Skip to main content

dossier 2020-065.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/065

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2020/065

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande feiten Op 13 februari 2020 diende xxx bij de Vlaamse Vervoersmaatschappij De Lijn (hierna vermeld als: De Lijn) een verzoek in tot het verkrijgen van een afschrift van de volgende documenten: - De aangifte gedaan door De Lijn bij het Parket van Antwerpen op 7 februari 2018 waarvan sprake in de beslissing 2020/17 van de beroepsinstantie Openbaarheid van bestuur. - Alle bestuursdocumenten waarover De Lijn beschikt waarin het dossiernummer 18C011359 is vermeld, zijnde het dossiernummer dat door de beroepsinstantie openbaarheid van bestuur in haar beslissing 2018/64 wordt benoemd als het nummer dat hoort bij de beslissing van het parket om als gevolg van de aangifte 68AN99217/2018 een onderzoek op te starten. - Een toelichting waarom de vraag openbaarheid van 25 november 2019 aan De Lijn pas op 9 januari werd beantwoord na het zenden van 3 herinneringsbrieven en een klacht bij de ombudsman van de Lijn hoewel het bestuursdecreet uitdrukkelijk vermeldt dat een vraag openbaarheid zo snel mogelijk en uiterlijk binnen twintig kalenderdagen moet beantwoord worden. Op 25 februari 2020 werd voormeld openbaarheidsverzoek afgewezen door De Lijn. Op 9 maart 2020 diende verzoeker beroep in bij de beroepsinstantie tegen de beslissing van De Lijn d.d. 25 februari 2020. Het beroepschrift werd geregistreerd op 9 maart 2020.

www.vlaanderen.be


Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke verzoek van xxx dateert van 13 februari 2020. Het antwoord van De Lijn dateert van 25 februari 2020 en deze beslissing maakt geen melding van de beroepsmogelijkheden en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet zodat de beroepstermijn pas aanvangt vier maanden na kennisgeving van de beslissing. Het ingediende beroep van 9 maart 2020 is ingesteld binnen de decretaal voorgeschreven termijn, conform artikel II.48, §1, derde lid van het Bestuursdecreet en is bijgevolg tijdig ingediend. In het eerste onderdeel van het openbaarheidsverzoek vraagt verzoeker naar een afschrift van de aangifte gedaan door De Lijn bij het Parket van Antwerpen op 7 februari 2018. De beroepsinstantie heeft hieromtrent contact opgenomen met De Lijn. Op 12 maart 2020 werd het opgevraagde document toegestuurd aan de beroepsinstantie, zodat deze kennis kon nemen van de inhoud ervan. De beroepsinstantie kon daardoor zelf vaststellen dat het hier gaat om een aangifte vanuit De Lijn aan de Procureur des Konings van het parket te Antwerpen, waarbij een aantal feiten en gedragsbeschrijvingen van natuurlijke personen ter kennis worden gebracht, waarvan De Lijn van oordeel is dat deze aan het Parket dienden te worden bezorgd. De beroepsinstantie heeft bijgevolg zelf kunnen vaststellen dat de opgevraagde aangifte vanuit De Lijn aan het Parket van Antwerpen d.d. 7 februari 2018 ontegensprekelijk heel wat informatie van persoonlijke aard bevat, zoals bepaald in artikel II.40 §3, 3de lid Bestuursdecreet, zijnde informatie die betrekking heeft op een beoordeling of een waardeoordeel, of die de beschrijving van een gedrag bevat van meerdere bij naam genoemde of gemakkelijk identificeerbare natuurlijke personen. Krachtens artikel II.40, §3, 2de lid van het Bestuursdecreet moet de aanvrager voor de openbaarmaking van informatie van persoonlijke aard kunnen aantonen dat hij rechtstreeks en persoonlijk in zijn rechtssituatie kan worden geraakt door ofwel de informatie, ofwel de beslissing waarop de informatie betrekking heeft ofwel de beslissing ter voorbereiding waarvan het document dat de informatie bevat, werd opgesteld. De beroepsinstantie moet vaststellen dat de aanvrager niet aantoont hoe hij persoonlijk en rechtstreeks in zijn rechtssituatie wordt geraakt door de informatie van persoonlijke aard die voorkomt in de opgevraagde aangifte aan het Parket van Antwerpen. Verzoeker toont op geen enkele wijze zijn persoonlijk en rechtstreeks belang, zoals bedoeld in artikel II.40,§3, 2de lid van het Bestuursdecreet. Verzoeker mist derhalve het vereiste belang in concreto om de voornoemde aangifte aan het Parket van Antwerpen op te vragen. Daarom concludeert de beroepsinstantie dan ook dat de opgevraagde aangifte niet openbaar kan worden gemaakt, bij gebrek aan het decretaal voorgeschreven belang in hoofde van verzoeker. Omwille van het feit dat de opgevraagde aangifte doorweven is van informatie van persoonlijke aard, is het praktisch onmogelijk om het beroep voor dit onderdeel gedeeltelijk ontvankelijk te beschouwen, en om nadien een inhoudelijke beoordeling van dit gedeelte te doen, zoals voorzien op grond van artikel II.45, §2 van het Bestuursdecreet.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/065

pagina 2 van 6


Het ingestelde beroep wordt voor het eerste onderdeel, de aangifte bij het Parket, dan ook als onontvankelijk beschouwd, daar verzoeker niet over het vereiste decretaal voorgeschreven belang beschikt. Het ingediende beroepschrift wordt verder gedeeltelijk als ontvankelijk beschouwd, namelijk enkel voor wat betreft het tweede en derde onderdeel van het openbaarheidsverzoek van xxx. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

Bestreden beslissing

De bestreden beslissing van De Lijn d.d. 25 februari 2020 stelt voor het tweede onderdeel van het openbaarheidsverzoek het volgende: “Zoals reeds blijkt uit de tussengekomen beslissing 2020/17 van de beroepsinstantie Openbaarheid van bestuur, beschikt De Lijn over geen bestuursdocumenten waarin voormeld dossiernummer wordt vermeld. Wij kunnen onmogelijk afschrift bezorgen van documenten waarover we niet beschikken.” De Lijn vermeldt in zijn beslissing met betrekking tot het derde onderdeel van het openbaarheidsverzoek het volgende: “ Met betrekking tot de vraag om toelichting waarom de vraag openbaarheid van 25 november 2019 pas op 9 januari 2020 werd beantwoord, verwijzen wij graag eveneens naar de tussengekomen beslissing 2020/17 van de beroepsinstantie Openbaarheid van bestuur waar gesteld wordt dat de beslissing inderdaad buiten de decretaal voorgeschreven termijn van 20 dagen werd genomen en dat u in de mogelijkheid was om eerder een beroep in te stellen.”

2. Inhoud van het beroepschrift Beroeper neemt geen genoegen met de beslissing van De Lijn. Met betrekking tot het tweede onderdeel van zijn openbaarheidsverzoek, stelt beroeper: “Als De Lijn niet zou beschikken over de gevraagde documenten, dan voorziet het Bestuursdecreet dat de vraag openbaarheid wordt doorgezonden aan het bestuur waarvan vermoed wordt dat ze beschikt over de gevraagde data. Bijgevolg diende de vraag ‘Alle bestuursdocumenten waarover De Lijn beschikt waarin het dossiernummer 18C011359 is vermeld, zijnde het dossiernummer dat door de beroepsinstantie openbaarheid van bestuur in haar beslissing 2018/64 wordt benoemd als het nummer dat hoort bij de

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/065

pagina 3 van 6


beslissing van het parket om als gevolg van de aangifte 68AN99217/2018 een onderzoek op te starten.’ doorgezonden te worden aan het bestuur die vermoedelijk over deze gegevens beschikt.” Voorst stelt beroeper nog met betrekking tot het derde onderdeel van zijn openbaarheidsverzoek: “De derde vraag wordt enkel beantwoord met een tekst die eerder door de beroepsinstantie werd geschreven: ‘… verwijzen wij graag eveneens naar de tussengekomen beslissing 2020/17 van de beroepsinstantie Openbaarheid van bestuur waar gesteld wordt dat de beslissing inderdaad buiten de decretaal voorgeschreven termijn van 20 dagen werd genomen en dat u in de mogelijkheid was om eerder een beroep in te stellen.’ Ik neem aan dat deze tekst geen juiste weergave is van de motieven waarom De Lijn de antwoordtermijnen van het bestuursdecreet niet naleefde. Ik vraag de beroepsinstantie om er bij De Lijn alsnog op aan te dringen om een correcte verklaring te geven waarom de vraag openbaarheid laattijdig werd beantwoord.”

3. Standpunt van de beroepsinstantie Wat betreft het tweede onderdeel van het openbaarheidsverzoek, contacteerde de beroepsinstantie nogmaals De Lijn om navraag te doen omtrent de gevraagde documenten. Opnieuw werd er vanuit De Lijn op 12 maart 2020 aan de beroepsinstantie bevestigd dat De Lijn geen documenten in het bezit heeft waarin het dossiernummer 18C011359 is vermeld. De beroepsinstantie kan dan ook enkel maar haar standpunt, zoals ingenomen in dossier OVB/2020/017, herhalen. Uit het onderzoek door de beroepsinstantie is immers gebleken dat er, naast de aangifte zelf die vanuit De Lijn werd gedaan aan het Parket van Antwerpen op 7 februari 2018, geen enkel ander document in het bezit is van De Lijn. Er is geen melding gekomen vanuit het Parket aan De Lijn met betrekking tot de gedane aangifte. In artikel I.4, 3° van het Bestuursdecreet wordt een bestuursdocument gedefinieerd als de informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie. Het recht op openbaarheid kan aldus maar uitgeoefend worden voor zover het gaat om informatie die gematerialiseerd werd op een drager. In casu wordt evenwel door de beroepsinstantie vastgesteld dat De Lijn niet in het bezit is van bestuursdocumenten waarin De Lijn op de hoogte werd gesteld van het dossiernummer dat door het parket werd opgestart naar aanleiding van de aangifte door De Lijn bij het Parket te Antwerpen. Er kan bijgevolg dan ook onmogelijk een afschrift worden verleend van de gevraagde documenten, daar De Lijn deze niet in haar bezit heeft. Noch de beroepsinstantie, noch De Lijn hebben weet van een overheidsinstantie die wel in het bezit zou zijn van de door verzoeker gevraagde documenten. Het ingestelde beroep is, wat dit onderdeel betreft, dan ook ongegrond.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/065

pagina 4 van 6


Wat betreft het derde onderdeel van het openbaarheidsverzoek, kan de beroepsinstantie ook enkel maar bevestigen wat ze hieromtrent al heeft meegedeeld in haar beslissing OVB/2020/017. Het klopt inderdaad dat de beslissing van De Lijn d.d. 9 januari 2020 (als antwoord op een openbaarheidsverzoek van xxx d.d. 25 november 2019) buiten de decretaal voorgeschreven termijn van 20 dagen werd genomen, een termijn die aanvangt de dag na registratie van het openbaarheidsverzoek. Het Bestuursdecreet koppelt daar evenwel geen enkele sanctie aan vast, tenzij de mogelijkheid voor verzoeker om een beroep in te stellen bij de beroepsinstantie tegen de ontstentenis van beslissing vanwege De Lijn. De verzoeker was dus in casu in de mogelijkheid om al eerder een beroep in te stellen bij de beroepsinstantie, namelijk na het verstrijken van de decretaal voorgeschreven termijn van 20 dagen. Verzoeker opteerde er evenwel voor om in dit dossier eerst nog twee herinneringen te sturen naar De Lijn, waarna er alsnog een, weliswaar laattijdige, beslissing door hen werd genomen op 9 januari 2020. Verzoeker vraagt nu naar een toelichting waarom de vraag openbaarheid van 25 november 2019 aan De Lijn pas op 9 januari 2020 werd beantwoord. De beroepsinstantie stelt vast dat hieromtrent geen bestuursdocument aanwezig is bij De Lijn. In artikel I.4, 3° van het Bestuursdecreet wordt een bestuursdocument gedefinieerd als de informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie. Het recht op openbaarheid kan aldus maar uitgeoefend worden voor zover het gaat om informatie die gematerialiseerd werd op een drager. In casu wordt evenwel door de beroepsinstantie vastgesteld dat De Lijn niet in het bezit is van een toelichting waarom de vraag openbaarheid van 25 november 2019 aan De Lijn pas op 9 januari 2020 werd beantwoord. Er kan bijgevolg dan ook onmogelijk een afschrift worden verleend van het gevraagde document, daar De Lijn dit niet in haar bezit heeft. De beroepsinstantie benadrukt hierbij ook nogmaals dat het Bestuursdecreet niet vereist dat een overheidsinstantie een nieuw document moet opstellen om te voldoen aan een openbaarheidsverzoek. Het ingestelde beroep wordt, wat dit onderdeel betreft, dan ook als ongegrond beschouwd. Na beraadslaging,

BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 9 maart 2020 tegen de weigeringsbeslissing van De Lijn d.d. 25 februari 2020 wordt als deels onontvankelijk en deels ontvankelijk doch ongegrond beschouwd.

Brussel, 6 april 2020

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/065

pagina 5 van 6


Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur,

Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/065

pagina 6 van 6


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
dossier 2020-065.pdf by Vlaanderen-be - Issuu