Skip to main content

OMG_BJO_2018_53_Akoestische_gevelisolatie_Eindrapport_Deel 1.pdf

Page 1

Ontwikkeling en toepassing van een gewestelijk voorschrift voor de akoestische gevelisolatie van woningen tegen weg-, spoor-en luchtverkeerslawaai Deel 1 - internationale verkennende literatuurstudie

omgevingvlaanderen.be


2

ONTWIKKELING EN TOEPASSING VAN EEN GEWESTELIJK VOORSCHRIFT VOOR DE AKOESTISCHE GEVELISOLATIE VAN WONINGEN TEGEN WEG-, SPOOR-EN LUCHTVERKEERSLAWAAI De belangrijkste doelstelling van deze studieis om een voorliggend ontwerp van gewestelijk isolatievoorschrift nader te evalueren,uit te werken, indien nodig aan te passen en op punt te stellen, zodanig dat dit inzetbaar is in het kader van het MER-afwegingskader voor nieuwe woonontwikkelingen en later geoperationaliseerd kan worden in geschikte instrumenten binnen het ruimtelijk beleid als onderdeel van een algemene, ruimtelijke strategie om rekening te houden met omgevingslawaai bij nieuwe woonontwikkelingen.Dit wordt onderbouwd aan de hand van een internationale verkennende literatuurstudie en praktische casestudies. Voorliggend rapport betreft deel 1 van deze studie: internationale verkennende literatuurstudie. Dit rapport bevat de mening van de auteur(s) en niet noodzakelijk die van de Vlaamse Overheid.

COLOFON Verantwoordelijke uitgever Peter Cabus Departement Omgeving Afdeling Beleidsontwikkeling en Juridische Ondersteuning (BJO) Koning Albert II-laan 20 bus 8, 1000 Brussel bjo.omgeving@vlaanderen.be www.omgevingvlaanderen.be Auteurs: Poncelet Patrick –Tractebel –Urban –Cities & Territories –Acoustics & Vibrations Luc Schillemans -Tractebel –Urban –Cities & Territories –Acoustics & Vibrations Vandersickel Marjolein–Tractebel –Urban –Cities & Territories –Acoustics & Vibrations Depotnummer D/2020/3241/227 ISBN 9789040304187


PARTNERS

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 3 van 193


MANAGEMENTSAMENVATTING Om rekening te houden met het omgevingslawaai bij nieuwe woonontwikkelingen werd een ontwerp van gewestelijk isolatievoorschrift opgesteld voor de akoestische gevelisolatie van woningen tegen weg-, spoor- en luchtverkeerslawaai. Opdat dit ontwerp inzetbaar zou zijn in het kader van het MER-afwegingskader voor nieuwe woonontwikkelingen en later geoperationaliseerd kan worden in geschikte instrumenten binnen het ruimtelijk beleid als onderdeel van een algemene, ruimtelijke strategie, is dit ontwerp nader te evalueren. Dit dient te gebeuren via een internationale (Europese) benchmarking om na te gaan hoe internationaal omgegaan wordt met aspecten inzake akoestische gevelisolatie in instrumenten binnen het omgevingsbeleid (plannen, vergunningverlening, …) en de toepassing in de dagdagelijkse bouwpraktijk. Het eerste onderdeel wordt uitgevoerd via een verkennende literatuurstudie en wordt in voorliggend rapport behandeld (deel 1: internationaal verkennende literatuurstudie). In een volgend deel (deel 2) zal het ontwerp van gewestelijk isolatievoorschrift nader geëvalueerd worden aan de hand van praktische casestudies. In een laatste deel (deel 3) zal (eenvoudige) rekentool en een technische leidraad opgesteld worden die dient als ondersteuning naar bouwprofessionals (geluidsdeskundigen, ontwerpers, architecten, …) om zodoende de toepassing van het isolatievoorschrift in de praktijk te faciliteren. De internationale verkenning van dit deel werd, behalve met gegevens van de 3 Belgische regio’s, ook uitgevoerd met gegevens uit 15 andere landen, verspreid over de verschillende regio’s van Europa (Nederland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Tsjechië, Polen, Noorwegen, Zweden, Finland, Denemarken, Litouwen, Spanje, Italië). Voor de meeste landen werd deze informatie bekomen via uitgevoerde enquêtes (behalve Vlaanderen, Wallonië, het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen) en werd verder aangevuld met bibliografisch opzoekingswerk en informatie uit eigen projecten. Uit deze internationale verkenning blijkt dat de wijze waarop omgegaan wordt met de akoestische gevelisolatie tegen weg-, spoor- en luchtverkeerslawaai zeer verschillend is van land tot land en dat dat er ook soms onderscheid gemaakt wordt in functie van de aard van de bron (weg- en spoorverkeerslawaai, luchtverkeerslawaai). Niet alleen de procedurele aspecten en toepassingen van de regelgeving verschillen sterk, maar ook de akoestische parameters en de toegepaste isolatiecriteria zijn niet overal gelijk of geven niet overal eenzelfde resultaat. Het ontwerp van het gewestelijk isolatievoorschrift heeft als doel het optredende buitenlawaai zodanig te reduceren via de gevelisolatie zodat er in de woning een voldoende laag geluidsdrukniveau optreedt in functie van het type ruimte (dag- of nachtruimte). Kenmerkende parameters zijn daarom het geluidsdrukniveau dat buiten aan de gevel optreedt en de geluidsreductie van de gevel naar een lokaal. Beide zijn met elkaar verbonden: hoe hoger het geluidsdrukniveau buiten hoe beter de geluidsisolatie van de gevel dient te zijn om te komen tot een welbepaald geluidsniveau binnen. Dit wordt in alle landen zo toegepast (met uitzondering van Italië) en dit uitgaande van het ofwel het exacte geluidsdrukniveau buiten aan de gevel ofwel een geluidsklasse. In de meeste landen wordt voor het bepalen van de gevelbelasting een onderscheid gemaakt tussen een dagen een nachtperiode. Globaal is er een tendens naar een relatie met de parameters van de Europese richtlijn END 2002/49 EG. Het vaststellen van het geluidsniveau van gevelbelasting gebeurt in de verschillende landen niet op dezelfde manier. In sommige gevallen worden de reflecties van de gevels meegenomen of worden de geluidsbronnen

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 4 van 193


apart bekeken, in andere landen niet. In de meeste landen wordt wel uitgegaan van berekeningen van een ‘op lange termijn gemiddeld geluidsniveau’ via modellering en in een aantal landen wordt verwezen naar de strategische geluidsbelastingskaarten. Probleem is dat deze kaarten niet altijd gebiedsdekkend zijn. In veel landen kunnen ook geluidsmetingen gebruikt worden. In het internationaal onderzoek is het niet altijd duidelijk of de gevelbelasting dient bepaald te worden voor de gehele gevel of voor de verschillende geveldelen. In landen waar de gevelisolatie functie is van het geluidsniveau binnen dat niet mag overschreden worden is het logisch dat uitgegaan wordt van de gevelbelasting die optreedt ter hoogte van de betreffende ruimte. Er zijn slechts weinig landen die piekgeluiden hanteren als een bijkomende eis voor de bepaling van de gevelisolatie. Daarenboven betreffen het meestal piekgeluiden binnen in de woning (zie verder). In landen waar eisen voor maximale piekgeluiden binnen gehanteerd worden moet men echter ook impliciet de piekgeluiden buiten kennen om deze eisen te kunnen respecteren Voor de geluidsisolatie van de gevel maakt het ontwerp van het gewestelijk isolatievoorschrift gebruik van een parameter die de geluidsreductie geeft tussen binnen en buiten uitgaande van verkeerslawaai buiten en een referentienagalmtijd binnen, waarbij uitgegaan wordt van het geluidsdrukniveau buiten op 2 m van de gevel. In veel andere Europese landen wordt dezelfde parameter gebruikt. In enkele landen gebruikt men dezelfde parameter maar zonder correctie voor verkeerslawaai of nog een ander parameter. In een aantal landen gebruikt men als parameter voor de bepaling van de gevelisolatie het geluidsdrukniveau binnen dat niet mag overschreden worden. Hier gebuikt men dan dag-, avond-, nacht- of etmaalwaarden. Uiteindelijk zal men ook hier de een bepaalde geluidsisolatie aan de gevel moeten toekennen om deze parameter te kunnen realiseren. Tot slot zijn er voor sommige landen ook bijkomende parameters gekozen ter beperking van het pieklawaai binnen. Deze pieken mogen slechts een aantal keren per dag of nacht overschreden worden. Criteria worden dus opgelegd aan ofwel de geluidsisolatie van de gevel ofwel aan het toegelaten geluidsdrukniveau binnen afhankelijk van de gekozen parameter. Bij het vastleggen van het criterium wordt in de meeste landen dan geen onderscheid gemaakt in het type geluidsbron voor deze gevelbelasting maar wordt uitgegaan van de cumulatieve belasting. Dezelfde eisen zijn meestal geldig voor zowel nieuwbouw als renovaties. Om de criteria onderling te vergelijken werd bepaald welk geluidsdrukniveau binnen tijdens respectievelijk de dag- en nachtperiode moet gerealiseerd worden via de opgelegde eis. Dit blijkt sterk te variëren en ligt bij de onderzochte landen tussen 25 en 40 dB voor de dagruimtes en tussen 25 en 33 dB voor de nachtruimtes tijdens de nacht bij woningen. De criteria van het ontwerp van het gewestelijk isolatievoorschrift maken eenzelfde onderscheid, maar leggen verschillende criteria op voor de verschillende geluidsbronnen buiten. Vergelijking met de andere landen geeft aan dat het criterium voor vliegtuiglawaai voor de nachtruimtes strenger is dan de eisen in andere landen. Voor de andere bronnen en/of ruimtes liggen deze binnen de grenzen van andere landen. Criteria voor piekgeluiden binnen komen niet zo vaak voor in andere landen. Enkel in Noorwegen en Zweden werden vergelijkbare eisen vastgesteld voor piekgeluiden als in het ontwerp van gewestelijk isolatievoorschrift. In zo goed als alle landen is de akoestische gevelisolatie op één of andere manier wettelijk verplicht: expliciet in de wetgeving opgenomen of via verwijzing in de wetgeving naar een norm. Voor de geluidsbelasting is er een tendens merkbaar waarbij steeds meer gebruik gemaakt wordt van de Europese indicatoren. Enkel voor

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 5 van 193


Frankrijk en Oostenrijk werd teruggevonden dat het gebruik van de strategische geluidsbelastingskaarten ter bepaling van de geluidsbelasting expliciet vermeld wordt in de wetgeving. In principe dienen in alle landen bij MER-studies alle wettelijke bepalingen in rekening gebracht te worden teneinde een goedkeuring te verkrijgen. Gezien in de meeste landen de akoestische gevelisolatie op één of andere manier wettelijk verplicht is, dient deze dus steeds in rekening gebracht te worden, hoewel dit niet steeds expliciet wordt aangegeven. Er kon echter niet duidelijk teruggevonden worden of in de onderzochte landen nieuwe woonontwikkelingen al dan niet MER-plichtig zijn of vanaf welke grootte ze MER-plichtig zijn. Er zijn slechts enkele landen waar de nodige gevelisolatie rechtstreeks gekoppeld is aan de regulering van toegestane geluidniveaus bij (nieuwe) woonontwikkelingen. Wanneer bepaalde grenswaarden in de buitenomgeving worden overschreden, zijn bijkomende maatregelen nodig t.o.v. de situatie waarbij de grenswaarden worden gerespecteerd. Indien de gevelbelasting niet teruggebracht kan worden tot onder bepaalde grenswaarden, kunnen de bijkomende maatregelen dan bestaan uit een (verhoogde) isolatieverplichting of uit een aangepaste inplanting van de ruimten. Op deze manier wordt het beperken van de gevelbelasting tot beneden een bepaalde grenswaarde (= regulering van het buitenniveau) aldus impliciet ingezet ter garantie van het akoestisch comfort binnen. Er zijn ook landen die richtwaarden voor maximaal toelaatbare geluidniveaus buiten hanteren afhankelijk van de gebiedsindeling, maar de overschrijding ervan is niet gekoppeld aan specifieke bijkomende eisen inzake gevelisolatie. In alle landen dient de gevelisolatie het akoestisch comfort binnen te verzekeren, ongeacht de gevelbelasting. Daarnaast zijn er in verschillende landen ook grenswaarden bij de (her)aanleg van (spoor)wegen ter sanering van bestaande woningen. Maar in weinig landen zijn deze expliciet gerelateerd aan een isolatieverplichting ten koste van de ontwikkelaar. Uit de inventarisatie blijkt dat in geen van de onderzochte internationale cases er effectief sprake is van een bouwverbod. Enkel impliciet door de mate van toepassing van maximale toegestane grenswaarden voor de gevelbelasting .In de meeste landen zijn eventuele maximale geluidniveaus buiten louter richtinggevend, zonder wettelijke gevolgen. De eisen met betrekking tot gevelisolatie gevonden in documenten (wetten, bouwvoorschriften, nomen, richtlijnen ...) zijn meestal van toepassing op alle type gebouwen, terwijl wetgevingen (wetten, decreten, besluiten, …) vaak eerder enkel voor geluidsgevoelige gebouwen zijn zoals woningen, scholen, kinderdagverblijven, gebouwen in de gezondheidszorg, … . Normen kunnen zowel betrekking hebben op alle type gebouwen, als enkel op geluidsgevoelige gebouwen. Enkele normen hebben louter betrekking op woningbouw. De meeste teruggevonden eisen zijn steeds geldig voor nieuwbouw woningen, al dan niet met uitbreiding voor renovatie of bestaande woningen. Enkel in Frankrijk is er een afzonderlijke regelgeving voor bestaande woningen. Alle documenten zijn steeds op nationaal niveau geldig, maar meestal kunnen de lokale overheden eventueel bijkomende strengere eisen opleggen. In sommige landen worden dezelfde eisen opgelegd voor ‘short stay’ ruimtes als voor woongebouwen, terwijl in andere landen er aparte criteria gelden. In verscheidene landen is dit echter niet aangegeven. Tot slot gelden de meeste van deze documenten voor zowel wegverkeerslawaai, spoorweglawaai als voor vliegtuiglawaai. Er werd ook onderzocht hoe de handhaving gebeurt van deze eisen van gevelisolatie. Er blijkt maar één land te zijn (Frankrijk) waar de akoestische attestering bij wet vast ligt. In enkele landen is de controle een lokale of regionale bevoegdheid via akoestische berekeningen of controlemetingen bij oplevering. Meestal moet wel via berekeningen tijdens ontwerp- en uitvoeringsfase gegarandeerd worden dat aan de eisen wordt voldaan. Dit

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 6 van 193


dient echter niet gestaafd te worden. Bij eventuele hinderklachten kunnen akoestisch metingen uitgevoerd worden ter controle, waarna de aannemer of architect wel verplicht kunnen worden om remediërende maatregelen te treffen teneinde aan de akoestische vereisten te voldoen. Administratieve sancties komen enkel in Tsjechië en Italië ter sprake, hoewel in beide landen remediërende maatregelen de voorkeur krijgen. Er worden aldus in geen enkel land financiële boetes opgelegd. Er werd ook onderzocht of er ten behoeve van de akoestische gevelisolatie ook financiële of technische ondersteuning gegeven wordt en wie hier voor instaat. In België geeft het Waals Gewest financiële steun voor de isolatie van woningen nabij de regionale luchthavens, terwijl in het Brussels Gewest er naast financiële ook technische ondersteuning mogelijk is van uit het gewest. Uit de internationale vergelijking blijkt dat financiële ondersteuning voornamelijk in twee situaties wordt aangeboden. Een eerste situatie betreft bij de (her)aanleg van (spoor)wegen. Ontwikkelaars moeten in dit geval richtwaarden respecteren bij de bestaande woningen langsheen of in de omgeving van deze (spoor)weg. Hiertoe dienen ze in eerste instantie maatregelen te treffen bij de bron of bij de overdrachtsweg. Indien deze maatregelen ontoereikend zijn, is het in bepaalde gevallen toegestaan de richtwaarden te overschrijden, mits de infrastructuurbeheerder instaat voor de kosten. Dit is bijna nergens een verplichting. Een tweede situatie betreft lokale financiële steun voor bestaande woningen in zones die een hoge gevelbelasting ondervinden, zoals rond luchthavens, in drukke steden, langs belangrijke hoofdwegen. Vaak betreffen dit dan plaatselijke ad hoc initiatieven van lokale autoriteiten. Er zijn wel voorbeelden waar sanering boven een bepaalde drempelwaarden op nationaal niveau (op kosten van de overheid) wordt aangepakt. In Nederland is er wel een aanpak op nationaal niveau met het gebruik van saneringslijsten voor de sanering van bestaande woningen nabij wegen en spoorwegen. Ook de isolatieprogramma's rond luchthavens vormen hier een nationaal gestuurde aanpak. De meeste technische ondersteuning gebeurt in Europa via private onderzoekscentra of akoestische verenigingen. Via deze kanalen worden publicaties verspreid via tijdschriften, websites, papieren publicaties met richtlijnen voor de berekening of uitvoering van gevelisolatie, voorbeelden van goede praktijk, … . Verder is er commerciële software beschikbaar die kan aangekocht worden. In verschillende landen werd aangegeven dat het verspreiden van publicaties wel op één of andere manier gestuurd wordt door overheidsinstanties, hetzij via subsidies van de private organisaties waarover hoger sprake, hetzij rechtstreeks door deze overheidsinstanties georganiseerd. Litouwen is het enige gekende voorbeeld waarin constructievoorbeelden effectief in de wetgeving zelf werden opgenomen.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 7 van 193


INHOUD 1 2

ONDERWERP CONTEXT

11 12

2.1 Situering van de studie 2.1.1 Beleidsmatige context 2.1.2 Algemene beleidsstrategie 2.1.3 Akoestische gevelisolatie als milderende maatregel 2.1.4 Akoestische gevelisolatie in MER-dossiers 2.1.5 Akoestische criteria voor woongebouwen

12 12 12 13 13 14

2.2 2.3

14 14

3 3.1 3.2 3.3

4

Doel van de studie Het ontwerp van gewestelijk isolatievoorschrift

BEGRIPPEN EN GROOTHEDEN

17

Begrippen 17 Kenmerkende akoestische grootheden die het geluidsniveau bepalen (gevelbelasting of geluidsniveau binnen) 18 Kenmerkende akoestische grootheden voor de gevelisolatie 20

ALGEMEEN: INTERNATIONALE VERKENNING

22

4.1 Onderzoeksmethodiek 4.2 Onderzoeksvragen 4.3 Enquête 4.4 Beknopt overzicht bevindingen per land 4.4.1 West-Europa 4.4.2 Centraal-Europa 4.4.3 Noord-Europa 4.4.4 Zuid-Europa 4.4.5 Europees 4.4.6 Overzicht

22 23 25 30 31 32 33 33 34 34

5

38

ONDERZOEK: PROCEDURELE ASPECTEN EN TOEPASSING

5.1 Onderzoeksvraag 1: Regelgeving 39 5.1.1 Welke specifieke documenten inzake regelgeving zijn beschikbaar en hoe zijn deze in de wetgeving geënt? 39 5.1.2 Is de akoestische gevelisolatie op één of andere manier gerelateerd aan de Europese richtlijn END 2002/49/EG? 41 5.1.3 Wordt gevelisolatie ingezet als remediërende maatregel bij MER studies? 44 5.1.4 Bestaat er een specifieke afstemming tussen de instrumenten ter regulering van de toegestane gevelbelasting voor woonontwikkelingen en de eisen voor akoestische gevelisolatie ? En in welke mate is ook de gevelbelasting effectief gereguleerd ter garantie van de beoogde binnen niveaus in toepassing van het gestelde isolatiecriterium. 45 5.1.5 Welke toepassing? 54

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 8 van 193


5.2 Onderzoeksvraag 2: Handhavingsmechanismen 5.3 Onderzoeksvraag 3: Ondersteuningsmechanismen 5.3.1 Financiële ondersteuning 5.3.2 Technische ondersteuning

57 59 59 61

6

65

ONDERZOEK: ISOLATIECRITERIA

6.1 Onderzoeksvraag 1: Gevelbelasting 6.1.1 Welke parameter hanteren om gevelbelasting te kenmerken? 6.1.2 Hoe gevelbelasting bepalen? 6.1.3 Welke mate van differentiatie?

66 66 72 74

6.2 Onderzoeksvraag 2: Gevelisolatie 6.2.1 Welke parameter hanteren om gevelisolatie te kenmerken? 6.2.2 Welke mate van differentiatie in gevelisolatie? 6.2.3 Welke waarden (criteria) voor gevelisolatie?

77 77 78 80

6.3

82

7 7.1 7.2 7.3

8

Onderzoeksvraag 3: Piekgeluiden

SAMENVATTING INTERNATIONALE VERKENNENDE LITERATUURSTUDIE Inleiding Akoestische parameters en isolatiecriteria Procedurele aspecten en toepassingen van de regelgeving

BIJLAGE: BEVINDINGEN PER LAND

85 85 85 88

91

8.1 België 8.1.1 Algemeen 8.1.2 Vlaanderen 8.1.3 Wallonië 8.1.4 Brussels Gewest

91 91 95 102 105

8.2 8.3 8.4 8.5 8.6 8.7 8.8 8.9 8.10 8.11 8.12 8.13 8.14 8.15

110 127 132 137 146 153 158 159 161 165 169 172 175 178

Nederland Frankrijk Verenigd Koninkrijk Duitsland Oostenrijk Zwitserland Tsjechië Polen Noorwegen Zweden Finland Denemarken Litouwen Spanje

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 9 van 193


8.16 8.17

ItaliĂŤ Europees (ter info)

183 188

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 10 van 193


1 ONDERWERP Het voorwerp van de opdracht betreft de “Ontwikkeling en toepassing van een gewestelijk voorschrift voor de akoestische gevelisolatie van woningen tegen weg-, spoor- en luchtverkeerslawaai”. De belangrijkste doelstelling van de studieopdracht is om een voorliggend ontwerp van gewestelijk isolatievoorschrift nader te evalueren, uit te werken, indien nodig aan te passen en op punt te stellen, zodanig dat dit inzetbaar is in het kader van het MER-afwegingskader voor nieuwe woonontwikkelingen en later geoperationaliseerd kan worden in geschikte instrumenten binnen het ruimtelijk beleid als onderdeel van een algemene, ruimtelijke strategie om rekening te houden met omgevingslawaai bij nieuwe woonontwikkelingen. Ter onderbouwing van de ontwikkeling van een gewestelijk isolatievoorschrift en een latere implementatie in geschikte instrumenten wenst de opdrachtgever een genuanceerd inzicht te krijgen in de wijze waarop internationaal omgegaan wordt met aspecten inzake akoestische gevelisolatie in instrumenten binnen het omgevingsbeleid (plannen, vergunningverlening ,…) en de toepassing in de dagdagelijkse bouwpraktijk. De studieopdracht wordt opgevat als een opdracht in gedeelten en bestaat uit 3 onderdelen: 1. Een internationale verkenning 2. De evaluatie van het gewestelijk isolatievoorschrift 3. Toepassing en dimensionering Het voorliggende onderdeel betreft deel 1 van de studieopdracht: ‘Een internationale verkenning’.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 11 van 193


2 CONTEXT 2.1 SITUERING VAN DE STUDIE 2.1.1

Beleidsmatige context

Heel wat Vlamingen worden blootgesteld aan omgevingslawaai. EnquĂŞtes tonen aan dat de effecten van die blootstelling, in eerste instantie geluidshinder en slaapverstoring, de kwaliteit van de leefomgeving voor de Vlaming in belangrijke mate beĂŻnvloeden. De effecten van langdurige blootstelling aan omgevingslawaai, met mogelijke impact op de gezondheid, treden gradueel op en worden ernstiger naarmate de geluidblootstelling toeneemt. Veruit de belangrijkste bron van geluidsoverlast in Vlaanderen is het verkeerslawaai (weg-, spoor-, en luchtverkeer). De Europese richtlijn 2002/49/EG ter evaluatie en beheersing van omgevingslawaai, die lidstaten oplegt om 5jaarlijks strategische geluidsbelastingskaarten en actieplannen op te maken van de belangrijkste infrastructuren (wegen, spoorwegen, luchthavens en agglomeraties), vormt een belangrijk referentie- en werkkader voor het voorkomen, beheersen en bestrijden van omgevingslawaai. In uitvoering van deze richtlijn 2002/49/EG keurde de Vlaamse Regering in 2016-2017 de maatregelen goed zoals opgenomen in de gewestelijke geluidsactieplannen voor de belangrijke wegen, spoorwegen en de luchthaven Brussel-Nationaal. Meer info: https://www.lne.be/geluidsactieplannen. In uitvoering van de 3de uitvoeringscyclus van de richtlijn werden de actieplannen van belangrijke wegen, spoorwegen (en agglomeraties) intussen geactualiseerd en in 2019 goedgekeurd door de Vlaamse Regering. De maatregelen zijn in eerste instantie gericht op de prioritaire problemen zoals die kunnen worden vastgesteld op basis van de strategische geluidsbelastingkaarten. Bij de geluidssanering van de vastgestelde knelpunten is uiteraard een belangrijke rol weggelegd voor de beheerder van infrastructuur (brongerichte en overdrachtsmaatregelen). Echter, in het voorkomen en beheersen van geluidsoverlast, kunnen ook maatregelen gedetecteerd worden op niveau van de ontvanger (woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen). Dit is een belangrijk element van de langetermijnstrategie in de geluidsactieplannen van lawaaibeheersing waarbij veroorzaker en ontvanger een gedeelde verantwoordelijkheid hebben in het voorkomen van geluidshinder. Zo zal bij nieuwe woonontwikkelingen de initiatiefnemer ook rekening moeten houden met de aanwezigheid van de aanwezige geluidbelasting en instaan voor milderende maatregelen indien de geluidimmissie niet doelmatig verlaagd kan worden door andere maatregelen. In de door de Vlaamse Regering goedgekeurde gewestelijk geluidsactieplannen gaat specifieke aandacht naar het onderzoek van de invoering en de operationalisering van voorschriften met betrekking tot akoestische gevelisolatie van woningen op geluidsbelaste locaties.

2.1.2

Algemene beleidsstrategie

Het uitwerken van een algemene beleidsstrategie ter beheersing van omgevingslawaai bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen vormt een belangrijke uitdaging. Deze strategie bevat doelmatige instrumenten die toelaten om bij de inplanting van nieuwe receptoren (woningen) in de omgeving van bestaande geluidsbronnen voldoende rekening te houden met de mogelijke geluidshinder. Dit moet anderzijds ook worden afgestemd met het

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 12 van 193


ruimtelijk beleid dat ernaar streeft de mobiliteitsuitdaging beheersbaar te maken door de dichtheid van woongelegenheden en werkplekken nabij collectieve vervoersknooppunten te verhogen. Dit vraagt een samenhangend pakket aan ruimtelijke strategieën en maatregelen met bijhorende instrumentenkeuzes. Om de integratie van omgevingslawaai in het ruimtelijk beleid verder te onderbouwen is er nood aan bijkomend onderzoek, concrete oplossingsrichtingen en testen in de praktijk. Binnen het departement Omgeving lopen sinds 2015 onderzoeksinitiatieven met als doel om bij ruimtelijke ontwikkelingen meer rekening te houden met de impact van ruimtelijke keuzes op de luchtkwaliteit, omgevingslawaai en hittestress. Bijkomend onderzoek wordt binnen het departement Omgeving verricht naar de mogelijke reguliere instrumenten (vergunningen, plannen, verordeningen, …) die ingezet kunnen worden om bij besluitvorming beter rekening te houden met gezondheid.

2.1.3

Akoestische gevelisolatie als milderende maatregel

Wanneer de kwaliteit van de leef- en woonomgeving in gedrang komt door de aanwezigheid van omgevingslawaai kan een verhoogde akoestische isolatie van de gevel een mitigerende rol vervullen in het beheersen van de negatieve effecten (hinder, slaapverstoring, …). De maatregel komt in beeld wanneer de geluidniveaus in de buitenomgeving niet meer toereikend verlaagd kunnen worden door brongerichte maatregelen of maatregelen in de overdrachtsweg. Door geluidwerende maatregelen op niveau van de gevels kan immers het geluidsniveau in de verblijfsruimten van een woongebouw verlaagd worden ter compensatie van een verminderde leefbaarheid van de buitenomgeving (in tuinen, op terrassen, …). Naast een verhoogde gevelisolatie kunnen ook andere maatregelen op niveau van de ontvanger (vb. de woningindeling, de aanwezigheid van een stille gevel, …) compenserend werken ten aanzien van overmatige geluidblootstelling aan omgevingslawaai. Het doel van akoestische gevelisolatie is uiteindelijk een bepaald akoestische comfortniveau in de verblijfsruimten van een woning te kunnen garanderen uitgaande van vooropgestelde of na te streven eisen in verband met de optredende binnenniveaus. Deze eisen zijn bepalend voor de benodigde isolatieprestatie van de gebouwschil en de bijhorende geluidwerende maatregelen.

2.1.4

Akoestische gevelisolatie in MER-dossiers

In vergelijking met onze buurlanden is er momenteel in Vlaanderen geen specifiek wettelijk kader, met drempelof grenswaarden voor de toegestane geluidimmissie van verkeersgeluid, aangevuld met een complementaire toepassing van akoestische isolatie-eisen voor woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen wanneer bepaalde drempel- of grenswaarden overschreden worden. Wel dient voor plan- of project MER plichtige ontwikkelingen rekening gehouden te worden met het algemene afwegingskader zoals actueel opgenomen in het MER-richtlijnenboek Geluid & Trillingen. Dit kader voorziet in milderende maatregelen bij de ontvanger wanneer brongerichte maatregelen en/of maatregelen in de overdracht ontoereikend zijn. Als milderende maatregelen wordt onder meer verwezen naar de toepassing van de eisen voor akoestische gevelisolatie uit de normreeks NBN S01-400, die in Vlaanderen geldt als ‘code van de goede praktijk’. Voor woongebouwen is de deel 1 van deze technische norm (NBN S01-400-1:2008 ‘Akoestische criteria voor woongebouwen’) van toepassing. De doorwerking van akoestische isolatie, opgelegd als milderende maatregel in concrete MER-dossiers, is echter niet altijd gegarandeerd. Het MER-richtlijnenboek Geluid & Trillingen is momenteel in herziening met een voorstel van een nieuw en aangepast afwegingskader voor nieuwe woonontwikkelingen. Akoestische gevelisolatie blijft hierin een

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 13 van 193


essentieel onderdeel, dat bij de beoordeling van de geluidimmissie ten aanzien van de voorgestelde drempelwaarden voor nieuwe situaties in beeld komt als een milderende maatregel. Ten behoeve van de effectieve doorwerking van akoestische gevelisolatie als milderende maatregel in plan/project MER (screenings)procedures is ondersteuning wenselijk, ter precisering van de prestatie-eisen voor verschillende bronnen (weg- spoor- en luchtverkeer) en de dimensionering van de vereiste maatregelen op gebouwniveau. Bovendien is het aangewezen dat de toe te passen eisen uitgedrukt worden in dezelfde geluidindicatoren als gebruikt in het afwegingskader voor het karakteriseren van de gevelbelasting. In lijn met de richtlijn 2002/49/EG zijn dit de geharmoniseerde EU-indicatoren (Lday, Levening, Lnight en Lden). Dit vraagt bijgevolg de ontwikkeling en het op punt stellen van een specifiek gewestelijk isolatievoorschrift.

2.1.5

Akoestische criteria voor woongebouwen

In 2003 werd in opdracht van het Vlaamse Gewest een beleidsvoorbereidende studie 1 uitgevoerd met als onderwerp de berekening en kostenraming van geluidsisolatie in de nieuw- en vernieuwbouw ten opzichte van buitenlawaai veroorzaakt door weg-, vlieg- en spoorverkeer. Deze uitgebreide studie, uitgevoerd o.l.v. de KU Leuven, is op heel wat punten nog steeds actueel. Als beleidsaanbeveling werden in de studie specifieke beleidsvoorstellen geformuleerd in verband met de vereiste isolatie uitgaande van een optredende gevelbelasting uitgedrukt in EU-indicatoren. Dit voorstel, later nog aangepast en aangevuld met isolatiecriteria specifiek voor de luchthaven Brussel-Nationaal2, heeft geleid tot een ontwerp van gewestelijk isolatievoorschrift. Deze uitgebreide studie, heeft geleid tot een ontwerp van gewestelijk isolatievoorschrift, bestaande uit een set van eisen of criteria waaraan de akoestische gevelisolatie van de te beschermen in ruimten in woongebouwen moet voldoen voor de verschillende beschouwde bronnen (weg, spoor- en/of luchtverkeer). Dit ontwerp van gewestelijk isolatievoorschrift vormt het uitgangspunt van voorliggende studie.

2.2 DOEL VAN DE STUDIE De belangrijkste doelstelling van de studieopdracht is om het ontwerp van gewestelijk isolatievoorschrift nader te evalueren, uit te werken, indien nodig aan te passen en op punt te stellen, zodanig dat dit inzetbaar is in het kader van het MER-afwegingskader voor nieuwe woonontwikkelingen en later geoperationaliseerd kan worden in geschikte instrumenten binnen het ruimtelijk beleid als onderdeel van een algemene, ruimtelijke strategie om rekening te houden met omgevingslawaai bij nieuwe woonontwikkelingen.

2.3 HET ONTWERP VAN GEWESTELIJK ISOLATIEVOORSCHRIFT In het MER-richtlijnboek Geluid & Trillingen wordt momenteel verwezen naar de toepassing van de eisen van de NBN S01-400-1 januari 2008 (Akoestische criteria voor woongebouwen) als uitgangspunt voor milderende maatregelen bij nieuwe woonontwikkelingen. 1

“Berekening en kostenraming van geluidsisolatie in de nieuw- en vernieuwbouw ten opzichte van buitenlawaai veroorzaakt door weg-, vlieg- en spoorverkeer”, studie in opdracht van de Vlaamse Gemeenschap (AMINAL), KU Leuven - Laboratorium Bouwfysica en het laboratorium Akoestiek en Thermische Fysica, o.l.v. Prof. Dr. Ir. G. Vermeir en Prof. J. Thoen, i.s.m. met het Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor de Bouwnijverheid (WTCB), Daedalos en Sound&Silence, Eindrapport 31 mei 2003 2 “Richtlijn 2002/49/EG – Opmaak van actieplan voor Brussels Airport – Onderzoek naar maatregelen ruimtelijke ordening”, studie in opdracht van het departement LNE van de Vlaamse overheid, SUM Research i.s.m. Daedalos-Peutz en G.I.M., Eindrapport van 5 april 2011

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 14 van 193


Het beoogde isolatiepeil in MER-dossiers komt daarbij overeen met de eisen voor ‘verhoogd comfort’ uit de norm. De eisen uit de NBN-S01-400-1 zijn slechts eenduidig toepasbaar in situaties met overwegend wegverkeerslawaai. De methode steunt op de voorafgaande bepaling van de referentie gevelbelasting op basis van een referentiemeting op het bouwterrein of, in een vereenvoudigde benadering, gebruik makend 4 categorieën, overeenstemmend met typebeschrijvingen van 4 verkeerssituaties. Voor spoor- en luchtverkeerslawaai, waarbij het omgevingslawaai eerder een intermitterend karakter heeft en gekarakteriseerd wordt door opeenvolgende geluidspieken, is de methode uit de NBN-norm minder geschikt. Binnen de toepassing van het nieuwe ontwerp afwegingskader voor nieuwe woonontwikkelingen, is het wenselijk om te komen tot een meer eenduidige toepassing van isolatiecriteria in situaties met dominant weg-, spoor of luchtverkeersgeluid. Bij voorkeur worden de eisen met betrekking tot de vereiste gevelisolatie (DAtr) geformuleerd in functie van de berekende immissieniveaus zoals die in het kader van het MER voortvloeien uit een overdrachtsberekening met een rekenmodel. De immissieniveaus die binnen het MER-afwegingskader geëvalueerd worden zijn berekende immissieniveaus, beoordeeld als ‘invallend geluid’, en uitgedrukt in jaargemiddelde EU-indicatoren (Lday, Levening, Lnight en Lden). Een ontwerp van (gewestelijk) isolatievoorschrift dat rekening houdt met deze vereiste(n) en een uitdrukking op basis van EU-indicatoren als uitgangspunt neemt is opgenomen in onderstaande tabel. In deze tabel is per brontype de vereiste isolatieprestatie van de gevel opgenomen, uitgedrukt als één specifiek cijfer voor de kenmerkende isolatiegrootheid DAtr. De prestatie-eis voor de gevelisolatie DAtr is afhankelijk van de (invallende) geluidbelasting en dient afzonderlijk geëvalueerd te worden per gevel van elke te beschermen verblijfsruimte binnen het woongebouw. Te beschermen ruimte Eis met betrekking tot de gevelisolatie DAtr Algemeen (absolute ondergrens, onafhankelijk van gevelbelasting en van type bron) Dag- en nachtruimten DAtr ≥ 26 dB Wegverkeerslawaai Dagruimten DAtr ≥ Lday +3 – 33 dB Nachtruimten DAtr ≥ Lnight +3 – 28 dB Spoorverkeerslawaai Dagruimten DAtr ≥ Lday +3 – 35 dB Hoogste waarde van: Nachtruimten DAtr ≥ Lnight +3 – 30 dB DAtr ≥ LAmax,5x,23-07u +3 – 50 dB Luchtverkeerslawaai Dagruimten DAtr ≥ Lday +3 – 30 dB Nachtruimten Hoogste waarde van: DAtr ≥ Lnight +3 – 25 dB DAtr ≥ LAmax,5x,23-07u +3 – 45 dB DAtr ≥ LAmax,1x,23-07u +3 – 50 dB Tabel 1: Criteria van het ontwerp van gewestelijk isolatievoorschrift

Voor toelichting bij de gebruikte grootheden: zie verder onder §3.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 15 van 193


Voor spoorverkeer wordt het 5x overschrijdingsniveau LAmax,5x,23-07u bepaald voor nachten die representatief zijn voor de nachtelijke belasting door spoorverkeer. Voor luchtverkeer worden de 5x en 1x overschrijdingsniveaus LAmax,5x,23-07u en LAmax,1x,23-07u bepaald voor nachten met vliegbewegingen die representatief zijn voor vliegbewegingen die jaarlijks minstens 5% van de tijd voorkomen. De waarden worden voor de situatie van de luchthaven Brussel-Nationaal praktisch bepaald als de hoogste waarden van een berekening van het 1x en 5x overschrijdingsniveau tijdens een jaargemiddelde weeknacht (ma, di, woe en do-nacht), onder respectievelijk hoofdbaangebruik en alternatief baangebruik. De geluidbelasting uitgedrukt in Lday, Lnight en het nx overschrijdingsniveau LAmax,nx,23-07u worden, in tegenstelling tot de evaluatie van de gevelbelasting in de NBN S01-400-1:2008, geëvalueerd als ‘invallend geluid’ op de meest belaste gevel van de te beschermen dag- of nachtruimte (vrije veld condities, dus zonder invloed van de aanwezigheid van de gevel). Het is een complex isolatievoorschrift dat voor luchtverkeer (Brussel-Nationaal) reeds nader werd geëvalueerd en geconcretiseerd in de vorm van iso-contouren van de vereiste gevelisolatie DAtr voor respectievelijk dag- en nachtruimten. Deze ‘isolatiecontouren’, steunend op een prognose van de geluidimmissie met als referentiejaar 2020, zijn opgenomen in het gewestelijk geluidsactieplan voor de luchthaven Brussel-Nationaal. Voor spoorverkeer werd het isolatiecriterium op basis van het 5x overschrijdingsniveau echter nog niet nader geëvalueerd. De studie bestaat erin om het bovenstaande ontwerp van (gewestelijk) isolatievoorschrift voor weg-, spoor- en luchtverkeersgeluid nader te evalueren, uit te werken, indien nodig aan te passen en op punt te stellen in functie van een doelmatige toepassing binnen het kader van het MER-afwegingskader voor nieuwe woonontwikkelingen (en bij uitbreiding ook in andere situaties als uitgangspunt voor opname in andere instrumenten).

De gevraagde evaluatie heeft uitsluitend betrekking op de precieze formulering en de bepalingsmethode van de vereiste isolatieprestatie van de gevel uitgedrukt als één specifiek cijfer voor de kenmerkende grootheid DAtr, en nader vast te stellen voor elke gevel van elke te beschermen verblijfsruimte binnen het woongebouw. Hierbij onderscheiden we volgende onderdelen: − Internationale verkenning − Algemene benchmarking en evaluatie van het ontwerp van isolatievoorschrift (toegepast onderzoek)

De verdere studie van dit deel behandelt het eerste deel: ‘Internationale verkenning’. Via deze internationale verkenning worden de verschillende isolatiecriteria uit andere Europese landen gedetecteerd en onderling vergeleken. Het betreft een algemene vergelijking van de gevraagde isolatieprestatie, de grootheden ter karakterisering van de gevelbelasting en desgevallend andere relevante parameters, en hun bepalingsmethode(n).

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 16 van 193


3 BEGRIPPEN EN GROOTHEDEN 3.1 BEGRIPPEN Voor een eenduidige begripsvorming in het verder verloop van de tekst worden hierna enkele begrippen nader gedefinieerd: −

−

− −

− −

−

− − − − −

Gevelisolatie / geluidsisolatie van gevel: eigenschap van een gevel om het buitengeluid te reduceren tot een aanvaardbaar geluidsniveau binnen (in het kader van dit voorschrift is de kenmerkende grootheid van de gevelisolatie de akoestische grootheid DAtr). Gevel: het geheel van gevelvlakken die samen de scheidingsconstructie tussen de buitenomgeving en een binnenruimte vormen (inclusief de dakvlakken). Een gevel kan bestaan uit één of meerdere gevelvlakken. Elk gevelvlak kan één of meerdere gevelelementen bevatten. Gevelvlak: deel van een gevel met dezelfde oriëntatie (voorgevel, zijgevel, dakvlak, ...) Gevelelement: deel van een gevelvlak met een bepaalde samenstelling, en waarvoor de eigenschappen inzake geluidwering tegen luchtgeluid apart gemeten of berekend wordt (vb. spouwmuur, dakconstructie, raam, deur, ventilatierooster, dakvlakvenster ...). Gevelbelasting: de kenmerkende grootheid van het buitengeluid: het geluiddrukniveau van het invallende geluidveld. Isolatievoorschrift: het geheel van de eisen of criteria waaraan de akoestische gevelisolatie van de te beschermen in ruimten in woongebouwen moet voldoen voor de verschillende beschouwde bronnen (weg, spoor- en/of luchtverkeer). Verblijfsruimte: ruimte in een woongebouw waar mensen tijdens hun aanwezigheid in hoofdzaak verblijven, met een onderscheid tussen: • dagruimte: verblijfsruimte waar mensen tijdens hun aanwezigheid in hoofdzaak tijdens de dag- en avondperiode (meestal 07-23u) verblijven (vb. woonkamer, keuken, studeerkamer, …) • nachtruimte: verblijfsruimte waar mensen tijdens hun aanwezigheid in hoofdzaak tijdens de nachtperiode (meestal 23-07u) verblijven (vb. slaapkamer). Ruimtes die met elkaar verbonden zijn door een opening van minstens 5 m², die niet kan afgesloten worden, beschouwt men als 1 ruimte. Woongebouw: gebouw bestemd voor individuele of collectieve huisvesting met permanente of tijdelijke bezetting. Verkeersgeluid: geluid veroorzaakt door wegverkeer, spoorverkeer en vliegverkeer. Spoorverkeer: passagiers- en goederenverkeer op openbare spoorlijnen. Vliegverkeer: burgerlijk en militair luchtverkeer tijdens de vlucht, het landen en opstijgen inbegrepen. Wegverkeer: gemotoriseerd verkeer op de openbare weg: bromfietsen, motorfietsen, wagens, bestelwagens, vrachtwagens, autobussen, landbouwvoertuigen, ...

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 17 van 193


3.2 KENMERKENDE AKOESTISCHE GROOTHEDEN DIE HET GELUIDSNIVEAU BEPALEN (GEVELBELASTING OF GELUIDSNIVEAU BINNEN) Onderstaande tabellen geven de belangrijkste akoestische grootheden die gebruikt worden voor het bepalen van het geluidsdrukniveau in de het kader van deze studie. Het betreffen grootheden die zowel buiten aan de gevel als binnen in een lokaal kunnen gebruikt worden. LAeq,T

(dB) Het A-gewogen equivalente geluiddrukniveau LAeq,T van een geluid dat fluctueert over een tijdsinterval T=t2-t1 is het niveau van het geluid dat wanneer het constant zou aangehouden worden over dit tijdsinterval, eenzelfde gemiddelde waarde van de gekwadrateerde A-gewogen geluiddruk oplevert als het gemeten geluid.

LpAeq,T

(dB) De 'p' voor pressure of druk wordt in de index soms bijgevoegd maar de indicator is gelijk aan LAeq,T. Van toepassing in Noorwegen. Lday of Ld (dB) Het A-gewogen gemiddelde geluidsdrukniveau over lange termijn, als gedefinieerd in ISO 1996-2 :1987, vastgesteld over alle dagperioden van een jaar. Levening of Le (dB) Het A-gewogen gemiddelde geluidsniveau over lange termijn is, als gedefinieerd in ISO 1996-2 :1987, vastgesteld over alle avondperioden van een jaar. Lnight of Ln (dB) Het A-gewogen gemiddelde geluidsniveau over lange termijn is, als gedefinieerd in ISO 1996-2 :1987, vastgesteld over alle nachtperioden van een jaar. dagindeling in Vlaanderen telt de dag twaalf uren, de avond vier uren en de nacht acht uren. De standaardperiodes zijn 7.00-19.00 uur, 19.00-23.00 uur en 23.00-7.00 uur plaatselijke tijd. Lden (dB) Het dag-avond-nacht-niveau Lden is gedefinieerd door de volgende formule :

Ldn

Letm LAeq,8h

(dB) Is gelijk aan de Lden waarde waarbij het avonddeel bij het dagdeel wordt genomen zonder penalisatie. Let wel dat bij gebruik van deze parameter een aangepaste definitie van de periodes van de dag gehanteerd wordt. (dB) De etmaalwaarde in Nederland is de grootste van de volgende drie: LAeq,07-19h, LAeq,19 -23h+5 en LAeq,23-7h+10. (dB) Het A-gewogen equivalente geluiddrukniveau LAeq,T van een geluid dat fluctueert over een tijdsinterval van 8h. Deze parameter wordt meestal gehanteerd voor de nachtperiode waarbij de periode van 23u-07u of van 22u-06u wordt gebruikt Tabel 2: Akoestische grootheden geluidsdrukniveaus

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 18 van 193


LAeq,16h

Lr,T Lr,N LAref

LA

Lutomhus Lbu,A en Lbi,A

LAFx,T

LASx,T

LAeq,1s,max,T

LA,max,nx, (night, day, …)

(dB) Het A-gewogen equivalente geluiddrukniveau LAeq,T van een geluid dat fluctueert over een tijdsinterval van 16h. Deze 16 uren zijn meestal gelijk aan de dagperiode en avondperiode samen waarbij de periode van 07-23u of van 06-23u wordt gebruikt. (dB) Richtwaarde tijdens de dagperiode (T(ag)) in gebruik in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland. (dB) Richtwaarde tijdens de nachtperiode (N(acht)) in gebruik in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland. (dB) Conform NBN S 01-400-1 wordt LAref bepaald uit metingen in een referentiemeetpunt buiten op 2 m hoogte boven het maaiveld en op 2 m loodrechte afstand van het midden van de akoestisch meest belaste gevel van het gebouw waarin de te beschermen ruimte gelegen is. Ze is gelijk aan de grootste van de volgende twee meetwaarden : − Het A-gewogen equivalent geluiddrukniveau LAeq,T van het omgevingslawaai over een tijdsinterval T van minstens 30 minuten gemeten op een tijdstip tussen 06 u ’s morgens en 22 u ’s avonds dat representatief is voor de mogelijke hinder door het omgevingslawaai; − Het met 5 dB vermeerderde A-gewogen equivalent geluiddrukniveau LAeq,T van het omgevingslawaai over een tijdsinterval T van minstens 30 minuten gemeten op een tijdstip tussen 22 u ’s avonds en 06 u ’s morgens dat representatief is voor de mogelijke hinder door het omgevingslawaai. Volgens NBN S 01-400-1: A-gewogen grootheid die voor elk gevelvlak van de te beschermen ruimte uit de grootheid LAref berekend wordt via de methode in de normatieve bijlage B. (dB) Is gelijk aan LAeq,24u optredend voor de gevel maar zonder gevelreflectie en equivalent over een etmaal. In gebruik in Zweden. (dB) Is het geluiddrukniveau buiten (invallend op de gevel, dus zonder gevelreflecties) en respectievelijk binnen. Wordt gehanteerd in Nederland bij de bepaling van de karakteristieke geluidwering (zie GA,k) van uitwendige scheidingsconstructies. (dB) Het LAFx,T van een fluctuerend geluidsignaal is het A-gewogen geluiddrukniveau dat in de meetperiode T gedurende x% van de tijdsduur overschreden wordt. Deze waarde wordt gemeten met een sonometer met een Fast (F) tijdsweging. (dB) Het LASx,T van een fluctuerend geluidsignaal is het A-gewogen geluiddrukniveau dat in de meetperiode T gedurende x% van de tijdsduur overschreden wordt. Deze waarde wordt gemeten met een sonometer met een Slow (S) tijdsweging. (dB) De maximale waarde van alle LAeq,1s-waarden die gemeten worden gedurende een meetperiode T. De LAeq,1s-waarden worden hierbij gemeten over aaneensluitende 1s intervallen gedurende de meetperiode T. (dB) LA,max,nx,night of LA,max,nx,day is het maximale geluiddrukniveau LAeq,1s,max dat minstens n maal per nacht of per dag of over een andere voorgeschreven periode (bv 23u-7u) overschreden wordt. Tabel 3: Akoestische grootheden geluidsdrukniveaus (vervolg)

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 19 van 193


NAT68 NA70 SEL

NAT staat voor 'noise above threshold'. NAT68 is het aantal keren dat het geluid boven 68dB uitstijgt. zoals NAT maar voor gebeurtenissen die boven 70dB uitgaan. (dB) De 'sound exposure level' of geluidbelastingsniveau karakteriseert een geĂŻsoleerde geluidgebeurtenis zoals het passeren van een vrachtwagen of het overvliegen van een vliegtuig. Het sommeert het drukverloop over een periode T van de gebeurtenis.

Tabel 4: Akoestische grootheden geluidsdrukniveaus (vervolg)

3.3 KENMERKENDE AKOESTISCHE GROOTHEDEN VOOR DE GEVELISOLATIE Grootheden voor akoestische gevelisolatie worden gegeven in de volgende tabellen. DnT,w

dB

D2m,nT,w

dB

T T0 DAtr

(s) (s) dB

Het volgens EN ISO 717-1:1997 gewogen gestandaardiseerde geluiddrukniveauverschil tussen twee ruimten, gemeten in situ. Dit steunt op de meting per tertsband van het gestandaardiseerde geluiddrukniveauverschil DnT tussen twee ruimten, gemeten in situ volgens NBN EN ISO 140-4: 1998, op basis van de volgende formule: DnT = L1 - L2 + 10lg(T/T0) [dB] Met: L1 (dB) : Het gemiddelde geluiddrukniveau gemeten per tertsband in de zendruimte volgens EN ISO 140-4:1998; L2 (dB) : Het gemiddelde geluiddrukniveau gemeten per tertsband in de ontvangstruimte volgens EN ISO 140-4:1998; T en T0 (s): Zie hieronder Het gewogen, gestandaardiseerde geluiddrukniveauverschil voor een gevelvlak volgens EN ISO 717-1:1997 op basis van de volgende formule: D2m,nT = L1,2m - L2 + 10lg(T/T0) [dB] Met: L1,2m (dB): Het geluiddrukniveau gemeten per tertsband op 2 m loodrechte afstand van het centrum van het gevelvlak; L2 (dB): Het gemiddelde geluiddrukniveau gemeten per tertsband in de ontvangstruimte als gevolg van de geluidtransmissie enkel door het gevelvlak T en T0 (s): Zie hieronder de nagalmtijd gemeten in de ontvangstruimte De referentienagalmtijd in de ontvangstruimte. Meestal 0.5s voor verblijfsruimtes. Het gewogen, gestandaardiseerde geluiddrukniveauverschil voor een gevelvlak met het typespectrum voor wegverkeerslawaai volgens EN ISO 717-1:1997: DAtr = D2m,nT,w + Ctr Tabel 5: Akoestische grootheden voor gevelisolatie

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 20 van 193


C; Ctr

dB

R

(dB)

Rw

(dB)

R’

(dB)

R’w

(dB)

R’w,res RAtr

(dB)

GA,k

(dB)

Spectrale aanpassingstermen die rekening houden met specifieke spectra zoals beschreven in EN ISO 717-1:1997 voor luchtgeluid. Geluidbron Overeenkomstige spectrale aanpassingsterm Activiteiten in de woning (spraak, muziek, radio, televisie) C (spectrum 1) Spelende kinderen Spoorwegverkeer, bij gemiddelde en hoge snelheden Wegverkeer, op snelwegen bij hoge snelheden > 80 km/u Straalvliegtuigen, op korte afstanden Bedrijven die vooral midden- en hoogfrequent geluid uitstralen Wegverkeer in de stad Ctr (spectrum 2) Spoorwegverkeer, bij lage snelheden Schroefvliegtuigen Straalvliegtuigen, op grote afstanden Muziek in discotheken Bedrijven die vooral laagfrequent geluid uitstralen De geluidverzwakkingsindex van een constructiedeel, gemeten in het laboratorium volgens EN ISO 140-3. De geluidverzwakkingsindex R is gelijk aan tien maal de logaritme van de verhouding van het diffuus op een bouwelement invallend geluidvermogen en het doorgelaten geluidvermogen. De gewogen geluidverzwakkingsindex van een bouwelement. De weegprocedure is beschreven in EN ISO 717-1. Ze steunt op de labometing in tertsbanden van geluidverzwakkingsindex R . De schijnbare geluidverzwakkingsindex van een gevel gemeten in situ. De schijnbare geluidverzwakkingsindex R’ is gelijk aan tien maal de logaritme van de verhouding van het diffuus op een gevel invallend geluidvermogen en het doorgelaten geluidvermogen. De gewogen schijnbare geluidverzwakkingsindex van een gevel gemeten in situ. De weegprocedure is beschreven in EN ISO 717-1. Ze steunt op een meting in situ in tertsbanden van de schijnbare geluidverzwakkingsindex R’ . Is gelijk aan R’w en in gebruik in Duitsland. De index 'res' legt de nadruk dat dit geldt voor een gehele wand wat het resultaat is van de eigenschappen van de samenstellende delen. Eéngetalsaanduiding die de akoestische isolatie weergeeft van een bouwelement ten aanzien van stadsverkeerslawaai. RAtr stelt de gewogen geluidverzwakkingsindex van een bouwelement voor met het typespectrum voor wegverkeerslawaai volgens EN ISO 7171:1997: RAtr = Rw + Ctr karakteristieke geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie volgens de Nederlandse norm NEN 5077. Dit is gelijk aan een genormaliseerd verschil tussen invallend geluid (zonder gevelreflectie) en het binnenniveau. Dit verschilt met het gestandaardiseerde geluiddrukniveauverschil waar het buitenniveau op 2 m voor de gevel in beschouwing wordt genomen, dus inclusief gevelreflectie. Tabel 6: Akoestische grootheden voor gevelisolatie (vervolg)

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 21 van 193


4 ALGEMEEN: INTERNATIONALE VERKENNING Voorliggende deel 1 van de akoestische studie betreft de internationale verkenning. Ter onderbouwing van de ontwikkeling van een gewestelijk isolatievoorschrift voor nieuwe woonontwikkelingen en een latere implementatie in geschikte instrumenten werd er eerst een internationale verkenning uitgevoerd. Deze verkenning dient om een genuanceerd inzicht te krijgen in de wijze waarop internationaal omgegaan wordt met aspecten inzake akoestische gevelisolatie tegen weg- spoor- en luchtverkeerslawaai in instrumenten binnen het omgevingsbeleid (plannen, vergunningverlening,…) en de toepassing in de dagdagelijkse bouwpraktijk.

4.1 ONDERZOEKSMETHODIEK In het kader van dit onderdeel van de studie werd een internationale verkenning uitgevoerd van de aanpak op Europees niveau. Van 15 landen, verspreid over Europa, werd informatie verzameld. Daarenboven werd ook de werkwijze in het Vlaams, Waals en Brussels Gewest apart onderzocht. Teneinde voldoende inzicht te verkrijgen over de verschillende internationale werkwijzen, werd informatie verzameld op verschillende manieren: - Via bibliografisch opzoekingswerk: Via onderzoek op internet en via naslagwerken werd onderzocht welke richtlijnen, wetgeving, verordening, normen,… er gehanteerd worden in de ons omringende buurlanden. - Via bevraging van lokale actoren: Lokale bevoegde ambtenaren, beleidsmakers, deskundigen, internationale collega’s van het bedrijf, … werden gecontacteerd, waarbij hen specifieke vragen gesteld werden (enquête), zowel naar toegepaste isolatiecriteria als naar procedurele aspecten en de toepassing er van. - Via eigen projecten: Tot slot werd ook informatie verzameld uit eigen uitgevoerde projecten. Tractebel heeft reeds jarenlange ervaring met literatuurstudies, beleid sturende studies, onderzoek naar internationale stand van zaken in ruimtelijke ordening. Hierbij werd o.a. gezocht naar: - Studierapporten, artikels, informatiebrochures, … : Deze documenten geven vaak interessante informatie over de noden en ontwikkelingen binnen een discipline, maar hebben absoluut geen wettelijk draagvlak of bindend karakter. Studies van grote en bekende instanties kunnen echter wel leiden tot het opstellen van richtlijnen of normen. Voorbeelden bijvoorbeeld zijn artikels van onderzoeksinstellingen zoals bijvoorbeeld het WTCB; informatie van de overheid;…

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 22 van 193


- Richtlijnen: Dit zijn documenten waarin op basis van studies of praktijksituaties, richtlijnen worden gegeven teneinde een goed akoestisch comfort te realiseren. Deze hebben geen wettelijk draagvlak of bindend karakter, tenzij ze in de regelgeving worden overgenomen, maar worden vaak wel als “algemeen goede praktijk” aangenomen. - Normen: Dit zijn documenten met erkende afspraken, specificaties of criteria over een product, dienst of methode. Deze hebben net zoals de richtlijnen geen wettelijk draagvlak of bindend karakter, tenzij ze in de regelgeving worden overgenomen, maar hebben wel een formeler karakter gezien een norm enkel volgens een specifiek standaardisatieproces kan opgesteld worden, waarbij deze dient goedgekeurd te worden door erkende organisaties. De internationale normen (vb. ISO voor Europa) geven meestal geen criteria, maar definiëren akoestische parameters en geven methoden voor berekening, meting, voorspelling, … . Nationale normen verwijzen meestal naar deze internationale normen en leggen dan wel criteria vast voor deze parameters. - Wetgeving: Een wetgeving is, in tegenstelling tot normen, richtlijnen of waarderingssystemen, wel bindend. In sommige gevallen wordt in de wetgeving verwezen naar normen of richtlijnen, die dan dienen gerespecteerd te worden, zoals de “building regulations” in Denemarken. In vele gevallen is er echter geen (duidelijke) wetgeving en is men aangewezen op de niet-bindende richtlijnen en normen. - Waarderingssystemen: Daarnaast bestaan er ook enkele waarderingssystemen die gebouwen een label toekennen rekening houdend met de duurzaamheid, de energieprestaties, het ecologisch karakter, … Er worden dan enkele ‘credits’ toegekend, wanneer men voldoet aan opgelegde voorwaarden voor het akoestisch comfort. Voor deze voorwaarden, wordt vaak verwezen naar de toepasselijke richtlijnen of normen. Zij kunnen zowel nationaal als internationaal gelden. Voorbeelden zijn BREEAM; de duurzaamheidsmeter GRO van het Facilitair Bedrijf van de Vlaamse overheid bij bouwprojecten; … - Classificatiesystemen: Het akoestisch comfort in woningen wordt ook vaak gekenmerkt door een classificatie van comfortniveau. In verschillende landen wordt een onderscheid gemaakt in comfortniveau, nationaal of regionaal vastgelegd.

4.2 ONDERZOEKSVRAGEN De literatuurstudie heeft een tweeledige focus: - De toegepaste isolatiecriteria (vergelijking verschillende landen) - De procedurele aspecten en de toepassing ervan (beleidsmatig) Volgende onderzoeksvragen werden geformuleerd:

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 23 van 193


In verband met de toegepaste isolatiecriteria: − Welke indicatoren worden gebruikt ter karakterisering van de gevelbelasting (grootheid, referentiejaar, bepalingsmethode, …) en de akoestische gevelisolatie? − Wat is het toepassingsbereik van het isolatievoorschrift of technische norm (woningen of ook andere geluidgevoelige bestemmingen, te beschermen ruimten, ….)? − Wat zijn de precieze eisen die opgelegd worden de akoestische gevelisolatie? − Hoe worden deze uitgedrukt? Zijn deze eisen betrokken op de gevelschil of worden deze uitgedrukt in de vorm van een maximaal toegestane binnenniveau? − Bestaat er een specifieke relatie tussen het gevraagde isolatiepeil en beleidsmatig vastgestelde drempelwaarden of grenswaarden voor de toegestane geluidimmissie? − Worden gedifferentieerde eisen gehanteerd in functie van te beschermen ruimten, de planologische bestemming waarin het woongebouw is gelegen, het comfortniveau (vb. onderscheid tussen minimale eisen en eisen met betrekking tot een verhoogd comfort)? − Hoe gaat men om met de bescherming tegen meerdere bronnen (toepassing van cumulatieprincipes)? − Welke specifieke trends kunnen vastgesteld worden in het gebruik van parameters, het vastgestelde peil van de isolatie, etc…? In verband met procedurele aspecten en de toepassing: − Wat is de wetgevende basis van een specifieke regulering rond akoestische gevelisolatie. Maken isolatievoorschriften integraal deel uit van een specifieke wetgeving (milieu en/of ruimtelijke ordening)? − Zijn isolatievoorschriften opgenomen in specifieke uitvoeringsbesluiten of wordt gebruik gemaakt van een verwijzing naar een technische norm? − Welke instrumenten worden ingezet (verordeningen, plannen, …)? − In welke mate wordt de akoestische gevelisolatie als milderende maatregel begroot in het kader van MER-dossiers? − Wat is het precieze toepassingsbereik? Welke infrastructuren vallen onder de toepassing? Hanteert men voor de toepassing van de eisen bepaalde drempels in verband met de gevelbelasting? − Bestaan er specifieke handhavingsmechanismen of gaat het eerder om een impliciete toepassing? Hoe is de controle op de naleving van voorschriften georganiseerd? − Bestaan er ondersteunende subsidiemechanismen (premies) voor bestaande woningen (geluidssanering), desgevallend ook bij nieuwbouw of vernieuwbouw? − Wordt de toepassing van het voorschrift naar specifieke doelgroepen ondersteund met specifieke instrumenten of tools ter dimensionering van de vereiste gevelisolatie (software, praktijkrichtlijnen,…)? − Welke specifiek trends kunnen vastgesteld worden? Is er globaal meer of minder aandacht voor het al of niet reguleren van akoestische gevelisolatie? • Wat is de rol van specifieke triggers: opmaak van een beleidsplan, uitvoering van actieplannen in uitvoering van RL 2002/49/EG, actualiteit van een concreet infra-dossier, etc? • Wat is de impact van maatschappelijke en technologische evoluties in andere domeinen met mogelijke impact op de bouwwijze (energiezuinig bouwen in het kader van klimaatproblematiek, groendaken,.) of de in rekening te brengen gevelbelasting (stillere bronnen)?

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 24 van 193


4.3 ENQUĂŠTE Teneinde zo veel mogelijk informatie te bekomen werd van bovenstaande onderzoeksvragen een bevraging opgesteld. De onderstaande enquĂŞte werd met begeleidende tekst verstuurd naar verscheidene contacten: contacten via akoestische verenigingen; auteurs van papers, studies; contacten van internationale events, o.a. Sound Symposium Gent; contacten binnen de firma; contacten via de Noise Expert Groupe (een internationale commissie die overleg toelaat met betrekking tot omgevingsgeluid gerelateerde problemen, meer specifiek in de context van de END richtlijnen).

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 25 van 193


Figuur 1: Verstuurde enquĂŞte

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 26 van 193


Figuur 2: Verstuurde enquĂŞte (vervolg)

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 27 van 193


Figuur 3: Verstuurde enquĂŞte (vervolg)

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 28 van 193


Volgende tabel geeft een overzicht van de landen die reageerden op de enquête samen met de naam van het instituut waar de respondent die de bevraging heeft ingevuld werkzaam is. Country

Institute

Austria

Federal Environment Agency Austria Mobilität & Lärm - Mobility & Noise Bruxelles Environnement Div. Autorisations et partenariats Dpt. Bruit Public Health Institute of Ostrava – National reference laboratory for environmental noise Danish Building Research Institute Ministry of the Environment, department of the Built Environment Cerema Infrastructures de Transport et Matériaux Centre de la Sécurité, de l'Environnement et du Patrimoine Acoustics Team - Health and Comfort Department - CSTB Umweltbundesamt (German Environment Agency) ISPRA - Italian National Institute for environmental protection and research Department for Environmental Evaluation, Controls and Sustainability / Unit for the assessment, prevention and control of environmental pollution by physical agents ITC CNR Construction Technologies Institute – National Research Council Public Health Department, Health Safety Division Ministry of Health of The Republic of Lithuania Department of Environmental Monitoring Environmental Protection Instytut Techniki Budowlanej - Building Research Institute IETcc - Eduardo Torroja Institute for Construction Science Member of the acoustics team which (Architect) assists the Ministry of Infrastructures to develop the Spanish Building Code Simmons akustik & utveckling (Acoustic consultants) Federal Office for the Environment (FOEN) Noise and NIR Section Aircraft, Industrial and Shooting Noise M+P, Part of Müller-BBM group (Consulting Engineers)

Belgium

Czech republic Denmark Finland France France Germany Italy

Italy Lithuania Poland Poland Spain

Sweden Switzerland

The Netherlands

Tabel 7: Overzicht respondenten

Na verwerking van de gegevens van deze bevraging werden de resultaten aan dezelfde personen voorgelegd ter verificatie en met vraag naar aanvullende info waar nodig. Verscheidene van deze respondenten hebben ook aanvullende informatie bezorgd via bijkomende documenten en linken naar websites. Relevante informatie in het kader van dit onderzoek wordt in hoofdstuk 8 (bijlage) gegeven.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 29 van 193


4.4 BEKNOPT OVERZICHT BEVINDINGEN PER LAND Van de verschillende regio’s in Europa worden volgende landen verder meer in detail bekeken:

Noord Europa Zwitserland

Centraal Europa

West Europa

Zuid Europa Figuur 4: Overzicht van onderzochte landen en regio’s

De resultaten van de ingevulde bevragingen, de bijkomende ontvangen informaties samen met het bibliografisch opzoekingswerk werden land per land verder onderzocht en geanalyseerd. In hoofdstuk 8 (bijlage) wordt per regio of land een niet-exhaustieve lijst gegeven van de belangrijkste wetgevingen, normen of richtlijnen, alsook een korte beschrijving van deze documenten. Tegelijk wordt er ook verwezen naar andere documenten waar de meeste van deze informatie en andere aanvullende informatie is terug te vinden op internet. Hieronder wordt per land een korte samenvatting gegeven samen met een verwijzing naar meer informatie in bijlage. In een volgend hoofdstuk worden de verschillende landen per onderzoeksvraag vergeleken.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 30 van 193


4.4.1

West-Europa

België In België wordt het akoestisch comfort in gebouwen beschreven a.d.h.v. de normenreeks NBN S01-400. De oudste normen betreffen de NBN S01-400 (1977) “ Kriteria van de akoestische isolatie” en NBN S01-401 (1987) “Grenswaarden voor de geluidniveaus om het gebrek aan comfort in gebouwen te vermijden”. Deze werden vervangen door de recentere norm NBN S01-400-1 (2008) “Akoestische criteria voor woongebouwen” [1] voor wat betreft woongebouwen. Momenteel wordt gewerkt aan een herziening van deze norm, nl. prNBN S01-4001 (2019) “ Akoestische criteria voor woongebouwen” [2]. Sinds de regionalisering van België beschikt elk gewest (Vlaanderen, Wallonië en Brussel) over zijn eigen beleid en zijn eigen milieuwetgeving, ook op het vlak van de geluidshinder. Deze normen worden in alle gewesten gebruikt als “code van goede praktijk” maar hebben geen wetmatig karakter. In Vlaanderen verwijzen verschillende richtlijnen [3][4][5] naar deze naar de norm. In Wallonië werd de wet van 18 juli 1973 – ‘Loi relative à la lutte contre le bruit’ aangevuld met decreten [7] die de regelgeving voor geluid bepalen. Deze regelgeving richt zich hoofdzakelijk tot de regionale luchthavens van Bierset en Charleroi. In het Brussels Gewest werd dezelfde wet van 1973 opgeheven door de ordonnantie van 17 juli 1997 betreffende de strijd tegen geluidshinder in een stedelijke omgeving[8][9], en onder andere gewijzigd op 1 april 2004 en op 19 april 2018. Hiermee werd de regelgeving uitgewerkt. Nederland De belangrijkste wettelijke instrumenten ter voorkoming of vermindering van geluidshinder, slaapverstoring en andere gezondheidseffecten zijn de Wet geluidhinder [10], de Wet ruimtelijke ordening [11], de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht [12], de Wet milieubeheer [13] en het Bouwbesluit [14]. De technische norm NEN 1070 (1999) geeft hierbij een methode om de geluidwering in gebouwen te beoordelen en te kwantificeren. [15] Momenteel is er een hervormingsoperatie rond de nieuwe ‘Omgevingswet’ met de “Aanvullingswet Geluid” [16] en het nieuwe ‘Besluit Bouwwerken Leefomgeving’ van 3 juli 2018. Frankrijk In Frankrijk wordt de gevelisolatie bij nieuwbouw en renovatie van woongebouwen opgelegd in het besluit van 30 mei 1996 [18]. De controle ervan wordt opgelegd in het besluit van 27 november 2012 [19]. Bij de aanleg van nieuwe wegen is de wet No. 92-1444 van 13 december 1992 [20] van toepassing met betrekking tot de bescherming van woningen tegen omgevingslawaai. Bij de aanleg van nieuwe wegen of aanpassing van bestaande wegen is ook het besluit van 5 mei 1995 van toepassing voor wegverkeerinfrastructuur [21]. Verder geldt voor verbouwing van woongebouwen het besluit van 13 april 2017 met betrekking tot akoestische eigenschappen van bestaande gebouwen [22]. Verenigd Koninkrijk In het Verenigd Koninkrijk bepalen de voorschriften voor geluidsisolatie van 1975 en gewijzigd in 1988 [23] de procedures voor geluidsisolaties van woningen aan nieuwe en gewijzigde snelwegen. De geluidsisolatievoorschriften van 1996 doen hetzelfde voor spoorwegen en andere ‘geleide’ vervoerssystemen [24].

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 31 van 193


De Britse Norm BS 8233 [25] biedt richtlijnen voor de regeling van lawaai in en rond gebouwen. Deze norm is van toepassing op het ontwerp van nieuwe gebouwen, of gerenoveerde gebouwen die een verandering van gebruik ondergaan. De regio’s Engeland, Wales, Schotland en Noord-Ierland hebben elk hun eigen reglementeringen.

4.4.2

Centraal-Europa

Duitsland In Duitsland wordt de gevelisolatie voor bestaande woongebouwen naast nieuwe of essentieel aangepaste wegen of spoorwegen gedefinieerd door de documenten 16.BimSchV [27] en 24.BimSchV [28]. Daarnaast wordt de gevelisolatie voor nieuwe woongebouwen in de nabijheid van bestaande wegen of spoorwegen gedefinieerd door de norm DIN 4109 [29][30] die wordt gereguleerd in modelbouwvoorschriften van technische voorschriften “ Musterverwaltungsvorschrift technische Baubestimmungen in Landesbauordnung / Administrative Provision technical building regulations in state building regulations”[31], die door elke deelstaat (Länder) wordt geïmplementeerd op deelstaatniveau (Landesrecht). Verder beschrijft de DEGA Empfehlung 103 [32] een classificatie van woongebouwen naargelang hun akoestische kwaliteit. Oostenrijk In Oostenrijk word en door het ‘Österreichisches Institut für Bautechnik’ richtlijnen gegeven voor onder meer de gevelisolatie in de OIB Richtlinie 5 Schallschutz 330.5-002/19 (april 2019) [34]. Naar deze richtlijnen worden door de deelstaten (Länder) verwezen in hun regionale wetgeving, met vermelding van eventuele aanvullende eisen. De normenreeks ÖNORM B 8115 „Schallschutz und Raumakustik im Hochbau“ behandelt onder deel 2 en deel 5 naast andere aspecten van geluids- en trillingsisolatie ook de gevelisolatie [35]. Zwitserland De wettelijke verplichtingen inzake gevelisolatie worden opgelegd in een nationale ordonnantie betreffende lawaaibestrijding NAO 814.41 [37]. Hierin wordt expliciet verwezen naar de Zwitserse norm SIA 181 (2006) [36], die het akoestisch comfort in gebouwen beschrijft. Tsjechië Het akoestisch comfort van gebouwen word beschreven in de norm CSN 73 0532 [38]. Deze norm vormt geen wettelijke verplichting. Behalve deze norm beschikken we niet over andere informatie over verdere regelgeving of wettelijke verplichtingen. Polen Het akoestisch comfort wordt beschreven in de Poolse norm PN-B-02151-3:2015 [39], die bij wet wordt opgelegd in de technische bouwvoorschriften [40].

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 32 van 193


4.4.3

Noord-Europa

Noorwegen Het departement van milieu geeft richtlijnen voor de aanleg van nieuwe wegen of aanpassing van bestaande wegen, nl. richtlijn T-1442. Hierin wordt verwezen naar klasse C van de norm NS 8175 [44]. Ook in de bouwvoorschriften “planning and building act” wordt verwezen naar deze norm NS 8175 [44], waarbij klasse C als voldoende wordt beschouwd. Daarnaast zijn ook bepalingen opgelegd in een algemeen voorschrift ter begrenzing van de hinder door lawaai. Zweden De specificaties van gebouwen in Zweden worden opgelegd in het bouwreglement [45], waarin een hoofdstuk aan “bescherming tegen geluid” wordt geweid. Gebouwen kunnen ingedeeld worden in akoestische klassen cfr. SS25267:2004 [46], waarbij klasse C in de bouwvoorschriften als minimaal wordt beschouwd. Verder werden algemene eisen gedefinieerd van toegelaten geluidsdrukniveaus aan gevels van woningen in SFS2017:359 [47]. Finland Het besluit van de minister van Milieu 796/2017 [48] inzake het akoestisch comfort van woningen en andere geluidgevoelige gebouwen legt enkel een minimale waarde op van geluidsisolatie van de gevels in slaap- of ontspanningsruimten, geen andere eisen voor gevels van andere ruimten. Gebouwen kunnen volgens SFS 5907 [49] ingedeeld worden in akoestische klassen. Klasse C komt wat betreft de gevelisolatie van woningen overeen met de algemene richtlijnen gedefinieerd in het besluit 993/1992 [50]. Denemarken In Denemarken worden de specificaties waaraan gebouwen moeten voldoen opgelegd via de wettelijke bouwvoorschriften BR15 [51]. Hierin wordt verwezen naar klasse C van de norm DS 490, Sound classification in dwellings [52]. Litouwen Het akoestisch comfort wordt beschreven in de bouwreglementering STR 2.01.07:2003 [53], die in het besluit n° 387 van het ministerie van milieu [54] is opgenomen.

4.4.4

Zuid-Europa

Spanje In Spanje worden de specificaties waaraan gebouwen moeten voldoen opgelegd via de wettelijke bouwvoorschriften [55], waarin wat betreft de akoestische eisen wordt verwezen naar de geluidswet [56]. Italië De wettelijke minimale vereisten worden vastgelegd in een decreet van 5/12/1997 [57]. Verder geeft de norm UNI 11367 [58] een indeling in akoestische klassen.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 33 van 193


4.4.5

Europees

Een onderzoeksgroep van COST [60] heeft een voorstel gedaan voor een Europees classificatiesysteem in 2014. Dit classificatiesysteem kan opgelegd worden als geluidniveau binnen of als minimale gevelisolatie in functie van het omgevingsgeluid en het geluidniveau binnen. Een voorstel voor een internationale norm betreffende een akoestisch classificatiesysteem voor gebouwen [61] werd echter niet weerhouden.

4.4.6

Overzicht

De volgende tabellen geven een overzicht van de documenten die beschikbaar zijn in de verschillende landen en hun draagwijdte. De eerste twee tabellen geven de documenten die van toepassing zijn op verkeerslawaai en treinlawaai. De daaropvolgende tabel betreft documenten in verband met vliegtuiglawaai. Deze documenten betreffen zowel documenten die betrekking hebben op het aspect gevelisolatie als omkaderende documenten inzake (de regulering) van omgevingslawaai. Waar in volgende tabellen een "x" staat onder Wet/Decreet/Besluit impliceert dit dus ook niet noodzakelijk dat het document betrekking heeft op een wettelijke verankering van akoestische gevelisolatie.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 34 van 193


België (Vlaanderen) België (Wallonië) België (Brussels Gewest)

Nederland

Frankrijk

Verenigd Koninkrijk (*)

Duitsland

NBN S 01-400-1 (2008) prNBN S01-400-1 (2019) Toetsingskader ruimtelijke ordening Vlaamse Maatstaf Duurzaam wonen en bouwen Vlaamse Duurzaamheidsmeter voor wijken 18 juillet 1973 - Loi relative à la lutte contre le bruit (M.B. du 14.09.1973) + decreten 17 juli 1997 - Ordonnantie betreffende de strijd tegen geluidshinder in een stedelijke omgeving 1 april 2004. — Ordonnantie tot wijziging van de ordonnantie van 17 juli 1997 betreffende de strijd tegen geluidshinder in een stedelijke omgeving Wet geluidhinder (Wgh) Wet ruimtelijke ordening (Wro) Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) Wet milieubeheer (Wm) Bouwbesluit NEN 1070 (1999) Aanvullingswet geluid L’arrêté du 30/05/1996 - l’isolement acoustique des bâtiments Arrêté du 27/11/2012 - l’attestation de prise en compte de la réglementation acoustique Loi n° 92-1444 du 31/12/1992 - la lutte contre le bruit Arrêté du 5 mai 1995 concernant le bruit des infrastructures routières Arrêté du 13/4/2017 - caractéristiques acoustiques des bâtiments existants The Noise Insulation Regulations 1975 (as amended 1988) (wegverkeer) The Noise Insulation Regulations of 1996 (Railways and Other Guided Transport Systems) (spoorwegverkeer) British Standard BS 8233 (2014) - Sound insulation and noise reduction for buildings Verkehrslärmschutzverordnung - 16. BImSchV VerkehrswegeSchallschutzmaßnahmenverordnung 24.BImSchV (1990) DIN 4109 (2018) Technical Building Regulations, MVV TB DEGA-Empfehlung 103 (x) geen norm, maar aanbeveling

[1] [2] [3] [4] [5] [7] [8]

Classificatie systeem

Norm Akoestisch comfort

Richtlijn

Bouw voorschriften

Wet / Decreet / Beluit

Referentie België

X X X X X X X

[9] X [10] [11] [12] [13] [14] [15] [16] [18] [19] [20] [21] [22]

X X X X X X X X X X X

[23]

X

[24]

X

[25] [27] [28]

X

X

X

X

X X

[29][30] [31] [32]

X X (x)

(*) Van deze landen werd geen enquête ontvangen.

Tabel 8: Overzicht beschikbare documenten wegverkeerslawaai en treinlawaai

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 35 van 193


Zwitserland Tsjechië Polen

Noorwegen(*)

Zweden

Finland

Denemarken Litouwen Spanje Italië

OIB Richtlinie 330.5-002/19 Schallschutz (2019) Önorm B 8115-2 (2019) SIA 181 (2006) National Noise Abatement Ordinance 814.41, 15/12/1986 ČSN 73 0532 PN-B-02151-3 (20/05/2018) rozporzadzenie ministerie infrastrucury 12/04/2002 NS 8175:2008- Sound classes for various types of buildings Miljodepartementets rundskriv T-1442 Teknik forskirft til planog bygningsloven / planning and building act Forskrift om begrensning av forurensning og stoy BBR, Boverket’s Building Regulations (2017) SS 25267:2015 Acoustics – Sound classification of spaces in buildings SFS 2017:359 796/2017 Ympäristöministeriön asetusrakennuksen ääniympäristöstä (Besluit van het ministerie van Milieu betreffende de gezonde omgeving van een gebouw). SFS 5907 - Acoustic classification of spaces in buildings Council of State Decision 993/1992 BR18, Building Regulations 2018 DS490, Sound classification in dwellings Technical Construction Regulation STR 2.01.07:2003 Order No 387 of the Minister of Environment on 17.7.2003 Spanish Acoustic Building Code Real Decreto 1367/2007, Decree 5/12/1997 UNI 11367 - Acoustic Classification of Dwellings (2010)

[34] [35] [36] [37] [38] [39] [40] [44] [41] [42]

Classificatie systeem

Norm Akoestisch comfort

X X X

X

X X X X

X X

X

X

X

X X

[43] [45] [46]

X

[47] [48]

X

X X

X [49] [50] [51] [52] [53] [54] [55] [56] [57] [58]

Richtlijn

Bouw voorschriften

Wet / Decreet / Beluit

Referentie Oostenrijk

X X

X X X X X

X

X X

X X X X

(*) Van deze landen werd geen enquête ontvangen.

Tabel 9: Overzicht beschikbare documenten wegverkeerslawaai en treinlawaai (vervolg)

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 36 van 193


België (Vlaanderen) (*) België (Wallonië) (*) België (Brussels Gewest) Nederland

Frankrijk Verenigd Koninkrijk (*) Duitsland

Oostenrijk

Zwitserland Tsjechië Noorwegen(*) Zweden

Finland Denemarken Litouwen Spanje Italië

NBN S 01-400-1 (2008) prNBN S01-400-1 (2019)

[1] [2]

Classificatie systeem

Norm Akoestisch comfort

Richtlijn

Bouw voorschriften

Wet / Decreet / Beluit

Referentie België

X X

Geen 18 juillet 1973 - Loi relative à la lutte contre le bruit (M.B. du 14.09.1973) + decreten

[7]

Geen

X X

Bouwbesluit Besluit van 3 juli 2018, houdende regels over bouwwerken in de fysieke leefomgeving(Besluit bouwwerken leefomgeving) Regeling Geluidwerende Voorzieningen 1997 L’arrêté du 30/05/1996 - l’isolement acoustique des bâtiments + aanpassingsbesluit van 23 juli 2013 Loi n° 92-1444 du 31/12/1992 - la lutte contre le bruit British Standard BS 8233 (2014) - Sound insulation and noise reduction for buildings Civil Aviation Act (1982) en de Airports Act (1986) Luchtvaartwet, Gesetzes zum Schutz gegen Fluglärm, 2007 Aanvullende verordening : ‘Zweite Verordnung zur Durchführung des Gesetzes zum Schutz gegen Fluglärm‘ Önorm B 8115-2 (2019) Luchtvaart-verordening (BGBI II Nr. 364/2012 LuftverkehrLärmimmissionsschutzverordnung - LuLärmIV) SIA 181 (2006) National Noise Abatement Ordinance 814.41, 15/12/1986 Lärmschutzverordnung ČSN 73 0532 NS 8175:2008- Sound classes for various types of buildings Forskrift om begrensning av forurensning og stoy BBR, Boverket’s Building Regulations (2017) SFS 2017:359 796/2017 Ympäristöministeriön asetusrakennuksen ääniympäristöstä SFS 5907 - Acoustic classification of spaces in buildings Council of State Decision 993/1992 Milieuwetgeving van 1973 Technical Construction Regulation STR 2.01.07:2003 Spanish Acoustic Building Code Decree 5/12/1997 Ministrieel Besluit van 31 oktober 1997

[14]

X X

[17] [18]

X

[20] [25]

X

X

X

X

X X X [35]

X X

[36] [37] [38] [44] [43] [45] [47] [48] [49] [50] [53] [55] [57]

X X X X X

X

X

X

X X X X X X X

X X

X

X X

(*) Voor deze landen/regio werd geen enquête ontvangen.

Tabel 10: Overzicht beschikbare documenten vliegtuiglawaai

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 37 van 193


5 ONDERZOEK: PROCEDURELE ASPECTEN EN TOEPASSING In dit hoofdstuk worden de antwoorden gegeven op een eerste reeks onderzoeksvragen die verband houden met de procedurele aspecten en toepassingen. Deze antwoorden zijn gebaseerd op de verzamelde informatie en de ingevulde enquêtes. Elk van de vragen worden hieronder apart behandeld. Volgende onderzoeksvragen komen aan bod: 1. Onderzoeksvraag 1: informatie in verband met de regelgeving 1.1. Welke specifieke documenten inzake regelgeving zijn beschikbaar en hoe zijn deze in de wetgeving geënt? 1.2. Is de akoestische gevelisolatie op één of andere manier gerelateerd aan de Europese richtlijn END 2002/49/EG? 1.3. Wordt gevelisolatie ingezet als remediërende maatregel bij MER studies? 1.4. Bestaat er een specifieke afstemming tussen de instrumenten ter regulering van de toegestane gevelbelasting voor woonontwikkelingen en de eisen voor akoestische gevelisolatie ? En in welke mate is ook de gevelbelasting effectief gereguleerd ter garantie van de beoogde binnen niveaus in toepassing van het gestelde isolatiecriterium? 1.5. Welk toepassingsbereik van elke bron? Hier wordt onderzocht voor welke soorten gebouwen deze documenten van toepassing zijn én of dit geldt voor nieuwbouw, renovatie en/of bestaande woningen. 2. Onderzoeksvraag 2: informatie in verband met de handhavingsmechanismen Deze onderzoeksvraag toetst naar de manier waarop de verschillende landen het naleven van de vereisten inzake gevelisolatie handhaven. Bestaan er specifieke handhavingsmechanismen of gaat het eerder om een impliciete toepassing? Hoe is de controle georganiseerd? Betreft het een verplichting of eerder richtlijn? … . 3. Onderzoeksvraag 3: informatie in verband met de ondersteuningsmechanismen Hier wordt er gekeken naar ondersteuning die gegeven wordt door de overheid of andere instellingen, de aard van de ondersteuning, voor wie deze ondersteuning bedoeld is en voor welke omstandigheden deze ondersteuning wordt gegeven. 3.1. Financiële ondersteuning 3.2. Technische ondersteuning

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 38 van 193


5.1

ONDERZOEKSVRAAG 1: REGELGEVING

5.1.1

Welke specifieke documenten inzake regelgeving zijn beschikbaar en hoe zijn deze in de wetgeving geënt?

x

x

x

x

N

N

x

Denemarken

Tsjechië

Zwitserland

x

Italië

Classificatiesysteem

x

Spanje

x

x

Litouwen

Norm Akoestisch comfort

Finland

x

x

Zweden

Richtlijn

x

Noorwegen

x

x

Polen

Bouwvoorschriften

Oostenrijk

x

Duitsland

x

Verenigd Koninkrijk

Frankrijk

Wet / Decreet / Besluit

Nederland

België

Volgende tabel geeft een overzicht van welke type documenten in de verschillende landen gehanteerd worden inzake de akoestische gevelisolatie. Praktisch al deze documenten zijn geldig voor nieuwbouwwoningen, naast andere toepassingen (zie hiervoor §5.1.5).

x

x

x

x

x

x

N

B

x

N

x

x

x

A/N

A/N

N

x

x N

x N

N

(N = norm / A = aanbeveling / B = Besluit) Tabel 11: Overzicht type documenten

De Noordse landen (Noorwegen, Zweden, Finland en Denemarken) hanteren nationale normen [44] [46] [49] [52] waarin een akoestisch classificatiesysteem wordt vastgelegd. De criteria voor woningen in deze nationale normen vinden hun oorsprong in een gemeenschappelijk Noords voorstel INSTA-B3 uit 1990. Hierdoor zijn de verschillende normen enigszins gelijkaardig, hoewel ze toch ook sterk verschillen gezien ze door nationale commissies verder werden uitgewerkt na de stopzetting van de Noorse coördinatie. In deze normen worden 4 akoestische comfort klassen gedefinieerd, nl. A, B en C voor nieuwe gebouwen en D voor bestaande gebouwen, waarbij A het hoogste comfort waarborgt. In de wettelijke bouwvoorschriften van Noorwegen [42], Zweden [45] en Denemarken [51] wordt expliciet verwezen naar deze classificatienormen waarbij klasse C als wettelijk minimum wordt beschouwd. In Finland komen de wettelijke richtwaarden voor woongebouwen, opgelegd in het besluit van de raad van staten [50], ook overeen met de criteria van klasse C in de classificatienorm [49], maar is er geen expliciete verwijzing naar de norm opgenomen in dit besluit. Een minimale waarde voor de gevelisolatie wordt in het Fins besluit [48] wel expliciet aangegeven. 3

DP INSTA-B 122, “Sound classification of dwellings” Revised Final DP INSTA 122, Aug. 1998. INSTA-B Committee on sound classification, Norwegian Council for Building Standardization.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 39 van 193


Ook Nederland, Duitsland, Oostenrijk, Tsjechië en Italië beschikken over normen met betrekking tot een akoestisch classificatiesysteem van gebouwen, maar deze hebben geen link met de wettelijke minimale vereisten. In Nederland [14] [10], Frankrijk [18], Litouwen [54], Spanje [56] en Italië [57], worden de isolatiecriteria voor de gevel expliciet in de wetgeving (besluiten, decreten, ordonnanties, …) zelf opgenomen, zonder verwijzing naar normen. In Oostenrijk [34] bepalen de deelstaten of de isolatiecriteria wettelijk zijn na te leven. In Finland [50], wordt geen isolatiecriterium, maar een minimale waarde voor geluidsisolatie gegeven in een besluit. Daarnaast beschikken verscheidene landen over een nationale norm die het akoestisch comfort van (woon)gebouwen beschrijft, zoals België [1], Zwitserland [36], Polen [39]. In deze normen worden geen verschillende comfortklassen gedefinieerd, zoals in de hoger vermelde normen, maar worden de vereisten opgelegd om een minimaal comfort (en eventueel een verhoogd comfort) te realiseren. In Zwitserland [37] en Polen [40] wordt in wettelijke teksten (decreten, ordonnanties, besluiten, ..) verwezen naar deze norm, waardoor kan geïnterpreteerd worden dat deze norm verplicht wordt opgelegd. In België, Tsjechië en het Verenigd Koninkrijk zijn isolatiecriteria niet wettelijk verplicht. In Duitsland maakt men een onderscheid tussen gebouwen naast nieuwe wegen en gebouwen naast bestaande wegen. Voor de eerste groep worden criteria expliciet vastgelegd in een besluit [28], terwijl voor de tweede groep in de technische bouwvoorschriften [31] wordt verwezen naar een norm [29][30] die het akoestisch comfort omschrijft. In beide gevallen betreft het een verplichting. Conclusie: In alle landen die werden onderzocht binnen dit onderzoek, behalve België, Tsjechië en het Verenigd Koninkrijk, is er een verwijzing of vermelding in een wetgeving terug te vinden. Soms doordat een eis expliciet in de wetgeving is opgenomen of soms door een verwijzing in de wetgeving naar een norm (hetzij een norm betreffende het akoestisch comfort, hetzij een norm betreffende een indeling in akoestische klasse waarbij veelal klasse C als minimaal wordt beschouwd). In welke mate de akoestische gevelisolatie ook wettelijk verplicht is, is echter in veel landen meestal niet zo duidelijk.

De volgende tabel vat samen of de vereisten die betrekking hebben op akoestische gevelisolatie in een wetgeving vermeld zijn en op welke manier ze in de wetgeving geënt zijn.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 40 van 193


Duitsland

Oostenrijk

Zwitserland

Tsjechië

Polen

Noorwegen

Zweden

Finland

Denemarken

Litouwen

Spanje

Italië

Aanbevolen

Verenigd Koninkrijk

− expliciet in wetgevende teksten zoals decreten, besluiten, ordonnanties,…

Frankrijk

− verwijzing naar een norm betreffende een akoestisch classificatiesysteem

Nederland

− verwijzing in wetgevende tekst naar een norm betreffende akoestisch comfort

België

Akoestische gevelisolatie : Wettelijk verplicht via:

-

x

x

-

x

-

x

-

x

x

x

x

x

x

x

x

-

-

-

-

x

-

x

-

x

-

-

-

-

-

-

x

-

-

-

-

-

-

-

-

-

x

x

-

x

-

-

-

-

x

x

-

x

x

-

-

-

-

-

x

-

x

x

x

x

-

-

x

-

-

-

x

-

-

-

-

-

-

-

-

Tabel 12: Overzicht verplichting gevelisolatie

5.1.2

Is de akoestische gevelisolatie op één of andere manier gerelateerd aan de Europese richtlijn END 2002/49/EG?

Door de toenemende negatieve impact van geluid op de gezondheid, ontwikkelde de Europese unie de Europese Geluidsrichtlijn (“European Noise Directive” END 2002/49) betreffende transport en industrie geluid. Deze richtlijn vraagt de Europese lidstaten om het publiek te informeren en te raadplegen, om 5 jaarlijks strategische geluidsbelasting kaarten op te maken en om 5 jaarlijks actieplannen te ontwikkelen.

Wallonië

Brussels-Gewest

Nederland

Frankrijk

Verenigd Koninkrijk

Duitsland

Oostenrijk

Zwitserland

Tsjechië

Polen

Noorwegen

Zweden

Finland

Denemarken

Litouwen

Spanje

Italië

Akoestische gevelisolatie gerelateerd aan END 2002/49/EG via: Gebruik van Europese parameters Gebruik van strategische geluidsbelasting kaarten

Vlaanderen

Volgende tabel geeft een overzicht hoe de akoestische gevelisolatie al dan niet gerelateerd is aan deze Europese geluidsrichtlijn. Dit wordt verder kort toegelicht.

(x)

-

-

x

-

-

-

-

-

-

-

(x)

-

-

x

x

x

-

-

-

-

-

x

-

-

(x)

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Tabel 13: Overzicht relatie met END 2002/49/EG

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 41 van 193


In Vlaanderen wordt in het MER richtlijnenboek een afwegingskader [3] opgenomen dat kan gehanteerd worden bij MER studie, waarbij de gevelbelasting wordt uitgedrukt in de Europese indicator Lden. Hierbij wordt verwezen naar de norm NBN S 01-400-1 (2008), waar de gevelbelasting echter op een andere manier, nl. LA, wordt uitgedrukt. Er is aldus geen éénduidige link. In de vernieuwde prénorm wordt een omzetting voorgesteld van de Europese indicatoren naar de gebruikte indicatoren in de norm. Het ontwerp gewestelijk isolatievoorschrift stelt voor de Europese indicatoren te hanteren, teneinde deze onduidelijkheid of omzetting te elimineren. In Wallonië worden de Europese indicatoren Lnight en Lden enkel gebruikt voor het vastleggen van grenswaarden (zoals gepubliceerd bij Waals decreet in 2015 (agglomeraties) en 2016 (belangrijke wegen)) die te beschouwen zijn als plandrempelwaarden bij maatregelen in het kader van EU-actieplannen. Deze indicatoren worden niet toegepast voor de bepaling van de gevelisolatie. In het Brussels Gewest worden de Europese indicatoren Ld, Le, Ln en Lden gebruikt voor het vastleggen van richtwaarden, drempelwaarden en grenswaarden. Deze worden niet gebruikt voor het bepalen van de gevelisolatie maar als beslissing voor aanpak van zwarte punten en voor overeenkomsten met de NMVS en de MIVB. In Nederland worden de richtwaarden voor weg- en spoorverkeer uitgedrukt in de Europese indicator Lden. In de huidige wetgeving [10] wordt voor industrie nog met een etmaalwaarde gewerkt, wat zal veranderen in de nieuwe aanvullingswet geluid [16]. In Frankrijk worden de strategische geluidsbelasting kaarten geraadpleegd voor de bepaling van de geluidsbelasting van bestaande woningen bij renovatiewerken [22]. Voor nieuwe woningen daarentegen wordt de geluidsbelasting niet uitgedrukt in de Europese indicatoren, maar bij de huidige herziening, die vermoedelijk in 2022 in uitvoering zal gaan, wordt bekeken hoe de strategische geluidsbelasting kaarten als uitgangspunt kunnen gehanteerd worden. Verder kwam de toepassing van de geluidswet 92-1444 [20] in een stroomversnelling doordat er meer financiële middelen vrijkwamen naar aanleiding van de Europese richtlijn. In het Verenigd Koninkrijk wordt geen gebruik gemaakt van de Europese indicatoren of van de strategische kaarten. In Duitsland wordt in de DIN 4109 [30] expliciet vermeld dat de geluidsbelastingskaarten niet mogen gehanteerd worden ter bepaling van de gevelbelasting. In de Oostenrijkse norm wordt aangegeven dat de representatieve geluidsbelasting van de site kan afgelezen worden op de strategische geluidsbelastingskaarten (zie Önorm B 8115-2 [35]), ook al worden in de norm zelf niet de Europese geluidsindicatoren gehanteerd. In de meest recente Noorse norm [44] worden de maximaal toegelaten geluidniveaus buiten uitgedrukt in de Europese indicatoren Lden, Lnight (Lkveld), terwijl de maximaal toegelaten geluidniveaus binnen nog uitgedrukt worden in een etmaalwaarde LpAeq,24h. In bijlage van deze norm wordt een suggestie gedaan voor omzetting van de parameters. Er wordt echter ook duidelijk aangegeven dat er geen éénduidige omzetting mogelijk is, gezien dit zeer project afhankelijk is.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 42 van 193


In de meest recente Deense norm [52] worden de maximaal toegelaten geluidniveaus binnen uitgedrukt in de Europese indicator Lden. In de technische voorschriften van Litouwen [53] wordt de gevelisolatie D2m,nT,w opgelegd in functie van de geluidsbelasting buiten die uitgedrukt wordt in de Europese indicator Lden. In de Spaanse akoestische bouwvoorschriften [55] worden de maximaal toegelaten geluidniveaus binnen uitgedrukt in de Europese indicatoren Lday, Levening en Lnight. In Italië worden de Europese indicatoren enkel gebruikt bij eventuele preventiemaatregelen bij geluidsactieplannen. Conclusie: Er is een tendens merkbaar waarbij steeds meer gebruik gemaakt wordt van de Europese indicatoren bij een heruitgave van normen of bouwvoorschriften, vb. Nederland, Noorwegen, Denemarken, Litouwen en Spanje. In sommige landen, zoals België (Vlaanderen, Brussels Gewest) en Noorwegen, is de link met de Europese indicatoren wel reeds gelegd voor de maximaal toelaatbare geluidniveaus buiten in het kader van woonontwikkelingen, maar nog niet voor de gevelisolatie en wordt gewezen op de moeilijkheid voor een éénduidige omzetting. Verder wordt in Frankrijk en Oostenrijk het gebruik van de strategische geluidsbelasting kaarten ter bepaling van de geluidsbelasting expliciet vermeld, ook al worden in deze landen niet de Europese geluidsindicatoren gehanteerd. Vermoedelijk kunnen deze strategische geluidsbelasting kaarten ook gehanteerd worden in de landen die de Europese geluidsindicatoren hanteren, hoewel dit niet zo expliciet vermeld wordt (zie verder). Tot slot zijn er toch nog steeds een aanzienlijk aantal landen waarbij er geen enkele link bestaat met de Europese richtlijn. De voornaamste oorzaak lijkt te liggen in het verschil in parameters die lokaal vaak historisch gegroeid zijn nog voordat de Europese richtlijn van kracht werd. Scandinavische landen en Nederland hebben een langere traditie in het gebruik van etmaalgewogen indicatoren en vonden daardoor mogelijk sneller aansluiting bij de indicatoren van de EU-richtlijn 2002/49.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 43 van 193


5.1.3

Wordt gevelisolatie ingezet als remediërende maatregel bij MER studies?

Vlaanderen

Wallonië

Brussels-Gewest

Nederland

Frankrijk

Verenigd Koninkrijk

Duitsland

Oostenrijk

Zwitserland

Tsjechië

Polen

Noorwegen

Zweden

Finland

Denemarken

Litouwen

Spanje

Italië

Volgende tabel geeft een overzicht hoe akoestische gevelisolatie wordt ingezet bij MER studies. Dit wordt verder kort toegelicht.

x

-

-

-

-

-

-

(*)

(x)

-

(x)

(*)

-

-

-

-

-

-

Expliciete procedure

-

-

-

x

-

-

-

(*)

(x)

-

-

(*)

-

-

-

-

-

-

Impliciete vermelding

-

-

-

-

x

-

x

(*)

-

-

-

(*)

-

-

-

-

-

x

Akoestische gevelisolatie wordt ingezet bij MER studies Via verwijzing naar een norm

(*) Van deze landen werd geen info hierover ontvangen of teruggevonden. Deze informatie is bijgevolg niet beschikbaar. Tabel 14: Overzicht gevelisolatie als maatregel bij MER studies

In Vlaanderen wordt in het MER richtlijnenboek een afwegingskader [3] opgenomen dat kan gehanteerd worden bij MER studies. Hierbij wordt als streefdoel 55 dB(A) vooropgesteld voor woonontwikkelingen. Het betreft de vooropgestelde waarde voor herbestemming tot woongebied. Voor nieuwe woonontwikkelingen nabij wegen en spoorwegen zijn de (gedifferentieerde) referentiewaarden voor Lden en Lnight van toepassing zoals vermeld in bijlage 2 van het MER RL boek [6]. Hogere waarden worden toegelaten indien een verhoogde gevelisolatie wordt toegepast of andere maatregelen. Voor de verhoogde isolatie wordt verwezen naar de norm NBN S 01-400-1 (2008). In Wallonië en het Brussels Gewest wordt de akoestische gevelisolatie niet in rekening gebracht bij MER studies. Cfr. de huidige wet geluidhinder [10] worden in Nederland de omgevingsgeluidniveaus in rekening gebracht bij de stedenbouwkundige planning, waarbij gestreefd wordt naar een voorkeurswaarde. Onder bepaalde voorwaarden is een hogere geluidsbelasting dan de voorkeursgrenswaarde toegestaan (tot de maximale ontheffingswaarde). Hiervoor moet een “hogere waarde procedure” doorlopen worden, waarbij de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting (voor industrie, spoor-en wegverkeerslawaai) wordt vastgesteld (en ook expliciet opgenomen in het bestemmingsplan als uitgangspunt voor het evalueren van de vereiste akoestische gevelisolatie conform de bepalingen uit het Bouwbesluit 2012). In dat geval dienen de eisen inzake gevelisolatie in rekening gebracht worden. In Frankrijk en Duitsland wordt de gevelisolatie niet expliciet meegenomen bij MER studies voor woonontwikkelingen. Wel kan het zijn dat bij MER studies voor de aanleg van nieuwe wegen [20] [27] gevelisolatie ingezet wordt, wanneer maatregelen bij de bron ontoereikend zijn. De kosten voor deze gevelisolatie zijn dan voor de ontwikkelaar. In Frankrijk wordt dit geregeld in het decreet van 5 mei 1995 [21].

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 44 van 193


In Zwitserland kan een bouwvergunning enkel verleend worden indien aan vereisten inzake gevelisolatie [37] wordt voldaan, d.w.z. ofwel aan de minimumeisen indien bepaalde immissiewaarden buiten niet overschreden werden, ofwel aan aangepaste eisen indien bepaalde immissiewaarden werden overschreden. Hierbij wordt enerzijds verwezen naar de norm en anderzijds expliciet een geluidisolatie voor ramen aangegeven afhankelijk van de buitenniveaus. Voorgaande is geldig voor het verlenen van een bouwvergunning, het is echter niet duidelijk of dit ook kan/mag beschouwd worden als een MER studie. In Polen dienen woongebouwen bij voorkeur niet in luidruchtige zones gebouwd te worden, maar het is toegelaten op voorwaarde dat bouwvoorschriften [40] gerespecteerd worden, d.w.z. dat er voldaan wordt aan de eisen van de norm. Ook hier is het echter niet duidelijk of dit ook kan/mag beschouwd worden als een MER studie. In Italië moet bij MER studies rekening gehouden worden met elke nationale lawaairegelgeving. De geluidsbeperkende maatregelen moeten worden toegepast volgens de volgende prioriteiten: direct aan de bron; aan de overdrachtsweg van bron naar de ontvangers en direct bij ontvangers. De interventies bij de ontvanger kunnen worden aangenomen als het, via de bovengenoemde soorten maatregelen, technisch niet haalbaar is om de vereiste grenswaarden te bereiken, of als het wordt opgelegd door technische, economische of milieubeoordelingen, die in detail moeten worden beschreven. In dit kader kan de isolatie van de gevel, worden beschouwd als een maatregel om het geluid te verminderen. Als een maatregel ter beperking van het geluidsniveau bij de ontvangers, zou dit kunnen worden overwogen in een MER; in het algemeen wordt het toegepast in het kader van de plannen voor geluidsbeperking (D.M. 29/11/2000), wanneer de geldende grenswaarden voor geluid worden overschreden.

Conclusie: In principe dienen in alle landen bij MER-studies alle wettelijke bepalingen in rekening gebracht te worden teneinde een goedkeuring te verkrijgen. Gezien in alle onderzochte landen behalve België, Tsjechië en het Verenigd Koninkrijk de akoestische gevelisolatie op één of andere manier wettelijk verplicht is, dient deze dus steeds in rekening gebracht te worden, hoewel dit niet steeds expliciet wordt aangegeven. Het is echter niet duidelijk of in de onderzochte landen nieuwe woonontwikkelingen al dan niet MER-plichtig zijn of vanaf welke grootte ze MER-plichtig zijn.

5.1.4

Bestaat er een specifieke afstemming tussen de instrumenten ter regulering van de toegestane gevelbelasting voor woonontwikkelingen en de eisen voor akoestische gevelisolatie ? En in welke mate is ook de gevelbelasting effectief gereguleerd ter garantie van de beoogde binnen niveaus in toepassing van het gestelde isolatiecriterium.

Volgende tabel geeft een overzicht van de relatie tussen de gevelisolatie en de gevelbelasting:

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 45 van 193


Relatie tussen gevelisolatie en gevelbelasting

Vlaanderen

Wallonië

Brussels-Gewest

Nederland

Frankrijk

Verenigd Koninkrijk

Duitsland

Oostenrijk

Zwitserland

Tsjechië

Polen

Noorwegen

Zweden

Finland

Denemarken

Litouwen

Spanje

Italië

i.f.v. exacte gevelbelasting

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

-

x

x

-

x

-

x

-

i.f.v. klasse gevelbelasting

-

-

-

-

x

-

-

x

-

-

x

-

-

x

-

x

-

-

Tabel 15: Overzicht relatie tussen gevelisolatie en gevelbelasting

De gevelisolatie is meestal gerelateerd aan de optredende geluidsbelasting buiten doordat de nodige gevelisolatie of maximaal toelaatbare geluidniveaus binnen worden uitgedrukt in functie van de geluidsbelasting buiten. Dit kan ofwel op basis van geluidsklassen, zoals in Finland, Polen en Litouwen, ofwel op basis van de exacte waarde van de gevelbelasting, zoals in België, Nederland, Zwitserland, Noorwegen, Zweden, Denemarken en Spanje. In Oostenrijk en Frankrijk worden beide methoden gebruikt. In Duitsland werd vroeger met geluidsklassen gewerkt, maar sinds de laatste herziening wordt ook met exacte geluidniveaus gewerkt. Italië is het enige land waar de vereisten inzake gevelisolatie onafhankelijk zijn van de gevelbelasting. Als opmerking dient er gesteld te worden dat de geluidbelasting die in rekening wordt gebracht voor de evaluatie van het isolatievoorschrift (met als doel het garanderen van een bepaald niveau), niet noodzakelijk dezelfde is als deze voor de evaluatie van de optredende buitenniveaus (cfr. Vlaanderen MER-RL – NBN S01-400-1). Bij bijvoorbeeld Frankrijk is er een ruwe overeenkomst. De Vlaamse overheid stelt zich echter de vraag of buitenniveaus nog op een andere manier gerelateerd zijn (voor nieuwe woonontwikkelingen): - Bestaat er een specifieke afstemming tussen de instrumenten ter regulering van de toegestane gevelbelasting voor nieuwe woonontwikkelingen en de eisen voor akoestische gevelisolatie ? Zijn er grenswaarden die bepaalde vereisten/procedures inzake gevelisolatie in gang zetten? Zijn er maximale waarden waarboven nieuwe woonontwikkelingen niet toegestaan zijn? … - En in welke mate is ook de gevelbelasting effectief gereguleerd ter garantie van de beoogde binnen niveaus in toepassing van het gestelde isolatiecriterium. Dit houdt in dat de gevelbelasting verankerd wordt door geschikte instrumenten (vb. zoneringen, eisen met betrekking tot de geluidemmissieplafonds (cfr.NL )) en bijgevolg in de loop van de tijd niet kan toenemen. Hier werd niet specifiek naar gepeild in het kader van dit onderzoek. In Vlaanderen wordt in het MER richtlijnenboek een afwegingskader [3] opgenomen dat kan gehanteerd worden bij MER studies betreffende de mogelijke herbestemming tot woongebieden. Hierbij wordt als streefdoel 55 dB(A) vooropgesteld voor nieuwe woonontwikkelingen. Het betreft de vooropgestelde waarde voor herbestemming tot woongebied. Voor nieuwe woonontwikkelingen nabij wegen en spoorwegen zijn de (gedifferentieerde) referentiewaarden voor Lden en Lnight van toepassing zoals vermeld in bijlage 2 van het MER

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 46 van 193


RL boek [6]. Hogere waarden worden toegelaten indien een verhoogde gevelisolatie wordt toegepast of andere maatregelen. Voor de verhoogde isolatie wordt verwezen naar de norm NBN S 01-400-1 (2008). Dit afwegingskader heeft tot doel een aangename woonkwaliteit te realiseren. Ook in de Vlaamse Maatstaf duurzaam wonen en bouwen [4] worden de geluidniveaus buiten beperkt teneinde binnen de hinder van geluidsbelasting te beperken. Zo wordt bijvoorbeeld gevraagd dat slaapkamers uitgeven op een gebied met Lnight < 45 dB en dat er een buitenruimte is aan de woning die grenst aan een zone met Lden < 55 dB op de kaart. Zowel het MER richtlijnenboek als de Vlaamse Maatstaf duurzaam wonen en bouwen betreffen richtlijnen. Er is aldus geen wettelijke relatie. In andere landen dient het antwoord op deze vragen diep in de wetgeving gezocht te worden en is aldus niet evident. Onderstaande antwoorden zijn voornamelijk gebaseerd op de in de enquête verkregen informatie en onder voorbehoud van correcte vertaling en interpretatie van de wetteksten.

Vlaanderen

Wallonië

Brussels-Gewest

Nederland

Frankrijk

Verenigd Koninkrijk

Duitsland

Oostenrijk

Zwitserland

Tsjechië

Polen

Noorwegen

Zweden

Finland

Denemarken

Litouwen

Spanje

Italië

Relatie regulering toegestane woonontwikkelingen en eisen gevelisolatie.

Als richtlijn

x

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Wettelijk

-

-

-

x

-

-

-

-

x

-

-

-

x

-

-

-

-

(x)

Akoestische gevelisolatie Relatie regulering woonontwikkelingen en eisen gevelisolatie?

Tabel 16: Overzicht relatie regulering woonontwikkelingen en eisen gevelisolatie

Cfr. de huidige wet geluidhinder [10] worden in Nederland de omgevingsgeluidniveaus in rekening gebracht bij de stedenbouwkundige planning. De huidige wetgeving onderscheidt een voorkeursgrenswaarde en een maximale ontheffingswaarde; deze gelden voor de geluidsbelasting buiten op de gevel. De voorkeursgrenswaarde voor geluid wordt altijd nagestreefd. Realisatie hiervan is echter in veel gevallen in de praktijk niet haalbaar. Er bestaat daarom de wettelijke mogelijkheid om voor een nieuwe geluidsgevoelige bestemming een ontheffing te verlenen. Wel geldt daarbij een bovengrens: de maximale ontheffingswaarde. De ontheffing van de voorkeurswaarde wordt ook wel "hogere grenswaarde" genoemd. Hieraan kunnen voorwaarden worden verbonden zoals de aanwezigheid van een geluidsluwe gevel ter compensatie van de geluidsbelaste kant. Bij de realisatie van geluidsgevoelige bestemmingen worden wettelijke eisen gesteld aan de geluidsbelasting. De grenswaarden zijn opgenomen in de Wet geluidhinder (Wgh) en het Besluit geluidhinder (Bg). De toekomstige ‘Aanvullingswet geluid’ kent voor alle geluidbronnen standaardwaarden, een grenswaarde op de gevel en een grenswaarde voor het binnengeluid toe. [16]

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 47 van 193


De buitenniveaus worden impliciet gehanteerd om het comfort binnen te garanderen, maar uiteindelijk moet de gevelisolatie er voor zorgen dat bij éénder welk niveau de maximaal toelaatbare binnen niveaus gerespecteerd worden. Ook in Zwitserland wordt de relatie tussen de maximaal toelaatbare geluidniveaus buiten en de nodige gevelisolatie bij wet [37] expliciet vastgelegd. De bouwvergunning kan enkel verleend worden ofwel indien aan de grenswaarden voldaan wordt, ofwel indien de geluidsgevoelige ruimte aan de stille zijde worden geplaatst en/of er afschermende of geluidsisolerende maatregelen worden getroffen op kosten van de ontwikkelaar. Het overschrijden van de grenswaarden activeert aldus de noodzaak voor een verhoogde geluidisolatie. In Zweden worden er bij wet [49] maximale geluidniveaus opgelegd aan de gevels van woningen als onderdeel van de geluidsbescherming van gebouwen. Indien deze niveaus worden overschreden dienen bijkomende maatregelen getroffen te worden met betrekking tot inplanting van de ruimten. Gezien dit zowel in de bouwvoorschriften als bij wet is vastgelegd, betekent dit een impliciet bouwverbod bij hogere waarden. In de bouwvoorschriften [51] van Denemarken is opgenomen dat de vereisten van klasse C gerespecteerd moeten worden voor gebouwen langs wegen of spoorwegen wanneer bepaalde geluidniveaus buiten worden overschreden. Voor Frankrijk werd vermeld in de enquête dat er een relatie is voor nieuwe woningen, maar niet voor nieuwe woonontwikkelingen. Voor Italië werd ingevuld in de enquête dat er een relatie is, maar dit kon verder niet teruggevonden worden in documenten.

In Duitsland, Tsjechië, Polen en Finland is er geen relatie, maar in bijvoorbeeld Finland mogen de toegelaten binnenniveaus niet overschreden worden.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 48 van 193


Vlaanderen

Wallonië

Brussels-Gewest

Nederland

Frankrijk

Verenigd Koninkrijk

Duitsland

Oostenrijk

Zwitserland

Tsjechië

Polen

Noorwegen

Zweden

Finland

Denemarken

Litouwen

Spanje

Italië

Relatie regulering (her)aanleg (spoor)wegen en eisen gevelisolatie voor bestaande woningen. Soms worden er eisen opgelegd aan de gevelisolatie voor de bestaande woningen wanneer er nieuwe wegen of spoorwegen worden aangelegd of bij de heraanleg van deze wegen of spoorwegen. Er kan dan een geluidssanering opgelegd worden.

Als richtlijn

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Wettelijk

-

-

-

x

x

-

-

-

-

-

-

-

x

-

-

-

-

-

Akoestische gevelisolatie Relatie regulering (her)aanleg (spoor)wegen en eisen gevelisolatie?

Tabel 17: Overzicht relatie regulering (her)aanleg (spoor)wegen en eisen gevelisolatie

In Vlaanderen geeft het MER richtlijnenboek in bijlage 2 ook gedifferentieerde referentiewaarden voor Lden en Lnight buiten aan de gevels van bestaande woningen. Het betreffen echter geen eisen aan de gevelisolatie. In het Brussels Gewest zijn er interventiedrempels voor het globale geluidsniveau binnen en buiten voor bestaande woningen maar dit is niet gebonden aan een eis voor gevelisolatie. In Frankrijk worden er maximale geluidniveaus buiten opgelegd bij de aanleg van nieuwe of aanpassing van bestaande (spoor)wegen. In eerste instantie dient de uitvoerder maatregelen aan de bron te treffen teneinde deze niveaus te respecteren. Indien dit onmogelijk is, dient hij de gevelisolatie van de woningen te verbeteren [21] op zijn kosten. Ook in Duitsland worden wel maximale geluidniveaus buiten opgelegd bij de (her)aanleg van (spoor)wegen [27], maar deze zijn niet gerelateerd aan de gevelisolatie. In Zweden is er een wettelijke verplichting tot geluidssanering met toepassing van eisen uit de BBR, Boverket’s Building Regulations [45] In Italië en Finland is er geen relatie, maar mogen de toegelaten binnenniveaus niet overschreden worden. In Zwitserland wordt in de NAO [37]gesteld dat indien de immissiewaarden niet kunnen gerespecteerd worden, er sanering dient te gebeuren. Voor deze verplichte sanering moet de geluidsisolatie van ramen (inclusief rolluikkasten en geluidgedempte ventilatievoorzieningen) in functie van de geluidbelastingen Lr,t (dag) en Lr,n (nacht) bij geluidssanering minstens gelijk zijn aan de waarden van Tabel 89( NAO [37]).

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 49 van 193


In het Verenigd Koninkrijk geven de voorschriften voor geluidsisolatie 1975 [23] een wettelijke vereiste voor de snelwegautoriteit om geluidsisolatie te verschaffen in overeenstemming met de voorschriften en bepalen de voorschriften voor geluidsisolatie van 1996 (van toepassing op spoorwegen, trams en andere geleide vervoerssystemen) [24] de eis om geluidsisolatie aan te bieden voor woningen gelegen naast nieuwe en gewijzigde spoorweg- of traminfrastructuren. Dit is echter niet gebonden aan een eis van gevelisolatie. In Tsjechië is er geen relatie.

Vlaanderen

Wallonië

Brussels-Gewest

Nederland

Frankrijk

Verenigd Koninkrijk

Duitsland

Oostenrijk

Zwitserland

Tsjechië

Polen

Noorwegen

Zweden

Finland

Denemarken

Litouwen

Spanje

Italië

Beperking gevelbelasting ter garantie akoestisch comfort. Volgende tabel geeft aan of in de verschillende landen het geluidsdrukniveau aan de gevel (gevelbelasting) wordt beperkt om het akoestisch comfort binnen in de woning te garanderen (beperking van het binnenlawaai als gevolg van het optredende buitenlawaai).

Als richtlijn

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

x

-

-

-

-

Wettelijk

-

-

-

x

x

-

-

-

x

-

-

-

x

-

-

-

x

-

Norm

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

x

-

-

-

-

-

-

Akoestische gevelisolatie Beperking gevelbelasting ter garantie akoestisch comfort

Tabel 18: Overzicht beperking gevelbelasting ter garantie akoestisch comfort

In Vlaanderen geeft het MER richtlijnenboek in bijlage 2 gedifferentieerde referentiewaarden voor Lden en Lnight buiten aan de gevels en afkomstig van wegverkeer en treinverkeer van bestaande woningen en nieuwe woonontwikkelingen. Dit garandeert een bepaald geluidsniveau aan de gevel maar geeft nog geen garantie van een maximaal binnenniveau omdat er geen eisen opgelegd zijn van gevelisolatie. Het Brussels Gewest bepaalde interventiedrempels voor het globale geluidsniveau (dat wil zeggen voor alle geluidsbronnen zonder onderscheid). Bij een overschrijding van deze drempels wordt de akoestische situatie voor de inwoners als zorgwekkend beschouwd en is een tussenkomst van overheidswege vereist. Er zijn interventiedrempels voor zowel het geluid aan de gevel als het geluid binnen. Deze waarden worden gebruikt voor de aanpak van zwarte punten en de heraanleg van wegen. Bij overschrijdingen kunnen de openbare instanties die instaan voor het beheer van de weg, beslissen om geluidssaneringswerken uit te voeren (vernieuwing van het wegdek, herprofilering van de weg, beperking van de snelheid, plaatsing van geluidswerende muren, enz.) om de gevolgen van de geluidshinder voor de omwonenden te beperken. Het betreffen echter geen gevelisolaties, maar er zijn wel eisen van het binnenniveau. [7][8]

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 50 van 193


Ook een milieuovereenkomst gesloten tussen de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (NMBS) en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bepaalt niet te overschrijden drempelwaarden, drempelwaarden voor dringende interventie en richtwaarden na sanering, buiten aan de gevel, zonder echter een garantie voor het binnenniveau. Ook de milieuraamovereenkomst gesloten tussen het Gewest en de Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer van Brussel (MIVB) geven ook richtwaarden voor trams en drempelwaarden, dringende interventiedrempelwaarden en richtwaarden na sanering voor de metro-infrastructuren. Ook hier betreffen het waarden aan de gevel, zonder garantie van een beperking van het binnenniveau. [7][8] In Nederland, Zwitserland, Zweden en Denemarken (zie hoger) zijn bijkomende maatregelen nodig indien de gevelbelasting bepaalde waarden overschrijdt. Dit impliceert aldus dat de gevelbelasting wordt ingezet ter garantie van het akoestisch comfort binnen. In Noorwegen worden in de norm [44] voor het akoestisch comfort van gebouwen ook maximaal toelaatbare geluidniveaus opgelegd voor buitenruimten of buiten aan de ramen. Dit is aldus een éénduidig voorbeeld waarbij geluidniveaus buiten gehanteerd worden om het binnencomfort te garanderen. Gezien de bouwvoorschriften naar deze norm verwijzen, betekent dit ook een impliciet bouwverbod bij hogere waarden. Verschillende landen, zoals Finland en Spanje, hanteren richtwaarden voor maximaal toelaatbare geluidniveaus buiten afhankelijk van de gebiedsindeling, maar deze zijn niet gerelateerd aan de nodige gevelisolatie.

Bouwverbod boven bepaald geluidniveau.

Vlaanderen

Wallonië

Brussels-Gewest

Nederland

Frankrijk

Verenigd Koninkrijk

Duitsland

Oostenrijk

Zwitserland

Tsjechië

Polen

Noorwegen

Zweden

Finland

Denemarken

Litouwen

Spanje

Italië

Een bouwverbod voor woningen wanneer het geluidsdrukniveau buiten aan de gevels een welbepaalde waarde zou overschrijden wordt niet zo vaak opgelegd zoals onderstaande tabel aangeeft. Uit de inventarisatie blijkt dat in geen van de onderzochte internationale cases er effectief sprake is van een bouwverbod. Enkel impliciet door de mate van toepassing van maximale toegestane grenswaarden voor de gevelbelasting.

Als richtlijn

x

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

x

-

-

x

-

Wettelijk

-

-

-

x

-

-

-

-

-

-

-

x

x

-

-

-

-

-

Norm

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

x

-

-

-

-

-

-

-

Akoestische gevelisolatie Bouwverbod boven bepaald geluidniveau

Tabel 19: Overzicht bouwverbod boven bepaald geluidniveau

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 51 van 193


In België (Vlaanderen, Wallonië en het Brussels Gewest) is er geen bouwverbod opgelegd. In Nederland gaat niet om een expliciet verbod maar impliciet door de toepassing van maximaal toegestane grenswaarden waardoor bepaalde woonontwikkelingen niet toegestaan zijn binnen het kader van de Wet geluidhinder (Wgh) [10]. Wanneer maximale geluidniveaus buiten in de wettelijke bouwvoorschriften zijn opgenomen, zoals in Noorwegen en Zweden, kan dit impliciet geïnterpreteerd worden als een bouwverbod wanneer niet aan deze waarden wordt voldaan. In andere landen zijn eventuele maximale geluidniveaus buiten louter richtinggevend, zonder wettelijke gevolgen. In Frankrijk is er wel een bouwverbod om te bouwen in de omgeving van bepaalde luchthavens (volgens article L 112-3 Code de l'urbanisme_ "plan d'exposition). In Finland zijn er richtwaarden die gebruikt worden toegepast worden bij ruimtelijke ordening. Ook in Spanje geeft het Real Decreto 1367/2007 [56] doelstellingen die gehanteerd worden.

Conclusie: De gevelisolatie is in de meeste landen gerelateerd aan de optredende geluidsbelasting buiten doordat de nodige gevelisolatie of maximaal toelaatbare geluidniveaus binnen worden uitgedrukt in functie van de geluidsbelasting buiten. Dit kan ofwel op basis van geluidsklassen, ofwel op basis van de exacte waarde van de gevelbelasting. Er zijn slechts enkele landen waar de nodige gevelisolatie rechtstreeks gekoppeld is aan de regulering van toegestane geluidniveaus bij (nieuwe) woonontwikkelingen. Wanneer bepaalde grenswaarden in de buitenomgeving worden overschreden, zijn bijkomende maatregelen nodig tov de situatie waarbij de grenswaarden worden gerespecteerd. Indien de gevelbelasting niet teruggebracht kan worden tot onder bepaalde grenswaarden, kunnen de bijkomende maatregelen bestaan uit een (verhoogde) isolatieverplichting, zoals in Nederland, Zwitserland en Denemarken of uit een aangepaste inplanting van de ruimten, zoals in Zwitserland en Zweden. Daarnaast zijn er in verschillende landen, zoals Nederland, Frankrijk, Zwitserland, Zweden en Spanje ook grenswaarden bij de (her)aanleg van (spoor)wegen ter sanering van bestaande woningen. Maar enkel in Frankrijk zijn deze expliciet gerelateerd aan een isolatieverplichting van bestaande woningen ten koste van de ontwikkelaar. Indien bijkomende maatregelen nodig zijn in het geval de gevelbelasting bepaalde grenswaarden overschrijdt, zoals in Nederland, Zwitserland, Zweden en Denemarken, … wordt het beperken van de gevelbelasting tot beneden een bepaalde grenswaarde (= regulering van het buitenniveau) aldus impliciet ingezet ter garantie van het akoestisch comfort binnen. Ook andere landen, zoals Finland en Spanje, hanteren richtwaarden voor maximaal toelaatbare geluidniveaus buiten afhankelijk van de gebiedsindeling, maar de overschrijding ervan is niet gekoppeld aan specifieke bijkomende eisen inzake gevelisolatie. Noorwegen is het enige gekende voorbeeld

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 52 van 193


waarbij maximaal toelaatbare geluidniveaus voor buitenruimten of buiten aan de ramen tgv omgevingsgeluid worden opgelegd als één van de aspecten van een goed akoestisch comfort van woongebouwen, naast de gangbare vereisten inzake lucht- en contactgeluidisolatie, gevelisolatie, ruimteakoestiek en geluid van technische installaties. In alle andere landen dient de gevelisolatie het akoestisch comfort binnen te verzekeren, ongeacht de gevelbelasting.

Tot slot, wanneer er maximale geluidniveaus buiten in de wettelijke bouwvoorschriften zijn opgenomen, zoals in Nederland, Noorwegen en Zweden, of zoals Nederland in de WgH, dan kan dit impliciet geïnterpreteerd worden als een bouwverbod wanneer niet aan deze waarden wordt voldaan. In andere landen zijn eventuele maximale geluidniveaus buiten louter richtinggevend, zonder wettelijke gevolgen.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 53 van 193


5.1.5

Welke toepassing?

x

N

Nederland

Frankrijk

Verenigd Koninkrijk

Duitsland

Oostenrijk Zwitserland Tsjechië Polen Noorwegen Zweden

Finland

BS 8233 16. BImSchV 24.BImSchV DIN 4109 MVV TB DEGA-Empfehlung 103 OIB Richtlinie 330.5002/19 Önorm B 8115-2 SIA 181 NAO 814.41 ČSN 73 0532 PN-B-02151-3 RMI 12/04/2002 NS 8175:2008 BBR, SS 25267:2015 SFS 2017:359 796/2017 SFS 5907 Decision 993/1992

[10] [16] [14]

x

x

x

x

x

x

x

x x

[18]

x

x

x

x

[19] [21] [22]

x x x

x x

x x

x x

[25]

x

[27] [28] [29][30] [31]

x x

x x

x x

x x

[32]

x

x

N

x

N N

x

x x

x

x

x

x

x

N N N

x

N

x x

x x

Bereik

Renovatie

x

Bestaand

Nieuwbouw

x

Short stay?

[2]

Kantoren

N

Kinderdag verblijven

x

Scholen

x

Woningen x

Alle type gebouwen

[1]

Referentie België

NBN S 01-400-1 (2008) prNBN S 01-400-1 (2019) Wet geluidhinder / Aanvullingswet geluid Bouwbesluit L’arrêté du 30/05/1996 Arrêté du 27/11/2012 Arrêté du 5/5/1995 Arrêté du 13/4/2017

Gezondheids zorg

De bronnen in bijlage zijn steeds van toepassing voor woningen, maar in sommige gevallen is ditzelfde document ook van toepassing voor andere type gebouwen. Onderstaande tabel geeft voor de voornaamste behandelde bronnen aan wat het toepassingsbereik is van elke bron.

x

x

x

N N

x x

x

x

N N

x

x

x

N

[34]

x

x

x

x

x

x

x

N

[35] [36] [37] [38] [39] [40] [44] [45] [46] [47] [48] [49] [50]

x x

x x

x x

x x

x x

x x

x x

N N

x x

x

x x x

x x

x x x

x

x

x

N N N

x

x x x x

x

x

x x

x x x

x x x

x

x

x x x

x

N N N

x

x

x

x

x

x

N

x

x

x

x

x

x

x x

x x

x x

x x

N N N N

Tabel 20: Overzicht toepassingsbereik

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 54 van 193


Litouwen

Spanje

Italië

x

x

x

x

x x

x x

[54]

x

[55]

x

[56] [57]

x

x x

x x

Bereik

Bestaand

Nieuwbouw

Short stay?

Kantoren

Gezondheids zorg

Kinderdag verblijven

Scholen

Woningen

[51] [52] [53]

Renovatie

BR18 DS490 STR 2.01.07:2003 Order No 387 17.7.2003 Spanish Acoustic Building Code Real Decreto 1367/2007, Decree 5/12/1997 Ley 37/2003 UNI 11367

Alle type gebouwen

Referentie Denemarken

N N N N

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

N

x

x

N

x

N

x x x x x x N [58] Kolom 4 geeft aan of het brondocument voor alle gebouwen van toepassing is of niet. Kolommen 5 tot 9 geven aan dat deze type gebouwen minstens vermeld worden in de brondocumenten, naast mogelijks andere gebouwtypes. (N) = nationale documenten Tabel 21: Overzicht toepassingsbereik (vervolg)

Opmerking: bovenstaande tabel is ingevuld onder voorbehoud van eventuele verkeerde interpretatie ten gevolge van vertalingen en andere indeling van gebouwen.

Conclusie: De eisen met betrekking tot gevelisolatie gevonden in documenten (wetten, bouwvoorschriften, nomen, richtlijnen ...) zijn meestal van toepassing op alle type gebouwen, terwijl wetgevingen (wetten, decreten, besluiten, …) vaak eerder enkel voor geluidsgevoelige gebouwen zijn zoals woningen, scholen, kinderdagverblijven, gebouwen in de gezondheidszorg, … . Normen kunnen zowel betrekking hebben op alle type gebouwen, als enkel op geluidsgevoelige gebouwen. Enkele normen hebben louter betrekking op woningbouw. De meeste documenten zijn steeds geldig voor nieuwbouw woningen, al dan niet met uitbreiding van renovatie of bestaande woningen. Slechts in uitzonderlijke gevallen, vb. in Frankrijk, is er een afzonderlijke regelgeving voor bestaande woningen. Alle documenten van de tabel zijn op nationaal (N) niveau geldig. Meestal kunnen de lokale overheden eventueel bijkomende strengere eisen opleggen, maar zij dienen steeds de nationale regelgeving te respecteren.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 55 van 193


In sommige landen wordt specifiek aangegeven hoe “short stay” ruimten, zoals hotels, vakantiewoningen, tijdelijke opvangcentra, studentenhuizen, … behandeld moeten worden. Zo wordt in het bouwbesluit [14] in Nederland bijvoorbeeld een onderscheid gemaakt in “woonfuncties” en “logiesfuncties”. In Oostenrijk [34] [35], Zwitserland [36] en Italië [57] worden voor hotels dezelfde eisen opgelegd als voor woongebouwen. Finland [49] geeft dan weer afzonderlijke criteria voor hotels en logies faciliteiten. In de vernieuwde prénorm [2] in België wordt specifiek aangegeven dat deze norm niet van toepassing voor kortstondige bewoningsruimten (vb. hotels of vakantiewoningen) of voor woningen afhankelijk van gemeenschappelijke keukens en/of sanitaire ruimten (vb. studentenkamers, woonzorgcentra, …). In de meeste landen wordt echter niet specifiek aangegeven hoe deze “short stay” ruimten beschouwd moeten worden. Tot slot gelden de meeste van deze documenten voor zowel verkeerslawaai, spoorweglawaai als voor vliegtuiglawaai. In Denemarken zijn de documenten niet geldig voor vliegtuiglawaai. In Frankrijk geldt ‘Arrêté du 5/5/1995’ zoals in de tabel voor verkeerslawaai en vliegtuiglawaai. Treinlawaai is enkel voor bestaande “short stay” gebouwen.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 56 van 193


5.2

ONDERZOEKSVRAAG 2: HANDHAVINGSMECHANISMEN

Deze onderzoeksvraag toetst naar de manier waarop de verschillende landen het naleven van de vereisten inzake gevelisolatie handhaven. Bestaan er specifieke handhavingsmechanismen of gaat het eerder om een impliciete toepassing? Hoe is de controle georganiseerd? Betreft het een verplichting of eerder richtlijn? … . Onderstaande tabel werd voornamelijk opgemaakt a.d.h.v. de verkregen antwoorden via de enquête. Wet

neen

ja

neen

ja

Neen

Neen

ja

ja

neen

ja

Neen

Neen

ja

Verplichting tot correctie / Burgerlijke aansprakelijkheid van bouwheer staat op het spel

Ja onder voorwaarden: zie [19]

Ja, maar niet elk project

ja

ja

Opmerkingen

Handhavingsmechanisme geïntegreerd in de wetgeving

berekening

Frankrijk

Sancties

verplicht

Nederland

Controle bij oplevering

berekening

België

Controle bij ontwerpfase

verplicht

Land

Controle van woongebouwen via rechtspraak bij hinderklachten. Elk nieuw gebouw heeft een akoestisch attest nodig (eigenaar). De staat organiseert “random checks” bij oplevering. Bij hinder kan een elke bewoner een controle door de staat aanvragen. Attestering obv metingen (cfr arrêté 27/11/2012)

Verenigd Koninkrijk Duitsland

ja

ja

neen

ja

Recht op correctie

Neen

Oostenrijk

neen

ja

neen

ja

Vereisten moeten gerespecteerd worden

Neen

ja

ja

ja

ja

Vereisten moeten gerespecteerd worden

Ja

Neen

Neen

Zwitserland

Tsjechië

neen

ja

neen

ja

Mogelijkheid tot administratieve sancties door bouw autoriteit , maar remediërende maatregelen krijgen voorkeur

Polen Noorwegen

neen

neen

neen

ja

Neen

ja

Neen, maar in het geval dat de geluidsisolatie slecht is, kan de bouwer worden geconfronteerd met een verbod om bewoners toe te laten

Zweden

neen

ja of ervaring

neen

Neen

Controle van woongebouwen via rechtspraak bij hinderklachten. Bij (her)aanleg van (spoor)wegen is een berekening van de gevelisolatie een noodzakelijk onderdeel van de vergunningsaanvraag. Bij door de overheid gesponsorde gebouwen wordt veelal een controle bij oplevering gevraagd. “Random checks” door de overheid Vereisten gevelisolatie en dus ook controle enkel verplicht indien bepaalde gevelbelasting waarden overschreden worden [37] In gevallen gespecifieerd door de bouwautoriteiten kunnen berekeningen bij ontwerp en metingen bij oplevering opgelegd worden. Controle van woongebouwen door bouw autoriteit bij hinderklachten.

Metingen door onafhankelijk bedrijf garanderen een goede oplevering, maar zijn niet verplicht (luidspreker-methode aanbevolen). De uitvoerder heeft de verantwoordelijkheid

Tabel 22: Overzicht handhavingsmechanismen

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 57 van 193


Litouwen

Spanje

Italië

verplicht

berekening

Denemarken

Controle bij oplevering

berekening

Finland

Controle bij ontwerpfase

verplicht

Land

neen

neen

ja

ja

ja

ja

neen

ja

neen

ja

ja

neen

ja

ja

ja

ja

Sancties

Wet

Opmerkingen

Handhavingsmechanisme geïntegreerd in de wetgeving Verplichting tot correctie

Controle opgelegd in bouwvoorschriften (796/2017 zie [48])

neen

Neen

Neen

ja

Goedkeuring bouwaanvraag of oplevering hangt af van het voldoen aan de vereisten.

Controle opgelegd in bouwvoorschriften

Berekeningen in fase ontwerp als onderdeel van de bouwaanvraag Metingen als onderdeel van de opleveringsakte

-

Het al dan niet verplichten van controlemetingen bij oplevering is een lokale of regionale aangelegenheid

Sommige lokale autoriteiten vragen metingen

Het al dan niet verplichten van controlemetingen bij oplevering is een nationale en lokale of regionale aangelegenheid

De nationale kaderwet inzake geluidshinder voorziet in administratieve sancties in geval van schending van de eisen. De beoordeling van de passieve akoestische vereisten van de gebouwen volgens de DPCM 5/12/97 moet door de gemeente worden opgelegd om de bouwvergunning te kunnen toekennen. De criteria moeten in situ worden gerespecteerd, zodra het gebouw is voltooid. Bouwvoorschriften en regionale wetten kunnen restrictievere waarden opleggen.

ja

ja

Administratieve sancties mogelijk /lokale besturen kunnen de goedkeuring bouwaanvraag of oplevering laten afhangen van het voldoen aan de vereisten

Metingen bij oplevering verplicht indien de bouwinspecteur het vraagt Berekeningen via norm EN ISO A2354

Tabel 23: Overzicht handhavingsmechanismen (vervolg)

Conclusie: Enkel in Frankrijk wordt de akoestische attestering van gebouwen bij wet [19] uitgebreid vastgelegd. Het besluit van 27/11/2012 beschrijft éénduidig het aantal nodige controlemetingen bij oplevering in functie van het aantal en type woningen, alsook de modaliteiten van deze metingen. De staat organiseert ook willekeurige controles op deze attestering. Indien blijkt dat niet voldaan wordt aan de akoestische vereisten, zijn remediërende maatregelen verplicht. Ook de burgerlijke aansprakelijkheid van de architect of aannemer staat hier op het spel. Verder ligt het handhaven van het respecteren van de akoestische vereisten in Spanje en Italië in handen van lokale of regionale bevoegdheden. Zij kunnen akoestische berekeningen als voorwaarde van de bouwvergunning eisen of akoestische controlemetingen bij oplevering. In Finland en Litouwen wordt volgens de respondenten van de enquête de controle van de akoestische vereisten aangegeven in de technische voorschriften. In Litouwen is dit ook een voorwaarde voor het toekennen van de bouwvergunning of de opleveringsakte. In de overige landen zijn geen controle mechanismen bij wet opgelegd. Gezien de akoestische regelgeving in de meeste landen wel op één of andere manier wettelijk opgelegd is (zie § 5.1.1), wordt er impliciet wel aangegeven dat dit via berekeningen tijdens ontwerp- en uitvoeringsfase gegarandeerd moet worden. Dit dient echter niet gestaafd te worden. Bij eventuele hinderklachten kunnen akoestisch metingen uitgevoerd worden ter controle,

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 58 van 193


waarna de aannemer of architect wel verplicht kunnen worden om remediërende maatregelen te treffen teneinde aan de akoestische vereisten te voldoen. Administratieve sancties komen enkel in Tsjechië en Italië ter sprake, hoewel in beide landen remediërende maatregelen de voorkeur krijgen. Er worden aldus in geen enkel land financiële boetes opgelegd.

5.3

ONDERZOEKSVRAAG 3: ONDERSTEUNINGSMECHANISMEN

5.3.1

Financiële ondersteuning

Deze onderzoekvraag toetst naar eventuele financiële ondersteuningsmechanismen. Onderstaande tabel werd voornamelijk opgemaakt met behulp van de verkregen antwoorden via de enquête.

Financiële ondersteuningsmechanismen per land België (Vlaanderen) België (Wallonië) België (Brussels Gewest)

Nederland

Frankrijk

Verenigd Koninkrijk

Duitsland

Geen financiële ondersteuningsmechanismen Financiële ondersteuning voor woningen rond regionale luchthavens Het is mogelijk om financiële hulp te krijgen wanneer de renovatiewerken bedoeld zijn om de akoestische eigenschappen van sommige gevelelementen zoals ramen, buitendeuren, natuurlijke ventilatiesystemen, rolluikkasten en brievenbussen te verbeteren. In specifieke situaties zoals luchthavens, of situaties waar de grenswaarden reeds lange tijd overschreden worden. Hierbij vrij omvangrijke saneringsinitiatieven voor: - Schiphol (uitgevoerde GeluidsIsolatieprojecten GIS 1, 2, 3 voor een totaal van bijna 1 miljard €) - Sanering verkeerslawaai op 2 sporen: 1. A-lijst van saneringswoningen (overheidswege interventie nabij Rijksinfrastructuur) 2. Subsidieregeling verkeerslawaai (Ssv) van andere saneringswoningen nabij provinciale of gemeentelijke infrastructuur met projectsubsidies voor lokale overheden. Meer info: https://www.bureausaneringverkeerslawaai.nl/lokale-sanering-3/sanering/ Bij “zwarte knelpunten” in het kader van de geluidsactieplannen opgelegd in de Europese richtlijn. Ook in de buurt van sommige luchthavens zoals geïdentificeerd op de geluidskaart ("plan de gêne sonore"). Alle financiële ondersteuningen gelden enkel voor bestaande woningen. Bij de (her)aanleg van (spoor)wegen kan de ontwikkelaar aangepaste gevelisolatie financieel ondersteunen. (geen verplichting) Woningen naast nieuwe en gewijzigde snelwegen kunnen geluidsisolatie krijgen. Eigendommen die in aanmerking komen krijgen een pakket maatregelen, waaronder bijkomende beglazing en akoestische ventilatievoorzieningen naar gevoelige kamers. In sommige omstandigheden kan een subsidie voor de kosten van de werken worden verstrekt. Vanaf bepaalde geluidbelastingen moeten luchthavenbeheerders akoestische isolatie aanbieden voor geluidgevoelige gebouwen (zoals scholen en ziekenhuizen), en (indien er nog geen specifiek isolatieprogramma’s zijn) financieel tussenkomen in de kosten voor de akoestische isolatie van woningen. Bij de (her)aanleg van (spoor)wegen kan de infrastructuurbeheerder aangepaste gevelisolatie financieel ondersteunen. (geen verplichting) De luchtvaartwet voorziet voor civiele luchthavens in een schadeloosstelling van eigenaren als gevolg van het bouwverbod en de vergoeding van de kosten voor verplichte isolatie voor rekening van de luchthavenbeheerder. Rond militaire luchthavens draagt de overheid deze kosten. Tabel 24: Overzicht Financiële ondersteuningsmechanismen

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 59 van 193


Financiële ondersteuningsmechanismen per land

Oostenrijk

Zwitserland

Tsjechië

Bij de (her)aanleg van (spoor)wegen kan de ontwikkelaar aangepaste gevelisolatie financieel ondersteunen. (geen verplichting). Voor de 6 civiele luchthavens zijn er specifieke dag- en nachtzones bepaald waarbinnen door de verordening specifieke maatregelen opgelegd worden naar de akoestische gevelisolatie van verblijfsruimten (woon- en slaapvertrekken) van bestaande woningen op kosten van de luchthavenbeheerder. Bij de (her)aanleg van (spoor)wegen kan de infrastructuurbeheerder aangepaste gevelisolatie financieel ondersteunen. Er is een verplichting voor de installatie van geluidsisolatie van ramen en ventilatie. De Zwitserse milieuwetgeving vraagt geluidssanering bij overschrijding van bepaalde grenswaarden met hierbij toepassing van het causaliteitsprincipe (‘de vervuiler betaalt’). Over het algemeen geen financiële steun voor geluidsisolatie van bestaande of nieuwe woningen tegen luchtvaartlawaai, verkeerslawaai of spoorweglawaai. In geval van overschrijding van geluidslimieten is de ontwikkelaar verplicht corrigerende maatregelen te treffen en te betalen voor de blootgestelde woningen.

Polen Noorwegen

Zweden

Bepaalde lokale overheden geven financiële steun bij de verbetering van ramen wanneer geluidsgevoelige gebouwen worden blootgesteld aan geluidniveaus meer dan 65 dB(A) (plaatselijk zelfs boven 60 dB(A). In de buurt van luchthavens wordt sanering van de woningen gevraagd die binnen de contourlijn van FBN 60 dB liggen. De geluidssanering van de woningen binnen de FBN contour werd uitgevoerd door de Swedish Civil Aviation Administration. Zie paper Internoise 2000: http://www.conforg.fr/internoise2000/cdrom/data/articles/000397.pdf

Finland

Denemarken

In het verleden wel voor ondersteuning van bestaande woningen om de geluidsisolatie in bepaalde gebieden of langs bepaalde verkeerslijnen te verbeteren. Ondersteuning was afhankelijk van blootstelling. Nu alleen als lokale autoriteiten ondersteuning bieden. Voor vliegtuiglawaai is tot dusver enkel rond de luchthaven van Kopenhagen een specifiek isolatieprogramma uitgevoerd binnen de Lden 65 dB(A) contour. De Deense overheid heeft in het verleden geluidsisolatie gesubsidieerd voor woningen met een geluidbelasting groter dan 65 dB(A). De maatregel was een compensatie voor een beslissing van de Deense overheid in 1980 om de luchthaven geografisch te verankeren en de positie als internationale luchthaven veilig te stellen door een expansie toe te staan binnen de geluidgrenzen zoals vastgesteld in 1976.

Litouwen Spanje

Italië

Lokale of regionale autoriteiten kunnen subsidies toekennen voor akoestische verbetering van woningen in luidruchtige omgevingen, vb. stadscentrum van Madrid. Dit is geldig voor bestaande woningen. Niet direct. Het decreet 5/12/97 biedt geen financiële ondersteuning, maar het is mogelijk dat geluidsreducerende maatregelen met betrekking tot passieve akoestische eisen van gebouwen kunnen worden aangenomen door de implementatie van nationale plannen voor geluidsbeheersing en geluidsreductie, geluidsactieplannen volgens het END en door voorschriften van de milieueffectbeoordelingsprocedure. De bevoegde autoriteiten zijn verschillend en houden verband met de verschillende plannen. Tabel 25: Overzicht Financiële ondersteuningsmechanismen (vervolg)

Conclusie: Uit de internationale vergelijking blijkt dat financiële ondersteuning voornamelijk in twee situaties wordt aangeboden. Een eerste situatie betreft bij de (her)aanleg van (spoor)wegen. Ontwikkelaars moeten in dit geval richtwaarden respecteren bij de bestaande woningen langsheen of in de omgeving van deze (spoor)weg. Hiertoe dient de ontwikkelaar in eerste instantie maatregelen te treffen bij de bron (aangepaste keuze van wegdek,

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 60 van 193


weginfrastructuur, inplanting, keuze rollend materieel, …) of bij de overdrachtsweg (geluidsschermen of bermen, …). Indien deze maatregelen ontoereikend zijn, is het in bepaalde landen (o.a. Frankrijk, Oostenrijk en Zwitserland) toegestaan de richtwaarden te overschrijden, mits de infrastructuurbeheerder instaat voor de kosten voor verhoogde gevelisolatie bij de woningen die een impact ondervinden. Hoe dit dan concreet gebeurt, is niet geheel duidelijk. Veelal gebeurt dit a.d.h.v. subsidies. Een tweede situatie betreft lokale financiële steun voor bestaande woningen in zones die een hoge gevelbelasting ondervinden, zoals rond luchthavens, in drukke steden, langs belangrijke hoofdwegen, … (o.a. in België, Nederland, Frankrijk, Zweden en Spanje). Vaak betreffen dit dan plaatselijke ad hoc initiatieven van lokale autoriteiten. Er zijn wel voorbeelden waar sanering boven een bepaalde drempelwaarden op nationaal niveau (op kosten van de overheid) wordt aangepakt (zie hoger). Dit is zeker zo voor luchthavens (met een belangrijke overheidsparticipatie). Voorbeeld : Nederland (saneringslijsten weg en spoorverkeer, GIS-project Schiphol,...) Belangrijk om te vermelden is dat de toegekende financiële steun steeds toegekend wordt aan bestaande woningen, nooit aan nieuwe woningen of nieuwe woonontwikkelingen.

5.3.2

Technische ondersteuning

Deze onderzoeksvraag toetst naar hoe en door wie er in de verschillende landen technische ondersteuning wordt aangeboden om de toepassing van de vereisten inzake akoestische gevelisolatie te begeleiden. Hierbij gaat interesse uit naar instrumenten of tools ter dimensionering van de vereiste gevelisolatie (software, praktijkrichtlijnen, …) Volgende tabel geeft aan welke ondersteuningsmechanismen beschikbaar zijn en door wie deze worden georganiseerd. Deze tabel werd voornamelijk opgemaakt a.d.h.v. de verkregen antwoorden via de enquête.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 61 van 193


Technische ondersteuningsmechanismen per land Land

Welke ondersteuning Software

België (Vlaanderen) België (Wallonië)

België (Brussels Gewest)

Richtlijnen berekening Richtlijnen goede praktijk Constructievoorbeelden Software Richtlijnen berekening Richtlijnen goede praktijk Constructievoorbeelden Software Richtlijnen berekening Richtlijnen goede praktijk Constructievoorbeelden

Nederland

Software

Frankrijk

Software Richtlijnen berekening Richtlijnen goede praktijk Constructievoorbeelden

Verenigd Koninkrijk

Richtlijnen berekening Richtlijnen goede praktijk

Hoe gebeurt de ondersteuning Commerciële internationale software aan te kopen door experten voor berekening cfr Europese normen, vb. ISO 12354 Publicaties van private onderzoekscentra zoals WTCB/CSTB Publicaties van private onderzoekscentra zoals WTCB/CSTB Publicaties van private onderzoekscentra zoals WTCB/CSTB Commerciële internationale software aan te kopen door experten voor berekening cfr Europese normen, vb. ISO 12354 Publicaties van private onderzoekscentra zoals WTCB/CSTB Publicaties van private onderzoekscentra zoals WTCB/CSTB Publicaties van private onderzoekscentra zoals WTCB/CSTB Commerciële internationale software aan te kopen door experten voor berekening cfr Europese normen, vb. ISO 12354 Publicaties van private onderzoekscentra zoals WTCB/CSTB Publicaties van private onderzoekscentra zoals WTCB/CSTB en overheid (BIM/IBGE) Publicaties van private onderzoekscentra zoals WTCB/CSTB en overheid (BIM/IBGE) Technische ondersteuning wordt ook gegeven door de Brusselse overheid. Er is een gratis telefoonnummer en een e-mailadres. Er is ook een website (https://www.gidsduurzamegebouwen.brussels) met documenten over de technieken om de luchtgeluidsisolatie tegen buitengeluiden te verbeteren. (https://www.gidsduurzamegebouwen.brussels/nl/het-akoestisch-comfortverzekeren.html?IDC=117&IDD=6179) Commerciële internationale software aan te kopen door experten voor berekening cfr Europese normen, vb. ISO 12354 en NPR 5272 Commerciële internationale software aan te kopen door experten voor berekening cfr Europese normen, vb. ISO 12354 Publicaties van private onderzoekscentra zoals CSTB en Cerema en richtlijnen gestuurd door de overheid Publicaties van private onderzoekscentra zoals CSTB en Cerema en richtlijnen gestuurd door de overheid Er is een technische gids opgesteld door instellingen (CSTB / DHUP), over oplossingen voor nieuwe woningen die een beetje kunnen worden gebruikt voor geluidsisolatie (alleen DnT,Atr van 30 tot 38).) Als richtlijn neemt deze Britse BS 8233 de vorm aan van begeleiding en aanbevelingen. Een professionele praktijkrichtlijn over planning en geluid (Professional Practice Guidance on Planning & Noise (ProPG)) werd opgesteld door een werkgroep (Association of Noise Consultants (ANC), Institute of Acoustics (IOA) and Chartered Institute of Environmental Health (CIEH), together with practitioners from a planning and local authority background).

Duitsland

Richtlijnen berekening Richtlijnen goede praktijk Constructievoorbeelden

Deze documenten bieden begeleiding voor een aanbevolen benadering van lawaaibeheersing binnen het planningssysteem in Engeland bij het akoestisch ontwerp voor nieuwe residentiële ontwikkelingen. Publicaties van private onderzoekscentra Publicaties van private onderzoekscentra Publicaties van private onderzoekscentra

Tabel 26: Overzicht Technische ondersteuningsmechanismen

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 62 van 193


Technische ondersteuningsmechanismen per land Land Zwitserland

Welke ondersteuning Software

Tsjechië

Richtlijnen berekening Richtlijnen goede praktijk Constructievoorbeelden Software

Zweden

Richtlijnen berekening Richtlijnen goede praktijk Constructievoorbeelden Software

Finland

Richtlijnen berekening Richtlijnen goede praktijk Constructievoorbeelden Software

Denemarken

Richtlijnen berekening Richtlijnen goede praktijk Constructievoorbeelden Software Richtlijnen berekening Richtlijnen goede praktijk Constructievoorbeelden

Litouwen

Constructievoorbeelden

Spanje

Richtlijnen berekening Richtlijnen goede praktijk Software Richtlijnen berekening Richtlijnen goede praktijk

Italië

Hoe gebeurt de ondersteuning Commerciële internationale software aan te kopen door experten voor berekening cfr Europese normen, vb. ISO 12354 neen neen neen Commerciële internationale software aan te kopen door experten voor berekening cfr Europese normen, vb. ISO 12354 neen neen neen Commerciële internationale software aan te kopen door experten voor berekening cfr Europese normen, vb. ISO 12354 neen neen neen Commerciële internationale software aan te kopen door experten voor berekening cfr Europese normen, vb. ISO 12354 Richtlijnen van de overheid Richtlijnen van de overheid Richtlijnen van de overheid Commerciële internationale software aan te kopen door experten voor berekening cfr Europese normen, vb. ISO 12354 Buitengeluid berekend met Nord2000 gepubliceerd door het Deense ‘Road Directorate’. Geluidsisolatie geschat met behulp van commerciële software. Verschillende richtlijnen voor goede praktijken van het Deense ‘Road Directorate’ Verschillende richtlijnen voor goede praktijken van het Deense ‘Road Directorate’ en het ‘Danish Building Research Institute’ Constructievoorbeelden rechtstreeks in de wettelijke bouwvoorschriften opgenomen en gestuurd door de overheid Richtlijnen gestuurd door de overheid Richtlijnen gestuurd door de overheid Lokale overheid Lokale overheid Lokale overheid

Tabel 27: Overzicht Technische ondersteuningsmechanismen (vervolg)

Net zoals in België wordt in Europa de meeste technische ondersteuning geboden door private onderzoekscentra of akoestische verenigingen. Via deze kanalen worden publicaties verspreid via tijdschriften, websites, papieren publicaties met richtlijnen voor de berekening of uitvoering van gevelisolatie, voorbeelden van goede praktijk, … . Verder is er commerciële software beschikbaar die kan aangekocht worden. Dit betreft veelal software voor de berekening conform internationale normen, vb. ISO 12354, maar is meestal niet gebaseerd op nationale regelgeving. Bovendien wordt dit logischerwijze enkel door de expertisebureaus aangekocht.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 63 van 193


In verschillende landen, zoals Frankrijk, Zweden, Finland, Spanje, Denemarken werd aangegeven dat het verspreiden van publicaties wel op één of andere manier gestuurd wordt door overheidsinstanties, hetzij via subsidies van de private organisaties waarover hoger sprake, hetzij rechtstreeks door deze overheidsinstanties georganiseerd. Meer details werden niet verkregen. In België worden ook richtlijnen van goede praktijk en constructievoorbeelden aangereikt, maar dit vooral vanuit het Brussels Gewest. Litouwen is het enige gekende voorbeeld waarin constructievoorbeelden effectief in de wetgeving [53] zelf werden opgenomen.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 64 van 193


6 ONDERZOEK: ISOLATIECRITERIA Het tweede onderzoeksluik betreft eerder de praktische kant van de isolatiecriteria. Bij de gevelisolatie is enerzijds de gevelbelasting van belang (hoe wordt deze bepaald, welke parameter kan gehanteerd worden, welke mate van differentiatie wordt toegepast, …) en anderzijds de bepaling van de gevelisolatie (welke parameters worden gehanteerd, welke mate van differentiatie wordt toegepast, tot welke exacte waarden leidt dit, …). Daarnaast wordt ook meer in detail bekeken hoe wordt omgegaan met piekgeluiden. Voor elke onderzoeksvraag wordt vanuit de literatuurstudie in dit eerste deel bekeken hoe dit internationaal wordt behandeld. In een volgend deel (deel 2) zullen deze parameters toegepast worden op casestudies om concreet de verschillen te kunnen evalueren en als benchmarking van het gewestelijk isolatievoorschrift.

Volgende onderzoeksvragen komen aan bod in dit hoofdstuk: 1. Onderzoeksvraag 1: informatie in verband met de gevelbelasting 1.1. Welke parameter hanteren om gevelbelasting te kenmerken? 1.2. Hoe gevelbelasting bepalen? 1.3. welke mate een differentiatie wordt gemaakt in de gevelbelasting. Wordt één gevelbelasting gehanteerd voor het volledige gebouw of voor de volledige gevel? Of wordt er een differentiatie gemaakt naar verschillende (toekomstige) gevelvlakken? In functie van hoogte? In functie van afschermende elementen? ….2 2. Onderzoeksvraag 2: informatie in verband met de gevelisolatie 2.1. Welke parameter hanteren om gevelisolatie te kenmerken? 2.2. Welke mate van differentiatie in gevelisolatie? 2.3. Welke waarden (criteria) voor gevelisolatie? 3. Onderzoeksvraag 3: informatie in verband met piekgeluiden

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 65 van 193


6.1

ONDERZOEKSVRAAG 1: GEVELBELASTING

6.1.1

Welke parameter hanteren om gevelbelasting te kenmerken?

Een eerste belangrijk aspect ter bepaling van de nodige gevelisolatie, betreft het karakteriseren van de optredende geluidsbelasting aan de gevel in de buitenomgeving. Het ontwerp van gewestelijk isolatievoorschrift stelt voor gebruik te maken van de Europese parameters Lday, Lnight alsook specifieke parameters LAmax,1x,23-07u en LAmax,5x,23u-07u voor piekniveaus. Daarom wordt er onderzocht of dit ook in andere landen gebeurt en zo niet, welke andere parameters er hier worden gebruikt. Tabel 29 geeft een overzicht van welke parameters en berekeningsmethoden gehanteerd worden om de gevelbelasting te bepalen in de verschillende landen. Een eerste belangrijke vaststelling is de definitie van de dag- en nachtperiode. Ongeveer de helft van de onderzochte landen hanteert een nachtperiode van 22u tot 6u, terwijl de andere helft een nachtperiode van 23u tot 7u hanteert overeenkomstig de aanbevolen afbakening volgens de Europese richtlijn is. Enkel in Finland wordt een afwijkende nachtperiode van 22u tot 7u gehanteerd, wat toegelaten is volgens de richtlijn op voorwaarde dat de nacht 8u duurt. Vervolgens kan een onderscheid gemaakt worden in de manier waarop de geluidniveaus voor de dag- en nachtperiode worden verwerkt: -

Een eerste mogelijkheid bestaat uit het gebruik van een aparte dagwaarde en nachtwaarde, zoals in de vernieuwde prénorm in België, in Frankrijk, in de TA-Lärm in Duitsland, in Oostenrijk, Zwitserland, het Verenigd Koninkrijk en Finland. Ofwel worden aan de perioden afzonderlijke eisen opgelegd inzake gevelisolatie, ofwel wordt dezelfde eis opgelegd, waarbij de strengste van de twee wordt weerhouden.

-

Een andere mogelijkheid betreft het gebruik van een etmaalwaarde, LAeq,24h, zoals in Noorwegen, Zweden (en vroeger ook in Denemarken). De 'etmaalwaarde' , zoals die in Nederland vroeger werd gebruikt, is een zeer specifieke grootheid (met weegfactoren voor dag, avond en nacht). Deze is nu vervangen door "een etmaalgemiddeld niveau LAeq,24u"

-

Verder kan ook gebruik gemaakt worden van de Europese parameters, Lday, Levening en Lnight, zoals in Spanje, of het gebruik van de Europese samengestelde parameter, Lden, waarin de geluidniveaus van de dag, avond en nachtperiode op een gewogen manier worden samengevoegd, zoals o.a. in Nederland, Denemarken en Litouwen het geval.

-

Tot slot kan ook één representatieve waarde afgeleid worden als het maximum van de dagwaarde en de met een toeslag verhoogde nachtwaarde, zoals in de huidige Belgische norm en de Duitse DIN norm. Verder wordt dan met deze afgeleide waarde gewerkt ter bepaling van de gevelisolatie.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 66 van 193


In enkele landen worden bijkomende eisen gesteld met betrekking tot piekgeluiden (zie verder § 6.3), o.a. in België, Duitsland, Noorwegen en Zweden. Deze landen werken aldus met een bijkomende maximale waarde. In Frankrijk, Oostenrijk, Litouwen en in Duitsland volgens de oude DIN norm, worden geluidsbelasting klassen gehanteerd. Zowel in Frankrijk als in Oostenrijk kan een verschillende geluidsklasse bekomen worden op basis van de dag- of nachtwaarde. De strengste geluidsklasse van beiden dient in dat geval weerhouden te worden. In Italië zijn de eisen inzake gevelisolatie onafhankelijk van de gevelbelasting, waardoor ook geen parameter wordt aangegeven voor de geluidsbelasting buiten.

Trein

Vliegtuig

Nacht

Verkeer

Parameter

Geluidklasse

Type bron

België NBN 2008

LA LAeq,1s,max T (piekgeluid)

22u-6u

x

x x

x x

België NBN 2019

LA,day en LA,night LA,max,3x,night (piekgeluid)

23u-7u

x

x x

x x

Nederland

Lden Lnight LAeq,6-22h / LAeq,22-6h Lden Dag LAeq,16h Nacht (enkel slaapkamers) LAeq,8h Lr,T en Lr,N

23u-7u

x x x

x x x

x

x x

x x

22u-6u

x

x

22u-6u

x x

x x

Frankrijk Verenigd Koninkrijk

Duitsland TA-Lärm [27][28] Duitsland DIN [30]

Duitsland luchtvaartwet Oostenrijk Zwitserland Tsjechië

x

22u-6u 22u-6u 23u-7u

Berekeningsmethode

LA is de grootste van de dagwaarde (LAeq,T ) en de met 5dB vermeerderde nachtwaarde (LAeq,T ). LAeq,1s,max T is de maximale waarde van alle LAeq,1s, waarden tijdens de nachtperiode voor treinlawaai en vliegtuiglawaai LA,day en LA,night zijn inclusief gevelreflectie LA,max,3x,night is het maximale geluiddrukniveau LAeq,1s,max,passage dat minstens 3 maal per nacht gedurende minstens één nacht per week overschreden wordt.

x x

La LAF,max (pieklawaai)

(x)

LAeq,Tag / LAeq,Nacht

(x)

22u-6u

Lr,T en Lr,N

x

22u-6u

x

x

x x x

Lr,T en Lr,N

22u-6u

x

x

x

LAeq (6u-22u) LAeq (22u-6u)

22u-6u

Lr,T is representatief voor de dagperiode Lr,N is representatief voor de nachtperiode De “Maβgebliche Auβenlärmpegel” wordt bepaald als maximum van de dagwaarde (LAeq,T) en de (voor slaapruimten met 10dB vermeerderde) nachtwaarde (LAeq,T). Nachtwaarde enkel voor slaapkamers geldig Lr,T is representatief voor de dagperiode (LAeq,T) Lr,N is representatief voor de nachtperiode (LAeq,T )

Niet gekend

Tabel 28: Overzicht parameters gevelbelasting

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 67 van 193


Finland Denemarken

Lden

Litouwen

Lden

Spanje Italië

Ld -

Vliegtuig

Zweden

LpAeq,24h / Lden LpAF,max,23u-7u (piekgeluid) Lutomhus / LpAeq,24h Lden LAeq,7-22h / LAeq,22-7h

Trein

Noorwegen

Nacht

Verkeer

Parameter

Geluidklasse

Type bron

x

23u-7u

x

x

x

x

22u-6u

x

x

x

x

Berekeningsmethode

LpAF,max,23u-7u mag minder dan 10 keer overschreden worden Lutomhus is LAeq,24u zonder gevelreflectie over een etmaal.

x x

22u-7u

x

x

23u-7u

x

x

23u-7u

x

x

x

Cfr Europese richtlijn

23u-7u

x

x

x

Cfr Europese richtlijn

-

Cfr Europese richtlijn

In Italië zijn de vereisten onafhankelijk van de gevelbelasting

Tabel 29: Overzicht parameters gevelbelasting (vervolg)

Opmerking: De parameters in deze tabel aangegeven ter bepaling van de gevelisolatie zijn niet noodzakelijk dezelfde parameters als deze die gehanteerd worden om de maximale optredende geluidniveaus buiten vast te leggen in het kader van MER dossiers of (her)aanleg van (spoor)wegen (zie § 0).

Er kan een zekere lichte tendens vastgesteld worden, waarbij verschillende landen evolueren naar een relatie met de Europese richtlijn END 2002/49 EG (zie § 5.1.2). Één van de belangrijkste problemen bij deze evolutie is hoe de bestaande eisen in andere parameters kunnen omgezet worden naar deze Europese indicatoren of omgekeerd hoe de in de strategische geluidsbelasting kaarten berekende Europese indicatoren kunnen omgezet worden naar de nationale indicatoren. Enkele landen doen hiervoor een voorstel. Echter wordt steeds aangegeven dat bepaalde omzettingen niet in alle situaties geldig zijn. Volgende tabel geeft een overzicht van enkele omzettingsvoorstellen:

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 68 van 193


Omzetting? België NBN 2008

Berekeningsmethode

Voor wegverkeer en luchtverkeer: LA,day = Lday + 1dB + 3 dB of LA,day = Lden − 1dB + 3 dB Voor spoorverkeer: LA,day = Lden − 5dB + 3 dB

België NBN 2019

x Alle bronnen: LA,night = Lnight + 5dB + 3 dB Waarbij Lden, Lday en Lnight excl. gevelreflectie en LA,day, LA,night incl. gevelreflectie (Opm. deze omzetting steunt op de verder vermelde studie van Brink e.a.)

Nederland

-

Frankrijk

-

Duitsland

-

Oostenrijk

x

Zwitserland

-

Noorwegen

x

Zweden

-

Finland

-

Denemarken

(x)

Litouwen

-

Spanje

-

Italië

-

Bij het gebruik van de strategische geluidsbelastingskaarten mag Lden voor de dagwaarde gehanteerd worden en Lnight voor de nachtwaarde en voor spoorverkeer mag een bonus van 5dB in rekening gebracht worden

Volledige bijlage D [44] waarin wordt aangegeven dat er geen éénduidige omzetting mogelijk is.

Deze norm werkt reeds met de Europese parameter Lden. De vorige editie liet ook LAeq 24h toe, waarbij de eisen 3dB strenger waren en Lnight waarbij de eisen 8dB strenger waren. Dit impliceert een relatie tussen LAeq,24h of Lnight en Lden: LAeq,24h = Lden - 3dB Lnight = Lden - 8dB

In Italië zijn de vereisten onafhankelijk van de gevelbelasting

Tabel 30: Overzicht afleiding parameters gevelbelasting uit Europese parameters

Dat deze omzetting niet éénvoudig is blijkt ook duidelijk in een internationale studie4 betreffende de conversie van geluidsbelastingsindicatoren Leq,24h, Lday, Levening, Lnight, Ldn en Lden . Deze studie heeft geleid tot volgende omzettingstabellen voor wegverkeer, spoorverkeer en luchtverkeer.

4 Conversion

between noise exposure indicators Leq,24h, Lday, Levening, Lnight, Ldn en Lden: Principles and practical guidance; M. Brink, B. Schäffer, R. Pieren, J M Wunderli; International Journal of Hygiene and Environmental Health 221 (2018) 54-63

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 69 van 193


Tabel 31: Omzettingstabellen tussen verschillende geluidsindicatoren 4

In bovenstaande tabel worden volgende parameters gebruikt:

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 70 van 193


//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 71 van 193


6.1.2

Hoe gevelbelasting bepalen?

Naast de keuze voor een geschikte parameter, dient ook vastgelegd te worden op welke manier de gevelbelasting dient bepaald te worden. Dit kan aan de hand van metingen, beschikbare geluidsbelastingskaarten of geluidsmodellen (eenvoudig of uitgebreid). Het ontwerp van het gewestelijk isolatievoorschrift stelt voor de gevelbelasting in MER studies te bepalen op basis van akoestische modelleringen, gezien de invoergegevens in deze situaties meestal beschikbaar zijn. Daarnaast kan voor minder complex onderzoek (bijvoorbeeld in het kader van een plan-Mer screening procedure) mogelijks een eenvoudigere wijze gehanteerd worden, vb. geluidskaarten, eenvoudige berekeningen, metingen, … Tabel 32 en Tabel 33 geven een overzicht van hoe de gevelbelasting bepaald wordt in de verschillende landen. In verschillende landen dient de gevelbelasting bepaald te worden als een “op lange termijn gemiddeld geluidniveau”, o.a. in Finland, Denemarken, Litouwen en Spanje. Dit impliceert aldus dat dit niet op basis van metingen kan gebeuren, gezien onmogelijk gedurende een voldoende lange tijd kan gemeten worden. De gevelbelasting dient dus op basis van berekeningen bepaald te worden. Wanneer dit “op lange termijn gemiddeld geluidniveau” in de Europese indicatoren wordt aangegeven, zoals in Denemarken en Litouwen, kunnen evident ook de strategische geluidsbelastingskaarten gehanteerd te worden. Voorwaarde is dan wel dat deze kaarten gebiedsdekkend zijn, wat niet het geval is bij strategische geluidsbelastingskaarten in het kader van RL 2002/49/EG. Het is niet duidelijk hoe dit dan in die landen gebeurt. Verder wordt enkel in Oostenrijk en de vernieuwde prénorm in België, expliciet de mogelijkheid voor het gebruik van de geluidsbelasting kaarten vermeld. In de overige landen, zoals Nederland, Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland en Zweden, wordt zowel het gebruik van geluidsmetingen als het gebruik van berekeningen toegelaten. In sommige gevallen wordt een specifieke meetpositie aangegeven. Wanneer de Europese indicatoren worden gehanteerd, zoals in Nederland, Denemarken, Litouwen en Spanje, wordt de gevelbelasting uitgedrukt zonder gevelreflecties. Dit is ook het geval voor Finland. De isolatiecriteria worden dan bekomen door het verschil tussen het buitenniveau (excl. gevelreflectie) en het binnenniveau. In verschillende landen, zoals België, Frankrijk en Duitsland, dient de gevelreflectie net wel in rekening gebracht te worden. Opnieuw worden de isolatiecriteria dan bekomen door het verschil tussen het buitenniveau (incl. gevelreflectie) en het binnenniveau. In Zweden dient de gevelbelasting ook bepaald te worden zonder gevelreflectie, maar worden de isolatiecriteria dan bekomen door het verschil tussen het buitenniveau (excl. gevelreflectie) verhoogd met 3dB en het binnenniveau, zodat uiteindelijk ook gevelreflecties worden ingerekend op een impliciete manier.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 72 van 193


x

België NBN 2019

x

x

Nederland

x

x

Gevelreflectie?

Geluidskaart

Berekening

Meting België NBN 2008

ja

x

ja nee

Frankrijk

x

x

ja

Verenigd Koninkrijk

x

x

Niet gekend

x

ja

Duitsland TA-Lärm [27][28] Duitsland DIN [30]

x

x

-

ja

Oostenrijk

x

x

x

Niet gekend

Zwitserland

x

x

Tsjechië

x

x

ja

x

x

(*)

x

neen

Noorwegen

Zweden

Finland

Bepalingsmethode

Metingen (minstens 30min) in een referentiemeetpunt buiten op 2 m hoogte boven het maaiveld en op 2 m loodrechte afstand van het midden van de akoestisch meest belaste gevel van het gebouw waarin de te beschermen ruimte gelegen is. Metingen (minstens 30min) in een meetpunt op 2 m loodrechte afstand vóór het midden van een gevelvlak of berekening of geluidskaart (omzettingsfactoren gedefinieerd). Te bepalen volgens reken en meetvoorschriften geluid 2012 Referentie te bepalen cfr. NF S31-130 ‘Carthographie du bruit en milieu extérieur” op een hoogte van 5m en op 2m afstand voor de gevel voor een straatsituatie (situation U) en op 10m afstand van vrijstaande infrastructuur via metingen (cfr NF S 31-085 voor wegverkeer en NF S 31-088 voor spoorverkeer) of via berekeningen (cfr NF S 31133) Verkeerslawaai wordt bepaald via metingen, berekeningen of een beknopte tabel. Treinlawaai via modelleringen en luchtvaartlawaai via metingen of berekeningen van contourlijnen (BS 8233) Te bepalen conform bijlage 1 en 2 van Verkehrslärmschutzverordnung - 16. BImSchV [27] op plafondhoogte van de te beschermen ruimte (=0.2m boven het raam). Voor weg- en spoorverkeer te bepalen conform DIN 4109-2:2018-01, 4.5.5, d.w.z. via berekening o.b.v. diagrammen cfr DIN 18005-1:2002-07, A.2, ofwel via berekeningen o.b.v. 16. BImSchV, ofwel via metingen cfr. DIN 4109-4:2016-07, C.1, C.2 und C.5. Voor vliegverkeer te bepalen cfr. DIN 45684-1, DIN 45684-2. Referentie te bepalen op 4m hoogte via een tabel afhankelijk van het gebied, via geluidsimmissiekaarten, via de strategische geluidsbelastingskaarten of via metingen cfr Önorm S5004. Vliegtuiglawaai via modellering. Te bepalen via metingen of berekeningen volgens “gekende procedures” (geen specificatie). Iedere bron wordt apart berekend. Nationale berekeningsmethodes via SonRoad, SonRail, SonAir en SonArms Er wordt geen onderscheid gemaakt naargelang het type bron. Te berekenen via norm CSN 73 0532 Niet gespecifieerd. Voor vliegtuiglawaai wordt Lden bepaald op basis van de jaargemiddelde geluidbelasting Te bepalen via berekeningen of metingen (verder niet gespecifieerd). Voor vliegtuiglawaai wordt Lden bepaald op basis van de jaargemiddelde geluidbelasting (*) De gevelbelasting wordt uitgedrukt zonder gevelreflectie. Dit wordt in de berekening van de gevelisolatie verwerkt door een toeslag van 3dB. Dit wordt niet specifiek aangegeven, maar in de norm wordt gesproken over “long term average sound level outside” . De gevelbelasting wordt uitgedrukt zonder gevelreflectie. Dit wordt niet gecompenseerd in de berekening van de gevelisolatie door een toeslag van 3dB. Tabel 32: Overzicht bepaling gevelbelasting

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 73 van 193


x

x

Litouwen

x

x

Spanje Italië

x x

Gevelreflectie?

Geluidskaart

Berekening

Meting Denemarken

neen

Niet gekend Niet gekend

Bepalingsmethode

Dit wordt niet specifiek aangegeven, maar in de norm wordt gesproken over “gemiddeld jaarlijks verkeer”. Het geluidsniveau wordt berekend via het simulatie programma ‘NORD2000’. Wegverkeerslawaai en spoorweglawaai worden apart berekend. Soms worden metingen uitgevoerd om modellen te tunen. Het geluidsniveau is gebaseerd op de Europese indicator Lden, dus exclusief gevelreflectie.

Bij cumulatieve belasting, dient de hoogste waarde weerhouden te worden. In Italië zijn de vereisten onafhankelijk van de gevelbelasting

Voor alle landen, behalve Denemarken en Spanje dient de geluidsbelasting voor spoor- en wegverkeer cumulatief bepaald te worden. Tabel 33: Overzicht bepaling gevelbelasting (vervolg)

6.1.3

Welke mate van differentiatie?

Tot slot is het ook van belang in welke mate een differentiatie wordt gemaakt in de gevelbelasting. Wordt één gevelbelasting gehanteerd voor het volledige gebouw of voor de volledige gevel? Of wordt er een differentiatie gemaakt naar verschillende (toekomstige) gevelvlakken? In functie van hoogte? In functie van afschermende elementen? ….

Volgende tabel geeft een beknopt overzicht van welke differentiatie gemaakt wordt om de gevelbelasting te bepalen in de verschillende landen en hoe deze differentiatie is vastgelegd:

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 74 van 193


Differentiatie?

Berekeningsmethode

België NBN 2008

ja

Gevelbelasting per gevelvlak te bepalen uit referentie gevelbelasting a.d.h.v. rekenregels [1]

België NBN 2019

ja

Gevelbelasting per gevelvlak te bepalen uit referentie gevelbelasting a.d.h.v. rekenregels [2] of te bepalen via berekeningen

Frankrijk

ja

Gevelbelasting per gevelvlak te bepalen uit referentie gevelbelasting a.d.h.v. rekenregels [18] ifv afscherming van gebouwen of schermen

Verenigd Koninkrijk

Geen info

Duitsland

ja

Oostenrijk

ja

Zwitserland

ja

Noorwegen

Geen info

Nederland

Zweden

(ja)

Finland

Geen info

Denemarken Litouwen

Spanje

Italië

ja Geen info

Ja

Neen

Niet gespecifieerd Gevelbelasting per gevelvlak te bepalen a.h.v. zeer eenvoudige rekenregels cfr DIN [30] (-5dB voor de zijkant van open bebouwingen en -10dB achter gesloten bebouwing of in binnenplaatsen) of a.h.v. rekenregels cfr16. BImSchV [27] voor geluidsbarrières Het specifiek geluidniveau voor een bouwonderdeel (bauteillagebezogene Außenlärmpegel) wordt bepaald uit het geluidniveau voor de locatie (standortbezogenen Außenlärmpegels) via rekenregels (bijlage A [35]). Geluid wordt gemeten in het midden van het open raam van geluidgevoelige kamers (kamers waarin mensen langer blijven, bijvoorbeeld eetkamers en slaapkamers). Daarom worden verschillende geluidsniveaus toegepast op het hele gebouw. Niet gespecifieerd Volgens de enquête zou dit voor iedere kamer en appartement zijn. Dit werd niet teruggevonden. Niet gespecifieerd In de praktijk is het te ingewikkeld om elk venster afzonderlijk te ontwerpen. Het is aan de bouwer / expert om het proces te optimaliseren. Niet gespecifieerd Af te lezen op geluidskaarten voor elke gevel. Consulten kunnen onderscheid maken tussen gevels, afhankelijk van de hoogte van het gebouw bij het ontwerpen van een hoog gebouw (bijv. 20 verdiepingen). Het wordt echter niet vermeld in de bouwcode en er wordt geen verwijzing naar enige procedure gegeven in de bouwcode. Gevels in binnenplaatsen of patio's hebben een vereiste van geluidsisolatie die 10 dB minder is dan de gevel, tot een minimum van D2m, nT, Atr = 30 dB, wanneer het overheersende geluid geen vliegtuiggeluid is. In Italië zijn de vereisten onafhankelijk van de gevelbelasting Tabel 34: Overzicht differentiatie gevelbelasting

Helaas wordt dit niet altijd éénduidig beschreven. In de landen waar de isolatiecriteria worden uitgedrukt als maximaal geluidniveau in de binnenruimte, zoals in Noorwegen, Zweden, Finland, Denemarken en Spanje, wordt geen specifieke beschrijving gegeven hoe de gevelbelasting per gevelvlak dient bepaald te worden. Echter gezien het geluidniveau binnen gerespecteerd moet worden, dient wel degelijk rekening gehouden te worden met het maximaal optredende geluidniveau voor elk gevelvlak, of dient men voldoende veiligheidsmarge in te rekenen wat mogelijks leidt tot overdimensionering. Ook voor Litouwen werd geen specifieke beschrijving teruggevonden. Mogelijks worden er in andere niet geraadpleegde praktische richtlijnen wel rekenregels aangegeven of mogelijks gaat men er in

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 75 van 193


deze landen van uit dat er berekeningen worden gedaan op gebouwniveau. Hierover werd geen informatie teruggevonden. In BelgiĂŤ, Frankrijk, Duitsland en Oostenrijk worden wel expliciet rekenregels aangereikt om de gevelbelasting per gevelvlak te berekenen uit een referentie geluidsbelasting. Het betreffen echter algemene rekenregels. Voor complexe situaties zal men steeds een gedetailleerde berekening moeten uitvoeren of voldoende veiligheidsmarge moeten inrekenen wat mogelijks leidt tot overdimensionering.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 76 van 193


6.2

ONDERZOEKSVRAAG 2: GEVELISOLATIE

In voorgaand hoofdstuk werd besproken hoe de gevelbelasting bepaald wordt. Een volgende stap is het bepalen van de nodige gevelisolatie. In dit hoofdstuk wordt nagegaan welke parameters worden gehanteerd, welke differentiatie hierin gemaakt wordt en welke eisen effectief gesteld worden.

6.2.1

Welke parameter hanteren om gevelisolatie te kenmerken?

Het ontwerp van gewestelijk isolatievoorschrift maakt gebruik van de ééngetalsaanduiding DAtr cfr NBN EN ISO 717-1:2013. Volgende tabel geeft een overzicht van de parameters die in de verschillende landen gehanteerd worden: Parameter gevelisolatie België NBN 2008

DAtr = D2m,nT,w + Ctr

België NBN 2019

DAtr = D2m,nT,w + Ctr

Nederland Frankrijk

Duitsland DIN [30]

DnT,Atr = D2m,nT,w + Ctr Dag LAeq,16h ; nacht LAeq,8h R’w,res = Lr + 10log (Sg/A) – D+E R’w,ges = La – KRaumart

Oostenrijk

R‘res,w, Rw, Rw + Ctr

Zwitserland

De,total = DnT,w + Ctr - Cv

Tsjechië

LAeq

Zweden

DnT,Atr = Lutomhus +3 Linomhus

Finland

DnT,Atr = Loutside - Linside

LpAeq,24h en LpAF,max,23u-7u LpAeq,24h en LpAF,max,22u-06u (en Lnight ) LAeq,7h-22h LAeq,22h-7h

Noorwegen

Denemarken

Spanje Italië

De nachtwaarde wordt enkel gebruikt voor slaapkamers Erforderliches bewertetes Schalldämm-Maß Met D correctie voor het ruimtegebruik en E een correctie voor het type bron Gesamten bewerteten schalldämm-maβe met Kraumart een correctie voor het ruimtegebruik

Met Cv een volume correctie

R’w en DnT,w

Litouwen

Opmerkingen

GA,k = karakteristieke geluidswering

GA,k = Lbu,A – Lbi,A

Verenigd Koninkrijk Duitsland TA-Lärm [27][28]

Parameter binnen niveau

Met Lutomhus het geluidsniveau buiten zonder reflecties en Linomhus het geluidsniveau binnen, beide LAeq,24h

Lden D2m,nT,w of D2m,nT,w + Ctr D2m,nT,Atr = D2m,nT,w + Ctr R’, D2m,nT,w

Ld, Le, Ln R’ voor gevelelementen ; gevelgeheel

D2m,nT,w

voor

Tabel 35: Overzicht parameters gevelisolatie

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 77 van 193


De vereisten inzake gevelisolatie kunnen uitgedrukt worden enerzijds als de geluidisolatie van de gevel of anderzijds als een maximaal geluidniveau binnen. In beide gevallen wordt een maximaal geluidniveau binnen beoogd, maar dit wordt op een andere manier uitgedrukt. Wanneer de vereisten worden uitgedrukt als de nodige isolatie van de gevel, gebeurt dit grosso modo met volgende parameters: - D(2m)nTw + Ctr (cfr. ISO 717): België, Frankrijk, Zwitserland, Litouwen, Zweden, Finland, Spanje - DnTw (cfr. ISO 717): Litouwen, Italië, Tsjechië - GA,k: Nederland - R’w,res: Duitsland, Oostenrijk, Tsjechië Tussen deze parameters zijn er fundamentele verschillen (zie § 3.3 kenmerkende akoestische grootheden voor de gevelisolatie). Wanneer de vereisten worden uitgedrukt als maximaal niveau binnen, gebeurt dit grosso modo met volgende (vereenvoudigde) parameters: - LpAeq,24h: Noorwegen, Zweden - Ld, Le, Ln of Lden: Denemarken, Spanje - LAeq,7h-22h of LAeq,22h-7h: Finland Indien de parameters die de gevelisolatie kenmerken een correctie gebruiken om rekening te houden met het geluidsspectrum, dan is dit steeds de Ctr-correctie, ongeacht het type lawaai (verkeerslawaai, spoorweglawaai of vliegtuiglawaai).

6.2.2

Welke mate van differentiatie in gevelisolatie?

Het ontwerp van gewestelijk isolatievoorschrift maakt een onderscheid in brontype (weg-, spoor- en luchtverkeer) en periode (dag-/nachtruimten). Tabel 36 geeft een overzicht van de differentiatie die in de verschillende landen gehanteerd worden. In alle landen wordt een onderscheid gemaakt in type gebouw (woongebouw, school, kantoor, zorgsector, …), behalve in Zwitserland waar de criteria worden uitgedrukt rechtstreeks in functie van de gevoeligheid van de ruimte (zwak, matig of zeer gevoelig), onafhankelijk van het type gebouw. Binnen woongebouwen wordt in verscheidene landen een onderscheid gemaakt in type ruimten. De meeste landen maken een onderscheid tussen dag- en nachtruimten. Dit kan: - Door aparte criteria op te leggen voor de dag- en nachtruimten, zoals in Duitsland en Spanje, - Door verschillende criteria op te leggen voor woon- of gebruiksruimten (= keuken, badkamer), zoals in Zweden, Finland en Litouwen, - Door dezelfde criteria op te leggen voor alle ruimten, maar een bijkomende eis op te leggen voor slaapkamers met betrekking tot nachtelijk geluid of piekgeluid, zoals in België en Noorwegen. In de meeste landen wordt geen onderscheid gemaakt in type geluidsbron (weg-, spoor- of luchtverkeer), maar dient de cumulatieve belasting beoordeeld te worden, behalve in Nederland, Denemarken en Spanje. In

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 78 van 193


Denemarken zijn de maximale geluidniveaus binnen te respecteren voor weg- en spoorverkeer afzonderlijk. In Spanje dient bij de bepaling van de geluidsbelasting in het geval van cumulatieve belasting de hoogste geluidsbelasting van één brontype in rekening gebracht worden ipv met de cumulatieve belasting te werken. In veel landen wordt luchtverkeer afzonderlijk behandeld. In België en Duitsland geldt een bijkomende eis voor piekgeluiden van spoor- of luchtverkeer. Op deze manier wordt er aldus ook een onderscheid gemaakt in brontype. In verschillende landen wordt een onderscheid gemaakt tussen dag- en nachtperiode. Dan worden afzonderlijke eisen op te leggen voor de dag- en nachtperiode, zoals in de vernieuwde norm in België, zoals in Frankrijk, Zwitserland, Finland en Spanje. Soms legt men een bijkomende eis op voor piekgeluiden tijdens de nachtperiode zoals in de huidige Belgische norm en in Noorwegen en Zweden. In België en Zwitserland wordt een onderscheid gemaakt tussen een normaal (of minimaal) comfort en een verhoogd comfort. In Noorwegen, Zweden, Finland, Denemarken en Litouwen worden 4 of 5 comfortklassen gedefinieerd, waarbij klasse C geldt als wettelijk minimum. In de andere landen wordt hierin geen onderscheid gemaakt. In Nederland, Frankrijk en Litouwen werd expliciet teruggevonden dat er andere eisen gelden voor bestaande of te renoveren woningen. In de andere landen werd hierover geen duidelijke informatie teruggevonden.

(1) (2)

Finland

Denemarken

Litouwen

Spanje

Italië

x

x

Zweden

x (2)

Voor piekniveaus

Verenigd Koninkrijk

Frankrijk

Ifv periode (dag/nacht)

-

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

(1)

x

x x

In nieuwbouw/renovatie / bestaand

x

x

(1)

x

x

x

ifv geluidsbron

In comfortniveaus

Noorwegen

x

Tsjechië

x

Zwitserland

Ifv type ruimte (2)

Oostenrijk

x

Duitsland

Ifv type gebouw (1)

Nederland

Differentiatie

België

En tot slot wordt in België, Duitsland, Noorwegen en Finland een onderscheid gemaakt voor piekgeluiden, door bijkomende eisen te stellen (zie verder).

x

x x

x x

(2)

(2)

x

x

x

x

x x

x

x

x

x

-

x

-

x

-

x

-

Bijkomende eisen voor piekgeluiden van spoor- of luchtverkeer (zie verder) Bijkomende eisen voor piekgeluiden voor piekgeluiden tijdens de nachtperiode voor sommige lokalen. Tabel 36: Overzicht parameters gevelisolatie

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 79 van 193


6.2.3

Welke waarden (criteria) voor gevelisolatie?

In het ontwerp van gewestelijk isolatievoorschrift wordt een voorstel gedaan naar mogelijke criteria. Volgende tabel geeft een overzicht van de waarden die in de verschillende landen gehanteerd worden. Deze werden herleidt tot de essentie onder voorbehoud van correcte vertaling en interpretatie. Eventuele gedetailleerde uitzonderingen of finesses werden niet opgenomen in de tabel. In het geval een land verschillende comfortniveaus hanteert, wordt hieronder het minimaal wettelijk comfortniveau voor woongebouwen weergegeven. in sommige landen kunnen regionaal strengere waarden voorkomen.

België NBN 2008

België NBN 2019

Nederland

Frankrijk

Vereisten

Minimale eis

DAtr ≥ LA – 34 + m dB (1)

DAtr ≥ 26dB en DAtr ≥ 34 + m dB (1)(2)

DAtr ≥ LA,day – 34 dB (3)

DAtr ≥ 28dB

en DAtr ≥ LA,night – 27 dB (4)

en DAtr ≥ 34dB (5)

GA,k ≥ Lbu,A – 33dB (6)(7)

GA,k ≥ 20dB

35 (verblijfsruimte)

DnT,Atr ≥ 30dB

35/30

DnT,Atr ligt tussen 30 en 45 dB

37/27

Met D een correctie voor het ruimtegebruik , nl. 27dB voor slaapruimten en 37dB voor woonruimten en E een correctie voor het spectrum van het buitengeluid.

34 /29

34 /27

DnT,Atr ≥ LAeq,6-22h – 35dB DnT,Atr ≥ LAeq,22-6h – 30dB

Duitsland TA-Lärm [27][28]

R’w,res ≥ Lr + 10log (Sg/A) – D +E

Duitsland DIN [30]

R’w,ges ≥ La – 30 dB

R’w,ges ≥ 30dB

(8)

R’res,w ≥ 33dB en Rw ≥ 43dB (opake delen) Rw ≥ 28dB (ramen) Rw +Ctr ≥ 23dB (ramen)

Oostenrijk

Herleid naar binnen waarde dag/nacht

Opmerkingen

(1) m=3dB indien twee gevelvlakken worden belast aan meer dan 60dBA (2) bijkomende eis voor slaapkamers bij nachtelijke piekbelasting tgv spoor- of vliegverkeer (3) te verhogen met 3dB indien twee gevelvlakken met gevelelementen met RAtr < 48dB of met ventilatierooster(s) (4) enkel voor slaapkamers (5) enkel voor slaapkamers met LA,max,3x,night ≥ 70dB (6) Lbu,A (7) Deze eis geldt voor de karakteristieke geluidwering van een 'verblijfsgebied' (zoals in beschouwing genomen in het kader van de vrije indeelbaarheid van gebouwen). Voor een 'verblijfsruimte' mag de karakteristieke geluidwering maximaal 2 dB lager zijn.

30 (8) R’res,w, (globaal) , Rw, (opake delen) en Rw en Rw + Ctr (ramen en deuren) rechtstreeks uitgedrukt in functie van buitenniveau. De gevelisolatie dient bepaald te worden o.b.v. het geluidniveau overdag en ‘s nachts. De strengste eis van de twee wordt weerhouden.

Tabel 37: Overzicht criteria gevelisolatie

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 80 van 193


Zwitserland

Vereisten

Minimale eis

De,total ≥ Lr,T – 33dB De,total ≥ Lr,N – 25dB

De,total ≥ 27dB

Herleid naar binnen waarde dag/nacht 33/25

Noorwegen

LpAeq,24h ≤ 30dB LpAF,max,23u-7u ≤ 45dB (9)

-

30

Zweden

LpAeq,24h ≤ 30dB (10) LpAF,max,22u-6u ≤ 45dB (11)

-

30

Finland

LAeq,7h-22h ≤ 35dB LAeq,22h-7h ≤ 30dB

Dne,Atr ≥ 30dB

35/30

Lden ≤ 33dB

-

33

Denemarken

Litouwen

Spanje

D2m,nT,w ≥ 24dB (Lden,out ≤ 45) D2m,nT,w ≥ 27dB (Lden,out ≤ 50) D2m,nT,w ≥ 30dB (Lden,out ≤ 55) D2m,nT,w ≥ 35dB (Lden,out ≤ 60) D2m,nT,w ≥ 40dB (Lden,out ≤ 65) D2m,nT,w ≥ 45dB (Lden,out > 65)

D2m,nT,w ≥ 24dB

Ld ≤ 45dB / 40dB Le ≤ 45dB / 40dB Ln ≤ 35dB / 30dB

D2m,nT,w ≥ 30dB

28 30 32 32 32 - (12)

40/30

Opmerkingen

(9) voor slaapkamers. Dit niveau mag slechts minder dan 10 keer overschreden worden. (10) voor keukens en badkamers is deze eis 5dB minder streng (11) voor slaapkamers. Dit niveau mag niet meer dan 5 keer per nacht overschreden worden en nooit met meer dan 10dB overschreden worden.

Deze waarde is te respecteren voor wegen spoorverkeer afzonderlijk. D2m,nT,w wordt rechtstreeks uitgedrukt in functie van de geluidsbelastingsklasse Criteria kunnen ook uitgedrukt worden als D2m,nT,w + Ctr. In dat geval worden de grenswaarden verminderd met 7dB. (12) Bij de omrekening naar binnenwaarde (dag/nacht) wordt rekening gehouden met de criteria uitgedrukt als D2m,nT,w + Ctr, gezien het verkeerslawaai betreft. Eisen voor woonruimten / slaapruimten

R’w > 50 dB; D2m,nT,w ≥ 40dB (12) Voor Litouwen wordt bij de omrekening naar binnenwaarde (dag/nacht) rekening gehouden met de criteria uitgedrukt als D2m,nT,w + Ctr, gezien het verkeerslawaai betreft. Italië

Tabel 38: Overzicht criteria gevelisolatie (vervolg)

Bij de interpretatie van deze waarden dient rekening gehouden te worden met het feit of de gevelreflecties al dan niet worden ingerekend. Om die reden werd in de vierde kolom aangegeven naar welke binnenwaarde wordt gestreefd inclusief gevelreflectie, voor zover hierover in § 6.1.2 duidelijkheid was. Mits een zeer sterke vereenvoudiging (type parameter) varieert de nagestreefde binnenwaarde : - Voor de dagwaarde tussen 25dB en 40dB Namelijk: 28 - 30 – 30 - 30 – 33- 33 - 34 – 34 – 35 - 35 – 37 – 40 dB - Voor de nachtperiode tussen 25 en 33dB Namelijk: 25 - 27 - 27 – 28 - 29 – 30 – 30 – 30 – 30 – 30 – 30 – 33 dB Hier kunnen nog weinig conclusies uit getrokken worden zolang de tijdsbasis waarover geëvalueerd moet worden niet dezelfde is (cfr. jaargemiddelde waarde in EU-indicator versus individuele dag/nacht).

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 81 van 193


6.3

ONDERZOEKSVRAAG 3: PIEKGELUIDEN

Het bepalen van piekgeluiden (nachtperiode) bij spoorgeluid is moeilijk zonder metingen op de site. Volgende tabel geeft een overzicht van hoe piekgeluiden in de verschillende landen behandeld worden. Het betreffen piekgeluiden van spoorweglawaai en vliegtuiglawaai en de invloed ervan op de geluidsisolatie van woningen. Eisen

Opmerkingen

België NBN 2008

Spoor- en luchtverkeer: DAtr ≥ 34 + m dB (1)(2)

België NBN 2019

Spoor- en luchtverkeer: DAtr ≥ 34dB (3) en DAtr ≥ LA,max,3x,night – 46 dB (4) DAtr ≥ LA,max,3x,night – 42 dB (5)

Nederland

Geen eis

Frankrijk

Geen eis

Verenigd Koninkrijk

De Britse norm BS 8233 geeft grootheden, maar geen waarden: bij structureel aanwezige geluidspieken (van bijvoorbeeld vlieg- of railverkeer) kunnen bijkomende criteria toegepast worden ter vermijding van slaapverstoring tijdens de nachtperiode. Deze criteria kunnen uitgedrukt worden in de grootheden SEL of LAFmax, afhankelijk van het karakter en het aantal verstoringen per nacht.

Spoor- en luchtverkeer: SEL of LAFmax

Lucht (soms spoor)verkeer: R’w,ges ≥ La – 30 dB (6)

Duitsland

Enkel luchtverkeer: (7) Bestaande civiele luchthavens: LAmax,6x,i = 57 dB Nieuwe civiele luchthavens: LAmax,6x,i = 53 dB

Oostenrijk

Luchtverkeer: NAT68 < 6 (of: LAmax,6x < 68 dB)

Zwitserland

Geen eis

Tsjechië

Geen eis

(1) m=3dB indien twee gevelvlakken worden belast aan meer dan 60dBA (2) er wordt een bijkomende eis voor de gevelisolatie van slaapkamers opgelegd bij nachtelijke piekbelasting tgv spoor- of vliegverkeer indien minstens 3x per nacht en minstens 1 nacht per week LAeq,1s,max T ≥ 70dB (3) Er wordt een bijkomende geluidsisolatie eis voor slaapkamers opgelegd indien de nachtelijke piekbelasting tgv spoor- of vliegverkeer : LA,max,3x,night ≥ 70dB (4) richtwaarden voor slaapkamers bij spoorverkeer (5) richtwaarden voor slaapkamers bij luchtverkeer

(6) Bijkomende eis cfr DIN 4109-2:2018 (§ 4.4.5.5) bij piekbelasting van vliegverkeer (en in uitzonderlijke gevallen ook voor spoorverkeer): Indien de maximale waarden LAF,max het equivalente geluidniveau LAeq minstens 20 maal tijdens de dagperiode (16u) of minstens 10 maal tijdens de nachtperiode (8u) of minstens 1 maal per uur met meer dan 20dB overschrijdt, en indien de gemiddelde maximale waarde LAF,max ook het equivalente geluidniveau LAeq met meer dan 20dB overschrijdt, dan is de “Maβgebliche Auβenlärmpegel” LA = LAF,max – 20dB + 3dB. (7) De luchtvaartwet legt eisen op voor pieken van vliegtuiglawaai opgelegd binnen in de slaapkamers met aanname van een natuurlijke geluidwering van 15 dB voor de gevel voor ramen in ventilatiestand

De luchtvaart-verordening (BGBI II Nr. 364/2012 LuftverkehrLärmimmissionsschutzverordnung - LuLärmIV) legt eisen op voor pieken van vliegtuiglawaai in slaapkamers: maximaal geluidsdrukniveau buiten (nachtruimten met geluidgedempte ventilatie) met NAT = noise above threshold.

Tabel 39: Overzicht piekgeluiden

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 82 van 193


Eisen

Opmerkingen

Spoor- en luchtverkeer: LpAF,max,23u-7u ≤ 45dB (8) Noorwegen

Luchtverkeer: L5AS of Lp,ASmax,95 ≤ 80 dB(A) (9)

Spoor- en luchtverkeer: LpAF,max,22u-6u ≤ 45dB (10) Zweden

Luchtverkeer: (11) NA70 < 16 (dag en avond: 0622 u), behalve voor StockholmBromma NA70 < 3 (nacht 22-06 u).

Finland

Geen eis

Denemarken

Geen eis

Litouwen

Geen eis

Spanje

Geen eis

Italië

Geen eis

(8) Enkel voor slaapkamers. Dit niveau mag slechts minder dan 10 keer overschreden worden. (9) Bijkomende grenswaarden voor vliegtuiglawaai zijn in de norm NS 8175 opgenomen in de omgeving van luchthavens als het 5% statistisch overschrijdingsniveau van het A-gewogen maximaal geluidsdrukniveau buiten gemeten in ‘slow’ (L5AS of Lp,ASmax,95) tijdens de nachtperiode (23-07) van maximaal 80 dB(A). (10) Pieklawaai van spoor- en luchtverkeer voor slaapkamers. Dit niveau mag niet meer dan 5 keer per nacht overschreden worden en nooit met meer dan 10dB overschreden worden. (11) Op basis van de verordening SFS 2015:216 worden rond luchthavens bijkomende eisen opgelegd ten aanzien van de buitenniveaus bij woningen blootgesteld aan vliegverkeersgeluid in de vorm van een maximum toegestaan aantal overschrijdingen van een maximaal geluidsdrukniveau, gelijk aan 70 dB.

Tabel 40: Overzicht piekgeluiden (vervolg)

De tabellen bevatten diverse, verschillende (piekgerelateerde) criteria die echter zowel op binnen- als buitenniveaus betrekking hebben, en die niet alleen op een specifieke eis in verband met gevelisolatie. In sommige gevallen zijn ze een ‘afbakeningscriterium’ voor het afbakenen van een zone waarbinnen specifieke maatregelen vereist zijn. In Duitsland (zie (7) in Tabel 39) wordt de wordt de nachtzone volgens het 1. FlugLSV (2008) gedefinieerd op basis van een equivalente geluidscontour(LAeq,nacht) aangevuld met een contour die gebaseerd is op de verdeling en het voorkomen van piekgeluiden tijdens de nacht, beoordeeld in de slaapkamer (binnenniveau). Uitgangspunt is het 6x overschrijdingsniveau van maximale geluidsdrukniveaus in de binnenomgeving (met aanname van een natuurlijke geluidwering van 15 dB voor de gevel voor ramen in ventilatiestand). De nachtzone wordt derhalve gedefinieerd door de omhullende van een LAeq-nachtcontour voor het buitenniveau en de 6x frequentiecontour voor het binnen optredende maximale geluidsdrukniveau (LAmax,i). Ook voor Oostenrijk (zie Tabel 39) kan LAmax,6x < 68 dB moeilijk beschouwd worden als een specifieke isolatiecriterium. Ook dit is een afbakeningscriterium. Het is een buitenniveau (niet binnen) , ter afbakening van een zone waar geluidgedempte ventilatie als maatregel vereist is.

Slechts 4 landen (België, Duitsland, Noorwegen en Zweden) houden rekening met piekgeluiden afkomstig van treinlawaai. In het Verenigd Koninkrijk geeft men wel een parameter voor piekgeluiden maar geen criterium. In principe zijn de eisen in Duitsland enkel geldig voor pieken van luchtverkeer en in uitzonderlijke gevallen ook spoorverkeer. In België en Duitsland wordt, indien de parameter buiten overschreden wordt, een eis opgelegd

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 83 van 193


aan de gevelisolatie. In Noorwegen en Zweden wordt een eis opgelegd aan het maximaal geluidsdrukniveau binnen ten gevolge van pieklawaai, ongeacht het geluidsniveau buiten. Dit criterium is voor alle soorten piekgeluiden geldig. Er wordt voor beide landen echter niet gespecifieerd of het respecteren van het criterium binnen moet gebeuren met gevelisolatie of door aanpassingen aan de bron of overdrachtsweg. In BelgiĂŤ, Noorwegen en Zweden geldt het criterium enkel voor slaapkamers. In Duitsland wordt dit niet gespecifieerd en in het Verenigd Koninkrijk zegt men dat het is ter vermijding van slaapverstoring wat impliciet naar slaapkamers verwijst. In Duitsland wordt ook rekening gehouden met piekgeluiden tijdens de dagperiode en wordt niet gespecifieerd dat de eis enkel zou gelden voor slaapkamers. Indien het equivalente maximaal toelaatbare geluidniveau een aantal keer per periode met 20dB overschreden wordt, wordt de gevelisolatie uitgedrukt in functie van een geluidsbelasting gelijk aan deze maximale waarde -20dB. Voor het pieklawaai afkomstig van vliegtuiglawaai zijn er ook in dezelfde landen criteria van toepassing. Deze landen hanteren ook dezelfde parameters en dezelfde criteria als voor treinen. Enkel in de toekomstige nieuwe norm in BelgiĂŤ geldt er een 4 dB strengere eis voor de geluidsisolatie tegen vliegtuiglawaai. De bijkomende eisen voor vliegtuiglawaai in Duitsland, Noorwegen en Zweden hebben geen aanwijsbare repercussie op de vereiste geluidsisolatie van (woon)gebouwen.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 84 van 193


7

SAMENVATTING INTERNATIONALE VERKENNENDE LITERATUURSTUDIE

7.1 INLEIDING Om rekening te houden met het omgevingslawaai bij nieuwe woonontwikkelingen werd een ontwerp van gewestelijk isolatievoorschrift opgesteld voor de akoestische gevelisolatie van woningen tegen weg-, spoor- en luchtverkeerslawaai. Opdat dit ontwerp inzetbaar zou zijn in het kader van het MER-afwegingskader voor nieuwe woonontwikkelingen en later geoperationaliseerd kan worden in geschikte instrumenten binnen het ruimtelijk beleid als onderdeel van een algemene, ruimtelijke strategie, is dit ontwerp nader te evalueren. Dit dient te gebeuren via een internationale (Europese) benchmarking om na te gaan hoe internationaal omgegaan wordt met aspecten inzake akoestische gevelisolatie in instrumenten binnen het omgevingsbeleid (plannen, vergunningverlening ,…) en de toepassing in de dagdagelijkse bouwpraktijk. Het eerste onderdeel wordt uitgevoerd via een verkennende literatuurstudie en wordt in voorliggend rapport behandeld (deel 1: internationaal verkennende literatuurstudie). In een volgend deel (deel 2) zal het ontwerp van gewestelijk isolatievoorschrift nader geëvalueerd worden aan de hand van praktische casestudies samen met een algemene benchmarking van het ontwerp van isolatievoorschrift met inzichten uit de internationale verkenning. In een laatste deel (deel 3) zal (eenvoudige) rekentool en een technische leidraad opgesteld worden die dient als ondersteuning naar bouwprofessionals (geluidsdeskundigen, ontwerpers, architecten, …) om zodoende de toepassing van het isolatievoorschrift in de praktijk te faciliteren. De internationale verkenning van dit deel werd, behalve met gegevens van de 3 Belgische regio’s, ook uitgevoerd met gegevens uit 15 andere landen, verspreid over de verschillende regio’s van Europa (Nederland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Tsjechië, Polen, Noorwegen, Zweden, Finland, Denemarken, Litouwen, Spanje, Italië). Niet van alle landen werd even gedetailleerde informatie bekomen of teruggevonden. Voor de meeste landen werd deze informatie bekomen via uitgevoerde enquêtes (behalve Vlaanderen, Wallonië, het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen) en werd verder aangevuld met bibliografisch opzoekingswerk en informatie uit eigen projecten. Uit deze internationale verkenning blijkt dat de wijze waarop omgegaan wordt met de akoestische gevelisolatie tegen weg-, spoor- en luchtverkeerslawaai zeer verschillend is van land tot land en dat dat er ook soms onderscheid gemaakt wordt in functie van de aard van de bron (weg- en spoorverkeerslawaai, luchtverkeerslawaai). Niet alleen de procedurele aspecten en toepassingen van de regelgeving verschillen sterk, maar ook de akoestische parameters en de isolatiecriteria zijn niet overal gelijk.

7.2 AKOESTISCHE PARAMETERS EN ISOLATIECRITERIA Voor het technisch aspect van de akoestische gevelisolatie zijn er 2 verschillende soorten parameters: − Parameters die de gevelbelasting karakteriseren en eventuele piekgeluiden.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 85 van 193


−

Parameters die de gevelisolatie karakteriseren. Dit laatste gebeurt ofwel aan de hand van een parameter die de geluidsreductie van de gevel geeft ofwel door een parameter die het toegelaten geluidsdrukniveau binnen bepaalt. In het ontwerp van gewestelijk isolatievoorschrift zijn de parameters die de gevelbelasting karakteriseren de Lday en Lnight, samen met de parameters en LAmax,5x,23-07u en LAmax,1x,23-07u voor piekgeluiden. De gevelisolatie wordt gekarakteriseerd door de geluidsreductie DAtr.

Parameters gevelbelasting Het ontwerp van gewestelijk isolatievoorschrift stelt voor gebruik te maken van de Europese parameters Lday, Lnight alsook specifieke parameters LAmax,1x,23-07u en LAmax,5x,23u-07u voor piekniveaus. De beide Europese parameters geven het geluidsdrukniveau aan de gevel zonder rekening te houden met gevelreflecties. Deze parameters zijn ook verschillend met de parameter die in de huidige norm en nieuw voorstel van nieuwe Belgische norm voor woongebouwen worden gebruikt. In de meeste landen wordt eveneens uitgegaan van een dag- en een nachtperiode. In een aantal landen situeert de nacht zich tussen 22u en 6u, in andere landen is dit tussen 23u en 7u. Toch zijn er ook landen waar dit onderscheid niet gemaakt wordt en uitgegaan wordt van de etmaalwaarde Lden met correctie van de avond- en nachtperiode of van LAeq,24u zonder correctie voor de avond- en nachtperiode. Globaal is er een tendens naar een relatie met de parameters van de Europese richtlijn END 2002/49 EG. Alhoewel het vaak om dezelfde of vergelijkbare parameters gaat worden ze niet altijd op dezelfde wijze vastgesteld. Ook gebeurt dit soms anders voor de verschillende bronnen, waarbij ook soms deze bronnen apart en soms samen worden beschouwd. In de meeste landen hanteert men berekeningen. Hierbij wordt dan meestal uitgegaan van een ‘op lange termijn gemiddeld geluidsniveau’ via modellering en in een aantal landen wordt verwezen naar de strategische geluidsbelastingskaarten in het kader van RL 2002/49/EG. Probleem is dat deze niet voor alle gebieden beschikbaar zijn. In veel landen kunnen ook geluidsmetingen gebruikt worden. Gevelreflecties worden vaak meegerekend, maar waar de Europese parameters worden gebruikt niet. In het internationaal onderzoek is het niet altijd duidelijk of de gevelbelasting dient bepaald te worden voor de gehele gevel of voor de verschillende geveldelen. In landen waar de gevelisolatie functie is van het geluidsniveau binnen dat niet mag overschreden worden is het logisch dat uitgegaan wordt van de gevelbelasting die optreedt ter hoogte van de betreffende ruimte. Er zijn slechts weinig landen die piekgeluiden hanteren. In dat geval worden piekgeluiden bij vliegtuiglawaai voornamelijk gebruikt als afbakeningscriterium (Duitsland, Oostenrijk) of als immisie limiet (Noorwegen, Zweden), in dit laatste geval zonder enige relatie met een specifiek vereiste gevelisolatie. Slechts 4 landen (België, Duitsland, Noorwegen en Zweden) houden rekening met piekgeluiden afkomstig van treinlawaai en vliegtuiglawaai. Enkel in België en Duitsland wordt, indien de parameter voor pieklawaai buiten overschreden wordt, een eis opgelegd aan de gevelisolatie. In Noorwegen en Zweden wordt een eis opgelegd aan het maximaal geluidsdrukniveau binnen ten gevolge van pieklawaai, ongeacht het geluidsniveau buiten. Dit criterium is voor alle soorten piekgeluiden geldig. Het betreft dus ook hier geen criterium van gevelisolatie omdat het realiseren van het binnenlawaai mogelijk is via maatregelen aan de bron of de overdrachtsweg.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 86 van 193


Tot slot geeft de Belgische norm voor piekgeluiden buiten aan, dat dit enkel voor nachtruimten is. In de andere landen is dit niet gespecificeerd.

Parameters gevelisolatie Het ontwerp van gewestelijk isolatievoorschrift maakt gebruik van de ééngetalsaanduiding DAtr evenals de huidige Belgische norm en het ontwerp van nieuwe norm. Deze parameter is een maat voor de geluidsreductie van de gevel, rekening houdend met een correctie voor zeer specifiek gedefinieerde bronnen (waaronder wegverkeersgeluid op lage snelheid, zie § 3.3 Kenmerkende akoestische grootheden voor de gevelisolatie) (Ctr), waarbij uitgegaan wordt van het geluidsdrukniveau buiten op 2 m van de gevel. In veel andere Europese landen wordt dezelfde parameter gebruikt. In enkele landen gebruikt men dezelfde parameter maar zonder correctie voor verkeerslawaai (D2m,nT,w) of de schijnbaar gewogen geluidsverzwakkingsindex (R’w) of een afgeleide parameter hiervan. In België en Duitsland gebruikt men dezelfde parameters voor de geluidsisolatie van de gevel wanneer buiten bepaalde niveaus van pieklawaai een aantal maal worden overschreden. In een aantal landen gebruikt men als parameter voor de bepaling van de gevelisolatie het geluidsdrukniveau binnen dat niet mag overschreden worden. Hier gebuikt men dan dag-, avond-, nacht- of etmaalwaarden. Criteria Criteria worden dus opgelegd aan ofwel de geluidsisolatie van de gevel ofwel aan het toegelaten geluidsdrukniveau binnen afhankelijk van de gekozen parameter. Het ontwerp van gewestelijk isolatievoorschrift dat DAtr als parameter gebruikt, maakt voor het criterium dat opgelegd nog een onderscheid tussen de aard van de bron buiten en de aard van het lokaal. In de huidige Belgische norm en het ontwerp van nieuwe norm wordt het onderscheid van de bron buiten enkel gemaakt voor slaapkamers wanneer er buiten pieklawaai is van vliegtuigen of treinen (uitgebreid met trams voor de nieuwe norm). In zo goed als alle onderzochte landen wordt een onderscheid gemaakt in type gebouw (woongebouw, school, kantoor, zorgsector, …). Binnen de woongebouwen wordt dan weer onderscheid gemaakt in het type ruimte, waarbij er een andere eis opgelegd wordt voor de dag- en nachtruimten, of een bijkomende eis voor nachtruimtes. De eis die uiteindelijk aan de geluidsisolatie wordt opgelegd is (behalve voor Italië) altijd functie van het buitenlawaai of de klasse van buitenlawaai. Ook wanneer een eis opgelegd wordt aan het binnenniveau zal de nodige gevelisolatie bepaald worden door de gevelbelasting. In de meeste landen wordt dan geen onderscheid gemaakt in het type geluidsbron voor deze gevelbelasting maar wordt uitgegaan van de cumulatieve belasting. In enkele landen maakt men echter wel een onderscheid in het type geluidsbron buiten. In een aantal landen worden er ook comfortklassen gebruikt in plaats van een bepaalde waarde waarbij er ook een minimum klasse is. Tot slot zijn dezelfde eisen meestal geldig voor zowel nieuwbouw als renovaties. In een beperkt aantal landen zijn er andere eisen. De criteria die opgelegd worden aan de geluidsisolatie en/of het toegelaten geluidsdrukniveau binnen zijn in de verschillende landen vaak verschillend. Daarenboven wordt voor het isolatiecriterium voor de vereiste gevelisolatie in sommige landen de parameter voor de gevelbelasting uitgedrukt zonder gevelreflectie (invallend geluid) en in andere landen met 3dB gevelreflectie (niveau op 2 m voor de gevel). Om de gegevens

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 87 van 193


onderling te vergelijken werd bepaald welk geluidsdrukniveau binnen in respectievelijk de dag- en nachtperiode moet gerealiseerd worden via de opgelegde eis. Dit blijkt sterk te variëren en ligt bij de onderzochte landen grofweg tussen 25 en 40 dB voor de daglokalen tijdens de dag en tussen 25 en 33 dB voor de slaapkamers van woningen tijdens de nachtperiode. Uit deze resultaten kunnen nog weinig conclusies uit getrokken worden omdat de tijdsbasis waarover geëvalueerd moet worden niet dezelfde is (cfr. jaargemiddelde waarde in EUindicator versus individuele dag/nacht).

7.3 PROCEDURELE ASPECTEN EN TOEPASSINGEN VAN DE REGELGEVING Het al dan niet wettelijk karakter van de regelgeving in andere landen is niet altijd gemakkelijk terug te vinden. Toch blijkt dat in zo goed als alle landen de akoestische gevelisolatie op één of andere manier wettelijk verplicht is. Deze verplichting is dan expliciet in de wetgeving opgenomen of door middel van een verwijzing in de wetgeving naar een norm. De Europese unie ontwikkelde de Europese Geluidsrichtlijn (“European Noise Directive” END 2002/49) betreffende transport en industrie geluid. Deze richtlijn vraagt de Europese lidstaten om het publiek te informeren en te raadplegen, om 5 jaarlijks strategische geluidsbelasting kaarten op te maken en om 5 jaarlijks actieplannen te ontwikkelen. Er is een tendens merkbaar waarbij steeds meer gebruik gemaakt wordt van de Europese indicatoren bij een heruitgave van normen of bouwvoorschriften maar in sommige landen is er helemaal geen link. Enkel voor Frankrijk en Oostenrijk werd teruggevonden dat het gebruik van de strategische geluidsbelasting kaarten ter bepaling van de geluidsbelasting expliciet vermeld wordt in de wetgeving, ook al worden in deze landen nog niet de Europese geluidsindicatoren gehanteerd. In principe dienen in alle landen bij MER-studies alle wettelijke bepalingen in rekening gebracht te worden teneinde een goedkeuring te verkrijgen. Gezien in de meeste landen de akoestische gevelisolatie op één of andere manier wettelijk verplicht is, dient deze dus steeds in rekening gebracht te worden, hoewel dit niet steeds expliciet wordt aangegeven. Er kon echter niet duidelijk teruggevonden worden of in de onderzochte landen nieuwe woonontwikkelingen al dan niet MER-plichtig zijn of vanaf welke grootte ze MER-plichtig zijn. Zoals in vorige paragraaf aangehaald is de gevelisolatie in de meeste landen gerelateerd aan de optredende geluidsbelasting buiten (via de nodige gevelisolatie of via het maximaal toelaatbare geluidniveaus binnen). Dit kan ofwel op basis van geluidsklassen, ofwel op basis van de exacte waarde van de gevelbelasting. Er zijn slechts enkele landen waar de nodige gevelisolatie rechtstreeks gekoppeld is aan de regulering van toegestane geluidniveaus bij (nieuwe) woonontwikkelingen. Wanneer bepaalde grenswaarden in de buitenomgeving worden overschreden, zijn bijkomende maatregelen nodig t.o.v. de situatie waarbij de grenswaarden worden gerespecteerd. Indien de gevelbelasting niet teruggebracht kan worden tot onder bepaalde grenswaarden, kunnen de bijkomende maatregelen dan bestaan uit een (verhoogde) isolatieverplichting of uit een aangepaste inplanting van de ruimten. Op deze manier wordt het beperken van de gevelbelasting tot beneden een bepaalde grenswaarde (= regulering van het buitenniveau) aldus impliciet ingezet ter garantie van het akoestisch comfort binnen. Er zijn ook landen die richtwaarden voor maximaal toelaatbare geluidniveaus buiten hanteren afhankelijk van de gebiedsindeling, maar de overschrijding ervan is niet gekoppeld aan specifieke bijkomende eisen inzake gevelisolatie.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 88 van 193


Daarnaast zijn er in verschillende landen ook grenswaarden bij de (her)aanleg van (spoor)wegen ter sanering van bestaande woningen. Maar in weinig landen zijn deze expliciet gerelateerd aan een isolatieverplichting ten koste van de ontwikkelaar. Uit de inventarisatie blijkt dat in geen van de onderzochte internationale cases er effectief sprake is van een bouwverbod. Enkel impliciet door de mate van toepassing van maximale toegestane grenswaarden voor de gevelbelasting. In de meeste landen zijn eventuele maximale geluidniveaus buiten louter richtinggevend, zonder wettelijke gevolgen. De eisen met betrekking tot gevelisolatie gevonden in documenten (wetten, bouwvoorschriften, nomen, richtlijnen ...) zijn meestal van toepassing op alle type gebouwen, terwijl wetgevingen (wetten, decreten, besluiten, …) vaak eerder enkel voor geluidsgevoelige gebouwen zijn zoals woningen, scholen, kinderdagverblijven, gebouwen in de gezondheidszorg, … . Normen kunnen zowel betrekking hebben op alle type gebouwen, als enkel op geluidsgevoelige gebouwen. Enkele normen hebben louter betrekking op woningbouw. De meeste documenten zijn steeds geldig voor nieuwbouw woningen, al dan niet met uitbreiding van renovatie of bestaande woningen. Enkel in Frankrijk is er een afzonderlijke regelgeving voor bestaande woningen. Alle teruggevonden documenten zijn steeds op nationaal niveau geldig, maar meestal kunnen de lokale overheden eventueel bijkomende strengere eisen opleggen, waarbij zij ook steeds de nationale regelgeving dienen te respecteren. In sommige landen worden dezelfde eisen opgelegd voor ‘short stay’ ruimtes als voor woongebouwen, terwijl in andere landen er aparte criteria gelden. In verscheidenen landen is dit echter niet aangegeven. Tot slot gelden de meeste van deze documenten voor zowel wegverkeerslawaai, spoorweglawaai als voor vliegtuiglawaai.

Er werd ook onderzocht hoe de handhaving gebeurt van deze eisen van gevelisolatie. Er blijkt maar één land te zijn (Frankrijk) waar de akoestische attestering bij wet vast ligt. Een besluit beschrijft éénduidig het aantal nodige controlemetingen bij oplevering in functie van het aantal en type woningen, alsook de modaliteiten van deze metingen. De staat organiseert ook willekeurige controles op deze attestering. Indien blijkt dat niet voldaan wordt aan de akoestische vereisten, zijn remediërende maatregelen verplicht. Ook de burgerlijke aansprakelijkheid van de architect of aannemer staat hier op het spel. In enkele landen is de controle een lokale of regionale bevoegdheid via akoestische berekeningen of controlemetingen bij oplevering. Meestal moet wel via berekeningen tijdens ontwerp- en uitvoeringsfase gegarandeerd worden dat aan de eisen wordt voldaan. Dit dient echter niet gestaafd te worden. Bij eventuele hinderklachten kunnen akoestisch metingen uitgevoerd worden ter controle, waarna de aannemer of architect wel verplicht kunnen worden om remediërende maatregelen te treffen teneinde aan de akoestische vereisten te voldoen. Administratieve sancties komen enkel in Tsjechië en Italië ter sprake, hoewel in beide landen remediërende maatregelen de voorkeur krijgen. Er worden aldus in geen enkel land financiële boetes opgelegd. Er werd ook onderzocht of er ten behoeve van de akoestische gevelisolatie ook financiële of technische ondersteuning gegeven wordt en wie hier voor instaat. In België geeft het Waals Gewest financiële steun voor de isolatie van woningen nabij de regionale luchthavens, terwijl in het Brussels Gewest er naast financiële ook technische ondersteuning mogelijk is van uit het gewest.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 89 van 193


Uit de internationale vergelijking blijkt dat financiële ondersteuning voornamelijk in twee situaties wordt aangeboden. Een eerste situatie betreft de (her)aanleg van (spoor)wegen. Ontwikkelaars moeten in dit geval richtwaarden respecteren bij de bestaande woningen langsheen of in de omgeving van deze (spoor)weg. Hiertoe dient de ontwikkelaar in eerste instantie maatregelen te treffen bij de bron (aangepaste keuze van wegdek, weginfrastructuur, inplanting, keuze rollend materieel, …) of bij de overdrachtsweg (geluidsschermen of bermen, …). Indien deze maatregelen ontoereikend zijn, is het in bepaalde gevallen toegestaan de richtwaarden te overschrijden, mits de infrastructuurbeheerder instaat voor de kosten voor verhoogde gevelisolatie bij de woningen die een impact ondervinden. Hoe dit dan concreet gebeurt, is niet geheel duidelijk. Veelal gebeurt dit a.d.h.v. subsidies. Een tweede situatie betreft lokale financiële steun voor bestaande woningen in zones die een hoge gevelbelasting ondervinden, zoals rond luchthavens, in drukke steden, langs belangrijke hoofdwegen. Vaak betreffen dit dan plaatselijke ad hoc initiatieven van lokale autoriteiten. Er zijn wel voorbeelden waar sanering boven een bepaalde drempelwaarden op nationaal niveau (op kosten van de overheid) wordt aangepakt. In Nederland is er wel een aanpak op nationaal niveau met het gebruik van saneringslijsten voor de sanering van bestaande woningen nabij wegen en spoorwegen. Ook de isolatieprogramma's rond luchthavens vormen hier een nationaal gestuurde aanpak. De meeste technische ondersteuning gebeurt in Europa via private onderzoekscentra of akoestische verenigingen. Via deze kanalen worden publicaties verspreid via tijdschriften, websites, papieren publicaties met richtlijnen voor de berekening of uitvoering van gevelisolatie, voorbeelden van goede praktijk, … . Verder is er commerciële software beschikbaar die kan aangekocht worden. Dit betreft veelal software voor de berekening conform internationale normen, vb. ISO 12354, maar is meestal niet gebaseerd op nationale regelgeving. Bovendien wordt dit logischerwijze enkel door de expertisebureaus aangekocht. In verschillende landen werd aangegeven dat het verspreiden van publicaties wel op één of andere manier gestuurd wordt door overheidsinstanties, hetzij via subsidies van de private organisaties waarover hoger sprake, hetzij rechtstreeks door deze overheidsinstanties georganiseerd. Meer details werden niet verkregen. In België worden ook richtlijnen van goede praktijk en constructievoorbeelden aangereikt, maar dit vooral vanuit het Brussels Gewest. Litouwen is het enige gekende voorbeeld waarin constructievoorbeelden effectief in de wetgeving zelf werden opgenomen.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 90 van 193


8 BIJLAGE: BEVINDINGEN PER LAND Hierna wordt per regio of land een niet-exhaustieve lijst gegeven van de belangrijkste wetgevingen, normen of richtlijnen, alsook een korte beschrijving van deze documenten. Het betreft een interpretatie van deze documenten, onder voorbehoud van een correcte vertaling. Voor de meeste landen wordt bijkomend ook een aparte aanvullende beschrijving gegeven met betrekking tot luchtvaartlawaai omdat hiervoor vaak een aanvullende of specifieke wetgeving, richtlijn, … geldt.

8.1 BELGIË 8.1.1

Algemeen

Tot de regionalisering van België in 1989 en overheveling van de meeste milieudomeinen naar de Gewesten, bestond de Belgische federale wetgeving inzake geluidshinder hoofdzakelijk uit een kaderwet, die dateert van 18 juli 1973, betreffende de bestrijding van de geluidshinder. Deze wet beoogde de preventie of de bestrijding van de geluidshinder afkomstig van verschillende bronnen, zoals motorvoertuigen en vliegtuigen. Elk Gewest beschikt sinds de regionalisering over zijn eigen beleid en zijn eigen milieuwetgeving, ook op het vlak van de geluidshinder (zie verder). Sommige bevoegdheden die federaal gebleven zijn, hebben nochtans gevolgen op het vlak van geluid. Meerdere federale overheidsdiensten (FOD) houden zich bezig met problemen inzake geluidsoverlast, zoals: − De FOD Mobiliteit en Vervoer. Verantwoordelijk voor de reglementering inzake vervoermiddelen: motorvoertuigen, motoren, (plezier)vaartuigen, vliegtuigen en treinen, evenals het verkeersreglement (al is dat gedeeltelijk geregionaliseerd). De exploitatie van Brussels Airport valt eveneens onder de bevoegdheid van de FOD Mobiliteit en Vervoer. − De FOD Economie. Volgt het Europese werk inzake de geluidsemissie van consumentenproducten, zoals walkmans en speelgoed. Deze overheidsdienst ziet ook toe op de regelgeving inzake de kwaliteit van oordopjes. − De FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu. Deze instelling is bevoegd voor de toepassing van de regelgeving inzake de geluidsuitstoot van huishoudtoestellen, banden en 57 categorieën machines die bestemd zijn voor gebruik buiten gebouwen. − De FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg. Belast met het welzijn van werkers, met inbegrip van de bescherming van werkers tegen blootstelling aan geluid op de werkplek. In België wordt het akoestisch comfort in gebouwen beschreven a.d.h.v. de normenreeks NBN S01-400. De oudste normen betreffen de NBN S01-400 (1977) “ Kriteria van de akoestische isolatie” en NBN S01-401 (1987) “Grenswaarden voor de geluidniveaus om het gebrek aan comfort in gebouwen te vermijden” [1]. Deze werden vervangen door de recentere norm NBN S01-400-1 (2008) “Akoestische criteria voor woongebouwen” voor wat betreft woongebouwen. Momenteel wordt gewerkt aan een herziening van deze norm, nl. prNBN S01-400-1 (2019) “ Akoestische criteria voor woongebouwen” [2]. Deze normen zijn een “code van goede praktijk” maar hebben geen wetmatig karakter.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 91 van 193


[1] NBN S01-400-1 (2008) “ Akoestische criteria voor woongebouwen” Deze norm beschrijft de eisen inzake gevelisolatie, lucht- en contactgeluidisolatie, installatielawaai en ruimteakoestiek in woongebouwen. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen een “normaal comfort” en een “verhoogd comfort”. De eisen voor een normaal akoestisch comfort zijn er op gericht om 70% van de bewoners tevredenheid te verschaffen. Bij de eisen voor een verhoogd akoestisch comfort wordt dit opgetrokken tot meer dan 90% van de bewoners. Deze norm is van toepassing op woningen, gedefinieerd als het geheel van aansluitende ruimten dat normaal alleen toegankelijk is voor de eigen bewoners. Onder deze definitie wordt de gebruikelijke interpretatie van het begrip woning begrepen en dus bijvoorbeeld niet hotels, ziekenhuiskamers, rusthuizen enz… Het omgevingslawaai wordt als volgt gedefinieerd: geluid buiten de woning in hoofdzaak veroorzaakt door wegverkeer, spoorverkeer en vliegverkeer. De akoestische eisen die de norm oplegt voor de gevels zijn afhankelijk van het geluidniveau buiten aan de gevel, de aard van het lawaai en de aard van het lokaal achter de gevel. Er wordt een eis opgelegd voor het gewogen gestandaardiseerde geluidsdrukniveauverschil voor een gevelvlak met het typespectrum voor wegverkeerslawaai zoals bepaald in de norm NBN EN ISO 717-1 en dit gemeten in situ (DAtr). In de volgende tabel worden de eisen getoond.

Eisen met betrekking tot de gevelisolatie

(1) de waarde van m bedraagt 3 dB indien er nog een tweede gevelvlak uitgeeft op het lokaal en wanneer de geluidsniveaus voor de beide gevelvlakken meer dan 60 dB(A) bedragen (2) de eis (2) geldt enkel voor slaapkamers waarbij er ’s nachts tussen 22 u en 6u een lawaaibelasting (gemeten op 2 m van de gevel) is van regelmatig vliegtuig- of spoorverkeer en waarbij er tijdens deze periode geluidsniveaus optreden van LAeq,1s,max,T ≥ 70dB die minstens 3x per nacht gedurende minstens 1 nacht per week worden bereikt. Tabel 41: Criteria gevelisolatie NBN S01-400-1

LA is de geluidsbelasting voor een gevelvlak afgeleid uit LAref. LAref wordt uit metingen in een referentiemeetpunt buiten op 2 m hoogte boven het maaiveld en op 2 m loodrechte afstand van het midden van de akoestisch meest belaste gevel van het gebouw waarin de te beschermen ruimte gelegen is. Ze is gelijk aan het grootste van de volgende 2 meetwaarden: - Het A-gewogen equivalent geluidsdrukniveau LAeq,T van het omgevingslawaai over een tijdsinterval T van minstens 30 minuten en gemeten op een tijdstip tussen 6 u en 22 u dat representatief is voor de mogelijke hinder door het omgevingslawaai.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 92 van 193


-

Het met 5 dB vermeerderde A-gewogen equivalent geluidsdrukniveau LAeq,T van het omgevingslawaai over een tijdsinterval T van minstens 30 minuten en gemeten op een tijdstip tussen 22 u en 6 u dat representatief is voor de mogelijke hinder door het omgevingslawaai.

Concreet betekent de eis voor normaal akoestisch comfort dat: - het (energetisch) gemiddeld geluidsniveau dat buiten aan de gevel optreedt, zal gereduceerd worden tot 34 dB(A) in de lokalen die gelegen zijn achter deze gevel uitgaande van een gemiddelde nagalmtijd in dit lokaal van 0.5 seconde en dit tijdens de dagperiode; tijdens de nachtperiode wordt het geluidsniveau gereduceerd tot 29 dB(A) binnen. - in het geval dat het geluidsniveau buiten aan de gevel minder is dan 60 dB(A) vraagt de norm toch nog steeds een gevelisolatie van minstens 26 dB (DAtr ≥ 26 dB) - bij pieklawaai afkomstig van treinen of vliegtuigen, dat ’s nachts meer dan 70 dB(A) geeft aan de gevel, moet de gevel naar slaapkamers minstens 34 dB geluidsisolatie garanderen. De evaluatie van de gevelisolatie dient te gebeuren aan de hand van metingen van het gestandaardiseerde geluiddrukniveauverschil DAtr volgens NBN EN ISO 140-5:1998.

[2] prNBN S01-400-1 (2019) “Akoestische criteria voor woongebouwen” Ook deze norm beschrijft de eisen inzake gevelisolatie, lucht- en contactgeluidisolatie, installatielawaai en ruimteakoestiek in woongebouwen. In dit normvoorstel worden 3 akoestische prestatieniveaus gedefinieerd (A, B en C), waarbij klasse A de hoogste akoestische bescherming biedt. Wat de gevelisolatie betreft worden klasse A en B samengevoegd. Klasse C is het minimaal vereiste prestatieniveau. Deze norm geeft specifiek aan dat: - deze van toepassing is op woningen die niet afhankelijk zijn van gemeenschappelijke keukens en niet afhankelijk zijn van gemeenschappelijke sanitaire ruimten (hieronder vallen bv. ook assistentiewoningen, studio’s) - deze niet van toepassing is op woningen bestemd voor kortstondige bewoning (minder dan een maand, bv. vakantiewoningen of hotels) of woningen afhankelijk van gemeenschappelijke keukens en/of afhankelijk van gemeenschappelijke sanitaire ruimten (bv. studentenkamers, kamers in internaten, kamers in woonzorgcentra). Het omgevingslawaai wordt als volgt gedefinieerd: geluid buiten de woning in hoofdzaak veroorzaakt door wegverkeer, spoorverkeer en vliegverkeer, industriële en commerciële activiteiten en technische installaties. Slechts het deel van het buitenlawaai dat voldoet aan de geldende reglementeringen betreffende omgevingslawaai en de van toepassing zijnde normen dient beschouwd te worden. Burenlawaai of geluid van spelende kinderen worden niet tot het omgevingslawaai gerekend. De akoestische eisen die de norm oplegt voor de gevels zijn afhankelijk van het geluidniveau buiten aan de gevel, de aard van het lawaai en de aard van het lokaal achter de gevel. Er wordt een eis opgelegd voor het gewogen gestandaardiseerde geluidsdrukniveauverschil voor een gevelvlak met het typespectrum voor wegverkeerslawaai zoals bepaald in de norm NBN EN ISO 717-1 en dit gemeten in situ (DAtr). In de volgende tabel worden de eisen getoond.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 93 van 193


Eisen met betrekking tot de gevelisolatie

(1) Dit criterium dient met 3 dB verhoogd te worden indien de te beschermen ruimte nog een ander gevelvlak bezit waarbij beide gevelvlakken minstens ĂŠĂŠn ventilatierooster of gevelelement met geluidverzwakkingsindex RAtr < 48 dB bevatten. (2) Dit criterium is niet van toepassing op buitengalerijen of buitentrappen die enkel in noodsituaties als evacuatieweg gebruikt worden. (3) Dit criterium is enkel van toepassing op de gevelvlakken van slaapkamers die blootgesteld zijn aan een LAmax,3x,night â&#x2030;Ľ 70 dB. Tabel 42: Criteria gevelisolatie prNBN S01-400-1 (2019)

LA,day en LA,night is het A-gewogen equivalente geluiddrukniveau LAeq,Tm van het omgevingslawaai, geĂŤvalueerd in een meetpunt op 2 m loodrechte afstand vóór het midden van een gevelvlak op een tijdstip tussen 07u en 23u (LA,day ) of tussen 23u en 07u (LA,night ) dat representatief is voor de mogelijke hinder door het omgevingslawaai. LA,day en LA,night kunnen ofwel gemeten worden over een tijdsinterval Tm van minstens 30 minuten (inclusief gevelreflecties), ofwel berekend worden in een specifieke akoestische studie. Bij de berekening kan deze waarde afgeleid worden uit Lden, Lday en Lnight (exclusief gevelreflecties) in het geval van weg-, spoor- en luchtverkeerslawaai. đ?&#x2018;łđ?&#x2018;¨,đ?&#x2019;&#x2026;đ?&#x2019;&#x201A;đ?&#x2019;&#x161; = đ?&#x2018;łđ?&#x2019;&#x2026;đ?&#x2019;&#x201A;đ?&#x2019;&#x161; + đ?&#x;?đ?&#x2019;&#x2026;đ?&#x2018;Š + đ?&#x;&#x2018;đ?&#x2019;&#x2026;đ?&#x2018;Š

of

đ?&#x2018;łđ?&#x2018;¨,đ?&#x2019;&#x2026;đ?&#x2019;&#x201A;đ?&#x2019;&#x161; = đ?&#x2018;łđ?&#x2019;&#x2026;đ?&#x2019;&#x2020;đ?&#x2019;? â&#x2C6;&#x2019; đ?&#x;?đ?&#x2019;&#x2026;đ?&#x2018;Š + đ?&#x;&#x2018;đ?&#x2019;&#x2026;đ?&#x2018;Š voor wegverkeer đ?&#x2018;łđ?&#x2018;¨,đ?&#x2019;&#x2026;đ?&#x2019;&#x201A;đ?&#x2019;&#x161; = đ?&#x2018;łđ?&#x2019;&#x2026;đ?&#x2019;&#x2020;đ?&#x2019;? â&#x2C6;&#x2019; đ?&#x;&#x201C;đ?&#x2019;&#x2026;đ?&#x2018;Š + đ?&#x;&#x2018;đ?&#x2019;&#x2026;đ?&#x2018;Š voor spoorverkeer

en

luchtverkeer

đ?&#x2018;łđ?&#x2018;¨,đ?&#x2019;?đ?&#x2019;&#x160;đ?&#x2019;&#x2C6;đ?&#x2019;&#x2030;đ?&#x2019;&#x2022; = đ?&#x2018;łđ?&#x2019;?đ?&#x2019;&#x160;đ?&#x2019;&#x2C6;đ?&#x2019;&#x2030;đ?&#x2019;&#x2022; + đ?&#x;&#x201C;đ?&#x2019;&#x2026;đ?&#x2018;Š + đ?&#x;&#x2018;đ?&#x2019;&#x2026;đ?&#x2018;Š

Tabel 43: berekening LA,day en LA,night cfr prNBN S01-400-1 (2019)

Bij lawaaibelastingen ten gevolge van lucht- of spoorverkeer zullen de gestelde eisen niet noodzakelijk tot een aangepaste bescherming leiden. Indien aan de omstandigheden aangepaste bescherming gewenst is, zullen een specifieke studie en aangepaste maatregelen noodzakelijk zijn. Indien â&#x20AC;&#x2DC;s nachts een LAeq,1s,max,passage â&#x2030;Ľ 80 dB vastgesteld wordt voor het gevelvlak van een slaapkamer, wordt sowieso een akoestische studie aanbevolen. De informatieve Bijlage E van deze norm geeft richtwaarden voor de eisen in het geval van nachtelijk lucht- of spoorverkeerslawaai.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 94 van 193


Richtlijnen voor extra criteria met betrekking tot de gevelisolatie in het geval van nachtelijk lucht- of spoorverkeerslawaai

(1) Dit criterium dient met 3 dB verhoogd te worden indien de te beschermen ruimte nog een ander gevelvlak bezit waarbij beide gevelvlakken minstens één ventilatierooster of gevelelement met geluidverzwakkingsindex RAtr < 48 dB bevatten. Tabel 44: Criteria gevelisolatie prNBN S01-400-1 (2019)

De hierboven aangegeven normen zijn een “code van goede praktijk”, maar hebben geen wetmatig karakter. Verschillende beoordelingskaders verwijzen naar de norm.

8.1.2

Vlaanderen [3] Toetsingskader ruimtelijke ordening Vlaanderen

De manier waarop hinder- en gezondheidsaspecten in Vlaanderen in de Ruimtelijke Ordening worden geïntegreerd is zeker niet systematisch. Ze gebeurt vooral op projectniveau (begroten van impact, locatiekeuze,…). Toetsingskader voor herbestemming tot woongebieden In de studie “onderzoek naar maatregelen omgevingslawaai” 2010 5 werd een toetsingskader voorgesteld voor de inplanting van nieuwe woonzones in de omgeving van geluidsbelaste zones. Dit toetsingskader werd voorgesteld in een discussienota “Maatregelen weg- en spoorwegverkeerslawaai – RO en stedenbouw” door het Departement LNE-Leefmilieu, Natuur en Energie, dienst Hinder en werd met de verschillende betrokken partijen6 bediscussieerd en tevens opgenomen in het MER richtlijnenboek voor geluid en trillingen7. Hierbij wordt als streefdoel 55 dB(A) vooropgesteld. Hogere waarden worden toegelaten indien een verhoogde gevelisolatie wordt toegepast of andere maatregelen (zie tabel). Voor de verhoogde isolatie wordt verwezen naar de norm NBN S 01-400-1 (2008). In woonontwikkelingen waarbij men nieuwe gebouwen gebruikt als afschermend object ten opzichte van de bron waarnaast ze gebouwd zijn, heeft dit een positief effect op de impact van die bron naar de bestaande gebouwen. Daarentegen ondervinden deze nieuwe gebouwen een hogere gevelbelasting met aldus een expliciete verplichting tot verhoogde gevelisolatie, zeker in het geval van woonfunctie. Het is ook mogelijk om de geveleisen terug af te zwakken door te kiezen voor een niet-residentiële gebouwfunctie.

5

Onderzoek naar maatregelen omgevingslawaai – eindrapport van 15 juni 2010, uitgevoerd door Akron, Wölfel, Acoustical Engineering, dB(A)-plan in opdracht van de Vlaamse overheid, Departement LNE, ALHRMG (ref. LNE/LHRMG/OL200600061) 6 MOW-Algemeen Beleid; MOW-Beleid, Mobiliteit en verkeersveiligheid; RWO, Stedenbouwkundig Beleid, RWO, Agentschap R-O Vlaanderen 7 MER,-richtlijnenboek (afgekort RLB) voor geluid en trillingen versie februari 2011 , § 8.3.4

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 95 van 193


Tabel 45: Tabel wenselijkheid en acties voor wenselijkheid herbestemming8

8

MER,-richtlijnenboek (afgekort RLB) voor geluid en trillingen versie februari 2011 , ยง 8.3.4

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 96 van 193


[4] De Vlaamse Maatstaf duurzaam wonen en bouwen De Vlaamse overheid wil een eenduidig kader bieden om gebouwen en hun omgeving te beoordelen op alle aspecten van duurzaamheid. Daarom is er de Vlaamse maatstaf duurzaam wonen en bouwen9 : het referentiekader voor duurzaam wonen en bouwen in Vlaanderen, dat bepaalt wat de Vlaamse overheid daaronder verstaat. De Vlaamse Maatstaf kan toegepast worden op zowel alleenstaande woningen als appartementen, zowel nieuwbouw als renovatie. Het is een instrument gebaseerd op internationaal erkende systemen, maar aangepast aan de Vlaamse regelgeving.

Maatregel: Beoordeling van de geluidbelasting Doel: Het stimuleren van de keuze voor een site met een aanvaardbaar niveau van omgevingslawaai, veroorzaakt door externe bronnen (verkeer, industrie, enz.). Minimale eis: - Lden (dB(A)) < 65 en Lnight (dB(A)) < 55 (op basis van de geluidbelastingskaarten of in-situ metingen) Gewenst: -

Lden (dB(A)) < 55 en Lnight (dB(A)) < 45 (op basis van de geluidbelastingskaarten of in-situ metingen) De volgende maatregelen worden genomen om de hinder van de geluidbelasting te beperken: o de slaapkamers geven uit op een gebied met Lnight < 45 dB o of het geluidniveau in de kamer is beperkt tot 25 dB

EN er is een buitenruimte aan de woning die grenst aan een zone met Lden < 55 dB op de kaart. Maatregel: Akoestische zonering Doel: Vergemakkelijken van het realiseren van akoestisch comfort door een aangepaste schakeling van functies. Gewenst: - Slaapkamers grenzen niet aan ruimten met een andere functie in aanpalende woon-eenheden, zowel in plan als in snede; - Slaapkamers grenzen niet aan de gemeenschappelijke circulatie (trappenhuis, lift-schacht, inkom, …), zowel in plan als in snede; - Leidingenkokers grenzen alleen aan badkamers of keukens. Maatregel: Akoestisch comfort Doel: Het realiseren van een akoestisch comfortabele binnenomgeving, het verhogen van de privacy tegenover buren en het beperken van lawaaiklachten van buren. 4 deelthema’s worden beschouwd: Luchtgeluidisolatie (DnTw), contactgeluidisolatie (L’nTw), gevelgeluidisolatie (DAtr) en installatielawaai (LAinstal,nT) Minimale eis: normaal comfort cfr. NBN S01-400-1:2008 (zie hoger) Gewenst: verhoogd comfort cfr. NBN S01-400-1:2008 (zie hoger) 9

https://do.vlaanderen.be/de-vlaamse-maatstaf

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 97 van 193


Het uitgangspunt voor het onderdeel ‘akoestisch comfort’ is de Belgische norm NBN S01-400-1: 2008. De beschreven maatregelen dienen de duurzaamheid te bevorderen. De toepassing ervan is niet verplicht.

[5] Vlaamse Duurzaamheidsmeter voor wijken De Duurzaamheidsmeter Wijken10 is in essentie een verzameling duurzaamheidscriteria en bijhorende indicatoren, die zijn opgelijst in een Excelbestand en gegroepeerd in thema's. Aan elke indicator kan een score toegekend worden. Samen geven deze scores dan een beeld van de duurzaamheid van de te bouwen wijk. Het gebruik ervan is niet verplicht. Het systeem werd gecreëerd om in de planning en/of opvolging van wijkontwikkelingen rekening te houden met duurzaamheidsaspecten. Het aspect geluid valt onder thema 4 Fysisch Milieu. Hierin worden twee indicatoren gehanteerd, nl. het omgevingslawaai op de site en het geluidsluw ontwerpen op wijkniveau. Beide indicatoren hebben tot doel het minimaliseren van geluidsoverlast binnen de gebiedsontwikkeling. Daarbij het voorkomen, vermijden en verminderen van de schadelijke gevolgen (hinder inbegrepen) van blootstelling aan omgevingslawaai, om zo de menselijke gezondheidsrisico’s en de schade aan fauna te beperken. Hierbij wordt omgevingslawaai gedefinieerd als het ongewenst of schadelijk geluid buitenshuis dat door menselijke activiteiten wordt veroorzaakt, inclusief lawaai dat wordt voortgebracht door vervoermiddelen, wegverkeer, spoorwegverkeer, vliegtuigverkeer en locaties van industriële activiteiten.

Indicator: Omgevingslawaai site In de fase locatiekeuze wordt er gestreefd naar een locatie die reeds zoveel mogelijk voldoet aan de grens- en drempelwaardes voor geluidshinder voor de mens, in het kader van deze duurzaamheidsmeter vastgelegd.

Tabel 46: Grens- en richtwaarden duurzaamheidsmeter

Bovenstaande richtwaarden kunnen gehanteerd worden als algemeen richtwaarden. - Is de geluidsbelasting in de referentietoestand lager dan de richtwaarden (RW) dan mag in de nieuwe situatie de geluidsbelasting (LA) niet hoger zijn dan de richtwaarden. - Is de geluidsbelasting in de referentietoestand hoger dan de richtwaarden en lager dan de grenswaarden (GW) dan dient de geluidsbelasting van de nieuwe situatie (LA) minstens beperkt te worden tot de geluidsbelasting in de referentietoestand. - Is de geluidsbelasting in de referentietoestand hoger dan de grenswaarden, dan moet de geluidsbelasting in de nieuwe situatie (LA) minstens beperkt worden tot de grenswaarden.

10

https://do.vlaanderen.be/duurzaamheidsmeter-wijken

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 98 van 193


Samengevat: Geluidsbelasting (Lden) referentietoestand Geluidsbelasting (Lden) nieuwe situatie

< RW < RW

RW < LA < GW < LA

> GW < GW

Tabel 47: geluidsbelasting nieuwe situatie in functie van de referentietoestand

Dit sluit niet uit dat er in deze zones woonomgevingen ontwikkeld kunnen worden, maar dit duidt er wel op dat het nemen van extra maatregelen noodzakelijk is bij verdere ontwikkeling. Tijdens ontwerpfase wordt een scoreberekening van de geluidskwaliteit gemaakt door een deskundige. De geluidhinderscore wordt volgens de Europese richtlijn 2002/49/EG berekend. Daarnaast moet er voor de verdere aanpak voldaan worden aan : − Indien er een actieplan geluid aanwezig is die betrekking heeft op de wijk, moeten de maatregelen hieruit overwogen worden. − Voor woongebouwen moet de gevelisolatie voldoen aan de eisen in de akoestische norm NBN S 01-400-1. Verder wordt aangegeven dat om verstoring van gevoelige fauna te beperken, er in gevoelige gebieden naar gestreefd worden dat de geluidsdrempel van LAeq,24u 55 dB(A) niet overschreden wordt. Indicator: geluidsluw ontwerpen op wijkniveau Hier wordt de geluidsbelasting vanaf fase inrichting zoveel mogelijk beperkt door een geluidsluw ontwerp. − De geluidsbelasting is vastgesteld op basis van situatietekeningen en een akoestisch onderzoek, uitgevoerd door een deskundige. − Er is aangetoond dat alle woningen minimaal een geluidsluwe gevel hebben, waarbij een geluidsluwe gevel een gevel is met een geluidsbelasting die minimaal 10 dB lager is dan de hoogst belaste gevel van het gebouw en één geluidsluwe buitenruimte hebben, waarvan de geluidsbelasting minder dan 48 dB bedraagt.

[6] MER richtlijnenboek – toetsingskader voor nieuwe woonontwikkelingen Voor MER-plichtige ontwikkelingen bestaat er in het huidige MER-richtlijnenboek een specifiek beoordelingskader11 waarbij de optredende geluidsniveaus aan gedifferentieerde referentiewaarden voor wegen spoorverkeersgeluid getoetst worden. Hierin wordt vertrokken van de volgende principiële referentiewaarden voor de EU-indicatoren Lden en Lnight: − −

principiële referentiewaarde voor nieuwe situaties: Lden = 55 dB /Lnight = 45 dB principiële referentiewaarde voor bestaande situaties: Lden = 65 dB /Lnight = 55 dB

Belangrijk is dat deze principiële referentiewaarden nog nader gedifferentieerd zijn voor weg- en spoorverkeersgeluid, in functie van overwegingen en criteria steunend op specifieke hindergevoeligheid van de bron en maatschappelijke keuze in verband met de prioriteit van bepaalde infrastructuren en de functie ervan binnen het ruimtelijk weefsel (RSV-doelstellingen).

11

Bijlage 2 Discussienota, 19/09/2008” - MER-richtlijnenboek v 28.02.2011

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 99 van 193


Voor nieuwe woonontwikkelingen zijn de referentiewaarden voor nieuwe situaties relevant. Hierbij dient - op de meest blootgestelde gevel - getoetst te worden aan de volgende “gedifferentieerde” referentiewaarden: Brontype Wegverkeer Spoorverkeer

Lden 55 62

Lnight 12 45 52

De toetsing aan deze gedifferentieerde referentiewaarden kan echter onder bepaalde voorwaarden nog met 5 dB verhoogd worden in de omgeving van secundaire en lokale wegen 13. Voor spoorverkeersgeluid wordt gesuggereerd om de toetsing met 5 dB te versoepelen in de nabijheid van stations (op minder dan 1 km van station in stedelijk gebied), met 3 dB te versoepelen indien de voertuigintensiteit < 30.000 treinbewegingen per jaar en te verstrengen in de buurt van vormingsstations. In het kader van ‘herbestemming’ tot woongebied kan teruggevallen worden op het specifieke afwegingskader zoals voorgesteld voor overige type plan-MER’s voor RUP’s zoals afbakening van stedelijke gebieden en afbakening van gebieden voor de natuurlijke en agrarische structuur (MER Richtlijnenboek Geluid en Trillingen v. 28.02.2011, pag. 72-74). Volgens dit afwegingskader is de herbestemming tot woongebied zonder milderende maatregelen mogelijk indien de geluidbelasting uitgedrukt in Lden onder bovenstaande gedifferentieerde referentiewaarden voor wegen spoorverkeersgeluid blijft (Lden 55 dB voor wegverkeer en Lden 62 dB voor spoorverkeer). De waarden kunnen echter zonder bijkomende restricties nog met 5 dB versoepeld worden (er is enkel nog een ‘aanbeveling’ om het effect alsnog te milderen en suggereren om voldoende akoestische isolatie te voorzien bij vergunningverlening). Voor herbestemmingen bij geluidbelastingen boven de gedifferentieerde referentiewaarden (Lden 60 dB voor wegverkeer en Lden 67 dB voor spoorverkeer), zijn in functie van de overschrijding (< 5 dB, 5-10 dB, > 10 dB) specifieke (milderende) maatregelen vereist in de vorm van inrichtingsvoorwaarden (schermen/ buffers) en eisen in verband met akoestische isolatie. Voor herbestemming laat het afwegingskader ruime afwijkingsmogelijkheden toe. Er werd tot dusver nog geen beoordelings- en/of afwegingskader voorgesteld voor nieuwe woonontwikkelingen in gebieden blootgesteld aan vliegverkeersgeluid. Er bestaat hiervoor nochtans ook een duidelijke behoefte 14.

Luchtverkeerslawaai In Vlaanderen is er geen regelgeving inzake vliegtuiglawaai van toepassing.

12

De toetsing aan de gedifferentieerde referentiewaarde voor Lnight is in de praktijk meestal maatgevend gelet op de relatie tussen beide indicatoren, voor zowel spoor- als wegverkeersgeluid. 13 “Voor de beoordeling van het geluidsniveau bij woningen die: - ofwel over minstens één gevel beschikken waarop de geluidsbelasting meer dan 20 dB lager is dan de referentiewaarde - ofwel over tenminste één gevel beschikken die niet wordt blootgesteld aan een geluidsbelasting boven de referentiewaarden én voorzien zijn van voldoende isolatie op alle gevels die wél worden blootgesteld aan een geluidsbelasting hoger dan de referentiewaarden dient de toetsing te gebeuren ten aanzien van de met 5 dB verhoogde referentiewaarden.” 14

In het kader van de advisering van luchthavenspecifieke dossiers werd tot dusver een planologische drempelwaarde van L den 55 dB gehanteerd. De toetsing aan deze drempelwaarde van Lden 55 dB, gelijk aan de principiële referentiewaarde voor nieuwe situaties, stond in het kader van het plan-MER VSGB bekend als de ‘luchthaventoets’,

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 100 van 193


Meer info: − − − −

De Vlaamse Maatstaf duurzaam wonen en bouwen, Vlaamse Overheid Vlaamse Duurzaamheidsmeter voor wijken, Vlaamse Overheid Europese richtlijn Omgevingslawaai MER richtlijnenboek discipline geluid en trillingen

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 101 van 193


8.1.3

Wallonië

[7] 18 juillet 1973 - Loi relative à la lutte contre le bruit (M.B. du 14.09.1973) + decreten Volgens artikel 1 van de wet van 18 juli 1973 betreffende de bestrijding van, kan de Koning, in het belang van de gezondheid van personen, de nodige maatregelen nemen om lawaai van vaste of mobiele, permanente of tijdelijke geluidsbronnen te voorkomen of te bestrijden. Deze wet werd aangevuld met verschillende decreten tot op heden waaraan de volledige regelgeving inzake geluid ophangt. Voor de uitvoering hiervan kunnen er maatregelen getroffen worden die betrekking hebben op de geluidshinder veroorzaakt onder meer door de motorvoertuigen (vrachtwagens, personenwagens, motorrijtuigen, motorfietsen), de vliegtuigen, de hefschroefvliegtuigen, de spoorwegwagens, de geluidssignalisatie aan onbewaakte overwegen, de vaartuigen, de machines opgesteld in werkplaatsen en fabrieken, de machines opgesteld op bouwwerven en de huishoudelijke toestellen. Het Besluit van de Waalse regering betreffende de beoordeling en het beheer van omgevingslawaai van 13 mei 2004 zet de richtlijn 2002/49/EG om. Deze verordening is van toepassing op omgevingslawaai waaraan mensen in de bebouwde kom, openbare parken of andere stille gebieden van een stedelijk gebied, stille gebieden in rurale omgevingen, in de nabijheid van scholen, ziekenhuizen en andere gebouwen en geluidsgevoelige gebieden worden blootgesteld. In het kader hiervan legt het besluit van 17 december 2015 - Besluit van de Waalse regering om de geluidslimietwaarden aan te nemen in agglomeraties met meer dan 100.000 inwoners (M.B. 04.01.2016) en het besluit van 22 december 2016 - Besluit van de Waalse regering om grenswaarden voor geluid vaststelling voor belangrijke snelwegen (M.B. 13.01.2017) volgende grenswaarden op met betrekking tot de beoordeling en beheersing van lawaai in de omgeving: − −

Lden ≥ 70 dB (A); Lnight ≥ 60 dB (A).

Volgens het besluit van 17 december zijn deze limieten van toepassing op elk type geluidsbron (weg, spoor en industrie, exclusief vliegtuiglawaai) en volgens het besluit van 22 december ook van toepassing op belangrijke snelwegen (voor weggeluid). De minister van Milieu is verantwoordelijk voor de uitvoering van dit besluit. Wanneer deze limieten overschreden worden zijn er actieplannen uit te voeren. Tot op heden laten deze nog op zich wachten.

Luchtverkeerslawaai In aanvulling van de wet van 18 juli 1973 stelt de wet ook dat de Waalse regering bevoegd is om maatregelen te nemen om buurten te beschermen die worden blootgesteld aan het geluid dat wordt geproduceerd door hun exploitatie in de buurt van luchthavens en luchthavens in het Waalse Gewest. Daarenboven stelt ze ook dat de regering bevoegd is om een ontwikkelingsplan voor de lange termijn op te stellen op basis van zones met

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 102 van 193


blootstelling aan lawaai die overeenkomen met de maximale ontwikkelingslimieten van luchthavens en luchthavens in het Waalse Gewest. Om de geluidshinder rond de regionale luchthavens van Charleroi en Bierset te beperken voert het Waalse Gewest een doorgedreven, actief beleid op het vlak van ruimtelijke ordening met begeleidende maatregelen (geluidsisolatieprogramma’s, onteigening, subsidie voor isolatievoorzieningen). De aanpak is vergelijkbaar met andere Europese luchthavens en is gebaseerd op een ruimtelijke (geluid)zonering van de omgeving rond de luchthaven. De gebruikte zoneringsparameter is de EU-indicator Lden. Men onderscheidt in Wallonië voor beide luchthavens twee types van ruimtelijke zoneringsplannen, elk met een verschillende scope (ontwikkelingsperspectief op lange termijn en korte termijn): −

Ontwikkelingsplan op lange termijn (PDLT – Plan de Dévelopment à Long Terme): • Zone A : Lden ≥ 70 dB(A) • Zone B : 65 ≤ Lden < 70 dB(A) • Zone C : 60 ≤ Lden < 65 dB(A) • Zone D : 55 ≤ Lden < 60 dB(A)

−

Plan met betrekking tot de geluidblootstelling (PEB – Plan d’Exposition au Bruit): • Zone A’ : Lden ≥ 70 dB(A) • Zone B’ : 66 ≤ Lden < 70 dB(A) • Zone C’ : 61 ≤ Lden < 66 dB(A) • Zone D’ : 56 ≤ Lden < 61 dB(A)

Het ontwikkelingsplan op lange termijn (PDLT) is het vaste referentiekader voor maatregelen in de sfeer van ruimtelijke ordening (lange termijn – 20 jaar). Het geluidblootstellingsplan (PEB) is de basis voor het actuele isolatieprogramma en wordt driejaarlijks herzien (korte termijn – 10 jaar). De grondslag en de algemene principes voor deze zonering zijn vastgelegd in het decreet van 29 april 2004 tot wijziging van artikel 1bis van de wet van 18 juli 1973 betreffende de bestrijding van de geluidshinder en de bijhorende uitvoeringsbesluiten van de Waalse regering van 27 mei 2004, ter afbakening van de verschillende zones. Aan de ruimtelijke zoneringsplannen zijn volgende bouwbeperkingen en geluidsmitigerende maatregelen gekoppeld: −

In zone A van het PDLT geldt een algemeen bouwverbod op nieuwe woningen en de ontwikkeling van geluidgevoelige bestemmingen. In zone B, C en D kunnen alleen nog nieuwe woningen toegestaan worden op voorwaarde van een voldoende geluidsisolatie.

−

Het isolatieprogramma in zone A’, B’ en C’ van het PEB is gebaseerd op de volgende principes. In de zone A’ en B’ wordt een beleid gevoerd van ofwel acquisitie (onteigening) ofwel isolatie van bestaande woningen. Dit zijn 2 mogelijke opties voor de eigenaars. Aan huurders in zone A’ en B’ wordt een eenmalige verhuispremie toegekend. De kostprijs van de door het Waalse gewest toegekende geluidsisolatie in zone

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 103 van 193


A’, B’ en C’ van het PEB is beperkt tot 50 % van de verkoopwaarde van het gebouw. In zone D’ van het PEB van Bierset geldt een subsidieregeling voor het uitvoeren van geluidsisolerende werken. De ruimtelijke zonering wordt opgevolgd op basis van een netwerk van vaste meetstations rond de betreffende luchthavens. Aan de verschillende zones van het PDLT zijn drempelwaarden gekoppeld met betrekking tot het optredende piekniveau LAmax van individuele vliegbewegingen die nader opgevolgd worden binnen het netwerk van meetstations. Over de monitoringresultaten van het meetnet en in het bijzonder het aantal overschrijdingen van deze drempelwaarden 15 wordt jaarlijks gerapporteerd door de bevoegde controle-instantie (ACNAW).

Zone van het PDLT

Zone B Zone C Zone D Buiten de zone D

Drempelwaarden voor het maximaal geluidsdrukniveau LAmax bij een overvlucht (bepaald als LAeq,1s,max) Dagperiode Nachtperiode (07-23u) (07-23u) 93 87 88 82 83 77 < 83 < 77 Tabel 48: Drempelwaarden voor LAeq,1s,max per zone van het PDLT

Bij isolatie, zowel voor bestaande te saneren als nieuwe woningen, moet de isolatie voldoen aan de eisen zoals nader vastgelegd in het besluit van 29 april 2004. Voor woningen gelegen in zone A van het PDLT wordt een minimum ‘geluidsisolatie’ van 42 en 38 dB(A) gevraagd voor respectievelijk nacht- en dagruimten. In de zones B, C en D moet de gevelisolatie zodanig zijn dat de optredende piekniveaus LAmax beperkt blijven tot 45 dB(A) in nachtruimten en 55 dB(A) in dagruimten, voor zover dit niveau gemiddeld niet meer dan 10 keer per etmaal (24 u) overschreden wordt ingevolge overschrijdingen van de hoger vermelde per zone gedefinieerde grenswaarde voor LAmax.16 De grootheid voor de vereiste isolatie is niet nader gedefinieerd in het besluit van 29 april 2004. Wel wordt in het toepasselijke stedenbouwkundig reglement van 3 juni 2004, aangepast bij besluit van de Waalse regering op 8 september 2005, aangegeven dat deze volgens ISO-140-5 moet gemeten worden als Dls,2m,nT,w+Ctr (‘luidsprekermethode’). Bijgevolg kunnen deze eisen geïnterpreteerd worden als volgt uitgedrukt in de grootheid DAtr:

15

De toegestane overschrijdingen van toepasselijke drempelwaarden per zone (en bijhorende sancties) zijn nader vastgesteld onder art. 6 §3 van het Waalse Decreet van 23 juni 1994 (Décret relatif à la création et à l’exploitation des aéroports et aérodromes relevant de la Région wallonne) en latere aanpassingen. 16 Voor de luchthaven van Charleroi, die gedurende de nacht gesloten is, en waarbij alleen da dagruimten van woningen in aanmerking komen voor isolatie gelden de eisen enkel voor de dagperiode : in zone A een minimum geluidsisolatie van 38 dB(A) en in zone B, C en D een drempelwaarde van 55 dB(A) voor het maximale geluidsdrukniveau binnen.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 104 van 193


Zone van het PDLT

Zone A Zone B, C, en D

Vereiste geluidisolatie DAtr in dB Dagruimten 38 dB LAmax,i,10x,dag +3 - 55 dB

Nachtruimten 42 dB LAmax,i,10x,nacht + 3 - 45 dB

Tabel 49: Vereiste isolatie DAtr per zone van het PDLT

Meer info: − − − − − − − −

Loi relative à la lutte contre le bruit Blootstelling aan verkeerslawaai: Etat de l’environnement Wallon - Exposition au bruit du trafic routier Blootstelling aan treinlawaai: Etat de l’environnement Wallon - Exposition au bruit du trafic ferroviaire Blootstelling aan vliegtuiglawaai: Etat de l’environnement Wallon - Exposition au bruit du trafic aérien Blootstelling van lawaai in agglomeraties: Etat de l’environnement Wallon - Exposition au bruit en agglomération Société Wallone des Aéroports (SOWAER) Société Wallone des Aéroports (SOWAER) - activiteitenverslag 2018 Rapports Annuels de l’Autorité de contrôle des nuissances sonores aéroportuaires en Région Wallone (ACNAW)

8.1.4

Brussels Gewest

[8] 17 juli 1997 - Ordonnantie betreffende de strijd tegen geluidshinder in een stedelijke omgeving [9] 1 april 2004. — Ordonnantie tot wijziging van de ordonnantie van 17 juli 1997 betreffende de strijd tegen geluidshinder in een stedelijke omgeving In het Brussels Gewest werd de federale raamwet van 18 juli 1973 opgeheven door de ordonnantie van 17 juli 1997 betreffende de strijd tegen geluidshinder in een stedelijke omgeving, onder andere gewijzigd op 1 april 2004 en op 19 april 2018. De ordonnantie van 17 juli 1997 machtigt de Brusselse Hoofdstedelijke Regering om maatregelen te treffen om geluidshinder en trillingen te bestrijden, met name door: − het invoeren van de wettelijke basis voor de uitwerking en implementatie van plannen ter bestrijding van geluidshinder; − het via besluiten vastleggen van grenswaarden die niet overschreden mogen worden op straffe van sancties. De ordonnantie van 1997 werd gewijzigd door de ordonnantie van 1 april 2004; deze beoogde de omzetting van richtlijn 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai. Het is voornamelijk in toepassing van deze ordonnantie (en bijhorende

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 105 van 193


besluiten), het Geluidsplan en richtlijn 2002/49/EG dat er richtwaarden, drempelwaarden en grenswaarden vastgelegd werden in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in functie van de bron van de geluidshinder. Het Gewest bepaalde bovendien interventiedrempels voor het globale geluidsniveau (dat wil zeggen voor alle geluidsbronnen zonder onderscheid). Bij een overschrijding van deze drempels wordt de akoestische situatie voor de inwoners als zorgwekkend beschouwd en is een tussenkomst van overheidswege vereist. De oorspronkelijke waarden, die waren uitgedrukt voor een periode van 8 uur, werden getransponeerd om overeen te stemmen met de indicatoren en uurvakken van de Europese richtlijn. Deze voorziet 3 periodes en 4 indicatoren.

Tabel 50: Interventiedrempels

Het Geluidsplan van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest definieert geen specifieke drempel voor de geluidshinder door het wegverkeer. De interventiedrempels voor open lucht van bovenstaande tabel zijn hier van toepassing. Deze waarden worden gebruikt voor de aanpak van zwarte punten en de heraanleg van wegen. Bij overschrijdingen kunnen de openbare instanties die instaan voor het beheer van de weg, beslissen om geluidssaneringswerken uit te voeren (vernieuwing van het wegdek, herprofilering van de weg, beperking van de snelheid, plaatsing van geluidswerende muren, enz.) om de gevolgen van de geluidshinder voor de omwonenden te beperken. Op 24 januari 2001 werd er een milieuovereenkomst gesloten tussen de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (NMBS) en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Deze overeenkomst bepaalt niet te overschrijden drempelwaarden, drempelwaarden voor dringende interventie en richtwaarden na sanering.

Tabel 51: Drempelwaarden en richtwaarden voor spoorwegverkeer

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 106 van 193


Op 25 juni 2004 werd er een milieuraamovereenkomst gesloten tussen het Gewest en de Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer van Brussel (MIVB). Deze overeenkomst houdt uitsluitend verband met de geluidshinder en de trillingen die door het tram- en het metroverkeer veroorzaakt worden en legt op vlak van hinder van het luchtgeluid de volgende referentiewaarden vast: − richtwaarden voor de nieuwe traminfrastructuren; − niet te overschrijden drempelwaarden, dringende interventiedrempelwaarden en richtwaarden na sanering voor de metro-infrastructuren. Voor de tram zijn deze waarden gemoduleerd in functie van het gebruik van het gebouw en het geluidsniveau dat er bestond vóór de bijdrage van de nieuwe vervoersinfrastructuur.

Tabel 52: Richtwaarden tramlijn

Tabel 53: Richtwaarden luchtmetro-infrastructuren

Praktisch gezien wordt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een zwart punt vastgesteld wanneer de gemeten geluidsniveaus boven de voorgestelde drempels liggen afhankelijk van de verschillende geluidsbronnen. Het eerste werk betreffende de studie van de zwarte punten bestaat uit een objectieve vaststelling van de geluidshinder. Leefmilieu Brussel neemt de taak op zich om metingen uit te voeren om de geluidshinder in cijfers

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 107 van 193


te kunnen uitdrukken. Naast de vaststellingen en meetcampagnes kunnen in bepaalde gevallen grondigere studies van de sites worden uitgevoerd, teneinde een reeks oplossingen voor te stellen die kunnen worden uitgevoerd. Daarnaast kunnen modelleringen van sites of onderzoekstudies worden voorgesteld, in samenwerking met alle betrokken partners en beheerders. De later op het terrein uit te voeren acties, met name de saneringswerken, blijven de verantwoordelijkheid van de beheerders, zoals Brussel Mobiliteit, de MIVB, Infrabel, de gemeentebesturen of de Federale Staat (in het kader van Beliris). De rol van Leefmilieu Brussel bestaat er ook in de lijst van de meest problematische zwarte punten op te stellen en de follow-up ervan te verzekeren, op basis van de kaarten van de blootstelling aan het verkeerslawaai en de geregistreerde klachten. Het vaststellen van hierboven besproken zwarte punten gebeurt op basis van observaties via de kaarten over de blootstelling aan het verkeerslawaai. Procedure “Artikel 10” (als verwijzing naar artikel 10 van de Ordonnantie van 17 juli 1997 betreffende de strijd tegen geluidshinder in een stedelijke omgeving) geeft ook burgers de mogelijkheid de overheid aan te spreken over geluidsoverlast in hun straat of wijk, door het indienen van een collectieve klacht. Deze klacht wordt vervolgens onderzocht, en na het stellen van een diagnose worden aanbevelingen opgesteld. Na vaststelling van deze hinder wordt het zwart punt erkend en dienen de overheden maatregelen of aanpassingswerken voor te stellen om hier wat aan te doen.

Het Brussels Gewest geeft ook subsidies voor akoestische werken aan woningen voor zowel de gevels en daken als scheidingsconstructies. Dit is geregeld in het Ministerieel Besluit van 21 september 2011 ( Ministerieel besluit houdende de regels voor de toepassing van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 4 oktober 2007 betreffende de toekenning van premies voor renovatie van het woonmilieu) en van 4 oktober 2007 ( Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de toekenning van premies voor de renovatie van het woonmilieu). De Code van Goede Praktijk behandelt de verschillende subsidieerbare geluidsisolatiewerken in het kader van deze besluiten. Deze Code heeft als doel de aannemer te begeleiden bij de geluidsisolatiewerken voor de meest voorkomende gebouwentypes in het Brussels Gewest, waarbij de delicate punten die een bijzondere aandacht vereisen, verduidelijkt worden.

Luchtverkeerslawaai Met betrekking tot lawaai van het luchtverkeer ondervindt het Brussels Hoofdstedelijk Gewest impact van de luchthaven “Brussels Airport”. Gezien de ligging ervan (noordoosten van het Brussels Gewest), de overheersende windrichting (westelijk en zuidwestelijk) en de nabijheid tot het Brussels Gewest, veroorzaken de luchthavenactiviteiten van het vliegverkeer een aanzienlijke geluidslast in het Brussels Gewest die te wijten is aan het opstijgen vanaf startbanen 25 R/L, het opstijgen vanaf startbaan 19 met een rechtse bocht in

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 108 van 193


noordelijke richting en het landen op landingsbaan 01 (en de uiterst zeldzame landingen via landingsbanen 07R/L). Het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 27 mei 1999 betreffende de bestrijding van geluidshinder voortgebracht door het luchtverkeer legt grenswaarden vast voor het geluidsniveau aan de grond. Het hanteert twee indicatoren. De ene indicator is representatief voor het overvliegen van een vliegtuig (Levt: geluidswaarden SEL), de andere is representatief voor het algemeen energiegemiddelde dat eigen is aan het lawaai van de vliegtuigen voor een bepaalde periode (Lsp, vliegtuig: geluidswaarden LAeq,T). Het besluit werkt met twee periodes, dag (7-23 uur) en nacht (23-7 uur) en met drie concentrische gebieden, respectievelijk 0, 1 en 2, afgebakend door cirkelbogen van 10 km en 12 km, gecentreerd rond een baken die zich ten noordoosten van het einde van baan 20 bevindt. Gebied 0 is het gebied dat het verste van de luchthaven verwijderd ligt. Deze grenswaarden zijn van toepassing sinds 1 januari 2000 en zijn dwingend. De controle van de naleving van deze waarden wordt volledig verzekerd door Leefmilieu Brussel. Het Gewest verzekert de strikte naleving van dit besluit door: − − −

controle op de grenswaarden van het besluit, effectieve inning van alternatieve administratieve geldboetes (AAG) eventuele aanpassing van het netwerk van geluidsniveaumeters aan het daadwerkelijke luchtverkeer boven het Brussels Gewest.

De Dienst “Geluidsgegevens” die belast is met het beheer van het meetnet van sonometers, staat in voor het meten van de geluidshinder en de Afdeling Inspectie en verontreinigde bodems neemt de opvolging van de vaststellingen van overtreding voor haar rekening. Voor de geluidshinder van het luchtverkeer gelden de grenswaarden per overvlucht (Levt) en per periode (Lsp,vliegtuig) opgenomen in tabel volgende tabel:

Tabel 54: Grenswaarden luchtverkeerslawaai Brussels Gewest

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 109 van 193


Een informatiesysteem voor technisch advies en individuele begeleiding van particulieren op het gebied van geluidsisolatie in het kader van de renovatie van hun woning bestaat reeds sinds 2004. Meer info: − − − − − − − − − −

17 juli 1997 - Ordonnantie betreffende de strijd tegen geluidshinder in een stedelijke omgeving 1 april 2004. — Ordonnantie tot wijziging van de ordonnantie van 17 juli 1997 betreffende de strijd tegen geluidshinder in een stedelijke omgeving Leefmilieu Brussel: Factsheet geluid 37: De in het Brussels Gewest gebruikte geluids- en trillingswaarden Leefmilieu Brussel: Quiet Brussels - Plan voor de preventie en bestrijding van geluidshinder en trillingen in een stedelijke omgeving Leefmilieu Brussel: Plan voor de preventie en bestrijding van geluidshinder en trillingen in een stedelijke omgeving: Milieueffectenrapport van het ontwerp-plan Leefmilieu Brussel: Factsheet geluid 12: Akoestische gevolgen van de herinrichting van de zwarte punten Ministerieel besluit houdende de regels voor de toepassing van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 4 oktober 2007 betreffende de toekenning van premies voor renovatie van het woonmilieu Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de toekenning van premies voor de renovatie van het woonmilieu Leefmilieu Brussel: CODE VAN GOEDE PRAKTIJK - Technisch referentiekader inzake geluidsisolatie voor de premie voor de renovatie van het woonmilieu Leefmilieu Brussel: Premies voor geluidsisolatie

8.2 NEDERLAND De belangrijkste wettelijke instrumenten ter voorkoming of vermindering van geluidshinder, slaapverstoring en andere gezondheidseffecten zijn de Wet geluidhinder [10], de Wet ruimtelijke ordening [11], de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht [12], de Wet milieubeheer [13] en het Bouwbesluit [14]. De technische norm NEN 1070 (1999) geeft hierbij een methode om de geluidwering in gebouwen te beoordelen en te kwantificeren. [15] Momenteel is er een hervormingsoperatie rond de nieuwe ‘Omgevingswet’ met de “Aanvullingswet Geluid” [16] en het nieuwe ‘Besluit Bouwwerken Leefomgeving’ van 3 juli 2018.

[10]Wet geluidhinder (Wgh) Een belangrijke basis in de ruimtelijke afweging voor het aspect geluid is de Wet geluidhinder (Wgh). De Wet geluidhinder regelt de beheersing van de geluidshinder van het wegverkeer, railverkeer en van gezoneerde

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 110 van 193


industrieterreinen. Ook geeft de wet regels en grenswaarden voor het nieuw bestemmen van geluidsgevoelige bestemmingen in de buurt van een geluidsbron. Voor zijn doorwerking is de wet veelal gekoppeld aan de Wet ruimtelijke ordening. Bij het opstellen van ruimtelijke plannen dient te worden voldaan aan geluidsnormen. Het wettelijk regime maakt in het algemeen onderscheid tussen bestaande en nieuwe situaties. Voor nieuwe situaties wordt uitgegaan van scherpere normen dan voor bestaande situaties. De Wet geluidhinder is een wettelijk beoordelingskader bij vooral het vaststellen van bestemmingsplannen en het verlenen van Omgevingsvergunningen "Afwijken bestemmingsplan". Wat valt onder deze wet? De belangrijkste onderwerpen die in de Wet geluidhinder worden geregeld zijn: − Industrielawaai, voor zover dit betrekking heeft op "gezoneerde industrieterreinen" − Wegverkeerslawaai: • bouwen van woningen langs wegen (niet voor 30 km/u-wegen) • aanleg/ wijzigen van wegen (niet voor hoofdwegen en 30 km/u-wegen) − Spoorweglawaai: • bouwen van woningen langs spoorwegen • aanleg / wijzigen van secundaire spoorwegen (niet het hoofdspoorwegnet)

Niet alles is geregeld in de Wet geluidhinder. Zowel voor wegverkeerslawaai als voor spoorweglawaai zijn sinds 1 juli 2012 de geluidproductieplafonds voor hoofdwegen ingevoerd via een nieuw hoofdstuk 11 Geluid in de Wet milieubeheer (zie verder). Aanleg/wijziging verkeersweg Hoofdweg (op geluidplafondkaart) Andere weg (geen 30 km) 30 km/u weg en woonerf

Wet milieubeheer (Wm) Hst. 11 Geluid Wet geluidhinder (Wgh) Hst. VI Zones langs wegen Wet ruimtelijke ordening (Wro) Wabo

Bouwen langs een verkeersweg Wet geluidhinder (Wm) Hst. VI Zones langs wegen Wet geluidhinder (Wgh) Hst. VI Zones langs wegen Wet ruimtelijke ordening (Wro) Wabo

Tabel 55: Wettelijk kader wegverkeerslawaai

Trams en bovengrondse metro's worden beschouwd en beoordeeld als wegverkeer als ze niet op een geluidplafondkaart of een Zonekaart spoorwegen zijn aangegeven. De Wet geluidhinder geldt niet voor 30-km wegen en voor woonerven. Een eventueel noodzakelijke akoestische afweging wordt in dergelijke gevallen in het kader van de Wet ruimtelijke ordening gemaakt. De aanleg/wijziging van de meeste spoorlijnen vallen onder de systematiek van de geluidproductieplafonds.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 111 van 193


Hoofdspoorweg (op geluidplafondkaart) Spoorweg op zonekaart (aangewezen in Regeling zonekaart) Spoorweg als weg (bijvoorbeeld trams)

Aanleg/wijziging Spoorweg Wet milieubeheer (Wm) Hoofdstuk 11 Geluid Wet geluidhinder (Wgh) Hoofdstuk VII. Zones langs spoorwegen Wet geluidhinder (Wgh) Hoofdstuk VI. Zones langs wegen

Bouwen langs een spoorweg Wet geluidhinder (Wgh) Hoofdstuk VII. Zones langs spoorwegen Wet geluidhinder (Wgh) Hoofdstuk VII. Zones langs spoorwegen Wet geluidhinder (Wgh) Hoofdstuk VI. Zones langs wegen

Tabel 56: Wettelijk kader spoorweglawaai

Geluidsgevoelige bestemmingen In de Wet geluidhinder en de bijbehorende besluiten is aangegeven welke objecten bescherming nodig hebben tegen geluid. Geluidsgevoelige objecten zijn bestemmingen met de functies wonen, zorg en onderwijs.

Geluidszones Geluid en hinder zijn ruimtelijk bepaald: de geluidsbelasting neemt af bij toenemende afstand tussen de bron en de ontvanger. De wetgever heeft om die reden gekozen voor het definiëren van ruimtelijke aandachtsgebieden, de zogeheten geluidzones. Er zijn zones gedefinieerd voor drie geluidbronnen: wegverkeer, railverkeer en industrieterreinen. Niet voor alle industrieterreinen zijn zones gedefinieerd. Industrieterreinen waar geen zogenaamde ‘grote lawaaimakers’ kunnen worden gevestigd, hebben geen geluidszone. Op deze niet gezoneerde industrieterreinen is de Wet geluidhinder ook niet van toepassing. De breedte van de zone langs een weg is afhankelijk van de ligging van de weg en van het aantal rijstroken. Breedte zone aan elke kant van de weg Stedelijk gebied Buitenstedelijk gebied

1 à 2 rijstroken 200m 250m

3 of 4 350m 400m

5 of meer 350m 600m

Tabel 57: Geluidszonering in functie van het wegtype

In het kader van het geluid wordt bij de bepaling van de zone van een autoweg of een autosnelweg deze steeds beschouwd als buitenstedelijk gebied (zie verder). Bij spoorweglawaai is de breedte van de zone onder andere afhankelijk van het aantal sporen en de verkeersintensiteit. In de Regeling Zonekaart spoorwegen is per spoortraject de zonebreedte vastgesteld. Deze zonebreedte varieert van 100 tot maximaal 1300 meter. Voor industrielawaai wordt in het bestemmingsplan een zone vastgelegd die echter niet kleiner mag zijn dan de 50 dB(A) contour.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 112 van 193


Geluidseisen Er zijn verschillende geluidseisen voor elk van de geluidsbronnen. De wetgeving onderscheidt een voorkeursgrenswaarde en een maximale ontheffingswaarde; deze gelden voor de geluidsbelasting buiten op de gevel. De voorkeursgrenswaarde voor geluid wordt altijd nagestreefd. Realisatie hiervan is echter in veel gevallen in de praktijk niet haalbaar. Er bestaat daarom de wettelijke mogelijkheid om voor een nieuwe geluidsgevoelige bestemming een ontheffing te verlenen. Wel geldt daarbij een bovengrens: de maximale ontheffingswaarde. De ontheffing van de voorkeurswaarde wordt ook wel "hogere grenswaarde" genoemd. Hieraan kunnen voorwaarden worden verbonden zoals de aanwezigheid van een geluidsluwe gevel ter compensatie van de geluidsbelaste kant. Bij de realisatie van geluidsgevoelige bestemmingen worden wettelijke eisen gesteld aan de geluidsbelasting. De grenswaarden zijn opgenomen in de Wet geluidhinder (Wgh) en het Besluit geluidhinder (Bgh). In de volgende tabellen zijn de grenswaarden samengevat van de meest voorkomende situaties zoals beschreven in de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder (peildatum 1 januari 2015). Daarbij is bij wegverkeer onderscheid gemaakt in buitenstedelijk en stedelijk gebied: â&#x2C6;&#x2019; Buitenstedelijk: het gebied buiten de bebouwde kom (bepaald door borden komgrens) en het gebied (binnen en buiten de bebouwde kom) binnen de zone van een autoweg of autosnelweg; â&#x2C6;&#x2019; Stedelijk: het gebied binnen de bebouwde kom met uitzondering van de gebieden binnen de zone van een autoweg of autosnelweg. In de wet geluidhinder betreft de aangegeven geluidsbelasting uitgedrukt in dB(A) de etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau in dB(A). Een geluidbelasting uitgedrukt in dB betreft Lden cfr de END richtlijn.

De volgende tabellen geven een overzicht van de voorkeursgrenswaarde en de hoogst toelaatbare geluidsbelasting voor wegverkeer en spoorwegen. Achter de waarde wordt ook telkens aangegeven of deze eis opgelegd is in de Wet geluidhinder (Wgh) of in het Besluit geluidhinder (Bg). Eisen wegverkeer Ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting voor nieuwe geluidgevoelige objecten in zone van bestaande wegen: Geluidsgevoelig object Woning Agrarische woning Ander geluidsgevoelig gebouw Geluidsgevoelig terrein

Voorkeursgrenswaarde 48 dB (Wgh) 48 dB (Wgh) 48 dB (Bg) 48 dB (Bg)

Ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting Buitenstedelijk Stedelijk 53 dB (Wgh) 63 dB (Wgh) 58 dB (Wgh) 63 dB (Wgh) 53 dB (Bg) 63 dB (Bg) 53 dB (Bg) 53 dB (Bg)

Tabel 58: hoogste toelaatbare geluidsbelasting voor nieuwe geluidgevoelige objecten in zone van bestaande wegen

Ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting voor nieuwe geluidgevoelige objecten in zone van nieuwe wegen:

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 113 van 193


Geluidsgevoelig object Woning Agrarische woning Ander geluidsgevoelig gebouw Geluidsgevoelig terrein

Voorkeursgrenswaarde 48 dB (Wgh) 48 dB (Wgh) 48 dB (Bg) 48 dB (Bg)

Ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting Buitenstedelijk Stedelijk 53 dB (Wgh) 58 dB (Wgh) 58 dB (Wgh) 63 dB (Wgh) 53 dB (Bg) 63 dB (Bg) 53 dB (Bg) 53 dB (Bg)

Tabel 59: hoogste toelaatbare geluidsbelasting voor nieuwe geluidgevoelige objecten in zone van nieuwe wegen

Ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting bij aanleg nieuwe weg en bestaande geluidsgevoelige objecten: Geluidsgevoelig object Woning Agrarische woning Ander geluidsgevoelig gebouw Geluidsgevoelig terrein

Voorkeursgrenswaarde 48 dB (Wgh) 48 dB (Wgh) 48 dB (Bg) 48 dB (Bg)

Ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting Buitenstedelijk Stedelijk 58 dB (Wgh) 63 dB (Wgh) 58 dB (Wgh) 63 dB (Wgh) 58 dB (Bg) 63 dB (Bg) 53 dB (Bg) 53 dB (Bg)

Tabel 60: hoogste toelaatbare geluidsbelasting bij aanleg nieuwe weg en bestaande geluidsgevoelige objecten

Ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting voor vervangende geluidsgevoelige objecten: Geluidsgevoelig object Woning Agrarische woning Ander geluidsgevoelig gebouw Geluidsgevoelig terrein

Voorkeursgrenswaarde 48 dB (Wgh) 48 dB (Wgh) 48 dB (Bg) 48 dB (Bg)

Ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting Buitenstedelijk Stedelijk 63 dB (Wgh) 63 dB (Wgh) 58 dB (Wgh) n.v.t. 53 dB (Bg) 63 dB (Bg) 53 dB (Bg) 53 dB (Bg)

Tabel 61: hoogste toelaatbare geluidsbelasting voor vervangende geluidsgevoelige objecten

Wijzigingen (reconstructie) aan bestaande wegen kunnen invloed hebben op het akoestische klimaat van bestaande geluidsgevoelige bestemmingen. Deze bescherming wordt geregeld in afdeling 4 "Reconstructies" van hoofdstuk VI "Zones langs wegen" Wgh. De Wet geluidhinder treedt bij wijzigingen aan bestaande verkeerswegen onder twee voorwaarden in werking: − het betreft een fysieke wijziging aan de weg − door de wijziging is er in het toekomstig maatgevende jaar zonder het treffen van maatregelen een significante toename is van de geluidsbelasting (2 dB toename). Deze laatste voorwaarde geldt per geluidsgevoelige bestemming In beginsel is de ten hoogste toelaatbare overschrijding van de grenswaarde als gevolg van “reconstructie van de weg” 5 dB. Een toename van meer dan 5 dB is alleen toegestaan indien ten gevolge van de reconstructie de geluidsbelasting van de gevel van ten minste een gelijk aantal woningen elders met een ten minste gelijke waarde zal verminderen. De maximaal toelaatbare geluidsbelasting mag echter niet worden overschreden.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 114 van 193


Ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting bij reconstructie van een weg (stedelijk gebied): Geluidsgevoelig object

Situatie

Woning

Indien: − eerder hogere waarde vastgesteld − niet eerder hogere waarde vastgesteld en heersende waarde ≤ 53 dB − alle overige gevallen Indien: − eerder hogere waarde vastgesteld − niet eerder hogere waarde vastgesteld en heersende waarde ≤ 53 dB − alle overige gevallen Alle situaties

Ander geluidsgevoelig gebouw

Geluidsgevoelig terrein

Ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting 68 dB (Wgh)

68 dB (Wgh) 63 dB (Bg)

68 dB (Bg) 53 dB (Bg)

Tabel 62: hoogste toelaatbare geluidsbelasting bij reconstructie van een weg (stedelijk gebied)

Ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting bij reconstructie van een weg (buitenstedelijk gebied): Geluidsgevoelig object

Situatie

Woning

Indien: − eerder hogere waarde vastgesteld − niet eerder hogere waarde vastgesteld en heersende waarde ≤ 53 dB − alle overige gevallen Indien: − eerder hogere waarde vastgesteld − niet eerder hogere waarde vastgesteld en heersende waarde ≤ 53 dB − alle overige gevallen Alle situaties

Ander geluidsgevoelig gebouw

Geluidsgevoelig terrein

Ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting 58 dB (Wgh)

68 dB (Wgh) 58 dB (Bg)

68 dB (Bg) 53 dB (Bg)

Tabel 63: hoogste toelaatbare geluidsbelasting bij reconstructie van een weg (buitenstedelijk gebied)

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 115 van 193


Eisen spoorwegverkeer Ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting voor nieuwe geluidgevoelige objecten in zone van een bestaande spoorweg: Geluidsgevoelig object

Voorkeursgrenswaarde

Woning Ander geluidsgevoelig gebouw Geluidsgevoelig terrein

55 dB (Bg) 53 dB (Bg) 55 dB (Bg)

Ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting 68 dB (Bg) 68 dB (Bg) 63 dB (Bg)

Tabel 64: hoogste toelaatbare geluidsbelasting voor nieuwe geluidgevoelige objecten in zone van een bestaande spoorweg

Eisen industrielawaai Ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting voor nieuwe geluidgevoelige objecten in zone van een industrieterrein: Geluidsgevoelig object Woning: - nieuwbouw - vervangende nieuwbouw Ander geluidsgevoelig gebouw - onderwijsgebouwen, ziekenhuizen of verpleeghuizen - verzorgingshuizen, psychiatrische inrichtingen en kinderdagverblijven Geluidsgevoelig terrein

Voorkeursgrenswaarde

Ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting

50 dB(A) (Wgh) 50 dB(A) (Wgh)

55 dB(A) (Wgh) 65 dB(A) (Wgh)

50 dB(A) (Bg)

60 dB(A) (Bg)

50 dB(A) (Bg) 50 dB(A) (Bg)

55 dB(A) (Bg) 55 dB(A) (Bg)

Tabel 65: hoogste toelaatbare geluidsbelasting voor nieuwe geluidgevoelige objecten in zone van een industrieterrein

Let op. Op geluidberekeningen en â&#x20AC;&#x201C;metingen vanwege wegverkeer in het kader van de Wet geluidhinder wordt al geruime tijd een aftrek toegepast. Met behulp van deze aftrek (voor 2007 cf. art. 103 Wet geluidhinder en nu cf. art. 110g Wet geluidhinder) wordt rekening gehouden met de ontwikkeling dat voertuigen op termijn stiller worden. Sinds 2007 is de grootte van de aftrek 2 dB bij snelheden vanaf 70 km/uur. Uitzonderingen Een toetsing aan de grenswaarden is niet nodig voor een "dove" gevel van een geluidsgevoelig gebouw. Dit is een gevel waar ofwel geen te openen delen aanwezig zijn met een bepaalde geluidwering, ofwel waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 116 van 193


Toepassing Voordat een ontheffing wordt verleend, moet zijn onderzocht of maatregelen kunnen worden getroffen om de geluidsbelasting te verlagen. In de Wet geluidhinder wordt hierbij een voorkeursvolgorde gehanteerd, te weten 1. maatregelen aan de bron zoals stiller materieel, snelheidsverlaging, geluidsreducerend asfalt, verkeerscirculatie maatregelen of uitplaatsen milieubelastende bedrijven; 2. overdrachtsmaatregelen zoals geluidsschermen en geluidswallen, het vergroten van de afstand tussen geluidsbron en ontvanger, aangepaste stedenbouwkundige verkaveling (o.a. afschermend bouwen en positionering ongevoelige bestemmingen); 3. maatregelen bij de ontvanger zoals gevelisolatie en een andere woningindeling. Als deze maatregelen niet doeltreffend of efficiënt zijn, dan is het van belang om in de ontwerpfase de aspecten als ‘minimalisering van het aantal blootgestelde woningen’, ‘bouwen met een geluidluwe zijde’, ‘creëren van een geluidluwe buitenruimte al of niet een gezamenlijke’, ‘een akoestisch goede indeling van woningen (woonen slaapvertrekken niet aan geluidbelaste gevel)’ mee te nemen.

Gevelisolatie Afhankelijk van de van toepassing zijnde regelgeving (Wet geluidhinder, Besluit geluidhinder of het Bouwbesluit) worden eisen gesteld aan de geluidsisolatie van gebouwen. Dit wordt uitgedrukt in een toelaatbaar binnenniveau of een minimaal vereiste geluidswering. In de basis komt het erop neer dat de strengste eisen worden gesteld aan nieuwbouwsituaties. Voor bestaande situaties gelden soepeler of geen eisen. De maximale geluidsniveaus binnen van de wet geluidhinder zijn: - Voor industrie (etmaal): • ≤ 40dB(A) binnen voor situaties met gevelbelasting groter dan 55 dB(A) • ≤ 35dB(A) binnen in alle andere gevallen; - Voor weg- en spoorwegverkeer: • ≤ 33 dB binnen voor situaties met gevelbelasting groter dan 48 dB • ≤ 43 dB binnen voor situaties met gevelbelasting groter dan 55 dB

[11]Wet ruimtelijke ordening (Wro) De Wet ruimtelijke ordening regelt een zorgvuldige milieuhygiënische afweging bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Het aspect geluid maakt deel uit van deze afweging. Ook situaties die niet direct onder bijvoorbeeld de Wet geluidhinder of Wet milieubeheer vallen, dienen in het kader van de Wet ruimtelijke ordening bij de milieuhygiënische afweging worden betrokken. Uit jurisprudentie blijkt dan ook bijvoorbeeld dat in het kader van een goede ruimtelijke ordening een afweging moet worden gemaakt over het geluid van 30 km/u wegen.

[12]Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 117 van 193


De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) regelt de omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning is één geïntegreerde vergunning voor bouwen, wonen, monumenten, ruimte, natuur en milieu. De Wabo geeft een lijst van bedrijven die in belangrijke mate geluidshinder kunnen veroorzaken. Deze bedrijven mogen alleen voorkomen op een gezoneerd industrieterrein. De Wet geluidhinder schrijft voor dat het geluid van alle op het industrieterrein gelegen bedrijven samen onder bepaalde geluidsnormen blijft. Hieraan moet bij vergunningverlening worden getoetst. Bij de realisatie of wijziging van geluidsgevoelige gebouwen of ruimten gelden in het kader van de omgevingsvergunning ook de voorschriften van het Bouwbesluit. Deze regels hebben onder andere betrekking op de minimaal vereiste geluidswering van de gevels. Als een aanvraag voor een omgevingsvergunning strijdig is met het bestemmingsplan, wordt automatisch via de Wabo een ontheffingsprocedure gevolgd. [13]Wet milieubeheer (Wm) In de Wabo is aangegeven welke bedrijven een omgevingsvergunning moeten aanvragen. Een groot deel van de bedrijven valt echter vanuit de Wet milieubeheer onder algemene regels en hoeft geen vergunning aan te vragen. In het Activiteitenbesluit milieubeheer staan vaste milieueisen, onder andere voor geluid, vermeld. Voor deze bedrijven kan de gemeente, door middel van een maatwerkvoorschrift, afwijkende voorwaarden stellen; bijvoorbeeld in rustige woongebieden of op gezoneerde industrieterreinen. De EU-Richtlijn Omgevingslawaai is in de Wet milieubeheer opgenomen. Hierin staat dat agglomeratiegemeenten 5-jaarlijks geluidskaarten en actieplannen moeten opstellen. In de Wet milieubeheer zijn regels opgenomen voor het vaststellen en bewaken van geluidsproductieplafonds voor rijkswegen en spoorlijnen. Hiermee wordt de autonome groei van het geluid van deze bronnen beheerst. Voor zowel rijkswegen als spoorwegen is hiertoe een zogenaamd geluidsregister voorhanden waarin alle relevante emissiegegevens zijn opgenomen. De komende jaren zullen naar verwachting meer onderdelen vanuit de Wet geluidhinder worden overgeheveld naar de Wet milieubeheer. [14]Bouwbesluit Het besluit van 29 augustus 2011 houdende vaststelling van voorschriften met betrekking tot het bouwen, gebruiken en slopen van bouwwerken (kortweg Bouwbesluit 2012) geeft aan waaraan een bouwwerk moet voldoen vanuit het oogpunt van veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en milieu. In het Bouwbesluit zijn prestatie-eisen opgenomen voor geluidswering van gevels en tussen gebouwen onderling. Het Bouwbesluit maakt hierbij onderscheid tussen bestaande en nieuwe gebouwen. De eisen uit het Bouwbesluit zijn alleen van toepassing als er gebouwd of verbouwd gaat worden. Voor bestaande gebouwen geldt een rechtens verkregen isolatieniveau. Hierin gelden volgende aspecten met betrekking tot de bescherming tegen geluid van buiten, nieuwbouw: - Verblijfsgebied: karakteristieke geluidwering minimaal 20dB volgens NEN 5077 - Bij een krachtens de Wet geluidhinder of de Tracéwet vastgesteld hogere-waardenbesluit (zie tabel): • Verblijfsgebied: karakteristieke geluidwering volgens NEN 5077 niet kleiner dan het verschil tussen de in dat besluit opgenomen hoogst toelaatbare geluidsbelasting voor industrie-, weg- of spoorweglawaai en 35 dB(A) bij industrielawaai, of 33 dB bij weg- of spoorweglawaai.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 118 van 193


•

Bedgebied: karakteristieke geluidwering volgens NEN 5077 niet kleiner dan het verschil tussen de in dat besluit opgenomen hoogst toelaatbare geluidsbelasting voor industrie-, weg- of spoorweglawaai en 30 dB(A) bij industrielawaai, of 28 dB bij weg- of spoorweglawaai.

Opmerking: Net zoals bij de wet geluidhinder verwijst een grootheid in ‘dB’ naar een EU-indicator (Lden, …), terwijl een waarde in ‘dB(A)’ nog steeds verwijst naar de vroegere ‘etmaalwaarde’.

Tabel 66: maximaal toegestane geluidsbelasting binnen bij een geluidsbelasting buiten

[15]NEN 1070 Geluidwering in gebouwen - Specificatie en beoordeling van de kwaliteit (Gewijzigd door NEN 1070:1999/C1:1999 nl en NEN 1070:1999/C2:2003) De norm NEN 1070 met correctiebladen NEN 1070:1999/C1:1999 nl en NEN 1070:1999/C2:2003)is een technische norm en heeft zelf geen wetskracht. Deze norm geeft een methode om de geluidwering in gebouwen te beoordelen en te kwantificeren, waarbij de volgende aspecten in beschouwing worden genomen: − luchtgeluidoverdracht tussen ruimten; − contactgeluidoverdracht tussen ruimten; − luchtgeluidoverdracht van buiten; − geluid van technische installaties; − galm in ruimten. Uitgaande van een gewenste kwaliteit kunnen met deze methode de noodzakelijke prestaties voor de genoemde aspecten per ruimte worden gekwantificeerd. Omgekeerd kan met deze methode de gerealiseerde kwaliteit per aspect en per ruimte kwantitatief worden beoordeeld aan de hand van de gerealiseerde akoestische prestaties. Alleen voor woongebouwen wordt bovendien een methode gegeven voor een beoordeling van de totale woning ten aanzien van alle geluidaspecten, uit te drukken in een geluidweringsklasse. De norm is van toepassing op gebouwen die bestemd zijn voor het permanent of tijdelijk verblijven van mensen.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 119 van 193


Tabel 67: Tabel 1 van de norm NEN1070 met eisen aan de prestatiegrootheden

[16]Aanvullingswet geluid

De Omgevingswet is op 26 april 2016 gepubliceerd in het Staatsblad. Momenteel is het nog steeds een wetsvoorstel. De Omgevingswet is een kaderwet. De nadere uitwerking vindt plaats in uitvoeringsbesluiten (AMvBâ&#x20AC;&#x2122;s). De uitvoeringsbesluiten zijn op 31 augustus 2018 gepubliceerd. Hieronder het Besluit bouwwerken leefomgeving (Besluit van 3 juli 2018, houdende regels over bouwwerken in de fysieke leefomgeving (BbL). Dit besluit zal het Bouwbesluit vervangen. Er lopen voor geluid twee wetgevingstrajecten parallel, de Omgevingswet met de uitvoeringsbesluiten en het aanvullingsspoor geluid. Het is de bedoeling dat het aanvullingsspoor geluid bij inwerkingtreding opgaat in de Omgevingswet en de bijbehorende regelgeving. Het wetvoorstel voor de Aanvullingswet geluid is op 5 oktober 2018 naar de Tweede Kamer gezonden.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 120 van 193


Met dit wetsvoorstel wordt de regelgeving voor geluid afkomstig van infrastructuur (wegen en spoorwegen) en industrieterreinen ingevoegd in de Omgevingswet. De regels worden daarbij in overeenstemming gebracht met de opbouw en de doelen van die wet. Tegelijkertijd worden de regels over taken en bevoegdheden van provincies, gemeenten en waterschappen voor geluid herzien. Doel daarvan is om ook voor lokale en provinciale wegen, lokale spoorwegen en industrieterreinen de geluidregelgeving duidelijker en beter te maken.. Deze wet zal de wet geluidhinder vervangen. De voornaamste verschillen m.b.t. het normenkader betreffen: - Een vereenvoudiging van aantal criteria: van ca. 60 waarden naar ca. 15 waarden. - Een cumulatieve beoordeling van alle geluidsbronnen samen ipv de afzonderlijke criteria per geluidsbron. - Geen onderscheid in gebouwtypes - Alle criteria zijn conform END richtlijnen, ook industrie (waarbij in de Wgh nog met etmaalwaarden werd gewerkt) - Ook voor wegen met 30km/u Het aanvullingsbesluit voorziet in regels voor verschillende situaties: − De monitoring en beheersing van geluid van bestaande wegen, spoorwegen en industrieterreinen. − Het toelaten of wijzigen van wegen, spoorwegen of activiteiten op industrieterreinen. − Het toelaten van nieuwe geluidgevoelige gebouwen (woningen, kinderdagverblijven, scholen, ziekenhuizen en verpleeghuizen) in de omgeving van wegen, spoorwegen en industrieterreinen. − De geluidwering van gebouwen in de omgeving van wegen, spoorwegen en industrieterreinen. − Het saneren van bestaande situaties met overschrijdingen. Het besluit kent voor alle geluidbronnen standaardwaarden, een grenswaarde op de gevel en een grenswaarde voor het binnengeluid toe. Zolang aan de standaardwaarden op de gevel wordt voldaan zijn de gezondheidsrisico's zonder meer aanvaardbaar. Bij geluidniveaus tussen de standaardwaarde en de grenswaarde op de gevel maakt het bevoegd gezag een afweging. Het systeem van het besluit is erop gericht dat het geluid niet hoger is dan de grenswaarden op de gevel. In specifieke gevallen zijn gemotiveerd uitzonderingen mogelijk op die grenswaarde. Bij overschrijding van de grenswaarde voor het binnengeluid worden geluidwerende maatregelen aan het gebouw getroffen. Hierop kent het besluit beperkt uitzonderingen, bijvoorbeeld dat gevelmaatregelen niet nodig zijn als de eigenaar van het gebouw niet meewerkt. De regels zijn gericht op het beheersen van de jaargemiddelde geluidniveaus, waarbij geluid in de avond en nacht zwaarder wordt gewogen dan geluid gedurende de dag. Dit sluit aan bij Richtlijn 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (richtlijn omgevingslawaai). Standaardwaarden hebben een geaccepteerd vertrekpunt (niveau) waarvan gemotiveerd kan worden afgeweken; grenswaarden geven een grens waarvan alleen bij uitzondering en alleen in aangegeven gevallen (zoals bij “zwaarwegende belangen”) kan worden afgeweken. De standaardwaarde voor geluid vertegenwoordigt een “geaccepteerd geluidniveau”: als aan de standaardwaarde voldaan wordt, is geen nadere afweging of besluitvorming nodig. De maximale waarde wordt nu formeel aangeduid als de grenswaarde voor het geluid op de gevel. Ook het toelaatbare binnenniveau in een gebouw is een grenswaarde, en wordt nu

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 121 van 193


aangeduid als de grenswaarde voor het geluidniveau in geluidgevoelige ruimten. Voor deze grenswaarde bestaat geen standaardwaarde. De regels voor beheersing van geluid zijn primair gericht op het geluid van elke geluidbronsoort afzonderlijk. Het geluid van een geluidbronsoort is dan wel de belasting door de geluidbronsoort als geheel, dat wil zeggen van alle te onderscheiden delen van de betreffende geluidbronsoort. Geluid op de gevel: Geluidbronsoorten

Standaardwaarde in Lden (dB)

rijkswegen, provinciale wegen gemeentewegen en waterschapswegen hoofdspoorwegen en lokale spoorwegen industrieterreinen

50 53 55 50 40 Lnight

Grenswaarden in Lden (dB) Nieuwe Aanleg of geluidgevoelige aanpassing bron gebouwen 60 65 70 70 65 70 55 60 45 Lnight 50 Lnight

Tabel 68: Standaardwaarden en grenswaarden voor het geluid op de gevel

Bij gemeentelijke wegen liggen de maximale waarden duidelijk hoger om stedelijke ontwikkelingen niet te blokkeren. Bovendien is het verdedigbaar om de gemeente een grotere beleidsruimte te bieden tussen de voorkeurswaarde en maximale waarde. De gemeente is immers verantwoordelijk voor zowel het wegbeheer als voor verantwoorde ruimtelijke ontwikkelingen. Provinciale wegen en rijkswegen hebben een strengere normering. Het betreft veelal drukke verbindingen met een regionale of nationale functie. Ze liggen meestal enigszins gescheiden van de directe leefomgeving van mensen. Daarom zijn in meer situaties goede maatregelen mogelijk om geluidbelastingen te beperken. Het gaat dan bijvoorbeeld om geluidschermen en -wallen, stille wegdekken en het houden van afstand. Daarnaast wordt in het voorgenomen Aanvullingsbesluit een uitzonderingsbepaling voorzien waarmee in bijzondere omstandigheden geluidbelastingen tot 5 dB boven de maximale waarde toegestaan kunnen worden voor specifieke gevallen. De criteria voor aanleg of aanpassing van de bron zijn bewust hoger dan deze voor nieuwe geluidgevoelige gebouwen. Hiermee wordt voorkomen dat met het toelaten van een geluidgevoelig gebouw een geluidbron direct «op slot» gezet kan worden en er geen toekomstige ontwikkeling van de geluidbron meer mogelijk is.

Grenswaarden voor geluid in geluidgevoelige ruimten Onderdeel van dat normenkader is een na te leven grenswaarde voor het geluid in geluidgevoelige ruimten van bestaande geluidgevoelige gebouwen, in de praktijk veelal aangeduid als de binnenwaarde. Voldoen aan de binnenwaarde is verplicht als wordt besloten om bij wijziging van een bron het geluid op een bestaand geluidgevoelig gebouw toe te laten nemen boven die standaardwaarde. − Voor de meeste bestaande geluidgevoelige gebouwen geldt een grenswaarde voor het geluidniveau in geluidgevoelige ruimten van 36 dB. Bij overschrijding van die 36 dB moeten geluidwerende maatregelen

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 122 van 193


worden getroffen om te voldoen aan de binnenwaarde verminderd met 3 dB. Hoe groter de overschrijding, hoe beter de geluidwering van de maatregelen. Er worden ook enkele uitzonderingen toegelaten − In een aantal gevallen geldt voor nieuwe of bestaande gebouwen een grenswaarde voor het geluidniveau in geluidgevoelige ruimten van 41 dB (o.a. afhankelijk van de geluidsbron en de datum van bouwvergunning (voor of na 1 jan 1982)). In dit Aanvullingsbesluit worden alleen eisen gesteld aan het geluid in c.q. de geluidwering van bestaande gebouwen. De binnenwaarde wordt getoetst als het geluid op een geluidgevoelig gebouw toeneemt omdat een geluidbronsoort meer geluid mag veroorzaken. De bouwkundig eisen aan nieuwe gebouwen zijn opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving. In het Besluit bouwwerken leefomgeving worden eisen gesteld aan de geluidwering van een nieuw gebouw. Nieuwe woningen moeten bijvoorbeeld voldoen aan een binnenwaarde van 33 dB in verblijfsruimten. Bij het bepalen van de benodigde geluidwering moet worden uitgegaan van de geluidbelasting door alle relevante geluidbronsoorten en geluidbronnen gezamenlijk, dus bij elkaar opgeteld.

Dit nieuwe kader zal landelijk gemiddeld gezien ten minste een gelijkwaardige bescherming bieden tegen schade aan de gezondheid door hoge geluidbelastingen als gevolg van weg- en railverkeer en industrie in de leefomgeving als het huidige kader. Hierbij mogen niet enkel de absolute waarden bekeken worden, maar ook de manier van toetsen, uitzonderingen, aftrek, … Belangrijk is dat in dit nieuw kader voor spoorverkeer een bonus van 5dB wordt toegekend. De meest recente richtlijnen van WGO 2018 (zie hoger), die nauwelijks verschil aantonen in hinder tgv weg- of spoorverkeer, werden pas gepubliceerd na opmaak van dit wetsvoorstel. Vermoedelijk zal er nog een aanpassing doorgevoerd worden naar aanleiding van deze nieuwe richtlijnen.

Luchtverkeerslawaai De eisen bij nieuwbouw met betrekking tot de vereiste gevelisolatie – in Nederland gedefinieerd als de (karakteristieke) geluidwering GA,k– zijn vastgelegd in afdeling 3.1 (Bescherming tegen geluid van buiten, nieuwbouw) van het Bouwbesluit, uitgave 2012. Deze eisen zijn van toepassing op gebouwen met als ‘gebruiksfunctie’ een woonfunctie (andere dan in woonwagen), een bijeenkomstfunctie voor kinderopvang, een onderwijsfunctie of een gezondheidszorgfunctie. Voor omgevingslawaai geldt algemeen overeenkomstig Art. 3.2 voor een verblijfsgebied een minimum volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering GA,k van 20 dB. De eisen met betrekking tot de vereiste geluidwering van gevels bij nieuwbouw in een beperkingengebied van een civiele of militaire luchthaven zijn nader vastgelegd onder Art. 3.4 Luchtvaartlawaai. In een beperkingengebied gelden in verband met de nabijheid van een luchthaven ruimtelijke beperkingen met het oog op veiligheid en het voorkomen van geluidoverlast. Of er sprake is van een zogenoemd beperkingengebied volgt uit in het bestemmingsplan. Een gemeente nabij een luchthaven is verplicht om de voor het beperkingengebied vastgestelde contouren in het bestemmingsplan te verwerken. Binnen een nader aangewezen beperkingengebied van een burgerluchthaven , is overeenkomstig Art. 3.4. lid 2 de vereiste karakteristieke geluidwering GA,k van een verblijfsgebied (binnen hoger vermelde gebruiksfuncties)

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 123 van 193


zodanig dat het karakteristieke geluidsniveau in het verblijfsgebied - ten gevolge van de (invallende) geluidbelasting op de gevel uitgedrukt in de indicator Lden - ten hoogste 33 dB bedraagt: Bouwbesluit 2012 Art. 4.3 lid 2 Een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied van een gebruiksfunctie in een voor de luchthaven Schiphol op de kaarten in bijlage 3B, nummer 4, van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol aangewezen gebied of een krachtens de Luchtvaartwet of de Wet luchtvaart vastgestelde 56 dB(A) L den beperkingengebied of een vastgestelde 35 Ke-geluidzone bij een burgerluchthaven, heeft een zodanige volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering dat het karakteristiek geluidniveau in het verblijfsgebied ten hoogste 33 dB is. Daarbij wordt uitgegaan van de krachtens de Luchtvaartwet of de Wet luchtvaart bepaalde geluidbelasting op de uitwendige scheidingsconstructie. Voor een verblijfsruimte mag overeenkomstig art. 3.4 lid 4 de volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering zoals hoger bepaald maximaal 2 dB lager zijn. De eisen uit het Bouwbesluit 2012 zijn van toepassing op de bouw van nieuwe woningen of andere geluidgevoelige gebouwen binnen een beperkingengebied van een luchthaven. Voor de sanering van bestaande gebouwen (van overheidswege, vb. in het kader van structurele isolatieprogramma’s zoals uitgevoerd op Schiphol in het kader van de isolatieprogramma’s GIS 1, 2 en 3) gelden andere isolatievoorschriften zoals nader omschreven in de Regelgeving Geluidwerende Voorzieningen (1997). Uitgangspunt voor het ruimtelijk toepassingsbereik van het voorschrift van art 3.4 lid 2 uit het Bouwbesluit 2012 is een beperkingengebied ‘geluid’, typisch afgebakend op basis van de 35 Ke zone. (Voor Schiphol bij benadering gelijk aan de ruimtelijk equivalente contour van Lden 58 dB). Het beperkingengebied ‘geluidgevoelige gebouwen’ rond de luchthaven van Schiphol, zoals opgenomen in het Luchthavenindelingsbesluit 2018 (LIB) is hieronder in groen aangegeven. Binnen deze ruime zone gelden beperkingen inzake de oprichting van nieuwe geluidgevoelige gebouwen.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 124 van 193


Figuur 5: beperkingengebied ‘geluidgevoelige gebouwen’ rond de luchthaven van Schiphol

Op grond van Art. 2.2. (LIB) zijn met het oog op geluidbelasting binnen deze (groene zone – gronden aangeduid met nummer 4 in legende) geen geluidgevoelige gebouwen toegestaan, behoudens: − bestaand gebruik van een geluidgevoelig gebouw; − toevoeging binnen bestaand stedelijk gebied van niet meer dan 25 woningen per bouwplan of binnen lintbebouwing van niet meer dan 3 woningen per bouwplan; − een geluidgevoelig gebouw ter vervanging van een bestaand geluidgevoelig gebouw, mits van gelijke aard en gelijke schaal en onder de voorwaarde dat het te vervangen gebouw wordt verwijderd of dat de functie en bestemming van het te vervangen gebouw wordt omgezet naar niet-geluidgevoelig; − herstructurering van een bestaand stedelijk gebied, indien dit niet leidt tot een toename met meer dan 25 woningen en indien dit niet leidt tot een toename van de capaciteit van andere geluidgevoelige gebouwen binnen dit gebied; − nieuwbouw van een bedrijfswoning, voor zover de noodzaak daarvan is aangetoond. Uit monitoringgegevens blijkt dat het aantal woningen binnen het beperkingengebied voor geluid rond Schiphol is afgenomen van 24.400 (in 2004) naar 23.300 (in 2016). Met de voorziene inwerkingtreding van de Omgevingswet (vanaf 2012) zal het Bouwbesluit 2012 vervangen worden door het besluit van 3 juli 2018, houdende regels over bouwwerken in de fysieke leefomgeving (‘Besluit bouwwerken leefomgeving’). De eisen van art. 3.4 uit het Bouwbesluit 2012 zijn hierin (ongewijzigd) overgenomen onder Artikel 4.104 (geluidwering bij luchtvaartlawaai).

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 125 van 193


[17]Regeling geluidwerende voorzieningen 1997 (RGV'97) Regeling geluidwerende voorzieningen 1997 (RGV'97) is een krachtens artikel 26b van de Luchtvaartwet door de Minister van Verkeer en Waterstaat en de Staatssecretaris van Defensie in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer gegeven ministeriële regeling. Deze regeling bevat voorschriften inzake het op kosten van het Rijk aanbrengen van geluidwerende voorzieningen aan bestaande geluidsgevoelige bebouwing, gelegen binnen geluidszones rond luchtvaartterreinen, ter beperking van geluidhinder die bewoners en gebruikers van dergelijke bebouwing ondervinden door luchtvaartgeluid. Krachtens de Wet geluidhinder zijn vergelijkbare regelingen getroffen voor het saneren van geluidsgevoelige bebouwing in geluidszones rondom onder meer buitenlandse luchtvaartterreinen en rondom wegen. Als uitgangspunt voor de eisen van het wijzigingsbesluit voor het aanbrengen van geluidwerende voorzieningen aan bestaande woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen, die zijn gelegen binnen geluidszones rond luchtvaartterreinen, is de RGV'97 genomen. In het kader van de Ke-normering zijn in de RGV'97, afhankelijk van de geluidsbelasting in Ke, de geluidweringseisen opgenomen waaraan de uitwendige scheidingsconstructie moet voldoen. In het kader van de nachtnorm is in de RGV'97 bepaald dat de kwaliteit van de uitwendige scheidingsconstructie zodanig moet zijn dat wordt voldaan aan de in artikel 25, vierde lid, van de Luchtvaartwet gegeven eis van LAeq 26 dB(A). De RGV'97 bevat verder de voorwaarden waaronder wordt overgegaan tot het vanwege het Rijk aanbrengen van geluidwerende voorzieningen, de procedure die daarbij gevolgd moet worden en de wijze waarop de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie in het kader van zowel Ke-isolatie als LAeq-isolatie wordt bepaald.

Meer info: − − − − − − − − − − − −

Wet geluidhinder, Rijkswaterstaat, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Bouwbesluit, uitgave 2012 – artikel 3.2: geluid van buiten Bouwbesluit, uitgave 2012 – artikel 3.4: luchtvaartlawaai Regelgeving Geluidwerende Voorzieningen (1997) Luchthavenindelingsbesluit Schiphol 2018 Monitoringgegevens - Monitor Infrastructuur en Ruimte: Ontwikkeling woningen in beperkingengebieden Luchthavenindelingbesluit Schiphol, 2004-2016 Wijzigingswet Wet luchtvaart (Regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens) Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 NEN 1070 Geluidwering in gebouwen - Specificatie en beoordeling van de kwaliteit (Gewijzigd door NEN 1070:1999/C1:1999 nl en NEN 1070:1999/C2:2003) Besluit van 3 juli 2018, houdende regels over bouwwerken in de fysieke leefomgeving(Besluit bouwwerken leefomgeving) Omgevingswet geluid Nota van toelichting Aanvullingsbesluit geluid

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 126 van 193


8.3 FRANKRIJK In Frankrijk wordt de gevelisolatie bij nieuwbouw en renovatie van woongebouwen opgelegd in het besluit van 30 mei 1996 [18]. De controle ervan wordt opgelegd in het besluit van 27 november 2012 [19]. Bij de aanleg van nieuwe wegen is de wet No. 92-1444 van 13 december 1992 [20] van toepassing met betrekking tot de bescherming van woningen tegen omgevingslawaai. Bij de aanleg van nieuwe wegen of aanpassing van bestaande wegen is ook het besluit van 5 mei 1995 van toepassing voor wegverkeerinfrastructuur [21]. Verder geldt voor verbouwing van woongebouwen het besluit van 13 april 2017 met betrekking tot akoestische eigenschappen van bestaande gebouwen [22].

[18] L’arrêté du 30 mai 1996, relatif à l’isolement acoustique des bâtiments d’habitation dans les secteurs affectés par le bruit. Voor woningen blootgesteld aan weg-, vlieg of spoorverkeerslawaai zijn artikel 5 tot 9 van het besluit van 30 mei 1996 van toepassing, aangepast door het besluit van 23 juli 2013 en vervolledigd door het besluit van 3 september 2013. Voor scholen, zorginstellingen en hotels is het besluit van 25 april 2003 van toepassing, dat verwijst naar voorgaande besluiten voor wat betreft het weg- en spoorverkeer, en aanvullende richtlijnen geeft voor wat betreft vliegverkeer. De geluidsbelasting wordt uitgedrukt in LAeq,6-22h voor de dagperiode en LAeq,22-6h voor de nachtperiode cfr. de norm NF S31-130 ‘Carthographie du bruit en milieu extérieur” op een hoogte van 5m en op 2m afstand voor de gevel voor een straatsituatie (situation U) en op 10m afstand van vrijstaande infrastructuur. Deze geluidniveaus zijn verhoogd met 3dB indien bepaald in vrij veld om reflecties op de gevel mee te nemen. Zij worden bepaald door metingen of berekeningen. De geluidsbelasting wordt ingedeeld in 5 categorieën. Voor spoorverkeer wordt een onderscheid gemaakt in hoge snelheidslijnen of gewone snelheidslijnen, waarbij deze laatste een bonus van 3dB krijgen. Indien een situatie op basis van de dag of avondwaarde in een verschillende klasse wordt ingedeeld, geldt de meest negatieve klasse.

Tabel 69: overzicht indeling in geluidsklassen

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 127 van 193


Tabel 70: overzicht indeling in geluidsklassen (vervolg) 17

Vervolgens wordt de nodige gevelisolatie (DnT,A,tr cfr. ISO 717) bepaald in functie van de gevelbelasting. Dit kan op basis van een vereenvoudigde methode (flat-rate method) die rekening houdt met de afstand tot de weg, eventuele afscherming van andere gebouwen of schermen, … en wordt beschreven in deze besluiten, of op basis van een gedetailleerde studie door een akoestisch ingenieur. Indien een gedetailleerde methode wordt toegepast (o.b.v. metingen of modellering) mogen de geluidniveaus in bovenstaande tabel met 2dB verhoogd worden om de geluidsbelasting in te delen in de 5 klassen. De gevelisolatie dient ervoor te zorgen dat het equivalent geluidniveau in de woning maximaal LAeq,6-22h 35dBA bedraagt tijdens de dagperiode en maximaal LAeq,22-6h 30dBA tijdens de nachtperiode. Dit impliceert volgende minimale gevelisolatie voor open infrastructuur in functie van de afstand tot de bron. Voor de straatsituatie dient de eerste kolom (tussen 0 en 10m) toegepast te worden.

Tabel 71: minimale gevelisolatie 18

Verder dient de gevelisolatie DnT,A,tr in alle situaties minimaal 30dB te bedragen voor weg- en spoorverkeer.

17 18

Guide du CNB n°6, Réglementations acoustiques des bâtiments, Nov 2017. Guide du CNB n°6, Réglementations acoustiques des bâtiments, Nov 2017.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 128 van 193


[19] Arrêté du 27 novembre 2012 relatif à l’attestation de prise en compte de la réglementation acoustique applicable en France métropolitaine aux bâtiments d’habitation neufs. Nieuwe residentiële gebouwen in het metropolitaans Frankrijk zijn onderworpen aan een controle a.d.h.v. attestering cfr. het decreet van 27/11/2012. Dit decreet legt het aantal metingen op van onder meer gevelisolatie (DnT,Atr) dat dient uitgevoerd te worden alsook de modaliteiten: - Geen metingen voor gebouwen met minder dan 10 wooneenheden - Geen metingen voor gebouwen met 10 tot 30 wooneenheden wanneer de vereiste geluidisolatie DnT,Atr kleiner is dan 35dB. - 1 meting voor gebouwen met 10 tot 30 wooneenheden wanneer de vereiste geluidisolatie DnT,Atr groter is dan 35dB. - 1 meting voor gebouwen met meer dan 30 wooneenheden wanneer de vereiste geluidisolatie DnT,Atr kleiner is dan 35dB. - 2 metingen voor gebouwen met meer dan 30 wooneenheden wanneer de vereiste geluidisolatie DnT,Atr groter is dan 35dB.

[20] Loi n° 92-1444 du 31 décembre 1992 relative à la lutte contre le bruit Deze wet is een algemene wet betreffende de strijd tegen lawaai, en heeft tot doel de hinder van geluid en trillingen te voorkomen, te elimineren of te beperken voor alle soorten geluidsemissies. Een eerste deel betreft het beperken van de emissie van geluid. Een tweede deel betreft de te treffen maatregelen bij transportinfrastructuur, urbanisme en constructie. Het derde deel behandelt de bescherming van omwonenden rond verkeersaders en luchthavens. Verder beschrijft een vierde deel de controlemethodiek en een vijfde deel enkele administratieve bepalingen. [21] Arrêté du 5 mai 1995 concernant le bruit des infrastructures routières Dit besluit is van toepassing bij de aanleg van nieuwe wegen of de aanpassing van bestaande wegen. Hierin worden o.a. maximale waarden opgelegd voor nieuwe en aan te passen bestaande wegen. Voor woongebouwen gelden volgende waarden: - Nieuwe wegen: o LAeq ( 6u-22u) : 60dBA o LAeq (22u-6u): 55dBA Aanpassing van bestaande wegen: o Indien de geluidbelasting van de bestaande weg lager is dan de grenswaarden voor nieuwe wegen, dan zijn deze grenswaarden geldig o Indien de geluidbelasting van de bestaande weg hoger is dan de grenswaarden voor nieuwe wegen, dan mag de huidige geluidsbelasting niet verhoogd worden met een maximale waarde van LAeq ( 6u-22u) 65dBA en LAeq (22u-6u) 60dBA. In eerste instantie dienen er maatregelen aan de bron getroffen te worden. Indien dit onmogelijk is, dient de gevelisolatie van de woningen verbeterd te worden. Hierbij dient men te vertrekken van een basisgeluidisolatie

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 129 van 193


van 25dB, verhoogd met het verschil tussen de ingeschatte geluidsbelasting en de grenswaarde. D.w.z. indien de grenswaarde met 5dB wordt overschreden, dient de basisgeluidisolatie verhoogd te worden met 5dB tot 30dB. [22] Arrêté du 13 avril 2017 relatif aux caractéristiques acoustiques des bâtiments existants lors de travaux de rénovation importants Dit besluit is van toepassing op de renovatie van gebouwen en legt eisen op aan de geluidisolatie voor gebouwen die blootgesteld worden aan hoge geluidniveaus buiten.

Luchtverkeerslawaai Het ruimtelijk ordeningsbeleid rond Franse luchthavens steunt op 2 types van zoneringsplannen, beiden vastgesteld door de prefectuur van het bevoegde departement: het PEB ('Plan d'Exposition au Bruit' ) en het PGS ('Plan de Gêne Sonore'). PEB: Het 'Plan d'Exposition au Bruit' (PEB) is een ruimtelijk plan dat steunt op prognoses van de geluidbelasting rekening houdend met de ontwikkeling van de luchthavenactiviteit op langetermijn (horizon 10 à 15 jaar). Het PEB is een instrument van ruimtelijke planning en heeft tot doel om de bouw van nieuwe geluidgevoelige constructies in de omgeving van de luchthaven te verbieden of te beperken, en om het aantal inwoners blootgesteld aan vliegtuiglawaai niet te doen toenemen. De zones van het PEB worden afgebakend op basis van de volgende drempelwaarden uitgedrukt in de Europese indicator Lden: − zone A: Lden ≥ 70 dB(A) − zone B: 62/65 ≤ Ldden < 70 dB(A) − zone C: 55/57 ≤ Lden < 62/65 dB(A) − zone D: 50 ≤ Lden < 55/57 dB(A) De vaststelling van de uiterste grenzen van de zone B en C is een bevoegdheid van de prefectuur. Dit gebeurt in samenspraak met de adviescommissie (CCE : ‘Commission Consultative de l’ Environment’), van de betrokken luchthavens (ca. 250 Franse luchthavens). PGS: Het 'Plan de Gêne Sonore' (PGS) is een ruimtelijk plan dat aangeeft welke bewoners rond de 10 belangrijkste Franse luchthavens in aanmerking komen voor een tegemoetkoming in de geluidsisolatie van hun woning. Het plan wordt opgemaakt voor een middellange termijn (horizon 3-5 jaar) en is gebaseerd op de prognose van de luchthavenactiviteit in het jaar volgend op de publicatie ervan. De zones van het PEB worden afgebakend op basis van de volgende drempelwaarden uitgedrukt in de Europese indicator Lden: − Zone I (zeer sterke hinder) : Lden ≥ 70 dB(A) − Zone II (sterke hinder) : 65 ≤ Lden < 70 dB(A) − Zone III (gematigde hinder) : 55 ≤ Lden < 65 dB(A) De vereiste isolatie van de verblijfsruimten in nieuwe woongebouwen (hoofdruimten en keukens), op te richten binnen geklasseerde verkeersinfrastructuur (weg / spoorverkeer) en zones van luchthavens, zijn nader opgelegd met het besluit van 23 juli 2013 tot aanpassing van het besluit van 30 mei 1996.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 130 van 193


Met het aanpassingsbesluit van 23 juli 2013 werden rond luchthavens bijkomend specifieke eisen opgelegd voor de gevelisolatie uitgedrukt in de grootheid DAtr (= DnT,A,tr) in de zones van het ‘PEB’ (‘Plan d’Exposition du Bruit’): − in zone A : DAtr ≥ 45 dB ; − in zone B : DAtr ≥ 40 dB ; − in zone C : DAtr ≥ 35 dB ; − in zone D : DAtr ≥ 32 dB. Deze eisen vervangen de vroegere eisen per zone van het PEB uitgedrukt in Drose. Daarnaast geldt algemeen een minimum gevelisolatie voor DAtr van 30 dB. Bij cumulatieve blootstelling aan meerdere (gezoneerde) geluidsbronnen (combinatie van luchtverkeerslawaai en weg/railverkeerslawaai) moet rekening gehouden te worden met de hoogste isolatiewaarde, verhoogd met een waarde die functie is van het verschil tussen beide isolatiewaarden.

Meer info: − L’arrêté du 30 mai 1996, relatif à l’isolement acoustique des bâtiments d’habitation dans les secteurs affectés par le bruit − Arrêté du 27 novembre 2012 relatif à l’attestation de prise en compte de la réglementation acoustique applicable en France métropolitaine aux bâtiments d’habitation neufs − Loi n° 92-1444 du 31 décembre 1992 relative à la lutte contre le bruit − Arrêté du 5 mai 1995 concernant le bruit des infrastructures routières − Arrêté du 13 avril 2017 relatif aux caractéristiques acoustiques des bâtiments existants lors de travaux de rénovation importants − Facade sound isolation: a few questions, Aline Gaulupeau, Acoustics 2012, Apr 2012, Nantes, France. Hal00810560 − Guide CNB N°6 : Réglementations acoustiques des bâtiments, 2015 - Conseil National du Bruit (CNB) − De laatste versie van de Franse bouwvoorbeelden om te voldoen aan akoestische prestatie-eisen : Exemples de solutions acoustiques, RÉGLEMENTATION ACOUSTIQUE 2000, Janvier 2014 − Richtlijnen voor toezicht op bouwplaatsen met betrekking tot akoestische prestaties in meergezinswoningen met o.a. ook gevelisolatie: Guide de suivi de la mise en oeuvre en acoustique dans le logement collectif neuf (CSTB France décembre 2015). − Richtlijnen voor de akoestische aanpassing van meergezinswoningen met ook richtlijnen voor gevelisolatie: Guide Acoustique, Rénovation: améliorer l’acoustique des logements collectifs, Association Qualitel, juillet 2018. − Arrêté du 23 juillet 2013 modifiant l’arrêté du 30 mai 1996 relatif aux modalités de classement des infrastructures de transports terrestres et à l’isolement acoustique des bâtiments d’habitation dans les secteurs affectés par le bruit. − Insonorisation des logements proches des aéroports - Note technique - Points de repères - Direction générale de l’Aviation civile. Service technique de l’Aviation civile - département bâtiments - octobre 2006

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 131 van 193


8.4 VERENIGD KONINKRIJK In het Verenigd Koninkrijk bepalen de voorschriften voor geluidsisolatie van 1975 en gewijzigd in 1988 [23] de procedures voor geluidsisolaties van woningen aan nieuwe en gewijzigde snelwegen. De geluidsisolatievoorschriften van 1996 doen hetzelfde voor spoorwegen en andere ‘geleide’ vervoerssystemen [24]. De Britse Norm BS 8233 [25] biedt richtlijnen voor de regeling van lawaai in en rond gebouwen. Deze norm is van toepassing op het ontwerp van nieuwe gebouwen, of gerenoveerde gebouwen die een verandering van gebruik ondergaan. De regio’s Engeland, Wales, Schotland en Noord-Ierland hebben elk hun eigen reglementeringen.

[23]The Noise Insulation Regulations 1975 (as amended 1988) De voorschriften voor geluidsisolatie 1975 (zoals gewijzigd in 1988) geven de procedures die moeten worden gebruikt om de eis te beoordelen om woningen te voorzien van geluidsisolatie naast nieuwe en gewijzigde snelwegen. Waar een nieuwe snelweg of een verandering aan de bestaande snelweg een toename van minstens 1dB van het geluidsniveau veroorzaakt bij geluidsgevoelige gebouwen die zich in een straal van 300 m bevinden en waarbij het geluidsniveau aan de gevel LA10,18h hoger is dan 68 dB(A), is er een wettelijke vereiste voor de snelwegautoriteit om geluidsisolatie te verschaffen in overeenstemming met de voorschriften. Hierbij is LA10,18h het gemiddelde statistisch niveau LA10 gemeten over de periode van 6u tot 24u. De meting gebeurt op 1m van de meest blootgestelde gevel. Eigendommen die in aanmerking komen krijgen een pakket maatregelen, waaronder bijkomende beglazing en akoestische ventilatievoorzieningen naar gevoelige kamers. In sommige omstandigheden kan een subsidie voor de kosten van de werken worden verstrekt.

[24]The Noise Insulation Regulations of 1996 (Railways and Other Guided Transport Systems) De voorschriften voor geluidsisolatie van 1996 (van toepassing op spoorwegen, trams en andere geleide vervoerssystemen) hebben betrekking op de eis om geluidsisolatie aan te bieden voor woningen gelegen naast nieuwe en gewijzigde spoorweg- of traminfrastructuren. Ook hier zal een toename van minstens 1dB van het geluidsniveau er toe leiden dat er geluidsisolatie dient verschaft te worden. Hier wordt er echter een onderscheid gemaakt tussen het equivalente geluidsdrukniveau LAeq van de dag- en nachtperiode waarbij de nachtperiode gaat van middernacht tot 6u. Als criterium voor de dag geldt 68 dB(A); voor de nacht geldt 63 dB(A). Dit wordt vastgesteld op 1m van de meest blootgestelde deur of raam. [25]British Standard BS 8233 (2014) - Sound insulation and noise reduction for buildings Deze norm biedt een uitgebreide begeleiding (‘guidance’) op het gebied van akoestiek voor gebouwen en geeft definities van vele akoestische termen. Basisinformatie wordt binnen de standaard verstrekt voor nietspecialisten die te maken hebben met akoestiek, samen met meer gedetailleerde informatie voor akoestische specialisten.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 132 van 193


Deze norm bevat informatie over geluid van externe geluidsbronnen, aanvaardbare geluidsniveaus in en rond gebouwen en hoe deze niveaus kunnen worden bereikt. Het biedt omgevingsgeluidcriteria voor verschillende kamertypen en samen met richtlijnen voor geschikte geluidsniveaus voor externe voorzieningen. Hij is van toepassing op het ontwerp van nieuwe gebouwen of gerenoveerde gebouwen die een verandering van gebruik ondergaan. Bij gebrek aan specifieke numerieke richtlijnen van de overheid over aanvaardbare geluidsniveaus met betrekking tot nieuwe ontwikkelingen, wordt de BS 8233-richtlijnen vaak gebruikt. Als richtlijn neemt deze Britse norm de vorm aan van begeleiding en aanbevelingen. In deze norm staat ook expliciet dat, wanneer een bouwvergunning wordt gevraagd voor een nieuw gebouw of voor een verandering van gebruik bij een bestaand gebouw, dat de lokale planningsautoriteit dan toestemming kan weigeren wanneer de site te lawaaierig is voor het voorgestelde gebruik en er niet wordt voldaan aan het lokale of aan het nationale geluidsbeleid. De norm geeft ook aan hoe de ontwerper moet rekening houden met het geluid tijdens het ontwerp door onder meer een geschikte inplanting , oriëntatie, afscherming, …, de interne indeling, de manier waarop hij geluidsreductie kan bekomen, nakijken welke maatregelen het meest geschikt zijn, nagaan hoe het geluid aan de bron zelf kan gereduceerd worden, … Ook de geluidsisolatie van de gevel is te bepalen. De vereiste geluidsisolatie moet worden bepaald op basis van de beoordeling van: a) het niveau en de kenmerken van het geluid buiten het gebouw ; b) de ontwerpgeluidsniveaus in de kamers en andere ruimtes van het gebouw Voor het buitengeluid wordt hierbij onderscheid gemaakt tussen verkeerslawaai, luchtvaartlawaai, treinlawaai en andere bronnen van lawaai (industrie, windmolens, …). Verkeerslawaai wordt bepaald via metingen, modelering of via een beknopte tabel. Hierbij is LAeq,16h te bepalen op 1 m van de gevel van het toekomstig gebouw. Vaak wordt er ook gerekend met L A10,18h (zie hoger). Volgens de norm kan dan gesteld worden dat LAeq,16h = LA10,18h – 2 dB. Treinlawaai wordt bepaald via modelleringen. Hierbij dient voor de dag LAeq,16h (van 7u tot 23u) en voor de nacht LAeq,8h (van 23u tot 7u) genomen te worden.

Luchtvaartlawaai wordt bepaald via metingen of berekeningen van contourlijnen afkomstig van de luchthaven. Voor de meeste luchthavens is de luchthavenexploitant verantwoordelijk voor het geluidsbeheer dat moet worden afgestemd op het overheidsbeleid. De uitzonderingen zijn Heathrow, Gatwick en Stansted, waarvoor het Departement van Transport de verantwoordelijkheid heeft voor het geluidsbeheer. In de norm wordt geen parameter voor het buitenlawaai afkomstig van vliegtuigen gegeven. De norm stelt wel dat waar behandeling van de gebouwschil vereist is om de criteria binnen te bereiken, specifieke metingen op de locatie zijn uit te voeren en er rekening moet gehouden worden met het specifieke frequentieel karakter van het geluid. Het toegelaten geluidsdrukniveau binnen wordt gegeven in tabel 4 van de norm:

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 133 van 193


Tabel 72: Toegelaten geluidsdrukniveau in woningen volgens tabel 4 van BS 8233

De norm geeft hierbij de volgende toelichting : − Het betreft aanbevolen (ontwerp)niveaus voor het totale geluidsdrukniveau, gelijk aan de som van alle mogelijke geluidsbronnen (zowel structuur- als luchtgeluid, behalve geluid voortgebracht door trillingen in de bodem). − De geluidniveaus steunen op WHO-aanbevelingen (2000) en veronderstellen een patroon van normaal te verwachten schommelingen van de lawaaibelasting tijdens het etmaal. Voor specifieke situaties (tijdelijke blootstelling gedurende een beperkte periode van de dag of onder specifieke omstandigheden) wordt verwacht dat de binnenwaarden gehanteerd worden die consistent zijn met bovenstaande waarden. − Het betreft waarden die betrekking hebben op jaargemiddelde omstandigheden (specifieke events zijn bijgevolg uitgesloten). − Bij structureel aanwezige geluidspieken (van bijvoorbeeld vlieg- of railverkeer) kunnen bijkomende criteria toegepast worden ter vermijding van slaapverstoring tijdens de nachtperiode. Deze criteria kunnen uitgedrukt worden in de grootheden SEL of LAFmax, afhankelijk van het karakter en het aantal verstoringen per nacht. − Indien de waarden bereikt moeten worden bij gesloten ramen, dient het ontwerp te voorzien in een adequaat ventilatiesysteem (waarbij bij beproeving ventilatieroosters geopend moeten zijn) − De waarden mogen met 5 dB versoepeld worden in omstandigheden waar de (woon)ontwikkeling toch als wenselijk wordt beschouwd, ondanks een overschrijding van de door de WHO aanbevolen drempelwaarden voor het buitenniveau. Ontwerpaanbevelingen voor de dimensionering van de akoestische prestatie van samenstellende gevelelementen, met een rekenvoorbeeld uitgaande van een gevelbelasting van wegverkeer beschikbaar in de grootheid LA10,18h, is gegeven in een informatieve bijlage G bij de norm. Voor buitenniveaus op terrassen, tuinen … (‘outdoor living area’) beveelt de norm een geluidsniveau L Aeq,T van 50 dB aan (eventueel nog te versoepelen tot 55 dB in meer lawaaierige omgevingen). De norm erkent dat deze waarden in vele situaties niet haalbaar zijn en gestreefd zou moeten worden naar het ‘best haalbare’ niveau. De beoordelingsperiode T is niet gepreciseerd maar rekening houdend met gelijkaardige WHO-aanbevelingen (2000) mag uitgegaan worden dat T= 16 u (dagwaarden). De aanbevolen waarden voor toegestane binnen- en buitenniveaus steunen op (inmiddels achterhaalde) aanbevelingen van Wereldgezondheidsorganisatie (2000). In een praktijkgids (‘Professional Practice Guidance (ProPG) on Planning & Noise 2017) is de toepassing van deze ontwerpwaarden nog verder genuanceerd en aangevuld. Zo wordt ter vermijding van slaapverstoring in lijn met

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 134 van 193


de WHO-aanbevelingen (2000) aanbevolen om uit te gaan van een maximaal geluidsdrukniveau voor structureel aanwezig piekgeluid van LAFmax 45 dB dat niet meer dan 10x per nacht mag overschreden worden. [26]The Technical Advice Note TAN 11 - noise (oktober 1997) (Wales) Een voorbeeld van de regionale reglementering is TAN 11-Noise (Technical Advice Note). TAN 11 is de huidige overheidsrichtlijn van Wales betreffende een algemeen beleid voor lawaai en planning. Het werd geproduceerd door het toenmalige ministerie van Milieu (nu DEFRA) in oktober 1997. Het document spreekt over algemene principes met betrekking tot geluid en planning, en biedt algemene richtlijnen voor zowel geluidgevoelige als geluid genererende ontwikkelingen, inclusief ontwerpplanningsvoorwaarden met betrekking tot geluid. De belangrijkste gedetailleerde richtlijnen in TAN 11 zijn de categorieën met blootstelling aan lawaai voor nieuwe residentiële ontwikkelingen. TAN 11 gebruikt vier categorieën geluidsbelasting (A-D) voor het beoordelen van de geschiktheid van locaties voor nieuwe residentiële ontwikkeling. Categorie A is gebieden waar geluid niet als een bepalende factor bij het verlenen van toestemming hoeft te worden beschouwd, en Categorie D is waar de bouwvergunning normaal moet worden geweigerd (zie onderstaande Tabel 73). Er is een tabel met geluidsniveaus voor dag en nacht beschikbaar om te bepalen in welke categorie de site valt (zie Tabel 74). Er zijn verschillende geluidscriteria voor weg-, spoor-, vliegtuig- en gemengde brongeluid, waarbij de criteria zijn afgeleid van verschillende sociale enquêtes voor verschillende geluidsbronnen.

Tabel 73: Geluidsbelastingscategorieën volgens tabel 1 van TAN 11 (Wales)

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 135 van 193


Tabel 74: Aanbevolen geluidsniveaus van de verschillende catĂŠgorieĂŤn volgens tabel 2 van TAN 11 (Wales)

Waarden in tabel 2 verwijzen naar geluidsniveaus gemeten op een open locatie op de positie van de voorgestelde woningen, ver weg van bestaande gebouwen en 1,2 m tot 1,5 m boven de grond. Wanneer er bij verkeerslawaai en treinlawaai uitgegaan wordt van gegevens op 1m afstand zoals in de Britse norm dan dient ermee rekening gehouden te worden dat deze niveaus 3 dB hoger zullen zijn wegens reflecties van de gevels. Bij vliegtuiglawaai zitten er bij de metingen al reflecties van de grond.

Luchtverkeerslawaai Specifiek voor de akoestische gevelisolatie van woningen (of andere geluidgevoelige gebouwen) in de nabijheid van luchthavens zijn, behalve bovenvermelde algemene aanbevelingen uit BS8233:2014 geen andere criteria bekend.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 136 van 193


De wettelijke basis voor geluidbeperkende maatregelen rond luchthavens in Het Verenigd Koninkrijk is de Civil Aviation Act (1982) en de Airports Act (1986), op basis waarvan onder meer het geluidsquotasysteem en specifieke geluidslimieten rond Britse luchthavens zijn ingevoerd. Ook de oprichting van zogenaamde ‘Airport Consultive Committees’ (ACC) op ca. 51 Britse luchthavens (of vliegvelden) als dialoogforum tussen autoriteiten en omwonenden, is een gevolg van deze wetgeving. De algemene krachtlijnen van het Britse luchthavenbeleid zijn vastgelegd in de Aviation Policy Paper van maart 2013. Hierin wordt specifiek voor de lawaaibeheersing rond Britse luchthavens de algemene drempelwaarde van LAeq,16h = 57 dB voor het berekenen van geluidscontouren bevestigd. De Britse overheid verwacht bovendien dat luchthavenbeheerders de gezinnen in zones met een hoge geluidbelasting (LAeq,16h > 69 dB) financieel tussenkomen in de kosten voor verhuis. Voor zones met een geluidbelasting LAeq,16h van 63 dB of meer wordt verwacht dat de luchthavenbeheerders akoestische isolatie aanbieden voor geluidgevoelige gebouwen (zoals scholen en ziekenhuizen), en (indien er nog geen specifiek isolatieprogramma’s zijn) financieel tussenkomen in de kosten voor de akoestische isolatie van woningen. Bestaande compensatiesystemen moeten toegankelijk en up-to-date blijven. Deze mitigerende maatregelen werden eerder al opgenomen in een ‘White Paper’ van 2003 met aanbevelingen naar luchthavenbeheerders om hiermee rekening te houden bij de opmaak of actualisatie van masterplannen. Op basis van deze beleidsvisie werden rond diverse Britse luchthavens mitigerende maatregelen genomen, waarvan de luchthaven van Londen-Heathrow een goed voorbeeld is. Uit de beschikbare informatie blijkt echter niet welke isolatiecriteria precies gehanteerd worden in isolatieprogramma’s. Meer info: − Approved Document E (for use in England) relative to Art. 41 (‘Sound insulation testing’) of the Building Regulations 2010 − Professional Practice Guidance (ProPG) on Planning & Noise, New Residential Development, May 2017 − Policy paper - Aviation policy framework, Department of Transport, 2013 − Noise insulation schemes, Heathrow Aircraft Noise. − Britse Norm BS 8233:2014, Guidance on sound insulation and noise reduction for buildings, British National Standards − The Noise Insulation Regulations 1975 − The Noise Insulation (Amendment) Regulations 1988 − The Noise Insulation Regulations of 1996 (Railways and Other Guided Transport Systems) − The Technical Advice Note TAN 11 - noise

8.5 DUITSLAND In Duitsland wordt de gevelisolatie voor bestaande woongebouwen naast nieuwe of essentieel aangepaste wegen of spoorwegen gedefinieerd door de documenten 16.BimSchV [27] en 24.BimSchV [28]. Daarnaast wordt de gevelisolatie voor nieuwe woongebouwen in de nabijheid van bestaande wegen of spoorwegen gedefinieerd door de norm DIN 4109 [29][30] die wordt gereguleerd in modelbouwvoorschriften van technische voorschriften “ Musterverwaltungsvorschrift technische Baubestimmungen in Landesbauordnung / Administrative Provision technical building regulations in state building regulations”[31], die door elke deelstaat (Länder) wordt geïmplementeerd op deelstaatniveau (Landesrecht).

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 137 van 193


Verder beschrijft de DEGA Empfehlung 103 [32] een classificatie van woongebouwen naargelang hun akoestische kwaliteit. [27]Sechzehnte Verordnung zur Durchführung des Bundes-Immissionsschutzgesetzes (Verkehrslärmschutzverordnung - 16. BImSchV), Verkehrslärmschutzverordnung vom 12. Juni 1990 (BGBl. I S. 1036), die durch Artikel 1 der Verordnung vom 18. Dezember 2014 (BGBl. I S. 2269) geändert worden ist Een deel van de wetgeving ivm de bescherming tegen bepaalde immissies (Bundesimmissionsschutzgesetz, kortweg BimSchV) wordt gevormd door de TA-Lärm dat staat voor „Technische Anleitung zum Schutz gegen Lärm“ en die de regelgeving omschrijft tegen lawaaioverlast. Een deel hiervan is gericht op weg- en spoorverkeer („Verkehrslärm-Schutzverordnung“ in 16.BImSchV). Deze verordening is van toepassing bij de bouw of essentiële verandering van wegen en spoorwegen en legt maximale immissie richtwaarden op voor verkeerslawaai. Immissie richtwaarden voor verkeerslawaai Ziekenhuizen, scholen, kuuroorden en RVT Algemeen woongebied, Puur woongebied en kleine woonwijken Gemengd, kerngebied en het dorp gebied Handelsgebieden

Dag 57 59 64 69

Nacht 47 49 54 59

Tabel 75: Immissierichtwaarden voor industrie en verkeer (weg- en spoorverkeer)

[28] Vierundzwanzigste Verordnung zur Durchführung des Bundes-Immissionsschutzgesetzes (VerkehrswegeSchallschutzmaßnahmenverordnung - 24.BImSchV), Verkehrswege-Schallschutzmaßnahmenverordnung vom 4. Februar 1997 (BGBl. I S. 172, 1253), die durch Artikel 3 der Verordnung vom 23. September 1997 (BGBl. I S. 2329) geändert worden ist Deze verordening stelt (algemene) aangepaste eisen aan de gevelisolatie van bestaande woningen in functie van de nabijheid van een nieuwe drukke straat of spoorweg. Deze gevelisolatie is functie van het optredende geluidniveau tijdens de dag of nachtperiode, berekend volgens tabellen en correctiewaarden uit 16.BimSchV [27]. Voor slaapruimten (type 1, cfr. Tabel 76) geldt:

Voor overige ruimten (type 2 tem 5 , cfr Tabel 76) geldt:

Met -

R'w,res erforderliches bewertetes Schalldämm-Maß der gesamten Außenfläche des Raumes in dB

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 138 van 193


-

-

-

Lr,N Beurteilungspegel für die Nacht (22.00 bis 6.00 Uhr) in dB (A) nach den Anlagen 1 und 2 der Sechzehnten Verordnung zur Durchführung des Bundes-Immissionsschutzgesetzes vom 12. Juni 1990 (BGBl. I S. 1036) Lr,T Beurteilungspegel für den Tag (6.00 bis 22.00 Uhr) in dB (A) nach den Anlagen 1 und 2 der Sechzehnten Verordnung zur Durchführung des Bundes-Immissionsschutzgesetzes vom 12. Juni 1990 (BGBl. I S. 1036) Sg vom Raum aus gesehene gesamte Außenfläche in qm (Summe aller Teilflächen) A äquivalente Absorptionsfläche des Raumes in qm (A = 0,8 x Gesamtgrundfläche) D Korrektursummand nach Tabelle 1 in dB (zur Berücksichtigung der Raumnutzung) E Korrektursummand nach Tabelle 2 in dB (der sich aus dem Spektrum des Außengeräusches und der Frequenzabhängigkeit der Schalldämm-Maße von Fenstern ergibt)

Tabel 76: Correctiewaarde D (in dB) in functie van ruimtegebruik

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 139 van 193


Tabel 77: Correctiewaarde E (in dB) voor bepaalde verkeersroutes

[29] DIN4109 Schallschutz im Hochbau (1989) De oude DIN 4109 legt voorwaarden op aan de gevelisolatie (luftschalldämmung von Auβenbauteilen, uitgedrukt in R’w,res, nl. resultierende schalldämm-maβe) voor nieuwe gebouwen in functie van de geluidsbelasting die afkomstig kan zijn van verkeerslawaai, treinlawaai, industrielawaai, vliegtuiglawaai, …

Tabel 78: Gevelisolatie ifv buitenniveau cfr DIN 4109

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 140 van 193


Waarbij de geluidsbelasting “Maβgeblicher Auβenlärmpegel” voor weg- en spoorverkeer berekend wordt voor de dagperiode (6u- 22u) cfr DIN 18 005 Deel 1, verhoogd met 3dB. Metingen dienen uitgevoerd te worden cfr. DIN 45 642, bijlage B voor spoor- en wegverkeer. [30] DIN 4109 Schallschutz im Hochbau (2018) Bovenvermelde norm werd doorheen de jaren vernieuwd, waarbij in de recentere versies het onderdeel gevelisolatie op een andere manier wordt benaderd. De gevelisolatie (luftschalldämmung von Auβenbauteilen) wordt nog steeds uitgedrukt in R’w,ges, nl. gesamten bewerteten schalldämm-maβe) en is afhankelijk van de geluidsbelasting en een maximaal toelaatbaar binnenniveau per type ruimte:

Met

Met een minimale eis

Waarbij de geluidsbelasting “Maβgeblicher Auβenlärmpegel” bepaald wordt - Ofwel a.d.h.v. diagramma voor wegverkeer cfr DIN 18 005-1:2002-07,A.2, voor de dagperiode (6u- 22u) verhoogd met 3dB. - Ofwel a.d.h.v. berekeningen cfr 16.BImSchV voor de dagperiode (6u-22u) en de nachtperiode (22u-6u), verhoogd met 3dB - Ofwel a.d.h.v. metingen. In deze nieuwe versie wordt specifiek aangegeven dat de geluidskaarten in het kader van de richtlijn 2002/49/EG niet kunnen gebruikt worden ter bepaling van de geluidsbelasting.

[31] Technical Building Regulations, MVV TB (2016) MusterVerwaltungsVorschrift Technische Baubestimmungen (MVV TB)

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 141 van 193


De planning, het ontwerp en de uitvoering van bouwwerken en het gebruik van bouwproducten worden in Duitsland gereguleerd in de bouwcodes van de 16 federale deelstaten (Länder). Elke deelstaat heeft zijn eigen implementatie van één gemeenschappelijk model (MBO 2016) dat als basis dient. Deze codes bevatten algemene en materiële vereisten, alsmede procedurele regels. Voor nadere specificatie verwijzen zij naar de technische bouwvoorschriften. Alle voorschriften zijn niet direct bruikbaar en moeten omgezet worden. Sommige deelstaten verwijzen naar de algemene voorschriften van MBO, andere nemen het over met aanpassingen of met eigen voorschriften.

In sectie A.5 wordt aangegeven dat gebouwen zodanig moeten gepositioneerd, gebouwd, aangepast of onderhouden worden dat zij een zekere geluidisolatie realiseren aangepast aan het gebouwgebruik. Hierbij wordt verwezen naar de DIN 4109-1 voor wat betreft de minimale vereisten, naar DIN 4109-2 voor wat betreft het mathematisch bewijs van naleving van de vereisten en DIN 4109-31 tot-36. Naleving van de vereisten dient aangetoond te worden met metingen.

[32] DEGA-Empfehlung 103: Schallschutz im Wohnungsbau Schallschutzausweis (2018) In deze aanbeveling worden als aanvulling op de criteria van DIN 4109 7 klassen (A,B,C,D,E,F) gedefinieerd om woongebouwen in te delen naargelang hun akoestische kwaliteit. Voor elk onderdeel wordt een deelscore toegekend, waarna een globale score wordt bepaald. Op die manier kunnen verschillende gebouwen met elkaar vergeleken worden. Wat de gevelisolatie betreft zijn er twee onderdelen: - enerzijds een score voor de locatie en het buitenlawaai niveau

-

anderzijds een score voor de gevelisolatie.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 142 van 193


[33]VDI 4100 (2012) Sound insulation between rooms in buildings - Dwellings - Assessment and proposals for enhanced sound insulation between rooms Deze richtlijn bevat aanbevelingen voor verbeterde geluidsisolatie tussen ruimtes in de zin van privacy en hoger comfort in woningen of woonkamers, die geheel of gedeeltelijk dienst doen als bewoonde ruimte voor mensen. De karakteristieke waarden van deze richtlijn zijn ook van toepassing op de bescherming tegen buitengeluiden zoals verkeerslawaai en lawaai van commerciële, handels- en industriële bedrijven, die niet structureel verbonden zijn met de bezette ruimtes die bescherming nodig hebben en vormen de basis voor bouwconstructies voor nieuwe gebouwen evenals voor structurele veranderingen bij bestaande gebouwen. Dit is niet van toepassing voor vliegtuiglawaai. Tegen vliegtuiggeluid, voor zover de maatregelen voor geluidsisolatie worden geregeld door „Gesetz zum" Schutz gegen Fluglärm" (de wet ter bescherming tegen vliegtuiggeluid).

Luchtverkeerslawaai Luchthavens zijn in Duitsland gezoneerd op basis van een specifieke luchtvaartwet (‘Gesetzes zum Schutz gegen Fluglärm’, 2007). Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen civiele en militaire luchthavens en tussen bestaande en nieuwe (of aanzienlijk uitgebreide) infrastructuur. De zonering definieert 2 ‘dagzones’ (‘TagSchutzzone’) en 1 ‘nachtzone’ (‘Nacht-Schutzzone’). In navolgende tabel worden de ‘grenswaarden’ ter afbakening van de verschillende zones voor civiele luchthavens weergegeven. Voor militaire luchthavens gelden aangepaste waarden. (Beschermings)zone

Dagzone 1

Dagzone 2

Nachtzone

Bestaande civiele luchthavens

LAeq,dag = 65 dB

LAeq,dag = 60 dB

LAeq,nacht = 55 dB of LAmax,6x,i = 57 dB

Nieuwe civiele luchthavens (of aanzienlijk uitgebreide luchthavens)

LAeq,dag = 60 dB

LAeq,dag = 55 dB

LAeq,nacht = 50 dB of LAmax,6x,i = 53 dB

Tabel 79: Afbakening van beschermingszones rond civiele luchthavens op grond van de Duitse luchtvaartwet (Fluglärmgesetzes 2007)

Onder aanzienlijk uitgebreide luchthavens verstaat men luchthavens waar een nieuwe startbaan aangelegd wordt, maar ook situaties waarbij als gevolg van infrastructuurwijzigingen de zonering met meer dan 25% zal vergroten of de equivalente geluidscontouren van dagzone 1 of van de nachtzone met meer dan 3 dB(A) toenemen.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 143 van 193


De 2 ‘dagzones’ worden afgebakend op basis van drempelwaarden van de daggemiddelde geluidbelasting (LAeq,tag). De ‘nachtzone’ wordt afgebakend op basis van een equivalente geluidscontour (LAeq,nacht) aangevuld met een contour die gebaseerd is op de verdeling en het voorkomen van piekgeluiden tijdens de nacht, beoordeeld in de slaapkamer (binnenniveau). Uitgangspunt is het 6x overschrijdingsniveau van maximale geluidsdrukniveaus in de binnenomgeving (met aanname van een natuurlijke geluidwering van 15 dB voor de gevel voor ramen in ventilatiestand). De nachtzone wordt derhalve gedefinieerd door de omhullende van een LAeq-nachtcontour voor het buitenniveau en de 6x frequentiecontour voor het binnen optredende maximale geluidsdrukniveau (LAmax,6x,i). De geluidbelasting wordt uitgedrukt in een equivalente indicator (LAeq) waarvoor zeer specifieke rekenregels gelden. In de berekening van de LAeq wordt o.m. rekening gehouden met de bijdrage van vliegbewegingen tijdens de 6 drukste maanden van het jaar alsook de bijdrage van specifieke bedrijfssituaties (baangebruiksschema’s). De afbakening van dag- en nachtperiode steunt respectievelijk op de periode 06u00-22u00 (dag) en de periode 22u00-06u00 (nacht). De zones worden vastgesteld als prognose van de situatie over 10 à 15 jaren. Volgende maatregelen worden verbonden aan de gedefinieerde zones: − bouwbeperkingen : o een bouwverbod voor ziekenhuizen, bejaardentehuizen, verzorgingsinstellingen in het volledige zoneringsbereik (dagzone 1 en 2 en de nachtzone); o een bouwverbod voor scholen en kinderverblijven (geluidgevoelige bestemmingen met dagactiviteit) in dagzone 1 en dagzone 2; o een bouwverbod voor nieuwe woningen in dagzone 1 en de nachtzone −

passieve beschermingsmaatregelen (akoestische gevelisolatie): o verplichte isolatie van bestaande gebouwen (met inbegrip ventilatievoorzieningen) in dagzone 1 en de nachtzone; o nieuwe woningen in dagzone 2 moeten aan isolatie-eisen voldoen.

van

geluidgedempte

De luchtvaartwet voorziet voor civiele luchthavens in een schadeloosstelling van eigenaren als gevolg van het bouwverbod en de vergoeding van de kosten voor verplichte isolatie voor rekening van de luchthavenbeheerder. Rond militaire luchthavens draagt de overheid deze kosten. Op het bouwverbod voor nieuwe woningen in dagzone 1 en de nachtzone zijn specifieke uitzonderingsbepalingen voor reeds vergunde woningen, militaire huisvesting, bedrijfswoningen, …., evenals voor nieuwe woningen die nog toegestaan kunnen worden in bestaande wijken, in zoverre het gaat om instandhouding, onderhoud, vernieuwing/renovatie, aanpassing, zelfs interne ontwikkeling of verdichting van bestaande wijken. Hiermee wenst men de leefbaarheid van bestaande dorpskernen niet te hypothekeren. Uitbreiding van wijken is niet toegestaan tenzij er geen andere planningsmogelijkheden binnen de gemeente bestaan. De eisen met betrekking tot de akoestische gevelisolatie (voor nieuwbouw in dagzone 2 alsook voor isolatie van bestaande woningen in dagzone 1 en nachtzone 2) zijn nader beschreven onder een aanvullende verordening (‘Zweite Verordnung zur Durchführung des Gesetzes zum Schutz gegen Fluglärm’). Ze zijn van toepassing op nader in de verordening gedefinieerde verblijfsruimten van woningen maar ook van andere geluidgevoelige gebouwen (scholen, rust- en bejaardentehuizen, zorginstellingen, kinderdagverblijven,…). De akoestische

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 144 van 193


gevelisolatie van de gevel wordt hierbij uitgedrukt in R’w,res (“resultierende bewertete Bauschalldämm-Maß”) overeenkomstig DIN 4109 (1989). Zone Dagzone 1 en 2

Te beschermen ruimten Verblijfsruimten (alle)

Nachtzone

Slaapkamers

LAeq [dB] LAeq,dag < 60 dB 60 dB ≤ LAeq,dag < 65 dB 65 dB ≤ LAeq,dag < 70 dB 70 dB ≤ LAeq,dag < 75 dB 75 dB ≤ LAeq,dag LAeq,nacht < 50 dB 50 dB ≤ LAeq,nacht < 55 dB 55 dB ≤ LAeq,nacht < 60 dB 60 dB ≤ LAeq,nacht < 65 dB 65 dB ≤ LAeq,nacht

R’w,res [dB] 30 35 40 45 50 30 35 40 45 50

Tabel 80: Eisen met betrekking tot R’w,res voor verblijfsruimten uit 2. FlugLSV

Meer info: − Sechzehnte Verordnung zur Durchführung des Bundes-Immissionsschutzgesetzes (Verkehrslärmschutzverordnung - 16. BImSchV) − Vierundzwanzigste Verordnung zur Durchführung des Bundes-Immissionsschutzgesetzes (VerkehrswegeSchallschutzmaßnahmenverordnung - 24. BImSchV − DIN4109 Schallschutz im Hochbau (1989) − DIN 4109 Schallschutz im Hochbau (2018) − Veröffentlichung der Muster-Verwaltungsvorschrift Technische Baubestimmungen, Ausgabe 2017/1 − Stand der Umsetzung der Muster-Verwaltungsvorschrift Technische Baubestimmungen (MVV TB) in den Ländern - Stand: 15. August 2019 − DEGA-Empfehlung 103: Schallschutz im Wohnungsbau Schallschutzausweis (2018) − VDI 4100 (2012) − Gesetzes zum Schutz gegen Fluglärm (2007) - 31.10.2007 − Erste Verordnung zur Durchführung des Gesetzes zum Schutz gegen Fluglärm (Verordnung über die Datenerfassung und das Berechnungsverfahren für die Festsetzung von Lärmschutzbereichen - 1. FlugLSV) 27.12.2008 − Zweite Verordnung zur Durchführung des Gesetzes zum Schutz gegen Fluglärm ('FlugplatzSchallschutzmaßnahmenverordnung' - 2. FlugLSV)

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 145 van 193


8.6 OOSTENRIJK In Oostenrijk word en door het ‘Österreichisches Institut für Bautechnik’ richtlijnen gegeven voor onder meer de gevelisolatie in de OIB Richtlinie 5 Schallschutz 330.5-002/19 (april 2019) [34]. Naar deze richtlijnen worden door de deelstaten (Länder) verwezen in hun regionale wetgeving, met vermelding van eventuele aanvullende eisen. De normenreeks ÖNORM B 8115 „Schallschutz und Raumakustik im Hochbau“ behandelt onder deel 2 en deel 5 naast andere aspecten van geluids- en trillingsisolatie ook de gevelisolatie [35].

[34] OIB Richtlinie 5 – Schallschutz 330.5-002/19 Deze richtlijn van het Österreichisches Institut für Bautechnik’ (OIB) een onderdeel van een reeks bouwtechnische richtlijnen. Het deel 5 (Schallschutz) behandelt aspecten van bouwakoestiek waaronder de gevelisolatie. Dit is van toepassing op gebouwen waarin personen verblijven, o.a. woongebouwen, kantoorgebouwen, scholen, kinderverblijven, ziekenhuizen, … Het doel van de richtlijn is om akoestische vereisten voor de bouw zo eenvoudig en betrouwbaar mogelijk te definiëren volgens de stand van de techniek, die voldoen aan de intenties van de richtlijn bouwproducten op het gebied van gezondheidsbescherming en gebruikersveiligheid. De OIB-richtlijn 5 moet worden nageleefd in de deelstaten waarin deze bij wet is ingevoerd. Dit is het geval in alle provincies behalve Salzburg en Neder-Oostenrijk. Enkele voorbeelden van wetgevende verwijzingen op regionaal vlak ('Landesrecht'): − Oberösterreich: Bautechnikverordnung 2013 (zie verder meer info) − Wenen: Wiener Bautechnikverordnung 2015 (zie verder meer info) De gevelisolatie wordt uitgedrukt in R’res,w en wordt uitgedrukt in functie van het buitenlawaainiveau dat kenmerkend is voor het geluidsniveau op de site, Lr voor de dagperiode (06u-22u) en de nachtperiode (22u-06u). Ten allen tijde geldt een minimale geluidisolatie van de globale gevel R’res,w van 33dB en een minimale geluidisolatie van de opake bouwdelen Rw van 43dB. De eisen worden vastgelegd in volgende tabel:

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 146 van 193


Tabel 81: Eisen gevelisolatie cfr OIB Richtlinie 5

[35] Normenreeks Önorm B 8115: Schallschutz und Raumakustik im Hochbau De normenreeks “ÖNORM B 8115 Schallschutz und Raumakustik im Hochbau“ bevat 6 onderdelen: - Teil 1: Begriffe und Einheiten - Teil 2: Anforderungen an den Schallschutz - Teil 3: Raumakustik - Teil 4: Maßnahmen zur Erfüllung der schalltechnischen Anforderungen - Teil 5: Klassifizierung - Teil 6: Messverfahren zum Nachweis der Erfüllung der schallschutztechnischen Anforderungen in Gebäuden Delen 2 en 5 betreffen de lucht- en contactgeluidisolatie, geluid van technische installaties en de gevelisolatie. De eisen voor minimale geluidsisolatie in de bouw werden uiteengezet in ÖNORM B 8115-2 van 2006 (Eisen voor geluidsisolatie). De deelstaten bepalen welk ‘karakter’ deze norm heeft. Naleving van de vereisten van ÖNORM B 8115-2 is bijvoorbeeld verplicht in de provincie Salzburg, waar dit door de provinciale wetgeving in de Oostenrijkse normverordening 2004 was voorgeschreven. In principe mag deze gespecificeerde minimale geluidsbescherming niet worden ondergraven. De wettelijke minimumvereisten voor geluidsisolatie moeten in elk geval worden nageleefd en kunnen niet worden "tenietgedaan" door privaatrechtelijke overeenkomsten. Dit tweede deel van de norm beschrijft het akoestisch comfort in gebouwen. Het is van toepassing op woongebouwen, kantoorgebouwen, logies, scholen, kinderdagverblijven, ziekenhuizen, …

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 147 van 193


In deze norm wordt aangegeven hoe het representatief geluidniveau buiten kan bepaald worden. Terwijl in de OIB Richtlinie staat dat er een buitenlawaainiveau genomen moet worden dat kenmerkend is voor het geluidsniveau op de site, zonder verdere specificaties is de Önorm B 8115-2 meer specifiek. Het geluidniveau voor de locatie (Standortbezogenen Außenlärmpegels) dient bepaald te worden op 4m hoogte. Dit kan bepaald worden via een tabel afhankelijk van het gebied (zie hieronder), via geluidsimmissiekaarten, via de strategische geluidsbelastingskaarten (waarbij Lden voor de dagwaarde wordt gehanteerd en Lnight voor de nachtwaarde en waarbij voor spoorverkeer een bonus van 5dB in rekening mag gebracht worden) of via metingen cfr Önorm S5004.

Tabel 82: Indeling geluidsbelasting site volgens gebied

Hieruit kan dan het specifiek geluidniveau voor een bouwonderdeel (Bauteillagebezogene Außenlärmpegel) bepaald worden hetzij door bepaalde reducties (cfr. Bijlage A) toe te passen, hetzij door berekening, hetzij door metingen. De globale gevelisolatie wordt dan uitgedrukt in R’res,w en wordt uitgedrukt in functie van het buitenlawaainiveau, LAeq overdag (6u-22u) en ’s nachts (22u-6u). Naast de resulterende gevelisolatie worden ook minimale eisen opgelegd aan de verschillende bouwonderdelen afzonderlijk.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 148 van 193


Tabel 83: Eisen gevelisolatie cfr Önorm B 8115-2

In ÖNORM B 8115-5 (Classificatie), worden geluidsisolatieklassen beschreven die de kwaliteit van geluidsisolatie in een gebouw weergeven. De gedefinieerde klassen voor geluidsisolatie bieden hulp bij planningsdiensten om de door de klant gewenste geluidsisolatie van appartementen en gebouwen duidelijk te definiëren en om dit overeen te laten komen met het contract. Deze norm definieert klassen voor gedifferentieerde vereisten, die enerzijds levende activiteiten met hogere geluidsemissie mogelijk maken (bijv. muziekuitvoering) en anderzijds een gedifferentieerde bescherming bieden tegen geluid van aangrenzende gebruikseenheden of van buitenaf. Bovendien moet de huidige ÖNORM het mogelijk maken bestaande gebouwen te beschrijven en in te delen met betrekking tot geluidsisolatie en het resultaat te presenteren in een "geluidsisolatiecertificaat". Het geluidsisolatiecertificaat informeert over de bereikte geluidsisolatieklasse van het betreffende object. Dit kan een kamer, gebouw, bewoning, appartement of rijhuis zijn. De interne / externe luchtgeluidsisolatie, contactgeluidsisolatie en, indien nodig, de kwaliteit van de technische installaties worden ingedeeld in 6 geluidsisolatieklassen (A, B, CR, C, D en E). Het model is vergelijkbaar met het energiecertificaat. Voor de gevelisolatie zijn er maar 3 verschillende klassen: A en B zijn de hoogste klasse; C, Cr en D komen overeen met de eis van deel 2 van ÖNORM B 8115. Cr komt ook voor de andere akoestische karakteristieken overeen met deel 2. Bij klasse E is er geen eis gerespecteerd.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 149 van 193


Tabel 84: Fragment uit het geluidsbeschermingscertificaat van bijlage C bij ÖNORM 8115-5

Luchtverkeerslawaai In verband met de vereiste isolatie van woningen zijn voor luchtvaartlawaai algemene normen ter bescherming van omgevingslawaai van toepassing (Önorm B 8115-2) die eisen op leggen aan de vereiste gevelisolatie uitgedrukt in R’w, res in functie van het buitenlawaainiveau Lr beoordeeld afzonderlijk voor dagperiode (06-22u) en de nachtperiode (22-06 u). Dit zijn nationale normen. In de toepassing op niveau van de deelstaten (Länder) zijn nog aanpassingen mogelijk. Oostenrijk heeft 6 civiele luchthavens (Wenen, Innsbruck, Salzburg, Graz, Linz en Klagenfurt), waarvoor 5jaarlijks geluidsactieplannen opgemaakt moeten worden in het kader van de richtlijn 2002/49/EG. De wettelijke plandrempel werd in het kader van de omzetting van de richtlijn nader vastgesteld op Lden 65 dB en Lnight 55 dB. Sinds 2012 is in Oostenrijk een Luchtvaart-verordening (BGBI II Nr. 364/2012 LuftverkehrLärmimmissionsschutzverordnung - LuLärmIV) van kracht die grenswaarden oplegt aan de geluidimmissie bij de vergunningverlening van civiele luchthavens en militaire luchthavens (met deels civiel gebruik). Deze vervangt de inmiddels ingetrokken ÖAL-richtlijn 24 (2004). De in de verordening opgenomen grenswaarden hebben betrekking op de (jaar)gemiddelde geluidbelasting - te berekenen met toepassing van de rekenmethode van ECAC Doc. 29 - 3e editie - voor het Leq niveau tijdens de dagperiode (06-22u) en de nachtperiode (22-06u). Bijkomend is een criterium opgenomen voor het aantal toegestane overschrijdingen van LAmax (uitgedrukt als NAT : ‘number above threshold’) tijdens de nachtperiode. Deze grenswaarden bakenen dag- en nachtzones af waarbinnen door de verordening specifieke maatregelen

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 150 van 193


opgelegd worden naar de akoestische gevelisolatie van verblijfsruimten (woon- en slaapvertrekken) van bestaande woningen op kosten van de luchthavenbeheerder. Dit zijn algemene doelvoorschriften, echter zonder precisering van de vereiste akoestisch geluidsisolatie. Periode Dag (06-22 u)

Nacht (22-06 u)

Toepassing – datum van de aanvraag t/m 31.12.2014

Immissiegrenswaarden buitenniveau in dB(A) LAeq,tag < 62

vanaf 1 januari 2015

LAeq,tag < 60

t/m 31.12.2014

vanaf 1 januari 2015

LAeq,nacht < 52

LAeq,nacht < 50 dB NAT68 < 6 (of: LAmax,6x < 68 dB)

Maatregelen Dag- en nachtruimten: Vervanging van bestaande ramen en deuren Nachtruimten: • Vervanging en/of akoestische aanpassing van ramen en kozijnen • Akoestische verbetering van andere gevelelementen (in het bijzonder daken) • Geluidgedempte ventilatie Nachtruimten: Geluidgedempte ventilatie (zonder vervanging van ramen)

Tabel 85: Immissiegrenswaarden volgens LuLärmIV (2012) en bijhorende maatregelen

Uitbouw van de luchthaven van Wenen (aanleg van een 3e runway) De capaciteit van de luchthaven van Wenen bereikt haar limieten en volgens het masterplan wenst de luchthaven in de toekomst het 2-banenstelsel uit te breiden met een 3e baan. Hiervoor werd een uitgebreid consultatie- en overlegproces (‘Meditationsverfahren’) gevoerd dat in 2005 resulteerde in een aantal specifieke afspraken (‘Mediationsvertrag’) over de geluidruimte die de luchthaven mag innemen en het opzetten door de luchthaven van een structureel isolatieprogramma te financieren op basis van een nader op te richten milieufonds. Het proces van formele goedkeuring van de aanvraag voor de aanleg van een derde baan (de start van werken was voorzien in 2008) is echter nog steeds lopende. De maatregelen van het voorziene isolatieprogramma zijn van toepassing binnen een dagzone en nachtzone, afgebakend op basis van de jaargemiddelde equivalente geluidbelasting LAeq aangevuld met frequentiecontouren (zogenaamde ‘Sydney-contouren) die een maximum aantal toegestane overschrijdingen per periode (etmaal/ nacht) boven een bepaalde drempel weergeven (NAT), nader gepreciseerd voor de drukste periode van het jaar en onder verschillende baanconfiguraties. De criteria voor de vereiste akoestische isolatie steunen op een toegestaan equivalent binnenniveau LAeq van 30 dB en een maximum niveau LAmax van 52 dB (tolerantie tot 53 dB) zowel tijdens de dagperiode (06-22u) als tijdens de nachtperiode (22-06 u). De afbakening van de dag en nachtzones zijn nog nader onderverdeeld in subzones (“Fluglärmzones”) voor het differentiëren van maatregelen en de mate van financiële tegemoetkoming door de luchthavenbeheerder.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 151 van 193


Zone

Afbakening (‘Fluglärmzone’ FLZ)

Dagzone

LAeq,tag > 54 dB • FLZ1 : 54-57 dB • FLZ2 : 57-60 dB • FLZ3 : 60-65 dB • FLZ4 : > 65 dB Per etmaal (24 u): frequentiecontouren NAT 65 > 80 (6 drukste maanden) NAT 65 > 140 (90 drukste dagen onder Z/ZO configuratie) NAT 65 >140 (90 drukste dagen onder W/windstil configuratie) LAeq,nacht > 45 dB • FLZ1 : 45-50 dB • FLZ2 : 50-54 dB • FLZ3 : 54-57 dB • FLZ4 : > 57 dB Per nacht (8 u): frequentiecontouren NAT 65 > 20 (66 bewegingen per nacht onder Z/ZO configuratie) NAT 65 > 15 (66 bewegingen per nacht onder W/windstil configuratie)

Nachtzone

Isolatiedoel voor verblijfsruimten LAeq < 30 dB (*) LAmax < 52 dB (**) (*) (rekenwaarde voor Leq: 25-30 dB op voorwaarde van geen bijkomende interne verstoringen) (**) tolerantie 53 dB Idem als voor dagzone

Tabel 86: Afbakening van beschermingszones en isolatiecriterium voor verblijfsruimten van het isolatieprogramma van de luchthaven van Wenen in het voorziene 3-banenstelsel op grond van het ‘Mediationsvertrag’ 2005

Bovenstaande criteria zijn van toepassing op de (geluids)sanering van bestaande woningen gelegen binnen de zones van het toekomstige 3-banenstelsel. Binnen de LAeq,dag contour van 54 dB zijn overeenkomstig het Mediationsvertrag geen nieuwe woonontwikkelingen meer toegestaan.

Meer info: − − − − − − − − −

OIB Richtlinie 5 Schallschutz 330.5-002/19, Österreichisches Institut für Bautechnik ÖNORM B 8115-2:2006-12-01 : Schallschutz und Raumakustik im Hochbau - Teil 2: Anforderungen an den Schallschutz ÖNORM B 8115-5:2012-04-01 : Schallschutz und Raumakustik im Hochbau - Teil 5: Klassifizierung Landesrecht konsolidiert Oberösterreich: Gesamte Rechtsvorschrift für Oö. Bautechnikverordnung 2013, Fassung vom 22.10.2019 Landesrecht konsolidiert Wien: Gesamte Rechtsvorschrift für Wiener Bautechnikverordnung 2015, Fassung vom 29.08.2019 BGBI II Nr. 364/2012 Luftverkehr-Lärmimmissionsschutzverordnung – LuLärmIV Geluidsisolatieprogramma luchthaven Wenen: www.laermschutzprogramm.at EU-actieplannen luchthavens: http://www.laerminfo.at/aktionsplaene/ap_2018.html Österreichischer Arbeitsring zum Lärmbekämpfung (OAL) https://www.oal.at/richtlinien

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 152 van 193


8.7 ZWITSERLAND De wettelijke verplichtingen inzake gevelisolatie worden opgelegd in een nationale ordonnantie betreffende lawaaibestrijding NAO 814.41 [37]. Hierin wordt expliciet verwezen naar de Zwitserse norm SIA 181 (2006) [36], die het akoestisch comfort in gebouwen beschrijft. [36] Norm SIA 181 (2006) Bescherming tegen geluid / Schallshutz im Hochbau / Protection contre le bruit dans le bâtiment

Deze norm beschrijft het akoestisch comfort in gebouwen, zowel wat betreft intern geluid (lucht- en contactgeluidisolatie, installatielawaai, ruimteakoestiek) als extern geluid. Deze norm maakt een onderscheid tussen minimale eisen en verhoogde eisen. Nieuwbouw en renovaties moeten steeds voldoen aan de minimale eisen. De verhoogde eisen zijn van toepassing op halfopen- en rijwoningen. In 2007 werd een aanvulling toegevoegd, die de eisen voor omgevingslawaai afzwakt omdat bleek dat deze niet konden gerealiseerd worden zonder verregaande maatregelen. Volgende tabel geeft deze aangepaste eisen weer. De eisen zijn afhankelijk van de geluidgevoeligheid van de ruimten: -

-

-

Laag (faible): Ruimtes voor overwegend handmatige activiteit; Kamers die door veel mensen worden gebruikt of slechts voor een korte tijd. (Voorbeelden: werkplaats, handwerk, receptie, wachtkamer, open kantoor (met uitzondering van latere onderverdeling in verschillende units of individuele kantoren), kantine, restaurant, keuken zonder gepland residentieel gebruik, badkamer, toilet, verkoopruimte, laboratorium, gang.) Gemiddeld (moyen): Kamers voor wonen, slapen en voor mentaal werk. (Voorbeelden: woonkamer, slaapkamer, studio, schoolkamer, muziekoefenruimte, woonkeuken, kantoorruimte, hotelkamer, ziekenhuiskamer zonder speciale toiletruimte.) Hoog (élevée): Ruimtes voor gebruikers met een bijzonder hoge behoefte aan rust. (Voorbeelden: speciale ontspanningsruimtes in ziekenhuizen en sanatoria, speciale therapieruimtes met hoge rustbehoeften, leesen studeerkamers.)

Tabel 87: Eisen gevelisolatie cfr SIA 181

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 153 van 193


[37] Noise Abatement Ordinance of ‘Lärmschutzverordnung’ (LSV) 814.41, 15 december 1986 (stand 7 mei 2019)

Deze ordonnantie van 1986 is tot op heden vaak aangepast en aangevuld. In Artikel 32 wordt aangegeven dat elk nieuw gebouw dient te voldoen aan de minimumeisen cfr SIA 181. Deze eisen kunnen aangescherpt worden voor specifieke situaties, beschreven in artikel 31. Dit artikel 31 stelt dat indien bepaalde immissie grenswaarden (zie hieronder) overschreden worden, de bouwvergunning enkel kan verleend worden op voorwaarde dat geluidsgevoelige ruimte aan de stille zijde worden geplaatst of op voorwaarde dat afschermende of geluidsisolerende maatregelen worden getroffen (op kosten van de ontwikkelaar). Art 31a geeft (zie verder) specifieke voorzieningen rond grote luchthavens voor grote vliegtuigen.

De grenswaarden (PW, IGW en AW) zijn nader gespecifieerd voor 4 'gevoeligheidsklassen' (‘Empfindlichkeitsstufen’). De klasse II is van toepassing voor woonzones en zones voor openbare gebouwen en voorzieningen. Klasse III geldt voor zones met gemengde woon- en commerciële activiteit en landbouwgebieden (gemengde gebieden). De klasse I wordt maar zelden toegepast en is voorbehouden voor situaties die een bijzondere bescherming vergen (met name ook recreatiegebieden). Klasse IV geldt voor industriezones. Voor weg- en treinverkeerslawaai zijn de grenswaarden voor het beoordelingsniveau Lr tijdens respectievelijk de dagperiode (06-22u) en nachtperiode (22-06 u) opgenomen in volgende tabel: Gevoeligheidsklasse

PW IGW (‘planungswert’) (‘immissionsgrenzwert’) Lr,t Lr,n Lr,t Lr,n I (zeer hoog) 50 40 55 45 II (hoog) 55 45 60 50 III (gemiddeld) 60 50 65 55 IV (laag) 65 55 70 60 Lr,t = verkeer tussen 06 en 22 uur en tussen 22 en 06 uur.

AW (‘alarmwert’) Lr,t Lr,n 65 60 70 65 70 65 75 70

Tabel 88: Grenswaarden voor de geluidbelasting voor weg- en treinverkeerslaai op grond van bijlage 5 van LSZ (Lärmschutzverordnung, 16 dezember 1986, stand 7 mei 2019 - Anhang 5 - Ziff. 221/222)

Indien de immissiewaarden niet kunnen gerespecteerd worden, dient er sanering te gebeuren. Voor deze verplichte sanering moet de geluidsisolatie van ramen (inclusief rolluikkasten en geluidgedempte ventilatievoorzieningen) in functie van de geluidbelastingen Lr,t (dag) en Lr,n (nacht) bij geluidssanering minstens gelijk zijn aan de waarden van volgende tabel.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 154 van 193


Beoordelingsniveau Lr (dB) Lr,t (06-22u) Lr,n (22-06u) ≤ 75 ≤ 70 > 75 > 75

Minimum isolatie (*) R’w + (C/Ctr) 32 38

(*) De minimum waarde voor R’w bedraagt 35 dB en hoogstens 41 dB. Voor vliegverkeer en wegverkeer tot 80 km/u wordt in de LSV de spectrale correctie Ctr als toepasselijke correctie voor buitengeluid vermeld; wegverkeer boven 80 km/u en treinverkeer krijgt de C-correctie. Tabel 89: Minimum-eisen voor de geluidsisolatie R’w van ramen volgens bijlage 1 van LSV (LSZ (Lärmschutzverordnung, 15 dezember 1986, stand 7 mei 2019 - Anhang 1)

Luchtverkeerslawaai In Zwitserland zijn de wettelijke bepalingen (grenswaarden en maatregelen) nader opgelegd in de ‘Lärmschutzverordnung’ (LSV) van 15 december 1986 (en latere aanpassingen). Een Engelstalige (vertaalde, maar geen rechtsgeldige) versie is gepubliceerd als ‘the National Noise Abatement Ordinance’ (document met kenmerk NOA 814.41). Deze verordening, onderdeel van de Zwitserse milieuwetgeving ‘Umweltschutzgesetz’ (USG), beoogt een globale geïntegreerde aanpak van de strijd tegen lawaaihinder, met een breed toepassingsdomein (zowel inrichtingen als infrastructuurbronnen) en met als hoekstenen de toepassing van het voorzorgprincipe (maatregelen inzake ruimtelijke ordening en planning, isolatiereglement voor nieuwbouw,…), de noodzaak tot geluidssanering bij overschrijding van bepaalde grenswaarden, het causaliteitsprincipe (‘de vervuiler betaalt’), en probleemoplossing via overleg en samenwerking tussen alle actoren. De verordening kent drie soorten grenswaarden, gebaseerd op een beoordelingsniveau Lr uitgedrukt in een equivalent A-gewogen geluidsdrukniveau LAeq: − Planningswaarde (PW : 'Planungswert') − Immissiegrenswaarde (IGW : 'Immissionsgrenzwert') − Alarmwaarde (AW : 'Alarmwert') De planningswaarde (PW) is maatgevend bij het uitsluiten of ontsluiten van nieuwe bouwzones en dient in beschouwing genomen te worden bij de bouw van nieuwe inrichtingen. De immissiegrenswaarde (IGW) is de drempelwaarde voor sanering van 'bestaande inrichtingen' en is de hoogst toegelaten waarde voor vergunningverlening van gebouwen met geluidgevoelige bestemmingen. De alarmwaarde (AW) is een criterium om de hoogdringendheid van geluidssanering van bestaande inrichtingen te evalueren. Basis van het nieuwe geluidbeleid is om het aantal situaties zoveel mogelijk beneden de immissiewaarde (IGW) te krijgen. In verband met de saneringsverplichting (boven de IGW) is een versoepeling mogelijk indien aangetoond kan worden dat er een algemeen belang is en dat de saneringskosten buitenproportioneel hoog zijn en/of dat de bedrijfsvoering onredelijk zou ingeperkt worden. In dat geval is er een wezenlijk onderscheid tussen privé en publieke inrichtingen. Bestaande privé-inrichtingen kunnen versoepeld worden tot maximaal de alarmwaarde (AW). Voor publieke inrichtingen al of niet met een concessie (vb. luchthavens, weginfrastructuur…) is een versoepeling mogelijk tot boven de alarmwaarde (AW). De eigenaar van de inrichting is evenwel verplicht om de kosten te dragen voor het aanbrengen van geluidwerende voorzieningen in geluidgevoelige bestemmingen,

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 155 van 193


dit vanaf de immissiegrenswaarde (IGW) voor nieuwe (of wezenlijk gewijzigde) inrichtingen (art. 10) en vanaf de alarmwaarde (AW) voor bestaande inrichtingen (art. 15). Voor deze verplichte sanering geldt dezelfde tabel als hierboven voor weg- en treinlawaai

De grenswaarden (PW, IGW en AW) zijn dezelfde als voor weg- en treinverkeerslawaai. Voor luchthavens (met grote vliegtuigen) zijn de grenswaarden voor het beoordelingsniveau Lr tijdens respectievelijk de dagperiode (06-22u) en nachtperiode (22-06 u) opgenomen in tabel 221 en tabel 222 van bijlage 5 bij de verordening. De luchthavens die onder de toepassing ervan vallen zijn de luchthavens van ZürichKloten en Genève-Cointrin, Lugano en Bern. Gevoeligheidsklasse

PW IGW (‘planungswert’) (‘immissionsgrenzwert’) Lr,t Lr,n (*) Lr,t Lr,n (*) I (zeer hoog) 53 43 55 45 II (hoog) 57 50/47 (**) 60 55/50 (**) III (gemiddeld) 60 50 65 55 IV (laag) 65 55 70 60 (*) De nachtperiode wordt in 3 perioden ingedeeld: 22-23u, 23–24u en 05–06u (**) De hoogste waarde geldt voor het eerste uur van de nachtperiode (22–23 u)

AW (‘alarmwert’) Lr,t Lr,n (*) 60 55 65 65/60 (**) 70 65 75 70

Tabel 90: Grenswaarden voor de geluidbelasting rond Zwitserse luchthavens op grond van bijlage 5 van LSZ (Lärmschutzverordnung, 16 dezember 1986, stand 7 mei 2019 - Anhang 5 - Ziff. 221/222)

Het beoordelingsniveau Lr,t is het equivalente geluidsdrukniveau beoordeeld over een dagperiode van 16 uur. Voor de nachtperiode zijn de grenswaarden Lr,n daarentegen gebaseerd op equivalente geluidsdrukniveaus LAeq,1h per uur van de nacht (22u00-23u00 23u00-00u00 05u00-06u00). Een hogere waarde wordt toegestaan voor het eerste uur van de nacht (22u00-23u00). Bewegingen die uitzonderlijk tussen 00u00 en 00u30 plaatsvinden worden toegerekend aan het tweede uur (23u00-00u00) van de nacht. Hiermee wordt een hoog niveau van bescherming bereikt voor de nachtperiode, met een gevrijwaarde verkeersvrije periode tussen 00u30 en 05u00. Voor de kleine luchtvaart (vliegvelden) zijn specifieke grenswaarden voor het beoordelingsniveau Lr,k gedefinieerd. Voor specifieke heli-platforms zijn grenswaarden geformuleerd in functie van het maximale geluidsdrukniveau LAmax.

Akoestische gevelisolatie bij nieuwbouw voor luchtverkeerslawaai Op basis van art. 31a van de LSV, ingevoegd bij beslissing van 28 november 2014, wordt in de nabijheid van luchthavens (met grote vliegtuigen), geacht voldaan te zijn aan de grenswaarden voor PW en IGW tijdens de nachtperiode indien cumulatief aan volgende bijkomende eisen is voldaan: − tussen 24 en 06 uur er geen vluchten gepland zijn; − de geluidgevoelige ruimten geïsoleerd zijn in overeenstemming met de verhoogde geluidsbeschermingseisen van SIA 181 (2006);

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 156 van 193


−

de slaapkamers 1° een venster hebben dat automatisch sluit in de tijd van 22-24 uur en automatisch opent in de resterende tijden, en 2° een passend binnenklimaat wordt gegarandeerd.

Voor de vereiste akoestische gevelisolatie, uitgedrukt in de grootheid De, van te beschermen ruimten bij nieuwbouw (art 32) in functie van het beoordelingsniveau Lr kan verwezen worden naar de eisen uit norm SIA 181 (2006) – ‘Schallschutz im Hochbau’. Voor vliegtuiggeluid zijn de verhoogde eisen uit deze norm van toepassing vanaf de IGW-waarden. De grootheid De ter karakterisering van de gevelisolatie in SIA 181 is vergelijkbaar met de genormaliseerd isolatiegrootheid Dnt,w + Ctr (= DAtr). De eisen met betrekking tot de gevelisolatie De zijn nader gedifferentieerd in functie van de ‘geluidgevoeligheid’ (‘Empfindlichkeit’) van de te beschermen ruimten in het gebouw: − ‘hoog’ : studeerruimte, therapieruimte, − ‘gemiddeld’: woonkamer, slaapkamer, (woon)keuken, hotelkamer, verpleegruimte, … − ‘laag’: badkamer, WC, gang,… De eisen voor woonkamers en slaapkamers (‘gemiddelde gevoeligheid) zijn bijgevolg dezelfde. Een concreet voorbeeld leidt tot volgende waarden voor De: − Woning gelegen in II. Hoog (woongebied) − Te beschermen ruimte: Woonkamer, slaapkamer (gevoeligheid : gemiddeld) − Bron: Luchtvaartlawaai (Zürich) (IGW -> Lr,T = 60 dB en Lr,n = 55 dB -> 22-23u)

De hoogste waarden voor De bepaald in functie van Lr,t en Lr,n is maatgevend. Isolatiewaarden hoger dan 43 dB worden als weinig realistisch beschouwd. Meer info: − −

Lärmschutz-Verordnung (LSV) vom 15. Dezember 1986 (Eng. vertaling NOA 814.41) Schallschutz im Hochbau SIA 181, 2006

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 157 van 193


8.8 TSJECHIË Het akoestisch comfort van gebouwen word beschreven in de norm CSN 73 0532 [38]. Deze norm vormt geen wettelijke verplichting. Behalve deze norm beschikken we niet over andere informatie over verdere regelgeving of wettelijke verplichtingen. [38] Acoustics - Protection against noise in buildings and evaluation of acoustic properties of building elements – Requirements (ČSN 73 0532) - 2010

Deze norm specificeert eisen voor de geluidsisolatie van scheidingsconstructies tussen kamers in gebouwen en de geluidsisolatie van gebouwomhullingen inclusief ramen en deuren. De eisen zijn in functie van de ruimtefunctie en gelden voor zowel nieuwe als bestaande woongebouwen en andere gebouwen. Betreffende de gevelisolatie maakt deze norm geen onderscheid tussen het buitenlawaai afkomstig van wegverkeer, treinverkeer of vliegtuiglawaai. Het equivalente A-gewogen geluidsdrukniveau dient op een afstand van 2 m van de gevel genomen te worden om het geluidsniveau binnen te beperken tot de criteria binnen. Dit criterium is functie van het buitenlawaai en de periode van de norm (dag van 6u-22u; nacht van 22u-6u). Deze norm vormt geen wettelijke verplichting.

Vereiste geluidsisolatie voor gevels in R’w of DnT,w voor woonkamers en slaapkamers Equivalent geluidsdrukniveau van 6u tot 22u op 2m van de gevel ≤ 50

>50 ≤ 55

>55 ≤ 60

>60 ≤ 65

>65 ≤ 70

>70 ≤ 75

>75 ≤ 80

30

30

30

33

38

43

48

Equivalent geluidsdrukniveau van 22u tot 6u op 2m van de gevel ≤ 40

>40 ≤ 45

>45 ≤ 50

>50 ≤ 55

>55 ≤ 60

>60 ≤ 65

>65 ≤ 70

30

30

30

33

38

43

48

Tabel 91: Vereiste geluidsisolatie voor gevels in R’w of DnT,w voor woonkamers en slaapkamers volgens tabel 2 van de norm

Meer info: −

ČSN 73 0532 - Akustika - Ochrana proti hluku v budovách a posuzování akustických vlastností stavebních výrobků – Požadavky / CSN 73 0532 - Akoestiek - Bescherming tegen lawaai in gebouwen en beoordeling van akoestische eigenschappen van bouwproducten - Eisen

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 158 van 193


8.9 POLEN Het akoestisch comfort wordt beschreven in de Poolse norm PN-B-02151-3:2015 [39], die bij wet wordt opgelegd in de technische bouwvoorschriften [40].

[39] PN-B-02151-3; 2015 De norm stelt eisen aan de akoestische isolatie van binnenwanden, deuren, plafonds en buitenwanden (met inbegrip van ramen) in gebouwen met één of meerdere woningen, in collectieve en openbare woongebouwen, alsook eisen voor akoestische isolatie van bouwelementen. De norm moet worden toegepast bij ontwerp, constructie en renovatie. De gevelisolatie wordt uitgedrukt in R’A,2 en is te berekenen op basis van het buitenlawaai, LAeq, a.d.h.v. de geluidskaarten, ontwerpgegevens en standaardtabellen. Geluidsniveau buiten [dBA] Dag / Nacht 46-50 / 36-40 51-55 / 41-45 56-60 / 46-50 61-65 / 51-55 66-70 / 56-60 71-75 / 61-65

Minimale gevelisolatie index R’A,2 Kamers in een appartement Keukens 20 23 23 23 23 28 28 23 33 28 38 33 Tabel 92: Gevelisolatie index cfr PN-B-02151-3:2015

[40] Verordening van het ministerie van infrastructuur van 12 april 2002 betreffende de technische voorwaarden waaraan gebouwen moeten voldoen en hun locatie / rozporzadzenie ministerie infrastrucury 12,04,2002 De verordening bevat de technische voorwaarden waaraan gebouwen en aanverwante apparatuur moeten voldoen, hun locatie op een bouwperceel en de ontwikkeling van percelen voor ontwikkeling, teneinde de vereisten van artikel 5 en 6 van de wet van 7 juli 1994 – Bouwrecht na te leven. Naast o.a. bouwveiligheid, brandveiligheid, gebruiksveiligheid, hygiëne en gezondheid en energie en thermische isolatie, wordt ook de bescherming tegen lawaai en trillingen behandeld (afdeling IX). § 325 geeft aan dat gebouwen met ruimten die bescherming tegen externe geluiden en trillingen vereisen, tegen deze hinder moeten beschermd worden door een aangepaste afstand tot de bron, een goede keuze van locatie en vorm van het gebouw, het gebruik van trillingsdempende maatregelen en afscherming tegen lawaai, een doordachte indeling van ruimten in het gebouw, alsook door te zorgen voor een geluidsisolatie van externe scheidingswanden, zoals gespecificeerd in de Poolse norm PN-B-02151-3; 2015 met betrekking tot de vereiste geluidsisolatie van scheidingswanden in gebouwen en de geluidsisolatie van bouwelementen.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 159 van 193


Er wordt aldus expliciet naar de norm verwezen.

Meer info: −

PN-B-02151-3; 2015: Akustyka budowlana -- Ochrona przed hałasem w budynkach -- Część 3: Wymagania dotyczące izolacyjności akustycznej przegród w budynkach i elementów budowlanych / Bouwakoestiek Bescherming tegen lawaai in gebouwen - Deel 3: Eisen voor geluidsisolatie van bouwwanden en bouwelementen. − ROZPORZĄDZENIE MINISTRA INFRASTRUKTURY z dnia 12 kwietnia 2002 r. w sprawie warunków technicznych, jakim powinny odpowiadać budynki i ich usytuowanie / Verordening van het ministerie van infrastructuur van 12 april 2002 betreffende de technische voorwaarden waaraan gebouwen moeten voldoen en hun locatie.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 160 van 193


8.10 NOORWEGEN Het departement van milieu geeft richtlijnen voor de aanleg van nieuwe wegen of aanpassing van bestaande wegen, nl. richtlijn T-1442. Hierin wordt verwezen naar klasse C van de norm NS 8175 [44]. Ook in de bouwvoorschriften “planning and building act” wordt verwezen naar deze norm NS 8175 [44], waarbij klasse C als voldoende wordt beschouwd. Daarnaast zijn ook bepalingen opgelegd in een algemeen voorschrift ter begrenzing van de hinder door lawaai. [41] Miljodepartementets rundskriv T-1442 (Rondschrijven Ministerie van Milieu T-1442) [42] Teknik forskirft til planog bygningsloven NS 8175 / planning and building act NS 8175 [43] Forskrift om begrensning av forurensning og stoy / Verordening inzake vervuiling en geluidsreductie Volgende tabel geeft een overzicht van deze 3 bronnen.

Toepassing

Binnenruimtes Huisvestiging, gezondheidsinstellingen Educatieve gebouwen, kleuterscholen, … Kantoorruimtes

Miljodepartementets rundskriv T-1442 / Rondschrijven Ministerie van Milieu T-1442 Pt 3, tabel 2

Teknik forskirft til planog bygningsloven NS 8175 / Technische voorschriften van planning and building act NS 8175 Tabel klasse C

− Planning van nieuwe wegen − Uitbreiding van bestaande wegen − Planning van huisvesting, ziekenhuizen, verpleeghuizen, vakantiehuizen, scholen en kinderverblijven − Gebiedsplanning met inbegrip van wegen, behuizing, enz… Equivalent Maximaal geluidsniveau geluidsniveau dag (dB) nacht (23-07) (dB)

− Nieuwbouw − Geluidsniveau tussen haakjes [] is van toepassing voor klasse D, bestaande gebouwen bij renovatie

De limieten van het technisch voorschrift NS 8175 Klasse C zijn aanbevolen

Equivalent geluidsniveau dag (dB) Lpa,eq,24h 30 [35]

Maximaal geluidsniveau nacht (23-07) (dB) Lpa,max 45 [50]

32 [35]

-

40

-

Forskrift om begrensning av forurensning og stoy / Verordening inzake vervuiling en geluidsreductie Hfdst 5 §5.3 − Bestaande wegen − Het cijfer geeft de actielimiet − Cijfers tussen haakjes verwijzen naar de toewijzingslimiet

Equivalent geluidsniveau dag (dB)

Lpa,eq,24h 42 (35)

Tabel 93: drie meest relevante voorschriften en richtlijnen met hun grenswaarden

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 161 van 193


De bepalingen van deel II van het ‘Forskrift om begrensning av forurensning og stoy’ over geluidsniveaus binnenshuis zijn van toepassing op geluid van de volgende voorzieningen: luchthavens, spoorwegen, civiele en militaire luchthavens, industrie, havens en terminals. De actielimiet is van toepassing op geluidsniveaus bij bestaande woningen, kleuterscholen, onderwijsinstellingen en gezondheidsinstellingen.

[44] NS 8175, “Lydforhold i bygninger, Lydklassifisering av ulike bygningstyper” (Sound conditions in buildings - Sound classes for various types of buildings), Norway Uitgaven: 1997/2005/2008/2012/2019 Deze norm beschrijft de indeling in verschillende akoestische klassen (A,B,C en D), waarbij A het hoogste comfort biedt. De norm is van toepassing op woongebouwen, scholen, kinderdagverblijven, ziekenhuizen, verpleegkundige instellingen, kantoren, … De vereisten met betrekking tot de gevelisolatie van woongebouwen worden aangegeven door het opleggen van enerzijds een maximaal equivalent geluidniveau binnen voor de etmaalperiode LpAeq,24h en anderzijds een maximaal geluidniveau LpAF,max, tijdens de nachtperiode voor kortstondige geluiden in slaapkamers. Dit maximaal geluidniveau mag slechts minder dan 10 keer overschreden worden. Te beschermen ruimte Woon- en slaapkamers Slaapkamers

Grootheid Lp,A,24u ≤

klasse A dB 20

klasse B dB 25

klasse C dB 30

Lp,AF,max ≤ (*) 35 40 45 nacht 23-07 u (*) De eis voor Lp,AF,max mag niet meer dan 10 keer (per nacht) overschreden worden.

klasse D dB 35 50

Tabel 94: eisen gevelisolatie cfr. NS8175

Daarnaast worden ook eisen opgelegd aan de maximale geluidniveaus buiten (buitenruimten of aan ramen) voor verschillende geluidsbronnen. Geluidsklassen voor woningen - Geluidsniveaus buiten van technische installaties en geluidsbronnen buiten Te beschermen ruimte

Grootheid

Geluidsniveau in buitenruimte en aan venster van andere geluidsbronnen buiten

Lden, Lp, kveld, Lp,AF,max,95, Lp,AS,max,95, Lp,AF,max, Lp,AS,max Lnacht ≤

Klasse A dB Klasse C – 10 dB

Klasse B dB Klasse C – 5 dB

Klasse C dB Grenswaarde in tabel D.1

Klasse D dB Klasse C + 10 dB

Tabel 95: eisen maximale geluidniveaus buiten cfr NS8175

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 162 van 193


Voor deze eisen wordt verwezen naar tabel D.1 in de bijlage van deze norm (hieronder weergegeven), waar de geluidniveaus o.a. worden uitgedrukt in de Europese indicatoren Lden, Lnight (Lkveld). Gezien de geluidniveaus binnen en buiten met een andere parameter worden gedefinieerd, wordt in bijlage D een suggestie gedaan voor omzetting van de parameters. Er wordt echter ook duidelijk aangegeven dat er geen éénduidige omzetting mogelijk is, gezien dit zeer project afhankelijk is. Tabel D.1 - Grenswaarden voor geluid voor woonruimten voor huizen, ziekenhuizen, verpleeghuizen, vakantiehuizen, scholen en kleuterscholen, enz Geluidsbron

Geluidsniveau aan buitenruimte en buiten aan ramen van kamers met geluidsgevoelige toepassingen

Geluidsniveau buiten slaapkamer, nacht 23u – 07u

Wegverkeer

Lden = 55 dB

Spoorwegverkeer

Lden = 58 dB

Luchthaven

Lden = 52 dB

Lp,AFmax,95 (L5AF)=70 dB Lp,AFmax,95 (L5AF)=75 dB Lp,AFmax,95 (L5AF)=80 dB Lnacht = 45 dB Lp,AFmax,95 =60 dB

Industrie met doorlpende activiteiten

Motorsport

Zonder impulsgeluid Lden = 55 dB Met impulsgeluid: Lkveld = 50 dB Zonder impulsgeluid Lden = 55 dB Lkveld = 50 dB Met impulsgeluid: Lden = 50 dB Lkveld = 45 dB Zonder impulsgeluid Lden = 55 dB Met impulsgeluid: Lkveld = 50 dB Lden = 45 dB

Skatebanen

Lden = 35 dB

Overige industrie

Havens en terminals

Windturbines Lokale gemeenschapsvoorzieningen

Lden = 45 dB Lp,AFmax = 60 dB

Geluidsniveau aan buitenruimte en buiten aan kamers met geluidsgevoelig toepassingen dag en avond 07u–23u -

Geluidsniveau aan buitenruimte en buiten aan kamers met geluidsgevoelig toepassingen zaterdag

Geluidsniveau aan buitenruimte en buiten aan kamers met geluidsgevoelig toepassingen zon- en feestdagen

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Lnacht = 45 dB Lp,AFmax,95 =60 dB

-

Zonder impulsgeluid Lden = 50 dB Met impulsgeluid: Lden = 45 dB

Zonder impulsgeluid Lden = 45 dB Met impulsgeluid: Lden = 40 dB

Lnacht = 45 dB Lp,AFmax,95 =60 dB

-

-

-

Activiteit zou niet mogen plaatsvinden Activiteit zou niet mogen plaatsvinden -

Lp,AFmax,95 (L5AF)=60 dB

-

-

Lp,AFmax =65 dB

-

-

-

-

-

Tabel 96: eisen maximale geluidniveaus buiten cfr. NS8175

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 163 van 193


Luchtverkeerslawaai Voor bestaande woningen moet volgens de Noorse reglementering het gemiddelde geluidsdrukniveau binnen (in slaapkamers en woonkamers) uitgedrukt als Lp,Aeq,24u beperkt blijven tot 42 dB. Voorts kan bij nieuwbouw verwezen worden naar de eisen per klasse uit de Noorse norm NS 8175, waarbij klasse C aangemerkt wordt als een ‘minimale’ vereiste (zie hoger). Bijkomende grenswaarden zijn in de norm NS 8175 opgenomen ten aanzien van de optredende buitenniveaus, die in de omgeving van luchthavens gelijk zijn aan Lden 52 dB en een 5% statistisch overschrijdingsniveau van het A-gewogen maximaal geluidsdrukniveau gemeten in ‘slow’ (L5AS of Lp,ASmax,95) - overeenkomend met de vroeger gebruikte grootheid MFN - tijdens de nachtperiode (23-07) van maximaal 80 dB(A). De berekening van de jaargemiddelde geluidbelasting Lden in Noorwegen is gebaseerd op de volgende etmaalindeling: 07-19 u (dag) 19-23 u (avond) en 23-07 u (nacht).

Meer info: − − − −

NS 8175, “Lydforhold i bygninger, Lydklassifisering av ulike bygningstyper” (Sound conditions in buildings Sound classes for various types of buildings), Norway Forskrift om begrensning av forurensning og stoy / Verordening inzake beheersing van verontreiniging (Vervuilingsverordening) - deel 2. Geluid Norwegian Environment Agency (Miljødirektoratets), Pollution Regulation, Chapter 5 Noise mapping, action plans and limit values for existing enterprises Survey on Aircraft Noise Limits, Goals and guidelines in Nordic Countries, N-ALM Noise Subgroup Meeting, date 5 may 2016, Copenhagen

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 164 van 193


8.11 ZWEDEN De specificaties van gebouwen in Zweden worden opgelegd in het bouwreglement [45], waarin een hoofdstuk aan “bescherming tegen geluid” wordt geweid. Gebouwen kunnen ingedeeld worden in akoestische klassen cfr. SS25267:2004 [46], waarbij klasse C in de bouwvoorschriften als minimaal wordt beschouwd. Verder werden algemene eisen gedefinieerd van toegelaten geluidsdrukniveaus aan gevels van woningen in SFS2017:359 [47].

[45] BBR, Boverket’s recommendations

Building

Regulations

–

mandatory

provisions

and

general

De bouwakoestische eisen voor woningen zijn weergegeven onder § 7:21. Het isolatiedoel voor de akoestische gevelisolatie wordt algemeen (voor alle geluidsbronnen) geformuleerd in de vorm van (maximum toelaatbare) equivalente binnenniveau LpAeq,nT en maximaal piekniveau tijdens de nachtperiode (22-06 u) LpAFmax,nT, zoals bepaald overeenkomstig ISO-16032:2004 (m.b.t. de meting van installatiegeluid) met een normalisatie van geluidsniveau naar een referentienagalmtijd van To = 0,5 s. Deze eisen zijn algemeen van toepassing op verkeersgeluid (en andere externe bronnen) en specifiek ook op luchtverkeersgeluid.

Te beschermen ruimte

Equivalent geluidsdrukniveau van verkeer of andere externe geluidsbronnen LpAeq,nT

Maximaal geluidsdrukniveau tijdens de nacht LpAFmax,nT (*)

Ruimten voor slaap, rust en 30 45 dagelijkse contacten (woonkamer, slaapkamer) Ruimte voor koken en 35 persoonlijke hygiëne (keuken, badkamers,…) (*) Niveau dat meer dan tijdelijk optreedt gedurende een gemiddeld nacht. De nachtperiode heeft betrekking op de periode 22-06 u. Het niveau LpAFmax,nT mag niet meer dan 5 keer per nacht overschreden worden, met een maximaal toegestane overschrijding van + 10 dB (= 55 dB) Tabel 97: Criteria voor de dimensionering van de geluidsisolatie ten aanzien van externe bronnen (BBR Tabel 7:21c)

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 165 van 193


De grootheid in het Zweedse bouwreglement BBR ter karakterisering van de akoestische gevelisolatie is gedefinieerd als het genormaliseerde A-gewogen akoestische isolatie met spectrale correctieterm Ctr (Dn,A,tr), te dimensioneren volgens EN-12354-3.

[46] SS 25267, “Byggakustik – Ljudklassning av utrymmen i byggnader – Bostäder”. (Acoustics – Sound classification of spaces in buildings – Dwellings). Uitgaven: 1996 / 1998 / 2004 / 2015 Deze norm beschrijft de indeling in verschillende akoestische klassen. De vereisten met betrekking tot de gevelisolatie worden aangegeven door het opleggen van enerzijds een maximaal equivalent geluidniveau binnen voor de etmaalperiode LpAeq,24h en voor de nachtperiode Lnight en anderzijds een maximaal geluidniveau LpAF,max,22u-06u voor kortstondige geluiden tijdens de nachtperiode. De eisen voor klasse C worden niet meer in de norm opgenomen. Hiervoor wordt verwezen naar de bouwreglementen BBR [45].

Type ruimte In slaap- en woonruimtes

In keuken en badkamer

Grootheid A-gewogen geluidsniveau LAeq,24u Lnight LA,Fmax A-gewogen geluidsniveau LAeq,24u

A 22 18 37 27

Geluidsklasse (1) B 26 22 41 31

D 30 45 40

(1) Eisen voor geluidsklasse C worden vermeld in Boverket’s building regulations BBR sectie 7:21 Tabel 98: eisen gevelisolatie cfr. SS 25267

De gevelisolatie kan dan bepaald worden als volgt:

Naar analogie bepaalt SS 25268:2007 (Acoustics - Sound classification of spaces in buildings - Institutional premises, rooms for education, preschools and leisure-time centers, rooms for office work and hotels) specifieke eisen voor andere (geluidgevoelige) gebouwen.

[47] SFS 2017:359 : verordening tot wijziging van verordening 2015:216 betreffende verkeerslawaai in woongebouwen. Deze verordeningen leggen eisen op aan de toegelaten geluidniveaus aan de gevels van woningen en verwijzen naar de “planning and building act 2010:900”, waarin geluidsbescherming als één van de technische kenmerken van een gebouw wordt opgelegd.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 166 van 193


Toegelaten geluidniveaus t.g.v. spoor- en wegverkeer: - LAeq < 60dBA bij de gevel van woongebouwen - LAeq < 65dBA bij de gevels van woningen < 35m² - LAeq < 50dBA en LAmax < 70dBA op terrassen bij woongebouwen Indien deze niveaus worden overschreden dienen bijkomende maatregelen getroffen te worden met betrekking tot inplanting van de ruimten (vb. minstens de helft van de kamers met een zijde LAeq < 55dBA, vb. beperking van het aantal keren LAmax > 70dBA, …)

Luchtverkeerslawaai Ook hier kan verwezen worden naar de eisen uit het algemene Zweedse bouwreglement (BBR Boverket’s Building Regulation): zie hoger. Op basis van de verordening SFS 2015:216 worden rond luchthavens bijkomende eisen opgelegd ten aanzien van de buitenniveaus bij woningen blootgesteld aan vliegverkeersgeluid in de vorm van een maximum toegestaan aantal overschrijdingen van een maximaal geluidsdrukniveau, gelijk aan 70 dB. − −

NA70 < 16 (dag en avondperiode : 06-22 u), behalve voor Stockholm-Bromma NA70 < 3 (nachtperiode 22-06 u).

Geluidscontouren rond Zweedse luchthavens worden uitgedrukt in de jaargemiddelde geluidimmissie FBN, die echter gelijk is aan Lden en wordt daarom ook wel aangeduid als FBNEU . De berekening steunt op volgende de volgende etmaalindeling: 06-19 u (dag) 19-22 u (avond) en 22-06 u (nacht). In het kader van vergunningverlening werd vroeger rond sommige luchthavens een ruimere nachtperiode (2207 u) toegepast. Dit is onder meer het geval voor de luchthaven van Stockholm-Arlanda die in 2003 een derde runway geopend. In het kader van de vergunningverlening heeft de luchthavenbeheerder in 2001 een ontwikkelingsplan op lange termijn opgemaakt dat ter goedkeuring is voorgelegd aan de 2 betrokken regio’s (Stockholm en Uppsala) en de gemeenten. Het plan omvat de afbakening van de volgende (vijf) gebieden: − − − − −

een luchthavenzone gebaseerd op het actuele 3-banenstelsel; een luchthavenzone gebaseerd op een geprojecteerd 5-banenstelsel; een zone afgebakend door de FBN-60 contouren voor het 3-banenstelsel; een zone afgebakend door de FBN-55 contouren voor het 5-banenstelsel; een gebied bestaande uit overvlogen zones tot op 17 km van de runways.

De buitenste zone (tussen FBN55 en FBN60) wordt in het milieu-impactrapport aangeduid als een zone die enkel bestemd is voor de bouw van individuele woningen (geen wijkontwikkeling). Het plan werd in het kader van de vergunningverleningsprocedure door de ingestelde ‘Milieucommissie’ goedgekeurd onder de volgende voorwaarden: −

Planologische restricties:

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 167 van 193


o

−

De aanduiding van een ‘Building restriction line’ ter bescherming van specifieke woongebieden buiten de omhulling van de 5 gebieden. Op deze specifieke lijn(en), die een soort buffer vormen naar verder gelegen woonkernen, moet de geluidimmissie altijd lager dan FBN 55 dB(A) blijven.

Geluidssanering van woningen binnen de FBN (=Lden) contour van 60 dB: o

1e fase: De isolatie van woningen binnen de FBN 60 contour, die blootgesteld zijn aan gemiddeld (op jaarbasis) meer dan 3 geluidevents per nacht (22-07u) met een maximaal geluidsdrukniveau LAmax > 80 dB(A) – Dit veronderstelt de isolatie van ca. 200 woningen + de onteigening van de meest blootgestelde woningen die niet adequaat geïsoleerd kunnen worden, en die verhuurd mogen worden aan werknemers van de luchthaven.

o

2e fase (vanaf 2007): De isolatie van woningen binnen de FBN 60 contour, die blootgesteld zijn aan gemiddeld (op jaarbasis) meer dan 3 geluidevents per nacht (22-07u) met een maximaal geluidsdrukniveau LAmax > 70 dB(A)

Meer info: − − − − −

www.boverket.se (National board of Housing, Building and Planning) Boverket’s Building Regulations – mandatory provisions and general recommendations SS 25267, “Byggakustik – Ljudklassning av utrymmen i byggnader – Bostäder”. (Acoustics – Sound classification of spaces in buildings – Dwellings). SFS 2017:359 : Förordning (2015:216) om trafikbuller vid bostadsbyggnader / verordening tot wijziging van verordening 2015:216 betreffende verkeerslawaai in woongebouwen. Survey on Aircraft Noise Limits, Goals and Guidelines in Nordic Countries, N-ALM Noise Subgroup Meeting, date 5 may 2016, Copenhagen

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 168 van 193


8.12 FINLAND Het besluit van de minister van Milieu 796/2017 [48] inzake het akoestisch comfort van woningen en andere geluidgevoelige gebouwen legt enkel een minimale waarde op van geluidsisolatie van de gevels in slaap- of ontspanningsruimten, geen andere eisen voor gevels. Gebouwen kunnen ingedeeld volgens SFS 5907 [49] ingedeeld worden in akoestische klassen. Klasse C komt wat betreft de gevelisolatie van woningen overeen met de algemene richtlijnen gedefinieerd in het besluit 993/1992 [50].

[48] 796/2017 Ympäristöministeriön asetusrakennuksen ääniympäristöstä / Besluit van het ministerie van Milieu betreffende de gezonde omgeving van een gebouw. Deze verordening regelt o.a. de geluidisolatie, de geluid- en trillingsreducerende maatregelen en het akoestisch comfort in gebouwen. Deze verordening is van toepassing op gebouwen met wooneenheden, accommodaties- of patiëntenkamers, of op onderwijs-, vergader-, eet-, zorg-, hobby-, sport- of kantoorfaciliteiten. Deze verordening is van toepassing op de bouw, renovatie en aanpassing van een nieuw gebouw en op de wijziging van het beoogde gebruik van een gebouw in overeenstemming met de wet op het grondgebruik en de bouw (132/1999) bij de planning, autorisatie en supervisie van de bouw. De meeste criteria van dit besluit betreffen criteria voor de lucht- en contactgeluidsisolatie tussen gebouwen. Voor de gevels geldt er geen specifiek criterium, enkel een minimale eis. De gebouwschil van woningen, accommodaties of patiëntenkamers moet worden ontworpen en gebouwd met een geluidsisolatie van ten minste 30 dB en een gemiddeld geluidsniveau van impuls-, smalbandig- of laagfrequent geluid van maximaal 25 dB in slaap- of ontspanningsruimten. De grootheid voor dit niveau is echter niet nader gepreciseerd in het ministerieel besluit 796/2017. Aangezien verkeerslawaai, treinlawaai en luchtverkeersgeluid niet specifiek impuls-, smalle band of laagfrequent geluid is, blijft de enige (bruikbare) eis de vraag van een geluidsisolatieniveau van 30 dB.

[49] SFS 5907 Rakennusten akustinen luokitus / Acoustic classification of spaces in buildings Uitgaven: 2004 Deze norm geeft en akoestische classificatie voor woningen, hotels, gezondheidszorg faciliteiten, faciliteiten voor ouderenzorg, scholen, kinderopvang, kantoren en industriële werkplekken. De geluidisolatie van de gevel wordt bepaald door het verschil van het A-gewogen geluidniveau aan de gevel van het gebouw, exclusief gevelreflecties, en de toegelaten A-gewogen geluidsniveaus binnen. De eisen voor klasse C kunnen als minimum beschouwd worden.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 169 van 193


Tabel 99: maximaal toegelaten geluidniveaus

[50] Council of State Decision 993/1992 De drempelwaarden van SFS 5907 voor de binnenniveaus zijn ook als richtwaarden opgenomen in het besluit 993/1992, met bijkomende drempelwaarden voor de optredende geluidniveaus buiten In woongebieden, recreatiegebieden in agglomeraties en in de onmiddellijke nabijheid van agglomeraties en gebieden die medische of educatieve instellingen bedienen: Volgende maximale geluidniveaus werden opgelegd:

Tabel 100: Richtwaarden

Luchtverkeerslawaai Bovenstaande aspecten zijn ook van toepassing op vliegtuiglawaai. De berekening van de jaargemiddelde geluidbelasting Lden in Finland is gebaseerd op de volgende etmaalindeling: 07-19 u (dag) 19-22 u (avond) en 22-07 u (nacht).

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 170 van 193


Meer info: − −

− −

Ympäristöministeriön asetus rakennuksen ääniympäristöstä /Ministerieel Besluit (betreffende beheersing van geluid in gebouwen) 796/2017 . Valtioneuvoston päätös melutason ohjearvoista / Ministerieel Besluit (betreffende richtwaarden voor geluidniveaus) 993/1992 SFS 5907 Rakennusten akustinen luokitus / Acoustic classification of spaces in buildings Survey on Aircraft Noise Limits, Goals and Guidelines in Nordic Countries, N-ALM Noise Subgroup Meeting, date 5 may 2016, Copenhagen

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 171 van 193


8.13 DENEMARKEN In Denemarken worden de specificaties waaraan gebouwen moeten voldoen opgelegd via de wettelijke bouwvoorschriften BR15 [51]. Hierin wordt verwezen naar klasse C van de norm DS 490, Sound classification in dwellings [52].

[51] BR18, Building Regulations 2018 De bouwvoorschriften bevatten de regels voor de bouw van gebouwen in Denemarken, zowel voor particuliere als commerciële gebouwen. De voorschriften zijn gebaseerd op functionele eisen. De voorschriften zijn opgedeeld in 2 kolommen: een linker kolom met de wettelijke bindende vereisten en een rechterkolom met richtlijnen om aan deze wettelijke vereisten te voldoen. Hoofdstuk 6.4 behandelt het akoestisch comfort. Hierin wordt wettelijk vereist dat gebouwen ontworpen en gebouwd moeten worden om een bevredigend akoestisch klimaat te creëren voor de gebruikers. Wat betreft de gevelisolatie betekent dit dat gebruikers geen hinder mogen ondervinden van nabijgelegen wegen of spoorwegen. In de richtlijnen wordt vervolgens aangegeven dat dit bevredigend akoestisch klimaat overeenstemt met het akoestisch comfort van klasse C cfr. de norm DS 490, Sound classification in dwellings. Deze vereisten van klasse C moeten gerespecteerd worden voor gebouwen langs wegen of spoorwegen waarbij geluidniveaus optreden van meer dan 58dB voor wegen en meer dan 64dB voor spoorwegen. De vereisten worden uitgedrukt als Lden binnen het gebouw (Lden (indoor)) en gelden voor weg- en spoorverkeer afzonderlijk. Ter informatie: Reeds in de bouwcode van 1982 werd opgenomen dat bij gebouwen naast (spoor)wegen met hoge intensiteit, waardoor het gebouw wordt blootgesteld aan geluidniveaus hoger dan 50dB, de geluidisolatie zodanig dient gedimensioneerd te worden zodat het geluidniveau binnen niet meer dan 30dB bedraagt.

[52] DS490, Sound classification in dwellings Uitgaven: 2001 / 2007 / 2018 Deze norm beschrijft de indeling in verschillende akoestische klassen. Sinds de laatste versie in 2018 werden twee klassen E en F toegevoegd voor de karakterisering van oudere woongebouwen. De vereisten met betrekking tot de gevelisolatie worden aangegeven door het opleggen van een maximaal geluidniveau binnen. In de voorgaande versie 2007 kon dit ofwel via een maximale etmaalwaarde LAeq,24h waarde ofwel via een maximale Lden en Lnight waarde cfr. de END richtlijnen (2002). Volgens deze norm kan de classificatie op één van beide manieren bepaald worden, waarbij voor het geluidniveau buiten de som van alle geluidsbronnen in rekening gebracht moet worden.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 172 van 193


Tabel 101: indeling in klassen19

In de nieuwe versie 2018 daarentegen werd de parameter LAeq,24h en Lnight weggelaten en wordt enkel de parameter Lden weerhouden. Ook het bouwreglement laat enkel het gebruik van Lden toe (zie[51]) en hanteert de criteria van klasse C als wettelijk minimum. Zowel de nieuwe versie van de norm 2018, als het bouwreglement legt deze waarden op voor weg- en spoorverkeer afzonderlijk, in tegenstelling tot de vorige versie. Type ruimte

GeluidsKlasse A Klasse B Klasse C Klasse D Klasse E Klasse F parameter dB dB dB dB dB dB In woonkamers, Lden ≤ 23 ≤ 28 ≤ 33 ≤ 38 ≤ 43 Geen eis keukens en gemeenschappelijke woonruimtes Nota 1: De parameter Lnight, die vroeger als criterium samen met Lden werd gebruikt, is uit de tabel verwijderd Nota 2: De parameter LAeq,24u, die vroeger een alternatief was voor geluidsclassificatie van verkeersgeluid binnenshuis, is niet meer van toepassing. Tabel 102: eisen gevelisolatie cfr. DS 490

Luchtverkeerslawaai Alle Deense luchthavens en vliegvelden zijn op basis van de milieuwetgeving van 1973 gezoneerd. De belangrijkste luchthavens zijn de luchthavens van Kopenhagen-Kastrup en Billund. De geluidscontouren worden berekend op basis van prognoses voor een tijdhorizon van ca. 8 jaar, overeenkomend met de geldigheidsduur van de milieuvergunning. Planologische grenswaarden voor de geluidimmissie zijn in de milieuwetgeving als volgt gedefinieerd in functie van de geluidsbelasting in Lden:

19

Rasmussen, B. (2012). Sound classification of dwellings in the Nordic countries – Differences and similarities between the five national schemes. In P. Juhl (Ed.), Proceedings of BNAM2012 Nordic Acoustic Association. Joint Baltic-Nordic Acoustics Meeting (BNAM), Proceedings, Vol.. 2012

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 173 van 193


Gebiedsindeling

Woongebieden en geluidgevoelige gebouwen (scholen, ziekenhuizen, kinderdagverblijven,…) Verspreide woningen in het open land Commerciële doeleinden (hotels, kantoren, etc.) Recreatieve doeleinden met overnachting (vakantiehuisjes, volkstuinen, campings, etc.) Andere recreatieve doeleinden, niet om te overnachten

Luchthavens en militaire vliegvelden 55

Vliegvelden

60 60 50

50 60 45

55

50

45

Tabel 103: Planologische grenswaarden in Lden voor zoneringsdoeleinden van luchthavens en vliegvelden in Denemarken

In woongebieden en recreatiegebieden met mogelijkheid tot overnachting gelden maximale geluidsdrukniveaus LAmax tijdens de nachtperiode (22-07u) : 70 dB (vliegvelden) en 80 dB (luchthavens en militaire vliegvelden). De berekening van de jaargemiddelde geluidbelasting Lden in Denemarken (ook aangeduid als DENL) is gebaseerd op de bijdrage van het vliegverkeer tijdens de 3 drukste maanden met volgende etmaalindeling: 07-19 u (dag) 19-22 u (avond) en 22-07 u (nacht). Bouwvoorschriften zijn van toepassing voor nieuwe gebouwen binnen het bereik van de zonering. Het vereiste binnenniveau is 30 dB(A). Tot dusver is enkel rond de luchthaven van Kopenhagen een specifiek isolatieprogramma uitgevoerd binnen de Lden 65 dB(A) contour. Meer info: − BR15, Building Regulations 2015 − DS490, Sound classification in dwellings − Guidelines from the Danish Environmental Protection Agency, no. 5/1994 "Noise from Airfields" (in Danish) − Survey on Aircraft Noise Limits, Goals and Guidelines in Nordic Countries, N-ALM Noise Subgroup Meeting, date 5 may 2016, Copenhagen − Local Act on Development of Copenhagen Airport Kastrup; Act no. 271 of 16 June 1980, revised in Act no. 241 of 8 April 1992

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 174 van 193


8.14 LITOUWEN Het akoestisch comfort wordt beschreven in de bouwreglementering STR 2.01.07:2003 [53], die in het besluit n° 387 van het ministerie van milieu [54] is opgenomen.

[53] Technical Construction Regulation STR 2.01.07:2003: ‘Protection of Internal and External Environment of Buildings from Noise’ Deze bouwreglementering is vastgelegd in het besluit n° 387 van ministerie van milieu [54]. De technische verordening met akoestische criteria inzake het akoestisch comfort van gebouwen (woningen en andere geluidgevoelige gebouwen, waaronder ziekenhuizen) bevat algemene eisen voor de akoestische gevelisolatie in 5 klassen (A, B, C, D, E), waarbij de eisen functie zijn van discrete geluidbelastingsklassen voor Lden buiten. Klasse C wordt als minimum beschouwd voor nieuwe meergezinswoningen en klasse E als minimum voor renovaties. De geluidsbelasting buiten wordt uitgedrukt in Lden, cfr. de Europese richtlijn (zonder gevelreflecties). Bij meting voor de gevel wordt aangenomen dat deze 3 dB bedraag. Indien Lden onbekend is, wordt deze ingedeeld als “niet geclassificeerd” en geldt de laatste regel van bovenstaande tabel. Voor keukens wordt 5dB afgetrokken van deze waarden. Een extra spectrumcorrectiecomponent C tr kan ook worden toegepast op de klassen , waarna de grenswaarden worden ingesteld op D 2m, nT, W + C tr en worden verminderd met 7 dB. Geluidbelastingsklasse (buitenniveau) Lden A 45 B 50 C 55 D 60 E 65 Niet geklasseerd >65

A 32 35 40 45 50 55

Akoestische comfortklasse (*) B C D D2m,nT,w 29 24 21 32 27 23 35 30 25 40 35 28 45 40 33 50 45 38

E 20 21 23 23 28 33

Tabel 104: Eisen gevelisolatie i.f.v. geluidsbelastingsklasse en akoestische comfort klasse

(*) Toelichting bij comfortklassen: − klasse A - klasse van extreem goede akoestische comfortomstandigheden; − klasse B - klasse verbeterde akoestische comfortomstandigheden; − klasse C - Klasse aanvaardbare akoestische comfortomstandigheden; − klasse D - klasse van onvoldoende akoestische comfortomstandigheden; − klasse E - klasse van grensvoorwaarden akoestisch comfort; Na de bouw wordt de geluidsklasse van het gebouw vastgelegd door metingen. Dit wordt vastgelegd in een classificatieprotocol.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 175 van 193


[54] Order No 387 of the Minister of Environment on 17.7.2003, as last amended on 29.4.2019) De verordening is bindend voor alle deelnemers aan de bouw, evenals voor natuurlijke en rechtspersonen, wiens activiteiten worden gereguleerd door de wet inzake de bouw, evenals voor openbare lichamen en instellingen die overheidsvoorschriften voor de bouw uitvoeren.

Luchtverkeerslawaai De technische verordening geldt ook voor vliegtuiglawaai. Toegepast op de luchthavens zou de toepassing van bovenstaande criteria voor de comfortklasse C (te beschouwen als ‘minimum comfort’ bij nieuwbouw) tot volgende eisen leiden voor de grootheid DAtr (=D2m,nT,w + Ctr), in functie van de jaargemiddelde geluidbelasting Lden :

Geluidbelastingsklasse (buitenniveau)

Akoestische comfortklasse C D2m,nT,w

Lden A B C D E Niet geklasseerd

45 50 55 60 65 >65

woonkamer slaapkamer 24 27 30 35 40 45

DA,tr = D2m,nT,w + Ctr keuken 19 22 25 30 35 40

woonkamer slaapkamer 17 20 23 28 33 38

keuken 12 15 18 23 28 33

Tabel 105: Eisen gevelisolatie i.f.v. geluidsbelastingsklasse voor comfortklasse C

De belangrijkste luchthaven is Vilnius Airport, met een beperkt aantal bewegingen (< 50.000 bewegingen/jaar). In het kader van het masterplan (2001) werden specifieke beschermingszones vastgesteld (op grond van ministeriele Besluit nr. 1036 van 2 juli 2002). Daarnaast kan ook verwezen worden naar een specifieke milieuhygiënische verordening HN 33:2018 met de definitie van planologische drempelwaarden in L Aeq en LAmax voor woningen en andere (publiek) gebouwen. De luchthaven is gezoneerd op basis van geluidsspecifieke zoneringscriteria met de afbakening van 4 specifieke beschermingszones aangeduid als zone A, B, C en D. Er zijn geen specifieke restricties in de minst belaste zones A en B. In zone C moeten woningen en andere geluidgevoelige gebouwen (scholen, ziekenhuizen, …) voldoen aan eisen met betrekking tot akoestische gevelisolatie. In zone D zijn woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen niet toegestaan.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 176 van 193


Geen verdere informatie beschikbaar over specifieke isolatiecriteria voor vliegtuiggeluid (behalve de reeds eerder aangehaalde algemeen toepasbare voorschriften uit de technische bouwverordening STR. 2.01.07:2003).

Meer info: −

Verordening STR 2.01.07: 2003 - DĖL STATYBOS TECHNINIO REGLAMENTO STR 2.01.07:2003 „PASTATŲ VIDAUS IR IŠORĖS APLINKOS APSAUGA NUO TRIUKŠMO“ PATVIRTINIMO / TECHNISCHE REGELGEVING OVER DE BOUW GELUIDSBESCHERMING VAN DE INTERNE EN EXTERNE OMGEVING VAN GEBOUWEN, opgenomen in het besluit nr. 387 van Minister van Milieu 17 juli 2003 (aangepast 29 april 2019)

−

Verordening HN 33:2011 – DĖL LIETUVOS HIGIENOS NORMOS HN 33:2011 „TRIUKŠMO RIBINIAI DYDŽIAI GYVENAMUOSIUOSE IR VISUOMENINĖS PASKIRTIES PASTATUOSE BEI JŲ APLINKOJE“ PATVIRTINIMO / GOEDKEURING VAN DE LITOUWSE HYGIËNE-STANDAARD HN 33: 2011 "GELUIDSBEPERKINGEN IN WOONEN OPENBARE NUT-GEBOUWEN EN HUN MILIEU"

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 177 van 193


8.15 SPANJE In Spanje worden de specificaties waaraan gebouwen moeten voldoen opgelegd via de wettelijke bouwvoorschriften [55], waarin wat betreft de akoestische eisen wordt verwezen naar de geluidswet [56].

[55] Spanish Acoustic Building Code (2009) De Spaanse bouwvoorschriften zijn onderverdeeld in verschillende basisdocumenten (DB) in 6 disciplines, waaronder één onderdeel “Noise protection”. De eerste versie dateert van maart 2006, de meest recente van april 2009. Deze voorschriften zijn geldig voor nieuwe gebouwen. De algemene eisen met betrekking tot de akoestische gevelisolatie zijn nader geformuleerd in de Spaanse Akoestische Bouwcode (DB HR Proteccion Frente al Ruido, v. 2009), waarin de bij Wet (art. 16 van het KB 1367/2007 van 19 oktober 2007) [56] opgelegde eisen voor het toegestane binnenniveau (Ld, Le, Ln) in te beschermen ruimten van woningen en andere geluidgevoelige gebouwen (scholen, ziekenhuizen,..) rechtstreeks doorvertaald zijn in specifieke eisen voor de gevelisolatie D2m,nT,(w),Atr (= DAtr) in functie van geluidbelastingsklassen van de EU-indicator Ld (Lday). Deze wet is een gevolg van de Europese richtlijn END 2002/49/CE. De doelstellingen voor de binnen niveaus zijn in onderstaande tabel aangegeven: Gebruiksfunctie Woningen of andere verblijfsaccomodaties Ziekenhuizen Gebouwen met educatieve of culturele functie

Te beschermen ruimte Verblijfsruimten Slaapkamers Verblijfszones Slaapkamers Aula’s (klaslokalen,…) Leeszalen

Ld 45 40 45 40 40 35

Le 45 40 45 40 40 35

Ln 35 30 35 30 40 35

Tabel 106: Doelstellingen bij wet

De volgende tabel geeft dan de vereiste minimale gevelisolatie in functie van Ld(ay) om aan de vereisten van voorgaande tabel te voldoen. Waarbij : - de geluidsbelasting kan afgelezen worden op de geluidsbelastingskaarten. Bij cumulatieve belasting wordt de hoogste waarde weerhouden. - Bij ontstentenis van de geluidsbelasting mag voor overwegend woongebieden een waarde van 60dB(A) ingerekend worden. - Indien een gevel niet rechtstreeks wordt blootgesteld aan externe geluidsbronnen (vb. binnenkoer, achtergevel, ..) dan mag een 10dB lagere waarde gehanteerd worden.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 178 van 193


Ld (Lday in dB)

Ld ≤ 60 60 < Ld ≤ 65 65 < Ld ≤ 70 70 < Ld ≤ 75 Ld > 75

Gebouwfuncties / Te beschermen ruimte Woongebouwen en ziekenhuizen Culturele, medische, educatieve, religieuze en administratieve gebouwen Slaapkamers Verblijfsruimten Verblijfsruimten Klaslokalen (aulas,…) 30 30 30 30 32 30 32 30 37 32 37 32 42 37 42 37 47 42 47 42 Tabel 107: Algemene eisen met betrekking tot D2m,nT,Atr (DAtr) op basis van DB HR

Verder worden ook richtlijnen alsook voorbeeldconstructies gegeven om aan de vereisten te voldoen. Deze akoestische bouwvoorschriften hebben sinds hun invoer gezorgd voor grondige wijzigingen in de bouwmethodiek, gezien de bouwwijze van voor 2009 niet voldeed aan de gestelde eisen. Bovendien werden de eisen voordien enkel gesteld aan de geluidisolatie van constructieonderdelen in labo, terwijl deze nu in situ gesteld werden (inclusief o.a. flankerende transmissie, oppervlakte, volumes, ..). In deze akoestische bouwvoorschriften wordt aangegeven hoe conformiteit met de vereisten kan gegarandeerd worden doorheen het projectverloop. Verder wordt aangegeven dat metingen kunnen uitgevoerd worden, maar deze zijn niet verplicht. Een tolerantie van 3dB is toegelaten. Plaatselijke autoriteiten hebben de mogelijkheid om eventuele metingen op te leggen.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 179 van 193


Tabel 108: Compliance Procedure20

[56] Koninlijk besluit 1367/2007 van 19 oktober, een uitwerking van de geluidswet 37/2003 van 17 november betreffende akoestische zonering, kwaliteitsdoelstellingen en akoestische emissies. / Real Decreto 1367/2007, de 19 de octubre, por el que se de sarrolla la Ley 37/2003, de 17 de noviembre del Ruido, en lo referente a zonificaciĂłn acĂşstica, objetivos de calidad y emisiones acĂşsticas.

Naar aanleiding van de Europese richtlijn 2002/49/EG werd in 2003 de wet 37/2003 van 17 november betreffende geluid opgemaakt, die de bepalingen van deze Europese richtlijn in het nationale recht omzet. Deze wet regelt de geluidshinder in bredere zin dan deze van de Europese richtlijn. Zo worden parameters en maatregelen voorgesteld ter evaluatie van het omgevingsgeluid, wordt ook de hinder van geluid en trillingen binnen gebouwen behandeld, alsook de nodige instrumenten aangereikt om de akoestische kwaliteit te verbeteren. Vervolgens werd deze wet verder ontwikkeld in een Koninklijke besluit 1513/2005 van 16 december voor wat betreft de uitwerking van de Europese richtlijn, nl. de definities van omgevingslawaai, de gevolgen voor de bevolking en maatregelen om de doelstellingen te realiseren, zoals het opstellen van strategische geluidsbelastingskaarten en actieplannen.

20

The Spanish Acoustics building code (DB HR) and its first year of application, Maria Machimbarrena, Teresa Carrascal.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 180 van 193


In het Koninklijk Besluit 1367/2007 worden dan de bredere aspecten van de wet 37/2003 verder uitgewerkt, nl. het definiëren van geluids- en trillingsindexen; hun toepassingen en effecten voor de bevolking en het milieu; de verschillende akoestische zones en erfdienstbaarheden; akoestische kwaliteitsdoelstellingen (zowel buiten als binnen); emissiegrenswaarden; procedures en methoden voor evaluatie van geluid en trillingen. Dit besluit legt in artikel 16 (verwijzing naar bijlage II, tabel B) akoestische doelstellingen vast voor binnenruimten. Deze gelden voor gebouwen voor huisvesting, wonen, ziekenhuizen, educatie of cultureel gebruik. De waarden zijn geldig voor de combinatie van alle geluiden (voorzieningen binnen het gebouw zelf, activiteiten in het gebouw of aangrenzend gebouw, geluid van de omgeving, …). De waarden worden binnen aangegeven op een hoogte tussen 1.2m en 1.5m. Zie Tabel 106. Daarnaast worden ook kwaliteitsdoelstellingen voor bestaande verstedelijkte gebieden opgelegd (op een hoogte van 4m buiten): categorie type akoestisch gebied Ld Le Ln e delen van het gebied voor voornamelijk ziekenhuis en verzorgingsinstellingen, 60 60 50 onderwijs of culturele gebouwen gevoelig voor lawaai a delen van het gebied met voornamelijk residentiële gebouwen 65 65 55 d delen van het gebied met voornamelijk tertiaire toepassingen andere dan bedoeld 70 70 65 in categorie c c delen van het gebied met voornamelijk recreatieve doeleinden of evenementen 73 73 63 b delen van het gebied met voornamelijk industrie 75 75 65 f delen van het gebied bestemd voor vervoersinfrastructuur of andere openbare (2) (2) (2) voorzieningen (1) (1) In deze gebiedssector zullen passende maatregelen ter voorkoming van geluidsoverlast worden genomen, met name door toepassing van technologieën met een geringere geluidsbelasting via de beste beschikbare technieken. (2) Aan de perimeterlimiet van deze gebiedssector mogen de doelstellingen voor de geluidskwaliteit die van toepassing zijn op de overige aangrenzende akoestische gebieden niet overschreden worden. Tabel 109: maximale geluidniveaus buiten

Luchtverkeerslawaai Voor vliegtuiggeluid moeten de eisen van de Spaanse akoestische bouwcode van Tabel 107 verhoogd worden met + 4 dB. Met deze verhoging voor vluchttuiggeluid leidt dit tot volgende eisen met betrekking tot de gevelisolatie DAtr in functie van Ld:

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 181 van 193


Ld (Lday in dB)

Ld ≤ 60 60 < Ld ≤ 65 65 < Ld ≤ 70 70 < Ld ≤ 75 Ld > 75

Gebouwfuncties / Te beschermen ruimte Woongebouwen en ziekenhuizen Culturele, medische, educatieve, religieuze en administratieve gebouwen Slaapkamers Verblijfsruimten Verblijfsruimten Klaslokalen (aulas,…) 34 34 34 34 36 34 36 34 41 36 41 36 46 41 46 41 51 46 51 46

Tabel 110: Algemene eisen met betrekking tot D2m,nT,Atr (DAtr) voor vliegtuiglawaai op basis van DB HR

Meer info: − − − −

The Spanish Acoustics building code (DB HR) and its first year of application, Maria Machimbarrena, Teresa Carrascal. DB HR Proteccion Frente al Ruido (Protection against noise), 2009 Guia de aplicacion del DB HR Porteccion Frente al Ruido (Guidance on application of DB HR), v.03 2016 Real Decreto 1367/2007, de 19 de octubre, por el que se de sarrolla la Ley 37/2003, de 17 de noviembre del Ruido, en lo referente a zonificación acústica, objetivos de calidad y emisiones acústicas / Koninlijk Besluit 1367/2007 van 19 oktober, een uitwerking van de geluidswet 37/2003 van 17 november betreffende akoestische zonering, kwaliteitsdoelstellingen en akoestische emissies.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 182 van 193


8.16 ITALIË De wettelijke minimale vereisten worden vastgelegd in een decreet van 5/12/1997 [57]. Verder geeft de norm UNI 11367 [58] een indeling in akoestische klassen.

[57] Decree 5th December 1997 – Determination passive acoustic requirements of buildings. Published in G.U. n. 297, 22th December 1997 / D.P.C.M. 5 dicembre 1997 - Determinazione dei requisiti acustici passivi degli edifici. Pubblicato G.U. Serie generale n. 297 del 22 dicembre 1997 In 1995 werd men zich meer bewust van de strijd tegen geluid en werd de geluidswet n°447/95 opgesteld. Deze wet had tot doel om geluid op alle vlakken aan te pakken. Na deze wet volgden verschillende decreten met verdere uitwerking van verschillende aspecten. Dit decreet voor passieve akoestische eisen van gebouwen is aldus een implementatie van de geluidswet n° 447/95. Teneinde hinder voor personen te beperken worden grenswaarden opgelegd in het decreet zelf. De eisen voor gevelisolatie zijn geformuleerd als minimum eisen, onafhankelijk van de optredende gevelbelasting, en worden uitgedrukt in de grootheid D2m,nT : D2m,nT = D2m + 10 log T/T0 met D2m = L1,2m -L2 ; waarbij de geluidniveaus worden opgemeten. De gevelisolatie moet berekend worden cfr. De norm UNI 8270-7:1987 “ Beoordeling van de akoestische prestaties van gebouwen en gebouwcomponenten.” De vereisten worden in volgende tabel weergegeven, in functie van het type gebouw: Activiteit of gebouwfunctie

D2m,nT,w (dB)

Zorginstellingen (ziekenhuizen, hospitalen, verzorgingstehuizen, …) Woongebouwen en hotels (en andere verblijfsaccomodaties) Schoolgebouwen Kantoren en gebouwen voor commercieel, religieus of recreatief gebruik

>= 45 >= 40 >= 48 >= 42

Tabel 111: Vereisten cfr. Decreet 5/12/1997

Lokale besturen kunnen bijkomend opleggen dat tijdens ontwerpfase moet aangetoond worden dat aan de minimale vereisten wordt voldaan a.d.h.v. berekeningen en/of bij oplevering a.d.h.v. controlemetingen.

[58] The Italian Standard UNI 11367 on Acoustic Classification of Dwellings Uitgave: 2010

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 183 van 193


Voor publieke gebouwen zijn op basis van een recenter besluit van 11 oktober 2017 (aanvullende) eisen van toepassing, enkel voor publieke gebouwen, met verwijzing naar de akoestische classificatienorm UNI 11367, met een minimum eis D2m,nT ≥ 43 dB (class I) voor scholen en hospitalen, en D2m,nT,w ≥ 40 dB (class II) voor andere publieke gebouwen. Deze norm beschrijft de indeling in verschillende akoestische klassen. De klasse wordt bepaald door het gemiddelde van verschillende veldmetingen. Klasse I II III IV

D2m,nT ≥ 43 ≥ 40 ≥ 37 ≥ 32

Tabel 112: Indeling in klassen (enkel gevelisolatie) cfr UNI 11367

Verder worden ook de procedures vastgelegd om tot de indeling te komen, nl. de procedure van metingen, het aantal, de keuze voor steekproef, … . [59]Decreto del Presidente del Consiglio dei Ministri del 14/11/1997 - Determinazione dei valori limite delle sorgenti sonore. Het uitvoeringsbesluit van de kaderwet, D.P.C.M. 14 november 1997 "Bepaling van de grenswaarden voor geluidsbronnen", definieert de verschillende geluidsgrenswaarden (emissiegrenswaarde, invoerlimietwaarde (absoluut en differentieel), aandachtslimietwaarde, kwaliteitslimietwaarde, specifieke invoerlimietwaarde), waarnaar wordt verwezen de akoestische zonering van het grondgebied dat elke gemeente moet definiëren. Het decreet bepaalt de indeling van het grondgebied in zes zones, op basis van de kenmerken met betrekking tot de aanwezigheid van transportinfrastructuren, de bevolkingsdichtheid, de woonwijken, de aanwezigheid van industriële locaties. De eerste zone wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van typologieën waarbij de "stille toestand" noodzakelijk is om de activiteiten uit te voeren (ziekenhuis, scholen, stadsparken, enz.); de tweede is gewijd aan "overheersend residentieel gebruik" enzovoort. De zes homogene gebieden worden gekenmerkt door verschillende geluidslimietwaarden, in Leq (A), op twee tijdelijke perioden, aangeduid als dagperiode Lday (0622) en nachtperiode Lnight (22-06). De zesde klasse, exclusief industriële gebieden, wordt gekenmerkt door de afwezigheid van woongebouwen, met invoerlimietwaarden van 70 LAeq (06-22). Het is ook verplicht om een evaluatie te maken van het akoestische klimaat van de gebieden die zijn ontworpen voor de bouw van woongebouwen in de buurt van transportinfrastructuren, sport- en recreatieve gebouwen, enz.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 184 van 193


Luchtverkeerslawaai Voor de luchtvaart zijn planologische drempelwaarden opgenomen in het ministerieel besluit van 31 oktober 1997, waarin de criteria zijn opgenomen ter bepaling van de geluidimmissie rond luchthavens. De hierin gedefinieerde geluidindicator is de geluidsindex LVA (‘Livello di Valutazione del rumore Aeroportuale’). Deze LVA index is een equivalent geluidsdrukniveau op 24u basis (LAeq,24u) met een straffactor van 10 dB voor de nachtperiode (23-06u). De grootheid wordt geëvalueerd over de 3 drukste weken (21 dagen) van elk van de volgende 3 perioden: 1 oktober - 31 januari, 1 februari - 31 mei, 1 juni - 30 september. Op basis van de LVAindex kunnen volgende planningszones onderscheiden worden: Zone A B

C

Drempelwaarden voor de geluidimmissie in LVA (dB) LVA ≤ 65 65 < LVA ≤ 75

LVA > 75

Toegestaan landgebruik Geen beperkingen inzake landgebruik Beperken van residentiële functies/landgebruik - Geen nieuwe woningen toegestaan - Wel toegestaan: agrarische activiteiten en veeteelt, industriële activiteiten, commerciële activiteiten, kantoren en diensten (tertiair), of vergelijkbaar, mits passende maatregelen worden getroffen van akoestische isolatie Enkel luchthavengebonden functies

Tabel 113: Zones rond luchthavens afgebakend op basis van drempelwaarden voor LVA (DM 31.10.1997)

De zones moeten worden vastgesteld en goedgekeurd door een ‘luchthavencomité’ waarin de lokale overheden vertegenwoordigd zijn naast de luchthavenbeheerder en de luchthavenautoriteiten (ENAC – Italian Civil Aviation

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 185 van 193


Authority). Deze luchthavencomités moeten ook hiermee samenhangende ‘geluidsactieplannen’ goedkeuren, met maatregelen voor het verbeteren van de geluidsisolatie van woningen en plannen voor hervestiging, te bekostigen door de luchthavenbeheerder. De beslissing binnen het luchthavencomité moet echter unaniem gebeuren, wat in de praktijk niet altijd tot effectieve en snelle besluitvorming heeft geleid. Na goedkeuring zijn de zones te integreren in lokale bestemmingsplannen. Met de implementatie van de Europese richtlijn 2002/49/EG moeten voor de belangrijke Italiaanse luchthavens ook specifieke EU-actieplannen opgemaakt en gerapporteerd worden. Deze plannen kunnen uiteraard voor een belangrijk deel terugvallen op de volgens intern recht vereiste actieplannen. In Italië worden de geluidscontouren rond luchthavens jaarlijks berekend. De controle ervan ligt bij de overheidsdienst APRA (Regional Environment Protection Agency). Geen verdere informatie beschikbaar over specifieke isolatiecriteria voor vliegtuiggeluid (behalve de reeds eerder aangehaalde algemene eisen uit het besluit van 5 december 1997). Meer info: − UNI 11367:2010, Building Acoustics—Acoustic Classification of Building Units—Evaluation Procedure and In Situ Measurements. − Legge quadro 26 ottobre 1995, n. 447, sull’inquinamento acustico − Besluit van de ministerraad van 5 december 1997 – Decreto del Presidento del Consiglio dei Ministri (DCPM) - Determininazione dei Requisiti passive Degli Edifici. − Ministerieel besluit van 11 oktober 2017 – CAM - Criteri ambientali minimi per l’affidamento di servizi di progrettazione e lavori per la nuova construzione, ristrutturazione e manutenzione di edifice pubblici. − Decreto del Presidente del Consiglio dei Ministri del 14/11/1997 - Determinazione dei valori limite delle sorgenti sonore − Ministerieel besluit van 31 oktober 1997 - D.M. 31.10.1997, ‘Metodologia di Mesura del Rumore aeroportua’ − Ministerieel Besluit van 29 november 2000 - D.M. 29.11.2000, ‘Criteri per la predisposizione, da parte delle societa' e degli enti gestori dei servizi pubblici di trasporto o delle relative infrastrutture, dei piani degli interventi di contenimento e abbattimento del rumore.’ − DECRETO LEGISLATIVO 19 agosto 2005, n. 194 (omzetting van de richtlijn ‘omgevingslawaai’ 2002/49/EG in Italiaans recht) − SEA Network Milano Linate & Malpensa Network − UNI 11444: 2012. Acustica in edilizia - Classificazione acustica delle unità immobiliari - Linee guida per la selezione delle unità immobiliari in edifici con caratteristiche non seriali. − Di Bella, A.; Fausti, P.; Scamoni, F.; Secchi, S. Italian experiences on acoustic classification of buildings. In Proceedings of the 41st International Congress and Exposition on Noise Control, Engineering, New York, NY, USA, 19–22 August 2012. − Casini D, Cellai G, Fogola J, Scamoni F, Secchi S, “Correlation between facade sound insulation and urban noise: a contribution to the acoustic classification of existing buildings”, Building Acoustics, September 27, 2016, ISSN: 1351-010X, DOI:1351010X16670173 − Casini, D.; Cellai, G.; Secchi, S.; Fogola, J.; Scamoni, F. Urban noise and required facade acoustic insulation of buildings: The case of some agglomerations in Italy. In Proceedings of the 22nd International Congress on Sound and Vibration, Florence, Italy, 12–16 July 2015.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 186 van 193


−

−

−

Secchi S, Astolfi A, Calosso G, Casini D, Cellai G, Scamoni F, Scrosati C, Shtrepi L, Effect of outdoor noise and façade sound insulation on indoor acoustic environment of Italian schools, Applied Acoustics 126 (2017) 120–130, ISSN: 0003-682X, DOI information: 10.1016/j.apacoust.2017.05.023. Torchia F., Ricciardi P., Scrosati C., Scamoni F. “Improvement of Façades’ Sound Insulation of Schools near the Bergamo - Orio al Serio International Airport: Case Study”. Building Acoustics 1/2015; 22(2):123-142. DOI:10.1260/1351-010X.22.2.123. Scamoni F., Porro L., Sound insulation pilot project on buildings in the proximity of an airport area. Proc. Forum Acusticum Sevilla 2002.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 187 van 193


8.17 EUROPEES (TER INFO) [60] COST Action TU0901 Building Acoustics throughout Europe COST - European Cooperation in Science and Technology is an intergovernmental framework aimed at facilitating the collaboration and networking of scientists and researchers at European level. It was established in 1971 by 19 member countries and currently includes 35 member countries across Europe, and Israel as a cooperating state. De studiegroep TU0901 heeft zich gedurende 4 jaar ontfermd over de integratie en harmonisering van geluidisolatie aspecten in duurzame stedelijke woongebouwen. De bevindingen werden gepresenteerd in 2014 in 2 boeken â&#x20AC;&#x153; Building Acoustics throughout Europe. Volume 1 beschrijft de achtergrond, de toenmalige huidige situatie en de globale bevindingen. Volume 2 bevat landelijke hoofdstukken waarin het nationale gebouwen bestand, de constructietypes en de geluidisolatie wordt beschreven. Deze studie focust voornamelijk op luchten contactgeluidisolatie tussen woningen onderling en de gevelisolatie wordt slechts algemeen behandeld. De belangrijkste bevindingen met betrekking tot de gevelisolatie worden hieronder kort aangehaald: - Er zijn tal van verschillende parameters om gevelisolatie te beschrijven.

Tabel 114: Parameters gevelisolatie cfr COST TU0901

-

De vereisten inzake gevelisolatie kunnen beschreven worden a.d.h.v. : o Minimale gevelisolatie als functie van het omgevingsgeluidniveau (vb. Frankrijk, Duitsland, Litouwen, Nederland en Oostenrijk) o Maximaal geluidniveau binnen (vb. Denemarken, Finland, Noorwegen, Zweden) o Maximaal geluidniveau van een nachtelijk event (vb. Noorwegen, Zweden)

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 188 van 193


-

In het project wordt een voorkeur geuit voor het gebruik van volgende parameter als uniforme parameter voor Europa: D2m,nT, 50 of D2m,nT, 100

-

Er wordt een voorstel gedaan voor een Europees classificatiesysteem, waarbij elk land kan kiezen welke klasse er in het land opgelegd worden in verschillende situaties. De vereisten inzake gevelisolatie in dit classificatiesysteem kunnen op twee manieren opgelegd worden: o door het geluidniveau binnen op te leggen

Tabel 115: Maximale geluidniveaus binnen cfr COST TU0901

o

door de minimale gevelisolatie op te leggen in functie van het omgevingsgeluid en het geluidniveau binnen (D2m,nT,50 = Lden + 3 â&#x20AC;&#x201C; Lden,indoor).

Tabel 116: Vereisten gevelisolatie cfr. COST TU0901

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 189 van 193


[61] ISO/TC 43/SC 2/WG 29 - Acoustic classification scheme for buildings Verder bouwend op het onderzoek van de COST actiegroep TU0901 werd na verder onderzoek een voorstel gedaan voor een internationale norm betreffende een akoestisch classificatiesysteem voor gebouwen. Het voorstel als internationale norm werd niet goedgekeurd, vermoedelijk eerder om politieke redenen (n.v.d.r.). Om die reden werd het document als Technische Specificatie voorgelegd. In dit voorstel werden de vereisten inzake gevelisolatie uitgedrukt in functie van het omgevingsgeluidniveau Lden.

Tabel 117: Vereisten gevelisolatie cfr. ISO/TC 43/SC 2/WG 29

Meer info: â&#x2C6;&#x2019;

â&#x2C6;&#x2019;

Building acoustics throughout Europe Volume 1: Towards a common framework in building acoustics throughout Europe (COST Action TU0901: Integrating and Harmonizing Sound Insulation Aspects in Sustainable Urban Housing Constructions). Building acoustics throughout Europe Volume 2: Housing and construction types country by country (COST Action TU0901: Integrating and Harmonizing Sound Insulation Aspects in Sustainable Urban Housing Constructions).

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 190 van 193


REFERENTIES [1] NBN S01-400-1 (2008) “ AKOESTISCHE CRITERIA VOOR WOONGEBOUWEN” [2] PRNBN S01-400-1 (2019) “AKOESTISCHE CRITERIA VOOR WOONGEBOUWEN” [3] TOETSINGSKADER RUIMTELIJKE ORDENING VLAANDEREN [4] DE VLAAMSE MAATSTAF DUURZAAM WONEN EN BOUWEN [5] VLAAMSE DUURZAAMHEIDSMETER VOOR WIJKEN [6] MER RICHTLIJNENBOEK – TOETSINGSKADER VOOR NIEUWE WOONONTWIKKELINGEN [7] 18 JUILLET 1973 - LOI RELATIVE A LA LUTTE CONTRE LE BRUIT (M.B. DU 14.09.1973) + DECRETEN [8] 17 JULI 1997 - ORDONNANTIE BETREFFENDE DE STRIJD TEGEN GELUIDSHINDER IN EEN STEDELIJKE OMGEVING [9] 1 APRIL 2004. — ORDONNANTIE TOT WIJZIGING VAN DE ORDONNANTIE VAN 17 JULI 1997 BETREFFENDE DE STRIJD TEGEN GELUIDSHINDER IN EEN STEDELIJKE OMGEVING [10] WET GELUIDHINDER (WGH) [11] WET RUIMTELIJKE ORDENING (WRO) [12] WET ALGEMENE BEPALINGEN OMGEVINGSRECHT (WABO) [13] WET MILIEUBEHEER (WM) [14] BOUWBESLUIT [15] NEN 1070 GELUIDWERING IN GEBOUWEN - SPECIFICATIE EN BEOORDELING VAN DE KWALITEIT (GEWIJZIGD DOOR NEN 1070:1999/C1:1999 NL EN NEN 1070:1999/C2:2003) [16] AANVULLINGSWET GELUID [17] REGELING GELUIDWERENDE VOORZIENINGEN 1997 (RGV'97) [18] L’ARRETE DU 30 MAI 1996, RELATIF A L’ISOLEMENT ACOUSTIQUE DES BATIMENTS D’HABITATION DANS LES SECTEURS AFFECTES PAR LE BRUIT. [19] ARRETE DU 27 NOVEMBRE 2012 RELATIF A L’ATTESTATION DE PRISE EN COMPTE DE LA REGLEMENTATION ACOUSTIQUE APPLICABLE EN FRANCE METROPOLITAINE AUX BATIMENTS D’HABITATION NEUFS. [20] LOI N° 92-1444 DU 31 DECEMBRE 1992 RELATIVE A LA LUTTE CONTRE LE BRUIT [21] ARRETE DU 5 MAI 1995 CONCERNANT LE BRUIT DES INFRASTRUCTURES ROUTIERES [22] ARRETE DU 13 AVRIL 2017 RELATIF AUX CARACTERISTIQUES ACOUSTIQUES DES BATIMENTS EXISTANTS LORS DE TRAVAUX DE RENOVATION IMPORTANTS [23] THE NOISE INSULATION REGULATIONS 1975 (AS AMENDED 1988) [24] THE NOISE INSULATION REGULATIONS OF 1996 (RAILWAYS AND OTHER GUIDED TRANSPORT SYSTEMS) [25] BRITISH STANDARD BS 8233 (2014) - SOUND INSULATION AND NOISE REDUCTION FOR BUILDINGS [26] THE TECHNICAL ADVICE NOTE TAN 11 - NOISE (OKTOBER 1997) (WALES)

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 191 van 193


[27] SECHZEHNTE VERORDNUNG ZUR DURCHFÜHRUNG DES BUNDESIMMISSIONSSCHUTZGESETZES (VERKEHRSLÄRMSCHUTZVERORDNUNG - 16. BIMSCHV), [28] VIERUNDZWANZIGSTE VERORDNUNG ZUR DURCHFÜHRUNG DES BUNDESIMMISSIONSSCHUTZGESETZES (VERKEHRSWEGESCHALLSCHUTZMAßNAHMENVERORDNUNG 24.BIMSCHV), [29] DIN4109 SCHALLSCHUTZ IM HOCHBAU (1989) [30] DIN 4109 SCHALLSCHUTZ IM HOCHBAU (2018) [31] TECHNICAL BUILDING REGULATIONS, MVV TB (2016) [32] DEGA-EMPFEHLUNG 103: SCHALLSCHUTZ IM WOHNUNGSBAU SCHALLSCHUTZAUSWEIS (2018) [33] VDI 4100 (2012) SOUND INSULATION BETWEEN ROOMS IN BUILDINGS - DWELLINGS ASSESSMENT AND PROPOSALS FOR ENHANCED SOUND INSULATION BETWEEN ROOMS [34] OIB RICHTLINIE 5 – SCHALLSCHUTZ 330.5-002/19 [35] NORMENREEKS ÖNORM B 8115: SCHALLSCHUTZ UND RAUMAKUSTIK IM HOCHBAU [36] NORM SIA 181 (2006) BESCHERMING TEGEN GELUID / SCHALLSHUTZ IM HOCHBAU / PROTECTION CONTRE LE BRUIT DANS LE BÂTIMENT [37] NOISE ABATEMENT ORDINANCE OF ‘LÄRMSCHUTZVERORDNUNG’ (LSV) 814.41, 15 DECEMBER 1986 (STAND 7 MEI 2019) [38] ACOUSTICS - PROTECTION AGAINST NOISE IN BUILDINGS AND EVALUATION OF ACOUSTIC PROPERTIES OF BUILDING ELEMENTS – REQUIREMENTS (ČSN 73 0532) - 2010 [39] PN-B-02151-3; 2015 [40] VERORDENING VAN HET MINISTERIE VAN INFRASTRUCTUUR VAN 12 APRIL 2002 BETREFFENDE DE TECHNISCHE VOORWAARDEN WAARAAN GEBOUWEN MOETEN VOLDOEN EN HUN LOCATIE / ROZPORZADZENIE MINISTERIE INFRASTRUCURY 12,04,2002 [41] MILJODEPARTEMENTETS RUNDSKRIV T-1442 (RONDSCHRIJVEN MINISTERIE VAN MILIEU T1442) [42] TEKNIK FORSKIRFT TIL PLANOG BYGNINGSLOVEN NS 8175 / PLANNING AND BUILDING ACT NS 8175 [43] FORSKRIFT OM BEGRENSNING AV FORURENSNING OG STOY / VERORDENING INZAKE VERVUILING EN GELUIDSREDUCTIE [44] NS 8175, “LYDFORHOLD I BYGNINGER, LYDKLASSIFISERING AV ULIKE BYGNINGSTYPER” (SOUND CONDITIONS IN BUILDINGS - SOUND CLASSES FOR VARIOUS TYPES OF BUILDINGS), NORWAY [45] BBR, BOVERKET’S BUILDING REGULATIONS – MANDATORY PROVISIONS AND GENERAL RECOMMENDATIONS [46] SS 25267, “BYGGAKUSTIK – LJUDKLASSNING AV UTRYMMEN I BYGGNADER – BOSTÄDER”. (ACOUSTICS – SOUND CLASSIFICATION OF SPACES IN BUILDINGS – DWELLINGS). [47] SFS 2017:359 : VERORDENING TOT WIJZIGING VAN VERORDENING 2015:216 BETREFFENDE VERKEERSLAWAAI IN WOONGEBOUWEN.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 192 van 193


[48] 796/2017 YMPÄRISTÖMINISTERIÖN ASETUSRAKENNUKSEN ÄÄNIYMPÄRISTÖSTÄ / BESLUIT VAN HET MINISTERIE VAN MILIEU BETREFFENDE DE GEZONDE OMGEVING VAN EEN GEBOUW. [49] SFS 5907 RAKENNUSTEN AKUSTINEN LUOKITUS / ACOUSTIC CLASSIFICATION OF SPACES IN BUILDINGS [50] COUNCIL OF STATE DECISION 993/1992 [51] BR18, BUILDING REGULATIONS 2018 [52] DS490, SOUND CLASSIFICATION IN DWELLINGS [53] TECHNICAL CONSTRUCTION REGULATION STR 2.01.07:2003: ‘PROTECTION OF INTERNAL AND EXTERNAL ENVIRONMENT OF BUILDINGS FROM NOISE’ [54] ORDER NO 387 OF THE MINISTER OF ENVIRONMENT ON 17.7.2003, AS LAST AMENDED ON 29.4.2019) [55] SPANISH ACOUSTIC BUILDING CODE (2009) [56] KONINLIJK BESLUIT 1367/2007 VAN 19 OKTOBER, EEN UITWERKING VAN DE GELUIDSWET 37/2003 VAN 17 NOVEMBER BETREFFENDE AKOESTISCHE ZONERING, KWALITEITSDOELSTELLINGEN EN AKOESTISCHE EMISSIES. / REAL DECRETO 1367/2007, DE 19 DE OCTUBRE, POR EL QUE SE DE SARROLLA LA LEY 37/2003, DE 17 DE NOVIEMBRE DEL RUIDO, EN LO REFERENTE A ZONIFICACIÓN ACÚSTICA, OBJETIVOS DE CALIDAD Y EMISIONES ACÚSTICAS. [57] DECREE 5TH DECEMBER 1997 – DETERMINATION PASSIVE ACOUSTIC REQUIREMENTS OF BUILDINGS. PUBLISHED IN G.U. N. 297, 22TH DECEMBER 1997 / D.P.C.M. 5 DICEMBRE 1997 DETERMINAZIONE DEI REQUISITI ACUSTICI PASSIVI DEGLI EDIFICI. PUBBLICATO G.U. SERIE GENERALE N. 297 DEL 22 DICEMBRE 1997 [58] THE ITALIAN STANDARD UNI 11367 ON ACOUSTIC CLASSIFICATION OF DWELLINGS [59] DECRETO DEL PRESIDENTE DEL CONSIGLIO DEI MINISTRI DEL 14/11/1997 - DETERMINAZIONE DEI VALORI LIMITE DELLE SORGENTI SONORE. [60] COST ACTION TU0901 BUILDING ACOUSTICS THROUGHOUT EUROPE [61] ISO/TC 43/SC 2/WG 29 - ACOUSTIC CLASSIFICATION SCHEME FOR BUILDINGS

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 193 van 193


header referentie


Koning Albert II laan 20/8 1000 Brussel omgevingvlaanderen.be


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
OMG_BJO_2018_53_Akoestische_gevelisolatie_Eindrapport_Deel 1.pdf by Vlaanderen-be - Issuu