit akten van 2019 uitzonderlijk ook aangerekend op begrotingsjaar 2019 . De ontvangsten uit het verkooprecht liggen 161 miljoen euro boven de raming van de tweede begrotingsaanpassing 2020. De negatieve impact van de coronacrisis op het aantal transacties werd overschat. Daarnaast was er een onverwacht sterke toename van de vastgoedprijzen (+6%). Ten opzichte van 2019 liggen de ontvangsten uit het verkooprecht 500 miljoen lager. Door de afschaffing van de woonbonus waren er in 2019 uitzonderlijk veel transacties. Een gelijkaardige vaststelling kan gemaakt worden voor het recht op hypotheekvestiging. grafieken 5: ontvangsten verkooprecht in ESR-perspectief (begrotingsjaren 2019-2021)
8
grafieken 6: ontvangsten recht op hypotheekvestiging in ESR-perspectief (begrotingsjaren 2019-2021)
grafieken 7: ontvangsten schenkbelasting in ESR-perspectief (begrotingsjaren 2019-2021)
grafieken 8: ontvangsten verdeelrecht in ESR-perspectief (begrotingsjaren 2019-2021)
9
KILOMETERHEFFING De ESR ontvangsten van de kilometerheffing voor begrotingsjaar X bestaan uit aangerekende kilometerheffing en de geïnde boetes voor de periode januari X tot en met december X. De gerealiseerde ontvangsten lagen 11,8 miljoen hoger dan geraamd bij de tweede begrotingsaanpassing. Eind 2020 werd een toename van het vrachtverkeer vastgesteld omwille van de Brexit. Bedrijven anticipeerden op de Brexit door hun voorraden op te bouwen, wat resulteerde in extra vrachtverkeer en bijgevolg ook in extra ontvangsten uit de kilometerheffing. Naast de reguliere ontvangsten lagen in 2020 ook de ontvangsten uit boetes hoger dan geraamd bij de tweede begrotingsaanpassing. grafieken 9: ontvangsten kilometerheffing in ESR-perspectief (begrotingsjaren 2019-2021)
SPELEN EN WEDDENSCHAPPEN De ESR ontvangsten uit de belasting op spelen en weddenschappen voor begrotingsjaar X bestaan uit de ontvangsten van de periode januari X tot en met december X. De totale ontvangsten uit spelen en weddenschappen werden in 2020 weinig beïnvloed door de coronacrisis. Wel werd een verschuiving opgetekend in de oorsprong van de ontvangsten: een daling van de ontvangsten uit weddenschappen op reële sportevenementen en uit automatische ontspanningstoestellen in casino’s werd gecompenseerd door een stijging van de ontvangsten uit online spelen en weddenschappen. grafieken 10: ontvangsten belasting op spelen en weddenschappen in ESR-perspectief (begrotingsjaren 2019-2021)
10
AUTOMATISCHE ONTSPANNINGSTOESTELLEN De ESR ontvangsten uit de belasting op automatische ontspanningstoestellen voor begrotingsjaar X bestaan uit de ontvangsten van de periode januari X tot en met december X. Ingevolge de eerste en tweede lockdown zijn de ontvangsten beperkt tot 10,9 miljoen euro. Dat is 6,1 miljoen euro minder dan begroot en 11,3 miljoen euro minder dan in 2019. grafieken 11: ontvangsten belasting op automatische ontspanningstoestellen in ESR-perspectief (begrotingsjaren 20192021)
11
ONDERNEMINGSPLAN 2020-2024: BESCHRIJVING VAN DE STRATEGISCHE EN OPERATIONELE DOELSTELLINGEN Het lange-termijn ondernemingsplan 2020-2024 is een logische verderzetting van de eerdere beheersovereenkomsten en ondernemingsplannen. De meetfactoren en indicatoren zijn maximaal doorgetrokken over alle nieuwe heffingen, zodat een consistente en samenhangende set van indicatoren conceptueel is samengesteld. De rapportering ervoor is opgenomen in bijlage en gepubliceerd op https://belastingen.vlaanderen.be/publicaties. Het ondernemingsplan bepaalt – in functie van de missie, de taakstelling en de basisprincipes – de strategische doelstellingen van de Vlaamse Belastingdienst en de hieruit afgeleide operationele doelstellingen en strategische projecten. Naast een beperkte omschrijving van hoofdprocessen die onder de strategische en operationele doelstelling vallen, worden kort een aantal blikvangers aangehaald die er betrekking op hebben.
Coronamaatregelen – algemene impact op de Vlaamse Belastingdienst De coronacrisis heeft in 2020 ontegensprekelijk een grote impact gehad voor de Vlaamse Belastingdienst, zowel op interne als extern gerichte processen. Kenmerkend is dat steeds onder grote tijdsdruk beslissingen genomen moesten worden en dat deze zo mogelijk nog sneller geoperationaliseerd moesten worden. Dit vereiste grote flexibiliteit van de hele organisatie en extra inzet. Veel werkprocessen moesten ook ICT-matig aangepast worden, zonder in te boeten op kwaliteitscontroles. De Vlaamse Belastingdienst volgde strikt de beslissingen van het Overlegcomité en het Crisiscentrum van de Vlaamse Overheid (CCVO) in het kader van corona en organiseerde snel de impact ervan op eigen personeel en werkprocessen. Door de sterke digitalisering kon bijna de volledige Vlaamse Belastingdienst onmiddellijk de taken uitvoeren onder de vorm van thuiswerk. Specifieke maatregelen werden genomen voor functies die zich niet leenden tot telewerk. Personeelsleden kregen alternatieve taken (bv. tijdelijk technisch niet inzetbaar personeel werd ingeschakeld voor maatschappelijk relevante taken, zoals controle op essentiële verplaatsingen en callcenter contactopsporing). Taken van schatters en loketmedewerkers werden gereorganiseerd naar digitale en telefonische alternatieven. De loketwerking werd aangepast om burgers zoveel mogelijk te heroriënteren naar andere contactkanalen. Waar dat niet mogelijk was, konden we burgers in voor hen en voor ons personeel veilige omstandigheden op afspraak ontvangen. De genomen coronamaatregelen om bedrijven, burgers, notarissen … extra flexibiliteit en financiële ademruimte te geven naar aanleiding van de eerste (periode maart 2020 - september 2020) en tweede (periode oktober 2020 – april 2021) coronagolf worden toegelicht bij de bespreking van de heffingen waar ze betrekking op hebben.
12
STRATEGISCHE DOELSTELLING 1: INNING EN BEZWAARAFHANDELING VAN DE GEWESTBELASTINGEN IN EIGEN BEHEER De eerste en voornaamste strategische doelstelling bevat de basisopdracht SD1. instaan voor de efficiënte, effectieve, van de Vlaamse Belastingdienst in zijn klantgerichte en maatschappelijk verantwoorde inning van de rol als uitvoerende entiteit van het gewestbelastingen in eigen beheer, om de fiscale beleid, met name de inning en beoogde begrotings- en invordering van de huidige thesauriedoelstellingen van de Vlaamse gewestbelastingen die in eigen beheer overheid en lokale besturen te vrijwaren en worden geïnd, inclusief de de beoogde beleidseffecten te sorteren randprocessen die er mee gepaard gaan. Ook de bezwaaren geschilafhandeling van deze belastingen en het uitoefenen van controleactiviteiten wordt in deze doelstelling begrepen. In chronologische volgorde gaat het om taken op vlak van de belastingen en heffingen in het diagram hieronder.
Kernbegrippen in de doelstelling zijn: efficiënt, effectief en klantgericht. Deze vertalen zich concreet in het vrijwaren van de belangen van de Vlaamse overheid zelf op het vlak van inkomstenverwerving, alsook van de provincies en gemeenten via de inning van hun opcentiemen of opdeciemen. OD 1.1. het ab initio zo correct mogelijk vestigen en innen van de gewestbelastingen, waarbij eventuele vrijstellingen, kortingen of verminderingen maximaal automatisch worden toegekend door een doorgedreven datamanagement / creëren vorderingen eigen-beheer-gewestbelastingen (de volledige en tijdige inkohiering op basis van de gegevens met betrekking tot de belastbare feiten en elementen zoals ze door de authentieke bronnen worden aangeleverd, dan wel via aangifte aan het agentschap kenbaar worden gemaakt) / inning eigen beheer gewestbelastingen (een maximale inning van de verschuldigde bedragen met de inzet van minimale kosten voor zowel burger als overheid, door het efficiënt en effectief inzetten van de mogelijkheden tot inning die het agentschap ter beschikking staan) / bewarende maatregelen / financieel beheer
13
OD1.2. beheren van de inningskosten en bewaken van de kostenefficiëntie van de inningsprocessen / / / /
beheren nalatigheids- en moratoriumintresten correcte registratie van, controle op en uitbetaling van reguliere innings- en geschilkosten rechtstreeks verbonden aan de inning van de fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen financiële rapportering en controle uitoefenen van controle op en betaling van erelonen, facturen, kostenlistings
OD1.3. de efficiënte en effectieve dossierbehandeling om de betwiste wederzijdse financiële rechten en verplichtingen van belastingplichtige en overheid zo vlug mogelijk definitief vast te stellen /
/
/ /
behandeling van de eigenlijke bezwaren tegen de verzonden aanslagbiljetten (het tijdig behandelen van dossiers met betrekking tot vrijstellingen, verminderingen of schorsingen die wel automatisch hadden kunnen worden toegekend, nadat al een aanslagbiljet is verzonden) behandeling van de oneigenlijke bezwaren tegen de verzonden aanslagbiljetten (het tijdig behandelen van dossiers met betrekking tot vrijstellingen, verminderingen of schorsingen die niet automatisch kunnen worden toegekend, of met betrekking tot de belastbare grondslag of vestiging, nadat al een aanslagbiljet is verzonden) behandeling van meldingen, vragen om informatie behandelen van geschillenprocedures voor administratieve of fiscale rechtsbanken
OD1.4. het uitvoeren van diverse controle-activiteiten met betrekking tot de eigenbeheer-gewestbelastingen, om na te gaan of de fiscale regelgeving correct wordt nageleefd door de belastingplichtige, door de administratie en door derde betrokken partijen /
/ /
uitvoeren van dagelijkse controle-opdrachten met betrekking tot personenwagens en vrachtwagens, o.a. met behulp van ANPR (Automatic Number Plate Recognition) en WIM (Weigh In Motion) administratieve naverwerking van de controles efficiënt inzetten van de controleurs gewestbelastingen ten behoeve van interne advisering, aanvullend op administratieve processen
OD1.5: informatie en communicatie in dagelijkse werking /
communicatie met burgers en bedrijven, via brief- of mailwisseling, telefonisch of bij loketbezoek
14
Een aantal belangrijke aandachtspunten bij strategische doelstelling 1 en de onderliggende operationele doelstellingen: /
Het agentschap streeft naar een efficiënte, effectieve, klantgerichte en maatschappelijk verantwoorde inning van de gewestbelastingen in eigen beheer. Een eerste stap hierbij is het zo correct mogelijk taxeren van de belasting door het maximaal automatisch toekennen van eventuele vrijstellingen, kortingen en verminderingen aan de hand van een doorgedreven datamanagement. De Vlaamse Belastingdienst maakt hiervoor zo veel mogelijk gebruik van authentieke bronnen en zet volop in op elektronische gegevensuitwisselingen met onder andere de FOD Financiën en het notariaat. De taxatieprocessen worden permanent bijgestuurd. Op vlak van taxatie zijn volgende zaken blikvangers voor 2020:
registratie- en erfbelasting o
De doorlooptijden voor de taxatie zijn stabiel. Dat geldt zowel voor de eerste taxatie “op zicht” (gemeten tussen het initiëren van het taxatieproces (bv. ontvangst van een aangifte van nalatenschap of een te registreren akte) en het verzenden van het aanslagbiljet), als voor de eventuele aanvullende taxatie na een diepgaandere controle. De lichte stijging van de eigen doorlooptijd voor taxatie registratiebelasting in 2020 ten opzichte van 2019 is te wijten aan de toestroom van te behandelen aanen verkoopaktes in de maanden januari en februari 2020 na de afschaffing van de woonbonus. tabel 1: gemiddelde doorlooptijd in kalenderdagen taxatie registratiebelasting verkooprecht (akten geregistreerd in kalenderjaar 2016-2020) KJ 2016
KJ 2017
KJ 2018
KJ 2019
KJ 2020
gem. doorlooptijd - van datum registratie akte (bij de FOD Financiën) tot verzending aanslagbiljet
45
29
25
28
28
gem. doorlooptijd - van datum ontvangst akte (bij VLABEL) tot verzending aanslagbiljet
33
24
21
25
26
tabel 2: gemiddelde doorlooptijd in kalenderdagen taxatie erfbelasting (jaar van overlijden kalenderjaar 2016-2020) KJ 2016 gem. doorlooptijd - van datum ontvangst aangifte nalatenschap (bij VLABEL) tot verzending aanslagbiljet
o
45
KJ 2017 53
KJ 2018 46
KJ 2019 43
KJ 2020 40
Voor wat betreft de controle op het naleven van de voorwaarden voor gunstregimes in de registratiebelasting worden brieven verstuurd enkele maanden voor het verstrijken van de termijn waarbinnen de voorwaarde gerealiseerd moet zijn. Op die manier heeft de betrokkene nog de tijd om toch nog aan de wettelijke voorwaarde te voldoen.
15
schattingen & waarderingen De belastbare basis voor erf- en registratiebelasting (schenkbelasting, verkooprecht en verdeelrecht) is minimaal de normale verkoopwaarde. Dit is de prijs die mag verwacht worden bij een normale verkoop: voorbereid onder normale omstandigheden (met voldoende publiciteit, met aantrekking van een voldoende aantal kandidaten en met inachtneming van de objectieve factoren die de waarde van het onroerend goed kunnen beïnvloeden). Binnen de Vlaamse Belastingdienst is de dienst Schattingen en Waarderingen verantwoordelijk voor het uitvoeren van controleschattingen, om te bewaken dat de aangegeven waarde zo correct mogelijk deze normale verkoopwaarde benadert. De waarde van een onroerend goed schatten, is niet altijd eenvoudig. Die is immers afhankelijk van erg veel factoren en er is dikwijls een stevige financiële implicatie aan verbonden. Een te hoog ingeschatte waarde zal bijvoorbeeld een erfgenaam relatief gezien te veel erfbelasting doen betalen. Bij een te laag ingeschatte waarde loopt die erfgenaam het risico op een boete wegens tekortschatting. Om die onzekerheid weg te nemen, heeft een erfgenaam verschillende mogelijkheden: o
beroep doen op een erkende schatter-expert om een waarde te laten bepalen. De Vlaamse Belastingdienst aanvaardt deze schatting als een realistische waarde, op voorwaarde dat het schattingsverslag van de schatter-expert deugdelijk werd gemotiveerd en voldoet aan een aantal vorm- en kwaliteitsvereisten. Maandelijks wordt een bijgewerkte lijst van de erkende schatters-experten gepubliceerd op de website (https://www.vlaanderen.be/informatie-voor-erkende-schatters-experten). De aanvragen tot erkenning worden door de dienst Schattingen & Waarderingen beoordeeld. De huidige lijst telt 836 erkende schatter-experten.
o
een aanvraag voor bindende schatting aan de Vlaamse Belastingdienst zelf vragen. Voor overlijdens vanaf juni 2019 kan een erfgenaam/belastingplichtige nu ook aan de Vlaamse Belastingdienst zelf een kosteloze schatting aanvragen van de onroerende goederen die deel uitmaken van een nalatenschap. Om de Vlaamse Belastingdienst te ondersteunen in het uitvoeren van deze schattingsopdrachten werd een schattingsmodel op basis van machine learning gemaakt. Het dient een dubbel doel: de kosteloze schattingen voor erfbelasting faciliteren én detecteren in welke dossiers voor registratie- en erfbelasting er potentieel een onderwaardering gebeurd is. Uiteraard is het niet de bedoeling een schatting enkel en alleen door het model te laten uitvoeren. De kritische blik van een ervaren schatter, waar nodig gecombineerd met een plaatsbezoek, blijft in alle gevallen een must.
o
een eigen schatting maken of beroep doen op een niet-erkende schatter-expert. De erfgenaam/belastingplichtige kan natuurlijk ook altijd zelf de waarde van het onroerend goed schatten, op welke manier dan ook: uit eigen ervaring, door vergelijking met recent verkochte gelijkaardige onroerende goederen in de buurt, aan de hand van online-schattingstools … De Vlaamse Belastingdienst toetst de aangegeven waarde onder andere aan de hand van een econometrisch model, ook als de aangevers beroep doen op een niet-erkende schatter-expert.
16
grafiek 12: evolutie van het aantal Aanvragen Bindende Schatting (ABS) / aantal ABS aangevraagd door notarissen tegenover het totaal aantal ABS (volgens maand van ontvangst)
Zoals blijkt uit grafiek 12 kent het maandelijks totaal aantal aangevraagde bindende schattingen een stijgend verloop van medio 2019 tot gemiddeld 250 per maand, met pieken tot 370 en 475. De pieken en dalen in het jaar 2020 zijn grotendeels te verklaren door de coronamaatregel dat voor aangiften erfbelasting een uitstel gold tot 30 september 2020 (eerste golf). Ook in het najaar gold uitstel van indiening, tot 30 april 2021 (tweede golf). In 2020 werden iets meer dan 3.500 aanvragen ontvangen. De doorlooptijd om een bindende schatting uit te voeren, bedroeg in 2020 gemiddeld 60 kalenderdagen. Sinds eind 2019 kunnen erkende schatters-experten bij de Vlaamse Belastingdienst vergelijkingspunten vragen om hun eigen schatting te ondersteunen, beperkt tot onroerende goederen waarvoor ze belast zijn met een schattingsopdracht in het kader van een aangifte van nalatenschap. Gemiddeld werden de vergelijkingspunten binnen de vier kalenderdagen na de aanvraag bezorgd. /
De Vlaamse Belastingdienst heeft de voorbije jaren steeds een hoog inningspercentage kunnen behalen door de tijdige inkohiering en het toepassen van verschillende invorderingsstrategieën. Inningskosten worden zo goed mogelijk beheerd, terwijl ook de kostenefficiëntie van de inningsprocessen bewaakt wordt.
inningspercentages De inningspercentages liggen na het volledig doorlopen van de invorderingscyclus (het jaar dat volgt op het aanslagjaar, X+1) met percentages van meer dan 98% erg hoog. Enige uitzondering daarop zijn de leegstands- en verkrottingsheffingen, die inhoudelijk erg vaak betwist worden, en de planbatenheffing, die niet onmiddellijk betaald moet worden.
17
Gedetailleerde cijfers en grafieken per belasting met betrekking tot de inkohiering en de innings- en invorderingscyclus zijn opgenomen in het deel “Onze heffingen”, vanaf pagina 41 en in de bijlagen. tabel 3: inningspercentages per belasting (voorbeeld voor jaar X+1, status 31/12/2020 voor aanslagjaar 2019) Belasting
Innings%
Onroerende voorheffing
98,90%
Jaarlijkse verkeersbelasting – personenwagens en aanverwante
98,84%
Jaarlijkse verkeersbelasting – vrachtwagens en aanverwante
96,46%
Registratiebelasting
99,90%
Erfbelasting
97,84%
Heffing ongeschikte en onbewoonbare woningen
41,27%
Leegstandsheffing bedrijfsruimten
46,37%
Planbatenheffing
0,33%
Belasting op spelen & weddenschappen
99,75%
Belasting op automatische ontspanningstoestellen
99,61%
afbetalingsplannen De beoordelingscriteria voor het toestaan van afbetalingsfaciliteiten zijn vastgelegd in relatie tot de aard van de heffing en de reden van de aanvraag: o voor onroerende voorheffing en verkeersbelastingen blijft het in principe nodig dat de belasting volledig binnen het jaar betaald moet zijn, aangezien het jaar daarop een nieuwe belasting gevestigd wordt; o registratiebelasting: voor de specifieke context van navorderingen die voortvloeien uit de controle van de gunstregimes zijn aangepaste criteria vastgelegd, omdat het over relatief grote bedragen gaat en het in principe een eenmalige aanvullende belasting is; o de erfbelasting is in principe een eenmalige belasting, maar daar gaat het veelal om grotere bedragen; daarom staan afbetalingsfaciliteiten meestal in relatie tot bv. de verkoop van een onroerend goed in de nalatenschap, of van de financiële middelen die werden vererfd. Coronamaatregel – soepel toestaan van afbetalingsplannen De Vlaamse Belastingdienst stelde zich soepel op bij het beoordelen van aanvragen voor afbetalingsplannen, voornamelijk voor onroerende voorheffing en verkeersbelastingen (voor aanslagjaar 2020) voor privépersonen en eenmanszaken. Voor rechtspersonen werd de inkohiering uitgesteld of de betalingstermijn verlengd. Hoewel zowel voor onroerende voorheffing als verkeersbelasting het aantal aanvragen steeg, blijven de aanvragen voor afbetalingsplannen - relatief gezien ten opzichte van het aantal verzonden aanslagbiljetten - uitermate beperkt.
18
grafiek 13: aantal ontvangen aanvragen voor afbetalingsplannen in kalenderjaar 2018 – 2020 voor onroerende voorheffing en verkeersbelasting (personenwagens en aanverwante)
Ondanks de aangekondigde coronamaatregel is er geen substantiële evolutie te merken in het aantal afbetalingsplannen dat doorheen de jaren wordt aangevraagd, in verhouding tot het aantal aanslagbiljetten. Zowel voor de verkeersbelastingen voor personenwagens als voor de onroerende voorheffing ligt het aantal aanvragen voor afbetalingsplannen, ook in 2020, steeds rond de 0,30%. Uit grafiek 13 blijkt wel dat relatief gezien steeds meer aanvragen voor afbetalingsplannen ingewilligd worden. Waar in 2018 voor onroerende voorheffing bv. iets meer dan 80% van de aanvragen werd toegestaan, bedroeg dat in 2019 net geen 83%.De verhouding ligt voor 2020 nog iets lager, maar de cijfers zijn mogelijk nog niet volledig representatief, gelet op de betalingsuitstellen die als coronamaatregel toegestaan werden. Voor verkeersbelasting personenwagens is de evolutie vergelijkbaar: net 70% inwilligingen evolueerden naar iets minder dan 75%. grafiek 14: evolutie inwilliging en afwijzing afbetalingsplannen voor onroerende voorheffing en verkeersbelasting personenwagens (kalenderjaren 2018-2020)
19
invordering Voor de invordering wordt op een intensieve manier samengewerkt met de gerechtsdeurwaarderskantoren. Dat gebeurt niet rechtstreeks, maar via een centraliserende instantie, DIAM (www.diam.be), die speciaal hiervoor werd opgericht door de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders. DIAM centraliseert de dossiers voor verschillende jaren of verschillende belastingen bij dezelfde deurwaarder, zodat waar mogelijk maar één keer invorderingskosten gemaakt worden voor gebundelde schulden. Door die centralisatie kent de optredende gerechtsdeurwaarder dikwijls de mensen bij wie de financiële toestand problematisch is en kan hij hun solvabiliteit beter beoordelen. Bovendien verloopt de invordering volgens regels die vastgelegd werden in een samenwerkingsprotocol. Via dit protocol zijn bv. duidelijke afspraken gemaakt rond welke invorderingsstappen gezet mogen worden in welke situaties. Zo werd bv. afgesproken dat eerst een aanmaning moet worden bezorgd vooraleer een dwangbevel mag betekend worden. De kosten verbonden aan een aanmaning zijn immers significant lager dan die voor een dwangbevel. De samenwerking met DIAM bestaat intussen 10 jaar. De groei die de Vlaamse Belastingdienst zelf heeft doorgemaakt de afgelopen jaren, weerspiegelt zich ook in een uitbreiding van het takenpakket van DIAM door de jaren heen. Voor de verschillende gewestbelastingen (met uitzondering van de belasting op spelen en weddenschappen) werden intussen invorderingsdossiers overgemaakt aan DIAM. Ook de niet-fiscale invordering kende een groei de afgelopen 10 jaar Het resultaat van de goede samenwerking is dat er nauwelijks of geen klachten bij onze eigen klachtendienst of ombudsdienst ingediend worden over ons invorderingsbeleid. De overgrote meerderheid invorderingsdossiers betreft onroerende voorheffing en verkeersbelastingen. Dat is ook logisch, omdat daarvoor de grootste aantallen belastingplichtigen zijn. Sinds oktober 2018 gebeurt het opmaken van dwangschriften en het overmaken van dossiers aan de gerechtsdeurwaarders ook voor erf- en registratiebelasting als een wederkerend proces. Voorheen werd dit nog ad hoc ingepland in functie van aantallen over te maken dossiers.
Coronamaatregel – beperktere invorderingsinitiatieven 2020 was geen gewoon invorderingsjaar. Door de coronamaatregelen moest er vaak snel geschakeld worden om nieuwe werkafspraken te maken, zowel intern als met DIAM of met derdebeslagenen (huurders, werkgevers, banken,…). In april 2020 werd bij Koninklijk Besluit een tijdelijk verbod tot gedwongen invordering t.a.v. ondernemingen ingevoerd. De wet van 20 mei 2020 voerde een aantal verbodsbepalingen in voor de invordering bij natuurlijke personen. Na afloop van deze maatregelen werden de grensbedragen voor de berekening van het beslagbaar gedeelte (bv. bij loonbeslag) aangepast. Voortaan mochten er dus minder inhoudingen gebeuren voor de Vlaamse Belastingdienst. Alle derdebeslagenen werden gecontacteerd om hen te wijzen op deze maatregelen. Tijdelijk werden geen nieuwe beslagen onder derden gelegd, de lopende beslagen onder derden werden opgeschort en er werden ook minder nieuwe deurwaardersdossiers aan DIAM overgemaakt. In die periode ging de Vlaamse Belastingdienst al sowieso soepel om met het toestaan van afbetalingsplannen in de lopende dossiers, zowel voor ondernemingen als voor natuurlijke personen. Na het opheffen van de maatregelen werd de invordering weer voorzichtig hernomen. De tekst van de aanmaning door de
20
gerechtsdeurwaarders werd bv. herwerkt naar een minder dwingende versie. De Vlaamse Belastingdienst vond het belangrijk om rekening te houden met de bijzondere omstandigheden tijdens deze crisisperiode. Tijdens de tweede coronagolf waren er vergelijkbare wetgevende initiatieven en moest de invorderingsaanpak terug snel bijgestuurd worden. Ondanks deze maatregelen werden in 2020 toch beduidend meer dossiers voor invordering overgemaakt. Het aantal dossiers voor onroerende voorheffing en verkeersbelasting daalde wel degelijk, de stijging situeert zich volledig binnen de niet-fiscale invordering, Door een wijziging in de regelgeving legt het agentschap Vlaamse Sociale Bescherming sinds 2020 voor de bijdrage Zorgfonds een boete op na twee openstaande premies in plaats van drie. Verhoudingsgewijs worden er dus ook meer boetes voor invordering overgemaakt aan de Vlaamse Belastingdienst.
tabel 4: aantallen voor invordering aan DIAM overgemaakte dossiers Kalenderjaar 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020
Totaal 106.186 163.183 101.104 110.979 101.962 106.590 111.608 111.994 134.275
Onroerende Voorheffing 31.691 43.261 31.672 34.568 33.708 31.006 31.477 31.125 30.318
Verkeersbelastingen
Andere (*)
58.666 105.510 50.195 61.015 54.580 55.637 56.593 57.543 52.330
15.829 14.412 19.237 15.396 13.674 19.947 23.538 23.326 51.627
(*) In de categorie “andere” zijn alle andere heffingen verzameld, maar eveneens de dossiers die door het agentschap Vlaamse Sociale Bescherming, het vroegere Zorgfonds, aan ons bezorgd zijn voor invordering. Deze dossiers vormen het leeuwendeel van de categorie “andere”: voor 2019 ging het om 18.839 van de 23.325 in te vorderen dossiers (80,76%), voor 2020 om 47.762 van de 51.627 (92,51%).
tabel 5: via DIAM ingevorderde bedragen (in euro) en recuperatiepercentage (**)
Onroerende voorheffing Verkeersbelastingen Registratiebelasting Erfbelasting Verkrottingsheffing Woningen Leegstandsheffing Bedrijfsruimten Planbatenheffing
Ingevorderd deel van in kalenderjaar 2020 voor invordering overgemaakte bedragen (A) € 29.181.094,88 € 18.330.789,51 € 1.436.884,05 € 3.462.905,08 € 210.655,92 € 517.735,83 € 74.284,22
In kalenderjaar 2020 overgemaakt voor invordering (B) € 35.553.913,34 € 28.295.473,75 € 3.616.292,48 € 9.669.460,38 € 1.046.824,24 € 1.650.526,05 € 554.385,98
Voorlopig recuperatiepercentage (A/B) 82,08 % 64,78 % 39,73 % 35,81 % 20,12 % 31,37 % 13,40 %
(**) opgelet: aangezien de invorderingscyclus voor alle belastingen niet gelijk wordt opgestart en niet gelijktijdig verloopt, zijn de cijfers voor de verschillende heffingen niet steeds vergelijkbaar.
21
/
De Vlaamse Belastingdienst streeft naar een efficiënte en effectieve behandeling van bezwaren en klachten. Het aantal bezwaren daalt jaar na jaar, onder meer door in te zetten op een meer correcte vestiging van de belasting. Met uitzondering van de regulerende heffingen liggen de bezwaarpercentages erg laag, zoals de tabel hierna aantoont. Van de dan toch ingediende bezwaarschriften worden er veel minstens gedeeltelijk ingewilligd. Het gaat dan dikwijls om moeilijk te vermijden bezwaarschriften, die bv. te wijten zijn aan fouten in de authentieke brongegevens die bij de taxatie gebruikt worden. De cijfers voor aanslagjaar 2020 zijn meestal nog niet representatief: voor veel aanslagbiljetten liep de bezwaartermijn nog per eind december 2020, zodat het bezwaarpercentage nog niet volledig kan zijn. De inwilligingspercentages zijn ook om die reden nog niet representatief, maar bovendien ook omdat het in absolute aantallen dikwijls om beperkte aantallen reeds afgehandelde dossiers gaat. Ook over de bezwaar- en geschilafhandeling zijn meer gedetailleerde cijfers in bijlage opgenomen. tabel 6: bezwaarpercentage (aantallen bezwaren t.o.v. aantal aanslagbiljetten) en inwilligingspercentage (minstens gedeeltelijk ingewilligde bezwaren t.o.v. aantal al behandelde bezwaren) (aanslagjaren 2018-2020, status 31/12/2020)
Onroerende voorheffing
Bezwaarpercentage
Jaarlijkse verkeersbelasting personenwagens Jaarlijkse verkeersbelasting vrachtwagens Registratiebelasting
Bezwaarpercentage
Inwilligingspercentage Inwilligingspercentage Bezwaarpercentage Inwilligingspercentage Bezwaarpercentage Inwilligingspercentage
Erfbelasting
Bezwaarpercentage
AJ 2018
AJ 2019
AJ 2020
0,92%
0,86%
0,59%
76,00%
75,20%
64,87%
0,32%
0,37%
0,21%
74,21%
75,09%
67,07%
1,26%
1,01%
0,82%
86,65%
79,60%
66,49%
0,91%
0,73%
0,55%
77,92%
82,31%
84,98%
1,33%
1,29%
0,89%
Inwilligingspercentage
64,34%
69,48%
75,34%
Heffing ongeschikte en onbewoonbare woningen Leegstandsheffing bedrijfsruimten
Bezwaarpercentage
49,61%
44,50%
23,66%
Inwilligingspercentage
62,75%
60,34%
100,00%
Bezwaarpercentage
34,12%
31,41%
5,48%
Inwilligingspercentage
50,73%
48,76%
n.v.t.
Planbatenheffing
Bezwaarpercentage
21,58%
6,83%
n.v.t.
Inwilligingspercentage
70,43%
n.v.t.
n.v.t.
22
Door controleactiviteiten, voornamelijk gericht op verkeersbelasting en kilometerheffing, en op spelen en weddenschappen en automatische ontspanningstoestellen wordt nagegaan of de fiscale regelgeving correct wordt nageleefd. o
o
o
o
De Vlaamse Belastingdienst heeft controleteams verkeersbelasting op de weg en maakt onder andere gebruik van de ANPR-camera’s (Automated Numberplate Recognition - camera’s met automatische nummerplaatherkenning) en de WIMmeetsystemen (Weigh In Motion) van het Agentschap Wegen en Verkeer. Door vergelijking van de gegevens van de ANPR-camera’s met de gegevens uit het VFP kunnen de controleurs optreden bij een overtreding en overgaan tot onmiddellijke inning van achterstallige verkeersbelastingen en de verschuldigde boete. Deze aanpak heeft een sterke signaalfunctie naar andere wanbetalers. Voor de controle op de kilometerheffing gebruikt de Vlaamse Belastingdienst een geïntegreerd systeem van mobiele controleploegen en geautomatiseerde handhavingssystemen, waarbij de gegevens worden verwerkt in het handhavingscentrum. Een anoniem controlevoertuig combineert een mobiele controle met de ingebouwde ANPR-camera, waardoor op verschillende plaatsen kan gecontroleerd worden. Naast de controles op eigen initiatief voert de Vlaamse Belastingdienst ook controles uit in samenwerking met de politie of andere overheidsinstellingen. Ook voor de controle op de belasting op automatische ontspanningstoestellen heeft de Vlaamse Belastingdienst dagelijks controleteams op pad die ter plaatse (in onder meer speelhallen, cafés, lunaparken, wedkantoren, vakantieparken …) nagaan of de belastingplichtigen hun aangifte tijdig en correct ingediend hebben. Als de belastingplichtige niet aan zijn fiscale verplichtingen voldaan heeft, wordt bij een fiscale controle een formeel verslag van vaststelling opgemaakt. Het controleteam spelen en weddenschappen voert zowel administratieve controles van de maandelijkse online aangifte op bureau uit, als controles op locatie (in casino’s, op paardenrenbanen, bij wielerwedstrijden …) om de correcte inning van de belasting op spelen en weddenschappen te verzekeren.
De controleresultaten zijn opgenomen in de hoofdstukken verkeersbelasting, spelen en weddenschappen en automatische ontspanningstoestellen] in het deel “Onze heffingen”, vanaf pagina 41.
23
STRATEGISCHE DOELSTELLING 2: MAXIMALE FISCALE COMPLIANCE VIA EEN COHERENT FISCAAL KADER Als tweede strategische doelstelling schenkt de Vlaamse Belastingdienst extra SD2: meewerken aan en het beleidsmatig ondersteunen van de minister bij het verder aandacht aan de aanvaarding van het uitbouwen van een coherent fiscaal kader, fiscale beleid door de burger (fiscale teneinde bij te dragen aan een maximale compliance), onder meer door het voeren fiscale compliance van een gericht informatieen communicatiebeleid en door het periodiek uitvoeren van een klantentevredenheidsonderzoek. Vanzelfsprekend hebben ook andere strategische doelstellingen indirect hun impact op de fiscale compliance: een klantgerichte en efficiënte inning komt uiteraard ook de aanvaarding van de Vlaamse fiscaliteit ten goede. OD2.1 het leveren van de vereiste beleidsgerichte input voor beleidsvoorbereiding en evaluatie en bij de aansturing van de uitvoering van het beleid / / / /
beleidsrapportering, structureel en ad hoc parlementaire vragen (schriftelijke vragen en vragen om uitleg) omzetten van klachten en ombudsnota's naar aanbevelingen tot bijsturing van de interne werking of het beleid studie- en adviesopdrachten met betrekking tot Vlaamse fiscaliteit en regelgeving
OD2.2: beheren regelgeving / /
juridisch-technisch adequate omzetting van de beleidsdoelstelling naar transparante en eenduidige regelgevende teksten verduidelijken regelgeving via omzendbrieven, administratieve standpunten, commentaren
OD2.3 meewerken aan het uitwerken en voeren van een gericht informatiebeleid / / /
het aan burgers in het algemeen verstrekken van duidelijke en correcte inhoudelijke informatie met betrekking tot de gewestbelastingen het aan de betrokken belastingplichtigen verstrekken van duidelijke en correcte informatie met betrekking tot lopende dossiers het actief prospecteren naar mogelijke verbeterpunten inzake de inning van de gewestbelastingen die in eigen beheer worden geïnd, onder meer door een periodieke klantenbevraging
24
Een aantal belangrijke aandachtspunten bij de strategische doelstelling 2 en de bijbehorende operationele doelstellingen: /
De Vlaamse Belastingdienst heeft de afgelopen jaren de fiscale compliance van belastingplichtigen – zowel burgers als bedrijven – stelselmatig vergroot door o in te zetten op een betere informatievoorziening en de communicatiekanalen verder uit te bouwen; Sinds 2019 zorgen we voor een stapsgewijze inkanteling van de website belastingen.vlaanderen.be binnen vlaanderen.be (webplatform) om meer gebruikersgerichte thematisch gestructureerde informatie te kunnen aanbieden en dubbele of tegenstrijdige informatie tussen verschillende overheidswebsites te voorkomen. Tegelijk worden alle webteksten herwerkt en verder verduidelijkt conform de principes van “Heerlijk Helder”. De migratie van informatie is in 2020 gerealiseerd voor alle grote belastingen (onroerende voorheffing, verkeersbelastingen, erfbelasting, registratiebelasting … ), tegelijk met specifieke heffingsoverschrijdende informatie (bv. afbetalingsplannen, bezwaarindiening …). In 2021 worden de twee resterende belastingen (leegstandsheffingen) gemigreerd en wordt de zogenaamde entiteiten/organisatiehub ontsloten (organisatiegebonden informatie). o
belastingplichtigen kunnen de Vlaamse Belastingdienst via volgende kanalen bereiken: telefonisch via de 1700-lijn voor eerstelijns informatie. Voor inhoudelijke vragen wordt het gesprek doorgeschakeld naar een telefoonpool van medewerkers van de Vlaamse Belastingdienst. Als het gesprek niet onmiddellijk kan beantwoord worden, wordt dit geëscaleerd naar meer gespecialiseerd personeel die de beller zelf opnieuw zullen contacteren voor een antwoord op hun vragen. elektronisch via het contactformulier op de website; schriftelijk via brief; fysiek bij de geografisch verspreide loketten. Tabel 7 toont een duidelijk lager aantal telefonische oproepen in 2018 en 2019 ten opzichte van 2017; zeker voor onroerende voorheffing lag het aantal oproepen in 2017 significant hoger dan de eerdere jaren omwille van de afwijkende verzending van de aanslagbiljetten na de invoering van STIPAD bij de FOD Financiën. Het totaal aantal oproepen in 2020 lag opnieuw licht hoger. Deze lichte stijging is te wijten aan: − inhoudelijke vragen over OV en vragen rond de uitgestelde verzending (coronamaatregel); − meer vragen rond erfbelasting, allicht als gevolg van de oversterfte tijdens de coronapandemie. Voor registratiebelasting zijn minder telefonische oproepen ontvangen, allicht door het gedaalde aantal vastgoedtransacties in de coronaperiode.
25
tabel 7: evolutie aantal inkomende oproepen (“aanbod”) bij 1700 (2017-2020) voor de belangrijkste belastingen 2017
2018
2019
2020
onroerende voorheffing
160.751
125.078
129.067
141.205
verkeersbelastingen
209.936
193.014
186.798
184.225
93.666
79.542
67.626
67.640
(23.636)
(21.780)
(43.990)
(45.760)
612
416
384.103
393.486
registratie- en erfbelasting (*), waarvan: - registratiebelasting - erfbelasting spelen & weddenschappen, automatische ontspanningstoestellen totaal
464.353
397.634
(*) Vanaf 2019 zijn afzonderlijke cijfers beschikbaar voor de telefonische oproepen voor registratie- en voor erfbelasting. Vanaf dan kregen de beide belastingen een eigen keuzemenu, zodat afzonderlijke rapportering mogelijk werd.
Grafiek 15 toont aan dat de telefonische oproepen bij 1700 een duidelijk piek vertonen in de zomermaanden, net na de verzending van de grootste aantallen aanslagbiljetten onroerende voorheffing. De aanslagbiljetten verkeersbelastingen worden gelijkmatiger gespreid over het jaar verstuurd, afhankelijk van de inschrijvingsdatum van het voertuig (voor personenwagens) en zorgen dus nauwelijks voor een piekbelasting. De globale bereikbaarheid (de verhouding tussen het aantal beantwoorde en binnenkomende oproepen) ligt meestal tussen de 90 en 95%. Uitschieter naar beneden is de maand oktober, waar een piekverzending voor OV voor bedrijven (coronamaatregel) en de latere verzending voor particulieren vanaf juli in plaats van vanaf mei de belangrijkste verklaring is. grafiek 15: maandelijkse spreiding aantal inkomende telefonische oproepen (“aangeboden”) en bereikbaarheidspercentage bij 1700 (kalenderjaar 2020)
2020: Inkomende oproepen vs bereikbaarheid 60.000
100,00%
50.000
90,00%
40.000
80,00%
30.000
70,00%
20.000
60,00%
10.000
50,00%
0
40,00%
Aangeboden
Bereikbaarheid
26
Verder zien we duidelijk een dalende trend in de aantallen inkomende briefwisseling (tabel 8): op enkele jaren tijd is de inkomende post met bijna 40% afgenomen. Inkomende “post” via het digitaal loket (tabel 9) is wel licht toegenomen ten opzichte van 2018. De grootste aantallen van 2017, na problemen met de aanslagbiljetten OV door de invoering van STIPAD bij de FOD Financiën, worden niet meer bereikt. tabel 8: evolutie aantal inkomende poststukken/briefwisseling 2015-2020 voor de belangrijkste belastingen Kalenderjaar 2015 2016 2017 2018 2019 2020
Onroerende voorheffing 98.410 77.564 100.725 93.248 88.718 72.193
Verkeersbelastingen 155.909 161.144 139.748 129.329 112.497 80.747
Erf- & Registratiebelastingen 98.531 82.799 67.415 62.000 48.484 61.998
Totaal 352.850 321.507 307.888 284.577 249.699 214.938
tabel 9: evolutie aantal digitale contactformulieren en digitale bezwaarschriften (kalenderjaren 20172020) Type document
2017
2018
2019
2020
bezwaar onroerende voorheffing
6.545
6.326
8.752
10.548
bezwaar verkeersbelastingen
2.469
2.366
3.148
4.596
contactformulier – andere contactformulier – onroerende voorheffing contactformulier – verkeersbelastingen personenwagens en aanverwante contactformulier – verkeersbelastingen vrachtwagens en aanverwante contactformulier – registratiebelasting contactformulier – erfbelasting totaal
o
679
686
702
1.104
11.888
8.904
9.005
15.714
13.149
10.672
9.112
12.918
279
335
269
485
4.499
4.887
4.358
4.613
3.477
3.405
3.875
4.513
43.528
38.038
39.221
54.501
het voorzien van simulatiemodules voor onroerende voorheffing en verkeersbelasting. De wizard leidt de gebruiker via enkele vragen tot een berekend resultaat, met een overzicht van verschuldigde belastingen en eventuele verminderingen. Voor de simulatie van de verkeersbelasting is ook een app beschikbaar, zodat ook de fiscale aspecten al in de toonzaal bij de aankoop van een nieuwe wagen makkelijk mee in overweging genomen kunnen worden. In het najaar van 2020 werd de simulatiemodule aangepast aan de berekening volgens de WLTPuitstoot van voertuigen die van toepassing werd vanaf 1 januari 2021.
27
Schermafbeelding simulatie onroerende voorheffing (website – https://belastingen.vlaanderen.be/simulaties)
o
Schermafbeelding app verkeersbelastingen (downloadlinks op https://belastingen.vlaanderen.be/ app-simulatie-biv-vkb)
in te zetten op stakeholdermanagement: de Vlaamse Belastingdienst overlegt regelmatig met belangengroepen en beroepsverenigingen. Klantentevredenheidsonderzoek bij Vlaamse notarissen Eind 2019 werd een klantentevredenheidsonderzoek bij Vlaamse notarissen uitgevoerd, waarvan de resultaten in februari 2020 werden opgeleverd en aan de notarisfederatie KFBN toegelicht. De focus lag deze keer op de tevredenheid voor de erf- en registratiebelasting. Er werd expliciet aandacht besteed aan de evolutie van de tevredenheid in de periode tussen opstart van de eigen inning voor deze belastingen, toen nieuwe werkwijzen geïntroduceerd werden, en eind 2019, als gewenning aan die nieuwe procedures opgetreden was. Qua methodiek werd geopteerd voor een kwalitatief vooronderzoek dat bestond uit een interview bij een twintigtal door de KFBN geselecteerde notariskantoren. Aan de hand van dat vooronderzoek werden de verder te bevragen topics afgebakend. In het kwantitatieve onderzoek werden 250 telefonische bevragingen bij notarissen of hun adviseurs afgenomen. Er werd gepeild naar de tevredenheid bij notariskantoren over: − de wijze waarop dossiers erf- en registratiebelasting, en fiscale notificaties, worden behandeld; − de wijze waarop de samenwerking en communicatie tussen beide partijen verloopt;
28
−
de tevredenheid over de informatieverstrekking, de processen en de procedures. Daarnaast worden algemene benchmarkvragen gesteld rond het imago van en het vertrouwen in de Vlaamse Belastingdienst. Ongeveer 9 op 10 respondenten geven aan dat de Vlaamse Belastingdienst over het algemeen genomen een goede indruk geeft (imago), dat ze vertrouwen hebben in de Vlaamse Belastingdienst en tevreden zijn over de dienstverlening. 28% geeft zelfs aan zeer tevreden te zijn over de dienstverlening. Een positieve evaluatie vloeit vooral voort uit de “vlotte en correcte samenwerking met vriendelijke en behulpzame VLABEL-medewerkers”. Ook de vlotte klachtenbehandeling als er toch issues opduiken wordt een pluspunt genoemd, net zoals de informatieverstrekking via website met publicatie van standpunten en commentaren. Over de directe contacten met VLABEL-medewerkers is 95% tevreden tot uiterst tevreden, ook op vlak van de verstrekte informatie. Het is ook duidelijk dat de notarissen de inspanningen van de afgelopen jaren waarderen: ongeveer de helft geeft aan dat de dienstverlening rond erf- en registratiebelasting licht (27%) tot sterk (20%) verbeterd is sinds de overname. Als voornaamste verbeterpunt geven notarissen aan liever een DIRECT CONTACTPUNT te hebben. Telefonisch contact via 1700 wordt als een goede optie voor gewone burgers maar als te weinig gespecialiseerd voor notarissen ervaren. Contact via het contactformulier vinden notarissen eerder omslachtig. Actiepunt: De Vlaamse Belastingdienst richt een specifieke telefoonpool in als preferentieel kanaal voor notarissen; niet elke vraag zal echter onmiddellijk telefonisch behandeld kunnen worden: complexe vragen worden intern afgestemd en het antwoord nadien gecommuniceerd. Het engagement wordt aangegaan om een korte antwoordtermijn te respecteren. Bij een telefonisch contact zou het BIJHOUDEN VAN EEN “TRACK RECORD” een meerwaarde betekenen zodat de gemaakte afspraken ook hun weerslag krijgen in het digitale dossier (17%). Actiepunt: De Vlaamse Belastingdienst zal een korte neerslag van de gesprekken toevoegen aan het digitale dossier, zodat deze toegankelijk wordt in alle fasen van behandeling; de Vlaamse Belastingdienst onderzoekt ook of die neerslag via mail aan het notariskantoor overgemaakt kan worden. De procedure voor het INDIENEN VAN EEN BEZWAAR EN DE BEHANDELTERMIJN ervan is een derde verbeterpunt. De langere behandeltermijn uit de opstartjaren 2015 en 2016, werd vanaf 2017 al systematisch teruggedrongen tot 75 kalenderdagen in 2019 voor erfbelasting en 32 kalenderdagen voor registratiebelasting. Actiepunt: Voor wat betreft de bezwaarprocedure blijft het uitgangspunt dat er een “formele” reactie moet zijn vooraleer aanpassingen aan dossiers kunnen gebeuren; in geval van loutere materiële vergissingen bij de taxatie, kan het volstaan dat de
29
notaris dit meldt om een dossier voor ambtshalve ontheffing of interne rechtzetting op te starten. /
Het agentschap levert strategische input voor het beleid, en past regelgeving aan onder meer op vlak van: o de verdere vergroening van de verkeersfiscaliteit, vanaf 2021 is de verkeersfiscaliteit afgestemd op de nieuwe emissietesten (WLTP-testcyclus). De beleidsmatig ingeslagen weg richting ontdieseling en het gebruik van energie-efficiënte (lage CO2 uitstoot) en zero-emissie voertuigen wordt zo verdergezet. o de herziening van de erfbelasting, waarbij de erfbelasting meer wordt afgestemd op de huidige samenlevingsvormen, zoals: voor een vriendenerfenis, waarbij de kans wordt gegeven om een bepaald deel van een erfenis toe te wijzen aan een verwante of niet-verwante persoon als ‘best friend’ waarop dan het voordeligere tarief in rechte lijn wordt toegepast in plaats van de hogere tarieven in zijlijn; voor wijzigingen van de regeling rond duo-legaten, waarbij het zuiver altruïstisch element wordt hersteld en versterkt met een tariefverlaging. o diverse coronamaatregelen gericht op betalingsuitstel enerzijds en verlenging fiscale termijnen anderzijds; over de coronamaatregelen wordt doorheen dit jaarverslag gerapporteerd. o beperking van het gewestelijk belastingkrediet voor rechtspersonen in de onroerende voorheffing tot het deel van de materieel en outillage.
/
De Vlaamse Belastingdienst heeft met de Vlaamse Codex Fiscaliteit (VCF) een eigen fiscaal wetboek voor de gewestbelastingen in eigen beheer, met uitzondering van de planbatenheffing, die verankerd blijft in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
/
Een intern besluitvormingsorgaan voor de behandeling van voorafgaande beslissingen (rulings) werd opgericht. Voor gemengde rulings werkt de Vlaamse Belastingdienst samen met de federale dienst Voorafgaande Beslissingen. Naast de rulingdienst organiseert de Vlaamse Belastingdienst ook een intern standpuntenoverleg. De beslissingen van de rulingdienst en het standpuntenoverleg worden gepubliceerd op de website van de Vlaamse Belastingdienst om de belastingplichtigen nog meer informatie en rechtszekerheid te bieden (https://belastingen.vlaanderen.be/standpunten-commentaren). tabel 10: aantallen rulings (kalenderjaren 2017-2020) 2017 Erfbelasting Registratiebelasting Gemengd Erf- & Registratiebelasting BIV Totaal
“zuivere” rulings
8 49
2018
“gemengde” rulings
5
1
58
“zuivere” rulings
16 35
2019
“gemengde” rulings
8
4
5
55
“zuivere” rulings
4 30
2020
“gemengde” rulings
4
33
8
67
“zuivere” rulings
26 23
“gemengde” rulings
3
28
4
1 78
3
30
STRATEGISCHE DOELSTELLING 3: INVORDERING VAN NIET-FISCALE SCHULDVORDERINGEN De derde strategische doelstelling betreft het verder ter beschikking stellen van de invorderingsexpertise van de Centrale Invorderingscel (CIC) van de Vlaamse Belastingdienst aan andere entiteiten van de Vlaamse overheid. Specifiek fiscale invorderingsprocedures zoals fiscaal derdenbeslag kunnen door de CIC ook ingezet worden voor de inning van niet-fiscale schuldvorderingen.
SD3: het in de plaats treden van opdrachtgevende entiteiten van de Vlaamse overheid, om te komen tot een uniforme, efficiënte en effectieve invordering van nietfiscale schuldvorderingen en als dusdanig schaalvoordelen te bereiken, waar mogelijk via een uniek invorderingsdossier
Daarnaast blijft de CIC ook een coördinerende en faciliterende rol opnemen voor andere kernentiteiten van de Vlaamse overheid, ongeacht of we dossiers/vorderingen voor hen behandelen, zoals bv. voor de toegang en het gebruik van Regsol (het Centraal Register Solvabiliteit). Via dit digitale platform kunnen bv. schuldeisers openstaande insolventiedossiers, beheerd door de Ondernemingsrechtbanken, opstarten, raadplegen of opvolgen. In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van entiteiten van de Vlaamse overheid die beroep doen op de CIC voor de inning van niet-fiscale schuldvorderingen. Beleidsdomein
Agentschappen en taken waarvoor de CIC invorderingsbijstand kan verlenen Agentschap Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) / Invordering van niet betaalde verplichte bijdrage
Landbouw en Visserij
Economie, Wetenschap en Innovatie
Werk en Sociale Economie
Departement Landbouw en Visserij / Invorderen van ten onrechte uitbetaalde VLIF-steun (Vlaams Landbouwinvesteringsfonds) / Invorderen van ten onrechte uitbetaalde FIVA-steun (Financieringsinstrument voor de Vlaamse Visserij- en Aquacultuursector) Agentschap Innoveren en Ondernemen / Invorderen van ten onrechte steun gegeven in het kader van het Hermesfonds – Fonds voor flankerend Economisch Beleid / Invorderen van ten onrechte steun gegeven in het kader van EFRO (Europees Fonds voor regionale ontwikkeling) / Invorderen van bijdragen bij deelname Buitenlandse Beurs / Invorderen van ten onrechte steun gegeven in het kader van IWT (Innovatie door Wetenschap en Technologie) Departement Werk en Sociale Economie invorderingsbijstand bij premies i.v.m. / Gesubsidieerde contractuelen (GESCO) / Aanmoedigingspremies / Administratieve geldboete / Derde Arbeidscircuit (DAC) / Jongerenbonus / Educatief verlof
31
/ / /
Dienstencheques Europees Sociaal Fonds Zorgkrediet
Agentschap Sport Vlaanderen invorderingsbijstand bij: / Boete disciplinaire commissie / Andere boetes / Subsidie sport / Sportcheques
Cultuur, Jeugd, Sport en Media
Omgeving
Vlaamse Regulator van Elektriciteitsen Gasmarkt (VREG)
Welzijn, Volksgezondheid en Gezin
Agentschap Vlaamse Regulator voor de Media (VRM) invorderingsbijstand bij / Administratieve geldboete Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media invorderingsbijstand bij/voor: / Uitleendienst kampeermateriaal / Vonnissen en arresten / Cultuurcheques / Subsidies kunst / Leningen kunst / Alden Biesen / Investeringssubsidies Fonds Culturele infrastructuur (FoCi) Vlaams Energie en Klimaatagentschap (VEKA) / Invordering van geldboetes opgelegd door het VEKA met betrekking tot EPC en EPB certificaten Agentschap wonen / Invordering van ten onrechte uitbetaalde Huisvestingspremies en Waarborgen (enkel nog oude dossiers in behandeling)
/
Administratieve geldboete
Agentschap Opgroeien Regie / Terugvordering van subsidies die ten onrechte aan een organisator voor kinderopvang werd gegeven / Invordering van bestuurlijke geldboetes opgelegd aan een organisator voor kinderopvang / Invordering van ouderbijdrage voor kinderopvang / Terugvordering van onverschuldigde betaalde toelagen in het kader van het gezinsbeleid bij de burger / Terugvorderen van subsidies bij een private uitbetalingsactor / Invorderen van een alternatieve/exclusieve bestuurlijke geldboete bij een private uitbetalingsactor / Invorderen van onbetaalde facturen uitschreven door Expoo Agentschap voor de uitbetaling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid (VUTG) / Terugvordering van subsidies voor de werkingsmiddelen bij een private uitbetalingsactor / Invordering van exclusieve/alternatieve bestuurlijke geldboete bij de burger / Schadevergoeding kinderopvang Agentschap Zorg en Gezondheid - Vlaamse Sociale Bescherming (VSB)
32
/ /
Invordering van administratieve geldboetes met betrekking tot de niet betaalde bijdragen aan de zorgverzekering Terugvordering van ten onrechte betaalde tegemoetkomingen en vergoedingen aan bejaarden en personen met en handicap
Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin / Terugvordering van ten onrechte uitbetaalde leeflonen aan personen onder elektronisch toezicht / Invordering van bedragen met betrekking tot schade toegebracht aan elektronisch toezichtmateriaal (enkelbanden) / Terugvordering van onterecht uitbetaalde leeflonen / Invordering van administratieve geldboete VIPA (Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden) / Invordering van ten onrechte uitbetaalde subsidie door VIPA ((Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden) Agentschap voor samenwerking rond gegevensdeling in de zorg (VASGAZ) / Invordering van administratieve geldboete opgelegd door VASGAZ / Terugvordering van onterecht uitgekeerde subsidies Agentschap Binnenlands Bestuur invorderingsbijstand i.v.m. / Inburgeringsboetes / Stedenfonds / Gewestelijke ontvangers / Inburgering Subsidies Agentschap integratie en inburgering / invorderingsbijstand i.v.m. Integratiebeleid
Kanselarij, Bestuur, Buitenlandse Zaken en Justitie
Agentschap Digitaal Vlaanderen invorderingsbijstand i.v.m. / Kabel en leiding informatieportaal (KLIP) / Generiek Informatieplatform Openbaar Domein (GIPOD) / Contractiele sommen / Boetes netwerkexploitanten Agentschap Facilitair Bedrijf / Invordering van openstaande facturen van Catering, drukwerk, leveranciers en verkoop van tweedehands voertuigen en meubilair, gebouwen of gronden, / Invordering bij het beheer van verhuur/huurcontracten / Invordering van schadevergoeding in het kader van bouwprojecten Departement Kanselarij en Buitenlandse Zaken / Controle op de internationale handel in strategische en militaire goederen (wapenhandeldecreet) / invorderingsbijstand voor het Rampenfonds / Invorderen van administratieve geldboeten Agentschap Toerisme Vlaanderen / Invorderen van administratieve geldboeten
Onderwijs en Vorming
Agentschap voor Hoger Onderwijs, volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen (AHOVOKS) / Invordering van ten onrechte uitbetaalde studietoelagen Departement Onderwijs en Vorming
33
Wedden
/
Invordering van niet betaalde facturen in verband met het multimediaal communicatieplatform Klasse
/
Terugvordering van ten onrechte ontvangen salarissen, toelagen en vergoedingen van de personeelsleden of ex- personeelsleden van de Vlaamse overheid
34
STRATEGISCHE DOELSTELLING 4: PERFORMANTE DIENSTVERLENING AAN OPENBARE BESTUREN OP VLAK VAN VASTGOEDTRANSACTIES EN ALS AUTHENTIFICERENDE DERDE De afdeling Vastgoedtransacties vervult krachtens de Vlaamse Vastgoedcodex een dienstverlenende rol aan andere openbare besturen bij hun verwervings-, vervreemdings- en onteigeningsprocedures, en treedt daarbij op als “notaris” van de Vlaamse overheid.
SD4: performante dienstverlening aan openbare besturen op vlak van vastgoedtransacties en als authentificerende derde, waarbij de belangen van alle betrokken partijen worden bewaakt
De afdeling Vastgoedtransacties vervult opdrachten voor verschillende opdrachtgevers. De inkapseling binnen de Vlaamse Belastingdienst heeft de efficiënte werking van deze afdeling sterk bevorderd, onder andere door het gebruik van verschillende databanken. De Vlaamse Belastingdienst kent door de geografische spreiding van de verschillende zetels een lokale verankering, wat ook de lokale spreiding van de dienstverlening voor deze afdeling ten goede komt. Voor de afdeling Vastgoedtransacties zijn er vijf lokale buitendiensten voorzien, die centraal worden aangestuurd vanuit Brussel op het vlak van een uniforme toepassing van regelgeving en uniformiteit van de dienstverlening. OD4.1: wettelijke opdrachten/taken op vlak van vastgoedtransacties en als authentificerende derde realiseren binnen een voor elk type dossier aanvaardbare termijn en tegen een billijke kostprijs, met de focus op compliance in het eindresultaat /
/ / /
verwerving en vervreemding van onroerende goederen voor rekening van entiteiten van de Vlaamse overheid, van openbare instellingen (o.a. EVA's en VOI's), en mits lastgeving voor ondergeschikte besturen, OCMW's en entiteiten onder toezicht onteigeningsprocedures voor rekening van entiteiten van de Vlaamse overheid of verlenen van bijstand daarbij schatting en waardering van vermogensbestanddelen en onroerende goederen in het bijzonder optreden als authentificerende derde (notarisfunctie), bv. bij o akten van verwervingen en vervreemdingen o de oprichting, de organisatie, de statuten en het intern bestuur van rechtspersonen gelieerd aan de Vlaamse overheid
Een aantal belangrijke aandachtspunten bij deze strategische en operationele doelstellingen: Begin 2020 werd gestart met 5.426 openstaande dossiers. In de loop van 2020 kwamen daar nog 6.992 te behandelen dossiers bij. Van de totale werklast van 12.418 dossiers werden er 5.469 afgehandeld. De afdeling Vastgoedtransacties heeft slechts één repertorium van verleden akten, met slechts één ambtsgebied. Hoewel het personeel weliswaar verspreid is over verschillende kantoren, is hun werkterrein niet territoriaal afgebakend, waardoor ze in principe overal inzetbaar zijn. Deze brede inzetbaarheid laat toe om werkpakketten te verschuiven om eventueel tijdelijke regionale onderbezettingen te compenseren met overbezetting in andere regio’s.
35
Tegelijk verzekert een minder lokale verankering een meer uniforme behandeling van alle dossiers, conform voor heel Vlaanderen veralgemeende werkinstructies die door intern samengestelde werkgroepen worden opgemaakt. tabel 11: aantallen instroom, uitstroom en lopende dossiers vastgoedtransacties (2020) Te behandelen (openstaand op 01/01/2020 of nieuwe instroom 2020) Dienst Antwerpen Brussel
Dossiers < 2020
Dossiers 2020
Totaal te behandelen
Afgewerkt in 2020
Openstaand op 31/12/2020
1.214
2.243
3.457
1.779
1.678
856
1.082
1.938
1.009
929
Gent
1.647
1.656
3.303
1.232
2.071
Roeselare
1.709
2.011
3.720
1.449
2.271
TOTAAL
5.426
6.992
12.418
5.469
6.949
OD4.2: het positief in de markt zetten van de afdeling vastgoedtransacties bij potentiële opdrachtgevers, om rechtmatige verwachtingen te creëren en een duurzame partnerrelatie uit te bouwen De opdrachtgevers zijn de klanten van de afdeling Vastgoedtransacties. Zij vragen een kwaliteitsvolle en snelle dienstverlening. Onder meer door veelvuldig overleg met onze opdrachtgevers en met andere stakeholders - agentschappen, departementen, EVA’S, provincies, lokale besturen - raakt de afdeling Vastgoedtransacties opnieuw op een positieve manier gekend. In grote infrastructuurprojecten waar vaak onteigeningen nodig zijn, wordt ons technisch en juridisch advies opnieuw gevraagd en geapprecieerd. Zonder uitgevoerde onteigeningen kunnen deze openbare werken die belangrijk zijn voor economie, tewerkstelling, mobiliteit,… niet uitgevoerd worden.
36
STRATEGISCHE DOELSTELLING 5: EFFICIËNTE EN EFFECTIEVE INTERNE WERKING De vijfde strategische doelstelling is gericht op de interne werking van het agentschap: kwaliteitsvolle ondersteunende processen zijn uitermate belangrijk om alle doelstellingen ten volle te kunnen realiseren. OD5.1: zorgvuldig beheer van middelen en mensen (budget, menselijk kapitaal, logistiek/activa), onder meer door gestroomlijnde ondersteunende processen /
/
beheren HR, zoals op vlak van o vorming, training en opleiding, o begeleiden van selectieprocedures, o voeren van retentiebeleid o aandacht voor het vermijden van psychosociale belasting veroorzaakt door het werk (met inbegrip van pesterijen, geweld en ongewenst seksueel gedrag op het werk) logistieke en administratieve ondersteuning, in samenwerking met het departement FB en het Facilitair Bedrijf
OD5.2: beheer ICT (het verder uitbouwen en gefaseerd implementeren van een kwaliteitsvolle, heffingsoverschrijdende applicatie (het Vlaams Fiscaal Platform), als generiek platform voor alle heffingen die de Vlaamse overheid nu en in de toekomst zal innen (ter ondersteuning van het uniek belastingdossier concept), om te komen tot een vereenvoudiging van de administratieve lasten voor de belastingplichtige en bijkomende efficiëntiewinst voor het agentschap) / / /
operationeel beheer van het Vlaams Fiscaal Platform en de interne (netwerk)infrastructuur, met aandacht voor de informatieveiligheid en privacy adaptief en correctief onderhoud van het Vlaams Fiscaal Platform ontwikkeling van nieuwe toepassingen, modules of functionaliteiten
OD5.3: resultaatgericht management en beheer (adequate gestroomlijnde processen, interne controle, procesbeheer, kwaliteitscontrole/zorg, …) OD5.4: stimuleren van motivatie en betrokkenheid, onder meer door zichtbaar leiderschap en verantwoordelijkheid (transparantie, verantwoording, interne communicatie …)
37
Een aantal belangrijke aandachtspunten bij deze strategische en operationele doelstellingen: /
op vlak van ICT, het Vlaams Fiscaal Platform en Radicaal Digitaal: o de Vlaamse Belastingdienst maakt zo veel mogelijk gebruik van maximale gegevensdeling met andere entiteiten. Alle basisgegevens relevant voor de inning van de gewestbelastingen (bv. gegevens uit het Rijksregister en gegevens van ingeschreven voertuigen) worden opgeladen in de Referentiedatabank. Deze Referentiedatabank wordt intussen – voor zover toegestaan en voor specifieke doeleinden - ook door andere overheidsinstanties geraadpleegd. o vanuit het VFP wordt ook de samenwerking met externe partners, zoals de gerechtsdeurwaarders, opgezet. o in het kader van Vlaanderen Radicaal Digitaal opteert de Vlaamse Belastingdienst zo veel mogelijk voor e-administration: de Vlaamse Belastingdienst werkt enkel met digitale dossiers. Papieren documenten worden gescand en toegevoegd aan het digitale dossier. Deze werkwijze laat toe dat een dossier door de verschillende dossierbehandelaars kan behandeld worden en dat werkpakketten – in functie van de werklast en rekening houdend met bv. de aanwezigheid van het personeel tijdens vakantieperiodes – vlot kunnen doorgeschoven worden tussen collega’s; notariële akten worden digitaal aangeleverd door de FOD Financiën via een webservice, zodat de dossierbehandelaars de gegevens uit de akte vlot elektronisch kunnen verwerken. De doorlooptijden voor de verwerking van de akten zijn stelselmatig gedaald; aangiften gebeuren zo veel mogelijk elektronisch. o de Taxatie-omgeving, een component van het VFP, maakt het voor de personeelsleden van de Vlaamse Belastingdienst mogelijk om de data uit de Referentiedatabank via een webtoepassing te raadplegen en (deels) te bewerken. De Referentiedatabank laat toe om op basis van de aangeleverde gegevens zo veel mogelijk verminderingen en vrijstellingen automatisch toe te kennen, zodat de administratieve last voor de belastingplichtigen wordt beperkt. o belastingplichtigen kunnen via “Mijn Dossier” op de website onder andere: een overzicht van hun belastingdossier raadplegen; een volmacht geven aan een andere persoon om hun belastingdossier te beheren; een vraag stellen; een bezwaar indienen; simulaties uitvoeren; documenten indienen (bv. een aangifte nalatenschap).
38
In 2018 en 2019 kreeg “Mijn Dossier” een belangrijke update. Voortaan wordt bv. een duidelijker onderscheid gehanteerd tussen interactieve toepassingen waarvoor aanmelden noodzakelijk is, en toepassingen waarvoor dat niet nodig is. Alle functionaliteiten werden functioneel herbekeken, herontwikkeld en kregen een frisse look-and-feel mee, in lijn met de Huisstijl van de Vlaamse overheid: o Startpagina: de vernieuwde startpagina bevat de verwijzingen naar alle functionaliteiten. o Hulpwidget: deze externe functionaliteit, die centraal door Digitaal Vlaanderen ter beschikking wordt gesteld, maakt het mogelijk om per geraadpleegde pagina een lijst van veelgestelde vragen weer te geven en om al dan niet de Vlaamse overheid te contacteren via chat, e-mail of telefoon. Voordeel hiervan is ook dat de integratie met de informatie van 1700 mogelijk wordt gemaakt. o Authenticatie en autorisatie a.d.h.v. “single sign on” (SSO): dit betekent dat een dossierbehandelaar of een gebruiker zich maar een keer moet aanmelden bij een webapplicatie van de Vlaamse overheid en hij daarna vlot kan doorverwezen worden naar andere applicaties zonder verdere identificatievraag. o Aangifte van erfbelasting: een gebruiker kan zijn aangifte online indienen door enkel het rijksregisternummer van de erflater of dossiernummer in te vullen, en de aangifte als bijlage toe te voegen. In een volgende fase zullen de gegevens voor de aangifte online ingevoerd kunnen worden en automatisch doorstromen naar de achterliggende toepassingen van het VFP. o Aanvraag tot uitstel voor het indienen van aangifte voor erfbelasting: “Mijn Dossier” laat eveneens toe om een aanvraag tot uitstel in te dienen voor een aangifte van erfbelasting. Het nieuwe formulier zorgt ervoor dat de aanvraag direct bij de juiste dossierbehandelaar terechtkomt, met een snellere en correctere afhandeling als gevolg. o Algemeen contactformulier: het contactformulier gaat de vraag aan de juiste dossierbehandelaars doorsturen, op basis van door de indiener gekozen gestructureerde datavelden, zoals bv. over welke belasting de vraag gaat. o Simulaties: een burger kan door relatief eenvoudige vragen te beantwoorden een berekening krijgen van de te betalen verkeersbelasting of onroerende voorheffing. De simulatie verkeersbelasting werd eveneens ter beschikking gesteld via een mobiele applicatie. o Spelen & weddenschappen/automatische ontspanningstoestellen: vanaf 1 januari 2019 werd de Vlaamse Belastingdienst bevoegd voor de belasting op Spelen en Weddenschappen en de belasting op automatische ontspanningstoestellen. De in te dienen aangiftes worden door de belastingplichtigen via de online aangiftemodule ingegeven. De belastingplichtige krijgt ter verificatie van de ingevoerde gegevens een snapshot ter beschikking alvorens zijn aangifte te ondertekenen. Hij kan zijn gegevens meerdere malen wijzigen vanop het portaal. Na het ondertekenen worden de gegevens als definitief beschouwd en stroomt de snapshot door naar het dossierverwerkingssysteem. Tegelijkertijd worden de gegevens zelf automatisch doorgestuurd naar de berekeningsmodule waar de verdere verwerking eveneens semiautomatisch verloopt. De belastingplichtige kan op elk moment een overzicht opvragen van zijn eerder ingediende aangiftes, nieuwe aangiftes ingeven en wijzigen, en de verwerkingsstatus van zijn aangiftes volgen.
39
o
E-box Notarissen: de aanslagbiljetten voor de registratiebelasting en erfbelasting worden digitaal verstuurd naar de e-box van de behandelende notaris. Verder worden ook verschillende mogelijkheden bekeken om digitaal documenten naar de burgers te verzenden vanaf aanslagjaar 2021.
40
ONZE HEFFINGEN ONROERENDE VOORHEFFING De inning van de onroerende voorheffing voor de onroerende goederen die in het Vlaamse gewest gelegen zijn, gebeurt sinds 1999 door de Vlaamse Belastingdienst. De onroerende voorheffing moet jaarlijks betaald worden door wie op 1 januari de eigenaar is, of een ander een zakelijk recht (vruchtgebruik, erfpacht, recht van opstal) heeft op een onroerend goed.
BEREKENING: OP BASIS VAN HET KADASTRAAL INKOMEN De onroerende voorheffing is een heffing op onroerende goederen. Dit kunnen gronden (onbebouwd), gebouwen (bebouwd) of sommige soorten van bedrijfsuitrusting (materieel en outillage) zijn. De onroerende voorheffing is een belasting gebaseerd op het geïndexeerd kadastraal inkomen (KI). Het KI wordt geïndexeerd door het kadastraal inkomen te vermenigvuldigen met een indexatiecoëfficient. Dit kadastraal inkomen is geen reëel inkomen, maar een fictief inkomen dat wordt geacht overeen te stemmen met het gemiddeld jaarlijks netto-inkomen dat onder normale omstandigheden van een onroerend goed kan bekomen worden. De vaststelling van dit kadastraal inkomen gebeurt door de federale overheid.
De indexatie van het kadastraal inkomen gebeurt door het KI te vermenigvuldigen met een coëfficiënt en daarna op de euro af te ronden. De indexatiecoëfficiënt geeft de evolutie van de indexcijfers van de consumptieprijzen weer ten opzichte van een referentiejaar: Aanslagjaar
Indexatiecoëfficiënt
2016
1,7153
2017
1,7491
2018
1,7863
2019
1,8230
2020
1,8492
OPCENTIEMEN
De te betalen onroerende voorheffing bestaat uit 3 delen: / de basisheffing bestemd voor de Vlaamse overheid; / de door de provincies geheven opcentiemen op deze basisheffing; / de door de gemeenten geheven opcentiemen op deze basisheffing. Wanneer een gemeente bv. beslist om 1300 opcentiemen te heffen, betekent dit dat de belastingplichtige per euro die hij verschuldigd is volgens het basistarief, 13 euro moet betalen voor de gemeente. Het totaal te betalen bedrag aan onroerende voorheffing wordt dus bepaald door het kadastraal inkomen en de hoogte van de opcentiemen. Omdat de steden en gemeenten een belangrijk deel van hun inkomsten uit de opcentiemen halen, bezorgt de Vlaamse Belastingdienst hen jaarlijks een raming van de te verwachten inkomsten, zodat zij daar in hun begroting rekening mee kunnen houden.
41
Sinds 2018 is er een verschuiving in het basistarief voor het Vlaams Gewest en de opcentiemen van lokale overheden. In de praktijk pasten veel gemeenten een correctiefactor van 1,588 toe die er voor zorgde dat de totale te betalen onroerende voorheffing gelijk blijft en dat de gemeente een nagenoeg gelijk totaalbedrag aan inkomsten blijft ontvangen. Hoewel er dus verschuivingen per gemeente zijn, blijven het gemiddelde en de minimale en maximale opcentiemen grotendeels gelijk aan de situatie van 2017 en vroeger, rekening houdend met de correctiefactor. Gelet op de gewijzigde taakverdeling tussen Vlaams Gewest en provincies en de bijhorende wijziging in financiering, zijn de provinciale opcentiemen niet in historisch perspectief met elkaar te vergelijken. tabellen 12 en 13: evolutie gemeentelijke en provinciale opcentiemen 2014-2020, incl. vergelijking fictief tarief (*) met toepassing correctiefactor en werkelijk tarief 2018 2018
2019
2020
750
2017 / 1,588 (*) 472
472
472
472
2.250
2.250
1.417
1.417
1.417
1.417
1.397
1.397
1.395
879
877
880
897,19
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
Min
290
290
290
290
145,33
145,33
145,33
Max
400
400
400
400
214,52
214,52
214,52
Gemiddelde
334
334
334
334
173,26
173,26
173,26
Gemeentelijke opcentiemen
2014
2015
2016
2017
Min
700
750
750
Max
2.250
2.250
Gemiddelde
1.393
Provinciale opcentiemen
D IFFERENTIËRING VAN OPCENTIEMEN Gemeenten kunnen sinds aanslagjaar 2019 het bedrag van de onroerende voorheffing laten variëren bv. per buurt of volgens categorie belastingplichtige (bv. bedrijven en particulieren). Op deze manier kan een gemeente bv. bijdragen aan de heropleving van een stationsbuurt, kan ze de bevolking aanmoedigen om in de stadskern te komen wonen of kan ze zelfstandigen dat extra duwtje in de rug geven om een winkel te openen. De differentiëring heeft enkel betrekking op de gemeentelijke opcentiemen, aan de gewestelijke basisheffing of aan de provinciale opcentiemen verandert niets. De Vlaamse Belastingdienst int met een sterk geautomatiseerd proces de onroerende voorheffing voor rekening van de gemeenten. Omdat dit proces niet gehinderd mag worden, moet de lokale overheid advies vragen aan de Vlaamse Belastingdienst over de technische uitvoerbaarheid van de door haar gewenste differentiëring van opcentiemen. Om de gemeente te helpen bij het opstellen van regels voor de differentiëring van opcentiemen, stelt de Vlaamse Belastingdienst een rekenblad ter beschikking, samen met een toelichting bij de mogelijkheden tot differentiëring en de randvoorwaarden die daarbij nageleefd moeten worden. Voor aanslagjaar 2020 hanteerden twee gemeenten een vorm van differentiëring.
42
GRAFIEKEN OVER KADASTRAAL INKOMEN EN INGEKOHIERDE BEDRAGEN grafiek 16: ingekohierde bedragen (in euro) volgens aard van het KI (periode 2018-2020, status 01/03/2020)
grafiek 17: ingekohierde bedragen (in euro) volgens aard van het KI, per provincie (aanslagjaar 2020)
tabel 14 & grafiek 18 ingekohierde bedragen (in euro) per bestemmeling (aanslagjaar 2020) Ingekohierd Gemeente
Bedrag
in % van het totaal
2.330.361.466,1
76,87%
Provincie
440.347.103,7
14,53%
Vlaams Gewest
260.729.037,5
8,60%
43
VERMINDERINGEN Onder bepaalde voorwaarden kan de belastingplichtige een vermindering op de onroerende voorheffing verkrijgen. De onderstaande tabel geeft de reden van vermindering, de aard ervan, de basisvoorwaarden en de wijze van toekenning (automatisch of op aanvraag). tabel 15: overzicht verminderingen en toekenningsvoorwaarden OV Vermindering & Bedrag Belastingkrediet rechtspersonen
Toekenningsvoorwaarden / /
/
Belastingkrediet VEN-gebied
/
/
Bescheiden woning 25%
/ /
Bescheiden woning 50%
/ / /
Toekenning
voor rechtspersonen die eigenaar zijn tot en met 2019 voor alle onroerende goederen, vanaf 2020 voor materieel en outillage ten belope van en verrekening met deel Vlaams Gewest
Automatisch
voor onbebouwde onroerende goederen die in VEN-gebied liggen (Vlaams Ecologisch Netwerk) ten belope van en verrekening met deel Vlaams Gewest
Automatisch
totaal KI in Vlaams Gewest ≤ 745 EUR domicilie op 1 januari v/h aanslagjaar
Automatisch
totaal KI in Vlaams Gewest ≤ 745 EUR domicilie op 1 januari v/h aanslagjaar nieuwbouw of nieuwkoop zonder bouwpremie
Eenmalige aanvraag (maximaal 5 jaar recht op deze vermindering)
44
Kinderen ten laste – forfaitair
/ /
2 of meer kinderen met recht op kinderbijslag domicilie op 1 januari v/h aanslagjaar
Automatisch voor eigenaars Eenmalige aanvraag voor huurders
Gehandicapte persoon - forfaitair
/ /
gehandicapt domicilie op 1 januari v/h aanslagjaar
Automatisch voor eigenaars Eenmalige aanvraag voor huurders
Grootoorlogsverminkte 20%
/
als grootoorlogsverminkte erkend domicilie op 1 januari v/h aanslagjaar
Eenmalige aanvraag
niet gemeubeld, gebouwd onroerend goed leegstand min. 90 dagen geen inkomsten min. 90 dagen buiten de wil van de belastingplichtige
Jaarlijkse aanvraag & onderzoek
hoogte en duur van de vermindering afhankelijk van het behaalde E-peil aanvraagdatum van de stedenbouwkundige vergunning
Automatische toekenning mits tijdige bepaling en aanlevering van E-peil
/ Proportionele vermindering
/ / / /
Energiezuinige gebouwen
/ /
tabel 16a: aantallen toegekende verminderingen (gegroepeerd per aanslagbiljet) per provincie) – deel 1 belastingkrediet rechtspersonen
belastingkrediet VEN-gebied
bescheiden woning 25%
bescheiden woning 50%
821.721
52.510
659.790
981
188.078
8.923
150.484
76
132.647
11.643
92.859
129
187.705
16.148
174.737
208
115.591
11.844
69.778
19
197.700
3.952
171.932
549
2019
791.584
51.899
644.098
754
ANTWERPEN
187.226
8.728
146.834
49
120.496
11.559
90.131
117
177.538
15.878
170.393
161
112.611
11.870
67.714
34
193.713
3.864
169.026
393
10.250
63.557
616.392
419
2.236
12.156
141.298
33
1.424
15.078
85.639
69
2.534
18.009
163.857
99
1.246
13.364
64.260
21
2.810
4.950
161.338
197
2018 ANTWERPEN LIMBURG OOST-VLAANDEREN VLAAMS-BRABANT WEST-VLAANDEREN
LIMBURG OOST-VLAANDEREN VLAAMS-BRABANT WEST-VLAANDEREN 2020 ANTWERPEN LIMBURG OOST-VLAANDEREN VLAAMS-BRABANT WEST-VLAANDEREN
45
tabel 16b: aantallen toegekende verminderingen (gegroepeerd per aanslagbiljet) per provincie) – deel 2
2018 ANTWERPEN LIMBURG
kinderen & gehandicapten
grootoorlogsinvaliden
proportionele vermindering
energiezuinige gebouwen
671.067
39
3.139
29.891
175.038
11
778
7.603
99.436
8
414
5.508
151.521
5
691
7.199
116.342
7
568
5.070
128.730
8
688
4.511
2019
672.353
35
3.064
34.403
ANTWERPEN
175.952
10
786
8.764
99.122
6
413
6.274
151.851
4
654
8.251
116.136
7
490
5.791
129.292
8
721
5.323
2020
639.862
30
1.236
29.468
ANTWERPEN
169.350
8
294
7.556
93.288
5
156
5.436
146.198
3
314
7.075
110.138
6
190
5.028
120.888
8
282
4.373
OOST-VLAANDEREN VLAAMS-BRABANT WEST-VLAANDEREN
LIMBURG OOST-VLAANDEREN VLAAMS-BRABANT WEST-VLAANDEREN
LIMBURG OOST-VLAANDEREN VLAAMS-BRABANT WEST-VLAANDEREN
VRIJSTELLINGEN Bepaalde onroerende goederen genieten een vrijstelling van onroerende voorheffing: / onroerende goederen met een bepaalde bestemming (bv. hospitalen, rusthuizen, scholen); / eigendommen van vreemde staten, op voorwaarde van wederkerigheid (bv. ambassades); / nationale domeingoederen, gebruikt voor een openbare dienst; / tijdelijke vrijstellingen die kaderen in de strijd tegen leegstand en verkrotting; / vrijstellingen van de onroerende voorheffing die vastgelegd zijn in bijzondere wetgevingen, doorgaans van niet-fiscale aard, bv. de wetten die bepaalde instellingen oprichten; / onroerende goederen die als milieubeschermend bos of als bosreservaat werden erkend; / tijdelijke vrijstellingen op basis van bijzondere bepalingen in het kader van de economische expansiewetten; / een vrijstelling voor nieuw materieel en outillage. Daarnaast zijn er ook nog een aantal gedeeltelijke vrijstellingen waarbij alleen het gedeelte van de onroerende voorheffing voor het Vlaamse Gewest is vrijgesteld. Dit betekent dat de opcentiemen voor de gemeente en de provincie verschuldigd blijven. Deze gedeeltelijke vrijstellingen worden “belastingkrediet” genoemd en bestaan momenteel al voor rechtspersonen en onbebouwde onroerende goederen gelegen in het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN) (zie tabel 16a hiervoor).
46
ENKELE KERNCIJFERS OVER INKOHIERING EN INNING ONROERENDE VOORHEFFING Op volgende bladzijden worden enkele grafieken weergegeven die de stand van zaken samenvatten voor wat betreft de inkohiering en de inning van de onroerende voorheffing. Samen met de financiële indicatoren in de bijlage en de toelichting daarbij wordt duidelijk dat: / op vlak van inkohiering de inningpercentages hoog blijven liggen, zelfs al in het jaar van inkohiering zelf (grafiek 20). / in de afgelopen jaren de inkohiering doorgaans steeds sneller in de tijd is gebeurd (grafiek 19). Zoals hierna wordt toegelicht werd de inkohiering in 2020 als coronamaatregel uitgesteld; / de inning vrij nauwgezet het tempo van de inkohiering volgt, aangezien de betaling vlot volgt na het ontvangen van het aanslagbiljet. De inkohiering van de onroerende voorheffing start in principe jaarlijks rond eind april, mei. De exacte startdatum is afhankelijk van de aanlevering van de brongegevens door de FOD Financiën. Van zodra de kadastrale bestanden worden aangeleverd, maakt de Vlaamse Belastingdienst proefkohieren aan voor een beperkt aantal Vlaamse gemeenten, die grondige kwaliteitscontroles ondergaan. Deze kwaliteitscontroles hebben niet alleen betrekking op de kadastrale gegevens zelf, maar evenzeer op de andere databestanden die gebruikt worden voor een correcte belastingberekening, zoals de gegevens van het Rijksregister, de Kruispuntbank van Sociale Zekerheid. Op basis van de eigen kwaliteitscontroles en eventuele reacties van belastingplichtigen wordt het inkohieringsritme opgedreven, tot op kruissnelheid wekelijks meer dan 400.000 aanslagbiljetten worden verzonden. Op die manier wordt standaard meer dan 90% van het in te kohieren kadastraal inkomen in het aanslagjaar zelf - dus op iets meer dan een half jaar verzonden. De overgrote meerderheid van de resterende aanslagbiljetten worden in de loop van het eerste kwartaal na het aanslagjaar verzonden. Meestal gaat het dan om aanslagbiljetten waarvoor fouten in de aangeleverde brongegevens werden ontdekt of waarvoor zich wijzigingen in de belastbare toestand hebben voorgedaan. Een andere reden waarom met de inkohiering kan worden gewacht, kan zijn dat wordt gewacht op de beslissing in een hangend bezwaardossier of rechtszaak. In dergelijk geval is het immers wenselijk eerst eventuele correcties voor eerdere aanslagjaren uit te voeren, vooraleer nieuwe aanslagen op te maken op mogelijk foutieve gronden. Bovendien is de Vlaamse Belastingdienst sedert jaren het engagement aangegaan om minimaal zes maanden interval na te leven tussen de verzending van aanslagbiljetten voor opeenvolgende aanslagjaren. Ook dat kan dus een reden zijn om de inkohiering van een nieuw aanslagjaar even uit te stellen.
47
Coronamaatregel – onroerende voorheffing: uitstel verzending aanslagbiljetten en extra betalingsuitstel De Vlaamse Belastingdienst verstuurde de aanslagbiljetten onroerende voorheffing voor aanslagjaar 2020 pas vanaf september 2020 in plaats van vanaf mei. Deze maatregel gold voor bedrijven die rechtspersonen zijn. Bovendien konden gemeenten uitzonderlijk tot eind mei nog een eventueel gewijzigd tarief voor de opcentiemen vaststellen en doorgeven. Door een bijkomende termijn voor wijziging van de opcentiemen toe te staan, verschoof de volledige inningsprocedure, ook voor particuliere eigenaars. De Vlaamse Belastingdienst kon dus ten vroegste eind juni starten met de inkohiering van de onroerende voorheffing, terwijl dat gewoonlijk al eind april, begin mei is. In onderstaande grafiek wordt de impact van het uitstel van de inkohiering visueel voorgesteld: voor aanslagjaar 2020 zien we in kwartaal 2 nog nauwelijks ingekohierde bedragen in vergelijking met 2018 en 2019. Op het einde van kwartaal 3 was de latere start overigens al volledig ingehaald. grafiek 19: ingekohierde bedragen OV – aanslagjaren 2018-2020 (in miljoen euro) per kwartaal volgens kohierdatum
Dezelfde evolutie zien we bij de werkelijke ontvangsten, zij het met vertraging ten opzichte van de inkohiering. Waar in kwartaal 3 de ontvangsten duidelijk achterliepen ten opzichte van vorige jaren, waren eind kwartaal 4 de ontvangsten al grotendeels ingelopen tot hetzelfde niveau als de jaren ervoor. Het tijdelijke betalingsuitstel gaf dus enig soelaas aan de belastingplichtigen, zonder een belangrijke impact op de Vlaamse begroting, aangezien het moment van ontvangst wel verschoof, maar nog steeds werd geïnd binnen hetzelfde begrotingsjaar. Voor alle gemeenten bleef de voorschottenregeling gelden en heeft de Vlaamse overheid de latere inning dus voorgefinancierd.
48
grafiek 19.: ontvangsten OV – aanslagjaren 2018-2020 (in miljoen euro) per kwartaal volgens datum van ontvangst
Naar aanleiding van de tweede coronagolf werd toegestaan dat alle aan rechtspersonen verzonden aanslagbiljetten onroerende voorheffing van het aanslagjaar 2020 uitzonderlijk betaald mogen worden tegen uiterlijk 30 april 2021, ondanks de gewone betaaltermijn die op de aanslagbiljetten vermeld staat. Er zullen geen nalatigheidsinteresten aangerekend worden, voor zover er uiterlijk op 30 april 2021 wordt betaald.
grafiek 20: inningspercentages onroerende voorheffing (periode 2017-2019, status januari 2020)
49
JAARLIJKSE VERKEERSBELASTING De verkeersbelasting is een jaarlijkse belasting op voertuigen die dienen voor het vervoer van personen, of voor het vervoer van goederen over de weg. Het ontstaan van de belastingschuld in de verkeersbelasting is afhankelijk van de aard van het voertuig. Het wagenpark wordt daardoor opgesplitst in twee grote categorieën: / voor personenwagens en aanverwante voertuigen is de belasting “automatisch” van toepassing op basis van de gegevens van inschrijving bij de Dienst Inschrijving Voertuigen (DIV) van de FOD Mobiliteit; / voor vrachtwagens en aanverwante moet een aangifte worden ingediend waarop de kenmerken staan op basis waarvan de belasting wordt berekend en hoe lang het voertuig in het verkeer is geweest gedurende het kalenderjaar.
BEREKENING: OP BASIS VAN VERMOGEN, MILIEUKENMERKEN OF MTM Het bedrag van de verkeersbelasting wordt berekend aan de hand van wettelijk vastgelegde tariefschalen per soort van voertuig (personenauto's, vrachtwagens, motorfietsen, tractoren, enz.). Sinds de hervormingen van de verkeersfiscaliteit is de berekening een samengaan van diverse factoren waarmee Via http://belastingen.vlaanderen.be/simulaties de vergroening van het wagenpark wordt kunnen de verschuldigde verkeersbelastingen gestimuleerd. Via een simulatiemodule of – makkelijk berekend worden, zodat de app is de berekening van de belastingplichtige na aankoop en ingebruikname verkeersbelasting erg eenvoudig, en kan de van een voertuig niet voor verrassingen komt consument zich in zijn keuze voor een te staan. nieuw voertuig mee laten leiden door de fiscale stimulansen. De hoogte van het tarief kan bv. afhankelijk zijn van: het vermogen van de motor in fiscale PK en de milieukenmerken ervan, voor personenauto's de cilinderinhoud van de motor, voor motorfietsen; de maximaal toegelaten massa (MTM) voor vrachtwagens en voor samengestelde voertuigen (bv.: vrachtwagen en oplegger).
/ / /
De tarieven worden jaarlijks geïndexeerd op 1 juli. In onderstaande tabel worden de belangrijkste fiscale verschillen uitgelegd tussen personenwagens en aanverwante voertuigen enerzijds en aan te geven voertuigen anderzijds.
50
Personenwagens en aanverwante voertuigen:
Aan te geven voertuigen:
Tot deze categorie behoren: / de personenauto's, de auto's voor dubbel gebruik (breaks), de trage auto's voor dubbel gebruik, de minibussen, de ziekenauto's, de motorfietsen, de lichte vrachtauto's, de trage lichte vrachtauto's, de boot- en kampeeraanhangwagens, de kampeerauto's, de aanhangwagens en opleggers met een MTM tot 3.500 kg; / voertuigen voorzien van een andere Belgische nummerplaat dan een tijdelijke plaat, een handelaarsplaat, proefrittenplaat of B-nummerplaat (Belgische Strijdkrachten in Duitsland)
Tot deze categorie behoren: / de autobussen en autocars, de vrachtauto's en trekker, de aanhangwagens en opleggers met een MTM vanaf 3.501 kg, de aanhangwagens (< 751kg) die niet bij de DIV moeten worden ingeschreven, maar worden getrokken door een voertuig op naam van een rechtspersoon; / aanhangwagens voor zweefvliegtuigen; / kampeeraanhangwagens en bootaanhangwagens onder de 751 kg; / de voertuigen die wegens hun speciale inschrijving (handelaarsplaat of B-nummerplaat) uit de eerste categorie moeten worden uitgesloten.
De belastingschuld voor deze categorie ontstaat door de verplichte inschrijving in het "repertorium" of de gegevensbank van de Dienst Inschrijvingen Voertuigen (DIV). De inschrijving geldt hier als het onweerlegbaar vermoeden van het gebruik van het voertuig op de openbare weg. Met andere woorden, de verkeersbelasting is "automatisch" verschuldigd vanaf de inschrijving bij de DIV.
De belastingplichtige moet zelf aangifte doen vóór het gebruik van het voertuig op de openbare weg. Uiteraard kan de aangifte zelf, net als een correctie of een stopzetting ervan, gebeuren via de website. De belastingschuld ontstaat dus niet automatisch na de inschrijving, maar pas vanaf de aangifte van het effectief gebruik van het voertuig op de openbare weg. Met andere woorden, een voertuig dat bv. steeds in een bergplaats blijft omdat het te koop wordt gesteld, of dat alleen op de private wegen rijdt binnen de omheining van een bouw- of werkplaats, is niet belastbaar.
De belasting moet uiterlijk worden betaald binnen een termijn van twee maanden vanaf de datum van verzending van het aanslagbiljet aan de belastingschuldige, op het vermelde rekeningnummer van de Vlaamse Belastingdienst. Wanneer het voertuig in de loop van het aanslagjaar in aanmerking komt voor een vrijstelling of wordt geschrapt (door teruggave van de nummerplaat of van het inschrijvingsbewijs), wordt de belasting voor de niet verstreken maanden van het betreffende aanslagjaar berekend. Naar gelang het geval wordt dit bedrag terugbetaald of in mindering gebracht van het nog verschuldigd jaarlijks bedrag.
De belasting wordt meestal in de maand oktober berekend, zodat alle bewegingen die betrekking hebben op het voertuig onderling kunnen worden verrekend. Ook dit aanslagbiljet is binnen de twee maanden te betalen.
51
Forfaitaire belasting Een aantal specifieke categorieën van voertuigen, zoals de oldtimers, worden forfaitair belast. tabel 17: evolutie aantal oldtimers (personenauto’s, auto’s voor dubbel gebruik, minibussen, motorfietsen en sinds 2017 lichte vrachtauto’s) (2015-2020) Aanslagjaar
Oldtimers
2015
102.543
2016
115.197
2017
140.439
2018
145.398
2019
142.562
2020
138.505
Minimumbelasting Voor de verkeersbelasting is steeds een minimumbedrag van toepassing: als het verschuldigde bedrag voor de verkeersbelasting lager ligt, wordt het te betalen bedrag opgetrokken tot de minimale verkeersbelasting.
GRAFIEKEN OVER AANTALLEN VOERTUIGEN EN INGEKOHIERDE BEDRAGEN Opgelet: voor een correcte interpretatie van de cijfers is het belangrijk te weten dat de Vlaamse Belastingdienst in volgende grafieken telt op het aantal “belastbare elementen”. Als in een bepaald aanslagjaar een bepaalde belastingplichtige zijn personenwagen vervangt, zal zowel het oude voertuig als het nieuwe worden geteld. Het gaat dus nooit over het aantal voertuigen dat op hetzelfde ogenblik is ingeschreven of in het verkeer is. grafiek 21: aantal belastbare elementen per voertuigcategorie (enkel jaarlijkse verkeersbelasting - personenwagens en aanverwante) (aanslagjaar 2018-2020)
52
Coronamaatregel – verkeersbelastingen: verlenging betaaltermijn Bedrijven die rechtspersonen zijn, kregen vier maanden bijkomend uitstel van betaling voor de verkeersbelastingen, wat de betaaltermijn op zes maanden bracht in plaats van de normale twee. Onderstaande grafiek toont de aanvankelijk oplopende minder-inkohieringen en minderontvangsten voor aanslagjaar 2020 ten opzichte van 2019 voor de jaarlijkse verkeersbelasting en de belasting op inverkeerstelling. grafiek 22: Cumulatief verschil ingekohierde bedragen en ontvangsten (in miljoen euro) voor aanslagjaar 2020 ten opzichte van aanslagjaar 2019
Eind juni was er voor aanslagjaar 2020 41,8 miljoen minder ingekohierd in vergelijking met de eerste 6 maanden van aanslagjaar 2019. Door de eerste lockdown werden er minder voertuigen ingeschreven, wat zijn weerslag heeft op voornamelijk de belasting op inverkeerstelling. Eind februari 2021 was het verschil teruggelopen tot 13,7 miljoen euro. Het effect van de langere betaaltermijn komt tot uiting in de lijn van de ontvangsten die gaat afwijken van het inkohieringsritme (kader met stippellijn). Eind september was er 88,2 miljoen euro minder ontvangen voor aanslagjaar 2020 in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar voor aanslagjaar 2019. Na het aflopen van de maatregel in september wordt de achterstand in ontvangsten geleidelijk ingehaald.
53
grafiek 23 ingekohierde bedragen (in euro) per voertuigcategorie (enkel jaarlijkse verkeersbelasting - personenwagens en aanverwante) (aanslagjaar 2018-2020)
VERMINDERINGEN Vermindering voor havenvoertuigen: de belasting wordt met 75% verminderd voor de voertuigen die uitsluitend binnen het gebied van een zee - of binnenhaven worden gebruikt en uitsluitend dienen voor het vervoer van goederen. Het gaat dus alleen over lichte vrachtauto's, vrachtauto's, tractoren, aanhangwagens ... . Personenwagens komen dus niet in aanmerking voor deze vermindering. De grenzen van de havengebieden worden door de (federale) Minister van Financiën bepaald.
VRIJSTELLINGEN Bepaalde categorieën van voertuigen die in principe belastbaar zijn, worden door bijzondere wettelijke bepalingen vrijgesteld van de verkeersbelasting. Over het algemeen wordt de vrijstelling verleend omdat het voertuig uitsluitend voor een welbepaald doel wordt gebruikt: tabel 18: aantallen vrijstellingen verkeersbelastingen (aanslagjaar 2020) omschrijving
aantal
/
de voertuigen die uitsluitend worden gebruikt voor een openbare dienst (bv. de Post, de brandweer, het leger, enz.)
/
georganiseerd personenvervoer, exploitatie van openbare autobusdiensten
659
/
de ziekenauto's en de voertuigen als persoonlijk vervoermiddel gebruikt door grootoorlogsinvaliden (invaliditeit van minstens 60%)
664
/
gehandicapte persoon: een voertuig (personenauto, auto voor dubbel gebruik, minibus of lichte vrachtauto) uitsluitend gebruikt als persoonlijk vervoermiddel door een persoon met een handicap (blinden, amputatie of volledige verlamming van bovenste ledematen, een blijvende invaliditeit van minstens 50% aan de onderste ledematen):
12.467
16.447
54
o het voertuig behoort niet toe aan een instelling voor gehandicaptenzorg die het voertuig uitsluitend gebruikt voor/door die instelling; o indien het voertuig een lichte vrachtwagen is, moet de persoon met een handicap beschikken over een attest van een geneesheer waarin de noodzaak van het gebruik van dit voertuig bevestigd wordt; o de gehandicapte persoon dient te beschikken over een invaliditeitsattest van de FOD Sociale Zekerheid. /
de landbouwvoertuigen op voorwaarde dat ze uitsluitend gebruikt worden voor de landbouwarbeid
/
taxi's of voertuigen verhuurd met bestuurder
/
motorfietsen met een cilinderinhoud < 251 cc die ingeschreven zijn bij de DIV
/
de voertuigen die uitsluitend op proef worden gebruikt door de fabrikanten of handelaars
/
de voertuigen of een samenstel van voertuigen gebruikt voor het vervoer van goederen over de weg met een maximaal toegelaten massa (MTM) van minder dan 12 ton of minstens 12 ton als ze slechts occasioneel gebruikt worden. Voorwaarden: o het voertuig mag slechts af en toe op de openbare weg in België rijden; o het voertuig mag slechts gebruikt worden door natuurlijke personen of rechtspersonen die als hoofdactiviteit niet het goederenvervoer hebben; o het voertuig mag gedurende de belastbare periode niet meer dan 30 dagen gebruikt worden; o het vervoer dat met dit voertuig gebeurt, mag geen aanleiding geven tot oneerlijke concurrentie.
niet gekend 3.248 192.278 7.905 334
Bepaalde van deze vrijstellingen gelden van rechtswege (bv. gebruik voor openbare dienst) en worden dus automatisch toegekend. De meeste vrijstellingen zijn vrijstellingen op aanvraag. Dit betekent dat de belastingplichtige die meent in aanmerking te komen voor een vrijstelling dit voordeel slechts zal kunnen verkrijgen of behouden als hij zijn recht op die vrijstelling zelf bewijst aan de hand van de nodige documenten en attesten. Het gaat ook meestal om doorlopende vrijstellingen, wat betekent dat de aanvrager de vrijstelling blijft behouden zolang hij zijn nummerplaat behoudt.
CONTROLE VERKEERSBELASTINGEN In 2020 werden 1.483 controleacties uitgevoerd, verspreid over heel Vlaanderen. 61% van de controles voerde de Vlaamse Belastingdienst alleen uit. Bij 39% werd samengewerkt met andere diensten, meestal politie, maar eveneens met wegeninspectie, arbeidsinspectie en douane. tabel 19: aantallen en verhouding eigen controles en samenwerking andere controlediensten (2019-2020) totaal aantal controleacties verkeersbelastingen
eigen controles
samenwerking met politie of andere diensten
2019
1.450
68%
32%
2020
1.483
61%
39%
55
Via automatische nummerplaatherkenning (Automatic Number Plate Recognition – ANPR) worden wanbetalers uit het verkeer gehaald. 7.855 wanbetalers werden in 2020 geverbaliseerd, wat leidde tot de inning van 4,42 miljoen euro achterstallige belastingen en boetes. Het aantal voertuigen in overtreding daalde verder naar 0,62%. Ongetwijfeld speelt de verlenging van betaaltermijn (van twee tot zes maanden) die werd toegestaan als coronamaatregel een rol. Een vergelijkbare evolutie is ook zichtbaar bij de verderzetting van procedures na controle waar bv. in 2020 merkelijk minder voertuigen werden verkocht door een gerechtsdeurwaarder (tabel 21). Het sinds 2019 lagere uit controles geïnde bedrag wordt verklaard door de wijziging in 2018, waardoor niet alle schulden per definitie meer geïnd kunnen worden bij een controle langs de weg. Alleen als het de houder van de nummerplaat zelf is die wordt gecontroleerd, kunnen andere schulden dan de schulden van het gecontroleerde voertuig onmiddellijk geïnd worden. tabel 20: evolutie controleresultaten personenwagens 2011-2020 (geïnde bedragen in euro)
kalenderjaar 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020
aantal controles
aantal overtredingen
% overtreders
geïnd bedrag (hoofdsom & boete
118.912 330.098 349.069 543.468 678.482 896.407 1.098.705 993.593 978.141 1.262.507
3.158 6.971 7.228 8.207 7.348 8.208 10.583 9.743 8.501 7.855
2,66 % 2,11 % 2,07 % 1,51 % 1,08 % 0,92% 0.96% 0,98% 0,87% 0,62%
1.508.739 € 3.592.195 € 3.117.255 € 4.077.061 € 3.526.633 € 4.991.625 € 6.595.581 € 6.256.874 € 4.651.031 € 4.421.690 €
Als niet onmiddellijk wordt betaald, wordt het voertuig tijdelijk geïmmobiliseerd door takeling, door inbeslagname van de boorddocumenten of door het plaatsen van een wielklem. tabel 21: inbeslagnames personenwagens (2019-2020) aantal geïmmobiliseerde voertuigen bij niet-betaling (takelingen en wielklemmen)
aantal in beslag genomen en verkochte voertuigen
2019
396
39
2020
288
12
Naast de klassieke ANPR-personenwagencontroles, vinden eveneens specifieke focuscontroles plaats. Focuscontroles (bv. toegespitst op lichte vrachtwagens, tractoren, buitenlandse nummerplaten, ...) worden periodiek ingepland op initiatief van de Vlaamse Belastingdienst en geografisch gespreid naargelang de meest geschikte locatie of de gewenste samenwerking. Voor specifieke types nummerplaten worden afzonderlijk cijfers bijgehouden, omdat de vastgestelde percentages overtredingen daarvoor hoger liggen.
56
tabel 22: controleresultaten bijzondere nummerplaten personenwagens (2018-2020) bijzondere nummerplaten
buitenlandse nummerplaten Z-platen taxi’s
aantal gecontroleerde voertuigen
aantal vastgestelde overtredingen
percentage overtredingen
2018
2019
2020
2018
2019
2020
2018
2019
2020
1.075
1.555
1.347
99
111
136
9%
7%
10%
430
758
675
74
60
91
17%
8%
12%
31
265
131
3
9
1
10%
3%
1%
ENKELE KERNCIJFERS OVER INKOHIERING EN INNING JAARLIJKSE VERKEERSBELASTING Op volgende bladzijden worden enkele grafieken weergegeven die de stand van zaken samenvatten voor wat betreft de inkohiering en de inning van de jaarlijkse verkeersbelasting. Voor uitgebreidere rapportering wordt verwezen naar de indicatoren in bijlage. grafiek 24: inningspercentages voor personenwagens en aanverwante (periode 2018-2020)
De inningspercentages voor de verkeersbelasting in het jaar van inkohiering zelf (jaar x), liggen lager dan voor de onroerende voorheffing. Aangezien maandelijks aanslagbiljetten verstuurd worden en de betaaltermijn twee maanden bedraagt, zijn de inkohieringen van november en december wel opgenomen in de ingekohierde te innen bedragen, maar nog niet in de geïnde bedragen voor dat jaar. Als we uitgaan van een evenwichtige spreiding van de inschrijvingen van voertuigen over het hele jaar, is dus 2/12e of 16% sowieso niet inbaar in het jaar zelf. Door het extra betalingsuitstel als coronamaatregel, ligt het inningspercentage voor het jaar van inkohiering iets lager in 2020 dan in 2019. Zoals blijkt uit grafiek 22 is die inningsvertraging eind februari 2021 al ingelopen.
57
grafiek 25: inningspercentages voor aan te geven voertuigen (aanslagjaren 2018-2020)
58
AANVULLENDE VERKEERSBELASTING De aanvullende verkeersbelasting (ook wel eens LPG-taks genoemd) is van toepassing op personenauto’s, auto’s voor dubbel gebruik en minibussen waarvan de motor, gedeeltelijk of tijdelijk, aangedreven wordt met vloeibaar petroleumgas of andere vloeibare koolwaterstofgassen. Met andere woorden: als de vermelde voertuigen zijn uitgerust met een LPG-installatie. De aanvullende verkeersbelasting wordt geregeld volgens de bepalingen die van toepassing zijn op de jaarlijkse verkeersbelasting en wordt net zoals de BIV gelijktijdig geïnd met de jaarlijkse verkeersbelasting. Personenauto’s, auto’s voor dubbel gebruik (breaks) en minibussen zijn, net als van de verkeersbelasting, vrijgesteld van de aanvullende verkeersbelasting als zij: / uitsluitend aangewend worden voor een openbare dienst; / uitsluitend aangewend worden voor gemeenschappelijk openbaar vervoer of speciaal personenvervoer krachtens een vergunning of een concessie van de openbare machten.
59
BELASTING OP INVERKEERSTELLING De belasting op inverkeerstelling (BIV) wordt geheven op elke eerste inverkeerstelling op de openbare weg door één welbepaalde persoon. Met andere woorden, ze geldt ook voor de tweedehandsvoertuigen die door de nieuwe eigenaar voor de eerste maal worden ingeschreven. De belastingschuld inzake de BIV ontstaat "automatisch" vanaf de inschrijving van het voertuig, luchtvaartuig of vaartuig bij respectievelijk de DIV, het Bestuur van de Luchtvaart of het Bestuur van het Zeewezen en de Binnenvaart. Deze inschrijving geldt als een onweerlegbaar vermoeden van het gebruik op de openbare weg. De belastingplichtige moet hiervoor geen enkele formaliteit vervullen. De BIV wordt op hetzelfde aanslagbiljet als het eerste aanslagbiljet voor de jaarlijkse verkeersbelasting in rekening gebracht. Om die reden zijn geen aparte tabellen in dit jaarverslag opgenomen. U vindt de afzonderlijke basisgegevens wel in de bijlage. De BIV is van toepassing op: / personenauto's, auto's voor dubbel gebruik (breaks), minibussen en motorfietsen ingeschreven in België; / alle luchtvaartuigen die in België worden gebruikt en zijn ingeschreven; / jachten en pleziervaartuigen langer dan 7,5 m. waarvoor een vlaggenbrief door de FOD Mobiliteit werd afgeleverd of waarvoor een dergelijk kentekenbewijs had moeten afgeleverd zijn (vaststelling van gebruik op Belgische wateren). De belastingplichtige is de natuurlijke persoon of rechtspersoon (die geen leasingactiviteiten uitvoert) die vermeld is op het inschrijvingsbewijs (of vlaggenbrief voor vaartuigen) op het ogenblik van het eerste gebruik van het voertuig in België door die persoon. Een uitzondering op dit principe wordt gemaakt voor: / de overdracht van een voertuig tussen echtgenoten of samenwonenden, naar aanleiding van relatiebreuk of overlijden. Ondanks het feit dat de overnemende echtgenoot het voertuig in kwestie voor de eerste maal in het verkeer brengt en dus als "nieuwe persoon" vermeld wordt op het inschrijvingsbewijs, moet er niet opnieuw BIV betaald worden. Voorwaarde is echter dat de BIV reeds eerder door de overdragende echtgenoot werd betaald; / de herinschrijving van eenzelfde voertuig door dezelfde belastingplichtige (bv: bij een wijziging van een nummerplaat, omdat er bv. meer dan 2 adreswijzigingen op het inschrijvingsbewijs vermeld staan).
GRONDSLAG VAN DE BIV VOOR NIET-LEASINGVOERTUIGEN: MILIEUKENMERKEN VAN HET VOERTUIG De “groene BIV” wordt berekend op basis van diverse milieukenmerken van het voertuig, waaronder CO2-uitstoot, uitstoot fijn stof, brandstoftype, euronorm en de roetfilter die al dan niet in het voertuig ingebouwd is. Ook houdt men rekening met de leeftijd van het voertuig (volgens datum eerste inschrijving).
Via http://belastingen.vlaanderen.be/simulaties kunnen de verschuldigde verkeersbelastingen makkelijk berekend worden, zodat de belastingplichtige na aankoop en ingebruikname van een voertuig niet voor verrassingen komt te staan.
60
Berekening en parameters Het bedrag van de verschuldigde BIV kan eenvoudig berekend worden via de simulatietool op de website. Voor een reeds eerder ingeschreven voertuig kunnen alle gegevens die nodig zijn voor de berekening aan de hand van het chassisnummer uit onze databank worden opgehaald, of vindt u die op het inschrijvingsbewijs. Voor een nieuw voertuig moeten de parameters bij de verdeler of de constructeur worden opgevraagd. Meestal zijn deze parameters ook gewoon opgenomen in de commerciële brochure.
GRONDSLAG VAN DE BIV VOOR LEASINGVOERTUIGEN: MOTORVERMOGEN VAN HET VOERTUIG Voor de berekening van de BIV voor leasingvoertuigen wordt rekening gehouden met het aantal fiscale PK of het aantal kilowatt (kW) en de cilinderinhoud van het voertuig. Als het vermogen een verschillend bedrag aan BIV aangeeft naargelang het uitgedrukt wordt in kW of PK, dan zal het hoogste bedrag in aanmerking worden genomen. Voor de voertuigen die reeds eerder werden ingeschreven (tweedehandsvoertuigen), ofwel in België, ofwel in het buitenland vóór hun definitieve invoer, worden de (basis)bedragen verminderd met 10% of 5% naargelang het aantal volledige jaren van inschrijving te rekenen vanaf de eerste datum van inschrijving (de eerste dag van de maand van de eerste inverkeerstelling zoals die werd meegedeeld door de DIV).
61
REGISTRATIEBELASTING De registratiebelasting is een verzamelnaam voor de heffingen die betaald moeten worden naar aanleiding van de registratie van een onderhandse of authentieke akte. Het gaat om vier types belastingen: / het verkooprecht, verschuldigd naar aanleiding van de aankoop van een onroerend goed; / de schenkbelasting, te betalen als een akte van schenking wordt geregistreerd. / het recht van hypotheekvestiging, verschuldigd naar aanleiding van het inschrijven van een hypotheek op een onroerend goed; / het verdeelrecht, verschuldigd als gezamenlijke eigenaars van een onroerend goed uit onverdeeldheid treden; Nu de Vlaamse Belastingdienst sinds 1 januari 2015 Net zoals de erfbelasting is ook de de registratiebelasting int, gebeuren de formaliteit registratiebelasting een specifieke van het registreren van de akte en het innen van de juridische materie. Ook voor deze verschuldigde belasting niet meer gelijktijdig. De belastingen publiceren we uitgebreide registratie van een akte/geschrift blijft een federale bijkomende informatie op onze bevoegdheid: de akten moeten zoals voorheen website: aangeboden worden op het bevoegde federale / rechtspraak registratiekantoor. Op dit kantoor worden ook zoals (https://belastingen.vlaanderen.be/ rechtspraak-registratiebelasting ) voorheen de ‘federale registratierechten’ betaald, / standpunten en interpretaties voor zover die van toepassing zijn. (https://belastingen.vlaanderen.be/ Na de registratieformaliteit bezorgt het federale standpunten-commentaren/) registratiekantoor een digitale kopie van de akte aan de Vlaamse Belastingdienst, die de juiste belasting zal heffen en de belastingschuldige een aanslagbiljet zal toesturen dat onmiddellijk betaald moet worden. Als een notariële akte ter registratie werd aangeboden, zal de afrekening voor deze akte worden verstuurd naar het kantoor van de notaris die de akte verleden heeft.
Grafiek 26 toont de evolutie van het aantal ontvangen notariële akten in kalenderjaar 2019 en 2020. We zien heel duidelijk de piek aan akten eind 2019 die gepaard ging met de aankondiging van de afschaffing van de woonbonus per 1 januari 2020, de terugval in aankopen begin 2020 die erop volgde en die verder versterkt werd door de eerste golf van de coronapandemie. Tijdens de zomermaanden hernam het aantal transacties, om opnieuw gevolgd te worden door een tweede terugval.
62
grafiek 26: aantal ontvangen notariële akten (datum ontvangst - alle registratiebelastingen)
VERKOOPRECHT Wanneer u een woning, een appartement of een bouwgrond koopt moet u op de aankoopsom verkooprechten betalen. Het verkooprecht voor aankopen van onroerende goederen in het Vlaamse Gewest wordt berekend op basis van de overeengekomen prijs en lasten, met als minimum de normale verkoopwaarde van het onroerend goed. Het algemeen tarief bedraagt 6% vanaf 2020, als het over de aankoop van de enige gezinswoning gaat die aan een aantal voorwaarden voldoet. Zo moet het bv. gaan om de gezinswoning voor een natuurlijk persoon, mag die uiteraard nog geen volledige en volle eigenaar zijn van een andere woning of bouwgrond en de koper wordt op het adres van de gekochte woning ingeschreven in het bevolkingsregister of het vreemdelingenregister, binnen de twee jaar na het verlijden van de notariële aankoopakte. Voor de aankoop van andere onroerende goederen bedraagt het tarief 10%, wat ook het algemeen tarief was voor 1 juni 2018. Voor het verkooprecht zijn er verminderde tarieven, met elk hun specifieke toepassingsvoorwaarden: / bij de aankoop van de gezinswoning kan sinds juni 2018 een extra rechtenvermindering toegekend worden van 5.600 euro of 4.800 euro; / bij de aankoop van de gezinswoning kan sinds juni 2018 een aanvullend verlaagd tarief van 1% toegekend worden als de woning ingrijpend energetisch gerenoveerd wordt, zodat het tarief verlaagd wordt tot 6%, 5% vanaf 2020; / voor een gezinswoning die een beschermd monument is, bedraagt het tarief 1%, mits de bespaarde 6% geïnvesteerd wordt in het behoud van het onroerend erfgoed;
63
/
voor de aankoop van een woning die voor minstens 9 jaar in huur wordt gegeven aan een Sociaal Verhuurkantoor (SVK) bedraagt het tarief sinds juni 2018 eveneens 7%; “klein beschrijf” (vroegere vermindering, sinds juni 2018 opgeheven): 5% bij de aankoop van een bescheiden woning; 4% voor zogenaamde beroepskopers.
/ /
Coronamaatregel – erfbelasting en registratiebelasting: verlenging van termijnen om aan fiscale verplichtingen te voldoen Veel van bovenstaande zogenaamde gunstregimes worden voorlopig toegekend. Ze zijn pas definitief verworven als tijdig aan alle toekenningsvoorwaarden voldaan wordt. In veel gevallen omvatten ze een termijn van enkele jaren om zich in de woning te domiciliëren. Door de veiligheidsmaatregelen die in België gelden konden notariskantoren en burgers niet altijd tijdig alle (fiscale) formaliteiten vervullen. De Vlaamse Belastingdienst voorzag daarom als algemene maatregel een termijnverlenging tot telkens twee maanden na het einde van de periode waarin de verstrengde coronamaatregelen golden, voor de eerste golf tot en met 30 september en voor de tweede golf tot en met 30 april 2021. Als de oorspronkelijke termijnen afliepen tussen 13 maart en 30 september 2020 (eerste golf) en tussen 1 november 2020 en 30 april 2021 (tweede golf) en de fiscale verplichtingen werden of worden uiterlijk dan nageleefd, werd of wordt geen belastingverhoging gevorderd. Zo is geen belastingverhoging verschuldigd voor bv.: −
een (laattijdige) aangifte van nalatenschap ingediend tot en met 30 september 2020 (eerste golf) of 30 april 2021 (tweede golf);
−
een (laattijdige) registratie, uiterlijk op 30 september 2020 (eerste golf) of 30 april 2021 (tweede golf) van een akte of geschrift die ter registratie aangeboden moeten worden, zoals aankoopakten van onroerende goederen, schenkingsakten …
−
het (laattijdig) voldoen aan voorwaarden om gunstregimes of verlaagde tarieven voor registratiebelasting te behouden, zoals: o teruggave bij wederverkoop binnen de twee jaar: de authentieke verkoopakte moet in principe binnen een termijn van twee jaar verleden worden. Deze termijn wordt verlengd tot 30 september 2020 (eerste golf) of 30 april 2021 (tweede golf). o meeneembaarheid door verrekening: de authentieke akte van de nieuwe aankoop moet in principe verleden worden binnen de twee jaar na de authentieke akte van de verkoop van de vorige hoofdverblijfplaats. Deze termijn wordt verlengd tot 30 september 2020 (eerste golf) of 30 april 2021 (tweede golf). o domiciliëringsverplichting in de enige gezinswoning: om het verlaagd tarief bij de aankoop van de enige gezinswoning te behouden, moet men in principe binnen de twee jaar na datum van de aankoopakte op dat adres ingeschreven zijn in het bevolkingsregister. Deze termijn wordt verlengd tot 30 september 2020 (eerste golf) of 30 april 2021 (tweede golf). o domiciliëringsvoorwaarde bij het verlaagd tarief voor bescheiden woning (“klein beschrijf”): om het verlaagd tarief voor bescheiden woning te behouden moet men in principe binnen de drie jaar na datum van de aankoopakte op dat adres ingeschreven zijn
64
o
in het bevolkingsregister. Deze termijn wordt verlengd tot 30 september 2020 (eerste golf) of 30 april 2021 (tweede golf). voorwaarde van verkoop van een verhinderend onroerend goed bij verschillende gunstregimes: om bv. het verlaagd tarief voor enige gezinswoning te verkrijgen, mag men geen andere woning of bouwgrond bezitten, tenzij die binnen het jaar alsnog verkocht wordt. Deze termijn wordt verlengd tot 30 september 2020 (eerste golf) of 30 april 2021 (tweede golf).
De impact van het verkooprecht wordt eveneens verminderd door de mogelijke toepassing van de meeneembaarheid en de abattementen. De meeneembaarheid geeft in bepaalde gevallen recht op verrekening of teruggave van eerder betaalde verkooprechten bij de aankoop van een nieuwe woning of bouwgrond om een nieuwe woning op te bouwen. Bij abattementen ging het om een gedeeltelijke vrijstelling van de grondslag waarop de belasting wordt berekend. De abattementen werden juni 2018 opgeheven. grafiek 27: ingekohierde bedragen (in euro) verkooprecht volgens tarief (aanslagjaar 2018-2020 – status 28/02/2020)
65
SCHENKBELASTING De schenkbelasting is de belasting die u moet betalen als u een onroerend goed aan iemand schenkt of de schenking van een roerend goed laat registreren. Beide types schenkingen worden aan aparte tarieven onderworpen (https://www.vlaanderen.be/schenkbelasting/tarieven-in-deschenkbelasting). De belasting wordt berekend op de verkoopwaarde van de geschonken goederen. grafiek 28: ingekohierde bedragen (in euro) schenkbelasting volgens aard van de schenking (aanslagjaar 2018-2020 – status 28/02/2020)
RECHT OP HYPOTHEEKVESTIGING Het tarief van het registratierecht op de vestiging van een hypotheek op een in het Vlaams Gewest gelegen onroerend goed bedraagt 1% en wordt berekend op het bedrag van het krediet dat door de hypotheek wordt gewaarborgd. Er zijn geen vrijstellingen of verminderingen van toepassing.
VERDEELRECHT Het verdeelrecht is een registratierecht dat verschuldigd is als een onroerend goed, dat aan verschillende mede-eigenaars behoort, wordt verdeeld. Dit kan bv. gebeuren naar aanleiding van een echtscheiding of als erfgenamen die in onverdeeldheid een onroerend goed hebben geërfd dat onderling wensen te verdelen.
66
Het verdeelrecht bedraagt 2,5% en wordt berekend op de waarde van de delen van een onroerend goed waarvoor men uit onverdeeldheid treedt. Als niet alle eigenaars uit onverdeeldheid treden, zal dat een gedeelte van de totale waarde van het onroerend goed zijn; als de onverdeeldheid ophoudt na de verdeling, gaat het om de volledige waarde. Voor verdelingen tussen (ex-)echtgenoten ten gevolge van de echtscheiding of tussen (ex-) wettelijke samenwoners ten gevolge van de beëindiging van de wettelijke samenwoning bedraagt het tarief 1%.
ENKELE KERNCIJFERS OVER INKOHIERING EN INNING REGISTRATIEBELASTING grafiek 29: ingekohierde bedragen (in euro) registratiebelasting volgens aard belasting (aanslagjaar 2018-2020 – status 28/02/2020)
grafieken 30: inningspercentages registratiebelasting (aanslagjaar 2018-2020))
Inningspercentage Verkooprecht
Inningspercentage Hypotheekrecht
67
Inningspercentage Verdeelrecht
Inningspercentage Schenkbelasting
68
ERFBELASTING De erfbelasting is een belasting op erfenissen. De erfbelasting is een verzamelnaam voor twee belastingen: / het successierecht: is verschuldigd bij het overlijden van een persoon die zijn fiscale woonplaats in het Vlaams Gewest heeft. / het recht van overgang bij overlijden: is verschuldigd bij het overlijden van een persoon die zijn fiscale woonplaats niet in België heeft, maar wel in Vlaanderen gelegen onroerende goederen bezat. Iedereen die iets ontvangt uit het bezit van een overledene, is erfbelasting verschuldigd op de waarde van de verkregen goederen. Hoewel de erfgenamen meestal familieleden van de overledene zijn, kunnen andere personen door een overledene (bij testament) begunstigd zijn. Dit kunnen zowel privépersonen als openbare besturen, vzw's of instellingen zijn.
De erfbelasting is een complexe materie die sterk verbonden is met het erfrecht en het huwelijksvermogensrecht, met tal van specifieke juridische termen en uitzonderingsbepalingen. Om die reden worden hier slechts enkele krachtlijnen toegelicht. Op de website van de Vlaamse Belastingdienst vindt u meer gedetailleerde informatie: https://www.vlaanderen.be/erfbelasting. De meeste personen winnen op het moment dat ze geconfronteerd worden met een overlijden dan ook extra advies in bij gespecialiseerde vakmensen, zoals een notaris, of een vastgoedexpert om de waarde van onroerende goederen te schatten.
DE AANGIFTE VAN NALATENSCHAP De erfbelasting wordt berekend op basis van de aangifte van nalatenschap die de erfopvolgers indienen. De erfopvolgers kunnen kiezen voor een gezamenlijke of een individuele aangifte. Dit bepaalt of ze een globaal gezamenlijk aanslagbiljet ontvangen, of elk een afzonderlijk. De aangifte moet ingediend worden binnen de 4 maanden na het overlijden. Als het overlijden in het buitenland gebeurde, gelden afwijkende langere termijnen. tabel 23: doorlooptijd in kalenderdagen tussen datum van overlijden en ontvangst van aangifte van nalatenschap (overlijdens in kalenderjaar 2016-2020)
gemiddelde doorlooptijd overlijden - aangifte
KJ 2016
KJ 2017
KJ 2018
KJ 2019
KJ 2020
120
121
122
126
140
In de aangifte wordt het vermogen van de overledene geraamd en wordt de verdeling van de nalatenschap uitvoerig beschreven. De raming gebeurt zowel voor de bezittingen (de activa) van de overledene, als voor de schulden (de passiva) die op het moment van het overlijden nog zouden bestaan. Voor de aangifte staat een modelformulier en uitgebreide toelichting ter beschikking op https://www.vlaanderen.be/erfbelasting/formulieren-erfbelasting, zodat al duidelijk wordt waar u allemaal rekening mee moet houden.
69
Na ontvangst van de aangifte wordt de verschuldigde erfbelasting berekend. De belastingplichtigen ontvangen dan een aanslagbiljet met een betaaltermijn van twee maanden. Coronamaatregel – erfbelasting: verlenging van termijn om aangifte van nalatenschap in te dienen Door de veiligheidsmaatregelen die in België gelden konden notariskantoren en burgers niet altijd tijdig alle (fiscale) formaliteiten vervullen. De Vlaamse Belastingdienst voorzag daarom als algemene maatregel een termijnverlenging tot telkens twee maanden na het einde van de periode waarin de verstrengde coronamaatregelen golden, voor de eerste golf tot en met 30 september en voor de tweede golf tot en met 30 april 2021. Zo is geen belastingverhoging verschuldigd voor een (laattijdige) aangifte van nalatenschap ingediend tot en met 30 september 2020 (eerste golf) of 30 april 2021 (tweede golf). In grafiek 31 zien we duidelijk dat de verlenging van de aangiftetermijn voor een piek in september 2020 zorgt, mee ten gevolge van de oversterfte die duidelijk zichtbaar is in grafiek 32. grafiek 31: aantal ontvangen (originele) aangiften van nalatenschap per maand (kalenderjaar 2019-2020)
70
grafiek 32: aantal erf-dossiers volgens maand van overlijden (kalenderjaar 2018-2020)
WAARDERING VAN DE ACTIVA In veel gevallen zijn de onroerende goederen het belangrijkste vermogensbestanddeel in de nalatenschap. De aangegeven waarde van het onroerend goed bepaalt dan ook sterk de totale waarde van de activa en de te betalen erfbelasting. Een te hoog ingeschatte waarde zal de erfgenaam relatief gezien te veel erfbelasting doen betalen. Bij een te laag ingeschatte waarde loopt de erfgenaam het risico op een boete wegens tekortschatting. Om deze onzekerheid zoveel mogelijk weg te nemen kan beroep worden gedaan op erkende professionals om een realistische waarde te bepalen. U kan beroep doen op een door de Vlaamse Belastingdienst erkende schatter-expert. De Vlaamse Belastingdienst zal deze schatting aanvaarden op voorwaarde dat de schatter de afgesproken kwaliteitsafspraken nakomt. De lijst van schattersexperten is gepubliceerd op https://www.vlaanderen.be/informatie-voor-erkende-schattersexperten. Voor overlijdens vanaf juni 2019 kan een erfgenaam/belastingplichtige nu ook aan de Vlaamse Belastingdienst zelf een kosteloze schatting aanvragen van de onroerende goederen die deel uitmaken van een nalatenschap. U leest meer over deze mogelijkheid op pagina 16.
71
Coronamaatregel – erfbelasting: tijdelijke versoepeling waardering beursgenoteerde effecten in aangifte van nalatenschap De coronacrisis bracht eveneens een crisis in de economie en op de beurs teweeg. Daardoor dreigden beursgenoteerde effecten (zoals fondsen of aandelen) voor een niet-representatieve waarde aangegeven te moeten worden in een aangifte van nalatenschap. Daarom voorzag de Vlaamse regelgeving tijdelijk in een extra mogelijk waarderingsmoment. Naast de al bestaande keuze tussen de slotkoers op de dag van het overlijden van de erflater, of de slotkoers één maand of twee maanden later, werd de slotkoers drie maanden na het overlijden als vierde optie toegevoegd. Deze extra keuzemogelijkheid gold voor overlijdens tussen 13 november 2019 en 30 september 2020.
WAARDERING VAN DE SCHULDEN (PASSIVA) Om de schulden van de overledene te bepalen, kan men ervoor kiezen om een forfaitair bedrag op te nemen of om de werkelijke schulden en begrafeniskosten te bewijzen. Het is ook mogelijk om de schulden van de overledene te bewijzen en enkel te kiezen voor het forfait voor de begrafeniskosten of omgekeerd. Voor specifiek onroerende schulden bestaat geen forfait. Voor deze schulden moet steeds een werkelijk bewijs worden bijgevoegd.
TARIEVEN EN BEREKENING
Naarmate de complexiteit van de fiscale regelgeving toeneemt, wordt het moeilijker om de exacte draagwijdte goed in te schatten. In dat geval winnen rechtspraak en rechtsleer aan belang, net als toelichtingen van de belastingadministratie. Op de website publiceren we daarom: / rechtspraak (https://belastingen.vlaanderen.be/ rechtspraak_erfbelasting) / voorafgaande beslissingen (https://belastingen.vlaanderen.be/ VB_erfbelasting) / standpunten en interpretaties (https://belastingen.vlaanderen.be/ standpunten_erfbelasting)
Bij de bepaling van de verschuldigde erfbelasting worden, afhankelijk van de graad van verwantschap met de overledene, een aantal categorieën onderscheiden. Voor elk van deze categorieën gelden eigen tarieven. We spreken van tarieven in rechte lijn, in zijlijn en tarieven voor andere personen. Daarnaast bestaan nog afzonderlijke tarieven voor specifieke legaten, bv. aan goede doelen. De tarieven voor verkrijgingen buiten rechte lijn werden vanaf september 2018 verlaagd.
72
VERMINDERINGEN EN VRIJSTELLINGEN In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de verminderingen en vrijstellingen die er bestaan. In de tabel is opgenomen hoeveel keer de vrijstelling of vermindering is toegekend, geteld per aanslagbiljet dat werd verzonden. In eenzelfde overlijdensdossier kan een vermindering meerdere keren worden toegekend, aan verschillende begunstigden. Een inhoudelijke toelichting en beschrijving van de toekenningsvoorwaarden vindt u op https://www.vlaanderen.be/erfbelasting/verminderingen-in-de-erfbelasting en https://www.vlaanderen.be/erfbelasting/vrijstellingen-in-de-erfbelasting. tabel 24: aantallen vrijstellingen en verminderingen volgens categorie erfopvolger (aanslagjaar 2019) (cijfers 2020 beschikbaar najaar 2021)
Vrijstelling voor grond gelegen in het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN) Vrijstelling voor erkende bossen Vrijstelling maatschappelijke rechten in vennootschappen, opgericht voor realisatie en/of financiering van investeringsprogramma's van serviceflats Vrijstelling voor de gezinswoning
Partnerabattement voor roerende goederen Abattement voor erfopvolger met een hadicap
Cat 3: Anderen
Cat 7: Legaat 8,5%
totaal
94
486
29
48
11
60
6
15
92
2
19
2
4
27
2
15.932
Vrijstelling wettelijke terugkeer Vrijstelling voor natuurgoederen
Cat 2: Broer / zus
Cat 1: Rechte lijn
Aard vrijstelling
Cat 0: Echtgeno(o)t(e)/samenwonende partner met vrijstelling gezinswoning
categorie erfopvolger
15.932 2
4
659
2
6
1
11
21.298
21.298
350
4.308
361
736
13.745
60.938
5.253
6.380
32
1.470
14
35
123
1.193
5.755
Aard vermindering Belastingkrediet voor beperkte netto-verkrijgingen Vermindering voor kinderen jonger dan 21 jaar Vermindering voor buitenlands onroerend goed waarop reeds buitenlandse erfbelasting is betaald Vermindering voor opeenvolgende overlijdens binnen het jaar
1
86.317
2
1.504
1
5
55
127
559
29
2.031
73
OVERLIJDENS EN VERWERKTE DOSSIERS grafiek 33: behandelde dossiers erfbelasting (aanslagjaar 2018-2020, status 28/02/2020)
ENKELE KERNCIJFERS OVER INKOHIERING EN INNING ERFBELASTING grafiek 34: ingekohierde erfbelasting (in euro) volgens categorie van erfopvolger (aanslagjaar 2018-2020)
74
grafiek 35: procentuele verdeling erfbelasting volgens categorie van erfopvolger (aanslagjaar 2018-2020)
grafiek 36 ingekohierde erfbelasting (in euro) volgens type aangifte (aanslagjaar 2018-2020)
75
grafiek 37: inningspercentage erfbelasting (aanslagjaar 2018-2020)
76
HEFFING ONGESCHIKTE EN ONBEWOONBARE WONINGEN Sinds 2010 verviel de gewestelijke heffing op leegstaande gebouwen en woningen en is de heffingsbevoegdheid overgegaan naar de lokale besturen. Vanaf 2017 is dat ook het geval voor de verkrotte woningen. Sinds 2017 int de Vlaamse Belastingdienst enkel nog de heffing op ongeschikte en onbewoonbare woningen, en dat enkel als de gemeente zelf geen eigen belastingreglement heeft dat aan een aantal minimale vereisten voldoet. De heffing is verschuldigd als het gebouw of de woning gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in de inventaris van ongeschikt of onbewoonbaar verklaarde woningen. Zolang de woning niet is geschrapt uit de inventaris blijft de heffing, vanaf de datum van de eerste verjaardag, jaarlijks verschuldigd. De eigenaar heeft dus nog de kans om de situatie te verbeteren. De belastingplichtige is degene die op het ogenblik van het verstrijken van de eerste periode van 12 maanden na opname van het pand in de inventaris (of een verjaringsdatum ervan) houder is van één van volgende rechten met betrekking tot het belaste pand: / de volle eigendom; / het recht van opstal of van erfpacht; / het vruchtgebruik. Behoort één van deze zakelijke rechten toe aan meer dan één persoon, dan kan elk van hen worden verplicht om het volledig bedrag te betalen (hoofdelijkheid).
BEREKENING Het bedrag van de heffing is afhankelijk van het kadastrale inkomen: (KI + M) x (P + 1), waarbij: / KI: geïndexeerd kadastraal inkomen / M: bedrag waarmee het KI moet worden verhoogd om een bedrag van minimum 990 euro te verkrijgen / P: aantal perioden dat het pand 12 maanden op de inventaris werd opgenomen (P bedraagt maximaal 4) Schorsing van de heffing is mogelijk omwille van renovatiewerken of als een nieuwe eigenaar het zakelijk recht verkrijgt. Er zijn in een aantal gevallen vrijstellingen op de leegstandsheffing mogelijk, bv. wanneer het belaste pand gelegen is binnen de grenzen van een onteigeningsplan. tabel 25: aantallen vrijstellingen verwaarloosde en ongeschikt of onbewoonbare woningen (aanslagjaar 2019) aard van de vrijstelling enige woning als hoofdverblijfplaats gebruikt Onteigeningsplan Ramp Overmacht
aantal 135 12 23 43
77
ENKELE KERNCIJFERS OVER INKOHIERING EN INNING HEFFING ONGESCHIKTE EN ONBEWOONBARE WONINGEN De heffingen op ongeschikte en onbewoonbare woningen worden vaak opgeschort en betwist, ook voor de rechtbanken. In die gevallen kan de heffing niet verder geïnd of ingevorderd worden. De inningspercentages liggen dan ook significant lager dan bij de klassieke belastingen. grafiek 38: inningspercentages heffing ongeschikte en onbewoonbare woningen (periode 2018-2020)
78
LEEGSTANDSHEFFING BEDRIJFSRUIMTEN Ook voor de bestrijding en het voorkomen van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten heeft het Vlaamse Gewest een leegstandsheffing voorzien. Er werd een jaarlijkse heffing ingevoerd voor elke eigenaar van een leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimte. Is het belaste pand eigendom van meerdere eigenaars, dan zijn deze allen hoofdelijk aansprakelijk voor de gehele heffing. De panden die in aanmerking komen voor een dergelijke heffing worden door het departement Omgeving geïnventariseerd. Vanaf het jaar volgend op de tweede registratie is de eigenaar van een geïnventariseerd pand de heffing verschuldigd. Nadat alle gegevens aan de Vlaamse Belastingdienst werden bezorgd, worden de aanslagbiljetten opgemaakt en verstuurd. De Vlaamse Belastingdienst zorgt dan verder voor het innen en invorderen van de heffing. De belasting wordt berekend op basis van het geïndexeerd kadastraal inkomen (KI) zoals gekend op 1 januari van het aanslagjaar. Niet alleen het KI van het perceel dat de leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimte uitmaakt zelf wordt meegeteld, maar eveneens het KI van alle opstanden op het perceel. Voor de niet-landbouwbedrijven wordt daar bijkomend het KI bijgeteld van alle aangrenzende percelen die één geheel vormen met de leegstaande bedrijfsruimte, als ze van dezelfde eigenaar zijn.
BEREKENING Voor de berekening van de heffing worden 4 tarieven toegepast op telkens een deel van het kadastraal inkomen: Toepasselijke schijf van het KI (in euro) 0 – 12.350 12.351 – 37.150 37.151 – 74.350 meer dan 74.351
Belastingpercentage 150% 125% 100% 75%
De belasting bedraagt nooit minder dan 3.700 euro. Voor de niet-landbouwbedrijven komt het bedrag van de belasting bovendien minstens overeen met een tarief van 2,47 euro/m² oppervlakte van het grondvlak van het terrein, vastgelegd door de diensten van het kadaster. Het decreet biedt eigenaars de mogelijkheid om onder bepaalde voorwaarden opschorting van de heffing aan te vragen. In bepaalde gevallen kan de heffingsplichtige een opschorting verkrijgen. Zo heeft bv. een nieuwe eigenaar recht op een opschortingstermijn van 2 jaar, evenals de belastingplichtige die een voorstel tot renovatie indient. Tevens kan er een opschorting van één jaar bekomen worden voor panden die leegstaan om bedrijfseconomische redenen. Het is de inventarisbeheerder die de opschortingen toekent.
79
ENKELE KERNCIJFERS OVER INKOHIERING EN INNING LEEGSTANDSHEFFING BEDRIJFSRUIMTEN De leegstandsheffingen bedrijfsruimten worden vaak betwist, ook voor de rechtbanken. In die gevallen kan de heffing niet verder geïnd of ingevorderd worden. De inningspercentages liggen dan ook significant lager dan bij de klassieke belastingen. De leegstandsheffing bedrijfsruimten wordt traditioneel ingekohierd na afloop van het aanslagjaar; om die reden zijn er nog geen inningscijfers voor 2020. grafiek 39: inningspercentages leegstandsheffing bedrijfsruimten(periode 2018-2020)
80
PLANBATENHEFFING De planbatenheffing kan worden opgelegd wanneer de overheid een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) heeft opgemaakt waardoor de bestemming van een perceel is gewijzigd. Door deze bestemmingswijziging is de waarde van het perceel toegenomen: men spreekt in dit verband van planbaten. Op die meerwaarde is een belasting verschuldigd, de planbatenheffing. Een RUP kan worden vastgesteld door het Gewest, de provincie of de gemeente. De planbatenheffing is dus een heffing die verschuldigd is door de eigenaars van percelen die door een bestemmingswijziging een potentiële meerwaarde krijgen. Dat is het geval bij bestemmingswijzigingen waarbij onbebouwbare gronden herbestemd worden tot woonzone, zone voor bedrijvigheid of recreatiezone. De grond wordt bv. herbestemd van “landbouw” naar “wonen”. Ook een omzetting naar de bestemming "winning van oppervlaktedelfstoffen" kan planbatenheffing met zich meebrengen. Niet alle bestemmingswijzigingen geven aanleiding tot planbatenheffing. Voor elke bestemmingswijziging zijn ook andere tarieven van toepassing. De exacte bestemmingswijzigingen die het perceel ondergaan ten gevolge van het ruimtelijk uitvoeringsplan dat de planbatenheffing doet ontstaan, zijn steeds opgenomen in de berekeningsbijlage bij het aanslagbiljet. De heffing is verschuldigd door diegene die het volle of blote eigendomsrecht heeft, of een deel van dit volle of blote eigendomsrecht, over de percelen op het ogenblik van inwerkingtreding van het betrokken ruimtelijk uitvoeringsplan.
PROCESVERLOOP IN HOOFDLIJNEN Aanslagbiljet: na inwerkingtreding van het RUP Nadat een RUP in werking is getreden, verstuurt de Vlaamse Belastingdienst een aanslagbiljet aan de volle of de blote eigenaar(s) van het perceel. Verplichte betaling na startfeiten Meestal moet de heffing niet onmiddellijk betaald worden. Er moet maar betaald worden wanneer de meerwaarde gerealiseerd wordt (als er zich een “startfeit” voordoet). In de meeste gevallen betekent dit: / als de belastingplichtige er daadwerkelijk op gaat bouwen (verkrijgen van een bouw- of verkavelingsvergunning); / als hij de grond verkoopt. Vrijwillige betaling onder voorwaarden: bonificatie van 15% Hoewel de heffing niet onmiddellijk moet worden betaald, heeft de belastingplichtige er voordeel bij dat toch te doen: dan krijgt hij 15% korting (“bonificatie”) onder bepaalde voorwaarden.
81
BEREKENING Berekening per kadastraal perceel De berekening gebeurt steeds per kadastraal perceel afzonderlijk. De berekening van de planbatenheffing gebeurt in 2 stappen: eerst wordt forfaitair een vermoede meerwaarde berekend, waarop nadien de heffing wordt berekend volgens een progressief tarief op delen van de vermoede meerwaarde. De detailberekening van de planbatenheffing voor de concrete situatie van elke belastingplichtige is bijgesloten bij het aanslagbiljet.
VRIJSTELLINGEN In bepaalde gevallen is er geen planbatenheffing verschuldigd. De achterliggende reden is dat er eigenlijk geen sprake is van een meerwaarde die door de bestemmingswijziging gecreëerd wordt, of dat die meerwaarde zeer klein is. Een vrijstelling moet steeds aangevraagd worden binnen de 3 maanden na ontvangst van het aanslagbiljet. Er kan vrijstelling van planbatenheffing verkregen worden: / als er geen bijkomende vergunningsmogelijkheden door het RUP zijn; / bij kleine bestemmingswijzigingen; / als de planbaten het gevolg zijn van compensatie voor planschade; / bij specifieke herbestemmingen voor hoofdzakelijk vergunde zonevreemde constructies; / bij onteigening of overdracht in der minne ten algemenen nutte. De exacte toekenningsvoorwaarden https://vlaanderen.be/planbatenheffing.
worden
toegelicht
op
de
website
Naast vrijstellingen bestaan er eveneens opschortingen. Als de betaling van planbatenheffing opgeschort is, betekent dit dat de belastingplichtige wel een aanslagbiljet ontvangt, maar dat hij dit niet hoeft te betalen tot zolang de opschortingsvoorwaarden vervuld zijn.
OPSCHORTING VAN BETALING Als een belastingplichtige meent recht te hebben op een opschorting, meldt hij dit best aan de Vlaamse Belastingdienst en voegt hij documenten bij die dit kunnen aantonen (bv. de weigering van een bouwvergunning). Mogelijke redenen van opschorting zijn: / het perceel zal onteigend worden en de onteigenende instantie deelt dit ook mee aan de Vlaamse Belastingdienst; als de onteigeningsbeslissing herroepen wordt, vervalt ook de opschorting; / het Ruimtelijk Uitvoeringsplan zelf dat aanleiding geeft tot het heffen van planbaten wordt door de Raad van State geschorst; / het perceel kan niet bebouwd worden omwille van redenen die eigen zijn aan het perceel zelf; het gaat hier om redenen van feitelijke onbebouwbaarheid. Die redenen kunnen betrekking hebben op de fysieke toestand van de gronden (bv. waterziek, te zanderig, te laag gelegen, extreme hellingsgraad … ). De vorm, de ligging of de beperkte omvang van een perceel kunnen ook een reden zijn die het perceel onbebouwbaar maakt. / het perceel kan niet bebouwd worden ten gevolge van een erfdienstbaarheid van openbaar nut.
82
OPBRENGSTEN VAN DE PLANBATENHEFFING De opbrengsten van de planbatenheffing worden in hoofdzaak verdeeld over het Rubiconfonds en het Grondfonds, op basis van de onderliggende bestemmingswijzigingen. De regelgeving bepaalt omtrent de doorstorting van opbrengsten wat in de tabel hieronder samengevat staat. tabel 26: verdeling opbrengsten planbatenheffing doelbestemming
oorsprong RUP
doorstorting gelden
bedrijvigheid
Gewestelijk Provinciaal Gemeentelijk
Rubiconfonds betrokken provincie betrokken gemeente
alle andere
Gewestelijk Provinciaal Gemeentelijk
Grondfonds
(uitzondering: regularisatie permanente bewoning weekendverblijven)
Gewestelijk Provinciaal Gemeentelijk
betrokken gemeente
ENKELE KERNCIJFERS OVER DE INKOHIERING EN INNING VAN DE PLANBATENHEFFING Om diverse redenen maken we een onderscheid tussen “theoretische” opbrengsten (ingekohierde bedragen) en “werkelijke” opbrengsten (geïnde bedragen). De werkelijke ontvangsten zullen verschillen van de theoretische opbrengsten, aangezien: / / / / /
de meeste types vrijstellingen niet automatisch kunnen worden toegekend vooraleer de aanslagen ingekohierd worden; de bonificatieregeling zijn weerslag heeft op het te ontvangen bedrag; er een specifieke regeling is dat er maar betaald moet worden na het zich voordoen van een startfeit; in de praktijk kan dit dus ettelijke jaren na inwerkingtreding van het RUP zijn; de opschortingen hun weerslag hebben op het tijdstip van ontvangst; de vernietiging van RUP’s door de Raad van State regelmatig voorkomt.
De cijfers van inkohiering zijn dan ook steeds erg omzichtig te benaderen. In onderstaande tabellen wordt duidelijk het verschil zichtbaar tussen de initieel ingekohierde aanslagen en de aanslagen die nog resteren nadat de aanslagen uitgefilterd zijn die volledig in onwaarde zijn geplaatst na de toekenning van een vrijstelling of de vernietiging van het onderliggende RUP.
83
tabel 27: initieel gevestigde aanslagen planbatenheffing (zonder uitfiltering vrijstellingen en vernietigingen) (status 05/01/2021 – voor aanslagjaar 2020 werd nog geen planbatenheffing ingekohierd) (bedragen in euro) Aanslagjaar
Totaal ingekohierd 1.828.031,16
Totaal onwaarden
Totaal geïnd
2010
Aantal aanslagbiljetten 84
519.671,72
1.161.806,11
Totaal bonificaties 149.183,89
2011
1.339
26.840.275,37
19.432.870,25
6.347.009,88
837.918,23
2012
4.470
108.011.991,43
66.309.937,55
25.692.225,82
2.488.016,68
2013
2.847
78.452.302,75
48.607.775,94
4.835.636,85
418.617,85
2014
827
21.645.980,87
18.200.362,71
2.393.723,69
136.856,28
2015
1.688
45.208.295,02
28.666.733,62
5.250.932,07
487.969,84
2016
846
17.752.466,26
12.107.011,66
3.833.383,21
361.013,91
2017
852
27.501.674,39
11.654.040,79
11.235.422,65
1.897.601,37
2018
1.622
22.260.442,71
1.475.414,18
4.065.688,85
0,00
2019
366
18.287.738,27
0,00
317.939,90
0,00
14.941
367.789.198,23
206.973.818,42
65.133.769,03
6.777.178,05
Eindtotaal
tabel 28: resterende gevestigde aanslagen planbatenheffing (na uitfiltering vrijstellingen en vernietigingen) (status 05/01/2021 – voor aanslagjaar 2020 werd nog geen planbatenheffing ingekohierd) (bedragen in euro)
aanslagjaar 2010
aantal aanslagen
totaal ingekohierd
totale onwaarden
totaal geïnd
54
1.459.435,09
151.075,65
1.161.806,11
totaal verleende bonificaties 149.183,89
2011
770
9.069.337,04
1.661.931,92
6.347.009,88
831.925,44
2012
2.901
48.554.259,23
6.852.205,35
25.692.210,08
1.783.094,17
2013
1.641
30.293.697,12
449.170,31
4.835.636,85
385.201,94
2014
398
3.733.542,80
287.924,64
2.393.723,69
136.656,95
2015
1.095
17.425.275,06
883.713,66
5.250.932,07
475.885,56
2016
347
6.188.323,40
542.868,80
3.833.383,21
173.862,66
2017
584
17.736.599,27
1.888.965,67
11.235.422,65
1.876.276,00
2018
1.347
20.881.608,60
96.580,07
4.065.688,85
0,00
2019
366
18.287.738,27
0,00
317.939,90
0,00
9.503
173.629.815,88
12.814.436,07
65.133.753,29
5.812.086,61
Eindtotaal
84
grafiek 40: inningspercentages planbatenheffing (zonder uitfiltering vrijstellingen en vernietigingen, periode 2018-2020)
85
BELASTING OP SPELEN & WEDDENSCHAPPEN De belasting op spelen en weddenschappen is een belasting die geheven wordt op alle spelen en weddenschappen waarbij de deelnemers een som geld inzetten in de hoop hiermee winst of voordeel te behalen. De Vlaamse Belastingdienst int de belasting op spelen en weddenschappen sinds 1 januari 2019. In de meeste gevallen is het de organisator die die de verplichtingen vervult en die de belasting zal moeten betalen. Spelen en weddenschappen worden meestal herhaaldelijk ingericht door professionele bedrijven, maar een occasionele of eenmalige organisator is de belasting evenzeer verschuldigd. Eén van de verplichtingen van de organisator is het tijdig indienen van aangiften: /
/
vooraleer de organisator een spel of weddenschap inricht, moet hij de Vlaamse Belastingdienst op de hoogte stellen van de intentie om spelen en weddenschappen in te richten (voorafgaandelijke aangifte); de belastingplichtige moet een fiscale aangifte indienen binnen de 5 eerste werkdagen van elke maand, voor de verrichtingen van de vorige maand. Op basis van die aangifte wordt de belasting berekend. Bij de overname van de belastingen op spelen & weddenschappen en op automatische ontspanningstoestellen werd de papieren aangifteprocedure vervangen door een digitale aangiftemodule. Via de aangiftemodule kunnen de eigenaars van automatische ontspanningstoestellen en de organisatoren van spelen en weddenschappen in een beveiligde omgeving hun gegevens beheren.
BEREKENING Als algemene regel geldt dat de belasting berekend wordt aan een uniform tarief van 15% op de opbrengst. De opbrengst is dan de som van de inzetten min de uitgekeerde winsten. Er bestaan uitzonderingen zowel op het tarief, als op de belastbare grondslag. Een overzicht van de soorten spelen en hoe ze belast worden is opgenomen op de website (https://www.vlaanderen.be/belasting-op-spelen-en-weddenschappen/hoeveel-bedraagt-debelasting). Een belangrijke uitzondering op het uniforme tarief zijn de casinospelen en automatische ontspanningstoestellen opgesteld in casino’s. De opbrengsten daaruit worden respectievelijk belast volgens progressieve tarieven die variëren van 33% tot 44% voor casinospelen en van 20% tot 50% voor de automatische ontspanningstoestellen.
86
VRIJSTELLINGEN Bepaalde spelen en weddenschappen zijn vrijgesteld van de belasting op spelen en weddenschappen: / / / / / /
toegelaten loterijen zijn altijd vrijgesteld, zelfs als ze online georganiseerd worden; de sportbeoefening zelf (de vrijstelling geldt NIET voor weddenschappen op sportwedstrijden); bepaalde volksvermakelijkheden zijn vrijgesteld als er niet online ingezet kan worden en als de inzet is beperkt tot 50 euro per persoon per dag; bepaalde duivenprijskampen zijn vrijgesteld als er niet online ingezet kan worden en als er alleen maar door de eigenaars van de duiven geld kan worden ingezet; vogelzangwedstrijden (bv. vinkenzetting), als er niet online ingezet kan worden; bepaalde wedstrijden uitsluitend ingericht voor musea of bepaalde instellingen, als er niet online ingezet kan worden
ENKELE KERNCIJFERS OVER DE INKOHIERING EN INNING VAN DE BELASTING OP SPELEN EN WEDDENSCHAPPEN Ondanks de coronacrisis blijven de ingekohierde bedragen voor 2020 vergelijkbaar met 2019. De stijgende tendens voor de inkomsten uit online spelen en weddenschappen werd door de pandemie versterkt, terwijl de fysiek georganiseerde weddenschappen zoals sportevenementen, paardenwedrennen, casinospelen, … vanzelfsprekend drastisch afnamen. grafiek 41: netto ingekohierde bedragen (hoofdsom) belasting spelen en weddenschappen volgens categorie spel (aanslagjaar 2019-2020)
87
tabel 29: te innen bedragen belasting op spelen en weddenschappen per type spel of weddenschap (aanslagjaar 20192020, bedragen in euro) Type spel/weddenschap Online Spelen en Weddenschapen
AJ2019
AJ2020
28.661.239
36.837.981
Sportevenementen
8.709.342
5.438.707
Automatische Ontspanningstoestellen in casino's Tafelspelen/Pokertoernooi
7.464.730
2.772.645
4.415.684
1.682.888,57
Paardenwedrennen
1.128.608
621.709,10
Overige SW
672.261
1.402.167,99
Mediaspelen
216.077
208.033,22
Hondenwedstrijden
181.727
117.124,25
Volksvermakelijkheden Totaal
17 51.449.684
49.081.256,20
grafiek 42: inningspercentages belasting op spelen en weddenschappen (periode 2019-2020)
CONTROLE BELASTING OP SPELEN EN WEDDENSCHAPPEN Het controleteam SWAOT – dat geïntegreerd werkt voor de belasting op spelen en weddenschappen en de belasting op automatische ontspanningstoestellen - is sterk geïmpacteerd door de coronacrisis. De overgrote meerderheid van de te controleren belastingplichtigen waren in 2020 immers noodgedwongen gesloten voor publiek. Personeelsleden werden en worden ingezet voor andere taken binnen de Vlaamse Belastingdienst. Van de 1.417 uitgevoerde controles Spelen en Weddenschappen was 1,41% (20) in overtreding. Voor 2019 was dit 1,06%.
88
BELASTING OP AUTOMATISCHE ONTSPANNINGSTOESTELLEN De belasting op automatische ontspanningstoestellen (AOT) is een belasting die wordt geheven op automatische toestellen, zoals bv. gokautomaten of bingokasten, die op de openbare weg, in voor het publiek toegankelijke plaatsen of in een privé-omgeving staan opgesteld. Het opstellen van automatische ontspanningstoestellen is strikt gereglementeerd. U heeft er in de meeste gevallen een specifieke vergunning van de Kansspelcommissie voor nodig. De belasting moet betaald worden door de eigenaar van het toestel, die ok de aangifteformaliteiten moet vervullen. Die aangifte moet gebeuren voordat het toestel opgesteld wordt en als het opnieuw weggenomen wordt of vervangen door een toestel van een hogere categorie. Zolang er niets wijzigt aan het toestel en waar het opgesteld staat, wordt de aangifte automatisch verlengd. In de praktijk dient de eigenaar kwartaalaangiften in. Coronamaatregel – belasting op automatische ontspanningstoestellen: tijdelijke extra mogelijkheid tot stopzetting van fiscale kentekens Door de verstrengde coronamaatregelen zijn horecazaken, speelhallen, kermissen … gedurende het grootste deel van 2020 gesloten of opgeschort. In principe wordt een kenteken voor een in het eerste kwartaal opgesteld toestel automatisch verlengd naar het tweede kwartaal. Deze automatische kwartaalverlengingen van fiscale kentekens werden stopgezet en al verlengde aangiften konden uitzonderlijk nog ingetrokken worden met ingang van het tweede kwartaal. Eenzelfde werkwijze werd toegepast voor het vierde kwartaal.
BEREKENING Elk type toestel krijgt een fiscale rangschikking door het op te nemen in het repertorium van automatische ontspanningstoestellen, dat tot en met 2020 beheerd werd door de FOD Financiën. De fiscale rangschikking (categorie A, B, C, D of E) bepaalt het belastingtarief dat op het toestel van toepassing is. De tarieven varieerden in 2020 van 150,59 tot 4.015,60 euro per toestel.
VERMINDERINGEN / / /
Voor toestellen van categorie C en D is er een nultarief. De belasting kan voor foorreizigers worden verminderd tot 1/10e van het jaarbedrag. Toestellen met een spaarsysteem worden belast als categorie E als ze fiscaal gerangschikt zijn als categorie A. Als ze gerangschikt zijn als categorie C of D, geldt sowieso een nultarief. Toestellen met een spaarsysteem zijn toestellen waarbij de winst onder de vorm van tickets (met een maximale waarde van 6,20 euro per ticket) kan gespaard worden om in te ruilen voor een grotere prijs.
89
VRIJSTELLINGEN Er geldt een vrijstelling voor: /
toestellen opgesteld in lokalen van jeugdbewegingen, rusthuizen en ziekenhuizen, als ze uitsluitend bestemd zijn voor de leden, bewoners of patiënten. In de praktijk betekent dat bv. dat een automatisch ontspanningstoestel in een publiek toegankelijke cafetaria van een ziekenhuis niet vrijgesteld is. / gokautomaten die opgesteld staan in casino’s. Die toestellen vallen, net zoals de tafelspelen in casino’s, onder de belasting op spelen en weddenschappen. / de mechanische varianten van de toestellen uit categorie E. Het gaat om een feitelijke vrijstelling voor: o biljart/snooker/pool; o kegelspelen, golfspel, tennisspel, voetbalspel (kicker);, basketbalspel, base-balspelen, hockey-spelen; o vogelpik/darts. Voor de toestellen van categorie C en D geldt een nultarief en is er geen aangifteplicht.
ENKELE KERNCIJFERS OVER DE INKOHIERING EN INNING VAN DE BELASTING OP AUTOMATISCHE ONTSPANNINGSTOESTELLEN Aangezien automatische ontspanningstoestellen fysiek bespeelbare machines zijn en typisch opgesteld staan in bv. horeca-gelegenheden en speelautomatenhallen, heeft de coronapandemie een erg sterke impact op de belastinginkomsten. De aangiften werden immers grotendeels opgeschort vanaf het tweede kwartaal. grafiek 43: netto ingekohierde bedragen (hoofdsom) belasting op automatische ontspanningstoestellen volgens klasse toestel (aanslagjaar 2019-2020, bedragen in euro)
90
grafiek 44: inningspercentages belasting op automatische ontspanningstoestellen (periode 2019-2020)
CONTROLE BELASTING OP AUTOMATISCHE ONTSPANNINGSTOESTELLEN Het controleteam SWAOT – dat geïntegreerd werkt voor de belasting op spelen en weddenschappen en de belasting op automatische ontspanningstoestellen - is sterk geïmpacteerd door de coronacrisis. De overgrote meerderheid van de te controleren belastingplichtigen waren in 2020 immers noodgedwongen gesloten voor publiek. Personeelsleden werden en worden ingezet voor andere taken binnen de Vlaamse Belastingdienst. Van de 3.351 uitgevoerde controles Automatische Ontspanningstoestellen was 1,25% (42) in overtreding. Voor 2019 was dit 1,44% (7007 controles met 69 overtredingen en 32 waarschuwingen). Gelet op opstartperiode in 2019 werd aanvankelijk bij vastgestelde overtredingen gesensibiliseerd en niet onmiddellijk gesanctioneerd. Dat verklaart waarom het aantal en percentage overtredingen AOT in 2020 hoger ligt dan in 2019.
91
ONZE ORGANISATIE OPRICHTING EN TAKEN De Vlaamse Belastingdienst (VLABEL) werd in 2004 opgericht als deel van het beleidsdomein Financiën en Begroting (FB). De Vlaamse Belastingdienst voert het Vlaamse fiscale beleid uit. In het oprichtingsbesluit staan de volgende missie en visie verwoord: “Het agentschap heeft als missie de Vlaamse belastingen op een efficiënte en effectieve wijze te innen en in te vorderen. Hierbij hanteert het agentschap volgende principes: maximale klantgerichtheid; minimalisering van de administratieve formaliteiten door aanwending van moderne technologische hulpmiddelen; gelijkberechtiging; tijdigheid en correctheid van afhandeling.” Sinds de oprichting kende de Vlaamse Belastingdienst een grote groei. Door de opeenvolgende staatshervormingen nam de Vlaamse Belastingdienst de “dienst van de belastingen” van verschillende federale belastingen over. Daarbij werden de taxatie, de inning en invordering, de dossierafhandeling en de fiscale controle van de FOD Financiën overgenomen. Veel van de federale ambtenaren die voorheen met deze taken belast waren, maakten de overstap naar de Vlaamse Belastingdienst. Ondanks deze personeelsuitbreidingen, heeft de Vlaamse Belastingdienst de afgelopen jaren ook een significante bijdrage geleverd aan de op niveau van de Vlaamse overheid vooropgestelde personeelsbesparingen. Uit de evolutie blijkt dat in de periode 2016-2020, met uitzondering van de personeelsstijgingen die gepaard gingen met de overname van nieuwe belastingen, het totaal aantal personeelsleden gaandeweg is afgenomen, in hoofdzaak via niet-vervanging na natuurlijke uitstroom, zoals door pensionering of vrijwillig vertrek. grafiek 45: evolutie aantal personeelsleden 2010-2020
92
ORGANISATIESTRUCTUUR De Vlaamse Belastingdienst heeft taken op het vlak van: / de Vlaamse fiscaliteit: o de inning en invordering, met inbegrip van de inkohiering en de bezwaarafhandeling, van de Vlaamse belastingen, […] o de uitoefening van de fiscale controle met betrekking tot deze belastingen; o het leveren van de vereiste beleidsgerichte input; o het uitreiken van attesten voor fiscale vrijstellingen en verminderingen, voor zover deze taak niet door de Vlaamse Regering aan een ander beleidsdomein werd toegewezen; / het invorderen van niet fiscale schuldvorderingen; / het innen van retributies en bijzondere (sector)bijdragen voor zover deze taak door de Vlaamse Regering aan het agentschap werd toegewezen (momenteel geen taken toegewezen); / het uitvoeren van taken met betrekking tot vastgoedtransacties, omschreven in de Vastgoedcodex. Deze wettelijk vastgelegde taken vinden we terug in de organisatiestructuur. De Vlaamse Belastingdienst bestaat nu samen uit zeven afdelingen en ondersteunende diensten. Vlaamse Belastingdienst
Afdeling stafdiensten
Dienstencentrum
Dienst Schattingen en Waarderingen
Dienst vastgoedtransacries Roeselare/Gent
Dienst vastgoedtransacries Gent
Dienst vastgoedtransacties Brussel
Dienst Taxatie Overige belastingen
Dienst Taxatie Registratie belasting
Dienst Taxatie Erfbelasting
Dienst Stroombeheer
Dienst vastgoedtransacries Antwerpen/Genk
Afdeling Vastgoedtransacties
Afdeling Taxatie
Dienst Handhavingscentrum Kilometerheffing
Dienst Externe Controle Spelen en Weddenschappen/Automatis che Ontspanningstoestellen
Dienst Externe Controle Verkeersfiscaliteit en wegeninspectie
Dienst Gedwongen Invordering
Dienst Financiële Opvolging
Dienst Bewarende Maatregelen
Dienst Dossierbehandeling 3
Dienst Dossierbehandeling 2
Dienst Dossierbehandeling 1
Afdeling Klantenmanagement
Afdeling Inning en Regelgeving
Afdeling Dossierbehandeling
Inspectiedienst
93
−
de afdeling Taxatie: o verwerkt de inkomende datastromen en aangiftes tot aanslagbiljetten o voert kwaliteitscontroles uit op aanslagbiljetten voor ze te verzenden De belastingvestiging betrof vroeger voornamelijk het verwerken van inkomende datastromen zoals kadastrale gegevens, voertuiggegevens en gegevens aangaande de persoonlijke toestand van de belastingplichtigen. Sinds de overname van de erf- en registratiebelasting in 2015 gaat belangrijke personeelscapaciteit naar de fiscale analyse van de ontvangen akten en aangiften.
−
de afdeling Klantenmanagement: o beheert en verdeelt binnenkomende brief- en mailwisseling binnen de organisatie o behandelt eenvoudige dossiers onmiddellijk o voert controleacties op de baan uit Sinds de opstart van de kilometerheffing in april 2016 zet de afdeling Klantenmanagement naast de controleurs voor de jaarlijkse verkeersbelasting en de belasting op inverkeerstelling (BIV) ook personeelsleden in voor de controle op de kilometerheffing. Sinds begin 2019 werden de controles voor de belastingen op spelen en weddenschappen en op automatische ontspanningstoestellen opgestart. Bij die controles wordt bv. bekeken of het aantal en het soort toestellen dat opgesteld staat overeenkomt met wat op de aangifte ervoor vermeld staat.
−
de afdeling Inning en Regelgeving: o volgt de betalingen van belastingplichtigen op en verwerkt ze boekhoudkundig o onderneemt stappen om betaling te verzekeren (bv. invordering via gerechtsdeurwaarder, loonbeslag,...) o vrijwaart betaling door bewarende maatregelen (bv. via wettelijke hypotheek) o volgt de geschillenprocedures voor de fiscale en administratieve rechtbanken op o verstrekt intern juridische adviezen en adviseert de personeelsleden van de Vlaamse Belastingdienst in complexe fiscale en juridische dossiers o coördineert de opmaak en bijsturing van de eigen fiscale regelgeving en ondersteunt de minister bij het fiscale beleid o bereidt de Vlaamse fiscale rulings en antwoorden op interpretatieve vragen voor
−
de afdeling Dossierbehandeling: o behandelt bezwaarschriften en aanvragen tot vrijstelling en verminderingen o beheert complexere dossiers (bv. afbetalingsplannen) o ontvangt belastingplichtigen aan de loketten of na afspraak o verzorgt telefonische eerste- en tweedelijnsdienstverlening aan belastingplichtigen, in samenwerking met 1700
−
de afdeling Vastgoedtransacties: o verleent diensten aan openbare besturen op vlak van vastgoedtransacties en als authentificerende derde, waarbij de belangen van alle betrokken partijen worden bewaakt (verwerving of vervreemding van onroerende goederen, onteigeningsprocedures … )
−
de stafdienst: o ondersteunt de leidend ambtenaar op vlak van het algemeen beleid van de organisatie, van HR, van organisatie- en procesontwikkeling o verzorgt vorming en kennisbeheer, en geeft interne opleidingen o omvat de eigen interne inspectiedienst, die onder meer de kwaliteit van dossiers controleert en daaromtrent aanbevelingen geeft, en die instaat voor de coördinatie van risico-gestuurde organisatiebeheersing
94
−
het dienstencentrum VFP: o staat samen met de ICT-cel van het departement Financiën en Begroting en de externe ICTpartner(s) in voor het informaticabeleid en de dataveiligheid o verzekert de goede werking van het Vlaams Fiscaal Platform (VFP). Dit is het overkoepelend ICTplatform voor de verwerking van alle heffingen die door de Vlaamse Belastingdienst worden geïnd. o coördineert de gegevensuitwisseling met de derde partijen o voert eigen (functionele) analyses uit en implementeert wijzigingen aan het VFP o staat in voor de managements- en beleidsrapportering
95
VOORTDUREND STREVEN NAAR KWALITEIT Los van de continue procesoptimalisatie binnen de Vlaamse Belastingdienst zelf, worden vanuit derde partijen jaarlijks aanbevelingen aangereikt. Dit kan gaan over aanbevelingen bv. vanuit de Klachtendienst Financiën en vanuit de Vlaamse Ombudsdienst. Hun aanbevelingen en de wijze waarop de Vlaamse Belastingdienst daarmee omgaat, worden in alle transparantie jaarlijks besproken in het Vlaams Parlement. U vindt hun jaarrapporten eveneens op http://www.vlaamseombudsdienst.be/ombs/nl/documentatie/jaarverslagen_en_brochures.html
KLACHTENDIENST Als u een klacht heeft over de manier waarop de Vlaamse belastingdienst uw dossier heeft behandeld, kunt u uiteraard eerst bij de dossierbehandelaars zelf terecht. Daarnaast behandelt de Klachtendienst Financiën kosteloos individuele klachten met betrekking tot het optreden van de Vlaamse Belastingdienst. De klachtendienst maakt – om de onafhankelijkheid te garanderen – geen deel uit van de Vlaamse Belastingdienst zelf, maar wel van het departement Financiën en Begroting. Let op: / voor inhoudelijke betwisting van taxatie- of bezwaarbeslissingen moet u een officieel bezwaar indienen of beroep voor de rechtbank aantekenen; dat valt buiten de bevoegdheid van de klachtendienst; / alleen klachten met betrekking tot de werking van de administratie van het Vlaamse Ministerie van Financiën en Begroting worden onderzocht. Andere klachten worden doorverwezen naar de bevoegde instantie. U kunt uw klacht indienen via het klachtenformulier op https://belastingen.vlaanderen.be/klachtendienst, of per brief op volgend adres: Klachtendienst Financiën Koning Albert II-laan 35, bus 61 1030 Brussel Elke klacht wordt discreet behandeld; uw privacy wordt gerespecteerd.
VLAAMSE OMBUDSDIENST Mocht u niet tevreden zijn over de behandeling van uw klacht door de Klachtendienst Financiën, kunt u dat in tweede lijn aankaarten bij de Vlaamse Ombudsdienst. De Ombudsdienst onderzoekt o.m. klachten over de handelingen en de werking van de Vlaamse overheidsdiensten en gaat daarbij bemiddelend optreden. Hij moet dus proberen “de standpunten van de klager en de bestuursinstelling te verzoenen”, zoals het Ombudsdecreet dat bepaalt.
96
LIJST VAN TABELLEN EN GRAFIEKEN grafieken 1: ontvangsten onroerende voorheffing in ESR-perspectief (begrotingsjaren 2019-2021)_6 grafieken 2: ontvangsten jaarlijkse verkeersbelasting in ESR-perspectief (begrotingsjaren 20192021) __________________________________________________________________________________________________ 7 grafieken 3: ontvangsten belasting op inverkeerstelling in ESR-perspectief (begrotingsjaren 20192021) __________________________________________________________________________________________________ 7 grafieken 4: ontvangsten erfbelasting in ESR-perspectief (begrotingsjaren 2019-2021) _____________8 grafieken 5: ontvangsten verkooprecht in ESR-perspectief (begrotingsjaren 2019-2021) ____________8 grafieken 6: ontvangsten recht op hypotheekvestiging in ESR-perspectief (begrotingsjaren 20192021) __________________________________________________________________________________________________9 grafieken 7: ontvangsten schenkbelasting in ESR-perspectief (begrotingsjaren 2019-2021) _________9 grafieken 8: ontvangsten verdeelrecht in ESR-perspectief (begrotingsjaren 2019-2021)_____________9 grafieken 9: ontvangsten kilometerheffing in ESR-perspectief (begrotingsjaren 2019-2021) _______ 10 grafieken 10: ontvangsten belasting op spelen en weddenschappen in ESR-perspectief (begrotingsjaren 2019-2021) _________________________________________________________________________ 10 grafieken 11: ontvangsten belasting op automatische ontspanningstoestellen in ESR-perspectief (begrotingsjaren 2019-2021) _________________________________________________________________________ 11 tabel 1: gemiddelde doorlooptijd in kalenderdagen taxatie registratiebelasting verkooprecht (akten geregistreerd in kalenderjaar 2016-2020)____________________________________________________ 15 tabel 2: gemiddelde doorlooptijd in kalenderdagen taxatie erfbelasting (jaar van overlijden kalenderjaar 2016-2020)_____________________________________________________________________________ 15 grafiek 12: evolutie van het aantal Aanvragen Bindende Schatting (ABS) / aantal ABS aangevraagd door notarissen tegenover het totaal aantal ABS (volgens maand van ontvangst) ________________ 17 tabel 3: inningspercentages per belasting (voorbeeld voor jaar X+1, status 31/12/2020 voor aanslagjaar 2019)____________________________________________________________________________________ 18 grafiek 13: aantal ontvangen aanvragen voor afbetalingsplannen in kalenderjaar 2018 – 2020 voor onroerende voorheffing en verkeersbelasting (personenwagens en aanverwante) __________ 19 grafiek 14: evolutie inwilliging en afwijzing afbetalingsplannen voor onroerende voorheffing en verkeersbelasting personenwagens (kalenderjaren 2018-2020)_____________________________________ 19 tabel 4: aantallen voor invordering aan DIAM overgemaakte dossiers _____________________________ 21 tabel 5: via DIAM ingevorderde bedragen (in euro) en recuperatiepercentage (**) ________________ 21 tabel 6: bezwaarpercentage (aantallen bezwaren t.o.v. aantal aanslagbiljetten) en inwilligingspercentage (minstens gedeeltelijk ingewilligde bezwaren t.o.v. aantal al behandelde bezwaren) (aanslagjaren 2018-2020, status 31/12/2020) ___________________________________________ 22 tabel 7: evolutie aantal inkomende oproepen (“aanbod”) bij 1700 (2017-2020) voor de belangrijkste belastingen _________________________________________________________________________________________ 26 grafiek 15: maandelijkse spreiding aantal inkomende telefonische oproepen (“aangeboden”) en bereikbaarheidspercentage bij 1700 (kalenderjaar 2020) __________________________________________ 26 tabel 8: evolutie aantal inkomende poststukken/briefwisseling 2015-2020 voor de belangrijkste belastingen __________________________________________________________________________________________27 tabel 9: evolutie aantal digitale contactformulieren en digitale bezwaarschriften (kalenderjaren 2017-2020) ___________________________________________________________________________________________27 tabel 10: aantallen rulings (kalenderjaren 2017-2020)______________________________________________ 30 tabel 11: aantallen instroom, uitstroom en lopende dossiers vastgoedtransacties (2020) _________ 36 tabellen 12 en 13: evolutie gemeentelijke en provinciale opcentiemen 2014-2020, incl. vergelijking fictief tarief (*) met toepassing correctiefactor en werkelijk tarief 2018 __________________________ 42 grafiek 16: ingekohierde bedragen (in euro) volgens aard van het KI (periode 2018-2020, status 01/03/2020) ________________________________________________________________________________________ 43
97
grafiek 17: ingekohierde bedragen (in euro) volgens aard van het KI, per provincie (aanslagjaar 2020) _______________________________________________________________________________________________ 43 tabel 14 & grafiek 18 ingekohierde bedragen (in euro) per bestemmeling (aanslagjaar 2020) ____ 43 tabel 15: overzicht verminderingen en toekenningsvoorwaarden OV _____________________________ 44 tabel 16a: aantallen toegekende verminderingen (gegroepeerd per aanslagbiljet) per provincie) – deel 1 _______________________________________________________________________________________________ 45 tabel 16b: aantallen toegekende verminderingen (gegroepeerd per aanslagbiljet) per provincie) – deel 2 _______________________________________________________________________________________________ 46 grafiek 19: ingekohierde bedragen OV – aanslagjaren 2018-2020 (in miljoen euro) per kwartaal volgens kohierdatum_______________________________________________________________________________ 48 grafiek 19.: ontvangsten OV – aanslagjaren 2018-2020 (in miljoen euro) per kwartaal volgens datum van ontvangst ______________________________________________________________________________ 49 grafiek 20: inningspercentages onroerende voorheffing (periode 2017-2019, status januari 2020) 49 tabel 17: evolutie aantal oldtimers (personenauto’s, auto’s voor dubbel gebruik, minibussen, motorfietsen en sinds 2017 lichte vrachtauto’s) (2015-2020) _______________________________________ 52 grafiek 21: aantal belastbare elementen per voertuigcategorie (enkel jaarlijkse verkeersbelasting personenwagens en aanverwante) (aanslagjaar 2018-2020)_______________________________________ 52 grafiek 22: Cumulatief verschil ingekohierde bedragen en ontvangsten (in miljoen euro) voor aanslagjaar 2020 ten opzichte van aanslagjaar 2019 _____________________________________________ 53 grafiek 23 ingekohierde bedragen (in euro) per voertuigcategorie (enkel jaarlijkse verkeersbelasting - personenwagens en aanverwante) (aanslagjaar 2018-2020) __________________ 54 tabel 18: aantallen vrijstellingen verkeersbelastingen (aanslagjaar 2020) _________________________ 54 tabel 19: aantallen en verhouding eigen controles en samenwerking andere controlediensten (2019-2020) _________________________________________________________________________________________ 55 tabel 20: evolutie controleresultaten personenwagens 2011-2020 (geïnde bedragen in euro) ____ 56 tabel 21: inbeslagnames personenwagens (2019-2020) _____________________________________________ 56 tabel 22: controleresultaten bijzondere nummerplaten personenwagens (2018-2020) ____________57 grafiek 24: inningspercentages voor personenwagens en aanverwante (periode 2018-2020) ______57 grafiek 25: inningspercentages voor aan te geven voertuigen (aanslagjaren 2018-2020) _________ 58 grafiek 26: aantal ontvangen notariële akten (datum ontvangst - alle registratiebelastingen) ___ 63 grafiek 27: ingekohierde bedragen (in euro) verkooprecht volgens tarief (aanslagjaar 2018-2020 – status 28/02/2020) _________________________________________________________________________________ 65 grafiek 28: ingekohierde bedragen (in euro) schenkbelasting volgens aard van de schenking (aanslagjaar 2018-2020 – status 28/02/2020) _____________________________________________________ 66 grafiek 29: ingekohierde bedragen (in euro) registratiebelasting volgens aard belasting (aanslagjaar 2018-2020 – status 28/02/2020) ______________________________________________________67 grafieken 30: inningspercentages registratiebelasting (aanslagjaar 2018-2020)) ___________________67 tabel 23: doorlooptijd in kalenderdagen tussen datum van overlijden en ontvangst van aangifte van nalatenschap (overlijdens in kalenderjaar 2016-2020) ________________________________________ 69 grafiek 31: aantal ontvangen (originele) aangiften van nalatenschap per maand (kalenderjaar 2019-2020) __________________________________________________________________________________________ 70 grafiek 32: aantal erf-dossiers volgens maand van overlijden (kalenderjaar 2018-2020) __________ 71 tabel 24: aantallen vrijstellingen en verminderingen volgens categorie erfopvolger (aanslagjaar 2019) _________________________________________________________________________________________________73 grafiek 33: behandelde dossiers erfbelasting (aanslagjaar 2018-2020, status 28/02/2020) ________74 grafiek 34: ingekohierde erfbelasting (in euro) volgens categorie van erfopvolger (aanslagjaar 2018-2020) ___________________________________________________________________________________________74 grafiek 35: procentuele verdeling erfbelasting volgens categorie van erfopvolger (aanslagjaar 2018-2020) ___________________________________________________________________________________________75 grafiek 36 ingekohierde erfbelasting (in euro) volgens type aangifte (aanslagjaar 2018-2020) ____75 grafiek 37: inningspercentage erfbelasting (aanslagjaar 2018-2020) _______________________________76
98
tabel 25: aantallen vrijstellingen verwaarloosde en ongeschikt of onbewoonbare woningen (aanslagjaar 2019) ___________________________________________________________________________________ 77 grafiek 38: inningspercentages heffing ongeschikte en onbewoonbare woningen (periode 20182020) _______________________________________________________________________________________________ 78 grafiek 39: inningspercentages leegstandsheffing bedrijfsruimten(periode 2018-2020)___________ 80 tabel 26: verdeling opbrengsten planbatenheffing ________________________________________________ 83 tabel 27: initieel gevestigde aanslagen planbatenheffing (zonder uitfiltering vrijstellingen en vernietigingen) (status 05/01/2021 – voor aanslagjaar 2020 werd nog geen planbatenheffing ingekohierd) (bedragen in euro) ___________________________________________________________________ 84 tabel 28: resterende gevestigde aanslagen planbatenheffing (na uitfiltering vrijstellingen en vernietigingen) (status 05/01/2021 – voor aanslagjaar 2020 werd nog geen planbatenheffing ingekohierd) (bedragen in euro) ___________________________________________________________________ 84 grafiek 40: inningspercentages planbatenheffing (zonder uitfiltering vrijstellingen en vernietigingen, periode 2018-2020) ________________________________________________________________ 85 grafiek 41: netto ingekohierde bedragen (hoofdsom) belasting spelen en weddenschappen volgens categorie spel (aanslagjaar 2019-2020) ___________________________________________________ 87 tabel 29: te innen bedragen belasting op spelen en weddenschappen per type spel of weddenschap (aanslagjaar 2019-2020, bedragen in euro) _________________________________________ 88 grafiek 42: inningspercentages belasting op spelen en weddenschappen (periode 2019-2020) ___ 88 grafiek 43: netto ingekohierde bedragen (hoofdsom) belasting op automatische ontspanningstoestellen volgens klasse toestel (aanslagjaar 2019-2020, bedragen in euro) _______ 90 grafiek 44: inningspercentages belasting op automatische ontspanningstoestellen (periode 20192020) ________________________________________________________________________________________________ 91 grafiek 45: evolutie aantal personeelsleden 2010-2020 ____________________________________________ 92
LIJST VAN CORONAMAATREGELEN Coronamaatregelen – algemene impact op de Vlaamse Belastingdienst 12 Coronamaatregel – soepel toestaan van afbetalingsplannen 18 Coronamaatregel – beperktere invorderingsinitiatieven 20 Coronamaatregel – onroerende voorheffing: uitstel verzending aanslagbiljetten en extra betalingsuitstel 48 Coronamaatregel – verkeersbelastingen: verlenging betaaltermijn 53 Coronamaatregel – erfbelasting en registratiebelasting: verlenging van termijnen om aan fiscale verplichtingen te voldoen 64 Coronamaatregel – erfbelasting: verlenging van termijn om aangifte van nalatenschap in te dienen 70 Coronamaatregel – erfbelasting: tijdelijke versoepeling waardering beursgenoteerde effecten in aangifte van nalatenschap 72 Coronamaatregel – belasting op automatische ontspanningstoestellen: tijdelijke extra mogelijkheid tot stopzetting van fiscale kentekens 89
99